Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezra 1

1 In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het eersteH259 jaarH8141 nu van KoresH3566, koningH4428 van PerzieH6539, opdat volbrachtH3615 wierd het woordH1697 des HEERENH3068, uit den mondH6310 van JeremiaH3414, verwekteH5782 de HEEREH3068 den geestH7307 van KoresH3566, koningH4428 van PerzieH6539, dat hij een stemH6963 liet doorgaanH5674 door zijn ganseH3605 koninkrijkH4438, zelfsH1571 ook in geschriftH4385, zeggendeH559: In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzie, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzie, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende:

KJV Now in the first2 year1 of Cyrus3 king4 of Persia,5 that the word7 of the LORD8 by the mouth9 of Jeremiah10 might be fulfilled,6 the LORD12 stirred up11 the spirit14 of Cyrus15 king16 of Persia,17 that he made a proclamation18 throughout all his kingdom,21 and put it also in writing,23 saying,

1 וּבִשְׁנַ֣ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 אַחַ֗ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 לְכ֨וֹרֶשׁ֙ H3566 Kores, Cores Cyrus 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 פָּרַ֔ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 6 לִכְל֥וֹת H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 7 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 מִפִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 יִרְמְיָ֑ה H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 11 הֵעִ֣יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 12 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 ר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 15 כֹּ֣רֶשׁ H3566 Kores, Cores Cyrus 16 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 פָּרַ֔ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 18 וַיַּֽעֲבֶר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 19 קוֹל֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 20 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 מַלְכוּת֔וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 22 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 23 בְּמִכְתָּ֖ב H4385 geschrift, schrift, beschrijving writing 24 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 ZoH3541 zegtH559 KoresH3566, koningH4428 van PerzieH6539: De HEEREH3068, de GodH430 des hemelsH8064, heeft mij alleH3605 koninkrijkenH4467 der aardeH776 gegevenH5414; en Hij heeft mij bevolenH6485 Hem een huisH1004 te bouwenH1129 te JeruzalemH3389, hetwelkH834 in JudaH3063 is. Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is.

KJV Thus saith2 Cyrus3 king4 of Persia,5 The LORD11 God12 of heaven13 hath given9 me all the kingdoms7 of the earth;8 and he hath charged15 me to build17 him an house19 at Jerusalem,20 which is in Judah.

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 כֹּ֚רֶשׁ H3566 Kores, Cores Cyrus 4 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 פָּרַ֔ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 6 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 מַמְלְכ֣וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 8 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 נָ֣תַן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 לִ֔י 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 14 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 פָקַ֤ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 16 עָלַי֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 לִבְנֽוֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 18 ל֣וֹ 19 בַ֔יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 20 בִּירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 21 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 בִּֽיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Wie is onder ulieden van al Zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwe het huis des HEEREN, des Gods van Israel; Hij is de God, Die te Jeruzalem woont.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WieH4310 is onder ulieden van alH3605 Zijn volkH5971? ZijnH1961 GodH430 zij metH5973 hem, en hij trekkeH5927 op naar JeruzalemH3389, dat in JudaH3063 is, en hij bouweH1129 het huisH1004 des HEERENH3068, des GodsH430 van IsraelH3478; HijH1931 is de GodH430, Die te JeruzalemH3389 woont. Wie is onder ulieden van al Zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwe het huis des HEEREN, des Gods van Israel; Hij is de God, Die te Jeruzalem woont.

KJV Who is there among you of all his people?4 his God6 be with him, and let him go up8 to Jerusalem,9 which is in Judah,11 and build12 the house14 of the LORD15 God16 of Israel,17 (he is the God,)19 which is in Jerusalem.

1 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 בָכֶ֣ם 3 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 עַמּ֗וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 יְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 אֱלֹהָיו֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 עִמּ֔וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 וְיַ֕עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 לִירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בִּיהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 12 וְיִ֗בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 18 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 19 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En al wie achterblijven zou in enige plaatsen, waar hij als vreemdeling verkeert, dien zullen de lieden zijner plaats bevorderlijk zijn met zilver, en met goud, en met have, en met beesten; benevens een vrijwillige gave, voor het huis Gods, Die te Jeruzalem woont.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En al wie achterblijvenH7604 zou in enigeH3605 plaatsenH4725, waar hijH1931 als vreemdeling verkeertH1481, dien zullen de liedenH582 zijner plaatsH4725 bevorderlijkH5375 zijn met zilverH3701, en met goudH2091, en met haveH7399, en met beestenH929; benevensH5973 een vrijwillige gaveH5071, voor het huisH1004 GodsH430, Die te JeruzalemH3389 woont. En al wie achterblijven zou in enige plaatsen, waar hij als vreemdeling verkeert, dien zullen de lieden zijner plaats bevorderlijk zijn met zilver, en met goud, en met have, en met beesten; benevens een vrijwillige gave, voor het huis Gods, Die te Jeruzalem woont.

KJV And whosoever remaineth2 in any place4 where he sojourneth,7 let the men of his place11 help9 him with silver,12 and with gold,13 and with goods,14 and with beasts,15 beside the freewill offering17 for the house18 of God19 that is in Jerusalem.

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַנִּשְׁאָ֗ר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 3 מִֽכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַמְּקֹמוֹת֮ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 גָֽר H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 8 שָׁם֒ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 יְנַשְּׂא֨וּהוּ֙ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 10 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 מְקֹמ֔וֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 12 בְּכֶ֥סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 13 וּבְזָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 14 וּבִרְכ֣וּשׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 15 וּבִבְהֵמָ֑ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 16 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 17 הַ֨נְּדָבָ֔ה H5071 vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gave free(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering) 18 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen maakten zich op de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, en de priesteren en de Levieten, benevens een iegelijk, wiens geest God verwekte, dat zij optrokken om te bouwen het huis des HEEREN, die te Jeruzalem woont.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen maaktenH6965 zich op de hoofdenH7218 der vaderenH1 van JudaH3063 en BenjaminH1144, en de priesterenH3548 en de LevietenH3881, benevensH3605 een iegelijk, wiens geestH7307 GodH430 verwekteH5782, dat zij optrokkenH5927 om te bouwenH1129 het huisH1004 des HEERENH3068, dieH834 te JeruzalemH3389 woont. Toen maakten zich op de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, en de priesteren en de Levieten, benevens een iegelijk, wiens geest God verwekte, dat zij optrokken om te bouwen het huis des HEEREN, die te Jeruzalem woont.

KJV Then rose up1 the chief2 of the fathers3 of Judah4 and Benjamin,5 and the priests,6 and the Levites,7 with all them whose spirit12 God10 had raised,9 to go up13 to build14 the house16 of the LORD17 which is in Jerusalem.

1 וַיָּק֜וּמוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 רָאשֵׁ֣י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 3 הָאָב֗וֹת H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 לִֽיהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 5 וּבִנְיָמִ֔ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 6 וְהַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 וְהַלְוִיִּ֑ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 8 לְכֹ֨ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הֵעִ֤יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 10 הָאֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 רוּח֔וֹ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 13 לַעֲל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 14 לִבְנ֔וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Allen nu, die rondom hen waren, sterkten hunlieder handen met zilveren vaten, met goud, met have, en met beesten, en met kostelijkheden; behalve alles, wat vrijwillig gegeven werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Allen nu, die rondomH5439 hen waren, sterktenH2388 hunlieder handenH3027 met zilverenH3701 vatenH3627, met goudH2091, met haveH7399, en met beestenH929, en met kostelijkhedenH4030; behalve allesH3605, wat vrijwillig gegevenH5068 werd. Allen nu, die rondom hen waren, sterkten hunlieder handen met zilveren vaten, met goud, met have, en met beesten, en met kostelijkheden; behalve alles, wat vrijwillig gegeven werd.

KJV And all they that were about2 them strengthened3 their hands4 with vessels5 of silver,6 with gold,7 with goods,8 and with beasts,9 and with precious things,10 beside all that was willingly offered.

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 סְבִיבֹֽתֵיהֶם֙ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 3 חִזְּק֣וּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 בִֽידֵיהֶ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 בִּכְלֵי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 6 כֶ֧סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 7 בַּזָּהָ֛ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 8 בָּרְכ֥וּשׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 9 וּבַבְּהֵמָ֖ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 10 וּבַמִּגְדָּנ֑וֹת H4030 kostelijkheden precious thing, present 11 לְבַ֖ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הִתְנַדֵּֽב H5068 vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegeven offer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ook bracht de koning Kores uit, de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had uitgevoerd, en had gesteld in het huis zijns gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ook brachtH3318 de koningH4428 KoresH3566 uit, de vatenH3627 van het huisH1004 des HEERENH3068, dieH834 NebukadnezarH5019 uit JeruzalemH3389 had uitgevoerdH3318, en had gesteldH5414 in het huisH1004 zijns godsH430. Ook bracht de koning Kores uit, de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had uitgevoerd, en had gesteld in het huis zijns gods.

KJV Also Cyrus2 the king1 brought forth3 the vessels5 of the house6 of the LORD,7 which Nebuchadnezzar10 had brought forth9 out of Jerusalem,11 and had put12 them in the house13 of his gods;

1 וְהַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 2 כּ֔וֹרֶשׁ H3566 Kores, Cores Cyrus 3 הוֹצִ֖יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 6 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הוֹצִ֤יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 נְבֽוּכַדְנֶצַּר֙ H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 11 מִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 וַֽיִּתְּנֵ֖ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 בְּבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 אֱלֹהָֽיו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Kores, de koning van Perzie, bracht ze uit door de hand van Mithredath, den schatmeester, die ze aan Sesbazar, den vorst van Juda, toetelde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En KoresH3566, de koningH4428 van PerzieH6539, brachtH3318 ze uit door de handH3027 van MithredathH4990, den schatmeesterH1489, die ze aanH5921 SesbazarH8339, den vorstH5387 van JudaH3063, toeteldeH5608. En Kores, de koning van Perzie, bracht ze uit door de hand van Mithredath, den schatmeester, die ze aan Sesbazar, den vorst van Juda, toetelde.

KJV Even those did Cyrus2 king3 of Persia4 bring forth1 by the hand6 of Mithredath7 the treasurer,8 and numbered9 them unto Sheshbazzar,10 the prince11 of Judah.

1 וַיּֽוֹצִיאֵ֗ם H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 כּ֚וֹרֶשׁ H3566 Kores, Cores Cyrus 3 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 פָּרַ֔ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 מִתְרְדָ֣ת H4990 Mithredath Mithredath 8 הַגִּזְבָּ֑ר H1489 schatmeester treasurer 9 וַֽיִּסְפְּרֵם֙ H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 10 לְשֵׁשְׁבַּצַּ֔ר H8339 Sesbazar Sheshbazzar 11 הַנָּשִׂ֖יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 12 לִיהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En dit is hun getal: dertig gouden bekkens, duizend zilveren bekkens, negen en twintig messen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En ditH428 is hun getalH4557: dertigH7970 goudenH2091 bekkensH105, duizendH505 zilverenH3701 bekkensH105, negenH8672 en twintigH6242 messenH4252; En dit is hun getal: dertig gouden bekkens, duizend zilveren bekkens, negen en twintig messen;

KJV And this is the number2 of them: thirty5 chargers3 of gold,4 a thousand8 chargers6 of silver,7 nine10 and twenty11 knives,

1 וְאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 מִסְפָּרָ֑ם H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 3 אֲגַרְטְלֵ֨י H105 bekkens charger 4 זָהָ֜ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 שְׁלֹשִׁ֗ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 6 אֲגַרְטְלֵי H105 bekkens charger 7 כֶ֨סֶף֙ H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 8 אָ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 9 מַחֲלָפִ֖ים H4252 messen knife 10 תִּשְׁעָ֥ה H8672 negen, negenhonderd, negenden nine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th) 11 וְעֶשְׂרִֽים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Dertig gouden bekers, vierhonderd en tien andere zilveren bekers; andere vaten, duizend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 DertigH7970 goudenH2091 bekersH3713, vierhonderdH702 en tienH6235 andere zilverenH3701 bekersH3713; andere vatenH3627, duizendH505. Dertig gouden bekers, vierhonderd en tien andere zilveren bekers; andere vaten, duizend.

KJV Thirty3 basons1 of gold,2 silver5 basons4 of a second6 sort four7 hundred8 and ten,9 and other11 vessels10 a thousand.

1 כְּפוֹרֵ֤י H3713 bekers, rijm, beker bason, hoar(-y) frost 2 זָהָב֙ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 שְׁלֹשִׁ֔ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 4 כְּפ֤וֹרֵי H3713 bekers, rijm, beker bason, hoar(-y) frost 5 כֶ֨סֶף֙ H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 6 מִשְׁנִ֔ים H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 7 אַרְבַּ֥ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 8 מֵא֖וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 9 וַעֲשָׂרָ֑ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 10 כֵּלִ֥ים H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 11 אֲחֵרִ֖ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 12 אָֽלֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Alle vaten van goud en van zilver waren vijf duizend en vierhonderd; deze alle voerde Sesbazar op, met degenen, die van de gevangenis opgevoerd werden, van Babel naar Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 AlleH3605 vatenH3627 van goudH2091 en van zilverH3701 waren vijfH2568 duizendH505 en vierhonderdH702; deze alleH3605 voerdeH5927 SesbazarH8339 op, metH5973 degenen, die van de gevangenisH1473 opgevoerdH5927 werden, van BabelH894 naar JeruzalemH3389. Alle vaten van goud en van zilver waren vijf duizend en vierhonderd; deze alle voerde Sesbazar op, met degenen, die van de gevangenis opgevoerd werden, van Babel naar Jeruzalem.

KJV All the vessels2 of gold3 and of silver4 were five5 thousand6 and four7 hundred.8 All these did Sheshbazzar11 bring up10 with them of the captivity14 that were brought up13 from Babylon15 unto Jerusalem.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 כֵּלִים֙ H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 3 לַזָּהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 וְלַכֶּ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 5 חֲמֵ֥שֶׁת H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 6 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 7 וְאַרְבַּ֣ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 8 מֵא֑וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 9 הַכֹּ֞ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הֶעֱלָ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 11 שֵׁשְׁבַּצַּ֗ר H8339 Sesbazar Sheshbazzar 12 עִ֚ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 הֵעָל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 14 הַגּוֹלָ֔ה H1473 gevangenis, gevankelijk, weggevoerden (carried away), captive(-ity), removing 15 מִבָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 16 לִירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
De Cyruscilinder De Akkadische kleicilinder met het decreet van Cores (Cyrus) na de verovering van Babel, een buitenbijbelse bevestiging van diens beleid om weggevoerde volken te laten terugkeren.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezra 1:1 Jeremia 29:10 2 Kronieken 36:22 Ezra 7:27 Jeremia 33:7 Ezra 6:22 Ezra 5:13 Jeremia 25:12 Spreuken 21:1
Ezra 1:2 Jesaja 44:26 Jesaja 45:12 Daniël 4:25 1 Koningen 8:27 Daniël 4:32 Jeremia 10:11 Daniël 2:28 2 Kronieken 2:12
Ezra 1:3 Daniël 6:26 Jeremia 10:10 Psalmen 83:18 Handelingen 10:36 Jozua 1:9 Deuteronomium 32:31 Mattheüs 28:20 Jesaja 45:5
Ezra 1:4 Prediker 4:9 Galaten 6:2 Ezra 2:68 1 Kronieken 29:17 1 Kronieken 29:9 Ezra 7:16 3 Johannes 1:6 1 Kronieken 29:3
Ezra 1:5 Ezra 1:1 Filippenzen 2:13 2 Kronieken 36:22 Spreuken 16:1 2 Korinthe 8:16 Jakobus 1:16 Nehemia 2:12 3 Johannes 1:11
Ezra 1:6 Ezra 8:33 Ezra 7:15 Ezra 1:4 Ezra 8:25 Psalmen 110:3 2 Korinthe 9:7
Ezra 1:7 2 Kronieken 36:7 Ezra 6:5 Ezra 5:14 2 Koningen 24:13 2 Kronieken 36:10 Daniël 5:23 Jeremia 27:21 2 Koningen 25:13
Ezra 1:8 Ezra 5:14 Ezra 5:16 Hagai 2:2 Ezra 1:11 Zacharia 4:6 Hagai 1:1 Hagai 1:14
Ezra 1:9 Numeri 7:13 Ezra 8:27 2 Kronieken 24:14 1 Koningen 7:50 Mattheüs 10:29 2 Kronieken 4:21 Mattheüs 14:8 2 Kronieken 4:11
Ezra 1:11 Mattheüs 1:11 Romeinen 9:23 2 Timotheüs 2:19
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezra 1 vers 1

eerste jaar Hebreeuws, in het ene jaar; dat is in het eerste, te weten, zijner regering te Babel, of der monarchie, want hij had al tevoren in Perzië over de twintig jaren geregeerd.

Hertaald: eerste jaar Hebreeuws: in het ene jaar; dat is: in het eerste, namelijk van zijn regering over Babel, of van zijn heerschappij, want hij had al eerder ruim twintig jaar over Perzië geregeerd.

Kores, Hebreeuws, Coresch. Anders gemeenlijk genoemd Cyrus. Zie ook van dezen Jes. 44:28 , en Jes. 45:1 , Jes. 45:13 .

Hertaald: Kores, Hebreeuws: Coresch. Elders gewoonlijk Cyrus genoemd. Zie over hem ook Jes. 44:28, en Jes. 45:1, Jes. 45:13.

Jeremia, Zie Jer. 25:12 , en Jer. 29:10 ; waar God uitdrukkelijk belooft zijn volk uit de gevangenis van Babel te verlossen, als die zeventig jaren zou hebben geduurd, die nu juist verlopen waren, naar sommiger rekening, in het jaar van de schepping der wereld omtrent 3434, want de gevangenis was, naar hun gevoelen, begonnen in het jaar 3364.

Hertaald: Jeremia, Zie Jer. 25:12, en Jer. 29:10, waar God uitdrukkelijk belooft Zijn volk uit de gevangenschap van Babel te verlossen wanneer die zeventig jaar geduurd zou hebben, wat volgens de berekening van sommigen nu juist verlopen was, omstreeks het jaar 3434 na de schepping van de wereld, want de gevangenschap was volgens hen begonnen in het jaar 3364.

verwekte Of, wekte op, maakte wakker.

Hertaald: verwekte Of: wekte op, maakte wakker.

stem Gelijk Ex. 36:6 . Zie aldaar, en 2 Kron. 36:22 , en Neh. 8:16 , enz.

Hertaald: stem Zoals Ex. 36:6. Zie daar, en 2 Kron. 36:22, en Neh. 8:16, enzovoort.

Ezra 1 vers 2

bevolen Of, heeft mij opgelegd; te weten door het woord zijner profeten, [dat mij is bekend gemaakt] en door verwekking mijns geestes. Zie vs.1, en Jes. 44:28 , en Jes. 45:1 , Jes. 45:13 . Anders, heeft van mij bevolen.

Hertaald: bevolen Of: heeft mij opgedragen; namelijk door het woord van Zijn profeten, [dat mij bekendgemaakt is] en door het opwekken van mijn geest. Zie vers 1, en Jes. 44:28, en Jes. 45:1, Jes. 45:13. Anders: heeft door mij bevolen.

Juda Dat is, het land van Juda.

Hertaald: Juda Dat is: het land Juda.

Ezra 1 vers 3

Wie is Dat is, is er iemand onder ulieden wonende, die van Gods volk is, zijnde een Jood, of Israëliet. Vergelijk Deut. 20:5 .

Hertaald: Wie is Dat is: is er iemand onder u die van Gods volk is, een Jood, of Israëliet? Vergelijk Deut. 20:5.

Jeruzalem Dat is, die deze plaats verkoren heeft om aldaar op een bijzondere wijze tegenwoordig te zijn, zijnen naam te openbaren, en naar zijn voorschrift gediend te zijn. Vergelijk onder, Ezra 6:12 , en Ezra 7:15 . Anderen aldus: [Hij is de God] dat [te weten, huis] te Jeruzalem is; alzo vs.4,5.

Hertaald: Jeruzalem Dat is: die deze plaats heeft uitgekozen om daar op een bijzondere wijze aanwezig te zijn, Zijn naam te openbaren en naar Zijn voorschrift gediend te worden. Vergelijk hieronder Ezra 6:12, en Ezra 7:15. Anderen zo: [Hij is de God] Die [namelijk het huis] in Jeruzalem is; zo ook vers 4, 5.

Ezra 1 vers 4

achterblijven Door gebrek van middelen, of anderszins.

Hertaald: achterblijven Door gebrek aan middelen, of anderszins.

in enige plaatsen, Hebreeuws, uit, van.

Hertaald: in enige plaatsen, Hebreeuws: uit, van.

bevorderlijk Hebreeuws, opheffen, oplichten.

Hertaald: bevorderlijk Hebreeuws: opheffen, oplichten.

Ezra 1 vers 5

Juda en Benjamin, Hieronder worden begrepen die van andere stammen mede opgetogen zijn; 1 Kron. 9:2-3 , enz.

Hertaald: Juda en Benjamin, Hieronder worden ook zij begrepen die uit andere stammen mee opgetrokken zijn; 1 Kron. 9:2-3, enzovoort.

Ezra 1 vers 6

kostelijkheden; Zie Gen. 24:53 .

Hertaald: kostelijkheden; Zie Gen. 24:53.

alles, Vergelijk vs.4.

Hertaald: alles, Vergelijk vers 4.

Ezra 1 vers 8

Sesbazar, Deze wordt gehouden voor Zerubbabel, die in Chaldea alzo vernoemd is. Zie onder, Ezra 3:2 , en Ezra 5:2 , Ezra 5:14 , Ezra 5:16 .

Hertaald: Sesbazar, Deze wordt gehouden voor Zerubbabel, die in Chaldea zo genoemd werd. Zie hieronder Ezra 3:2, en Ezra 5:2, Ezra 5:14, Ezra 5:16.

Ezra 1 vers 10

andere zilveren bekers; Of, daaraan; te weten, volgende. Of, van de tweede soort, of dubbele, dat is, overdekte.

Hertaald: andere zilveren bekers; Of: daaraan; namelijk volgend. Of: van de tweede soort, of dubbele, dat is: overdekte.

duizend Dat is [zo het sommigen verklaren], zij werden geteld en geleverd bij het duizend, of, bij duizenden, als zijnde kleiner en van mindere waardij. Vergelijk Ps. 50:10 . Sommigen verstaan het van andere grote vaten, die duizend zouden geweest zijn en, gevoegd bij andere kleine vaten, die niet genoemd worden, het navolgende getal zouden uitmaken.

Hertaald: duizend Dat is [zoals sommigen het uitleggen]: zij werden geteld en geleverd bij het duizendtal, of: bij duizenden, omdat zij kleiner en van mindere waarde waren. Vergelijk Ps. 50:10. Sommigen betrekken dit op andere grote voorwerpen, die duizend zouden zijn en, samen met andere kleine voorwerpen die niet genoemd worden, het volgende getal zouden vormen.

Ezra 1 vers 11

met degenen, Hebreeuws, met het opgevoerd worden der gevangenis; dat is, dergenen, die uit het Joodse land gevankelijk waren weggevoerd.

Hertaald: met degenen, Hebreeuws: met het optrekken van de gevangenschap; dat is: van hen die uit het Joodse land gevangen weggevoerd waren.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mithredath (de schatmeester)  — gegeven door Mithra (Perzische naam)

De schatmeester van koning Kores van Perzië, die de teruggegeven tempelvaten aan Sesbazar, de vorst van Juda, overhandigde (Ezra 1:8).

Sesbazar  — moge (de god) Sjamasj beschermen (onzeker)

De vorst (landvoogd) van Juda, aan wie koning Kores de tempelvaten toevertrouwde om ze terug te brengen naar Jeruzalem; hij voerde de ballingen naar Jeruzalem en legde de fundamenten van het huis Gods (Ezra 1:8, 11; 5:14-16).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Perzië  — vernoemd naar het kerngebied Fars/Persis in het zuidwesten van het huidige Iran

Ligging: Het rijk dat, na de val van Babel, geheel het Nabije Oosten beheerste, van Klein-Azië en Egypte tot aan de grenzen van India — met de hoofdsteden Pasargadae, Persepolis, Susan en Ekbatana.

Geschiedenis: Cores (Cyrus) de Perzische veroverde Babel in 539 v.C. en vaardigde in zijn eerste regeringsjaar het beroemde decreet uit dat de Joodse ballingen toestond naar Jeruzalem terug te keren en de tempel te herbouwen (Ezra 1:1-4; 2 Kron. 36:22-23) — een decreet dat door de Perzische koningen na hem (Darius, Arthahsasta) in grote lijnen gehandhaafd werd, ondanks tegenstand van omwonende volken (Ezra 4-6).

Bijbelse betekenis: Cores' decreet is een van de meest opmerkelijke vervullingen van Schriftprofetie in de hele Bijbel: de profeet Jesaja had deze koning, meer dan een eeuw vóór zijn geboorte, reeds bij name genoemd als degene die Jeruzalem zou laten herbouwen (Jes. 44:28; 45:1) — een krachtig bewijs dat de HEERE zelfs de harten van heidense wereldheersers naar Zijn eigen raad buigt om Zijn beloften aan Zijn volk te vervullen.

Archeologie: De "Cyruscilinder", een Akkadisch kleitablet uit Babel, bevestigt Cyrus' algemene beleid om weggevoerde volken naar hun eigen land en goden te laten terugkeren — een treffende buitenbijbelse bevestiging van de geest van zijn decreet aan de Joden, al noemt de cilinder Israël niet met name.

2 Kron. 36:20-23; Ezra 1:1-4; 4-6; Jes. 44:28; 45:1; Dan. 5-6

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Een iegelijk, wiens geest God verwekte  — dezelfde hand die de heidense koning bewoog, beweegt ook de ballingen om op te trekken: "Toen maakten zich op de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, en de priesteren en de Levieten, benevens een iegelijk, wiens geest God verwekte" (Ezra 1:5)

Het boek opent met het besluit van Kores. Dat besluit is al behandeld bij 2 Kron. 36:20-23. Ezra herhaalt het woordelijk en vertelt daarna wat er in Juda gebeurde. De HEERE verwekte de geest van Kores opdat het woord van Jeremia volbracht zou worden (Ezra 1:1). De koning laat door zijn hele rijk afkondigen dat de God des hemels hem bevolen heeft een huis te bouwen te Jeruzalem, en hij vraagt wie van Gods volk wil optrekken (Ezra 1:2-3). Wie achterblijft, moet de vertrekkenden ondersteunen met zilver, goud, have en vee, naast een vrijwillige gave voor het huis Gods (Ezra 1:4). Dan volgt het antwoord van de kant van het volk. De hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, de priesters en de Levieten maken zich op, en met hen ieder wiens geest God verwekte (Ezra 1:5). Wie rondom hen woonde, sterkte hun handen met zilveren vaten, goud, have en vee, behalve alles wat vrijwillig gegeven werd (Ezra 1:6).

Bijbelse betekenis: Tweemaal in vijf verzen staat hetzelfde werkwoord. God verwekte de geest van Kores, en God verwekte de geest van hen die optrokken. De machtigste vorst van zijn tijd en een handvol ballingen worden in beweging gebracht door dezelfde hand, en geen van beiden ervaart daarbij enige dwang: Kores vaardigt uit wat hij zelf wil, en het volk gaat vrijwillig. Wat opvalt is bovendien wie er niet gingen. Er waren tienduizenden ballingen in Babel, en velen hadden er een bestaan opgebouwd; slechts een deel maakte zich op. De terugkeer was toegestaan, maar niet verplicht. Daardoor werd duidelijk wie er werkelijk verlangde terug te keren. En wie bleef, ging niet vrijuit. Hij moest de handen sterken van degenen die wel gingen.

Typologie: Salomo had het al zo gezegd van vorsten: "Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil" (Spr. 21:1). En van de gelovige zelf geldt hetzelfde beginsel: "Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen" (Fil. 2:13). Dat het werken van God de wil niet uitschakelt maar juist in beweging zet, is precies wat dit hoofdstuk laat zien.

Ezra 1:1-6; 2 Kron. 36:20-23; Spr. 21:1; Fil. 2:13

De vaten van het huis des HEEREN  — wat Nebukadnezar had weggevoerd, wordt stuk voor stuk geteld teruggegeven: "Ook bracht de koning Kores uit, de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had uitgevoerd, en had gesteld in het huis zijns gods" (Ezra 1:7)

De vaten van de tempel hadden jarenlang in de tempel van een afgod gestaan (Ezra 1:7). Kores laat ze uitbrengen door de hand van Mithredath, de schatmeester, die ze stuk voor stuk aan Sesbazar overhandigt, de vorst van Juda (Ezra 1:8). Daarna volgt een nauwkeurige opsomming: dertig gouden bekkens, duizend zilveren bekkens, negenentwintig messen, dertig gouden bekers, vierhonderdtien andere zilveren bekers en duizend andere vaten, samen vijfduizend vierhonderd stuks (Ezra 1:9-11). Sesbazar voert dat alles op van Babel naar Jeruzalem, samen met hen die uit de gevangenschap opgevoerd werden. Later, wanneer de bouw onder verdenking komt, beroepen de oudsten zich juist op dit gegeven tegenover de landvoogd (Ezra 5:14-15).

Bijbelse betekenis: De wegvoering van deze vaten was voor het volk het bewijs geweest dat hun God verslagen was. Zij stonden in het huis van een vreemde god, als buit. Dat zij nu geteld en gemerkt terugkomen, zegt daarom meer dan dat er kostbaar gerei beschikbaar is voor de dienst. Wat God laat wegvoeren, is niet verloren. Het is bovendien opmerkelijk dat de heidense hofhouding er een boekhouding van bijhoudt; God gebruikt de nauwkeurigheid van een vreemde ambtenaar om Zijn eigen zaak te dienen. En de vaten zijn ouder dan de tempel die nu gebouwd gaat worden. Zij verbinden het nieuwe huis, dat in de ogen van de ouden zo klein zou lijken, met de dienst zoals die van meet af was ingesteld.

Typologie: Jesaja had de terugkeer uit Babel juist aan deze vaten verbonden, met een oproep die de dragers ervan betreft: "gaat uit het midden van hen, reinigt u, gij, die de vaten des HEEREN draagt!" (Jes. 52:11). Paulus past het beeld toe op de mens zelf: "Indien dan iemand zichzelven van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik des Heeren" (2 Tim. 2:21).

Ezra 1:7-11; Ezra 5:14-15; Jes. 52:11; 2 Tim. 2:21

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

De HEERE verwekte den geest van Kores — 1:1-6

Zeventig jaar zit het volk in Babel. Jeremia had het aantal jaren genoemd, en Jesaja had, honderdvijftig jaar voordat de man geboren werd, zelfs de naam genoemd van wie hen zou laten gaan. Nu is het eerste jaar van Kores aangebroken.

Een heidense koning geeft bevel dat de ballingen mogen terugkeren en de tempel mogen herbouwen — en de Schrift zegt dat God zijn geest daartoe opwekte.

Het boek Ezra begint niet met een mens maar met een reden: opdat volbracht werd het woord des HEEREN uit de mond van Jeremia. De kanttekening wijst de plaatsen aan waar dat woord staat, en telt er de zeventig jaar bij die nu juist verstreken waren.

En dan volgt het werkwoord waar alles op rust: de HEERE verwekte den geest van Kores. Anders vertaald, zegt de kanttekening: wekte op, maakte wakker. Er staat niet dat Kores tot geloof kwam. Er staat dat God iets in hem wakker maakte, en dat hij daarna deed wat God wilde.

Hoe ver dat gaat, blijkt uit Jesaja, waar deze koning bij name genoemd wordt lang voordat hij bestond. Daar heet hij Mijn herder, van wie God zegt dat hij al Zijn welgevallen zal volbrengen. En één vers verder komt het woord dat de meeste lezers doet opkijken: alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Kores. Een heidense vorst, die de God van Israël niet kende, wordt gezalfde genoemd. Dat woord is in het Hebreeuws hetzelfde woord dat elders Messias is.

Daar moet men meteen bij zeggen wat het niet betekent. Kores is niet de Messias en hij wordt ook nergens zo behandeld; hij is gezalfd in de zin waarin koningen gezalfd heten, aangesteld voor een bepaalde taak. Maar wat er van hem gezegd wordt is de moeite van het lezen waard: hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs noch voor geschenk. Vrijlating zonder losgeld, uit de hand van iemand die er zelf niets aan verdient.

Het bevel dat Kores uitvaardigt heeft dan ook een vreemde klank in de mond van een Perzisch koning: wie is onder ulieden van al Zijn volk? Zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem. En hij voegt eraan toe dat wie achterblijft de vertrekkenden moet steunen met zilver en goud en have. De ballingen gaan niet met lege handen weg; zij worden uitgezwaaid door hun buren, precies zoals bij de uittocht uit Egypte.

Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van de verlossing. Twee keer eerder was er een volk uit een vreemd land vertrokken, en beide keren was er een koning voor nodig die het niet wilde. Hier is er een koning die het wél wil, en de Schrift zegt erbij hoe dat komt. Wat in Spreuken staat over het hart van een koning in de hand van de HEERE, wordt hier voor ieders ogen uitgevoerd. En dat is de troost van dit begin: het volk hoefde niets te doen om die deur open te krijgen. De deur ging open omdat God iemand wakker maakte.

  1. Jeremia 29:10 — Na zeventig jaar zal Ik u bezoeken en Mijn goed woord verwekken.
  2. Jesaja 44:28 — Honderdvijftig jaar tevoren wordt de naam genoemd: Kores, Mijn herder.
  3. Jesaja 45:1 — En zelfs: alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Kores.
  4. Ezra 1:1 — De HEERE verwekte den geest van Kores, en het bevel ging uit.
  5. Spreuken 21:1 — Het hart des konings is in de hand des HEEREN, als waterbeken.
  6. Jesaja 45:13 — Hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs noch voor geschenk.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 44:28; Jesaja 45:1, 13; Spreuken 21:1; Handelingen 4:27-28; Lukas 4:18

Hoever dit reikt: Kores wordt in Jesaja 45:1 met zoveel woorden Gods gezalfde genoemd; dat staat er, in het gewone Hebreeuwse woord voor messias. Het betekent daar aangesteld voor een taak, zoals koningen gezalfd heten, en niet dat hij de Messias zou zijn. Het Nieuwe Testament betrekt Kores nergens op Christus. Er zijn wel uitleggers die verder gaan en zeggen dat Jesaja hem als een type van Christus gebruikt: een machtige leider die God verwekt om Zijn volk uit de gevangenschap te verlossen. Die lezing wordt hier niet afgewezen. Wel vraagt zij om de gebruikelijke voorzichtigheid bij typologie: er is één punt van overeenkomst, en aan Kores is verder veel dat op Christus niet van toepassing is.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

Ezra 1

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content