Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezra 5

1 Haggai nu, de profeet, en Zacharia, de zoon van Iddo, profeteerden tot de Joden, die in Juda en te Jeruzalem waren; in den naam Gods van Israel profeteerden zij tot hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 HaggaiH2292 nu, de profeetH5029, en ZachariaH2148, de zoonH1247 van IddoH5714, profeteerdenH5013 tot de JodenH3062, die in JudaH3061 en te JeruzalemH3390 waren; in den naamH8036 GodsH426 van IsraelH3479 profeteerden zij tot hen. Haggai nu, de profeet, en Zacharia, de zoon van Iddo, profeteerden tot de Joden, die in Juda en te Jeruzalem waren; in den naam Gods van Israel profeteerden zij tot hen.

Ook in dit vers [profeteerden]H5922

KJV Then the prophets,3 Haggai2 the prophet,7 and Zechariah4 the son5 of Iddo,6 prophesied1 unto8 the Jews9 that were in Judah11 and Jerusalem12 in the name13 of the God14 of Israel,15 even unto

1 וְהִתְנַבִּ֞י H5013 profeteerden prophesy 2 חַגַּ֣י H2292 Haggai Haggai 3 נְבִיָּ֗א H5029 profeet, profeten prophet 4 וּזְכַרְיָ֤ה H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 5 בַר H1247 zoon, oud, zoons [idiom] old, son 6 עִדּוֹא֙ H5714 Iddo Iddo. Compare H3035 (יִדּוֹ), H3260 (יֶעְדִּי) 7 נְבִיַּיָּ֔א H5029 profeet, profeten prophet 8 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 9 יְה֣וּדָיֵ֔א H3062 Joden, Joodse Jew 10 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 בִיה֖וּד H3061 Juda, Judea Jewry, Judah, Judea 12 וּבִירוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 13 בְּשֻׁ֛ם H8036 naam, namen, Naam name 14 אֱלָ֥הּ H426 God, Gods, goden God, god 15 יִשְׂרָאֵ֖ל H3479 Israel, Israels Israel 16 עֲלֵיהֽוֹן H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen maakten zich op Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, en begonnen te bouwen het huis Gods, Die te Jeruzalem woont; en met hen de profeten Gods, die hen ondersteunden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen maaktenH6966 zich op ZerubbabelH2217, de zoonH1247 van SealthielH7598, en JesuaH3443, de zoonH1247 van JozadakH3136, en begonnenH8271 te bouwenH1124 het huisH1005 GodsH426, Die te JeruzalemH3390 woont; en met hen de profetenH5029 GodsH426, die hen ondersteundenH5583. Toen maakten zich op Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, en begonnen te bouwen het huis Gods, Die te Jeruzalem woont; en met hen de profeten Gods, die hen ondersteunden.

KJV Then1 rose up2 Zerubbabel3 the son4 of Shealtiel,5 and Jeshua6 the son7 of Jozadak,8 and began9 to build10 the house11 of God12 which is at Jerusalem:14 and with them15 were the prophets16 of God18 helping

1 בֵּאדַ֡יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 קָ֠מוּ H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 3 זְרֻבָּבֶ֤ל H2217 Zerubbabel Zerubbabel 4 בַּר H1247 zoon, oud, zoons [idiom] old, son 5 שְׁאַלְתִּיאֵל֙ H7598 Sealthiel Shealtiel 6 וְיֵשׁ֣וּעַ H3443 Jesua Jeshua 7 בַּר H1247 zoon, oud, zoons [idiom] old, son 8 יֽוֹצָדָ֔ק H3136 Jozadak Jozadak 9 וְשָׁרִ֣יו H8271 los, begonnen, ontbinden begin, dissolve, dwell, loose 10 לְמִבְנֵ֔א H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 11 בֵּ֥ית H1005 huis, huize, huizen house 12 אֱלָהָ֖א H426 God, Gods, goden God, god 13 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 14 בִירֽוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 15 וְעִמְּה֛וֹן H5974 met, bij by, from, like, to(-ward), with 16 נְבִיַּיָּ֥א H5029 profeet, profeten prophet 17 דִֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 18 אֱלָהָ֖א H426 God, Gods, goden God, god 19 מְסָעֲדִ֥ין H5583 ondersteunden helping 20 לְהֽוֹן
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Te dier tijd kwam tot hen Thathnai, de landvoogd aan deze zijde der rivier, en Sthar-Boznai, en hun gezelschap, en zeiden aldus tot hen: Wie heeft ulieden bevel gegeven dit huis te bouwen, en dezen muur te voltrekken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Te dier tijdH2166 kwam tot hen Thathnai, de landvoogdH6347 aan deze zijde der rivierH5103, en Sthar-BoznaiH8370, en hun gezelschapH3675, en zeidenH560 aldusH3652 tot hen: Wie heeft ulieden bevelH2942 gegevenH7761 dit huisH1005 te bouwenH1124, en dezenH1836 muurH846 te voltrekkenH3635? Te dier tijd kwam tot hen Thathnai, de landvoogd aan deze zijde der rivier, en Sthar-Boznai, en hun gezelschap, en zeiden aldus tot hen: Wie heeft ulieden bevel gegeven dit huis te bouwen, en dezen muur te voltrekken?

KJV At the same time2 came3 to them Tatnai,5 governor6 on this side7 the river,8 and Shetharboznai,9 and their companions,11 and said13 thus12 unto them,4 Who15 hath commanded16 you to build21 this20 house,19 and to make up24 this23 wall?

1 בֵּהּ 2 זִמְנָא֩ H2166 tijd, tijden, stonden season, time 3 אֲתָ֨א H858 gebracht, brachten, voorbrengen (be-) come, bring 4 עֲלֵיה֜וֹן H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 5 תַּ֠תְּנַי H8674 Tatnai 6 פַּחַ֧ת H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 7 עֲבַֽר H5675 gene beyond, this side 8 נַהֲרָ֛ה H5103 rivier river, stream 9 וּשְׁתַ֥ר H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 10 בּוֹזְנַ֖י H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 11 וּכְנָוָתְה֑וֹן H3675 gezelschap, gezelschappen companion 12 וְכֵן֙ H3652 aldus thus 13 אָמְרִ֣ין H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 14 לְהֹ֔ם 15 מַן H4479 wie what, who(-msoever, [phrase] -so) 16 שָׂ֨ם H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 17 לְכֹ֜ם 18 טְעֵ֗ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 19 בַּיְתָ֤א H1005 huis, huize, huizen house 20 דְנָה֙ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 21 לִבְּנֵ֔א H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 22 וְאֻשַּׁרְנָ֥א H846 muur wall 23 דְנָ֖ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 24 לְשַׁכְלָלָֽה H3635 voltrokken, voltrekken finish, make (set) up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen zeiden wij aldus tot hen, en welke de namen waren der mannen, die dit gebouw bouwden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen zeidenH560 wij aldusH3660 tot hen, en welke de namenH8036 waren der mannenH1400, die dit gebouwH1147 bouwdenH1124. Toen zeiden wij aldus tot hen, en welke de namen waren der mannen, die dit gebouw bouwden.

KJV Then1 said3 we unto them after this manner,2 What5 are6 the names7 of the men8 that make12 this10 building?

1 אֱדַ֥יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 כְּנֵ֖מָא H3660 aldus, dusdanig, manier so, (in) this manner (sort), thus 3 אֲמַ֣רְנָא H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 4 לְּהֹ֑ם 5 מַן H4479 wie what, who(-msoever, [phrase] -so) 6 אִנּוּן֙ H581 [idiom] are, them, these 7 שְׁמָהָ֣ת H8036 naam, namen, Naam name 8 גֻּבְרַיָּ֔א H1400 mannen, man certain, man 9 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 דְנָ֥ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 11 בִנְיָנָ֖א H1147 gebouw building 12 בָּנַֽיִן H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Doch het oog huns Gods was over de oudsten der Joden, dat zij hun niet beletten, totdat de zaak aan Darius kwam, en zij alsdan daarover een brief wederbrachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Doch het oogH5870 huns GodsH426 was over de oudstenH7868 der JodenH3062, dat zij hun niet belettenH989, totdat de zaakH2941 aan DariusH1868 kwam, en zij alsdanH116 daarover een briefH5407 wederbrachtenH8421. Doch het oog huns Gods was over de oudsten der Joden, dat zij hun niet beletten, totdat de zaak aan Darius kwam, en zij alsdan daarover een brief wederbrachten.

KJV But the eye1 of their God2 was3 upon4 the elders5 of the Jews,6 that they could not7 cause8 them9 to cease, till10 the matter11 came13 to Darius:12 and then14 they returned answer15 by letter16 concerning17 this

1 וְעֵ֣ין H5870 ogen, mensenogen, oog eye 2 אֱלָהֲהֹ֗ם H426 God, Gods, goden God, god 3 הֲוָת֙ H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 4 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 5 שָׂבֵ֣י H7868 oudsten elder 6 יְהוּדָיֵ֔א H3062 Joden, Joodse Jew 7 וְלָא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 8 בַטִּ֣לוּ H989 beletten, belette, hield (cause, make to), cease, hinder 9 הִמּ֔וֹ H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 10 עַד H5705 tot, totdat (Aramees) [idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within 11 טַעְמָ֖א H2941 bevel, rekenschap, zaak account, [idiom] to be commanded, commandment, matter 12 לְדָרְיָ֣וֶשׁ H1868 Darius Darius 13 יְהָ֑ךְ H1946 bring again, come, go (up) 14 וֶאֱדַ֛יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 15 יְתִיב֥וּן H8421 antwoorden, bracht, wederbrachten answer, restore, return (an answer) 16 נִשְׁתְּוָנָ֖א H5407 brief, briefs letter 17 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 18 דְּנָֽה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Afschrift des briefs, dien Thathnai, de landvoogd aan deze zijde der rivier, met Sthar-Boznai, en zijn gezelschap, de Afarsechaieten, die aan deze zijde der rivier waren, aan den koning Darius zond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 AfschriftH6573 des briefsH104, dien Thathnai, de landvoogdH6347 aan deze zijde der rivierH5103, met Sthar-BoznaiH8370, en zijn gezelschapH3675, de AfarsechaietenH671, die aan deze zijde der rivierH5103 waren, aan den koningH4430 DariusH1868 zondH7972. Afschrift des briefs, dien Thathnai, de landvoogd aan deze zijde der rivier, met Sthar-Boznai, en zijn gezelschap, de Afarsechaieten, die aan deze zijde der rivier waren, aan den koning Darius zond.

KJV The copy1 of the letter2 that Tatnai,5 governor6 on this side7 the river,8 and Shetharboznai,9 and his companions11 the Apharsachites,12 which were on this side14 the river,15 sent4 unto16 Darius17 the king:

1 פַּרְשֶׁ֣גֶן H6573 afschrift, Afschrift copy 2 אִ֠גַּרְתָּא H104 briefs, brief letter 3 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 4 שְׁלַ֞ח H7972 gezonden, zond, zonden put, send 5 תַּתְּנַ֣י H8674 Tatnai 6 פַּחַ֣ת H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 7 עֲבַֽר H5675 gene beyond, this side 8 נַהֲרָ֗ה H5103 rivier river, stream 9 וּשְׁתַ֤ר H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 10 בּוֹזְנַי֙ H8370 Sthar-boznai Shetharboznai 11 וּכְנָ֣וָתֵ֔הּ H3675 gezelschap, gezelschappen companion 12 אֲפַ֨רְסְכָיֵ֔א H671 Afarsechaieten, Afarsathchieten Apharsachites, Apharasthchites 13 דִּ֖י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 14 בַּעֲבַ֣ר H5675 gene beyond, this side 15 נַהֲרָ֑ה H5103 rivier river, stream 16 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 17 דָּרְיָ֖וֶשׁ H1868 Darius Darius 18 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zij zonden een verhaal aan hem; en daarin was aldus geschreven: Den koning Darius zij alle vrede.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zij zondenH7972 een verhaalH6600 aan hem; en daarin was aldusH1836 geschrevenH3790: Den koningH4430 DariusH1868 zij alle vredeH8001. Zij zonden een verhaal aan hem; en daarin was aldus geschreven: Den koning Darius zij alle vrede.

KJV They sent2 a letter1 unto3 him, wherein6 was written5 thus;4 Unto Darius7 the king,8 all10 peace.

1 פִּתְגָמָ֖א H6600 antwoord, zaak, verhaal answer, letter, matter, word 2 שְׁלַ֣חוּ H7972 gezonden, zond, zonden put, send 3 עֲל֑וֹהִי H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 4 וְכִדְנָה֙ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 5 כְּתִ֣יב H3790 schreef, geschreven, schreven write(-ten) 6 בְּגַוֵּ֔הּ H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 7 לְדָרְיָ֥וֶשׁ H1868 Darius Darius 8 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 9 שְׁלָמָ֥א H8001 vrede, Vrede peace 10 כֹֽלָּא H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Den koning zij bekend, dat wij getogen zijn naar het landschap Juda, ten huize des groten Gods, hetwelk gebouwd wordt met grote stenen, en het hout wordt gelegd in de wanden; en datzelve werk wordt ras gedaan, en gaat voorspoediglijk door hun handen voort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Den koningH4430 zij bekendH3046, dat wij getogenH236 zijn naar het landschapH4083 JudaH3061, ten huizeH1005 des groten GodsH426, hetwelk gebouwdH1124 wordt met grote stenenH69, en het houtH636 wordt gelegdH7761 in de wandenH3797; en datzelve werkH5673 wordt rasH629 gedaan, en gaat voorspoediglijkH6744 door hun handenH3028 voortH6744. Den koning zij bekend, dat wij getogen zijn naar het landschap Juda, ten huize des groten Gods, hetwelk gebouwd wordt met grote stenen, en het hout wordt gelegd in de wanden; en datzelve werk wordt ras gedaan, en gaat voorspoediglijk door hun handen voort.

KJV Be it known2 unto the king,3 that we went5 into the province7 of Judea,6 to the house8 of the great10 God,9 which is builded12 with great14 stones,13 and timber15 is laid16 in the walls,17 and this19 work18 goeth21 fast20 on, and prospereth22 in their hands.

1 יְדִ֣יעַ H3046 bekend, weten, kennen certify, know, make known, teach 2 לֶהֱוֵ֣א H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 3 לְמַלְכָּ֗א H4430 koning, konings, koningen king, royal 4 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 אֲזַ֜לְנָא H236 getogen, togen go (up) 6 לִיה֤וּד H3061 Juda, Judea Jewry, Judah, Judea 7 מְדִֽינְתָּא֙ H4083 landschap, landschappen province 8 לְבֵית֙ H1005 huis, huize, huizen house 9 אֱלָהָ֣א H426 God, Gods, goden God, god 10 רַבָּ֔א H7229 overste, groter captain, chief, great, lord, master, stout 11 וְה֤וּא H1932 hij, zij, het (Aramees) [idiom] are, it, this 12 מִתְבְּנֵא֙ H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 13 אֶ֣בֶן H69 steen, stenen stone 14 גְּלָ֔ל H1560 great 15 וְאָ֖ע H636 hout, houten timber, wood 16 מִתְּשָׂ֣ם H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 17 בְּכֻתְלַיָּ֑א H3797 wand, wanden wall 18 וַעֲבִ֥ידְתָּא H5673 bediening, werk, arbeid affairs, service, work 19 דָ֛ךְ H1791 deze the same, this 20 אָסְפַּ֥רְנָא H629 spoediglijk, ras fast, forthwith, speed(-ily) 21 מִתְעַבְדָ֖א H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 22 וּמַצְלַ֥ח H6744 voorspoediglijk, voorspoed, voorspoedig promote, prosper 23 בְּיֶדְהֹֽם H3028 hand, handen, geweld hand, power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen hebben wij denzelven oudsten gevraagd, en aldus tot hen gezegd: Wie heeft ulieden bevel gegeven dit huis te bouwen, en dezen muur te voltrekken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen hebben wij denzelven oudstenH7868 gevraagdH7593, en aldusH3660 tot hen gezegdH560: Wie heeft ulieden bevelH2942 gegevenH7761 dit huisH1005 te bouwenH1124, en dezenH1836 muurH846 te voltrekkenH3635? Toen hebben wij denzelven oudsten gevraagd, en aldus tot hen gezegd: Wie heeft ulieden bevel gegeven dit huis te bouwen, en dezen muur te voltrekken?

KJV Then1 asked2 we those4 elders,3 and said6 unto them thus,5 Who8 commanded9 you to build14 this13 house,12 and to make up17 these16 walls?

1 אֱדַ֗יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 שְׁאֵ֨לְנָא֙ H7593 afgevraagd, begeerd, begeert ask, demand, require 3 לְשָׂבַיָּ֣א H7868 oudsten elder 4 אִלֵּ֔ךְ H479 deze, die these, those 5 כְּנֵ֖מָא H3660 aldus, dusdanig, manier so, (in) this manner (sort), thus 6 אֲמַ֣רְנָא H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 7 לְּהֹ֑ם 8 מַן H4479 wie what, who(-msoever, [phrase] -so) 9 שָׂ֨ם H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 10 לְכֹ֜ם 11 טְעֵ֗ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 12 בַּיְתָ֤א H1005 huis, huize, huizen house 13 דְנָה֙ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 14 לְמִבְנְיָ֔ה H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 15 וְאֻשַּׁרְנָ֥א H846 muur wall 16 דְנָ֖ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 17 לְשַׁכְלָלָֽה H3635 voltrokken, voltrekken finish, make (set) up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Wijders hebben wij hun ook hun namen afgevraagd, dat wij ze u bekend maakten; dat wij mochten overschrijven de namen der mannen, die hoofden onder hen zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Wijders hebben wij hun ook hun namenH8036 afgevraagdH7593, dat wij ze u bekendH3046 maakten; dat wij mochten overschrijvenH3790 de namenH8036 der mannenH1400, die hoofdenH7217 onder hen zijn. Wijders hebben wij hun ook hun namen afgevraagd, dat wij ze u bekend maakten; dat wij mochten overschrijven de namen der mannen, die hoofden onder hen zijn.

KJV We asked3 their names2 also,1 to certify5 thee, that we might write7 the names8 of the men9 that were the chief

1 וְאַ֧ף H638 also 2 שְׁמָהָתְהֹ֛ם H8036 naam, namen, Naam name 3 שְׁאֵ֥לְנָא H7593 afgevraagd, begeerd, begeert ask, demand, require 4 לְּהֹ֖ם 5 לְהוֹדָעוּתָ֑ךְ H3046 bekend, weten, kennen certify, know, make known, teach 6 דִּ֛י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 7 נִכְתֻּ֥ב H3790 schreef, geschreven, schreven write(-ten) 8 שֻׁם H8036 naam, namen, Naam name 9 גֻּבְרַיָּ֖א H1400 mannen, man certain, man 10 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 בְרָאשֵׁיהֹֽם H7217 hoofds, hoofd, hoofden chief, head, sum
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij hebben ons dusdanig antwoord wedergegeven, zeggende: Wij zijn knechten van den God des hemels en der aarde, en bouwen het huis, dat vele jaren voor dezen is gebouwd geweest; want een groot koning van Israel had het gebouwd en voltrokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij hebben ons dusdanigH3660 antwoordH6600 wedergegevenH8421, zeggendeH560: Wij zijn knechtenH5649 van den GodH426 des hemelsH8065 en der aardeH772, en bouwenH1124 het huisH1005, dat veleH7690 jarenH8140 voor dezenH1836 is gebouwdH1124 geweest; want een groot koningH4430 van IsraelH3479 had het gebouwdH1124 en voltrokkenH3635. En zij hebben ons dusdanig antwoord wedergegeven, zeggende: Wij zijn knechten van den God des hemels en der aarde, en bouwen het huis, dat vele jaren voor dezen is gebouwd geweest; want een groot koning van Israel had het gebouwd en voltrokken.

KJV And thus1 they returned3 us answer,2 saying,4 We5 are6 the servants7 of the God9 of heaven10 and earth,11 and build12 the house13 that was15 builded16 these18 many20 years19 ago,17 which a great23 king21 of Israel22 builded24 and set up.

1 וּכְנֵ֥מָא H3660 aldus, dusdanig, manier so, (in) this manner (sort), thus 2 פִתְגָמָ֖א H6600 antwoord, zaak, verhaal answer, letter, matter, word 3 הֲתִיב֣וּנָא H8421 antwoorden, bracht, wederbrachten answer, restore, return (an answer) 4 לְמֵמַ֑ר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 5 אֲנַ֣חְנָא H586 we 6 הִמּ֡וֹ H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 7 עַבְדוֹהִי֩ H5649 knechten, knecht servant 8 דִֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 9 אֱלָ֨הּ H426 God, Gods, goden God, god 10 שְׁמַיָּ֜א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 11 וְאַרְעָ֗א H772 aarde, aardbodem, aardrijk earth, interior 12 וּבָנַ֤יִן H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 13 בַּיְתָא֙ H1005 huis, huize, huizen house 14 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 15 הֲוָ֨א H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 16 בְנֵ֜ה H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 17 מִקַּדְמַ֤ת H6928 afore(-time), ago 18 דְּנָה֙ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 19 שְׁנִ֣ין H8140 jaar, jaren year 20 שַׂגִּיאָ֔ן H7690 vele, veel exceeding, great(-ly); many, much, sore, very 21 וּמֶ֤לֶךְ H4430 koning, konings, koningen king, royal 22 לְיִשְׂרָאֵל֙ H3479 Israel, Israels Israel 23 רַ֔ב H7229 overste, groter captain, chief, great, lord, master, stout 24 בְּנָ֖הִי H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 25 וְשַׁכְלְלֵֽהּ H3635 voltrokken, voltrekken finish, make (set) up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar nadat onze vaders den God des hemels hadden vertoornd, heeft Hij hen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, den Chaldeeer; dewelke dat huis heeft vernield, en het volk naar Babel weggevoerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Maar nadatH4481 onze vadersH2 den GodH426 des hemelsH8065 hadden vertoorndH7265, heeft Hij hen gegevenH3052 in de handH3028 van NebukadnezarH5020, den koningH4430 van BabelH895, den Chaldeeer; dewelke dat huisH1005 heeft vernieldH5642, en het volkH5972 naar BabelH895 weggevoerdH1541. Maar nadat onze vaders den God des hemels hadden vertoornd, heeft Hij hen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, den Chaldeeer; dewelke dat huis heeft vernield, en het volk naar Babel weggevoerd.

Ook in dit vers ChaldeerH3679

KJV But1 after2 that our fathers5 had provoked4 the God6 of heaven7 unto wrath, he gave8 them9 into the hand10 of Nebuchadnezzar11 the king12 of Babylon,13 the Chaldean,14 who destroyed17 this16 house,15 and carried19 the people18 away into Babylon.

1 לָהֵ֗ן H3861 daarom; behalve, tenzij (Aramees) but, except, save, therefore, wherefore 2 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 3 דִּ֨י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 4 הַרְגִּ֤זוּ H7265 vertoornd provoke unto wrath 5 אֲבָהֳתַ֨נָא֙ H2 vader, vaderen, vaders father 6 לֶאֱלָ֣הּ H426 God, Gods, goden God, god 7 שְׁמַיָּ֔א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 8 יְהַ֣ב H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield 9 הִמּ֔וֹ H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 10 בְּיַ֛ד H3028 hand, handen, geweld hand, power 11 נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 12 מֶֽלֶךְ H4430 koning, konings, koningen king, royal 13 בָּבֶ֖ל H895 Babel Babylon 14 כַּסְדָּאָ֑ה H3679 Chaldeer Chaldean 15 וּבַיְתָ֤ה H1005 huis, huize, huizen house 16 דְנָה֙ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 17 סַתְרֵ֔הּ H5642 verborgen, vernield destroy, secret thing 18 וְעַמָּ֖ה H5972 volken, volk, haalt people 19 הַגְלִ֥י H1541 openbaart, geopenbaard, openbaren bring over, carry away, reveal 20 לְבָבֶֽל H895 Babel Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Doch in het eerste jaar van Kores, koning van Babel, heeft de koning Kores bevel gegeven dit huis Gods te bouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Doch in het eersteH2298 jaarH8140 van KoresH3567, koningH4430 van BabelH895, heeft de koningH4430 KoresH3567 bevelH2942 gegevenH7761 dit huisH1005 GodsH426 te bouwenH1124. Doch in het eerste jaar van Kores, koning van Babel, heeft de koning Kores bevel gegeven dit huis Gods te bouwen.

KJV But1 in the first3 year2 of Cyrus4 the king5 of Babylon7 the same king9 Cyrus8 made10 a decree11 to build15 this14 house12 of God.

1 בְּרַם֙ H1297 but, nevertheless, yet 2 בִּשְׁנַ֣ת H8140 jaar, jaren year 3 חֲדָ֔ה H2298 eerste, zamen, zevenmaal a, first, one, together 4 לְכ֥וֹרֶשׁ H3567 Kores Cyrus 5 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 6 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 7 בָבֶ֑ל H895 Babel Babylon 8 כּ֤וֹרֶשׁ H3567 Kores Cyrus 9 מַלְכָּא֙ H4430 koning, konings, koningen king, royal 10 שָׂ֣ם H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 11 טְעֵ֔ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 12 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 13 אֱלָהָ֥א H426 God, Gods, goden God, god 14 דְנָ֖ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 15 לִבְּנֵֽא H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ja, de vaten van Gods huis, welke van goud en zilver waren, die Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem was, had weggenomen en dezelve gebracht in den tempel van Babel, die heeft de koning Kores uitgehaald uit den tempel van Babel, en zij zijn gegeven aan een, wiens naam was Sesbazar, dien hij tot een landvoogd had gesteld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ja, de vatenH3984 van GodsH426 huisH1005, welke van goudH1722 en zilverH3702 waren, die NebukadnezarH5020 uit den tempelH1965, die te JeruzalemH3390 was, had weggenomenH5312 en dezelve gebrachtH2987 in den tempelH1965 van BabelH895, die heeft de koningH4430 KoresH3567 uitgehaaldH5312 uit den tempelH1965 van BabelH895, en zij zijn gegevenH3052 aan een, wiens naamH8036 was SesbazarH8340, dien hij tot een landvoogdH6347 had gesteldH7761. Ja, de vaten van Gods huis, welke van goud en zilver waren, die Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem was, had weggenomen en dezelve gebracht in den tempel van Babel, die heeft de koning Kores uitgehaald uit den tempel van Babel, en zij zijn gegeven aan een, wiens naam was Sesbazar, dien hij tot een landvoogd had gesteld.

KJV And the vessels2 also1 of3 gold7 and silver8 of the house4 of God,5 which Nebuchadnezzar10 took11 out of12 the temple13 that was in Jerusalem,15 and brought16 them into the temple18 of Babylon,20 those17 did Cyrus23 the king24 take21 out of25 the temple26 of Babylon,28 and they were delivered29 unto one, whose name31 was Sheshbazzar,30 whom he had made34 governor;

1 וְ֠אַף H638 also 2 מָאנַיָּ֣א H3984 vaten vessel 3 דִֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 4 בֵית H1005 huis, huize, huizen house 5 אֱלָהָא֮ H426 God, Gods, goden God, god 6 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 7 דַהֲבָ֣ה H1722 gouden, goud gold(-en) 8 וְכַסְפָּא֒ H3702 zilver, zilveren, geld money, silver 9 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 נְבוּכַדְנֶצַּ֗ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 11 הַנְפֵּק֙ H5312 weggevoerd, Abed-nego, uitgehaald come (go, take) forth (out) 12 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 13 הֵֽיכְלָא֙ H1965 tempel, paleis palace, temple 14 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 15 בִֽירוּשְׁלֶ֔ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 16 וְהֵיבֵ֣ל H2987 gebracht, brengen bring, carry 17 הִמּ֔וֹ H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 18 לְהֵיכְלָ֖א H1965 tempel, paleis palace, temple 19 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 20 בָבֶ֑ל H895 Babel Babylon 21 הַנְפֵּ֨ק H5312 weggevoerd, Abed-nego, uitgehaald come (go, take) forth (out) 22 הִמּ֜וֹ H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 23 כּ֣וֹרֶשׁ H3567 Kores Cyrus 24 מַלְכָּ֗א H4430 koning, konings, koningen king, royal 25 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 26 הֵֽיכְלָא֙ H1965 tempel, paleis palace, temple 27 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 28 בָבֶ֔ל H895 Babel Babylon 29 וִיהִ֨יבוּ֙ H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield 30 לְשֵׁשְׁבַּצַּ֣ר H8340 Sesbazar Sheshbazzar 31 שְׁמֵ֔הּ H8036 naam, namen, Naam name 32 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 33 פֶחָ֖ה H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 34 שָׂמֵֽהּ H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hij zeide tot hem: Neem deze vaten, ga ze afvoeren in den tempel, die te Jeruzalem is, en laat het huis Gods gebouwd worden op zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En hij zeideH560 tot hem: NeemH5376 deze vatenH3984, ga ze afvoerenH5182 in den tempelH1965, die te JeruzalemH3390 is, en laat het huisH1005 GodsH426 gebouwdH1124 worden op zijn plaatsH870. En hij zeide tot hem: Neem deze vaten, ga ze afvoeren in den tempel, die te Jeruzalem is, en laat het huis Gods gebouwd worden op zijn plaats.

KJV And said1 unto him, Take5 these3 vessels,4 go,6 carry7 them8 into the temple9 that is in Jerusalem,11 and let the house12 of God13 be builded14 in15 his place.

1 וַאֲמַר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 2 לֵ֓הּ 3 אֵ֚ל H412 these 4 מָֽאנַיָּ֔א H3984 vaten vessel 5 שֵׂ֚א H5376 Neem, nam, verheven carry away, make insurrection, take 6 אֵֽזֶל H236 getogen, togen go (up) 7 אֲחֵ֣ת H5182 afvoeren, afgestoten, afkomende carry, come down, depose, lay up, place 8 הִמּ֔וֹ H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 9 בְּהֵיכְלָ֖א H1965 tempel, paleis palace, temple 10 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 בִירוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 12 וּבֵ֥ית H1005 huis, huize, huizen house 13 אֱלָהָ֖א H426 God, Gods, goden God, god 14 יִתְבְּנֵ֥א H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 15 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 16 אַתְרֵֽהּ H870 plaats, plaatse after, place
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Toen kwam dezelve Sesbazar; hij legde de fondamenten van het huis Gods, Die te Jeruzalem woont; en er is van toen af tot nu toe gebouwd, doch niet volbracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Toen kwam dezelve SesbazarH8340; hij legde de fondamentenH787 van het huisH1005 GodsH426, Die te JeruzalemH3390 woont; en er is van toen af tot nu toe gebouwdH1124, doch niet volbrachtH8000. Toen kwam dezelve Sesbazar; hij legde de fondamenten van het huis Gods, Die te Jeruzalem woont; en er is van toen af tot nu toe gebouwd, doch niet volbracht.

Ook in dit vers leideH3052

KJV Then1 came4 the same3 Sheshbazzar,2 and laid5 the foundation6 of the house8 of God9 which is in Jerusalem:11 and since12 that time13 even until14 now15 hath it been in building,16 and yet it is not17 finished.

1 אֱדַ֨יִן֙ H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 שֵׁשְׁבַּצַּ֣ר H8340 Sesbazar Sheshbazzar 3 דֵּ֔ךְ H1791 deze the same, this 4 אֲתָ֗א H858 gebracht, brachten, voorbrengen (be-) come, bring 5 יְהַ֧ב H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield 6 אֻשַּׁיָּ֛א H787 fondamenten foundation 7 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 8 בֵ֥ית H1005 huis, huize, huizen house 9 אֱלָהָ֖א H426 God, Gods, goden God, god 10 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 בִירוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 12 וּמִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 13 אֱדַ֧יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 14 וְעַד H5705 tot, totdat (Aramees) [idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within 15 כְּעַ֛ן H3705 nu now 16 מִתְבְּנֵ֖א H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 17 וְלָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 18 שְׁלִֽם H8000 geef, volbracht, voleind deliver, finish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zo het dan nu den koning goeddunkt, laat er gezocht worden in het schathuis des konings aldaar, dat te Babel is, of het zij, dat een bevel van den koning Kores gegeven zij, om dit huis Gods te Jeruzalem te bouwen; en dat men des konings believen hiervan tot ons zende.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zo het dan nu den koningH4430 goeddunktH2869, laat er gezochtH1240 worden in het schathuisH1596 des koningsH4430 aldaar, dat te BabelH895 is, of het zij, dat een bevelH2942 van den koningH4430 KoresH3567 gegevenH7761 zij, om dit huisH1005 GodsH426 te JeruzalemH3390 te bouwenH1124; en dat men des koningsH4430 believenH7470 hiervan tot ons zendeH7972. Zo het dan nu den koning goeddunkt, laat er gezocht worden in het schathuis des konings aldaar, dat te Babel is, of het zij, dat een bevel van den koning Kores gegeven zij, om dit huis Gods te Jeruzalem te bouwen; en dat men des konings believen hiervan tot ons zende.

KJV Now1 therefore, if2 it seem good5 to3 the king,4 let there be search6 made in the king's10 treasure8 house,7 which is there11 at Babylon,13 whether14 it be15 so, that a decree21 was made20 of17 Cyrus18 the king19 to build22 this25 house23 of God24 at Jerusalem,26 and let the king28 send31 his pleasure27 to us concerning29 this matter.

1 וּכְעַ֞ן H3705 nu now 2 הֵ֧ן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 3 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 4 מַלְכָּ֣א H4430 koning, konings, koningen king, royal 5 טָ֗ב H2869 goed, goeddunkt fine, good 6 יִ֠תְבַּקַּר H1240 gezocht, onderzoek, zochten inquire, make search 7 בְּבֵ֨ית H1005 huis, huize, huizen house 8 גִּנְזַיָּ֜א H1596 schathuis, schatten treasure 9 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 מַלְכָּ֣א H4430 koning, konings, koningen king, royal 11 תַמָּה֮ H8536 [idiom] thence, there, [idiom] where 12 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 13 בְּבָבֶל֒ H895 Babel Babylon 14 הֵ֣ן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 15 אִיתַ֗י H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 16 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 17 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 18 כּ֤וֹרֶשׁ H3567 Kores Cyrus 19 מַלְכָּא֙ H4430 koning, konings, koningen king, royal 20 שִׂ֣ים H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 21 טְעֵ֔ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 22 לְמִבְנֵ֛א H1124 bouwen, gebouwd, bouwden build, make 23 בֵּית H1005 huis, huize, huizen house 24 אֱלָהָ֥א H426 God, Gods, goden God, god 25 דֵ֖ךְ H1791 deze the same, this 26 בִּירוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 27 וּרְע֥וּת H7470 believen, welgevallen pleasure, will 28 מַלְכָּ֛א H4430 koning, konings, koningen king, royal 29 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 30 דְּנָ֖ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 31 יִשְׁלַ֥ח H7972 gezonden, zond, zonden put, send 32 עֲלֶֽינָא H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezra 5:1 Hagai 1:1 Zacharia 4:6 Micha 5:4 Zacharia 1:1
Ezra 5:2 Ezra 3:2 Ezra 6:14 Zacharia 3:1 Zacharia 4:6 Hagai 1:12 Zacharia 6:11 2 Korinthe 1:24 Hagai 2:20
Ezra 5:3 Ezra 6:6 Ezra 6:13 Ezra 1:3 Ezra 5:9 Mattheüs 21:23 Ezra 7:21 Handelingen 4:7 Ezra 4:12
Ezra 5:5 Ezra 7:6 Ezra 7:28 Psalmen 33:18 Ezra 8:22 2 Kronieken 16:9 Psalmen 32:8 1 Petrus 3:12 Psalmen 129:2
Ezra 5:6 Ezra 4:9 Ezra 6:6 Ezra 5:3 Ezra 4:11 Ezra 4:23
Ezra 5:7 2 Thessalonicenzen 3:16 Ezra 4:17 Daniël 3:9 Johannes 14:27 Daniël 6:21 Daniël 4:1
Ezra 5:8 Nehemia 11:3 Ezra 7:23 Daniël 2:47 Deuteronomium 10:17 Daniël 4:2 Ezra 1:2 Daniël 3:26 Deuteronomium 32:31
Ezra 5:9 Ezra 5:3
Ezra 5:11 Galaten 6:14 Romeinen 6:16 Psalmen 119:46 Handelingen 27:23 2 Kronieken 3:1 Mattheüs 10:32 Daniël 3:26 Romeinen 1:16
Ezra 5:12 2 Kronieken 36:16 2 Koningen 24:2 2 Koningen 21:12 Richteren 6:1 Deuteronomium 31:17 Daniël 1:1 Jeremia 39:1 2 Kronieken 34:24
Ezra 5:13 Ezra 1:1 Ezra 6:3 Jesaja 44:28
Ezra 5:14 Ezra 6:5 Ezra 5:16 2 Kronieken 36:18 Hagai 1:1 Hagai 1:14 2 Kronieken 36:7 Ezra 7:27 Handelingen 13:12
Ezra 5:15 Ezra 3:3 Ezra 1:2 Ezra 6:3
Ezra 5:16 Ezra 3:10 Ezra 6:15 Ezra 3:8 Hagai 2:18 Zacharia 4:10 Ezra 5:2 Hagai 1:12
Ezra 5:17 Ezra 4:15 Ezra 6:1 Spreuken 25:2 Ezra 4:19
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezra 5 vers 1

zoon van Iddo, Dat is, zoonszoon; want hij was een zoon van Barechja, die een zoon was van Iddo; Zach. 1:1 .

Hertaald: zoon van Iddo, Dat is: kleinzoon; want hij was een zoon van Berechja, die een zoon was van Iddo; Zach. 1:1.

profeteerden In het tweede jaar van den koning Darius. Zie Hag. 1:1 ; Zach. 1:1.

Hertaald: profeteerden In het tweede jaar van koning Darius. Zie Hagg. 1:1; Zach. 1:1.

naam des Gods Dat is, door bevel.

Hertaald: naam des Gods Dat is: door bevel.

profeteerden zij Bevelende hun het bouwen des tempels te hervatten.

Hertaald: profeteerden zij Waarbij zij hun opdroegen de bouw van de tempel te hervatten.

Ezra 5 vers 2

Zerubbábel, Die de gevangenen uit Babel hadden opgevoerd. Zie boven, Ezra 2:2 , en Ezra 3:2 , en Ezra 4:2-3 .

Hertaald: Zerubbábel, Die de gevangenen uit Babel geleid hadden. Zie hierboven Ezra 2:2, en Ezra 3:2, en Ezra 4:2-3.

ondersteunden De ijverigen door het woord des Heeren sterkende en de tragen bestraffende. Zie Hag. 1:2 ; Zach. 1:16 , enz.

Hertaald: ondersteunden Terwijl zij de ijverigen door het woord van de HEERE sterkten en de tragen bestraften. Zie Hagg. 1:2; Zach. 1:16, enzovoort.

Ezra 5 vers 3

Sthar-boznaï, Chaldeeuws, Schethar-Boznai.

Hertaald: Sthar-boznaï, Chaldeeuws: Schethar-Boznai.

Ezra 5 vers 4

aldus tot hen, Gelijk onder, vs.11, enz. verhaald wordt.

Hertaald: aldus tot hen, Zoals hieronder vers 11, enzovoort, verteld wordt.

namen waren Dewijl zij dit mede gevraagd hadden, onder, vs.10. Anderen nemen deze woorden aldus: [wijders zeiden zij] welke zij de namen der mannen, die dit gebouw bouwen?

Hertaald: namen waren Omdat zij dit ook gevraagd hadden, hieronder vers 10. Anderen vatten deze woorden zo op: [verder zeiden zij] wat zijn de namen van de mannen die dit gebouw bouwen?

Ezra 5 vers 5

oog huns Gods Dat is, God waakte en droeg zorg voor hen.

Hertaald: oog huns Gods Dat is: God waakte en droeg zorg voor hen.

Ezra 5 vers 8

grote stenen, Chaldeeuws, steen der wenteling, of rolling; dat is, die men niet kon dragen, maar met instrumenten moest wentelen. Anders, marmersteen.

Hertaald: grote stenen, Chaldeeuws: steen van het wentelen, of rollen; dat is: die men niet kon dragen, maar met werktuigen moest rollen. Anders: marmersteen.

hout wordt gelegd Zij willen zeggen dat het werk reeds zover is gebracht, dat de balken tot zolderingen gelegd werden.

Hertaald: hout wordt gelegd Zij willen zeggen dat het werk al zo ver gevorderd is, dat de balken als zoldering gelegd werden.

Ezra 5 vers 11

koning van Israël Salomo.

Hertaald: koning van Israël Salomo.

Ezra 5 vers 14

Sesbazar, Zie boven, Ezra 1:8 .

Hertaald: Sesbazar, Zie hierboven Ezra 1:8.

hij tot landvoogd Cores, of Cyrus.

Hertaald: hij tot landvoogd Kores, of Cyrus.

Ezra 5 vers 16

hij legde de fondamenten Chaldeeuws, hij gaf.

Hertaald: hij legde de fondamenten Chaldeeuws: hij gaf.

Die te Jeruzalem woont; Of, dat te Jeruzalem is.

Hertaald: Die te Jeruzalem woont; Of: dat in Jeruzalem is.

Ezra 5 vers 17

den koning goeddunkt, Chaldeeuws, bij den koning goed [is]; dat is, zo het den koning goedvindt, of zo het hem aangenaam is.

Hertaald: den koning goeddunkt, Chaldeeuws: bij de koning goed [is]; dat is: als het de koning goeddunkt, of als het hem aangenaam is.

schathuis Dat is, in des konings kanselarij, waar alle gedenkwaardige schriften heengelegd en bewaard werden. Alzo onder, Ezra 6:1 .

Hertaald: schathuis Dat is: in de kanselarij van de koning, waar alle gedenkwaardige geschriften opgeslagen en bewaard werden. Zo ook hieronder Ezra 6:1.

dat men des konings Of, dat de koning zijn believen hiervan tot ons zende. Chaldeeuws, dat hij des konings believen; [dat is, dat de koning zijn believen] hiervan tot ons zende.

Hertaald: dat men des konings Of: dat de koning zijn wil hierover naar ons stuurt. Chaldeeuws: dat hij de wil van de koning; [dat is: dat de koning zijn wil] hierover naar ons stuurt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sesbazar  — moge (de god) Sjamasj beschermen (onzeker)

De vorst (landvoogd) van Juda, aan wie koning Kores de tempelvaten toevertrouwde om ze terug te brengen naar Jeruzalem; hij voerde de ballingen naar Jeruzalem en legde de fundamenten van het huis Gods (Ezra 1:8, 11; 5:14-16).

Zerubbabel  — gezaaid in Babel

Zoon van Sealthiël, van het koninklijk geslacht van David; een van de leiders van de eerste terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Samen met de hogepriester Jesua herbouwde hij het altaar en legde hij, ondanks tegenwerking, het fundament van de tempel (Ezra 2:2; 3:2, 8; 4:2-3; 5:2).

Jesua (de hogepriester)  — de HEERE is heil

Zoon van Jozadak, hogepriester van de eerste terugkeer uit de ballingschap. Samen met Zerubbabel bouwde hij het altaar, hield het loofhuttenfeest en legde het fundament van de tempel, ondanks tegenstand van de volken des lands (Ezra 2:2; 3:2, 8-9; 5:2).

Darius (koning van Perzië)  — hij die het goede bezit (Perzische naam)

Koning van Perzië, onder wiens bewind het gestaakte tempelwerk hervat werd; op vraag van de landvoogd Thathnai liet hij onderzoek doen naar Kores' oorspronkelijke bevel, dat teruggevonden werd, en bevestigde daarop de bouw van de tempel (Ezra 4:5, 24; 5:5-6:12).

Haggaï (de profeet)  — feestelijk

Een profeet, die samen met Zacharia de Joden aanspoorde de herbouw van de tempel te hervatten (Ezra 5:1; 6:14); zijn profetieën zijn bewaard in het boek Haggaï.

Zacharia (de profeet, zoon van Iddo)  — de HEERE gedenkt

Zoon van Iddo, een profeet, die samen met Haggaï de Joden aanspoorde de herbouw van de tempel te hervatten (Ezra 5:1; 6:14); zijn profetieën zijn bewaard in het boek Zacharia. Niet te verwarren met de andere personen die deze naam droegen.

Thathnai  — gift (Perzische naam, onzeker)

De landvoogd aan de overzijde van de rivier (de Eufraat), die de herbouw van de tempel onderzocht en er bij koning Darius verslag van deed; op diens antwoord liet hij het werk ongehinderd doorgaan (Ezra 5:3-6:13).

Sthar-Boznai  — betekenis onzeker (Perzische naam)

Een ambtgenoot van de landvoogd Thathnai, betrokken bij het onderzoek naar de herbouw van de tempel (Ezra 5:3, 6; 6:6, 13).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het oog huns Gods was over de oudsten der Joden  — als het werk hervat wordt en er opnieuw onderzoek komt, staat er één zin die alles draagt: "Doch het oog huns Gods was over de oudsten der Joden, dat zij hun niet beletten, totdat de zaak aan Darius kwam" (Ezra 5:5)

Na jaren van stilstand profeteren Haggaï en Zacharia, de zoon van Iddo, tot de Joden in Juda en Jeruzalem, in de Naam van de God Israëls (Ezra 5:1). Op dat woord staan Zerubbabel en Jesua op en beginnen opnieuw te bouwen, en de profeten Gods ondersteunen hen daarbij (Ezra 5:2). Meteen komt Thathnai, de landvoogd van het gebied aan deze zijde van de rivier, met zijn gezelschap vragen wie hun bevel gegeven heeft dit huis te bouwen (Ezra 5:3). Zij vragen ook de namen op van de mannen die aan het werk zijn (Ezra 5:4,10). Maar het oog van hun God was over de oudsten, zodat men hen niet belette totdat de zaak aan Darius zou zijn voorgelegd (Ezra 5:5). Thathnai schrijft een opvallend eerlijk verslag: het werk gaat voorspoedig door hun handen (Ezra 5:8). De oudsten antwoorden met een belijdenis in plaats van een verweer. Zij noemen zich knechten van de God des hemels en der aarde, en erkennen dat hun vaderen Hem vertoornd hadden en dat Hij hen daarom in de hand van Nebukadnezar gaf. Pas daarna beroepen zij zich op het bevel van Kores (Ezra 5:11-13).

Bijbelse betekenis: Deze keer loopt het anders af dan in het vorige hoofdstuk, en de tekst zegt waarom: het oog van hun God was over hen. Dat is geen vrijstelling van onderzoek, want de vragen komen er wel degelijk, en de namen worden opgeschreven. Bescherming betekent hier niet dat de tegenstand uitblijft, maar dat zij niet verder komt dan God toelaat. Merk op waar de moed vandaan kwam. Er was niets veranderd aan het bevelschrift dat de bouw verbood; wat er veranderde was dat er weer geprofeteerd werd. Het volk begon opnieuw op grond van het Woord, niet op grond van gunstige omstandigheden. En het antwoord van de oudsten is opmerkelijk: gevraagd naar hun rechtsgrond, beginnen zij bij hun eigen schuld. Zij verzwijgen niet dat de tempel eens verwoest werd en waarom. Wie zo antwoordt, heeft niets te verbergen en hoeft zich niet groter voor te doen dan hij is.

Typologie: De psalm noemt hetzelfde oog en dezelfde bewaring: "Ziet, des HEEREN oog is over degenen, die Hem vrezen, op degenen, die op Zijn goedertierenheid hopen" (Ps. 33:18). En dat het Woord door profeten het werk weer op gang bracht, tekent de gewone weg waarlangs God Zijn volk in beweging zet; de bemoediging kwam niet uit de politiek maar van de kansel.

Ezra 5:1-13; Ps. 33:18

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezra 5

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content