Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 5

1 En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En gij, mensenkindH1121, neemH3947 u een scherpH2299 mesH2719, een scheermesH8593 der barbierenH1532 zult gij u nemenH3947, hetwelk gij zult latenH5674 gaan overH5921 uw hoofdH7218 en overH5921 uw baardH2206; daarna zult gij u een weegschaalH3976 nemenH3947, en die haren delenH2505. En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen.

KJV And thou, son2 of man,3 take4 thee a sharp7 knife,6 take10 thee a barber's9 razor,8 and cause it to pass12 upon thine head14 and upon thy beard:16 then take17 thee balances19 to weigh,20 and divide

1 וְאַתָּ֨ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֜ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 לְךָ֣ 6 חֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 7 חַדָּ֗ה H2299 scherp sharp 8 תַּ֤עַר H8593 schede, scheermes, schrijfmes (pen-) knife, razor, scabbard, shave, sheath 9 הַגַּלָּבִים֙ H1532 barbieren barber 10 תִּקָּחֶ֣נָּה H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 לָּ֔ךְ 12 וְהַעֲבַרְתָּ֥ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 רֹאשְׁךָ֖ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 15 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 זְקָנֶ֑ךָ H2206 baard, baards, baarden beard 17 וְלָקַחְתָּ֥ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 18 לְךָ֛ 19 מֹאזְנֵ֥י H3976 weegschaal, waag, wage balances 20 מִשְׁקָ֖ל H4948 gewicht, goudgewicht (full) weight 21 וְחִלַּקְתָּֽם H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Een derdeH7992 deel zult gij in het middenH8432 der stadH5892 met vuurH217 verbrandenH1197, nadat de dagenH3117 der belegeringH4692 vervuldH4390 worden; dan zult gij een derdeH7992 deel nemenH3947, slaandeH5221 met een zwaardH2719 rondomH5439 hetzelve, en een derdeH7992 deel zult gij in den windH7307 strooienH2219; want Ik zal het zwaardH2719 achterH310 hen uittrekkenH7324. Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

KJV Thou shalt burn3 with fire2 a third part1 in the midst4 of the city,5 when the days7 of the siege8 are fulfilled:6 and thou shalt take9 a third part,11 and smite12 about14 it with a knife:13 and a third part15 thou shalt scatter16 in the wind;17 and I will draw out19 a sword18 after

1 שְׁלִשִׁ֗ית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 2 בָּא֤וּר H217 vuur, valleien, vlam fire, light. See also H224 (אוּרִים) 3 תַּבְעִיר֙ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 4 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 5 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 כִּמְלֹ֖את H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 7 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הַמָּצ֑וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 9 וְלָֽקַחְתָּ֣ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַשְּׁלִשִׁ֗ית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 12 תַּכֶּ֤ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 13 בַחֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 14 סְבִ֣יבוֹתֶ֔יהָ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 15 וְהַשְּׁלִשִׁית֙ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 16 תִּזְרֶ֣ה H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 17 לָר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 18 וְחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 19 אָרִ֥יק H7324 uittrekken, afgieten, breng [idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out) 20 אַחֲרֵיהֶֽם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Gij zult ook weinigeH4592 in getalH4557 daarvan nemenH3947, en in uw slippenH3671 bindenH6696. Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden.

KJV Thou shalt also take1 thereof a few3 in number,4 and bind5 them in thy skirts.

1 וְלָקַחְתָּ֥ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 מִשָּׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 מְעַ֣ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 4 בְּמִסְפָּ֑ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 5 וְצַרְתָּ֥ H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 6 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בִּכְנָפֶֽיךָ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En nogH5750 zult gij van die nemenH3947, en die werpenH7993 in het middenH8432 des vuursH784, en zult ze verbrandenH8313 met vuurH784; daaruit zal voortkomenH3318 een vuurH784 tegenH413 het geheleH3605 huisH1004 van IsraelH3478. En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.

KJV Then take of them again,3 and cast4 them into the midst7 of the fire,8 and burn9 them in the fire;11 for thereof shall a fire14 come forth13 into all the house17 of Israel.

1 וּמֵהֶם֙ 2 ע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 תִּקָּ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 וְהִשְׁלַכְתָּ֤ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 5 אוֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 תּ֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 8 הָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 וְשָׂרַפְתָּ֥ H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 10 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בָּאֵ֑שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 12 מִמֶּ֥נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 תֵצֵא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: DitH2063 is JeruzalemH3389, welke Ik in het middenH8432 der heidenenH1471 gezetH7760 heb, en landenH776 rondomH5439 haar henen. Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 This is Jerusalem:6 I have set9 it in the midst7 of the nations8 and countries11 that are round about

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהֹוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 זֹ֚את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 6 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 8 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 שַׂמְתִּ֑יהָ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 וּסְבִיבוֹתֶ֖יהָ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 11 אֲרָצֽוֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Doch zij heeft Mijn rechtenH4941 veranderdH4784 in goddeloosheidH7564 meer danH4480 de heidenenH1471, en Mijn inzettingenH2708 meer danH4480 de landenH776, dieH834 rondomH5439 haar zijn; wantH3588 zij hebben Mijn rechtenH4941 verworpenH3988, en in Mijn inzettingenH2708 hebben zij nietH3808 gewandeldH1980. Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.

