Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 13

1 Alzo toog Abram op uit Egypte naar het zuiden, hij en zijn huisvrouw, en al wat hij had, en Lot met hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Alzo toogH5927 AbramH87 op uit EgypteH4714 naar het zuidenH5045, hij en zijn huisvrouwH802, en alH3605 watH834 hij had, en LotH3876 metH5973 hem. Alzo toog Abram op uit Egypte naar het zuiden, hij en zijn huisvrouw, en al wat hij had, en Lot met hem.

KJV And Abram2 went up1 out of Egypt,3 he, and his wife,5 and all that he had, and Lot9 with him, into the south.

1 וַיַּעַל֩ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 אַבְרָ֨ם H87 Abram, Abrams Abram 3 מִמִּצְרַ֜יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 ה֠וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 וְאִשְׁתּ֧וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 ל֛וֹ 9 וְל֥וֹט H3876 Lot, Lots Lot 10 עִמּ֖וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 הַנֶּֽגְבָּה H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Abram was zeer rijk, in vee, in zilver, en in goud.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En AbramH87 was zeerH3966 rijkH3513, in veeH4735, in zilverH3701, en in goudH2091. En Abram was zeer rijk, in vee, in zilver, en in goud.

KJV And Abram1 was very3 rich2 in cattle,4 in silver,5 and in gold.

1 וְאַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 2 כָּבֵ֣ד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 3 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 4 בַּמִּקְנֶ֕ה H4735 vee, bezitting, beesten cattle, flock, herd, possession, purchase, substance 5 בַּכֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 6 וּבַזָּהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hij ging, volgens zijn reizen, van het zuiden tot Beth-El toe, tot aan de plaats, waar zijn tent in het begin geweest was, tussen Beth-El, en tussen Ai;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hij gingH3212, volgens zijn reizenH4550, van het zuidenH5045 totH5704 Beth-ElH1008 toe, tot aan de plaatsH4725, waar zijnH1961 tentH168 in het beginH8462 geweest was, tussen Beth-ElH1008, en tussenH996 AiH5857; En hij ging, volgens zijn reizen, van het zuiden tot Beth-El toe, tot aan de plaats, waar zijn tent in het begin geweest was, tussen Beth-El, en tussen Ai;

KJV And he went1 on his journeys2 from the south3 even to Bethel,5 unto the place8 where his tent12 had been10 at the beginning,13 between Bethel6 and Hai;

1 וַיֵּ֨לֶךְ֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 לְמַסָּעָ֔יו H4550 reizen, tochten, dagreizen journey(-ing) 3 מִנֶּ֖גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 4 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 6 אֵ֑ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 הַמָּק֗וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הָ֨יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 שָׁ֤ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 אָֽהֳלוֹ֙ H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 13 בַּתְּחִלָּ֔ה H8462 begin, eerst, vooreerst begin(-ning), first (time) 14 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 15 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 16 אֵ֖ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 17 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 18 הָעָֽי H5857 Ai, stad, Aja Ai, Aija, Aijath, Hai
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Tot de plaats des altaars, dat hij in het eerst daar gemaakt had; en Abram heeft aldaar den Naam des HEEREN aangeroepen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 TotH413 de plaatsH4725 des altaarsH4196, datH834 hij in het eerstH7223 daarH8033 gemaaktH6213 had; en AbramH87 heeft aldaarH8033 den NaamH8034 des HEERENH3068 aangeroepenH7121. Tot de plaats des altaars, dat hij in het eerst daar gemaakt had; en Abram heeft aldaar den Naam des HEEREN aangeroepen.

KJV Unto the place2 of the altar,3 which he had made5 there at the first:7 and there Abram10 called8 on the name11 of the LORD.

1 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 מְקוֹם֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 3 הַמִּזְבֵּ֔חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 עָ֥שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 7 בָּרִאשֹׁנָ֑ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 8 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 שָׁ֛ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 10 אַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 11 בְּשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Lot, die met Abram toog, had ook schapen, en runderen, en tenten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En LotH3876, die metH854 AbramH87 toogH1980, had ookH1571 schapenH6629, en runderenH1241, en tentenH168. En Lot, die met Abram toog, had ook schapen, en runderen, en tenten.

KJV And Lot2 also, which went3 with4 Abram,5 had flocks,7 and herds,8 and tents.

1 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 לְל֔וֹט H3876 Lot, Lots Lot 3 הַהֹלֵ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 אַבְרָ֑ם H87 Abram, Abrams Abram 6 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 צֹאן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 8 וּבָקָ֖ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 9 וְאֹהָלִֽים H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En dat land droeg hen niet, om samen te wonen; want hun have was vele, zodat zij samen niet konden wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En dat landH776 droegH5375 hen nietH3808, om samenH3162 te wonenH3427; wantH3588 hun haveH7399 was veleH7227, zodat zij samenH3162 nietH3808 kondenH3201 wonenH3427. En dat land droeg hen niet, om samen te wonen; want hun have was vele, zodat zij samen niet konden wonen.

KJV And the land4 was not able to bear2 them, that they might dwell5 together:6 for their substance9 was great,10 so that they could12 not dwell13 together.

1 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 נָשָׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 אֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 לָשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 יַחְדָּ֑ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 רְכוּשָׁם֙ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 10 רָ֔ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יָֽכְל֖וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 13 לָשֶׁ֥בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 יַחְדָּֽו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En er was twist tussen de herders van Abrams vee, en tussen de herders van Lots vee. Ook woonden toen de Kanaanieten en Ferezieten in dat land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En er wasH1961 twistH7379 tussenH996 de herdersH7462 van AbramsH87 veeH4735, en tussenH996 de herdersH7462 van LotsH3876 veeH4735. Ook woondenH3427 toen de KanaanietenH3669 en FerezietenH6522 in dat landH776. En er was twist tussen de herders van Abrams vee, en tussen de herders van Lots vee. Ook woonden toen de Kanaanieten en Ferezieten in dat land.

KJV And there was a strife2 between the herdmen of Abram's6 cattle5 and the herdmen of Lot's10 cattle:9 and the Canaanite11 and the Perizzite12 dwelled14 then in the land.

1 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 רִ֗יב H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 3 בֵּ֚ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 4 רֹעֵ֣י H7473 herder, herders shipherd 5 מִקְנֵֽה H4735 vee, bezitting, beesten cattle, flock, herd, possession, purchase, substance 6 אַבְרָ֔ם H87 Abram, Abrams Abram 7 וּבֵ֖ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 8 רֹעֵ֣י H7473 herder, herders shipherd 9 מִקְנֵה H4735 vee, bezitting, beesten cattle, flock, herd, possession, purchase, substance 10 ל֑וֹט H3876 Lot, Lots Lot 11 וְהַֽכְּנַעֲנִי֙ H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 12 וְהַפְּרִזִּ֔י H6522 Ferezieten, Fereziet Perizzite 13 אָ֖ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 14 יֹשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 15 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Abram zeide tot Lot: Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u, en tussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En AbramH87 zeideH559 totH413 LotH3876: LaatH1961 tochH4994 geenH408 twistingH4808 zijn tussenH996 mij en tussenH996 u, en tussenH996 mijn herdersH7462 en tussenH996 uw herdersH7462; wantH3588 wij zijn mannenH582 broedersH251. En Abram zeide tot Lot: Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u, en tussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.

KJV And Abram2 said1 unto Lot,4 Let there be7 no5 strife,8 I pray thee, between me and thee, and between my herdmen and thy herdmen; for we be brethren.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַבְרָ֜ם H87 Abram, Abrams Abram 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 ל֗וֹט H3876 Lot, Lots Lot 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 נָ֨א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 7 תְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 מְרִיבָה֙ H4808 twisting, Meriba provocation, strife 9 בֵּינִ֣י H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 וּבֵינֶ֔יךָ H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 11 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 רֹעַ֖י H7473 herder, herders shipherd 13 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 14 רֹעֶ֑יךָ H7473 herder, herders shipherd 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אֲנָשִׁ֥ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 אַחִ֖ים H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 18 אֲנָֽחְנוּ H587 wij ourselves, us, we

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Is niet het ganse land voor uw aangezicht? Scheid u toch van mij; zo gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo gij de rechterhand, zo zal ik ter linkerhand gaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Is nietH3808 het ganseH3605 landH776 voor uw aangezichtH6440? ScheidH6504 u tochH4994 van mij; zoH518 gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo gij de rechterhand, zo zal ik ter linkerhand gaan. Is niet het ganse land voor uw aangezicht? Scheid u toch van mij; zo gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo gij de rechterhand, zo zal ik ter linkerhand gaan.

Ook in dit vers rechterhandH3225 rechterhandH3231 linkerhandH8040 linkerhandH8041

KJV Is not the whole land3 before thee?4 separate thyself,5 I pray thee, from me: if thou wilt take the left hand,9 then I will go to the right;10 or if thou depart to the right hand,12 then I will go to the left.

1 הֲלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 לְפָנֶ֔יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 הִפָּ֥רֶד H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 6 נָ֖א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 7 מֵעָלָ֑י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 הַשְּׂמֹ֣אל H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 10 וְאֵימִ֔נָה H3231 rechter-, rechterhand, rechts go (turn) to (on, use) the right hand 11 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 12 הַיָּמִ֖ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 13 וְאַשְׂמְאִֽילָה H8041 linkerhand, links, linksom (go, turn) (on the, to the) left
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de HEERE Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des HEEREN, als Egypteland, als gij komt te Zoar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En LotH3876 hiefH5375 zijn ogenH5869 op, en hij zagH7200 de ganse vlakteH3603 der JordaanH3383, datH3588 zij die geheelH3605 bevochtigdeH4945; eerH6440 de HEEREH3068 SodomH5467 en GomorraH6017 verdorvenH7843 had, was zij als de hofH1588 des HEERENH3068, als EgyptelandH776, als gij komtH935 te ZoarH6820. En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de HEERE Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des HEEREN, als Egypteland, als gij komt te Zoar.

KJV And Lot2 lifted up1 his eyes,4 and beheld5 all the plain8 of Jordan,9 that it was well watered12 every where, before13 the LORD15 destroyed14 Sodom17 and Gomorrah,19 even as the garden20 of the LORD,21 like the land22 of Egypt,23 as thou comest24 unto Zoar.

1 וַיִּשָּׂא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 ל֣וֹט H3876 Lot, Lots Lot 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עֵינָ֗יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 וַיַּרְא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 כִּכַּ֣ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 9 הַיַּרְדֵּ֔ן H3383 Jordaan Jordan 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 כֻלָּ֖הּ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מַשְׁקֶ֑ה H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 13 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 שַׁחֵ֣ת H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 15 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 סְדֹם֙ H5467 Sodom Sodom 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 עֲמֹרָ֔ה H6017 Gomorra Gomorrah 20 כְּגַן H1588 hof, hofs, hoven garden 21 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 כְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 23 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 24 בֹּאֲכָ֖ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 25 צֹֽעַר H6820 Zoar Zoar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Zo koos Lot voor zich de ganse vlakte der Jordaan, en Lot trok tegen het oosten; en zij werden gescheiden, de een van den ander.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Zo koosH977 LotH3876 voor zich de ganseH3605 vlakteH3603 der JordaanH3383, en LotH3876 trokH5265 tegenH5921 het oostenH6924; en zij werden gescheidenH6504, de een van den anderH251. Zo koos Lot voor zich de ganse vlakte der Jordaan, en Lot trok tegen het oosten; en zij werden gescheiden, de een van den ander.

KJV Then Lot3 chose1 him all the plain6 of Jordan;7 and Lot9 journeyed8 east:10 and they separated themselves11 the one12 from the other.

1 וַיִּבְחַר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 2 ל֣וֹ 3 ל֗וֹט H3876 Lot, Lots Lot 4 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 כִּכַּ֣ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 7 הַיַּרְדֵּ֔ן H3383 Jordaan Jordan 8 וַיִּסַּ֥ע H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 9 ל֖וֹט H3876 Lot, Lots Lot 10 מִקֶּ֑דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 11 וַיִּפָּ֣רְד֔וּ H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 12 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 אָחִֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Abram dan woonde in het land Kanaan; en Lot woonde in de steden der vlakte, en sloeg tenten tot aan Sodom toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 AbramH87 dan woondeH3427 in het landH776 KanaanH3667; en LotH3876 woondeH3427 in de stedenH5892 der vlakteH3603, en sloeg tentenH167 totH5704 aan SodomH5467 toe. Abram dan woonde in het land Kanaan; en Lot woonde in de steden der vlakte, en sloeg tenten tot aan Sodom toe.

KJV Abram1 dwelled2 in the land3 of Canaan,4 and Lot5 dwelled6 in the cities7 of the plain,8 and pitched his tent9 toward10 Sodom.

1 אַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 2 יָשַׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 בְּאֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 כְּנָ֑עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 5 וְל֗וֹט H3876 Lot, Lots Lot 6 יָשַׁב֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 בְּעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 הַכִּכָּ֔ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 9 וַיֶּאֱהַ֖ל H167 sloeg tenten, tent spannen pitch (remove) a tent 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 סְדֹֽם H5467 Sodom Sodom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de mannen van Sodom waren boos, en grote zondaars tegen den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de mannenH582 van SodomH5467 waren boosH7451, en groteH3966 zondaarsH2400 tegen den HEEREH3068. En de mannen van Sodom waren boos, en grote zondaars tegen den HEERE.

KJV But the men of Sodom2 were wicked3 and sinners4 before the LORD5 exceedingly.

1 וְאַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 סְדֹ֔ם H5467 Sodom Sodom 3 רָעִ֖ים H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 וְחַטָּאִ֑ים H2400 zondaars, zondaren, gezondigd offender, sinful, sinner 5 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt noordwaarts en zuidwaarts, en oostwaarts en westwaarts.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 AbramH87, nadatH310 LotH3876 van hem gescheidenH6504 was: HefH5375 uw ogenH5869 op, en zieH7200 vanH4480 de plaatsH4725, waar gijH859 zijt noordwaartsH6828 en zuidwaartsH5045, en oostwaartsH6924 en westwaartsH3220. En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt noordwaarts en zuidwaarts, en oostwaarts en westwaarts.

KJV And the LORD1 said2 unto Abram,4 after5 that Lot7 was separated6 from him, Lift up9 now thine eyes,11 and look12 from the place14 where thou art northward,18 and southward,19 and eastward,20 and westward:

1 וַֽיהוָ֞ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְרָ֗ם H87 Abram, Abrams Abram 5 אַחֲרֵי֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 הִפָּֽרֶד H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 7 ל֣וֹט H3876 Lot, Lots Lot 8 מֵֽעִמּ֔וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 שָׂ֣א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 10 נָ֤א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 11 עֵינֶ֨יךָ֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 וּרְאֵ֔ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 13 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 הַמָּק֖וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 15 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 17 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 18 צָפֹ֥נָה H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 19 וָנֶ֖גְבָּה H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 20 וָקֵ֥דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 21 וָיָֽמָּה H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantH3588 alH3605 dit landH776, dat gij zietH7200, zal Ik u gevenH5414, en aan uw zaadH2233, totH5704 in eeuwigheidH5769. Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.

KJV For all the land4 which thou seest,7 to thee will I give it,9 and to thy seed10 for11 ever.

1 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 רֹאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 לְךָ֣ 9 אֶתְּנֶ֑נָּה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 וּֽלְזַרְעֲךָ֖ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 11 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En Ik zal uw zaadH2233 stellenH7760 als het stofH6083 der aardeH776, zodat, indienH518 iemandH376 het stofH6083 der aardeH776 zal kunnen tellenH4487, zal ookH1571 uw zaadH2233 geteldH4487 worden. En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld worden.

KJV And I will make1 thy seed3 as the dust4 of the earth:5 so that6 if a man9 can8 number10 the dust12 of the earth,13 then shall thy seed15 also be numbered.

1 וְשַׂמְתִּ֥י H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 זַרְעֲךָ֖ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 4 כַּעֲפַ֣ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 5 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 יוּכַ֣ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 9 אִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 לִמְנוֹת֙ H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 עֲפַ֣ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 13 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 גַּֽם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 15 זַרְעֲךָ֖ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 16 יִמָּנֶֽה H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en in zijn breedte, want Ik zal het u geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 MaakH6965 u op, wandelH1980 door dit landH776, in zijn lengteH753 en in zijn breedteH7341, wantH3588 Ik zal het u gevenH5414. Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en in zijn breedte, want Ik zal het u geven.

KJV Arise,1 walk2 through the land3 in the length4 of it and in the breadth5 of it; for I will give

1 ק֚וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 הִתְהַלֵּ֣ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 לְאָרְכָּ֖הּ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 5 וּלְרָחְבָּ֑הּ H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לְךָ֖ 8 אֶתְּנֶֽנָּה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Abram sloeg tenten op, en kwam en woonde aan de eikenbossen van Mamre, die bij Hebron zijn; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En AbramH87 sloeg tentenH167 op, en kwamH935 en woondeH3427 aan de eikenbossenH436 van MamreH4471, dieH834 bij HebronH2275 zijn; en hij bouwdeH1129 aldaarH8033 den HEEREH3068 een altaarH4196. En Abram sloeg tenten op, en kwam en woonde aan de eikenbossen van Mamre, die bij Hebron zijn; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar.

KJV Then Abram2 removed his tent,1 and came3 and dwelt4 in the plain5 of Mamre,6 which is in Hebron,8 and built9 there an altar11 unto the LORD.

1 וַיֶּאֱהַ֣ל H167 sloeg tenten, tent spannen pitch (remove) a tent 2 אַבְרָ֗ם H87 Abram, Abrams Abram 3 וַיָּבֹ֛א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 וַיֵּ֛שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 בְּאֵלֹנֵ֥י H436 eikenbossen, eik, Elon-thabor plain. See also H356 (אֵילוֹן) 6 מַמְרֵ֖א H4471 Mamre Mamre 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 בְּחֶבְר֑וֹן H2275 Hebron Hebron 9 וַיִּֽבֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 10 שָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 11 מִזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 12 לַֽיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 13:1 2 Samuël 24:7 Genesis 20:1 Jozua 18:5 Jozua 10:40 1 Samuël 27:10 Genesis 12:9 Genesis 21:33
Genesis 13:2 Genesis 24:35 Psalmen 112:1 Spreuken 10:22 Job 22:21 1 Timotheüs 4:8 Deuteronomium 8:18 1 Samuël 2:7 Job 1:10
Genesis 13:3 Genesis 12:6 Genesis 12:8
Genesis 13:4 Genesis 12:7 Jeremia 29:12 Efeze 6:18 Genesis 35:1 Jesaja 58:9 Sefanja 3:9 Psalmen 145:18 Psalmen 107:15
Genesis 13:5 Jeremia 49:29 Genesis 25:27 Genesis 4:20
Genesis 13:6 Prediker 5:10 1 Timotheüs 6:9 Genesis 36:6 Lukas 12:17
Genesis 13:7 Genesis 12:6 Genesis 26:20 Galaten 5:20 1 Petrus 2:12 1 Korinthe 3:3 Nehemia 5:9 Jakobus 3:16 Titus 3:3
Genesis 13:8 Handelingen 7:26 Psalmen 133:1 1 Korinthe 6:6 1 Johannes 3:14 Spreuken 15:1 Jakobus 3:17 Spreuken 20:3 Mattheüs 5:9
Genesis 13:9 Genesis 20:15 Genesis 34:10 Romeinen 12:18 Psalmen 120:7 Jakobus 3:13 Hebreeën 12:14 1 Korinthe 6:7 1 Petrus 3:8
Genesis 13:10 Deuteronomium 34:3 Jesaja 51:3 Genesis 14:8 Joël 2:3 Genesis 14:2 Numeri 32:1 Genesis 2:8 1 Koningen 7:46
Genesis 13:11 Genesis 13:9 Spreuken 27:10 Psalmen 16:3 Hebreeën 10:25 Psalmen 119:63 1 Petrus 2:17 Genesis 19:17 Genesis 13:14
Genesis 13:12 Genesis 19:29 Genesis 14:12 Psalmen 26:5 Genesis 19:1 2 Petrus 2:7 1 Korinthe 15:33 Genesis 19:25
Genesis 13:13 Genesis 18:20 2 Petrus 2:10 Mattheüs 9:13 Judas 1:7 Jesaja 3:8 2 Petrus 2:6 Romeinen 1:27 Hebreeën 4:13
Genesis 13:14 Deuteronomium 3:27 Genesis 28:14 Jesaja 49:18 Genesis 13:10 Jesaja 60:4
Genesis 13:15 Genesis 12:7 2 Kronieken 20:7 Handelingen 7:5 Genesis 15:18 Deuteronomium 34:4 Genesis 24:7 Genesis 28:13 Genesis 35:12
Genesis 13:16 Genesis 28:14 Numeri 23:10 1 Koningen 3:8 Genesis 15:5 Genesis 22:17 Genesis 32:12 Genesis 18:18 Jesaja 48:18
Genesis 13:17 Numeri 13:17 Genesis 13:15
Genesis 13:18 Genesis 14:13 Genesis 35:27 Genesis 8:20 Genesis 18:1 Genesis 12:7 Genesis 37:14 Genesis 13:4 Jozua 14:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 13 vers 1

zuiden, Dat is, naar het zuidelijke gedeelte van Kanaän.

Hertaald: zuiden, Dat is: naar het zuidelijke deel van Kanaän.

Genesis 13 vers 2

zeer rijk Hebr. zeer zwaar. Aldus gevoelde Abram de waarheid van de goddelijke belofte. Hij meende slechts den honger te ontgaan, en hij werd nog daarenboven zo verrijkt.

Hertaald: zeer rijk Hebreeuws: zeer zwaar. Zo ondervond Abram de waarheid van de goddelijke belofte. Hij dacht alleen de honger te ontlopen, en werd daarbovenop nog rijk gezegend.

Genesis 13 vers 3

volgens zijn reizen, Dat is, volgende de wegen en plaatsen, door welke hij tevoren naar Egypte gereisd was; zie boven Gen. 12:9, of, hij reisde zoals het vervoeren van zijn goederen en het voortgaan van zijn beesten dat lijden konden.

Hertaald: volgens zijn reizen, Dat is: langs de wegen en plaatsen waarlangs hij eerder naar Egypte gereisd was; zie Gen. 12:9. Of: hij reisde zo snel als het vervoer van zijn bezittingen en het voortgaan van zijn vee dat toeliet.

Beth-el Zie boven Gen. 12:8.

Hertaald: Beth-el Zie Gen. 12:8.

in het begin Zie boven Gen. 12:6, Gen. 12:8.

Hertaald: in het begin Zie Gen. 12:6, Gen. 12:8.

Ai Zie boven Gen. 12:8.

Hertaald: Ai Zie Gen. 12:8.

Genesis 13 vers 4

den naam des HEEREN Verg. boven Gen. 4:26.

Hertaald: den naam des HEEREN Vergelijk Gen. 4:26.

Genesis 13 vers 6

droeg Dat is, kon hen niet dragen.

Hertaald: droeg Dat is: kon hen niet dragen.

Genesis 13 vers 7

En er was twist Zie hoofdstuk Gen. 21:26, waar van gelijken twist gesproken wordt.

Hertaald: En er was twist Zie Gen. 21:26, waar een vergelijkbare twist beschreven wordt.

woonden Dewijl de oude ingezetenen niet veel plaats in een gedeelte van het land voor de vreemden overlieten, zo konden Abram en Lot, die zeer machtig in vee waren, en daarom bij de inwoners buiten twijfel benijd waren, niet wel tezamen in één oord hun behoeften aan weiden vinden; waaruit niet alleen twist onder de herders van Abram en Lot gerezen is, maar ook zwarigheid van de Kanaänieten hun overkomen Kon. Zie onder Gen. 21:25, en Gen. 26:15, Gen. 26:20-21.

Hertaald: woonden Omdat de oorspronkelijke bewoners niet veel ruimte overlieten voor vreemdelingen in een deel van het land, konden Abram en Lot, die zeer rijk waren aan vee en daarom door de inwoners ongetwijfeld benijd werden, niet goed samen in één gebied voldoende weidegrond vinden; hieruit ontstond niet alleen twist tussen de herders van Abram en Lot, maar ook moeilijkheden met de Kanaänieten. Zie Gen. 21:25, en Gen. 26:15, Gen. 26:20-21.

Genesis 13 vers 8

want wij zijn mannen broeders Wij zijn mannen broeders, niet alleen naar het vlees, want ik ben uw oom, en gij zijt mijn neef, maar ook naar den geest, want wij dienen één God, en zouden met onzen twist de ingezetenen ergeren en onzen godsdienst schande aandoen.

Hertaald: want wij zijn mannen broeders Wij zijn broeders, niet alleen naar het vlees, want ik ben uw oom en gij zijt mijn neef, maar ook naar de geest, want wij dienen één God, en zouden met onze twist de inwoners ergeren en onze godsdienst tot schande maken.

Genesis 13 vers 9

Is niet het ganse land Zulk een manier van vragen betekent een grote verzekering; alzo onder Gen. 20:5; Ex. 14:12; Richt. 4:6.

Hertaald: Is niet het ganse land Zo'n vraag drukt een grote zekerheid uit; zo ook in Gen. 20:5; Ex. 14:12; Richt. 4:6.

voor uw aangezicht? Dat is, voor u open, om door u gebruikt te mogen worden. Zie gelijke manier van spreken, onder Gen. 20:15, en Gen. 34:10, Gen. 34:21, Gen. 47:6.

Hertaald: voor uw aangezicht? Dat is: voor u open, om door u gebruikt te worden. Zie een vergelijkbare uitdrukking in Gen. 20:15, en Gen. 34:10, Gen. 34:21, Gen. 47:6.

kiest, Dit woord is hier ingevoegd uit het volgende vs.11.

Hertaald: kiest, Dit woord is hier toegevoegd vanuit het volgende vers 11.

Genesis 13 vers 10

Jordaan, Dit is de naam van een rivier, bevochtigende het land Kanaän, en spruitende uit twee fonteinen aan het gebergte Libanon, welke genaamd worden Jor en Dan.

Hertaald: Jordaan, Dit is de naam van een rivier die het land Kanaän bevochtigt, ontspringend uit twee bronnen bij het Libanongebergte, genaamd Jor en Dan.

hof Hiermede wordt verstaan de hof Eden, dien God geplant had, of de hof des Heeren, dat is, een uitermate schone hof; gelijk het leger Gods, 1 Kron. 12:22. Gods bergen, Ps. 36:7. De cederen Gods, Ps. 80:11. De worstelingen Gods, onder Gen. 30:8. Dat is, zeer grote. Het woord God /bt hier uitnemendheid.

Hertaald: hof Hiermee wordt de hof van Eden bedoeld, die God geplant had, of de hof van de HEERE, dat is: een buitengewoon mooie tuin; net zoals 'het leger Gods', 1 Kron. 12:22, 'Gods bergen', Ps. 36:7, 'de ceders Gods', Ps. 80:11, 'de worstelingen Gods', Gen. 30:8 — dat is: zeer groot. Het woord God geeft hier voortreffelijkheid aan.

als Egypteland, Zie Eze 31, waar een vergelijking gemaakt wordt tussen de vruchtbaarheid van Egypte en Assyrië.

Hertaald: als Egypteland, Zie Ezech. 31, waar een vergelijking gemaakt wordt tussen de vruchtbaarheid van Egypte en Assyrië.

Zoar Hebr. Tsohar, een stad gelegen omtrent Sodom en Gomórra, welke dezen naam heeft gekregen toen Lot daarin vluchtte; onder Gen. 19:23; zijnde tevoren genaamd Bela; onder Gen. 14:2.

Hertaald: Zoar Hebreeuws: Tsohar, een stad bij Sodom en Gomorra, die deze naam kreeg toen Lot erheen vluchtte; zie Gen. 19:23; eerder Bela genoemd, zie Gen. 14:2.

Genesis 13 vers 11

de een van den ander Hebr. de man van zijn broeder.

Hertaald: de een van den ander Hebreeuws: de man van zijn broeder.

Genesis 13 vers 13

zondaars Hebr. Zondaars tegen den Heere zeer. Niettegenstaande de grote boosheid der Sodomieten en andere omliggende volken, verkoos Lot deze landstreek, vanwege haar schoonheid. Anders, voor den Heere. Verg. boven Gen. 6:11, en Gen. 10:9.

Hertaald: zondaars Hebreeuws: zeer grote zondaars tegen de HEERE. Ondanks de grote boosheid van de Sodomieten en andere omliggende volken koos Lot toch deze streek, vanwege haar schoonheid. Anders: voor de HEERE. Vergelijk Gen. 6:11, en Gen. 10:9.

Genesis 13 vers 14

En de HEERE zeide God troost Abram over het vertrek van zijn neef, en de verkiezing der schone landstreek.

Hertaald: En de HEERE zeide God troost Abram over het vertrek van zijn neef en diens keuze voor de mooie landstreek.

westwaarts Hebr. naar de zee, boven Gen. 12:8.

Hertaald: westwaarts Hebreeuws: naar de zee, zie Gen. 12:8.

Genesis 13 vers 15

Al dit land, dat gij ziet, Niet wat hij toen gans zag, maar wat hem gans beloofd werd.

Hertaald: Al dit land, dat gij ziet, Niet alleen wat hij toen letterlijk zag, maar wat hem in zijn geheel beloofd werd.

zal Ik Wel tot een aardse herberg voor uw vleselijk zaad, maar ook tot een teken van het hemelse vaderland voor uw geestelijk zaad. Verg. Hebr. 11:9-10, 14-16.

Hertaald: zal Ik Wel als een aardse woonplaats voor uw vleselijk nageslacht, maar ook als teken van het hemelse vaderland voor uw geestelijk nageslacht. Vergelijk Hebr. 11:9-10, 14-16.

u geven, Te weten, u het recht tot het aardse Kanaän, en uw zaad naar het vlees te zijner tijd de dadelijke bezitting; daarna u en uw geestelijk zaad, hier het recht tot het hemelse Kanaän en hierna de eeuwige bezitting daarvan; alles uit genade.

Hertaald: u geven, Namelijk: u het recht op het aardse Kanaän geven, en uw nageslacht naar het vlees te zijner tijd het feitelijke bezit; daarna u en uw geestelijk nageslacht het recht op het hemelse Kanaän en later het eeuwige bezit daarvan; alles uit genade.

tot in eeuwigheid Dat is, een langen tijd, te weten, totdat de Messias, het zaad der zegening, uit uw vlees geboren zijnde, het werk der verlossing op aarde zal volbracht hebben. Het /hw wordt in andere betekenissen dikwijls genomen voor den gansen tijd der wet. Zie onder Gen. 17:13, en Gen. 48:4; Ps. 132:4. Of, eigenlijk in eeuwigheid, ten aanzien van het geestelijke Kanaän en het geestelijke zaad.

Hertaald: tot in eeuwigheid Dat is: een lange tijd, totdat de Messias, het zaad van de zegening, uit uw vlees geboren, het verlossingswerk op aarde volbracht zal hebben. Dit woord wordt ook vaak gebruikt voor de hele tijd van de wet. Zie Gen. 17:13, en Gen. 48:4; Ps. 132:4. Of eigenlijk: in eeuwigheid, wat betreft het geestelijke Kanaän en het geestelijke nageslacht.

Genesis 13 vers 16

zaad Abrams zaad en het stof der aarde worden vergeleken met elkander, ten aanzien niet van een gelijk getal, maar van een grote menigte, die bij de mensen ontelbaar is; zie dergelijke manier van spreken, onder Gen. 15:5, en Gen. 22:17, en Gen. 32:12.

Hertaald: zaad Abrams nageslacht en het stof van de aarde worden met elkaar vergeleken, niet wat een gelijk aantal betreft, maar wat een grote, voor mensen ontelbare menigte betreft; zie eenzelfde uitdrukking in Gen. 15:5, en Gen. 22:17, en Gen. 32:12.

Genesis 13 vers 18

sloeg tenten op, Dat is, in het reizen en vertrekken sloeg hij hier en daar zijn tenten op.

Hertaald: sloeg tenten op, Dat is: tijdens het reizen en trekken sloeg hij hier en daar zijn tenten op.

eikenbossen Anders, in de effen velden.

Hertaald: eikenbossen Anders: in de effen velden.

Mamre, Deze Mamre was een Amorieter, wonende bij Hebron. Zie onder Gen. 14:13, Gen. 14:24, en hij is te onderscheiden van More, boven Gen. 12:6.

Hertaald: Mamre, Deze Mamre was een Amoriet, wonend bij Hebron. Zie Gen. 14:13, Gen. 14:24; hij is te onderscheiden van More, zie Gen. 12:6.

bij Hebron zijn; Of, die te Hebron is; welke stad in dezen tijd was genoemd Kiriath-Arba, of de stad Arba, maar naderhand Hebron. Zie onder Gen. 23:2, en Gen. 35:27; Num. 13:22; Joz. 14:15; 2 Sam. 5:5.

Hertaald: bij Hebron zijn; Of: die te Hebron is; deze stad heette in die tijd Kiriath-Arba, of de stad Arba, later Hebron. Zie Gen. 23:2, en Gen. 35:27; Num. 13:22; Joz. 14:15; 2 Sam. 5:5.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram  — verheven vader

De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).

Lot  — bedekking, sluier

De zoon van Haran en neef van Abram (Gen. 11:27, 31). Na de dood van zijn vader trok hij mee met zijn grootvader Terah en later met zijn oom Abram naar Kanaän. Later scheidde hij zich van Abram af en vestigde zich bij Sodom (Gen. 13), werd gevangengenomen door Kedorlaomer en door Abram bevrijd (Gen. 14), en werd ten slotte wonderlijk gered uit het brandende Sodom (Gen. 19).

Kanaän  — onderworpene, vernederde

De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De Vlakte (Kikkar) van de Jordaan / Steden van de Vlakte  — Hebreeuws kikkar, "cirkel, schijf" — de brede, ronde laagvlakte rond de (toenmalige) loop van de Jordaan

Ligging: Omvatte vijf steden: Sodom, Gomorra, Adama, Zebojim en Zoar. Over de precieze ligging bestaat al sinds de oudheid onenigheid. De traditionele opvatting plaatst de vlakte aan het zuideinde van de Dode Zee, mede op grond van de nog altijd bestaande naam Djebel Oesdoem ("berg Sodom"). Er is echter ook gewicht toegekend aan de opvatting dat de vlakte juist ten noorden van de Dode Zee lag — dat gebied is namelijk zichtbaar vanaf de hoogte bij Beth-El, waar Abram en Lot uitkeken, terwijl het zuideinde van het meer dat niet is.

Geschiedenis: Lot koos deze rijk bevloeide vlakte, "als de hof des HEEREN, als Egypteland", toen hij zich van Abram afscheidde (Gen. 13:10-12). Later werd het gebied getroffen door de verwoesting van Sodom en Gomorra (Gen. 19).

Bijbelse betekenis: Lots keuze voor de ogenschijnlijk aantrekkelijke, welige vlakte staat in schril contrast met de latere ondergang ervan — een beeld van hoe uiterlijke voorspoed geestelijk gevaar kan verbergen.

Archeologie: Opgravingen bij Bab edh-Dhra en Numeira, aan de zuidoostoever van de Dode Zee, hebben omvangrijke vroegbronstijdse nederzettingen met uitgestrekte kerkhoven blootgelegd, die door sommige archeologen met de steden van de vlakte in verband worden gebracht.

Recente inzichten: Recenter onderzoek — onder meer rond Tell el-Hammam, ten noordoosten van de Dode Zee — heeft de discussie over de precíeze ligging van de vlakte opnieuw geopend, als alternatief voor de traditionele identificatie bij Bab edh-Dhra/Numeira. Deze geografische identificatievraag blijft onder geleerden omstreden en onopgelost; vastgehouden wordt hier aan wat de Schrift zelf leert: de verwoesting van Sodom en Gomorra was geen natuurramp, maar een rechtstreeks Godsoordeel — de HEERE deed zwavel en vuur regenen "van den HEERE uit den hemel" (Gen. 19:24).

Gen. 13:10-12; 19:17,25,28-29; Deut. 34:3

Sodom  — onzeker

Ligging: Een van de vijf steden van de vlakte, waarschijnlijk gelegen in het gebied ten zuiden van de Dode Zee, tegenwoordig door water bedekt; de naam leeft nog voort in de bergnaam Djebel Oesdoem.

Geschiedenis: Door vuur uit de hemel verwoest in de dagen van Abraham en Lot (Gen. 19:24), nadat de goddeloosheid van haar inwoners tot een spreekwoord was geworden. Twee van de andere steden van de vlakte, Adama en Zeboim, worden door de profeet Hosea eeuwen later aangrijpend gebruikt: de HEERE vraagt Zich af of Hij Efraïm net zo zal moeten prijsgeven als deze verwoeste steden, maar Zijn ontferming wint het — "Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is te zamen ontstoken" (Hos. 11:8).

Bijbelse betekenis: Het lot van Sodom en Gomorra wordt door de hele Schrift heen gebruikt als waarschuwend voorbeeld voor hen die het evangelie verwerpen (Matt. 10:15; 11:24; 2 Petr. 2:6; Judas :7); ook figuurlijk gebruikt in Openb. 11:8.

Gen. 13:10,13; 18:16-19:29; Deut. 29:23; Hos. 11:8; Jes. 1:9-10; Matt. 10:15; 2 Petr. 2:6; Judas :7; Openb. 11:8

Gomorra  — onzeker

Ligging: Samen met Sodom een van de vijf steden van de vlakte; de exacte ligging is, net als bij Sodom, onzeker.

Geschiedenis: Samen met Sodom door vuur uit de hemel verwoest (Gen. 19:24-25).

Bijbelse betekenis: Wordt, evenals Sodom, herhaaldelijk als toonbeeld van goddeloosheid en van Gods rechtvaardig oordeel aangehaald door de profeten en in het Nieuwe Testament.

Gen. 13:10; 18:20; 19:24-28; Jes. 1:9-10; 13:19; Jer. 23:14; 49:18; 50:40; Amos 4:11; Matt. 10:15; Rom. 9:29; 2 Petr. 2:6; Judas :7

Hebron  — Hebreeuws chebron, "bondgenootschap, verbond"; ook bekend als Kirjath-Arba, "de stad van Arba" (naar de vader van Enak), of, volgens joodse overlevering, "de stad der vier" — omdat Abraham, Izak, Jakob en, naar men meende, ook Adam er begraven zouden zijn

Ligging: Circa 32 kilometer ten zuiden van Jeruzalem, gelegen in een open dal, ruim 900 meter boven zeeniveau — een van de oudste en belangrijkste steden van Zuid-Palestina. Volgens Num. 13:22 gesticht vóór Zoan (Tanis) in Egypte.

Geschiedenis: Hier woonde Abram bij de eiken van Mamre (Gen. 13:18); vandaar trok hij Lot te hulp na diens gevangenneming (Gen. 14); hier werd zijn naam veranderd in Abraham (Gen. 17); hier kwamen de drie mannen met de belofte van een zoon (Gen. 18); hier stierf Sara, en kocht Abraham de spelonk van Machpela als haar graf (Gen. 23) — de begraafplaats van vrijwel alle aartsvaders en hun vrouwen, behalve Rachel. Later werd Hebron een Levitische stad en vrijstad (Joz. 21); hier regeerde David zevenenhalf jaar voordat hij Jeruzalem tot zijn hoofdstad maakte (2 Sam. 5); hier ontstond ook de opstand van Absalom (2 Sam. 15).

Bijbelse betekenis: De plaats die door de hele aartsvadergeschiedenis heen steeds opnieuw terugkeert als woonplaats en begraafplaats van Abraham, Izak en Jakob — daarmee in zekere zin het geestelijke thuis van de patriarchen in het beloofde land.

Archeologie: De oudtestamentische stad wordt gezocht op de heuvel er-Roemeidi, ten westen van het huidige Hebron, waar cyclopische muren en andere sporen van oude bewoning zijn aangetroffen; een grondige opgraving van deze heuvel had in 1915 nog niet plaatsgevonden.

Gen. 13:18; 14:13; 17:1-5; 18:1; 23; 35:27; 37:14; Num. 13:22; Joz. 14:12-15; 21:11; 2 Sam. 5:1-5; 15:7-10

Mamre  — mogelijk de naam van een Amoritisch stamhoofd (Gen. 14:13,24), naar wie het eikenbos vernoemd werd

Ligging: De "eiken" (of terebinten) van Mamre, waar Abram zijn tent opsloeg, worden beschreven als gelegen "in Hebron" (Gen. 13:18); Mamre wordt zelfs met Hebron zelf gelijkgesteld (Gen. 23:19). De overlevering over de precieze locatie van de boom verschilt door de eeuwen heen, telkens bepaald door de aanwezigheid van een geschikte oude boom; de vroegste overlevering wees Ramet el-Chalil aan, een latere (vanaf de 12e eeuw) een plek een stukje ten noordwesten van het huidige Hebron.

Geschiedenis: Hier bouwde Abram een altaar voor de HEERE (Gen. 13:18); hier ontving hij de drie mannen/engelen met de belofte van Izaks geboorte (Gen. 18); ten oosten van Mamre lag de spelonk van Machpela, waar Sara, Abraham, Izak, Rebekka, Lea en Jakob begraven werden (Gen. 23:17,19; 25:9; 49:30; 50:13).

Bijbelse betekenis: De plek van Gods verschijning aan Abraham met de belofte van de zoon der belofte — een van de meest intieme ontmoetingen tussen God en een aartsvader in de hele Schrift.

Archeologie: Bij Ramet el-Chalil, de vroegste overgeleverde locatie, bevinden zich de resten van een door Herodes en later door keizer Constantijn aangelegde ommuurde heilige plaats; een eeuwenoude, inmiddels afstervende steeneik bij het huidige Hebron wordt sinds de 12e eeuw als "Abrahams eik" vereerd.

Gen. 13:18; 14:13,24; 18:1; 23:17,19; 25:9; 35:27; 49:30; 50:13

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Kies u eerst — 13:5-17

Abram komt rijk terug uit Egypte, en zijn neef Lot is met hem meegereisd. Zij hebben samen te veel vee voor het land dat zij bewonen, en hun herders krijgen ruzie. Er moet iets gebeuren, en Abram is de oudste en de geroepene; hij mag kiezen.

Abram geeft zijn recht op de eerste keus weg, en krijgt van God daarna het hele land dat hij niet gekozen heeft.

Wat Abram zegt is een staaltje van bescheidenheid dat men in het Oosten van die tijd niet zou verwachten van de oudste: “Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u, en tussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.” En dan doet hij afstand van wat hem toekomt: is niet het ganse land voor uw aangezicht? Zo gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan.

Dat is geen zwakte maar berekening van een andere soort. Abram heeft een belofte van God gekregen over dit land. Wie zoiets in handen heeft, hoeft niet te vechten om een stuk weide.

Lot kijkt en kiest, en de verteller laat precies zien waar hij naar keek. Hij zag de vlakte van de Jordaan, wel bevochtigd, als de hof des HEEREN, als Egypteland. Het is de mooiste grond die er te zien is. Maar er wordt in dezelfde adem iets bij verteld dat hij kennelijk niet meewoog: de mannen van Sodom waren boos en grote zondaars tegen de HEERE. Lot koos naar het uitzicht en niet naar de buren, en hij trok zijn tenten tot aan Sodom toe. In het volgende hoofdstuk blijkt die zin al zijn prijs te hebben.

En dan komt het vers waar dit hoofdstuk om draait, en let op de tijdsbepaling erin: “En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt.” Pas nadat hij heeft losgelaten, wordt hem gezegd te kijken. En wat hij dan te zien krijgt is niet een deel maar het geheel: al dit land dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid. Bij Lot ging het om een vlakte, hier om vier windstreken.

Er staat nog iets bij dat vooruitwijst: uw zaad zal zijn als het stof der aarde. Dat is dezelfde belofte die in Genesis 12 begon. Galaten 3 spitst haar toe op één Persoon: er staat niet zaden, in het meervoud, maar één zaad, en dat is Christus. Wat Abram hier ontvangt zonder ervoor te vechten, is dus niet alleen grond.

Het slot van het hoofdstuk is even eenvoudig als veelzeggend. Lot trekt naar Sodom. Abram gaat wonen bij de eikenbossen van Mamre en bouwt daar een altaar. De ene beweegt zich naar de stad, de andere bouwt een plaats om te aanbidden.

De regel die hier zichtbaar wordt, is later door Christus in gewone woorden gezegd: wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; en de zachtmoedigen zullen het aardrijk beërven. Abram deed op één middag wat die woorden betekenen, en het land dat hij niet koos werd hem gegeven.

  1. Genesis 12:7 — De belofte over het land was al gegeven voordat er iets te verdelen viel.
  2. Genesis 13:9 — Abram geeft de eerste keus weg aan de jongere.
  3. Genesis 13:10-12 — Lot kiest op het uitzicht en niet op de buren, en trekt tot aan Sodom.
  4. Genesis 13:14-15 — Nádat Lot vertrokken is, krijgt Abram het hele land te zien en toegezegd.
  5. Galaten 3:16 — Dat zaad is niet meervoud maar één, en dat is Christus.
  6. Mattheüs 5:5 — Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven.

In het Nieuwe Testament: Galaten 3:16; Mattheüs 5:5; Hebreeën 11:8-10; Romeinen 4:13; Filippenzen 2:5-7

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Genesis 13 niet aan. Wat vaststaat is de belofte zelf: het land en het zaad, die in Galaten 3 en Romeinen 4 uitdrukkelijk op Christus en op het geloof betrokken worden. Dat Abram hier vooruitloopt op wat Christus later zou zeggen over het prijsgeven van eigen recht, is een gevolgtrekking uit de gelijkenis van de houding, geen uitspraak van de tekst.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 13

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content