Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezra 6

1 Toen gaf de koning Darius bevel; en zij zochten in de kanselarij, waar de schatten waren weggelegd, in Babel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen gaf de koningH4430 DariusH1868 bevelH2942; en zij zochtenH1240 in de kanselarijH1005, waar de schattenH1596 waren weggelegdH5182, in BabelH895. Toen gaf de koning Darius bevel; en zij zochten in de kanselarij, waar de schatten waren weggelegd, in Babel.

KJV Then1 Darius2 the king3 made4 a decree,5 and search6 was made in the house7 of the rolls,8 where12 the treasures10 were laid up11 in Babylon.

1 בֵּאדַ֛יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 דָּרְיָ֥וֶשׁ H1868 Darius Darius 3 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 4 שָׂ֣ם H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 5 טְעֵ֑ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 6 וּבַקַּ֣רוּ H1240 gezocht, onderzoek, zochten inquire, make search 7 בְּבֵ֣ית H1005 huis, huize, huizen house 8 סִפְרַיָּ֗א H5609 boek, boeken, boeks book, roll 9 דִּ֧י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 גִנְזַיָּ֛א H1596 schathuis, schatten treasure 11 מְהַחֲתִ֥ין H5182 afvoeren, afgestoten, afkomende carry, come down, depose, lay up, place 12 תַּמָּ֖ה H8536 [idiom] thence, there, [idiom] where 13 בְּבָבֶֽל H895 Babel Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medie is, werd een rol gevonden; en daarin was aldus geschreven: GEDACHTENIS:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En te AchmethaH307, in de burchtH1001, die in het landschapH4083 MedieH4076 is, werd een rolH4040 gevondenH7912; en daarin was aldusH3652 geschrevenH3790: GEDACHTENISH1799: En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medie is, werd een rol gevonden; en daarin was aldus geschreven: GEDACHTENIS:

KJV And there was found1 at Achmetha,2 in the palace3 that is in the province6 of the Medes,5 a8 roll,7 and therein11 was a record12 thus9 written:

1 וְהִשְׁתְּכַ֣ח H7912 gevonden, vinden, vonden find 2 בְּאַחְמְתָ֗א H307 Achmetha Achmetha 3 בְּבִֽירְתָ֛א H1001 burcht palace 4 דִּ֛י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 בְּמָדַ֥י H4076 Meden, Medie Mede(-s) 6 מְדִינְתָּ֖ה H4083 landschap, landschappen province 7 מְגִלָּ֣ה H4040 rol roll 8 חֲדָ֑ה H2298 eerste, zamen, zevenmaal a, first, one, together 9 וְכֵן H3652 aldus thus 10 כְּתִ֥יב H3790 schreef, geschreven, schreven write(-ten) 11 בְּגַוַּ֖הּ H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 12 דִּכְרוֹנָֽה H1799 kronieken, GEDACHTENIS record
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 In het eerste jaar van den koning Kores, gaf de koning Kores dit bevel: Het huis Gods te Jeruzalem, dat huis zal gebouwd worden, ter plaatse, waar zij offeranden offeren, en de fondamenten daarvan zullen zwaar zijn; zijn hoogte van zestig ellen, en zijn breedte van zestig ellen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 In het eersteH2298 jaarH8140 van den koningH4430 KoresH3567, gaf de koningH4430 KoresH3567 dit bevelH2942: Het huisH1005 GodsH426 te JeruzalemH3390, dat huisH1005 zal gebouwdH1124 worden, ter plaatseH870, waar zij offerandenH1685 offerenH1684, en de fondamentenH787 daarvan zullen zwaarH5446 zijn; zijn hoogteH7314 van zestigH8361 ellenH521, en zijn breedteH6613 van zestigH8361 ellenH521; In het eerste jaar van den koning Kores, gaf de koning Kores dit bevel: Het huis Gods te Jeruzalem, dat huis zal gebouwd worden, ter plaatse, waar zij offeranden offeren, en de fondamenten daarvan zullen zwaar zijn; zijn hoogte van zestig ellen, en zijn breedte van zestig ellen;

KJV In the first2 year1 of Cyrus3 the king4 the same Cyrus5 the king6 made7 a decree8 concerning the house9 of God10 at Jerusalem,11 Let the house12 be builded,13 the place14 where they offered16 sacrifices,17 and let the foundations18 thereof be strongly laid;19 the height20 thereof threescore22 cubits,21 and the breadth23 thereof threescore25 cubits;

1 בִּשְׁנַ֨ת H8140 jaar, jaren year 2 חֲדָ֜ה H2298 eerste, zamen, zevenmaal a, first, one, together 3 לְכ֣וֹרֶשׁ H3567 Kores Cyrus 4 מַלְכָּ֗א H4430 koning, konings, koningen king, royal 5 כּ֣וֹרֶשׁ H3567 Kores Cyrus 6 מַלְכָּא֮ H4430 koning, konings, koningen king, royal 7 שָׂ֣ם H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 8 טְעֵם֒ H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 9 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 10 אֱלָהָ֤א H426 God, Gods, goden God, god 11 בִֽירוּשְׁלֶם֙ H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 12 בַּיְתָ֣א H1005 huis, huize, huizen house 13 יִתְבְּנֵ֔א H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 14 אֲתַר֙ H870 plaats, plaatse after, place 15 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 16 דָבְחִ֣ין H1684 offeren offer (sacrifice) 17 דִּבְחִ֔ין H1685 offeranden sacrifice 18 וְאֻשּׁ֖וֹהִי H787 fondamenten foundation 19 מְסֽוֹבְלִ֑ין H5446 zwaar strongly laid 20 רוּמֵהּ֙ H7314 hoogte height 21 אַמִּ֣ין H521 ellen cubit 22 שִׁתִּ֔ין H8361 zestig threescore 23 פְּתָיֵ֖הּ H6613 breedte breadth 24 אַמִּ֥ין H521 ellen cubit 25 שִׁתִּֽין H8361 zestig threescore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Met drie rijen van groten steen, en een rij van nieuw hout; en de onkosten zullen uit des konings huis gegeven worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Met drieH8532 rijenH5073 van groten steenH69, en een rijH5073 van nieuwH2323 houtH636; en de onkostenH5313 zullen uit des koningsH4430 huisH1005 gegevenH3052 worden. Met drie rijen van groten steen, en een rij van nieuw hout; en de onkosten zullen uit des konings huis gegeven worden.

KJV With three5 rows1 of great4 stones,3 and a row6 of new9 timber:8 and let the expenses10 be given14 out of11 the king's13 house:

1 נִדְבָּכִ֞ין H5073 rij, rijen row 2 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 אֶ֤בֶן H69 steen, stenen stone 4 גְּלָל֙ H1560 great 5 תְּלָתָ֔א H8532 drie, derden third, three 6 וְנִדְבָּ֖ךְ H5073 rij, rijen row 7 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 8 אָ֣ע H636 hout, houten timber, wood 9 חֲדַ֑ת H2323 nieuw new 10 וְנִ֨פְקְתָ֔א H5313 onkosten expense 11 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 12 בֵּ֥ית H1005 huis, huize, huizen house 13 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 14 תִּתְיְהִֽב H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daartoe zal men ook de gouden en zilveren vaten van het huis Gods, die Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem was, heeft weggevoerd, en naar Babel gebracht, wedergeven, dat zij gaan naar den tempel, die te Jeruzalem is, aan zijn plaats, en men zal ze afvoeren ten huize Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daartoe zal men ook de goudenH1722 en zilverenH3702 vatenH3984 van het huisH1005 GodsH426, die NebukadnezarH5020 uit den tempelH1965, die te JeruzalemH3390 was, heeft weggevoerdH5312, en naar BabelH895 gebrachtH2987, wedergevenH8421, dat zij gaan naar den tempelH1965, die te JeruzalemH3390 is, aan zijn plaatsH870, en men zal ze afvoerenH5182 ten huizeH1005 GodsH426. Daartoe zal men ook de gouden en zilveren vaten van het huis Gods, die Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem was, heeft weggevoerd, en naar Babel gebracht, wedergeven, dat zij gaan naar den tempel, die te Jeruzalem is, aan zijn plaats, en men zal ze afvoeren ten huize Gods.

KJV And also1 let the golden6 and silver7 vessels2 of the house3 of God,4 which Nebuchadnezzar9 took forth10 out of11 the temple12 which is at Jerusalem,14 and brought15 unto Babylon,16 be restored,17 and brought again18 unto the temple19 which is at Jerusalem,21 every one to his place,22 and place23 them in the house24 of God.

1 וְ֠אַף H638 also 2 מָאנֵ֣י H3984 vaten vessel 3 בֵית H1005 huis, huize, huizen house 4 אֱלָהָא֮ H426 God, Gods, goden God, god 5 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 דַהֲבָ֣ה H1722 gouden, goud gold(-en) 7 וְכַסְפָּא֒ H3702 zilver, zilveren, geld money, silver 8 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 9 נְבֽוּכַדְנֶצַּ֗ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 10 הַנְפֵּ֛ק H5312 weggevoerd, Abed-nego, uitgehaald come (go, take) forth (out) 11 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 12 הֵיכְלָ֥א H1965 tempel, paleis palace, temple 13 דִי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 14 בִירוּשְׁלֶ֖ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 15 וְהֵיבֵ֣ל H2987 gebracht, brengen bring, carry 16 לְבָבֶ֑ל H895 Babel Babylon 17 יַהֲתִיב֗וּן H8421 antwoorden, bracht, wederbrachten answer, restore, return (an answer) 18 וִ֠יהָךְ H1946 bring again, come, go (up) 19 לְהֵיכְלָ֤א H1965 tempel, paleis palace, temple 20 דִי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 21 בִירֽוּשְׁלֶם֙ H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 22 לְאַתְרֵ֔הּ H870 plaats, plaatse after, place 23 וְתַחֵ֖ת H5182 afvoeren, afgestoten, afkomende carry, come down, depose, lay up, place 24 בְּבֵ֥ית H1005 huis, huize, huizen house 25 אֱלָהָֽא H426 God, Gods, goden God, god
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Nu, gij Thathnai, landvoogd aan gene zijde der rivier, gij Sthar-Boznai, met ulieder gezelschap, gij Afarsechaieten, die aan gene zijde der rivier zijt, weest verre van daar!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Nu, gij Thathnai, landvoogdH6347 aan geneH5675 zijde der rivierH5103, gij Sthar-BoznaiH8370, met ulieder gezelschapH3675, gij AfarsechaietenH671, die aan geneH5675 zijde der rivierH5103 zijt, weest verreH7352 van daar! Nu, gij Thathnai, landvoogd aan gene zijde der rivier, gij Sthar-Boznai, met ulieder gezelschap, gij Afarsechaieten, die aan gene zijde der rivier zijt, weest verre van daar!

KJV Now1 therefore, Tatnai,2 governor3 beyond4 the river,5 Shetharboznai,6 and your companions8 the Apharsachites,9 which are beyond11 the river,12 be ye14 far13 from15 thence:

1 כְּעַ֡ן H3705 nu now 2 תַּ֠תְּנַי H8674 Tatnai 3 פַּחַ֨ת H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 4 עֲבַֽר H5675 gene beyond, this side 5 נַהֲרָ֜ה H5103 rivier river, stream 6 שְׁתַ֤ר H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 7 בּוֹזְנַי֙ H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 8 וּכְנָוָ֣תְה֔וֹן H3675 gezelschap, gezelschappen companion 9 אֲפַרְסְכָיֵ֔א H671 Afarsechaieten, Afarsathchieten Apharsachites, Apharasthchites 10 דִּ֖י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 בַּעֲבַ֣ר H5675 gene beyond, this side 12 נַהֲרָ֑ה H5103 rivier river, stream 13 רַחִיקִ֥ין H7352 verre far 14 הֲו֖וֹ H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 15 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 16 תַּמָּֽה H8536 [idiom] thence, there, [idiom] where
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Laat hen aan den arbeid van dit huis Gods; dat de landvoogd der Joden en de oudsten der Joden dit huis Gods bouwen aan zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Laat hen aan den arbeidH5673 van dit huisH1005 GodsH426; dat de landvoogdH6347 der JodenH3062 en de oudstenH7868 der JodenH3062 dit huisH1005 GodsH426 bouwenH1124 aan zijn plaatsH870. Laat hen aan den arbeid van dit huis Gods; dat de landvoogd der Joden en de oudsten der Joden dit huis Gods bouwen aan zijn plaats.

KJV Let the work2 of this5 house3 of God4 alone;1 let the governor6 of the Jews7 and the elders8 of the Jews9 build13 this12 house10 of God11 in14 his place.

1 שְׁבֻ֕קוּ H7662 laten, overgelaten leave, let alone 2 לַעֲבִידַ֖ת H5673 bediening, werk, arbeid affairs, service, work 3 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 4 אֱלָהָ֣א H426 God, Gods, goden God, god 5 דֵ֑ךְ H1791 deze the same, this 6 פַּחַ֤ת H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 7 יְהוּדָיֵא֙ H3062 Joden, Joodse Jew 8 וּלְשָׂבֵ֣י H7868 oudsten elder 9 יְהוּדָיֵ֔א H3062 Joden, Joodse Jew 10 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 11 אֱלָהָ֥א H426 God, Gods, goden God, god 12 דֵ֖ךְ H1791 deze the same, this 13 יִבְנ֥וֹן H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 14 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 15 אַתְרֵֽהּ H870 plaats, plaatse after, place
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ook wordt van mij bevel gegeven, wat gijlieden doen zult aan de oudsten dezer Joden, om dit huis Gods te bouwen; te weten, dat uit des konings goederen, van den cijns aan gene zijde der rivier, de onkosten dezen mannen spoediglijk gegeven worden, opdat men hen niet belette.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ook wordt van mij bevelH2942 gegeven, wat gijlieden doen zult aan de oudstenH7868 dezer JodenH3062, om dit huisH1005 GodsH426 te bouwenH1124; te weten, dat uit des koningsH4430 goederenH5232, van den cijnsH4061 aan geneH5675 zijde der rivierH5103, de onkostenH5313 dezen mannenH1400 spoediglijkH629 gegevenH3052 worden, opdat men hen niet beletteH989. Ook wordt van mij bevel gegeven, wat gijlieden doen zult aan de oudsten dezer Joden, om dit huis Gods te bouwen; te weten, dat uit des konings goederen, van den cijns aan gene zijde der rivier, de onkosten dezen mannen spoediglijk gegeven worden, opdat men hen niet belette.

Ook in dit vers gegevenH1934 gegevenH7761

KJV Moreover I1 make2 a decree3 what4 ye shall do6 to7 the elders8 of these10 Jews9 for the building11 of this14 house12 of God:13 that of the king's16 goods,15 even of5 the tribute18 beyond19 the river,20 forthwith21 expenses22 be23 given24 unto these26 men,25 that they be not28 hindered.

1 וּמִנִּי֮ H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 2 שִׂ֣ים H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 3 טְעֵם֒ H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 4 לְמָ֣א H3964 [phrase] what 5 דִֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 תַֽעַבְד֗וּן H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 7 עִם H5974 met, bij by, from, like, to(-ward), with 8 שָׂבֵ֤י H7868 oudsten elder 9 יְהוּדָיֵא֙ H3062 Joden, Joodse Jew 10 אִלֵּ֔ךְ H479 deze, die these, those 11 לְמִבְנֵ֖א H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 12 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 13 אֱלָהָ֣א H426 God, Gods, goden God, god 14 דֵ֑ךְ H1791 deze the same, this 15 וּמִנִּכְסֵ֣י H5232 goederen goods 16 מַלְכָּ֗א H4430 koning, konings, koningen king, royal 17 דִּ֚י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 18 מִדַּת֙ H4061 cijns toll, tribute 19 עֲבַ֣ר H5675 gene beyond, this side 20 נַהֲרָ֔ה H5103 rivier river, stream 21 אָסְפַּ֗רְנָא H629 spoediglijk, ras fast, forthwith, speed(-ily) 22 נִפְקְתָ֛א H5313 onkosten expense 23 תֶּהֱוֵ֧א H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 24 מִֽתְיַהֲבָ֛א H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield 25 לְגֻבְרַיָּ֥א H1400 mannen, man certain, man 26 אִלֵּ֖ךְ H479 deze, die these, those 27 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 28 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 29 לְבַטָּלָֽא H989 beletten, belette, hield (cause, make to), cease, hinder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En wat nodig is, als jonge runderen, en rammen, en lammeren, tot brandofferen aan den God des hemels, tarwe, zout, wijn en olie, naar het zeggen der priesteren, die te Jeruzalem zijn, dat het hun dag bij dag gegeven worde, dat er geen feil zij;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En wat nodigH2818 is, als jongeH1123 runderenH8450, en rammenH1798, en lammerenH563, tot brandofferenH5928 aan den GodH426 des hemelsH8065, tarweH2591, zoutH4416, wijnH2562 en olieH4887, naar het zeggenH3983 der priesterenH3549, die te JeruzalemH3390 zijn, dat het hun dagH3118 bij dagH3118 gegevenH3052 worde, dat er geen feilH7960 zij; En wat nodig is, als jonge runderen, en rammen, en lammeren, tot brandofferen aan den God des hemels, tarwe, zout, wijn en olie, naar het zeggen der priesteren, die te Jeruzalem zijn, dat het hun dag bij dag gegeven worde, dat er geen feil zij;

KJV And that which1 they have need of,2 both young3 bullocks,4 and rams,5 and lambs,6 for the burnt offerings7 of the God8 of heaven,9 wheat,10 salt,11 wine,12 and oil,13 according to the appointment14 of the priests15 which are at Jerusalem,17 let it be18 given19 them day21 by day22 without24 fail:

1 וּמָ֣ה H4101 Hoe, hoe, kan how great (mighty), that which, what(-soever), why 2 חַשְׁחָ֡ן H2818 nodig careful, have need of 3 וּבְנֵ֣י H1123 kinderen, gevankelijk, jonge child, son, young 4 תוֹרִ֣ין H8450 ossen, runderen bullock, ox 5 וְדִכְרִ֣ין H1798 rammen ram 6 וְאִמְּרִ֣ין H563 lammeren lamb 7 לַעֲלָוָ֣ן H5928 brandofferen burnt offering 8 לֶאֱלָ֪הּ H426 God, Gods, goden God, god 9 שְׁמַיָּ֟א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 10 חִנְטִ֞ין H2591 tarwe wheat 11 מְלַ֣ח H4416 zout [phrase] maintenance, salt 12 חֲמַ֣ר H2562 wijn wine 13 וּמְשַׁ֗ח H4887 olie oil 14 כְּמֵאמַ֨ר H3983 woord, zeggen appointment, word 15 כָּהֲנַיָּ֤א H3549 priesteren, priester priest 16 דִי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 17 בִירֽוּשְׁלֶם֙ H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 18 לֶהֱוֵ֨א H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 19 מִתְיְהֵ֥ב H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield 20 לְהֹ֛ם 21 י֥וֹם H3118 dagen, dag, daags day (by day), time 22 בְּי֖וֹם H3118 dagen, dag, daags day (by day), time 23 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 24 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 25 שָׁלֽוּ H7960 feil, lastering, vergrijping error, [idiom] fail, thing amiss
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Opdat zij offeranden van liefelijken reuk aan den God des hemels offeren, en bidden voor het leven des konings en zijner kinderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Opdat zij offeranden van liefelijken reuk aan den GodH426 des hemelsH8065 offerenH1934, en biddenH6739 voor het levenH2417 des koningsH4430 en zijner kinderenH1123. Opdat zij offeranden van liefelijken reuk aan den God des hemels offeren, en bidden voor het leven des konings en zijner kinderen.

Ook in dit vers offeranden liefelijken reukH5208

KJV That they may offer2 sacrifices of sweet savours4 unto the God5 of heaven,6 and pray7 for the life8 of the king,9 and of his sons.

1 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 2 לֶהֱוֺ֧ן H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 3 מְהַקְרְבִ֛ין H7127 naderde, genaderd, nader approach, come (near, nigh), draw near 4 נִיחוֹחִ֖ין H5208 liefelijk reukwerk, offeranden liefelijken reuk sweet odour (savour) 5 לֶאֱלָ֣הּ H426 God, Gods, goden God, god 6 שְׁמַיָּ֑א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 7 וּמְצַלַּ֕יִן H6739 bad, bidden pray 8 לְחַיֵּ֥י H2417 levenden, leven, Eeuwiglevende life, that liveth, living 9 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 10 וּבְנֽוֹהִי H1123 kinderen, gevankelijk, jonge child, son, young
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Voorts wordt bevel van mij gegeven, dat al dengene, die dit woord zal veranderen, een hout uit zijn huis zal gerukt en opgericht worden, waaraan hij zal worden opgehangen; en zijn huis zal om diens wille tot een drekhoop gemaakt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Voorts wordt bevelH2942 van mij gegevenH7761, dat al dengene, die dit woordH6600 zal veranderenH8133, een houtH636 uit zijn huisH1005 zal geruktH5256 en opgerichtH2211 worden, waaraanH5922 hij zal worden opgehangenH4223; en zijn huisH1005 zal om diensH1836 wille tot een drekhoopH5122 gemaakt worden. Voorts wordt bevel van mij gegeven, dat al dengene, die dit woord zal veranderen, een hout uit zijn huis zal gerukt en opgericht worden, waaraan hij zal worden opgehangen; en zijn huis zal om diens wille tot een drekhoop gemaakt worden.

KJV Also1 I have made2 a decree,3 that whosoever5 shall alter8 this10 word,9 let timber12 be pulled down11 from13 his house,14 and being set up,15 let him be hanged16 thereon;17 and let his house18 be made20 a dunghill19 for21 this.

1 וּמִנִּי֮ H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 2 שִׂ֣ים H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 3 טְעֵם֒ H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 4 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 כָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 6 אֱנָ֗שׁ H606 mensen, mens, man man, [phrase] whosoever 7 דִּ֤י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 8 יְהַשְׁנֵא֙ H8133 veranderd, verscheiden, veranderde alter, change, (be) diverse 9 פִּתְגָמָ֣א H6600 antwoord, zaak, verhaal answer, letter, matter, word 10 דְנָ֔ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 11 יִתְנְסַ֥ח H5256 gerukt pull down 12 אָע֙ H636 hout, houten timber, wood 13 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 14 בַּיְתֵ֔הּ H1005 huis, huize, huizen house 15 וּזְקִ֖יף H2211 opgericht set up 16 יִתְמְחֵ֣א H4223 afslaan, geslagen, opgehangen hang, smite, stay 17 עֲלֹ֑הִי H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 18 וּבַיְתֵ֛הּ H1005 huis, huize, huizen house 19 נְוָל֥וּ H5122 drekhoop dunghill 20 יִתְעֲבֵ֖ד H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 21 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 22 דְּנָֽה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De God nu, die Zijn Naam aldaar heeft doen wonen, werpe ter neder alle koningen en volken, die hun hand zullen uitstrekken, om te veranderen en te verderven dit huis Gods, dat te Jeruzalem is. Ik, Darius, heb het bevel gegeven, dat het spoediglijk gedaan worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De GodH426 nu, die Zijn NaamH8036 aldaar heeft doen wonenH7932, werpe ter neder alle koningenH4430 en volkenH5972, die hun handH3028 zullen uitstrekkenH7972, om te veranderenH8133 en te verdervenH2255 dit huisH1005 GodsH426, dat te JeruzalemH3390 is. Ik, DariusH1868, heb het bevelH2942 gegevenH7761, dat het spoediglijkH629 gedaan worde. De God nu, die Zijn Naam aldaar heeft doen wonen, werpe ter neder alle koningen en volken, die hun hand zullen uitstrekken, om te veranderen en te verderven dit huis Gods, dat te Jeruzalem is. Ik, Darius, heb het bevel gegeven, dat het spoediglijk gedaan worde.

Ook in dit vers werpe nederH4049

KJV And the God1 that hath caused his name4 to dwell3 there5 destroy6 all7 kings8 and people,9 that shall put11 to their hand12 to alter13 and to destroy14 this17 house15 of God16 which is at Jerusalem.19 I20 Darius21 have made22 a decree;23 let it be done25 with speed.

1 וֵֽאלָהָ֞א H426 God, Gods, goden God, god 2 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 שַׁכִּ֧ן H7932 nestelden, wonen cause to dwell, have habitation 4 שְׁמֵ֣הּ H8036 naam, namen, Naam name 5 תַּמָּ֗ה H8536 [idiom] thence, there, [idiom] where 6 יְמַגַּ֞ר H4049 werpe neder destroy 7 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 8 מֶ֤לֶךְ H4430 koning, konings, koningen king, royal 9 וְעַם֙ H5972 volken, volk, haalt people 10 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 יִשְׁלַ֣ח H7972 gezonden, zond, zonden put, send 12 יְדֵ֗הּ H3028 hand, handen, geweld hand, power 13 לְהַשְׁנָיָ֛ה H8133 veranderd, verscheiden, veranderde alter, change, (be) diverse 14 לְחַבָּלָ֛ה H2255 beschadigd, verderfelijk, verderft destroy, hurt 15 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 16 אֱלָהָ֥א H426 God, Gods, goden God, god 17 דֵ֖ךְ H1791 deze the same, this 18 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 19 בִירוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 20 אֲנָ֤ה H576 ik I, as for me 21 דָרְיָ֨וֶשׁ֙ H1868 Darius Darius 22 שָׂ֣מֶת H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 23 טְעֵ֔ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 24 אָסְפַּ֖רְנָא H629 spoediglijk, ras fast, forthwith, speed(-ily) 25 יִתְעֲבִֽד H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen deden Thathnai, de landvoogd aan gene zijde der rivier, Sthar-Boznai, en hun gezelschap, spoediglijk alzo, naar hetgeen de koning Darius gezonden had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen deden Thathnai, de landvoogdH6347 aan geneH5675 zijde der rivierH5103, Sthar-BoznaiH8370, en hun gezelschapH3675, spoediglijkH629 alzo, naar hetgeen de koningH4430 DariusH1868 gezondenH7972 had. Toen deden Thathnai, de landvoogd aan gene zijde der rivier, Sthar-Boznai, en hun gezelschap, spoediglijk alzo, naar hetgeen de koning Darius gezonden had.

KJV Then1 Tatnai,2 governor3 on this side4 the river,5 Shetharboznai,6 and their companions,8 according9 to that which Darius12 the king13 had sent,11 so14 they did16 speedily.

1 אֱ֠דַיִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 תַּתְּנַ֞י H8674 Tatnai 3 פַּחַ֧ת H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 4 עֲבַֽר H5675 gene beyond, this side 5 נַהֲרָ֛ה H5103 rivier river, stream 6 שְׁתַ֥ר H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 7 בּוֹזְנַ֖י H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 8 וּכְנָוָתְה֑וֹן H3675 gezelschap, gezelschappen companion 9 לָקֳבֵ֗ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 10 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 שְׁלַ֞ח H7972 gezonden, zond, zonden put, send 12 דָּרְיָ֧וֶשׁ H1868 Darius Darius 13 מַלְכָּ֛א H4430 koning, konings, koningen king, royal 14 כְּנֵ֖מָא H3660 aldus, dusdanig, manier so, (in) this manner (sort), thus 15 אָסְפַּ֥רְנָא H629 spoediglijk, ras fast, forthwith, speed(-ily) 16 עֲבַֽדוּ H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de oudsten der Joden bouwden en gingen voorspoediglijk voort, door de profetie van den profeet Haggai en Zacharia, den zoon van Iddo; en zij bouwden en voltrokken het, naar het bevel van den God Israels, en naar het bevel van Kores, en Darius, en Arthahsasta, koning van Perzie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de oudstenH7868 der JodenH3062 bouwdenH1124 en gingen voorspoediglijkH6744 voort, door de profetieH5017 van den profeetH5029 HaggaiH2292 en ZachariaH2148, den zoonH1247 van IddoH5714; en zij bouwdenH1124 en voltrokkenH3635 het, naar het bevel van den GodH426 IsraelsH3479, en naar het bevel van KoresH3567, en DariusH1868, en ArthahsastaH783, koningH4430 van PerzieH6540. En de oudsten der Joden bouwden en gingen voorspoediglijk voort, door de profetie van den profeet Haggai en Zacharia, den zoon van Iddo; en zij bouwden en voltrokken het, naar het bevel van den God Israels, en naar het bevel van Kores, en Darius, en Arthahsasta, koning van Perzie.

Ook in dit vers bevelH2941 bevelH2942

KJV And the elders1 of the Jews2 builded,3 and they prospered4 through the prophesying5 of Haggai6 the prophet7 and Zechariah8 the son9 of Iddo.10 And they builded,11 and finished12 it, according13 to the commandment14 of the God15 of Israel,16 and according to the commandment17 of Cyrus,18 and Darius,19 and Artaxerxes20 king21 of Persia.

1 וְשָׂבֵ֤י H7868 oudsten elder 2 יְהוּדָיֵא֙ H3062 Joden, Joodse Jew 3 בָּנַ֣יִן H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 4 וּמַצְלְחִ֔ין H6744 voorspoediglijk, voorspoed, voorspoedig promote, prosper 5 בִּנְבוּאַת֙ H5017 profetie prophesying 6 חַגַּ֣י H2292 Haggai Haggai 7 נְבִיָּ֔א H5029 profeet, profeten prophet 8 וּזְכַרְיָ֖ה H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 9 בַּר H1247 zoon, oud, zoons [idiom] old, son 10 עִדּ֑וֹא H5714 Iddo Iddo. Compare H3035 (יִדּוֹ), H3260 (יֶעְדִּי) 11 וּבְנ֣וֹ H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 12 וְשַׁכְלִ֗לוּ H3635 voltrokken, voltrekken finish, make (set) up 13 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 14 טַ֨עַם֙ H2941 bevel, rekenschap, zaak account, [idiom] to be commanded, commandment, matter 15 אֱלָ֣הּ H426 God, Gods, goden God, god 16 יִשְׂרָאֵ֔ל H3479 Israel, Israels Israel 17 וּמִטְּעֵם֙ H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 18 כּ֣וֹרֶשׁ H3567 Kores Cyrus 19 וְדָרְיָ֔וֶשׁ H1868 Darius Darius 20 וְאַרְתַּחְשַׁ֖שְׂתְּא H783 Arthahsasta Artaxerxes 21 מֶ֥לֶךְ H4430 koning, konings, koningen king, royal 22 פָּרָֽס H6540 Perzen, Perzie Persia, Persians
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En dit huis werd volbracht op den derden dag der maand Adar; datzelve was het zesde jaar van het koninkrijk van den koning Darius.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En dit huisH1005 werd volbrachtH3319 op den derdenH8532 dagH3118 der maandH3393 AdarH144; datzelve was het zesdeH8353 jaarH8140 van het koninkrijkH4437 van den koningH4430 DariusH1868. En dit huis werd volbracht op den derden dag der maand Adar; datzelve was het zesde jaar van het koninkrijk van den koning Darius.

KJV And this3 house2 was finished1 on4 the third6 day5 of the month7 Adar,8 which was10 in the sixth12 year11 of the reign13 of Darius14 the king.

1 וְשֵׁיצִיא֙ H3319 volbracht finish 2 בַּיְתָ֣ה H1005 huis, huize, huizen house 3 דְנָ֔ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 4 עַ֛ד H5705 tot, totdat (Aramees) [idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within 5 י֥וֹם H3118 dagen, dag, daags day (by day), time 6 תְּלָתָ֖ה H8532 drie, derden third, three 7 לִירַ֣ח H3393 maand, maanden month 8 אֲדָ֑ר H144 Adar Adar 9 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 הִ֣יא H1932 hij, zij, het (Aramees) [idiom] are, it, this 11 שְׁנַת H8140 jaar, jaren year 12 שֵׁ֔ת H8353 zes, zesde six(-th) 13 לְמַלְכ֖וּת H4437 koninkrijk, Koninkrijk, Rijk kingdom, kingly, realm, reign 14 דָּרְיָ֥וֶשׁ H1868 Darius Darius 15 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de kinderen Israels, de priesteren en Levieten, en de overige kinderen der gevangenis deden de inwijding van dit huis Gods met vreugde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de kinderenH1123 IsraelsH3479, de priesterenH3549 en LevietenH3879, en de overigeH7606 kinderenH1123 der gevangenisH1547 deden de inwijdingH2597 van dit huisH1005 GodsH426 met vreugdeH2305. En de kinderen Israels, de priesteren en Levieten, en de overige kinderen der gevangenis deden de inwijding van dit huis Gods met vreugde.

KJV And the children2 of Israel,3 the priests,4 and the Levites,5 and the rest6 of the children7 of the captivity,8 kept1 the dedication9 of this12 house10 of God11 with joy,

1 וַעֲבַ֣דוּ H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 2 בְנֵֽי H1123 kinderen, gevankelijk, jonge child, son, young 3 יִ֠שְׂרָאֵל H3479 Israel, Israels Israel 4 כָּהֲנַיָּ֨א H3549 priesteren, priester priest 5 וְלֵוָיֵ֜א H3879 Levieten Levite 6 וּשְׁאָ֣ר H7606 overige, overigen [idiom] whatsoever more, residue, rest 7 בְּנֵי H1123 kinderen, gevankelijk, jonge child, son, young 8 גָלוּתָ֗א H1547 gevangenis captivity 9 חֲנֻכַּ֛ת H2597 inwijding dedication 10 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 11 אֱלָהָ֥א H426 God, Gods, goden God, god 12 דְנָ֖ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 13 בְּחֶדְוָֽה H2305 vreugde joy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En zij offerden, ter inwijding van dit huis Gods, honderd runderen, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren en twaalf geitenbokken, ten zondoffer voor gans Israel, naar het getal der stammen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En zij offerdenH7127, ter inwijdingH2597 van dit huisH1005 GodsH426, honderdH3969 runderenH8450, tweehonderdH3969 rammenH1798, vierhonderdH703 lammerenH563 en twaalfH8648 geitenbokkenH6841, ten zondofferH2402 voor gansH3606 IsraelH3479, naar het getalH4510 der stammenH7625 IsraelsH3479. En zij offerden, ter inwijding van dit huis Gods, honderd runderen, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren en twaalf geitenbokken, ten zondoffer voor gans Israel, naar het getal der stammen Israels.

KJV And offered1 at the dedication2 of this5 house3 of God4 an hundred7 bullocks,6 two hundred9 rams,8 four11 hundred12 lambs;10 and for a sin offering15 for16 all17 Israel,18 twelve19 he13 goats,14 according to the number21 of the tribes22 of Israel.

1 וְהַקְרִ֗בוּ H7127 naderde, genaderd, nader approach, come (near, nigh), draw near 2 לַחֲנֻכַּת֮ H2597 inwijding dedication 3 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 4 אֱלָהָ֣א H426 God, Gods, goden God, god 5 דְנָה֒ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 6 תּוֹרִ֣ין H8450 ossen, runderen bullock, ox 7 מְאָ֔ה H3969 honderd, tweehonderd hundred 8 דִּכְרִ֣ין H1798 rammen ram 9 מָאתַ֔יִן H3969 honderd, tweehonderd hundred 10 אִמְּרִ֖ין H563 lammeren lamb 11 אַרְבַּ֣ע H703 vier, vierhonderd four 12 מְאָ֑ה H3969 honderd, tweehonderd hundred 13 וּצְפִירֵ֨י H6841 geitenbokken he (goat) 14 עִזִּ֜ין H5796 goat 15 לְחַטָּאָ֤ה H2402 zondoffer sin (offering) 16 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 17 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 18 יִשְׂרָאֵל֙ H3479 Israel, Israels Israel 19 תְּרֵֽי H8648 twaalf, twee, tweede second, [phrase] twelve, two 20 עֲשַׂ֔ר H6236 tien ten, [phrase] twelve 21 לְמִנְיָ֖ן H4510 getal number 22 שִׁבְטֵ֥י H7625 stammen tribe 23 יִשְׂרָאֵֽל H3479 Israel, Israels Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zij stelden de priesteren in hun onderscheidingen, en de Levieten in hun verdelingen, tot den dienst Gods, Die te Jeruzalem is, naar het voorschrift des boeks van Mozes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zij steldenH6966 de priesterenH3549 in hun onderscheidingenH6392, en de LevietenH3879 in hun verdelingenH4255, tot den dienstH5673 GodsH426, Die te JeruzalemH3390 is, naar het voorschriftH3792 des boeksH5609 van MozesH4873. En zij stelden de priesteren in hun onderscheidingen, en de Levieten in hun verdelingen, tot den dienst Gods, Die te Jeruzalem is, naar het voorschrift des boeks van Mozes.

KJV And they set1 the priests2 in their divisions,3 and the Levites4 in their courses,5 for6 the service7 of God,8 which is at Jerusalem;10 as it is written11 in the book12 of Moses.

1 וַהֲקִ֨ימוּ H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 2 כָהֲנַיָּ֜א H3549 priesteren, priester priest 3 בִּפְלֻגָּתְה֗וֹן H6392 onderscheidingen division 4 וְלֵוָיֵא֙ H3879 Levieten Levite 5 בְּמַחְלְקָ֣תְה֔וֹן H4255 verdelingen course 6 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 7 עֲבִידַ֥ת H5673 bediening, werk, arbeid affairs, service, work 8 אֱלָהָ֖א H426 God, Gods, goden God, god 9 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 בִירוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 11 כִּכְתָ֖ב H3792 schrift, voorschrift prescribing, writing(-ten) 12 סְפַ֥ר H5609 boek, boeken, boeks book, roll 13 מֹשֶֽׁה H4873 Mozes Moses
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ook hielden de kinderen der gevangenis het pascha, op den veertienden der eerste maand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Ook hieldenH6213 de kinderenH1121 der gevangenisH1473 het paschaH6453, op den veertiendenH702 der eersteH7223 maandH2320. Ook hielden de kinderen der gevangenis het pascha, op den veertienden der eerste maand.

KJV And the children2 of the captivity3 kept1 the passover5 upon the fourteenth6 day of the first9 month.

1 וַיַּעֲשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 בְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 הַגּוֹלָ֖ה H1473 gevangenis, gevankelijk, weggevoerden (carried away), captive(-ity), removing 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַפָּ֑סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 6 בְּאַרְבָּעָ֥ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 7 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 8 לַחֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 הָרִאשֽׁוֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Want de priesters en de Levieten hadden zich gereinigd als een enig man; zij waren allen rein; en zij slachtten het pascha voor alle kinderen der gevangenis, en voor hun broederen, de priesteren, en voor zichzelven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Want de priestersH3548 en de LevietenH3881 hadden zich gereinigdH2891 alsH3588 een enigH259 man; zij waren allenH3605 reinH2889; en zij slachttenH7819 het paschaH6453 voor alleH3605 kinderenH1121 der gevangenisH1473, en voor hun broederenH251, de priesterenH3548, en voor zichzelven. Want de priesters en de Levieten hadden zich gereinigd als een enig man; zij waren allen rein; en zij slachtten het pascha voor alle kinderen der gevangenis, en voor hun broederen, de priesteren, en voor zichzelven.

KJV For the priests3 and the Levites4 were purified2 together,5 all of them were pure,7 and killed8 the passover9 for all the children11 of the captivity,12 and for their brethren13 the priests,

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִֽטַּהֲר֞וּ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 3 הַכֹּהֲנִ֧ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 וְהַלְוִיִּ֛ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 5 כְּאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 כֻּלָּ֣ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 טְהוֹרִ֑ים H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 8 וַיִּשְׁחֲט֤וּ H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 9 הַפֶּ֨סַח֙ H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 10 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 הַגּוֹלָ֔ה H1473 gevangenis, gevankelijk, weggevoerden (carried away), captive(-ity), removing 13 וְלַאֲחֵיהֶ֥ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 15 וְלָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Alzo aten de kinderen Israels, die uit de gevangenis wedergekomen waren, mitsgaders al wie zich van de onreinigheid der heidenen des lands tot hen afgezonderd had, om den HEERE, den God Israels, te zoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Alzo atenH398 de kinderenH1121 IsraelsH3478, die uit de gevangenisH1473 wedergekomenH7725 waren, mitsgaders alH3605 wie zich van de onreinigheidH2932 der heidenenH1471 des landsH776 totH413 hen afgezonderdH914 had, om den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, te zoekenH1875. Alzo aten de kinderen Israels, die uit de gevangenis wedergekomen waren, mitsgaders al wie zich van de onreinigheid der heidenen des lands tot hen afgezonderd had, om den HEERE, den God Israels, te zoeken.

KJV And the children2 of Israel,3 which were come again4 out of captivity,5 and all such as had separated7 themselves unto them from the filthiness8 of the heathen9 of the land,10 to seek12 the LORD13 God14 of Israel,15 did eat,

1 וַיֹּאכְל֣וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 הַשָּׁבִים֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 מֵֽהַגּוֹלָ֔ה H1473 gevangenis, gevankelijk, weggevoerden (carried away), captive(-ity), removing 6 וְכֹ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַנִּבְדָּ֛ל H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 8 מִטֻּמְאַ֥ת H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 9 גּוֹיֵֽ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֲלֵהֶ֑ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 לִדְרֹ֕שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 13 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En zij hielden het feest der ongezuurde broden zeven dagen, met blijdschap; want de HEERE had hen verblijd, en het hart des konings van Assur tot hen gewend, om hun handen te sterken in het huis Gods, des Gods van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En zij hieldenH6213 het feestH2282 der ongezuurdeH4682 broden zevenH7651 dagenH3117, met blijdschapH8057; wantH3588 de HEEREH3068 had hen verblijdH8055, en het hartH3820 des koningsH4428 van AssurH804 tot hen gewendH5437, om hun handenH3027 te sterkenH2388 in het huisH1004 GodsH430, des GodsH430 van IsraelH3478. En zij hielden het feest der ongezuurde broden zeven dagen, met blijdschap; want de HEERE had hen verblijd, en het hart des konings van Assur tot hen gewend, om hun handen te sterken in het huis Gods, des Gods van Israel.

Ook in dit vers werkH4399

KJV And kept1 the feast2 of unleavened bread3 seven4 days5 with joy:6 for the LORD9 had made them joyful,8 and turned10 the heart11 of the king12 of Assyria13 unto them, to strengthen15 their hands16 in the work17 of the house18 of God,19 the God20 of Israel.

1 וַיַּֽעֲשׂ֧וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 חַג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 3 מַצּ֛וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 4 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 5 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 בְּשִׂמְחָ֑ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 שִׂמְּחָ֣ם H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 9 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְֽהֵסֵ֞ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 11 לֵ֤ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 12 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אַשּׁוּר֙ H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 14 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 לְחַזֵּ֣ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 16 יְדֵיהֶ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 בִּמְלֶ֥אכֶת H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 18 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezra 6:1 Ezra 5:17 Ezra 4:15 Ezechiël 2:9 Jeremia 36:2 Ezra 4:19 Openbaring 5:1 Jeremia 36:29 Ezechiël 3:1
Ezra 6:2 2 Koningen 17:6
Ezra 6:3 2 Kronieken 36:22 1 Koningen 6:2 2 Kronieken 3:3 Ezechiël 41:13 Deuteronomium 12:11 Psalmen 122:4 2 Kronieken 2:6 Deuteronomium 12:5
Ezra 6:4 1 Koningen 6:36 Openbaring 12:16 Jesaja 60:6 Psalmen 68:29 Jesaja 49:23 Ezra 7:20 Psalmen 72:10
Ezra 6:5 Ezra 5:14 Daniël 5:2 Jeremia 27:16 2 Kronieken 36:6 2 Koningen 24:13 Jeremia 52:19 Jeremia 27:18 2 Kronieken 36:10
Ezra 6:6 Ezra 5:3 Ezra 5:6 Spreuken 21:1 Psalmen 76:10 Spreuken 21:30 Genesis 43:14 Genesis 32:28 Romeinen 8:31
Ezra 6:7 Handelingen 5:38
Ezra 6:8 Ezra 6:4 Ezra 7:15 Hagai 2:8 Ezra 4:20 Psalmen 68:29 Ezra 4:16 Ezra 4:23 Ezra 5:5
Ezra 6:9 Leviticus 1:10 Leviticus 2:1 Jesaja 49:23 Numeri 28:1 1 Kronieken 9:29 Exodus 29:38 Numeri 15:4 Leviticus 9:2
Ezra 6:10 Ezra 7:23 1 Timotheüs 2:1 Jeremia 29:7 Leviticus 1:13 Leviticus 1:9 Genesis 8:21 Efeze 5:2
Ezra 6:11 Daniël 3:29 Daniël 2:5 Ezra 7:26 2 Koningen 10:27 Esther 5:4 2 Koningen 9:37 Esther 7:10
Ezra 6:12 1 Koningen 9:3 Deuteronomium 12:5 Deuteronomium 12:11 Exodus 20:24 Zacharia 12:2 2 Kronieken 7:16 Handelingen 5:38 Esther 3:14
Ezra 6:13 Ezra 4:9 Ezra 6:6 Esther 6:11 Spreuken 29:26 Ezra 4:23 Job 5:12 Ezra 5:6
Ezra 6:14 Ezra 7:1 Ezra 5:13 Ezra 4:24 Ezra 1:1 Ezra 6:12 Zacharia 2:1 Zacharia 4:9 Jesaja 44:28
Ezra 6:15 Esther 3:7 Esther 3:13 Esther 9:17 Esther 9:15 Esther 9:21 Esther 9:19 Esther 8:12 Esther 9:1
Ezra 6:16 1 Koningen 8:63 2 Kronieken 7:5 Nehemia 12:43 Filippenzen 4:4 Johannes 10:22 Ezra 4:1 Ezra 6:22 Ezra 3:11
Ezra 6:17 Ezra 8:35 Numeri 7:2 2 Kronieken 29:21 1 Koningen 8:63 Leviticus 4:28 Leviticus 4:13 1 Koningen 18:31 1 Kronieken 16:1
Ezra 6:18 Numeri 3:6 2 Kronieken 35:4 1 Kronieken 24:1 1 Kronieken 23:1 Numeri 8:9
Ezra 6:19 Exodus 12:6 2 Kronieken 30:1 Jozua 5:10
Ezra 6:20 2 Kronieken 35:11 2 Kronieken 29:34 Hebreeën 7:27 2 Kronieken 30:15 Exodus 12:21
Ezra 6:21 Ezra 9:11 Nehemia 9:2 Ezechiël 36:25 Nehemia 10:28 Psalmen 93:5 Numeri 9:10 Exodus 12:47 2 Korinthe 7:1
Ezra 6:22 Ezra 7:27 Ezra 1:1 Spreuken 21:1 2 Kronieken 35:17 2 Kronieken 30:21 Spreuken 16:7 2 Koningen 23:29 Exodus 12:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezra 6 vers 1

gaf de koning Nadat men den last van den koning Cyrus opgezocht en gevonden had, gaf Darius bevel om den tempel op te bouwen. De woorden van dit bevel volgen vs.6.

Hertaald: gaf de koning Nadat men de opdracht van koning Kores had opgezocht en gevonden, gaf Darius bevel om de tempel te herbouwen. De woorden van dit bevel volgen in vers 6.

kanselarij, Chaldeeuws, in het huis der boeken.

Hertaald: kanselarij, Chaldeeuws: in het huis van de boeken.

schatten Zie boven, Ezra 5:17 .

Hertaald: schatten Zie hierboven Ezra 5:17.

Babel Versta, niet de stad Babel, maar het landschap, of gebied van Babylonië in het brede genomen, en Medië daaronder medegerekend.

Hertaald: Babel Versta hieronder niet de stad Babel, maar het gewest, of gebied, van Babylonië in ruime zin, met Medië erbij inbegrepen.

Ezra 6 vers 2

Achmetha, Dit houden sommigen voor Ecbatana, waar de koningen van Medië des zomers hun hof hielden, waarvan zij menen dat deze plaats den naam van Achmetha gekregen heeft, gelijk hun hof des winters gehouden werd te Seleucia, aan de rivier Tigris. Anders, in een koffer, of kast.

Hertaald: Achmetha, Dit houden sommigen voor Ecbatana, waar de koningen van Medië in de zomer hun hof hielden, waaraan zij menen dat deze plaats de naam Achmetha ontleend heeft, zoals hun hof in de winter gehouden werd in Seleucia, aan de rivier de Tigris. Anders: in een koffer, of kist.

rol gevonden; Alsof men zeide: samengerold, deel van een boek, volumen in het Latijn; omdat de boeken oudtijds op lange rollen van basten der bomen werden geschreven, en samen gewonden. Ps. 40:8 ; Jer. 36:2 , en Ezech. 2:9 , vindt men een rol des boeks; en Ezech. 2:10 ; Openb. 5:1 , een boek van binnen en buiten beschreven; dat men houdt een rol geweest te zijn. Alzo hebben de Joden nog hedendaags in hun synagogen het wetboek van Mozes geschreven op een lange grote rol van perkament.

Hertaald: rol gevonden; Alsof men zei: samengerold, deel van een boek, volumen in het Latijn; omdat de boeken vroeger op lange rollen van boombast geschreven werden en opgerold werden. In Ps. 40:8; Jer. 36:2, en Ezech. 2:9 vindt men een rol van het boek; en in Ezech. 2:10; Openb. 5:1 een boek dat van binnen en van buiten beschreven is, wat men houdt voor een rol. Zo hebben de Joden ook vandaag nog in hun synagogen het wetboek van Mozes geschreven op een lange grote rol perkament.

GEDACHTENIS Dit schijnt het opschrift geweest te zijn van de volgende memorie, of gedenkcedel.

Hertaald: GEDACHTENIS Dit lijkt het opschrift geweest te zijn van de volgende memorie, of gedenkbrief.

Ezra 6 vers 3

ter plaatse, Of, tot een plaats, enz.

Hertaald: ter plaatse, Of: tot een plaats, enzovoort.

zwaar zijn; Chaldeeuws eigenlijk, dragende, dat is, zo zwaar en sterk, dat zij het gebouw kunnen dragen.

Hertaald: zwaar zijn; Chaldeeuws letterlijk: dragend, dat is: zo zwaar en sterk dat zij het gebouw kunnen dragen.

zestig ellen, Dit wordt door sommigen verstaan van consent of toelating, dat men den tempel zo hoog zou mogen optrekken, daar Salomo's tempel maar dertig ellen hoog was, 1 Kon. 6:2 ; nu blijkt uit Hag. 2:3 , dat dit gebouw bij Salomo's tempel niet was te vergelijken. Zie ook boven, Ezra 3:12 .

Hertaald: zestig ellen, Dit vatten sommigen op als toestemming dat men de tempel zo hoog zou mogen bouwen, terwijl de tempel van Salomo maar dertig el hoog was, 1 Kon. 6:2; nu blijkt uit Hagg. 2:3 dat dit gebouw niet met de tempel van Salomo te vergelijken was. Zie ook hierboven Ezra 3:12.

Ezra 6 vers 4

groten steen, Gelijk boven, Ezra 5:8 , zie aldaar.

Hertaald: groten steen, Zoals hierboven Ezra 5:8, zie daar.

Ezra 6 vers 5

is, aan Of, zal wezen.

Hertaald: is, aan Of: zal zijn.

zijn plaats, Te weten, des tempels, of elk aan zijn plaats; verstaande dit van de vaten.

Hertaald: zijn plaats, Namelijk: van de tempel, of elk op zijn plaats; dit betreft de voorwerpen.

men zal ze afvoeren Anders, gij zult ze afvoeren, of, voert ze af.

Hertaald: men zal ze afvoeren Anders: u zult ze afvoeren, of: voer ze af.

Ezra 6 vers 6

rivier, Eufraat.

Hertaald: rivier, De Eufraat.

ulieder gezelschap, Chaldeeuws, en hunlieder gezelschap.

Hertaald: ulieder gezelschap, Chaldeeuws: en hun collega's.

weest verre van daar Dat is, wacht u, dat gij niet enigszins nadert, om dit werk te beletten.

Hertaald: weest verre van daar Dat is: pas op dat u niet in de buurt komt om dit werk te belemmeren.

Ezra 6 vers 7

Laat hen aan den arbeid Dat is, laat hen onverhinderd voortgaan in den arbeid, of in het werk.

Hertaald: Laat hen aan den arbeid Dat is: laat hen ongehinderd doorgaan met het werk, of de arbeid.

Ezra 6 vers 8

belette Chaldeeuws, doe ophouden.

Hertaald: belette Chaldeeuws: doe ophouden.

Ezra 6 vers 9

nodig is, Of, wat zij van node hebben.

Hertaald: nodig is, Of: wat zij nodig hebben.

jonge runderen, Chaldeeuws, zonen, of kinderen der ossen.

Hertaald: jonge runderen, Chaldeeuws: zonen, of kinderen van de ossen.

Ezra 6 vers 10

liefelijken reuk Zie Gen. 8:21 .

Hertaald: liefelijken reuk Zie Gen. 8:21.

Ezra 6 vers 11

woord zal veranderen, Dat is, dit mijn bevel overtreden, of enigszins daartegen doen. Alzo in vs.12; idem Dan. 3:28 , en Dan. 6:9 , Dan. 6:16 .

Hertaald: woord zal veranderen, Dat is: dit mijn bevel overtreedt, of er op enigerlei wijze tegen ingaat. Zo ook in vers 12; eveneens Dan. 3:28, en Dan. 6:9, Dan. 6:16.

opgehangen; Chaldeeuws, uitgedelgd.

Hertaald: opgehangen; Chaldeeuws: uitgeroeid.

drekhoop Alzo Dan. 2:5 , en Dan. 3:29 .

Hertaald: drekhoop Zo ook Dan. 2:5, en Dan. 3:29.

Ezra 6 vers 13

hetgeen Naar het bevel, dat de koning had overgezonden.

Hertaald: hetgeen Naar het bevel dat de koning gestuurd had.

Ezra 6 vers 14

Kores, Zie boven, Ezra 1:1 , en Ezra 5:13 , en in vs.3, enz.

Hertaald: Kores, Zie hierboven Ezra 1:1, en Ezra 5:13, en in vers 3, enzovoort.

Darius, Zie boven, Ezra 4:24 .

Hertaald: Darius, Zie hierboven Ezra 4:24.

Arthahsasta, Die door Darius den zoon van Hystaspis verstaan, houden dezen voor Artaxerxes Longimanus, dat is, Langhand; maar die Darius houden voor Darius Nothus, verstaan door dezen Artaxerxes Mnemon, dat is, de Gedachtige, die een langen tijd met zijn vader heeft geregeerd en daarna nog een langen tijd alleen, zulks dat enigen hem twee en zestig jaren in alles toeschrijven.

Hertaald: Arthahsasta, Wie deze Darius voor de zoon van Hystaspis houden, houden deze Arthahsasta voor Artaxerxes Longimanus, dat is: Lange hand; maar wie deze Darius voor Darius Nothus houden, verstaan hieronder Artaxerxes Mnemon, dat is: de Gedachtige, die lange tijd samen met zijn vader geregeerd heeft en daarna nog lange tijd alleen, zodat sommigen hem in totaal tweeënzestig jaar toeschrijven.

Ezra 6 vers 15

Adar; Passende voor het merendeel op Februari, voor een deel ook op Maart.

Hertaald: Adar; Komt grotendeels overeen met februari, deels ook met maart.

Ezra 6 vers 16

inwijding Vergelijk Exo 40 ; Num. 7:10 ; 1 Kon. 8:63 ; Neh. 12:27 .

Hertaald: inwijding Vergelijk Ex. 40; Num. 7:10; 1 Kon. 8:63; Neh. 12:27.

Ezra 6 vers 18

onderscheidingen, Een ieder in zijn orde, beurt en op zijn dienst.

Hertaald: onderscheidingen, Ieder in zijn eigen orde, beurt en dienst.

naar het voorschrift Zie Num. 3:6-7 , enz; idem Num. 3:32 , en Num. 8:9 , enz. Versta hierbij, dat zij vernieuwd hebben de ordening door David gemaakt; 1 Kron. 24:3-5 , enz.

Hertaald: naar het voorschrift Zie Num. 3:6-7, enzovoort; eveneens Num. 3:32, en Num. 8:9, enzovoort. Versta hierbij dat zij de door David gemaakte indeling vernieuwd hebben; 1 Kron. 24:3-5, enzovoort.

Ezra 6 vers 19

eerste maand Genoemd Abib. Zie Ex. 12:2 , Ex. 12:6 , en Ex. 13:4-5 .

Hertaald: eerste maand Abib genoemd. Zie Ex. 12:2, Ex. 12:6, en Ex. 13:4-5.

Ezra 6 vers 20

zij slachtten Vergelijk 2 Kron. 29:24-25 , en 2 Kron. 30:17 , en 2 Kron. 35:3 , 2 Kron. 35:6 .

Hertaald: zij slachtten Vergelijk 2 Kron. 29:24-25, en 2 Kron. 30:17, en 2 Kron. 35:3, 2 Kron. 35:6.

Ezra 6 vers 21

aten de kinderen Israëls, Te weten, het pascha.

Hertaald: aten de kinderen Israëls, Namelijk: het pascha.

al wie zich Volgens de wet; Ex. 12:48 , en Num. 9:14 .

Hertaald: al wie zich Volgens de wet; Ex. 12:48, en Num. 9:14.

zoeken Dat is hier, van harte te dienen en in zijn wegen te wandelen.

Hertaald: zoeken Dat betekent hier: van harte dienen en in Zijn wegen wandelen.

Ezra 6 vers 22

Assur Hij was eigenlijk koning van Perzië, maar nu waren Assyrië en Chaldea [die Israël tevoren geplaagd hadden] onder zijn gebied. Misschien heeft hij ook op dezen tijd zijn hof in Assyrië gehouden. Want sommigen schrijven dat Darius, de regering met zijn zoon gedeeld hebbende, Assyrië mede voor zich gehouden heeft.

Hertaald: Assur Hij was eigenlijk koning van Perzië, maar nu vielen Assyrië en Chaldea [die Israël eerder geplaagd hadden] onder zijn gezag. Misschien heeft hij in deze tijd ook zijn hof in Assyrië gehouden. Want sommigen schrijven dat Darius, nadat hij het bestuur met zijn zoon gedeeld had, Assyrië voor zichzelf gehouden heeft.

handen te sterken Dat is, om hen moedig en lustig te maken tot dit werk. Vergelijk boven, Ezra 1:6 .

Hertaald: handen te sterken Dat is: om hen moedig en bereidwillig te maken voor dit werk. Vergelijk hierboven Ezra 1:6.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Darius (koning van Perzië)  — hij die het goede bezit (Perzische naam)

Koning van Perzië, onder wiens bewind het gestaakte tempelwerk hervat werd; op vraag van de landvoogd Thathnai liet hij onderzoek doen naar Kores' oorspronkelijke bevel, dat teruggevonden werd, en bevestigde daarop de bouw van de tempel (Ezra 4:5, 24; 5:5-6:12).

Arthahsasta  — groot koninkrijk (Perzische naam)

Koning van Perzië, aan wie tegenstanders van de Joden een aanklacht tegen de herbouw van Jeruzalem zonden; hij gaf bevel het werk te staken (Ezra 4:7-23).

Haggaï (de profeet)  — feestelijk

Een profeet, die samen met Zacharia de Joden aanspoorde de herbouw van de tempel te hervatten (Ezra 5:1; 6:14); zijn profetieën zijn bewaard in het boek Haggaï.

Zacharia (de profeet, zoon van Iddo)  — de HEERE gedenkt

Zoon van Iddo, een profeet, die samen met Haggaï de Joden aanspoorde de herbouw van de tempel te hervatten (Ezra 5:1; 6:14); zijn profetieën zijn bewaard in het boek Zacharia. Niet te verwarren met de andere personen die deze naam droegen.

Thathnai  — gift (Perzische naam, onzeker)

De landvoogd aan de overzijde van de rivier (de Eufraat), die de herbouw van de tempel onderzocht en er bij koning Darius verslag van deed; op diens antwoord liet hij het werk ongehinderd doorgaan (Ezra 5:3-6:13).

Sthar-Boznai  — betekenis onzeker (Perzische naam)

Een ambtgenoot van de landvoogd Thathnai, betrokken bij het onderzoek naar de herbouw van de tempel (Ezra 5:3, 6; 6:6, 13).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De rol te Achmetha  — het onderzoek dat de tegenstanders zelf aanvroegen, levert het bewijsstuk op dat hen ontwapent: "En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medie is, werd een rol gevonden" (Ezra 6:2)

Darius geeft bevel te zoeken in de kanselarij te Babel, waar de schatten bewaard werden (Ezra 6:1). De rol wordt echter niet daar gevonden maar te Achmetha, in de burcht van Medië. Zij bevat woordelijk het bevel van Kores: het huis Gods te Jeruzalem zal gebouwd worden, met opgegeven afmetingen, en de onkosten komen uit het huis des konings (Ezra 6:2-4). Ook de teruggave van de gouden en zilveren vaten staat erin (Ezra 6:5). Op grond daarvan schrijft Darius aan Thathnai en zijn gezelschap dat zij zich verre moeten houden en de oudsten der Joden ongehinderd moeten laten bouwen (Ezra 6:6-7). Wat volgt gaat verder dan wat er gevraagd was. De onkosten moeten spoedig uit de koninklijke inkomsten van dat gebied betaald worden (Ezra 6:8). Ook de dieren, tarwe, zout, wijn en olie voor de brandoffers moeten dag bij dag geleverd worden naar het zeggen van de priesters, zodat er niets ontbreekt (Ezra 6:9). De reden die de koning noemt is dat men zou bidden voor het leven van de koning en zijn kinderen (Ezra 6:10). Wie het bevel verandert, wordt aan een balk uit zijn eigen huis opgehangen (Ezra 6:11). Darius eindigt met de wens dat God alle koningen en volken neerwerpe die hun hand uitstrekken om dit huis te verderven (Ezra 6:12).

Bijbelse betekenis: De tegenstanders hadden zelf om een onderzoek gevraagd, en dat onderzoek keert zich volledig tegen hen. Wat Rehum en Simsai eerder met een archiefstuk bereikten, wordt nu door een ander archiefstuk ongedaan gemaakt; dezelfde ambtelijke weg die de bouw stillegde, brengt hem weer op gang. God hoeft daarvoor geen wonder te doen: er lag ergens in een burcht een vergeten rol. Opmerkelijk is bovendien hoeveel er nu wordt toegezegd. Zij vroegen alleen om ongehinderd te mogen doorwerken en krijgen de bekostiging van de bouw én van de dagelijkse offerdienst erbij. Waar God een deur opent, gaat zij verder open dan men durfde vragen. Dat de koning daarbij om voorbede voor zichzelf vraagt, hoeft ons niet te verbazen; het bewijst zijn bekering niet, maar het laat wel zien hoe de dienst van God bij de heidenen ontzag wekte.

Typologie: Wat hier van een deur gezegd kan worden, geldt in de brief aan Filadelfia van Christus Zelf: "Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent" (Op. 3:7). De gemeente te Jeruzalem had jarenlang een gesloten deur voor zich gezien; het openen ervan lag niet in haar eigen hand, en het sluiten evenmin.

Ezra 6:1-12; Op. 3:7

Zij deden de inwijding met vreugde  — de tweede tempel wordt ingewijd met offers naar het getal van alle stammen, ook die er niet meer waren: "twaalf geitenbokken, ten zondoffer voor gans Israel, naar het getal der stammen Israels" (Ezra 6:17)

De oudsten bouwen voorspoedig door op de profetie van Haggaï en Zacharia, en zij voltooien het huis naar het bevel van de God Israëls en naar het bevel van de Perzische koningen (Ezra 6:14). Het huis wordt volbracht op de derde dag van de maand Adar, in het zesde jaar van Darius (Ezra 6:15). De inwijding gebeurt met vreugde, en de offers zijn bescheiden vergeleken bij die van Salomo: honderd runderen, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren, en twaalf geitenbokken ten zondoffer voor heel Israël (Ezra 6:16-17). De priesters worden in hun onderscheidingen en de Levieten in hun verdelingen gesteld, naar het voorschrift van het boek van Mozes (Ezra 6:18). Daarna houden zij het pascha op de veertiende dag van de eerste maand (Ezra 6:19; de instelling zelf is reeds behandeld bij Pascha, Ex. 12). De priesters en Levieten hadden zich als één man gereinigd, zodat zij allen rein waren (Ezra 6:20). Het pascha wordt gegeten door de teruggekeerden en door allen die zich van de onreinheid der heidenen van het land tot hen hadden afgezonderd om de HEERE te zoeken (Ezra 6:21). Zeven dagen vieren zij het feest der ongezuurde broden met blijdschap, want de HEERE had hun hart verblijd en het hart van de koning tot hen gewend (Ezra 6:22).

Bijbelse betekenis: Er waren tien stammen weggevoerd en niet teruggekomen, en toch worden er twaalf bokken geofferd. De teruggekeerde rest weigert zichzelf te beschouwen als alles wat er nog is; zij offert voor het geheel, ook voor wie zij niet zag. Zo blijft de eenheid van Gods volk beleden waar zij feitelijk verbroken lijkt. Even opmerkelijk is vers 21. Naast de teruggekeerden eten ook mensen mee die niet uit de ballingschap kwamen, maar die zich hadden afgezonderd van de onreinheid der heidenen om de HEERE te zoeken. In hetzelfde boek dat een aanbod tot samenwerking afwijst, staan dus de deuren wijd open voor wie werkelijk breekt met de afgoden. Het onderscheid ligt niet bij afkomst maar bij de dienst. En het slot noemt de bron van de vreugde: de HEERE had hen verblijd, en Hij had het hart van de koning gewend.

Typologie: Paulus verbindt het pascha en het ongezuurde brood rechtstreeks aan Christus en aan de wandel van de gemeente: "ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus" (1 Kor. 5:7), en het vers erna: "Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid" (1 Kor. 5:7-8). De reiniging van de priesters vooraf en de afzondering van wie meeaten, wijzen op dezelfde zaak: er wordt geen feest gehouden zonder dat de zuurdesem eruit is.

Ezra 6:14-22; Ex. 12; 1 Kor. 5:7-8

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Het huis werd volbracht, en er viel geen wolk — 6:14-22

Zestien jaar na de eerste steenlegging ligt het werk aan de tempel stil. Dan gaan Haggaï en Zacharia profeteren, wordt het besluit van Kores in het archief teruggevonden, en geeft koning Darius bevel dat de bouw doorgaan mag — op kosten van de kroon.

De tweede tempel komt af en wordt met vreugde ingewijd, maar wat er bij de eerste tempel gebeurde, gebeurt hier niet.

De voltooiing wordt nuchter verteld, met datum en al: het huis werd volbracht op de derde dag van de maand Adar, in het zesde jaar van koning Darius. En de reden van het welslagen wordt in één zin gegeven: de oudsten bouwden voorspoedig door de profetie van Haggaï en Zacharia, en zij voltooiden het naar het bevel van de God Israëls én naar het bevel van de Perzische koningen. Twee bevelen naast elkaar, en het eerste is het beslissende.

De inwijding gebeurt met vreugde. Er worden offers gebracht, de priesters worden in hun afdelingen gesteld, en er wordt pascha gehouden en zeven dagen het feest der ongezuurde broden. Er staat zelfs bij dat de HEERE hen verblijd had en het hart van de koning tot hen gewend.

En toch ontbreekt er iets, en wie het Oude Testament kent merkt het meteen. Toen Salomo zijn tempel inwijdde, daalde er vuur uit de hemel en vervulde de heerlijkheid van de HEERE het huis, zodat de priesters niet konden staan om te dienen. Hier staat daar geen woord over. Het huis is af, de dienst begint, en er valt geen wolk.

Dat is niet toevallig verzwegen. Ezechiël had de heerlijkheid uit de eerste tempel zien vertrekken, over de Olijfberg de stad uit. In zijn laatste hoofdstukken kreeg hij te zien dat zij door dezelfde oostelijke poort weer binnen zou komen — maar dat is bij deze inwijding niet gebeurd. Bij de grondlegging weenden de oude mannen die het eerste huis nog gezien hadden, terwijl de anderen juichten, en de twee geluiden waren niet uit elkaar te houden. Zij wisten wat er ontbrak.

En juist in die jaren zegt Haggaï iets dat de spanning benoemt en tegelijk oplost. Hij bemoedigt de bouwers met de woorden werkt, want Ik ben met u, en dan kondigt hij aan: Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, en de heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste, en in deze plaats zal Ik vrede geven.

Dat is de brug waarop dit hoofdstuk uitkomt. De heerlijkheid daalde niet neer in het jaar dat het gebouw klaar was. Zij kwam vijfhonderd jaar later dat huis binnenlopen, en niemand zag het aan haar af. In dit huis heeft Iemand gestaan van Wie geschreven staat dat het Woord vlees geworden is en onder ons heeft gewoond. Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, zegt Johannes; en Hij is meerder dan de tempel.

  1. 2 Kronieken 7:1-3 — Bij Salomo's tempel daalde vuur neer en vulde de heerlijkheid het huis.
  2. Ezechiël 10:18-19 — Later ging die heerlijkheid het huis uit, naar de Oostpoort.
  3. Ezra 3:12-13 — Bij de grondlegging weenden de ouden terwijl de anderen juichten.
  4. Ezra 6:15-16 — Het huis komt af en wordt met vreugde ingewijd — en er valt geen wolk.
  5. Haggaï 2:9 — De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste.
  6. Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, en wij zagen Zijn heerlijkheid.

In het Nieuwe Testament: Haggaï 2:4-10; Johannes 1:14; Mattheüs 12:6; Maleachi 3:1; Lukas 2:27-32

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Ezra 6 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op wat er in het hoofdstuk níét staat, en dat vraagt om voorzichtigheid: van een neerdalende heerlijkheid wordt bij deze inwijding niets vermeld, terwijl dat bij Salomo's tempel wel uitdrukkelijk gebeurt. Daaruit valt niet met zekerheid af te leiden dat zij ook werkelijk uitbleef, al gaan veel uitleggers daarvan uit. De belofte van Haggaï 2:9 over de grotere heerlijkheid van dit laatste huis staat er wel met zoveel woorden.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezra 6

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content