KJV And she hath changed1 my judgments3 into wickedness4 more than the nations,6 and my statutes8 more than the countries10 that are round about12 her: for they have refused15 my judgments14 and my statutes,16 they have not walked

1 וַתֶּ֨מֶר H4784 wederspannig, verbitterden, wederspannigen bitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מִשְׁפָּטַ֤י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 4 לְרִשְׁעָה֙ H7564 goddeloosheid, onrechtvaardigheid fault, wickedly(-ness) 5 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 וְאֶ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 חֻקּוֹתַ֔י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הָאֲרָצ֖וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 סְבִיבוֹתֶ֑יהָ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 13 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 בְמִשְׁפָּטַי֙ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 15 מָאָ֔סוּ H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 16 וְחֻקּוֹתַ֖י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 17 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 הָלְכ֥וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 19 בָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DaaromH3651 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069 alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt danH4480 de heidenenH1471, dieH834 rondomH5439 u zijn, in Mijn inzettingenH2708 nietH3808 gewandeldH1980 hebt, en Mijn rechtenH4941 nietH3808 gedaanH6213 hebt, zelfs naar de rechtenH4941 der heidenenH1471, dieH834 rondomH5439 u zijn, nietH3808 gedaanH6213 hebt; Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt;

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Because ye multiplied7 more than the nations9 that are round about11 you, and have not walked14 in my statutes,12 neither have kept18 my judgments,16 neither have done24 according to the judgments19 of the nations20 that are round about

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 יַ֤עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 7 הֲמָנְכֶם֙ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הַגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 סְבִיבֽוֹתֵיכֶ֔ם H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 12 בְּחֻקּוֹתַי֙ H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 13 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 הֲלַכְתֶּ֔ם H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מִשְׁפָּטַ֖י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 17 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 עֲשִׂיתֶ֑ם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 וּֽכְמִשְׁפְּטֵ֧י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 20 הַגּוֹיִ֛ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 21 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 סְבִיבוֹתֵיכֶ֖ם H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 23 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 עֲשִׂיתֶֽם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DaaromH3651 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069 alzo: ZietH2005, Ik wil aanH5921 u, jaH1571 Ik, want Ik zal gerichtenH4941 in het middenH8432 van u oefenenH6213, voor de ogenH5869 van die heidenenH1471. Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Behold, I, even I, am against thee, and will execute10 judgments12 in the midst11 of thee in the sight13 of the nations.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 אָ֑נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 וְעָשִׂ֧יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 בְתוֹכֵ֛ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 12 מִשְׁפָּטִ֖ים H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 13 לְעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 14 הַגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Ik zal onder u doen, hetgeenH834 Ik nietH3808 gedaanH6213 heb, en desgelijks Ik voortaanH6213 nietH3808 doen zal, om alH3605 uwer gruwelenH8441 wil. En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil.

KJV And I will do1 in thee that which I have not done,6 and whereunto I will not do10 any more the like, because13 of all thine abominations.

1 וְעָשִׂ֣יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 בָ֗ךְ 3 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 עָשִׂ֔יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וְאֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 אֶעֱשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 כָמֹ֖הוּ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 12 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 יַ֖עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 תּוֹעֲבֹתָֽיִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 DaaromH3651 zullen de vadersH1 de kinderenH1121 etenH398 in het middenH8432 van u, en de kinderenH1121 zullen hun vaderenH1 etenH398; en Ik zal gerichtenH8201 onder u oefenenH6213, en zal alH3605 uw overblijfselH7611 in alleH3605 windenH7307 verstrooienH2219. Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.

KJV Therefore the fathers2 shall eat3 the sons4 in the midst5 of thee, and the sons6 shall eat7 their fathers;8 and I will execute9 judgments11 in thee, and the whole remnant15 of thee will I scatter12 into all the winds.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 אָב֞וֹת H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 3 יֹאכְל֤וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 בָנִים֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 בְּתוֹכֵ֔ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 6 וּבָנִ֖ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יֹאכְל֣וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 אֲבוֹתָ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וְעָשִׂ֤יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 בָךְ֙ 11 שְׁפָטִ֔ים H8201 gerichten, oordelen, Gerichten judgment 12 וְזֵרִיתִ֥י H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 שְׁאֵרִיתֵ֖ךְ H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 16 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 DaaromH3651 zo waarachtig alsH518 IkH589 leefH2416, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069 (omdat gij Mijn heiligdomH4720 verontreinigdH2930 hebt met alH3605 uw verfoeiselenH8251, en met alH3605 uw gruwelenH8441), zo IkH589 ookH1571 niet daarom u verminderenH1639, en Mijn oogH5869 u nietH3808 verschonenH2347 zal, en IkH589 ookH1571 nietH3808 zal sparenH2550! Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!

KJV Wherefore, as I live,2 saith4 the Lord5 GOD;6 Surely, because thou hast defiled12 my sanctuary11 with all thy detestable things,14 and with all thine abominations,16 therefore will I also diminish19 thee; neither shall mine eye22 spare,21 neither will I have any pity.

1 לָכֵ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 אָ֗נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 נְאֻם֮ H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 לֹ֗א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יַ֚עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מִקְדָּשִׁ֣י H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 12 טִמֵּ֔את H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 13 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 שִׁקּוּצַ֖יִךְ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 15 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 תּוֹעֲבֹתָ֑יִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 17 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 18 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 19 אֶגְרַע֙ H1639 afgetrokken, afdoen, verminderen abate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw 20 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 תָח֣וֹס H2347 verschonen, sparen, verschone pity, regard, spare 22 עֵינִ֔י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 23 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 24 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 25 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 26 אֶחְמֽוֹל H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Een derdeH7992 deel van u zal van de pestilentieH1698 stervenH4191, en zal door hongerH7458 in het middenH8432 van u te niet worden; en een derdeH7992 deel zal in het zwaardH2719 vallenH5307 rondomH5439 u; en een derdeH7992 deel zal Ik in alleH3605 windenH7307 verstrooienH2219, en Ik zal het zwaardH2719 achterH310 hen uittrekkenH7324. Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

KJV A third part1 of thee shall die3 with the pestilence,2 and with famine4 shall they be consumed5 in the midst6 of thee: and a third part7 shall fall9 by the sword8 round about10 thee; and I will scatter14 a third part11 into all the winds,13 and I will draw out16 a sword15 after

1 שְׁלִשִׁתֵ֞יךְ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 2 בַּדֶּ֣בֶר H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 3 יָמ֗וּתוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 וּבָֽרָעָב֙ H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 5 יִכְל֣וּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 6 בְתוֹכֵ֔ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 7 וְהַ֨שְּׁלִשִׁ֔ית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 8 בַּחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 יִפְּל֣וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 10 סְבִיבוֹתָ֑יִךְ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 11 וְהַשְּׁלִישִׁית֙ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 12 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 ר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 אֱזָרֶ֔ה H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 15 וְחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 16 אָרִ֥יק H7324 uittrekken, afgieten, breng [idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out) 17 אַחֲרֵיהֶֽם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Alzo zal Mijn toornH639 volbrachtH3615 worden, en Ik zal Mijn grimmigheidH2534 op hen doen rustenH5117, en Mij troostenH5162; en zij zullen wetenH3045, datH3588 IkH589, de HEEREH3068, in Mijn ijverH7068 gesprokenH1696 heb, als Ik Mijn grimmigheidH2534 tegen hen volbrachtH3615 zal hebben. Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.

KJV Thus shall mine anger2 be accomplished,1 and I will cause my fury4 to rest3 upon them, and I will be comforted:6 and they shall know7 that I the LORD10 have spoken11 it in my zeal,12 when I have accomplished13 my fury

1 וְכָלָ֣ה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 אַפִּ֗י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 3 וַהֲנִחוֹתִ֧י H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 4 חֲמָתִ֛י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 5 בָּ֖ם 6 וְהִנֶּחָ֑מְתִּי H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 7 וְֽיָדְע֞וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 דִּבַּ֨רְתִּי֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 בְּקִנְאָתִ֔י H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 13 בְּכַלּוֹתִ֥י H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 14 חֲמָתִ֖י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 15 בָּֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daartoe zal Ik u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al degene, die voorbijgaat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daartoe zal Ik u ter woestheidH2723 en ter smaadheidH2781 zettenH5414 onder de heidenenH1471, dieH834 rondomH5439 u zijn, voor de ogenH5869 van alH3605 degene, die voorbijgaatH5674. Daartoe zal Ik u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al degene, die voorbijgaat.

KJV Moreover I will make1 thee waste,2 and a reproach3 among the nations4 that are round about6 thee, in the sight7 of all that pass by.

1 וְאֶתְּנֵךְ֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לְחָרְבָּ֣ה H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 3 וּלְחֶרְפָּ֔ה H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 4 בַּגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 סְבִיבוֹתָ֑יִךְ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 7 לְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עוֹבֵֽר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Zo zal de smaadheidH2781 en hoonH1422 een onderwijsH4148 en ontzettingH4923 den heidenenH1471 zijn, dieH834 rondomH5439 u zijn, wanneer Ik over u gerichtenH8201 in toornH639, en in grimmigheidH2534, en in grimmigeH2534 straffenH8433 oefenenH6213 zal; IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696! Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!

KJV So it shall be a reproach2 and a taunt,3 an instruction4 and an astonishment5 unto the nations6 that are round about8 thee, when I shall execute9 judgments11 in thee in anger12 and in fury13 and in furious15 rebukes.14 I the LORD17 have spoken

1 וְֽהָ֨יְתָ֜ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 חֶרְפָּ֤ה H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 3 וּגְדוּפָה֙ H1422 hoon taunt 4 מוּסָ֣ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 5 וּמְשַׁמָּ֔ה H4923 verwoesting, ontzetting, verwoestingen astonishment, desolate 6 לַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 סְבִיבוֹתָ֑יִךְ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 9 בַּעֲשׂוֹתִי֩ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 בָ֨ךְ 11 שְׁפָטִ֜ים H8201 gerichten, oordelen, Gerichten judgment 12 בְּאַ֤ף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 13 וּבְחֵמָה֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 14 וּבְתֹכְח֣וֹת H8433 bestraffing, bestraffingen, schelding argument, [idiom] chastened, correction, reasoning, rebuke, reproof, [idiom] be (often) reproved 15 חֵמָ֔ה H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 16 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 דִּבַּֽרְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Wanneer Ik de bozeH7451 pijlenH2671 des hongersH7458 tegen hen uitzendenH7971 zal, die ten verderveH4889 zijnH1961 zullen, dieH834 Ik uitzendenH7971 zal om u te verdervenH7843; zo zal Ik den hongerH7458 overH5921 u vermeerderenH3254, en u den stafH4294 des broodsH3899 brekenH7665. Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.

KJV When I shall send1 upon them the evil5 arrows3 of famine,4 which shall be for their destruction,9 and which I will send11 to destroy13 you: and I will increase15 the famine14 upon you, and will break17 your staff19 of bread:

1 בְּֽשַׁלְּחִ֡י H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 חִצֵּי֩ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 4 הָרָעָ֨ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 5 הָרָעִ֤ים H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 בָּהֶם֙ 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לְמַשְׁחִ֔ית H4889 verderve, Mashith, verderfelijken strik corruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 אֲשַׁלַּ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 12 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 לְשַֽׁחֶתְכֶ֑ם H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 14 וְרָעָב֙ H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 15 אֹסֵ֣ף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 16 עֲלֵיכֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 וְשָׁבַרְתִּ֥י H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 18 לָכֶ֖ם 19 מַטֵּה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 20 לָֽחֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Ja, hongerH7458 en boosH7451 gedierteH2416, die u van kinderen berovenH7921 zullen, zal Ik overH5921 u zendenH7971; ook zal pestilentieH1698 en bloedH1818 onder u omgaanH5674; en het zwaardH2719 zal Ik overH5921 u brengenH935; IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696! Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!

KJV So will I send1 upon you famine3 and evil5 beasts,4 and they shall bereave6 thee; and pestilence7 and blood8 shall pass through9 thee; and I will bring12 the sword11 upon thee. I the LORD15 have spoken

1 וְשִׁלַּחְתִּ֣י H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 עֲ֠לֵיכֶם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 רָעָ֞ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 4 וְחַיָּ֤ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 5 רָעָה֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 6 וְשִׁכְּלֻ֔ךְ H7921 beroofd, beroven, berooft bereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil 7 וְדֶ֥בֶר H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 8 וָדָ֖ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 יַעֲבָר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 10 בָּ֑ךְ 11 וְחֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 12 אָבִ֣יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 דִּבַּֽרְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 5:1 Leviticus 21:5 Jesaja 7:20 Ezechiël 44:20 Daniël 5:27
Ezechiël 5:2 Ezechiël 5:12 Leviticus 26:33 Ezechiël 4:1 Jeremia 9:16 Ezechiël 12:14 Jeremia 38:2 Amos 9:2 Jeremia 24:10
Ezechiël 5:3 Jeremia 52:16 Jeremia 40:6 Jeremia 39:10 1 Petrus 4:18 2 Koningen 25:12 Lukas 13:23 Mattheüs 7:14
Ezechiël 5:4 2 Koningen 25:25 Jeremia 48:45 Jeremia 41:1 Jeremia 4:4 Jeremia 52:30
Ezechiël 5:5 Ezechiël 4:1 Ezechiël 16:14 Jeremia 6:6 Deuteronomium 4:6 Mattheüs 5:14 1 Korinthe 10:4 Micha 5:7 Lukas 22:19
Ezechiël 5:6 Jeremia 11:10 Nehemia 9:16 Ezechiël 16:47 Zacharia 7:11 2 Koningen 17:8 Psalmen 78:10 Jeremia 8:5 Romeinen 1:23
Ezechiël 5:7 2 Kronieken 33:9 Jeremia 2:10 2 Koningen 21:9 Ezechiël 5:11 Ezechiël 16:47 Ezechiël 16:54
Ezechiël 5:8 Ezechiël 15:7 Jeremia 24:9 Jeremia 21:5 Ezechiël 21:3 Jeremia 21:13 Ezechiël 29:6 Deuteronomium 29:20 Zacharia 14:2
Ezechiël 5:9 Daniël 9:12 Mattheüs 24:21 Amos 3:2 Klaagliederen 4:9 Klaagliederen 4:6
Ezechiël 5:10 Zacharia 2:6 Ezechiël 12:14 Deuteronomium 28:64 Ezechiël 36:19 Ezechiël 5:2 Jeremia 19:9 Leviticus 26:29 Psalmen 44:11
Ezechiël 5:11 Ezechiël 7:20 2 Kronieken 36:14 Ezechiël 7:4 Ezechiël 8:5 Ezechiël 7:9 Ezechiël 11:18 Ezechiël 9:5 Ezechiël 8:16
Ezechiël 5:12 Ezechiël 5:2 Jeremia 15:2 Ezechiël 12:14 Jeremia 21:9 Jeremia 43:10 Ezechiël 6:11 Ezechiël 5:10 Jeremia 44:27
Ezechiël 5:13 Ezechiël 36:5 Jesaja 1:24 Jesaja 59:17 Ezechiël 6:12 Ezechiël 21:17 Klaagliederen 4:11 Ezechiël 20:8 Ezechiël 7:8
Ezechiël 5:14 Psalmen 74:3 Psalmen 79:1 Ezechiël 22:4 Nehemia 2:17 Klaagliederen 1:4 Jeremia 42:18 Klaagliederen 5:18 Klaagliederen 1:8
Ezechiël 5:15 Ezechiël 25:17 Jeremia 22:8 1 Korinthe 10:11 Jesaja 26:9 1 Koningen 9:7 Jesaja 66:15 Psalmen 79:4 Deuteronomium 29:24
Ezechiël 5:16 Deuteronomium 32:23 Ezechiël 4:16 Psalmen 91:5 Ezechiël 14:13 Klaagliederen 3:12 Jesaja 3:1 Psalmen 7:13 Leviticus 26:26
Ezechiël 5:17 Ezechiël 38:22 2 Koningen 17:25 Deuteronomium 32:24 Ezechiël 14:21 Ezechiël 14:15 Ezechiël 33:27 Leviticus 26:22 Ezechiël 26:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 5 vers 1

mes, Het Hebreeuwse woord is voor een mes genomen Joz. 5:2 .

Hertaald: mes, Het Hebreeuwse woord is voor een mes gebruikt in Joz. 5:2.

een scheermes Dit betekent hier de vijanden der Joden, die God rechtvaardiglijk gebruikte, om door middel derzelven zijn volk te straffen. Vergelijk Jes. 7:20 .

Hertaald: een scheermes Dit betekent hier de vijanden van de Joden, die God rechtvaardig gebruikte om Zijn volk door hen te straffen. Vergelijk Jes. 7:20.

der barbieren zult gij u nemen, Dat is, hetwelk de barbiers gebruiken als zij iemand scheren.

Hertaald: der barbieren zult gij u nemen, Dat is: het mes dat de barbiers gebruiken wanneer zij iemand scheren.

hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; Dat is, gij zult daarmede het haar van uw hoofd en uw baard laten afscheren; zie dezelfde manier van spreken Num. 6:5 , en Num. 8:7 , en vergelijk Richt. 13:5 . Versta nu door het haar van den baard de burgers en inwoners van Jeruzalem, die in zeer groot getal waren, en door de afschering daarvan de uitroeiing van die burgers.

Hertaald: hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; Dat is: u zult daarmee het haar van uw hoofd en van uw baard laten afscheren; zie dezelfde manier van spreken in Num. 6:5 en Num. 8:7, en vergelijk Richt. 13:5. Versta onder het haar van de baard de burgers en inwoners van Jeruzalem, die zeer talrijk waren, en onder het afscheren daarvan de uitroeiing van die burgers.

weegschaal nemen Als een teken van Gods rechtvaardigheid.

Hertaald: weegschaal nemen Als een teken van Gods rechtvaardigheid.

delen Vergelijk vs.1 met vs.12.

Hertaald: delen Vergelijk vers 1 met vers 12.

Ezechiël 5 vers 2

Een derde deel Te weten in drie gelijke delen, betekenende dat de Joden door verscheidene soorten van straffen zouden uitgeroeid worden en omkomen. Zo wie de ene ontkwam, die zou in de andere vervallen. Vergelijk Jes. 24:18 ; Jer. 15:2 .

Hertaald: Een derde deel Namelijk in drie gelijke delen, wat betekent dat de Joden door verschillende soorten straffen uitgeroeid zouden worden en om zouden komen. Wie de ene ontkwam, zou in de andere vervallen. Vergelijk Jes. 24:18; Jer. 15:2.

der stad Te weten van de stad Jeruzalem, alzo hij die op een tichelsteen afgemaald had, boven Ezech. 4:1 ; daarop nu zou hij dit droevig schouwspel met de verklaring daarvan, het volk dat in Chaldea woonde, waar de profeet was, vertonen.

Hertaald: der stad Namelijk van de stad Jeruzalem, die hij op een tichelsteen had afgebeeld, hierboven Ezech. 4:1; daarop zou hij nu dit droevige schouwspel met de verklaring ervan tonen aan het volk dat in Chaldea woonde, waar de profeet was.

vuur verbranden, Hetwelk betekende al de straffen, waardoor een derde deel des volks, gedurende de belegering, in de stad zou omkomen, als door honger, kommer, pest, geschut en dergelijke plagen en ellenden genomen, Job 15:34 ; alzo onder vs.4.

Hertaald: vuur verbranden, Dat betekende alle straffen waardoor tijdens de belegering een derde deel van het volk in de stad zou omkomen, zoals door honger, kommer, pest, beschieting en dergelijke plagen en ellenden, Job 15:34; zo ook hieronder vers 4.

nadat de dagen der belegering vervuld worden; Dat is, gij zult dat derde deel niet alles tegelijk verbranden, maar nu en dan tot het einde der belegering. Anders: als de dagen der belegering zullen vervuld zijn.

Hertaald: nadat de dagen der belegering vervuld worden; Dat is: u zult dat derde deel niet in één keer verbranden, maar bij gedeelten tot het einde van de belegering. Anders: wanneer de dagen van de belegering vervuld zullen zijn.

slaande met een zwaard Hiermede wordt betekend dat een ander deel der Joden buiten de stad door den vijand verdaan zou worden, te weten als zij tegen hem zouden uitvallen, of ook de vlucht nemende, in zijne handen geraken; 2 Kon. 25:4 .

Hertaald: slaande met een zwaard Hiermee wordt aangeduid dat een ander deel van de Joden buiten de stad door de vijand omgebracht zou worden, namelijk wanneer zij tegen hem zouden uitvallen, of wanneer zij op de vlucht in zijn handen zouden vallen; 2 Kon. 25:4.

hetzelve, Te weten derde deel van het haar.

Hertaald: hetzelve, Namelijk het derde deel van het haar.

in den wind strooien; Versta door deze het overige derde deel der Joden, dat ten dele in de omliggende landen verstrooid is, ten dele gevankelijk gevoerd naar Ribla en Babel, 2 Kon. 25:11 , 2 Kon. 25:20-21 .

Hertaald: in den wind strooien; Versta hieronder het overige derde deel van de Joden, dat deels in de omliggende landen verstrooid is en deels gevankelijk naar Ribla en Babel gevoerd, 2 Kon. 25:11, 2 Kon. 25:20-21.

zwaard Te weten der vijanden, hetwelk de gevluchte en gevangen Joden hier en daar achtervolgen, plagen en verslinden zou. Hebreeuws, achter hen ledig maken. Alzo Ex. 15:9 ; Lev. 26:33 , onder vs.12, en Ezech. 12:14 .

Hertaald: zwaard Namelijk van de vijanden, dat de gevluchte en gevangen Joden overal zou achtervolgen, plagen en verslinden. Hebreeuws: achter hen ledig maken. Zo ook Ex. 15:9; Lev. 26:33, hieronder vers 12 en Ezech. 12:14.

Ezechiël 5 vers 3

daarvan nemen, Te weten van het laatste derde deel.

Hertaald: daarvan nemen, Namelijk van het laatste derde deel.

uw slippen binden Tot een teken dat een zeer klein getal der geringste en eenvoudigste Joden in het land overblijven zou, die Nebuzaradan daar laten zou tot wijngaardeniers en akkerlieden; 2 Kon. 25:12 ; Jer. 52:16 .

Hertaald: uw slippen binden Als teken dat een zeer klein aantal van de geringste en eenvoudigste Joden in het land zou overblijven, die Nebuzaradan daar zou laten als wijngaardeniers en akkerlieden; 2 Kon. 25:12; Jer. 52:16.

Ezechiël 5 vers 4

van die nemen, Te weten van die weinige overgeblevenen.

Hertaald: van die nemen, Namelijk van die weinige overgeblevenen.

werpen in het midden des vuurs, Hetwelk betekende dat van de overgeblevenen onder de regering van Gedalia nog velen ellendiglijk omkomen zouden en verstrooid worden; 2 Kon. 25:25-26 ; Jer. 41:3 .

Hertaald: werpen in het midden des vuurs, Dat betekende dat van de overgeblevenen onder het bestuur van Gedalia er nog velen jammerlijk zouden omkomen en verstrooid worden; 2 Kon. 25:25-26; Jer. 41:3.

vuur tegen Versta, het vuur der ellenden en plagen. Zie boven vs.2, alzo in het voorgaande van vs.4.

Hertaald: vuur tegen Versta: het vuur van de ellenden en plagen. Zie hierboven vers 2, en zo ook in het eerste deel van vers 4.

het gehele huis van Israël Te weten dat het gehele overblijfsel van Juda en Israël daaronder vermengd, waar ze ook zijn, ten uiterste toe plagen en verderven zal. Zie Jer. 42:16 , en Jer. 44:27-28 .

Hertaald: het gehele huis van Israël Namelijk dat dit vuur het hele overblijfsel van Juda en Israël dat daaronder vermengd is, waar het zich ook bevindt, tot het uiterste toe zal plagen en verderven. Zie Jer. 42:16 en Jer. 44:27-28.

Ezechiël 5 vers 5

Dit is Jeruzalem, Te weten de stad, die de profeet op den tichelsteen afgebeeld had, boven Ezech. 4:1 . En het was de stad, die in Judea was, zelve niet, maar het teken daarvan en de afbeelding. Zie van deze manier van spreken, waardoor het teken den naam draagt van het betekende, Gen. 17:10 .

Hertaald: Dit is Jeruzalem, Namelijk de stad die de profeet op de tichelsteen afgebeeld had, hierboven Ezech. 4:1. Het was niet de stad zelf die in Judea lag, maar het teken en de afbeelding daarvan. Zie over deze manier van spreken, waarbij het teken de naam draagt van wat het betekent, Gen. 17:10.

welke Ik in het midden der heidenen Dat is, Ik heb haar meer weldaden bewezen dan aan enige andere steden onder de heidenen, opdat zij deze tot een voorbeeld van deugd en eerbaarheid wezen zou. Vergelijk Deut. 4:6-8 ; Ps. 48:2-3 , enz., en Ps. 87:1-3 , enz.

Hertaald: welke Ik in het midden der heidenen Dat is: Ik heb haar meer weldaden bewezen dan aan enige andere stad onder de heidenen, opdat zij voor hen een voorbeeld van deugd en eerbaarheid zou zijn. Vergelijk Deut. 4:6-8; Ps. 48:2-3 enzovoort, en Ps. 87:1-3, enzovoort.

landen Dat is, heidense landen en volken, die zij moest voorlichten in het goede. Of, en der landen, die rondom haar zijn.

Hertaald: landen Dat is: heidense landen en volken, die zij in het goede moest voorlichten. Of: en van de landen die rondom haar liggen.

Ezechiël 5 vers 6

meer dan de heidenen, Zie 2 Kon. 21:9 . Vergelijk 2 Kron. 33:9 ; Jer. 2:10 ; zie ook op het einde van vs.7.

Hertaald: meer dan de heidenen, Zie 2 Kon. 21:9. Vergelijk 2 Kron. 33:9; Jer. 2:10; zie ook aan het slot van vers 7.

niet gewandeld Wat het zij in de wet of inzettingen des Heeren te wandelen, zie 2 Kron. 6:16 .

Hertaald: niet gewandeld Wat het is in de wet of de inzettingen van de HEERE te wandelen, zie 2 Kron. 6:16.

Ezechiël 5 vers 7

dies meer gemaakt hebt Te weten met zondigen en overtreden. Hebreeuws, om uw vermenigvuldigen; dat is, omdat gij vermenigvuldigt, te weten in zonden, of vermenigvuldigd wordt in zonden. Anderen verstaan deze vermenigvuldiging van hun grote menigte en geweldigen rijkdom, waarin zij de omliggende heidenen overtroffen, en evenwel tegen God ondankbaar waren. Vergelijk Deut. 32:15 .

Hertaald: dies meer gemaakt hebt Namelijk met zondigen en overtreden. Hebreeuws: om uw vermenigvuldigen; dat is: omdat u vermenigvuldigt, namelijk in zonden, of vermenigvuldigd wordt in zonden. Anderen betrekken deze vermenigvuldiging op hun grote menigte en enorme rijkdom, waarin zij de omliggende heidenen overtroffen en waarbij zij toch ondankbaar tegen God waren. Vergelijk Deut. 32:15.

rechten der heidenen, Die niet toelieten dat men zijn goden en godsdienst lichtvaardig veranderen zou, Jer. 2:10-11 . Men kan dit ook van de natuurlijke en burgerlijke wetten verstaan [die van God in de harten van alle mensen zijn ingeschreven, Rom. 1:32 , en Rom. 2:15 ] , die vele heidenen beter dan de Joden onderhouden hebben. Onder deze is ook, dat men zijn woord en belofte, die men houden mag, moet houden, hetwelk de Joden niet gedaan hebben; 2 Kon. 24:1 , 2 Kon. 24:20 .

Hertaald: rechten der heidenen, Die niet toelieten dat men zijn goden en godsdienst lichtvaardig zou veranderen, Jer. 2:10-11. Men kan dit ook verstaan van de natuurlijke en burgerlijke wetten (die door God in de harten van alle mensen zijn geschreven, Rom. 1:32 en Rom. 2:15), die veel heidenen beter onderhouden hebben dan de Joden. Daartoe behoort ook dat men zijn woord en belofte, wanneer men die houden mag, ook moet houden — wat de Joden niet gedaan hebben; 2 Kon. 24:1, 2 Kon. 24:20.

Ezechiël 5 vers 8

Ik wil Te weten om u te verderven. Anders: Ik [kom] tegen u; gelijk Openb. 2:5 , Openb. 2:16 , en Openb. 3:3 .

Hertaald: Ik wil Namelijk om u te verderven. Anders: Ik (kom) tegen u, zoals Openb. 2:5, Openb. 2:16 en Openb. 3:3.

u, Namelijk, o gij stad Jeruzalem.

Hertaald: u, Namelijk: o stad Jeruzalem.

ja Ik, Dit verhaal dient tot verzekering en verzwaring van de straf, die voorzegd wordt.

Hertaald: ja Ik, Deze herhaling dient om de straf die voorzegd wordt te bevestigen en te verzwaren.

gerichten Dat is, straffen onder u uitvoeren; alzo Ps. 119:84 , onder Ezech. 11:9 , en Ezech. 25:11 . Vergelijk 2 Kron. 20:12 , en de aantekening.

Hertaald: gerichten Dat is: straffen onder u voltrekken; zo ook Ps. 119:84, hieronder Ezech. 11:9 en Ezech. 25:11. Vergelijk 2 Kron. 20:12 met de aantekening.

die heidenen Te weten, die gij in boosheid teboven gaat, wien gij met uw doen ergernis gegeven hebt en die, uwe vijanden zijnde, zich verheugen zullen in uw verderf.

Hertaald: die heidenen Namelijk de heidenen die u in boosheid overtreft, aan wie u door uw doen aanstoot gegeven hebt en die zich, als uw vijanden, over uw verderf zullen verheugen.

Ezechiël 5 vers 9

doen, Dat is, zulke straffen zenden, die Ik hier tevoren niet gezonden heb.

Hertaald: doen, Dat is: zulke straffen zenden als Ik hiervoor nog nooit gezonden heb.

uwer gruwelen wil Te weten van afgoderij en andere boosheden tegen de eerste en tweede tafel, alsook tegen de ceremoniele en burgerlijke wetten.

Hertaald: uwer gruwelen wil Namelijk van afgoderij en andere boosheden tegen de eerste en de tweede tafel, en ook tegen de ceremoniële en burgerlijke wetten.

Ezechiël 5 vers 10

kinderen eten in het midden van u, Te weten uit oorzaak van hun groten honger en gebrek van leeftocht. Zie het dreigement Gods hiervan Lev. 26:29 ; Deut. 28:53 , en de vervulling Klaagl. 2:20 , en Klaagl. 4:10 .

Hertaald: kinderen eten in het midden van u, Namelijk vanwege hun grote honger en gebrek aan leeftocht. Zie Gods dreiging hierover in Lev. 26:29; Deut. 28:53, en de vervulling in Klaagl. 2:20 en Klaagl. 4:10.

uw overblijfsel Zie boven vs.2.

Hertaald: uw overblijfsel Zie hierboven vers 2.

alle winden verstrooien Dat is, in alle delen der wereld. Alzo Jer. 49:32 , Jer. 49:36 ; onder Ezech. 12:14 , en Ezech. 17:21 , en Ezech. 37:9 ; Zach. 2:6 .

Hertaald: alle winden verstrooien Dat is: naar alle delen van de wereld. Zo ook Jer. 49:32, Jer. 49:36; hieronder Ezech. 12:14, Ezech. 17:21 en Ezech. 37:9; Zach. 2:6.

Ezechiël 5 vers 11

leef, Vergelijk Num. 14:28 ; Ruth 3:13 ; 1 Sam. 14:39 , 1 Sam. 14:45 , en 1 Sam. 19:6 ; 2 Sam. 22:47 ; Jer. 46:18 .

Hertaald: leef, Vergelijk Num. 14:28; Ruth 3:13; 1 Sam. 14:39, 1 Sam. 14:45 en 1 Sam. 19:6; 2 Sam. 22:47; Jer. 46:18.

heiligdom Dat is, den tempel, waarin de godsdienst geschiedde.

Hertaald: heiligdom Dat is: de tempel, waarin de godsdienst plaatsvond.

verfoeiselen, Te weten de grofste afgoderij in den godsdienst, en boosheden in het leven.

Hertaald: verfoeiselen, Namelijk de grofste afgoderij in de godsdienst en de boosheden in het leven.

oog Overmits de ogen getuigen zijn van het hart, zo wordt hun toegeschreven hetgeen het hart toekomt. Alzo wordt het oog hier gezegd niet te verschonen, dat is, geen medelijden te hebben en niet genadig te zijn. Zie ook Deut. 7:16 , en Deut. 13:8 ; 1 Sam. 24:11 , onder Ezech. 7:4 , en Ezech. 16:5 .

Hertaald: oog Omdat de ogen getuigen zijn van het hart, wordt aan hen toegeschreven wat eigenlijk het hart toekomt. Zo wordt hier van het oog gezegd dat het niet verschoont, dat is: geen medelijden heeft en niet genadig is. Zie ook Deut. 7:16 en Deut. 13:8; 1 Sam. 24:11, hieronder Ezech. 7:4 en Ezech. 16:5.

u Dit woord is hier ingevoegd uit het volgende Ezech. 7:4 .

Hertaald: u Dit woord is hier ingevoegd uit het volgende, Ezech. 7:4.

sparen Zie Num. 14:23 ; Deut. 1:35 .

Hertaald: sparen Zie Num. 14:23; Deut. 1:35.

Ezechiël 5 vers 12

Een derde deel Zie bredere verklaring vandit vs. boven vs.2.

Hertaald: Een derde deel Zie de uitvoeriger verklaring van dit vers hierboven bij vers 2.

in het midden van u te niet worden; Dat is, in uw belegerde stad Jeruzalem.

Hertaald: in het midden van u te niet worden; Dat is: in uw belegerde stad Jeruzalem.

in het zwaard vallen Te weten der Chaldeën, die buiten de stad zullen zijn en haar belegeren. Zie van deze manier van spreken, Lev. 26:7 .

Hertaald: in het zwaard vallen Namelijk van de Chaldeeën, die buiten de stad zullen liggen en haar belegeren. Zie over deze manier van spreken Lev. 26:7.

alle winden verstrooien, Vergelijk boven vs.10, en de aantekening.

Hertaald: alle winden verstrooien, Vergelijk hierboven vers 10 met de aantekening.

het zwaard achter hen Zie boven vs.2.

Hertaald: het zwaard achter hen Zie hierboven vers 2.

uittrekken Hebreeuws, ledig maken, gelijk boven vs.2.

Hertaald: uittrekken Hebreeuws: ledig maken, zoals hierboven vers 2.

Ezechiël 5 vers 13

zal Mijn toorn volbracht worden, Dat is, mijne dreigementen, die Ik in mijn rechtvaardige gramschap door mijne profeten uitgesproken had, zullen alzo vervuld worden. Vergelijk de manier van spreken met Jes. 10:25 ; Klaagl. 4:11 , onder Ezech. 7:8 , alzo in het einde van vs.13.

Hertaald: zal Mijn toorn volbracht worden, Dat is: Mijn dreigementen, die Ik in Mijn rechtvaardige toorn door Mijn profeten uitgesproken had, zullen zo vervuld worden. Vergelijk deze manier van spreken met Jes. 10:25; Klaagl. 4:11, hieronder Ezech. 7:8, en zo ook aan het slot van vers 13.

op hen doen rusten, Dat is, mijn moed aan hen koelen en mijne toornigheid zo aan hen verzadigen en genoeg doen, dat Ik gerust zal zijn, ziende hen zo deerlijk door mijne straf gesteld, dat Ik niet zal behoeven deze te vernieuwen, Nah. 1:9 . Dit is menselijkerwijze van God gesproken, alzo onder Ezech. 16:42 , en Ezech. 21:17 , en Ezech. 24:13 .

Hertaald: op hen doen rusten, Dat is: Mijn toorn aan hen koelen en Mijn gramschap zo aan hen verzadigen en voldoen, dat Ik tot rust zal komen wanneer Ik hen zo deerlijk door Mijn straf getroffen zie, zodat Ik die niet zal hoeven te herhalen, Nah. 1:9. Dit is op menselijke wijze van God gesproken; zo ook hieronder Ezech. 16:42, Ezech. 21:17 en Ezech. 24:13.

troosten; Dat is, mij wreken en in de verklaring mijner gerechtigheid mijn moed koelen en mij vermaken. Het is menselijkerwijze van God gesproken. Alzo Jes. 1:24 .

Hertaald: troosten; Dat is: Mij wreken en in het openbaar maken van Mijn gerechtigheid Mijn toorn koelen en voldoening vinden. Het is op menselijke wijze van God gesproken. Zo ook Jes. 1:24.

weten, Dat is, metterdaad bevinden, en met hunne schande en schade gewaar worden. Zie Job 5:24 , idem onder Ezech. 6:7 , Ezech. 6:10 , enz.

Hertaald: weten, Dat is: metterdaad ondervinden, en het tot hun schande en schade gewaarworden. Zie Job 5:24; eveneens hieronder Ezech. 6:7, Ezech. 6:10, enzovoort.

ijver gesproken heb, Versta, heftige en jaloerse toornigheid, als van een man, die verongelijkt is van zijne vrouw. Alzo Ps. 79:5 ; Spr. 6:34 ; Jes. 59:17 , onder Ezech. 16:42 , en Ezech. 38:19 .

Hertaald: ijver gesproken heb, Versta: een heftige en jaloerse toorn, als van een man die door zijn vrouw onrecht is aangedaan. Zo ook Ps. 79:5; Spr. 6:34; Jes. 59:17, hieronder Ezech. 16:42 en Ezech. 38:19.

Ezechiël 5 vers 14

Ik u ter woestheid Zie Gods dreigement hiervan Lev. 26:31 , en de vervulling, Klaagl. 2:2 , enz.

Hertaald: Ik u ter woestheid Zie Gods dreiging hierover in Lev. 26:31 en de vervulling in Klaagl. 2:2, enzovoort.

smaadheid zetten Te weten waardoor gij veracht, gelasterd en verfoeid zult wezen van de omliggende volken, als zij zeggen zullen dat gij waardig zijt geweest zo behandeld te worden, om den wil uwer grote zonden en gruwelen.

Hertaald: smaadheid zetten Namelijk waardoor u door de omliggende volken veracht, gelasterd en verfoeid zult worden, wanneer zij zullen zeggen dat u het verdiend hebt zo behandeld te worden vanwege uw grote zonden en gruwelen.

Ezechiël 5 vers 15

onderwijs en ontzetting Te weten waardoor de heidenen zal kunnen geleerd worden welk een groot kwaad de zonde is, en hoe vreeslijk het is vanwege haar in Gods handen te vallen.

Hertaald: onderwijs en ontzetting Namelijk waardoor de heidenen geleerd kan worden wat een groot kwaad de zonde is en hoe verschrikkelijk het is daarom in Gods handen te vallen.

gerichten in toorn, Dat is, rechtvaardige straffen uitvoeren; alzo onder Ezech. 25:11 .

Hertaald: gerichten in toorn, Dat is: rechtvaardige straffen voltrekken; zo ook hieronder Ezech. 25:11.

in grimmige straffen oefenen zal; Hebreeuws, in bestraffingen der grimmigheid.

Hertaald: in grimmige straffen oefenen zal; Hebreeuws: in bestraffingen van de grimmigheid.

Ezechiël 5 vers 16

boze pijlen des hongers Versta, alle plagen en geselen, waardoor dure tijd en honger veroorzaakt wordt. Zij worden boos genaamd, omdat zij dodelijk zouden wonden en het verderf medebrengen, gelijk de volgende woorden verklaren. Zie Deut. 32:23 .

Hertaald: boze pijlen des hongers Versta: alle plagen en geselslagen waardoor duurte en honger veroorzaakt worden. Zij worden boos genoemd omdat zij dodelijk zouden verwonden en het verderf met zich mee zouden brengen, zoals de volgende woorden verklaren. Zie Deut. 32:23.

u den staf des broods breken Zie Lev. 26:26 , en boven Ezech. 4:16 .

Hertaald: u den staf des broods breken Zie Lev. 26:26 en hierboven Ezech. 4:16.

Ezechiël 5 vers 17

boos gedierte, Zie Lev. 26:22 .

Hertaald: boos gedierte, Zie Lev. 26:22.

bloed onder u omgaan; Dat is, doodslagen en moorderijen. Zie Gen. 37:26 .

Hertaald: bloed onder u omgaan; Dat is: doodslag en moord. Zie Gen. 37:26.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het geschoren haar  — een teken met haar en een weegschaal, waarin de stad in drieën verdeeld wordt (Ezech. 5:1-5,12)

"En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen" (Ezech. 5:1). Het haar wordt in drieën verdeeld: een derde verbrand in de stad, een derde met het zwaard geslagen rondom, een derde in de wind verstrooid (Ezech. 5:2). Van een klein aantal haren staat iets anders: "Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden" (Ezech. 5:3). De uitleg volgt in Ezech. 5:12, waar dezelfde drie delen genoemd worden: pestilentie en honger, het zwaard, en verstrooiing in alle winden. En daarbij staat de zin die het hele hoofdstuk draagt: "Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen" (Ezech. 5:5).

Bijbelse betekenis: Merk op waarom juist haar en baard gekozen worden. Voor een priester was het scheren ervan een teken van diepe rouw en schande; hij beeldt het oordeel uit aan zijn eigen lichaam. Let vervolgens op de weegschaal. Het haar wordt niet zomaar verdeeld maar afgewogen: het oordeel is afgemeten en niet willekeurig. Let ten slotte op de weinige haren in de slippen. Zelfs in dit hoofdstuk blijft er iets over dat bewaard wordt; dat is de lijn van het overblijfsel die door de profeten heen loopt (reeds behandeld bij Jes. 10:21). En let op Ezech. 5:5: de stad is door God in het midden van de volken gezet. Wat daar gebeurt, staat niet buiten het zicht van de anderen; een bijzondere plaats brengt een bijzondere verantwoordelijkheid mee.

Typologie: Amos zegt hetzelfde over de keerzijde van uitverkiezing: "Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken" (Amos 3:2). En Petrus zegt dat het oordeel begint van het huis Gods (reeds behandeld bij 1 Petr. 4:17).

Ezech. 5:1-5,12; Jes. 10:21; Amos 3:2; 1 Petr. 4:17

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 5

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content