Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 7

1 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarna geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 mij, zeggendeH559: Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

KJV Moreover the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Verder, gij mensenkind, zo zegt de Heere HEERE, van het land Israels: Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Verder, gijH859 mensenkindH1121, zoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069, van het landH127 IsraelsH3478: Het eindeH7093 is er, het eindeH7093 is gekomenH935 overH5921 de vierH702 hoekenH3671 des landsH776. Verder, gij mensenkind, zo zegt de Heere HEERE, van het land Israels: Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands.

KJV Also, thou son2 of man,3 thus saith5 the Lord6 GOD7 unto the land8 of Israel;9 An end,10 the end12 is come11 upon the four14 corners15 of the land.

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 5 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֲדֹנָ֧י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 7 יְהוִ֛ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 8 לְאַדְמַ֥ת H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 9 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 קֵ֑ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 11 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 הַקֵּ֔ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 אַרְבַּ֖ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 15 כַּנְפ֥וֹת H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 16 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 NuH6258 is het eindeH7093 overH5921 u; want Ik zal Mijn toornH639 tegen u zendenH7971, en Ik zal u richtenH8199 naar uw wegenH1870, en Ik zal opH5921 u brengenH5414 alH3605 uw gruwelenH8441. Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen.

KJV Now is the end2 come upon thee, and I will send4 mine anger5 upon thee, and will judge7 thee according to thy ways,8 and will recompense9 upon thee all thine abominations.

1 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 הַקֵּ֣ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 וְשִׁלַּחְתִּ֤י H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 5 אַפִּי֙ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 6 בָּ֔ךְ 7 וּשְׁפַטְתִּ֖יךְ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 8 כִּדְרָכָ֑יִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 9 וְנָתַתִּ֣י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 תּוֹעֲבֹתָֽיִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Mijn oog zal u niet verschonen, en Ik zal niet sparen; maar Ik zal uw wegen op u brengen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn, en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En Mijn oogH5869 zal u niet verschonenH2347, en Ik zal niet sparenH2550; maarH3588 Ik zal uw wegenH1870 opH5921 u brengenH5414, en uw gruwelenH8441 zullen in het middenH8432 van u zijnH1961, en gijlieden zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben. En Mijn oog zal u niet verschonen, en Ik zal niet sparen; maar Ik zal uw wegen op u brengen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn, en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV And mine eye3 shall not spare2 thee, neither will I have pity:6 but I will recompense10 thy ways8 upon thee, and thine abominations11 shall be in the midst12 of thee: and ye shall know14 that I am the LORD.

1 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תָח֥וֹס H2347 verschonen, sparen, verschone pity, regard, spare 3 עֵינִ֛י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 אֶחְמ֑וֹל H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 דְרָכַ֜יִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 9 עָלַ֣יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 אֶתֵּ֗ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 וְתוֹעֲבוֹתַ֨יִךְ֙ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 12 בְּתוֹכֵ֣ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 13 תִּֽהְיֶ֔יןָ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 וִידַעְתֶּ֖ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo zegt de Heere HEERE: Een kwaad, een enig kwaad, ziet, is gekomen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Een kwaadH7451, een enigH259 kwaadH7451, zietH2009, is gekomenH935; Zo zegt de Heere HEERE: Een kwaad, een enig kwaad, ziet, is gekomen;

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 An evil,5 an only6 evil,7 behold, is come.

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 רָעָ֛ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 אַחַ֥ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 רָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 8 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 בָאָֽה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Een einde is er gekomen, dat einde is gekomen, het is opgewaakt tegen u; ziet, het kwaad is gekomen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Een eindeH7093 is er gekomenH935, dat eindeH7093 is gekomenH935, het is opgewaaktH6974 tegenH413 u; zietH2009, het kwaad is gekomenH935! Een einde is er gekomen, dat einde is gekomen, het is opgewaakt tegen u; ziet, het kwaad is gekomen!

KJV An end1 is come,2 the end4 is come:3 it watcheth5 for thee; behold, it is come.

1 קֵ֣ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 2 בָּ֔א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 הַקֵּ֖ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 5 הֵקִ֣יץ H6974 opwaken, wakker, ontwaakt arise, (be) (a-) wake, watch 6 אֵלָ֑יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 בָּאָֽה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De morgenstond is tot u gekomen, o inwoner des lands, de tijd is gekomen, de dag der beroerte is nabij, en er is geen wederklank der bergen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De morgenstondH6843 is totH413 u gekomenH935, o inwonerH3427 des landsH776, de tijdH6256 is gekomenH935, de dagH3117 der beroerteH4103 is nabijH7138, en er is geenH3808 wederklankH1906 der bergenH2022. De morgenstond is tot u gekomen, o inwoner des lands, de tijd is gekomen, de dag der beroerte is nabij, en er is geen wederklank der bergen.

KJV The morning2 is come1 unto thee, O thou that dwellest4 in the land:5 the time7 is come,6 the day9 of trouble10 is near,8 and not the sounding again12 of the mountains.

1 בָּ֧אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַצְּפִירָ֛ה H6843 morgenstond, Krans diadem, morning 3 אֵלֶ֖יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יוֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 הָעֵ֗ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 קָר֛וֹב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 9 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 מְהוּמָ֖ה H4103 beroerten, gedruis, kwelling destruction, discomfiture, trouble, tumult, vexation, vexed 11 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 הֵ֥ד H1906 wederklank sounding again 13 הָרִֽים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Nu zal Ik in kort Mijn grimmigheid over u uitgieten, en Mijn toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uw wegen, en zal op u brengen al uw gruwelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 NuH6258 zal Ik in kortH7138 Mijn grimmigheidH2534 overH5921 u uitgietenH8210, en Mijn toornH639 tegen u volbrengenH3615, en u richtenH8199 naar uw wegenH1870, en zal opH5921 u brengenH5414 alH3605 uw gruwelenH8441. Nu zal Ik in kort Mijn grimmigheid over u uitgieten, en Mijn toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uw wegen, en zal op u brengen al uw gruwelen.

KJV Now will I shortly2 pour out3 my fury4 upon thee, and accomplish6 mine anger7 upon thee: and I will judge9 thee according to thy ways,10 and will recompense11 thee for all thine abominations.

1 עַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 מִקָּר֗וֹב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 3 אֶשְׁפּ֤וֹךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 4 חֲמָתִי֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 5 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 וְכִלֵּיתִ֤י H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 7 אַפִּי֙ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 8 בָּ֔ךְ 9 וּשְׁפַטְתִּ֖יךְ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 10 כִּדְרָכָ֑יִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 וְנָתַתִּ֣י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 תּוֹעֲבוֹתָֽיִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uw wegen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben, Die slaat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Mijn oogH5869 zal niet verschonenH2347, en Ik zal niet sparenH2550; Ik zal u gevenH5414 naar uw wegenH1870, en uw gruwelenH8441 zullen in het middenH8432 van u zijnH1961; en gijlieden zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben, Die slaatH5221. En Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uw wegen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben, Die slaat.

KJV And mine eye3 shall not spare,2 neither will I have pity:5 I will recompense8 thee according to thy ways6 and thine abominations9 that are in the midst10 of thee; and ye shall know12 that I am the LORD15 that smiteth.

1 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תָח֥וֹס H2347 verschonen, sparen, verschone pity, regard, spare 3 עֵינִ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 אֶחְמ֑וֹל H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 6 כִּדְרָכַ֜יִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 עָלַ֣יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אֶתֵּ֗ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 וְתוֹעֲבוֹתַ֨יִךְ֙ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 10 בְּתוֹכֵ֣ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 תִּֽהְיֶ֔יןָ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 וִֽידַעְתֶּ֕ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 מַכֶּֽה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ziet, de dag, ziet, de morgenstond is gekomen, de morgenstond is voortgekomen, de roede heeft gebloeid, de hovaardij heeft gegroend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ziet, de dagH3117, ziet, de morgenstondH6843 is gekomenH935, de morgenstond is voortgekomenH3318, de roedeH4294 heeft gebloeidH6692, de hovaardijH2087 heeft gegroendH6524. Ziet, de dag, ziet, de morgenstond is gekomen, de morgenstond is voortgekomen, de roede heeft gebloeid, de hovaardij heeft gegroend.

KJV Behold the day,2 behold, it is come:4 the morning6 is gone forth;5 the rod8 hath blossomed,7 pride10 hath budded.

1 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 בָאָ֑ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 יָֽצְאָה֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 הַצְּפִרָ֔ה H6843 morgenstond, Krans diadem, morning 7 צָ֚ץ H6692 bloeien, bloeit, blinkende bloom, blossom, flourish, shew self 8 הַמַּטֶּ֔ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 9 פָּרַ֖ח H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 10 הַזָּדֽוֹן H2087 trotsheid, hovaardigheid, trotse presumptuously, pride, proud (man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Het geweld is opgerezen tot een roede der goddeloosheid; niets van hen zal overblijven, noch van hun menigte, noch van hun gedruis, en geen klage zal over hen zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Het geweldH2555 is opgerezenH6965 tot een roedeH4294 der goddeloosheidH7562; niets van hen zal overblijven, nochH3808 van hun menigteH1995, nochH3808 van hun gedruisH1991, en geenH3808 klageH5089 zal over hen zijn. Het geweld is opgerezen tot een roede der goddeloosheid; niets van hen zal overblijven, noch van hun menigte, noch van hun gedruis, en geen klage zal over hen zijn.

KJV Violence1 is risen up2 into a rod3 of wickedness:4 none of them shall remain, nor of their multitude,8 nor of any10 of theirs: neither shall there be wailing

1 הֶחָמָ֥ס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 2 קָ֖ם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 3 לְמַטֵּה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 4 רֶ֑שַׁע H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 5 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 מֵהֶ֞ם 7 וְלֹ֧א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 מֵהֲמוֹנָ֛ם H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 9 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 מֶהֱמֵהֶ֖ם H1991 gedruis any of theirs 11 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 נֹ֥הַּ H5089 klage wailing 13 בָּהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blijde, en de verkoper bedrijve geen rouw; want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De tijdH6256 is gekomenH935, de dagH3117 is genaaktH5060; de koperH7069 zij nietH408 blijdeH8055, en de verkoperH4376 bedrijve geenH408 rouwH56; wantH3588 een brandende toornH2740 is over de geheleH3605 menigteH1995 van het land. De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blijde, en de verkoper bedrijve geen rouw; want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land.

KJV The time2 is come,1 the day4 draweth near:3 let not the buyer5 rejoice,7 nor the seller8 mourn:10 for wrath12 is upon all the multitude

1 בָּ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הָעֵת֙ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 הִגִּ֣יעַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 4 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 הַקּוֹנֶה֙ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 6 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 7 יִשְׂמָ֔ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 8 וְהַמּוֹכֵ֖ר H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 9 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 10 יִתְאַבָּ֑ל H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 חָר֖וֹן H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הֲמוֹנָֽהּ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want de verkoper zal tot het verkochte niet wederkeren, ofschoon hun leven nog onder de levenden ware; overmits het gezicht, aangaande de gehele menigte van het land, niet zal terugkeren; en niemand zal door zijn ongerechtigheid zijn leven sterken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WantH3588 de verkoperH4376 zal totH413 het verkochteH4465 nietH3808 wederkerenH7725, ofschoon hun levenH2416 nogH5750 onder de levendenH2416 ware; overmits het gezichtH2377, aangaande de geheleH3605 menigteH1995 van het land, nietH3808 zal terugkerenH7725; en niemandH376 zal door zijn ongerechtigheidH5771 zijn leven sterkenH2388. Want de verkoper zal tot het verkochte niet wederkeren, ofschoon hun leven nog onder de levenden ware; overmits het gezicht, aangaande de gehele menigte van het land, niet zal terugkeren; en niemand zal door zijn ongerechtigheid zijn leven sterken.

KJV For the seller2 shall not return6 to that which is sold,4 although they were yet alive:8 for the vision11 is touching the whole multitude14 thereof, which shall not return;16 neither shall any17 strengthen21 himself in the iniquity18 of his life.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הַמּוֹכֵ֗ר H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַמִּמְכָּר֙ H4465 verkoping, verkochte, koop [idiom] ought, (that which cometh of) sale, that which...sold, ware 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יָשׁ֔וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 וְע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 בַּחַיִּ֖ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 9 חַיָּתָ֑ם H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 חָז֤וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הֲמוֹנָהּ֙ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 15 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יָשׁ֔וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 17 וְאִ֧ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 18 בַּעֲוֺנ֛וֹ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 19 חַיָּת֖וֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 20 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יִתְחַזָּֽקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zij hebben met de trompet getrompet, en hebben alles bereid, maar niemand trekt ten strijde; want Mijn brandende toorn is over de gehele menigte van het land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zij hebben met de trompetH8619 getrompetH8628, en hebben allesH3605 bereidH3559, maar niemandH369 trektH1980 ten strijdeH4421; wantH3588 Mijn brandende toornH2740 is over de geheleH3605 menigteH1995 van het land. Zij hebben met de trompet getrompet, en hebben alles bereid, maar niemand trekt ten strijde; want Mijn brandende toorn is over de gehele menigte van het land.

KJV They have blown1 the trumpet,2 even to make all ready;3 but none goeth6 to the battle:7 for my wrath9 is upon all the multitude

1 תָּקְע֤וּ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 2 בַתָּק֨וֹעַ֙ H8619 trompet trumpet 3 וְהָכִ֣ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 4 הַכֹּ֔ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 6 הֹלֵ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 לַמִּלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 חֲרוֹנִ֖י H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הֲמוֹנָֽהּ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Het zwaard is buiten, en de pest, en de honger van binnen; die op het veld is, zal door het zwaard sterven, en die in de stad is, dien zal de honger en de pest verteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Het zwaardH2719 is buitenH2351, en de pestH1698, en de hongerH7458 van binnen; dieH834 op het veldH7704 is, zal door het zwaardH2719 stervenH4191, en dieH834 in de stadH5892 is, dien zal de hongerH7458 en de pestH1698 verterenH398. Het zwaard is buiten, en de pest, en de honger van binnen; die op het veld is, zal door het zwaard sterven, en die in de stad is, dien zal de honger en de pest verteren.

KJV The sword1 is without,2 and the pestilence3 and the famine4 within:5 he that is in the field7 shall die9 with the sword;8 and he that is in the city,11 famine12 and pestilence13 shall devour

1 הַחֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 2 בַּח֔וּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 3 וְהַדֶּ֥בֶר H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 4 וְהָרָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 5 מִבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בַּשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 8 בַּחֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 יָמ֔וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 10 וַאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בָּעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 רָעָ֥ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 13 וָדֶ֖בֶר H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 14 יֹאכֲלֶֽנּוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hun ontkomenden zullen wel ontkomen, maar zij zullen op de bergen zijn, zij allen zullen zijn gelijk duiven der dalen, kermende, een ieder om zijn ongerechtigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hun ontkomendenH6403 zullen wel ontkomenH6412, maar zijH1961 zullen op de bergenH2022 zijn, zij allenH3605 zullen zijn gelijk duivenH3123 der dalenH1516, kermendeH1993, een ieder om zijn ongerechtigheidH5771. En hun ontkomenden zullen wel ontkomen, maar zij zullen op de bergen zijn, zij allen zullen zijn gelijk duiven der dalen, kermende, een ieder om zijn ongerechtigheid.

KJV But they that escape1 of them shall escape,2 and shall be on the mountains5 like doves6 of the valleys,7 all of them mourning,9 every one10 for his iniquity.

1 וּפָֽלְטוּ֙ H6403 bevrijd, Bevrijder, uitgeholpen calve, carry away safe, deliver, (cause to) escape 2 פְּלִ֣יטֵיהֶ֔ם H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 3 וְהָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הֶהָרִ֗ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 כְּיוֹנֵ֧י H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 7 הַגֵּאָי֛וֹת H1516 dal, dalen, vallei valley 8 כֻּלָּ֖ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הֹמ֑וֹת H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 10 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 בַּעֲוֺנֽוֹ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Alle handen zullen slap worden, en alle knieen zullen henenvlieten als water.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 AlleH3605 handenH3027 zullen slapH7503 worden, en alleH3605 knieenH1290 zullen henenvlietenH3212 als waterH4325. Alle handen zullen slap worden, en alle knieen zullen henenvlieten als water.

KJV All hands2 shall be feeble,3 and all knees5 shall be weak6 as water.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַיָּדַ֖יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 תִּרְפֶּ֑ינָה H7503 slap, begeven, ledig abate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא) 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 בִּרְכַּ֖יִם H1290 knieen, knie knee 6 תֵּלַ֥כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 מָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ook zullen zij zakken aangorden, gruwen zal ze bedekken, en over alle aangezichten zal schaamte wezen, en op al hun hoofden kaalheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ook zullen zij zakkenH8242 aangordenH2296, gruwenH6427 zal ze bedekkenH3680, en over alleH3605 aangezichtenH6440 zal schaamteH955 wezen, en op alH3605 hun hoofdenH7218 kaalheidH7144. Ook zullen zij zakken aangorden, gruwen zal ze bedekken, en over alle aangezichten zal schaamte wezen, en op al hun hoofden kaalheid.

KJV They shall also gird1 themselves with sackcloth,2 and horror5 shall cover3 them; and shame9 shall be upon all faces,8 and baldness12 upon all their heads.

1 וְחָגְר֣וּ H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 2 שַׂקִּ֔ים H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 3 וְכִסְּתָ֥ה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 4 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 פַּלָּצ֑וּת H6427 gruwen fearfulness, horror, trembling 6 וְאֶ֤ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 פָּנִים֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 בּוּשָׁ֔ה H955 schaamte shame 10 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 רָאשֵׁיהֶ֖ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 12 קָרְחָֽה H7144 kaalheid, Kaalheid, gans bald(-ness), [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen; want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zij zullen hun zilverH3701 op de stratenH2351 werpenH7993, en hun goudH2091 zal tot onreinigheidH5079 zijnH1961; hun zilverH3701 en hun goudH2091 zal hen niet kunnen uithelpenH5337 ten dageH3117 der verbolgenheidH5678 des HEERENH3068; hun zielH5315 zullen zij niet verzadigenH7646, en hun ingewandenH4578 zullen zij niet vullenH4390; wantH3588 het zal de aanstootH4383 hunner ongerechtigheidH5771 zijnH1961. Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen; want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn.

KJV They shall cast3 their silver1 in the streets,2 and their gold4 shall be removed:5 their silver7 and their gold8 shall not be able10 to deliver11 them in the day12 of the wrath13 of the LORD:14 they shall not satisfy17 their souls,15 neither fill20 their bowels:18 because it is the stumblingblock22 of their iniquity.

1 כַּסְפָּ֞ם H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 2 בַּחוּצ֣וֹת H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 3 יַשְׁלִ֗יכוּ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 4 וּזְהָבָם֮ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 לְנִדָּ֣ה H5079 afzondering, onreinigheid, afgezonderde [idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness) 6 יִֽהְיֶה֒ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 כַּסְפָּ֨ם H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 8 וּזְהָבָ֜ם H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יוּכַ֣ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 11 לְהַצִּילָ֗ם H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 12 בְּיוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 עֶבְרַ֣ת H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 נַפְשָׁם֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יְשַׂבֵּ֔עוּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 18 וּמֵעֵיהֶ֖ם H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 19 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יְמַלֵּ֑אוּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 21 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 מִכְשׁ֥וֹל H4383 aanstoot, aanstoten, struikeling caused to fall, offence, [idiom] (no-) thing offered, ruin, stumbling-block 23 עֲוֺנָ֖ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 24 הָיָֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Hij heeft de schoonheid Zijns sieraads ter overtreffelijkheid gezet; maar zij hebben daarin beelden hunner gruwelen en hunner verfoeiselen gemaakt; daarom heb Ik dat hun tot onreinigheid gesteld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En Hij heeft de schoonheidH6643 Zijns sieraadsH5716 ter overtreffelijkheidH1347 gezetH7760; maar zij hebben daarin beeldenH6754 hunner gruwelenH8441 en hunner verfoeiselenH8251 gemaaktH6213; daaromH3651 heb Ik dat hun tot onreinigheidH5079 gesteldH5414. En Hij heeft de schoonheid Zijns sieraads ter overtreffelijkheid gezet; maar zij hebben daarin beelden hunner gruwelen en hunner verfoeiselen gemaakt; daarom heb Ik dat hun tot onreinigheid gesteld.

KJV As for the beauty1 of his ornament,2 he set4 it in majesty:3 but they made8 the images5 of their abominations6 and of their detestable things7 therein: therefore have I set12 it far

1 וּצְבִ֤י H6643 ree, sieraad, reeen beautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck) 2 עֶדְיוֹ֙ H5716 sieraad, versiersel, mond [idiom] excellent, mouth, ornament 3 לְגָא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 4 שָׂמָ֔הוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 וְצַלְמֵ֧י H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 6 תוֹעֲבֹתָ֛ם H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 7 שִׁקּוּצֵיהֶ֖ם H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 8 עָ֣שׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 ב֑וֹ 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 כֵּ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 12 נְתַתִּ֥יו H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 לָהֶ֖ם 14 לְנִדָּֽה H5079 afzondering, onreinigheid, afgezonderde [idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Ik zal het in de hand der vreemden overgeven ten roof, en den goddelozen der aarde ten buit, en zij zullen het ontheiligen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En Ik zal het in de handH3027 der vreemdenH2114 overgevenH5414 ten roofH957, en den goddelozenH7563 der aardeH776 ten buitH7998, en zij zullen het ontheiligenH2490. En Ik zal het in de hand der vreemden overgeven ten roof, en den goddelozen der aarde ten buit, en zij zullen het ontheiligen.

KJV And I will give1 it into the hands2 of the strangers3 for a prey,4 and to the wicked5 of the earth6 for a spoil;7 and they shall pollute

1 וּנְתַתִּ֤יו H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 בְּיַֽד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הַזָּרִים֙ H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 4 לָבַ֔ז H957 roof, plundering, buit booty, prey, spoil(-ed) 5 וּלְרִשְׁעֵ֥י H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 6 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 לְשָׁלָ֑ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 8 וְחִלְּלֽוּהוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ook zal Ik Mijn aangezicht van hen omwenden, en zij zullen Mijn verborgen plaats ontheiligen; want inbrekers zullen daar inkomen en die ontheiligen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Ook zal Ik Mijn aangezichtH6440 van hen omwendenH5437, en zij zullen Mijn verborgenH6845 plaats ontheiligenH2490; want inbrekersH6530 zullen daar inkomenH935 en die ontheiligenH2490. Ook zal Ik Mijn aangezicht van hen omwenden, en zij zullen Mijn verborgen plaats ontheiligen; want inbrekers zullen daar inkomen en die ontheiligen.

KJV My face2 will I turn1 also from them, and they shall pollute4 my secret6 place: for the robbers9 shall enter7 into it, and defile

1 וַהֲסִבּוֹתִ֤י H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 2 פָנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 מֵהֶ֔ם 4 וְחִלְּל֖וּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 צְפוּנִ֑י H6845 verborgen, weggelegd, verbergen esteem, hide(-den one, self), lay up, lurk (be set) privily, (keep) secret(-ly, place) 7 וּבָאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 בָ֥הּ 9 פָּרִיצִ֖ים H6530 inbrekers, inbreker, moordenaren destroyer, ravenous, robber 10 וְחִלְּלֽוּהָ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maak een keten; want het land is vol van bloedgerichten, en de stad is vol van geweld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 MaakH6213 een ketenH7569; wantH3588 het landH776 is volH4390 van bloedgerichtenH1818, en de stadH5892 is volH4390 van geweldH2555. Maak een keten; want het land is vol van bloedgerichten, en de stad is vol van geweld.

KJV Make1 a chain:2 for the land4 is full5 of bloody7 crimes,6 and the city8 is full9 of violence.

1 עֲשֵׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הָֽרַתּ֑וֹק H7569 keten chain 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 הָאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 מָֽלְאָה֙ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 6 מִשְׁפַּ֣ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 7 דָּמִ֔ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 וְהָעִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 מָלְאָ֥ה H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 10 חָמָֽס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Daarom zal Ik de kwaadste der heidenen doen komen, die hun huizen erfelijk bezitten zullen, en zal den hoogmoed der sterken doen ophouden, en die hen heiligen, zullen ontheiligd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Daarom zal Ik de kwaadsteH7451 der heidenenH1471 doen komenH935, die hun huizenH1004 erfelijkH3423 bezitten zullen, en zal den hoogmoedH1347 der sterkenH5794 doen ophoudenH7673, en die hen heiligenH6942, zullen ontheiligdH2490 worden. Daarom zal Ik de kwaadste der heidenen doen komen, die hun huizen erfelijk bezitten zullen, en zal den hoogmoed der sterken doen ophouden, en die hen heiligen, zullen ontheiligd worden.

KJV Wherefore I will bring1 the worst2 of the heathen,3 and they shall possess4 their houses:6 I will also make the pomp8 of the strong9 to cease;7 and their holy places11 shall be defiled.10

1 וְהֵֽבֵאתִי֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 רָעֵ֣י H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 גוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 וְיָרְשׁ֖וּ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בָּֽתֵּיהֶ֑ם H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 וְהִשְׁבַּתִּי֙ H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 8 גְּא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 9 עַזִּ֔ים H5794 sterke, sterken, sterk fierce, [phrase] greedy, mighty, power, roughly, strong 10 וְנִחֲל֖וּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 11 מְקַֽדְשֵׁיהֶֽם H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De ondergang komt; en zij zullen den vrede zoeken, maar hij zal er niet zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De ondergangH7089 komtH935; en zij zullen den vredeH7965 zoekenH1245, maar hij zal er nietH369 zijn. De ondergang komt; en zij zullen den vrede zoeken, maar hij zal er niet zijn.

KJV Destruction1 cometh;2 and they shall seek3 peace,

1 קְפָ֖דָה H7089 ondergang destruction 2 בָ֑א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 וּבִקְשׁ֥וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 4 שָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 5 וָאָֽיִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een profeet zoeken; maar de wet zal vergaan van den priester, en de raad van de oudsten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EllendeH1943 zal opH5921 ellendeH1943 komenH935, en er zal geruchtH8052 op geruchtH8052 wezen; dan zullen zijH1961 het gezichtH2377 van een profeetH5030 zoekenH1245; maar de wetH8451 zal vergaanH6 van den priesterH3548, en de raadH6098 van de oudstenH2205. Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een profeet zoeken; maar de wet zal vergaan van den priester, en de raad van de oudsten.

KJV Mischief1 shall come4 upon mischief,3 and rumour5 shall be upon rumour;7 then shall they seek9 a vision10 of the prophet;11 but the law12 shall perish13 from the priest,14 and counsel15 from the ancients.

