Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 16

1 Doch Sarai, Abrams huisvrouw, baarde hem niet; en zij had een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Doch SaraiH8297, AbramsH87 huisvrouwH802, baardeH3205 hem nietH3808; en zij had een EgyptischeH4713 dienstmaagdH8198, welker naamH8034 was HagarH1904. Doch Sarai, Abrams huisvrouw, baarde hem niet; en zij had een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar.

KJV Now Sarai1 Abram's3 wife2 bare5 him no4 children: and she had an handmaid,8 an Egyptian,9 whose name10 was Hagar.

1 וְשָׂרַי֙ H8297 Sarai Sarai 2 אֵ֣שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 אַבְרָ֔ם H87 Abram, Abrams Abram 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָלְדָ֖ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 ל֑וֹ 7 וְלָ֛הּ 8 שִׁפְחָ֥ה H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 9 מִצְרִ֖ית H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 10 וּשְׁמָ֥הּ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 הָגָֽר H1904 Hagar Hagar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo zeide Sarai tot Abram: Zie toch, de HEERE heeft mij toegesloten, dat ik niet bare; ga toch in tot mijn dienstmaagd, misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram hoorde naar de stem van Sarai.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zo zeideH559 SaraiH8297 totH413 AbramH87: ZieH2009 tochH4994, de HEEREH3068 heeft mij toegeslotenH6113, dat ik niet bareH3205; gaH935 tochH4994 in totH413 mijn dienstmaagdH8198, misschien zal ik uit haar gebouwdH1129 worden. En AbramH87 hoordeH8085 naar de stemH6963 van SaraiH8297. Zo zeide Sarai tot Abram: Zie toch, de HEERE heeft mij toegesloten, dat ik niet bare; ga toch in tot mijn dienstmaagd, misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram hoorde naar de stem van Sarai.

KJV And Sarai2 said1 unto Abram,4 Behold now, the LORD8 hath restrained me7 from bearing:9 I pray thee, go in10 unto my maid;13 it may14 be that I may obtain children15 by her. And Abram18 hearkened17 to the voice19 of Sarai.

1 וַתֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שָׂרַ֜י H8297 Sarai Sarai 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְרָ֗ם H87 Abram, Abrams Abram 5 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 נָ֞א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 7 עֲצָרַ֤נִי H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 מִלֶּ֔דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 10 בֹּא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 שִׁפְחָתִ֔י H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 14 אוּלַ֥י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 15 אִבָּנֶ֖ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 16 מִמֶּ֑נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 17 וַיִּשְׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 18 אַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 19 לְק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 20 שָׂרָֽי H8297 Sarai Sarai
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zo nam Sarai, Abrams huisvrouw, de Egyptische Hagar, haar dienstmaagd, ten einde van tien jaren, welke Abram in het land Kanaan gewoond had, en zij gaf haar aan Abram, haar man, hem tot een vrouw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zo namH3947 SaraiH8297, AbramsH87 huisvrouwH802, de EgyptischeH4713 HagarH1904, haar dienstmaagdH8198, ten eindeH7093 van tienH6235 jarenH8141, welke AbramH87 in het landH776 KanaanH3667 gewoondH3427 had, en zij gafH5414 haar aan AbramH87, haar manH376, hem tot een vrouwH802. Zo nam Sarai, Abrams huisvrouw, de Egyptische Hagar, haar dienstmaagd, ten einde van tien jaren, welke Abram in het land Kanaan gewoond had, en zij gaf haar aan Abram, haar man, hem tot een vrouw.

KJV And Sarai2 Abram's4 wife3 took1 Hagar6 her maid8 the Egyptian,7 after9 Abram13 had dwelt12 ten10 years11 in the land14 of Canaan,15 and gave16 her to her husband19 Abram18 to be his wife.

1 וַתִּקַּ֞ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 שָׂרַ֣י H8297 Sarai Sarai 3 אֵֽשֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 אַבְרָ֗ם H87 Abram, Abrams Abram 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הָגָ֤ר H1904 Hagar Hagar 7 הַמִּצְרִית֙ H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 8 שִׁפְחָתָ֔הּ H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 9 מִקֵּץ֙ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 10 עֶ֣שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 11 שָׁנִ֔ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 12 לְשֶׁ֥בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 אַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 14 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 כְּנָ֑עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 16 וַתִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 17 אֹתָ֛הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 לְאַבְרָ֥ם H87 Abram, Abrams Abram 19 אִישָׁ֖הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 ל֥וֹ 21 לְאִשָּֽׁה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij ging in tot Hagar, en zij ontving. Als zij nu zag, dat zij ontvangen had, zo werd haar vrouw veracht in haar ogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij gingH935 in totH413 HagarH1904, en zij ontvingH2029. Als zij nu zagH7200, datH3588 zij ontvangenH2029 had, zo werd haar vrouwH1404 verachtH7043 in haar ogenH5869. En hij ging in tot Hagar, en zij ontving. Als zij nu zag, dat zij ontvangen had, zo werd haar vrouw veracht in haar ogen.

KJV And he went in1 unto Hagar,3 and she conceived:4 and when she saw5 that she had conceived,7 her mistress9 was despised8 in her eyes.

1 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הָגָ֖ר H1904 Hagar Hagar 4 וַתַּ֑הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 5 וַתֵּ֨רֶא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 הָרָ֔תָה H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 8 וַתֵּקַ֥ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 9 גְּבִרְתָּ֖הּ H1404 vrouw, koningin lady, mistress 10 בְּעֵינֶֽיהָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen zeide Sarai tot Abram: Mijn ongelijk is op u; ik heb mijn dienstmaagd in uw schoot gegeven; nu zij ziet, dat zij ontvangen heeft, zo ben ik veracht in haar ogen; de HEERE rechte tussen mij en tussen u!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen zeideH559 SaraiH8297 totH413 AbramH87: Mijn ongelijkH2555 is opH5921 u; ikH595 heb mijn dienstmaagdH8198 in uw schootH2436 gegevenH5414; nu zij zietH7200, datH3588 zij ontvangenH2029 heeft, zo ben ik verachtH7043 in haar ogenH5869; de HEEREH3068 rechteH8199 tussen mij en tussen u! Toen zeide Sarai tot Abram: Mijn ongelijk is op u; ik heb mijn dienstmaagd in uw schoot gegeven; nu zij ziet, dat zij ontvangen heeft, zo ben ik veracht in haar ogen; de HEERE rechte tussen mij en tussen u!

KJV And Sarai2 said1 unto Abram,4 My wrong5 be upon thee: I have given8 my maid9 into thy bosom;10 and when she saw11 that she had conceived,13 I was despised14 in her eyes:15 the LORD17 judge

1 וַתֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שָׂרַ֣י H8297 Sarai Sarai 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְרָם֮ H87 Abram, Abrams Abram 5 חֲמָסִ֣י H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 6 עָלֶיךָ֒ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אָנֹכִ֗י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 8 נָתַ֤תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 שִׁפְחָתִי֙ H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 10 בְּחֵיקֶ֔ךָ H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 11 וַתֵּ֨רֶא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 הָרָ֔תָה H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 14 וָאֵקַ֖ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 15 בְּעֵינֶ֑יהָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 16 יִשְׁפֹּ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 17 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 בֵּינִ֥י H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 19 וּבֵינֶֽיׄךָ H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Abram zeide tot Sarai: Zie uw dienstmaagd is in uw hand; doe haar, wat goed is in uw ogen. En Sarai vernederde haar, en zij vluchtte van haar aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En AbramH87 zeideH559 totH413 SaraiH8297: ZieH2009 uw dienstmaagdH8198 is in uw handH3027; doeH6213 haar, wat goedH2896 is in uw ogenH5869. En SaraiH8297 vernederdeH6031 haar, en zij vluchtteH1272 van haar aangezichtH6440. En Abram zeide tot Sarai: Zie uw dienstmaagd is in uw hand; doe haar, wat goed is in uw ogen. En Sarai vernederde haar, en zij vluchtte van haar aangezicht.

KJV But Abram2 said1 unto Sarai,4 Behold, thy maid6 is in thy hand;7 do8 to her as it pleaseth thee.10 And when Sarai13 dealt hardly with12 her, she fled14 from her face.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַבְרָ֜ם H87 Abram, Abrams Abram 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שָׂרַ֗י H8297 Sarai Sarai 5 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 שִׁפְחָתֵךְ֙ H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 7 בְּיָדֵ֔ךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 עֲשִׂי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 לָ֖הּ 10 הַטּ֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 11 בְּעֵינָ֑יִךְ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 וַתְּעַנֶּ֣הָ H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 13 שָׂרַ֔י H8297 Sarai Sarai 14 וַתִּבְרַ֖ח H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 15 מִפָּנֶֽיהָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de Engel des HEEREN vond haar aan een waterfontein in de woestijn, aan de fontein op den weg van Sur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de EngelH4397 des HEERENH3068 vondH4672 haar aanH5921 een waterfonteinH5869 in de woestijnH4057, aanH5921 de fonteinH5869 op den wegH1870 van SurH7793. En de Engel des HEEREN vond haar aan een waterfontein in de woestijn, aan de fontein op den weg van Sur.

KJV And the angel2 of the LORD3 found her1 by a fountain5 of water6 in the wilderness,7 by the fountain9 in the way10 to Shur.

1 וַֽיִּמְצָאָ֞הּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 2 מַלְאַ֧ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 עֵ֥ין H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 6 הַמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 בַּמִּדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הָעַ֖יִן H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 10 בְּדֶ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 שֽׁוּר H7793 Sur Shur
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij zeide: Hagar, gij, dienstmaagd van Sarai! van waar komt gij, en waar zult gij heengaan? En zij zeide: Ik ben vluchtende van het aangezicht mijner vrouw Sarai!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij zeideH559: HagarH1904, gij, dienstmaagdH8198 van SaraiH8297! van waar komtH935 gij, en waar zult gij heengaanH3212? En zij zeideH559: IkH595 ben vluchtendeH1272 van het aangezichtH6440 mijner vrouwH1404 SaraiH8297! En hij zeide: Hagar, gij, dienstmaagd van Sarai! van waar komt gij, en waar zult gij heengaan? En zij zeide: Ik ben vluchtende van het aangezicht mijner vrouw Sarai!

KJV And he said,1 Hagar,2 Sarai's4 maid,3 whence5 camest thou?7 and whither wilt thou go?9 And she said,10 I flee15 from the face11 of my mistress13 Sarai.

1 וַיֹּאמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הָגָ֞ר H1904 Hagar Hagar 3 שִׁפְחַ֥ת H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 4 שָׂרַ֛י H8297 Sarai Sarai 5 אֵֽי H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 6 מִזֶּ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 בָ֖את H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 וְאָ֣נָה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever) 9 תֵלֵ֑כִי H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 מִפְּנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 שָׂרַ֣י H8297 Sarai Sarai 13 גְּבִרְתִּ֔י H1404 vrouw, koningin lady, mistress 14 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 15 בֹּרַֽחַת H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen zeide de Engel des HEEREN tot haar: Keer weder tot uw vrouw, en verneder u onder haar handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen zeideH559 de EngelH4397 des HEERENH3068 tot haar: Keer weder totH413 uw vrouwH1404, en vernederH6031 u onderH8478 haar handenH3027. Toen zeide de Engel des HEEREN tot haar: Keer weder tot uw vrouw, en verneder u onder haar handen.

KJV And the angel3 of the LORD4 said1 unto her, Return5 to thy mistress,7 and submit8 thyself under her hands.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָהּ֙ 3 מַלְאַ֣ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 שׁ֖וּבִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 גְּבִרְתֵּ֑ךְ H1404 vrouw, koningin lady, mistress 8 וְהִתְעַנִּ֖י H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 9 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 יָדֶֽיהָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Voorts zeide de Engel des HEEREN tot haar: Ik zal uw zaad grotelijks vermenigvuldigen, zodat het vanwege de menigte niet zal geteld worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Voorts zeideH559 de EngelH4397 des HEERENH3068 tot haar: Ik zal uw zaadH2233 grotelijksH7235 vermenigvuldigenH7235, zodat het vanwege de menigteH7230 nietH3808 zal geteldH5608 worden. Voorts zeide de Engel des HEEREN tot haar: Ik zal uw zaad grotelijks vermenigvuldigen, zodat het vanwege de menigte niet zal geteld worden.

KJV And the angel3 of the LORD4 said1 unto her, I will multiply5 thy seed8 exceedingly,6 that it shall not be numbered10 for multitude.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָהּ֙ 3 מַלְאַ֣ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הַרְבָּ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 6 אַרְבֶּ֖ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 זַרְעֵ֑ךְ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 9 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִסָּפֵ֖ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 11 מֵרֹֽב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ook zeide des HEEREN Engel tot haar: Zie, gij zijt zwanger, en zult een zoon baren, en gij zult zijn naam Ismael noemen, omdat de HEERE uw verdrukking aangehoord heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ook zeideH559 des HEERENH3068 EngelH4397 totH413 haar: ZieH2009, gij zijt zwangerH2030, en zult een zoonH1121 barenH3205, en gij zult zijn naamH8034 IsmaelH3458 noemenH7121, omdatH3588 de HEEREH3068 uw verdrukkingH6040 aangehoordH8085 heeft. Ook zeide des HEEREN Engel tot haar: Zie, gij zijt zwanger, en zult een zoon baren, en gij zult zijn naam Ismael noemen, omdat de HEERE uw verdrukking aangehoord heeft.

KJV And the angel3 of the LORD4 said1 unto her, Behold,5 thou art with child,6 and shalt bear7 a son,8 and shalt call9 his name10 Ishmael;11 because the LORD14 hath heard13 thy affliction.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָהּ֙ 3 מַלְאַ֣ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הִנָּ֥ךְ H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 הָרָ֖ה H2030 zwanger, zwangere, bevrucht (be, woman) with child, conceive, [idiom] great 7 וְיֹלַ֣דְתְּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 וְקָרָ֤את H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 שְׁמוֹ֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 יִשְׁמָעֵ֔אל H3458 Ismael Ishmael 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 שָׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 עָנְיֵֽךְ H6040 ellende, verdrukking, druk afflicted(-ion), trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En hij zal een woudezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broederen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En hijH1931 zal een woudezelH6501 van een mensH120 zijn; zijn handH3027 zal tegen allenH3605 zijn, en de handH3027 van allenH3605 tegen hem; en hij zal wonenH7931 voor het aangezichtH6440 van alH3605 zijn broederenH251. En hij zal een woudezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broederen.

KJV And he will be a wild3 man;4 his hand5 will be against every man, and every man's hand7 against him; and he shall dwell14 in the presence11 of all his brethren.

1 וְה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 יִהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 פֶּ֣רֶא H6501 woudezel, woudezels, woudezelen wild (ass) 4 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 בַכֹּ֔ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 וְיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 בּ֑וֹ 10 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 אֶחָ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 יִשְׁכֹּֽן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens! want zij zeide: Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij noemdeH7121 den NaamH8034 des HEERENH3068, Die totH413 haar sprakH1696: GijH859, GodH410 des aanziensH7210! wantH3588 zij zeideH559: Heb ik ookH1571 hierH1988 gezienH7200 naar Dien, Die mij aanzietH7210? En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens! want zij zeide: Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet?

KJV And she called1 the name2 of the LORD3 that spake4 unto her, Thou God7 seest me:8 for she said,10 Have I also here12 looked13 after him14 that seeth me?

1 וַתִּקְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 שֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 הַדֹּבֵ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 אֵלֶ֔יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 אֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 8 רֳאִ֑י H7210 aanzien, aanziens, aanziet gazingstock, look to, (that) see(-th) 9 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אָֽמְרָ֗ה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 הֲגַ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 12 הֲלֹ֛ם H1988 hier here, hither(-(to)), thither 13 רָאִ֖יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 15 רֹאִֽי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarom noemde men dien put, den put Lachai-Roi; ziet, hij is tussen Kades en tussen Bered.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DaaromH3651 noemdeH7121 men dien put, den put Lachai-RoiH2416; zietH2009, hij is tussenH996 KadesH6946 en tussenH996 BeredH1260. Daarom noemde men dien put, den put Lachai-Roi; ziet, hij is tussen Kades en tussen Bered.

Ook in dit vers putH875 putH883

KJV Wherefore the well4 was called3 Beerlahairoi;5 behold, it is between Kadesh10 and Bered.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 קָרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 לַבְּאֵ֔ר H875 put, puts, waterput pit, well 5 בְּאֵ֥ר H883 put Beer-lahai-roi 6 לַחַ֖י H883 put Beer-lahai-roi 7 רֹאִ֑י H883 put Beer-lahai-roi 8 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 בֵין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 קָדֵ֖שׁ H6946 Kades Kadesh. Compare H6947 (קָדֵשׁ בַּרְנֵעַ) 11 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 בָּֽרֶד H1260 Bered Bered

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hagar baarde Abram een zoon; en Abram noemde den naam zijns zoons, die Hagar gebaard had, Ismael.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En HagarH1904 baardeH3205 AbramH87 een zoonH1121; en AbramH87 noemdeH7121 den naamH8034 zijns zoonsH1121, dieH834 HagarH1904 gebaardH3205 had, IsmaelH3458. En Hagar baarde Abram een zoon; en Abram noemde den naam zijns zoons, die Hagar gebaard had, Ismael.

KJV And Hagar2 bare1 Abram3 a son:4 and Abram6 called5 his son's8 name,7 which Hagar11 bare,10 Ishmael.

1 וַתֵּ֧לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 הָגָ֛ר H1904 Hagar Hagar 3 לְאַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 4 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וַיִּקְרָ֨א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 אַבְרָ֧ם H87 Abram, Abrams Abram 7 שֶׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 בְּנ֛וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 יָלְדָ֥ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 11 הָגָ֖ר H1904 Hagar Hagar 12 יִשְׁמָעֵֽאל H3458 Ismael Ishmael
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Abram was zes en tachtig jaren oud, toen Hagar Ismael aan Abram baarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En AbramH87 was zesH8337 en tachtigH8084 jarenH8141 oudH1121, toen HagarH1904 IsmaelH3458 aan AbramH87 baardeH3205. En Abram was zes en tachtig jaren oud, toen Hagar Ismael aan Abram baarde.

KJV And Abram1 was fourscore3 and six5 years4 old,2 when Hagar8 bare7 Ishmael10 to Abram.

1 וְאַבְרָ֕ם H87 Abram, Abrams Abram 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שְׁמֹנִ֥ים H8084 tachtig, tachtigste, tweehonderd eighty(-ieth), fourscore 4 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 וְשֵׁ֣שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 6 שָׁנִ֑ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 7 בְּלֶֽדֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 הָגָ֥ר H1904 Hagar Hagar 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 יִשְׁמָעֵ֖אל H3458 Ismael Ishmael 11 לְאַבְרָֽם H87 Abram, Abrams Abram
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 16:1 Galaten 4:24 Genesis 12:16 Genesis 15:2 Genesis 21:21 Lukas 1:36 Lukas 1:7 Genesis 21:9 Genesis 25:21
Genesis 16:2 Genesis 17:16 Genesis 30:9 Genesis 18:10 Genesis 30:2 Psalmen 127:3 Genesis 3:12 Ruth 4:11 Exodus 21:4
Genesis 16:3 Genesis 16:5 Genesis 12:4 Genesis 30:4 2 Samuël 5:13 Genesis 30:9 1 Koningen 11:3 Galaten 4:25 Genesis 25:6
Genesis 16:4 Spreuken 30:20 Spreuken 30:23 2 Samuël 6:16 1 Korinthe 13:4 1 Samuël 1:6 1 Korinthe 4:6
Genesis 16:5 Genesis 31:53 Exodus 5:21 1 Samuël 24:12 Lukas 10:40 Psalmen 35:23 Psalmen 43:1 Psalmen 7:8 2 Kronieken 24:22
Genesis 16:6 Psalmen 106:41 Spreuken 15:17 Genesis 24:10 Spreuken 15:1 Spreuken 29:19 1 Petrus 3:7 Genesis 13:8 Exodus 2:15
Genesis 16:7 Genesis 25:18 Exodus 15:22 Genesis 22:11 Genesis 31:11 Genesis 20:1 1 Samuël 15:7 Genesis 22:15 Genesis 21:17
Genesis 16:8 Genesis 3:9 Genesis 4:10 Prediker 10:4 1 Timotheüs 6:1 Jeremia 2:17 Genesis 16:4 Genesis 16:1 1 Samuël 26:19
Genesis 16:9 Prediker 10:4 1 Petrus 2:18 Titus 2:9 Efeze 5:21 1 Petrus 5:5 Efeze 6:5
Genesis 16:10 Genesis 17:20 Genesis 21:13 Genesis 22:15 Genesis 25:12 Johannes 1:18 Richteren 6:11 Genesis 21:18 Genesis 21:16
Genesis 16:11 Exodus 3:7 Exodus 2:23 Lukas 1:13 Exodus 3:9 1 Samuël 1:20 Lukas 1:63 Genesis 17:19 Psalmen 22:24
Genesis 16:12 Genesis 25:18 Job 39:5 Genesis 21:20 Genesis 27:40 Job 11:12
Genesis 16:13 Genesis 32:30 Psalmen 139:1 Spreuken 15:3 Spreuken 5:21 Richteren 6:24 Genesis 16:9 Exodus 34:5 Genesis 31:42
Genesis 16:14 Numeri 13:26 Genesis 24:62 Genesis 25:11 Genesis 21:31 Genesis 14:7
Genesis 16:15 Genesis 25:12 Genesis 37:27 Genesis 16:11 Genesis 17:18 Galaten 4:22 Genesis 21:9 1 Kronieken 1:28 Genesis 17:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 16 vers 2

toegesloten, Dat is, onvruchtbaar gemaakt. Verg. onder, hoofdstuk Gen. 20:18.

Hertaald: toegesloten, Dat is: onvruchtbaar gemaakt. Vergelijk Gen. 20:18.

ga toch Zie boven Gen. 6:4; zo ook onder vs.4. Sarai aan eigen lijfsvrucht wanhopende, en nochtans naar het beloofde zaad hartelijk verlangende, vergeet zichzelve zover, dat zij, zonder God te vragen, haar man raadt door dit middel, dat wel in dien tijd algemeen, maar tegen de eerste instelling des huwelijks strijdig was, de vervulling van Gods belofte te verzoeken.

Hertaald: ga toch Zie Gen. 6:4; zo ook in vers 4. Sarai, wanhopend aan haar eigen vruchtbaarheid maar toch vurig verlangend naar het beloofde nageslacht, vergeet zichzelf zover dat zij, zonder God te raadplegen, haar man aanraadt om via een middel dat weliswaar in die tijd algemeen gebruikelijk was, maar tegen de oorspronkelijke instelling van het huwelijk inging, de vervulling van Gods belofte te bespoedigen.

misschien Zo deed dan Sarai dit om te beproeven of Abram uit Hagar een zoon zou bekomen, dien zij voor haar eigen mocht houden, als uit hare maagd in haar huis haar geboren. Zie onder Gen. 30:3; Ex. 21:4.

Hertaald: misschien Sarai deed dit om te kijken of Abram uit Hagar een zoon zou krijgen die zij als de hare kon beschouwen, alsof deze uit haar dienstmaagd in haar eigen huis geboren was. Zie Gen. 30:3; Ex. 21:4.

gebouwd De manier van spreken, bouwen, of het huis bouwen, vindt men ook onder, Gen. 30:3; Ruth 4:11; Deut. 25:9; zij betekent het geslacht onderhouden en uitbreiden.

Hertaald: gebouwd De uitdrukking 'bouwen', of 'het huis bouwen', komt ook voor in Gen. 30:3; Ruth 4:11; Deut. 25:9; het betekent het nageslacht onderhouden en uitbreiden.

Abram hoord Abram, zonder God, wiens belofte dit aanging, eens te vragen, laat zich van Sarai, niet door onkuisen lust, maar om de redenen die zij voortbracht, en die hem mede ter harte gingen, overreden; te meer, omdat het hem nog verborgen was, of het beloofde zaad hem uit Sarai, of uit een andere zou geboren worden.

Hertaald: Abram hoord Abram, zonder God — wiens belofte dit toch betrof — te raadplegen, laat zich door Sarai overreden, niet uit onkuise begeerte maar vanwege de redenen die zij aandroeg en die hem ook raakten; temeer omdat het hem nog onbekend was of het beloofde nageslacht uit Sarai of uit een ander zou geboren worden.

Genesis 16 vers 3

ten einde Te weten, nadat hij uit Haran gescheiden, en in het land Kanaän gekomen was.

Hertaald: ten einde Namelijk: nadat hij uit Haran vertrokken en in het land Kanaän aangekomen was.

zij gaf Misbruikende de macht [die zij overigens had] over haar dienstmaagd en het lichaam van haar man, 1 Kor. 7:4.

Hertaald: zij gaf Door misbruik te maken van de macht [die zij overigens had] over haar dienstmaagd en het lichaam van haar man, 1 Kor. 7:4.

hem tot Versta, ene vrouw, zijnde van minder waardigheid dan de eerste, daar Hagar dienstmaagd en onder het gebied van haar vrouwe Sarai bleef, vs.4, 8,9. Zie voorts van dusdanige bijvrouwen onder Gen. 25:6, en Gen. 30:3, Gen. 30:9. Omtrent de geestelijke beduiding van dit huwelijk, zie Gal. 4:22, enz.

Hertaald: hem tot Namelijk: een vrouw van mindere rang dan de eerste, aangezien Hagar dienstmaagd bleef, onder het gezag van haar meesteres Sarai, vers 4, 8, 9. Zie verder over dergelijke bijvrouwen Gen. 25:6, en Gen. 30:3, Gen. 30:9. Over de geestelijke betekenis van dit huwelijk, zie Gal. 4:22, enz.

Genesis 16 vers 4

veracht in Hebr. licht, dat is, klein geacht.

Hertaald: veracht in Hebreeuws: licht, dat is: gering geacht.

Genesis 16 vers 5

Mijn ongelijk Dat is, het ongelijk, dat mij wordt aangedaan. Dit heeft Sarai gesproken uit ongeduld.

Hertaald: Mijn ongelijk Dat is: het onrecht dat mij wordt aangedaan. Dit zei Sarai uit ongeduld.

is op u; Of, om u, om uwentwille, het is u toe te rekenen, omdat gij wel merkt dat Hagar mij versmaadt, en gij haar daarover niet bestraft.

Hertaald: is op u; Of: om u, om uwentwil, het is aan u toe te rekenen, omdat u wel merkt dat Hagar mij versmaadt, en u haar daarover niet bestraft.

HEERE Uit zwakheid beveelt zij de zaad aan Gods oordeel, mits Hij straffe dengene die ongelijk heeft, zo hij daarin niet voorziet. Vergelijk 1 Sam. 24:13, 1 Sam. 24:16.

Hertaald: HEERE Uit zwakheid legt zij de zaak aan Gods oordeel voor, opdat Hij degene die ongelijk heeft zou straffen, als hij het zelf niet zou rechtzetten. Vergelijk 1 Sam. 24:13, 1 Sam. 24:16.

Genesis 16 vers 6

in uw hand Dat is, in uw geweld, onder uw gebied of macht, gelijk ook, Gen. 24:10, en hoofdstuk Gen. 39:4, Gen. 39:6, Gen. 39:8; Num. 31:49; Joz. 9:25; 1 Sam. 14:48; 2 Kon. 8:20. Abram wil zeggen: Ofschoon ik haar tot een tweede vrouw genomen heb, zo heb ik haar nochtans aan uw gebied niet onttrokken; daarom, zo zij misdoet, gebruik uw recht, als over ene die onder u staat.

Hertaald: in uw hand Dat is: in uw macht, onder uw gezag of bevoegdheid, zoals ook Gen. 24:10, en Gen. 39:4, Gen. 39:6, Gen. 39:8; Num. 31:49; Joz. 9:25; 1 Sam. 14:48; 2 Kon. 8:20. Abram bedoelt: hoewel ik haar als tweede vrouw genomen heb, heb ik haar toch niet aan uw gezag onttrokken; dus, als zij verkeerd handelt, gebruik uw recht, als over iemand die onder u staat.

Genesis 16 vers 7

de engel Dat is, het hoofd der engelen, de Heere Christus, die daarom ook HEERE genoemd wordt, vs.13, en Gen. 18:26, Gen. 18:33; Richt. 6:14, en Richt. 13:19, Richt. 13:22.

Hertaald: de engel Dat is: het hoofd van de engelen, de Heere Christus, die daarom ook HEERE genoemd wordt, vers 13, en Gen. 18:26, Gen. 18:33; Richt. 6:14, en Richt. 13:19, Richt. 13:22.

vond haar Dit woordje drukt uit het wakende oog des Heeren over deze dwalende en bedroefde Hagar.

Hertaald: vond haar Dit woordje drukt het wakende oog van de HEERE uit over deze dwalende en bedroefde Hagar.

Sur Hebr. Schur. Vanwaar men ging naar Egypte, waarvan zij was; zie onder Gen. 25:18; Ex. 15:22; en 1 Sam. 15:7.

Hertaald: Sur Hebreeuws: Schur. Vanwaar men naar Egypte ging, waar zij vandaan was; zie Gen. 25:18; Ex. 15:22; en 1 Sam. 15:7.

Genesis 16 vers 10

Ik zal uw Hier wordt den engel een Goddelijk werk toegeschreven, waaruit men verstaan kan, dat hij niet een schepsel, maar de Schepper zelf is.

Hertaald: Ik zal uw Hier wordt aan de engel een goddelijk werk toegeschreven, waaruit men kan begrijpen dat hij niet een schepsel, maar de Schepper zelf is.

grotelijks Hebr. vermenigvuldigende vermenigvuldigen. Deze lichamelijke zegen is te onderscheiden van den geestelijken, welke bleef bij het zaad der belofte.

Hertaald: grotelijks Hebreeuws: vermenigvuldigend vermenigvuldigen. Deze lichamelijke zegen is te onderscheiden van de geestelijke, die bij het zaad van de belofte bleef.

Genesis 16 vers 11

uw verdrukking Hebr. naar uw ellende gehoord heeft.

Hertaald: uw verdrukking Hebreeuws: naar uw ellende gehoord heeft.

Genesis 16 vers 12

woudezel Dat is een wild, woest mens, gelijk een wilde of woudezel, daaronder begrepen dat hij zou zijn een onversaagd en vreeslijk krijgsman. Zie onder, hoofdstuk Gen. 21:20.

Hertaald: woudezel Dat is: een wild, woest mens, zoals een wilde of woudezel, waarmee bedoeld wordt dat hij een onversaagd en gevreesd krijgsman zou zijn. Zie Gen. 21:20.

zijn hand zal Dat is, tot vechten en oorlogen zal hij ieder tergen, en zal ook daarom door anderen getergd worden. Versta dit niet alleen van zijn persoon, maar ook van zijn nakomelingen.

Hertaald: zijn hand zal Dat is: tot vechten en oorlogvoeren zal hij iedereen tarten, en zal daarom ook door anderen getart worden. Dit slaat niet alleen op zijn persoon, maar ook op zijn nakomelingen.

en hij zal wonen De zin is, dat hij de grenzen zijner woning wijd en breed zou uitspreiden, tot onder zijn maagschap, die hij niet zou vrezen, maar haar stoutelijk het aangezicht bieden. Zie onder, Gen. 25:18.

Hertaald: en hij zal wonen De betekenis is dat hij de grenzen van zijn woongebied wijd en breed zou uitspreiden, zelfs tegenover zijn verwanten, die hij niet zou vrezen maar vrijmoedig zou trotseren. Zie Gen. 25:18.

Genesis 16 vers 13

naam des HEEREN, Hier wordt de voornoemde engel uitdrukkelijk JHWH, de HEERE, genoemd. Verg. boven vs.7.

Hertaald: naam des HEEREN, Hier wordt de eerder genoemde engel uitdrukkelijk JHWH, de HEERE, genoemd. Vergelijk vers 7.

Gij God Dat is, die alle dingen ziet, en mij nu ook in deze mijn zware ellende ten goede aangezien hebt, mij op den rechten weg helpende en vertroostende.

Hertaald: Gij God Dat is: die alles ziet, en mij nu ook in deze zware ellende goedgunstig hebt aangezien, mij op de rechte weg helpend en vertroostend.

Heb ik ook Dat is, is het geen wonder, dat ik hier nu nog het licht aanschouw, en in het leven ben, nadat Hij mij verschenen is, die naar mij in dezen mijn bedrukten staat omgezien heeft? Zij meende dat zij sterven zou, omdat zij den Heere gezien had. Verg. onder Gen. 32:30; Ex. 24:11; Richt. 13:22.

Hertaald: Heb ik ook Dat is: is het geen wonder dat ik hier nu nog leef, nadat Hij aan mij verschenen is, die naar mij in mijn benarde toestand omgezien heeft? Zij dacht dat zij zou sterven, omdat zij de HEERE gezien had. Vergelijk Gen. 32:30; Ex. 24:11; Richt. 13:22.

Genesis 16 vers 14

Lachai-Róï; Dat is, des levenden die mij ziet. Zij noemde den put naar zichzelve, omdat zij in het leven gebleven was, nadat zij den Heere gezien had; en ook naar den Heere, omdat Hij haar gunstig aangezien had; doch anderen menen dat beide benamingen op God zien, die leeft en alles ziet.

Hertaald: Lachai-Róï; Dat is: van de Levende die mij ziet. Zij noemde de put naar zichzelf, omdat zij in leven gebleven was nadat zij de HEERE gezien had, en ook naar de HEERE, omdat Hij haar genadig had aangezien; anderen menen echter dat beide namen op God slaan, die leeft en alles ziet.

Kades Zie boven Gen. 14:7, en de aant.

Hertaald: Kades Zie Gen. 14:7, en de aantekening daar.

Genesis 16 vers 15

Ismaël. Ontwijfelbaar door Hagar onderricht zijnde, dat God den naam van het kind aldus genoemd had; zie vs.11.

Hertaald: Ismaël. Ongetwijfeld doordat Hagar verteld had dat God het kind zo genoemd had; zie vers 11.

Genesis 16 vers 16

was zes en tachtig Hebr. een zoon van tachtig jaren en zes jaren, alzo in het eerste Gen. 17:1, van het volgende hoofdstuk.

Hertaald: was zes en tachtig Hebreeuws: een zoon van tachtig jaar en zes jaar, zo ook in het begin van Gen. 17:1, het volgende hoofdstuk.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram  — verheven vader

De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).

Sarai  — mijn vorstin

De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.

Hagar  — vlucht; ook wel: vreemdelinge

De Egyptische slavin van Sarai, die haar aan Abram tot bijvrouw gaf omdat zijzelf onvruchtbaar was (Gen. 16:1-3). Toen zij zwanger was, werd zij hoogmoedig tegen haar meesteres en vluchtte na Sarais hardheid de woestijn in, waar de Engel des HEEREN haar bij een waterbron aantrof en haar beval terug te keren, met de belofte dat haar zoon een zeer talrijk nageslacht zou krijgen. Later, na de geboorte van Izak, werd zij met haar zoon Ismaël definitief weggezonden (Gen. 21).

Ismaël  — God hoort

De zoon van Abram en Hagar, geboren toen Abram zesentachtig jaar oud was (Gen. 16:15-16). Zijn naam verwijst naar de woorden van de Engel tot Hagar: 'de HEERE heeft uw verdrukking aangehoord.' Hij groeide op als een 'woudezel van een mens', werd op dertienjarige leeftijd besneden (Gen. 17:25), en werd, na de geboorte van Izak, met zijn moeder weggezonden. Hij vestigde zich in de woestijn Paran en werd de stamvader van twaalf vorsten, de Ismaëlieten.

Kanaän  — onderworpene, vernederde

De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte  — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — een tweevoudsvorm (dual) in het Hebreeuws, die wijst op de twee natuurlijke delen van het land: Beneden-Egypte (de Delta) en Boven-Egypte

Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, begrensd door de Middellandse Zee in het noorden, Palestina/Arabië en de Rode Zee in het oosten, Nubië in het zuiden en de grote woestijn in het westen; het bewoonbare land beperkt zich vrijwel geheel tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.

Geschiedenis: Een van de oudste beschaafde koninkrijken die de geschiedenis kent, wiens taal (in zijn laatste vorm het Koptisch) van verre verwant is aan de Semitische talen. In Genesis 12 vlucht Abram, gedreven door hongersnood, naar Egypte; hij wordt er gastvrij ontvangen, maar dit gaat gepaard met gevaar voor de eer van zijn vrouw Sarai, die de farao naar zijn hof laat halen (Gen. 12:10-20) — een patroon dat zich later, in andere vorm, herhaalt in de geschiedenis van Jozef en van het volk Israël in de tijd van de uittocht.

Bijbelse betekenis: Door de hele Bijbel heen vervult Egypte een dubbele rol: het is zowel een toevluchtsoord in tijden van nood als een plaats van verdrukking waaruit God Zijn volk moet uitleiden — een spanning die al hier, bij Abram, voor het eerst zichtbaar wordt.

Gen. 12:10-20; en talrijke latere verwijzingen door de hele Schrift heen

Sur  — Hebreeuws voor "muur"; verwijst mogelijk naar de bergwand van het Tih-plateau, die vanaf de kustvlakte gezien als een muur oprijst

Ligging: Een woestijn ten oosten van de Golf van Suez, tegenover Egypte, op de weg naar Assyrië (Gen. 25:18).

Geschiedenis: Hierheen vluchtte Hagar, de Egyptische slavin van Sarai, toen zij voor haar meesteres wegvluchtte; onderweg, bij een bron "op de weg naar Sur", ontmoette de Engel des HEEREN haar (Gen. 16:7). Abraham woonde later "tussen Kades en Sur" (Gen. 20:1). Na de doortocht door de Schelfzee trokken de Israëlieten de woestijn Sur in, die zich drie dagreizen ver naar het zuiden uitstrekte (Ex. 15:22).

Bijbelse betekenis: De plaats waar Hagar, gevlucht en radeloos, als eerste mens in de Bijbel de HEERE een naam geeft: "Gij, God, ziet mij" — een aanwijzing dat Gods zorg zich ook uitstrekt tot wie buiten het verbondsvolk lijkt te vallen.

Gen. 16:7; 20:1; 25:18; Ex. 15:22; 1 Sam. 15:7; 27:8

Beer-Lahai-Roi  — Hebreeuws beër lachai roï, "put van de Levende, Die mij ziet" — de naam die Hagar zelf aan de bron gaf, nadat zij daar de HEERE "Gij, God, ziet mij" had genoemd

Ligging: Een bron in de woestijn, "op de weg naar Sur", gelegen tussen Kades en Bered, in het Zuiderland (Negeb).

Geschiedenis: Hier verscheen de Engel des HEEREN aan de gevluchte Hagar met de belofte dat haar nageslacht zeer talrijk zou worden en dat haar zoon Ismaël genoemd zou worden (Gen. 16:7-14). Later woonde Izak een tijd in de omgeving van deze bron (Gen. 24:62; 25:11).

Bijbelse betekenis: De plaats waar voor het eerst in de Schrift een mens de HEERE een naam geeft, als antwoord op de ervaring gezien en gekend te zijn door God in de diepste verlatenheid.

Gen. 16:7-14; 24:62; 25:11

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen functie

De God Die haar zag in de woestijn — 16:7-14

Hagar is de eerste mens in de Bijbel die wegloopt. Zij is een Egyptische slavin in het huis van Abram. Zij draagt een kind dat haar meesteres zelf bedacht heeft en dat haar meesteres nu haat. En zij slaat de woestijn in langs de weg naar Sur — de weg terug naar Egypte. Niemand roept haar na.

Een weggelopen slavin krijgt bezoek van de Engel des HEEREN, en zij wordt de eerste mens in de Schrift die God een naam geeft.

Er staat een klein werkwoord in het zevende vers waar de kanttekening bij stilstaat: “En de Engel des HEEREN vond haar aan een waterfontein in de woestijn, aan de fontein op den weg van Sur.” Dat woordje vond drukt volgens de kanttekening het wakende oog van de HEERE uit over deze dwalende en bedroefde vrouw. Zij was voor iedereen zoek, maar niet voor Hem.

Wie is deze Engel? De kanttekening antwoordt zonder omhaal: het hoofd van de engelen, de Heere Christus, Die daarom ook HEERE genoemd wordt. Drie dingen in het hoofdstuk zelf dwingen tot die uitleg. Hij belooft haar iets dat een bode namens een ander nooit beloven kan: “Ik zal uw zaad grotelijks vermenigvuldigen.” Hier wordt aan de engel een goddelijk werk toegeschreven, merkt de kanttekening op, waaruit men kan begrijpen dat Hij geen schepsel is maar de Schepper Zelf. Hij weet bovendien wat er van het ongeboren kind worden zal. En wanneer Hagar Hem antwoordt, noemt de Schrift Hem niet langer de Engel maar de HEERE.

Dat derde is het grootste. Zij noemt Hem: “Gij, God des aanziens!” Dat wil zeggen: Hij Die alles ziet, en Die mij nu ook in deze zware ellende goedgunstig heeft aangezien. Daarna vraagt zij zich verwonderd af of zij hier werkelijk nog leeft nadat zij Hem gezien heeft, want dat had zij niet verwacht. De put draagt sindsdien haar verwondering als naam: Lachai-Roi, de put van de Levende Die mij ziet.

Hier ligt de lijn naar het Evangelie open. Johannes schrijft dat niemand ooit God gezien heeft, en dat de eniggeboren Zoon Hem ons verklaard heeft. Er is dus een zien van God waaraan een mens sterft, en er is een zien van God waardoor een mens leeft; het onderscheid tussen die twee is de Zoon. Hagar heeft die dag aan de goede kant van dat onderscheid gestaan zonder het te kunnen benoemen.

Wat Hij haar vervolgens opdraagt is opmerkelijk. Hij zegt niet dat zij verder mag lopen, maar: keer weder tot uw vrouw. Hij haalt haar niet uit haar leven weg, Hij stuurt haar erin terug met een belofte in haar handen. Zo gaat de God Die ziet om met een mens die gezien is.

  1. Genesis 16:7 — De Engel des HEEREN vindt een weggelopen slavin bij een bron in de woestijn.
  2. Genesis 16:10 — Hij belooft wat alleen God beloven kan: haar zaad te vermenigvuldigen.
  3. Genesis 16:13 — Zij noemt Hem de HEERE en geeft Hem een naam: Gij, God des aanziens.
  4. Exodus 3:2-6 — Dezelfde Engel spreekt uit het braambos als de God van Abraham, Izak en Jakob.
  5. Johannes 1:18 — Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon heeft Hem ons verklaard.
  6. Johannes 4:29 — Weer een vrouw buiten Israël, weer bij een bron, weer doorzien en niet verstoten.

In het Nieuwe Testament: Johannes 1:18; Johannes 4:29; Exodus 3:2-6; Galaten 4:24-25

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Genesis 16 niet aan om deze Engel als Christus aan te wijzen. Wat wél vaststaat is dat de Schrift Hem in vers 13 zelf de HEERE noemt, Hem een goddelijk werk toeschrijft en Hem laat spreken als God. Dat Hij daarom de Zoon is en niet de Vader, is de gevolgtrekking van de kanttekenaars uit alle plaatsen waar deze Engel optreedt. Het is dus een sterk onderbouwde uitleg en geen woordelijke uitspraak van de Schrift zelf.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 16

Genesis 16:1.KruisverwijzingenGalaten 4:24Genesis 12:16Genesis 15:2Genesis 21:21Lukas 1:36Lukas 1:7Genesis 21:9Genesis 25:21
— Doch Sarai, Abrams huisvrouw, baarde hem niet; en zij had een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar.
“En zij had een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar.” Hagar had vele jaren in het huis van Abraham gewoond. Dat was geen gering voorrecht. Terwijl de rest van de wereld nog in het heidendom verkeerde, straalde het licht van God helder in de tent van Abraham. Abraham was niet alleen zelf een aanbidder van de Allerhoogste God, maar hij droeg ook zijn hele huis op om Hem te aanbidden. Wij mogen er zeker van zijn dat er gezinsbijeenkomsten werden gehouden voor de godsdienstoefening, waarin de aartsvader zowel door onderwijs als door zijn voorbeeld de kennis van de ware God overdroeg aan allen die in zijn dienst stonden. Hij bevond zich in het middelpunt van Gods licht in de wereld, terwijl rondom hem de diepe duisternis van het heidendom heerste.

Genesis 16:6-7.KruisverwijzingenGenesis 25:18Exodus 15:22Psalmen 106:41Spreuken 15:17Genesis 24:10Spreuken 15:1Spreuken 29:191 Petrus 3:7
— En Abram zeide tot Sarai: Zie uw dienstmaagd is in uw hand; doe haar, wat goed is in uw ogen. En Sarai vernederde haar, en zij vluchtte van haar aangezicht. En de Engel des HEEREN vond haar aan een waterfontein in de woestijn, aan de fontein op den weg van Sur.
“Gij, God des aanziens!” Verdriet heeft een welsprekende stem wanneer barmhartigheid de luisteraar is. Ik meen haar daar te zien: haar ogen rood van het huilen, haar geest gebroken door de ontberingen van haar reis. Even zit zij neer om uit te rusten en weer op krachten te komen, vastbesloten niet toe te geven en nooit meer terug te keren. Maar vervolgens huivert zij opnieuw voor de duisternis die vóór haar ligt en vreest zij verder te gaan. In die toestand ontmoette God haar. In elk opzicht was zij een eenzame en verstoten vrouw. Zij had de enige plaats verlaten waar zij nog onderdak had kunnen vinden. Zij was de woestijn ingetrokken, zonder vader, zonder moeder, zonder broer of zuster die voor haar zorgden. Zij had zich afgekeerd van degenen die nog enige belangstelling voor haar hadden, en nu was zij helemaal alleen – alleen, alleen in een woestijnland, zonder een oog dat medelijden had of een hand die haar hielp. Juist onder die bijzondere omstandigheden, waarin beproeving en zonde met elkaar verweven waren, ontmoette God haar.

Genesis 16:13.KruisverwijzingenGenesis 32:30Psalmen 139:1Spreuken 15:3Spreuken 5:21Richteren 6:24Genesis 16:9Exodus 34:5Genesis 31:42
— En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens! want zij zeide: Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet?
“Gij, God, ziet mij.“ Toen drong tot haar door wat zij misschien al eerder had gehoord, maar nooit werkelijk had gevoeld. “Er is een God. God is niet een ongrijpbare Gestalte ver weg, Die niets met mij te maken heeft, maar God is hier, hier, en Hij ziet mij. God bemoeit Zich met mij – niet ver weg, niet slapend en niet blind – maar God ziet mij.” O, wat is het heerlijk wanneer die overtuiging in de ziel doorbreekt: “Ik ben niet alleen, ik sta er niet helemaal alleen voor. Er is een God, een God Die mij ziet en Zich zo met mij bezighoudt dat Hij tot mij spreekt.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content