Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En gij, mensenkindH1121, neemH3947 u een scherpH2299mesH2719, een scheermesH8593 der barbierenH1532 zult gij u nemenH3947, hetwelk gij zult latenH5674 gaan overH5921 uw hoofdH7218 en overH5921 uw baardH2206; daarna zult gij u een weegschaalH3976nemenH3947, en die haren delenH2505.En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen.
KJVAnd thou, son2of man,3take4thee a sharp7knife,6take10thee a barber's9razor,8and cause it to pass12upon thine head14and upon thy beard:16then take17thee balances19to weigh,20and divide
1וְאַתָּ֨הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָ֜םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4קַחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5לְךָ֣6חֶ֣רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool7חַדָּ֗הH2299scherpsharp8תַּ֤עַרH8593schede, scheermes, schrijfmes(pen-) knife, razor, scabbard, shave, sheath9הַגַּלָּבִים֙H1532barbierenbarber10תִּקָּחֶ֣נָּהH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11לָּ֔ךְ12וְהַעֲבַרְתָּ֥H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14רֹאשְׁךָ֖H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16זְקָנֶ֑ךָH2206baard, baards, baardenbeard17וְלָקַחְתָּ֥H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win18לְךָ֛19מֹאזְנֵ֥יH3976weegschaal, waag, wagebalances20מִשְׁקָ֖לH4948gewicht, goudgewicht(full) weight21וְחִלַּקְתָּֽםH2505delen, uitgedeeld, verdeelddeal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)
2Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Een derdeH7992 deel zult gij in het middenH8432 der stadH5892 met vuurH217verbrandenH1197, nadat de dagenH3117 der belegeringH4692vervuldH4390 worden; dan zult gij een derdeH7992 deel nemenH3947, slaandeH5221 met een zwaardH2719rondomH5439 hetzelve, en een derdeH7992 deel zult gij in den windH7307strooienH2219; want Ik zal het zwaardH2719achterH310 hen uittrekkenH7324.Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
KJVThou shalt burn3with fire2a third part1in the midst4of the city,5when the days7of the siege8are fulfilled:6and thou shalt take9a third part,11and smite12about14it with a knife:13and a third part15thou shalt scatter16in the wind;17and I will draw out19a sword18after
1שְׁלִשִׁ֗יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)2בָּא֤וּרH217vuur, valleien, vlamfire, light. See also H224 (אוּרִים)3תַּבְעִיר֙H1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste4בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)5הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6כִּמְלֹ֖אתH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly7יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַמָּצ֑וֹרH4692belegering, vaste, bolwerkbesieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower9וְלָֽקַחְתָּ֣H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַשְּׁלִשִׁ֗יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)12תַּכֶּ֤הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound13בַחֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool14סְבִ֣יבוֹתֶ֔יהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side15וְהַשְּׁלִשִׁית֙H7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)16תִּזְרֶ֣הH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow17לָר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)18וְחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool19אָרִ֥יקH7324uittrekken, afgieten, breng[idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out)20אַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
3Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gij zult ook weinigeH4592 in getalH4557 daarvan nemenH3947, en in uw slippenH3671bindenH6696.Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden.
KJVThou shalt also take1thereof a few3in number,4and bind5them in thy skirts.
1וְלָקַחְתָּ֥H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מִשָּׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3מְעַ֣טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very4בְּמִסְפָּ֑רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time5וְצַרְתָּ֥H6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags6אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בִּכְנָפֶֽיךָH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)
4En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En nogH5750 zult gij van die nemenH3947, en die werpenH7993 in het middenH8432 des vuursH784, en zult ze verbrandenH8313 met vuurH784; daaruit zal voortkomenH3318 een vuurH784tegenH413 het geheleH3605huisH1004 van IsraelH3478.En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.
KJVThen take of them again,3and cast4them into the midst7of the fire,8and burn9them in the fire;11for thereof shall a fire14come forth13into all the house17of Israel.
1וּמֵהֶם֙2ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3תִּקָּ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4וְהִשְׁלַכְתָּ֤H7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw5אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7תּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)8הָאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot9וְשָׂרַפְתָּ֥H8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly10אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בָּאֵ֑שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot12מִמֶּ֥נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13תֵצֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
5Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: DitH2063 is JeruzalemH3389, welke Ik in het middenH8432 der heidenenH1471gezetH7760 heb, en landenH776rondomH5439 haar henen.Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.
KJVThus saith2the Lord3GOD;4This is Jerusalem:6I have set9it in the midst7of the nations8and countries11that are round about
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהֹוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5זֹ֚אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)8הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9שַׂמְתִּ֑יהָH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10וּסְבִיבוֹתֶ֖יהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side11אֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
6Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Doch zij heeft Mijn rechtenH4941veranderdH4784 in goddeloosheidH7564 meer danH4480 de heidenenH1471, en Mijn inzettingenH2708 meer danH4480 de landenH776, dieH834rondomH5439 haar zijn; wantH3588 zij hebben Mijn rechtenH4941verworpenH3988, en in Mijn inzettingenH2708 hebben zij nietH3808gewandeldH1980.Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.
KJVAnd she hath changed1my judgments3into wickedness4more than the nations,6and my statutes8more than the countries10that are round about12her: for they have refused15my judgments14and my statutes,16they have not walked
1וַתֶּ֨מֶרH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִשְׁפָּטַ֤יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4לְרִשְׁעָה֙H7564goddeloosheid, onrechtvaardigheidfault, wickedly(-ness)5מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7וְאֶ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חֻקּוֹתַ֔יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הָאֲרָצ֖וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12סְבִיבוֹתֶ֑יהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side13כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14בְמִשְׁפָּטַי֙H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong15מָאָ֔סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person16וְחֻקּוֹתַ֖יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute17לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18הָלְכ֥וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl19בָהֶֽם
7Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7DaaromH3651zegtH559 de HeereH136HEEREH3069 alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt danH4480 de heidenenH1471, dieH834rondomH5439 u zijn, in Mijn inzettingenH2708nietH3808gewandeldH1980 hebt, en Mijn rechtenH4941nietH3808gedaanH6213 hebt, zelfs naar de rechtenH4941 der heidenenH1471, dieH834rondomH5439 u zijn, nietH3808gedaanH6213 hebt;Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt;
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Because ye multiplied7more than the nations9that are round about11you, and have not walked14in my statutes,12neither have kept18my judgments,16neither have done24according to the judgments19of the nations20that are round about
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6יַ֤עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7הֲמָנְכֶם֙H1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11סְבִיבֽוֹתֵיכֶ֔םH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side12בְּחֻקּוֹתַי֙H2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14הֲלַכְתֶּ֔םH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִשְׁפָּטַ֖יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong17לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18עֲשִׂיתֶ֑םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19וּֽכְמִשְׁפְּטֵ֧יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong20הַגּוֹיִ֛םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people21אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22סְבִיבוֹתֵיכֶ֖םH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side23לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24עֲשִׂיתֶֽםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
8Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8DaaromH3651zegtH559 de HeereH136HEEREH3069 alzo: ZietH2005, Ik wil aanH5921 u, jaH1571 Ik, want Ik zal gerichtenH4941 in het middenH8432 van u oefenenH6213, voor de ogenH5869 van die heidenenH1471.Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Behold, I, even I, am against thee, and will execute10judgments12in the midst11of thee in the sight13of the nations.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הִנְנִ֥יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7עָלַ֖יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9אָ֑נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10וְעָשִׂ֧יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11בְתוֹכֵ֛ךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)12מִשְׁפָּטִ֖יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong13לְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14הַגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
9En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En Ik zal onder u doen, hetgeenH834 Ik nietH3808gedaanH6213 heb, en desgelijks Ik voortaanH6213nietH3808 doen zal, om alH3605 uwer gruwelenH8441 wil.En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil.