1 הֹוָ֤ה H1943 Ellende, ellende, verderf mischief 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הֹוָה֙ H1943 Ellende, ellende, verderf mischief 4 תָּב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 וּשְׁמֻעָ֥ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 שְׁמוּעָ֖ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 8 תִּֽהְיֶ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 וּבִקְשׁ֤וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 10 חָזוֹן֙ H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 11 מִנָּבִ֔יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 12 וְתוֹרָה֙ H8451 wet, wetten, leer law 13 תֹּאבַ֣ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 14 מִכֹּהֵ֔ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 15 וְעֵצָ֖ה H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 16 מִזְּקֵנִֽים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk des lands zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hun weg, en met hun rechten zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 De koningH4428 zal rouw bedrijvenH56, en de vorstenH5387 zullen met verwoestingH8077 bekleedH3847 zijn, en de handenH3027 van het volkH5971 des landsH776 zullen beroerdH926 zijn; Ik zal hun doenH6213 naar hun wegH1870, en met hun rechtenH4941 zal Ik ze richtenH8199; en zij zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben. De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk des lands zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hun weg, en met hun rechten zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV The king1 shall mourn,2 and the prince3 shall be clothed4 with desolation,5 and the hands6 of the people7 of the land8 shall be troubled:9 I will do11 unto them after their way,10 and according to their deserts13 will I judge14 them; and they shall know15 that I am the LORD.

1 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 2 יִתְאַבָּ֗ל H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 3 וְנָשִׂיא֙ H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 4 יִלְבַּ֣שׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 5 שְׁמָמָ֔ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 6 וִידֵ֥י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 תִּבָּהַ֑לְנָה H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex 10 מִדַּרְכָּ֞ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 אֶעֱשֶׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 אוֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 וּבְמִשְׁפְּטֵיהֶ֣ם H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 14 אֶשְׁפְּטֵ֔ם H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 15 וְיָדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 7:2 Amos 8:2 Amos 8:10 Klaagliederen 4:18 Ezechiël 11:13 Ezechiël 7:3 Ezechiël 7:5 Ezechiël 21:2 Ezechiël 40:2
Ezechiël 7:3 Ezechiël 18:30 Openbaring 20:12 Ezechiël 6:12 Ezechiël 6:3 Ezechiël 33:20 Ezechiël 36:19 Ezechiël 34:20 Ezechiël 5:13
Ezechiël 7:4 Ezechiël 5:11 Ezechiël 6:7 Ezechiël 11:21 Ezechiël 6:14 Ezechiël 16:43 Ezechiël 9:10 Hosea 12:2 Hosea 9:7
Ezechiël 7:5 2 Koningen 21:12 Ezechiël 5:9 Nahum 1:9 Amos 3:2 Mattheüs 24:21 Daniël 9:12
Ezechiël 7:6 Zacharia 13:7 Jeremia 44:27 Ezechiël 21:25 2 Petrus 2:5 Ezechiël 7:10 Ezechiël 7:3 Ezechiël 39:8
Ezechiël 7:7 Ezechiël 7:12 Ezechiël 12:23 Ezechiël 12:28 Jesaja 22:5 1 Petrus 4:17 Jeremia 20:7 Jesaja 13:22 Genesis 19:24
Ezechiël 7:8 Ezechiël 14:19 Ezechiël 9:8 Ezechiël 20:8 Jesaja 42:25 Ezechiël 20:21 Nahum 1:6 Ezechiël 20:13 Ezechiël 20:33
Ezechiël 7:9 Micha 6:9 Openbaring 20:13 Jesaja 9:13 Galaten 6:7
Ezechiël 7:10 Jesaja 10:5 Ezechiël 21:10 Ezechiël 21:13 Jesaja 28:1 Spreuken 16:18 Daniël 4:37 Spreuken 14:3 Ezechiël 7:6
Ezechiël 7:11 Sefanja 1:18 Jesaja 59:6 Ezechiël 7:23 Ezechiël 5:11 Jakobus 2:13 Jeremia 25:33 Jesaja 14:29 Jeremia 22:18
Ezechiël 7:12 Jesaja 5:13 Ezechiël 6:11 1 Korinthe 7:29 Ezechiël 7:10 Jakobus 5:8 Ezechiël 7:5 Jeremia 32:24 Jeremia 32:7
Ezechiël 7:13 Leviticus 25:24 Leviticus 25:31 Ezechiël 13:22 Prediker 8:8 Job 15:25 Psalmen 52:7 Ezechiël 33:26
Ezechiël 7:14 Jeremia 4:5 Jeremia 6:11 Jeremia 6:1 Jeremia 7:20 Jeremia 51:27 Jeremia 12:12 Jesaja 24:1 Ezechiël 7:11
Ezechiël 7:15 Jeremia 14:18 Klaagliederen 1:20 Ezechiël 5:12 Deuteronomium 32:23 Jeremia 15:2 Ezechiël 6:12
Ezechiël 7:16 Jesaja 38:14 Jesaja 59:11 Ezra 9:15 Jesaja 37:31 Jesaja 1:9 Ezechiël 6:8 Jeremia 50:4 Ezechiël 36:31
Ezechiël 7:17 Ezechiël 21:7 Jeremia 6:24 Hebreeën 12:12 Jesaja 13:7 Ezechiël 22:14
Ezechiël 7:18 Jesaja 15:2 Amos 8:10 Ezechiël 27:31 Job 21:6 Jesaja 3:24 Psalmen 55:4 Genesis 15:12 Jeremia 3:25
Ezechiël 7:19 Spreuken 11:4 Sefanja 1:18 Jesaja 30:22 Ezechiël 14:3 Ezechiël 44:12 Ezechiël 14:7 Jesaja 2:20 Jesaja 55:2
Ezechiël 7:20 Ezechiël 24:21 Jeremia 7:30 Ezechiël 8:15 Jesaja 64:11 Ezechiël 8:7 Ezechiël 9:7 2 Koningen 21:7 2 Kronieken 36:14
Ezechiël 7:21 2 Koningen 24:13 Psalmen 74:2 2 Koningen 25:9 Psalmen 79:1 2 Kronieken 36:18 2 Koningen 25:13 Jeremia 52:13
Ezechiël 7:22 Jeremia 18:17 Psalmen 10:11 Psalmen 74:18 Psalmen 35:22 Ezechiël 39:23 Psalmen 74:10
Ezechiël 7:23 Jeremia 27:2 Ezechiël 9:9 Ezechiël 11:6 2 Koningen 21:16 Hosea 4:2 Jeremia 22:17 Sefanja 3:3 Ezechiël 22:13
Ezechiël 7:24 Ezechiël 28:7 Ezechiël 33:28 Ezechiël 21:31 Ezechiël 24:21 Jeremia 6:12 Jeremia 4:7 Jeremia 12:12 Psalmen 83:12
Ezechiël 7:25 Jesaja 59:8 Ezechiël 13:10 Micha 1:12 Ezechiël 13:16 Jeremia 8:15 Jesaja 57:21 Klaagliederen 4:17
Ezechiël 7:26 Jeremia 4:20 Ezechiël 14:1 Psalmen 74:9 Micha 3:6 Jeremia 18:18 Ezechiël 20:1 Jeremia 37:17 Jeremia 21:2
Ezechiël 7:27 1 Koningen 20:28 Jesaja 3:11 Mattheüs 7:2 Ezechiël 26:16 Ezechiël 12:10 Jakobus 2:13 Ezechiël 7:4 Psalmen 9:16
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 7 vers 2

het land Israëls Versta het koninkrijk van Juda, hetwelk in dit boek dikwijls Israël genaamd wordt. Vergelijk 2 Kron. 15:17 , en 2 Kron. 21:2 .

Hertaald: het land Israëls Versta: het koninkrijk van Juda, dat in dit boek vaak Israël genoemd wordt. Vergelijk 2 Kron. 15:17 en 2 Kron. 21:2.

einde is er, Te weten van het voorgemeld land. Versta door het woord einde des lands ondergang en verderf. Zie Gen. 6:13 , vergelijk Klaagl. 4:18 .

Hertaald: einde is er, Namelijk van het zojuist genoemde land. Versta onder het woord einde: de ondergang en het verderf van het land. Zie Gen. 6:13, vergelijk Klaagl. 4:18.

is gekomen Dat is, is zeer nabij, want deze voorzegging geschiedde in het vijfde jaar van het koninkrijk van Zedekia, en in het elfde de vervulling. Zie gelijke manier van spreken 1 Sam. 2:31 ; Ps. 102:14 ; Jes. 13:22 ; Jer. 50:31 .

Hertaald: is gekomen Dat is: het is zeer nabij, want deze voorzegging vond plaats in het vijfde jaar van de regering van Zedekia en de vervulling in het elfde. Zie een soortgelijke manier van spreken in 1 Sam. 2:31; Ps. 102:14; Jes. 13:22; Jer. 50:31.

hoeken des lands Hebreeuws, vleugelen; dat is, zijden, grenzen of gewesten van het land Juda; als daar waren de west , oost , zuid en noordgrenzen. Christus noemt deze de vier winden, Matt. 24:31 . De zin is: Dat geen deel van het land van Gods straf zou vrij wezen.

Hertaald: hoeken des lands Hebreeuws: vleugels; dat is: zijden, grenzen of gewesten van het land Juda, zoals de west-, oost-, zuid- en noordgrens. Christus noemt die de vier winden, Matth. 24:31. De betekenis is dat geen deel van het land vrij zou blijven van Gods straf.

Ezechiël 7 vers 3

toorn tegen u zenden, Dat is, mijne straffen, die Ik in mijne gramschap tegen u zal uitgieten. Alzo Ex. 15:7 ; Job 20:23 ; Ps. 78:49 .

Hertaald: toorn tegen u zenden, Dat is: Mijn straffen, die Ik in Mijn toorn over u zal uitgieten. Zo ook Ex. 15:7; Job 20:23; Ps. 78:49.

richten Dat is, straffen; zie Gen. 15:14 .

Hertaald: richten Dat is: straffen; zie Gen. 15:14.

wegen, Dat is, werken; zie Gen. 6:12 .

Hertaald: wegen, Dat is: werken; zie Gen. 6:12.

zal op u brengen al uw gruwelen Hebreeuws, zal op u geven; dat is brengen, leggen, stellen, alzo vs.4; dat is, zal u straffen vanwege al uwe gruwelen en boze werken. Zie gelijke manier van spreken 1 Kon. 8:32 ; Jer. 26:15 ; onder vs.8-10, en Ezech. 11:21 , en Ezech. 16:43 , en Ezech. 22:31 , en Ezech. 23:49 .

Hertaald: zal op u brengen al uw gruwelen Hebreeuws: zal op u geven; dat is: brengen, leggen, stellen, zo ook vers 4; dat is: Ik zal u straffen vanwege al uw gruwelen en boze werken. Zie een soortgelijke manier van spreken in 1 Kon. 8:32; Jer. 26:15; hieronder vers 8-10, en Ezech. 11:21, Ezech. 16:43, Ezech. 22:31 en Ezech. 23:49.

Ezechiël 7 vers 4

Mijn oog zal u niet verschonen, Zie boven Ezech. 5:11 .

Hertaald: Mijn oog zal u niet verschonen, Zie hierboven Ezech. 5:11.

uw gruwelen Dat is, de straffen uwer gruwelen. Want de schuld der gruwelen was lang tevoren onder hen geweest. Alzo ongerechtigheid voor de straf derzelve. Zie Lev. 5:1 , en de aantekening.

Hertaald: uw gruwelen Dat is: de straffen van uw gruwelen. Want de schuld van de gruwelen was al lang tevoren onder hen. Zo staat ook ongerechtigheid voor de straf daarvan. Zie Lev. 5:1 met de aantekening.

Ezechiël 7 vers 5

kwaad, een Versta, het kwaad der straf, Gen. 19:19 .

Hertaald: kwaad, een Versta: het kwaad van de straf, Gen. 19:19.

enig kwaad, Hetwelk met een slag u gans en ten enenmale vernielen en uitroeien zal. Vergelijk de manier van spreken met 1 Sam. 26:8 ; Nah. 1:9 .

Hertaald: enig kwaad, Dat u met één slag geheel en volkomen zal vernielen en uitroeien. Vergelijk deze manier van spreken met 1 Sam. 26:8; Nah. 1:9.

Ezechiël 7 vers 6

Een einde is er gekomen, Zie boven vs.2.

Hertaald: Een einde is er gekomen, Zie hierboven vers 2.

dat einde is gekomen, Te weten dat Ik u steeds gedreigd heb door mijne profeten. Een ding is tweemaal gezegd, om de waarheid en zwaarheid daarvan uit te drukken.

Hertaald: dat einde is gekomen, Namelijk het einde dat Ik u voortdurend gedreigd heb door Mijn profeten. Eenzelfde zaak wordt tweemaal gezegd, om de waarheid en de zwaarte ervan uit te drukken.

het is Versta, het voornoemde einde. Anders: Hij is opgewaakt, te weten de Heere, en dat om u te straffen.

Hertaald: het is Versta: het genoemde einde. Anders: Hij is ontwaakt, namelijk de HEERE, en wel om u te straffen.

opgewaakt tegen u; Dat is, bereid en vaardig om u te overvallen. Vergelijk 2 Petr. 2:3 .

Hertaald: opgewaakt tegen u; Dat is: gereed en vaardig om u te overvallen. Vergelijk 2 Petr. 2:3.

het kwaad is gekomen Te weten waarvan in vs.5 gesproken is.

Hertaald: het kwaad is gekomen Namelijk het kwaad waarover in vers 5 gesproken is.

Ezechiël 7 vers 7

De morgenstond is tot u gekomen, Dat is, die tijd, in welken gij zekerlijk vroeg en haastelijk zult uitgeroeid worden. Sommigen menen dat hier gezien wordt op den tijd van de openbare burgerlijke straffen, die bij de Israëlieten in den morgenstond geschied zijn, daartoe gebruikende wat staat Ps. 101:8 .

Hertaald: De morgenstond is tot u gekomen, Dat is: die tijd waarin u zeker vroeg en spoedig uitgeroeid zult worden. Sommigen menen dat hier gedoeld wordt op de tijd van de openbare burgerlijke strafvoltrekkingen, die bij de Israëlieten in de morgenstond plaatsvonden; zij beroepen zich daarvoor op Ps. 101:8.

der beroerte is nabij, Versta een zekeren en bestemden tijd, in welken het land vol beroerte zou zijn door het gewoel en geweld van den oorlog, en door het geklaag en gehuil der mensen. Hebreeuws, Nabij is de dag, de beroerte.

Hertaald: der beroerte is nabij, Versta: een vaste en bepaalde tijd waarin het land vol beroering zou zijn door het rumoer en geweld van de oorlog en door het klagen en huilen van de mensen. Hebreeuws: nabij is de dag, de beroering.

wederklank der bergen Versta, het wedergeluid, komende van het vreugdegeroep, hetwelk gemaakt wordt als men met blijdschap den most en andere vruchten uit het veld inzamelt. Sommigen ook verstaan dit van het blijde geluid, hetwelk de afgodendienaars op de bergen bij hunne altaren maakten. Vergelijk Jer. 25:30 .

Hertaald: wederklank der bergen Versta: de weerklank die komt van het vreugdegeroep dat men maakt wanneer men met blijdschap de most en andere vruchten van het veld inzamelt. Sommigen verstaan het ook van het blijde geluid dat de afgodendienaars op de bergen bij hun altaren maakten. Vergelijk Jer. 25:30.

Ezechiël 7 vers 8

in kort Mijn Hebreeuws, van nabij.

Hertaald: in kort Mijn Hebreeuws: van nabij.

grimmigheid Dat is, de straffen mijner grimmigheid in grote menigte en met geweld over u zenden. Alzo onder Ezech. 20:8 , Ezech. 20:13 . Zie Ps. 79:6 .

Hertaald: grimmigheid Dat is: de straffen van Mijn grimmigheid in grote menigte en met geweld over u zenden. Zo ook hieronder Ezech. 20:8, Ezech. 20:13. Zie Ps. 79:6.

tegen u volbrengen, Vergelijk boven Ezech. 5:13 .

Hertaald: tegen u volbrengen, Vergelijk hierboven Ezech. 5:13.

wegen, Dat is, werken, doen en laten, gelijk boven vs.3.

Hertaald: wegen, Dat is: werken, doen en laten, zoals hierboven vers 3.

Ezechiël 7 vers 9

uw gruwelen Zie boven vs.4.

Hertaald: uw gruwelen Zie hierboven vers 4.

Die slaat Dat is, die rechtvaardig straft. Zie van dit woord Gen. 8:21 .

Hertaald: Die slaat Dat is: Die rechtvaardig straft. Zie over dit woord Gen. 8:21.

Ezechiël 7 vers 10

de dag, Dat is, de tijd der straf en wraak Gods. Zie boven vs.7 en onder vs.12.

Hertaald: de dag, Dat is: de tijd van Gods straf en wraak. Zie hierboven vers 7 en hieronder vers 12.

de morgenstond is gekomen, Dit woord is hier ingevoegd uit het voorgaande vs.7, of uit het volgende van vs.10. Men kan ook in de plaats daarvan stellen het kwaad, uit vs.5.

Hertaald: de morgenstond is gekomen, Dit woord is hier ingevoegd uit het voorgaande vers 7, of uit het vervolg van vers 10. Men kan er ook het kwaad uit vers 5 voor in de plaats stellen.

roede heeft gebloeid, Door deze wordt van velen verstaan de koning Nebukadnezar, door wien de Joden zouden gestraft worden, tot welk einde zijne macht toenam en groeide. Vergelijk Jes. 10:5 .

Hertaald: roede heeft gebloeid, Velen verstaan hieronder koning Nebukadnezar, door wie de Joden gestraft zouden worden; daartoe nam zijn macht toe en groeide zij. Vergelijk Jes. 10:5.

de hovaardij heeft gegroend Versta, de stoute en hardnekkige moedwilligheid der Joden in het zondigen tegen God, welks oorzaak was der voornoemde bloeiende roede. Zie vs.11.

Hertaald: de hovaardij heeft gegroend Versta: de brutale en hardnekkige moedwil van de Joden in het zondigen tegen God, die de oorzaak was van de zojuist genoemde bloeiende roede. Zie vers 11.

Ezechiël 7 vers 11

geweld is opgerezen Versta, de ongerechtigheid en wrevel, voortkomende uit de gemelde hovaardij, want uit de verachting Gods spruit alle ongerechtigheid en wreedheid, die de mensen tegen elkander plegen. Deze nu brengt de roede voort, waardoor de goddeloosheid der mensen naar Gods rechtvaardig oordeel gestraft wordt. Men kan ook hier het geweld verstaan ten aanzien van de Chaldeën, die de Heere in kort opwekken zou, om de boosheden der Joden te straffen.

Hertaald: geweld is opgerezen Versta: de ongerechtigheid en het wangedrag die uit de genoemde hoogmoed voortkomen, want uit de verachting van God ontspringt alle ongerechtigheid en wreedheid die mensen tegen elkaar plegen. Die brengt op haar beurt de roede voort, waarmee de goddeloosheid van de mensen naar Gods rechtvaardig oordeel gestraft wordt. Men kan het geweld hier ook opvatten met betrekking tot de Chaldeeën, die de HEERE binnenkort zou opwekken om de boosheden van de Joden te straffen.

van hen zal overblijven, Te weten van de Joden; welverstaande, met uitneming van het overblijfsel, waarvan gesproken is boven Ezech. 6:8 .

Hertaald: van hen zal overblijven, Namelijk van de Joden; wel te verstaan met uitzondering van het overblijfsel waarover gesproken is in Ezech. 6:8.

hun menigte, Dat is, van het gemene volk.

Hertaald: hun menigte, Dat is: van het gewone volk.

hun gedruis, Versta de heren en machtigen des lands, die met een gedruis van volk, dat hen vergezelschapt of ten dienste staat, zich voor de gemeente vertonen. Anders: noch van hen, die uit hen zijn; dat is van hunne nakomelingen.

Hertaald: hun gedruis, Versta: de heren en machtigen van het land, die zich met een stoet volk dat hen begeleidt of bedient aan de gemeente vertonen. Anders: noch van hen die uit hen zijn, dat is: van hun nakomelingen.

geen klage zal over hen zijn Dat is, geen rouw als zij gestorven zullen zijn. De zin is dat het verderf zo groot zou wezen, dat er weinigen hiertoe zouden overig zijn; of dat een ieder met zijn eigen droefheid genoeg zou te doen hebben. Zie Jer. 16:4-7 .

Hertaald: geen klage zal over hen zijn Dat is: geen rouw wanneer zij gestorven zullen zijn. De betekenis is dat het verderf zo groot zou zijn dat er maar weinigen zouden overblijven om te rouwen, of dat ieder genoeg te stellen zou hebben met zijn eigen droefheid. Zie Jer. 16:4-7.

Ezechiël 7 vers 12

De tijd is gekomen, Zie boven vs.7.

Hertaald: De tijd is gekomen, Zie hierboven vers 7.

zij niet blijde, Te weten omdat hij het gekochte goed niet zal genieten.

Hertaald: zij niet blijde, Namelijk omdat hij het gekochte goed niet zal genieten.

bedrijve geen rouw; Te weten omdat hij door gebrek en armoede zijn land of ander goed heeft moeten verkopen; want zo hij het niet verkocht had, zou hij het evenwel niet hebben kunnen behouden. Zie vs.13.

Hertaald: bedrijve geen rouw; Namelijk omdat hij door gebrek en armoede zijn land of ander bezit heeft moeten verkopen; want als hij het niet verkocht had, zou hij het toch niet hebben kunnen behouden. Zie vers 13.

brandende toorn Versta, den brandenden toorn des Heeren. Zie 2 Kron. 28:13 , en onder vs.14.

Hertaald: brandende toorn Versta: de brandende toorn van de HEERE. Zie 2 Kron. 28:13 en hieronder vers 14.

van het land Te weten van het land Juda.

Hertaald: van het land Namelijk van het land Juda.

Ezechiël 7 vers 13

het verkochte Hebreeuws, verkoping. Alzo boven Ezech. 1:1 , wegvoering, voor weggevoerde.

Hertaald: het verkochte Hebreeuws: verkoping. Zo ook hierboven Ezech. 1:1: wegvoering voor weggevoerde.

wederkeren, Gelijk wel in het jubeljaar geschiedde, in hetwelk een ieder, die zijne erve verkocht had, tot dezelve moest wederkeren; zie Lev. 25:13 ; maar deze wet zou in de zeventigjarige gevangenschap niet kunnen onderhouden worden.

Hertaald: wederkeren, Zoals wel in het jubeljaar gebeurde, waarin ieder die zijn erfdeel verkocht had daarnaar moest terugkeren; zie Lev. 25:13. Maar die wet zou tijdens de zeventigjarige gevangenschap niet onderhouden kunnen worden.

ofschoon hun leven nog onder de levenden ware; Dat is, ofschoon de koper en de verkoper nog leefden.

Hertaald: ofschoon hun leven nog onder de levenden ware; Dat is: ook al zouden de koper en de verkoper nog in leven zijn.

het gezicht, Dat is, deze profetie, voorzeggende den ondergang van het Joodse Rijk en de zeventigjarige gevangenschap van het volk. Zie van het woord gezicht, Gen. 15:1 , en Gen. 46:2 .

Hertaald: het gezicht, Dat is: deze profetie, die de ondergang van het Joodse rijk en de zeventigjarige gevangenschap van het volk voorzegt. Zie over het woord gezicht Gen. 15:1 en Gen. 46:2.

van het land, Te weten van het land Juda, gelijk in vs.12.

Hertaald: van het land, Namelijk van het land Juda, zoals in vers 12.

terugkeren; Dat is, niet wederroepen worden van God, of ijdel zijn, maar zal volbracht worden; alzo is het woord wederkeren genomen Jes. 55:11 ; vergelijk ook 2 Sam. 1:22 .

Hertaald: terugkeren; Dat is: het zal door God niet herroepen worden en niet vergeefs zijn, maar volbracht worden; zo is het woord terugkeren opgevat in Jes. 55:11; vergelijk ook 2 Sam. 1:22.

niemand De zin is dat de Joden, hoe boos ook en snood zij mochten zijn om Gods wraak achter te houden, die nochtans niet ontgaan zouden. Men kan deze woorden ook aldus vertalen: Niemand, wiens leven is in zijn ongerechtigheid, zal zich versterken; of: Niemand in zijne ongerechtigheid zijnde, zal zijn leven sterven; of: Zich [in] zijn leven sterken; dat is, zolang hij in zijne ongerechtigheid voortgaat, zal hij zijn leven van het verderf niet behouden kunnen.

Hertaald: niemand De betekenis is dat de Joden, hoe boos en verdorven zij ook mochten zijn om Gods wraak tegen te houden, die toch niet zouden ontgaan. Men kan deze woorden ook zo vertalen: niemand wiens leven in zijn ongerechtigheid is, zal zich versterken; of: niemand die in zijn ongerechtigheid blijft, zal zijn leven behouden; of: zich (in) zijn leven sterken, dat is: zolang hij in zijn ongerechtigheid voortgaat, zal hij zijn leven niet van het verderf kunnen redden.

Ezechiël 7 vers 14

alles bereid, Te weten dat er oorlog nodig en dienstig is.

Hertaald: alles bereid, Namelijk dat er oorlog nodig en dienstig is.

trekt ten strijde; Te weten omdat hij niet wil door zorgeloosheid, of niet durft door vrees, of niet kan door zwakheid.

Hertaald: trekt ten strijde; Namelijk omdat hij niet wil door zorgeloosheid, of niet durft door vrees, of niet kan door zwakheid.

van het land Te weten van het land Juda, gelijk in vs.12,13.

Hertaald: van het land Namelijk van het land Juda, zoals in vers 12 en 13.

Ezechiël 7 vers 15

buiten, Te weten buiten de stad Jeruzalem.

Hertaald: buiten, Namelijk buiten de stad Jeruzalem.

binnen; Te weten binnen de stad Jeruzalem.

Hertaald: binnen; Namelijk binnen de stad Jeruzalem.

die op het veld is, Versta degenen, die uit Jeruzalem vluchten, om in haar verderf niet om te komen.

Hertaald: die op het veld is, Versta: hen die uit Jeruzalem vluchten om niet in haar verderf om te komen.

het zwaard sterven, Te weten de Chaldeën, die de stad zouden belegeren.

Hertaald: het zwaard sterven, Namelijk van de Chaldeeën, die de stad zouden belegeren.

Ezechiël 7 vers 16

ontkomenden zullen wel ontkomen, Versta degenen, die de algemene plaag der stad en de hand der Chaldeën ontgaan zullen zijn.

Hertaald: ontkomenden zullen wel ontkomen, Versta: hen die de algemene ramp van de stad en de hand van de Chaldeeën ontkomen zullen zijn.

der dalen, Te weten waarin zij zich verbergen uit vrees voor enigen storm en onweder, of van enige grijpvogels.

Hertaald: der dalen, Namelijk waarin zij zich verbergen uit vrees voor storm en onweer, of voor roofvogels.

kermende, Het Hebreeuwse woord betekent hier zoveel als een gewoel maken met zuchten, janken en huilen. Vergelijk Jes. 38:14 , en Jes. 59:11 .

Hertaald: kermende, Het Hebreeuwse woord betekent hier zoiets als een rumoer maken met zuchten, jammeren en huilen. Vergelijk Jes. 38:14 en Jes. 59:11.

Ezechiël 7 vers 17

slap worden, Zie 2 Sam. 4:1 .

Hertaald: slap worden, Zie 2 Sam. 4:1.

zullen henenvlieten als water Hebreeuws, heengaan; dat is hunne kracht verliezen, bevende van vrees en niet bekwaam zijnde om te bestaan tegen enig geweld noch om daarvoor te vluchten. Alzo onder Ezech. 21:7 . Van slappe knieën zie ook Job 4:4 , en de aantekening.

Hertaald: zullen henenvlieten als water Hebreeuws: heengaan; dat is: hun kracht verliezen, bevend van vrees en niet in staat om tegen enig geweld stand te houden of ervoor te vluchten. Zo ook hieronder Ezech. 21:7. Over slappe knieën, zie ook Job 4:4 met de aantekening.

Ezechiël 7 vers 18

aangorden, Zie Gen. 37:34 .

Hertaald: aangorden, Zie Gen. 37:34.

gruwen zal ze bedekken, Zie dezelfde manier van spreken Ps. 55:6 .

Hertaald: gruwen zal ze bedekken, Zie dezelfde manier van spreken in Ps. 55:6.

kaalheid Te weten omdat ze door de grootheid hunner droefenis het haar van hun hoofd zouden uittrekken, hetwelk de Heere verboden had, Deut. 14:1 ; niet willende dat zijn volk onmatig en ongemanierden rouw gelijk de heidenen zouden maken, op welk gebod, naardien deze lieden niet achten zouden, zo schijnt wel dat de bekering bij hen niet geweest is.

Hertaald: kaalheid Namelijk omdat zij door de grootheid van hun droefheid het haar van hun hoofd zouden uittrekken, wat de HEERE verboden had, Deut. 14:1; Hij wilde niet dat Zijn volk onmatig en ongepast zou rouwen zoals de heidenen. Omdat deze mensen zich niets van dat gebod zouden aantrekken, lijkt het er wel op dat er bij hen geen bekering geweest is.

Ezechiël 7 vers 19

werpen, Te weten omdat het hun een beletsel mocht worden in de vlucht, of omdat ze wanhopen zouden van hetzelve langer te zullen kunnen bezitten.

Hertaald: werpen, Namelijk omdat het hun bij de vlucht in de weg zou zitten, of omdat zij eraan zouden wanhopen het nog langer te kunnen bezitten.

onreinigheid zijn; Dat is, hetwelk zij niet meer zullen achten dan hetgeen naar de wet onrein is en waarvan men zich moest afscheiden en afzonderen. Hebreeuws, afzondering. Zie van die woord 2 Kron. 29:5 .

Hertaald: onreinigheid zijn; Dat is: zij zullen het niet hoger achten dan wat naar de wet onrein is en waarvan men zich moest afscheiden en afzonderen. Hebreeuws: afzondering. Zie over dat woord 2 Kron. 29:5.

dage der verbolgenheid des HEEREN; Dat is, als God de Joden door een rechtvaardige gramschap zeer zwaarlijk straffen zal.

Hertaald: dage der verbolgenheid des HEEREN; Dat is: wanneer God de Joden met rechtvaardige toorn zeer zwaar zal straffen.

ziel Het woord ziel is hier genomen voor den lust en de begeerte tot de spijs. Deze wordt gezegd niet verzadigd te zijn, door gebrek van leeftocht, die ook den allerrijksten overkomen zou. De manier van spreken is ook Jer. 31:25 .

Hertaald: ziel Het woord ziel staat hier voor de trek en de begeerte naar voedsel. Van die begeerte wordt gezegd dat zij niet verzadigd wordt, door gebrek aan leeftocht, dat ook de allerrijksten zou treffen. Deze manier van spreken staat ook in Jer. 31:25.

het zal Te weten goud en zilver.

Hertaald: het zal Namelijk goud en zilver.

aanstoot Dat is, de aanleiding en oorzaak van hun val en ondergang, omdat zij het kwalijk gekregen en kwalijk gebruikt zullen hebben, en voornamelijk om daarmede hunne afgoden te vereren, onder Ezech. 16:17 . Zie van het woord aanstoot ook onder Ezech. 21:15 , en de aantekening.

Hertaald: aanstoot Dat is: de aanleiding en de oorzaak van hun val en ondergang, omdat zij het op verkeerde wijze verkregen en verkeerd gebruikt zullen hebben, vooral om er hun afgoden mee te vereren, hieronder Ezech. 16:17. Zie over het woord aanstoot ook hieronder Ezech. 21:15 met de aantekening.

Ezechiël 7 vers 20

Hij heeft Te weten God.

Hertaald: Hij heeft Namelijk God.

de schoonheid Zijns sieraads Versta den tempel te Jeruzalem, die niet alleen met goud en velerlei kostelijk tuig en kleinodiën, maar ook met de oefening van den waren godsdienst was versierd geweest.

Hertaald: de schoonheid Zijns sieraads Versta: de tempel te Jeruzalem, die niet alleen met goud en allerlei kostbaar gerei en kleinodiën versierd was, maar ook met de uitoefening van de ware godsdienst.

overtreffelijkheid gezet; Dat is om daardoor, als door een uiterlijk teken, zijn uitnemende heerlijkheid te vertonen, en zijn volk, als zijn wade bruid, zeer kostelijk versierd, boven alle natiën te verheffen.

Hertaald: overtreffelijkheid gezet; Dat is: om daardoor, als door een uiterlijk teken, Zijn uitnemende heerlijkheid te tonen en Zijn volk als Zijn rijk versierde bruid boven alle volken te verheffen.

dat hun tot Te weten de schoonheid van mijn sieraad.

Hertaald: dat hun tot Namelijk de schoonheid van Mijn sieraad.

onreinigheid gesteld Zie op vs.19. Anders: ter afzondering gemaakt; dat is, verre van hen gemaakt of gedaan.

Hertaald: onreinigheid gesteld Zie bij vers 19. Anders: ter afzondering gemaakt, dat is: ver van hen gedaan.

Ezechiël 7 vers 21

het in de hand Te weten die schoonheid van mijn sieraad.

Hertaald: het in de hand Namelijk die schoonheid van Mijn sieraad.

vreemden Te weten volken, als van de Chaldeën of Babyloniërs, die den tempel beroofd, verstoord en verbrand hebben; 2 Kon. 25:9 , enz.; 2 Kron. 36:18-19 .

Hertaald: vreemden Namelijk volken zoals de Chaldeeën of Babyloniërs, die de tempel beroofd, verwoest en verbrand hebben; 2 Kon. 25:9 enzovoort; 2 Kron. 36:18-19.

goddelozen der aarde Versta dezelfde Chaldeën, bij welke geen vreze Gods, gene gerechtigheid, noch medelijden jegens de mensen zou zijn.

Hertaald: goddelozen der aarde Versta: dezelfde Chaldeeën, bij wie geen vreze Gods, geen gerechtigheid en geen medelijden met de mensen te vinden zou zijn.

ontheiligen Te weten met plunderen, moorden, schenden en branden; idem met het goud, zilver, koper en de heilige vaten daaruit te nemen en tot onheilige gebruiken te eigenen; 2 Kon. 25:13-15 , enz.; Dan. 1:2 , en Dan. 5:3 .

Hertaald: ontheiligen Namelijk door plunderen, moorden, schenden en branden; en ook door het goud, zilver, koper en de heilige vaten eruit te halen en voor onheilig gebruik toe te eigenen; 2 Kon. 25:13-15 enzovoort; Dan. 1:2 en Dan. 5:3.

Ezechiël 7 vers 22

hen omwenden, Te weten van de Chaldeën, die mijn tempel innemen en schenden zullen. De Heere wil zeggen dat Hij hen zou laten geworden en hun boos bedrijf niet verhinderen of tegenstaan. Anderen verstaan dit van de Israëlieten.

Hertaald: hen omwenden, Namelijk van de Chaldeeën, die Mijn tempel zullen innemen en schenden. De HEERE wil zeggen dat Hij hen zou laten begaan en hun boze bedrijf niet zou verhinderen of tegenhouden. Anderen betrekken dit op de Israëlieten.

verborgen plaats ontheiligen; Versta het heilige der heiligen, waar de ark des verbonds was; en wordt een verborgen plaats genaamd, omdat het het binnenste deel des tempels was, en niemand daarin mocht komen dan de overpriester, en dat eenmaal per jaar.

Hertaald: verborgen plaats ontheiligen; Versta: het heilige der heiligen, waar de ark van het verbond stond. Het wordt een verborgen plaats genoemd omdat dit het binnenste deel van de tempel was en niemand daar mocht binnenkomen dan de hogepriester, en die maar eenmaal per jaar.

inbrekers Zie van dit woord Ps. 17:4 .

Hertaald: inbrekers Zie over dit woord Ps. 17:4.

inkomen en die ontheiligen Namelijk in Jeruzalem, en vandaar in den tempel en in het heilige der heiligen.

Hertaald: inkomen en die ontheiligen Namelijk in Jeruzalem, en vandaar in de tempel en in het heilige der heiligen.

Ezechiël 7 vers 23

een keten; Of, koord; te weten tot een teken dat de Joden als misdadigers, die met ketens en koorden gebonden zijnde, naar de gevangenis of richtplaats plegen geleid te worden, ten dele door het zwaard zouden omkomen, ten dele naar Chaldea gevankelijk weggevoerd worden.

Hertaald: een keten; Of: koord; namelijk als teken dat de Joden als misdadigers, die met ketens en koorden gebonden naar de gevangenis of de strafplaats geleid plegen te worden, deels door het zwaard zouden omkomen en deels gevankelijk naar Chaldea weggevoerd worden.

bloedgerichten, Dat is, zonden, die den dood verdiend hebben, anders genaamd gerichten des doods. Zie Deut. 19:6 ; Jer. 26:11 . Anderen verstaan openbare gerichten, in welke de onschuldigen ter dood veroordeeld zijn van de ongerechtige rechters.

Hertaald: bloedgerichten, Dat is: zonden die de dood verdiend hebben, elders gerichten des doods genoemd. Zie Deut. 19:6; Jer. 26:11. Anderen verstaan er openbare rechtszittingen onder, waarin onschuldigen door onrechtvaardige rechters ter dood veroordeeld zijn.

geweld Versta hierdoor allerlei ongerechtigheid bewezen tegen den naaste door openbare verdrukking of heimelijke bedriegerij om rijkdom op te hopen.

Hertaald: geweld Versta hieronder allerlei ongerechtigheid die tegen de naaste bedreven wordt door openlijke verdrukking of heimelijk bedrog om rijkdom op te hopen.

Ezechiël 7 vers 24

kwaadste der heidenen doen komen, Dat is, de Chaldeën, die van de machtigste waren onder heidenen en geslagen vijanden der Joden.

Hertaald: kwaadste der heidenen doen komen, Dat is: de Chaldeeën, die tot de machtigste onder de heidenen behoorden en verklaarde vijanden van de Joden waren.

erfelijk bezitten zullen, Het Hebreeuwse woord betekent wel meest iets bezitten uit recht van wettelijke erfenis, maar het is ook genomen voor bezitting in eigendom, hoe en op wat wijze dat die zou mogen verkregen zijn; 1 Kon. 21:15 ; Hab. 1:6 .

Hertaald: erfelijk bezitten zullen, Het Hebreeuwse woord betekent meestal wel: iets bezitten op grond van wettige erfenis, maar het wordt ook gebruikt voor bezit in eigendom, hoe en op welke wijze dat ook verkregen is; 1 Kon. 21:15; Hab. 1:6.

hoogmoed Dat is, de hovaardij, stoutmoedigheid, pracht en praal.

Hertaald: hoogmoed Dat is: de hoogmoed, brutaliteit, pracht en praal.

der sterken Dat is, van de machtigen in het land, machtig in afkomst, staat, rijkdom, of dergelijke.

Hertaald: der sterken Dat is: van de machtigen in het land, machtig door afkomst, positie, rijkdom of iets dergelijks.

hen heiligen, Te weten de voorgemelde sterken. Die dezen nu heiligden, waren de priesters, die voor hen offeranden deden, waardoor zij meenden geheiligd te worden.

Hertaald: hen heiligen, Namelijk de zojuist genoemde sterken. Zij die hen heiligden waren de priesters, die voor hen offers brachten waardoor zij meenden geheiligd te worden.

Ezechiël 7 vers 25

ondergang komt; Of, uitroeiing, vernieling. Hebreeuws, afsnijding. Vergelijk Jes. 38:12 .

Hertaald: ondergang komt; Of: uitroeiing, vernietiging. Hebreeuws: afsnijding. Vergelijk Jes. 38:12.

Ezechiël 7 vers 26

van een profeet zoeken; Om van hem te verstaan de uitkomst hunner ellende. Maar het zoeken zal wezen zonder vinden, omdat zij de profeten ter rechter tijd niet gehoord hadden.

Hertaald: van een profeet zoeken; Om van hem te vernemen hoe hun ellende zou aflopen. Maar het zoeken zal zonder vinden zijn, omdat zij niet naar de profeten geluisterd hadden toen het nog tijd was.

wet zal vergaan van den priester, Dat is, de gewone kerkelijke personen zullen de ware en onvervalste leer, die alleen recht onderwijzen en troosten kan in allen nood, verliezen en de burgerlijke regenten zullen radeloos worden; en dat alles tot vermeerdering van de straf, die de Joden verdiend hadden. Vergelijk Jes. 29:14 .

Hertaald: wet zal vergaan van den priester, Dat is: de gewone kerkelijke ambtsdragers zullen de ware en onvervalste leer, die alleen recht kan onderwijzen en in alle nood kan troosten, verliezen, en de burgerlijke bestuurders zullen radeloos worden; en dat alles om de straf te verzwaren die de Joden verdiend hadden. Vergelijk Jes. 29:14.

oudsten Dat is van de raadsheren, regeerders van het land.

Hertaald: oudsten Dat is: van de raadsheren en bestuurders van het land.

Ezechiël 7 vers 27

met verwoesting bekleed zijn, Dat is gans zeer vervuld zijn met ontzetting, verbaasdheid en wanhoop. Zie gelijke manier van spreken Job 8:22 , en in de aantekening. Hebreeuws, de vorst zal bekleed zijn, enz.

Hertaald: met verwoesting bekleed zijn, Dat is: geheel en al vervuld zijn met ontzetting, verbijstering en wanhoop. Zie een soortgelijke manier van spreken in Job 8:22 met de aantekening. Hebreeuws: de vorst zal bekleed zijn, enzovoort.

het volk des lands Dat is, van het gemene volk. Alzo Jer. 44:21 ; Hag. 2:5 .

Hertaald: het volk des lands Dat is: van het gewone volk. Zo ook Jer. 44:21; Hagg. 2:5.

beroerd zijn; Dat is, door beroering en ontzetting des harten gans onbekwaam zijn om iets tot afkering des vijands uit te richten. Vergelijk 2 Sam. 4:1 , en de aantekening.

Hertaald: beroerd zijn; Dat is: door beroering en ontzetting van het hart volstrekt niet in staat zijn om iets te doen om de vijand af te weren. Vergelijk 2 Sam. 4:1 met de aantekening.

naar hun weg, Dat is, naar de verdiensten hunner werken.

Hertaald: naar hun weg, Dat is: naar wat hun werken verdiend hebben.

met hun rechten zal Ik ze richten; Dat is, met de straffen, die zij verdiend hebben. Recht voor straf. Zie 2 Kron. 20:12 , of naar de wijze, alzo zij verdienen. Recht voor wijze. Zie Gen. 40:13 .

Hertaald: met hun rechten zal Ik ze richten; Dat is: met de straffen die zij verdiend hebben. Recht staat hier voor straf; zie 2 Kron. 20:12. Of: naar de wijze waarop zij het verdienen. Recht staat dan voor wijze; zie Gen. 40:13.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het einde is gekomen  — een hoofdstuk waarin één woord telkens herhaald wordt (Ezech. 7:2-7)

"Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands" (Ezech. 7:2). Wat volgt is een opeenstapeling: "Nu is het einde over u" (Ezech. 7:3), "Een kwaad, een enig kwaad, ziet, is gekomen" (Ezech. 7:5), en: "Een einde is er gekomen, dat einde is gekomen, het is opgewaakt tegen u" (Ezech. 7:6). Daarbij staat wat er niet zal gebeuren: "Mijn oog zal u niet verschonen, en Ik zal niet sparen" (Ezech. 7:4).

Bijbelse betekenis: Merk op wat de herhaling doet. Het woord einde staat vier keer in vijf verzen, en dat is geen gebrek aan taal maar een hamerslag; wie het hoort, kan het niet meer wegdenken. Let vervolgens op wat er eindigt. Niet de wereld, maar het bestaan van dit land zoals men het kende; het gaat om een grens die God stelt aan een geschiedenis. Let ten slotte op de uitdrukking dat het einde is opgewaakt. In het begin van Jeremia zei God dat Hij wakker was over Zijn woord om het te doen (reeds behandeld bij Jer. 1:12); hier wordt het aangekondigde oordeel zelf wakker. Wat lang scheen te slapen, komt op zijn tijd overeind.

Typologie: Petrus zegt in dezelfde toon dat het einde aller dingen nabij is, en hij verbindt daaraan niet paniek maar nuchterheid en gebed (1 Petr. 4:7). En de Heere Jezus waarschuwt dat men eet en drinkt en trouwt tot op de dag waarop het komt (Matt. 24:38-39).

Ezech. 7:2-7; Jer. 1:12; 1 Petr. 4:7; Matt. 24:38-39

Het zilver op de straten  — wat er met bezit gebeurt op de dag waarop het niet meer helpt (Ezech. 7:19)

"Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen" (Ezech. 7:19).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er met het zilver gebeurt. Het wordt niet afgenomen maar weggegooid; het is waardeloos geworden in de handen van wie het bezit. Let vervolgens op de reden die erbij staat. In een belegerde stad koopt men er geen brood meer voor, dus verzadigt het de ziel niet en vult het de buik niet. Wat als zekerheid gold, blijkt geen voedsel te zijn. Let ten slotte op de dag die genoemd wordt. Er staat: "ten dage der verbolgenheid des HEEREN". Bezit is niet verboden en niet vies; het wordt hier alleen gewogen op de dag waarop het ertoe doet, en dan weegt het niets.

Typologie: Jakobus schrijft in bijna dezelfde woorden aan de rijken: hun goud en zilver is verroest, en die roest zal zijn tot een getuigenis tegen hen (Jak. 5:3). En de Heere Jezus vraagt: "wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?" (reeds behandeld bij Matt. 16:26).

Ezech. 7:19; Jak. 5:3; Matt. 16:26

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 7

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content