Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In den beginneH7225schiepH1254GodH430 den hemelH8064 en de aardeH776.In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
KJVIn the beginning1God3created2the heaven5and4the earth.
1בְּרֵאשִׁ֖יתH7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing2בָּרָ֣אH1254geschapen, schiep, schepchoose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)3אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)6וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
2De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2De aardeH776 nu wasH1961woestH8414 en ledigH922, en duisternisH2822 was opH5921 den afgrondH8415; en de GeestH7307GodsH430zweefdeH7363opH5921 de waterenH4325.De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
KJVAnd the earth1was2without form,3and void;4and darkness5was upon the face7of the deep.8And the Spirit9of God10moved11upon6the face13of the waters.
1וְהָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world2הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3תֹ֨הוּ֙H8414woeste, ijdelheid, ijdelhedenconfusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness4וָבֹ֔הוּH922ledig, ledigheidemptiness, void5וְחֹ֖שֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8תְה֑וֹםH8415afgrond, afgronden, afgrondsdeep (place), depth9וְר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)10אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11מְרַחֶ֖פֶתH7363bewegen, zweefde, zweeftflutter, move, shake12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
3En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En GodH430zeideH559: Daar zijH1961lichtH216! en daar werdH1961lichtH216.En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
KJVAnd God2said,1Let there be3light:4and there was light.
4En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En GodH430zagH7200 het lichtH216, datH3588 het goedH2896 was; en GodH430 maakte scheidingH914tussenH996 het lichtH216 en tussenH996 de duisternisH2822.En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
KJVAnd God2saw1the light,4that5it was good:6and God8divided7the light10from9the darkness.
1וַיַּ֧רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָא֖וֹרH216licht, Licht, lichtenbright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun5כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6ט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7וַיַּבְדֵּ֣לH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly8אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10הָא֖וֹרH216licht, Licht, lichtenbright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun11וּבֵ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12הַחֹֽשֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity
5En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En GodH430noemdeH7121 het lichtH216dagH3117, en de duisternisH2822noemdeH7121 Hij nachtH3915. Toen wasH1961 het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de eersteH259dagH3117.En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
KJVAnd God2called1the light3Day,4and the darkness5he called6Night.7And the evening9and the morning11were the first13day.
1וַיִּקְרָ֨אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אֱלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3לָאוֹר֙H216licht, Licht, lichtenbright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun4י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5וְלַחֹ֖שֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity6קָ֣רָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say7לָ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9עֶ֥רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night10וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11בֹ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow12י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
6En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En GodH430zeideH559: Daar zij een uitspanselH7549 in het middenH8432 der waterenH4325; en dat makeH1961scheidingH914tussenH996waterenH4325 en waterenH4325!En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!
KJVAnd God2said,1Let there be a firmament4in the midst5of the waters,6and let it divide8the waters10from the waters.
7En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En GodH430maakteH6213 dat uitspanselH7549, en maakte scheidingH914tussenH996 de waterenH4325, dieH834onderH8478 het uitspanselH7549 zijn, en tussenH996 de waterenH4325, dieH834bovenH5921 het uitspanselH7549 zijn. En het was alzoH3651.En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.
KJVAnd God2made1the firmament,4and divided5the waters7which8were under9the firmament10from the waters12which13were above14the firmament:15and it was so.
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֱלֹהִים֮H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָרָקִיעַ֒H7549uitspansel, uitspanselsfirmament5וַיַּבְדֵּ֗לH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly6בֵּ֤יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7הַמַּ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9מִתַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with10לָרָקִ֔יעַH7549uitspansel, uitspanselsfirmament11וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))13אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15לָרָקִ֑יעַH7549uitspansel, uitspanselsfirmament16וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
8En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En GodH430noemdeH7121 het uitspanselH7549hemelH8064. En het wasH1961avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de tweedeH8145dagH3117.En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
KJVAnd God2called1the firmament3Heaven.4And the evening6and the morning8were the second10day.
1וַיִּקְרָ֧אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3לָֽרָקִ֖יעַH7549uitspansel, uitspanselsfirmament4שָׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)5וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6עֶ֥רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night7וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8בֹ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow9י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10שֵׁנִֽיH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
9En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En GodH430zeideH559: Dat de waterenH4325 van onderH8478 de hemelH8064 in eenH259plaatsH4725vergaderdH6960 worden, en dat het drogeH3004gezienH7200 worde! en het wasH1961alzoH3651.En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo.
KJVAnd God2said,1Let the waters4under the heaven6be gathered together3unto7one9place,8and let the dry11land appear:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3יִקָּו֨וּH6960verwacht, verwachten, wachtgather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon)4הַמַּ֜יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))5מִתַּ֤חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6הַשָּׁמַ֨יִם֙H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מָק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)9אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10וְתֵרָאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11הַיַּבָּשָׁ֑הH3004drogedry (ground, land)12וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
10En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En GodH430noemdeH7121 het drogeH3004aardeH776, en de vergaderingH4723 der waterenH4325noemdeH7121 Hij zeeenH3220; en GodH430zagH7200, datH3588 het goedH2896 was.En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.
KJVAnd God2called1the dry3land Earth;4and the gathering together5of the waters6called7he Seas:8and God10saw9that it was good.
11En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En GodH430zeideH559: DatH834 de aardeH776uitschieteH1876grasH1877, kruidH6212zaadzaaiendeH2233, vruchtbaarH6529geboomteH6086, dragendeH6213vruchtH6529 naar zijn aardH4327, welks zaadH2233 daarin zij opH5921 de aardeH776! En het was alzoH3651.En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.
KJVAnd God2said,1Let the earth4bring forth3grass,5the herb6yielding7seed,8and the fruit10tree9yielding11fruit12after his kind,13whose14seed15is in itself, upon the earth:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3תַּֽדְשֵׁ֤אH1876Darius, gras, uitschietebring forth, spring4הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5דֶּ֔שֶׁאH1877grasscheutjes, grazige, tedere gras(tender) grass, green, (tender) herb6עֵ֚שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb7מַזְרִ֣יעַH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield8זֶ֔רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time9עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood10פְּרִ֞יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward11עֹ֤שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12פְּרִי֙H6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward13לְמִינ֔וֹH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15זַרְעוֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time16ב֖וֹ17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
12En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de aardeH776bracht voortH3318grasscheutjesH1877, kruidH6212zaadzaaiendeH2233 naar zijn aardH4327, en vruchtdragendH6529geboomteH6086, welks zaadH4327 daarin was, naar zijn aard. En GodH430zagH7200, dat het goedH2896 was.En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
KJVAnd the earth2brought forth1grass,3and herb4yielding5seed6after his kind,7and the tree8yielding9fruit,10whose seed12was in itself, after his kind:14and God16saw15that it was good.
1וַתּוֹצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3דֶּ֠שֶׁאH1877grasscheutjes, grazige, tedere gras(tender) grass, green, (tender) herb4עֵ֣שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb5מַזְרִ֤יעַH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield6זֶ֨רַע֙H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time7לְמִינֵ֔הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)8וְעֵ֧ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood9עֹֽשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10פְּרִ֛יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12זַרְעוֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time13ב֖וֹ14לְמִינֵ֑הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)15וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18טֽוֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
13Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen was het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de derdeH7992dagH3117.Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
KJVAnd the evening2and the morning4were the third6day.
1וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עֶ֥רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night3וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4בֹ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6שְׁלִישִֽׁיH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)
14En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En GodH430zeideH559: Dat er lichtenH3974zijnH1961 in het uitspanselH7549 des hemelsH8064, om scheidingH914 te maken tussenH996 den dagH3117 en tussenH996 den nachtH3915; en dat zijH1961 zijn tot tekenenH226 en tot gezette tijdenH4150, en tot dagenH3117 en jarenH8141!En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!
KJVAnd God2said,1Let there be lights4in the firmament5of the heaven6to divide7the day9from the night;11and let them be for signs,13and for seasons,14and for days,15and years:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3יְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4מְאֹרֹת֙H3974licht, luchter, lichtenbright, light5בִּרְקִ֣יעַH7549uitspansel, uitspanselsfirmament6הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7לְהַבְדִּ֕ילH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly8בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11הַלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)12וְהָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לְאֹתֹת֙H226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token14וּלְמ֣וֹעֲדִ֔יםH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)15וּלְיָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16וְשָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
15En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En dat zij zijn tot lichtenH3974 in het uitspanselH7549 des hemelsH8064, om lichtH215 te geven opH5921 de aardeH776! En het wasH1961alzoH3651.En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
KJVAnd let them be for lights2in the firmament3of the heaven4to give light5upon the earth:
1וְהָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לִמְאוֹרֹת֙H3974licht, luchter, lichtenbright, light3בִּרְקִ֣יעַH7549uitspansel, uitspanselsfirmament4הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)5לְהָאִ֖ירH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
16God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16GodH430 dan maakteH6213 die tweeH8147groteH1419lichtenH3974; dat groteH1419lichtH3974 tot heerschappijH4475 des daagsH3117, en dat kleineH6996lichtH3974 tot heerschappijH4475 des nachtsH3915; ook de sterrenH3556.God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
KJVAnd God2made1two4great6lights;5the greater9light8to rule10the day,11and the lesser14light13to rule15the night:16he made the stars
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5הַמְּאֹרֹ֖תH3974licht, luchter, lichtenbright, light6הַגְּדֹלִ֑יםH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַמָּא֤וֹרH3974licht, luchter, lichtenbright, light9הַגָּדֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very10לְמֶמְשֶׁ֣לֶתH4475heerschappij, volkomene heerschappijdominion, government, power, to rule11הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַמָּא֤וֹרH3974licht, luchter, lichtenbright, light14הַקָּטֹן֙H6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)15לְמֶמְשֶׁ֣לֶתH4475heerschappij, volkomene heerschappijdominion, government, power, to rule16הַלַּ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)17וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַכּוֹכָבִֽיםH3556sterren, sterstar(-gazer)
17En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En GodH430steldeH5414 ze in het uitspanselH7549 des hemelsH8064, om lichtH215 te geven opH5921 de aardeH776.En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
KJVAnd God3set1them in the firmament4of the heaven5to give light6upon the earth,
1וַיִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4בִּרְקִ֣יעַH7549uitspansel, uitspanselsfirmament5הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)6לְהָאִ֖ירH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
18En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En om te heersenH4910 op den dagH3117, en in den nachtH3915, en om scheidingH914 te maken tussenH996 het lichtH216 en tussenH996 de duisternisH2822. En GodH430zagH7200, datH3588 het goedH2896 was.En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.
KJVAnd to rule1over the day2and over the night,3and to divide4the light6from the darkness:8and God10saw9that it was good.
1וְלִמְשֹׁל֙H4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3וּבַלַּ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)4וּֽלֲהַבְדִּ֔ילH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly5בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6הָא֖וֹרH216licht, Licht, lichtenbright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun7וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8הַחֹ֑שֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity9וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12טֽוֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
19Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen was het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de vierdeH7243dagH3117.Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
KJVAnd the evening2and the morning4were the fourth6day.
1וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עֶ֥רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night3וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4בֹ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6רְבִיעִֽיH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)
20En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En GodH430zeideH559: Dat de waterenH4325overvloediglijk voortbrengenH8317 een gewemelH8318 van levendeH2416zielenH5315; en het gevogelteH5775vliegeH5774bovenH5921 de aardeH776, in het uitspanselH7549 des hemelsH8064!En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!
KJVAnd God2said,1Let the waters4bring forth abundantly3the moving creature5that hath6life,7and fowl8that may fly9above10the earth11in the open13firmament14of heaven.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3יִשְׁרְצ֣וּH8317kruipt, bracht, krielenbreed (bring forth, increase) abundantly (in abundance), creep, move4הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))5שֶׁ֖רֶץH8318kruipend, kruipend gedierte, gewemelcreep(-ing thing), move(-ing creature)6נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it7חַיָּ֑הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop8וְעוֹף֙H5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl9יְעוֹפֵ֣ףH5774vliegen, vloog, vliegendebrandish, be (wax) faint, flee away, fly (away), [idiom] set, shine forth, weary10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14רְקִ֥יעַH7549uitspansel, uitspanselsfirmament15הַשָּׁמָֽיִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)
21En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En GodH430schiepH1254 de groteH1419walvissenH8577, en alleH3605levendeH2416wremelendeH7430zielH5315, welkeH834 de waterenH4325overvloediglijk voortbrachtenH8317, naar haar aardH4327; en alleH3605gevleugeldH3671gevogelteH5775 naar zijn aardH4327. En GodH430zagH7200, dat het goedH2896 was.En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
KJVAnd God2created1great5whales,4and every living9creature8that moveth,10which the waters13brought forth abundantly,12after their kind,14and every winged18fowl17after his kind:19and God21saw20that it was good.
1וַיִּבְרָ֣אH1254geschapen, schiep, schepchoose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)2אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַתַּנִּינִ֖םH8577draken, draak, zeedraakdragon, sea-monster, serpent, whale5הַגְּדֹלִ֑יםH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very6וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9הַֽחַיָּ֣הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop10הָֽרֹמֶ֡שֶׂתH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move11אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12שָׁרְצ֨וּH8317kruipt, bracht, krielenbreed (bring forth, increase) abundantly (in abundance), creep, move13הַמַּ֜יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))14לְמִֽינֵהֶ֗םH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)15וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17ע֤וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl18כָּנָף֙H3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)19לְמִינֵ֔הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)20וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions21אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty22כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23טֽוֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
22En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En GodH430zegendeH1288 ze, zeggendeH559: Zijt vruchtbaarH6509, en vermenigvuldigtH7235, en vervultH4390 de waterenH4325 in de zeeenH3220; en het gevogelteH5775vermenigvuldigeH7235 op de aardeH776!En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
KJVAnd God3blessed1them, saying,4Be fruitful,5and multiply,6and fill7the waters9in the seas,10and let fowl11multiply12in the earth.
1וַיְבָ֧רֶךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5פְּר֣וּH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase6וּרְב֗וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very7וּמִלְא֤וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמַּ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10בַּיַּמִּ֔יםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)11וְהָע֖וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl12יִ֥רֶבH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very13בָּאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
23Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen was het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de vijfdeH2549dagH3117.Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
KJVAnd the evening2and the morning4were the fifth6day.
1וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עֶ֥רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night3וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4בֹ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6חֲמִישִֽׁיH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)
24En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En GodH430zeideH559: De aardeH776brengeH3318levendeH2416zielenH5315voortH3318, naar haar aardH4327, veeH929, en kruipendH7431, en wild gedierteH2416 der aardeH776, naar zijn aardH4327! En het was alzoH3651.En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.
KJVAnd God2said,1Let the earth4bring forth3the living6creature5after his kind,7cattle,8and creeping thing,9and beast10of the earth11after his kind:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3תּוֹצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5נֶ֤פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6חַיָּה֙H2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop7לְמִינָ֔הּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)8בְּהֵמָ֥הH929beesten, vee, beestbeast, cattle9וָרֶ֛מֶשׂH7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing10וְחַֽיְתוֹH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop11אֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12לְמִינָ֑הּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)13וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
25En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En GodH430maakteH6213 het wild gedierteH2416 der aardeH776 naar zijn aardH4327, en het veeH929 naar zijn aardH4327, en alH3605 het kruipend gedierteH7431 des aardbodemsH127 naar zijn aardH4327. En GodH430zagH7200, datH3588 het goedH2896 was.En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
KJVAnd God2made1the beast4of the earth5after his kind,6and cattle8after their kind,9and every thing that creepeth12upon the earth13after his kind:14and God16saw15that it was good.
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֱלֹהִים֩H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4חַיַּ֨תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop5הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6לְמִינָ֗הּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַבְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle9לְמִינָ֔הּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)10וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12רֶ֥מֶשׂH7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing13הָֽאֲדָמָ֖הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land14לְמִינֵ֑הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)15וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18טֽוֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
26En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En GodH430zeideH559: LaatH6213 Ons mensenH120 maken, naar Ons beeldH6754, naar Onze gelijkenisH1823; en dat zij heerschappijH7287 hebben over de vissenH1710 der zeeH3220, en over het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en over het veeH929, en over de geheleH3605aardeH776, en over alH3605 het kruipend gedierteH7431, dat opH5921 de aardeH776kruiptH7430.En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
KJVAnd God2said,1Let us make3man4in our image,5after our likeness:6and let them have dominion7over the fish8of the sea,9and over the fowl10of the air,11and over the cattle,12and over all the earth,14and over every creeping thing16that creepeth17upon the earth.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3נַֽעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אָדָ֛םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person5בְּצַלְמֵ֖נוּH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew6כִּדְמוּתֵ֑נוּH1823gelijkenis, gelijkheidfashion, like (-ness, as), manner, similitude7וְיִרְדּוּ֩H7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take8בִדְגַ֨תH1710vis, vissenfish9הַיָּ֜םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10וּבְע֣וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl11הַשָּׁמַ֗יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)12וּבַבְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle13וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָרֶ֖מֶשׂH7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing17הָֽרֹמֵ֥שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
27En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En GodH430schiepH1254 den mensH120 naar Zijn beeldH6754; naar het beeldH6754 van GodH430schiepH1254 Hij hem; manH2145 en vrouwH5347schiepH1254 Hij ze.En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
KJVSo God2created1man4in his own image,5in the image6of God7created8he him; male10and female11created
1וַיִּבְרָ֨אH1254geschapen, schiep, schepchoose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)2אֱלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָֽאָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person5בְּצַלְמ֔וֹH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew6בְּצֶ֥לֶםH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew7אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8בָּרָ֣אH1254geschapen, schiep, schepchoose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)9אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10זָכָ֥רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)11וּנְקֵבָ֖הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale12בָּרָ֥אH1254geschapen, schiep, schepchoose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)13אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
28En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En GodH430zegendeH1288 hen, en GodH430zeideH559 tot hen: Weest vruchtbaarH6509, en vermenigvuldigtH7235, en vervultH4390 de aardeH776, en onderwerptH3533 haar, en hebt heerschappijH7287 over de vissenH1710 der zeeH3220, en over het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en over alH3605 het gedierteH2416, dat opH5921 de aardeH776kruiptH7430!En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
KJVAnd God3blessed1them, and God6said4unto them, Be fruitful,7and multiply,8and replenish9the earth,11and subdue it:12and have dominion13over the fish14of the sea,15and over the fowl16of the air,17and over every living thing19that moveth20upon the earth.
1וַיְבָ֣רֶךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2אֹתָם֮H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֱלֹהִים֒H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לָהֶ֜ם6אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7פְּר֥וּH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase8וּרְב֛וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very9וּמִלְא֥וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12וְכִבְשֻׁ֑הָH3533ondergebracht, onderworpen, onderwerpenbring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection13וּרְד֞וּH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take14בִּדְגַ֤תH1710vis, vissenfish15הַיָּם֙H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)16וּבְע֣וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl17הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)18וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19חַיָּ֖הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop20הָֽרֹמֶ֥שֶׂתH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
29En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En GodH430zeideH559: ZietH2009, Ik heb ulieden al het zaadzaaiendeH2233kruidH6212gegevenH5414, datH834opH5921 de ganseH3605aardeH776 is, en alleH3605geboomteH6086, in hetwelkH834zaadzaaiendeH2233boomvruchtH6086isH1961; het zij u tot spijzeH402!En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
KJVAnd God2said,1Behold,3I have given4you every herb8bearing9seed,10which is upon the face13of all the earth,15and every tree,18in the which is the fruit21of a tree22yielding23seed;24to you it shall be26for meat.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3הִנֵּה֩H2009ziet, ziebehold, lo, see4נָתַ֨תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לָכֶ֜ם6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עֵ֣שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb9זֹרֵ֣עַH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield10זֶ֗רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time11אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הָעֵ֛ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood19אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20בּ֥וֹ21פְרִיH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward22עֵ֖ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood23זֹרֵ֣עַH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield24זָ֑רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time25לָכֶ֥ם26יִֽהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use27לְאָכְלָֽהH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat
30Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Maar aan al het gedierteH2416 der aardeH776, en aan alH3605 het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en aan alH3605 het kruipende gedierteH7430opH5921 de aardeH776, waarin een levendeH2416zielH5315 is, heb Ik alH3605 het groeneH3418kruidH6212 tot spijzeH402 gegeven. En het was alzoH3651.Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
KJVAnd to every beast2of the earth,3and to every fowl5of the air,6and to every thing that creepeth8upon the earth,10wherein there is life,14I have given every green17herb18for meat:
1וּֽלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2חַיַּ֣תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3הָ֠אָרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5ע֨וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl6הַשָּׁמַ֜יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7וּלְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8רוֹמֵ֣שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בּוֹ֙13נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14חַיָּ֔הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17יֶ֥רֶקH3418groene, groente, groensgrass, green (thing)18עֵ֖שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb19לְאָכְלָ֑הH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat20וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
31En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En GodH430zagH7200alH3605watH834 Hij gemaaktH6213 had, en zietH2009, het was zeerH3966goedH2896. Toen wasH1961 het avondH6153 geweest, en het was morgenH1242 geweest, de zesdeH8345dagH3117.En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
KJVAnd God2saw1every thing that5he had made,6and, behold, it was very9good.8And the evening11and the morning13were the sixth15day.
1וַיַּ֤רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see8ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well10וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11עֶ֥רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night12וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13בֹ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow14י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַשִּׁשִּֽׁיH8345zesde, zesdensixth (part)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 1:1— In den beginne schiep God den hemel en de aarde.Hebreeën 11:3→Jesaja 45:18→Johannes 1:1→Job 38:4→Jesaja 42:5→Openbaring 4:11→Hebreeën 1:10→Handelingen 17:24→
Genesis 1:2— De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.Jeremia 4:23→Psalmen 104:30→Jesaja 45:18→
Genesis 1:3— En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.2 Korinthe 4:6→Johannes 1:5→Psalmen 33:6→1 Johannes 1:5→Jesaja 45:7→Jesaja 60:19→Psalmen 148:5→Psalmen 97:11→
Genesis 1:4— En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.Genesis 1:18→Prediker 2:13→Genesis 1:12→Prediker 11:7→Genesis 1:10→Genesis 1:25→Genesis 1:31→
Genesis 1:5— En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.Psalmen 74:16→Jesaja 45:7→Psalmen 104:20→Psalmen 19:2→Jeremia 33:20→Genesis 1:23→Genesis 1:8→Genesis 1:19→
Genesis 1:6— En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!Jeremia 51:15→Psalmen 104:2→Job 37:18→Job 26:7→Psalmen 33:6→Zacharia 12:1→Psalmen 19:1→Jeremia 10:12→
Genesis 1:7— En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.Psalmen 148:4→Spreuken 8:28→Job 38:8→Genesis 1:11→Prediker 11:3→Genesis 1:24→Genesis 1:9→Psalmen 104:10→
Genesis 1:8— En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.Genesis 1:5→Genesis 1:19→
Genesis 1:9— En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo.2 Petrus 3:5→Jeremia 5:22→Psalmen 95:5→Psalmen 33:7→Openbaring 10:6→Jona 1:9→Job 38:8→Prediker 1:7→
Genesis 1:11— En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.Hebreeën 6:7→Mattheüs 6:30→Psalmen 65:9→Psalmen 147:8→Genesis 1:29→Psalmen 104:14→Jeremia 17:8→Mattheüs 3:10→
Genesis 1:12— En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.Markus 4:28→Jesaja 55:10→Jesaja 61:11→2 Korinthe 9:10→Lukas 6:44→Galaten 6:7→Mattheüs 13:24→
Genesis 1:14— En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!Psalmen 136:7→Jesaja 40:26→Psalmen 104:19→Deuteronomium 4:19→Psalmen 8:3→Jeremia 31:35→Psalmen 74:16→Psalmen 148:3→
Genesis 1:16— God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.Psalmen 8:3→Psalmen 136:7→Jesaja 40:26→Psalmen 148:5→Deuteronomium 4:19→Psalmen 74:16→Psalmen 148:3→Job 38:7→
Genesis 1:17— En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.Psalmen 8:3→Psalmen 8:1→Genesis 9:13→Handelingen 13:47→Job 38:12→
Genesis 1:18— En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.Jeremia 31:35→Psalmen 19:6→
Genesis 1:20— En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!Psalmen 104:24→Genesis 2:19→Psalmen 148:10→Genesis 1:30→Genesis 1:14→Genesis 1:7→Genesis 8:17→Genesis 1:22→
Genesis 1:21— En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.Psalmen 104:24→Genesis 1:25→Jona 1:17→Genesis 8:19→Genesis 9:7→Job 7:12→Genesis 7:14→Genesis 1:18→
Genesis 1:22— En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!Genesis 8:17→Genesis 1:28→Psalmen 107:38→Job 42:12→Genesis 9:1→Job 40:15→Psalmen 144:13→Genesis 35:11→
Genesis 1:24— En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.Psalmen 50:9→Job 40:15→Genesis 8:19→Genesis 6:20→Genesis 7:14→Job 39:19→Psalmen 104:23→Job 39:5→
Genesis 1:25— En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.Genesis 2:19→Job 12:8→Jeremia 27:5→Job 26:13→
Genesis 1:26— En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.Kolossenzen 3:10→Efeze 4:24→Jakobus 3:9→Genesis 3:22→2 Korinthe 3:18→Psalmen 100:3→Genesis 9:6→Genesis 5:1→
Genesis 1:27— En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.Mattheüs 19:4→Markus 10:6→Efeze 2:10→Genesis 5:1→Jesaja 43:7→1 Korinthe 11:7→Efeze 4:24→Psalmen 139:14→
Genesis 1:28— En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!Genesis 9:1→Genesis 9:7→Leviticus 26:9→Jesaja 45:18→Genesis 24:60→Genesis 8:17→1 Kronieken 4:10→Genesis 17:16→
Genesis 1:29— En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!Genesis 9:3→Psalmen 145:15→Psalmen 104:14→Psalmen 136:25→Handelingen 17:28→Handelingen 14:17→Psalmen 115:16→Psalmen 146:7→
Genesis 1:30— Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.Psalmen 147:9→Psalmen 145:15→Psalmen 104:14→Genesis 9:3→Job 40:20→Job 38:39→Job 40:15→Job 39:8→
Genesis 1:31— En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.1 Timotheüs 4:4→Psalmen 104:24→Exodus 20:11→Psalmen 104:31→Genesis 2:2→Psalmen 19:1→Klaagliederen 3:38→Genesis 1:19→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 1 vers 1— In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
beginne
Van den tijd der schepping aller creaturen, die door de schepping in het wezen gekomen zijn; dewijl zij tevoren niet geweest waren, maar God alleen, die zonder begin is, Ps. 90:2; Spr. 8:22-23; Kol. 1:17. Verg. dit met Joh. 1:1.
Hertaald:beginne
Dit duidt op het tijdstip van de schepping van alle schepselen, die door de schepping tot aanzijn zijn gekomen; want daarvoor bestonden zij nog niet, maar God alleen, die zonder begin is, Ps. 90:2; Spr. 8:22-23; Kol. 1:17. Vergelijk dit met Joh. 1:1.
schiep
Scheppen, is in dit hoofdstuk en elders te zeggen, iets voortreffelijks te maken, hetwelk tevoren niet was, hetzij uit niet, als hier vs.1, of uit wat anders, dat uit niet geschapen was, als vs.21, 27. Van het Hebr. woord Elohim, dat is God, zie hoofdstuk Gen. 20:13.
Hertaald:schiep
Scheppen betekent in dit hoofdstuk en elders: iets voortreffelijks maken dat er tevoren niet was, hetzij uit niets, zoals hier in vers 1, hetzij uit iets anders dat op zijn beurt uit niets geschapen was, zoals in vers 21 en 27. Over het Hebreeuwse woord Elohim, dat God betekent, zie Gen. 20:13.
hemel
Door hemel, of (hemelen) [zijnde dit woord bij de Hebreën in het getal van één niet gebruikelijk] en aarde, mag men in dit eerste vers verstaan òf den hemel en de aarde, zoals ze op den eersten dag zijn geschapen, òf de ganse wereld, met alle hemelse en aardse schepselen daaronder begrepen. Verg. Gen. 2:1.
Hertaald:hemel
Met 'hemel' (of 'hemelen' — dit woord komt bij de Hebreeën niet in het enkelvoud voor) en 'aarde' kan in dit eerste vers ofwel de hemel en de aarde bedoeld zijn zoals die op de eerste dag geschapen zijn, ofwel de gehele wereld, met alle hemelse en aardse schepselen daarin begrepen. Vergelijk Gen. 2:1.
Genesis 1 vers 2— De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
aarde
Versta hier door dit woord, de aarde die nu is, doch zoals ze in dat begin op den eersten dag geschapen is, en niet zoals ze door het volgende werk der schepping geworden is.
Hertaald:aarde
Versta hier onder dit woord de aarde zoals die nu is, maar dan zoals ze in dat begin, op de eerste dag, geschapen is — niet zoals ze door het vervolg van het scheppingswerk geworden is.
woest
In het Hebr. woestheid, of ongestaltheid en ledigheid, of ijdelheid, hetwelk van de aarde gezegd wordt, omdat ze was zonder zulk een gedaante, orde, onderscheid, sieraad, gebruik, en de inwoners, die naderhand daarin geschapen zijn. Met deze Hebr. woorden wordt elders in de Heilige Schrift uitgedrukt de uiterste woestheid, ongestaltheid, ijdelheid, nietigheid, of ledigheid, die ergens is. Zie Deut. 32:10; 1 Sam. 12:21; Job 12:24; Ps. 107:40; Jes. 34:11; Jes. 44:9; Jer. 4:23.
Hertaald:woest
In het Hebreeuws: woestheid, of vormeloosheid en leegte, of ijdelheid. Dit wordt van de aarde gezegd omdat ze nog zonder gedaante, orde, onderscheid, sieraad en gebruik was, en zonder de bewoners die er later in geschapen zijn. Met deze Hebreeuwse woorden wordt elders in de Heilige Schrift de uiterste woestheid, vormeloosheid, ijdelheid, nietigheid of leegte van iets uitgedrukt. Zie Deut. 32:10; 1 Sam. 12:21; Job 12:24; Ps. 107:40; Jes. 34:11; Jes. 44:9; Jer. 4:23.
op den afgrond;
Hebr. op het aangezicht des afgronds. Dat is, op het diepe en ondoorgrondelijke water, hetwelk de aarde bedekte als een kleed, en stond boven de bergen, Ps. 104:6. Zie 2 Petr. 3:5.
Hertaald:op den afgrond;
Hebreeuws: op het aangezicht van de afgrond. Dat is: op het diepe en ondoorgrondelijke water, dat de aarde als een kleed bedekte en boven de bergen stond, Ps. 104:6. Zie 2 Petr. 3:5.
Geest Gods
Versta hier door het woord Geest den Heiligen Geest, niet den wind, die nog niet geschapen was.
Hertaald:Geest Gods
Versta hier onder het woord Geest de Heilige Geest, niet de wind, die nog niet geschapen was.
zweefde
Of, bewoog zich. Versta, om het eerste wezen en de gestalte der aarde en wateren, gelijk die toen waren, te onderhouden, opdat alzo de kracht des Geestes daaruit voortgebracht zouden worden. Het schijnt ene gelijkenis, genomen van de vogels, die de eieren broeden om de jongskens daaruit te doen voortkomen, en daarna met hare vleugels over dezelve zweven, omo die te koesteren en op te kweken. Zie Deut. 32:11.
Hertaald:zweefde
Of: bewoog zich. Bedoeld wordt: om het eerste wezen en de gestalte van de aarde en de wateren, zoals die toen waren, in stand te houden, zodat daaruit de kracht van de Geest werkzaam kon worden. Het lijkt een beeld ontleend aan vogels die hun eieren broeden om de jongen daaruit te doen voortkomen, en daarna met hun vleugels erover zweven om ze te koesteren en groot te brengen. Zie Deut. 32:11.
op de wateren
Hebr. op het aangezicht der wateren: Dat is op het opperste of bovenste der wateren, die de aarde bedekten.
Hertaald:op de wateren
Hebreeuws: op het aangezicht van de wateren. Dat is: op het oppervlak van de wateren die de aarde bedekten.
Genesis 1 vers 3— En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
zeide
Gods zeggen is zijn wil, zijn bevel en daad, Ps. 33:9; Ps. 148:5, welken Hij uitgevoerd heeft door zijn wezenlijk Woord, hetwelk van eeuwigheid af God en bij God geweest is, Joh. 1:1-2; Ps. 33:6.
Hertaald:zeide
Gods spreken is zijn wil, zijn bevel en zijn daad, Ps. 33:9; Ps. 148:5, die Hij heeft uitgevoerd door zijn wezenlijke Woord, dat van eeuwigheid af God was en bij God geweest is, Joh. 1:1-2; Ps. 33:6.
licht
Een klaar, helder, luchtig wezen, verlichtende den duisteren klomp, en door zijn omloop makende dag en nacht.
Hertaald:licht
Een klaar, helder, ijl wezen, dat de donkere massa verlichtte en door zijn omloop dag en nacht maakte.
Genesis 1 vers 4— En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
zag het
Dat is menselijker wijze van God gesproken. De zin is, dat God zijn schepsel voor goed kende.
Hertaald:zag het
Dit is op menselijke wijze van God gesproken. De betekenis is dat God zijn schepsel als goed erkende.
goed was;
Dàt wordt hier goed genoemd, hetwelk Gode aangenaam, in zichzelven schoon en lieflijk, en den schepselen, voornamelijk den mensen, nuttig en dienstig is.
Hertaald:goed was;
Goed wordt hier genoemd wat God aangenaam is, in zichzelf schoon en lieflijk, en voor de schepselen — vooral de mensen — nuttig en dienstig.
maakte scheiding
Te weten, alzo dat het licht de duisternis, en de duisternis het licht achtervolgden, om nacht en dag te maken.
Hertaald:maakte scheiding
Namelijk zo dat het licht op de duisternis volgde en de duisternis op het licht, om nacht en dag te maken.
Genesis 1 vers 5— En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
avond
Dat is nacht en dag makende een natuurlijken dag, welke bij de Hebreën begon met den avond [gelijk de duisternis is voorgegaan] en eindigde met den volgenden avond, begrijpende 24 uren.
Hertaald:avond
Dat wil zeggen: nacht en dag samen vormden één natuurlijke dag, die bij de Hebreeën begon met de avond (zoals de duisternis vooraf ging) en eindigde met de volgende avond, dus 24 uur omvattend.
eerste dag
Hebr. een dag; maar het is zeer gebruikelijk bij de Hebreën, datzij één voor eerst zetten, gelijk Gen. 8:5; Num. 29:1; Matt. 28:1; 1 Kor. 16:2.
Hertaald:eerste dag
Hebreeuws: één dag; maar het is bij de Hebreeën heel gebruikelijk om 'één' voor 'eerste' te gebruiken, zoals in Gen. 8:5; Num. 29:1; Matt. 28:1; 1 Kor. 16:2.
Genesis 1 vers 6— En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!
uitspansel
Of uitbreidsel. Het woord, dat in den Hebreeuwsen tekst staat, komt van een woord, hetwelk betekent uitspannen, uittrekken enz., en hier wordt er door bedoeld de gehele ruimte tussen de onderste en bovenste wateren.
Hertaald:uitspansel
Of: uitspreidsel. Het woord dat in de Hebreeuwse tekst staat, komt van een werkwoord dat uitspannen, uittrekken en dergelijke betekent, en hiermee wordt de gehele ruimte tussen de onderste en de bovenste wateren bedoeld.
dat make
Hebr. dat zij scheiding makende.
Hertaald:dat make
Hebreeuws: dat het scheiding make.
wateren en wateren
Die in het volgende vs.7. verklaard worden.
Hertaald:wateren en wateren
Die in het volgende vers 7 worden verklaard.
Genesis 1 vers 7— En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.
die onder het uitspansel
Te weten in en op de aarde. Hebr. die van onder, enz. alzo vs.9.
Hertaald:die onder het uitspansel
Namelijk in en op de aarde. Hebreeuws: die van onderen, enz. Zo ook in vers 9.
wateren, die boven
Hebr. de wateren, die van boven, enz. Versta de wolken, die boven het onderste deel van dit uitspansel drijven, of enige andere wateren die na de scheiding hunne plaats boven mochten hebben genomen.
Hertaald:wateren, die boven
Hebreeuws: de wateren die van boven, enz. Versta hieronder de wolken die boven het onderste deel van dit uitspansel drijven, of eventueel andere wateren die na de scheiding hun plaats daarboven hebben ingenomen.
Genesis 1 vers 9— En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo.
en dat het
Hieruit blijkt dat tevoren de ganse aardbodem met water is bedekt geweest, ja zelfs de bergen, gelijk boven op vs.2 is aangetekend.
Hertaald:en dat het
Hieruit blijkt dat de gehele aardbodem daarvoor met water bedekt is geweest, zelfs de bergen, zoals bij vers 2 al is aangetekend.
Genesis 1 vers 10— En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.
zeeën;
Er staat niet: zee, maar: zeeën, omdat door dit woord bij de Hebreën niet alleen verstaan wordt de grote zee, gelijk Pred. 1:7, maar ook andere zeeën, poelen, meren en alle verzamelingen, der wateren. Zie Gen. 14:3; Ex. 14:23; Num. 34:11; Matt. 4:18; Joh. 21:1, en elders.
Hertaald:zeeën;
Er staat niet 'zee', maar 'zeeën', omdat de Hebreeën met dit woord niet alleen de grote zee bedoelen, zoals in Pred. 1:7, maar ook andere zeeën, poelen, meren en alle verzamelingen van water. Zie Gen. 14:3; Ex. 14:23; Num. 34:11; Matt. 4:18; Joh. 21:1, en elders.
Genesis 1 vers 11— En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.
kruid
Dat is, wat zaad van zich voortbrengt, draagt, geeft en uitwerpt; alzo onder vs.12, 29.
Hertaald:kruid
Dat is: wat zaad voortbrengt, draagt, geeft en voortbrengt; zo ook in vers 12 en 29.
vruchtbaar
Hebr. geboomte der vrucht.
Hertaald:vruchtbaar
Hebreeuws: geboomte van de vrucht.
Genesis 1 vers 14— En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!
lichten
Zie Ps. 74:16.
Hertaald:lichten
Zie Ps. 74:16.
dat zij zijn
Dat is, om te dienen tot aftekening van verscheidene gelegenheden der tijden, als: lente, zomer, herft, winter, verlenging, verkorting en eveningen der dagen, eklipsen, enz., mitsgaders zekere dagen, weken, maanden en jaren waar te nemen en te onderhouden, zowel in kerkelijke, als in politieke en burgerlijke handelingen, dit leven aangaande.
Hertaald:dat zij zijn
Dat is: om te dienen tot aanduiding van de verschillende tijden, zoals lente, zomer, herfst en winter, het langer en korter worden en het gelijk zijn van de dagen, verduisteringen enz., en ook om bepaalde dagen, weken, maanden en jaren waar te nemen en aan te houden, zowel in kerkelijke als in maatschappelijke en burgerlijke aangelegenheden van dit leven.
Genesis 1 vers 16— God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
die twee
Te weten de zon en de maan, welke groot genoemd worden ten aanzien van haar uiterlijke gedaante, zoals die in onze ogen valt, en haar uitnemende werkingen.
Hertaald:die twee
Namelijk de zon en de maan, die groot genoemd worden vanwege hun uiterlijke verschijning, zoals wij die zien, en vanwege hun grote werkingen.
kleine licht
Te weten in vergelijking met de zon.
Hertaald:kleine licht
Namelijk in vergelijking met de zon.
Genesis 1 vers 17— En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
stelde ze
Hebr. gaf ze.
Hertaald:stelde ze
Hebreeuws: gaf ze.
Genesis 1 vers 20— En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!
een gewemel
Het Hebr. woord is hier genomen voor zodanig gedierte, dat in de zee en andere wateren door zwemmen zich beweegt; hoewel het ook gebruikt wordt van het vliegende gedierte in de lucht. Lev. 11:20, en van het kruipende op de aarde; daar ook vs.44.
Hertaald:een gewemel
Het Hebreeuwse woord wordt hier gebruikt voor dieren die door te zwemmen door de zee en andere wateren bewegen; hoewel het ook gebruikt wordt voor het gevleugelde gedierte in de lucht, Lev. 11:20, en voor het kruipende gedierte op de aarde, zie ook daar vers 44.
zielen;
Hebr. ziel. Versta daardoor de dieren, die leven en gevoelen, en door zulk een oorzaak zich bewegen.
Hertaald:zielen;
Hebreeuws: ziel. Versta hieronder de dieren die leven en gevoelen, en die zich om die reden bewegen.
in het uitspansel
Hebr. in [of naar] het aangezicht des enz.
Hertaald:in het uitspansel
Hebreeuws: in (of: naar) het aangezicht van, enz.
Genesis 1 vers 21— En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
schiep
Zie de aantekening op vs.1.
Hertaald:schiep
Zie de aantekening bij vers 1.
wremelende ziel,
Het Hebr. woord betekent niet alleen het zwemmende gedierte, gelijk hier en Lev. 11:46 en Ps. 69:35, maar ook wat kruipt op de aarde, of met verheffing der voeten daarop gaat en treedt, gelijk onder vs.24-26, vs.28, vs.30 en Gen. 6:20, Gen. 7:8 en Ps. 104:20.
Hertaald:wremelende ziel,
Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen het zwemmende gedierte, zoals hier en in Lev. 11:46 en Ps. 69:35, maar ook wat op de aarde kruipt of daarop loopt en treedt, zoals in vers 24-26, 28, 30 en Gen. 6:20, Gen. 7:8 en Ps. 104:20.
gevleugeld
Hebr. alle vogels des vleugels. Alzo ook Ps. 78:27.
Hertaald:gevleugeld
Hebreeuws: alle vogels van vleugel. Zo ook in Ps. 78:27.
Genesis 1 vers 22— En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
zegende ze,
Dat is, God gaf hun kracht om hun geslacht door voortteling te onderhouden ten te vermenigvuldigen. Zie onder vs.28, en elders meer.
Hertaald:zegende ze,
Dat is: God gaf hun de kracht om hun soort door voortplanting in stand te houden en te vermenigvuldigen. Zie ook vers 28 en elders.
Genesis 1 vers 24— En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.
zielen
Hebr. ziel. Zie boven vs.20.
Hertaald:zielen
Hebreeuws: ziel. Zie hierboven bij vers 20.
vee,
Het Hebr. woord betekent hier alle tamme, viervoetige dieren, onder de mensen verkerende, en hun tot dienst, voedsel en kleding strekkende.
Hertaald:vee,
Het Hebreeuwse woord betekent hier alle tamme, viervoetige dieren die bij de mensen leven en hun tot dienst, voedsel en kleding strekken.
kruipend
Zie boven op vs.21.
Hertaald:kruipend
Zie hierboven bij vers 21.
Genesis 1 vers 26— En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
Laat ons
God spreekt in het getal van velen (meervoud) gelijk Hij ook terstond en verder doet, zeggende: (naar ons beeld, naar onze gelijkenis); en als zich beradende [menselijker wijze gesproken] om ons aan te wijzen de Goddelijke Drieënheid, en de waardigheid van dit laatste schepsel des mensen.
Hertaald:Laat ons
God spreekt hier in het meervoud, zoals Hij ook direct daarna doet met: 'naar ons beeld, naar onze gelijkenis'. Hij spreekt als het ware beradend — op menselijke wijze gezegd — om ons zo de Goddelijke Drie-eenheid aan te wijzen, en de waardigheid van dit laatste schepsel, de mens.
mensen
Dat is, man en vrouw, gelijk blijkt uit het volgende: dat zij heerschappij hebben, en uit vs.27, en hoofdst. Gen. 5:2.
Hertaald:mensen
Dat is: man en vrouw, zoals blijkt uit wat volgt — dat zij heerschappij hebben — en uit vers 27 en Gen. 5:2.
naar ons
Hebr. in ons beeld.
Hertaald:naar ons
Hebreeuws: in ons beeld.
beeld,
Deze twee woorden schijnen ééne en dezelfde betekenis te hebben, omdat in deze materie somtijds een van beiden in de plaats van beiden gesteld wordt; zie het volgende vs.27, en hfdst..5:1. Door beeld en gelijkenis is voornamelijk te verstaan de ware kennis van God, Kol. 3:10, ware gerechtigheid en heiligheid, Ef. 4:24.
Hertaald:beeld,
Deze twee woorden lijken dezelfde betekenis te hebben, omdat in dit verband soms het ene woord in plaats van beide gebruikt wordt; zie vers 27 en Gen. 5:1. Onder beeld en gelijkenis is vooral te verstaan de ware kennis van God, Kol. 3:10, en ware gerechtigheid en heiligheid, Ef. 4:24.
de vissen
Hebr. (vis), dat is, vissen, alzo vs.28.
Hertaald:de vissen
Hebreeuws: vis, dat is: vissen. Zo ook in vers 28.
het vee,
Dit woord wordt hier breder genomen dan vs.24, daar het onderscheiden wordt van het wild gedierte, hetwelk hier onder het Hebr. woord behemah begrepen wordt.
Hertaald:het vee,
Dit woord wordt hier ruimer opgevat dan in vers 24, waar het onderscheiden wordt van het wilde gedierte, dat hier onder het Hebreeuwse woord behemah begrepen is.
Genesis 1 vers 27— En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
God schiep
Dat is, niet naar des mensen evenbeeld, dat geschapen werd, gelijk de voorgaande woorden zouden kunnen genomen worden, maar naar het beeld van God, die hem geschapen heeft verg. onder Gen. 5:1; Gen. 9:6.
Hertaald:God schiep
Dat is: niet naar het evenbeeld van de mens die geschapen werd — zoals de voorgaande woorden zouden kunnen worden opgevat — maar naar het beeld van God, die hem geschapen heeft. Vergelijk Gen. 5:1; Gen. 9:6.
Genesis 1 vers 28— En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
zegende
Zie de aantekening op vs.22; hoewel dit woord hier meer begrijpt naar uitwijzen van den tekst zelf.
Hertaald:zegende
Zie de aantekening bij vers 22, hoewel dit woord hier meer omvat, zoals uit de tekst zelf blijkt.
kruipt
Zie boven op vs.21.
Hertaald:kruipt
Zie hierboven bij vers 21.
Genesis 1 vers 29— En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
op de
Hebr. op het aangezicht der, enz.
Hertaald:op de
Hebreeuws: op het aangezicht van, enz.
Genesis 1 vers 30— Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
al het groene
Hebr. Alle groenten of groensel des kruids.
Hertaald:al het groene
Hebreeuws: alle groenten, of het groen van het gewas.
gegeven;
Dit woord is hier ingevoegd uit het voorgaande vs.29.
Hertaald:gegeven;
Dit woord is hier toegevoegd vanuit het voorgaande vers 29.
Genesis 1 vers 31— En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
ziet, het was zeer goed
Deze woorden, ziet en zeer, zijn door Mozes hier bijgevoegd, om des te beter uit te drukken de grootheid en treffelijkheid van dit werk, alsook het uitnemend welgevallen van God, hetwelk Hij gehad heeft in al zijn werk, inzonderheid in het schepsel der mensen.
Hertaald:ziet, het was zeer goed
Deze woorden 'ziet' en 'zeer' zijn door Mozes hier toegevoegd om des te beter de grootheid en voortreffelijkheid van dit werk uit te drukken, evenals het bijzondere welbehagen dat God had in al zijn werk, en in het bijzonder in de mens als schepsel.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Adam — rode aarde
De naam die in de Bijbel aan de eerste mens gegeven wordt, en die verwijst naar de aardbodem waaruit hij gevormd is (Hebreeuws: adamah); ook de kleur rood lijkt in beide woorden mee te klinken. Adam werd op de zesde dag geschapen, als laatste en meest voltooide daad van de schepping, naar Gods beeld, en kreeg heerschappij over de dieren.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Schepping — het uit niets voortbrengen (Hebreeuws: bara, uitsluitend gebruikt voor Gods scheppend handelen)
In zes dagen bracht God door Zijn woord alles wat bestaat tot aanzijn: licht, hemel en aarde, zee en land, planten, hemellichten, dieren, en ten slotte de mens naar Zijn beeld. Op de zevende dag rustte Hij van al Zijn werk (Gen. 1:1-2:3). Telkens wordt vermeld dat God zag dat het goed was, en na de schepping van de mens: zeer goed (Gen. 1:31).
Bijbelse betekenis: De schepping openbaart God als de soevereine Bron van alle bestaan, Die alles alleen door Zijn woord tot stand bracht, zonder enig bestaand materiaal of enige hulp — een fundamenteel gegeven waarop de rest van de Schrift voortbouwt (vgl. Ps. 33:6,9; Joh. 1:3).
Typologie: Johannes opent zijn evangelie welbewust met dezelfde woorden als Genesis — "In den beginne" — en identificeert het scheppende Woord met Christus Zelf, door Wie alle dingen gemaakt zijn (Joh. 1:1-3). Paulus noemt de wedergeboorte van een zondaar in Christus op dezelfde manier een nieuwe schepping (2 Kor. 5:17).
Als bekroning van de scheppingsweek schiep God de mens, man en vrouw, naar Zijn beeld en gelijkenis, en gaf hun heerschappij over de vissen, de vogels, het vee en de gehele aarde (Gen. 1:26-27). Dit onderscheidt de mens van alle andere schepselen: geen enkel dier wordt zo beschreven.
Bijbelse betekenis: Het beeld Gods bepaalt de bijzondere waardigheid en verantwoordelijkheid van de mens: hij is geschapen om God op aarde te vertegenwoordigen, met verstand, wil en een geweten dat het goede van het kwade kan onderscheiden. Na de zondeval is dit beeld ernstig geschonden, maar niet volledig uitgewist (vgl. Gen. 9:6; Jak. 3:9).
Typologie: Christus wordt in het Nieuwe Testament zo genoemd: "Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen" (Kol. 1:15; vergelijk 2 Kor. 4:4) — niet een geschapen beeld zoals de mens, maar het volmaakte, eeuwige Beeld van de Vader. Wie in Christus is, wordt naar datzelfde beeld vernieuwd (Rom. 8:29; Kol. 3:10).
Gen. 1:26-27; Gen. 9:6; Kol. 1:15; 2 Kor. 4:4; Rom. 8:29
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
God schept door Zijn Woord — 1:3
Het allereerste begin. Er is nog geen zonde, geen belofte en geen verbond — alleen God Die spreekt. Alles wat later beloofd en vervuld wordt, rust op deze eerste bladzijde.
God roept en het is er; datzelfde scheppende Woord is in het Nieuwe Testament een Persoon.
Negen keer klinkt in dit hoofdstuk: en God zeide. Er is geen worsteling met de stof, geen strijd tussen goden; er is een bevel en er is gehoorzaamheid. De kanttekenaars merken al op dat God schept door middel van het Woord, en verwijzen daarvoor naar de eerste verzen van Johannes. Dat is geen inlegkunde achteraf: Johannes zelf begint met dezelfde drie woorden waarmee Genesis begint, in den beginne, en zegt dan dat alle dingen door het Woord gemaakt zijn en dat zonder Hem geen ding gemaakt is dat gemaakt is. Wie Genesis 1 leest, hoort dus niet alleen dát God spreekt, maar leert Wie dat Woord is. Het licht dat hier op het eerste bevel doorbreekt, staat aan het begin van een lijn die uitloopt op Hem Die zegt: Ik ben het Licht der wereld.
Genesis 1:3 — God spreekt en het licht is er; scheppen gaat door het Woord.
Psalm 33:6 — Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt.
Johannes 1:1-3 — Dat Woord blijkt een Persoon: alle dingen zijn door Hem gemaakt.
Kolossenzen 1:16 — In Hem zijn alle dingen geschapen en zij bestaan samen door Hem.
Openbaring 21:23 — In de nieuwe stad is geen zon nodig: het Lam is haar Kaars.
In het Nieuwe Testament: Johannes 1:1-3; Kolossenzen 1:16; Hebreeën 1:2
De mens gesteld om te heersen — 1:26-28
De zesde dag. De mens draagt de kroon nog. Twee hoofdstukken verder is hij haar kwijt, en de rest van de Schrift gaat over de vraag wie haar terugbrengt.
Adam ontvangt een kroon die hij verliezen zal; de tweede Adam draagt haar terug.
De mens wordt geschapen naar Gods beeld en krijgt heerschappij over vissen, vogels en vee. Dat is ambtstaal: hij staat er als onderkoning, die namens God over het geschapene regeert. Het volgende hoofdstuk laat zien hoe hij dat ambt verspeelt. De Schrift laat die lege troon niet leeg. Psalm 8 bezingt de mens die met eer en heerlijkheid gekroond is en alles onder zijn voeten heeft, en de Hebreeënbrief geeft daar een eerlijk antwoord op: wij zien nog niet dat hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond. Wat Adam kreeg en kwijtraakte, wordt niet aan een betere Adam uitgereikt maar door Hem verworven.
Genesis 1:28 — De mens wordt gesteld om te heersen over het werk van Gods handen.
Genesis 3:17-19 — Na de val keert het gebied zich tegen de heerser: doornen en distelen.
Psalm 8:5-7 — De belofte blijft staan: gekroond met eer, alles onder zijn voeten.
Hebreeën 2:8-9 — Wij zien dat nog niet vervuld — maar wij zien Jezus, gekroond.
Openbaring 22:5 — Aan het einde regeren de Zijnen met Hem in alle eeuwigheid.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 2:6-9; 1 Korinthe 15:27; Efeze 1:22
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 1:1.KruisverwijzingenHebreeën 11:3→Jesaja 45:18→Johannes 1:1→Job 38:4→Jesaja 42:5→Openbaring 4:11→Hebreeën 1:10→Handelingen 17:24→ — In den beginne schiep God den hemel en de aarde. Wanneer dat “begin” plaatsvond, kunnen wij niet zeggen. Het kan al eeuwen vóór de inrichting van deze wereld als woonplaats voor de mens hebben plaatsgevonden. Maar de wereld is niet uit zichzelf ontstaan; zij is door God geschapen en voortgekomen uit de wil en het woord van de alwijze Schepper.
Genesis 1:2.KruisverwijzingenJeremia 4:23→Psalmen 104:30→Jesaja 45:18→ — De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. Toen God deze wereld begon te ordenen, was zij gehuld in duisternis en verkeerde zij in een toestand die wij, bij gebrek aan een betere benaming, ‘woest en ledig’ noemen.
Dit is precies de toestand van iedere menselijke ziel wanneer God in Zijn genade met haar begint te handelen. Zij is vormloos en verstoken van alle goed. “Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken.”
Genesis 1:2.KruisverwijzingenJeremia 4:23→Psalmen 104:30→Jesaja 45:18→ — De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. Dit was Gods eerste daad bij het voorbereiden van deze aarde tot woonplaats voor de mens. Zo is ook de eerste daad van genade in de ziel dat de Geest van God daarin werkzaam wordt. Hoe die Geest komt, weten wij niet. Wij kunnen niet verklaren hoe Hij werkt, evenmin als wij kunnen zeggen hoe de wind waait waarheen hij wil. Maar zolang de Geest van God niet over de ziel zweeft, gebeurt er niets dat leidt tot haar nieuwe schepping in Christus Jezus.
Genesis 1:3-4.Kruisverwijzingen2 Korinthe 4:6→Johannes 1:5→Psalmen 33:6→1 Johannes 1:5→Jesaja 45:7→Jesaja 60:19→Psalmen 148:5→Psalmen 97:11→ — En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. “Er zij licht.” “En er was licht.” God hoefde slechts te spreken, en het grote wonder was volbracht. Hoe er licht kon zijn voordat de zon geschapen was — want de zon werd pas op de vierde dag gemaakt — is niet aan ons om te verklaren. God is niet afhankelijk van Zijn eigen schepping. Hij kan licht geven zonder zon. Hij kan het evangelie verbreiden zonder de hulp van predikanten. Hij kan zielen bekeren zonder de tussenkomst van mensen of engelen, want Hij doet wat Hem behaagt in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden.
Genesis 1:5.KruisverwijzingenPsalmen 74:16→Jesaja 45:7→Psalmen 104:20→Psalmen 19:2→Jeremia 33:20→Genesis 1:23→Genesis 1:8→Genesis 1:19→ — En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag. Het is goed om de juiste namen aan dingen te geven. Een dwaling is vaak al voor de helft overwonnen wanneer u haar ware naam kent. Haar kracht ligt dikwijls juist in het feit dat zij ongrijpbaar blijft. Maar zodra u haar “duisternis” kunt noemen, weet u hoe u ermee moet omgaan. Zo is het ook goed de namen van de waarheid en van alle andere zaken die juist zijn te kennen. De Schrift is hierin zeer nauwkeurig. De Heilige Geest zegt: “Judas, niet de Iskariot,” zodat er geen misverstand kan bestaan over wie bedoeld wordt. Laten ook wij mensen en zaken altijd bij hun juiste naam noemen. God noemde het licht Dag, en de duisternis noemde Hij Nacht.
En de avond en de ochtend waren de eerste dag. Eerst de duisternis, daarna het licht. Zo is het ook geestelijk: eerst duisternis, daarna licht. Ik vermoed dat, totdat wij de hemel binnengaan, zowel duisternis als licht in ons aanwezig zullen zijn. Ook in Gods voorzienige leiding moeten wij beide verwachten. Zij kenmerken onze eerste én onze laatste dag, totdat wij aankomen waar geen dagen meer zijn, behalve de Oude der Dagen.
Genesis 1:6-8.KruisverwijzingenJeremia 51:15→Psalmen 148:4→Psalmen 104:2→Job 37:18→Spreuken 8:28→Job 26:7→Psalmen 33:6→Zacharia 12:1→ — En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren! En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo. En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag. “Het uitspansel” was een uitgestrekte ruimte waarin de wateren zich bevonden, totdat zij zich verdichtten en als verkwikkende regen op de aarde neervielen. De wateren boven werden gescheiden van de wateren beneden. Misschien vormden zij eerst één dampende massa, maar nu bracht God een scheiding aan.
Let vooral op die vier woorden: “En het was alzo.” Alles wat God verordent, komt tot stand. Dat geldt voor al Zijn beloften. Alles wat Hij gesproken heeft, zal voor u worden vervuld, en eens zult ook u kunnen zeggen: ‘en zo geschiedde het.’ Maar hetzelfde geldt voor Zijn dreigingen. Ook die zullen zeker in vervulling gaan, en de goddelozen zullen moeten zeggen: ‘en het was alzo.’
Deze woorden keren in dit hoofdstuk telkens terug. Zij leren ons de grote waarheid dat op het woord van God altijd de daad van God volgt. Hij spreekt, en het geschiedt.
Genesis 1:9-13.Kruisverwijzingen2 Petrus 3:5→Jeremia 5:22→Psalmen 95:5→Psalmen 33:7→Hebreeën 6:7→Openbaring 10:6→Jona 1:9→Job 38:8→ — En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was. En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo. En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag. Nadat God orde had gebracht in de lucht, oefende Hij Zijn macht verder uit door ook de aarde te ordenen. Let op het opmerkelijke feit dat, zodra het droge land tevoorschijn kwam, het leek alsof God de aanblik van die kale aarde niet kon verdragen. Wat moet deze wereld er vreemd hebben uitgezien, met haar vlakten, heuvels, rotsen en dalen, zonder één grasspriet, boom of struik. Daarom bekleedde God de aarde nog vóór het einde van diezelfde dag met een mantel van groen. Hij tooide bergen en dalen met bossen, planten en bloemen. Daarmee lijkt Hij ons te willen leren dat vruchteloosheid in Zijn ogen niet past en dat een mens die geen vrucht voor God draagt, Hem niet behaagt.
Een christen zonder goede werken en zonder de genade van God bezit geen ware schoonheid. Zodra de aarde zichtbaar werd, verschenen ook gras, kruiden en bomen. Laten wij daarom, geliefde broeders, eveneens vrucht voor God voortbrengen, en wel overvloedig, want hierin wordt onze hemelse Vader verheerlijkt, dat wij veel vrucht dragen.
Genesis 1:14-19.KruisverwijzingenPsalmen 136:7→Jesaja 40:26→Psalmen 104:19→Deuteronomium 4:19→Psalmen 8:3→Jeremia 31:35→Psalmen 74:16→Psalmen 148:5→ — En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo. God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde. En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag. Of hier nu wordt bedoeld dat de zon en de maan toen werkelijk werden geschapen, of dat zij door het optrekken van de dichte dampen voor het eerst vanaf de aarde zichtbaar werden, is voor ons niet van wezenlijk belang. Laten wij er liever een les uit trekken. Deze hemellichten zijn geroepen om te heersen, maar zij heersen door licht te geven.
Zo behoort ook de heerschappij in de Kerk van God te zijn. Wie het meeste licht verspreidt, is de ware leider. En wie leiding in de Kerk van God begeert, streeft — als hij begrijpt wat dat inhoudt — ernaar de dienaar van allen te zijn door zich in te zetten voor het welzijn van allen, zoals onze Verlosser tot Zijn discipelen zei: “Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.”
De zon en de maan dienen de hele mensheid en daarom heersen zij over dag en over nacht. Buig u daarom neer, mijn broeders, als u anderen wilt leiden. De weg omhoog voert naar beneden. Om groot te zijn, moet u klein worden. Hij is de grootste die voor zichzelf niets is, maar alles voor anderen.
Genesis 1:20-23.KruisverwijzingenPsalmen 104:24→Genesis 2:19→Genesis 1:28→Psalmen 107:38→Job 42:12→Genesis 9:1→Genesis 1:25→Job 40:15→ — En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde! Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag. Er was geen leven in zee of op het land totdat alles daarvoor gereed was. God schiep geen enkel schepsel om ongelukkig te zijn. Eerst moest er voedsel zijn, en de zon en de maan moesten licht en warmte geven, voordat er één vogel in het struikgewas zong of één forel in de beek sprong.
Zo is het ook geestelijk. Nadat God de mens licht heeft gegeven en hem op allerlei manieren heeft gezegend, begint het geestelijk leven zich te ontplooien tot Zijn eer. Dan zijn er gedachten die als vogels door het open uitspansel vliegen, en andere gedachten die zich verdiepen in de verborgenheden van God, zoals vissen de diepten van de zee doorkruisen. Dat alles is een verdere uitwerking van dezelfde kracht die aanvankelijk sprak: “Laat er licht zijn.”
Genesis 1:24-25.KruisverwijzingenGenesis 2:19→Job 12:8→Jeremia 27:5→Psalmen 50:9→Job 40:15→Genesis 8:19→Genesis 6:20→Genesis 7:14→ — En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo. En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. In de schepping van het kleinste kruipende insect openbaart zich evenveel wijsheid en zorg als in de schepping van de leviathan. Wie de microscoop gebruikt, staat evenzeer versteld van Gods grootheid en goedheid als wie door een telescoop kijkt. Hij is even groot in het kleine als in het grote.
Na het werk van iedere dag ziet God erop terug. Ook voor ons is het goed om iedere avond het werk van de dag te overdenken. Van sommigen is het werk nauwelijks om aan te zien, en morgen wordt het alleen maar erger omdat zij vandaag niet hebben nagedacht en zich niet van hun zonden hebben bekeerd. Maar als wij vandaag onze fouten onder ogen zien, kunnen wij voorkomen dat wij ze morgen herhalen.
Alleen God kan op het werk van een hele dag terugzien en zeggen dat het, in zijn geheel en in elk onderdeel, “goed” is. Onze beste werken moeten worden besprenkeld met het bloed van Christus. Dat bloed hebben wij niet alleen nodig op de deurposten en zijstijlen van ons huis, maar ook op het altaar en op het verzoendeksel waar wij God aanbidden.
Genesis 1:26-28.KruisverwijzingenKolossenzen 3:10→Efeze 4:24→Mattheüs 19:4→Jakobus 3:9→Genesis 3:22→Markus 10:6→2 Korinthe 3:18→Psalmen 100:3→ — En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! God heeft kennelijk gewild dat man en vrouw samen de mens zouden vormen. De volheid van het mens-zijn ligt in beiden. De aarde is voltooid wanneer de mens erop woont, en de mens is pas werkelijk voltooid wanneer het beeld van God op hem rust, wanneer Christus in hem wordt gevormd als de hoop op heerlijkheid.
Wanneer wij de kracht van God hebben ontvangen en, door de kracht van Gods eeuwige Geest, heerschappij hebben over onszelf en over de aardse dingen, dan zijn wij werkelijk wat God bedoelt dat wij zullen zijn.
Genesis 1:29-30.KruisverwijzingenGenesis 9:3→Psalmen 145:15→Psalmen 147:9→Psalmen 104:14→Psalmen 136:25→Handelingen 17:28→Handelingen 14:17→Psalmen 115:16→ — En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. Ziet u Gods voorzienigheid? Hij heeft al deze schepselen niet geschapen om hen te laten verhongeren, maar Hij heeft in overvloed voor voedsel gezorgd, zodat in al hun behoeften wordt voorzien. Zorgt God voor het vee, zal Hij dan Zijn eigen kinderen niet voeden? Zorgt Hij voor raven en mussen, en zou Hij toelaten dat u iets tekortkomt, o gij kleingelovigen?
Merk ook op dat God de mens niet schiep voordat Hij in zijn onderhoud had voorzien. Zo zal Hij ook nooit een werk van Zijn voorzienigheid of van Zijn genade buiten de juiste orde laten plaatsvinden. Wat eraan voorafgaat, vormt steeds de voorbereiding op wat daarna komt.
Genesis 1:31.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 4:4→Psalmen 104:24→Exodus 20:11→Psalmen 104:31→Genesis 2:2→Psalmen 19:1→Klaagliederen 3:38→Genesis 1:19→ — En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag. Toen God het geheel overzag, zag Hij dat alles zeer goed was. Wij moeten nooit over iets oordelen voordat het voltooid is.
God schept in den beginne hemel en aarde, doch laat vooreerst de aarde nog ongevormd en onbewoond.
1. In den beginne, dat is, toen de tijd naar Gods welbehagen aanving 1) schiep 2) God 3) door middel van het Woord, dat in den beginne bij Hem was, (Johannes 1:1-3; Col. 1:15, 16) de hemel 4) en de aarde. 5) a)
a) Psalm. 33:6; 89:12; 136:5 Hand. 14:15; 17:24 Hebr. 11:3
1) Wat vóór dit begin was, is de eeuwigheid. Vóór dit begin was er geen tijd, gelijk er eens geen tijd meer zal zijn (Openbaring. 10:6). Nu ontstaat het begrensde; bij de wording van het stof is het begin van de tijd. De Engelen zijn in den beginne geschapen, want zij zijn niet eeuwig, het Woord was in den beginne (Johannes 1:1) en is dus eeuwig.
2) Uit niets wordt onder de handen van het schepsel in alle eeuwigheid niets; het is het Majesteitsrecht van God alleen, uit niets iets te maken.
Scheppen is iets uit niets te voorschijn roepen. Het woord “scheppen” heeft een dubbele betekenis, waarvan de eerste meer ziet op de voortbrenging, de oproeping van de stof en het wezen zelf uit niet; en de andere meer op de vorming en bearbeiding van de ongevormde en machteloze nog ruwe klomp, die voor levenvoortbrenging in en uit zichzelf onmachtig, onvatbaar is.
Al leert het vervolg, dat de aarde ook haar eigen hemel heeft, de hemel, waarvan in Genesis 1:1KruisverwijzingenHebreeën 11:3→Jesaja 45:18→Johannes 1:1→Job 38:4→Jesaja 42:5→Openbaring 4:11→Hebreeën 1:10→Handelingen 17:24→ — In den beginne schiep God den hemel en de aarde. gesproken wordt, is een ander, hoger en reiner.
3) Het Hebreeuwse woord (Elohiem) is een meervoudige vorm en geeft macht te kennen, terwijl het werkwoord “schiep” in het enkelvoud staat. Drie zijn er, die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest en deze drie zijn één. (1 Johannes 5:7).
Zo wijst ons reeds het eerste bijbelwoord op het verborgene, het mysterie van het goddelijke Wezen, maar ook dat in de schepping van hemel en aarde al de deugden van God op het heerlijkst hebben uitgeblonken.
4) Onder “de hemel” hebben wij te verstaan de hemel der hemelen, met zijn heilige Engelen en Aartsengelen. Immers, toen God de aarde grondvestte zongen de morgensterren (Job 38:4-7) d.i. de Engelen.
5) Welk een wijsheid in deze eenvoudige woorden! De wijzen van alle eeuwen hebben nagespeurd, welke de oorsprong van alle dingen geweest is, en de één heeft genoemd enige stofdeeltjes, de ander een groot werelddeel, weer anderen noemden water en gas. Reeds dit eerste woord van de Bijbel geeft het duidelijk bewijs, dat de heilige mannen van God, door de Heilige Geest gesproken hebben. Ook hier voelen wij, dat geloof in Gods Woord de hoogste wetenschap is.
2. De aarde, zoals zij door God in een punt van de tijd uit het niet was te voorschijn geroepen, nu was woest en ledig 1) en duisternis was op de afgrond. En de Geest van God 2) zweefde op over de oppervlakte van de wateren 3) heen.
1) In het Hebreeuws “Thohoe waboohoe,” woorden, in die taal gebruikt als iets ledigs en vreemds wordt bedoeld; iets, dat nog voor niets geschikt is. Gelijk een embryo in de moederschoot, alzo was de aarde toen nog met watermassa’s omgeven. (2 Petrus. 3:5).
Een schone beschrijving van de chaos, de ongevormde stof, geeft Ovidius in zijn Metamorfose: “Waar aarde was, daar was ook zee en lucht; zo was de aarde niet te begaan, het water niet te doorwaden; de lucht miste het licht; in een lichaam streed het koude met het warme, het natte met het droge, het zachte met het harde, het zware met hetgeen geen gewicht had”.
Onbehouwen en onbeholpen lag of stond, of hing of zweefde daar de vormeloze aarde, “woest” zonder uitwendige gestalte en ledig, zonder innerlijke gehalte; een oceaan zonder bedding, zonder bodem, zonder kusten, zonder stroming, zonder diepte of hoogte; een bruisende en schuimende golving van een “donkere, sombere afgrond;” een ordeloze woeling en warhoop van allerlei woelende vochten en wortelende stoffen, doods en stom, onvatbaar voor alle levens. Zij zelf kon het leven uit haar machteloze schoot niet voortbrengen.
Daarom behoort men dit op de voorgrond te stellen: “Zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen en Gij vernieuwt het gelaat van het aardrijk”, maar ook het tegenovergestelde: zodra de Heer zijn Geest inhoudt, keren zij weer tot hun stof en sterven. (Psalm. 104:29b, 30a).
2) De Geest van God, d.i. de Heilige Geest, niet de wind, zoals sommige uitleggers menen, zweefde over de wateren. De Staten-Overzetters tekenen aan, dat het woord “zweven” ook “broeden” betekent. In Deuteronomium. 32:11 wordt hetzelfde woord gebruikt van de arend, waar gezegd wordt, dat hij over zijn jongen zweeft. De betekenis van “broeden” is, en terecht, van de stamverwante talen (het Syrisch en het Arabisch) afgeleid, waar het werkwoord gebruikt wordt van de vogel, die op de eieren broedt. De aarde kon het leven niet voortbrengen. Alleen door de levende en levenwekkende Geest van onze God kon dit bewerkt worden. Zo in het rijk van de natuur, zo ook straks in het rijk van de genade.
3) Hoe lang de aarde in deze toestand voortduurde en welke veranderingen onder dat broeien van de Geest in het inwendige plaats hebben gehad, is ons niet geopenbaard. Spreekt de natuurwetenschap van duizendtallen jaren, zij is daarom niet in strijd met de Schrift, doch men vergete niet, dat voor de Heere duizend jaar zijn als één dag. Evenmin weten wij, wat in de hemelse wereld voorviel, wanneer en hoe de val van de Engelen heeft plaatsgehad. (Judas 1:6; 2 Petrus. 2:4).
II. Gen. 1 vers 3-25
In zes dagen vormt God de nog ruwe grondstof van de aarde en richt Hij deze tot een woonplaats in voor haar toekomstige heer, de mens.
3. En God, toen Hij, naar zijn vrijmachtig welbehagen besloot de woeste en ledige aarde te vormen en te bevolken -naar de gewone tijdrekening, omstreeks 4000 jaar vóór de geboorte van Christus- maakt allereerst aan de duisternis een einde, en liet het licht voortkomen, die noodzakelijke voorwaarde van elk worden en leven (2 Corinthiërs 4:6) toen Hij zeide: 1) Daar zij licht, 2) en daar werd licht. (Psalm. 33:9)
1) Het spreken van God is altijd de uiting van de innigste en heiligste gedachten van Zijn hart (Psalm. 33:11) en aldus de openbaring, de naar buiten treding in en door het woord, van zijn heilig Wezen, voor zoverre dit door de mens kan gekend en moet erkend worden.
De Heere spreekt en het is er. Hij gebiedt en het staat er (Psalm. 33:9). Zo in het rijk van de natuur, zo in het rijk van de genade. God spreekt en werelden verrijzen uit het niet. God spreekt en de mens, dood in de zonden en misdaden, wordt herschapen tot een kind van God.
De hele schepping is één gedachte van God, die in werkelijkheid is getreden bij haar uiting door het woord. (Psalm. 33:6). Het Gods-woord: “daar zij” is de wording van de wereld, is het machtwoord dat de gevallen mens herschept en eens de bezoedelde aarde vernieuwen zal. “Men zegt dikwijls van dergelijke uitdrukkingen, dat zij op menselijke wijze van God spreken. Het omgekeerde is waar, omdat God spreekt, spreekt de mens, het beeld van God”.
Spreken is een openbaring van de gedachten, scheppen de verwezenlijking van de goddelijke wereldgedachte en aldus een in vrijheid volbrachte daad van de absolute geest, geen emanatie van de schepselen uit het Goddelijk Wezen.
2) Uit het woord van God gaat kracht uit, wie zou hem weerstaan? “Toen sprak God: er zij licht! en er werd licht.” Nu heeft hij het niet gesproken, maar is zelf ons licht geworden.
God schiep aanstonds op de eerste dag iets, dat zo schoon en voortreffelijk was, dat Hij zich niet schaamt de naam daarvan te dragen. (Psalm. 104:2; 1 Joh. 1:5).
Maar hoe kon er licht zijn vóór de schepping van de zon? vs.14. Eindelijk is de wetenschap tot de erkentenis gekomen, dat de zon op zichzelf een donkere bol, niet de lichtgeefster maar de lichtdraagster is, gelijk een lamp het licht draagt.
Wat licht is in natuurlijke zin zegt de voorzichtige man van de echte wetenschap u niet. Telkens wisselen daarom de meningen en velerlei verklaringen. Nu eens is het trilling, dan weer golving, straks andere beweging, uitstraling of wel uitstroming; maar wat eigenlijk dit alles veroorzaakt, alleen Gods oog heeft de lichtbron in al haar reinheid en schone glans gezien. Alleen Hij, die het licht is, waarin geheel geen duisternis is, verklaart het ons.
Hij, die het licht gezaaid heeft voor de rechtvaardige, die het ontoegankelijk en eeuwig licht bewoont en die het gesproken heeft, dat wie Hem volgt het licht des levens zal hebben; alleen Hij kan het licht uit zichzelf uitzenden, omdat Hij, in de hoogste en edelste zin van het woord, het licht der wereld is.
4. En God, die in deze trapsgewijze vorming van de nog ruwe stof aan het toekomstige hoofd van de zichtbare wereld, de mens, gelijk wilde worden, opdat deze Hem weer gelijk worden zou, overzag, als een menselijk werkmeester, het werk van zijn handen en zag het licht, dat het goed was 1) (Psalm. 104:31). Geen half, geen onvolkomen werk, werkt God, noch in het rijk van de natuur, noch in dat van de genade; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis, 2) d.i. God verordende een regelmatige afwisseling van licht en duisternis, daar Hij het tot hiertoe slechts als ether (fijne lucht) voorhanden licht, op bepaalde tijden zich liet uitzetten en dan weer samentrekken.
1) Door Mozes wordt hier God voorgesteld zijn werk beschouwende en daarin een welbehagen hebbende. Dit geschiedt echter hierom: opdat wij zouden verstaan dat God niets gedaan heeft, dan met vast beleid en volgens een welberaamd plan.
Het licht was goed, omdat Hij het zelf geschapen had. Het woord goed, moet, het spreekt vanzelf, in natuurlijke zin worden begrepen. Het betekent niet minder dan dat, -zoals hier- het volkomen kon beantwoorden aan het doel, hetwelk God zich ermee voor ogen had gesteld.
2) Duisternis is het beeld van zonde en ellende. Er is echter ook een weldoende schaduw, een heilige nacht. Ook de nacht is van de Heere (Psalm. 74:16).
5. En God noemde 1) het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, 2) de eerste dag. 3) Deze berekening, volgens welke de dag met de avond begint, behield het volk van God onder het Oude Verbond; de Joden begonnen alzo iedere nieuwe dag met de zonsondergang van de vorige, niet eerst met middernacht (Leviticus. 23:32).
1) Het “noemen” is zo veel, als aan iets naar zijn wezen, een bestemming aanwijzen. Hier wordt ons Gods almachtig regeren aangeduid.
Eerst scheidde God het licht van de duisternis en daarna onderscheidde Hij ook de namen; eerst de zaak en dan de naam; maar dan ook een naam, die niet het feit van de scheiding, maar het wezen van de gescheiden dingen uitdrukt en weergeeft.
2) Waarom de avond met zijn duister eerder dan de morgen met zijn licht? Omdat door God alleen de nacht tot dag wordt. Evenzo is het in de wedergeboorte. Hij vindt ons in nacht en door Hem wordt het dag in ons.
3) Wij hebben hier niet te denken aan profetische dagen, noch aan tijdvakken, maar aan natuurlijke dagen. Hoelang echter deze dagen zijn geweest, valt niet te zeggen, evenmin als de juiste omtrek van de aarde. Op de eerste dag van het Oude Verbond schiep God het natuurlijk licht; op de eerste dag van het Nieuwe Verbond verrees de Zonne der gerechtigheid, het eeuwige Licht der wereld.
Zo is onze zondag reeds gewijd door de schepping van het licht.
6. a) En God zei, toen het licht in de plaats van de duisternis was getreden, daar zij een uitspansel 1) in het midden van de wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren. Wij lezen hier de schepping van onze dampkring, welke de wateren boven ons in de wolken ophoudt, totdat ze de dampkring te zwaar geworden, als regen neerdalen.
a) Psalm. 104:2; 136:5; 148:4; Spreuken. 8:28.
1) Sommige oud-Joodse en oud-Christelijke schrijvers vertalen het woord door firmament (firmamentum). Ook de Septuaginta gebruikt het woord stere, het woord “firmamentum” én het woord stere, duiden iets vast aan. Het Hebreeuwse woord geeft echter niets anders te kennen, dan een wijduitgespannen ruimte. Calvijn tekent bij deze woorden o.a. aan: Wel weten wij, dat de regen op natuurlijke wijze ontstaat, maar de zondvloed toont genoegzaam, hoe door de onstuimigheid van de wolken deze overweldig zou worden, als de sluizen van de hemelen niet door Gods hand gesloten waren.
7. En God maakte dat uitspansel; ingevolge Zijn zo-even uitgesproken scheppingswoord ontstond het, en Hij maakte scheiding tussen de wateren die a) onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren b) die boven het uitspansel 1) zijn. En het was alzo, gelijk God vs. 6 bevolen had.
a) Psalm. 33:7; 136:6 Spreuken. 8:24 b) Psalm. 148:4
1) De wateren beneden worden op de volgende dag in afgesloten bewaarplaatsen verzameld, de wateren daarboven zweven in wolken boven ons en vallen niet neer, maar worden van het uitspansel gedragen; dit nu is geen geringer wonder van de goddelijke almacht, dan toen de wateren van de Rode zee als muren stonden (Ex. 14:22)
8. En God noemde het uitspansel, hetwelk als het dek van een tent over de aarde was uitgespannen hemel, 1) letterlijk hemelen, d.i. lucht en wolkenhemel, onderscheiden van de hemel der hemelen, die God in den beginne had geschapen. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de tweede dag.
1) Deze “hemelen” zijn wel te onderscheiden van de hemel der hemelen. Stelde God Almachtig straks op de vierde dag in het wolkeloze uitspansel, d.i. de tweede hemel, zon, maan en sterren, de eerste hemel vindt men aan deze zijde van het uitspansel, hetwelk over de aarde als een gordijn is uitgestrekt als een dek over een tent is uitgespannen. (Psalm. 104:2)
9. En God, voortgaande in Zijn ordenende werkzaamheid en zich tot de wateren op de aarde wendende, zei: a) Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden en dat het droge gezien worde. En het was alzo. 1)
a) Job 26:10; 38:8; Psalm. 24:2; 33:7; 136:6.
1) Zo verzamelde het water zich in de afgesloten bewaarplaatsen, zodat het niet meer de hele aarde overstroomde. (Job 38:8-11; Psalm. 104:6-9 ). Wellicht door ontzettende beweging, wellicht door onderaards vuur ontstond de diepte en vormden zich de hoogten van de aarde. De onbewerktuigde natuur werd gevormd; de grondslag en bodem van alle latere gewrochten werd gelegd.
10. En God noemde het droge aarde, en de vergadering van de wateren, niet alleen de eigenlijke zee, maar ook het water in rivieren en meren, noemde Hij met een gemeenschappelijke naam: zeeën. En God zag dat het goed was. 1) De reeds op de tweede dag begonnen scheiding van de wateren was nu voltooid en de aarde had naar haar bestanddelen, oceaan en vast land, de bestemde gedaante verkregen.
1) Dit woord des Heren, was op de tweede dag niet vernomen, omdat het werk, op die dag begonnen, eerst op deze dag was voltooid. Daarom klinkt het zo straks nog eenmaal.
Deze uitdrukking is het teken van de voltooiing, dat God zijn werk openstelt, waardoor het bestaan voor en door God bevestigd is.
11. En God zei nog een tweede scheppingswoord op deze dag; dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaad zaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde. 1) En het was alzo.
1) Welk een orde in het hele werk van God! Hij begint met het kleinere en klimt steeds tot het grotere op!.
Dit betekent, dat niet slechts toen de kruiden en bomen geschapen zijn, maar ook, dat hun tegelijk het vermogen is gegeven, om zich voort te planten.
Daarin ligt het onderscheid tussen het Godswerk en het mensenwerk, dat het eerste schoner wordt, hoe nauwkeuriger men het kennen leert; het schoonste werk van de mensen wordt steeds grover, als het oog zich sterker wapent. Maak, mens, die u beroemt op wetenschap en kunst, één plantje, één grasscheutje! Al wat gij vormt is dood, het mist groeikracht, mist de macht tot voortteling.
12. En de aarde bracht voort naar het bevel van de Heere grasscheutjes, kruid zaad zaaiende naar zijn aard en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. 1) En God liet ook op het tweede werk van deze dag met welgevallen zijn oog rusten en zag dat het goed was.
1) Wonder van God! In één mens schiep God alle mensen, in één boom alle bomen, in één gewas alle gewassen van deze soort, die er zijn zouden tot aan het einde van de wereld.
Is dat geen wonder? Gij neemt een handvol verschillende zaadkorreltjes en strooit ze naast elkaar op één en dezelfde grond, waar zij dezelfde voeding, sap en verzorging genieten; toch verwisselen zij niet, maar ieder brengt voort naar zijn eigen soort; het één wit, het ander geel, de vruchten zoet en zuur, bruin en zwart, rood en groen, hoog en nederig. Alzo, hoewel wij als de zaadkorreltjes op één akker van de dood begraven worden, zo zullen wij toch op de jongste dag, onverwisseld met elkaar opstaan, ieder in zijn vlees, ieder met zijn geest. (1 Corinthiërs 15:38).
Als God, de Heere, leven schept, dan legt Hij daarin tevens de macht om leven voort te brengen. Daarom kan er geen sprake zijn van dood geloof of werkeloze bekering. Die in waarheid is wedergeboren uit de Geest, in wie waarlijk het oprecht geloof leeft, deze moet vruchten voortbrengen der bekering waardig, omdat het leven uit God is.
13. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de derde dag.
14. En God, op de vierde morgen tot het werk van de eerste dag terugkerende, om dat verder te voltooien, zei: a) Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, 1) om scheiding te maken tussen de dag en tussen de nacht, en dat zij zijn tot tekenen, 2) tot blijvende, zichtbare getuigen aan de hemel van de hoogste Majesteit Gods, en tot gezette tijden, 3) tot aanwijzing van de verschillende feestgetijden, tot bepaling van dag, maand en jaar, en tot dagen en jaren!
a) Psalm. 8:4 Psalm. 104:19 Psalm. 136:7 Sir. 43
1) Gelijk het eerste drietal dagen, zo begint God, de Heere ook het tweede drietal met het licht. Is het niet, om daardoor duidelijk te doen verstaan, dat Hij het Licht is?.
2) Voortekenen van het weer (Mat.16:2-3), aanwijzingen van buitengewone gebeurtenissen (Mat.2:2, Luc. 21:25 en 23:44 vv.) kentekenen voor zeevaarders en reizigers, om zich daarnaar te richten.
3) Jaargetijden, als ook termijnen voor het verloop van het leven van planten, dieren en mensen.
15. a) En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel van de hemel, om licht te geven op de aarde. 1) En het was alzo.
a) Deuteronomium. 4:19 Jeremia 31:35
1) Het op de eerste dag door God geschapen licht, wordt nu verbonden aan de hemellichamen; dag en nacht vroeger bepaald, door het uitzetten en samentrekken van de lichtstof, worden nu door deze geregeld.
16. God dan maakte, (wellicht uit de wateren boven de hemelen) (Psalm. 148:4), die twee grote lichten. 1) In betrekking op de zo-even genoemde bestemming, namelijk om de aarde te verlichten, zijn zon en maan werkelijk grote lichten, dat grote licht, de zon, tot heerschappij van de dag en dat kleine, kleinere, in vergelijking tot de zon, tot heerschappij van de nacht (Psalm. 136:7-9 Jer.31:35 ), ook de sterren. 2)
1) De hemeltekenen worden hier “lichten” genoemd, daar de Heere zich schikt naar de mens, voor wie zij werkelijk lichten zijn.
2) Hemeltekenen! Wat is uw Schepper groot. Ons roept gij toe: “Buigt u neer en aanbidt.” (Psalm. 8:4-5) (Psalm. 19).
17. En God stelde (letterlijk: gaf) ze in het uitspansel van de hemel, om licht te geven op de aarde.
Het uitspansel, waaraan zij geplaatst zijn, is hier de vaste kracht, die hen op hun banen houdt, zodat zij niet in botsing komen met de aarde, en die de wetenschap centraalkrachten noemt. (Middelpuntzoekende en vliedende krachten)
18. En om te heersen op de dag, en in de nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis (Psalm. 104:20-24, Jer.31:35) 1) En God zag dat het goed was.
1) Hoe dwaas is het ze te aanbidden en te dienen (Deuteronomium. 4:19), daar zij bestemd zijn, om de aarde en de mens te dienen. “De Schrift spreekt van de hemellichten naar de diensten, die zij de aarde en de mens moesten bewijzen, niet naar hetgeen zij op zichzelf zijn, zoals ook de zeevarenden naar de zon, de maan en de sterren zien, niet als werelden, maar als vaste punten, waar zij tijden en plaatsen naar berekenen. God berekent blijkbaar de zaken geheel anders dan wij. Wij berekenen dikwijls de grootheid van de dingen naar de grootte van onze maat en de hoeveelheid van onze cijfers, en zeggen: tien is meer dan één; maar God zegt: “hemel, aarde en zee, zon, maan en sterren en alle miljoenen vissen, vogels en dieren, betekenen niets in vergelijking tot de mens.” Voor de mens alleen werd dit alles geschapen; het is alles tot zijn gebruik; daartoe dient het in de eerste plaats.
De aarde is het Bethlehem van de wereld. Zoals Bethlehem de Heer en Heiland van de hele mensheid voortbrengt en het uitgangspunt, het centrum en het einddoel van de totale geschiedenis van de mensen betekent, het arme, kleine Bethlehem, zo heeft de kleine aarde, die niets is in het heelal, de plicht een betamelijke invloed uit te oefenen op de gang van de wereldgeschiedenis. Met andere woorden, de geschiedenis van de mensen, het in elkaar grijpen van de goddelijke heilsgedachte en de menselijke vrijheid is de geschiedenis van de wereld; en wanneer de ontwikkeling van de mensenwereld in het verzamelen van de verspreide mensheid en de uitverkorenen, hun doel bereikt hebben, dan kunnen wij zeggen dat wij aan onze plicht hebben voldaan, om nu als wedergekomenen in een nieuwe rechtvaardige mensenwereld te dienen in de Gods Koninkrijk.
19. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
20. En God zei: Dat de wateren, welke nu op de bijzondere plaatsen verzameld waren, overvloedig voortbrengen een gewemel van levende zielen, en het gevogelte vliege boven de aarde in het uitspansel van de hemel!
De Lutherse vertaling gaat uit van het onder de kerkvaders wijd verbreide idee, dat tegelijk met de vissen ook de vogels uit het water ontsproten zijn; dit is echter in tegenspraak met Genesis 2:19, waar geschreven staat dat zij uit de aarde geformeerd zijn. Over de bouwstof van de vogels is daarom niets met zekerheid vast te stellen.
21. En God schiep de grote walvissen 1) en alle levende, wriemelende ziel, welke de wateren overvloedig voortbrachten, naar haren aard, en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. 2) En God zag dat het goed was.
1) Het oorspronkelijk woord duidt elk zeemonster aan.
2) Vóór de vijfde dag was geen hoger leven dan het plantenleven op aarde, nu zijn water en lucht met zich bewegende schepsels vervuld. Welk een ontelbare menigte! Elke waterdruppel heeft leven, de lucht, die wij inademen, bezit leven, en ieder schepsel is op zeer wonderlijke wijze gemaakt, van de walvis tot het insect. Welk een verscheidenheid! Welk een zegen voor mensen! O diepte van de rijkdom van wijsheid en macht en liefde!.
Vissen en vogels zijn op één dag geschapen; er is overeenkomst tussen deze beide, gelijk lucht en wolken verwant zijn; het schubbenpantser en het verenkleed, de vinnen en de vleugels hebben overeenkomst, die ook in het inwendige bestaat (bij de verdeling van het bloed)
22. En God zegende ze 1), zeggende: nu niet van hen, maar tot hen sprekende, gelijk de aard van het zegenspreken ook over het redeloze meebrengt: a) zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
a) Genesis 8:17
1) Als God zegent, verzekert Hij, die getrouw is, het schepsel van Zijn neerbuigende liefde en welwillende gunst. Dat is iets groots. Want aan de zegen van de Heere is alles gelegen. Met welk schallend lied van dankbaarheid zal het pas geschapen vogelenleger op die zegenspreuk van de Schepper geantwoord hebben. En zult gij, o mensenkind, dan uw Heer en Schepper niet loven met het voorbedachte lied?.
23. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vijfde dag.
24. En God, nu op de zesde dag van de dieren in water en lucht opklimmende tot een hogere soort, de dieren op het land, en daarmee tegelijk de tweede helft van het werk van deze dag (vs.11-13) aanvaardende, zei: De aarde brengen levende zielen voort, naar haar aard, vee, dat tam en tot onmiddellijke dienst aan de mensen bestemd is en kruipend en wild gedierte der aarde, kleiner gedierte, dat op en in de aardbodem zich beweegt, en alles, wat de wildernissen en bossen vervult en zich niet aan de mens gewent, naar zijn aard! En het was alzo.
25. En God maakte het wild gedierte van de aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard. En God zag dat het goed was. 1)
1) Water en lucht, aarde en stof, het is nu alles met leven vervuld. Overal beweegt het zich en wemelt het. Nog is het niet zeer goed, nog ontbreekt er iets, de eenheid en het doel van dit alles. Het is alles blijkbaar ingericht, om een woonplaats voor een hoger schepsel te zijn en hem als heer te dienen. Maar wat nog ontbreekt, het komt. Hij komt, die deze welgetooide en welverzorgde woonplaats als zijn woonplaats inneemt, de mens.
Wij mogen niet nalaten op te merken, dat God al de levende wezens tot hier toe schiep, door aan de aarde en de wateren (vs.20, 24) bevel te geven, om ze voort te brengen. Elk element moet naar zijn aard voortbrengen. “De wateren stremden tot vissen; vissen zijn dus vleesgeworden of bezield water; de vogels vleesgeworden lucht; het gedierte vleesgeworden aarde. Heeft ook het dier niet iets grof zwaars, de vogel iets luchtvormig lichts, de vis iets waterachtig weeks? Er zijn natuurkundigen, die deze oorsprong van de onderscheidene levende wezens uit hun ontbinding menen te kunnen aanwijzen”. Meer kan de stof niet voortbrengen. De mens wordt door de Allerhoogste zelf geformeerd.
Klaarblijkelijk wordt het aantal scheppingsdagen in twee helften gedeeld, elk van drie dagen. Zo zijn er twee reeksen van scheppingswonderen, die evenredig met elkaar samenstemmen. De eerste en de vierde dag het licht en de hemellichten; de tweede en vijfde dag het uitspansel en het “gevogelte, vliegende in het uitspansel des hemels”; de derde en zesde dag de droge aarde, die levende zielen moet voortbrengen. Deze zijn, twee aan twee genomen, het drietal paren, waaruit de reeksen bestaan, die op het laatst in de zevende dag, in de Sabbath, haar einde, haar rustpunt, haar samenvatting, maar ook haar kroon ontvangen.
III. Gen. 1 vers 26-31
God schept de mens naar Zijn beeld, man en vrouw, en zet daardoor de kroon op het werk van de zes dagen.
26. En God, thans niet meer als tot hier toe eenvoudig bevelend sprekende, maar met het Woord, door hetwelk Hij alle dingen heeft gemaakt en met de Geest, die levenskrachten meegedeeld en leven gewekt heeft, in bijzonder overleg tredende, zei op deze dag, de vrijdag: 1) Laat ons mensen maken, naar ons beeld, 2) naar onze gelijkenis, vrije, zichzelf bewuste persoonlijke wezens, die de heiligheid en zaligheid van het goddelijke leven in zich dragen, en dat zij heerschappij hebben over de vissen van de zee, en over het gevogelte van de hemel, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 3)
1) En op dezelfde dag wilde Hij daarna een nog veel groter raadsbesluit ten uitvoer brengen, denk aan de Goede Vrijdag! waarom Hij, hoewel het hem later berouwen zou, wat Hij thans Zich voornam (Genesis 6:6-7), het evenwel ondernam, namelijk het scheppen van de mens.
2) Omtrent deze woorden delen de uitleggers niet hetzelfde gevoelen. De meesten, bijna allen, stemmen hierin overeen, dat “beeld” ziet op het innerlijke wezen en “gelijkenis” op de bijkomstige zaken.
3) Dit gebied, hoe groot op zich zelf, is echter klein, in vergelijking van het geheel. Daarbij gaat deze heerschappij enkel over het uitwendige van die dingen, welke in het bereik van de mensen zijn, zodat de meeste en gewichtigste zaken van de mens onafhankelijk zijn. Trouwens wat buiten ons bereik is, geschiedt doorgaans het best. De omloop van het bloed, bijvoorbeeld, hoe geregeld is hij! De afwisseling van dag en nacht, de bewegingen van de zee, de werkingen van de lucht, de wording en de dood van de schepselen zijn zaken, te groot voor de mens; hij heeft aan het bestuur over de kleinere dingen genoeg.
27. En God schiep op een wijze, die in hoofdstuk 2:7 vv. uitvoeriger verhaald zal worden, de mens a) naar Zijn beeld, 1) volkomen naar lichaam en ziel; als een beeld van Zijn eigen goddelijke heerlijkheid naar het beeld van God schiep Hij hem, 2) man en vrouw b) schiep Hij ze.
1) Hier verheft zich de rede tot een jubelzang; voor het eerst ontmoeten zij hier het parallellisme (evenwijdigheid) van de leden, die tot het wezen van de Hebreeuwse poëzie behoort (2 Samuel 1:27), en wel zijn er drie parallelle leden, gelijk er drie personen in het raadsbesluit (vs.26) “Laat ons enz.” verborgen liggen.
De heerlijkheid van de mens boven alle schepselen bestond ook wel in zijn lichaamsbouw, maar veel meer in de vermogens van zijn geest. Hij alleen, noch dood, noch ziekte, noch enig gebrek kennende, verhief het hoofd naar boven tot zijn Maken; hogere heerlijkheid dan deze, bezat hij in zijn denkvermogen, niet alleen om het stoffelijke te kennen, maar veel meer om God te kennen en Zijn heerlijkheid in al Zijn werken te aanschouwen; in zijn gevoelvermogen, zodat alle aandoeningen van de ziel heilig waren en hij de liefde van God met liefde beantwoorden kon; in zijn begeervermogen, zodat de ere van God zijn lust was, het omgaan met God zijn verlangen. Nog behoorde tot de grootheid van de mensen de vrije wil. God is vrij; zonder vrijheid ware de mens het beeld van God niet geweest.
2) Merk het wel op, o mens! want gij zijt het, voor wie dat alles vertaald wordt, en gedenk nu waarvan gij vervallen zijt, maar wend u ook gelovig tot Hem, door wie gij vernieuwd wordt. (Col. 3:10).
28. En God zegende hen, en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt haar door vlijtige en verstandige bebouwing, alsmede door altijd dieper navorsen van de natuurkrachten, want Ik heb ze u gegeven, (Psalm. 115:16), en hebt heerschappij over de vissen van de zee en over het gevogelte van de hemel, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! 1) 2)
1) Wat in de raad van God lag, vs. 26, moest over de mens worden gesproken, om het voor hem werkelijkheid te doen worden; dat woord werd gesproken. Zo is het ook met de raad van de verlossing. Gij vindt mijn ziel! geen vrede dan op het Gods Woord: “in Christus is ook uw heil!”.
2) God is een God van orde, ook in het kleine. Hij geeft heerschappij in dezelfde orde, als waarin Hij de verschillende gedierten geschapen heeft.
29. En God zei: ziet, a) Ik heb u al het zaad zaaiende kruid gegeven; dat op de gehele aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaad zaaiende boomvrucht is: het zij u tot spijze! 1) Het zaad zaaiende kruid en de vruchtdragende bomen, vs.11,12, zullen niet alleen zijn tot eigen voortplanting, maar zullen u tevens voedsel geven. De Schepper wordt hier Onderhouder.
a) Genesis 9:3 Psalm 104:14,15
1) God, die de bestemming heeft aangewezen (vs. 28), geeft alzo wat de mens daartoe behoeft. Hij, die roept tot de gevallen mens: “Bekeer u, geloof, heb mij lief,” onthoudt het brood des levens niet; waartoe Hij u, o Christen! roepen moge, weet, die u geroepen heeft is getrouw.
30. Maar, aan al het gedierte van de aarde en aan al het gevogelte van de hemel en aan al het kruipend gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven, evenals aan u veld- en boomvruchten, granen en vruchten, zo aan hen alle kruid en gras (vs.11-12). 1) En het was alzo.
1) Alzo had er in de eerste tijden van de zichtbare wereld nergens moord of slachting plaats, nergens werd een bloeddorstig of verscheurend dier gevonden; planten waren de enige spijzen voor mensen en dieren Jesaja 11:6 vv.). Eerst later veranderde dit toen met de zonde ook de lichaamsverzwakking en de dood in de wereld kwam; na de zondvloed wordt uitdrukkelijk het vlees eten aan de mens toegestaan (Genesis 9:3). Oerstedt, de beroemde ontdekker van het elektromagnetisme ontkent deze zuivere toestand van de schepselen, en wijst erop, dat men aan beenderen van dieren uit de oorspronkelijke wereld duidelijk sporen van ziekte gevonden heeft, en dat ook andere tekenen aanduiden, hoe reeds toen dieren andere levende dieren verslonden. Maar evenals het lichaam van de mens na de val een wezenlijke verandering onderging, zo heeft zonder twijfel een dergelijke omkering ook in dierenwereld plaatsgehad.
31. En God, wiens blik reeds tot hiertoe op elk volbracht werk met welgevallen gerust had, zag thans, nu het geheel voor Hem stond in de schoonste eenheid en als een volkomen meesterstuk, waaraan met de laatste schepping de kroon was opgezet, al wat Hij gemaakt had, en ziet, a) het was nu niet meer, elk als afzonderlijk deel, maar in vereniging met de andere delen, en vooral om de mens, die heldere spiegel van Zijn goddelijke almacht, goedheid en wijsheid, in de hoogste mate of zeer goed. 1) Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de zesde dag. 2)
a) Deuteronomium 32:4 Markus 7:37
1) God heeft, terwijl Hij de wereld schept, de aarde tot doel en in de aarde de mens en in de mens Israël, en in dit volk van het heil de voleindiging van al het geschapene. De wereldgeschiedenis ligt niet buiten maar binnen de van de eeuwigheid uitlopende en in de eeuwigheid teruglopende kring van de geschiedenis van het heil; daarom staat zij aan de spits van de Thora (wet), het grondboek van de geschiedenis van het heil.
2) Tien maal lezen wij: “God zei,” en zeven maal “God zag.” Tien is het getal van de volkomenheid en zeven het getal van het verbond. Het scheppingsverhaal predikt ons: én de volstrekte Soevereiniteit van God én de diepe afhankelijkheid van de mens.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Hoe er licht kon zijn voordat er een zon was – want de zon werd pas op de vierde dag van de scheppingsweek geschapen – is niet aan ons om te verklaren. God is immers niet afhankelijk van Zijn eigen schepping. Hij kan licht scheppen zonder een zon. Hij kan het evangelie verkondigen zonder de hulp van predikanten. Hij kan zielen bekeren zonder de tussenkomst van mensen of engelen, want Hij doet wat Hem behaagt in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 1
Genesis 1:1.KruisverwijzingenHebreeën 11:3→Jesaja 45:18→Johannes 1:1→Job 38:4→Jesaja 42:5→Openbaring 4:11→Hebreeën 1:10→Handelingen 17:24→
— In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
Wanneer dat “begin” plaatsvond, kunnen wij niet zeggen. Het kan al eeuwen vóór de inrichting van deze wereld als woonplaats voor de mens hebben plaatsgevonden. Maar de wereld is niet uit zichzelf ontstaan; zij is door God geschapen en voortgekomen uit de wil en het woord van de alwijze Schepper.
Genesis 1:2.KruisverwijzingenJeremia 4:23→Psalmen 104:30→Jesaja 45:18→
— De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
Toen God deze wereld begon te ordenen, was zij gehuld in duisternis en verkeerde zij in een toestand die wij, bij gebrek aan een betere benaming, ‘woest en ledig’ noemen.
Dit is precies de toestand van iedere menselijke ziel wanneer God in Zijn genade met haar begint te handelen. Zij is vormloos en verstoken van alle goed. “Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken.”
Genesis 1:2.KruisverwijzingenJeremia 4:23→Psalmen 104:30→Jesaja 45:18→
— De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
Dit was Gods eerste daad bij het voorbereiden van deze aarde tot woonplaats voor de mens. Zo is ook de eerste daad van genade in de ziel dat de Geest van God daarin werkzaam wordt. Hoe die Geest komt, weten wij niet. Wij kunnen niet verklaren hoe Hij werkt, evenmin als wij kunnen zeggen hoe de wind waait waarheen hij wil. Maar zolang de Geest van God niet over de ziel zweeft, gebeurt er niets dat leidt tot haar nieuwe schepping in Christus Jezus.
Genesis 1:3-4.Kruisverwijzingen2 Korinthe 4:6→Johannes 1:5→Psalmen 33:6→1 Johannes 1:5→Jesaja 45:7→Jesaja 60:19→Psalmen 148:5→Psalmen 97:11→
— En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
“Er zij licht.” “En er was licht.” God hoefde slechts te spreken, en het grote wonder was volbracht. Hoe er licht kon zijn voordat de zon geschapen was — want de zon werd pas op de vierde dag gemaakt — is niet aan ons om te verklaren. God is niet afhankelijk van Zijn eigen schepping. Hij kan licht geven zonder zon. Hij kan het evangelie verbreiden zonder de hulp van predikanten. Hij kan zielen bekeren zonder de tussenkomst van mensen of engelen, want Hij doet wat Hem behaagt in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden.
Genesis 1:5.KruisverwijzingenPsalmen 74:16→Jesaja 45:7→Psalmen 104:20→Psalmen 19:2→Jeremia 33:20→Genesis 1:23→Genesis 1:8→Genesis 1:19→
— En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
Het is goed om de juiste namen aan dingen te geven. Een dwaling is vaak al voor de helft overwonnen wanneer u haar ware naam kent. Haar kracht ligt dikwijls juist in het feit dat zij ongrijpbaar blijft. Maar zodra u haar “duisternis” kunt noemen, weet u hoe u ermee moet omgaan. Zo is het ook goed de namen van de waarheid en van alle andere zaken die juist zijn te kennen. De Schrift is hierin zeer nauwkeurig. De Heilige Geest zegt: “Judas, niet de Iskariot,” zodat er geen misverstand kan bestaan over wie bedoeld wordt. Laten ook wij mensen en zaken altijd bij hun juiste naam noemen. God noemde het licht Dag, en de duisternis noemde Hij Nacht.
En de avond en de ochtend waren de eerste dag. Eerst de duisternis, daarna het licht. Zo is het ook geestelijk: eerst duisternis, daarna licht. Ik vermoed dat, totdat wij de hemel binnengaan, zowel duisternis als licht in ons aanwezig zullen zijn. Ook in Gods voorzienige leiding moeten wij beide verwachten. Zij kenmerken onze eerste én onze laatste dag, totdat wij aankomen waar geen dagen meer zijn, behalve de Oude der Dagen.
Genesis 1:6-8.KruisverwijzingenJeremia 51:15→Psalmen 148:4→Psalmen 104:2→Job 37:18→Spreuken 8:28→Job 26:7→Psalmen 33:6→Zacharia 12:1→
— En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren! En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo. En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
“Het uitspansel” was een uitgestrekte ruimte waarin de wateren zich bevonden, totdat zij zich verdichtten en als verkwikkende regen op de aarde neervielen. De wateren boven werden gescheiden van de wateren beneden. Misschien vormden zij eerst één dampende massa, maar nu bracht God een scheiding aan.
Let vooral op die vier woorden: “En het was alzo.” Alles wat God verordent, komt tot stand. Dat geldt voor al Zijn beloften. Alles wat Hij gesproken heeft, zal voor u worden vervuld, en eens zult ook u kunnen zeggen: ‘en zo geschiedde het.’ Maar hetzelfde geldt voor Zijn dreigingen. Ook die zullen zeker in vervulling gaan, en de goddelozen zullen moeten zeggen: ‘en het was alzo.’
Deze woorden keren in dit hoofdstuk telkens terug. Zij leren ons de grote waarheid dat op het woord van God altijd de daad van God volgt. Hij spreekt, en het geschiedt.
Genesis 1:9-13.Kruisverwijzingen2 Petrus 3:5→Jeremia 5:22→Psalmen 95:5→Psalmen 33:7→Hebreeën 6:7→Openbaring 10:6→Jona 1:9→Job 38:8→
— En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was. En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo. En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
Nadat God orde had gebracht in de lucht, oefende Hij Zijn macht verder uit door ook de aarde te ordenen. Let op het opmerkelijke feit dat, zodra het droge land tevoorschijn kwam, het leek alsof God de aanblik van die kale aarde niet kon verdragen. Wat moet deze wereld er vreemd hebben uitgezien, met haar vlakten, heuvels, rotsen en dalen, zonder één grasspriet, boom of struik. Daarom bekleedde God de aarde nog vóór het einde van diezelfde dag met een mantel van groen. Hij tooide bergen en dalen met bossen, planten en bloemen. Daarmee lijkt Hij ons te willen leren dat vruchteloosheid in Zijn ogen niet past en dat een mens die geen vrucht voor God draagt, Hem niet behaagt.
Een christen zonder goede werken en zonder de genade van God bezit geen ware schoonheid. Zodra de aarde zichtbaar werd, verschenen ook gras, kruiden en bomen. Laten wij daarom, geliefde broeders, eveneens vrucht voor God voortbrengen, en wel overvloedig, want hierin wordt onze hemelse Vader verheerlijkt, dat wij veel vrucht dragen.
Genesis 1:14-19.KruisverwijzingenPsalmen 136:7→Jesaja 40:26→Psalmen 104:19→Deuteronomium 4:19→Psalmen 8:3→Jeremia 31:35→Psalmen 74:16→Psalmen 148:5→
— En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo. God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde. En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
Of hier nu wordt bedoeld dat de zon en de maan toen werkelijk werden geschapen, of dat zij door het optrekken van de dichte dampen voor het eerst vanaf de aarde zichtbaar werden, is voor ons niet van wezenlijk belang. Laten wij er liever een les uit trekken. Deze hemellichten zijn geroepen om te heersen, maar zij heersen door licht te geven.
Zo behoort ook de heerschappij in de Kerk van God te zijn. Wie het meeste licht verspreidt, is de ware leider. En wie leiding in de Kerk van God begeert, streeft — als hij begrijpt wat dat inhoudt — ernaar de dienaar van allen te zijn door zich in te zetten voor het welzijn van allen, zoals onze Verlosser tot Zijn discipelen zei: “Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.”
De zon en de maan dienen de hele mensheid en daarom heersen zij over dag en over nacht. Buig u daarom neer, mijn broeders, als u anderen wilt leiden. De weg omhoog voert naar beneden. Om groot te zijn, moet u klein worden. Hij is de grootste die voor zichzelf niets is, maar alles voor anderen.
Genesis 1:20-23.KruisverwijzingenPsalmen 104:24→Genesis 2:19→Genesis 1:28→Psalmen 107:38→Job 42:12→Genesis 9:1→Genesis 1:25→Job 40:15→
— En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde! Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
Er was geen leven in zee of op het land totdat alles daarvoor gereed was. God schiep geen enkel schepsel om ongelukkig te zijn. Eerst moest er voedsel zijn, en de zon en de maan moesten licht en warmte geven, voordat er één vogel in het struikgewas zong of één forel in de beek sprong.
Zo is het ook geestelijk. Nadat God de mens licht heeft gegeven en hem op allerlei manieren heeft gezegend, begint het geestelijk leven zich te ontplooien tot Zijn eer. Dan zijn er gedachten die als vogels door het open uitspansel vliegen, en andere gedachten die zich verdiepen in de verborgenheden van God, zoals vissen de diepten van de zee doorkruisen. Dat alles is een verdere uitwerking van dezelfde kracht die aanvankelijk sprak: “Laat er licht zijn.”
Genesis 1:24-25.KruisverwijzingenGenesis 2:19→Job 12:8→Jeremia 27:5→Psalmen 50:9→Job 40:15→Genesis 8:19→Genesis 6:20→Genesis 7:14→
— En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo. En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
In de schepping van het kleinste kruipende insect openbaart zich evenveel wijsheid en zorg als in de schepping van de leviathan. Wie de microscoop gebruikt, staat evenzeer versteld van Gods grootheid en goedheid als wie door een telescoop kijkt. Hij is even groot in het kleine als in het grote.
Na het werk van iedere dag ziet God erop terug. Ook voor ons is het goed om iedere avond het werk van de dag te overdenken. Van sommigen is het werk nauwelijks om aan te zien, en morgen wordt het alleen maar erger omdat zij vandaag niet hebben nagedacht en zich niet van hun zonden hebben bekeerd. Maar als wij vandaag onze fouten onder ogen zien, kunnen wij voorkomen dat wij ze morgen herhalen.
Alleen God kan op het werk van een hele dag terugzien en zeggen dat het, in zijn geheel en in elk onderdeel, “goed” is. Onze beste werken moeten worden besprenkeld met het bloed van Christus. Dat bloed hebben wij niet alleen nodig op de deurposten en zijstijlen van ons huis, maar ook op het altaar en op het verzoendeksel waar wij God aanbidden.
Genesis 1:26-28.KruisverwijzingenKolossenzen 3:10→Efeze 4:24→Mattheüs 19:4→Jakobus 3:9→Genesis 3:22→Markus 10:6→2 Korinthe 3:18→Psalmen 100:3→
— En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
God heeft kennelijk gewild dat man en vrouw samen de mens zouden vormen. De volheid van het mens-zijn ligt in beiden. De aarde is voltooid wanneer de mens erop woont, en de mens is pas werkelijk voltooid wanneer het beeld van God op hem rust, wanneer Christus in hem wordt gevormd als de hoop op heerlijkheid.
Wanneer wij de kracht van God hebben ontvangen en, door de kracht van Gods eeuwige Geest, heerschappij hebben over onszelf en over de aardse dingen, dan zijn wij werkelijk wat God bedoelt dat wij zullen zijn.
Genesis 1:29-30.KruisverwijzingenGenesis 9:3→Psalmen 145:15→Psalmen 147:9→Psalmen 104:14→Psalmen 136:25→Handelingen 17:28→Handelingen 14:17→Psalmen 115:16→
— En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
Ziet u Gods voorzienigheid? Hij heeft al deze schepselen niet geschapen om hen te laten verhongeren, maar Hij heeft in overvloed voor voedsel gezorgd, zodat in al hun behoeften wordt voorzien. Zorgt God voor het vee, zal Hij dan Zijn eigen kinderen niet voeden? Zorgt Hij voor raven en mussen, en zou Hij toelaten dat u iets tekortkomt, o gij kleingelovigen?
Merk ook op dat God de mens niet schiep voordat Hij in zijn onderhoud had voorzien. Zo zal Hij ook nooit een werk van Zijn voorzienigheid of van Zijn genade buiten de juiste orde laten plaatsvinden. Wat eraan voorafgaat, vormt steeds de voorbereiding op wat daarna komt.
Genesis 1:31.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 4:4→Psalmen 104:24→Exodus 20:11→Psalmen 104:31→Genesis 2:2→Psalmen 19:1→Klaagliederen 3:38→Genesis 1:19→
— En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
Toen God het geheel overzag, zag Hij dat alles zeer goed was. Wij moeten nooit over iets oordelen voordat het voltooid is.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Gen. 1 vers 1-2
God schept in den beginne hemel en aarde, doch laat vooreerst de aarde nog ongevormd en onbewoond.
1. In den beginne, dat is, toen de tijd naar Gods welbehagen aanving 1) schiep 2) God 3) door middel van het Woord, dat in den beginne bij Hem was, (Johannes 1:1-3; Col. 1:15, 16) de hemel 4) en de aarde. 5) a)
a) Psalm. 33:6; 89:12; 136:5 Hand. 14:15; 17:24 Hebr. 11:3
1) Wat vóór dit begin was, is de eeuwigheid. Vóór dit begin was er geen tijd, gelijk er eens geen tijd meer zal zijn (Openbaring. 10:6). Nu ontstaat het begrensde; bij de wording van het stof is het begin van de tijd. De Engelen zijn in den beginne geschapen, want zij zijn niet eeuwig, het Woord was in den beginne (Johannes 1:1) en is dus eeuwig.
2) Uit niets wordt onder de handen van het schepsel in alle eeuwigheid niets; het is het Majesteitsrecht van God alleen, uit niets iets te maken.
Scheppen is iets uit niets te voorschijn roepen. Het woord “scheppen” heeft een dubbele betekenis, waarvan de eerste meer ziet op de voortbrenging, de oproeping van de stof en het wezen zelf uit niet; en de andere meer op de vorming en bearbeiding van de ongevormde en machteloze nog ruwe klomp, die voor levenvoortbrenging in en uit zichzelf onmachtig, onvatbaar is.
Al leert het vervolg, dat de aarde ook haar eigen hemel heeft, de hemel, waarvan in Genesis 1:1KruisverwijzingenHebreeën 11:3→Jesaja 45:18→Johannes 1:1→Job 38:4→Jesaja 42:5→Openbaring 4:11→Hebreeën 1:10→Handelingen 17:24→
— In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
gesproken wordt, is een ander, hoger en reiner.
3) Het Hebreeuwse woord (Elohiem) is een meervoudige vorm en geeft macht te kennen, terwijl het werkwoord “schiep” in het enkelvoud staat. Drie zijn er, die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest en deze drie zijn één. (1 Johannes 5:7).
Zo wijst ons reeds het eerste bijbelwoord op het verborgene, het mysterie van het goddelijke Wezen, maar ook dat in de schepping van hemel en aarde al de deugden van God op het heerlijkst hebben uitgeblonken.
4) Onder “de hemel” hebben wij te verstaan de hemel der hemelen, met zijn heilige Engelen en Aartsengelen. Immers, toen God de aarde grondvestte zongen de morgensterren (Job 38:4-7) d.i. de Engelen.
5) Welk een wijsheid in deze eenvoudige woorden! De wijzen van alle eeuwen hebben nagespeurd, welke de oorsprong van alle dingen geweest is, en de één heeft genoemd enige stofdeeltjes, de ander een groot werelddeel, weer anderen noemden water en gas. Reeds dit eerste woord van de Bijbel geeft het duidelijk bewijs, dat de heilige mannen van God, door de Heilige Geest gesproken hebben. Ook hier voelen wij, dat geloof in Gods Woord de hoogste wetenschap is.
2. De aarde, zoals zij door God in een punt van de tijd uit het niet was te voorschijn geroepen, nu was woest en ledig 1) en duisternis was op de afgrond. En de Geest van God 2) zweefde op over de oppervlakte van de wateren 3) heen.
1) In het Hebreeuws “Thohoe waboohoe,” woorden, in die taal gebruikt als iets ledigs en vreemds wordt bedoeld; iets, dat nog voor niets geschikt is. Gelijk een embryo in de moederschoot, alzo was de aarde toen nog met watermassa’s omgeven. (2 Petrus. 3:5).
Een schone beschrijving van de chaos, de ongevormde stof, geeft Ovidius in zijn Metamorfose: “Waar aarde was, daar was ook zee en lucht; zo was de aarde niet te begaan, het water niet te doorwaden; de lucht miste het licht; in een lichaam streed het koude met het warme, het natte met het droge, het zachte met het harde, het zware met hetgeen geen gewicht had”.
Onbehouwen en onbeholpen lag of stond, of hing of zweefde daar de vormeloze aarde, “woest” zonder uitwendige gestalte en ledig, zonder innerlijke gehalte; een oceaan zonder bedding, zonder bodem, zonder kusten, zonder stroming, zonder diepte of hoogte; een bruisende en schuimende golving van een “donkere, sombere afgrond;” een ordeloze woeling en warhoop van allerlei woelende vochten en wortelende stoffen, doods en stom, onvatbaar voor alle levens. Zij zelf kon het leven uit haar machteloze schoot niet voortbrengen.
Daarom behoort men dit op de voorgrond te stellen: “Zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen en Gij vernieuwt het gelaat van het aardrijk”, maar ook het tegenovergestelde: zodra de Heer zijn Geest inhoudt, keren zij weer tot hun stof en sterven. (Psalm. 104:29b, 30a).
2) De Geest van God, d.i. de Heilige Geest, niet de wind, zoals sommige uitleggers menen, zweefde over de wateren. De Staten-Overzetters tekenen aan, dat het woord “zweven” ook “broeden” betekent. In Deuteronomium. 32:11 wordt hetzelfde woord gebruikt van de arend, waar gezegd wordt, dat hij over zijn jongen zweeft. De betekenis van “broeden” is, en terecht, van de stamverwante talen (het Syrisch en het Arabisch) afgeleid, waar het werkwoord gebruikt wordt van de vogel, die op de eieren broedt. De aarde kon het leven niet voortbrengen. Alleen door de levende en levenwekkende Geest van onze God kon dit bewerkt worden. Zo in het rijk van de natuur, zo ook straks in het rijk van de genade.
3) Hoe lang de aarde in deze toestand voortduurde en welke veranderingen onder dat broeien van de Geest in het inwendige plaats hebben gehad, is ons niet geopenbaard. Spreekt de natuurwetenschap van duizendtallen jaren, zij is daarom niet in strijd met de Schrift, doch men vergete niet, dat voor de Heere duizend jaar zijn als één dag. Evenmin weten wij, wat in de hemelse wereld voorviel, wanneer en hoe de val van de Engelen heeft plaatsgehad. (Judas 1:6; 2 Petrus. 2:4).
II. Gen. 1 vers 3-25
In zes dagen vormt God de nog ruwe grondstof van de aarde en richt Hij deze tot een woonplaats in voor haar toekomstige heer, de mens.
3. En God, toen Hij, naar zijn vrijmachtig welbehagen besloot de woeste en ledige aarde te vormen en te bevolken -naar de gewone tijdrekening, omstreeks 4000 jaar vóór de geboorte van Christus- maakt allereerst aan de duisternis een einde, en liet het licht voortkomen, die noodzakelijke voorwaarde van elk worden en leven (2 Corinthiërs 4:6) toen Hij zeide: 1) Daar zij licht, 2) en daar werd licht. (Psalm. 33:9)
1) Het spreken van God is altijd de uiting van de innigste en heiligste gedachten van Zijn hart (Psalm. 33:11) en aldus de openbaring, de naar buiten treding in en door het woord, van zijn heilig Wezen, voor zoverre dit door de mens kan gekend en moet erkend worden.
De Heere spreekt en het is er. Hij gebiedt en het staat er (Psalm. 33:9). Zo in het rijk van de natuur, zo in het rijk van de genade. God spreekt en werelden verrijzen uit het niet. God spreekt en de mens, dood in de zonden en misdaden, wordt herschapen tot een kind van God.
De hele schepping is één gedachte van God, die in werkelijkheid is getreden bij haar uiting door het woord. (Psalm. 33:6). Het Gods-woord: “daar zij” is de wording van de wereld, is het machtwoord dat de gevallen mens herschept en eens de bezoedelde aarde vernieuwen zal. “Men zegt dikwijls van dergelijke uitdrukkingen, dat zij op menselijke wijze van God spreken. Het omgekeerde is waar, omdat God spreekt, spreekt de mens, het beeld van God”.
Spreken is een openbaring van de gedachten, scheppen de verwezenlijking van de goddelijke wereldgedachte en aldus een in vrijheid volbrachte daad van de absolute geest, geen emanatie van de schepselen uit het Goddelijk Wezen.
2) Uit het woord van God gaat kracht uit, wie zou hem weerstaan? “Toen sprak God: er zij licht! en er werd licht.” Nu heeft hij het niet gesproken, maar is zelf ons licht geworden.
God schiep aanstonds op de eerste dag iets, dat zo schoon en voortreffelijk was, dat Hij zich niet schaamt de naam daarvan te dragen. (Psalm. 104:2; 1 Joh. 1:5).
Maar hoe kon er licht zijn vóór de schepping van de zon? vs.14. Eindelijk is de wetenschap tot de erkentenis gekomen, dat de zon op zichzelf een donkere bol, niet de lichtgeefster maar de lichtdraagster is, gelijk een lamp het licht draagt.
Wat licht is in natuurlijke zin zegt de voorzichtige man van de echte wetenschap u niet. Telkens wisselen daarom de meningen en velerlei verklaringen. Nu eens is het trilling, dan weer golving, straks andere beweging, uitstraling of wel uitstroming; maar wat eigenlijk dit alles veroorzaakt, alleen Gods oog heeft de lichtbron in al haar reinheid en schone glans gezien. Alleen Hij, die het licht is, waarin geheel geen duisternis is, verklaart het ons.
Hij, die het licht gezaaid heeft voor de rechtvaardige, die het ontoegankelijk en eeuwig licht bewoont en die het gesproken heeft, dat wie Hem volgt het licht des levens zal hebben; alleen Hij kan het licht uit zichzelf uitzenden, omdat Hij, in de hoogste en edelste zin van het woord, het licht der wereld is.
4. En God, die in deze trapsgewijze vorming van de nog ruwe stof aan het toekomstige hoofd van de zichtbare wereld, de mens, gelijk wilde worden, opdat deze Hem weer gelijk worden zou, overzag, als een menselijk werkmeester, het werk van zijn handen en zag het licht, dat het goed was 1) (Psalm. 104:31). Geen half, geen onvolkomen werk, werkt God, noch in het rijk van de natuur, noch in dat van de genade; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis, 2) d.i. God verordende een regelmatige afwisseling van licht en duisternis, daar Hij het tot hiertoe slechts als ether (fijne lucht) voorhanden licht, op bepaalde tijden zich liet uitzetten en dan weer samentrekken.
1) Door Mozes wordt hier God voorgesteld zijn werk beschouwende en daarin een welbehagen hebbende. Dit geschiedt echter hierom: opdat wij zouden verstaan dat God niets gedaan heeft, dan met vast beleid en volgens een welberaamd plan.
Het licht was goed, omdat Hij het zelf geschapen had. Het woord goed, moet, het spreekt vanzelf, in natuurlijke zin worden begrepen. Het betekent niet minder dan dat, -zoals hier- het volkomen kon beantwoorden aan het doel, hetwelk God zich ermee voor ogen had gesteld.
2) Duisternis is het beeld van zonde en ellende. Er is echter ook een weldoende schaduw, een heilige nacht. Ook de nacht is van de Heere (Psalm. 74:16).
5. En God noemde 1) het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, 2) de eerste dag. 3) Deze berekening, volgens welke de dag met de avond begint, behield het volk van God onder het Oude Verbond; de Joden begonnen alzo iedere nieuwe dag met de zonsondergang van de vorige, niet eerst met middernacht (Leviticus. 23:32).
1) Het “noemen” is zo veel, als aan iets naar zijn wezen, een bestemming aanwijzen. Hier wordt ons Gods almachtig regeren aangeduid.
Eerst scheidde God het licht van de duisternis en daarna onderscheidde Hij ook de namen; eerst de zaak en dan de naam; maar dan ook een naam, die niet het feit van de scheiding, maar het wezen van de gescheiden dingen uitdrukt en weergeeft.
2) Waarom de avond met zijn duister eerder dan de morgen met zijn licht? Omdat door God alleen de nacht tot dag wordt. Evenzo is het in de wedergeboorte. Hij vindt ons in nacht en door Hem wordt het dag in ons.
3) Wij hebben hier niet te denken aan profetische dagen, noch aan tijdvakken, maar aan natuurlijke dagen. Hoelang echter deze dagen zijn geweest, valt niet te zeggen, evenmin als de juiste omtrek van de aarde. Op de eerste dag van het Oude Verbond schiep God het natuurlijk licht; op de eerste dag van het Nieuwe Verbond verrees de Zonne der gerechtigheid, het eeuwige Licht der wereld.
Zo is onze zondag reeds gewijd door de schepping van het licht.
6. a) En God zei, toen het licht in de plaats van de duisternis was getreden, daar zij een uitspansel 1) in het midden van de wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren. Wij lezen hier de schepping van onze dampkring, welke de wateren boven ons in de wolken ophoudt, totdat ze de dampkring te zwaar geworden, als regen neerdalen.
a) Psalm. 104:2; 136:5; 148:4; Spreuken. 8:28.
1) Sommige oud-Joodse en oud-Christelijke schrijvers vertalen het woord door firmament (firmamentum). Ook de Septuaginta gebruikt het woord stere, het woord “firmamentum” én het woord stere, duiden iets vast aan. Het Hebreeuwse woord geeft echter niets anders te kennen, dan een wijduitgespannen ruimte. Calvijn tekent bij deze woorden o.a. aan: Wel weten wij, dat de regen op natuurlijke wijze ontstaat, maar de zondvloed toont genoegzaam, hoe door de onstuimigheid van de wolken deze overweldig zou worden, als de sluizen van de hemelen niet door Gods hand gesloten waren.
7. En God maakte dat uitspansel; ingevolge Zijn zo-even uitgesproken scheppingswoord ontstond het, en Hij maakte scheiding tussen de wateren die a) onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren b) die boven het uitspansel 1) zijn. En het was alzo, gelijk God vs. 6 bevolen had.
a) Psalm. 33:7; 136:6 Spreuken. 8:24 b) Psalm. 148:4
1) De wateren beneden worden op de volgende dag in afgesloten bewaarplaatsen verzameld, de wateren daarboven zweven in wolken boven ons en vallen niet neer, maar worden van het uitspansel gedragen; dit nu is geen geringer wonder van de goddelijke almacht, dan toen de wateren van de Rode zee als muren stonden (Ex. 14:22)
8. En God noemde het uitspansel, hetwelk als het dek van een tent over de aarde was uitgespannen hemel, 1) letterlijk hemelen, d.i. lucht en wolkenhemel, onderscheiden van de hemel der hemelen, die God in den beginne had geschapen. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de tweede dag.
1) Deze “hemelen” zijn wel te onderscheiden van de hemel der hemelen. Stelde God Almachtig straks op de vierde dag in het wolkeloze uitspansel, d.i. de tweede hemel, zon, maan en sterren, de eerste hemel vindt men aan deze zijde van het uitspansel, hetwelk over de aarde als een gordijn is uitgestrekt als een dek over een tent is uitgespannen. (Psalm. 104:2)
9. En God, voortgaande in Zijn ordenende werkzaamheid en zich tot de wateren op de aarde wendende, zei: a) Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden en dat het droge gezien worde. En het was alzo. 1)
a) Job 26:10; 38:8; Psalm. 24:2; 33:7; 136:6.
1) Zo verzamelde het water zich in de afgesloten bewaarplaatsen, zodat het niet meer de hele aarde overstroomde. (Job 38:8-11; Psalm. 104:6-9 ). Wellicht door ontzettende beweging, wellicht door onderaards vuur ontstond de diepte en vormden zich de hoogten van de aarde. De onbewerktuigde natuur werd gevormd; de grondslag en bodem van alle latere gewrochten werd gelegd.
10. En God noemde het droge aarde, en de vergadering van de wateren, niet alleen de eigenlijke zee, maar ook het water in rivieren en meren, noemde Hij met een gemeenschappelijke naam: zeeën. En God zag dat het goed was. 1) De reeds op de tweede dag begonnen scheiding van de wateren was nu voltooid en de aarde had naar haar bestanddelen, oceaan en vast land, de bestemde gedaante verkregen.
1) Dit woord des Heren, was op de tweede dag niet vernomen, omdat het werk, op die dag begonnen, eerst op deze dag was voltooid. Daarom klinkt het zo straks nog eenmaal.
Deze uitdrukking is het teken van de voltooiing, dat God zijn werk openstelt, waardoor het bestaan voor en door God bevestigd is.
11. En God zei nog een tweede scheppingswoord op deze dag; dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaad zaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde. 1) En het was alzo.
1) Welk een orde in het hele werk van God! Hij begint met het kleinere en klimt steeds tot het grotere op!.
Dit betekent, dat niet slechts toen de kruiden en bomen geschapen zijn, maar ook, dat hun tegelijk het vermogen is gegeven, om zich voort te planten.
Daarin ligt het onderscheid tussen het Godswerk en het mensenwerk, dat het eerste schoner wordt, hoe nauwkeuriger men het kennen leert; het schoonste werk van de mensen wordt steeds grover, als het oog zich sterker wapent. Maak, mens, die u beroemt op wetenschap en kunst, één plantje, één grasscheutje! Al wat gij vormt is dood, het mist groeikracht, mist de macht tot voortteling.
12. En de aarde bracht voort naar het bevel van de Heere grasscheutjes, kruid zaad zaaiende naar zijn aard en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. 1) En God liet ook op het tweede werk van deze dag met welgevallen zijn oog rusten en zag dat het goed was.
1) Wonder van God! In één mens schiep God alle mensen, in één boom alle bomen, in één gewas alle gewassen van deze soort, die er zijn zouden tot aan het einde van de wereld.
Is dat geen wonder? Gij neemt een handvol verschillende zaadkorreltjes en strooit ze naast elkaar op één en dezelfde grond, waar zij dezelfde voeding, sap en verzorging genieten; toch verwisselen zij niet, maar ieder brengt voort naar zijn eigen soort; het één wit, het ander geel, de vruchten zoet en zuur, bruin en zwart, rood en groen, hoog en nederig. Alzo, hoewel wij als de zaadkorreltjes op één akker van de dood begraven worden, zo zullen wij toch op de jongste dag, onverwisseld met elkaar opstaan, ieder in zijn vlees, ieder met zijn geest. (1 Corinthiërs 15:38).
Als God, de Heere, leven schept, dan legt Hij daarin tevens de macht om leven voort te brengen. Daarom kan er geen sprake zijn van dood geloof of werkeloze bekering. Die in waarheid is wedergeboren uit de Geest, in wie waarlijk het oprecht geloof leeft, deze moet vruchten voortbrengen der bekering waardig, omdat het leven uit God is.
13. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de derde dag.
14. En God, op de vierde morgen tot het werk van de eerste dag terugkerende, om dat verder te voltooien, zei: a) Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, 1) om scheiding te maken tussen de dag en tussen de nacht, en dat zij zijn tot tekenen, 2) tot blijvende, zichtbare getuigen aan de hemel van de hoogste Majesteit Gods, en tot gezette tijden, 3) tot aanwijzing van de verschillende feestgetijden, tot bepaling van dag, maand en jaar, en tot dagen en jaren!
a) Psalm. 8:4 Psalm. 104:19 Psalm. 136:7 Sir. 43
1) Gelijk het eerste drietal dagen, zo begint God, de Heere ook het tweede drietal met het licht. Is het niet, om daardoor duidelijk te doen verstaan, dat Hij het Licht is?.
2) Voortekenen van het weer (Mat.16:2-3), aanwijzingen van buitengewone gebeurtenissen (Mat.2:2, Luc. 21:25 en 23:44 vv.) kentekenen voor zeevaarders en reizigers, om zich daarnaar te richten.
3) Jaargetijden, als ook termijnen voor het verloop van het leven van planten, dieren en mensen.
15. a) En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel van de hemel, om licht te geven op de aarde. 1) En het was alzo.
a) Deuteronomium. 4:19 Jeremia 31:35
1) Het op de eerste dag door God geschapen licht, wordt nu verbonden aan de hemellichamen; dag en nacht vroeger bepaald, door het uitzetten en samentrekken van de lichtstof, worden nu door deze geregeld.
16. God dan maakte, (wellicht uit de wateren boven de hemelen) (Psalm. 148:4), die twee grote lichten. 1) In betrekking op de zo-even genoemde bestemming, namelijk om de aarde te verlichten, zijn zon en maan werkelijk grote lichten, dat grote licht, de zon, tot heerschappij van de dag en dat kleine, kleinere, in vergelijking tot de zon, tot heerschappij van de nacht (Psalm. 136:7-9 Jer.31:35 ), ook de sterren. 2)
1) De hemeltekenen worden hier “lichten” genoemd, daar de Heere zich schikt naar de mens, voor wie zij werkelijk lichten zijn.
2) Hemeltekenen! Wat is uw Schepper groot. Ons roept gij toe: “Buigt u neer en aanbidt.” (Psalm. 8:4-5) (Psalm. 19).
17. En God stelde (letterlijk: gaf) ze in het uitspansel van de hemel, om licht te geven op de aarde.
Het uitspansel, waaraan zij geplaatst zijn, is hier de vaste kracht, die hen op hun banen houdt, zodat zij niet in botsing komen met de aarde, en die de wetenschap centraalkrachten noemt. (Middelpuntzoekende en vliedende krachten)
18. En om te heersen op de dag, en in de nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis (Psalm. 104:20-24, Jer.31:35) 1) En God zag dat het goed was.
1) Hoe dwaas is het ze te aanbidden en te dienen (Deuteronomium. 4:19), daar zij bestemd zijn, om de aarde en de mens te dienen. “De Schrift spreekt van de hemellichten naar de diensten, die zij de aarde en de mens moesten bewijzen, niet naar hetgeen zij op zichzelf zijn, zoals ook de zeevarenden naar de zon, de maan en de sterren zien, niet als werelden, maar als vaste punten, waar zij tijden en plaatsen naar berekenen. God berekent blijkbaar de zaken geheel anders dan wij. Wij berekenen dikwijls de grootheid van de dingen naar de grootte van onze maat en de hoeveelheid van onze cijfers, en zeggen: tien is meer dan één; maar God zegt: “hemel, aarde en zee, zon, maan en sterren en alle miljoenen vissen, vogels en dieren, betekenen niets in vergelijking tot de mens.” Voor de mens alleen werd dit alles geschapen; het is alles tot zijn gebruik; daartoe dient het in de eerste plaats.
De aarde is het Bethlehem van de wereld. Zoals Bethlehem de Heer en Heiland van de hele mensheid voortbrengt en het uitgangspunt, het centrum en het einddoel van de totale geschiedenis van de mensen betekent, het arme, kleine Bethlehem, zo heeft de kleine aarde, die niets is in het heelal, de plicht een betamelijke invloed uit te oefenen op de gang van de wereldgeschiedenis. Met andere woorden, de geschiedenis van de mensen, het in elkaar grijpen van de goddelijke heilsgedachte en de menselijke vrijheid is de geschiedenis van de wereld; en wanneer de ontwikkeling van de mensenwereld in het verzamelen van de verspreide mensheid en de uitverkorenen, hun doel bereikt hebben, dan kunnen wij zeggen dat wij aan onze plicht hebben voldaan, om nu als wedergekomenen in een nieuwe rechtvaardige mensenwereld te dienen in de Gods Koninkrijk.
19. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
20. En God zei: Dat de wateren, welke nu op de bijzondere plaatsen verzameld waren, overvloedig voortbrengen een gewemel van levende zielen, en het gevogelte vliege boven de aarde in het uitspansel van de hemel!
De Lutherse vertaling gaat uit van het onder de kerkvaders wijd verbreide idee, dat tegelijk met de vissen ook de vogels uit het water ontsproten zijn; dit is echter in tegenspraak met Genesis 2:19, waar geschreven staat dat zij uit de aarde geformeerd zijn. Over de bouwstof van de vogels is daarom niets met zekerheid vast te stellen.
21. En God schiep de grote walvissen 1) en alle levende, wriemelende ziel, welke de wateren overvloedig voortbrachten, naar haren aard, en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. 2) En God zag dat het goed was.
1) Het oorspronkelijk woord duidt elk zeemonster aan.
2) Vóór de vijfde dag was geen hoger leven dan het plantenleven op aarde, nu zijn water en lucht met zich bewegende schepsels vervuld. Welk een ontelbare menigte! Elke waterdruppel heeft leven, de lucht, die wij inademen, bezit leven, en ieder schepsel is op zeer wonderlijke wijze gemaakt, van de walvis tot het insect. Welk een verscheidenheid! Welk een zegen voor mensen! O diepte van de rijkdom van wijsheid en macht en liefde!.
Vissen en vogels zijn op één dag geschapen; er is overeenkomst tussen deze beide, gelijk lucht en wolken verwant zijn; het schubbenpantser en het verenkleed, de vinnen en de vleugels hebben overeenkomst, die ook in het inwendige bestaat (bij de verdeling van het bloed)
22. En God zegende ze 1), zeggende: nu niet van hen, maar tot hen sprekende, gelijk de aard van het zegenspreken ook over het redeloze meebrengt: a) zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!
a) Genesis 8:17
1) Als God zegent, verzekert Hij, die getrouw is, het schepsel van Zijn neerbuigende liefde en welwillende gunst. Dat is iets groots. Want aan de zegen van de Heere is alles gelegen. Met welk schallend lied van dankbaarheid zal het pas geschapen vogelenleger op die zegenspreuk van de Schepper geantwoord hebben. En zult gij, o mensenkind, dan uw Heer en Schepper niet loven met het voorbedachte lied?.
23. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vijfde dag.
24. En God, nu op de zesde dag van de dieren in water en lucht opklimmende tot een hogere soort, de dieren op het land, en daarmee tegelijk de tweede helft van het werk van deze dag (vs.11-13) aanvaardende, zei: De aarde brengen levende zielen voort, naar haar aard, vee, dat tam en tot onmiddellijke dienst aan de mensen bestemd is en kruipend en wild gedierte der aarde, kleiner gedierte, dat op en in de aardbodem zich beweegt, en alles, wat de wildernissen en bossen vervult en zich niet aan de mens gewent, naar zijn aard! En het was alzo.
25. En God maakte het wild gedierte van de aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard. En God zag dat het goed was. 1)
1) Water en lucht, aarde en stof, het is nu alles met leven vervuld. Overal beweegt het zich en wemelt het. Nog is het niet zeer goed, nog ontbreekt er iets, de eenheid en het doel van dit alles. Het is alles blijkbaar ingericht, om een woonplaats voor een hoger schepsel te zijn en hem als heer te dienen. Maar wat nog ontbreekt, het komt. Hij komt, die deze welgetooide en welverzorgde woonplaats als zijn woonplaats inneemt, de mens.
Wij mogen niet nalaten op te merken, dat God al de levende wezens tot hier toe schiep, door aan de aarde en de wateren (vs.20, 24) bevel te geven, om ze voort te brengen. Elk element moet naar zijn aard voortbrengen. “De wateren stremden tot vissen; vissen zijn dus vleesgeworden of bezield water; de vogels vleesgeworden lucht; het gedierte vleesgeworden aarde. Heeft ook het dier niet iets grof zwaars, de vogel iets luchtvormig lichts, de vis iets waterachtig weeks? Er zijn natuurkundigen, die deze oorsprong van de onderscheidene levende wezens uit hun ontbinding menen te kunnen aanwijzen”. Meer kan de stof niet voortbrengen. De mens wordt door de Allerhoogste zelf geformeerd.
Klaarblijkelijk wordt het aantal scheppingsdagen in twee helften gedeeld, elk van drie dagen. Zo zijn er twee reeksen van scheppingswonderen, die evenredig met elkaar samenstemmen. De eerste en de vierde dag het licht en de hemellichten; de tweede en vijfde dag het uitspansel en het “gevogelte, vliegende in het uitspansel des hemels”; de derde en zesde dag de droge aarde, die levende zielen moet voortbrengen. Deze zijn, twee aan twee genomen, het drietal paren, waaruit de reeksen bestaan, die op het laatst in de zevende dag, in de Sabbath, haar einde, haar rustpunt, haar samenvatting, maar ook haar kroon ontvangen.
III. Gen. 1 vers 26-31
God schept de mens naar Zijn beeld, man en vrouw, en zet daardoor de kroon op het werk van de zes dagen.
26. En God, thans niet meer als tot hier toe eenvoudig bevelend sprekende, maar met het Woord, door hetwelk Hij alle dingen heeft gemaakt en met de Geest, die levenskrachten meegedeeld en leven gewekt heeft, in bijzonder overleg tredende, zei op deze dag, de vrijdag: 1) Laat ons mensen maken, naar ons beeld, 2) naar onze gelijkenis, vrije, zichzelf bewuste persoonlijke wezens, die de heiligheid en zaligheid van het goddelijke leven in zich dragen, en dat zij heerschappij hebben over de vissen van de zee, en over het gevogelte van de hemel, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 3)
1) En op dezelfde dag wilde Hij daarna een nog veel groter raadsbesluit ten uitvoer brengen, denk aan de Goede Vrijdag! waarom Hij, hoewel het hem later berouwen zou, wat Hij thans Zich voornam (Genesis 6:6-7), het evenwel ondernam, namelijk het scheppen van de mens.
2) Omtrent deze woorden delen de uitleggers niet hetzelfde gevoelen. De meesten, bijna allen, stemmen hierin overeen, dat “beeld” ziet op het innerlijke wezen en “gelijkenis” op de bijkomstige zaken.
3) Dit gebied, hoe groot op zich zelf, is echter klein, in vergelijking van het geheel. Daarbij gaat deze heerschappij enkel over het uitwendige van die dingen, welke in het bereik van de mensen zijn, zodat de meeste en gewichtigste zaken van de mens onafhankelijk zijn. Trouwens wat buiten ons bereik is, geschiedt doorgaans het best. De omloop van het bloed, bijvoorbeeld, hoe geregeld is hij! De afwisseling van dag en nacht, de bewegingen van de zee, de werkingen van de lucht, de wording en de dood van de schepselen zijn zaken, te groot voor de mens; hij heeft aan het bestuur over de kleinere dingen genoeg.
27. En God schiep op een wijze, die in hoofdstuk 2:7 vv. uitvoeriger verhaald zal worden, de mens a) naar Zijn beeld, 1) volkomen naar lichaam en ziel; als een beeld van Zijn eigen goddelijke heerlijkheid naar het beeld van God schiep Hij hem, 2) man en vrouw b) schiep Hij ze.
a) Genesis 5:1; 9:6 1 Cor. 11:7; Eh. 4:24 MATTHEUS. 19:4
1) Hier verheft zich de rede tot een jubelzang; voor het eerst ontmoeten zij hier het parallellisme (evenwijdigheid) van de leden, die tot het wezen van de Hebreeuwse poëzie behoort (2 Samuel 1:27), en wel zijn er drie parallelle leden, gelijk er drie personen in het raadsbesluit (vs.26) “Laat ons enz.” verborgen liggen.
De heerlijkheid van de mens boven alle schepselen bestond ook wel in zijn lichaamsbouw, maar veel meer in de vermogens van zijn geest. Hij alleen, noch dood, noch ziekte, noch enig gebrek kennende, verhief het hoofd naar boven tot zijn Maken; hogere heerlijkheid dan deze, bezat hij in zijn denkvermogen, niet alleen om het stoffelijke te kennen, maar veel meer om God te kennen en Zijn heerlijkheid in al Zijn werken te aanschouwen; in zijn gevoelvermogen, zodat alle aandoeningen van de ziel heilig waren en hij de liefde van God met liefde beantwoorden kon; in zijn begeervermogen, zodat de ere van God zijn lust was, het omgaan met God zijn verlangen. Nog behoorde tot de grootheid van de mensen de vrije wil. God is vrij; zonder vrijheid ware de mens het beeld van God niet geweest.
2) Merk het wel op, o mens! want gij zijt het, voor wie dat alles vertaald wordt, en gedenk nu waarvan gij vervallen zijt, maar wend u ook gelovig tot Hem, door wie gij vernieuwd wordt. (Col. 3:10).
28. En God zegende hen, en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt haar door vlijtige en verstandige bebouwing, alsmede door altijd dieper navorsen van de natuurkrachten, want Ik heb ze u gegeven, (Psalm. 115:16), en hebt heerschappij over de vissen van de zee en over het gevogelte van de hemel, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! 1) 2)
1) Wat in de raad van God lag, vs. 26, moest over de mens worden gesproken, om het voor hem werkelijkheid te doen worden; dat woord werd gesproken. Zo is het ook met de raad van de verlossing. Gij vindt mijn ziel! geen vrede dan op het Gods Woord: “in Christus is ook uw heil!”.
2) God is een God van orde, ook in het kleine. Hij geeft heerschappij in dezelfde orde, als waarin Hij de verschillende gedierten geschapen heeft.
29. En God zei: ziet, a) Ik heb u al het zaad zaaiende kruid gegeven; dat op de gehele aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaad zaaiende boomvrucht is: het zij u tot spijze! 1) Het zaad zaaiende kruid en de vruchtdragende bomen, vs.11,12, zullen niet alleen zijn tot eigen voortplanting, maar zullen u tevens voedsel geven. De Schepper wordt hier Onderhouder.
a) Genesis 9:3 Psalm 104:14,15
1) God, die de bestemming heeft aangewezen (vs. 28), geeft alzo wat de mens daartoe behoeft. Hij, die roept tot de gevallen mens: “Bekeer u, geloof, heb mij lief,” onthoudt het brood des levens niet; waartoe Hij u, o Christen! roepen moge, weet, die u geroepen heeft is getrouw.
30. Maar, aan al het gedierte van de aarde en aan al het gevogelte van de hemel en aan al het kruipend gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven, evenals aan u veld- en boomvruchten, granen en vruchten, zo aan hen alle kruid en gras (vs.11-12). 1) En het was alzo.
1) Alzo had er in de eerste tijden van de zichtbare wereld nergens moord of slachting plaats, nergens werd een bloeddorstig of verscheurend dier gevonden; planten waren de enige spijzen voor mensen en dieren Jesaja 11:6 vv.). Eerst later veranderde dit toen met de zonde ook de lichaamsverzwakking en de dood in de wereld kwam; na de zondvloed wordt uitdrukkelijk het vlees eten aan de mens toegestaan (Genesis 9:3). Oerstedt, de beroemde ontdekker van het elektromagnetisme ontkent deze zuivere toestand van de schepselen, en wijst erop, dat men aan beenderen van dieren uit de oorspronkelijke wereld duidelijk sporen van ziekte gevonden heeft, en dat ook andere tekenen aanduiden, hoe reeds toen dieren andere levende dieren verslonden. Maar evenals het lichaam van de mens na de val een wezenlijke verandering onderging, zo heeft zonder twijfel een dergelijke omkering ook in dierenwereld plaatsgehad.
31. En God, wiens blik reeds tot hiertoe op elk volbracht werk met welgevallen gerust had, zag thans, nu het geheel voor Hem stond in de schoonste eenheid en als een volkomen meesterstuk, waaraan met de laatste schepping de kroon was opgezet, al wat Hij gemaakt had, en ziet, a) het was nu niet meer, elk als afzonderlijk deel, maar in vereniging met de andere delen, en vooral om de mens, die heldere spiegel van Zijn goddelijke almacht, goedheid en wijsheid, in de hoogste mate of zeer goed. 1) Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de zesde dag. 2)
a) Deuteronomium 32:4 Markus 7:37
1) God heeft, terwijl Hij de wereld schept, de aarde tot doel en in de aarde de mens en in de mens Israël, en in dit volk van het heil de voleindiging van al het geschapene. De wereldgeschiedenis ligt niet buiten maar binnen de van de eeuwigheid uitlopende en in de eeuwigheid teruglopende kring van de geschiedenis van het heil; daarom staat zij aan de spits van de Thora (wet), het grondboek van de geschiedenis van het heil.
2) Tien maal lezen wij: “God zei,” en zeven maal “God zag.” Tien is het getal van de volkomenheid en zeven het getal van het verbond. Het scheppingsverhaal predikt ons: én de volstrekte Soevereiniteit van God én de diepe afhankelijkheid van de mens.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel