Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Daarna geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 mij, zeggendeH559:
Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
KJV
Moreover the word2
of the LORD3
came unto me, saying,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Verder, gijH859 mensenkindH1121, zoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069, van het landH127 IsraelsH3478: Het eindeH7093 is er, het eindeH7093 is gekomenH935 overH5921 de vierH702 hoekenH3671 des landsH776.
Verder, gij mensenkind, zo zegt de Heere HEERE, van het land Israels: Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands.
KJV
Also, thou son2
of man,3
thus saith5
the Lord6
GOD7
unto the land8
of Israel;9
An end,10
the end12
is come11
upon the four14
corners15
of the land.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
NuH6258 is het eindeH7093 overH5921 u; want Ik zal Mijn toornH639 tegen u zendenH7971, en Ik zal u richtenH8199 naar uw wegenH1870, en Ik zal opH5921 u brengenH5414 alH3605 uw gruwelenH8441.
Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen.
KJV
Now is the end2
come upon thee, and I will send4
mine anger5
upon thee, and will judge7
thee according to thy ways,8
and will recompense9
upon thee all thine abominations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En Mijn oogH5869 zal u niet verschonenH2347, en Ik zal niet sparenH2550; maarH3588 Ik zal uw wegenH1870 opH5921 u brengenH5414, en uw gruwelenH8441 zullen in het middenH8432 van u zijnH1961, en gijlieden zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben.
En Mijn oog zal u niet verschonen, en Ik zal niet sparen; maar Ik zal uw wegen op u brengen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn, en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJV
And mine eye3
shall not spare2
thee, neither will I have pity:6
but I will recompense10
thy ways8
upon thee, and thine abominations11
shall be in the midst12
of thee: and ye shall know14
that I am the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Een kwaadH7451, een enigH259 kwaadH7451, zietH2009, is gekomenH935;
Zo zegt de Heere HEERE: Een kwaad, een enig kwaad, ziet, is gekomen;
KJV
Thus saith2
the Lord3
GOD;4
An evil,5
an only6
evil,7
behold, is come.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Een eindeH7093 is er gekomenH935, dat eindeH7093 is gekomenH935, het is opgewaaktH6974 tegenH413 u; zietH2009, het kwaad is gekomenH935!
Een einde is er gekomen, dat einde is gekomen, het is opgewaakt tegen u; ziet, het kwaad is gekomen!
KJV
An end1
is come,2
the end4
is come:3
it watcheth5
for thee; behold, it is come.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De morgenstondH6843 is totH413 u gekomenH935, o inwonerH3427 des landsH776, de tijdH6256 is gekomenH935, de dagH3117 der beroerteH4103 is nabijH7138, en er is geenH3808 wederklankH1906 der bergenH2022.
De morgenstond is tot u gekomen, o inwoner des lands, de tijd is gekomen, de dag der beroerte is nabij, en er is geen wederklank der bergen.
KJV
The morning2
is come1
unto thee, O thou that dwellest4
in the land:5
the time7
is come,6
the day9
of trouble10
is near,8
and not the sounding again12
of the mountains.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
NuH6258 zal Ik in kortH7138 Mijn grimmigheidH2534 overH5921 u uitgietenH8210, en Mijn toornH639 tegen u volbrengenH3615, en u richtenH8199 naar uw wegenH1870, en zal opH5921 u brengenH5414 alH3605 uw gruwelenH8441.
Nu zal Ik in kort Mijn grimmigheid over u uitgieten, en Mijn toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uw wegen, en zal op u brengen al uw gruwelen.
KJV
Now will I shortly2
pour out3
my fury4
upon thee, and accomplish6
mine anger7
upon thee: and I will judge9
thee according to thy ways,10
and will recompense11
thee for all thine abominations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En Mijn oogH5869 zal niet verschonenH2347, en Ik zal niet sparenH2550; Ik zal u gevenH5414 naar uw wegenH1870, en uw gruwelenH8441 zullen in het middenH8432 van u zijnH1961; en gijlieden zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben, Die slaatH5221.
En Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uw wegen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben, Die slaat.
KJV
And mine eye3
shall not spare,2
neither will I have pity:5
I will recompense8
thee according to thy ways6
and thine abominations9
that are in the midst10
of thee; and ye shall know12
that I am the LORD15
that smiteth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Ziet, de dagH3117, ziet, de morgenstondH6843 is gekomenH935, de morgenstond is voortgekomenH3318, de roedeH4294 heeft gebloeidH6692, de hovaardijH2087 heeft gegroendH6524.
Ziet, de dag, ziet, de morgenstond is gekomen, de morgenstond is voortgekomen, de roede heeft gebloeid, de hovaardij heeft gegroend.
KJV
Behold the day,2
behold, it is come:4
the morning6
is gone forth;5
the rod8
hath blossomed,7
pride10
hath budded.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Het geweldH2555 is opgerezenH6965 tot een roedeH4294 der goddeloosheidH7562; niets van hen zal overblijven, nochH3808 van hun menigteH1995, nochH3808 van hun gedruisH1991, en geenH3808 klageH5089 zal over hen zijn.
Het geweld is opgerezen tot een roede der goddeloosheid; niets van hen zal overblijven, noch van hun menigte, noch van hun gedruis, en geen klage zal over hen zijn.
KJV
Violence1
is risen up2
into a rod3
of wickedness:4
none of them shall remain, nor of their multitude,8
nor of any10
of theirs: neither shall there be wailing
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De tijdH6256 is gekomenH935, de dagH3117 is genaaktH5060; de koperH7069 zij nietH408 blijdeH8055, en de verkoperH4376 bedrijve geenH408 rouwH56; wantH3588 een brandende toornH2740 is over de geheleH3605 menigteH1995 van het land.
De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blijde, en de verkoper bedrijve geen rouw; want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land.
KJV
The time2
is come,1
the day4
draweth near:3
let not the buyer5
rejoice,7
nor the seller8
mourn:10
for wrath12
is upon all the multitude
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WantH3588 de verkoperH4376 zal totH413 het verkochteH4465 nietH3808 wederkerenH7725, ofschoon hun levenH2416 nogH5750 onder de levendenH2416 ware; overmits het gezichtH2377, aangaande de geheleH3605 menigteH1995 van het land, nietH3808 zal terugkerenH7725; en niemandH376 zal door zijn ongerechtigheidH5771 zijn leven sterkenH2388.
Want de verkoper zal tot het verkochte niet wederkeren, ofschoon hun leven nog onder de levenden ware; overmits het gezicht, aangaande de gehele menigte van het land, niet zal terugkeren; en niemand zal door zijn ongerechtigheid zijn leven sterken.
KJV
For the seller2
shall not return6
to that which is sold,4
although they were yet alive:8
for the vision11
is touching the whole multitude14
thereof, which shall not return;16
neither shall any17
strengthen21
himself in the iniquity18
of his life.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Zij hebben met de trompetH8619 getrompetH8628, en hebben allesH3605 bereidH3559, maar niemandH369 trektH1980 ten strijdeH4421; wantH3588 Mijn brandende toornH2740 is over de geheleH3605 menigteH1995 van het land.
Zij hebben met de trompet getrompet, en hebben alles bereid, maar niemand trekt ten strijde; want Mijn brandende toorn is over de gehele menigte van het land.
KJV
They have blown1
the trumpet,2
even to make all ready;3
but none goeth6
to the battle:7
for my wrath9
is upon all the multitude
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Het zwaardH2719 is buitenH2351, en de pestH1698, en de hongerH7458 van binnen; dieH834 op het veldH7704 is, zal door het zwaardH2719 stervenH4191, en dieH834 in de stadH5892 is, dien zal de hongerH7458 en de pestH1698 verterenH398.
Het zwaard is buiten, en de pest, en de honger van binnen; die op het veld is, zal door het zwaard sterven, en die in de stad is, dien zal de honger en de pest verteren.
KJV
The sword1
is without,2
and the pestilence3
and the famine4
within:5
he that is in the field7
shall die9
with the sword;8
and he that is in the city,11
famine12
and pestilence13
shall devour
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En hun ontkomendenH6403 zullen wel ontkomenH6412, maar zijH1961 zullen op de bergenH2022 zijn, zij allenH3605 zullen zijn gelijk duivenH3123 der dalenH1516, kermendeH1993, een ieder om zijn ongerechtigheidH5771.
En hun ontkomenden zullen wel ontkomen, maar zij zullen op de bergen zijn, zij allen zullen zijn gelijk duiven der dalen, kermende, een ieder om zijn ongerechtigheid.
KJV
But they that escape1
of them shall escape,2
and shall be on the mountains5
like doves6
of the valleys,7
all of them mourning,9
every one10
for his iniquity.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
AlleH3605 handenH3027 zullen slapH7503 worden, en alleH3605 knieenH1290 zullen henenvlietenH3212 als waterH4325.
Alle handen zullen slap worden, en alle knieen zullen henenvlieten als water.
KJV
All hands2
shall be feeble,3
and all knees5
shall be weak6
as water.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Ook zullen zij zakkenH8242 aangordenH2296, gruwenH6427 zal ze bedekkenH3680, en over alleH3605 aangezichtenH6440 zal schaamteH955 wezen, en op alH3605 hun hoofdenH7218 kaalheidH7144.
Ook zullen zij zakken aangorden, gruwen zal ze bedekken, en over alle aangezichten zal schaamte wezen, en op al hun hoofden kaalheid.
KJV
They shall also gird1
themselves with sackcloth,2
and horror5
shall cover3
them; and shame9
shall be upon all faces,8
and baldness12
upon all their heads.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Zij zullen hun zilverH3701 op de stratenH2351 werpenH7993, en hun goudH2091 zal tot onreinigheidH5079 zijnH1961; hun zilverH3701 en hun goudH2091 zal hen niet kunnen uithelpenH5337 ten dageH3117 der verbolgenheidH5678 des HEERENH3068; hun zielH5315 zullen zij niet verzadigenH7646, en hun ingewandenH4578 zullen zij niet vullenH4390; wantH3588 het zal de aanstootH4383 hunner ongerechtigheidH5771 zijnH1961.
Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen; want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn.
KJV
They shall cast3
their silver1
in the streets,2
and their gold4
shall be removed:5
their silver7
and their gold8
shall not be able10
to deliver11
them in the day12
of the wrath13
of the LORD:14
they shall not satisfy17
their souls,15
neither fill20
their bowels:18
because it is the stumblingblock22
of their iniquity.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
En Hij heeft de schoonheidH6643 Zijns sieraadsH5716 ter overtreffelijkheidH1347 gezetH7760; maar zij hebben daarin beeldenH6754 hunner gruwelenH8441 en hunner verfoeiselenH8251 gemaaktH6213; daaromH3651 heb Ik dat hun tot onreinigheidH5079 gesteldH5414.
En Hij heeft de schoonheid Zijns sieraads ter overtreffelijkheid gezet; maar zij hebben daarin beelden hunner gruwelen en hunner verfoeiselen gemaakt; daarom heb Ik dat hun tot onreinigheid gesteld.
KJV
As for the beauty1
of his ornament,2
he set4
it in majesty:3
but they made8
the images5
of their abominations6
and of their detestable things7
therein: therefore have I set12
it far
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En Ik zal het in de handH3027 der vreemdenH2114 overgevenH5414 ten roofH957, en den goddelozenH7563 der aardeH776 ten buitH7998, en zij zullen het ontheiligenH2490.
En Ik zal het in de hand der vreemden overgeven ten roof, en den goddelozen der aarde ten buit, en zij zullen het ontheiligen.
KJV
And I will give1
it into the hands2
of the strangers3
for a prey,4
and to the wicked5
of the earth6
for a spoil;7
and they shall pollute
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Ook zal Ik Mijn aangezichtH6440 van hen omwendenH5437, en zij zullen Mijn verborgenH6845 plaats ontheiligenH2490; want inbrekersH6530 zullen daar inkomenH935 en die ontheiligenH2490.
Ook zal Ik Mijn aangezicht van hen omwenden, en zij zullen Mijn verborgen plaats ontheiligen; want inbrekers zullen daar inkomen en die ontheiligen.
KJV
My face2
will I turn1
also from them, and they shall pollute4
my secret6
place: for the robbers9
shall enter7
into it, and defile
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
MaakH6213 een ketenH7569; wantH3588 het landH776 is volH4390 van bloedgerichtenH1818, en de stadH5892 is volH4390 van geweldH2555.
Maak een keten; want het land is vol van bloedgerichten, en de stad is vol van geweld.
KJV
Make1
a chain:2
for the land4
is full5
of bloody7
crimes,6
and the city8
is full9
of violence.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Daarom zal Ik de kwaadsteH7451 der heidenenH1471 doen komenH935, die hun huizenH1004 erfelijkH3423 bezitten zullen, en zal den hoogmoedH1347 der sterkenH5794 doen ophoudenH7673, en die hen heiligenH6942, zullen ontheiligdH2490 worden.
Daarom zal Ik de kwaadste der heidenen doen komen, die hun huizen erfelijk bezitten zullen, en zal den hoogmoed der sterken doen ophouden, en die hen heiligen, zullen ontheiligd worden.
KJV
Wherefore I will bring1
the worst2
of the heathen,3
and they shall possess4
their houses:6
I will also make the pomp8
of the strong9
to cease;7
and their holy places11
shall be defiled.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
De ondergangH7089 komtH935; en zij zullen den vredeH7965 zoekenH1245, maar hij zal er nietH369 zijn.
De ondergang komt; en zij zullen den vrede zoeken, maar hij zal er niet zijn.
KJV
Destruction1
cometh;2
and they shall seek3
peace,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
EllendeH1943 zal opH5921 ellendeH1943 komenH935, en er zal geruchtH8052 op geruchtH8052 wezen; dan zullen zijH1961 het gezichtH2377 van een profeetH5030 zoekenH1245; maar de wetH8451 zal vergaanH6 van den priesterH3548, en de raadH6098 van de oudstenH2205.
Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een profeet zoeken; maar de wet zal vergaan van den priester, en de raad van de oudsten.
KJV
Mischief1
shall come4
upon mischief,3
and rumour5
shall be upon rumour;7
then shall they seek9
a vision10
of the prophet;11
but the law12
shall perish13
from the priest,14
and counsel15
from the ancients.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
De koningH4428 zal rouw bedrijvenH56, en de vorstenH5387 zullen met verwoestingH8077 bekleedH3847 zijn, en de handenH3027 van het volkH5971 des landsH776 zullen beroerdH926 zijn; Ik zal hun doenH6213 naar hun wegH1870, en met hun rechtenH4941 zal Ik ze richtenH8199; en zij zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben.
De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk des lands zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hun weg, en met hun rechten zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJV
The king1
shall mourn,2
and the prince3
shall be clothed4
with desolation,5
and the hands6
of the people7
of the land8
shall be troubled:9
I will do11
unto them after their way,10
and according to their deserts13
will I judge14
them; and they shall know15
that I am the LORD.
het land Israëls
Versta het koninkrijk van Juda, hetwelk in dit boek dikwijls Israël genaamd wordt. Vergelijk 2 Kron. 15:17 , en 2 Kron. 21:2 .
Hertaald:
het land Israëls
Versta: het koninkrijk van Juda, dat in dit boek vaak Israël genoemd wordt. Vergelijk 2 Kron. 15:17 en 2 Kron. 21:2.
einde is er,
Te weten van het voorgemeld land. Versta door het woord einde des lands ondergang en verderf. Zie Gen. 6:13 , vergelijk Klaagl. 4:18 .
Hertaald:
einde is er,
Namelijk van het zojuist genoemde land. Versta onder het woord einde: de ondergang en het verderf van het land. Zie Gen. 6:13, vergelijk Klaagl. 4:18.
is gekomen
Dat is, is zeer nabij, want deze voorzegging geschiedde in het vijfde jaar van het koninkrijk van Zedekia, en in het elfde de vervulling. Zie gelijke manier van spreken 1 Sam. 2:31 ; Ps. 102:14 ; Jes. 13:22 ; Jer. 50:31 .
Hertaald:
is gekomen
Dat is: het is zeer nabij, want deze voorzegging vond plaats in het vijfde jaar van de regering van Zedekia en de vervulling in het elfde. Zie een soortgelijke manier van spreken in 1 Sam. 2:31; Ps. 102:14; Jes. 13:22; Jer. 50:31.
hoeken des lands
Hebreeuws, vleugelen; dat is, zijden, grenzen of gewesten van het land Juda; als daar waren de west , oost , zuid en noordgrenzen. Christus noemt deze de vier winden, Matt. 24:31 . De zin is: Dat geen deel van het land van Gods straf zou vrij wezen.
Hertaald:
hoeken des lands
Hebreeuws: vleugels; dat is: zijden, grenzen of gewesten van het land Juda, zoals de west-, oost-, zuid- en noordgrens. Christus noemt die de vier winden, Matth. 24:31. De betekenis is dat geen deel van het land vrij zou blijven van Gods straf.
toorn tegen u zenden,
Dat is, mijne straffen, die Ik in mijne gramschap tegen u zal uitgieten. Alzo Ex. 15:7 ; Job 20:23 ; Ps. 78:49 .
Hertaald:
toorn tegen u zenden,
Dat is: Mijn straffen, die Ik in Mijn toorn over u zal uitgieten. Zo ook Ex. 15:7; Job 20:23; Ps. 78:49.
richten
Dat is, straffen; zie Gen. 15:14 .
Hertaald:
richten
Dat is: straffen; zie Gen. 15:14.
wegen,
Dat is, werken; zie Gen. 6:12 .
Hertaald:
wegen,
Dat is: werken; zie Gen. 6:12.
zal op u brengen al uw gruwelen
Hebreeuws, zal op u geven; dat is brengen, leggen, stellen, alzo vs.4; dat is, zal u straffen vanwege al uwe gruwelen en boze werken. Zie gelijke manier van spreken 1 Kon. 8:32 ; Jer. 26:15 ; onder vs.8-10, en Ezech. 11:21 , en Ezech. 16:43 , en Ezech. 22:31 , en Ezech. 23:49 .
Hertaald:
zal op u brengen al uw gruwelen
Hebreeuws: zal op u geven; dat is: brengen, leggen, stellen, zo ook vers 4; dat is: Ik zal u straffen vanwege al uw gruwelen en boze werken. Zie een soortgelijke manier van spreken in 1 Kon. 8:32; Jer. 26:15; hieronder vers 8-10, en Ezech. 11:21, Ezech. 16:43, Ezech. 22:31 en Ezech. 23:49.
Mijn oog zal u niet verschonen,
Zie boven Ezech. 5:11 .
Hertaald:
Mijn oog zal u niet verschonen,
Zie hierboven Ezech. 5:11.
uw gruwelen
Dat is, de straffen uwer gruwelen. Want de schuld der gruwelen was lang tevoren onder hen geweest. Alzo ongerechtigheid voor de straf derzelve. Zie Lev. 5:1 , en de aantekening.
Hertaald:
uw gruwelen
Dat is: de straffen van uw gruwelen. Want de schuld van de gruwelen was al lang tevoren onder hen. Zo staat ook ongerechtigheid voor de straf daarvan. Zie Lev. 5:1 met de aantekening.
kwaad, een
Versta, het kwaad der straf, Gen. 19:19 .
Hertaald:
kwaad, een
Versta: het kwaad van de straf, Gen. 19:19.
enig kwaad,
Hetwelk met een slag u gans en ten enenmale vernielen en uitroeien zal. Vergelijk de manier van spreken met 1 Sam. 26:8 ; Nah. 1:9 .
Hertaald:
enig kwaad,
Dat u met één slag geheel en volkomen zal vernielen en uitroeien. Vergelijk deze manier van spreken met 1 Sam. 26:8; Nah. 1:9.
Een einde is er gekomen,
Zie boven vs.2.
Hertaald:
Een einde is er gekomen,
Zie hierboven vers 2.
dat einde is gekomen,
Te weten dat Ik u steeds gedreigd heb door mijne profeten. Een ding is tweemaal gezegd, om de waarheid en zwaarheid daarvan uit te drukken.
Hertaald:
dat einde is gekomen,
Namelijk het einde dat Ik u voortdurend gedreigd heb door Mijn profeten. Eenzelfde zaak wordt tweemaal gezegd, om de waarheid en de zwaarte ervan uit te drukken.
het is
Versta, het voornoemde einde. Anders: Hij is opgewaakt, te weten de Heere, en dat om u te straffen.
Hertaald:
het is
Versta: het genoemde einde. Anders: Hij is ontwaakt, namelijk de HEERE, en wel om u te straffen.
opgewaakt tegen u;
Dat is, bereid en vaardig om u te overvallen. Vergelijk 2 Petr. 2:3 .
Hertaald:
opgewaakt tegen u;
Dat is: gereed en vaardig om u te overvallen. Vergelijk 2 Petr. 2:3.
het kwaad is gekomen
Te weten waarvan in vs.5 gesproken is.
Hertaald:
het kwaad is gekomen
Namelijk het kwaad waarover in vers 5 gesproken is.
De morgenstond is tot u gekomen,
Dat is, die tijd, in welken gij zekerlijk vroeg en haastelijk zult uitgeroeid worden. Sommigen menen dat hier gezien wordt op den tijd van de openbare burgerlijke straffen, die bij de Israëlieten in den morgenstond geschied zijn, daartoe gebruikende wat staat Ps. 101:8 .
Hertaald:
De morgenstond is tot u gekomen,
Dat is: die tijd waarin u zeker vroeg en spoedig uitgeroeid zult worden. Sommigen menen dat hier gedoeld wordt op de tijd van de openbare burgerlijke strafvoltrekkingen, die bij de Israëlieten in de morgenstond plaatsvonden; zij beroepen zich daarvoor op Ps. 101:8.
der beroerte is nabij,
Versta een zekeren en bestemden tijd, in welken het land vol beroerte zou zijn door het gewoel en geweld van den oorlog, en door het geklaag en gehuil der mensen. Hebreeuws, Nabij is de dag, de beroerte.
Hertaald:
der beroerte is nabij,
Versta: een vaste en bepaalde tijd waarin het land vol beroering zou zijn door het rumoer en geweld van de oorlog en door het klagen en huilen van de mensen. Hebreeuws: nabij is de dag, de beroering.
wederklank der bergen
Versta, het wedergeluid, komende van het vreugdegeroep, hetwelk gemaakt wordt als men met blijdschap den most en andere vruchten uit het veld inzamelt. Sommigen ook verstaan dit van het blijde geluid, hetwelk de afgodendienaars op de bergen bij hunne altaren maakten. Vergelijk Jer. 25:30 .
Hertaald:
wederklank der bergen
Versta: de weerklank die komt van het vreugdegeroep dat men maakt wanneer men met blijdschap de most en andere vruchten van het veld inzamelt. Sommigen verstaan het ook van het blijde geluid dat de afgodendienaars op de bergen bij hun altaren maakten. Vergelijk Jer. 25:30.
in kort Mijn
Hebreeuws, van nabij.
Hertaald:
in kort Mijn
Hebreeuws: van nabij.
grimmigheid
Dat is, de straffen mijner grimmigheid in grote menigte en met geweld over u zenden. Alzo onder Ezech. 20:8 , Ezech. 20:13 . Zie Ps. 79:6 .
Hertaald:
grimmigheid
Dat is: de straffen van Mijn grimmigheid in grote menigte en met geweld over u zenden. Zo ook hieronder Ezech. 20:8, Ezech. 20:13. Zie Ps. 79:6.
tegen u volbrengen,
Vergelijk boven Ezech. 5:13 .
Hertaald:
tegen u volbrengen,
Vergelijk hierboven Ezech. 5:13.
wegen,
Dat is, werken, doen en laten, gelijk boven vs.3.
Hertaald:
wegen,
Dat is: werken, doen en laten, zoals hierboven vers 3.
uw gruwelen
Zie boven vs.4.
Hertaald:
uw gruwelen
Zie hierboven vers 4.
Die slaat
Dat is, die rechtvaardig straft. Zie van dit woord Gen. 8:21 .
Hertaald:
Die slaat
Dat is: Die rechtvaardig straft. Zie over dit woord Gen. 8:21.
de dag,
Dat is, de tijd der straf en wraak Gods. Zie boven vs.7 en onder vs.12.
Hertaald:
de dag,
Dat is: de tijd van Gods straf en wraak. Zie hierboven vers 7 en hieronder vers 12.
de morgenstond is gekomen,
Dit woord is hier ingevoegd uit het voorgaande vs.7, of uit het volgende van vs.10. Men kan ook in de plaats daarvan stellen het kwaad, uit vs.5.
Hertaald:
de morgenstond is gekomen,
Dit woord is hier ingevoegd uit het voorgaande vers 7, of uit het vervolg van vers 10. Men kan er ook het kwaad uit vers 5 voor in de plaats stellen.
roede heeft gebloeid,
Door deze wordt van velen verstaan de koning Nebukadnezar, door wien de Joden zouden gestraft worden, tot welk einde zijne macht toenam en groeide. Vergelijk Jes. 10:5 .
Hertaald:
roede heeft gebloeid,
Velen verstaan hieronder koning Nebukadnezar, door wie de Joden gestraft zouden worden; daartoe nam zijn macht toe en groeide zij. Vergelijk Jes. 10:5.
de hovaardij heeft gegroend
Versta, de stoute en hardnekkige moedwilligheid der Joden in het zondigen tegen God, welks oorzaak was der voornoemde bloeiende roede. Zie vs.11.
Hertaald:
de hovaardij heeft gegroend
Versta: de brutale en hardnekkige moedwil van de Joden in het zondigen tegen God, die de oorzaak was van de zojuist genoemde bloeiende roede. Zie vers 11.
geweld is opgerezen
Versta, de ongerechtigheid en wrevel, voortkomende uit de gemelde hovaardij, want uit de verachting Gods spruit alle ongerechtigheid en wreedheid, die de mensen tegen elkander plegen. Deze nu brengt de roede voort, waardoor de goddeloosheid der mensen naar Gods rechtvaardig oordeel gestraft wordt. Men kan ook hier het geweld verstaan ten aanzien van de Chaldeën, die de Heere in kort opwekken zou, om de boosheden der Joden te straffen.
Hertaald:
geweld is opgerezen
Versta: de ongerechtigheid en het wangedrag die uit de genoemde hoogmoed voortkomen, want uit de verachting van God ontspringt alle ongerechtigheid en wreedheid die mensen tegen elkaar plegen. Die brengt op haar beurt de roede voort, waarmee de goddeloosheid van de mensen naar Gods rechtvaardig oordeel gestraft wordt. Men kan het geweld hier ook opvatten met betrekking tot de Chaldeeën, die de HEERE binnenkort zou opwekken om de boosheden van de Joden te straffen.
van hen zal overblijven,
Te weten van de Joden; welverstaande, met uitneming van het overblijfsel, waarvan gesproken is boven Ezech. 6:8 .
Hertaald:
van hen zal overblijven,
Namelijk van de Joden; wel te verstaan met uitzondering van het overblijfsel waarover gesproken is in Ezech. 6:8.
hun menigte,
Dat is, van het gemene volk.
Hertaald:
hun menigte,
Dat is: van het gewone volk.
hun gedruis,
Versta de heren en machtigen des lands, die met een gedruis van volk, dat hen vergezelschapt of ten dienste staat, zich voor de gemeente vertonen. Anders: noch van hen, die uit hen zijn; dat is van hunne nakomelingen.
Hertaald:
hun gedruis,
Versta: de heren en machtigen van het land, die zich met een stoet volk dat hen begeleidt of bedient aan de gemeente vertonen. Anders: noch van hen die uit hen zijn, dat is: van hun nakomelingen.
geen klage zal over hen zijn
Dat is, geen rouw als zij gestorven zullen zijn. De zin is dat het verderf zo groot zou wezen, dat er weinigen hiertoe zouden overig zijn; of dat een ieder met zijn eigen droefheid genoeg zou te doen hebben. Zie Jer. 16:4-7 .
Hertaald:
geen klage zal over hen zijn
Dat is: geen rouw wanneer zij gestorven zullen zijn. De betekenis is dat het verderf zo groot zou zijn dat er maar weinigen zouden overblijven om te rouwen, of dat ieder genoeg te stellen zou hebben met zijn eigen droefheid. Zie Jer. 16:4-7.
De tijd is gekomen,
Zie boven vs.7.
Hertaald:
De tijd is gekomen,
Zie hierboven vers 7.
zij niet blijde,
Te weten omdat hij het gekochte goed niet zal genieten.
Hertaald:
zij niet blijde,
Namelijk omdat hij het gekochte goed niet zal genieten.
bedrijve geen rouw;
Te weten omdat hij door gebrek en armoede zijn land of ander goed heeft moeten verkopen; want zo hij het niet verkocht had, zou hij het evenwel niet hebben kunnen behouden. Zie vs.13.
Hertaald:
bedrijve geen rouw;
Namelijk omdat hij door gebrek en armoede zijn land of ander bezit heeft moeten verkopen; want als hij het niet verkocht had, zou hij het toch niet hebben kunnen behouden. Zie vers 13.
brandende toorn
Versta, den brandenden toorn des Heeren. Zie 2 Kron. 28:13 , en onder vs.14.
Hertaald:
brandende toorn
Versta: de brandende toorn van de HEERE. Zie 2 Kron. 28:13 en hieronder vers 14.
van het land
Te weten van het land Juda.
Hertaald:
van het land
Namelijk van het land Juda.
het verkochte
Hebreeuws, verkoping. Alzo boven Ezech. 1:1 , wegvoering, voor weggevoerde.
Hertaald:
het verkochte
Hebreeuws: verkoping. Zo ook hierboven Ezech. 1:1: wegvoering voor weggevoerde.
wederkeren,
Gelijk wel in het jubeljaar geschiedde, in hetwelk een ieder, die zijne erve verkocht had, tot dezelve moest wederkeren; zie Lev. 25:13 ; maar deze wet zou in de zeventigjarige gevangenschap niet kunnen onderhouden worden.
Hertaald:
wederkeren,
Zoals wel in het jubeljaar gebeurde, waarin ieder die zijn erfdeel verkocht had daarnaar moest terugkeren; zie Lev. 25:13. Maar die wet zou tijdens de zeventigjarige gevangenschap niet onderhouden kunnen worden.
ofschoon hun leven nog onder de levenden ware;
Dat is, ofschoon de koper en de verkoper nog leefden.
Hertaald:
ofschoon hun leven nog onder de levenden ware;
Dat is: ook al zouden de koper en de verkoper nog in leven zijn.
het gezicht,
Dat is, deze profetie, voorzeggende den ondergang van het Joodse Rijk en de zeventigjarige gevangenschap van het volk. Zie van het woord gezicht, Gen. 15:1 , en Gen. 46:2 .
Hertaald:
het gezicht,
Dat is: deze profetie, die de ondergang van het Joodse rijk en de zeventigjarige gevangenschap van het volk voorzegt. Zie over het woord gezicht Gen. 15:1 en Gen. 46:2.
van het land,
Te weten van het land Juda, gelijk in vs.12.
Hertaald:
van het land,
Namelijk van het land Juda, zoals in vers 12.
terugkeren;
Dat is, niet wederroepen worden van God, of ijdel zijn, maar zal volbracht worden; alzo is het woord wederkeren genomen Jes. 55:11 ; vergelijk ook 2 Sam. 1:22 .
Hertaald:
terugkeren;
Dat is: het zal door God niet herroepen worden en niet vergeefs zijn, maar volbracht worden; zo is het woord terugkeren opgevat in Jes. 55:11; vergelijk ook 2 Sam. 1:22.
niemand
De zin is dat de Joden, hoe boos ook en snood zij mochten zijn om Gods wraak achter te houden, die nochtans niet ontgaan zouden. Men kan deze woorden ook aldus vertalen: Niemand, wiens leven is in zijn ongerechtigheid, zal zich versterken; of: Niemand in zijne ongerechtigheid zijnde, zal zijn leven sterven; of: Zich [in] zijn leven sterken; dat is, zolang hij in zijne ongerechtigheid voortgaat, zal hij zijn leven van het verderf niet behouden kunnen.
Hertaald:
niemand
De betekenis is dat de Joden, hoe boos en verdorven zij ook mochten zijn om Gods wraak tegen te houden, die toch niet zouden ontgaan. Men kan deze woorden ook zo vertalen: niemand wiens leven in zijn ongerechtigheid is, zal zich versterken; of: niemand die in zijn ongerechtigheid blijft, zal zijn leven behouden; of: zich (in) zijn leven sterken, dat is: zolang hij in zijn ongerechtigheid voortgaat, zal hij zijn leven niet van het verderf kunnen redden.
alles bereid,
Te weten dat er oorlog nodig en dienstig is.
Hertaald:
alles bereid,
Namelijk dat er oorlog nodig en dienstig is.
trekt ten strijde;
Te weten omdat hij niet wil door zorgeloosheid, of niet durft door vrees, of niet kan door zwakheid.
Hertaald:
trekt ten strijde;
Namelijk omdat hij niet wil door zorgeloosheid, of niet durft door vrees, of niet kan door zwakheid.
van het land
Te weten van het land Juda, gelijk in vs.12,13.
Hertaald:
van het land
Namelijk van het land Juda, zoals in vers 12 en 13.
buiten,
Te weten buiten de stad Jeruzalem.
Hertaald:
buiten,
Namelijk buiten de stad Jeruzalem.
binnen;
Te weten binnen de stad Jeruzalem.
Hertaald:
binnen;
Namelijk binnen de stad Jeruzalem.
die op het veld is,
Versta degenen, die uit Jeruzalem vluchten, om in haar verderf niet om te komen.
Hertaald:
die op het veld is,
Versta: hen die uit Jeruzalem vluchten om niet in haar verderf om te komen.
het zwaard sterven,
Te weten de Chaldeën, die de stad zouden belegeren.
Hertaald:
het zwaard sterven,
Namelijk van de Chaldeeën, die de stad zouden belegeren.
ontkomenden zullen wel ontkomen,
Versta degenen, die de algemene plaag der stad en de hand der Chaldeën ontgaan zullen zijn.
Hertaald:
ontkomenden zullen wel ontkomen,
Versta: hen die de algemene ramp van de stad en de hand van de Chaldeeën ontkomen zullen zijn.
der dalen,
Te weten waarin zij zich verbergen uit vrees voor enigen storm en onweder, of van enige grijpvogels.
Hertaald:
der dalen,
Namelijk waarin zij zich verbergen uit vrees voor storm en onweer, of voor roofvogels.
kermende,
Het Hebreeuwse woord betekent hier zoveel als een gewoel maken met zuchten, janken en huilen. Vergelijk Jes. 38:14 , en Jes. 59:11 .
Hertaald:
kermende,
Het Hebreeuwse woord betekent hier zoiets als een rumoer maken met zuchten, jammeren en huilen. Vergelijk Jes. 38:14 en Jes. 59:11.
slap worden,
Zie 2 Sam. 4:1 .
Hertaald:
slap worden,
Zie 2 Sam. 4:1.
zullen henenvlieten als water
Hebreeuws, heengaan; dat is hunne kracht verliezen, bevende van vrees en niet bekwaam zijnde om te bestaan tegen enig geweld noch om daarvoor te vluchten. Alzo onder Ezech. 21:7 . Van slappe knieën zie ook Job 4:4 , en de aantekening.
Hertaald:
zullen henenvlieten als water
Hebreeuws: heengaan; dat is: hun kracht verliezen, bevend van vrees en niet in staat om tegen enig geweld stand te houden of ervoor te vluchten. Zo ook hieronder Ezech. 21:7. Over slappe knieën, zie ook Job 4:4 met de aantekening.
aangorden,
Zie Gen. 37:34 .
Hertaald:
aangorden,
Zie Gen. 37:34.
gruwen zal ze bedekken,
Zie dezelfde manier van spreken Ps. 55:6 .
Hertaald:
gruwen zal ze bedekken,
Zie dezelfde manier van spreken in Ps. 55:6.
kaalheid
Te weten omdat ze door de grootheid hunner droefenis het haar van hun hoofd zouden uittrekken, hetwelk de Heere verboden had, Deut. 14:1 ; niet willende dat zijn volk onmatig en ongemanierden rouw gelijk de heidenen zouden maken, op welk gebod, naardien deze lieden niet achten zouden, zo schijnt wel dat de bekering bij hen niet geweest is.
Hertaald:
kaalheid
Namelijk omdat zij door de grootheid van hun droefheid het haar van hun hoofd zouden uittrekken, wat de HEERE verboden had, Deut. 14:1; Hij wilde niet dat Zijn volk onmatig en ongepast zou rouwen zoals de heidenen. Omdat deze mensen zich niets van dat gebod zouden aantrekken, lijkt het er wel op dat er bij hen geen bekering geweest is.
werpen,
Te weten omdat het hun een beletsel mocht worden in de vlucht, of omdat ze wanhopen zouden van hetzelve langer te zullen kunnen bezitten.
Hertaald:
werpen,
Namelijk omdat het hun bij de vlucht in de weg zou zitten, of omdat zij eraan zouden wanhopen het nog langer te kunnen bezitten.
onreinigheid zijn;
Dat is, hetwelk zij niet meer zullen achten dan hetgeen naar de wet onrein is en waarvan men zich moest afscheiden en afzonderen. Hebreeuws, afzondering. Zie van die woord 2 Kron. 29:5 .
Hertaald:
onreinigheid zijn;
Dat is: zij zullen het niet hoger achten dan wat naar de wet onrein is en waarvan men zich moest afscheiden en afzonderen. Hebreeuws: afzondering. Zie over dat woord 2 Kron. 29:5.
dage der verbolgenheid des HEEREN;
Dat is, als God de Joden door een rechtvaardige gramschap zeer zwaarlijk straffen zal.
