Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de ganseH3605aardeH776wasH1961 van enerleiH259spraakH8193 en enerleiH259woordenH1697.En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.
KJVAnd the whole earth3was of one5language,4and of one7speech.
2Maar het geschiedde, als zij tegen het oosten togen, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Maar het geschiedde, als zij tegen het oostenH6924togenH5265, dat zij een laagteH1237vondenH4672 in het landH776SinearH8152; en zij woondenH3427aldaarH8033.Maar het geschiedde, als zij tegen het oosten togen, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar.
KJVAnd it came to pass, as they journeyed2from the east,3that they found4a plain5in the land6of Shinar;7and they dwelt
1וַֽיְהִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּנָסְעָ֣םH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way3מִקֶּ֑דֶםH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)4וַֽיִּמְצְא֥וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5בִקְעָ֛הH1237vallei, dal, dalenplain, valley6בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7שִׁנְעָ֖רH8152Sinear, BabylonischShinar8וַיֵּ֥שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
3En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zij zeidenH559 een iederH376totH413 zijn naasteH7453: KomH3051 aan, laat ons tichelenH3843strijkenH3835, en wel doorbrandenH8313! En de tichelH3843wasH1961 hun voor steenH68, en het lijmH2564wasH1961 hun voor leemH2563.En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem.
KJVAnd they said1one2to another,4Go to,5let us make6brick,7and burn8them throughly.9And they had brick12for stone,13and slime14had10they for morter.
4En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En zij zeidenH559: KomH3051 aan, laatH1129 ons voor ons een stadH5892bouwenH1129, en een torenH4026, welks oppersteH7218 in den hemelH8064 zij, en laat ons een naamH8034 voor ons makenH6213, opdat wij niet misschien overH5921 de ganseH3605aardeH776verstrooidH6327 worden!En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!
KJVAnd they said,1Go to,2let us build3us a city5and a tower,6whose top7may reach unto heaven;8and let us make9us a name,11lest we be scattered abroad13upon the face15of the whole earth.
1וַיֹּאמְר֞וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָ֣בָהH3051Geeft, Geef, geeftascribe, bring, come on, give, go, set, take3נִבְנֶהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4לָּ֣נוּ5עִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6וּמִגְדָּל֙H4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following7וְרֹאשׁ֣וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8בַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9וְנַֽעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לָּ֖נוּ11שֵׁ֑םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not13נָפ֖וּץH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
5Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen kwam de HEEREH3068nederH3381, om te bezienH7200 de stadH5892 en den torenH4026, dieH834 de kinderenH1121 der mensenH120bouwdenH1129.Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.
KJVAnd the LORD2came down1to see3the city5and the tower,7which the children10of men11builded.
1וַיֵּ֣רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לִרְאֹ֥תH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמִּגְדָּ֑לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בָּנ֖וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely10בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11הָאָדָֽםH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
6En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de HEEREH3068zeideH559: ZietH2005, zij zijn enerleiH259volkH5971, en hebben allenH3605enerleiH259spraakH8193; en ditH2088 is het, dat zij beginnenH2490 te makenH6213; maar nuH6258, zoude hun nietH3808afgesnedenH1219 worden alH3605watH834 zij bedachtH2161 hebben te makenH6213?En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken?
KJVAnd the LORD2said,1Behold, the people4is one,5and they have all one7language;6and this they begin10to do:11and now nothing13will be restrained14from them, which they have imagined18to do.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3הֵ֣ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though4עַ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6וְשָׂפָ֤הH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words7אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8לְכֻלָּ֔םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9וְזֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10הַחִלָּ֣םH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound11לַעֲשׂ֑וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִבָּצֵ֣רH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold15מֵהֶ֔ם16כֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18יָזְמ֖וּH2161gedacht, voorgenomen, bedachtconsider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil)19לַֽעֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
7Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7KomH3051 aan, laat Ons nedervarenH3381, en laat Ons hun spraakH8193aldaarH8033verwarrenH1101, opdat iegelijkH376 de spraakH8193 zijns naastenH7453nietH3808horeH8085.Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore.
KJVGo to,1let us go down,2and there confound3their language,5that6they may not understand8one9another's11speech.
1הָ֚בָהH3051Geeft, Geef, geeftascribe, bring, come on, give, go, set, take2נֵֽרְדָ֔הH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3וְנָבְלָ֥הH1101gemengd, overgoten, verwardeanoint, confound, [idiom] fade, mingle, mix (self), give provender, temper4שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither5שְׂפָתָ֑םH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words6אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִשְׁמְע֔וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10שְׂפַ֥תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words11רֵעֵֽהוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
8Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Alzo verstrooideH6327 hen de HEEREH3068 van daarH8033overH5921 de ganseH3605aardeH776; en zij hieldenH2308 op de stadH5892 te bouwenH1129.Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen.
KJVSo the LORD2scattered them abroad1from thence4upon the face6of all the earth:8and they left off9to build10the city.
1וַיָּ֨פֶץH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִשָּׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9וַֽיַּחְדְּל֖וּH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want10לִבְנֹ֥תH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely11הָעִֽירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
9Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9DaaromH3651noemdeH7121 men haar naamH8034BabelH894; wantH3588aldaarH8033verwardeH1101 de HEEREH3068 de spraakH8193 der ganseH3605aardeH776, en van daarH8033verstrooideH6327 hen de HEEREH3068overH5921 de ganseH3605aardeH776.Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.
KJVTherefore is the name of it4called3Babel;5because the LORD9did there confound8the language10of all the earth:12and from thence did14the LORD15scatter them abroadupon the face17of all the earth.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2כֵּ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3קָרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4שְׁמָהּ֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon6כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8בָּלַ֥לH1101gemengd, overgoten, verwardeanoint, confound, [idiom] fade, mingle, mix (self), give provender, temper9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10שְׂפַ֣תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13וּמִשָּׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14הֱפִיצָ֣םH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad15יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
10Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10DezeH428 zijn de geboortenH8435 van SemH8035: SemH8035 was honderdH3967jarenH8141oudH1121, en gewonH3205ArfachsadH775, twee jarenH8141naH310 den vloedH3999.Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.
KJVThese are the generations2of Shem:3Shem4was an hundred6years7old,5and begat8Arphaxad10two years11after12the flood:
1אֵ֚לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2תּוֹלְדֹ֣תH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations3שֵׁ֔םH8035Sem, SemsSem, Shem4שֵׁ֚םH8035Sem, SemsSem, Shem5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6מְאַ֣תH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וַיּ֖וֹלֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אַרְפַּכְשָׁ֑דH775ArfachsadArphaxad11שְׁנָתַ֖יִםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12אַחַ֥רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13הַמַּבּֽוּלH3999vloed, vloeds, watervloedflood
11En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En SemH8035leefdeH2421, nadatH310 hij ArfachsadH775gewonnenH3205 had, vijfhonderdH2568jarenH8141; en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
12En Arfachsad leefde vijf en dertig jaren, en hij gewon Selah.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En ArfachsadH775leefdeH2425vijfH2568 en dertigH7970jarenH8141, en hij gewonH3205SelahH7974.En Arfachsad leefde vijf en dertig jaren, en hij gewon Selah.
1וְאַרְפַּכְשַׁ֣דH775ArfachsadArphaxad2חַ֔יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole3חָמֵ֥שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4וּשְׁלֹשִׁ֖יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)5שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6וַיּ֖וֹלֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שָֽׁלַחH7974SelahSalah, Shelah. Compare H7975 (שִׁלֹחַ)lemma שִׁלֹּחַ extra dagesh, corrected to שִׁלֹחַ
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13En Arfachsad leefde, nadat hij Selah gewonnen had, vierhonderd en drie jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En ArfachsadH775leefdeH2421, nadatH310 hij SelahH7974gewonnenH3205 had, vierhonderdH702 en drieH7969jarenH8141; en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Arfachsad leefde, nadat hij Selah gewonnen had, vierhonderd en drie jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
14En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En SelahH7974leefdeH2425dertigH7970jarenH8141, en hij gewonH3205HeberH5677.En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber.
KJVAnd Salah1livedthirty3years,4and begat5Eber:
1וְשֶׁ֥לַחH7974SelahSalah, Shelah. Compare H7975 (שִׁלֹחַ)lemma שִׁלֹּחַ extra dagesh, corrected to שִׁלֹחַ2חַ֖יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole3שְׁלֹשִׁ֣יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וַיּ֖וֹלֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֵֽבֶרH5677Heber, EberEber, Heber
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaren, en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En SelahH7974leefdeH2421, nadatH310 hij HeberH5677gewonnenH3205 had, vierhonderdH702 en drieH7969jarenH8141, en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaren, en hij gewon zonen en dochteren.
16En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En HeberH5677leefdeH2421vierH702 en dertigH7970jarenH8141, en gewonH3205PelegH6389.En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg.
17En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En HeberH5677leefdeH2421, nadatH310 hij PelegH6389gewonnenH3205 had, vierhonderdH702 en dertigH7970jarenH8141; en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
18En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En PelegH6389leefdeH2421dertigH7970jarenH8141, en hij gewonH3205RehuH7466.En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu.
KJVAnd Peleg2lived1thirty3years,4and begat5Reu:
1וַֽיְחִיH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole2פֶ֖לֶגH6389PelegPeleg3שְׁלֹשִׁ֣יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וַיּ֖וֹלֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7רְעֽוּH7466RehuReu
19En Peleg leefde, nadat hij Rehu gewonnen had, tweehonderd en negen jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En PelegH6389leefdeH2421, nadatH310 hij RehuH7466gewonnenH3205 had, tweehonderdH3967 en negenH8672jarenH8141; en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Peleg leefde, nadat hij Rehu gewonnen had, tweehonderd en negen jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
20En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En RehuH7466leefdeH2421tweeH8147 en dertigH7970jarenH8141, en hij gewonH3205SerugH8286.En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.
21En Rehu leefde, nadat hij Serug gewonnen had, tweehonderd en zeven jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En RehuH7466leefdeH2421, nadatH310 hij SerugH8286gewonnenH3205 had, tweehonderdH3967 en zevenH7651jarenH8141; en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Rehu leefde, nadat hij Serug gewonnen had, tweehonderd en zeven jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En SerugH8286leefdeH2421dertigH7970jarenH8141, en gewonH3205NahorH5152.En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
KJVAnd Serug2lived1thirty3years,4and begat5Nahor:
1וַיְחִ֥יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole2שְׂר֖וּגH8286SerugSerug3שְׁלֹשִׁ֣יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וַיּ֖וֹלֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נָחֽוֹרH5152Nahor, NahorsNahor
23En Serug leefde, nadat hij Nahor gewonnen had, tweehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En SerugH8286leefdeH2421, nadatH310 hij NahorH5152gewonnenH3205 had, tweehonderdH3967jarenH8141; en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Serug leefde, nadat hij Nahor gewonnen had, tweehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
24En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En NahorH5152leefdeH2421negenH8672 en twintigH6242jarenH8141, en gewonH3205TerahH8646.En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
25En Nahor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En NahorH5152leefdeH2421, nadatH310 hij TerahH8646gewonnenH3205 had, honderdH3967 en negentienH6240jarenH8141; en hij gewonH3205zonenH1121 en dochterenH1323.En Nahor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
26En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En TerahH8646leefdeH2421zeventigH7657jarenH8141, en gewonH3205AbramH87, NahorH5152 en HaranH2039.En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
1וַֽיְחִיH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole2תֶ֖רַחH8646Terah, TharahTarah, Terah3שִׁבְעִ֣יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)4שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וַיּ֨וֹלֶד֙H3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אַבְרָ֔םH87Abram, AbramsAbram8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נָח֖וֹרH5152Nahor, NahorsNahor10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָרָֽןH2039Haran, HaransHaran
27En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En dezeH428 zijn de geboortenH8435 van TerahH8646: TerahH8646gewonH3205AbramH87, NahorH5152 en HaranH2039; en HaranH2039gewonH3205LotH3876.En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.
KJVNow these are the generations2of Terah:3Terah4begat5Abram,7Nahor,9and Haran;11and Haran12begat13Lot.
1וְאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2תּוֹלְדֹ֣תH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations3תֶּ֔רַחH8646Terah, TharahTarah, Terah4תֶּ֚רַחH8646Terah, TharahTarah, Terah5הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אַבְרָ֔םH87Abram, AbramsAbram8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נָח֖וֹרH5152Nahor, NahorsNahor10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָרָ֑ןH2039Haran, HaransHaran12וְהָרָ֖ןH2039Haran, HaransHaran13הוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15לֽוֹטH3876Lot, LotsLot
28En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En HaranH2039stierfH4191 voor het aangezichtH6440 zijns vadersH1TerahH8646, in het landH776 zijner geboorteH4138, in UrH218 der ChaldeenH3778.En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.
KJVAnd Haran2died1before4his father6Terah5in the land7of his nativity,8in Ur9of the Chaldees.
1וַיָּ֣מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2הָרָ֔ןH2039Haran, HaransHaran3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5תֶּ֣רַחH8646Terah, TharahTarah, Terah6אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מוֹלַדְתּ֖וֹH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)9בְּא֥וּרH218UrUr10כַּשְׂדִּֽיםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
29En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En AbramH87 en NahorH5152namenH3947 zich vrouwenH802; de naamH8034 van AbramsH87huisvrouwH802 was SaraiH8297, en de naamH8034 van NahorsH5152huisvrouwH802 was MilkaH4435, een dochterH1323 van HaranH2039, vaderH1 van MilkaH4435, en vaderH1 van JiskaH3252.En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.
KJVAnd Abram2and Nahor3took1them wives:5the name6of Abram's8wife7was Sarai;9and the name10of Nahor's12wife,11Milcah,13the daughter14of Haran,15the father16of Milcah,17and the father18of Iscah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En SaraiH8297wasH1961onvruchtbaarH6135; zij had geenH369kindH2056.En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.
KJVBut Sarai2was barren;3she had no child.
1וַתְּהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2שָׂרַ֖יH8297SaraiSarai3עֲקָרָ֑הH6135onvruchtbaar, onvruchtbare, man([idiom] male or female) barren (woman)4אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5לָ֖הּ6וָלָֽדH2056kindchild
31En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En TerahH8646namH3947AbramH87, zijn zoonH1121, en LotH3876, HaransH2039zoonH1121, zijns zoonsH1121zoonH1121, en SaraiH8297, zijn schoondochterH3618, de huisvrouwH802 van zijn zoonH1121AbramH87, en zij togenH3318metH854 hen uit UrH218 der ChaldeenH3778, om te gaanH3212 naar het landH776KanaanH3667; en zij kwamenH935 tot HaranH2771, en woondenH3427aldaarH8033.En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
KJVAnd Terah2took1Abram4his son,5and Lot7the son8of Haran9his son's10son,11and Sarai13his daughter in law,14his son17Abram's16wife;15and they went forth18with them from Ur20of the Chaldees,21to go22into the land23of Canaan;24and they came25unto Haran,27and dwelt
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2תֶּ֜רַחH8646Terah, TharahTarah, Terah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אַבְרָ֣םH87Abram, AbramsAbram5בְּנ֗וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7ל֤וֹטH3876Lot, LotsLot8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9הָרָן֙H2039Haran, HaransHaran10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11בְּנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13שָׂרַ֣יH8297SaraiSarai14כַּלָּת֔וֹH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse15אֵ֖שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English16אַבְרָ֣םH87Abram, AbramsAbram17בְּנ֑וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18וַיֵּצְא֨וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19אִתָּ֜םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix20מֵא֣וּרH218UrUr21כַּשְׂדִּ֗יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea22לָלֶ֨כֶת֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak23אַ֣רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world24כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick25וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way26עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet27חָרָ֖ןH2771HaranHaran28וַיֵּ֥שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry29שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
32En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En de dagenH3117 van TerahH8646warenH1961tweehonderdH3967 en vijfH2568jarenH8141, en TerahH8646stierfH4191 te HaranH2771.En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.
KJVAnd the days2of Terah3were two hundred6and five4years:5and Terah9died8in Haran.
1וַיִּהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2יְמֵיH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תֶ֔רַחH8646Terah, TharahTarah, Terah4חָמֵ֥שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)5שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6וּמָאתַ֣יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וַיָּ֥מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9תֶּ֖רַחH8646Terah, TharahTarah, Terah10בְּחָרָֽןH2771HaranHaran
Reconstructie van de ziggurat van UrEen reconstructie van de ziggurat van Ur-Nammu bij Ur der Chaldeeën, gebaseerd op een opgravingstekening van Leonard Woolley uit 1939.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 11:1— En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.Sefanja 3:9→Jesaja 19:18→Handelingen 2:6→
Genesis 11:2— Maar het geschiedde, als zij tegen het oosten togen, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar.Genesis 10:10→Daniël 1:2→Genesis 14:1→Jesaja 11:11→Zacharia 5:11→Genesis 13:11→Genesis 11:9→
Genesis 11:3— En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem.Genesis 14:10→Exodus 1:14→Exodus 2:3→Psalmen 64:5→Genesis 11:7→Hebreeën 10:24→Jakobus 4:13→Prediker 2:1→
Genesis 11:4— En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!Deuteronomium 1:28→Deuteronomium 9:1→Deuteronomium 4:27→2 Samuël 8:13→Lukas 1:51→Spreuken 10:7→Genesis 11:8→Psalmen 49:11→
Genesis 11:5— Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.Genesis 18:21→Exodus 19:11→Exodus 3:8→Johannes 3:13→Exodus 19:20→Hebreeën 4:13→Psalmen 33:13→Psalmen 11:4→
Genesis 11:6— En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken?Genesis 11:1→Lukas 1:51→Genesis 9:19→Handelingen 17:26→Genesis 8:21→Psalmen 2:1→1 Koningen 18:27→Genesis 3:22→
Genesis 11:7— Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore.Genesis 1:26→Genesis 42:23→Deuteronomium 28:49→1 Korinthe 14:2→Psalmen 2:4→1 Korinthe 14:23→Handelingen 2:4→Jeremia 5:15→
Genesis 11:8— Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen.Lukas 1:51→Genesis 10:32→Genesis 10:25→Genesis 49:7→Deuteronomium 32:8→Genesis 11:4→Genesis 11:9→
Genesis 11:9— Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.Genesis 10:10→Genesis 10:5→Genesis 10:20→Jesaja 13:1→Handelingen 17:26→Genesis 10:31→1 Korinthe 14:23→Genesis 10:25→
Genesis 11:10— Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.1 Kronieken 1:17→Genesis 10:21→Lukas 3:34→Genesis 11:27→
Genesis 11:11— En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.Psalmen 128:3→Genesis 1:28→Psalmen 144:12→Genesis 5:4→Psalmen 127:3→Genesis 9:7→
Genesis 11:12— En Arfachsad leefde vijf en dertig jaren, en hij gewon Selah.Lukas 3:36→
Genesis 11:16— En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg.Lukas 3:35→Numeri 24:24→1 Kronieken 1:19→Genesis 10:21→Genesis 10:25→
Genesis 11:18— En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu.Lukas 3:35→
Genesis 11:20— En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.Lukas 3:35→
Genesis 11:22— En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.Jozua 24:2→
Genesis 11:24— En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.Lukas 3:34→Jozua 24:2→
Genesis 11:26— En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.Jozua 24:2→Genesis 29:4→1 Kronieken 1:26→Genesis 22:20→Genesis 12:4→
Genesis 11:27— En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.Genesis 11:31→Genesis 12:4→Genesis 14:12→2 Petrus 2:7→Genesis 13:1→Genesis 19:1→
Genesis 11:28— En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.Genesis 15:7→Handelingen 7:2→Nehemia 9:7→Genesis 11:31→
Genesis 11:29— En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.Genesis 17:15→Genesis 22:20→Genesis 24:15→Genesis 20:12→
Genesis 11:30— En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.Psalmen 113:9→Genesis 21:1→Genesis 18:11→Genesis 30:1→Genesis 15:2→Lukas 1:7→1 Samuël 1:2→Genesis 25:21→
Genesis 11:31— En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.Nehemia 9:7→Handelingen 7:2→Genesis 12:4→Genesis 24:10→Genesis 15:7→Genesis 10:19→Genesis 11:32→Jozua 24:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 11 vers 1— En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.
de ganse aarde
Alle bewoners der aarde, vóór en na den zondvloed, totdat deze verdeling der spraken geschied is.
Hertaald:de ganse aarde
Alle bewoners van de aarde, vóór en na de zondvloed, totdat deze verdeling van de talen plaatsvond.
van enerlei
Het wordt er voor gehouden, dat dit de Hebreeuwse spraak [die haar naam heeft van Heber] geweest is; onder anderen daarom, omdat de eigennamen der eerste mensen van Hebreeuwsen oorsprong zijn, als Adam, Heva, Kaïn, Habel, enz.
Hertaald:van enerlei
Men neemt aan dat dit de Hebreeuwse taal is geweest [die haar naam ontleent aan Heber], onder andere omdat de eigennamen van de eerste mensen van Hebreeuwse oorsprong zijn, zoals Adam, Eva, Kaïn, Habel, enz.
spraak,
Hebr. lip, gelijk in het volgende.
Hertaald:spraak,
Hebreeuws: lip, zo ook verderop.
Genesis 11 vers 2— Maar het geschiedde, als zij tegen het oosten togen, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar.
zij tegen
Dit is vooral te verstaan van Chams nakomelingen en hun hoofd Nimrod. Zie boven Gen. 10:10.
Hertaald:zij tegen
Dit slaat vooral op de nakomelingen van Cham en hun leider Nimrod. Zie Gen. 10:10.
oosten
Van de plaats waarheen zij eerst getogen waren, toen zij, om de grote menigte, zich wat moesten verspreiden van het gebergte Ararat, waar de ark rustte. Zie boven Gen. 8:4.
Hertaald:oosten
Vanaf de plaats waarheen zij eerst getrokken waren, toen zij vanwege de grote menigte zich moesten verspreiden vanaf het gebergte Ararat, waar de ark rustte. Zie Gen. 8:4.
in het land
Waarin Babel gelegen was. Zie boven Gen. 10:10.
Hertaald:in het land
Waarin Babel gelegen was. Zie Gen. 10:10.
Genesis 11 vers 3— En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem.
tichelen
Of bakstenen maken, of bereiden.
Hertaald:tichelen
Of: bakstenen maken, of bereiden.
wel doorbranden
Hebr. branden met, of, tot branding; dat is, door het branden hard bakken.
Hertaald:wel doorbranden
Hebreeuws: branden met, of tot branding, dat is: door het branden hard bakken.
het lijm
Een taaie stof, vaster klevende dan pek, overvloedig in die landen; zie onder Gen. 14:10. De geschiedschrijvers verhalen dat de muren van Babel hiervan gemetseld waren en zo hard geworden als ijzer.
Hertaald:het lijm
Een taaie stof, sterker klevend dan pek, in overvloed aanwezig in die landen; zie Gen. 14:10. Geschiedschrijvers vertellen dat de muren van Babel hiermee gemetseld waren en zo hard werden als ijzer.
Genesis 11 vers 4— En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!
opperste
Hebr. Hoofd.
Hertaald:opperste
Hebreeuws: hoofd.
in den hemel zij
Een manier van spreken, dienende tot zonderlinge vergroting; zie Deut. 1:28 en Deut. 9:1; Ps. 107:26; Matt. 11:23. Dit is een gans goddeloos en stout voornemen, alsof zij God en alle mensen ten trots, zulk een werk wilden maken, waardoor zij zich tegen alle geweld mochten verzekeren.
Hertaald:in den hemel zij
Een uitdrukking om iets bijzonder groot te maken; zie Deut. 1:28 en Deut. 9:1; Ps. 107:26; Matt. 11:23. Dit is een geheel goddeloos en vermetel voornemen, alsof zij God en alle mensen wilden trotseren met zo'n bouwwerk, waarmee zij zich tegen elk geweld wilden verzekeren.
de ganse aarde
Hebr. het aangezicht der ganse aarde; zo ook onder vs.8,9.
Hertaald:de ganse aarde
Hebreeuws: het aangezicht van de gehele aarde; zo ook in vers 8, 9.
Genesis 11 vers 5— Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.
kwam de HEERE neder,
Menselijk van den oneindigen en alwetenden God gesproken. De zin is: God wist en zag al hun vermetel en goddeloos bestaan, openbarende dat Hij zich bereidde ter straf.
Hertaald:kwam de HEERE neder,
Op menselijke wijze van de oneindige en alwetende God gesproken. De betekenis is: God wist en zag al hun vermetel en goddeloos gedrag, en maakte duidelijk dat Hij Zich voorbereidde om te straffen.
kinderen der mensen
Zie boven Gen. 6:2.
Hertaald:kinderen der mensen
Zie Gen. 6:2.
Genesis 11 vers 6— En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken?
nu,
Met deze manier van spreken wordt uitgedrukt Gods toorn, en zijn voornemen om dit werk te beletten.
Hertaald:nu,
Met deze uitdrukking wordt Gods toorn uitgedrukt, en zijn voornemen om dit werk te verhinderen.
zou hun niet afgesneden worden
Anders, hun zal niet afgesneden, of, belet worden, dat is, zij zullen met hun werk willen voortgaan.
Hertaald:zou hun niet afgesneden worden
Anders: het zal hun niet afgesneden, of belet worden, dat is: zij zullen met hun werk willen doorgaan.
Genesis 11 vers 7— Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore.
laat ons nedervaren,
Verg. boven 1:26, de eerste aantekening op.
Hertaald:laat ons nedervaren,
Vergelijk de eerste aantekening bij Gen. 1:26.
hore
Dat is, versta; alzo wordt het woord horen voor verstaan genomen, onder Gen. 42:23; Deut. 28:49; 1 Kon. 3:9; Jer. 5:15; 1 Kor. 14:2.
Hertaald:hore
Dat is: begrijpe; zo wordt het woord horen ook gebruikt voor begrijpen, zie Gen. 42:23; Deut. 28:49; 1 Kon. 3:9; Jer. 5:15; 1 Kor. 14:2.
Genesis 11 vers 8— Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen.
Alzo
Wat zij meenden te voorkomen is hun door Gods rechtvaardig oordeel overkomen.
Hertaald:Alzo
Wat zij dachten te voorkomen, is hun door Gods rechtvaardig oordeel juist overkomen.
Genesis 11 vers 9— Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.
noemde
Anders, noemde Hij, te weten God.
Hertaald:noemde
Anders: noemde Hij, namelijk God.
Babel;
Zie boven Gen. 10:10. Het woord betekent verwarring, of vermenging, of de verwarring is gekomen, of daarin is verwarring.
Hertaald:Babel;
Zie Gen. 10:10. Het woord betekent verwarring, of vermenging — of: de verwarring is gekomen, of daarin is verwarring.
Genesis 11 vers 10— Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.
was honderd jaren
Hebr. een zoon van honderd jaar. Dat is, Sem was honderd jaren oud. Zie Gen. 7:6.
Hertaald:was honderd jaren
Hebreeuws: een zoon van honderd jaar. Dat is: Sem was honderd jaar oud. Zie Gen. 7:6.
Genesis 11 vers 11— En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
leefde,
Dat is, hij had geleefd, of, hij was zo oud. Zie boven Gen. 5:3.
Hertaald:leefde,
Dat is: hij had geleefd, of hij was zo oud. Zie Gen. 5:3.
Genesis 11 vers 12— En Arfachsad leefde vijf en dertig jaren, en hij gewon Selah.
Selah
Hebr. Schelach.
Hertaald:Selah
Hebreeuws: Schelach.
Genesis 11 vers 22— En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
Nahor
Hebr. Nachor.
Hertaald:Nahor
Hebreeuws: Nachor.
Genesis 11 vers 24— En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
Terah
Hebr. Thera, en Luc. 3:34 Thara.
Hertaald:Terah
Hebreeuws: Thera, en in Luk. 3:34 Thara.
Genesis 11 vers 26— En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
gewon
Dat is, hij begon te gewinnen. Zie boven Gen. 5:32.
Hertaald:gewon
Dat is: hij begon te verwekken. Zie Gen. 5:32.
Abram,
Abram wordt eerst genoemd, niet omdat hij de oudste, maar de waardigste was; gelijk dit ook hier tevoren met Sem geschied is, boven Gen. 5:32, en Gen. 10:1.
Hertaald:Abram,
Abram wordt als eerste genoemd, niet omdat hij de oudste was, maar de waardigste — zoals dat ook eerder bij Sem gebeurde, Gen. 5:32, en Gen. 10:1.
Genesis 11 vers 28— En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.
voor het aangezicht zijns vaders
Dat is, in het leven en de tegenwoordigheid zijns vaders.
Hertaald:voor het aangezicht zijns vaders
Dat is: tijdens het leven en in de aanwezigheid van zijn vader.
Ur
Een stad in het land van Chaldeën. Zie Neh. 9:7; Hand. 7:4.
Hertaald:Ur
Een stad in het land van de Chaldeeën. Zie Neh. 9:7; Hand. 7:4.
Genesis 11 vers 29— En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.
een dochter van Haran,
Milka is getrouwd geweest met haar oom Nahor, welke huwelijken door de wetten van dien tijd nog niet uitdrukkelijk verboden waren. Jiska wordt door sommigen gehouden voor Sarai, de huisvrouw van Abram; anderen menen dat Sarai niet was de dochter van Haran, maar diens en Abrams en Nahors zuster, uit één vader Terah, maar niet uit één moeder geboren. Verg. onder Gen. 20:12.
Hertaald:een dochter van Haran,
Milka was getrouwd met haar oom Nahor; dergelijke huwelijken waren in die tijd nog niet uitdrukkelijk verboden. Jiska wordt door sommigen gehouden voor Sarai, de vrouw van Abram; anderen menen dat Sarai niet de dochter van Haran was, maar zijn en Abrams en Nahors zuster, van dezelfde vader Terah maar niet van dezelfde moeder. Vergelijk Gen. 20:12.
Genesis 11 vers 31— En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
Terah nam Abram
Te weten, nadat hij door zijn zoon Abram verstaan had, dat God hem had geroepen om te gaan uit zijn vaderland, volgens het verhaal daarvan gedaan in het 12e hfdst..
Hertaald:Terah nam Abram
Namelijk nadat hij van zijn zoon Abram vernomen had dat God hem geroepen had om uit zijn vaderland te vertrekken, zoals verteld wordt in hoofdstuk 12.
zij togen
Namel. Terah en Abram.
Hertaald:zij togen
Namelijk: Terah en Abram.
met henlieden
Namelijk, met Lot en Sarai.
Hertaald:met henlieden
Namelijk: met Lot en Sarai.
Haran,
Hebr. Charan, Hand. 7:4 leest men Charran, een stad in Mesopotamië, in de historiën bekend. Zie onder Gen. 24:10, en Gen. 28:10, en Gen. 29:4.
Hertaald:Haran,
Hebreeuws: Charan, in Hand. 7:4 leest men Charran, een bekende stad in Mesopotamië. Zie Gen. 24:10, en Gen. 28:10, en Gen. 29:4.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sem — naam; roem
De eerstgenoemde van Noachs drie zonen (Gen. 5:32; 6:10), waarschijnlijk de oudste. Uit hem stammen de Semitische volken af, onder wie later Abraham en zijn nageslacht. In Gen. 9:26-27 zegent Noach de HEERE als de God van Sem.
Terah — zwerver, talmer
De vader van Abram, Nahor en Haran (Gen. 11:24-32). Hij vertrok met zijn gezin uit Ur der Chaldeeën, op weg naar het land Kanaän, maar bleef onderweg in Haran hangen, waar hij op tweehonderdvijf-jarige leeftijd stierf. Wat een geweldige rol heeft het nageslacht van deze Chaldeeuwse herder gespeeld in de geschiedenis van de wereld.
Abram — verheven vader
De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).
Nahor — snuivend, briesend
Een zoon van Terah en broer van Abram (Gen. 11:26-27). Hij bleef, anders dan Abram, achter in Haran; zijn kleindochter Rebekka zou later de vrouw van Isaäk worden (Gen. 24).
Haran — bergbewoner
Een zoon van Terah en broer van Abram en Nahor, vader van Lot (Gen. 11:27-28). Hij stierf al vóór zijn vader Terah, in zijn geboortestad Ur der Chaldeeën, en liet zijn zoon Lot achter.
Sarai — mijn vorstin
De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.
Lot — bedekking, sluier
De zoon van Haran en neef van Abram (Gen. 11:27, 31). Na de dood van zijn vader trok hij mee met zijn grootvader Terah en later met zijn oom Abram naar Kanaän. Later scheidde hij zich van Abram af en vestigde zich bij Sodom (Gen. 13), werd gevangengenomen door Kedorlaomer en door Abram bevrijd (Gen. 14), en werd ten slotte wonderlijk gered uit het brandende Sodom (Gen. 19).
Kanaän — onderworpene, vernederde
De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden.
Heber — overzijde; overtocht
Een achterkleinzoon van Sem, vader van Peleg en Joktan (Gen. 10:21-25). Naar hem wordt Abraham 'Hebreeër' genoemd, en van zijn naam is vermoedelijk de naam 'Hebreeën' voor het volk Israël afgeleid.
Peleg — verdeling
Een zoon van Heber, zo genoemd 'want in zijn dagen is de aarde verdeeld' (Gen. 10:25) — een verwijzing naar de verstrooiing en taalverwarring bij de torenbouw van Babel, kort na zijn tijd. Via Peleg loopt de geslachtslijn die uiteindelijk tot Abraham voert.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Toren van Babel — Deze precieze uitdrukking komt in de grondtekst niet voor; de Bijbel spreekt van "de stad en de toren"
Ligging: Op de vlakte van Sinear.
Geschiedenis: Babylonische torens waren, voor zover uit de overgebleven ruïnes valt op te maken, steevast rechthoekig, in trappen opgebouwd, met een oplopend pad rondom naar de top — een vorm die duidelijk verschilt van een gewone Kanaänitische wachttoren. Over de precieze ligging bestaat onenigheid: traditioneel werd de toren gelijkgesteld met de Nebo-tempel in Borsippa (nu Birs Nimrud), maar ISBE wijst erop dat dit gebouw niet in Babel zelf lag en dus niet de oorspronkelijke toren van de stad kan zijn geweest.
Bijbelse betekenis: Het menselijke pogen om "tot de hemel" te reiken, door God verijdeld door de talen te verwarren en de mensheid over de aarde te verstrooien.
Archeologie: De meeste hedendaagse geleerden brengen het verhaal in verband met de Etemenanki, de grote ziggurat van Marduk in Babylon zelf, waarvan de fundamenten zijn opgegraven; de bovenbouw is echter in de oudheid al gesloopt en niet bewaard gebleven.
Recente inzichten: Er bestaat een alternatieve, minder gangbare theorie die Sinear/Babel juist in Noord-Mesopotamië (Syrië) zou plaatsen in plaats van bij het latere Babylon — dit wordt door de meerderheid van de onderzoekers echter niet gevolgd.
Gen. 11:1-9
Ur der Chaldeeën — onzeker; volgens sommigen geen stad maar een landstreek waarin de aartsvader zijn kudden liet weiden
Ligging: Door de meerderheid van de hedendaagse geleerden geïdentificeerd met het huidige Mugheir (Mughayyar, "de pekachtige") in Zuid-Babylonië, in de inscripties Uroemma of Oerima, later Oeroe genoemd; dit grenst aan het gebied dat in het eerste millennium v.Chr. Chaldea (Kaldoe) heette.
Geschiedenis: De geboorteplaats van Abram, vanwaar Terach met zijn gezin naar Haran vertrok (Gen. 11:28,31). Ur was in Abrahams tijd een Sumerisch centrum, gewijd aan de verering van de maangod Nannar/Sin.
Bijbelse betekenis: Het punt van waaruit God Abram riep om weg te trekken naar het land dat Hij hem wijzen zou (Gen. 12:1; Hand. 7:2-4) — het begin van de geschiedenis van het volk Israël.
Archeologie: De Britse archeoloog Leonard Woolley voerde tussen 1922 en 1934 grootschalige opgravingen uit op de site, waarbij de goed bewaarde ziggurat van Ur, koninklijke grafkelders met rijke grafgiften en duizenden kleitabletten werden blootgelegd.
Recente inzichten: Sinds Woolley's opgravingen wordt Ur algemeen als de meest waarschijnlijke locatie beschouwd, al houden sommige — vooral joodse en vroeg-christelijke — tradities vast aan een ligging bij het latere Edessa/Sanliurfa in Zuidoost-Turkije, veel verder naar het noorden.
Gen. 11:28,31; 15:7; Neh. 9:7; Hand. 7:2-4
Haran — Assyrisch-Babylonisch Charran, "weg" — mogelijk omdat hier de handelsroute van Damaskus samenkwam met die van Ninevé naar Karkemis
Ligging: Vertegenwoordigd door het huidige Charran (Harran), ten zuidoosten van Edessa, aan de rivier de Belias (Balikh), een zijrivier van de Eufraat. De ruïnes liggen aan weerszijden van de rivier.
Geschiedenis: De stad waar Terach zich vestigde na zijn vertrek uit Ur (Gen. 11:31v), en vanwaar Abram zijn pelgrimstocht naar Kanaän begon (Gen. 12:1v). Waarschijnlijk "de stad van Nahor" waar Abrahams knecht kwam om een vrouw voor Izak te zoeken (Gen. 24:10v). Hierheen vluchtte ook Jakob voor de toorn van Ezau (Gen. 27:43); hier ontmoette hij zijn bruid en hoedde hij de kudden van Laban. Van oudsher een zetel van de verering van de maangod Sin; er stond een tempel, gebouwd door Salmaneser II en later hersteld door Assurbanipal, die hier gekroond werd met "de kroon van Sin". Bij Haran versloegen de Parthen Crassus (53 v.Chr.); hier werd Caracalla vermoord (217 n.Chr.).
Bijbelse betekenis: Het laatste station voordat Abrams geloofsreis naar het beloofde land werkelijk begon — de plek van vertrek, niet van bestemming.
Archeologie: Bij het huidige Harran (Zuidoost-Turkije) zijn de resten van een zeer oud, uit grote basaltblokken opgetrokken kasteel opgegraven, met vierkante, ruim twee meter dikke zuilen die een gewelfd dak van zo'n negen meter hoog dragen; ook resten van een oude kathedraal zijn zichtbaar. Een bron in de buurt wordt van oudsher geïdentificeerd als de plaats waar Eliëzer Rebekka ontmoette.
Babel — verklaard als "poort van God"; volksetymologisch in Gen. 11:9 verbonden met het Hebreeuwse balal, "verwarren"
Ligging: De hoofdstad van het oude Babylonië, gelegen aan de Eufraat.
Geschiedenis: Ook bekend onder andere, oudere namen die in de kleitabletten zijn teruggevonden; behoorde tot de stad ook het beroemde Borsippa, tegenwoordig bekend als de ruïneheuvel Birs Nimrud, van oudsher door joden en Arabieren gezien als de plek van de toren — al was dit volgens ISBE in werkelijkheid niet het gebouw dat de Babyloniërs zelf als hun grote toren beschouwden; dat was de E-temen-an-ki, de tempeltoren van Marduk binnen de stad Babel zelf.
Bijbelse betekenis: Wordt in het vervolg van de Bijbel het beeld bij uitstek van menselijke hoogmoed en godvijandige macht.
Gen. 10:10; 11:9; en talrijke latere verwijzingen door de hele Schrift heen
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Babel (de verwarring van de spraak) — De bouw van stad en toren, en het oordeel waarmee God de mensheid over de aarde verstrooide (Gen. 11:1-9)
Het voornemen van de bouwers staat in hun eigen woorden: "Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!" (Gen. 11:4). Daartegenover staat een besluit in dezelfde vorm: "Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore" (Gen. 11:7). De uitkomst is precies wat zij wilden voorkomen: "Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen" (Gen. 11:8). De naam blijft eraan hangen: Babel, omdat de HEERE daar de spraak van de hele aarde verwarde (Gen. 11:9).
Bijbelse betekenis: Het opvallende is waar het misgaat. Er staat niet dat bouwen verkeerd is, maar wel wat zij ermee wilden: zichzelf een naam maken, en bij elkaar blijven tegen Gods opdracht in om de aarde te vervullen. Twee dingen liggen daarin. Het eerste is dat het oordeel de vorm heeft van hun eigen vrees; zij bouwden tegen verstrooiing, en verstrooid werden zij. Het tweede is de spiegeling in het verhaal zelf. Zij zeggen "kom aan", en God zegt datzelfde woord terug. Wat van beneden groot leek, moet van boven bekeken worden, want er staat dat de HEERE nederkwam om de stad te bezien (Gen. 11:5).
Typologie: Op de Pinksterdag wordt het beeld omgekeerd. Daar horen mensen uit alle volken onder de hemel elk in zijn eigen taal de grote werken van God verkondigen (Hand. 2:6-11, reeds behandeld). Zefanja had die omkering al aangekondigd, wanneer God de volken een reine spraak toebrengt om Hem eenparig te dienen (Zef. 3:9, reeds behandeld). En in de Openbaring staat de schare die niemand tellen kan, uit alle geslachten en talen, samen voor de troon (Op. 7:9).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het koninkrijkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Babel en de omgekeerde taal — 11:1-9
De laatste bladzijde vóór Abram. De verstrooide mensheid staat er, en pas duizenden jaren later blijkt hoe God die verstrooiing gebruiken zal.
De mens bouwt zichzelf een naam en wordt verstrooid; op de Pinksterdag horen verstrooide volken elk hun eigen taal.
Zij zeggen tegen elkaar: laat ons een toren bouwen wiens opperste in de hemel zij, en laat ons een naam maken. Dat is de zonde van Genesis 3 in het groot: zelf omhoog, zelf een naam. God daalt neer, verwart de spraak en verstrooit hen. Het is opvallend hoe de Schrift die knoop later losmaakt. In Handelingen 2 zijn Joden uit elk volk onder de hemel bijeen, en ieder hoort in zijn eigen taal de grote werken van God. De verwarring wordt niet ongedaan gemaakt — de talen blijven — maar zij wordt overwonnen. En de naam die de mens zich in Babel niet maken kon, geeft God aan Zijn Zoon: een Naam boven alle naam. Openbaring laat het slot zien, waar uit alle geslacht en taal en volk één schare voor de troon staat.
Genesis 11:4 — De mensheid bouwt om zichzelf een naam te maken.
Genesis 11:8 — God verwart de spraak en verstrooit hen.
Handelingen 2:5-11 — Op de Pinksterdag hoort ieder in zijn eigen taal Gods grote werken.
Filippenzen 2:9 — De Naam boven alle naam wordt niet genomen maar gegeven.
Openbaring 7:9 — Uit alle taal en volk staat één schare voor de troon.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 2:5-11; Filippenzen 2:9-11; Openbaring 7:9
Hoever dit reikt: De verbinding tussen Babel en Pinksteren wordt door de Schrift niet met zoveel woorden gelegd, maar de omkering is te duidelijk om te zwijgen.
Van Sem tot Abram — 11:10-32
De brug tussen de oergeschiedenis en de aartsvaders. De lijn van Sem loopt door tot één man in Ur, en eindigt met de mededeling dat zijn vrouw geen kinderen krijgen kan.
Een dor geslachtsregister blijkt het spoor te zijn waarlangs de belofte bij Abraham uitkomt.
Tien geslachten worden opgesomd, van Sem tot Terah, en het loopt uit op drie zonen van wie er één Abram heet. Het register eindigt met een opmerking die alles in spanning zet: Saraï was onvruchtbaar, zij had geen kind. Daar staat de belofte van het Zaad tegenover een gesloten moederschoot — een patroon dat zich zal herhalen bij Rebekka, bij Rachel, bij Hanna en bij Elisabet, en dat telkens laat zien dat de voortgang van het heil niet aan menselijk vermogen hangt. Mattheüs en Lukas nemen deze namen in hun geslachtsregisters op; wat hier een opsomming lijkt, is bij hen de aanloop naar de vervulling.
Genesis 11:10-26 — Tien geslachten leiden van Sem naar Abram.
Genesis 11:30 — En Saraï was onvruchtbaar — de belofte stuit op het onmogelijke.
Romeinen 4:19-21 — Abraham twijfelde niet, hoewel beider lichaam verstorven was.
Lukas 1:36-37 — Bij Elisabet en Maria: geen ding zal bij God onmogelijk zijn.
Mattheüs 1:1-2 — Het geslachtsregister van Christus begint bij Abraham.
In het Nieuwe Testament: Lukas 3:34-36; Mattheüs 1:1-2; Romeinen 4:19-21
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
TOREN TE BABEL, SPRAAKVERWARRING, GESLACHTEN VAN SEM.
I. Vers 1-9
Van het Armenische hoogland wenden zich de nakomelingen van Noach naar de vlakte van het land Sinear tussen de Eufraat en de Tiger. Omdat ze dachten, dat zij wegens overbevolking zich spoedig zouden moeten verstrooien, wilden zij een middel- en verenigingspunt maken, in overmoed tot aan de wolken opklimmen, en door vereniging van alle mensenkrachten Hem, die in de Hemel woont, trotseren. Maar de Heere komt neer, verbreekt de nog aanwezige band van eenheid, die van de taal, de noodzakelijkste voorwaarde van een gemeenschappelijk handelen, en dwingt hen uit de valse eenheid tot verstrooiing.
1. En de gehele aarde was, gedurende de eerste eeuw na de zondvloed, nog van één spraak en één taal, volgens de ouderen de Hebreeuwse, volgens de nieuwere een grondtaal, waaruit de latere, ook de Hebreeuwse, zich ontwikkeld heeft.
1) De Hebreeuwse taal onderscheidt zich door vaste en eenvoudige vormen, ongemene rijkdom ten aanzien van alles wat de betrekking van God tot de mensen aangaat. Zij voegt zich zeer geschikt naar de gedachten, met weinige woorden, die hun klank nabootsen.
2. Maar het geschiedde, als zij nl. Nimrod en het volk, hetwelk hij om zich verzameld had van het Armenische hoogland, waar Noach na het uitgaan uit de ark zich eerst neergezet had, wegens hun buitengewone vermeerdering, tegen het Oosten (Zuid-Oosten) togen, dat zij een laagte, een bijzonder vruchtbare vlakte, zeer geschikt voor korenbouw, vonden in het land a) Sinear, dat is: Mesopotamië en Babylonië, en zij woonden een geruime tijd aldaar, door eenheid van taal en gezindheid aan elkaar verbonden. Doch, evenals vroeger onder Kaïns nakomelingen; nam het vergeten van God en een overmoedige gezindheid de overhand.
a) Genesis 10:10
3. En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan; zijn er in dit land geen steengroeven, zo is er toch geschikte aarde, laat ons daarvan nemen en tichelen strijken en wél doorbranden. 1) En zij deden gelijk zij gezegd hadden en de tichel was hun voor steen, in plaats van uitgehouwen steen, en het lijm, 2) de asfalt, welke in die streek zo veelvuldig gevonden wordt, was hun voor leem tot verbinding van de tichelen.
1) De onlangs opnieuw onderzochte bouwvallen bewijzen, dat men in de zon gedroogde of gebakken stenen gebruikte en deze met asfalt verenigde. Deze asfalt is zo hard, dat men zelfs nu nog de stenen van elkaar moet slaan.
2) Hieruit blijkt duidelijk, dat om hun plan te volvoeren, zij met grote moeilijkheden te worstelen hadden, maar daardoor tevens dat hun plan vast stond, de raad Gods te trotseren. Het koste wat het koste, maar zij zouden tonen dat ligt hierin dat zij bestand waren tegen God en bij machte om de plannen van God tegen te werken.
4. En zij, verheugd over de uitvinding, die door proeven gebleken was goed te zijn, zeiden: Komt aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, waarvan de top in de hemel zij: en laat ons een naam voor ons maken a) streven naar roem en eer, 1) opdat wij niet misschien over de gehele aarde verstrooid 2) worden.
a) Jesaja. 63:12; Jeremia 32:20; Nehemia. 9:10
1) “Zich een naam te maken was het hoofddoel van de torenbouw (vgl. hoofdstuk. 6:4) De stad moest dienen, om tezamen beschermd te zijn tegen vijanden; de toren, die zij waanden ten hemel te kunnen optrekken, om van verre tot teken te zijn om de verstrooiing te voorkomen. In grote getale samenwonende, zouden zij anderen kunnen overweldigen en beheersen en groot zijn op aarde. Waarschijnlijk dachten zij ook aan de zondvloed, en wilden zij nu die toren hemelhoog maken om, zo opnieuw zulk een vloed kwam, zich in de hoogte te kunnen beveiligen. Zo waren zij ongelovig aan Gods belofte, en in plaats van in de vrees des Heren heil te zoeken, zochten zij behoud in grote werken, alsof er iets hoog voor de Heere zou zijn. Nog moeten wij opmerken, dat de geschiedenis van de torenbouw midden in de volkerenlijst wordt gevonden. Het verhaal van Sem’s geslachtslijn wordt afgebroken, om te verhalen, hoe enige, misschien onder Nimrod, een naam (= Sem) wilden maken. Kanaän zou een knecht van de knechten zijn naar Noach’s profetie. Dat zullen de bewoners van Sinear’s vlakte niet dulden. Zij zullen de raad van God omkeren en heersen. Zij zullen zich in de plaats stellen van Sem. Zij zullen de naam hebben, Zo zijn voor een daad dikwijls vele beweegredenen, en is een menigte van zonden tezamen gespannen tot één doel; maar de Heere vernietigt het door een wenk; Hij doet het hier als “de Heere,” de Verbondsgod van Sem, en zegent deze naar Zijn belofte, waarvan het volgend geslachtsregister het bewijs geeft, daar Abram, de vriend Gods, de Vader der gelovigen, hem als zoon wordt gegeven.
In het oude Babylon bestond een ontzaglijke toren met een tempel aan Belus gewijd. Deze was vierkant, aan elke zijde ongeveer 463 Nederlandse el lang. Midden op dit gebouw stond een vierkante toren, half zo breed en lang als het gebouw, waarop hij rustte: op dit tweede gevaarte verhieven zich opnieuw dergelijke torens, in het geheel acht in getal. Rondom het gehele gebouw liep een trap van rustbanken voorzien. Boven op de laatste toren stond een grote tempel met een rustbed en een gouden tafel, maar zonder beeld. Enige tijd geleden zijn de ontzaglijke ruïnen van dit gebouw teruggevonden en beschreven. Zij droegen de naam van “Birs-Nimrod” (Burg van Nimrod). Aan de oostzijde vertonen zij zich in de gedaante van een langwerpige heuvel, waarvan de grondslag 2000 voet bedraagt. De tegenwoordige hoogte tot op de voet van de toren, die er zich op verheft, bedraagt 200 voet. De toren is 35 voet hoog. Aan de Westzijde vertonen zich deze bouwvallen mede in de vorm van een piramide. Zij bestaan uit schone, in het vuur gebakken stenen. Men kan nog slechts drie van de acht verdiepingen, waaruit de toren bestond, onderscheiden. Dit schijnen dan de overblijfselen te zijn van de toren, die toenmaals werd opgetrokken, en die waarschijnlijk de oudste bouwvallen van de gehele aarde uitmaken.
De Arabieren houden deze voor de door vuur verwoeste Babylonische toren.
2) Men vraagt vanwaar zij die kennis van de toekomstige verstrooiing hadden? Sommigen vermoeden, dat zij door Noach zijn vermaand, die de wereld tot in de vorige zonde en tot het vroeger bederf zag vervallen, op profetische wijze, door de Geest, een verschrikkelijke verstrooiing voorzien, heeft; zij menen, dat de Babyloniërs, toen zij God niet rechtstreeks konden tegenstaan, beproefd hebben, zijdelings de straf waarmee gedreigd was, af te wenden. Anderen zijn van mening, dat door een geheime ingeving van de Geest, zij omtrent hun straf zijn ingelicht, en dat nu dit torenbouwen een pogen was om de straf af te wenden. Maar deze uitleggingen zijn gedwongen. Niets dwingt er toe, als bewijs van hun oproerige gezindheid, welke bij hen schuilde, uit te leggen, wat zij hier zeggen. Zij wisten, dat de aarde gegrondvest was om te bewonen, en dat haar akkers bestemd waren om de mensen te voeden; de opeenhoping van de mensenmenigte zelf leerde hun, dat dit niet kon geschieden, zodra zij een lange tijd binnen een beperkte ruimte besloten bleven. Daarom wilden zij, wanneer men naar elders moest verhuizen, een toren, als getuige van hun oorsprong, van hun moederland.
5. Toen kwam de Heere neer, 1) om te bezien de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden. Dikwijls handelt en leeft de mens, bij de overtuiging, dat er een God is, alsof Hij zich niet bekommerde om hetgeen er op aarde geschiedt. De mens denkt niet aan Hem, maar die in de Hemel woont, lacht en spot met de hoogmoed van de mensen (Psalm. 2:4). Een tijd lang laat God hem voortgaan in zijn werk, om het straks te verstoren. Dat ondervonden Babels bouwlieden; zij werden het aan zijn tekenen gewaar, dat Hij neergekomen was en zag.
1) De neerdaling van God is tweeërlei, of tot richterlijk oordeel of tot reddende hulp. Bij Babel daalt God ten gerichte neer om de taal te verwarren, en aldus de onderlinge samenstemming te breken.
Dat hier gezegd wordt dat God neerkwam betekent dat God zichtbaar openbaarde dat Hem niet onbekend was, wat de torenbouwers bedoelden.
6. En de HEERE zei in de raad van de goddelijke Drie-eenheid (hoofdstuk. 1:26) Ziet, zij zijn één volk en hebben allen één taal, 1) en dit is het, dat zij beginnen 2) te maken, een stad en een toren, om groot te worden om zich een naam te maken en te behouden; maar nu, zou hun niet afgesneden, verhinderd worden, al wat zij bedacht hebben te maken?
1) In het Hebreeuws letterlijk: Ziedaar één volk en één taal onder hen. Een kort uitgestoten volzin, die recht geeft te veronderstellen, dat zij gedaan is op de toon van rechtmatige, heilige smart, die tot rechtvaardige straf dringt. Calvijn is van gevoelen, dat deze woorden op ironische wijze zijn uitgesproken.
2) Beginnen te maken wil niets minder zeggen, dan dat zij met alle haast en ijver aan het werk waren getogen en vast besloten, om het werk te voleindigen.
7. Kom aan, 1) laat ons, laten wij niet vele middelen gebruiken maar eenvoudig onder hen neervaren, en laat ons het werk verhinderen door hun taal aldaar te verwarren, opdat een ieder de taal van zijn naaste niet horen zodat zij moeten uiteengaan en in al hun nietigheid worden ten toongesteld. 2)
1) Het “Kom aan” des Heren tegenover het “kom aan” der mensen, vs.4.
2) De spraakverwarring, door een scheppende daad van God, als een heilig oordeel door de Heere voltrokken, is de oorzaak van hun verstrooiing in alle landen, niet het gevolg. Dat heeft de Heere gedaan, en het is een wonder in onze ogen. Het wonder licht juist daarin, dat, wat later in de geschiedenis van lieverlee gebeurde, hier, bij en in het begin op plotselinge en buitengewone wijze geschiedde. Opmerkingswaardig is het, dat de nieuwere onderzoekingen op het gebied van de talen tot de ontdekking geleid hebben van de oorspronkelijke overeenkomst van de meest bekende talen, hetgeen besluiten doet tot een gemeenschappelijke grondtaal. De tegenhanger van deze spraakverwarring en volkenverstrooing vindt men in Hand.2.
De hoogmoed van de mensen heeft de taal verward, de ootmoed van Christus heeft haar weer verenigd. Uit één taal ontstonden vele; verwonder u daarover niet, hovaardij bewerkte het. Uit vele talen werd één; verwonder u daarover niet, liefde bewerkte het.
8. a) Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de gehele aarde; hen hierheen en daarheen verstrooiende als de leden van een verminkt lichaam; niet alleen om de aarde te bevolken, maar ook tot straf voor hun hoogmoed; en zij hielden op de stad te bouwen, omdat de gemeenschap had plaats gemaakt voor verdeeldheid.
a) Deuteronomium. 32:8, Hand. 1:26
9. Daarom noemde men haar naam, de naam van de begonnen en eerst in latere tijden verder opgebouwde stad: Babel, 1) dat is verwarring, want aldaar verwarde de HEERE de taal van de gehele aarde; Hij deed uit die één taal de vele talen ontstaan, die over de gehele aarde gesproken worden, en van daar verstrooide hen de HEERE over de gehele aarde, ten tijde van Peleg, een nakomeling van Sem, die van 1757-1996 na de wereldschepping leefde. Toen kon het menselijk geslacht ongeveer tot 30.000 zielen toegenomen zijn.
1) Toen uit de mond van de in Sinear samenwonenden het vermetele woord gehoord werd: “Kom aan, laat ons een toren bouwen, waarvan de top in de hemel zij; en laat ons een naam voor ons maken” toen was het uur van het eigenlijke heidendom gekomen. Het wezen van het heidendom toch bestaat aan de ene zijde, negatief, in de verloochening van de levende, persoonlijke God, en in de verachting van het door Hem toegezegde heil; aan de andere zijde, positief, in de waan, zich door eigen kracht en wijsheid te kunnen helpen en zich zo door eigen middelen het heil te kunnen verschaffen. En toch bediende zich de Wereldregeerder van die zich van Hem losrukkende afkeer van de mensen, om hen door het gericht van de spraakverwarring en van de verstrooiing, en door hetgeen zich hieruit ontwikkelde, ondanks lange afdwaling, nog tot het door Hem bedoelde heil te leiden.
Ziedaar nu, wat zij zich door hun dwaze eerzucht hadden bereikt. Zij hoopten, dat altijd de herinnering aan hun oorsprong in de toren zou gegrift zijn. God maakt niet alleen hun ijdel zelfvertrouwen beschaamd, maar bezorgt hen ook een eeuwige schande, opdat zij bij alle nakomelingen veracht zouden zijn, wegens zo grote schade, door hun schuld het menselijk geslacht toegebracht. Zij hebben nu wel een naam, maar niet zodanig een als zij wel gewenst hadden. Zó maakt God de trotsheid te schande van hen, die voor zich meer eisen dan geoorloofd is.
Babel is steeds de tegenstelling van Jeruzalem of Zion. In Babel worden de talen verward, door de hovaardij van de mensen; in Jeruzalem worden de talen wederom één door de nederdaling van de Heilige Geest. Van uit Babel gaat de verwoester van Jeruzalem uit, in Babel wordt Zion gevankelijk weggevoerd.
Het heidendom is de verloren zoon, die de Vader, omdat hij niet langer in het vaderhuis onder opzicht, tucht en verzorging wil blijven, in de wijde wereld laat heengaan, wel wetende dat, als het vaderlijk erfgoed verteerd is, het zo ver zal gekomen zijn, dat hij zijn buik begeert te vullen met het draf van de zwijnen, de nood hem dwingen zal om de opengehouden en welbereide plaats in het vaderhuis te gaan opzoeken en verheugd en dankbaar in te nemen. De gift die de zoon uit het vaderhuis meeneemt, en die hij in de wellustige natuurgodsdienst verspilt, zijn de overblijfselen van de oorspronkelijke toestand en van de eerste godsverering; maar ook een ernstige en onafwijsbare tuchtmeester (Galaten. 3:24), de in het hart geschreven wet, (Romeinen 2:15), vergezelt hem op zijn dwaalwegen, ook bij de verste verwijdering en afdwaling verbindt hem nog één band aan het vaderhuis, die van de afstamming en van de verwantschap (Hand. 17:29), de behoefte, die zich gedurig opnieuw laat gelden, het verlangen naar de verloren vrede van het hart, dat zich nooit geheel laat vernietigen.
II Vers 10-26
Terwijl de overige geslachten van de mensen voor een tijd worden voorbijgegaan wordt het uitverkoren geslacht van Sem op de voorgrond gesteld, maar alleen in die leden, die de werkelijke dragers van de belofte Gods waren. Zo hebben wij de voortzetting van de geslachtstafel van de kinderen Gods voor ons, die met de Zondvloed was afgebroken. De leeftijd van de mensen vermindert eerst tot drie, daarna tot twee en ten laatste tot één vierde deel van die vóór de Zondvloed.
10. a) Deze zijn de geboorten, geslachten, van Sem, de stamvader van de kinderen van God na de zondvloed; Sem was honderd jaar oud en gewon Arfachsad, twee jaar na de vloed, 1658 jaar na de wereldschepping.
a) Genesis 10:22 vv. 1 Kronieken 1:17 vv.
Telkens wordt slechts één zoon genoemd, omdat in deze de heilige linie wordt voortgezet.
11. En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaar, en hij gewon zonen en dochters (de bijvoeging van hoofdstuk. 5, zo waren al de dagen, enz. treft men hier en vervolgens niet aan).
12. En Arfachsad leefde vijfendertig jaar, en hij gewon Selah (zending).
13. En Arfachsad leefde, nadat hij Selah gewonnen had, vierhonderd en drie jaar, en hij gewon zonen en dochters.
14. En Selah leefde dertig jaar en hij gewon Heber (van de overzijde komende).
15. En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaar, en gewon zonen en dochters.
16. En Heber leefde vierendertig jaar en gewon Peleg (verdeling, scheiding), omdat toen de spraakverwarring had plaatsgehad.
17. En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaar en hij gewon zonen en dochters.
18. En Peleg leefde dertig jaar, en hij gewon Rehu (vriendschap).
19. En Peleg leefde, nadat hij Rehu gewonnen had, tweehonderd en negen jaar, en hij gewon zonen en dochters.
20. En Rehu leefde tweeëndertig jaar, en hij gewon Serug (vastheid).
21. En Rehu leefde, nadat hij Serug gewonnen had, tweehonderd en zeven jaar, en hij gewon zonen en dochters.
22. En Serug leefde dertig jaar, en gewon Nachor (doorboorder).
23. En Serug leefde, nadat hij Nachor gewonnen had, tweehonderd jaar, en hij gewon zonen en dochters.
24. En Nachor leefde negenentwintig jaar, en gewon Terah (wending, draling).
25. En Nachor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaar, en hij gewon zonen en dochters.
26. En Terah leefde zeventig jaar, en gewon Abram, (hoge Vader) Nachor (zie vs. 22) en Haran 1) (sterke).
1) Van Seth tot Sem, tien opeenvolgende geslachten. Van Sem tot Abram evenzeer. Volgens hun ouderdom volgden de drie broeders zo op elkaar, dat Haran eerst en Abram 60 jaar later geboren is, want bij de dood van zijn vader was de laatste pas 75 jaar oud (hoofdstuk. 12:4), dus moet hij in diens 130ste levensjaar, dat is in het jaar 2008 na de wereldschepping, geboren zijn. Of Nachor vóór of na Abram te plaatsen is, blijft onzeker, waarschijnlijk is hij ouder dan Abram. Wij laten hier de voortzetting volgen vanaf Sem zie Genesis 5:22 tot op Jacob:
Uit de zo-even meegedeelde geslachtslijsten worden de laatstgenoemden nog eens op de voorgrond gesteld, om zo de geschiedenis van Abram (hoofdstuk. 12) in te leiden.
27. a) En deze zijn de geboorten van Terah. Terah gewon Abram, Nachor en Haran, naar ouderdom in omgekeerde orde Haran, Nachor en Abram; en Haran gewon Lot, (sluier, verborgene).
a) Jozua. 24:2, 1 Kronieken 1:26
28. En Haran stierf, terwijl zijn vader hem overleefde, voor het aangezicht van zijn vader Terah, in het land van zijn geboorte, in Ur der Chaldeeën, 1) in het noorden van Mesopotamië gelegen.
1) Sommigen menen, dat Ur-Casidim, in de oud-Turanische taal, hetzelfde betekent als Mesopotamië, tussen of in het midden van twee rivieren. Ur der Chaldeeën zou dan niet de naam van een stad, maar van een land zijn.
29. En Abram 1) en Nachor, beiden jonger dan hun zo-even genoemde broeder, namen zich vrouwen; de naam van Abram’s vrouw was Saraï (mijn vorstin); deze was zijn halfzuster, een dochter van dezelfde vader, maar niet van dezelfde moeder (hoofdstuk. 20:12); en de naam van Nahors vrouw was a) Milka, (koningin), een dochter van Haran, die, behalve van de reeds genoemde Lot, Vader was van deze Milka en vader van Jiska (zij zal zien).
a) Genesis 22:20
1) Abram wordt hier het eerst genoemd, omdat hij van dit gezin de hoofdpersoon wordt, in wie alle geslachten van de aarde zullen gezegend worden; omdat hij de aangewezen erfgenaam van de zegen van Sem was.
30. En a) Saraï was onvruchtbaar, 1) zij had geen kind, een omstandigheid, die voor Abram later van groot gewicht werd. Die bijzondere leidingen Gods met Abram begonnen daarmee, dat de Heere hem te Ur verscheen en hem beval uit zijn vaderland te gaan, gelijk hoofdstuk. 12:1 vv., nader wordt meegedeeld, vergelijk hoofdstuk. 15:7, Nehemia. 9:7, Hand. 7:2-4.
a) Genesis 16:1 en 2; 18:11 en 12.
1) Hier wordt niet alleen gezegd, dat Abram geen kinderen had, maar de oorzaak wordt aangegeven nl. de onvruchtbaarheid van zijn vrouw, opdat wij zouden weten, dat Izaak niet dan door een wonderwerk Gods geboren is. Zo wilde God zijn dienstknecht nederig houden.
31. a) 1) En Terah, 2) op het bevel, door de Heere aan Abram gegeven, besluitende om mede gehoorzaam te zijn en nu als vader het bestuur hebbende, nam Abram zijn zoon en Lot, Harans zoon, zijn zoons zoon, en Saraï, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hem uit Ur der Chaldeeën, om te gaan naar het land Kanaän, een land, dat de Heere beloofd had aan Abram te tonen (hoofdstuk. 12:2) en dat later hem voor zijn geslacht beloofd werd (hoofdstuk. 12:7); en zij kwamen tot Haran a) 2) een stad in Mesopotamië gelegen, aan de rivier de Chabor, welke Terah aldus noemde naar zijn zoon Haran, die in Ur was gestorven, en woonden aldaar, te Karrhae, het latere Edessa.
a) Jozua. 24:2
1) Dit vers met het volgende behoren eigenlijk tot het volgende hoofdstuk. In hoofdstuk 12:1 wordt ons verklaard hoe Terah ertoe kwam uit het Chaldeeënland op te trekken. Daaruit blijkt tevens, dat Terah eigenlijk niet de aanvoerder was van de karavaan, maar de metgezel van zijn zoon. Calvijn tekent dan ook bij dit vers aan: “Hier moest een nieuw hoofdstuk beginnen, omdat Mozes een van de belangrijkste hoofddelen van het boek begint, namelijk de roeping van Abram”.
2) Hoewel de roeping tot Abram was gekomen, wordt Terah hier toch voorgesteld als de aanvoerder, niet omdat hij het werkelijk was, maar omdat hij als de oudste van de familie het gezag bekleedde en het recht had, om aanvoerder te zijn. Zolang de vader leefde, was de zoon, hoe oud hij ook was, verplicht het gezag van de vader te erkennen. Ook hierin toont Abram, door zich vrijwillig onder het gezag van zijn vader te stellen, hoewel de roeping tot hem was gekomen, dat wie geroepen wordt tot heersen, zelf eerst moet beginnen met te dienen.
32. En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaar; en Terah stierf 1) te Haran, 427 jaar na de zondvloed, in het 2083 jaar na de wereldschepping.
1) De reden, waarom Terah stierf, voordat zij het land Kanaän bereikt hadden, wordt ons in Jozua. 24:2 nader verklaard. Terah was een afgodendienaar, en omdat Abram uit Ur was geroepen, opdat in en door hem en zijn geslacht de zuivere dienst van God zou bewaard worden, mocht met hem geen afgodendienaar het land der belofte binnen gaan. Om dezelfde redenen stierf wellicht ook Rachel, voordat Jacob te Hebron kwam.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 11
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
TOREN TE BABEL, SPRAAKVERWARRING, GESLACHTEN VAN SEM.
I. Vers 1-9
Van het Armenische hoogland wenden zich de nakomelingen van Noach naar de vlakte van het land Sinear tussen de Eufraat en de Tiger. Omdat ze dachten, dat zij wegens overbevolking zich spoedig zouden moeten verstrooien, wilden zij een middel- en verenigingspunt maken, in overmoed tot aan de wolken opklimmen, en door vereniging van alle mensenkrachten Hem, die in de Hemel woont, trotseren. Maar de Heere komt neer, verbreekt de nog aanwezige band van eenheid, die van de taal, de noodzakelijkste voorwaarde van een gemeenschappelijk handelen, en dwingt hen uit de valse eenheid tot verstrooiing.
1. En de gehele aarde was, gedurende de eerste eeuw na de zondvloed, nog van één spraak en één taal, volgens de ouderen de Hebreeuwse, volgens de nieuwere een grondtaal, waaruit de latere, ook de Hebreeuwse, zich ontwikkeld heeft.
1) De Hebreeuwse taal onderscheidt zich door vaste en eenvoudige vormen, ongemene rijkdom ten aanzien van alles wat de betrekking van God tot de mensen aangaat. Zij voegt zich zeer geschikt naar de gedachten, met weinige woorden, die hun klank nabootsen.
2. Maar het geschiedde, als zij nl. Nimrod en het volk, hetwelk hij om zich verzameld had van het Armenische hoogland, waar Noach na het uitgaan uit de ark zich eerst neergezet had, wegens hun buitengewone vermeerdering, tegen het Oosten (Zuid-Oosten) togen, dat zij een laagte, een bijzonder vruchtbare vlakte, zeer geschikt voor korenbouw, vonden in het land a) Sinear, dat is: Mesopotamië en Babylonië, en zij woonden een geruime tijd aldaar, door eenheid van taal en gezindheid aan elkaar verbonden. Doch, evenals vroeger onder Kaïns nakomelingen; nam het vergeten van God en een overmoedige gezindheid de overhand.
a) Genesis 10:10
3. En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan; zijn er in dit land geen steengroeven, zo is er toch geschikte aarde, laat ons daarvan nemen en tichelen strijken en wél doorbranden. 1) En zij deden gelijk zij gezegd hadden en de tichel was hun voor steen, in plaats van uitgehouwen steen, en het lijm, 2) de asfalt, welke in die streek zo veelvuldig gevonden wordt, was hun voor leem tot verbinding van de tichelen.
1) De onlangs opnieuw onderzochte bouwvallen bewijzen, dat men in de zon gedroogde of gebakken stenen gebruikte en deze met asfalt verenigde. Deze asfalt is zo hard, dat men zelfs nu nog de stenen van elkaar moet slaan.
2) Hieruit blijkt duidelijk, dat om hun plan te volvoeren, zij met grote moeilijkheden te worstelen hadden, maar daardoor tevens dat hun plan vast stond, de raad Gods te trotseren. Het koste wat het koste, maar zij zouden tonen dat ligt hierin dat zij bestand waren tegen God en bij machte om de plannen van God tegen te werken.
4. En zij, verheugd over de uitvinding, die door proeven gebleken was goed te zijn, zeiden: Komt aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, waarvan de top in de hemel zij: en laat ons een naam voor ons maken a) streven naar roem en eer, 1) opdat wij niet misschien over de gehele aarde verstrooid 2) worden.
a) Jesaja. 63:12; Jeremia 32:20; Nehemia. 9:10
1) “Zich een naam te maken was het hoofddoel van de torenbouw (vgl. hoofdstuk. 6:4) De stad moest dienen, om tezamen beschermd te zijn tegen vijanden; de toren, die zij waanden ten hemel te kunnen optrekken, om van verre tot teken te zijn om de verstrooiing te voorkomen. In grote getale samenwonende, zouden zij anderen kunnen overweldigen en beheersen en groot zijn op aarde. Waarschijnlijk dachten zij ook aan de zondvloed, en wilden zij nu die toren hemelhoog maken om, zo opnieuw zulk een vloed kwam, zich in de hoogte te kunnen beveiligen. Zo waren zij ongelovig aan Gods belofte, en in plaats van in de vrees des Heren heil te zoeken, zochten zij behoud in grote werken, alsof er iets hoog voor de Heere zou zijn. Nog moeten wij opmerken, dat de geschiedenis van de torenbouw midden in de volkerenlijst wordt gevonden. Het verhaal van Sem’s geslachtslijn wordt afgebroken, om te verhalen, hoe enige, misschien onder Nimrod, een naam (= Sem) wilden maken. Kanaän zou een knecht van de knechten zijn naar Noach’s profetie. Dat zullen de bewoners van Sinear’s vlakte niet dulden. Zij zullen de raad van God omkeren en heersen. Zij zullen zich in de plaats stellen van Sem. Zij zullen de naam hebben, Zo zijn voor een daad dikwijls vele beweegredenen, en is een menigte van zonden tezamen gespannen tot één doel; maar de Heere vernietigt het door een wenk; Hij doet het hier als “de Heere,” de Verbondsgod van Sem, en zegent deze naar Zijn belofte, waarvan het volgend geslachtsregister het bewijs geeft, daar Abram, de vriend Gods, de Vader der gelovigen, hem als zoon wordt gegeven.
In het oude Babylon bestond een ontzaglijke toren met een tempel aan Belus gewijd. Deze was vierkant, aan elke zijde ongeveer 463 Nederlandse el lang. Midden op dit gebouw stond een vierkante toren, half zo breed en lang als het gebouw, waarop hij rustte: op dit tweede gevaarte verhieven zich opnieuw dergelijke torens, in het geheel acht in getal. Rondom het gehele gebouw liep een trap van rustbanken voorzien. Boven op de laatste toren stond een grote tempel met een rustbed en een gouden tafel, maar zonder beeld. Enige tijd geleden zijn de ontzaglijke ruïnen van dit gebouw teruggevonden en beschreven. Zij droegen de naam van “Birs-Nimrod” (Burg van Nimrod). Aan de oostzijde vertonen zij zich in de gedaante van een langwerpige heuvel, waarvan de grondslag 2000 voet bedraagt. De tegenwoordige hoogte tot op de voet van de toren, die er zich op verheft, bedraagt 200 voet. De toren is 35 voet hoog. Aan de Westzijde vertonen zich deze bouwvallen mede in de vorm van een piramide. Zij bestaan uit schone, in het vuur gebakken stenen. Men kan nog slechts drie van de acht verdiepingen, waaruit de toren bestond, onderscheiden. Dit schijnen dan de overblijfselen te zijn van de toren, die toenmaals werd opgetrokken, en die waarschijnlijk de oudste bouwvallen van de gehele aarde uitmaken.
De Arabieren houden deze voor de door vuur verwoeste Babylonische toren.
2) Men vraagt vanwaar zij die kennis van de toekomstige verstrooiing hadden? Sommigen vermoeden, dat zij door Noach zijn vermaand, die de wereld tot in de vorige zonde en tot het vroeger bederf zag vervallen, op profetische wijze, door de Geest, een verschrikkelijke verstrooiing voorzien, heeft; zij menen, dat de Babyloniërs, toen zij God niet rechtstreeks konden tegenstaan, beproefd hebben, zijdelings de straf waarmee gedreigd was, af te wenden. Anderen zijn van mening, dat door een geheime ingeving van de Geest, zij omtrent hun straf zijn ingelicht, en dat nu dit torenbouwen een pogen was om de straf af te wenden. Maar deze uitleggingen zijn gedwongen. Niets dwingt er toe, als bewijs van hun oproerige gezindheid, welke bij hen schuilde, uit te leggen, wat zij hier zeggen. Zij wisten, dat de aarde gegrondvest was om te bewonen, en dat haar akkers bestemd waren om de mensen te voeden; de opeenhoping van de mensenmenigte zelf leerde hun, dat dit niet kon geschieden, zodra zij een lange tijd binnen een beperkte ruimte besloten bleven. Daarom wilden zij, wanneer men naar elders moest verhuizen, een toren, als getuige van hun oorsprong, van hun moederland.
5. Toen kwam de Heere neer, 1) om te bezien de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden. Dikwijls handelt en leeft de mens, bij de overtuiging, dat er een God is, alsof Hij zich niet bekommerde om hetgeen er op aarde geschiedt. De mens denkt niet aan Hem, maar die in de Hemel woont, lacht en spot met de hoogmoed van de mensen (Psalm. 2:4). Een tijd lang laat God hem voortgaan in zijn werk, om het straks te verstoren. Dat ondervonden Babels bouwlieden; zij werden het aan zijn tekenen gewaar, dat Hij neergekomen was en zag.
1) De neerdaling van God is tweeërlei, of tot richterlijk oordeel of tot reddende hulp. Bij Babel daalt God ten gerichte neer om de taal te verwarren, en aldus de onderlinge samenstemming te breken.
Dat hier gezegd wordt dat God neerkwam betekent dat God zichtbaar openbaarde dat Hem niet onbekend was, wat de torenbouwers bedoelden.
6. En de HEERE zei in de raad van de goddelijke Drie-eenheid (hoofdstuk. 1:26) Ziet, zij zijn één volk en hebben allen één taal, 1) en dit is het, dat zij beginnen 2) te maken, een stad en een toren, om groot te worden om zich een naam te maken en te behouden; maar nu, zou hun niet afgesneden, verhinderd worden, al wat zij bedacht hebben te maken?
1) In het Hebreeuws letterlijk: Ziedaar één volk en één taal onder hen. Een kort uitgestoten volzin, die recht geeft te veronderstellen, dat zij gedaan is op de toon van rechtmatige, heilige smart, die tot rechtvaardige straf dringt. Calvijn is van gevoelen, dat deze woorden op ironische wijze zijn uitgesproken.
2) Beginnen te maken wil niets minder zeggen, dan dat zij met alle haast en ijver aan het werk waren getogen en vast besloten, om het werk te voleindigen.
7. Kom aan, 1) laat ons, laten wij niet vele middelen gebruiken maar eenvoudig onder hen neervaren, en laat ons het werk verhinderen door hun taal aldaar te verwarren, opdat een ieder de taal van zijn naaste niet horen zodat zij moeten uiteengaan en in al hun nietigheid worden ten toongesteld. 2)
1) Het “Kom aan” des Heren tegenover het “kom aan” der mensen, vs.4.
2) De spraakverwarring, door een scheppende daad van God, als een heilig oordeel door de Heere voltrokken, is de oorzaak van hun verstrooiing in alle landen, niet het gevolg. Dat heeft de Heere gedaan, en het is een wonder in onze ogen. Het wonder licht juist daarin, dat, wat later in de geschiedenis van lieverlee gebeurde, hier, bij en in het begin op plotselinge en buitengewone wijze geschiedde. Opmerkingswaardig is het, dat de nieuwere onderzoekingen op het gebied van de talen tot de ontdekking geleid hebben van de oorspronkelijke overeenkomst van de meest bekende talen, hetgeen besluiten doet tot een gemeenschappelijke grondtaal. De tegenhanger van deze spraakverwarring en volkenverstrooing vindt men in Hand.2.
De hoogmoed van de mensen heeft de taal verward, de ootmoed van Christus heeft haar weer verenigd. Uit één taal ontstonden vele; verwonder u daarover niet, hovaardij bewerkte het. Uit vele talen werd één; verwonder u daarover niet, liefde bewerkte het.
8. a) Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de gehele aarde; hen hierheen en daarheen verstrooiende als de leden van een verminkt lichaam; niet alleen om de aarde te bevolken, maar ook tot straf voor hun hoogmoed; en zij hielden op de stad te bouwen, omdat de gemeenschap had plaats gemaakt voor verdeeldheid.
a) Deuteronomium. 32:8, Hand. 1:26
9. Daarom noemde men haar naam, de naam van de begonnen en eerst in latere tijden verder opgebouwde stad: Babel, 1) dat is verwarring, want aldaar verwarde de HEERE de taal van de gehele aarde; Hij deed uit die één taal de vele talen ontstaan, die over de gehele aarde gesproken worden, en van daar verstrooide hen de HEERE over de gehele aarde, ten tijde van Peleg, een nakomeling van Sem, die van 1757-1996 na de wereldschepping leefde. Toen kon het menselijk geslacht ongeveer tot 30.000 zielen toegenomen zijn.
1) Toen uit de mond van de in Sinear samenwonenden het vermetele woord gehoord werd: “Kom aan, laat ons een toren bouwen, waarvan de top in de hemel zij; en laat ons een naam voor ons maken” toen was het uur van het eigenlijke heidendom gekomen. Het wezen van het heidendom toch bestaat aan de ene zijde, negatief, in de verloochening van de levende, persoonlijke God, en in de verachting van het door Hem toegezegde heil; aan de andere zijde, positief, in de waan, zich door eigen kracht en wijsheid te kunnen helpen en zich zo door eigen middelen het heil te kunnen verschaffen. En toch bediende zich de Wereldregeerder van die zich van Hem losrukkende afkeer van de mensen, om hen door het gericht van de spraakverwarring en van de verstrooiing, en door hetgeen zich hieruit ontwikkelde, ondanks lange afdwaling, nog tot het door Hem bedoelde heil te leiden.
Ziedaar nu, wat zij zich door hun dwaze eerzucht hadden bereikt. Zij hoopten, dat altijd de herinnering aan hun oorsprong in de toren zou gegrift zijn. God maakt niet alleen hun ijdel zelfvertrouwen beschaamd, maar bezorgt hen ook een eeuwige schande, opdat zij bij alle nakomelingen veracht zouden zijn, wegens zo grote schade, door hun schuld het menselijk geslacht toegebracht. Zij hebben nu wel een naam, maar niet zodanig een als zij wel gewenst hadden. Zó maakt God de trotsheid te schande van hen, die voor zich meer eisen dan geoorloofd is.
Babel is steeds de tegenstelling van Jeruzalem of Zion. In Babel worden de talen verward, door de hovaardij van de mensen; in Jeruzalem worden de talen wederom één door de nederdaling van de Heilige Geest. Van uit Babel gaat de verwoester van Jeruzalem uit, in Babel wordt Zion gevankelijk weggevoerd.
Het heidendom is de verloren zoon, die de Vader, omdat hij niet langer in het vaderhuis onder opzicht, tucht en verzorging wil blijven, in de wijde wereld laat heengaan, wel wetende dat, als het vaderlijk erfgoed verteerd is, het zo ver zal gekomen zijn, dat hij zijn buik begeert te vullen met het draf van de zwijnen, de nood hem dwingen zal om de opengehouden en welbereide plaats in het vaderhuis te gaan opzoeken en verheugd en dankbaar in te nemen. De gift die de zoon uit het vaderhuis meeneemt, en die hij in de wellustige natuurgodsdienst verspilt, zijn de overblijfselen van de oorspronkelijke toestand en van de eerste godsverering; maar ook een ernstige en onafwijsbare tuchtmeester (Galaten. 3:24), de in het hart geschreven wet, (Romeinen 2:15), vergezelt hem op zijn dwaalwegen, ook bij de verste verwijdering en afdwaling verbindt hem nog één band aan het vaderhuis, die van de afstamming en van de verwantschap (Hand. 17:29), de behoefte, die zich gedurig opnieuw laat gelden, het verlangen naar de verloren vrede van het hart, dat zich nooit geheel laat vernietigen.
II Vers 10-26
Terwijl de overige geslachten van de mensen voor een tijd worden voorbijgegaan wordt het uitverkoren geslacht van Sem op de voorgrond gesteld, maar alleen in die leden, die de werkelijke dragers van de belofte Gods waren. Zo hebben wij de voortzetting van de geslachtstafel van de kinderen Gods voor ons, die met de Zondvloed was afgebroken. De leeftijd van de mensen vermindert eerst tot drie, daarna tot twee en ten laatste tot één vierde deel van die vóór de Zondvloed.
10. a) Deze zijn de geboorten, geslachten, van Sem, de stamvader van de kinderen van God na de zondvloed; Sem was honderd jaar oud en gewon Arfachsad, twee jaar na de vloed, 1658 jaar na de wereldschepping.
a) Genesis 10:22 vv. 1 Kronieken 1:17 vv.
Telkens wordt slechts één zoon genoemd, omdat in deze de heilige linie wordt voortgezet.
11. En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaar, en hij gewon zonen en dochters (de bijvoeging van hoofdstuk. 5, zo waren al de dagen, enz. treft men hier en vervolgens niet aan).
12. En Arfachsad leefde vijfendertig jaar, en hij gewon Selah (zending).
13. En Arfachsad leefde, nadat hij Selah gewonnen had, vierhonderd en drie jaar, en hij gewon zonen en dochters.
14. En Selah leefde dertig jaar en hij gewon Heber (van de overzijde komende).
15. En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaar, en gewon zonen en dochters.
16. En Heber leefde vierendertig jaar en gewon Peleg (verdeling, scheiding), omdat toen de spraakverwarring had plaatsgehad.
17. En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaar en hij gewon zonen en dochters.
18. En Peleg leefde dertig jaar, en hij gewon Rehu (vriendschap).
19. En Peleg leefde, nadat hij Rehu gewonnen had, tweehonderd en negen jaar, en hij gewon zonen en dochters.
20. En Rehu leefde tweeëndertig jaar, en hij gewon Serug (vastheid).
21. En Rehu leefde, nadat hij Serug gewonnen had, tweehonderd en zeven jaar, en hij gewon zonen en dochters.
22. En Serug leefde dertig jaar, en gewon Nachor (doorboorder).
23. En Serug leefde, nadat hij Nachor gewonnen had, tweehonderd jaar, en hij gewon zonen en dochters.
24. En Nachor leefde negenentwintig jaar, en gewon Terah (wending, draling).
25. En Nachor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaar, en hij gewon zonen en dochters.
26. En Terah leefde zeventig jaar, en gewon Abram, (hoge Vader) Nachor (zie vs. 22) en Haran 1) (sterke).
1) Van Seth tot Sem, tien opeenvolgende geslachten. Van Sem tot Abram evenzeer. Volgens hun ouderdom volgden de drie broeders zo op elkaar, dat Haran eerst en Abram 60 jaar later geboren is, want bij de dood van zijn vader was de laatste pas 75 jaar oud (hoofdstuk. 12:4), dus moet hij in diens 130ste levensjaar, dat is in het jaar 2008 na de wereldschepping, geboren zijn. Of Nachor vóór of na Abram te plaatsen is, blijft onzeker, waarschijnlijk is hij ouder dan Abram. Wij laten hier de voortzetting volgen vanaf Sem zie Genesis 5:22 tot op Jacob:
(na de wereldschepping). 11. Sem leefde 640 jaar, 1518-2158, 12. Arfachsad 438 jaar, 1658-2096, 13. Selah 433 jaar, 1693-2126, 14. Heber 464 jaar, 1723-2187, 15. Peleg 239 jaar, 1757-1996, 16. Rehu 239 jaar, 1787-2026, 17. Serug 230 jaar, 1819-2049, 18. Nachor 148 jaar, 1849-1997, 19. Therach 205 jaar, 1878-2083, 20. Abram 175 jaar, 2008-2183, 21. Izaak 180 jaar, 2108-2288, 22. Jakob 147 jaar, 2168-2315.
III. Vers 27-32
Uit de zo-even meegedeelde geslachtslijsten worden de laatstgenoemden nog eens op de voorgrond gesteld, om zo de geschiedenis van Abram (hoofdstuk. 12) in te leiden.
27. a) En deze zijn de geboorten van Terah. Terah gewon Abram, Nachor en Haran, naar ouderdom in omgekeerde orde Haran, Nachor en Abram; en Haran gewon Lot, (sluier, verborgene).
a) Jozua. 24:2, 1 Kronieken 1:26
28. En Haran stierf, terwijl zijn vader hem overleefde, voor het aangezicht van zijn vader Terah, in het land van zijn geboorte, in Ur der Chaldeeën, 1) in het noorden van Mesopotamië gelegen.
1) Sommigen menen, dat Ur-Casidim, in de oud-Turanische taal, hetzelfde betekent als Mesopotamië, tussen of in het midden van twee rivieren. Ur der Chaldeeën zou dan niet de naam van een stad, maar van een land zijn.
29. En Abram 1) en Nachor, beiden jonger dan hun zo-even genoemde broeder, namen zich vrouwen; de naam van Abram’s vrouw was Saraï (mijn vorstin); deze was zijn halfzuster, een dochter van dezelfde vader, maar niet van dezelfde moeder (hoofdstuk. 20:12); en de naam van Nahors vrouw was a) Milka, (koningin), een dochter van Haran, die, behalve van de reeds genoemde Lot, Vader was van deze Milka en vader van Jiska (zij zal zien).
a) Genesis 22:20
1) Abram wordt hier het eerst genoemd, omdat hij van dit gezin de hoofdpersoon wordt, in wie alle geslachten van de aarde zullen gezegend worden; omdat hij de aangewezen erfgenaam van de zegen van Sem was.
30. En a) Saraï was onvruchtbaar, 1) zij had geen kind, een omstandigheid, die voor Abram later van groot gewicht werd. Die bijzondere leidingen Gods met Abram begonnen daarmee, dat de Heere hem te Ur verscheen en hem beval uit zijn vaderland te gaan, gelijk hoofdstuk. 12:1 vv., nader wordt meegedeeld, vergelijk hoofdstuk. 15:7, Nehemia. 9:7, Hand. 7:2-4.
a) Genesis 16:1 en 2; 18:11 en 12.
1) Hier wordt niet alleen gezegd, dat Abram geen kinderen had, maar de oorzaak wordt aangegeven nl. de onvruchtbaarheid van zijn vrouw, opdat wij zouden weten, dat Izaak niet dan door een wonderwerk Gods geboren is. Zo wilde God zijn dienstknecht nederig houden.
31. a) 1) En Terah, 2) op het bevel, door de Heere aan Abram gegeven, besluitende om mede gehoorzaam te zijn en nu als vader het bestuur hebbende, nam Abram zijn zoon en Lot, Harans zoon, zijn zoons zoon, en Saraï, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hem uit Ur der Chaldeeën, om te gaan naar het land Kanaän, een land, dat de Heere beloofd had aan Abram te tonen (hoofdstuk. 12:2) en dat later hem voor zijn geslacht beloofd werd (hoofdstuk. 12:7); en zij kwamen tot Haran a) 2) een stad in Mesopotamië gelegen, aan de rivier de Chabor, welke Terah aldus noemde naar zijn zoon Haran, die in Ur was gestorven, en woonden aldaar, te Karrhae, het latere Edessa.
a) Jozua. 24:2
1) Dit vers met het volgende behoren eigenlijk tot het volgende hoofdstuk. In hoofdstuk 12:1 wordt ons verklaard hoe Terah ertoe kwam uit het Chaldeeënland op te trekken. Daaruit blijkt tevens, dat Terah eigenlijk niet de aanvoerder was van de karavaan, maar de metgezel van zijn zoon. Calvijn tekent dan ook bij dit vers aan: “Hier moest een nieuw hoofdstuk beginnen, omdat Mozes een van de belangrijkste hoofddelen van het boek begint, namelijk de roeping van Abram”.
2) Hoewel de roeping tot Abram was gekomen, wordt Terah hier toch voorgesteld als de aanvoerder, niet omdat hij het werkelijk was, maar omdat hij als de oudste van de familie het gezag bekleedde en het recht had, om aanvoerder te zijn. Zolang de vader leefde, was de zoon, hoe oud hij ook was, verplicht het gezag van de vader te erkennen. Ook hierin toont Abram, door zich vrijwillig onder het gezag van zijn vader te stellen, hoewel de roeping tot hem was gekomen, dat wie geroepen wordt tot heersen, zelf eerst moet beginnen met te dienen.
32. En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaar; en Terah stierf 1) te Haran, 427 jaar na de zondvloed, in het 2083 jaar na de wereldschepping.
1) De reden, waarom Terah stierf, voordat zij het land Kanaän bereikt hadden, wordt ons in Jozua. 24:2 nader verklaard. Terah was een afgodendienaar, en omdat Abram uit Ur was geroepen, opdat in en door hem en zijn geslacht de zuivere dienst van God zou bewaard worden, mocht met hem geen afgodendienaar het land der belofte binnen gaan. Om dezelfde redenen stierf wellicht ook Rachel, voordat Jacob te Hebron kwam.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel