Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 12

1 De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De HEEREH3068 nu had totH413 AbramH87 gezegdH559: GaH3212 gij uit uw landH776, en uit uw maagschapH4138, en uit uws vadersH1 huisH1004, naarH413 het landH776, datH834 Ik u wijzenH7200 zal. De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.

KJV Now the LORD2 had said1 unto Abram,4 Get thee out5 of thy country,7 and from thy kindred,8 and from thy father's10 house,9 unto a land12 that I will shew

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְרָ֔ם H87 Abram, Abrams Abram 5 לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 לְךָ֛ 7 מֵאַרְצְךָ֥ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 וּמִמּֽוֹלַדְתְּךָ֖ H4138 maagschap, geboorte, geboren begotten, born, issue, kindred, native(-ity) 9 וּמִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 אָבִ֑יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 אַרְאֶֽךָּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En Ik zal u tot een groot volkH1471 makenH6213, en u zegenenH1288, en uw naamH8034 groot maken; en weesH1961 een zegenH1293! En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!

Ook in dit vers grootH1419 grootH1431

KJV And I will make of thee1 a great3 nation,2 and I will bless4 thee, and make5 thy name6 great; and thou shalt be a blessing:

1 וְאֶֽעֶשְׂךָ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 לְג֣וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 4 וַאֲבָ֣רֶכְךָ֔ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 5 וַאֲגַדְּלָ֖ה H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 6 שְׁמֶ֑ךָ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 וֶהְיֵ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 בְּרָכָֽה H1293 zegen, zegeningen, zegening blessing, liberal, pool, present
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En Ik zal zegenenH1288, die u zegenenH1288, en vervloekenH779, die u vloektH7043; en in u zullen alleH3605 geslachtenH4940 des aardrijksH127 gezegendH1288 worden. En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.

KJV And I will bless1 them that bless2 thee, and curse4 him that curseth3 thee: and in thee shall all families8 of the earth9 be blessed.

1 וַאֲבָֽרֲכָה֙ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 מְבָ֣רְכֶ֔יךָ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 3 וּמְקַלֶּלְךָ֖ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 4 אָאֹ֑ר H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 5 וְנִבְרְכ֣וּ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 6 בְךָ֔ 7 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 מִשְׁפְּחֹ֥ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 9 הָאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En AbramH87 toogH3212 heen, gelijk de HEEREH3068 tot hem gesprokenH1696 had; en LotH3876 toogH3212 metH854 hem; en AbramH87 was vijfH2568 en zeventigH7657 jarenH8141 oudH1121, toen hij uit HaranH2771 gingH3318. En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.

KJV So Abram2 departed,1 as the LORD6 had spoken4 unto him; and Lot9 went7 with him: and Abram10 was seventy14 and five12 years13 old11 when he departed16 out of Haran.

1 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 אַבְרָ֗ם H87 Abram, Abrams Abram 3 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 דִּבֶּ֤ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וַיֵּ֥לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 8 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 ל֑וֹט H3876 Lot, Lots Lot 10 וְאַבְרָ֗ם H87 Abram, Abrams Abram 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 חָמֵ֤שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 13 שָׁנִים֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 14 וְשִׁבְעִ֣ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 15 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 16 בְּצֵאת֖וֹ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 17 מֵחָרָֽן H2771 Haran Haran
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En AbramH87 namH3947 SaraiH8297, zijn huisvrouwH802, en LotH3876, zijns broedersH251 zoonH1121, en alH3605 hun haveH7399, dieH834 zij verworvenH7408 hadden, en de zielenH5315, dieH834 zij verkregenH6213 hadden in HaranH2771; en zij togenH3318 uit, om te gaanH3212 naar het landH776 KanaanH3667, en zij kwamenH935 in het landH776 KanaanH3667. En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan.

KJV And Abram2 took1 Sarai4 his wife,5 and Lot7 his brother's9 son,8 and all their substance12 that they had gathered,14 and the souls16 that they had gotten18 in Haran;19 and they went forth20 to go21 into the land22 of Canaan;23 and into the land25 of Canaan26 they came.

1 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אַבְרָם֩ H87 Abram, Abrams Abram 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שָׂרַ֨י H8297 Sarai Sarai 5 אִשְׁתּ֜וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 ל֣וֹט H3876 Lot, Lots Lot 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 אָחִ֗יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 רְכוּשָׁם֙ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 רָכָ֔שׁוּ H7408 geworven, gewonnen, verworven gather, get 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הַנֶּ֖פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 17 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 עָשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 בְחָרָ֑ן H2771 Haran Haran 20 וַיֵּצְא֗וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 21 לָלֶ֨כֶת֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 22 אַ֣רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 23 כְּנַ֔עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 24 וַיָּבֹ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 25 אַ֥רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 26 כְּנָֽעַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaanieten waren toen ter tijd in dat land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En AbramH87 is doorgetogenH5674 in dat landH776, tot aanH5704 de plaatsH4725 SichemH7927, tot aanH5704 het eikenbosH436 MoreH4176; en de KanaanietenH3669 waren toen ter tijdH227 in dat landH776. En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaanieten waren toen ter tijd in dat land.

KJV And Abram2 passed through1 the land3 unto the place5 of Sichem,6 unto the plain8 of Moreh.9 And the Canaanite10 was then11 in the land.

1 וַיַּעֲבֹ֤ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 אַבְרָם֙ H87 Abram, Abrams Abram 3 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 עַ֚ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 מְק֣וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 6 שְׁכֶ֔ם H7927 Sichem, Sichems Shechem 7 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 אֵל֣וֹן H436 eikenbossen, eik, Elon-thabor plain. See also H356 (אֵילוֹן) 9 מוֹרֶ֑ה H4176 More Moreh 10 וְהַֽכְּנַעֲנִ֖י H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 11 אָ֥ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 12 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem aldaar verschenen was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zo verscheenH7200 de HEEREH3068 aanH413 AbramH87, en zeideH559: AanH413 uw zaadH2233 zal Ik ditH2063 landH776 gevenH5414. Toen bouwdeH1129 hij aldaarH8033 een altaarH4196 den HEEREH3068, Die hem aldaar verschenenH7200 was. Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem aldaar verschenen was.

KJV And the LORD2 appeared1 unto Abram,4 and said,5 Unto thy seed6 will I give7 this10 land:9 and there builded11 he an altar13 unto the LORD,14 who appeared

1 וַיֵּרָ֤א H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְרָ֔ם H87 Abram, Abrams Abram 5 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לְזַ֨רְעֲךָ֔ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 7 אֶתֵּ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 11 וַיִּ֤בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 12 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 מִזְבֵּ֔חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 הַנִּרְאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 אֵלָֽיו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-El, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-El tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar, en riep den naam des HEEREN aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij brakH6275 op van daarH8033 naar het gebergteH2022, tegen het oostenH6924 van Beth-ElH1008, en hij sloegH5186 zijn tentH168 op, zijnde Beth-ElH1008 tegen het westenH3220, en AiH5857 tegen het oostenH6924; en hij bouwdeH1129 aldaarH8033 den HEEREH3068 een altaarH4196, en riepH7121 den naamH8034 des HEERENH3068 aan. En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-El, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-El tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar, en riep den naam des HEEREN aan.

KJV And he removed1 from thence unto a mountain3 on the east4 of Bethel,5 and pitched7 his tent,8 having Bethel6 on the west,11 and Hai12 on the east:13 and there he builded14 an altar16 unto the LORD,17 and called18 upon the name19 of the LORD.

1 וַיַּעְתֵּ֨ק H6275 brak, versteld, verzet copy out, leave off, become (wax) old, remove 2 מִשָּׁ֜ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 הָהָ֗רָה H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 מִקֶּ֛דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 5 לְבֵֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 6 אֵ֖ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 7 וַיֵּ֣ט H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 8 אָהֳלֹ֑ה H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 9 בֵּֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 10 אֵ֤ל H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 11 מִיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 12 וְהָעַ֣י H5857 Ai, stad, Aja Ai, Aija, Aijath, Hai 13 מִקֶּ֔דֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 14 וַיִּֽבֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 15 שָׁ֤ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 16 מִזְבֵּ֨חַ֙ H4196 altaar, altaren, altaars altar 17 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 וַיִּקְרָ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 19 בְּשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 20 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarna vertrok Abram, gaande en trekkende naar het zuiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Daarna vertrokH5265 AbramH87, gaandeH1980 en trekkendeH5265 naar het zuidenH5045. Daarna vertrok Abram, gaande en trekkende naar het zuiden.

KJV And Abram2 journeyed,1 going on3 still4 toward the south.

1 וַיִּסַּ֣ע H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 2 אַבְרָ֔ם H87 Abram, Abrams Abram 3 הָל֥וֹךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 וְנָס֖וֹעַ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 5 הַנֶּֽגְבָּה H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, dewijl de honger zwaar was in dat land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En er wasH1961 hongerH7458 in dat landH776; zo toogH3381 AbramH87 af naar EgypteH4714, om daarH8033 als een vreemdeling te verkeren, dewijlH3588 de hongerH7458 zwaarH3515 was in dat landH776. En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, dewijl de honger zwaar was in dat land.

Ook in dit vers vreemdeling verkerenH1481

KJV And there was a famine2 in the land:3 and Abram5 went down4 into Egypt6 to sojourn7 there; for the famine11 was grievous10 in the land.

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 רָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 3 בָּאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וַיֵּ֨רֶד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 5 אַבְרָ֤ם H87 Abram, Abrams Abram 6 מִצְרַ֨יְמָה֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 7 לָג֣וּר H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 8 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 כָבֵ֥ד H3515 zwaar, zware, zwaren (so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick 11 הָרָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 12 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En het geschiedde, als hij naderde, om in Egypte te komen, dat hij zeide tot Sarai, zijn huisvrouw: Zie toch, ik weet, dat gij een vrouw zijt, schoon van aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En het geschieddeH1961, alsH3588 hij naderdeH7126, om in EgypteH4714 te komenH935, dat hij zeideH559 totH413 SaraiH8297, zijn huisvrouwH802: ZieH2009 tochH4994, ik weetH3045, dat gijH859 een vrouwH802 zijt, schoonH3303 van aangezichtH4758. En het geschiedde, als hij naderde, om in Egypte te komen, dat hij zeide tot Sarai, zijn huisvrouw: Zie toch, ik weet, dat gij een vrouw zijt, schoon van aangezicht.

KJV And it came to pass, when2 he was come near3 to enter4 into Egypt,5 that he said6 unto Sarai8 his wife,9 Behold10 now,11 I know12 that thou art a fair15 woman14 to look upon:

1 וַיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 הִקְרִ֖יב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 4 לָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 מִצְרָ֑יְמָה H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 שָׂרַ֣י H8297 Sarai Sarai 9 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 12 יָדַ֔עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אִשָּׁ֥ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 15 יְפַת H3303 schoon, schone, schoonste [phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well 16 מַרְאֶ֖ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 17 אָֽתְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het zal geschieden, als u de Egyptenaars zullen zien, zo zullen zij zeggen: Dat is zijn huisvrouw; en zij zullen mij doden, en u in het leven behouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En het zal geschiedenH1961, alsH3588 u de EgyptenaarsH4713 zullen zienH7200, zo zullen zij zeggenH559: Dat is zijn huisvrouwH802; en zij zullen mij dodenH2026, en u in het leven behoudenH2421. En het zal geschieden, als u de Egyptenaars zullen zien, zo zullen zij zeggen: Dat is zijn huisvrouw; en zij zullen mij doden, en u in het leven behouden.

KJV Therefore it shall come to pass, when the Egyptians5 shall see3 thee, that they shall say,6 This is his wife:7 and they will kill9 me, but they will save thee alive.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 יִרְא֤וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 אֹתָךְ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַמִּצְרִ֔ים H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 6 וְאָמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אִשְׁתּ֣וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 זֹ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 וְהָרְג֥וּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 10 אֹתִ֖י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 וְאֹתָ֥ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יְחַיּֽוּ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zeg toch: Gij zijt mijn zuster; opdat het mij wel ga om u, en mijn ziel om uwentwil leve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 ZegH559 tochH4994: Gij zijt mijn zusterH269; opdat het mij wel gaH3190 om u, en mijn zielH5315 om uwentwil leveH2421. Zeg toch: Gij zijt mijn zuster; opdat het mij wel ga om u, en mijn ziel om uwentwil leve.

KJV Say,1 I pray thee,2 thou art my sister:3 that5 it may be well6 with me for thy sake; and my soul10 shall live9 because of thee.

1 אִמְרִי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 נָ֖א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 אֲחֹ֣תִי H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 4 אָ֑תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 5 לְמַ֨עַן֙ H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 יִֽיטַב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 7 לִ֣י 8 בַעֲבוּרֵ֔ךְ H5668 wil, harentwil, waarlijk because of, for (...'s sake), (intent) that, to 9 וְחָיְתָ֥ה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 10 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 11 בִּגְלָלֵֽךְ H1558 wil because of, for (sake)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En het geschiedde, als Abram in Egypte kwam, dat de Egyptenaars deze vrouw zagen, dat zij zeer schoon was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En hetH1931 geschieddeH1961, alsH3588 AbramH87 in EgypteH4714 kwamH935, dat de EgyptenaarsH4713 deze vrouwH802 zagenH7200, dat zij zeerH3966 schoonH3303 was. En het geschiedde, als Abram in Egypte kwam, dat de Egyptenaars deze vrouw zagen, dat zij zeer schoon was.

KJV And it came to pass, that, when Abram3 was come2 into Egypt,4 the Egyptians6 beheld5 the woman8 that she was very12 fair.

1 וַיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אַבְרָ֖ם H87 Abram, Abrams Abram 4 מִצְרָ֑יְמָה H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 וַיִּרְא֤וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 הַמִּצְרִים֙ H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָ֣אִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 יָפָ֥ה H3303 schoon, schone, schoonste [phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well 11 הִ֖וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ook zagenH7200 haar de vorstenH8269 van FaraoH6547, en prezenH1984 haar bij FaraoH6547; en die vrouwH802 werd weggenomenH3947 naarH413 het huisH1004 van FaraoH6547. Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao.

KJV The princes3 also of Pharaoh4 saw1 her, and commended5 her before7 Pharaoh:8 and the woman10 was taken9 into Pharaoh's12 house.

1 וַיִּרְא֤וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֹתָהּ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 פַרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 5 וַיְהַֽלְל֥וּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 6 אֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 פַּרְעֹ֑ה H6547 Farao Pharaoh 9 וַתֻּקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 הָאִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 פַּרְעֹֽה H6547 Farao Pharaoh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij deed Abram goed, om harentwil; zodat hij had schapen, en runderen, en ezelen, en knechten, en maagden, en ezelinnen, en kemelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij deed AbramH87 goedH3190, om harentwilH5668; zodat hij had schapenH6629, en runderenH1241, en ezelenH2543, en knechtenH5650, en maagdenH8198, en ezelinnenH860, en kemelenH1581. En hij deed Abram goed, om harentwil; zodat hij had schapen, en runderen, en ezelen, en knechten, en maagden, en ezelinnen, en kemelen.

KJV And he entreated2 Abram1 well for her sake: and he had sheep,6 and oxen,7 and he asses,8 and menservants,9 and maidservants,10 and she asses,11 and camels.

1 וּלְאַבְרָ֥ם H87 Abram, Abrams Abram 2 הֵיטִ֖יב H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 3 בַּעֲבוּרָ֑הּ H5668 wil, harentwil, waarlijk because of, for (...'s sake), (intent) that, to 4 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 ל֤וֹ 6 צֹאן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 7 וּבָקָר֙ H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 8 וַחֲמֹרִ֔ים H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 9 וַעֲבָדִים֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 וּשְׁפָחֹ֔ת H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 11 וַאֲתֹנֹ֖ת H860 ezelinnen, ezelin, ezelen (she) ass 12 וּגְמַלִּֽים H1581 kemelen, kemels, kemel camel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar de HEERE plaagde Farao met grote plagen, ook zijn huis, ter oorzake van Sarai, Abrams huisvrouw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar de HEEREH3068 plaagdeH5060 FaraoH6547 met groteH1419 plagenH5061, ook zijn huisH1004, ter oorzakeH1697 van SaraiH8297, AbramsH87 huisvrouwH802. Maar de HEERE plaagde Farao met grote plagen, ook zijn huis, ter oorzake van Sarai, Abrams huisvrouw.

KJV And the LORD2 plagued1 Pharaoh4 and his house8 with great6 plagues5 because of10 Sarai11 Abram's13 wife.

1 וַיְנַגַּ֨ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 2 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 פַּרְעֹ֛ה H6547 Farao Pharaoh 5 נְגָעִ֥ים H5061 plaag, plage, plagen plague, sore, stricken, stripe, stroke, wound 6 גְּדֹלִ֖ים H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בֵּית֑וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 דְּבַ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 שָׂרַ֖י H8297 Sarai Sarai 12 אֵ֥שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 אַבְרָֽם H87 Abram, Abrams Abram
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen riep Farao Abram, en zeide: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt? waarom hebt gij mij niet te kennen gegeven, dat zij uw huisvrouw is?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen riepH7121 FaraoH6547 AbramH87, en zeideH559: WatH4100 is ditH2063, dat gij mij gedaanH6213 hebt? waaromH4100 hebt gij mij nietH3808 te kennen gegevenH5046, dat zijH1931 uw huisvrouwH802 is? Toen riep Farao Abram, en zeide: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt? waarom hebt gij mij niet te kennen gegeven, dat zij uw huisvrouw is?

KJV And Pharaoh2 called1 Abram,3 and said,4 What is this that thou hast done7 unto me? why didst thou not tell11 me that she was thy wife?

1 וַיִּקְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 פַרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 3 לְאַבְרָ֔ם H87 Abram, Abrams Abram 4 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 זֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 עָשִׂ֣יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 לִּ֑י 9 לָ֚מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 הִגַּ֣דְתָּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 12 לִּ֔י 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אִשְׁתְּךָ֖ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 15 הִֽוא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Waarom hebt gij gezegd: Zij is mijn zuster; zodat ik haar mij tot een vrouw zoude genomen hebben? en nu, zie, daar is uw huisvrouw; neem haar en ga henen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WaaromH4100 hebt gij gezegdH559: ZijH1931 is mijn zusterH269; zodat ik haar mij tot een vrouwH802 zoude genomenH3947 hebben? en nuH6258, zieH2009, daar is uw huisvrouwH802; neemH3947 haar en gaH3212 henen! Waarom hebt gij gezegd: Zij is mijn zuster; zodat ik haar mij tot een vrouw zoude genomen hebben? en nu, zie, daar is uw huisvrouw; neem haar en ga henen!

KJV Why saidst thou,2 She is my sister?3 so I might have taken5 her to me to wife:8 now therefore behold thy wife,11 take12 her, and go thy way.

1 לָמָ֤ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 אָמַ֨רְתָּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲחֹ֣תִי H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 4 הִ֔וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 וָאֶקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֹתָ֛הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 לִ֖י 8 לְאִשָּׁ֑ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 וְעַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 10 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 אִשְׁתְּךָ֖ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 קַ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 13 וָלֵֽךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Farao gebood zijn mannen vanwege hem, en zij geleidden hem, en zijn huisvrouw, en alles wat hij had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En FaraoH6547 geboodH6680 zijn mannenH582 vanwegeH5921 hem, en zij geleiddenH7971 hem, en zijn huisvrouwH802, en allesH3605 watH834 hij had. En Farao gebood zijn mannen vanwege hem, en zij geleidden hem, en zijn huisvrouw, en alles wat hij had.

KJV And Pharaoh3 commanded1 his men concerning him: and they sent him away,5 and his wife,

1 וַיְצַ֥ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 עָלָ֛יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 פַּרְעֹ֖ה H6547 Farao Pharaoh 4 אֲנָשִׁ֑ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 וַֽיְשַׁלְּח֥וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אִשְׁתּ֖וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 לֽוֹ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
De ruïne van al-Burj bij Beitin (Beth-El) De toren-ruïne van al-Burj bij het huidige Beitin, algemeen geïdentificeerd als het bijbelse Beth-El, gefotografeerd in 1935.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 12:1 Hebreeën 11:8 Openbaring 18:4 Genesis 15:7 Jesaja 41:9 Lukas 14:26 Handelingen 7:2 Nehemia 9:7 Jozua 24:2
Genesis 12:2 Genesis 18:18 Galaten 3:14 Genesis 46:3 Genesis 17:4 2 Samuël 7:9 Genesis 24:35 Deuteronomium 26:5 Genesis 28:3
Genesis 12:3 Genesis 22:18 Genesis 26:4 Genesis 27:29 Galaten 3:8 Genesis 18:18 Genesis 28:14 Numeri 24:9 Galaten 3:16
Genesis 12:4 Genesis 11:27 Genesis 11:31 Hebreeën 11:8
Genesis 12:5 Genesis 14:14 Genesis 11:31 Hebreeën 11:8 Handelingen 7:4 Genesis 10:19 Genesis 14:21 Genesis 46:5
Genesis 12:6 Deuteronomium 11:30 Genesis 35:4 Hebreeën 11:9 Richteren 7:1 Genesis 13:7 Richteren 9:1 Jozua 20:7 Genesis 15:18
Genesis 12:7 Genesis 17:8 Genesis 13:15 Genesis 18:1 Genesis 17:1 Galaten 3:16 Genesis 13:4 Psalmen 105:9 Genesis 26:25
Genesis 12:8 Genesis 4:26 Nehemia 11:31 Genesis 28:19 Genesis 21:33 Joël 2:32 Genesis 35:15 Romeinen 10:12 Jozua 8:17
Genesis 12:9 Genesis 13:3 Genesis 24:62 Genesis 13:1 Hebreeën 11:13 Psalmen 105:13
Genesis 12:10 Genesis 43:1 Genesis 26:1 Johannes 16:33 2 Samuël 21:1 Genesis 47:13 2 Koningen 7:1 1 Koningen 17:1 Psalmen 34:19
Genesis 12:11 Genesis 29:17 Genesis 26:7 Genesis 39:6 Hooglied 1:14 Genesis 12:14 2 Samuël 11:2 Spreuken 21:30
Genesis 12:12 Genesis 20:11 Genesis 26:7 1 Samuël 27:1 Spreuken 29:25 1 Johannes 1:8 Mattheüs 10:28
Genesis 12:13 Genesis 20:2 Genesis 26:7 Genesis 20:5 Genesis 20:12 Ezechiël 18:4 Romeinen 6:23 Jeremia 17:5 Genesis 11:29
Genesis 12:14 Genesis 3:6 Genesis 39:7 Mattheüs 5:28 Genesis 6:2
Genesis 12:15 Genesis 20:2 Exodus 2:5 Genesis 41:1 Hosea 7:4 Esther 2:2 Spreuken 29:12 Ezechiël 32:2 Jeremia 46:17
Genesis 12:16 Genesis 20:14 Genesis 13:2 Genesis 32:5 Genesis 24:35 Genesis 32:13 Genesis 26:14 Job 42:12 Psalmen 144:13
Genesis 12:17 1 Kronieken 16:21 Genesis 20:18 Hebreeën 13:4 Psalmen 105:14 1 Kronieken 21:22 Job 34:19
Genesis 12:18 Genesis 20:9 Genesis 26:9 Jozua 7:19 Genesis 44:15 1 Samuël 14:43 Genesis 31:26 Genesis 4:10 Exodus 32:21
Genesis 12:20 Exodus 18:27 Psalmen 105:14 1 Samuël 29:6 Spreuken 21:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 12 vers 1

Abram Te weten, eer hij uit Chaldea vertrokken was, want dit bevel van God was de oorzaak zijner verhuizing uit Chaldea, eer hij nog wist waar hij heentrekken zou; hetwelk hem daarna is geopenbaard. Zie boven Gen. 11:31. Verg. hiermede Hand. 7:3-4.

Hertaald: Abram Namelijk voordat hij uit Chaldea vertrokken was, want dit gebod van God was de oorzaak van zijn verhuizing uit Chaldea, nog voordat hij wist waarheen hij zou trekken — dat werd hem later pas bekendgemaakt. Zie Gen. 11:31. Vergelijk Hand. 7:3-4.

Ga gij Hebr. Ga voor u, of ga u. Dat is, tot uw best; alzo onder Gen. 22:2, idem, vlied voor u, onder Gen. 27:43, onderken voor u, onder Gen. 31:32, doch overigens is dit woordje u, dikwerf in de Hebr. taal als een overtollig bijvoegsel, zoals het sommigen hier ook verstaan.

Hertaald: Ga gij Hebreeuws: ga voor u, of ga u. Dat is: tot uw eigen bestwil; zo ook in Gen. 22:2 'vlucht voor u', in Gen. 27:43, en 'onderken voor u' in Gen. 31:32; overigens is het woordje 'u' in het Hebreeuws vaak een overtollige toevoeging, zoals sommigen het hier ook opvatten.

dat Ik u wijzen zal Hij noemt geen land, om aldus Abrams geloof, gehoorzaamheid en geduld door beproeving te oefenen en openbaar te maken.

Hertaald: dat Ik u wijzen zal Hij noemt geen land, om zo Abrams geloof, gehoorzaamheid en geduld door beproeving te oefenen en zichtbaar te maken.

Genesis 12 vers 2

groot volk Niet alleen ten aanzien van de veelheid der mensen, wier vader gij zult wezen naar het vlees, maar ook ten aanzien van hun waardigheid, omdat zij mijn volk en eigendom zullen zijn, wier vader gij zult zijn naar den geest; Rom. 4:11-12, Rom. 4:16-17, Rom. 9:6-8; Gal. 3:7.

Hertaald: groot volk Niet alleen wat het grote aantal mensen betreft, waarvan gij naar het vlees de vader zult zijn, maar ook wat hun waardigheid betreft, omdat zij mijn volk en eigendom zullen zijn, waarvan gij naar de geest de vader zult zijn; Rom. 4:11-12, Rom. 4:16-17, Rom. 9:6-8; Gal. 3:7.

zegenen, De zegening van God betekent allerlei weldaden, of in het algemeen lichamelijke en geestelijke, aardse en hemelse, tijdelijke en eeuwige, onder 2 Sam. 4:1; Deut. 28:2-4, enz. of in het bijzonder enige derzelve; boven Gen. 1:22, Gen. 1:28; onder Gen. 39:5; Deut. 7:13; Ef. 1:3.

Hertaald: zegenen, De zegening van God betekent allerlei weldaden, hetzij in het algemeen lichamelijke en geestelijke, aardse en hemelse, tijdelijke en eeuwige, zie 2 Sam. 4:1; Deut. 28:2-4, enz., hetzij in het bijzonder enkele daarvan; zie Gen. 1:22, Gen. 1:28; Gen. 39:5; Deut. 7:13; Ef. 1:3.

een zegen Zo gans zeer gezegend, dat gij niet alleen in uzelven mijn zegen bezitten zult, maar dat ook deze zegen door uw zaad over ontallijke anderen uitgespreid zal worden.

Hertaald: een zegen Zo overvloedig gezegend, dat gij niet alleen zelf mijn zegen zult bezitten, maar dat deze zegen ook door uw nageslacht over talloze anderen zal worden uitgespreid.

Genesis 12 vers 3

in u Dat is, in uw zaad, onder Gen. 22:18, en Gen. 26:4, en Gen. 28:14; welk zaad is Christus, Gal. 3:16; die uit Abrahams zaad naar het vlees moest voortkomen, Matt. 1:1, om allen waren gelovigen, wier vader Abraham is, de eeuwige zegening te verwerven en mede te delen; Gal. 3:28-29. Anders, met u, te weten door het geloof in Christus, gelijk Gal. 3:8-9, in u, wordt uitgelegd, met Abraham. Zie ook Rom. 4:11-12, Rom. 4:16.

Hertaald: in u Dat is: in uw zaad, zie Gen. 22:18, en Gen. 26:4, en Gen. 28:14; welk zaad Christus is, Gal. 3:16, die naar het vlees uit Abrahams nageslacht zou voortkomen, Matt. 1:1, om alle gelovigen, wier vader Abraham is, de eeuwige zegen te verwerven en mee te delen; Gal. 3:28-29. Anders: met u, namelijk door het geloof in Christus, zoals Gal. 3:8-9 'in u' uitlegt als 'met Abraham'. Zie ook Rom. 4:11-12, Rom. 4:16.

Genesis 12 vers 4

vijf en zeventig jaren Hebr. een zoon van vijf jaren en zeventig jaar.

Hertaald: vijf en zeventig jaren Hebreeuws: een zoon van vijf jaar en zeventig jaar.

Haran ging Vanwaar hij tevoren met zijn vader Terah uit Chaldea gekomen was, boven Gen. 11:31.

Hertaald: Haran ging Vanwaar hij eerder met zijn vader Terah uit Chaldea gekomen was, zie Gen. 11:31.

Genesis 12 vers 5

have, Dit zijn als de eerstelingen van den beloofden zegen, die Abram en de zijnen ontvangen hebben in Haran. Het Hebr. woord begrijpt in zich allerlei goederen, hetzij vee, of geld en huisraad.

Hertaald: have, Dit zijn als het ware de eerstelingen van de beloofde zegen, die Abram en de zijnen in Haran ontvangen hebben. Het Hebreeuwse woord omvat allerlei goederen, hetzij vee, geld of huisraad.

zielen, Dat is, mensen van dienstbare conditie, die hij veroverd had, en die, welke uit dezen geboren waren; want Abraham had toen nog geen kinderen. Het Hebr. woord hier overgezet zielen, wordt aldus genomen voor mensen of personen, onder Gen. 17:14; Ex. 12:15; Lev. 2:1; Num. 23:10; Deut. 24:7; Richt. 16:30; Marc. 3:4, enz.

Hertaald: zielen, Dat is: mensen in een dienende positie, die hij verworven had, en degenen die uit hen geboren waren; want Abraham had toen nog geen kinderen. Het Hebreeuwse woord dat hier met 'zielen' vertaald is, wordt zo ook gebruikt voor mensen of personen, zie Gen. 17:14; Ex. 12:15; Lev. 2:1; Num. 23:10; Deut. 24:7; Richt. 16:30; Marc. 3:4, enz.

Kanaän, Van de grenzen dezes lands [genaamd naderhand Palestina, het beloofde land, omdat dit Abrahams nakomelingen beloofd werd, onder vs.7] zie boven Gen. 10:19 en de aantekening.

Hertaald: Kanaän, Over de grenzen van dit land [later Palestina genoemd, het beloofde land, omdat het aan Abrahams nakomelingen beloofd werd, zie vers 7], zie Gen. 10:19 en de aantekening daar.

Genesis 12 vers 6

Sichem, Hebr. Scechem, gelegen in het midden van het land Kanaän, in het gebergte Ephraïm, Joz. 21:21; Richt. 8:31; 1 Kron. 6:67; Hand. 7:16; ook genaamd Sichar, Joh. 4:5.

Hertaald: Sichem, Hebreeuws: Scechem, gelegen midden in het land Kanaän, in het gebergte Efraïm, Joz. 21:21; Richt. 8:31; 1 Kron. 6:67; Hand. 7:16; ook Sichar genoemd, Joh. 4:5.

eikenbos Anders, het effen veld. Zie Deut. 11:30; want het Hebr. woord betekent dit beide.

Hertaald: eikenbos Anders: het effen veld. Zie Deut. 11:30; want het Hebreeuwse woord kan beide betekenen.

More; Dit kan zijn de naam van een man, naar wien deze plaats aldus genoemd wordt.

Hertaald: More; Dit kan de naam van een man zijn, naar wie deze plaats zo genoemd is.

de Kanaänieten Hebr. de Kanaänieter, een vervloekt, afgodisch en goddeloos volk, afkomstig van Kanaän, Chams zoon; zie Zach. 14:21.

Hertaald: de Kanaänieten Hebreeuws: de Kanaänieter, een vervloekt, afgodisch en goddeloos volk, afkomstig van Kanaän, de zoon van Cham; zie Zach. 14:21.

Genesis 12 vers 7

Zo verscheen de HEERE Abram Om door een nieuwe openbaring Abram in het geloof te versterken, die het land bewoond zag met Kanaänieten.

Hertaald: Zo verscheen de HEERE Abram Om Abram door een nieuwe openbaring in het geloof te versterken, terwijl hij het land door Kanaänieten bewoond zag.

Toen bouwde hij aldaar een altaar Te weten, om aldaar offeranden, gebeden en dankzeggingen te doen; en den gehelen uiterlijken godsdienst onder de zijnen tegen de afgoderij der Kanaänieten te oefenen; hetwelk geheten wordt den naam des Heeren aanroepen; zie vs.8, en boven Gen. 4:26.

Hertaald: Toen bouwde hij aldaar een altaar Namelijk om daar offers, gebeden en dankzeggingen te doen, en de gehele uiterlijke eredienst onder de zijnen te onderhouden tegenover de afgoderij van de Kanaänieten; dit wordt de Naam van de HEERE aanroepen genoemd; zie vers 8, en Gen. 4:26.

Genesis 12 vers 8

Beth-el, Een stad, gelegen in het land, dat den stam van Benjamin daarna toegevallen is, en aldus eerst genoemd door Jakob, toen hij reisde naar Mesopotamië, maar vóór dien tijd geheten Luz; onder Gen. 28:19.

Hertaald: Beth-el, Een stad, gelegen in het gebied dat later aan de stam van Benjamin toeviel, en pas zo genoemd door Jakob toen hij naar Mesopotamië reisde; daarvoor heette het Luz; zie Gen. 28:19.

westen, Hebr. zee. Hierdoor wordt het westen verstaan, omdat de westzijde van Kanaän aan de zee gelegen was; zie onder Gen. 13:14, en Gen. 28:14; Num. 3:23; Deut. 3:27, enz.

Hertaald: westen, Hebreeuws: zee. Hiermee wordt het westen bedoeld, omdat de westkant van Kanaän aan zee lag; zie Gen. 13:14, en Gen. 28:14; Num. 3:23; Deut. 3:27, enz.

Ai Een stad in het land Kanaän, in den stam van Benjamin, oostwaarts van Bethel gelegen; zie Joz. 7:2.

Hertaald: Ai Een stad in het land Kanaän, in de stam van Benjamin, ten oosten van Bethel gelegen; zie Joz. 7:2.

riep den naam Zie boven Gen. 4:26.

Hertaald: riep den naam Zie Gen. 4:26.

Genesis 12 vers 9

gaande en trekkende Dat is, allengskens en geduriglijk voortreizende.

Hertaald: gaande en trekkende Dat is: geleidelijk en voortdurend verder reizend.

Genesis 12 vers 10

honger in Hier wordt Abrams vertrouwen beproefd.

Hertaald: honger in Hier wordt Abrams vertrouwen op de proef gesteld.

dat land; Te weten, Kanaän, hetwelk wel vruchtbaar was, Deut. 8:7-8, maar nu om de boosheid der inwoners, met onvruchtbaarheid gestraft; Ps. 107:34.

Hertaald: dat land; Namelijk: Kanaän, dat wel vruchtbaar was, Deut. 8:7-8, maar nu vanwege de boosheid van de inwoners met onvruchtbaarheid gestraft werd; Ps. 107:34.

zo toog Verstaande dat hij, om God niet te verzoeken, wel voor enigen tijd mocht vertrekken, om dezen duren tijd te ontgaan.

Hertaald: zo toog Om te begrijpen dat hij, om God niet te verzoeken, voor enige tijd mocht vertrekken om deze schaarste te ontlopen.

Egypte, Een land, in het Hebreeuws genaamd Mitsraïm, van Mitsraïm den zoon van Cham, gelegen in Afrika, grenzende oostwaarts aan de Rode zee en een deel van Arabië; zuidwaarts aan Ethiopië, westwaarts aan Libyë, en noordwaarts aan de Middellandse zee; zeer goed bekend in de Heilige Schrift; onder Gen. 13:10, en Gen. 39:1, enz.

Hertaald: Egypte, Een land, in het Hebreeuws Mitsraïm genoemd, naar Mitsraïm de zoon van Cham, gelegen in Afrika, grenzend in het oosten aan de Rode Zee en een deel van Arabië, in het zuiden aan Ethiopië, in het westen aan Libië, en in het noorden aan de Middellandse Zee; zeer bekend in de Heilige Schrift; zie Gen. 13:10, en Gen. 39:1, enz.

Genesis 12 vers 11

ik weet dat gij een vrouw zijt schoon Hier valt Abram in vleselijke vrees, daar hij wel behoorde zijnen God vertrouwd te hebben.

Hertaald: ik weet dat gij een vrouw zijt schoon Hier vervalt Abram in vleselijke vrees, terwijl hij eigenlijk op zijn God had moeten vertrouwen.

Genesis 12 vers 13

mijn ziel Dat is, mijn persoon; zie boven op vs.5.

Hertaald: mijn ziel Dat is: mijn persoon; zie hierboven bij vers 5.

Genesis 12 vers 15

Faraö's vorsten, Dat is, de voornaamste heren, edellieden en officieren van Faraö's hof, die gemeenlijk met zulke diensten hun vorsten zoeken te behagen.

Hertaald: Faraö's vorsten, Dat is: de voornaamste heren, edelen en hovelingen van Farao's hof, die hun vorsten graag met zulke diensten proberen te behagen.

Faraö; Een algemene titel van alle koningen van Egypte, dien zij behouden hebben, totdat zij naderhand den naam van Plolomaeus bekomen hebben.

Hertaald: Faraö; Een algemene titel van alle koningen van Egypte, die zij behielden totdat zij later de naam Ptolemaeus kregen.

weggenomen Niet naar den koning, maar naar het koninklijke vrouwengetimmer, om aldaar naar de wijze van het land toebereid te worden voor de koning haar tot zijne huisvrouw zou nemen; zie Est. 2:8-9; intussen droeg God zorg voor Abram en de kuisheid zijner huisvrouw.

Hertaald: weggenomen Niet naar de koning zelf, maar naar het koninklijke vrouwenverblijf, om daar naar de gebruiken van het land voorbereid te worden voordat de koning haar tot vrouw zou nemen; zie Est. 2:8-9; ondertussen zorgde God voor Abram en de eerbaarheid van zijn vrouw.

naar het huis Te weten, om geleid te worden naar Faraö's huis. De Hebreën begrijpen dikwijls onder één woord de betekenis van nog een ander, gelijk hier en elders geschiedt met het woord Lakach, nemen. Zie onder Gen. 18:7; Ps. 143:3; Ezech. 28:16.

Hertaald: naar het huis Namelijk: om naar Farao's huis geleid te worden. De Hebreeën vatten vaak onder één woord ook de betekenis van een ander samen, zoals hier en elders met het woord lakach, nemen. Zie Gen. 18:7; Ps. 143:3; Ezech. 28:16.

Genesis 12 vers 16

om harentwil; Omdat hij voorgenomen had haar te trouwen, en dat liever met Abrams vriendschap dan onwil.

Hertaald: om harentwil; Omdat hij van plan was haar te trouwen, en dat liever met Abrams instemming dan tegen zijn wil.

schapen, en runderen, Onder de woorden van schapen en runderen, wordt allerlei klein en groot vee begrepen, gelijk onder Gen. 13:5, en Gen. 20:14, en Gen. 26:14, enz. Zie ook Lev. 1:2.

Hertaald: schapen, en runderen, Onder de woorden schapen en runderen wordt allerlei klein en groot vee begrepen, zoals in Gen. 13:5, en Gen. 20:14, en Gen. 26:14, enz. Zie ook Lev. 1:2.

Genesis 12 vers 17

grote plagen, Wat dit voor plagen geweest zijn, is onzeker; het is zeker dat zij gediend hebben, zowel om de schending van Sarai te verhinderen, als om deze daad des konings en zijn huis te straffen.

Hertaald: grote plagen, Wat voor plagen dit precies waren, is onzeker; zeker is dat zij dienden om zowel de schending van Sarai te voorkomen als deze daad van de koning en zijn huis te straffen.

Genesis 12 vers 18

Waarom hebt gij Faraö wist dit nu zonder twijfel, eensdeels uit de hoedanigheid zijner plaag en de wroeging van zijn conscientie, anderdeels uit de ingeving en openbaring Gods, gelijk op een anderen tijd met Abimélech geschied is; onder Gen. 20:3.

Hertaald: Waarom hebt gij Farao wist dit nu zonder twijfel, deels door de aard van zijn plaag en de wroeging van zijn geweten, deels door Gods ingeving en openbaring, zoals later ook bij Abimelech gebeurde; zie Gen. 20:3.

Genesis 12 vers 20

Faraö Hier staat niet dat Abram enige woorden van verontschuldiging gebruikt heeft, daar hij zonder twijfel zijn zwakheid en onbedachtzaamheid gevoelde en bekende; als ook een bijzondere genade des Heeren, die hij opmerkte in het Goddelijk beleid dezer zaak.

Hertaald: Faraö Hier staat niet dat Abram enige woorden van verontschuldiging gebruikt heeft, terwijl hij ongetwijfeld zijn zwakheid en onbezonnenheid voelde en erkende, evenals de bijzondere genade van de HEERE die hij opmerkte in de goddelijke leiding van deze zaak.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram  — verheven vader

De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).

Haran  — bergbewoner

Een zoon van Terah en broer van Abram en Nahor, vader van Lot (Gen. 11:27-28). Hij stierf al vóór zijn vader Terah, in zijn geboortestad Ur der Chaldeeën, en liet zijn zoon Lot achter.

Sarai  — mijn vorstin

De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.

Lot  — bedekking, sluier

De zoon van Haran en neef van Abram (Gen. 11:27, 31). Na de dood van zijn vader trok hij mee met zijn grootvader Terah en later met zijn oom Abram naar Kanaän. Later scheidde hij zich van Abram af en vestigde zich bij Sodom (Gen. 13), werd gevangengenomen door Kedorlaomer en door Abram bevrijd (Gen. 14), en werd ten slotte wonderlijk gered uit het brandende Sodom (Gen. 19).

Kanaän  — onderworpene, vernederde

De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sichem  — Hebreeuws sjekem, "schouder" — waarschijnlijk naar de ligging op een bergrug

Ligging: Gelegen tussen de bergen Gerizim en Ebal, op de belangrijke noord-zuidroute door het bergland van Efraïm.

Geschiedenis: Deze plaats wordt voor het eerst genoemd bij Abrahams tocht vanuit Haran: bij de eik (het terebint) van More, in de omgeving, richtte hij zijn eerste altaar voor de HEERE in het land Kanaän op (Gen. 12:6v). Waarschijnlijk was het bij diezelfde eik dat Jakob, teruggekeerd uit Paddan-Aram, de vreemde goden begroef (Gen. 35:4); hierheen was hij gekomen na zijn ontmoeting met Ezau (Gen. 33:18). Ten oosten van de stad kocht Jakob een stuk grond van Hemor, Sichems vader, waar hij zijn tent opsloeg en een altaar bouwde, dat hij El-Elohe-Israël noemde (Gen. 33:19v). Hier speelde zich ook de geschiedenis van de ontering van Dina af, met de wraak van Simeon en Levi tot gevolg (Gen. 34). Later liet Abimelech, wiens moeder uit de stad afkomstig was, zich door de mannen van Sichem tot koning maken (Richt. 9).

Bijbelse betekenis: De eerste plek in het beloofde land waar een aartsvader een altaar voor de HEERE bouwde — daarmee in zekere zin het geestelijke beginpunt van Israëls aanwezigheid in Kanaän.

Gen. 12:6-7; 33:18-20; 34; 35:4; Richt. 9; Hand. 7:16 (als "Sychem")

Beth-El  — "huis van God" — de naam die Jakob aan de plaats gaf na zijn droom van de ladder (Gen. 28:19); de oorspronkelijke naam van de stad was Luz

Ligging: Gelegen ten westen van Ai (Gen. 12:8), op de noordgrens van Benjamin (de zuidgrens van Efraïm), aan de top van de weg die vanuit de Jordaanvallei via Ai omhoogloopt. Vertegenwoordigd door het huidige Beitin, circa twintig kilometer ten noorden van Jeruzalem, aan de weg naar Nablus. Er zijn vier bronnen die goed water leveren; in de oudheid werd dit aangevuld met een in de rots uitgehouwen waterbekken.

Geschiedenis: Abram sloeg hier zijn tent op tussen Beth-el en Ai en bouwde er een altaar (Gen. 12:8; 13:3v). Beth-El was een koninklijke stad van de Kanaänieten (Joz. 12:16), werd door Jozua veroverd (Joz. 8) en aan Benjamin toegewezen (Joz. 18:22). Later maakte koning Jerobeam het tot koninklijk heiligdom en religieus centrum van het tienstammenrijk (1 Kon. 12:29v), waar hij een van de gouden kalveren plaatste. Tegen de afgodische uitspattingen die zich daar ontwikkelden, spraken de profeten Amos en Hosea felle oordeelswoorden uit; Hosea noemt de plaats spottend Beth-Aven ("huis van onheil") in plaats van Beth-El.

Bijbelse betekenis: De plaats van Jakobs droom van de ladder tot in de hemel en van Gods verbondsbelofte aan hem (Gen. 28); later, door Jerobeams afgodische kalverdienst, een symbool van geestelijk verval.

Archeologie: Bij het huidige Beitin zijn opgravingen gedaan die muren en gebouwen van het oude Beth-El hebben blootgelegd, al is een deel van de vindplaats sindsdien weer overbouwd door het moderne dorp.

Gen. 12:8; 13:3-4; 28:10-19; 35:1-15; Joz. 8; 12:16; 18:22; 1 Kon. 12:29-33; 13; Amos 3:14; 4:4; 5:11; 7:13; Hos. 4:15; 10:5,8,15

Het Zuiderland (Negeb)  — Hebreeuws voor "droog land"; werd, omdat het ten zuiden van Juda lag, ook gewoon gebruikt in de betekenis van "het zuiden" — wat in enkele bijbelteksten tot verwarring kan leiden, omdat "naar het Zuiderland gaan" niet altijd letterlijk zuidwaarts hoeft te betekenen

Ligging: Het droge grensgebied ten zuiden van het bergland van Juda, met dalen die overwegend oost-west lopen; een geïsoleerde streek zonder grote doorgaande wegen, die tegelijk als een natuurlijke barrière diende tegen legers die vanuit het zuiden zouden optrekken.

Geschiedenis: Het Zuiderland was het toneel van veel omzwervingen van Abram (Gen. 12:9; 13:1,3; 20:1); hier ontmoette Hagar de Engel des HEEREN (Gen. 16:7,14); ook Izak (Gen. 24:62) en Jakob (Gen. 37:1; 46:5) woonden er. Mozes zond de verspieders via dit gebied naar het bergland (Num. 13:17,22); in die tijd woonden er de Amalekieten.

Bijbelse betekenis: Het gebied waar de aartsvaders bij uitstek als vreemdelingen rondtrokken, tussen het beloofde land en Egypte in.

Gen. 12:9; 13:1,3; 16:7,14; 20:1; 24:62; Num. 13:17,22,29

Egypte  — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — een tweevoudsvorm (dual) in het Hebreeuws, die wijst op de twee natuurlijke delen van het land: Beneden-Egypte (de Delta) en Boven-Egypte

Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, begrensd door de Middellandse Zee in het noorden, Palestina/Arabië en de Rode Zee in het oosten, Nubië in het zuiden en de grote woestijn in het westen; het bewoonbare land beperkt zich vrijwel geheel tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.

Geschiedenis: Een van de oudste beschaafde koninkrijken die de geschiedenis kent, wiens taal (in zijn laatste vorm het Koptisch) van verre verwant is aan de Semitische talen. In Genesis 12 vlucht Abram, gedreven door hongersnood, naar Egypte; hij wordt er gastvrij ontvangen, maar dit gaat gepaard met gevaar voor de eer van zijn vrouw Sarai, die de farao naar zijn hof laat halen (Gen. 12:10-20) — een patroon dat zich later, in andere vorm, herhaalt in de geschiedenis van Jozef en van het volk Israël in de tijd van de uittocht.

Bijbelse betekenis: Door de hele Bijbel heen vervult Egypte een dubbele rol: het is zowel een toevluchtsoord in tijden van nood als een plaats van verdrukking waaruit God Zijn volk moet uitleiden — een spanning die al hier, bij Abram, voor het eerst zichtbaar wordt.

Gen. 12:10-20; en talrijke latere verwijzingen door de hele Schrift heen

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Roeping  — Hebreeuws: qara, "roepen, noemen"

God riep Abram, nog voordat hij enig teken of belofte had ontvangen, om zijn land, zijn maagschap en zijns vaders huis te verlaten en te gaan naar een land dat Hij hem wijzen zou. Daarbij gaf Hij de belofte hem tot een groot volk te maken en in hem alle geslachten der aarde te zegenen (Gen. 12:1-3). Abram gehoorzaamde en vertrok, zonder te weten waar hij komen zou (Hebr. 11:8).

Bijbelse betekenis: Deze roeping ging geheel van God uit: er is geen enkele aanleiding in de tekst die aan Abram zelf enige verdienste, geschiktheid of voorafgaand zoeken toeschrijft — de HEERE nam het initiatief, en Abram antwoordde in geloof en gehoorzaamheid.

Typologie: Paulus wijst uitdrukkelijk naar Abrams roeping als het patroon van hoe God ook nu nog roept en rechtvaardigt: niet naar de werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade (Rom. 4:1-5; vgl. 2 Tim. 1:9). Zo is Abrams roeping een vroeg, sprekend voorbeeld van wat de Reformatie later de vrije, verkiezende genade van God noemde — een roeping die niet op de mens, maar geheel op God rust.

Gen. 12:1-3; Hebr. 11:8; Rom. 4:1-5; 2 Tim. 1:9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het beloofde Zaad niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

In u zullen alle geslachten gezegend worden — 12:1-3

De belofte krijgt een naam. Sinds Genesis 3 wachtte de wereld op Eén; nu wordt één man uit Ur geroepen, en van hieraf loopt de heilsgeschiedenis over zijn familie.

God roept één man en belooft door hem de hele wereld te zegenen; Paulus noemt dat de aankondiging van het Evangelie.

Vijf keer zegt God wat Hij doen zal: Ik zal u tot een groot volk maken, Ik zal u zegenen, Ik zal uw naam groot maken, Ik zal zegenen wie u zegent, en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Abram brengt niets in dan gehoorzaamheid aan een bevel om weg te trekken zonder te weten waarheen. Het laatste van die vijf reikt veel verder dan zijn nakomelingschap: het gaat om alle geslachten. Paulus vat dat in de Galatenbrief samen met een zin die weinig aan duidelijkheid overlaat — de Schrift heeft tevoren het Evangelie aan Abraham verkondigd. Wat hier gezegd wordt is dus niet slechts een voorbereiding op het Evangelie, maar het Evangelie zelf, in zaadvorm.

  1. Genesis 3:15 — De belofte van het Zaad, nog zonder adres.
  2. Genesis 12:3 — In Abram zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
  3. Galaten 3:8 — De Schrift heeft tevoren aan Abraham het Evangelie verkondigd.
  4. Galaten 3:16 — Dat zaad is enkelvoud: Christus.
  5. Handelingen 3:25-26 — Petrus past de belofte toe op de opgestane Christus.

In het Nieuwe Testament: Galaten 3:8; Handelingen 3:25; Hebreeën 11:8

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 12

Genesis 12:1. KruisverwijzingenHebreeën 11:8Openbaring 18:4Genesis 15:7Jesaja 41:9Lukas 14:26Handelingen 7:2Nehemia 9:7Jozua 24:2
— De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.
Het was Gods bedoeling Zijn waarheid en de zuivere godsdienst in de wereld te bewaren door die toe te vertrouwen aan één man en aan het volk dat uit hem zou voortkomen. Abraham wordt de vader van de gelovigen genoemd, dat wil zeggen de vader van allen die in God geloven. Daarom geldt dat, als wij werkelijk in God geloven, wij ook zullen doen wat Abraham als gelovige deed. Misschien worden wij niet geroepen ons huis en ons vaderland te verlaten, maar ons wacht een taak die nog moeilijker is. Wij moeten ons afzonderen van de mensen onder wie wij leven: wel onder hen wonen, maar niet van hen zijn; wel in de wereld zijn, maar niet van de wereld.

Dat is geen gemakkelijke opgave. Het is veel gemakkelijker om monnik of non te worden en je in afzondering terug te trekken, dan te midden van goddeloze mensen te leven en toch zelf godvruchtig te blijven. Het is veel moeilijker om handel te drijven met de gewone kooplieden zonder hun gewoonten over te nemen, of je te begeven onder de gangbare denkers zonder te denken zoals zij denken. Juist daarin komt het erop aan de gedachten van God te denken en de wil van de Allerhoogste te gehoorzamen.

Genesis 12:2-3.  KruisverwijzingenGenesis 22:18Genesis 26:4Genesis 27:29Galaten 3:8Genesis 18:18Galaten 3:14Genesis 28:14Numeri 24:9
— En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
Hierin ziet u het missionaire karakter van Abrahams nageslacht, als zij dat maar hadden beseft. God zegende hen niet uitsluitend om henzelf, maar met het oog op alle volken: “In u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.”

Genesis 12:4.KruisverwijzingenGenesis 11:27Genesis 11:31Hebreeën 11:8
— En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.
  Hij had al een hoge leeftijd bereikt, maar zonder dat hij het wist of kon vermoeden, lag er nog een eeuw van zijn leven voor hem. Hij had kunnen zeggen: “Heere, ik ben te oud om nog te reizen, te oud om mijn land te verlaten en een zwervend bestaan te beginnen.” Maar zo sprak hij niet. Hem werd bevolen te gaan, en wij lezen eenvoudig: “En Abram toog heen.”

Genesis 12:5-6.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:30Genesis 14:14Genesis 35:4Hebreeën 11:9Genesis 11:31Richteren 7:1Genesis 13:7Hebreeën 11:8
— En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan. En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaanieten waren toen ter tijd in dat land.
  Woeste en machtige volken beheersten het land. Het leek allerminst de aangewezen plaats om het erfdeel te zijn van een vreedzaam man als Abraham. God vervult Zijn beloften aan Zijn volk niet altijd onmiddellijk. Want waar zou anders het geloof worden geoefend? Ons leven behoort een leven van geloof te zijn, en dat geloof zal uiteindelijk rijkelijk worden beloond.

Abraham bezat geen voetbreed land dat hij zijn eigendom kon noemen, behalve de grot van Machpela, die hij van de zonen van Heth had gekocht als begraafplaats voor zijn geliefde Sara.

Genesis 12:7. KruisverwijzingenGenesis 17:8Genesis 13:15Genesis 18:1Genesis 17:1Galaten 3:16Genesis 13:4Psalmen 105:9Genesis 26:25
— Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem aldaar verschenen was.
Zo ziet u dat Abraham zijn afgezonderde leven begon met een zegen van de HEERE, zijn God. Later in zijn levensgeschiedenis ontving hij een nog grotere zegen, toen hij na zijn overwinning op de koningen terugkeerde.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het is veel gemakkelijker om monnik of non te worden en je in afzondering terug te trekken, dan te midden van goddeloze mensen te leven en toch zelf godvruchtig te blijven. Het is veel moeilijker om handel te drijven met de gewone kooplieden zonder hun gewoonten over te nemen, of je te begeven onder de gangbare denkers zonder te denken zoals zij denken. Juist daarin komt het erop aan de gedachten van God te denken en de wil van de Allerhoogste te gehoorzamen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content