Hertaald:
dage der verbolgenheid des HEEREN;
Dat is: wanneer God de Joden met rechtvaardige toorn zeer zwaar zal straffen.
ziel
Het woord ziel is hier genomen voor den lust en de begeerte tot de spijs. Deze wordt gezegd niet verzadigd te zijn, door gebrek van leeftocht, die ook den allerrijksten overkomen zou. De manier van spreken is ook Jer. 31:25 .
Hertaald:
ziel
Het woord ziel staat hier voor de trek en de begeerte naar voedsel. Van die begeerte wordt gezegd dat zij niet verzadigd wordt, door gebrek aan leeftocht, dat ook de allerrijksten zou treffen. Deze manier van spreken staat ook in Jer. 31:25.
het zal
Te weten goud en zilver.
Hertaald:
het zal
Namelijk goud en zilver.
aanstoot
Dat is, de aanleiding en oorzaak van hun val en ondergang, omdat zij het kwalijk gekregen en kwalijk gebruikt zullen hebben, en voornamelijk om daarmede hunne afgoden te vereren, onder Ezech. 16:17 . Zie van het woord aanstoot ook onder Ezech. 21:15 , en de aantekening.
Hertaald:
aanstoot
Dat is: de aanleiding en de oorzaak van hun val en ondergang, omdat zij het op verkeerde wijze verkregen en verkeerd gebruikt zullen hebben, vooral om er hun afgoden mee te vereren, hieronder Ezech. 16:17. Zie over het woord aanstoot ook hieronder Ezech. 21:15 met de aantekening.
Hij heeft
Te weten God.
Hertaald:
Hij heeft
Namelijk God.
de schoonheid Zijns sieraads
Versta den tempel te Jeruzalem, die niet alleen met goud en velerlei kostelijk tuig en kleinodiën, maar ook met de oefening van den waren godsdienst was versierd geweest.
Hertaald:
de schoonheid Zijns sieraads
Versta: de tempel te Jeruzalem, die niet alleen met goud en allerlei kostbaar gerei en kleinodiën versierd was, maar ook met de uitoefening van de ware godsdienst.
overtreffelijkheid gezet;
Dat is om daardoor, als door een uiterlijk teken, zijn uitnemende heerlijkheid te vertonen, en zijn volk, als zijn wade bruid, zeer kostelijk versierd, boven alle natiën te verheffen.
Hertaald:
overtreffelijkheid gezet;
Dat is: om daardoor, als door een uiterlijk teken, Zijn uitnemende heerlijkheid te tonen en Zijn volk als Zijn rijk versierde bruid boven alle volken te verheffen.
dat hun tot
Te weten de schoonheid van mijn sieraad.
Hertaald:
dat hun tot
Namelijk de schoonheid van Mijn sieraad.
onreinigheid gesteld
Zie op vs.19. Anders: ter afzondering gemaakt; dat is, verre van hen gemaakt of gedaan.
Hertaald:
onreinigheid gesteld
Zie bij vers 19. Anders: ter afzondering gemaakt, dat is: ver van hen gedaan.
het in de hand
Te weten die schoonheid van mijn sieraad.
Hertaald:
het in de hand
Namelijk die schoonheid van Mijn sieraad.
vreemden
Te weten volken, als van de Chaldeën of Babyloniërs, die den tempel beroofd, verstoord en verbrand hebben; 2 Kon. 25:9 , enz.; 2 Kron. 36:18-19 .
Hertaald:
vreemden
Namelijk volken zoals de Chaldeeën of Babyloniërs, die de tempel beroofd, verwoest en verbrand hebben; 2 Kon. 25:9 enzovoort; 2 Kron. 36:18-19.
goddelozen der aarde
Versta dezelfde Chaldeën, bij welke geen vreze Gods, gene gerechtigheid, noch medelijden jegens de mensen zou zijn.
Hertaald:
goddelozen der aarde
Versta: dezelfde Chaldeeën, bij wie geen vreze Gods, geen gerechtigheid en geen medelijden met de mensen te vinden zou zijn.
ontheiligen
Te weten met plunderen, moorden, schenden en branden; idem met het goud, zilver, koper en de heilige vaten daaruit te nemen en tot onheilige gebruiken te eigenen; 2 Kon. 25:13-15 , enz.; Dan. 1:2 , en Dan. 5:3 .
Hertaald:
ontheiligen
Namelijk door plunderen, moorden, schenden en branden; en ook door het goud, zilver, koper en de heilige vaten eruit te halen en voor onheilig gebruik toe te eigenen; 2 Kon. 25:13-15 enzovoort; Dan. 1:2 en Dan. 5:3.
hen omwenden,
Te weten van de Chaldeën, die mijn tempel innemen en schenden zullen. De Heere wil zeggen dat Hij hen zou laten geworden en hun boos bedrijf niet verhinderen of tegenstaan. Anderen verstaan dit van de Israëlieten.
Hertaald:
hen omwenden,
Namelijk van de Chaldeeën, die Mijn tempel zullen innemen en schenden. De HEERE wil zeggen dat Hij hen zou laten begaan en hun boze bedrijf niet zou verhinderen of tegenhouden. Anderen betrekken dit op de Israëlieten.
verborgen plaats ontheiligen;
Versta het heilige der heiligen, waar de ark des verbonds was; en wordt een verborgen plaats genaamd, omdat het het binnenste deel des tempels was, en niemand daarin mocht komen dan de overpriester, en dat eenmaal per jaar.
Hertaald:
verborgen plaats ontheiligen;
Versta: het heilige der heiligen, waar de ark van het verbond stond. Het wordt een verborgen plaats genoemd omdat dit het binnenste deel van de tempel was en niemand daar mocht binnenkomen dan de hogepriester, en die maar eenmaal per jaar.
inbrekers
Zie van dit woord Ps. 17:4 .
Hertaald:
inbrekers
Zie over dit woord Ps. 17:4.
inkomen en die ontheiligen
Namelijk in Jeruzalem, en vandaar in den tempel en in het heilige der heiligen.
Hertaald:
inkomen en die ontheiligen
Namelijk in Jeruzalem, en vandaar in de tempel en in het heilige der heiligen.
een keten;
Of, koord; te weten tot een teken dat de Joden als misdadigers, die met ketens en koorden gebonden zijnde, naar de gevangenis of richtplaats plegen geleid te worden, ten dele door het zwaard zouden omkomen, ten dele naar Chaldea gevankelijk weggevoerd worden.
Hertaald:
een keten;
Of: koord; namelijk als teken dat de Joden als misdadigers, die met ketens en koorden gebonden naar de gevangenis of de strafplaats geleid plegen te worden, deels door het zwaard zouden omkomen en deels gevankelijk naar Chaldea weggevoerd worden.
bloedgerichten,
Dat is, zonden, die den dood verdiend hebben, anders genaamd gerichten des doods. Zie Deut. 19:6 ; Jer. 26:11 . Anderen verstaan openbare gerichten, in welke de onschuldigen ter dood veroordeeld zijn van de ongerechtige rechters.
Hertaald:
bloedgerichten,
Dat is: zonden die de dood verdiend hebben, elders gerichten des doods genoemd. Zie Deut. 19:6; Jer. 26:11. Anderen verstaan er openbare rechtszittingen onder, waarin onschuldigen door onrechtvaardige rechters ter dood veroordeeld zijn.
geweld
Versta hierdoor allerlei ongerechtigheid bewezen tegen den naaste door openbare verdrukking of heimelijke bedriegerij om rijkdom op te hopen.
Hertaald:
geweld
Versta hieronder allerlei ongerechtigheid die tegen de naaste bedreven wordt door openlijke verdrukking of heimelijk bedrog om rijkdom op te hopen.
kwaadste der heidenen doen komen,
Dat is, de Chaldeën, die van de machtigste waren onder heidenen en geslagen vijanden der Joden.
Hertaald:
kwaadste der heidenen doen komen,
Dat is: de Chaldeeën, die tot de machtigste onder de heidenen behoorden en verklaarde vijanden van de Joden waren.
erfelijk bezitten zullen,
Het Hebreeuwse woord betekent wel meest iets bezitten uit recht van wettelijke erfenis, maar het is ook genomen voor bezitting in eigendom, hoe en op wat wijze dat die zou mogen verkregen zijn; 1 Kon. 21:15 ; Hab. 1:6 .
Hertaald:
erfelijk bezitten zullen,
Het Hebreeuwse woord betekent meestal wel: iets bezitten op grond van wettige erfenis, maar het wordt ook gebruikt voor bezit in eigendom, hoe en op welke wijze dat ook verkregen is; 1 Kon. 21:15; Hab. 1:6.
hoogmoed
Dat is, de hovaardij, stoutmoedigheid, pracht en praal.
Hertaald:
hoogmoed
Dat is: de hoogmoed, brutaliteit, pracht en praal.
der sterken
Dat is, van de machtigen in het land, machtig in afkomst, staat, rijkdom, of dergelijke.
Hertaald:
der sterken
Dat is: van de machtigen in het land, machtig door afkomst, positie, rijkdom of iets dergelijks.
hen heiligen,
Te weten de voorgemelde sterken. Die dezen nu heiligden, waren de priesters, die voor hen offeranden deden, waardoor zij meenden geheiligd te worden.
Hertaald:
hen heiligen,
Namelijk de zojuist genoemde sterken. Zij die hen heiligden waren de priesters, die voor hen offers brachten waardoor zij meenden geheiligd te worden.
ondergang komt;
Of, uitroeiing, vernieling. Hebreeuws, afsnijding. Vergelijk Jes. 38:12 .
Hertaald:
ondergang komt;
Of: uitroeiing, vernietiging. Hebreeuws: afsnijding. Vergelijk Jes. 38:12.
van een profeet zoeken;
Om van hem te verstaan de uitkomst hunner ellende. Maar het zoeken zal wezen zonder vinden, omdat zij de profeten ter rechter tijd niet gehoord hadden.
Hertaald:
van een profeet zoeken;
Om van hem te vernemen hoe hun ellende zou aflopen. Maar het zoeken zal zonder vinden zijn, omdat zij niet naar de profeten geluisterd hadden toen het nog tijd was.
wet zal vergaan van den priester,
Dat is, de gewone kerkelijke personen zullen de ware en onvervalste leer, die alleen recht onderwijzen en troosten kan in allen nood, verliezen en de burgerlijke regenten zullen radeloos worden; en dat alles tot vermeerdering van de straf, die de Joden verdiend hadden. Vergelijk Jes. 29:14 .
Hertaald:
wet zal vergaan van den priester,
Dat is: de gewone kerkelijke ambtsdragers zullen de ware en onvervalste leer, die alleen recht kan onderwijzen en in alle nood kan troosten, verliezen, en de burgerlijke bestuurders zullen radeloos worden; en dat alles om de straf te verzwaren die de Joden verdiend hadden. Vergelijk Jes. 29:14.
oudsten
Dat is van de raadsheren, regeerders van het land.
Hertaald:
oudsten
Dat is: van de raadsheren en bestuurders van het land.
met verwoesting bekleed zijn,
Dat is gans zeer vervuld zijn met ontzetting, verbaasdheid en wanhoop. Zie gelijke manier van spreken Job 8:22 , en in de aantekening. Hebreeuws, de vorst zal bekleed zijn, enz.
Hertaald:
met verwoesting bekleed zijn,
Dat is: geheel en al vervuld zijn met ontzetting, verbijstering en wanhoop. Zie een soortgelijke manier van spreken in Job 8:22 met de aantekening. Hebreeuws: de vorst zal bekleed zijn, enzovoort.
het volk des lands
Dat is, van het gemene volk. Alzo Jer. 44:21 ; Hag. 2:5 .
Hertaald:
het volk des lands
Dat is: van het gewone volk. Zo ook Jer. 44:21; Hagg. 2:5.
beroerd zijn;
Dat is, door beroering en ontzetting des harten gans onbekwaam zijn om iets tot afkering des vijands uit te richten. Vergelijk 2 Sam. 4:1 , en de aantekening.
Hertaald:
beroerd zijn;
Dat is: door beroering en ontzetting van het hart volstrekt niet in staat zijn om iets te doen om de vijand af te weren. Vergelijk 2 Sam. 4:1 met de aantekening.
naar hun weg,
Dat is, naar de verdiensten hunner werken.
Hertaald:
naar hun weg,
Dat is: naar wat hun werken verdiend hebben.
met hun rechten zal Ik ze richten;
Dat is, met de straffen, die zij verdiend hebben. Recht voor straf. Zie 2 Kron. 20:12 , of naar de wijze, alzo zij verdienen. Recht voor wijze. Zie Gen. 40:13 .
Hertaald:
met hun rechten zal Ik ze richten;
Dat is: met de straffen die zij verdiend hebben. Recht staat hier voor straf; zie 2 Kron. 20:12. Of: naar de wijze waarop zij het verdienen. Recht staat dan voor wijze; zie Gen. 40:13. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands" (Ezech. 7:2). Wat volgt is een opeenstapeling: "Nu is het einde over u" (Ezech. 7:3), "Een kwaad, een enig kwaad, ziet, is gekomen" (Ezech. 7:5), en: "Een einde is er gekomen, dat einde is gekomen, het is opgewaakt tegen u" (Ezech. 7:6). Daarbij staat wat er niet zal gebeuren: "Mijn oog zal u niet verschonen, en Ik zal niet sparen" (Ezech. 7:4). Bijbelse betekenis: Merk op wat de herhaling doet. Het woord einde staat vier keer in vijf verzen, en dat is geen gebrek aan taal maar een hamerslag; wie het hoort, kan het niet meer wegdenken. Let vervolgens op wat er eindigt. Niet de wereld, maar het bestaan van dit land zoals men het kende; het gaat om een grens die God stelt aan een geschiedenis. Let ten slotte op de uitdrukking dat het einde is opgewaakt. In het begin van Jeremia zei God dat Hij wakker was over Zijn woord om het te doen (reeds behandeld bij Jer. 1:12); hier wordt het aangekondigde oordeel zelf wakker. Wat lang scheen te slapen, komt op zijn tijd overeind. Typologie: Petrus zegt in dezelfde toon dat het einde aller dingen nabij is, en hij verbindt daaraan niet paniek maar nuchterheid en gebed (1 Petr. 4:7). En de Heere Jezus waarschuwt dat men eet en drinkt en trouwt tot op de dag waarop het komt (Matt. 24:38-39). Ezech. 7:2-7; Jer. 1:12; 1 Petr. 4:7; Matt. 24:38-39 "Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen" (Ezech. 7:19). Bijbelse betekenis: Merk op wat er met het zilver gebeurt. Het wordt niet afgenomen maar weggegooid; het is waardeloos geworden in de handen van wie het bezit. Let vervolgens op de reden die erbij staat. In een belegerde stad koopt men er geen brood meer voor, dus verzadigt het de ziel niet en vult het de buik niet. Wat als zekerheid gold, blijkt geen voedsel te zijn. Let ten slotte op de dag die genoemd wordt. Er staat: "ten dage der verbolgenheid des HEEREN". Bezit is niet verboden en niet vies; het wordt hier alleen gewogen op de dag waarop het ertoe doet, en dan weegt het niets. Typologie: Jakobus schrijft in bijna dezelfde woorden aan de rijken: hun goud en zilver is verroest, en die roest zal zijn tot een getuigenis tegen hen (Jak. 5:3). En de Heere Jezus vraagt: "wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?" (reeds behandeld bij Matt. 16:26). Ezech. 7:19; Jak. 5:3; Matt. 16:26 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Ezechiël 7
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Ezechiël 7
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
V. Vs. 1-27.KruisverwijzingenEzechiël 14:19→Ezechiël 9:8→Ezechiël 20:8→Jesaja 42:25→Ezechiël 20:21→Nahum 1:6→Jesaja 10:5→Amos 8:2→
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Verder, gij mensenkind, zo zegt de Heere HEERE, van het land Israels: Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands. Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen. En Mijn oog zal u niet verschonen, en Ik zal niet sparen; maar Ik zal uw wegen op u brengen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn, en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben. Zo zegt de Heere HEERE: Een kwaad, een enig kwaad, ziet, is gekomen; Een einde is er gekomen, dat einde is gekomen, het is opgewaakt tegen u; ziet, het kwaad is gekomen! De morgenstond is tot u gekomen, o inwoner des lands, de tijd is gekomen, de dag der beroerte is nabij, en er is geen wederklank der bergen. Nu zal Ik in kort Mijn grimmigheid over u uitgieten, en Mijn toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uw wegen, en zal op u brengen al uw gruwelen. En Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uw wegen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben, Die slaat. Ziet, de dag, ziet, de morgenstond is gekomen, de morgenstond is voortgekomen, de roede heeft gebloeid, de hovaardij heeft gegroend.
Aan het eerste woord van God sluit zich een tweede aan. Werd het eerste, zo als wij bij Hoofdst. 6:1 hebben aangenomen, op den dag der nieuwe maan den Profeet ingegeven, zo misschien dit op den daarop volgenden dag, op welken aan des konings hof te Jeruzalem wederom als reeds op den dag der nieuwe maan een grote maaltijd werd gehouden (1 Sam. 20:5). Inderdaad loopt dit Godswoord uit op ene uitdrukkelijke vermelding van den koning en zijne vorsten. Het stelt in de eerste plaats (vs. 1-4) in korte zinnen, rijk van inhoud en van denzelfden toon voor, dat het aangewezen gericht spoedig en onafwendbaar over land en volk zal komen. Daarna volgt ene tot het dichterlijke overgaande beschrijving van de ellende, die nadert, hoe de tijd van het gericht, de dag van jammer reeds in aantocht is (vs. 9), hoe de straf in allerlei gerichten Gods zich openbaart, en het plotseling zo stil wordt in het anders zo drukke land, hoe men tevergeefs de bazuinen blaast, en gene krijgstoerusting noch uittrekken ten strijde iets baat, maar die het zwaard ontkomen, als treurenden rond gaan (vs. 10-18), hoe zilver en goud ook het oordeel niet kunnen afwenden, maar die zelf om het misbruik, dat daarmee plaats heeft, met den tempel en zijn schat in de roofzuchtige handen der vijanden zullen vervallen (vs. 19-22), en eindelijk, hoe al de bewoners, groten en geringen, en met alle vorsten het gehele volk tot verwoesting zal komen (vs. 23-27).
Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij op den tweeden der 6de maand in het 6de jaar na Jojachins wegvoering, zeggende:
Verder, gij mensenkind! zo zegt de Heere HEERE van het land Israëls: Het einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken, de grenzen des lands. 1)
Lang had de Heere gedreigd, Zijn toorn en de volvoering Zijner gerichten uitgesteld, maar nu zegt de Heere hier door Zijn Profeet, dat eindelijk de ure van de uitgieting Zijns toorns is gekomen. God heeft geduld omdat Hij eeuwig is, maar als eindelijk de maat der ongerechtigheid vol is, zal God niet sparen noch verschonen.
Nu is het einde over u, o Jeruzalem en het gehele land van Juda; want Ik zal Mijnen toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uwe wegen, en Ik zal op u brengen het rechtmatig loon voor al uwe gruwelen.
Dit wil zeggen: de gevolgen, de straffen er over. Hiermede zegt de Heere dat niet Hij, maar zij zelf de oorzaak zijn van al hun ellende. De gruwelen worden hun thuis bezocht. Waar zij geweigerd hebben naar des Heeren woord te horen en Zijne ordinantiën op te volgen, daar zegt de Heere hier dat Hij daardoor gedwongen is te straffen.
En Mijn oog zal u niet verschonen (Hoofdst. 5:11. Deut. 13:8; 19:13 Ik zal niet sparen; maar Ik zal uwe wegen op u brengen 1) u doen toekomen naar uwe verdiensten, en uwe gruwelen, die gij bedreven hebt, zullen in het midden van u zijn, gij zult de straffen ondergaan, die zij u hebben berokkend, en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben (Hoofdst. 6:7 vv.).
Dit is: Ik zal u vergelden naar uw misdaden. Wij zien dus dat de misdaden des volks, afzonderlijk zijn gesteld en als het ware op hen gelegen hebben, zolang God hen gespaard heeft. Nu ook wijst Hij aan: dat zij geen reden hebben om te twisten of te klagen, dewijl hij slechts hun ongerechtigheid hier te voorschijn roept, welke zij tegen Hem hebben bedreven. Vervolgens verwijt Hij hun al te grote zorgeloosheid, dewijl zij niet tot bekering konden geleid worden, wanneer God hun misdaden droeg en duldde. Wij hebben in dit hoofdstuk een Oud-Testamentisch voorbeeld voor ons van het ontzettende Dies irae, dies illa (dag van toorn, dag van schrik), den zogenaamden Giganten-Hymnus (Zef. 1:14 vv.). Wat Fr. v. Meyer over het laatste zegt, kan ook van dit hoofdstuk van onzen Profeet worden gezegd: “met den gevoelloze, die het zonder schrik kan lezen en zonder ontroering kan horen, zou ik niet gaarne onder één dak willen wonen. ” . Zal de zondaar niet uit de bedwelming zijner lusten wakker schrikken voor het eerste en laatste woord der meest zekere profetie: het einde komt, het einde komt? .
Zo zegt de Heere HEERE: Een kwaad, een enig kwaad (Hoofdst. 5:9) ziet, is gekomen.
Een einde is gekomen, dat einde is gekomen; het is opgewaakt tegen u, nadat het lang als in slaap had gelegen, als zou het nooit over u komen, ziet, het kwaad is gekomen met al het verschrikkelijke, dat het in zijnen schoot verbergt.
De morgenstond 1), het begin der rampen, is tot u gekomen, o inwoner des lands! de tijd is gekomen, de dag der beroerte is nabij, en er is geen wederklank der geen gejubel op de bergen, omdat er geen gezang is ten tijde van den wijnoogst (Jes. 16:10. (Jer. 25:30).
Het Hebr. woord wordt verschillend uitgelegd te dezer plaats, en zijne vertaling steunt altijd in zo ver op gissing, als het nergens anders dan hier in vs. 10 ook niet in de verwante dialekten, in ene betekenis voortkomt, die voor deze plaatsen passend is. Waarschijnlijk is het woord dat juist te dier tijd, en daar ter plaatse door het gebruik ene bijzondere beduidenis had verkregen, die namelijk van “het jongste ogenblik, ” hetzij dan, volgens sommigen, de tijd “wanneer de vlecht der rampen geheel in een gewrongen is, ” hetzij, wanneer alles tot het laatste toe weg is, en er een akelig ledig ontstaat, waar aan alle zijden de wind door huilt en fluit. Indien de vertaling morgenstond passender was, zou het haar aan geen gezag ontbreken, vermits het woord zeer wel “vogelen-gezang kan aanduiden. Het woord komt behalve hier Jes. 28:5 voor, waar het kroon of diadeem betekent. Die betekenis past hier niet. Sommigen vertalen het door, morgenstond, gelijk onze Staten-Overzetters, maar morgenstond is immer het beeld van verademing, van redding. Deze vertaling past hier dus niet. Met Winer achten wij de vertaling van: het ongeluk beter, in den zin van, onafwijsbare ellende. Vandaar ook dat dadelijk hier op gezegd wordt, dat de dag der bezoeking nabij is, een dag waarop enkel jammerkreten zullen worden gehoord, en geen gejubel op de bergen. Als de afgodendienaars hun feesten hielden op de hoogten was er een gejubel, gelijk Mozes vernam toen hij van den berg afdaalde en het volk danste om het gouden kalf. Maar nu zou het gejubel verstomd zijn, dewijl God, de Heere, zowel de afgoden als de afgodendienaars zou verdoen.
Nu zal Ik in kort Mijne grimmigheid over u uitgieten, en Mijnen toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uwe wegen, en zal op u brengen al uwe gruwelen.
En Mijn oog zal met verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uwe wegen, en uwe gruwelen zullen in het midden van u zijn; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben, die slaat (vs. 3 en 4). Het is dezelfde inhoud, altijd dezelfde inhoud: de droppels vallen onafgebroken op den steen, het hart Israëls. Het ongeloof heeft de natuur, dat het of in ‘t geheel aan gene straf gelooft (2 Petr. 3:3 vv.), of zijne lichtzinnigheid weet vooruit, dat wat komen zal, zeker niet zo zwaar zal zijn, en niet zo lang zal duren. Daarom verdriet het Gode niet, ons steeds op nieuw ons lot te herhalen, dat niet uitblijven kan, het ons altijd naderbij te laten komen. “Uwe gruwelen zullen in het midden van u zijn. ” De zonde heeft ene actieve en ene passieve geschiedenis. Wanneer de laatste begint wordt voorwerp van schrik wat vroeger voorwerp van welbehagen was. Op den dag des gerichts gaan de gruwelen niet in hun verlokkende, verleidelijke gedaante, maar met al hun wee, dat in hun gevolg is, in ons midden .
Ziet, de dag, ziet de morgenstond van dien ontzettenden dag is gekomen (vs. 7), de morgenstond het ongeluk is voortgekomen, de roede, die u moet slaan (Jes. 10:5) heeft gebloeid, is opgeschoten, is groot geworden; de hovaardij, die Ik bestemd heb tot werktuig van het gericht, dat aan u moet worden volbracht, heeft gegroend, 1) daar de macht van Nebukadnezar en zijn machtig volk steeds hoger stijgt (Hab. 1:6 vv. (Jer. 50:31 vv. 1).
De strafroede is reeds bereid, voor de goddelozen zal niets overblijven. Dit is de hoofdgedachte van deze straffen (vs. 10-14). De drie zindelen zijn synoniem, maar de gedachte is klimmend. Het ongeluk welt op uit de aarde, spruit als roede uit en bloeit als hoogmoed. De roede heet hovaardij inzake God een overmoedig en gewelddadig volk als de Chaldeën tot voltrekking van de straf gebruikt.
De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blijde, als hadde hij iets gewonnen, en de verkoper bedrijve geen rouw, dat hij het zijne heeft moeten overgeven: want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land, en daarom heeft winst en verlies, bezitten en overgeven evenveel te betekenen.
Want de verkoper zal tot het verkochte niet wederkeren, hij zal het in het jubeljaar (Lev. 25:8 vv.) niet weer verkrijgen, ofschoon hun leven nog onder de levenden ware; overmits het gezicht, de profetie aangaande de gehele menigte van het land, die aan het verderf is prijsgegeven, niet zal terugkeren, niet zal herroepen worden; en niemand zal door zijne ongerechtigheid zijn leven sterken 1). Meent dan niet, dat de belofte van een lang leven in het land de vervulling van zulk ene voorzegging onmogelijk zou maken, zij heeft op u gene betrekking, gij hebt ze door de misdaad verzondigd.
Hebr. “elks leven is in zijn misdrijf, ” d. i. ieder sterft eer de straf voor zijn misdrijf geboet is en ziet dus nooit de herstelling van zaken. Gods woord zal plaats hebben en dan kunnen bijzondere personen hun zaak niet goed maken tegen God. Niemand zal door zijn ongerechtigheid zijn leven sterken, dit is, het zal te vergeefs zijn voor zondaars, God en Zijne oordelen te tarten, gelijk zij gewoon waren te doen. Zij, die zich versterken in hun goddeloosheid zullen bevonden worden, zich zelven niet alleen te verzwakken, maar ook te verderven.
Zij hebben met de trompet getrompet, en hebben alles bereid, om zich met geweld van wapenen tegen het gericht te verdedigen; maar niemand trekt ten strijde: want Mijn brandende toorn is over de gehele menigte van het land, en wanneer die zich tegen iemand keert, wordt hij verjaagd en moet hij wijken (Lev. 26:17. Deut. 32:30).
Het zwaard is buiten, en de pest en de honger van binnen, zodat niemand kan ontkomen dan wien het uitdrukkelijk door Mij is gegeven (Hoofdst. 5:12); die op het veld is, zal door het zwaard sterven, en die in de stad is, dien zal de honger en de pest verteren.
En hun ontkomenden, die van hen volgens Mijne beschikking behouden worden, zullen wel ontkomen, maar zij zullen op de bergen zijn; Zij allen zullen daar zuchten of klagen met onverstaanbaar murmelen (Nah. 2:8); zij zullen zijn gelijk duiven der dalen, kermende, voor het roofgedierte naar verborgene plaatsen gevlucht, als wilden zij hunnen angst elkaar te kennen geven; een iedermoet dat doen; om zijne ongerechtigheid, die hij nu moet gevoelen.
Alle handen zullen a) slap worden, als verlamd van schrik, moedeloosheid en schaamte, en alle knieën zullen henenvlieten als water; even als het vlietend water golft en trilt, zo knikken ook de knieën (Joz. 7:5).
Jes. 13:7. Jer. 6:24.
Ook zullen zij zakken a) aangorden, gruwen zal ze bedekken(Jes. 3:24. (Ps. 55:6 #Ps) en over alle aangezichten zal schaamte wezen, en op al hun hoofden kaalheid(Amos 8:10).
Jes. 15:2, 3. Jer. 48:37. Wanneer de mensen het allergeruste zijn, zo is hun het ongeluk gewoonlijk het meest nabij. Menigerlei zuchten worden in de wereld gehoord, maar de beste zijn, die niet zijn uit te spreken, die Gods Geest zelf in de plaats der gelovigen zucht. (Rom. 8:26).
Zij zullen hun zilver, waaraan zij hun hart hebben gehangen, als geheel zonder waarde, op de straten werpen, en hun goud, dat zij voor hun hoogste sieraad hielden, zal tot onreinigheid zijn, zij zullen het verfoeien; a) hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen, ten dage der verbolgenheid des HEEREN (Zef. 1:18). En al is het ook, dat zij het tot het laatste ogenblik vasthouden, omdat zij er te zeer aan gehecht zijn, hun ziel zullen zijer niet mede verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen, ten tijde van den algemenen honger; en zo komt het er nog eindelijk toe, dat zij het van zich werpen: want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn, 1) de misdadige oorzaak van hunnen val.
Spr. 11:4.
In dit en de vorige verzen, wordt de allertreurigste toestand geschetst van de zondaars te Jeruzalem. Het zal één treuren, het zal één toestand van ellende zijn. Het goud en zilver zal hun tot een walging zijn, dewijl het hun niet zal kunnen uithelpen en zelfs hen niet van den hongerdood kan bewaren. Als God werkt wie zal dan keren, dit geldt zowel op tijdelijk als op geestelijk gebied. Geen menselijke, geen zelfhulpe baat, als God in een wederpartijder is verkeerd; en dit was hier het geval bij Juda’s volk.
En Hij heeft de schoonheid zijns sieraads ter overtreffelijkheid gezet, maar zij hebben daarin beelden hunner gruwelen en hunner verfoeiselen gemaakt 1), de gruwelijke en afschuwlijke afgoden, die zij zich hadden gekozen (Hos. 8:14; 13:2); daarom heb Ik dat hun tot onreinigheid gesteld 1), hen in een toestand gebracht, waarin zij het moesten verachten.
In tijden van vernedering verliezen aardse schatten hun verblindenden glans, dan gevoelt de mens een honger, dien goud en zilver niet kunnen stillen, de ziel kan er niet door verzadigd, het lichaam niet mede gevuld worden. Dan eerst komt men tot duidelijke erkentenis, dat voornamelijk in den mammon zijne schuld is; hij werpt het zelf op de straten weg en het goud wordt hem tot een verfoeisel. Mocht dit toch aan de deuren, ja in de harten van alle rijken en gierigaards of begerigen naar rijkdom geschreven staan, dat goud en zilver niet kunnen redden ten dage des toorns en in de ure des doods en ten dage des gerichts! Wat met zo grote moeite is gezocht, met zoveel ongerechtigheid is zaamgebracht, en met de grootste vlijt bewaard, laat zijnen bezitter troosteloos en hulpeloos, wanneer hij de hulp het meest behoeft; het laat hem op zijn ziekbed in smarten liggen; kan men hem ook nog van den vijand, noch van ziekbed of dood bevrijden, veel minder zalig maken. O ellendig goed, dat toch onder ons algemeen zo hoog staat aangeschreven. Deze vertaling is niet juist. Beter is: De schoonheid zijns sieraads (d. i. zijn schone sieraden), tot hoogmoed gebruikt men het, en tot beelden hunner gruwelen, hun verfoeiselen maakt men er van, daarom heb Ik het hun tot onreinigheid (tot afschuw) gesteld. Onder die schone sieraden is bedoeld het goud en zilver. Hiëronymus zegt terecht dat God wil zeggen: “Wat Ik den bezittenden gegeven heb tot sieraad en tot rijkdom, hebben zij aangewend tot hoogmoed. ” Sommigen zijn van gevoelen dat hier van den tempel sprake is, maar ten onrechte. Er is hier ook en in de volgende verzen sprake van het goud en zilver.
En Ik zal het in de hand der vreemden overgeven ten roof, en den goddelozen der aarde ten buit, den heidensen Chaldeën, die het heilige niet achten, maar zonder eerbied aantasten, en zij zullen het ontheiligen.
Ook zal Ik Mijn aangezicht, van Mijn heiligdom, dat onder hen is, van den tempel omwenden, 1) En zij, de goddelozen op aarde (vs. 21) zullen Mijne verborgene plaats) ontheiligen, den tempelschat zelfs wagen aan te grijpen: want inbrekers zullen daarin komen, en die heiligdommen ontheiligen?
De voorstelling is deze: God zou het niet kunnen aanzien, dat men Zijn heiligdom ontwijdde, en binnentrad in de plaats der ontoegankelijke verborgenheid; maar opdat de Chaldeën het straffeloos zouden kunnen doen zou God als ‘t ware zo lang zijn aangezicht van hen afwenden en er niet naar omzien.
Of: Mijn schat. Bedoeld is hier dus de tempelschat. Die schat mocht alleen voor heilige doeleinden gebruikt worden, maar de goddelozen zouden komen en die schat gebruiken voor gewone zaken, zodat het heilige ontwijd of ontheiligd werd.
Maak voor degenen, die in leven blijven, ene keten, om daardoor de gevangenis des volks als een vast besloten feit aan te duiden; want het land is vol van bloedgerichten, 1) en de stad is vol van geweld.
Dat is, vol van bloedschulden, van zonden die des doods waardig zijn, waartegen de Heere in Deut. 19:6 en 21:22 zo zwaar heeft gesproken. Er volgt dan ook, de stad is vol geweld, vol van daden des gewelds, waarover de Heere Zich schrikkelijk had vertoornd.
Daarom zal Ik de kwaadste der Heidenen, die overmoedige en geweldige Chaldeën (Hab. 1:16 vv. (Deut. 28:49 vv.) doen komen, die hun huizen erfelijk bezitten zullen, en zal den hoogmoed der sterken, die zich nu nog zo sterk en veilig wanen, alsof hun niets kwaads kon overkomen, doen ophouden (Lev. 26:19), en die hen heiligen, hun priesters (2 Kon. 10:23), zullen ontheiligd worden. 1)
Nademaal zij in den weg der Heidenen gewandeld en het erger dan zij gemaakt hadden, zou God de ergste der Heidenen over hen brengen, om hen te verstoten en te verwoesten, de barbaarste en woestste, die het minst medelijden met het mensdom en den grootsten haat tegen de Joden hadden.
De ondergang komt; en zij zullen den vrede, heil en redding zoeken, maar hij zal er niet zijn. 1)
Deze bevestiging was niet overbodig. Want door altijd te wenden en te draaien hopen de mensen dat zij iets verder komen. Zo verlangen zij naar de duisterheid wanneer God hen in het licht trekt. Vervolgens vormen zij zich velerlei hoop op behoud, wanneer God hen als omkneld houdt. Terwijl de mensen zo licht beweeglijk zijn en door uitvluchten te zoeken, zich God en Zijn oordelen schijnen te ontwijken, zegt de Profeet, dat ofschoon zij den wrede zoeken er geen vrede voor hen zou zijn, opdat zij toch niet zouden twijfelen aan hun ondergang en verbanning, waaraan Hij herinnert.
Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht van verschrikkelijke dingen, die er geschieden, op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een Profeet zoeken, om te weten hoe zij uit hunnen wanhopigen toestand mogen gered worden, maar de wet zal vergaan van den priester (Mal. 2:7), en de raad van de oudsten1).
De drie uitspraken in de tweede helft van het vers moeten uit elkaar wederkerig zo worden aangevuld: zij zoeken voorzegging bij de Profeten, maar de Profeten verkrijgen geen gezicht, gene openbaring; zij zoeken bekering uit de wet bij de priesters, maar de priesters kunnen gene onderwijzing geven; zij zoeken raad bij de oudsten, maar de raad ontbreekt den ouden. Dat is het verschrikkelijkste gericht, wanneer God het licht van Zijn woord niet meer laat lichten en ons in de duisternis der onwetendheid laat verzinken, daar het ook in het zwaarste lijden een grote troost is, wanneer de Heere ons met Zijn woord verlicht. (HEIM en HOFFMANN).
De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk des lands zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hunnen weg, en met hun rechten zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben (vs. 4 en 9). Er zal ene algemene beroerdheid en verslagenheid wezen onder allen van wat rang of waardigheid zij zijn. Die in gezag zijn zullen vaardigheid van geest ontberen, om raad en onderwijs te geven; en de minderen zullen geen hart bezitten om ze uit te voeren. Na de eerste afdeling der profetische werkzaamheid van Ezechiël, die wij gehoord hebben, rustte deze, wanneer onze berekening van den tijd tussen Hoofdst. 4:11-8 :27 juist is, nu twee dagen lang. Wat hij zijnen volksgenoten in zinnebeeldige tekenen had laten zien en in den naam Gods had laten horen, moest eerst enigen tijd hebben, om in hun harten in te gaan. Hij zelf had rust nodig, om zich ook lichamelijk te versterken tot het ontvangen van nieuwe openbaringen. Toch mocht het geen lange tijd zijn, omdat de nieuwe openbaring de vorige voortzet en met haar zeer nauw zamenhangt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel