Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezra 3

1 Toen nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in de steden waren, verzamelde zich het volk, als een enig man, te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen nu de zevendeH7637 maandH2320 aankwamH5060, en de kinderenH1121 IsraelsH3478 in de stedenH5892 waren, verzameldeH622 zich het volkH5971, als een enigH259 manH376, te JeruzalemH3389. Toen nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in de steden waren, verzamelde zich het volk, als een enig man, te Jeruzalem.

KJV And when the seventh3 month2 was come,1 and the children4 of Israel5 were in the cities,6 the people8 gathered themselves together7 as one10 man9 to Jerusalem.

1 וַיִּגַּע֙ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 2 הַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 3 הַשְּׁבִיעִ֔י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 4 וּבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 בֶּעָרִ֑ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 וַיֵּאָסְפ֥וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 8 הָעָ֛ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 כְּאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Jesua, de zoon van Jozadak, maakte zich op, en zijn broederen, de priesters en Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en zijn broederen, en zij bouwden het altaar des Gods van Israel, om daarop brandofferen te offeren, gelijk geschreven is in de wet van Mozes, den man Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En JesuaH3442, de zoonH1121 van JozadakH3136, maakte zich opH5921, en zijn broederenH251, de priestersH3548 en ZerubbabelH2216, de zoonH1121 van SealthielH7597, en zijn broederenH251, en zij bouwdenH1129 het altaarH4196 des GodsH430 van IsraelH3478, om daarop brandofferenH5930 te offerenH5927, gelijk geschrevenH3789 is in de wetH8451 van MozesH4872, den manH376 GodsH430. En Jesua, de zoon van Jozadak, maakte zich op, en zijn broederen, de priesters en Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en zijn broederen, en zij bouwden het altaar des Gods van Israel, om daarop brandofferen te offeren, gelijk geschreven is in de wet van Mozes, den man Gods.

KJV Then stood up1 Jeshua2 the son3 of Jozadak,4 and his brethren5 the priests,6 and Zerubbabel7 the son8 of Shealtiel,9 and his brethren,10 and builded11 the altar13 of the God14 of Israel,15 to offer16 burnt offerings18 thereon, as it is written19 in the law20 of Moses21 the man22 of God.

1 וַיָּקָם֩ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 יֵשׁ֨וּעַ H3442 Jesua, Jesua-joab Jeshua 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יֽוֹצָדָ֜ק H3136 Jozadak Jozadak 5 וְאֶחָ֣יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 הַכֹּהֲנִ֗ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 וּזְרֻבָּבֶ֤ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 שְׁאַלְתִּיאֵל֙ H7597 Sealthiel Shalthiel, Shealtiel 10 וְאֶחָ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 11 וַיִּבְנ֕וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מִזְבַּ֖ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 לְהַעֲל֤וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 17 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 עֹל֔וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 19 כַּכָּת֕וּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 20 בְּתוֹרַ֖ת H8451 wet, wetten, leer law 21 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 22 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 23 הָאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zij vestigden het altaar op zijn stelling, maar met verschrikking, die over hen was, vanwege de volken der landen; en zij offerden daarop brandofferen den HEERE, brandofferen des morgens en des avonds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zij vestigdenH3559 het altaarH4196 opH5921 zijn stellingH4350, maarH3588 met verschrikkingH367, die over hen was, vanwege de volkenH5971 der landenH776; en zij offerdenH5927 daarop brandofferenH5930 den HEEREH3068, brandofferenH5930 des morgensH1242 en des avondsH6153. En zij vestigden het altaar op zijn stelling, maar met verschrikking, die over hen was, vanwege de volken der landen; en zij offerden daarop brandofferen den HEERE, brandofferen des morgens en des avonds.

KJV And they set1 the altar2 upon his bases;4 for fear6 was upon them because of the people8 of those countries:9 and they offered10 burnt offerings12 thereon unto the LORD,13 even burnt offerings14 morning15 and evening.

1 וַיָּכִ֤ינוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 2 הַמִּזְבֵּ֨חַ֙ H4196 altaar, altaren, altaars altar 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 מְכ֣וֹנֹתָ֔יו H4350 stellingen, stelling base 5 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 בְּאֵימָ֣ה H367 verschrikking, schrik, verschrikkingen dread, fear, horror, idol, terrible, terror 7 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 מֵעַמֵּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הָאֲרָצ֑וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 וַיַּעֲל֨וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 11 עָלָ֤יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 עֹלוֹת֙ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 13 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 עֹל֖וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 15 לַבֹּ֥קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 16 וְלָעָֽרֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En zij hielden het feest der loofhutten, gelijk geschreven is; en zij offerden brandofferen dag bij dag in getal, naar het recht, van elk dagelijks op zijn dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En zij hieldenH6213 het feestH2282 der loofhuttenH5521, gelijk geschrevenH3789 is; en zij offerden brandofferenH5930 dagH3117 bij dagH3117 in getalH4557, naar het rechtH4941, van elk dagelijksH3117 op zijn dagH3117. En zij hielden het feest der loofhutten, gelijk geschreven is; en zij offerden brandofferen dag bij dag in getal, naar het recht, van elk dagelijks op zijn dag.

KJV They kept1 also the feast3 of tabernacles,4 as it is written,5 and offered the daily7 burnt offerings6 by number,9 according to the custom,10 as the duty11 of every day8 required;

1 וַֽיַּעֲשׂ֛וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 חַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 4 הַסֻּכּ֖וֹת H5521 loofhutten, tenten, hut booth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent 5 כַּכָּת֑וּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 6 וְעֹלַ֨ת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 7 י֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 בְּיוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 בְּמִסְפָּ֔ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 10 כְּמִשְׁפַּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 11 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 בְּיוֹמֽוֹ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daarna ook het gedurig brandoffer, en van de nieuwe maanden, en van alle gezette hoogtijden des HEEREN, die geheiligd waren; ook van een ieder, die een vrijwillige offerande den HEERE vrijwilliglijk offerde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 DaarnaH310 ook het gedurigH8548 brandofferH5930, en van de nieuwe maandenH2320, en van alleH3605 gezette hoogtijdenH4150 des HEERENH3068, die geheiligdH6942 waren; ook van een iederH3605, die een vrijwillige offerandeH5071 den HEEREH3068 vrijwilliglijk offerdeH5068. Daarna ook het gedurig brandoffer, en van de nieuwe maanden, en van alle gezette hoogtijden des HEEREN, die geheiligd waren; ook van een ieder, die een vrijwillige offerande den HEERE vrijwilliglijk offerde.

KJV And afterward1 offered the continual4 burnt offering,3 both of the new moons,5 and of all the set feasts7 of the LORD8 that were consecrated,9 and of every one that willingly offered11 a freewill offering12 unto the LORD.

1 וְאַחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 כֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 עֹלַ֤ת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 4 תָּמִיד֙ H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 5 וְלֶ֣חֳדָשִׁ֔ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 וּלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 מוֹעֲדֵ֥י H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 הַמְקֻדָּשִׁ֑ים H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 10 וּלְכֹ֛ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 מִתְנַדֵּ֥ב H5068 vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegeven offer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly) 12 נְדָבָ֖ה H5071 vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gave free(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering) 13 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Van den eersten dag af der zevende maand begonnen zij den HEERE brandofferen te offeren; doch de grond van den tempel des HEEREN was niet gelegd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Van den eerstenH259 dagH3117 af der zevendeH7637 maandH2320 begonnenH2490 zij den HEEREH3068 brandofferenH5930 te offerenH5927; doch de grondH3245 van den tempelH1964 des HEERENH3068 was nietH3808 gelegdH3245. Van den eersten dag af der zevende maand begonnen zij den HEERE brandofferen te offeren; doch de grond van den tempel des HEEREN was niet gelegd.

KJV From the first2 day1 of the seventh4 month3 began5 they to offer6 burnt offerings7 unto the LORD.8 But the foundation12 of the temple9 of the LORD10 was not yet laid.

1 מִיּ֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 לַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 הַשְּׁבִיעִ֔י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 5 הֵחֵ֕לּוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 6 לְהַעֲל֥וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 עֹל֖וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 8 לַיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וְהֵיכַ֥ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יֻסָּֽד H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zo gaven zij geld aan de houwers en werkmeesters, ook spijs en drank, en olie, aan de Sidoniers en aan de Tyriers, om cederenhout van den Libanon te brengen aan de zee naar Jafo, naar de vergunning van Kores, koning van Perzie, aan hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zo gavenH5414 zij geldH3701 aan de houwersH2672 en werkmeestersH2796, ook spijsH3978 en drankH4960, en olieH8081, aan de SidoniersH6722 en aan de TyriersH6876, om cederenhoutH730 vanH4480 den LibanonH3844 te brengenH935 aan de zeeH3220 naar JafoH3305, naar de vergunningH7558 van KoresH3566, koningH4428 van PerzieH6539, aan hen. Zo gaven zij geld aan de houwers en werkmeesters, ook spijs en drank, en olie, aan de Sidoniers en aan de Tyriers, om cederenhout van den Libanon te brengen aan de zee naar Jafo, naar de vergunning van Kores, koning van Perzie, aan hen.

KJV They gave1 money2 also unto the masons,3 and to the carpenters;4 and meat,5 and drink,6 and oil,7 unto them of Zidon,8 and to them of Tyre,9 to bring10 cedar12 trees11 from Lebanon14 to the sea16 of Joppa,17 according to the grant18 that they had of Cyrus19 king20 of Persia.

1 וַיִּ֨תְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 כֶ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 לַחֹצְבִ֖ים H2672 uitgehouwen, houwers, gehouwen cut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason 4 וְלֶחָרָשִׁ֑ים H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 5 וּמַאֲכָ֨ל H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 6 וּמִשְׁתֶּ֜ה H4960 maaltijd, maaltijden, bruiloft banquet, drank, drink, feast((-ed), -ing) 7 וָשֶׁ֗מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 8 לַצִּֽדֹנִים֙ H6722 Sidoniers, Sidonische Sidonian, of Sidon, Zidonian 9 וְלַצֹּרִ֔ים H6876 Tyriers, Tyrus (man) of Tyre 10 לְהָבִיא֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 עֲצֵ֨י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 12 אֲרָזִ֤ים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 13 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 הַלְּבָנוֹן֙ H3844 Libanon Lebanon 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 יָ֣ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 17 יָפ֔וֹא H3305 Jafo Japha, Joppa 18 כְּרִשְׁי֛וֹן H7558 vergunning grant 19 כּ֥וֹרֶשׁ H3566 Kores, Cores Cyrus 20 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 פָּרַ֖ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 22 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 In het tweede jaar nu hunner aankomst ten huize Gods te Jeruzalem, in de tweede maand, begonnen Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, en de overige hunner broederen, de priesters en de Levieten, en allen, die uit de gevangenis te Jeruzalem gekomen waren; en zij stelden de Levieten, van twintig jaren oud en daarboven, om opzicht te nemen over het werk van des HEEREN huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 In het tweedeH8145 jaarH8141 nu hunner aankomstH935 ten huizeH1004 GodsH430 te JeruzalemH3389, in de tweedeH8145 maandH2320, begonnenH2490 ZerubbabelH2216, de zoonH1121 van SealthielH7597, en JesuaH3442, de zoonH1121 van JozadakH3136, en de overigeH7605 hunner broederenH251, de priestersH3548 en de LevietenH3881, en allenH3605, die uit de gevangenisH7628 te JeruzalemH3389 gekomen waren; en zij steldenH5975 de LevietenH3881, van twintigH6242 jarenH8141 oudH1121 en daarboven, om opzichtH5329 te nemen overH5921 het werkH4399 van des HEERENH3068 huisH1004. In het tweede jaar nu hunner aankomst ten huize Gods te Jeruzalem, in de tweede maand, begonnen Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, en de overige hunner broederen, de priesters en de Levieten, en allen, die uit de gevangenis te Jeruzalem gekomen waren; en zij stelden de Levieten, van twintig jaren oud en daarboven, om opzicht te nemen over het werk van des HEEREN huis.

KJV Now in the second2 year1 of their coming3 unto the house5 of God6 at Jerusalem,7 in the second9 month,8 began10 Zerubbabel11 the son12 of Shealtiel,13 and Jeshua14 the son15 of Jozadak,16 and the remnant17 of their brethren18 the priests19 and the Levites,20 and all they that were come out22 of the captivity23 unto Jerusalem;24 and appointed25 the Levites,27 from twenty29 years30 old28 and upward,31 to set forward32 the work34 of the house35 of the LORD.

1 וּבַשָּׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 הַשֵּׁנִ֗ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 3 לְבוֹאָ֞ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 הָֽאֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 לִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 בַּחֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 הַשֵּׁנִ֑י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 10 הֵחֵ֡לּוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 11 זְרֻבָּבֶ֣ל H2216 Zerubbabel Zerubbabel 12 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 שְׁ֠אַלְתִּיאֵל H7597 Sealthiel Shalthiel, Shealtiel 14 וְיֵשׁ֨וּעַ H3442 Jesua, Jesua-joab Jeshua 15 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 יֽוֹצָדָ֜ק H3136 Jozadak Jozadak 17 וּשְׁאָ֥ר H7605 overblijfsel, overige, overgebleven [idiom] other, remnant, residue, rest 18 אֲחֵיהֶ֣ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 19 הַכֹּהֲנִ֣ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 20 וְהַלְוִיִּ֗ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 21 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 הַבָּאִים֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 מֵהַשְּׁבִ֣י H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 24 יְרֽוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 25 וַיַּעֲמִ֣ידוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 26 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 הַלְוִיִּ֗ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 28 מִבֶּ֨ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 29 עֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 30 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 31 וָמַ֔עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 32 לְנַצֵּ֖חַ H5329 opperzangmeester, opzieners, altoosdurende excel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward 33 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 34 מְלֶ֥אכֶת H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 35 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 36 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen stond Jesua, zijn zonen en zijn broederen, en Kadmiel met zijn zonen, kinderen van Juda, als een man, om opzicht te hebben over degenen, die het werk deden aan het huis Gods, met de zonen van Henadad, hun zonen en hun broederen, de Levieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen stondH5975 JesuaH3442, zijn zonenH1121 en zijn broederenH251, en KadmielH6934 met zijn zonenH1121, kinderenH1121 van JudaH3063, als eenH259 man, om opzichtH5329 te hebben overH5921 degenen, die het werkH4399 dedenH6213 aan het huisH1004 GodsH430, met de zonenH1121 van HenadadH2582, hun zonenH1121 en hun broederenH251, de LevietenH3881. Toen stond Jesua, zijn zonen en zijn broederen, en Kadmiel met zijn zonen, kinderen van Juda, als een man, om opzicht te hebben over degenen, die het werk deden aan het huis Gods, met de zonen van Henadad, hun zonen en hun broederen, de Levieten.

KJV Then stood1 Jeshua2 with his sons3 and his brethren,4 Kadmiel5 and his sons,6 the sons7 of Judah,8 together,9 to set forward10 the workmen12 in the house14 of God:15 the sons16 of Henadad,17 with their sons18 and their brethren19 the Levites.

1 וַיַּעֲמֹ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 יֵשׁ֡וּעַ H3442 Jesua, Jesua-joab Jeshua 3 בָּנָ֣יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וְ֠אֶחָיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 קַדְמִיאֵ֨ל H6934 Kadmiel Kadmiel 6 וּבָנָ֤יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 9 כְּאֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 לְנַצֵּ֛חַ H5329 opperzangmeester, opzieners, altoosdurende excel, chief musician (singer), oversee(-r), set forward 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 עֹשֵׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 הַמְּלָאכָ֖ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 14 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 בְּנֵי֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 חֵֽנָדָ֔ד H2582 Henadad Henadad 18 בְּנֵיהֶ֥ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 וַאֲחֵיהֶ֖ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 20 הַלְוִיִּֽם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Als nu de bouwlieden den grond van des HEEREN tempel legden, zo stelden zij de priesteren, aangekleed zijnde, met trompetten, en de Levieten, Asafs zonen, met cimbalen, om den HEERE te loven, naar de instelling van David, den koning van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Als nu de bouwliedenH1129 den grondH3245 van des HEERENH3068 tempelH1964 legden, zo steldenH5975 zij de priesterenH3548, aangekleedH3847 zijnde, met trompettenH2689, en de LevietenH3881, AsafsH623 zonenH1121, met cimbalenH4700, om den HEEREH3068 te lovenH1984, naar de instellingH3027 van DavidH1732, den koningH4428 van IsraelH3478. Als nu de bouwlieden den grond van des HEEREN tempel legden, zo stelden zij de priesteren, aangekleed zijnde, met trompetten, en de Levieten, Asafs zonen, met cimbalen, om den HEERE te loven, naar de instelling van David, den koning van Israel.

KJV And when the builders2 laid the foundation1 of the temple4 of the LORD,5 they set6 the priests7 in their apparel8 with trumpets,9 and the Levites10 the sons11 of Asaph12 with cymbals,13 to praise14 the LORD,16 after the ordinance18 of David19 king20 of Israel.

1 וְיִסְּד֥וּ H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 2 הַבֹּנִ֖ים H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הֵיכַ֣ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַיַּעֲמִידוּ֩ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 הַכֹּהֲנִ֨ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 מְלֻבָּשִׁ֜ים H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 9 בַּחֲצֹֽצְר֗וֹת H2689 trompetten, trompet trumpet(-er) 10 וְהַלְוִיִּ֤ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 11 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 אָסָף֙ H623 Asaf, Asafs Asaph 13 בַּֽמְצִלְתַּ֔יִם H4700 cimbalen cymbals 14 לְהַלֵּל֙ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 יְדֵ֖י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 19 דָּוִ֥יד H1732 David, Davids David 20 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israel. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den HEERE loofde over de grondlegging van het huis des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij zongen bij beurten, met den HEEREH3068 te lovenH1984 en te dankenH3034, datH3588 Hij goedig is, datH3588 Zijn weldadigheidH2617 tot in eeuwigheidH5769 is overH5921 IsraelH3478. En alH3605 het volkH5971 juichteH7321 met grootH1419 gejuichH8643, als men den HEEREH3068 loofdeH1984 overH5921 de grondleggingH3245 van het huisH1004 des HEERENH3068. En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israel. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den HEERE loofde over de grondlegging van het huis des HEEREN.

Ook in dit vers goedH2896 zongen beurtenH6030

KJV And they sang together by course1 in praising2 and giving thanks3 unto the LORD;4 because he is good,6 for his mercy9 endureth for ever8 toward Israel.11 And all the people13 shouted14 with a great16 shout,15 when they praised17 the LORD,18 because the foundation20 of the house21 of the LORD22 was laid.

1 וַֽ֠יַּעֲנוּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 בְּהַלֵּ֨ל H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 3 וּבְהוֹדֹ֤ת H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 4 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 ט֔וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 לְעוֹלָ֥ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 9 חַסְדּ֖וֹ H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הָעָ֡ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 הֵרִיעוּ֩ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 15 תְרוּעָ֨ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 16 גְדוֹלָ֤ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 17 בְהַלֵּל֙ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 18 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 הוּסַ֥ד H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 21 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 22 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem; maar velen verhieven de stem met gejuich en met vreugde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Maar velenH7227 van de priesterenH3548, en de LevietenH3881, en hoofdenH7218 der vaderenH1, die oudH2205 waren, die het eersteH7223 huisH1004 gezienH7200 hadden, ditH2088 huisH1004 in zijn grondleggingH3245 voor hun ogenH5869 zijnde, weendenH1058 met luiderH1419 stemH6963; maar velenH7227 verhievenH7311 de stemH6963 met gejuichH8643 en met vreugdeH8057. Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem; maar velen verhieven de stem met gejuich en met vreugde.

KJV But many1 of the priests2 and Levites3 and chief4 of the fathers,5 who were ancient men,6 that had seen8 the first11 house,10 when the foundation12 of this house14 was laid before their eyes,15 wept16 with a loud18 voice;17 and many19 shouted20 aloud22 for joy:

1 וְרַבִּ֡ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 2 מֵהַכֹּהֲנִ֣ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 וְהַלְוִיִּם֩ H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 וְרָאשֵׁ֨י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 הָאָב֜וֹת H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 הַזְּקֵנִ֗ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 רָא֜וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַבַּ֤יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 הָֽרִאשׁוֹן֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 12 בְּיָסְד֔וֹ H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 13 זֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 הַבַּ֨יִת֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 בְּעֵ֣ינֵיהֶ֔ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 16 בֹּכִ֖ים H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 17 בְּק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 18 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 19 וְרַבִּ֛ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 20 בִּתְרוּעָ֥ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 21 בְשִׂמְחָ֖ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 22 לְהָרִ֥ים H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 23 קֽוֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zodat het volk niet onderkende de stem van het gejuich der vreugde, van de stem des geweens van het volk; want het volk juichte met groot gejuich, dat de stem tot van verre gehoord werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zodat het volkH5971 nietH369 onderkendeH5234 de stemH6963 van het gejuichH8643 der vreugdeH8057, van de stemH6963 des geweensH1065 van het volkH5971; wantH3588 het volkH5971 juichteH7321 met grootH1419 gejuichH8643, dat de stemH6963 totH5704 van verreH7350 gehoordH8085 werd. Zodat het volk niet onderkende de stem van het gejuich der vreugde, van de stem des geweens van het volk; want het volk juichte met groot gejuich, dat de stem tot van verre gehoord werd.

KJV So that the people2 could not discern3 the noise4 of the shout5 of joy6 from the noise7 of the weeping8 of the people:9 for the people11 shouted12 with a loud14 shout,13 and the noise15 was heard16 afar off.

1 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 2 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 מַכִּירִים֙ H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 4 ק֚וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 תְּרוּעַ֣ת H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 6 הַשִּׂמְחָ֔ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 7 לְק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 בְּכִ֣י H1065 geween, wenen, wening overflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept 9 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 מְרִיעִים֙ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 13 תְּרוּעָ֣ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 14 גְדוֹלָ֔ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 15 וְהַקּ֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 16 נִשְׁמַ֖ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 17 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 לְמֵרָחֽוֹק H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezra 3:1 Leviticus 23:24 Exodus 23:14 Nehemia 8:14 Richteren 20:1 Handelingen 2:46 Leviticus 16:29 1 Korinthe 1:10 Nehemia 7:73
Ezra 3:2 1 Kronieken 3:17 Lukas 3:27 Ezra 2:2 Hagai 1:1 Mattheüs 1:12 Hagai 1:14 Nehemia 12:1 Zacharia 6:11
Ezra 3:3 Ezra 4:4 Numeri 28:2 Ezra 8:21 Psalmen 56:2 Exodus 29:38 Psalmen 27:1 Ezra 4:11 2 Kronieken 4:1
Ezra 3:4 Exodus 23:16 Numeri 29:12 Nehemia 8:14 Zacharia 14:16 Johannes 7:2 Leviticus 23:34 Exodus 29:38 Jeremia 52:34
Ezra 3:5 Numeri 29:39 Numeri 28:14 Deuteronomium 12:17 Numeri 28:27 Deuteronomium 12:6 2 Kronieken 29:31 Numeri 29:2 Numeri 28:19
Ezra 3:7 Handelingen 12:20 Handelingen 9:36 1 Koningen 5:6 Ezechiël 27:17 2 Kronieken 2:10 2 Kronieken 24:12 Handelingen 10:5 Ezra 1:2
Ezra 3:8 1 Kronieken 23:24 1 Kronieken 23:4 Ezra 4:3 Numeri 4:3
Ezra 3:9 Ezra 2:40 Ezra 3:8 Nehemia 7:43
Ezra 3:10 Zacharia 4:10 1 Samuël 22:18 1 Kronieken 16:4 1 Kronieken 25:1 2 Kronieken 29:25 Nehemia 12:24 Exodus 28:40 1 Kronieken 6:31
Ezra 3:11 1 Kronieken 16:34 2 Kronieken 7:3 Psalmen 107:1 Nehemia 12:24 Jeremia 33:11 Psalmen 106:1 1 Kronieken 16:41 Psalmen 103:17
Ezra 3:12 Hagai 2:3 Job 8:7 Psalmen 126:6 Jeremia 31:8 Zacharia 4:10 Jesaja 60:22 Mattheüs 13:31 Jesaja 41:14
Ezra 3:13 Jeremia 33:11 1 Koningen 1:45 Lukas 19:37 1 Samuël 4:5 1 Koningen 1:40 Zacharia 4:7 Psalmen 5:11 Richteren 2:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezra 3 vers 1

zevende maand Genoemd Thisri, passende eensdeels op onzen September, eensdeels op October. In deze maand werd het loofhuttenfeest gehouden; Lev. 23:24 ; Num. 29:12 .

Hertaald: zevende maand Tisri genoemd, komt deels overeen met onze september, deels met oktober. In deze maand werd het loofhuttenfeest gehouden; Lev. 23:24; Num. 29:12.

aankwam, Hebreeuws, aanraakte.

Hertaald: aankwam, Hebreeuws: aanraakte.

als een enig man, Zie Richt. 20:1 .

Hertaald: als een enig man, Zie Richt. 20:1.

Ezra 3 vers 2

Jesua, Zie boven, Ezra 2:2 .

Hertaald: Jesua, Zie hierboven Ezra 2:2.

broederen, Dat is, verwanten, bloedvrienden, en zo in het volgende.

Hertaald: broederen, Dat is: verwanten, bloedverwanten, en zo ook in het vervolg.

zoon van Sealthiël, Dat is, kindskind; want hij was een zoon van Pedaja, die Sealthiëls zoon was; 1 Kron. 3:17-19 . Hij wordt Matt. 1:12

Hertaald: zoon van Sealthiël, Dat is: kleinzoon; want hij was een zoon van Pedaja, die de zoon van Sealthiël was; 1 Kron. 3:17-19. Hij wordt in Matth. 1:12

man Gods Zie Richt. 13:6 .

Hertaald: man Gods Zie Richt. 13:6.

Ezra 3 vers 3

maar met verschrikking, Dat is, zij lieten den godsdienst niet na, hoewel bevreest zijnde, enz. Anders, want vrees was op hen van, enz.; dat is, zij zochten door de oefening van den waren godsdienst zich te verzekeren tegen hun vijanden.

Hertaald: maar met verschrikking, Dat is: zij lieten de eredienst niet na, hoewel zij bang waren, enzovoort. Anders: want vrees was op hen vanwege, enzovoort; dat is: zij zochten door de uitoefening van de ware eredienst zich veilig te stellen tegen hun vijanden.

landen; Versta, de omliggende omstreken, waarin hun vijanden woonden. Zie onder, Ezra 4:7-10 , enz.

Hertaald: landen; Versta hieronder de omliggende gebieden, waarin hun vijanden woonden. Zie hieronder Ezra 4:7-10, enzovoort.

morgens Zie Num. 28:3-4 , enz. met de aantekening.

Hertaald: morgens Zie Num. 28:3-4, enzovoort, met de aantekening.

Ezra 3 vers 4

recht, Zie Num. 29:12 , enz.

Hertaald: recht, Zie Num. 29:12, enzovoort.

elk Hebreeuws, het woord, of, de zaak eens dags op zijn dag.

Hertaald: elk Hebreeuws: het woord, of: de zaak van een dag op zijn dag.

Ezra 3 vers 5

gedurig Zie Num. 28:6 .

Hertaald: gedurig Zie Num. 28:6.

geheiligd waren; Zie Lev. 8:10 .

Hertaald: geheiligd waren; Zie Lev. 8:10.

Ezra 3 vers 7

houwers en werkmeesters, Houthouwers en steenhouwers, die hout uit de bossen en stenen uit de rotsen zouden houwen. Het Hebreeuwse woord begrijpt beiden, en beiden waren tot het bouwen des tempels nodig.

Hertaald: houwers en werkmeesters, Houthakkers en steenhouwers, die hout uit de bossen en stenen uit de rotsen zouden hakken. Het Hebreeuwse woord omvat beiden, en beiden waren nodig voor de bouw van de tempel.

spijs en drank, Naar het exempel van Salomo; 1 Kon. 5:6 , 1 Kon. 5:9 , 1 Kon. 5:11 .

Hertaald: spijs en drank, Naar het voorbeeld van Salomo; 1 Kon. 5:6, 1 Kon. 5:9, 1 Kon. 5:11.

Libanon Zie 1 Kon. 4:33 .

Hertaald: Libanon Zie 1 Kon. 4:33.

Jafo, Anders genaamd Joppe; Hand. 9:36 . Zie 2 Kron. 2:16 .

Hertaald: Jafo, Elders Joppe genoemd; Hand. 9:36. Zie 2 Kron. 2:16.

Ezra 3 vers 8

tweede maand, Genoemd Jiar, passende eensdeels op April, anderdeels op Mei.

Hertaald: tweede maand, Ziv genoemd, komt deels overeen met april, deels met mei.

van twintig jaren Hebreeuws, een zoon van twintig jaar.

Hertaald: van twintig jaren Hebreeuws: een zoon van twintig jaar.

Ezra 3 vers 9

Juda, Boven, Ezra 2:40 genoemd Hodavja, en Neh. 7:43

Hertaald: Juda, Hierboven, in Ezra 2:40, Hodavja genoemd, en Neh. 7:43

Ezra 3 vers 10

aangekleed zijnde, Te weten, met de priesterlijke klederen.

Hertaald: aangekleed zijnde, Namelijk: gekleed in de priesterlijke gewaden.

instelling van David, Hebreeuws, naar de handen; dat is [gelijk sommigen verstaan], met psalmen, die David gemaakt en daartoe verordineerd had. Zie 2 Kron. 5:13 , en 2 Kron. 29:27 , en vergelijk 1 Kron. 16:7 , enz.

Hertaald: instelling van David, Hebreeuws: naar de handen; dat is [zoals sommigen het opvatten]: met psalmen die David gemaakt en daarvoor bestemd had. Zie 2 Kron. 5:13, en 2 Kron. 29:27, en vergelijk 1 Kron. 16:7, enzovoort.

Ezra 3 vers 12

huis in zijn grondlegging Sommigen aldus: die het eerste huis op zijn grondvesting gezien hadden, dit huis [nu] voor hun ogen zijnde, enz. De zin is dat zij, de grondlegging van dezen tempel met hun ogen nu aanschouwende en die met den grond van den eersten tempel vergelijkende, daaruit lichtelijk konden afnemen hoeveel het gebouw van het voorgaande zou verschillen. Zie Hag. 2:3 .

Hertaald: huis in zijn grondlegging Sommigen zo: die het eerste huis op zijn fundering gezien hadden, terwijl dit huis [nu] voor hun ogen was, enzovoort. De betekenis is dat zij, terwijl zij nu de fundering van deze tempel met eigen ogen aanschouwden en die met de fundering van de eerste tempel vergeleken, daaruit gemakkelijk konden opmaken hoezeer het gebouw van het vorige zou verschillen. Zie Hagg. 2:3.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Zerubbabel  — gezaaid in Babel

Zoon van Sealthiël, van het koninklijk geslacht van David; een van de leiders van de eerste terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Samen met de hogepriester Jesua herbouwde hij het altaar en legde hij, ondanks tegenwerking, het fundament van de tempel (Ezra 2:2; 3:2, 8; 4:2-3; 5:2).

Jesua (de hogepriester)  — de HEERE is heil

Zoon van Jozadak, hogepriester van de eerste terugkeer uit de ballingschap. Samen met Zerubbabel bouwde hij het altaar, hield het loofhuttenfeest en legde het fundament van de tempel, ondanks tegenstand van de volken des lands (Ezra 2:2; 3:2, 8-9; 5:2).

Kadmiël  — voor het aangezicht van God

Een Leviet, die met zijn zonen en die van Jesua toezicht hield op het werk aan het huis Gods (Ezra 3:9).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zij bouwden het altaar, met verschrikking over hen  — nog voordat er een steen voor de tempel ligt, staat het altaar er weer: "En zij vestigden het altaar op zijn stelling, maar met verschrikking, die over hen was, vanwege de volken der landen; en zij offerden daarop brandofferen den HEERE" (Ezra 3:3)

In de zevende maand verzamelt het volk zich als één man te Jeruzalem (Ezra 3:1). Jesua met de priesters en Zerubbabel met zijn broeders bouwen het altaar van de God Israëls, om daarop brandoffers te offeren zoals geschreven is in de wet van Mozes (Ezra 3:2). Zij zetten het op zijn oude plaats, en zij doen dat terwijl de vrees voor de omringende volken op hen ligt (Ezra 3:3). Daarop offeren zij de brandoffers van morgen en avond, houden het loofhuttenfeest zoals het voorgeschreven is, en herstellen het gedurige brandoffer met de offers van de nieuwe maanden en de gezette hoogtijden (Ezra 3:4-5). Van de eerste dag van de zevende maand af werd er weer geofferd, en de tekst voegt er nadrukkelijk aan toe: de grond van de tempel was nog niet gelegd (Ezra 3:6). Pas daarna wordt geld gegeven aan houwers en werkmeesters en komt er cederhout uit de Libanon (Ezra 3:7).

Bijbelse betekenis: De volgorde is het hart van dit gedeelte. Er is nog geen tempel, geen muur en geen zekerheid, maar er is wel weer een altaar. Zij beginnen dus niet bij de bescherming maar bij de verzoening, en niet bij wat zichtbaar indruk maakt maar bij wat God bevolen had. Wie op een puinhoop staat, moet het eerst weten waar hij met zijn schuld heen kan. Het tweede is even opmerkelijk: zij doen het met verschrikking over zich. De Schrift verzwijgt hun angst niet en beweert ook niet dat het geloof haar wegnam; zij offerden terwijl zij bang waren. Gehoorzaamheid hoeft niet te wachten tot de vrees geweken is. En de plaats waar het altaar komt te staan is de oude plaats, want een nieuw begin betekent hier terugkeren naar wat vaststond.

Typologie: Wat zij deden is precies wat de Heere Jezus later in één zin samenvatte: "Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden" (Matt. 6:33). Het altaar wees bovendien naar het offer dat eenmaal gebracht zou worden; wie daarmee begint, begint bij de enige plaats waar een schuldige gemeente staan kan.

Ezra 3:1-7; Matt. 6:33

De stem van het gejuich en de stem van het geween  — bij de grondlegging van de tweede tempel klinken vreugde en verdriet zo dooreen dat men ze niet uit elkaar kan houden: "Zodat het volk niet onderkende de stem van het gejuich der vreugde, van de stem des geweens van het volk" (Ezra 3:13)

In het tweede jaar na de aankomst begint het werk aan het huis Gods (Ezra 3:8). De Levieten van twintig jaar en ouder krijgen het opzicht, en Jesua en Kadmiel staan met hun zonen als één man over de werklieden (Ezra 3:8-9). Als de bouwlieden de grond van de tempel leggen, worden de priesters in hun ambtsgewaad opgesteld met trompetten en de Levieten uit Asafs zonen met cimbalen, om de HEERE te loven naar de instelling van David (Ezra 3:10). Zij zingen bij beurten met loven en danken dat Hij goed is en dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israël, en het volk juicht met groot gejuich (Ezra 3:11). Maar velen van de oude priesters, Levieten en familiehoofden, die het eerste huis nog gezien hadden, weenden met luider stem toen zij deze grondlegging voor hun ogen zagen, terwijl anderen juist juichten van vreugde (Ezra 3:12). Het geluid was zo vermengd dat men de beide stemmen niet meer kon onderscheiden, en het werd tot ver in de omtrek gehoord (Ezra 3:13).

Bijbelse betekenis: Twee geslachten staan hier op één plaats. De jongeren zien een begin en juichen; de ouden zien het verschil met wat er geweest is en wenen. Beide hebben gelijk, en de Schrift kiest tussen hen geen partij. Dat is een eerlijk bericht voor iedere tijd waarin de kerk klein geworden is: dankbaarheid voor wat er nog is en droefheid over wat verloren ging kunnen naast elkaar bestaan, en soms in dezelfde mens. Wel is er een gevaar aan beide kanten. Wie alleen terugkijkt, veracht het werk dat God nu doet; wie alleen juicht, verliest de maatstaf uit het oog van wat het behoorde te zijn. Het lied dat zij zongen is bovendien hetzelfde als bij de eerste tempelinwijding: dat Hij goed is en Zijn weldadigheid eeuwig duurt. Het huis was minder, maar de God van het huis was Dezelfde.

Typologie: Zacharia sprak juist in deze jaren tot dit volk en dit bouwwerk: "wie veracht den dag der kleine dingen?" (Zach. 4:10). En de psalm belooft dat de tranen bij dit soort werk niet het laatste woord hebben: "Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien" (Ps. 126:5).

Ezra 3:8-13; Zach. 4:10; Ps. 126:5

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding

Wenen en juichen tegelijk — 3:10-13

Zeventig jaar ballingschap zijn voorbij. Een handjevol teruggekeerden legt de fundering van een nieuwe tempel, op de plek waar het oude huis in puin lag. De ouderen onder hen hebben dat oude huis nog gezien.

Bij de grondlegging klinkt gejuich en geween door elkaar, zodat niemand het onderscheid meer hoorde.

De jongeren juichen, en terecht: er wordt weer gebouwd. Maar de oude priesters en hoofden der vaderen, die het eerste huis gezien hadden, wenen met luider stem. De kanttekening legt uit waarom: zij vergeleken de fundering van deze tempel met die van de eerste, en zagen hoeveel geringer het worden zou.

Er staat dan dat het volk het geluid van het vreugdegejuich niet kon onderscheiden van het geluid van het geween des volks, want het geschal was zo groot dat men het van verre hoorde.

Dat is een eerlijk beeld van deze hele periode. Er is werkelijk herstel, en het is werkelijk minder dan het was. Geen ark, geen vuur uit de hemel, geen wolk die het huis vervult. De tempel staat er straks, maar het heilige der heiligen is leeg.

Juist in die jaren spreekt God door Haggaï over deze tweede tempel, en Hij doet dat op een verrassende manier. Hij vraagt eerst (Haggaï 2:3): wie is onder ulieden overgebleven die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Dan zegt Hij dat het zilver en het goud van Hem zijn — Hij had het gemakkelijk rijker kunnen maken als Hij dat gewild had, merkt de kanttekening op. Maar Hij belooft iets anders (Haggaï 2:9): de heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste.

Dat woord bleef eeuwen onbegrijpelijk, tot er op een dag een Kind in dat gebouw gedragen werd en een oude man Hem in de armen nam.

  1. Ezra 3:12 — De ouderen wenen: dit huis haalt niet bij het eerste.
  2. Ezra 3:13 — Gejuich en geween zijn niet meer van elkaar te onderscheiden.
  3. Haggaï 2:3 — Wie is er nog die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft?
  4. Haggaï 2:9 — De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste.
  5. Lukas 2:27-32 — In dat huis neemt Simeon het Kind in zijn armen: een Licht voor de heidenen.

In het Nieuwe Testament: Lukas 2:27-32; Maleachi 3:1; Johannes 2:16

Hoever dit reikt: Niveau 3. Haggaï spreekt over de heerlijkheid van dit tweede huis; dat die vervuld wordt in de komst van Christus in de tempel is de gangbare lezing, maar Haggaï noemt Hem daar niet met name.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezra 3

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content