Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als nu AbramH87negenH8672 en negentigH8673jarenH8141oudH1121wasH1961, zo verscheenH7200 de HEEREH3068aanH413AbramH87, en zeideH559totH413 hem: IkH589 ben GodH410, de AlmachtigeH7706! WandelH1980 voor Mijn aangezichtH6440, en zijt oprechtH8549!Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
KJVAnd when Abram2was ninety4years5old3and nine,6the LORD9appeared8to Abram,11and said12unto him, I am the Almighty16God;15walk17before me,18and be thou perfect.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אַבְרָ֔םH87Abram, AbramsAbram3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4תִּשְׁעִ֥יםH8673negentigninety5שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6וְתֵ֣שַׁעH8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)7שָׁנִ֑יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וַיֵּרָ֨אH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אַבְרָ֗םH87Abram, AbramsAbram12וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14אֲנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15אֵ֣לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'16שַׁדַּ֔יH7706Almachtige, Almachtigen, almachtigAlmighty17הִתְהַלֵּ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl18לְפָנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19וֶהְיֵ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20תָמִֽיםH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole
2En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En Ik zal Mijn verbondH1285stellenH5414 tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gansH3966 zeer vermenigvuldigenH7235.En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.
KJVAnd I will make1my covenant2between me and thee, and will multiply5thee exceedingly.7
1וְאֶתְּנָ֥הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2בְרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league3בֵּינִ֣יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within4וּבֵינֶ֑ךָH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5וְאַרְבֶּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6אוֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בִּמְאֹ֥דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well8מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
3Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen vielH5307AbramH87opH5921 zijn aangezichtH6440, en GodH430sprakH1696metH854 hem, zeggendeH559:Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende:
KJVAnd Abram2fell1on his face:4and God7talked5with him, saying,
1וַיִּפֹּ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down2אַבְרָ֖םH87Abram, AbramsAbram3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4פָּנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אִתּ֛וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
4Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4MijH589 aangaande, zieH2009, Mijn verbondH1285isH1961metH854 u; en gij zult tot een vaderH1 van menigteH1995 der volkenH1471 worden!Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden!
KJVAs for me,1behold, my covenant3is with thee, and thou shalt be a father6of many7nations.
5En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En uw naamH8034 zal nietH3808meerH5750genoemdH7121 worden AbramH87; maar uw naamH8034 zal wezenH1961AbrahamH85; wantH3588 Ik heb u gesteldH5414 tot een vaderH1 van menigteH1995 der volkenH1471.En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.
KJVNeither shall thy name5any more be called2Abram,6but thy name8shall be Abraham;9for a father11of many12nations13have I made thee.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִקָּרֵ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say3ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שִׁמְךָ֖H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6אַבְרָ֑םH87Abram, AbramsAbram7וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8שִׁמְךָ֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham10כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אַבH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12הֲמ֥וֹןH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult13גּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14נְתַתִּֽיךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield
6En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En Ik zal u gansH3966 zeer vruchtbaarH6509 maken, en Ik zal u tot volkenH1471stellenH5414, en koningenH4428 zullen uitH4480 u voortkomenH3318.En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
KJVAnd I will make1thee exceeding3fruitful,and I will make5nations6of thee, and kings7shall come out
1וְהִפְרֵתִ֤יH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase2אֹֽתְךָ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בִּמְאֹ֣דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well4מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well5וּנְתַתִּ֖יךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לְגוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7וּמְלָכִ֖יםH4428koning, konings, koningenking, royal8מִמְּךָ֥H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9יֵצֵֽאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
7En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Ik zal Mijn verbondH1285oprichtenH6965tussenH996 Mij en tussenH996 u, en tussenH996 uw zaadH2233naH310 u in hun geslachtenH1755, tot een eeuwigH5769verbondH1285, om u te zijnH1961 tot een GodH430, en uw zaadH2233naH310 u.En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
KJVAnd I will establish1my covenant3between me and thee and thy seed7after thee8in their generations9for an everlasting11covenant,10to be a God14unto thee, and to thy seed15after thee.
1וַהֲקִמֹתִ֨יH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּרִיתִ֜יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league4בֵּינִ֣יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5וּבֵינֶ֗ךָH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6וּבֵ֨יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7זַרְעֲךָ֧H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time8אַחֲרֶ֛יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9לְדֹרֹתָ֖םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity10לִבְרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)12לִהְי֤וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לְךָ֙14לֵֽאלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וּֽלְזַרְעֲךָ֖H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time16אַחֲרֶֽיךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
8En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En Ik zal u, en uw zaadH2233naH310 u, het landH776 uwer vreemdelingschappenH4033gevenH5414, het geheleH3605landH776KanaanH3667, tot eeuwigeH5769bezittingH272; en Ik zal hun tot een GodH430zijnH1961.En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
KJVAnd I will give1unto thee, and to thy seed3after thee,4the land6wherein thou art a stranger,7all the land10of Canaan,11for an everlasting13possession;12and I will be their God.
1וְנָתַתִּ֣יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לְ֠ךָ3וּלְזַרְעֲךָ֨H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time4אַחֲרֶ֜יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7מְגֻרֶ֗יךָH4033vreemdelingschappen, woning, woningendwelling, pilgrimage, where sojourn, be a stranger. Compare H4032 (מָגוֹר)8אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick12לַאֲחֻזַּ֖תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession13עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)14וְהָיִ֥יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לָהֶ֖ם16לֵאלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
9Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Voorts zeideH559GodH430totH413AbrahamH85: GijH859 nu zult Mijn verbondH1285houdenH8104, gijH859, en uw zaadH2233naH310 u, in hun geslachtenH1755.Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.
KJVAnd God2said1unto Abraham,4Thou shalt keep8my covenant7therefore, thou, and thy seed10after thee11in their generations.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham5וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּרִיתִ֣יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8תִשְׁמֹ֑רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9אַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10וְזַרְעֲךָ֥H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time11אַֽחֲרֶ֖יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12לְדֹרֹתָֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
10Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10DitH2063 is Mijn verbondH1285, dat gijlieden houdenH8104 zult tussenH996 Mij en tussenH996 u, en tussenH996 uw zaadH2233naH310 u: dat alH3605watH834mannelijkH2145 is, u besnedenH4135 worde.Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.
KJVThis is my covenant,2which ye shall keep,4between me and you and thy seed8after thee;9Every man child13among you shall be circumcised.
1זֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2בְּרִיתִ֞יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תִּשְׁמְר֗וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5בֵּינִי֙H996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6וּבֵ֣ינֵיכֶ֔םH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7וּבֵ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8זַרְעֲךָ֖H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time9אַחֲרֶ֑יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10הִמּ֥וֹלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs11לָכֶ֖ם12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13זָכָֽרH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)
11En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En gij zult het vleesH1320 uwer voorhuidH6190besnijdenH5243; en dat zal tot een tekenH226zijnH1961 van het verbondH1285 tussen Mij en tussen u.En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.
KJVAnd ye shall circumcise1the flesh3of your foreskin;4and it shall be a token6of the covenant
1וּנְמַלְתֶּ֕םH5243afgesneden, besnijden(branch to) be cut down (off), circumcise2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּשַׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4עָרְלַתְכֶ֑םH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised5וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לְא֣וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token7בְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8בֵּינִ֖יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9וּבֵינֵיכֶֽםH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
12Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Een zoontjeH1121 dan van achtH8083dagenH3117 zal u besnedenH4135 worden, alH3605 wat mannelijkH2145 is in uw geslachtenH1755: de ingeboreneH3211 van hetH1931huisH1004, en de gekochteH4736 met geldH3701 van allenH3605vreemdeH1121, welkeH834nietH3808 is van uw zaadH2233;Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;
KJVAnd he that is eight2days3old1shall be circumcised4among you, every man child7in your generations,8he that is born9in the house,10or bought11with money12of any stranger,14which is not of thy seed.
1וּבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁמֹנַ֣תH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth3יָמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4יִמּ֥וֹלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs5לָכֶ֛ם6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7זָכָ֖רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)8לְדֹרֹתֵיכֶ֑םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity9יְלִ֣ידH3211kinderen, ingeborene, ingeborenen(home-) born, child, son10בָּ֔יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11וּמִקְנַתH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase12כֶּ֨סֶף֙H3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)13מִכֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15נֵכָ֔רH5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)16אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18מִֽזַּרְעֲךָ֖H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time19הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
13De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13De ingeboreneH3211 van uw huisH1004, en de gekochteH4736 met uw geldH3701 zal zekerlijkH4135besnedenH4135 worden; en Mijn verbondH1285 zal zijnH1961 in ulieder vleesH1320, tot een eeuwigH5769verbondH1285.De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond.
KJVHe that is born3in thy house,4and he that is bought5with thy money,6must needs1be circumcised:2and my covenant8shall be in your flesh9for an everlasting11covenant.
1הִמּ֧וֹלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs2יִמּ֛וֹלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs3יְלִ֥ידH3211kinderen, ingeborene, ingeborenen(home-) born, child, son4בֵּֽיתְךָ֖H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5וּמִקְנַ֣תH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase6כַּסְפֶּ֑ךָH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)7וְהָיְתָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8בְרִיתִ֛יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9בִּבְשַׂרְכֶ֖םH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10לִבְרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
14En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En watH834mannelijkH2145 is, de voorhuidH6189 hebbende, wiens voorhuidsH6190vleesH1320nietH3808 zal besnedenH4135 worden, dezelve zielH5315 zal uit haar volkenH5971uitgeroeidH3772 worden; hij heeft Mijn verbondH1285gebrokenH6565.En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.
KJVAnd the uncircumcised1man child2whose3flesh7of his foreskin8is not circumcised,5that soul10shall be cut off9from his people;12he hath broken15my covenant.
1וְעָרֵ֣לH6189onbesnedenen, onbesneden, voorhuiduncircumcised (person)2זָכָ֗רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִמּוֹל֙H4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּשַׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8עָרְלָת֔וֹH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised9וְנִכְרְתָ֛הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want10הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it11הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12מֵעַמֶּ֑יהָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league15הֵפַֽרH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void
15Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Nog zeideH559GodH430totH413AbrahamH85: Gij zult den naamH8034 van uw huisvrouwH802SaraiH8297, nietH3808SaraiH8297noemenH7121; maarH3588 haar naamH8034 zal zijn SaraH8283.Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara.
KJVAnd God2said1unto Abraham,4As for Sarai5thy wife,6thou shalt not call8her name10Sarai,11but12Sarah13shall her name
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham5שָׂרַ֣יH8297SaraiSarai6אִשְׁתְּךָ֔H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תִקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁמָ֖הּH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11שָׂרָ֑יH8297SaraiSarai12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13שָׂרָ֖הH8283Sara, saraSarah14שְׁמָֽהּH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
16Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Want Ik zal haar zegenenH1288, en u ookH1571uitH4480 haar een zoonH1121gevenH5414; ja, Ik zal haar zegenenH1288, zodat zijH1961 tot volken worden zal: koningenH4428 der volken zullen uitH4480 haar worden!Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden!
Ook in dit vers
volkenH1471
volkenH5971
KJVAnd I will bless1her, and give4thee a son7also of her: yea, I will bless8her, and she shall be a mother of nations;10kings11of people
1וּבֵרַכְתִּ֣יH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2אֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וְגַ֨םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4נָתַ֧תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5מִמֶּ֛נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6לְךָ֖7בֵּ֑ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וּבֵֽרַכְתִּ֨יהָ֙H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank9וְהָֽיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְגוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal12עַמִּ֖יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13מִמֶּ֥נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14יִהְיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
17Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen vielH5307AbrahamH85opH5921 zijn aangezichtH6440, en hij lachteH6711; en hij zeideH559 in zijn hartH3820: Zal een, die honderdH3967jarenH8141 oud is, een kind geborenH3205 worden; en zal SaraH8283, die negentigH8673jarenH8141 oud is, barenH3205?Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?
Ook in dit vers
oudH1121
oudH1323
KJVThen Abraham2fell1upon his face,4and laughed,5and said6in his heart,7Shall a child be born11unto him that is an hundred9years10old?8and shall Sarah,13that is ninety15years16old,14bear?
1וַיִּפֹּ֧לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down2אַבְרָהָ֛םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4פָּנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וַיִּצְחָ֑קH6711gelachen, jokkende, lachtelaugh, mock, play, make sport6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7בְּלִבּ֗וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8הַלְּבֶ֤ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9מֵאָֽהH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11יִוָּלֵ֔דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)12וְאִ֨םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13שָׂרָ֔הH8283Sara, saraSarah14הֲבַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village15תִּשְׁעִ֥יםH8673negentigninety16שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)17תֵּלֵֽדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)
18En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismael mocht leven voor Uw aangezicht!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En AbrahamH85zeideH559totH413GodH430: OchH3863, dat IsmaelH3458 mocht levenH2421 voor Uw aangezichtH6440!En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismael mocht leven voor Uw aangezicht!
19En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En GodH430zeideH559: VoorwaarH61, SaraH8283, uw huisvrouwH802, zal u een zoonH1121barenH3205, en gij zult zijn naamH8034noemenH7121IzakH3327; en Ik zal Mijn verbondH1285 met hem oprichtenH6965, totH854 een eeuwigH5769verbondH1285 zijn zadeH2233naH310 hem.En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.
KJVAnd God2said,1Sarah4thy wife5shall bear6thee a son8indeed;3and thou shalt call9his name11Isaac:12and I will establish13my covenant15with him for an everlasting18covenant,17and with his seed19after him.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֲבָל֙H61Voorwaar, Zekerlijkbut, indeed, nevertheless, verily4שָׂרָ֣הH8283Sara, saraSarah5אִשְׁתְּךָ֗H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6יֹלֶ֤דֶתH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7לְךָ֙8בֵּ֔ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וְקָרָ֥אתָH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12יִצְחָ֑קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)13וַהֲקִמֹתִ֨יH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בְּרִיתִ֥יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league16אִתּ֛וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17לִבְרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league18עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)19לְזַרְע֥וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time20אַחֲרָֽיוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
20En aangaande Ismael heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En aangaande IsmaelH3458 heb Ik u verhoordH8085; zieH2009, Ik heb hem gezegendH1288, en zal hem vruchtbaarH6509 maken, en hem gansH3966 zeer vermenigvuldigenH7235; twaalfH6240vorstenH5387 zal hij gewinnenH3205, en Ik zal hem tot een grootH1419volkH1471stellenH5414;En aangaande Ismael heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen;
KJVAnd as for Ishmael,1I have heard thee:2Behold, I have blessed4him, and will make him fruitful,6and will multiply8him exceedingly;10twelve13princes14shall he beget,15and I will make him16a great18nation.
1וּֽלְיִשְׁמָעֵ֘אלH3458IsmaelIshmael2שְׁמַעְתִּיךָ֒H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see4בֵּרַ֣כְתִּיH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וְהִפְרֵיתִ֥יH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase7אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וְהִרְבֵּיתִ֥יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very9אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בִּמְאֹ֣דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well11מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well12שְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13עָשָׂ֤רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)14נְשִׂיאִם֙H5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour15יוֹלִ֔ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)16וּנְתַתִּ֖יוH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17לְג֥וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people18גָּדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
21Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Maar Mijn verbondH1285 zal Ik metH854IzakH3327oprichtenH6965, die u SaraH8283 op dezenH2088gezetten tijdH4150 in het andere jaarH8141barenH3205 zal.Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal.
KJVBut my covenant2will I establish3with Isaac,5which Sarah9shall bear7unto thee at this set time10in the next13year.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league3אָקִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5יִצְחָ֑קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)6אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תֵּלֵ֨דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)8לְךָ֤9שָׂרָה֙H8283Sara, saraSarah10לַמּוֹעֵ֣דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)11הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12בַּשָּׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)13הָאַחֶֽרֶתH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange
22En Hij eindigde met hem te spreken, en God voer op van Abraham.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En Hij eindigdeH3615 met hem te sprekenH1696, en GodH430voerH5927opH5921 van AbrahamH85.En Hij eindigde met hem te spreken, en God voer op van Abraham.
KJVAnd he left off1talking2with him, and God5went up4from Abraham.
1וַיְכַ֖לH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2לְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3אִתּ֑וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אַבְרָהָֽםH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham
23Toen nam Abraham zijn zoon Ismael, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees hunner voorhuid, even ten zelfden dage, gelijk als God met hem gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen namH3947AbrahamH85 zijn zoonH1121IsmaelH3458, en alH3605 de ingeborenenH3211 van zijn huisH1004, en alleH3605gekochtenH4736 met zijn geldH3701, alH3605watH834mannelijkH2145 was onder de liedenH582 van het huisH1004 van AbrahamH85, en hij besneedH4135 het vleesH1320 hunner voorhuidH6190, even ten zelfdenH6106dageH3117, gelijk als GodH430metH854 hem gesprokenH1696 had.Toen nam Abraham zijn zoon Ismael, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees hunner voorhuid, even ten zelfden dage, gelijk als God met hem gesproken had.
KJVAnd Abraham2took1Ishmael4his son,5and all that were born8in his house,9and all that were bought12with his money,13every male15among the menof Abraham's18house;17and circumcised19the flesh21of their foreskin22in the selfsame23day,24as God29had said
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אַבְרָהָ֜םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יִשְׁמָעֵ֣אלH3458IsmaelIshmael5בְּנ֗וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8יְלִידֵ֤יH3211kinderen, ingeborene, ingeborenen(home-) born, child, son9בֵיתוֹ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מִקְנַ֣תH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase13כַּסְפּ֔וֹH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15זָכָ֕רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)16בְּאַנְשֵׁ֖יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18אַבְרָהָ֑םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham19וַיָּ֜מָלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בְּשַׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin22עָרְלָתָ֗םH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised23בְּעֶ֨צֶם֙H6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very24הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger25הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)26כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work28אִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix29אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24En Abraham was oud negen en negentig jaren, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En AbrahamH85 was oudH1121negenH8672 en negentigH8673jarenH8141, als hem het vleesH1320 zijner voorhuidH6190besnedenH4135 werd.En Abraham was oud negen en negentig jaren, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.
KJVAnd Abraham1was ninety3years5old2and nine,4when he was circumcised6in the flesh7of his foreskin.
1וְאַ֨בְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3תִּשְׁעִ֥יםH8673negentigninety4וָתֵ֖שַׁעH8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)5שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6בְּהִמֹּל֖וֹH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs7בְּשַׂ֥רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8עָרְלָתֽוֹH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised
25En Ismael, zijn zoon, was dertien jaren oud, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En IsmaelH3458, zijn zoonH1121, was dertienH6240jarenH8141oudH1121, als hem het vleesH1320 zijner voorhuidH6190besnedenH4135 werd.En Ismael, zijn zoon, was dertien jaren oud, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.
KJVAnd Ishmael1his son2was thirteen5years6old,3when he was circumcised7in the flesh9of his foreskin.
1וְיִשְׁמָעֵ֣אלH3458IsmaelIshmael2בְּנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4שְׁלֹ֥שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)5עֶשְׂרֵ֖הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)6שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7בְּהִ֨מֹּל֔וֹH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs8אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּשַׂ֥רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10עָרְלָתֽוֹH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised
26Even op dezen zelfden dag werd Abraham besneden, en Ismael, zijn zoon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26EvenH2088 op dezen zelfdenH6106dagH3117 werd AbrahamH85besnedenH4135, en IsmaelH3458, zijn zoonH1121.Even op dezen zelfden dag werd Abraham besneden, en Ismael, zijn zoon.
KJVIn the selfsame1day2was Abraham5circumcised,4and Ishmael6his son.
1בְּעֶ֨צֶם֙H6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very2הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4נִמּ֖וֹלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs5אַבְרָהָ֑םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham6וְיִשְׁמָעֵ֖אלH3458IsmaelIshmael7בְּנֽוֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
27En alle mannen van zijn huis, de ingeborenen des huizes, en de gekochten met geld, van den vreemde af, werden met hem besneden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En alleH3605mannenH582 van zijn huisH1004, de ingeborenenH3211 des huizesH1004, en de gekochtenH4736 met geldH3701, vanH854 den vreemdeH1121 af, werden metH854 hem besnedenH4135.En alle mannen van zijn huis, de ingeborenen des huizes, en de gekochten met geld, van den vreemde af, werden met hem besneden.
KJVAnd all the menof his house,3born4in the house,5and bought6with money7of the stranger,9were circumcised
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3בֵיתוֹ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4יְלִ֣ידH3211kinderen, ingeborene, ingeborenen(home-) born, child, son5בָּ֔יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6וּמִקְנַתH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase7כֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10נֵכָ֑רH5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)11נִמֹּ֖לוּH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs12אִתּֽוֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 17:1— Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!Deuteronomium 18:13→Genesis 6:9→Job 1:1→Mattheüs 5:48→Lukas 1:6→Jesaja 38:3→Psalmen 116:9→2 Koningen 20:3→
Genesis 17:2— En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.Genesis 12:2→Genesis 13:16→Genesis 15:18→Galaten 3:17→Psalmen 105:8→Genesis 9:9→Genesis 22:17→Genesis 17:4→
Genesis 17:3— Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende:Genesis 17:17→Leviticus 9:23→Daniël 8:17→Openbaring 1:17→Ezechiël 1:28→1 Koningen 18:39→Ezechiël 9:8→Numeri 16:22→
Genesis 17:4— Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden!Genesis 35:11→Genesis 12:2→Genesis 22:17→Galaten 3:28→Genesis 25:1→Romeinen 4:11→Genesis 48:19→Genesis 32:12→
Genesis 17:5— En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.Nehemia 9:7→Genesis 17:15→Romeinen 4:17→Jesaja 62:2→Genesis 32:28→Numeri 13:16→Jeremia 20:3→2 Samuël 12:25→
Genesis 17:6— En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.Genesis 35:11→Genesis 17:16→Genesis 36:31→Ezra 4:20→Mattheüs 1:6→Genesis 17:20→Genesis 17:4→
Genesis 17:7— En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.Genesis 26:24→Genesis 28:13→Hebreeën 11:16→Genesis 15:18→Leviticus 26:12→Handelingen 2:39→Micha 7:20→Exodus 6:4→
Genesis 17:8— En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.Genesis 12:7→Psalmen 105:11→Leviticus 26:12→Genesis 13:15→Exodus 6:7→Genesis 13:17→Deuteronomium 29:13→Psalmen 105:9→
Genesis 17:9— Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.Psalmen 103:18→Psalmen 25:10→Jesaja 56:4→
Genesis 17:10— Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.Handelingen 7:8→Kolossenzen 2:11→Galaten 6:12→Romeinen 4:9→Deuteronomium 10:16→Romeinen 3:25→Deuteronomium 30:6→Jozua 5:4→
Genesis 17:11— En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.Romeinen 4:11→Handelingen 7:8→1 Samuël 18:25→2 Samuël 3:14→Exodus 12:48→Jozua 5:3→Exodus 4:25→Deuteronomium 10:16→
Genesis 17:12— Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;Leviticus 12:3→Lukas 2:21→Lukas 1:59→Exodus 12:48→Filippenzen 3:5→Genesis 17:23→Johannes 7:22→Romeinen 2:28→
Genesis 17:13— De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond.Exodus 12:44→Exodus 21:4→Genesis 14:14→Genesis 37:36→Genesis 39:1→Mattheüs 18:25→Exodus 21:16→Nehemia 5:5→
Genesis 17:14— En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.Exodus 4:24→Jeremia 11:10→Exodus 30:38→Leviticus 7:20→Exodus 30:33→Jeremia 31:32→1 Korinthe 11:27→Leviticus 18:29→
Genesis 17:15— Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara.2 Samuël 12:25→Genesis 17:5→Genesis 32:28→
Genesis 17:16— Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden!Genesis 35:11→Genesis 17:6→1 Petrus 3:6→Galaten 4:26→Genesis 24:60→Jesaja 49:23→Romeinen 9:9→Genesis 1:28→
Genesis 17:17— Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?Genesis 21:6→Genesis 17:3→Genesis 18:12→Johannes 8:56→Deuteronomium 9:25→Jozua 7:6→Openbaring 11:16→Deuteronomium 9:18→
Genesis 17:18— En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismael mocht leven voor Uw aangezicht!Genesis 4:12→Genesis 4:14→Psalmen 4:6→Jesaja 59:2→Jeremia 32:39→Handelingen 2:39→Psalmen 41:12→
Genesis 17:19— En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.Galaten 4:28→Lukas 1:13→Romeinen 9:6→Genesis 21:6→Genesis 21:2→2 Koningen 4:16→Genesis 18:10→Genesis 26:3→
Genesis 17:20— En aangaande Ismael heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen;Genesis 21:18→Genesis 21:13→Genesis 16:10→Genesis 25:12→
Genesis 17:21— Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal.Genesis 26:2→Genesis 18:10→Job 14:13→Romeinen 9:5→Lukas 1:55→Genesis 46:1→Exodus 3:6→Hebreeën 11:9→
Genesis 17:22— En Hij eindigde met hem te spreken, en God voer op van Abraham.Genesis 18:33→Numeri 12:6→Richteren 6:21→Richteren 13:20→Johannes 10:30→Genesis 17:3→Exodus 20:22→Johannes 1:18→
Genesis 17:23— Toen nam Abraham zijn zoon Ismael, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees hunner voorhuid, even ten zelfden dage, gelijk als God met hem gesproken had.Romeinen 2:25→Jozua 5:2→Psalmen 119:60→Genesis 18:19→Prediker 9:10→Genesis 34:24→Galaten 6:15→Galaten 5:6→
Genesis 17:24— En Abraham was oud negen en negentig jaren, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.Romeinen 4:11→Romeinen 4:19→Genesis 17:17→Genesis 17:1→Genesis 12:4→
Genesis 17:26— Even op dezen zelfden dag werd Abraham besneden, en Ismael, zijn zoon.Genesis 22:3→Genesis 12:4→Psalmen 119:60→
Genesis 17:27— En alle mannen van zijn huis, de ingeborenen des huizes, en de gekochten met geld, van den vreemde af, werden met hem besneden.Genesis 18:19→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 17 vers 1— Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
negen en negentig
Hebr. een zoon van negentig jaar en negen jaren. Dit was het vijf en twintigste jaar ndat hij de belofte van de vermenigvuldiging zijns zaads in Haran ontvangen had; boven Gen. 12:2-4.
Hertaald:negen en negentig
Hebreeuws: een zoon van negentig jaar en negen jaar. Dit was het vijfentwintigste jaar nadat hij in Haran de belofte van de vermenigvuldiging van zijn nageslacht ontvangen had; zie Gen. 12:2-4.
God de Almachtige
Dat is, die niet alleen sterk en vermogend ben, om u tegen alle kwaad te bewaren, maar ook genoegzaam, om u met alle goederen naar lichaam en ziel te verzorgen; als zijnde een God, die de genoegzaamheid in mijzelven eeuwiglijk en onveranderlijk tot mijn bondgenoot aanneem.
Hertaald:God de Almachtige
Dat is: die niet alleen sterk en machtig genoeg is om u tegen alle kwaad te beschermen, maar ook voldoende om u met alle goederen naar lichaam en ziel te verzorgen; als een God die zijn eigen volkomen genoegzaamheid eeuwig en onveranderlijk als mijn bondgenoot aanbiedt.
voor mijn
Zonder geveinsdheid en met een oprecht hart Mij vertrouwende, en Mij als in mijne tegenwoordigheid vrezende; alzo onder Gen. 24:40; verg. boven Gen. 5:22, Gen. 5:24.
Hertaald:voor mijn
Zonder geveinsdheid en met een oprecht hart Mij vertrouwend, en Mij vrezend alsof gij in mijn tegenwoordigheid waart; zo ook Gen. 24:40; vergelijk Gen. 5:22, Gen. 5:24.
oprecht
Zie boven Gen. 6:9.
Hertaald:oprecht
Zie Gen. 6:9.
Genesis 17 vers 2— En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.
stellen
Dat is, vernieuwen, en met een heilig sacrament bevestigen; zie vs.10.
Hertaald:stellen
Dat is: vernieuwen, en met een heilig sacrament bevestigen; zie vers 10.
gans
Hebr. in zeer zeer.
Hertaald:gans
Hebreeuws: in zeer zeer.
Genesis 17 vers 3— Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende:
viel Abram
Betuigende daarmede niet alleen zijn nietigheid en onwaardigheid, maar ook zijn eerbiedig en dankbaar hart jegens den almachigen en genadigen God; alzo onder vs.17; Lev. 9:24; Ezech. 43:3.
Hertaald:viel Abram
Waarmee hij niet alleen zijn nietigheid en onwaardigheid betuigde, maar ook zijn eerbiedige en dankbare hart tegenover de almachtige en genadige God; zo ook vers 17; Lev. 9:24; Ezech. 43:3.
Genesis 17 vers 4— Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden!
vader van
Niet alleen naar het vlees, als der Israëlieten, Ismaëlieten, Idumeërs, Kethureërs, maar inzonderheid naar den geest, als van alle ware gelovigen door de ganse wereld, van welk geslacht en welke natie zij ook mogen zijn; Rom. 4:16-17; verg. boven Gen. 12:2, en de aantekening daarop.
Hertaald:vader van
Niet alleen naar het vlees, zoals van de Israëlieten, Ismaëlieten, Edomieten, Kethureeërs, maar vooral naar de geest, als vader van alle ware gelovigen over de hele wereld, van welk volk of welke natie zij ook zijn; Rom. 4:16-17; vergelijk Gen. 12:2, en de aantekening daar.
Genesis 17 vers 5— En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.
Abraham
In dezen naam Abraham is de letter h ingevoegd, zijnde de eerste van het woord, Hamon, dat God hier gebruikt, betekende menigte of veelheid. Dit is de eerste naam, dien God veranderd heeft; en hiervan is het gebruik gekomen, dat men de namen bij de besnijdenis heeft gegeven.
Hertaald:Abraham
In deze naam Abraham is de letter h toegevoegd, de eerste letter van het woord hamon, dat God hier gebruikt en dat menigte of veelheid betekent. Dit is de eerste naam die God veranderd heeft; hieruit is de gewoonte ontstaan om bij de besnijdenis namen te geven.
Genesis 17 vers 6— En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
tot volken
Zie boven op vs.4.
Hertaald:tot volken
Zie hierboven bij vers 4.
Genesis 17 vers 7— En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
oprichten
Of, bevestigen.
Hertaald:oprichten
Of: bevestigen.
eeuwig
Eeuwig voor alle gelovigen in Christus, ten aanzien van het lichamelijke, mitsgaders de gevolgen daarvan, en in het bijzonder dit sacrament der besnijdenis.
Hertaald:eeuwig
Eeuwig voor alle gelovigen in Christus, wat het lichamelijke en de gevolgen daarvan betreft, en in het bijzonder dit sacrament van de besnijdenis.
God, en
Dat is, tot uw Zaligmaker, door den toekomstigen Messias. Deze manier van spreken begrijpt de goederen, die dit verbond der genade medebrengt. Zie Lev. 26:12; Ps. 33:12, en Ps. 144:15; Jer. 31:33.
Hertaald:God, en
Dat is: tot uw Zaligmaker, door de toekomstige Messias. Deze uitdrukking omvat de weldaden die dit genadeverbond met zich meebrengt. Zie Lev. 26:12; Ps. 33:12, en Ps. 144:15; Jer. 31:33.
Genesis 17 vers 8— En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
land uwer
Waarin gij als vreemdeling gekomen zijt, gereisd hebt, en nog verkeert en verkeren zult. Zie onder, Gen. 28:4, en Gen. 36:7, en Gen. 37:1. Het woord staat in het getal van velen, om aan te wijzen de gedurigheid en lengte van den tijd, waarin hij daar vreemdeling zou wezen.
Hertaald:land uwer
Waarin gij als vreemdeling gekomen zijt, gereisd hebt, en nog verblijft en zult verblijven. Zie Gen. 28:4, en Gen. 36:7, en Gen. 37:1. Het woord staat in het meervoud om de voortduring en lengte van de tijd aan te geven waarin hij daar vreemdeling zou zijn.
eeuwige
Hebr. tot bezitting der eeuwigheid. Zie vs.7.
Hertaald:eeuwige
Hebreeuws: tot bezit van de eeuwigheid. Zie vers 7.
Genesis 17 vers 9— Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.
Gij nu
Dat is, wat u aangaat, of van uw zijde. Nadat God zijn beloften gegeven had, zo eist Hij ook den plicht van zijn volk, zijnde het andere deel des verbonds. Vergelijk dit met vs.4.
Hertaald:Gij nu
Dat is: wat u betreft, of van uw kant. Nadat God zijn beloften gegeven had, eist Hij ook de plicht van zijn volk, als het andere deel van het verbond. Vergelijk dit met vers 4.
Genesis 17 vers 10— Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.
mijn verbond,
Dat is, het teken en zegel mijns verbonds, gelijk vs.11 wordt verklaard; zie Rom. 4:11. Deze manier van spreken, waardoor het teken den naam draagt van de betekenende zaak, wordt in de sacramenten menigmalen gebruikt, niet alleen om de geestelijke weldaden ons te beduiden en te verklaren, maar ook aan elken bondgenoot te verzegelen. Verg. hiermede Ex. 12:11; Matt. 26:17; Hand. 22:16; 1 Kor. 10:6, 1 Kor. 11:24-25; Tit. 3:5.
Hertaald:mijn verbond,
Dat is: het teken en zegel van mijn verbond, zoals in vers 11 wordt uitgelegd; zie Rom. 4:11. Deze uitdrukking, waarbij het teken de naam draagt van datgene wat het betekent, wordt bij de sacramenten vaak gebruikt, niet alleen om ons de geestelijke weldaden uit te leggen, maar ook om deze aan elke bondgenoot te verzegelen. Vergelijk Ex. 12:11; Matt. 26:17; Hand. 22:16; 1 Kor. 10:6, 1 Kor. 11:24-25; Tit. 3:5.
mannelijk is
Gelijk de natuurlijke onreinheid der vrouwen met de mannen gemeen was, zo behoorde ook haar de belofte der genade; niettemin heeft God een sacrament ingesteld, hetwelk alleen aan het mannelijk geslacht kon bediend worden, omdat de mannen de voornaamste oorzaak zijn van de geboorte, en, door de voortplanting, ook der natuurlijke onreinheid. Dit was genoeg voor dien tijd, totdat de Messias komende, een ander teken voor beiderlei geslacht instellen zou. Dat evenwel de vrouwen mede onder het verbond begrepen zijn, blijkt onder Gen. 34:14; Ex. 12:3-4; Joël 2:15-16.
Hertaald:mannelijk is
Zoals de natuurlijke onreinheid van de vrouwen ook de mannen betrof, zo gold ook voor hen de genadebelofte; toch heeft God een sacrament ingesteld dat alleen aan het mannelijk geslacht bediend kon worden, omdat de mannen de voornaamste oorzaak zijn van de geboorte, en door de voortplanting ook van de natuurlijke onreinheid. Dit was voor die tijd voldoende, totdat de Messias zou komen en een ander teken voor beide geslachten zou instellen. Dat de vrouwen niettemin ook onder het verbond begrepen waren, blijkt uit Gen. 34:14; Ex. 12:3-4; Joël 2:15-16.
Genesis 17 vers 11— En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.
vlees
Van de manier der besnijdenis, zie Joz. 5:2-3.
Hertaald:vlees
Over de wijze van besnijden, zie Joz. 5:2-3.
teken
Hier spreekt God van de besnijdenis eigenlijk; want zij was eigenlijk een teken des verbonds, en niet het verbond zelf, gelijk Hij ook aldus spreek van de andere sacramenten als van het pascha, Ex. 13:9 : van den heiligen doop, Matt. 3:11; van het heilige avondmaal, 1 Kor. 11:28.
Hertaald:teken
Hier spreekt God eigenlijk over de besnijdenis; want zij was eigenlijk een teken van het verbond, niet het verbond zelf, zoals Hij ook zo spreekt over de andere sacramenten, zoals het pascha, Ex. 13:9, de heilige doop, Matt. 3:11, en het heilig avondmaal, 1 Kor. 11:28.
Genesis 17 vers 12— Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;
de ingeborene
Zie boven, Gen. 14:14, en Gen. 15:3.
Hertaald:de ingeborene
Zie Gen. 14:14, en Gen. 15:3.
de gekochte
Hebr. verkrijging of koping des gelds, dat is, met geld verkregen of gekocht.
Hertaald:de gekochte
Hebreeuws: verkrijging of aankoop met geld, dat is: met geld verkregen of gekocht.
vreemden,
Hebr. zoon des vreemden.
Hertaald:vreemden,
Hebreeuws: zoon van de vreemde.
Genesis 17 vers 13— De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond.
zekerlijk
Hebr. besnijdende besneden worden.
Hertaald:zekerlijk
Hebreeuws: besnijdend besneden worden.
eeuwig
Zie vs.7.
Hertaald:eeuwig
Zie vers 7.
Genesis 17 vers 14— En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.
wiens
Welverstaande, desgenen, die, bejaard zijnde, de besnijdenis door ongeloof of verachting zou nalaten, of die de nalating van zijn ouders aan hem begaan, niet zou verbeteren, mits de besnijdenis te ontvangen. Anders, die het vlees der voorhuid niet zal besnijden.
Hertaald:wiens
Namelijk: degene die, op volwassen leeftijd, de besnijdenis door ongeloof of veronachtzaming zou nalaten, of die het verzuim van zijn ouders niet zou herstellen door zich alsnog te laten besnijden. Anders: die het vlees van de voorhuid niet zal besnijden.
dezelve
Dat is, de mens zal uit de gemeenschap van Gods volk gebannen zijn. Deze manier van spreken begrijpt ook, volgens sommiger gevoelen, een lijfstraf, door de overheid uit te voeren. Verg. Ex. 31:14, en Lev. 17:4.
Hertaald:dezelve
Dat is: die mens zal uitgesloten worden van de gemeenschap van Gods volk. Volgens sommigen omvat deze uitdrukking ook een door de overheid uit te voeren lijfstraf. Vergelijk Ex. 31:14, en Lev. 17:4.
Genesis 17 vers 15— Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara.
Sara
Gelijk de naam Abram veranderd is in Abraham, door invoeging van de letter h, alzo wordt de naam Sarai veranderd door verwisseling van de letter i in h op het einde. Sarai betekent, naar sommiger gevoelen, mijne prinses, doch eigenlijk: mijne prinsen; Sarah Sara betekent absolutelijk een prinses, waarvan de reden in het volgende vs.16, wordt verhaald.
Hertaald:Sara
Zoals de naam Abram veranderd is in Abraham door toevoeging van de letter h, zo wordt de naam Sarai veranderd door de letter i aan het eind te vervangen door h. Sarai betekent volgens sommigen 'mijn prinses', eigenlijk 'mijn prinsen'; Sara betekent gewoon 'een prinses', waarvan de reden in het volgende vers 16 verteld wordt.
Genesis 17 vers 16— Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden!
zegenen,
Zie boven Gen. 1:28.
Hertaald:zegenen,
Zie Gen. 1:28.
Genesis 17 vers 17— Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?
viel Abraham
Zie boven vs.3.
Hertaald:viel Abraham
Zie hierboven bij vers 3.
lachte;
Te weten, niet uit twijfeling, gelijk Sara, onder Gen. 18:12, maar uit verwondering en blijdschap, sterk in het geloof zijnde, en ten volle vertrouwende, dat God, hetgeen Hij beloofd had, kon en zou volbrengen. Zie Rom. 4:19-21.
Hertaald:lachte;
Namelijk: niet uit twijfel, zoals Sara later in Gen. 18:12, maar uit verwondering en blijdschap, sterk in het geloof en er volledig van overtuigd dat God kon en zou volbrengen wat Hij beloofd had. Zie Rom. 4:19-21.
die honderd
Hebr. een zoon van honderd jaar.
Hertaald:die honderd
Hebreeuws: een zoon van honderd jaar.
die negentig
Hebr. een dochter van negentig jaar.
Hertaald:die negentig
Hebreeuws: een dochter van negentig jaar.
Genesis 17 vers 18— En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismael mocht leven voor Uw aangezicht!
Och,
Abraham wenste dat Ismaël niet geheel van God mocht verlaten worden, maar dat God zijn ogen over hem wilde houden, om hem te beschermen en te zegenen.
Hertaald:Och,
Abraham wenste dat Ismaël niet geheel door God verlaten zou worden, maar dat God zijn ogen over hem zou houden om hem te beschermen en te zegenen.
Genesis 17 vers 19— En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.
Izak;
Hebr. Jitschak. God geeft hem dezen naam van wege zijns vaders lachen. Zie vs.17.
Hertaald:Izak;
Hebreeuws: Jitschak. God geeft hem deze naam vanwege het lachen van zijn vader. Zie vers 17.
eeuwig verbond
Zie boven vs.7.
Hertaald:eeuwig verbond
Zie hierboven bij vers 7.
Genesis 17 vers 20— En aangaande Ismael heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen;
twaalf
Zie de namen dezer vorsten onder Gen. 25:13-14, Gen. 25:16.
Hertaald:twaalf
Zie de namen van deze vorsten in Gen. 25:13-14, Gen. 25:16.
Genesis 17 vers 21— Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal.
mijn verbond
Merk op dit onderscheid: aan Ismaël worden lichamelijke goederen beloofd, maar Izak het verbond, begrijpende niet alleen lichamelijken, maar ook geestelijken zegen.
Hertaald:mijn verbond
Let op dit onderscheid: aan Ismaël worden lichamelijke goederen beloofd, maar aan Izak het verbond, dat niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke zegen omvat.
andere jaar
Dat is, het naastvolgende.
Hertaald:andere jaar
Dat is: het eerstvolgende.
Genesis 17 vers 22— En Hij eindigde met hem te spreken, en God voer op van Abraham.
voer op
Te weten, naar den hemel, in zulk een gedaante gelijk Hij hem verschenen was; boven vs.1.
Hertaald:voer op
Namelijk: naar de hemel, in dezelfde gedaante waarin Hij aan hem verschenen was; zie vers 1.
Genesis 17 vers 24— En Abraham was oud negen en negentig jaren, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.
oud negen
Hebr. een zoon van negen en negentig jaar. Alzo in het volgende vs.
Hertaald:oud negen
Hebreeuws: een zoon van negenennegentig jaar. Zo ook in het volgende vers.
Genesis 17 vers 26— Even op dezen zelfden dag werd Abraham besneden, en Ismael, zijn zoon.
op dezen
Op welken God Abraham het bevel der besnijdenis heeft gegeven, zodat hij geen uitstel heeft genomen. Verg. boven vs.23.
Hertaald:op dezen
Op deze dag heeft God Abraham het gebod van de besnijdenis gegeven, zodat hij geen uitstel heeft genomen. Vergelijk hierboven vers 23.
Genesis 17 vers 27— En alle mannen van zijn huis, de ingeborenen des huizes, en de gekochten met geld, van den vreemde af, werden met hem besneden.
van den
Hebr. van met den zoon des vreemden. De zin is, dat niet alleen de ingeborene van Abrahams huis en de gekochte besneden werden, maar ook de vreemden, die hem dienden, niet ingeboren noch gekocht zijnde. Anders, van den vreemden [te weten, zijnde] niet van Abrahams geslacht. Anders van den vreemden gekocht. Hebr. van den zoon, of kind eens vreemden, gelijk elders.
Hertaald:van den
Hebreeuws: van met de zoon van de vreemde. De betekenis is dat niet alleen de ingeborenen van Abrahams huis en de gekochten besneden werden, maar ook de vreemden die hem dienden, die niet ingeboren noch gekocht waren. Anders: van de vreemden [namelijk zij die] niet van Abrahams geslacht waren. Anders: van de vreemden gekocht. Hebreeuws: van de zoon, of het kind, van een vreemde, zoals elders.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram — verheven vader
De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).
Sarai — mijn vorstin
De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.
Ismaël — God hoort
De zoon van Abram en Hagar, geboren toen Abram zesentachtig jaar oud was (Gen. 16:15-16). Zijn naam verwijst naar de woorden van de Engel tot Hagar: 'de HEERE heeft uw verdrukking aangehoord.' Hij groeide op als een 'woudezel van een mens', werd op dertienjarige leeftijd besneden (Gen. 17:25), en werd, na de geboorte van Izak, met zijn moeder weggezonden. Hij vestigde zich in de woestijn Paran en werd de stamvader van twaalf vorsten, de Ismaëlieten.
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Besnijdenis — het wegsnijden van de voorhuid (Hebreeuws: mul)
God gaf aan Abraham de besnijdenis als teken van het verbond dat Hij met hem en zijn nageslacht had opgericht. Elk mannelijk kind moest op de achtste dag na de geboorte besneden worden, en ook ieder die in zijn huis geboren of gekocht was (Gen. 17:9-14). Wie onbesneden bleef, zou van zijn volk afgesneden worden. Abraham zelf werd op negenennegentigjarige leeftijd besneden, samen met zijn zoon Ismaël en alle mannen van zijn huis (Gen. 17:23-27).
Bijbelse betekenis: De besnijdenis was het uitwendige, lichamelijke teken en zegel van het verbond dat God met Abraham had opgericht (vgl. Rom. 4:11): een blijvend merkteken in het vlees dat Abrahams nageslacht apart zette als het volk waaraan God Zijn beloften verbond.
Typologie: De Schrift wijst zelf al vroeg verder dan het uitwendige teken: Israël wordt herhaaldelijk opgeroepen de voorhuid van het hart te besnijden (Deut. 10:16; Jer. 4:4). Paulus brengt dit tot volle klaarheid: de ware besnijdenis is die van het hart, door de Geest en niet naar de letter (Rom. 2:28-29). In Christus is de gelovige besneden met een besnijdenis die zonder handen geschiedt: het afleggen van het lichaam der zonden des vleses (Kol. 2:11).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
Ik zal u tot een God zijn — 17:7-8
Dertien jaar na Ismaël, dertien jaar van zwijgen. Abram is negenennegentig en heeft inmiddels zelf geprobeerd de belofte te helpen; God begint opnieuw en verandert zijn naam.
De kern van het verbond is geen land en geen nageslacht maar een Persoon: Ik zal u tot een God zijn.
Het verbond wordt een eeuwig verbond genoemd, en het hart ervan staat in een enkele zin: om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. Die formule keert door heel de Schrift terug — bij Mozes, bij Jeremia in het nieuwe verbond, en ten slotte in Openbaring waar God zelf bij de mensen woont en hun God zal zijn. Het is dus niet zomaar een bepaling maar de samenvatting van alles wat God met mensen voorheeft. Jezus gebruikt juist deze uitdrukking als bewijs voor de opstanding: God noemt Zich de God van Abraham, Izak en Jakob, en Hij is geen God der doden maar der levenden. Wie God tot zijn God heeft, houdt Hem ook door de dood heen.
Genesis 17:7 — De kern van het verbond: Ik zal u tot een God zijn.
Exodus 6:6 — Bij de uittocht klinkt dezelfde belofte.
Jeremia 31:33 — In het nieuwe verbond opnieuw: Ik zal hun tot een God zijn.
Mattheüs 22:32 — Christus bewijst hieruit de opstanding: geen God der doden.
Openbaring 21:3 — God zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 22:32; Hebreeën 8:10; Openbaring 21:3
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 17:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 18:13→Genesis 6:9→Job 1:1→Mattheüs 5:48→Lukas 1:6→Jesaja 38:3→Psalmen 116:9→2 Koningen 20:3→ — Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! “Ik ben God, de Almachtige!” Wie alleen op God vertrouwt, vertrouwt op Hem Die Zich openbaart als de Almachtige God, of – zoals deze woorden ook terecht vertaald kunnen worden – de Algenoegzame God. De Heere is volkomen toereikend in macht om Zijn voornemens te volbrengen. Hij is volkomen toereikend in wijsheid om Zijn weg te vinden door moeilijkheden die voor ons een ondoordringbaar doolhof lijken, maar die voor Hem volkomen helder zijn. En Hij is volkomen toereikend in liefde: het zal Hem nooit ontbreken aan barmhartigheid en ontferming. Daarom zal Hij ons nooit in de steek laten.
God is de Almachtige God! Met deze woorden gaf de Heere Abraham een vriendelijke, maar duidelijke terechtwijzing. In feite zei Hij: “Ik ben de Almachtige God – volkomen toereikend om Mijn eigen voornemens te volbrengen zonder uw hulp, volkomen in staat om Mijn eigen plannen uit te voeren zonder gebruik te maken van een twijfelachtig middel als Hagar en haar zoon Ismaël.” Dat is ongetwijfeld de goddelijke bedoeling van deze verklaring van Gods algenoegzaamheid. Als ook wij ooit wantrouwig zijn geweest, laten wij deze woorden dan diep in onze ziel laten doordringen: “Ik ben God, de Almachtige!”
DE BELOFTE OMTRENT IZAAK WORDT DOOR DE BESNIJDENIS BEVESTIGD
I. Vers 1-14
Abram ontvangt, 13 jaar na Ismaëls geboorte, in het 99ste jaar van zijn leven, weer een verschijning des Heren. Hij ontvangt, nu de tijd van de volbrenging van Gods belofte nabij, is de nieuwe naam Abraham; tevens wordt het verbond Gods meer bevestigd, door de instelling van de besnijdenis voor hem en zijn nakomelingen.
1. Als nu Abram negenennegentig 1) jaar oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, 2) voor de vierde maal (hoofdstuk. 12:1-7; 13:14; 15:1) en ook nu weer in aangenome gedaante, om van aangezicht tot aangezicht met hem te spreken, en zei tot hem: Ik ben God de Almachtige! die alles vermag, ook wat met de gewone loop van de natuur en het menselijk verstand in strijd is. a) Wandel voor Mijn aangezicht, gelijk gij tot hiertoe gedaan hebt, en altijd in hoge mate doen moet en zijt oprecht, 3) of volkomen in uw offergave aan Mij, zodat Ik uw hart met niemand te delen heb.
a) Genesis 5:22
1) Een tijdvak van 13 jaar gaat Mozes hier met stilzwijgen voorbij. Het is de tijd van het wachten voor Abram op de vervulling van de belofte.
2) In het Hebreeuws El-Schaddaï. Een nieuwe naam, waarin de Heere God Zijn Almacht ontdekt, waardoor Hij een bij de mens afgesneden zaak kan doen. Had Abram gemeend, op aandrijven van Saraï, dat uit zijn wettige vrouw hem geen nakomelingschap zou geworden, door de openbaring van deze naam zegt God hem, dat, wat bij de mens onmogelijk is, mogelijk is bij Hem. God weet het wanneer Zijn kinderen geloofsversterking behoeven en komt altijd te rechter tijd.
3) Om kort te gaan, de oprechtheid, welke hier bedoeld wordt, staat tegenover geveinsdheid of huichelarij. En voorwaar, waar men met God te doen heeft, daar is geen plaats voor bedrog over. Wij leren dus uit deze woorden, tot welk doel God de Kerk zich vergadert, namelijk, opdat degenen, die Hij geroepen heeft, heilig zouden wandelen.
“Wandel voor mijn aangezicht” wijst het juiste richtsnoer en de rechte maatstaf voor de ware geloofswandel. De bijvoegende eis: “Wees oprecht” omschrijft het beginsel voor de gezindheid van het hart.
Door deze laatste woorden vraagt de Heere van Abram, zoals wij het uitdrukken, een man uit één stuk te zijn. In alles waar, in spreken en in handelen, in het hele zijn.
2. 1) En a) Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, in wiens hart de begeerte leeft naar oprechte wandel met Mij: en Ik zal u, die in mijn ogen nog altijd kinderloos zijt, omdat Hagar’s zoon geen zaad is uit het rechte huwelijk, zeer vermenigvuldigen 2) en u alzo betonen, dat Ik ben de almachtige God.
1) Met vs. 2 begint God de beloften, welke Hij vroeger gegeven had, nader uit te breiden en in geheel haar omvang bekend te maken.
2) Zo de Heere vertraagt Zijn beloften te vervullen; Hij vergeet ze niet. (2 Petrus. 3:9).
3. Toen viel Abram, overmeesterd door de indruk van de goddelijke Majesteit, en bereid om, als een onderworpen knecht, Gods wil te doen, op zijn aangezicht 1) teraarde en beloofde daarmee zwijgend, wat de Heere van hem geëist had; en God 2) sprak met hem, zeggende:
1) De verschijning des Heren is voorzeker zeer majestueus geweest. Het was de verschijning van El-Schaddaï en was daarom ook geheel in overeenstemming met die openbaring van het Goddelijke Wezen. Tevens blijkt uit deze woorden de diepe eerbied van de vader van de gelovigen en zijn volkomen overgave van het hart.
2) De Heere wordt hier Elohiem, de God van het heelal, genoemd, daar Hij tot Abraham, de vader van de menigte, spreekt.
4. Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u, wat mij betreft al is Saraï zoveel jaar ouder geworden, sedert Ik met u het verbond maakte, voor Mij, God, de Almachtige, is de vervulling niet te wonderbaar; Ik heb het niet vergeten; het blijft; en gij zult tot een vader van een menigte van volken worden. 1)
1) Niet alleen de Israëlieten zijn Abram’s nakomelingen, maar ook de Ismaëlieten, al de stammen die uit Ketura’s zonen zijn voortgekomen, verder het geslacht van Ezau, Abram’s kleinzoon. Nemen wij in geestelijke zin deze belofte, dan zijn alle gelovigen Abram’s zonen en dochters en de gehele menigte van de volken op aarde zal tot hem verzameld worden; zij allen zullen hem als vader eren. (Romeinen 4:16,17).
Welke is nu die menigte van de volken? Het staat toch vast dat verschillende volken hun oorsprong van de heilige Patriarch afleiden. Want Ismaël is tot een groot volk uitgebreid, de Edomieten zijn eveneens wijd en zijn verspreid. Ook uit de andere zonen, welke hij bij Ketura had verwekt, zijn vele geslachten voortgekomen. Maar de blik van Mozes reikt veel verder, omdat hij als het ware die volken ziet, die door het geloof Abram zullen ingelijfd worden, ofschoon zij niet van hem afstammen wat het vlees aangaat, waarvan Paulus voor ons een betrouwbaar uitlegger en getuige is. Niet daarom wordt Abram daarom een vader van vele volken genoemd, omdat zijn zaad zich in verschillende volken zou scheiden, maar veeleer omdat de verscheidenheid van de volken in hem tot één zou worden.
5. En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram, dat is: hoge, grote vader, gelijk eens uw ouders na uw geboorte u genoemd hebben, daar gij naar hun mening een rijk Emir een machtig vorst worden zou; maar uw naam zal wezen Abraham, 1) vader van de menigte: want Ik heb u gesteld tot een vader van een menigte van volken.
1) De nieuwe naamgeving begint, van de zijde Gods met Abraham en gaat door heel de Schrift heen, tot in de Openbaring van Johannes. Zij geeft te kennen, dat de naam, die wij als mens ontvangen, niet bestaanbaar is voor God; want hij is uit Adam, en wij moeten een naam hebben uit God. Deze is de nieuwe naam. Christus bewees zich dan ook daardoor de Jehova van het Oude Testament te zijn, door nieuwe namen te geven. Een nieuwe naam van God te ontvangen, zegt niet alleen “dat wij in een nieuwe betrekking tot God gesteld zijn, maar dat wij God toe behoren; want zo als God iemand noemt is hij. Een nieuwe naam, een nieuw leven! Bij de geboorte een naam, bij de wedergeboorte weer een naam, en terwijl de naam een einde heeft, blijft de nieuwe naam eeuwig, en doet de mens die hem ontvangt, eeuwig blijven. De plaatsing van een aspiratie, van een lichte ademophaling, van een “ah” tussen de letters van de oude naam, “Abram,” maakte hem tot een nieuwe naam. Hoe eenvoudig! Zo is het ook in de wedergeboorte; zij ligt soms in het doen van een kleine stap.
Het nieuwe verbond Gods in zijn naam, als El-Schaddaï, God, de Almachtige (vs. 1). Wondergod, is de oorzaak van de nieuwe naam van de gelovige.
6. En Ik zal u zeer vruchtbaar 1) maken, en Ik zal u tot volken stellen, en a) koningen 2) zullen uit u voortkomen.
a) MATTHEUS. 1:16 vv
1) Maar laat ons niet vergeten, dat de nieuwe naam, die Abraham voortaan zou dragen en vervolgens ook overal in de Heilige Schrift draagt, allereerst op een veranderde toestand heen wijst in zijn eigen persoonlijk leven. Welke die verandering was, wijst de stellige uitspraak Gods duidelijk aan: “Ik zal u zeer vruchtbaar maken.” Als honderdjarige kon Abraham geen hoop meer voeden zelf kinderen, voort te brengen evenmin als hij die van de negentigjarige Sara verwachten kon.
2) Een overvloedige zegen belooft de Heere. Aan de koninklijke gelovige worden koninklijke beloften gedaan; wordt beloofd, dat ook zijn nageslacht op bijzondere wijze zal gezegend worden. De zegen zou zich tot de navolgende geslachten uitbreiden. Koningen, ja, de Koning der koningen zou, zoveel het vlees aangaat, uit hem geboren worden.
7. En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten. Ik zal vervullen, wat Ik beloofd heb bij al uw nakomelingen, want Ik heb het u gegeven tot een a) eeuwig verbond, dat over eeuwen zich uitstrekt en ten laatste werkelijk een eeuwige vervulling zal hebben, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
a) Genesis 13:15
Zij, die menen, dat hier alleen uitverkorenen bedoeld worden en, zonder onderscheid, alle gelovigen, uit welk volk zij, wat het vlees aangaat, ook afstammen, bedriegen zich. Want de Schrift wijst er wel degelijk op, dat in het bijzonder het volk, dat uit Abraham zijn oorsprong had, het verbond van God ontvangen heeft. En duidelijk is het onderwijs van Paulus over de vleselijke kinderen van Abraham, dat zij zijn heilige takken, daar zij uit een heilige wortel zijn voortgekomen. En opdat niemand dit tot de schaduw van de wet zou terugbrengen of als een allegorie zou bestempelen, zegt hij ergens, dat Christus gekomen is, opdat Hij een Bedienaar van de besnijdenis zou zijn. Waarom niets meer zeker is, dan dat God Zijn Verbond met de kinderen van Abraham, die op vleselijke wijze, uit hem zouden geboren worden, heeft gesloten.
8. En a) Ik zal u, en uw zaad na u, het land, dat sedert uw roeping uit uw vaderhuis, het land van uw vreemdelingschap is, geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; 1) en Ik zal hun tot een God zijn 2)
a) Genesis 15:8 Deuteronomium. 1:8
1) God sluit met Abraham en zijn nakomelingen een eeuwig verbond; want dit verbond van de genade was de eerste kiem van het nieuwe verbond in Christus. Maar ook tussen God en de lichamelijke nakomelingen van Abraham blijft een bijzondere betrekking bestaan; want zowel hun tegenwoordige straf, na de verwerping van hun Koning en Heiland, als de verwachtingen, waarop zij voor de toekomst nog mogen bouwen, zijn de gevolgen van dit verbond Gods met hen. (Romeinen 11:29).
De eeuwige bezitting, waarvan hier wordt gesproken, staat in de eerste plaats tegenover de plaats van de vreemdelingschap, waar Abraham zich destijds ophield. Doch het land, dat God aan Abraham en zijn zaad ten erfdeel belooft, is tevens het zichtbaar onderpand, het omkleedsel, dat de nog zachte kern omsluit, en daarom het veelbelovend beeld van een nieuwe wereld, die aan de gemeente des Heren toebehoort. Daarom vooral heet zij een eeuwige bezitting. Hetzelfde geldt van alle goddelijke verordeningen, die in het Oude Testament, als voor alle tijden en ten eeuwigen dage zijn ingesteld, om in het Nieuwe Testament voor zo veel de letter betreft, te worden opgeheven, maar naar de geest volkomen te worden vervuld, zoals b.v. de besnijdenis, het Pascha, het priesterschap enz.
2) In dit laatste: “Tot een God zijn,” ligt een onuitsprekelijke bron van zegeningen voor Abrahams nakomelingschap opgesloten. Daarmee belooft Jehova, de Heere, dat Hij voor Israël in het bijzonder zal zijn, wat Hij voor de andere volken in het algemeen is, en spreekt Hij het uit, dat Abrahams zaad Zijn uitverkoren volk zal wezen, het voorwerp van Zijn bijzondere zorg en bewaring.
Israël’s Jehova is de Elohiem, God van alle volken, de Alregeerder, zodat niemand Israël kan schaden.
9. Voorts zei God tot Abraham, hem na de ontvangen verbondsbelofte nu ook de verbondslicht voorhoudende: Gij zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.
Gelijk eertijds de verbonden niet slechts in het openbaar werden bekend gemaakt, maar op koper werden gesneden of in steen gegrift, opdat de herinnering des te beter bestendigd zou blijven, zo grift God nu dit Zijn Verbond in het vlees van Abraham in. De besnijdenis was, als het ware, een heilig monument van zijn aanneming, waardoor het geslacht van Abraham werd uitverkoren tot een eigen volk van God.
Ook bij andere volken werd of wordt de besnijdenis gevonden, maar hier wordt zij door de Heere tot een heilige instelling gewijd, tot een sacrament, een verbondsteken.
10. Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk 1) is, besneden worde 2) en zo iedere man onder u Mijn verbondsteken niet in steen en koper, maar in zijn eigen vlees gesneden heeft: de vrouw, als uit de man genomen, zal daardoor tevens Mij geheiligd en Mijn verbond deelachtig zijn.
1) Het mannelijk gedeelte vormde, vóór Christus’ komst op aarde, geheel de kracht van het volk. Alleen de mannen werden geteld, als er van personen of zielen sprake was. Eerst in Christus is man en vrouw één; eerst in en door Christus is het onderscheid van sekse in verband tot het Koninkrijk Gods opgeheven. Bij Abraham wordt het verbondsteken van de onderscheiding alleen het mannelijk geslacht opgelegd. Ook daarin, gelijk in al het andere, drukt zich het voorbereidende karakter van dit tijdperk uit. Alles in dit tijdvak van de voorafschaduwing en bedoeling van de schaduwen wijst heen op een voller en heerlijker toestand, die nog komen moet; en zo is het natuurlijk ook met het sacrament van die tijd.,
2) Dit is in het verbonds Gods Zijn eis van ons, niet dat wij iets doen, of vervullen; maar de belofte Gods in gedachtenis houden en geloven.
11. En gij zult het vlees van uw voorhuid besnijden; a) want daardoor zijt gij uit zondig zaad voortgebracht (Psalm. 51:7), de besnijdenis zondert u alzo af van allen, die slechts uit vlees geboren zijn en aan de ontwikkeling van het natuurlijke in de mens zijn overgegeven: zij stelt u, daar zij op Mijn bevel geschiedt, in gemeenschap met Mij; en dat besnijden zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u, en tevens een zinnebeeldig heen wijzen, naar een andere besnijdenis, tot welke Ik u juist door dit Verbond opvoeden wil. (Deuteronomium. 10:16; 30:6 Jeremia 31:31-34 ).
a) Hand. 7:8 Romeinen 4:11
12. Een a) zoontje dan van acht dagen, de tijd dat het uit zijn uitwendige onreinheid is, zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten; de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad.
a) Leviticus 12:3 Luc. 2:21
Een oosters gezin bestond uit de eigen kinderen, zo die aanwezig waren; uit slaven, die in het huis waren geboren, en uit slaven, die voor geld waren gekocht.
13. De ingeborene van uw huis en de gekochte met uw geld 1) zal zeker besneden worden; en Mijn verbond, Mijn Verbondsteken, zal zijn in uw vlees, tot een eeuwig verbond. 2)
1) Voor het eerst lezen wij van voor geld gekochten. De slavernij is zeker strijdende met alle rechten van de natuur en kan van God niet gewild zijn. Toch heeft de Heere, door het aan Israël onder beperkingen (Exodus 21:2) toe te staan, bedoeld een zegen aan enkelen uit andere volken te geven, opdat zij door Israël Jehova zouden leren kennen; zij werden tot hun zegen door de besnijdenis Israël ingelijfd.
2) Tussen de besnijdenis, zoals zij gevonden en toegepast werd bij de heidense volken, o.a. bij de Egyptenaren, en zoals deze werd ingesteld voor Abraham en zijn nakomelingschap is een diepgaand verschil. Bij de Egyptenaren was zij alleen om de reinheid van het lichaam te bevorderen, gelijk nog altijd bij de Arabieren, en was zij dus hoogstens een beeld van zedelijke reinheid. Bij de Egyptenaren werden alleen de priesters besneden. Bij Abraham strekte zich deze daad uit tot al wat mannelijk was, om daarmee af te beelden, dat het Verbond Gods zich niet alleen beperkte tot een enkele persoon of tot een enkele kaste, maar tot het gehele volk. Bovendien, en dit is niet van minder gewicht, betekende zij een zedelijke, geestelijke reinheid een reiniging van de zonde, waarin de mens ontvangen en geboren was, en verkondigde derhalve de reinigmaking door het bloed van Christus. En eindelijk zonderde zij, juist door het bovengenoemde, Abrahams zaad af van de heidenwereld en stempelde dat volk tot een heilig en verkregen volk Gods. De Heilige Doop is voor het Nieuwe Verbond dus wel degelijk, wat het Sacrament van de Besnijdenis was voor het Oude Verbond.
14. En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuidsvlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uit, geroeid worden: 1) hij heeft Mijn verbond gebroken. 2)
1) Tegenover de zegen van het Verbond staat de vloek, en de geschiedenis van Mozes bevestigt, dat de Heere, zowel in Zijn beloften als in Zijn bedreigingen een waarmaker is van Zijn woord. De Heere komt op de weg van Midian naar Egypte zijn dienstknecht tegen, omdat zijn kinderen nog niet besneden waren.
2) Het Verbond Gods is dan van kracht, als wij door het geloof omhelzen, wat beloofd is. Indien nu iemand de tegenwerping maakt, dat met deze straf onschuldige kinderen getroffen worden, die er nog geen gevoel voor hebben, dan antwoord ik: dat wij niet al te zeer op de klank van het woord Gods moeten afgaan, alsof God aan de kinderen de overtreding uitdrukkelijk thuis bezoekt; maar wij hebben vooral te letten op de antithese, dat evenals God in de persoon van de vader, een zoon tot kind aanneemt, wanneer de vader zulk een weldaad veracht, ook het kind gerekend wordt zich van de kerk te hebben afgescheiden. Want dit is de kracht van de uitdrukking: “Uitgeroeid worden uit het volk, hetwelk God zich heeft uitverkoren”.
II. Vers 15-22.
Ook aan Saraï geeft God een nieuwe naam en verzekert, dat door haar Zijn beloften vervuld zullen worden. Ismaël, voor wie Abram bidt, kan slechts tot op een zekere hoogte gezegend worden; de eigenlijke drager van de zegen moet hij blijven, die God van het begin bedoeld heeft.
15. Nog zei God tot Abraham, na een ogenblik van stilzwijgen, opdat hij eerst het gehoorde zou kunnen overdenken: Gij zult, evenals gij zelf een nieuwe naam (vs. 5) van Mij ontvangen hebt, de naam van uw vrouw Saraï (heldin, mijn vorstin) niet Saraï noemen; want dat is slechts een naam, die een eervolle plaats in uw eigen huis alleen te kennen geeft, maar haar erenaam zal op alle volken en geslachten betrekking hebben; haar naam zal zijn Sara (vorstin).
16. Want Ik zal haar, die tot hiertoe onvruchtbaar was en zelf alle hoop om moeder te worden (hoofdstuk. 16:2) opgegeven had, zegenen en u ook uit haar een zoon geven. Ja! Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal. Zij is het, door wie Ik de belofte, u gegeven, vervullen zal: Koningen van de volken zullen uit haar worden. 1)
1) In beide nieuwe namen, die Abram en Saraï ontvangen, is de grondletter van de naam Jehova, namelijk de “h” ingevoegd; deze naam toch is een ster van die wonderbare toekomst, die Abrahams zaad, krachtens het verbond, dat God met hem gesloten heeft, tegemoet gaat.
Daarom moet men Sarah en niet Sara schrijven.
Tot dusverre was de naam Saraï nog niet in de belofte genoemd. Wel had de Engel Hagar reeds bevolen zich onder de band van haar meesteres te vernederen. Maar nu het Verbond Gods met Abraham opnieuw was bevestigd en in het verbondsteken naderbij was gebracht, nu treedt ook zij op de voorgrond, die naar het recht van het huwelijk en naar de instelling van God Zelf met Abraham één was geworden. Het is alsof het pas in het leven getreden verbond reeds nu de zedelijke invloed begint te openbaren, die het later, door de verwachten zoon van het verbond, ten volle zal ontplooien. Ook de vrouw vindt een plaats, en een uitstekende plaats in de huishouding van Gods Koninkrijk.
17. a) Toen viel 1) Abraham, bij het stilzwijgen (vs. 3), overmeesterd door de wonderbare dingen, die hij hoorde, op zijn aangezicht en hij lachte; hij kon zijn verwondering over het ongelooflijke van de woorden Gods niet inhouden, en dit lachen was de onwillekeurige uiting van hetgeen hij zei in zijn hart: 2) zal een, die honderd jaar oud is, een kind geboren worden, terwijl ik reeds vóór dertien jaar Hagar nam, om mijn tijd niet geheel te laten voorbijgaan, en zal Sara die reeds vóór een vierde eeuw onvruchtbaar werd geacht (hoofdstuk. 11:30), die negentig jaar oud is, baren? Die kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog; ik kan er niet bij (Psalm. 139:6).
a) Romeinen 4:19
1) Dit is niet alleen een bewijs van zijn eerbied, maar ook van zijn geloof. Want Abraham aanbad God niet slechts, maar Hem dankzeggende, bewees hij daarmee tevens, dat hij door het geloof aannam en omhelsde, wat hem omtrent een zoon beloofd was. Daarom ook, als wij lezen, dat hij gelachen heeft, dan is dit niet, omdat hij er aan twijfelde, of voor ongeloofwaardig hield, of God Zijn belofte in het aangezicht terugwierp, maar zoals meestal bij volstrekt niet verwachte zaken geschiedt, deels door blijdschap overmand, deels door verbazing overmeesterd, barst men in lachen uit. Want ook delen wij volstrekt niet in het gevoelen van hen, die menen, dat dit lachen uit de blijdschap alleen voortvloeide. Veel meer beschouw ik Abraham als iemand, die geheel buiten zichzelf was. Hetgeen ook door de volgende vraag wordt bevestigd. “Zal iemand, die honderd jaar oud is, een zoon worden geboren:?” Want ofschoon hij, wat door de Engel gezegd is, niet als een ijdele zaak wegwerpt, openbaart hij zich niet anders, dan alsof hem een ongelooflijke tijding was overgebracht. Zo grijpt de nieuwheid van de zaak hem aan, dat hij als voor een ogenblik buiten zichzelf geraakt. Hij vernedert zich echter voor God en ontsteld van gemoed zich geheel ter aarde buigende, aanbidt hij door het geloof.
2) Dit spreken in zijn hart wil niet beduiden, dat bij Abraham een strijd was tussen zijn gevoel en zijn geloof. De zaak komt Abraham wel wonderlijk, maar niet te wonderlijk voor. Zijn geloof heeft wellicht wel te strijden, maar het komt toch ook zegevierend uit de strijd te voorschijn. Zijn lachen en zijn spreken komt uit een geheel andere bron voort als het lachen en spreken straks van Sara.
18. En Abram, die zich reeds zo menig jaar in het bezit van Hagar’s zoon verheugd had, zei tot God: Och, dat Ismaël mocht leven voor uw aangezicht! 1)
1) Abraham bedacht niet, dat er op dat uitverkoren volk geen smet mocht kleven, en daarom die wens niet kon ingewilligd worden. Israël toch was van moederszijde uit het gevloekte geslacht van Cham (hfst.9:25 vv.; 10:6) een uit het vlees geborene, uit een slavin. (Galaten. 4:21 vv.).
Wat vraagt Abraham met deze bede? Vraagt hij van God, dat de Heere in Ismaël het heilige zaad zou voortzetten? vraagt hij, dat de Heere het leven van Ismaël mag onderhouden en hem alzo met tijdelijke zegeningen moge bedelen? Of is Abraham bevreesd, dat Ismaël aan de zegen van het verbond geen deel zal hebben? Het komt ons voor, dat Abraham meer met deze bede gevraagd heeft. Hij verkeerde in een betrekkelijke grote spanning van het gemoed, en daardoor doemt de gedachte ook bij hem op, dat wellicht Ismaël aan wie hij met tedere, vaderlijke liefde gehecht is, door God zal weggenomen worden; dat, als de zoon uit Sara geboren zal zijn, Ismaël zal sterven. De weldaad Gods komt hem zo groot voor, dat hij in dat ogenblik, als het ware, meent, dat zulk een grote weldaad aan de een zijde, niet zonder verlies aan de andere zijde, zal geschonken worden. Dit was dan ook geen kleine gedachten van God hebben, maar zeer geringe gedachten van zich zelf. Vs. 20 legt voor deze opvatting geen zwarigheid in de weg.
19. En God zei a) voorwaar! het zal zijn, gelijk Ik gezegd heb, Sara, de vorstin onder de vrouwen, uw wettige vrouw, zal u een zoon baren. Een zoon van een vorstin in plaats van de zoon van een dienstmaagd, een zoon van de wettige vrouw in plaats van de zoon van een bijvrouw, een zoon door kracht van Mijn almacht geboren, in plaats van de zoon naar de loop van de natuur voortgebracht, zal uw erfgenaam zijn; en gij zult, ter gedachtenis aan uw lachen bij de aankondiging van zijn geboorte, hetwelk ook anderen zullen doen (hoofdstuk. 18:12), zijn naam noemen Izaak (men lacht); en Ik zal Mijn verbond met hem 1) oprichten, in plaats van met Ismaël, tot een eeuwig verbond van zijn zaad na hem.
a) Genesis 18:10; 21:2
1) Hiermee zegt God allereerst, dat niet Ismaël, maar Izaak de erfgenaam, de wettige erfgenaam zal zijn van de zegeningen, welke de Heere beloofd heeft. Ook Ismaël zal niet van de zegen worden uitgesloten, maar Ismaël zal alleen op tijdelijk gebied zegeningen ontvangen. Hij zal niet sterven, maar straks uitgedreven door eigen schuld uit het huis van Abraham, zal hij worden tot een machtig vorst, uit wie twaalf vorsten zullen geboren worden. De bede van Abraham neemt de Heere aan, ja, Hij toont hier ook aan Zijn dienstknecht, dat Hij meer heeft te geven, dan gevraagd is, dat Hij doet boven bidden en denken.
20. En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord. Rustte op Izaak de grote zegen, ook voor hem heb Ik nog een zegen behouden; zie, het is reeds geschied, wat gij bidt; Ik heb hem gezegend (hoofdstuk. 16:10) en zal hem vruchtbaar maken; en hem zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten (hoofdstuk. 25:12-16) zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen.
21. Maar, gelijk Ik gezegd heb, Mijn verbond, 1) volgens hetwelk Ik uw en uws zaads God wil zijn, kan Ik op hem niet laten overgaan, dat zal Ik met Izaak oprichten, die u Sara a) op deze gezette, dezelfde tijd in het andere jaar baren zal.
a) Genesis 21:2
1) Alles is in de belofte Isaak’s duidelijk omschreven. De bron van het heil is het verbond Gods, daaruit vloeit het, daarin wortelt het; de oorsprong is bovennatuurlijk, uit Sara de lang verstorven moeder. Evenmin als de dode aarde op zichzelf u zegen kan brengen, evenmin kon Sara het Abraham; maar de Heere doet het door Zijn Almacht. De toe-eigening van het heil geschiedt evenzeer door het woord van die God, die aldus spreekt: “die Sara U, Abraham, baren zal.” U, aan Abraham zelf, wordt Izaak bij name geschonken. God eigent de zoon hem toe. Daarin ligt de zekerheid. Ook de tijd is door dezelfde God bepaald. De tijd is reeds gezet. Het tijdstip aangewezen.
22. En Hij eindigde met hem te spreken; want Abraham was genoegzaam in de raadsbesluiten van genade en waarheid ingewijd; en God verdween niet plotseling van hem, maar voer zichtbaar in de aangenomen gedaante op van Abraham, opdat hem de gehele verschijning niet als een droombeeld of een gedachtenspel zou voorkomen, maar hij er zeker van zou zijn, dat God werkelijk met hem gesproken had. (hoofdstuk. 35:13 Richteren. 13:20 ).
III. Vers 23-27
Nog op dezelfde dag volbrengt Abraham het Goddelijk bevel van de besnijdenis aan Ismaël, zijn knechten en aan zichzelf.
23. Toen nam Abraham, volkomen gehoorzamende aan het goddelijk bevel (vs. 10 vv.), zijn zoon Ismaël, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was, onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees van hun voorhuid, op dezelfde dag 1) gelijk als God met hem gesproken had. 2) Noch door valse liefde tot Ismaël, die hij aan een smartelijke zaak onderwierp, noch door de gedachte, dat hij zo al het mannelijke in zijnhuis opeens, gedurende verscheidene dagen, voor moeilijk werk ongeschikt maakte (hoofdstuk. 34:25 vv.), liet hij zich afhouden om dadelijk te doen, wat God bevolen had.
1) Niet alleen worden wij erop gewezen, dat Abraham terstond het bevel volbrengt, maar ook door de opsomming van degenen, die besneden werden, wil God doen zien, hoe nauwkeurig en volwaardig zijn knecht het bevel volbrengt. Zonder geloofsgehoorzaamheid is het geloof vleugellam. Het geloof wordt, voor de gelovige, door de geloofsgehoorzaamheid bevestigd.
2) Ook hier, gelijk overal elders, wijst de Heilige Geest erop, dat het woord Gods het richtsnoer is van alle geloofsgehoorzaamheid. Al wat niet naar het Woord Gods geschiedt, of daarmee in strijd is, is zonde.
24. En Abraham was oud negenennegentig jaar, als hij Ismaël en zijn knechten besneed en ook hem het vlees van zijn voorhuid besneden werd. 1)
1) Volgens de overlevering geschiedde dit in de maand Abib of Nisan, waarin ook het Pascha is ingesteld (Exodus 12). Het geschiedde te Hebron (hoofdstuk. 13:18), waar Johannes de Doper geboren is (Luc. 1:39 vv.), door wie de invoering van een ander verbondsteken voor de tijd van het Nieuwe Testament werd voorbereid.
25. En Ismaël, zijn zoon, was dertien jaar oud, 1) als hem het vlees van zijn voorhuid besneden werd.
1) Nog heden volbrengen de Arabieren aan hun nakomelingen de besnijdenis eerst dan, als zij deze leeftijd bereikt hebben.
26. Even op dezelfde dag werd Abraham besneden, en Ismaël zijn zoon.
27. En alle mannen van zijn huis, de ingeborenen van het huis, en de gekochten met geld, van de vreemde af, werden met hem besneden, zodat nu het gehele huis, waarin de erfgenaam van de belofte zou geboren worden, in verbond met God stond, en degene, die hem verwekken zou, van de natuurlijke onreinheid ontdaan en in zijn lichaam daartoe geheiligd was.
Toch behoefde nog één de voorbereiding tot deze hoogst gewichtige gebeurtenis; ook Sara moest in het geloof aan het woord Gods kracht ontvangen, om boven haar ouderdom te baren. Daarover handelt het volgend hoofdstuk.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 17
Genesis 17:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 18:13→Genesis 6:9→Job 1:1→Mattheüs 5:48→Lukas 1:6→Jesaja 38:3→Psalmen 116:9→2 Koningen 20:3→
— Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
“Ik ben God, de Almachtige!” Wie alleen op God vertrouwt, vertrouwt op Hem Die Zich openbaart als de Almachtige God, of – zoals deze woorden ook terecht vertaald kunnen worden – de Algenoegzame God. De Heere is volkomen toereikend in macht om Zijn voornemens te volbrengen. Hij is volkomen toereikend in wijsheid om Zijn weg te vinden door moeilijkheden die voor ons een ondoordringbaar doolhof lijken, maar die voor Hem volkomen helder zijn. En Hij is volkomen toereikend in liefde: het zal Hem nooit ontbreken aan barmhartigheid en ontferming. Daarom zal Hij ons nooit in de steek laten.
God is de Almachtige God! Met deze woorden gaf de Heere Abraham een vriendelijke, maar duidelijke terechtwijzing. In feite zei Hij: “Ik ben de Almachtige God – volkomen toereikend om Mijn eigen voornemens te volbrengen zonder uw hulp, volkomen in staat om Mijn eigen plannen uit te voeren zonder gebruik te maken van een twijfelachtig middel als Hagar en haar zoon Ismaël.” Dat is ongetwijfeld de goddelijke bedoeling van deze verklaring van Gods algenoegzaamheid. Als ook wij ooit wantrouwig zijn geweest, laten wij deze woorden dan diep in onze ziel laten doordringen: “Ik ben God, de Almachtige!”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
DE BELOFTE OMTRENT IZAAK WORDT DOOR DE BESNIJDENIS BEVESTIGD
I. Vers 1-14
Abram ontvangt, 13 jaar na Ismaëls geboorte, in het 99ste jaar van zijn leven, weer een verschijning des Heren. Hij ontvangt, nu de tijd van de volbrenging van Gods belofte nabij, is de nieuwe naam Abraham; tevens wordt het verbond Gods meer bevestigd, door de instelling van de besnijdenis voor hem en zijn nakomelingen.
1. Als nu Abram negenennegentig 1) jaar oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, 2) voor de vierde maal (hoofdstuk. 12:1-7; 13:14; 15:1) en ook nu weer in aangenome gedaante, om van aangezicht tot aangezicht met hem te spreken, en zei tot hem: Ik ben God de Almachtige! die alles vermag, ook wat met de gewone loop van de natuur en het menselijk verstand in strijd is. a) Wandel voor Mijn aangezicht, gelijk gij tot hiertoe gedaan hebt, en altijd in hoge mate doen moet en zijt oprecht, 3) of volkomen in uw offergave aan Mij, zodat Ik uw hart met niemand te delen heb.
a) Genesis 5:22
1) Een tijdvak van 13 jaar gaat Mozes hier met stilzwijgen voorbij. Het is de tijd van het wachten voor Abram op de vervulling van de belofte.
2) In het Hebreeuws El-Schaddaï. Een nieuwe naam, waarin de Heere God Zijn Almacht ontdekt, waardoor Hij een bij de mens afgesneden zaak kan doen. Had Abram gemeend, op aandrijven van Saraï, dat uit zijn wettige vrouw hem geen nakomelingschap zou geworden, door de openbaring van deze naam zegt God hem, dat, wat bij de mens onmogelijk is, mogelijk is bij Hem. God weet het wanneer Zijn kinderen geloofsversterking behoeven en komt altijd te rechter tijd.
3) Om kort te gaan, de oprechtheid, welke hier bedoeld wordt, staat tegenover geveinsdheid of huichelarij. En voorwaar, waar men met God te doen heeft, daar is geen plaats voor bedrog over. Wij leren dus uit deze woorden, tot welk doel God de Kerk zich vergadert, namelijk, opdat degenen, die Hij geroepen heeft, heilig zouden wandelen.
“Wandel voor mijn aangezicht” wijst het juiste richtsnoer en de rechte maatstaf voor de ware geloofswandel. De bijvoegende eis: “Wees oprecht” omschrijft het beginsel voor de gezindheid van het hart.
Door deze laatste woorden vraagt de Heere van Abram, zoals wij het uitdrukken, een man uit één stuk te zijn. In alles waar, in spreken en in handelen, in het hele zijn.
2. 1) En a) Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, in wiens hart de begeerte leeft naar oprechte wandel met Mij: en Ik zal u, die in mijn ogen nog altijd kinderloos zijt, omdat Hagar’s zoon geen zaad is uit het rechte huwelijk, zeer vermenigvuldigen 2) en u alzo betonen, dat Ik ben de almachtige God.
a) Genesis 15:18 Exodus 2:24; 6:24 Leviticus 26:42 Genesis 12:2; 13:16; 15:5.
1) Met vs. 2 begint God de beloften, welke Hij vroeger gegeven had, nader uit te breiden en in geheel haar omvang bekend te maken.
2) Zo de Heere vertraagt Zijn beloften te vervullen; Hij vergeet ze niet. (2 Petrus. 3:9).
3. Toen viel Abram, overmeesterd door de indruk van de goddelijke Majesteit, en bereid om, als een onderworpen knecht, Gods wil te doen, op zijn aangezicht 1) teraarde en beloofde daarmee zwijgend, wat de Heere van hem geëist had; en God 2) sprak met hem, zeggende:
1) De verschijning des Heren is voorzeker zeer majestueus geweest. Het was de verschijning van El-Schaddaï en was daarom ook geheel in overeenstemming met die openbaring van het Goddelijke Wezen. Tevens blijkt uit deze woorden de diepe eerbied van de vader van de gelovigen en zijn volkomen overgave van het hart.
2) De Heere wordt hier Elohiem, de God van het heelal, genoemd, daar Hij tot Abraham, de vader van de menigte, spreekt.
4. Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u, wat mij betreft al is Saraï zoveel jaar ouder geworden, sedert Ik met u het verbond maakte, voor Mij, God, de Almachtige, is de vervulling niet te wonderbaar; Ik heb het niet vergeten; het blijft; en gij zult tot een vader van een menigte van volken worden. 1)
1) Niet alleen de Israëlieten zijn Abram’s nakomelingen, maar ook de Ismaëlieten, al de stammen die uit Ketura’s zonen zijn voortgekomen, verder het geslacht van Ezau, Abram’s kleinzoon. Nemen wij in geestelijke zin deze belofte, dan zijn alle gelovigen Abram’s zonen en dochters en de gehele menigte van de volken op aarde zal tot hem verzameld worden; zij allen zullen hem als vader eren. (Romeinen 4:16,17).
Welke is nu die menigte van de volken? Het staat toch vast dat verschillende volken hun oorsprong van de heilige Patriarch afleiden. Want Ismaël is tot een groot volk uitgebreid, de Edomieten zijn eveneens wijd en zijn verspreid. Ook uit de andere zonen, welke hij bij Ketura had verwekt, zijn vele geslachten voortgekomen. Maar de blik van Mozes reikt veel verder, omdat hij als het ware die volken ziet, die door het geloof Abram zullen ingelijfd worden, ofschoon zij niet van hem afstammen wat het vlees aangaat, waarvan Paulus voor ons een betrouwbaar uitlegger en getuige is. Niet daarom wordt Abram daarom een vader van vele volken genoemd, omdat zijn zaad zich in verschillende volken zou scheiden, maar veeleer omdat de verscheidenheid van de volken in hem tot één zou worden.
5. En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram, dat is: hoge, grote vader, gelijk eens uw ouders na uw geboorte u genoemd hebben, daar gij naar hun mening een rijk Emir een machtig vorst worden zou; maar uw naam zal wezen Abraham, 1) vader van de menigte: want Ik heb u gesteld tot een vader van een menigte van volken.
1) De nieuwe naamgeving begint, van de zijde Gods met Abraham en gaat door heel de Schrift heen, tot in de Openbaring van Johannes. Zij geeft te kennen, dat de naam, die wij als mens ontvangen, niet bestaanbaar is voor God; want hij is uit Adam, en wij moeten een naam hebben uit God. Deze is de nieuwe naam. Christus bewees zich dan ook daardoor de Jehova van het Oude Testament te zijn, door nieuwe namen te geven. Een nieuwe naam van God te ontvangen, zegt niet alleen “dat wij in een nieuwe betrekking tot God gesteld zijn, maar dat wij God toe behoren; want zo als God iemand noemt is hij. Een nieuwe naam, een nieuw leven! Bij de geboorte een naam, bij de wedergeboorte weer een naam, en terwijl de naam een einde heeft, blijft de nieuwe naam eeuwig, en doet de mens die hem ontvangt, eeuwig blijven. De plaatsing van een aspiratie, van een lichte ademophaling, van een “ah” tussen de letters van de oude naam, “Abram,” maakte hem tot een nieuwe naam. Hoe eenvoudig! Zo is het ook in de wedergeboorte; zij ligt soms in het doen van een kleine stap.
Het nieuwe verbond Gods in zijn naam, als El-Schaddaï, God, de Almachtige (vs. 1). Wondergod, is de oorzaak van de nieuwe naam van de gelovige.
6. En Ik zal u zeer vruchtbaar 1) maken, en Ik zal u tot volken stellen, en a) koningen 2) zullen uit u voortkomen.
a) MATTHEUS. 1:16 vv
1) Maar laat ons niet vergeten, dat de nieuwe naam, die Abraham voortaan zou dragen en vervolgens ook overal in de Heilige Schrift draagt, allereerst op een veranderde toestand heen wijst in zijn eigen persoonlijk leven. Welke die verandering was, wijst de stellige uitspraak Gods duidelijk aan: “Ik zal u zeer vruchtbaar maken.” Als honderdjarige kon Abraham geen hoop meer voeden zelf kinderen, voort te brengen evenmin als hij die van de negentigjarige Sara verwachten kon.
2) Een overvloedige zegen belooft de Heere. Aan de koninklijke gelovige worden koninklijke beloften gedaan; wordt beloofd, dat ook zijn nageslacht op bijzondere wijze zal gezegend worden. De zegen zou zich tot de navolgende geslachten uitbreiden. Koningen, ja, de Koning der koningen zou, zoveel het vlees aangaat, uit hem geboren worden.
7. En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten. Ik zal vervullen, wat Ik beloofd heb bij al uw nakomelingen, want Ik heb het u gegeven tot een a) eeuwig verbond, dat over eeuwen zich uitstrekt en ten laatste werkelijk een eeuwige vervulling zal hebben, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
a) Genesis 13:15
Zij, die menen, dat hier alleen uitverkorenen bedoeld worden en, zonder onderscheid, alle gelovigen, uit welk volk zij, wat het vlees aangaat, ook afstammen, bedriegen zich. Want de Schrift wijst er wel degelijk op, dat in het bijzonder het volk, dat uit Abraham zijn oorsprong had, het verbond van God ontvangen heeft. En duidelijk is het onderwijs van Paulus over de vleselijke kinderen van Abraham, dat zij zijn heilige takken, daar zij uit een heilige wortel zijn voortgekomen. En opdat niemand dit tot de schaduw van de wet zou terugbrengen of als een allegorie zou bestempelen, zegt hij ergens, dat Christus gekomen is, opdat Hij een Bedienaar van de besnijdenis zou zijn. Waarom niets meer zeker is, dan dat God Zijn Verbond met de kinderen van Abraham, die op vleselijke wijze, uit hem zouden geboren worden, heeft gesloten.
8. En a) Ik zal u, en uw zaad na u, het land, dat sedert uw roeping uit uw vaderhuis, het land van uw vreemdelingschap is, geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; 1) en Ik zal hun tot een God zijn 2)
a) Genesis 15:8 Deuteronomium. 1:8
1) God sluit met Abraham en zijn nakomelingen een eeuwig verbond; want dit verbond van de genade was de eerste kiem van het nieuwe verbond in Christus. Maar ook tussen God en de lichamelijke nakomelingen van Abraham blijft een bijzondere betrekking bestaan; want zowel hun tegenwoordige straf, na de verwerping van hun Koning en Heiland, als de verwachtingen, waarop zij voor de toekomst nog mogen bouwen, zijn de gevolgen van dit verbond Gods met hen. (Romeinen 11:29).
De eeuwige bezitting, waarvan hier wordt gesproken, staat in de eerste plaats tegenover de plaats van de vreemdelingschap, waar Abraham zich destijds ophield. Doch het land, dat God aan Abraham en zijn zaad ten erfdeel belooft, is tevens het zichtbaar onderpand, het omkleedsel, dat de nog zachte kern omsluit, en daarom het veelbelovend beeld van een nieuwe wereld, die aan de gemeente des Heren toebehoort. Daarom vooral heet zij een eeuwige bezitting. Hetzelfde geldt van alle goddelijke verordeningen, die in het Oude Testament, als voor alle tijden en ten eeuwigen dage zijn ingesteld, om in het Nieuwe Testament voor zo veel de letter betreft, te worden opgeheven, maar naar de geest volkomen te worden vervuld, zoals b.v. de besnijdenis, het Pascha, het priesterschap enz.
2) In dit laatste: “Tot een God zijn,” ligt een onuitsprekelijke bron van zegeningen voor Abrahams nakomelingschap opgesloten. Daarmee belooft Jehova, de Heere, dat Hij voor Israël in het bijzonder zal zijn, wat Hij voor de andere volken in het algemeen is, en spreekt Hij het uit, dat Abrahams zaad Zijn uitverkoren volk zal wezen, het voorwerp van Zijn bijzondere zorg en bewaring.
Israël’s Jehova is de Elohiem, God van alle volken, de Alregeerder, zodat niemand Israël kan schaden.
9. Voorts zei God tot Abraham, hem na de ontvangen verbondsbelofte nu ook de verbondslicht voorhoudende: Gij zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.
Gelijk eertijds de verbonden niet slechts in het openbaar werden bekend gemaakt, maar op koper werden gesneden of in steen gegrift, opdat de herinnering des te beter bestendigd zou blijven, zo grift God nu dit Zijn Verbond in het vlees van Abraham in. De besnijdenis was, als het ware, een heilig monument van zijn aanneming, waardoor het geslacht van Abraham werd uitverkoren tot een eigen volk van God.
Ook bij andere volken werd of wordt de besnijdenis gevonden, maar hier wordt zij door de Heere tot een heilige instelling gewijd, tot een sacrament, een verbondsteken.
10. Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk 1) is, besneden worde 2) en zo iedere man onder u Mijn verbondsteken niet in steen en koper, maar in zijn eigen vlees gesneden heeft: de vrouw, als uit de man genomen, zal daardoor tevens Mij geheiligd en Mijn verbond deelachtig zijn.
1) Het mannelijk gedeelte vormde, vóór Christus’ komst op aarde, geheel de kracht van het volk. Alleen de mannen werden geteld, als er van personen of zielen sprake was. Eerst in Christus is man en vrouw één; eerst in en door Christus is het onderscheid van sekse in verband tot het Koninkrijk Gods opgeheven. Bij Abraham wordt het verbondsteken van de onderscheiding alleen het mannelijk geslacht opgelegd. Ook daarin, gelijk in al het andere, drukt zich het voorbereidende karakter van dit tijdperk uit. Alles in dit tijdvak van de voorafschaduwing en bedoeling van de schaduwen wijst heen op een voller en heerlijker toestand, die nog komen moet; en zo is het natuurlijk ook met het sacrament van die tijd.,
2) Dit is in het verbonds Gods Zijn eis van ons, niet dat wij iets doen, of vervullen; maar de belofte Gods in gedachtenis houden en geloven.
11. En gij zult het vlees van uw voorhuid besnijden; a) want daardoor zijt gij uit zondig zaad voortgebracht (Psalm. 51:7), de besnijdenis zondert u alzo af van allen, die slechts uit vlees geboren zijn en aan de ontwikkeling van het natuurlijke in de mens zijn overgegeven: zij stelt u, daar zij op Mijn bevel geschiedt, in gemeenschap met Mij; en dat besnijden zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u, en tevens een zinnebeeldig heen wijzen, naar een andere besnijdenis, tot welke Ik u juist door dit Verbond opvoeden wil. (Deuteronomium. 10:16; 30:6 Jeremia 31:31-34 ).
a) Hand. 7:8 Romeinen 4:11
12. Een a) zoontje dan van acht dagen, de tijd dat het uit zijn uitwendige onreinheid is, zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten; de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad.
a) Leviticus 12:3 Luc. 2:21
Een oosters gezin bestond uit de eigen kinderen, zo die aanwezig waren; uit slaven, die in het huis waren geboren, en uit slaven, die voor geld waren gekocht.
13. De ingeborene van uw huis en de gekochte met uw geld 1) zal zeker besneden worden; en Mijn verbond, Mijn Verbondsteken, zal zijn in uw vlees, tot een eeuwig verbond. 2)
1) Voor het eerst lezen wij van voor geld gekochten. De slavernij is zeker strijdende met alle rechten van de natuur en kan van God niet gewild zijn. Toch heeft de Heere, door het aan Israël onder beperkingen (Exodus 21:2) toe te staan, bedoeld een zegen aan enkelen uit andere volken te geven, opdat zij door Israël Jehova zouden leren kennen; zij werden tot hun zegen door de besnijdenis Israël ingelijfd.
2) Tussen de besnijdenis, zoals zij gevonden en toegepast werd bij de heidense volken, o.a. bij de Egyptenaren, en zoals deze werd ingesteld voor Abraham en zijn nakomelingschap is een diepgaand verschil. Bij de Egyptenaren was zij alleen om de reinheid van het lichaam te bevorderen, gelijk nog altijd bij de Arabieren, en was zij dus hoogstens een beeld van zedelijke reinheid. Bij de Egyptenaren werden alleen de priesters besneden. Bij Abraham strekte zich deze daad uit tot al wat mannelijk was, om daarmee af te beelden, dat het Verbond Gods zich niet alleen beperkte tot een enkele persoon of tot een enkele kaste, maar tot het gehele volk. Bovendien, en dit is niet van minder gewicht, betekende zij een zedelijke, geestelijke reinheid een reiniging van de zonde, waarin de mens ontvangen en geboren was, en verkondigde derhalve de reinigmaking door het bloed van Christus. En eindelijk zonderde zij, juist door het bovengenoemde, Abrahams zaad af van de heidenwereld en stempelde dat volk tot een heilig en verkregen volk Gods. De Heilige Doop is voor het Nieuwe Verbond dus wel degelijk, wat het Sacrament van de Besnijdenis was voor het Oude Verbond.
14. En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuidsvlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uit, geroeid worden: 1) hij heeft Mijn verbond gebroken. 2)
1) Tegenover de zegen van het Verbond staat de vloek, en de geschiedenis van Mozes bevestigt, dat de Heere, zowel in Zijn beloften als in Zijn bedreigingen een waarmaker is van Zijn woord. De Heere komt op de weg van Midian naar Egypte zijn dienstknecht tegen, omdat zijn kinderen nog niet besneden waren.
2) Het Verbond Gods is dan van kracht, als wij door het geloof omhelzen, wat beloofd is. Indien nu iemand de tegenwerping maakt, dat met deze straf onschuldige kinderen getroffen worden, die er nog geen gevoel voor hebben, dan antwoord ik: dat wij niet al te zeer op de klank van het woord Gods moeten afgaan, alsof God aan de kinderen de overtreding uitdrukkelijk thuis bezoekt; maar wij hebben vooral te letten op de antithese, dat evenals God in de persoon van de vader, een zoon tot kind aanneemt, wanneer de vader zulk een weldaad veracht, ook het kind gerekend wordt zich van de kerk te hebben afgescheiden. Want dit is de kracht van de uitdrukking: “Uitgeroeid worden uit het volk, hetwelk God zich heeft uitverkoren”.
II. Vers 15-22.
Ook aan Saraï geeft God een nieuwe naam en verzekert, dat door haar Zijn beloften vervuld zullen worden. Ismaël, voor wie Abram bidt, kan slechts tot op een zekere hoogte gezegend worden; de eigenlijke drager van de zegen moet hij blijven, die God van het begin bedoeld heeft.
15. Nog zei God tot Abraham, na een ogenblik van stilzwijgen, opdat hij eerst het gehoorde zou kunnen overdenken: Gij zult, evenals gij zelf een nieuwe naam (vs. 5) van Mij ontvangen hebt, de naam van uw vrouw Saraï (heldin, mijn vorstin) niet Saraï noemen; want dat is slechts een naam, die een eervolle plaats in uw eigen huis alleen te kennen geeft, maar haar erenaam zal op alle volken en geslachten betrekking hebben; haar naam zal zijn Sara (vorstin).
16. Want Ik zal haar, die tot hiertoe onvruchtbaar was en zelf alle hoop om moeder te worden (hoofdstuk. 16:2) opgegeven had, zegenen en u ook uit haar een zoon geven. Ja! Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal. Zij is het, door wie Ik de belofte, u gegeven, vervullen zal: Koningen van de volken zullen uit haar worden. 1)
1) In beide nieuwe namen, die Abram en Saraï ontvangen, is de grondletter van de naam Jehova, namelijk de “h” ingevoegd; deze naam toch is een ster van die wonderbare toekomst, die Abrahams zaad, krachtens het verbond, dat God met hem gesloten heeft, tegemoet gaat.
Daarom moet men Sarah en niet Sara schrijven.
Tot dusverre was de naam Saraï nog niet in de belofte genoemd. Wel had de Engel Hagar reeds bevolen zich onder de band van haar meesteres te vernederen. Maar nu het Verbond Gods met Abraham opnieuw was bevestigd en in het verbondsteken naderbij was gebracht, nu treedt ook zij op de voorgrond, die naar het recht van het huwelijk en naar de instelling van God Zelf met Abraham één was geworden. Het is alsof het pas in het leven getreden verbond reeds nu de zedelijke invloed begint te openbaren, die het later, door de verwachten zoon van het verbond, ten volle zal ontplooien. Ook de vrouw vindt een plaats, en een uitstekende plaats in de huishouding van Gods Koninkrijk.
17. a) Toen viel 1) Abraham, bij het stilzwijgen (vs. 3), overmeesterd door de wonderbare dingen, die hij hoorde, op zijn aangezicht en hij lachte; hij kon zijn verwondering over het ongelooflijke van de woorden Gods niet inhouden, en dit lachen was de onwillekeurige uiting van hetgeen hij zei in zijn hart: 2) zal een, die honderd jaar oud is, een kind geboren worden, terwijl ik reeds vóór dertien jaar Hagar nam, om mijn tijd niet geheel te laten voorbijgaan, en zal Sara die reeds vóór een vierde eeuw onvruchtbaar werd geacht (hoofdstuk. 11:30), die negentig jaar oud is, baren? Die kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog; ik kan er niet bij (Psalm. 139:6).
a) Romeinen 4:19
1) Dit is niet alleen een bewijs van zijn eerbied, maar ook van zijn geloof. Want Abraham aanbad God niet slechts, maar Hem dankzeggende, bewees hij daarmee tevens, dat hij door het geloof aannam en omhelsde, wat hem omtrent een zoon beloofd was. Daarom ook, als wij lezen, dat hij gelachen heeft, dan is dit niet, omdat hij er aan twijfelde, of voor ongeloofwaardig hield, of God Zijn belofte in het aangezicht terugwierp, maar zoals meestal bij volstrekt niet verwachte zaken geschiedt, deels door blijdschap overmand, deels door verbazing overmeesterd, barst men in lachen uit. Want ook delen wij volstrekt niet in het gevoelen van hen, die menen, dat dit lachen uit de blijdschap alleen voortvloeide. Veel meer beschouw ik Abraham als iemand, die geheel buiten zichzelf was. Hetgeen ook door de volgende vraag wordt bevestigd. “Zal iemand, die honderd jaar oud is, een zoon worden geboren:?” Want ofschoon hij, wat door de Engel gezegd is, niet als een ijdele zaak wegwerpt, openbaart hij zich niet anders, dan alsof hem een ongelooflijke tijding was overgebracht. Zo grijpt de nieuwheid van de zaak hem aan, dat hij als voor een ogenblik buiten zichzelf geraakt. Hij vernedert zich echter voor God en ontsteld van gemoed zich geheel ter aarde buigende, aanbidt hij door het geloof.
2) Dit spreken in zijn hart wil niet beduiden, dat bij Abraham een strijd was tussen zijn gevoel en zijn geloof. De zaak komt Abraham wel wonderlijk, maar niet te wonderlijk voor. Zijn geloof heeft wellicht wel te strijden, maar het komt toch ook zegevierend uit de strijd te voorschijn. Zijn lachen en zijn spreken komt uit een geheel andere bron voort als het lachen en spreken straks van Sara.
18. En Abram, die zich reeds zo menig jaar in het bezit van Hagar’s zoon verheugd had, zei tot God: Och, dat Ismaël mocht leven voor uw aangezicht! 1)
1) Abraham bedacht niet, dat er op dat uitverkoren volk geen smet mocht kleven, en daarom die wens niet kon ingewilligd worden. Israël toch was van moederszijde uit het gevloekte geslacht van Cham (hfst.9:25 vv.; 10:6) een uit het vlees geborene, uit een slavin. (Galaten. 4:21 vv.).
Wat vraagt Abraham met deze bede? Vraagt hij van God, dat de Heere in Ismaël het heilige zaad zou voortzetten? vraagt hij, dat de Heere het leven van Ismaël mag onderhouden en hem alzo met tijdelijke zegeningen moge bedelen? Of is Abraham bevreesd, dat Ismaël aan de zegen van het verbond geen deel zal hebben? Het komt ons voor, dat Abraham meer met deze bede gevraagd heeft. Hij verkeerde in een betrekkelijke grote spanning van het gemoed, en daardoor doemt de gedachte ook bij hem op, dat wellicht Ismaël aan wie hij met tedere, vaderlijke liefde gehecht is, door God zal weggenomen worden; dat, als de zoon uit Sara geboren zal zijn, Ismaël zal sterven. De weldaad Gods komt hem zo groot voor, dat hij in dat ogenblik, als het ware, meent, dat zulk een grote weldaad aan de een zijde, niet zonder verlies aan de andere zijde, zal geschonken worden. Dit was dan ook geen kleine gedachten van God hebben, maar zeer geringe gedachten van zich zelf. Vs. 20 legt voor deze opvatting geen zwarigheid in de weg.
19. En God zei a) voorwaar! het zal zijn, gelijk Ik gezegd heb, Sara, de vorstin onder de vrouwen, uw wettige vrouw, zal u een zoon baren. Een zoon van een vorstin in plaats van de zoon van een dienstmaagd, een zoon van de wettige vrouw in plaats van de zoon van een bijvrouw, een zoon door kracht van Mijn almacht geboren, in plaats van de zoon naar de loop van de natuur voortgebracht, zal uw erfgenaam zijn; en gij zult, ter gedachtenis aan uw lachen bij de aankondiging van zijn geboorte, hetwelk ook anderen zullen doen (hoofdstuk. 18:12), zijn naam noemen Izaak (men lacht); en Ik zal Mijn verbond met hem 1) oprichten, in plaats van met Ismaël, tot een eeuwig verbond van zijn zaad na hem.
a) Genesis 18:10; 21:2
1) Hiermee zegt God allereerst, dat niet Ismaël, maar Izaak de erfgenaam, de wettige erfgenaam zal zijn van de zegeningen, welke de Heere beloofd heeft. Ook Ismaël zal niet van de zegen worden uitgesloten, maar Ismaël zal alleen op tijdelijk gebied zegeningen ontvangen. Hij zal niet sterven, maar straks uitgedreven door eigen schuld uit het huis van Abraham, zal hij worden tot een machtig vorst, uit wie twaalf vorsten zullen geboren worden. De bede van Abraham neemt de Heere aan, ja, Hij toont hier ook aan Zijn dienstknecht, dat Hij meer heeft te geven, dan gevraagd is, dat Hij doet boven bidden en denken.
20. En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord. Rustte op Izaak de grote zegen, ook voor hem heb Ik nog een zegen behouden; zie, het is reeds geschied, wat gij bidt; Ik heb hem gezegend (hoofdstuk. 16:10) en zal hem vruchtbaar maken; en hem zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten (hoofdstuk. 25:12-16) zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen.
21. Maar, gelijk Ik gezegd heb, Mijn verbond, 1) volgens hetwelk Ik uw en uws zaads God wil zijn, kan Ik op hem niet laten overgaan, dat zal Ik met Izaak oprichten, die u Sara a) op deze gezette, dezelfde tijd in het andere jaar baren zal.
a) Genesis 21:2
1) Alles is in de belofte Isaak’s duidelijk omschreven. De bron van het heil is het verbond Gods, daaruit vloeit het, daarin wortelt het; de oorsprong is bovennatuurlijk, uit Sara de lang verstorven moeder. Evenmin als de dode aarde op zichzelf u zegen kan brengen, evenmin kon Sara het Abraham; maar de Heere doet het door Zijn Almacht. De toe-eigening van het heil geschiedt evenzeer door het woord van die God, die aldus spreekt: “die Sara U, Abraham, baren zal.” U, aan Abraham zelf, wordt Izaak bij name geschonken. God eigent de zoon hem toe. Daarin ligt de zekerheid. Ook de tijd is door dezelfde God bepaald. De tijd is reeds gezet. Het tijdstip aangewezen.
22. En Hij eindigde met hem te spreken; want Abraham was genoegzaam in de raadsbesluiten van genade en waarheid ingewijd; en God verdween niet plotseling van hem, maar voer zichtbaar in de aangenomen gedaante op van Abraham, opdat hem de gehele verschijning niet als een droombeeld of een gedachtenspel zou voorkomen, maar hij er zeker van zou zijn, dat God werkelijk met hem gesproken had. (hoofdstuk. 35:13 Richteren. 13:20 ).
III. Vers 23-27
Nog op dezelfde dag volbrengt Abraham het Goddelijk bevel van de besnijdenis aan Ismaël, zijn knechten en aan zichzelf.
23. Toen nam Abraham, volkomen gehoorzamende aan het goddelijk bevel (vs. 10 vv.), zijn zoon Ismaël, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was, onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees van hun voorhuid, op dezelfde dag 1) gelijk als God met hem gesproken had. 2) Noch door valse liefde tot Ismaël, die hij aan een smartelijke zaak onderwierp, noch door de gedachte, dat hij zo al het mannelijke in zijnhuis opeens, gedurende verscheidene dagen, voor moeilijk werk ongeschikt maakte (hoofdstuk. 34:25 vv.), liet hij zich afhouden om dadelijk te doen, wat God bevolen had.
1) Niet alleen worden wij erop gewezen, dat Abraham terstond het bevel volbrengt, maar ook door de opsomming van degenen, die besneden werden, wil God doen zien, hoe nauwkeurig en volwaardig zijn knecht het bevel volbrengt. Zonder geloofsgehoorzaamheid is het geloof vleugellam. Het geloof wordt, voor de gelovige, door de geloofsgehoorzaamheid bevestigd.
2) Ook hier, gelijk overal elders, wijst de Heilige Geest erop, dat het woord Gods het richtsnoer is van alle geloofsgehoorzaamheid. Al wat niet naar het Woord Gods geschiedt, of daarmee in strijd is, is zonde.
24. En Abraham was oud negenennegentig jaar, als hij Ismaël en zijn knechten besneed en ook hem het vlees van zijn voorhuid besneden werd. 1)
1) Volgens de overlevering geschiedde dit in de maand Abib of Nisan, waarin ook het Pascha is ingesteld (Exodus 12). Het geschiedde te Hebron (hoofdstuk. 13:18), waar Johannes de Doper geboren is (Luc. 1:39 vv.), door wie de invoering van een ander verbondsteken voor de tijd van het Nieuwe Testament werd voorbereid.
25. En Ismaël, zijn zoon, was dertien jaar oud, 1) als hem het vlees van zijn voorhuid besneden werd.
1) Nog heden volbrengen de Arabieren aan hun nakomelingen de besnijdenis eerst dan, als zij deze leeftijd bereikt hebben.
26. Even op dezelfde dag werd Abraham besneden, en Ismaël zijn zoon.
27. En alle mannen van zijn huis, de ingeborenen van het huis, en de gekochten met geld, van de vreemde af, werden met hem besneden, zodat nu het gehele huis, waarin de erfgenaam van de belofte zou geboren worden, in verbond met God stond, en degene, die hem verwekken zou, van de natuurlijke onreinheid ontdaan en in zijn lichaam daartoe geheiligd was.
Toch behoefde nog één de voorbereiding tot deze hoogst gewichtige gebeurtenis; ook Sara moest in het geloof aan het woord Gods kracht ontvangen, om boven haar ouderdom te baren. Daarover handelt het volgend hoofdstuk.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel