Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 1

1 In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In den beginneH7225 schiepH1254 GodH430 den hemelH8064 en de aardeH776. In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

KJV In the beginning1 God3 created2 the heaven5 and4 the earth.

1 בְּרֵאשִׁ֖ית H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 2 בָּרָ֣א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 3 אֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 וְאֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De aardeH776 nu wasH1961 woestH8414 en ledigH922, en duisternisH2822 was opH5921 den afgrondH8415; en de GeestH7307 GodsH430 zweefdeH7363 opH5921 de waterenH4325. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

KJV And the earth1 was2 without form,3 and void;4 and darkness5 was upon the face7 of the deep.8 And the Spirit9 of God10 moved11 upon6 the face13 of the waters.

1 וְהָאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 2 הָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 תֹ֨הוּ֙ H8414 woeste, ijdelheid, ijdelheden confusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness 4 וָבֹ֔הוּ H922 ledig, ledigheid emptiness, void 5 וְחֹ֖שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 תְה֑וֹם H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth 9 וְר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 10 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 מְרַחֶ֖פֶת H7363 bewegen, zweefde, zweeft flutter, move, shake 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En GodH430 zeideH559: Daar zijH1961 lichtH216! en daar werdH1961 lichtH216. En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.

KJV And God2 said,1 Let there be3 light:4 and there was light.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 יְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 א֑וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 5 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 אֽוֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En GodH430 zagH7200 het lichtH216, datH3588 het goedH2896 was; en GodH430 maakte scheidingH914 tussenH996 het lichtH216 en tussenH996 de duisternisH2822. En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.

KJV And God2 saw1 the light,4 that5 it was good:6 and God8 divided7 the light10 from9 the darkness.

1 וַיַּ֧רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָא֖וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 5 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 ט֑וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 וַיַּבְדֵּ֣ל H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 8 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 הָא֖וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 11 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 הַחֹֽשֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En GodH430 noemdeH7121 het lichtH216 dagH3117, en de duisternisH2822 noemdeH7121 Hij nachtH3915. Toen wasH1961 het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de eersteH259 dagH3117. En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

KJV And God2 called1 the light3 Day,4 and the darkness5 he called6 Night.7 And the evening9 and the morning11 were the first13 day.

1 וַיִּקְרָ֨א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֱלֹהִ֤ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 לָאוֹר֙ H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 4 י֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 וְלַחֹ֖שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 6 קָ֣רָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 7 לָ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 8 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 עֶ֥רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 10 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 בֹ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 12 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 אֶחָֽד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En GodH430 zeideH559: Daar zij een uitspanselH7549 in het middenH8432 der waterenH4325; en dat makeH1961 scheidingH914 tussenH996 waterenH4325 en waterenH4325! En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!

KJV And God2 said,1 Let there be a firmament4 in the midst5 of the waters,6 and let it divide8 the waters10 from the waters.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 יְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 רָקִ֖יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 5 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 6 הַמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 וִיהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 מַבְדִּ֔יל H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 9 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 11 לָמָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En GodH430 maakteH6213 dat uitspanselH7549, en maakte scheidingH914 tussenH996 de waterenH4325, dieH834 onderH8478 het uitspanselH7549 zijn, en tussenH996 de waterenH4325, dieH834 bovenH5921 het uitspanselH7549 zijn. En het was alzoH3651. En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.

KJV And God2 made1 the firmament,4 and divided5 the waters7 which8 were under9 the firmament10 from the waters12 which13 were above14 the firmament:15 and it was so.

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֱלֹהִים֮ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָרָקִיעַ֒ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 5 וַיַּבְדֵּ֗ל H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 6 בֵּ֤ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 7 הַמַּ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 מִתַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 לָרָקִ֔יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 11 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 לָרָקִ֑יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 16 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 כֵֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En GodH430 noemdeH7121 het uitspanselH7549 hemelH8064. En het wasH1961 avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de tweedeH8145 dagH3117. En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.

KJV And God2 called1 the firmament3 Heaven.4 And the evening6 and the morning8 were the second10 day.

1 וַיִּקְרָ֧א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 לָֽרָקִ֖יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 4 שָׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 5 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 עֶ֥רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 7 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 בֹ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 9 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 שֵׁנִֽי H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En GodH430 zeideH559: Dat de waterenH4325 van onderH8478 de hemelH8064 in eenH259 plaatsH4725 vergaderdH6960 worden, en dat het drogeH3004 gezienH7200 worde! en het wasH1961 alzoH3651. En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo.

KJV And God2 said,1 Let the waters4 under the heaven6 be gathered together3 unto7 one9 place,8 and let the dry11 land appear:

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 יִקָּו֨וּ H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 4 הַמַּ֜יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 מִתַּ֤חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 6 הַשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 מָק֣וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 9 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 וְתֵרָאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 הַיַּבָּשָׁ֑ה H3004 droge dry (ground, land) 12 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 כֵֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En GodH430 noemdeH7121 het drogeH3004 aardeH776, en de vergaderingH4723 der waterenH4325 noemdeH7121 Hij zeeenH3220; en GodH430 zagH7200, datH3588 het goedH2896 was. En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.

KJV And God2 called1 the dry3 land Earth;4 and the gathering together5 of the waters6 called7 he Seas:8 and God10 saw9 that it was good.

1 וַיִּקְרָ֨א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֱלֹהִ֤ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 לַיַּבָּשָׁה֙ H3004 droge dry (ground, land) 4 אֶ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וּלְמִקְוֵ֥ה H4723 Verwachting, vergadering, linnen garen abiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool 6 הַמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 קָרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 יַמִּ֑ים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 9 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 טֽוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En GodH430 zeideH559: DatH834 de aardeH776 uitschieteH1876 grasH1877, kruidH6212 zaadzaaiendeH2233, vruchtbaarH6529 geboomteH6086, dragendeH6213 vruchtH6529 naar zijn aardH4327, welks zaadH2233 daarin zij opH5921 de aardeH776! En het was alzoH3651. En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.

KJV And God2 said,1 Let the earth4 bring forth3 grass,5 the herb6 yielding7 seed,8 and the fruit10 tree9 yielding11 fruit12 after his kind,13 whose14 seed15 is in itself, upon the earth:

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 תַּֽדְשֵׁ֤א H1876 Darius, gras, uitschiete bring forth, spring 4 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 דֶּ֔שֶׁא H1877 grasscheutjes, grazige, tedere gras (tender) grass, green, (tender) herb 6 עֵ֚שֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 7 מַזְרִ֣יעַ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 8 זֶ֔רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 9 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 10 פְּרִ֞י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 11 עֹ֤שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 פְּרִי֙ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 13 לְמִינ֔וֹ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 זַרְעוֹ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 16 ב֖וֹ 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 20 כֵֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En de aardeH776 bracht voortH3318 grasscheutjesH1877, kruidH6212 zaadzaaiendeH2233 naar zijn aardH4327, en vruchtdragendH6529 geboomteH6086, welks zaadH4327 daarin was, naar zijn aard. En GodH430 zagH7200, dat het goedH2896 was. En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

KJV And the earth2 brought forth1 grass,3 and herb4 yielding5 seed6 after his kind,7 and the tree8 yielding9 fruit,10 whose seed12 was in itself, after his kind:14 and God16 saw15 that it was good.

1 וַתּוֹצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 הָאָ֜רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 דֶּ֠שֶׁא H1877 grasscheutjes, grazige, tedere gras (tender) grass, green, (tender) herb 4 עֵ֣שֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 5 מַזְרִ֤יעַ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 6 זֶ֨רַע֙ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 7 לְמִינֵ֔הוּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 8 וְעֵ֧ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 9 עֹֽשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 פְּרִ֛י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 זַרְעוֹ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 13 ב֖וֹ 14 לְמִינֵ֑הוּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 15 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 טֽוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen was het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de derdeH7992 dagH3117. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.

KJV And the evening2 and the morning4 were the third6 day.

1 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עֶ֥רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 3 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 בֹ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 5 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 שְׁלִישִֽׁי H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En GodH430 zeideH559: Dat er lichtenH3974 zijnH1961 in het uitspanselH7549 des hemelsH8064, om scheidingH914 te maken tussenH996 den dagH3117 en tussenH996 den nachtH3915; en dat zijH1961 zijn tot tekenenH226 en tot gezette tijdenH4150, en tot dagenH3117 en jarenH8141! En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!

KJV And God2 said,1 Let there be lights4 in the firmament5 of the heaven6 to divide7 the day9 from the night;11 and let them be for signs,13 and for seasons,14 and for days,15 and years:

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 יְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 מְאֹרֹת֙ H3974 licht, luchter, lichten bright, light 5 בִּרְקִ֣יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 6 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 לְהַבְדִּ֕יל H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 8 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 9 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 11 הַלָּ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 12 וְהָי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לְאֹתֹת֙ H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 14 וּלְמ֣וֹעֲדִ֔ים H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 15 וּלְיָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 וְשָׁנִֽים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En dat zij zijn tot lichtenH3974 in het uitspanselH7549 des hemelsH8064, om lichtH215 te geven opH5921 de aardeH776! En het wasH1961 alzoH3651. En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.

KJV And let them be for lights2 in the firmament3 of the heaven4 to give light5 upon the earth:

1 וְהָי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לִמְאוֹרֹת֙ H3974 licht, luchter, lichten bright, light 3 בִּרְקִ֣יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 4 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 5 לְהָאִ֖יר H215 lichten, verlicht, licht [idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 כֵֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 GodH430 dan maakteH6213 die tweeH8147 groteH1419 lichtenH3974; dat groteH1419 lichtH3974 tot heerschappijH4475 des daagsH3117, en dat kleineH6996 lichtH3974 tot heerschappijH4475 des nachtsH3915; ook de sterrenH3556. God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.

KJV And God2 made1 two4 great6 lights;5 the greater9 light8 to rule10 the day,11 and the lesser14 light13 to rule15 the night:16 he made the stars

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שְׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 הַמְּאֹרֹ֖ת H3974 licht, luchter, lichten bright, light 6 הַגְּדֹלִ֑ים H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַמָּא֤וֹר H3974 licht, luchter, lichten bright, light 9 הַגָּדֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 לְמֶמְשֶׁ֣לֶת H4475 heerschappij, volkomene heerschappij dominion, government, power, to rule 11 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַמָּא֤וֹר H3974 licht, luchter, lichten bright, light 14 הַקָּטֹן֙ H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 15 לְמֶמְשֶׁ֣לֶת H4475 heerschappij, volkomene heerschappij dominion, government, power, to rule 16 הַלַּ֔יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 17 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הַכּוֹכָבִֽים H3556 sterren, ster star(-gazer)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En GodH430 steldeH5414 ze in het uitspanselH7549 des hemelsH8064, om lichtH215 te geven opH5921 de aardeH776. En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.

KJV And God3 set1 them in the firmament4 of the heaven5 to give light6 upon the earth,

1 וַיִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 בִּרְקִ֣יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 5 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 לְהָאִ֖יר H215 lichten, verlicht, licht [idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En om te heersenH4910 op den dagH3117, en in den nachtH3915, en om scheidingH914 te maken tussenH996 het lichtH216 en tussenH996 de duisternisH2822. En GodH430 zagH7200, datH3588 het goedH2896 was. En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.

KJV And to rule1 over the day2 and over the night,3 and to divide4 the light6 from the darkness:8 and God10 saw9 that it was good.

1 וְלִמְשֹׁל֙ H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 וּבַלַּ֔יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 4 וּֽלֲהַבְדִּ֔יל H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 5 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 הָא֖וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 7 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 8 הַחֹ֑שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 9 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 טֽוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Toen was het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de vierdeH7243 dagH3117. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.

KJV And the evening2 and the morning4 were the fourth6 day.

1 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עֶ֥רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 3 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 בֹ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 5 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 רְבִיעִֽי H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En GodH430 zeideH559: Dat de waterenH4325 overvloediglijk voortbrengenH8317 een gewemelH8318 van levendeH2416 zielenH5315; en het gevogelteH5775 vliegeH5774 bovenH5921 de aardeH776, in het uitspanselH7549 des hemelsH8064! En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!

KJV And God2 said,1 Let the waters4 bring forth abundantly3 the moving creature5 that hath6 life,7 and fowl8 that may fly9 above10 the earth11 in the open13 firmament14 of heaven.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 יִשְׁרְצ֣וּ H8317 kruipt, bracht, krielen breed (bring forth, increase) abundantly (in abundance), creep, move 4 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 שֶׁ֖רֶץ H8318 kruipend, kruipend gedierte, gewemel creep(-ing thing), move(-ing creature) 6 נֶ֣פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 חַיָּ֑ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 8 וְעוֹף֙ H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 9 יְעוֹפֵ֣ף H5774 vliegen, vloog, vliegende brandish, be (wax) faint, flee away, fly (away), [idiom] set, shine forth, weary 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 פְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 רְקִ֥יעַ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 15 הַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En GodH430 schiepH1254 de groteH1419 walvissenH8577, en alleH3605 levendeH2416 wremelendeH7430 zielH5315, welkeH834 de waterenH4325 overvloediglijk voortbrachtenH8317, naar haar aardH4327; en alleH3605 gevleugeldH3671 gevogelteH5775 naar zijn aardH4327. En GodH430 zagH7200, dat het goedH2896 was. En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

KJV And God2 created1 great5 whales,4 and every living9 creature8 that moveth,10 which the waters13 brought forth abundantly,12 after their kind,14 and every winged18 fowl17 after his kind:19 and God21 saw20 that it was good.

1 וַיִּבְרָ֣א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 2 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַתַּנִּינִ֖ם H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 5 הַגְּדֹלִ֑ים H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 נֶ֣פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 הַֽחַיָּ֣ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 10 הָֽרֹמֶ֡שֶׂת H7430 kruipt, roert, kruipende gedierte creep, move 11 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 שָׁרְצ֨וּ H8317 kruipt, bracht, krielen breed (bring forth, increase) abundantly (in abundance), creep, move 13 הַמַּ֜יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 14 לְמִֽינֵהֶ֗ם H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 15 וְאֵ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 ע֤וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 18 כָּנָף֙ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 19 לְמִינֵ֔הוּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 20 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 21 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 22 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 23 טֽוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En GodH430 zegendeH1288 ze, zeggendeH559: Zijt vruchtbaarH6509, en vermenigvuldigtH7235, en vervultH4390 de waterenH4325 in de zeeenH3220; en het gevogelteH5775 vermenigvuldigeH7235 op de aardeH776! En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!

KJV And God3 blessed1 them, saying,4 Be fruitful,5 and multiply,6 and fill7 the waters9 in the seas,10 and let fowl11 multiply12 in the earth.

1 וַיְבָ֧רֶךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 אֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 פְּר֣וּ H6509 vruchtbaar, vruchtbare, gewassen bear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase 6 וּרְב֗וּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 7 וּמִלְא֤וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַמַּ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 בַּיַּמִּ֔ים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 11 וְהָע֖וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 12 יִ֥רֶב H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 13 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Toen was het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de vijfdeH2549 dagH3117. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.

KJV And the evening2 and the morning4 were the fifth6 day.

1 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עֶ֥רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 3 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 בֹ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 5 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 חֲמִישִֽׁי H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En GodH430 zeideH559: De aardeH776 brengeH3318 levendeH2416 zielenH5315 voortH3318, naar haar aardH4327, veeH929, en kruipendH7431, en wild gedierteH2416 der aardeH776, naar zijn aardH4327! En het was alzoH3651. En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.

KJV And God2 said,1 Let the earth4 bring forth3 the living6 creature5 after his kind,7 cattle,8 and creeping thing,9 and beast10 of the earth11 after his kind:

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 תּוֹצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 הָאָ֜רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 נֶ֤פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 חַיָּה֙ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 7 לְמִינָ֔הּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 8 בְּהֵמָ֥ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 9 וָרֶ֛מֶשׂ H7431 kruipend gedierte, kruipende, kruipend that creepeth, creeping (moving) thing 10 וְחַֽיְתוֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 11 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 לְמִינָ֑הּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 13 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 כֵֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En GodH430 maakteH6213 het wild gedierteH2416 der aardeH776 naar zijn aardH4327, en het veeH929 naar zijn aardH4327, en alH3605 het kruipend gedierteH7431 des aardbodemsH127 naar zijn aardH4327. En GodH430 zagH7200, datH3588 het goedH2896 was. En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

KJV And God2 made1 the beast4 of the earth5 after his kind,6 and cattle8 after their kind,9 and every thing that creepeth12 upon the earth13 after his kind:14 and God16 saw15 that it was good.

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֱלֹהִים֩ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 חַיַּ֨ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 5 הָאָ֜רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 לְמִינָ֗הּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַבְּהֵמָה֙ H929 beesten, vee, beest beast, cattle 9 לְמִינָ֔הּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 10 וְאֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 רֶ֥מֶשׂ H7431 kruipend gedierte, kruipende, kruipend that creepeth, creeping (moving) thing 13 הָֽאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 14 לְמִינֵ֑הוּ H4327 aard, zaad kind. Compare H4480 (מִן) 15 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 טֽוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En GodH430 zeideH559: LaatH6213 Ons mensenH120 maken, naar Ons beeldH6754, naar Onze gelijkenisH1823; en dat zij heerschappijH7287 hebben over de vissenH1710 der zeeH3220, en over het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en over het veeH929, en over de geheleH3605 aardeH776, en over alH3605 het kruipend gedierteH7431, dat opH5921 de aardeH776 kruiptH7430. En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

KJV And God2 said,1 Let us make3 man4 in our image,5 after our likeness:6 and let them have dominion7 over the fish8 of the sea,9 and over the fowl10 of the air,11 and over the cattle,12 and over all the earth,14 and over every creeping thing16 that creepeth17 upon the earth.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 נַֽעֲשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 אָדָ֛ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 בְּצַלְמֵ֖נוּ H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 6 כִּדְמוּתֵ֑נוּ H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 7 וְיִרְדּוּ֩ H7287 heerschappij, heersen, heerste (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take 8 בִדְגַ֨ת H1710 vis, vissen fish 9 הַיָּ֜ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 וּבְע֣וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 11 הַשָּׁמַ֗יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 12 וּבַבְּהֵמָה֙ H929 beesten, vee, beest beast, cattle 13 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הָרֶ֖מֶשׂ H7431 kruipend gedierte, kruipende, kruipend that creepeth, creeping (moving) thing 17 הָֽרֹמֵ֥שׂ H7430 kruipt, roert, kruipende gedierte creep, move 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En GodH430 schiepH1254 den mensH120 naar Zijn beeldH6754; naar het beeldH6754 van GodH430 schiepH1254 Hij hem; manH2145 en vrouwH5347 schiepH1254 Hij ze. En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

KJV So God2 created1 man4 in his own image,5 in the image6 of God7 created8 he him; male10 and female11 created

1 וַיִּבְרָ֨א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 2 אֱלֹהִ֤ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָֽאָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 בְּצַלְמ֔וֹ H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 6 בְּצֶ֥לֶם H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 7 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 בָּרָ֣א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 9 אֹת֑וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 זָכָ֥ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 11 וּנְקֵבָ֖ה H5347 vrouw, wijfje, meisje female 12 בָּרָ֥א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 13 אֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En GodH430 zegendeH1288 hen, en GodH430 zeideH559 tot hen: Weest vruchtbaarH6509, en vermenigvuldigtH7235, en vervultH4390 de aardeH776, en onderwerptH3533 haar, en hebt heerschappijH7287 over de vissenH1710 der zeeH3220, en over het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en over alH3605 het gedierteH2416, dat opH5921 de aardeH776 kruiptH7430! En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

KJV And God3 blessed1 them, and God6 said4 unto them, Be fruitful,7 and multiply,8 and replenish9 the earth,11 and subdue it:12 and have dominion13 over the fish14 of the sea,15 and over the fowl16 of the air,17 and over every living thing19 that moveth20 upon the earth.

1 וַיְבָ֣רֶךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 אֹתָם֮ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֱלֹהִים֒ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לָהֶ֜ם 6 אֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 פְּר֥וּ H6509 vruchtbaar, vruchtbare, gewassen bear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase 8 וּרְב֛וּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 9 וּמִלְא֥וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 וְכִבְשֻׁ֑הָ H3533 ondergebracht, onderworpen, onderwerpen bring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection 13 וּרְד֞וּ H7287 heerschappij, heersen, heerste (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take 14 בִּדְגַ֤ת H1710 vis, vissen fish 15 הַיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 16 וּבְע֣וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 17 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 18 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 חַיָּ֖ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 20 הָֽרֹמֶ֥שֶׂת H7430 kruipt, roert, kruipende gedierte creep, move 21 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En GodH430 zeideH559: ZietH2009, Ik heb ulieden al het zaadzaaiendeH2233 kruidH6212 gegevenH5414, datH834 opH5921 de ganseH3605 aardeH776 is, en alleH3605 geboomteH6086, in hetwelkH834 zaadzaaiendeH2233 boomvruchtH6086 isH1961; het zij u tot spijzeH402! En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!

KJV And God2 said,1 Behold,3 I have given4 you every herb8 bearing9 seed,10 which is upon the face13 of all the earth,15 and every tree,18 in the which is the fruit21 of a tree22 yielding23 seed;24 to you it shall be26 for meat.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֱלֹהִ֗ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 הִנֵּה֩ H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 נָתַ֨תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 לָכֶ֜ם 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עֵ֣שֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 9 זֹרֵ֣עַ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 10 זֶ֗רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 11 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 הָעֵ֛ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 19 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 בּ֥וֹ 21 פְרִי H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 22 עֵ֖ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 23 זֹרֵ֣עַ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 24 זָ֑רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 25 לָכֶ֥ם 26 יִֽהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 27 לְאָכְלָֽה H402 spijze, eten, verteerd consume, devour, eat, food, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Maar aan al het gedierteH2416 der aardeH776, en aan alH3605 het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en aan alH3605 het kruipende gedierteH7430 opH5921 de aardeH776, waarin een levendeH2416 zielH5315 is, heb Ik alH3605 het groeneH3418 kruidH6212 tot spijzeH402 gegeven. En het was alzoH3651. Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.

KJV And to every beast2 of the earth,3 and to every fowl5 of the air,6 and to every thing that creepeth8 upon the earth,10 wherein there is life,14 I have given every green17 herb18 for meat:

1 וּֽלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 חַיַּ֣ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 הָ֠אָרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וּלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 ע֨וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 6 הַשָּׁמַ֜יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 וּלְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 רוֹמֵ֣שׂ H7430 kruipt, roert, kruipende gedierte creep, move 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הָאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 בּוֹ֙ 13 נֶ֣פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 14 חַיָּ֔ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 יֶ֥רֶק H3418 groene, groente, groens grass, green (thing) 18 עֵ֖שֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 19 לְאָכְלָ֑ה H402 spijze, eten, verteerd consume, devour, eat, food, meat 20 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 21 כֵֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En GodH430 zagH7200 alH3605 watH834 Hij gemaaktH6213 had, en zietH2009, het was zeerH3966 goedH2896. Toen wasH1961 het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de zesdeH8345 dagH3117. En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

KJV And God2 saw1 every thing that5 he had made,6 and, behold, it was very9 good.8 And the evening11 and the morning13 were the sixth15 day.

1 וַיַּ֤רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 9 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 10 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 עֶ֥רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 12 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 בֹ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 14 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 הַשִּׁשִּֽׁי H8345 zesde, zesden sixth (part)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 1:1 Hebreeën 11:3 Jesaja 45:18 Johannes 1:1 Job 38:4 Jesaja 42:5 Openbaring 4:11 Hebreeën 1:10 Handelingen 17:24
Genesis 1:2 Jeremia 4:23 Psalmen 104:30 Jesaja 45:18
Genesis 1:3 2 Korinthe 4:6 Johannes 1:5 Psalmen 33:6 1 Johannes 1:5 Jesaja 45:7 Jesaja 60:19 Psalmen 148:5 Psalmen 97:11
Genesis 1:4 Genesis 1:18 Prediker 2:13 Genesis 1:12 Prediker 11:7 Genesis 1:10 Genesis 1:25 Genesis 1:31
Genesis 1:5 Psalmen 74:16 Jesaja 45:7 Psalmen 104:20 Psalmen 19:2 Jeremia 33:20 Genesis 1:23 Genesis 1:8 Genesis 1:19
Genesis 1:6 Jeremia 51:15 Psalmen 104:2 Job 37:18 Job 26:7 Psalmen 33:6 Zacharia 12:1 Psalmen 19:1 Jeremia 10:12
Genesis 1:7 Psalmen 148:4 Spreuken 8:28 Job 38:8 Genesis 1:11 Prediker 11:3 Genesis 1:24 Genesis 1:9 Psalmen 104:10
Genesis 1:8 Genesis 1:5 Genesis 1:19
Genesis 1:9 2 Petrus 3:5 Jeremia 5:22 Psalmen 95:5 Psalmen 33:7 Openbaring 10:6 Jona 1:9 Job 38:8 Prediker 1:7
Genesis 1:11 Hebreeën 6:7 Mattheüs 6:30 Psalmen 65:9 Psalmen 147:8 Genesis 1:29 Psalmen 104:14 Jeremia 17:8 Mattheüs 3:10
Genesis 1:12 Markus 4:28 Jesaja 55:10 Jesaja 61:11 2 Korinthe 9:10 Lukas 6:44 Galaten 6:7 Mattheüs 13:24
Genesis 1:14 Psalmen 136:7 Jesaja 40:26 Psalmen 104:19 Deuteronomium 4:19 Psalmen 8:3 Jeremia 31:35 Psalmen 74:16 Psalmen 148:3
Genesis 1:16 Psalmen 8:3 Psalmen 136:7 Jesaja 40:26 Psalmen 148:5 Deuteronomium 4:19 Psalmen 74:16 Psalmen 148:3 Job 38:7
Genesis 1:17 Psalmen 8:3 Psalmen 8:1 Genesis 9:13 Handelingen 13:47 Job 38:12
Genesis 1:18 Jeremia 31:35 Psalmen 19:6
Genesis 1:20 Psalmen 104:24 Genesis 2:19 Psalmen 148:10 Genesis 1:30 Genesis 1:14 Genesis 1:7 Genesis 8:17 Genesis 1:22
Genesis 1:21 Psalmen 104:24 Genesis 1:25 Jona 1:17 Genesis 8:19 Genesis 9:7 Job 7:12 Genesis 7:14 Genesis 1:18
Genesis 1:22 Genesis 8:17 Genesis 1:28 Psalmen 107:38 Job 42:12 Genesis 9:1 Job 40:15 Psalmen 144:13 Genesis 35:11
Genesis 1:24 Psalmen 50:9 Job 40:15 Genesis 8:19 Genesis 6:20 Genesis 7:14 Job 39:19 Psalmen 104:23 Job 39:5
Genesis 1:25 Genesis 2:19 Job 12:8 Jeremia 27:5 Job 26:13
Genesis 1:26 Kolossenzen 3:10 Efeze 4:24 Jakobus 3:9 Genesis 3:22 2 Korinthe 3:18 Psalmen 100:3 Genesis 9:6 Genesis 5:1
Genesis 1:27 Mattheüs 19:4 Markus 10:6 Efeze 2:10 Genesis 5:1 Jesaja 43:7 1 Korinthe 11:7 Efeze 4:24 Psalmen 139:14
Genesis 1:28 Genesis 9:1 Genesis 9:7 Leviticus 26:9 Jesaja 45:18 Genesis 24:60 Genesis 8:17 1 Kronieken 4:10 Genesis 17:16
Genesis 1:29 Genesis 9:3 Psalmen 145:15 Psalmen 104:14 Psalmen 136:25 Handelingen 17:28 Handelingen 14:17 Psalmen 115:16 Psalmen 146:7
Genesis 1:30 Psalmen 147:9 Psalmen 145:15 Psalmen 104:14 Genesis 9:3 Job 40:20 Job 38:39 Job 40:15 Job 39:8
Genesis 1:31 1 Timotheüs 4:4 Psalmen 104:24 Exodus 20:11 Psalmen 104:31 Genesis 2:2 Psalmen 19:1 Klaagliederen 3:38 Genesis 1:19
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 1 vers 1

beginne Van den tijd der schepping aller creaturen, die door de schepping in het wezen gekomen zijn; dewijl zij tevoren niet geweest waren, maar God alleen, die zonder begin is, Ps. 90:2; Spr. 8:22-23; Kol. 1:17. Verg. dit met Joh. 1:1.

Hertaald: beginne Dit duidt op het tijdstip van de schepping van alle schepselen, die door de schepping tot aanzijn zijn gekomen; want daarvoor bestonden zij nog niet, maar God alleen, die zonder begin is, Ps. 90:2; Spr. 8:22-23; Kol. 1:17. Vergelijk dit met Joh. 1:1.

schiep Scheppen, is in dit hoofdstuk en elders te zeggen, iets voortreffelijks te maken, hetwelk tevoren niet was, hetzij uit niet, als hier vs.1, of uit wat anders, dat uit niet geschapen was, als vs.21, 27. Van het Hebr. woord Elohim, dat is God, zie hoofdstuk Gen. 20:13.

Hertaald: schiep Scheppen betekent in dit hoofdstuk en elders: iets voortreffelijks maken dat er tevoren niet was, hetzij uit niets, zoals hier in vers 1, hetzij uit iets anders dat op zijn beurt uit niets geschapen was, zoals in vers 21 en 27. Over het Hebreeuwse woord Elohim, dat God betekent, zie Gen. 20:13.

hemel Door hemel, of (hemelen) [zijnde dit woord bij de Hebreën in het getal van één niet gebruikelijk] en aarde, mag men in dit eerste vers verstaan òf den hemel en de aarde, zoals ze op den eersten dag zijn geschapen, òf de ganse wereld, met alle hemelse en aardse schepselen daaronder begrepen. Verg. Gen. 2:1.

Hertaald: hemel Met 'hemel' (of 'hemelen' — dit woord komt bij de Hebreeën niet in het enkelvoud voor) en 'aarde' kan in dit eerste vers ofwel de hemel en de aarde bedoeld zijn zoals die op de eerste dag geschapen zijn, ofwel de gehele wereld, met alle hemelse en aardse schepselen daarin begrepen. Vergelijk Gen. 2:1.

Genesis 1 vers 2

aarde Versta hier door dit woord, de aarde die nu is, doch zoals ze in dat begin op den eersten dag geschapen is, en niet zoals ze door het volgende werk der schepping geworden is.

Hertaald: aarde Versta hier onder dit woord de aarde zoals die nu is, maar dan zoals ze in dat begin, op de eerste dag, geschapen is — niet zoals ze door het vervolg van het scheppingswerk geworden is.

woest In het Hebr. woestheid, of ongestaltheid en ledigheid, of ijdelheid, hetwelk van de aarde gezegd wordt, omdat ze was zonder zulk een gedaante, orde, onderscheid, sieraad, gebruik, en de inwoners, die naderhand daarin geschapen zijn. Met deze Hebr. woorden wordt elders in de Heilige Schrift uitgedrukt de uiterste woestheid, ongestaltheid, ijdelheid, nietigheid, of ledigheid, die ergens is. Zie Deut. 32:10; 1 Sam. 12:21; Job 12:24; Ps. 107:40; Jes. 34:11; Jes. 44:9; Jer. 4:23.

Hertaald: woest In het Hebreeuws: woestheid, of vormeloosheid en leegte, of ijdelheid. Dit wordt van de aarde gezegd omdat ze nog zonder gedaante, orde, onderscheid, sieraad en gebruik was, en zonder de bewoners die er later in geschapen zijn. Met deze Hebreeuwse woorden wordt elders in de Heilige Schrift de uiterste woestheid, vormeloosheid, ijdelheid, nietigheid of leegte van iets uitgedrukt. Zie Deut. 32:10; 1 Sam. 12:21; Job 12:24; Ps. 107:40; Jes. 34:11; Jes. 44:9; Jer. 4:23.

op den afgrond; Hebr. op het aangezicht des afgronds. Dat is, op het diepe en ondoorgrondelijke water, hetwelk de aarde bedekte als een kleed, en stond boven de bergen, Ps. 104:6. Zie 2 Petr. 3:5.

Hertaald: op den afgrond; Hebreeuws: op het aangezicht van de afgrond. Dat is: op het diepe en ondoorgrondelijke water, dat de aarde als een kleed bedekte en boven de bergen stond, Ps. 104:6. Zie 2 Petr. 3:5.

Geest Gods Versta hier door het woord Geest den Heiligen Geest, niet den wind, die nog niet geschapen was.

Hertaald: Geest Gods Versta hier onder het woord Geest de Heilige Geest, niet de wind, die nog niet geschapen was.

zweefde Of, bewoog zich. Versta, om het eerste wezen en de gestalte der aarde en wateren, gelijk die toen waren, te onderhouden, opdat alzo de kracht des Geestes daaruit voortgebracht zouden worden. Het schijnt ene gelijkenis, genomen van de vogels, die de eieren broeden om de jongskens daaruit te doen voortkomen, en daarna met hare vleugels over dezelve zweven, omo die te koesteren en op te kweken. Zie Deut. 32:11.

Hertaald: zweefde Of: bewoog zich. Bedoeld wordt: om het eerste wezen en de gestalte van de aarde en de wateren, zoals die toen waren, in stand te houden, zodat daaruit de kracht van de Geest werkzaam kon worden. Het lijkt een beeld ontleend aan vogels die hun eieren broeden om de jongen daaruit te doen voortkomen, en daarna met hun vleugels erover zweven om ze te koesteren en groot te brengen. Zie Deut. 32:11.

op de wateren Hebr. op het aangezicht der wateren: Dat is op het opperste of bovenste der wateren, die de aarde bedekten.

Hertaald: op de wateren Hebreeuws: op het aangezicht van de wateren. Dat is: op het oppervlak van de wateren die de aarde bedekten.

Genesis 1 vers 3

zeide Gods zeggen is zijn wil, zijn bevel en daad, Ps. 33:9; Ps. 148:5, welken Hij uitgevoerd heeft door zijn wezenlijk Woord, hetwelk van eeuwigheid af God en bij God geweest is, Joh. 1:1-2; Ps. 33:6.

Hertaald: zeide Gods spreken is zijn wil, zijn bevel en zijn daad, Ps. 33:9; Ps. 148:5, die Hij heeft uitgevoerd door zijn wezenlijke Woord, dat van eeuwigheid af God was en bij God geweest is, Joh. 1:1-2; Ps. 33:6.

licht Een klaar, helder, luchtig wezen, verlichtende den duisteren klomp, en door zijn omloop makende dag en nacht.

Hertaald: licht Een klaar, helder, ijl wezen, dat de donkere massa verlichtte en door zijn omloop dag en nacht maakte.

Genesis 1 vers 4

zag het Dat is menselijker wijze van God gesproken. De zin is, dat God zijn schepsel voor goed kende.

Hertaald: zag het Dit is op menselijke wijze van God gesproken. De betekenis is dat God zijn schepsel als goed erkende.

goed was; Dàt wordt hier goed genoemd, hetwelk Gode aangenaam, in zichzelven schoon en lieflijk, en den schepselen, voornamelijk den mensen, nuttig en dienstig is.

Hertaald: goed was; Goed wordt hier genoemd wat God aangenaam is, in zichzelf schoon en lieflijk, en voor de schepselen — vooral de mensen — nuttig en dienstig.

maakte scheiding Te weten, alzo dat het licht de duisternis, en de duisternis het licht achtervolgden, om nacht en dag te maken.

Hertaald: maakte scheiding Namelijk zo dat het licht op de duisternis volgde en de duisternis op het licht, om nacht en dag te maken.

Genesis 1 vers 5

avond Dat is nacht en dag makende een natuurlijken dag, welke bij de Hebreën begon met den avond [gelijk de duisternis is voorgegaan] en eindigde met den volgenden avond, begrijpende 24 uren.

Hertaald: avond Dat wil zeggen: nacht en dag samen vormden één natuurlijke dag, die bij de Hebreeën begon met de avond (zoals de duisternis vooraf ging) en eindigde met de volgende avond, dus 24 uur omvattend.

eerste dag Hebr. een dag; maar het is zeer gebruikelijk bij de Hebreën, datzij één voor eerst zetten, gelijk Gen. 8:5; Num. 29:1; Matt. 28:1; 1 Kor. 16:2.

Hertaald: eerste dag Hebreeuws: één dag; maar het is bij de Hebreeën heel gebruikelijk om 'één' voor 'eerste' te gebruiken, zoals in Gen. 8:5; Num. 29:1; Matt. 28:1; 1 Kor. 16:2.

Genesis 1 vers 6

uitspansel Of uitbreidsel. Het woord, dat in den Hebreeuwsen tekst staat, komt van een woord, hetwelk betekent uitspannen, uittrekken enz., en hier wordt er door bedoeld de gehele ruimte tussen de onderste en bovenste wateren.

Hertaald: uitspansel Of: uitspreidsel. Het woord dat in de Hebreeuwse tekst staat, komt van een werkwoord dat uitspannen, uittrekken en dergelijke betekent, en hiermee wordt de gehele ruimte tussen de onderste en de bovenste wateren bedoeld.

dat make Hebr. dat zij scheiding makende.

Hertaald: dat make Hebreeuws: dat het scheiding make.

wateren en wateren Die in het volgende vs.7. verklaard worden.

Hertaald: wateren en wateren Die in het volgende vers 7 worden verklaard.

Genesis 1 vers 7

die onder het uitspansel Te weten in en op de aarde. Hebr. die van onder, enz. alzo vs.9.

Hertaald: die onder het uitspansel Namelijk in en op de aarde. Hebreeuws: die van onderen, enz. Zo ook in vers 9.

wateren, die boven Hebr. de wateren, die van boven, enz. Versta de wolken, die boven het onderste deel van dit uitspansel drijven, of enige andere wateren die na de scheiding hunne plaats boven mochten hebben genomen.

Hertaald: wateren, die boven Hebreeuws: de wateren die van boven, enz. Versta hieronder de wolken die boven het onderste deel van dit uitspansel drijven, of eventueel andere wateren die na de scheiding hun plaats daarboven hebben ingenomen.

Genesis 1 vers 9

en dat het Hieruit blijkt dat tevoren de ganse aardbodem met water is bedekt geweest, ja zelfs de bergen, gelijk boven op vs.2 is aangetekend.

Hertaald: en dat het Hieruit blijkt dat de gehele aardbodem daarvoor met water bedekt is geweest, zelfs de bergen, zoals bij vers 2 al is aangetekend.

Genesis 1 vers 10

zeeën; Er staat niet: zee, maar: zeeën, omdat door dit woord bij de Hebreën niet alleen verstaan wordt de grote zee, gelijk Pred. 1:7, maar ook andere zeeën, poelen, meren en alle verzamelingen, der wateren. Zie Gen. 14:3; Ex. 14:23; Num. 34:11; Matt. 4:18; Joh. 21:1, en elders.

Hertaald: zeeën; Er staat niet 'zee', maar 'zeeën', omdat de Hebreeën met dit woord niet alleen de grote zee bedoelen, zoals in Pred. 1:7, maar ook andere zeeën, poelen, meren en alle verzamelingen van water. Zie Gen. 14:3; Ex. 14:23; Num. 34:11; Matt. 4:18; Joh. 21:1, en elders.

Genesis 1 vers 11

kruid Dat is, wat zaad van zich voortbrengt, draagt, geeft en uitwerpt; alzo onder vs.12, 29.

Hertaald: kruid Dat is: wat zaad voortbrengt, draagt, geeft en voortbrengt; zo ook in vers 12 en 29.

vruchtbaar Hebr. geboomte der vrucht.

Hertaald: vruchtbaar Hebreeuws: geboomte van de vrucht.

Genesis 1 vers 14

lichten Zie Ps. 74:16.

Hertaald: lichten Zie Ps. 74:16.

dat zij zijn Dat is, om te dienen tot aftekening van verscheidene gelegenheden der tijden, als: lente, zomer, herft, winter, verlenging, verkorting en eveningen der dagen, eklipsen, enz., mitsgaders zekere dagen, weken, maanden en jaren waar te nemen en te onderhouden, zowel in kerkelijke, als in politieke en burgerlijke handelingen, dit leven aangaande.

Hertaald: dat zij zijn Dat is: om te dienen tot aanduiding van de verschillende tijden, zoals lente, zomer, herfst en winter, het langer en korter worden en het gelijk zijn van de dagen, verduisteringen enz., en ook om bepaalde dagen, weken, maanden en jaren waar te nemen en aan te houden, zowel in kerkelijke als in maatschappelijke en burgerlijke aangelegenheden van dit leven.

Genesis 1 vers 16

die twee Te weten de zon en de maan, welke groot genoemd worden ten aanzien van haar uiterlijke gedaante, zoals die in onze ogen valt, en haar uitnemende werkingen.

Hertaald: die twee Namelijk de zon en de maan, die groot genoemd worden vanwege hun uiterlijke verschijning, zoals wij die zien, en vanwege hun grote werkingen.

kleine licht Te weten in vergelijking met de zon.

Hertaald: kleine licht Namelijk in vergelijking met de zon.

Genesis 1 vers 17

stelde ze Hebr. gaf ze.

Hertaald: stelde ze Hebreeuws: gaf ze.

Genesis 1 vers 20

een gewemel Het Hebr. woord is hier genomen voor zodanig gedierte, dat in de zee en andere wateren door zwemmen zich beweegt; hoewel het ook gebruikt wordt van het vliegende gedierte in de lucht. Lev. 11:20, en van het kruipende op de aarde; daar ook vs.44.

Hertaald: een gewemel Het Hebreeuwse woord wordt hier gebruikt voor dieren die door te zwemmen door de zee en andere wateren bewegen; hoewel het ook gebruikt wordt voor het gevleugelde gedierte in de lucht, Lev. 11:20, en voor het kruipende gedierte op de aarde, zie ook daar vers 44.

zielen; Hebr. ziel. Versta daardoor de dieren, die leven en gevoelen, en door zulk een oorzaak zich bewegen.

Hertaald: zielen; Hebreeuws: ziel. Versta hieronder de dieren die leven en gevoelen, en die zich om die reden bewegen.

in het uitspansel Hebr. in [of naar] het aangezicht des enz.

Hertaald: in het uitspansel Hebreeuws: in (of: naar) het aangezicht van, enz.

Genesis 1 vers 21

schiep Zie de aantekening op vs.1.

Hertaald: schiep Zie de aantekening bij vers 1.

wremelende ziel, Het Hebr. woord betekent niet alleen het zwemmende gedierte, gelijk hier en Lev. 11:46 en Ps. 69:35, maar ook wat kruipt op de aarde, of met verheffing der voeten daarop gaat en treedt, gelijk onder vs.24-26, vs.28, vs.30 en Gen. 6:20, Gen. 7:8 en Ps. 104:20.

Hertaald: wremelende ziel, Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen het zwemmende gedierte, zoals hier en in Lev. 11:46 en Ps. 69:35, maar ook wat op de aarde kruipt of daarop loopt en treedt, zoals in vers 24-26, 28, 30 en Gen. 6:20, Gen. 7:8 en Ps. 104:20.

gevleugeld Hebr. alle vogels des vleugels. Alzo ook Ps. 78:27.

Hertaald: gevleugeld Hebreeuws: alle vogels van vleugel. Zo ook in Ps. 78:27.

Genesis 1 vers 22

zegende ze, Dat is, God gaf hun kracht om hun geslacht door voortteling te onderhouden ten te vermenigvuldigen. Zie onder vs.28, en elders meer.

Hertaald: zegende ze, Dat is: God gaf hun de kracht om hun soort door voortplanting in stand te houden en te vermenigvuldigen. Zie ook vers 28 en elders.

Genesis 1 vers 24

zielen Hebr. ziel. Zie boven vs.20.

Hertaald: zielen Hebreeuws: ziel. Zie hierboven bij vers 20.

vee, Het Hebr. woord betekent hier alle tamme, viervoetige dieren, onder de mensen verkerende, en hun tot dienst, voedsel en kleding strekkende.

Hertaald: vee, Het Hebreeuwse woord betekent hier alle tamme, viervoetige dieren die bij de mensen leven en hun tot dienst, voedsel en kleding strekken.

kruipend Zie boven op vs.21.

Hertaald: kruipend Zie hierboven bij vers 21.

Genesis 1 vers 26

Laat ons God spreekt in het getal van velen (meervoud) gelijk Hij ook terstond en verder doet, zeggende: (naar ons beeld, naar onze gelijkenis); en als zich beradende [menselijker wijze gesproken] om ons aan te wijzen de Goddelijke Drieënheid, en de waardigheid van dit laatste schepsel des mensen.

Hertaald: Laat ons God spreekt hier in het meervoud, zoals Hij ook direct daarna doet met: 'naar ons beeld, naar onze gelijkenis'. Hij spreekt als het ware beradend — op menselijke wijze gezegd — om ons zo de Goddelijke Drie-eenheid aan te wijzen, en de waardigheid van dit laatste schepsel, de mens.

mensen Dat is, man en vrouw, gelijk blijkt uit het volgende: dat zij heerschappij hebben, en uit vs.27, en hoofdst. Gen. 5:2.

Hertaald: mensen Dat is: man en vrouw, zoals blijkt uit wat volgt — dat zij heerschappij hebben — en uit vers 27 en Gen. 5:2.

naar ons Hebr. in ons beeld.

Hertaald: naar ons Hebreeuws: in ons beeld.

beeld, Deze twee woorden schijnen ééne en dezelfde betekenis te hebben, omdat in deze materie somtijds een van beiden in de plaats van beiden gesteld wordt; zie het volgende vs.27, en hfdst..5:1. Door beeld en gelijkenis is voornamelijk te verstaan de ware kennis van God, Kol. 3:10, ware gerechtigheid en heiligheid, Ef. 4:24.

Hertaald: beeld, Deze twee woorden lijken dezelfde betekenis te hebben, omdat in dit verband soms het ene woord in plaats van beide gebruikt wordt; zie vers 27 en Gen. 5:1. Onder beeld en gelijkenis is vooral te verstaan de ware kennis van God, Kol. 3:10, en ware gerechtigheid en heiligheid, Ef. 4:24.

de vissen Hebr. (vis), dat is, vissen, alzo vs.28.

Hertaald: de vissen Hebreeuws: vis, dat is: vissen. Zo ook in vers 28.

het vee, Dit woord wordt hier breder genomen dan vs.24, daar het onderscheiden wordt van het wild gedierte, hetwelk hier onder het Hebr. woord behemah begrepen wordt.

Hertaald: het vee, Dit woord wordt hier ruimer opgevat dan in vers 24, waar het onderscheiden wordt van het wilde gedierte, dat hier onder het Hebreeuwse woord behemah begrepen is.

Genesis 1 vers 27

God schiep Dat is, niet naar des mensen evenbeeld, dat geschapen werd, gelijk de voorgaande woorden zouden kunnen genomen worden, maar naar het beeld van God, die hem geschapen heeft verg. onder Gen. 5:1; Gen. 9:6.

Hertaald: God schiep Dat is: niet naar het evenbeeld van de mens die geschapen werd — zoals de voorgaande woorden zouden kunnen worden opgevat — maar naar het beeld van God, die hem geschapen heeft. Vergelijk Gen. 5:1; Gen. 9:6.

Genesis 1 vers 28

zegende Zie de aantekening op vs.22; hoewel dit woord hier meer begrijpt naar uitwijzen van den tekst zelf.

Hertaald: zegende Zie de aantekening bij vers 22, hoewel dit woord hier meer omvat, zoals uit de tekst zelf blijkt.

kruipt Zie boven op vs.21.

Hertaald: kruipt Zie hierboven bij vers 21.

Genesis 1 vers 29

op de Hebr. op het aangezicht der, enz.

Hertaald: op de Hebreeuws: op het aangezicht van, enz.

Genesis 1 vers 30

al het groene Hebr. Alle groenten of groensel des kruids.

Hertaald: al het groene Hebreeuws: alle groenten, of het groen van het gewas.

gegeven; Dit woord is hier ingevoegd uit het voorgaande vs.29.

Hertaald: gegeven; Dit woord is hier toegevoegd vanuit het voorgaande vers 29.

Genesis 1 vers 31

ziet, het was zeer goed Deze woorden, ziet en zeer, zijn door Mozes hier bijgevoegd, om des te beter uit te drukken de grootheid en treffelijkheid van dit werk, alsook het uitnemend welgevallen van God, hetwelk Hij gehad heeft in al zijn werk, inzonderheid in het schepsel der mensen.

Hertaald: ziet, het was zeer goed Deze woorden 'ziet' en 'zeer' zijn door Mozes hier toegevoegd om des te beter de grootheid en voortreffelijkheid van dit werk uit te drukken, evenals het bijzondere welbehagen dat God had in al zijn werk, en in het bijzonder in de mens als schepsel.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Adam  — rode aarde

De naam die in de Bijbel aan de eerste mens gegeven wordt, en die verwijst naar de aardbodem waaruit hij gevormd is (Hebreeuws: adamah); ook de kleur rood lijkt in beide woorden mee te klinken. Adam werd op de zesde dag geschapen, als laatste en meest voltooide daad van de schepping, naar Gods beeld, en kreeg heerschappij over de dieren.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Schepping  — het uit niets voortbrengen (Hebreeuws: bara, uitsluitend gebruikt voor Gods scheppend handelen)

In zes dagen bracht God door Zijn woord alles wat bestaat tot aanzijn: licht, hemel en aarde, zee en land, planten, hemellichten, dieren, en ten slotte de mens naar Zijn beeld. Op de zevende dag rustte Hij van al Zijn werk (Gen. 1:1-2:3). Telkens wordt vermeld dat God zag dat het goed was, en na de schepping van de mens: zeer goed (Gen. 1:31).

Bijbelse betekenis: De schepping openbaart God als de soevereine Bron van alle bestaan, Die alles alleen door Zijn woord tot stand bracht, zonder enig bestaand materiaal of enige hulp — een fundamenteel gegeven waarop de rest van de Schrift voortbouwt (vgl. Ps. 33:6,9; Joh. 1:3).

Typologie: Johannes opent zijn evangelie welbewust met dezelfde woorden als Genesis — "In den beginne" — en identificeert het scheppende Woord met Christus Zelf, door Wie alle dingen gemaakt zijn (Joh. 1:1-3). Paulus noemt de wedergeboorte van een zondaar in Christus op dezelfde manier een nieuwe schepping (2 Kor. 5:17).

Gen. 1:1-2:3; Ps. 33:6,9; Joh. 1:1-3; 2 Kor. 5:17

Beeld Gods  — Hebreeuws: tselem, "beeld, gelijkenis"

Als bekroning van de scheppingsweek schiep God de mens, man en vrouw, naar Zijn beeld en gelijkenis, en gaf hun heerschappij over de vissen, de vogels, het vee en de gehele aarde (Gen. 1:26-27). Dit onderscheidt de mens van alle andere schepselen: geen enkel dier wordt zo beschreven.

Bijbelse betekenis: Het beeld Gods bepaalt de bijzondere waardigheid en verantwoordelijkheid van de mens: hij is geschapen om God op aarde te vertegenwoordigen, met verstand, wil en een geweten dat het goede van het kwade kan onderscheiden. Na de zondeval is dit beeld ernstig geschonden, maar niet volledig uitgewist (vgl. Gen. 9:6; Jak. 3:9).

Typologie: Christus wordt in het Nieuwe Testament zo genoemd: "Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen" (Kol. 1:15; vergelijk 2 Kor. 4:4) — niet een geschapen beeld zoals de mens, maar het volmaakte, eeuwige Beeld van de Vader. Wie in Christus is, wordt naar datzelfde beeld vernieuwd (Rom. 8:29; Kol. 3:10).

Gen. 1:26-27; Gen. 9:6; Kol. 1:15; 2 Kor. 4:4; Rom. 8:29

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

God schept door Zijn Woord — 1:3

Het allereerste begin. Er is nog geen zonde, geen belofte en geen verbond — alleen God Die spreekt. Alles wat later beloofd en vervuld wordt, rust op deze eerste bladzijde.

God roept en het is er; datzelfde scheppende Woord is in het Nieuwe Testament een Persoon.

Negen keer klinkt in dit hoofdstuk: en God zeide. Er is geen worsteling met de stof, geen strijd tussen goden; er is een bevel en er is gehoorzaamheid. De kanttekenaars merken al op dat God schept door middel van het Woord, en verwijzen daarvoor naar de eerste verzen van Johannes. Dat is geen inlegkunde achteraf: Johannes zelf begint met dezelfde drie woorden waarmee Genesis begint, in den beginne, en zegt dan dat alle dingen door het Woord gemaakt zijn en dat zonder Hem geen ding gemaakt is dat gemaakt is. Wie Genesis 1 leest, hoort dus niet alleen dát God spreekt, maar leert Wie dat Woord is. Het licht dat hier op het eerste bevel doorbreekt, staat aan het begin van een lijn die uitloopt op Hem Die zegt: Ik ben het Licht der wereld.

  1. Genesis 1:3 — God spreekt en het licht is er; scheppen gaat door het Woord.
  2. Psalm 33:6 — Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt.
  3. Johannes 1:1-3 — Dat Woord blijkt een Persoon: alle dingen zijn door Hem gemaakt.
  4. Kolossenzen 1:16 — In Hem zijn alle dingen geschapen en zij bestaan samen door Hem.
  5. Openbaring 21:23 — In de nieuwe stad is geen zon nodig: het Lam is haar Kaars.

In het Nieuwe Testament: Johannes 1:1-3; Kolossenzen 1:16; Hebreeën 1:2

De mens gesteld om te heersen — 1:26-28

De zesde dag. De mens draagt de kroon nog. Twee hoofdstukken verder is hij haar kwijt, en de rest van de Schrift gaat over de vraag wie haar terugbrengt.

Adam ontvangt een kroon die hij verliezen zal; de tweede Adam draagt haar terug.

De mens wordt geschapen naar Gods beeld en krijgt heerschappij over vissen, vogels en vee. Dat is ambtstaal: hij staat er als onderkoning, die namens God over het geschapene regeert. Het volgende hoofdstuk laat zien hoe hij dat ambt verspeelt. De Schrift laat die lege troon niet leeg. Psalm 8 bezingt de mens die met eer en heerlijkheid gekroond is en alles onder zijn voeten heeft, en de Hebreeënbrief geeft daar een eerlijk antwoord op: wij zien nog niet dat hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond. Wat Adam kreeg en kwijtraakte, wordt niet aan een betere Adam uitgereikt maar door Hem verworven.

  1. Genesis 1:28 — De mens wordt gesteld om te heersen over het werk van Gods handen.
  2. Genesis 3:17-19 — Na de val keert het gebied zich tegen de heerser: doornen en distelen.
  3. Psalm 8:5-7 — De belofte blijft staan: gekroond met eer, alles onder zijn voeten.
  4. Hebreeën 2:8-9 — Wij zien dat nog niet vervuld — maar wij zien Jezus, gekroond.
  5. Openbaring 22:5 — Aan het einde regeren de Zijnen met Hem in alle eeuwigheid.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 2:6-9; 1 Korinthe 15:27; Efeze 1:22

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 1

Genesis 1:1.KruisverwijzingenHebreeën 11:3Jesaja 45:18Johannes 1:1Job 38:4Jesaja 42:5Openbaring 4:11Hebreeën 1:10Handelingen 17:24
— In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
Wanneer dat “begin” plaatsvond, kunnen wij niet zeggen. Het kan al eeuwen vóór de inrichting van deze wereld als woonplaats voor de mens hebben plaatsgevonden. Maar de wereld is niet uit zichzelf ontstaan; zij is door God geschapen en voortgekomen uit de wil en het woord van de alwijze Schepper.

Genesis 1:2.KruisverwijzingenJeremia 4:23Psalmen 104:30Jesaja 45:18
— De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
Toen God deze wereld begon te ordenen, was zij gehuld in duisternis en verkeerde zij in een toestand die wij, bij gebrek aan een betere benaming, ‘woest en ledig’ noemen.

Dit is precies de toestand van iedere menselijke ziel wanneer God in Zijn genade met haar begint te handelen. Zij is vormloos en verstoken van alle goed. “Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken.”

Genesis 1:2.KruisverwijzingenJeremia 4:23Psalmen 104:30Jesaja 45:18
— De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
 Dit was Gods eerste daad bij het voorbereiden van deze aarde tot woonplaats voor de mens. Zo is ook de eerste daad van genade in de ziel dat de Geest van God daarin werkzaam wordt. Hoe die Geest komt, weten wij niet. Wij kunnen niet verklaren hoe Hij werkt, evenmin als wij kunnen zeggen hoe de wind waait waarheen hij wil. Maar zolang de Geest van God niet over de ziel zweeft, gebeurt er niets dat leidt tot haar nieuwe schepping in Christus Jezus.

Genesis 1:3-4.Kruisverwijzingen2 Korinthe 4:6Johannes 1:5Psalmen 33:61 Johannes 1:5Jesaja 45:7Jesaja 60:19Psalmen 148:5Psalmen 97:11
— En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
“Er zij licht.” “En er was licht.” God hoefde slechts te spreken, en het grote wonder was volbracht. Hoe er licht kon zijn voordat de zon geschapen was — want de zon werd pas op de vierde dag gemaakt — is niet aan ons om te verklaren. God is niet afhankelijk van Zijn eigen schepping. Hij kan licht geven zonder zon. Hij kan het evangelie verbreiden zonder de hulp van predikanten. Hij kan zielen bekeren zonder de tussenkomst van mensen of engelen, want Hij doet wat Hem behaagt in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden.

Genesis 1:5.KruisverwijzingenPsalmen 74:16Jesaja 45:7Psalmen 104:20Psalmen 19:2Jeremia 33:20Genesis 1:23Genesis 1:8Genesis 1:19
— En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
Het is goed om de juiste namen aan dingen te geven. Een dwaling is vaak al voor de helft overwonnen wanneer u haar ware naam kent. Haar kracht ligt dikwijls juist in het feit dat zij ongrijpbaar blijft. Maar zodra u haar “duisternis” kunt noemen, weet u hoe u ermee moet omgaan. Zo is het ook goed de namen van de waarheid en van alle andere zaken die juist zijn te kennen. De Schrift is hierin zeer nauwkeurig. De Heilige Geest zegt: “Judas, niet de Iskariot,” zodat er geen misverstand kan bestaan over wie bedoeld wordt. Laten ook wij mensen en zaken altijd bij hun juiste naam noemen. God noemde het licht Dag, en de duisternis noemde Hij Nacht.

En de avond en de ochtend waren de eerste dag. Eerst de duisternis, daarna het licht. Zo is het ook geestelijk: eerst duisternis, daarna licht. Ik vermoed dat, totdat wij de hemel binnengaan, zowel duisternis als licht in ons aanwezig zullen zijn. Ook in Gods voorzienige leiding moeten wij beide verwachten. Zij kenmerken onze eerste én onze laatste dag, totdat wij aankomen waar geen dagen meer zijn, behalve de Oude der Dagen.

Genesis 1:6-8.KruisverwijzingenJeremia 51:15Psalmen 148:4Psalmen 104:2Job 37:18Spreuken 8:28Job 26:7Psalmen 33:6Zacharia 12:1
— En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren! En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo. En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
“Het uitspansel” was een uitgestrekte ruimte waarin de wateren zich bevonden, totdat zij zich verdichtten en als verkwikkende regen op de aarde neervielen. De wateren boven werden gescheiden van de wateren beneden. Misschien vormden zij eerst één dampende massa, maar nu bracht God een scheiding aan.

Let vooral op die vier woorden: “En het was alzo.” Alles wat God verordent, komt tot stand. Dat geldt voor al Zijn beloften. Alles wat Hij gesproken heeft, zal voor u worden vervuld, en eens zult ook u kunnen zeggen: ‘en zo geschiedde het.’ Maar hetzelfde geldt voor Zijn dreigingen. Ook die zullen zeker in vervulling gaan, en de goddelozen zullen moeten zeggen: ‘en het was alzo.’

Deze woorden keren in dit hoofdstuk telkens terug. Zij leren ons de grote waarheid dat op het woord van God altijd de daad van God volgt. Hij spreekt, en het geschiedt.

Genesis 1:9-13.Kruisverwijzingen2 Petrus 3:5Jeremia 5:22Psalmen 95:5Psalmen 33:7Hebreeën 6:7Openbaring 10:6Jona 1:9Job 38:8
— En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was. En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo. En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
Nadat God orde had gebracht in de lucht, oefende Hij Zijn macht verder uit door ook de aarde te ordenen. Let op het opmerkelijke feit dat, zodra het droge land tevoorschijn kwam, het leek alsof God de aanblik van die kale aarde niet kon verdragen. Wat moet deze wereld er vreemd hebben uitgezien, met haar vlakten, heuvels, rotsen en dalen, zonder één grasspriet, boom of struik. Daarom bekleedde God de aarde nog vóór het einde van diezelfde dag met een mantel van groen. Hij tooide bergen en dalen met bossen, planten en bloemen. Daarmee lijkt Hij ons te willen leren dat vruchteloosheid in Zijn ogen niet past en dat een mens die geen vrucht voor God draagt, Hem niet behaagt.

Een christen zonder goede werken en zonder de genade van God bezit geen ware schoonheid. Zodra de aarde zichtbaar werd, verschenen ook gras, kruiden en bomen. Laten wij daarom, geliefde broeders, eveneens vrucht voor God voortbrengen, en wel overvloedig, want hierin wordt onze hemelse Vader verheerlijkt, dat wij veel vrucht dragen.

Genesis 1:14-19.KruisverwijzingenPsalmen 136:7Jesaja 40:26Psalmen 104:19Deuteronomium 4:19Psalmen 8:3Jeremia 31:35Psalmen 74:16Psalmen 148:5
— En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo. God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde. En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
 Of hier nu wordt bedoeld dat de zon en de maan toen werkelijk werden geschapen, of dat zij door het optrekken van de dichte dampen voor het eerst vanaf de aarde zichtbaar werden, is voor ons niet van wezenlijk belang. Laten wij er liever een les uit trekken. Deze hemellichten zijn geroepen om te heersen, maar zij heersen door licht te geven.

Zo behoort ook de heerschappij in de Kerk van God te zijn. Wie het meeste licht verspreidt, is de ware leider. En wie leiding in de Kerk van God begeert, streeft — als hij begrijpt wat dat inhoudt — ernaar de dienaar van allen te zijn door zich in te zetten voor het welzijn van allen, zoals onze Verlosser tot Zijn discipelen zei: “Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.”

De zon en de maan dienen de hele mensheid en daarom heersen zij over dag en over nacht. Buig u daarom neer, mijn broeders, als u anderen wilt leiden. De weg omhoog voert naar beneden. Om groot te zijn, moet u klein worden. Hij is de grootste die voor zichzelf niets is, maar alles voor anderen.

Genesis 1:20-23.KruisverwijzingenPsalmen 104:24Genesis 2:19Genesis 1:28Psalmen 107:38Job 42:12Genesis 9:1Genesis 1:25Job 40:15
— En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde! Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
 Er was geen leven in zee of op het land totdat alles daarvoor gereed was. God schiep geen enkel schepsel om ongelukkig te zijn. Eerst moest er voedsel zijn, en de zon en de maan moesten licht en warmte geven, voordat er één vogel in het struikgewas zong of één forel in de beek sprong.

Zo is het ook geestelijk. Nadat God de mens licht heeft gegeven en hem op allerlei manieren heeft gezegend, begint het geestelijk leven zich te ontplooien tot Zijn eer. Dan zijn er gedachten die als vogels door het open uitspansel vliegen, en andere gedachten die zich verdiepen in de verborgenheden van God, zoals vissen de diepten van de zee doorkruisen. Dat alles is een verdere uitwerking van dezelfde kracht die aanvankelijk sprak: “Laat er licht zijn.”

Genesis 1:24-25.KruisverwijzingenGenesis 2:19Job 12:8Jeremia 27:5Psalmen 50:9Job 40:15Genesis 8:19Genesis 6:20Genesis 7:14
— En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo. En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
 In de schepping van het kleinste kruipende insect openbaart zich evenveel wijsheid en zorg als in de schepping van de leviathan. Wie de microscoop gebruikt, staat evenzeer versteld van Gods grootheid en goedheid als wie door een telescoop kijkt. Hij is even groot in het kleine als in het grote.

Na het werk van iedere dag ziet God erop terug. Ook voor ons is het goed om iedere avond het werk van de dag te overdenken. Van sommigen is het werk nauwelijks om aan te zien, en morgen wordt het alleen maar erger omdat zij vandaag niet hebben nagedacht en zich niet van hun zonden hebben bekeerd. Maar als wij vandaag onze fouten onder ogen zien, kunnen wij voorkomen dat wij ze morgen herhalen.

Alleen God kan op het werk van een hele dag terugzien en zeggen dat het, in zijn geheel en in elk onderdeel, “goed” is. Onze beste werken moeten worden besprenkeld met het bloed van Christus. Dat bloed hebben wij niet alleen nodig op de deurposten en zijstijlen van ons huis, maar ook op het altaar en op het verzoendeksel waar wij God aanbidden.

Genesis 1:26-28.KruisverwijzingenKolossenzen 3:10Efeze 4:24Mattheüs 19:4Jakobus 3:9Genesis 3:22Markus 10:62 Korinthe 3:18Psalmen 100:3
— En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
 God heeft kennelijk gewild dat man en vrouw samen de mens zouden vormen. De volheid van het mens-zijn ligt in beiden. De aarde is voltooid wanneer de mens erop woont, en de mens is pas werkelijk voltooid wanneer het beeld van God op hem rust, wanneer Christus in hem wordt gevormd als de hoop op heerlijkheid.

Wanneer wij de kracht van God hebben ontvangen en, door de kracht van Gods eeuwige Geest, heerschappij hebben over onszelf en over de aardse dingen, dan zijn wij werkelijk wat God bedoelt dat wij zullen zijn.

Genesis 1:29-30.KruisverwijzingenGenesis 9:3Psalmen 145:15Psalmen 147:9Psalmen 104:14Psalmen 136:25Handelingen 17:28Handelingen 14:17Psalmen 115:16
— En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
 Ziet u Gods voorzienigheid? Hij heeft al deze schepselen niet geschapen om hen te laten verhongeren, maar Hij heeft in overvloed voor voedsel gezorgd, zodat in al hun behoeften wordt voorzien. Zorgt God voor het vee, zal Hij dan Zijn eigen kinderen niet voeden? Zorgt Hij voor raven en mussen, en zou Hij toelaten dat u iets tekortkomt, o gij kleingelovigen?

Merk ook op dat God de mens niet schiep voordat Hij in zijn onderhoud had voorzien. Zo zal Hij ook nooit een werk van Zijn voorzienigheid of van Zijn genade buiten de juiste orde laten plaatsvinden. Wat eraan voorafgaat, vormt steeds de voorbereiding op wat daarna komt.

Genesis 1:31.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 4:4Psalmen 104:24Exodus 20:11Psalmen 104:31Genesis 2:2Psalmen 19:1Klaagliederen 3:38Genesis 1:19
— En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
Toen God het geheel overzag, zag Hij dat alles zeer goed was. Wij moeten nooit over iets oordelen voordat het voltooid is.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Hoe er licht kon zijn voordat er een zon was – want de zon werd pas op de vierde dag van de scheppingsweek geschapen – is niet aan ons om te verklaren. God is immers niet afhankelijk van Zijn eigen schepping. Hij kan licht scheppen zonder een zon. Hij kan het evangelie verkondigen zonder de hulp van predikanten. Hij kan zielen bekeren zonder de tussenkomst van mensen of engelen, want Hij doet wat Hem behaagt in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden.

Verdiepende artikelen

Vruchtbaar lijden

Preken

Deze preek is gepubliceerd op donderdag 1 juli 1915, en is uitgesproken op zondagavond 29 maart 1868, door C.H. Spurgeon. Om de arbeid van Zijn ziel zal Hij…

Een arm met macht

Voor Iedere Dag

U hebt een arm met macht, Uw hand is sterk, Uw rechterhand verheven. (Psalm 89:14) Lees verder Genesis 1:1—2:3. Denk aan de machtige kracht van God in de…

Volkomen heilig

Dagelijkse Hulp

Het was avond geweest en het was morgen geweest de eerste dag." Genesis 1.5 De avond was "duisternis" en de morgen was "licht", en toch worden de twee samen…

En het was morgen geweest de eerste dag

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. Genesis 1:5 Zelfs vanaf het begin werd de…

Duisternis en licht

Nabij De Zon

Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag. Genesis 1:5 De avond was ‘duisternis’ en de morgen was ‘licht’, en toch worden die twee…

Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag. Genesis 1:5 De avond was "duisternis", en de morgen…

En God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" En God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. Genesis 1:4 Er wonen twee beginselen in het hart van de…

En God zag het licht

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" En God zag het licht. Genesis 1:4 Heden morgen merkten wij op de voortreffelijkheid van Gods licht, en de scheiding, die…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content