Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van NoachsH5146 zonenH1121: SemH8035, ChamH2526, en JafethH3315; en hun werden zonenH1121 geborenH3205 naH310 den vloedH3999.
Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.
KJV
Now these are the generations2
of the sons3
of Noah,4
Shem,5
Ham,6
and Japheth:7
and unto them were sons10
born8
after11
the flood.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De zonenH1121 van JafethH3315 zijn: GomerH1586, en MagogH4031, en MadaiH4074, en JavanH3120, en TubalH8422, en MesechH4902, en ThirasH8494.
De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.
KJV
The sons1
of Japheth;2
Gomer,3
and Magog,4
and Madai,5
and Javan,6
and Tubal,7
and Meshech,8
and Tiras.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En de zonenH1121 van GomerH1586 zijn: AskenazH813, en RifathH7384, en TogarmaH8425.
En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.
KJV
And the sons1
of Gomer;2
Ashkenaz,3
and Riphath,4
and Togarmah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En de zonenH1121 van JavanH3120 zijn: ElisaH473, en TarsisH8659; de ChittietenH3794 en DodanietenH1721.
En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.
KJV
And the sons1
of Javan;2
Elishah,3
and Tarshish,4
Kittim,5
and Dodanim.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Van dezenH428 zijn verdeeldH6504 de eilandenH339 der volkenH1471 in hun landschappenH776, elkH376 naar zijn spraakH3956, naar hun huisgezinnenH4940, onder hun volkenH1471.
Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.
KJV
By these were the isles3
of the Gentiles4
divided in2
their lands;5
every one6
after his tongue,7
after their families,8
in their nations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En de zonenH1121 van ChamH2526 zijn: CuschH3568 en MitsraimH4714, en PutH6316, en KanaanH3667.
En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.
KJV
And the sons1
of Ham;2
Cush,3
and Mizraim,4
and Phut,5
and Canaan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En de zonenH1121 van CuschH3568 zijn: SebaH5434 en HavilaH2341, en SabtaH5454, en RaemaH7484, en SabtechaH5455. En de zonenH1121 van RaemaH7484 zijn: SchebaH7614 en DedanH1719.
En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.
KJV
And the sons1
of Cush;2
Seba,3
and Havilah,4
and Sabtah,5
and Raamah,6
and Sabtecha:7
and the sons8
of Raamah;9
Sheba,10
and Dedan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En CuschH3568 gewonH3205 NimrodH5248; deze begonH2490 geweldigH1368 te zijnH1961 op de aardeH776.
En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.
KJV
And Cush1
begat2
Nimrod:4
he began6
to be7
a mighty one8
in the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Hij wasH1961 een geweldigH1368 jagerH6718 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068; daaromH3651 wordt gezegdH559: Gelijk NimrodH5248, een geweldigH1368 jagerH6718 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.
Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.
KJV
He was a mighty3
hunter4
before5
the LORD:6
wherefore8
it is said,9
Even as Nimrod10
the mighty11
hunter12
before13
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
En het beginselH7225 zijns rijksH4467 wasH1961 BabelH894, en ErechH751, en AccadH390, en CalneH3641 in het landH776 SinearH8152.
En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.
KJV
And the beginning2
of his kingdom3
was Babel,4
and Erech,5
and Accad,6
and Calneh,7
in the land8
of Shinar.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
UitH4480 ditzelve landH776 is AssurH804 uitgegaanH3318, en heeft gebouwdH1129 NineveH5210, en RehobothH7344, IrH5892, en KalachH3625.
Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.
KJV
Out of that land2
went forth4
Asshur,5
and builded6
Nineveh,8
and the city11
Rehoboth,10
and Calah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En ResenH7449, tussenH996 NineveH5210 en tussenH996 KalachH3625; deze is dieH1931 groteH1419 stadH5892.
En Resen, tussen Nineve en tussen Kalach; deze is die grote stad.
KJV
And Resen2
between Nineveh4
and Calah:6
the same is a great9
city.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En MitsraimH4714 gewonH3205 de LudietenH3866, en de AnamietenH6047, en de LehabietenH3853, en de NaftuchietenH5320,
En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
KJV
And Mizraim1
begat2
Ludim,4
and Anamim,6
and Lehabim,8
and Naphtuhim,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En de PathrusietenH6625, en de CasluchietenH3695, van waar de FilistijnenH6430 uitgekomenH3318 zijn, en de CaftorietenH3732.
En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.
KJV
And Pathrusim,2
and Casluhim,4
(out of whom came6
Philistim,)8
and Caphtorim.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
En KanaanH3667 gewonH3205 SidonH6721, zijn eerstgeboreneH1060, en HethH2845,
En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
KJV
And Canaan1
begat2
Sidon4
his firstborn,5
and Heth,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En de Jesubiet, en de AmorietH567, en de GirgasietH1622,
En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,
Ook in dit vers
JebusietH2983
KJV
And the Jebusite,2
and the Amorite,4
and the Girgasite,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
En de HivvietH2340, en de ArkietH6208, en de SinietH5513,
En de Hivviet, en de Arkiet, en de Siniet,
KJV
And the Hivite,2
and the Arkite,4
and the Sinite,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En de ArvadietH721, en de TsemarietH6786, en de HamathietH2577; en daarnaH310 zijn de huisgezinnenH4940 der KanaanietenH3669 verspreidH6327.
En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.
KJV
And the Arvadite,2
and the Zemarite,4
and the Hamathite:6
and afterward7
were the families9
of the Canaanites10
spread abroad.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
En de landpaleH1366 der KanaanietenH3669 wasH1961 van SidonH6721, daar gij gaatH935 naar GerarH1642 totH5704 GazaH5804 toe; daar gij gaatH935 naar SodomH5467 en GomorraH6017, en AdamaH126, en ZoboimH6636, totH5704 LasaH3962 toe.
En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.
KJV
And the border2
of the Canaanites3
was from Sidon,4
as thou comest5
to Gerar,6
unto Gaza;8
as thou goest,9
unto Sodom,10
and Gomorrah,11
and Admah,12
and Zeboim,13
even unto Lasha.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
DezeH428 zijn zonenH1121 van ChamH2526, naar hun huisgezinnenH4940, naar hun sprakenH3956, in hun landschappenH776, in hun volkenH1471.
Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.
KJV
These are the sons2
of Ham,3
after their families,4
after their tongues,5
in their countries,6
and in their nations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Voorts zijn SemH8035 zonenH1121 geborenH3205; dezelveH1931 is ookH1571 de vaderH1 allerH3605 zonen van HeberH5677, broederH251 van JafethH3315, den grootsteH1419.
Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
KJV
Unto Shem1
also, the father5
of all the children7
of Eber,8
the brother9
of Japheth10
the elder,11
even to him were children born.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
SemsH8035 zonenH1121 waren ElamH5867, en AssurH804, en ArfachsadH775, en LudH3865, en AramH758.
Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
KJV
The children1
of Shem;2
Elam,3
and Asshur,4
and Arphaxad,5
and Lud,6
and Aram.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En AramsH758 zonenH1121 waren UzH5780, en HulH2343, en GetherH1666, en MazH4851.
En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.
KJV
And the children1
of Aram;2
Uz,3
and Hul,4
and Gether,5
and Mash.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En ArfachsadH775 gewonH3205 SelahH7974, en SelahH7974 gewonH3205 HeberH5677.
En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
KJV
And Arphaxad1
begat2
Salah;4
and Salah5
begat6
Eber.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
En HeberH5677 werden tweeH8147 zonenH1121 geborenH3205; des enenH259 naamH8034 was PelegH6389; wantH3588 in zijn dagenH3117 is de aardeH776 verdeeldH6385; en zijns broedersH251 naamH8034 was JoktanH3355.
En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.
KJV
And unto Eber1
were born2
two3
sons:4
the name5
of one6
was Peleg;7
for in his days9
was the earth11
divided;10
and his brother's13
name12
was Joktan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
En JoktanH3355 gewonH3205 AlmodadH486, en selefH8026, en HatsarmavethH2700, en JarachH3392,
En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,
KJV
And Joktan1
begat2
Almodad,4
and Sheleph,6
and Hazarmaveth,8
and Jerah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
En HadoramH1913, en UsalH187, en DiklaH1853,
En Hadoram, en Usal, en Dikla,
KJV
And Hadoram,2
and Uzal,4
and Diklah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
En ObalH5745, en AbimaelH39, en SchebaH7614,
En Obal, en Abimael, en Scheba,
KJV
And Obal,2
and Abimael,4
and Sheba,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
En OfirH211, en HavilaH2341, en JobabH3103; dezeH428 allenH3605 waren zonenH1121 van JoktanH3355.
En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.
KJV
And Ophir,2
and Havilah,4
and Jobab:6
all these were the sons9
of Joktan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
En hun woningH4186 wasH1961 van MeschaH4852 af, daar gij gaatH935 naar SefarH5611, het gebergteH2022 van het oostenH6924.
En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.
KJV
And their dwelling2
was from Mesha,3
as thou goest4
unto Sephar5
a mount6
of the east.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
DezeH428 zijn zonenH1121 van SemH8035, naar hun huisgezinnenH4940, naar hun sprakenH3956, in hun landschappenH776, naar hun volkenH1471.
Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.
KJV
These are the sons2
of Shem,3
after their families,4
after their tongues,5
in their lands,6
after their nations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
DezeH428 zijn de huisgezinnenH4940 der zonenH1121 van NoachH5146, naar hun geboortenH8435, in hun volkenH1471; en van dezenH428 zijn de volkenH1471 op de aardeH776 verdeeldH6504 naH310 den vloedH3999.
Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.
KJV
These are the families2
of the sons3
of Noah,4
after their generations,5
in their nations:6
and by these were the nations9
divided8
in the earth10
after11
the flood.
nu zijn
Het oogmerk van dit verhaal is, voornamelijk om aan te wijzen, uit welke vaders de Messias naar het vlees gesproten, en onder welk volk intussen de gemeente Gods gevonden werd. Daarna om bekend te maken den oorsprong der volken, en de bedelingen der landen, die zij bewoond hebben; hetwelk alles ook zeer dienstig is tot verklaring van vele Schriftuurplaatsen, gelijk in het vervolg zal blijken.
Hertaald:
nu zijn
Het doel van dit verhaal is vooral om aan te wijzen uit welke voorvaders de Messias naar het vlees is voortgekomen, en onder welk volk intussen de gemeente van God gevonden werd. Daarna om de oorsprong van de volken bekend te maken, en de verdeling van de landen die zij bewoond hebben; wat allemaal ook zeer nuttig is voor de uitleg van veel Schriftplaatsen, zoals verderop zal blijken.
geboorten
Of, geslachten.
Hertaald:
geboorten
Of: geslachten.
zonen
Dezen hebben zich van de plaatsen hunner woningen het meest noord-en westwaarts verspreid; want zich eerst nedergezet hebbende in Klein-Azië, hebben zij langzamerhand de noordse landen en Europa het meest vervuld.
Hertaald:
zonen
Dezen hebben zich vanuit hun woonplaatsen vooral noord- en westwaarts verspreid; want nadat zij zich eerst in Klein-Azië gevestigd hadden, hebben zij geleidelijk de noordelijke landen en Europa grotendeels bevolkt.
Gomer,
De nakomelingen van dezen hebben het noordelijke gedeelte van Klein-Azië bewoond; waarom zij onder de noordse volken worden geteld. Ezech. 38:6. En daar zij zich ook westwaarts uitgebreid hebben, zo houdt men het er voor dat zij de voorttelers mede zijn der volken in wier landen de Gallo-Grieken naderhand gewoond hebben.
Hertaald:
Gomer,
De nakomelingen van hem hebben het noordelijke deel van Klein-Azië bewoond, waarom zij tot de noordelijke volken gerekend worden, Ezech. 38:6. En omdat zij zich ook westwaarts hebben uitgebreid, meent men dat zij mede de voorvaders zijn van de volken in wier landen later de Gallo-Grieken gewoond hebben.
Magog,
De stamvader der Scythen; zie van dezen Ezech. 38:2, Ezech. 39:6.
Hertaald:
Magog,
De stamvader van de Scythen; zie hierover Ezech. 38:2, Ezech. 39:6.
Madái,
Van wien zijn de Meden; zie 2 Kon. 17:6; Jes. 13:17; Jer. 25:25; Dan. 5:6, Dan. 5:8.
Hertaald:
Madái,
Van wie de Meden afstammen; zie 2 Kon. 17:6; Jes. 13:17; Jer. 25:25; Dan. 5:6, Dan. 5:8.
Javan,
De vader der Grieken; zie van dezen Jes. 66:19; Dan. 8:21; Joël 3:6; Ezech. 27:13, Ezech. 27:19.
Hertaald:
Javan,
De vader van de Grieken; zie hierover Jes. 66:19; Dan. 8:21; Joël 3:6; Ezech. 27:13, Ezech. 27:19.
Tubal,
Men houdt het er voor dat van dezen de Iberen en uit dezen de Spanjaarden voortgekomen zijn. Zie Ezech. 27:13, Ezech. 32:28, Ezech. 38:2-3.
Hertaald:
Tubal,
Men neemt aan dat van hem de Iberiërs afstammen en van hen de Spanjaarden. Zie Ezech. 27:13, Ezech. 32:28, Ezech. 38:2-3.
Mesech,
Hebr. Meschech, welke van dezen afkomstig zijn, is onzeker. Sommigen menen die van Cappadocië; anderen, die van Mysië; enigen, de Moschen, of Moskovieten. Zie Ezech. 38:2-3.
Hertaald:
Mesech,
Hebreeuws: Meschech. Wie precies van hem afstammen, is onzeker. Sommigen denken aan de bewoners van Cappadocië, anderen aan die van Mysië, weer anderen aan de Moschen of Moskovieten. Zie Ezech. 38:2-3.
Thiras
Van dezen is in de H.Schrift niets meer vermeld; doch het gevoelen van velen is dat de Thraciërs aan de oevers van den Dniester, naburen der Macedoniërs, van hem zijn voortgekomen.
Hertaald:
Thiras
Van hem wordt in de Heilige Schrift verder niets vermeld; velen menen echter dat de Thraciërs aan de oevers van de Dnjestr, buren van de Macedoniërs, van hem afstammen.
Askenaz,
De vader der inwoners van Pontus en Bithynië, landschappen, gelegen in Klein-Azië. Sommigen houden het er voor dat van dezen de Duitsers afkomstig zijn. Zie Jer. 51:27.
Hertaald:
Askenaz,
De vader van de bewoners van Pontus en Bithynië, landstreken in Klein-Azië. Sommigen menen dat de Duitsers van hem afstammen. Zie Jer. 51:27.
Rifath,
Anders, Difath, 1 Kron. 1:6. Hij was de stamvader der Paphlagoniërs, een volk van Klein-Azië, vroeger genaamd Rifatteën, of Rifeën, langs de kusten der Zwarte Zee.
Hertaald:
Rifath,
Anders: Difath, 1 Kron. 1:6. Hij was de stamvader van de Paphlagoniërs, een volk in Klein-Azië, vroeger Rifatteën of Rifeën genoemd, langs de kusten van de Zwarte Zee.
Togarma
Deze wordt meest gehouden voor den oorsprong van het volk in Klein-Armenië; of [volgens het gevoelen van anderen] der Hoogduitsers. Zie Ezech. 27:14, Ezech. 38:6.
Hertaald:
Togarma
Hij wordt meestal gehouden voor de oorsprong van het volk in Klein-Armenië, of [volgens anderen] van de Hoogduitsers. Zie Ezech. 27:14, Ezech. 38:6.
Elisa,
Van wien afkomstig zijn de Eolen, een volk in Griekenland. Verg. Ezech. 27:7.
Hertaald:
Elisa,
Van wie de Eoliërs afstammen, een volk in Griekenland. Vergelijk Ezech. 27:7.
Tarsis;
Naar dezen wordt genoemd de hoofdstad van Cilicië, het vaderland van Paulus, Hand. 23:3, zodat deze Tarsis geweest is de stamvader der Ciliciërs. Zie Ezech. 27:12; Jona 1:3.
Hertaald:
Tarsis;
Naar hem is de hoofdstad van Cilicië genoemd, het vaderland van Paulus, Hand. 23:3, zodat deze Tarsis de stamvader van de Ciliciërs geweest is. Zie Ezech. 27:12; Jona 1:3.
Chittim
De vader der inwoners van Macedonië, of van Italië, of van Cyprus, of een deel van het land Cilicië: het gevoelen hierover is verschillend. Zie Num. 24:24; Jes. 23:1; Jer. 2:10.
Hertaald:
Chittim
De vader van de bewoners van Macedonië, of Italië, of Cyprus, of een deel van Cilicië — de meningen hierover lopen uiteen. Zie Num. 24:24; Jes. 23:1; Jer. 2:10.
Dodanim
Anders, Rodanim, 1 Kron. 1:7. Men meent dat van deze afkomstig zijn de Rhodiërs en de Doriërs.
Hertaald:
Dodanim
Anders: Rodanim, 1 Kron. 1:7. Men meent dat de Rhodiërs en de Doriërs van hem afstammen.
de eilanden
Versta, de landen aan de zee westwaarts van Syrië tussen de Middellandse zee en den Oceaan gelegen; namelijk niet alleen die eigenlijk eilanden genoemd worden, maar ook de vaste landen, die door hun ligging eilanden schijnen te zijn.
Hertaald:
de eilanden
Bedoeld worden de landen aan zee, ten westen van Syrië, gelegen tussen de Middellandse Zee en de Oceaan; niet alleen wat eigenlijk eilanden genoemd wordt, maar ook de vastelandsgebieden die door hun ligging als eilanden lijken.
elk naar zijn spraak,
De verdeling der spraken was wel in dien tijd nog niet geschied [zie onder hoofdstuk Gen 11] , maar Mozes spreekt volgens den tijd, waarin hij dit schreEf. Zie dergelijk exempel Gen. 12:8, Gen. 13:3, enz.
Hertaald:
elk naar zijn spraak,
De verdeling van de talen had op dat moment nog niet plaatsgevonden [zie hoofdstuk Gen. 11], maar Mozes spreekt vanuit de tijd waarin hij dit schreef. Zie een vergelijkbaar voorbeeld in Gen. 12:8, Gen. 13:3, enz.
en de zonen van Cham
De nakomelingen van dezen hebben zich van Babel meest zuidwaarts verdeeld in een deel van Azië en in Afrika, en voor een tijd in Palestina. Zie van dezen, 1 Kron. 4:40; Ps. 105:27.
Hertaald:
en de zonen van Cham
De nakomelingen van hem hebben zich vanaf Babel voornamelijk zuidwaarts verspreid, in een deel van Azië en in Afrika, en voor een tijd in Palestina. Zie hierover 1 Kron. 4:40; Ps. 105:27.
Cusch
Van dezen zijn afkomstig de Arabieren en de Moren. Zie boven de aant. hoofdstuk Gen. 2:13; idem 2 Kon. 19:9; Job 28:19; Jer. 13:23, Jer. 46:9.
Hertaald:
Cusch
Van hem stammen de Arabieren en de Moren af. Zie de aantekening bij Gen. 2:13; ook 2 Kon. 19:9; Job 28:19; Jer. 13:23, Jer. 46:9.
Mitsraïm
De vader der Egyptenaars. Den naam vindt men overal in de H. Schrift. En het is ook de naam van het landschap Egypte zelf en van de inwoners.
Hertaald:
Mitsraïm
De vader van de Egyptenaren. Deze naam komt overal in de Heilige Schrift voor, en is ook de naam van het land Egypte zelf en van de inwoners.
Put,
Men meent dat hij een gedeelte van Lybië, [waar de rivier Put is] bewoond heeft. Zie Jer. 46:9; Ezech. 27:10, Ezech. 38:5.
Hertaald:
Put,
Men meent dat hij een deel van Libië bewoond heeft [waar de rivier Put ligt]. Zie Jer. 46:9; Ezech. 27:10, Ezech. 38:5.
Kanaän.
De stamvader der Kanaänieten, in de Schrift genoeg bekend. Zie boven Gen. 9:25, en onder vs.18.
Hertaald:
Kanaän.
De stamvader van de Kanaänieten, in de Schrift voldoende bekend. Zie Gen. 9:25, en vers 18 hierna.
Seba
Van dezen komen de Sabeërs, in Woest-Arabië. Zie Ps. 72:10, en Jes. 43:3.
Hertaald:
Seba
Van hem stammen de Sabeeërs af, in Woest-Arabië. Zie Ps. 72:10, en Jes. 43:3.
Havila,
De vaders der inwoners van een land aldus genaamd, boven Gen. 2:11.
Hertaald:
Havila,
De vader van de bewoners van een land met deze naam, zie Gen. 2:11.
Sabta,
Het gevoelen der geleerden is dat de nakomelingen van dezen bewoond hebben het onderdeel van Gelukkig-Arabië.
Hertaald:
Sabta,
Geleerden menen dat zijn nakomelingen het zuidelijke deel van Gelukkig-Arabië bewoond hebben.
Raëma,
Mede een voorvader der inwoners van het bovengenoemde Arabië. Zie Ezech. 27:22.
Hertaald:
Raëma,
Ook een voorvader van de bewoners van het genoemde Arabië. Zie Ezech. 27:22.
Sábtecha.
Men houdt het er voor dat deze ook een stamvader van dezelfde natie geweest is.
Hertaald:
Sábtecha.
Men meent dat ook hij een stamvader van datzelfde volk geweest is.
Scheba
Zuidwaarts wonende in Morenland; van waar men meent dat de koningin van Scheba gekomen is. Zie 1 Kon. 10:1, 1 Kon. 10:4; Ezech. 27:22; Matt. 12:42; Hand. 8:27. Anderen plaatsen hem in Gelukkig-Arabië.
Hertaald:
Scheba
Woonde zuidwaarts in Morenland; men meent dat de koningin van Scheba hiervandaan kwam. Zie 1 Kon. 10:1, 1 Kon. 10:4; Ezech. 27:22; Matt. 12:42; Hand. 8:27. Anderen plaatsen hem in Gelukkig-Arabië.
Dedan
Een inwoner mede van Gelukkig-Arabië, of volgens anderer gevoelen, van Morenland. Zie Ezech. 27:15, Ezech. 38:13.
Hertaald:
Dedan
Ook een bewoner van Gelukkig-Arabië, of volgens anderen van Morenland. Zie Ezech. 27:15, Ezech. 38:13.
geweldig
Zie boven Gen. 6:4.
Hertaald:
geweldig
Zie Gen. 6:4.
jager
Hebr. geweldig in jacht, namelijk, niet alleen der beesten, maar ook der mensen, met wie hij handelde gelijk de jagers met het wild, dat zij doden of bedwingen naar hun lust. Zie deze manier van spreken Jer. 16:16; Klaagl. 3:52.
Hertaald:
jager
Hebreeuws: geweldig in de jacht, namelijk niet alleen op dieren, maar ook op mensen, met wie hij omging zoals jagers met wild, dat zij doden of onderwerpen naar believen. Zie deze uitdrukking ook Jer. 16:16; Klaagl. 3:52.
voor het
Dat is, openlijk en stoutelijk, zonder vrees voor God en schaamte voor de mensen; verg. hoofdstuk Gen. 6:11.
Hertaald:
voor het
Dat is: openlijk en brutaal, zonder vrees voor God en zonder schaamte voor mensen; vergelijk Gen. 6:11.
beginsel
Nimrod wordt gehouden voor de stichter van de eerste monarchie, en hij heeft het eerst deze vier steden gebouwd; gelijk Kaïn de eerste stad bouwde, vóór den zondvloed.
Hertaald:
beginsel
Nimrod wordt gehouden voor de stichter van het eerste koninkrijk, en hij heeft als eerste deze vier steden gebouwd, zoals Kaïn de eerste stad bouwde, vóór de zondvloed.
Sinear
Hebr. Schinhar, het land van Mesopotamië en Chaldea, aldus genaamd naar een gebergte daaraan gelegen, zie omtrent dit Sinear ook onder, Gen. 11:2, en Gen. 14:1, en Joz. 7:21.
Hertaald:
Sinear
Hebreeuws: Schinhar, het land van Mesopotamië en Chaldea, zo genoemd naar een daar gelegen gebergte; zie over dit Sinear ook Gen. 11:2, Gen. 14:1, en Joz. 7:21.
Uit ditzelve land
Anders, uit dit land is hij, namel. Nimrod, uitgegaan naar Assyrië.
Hertaald:
Uit ditzelve land
Anders: vanuit dit land is hij, namelijk Nimrod, naar Assyrië getrokken.
Ninevé,
De hoofdstad van Assyrië, Jona 1:2.
Hertaald:
Ninevé,
De hoofdstad van Assyrië, Jona 1:2.
Rehobóth,
Anders, Rechoboth de stad, of, de straten der stad, te weten van Ninevé.
Hertaald:
Rehobóth,
Anders: Rechoboth de stad, of de straten van de stad, namelijk van Ninevé.
die grote stad
Te weten Ninevé. Zie Jona 3:3, Jona 4:11.
Hertaald:
die grote stad
Namelijk Ninevé. Zie Jona 3:3, Jona 4:11.
Ludim,
De stamvader van het volk van Lydië in Mauritanië. Zie van dezen Jes. 66:19.
Hertaald:
Ludim,
De stamvader van het volk van Lydië in Mauritanië. Zie hierover Jes. 66:19.
Anamim,
Men houdt hem voor den stamvader der Cyreneërs.
Hertaald:
Anamim,
Men houdt hem voor de stamvader van de Cyreneeërs.
Lehabim,
De vader der Lybiërs in Afrika.
Hertaald:
Lehabim,
De vader van de Libiërs in Afrika.
Naftuhim,
Van wien men acht afkomstig te zijn de Moren van Numidië.
Hertaald:
Naftuhim,
Van wie men meent dat de Moren van Numidië afstammen.
Pathrusim,
Die omtrent de stad Pathros in Egypte gewoond hebben. Zie van dezen Jes. 11:11.
Hertaald:
Pathrusim,
Zij die rond de stad Pathros in Egypte gewoond hebben. Zie Jes. 11:11.
Kasluhim,
De inwoners van Cassiotis.
Hertaald:
Kasluhim,
De bewoners van Cassiotis.
van waar
Als ook van Caphthorim. Zie Deut. 2:23; Jer. 47:4; Am. 9:7. Het schijnt dat deze twee broeders uit hun woonplaats tezamen zijn opgetogen, en het land Palestina hebben ingenomen, waarom zij Filistijnen genaamd zijn.
Hertaald:
van waar
Ook van Caphthorim. Zie Deut. 2:23; Jer. 47:4; Am. 9:7. Het lijkt erop dat deze twee broedervolken samen uit hun woonplaats vertrokken zijn en het land Palestina hebben ingenomen, waarom zij Filistijnen genoemd worden.
Filistijnen
Dat is, inwoners van Palestina.
Hertaald:
Filistijnen
Dat is: bewoners van Palestina.
uitgekomen
Anders, afgekomen.
Hertaald:
uitgekomen
Anders: afgekomen.
Kaphtorim
Afkomstig uit Caphtor; zie daarvan Deut. 2:23.
Hertaald:
Kaphtorim
Afkomstig uit Caphtor, zie Deut. 2:23.
Sidon,
Hebr. Tsidon, stichter der stad Tsidon, of Sidon in Phenicië; zie daarvan Joz. 11:8, Joz. 19:28; Richt. 1:31, enz.
Hertaald:
Sidon,
Hebreeuws: Tsidon, stichter van de stad Tsidon, of Sidon, in Fenicië; zie Joz. 11:8, Joz. 19:28; Richt. 1:31, enz.
Heth,
De vader der Hethieten, zie van dezen Joz. 1:4, Joz. 9:1, enz.
Hertaald:
Heth,
De vader van de Hethieten, zie Joz. 1:4, Joz. 9:1, enz.
En den
Dit zijn niet alleen eigennamen van personen, maar ook van ganse volken, die uit dezen gesproten zijn; en worden daarom ook overgezet, de Jebusieter, de Amorieter, enz.
Hertaald:
En den
Dit zijn niet alleen persoonsnamen, maar ook namen van hele volken die uit hen voortgekomen zijn, en worden daarom ook vertaald als 'de Jebusieter', 'de Amorieter', enz.
Jebusi,
Van de nakomelingen van dezen zie men Joz. 15:8, Joz. 18:28; Richt. 1:21.
Hertaald:
Jebusi,
Over de nakomelingen van hem, zie Joz. 15:8, Joz. 18:28; Richt. 1:21.
Emori,
Van de Emorieten, zie men Deut. 2:24.
Hertaald:
Emori,
Over de Amorieten, zie Deut. 2:24.
Girgasi,
Zie Matt. 8:28.
Hertaald:
Girgasi,
Zie Matt. 8:28.
Hivvi,
Zie Richt. 3:3.
Hertaald:
Hivvi,
Zie Richt. 3:3.
Sini,
Van dezen wordt gesproken Jes. 49:12.
Hertaald:
Sini,
Over hen wordt gesproken in Jes. 49:12.
Arvadi,
Zie Ezech. 27:8, Ezech. 27:11.
Hertaald:
Arvadi,
Zie Ezech. 27:8, Ezech. 27:11.
Zemari,
Zie Joz. 18:22, en 2 Kron. 13:4.
Hertaald:
Zemari,
Zie Joz. 18:22, en 2 Kron. 13:4.
Hamathi
Zie Am. 6:2, Am. 6:14; Zach. 9:2; van enigen dezer tezamen, zie men Gen. 15:19-21.
Hertaald:
Hamathi
Zie Am. 6:2, Am. 6:14; Zach. 9:2; over sommigen van hen samen, zie Gen. 15:19-21.
Kanaänieten
Versta door dezen de Kanaänieten in het algemeen, vooral de nakomelingen of volken van Kanaän.
Hertaald:
Kanaänieten
Hiermee worden de Kanaänieten in het algemeen bedoeld, vooral de nakomelingen of volken van Kanaän.
landpale
De grenzen van het land Kanaän worden hier afgetekend; welke waren in de lengte aan de westzijde Sidon noordwaarts, en Gaza zuidwaarts; aan de oostzijde, Laza noordwaarts, en Sodom zuidwaarts; zijnde aldus de breedte aan de noordzijde Sidon en Laza; aan het zuideinde Gaza en Sodom.
Hertaald:
landpale
Hier worden de grenzen van het land Kanaän beschreven: in de lengte aan de westzijde Sidon in het noorden en Gaza in het zuiden; aan de oostzijde Laza in het noorden en Sodom in het zuiden; zodat de breedte aan de noordkant tussen Sidon en Laza lag, en aan de zuidkant tussen Gaza en Sodom.
Gaza toe
Hebr. Azza.
Hertaald:
Gaza toe
Hebreeuws: Azza.
Sodom
Hebr. Sedom. Zie van deze stad en de drie volgende, onder Gen. 13:10, Gen. 14:2.
Hertaald:
Sodom
Hebreeuws: Sedom. Zie over deze stad en de drie volgende, Gen. 13:10, Gen. 14:2.
Gomórra,
Hebr. Amora.
Hertaald:
Gomórra,
Hebreeuws: Amora.
Adama,
Hebr. Adma.
Hertaald:
Adama,
Hebreeuws: Adma.
Zebóïm,
Hebr. Tseboïm.
Hertaald:
Zebóïm,
Hebreeuws: Tseboïm.
Lasa toe
Hebr. Laschah.
Hertaald:
Lasa toe
Hebreeuws: Laschah.
zijn
Hebr. is geboren, gelijk vs.25.
Hertaald:
zijn
Hebreeuws: is geboren, zoals ook in vers 25.
zonen
Dezen hebben meest hun woonplaatsen verkozen, oostwaarts in groot Azië, waarin Syrië, Assyrië, Mesopotamië, Chaldea, enz. gelegen zijn.
Hertaald:
zonen
Dezen hebben hun woonplaatsen vooral oostwaarts gekozen, in het grote Azië, waar Syrië, Assyrië, Mesopotamië, Chaldea, enz. gelegen zijn.
vader
Dat is, niet alleen de stamvader naar het vlees, ten aanzien van de eerstgeboorte; maar ook een voorganger naar den geest, ten aanzien van de wedergeboorte.
Hertaald:
vader
Dat is: niet alleen de stamvader naar het vlees, wat de eerstgeboorte betreft, maar ook een voorganger naar de geest, wat de wedergeboorte betreft.
aller zonen
Dat is, der Hebreën, [die daarom ook Heber genaamd worden, Num. 24:24 ] bij wie de kerk Gods met de ware leer en den waren godsdienst langen tijd gebleven is. Anders, kinderen van de overvaart, van de rivier Eufraat, die Abraham overgevaren is, Joz. 24:3. Zie voorts van Sem, boven Gen. 6:10.
Hertaald:
aller zonen
Dat is: van de Hebreeën [die daarom ook Heber genoemd worden, Num. 24:24], bij wie de kerk van God met de ware leer en de ware godsdienst lange tijd gebleven is. Anders: kinderen van de overtocht, van de rivier de Eufraat, die Abraham overgestoken is, Joz. 24:3. Zie verder over Sem, Gen. 6:10.
Jafeth
Deze wordt bijzonder genoemd, omdat hij mede deel had in de zegeningen over Sem, door God uitgesproken, waarvan Cham uitgesloten was, boven Gen. 9:25-27.
Hertaald:
Jafeth
Hij wordt hier apart genoemd, omdat hij ook deel had in de zegeningen over Sem, door God uitgesproken, waarvan Cham was uitgesloten, Gen. 9:25-27.
den grootste
Dat is, de oudste.
Hertaald:
den grootste
Dat is: de oudste.
Sems zonen
Omtrent de woonplaats zijner nakomelingen zie men op het voorgaande vs.
Hertaald:
Sems zonen
Over de woonplaats van zijn nakomelingen, zie het voorgaande vers.
Elam,
Van hem zijn afkomstig de Elamieten, dat is, de Perzen; zie van dezen onder Gen. 14:1, Gen. 14:9; Jes. 21:2; Jer. 49:34, enz. Dan. 8:2; Hand. 2:9.
Hertaald:
Elam,
Van hem stammen de Elamieten af, dat is: de Perzen; zie Gen. 14:1, Gen. 14:9; Jes. 21:2; Jer. 49:34, enz.; Dan. 8:2; Hand. 2:9.
Assur,
De stamvader der Assyriërs, een volk genoeg bekend in de Heilige Schrift. Verg. boven vs.11.
Hertaald:
Assur,
De stamvader van de Assyriërs, een volk dat in de Heilige Schrift voldoende bekend is. Vergelijk vers 11.
Arfachsad,
Van dezen meent men dat de Chaldeërs voortkomen, genoemd Casdim of Chasdim.
Hertaald:
Arfachsad,
Van hem meent men dat de Chaldeeën afstammen, ook Casdim of Chasdim genoemd.
Lud,
Van wie afkomstig zijn die van Lydië in Klein-Azië.
Hertaald:
Lud,
Van wie de bewoners van Lydië in Klein-Azië afstammen.
Aram
De stamvader der Syriërs; zie van een anderen Aram, onder Gen. 22:21, van welke beiden men meent, dat het land Syrië en de Syriërs hun naam hebben.
Hertaald:
Aram
De stamvader van de Syriërs; zie over een andere Aram, Gen. 22:21, van wie beiden men meent dat het land Syrië en de Syriërs hun naam hebben.
Uz,
Hebr. Uts. Men houdt het er voor dat deze de stamvader is van de bewoners van het land Trachonitis; volgens het gevoelen van anderen, van enigen die omtrent Idumea woonden. Zie van Utz (Uz,) Job 1:1; Klaagl. 4:21.
Hertaald:
Uz,
Hebreeuws: Uts. Men houdt hem voor de stamvader van de bewoners van het land Trachonitis; volgens anderen, van enkelen die rond Idumea woonden. Zie over Utz (Uz), Job 1:1; Klaagl. 4:21.
Hul,
Van dezen meent men, dat zij het land der Palmyrenen in Syrië bewoond hebben, of Armenië.
Hertaald:
Hul,
Van hem meent men dat zij het land van de Palmyrenen in Syrië bewoond hebben, of Armenië.
Gether
Van dezen waren de Bactriërs, of die Apamene in Syrië bewoonden.
Hertaald:
Gether
Van hem stamden de Bactriërs af, of zij die Apamene in Syrië bewoonden.
Mas
Anders, Mesech, 1 Kron. 1:17, die bewoond heeft [zoals men meent] het opperdeel van Syrië tussen Cilicië en Mesopotamië, aan een gedeelte van den berg Aman genaamd Masius; anderen plaatsen hen in Mysië.
Hertaald:
Mas
Anders: Mesech, 1 Kron. 1:17, die [naar men meent] het bovenste deel van Syrië bewoond heeft, tussen Cilicië en Mesopotamië, bij een deel van de berg Amanus, Masius genoemd; anderen plaatsen hen in Mysië.
Arfachsad
Verg. onder Gen. 11:13, Gen. 11:15.
Hertaald:
Arfachsad
Vergelijk Gen. 11:13, Gen. 11:15.
want in zijn dagen
Dat is, omtrent den tijd zijner geboorte zijn de bewoners der aarde van elkander gescheiden door de verdelingen der spraken hetwelk in het volgende hoofdstuk verhaald wordt.
Hertaald:
want in zijn dagen
Dat is: rond de tijd van zijn geboorte zijn de bewoners van de aarde van elkaar gescheiden door de verdeling van de talen, wat in het volgende hoofdstuk verteld wordt.
Joktan
Van de nakomelingen van dezen kan men niet veel bericht in de Heilige Schrift, noch bij andere schrijvers vinden.
Hertaald:
Joktan
Over de nakomelingen van hem is in de Heilige Schrift, noch bij andere schrijvers, veel te vinden.
Scheba,
Deze is te onderscheiden van een anderen Scheba, den zoon van Cus, den zoon Chams. Zie boven vs.7.
Hertaald:
Scheba,
Deze is te onderscheiden van een andere Scheba, de zoon van Cusch, de zoon van Cham. Zie vers 7.
Ofir,
Zie 1 Kon. 9:28, 1 Kon. 22:49; Ps. 45:10; Jes. 13:12.
Hertaald:
Ofir,
Zie 1 Kon. 9:28, 1 Kon. 22:49; Ps. 45:10; Jes. 13:12.
Havila,
Deze is te onderscheiden van een Havila, afkomstig van Cus, den zoon Chams; zie van dezen boven vs.7. Sommigen menen dat het land der Ismaëlieten en Amalekieten naar hen aldus genoemd is, Gen. 25:18; 1 Sam. 15:7.
Hertaald:
Havila,
Deze is te onderscheiden van een Havila, afkomstig van Cusch, de zoon van Cham; zie daarover vers 7. Sommigen menen dat het land van de Ismaëlieten en Amalekieten naar hem genoemd is, Gen. 25:18; 1 Sam. 15:7.
het oosten
Dat is, van Chaldea. Zie Num. 23:7.
Hertaald:
het oosten
Dat is: vanaf Chaldea. Zie Num. 23:7.
geboorten,
Zie boven Gen. 5:1.
Hertaald:
geboorten,
Zie Gen. 5:1. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De zoon van Lamech, de tiende aartsvader van Adam af, en de enige rechtvaardige van zijn geslacht die met zijn gezin de zondvloed overleefde in de ark die hij op Gods bevel bouwde. Uit zijn drie zonen Sem, Cham en Jafeth is na de vloed de gehele mensheid opnieuw voortgekomen. De eerstgenoemde van Noachs drie zonen (Gen. 5:32; 6:10), waarschijnlijk de oudste. Uit hem stammen de Semitische volken af, onder wie later Abraham en zijn nageslacht. In Gen. 9:26-27 zegent Noach de HEERE als de God van Sem. De jongste zoon van Noach (Gen. 5:32; 9:24). Hij zag de naaktheid van zijn dronken vader en vertelde dit aan zijn broers in plaats van hem te bedekken, waarop Noach zijn zoon Kanaän vervloekte. Uit Cham stammen onder meer de Egyptenaren, Kanaänieten en Cusjieten af. Een van Noachs drie zonen (Gen. 5:32; 9:23), stamvader van vele volken die zich over het noorden van Klein-Azië en Europa verspreidden (Gen. 10:2-5). Samen met Sem bedekte hij, met afgewend gezicht, de naaktheid van hun vader en werd daarvoor door Noach gezegend: 'God breide Jafeth uit' (Gen. 9:27). De jongste zoon van Cham en kleinzoon van Noach (Gen. 9:18, 22). Om de zonde van zijn vader Cham tegenover Noach werd niet Cham, maar Kanaän door Noach vervloekt: 'een knecht der knechten zij hij zijn broederen.' Naar hem is het land Kanaän genoemd, dat later door de Israëlieten in bezit genomen zou worden. Een zoon van Cusch en achterkleinzoon van Noach, die 'een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN' genoemd wordt (Gen. 10:8-9). Hij was de eerste die na de zondvloed een koninkrijk stichtte, met Babel, Erech, Accad en Calne in het land Sinear als beginpunt, en breidde dit later uit naar Assur. Zijn naam werd spreekwoordelijk voor macht en, bij de Joodse overlevering, ook voor opstandigheid tegen God. Een achterkleinzoon van Sem, vader van Peleg en Joktan (Gen. 10:21-25). Naar hem wordt Abraham 'Hebreeër' genoemd, en van zijn naam is vermoedelijk de naam 'Hebreeën' voor het volk Israël afgeleid. Een zoon van Heber, zo genoemd 'want in zijn dagen is de aarde verdeeld' (Gen. 10:25) — een verwijzing naar de verstrooiing en taalverwarring bij de torenbouw van Babel, kort na zijn tijd. Via Peleg loopt de geslachtslijn die uiteindelijk tot Abraham voert. Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Ligging: De vroegste Hebreeuwse naam voor het latere Babel/Babylonië, de vlakte waar de landverhuizers uit het oosten zich vestigden. Geschiedenis: In Gen. 10:10 het gebied waarin Babel, Erech, Akkad en Kalne lagen, de steden waarmee Nimrods koninkrijk "begon"; in Gen. 11:2 het land waar de mensheid zich vestigde en de stad met de toren bouwde. Bijbelse betekenis: Het toneel van de trotse eenheidsbouw die God verstrooide door de talen te verwarren; later ook een aanduiding voor Babylonië als geheel. Gen. 10:10; 11:2; 14:1; Jes. 11:11; Dan. 1:2; Zach. 5:11 Ligging: De hoofdstad van het oude Babylonië, gelegen aan de Eufraat. Geschiedenis: Ook bekend onder andere, oudere namen die in de kleitabletten zijn teruggevonden; behoorde tot de stad ook het beroemde Borsippa, tegenwoordig bekend als de ruïneheuvel Birs Nimrud, van oudsher door joden en Arabieren gezien als de plek van de toren — al was dit volgens ISBE in werkelijkheid niet het gebouw dat de Babyloniërs zelf als hun grote toren beschouwden; dat was de E-temen-an-ki, de tempeltoren van Marduk binnen de stad Babel zelf. Bijbelse betekenis: Wordt in het vervolg van de Bijbel het beeld bij uitstek van menselijke hoogmoed en godvijandige macht. Gen. 10:10; 11:9; en talrijke latere verwijzingen door de hele Schrift heen Ligging: De tweede stad die Nimrod stichtte, naast Babel, Akkad en Kalne (Gen. 10:10); met zekerheid te identificeren met Warka, aan de linkeroever van de Eufraat, halverwege Hilla (Babel) en Korna. Geschiedenis: Gerekend tot de oudste stichtingen van Babylonië; de stad van Gilgamesj, de half-legendarische koning uit de vroegste tijd, die de muren en tempels ervan zou hebben hersteld. De vroegst bekende historische heerser was Ensjag-koesj-anna, rond 4000 v.Chr. Koning Dungi (ca. 2600 v.Chr.) herstelde de tempel E-anna en bouwde de grote stadsmuur. Bijbelse betekenis: Een van de vier steden waarmee het koninkrijk van Nimrod "begon" (Gen. 10:10), en daarmee een van de oudste steden van de mensheid die de Bijbel bij naam noemt. Archeologie: De ruïneheuvel bij Warka (het huidige Irak) is uitvoerig opgegraven; daarbij kwamen resten van de tempel van de godin Isjtar en van de stadsmuur aan het licht. Gen. 10:10 Ligging: De derde stad van Nimrods rijk, traditioneel gesitueerd ten noorden van Babel aan de Eufraat. Geschiedenis: ISBE geeft over Akkad zelf slechts een kort lemma; de stad gaf later haar naam aan het hele rijk van Sargon van Akkad, dat rond 2300 v.Chr. grote delen van Mesopotamië verenigde. Bijbelse betekenis: Een van de vier steden waarmee het koninkrijk van Nimrod "begon" (Gen. 10:10). Archeologie: De exacte locatie van de stad Akkad zelf is, ondanks vele opgravingen in de regio, tot op heden niet met zekerheid geïdentificeerd. Gen. 10:10 Ligging: De vierde stad van Nimrods rijk, naast Babel, Erech en Akkad. Geschiedenis: G. Rawlinson identificeerde haar met het latere Niffer (Noufar), te vergelijken met het Talmoedische Nofer. Bijbelse betekenis: Een van de vier steden waarmee het koninkrijk van Nimrod "begon" (Gen. 10:10); later (Jes. 10:9; Amos 6:2) een voorbeeld van een eens machtige stad die aan Gods oordeel niet ontkwam. Recente inzichten: Sommige hedendaagse taalkundigen (voortbouwend op W.F. Albright, 1944) menen dat "Kalne" oorspronkelijk geen plaatsnaam is, maar een verschrijving van een Hebreeuwse uitdrukking die "al deze steden samen" betekent — zodat Gen. 10:10 dan drie, niet vier, steden zou noemen. Deze lezing is in sommige moderne vertalingen gevolgd, maar wordt niet algemeen aanvaard. Gen. 10:10; Jes. 10:9; Amos 6:2 Ligging: Aan de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de rivier de Chosr in de Tigris uitmondt; de ommuring is rechthoekig aan de westzijde, onregelmatig van vorm aan de oostzijde. Geschiedenis: De eerste bijbelse vermelding is Gen. 10:11, waar Nimrod (of Assur) "uittrok naar Assyrië" en Nineve bouwde, samen met Rehoboth-Ir, Kalach en Resen — "dat is de grote stad". Nineve stond aanvankelijk onder Babylonische heerschappij en werd niet bestuurd door Assyrische koningen maar door stadhouders van Assur, de oude hoofdstad. Later groeide zij uit tot de machtige hoofdstad van het Assyrische rijk; koning Sanherib liet er een uitgebreide watervoorziening aanleggen. Bijbelse betekenis: Wordt in de Bijbel herhaaldelijk "de grote stad" genoemd (Gen. 10:12; Jona 3:3); het toneel van Jona's prediking en van Gods barmhartigheid over een heidense stad, later ook onderwerp van Nahums oordeelsprofetie over haar val. Archeologie: De ruïnes van Nineve (tegenover het huidige Mosoel, Irak) zijn sinds de negentiende eeuw uitgebreid opgegraven; daarbij kwamen paleizen, de beroemde bibliotheek van koning Assurbanipal en de kolossale gevleugelde stierbeelden (lamassu) aan het licht. Gen. 10:11-12; Jona 1:2; 3:2-3; Nah. 1-3; Sef. 2:13 Ligging: Het gebied ten noorden van Babylonië, in de driehoek tussen de Tigris en de rivier de Zab; in het noorden begrensd door de bergen van Armenië, in het oosten door het Zagrosgebergte. Een kalksteenplateau met een gematigd klimaat: koud en nat in de winter, warm in de zomer, met vruchtbare rivieroevers. Geschiedenis: Rond 2500 v.Chr. bevolkt door Babylonische Semieten, die er de Babylonische religie, wetten, gebruiken, schrift en taal invoerden. Aan hen wordt de stichting toegeschreven van Nineve, Rehoboth-Ir, Kalach en Resen — de driehoek tussen Tigris en Zab die later binnen de vestingwerken van "de grote stad" kwam te liggen. Assyrië wordt in het Oude Testament altijd onderscheiden van Babylonië, in tegenstelling tot bij Herodotus en andere klassieke schrijvers. Bijbelse betekenis: Het rijk dat God later als roede van Zijn toorn tegen het afvallige Israël gebruikte (het tienstammenrijk ging in 722 v.Chr. in Assyrische ballingschap), en waarover door de profeten uitvoerig oordeel werd aangezegd. Gen. 2:14; 10:11,22; 2 Kon. 17:6; Jes. 10; Nah. 1-3 © Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het beloofde Zaad niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking De vloed is voorbij, de aarde begint opnieuw met acht mensen. En dan volgt er geen verhaal maar een lijst: zeventig namen, verdeeld over drie zonen, met hun landen en talen erbij. De hele mensheid wordt in één hoofdstuk uitgewaaierd, en middenin blijft één tak apart genoemd. **Wat dit hoofdstuk doet.** Het opent de aarde. Jafeth naar de kustlanden, Cham naar Egypte en Kanaän en Babel, Sem naar het oosten. Aan het eind staat de samenvatting: “Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.” Er is in de hele oudheid geen tweede lijst als deze: geen volk dat alle andere volken in zijn eigen stamboom opneemt. **De wending.** Bij Sem wordt iets gezegd wat bij de andere twee niet staat: “Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber.” Heber — daar komt het woord Hebreeër vandaan. De kanttekening merkt op dat Sem niet alleen stamvader naar het vlees is, maar ook een voorganger naar de geest. En bij de zonen van Heber, zegt zij, is de kerk Gods met de ware leer lang gebleven. **De versmalling.** Zo werkt deze lijn door de hele Schrift. Uit de mensheid: Sem. Uit Sem: Heber. Uit Heber: Abraham. Uit Abraham: Izak, niet Ismaël. Uit Izak: Jakob, niet Ezau. Uit Jakob: Juda. Uit Juda: David. Uit David: Eén. Elk hoofdstuk in die reeks laat meer namen achter zich dan het meeneemt. **En toch loopt het andersom.** Want de belofte die aan Abraham gegeven wordt luidt: in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Alle geslachten — en dat zijn precies de geslachten van dít hoofdstuk. De lijst van zeventig volken is dus geen inleiding die wordt afgedankt zodra Abraham in beeld komt. Zij is de adressenlijst. Paulus zegt het in Athene met dezelfde strekking: God heeft uit één bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op de hele aardbodem te wonen, en Hij heeft de tijden en de grenzen bepaald — opdat zij Hem zouden zoeken. De versmalling van Genesis 10 naar Genesis 12 dient dus de verbreding van Genesis 12 naar Openbaring 7: uit alle geslacht en taal en volk en natie. In het Nieuwe Testament: Genesis 12:3; Genesis 11:10; Handelingen 17:26; Openbaring 7:9; Lukas 3:36; Genesis 9:26 Hoever dit reikt: Dit hoofdstuk noemt de Messias niet en wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald; alleen de namen keren terug in het geslachtsregister bij Lukas. Dat de lijst van volken en de belofte aan Abraham op elkaar betrokken mogen worden, is een gevolgtrekking. Zij rust op de bewoording van die belofte: alle geslachten des aardrijks. Genesis 10 werkt dat zelf niet uit.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Genesis 10
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Plaatsen
Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
En van dezen zijn de volken verdeeld — 10:1, 21-25, 32
Wat betekenen de niveaus?


Genesis 10
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
GESLACHT EN NAKOMELINGEN VAN NOACH’S ZONEN.
I. Vers 1-5
Voordat bericht wordt, hoe de van Noach’s zonen afstammende geslachten, ten gevolge van de spraakverwarring over de gehele aarde verstrooid en, behalve het van God uitverkoren geslacht, aan hun eigen wegen werden overgelaten (Hand. 14:16) volgt een drievoudige geslachtstafel, welke de meest verschillende volken tot een stam terugleidt. Het eerst wordt die van Jafeth meegedeeld, de stamvader van volken, die plaatselijk wel het meest verwijderd woonden, maar tot een grote toekomst (hoofdstuk. 9:27) bestemd waren.
1. Dit nu zijn de geboorten van a) Noach’s zonen: Sem, Cham en Jafeth: en hun werden zonen geboren na de vloed.
a) 1 Kronieken 1:4
Deze zinrijke aanhef van Genesis geeft een trouwe weerklank op de aanhef van het voorgenoemd hoofdstuk, op het woord des Heren, dat, bij de uittocht uit de ark tot Noach en diens zonen werd gesproken: “maar gijlieden weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de aarde,” het is de uitgesproken zegen Gods, die vervulling vindt in de vervulling van de aarde, de mensen.
2. De a) zonen van Jafeth zijn: Gomer, de stamvader van de Cimmeriërs of Kelten aan de kusten van de Zwarte Zee, en Magog, stamvader van de Scyten, en Madbi, stamvader van de Meden, en Javan, stamvader van de Ioniërs, en Tubal, stamvader van de Tibarenen in het latere Pontus, en Mesech, stamvader van de Moschen op de bergen tussen Arafat en Kaukasus, en Thiras, stamvader van de Thraciërs.
a) 1 Kronieken 1:5
3. En de zonen van Gomer, de eerstgeborene van de bovengenoemde zeven zonen van Jafeth zijn: Askenaz, stamvader van de Asieniërs in noordelijk Frygië, van wie de Joden de Duitse voorvaders afleiden, en Rifath, stamvader van de Riphaeërs, tussen het Waldaigebergte en de Karpaten, en Togarma, stamvader van de Armeniërs, die zich nog heden Thorkomatsi noemen.
4. En de zonen van Javan, de vierde onder Jafeths zonen, zijn: Elisa, stamvader van de Elisaeërs of bewoners van de Peloponnesus, en Tarsis, stamvader van de Doriërs in Hellas, de Chittieten op Cyprus en de eilanden in de Egeïsche zee, en Dodanieten, in Epirus.
5. Van deze nakomelingen van Jafeth zijn verdeeld de eilanden van de volken, de heidense aan de Middellandse zee wonende stammen, die van daar verder naar Midden-Europa trokken, in hun landschappen, elk naar zijn spraak (de gemeenschappelijke taalstam van deze volken heet de Indo-Germaanse), naar hun huisgezinnen, onder hun volken.
Alzo stammen van Jafeth af niet alleen de Indiërs, Meden, Armeniërs en de volken, die van de Kaspische zee tot aan de zee van Azof wonen, maar ook de Grieken, Spanjaarden, Galliërs, Brittanniërs en Germanen. “De nauwkeurigheid van de in deze aller oudste overlevering gegevene volksvertakkingen, wordt steeds door de nieuwste navorsingen meer bevestigd. Daarbij is nog op te merken, dat onze volkerenlijst slechts de oorspronkelijke volken aangeeft, uit wier vermenging de historische volken zijn voortgekomen”.
II. Vers 6-20
Hierop volgt de geslachtstafel van Cham, wiens nakomelingen dikwijls met het rijk Gods in aanraking kwamen, in ander opzicht er dus te verder van verwijderd waren, daar zij noch verwachtingen als Jafeth, noch beloften als Sem hadden, maar door de volkeren uit beide stammen werden overwonnen en onderdrukt. (hoofdstuk. 9:25).
6. En de zonen van Cham, a) die zich, zoals de naam van de vader, Cham = hitte, aanduidt over de hetere landen hebben verbreid, zijn: Cusch, stamvader van de Ethiopiërs, en Mitsraïm, stamvader van de Egyptenaars, en Put, stamvader van de bewoners van Mauritanië en Lybië, en Kanaän, stamvader van de Feniciërs en Kanaänieten.
a) 1 Kronieken 1:8
7. En de zonen van Cusch, de eersten onder deze vier, zijn: Scheba, stamvader van de bewoners van Meroë, een landschap van Ethiopië, omringd door armen van de Nijl, en Havila, stamvader van de Macrobische Ethiopiërs in het tegenwoordige Abyssinië, en Sabta, stamvader van de Astaboren, aan de Astaborar in Ethiopië, en Raëma, stamvader van de bewoners van een havenstad Rhegma, aan de Perzische golf, en Sabthecha, stamvader van de bewoners van Zingis, de oostelijke landtong van Ethiopië. En de zonen van de zo even genoemden Raëma zijn: Scheba, stamvader van de Sabaeërs in Zuid-Arabië en Dedan, stamvader van de Dedanieten, in het zuid-westelijke gedeelte van de Perzischen zeeboezem. Dedanieten zowel als Sabeërs breidden zich later verder uit naar het westen en noorden, en verenigden zich hier met de Joktanieten, vs. 26-28 en Abrahamieten (hoofdstuk. 25:1-3) tot gemengde stammen.
8. En Cuscha) gewon, had een nakomeling, behalve de genoemde stamvaders, ook Nimrod, die in de oudste geschiedenis een man van naam geworden is; zijn naam betekent: laat ons opstaan en wijst alzo een oproerigkarakter aan: deze begon, in navolging van de tirannen, die er vóór de zondvloed waren (hoofdstuk. 6:4) geweldig te zijn op aarde.
a) 1 Kronieken 1:16
9. Hij was een geweldig jager, die door stoute daden zich een naam trachtte te maken, een geweldige op aarde, voor het aangezicht des HEREN; 1) daarom wordt gezegd, bij wijze van een spreekwoord van iemand die tot stoute ondernemingen geneigd is en wel slaagt: gelijk Nimrod; een geweldig jager voor het aangezicht des Heren.
1) De Septuaginta vertaalt enantion Kuriou: tegenover de Heere. Calvijn tekent aan dat de uitdrukking zeggen wil, dat Nimrod beproefd heeft boven allen uit te steken, zoals trotse mensen zich openbaren in hun opgeblazen zelfvertrouwen als degenen, die op anderen als uit de wolken neerzien. De vertaling van de Septuaginta komt ons het meest waarschijnlijke voor. Gelijk zijn naam “Opstandeling” betekent, zo ook was zijn woelen en werken een tegenstaan van de wil van God, al deed God ook nog uit dit kwade het goede te voorschijn komen, niettegenstaande het verzet van de mens Zijn raad volvoerende. Nimrod was de Lamech na de zondvloed.
Op tweeërlei wijze kan Nimrod beschouwd worden als een man, die hoewel uit Cham gesproten, nochtans God als Verbondsgod erkende, en voor het aangezicht des Heren in waarheid wandelde, die bij zijn handelen in dienst van de mensen om het wild gedierte uit te roeien, met kracht van God werd bedeeld en daarin slaagde. De gewone beschouwing echter is, dat Nimrod, ten spijt, in het aangezicht van de Heere, die om de gewelddaden de zondvloed had laten komen, het woeste leven verkoos en onderdrukker van anderen werd.
10. En het beginsel van zijn rijk, dat op daden van geweld gesticht was, was Babel aan de Eufraat en Erech, en Accad en Calne in het land Sinear, in het landschap Babylonië tussen Eufraat en Tiger.
11. Uit hetzelfde land, Sinear, in Assur (vs. 22, opm.) die zich met zijn volksplanting aan de oostzijde van de Tiger neerzette, uitgegaan, misschien met geweld uitgedreven, en heeft gebouwd Ninevé en Rehoboth, Is en Kalach.
12. En Resen, tussen Ninevé en tussen Kalach; deze, namelijk de vier genoemde steden, die later tot één stad verenigd werden, is die grote beroemde stad, 1) Ninevé, de hoofdstad van het latere Assyrische rijk.
1) Zij had volgens Ktesias, een omvang van 480 stadiën (24 uren), waarmee de drie dagreizen (Jona 3:3) overeenkomen, en bevatte de vier door Nimrod aangelegde plaatsen, welke de Assyrische koningen verenigden. De oude opgaven omtrent de omvang van de stad worden door opgravingen bevestigd.
13. En Mitsraïm, de tweede onder Chams vier zonen, gewon de Ludieten, een Mauritanisch volk, en de Anamieten; bewoners van Delta, en de Lehabieten, ten westen hiervan laatsten, en de Naftuchieten, bewoners van de noordelijke grenzen van Egypte naar de zijden van Azië.
14. En de Pathrusieten, bewoners van het landschap Pathures in Opper-Egypte bij Thebe, en de Chasluchieten, bewoners van Cholchis aan de zuidoostelijke zijde van de Zwarte Zee, die van Egyptische oorsprong en van de overige volken van die landstreek werkelijk verschillend waren, vanwaar uit Colchis, de Filistijnen, d.i. aankomelingen, uitgekomen, uitgetrokken zijn en zich aan de zuidoostelijke kusten van de Middellandse Zee tussen Gaza (vs. 19) en Pelusium hebben neergezet; en de Caftorieten, de Pontische Cappadociërs, welke zich eerst naast de Colchiërs nederzetten, later echter deels naar Kreta trokken, deels met de Filistijnen zich tot een volk verenigden (Amos 9:7)
15. En Kanaän, Chams jongste zoon, gewon Sidon, de stamvader van de Sidoniërs of Feniciërs, zijn eerstgeborene, en Heth, stamvader van de Hethiten bij Hebron en Berseba.
16. En de Jebusiet, de stamvader van de Jebusieten, die Jebus of Jeruzalem tot op David in bezit hadden, en de Amoriet, de stamvader van de Amorieten, een van de grootste Kanaänische volksstammen, die op het gebergte van Juda en aan de overzijde van de Jordaan woonden, en de Girgasiet, de stamvader van de Girgasieten, die aan het meer Gennesareth woonden.
17. En de Hivviet, stamvader van de Hevitten aan de voet van de Libanon, en de Arkiet, stamvader van de Arkieten, en de Siniet, stamvader van de Sinieten, beide volksstammen, die eveneens aan de voet van de Libanon woonden.
18. En de Arvadiet, de stamvader van de Aradiërs, de bewoners van het eiland Aradus aan de Noordkust van Fenicië, en de Tsemariet, de stamvader van de bewoners van Simyra, aan de voet van de Libanon, en de Hamathiet, de stamvader van de bewoners van Hamath in Syrië, en daarna zijn de gezinnen van de Kanaänieten verspreid.
19. En de landpale, de grens van de Kanaänieten was in de lengte of in de richting van het Noorden naar het Zuiden, van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe, en van daar in de richting van het westen naar het oosten, daar gij gaat naar Sodom en Gomorra en Adama en Zeboïm (hoofdstuk. 15:2; 19:24) tot Lasa, Karrilhoë = Schoonbron, (om een warme zwavelbron dus genoemd), toe.
20. Deze zijn de zonen van Cham, naar hun gezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken; door deze is waarschijnlijk ook Zuid- en Midden Amerika bevolkt.
III. Vers 21-23
Ten slotte wordt de geslachtstafel van Sem gemeld, bij wiens geslacht de kennis van de ware God het langst stand hield, totdat zij ook bij deze verloren ging en nog slechts door een enkele tak bewaard werd. Vervolgens worden die drie geslachtstafels nog eens in het geheel samengevat, opdat de oorspronkelijke eenheid van het gehele mensengeslacht vast zou staan vóór de tijd, waarin zij zich onder zo vele volkeren verdeelden (hoofdstuk. 11 vv.).
21. Voorts zijn Sem (naam), die de drager van de naam van God geworden is, zonen geboren; deze is ook de voorvader van alle zonen van Heber, 1) de stamvader der Ismaëlieten en Hebreeën of Israëlieten; en Sem is de broeder van Jafeth, de grootste, de eerstgeboren zoon van Noach, boven wie hij in geestelijk opzicht verheven is geworden. (hoofdstuk. 9:26 en 27).
1) Over de zonen van Sem sprekende, gebruikt Mozes een kleine inleiding, hetwelk hij bij de anderen niet doet. En dat niet zonder bedoeling. Daar dit geslacht door God was uitverkoren, wilde hij het van de overige volken door een bijzonder teken afzonderen. Dit is ook de reden, waarom hij hem noemt bij name als de voorvader van de zonen van Heber, en als de broeder van Jafeth, de eerstgeborene. Want de zegening van Sem kwam niet tot alle volken zonder onderscheid, maar bepaalde zich bij één familie. Ofschoon ook de kleinkinderen zelf van
Heber van de zuivere dienst van God afweken, zodat God naar recht hen kon verwerpen, heeft Hij echter de zegeningen niet geheel en al ingetrokken, maar slechts tijdelijk, totdat Hij Abram riep, om wie deze bijzondere eer aan dit geslacht en de naam van Heber wordt bewezen.
Het komt bij deze geslachtslijst voornamelijk op Heber aan, omdat in deze lijn de heilige taal en de beloften Gods zijn bewaard gebleven.
22. a) Sem’s zonen, van welke, voor zo ver zij voor de heilige geschiedenis van betekenis zijn, hoofdstuk. 11:10 vv. zal gesproken worden, waren Elam, stamvader van de Elamieten in het Oosten van Babylonië, tussen Medië, Perzië en de Perzische Golf, en Assur, stamvader van de Assyriërs aan de overzijde van de Tiger, en b) Arfachsad, stamvader van de oude Chaldeeën, in een landstreek bij de Grieken Arrhapachitis geheten, en Lud, stamvader van de Klein-Aziatische Lydiërs, en Aram, stamvader van de in Syrië en Mesopotamië wonende Aramaëers.
a) 1 Kronieken 1:17 b) Genesis 11:19
23. En Arams zonen waren Uz, wiens nakomelingen zich waarschijnlijk op de grenzen van Idumea en Arabië nederzetten (Job 1:1), en Hul, wiens nakomelingen de vruchtbare vlakte van de Anti-Libanon bewoonden in welke het meer Merom ligt, en Gether, stamvader van de Gindarenen, die ten noorden van Aleppo in Coelesyrië hun woonplaatsen hebben, en Maz, stamvader van de Maziërs, bewoners van het Mosiesch gebergte boven Nisibis.
24. En Arfachsad, de meest gewichtige van Sem’s vijf zonen, gewon Selah, dat is uitzending, waarschijnlijk, daar hij de aanvoerder van een uitgezonden Semietische volksplanting was, en Selah gewon Heber, dat is, iemand van de overkant, waarnaar Abrahams nakomelingen de naam Hebreeërs, de van de overzijde van de Eufraat gekomenen, verkregen.
25. En Heber werden twee zonen geboren: de naam van de een was Peleg, dat is: verdeling, want in zijn dagen is, gelijk in hoofdstuk. 11:1-9 nader verhaald zal worden, de bevolking van de aarde verdeeld, en de naam van zijn broeder was Joktan.
26. En Joktan, de stamvader van de oudste bewoners van Arabië, gewon Almódad, en Selef en Hatsarmaveth, van wie de landstreek Hadramuht in zuidoostelijk Arabië haar naam heeft, en Jarach d.i. maan, maanvereerder.
27. En Hadóram en Usal en Dikla.
28. En Obal en Abimaël en Scheba, (zie “Ge 10.7)
29. En Ofir: in het landschap Oman in Arabië vindt men nog heden een el Ofir, en Havila, het tegenwoordige Haulan, in Gelukkig Arabië en Jobab, stamvader van de Jobarieten aan de Sachalitische Golf, deze allen waren zonen van Joktan.
30. En hun woning was van Mescha, Mesene aan de Perzische Golf in het Noordwesten, af, daar gij gaat naar of tot aan Sefar, waarschijnlijk de oude koningsstad Thepharon, in het Zuidwesten, aan het gebergte van het Oosten, het Arabische hoogland Nedschid, dat midden door het Schiereiland loopt.
31. Deze zijn de zonen van Sem, naar hun gezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.
32. Deze zijn de gezinnen, nakomelingen van de zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van deze zijn de volken op de aarde verdeeld na de vloed.
In dit hoofdstuk ziet men de oorsprong van vele volkeren in alle delen van de wereld, en dus de kracht van de zegen, welke God na de zondvloed opnieuw over de mensen ten opzichte van hun vermeerdering en voortplanting gelegd heeft; zo ook uit welke vaders Christus naar het vlees afstamt. Noach, noch zijn kinderen hebben gedurende de zondvloed kinderen verkregen, evenmin zullen de dieren voortgeteeld hebben, die als in een duistere kerker opgesloten, als midden in de dood geplaatst, waren.
Veel lezers zijn gewoon, als zij aan dit hoofdstuk komen, het slechts in te zien; enkelen denken wel, dat het overtollig is en wegens zoveel onbekende namen tot weinig nut. Wij moeten het echter als een edelsteen aan de kroon van de Heilige Schrift opmerken, omdat niet een van de uit het oude heidendom overgeblevene schriften ons dit aanwijst of zal aanwijzen.
Reeds hebben de oude gereformeerde godgeleerden getracht aan te tonen, hoezeer de afstamming van alle mensen uit een enkel mensenpaar reeds waarschijnlijk wordt door de gewone spaarzaamheid Gods, die niets verkwist en steeds met de eenvoudigste middelen arbeidt. Deze eis, uit de aard van de goddelijke werkzaamheid genomen, wordt bevestigd door de grote vruchtbaarheid van de mensen, wordt door de verscheidenheid van de rassen eerder versterkt dan verzwakt, niet weersproken door de verspreiding van de mensen over de gehele aarde. Deze waarheid is de noodzakelijke grondslag voor de eis van de wederkerige mensenliefde, en is onmiskenbaar tot recht begrip van de erfzonde en van de algemeenheid van de zonde. Bij deze opvatting is er geen plaats voor het bestaan van mensen vóór Adam (pré-adamieten), of tegelijk met Adam (co-adamieten), of tegelijk met de bodem van ieder afzonderlijk land (autochtonen)
Gelijk God de sterren roept bij name en ze hun plaatsen en banen wijst, zo kent de heere ook de namen van alle mensen en mensengeslachtenen wijst aan elk zijn woning.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel