Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 14

1 En het geschiedde in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, van Arioch, de koning van Ellasar, van Kedor-Laomer, de koning van Elam, en van Tideal, den koning der volken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeH1961 in de dagenH3117 van AmrafelH569, de koningH4428 van SinearH8152, van AriochH746, de koningH4428 van EllasarH495, van Kedor-LaomerH3540, de koningH4428 van ElamH5867, en van TidealH8413, den koningH4428 der volkenH1471; En het geschiedde in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, van Arioch, de koning van Ellasar, van Kedor-Laomer, de koning van Elam, en van Tideal, den koning der volken;

KJV And it came to pass in the days2 of Amraphel3 king4 of Shinar,5 Arioch6 king7 of Ellasar,8 Chedorlaomer9 king10 of Elam,11 and Tidal12 king13 of nations;

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בִּימֵי֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 אַמְרָפֶ֣ל H569 Amrafel Amraphel 4 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 שִׁנְעָ֔ר H8152 Sinear, Babylonisch Shinar 6 אַרְי֖וֹךְ H746 Arioch Arioch 7 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 אֶלָּסָ֑ר H495 Ellasar Ellasar 9 כְּדָרְלָעֹ֨מֶר֙ H3540 Kedor-laomer Chedorlaomer 10 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 עֵילָ֔ם H5867 Elam, Elams Elam 12 וְתִדְעָ֖ל H8413 Tideal Tidal 13 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 גּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Dat zij krijg voerden met Bera, koning van Sodom, en met Birsa, koning van Gomorra, Sinab, koning van Adama, en Semeber, koning van Zeboim, en de koning van Bela, dat is Zoar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Dat zij krijgH4421 voerdenH6213 metH854 BeraH1298, koningH4428 van SodomH5467, en metH854 BirsaH1306, koningH4428 van GomorraH6017, SinabH8134, koningH4428 van AdamaH126, en SemeberH8038, koningH4428 van ZeboimH6636, en de koningH4428 van BelaH1106, datH1931 is ZoarH6820. Dat zij krijg voerden met Bera, koning van Sodom, en met Birsa, koning van Gomorra, Sinab, koning van Adama, en Semeber, koning van Zeboim, en de koning van Bela, dat is Zoar.

KJV That these made1 war2 with3 Bera4 king5 of Sodom,6 and with Birsha8 king9 of Gomorrah,10 Shinab11 king12 of Admah,13 and Shemeber14 king15 of Zeboiim,16 and the king17 of Bela,18 which is19 Zoar.

1 עָשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 מִלְחָמָ֗ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 3 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 4 בֶּ֨רַע֙ H1298 Bera Bera 5 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 סְדֹ֔ם H5467 Sodom Sodom 7 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 בִּרְשַׁ֖ע H1306 Birsa Birsha 9 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 עֲמֹרָ֑ה H6017 Gomorra Gomorrah 11 שִׁנְאָ֣ב H8134 Sinab Shinab 12 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אַדְמָ֗ה H126 Adama Admah 14 וְשֶׁמְאֵ֨בֶר֙ H8038 Semeber Shemeber 15 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 צְבוֹיִ֔ים H6636 Zeboim, Zoboim Zeboiim, Zeboim 17 וּמֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 בֶּ֖לַע H1106 Bela Bela 19 הִיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 20 צֹֽעַר H6820 Zoar Zoar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Deze allen voegden zich samen in het dal Siddim, dat is de Zoutzee.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 DezeH428 allenH3605 voegden zich samen in het dalH6010 SiddimH7708, datH1931 is de ZoutzeeH4417. Deze allen voegden zich samen in het dal Siddim, dat is de Zoutzee.

Ook in dit vers voegden samenH2266

KJV All these were joined together3 in the vale5 of Siddim,6 which7 is the salt9 sea.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 אֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 חָֽבְר֔וּ H2266 samengevoegd, voegde, samenvoegen charm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 עֵ֖מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 6 הַשִּׂדִּ֑ים H7708 Siddim Siddim 7 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 יָ֥ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 9 הַמֶּֽלַח H4417 zout, Zoutzee salt(-pit)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Twaalf jaren hadden zij Kedor-Laomer gediend; maar in het dertiende jaar vielen zij af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 TwaalfH6240 jarenH8141 hadden zij Kedor-LaomerH3540 gediendH5647; maar in het dertiendeH7969 jaarH8141 vielenH4775 zij af. Twaalf jaren hadden zij Kedor-Laomer gediend; maar in het dertiende jaar vielen zij af.

KJV Twelve2 years3 they served4 Chedorlaomer,6 and in the thirteenth7 year9 they rebelled.

1 שְׁתֵּ֤ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 2 עֶשְׂרֵה֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 3 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 עָבְד֖וּ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כְּדָרְלָעֹ֑מֶר H3540 Kedor-laomer Chedorlaomer 7 וּשְׁלֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 8 עֶשְׂרֵ֥ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 9 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 מָרָֽדוּ H4775 wederspannig, gerebelleerd, rebelleerde rebel(-lious)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo kwam Kedor-Laomer in het veertiende jaar, en de koningen, die met hem waren, en sloegen de Refaiten in Asteroth-Karnaim, en de Zuzieten in Ham, en de Emieten in Schave-Kiriathaim;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zo kwamH935 Kedor-LaomerH3540 in het veertiendeH6240 jaarH8141, en de koningenH4428, dieH834 metH854 hem waren, en sloegenH5221 de Refaiten in Asteroth-KarnaimH6255, en de ZuzietenH2104 in HamH1990, en de EmietenH368 in Schave-KiriathaimH7741; Zo kwam Kedor-Laomer in het veertiende jaar, en de koningen, die met hem waren, en sloegen de Refaiten in Asteroth-Karnaim, en de Zuzieten in Ham, en de Emieten in Schave-Kiriathaim;

Ook in dit vers RefaietenH7497

KJV And in the fourteenth2 year3 came4 Chedorlaomer,5 and the kings6 that were with him, and smote9 the Rephaims11 in Ashteroth Karnaim,12 and the Zuzims15 in Ham,16 and the Emims18 in Shaveh Kiriathaim,

1 וּבְאַרְבַּע֩ H702 vier, vierhonderd, veertien four 2 עֶשְׂרֵ֨ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 3 שָׁנָ֜ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 כְדָרְלָעֹ֗מֶר H3540 Kedor-laomer Chedorlaomer 6 וְהַמְּלָכִים֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אִתּ֔וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 וַיַּכּ֤וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 רְפָאִים֙ H7497 Rafa, reuzen, Refaieten giant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא) 12 בְּעַשְׁתְּרֹ֣ת H6255 Asteroth-karnaim Ashtoreth Karnaim 13 קַרְנַ֔יִם H6255 Asteroth-karnaim Ashtoreth Karnaim 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַזּוּזִ֖ים H2104 Zuzieten Zuzims 16 בְּהָ֑ם H1990 Ham Ham 17 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הָֽאֵימִ֔ים H368 Emieten Emims 19 בְּשָׁוֵ֖ה H7740 Schave Shaveh 20 קִרְיָתָֽיִם H7156 Kirjathaim, Kiriathaim Kiriathaim, Kirjathaim

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de Horieten op hun gebergte Seir, tot aan het effen veld van Paran, hetwelk aan de woestijn is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de HorietenH2752 opH5921 hun gebergteH2042 SeirH8165, totH5704 aan het effen veldH352 van ParanH6290, hetwelkH834 aan de woestijnH4057 is. En de Horieten op hun gebergte Seir, tot aan het effen veld van Paran, hetwelk aan de woestijn is.

KJV And the Horites2 in their mount Seir,4 unto Elparan,6 which is by9 the wilderness.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַחֹרִ֖י H2752 Horieten, Horiet Horims, Horites 3 בְּהַרְרָ֣ם H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 שֵׂעִ֑יר H8165 Seir Seir 5 עַ֚ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 אֵ֣יל H364 El-paran 7 פָּארָ֔ן H364 El-paran 8 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הַמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarna keerden zij wederom, en kwamen tot En-Mispat, dat is Kades, en sloegen al het land der Amalekieten, en ook den Amoriet, die te Hazezon-Thamar woonde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarna keerden zij wederom, en kwamenH935 totH413 En-MispatH5880, datH1931 is KadesH6946, en sloegenH5221 alH3605 het landH7704 der AmalekietenH6003, en ookH1571 den AmorietH567, die te Hazezon-ThamarH2688 woondeH3427. Daarna keerden zij wederom, en kwamen tot En-Mispat, dat is Kades, en sloegen al het land der Amalekieten, en ook den Amoriet, die te Hazezon-Thamar woonde.

Ook in dit vers keerden wederomH7725

KJV And they returned,1 and came2 to3 Enmishpat,4 which is Kadesh,7 and smote8 all the country11 of the Amalekites,12 and also the Amorites,15 that dwelt16 in Hazezontamar.

1 וַ֠יָּשֻׁבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 וַיָּבֹ֜אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עֵ֤ין H5880 En-mispat En-mishpat 5 מִשְׁפָּט֙ H5880 En-mispat En-mishpat 6 הִ֣וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 קָדֵ֔שׁ H6946 Kades Kadesh. Compare H6947 (קָדֵשׁ בַּרְנֵעַ) 8 וַיַּכּ֕וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 9 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 שְׂדֵ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 12 הָעֲמָלֵקִ֑י H6003 Amalekieten, Amalekiet, Amalekietischen Amalekite(-s) 13 וְגַם֙ H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הָ֣אֱמֹרִ֔י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 16 הַיֹּשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 בְּחַֽצְצֹ֥ן H2688 Hazezon-thamar Hazezon-tamar 18 תָּמָֽר H2688 Hazezon-thamar Hazezon-tamar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen toog de koning van Sodom uit, en de koning van Gomorra, en de koning van Adama, en de koning van Zeboim, en de koning van Bela, dat is Zoar; en zij stelden tegen hen slagorden in het dal Siddim,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen toogH3318 de koningH4428 van SodomH5467 uit, en de koningH4428 van GomorraH6017, en de koningH4428 van AdamaH126, en de koningH4428 van ZeboimH6636, en de koningH4428 van BelaH1106, datH1931 is ZoarH6820; en zij steldenH6186 tegen hen slagordenH4421 in het dalH6010 SiddimH7708, Toen toog de koning van Sodom uit, en de koning van Gomorra, en de koning van Adama, en de koning van Zeboim, en de koning van Bela, dat is Zoar; en zij stelden tegen hen slagorden in het dal Siddim,

KJV And there went out1 the king2 of Sodom,3 and the king4 of Gomorrah,5 and the king6 of Admah,7 and the king8 of Zeboiim,9 and the king10 of Bela11 (the same12 is Zoar;)13 and they joined14 battle16 with them in the vale17 of Siddim;

1 וַיֵּצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 סְדֹ֜ם H5467 Sodom Sodom 4 וּמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 עֲמֹרָ֗ה H6017 Gomorra Gomorrah 6 וּמֶ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 אַדְמָה֙ H126 Adama Admah 8 וּמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 צְבוֹיִ֔ם H6636 Zeboim, Zoboim Zeboiim, Zeboim 10 וּמֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 בֶּ֖לַע H1106 Bela Bela 12 הִוא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 צֹ֑עַר H6820 Zoar Zoar 14 וַיַּֽעַרְכ֤וּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 15 אִתָּם֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 16 מִלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 17 בְּעֵ֖מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 18 הַשִּׂדִּֽים H7708 Siddim Siddim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Tegen Kedor-Laomer, den koning van Elam, en Tideal, den koning der volken, en Amrafel, den koning van Sinear, en Arioch, den koning van Ellasar; vier koningen tegen vijf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Tegen Kedor-LaomerH3540, den koningH4428 vanH854 ElamH5867, en TidealH8413, den koningH4428 der volkenH1471, en AmrafelH569, den koningH4428 van SinearH8152, en AriochH746, den koningH4428 van EllasarH495; vierH702 koningenH4428 tegen vijfH2568. Tegen Kedor-Laomer, den koning van Elam, en Tideal, den koning der volken, en Amrafel, den koning van Sinear, en Arioch, den koning van Ellasar; vier koningen tegen vijf.

KJV With Chedorlaomer2 the king3 of Elam,4 and with Tidal5 king6 of nations,7 and Amraphel8 king9 of Shinar,10 and Arioch11 king12 of Ellasar;13 four14 kings15 with five.

1 אֵ֣ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 2 כְּדָרְלָעֹ֜מֶר H3540 Kedor-laomer Chedorlaomer 3 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עֵילָ֗ם H5867 Elam, Elams Elam 5 וְתִדְעָל֙ H8413 Tideal Tidal 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 8 וְאַמְרָפֶל֙ H569 Amrafel Amraphel 9 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 שִׁנְעָ֔ר H8152 Sinear, Babylonisch Shinar 11 וְאַרְי֖וֹךְ H746 Arioch Arioch 12 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אֶלָּסָ֑ר H495 Ellasar Ellasar 14 אַרְבָּעָ֥ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 15 מְלָכִ֖ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 17 הַחֲמִשָּֽׁה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Het dal nu van Siddim was vol lijmputten; en de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten, en vielen aldaar; en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Het dalH6010 nu van SiddimH7708 was volH875 lijmputtenH875; en de koningenH4428 van SodomH5467 en GomorraH6017 vluchttenH5127, en vielenH5307 aldaarH8033; en de overgeblevenenH7604 vluchttenH5127 naar het gebergteH2022. Het dal nu van Siddim was vol lijmputten; en de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten, en vielen aldaar; en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte.

KJV And the vale1 of Siddim2 was full of slimepits;3 and the kings7 of Sodom8 and Gomorrah9 fled,6 and fell10 there; and they that remained12 fled14 to the mountain.

1 וְעֵ֣מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 2 הַשִׂדִּ֗ים H7708 Siddim Siddim 3 בֶּֽאֱרֹ֤ת H875 put, puts, waterput pit, well 4 בֶּאֱרֹת֙ H875 put, puts, waterput pit, well 5 חֵמָ֔ר H2564 lijm slime(-pit) 6 וַיָּנֻ֛סוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 7 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 סְדֹ֥ם H5467 Sodom Sodom 9 וַעֲמֹרָ֖ה H6017 Gomorra Gomorrah 10 וַיִּפְּלוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 11 שָׁ֑מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 וְהַנִּשְׁאָרִ֖ים H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 13 הֶ֥רָה H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 14 נָּֽסוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij namen al de have van Sodom en Gomorra, en al hun spijze, en trokken weg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij namenH3947 alH3605 de haveH7399 van SodomH5467 en GomorraH6017, en alH3605 hun spijzeH400, en trokken wegH3212. En zij namen al de have van Sodom en Gomorra, en al hun spijze, en trokken weg.

KJV And they took1 all the goods4 of Sodom5 and Gomorrah,6 and all their victuals,9 and went their way.

1 וַ֠יִּקְחוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 רְכֻ֨שׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 5 סְדֹ֧ם H5467 Sodom Sodom 6 וַעֲמֹרָ֛ה H6017 Gomorra Gomorrah 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אָכְלָ֖ם H400 spijze, spijs, eten eating, food, meal(-time), meat, prey, victuals 10 וַיֵּלֵֽכוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ook namen zij Lot, den zoon van Abrams broeder, en zijn have, en trokken weg; want hij woonde in Sodom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Ook namenH3947 zij LotH3876, den zoonH1121 van AbramsH87 broederH251, en zijn haveH7399, en trokken wegH3212; want hijH1931 woondeH3427 in SodomH5467. Ook namen zij Lot, den zoon van Abrams broeder, en zijn have, en trokken weg; want hij woonde in Sodom.

KJV And they took1 Lot,3 Abram's8 brother's7 son,6 who dwelt11 in Sodom,12 and his goods,5 and departed.

1 וַיִּקְח֨וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 ל֧וֹט H3876 Lot, Lots Lot 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 רְכֻשׁ֛וֹ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 אֲחִ֥י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 אַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 9 וַיֵּלֵ֑כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 וְה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 יֹשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 בִּסְדֹֽם H5467 Sodom Sodom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen kwam er een, die ontkomen was, en boodschapte het aan Abram, den Hebreer, die woonachtig was aan de eikenbossen van Mamre, den Amoriet, broeder van Eskol, en broeder van Aner, welke Abrams bondgenoten waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen kwamH935 er een, die ontkomenH6412 was, en boodschapteH5046 hetH1931 aan AbramH87, den HebreerH5680, die woonachtigH7931 was aan de eikenbossenH436 van MamreH4471, den AmorietH567, broederH251 van EskolH812, en broederH251 van AnerH6063, welke AbramsH87 bondgenotenH1167 waren. Toen kwam er een, die ontkomen was, en boodschapte het aan Abram, den Hebreer, die woonachtig was aan de eikenbossen van Mamre, den Amoriet, broeder van Eskol, en broeder van Aner, welke Abrams bondgenoten waren.

KJV And there came1 one that had escaped,2 and told3 Abram4 the Hebrew;5 for he dwelt7 in the plain8 of Mamre9 the Amorite,10 brother11 of Eshcol,12 and brother13 of Aner:14 and these were confederate16 with Abram.

1 וַיָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַפָּלִ֔יט H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 3 וַיַּגֵּ֖ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 לְאַבְרָ֣ם H87 Abram, Abrams Abram 5 הָעִבְרִ֑י H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 6 וְהוּא֩ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 שֹׁכֵ֨ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 8 בְּאֵֽלֹנֵ֜י H436 eikenbossen, eik, Elon-thabor plain. See also H356 (אֵילוֹן) 9 מַמְרֵ֣א H4471 Mamre Mamre 10 הָאֱמֹרִ֗י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 11 אֲחִ֤י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 12 אֶשְׁכֹּל֙ H812 Eskol Eshcol 13 וַאֲחִ֣י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 עָנֵ֔ר H6063 Aner Aner 15 וְהֵ֖ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 16 בַּעֲלֵ֥י H1167 burgers, heer, man [phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of 17 בְרִית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 18 אַבְרָֽם H87 Abram, Abrams Abram
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Als Abram hoorde, dat zijn broeder gevangen was, zo wapende hij zijn onderwezenen, de ingeborenen van zijn huis, driehonderd en achttien, en hij jaagde hen na tot Dan toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Als AbramH87 hoordeH8085, datH3588 zijn broederH251 gevangenH7617 was, zo wapendeH7324 hij zijn onderwezenenH2593, de ingeborenenH3211 van zijn huisH1004, driehonderdH7969 en achttienH6240, en hij jaagdeH7291 hen na tot Dan toe. Als Abram hoorde, dat zijn broeder gevangen was, zo wapende hij zijn onderwezenen, de ingeborenen van zijn huis, driehonderd en achttien, en hij jaagde hen na tot Dan toe.

KJV And when Abram2 heard1 that his brother5 was taken captive,4 he armed6 his trained8 servants, born9 in his own house,10 three13 hundred14 and eighteen,12 and pursued15 them unto Dan.

1 וַיִּשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אַבְרָ֔ם H87 Abram, Abrams Abram 3 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 נִשְׁבָּ֖ה H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 5 אָחִ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 וַיָּ֨רֶק H7324 uittrekken, afgieten, breng [idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 חֲנִיכָ֜יו H2593 onderwezenen trained 9 יְלִידֵ֣י H3211 kinderen, ingeborene, ingeborenen (home-) born, child, son 10 בֵית֗וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 שְׁמֹנָ֤ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 12 עָשָׂר֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 13 וּשְׁלֹ֣שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 14 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 15 וַיִּרְדֹּ֖ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 16 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 דָּֽן H1835 Dan Daniel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hij verdeelde zich tegen hen des nachts, hij en zijn knechten, en sloeg ze; en hij jaagde hen na tot Hoba toe, hetwelk is ter linkerhand van Damaskus.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En hij verdeeldeH2505 zich tegenH5921 hen des nachtsH3915, hijH1931 en zijn knechtenH5650, en sloegH5221 ze; en hij jaagdeH7291 hen na totH5704 HobaH2327 toe, hetwelkH834 is ter linkerhandH8040 van DamaskusH1834. En hij verdeelde zich tegen hen des nachts, hij en zijn knechten, en sloeg ze; en hij jaagde hen na tot Hoba toe, hetwelk is ter linkerhand van Damaskus.

KJV And he divided1 himself against them, he and his servants,5 by night,3 and smote6 them, and pursued7 them unto Hobah,9 which is on the left hand11 of Damascus.

1 וַיֵּחָלֵ֨ק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 2 עֲלֵיהֶ֧ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 לַ֛יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 4 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 וַעֲבָדָ֖יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 6 וַיַּכֵּ֑ם H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 7 וַֽיִּרְדְּפֵם֙ H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 חוֹבָ֔ה H2327 Hoba Hobah 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 מִשְּׂמֹ֖אל H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 12 לְדַמָּֽשֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij bracht alle have weder, en ook Lot zijn broeder en deszelfs have bracht hij weder, als ook de vrouwen, en het volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij brachtH7725 alleH3605 haveH7399 weder, en ookH1571 LotH3876 zijn broederH251 en deszelfs haveH7399 brachtH7725 hij weder, als ookH1571 de vrouwenH802, en het volkH5971. En hij bracht alle have weder, en ook Lot zijn broeder en deszelfs have bracht hij weder, als ook de vrouwen, en het volk.

KJV And he brought back1 all the goods,4 and also brought again10 his brother8 Lot,7 and his goods,9 and the women13 also, and the people.

1 וַיָּ֕שֶׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָרְכֻ֑שׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 5 וְגַם֩ H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 ל֨וֹט H3876 Lot, Lots Lot 8 אָחִ֤יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 9 וּרְכֻשׁוֹ֙ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 10 הֵשִׁ֔יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 וְגַ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַנָּשִׁ֖ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de koning van Sodom toog uit, hem tegemoet (nadat hij wedergekeerd was van het slaan van Kedor-Laomer, en van de koningen, die met hem waren), tot het dal Schave, dat is, het dal des konings.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de koningH4428 van SodomH5467 toogH3318 uit, hem tegemoetH7125 (nadatH310 hij wedergekeerdH7725 was van het slaanH5221 van Kedor-LaomerH3540, en van de koningenH4428, die metH854 hem waren), tot het dalH6010 SchaveH7740, dat is, hetH1931 dalH6010 des koningsH4428. En de koning van Sodom toog uit, hem tegemoet (nadat hij wedergekeerd was van het slaan van Kedor-Laomer, en van de koningen, die met hem waren), tot het dal Schave, dat is, het dal des konings.

KJV And the king2 of Sodom3 went out1 to meet4 him after5 his return6 from the slaughter7 of Chedorlaomer,9 and of the kings11 that were with him, at the valley15 of Shaveh,16 which17 is the king's19 dale.

1 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 סְדֹם֮ H5467 Sodom Sodom 4 לִקְרָאתוֹ֒ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 5 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 שׁוּב֗וֹ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 מֵֽהַכּוֹת֙ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כְּדָרלָעֹ֔מֶר H3540 Kedor-laomer Chedorlaomer 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַמְּלָכִ֖ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 אִתּ֑וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 עֵ֣מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 16 שָׁוֵ֔ה H7740 Schave Shaveh 17 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 18 עֵ֥מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 19 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En MelchizedekH4442, koningH4428 van SalemH8004, bracht voortH3318 broodH3899 en wijnH3196; en hijH1931 was een priesterH3548 des allerhoogstenH5945 GodsH410. En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.

KJV And Melchizedek1 king3 of Salem4 brought forth5 bread6 and wine:7 and he was the priest9 of the most high11 God.

1 וּמַלְכִּי H4442 Melchizedek Melchizedek 2 צֶ֨דֶק֙ H4442 Melchizedek Melchizedek 3 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 שָׁלֵ֔ם H8004 Salem, behouden Salem 5 הוֹצִ֖יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 לֶ֣חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 7 וָיָ֑יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 8 וְה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 כֹהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 לְאֵ֥ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 11 עֶלְיֽוֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En hij zegendeH1288 hem, en zeideH559: GezegendH1288 zij AbramH87 GodeH410, de AllerhoogsteH5945, Die hemelH8064 en aardeH776 bezitH7069! En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!

KJV And he blessed1 him, and said,2 Blessed3 be Abram4 of the most high6 God,5 possessor7 of heaven8 and earth:

1 וַֽיְבָרְכֵ֖הוּ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 בָּר֤וּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 4 אַבְרָם֙ H87 Abram, Abrams Abram 5 לְאֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 6 עֶלְי֔וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 7 קֹנֵ֖ה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 8 שָׁמַ֥יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 9 וָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En gezegendH1288 zij de allerhoogsteH5945 GodH410, DieH834 uw vijandenH6862 in uw handH3027 geleverdH4042 heeft! En hij gafH5414 hem de tiendeH4643 van allesH3605. En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles.

KJV And blessed1 be the most high3 God,2 which hath delivered5 thine enemies6 into thy hand.7 And he gave8 him tithes

1 וּבָרוּךְ֙ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 אֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 3 עֶלְי֔וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 מִגֵּ֥ן H4042 geleverd, leveren, overleveren deliver 6 צָרֶ֖יךָ H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 7 בְּיָדֶ֑ךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וַיִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 ל֥וֹ 10 מַעֲשֵׂ֖ר H4643 tienden, tiende tenth (part), tithe(-ing) 11 מִכֹּֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En de koning van Sodom zeide tot Abram: Geef mij de zielen; maar neem de have voor u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En de koningH4428 van SodomH5467 zeideH559 totH413 AbramH87: GeefH5414 mij de zielenH5315; maar neemH3947 de haveH7399 voor u. En de koning van Sodom zeide tot Abram: Geef mij de zielen; maar neem de have voor u.

KJV And the king2 of Sodom3 said1 unto Abram,5 Give6 me the persons,8 and take10 the goods

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 סְדֹ֖ם H5467 Sodom Sodom 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אַבְרָ֑ם H87 Abram, Abrams Abram 6 תֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 לִ֣י 8 הַנֶּ֔פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 וְהָרְכֻ֖שׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 10 קַֽח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Doch Abram zeide tot den koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogste God, Die hemel en aarde bezit;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Doch AbramH87 zeideH559 totH413 den koningH4428 van SodomH5467: Ik heb mijn handH3027 opgehevenH7311 totH413 den HEEREH3068, den allerhoogsteH5945 GodH410, Die hemelH8064 en aardeH776 bezitH7069; Doch Abram zeide tot den koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogste God, Die hemel en aarde bezit;

KJV And Abram2 said1 to the king4 of Sodom,5 I have lift up6 mine hand7 unto the LORD,9 the most high11 God,10 the possessor12 of heaven13 and earth,

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 סְדֹ֑ם H5467 Sodom Sodom 6 הֲרִימֹ֨תִי H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 7 יָדִ֤י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 11 עֶלְי֔וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 12 קֹנֵ֖ה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 13 שָׁמַ֥יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 14 וָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Zo ik van een draadH2339 aan tot een schoenriemH5275 toe, ja, zoH518 ik van allesH3605, datH834 het uwe is, iets nemeH3947! opdat gij nietH3808 zegtH559: IkH589 heb AbramH87 rijkH6238 gemaakt! Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!

KJV That I will not1 take from a thread2 even to a shoelatchet,5 and that I will not6 take7 any thing that is thine, lest thou shouldest say,12 I have made14 Abram16 rich:

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 מִחוּט֙ H2339 draad, snoer cord, fillet, line, thread 3 וְעַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 שְׂרֽוֹךְ H8288 schoenriem (shoe-)latchet 5 נַ֔עַל H5275 schoenen, schoen, paar schoenen dryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s) 6 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 7 אֶקַּ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 לָ֑ךְ 11 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 תֹאמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 הֶעֱשַׁ֥רְתִּי H6238 rijk, maakt rijk, verrijkt be(-come, en-, make, make self, wax) rich, make (1 Kings 22:48 marg). See H6240 (עָשָׂר) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 אַבְרָֽם H87 Abram, Abrams Abram
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Het zij buiten mij; alleen wat de jongelingen verteerd hebben, en het deel dezer mannen, die met mij getogen zijn, Aner, Eskol en Mamre, laat die hun deel nemen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Het zij buitenH1107 mij; alleen watH834 de jongelingenH5288 verteerdH398 hebben, en het deelH2506 dezer mannenH582, dieH834 metH854 mij getogenH1980 zijn, AnerH6063, EskolH812 en MamreH4471, laatH1992 die hun deelH2506 nemenH3947! Het zij buiten mij; alleen wat de jongelingen verteerd hebben, en het deel dezer mannen, die met mij getogen zijn, Aner, Eskol en Mamre, laat die hun deel nemen!

KJV Save1 only that which3 the young men5 have eaten,4 and the portion6 of the men which went9 with10 me, Aner,11 Eshcol,12 and Mamre;13 let them14 take15 their portion.

1 בִּלְעָדַ֗י H1107 zonder, behalve, buiten beside, not (in), save, without 2 רַ֚ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אָֽכְל֣וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 הַנְּעָרִ֔ים H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 6 וְחֵ֨לֶק֙ H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 7 הָֽאֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הָלְכ֖וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 10 אִתִּ֑י H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 עָנֵר֙ H6063 Aner Aner 12 אֶשְׁכֹּ֣ל H812 Eskol Eshcol 13 וּמַמְרֵ֔א H4471 Mamre Mamre 14 הֵ֖ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 יִקְח֥וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 16 חֶלְקָֽם H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 14:1 Genesis 10:10 Genesis 11:2 Genesis 10:22 Jesaja 11:11 Jesaja 21:2 Jeremia 49:34 Daniël 1:2 Zacharia 5:11
Genesis 14:2 Genesis 13:10 Genesis 10:19 Deuteronomium 29:23 Jesaja 1:9 Jesaja 15:5 1 Samuël 13:18 Jeremia 48:34 Deuteronomium 34:3
Genesis 14:3 Deuteronomium 3:17 Numeri 34:12 Jozua 3:16 Genesis 19:24 Psalmen 107:34
Genesis 14:4 Ezechiël 17:15 Genesis 9:25
Genesis 14:5 Deuteronomium 1:4 Genesis 15:20 Deuteronomium 3:11 Deuteronomium 2:10 Jozua 13:12 1 Kronieken 14:9 Psalmen 105:27 Deuteronomium 2:20
Genesis 14:6 Deuteronomium 2:22 Genesis 21:21 Deuteronomium 2:12 Numeri 13:3 Numeri 12:16 1 Kronieken 1:38 Genesis 16:7 Habakuk 3:3
Genesis 14:7 2 Kronieken 20:2 Genesis 16:14 Genesis 20:1 Numeri 14:45 Numeri 24:20 Deuteronomium 1:19 1 Samuël 27:1 Numeri 13:26
Genesis 14:8 Genesis 19:22 Genesis 13:10 Genesis 19:20 Genesis 14:2 Genesis 14:10
Genesis 14:10 Genesis 19:17 Genesis 19:30 Genesis 11:3 Psalmen 83:10 Jeremia 48:44 Jesaja 24:18 Jozua 8:24
Genesis 14:11 Genesis 14:16 Genesis 14:21 Deuteronomium 28:35 Deuteronomium 28:31 Genesis 12:5 Deuteronomium 28:51
Genesis 14:12 Genesis 12:5 Genesis 11:27 Openbaring 18:4 Openbaring 3:19 1 Timotheüs 6:9 Job 9:23 Genesis 13:12 Jeremia 2:17
Genesis 14:13 Genesis 13:18 Genesis 14:24 Genesis 40:15 Genesis 10:16 Exodus 2:6 Exodus 2:11 Filippenzen 2:5 Numeri 21:21
Genesis 14:14 Richteren 18:29 Genesis 15:3 Prediker 2:7 Genesis 17:27 Deuteronomium 34:1 Genesis 12:5 Genesis 17:12 Spreuken 24:11
Genesis 14:15 Psalmen 112:5 1 Koningen 15:18 Deuteronomium 15:2 Handelingen 9:2 Jesaja 41:2
Genesis 14:16 Genesis 14:11 1 Samuël 30:8 1 Samuël 30:18 Genesis 12:2 Jesaja 41:2
Genesis 14:17 2 Samuël 18:18 Spreuken 14:20 1 Samuël 18:6 Hebreeën 7:1 Spreuken 19:4 Richteren 11:34
Genesis 14:18 Psalmen 110:4 Hebreeën 5:6 Hebreeën 5:10 Hebreeën 6:20 Psalmen 76:2 Handelingen 16:17 Mattheüs 26:26 Psalmen 57:2
Genesis 14:19 Genesis 14:22 Hebreeën 7:6 Mattheüs 11:25 Genesis 27:4 Genesis 49:28 Psalmen 24:1 2 Samuël 2:5 Ruth 3:10
Genesis 14:20 Genesis 28:22 Lukas 18:12 Maleachi 3:10 Genesis 24:27 Amos 4:4 2 Kronieken 31:12 Efeze 1:3 Genesis 9:26
Genesis 14:22 Exodus 6:8 Daniël 12:7 Deuteronomium 32:40 Psalmen 24:1 Openbaring 10:5 Genesis 17:1 Genesis 21:33 Genesis 21:23
Genesis 14:23 2 Koningen 5:16 Esther 9:15 2 Korinthe 12:14 Hebreeën 13:5 1 Koningen 13:8 2 Korinthe 11:9 2 Koningen 5:20
Genesis 14:24 Spreuken 3:27 Romeinen 13:7 Mattheüs 7:12 1 Korinthe 9:14 1 Timotheüs 5:18 Genesis 14:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 14 vers 1

den koning Versta onder dezen geen zo machtige of grote koningen en monarchen, als wel enigen naderhand geworden zijn; maar zulke regenten, die over enige landen of plaatsen en menigte van mensen regeerden; hetgeen blijkt daaruit, dat die vijf steden Sodom, Gomórra, enz. elk een koning gehad hebben, vs.2.

Hertaald: den koning Bedoeld worden hier geen zulke machtige, grote koningen en vorsten als later ontstonden, maar regeerders die over enkele landen of plaatsen en een aantal mensen heersten; dit blijkt uit het feit dat elk van die vijf steden — Sodom, Gomorra, enz. — een eigen koning had, vers 2.

Sinear, Zie boven Gen. 10:10.

Hertaald: Sinear, Zie Gen. 10:10.

Ellasar, Oppernoordelijk-Susan in Assyrië; verg. boven 2:11, de aantekening op den naam Havila.

Hertaald: Ellasar, Het meest noordelijke Susan in Assyrië; vergelijk de aantekening bij Gen. 2:11 over de naam Havila.

Elam, Een landschap in Perzië, genaamd Elymais, van Elam den zoon van Sem, boven Gen. 10:22.

Hertaald: Elam, Een landstreek in Perzië, Elymaïs genoemd, naar Elam de zoon van Sem, zie Gen. 10:22.

der volken; Het schijnt dat de onderdanen en krijgslieden van dezen koning uit onderscheiden natiën bestonden. Eenigen menen dat het Hebr. woord Gojim hier een naam is van zekere plaats of landschap.

Hertaald: der volken; Het lijkt erop dat de onderdanen en soldaten van deze koning uit verschillende volken bestonden. Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord Gojim hier de naam van een bepaalde plaats of streek is.

Genesis 14 vers 2

Dat zij krijg voerden Dit is de eerste oorlog in de Heilige Schrift duidelijk vermeld. Men vindt in geen andere historiën der wereld van enigen oorlog gewag gemaakt, die zo oud is als deze.

Hertaald: Dat zij krijg voerden Dit is de eerste oorlog die duidelijk in de Heilige Schrift vermeld wordt. In geen enkele andere wereldgeschiedenis wordt melding gemaakt van een oorlog die zo oud is als deze.

Sodom, Gomórra, Adama, Zebóïm, Zoar Deze vijf steden, die hier met oorlogen worden gestraft, zijn [ Zoar uitgenomen] niet lang daarna, van wege haar ondragelijke goddeloosheid, met vuur en sulfer uit den hemel verteerd.

Hertaald: Sodom, Gomórra, Adama, Zebóïm, Zoar Deze vijf steden, die hier door oorlog gestraft worden, zijn [Zoar uitgezonderd] niet lang daarna vanwege hun ondraaglijke goddeloosheid met vuur en zwavel uit de hemel verteerd.

dat is Zoar Zie boven Gen. 13:10.

Hertaald: dat is Zoar Zie Gen. 13:10.

Genesis 14 vers 3

in Anders na, of tot. Dit was de laagte, waarin de voormelde steden gelegen waren.

Hertaald: in Anders: na, of tot. Dit was de laagvlakte waarin de genoemde steden lagen.

de Zoutzee Na den ondergang dezer steden aldus genoemd, omdat die landstreek [waarin veel zout- of brakke lijmputten waren, vs.10], geworden is tot een groten stinkenden poel, ook genoemd Lacus Asphaltites. Dat is, de Pek-, of Lijm-zee, als ook de Dode-zee, omdat daarin geen dier levend kon blijven.

Hertaald: de Zoutzee Zo genoemd na de ondergang van deze steden, omdat die streek [waar veel zout- of teerputten waren, vers 10] veranderde in een grote, stinkende poel, ook Lacus Asphaltites genoemd — dat is: de Pek- of Teerzee, ook wel de Dode Zee, omdat daar geen enkel dier levend in kon blijven.

Genesis 14 vers 4

gediend; Zijnde door hem door een voorgaanden krijg, zoals het schijnt, zover bemachtigd, dat zij hem tribuut moesten geven.

Hertaald: gediend; Doordat hij hen, naar het schijnt, door een eerdere oorlog zo had onderworpen, dat zij hem schatting moesten betalen.

in het Hebr. dertien jaren, dat is, dertiende jaar, en zo ook in het volgende vs. veertien, voor het veertiende.

Hertaald: in het Hebreeuws: dertien jaren, dat is: het dertiende jaar, en zo ook verderop 'veertien' voor het veertiende.

Genesis 14 vers 5

de Refaïm Een volk, afkomstig van Kanaän. Zie onder Gen. 15:20. Anders, Reuzen; men meent dat dezen zo genoemd zijn, om hun gezonde kracht en sterkte.

Hertaald: de Refaïm Een volk, afkomstig van Kanaän. Zie Gen. 15:20. Anders: Reuzen; men meent dat zij zo genoemd werden vanwege hun gezonde kracht en sterkte.

in Asteroth-Karnáïm, Een stad over de Jordaan, ook alleen Asteroth genaamd: Deut. 1:4; Joz. 9:10, en Joz. 13:31; haar toenaam is Karnaïm, welke zij schijnt te hebben van wege haar gelegenheid.

Hertaald: in Asteroth-Karnáïm, Een stad aan de overkant van de Jordaan, ook alleen Asteroth genoemd: Deut. 1:4; Joz. 9:10, en Joz. 13:31; haar bijnaam Karnaïm lijkt zij aan haar ligging te ontlenen.

de Emim Zeker volk, hetwelk men meent dat reuzen geweest zijn.

Hertaald: de Emim Een bepaald volk, waarvan men meent dat het reuzen waren.

Schave-Kiriatháïm Een stad van de Rubenieten, naderhand in Gilead gebouwd, eerst, zoals het schijnt, genaamd Schave. Zie onder vs.17; Num. 32:17; Joz. 13:19. Anders, in het effen land.

Hertaald: Schave-Kiriatháïm Een stad van de Rubenieten, later gebouwd in Gilead, eerst, naar het schijnt, Schave genoemd. Zie vers 17; Num. 32:17; Joz. 13:19. Anders: in het effen land.

Genesis 14 vers 6

de Horieten Hebr. Chorieten, een volk, dat in Seïr woonde, gelijk ook Ezau, onder Gen. 32:3, totdat de Edomieten of Ezaus nakomelingen hen van daar verdreven hebben, onder Gen. 36:20; Deut. 2:12, Deut. 2:22.

Hertaald: de Horieten Hebreeuws: Chorieten, een volk dat in Seïr woonde, evenals later Ezau, zie Gen. 32:3, totdat de Edomieten of Ezaus nakomelingen hen daarvandaan verdreven hebben, zie Gen. 36:20; Deut. 2:12, Deut. 2:22.

Paran, Dit is de naam van een stad, het gebergte en het omliggende land. Zie Num. 13:3; Deut. 33:2; 1 Sam. 25:1; Hab. 3:3. Hiervan heeft de woestijn Paran haar naam; onder Gen. 21:21; Num. 10:12.

Hertaald: Paran, Dit is de naam van een stad, het gebergte en het omliggende land. Zie Num. 13:3; Deut. 33:2; 1 Sam. 25:1; Hab. 3:3. Hiervan heeft de woestijn Paran haar naam, zie Gen. 21:21; Num. 10:12.

Genesis 14 vers 7

En-Mispat, Ten tijde van Mozes genoemd Kades, gelegen in de woestijn Sin. Zie Num. 20:1, Num. 20:14, Num. 20:16, Num. 20:22, onderscheiden, naar eniger gevoelen, van Kades Barnea; waarvan te zien is Num. 32:8; Deut. 1:19.

Hertaald: En-Mispat, In de tijd van Mozes Kades genoemd, gelegen in de woestijn Sin. Zie Num. 20:1, Num. 20:14, Num. 20:16, Num. 20:22; volgens sommigen te onderscheiden van Kades Barnea, zie Num. 32:8; Deut. 1:19.

land der Dat is, de inwoners van het land.

Hertaald: land der Dat is: de inwoners van het land.

Amalekieten, Een volk, afkomstig van Ezau, die dit land daarna bewoond hebben. Zie onder Gen. 36:12.

Hertaald: Amalekieten, Een volk, afkomstig van Ezau, dat dit land later bewoond heeft. Zie Gen. 36:12.

Emorieter, Een der volken afkomstig van Kanaän; zie boven Gen. 10:16.

Hertaald: Emorieter, Een van de volken afkomstig van Kanaän; zie Gen. 10:16.

Hárezon-Thamar Hebr. Chatsatson, daarna genoemd Engedi; zie Joz. 15:62; 1 Sam. 24:1; 2 Kron. 20:2.

Hertaald: Hárezon-Thamar Hebreeuws: Chatsatson, later Engedi genoemd; zie Joz. 15:62; 1 Sam. 24:1; 2 Kron. 20:2.

Genesis 14 vers 10

vol lijmputten; Hebr. putten putten. Aldus wordt een woord bij de Hebreën tweemaal gesteld, om de veelheid van enig ding uit te drukken, 2 Kon. 3:16; Jer. 2:13.

Hertaald: vol lijmputten; Hebreeuws: putten putten. Zo wordt bij de Hebreeën een woord vaak herhaald om een grote hoeveelheid van iets aan te duiden, 2 Kon. 3:16; Jer. 2:13.

en vielen Een manier van spreken omtrent degenen, die omkomen in den slag, of anderszins, zie Joz. 8:24-25; Richt. 8:10; Richt. 12:6; 1 Kron. 21:14. De vallenden worden hier gesteld tegen de overgeblevenen. Anders, vielen daar in, of daar heen.

Hertaald: en vielen Een uitdrukking voor degenen die in de strijd of anderszins omkomen, zie Joz. 8:24-25; Richt. 8:10; Richt. 12:6; 1 Kron. 21:14. De gevallenen worden hier tegenover de overgeblevenen gesteld. Anders: vielen daarin, of daarheen.

Genesis 14 vers 11

have Zie boven Gen. 12:5, en onder vs.16, 21.

Hertaald: have Zie Gen. 12:5, en verderop vers 16, 21.

Genesis 14 vers 12

want hij Namel. Lot; zie boven Gen. 13:12.

Hertaald: want hij Namelijk: Lot; zie Gen. 13:12.

Genesis 14 vers 13

eikenbossen Zie boven Gen. 13:18.

Hertaald: eikenbossen Zie Gen. 13:18.

bondgenoten Hebr. Heeren des verbonds. Het woord BAAL betekent in het algemeen dengene, die wat heeft, of ook gebruikt, of die tot iets genegen is, enz. gelijk onder Gen. 37:19, Heer der dromen, die veel dromen heeft; en Gen. 49:23, Heeren der pijlen, die veel pijlen gebruiken; 2 Kon. 1:8. Heer van het haar, die veel van haar heeft; Spr. 29:22. Heer der vergrimming, die tot gramschap genegen is. Alhier, Heeren des verbonds; zijn degenen die een verbond met elkander hebben gesloten.

Hertaald: bondgenoten Hebreeuws: heren van het verbond. Het woord baäl betekent in het algemeen degene die iets heeft, of gebruikt, of tot iets geneigd is, enz.; zo betekent in Gen. 37:19 'heer der dromen' iemand die veel droomt, en in Gen. 49:23 'heren der pijlen' degenen die veel pijlen gebruiken; 2 Kon. 1:8 'heer van het haar' iemand met veel haar; Spr. 29:22 'heer der gramschap' iemand die geneigd is tot toorn. Hier: 'heren van het verbond' zijn degenen die met elkaar een verbond gesloten hebben.

Genesis 14 vers 14

broeder Dat is, zijn neef, zijns broeders Harans zoon; zie boven Gen. 11:27.

Hertaald: broeder Dat is: zijn neef, de zoon van zijn broer Haran; zie Gen. 11:27.

onderwezenen, Of, leerlingen. Het Hebr. woord betekent een, die van jongsaf in enig ding onderwezen is, zij in religie, krijgszaken, of in iets anders. Anders toegeëigenden van zijn huis.

Hertaald: onderwezenen, Of: leerlingen. Het Hebreeuwse woord betekent iemand die van jongs af aan in iets onderwezen is, hetzij in religie, krijgskunde, of iets anders. Anders: vertrouwelingen van zijn huis.

Dan toe Een stad aan den voet van het gebergte Libanon en de noordelijke grens van het land Palestina, tevoren genoemd Leschem, Joz. 19:47, of Lais, Richt. 18:27.

Hertaald: Dan toe Een stad aan de voet van het Libanongebergte en de noordelijke grens van Palestina, eerder Leschem genoemd, Joz. 19:47, of Lais, Richt. 18:27.

Genesis 14 vers 15

hij en zijn knechten, Mitsgaders het volk van Aner, Eskol en Mamre, die als bondgenoten met hem uitgetogen waren. Zie vs.24.

Hertaald: hij en zijn knechten, Samen met het volk van Aner, Eskol en Mamre, die als bondgenoten met hem uitgetrokken waren. Zie vers 24.

Damaskus Dit is de wijdvermaarde hoofdstad in Syrië. Zie Jes. 7:8, Jes. 17:1; Jer. 49:25; Hand. 9:2.

Hertaald: Damaskus Dit is de wijdvermaarde hoofdstad van Syrië. Zie Jes. 7:8, Jes. 17:1; Jer. 49:25; Hand. 9:2.

Genesis 14 vers 17

Schave, Zie boven vs.5.

Hertaald: Schave, Zie hierboven bij vers 5.

het dal Aldus genoemd van wege deze geschiedenis. Zie ook van dit dal, 2 Sam. 18:18.

Hertaald: het dal Zo genoemd vanwege deze gebeurtenis. Zie ook over dit dal, 2 Sam. 18:18.

Genesis 14 vers 18

Melchizédek, Hebr. Melchitsedek, die een voorbeeld was op Christus. Zie Ps. 110:4; Hebr. 7:1.

Hertaald: Melchizédek, Hebreeuws: Melchitsedek, die een voorbeeld van Christus was. Zie Ps. 110:4; Hebr. 7:1.

Salem, Hebr. Schalem, daarna genoemd Jeruzalem.

Hertaald: Salem, Hebreeuws: Schalem, later Jeruzalem genoemd.

bracht Om Abram te vereren en zijn vermoeid heir te verversen, en niet om God daarmede offerande te doen. Want het Hebr. woord, dat hier staat, wordt nergens in de Heilige Schrift voor offeren gebruikt.

Hertaald: bracht Om Abram te eren en zijn vermoeide leger te verkwikken, niet om daarmee aan God een offer te brengen. Want het Hebreeuwse woord dat hier staat, wordt nergens in de Heilige Schrift voor offeren gebruikt.

Genesis 14 vers 19

zegende hem, Als een priester des Allerhoogsten. Zie Hebr. 7:7.

Hertaald: zegende hem, Als priester van de Allerhoogste. Zie Hebr. 7:7.

Gezegend Dat is, van den Heere begenadigd, en met allerlei weldaden naar ziel en lichaam begaafd.

Hertaald: Gezegend Dat is: door de HEERE begunstigd, en begiftigd met allerlei weldaden naar ziel en lichaam.

Genesis 14 vers 20

gezegend Dat is, geloofd en gedankt; gelijk boven Gen. 9:26, onder Gen. 24:27.

Hertaald: gezegend Dat is: geloofd en gedankt, zoals in Gen. 9:26, en Gen. 24:27.

gaf hem Abram gaf aan Melchizedek tienden. Zie Hebr. 7:4 enz., en vergelijk dit met het volgende vs.23.

Hertaald: gaf hem Abram gaf tienden aan Melchizedek. Zie Hebr. 7:4, enz., en vergelijk dit met het volgende vers 23.

Genesis 14 vers 21

zielen; Hebr. de ziel, dat is, de mensen, of personen, of lieden. Zie boven Gen. 12:5.

Hertaald: zielen; Hebreeuws: de ziel, dat is: de mensen, of personen, of lieden. Zie Gen. 12:5.

Genesis 14 vers 22

Ik heb Dat is, Ik heb gezworen met opgeheven hand. Zie deze manier van zweren ook Ex. 6:7; Num. 14:30; Deut. 32:40; Ezech. 20:5-6; Openb. 10:5-6.

Hertaald: Ik heb Dat is: Ik heb gezworen met opgeheven hand. Zie deze manier van zweren ook Ex. 6:7; Num. 14:30; Deut. 32:40; Ezech. 20:5-6; Openb. 10:5-6.

Genesis 14 vers 23

Zo ik Dit is een afgebroken rede, bij de Hebreën zeer gebruikelijk, waardoor zij de straf, die zij verdienen, zo zij vals zweren, plegen te verzwijgen, tonende daarmede dat zij generlei straf uitnemen, maar die overlaten aan het rechtvaardig oordeel van God. Versta dan hier: Wee mij, of God doe mij dit of dat, zo ik, enz. Zie onder Gen. 26:29.

Hertaald: Zo ik Dit is een afgebroken zin, bij de Hebreeën zeer gebruikelijk, waarmee zij de straf die zij verdienen als zij vals zweren, plegen te verzwijgen — daarmee tonend dat zij zichzelf geen straf toe-eigenen, maar die overlaten aan het rechtvaardig oordeel van God. Versta hier dus: Wee mij, of: God doe mij dit of dat, als ik, enz. Zie Gen. 26:29.

Genesis 14 vers 24

Het zij Of, zonder mij, daar ik niets van het uwe zal nemen. Anderen vertalen: behalve alleen wat, enz. Zie dergelijke manier van spreken, onder Gen. 41:16.

Hertaald: Het zij Of: zonder mij, want ik zal niets van het uwe nemen. Anderen vertalen: behalve alleen wat, enz. Zie een vergelijkbare uitdrukking in Gen. 41:16.

laat Laat volgen niet alleen den jongelingen, wat zij van den roof der vijanden verteerd hebben, maar ook aan de drie mannen, wat zij daarvan nog voor hun deel zouden mogen eisen.

Hertaald: laat Laat niet alleen de jongemannen krijgen wat zij van de buit van de vijanden verteerd hebben, maar ook de drie mannen wat zij daarvan nog als hun deel zouden mogen opeisen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram  — verheven vader

De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).

Lot  — bedekking, sluier

De zoon van Haran en neef van Abram (Gen. 11:27, 31). Na de dood van zijn vader trok hij mee met zijn grootvader Terah en later met zijn oom Abram naar Kanaän. Later scheidde hij zich van Abram af en vestigde zich bij Sodom (Gen. 13), werd gevangengenomen door Kedorlaomer en door Abram bevrijd (Gen. 14), en werd ten slotte wonderlijk gered uit het brandende Sodom (Gen. 19).

Melchizédek  — koning der gerechtigheid

De koning van Salem (later Jeruzalem) en 'priester des allerhoogsten Gods', die Abram tegemoet kwam met brood en wijn toen deze terugkeerde van zijn overwinning op Kedorlaomer, en hem zegende; Abram gaf hem daarop de tiende van de buit (Gen. 14:18-20). Vanwege zijn priesterschap zonder vermelde afkomst of opvolging wordt hij in Ps. 110:4 en Hebr. 5-7 gebruikt als een voorafbeelding van het eeuwige priesterschap van Christus, 'naar de ordening van Melchizédek'.

Kedorlaomer  — handvol schoven

De koning van Elam, die met vier verbonden koningen het gebied bij de Dode Zee onderwierp en, toen de daar wonende koningen na twaalf jaar in opstand kwamen, een strafexpeditie ondernam waarbij ook Lot gevangen werd genomen. Abram achtervolgde hem met driehonderdachttien man, versloeg hem bij Dan en bevrijdde Lot met alle buit (Gen. 14).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Elam  — genoemd naar Elam, zoon van Sem (Gen. 10:22); door latere Griekse schrijvers ook "Elymaïs" of "Susiana" genoemd, naar de hoofdstad Susan

Ligging: Een laagvlakte in een inzinking van het Iraanse hoogland, ten oosten van Babylonië; het oudere, kleinere gebied lag tussen het Pusht-e-Koeh-gebergte in het westen, de Loer-bergen in het noorden en de Bachtiari-hoogten in het oosten; het latere, grotere gebied strekte zich tot aan de zee in het zuiden uit.

Geschiedenis: Reeds in Gen. 10:22 genoemd als nakomeling van Sem. Ten tijde van Abraham was Elam, onder koning Kedor-Laomer, de heersende macht in Neder-Mesopotamië, die zelfs over vorsten als Amrafel van Sinear gezag uitoefende — Kedor-Laomer trok met zijn bondgenoten ver naar het westen om de opstandige koningen van de vlakte te onderwerpen (Gen. 14).

Bijbelse betekenis: Toont dat God Abraham al vroeg in aanraking bracht met de grote wereldmachten van zijn tijd; na zijn overwinning op deze machtige koningen weigerde Abram enige buit voor zichzelf te houden (Gen. 14:22-24).

Archeologie: Opgravingen bij Susan (Susa), de hoofdstad van Elam in het huidige Iran, hebben een van de oudste steden van het Nabije Oosten blootgelegd, met een lange, grotendeels zelfstandige geschiedenis naast Babylonië en Assyrië.

Gen. 10:22; 14:1-17; Jes. 21:2; 22:6; Jer. 25:25; 49:34-39; Ez. 32:24

De Vallei van Siddim / de Zoutzee  — "Siddim" mogelijk verwant aan een woord voor "zout", gezien de zoutvlakten en asfaltputten die de vallei kenmerkten

Ligging: De vallei rond de Zoutzee (de latere Dode Zee), gelegen tussen En-Gedi en de steden van de vlakte; over de precieze ligging (noord- of zuidkant van de Dode Zee) bestaat dezelfde onenigheid als bij de steden van de vlakte zelf (zie Genesis 13).

Geschiedenis: Hier versloeg Kedor-Laomer, koning van Elam, met zijn bondgenoten de koningen van Sodom, Gomorra en de overige steden van de vlakte, die twaalf jaar aan hem onderworpen waren geweest maar in het dertiende jaar in opstand kwamen. De vallei was vol asfalt- (of leem-)putten, waarin de vluchtende koningen van Sodom en Gomorra vielen (Gen. 14:10).

Bijbelse betekenis: Het toneel van Abrams eerste optreden als bevrijder — hij achtervolgde de overwinnaars tot bij Damascus om zijn neef Lot te bevrijden, en werd bij zijn terugkeer door Melchizedek gezegend.

Gen. 14:1-11

Salem  — Hebreeuws sjalem, "vrede"

Ligging: Door zowel de joodse als de christelijke overlevering (Josephus, de Targums) van oudsher gelijkgesteld met Jeruzalem, mede op grond van Ps. 76:2, waar "Salem" parallel staat aan "Sion". Volgens Gen. 14:17 lag de plaats in de nabijheid van "het dal van Save", ook wel "het dal des konings" genoemd.

Geschiedenis: Hier kwam Melchizedek, koning van Salem en priester van God de Allerhoogste, Abram tegemoet met brood en wijn na diens overwinning op de koningen, en zegende hem; Abram gaf hem daarop de tienden van alles.

Bijbelse betekenis: Melchizedeks priesterlijk koningschap wordt in Ps. 110:4 en in Hebreeën 5-7 gebruikt als voorafschaduwing van het eeuwige priesterschap van Christus, "naar de ordening van Melchizedek".

Recente inzichten: De gelijkstelling van Salem met Jeruzalem wordt door de meeste hedendaagse geleerden nog altijd aangehouden, al hebben sommige recente onderzoekers — mede op grond van vroege Egyptische en Amarna-teksten, die Jeruzalem steevast met een langere naam aanduiden — geopperd dat het Salem uit Genesis 14 mogelijk een andere, kleinere plaats was, bijvoorbeeld in de buurt van Sichem.

Gen. 14:18-20; Ps. 76:2; Hebr. 5:6,10; 6:20-7:17

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Tienden  — het tiende deel (Hebreeuws: ma'aser)

Na zijn overwinning op de koningen die Lot gevangen hadden genomen, gaf Abram aan Melchizedek, koning van Salem en priester des allerhoogsten Gods, de tienden van alles (Gen. 14:20) — de eerste vermelding van tienden geven in de Bijbel. Later legde ook Jakob de gelofte af om God stipt de tienden te geven van alles wat Hij hem geven zou (Gen. 28:22).

Bijbelse betekenis: Het geven van tienden is in de Bijbel een uitdrukking van dankbare erkenning dat alle bezit uiteindelijk van God komt en dat Hem daarom het eerste en beste deel toekomt. Bij Abram gebeurt dit vrijwillig, nog vóór er sprake is van een wet die dit gebood.

Typologie: De Hebreeënbrief wijst op het bijzondere van dit moment: Abram, de vader der gelovigen, tiende aan Melchizedek. Diens priesterschap blijkt groter dan het latere Levitische priesterschap dat uit Abram voortkwam, en het is naar het woord van de Hebreeënbrief een beeld van het priesterschap van Christus Zelf (Hebr. 7:1-10).

Gen. 14:18-20; Gen. 28:22; Hebr. 7:1-10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Melchizedek, priester en koning tegelijk — 14:18-20

Vier hoofdstukken na de roeping van Abram, eeuwen vóór Aäron. Er is nog geen priesterschap in Israël en geen koningschap; toch verschijnt hier iemand die beide draagt.

Zonder geslachtsregister en zonder wet treedt een priester-koning op, en de Schrift maakt hem tot maat voor het priesterschap van Christus.

Abram keert terug van de slag tegen vier koningen, en onderweg komt hem iemand tegemoet over wie de Schrift verder vrijwel zwijgt. Melchizedek, koning van Salem — de kanttekening merkt op dat Salem het latere Jeruzalem is — brengt brood en wijn en zegent hem. Hij is priester des allerhoogsten Gods.

De kanttekenaars aarzelen hier niet: Melchizedek was een voorbeeld van Christus, en zij verwijzen naar Psalm 110 en Hebreeën 7. Wat maakt hem dat? Drie dingen die in Israël onmogelijk samengingen.

Ten eerste draagt hij twee ambten tegelijk. In Israël zou dat later streng gescheiden zijn: koning Uzzia die het reukoffer wilde brengen, werd melaats de tempel uitgezet. Hier staat één man die priester én koning is, en dat eeuwen vóór Aäron.

Ten tweede is hij priester zonder geslachtsregister. Voor het priesterschap van Aäron was afstamming alles; wie zijn papieren niet kon tonen, werd uit het priesterambt geweerd. Van Melchizedek vermeldt de Schrift geen vader, geen moeder en geen einde van dagen. De Hebreeënbrief bouwt daar zijn hele betoog op: niet dat hij die niet hád, maar dat de Schrift ze verzwijgt, en dat hij daardoor Gods Zoon gelijk gemaakt is.

Ten derde is hij de meerdere van Abram. Abram geeft hém de tienden, en de mindere wordt door de meerdere gezegend. De Hebreeënbrief trekt daaruit een gevolgtrekking die voor Joodse lezers verrassend was: Levi, die nog in Abrahams lendenen was, heeft in Abraham tienden gegeven aan Melchizedek. Het priesterschap van Aäron buigt zich hier dus vóór het bestaat.

Psalm 110 doet er nog een schep bovenop. Daar zweert God aan de Messias: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. Dat is geen terloopse vergelijking maar een eed. Wie uit Juda geboren wordt, kan naar de wet nooit priester zijn — tenzij er een ander priesterschap bestaat dan dat van Levi. En dat is precies wat Genesis 14 laat zien, drie verzen lang, en dan verdwijnt hij weer.

  1. Genesis 14:18 — Een priester én koning, zonder geslachtsregister.
  2. Psalm 110:4 — God zweert de Messias een priesterschap naar de ordening van Melchizedek.
  3. Hebreeën 7:3 — Hij is de Zoon van God gelijk gemaakt: zonder begin of einde van dagen.
  4. Hebreeën 7:9-10 — Levi gaf in Abraham tienden — het mindere priesterschap buigt.
  5. Hebreeën 7:24-25 — Christus heeft een onvergankelijk priesterschap en leeft altijd om te bidden.

In het Nieuwe Testament: Psalm 110:4; Hebreeën 5:6, 10; Hebreeën 7:1-17

Hoever dit reikt: De Hebreeënbrief zegt dat Melchizedek de Zoon van God GELIJK GEMAAKT is, niet dat hij de Zoon van God wás. Het zwijgen van de Schrift over zijn afkomst is daarbij het argument. Dat het brood en de wijn op het Avondmaal zouden zien, zegt de Schrift niet; de kanttekening merkt juist op dat het Hebreeuwse woord daar niet over offeren gaat.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 14

Genesis 14:17-18.KruisverwijzingenPsalmen 110:4Hebreeën 5:6Hebreeën 5:102 Samuël 18:18Hebreeën 6:20Psalmen 76:2Handelingen 16:17Mattheüs 26:26
— En de koning van Sodom toog uit, hem tegemoet (nadat hij wedergekeerd was van het slaan van Kedor-Laomer, en van de koningen, die met hem waren), tot het dal Schave, dat is, het dal des konings. En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.
  Hier ontmoeten wij iemand die zowel koning als priester was. Voor zover wij weten, was hij de enige die beide ambten tegelijk bekleedde. Daarom is hij een treffend type van die wonderlijke Koning-Priester over Wie wij lezen in Psalm 110 en in de Brief aan de Hebreeën.

Genesis 14:19-20.KruisverwijzingenGenesis 28:22Genesis 14:22Lukas 18:12Hebreeën 7:6Mattheüs 11:25Maleachi 3:10Genesis 24:27Genesis 27:4
— En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit! En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles.
Het moet voor Abraham bijzonder verkwikkend zijn geweest een geestverwant te ontmoeten, iemand die hij als zijn meerdere erkende. Hij zal ongetwijfeld vermoeid zijn geweest, al had hij de overwinning behaald. Daarom schonk de Heere hem op dat moment bijzondere verkwikking.

Geliefden, hoe zoet is het wanneer de grotere Melchizedek ons tegemoetkomt! Jezus Christus, onze grote Koning-Priester, ontmoet ons nog altijd en reikt ons brood en wijn aan. Dikwijls zijn de tekenen op Zijn tafel voor ons tot verkwikking geweest, maar hun geestelijke betekenis heeft onze ziel nog veel meer versterkt en vertroost. Er is geen voedsel te vergelijken met het brood en de wijn die onze gezegende Melchizedek ons geeft, namelijk Zijn eigen vlees en bloed.

Daarom mogen wij Hem de tienden geven van alles wat wij bezitten. Ja, wij mogen zelfs zeggen: “O Heere, neem geen tienden, maar neem alles!”

Genesis 14:21.
— En de koning van Sodom zeide tot Abram: Geef mij de zielen; maar neem de have voor u.
 Volgens het oorlogsrecht behoorden deze goederen Abraham toe als buit.

Genesis 14:22-23.KruisverwijzingenExodus 6:8Daniël 12:72 Koningen 5:16Deuteronomium 32:40Psalmen 24:1Openbaring 10:5Esther 9:15Genesis 17:1
— Doch Abram zeide tot den koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogste God, Die hemel en aarde bezit; Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!
  Soms brengt de voorzienigheid een kind van God in een zeer bijzondere positie. Ter wille van Lot moest Abraham ten strijde trekken tegen de vijanden van de koning van Sodom. Zo hebben ook wij, in de strijd voor de vrijheid van de godsdienst, soms moeten samenwerken met mensen van wie wij evenzeer verschillen als Abraham verschilde van de koning van Sodom. Toch moet voor het recht worden gestreden, onder welke omstandigheden dan ook.

Vroeg of laat komt echter het beslissende moment waarop ons ware karakter openbaar wordt. Zullen wij persoonlijk voordeel zoeken in zo’n samenwerking? Dat verwerpen wij. Wij erkennen dat zij tijdelijk noodzakelijk kan zijn, maar wij zijn er niet aan begonnen om er zelf beter van te worden.

Genesis 14:23.Kruisverwijzingen2 Koningen 5:16Esther 9:152 Korinthe 12:14Hebreeën 13:51 Koningen 13:82 Korinthe 11:92 Koningen 5:20
— Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!
 De aartsvader staat hier hoger dan de koning. Hij had recht op de gehele oorlogsbuit, maar hij wilde er niets van aannemen, uit vrees dat daardoor de eer van zijn God zou worden aangetast. Abraham wilde niets ontvangen dan wat zijn God hem gaf. Van de koning van Sodom wilde hij niets aannemen.

Ik zie deze verheven onafhankelijkheid graag terug in de gelovige. “Ik heb er recht op,” zegt hij, “maar ik zal het niet aannemen. Wat betekenen louter aardse rechten voor mij? Mijn eerste roeping is de God te eren van Wie ik ben en Die ik dien. Als het aannemen van deze buit Zijn eer zou schaden, dan zal ik nog niet eens een draad of een schoenveter aannemen.”

Genesis 14:24. KruisverwijzingenSpreuken 3:27Romeinen 13:7Mattheüs 7:121 Korinthe 9:141 Timotheüs 5:18Genesis 14:13
— Het zij buiten mij; alleen wat de jongelingen verteerd hebben, en het deel dezer mannen, die met mij getogen zijn, Aner, Eskol en Mamre, laat die hun deel nemen!
Zij hadden daar recht op. Wat wij zelf doen, verwachten wij niet altijd van anderen. Voor een dienaar van God geldt een hogere maatstaf dan voor andere mensen. Daarom kunnen wij soms zien wat anderen doen zonder hen te veroordelen, ook al zouden wij zelf niet op dezelfde wijze kunnen handelen. Als dienaren van de Heere zijn wij immers geroepen tot een hogere levenswandel.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content