KJVAnd I will do1in thee that which I have not done,6and whereunto I will not do10any more the like, because13of all thine abominations.
1וְעָשִׂ֣יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בָ֗ךְ3אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6עָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10אֶעֱשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11כָמֹ֖הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth12ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13יַ֖עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15תּוֹעֲבֹתָֽיִךְH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination
10Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10DaaromH3651 zullen de vadersH1 de kinderenH1121etenH398 in het middenH8432 van u, en de kinderenH1121 zullen hun vaderenH1etenH398; en Ik zal gerichtenH8201 onder u oefenenH6213, en zal alH3605 uw overblijfselH7611 in alleH3605windenH7307verstrooienH2219.Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.
KJVTherefore the fathers2shall eat3the sons4in the midst5of thee, and the sons6shall eat7their fathers;8and I will execute9judgments11in thee, and the whole remnant15of thee will I scatter12into all the winds.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אָב֞וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'3יֹאכְל֤וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4בָנִים֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5בְּתוֹכֵ֔ךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6וּבָנִ֖יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יֹאכְל֣וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8אֲבוֹתָ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וְעָשִׂ֤יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10בָךְ֙11שְׁפָטִ֔יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment12וְזֵרִיתִ֥יH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15שְׁאֵרִיתֵ֖ךְH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest16לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
11Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11DaaromH3651 zo waarachtig alsH518IkH589leefH2416, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069 (omdat gij Mijn heiligdomH4720verontreinigdH2930 hebt met alH3605 uw verfoeiselenH8251, en met alH3605 uw gruwelenH8441), zo IkH589ookH1571 niet daarom u verminderenH1639, en Mijn oogH5869 u nietH3808verschonenH2347 zal, en IkH589ookH1571nietH3808 zal sparenH2550!Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!
KJVWherefore, as I live,2saith4the Lord5GOD;6Surely, because thou hast defiled12my sanctuary11with all thy detestable things,14and with all thine abominations,16therefore will I also diminish19thee; neither shall mine eye22spare,21neither will I have any pity.
1לָכֵ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3אָ֗נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4נְאֻם֮H5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהוִה֒H3069HEERE, HEEREN, HeereGod7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8לֹ֗אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יַ֚עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִקְדָּשִׁ֣יH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary12טִמֵּ֔אתH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly13בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14שִׁקּוּצַ֖יִךְH8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)15וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16תּוֹעֲבֹתָ֑יִךְH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination17וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea18אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19אֶגְרַע֙H1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw20וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21תָח֣וֹסH2347verschonen, sparen, verschonepity, regard, spare22עֵינִ֔יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)23וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea24אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who25לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without26אֶחְמֽוֹלH2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare
12Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Een derdeH7992 deel van u zal van de pestilentieH1698stervenH4191, en zal door hongerH7458 in het middenH8432 van u te niet worden; en een derdeH7992 deel zal in het zwaardH2719vallenH5307rondomH5439 u; en een derdeH7992 deel zal Ik in alleH3605windenH7307verstrooienH2219, en Ik zal het zwaardH2719achterH310 hen uittrekkenH7324.Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
KJVA third part1of thee shall die3with the pestilence,2and with famine4shall they be consumed5in the midst6of thee: and a third part7shall fall9by the sword8round about10thee; and I will scatter14a third part11into all the winds,13and I will draw out16a sword15after
1שְׁלִשִׁתֵ֞יךְH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)2בַּדֶּ֣בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague3יָמ֗וּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4וּבָֽרָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger5יִכְל֣וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste6בְתוֹכֵ֔ךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)7וְהַ֨שְּׁלִשִׁ֔יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)8בַּחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9יִפְּל֣וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10סְבִיבוֹתָ֑יִךְH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side11וְהַשְּׁלִישִׁית֙H7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)14אֱזָרֶ֔הH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow15וְחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool16אָרִ֥יקH7324uittrekken, afgieten, breng[idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out)17אַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
13Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo zal Mijn toornH639volbrachtH3615 worden, en Ik zal Mijn grimmigheidH2534 op hen doen rustenH5117, en Mij troostenH5162; en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589, de HEEREH3068, in Mijn ijverH7068gesprokenH1696 heb, als Ik Mijn grimmigheidH2534 tegen hen volbrachtH3615 zal hebben.Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.
KJVThus shall mine anger2be accomplished,1and I will cause my fury4to rest3upon them, and I will be comforted:6and they shall know7that I the LORD10have spoken11it in my zeal,12when I have accomplished13my fury
1וְכָלָ֣הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2אַפִּ֗יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3וַהֲנִחוֹתִ֧יH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)4חֲמָתִ֛יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)5בָּ֖ם6וְהִנֶּחָ֑מְתִּיH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)7וְֽיָדְע֞וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11דִּבַּ֨רְתִּי֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12בְּקִנְאָתִ֔יH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal13בְּכַלּוֹתִ֥יH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste14חֲמָתִ֖יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)15בָּֽם
14Daartoe zal Ik u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al degene, die voorbijgaat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Daartoe zal Ik u ter woestheidH2723 en ter smaadheidH2781zettenH5414 onder de heidenenH1471, dieH834rondomH5439 u zijn, voor de ogenH5869 van alH3605 degene, die voorbijgaatH5674.Daartoe zal Ik u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al degene, die voorbijgaat.
KJVMoreover I will make1thee waste,2and a reproach3among the nations4that are round about6thee, in the sight7of all that pass by.
1וְאֶתְּנֵךְ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לְחָרְבָּ֣הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)3וּלְחֶרְפָּ֔הH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame4בַּגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6סְבִיבוֹתָ֑יִךְH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side7לְעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עוֹבֵֽרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
15Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Zo zal de smaadheidH2781 en hoonH1422 een onderwijsH4148 en ontzettingH4923 den heidenenH1471 zijn, dieH834rondomH5439 u zijn, wanneer Ik over u gerichtenH8201 in toornH639, en in grimmigheidH2534, en in grimmigeH2534straffenH8433oefenenH6213 zal; IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696!Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
KJVSo it shall be a reproach2and a taunt,3an instruction4and an astonishment5unto the nations6that are round about8thee, when I shall execute9judgments11in thee in anger12and in fury13and in furious15rebukes.14I the LORD17have spoken
1וְֽהָ֨יְתָ֜הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2חֶרְפָּ֤הH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame3וּגְדוּפָה֙H1422hoontaunt4מוּסָ֣רH4148tucht, kastijding, onderwijsbond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke5וּמְשַׁמָּ֔הH4923verwoesting, ontzetting, verwoestingenastonishment, desolate6לַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8סְבִיבוֹתָ֑יִךְH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side9בַּעֲשׂוֹתִי֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10בָ֨ךְ11שְׁפָטִ֜יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment12בְּאַ֤ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath13וּבְחֵמָה֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)14וּבְתֹכְח֣וֹתH8433bestraffing, bestraffingen, scheldingargument, [idiom] chastened, correction, reasoning, rebuke, reproof, [idiom] be (often) reproved15חֵמָ֔הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)16אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18דִּבַּֽרְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
16Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Wanneer Ik de bozeH7451pijlenH2671 des hongersH7458 tegen hen uitzendenH7971 zal, die ten verderveH4889zijnH1961 zullen, dieH834 Ik uitzendenH7971 zal om u te verdervenH7843; zo zal Ik den hongerH7458overH5921 u vermeerderenH3254, en u den stafH4294 des broodsH3899brekenH7665.Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.
KJVWhen I shall send1upon them the evil5arrows3of famine,4which shall be for their destruction,9and which I will send11to destroy13you: and I will increase15the famine14upon you, and will break17your staff19of bread:
1בְּֽשַׁלְּחִ֡יH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חִצֵּי֩H2671pijlen, pijl, moordpijl[phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound4הָרָעָ֨בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger5הָרָעִ֤יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6בָּהֶם֙7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לְמַשְׁחִ֔יתH4889verderve, Mashith, verderfelijken strikcorruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אֲשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לְשַֽׁחֶתְכֶ֑םH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)14וְרָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger15אֹסֵ֣ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield16עֲלֵיכֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17וְשָׁבַרְתִּ֥יH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))18לָכֶ֖ם19מַטֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe20לָֽחֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
17Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Ja, hongerH7458 en boosH7451gedierteH2416, die u van kinderen berovenH7921 zullen, zal Ik overH5921 u zendenH7971; ook zal pestilentieH1698 en bloedH1818 onder u omgaanH5674; en het zwaardH2719 zal Ik overH5921 u brengenH935; IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696!Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
KJVSo will I send1upon you famine3and evil5beasts,4and they shall bereave6thee; and pestilence7and blood8shall pass through9thee; and I will bring12the sword11upon thee. I the LORD15have spoken
1וְשִׁלַּחְתִּ֣יH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2עֲ֠לֵיכֶםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3רָעָ֞בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger4וְחַיָּ֤הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop5רָעָה֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6וְשִׁכְּלֻ֔ךְH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil7וְדֶ֥בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague8וָדָ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9יַעֲבָרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10בָּ֑ךְ11וְחֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool12אָבִ֣יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13עָלַ֔יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16דִּבַּֽרְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 5:1— En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen.Leviticus 21:5→Jesaja 7:20→Ezechiël 44:20→Daniël 5:27→
Ezechiël 5:2— Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.Ezechiël 5:12→Leviticus 26:33→Ezechiël 4:1→Jeremia 9:16→Ezechiël 12:14→Jeremia 38:2→Amos 9:2→Jeremia 24:10→
Ezechiël 5:3— Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden.Jeremia 52:16→Jeremia 40:6→Jeremia 39:10→1 Petrus 4:18→2 Koningen 25:12→Lukas 13:23→Mattheüs 7:14→
Ezechiël 5:4— En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.2 Koningen 25:25→Jeremia 48:45→Jeremia 41:1→Jeremia 4:4→Jeremia 52:30→
Ezechiël 5:5— Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.Ezechiël 4:1→Ezechiël 16:14→Jeremia 6:6→Deuteronomium 4:6→Mattheüs 5:14→1 Korinthe 10:4→Micha 5:7→Lukas 22:19→
Ezechiël 5:6— Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.Jeremia 11:10→Nehemia 9:16→Ezechiël 16:47→Zacharia 7:11→2 Koningen 17:8→Psalmen 78:10→Jeremia 8:5→Romeinen 1:23→
Ezechiël 5:7— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt;2 Kronieken 33:9→Jeremia 2:10→2 Koningen 21:9→Ezechiël 5:11→Ezechiël 16:47→Ezechiël 16:54→
Ezechiël 5:8— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.Ezechiël 15:7→Jeremia 24:9→Jeremia 21:5→Ezechiël 21:3→Jeremia 21:13→Ezechiël 29:6→Deuteronomium 29:20→Zacharia 14:2→
Ezechiël 5:9— En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil.Daniël 9:12→Mattheüs 24:21→Amos 3:2→Klaagliederen 4:9→Klaagliederen 4:6→
Ezechiël 5:10— Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.Zacharia 2:6→Ezechiël 12:14→Deuteronomium 28:64→Ezechiël 36:19→Ezechiël 5:2→Jeremia 19:9→Leviticus 26:29→Psalmen 44:11→
Ezechiël 5:11— Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!Ezechiël 7:20→2 Kronieken 36:14→Ezechiël 7:4→Ezechiël 8:5→Ezechiël 7:9→Ezechiël 11:18→Ezechiël 9:5→Ezechiël 8:16→
Ezechiël 5:12— Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.Ezechiël 5:2→Jeremia 15:2→Ezechiël 12:14→Jeremia 21:9→Jeremia 43:10→Ezechiël 6:11→Ezechiël 5:10→Jeremia 44:27→
Ezechiël 5:13— Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.Ezechiël 36:5→Jesaja 1:24→Jesaja 59:17→Ezechiël 6:12→Ezechiël 21:17→Klaagliederen 4:11→Ezechiël 20:8→Ezechiël 7:8→
Ezechiël 5:14— Daartoe zal Ik u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al degene, die voorbijgaat.Psalmen 74:3→Psalmen 79:1→Ezechiël 22:4→Nehemia 2:17→Klaagliederen 1:4→Jeremia 42:18→Klaagliederen 5:18→Klaagliederen 1:8→
Ezechiël 5:15— Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!Ezechiël 25:17→Jeremia 22:8→1 Korinthe 10:11→Jesaja 26:9→1 Koningen 9:7→Jesaja 66:15→Psalmen 79:4→Deuteronomium 29:24→
Ezechiël 5:16— Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.Deuteronomium 32:23→Ezechiël 4:16→Psalmen 91:5→Ezechiël 14:13→Klaagliederen 3:12→Jesaja 3:1→Psalmen 7:13→Leviticus 26:26→
Ezechiël 5:17— Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!Ezechiël 38:22→2 Koningen 17:25→Deuteronomium 32:24→Ezechiël 14:21→Ezechiël 14:15→Ezechiël 33:27→Leviticus 26:22→Ezechiël 26:14→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 5 vers 1— En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen.
mes,
Het Hebreeuwse woord is voor een mes genomen Joz. 5:2 .
Hertaald:mes,
Het Hebreeuwse woord is voor een mes gebruikt in Joz. 5:2.
een scheermes
Dit betekent hier de vijanden der Joden, die God rechtvaardiglijk gebruikte, om door middel derzelven zijn volk te straffen. Vergelijk Jes. 7:20 .
Hertaald:een scheermes
Dit betekent hier de vijanden van de Joden, die God rechtvaardig gebruikte om Zijn volk door hen te straffen. Vergelijk Jes. 7:20.
der barbieren zult gij u nemen,
Dat is, hetwelk de barbiers gebruiken als zij iemand scheren.
Hertaald:der barbieren zult gij u nemen,
Dat is: het mes dat de barbiers gebruiken wanneer zij iemand scheren.
hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard;
Dat is, gij zult daarmede het haar van uw hoofd en uw baard laten afscheren; zie dezelfde manier van spreken Num. 6:5 , en Num. 8:7 , en vergelijk Richt. 13:5 . Versta nu door het haar van den baard de burgers en inwoners van Jeruzalem, die in zeer groot getal waren, en door de afschering daarvan de uitroeiing van die burgers.
Hertaald:hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard;
Dat is: u zult daarmee het haar van uw hoofd en van uw baard laten afscheren; zie dezelfde manier van spreken in Num. 6:5 en Num. 8:7, en vergelijk Richt. 13:5. Versta onder het haar van de baard de burgers en inwoners van Jeruzalem, die zeer talrijk waren, en onder het afscheren daarvan de uitroeiing van die burgers.
weegschaal nemen
Als een teken van Gods rechtvaardigheid.
Hertaald:weegschaal nemen
Als een teken van Gods rechtvaardigheid.
delen
Vergelijk vs.1 met vs.12.
Hertaald:delen
Vergelijk vers 1 met vers 12.
Ezechiël 5 vers 2— Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
Een derde deel
Te weten in drie gelijke delen, betekenende dat de Joden door verscheidene soorten van straffen zouden uitgeroeid worden en omkomen. Zo wie de ene ontkwam, die zou in de andere vervallen. Vergelijk Jes. 24:18 ; Jer. 15:2 .
Hertaald:Een derde deel
Namelijk in drie gelijke delen, wat betekent dat de Joden door verschillende soorten straffen uitgeroeid zouden worden en om zouden komen. Wie de ene ontkwam, zou in de andere vervallen. Vergelijk Jes. 24:18; Jer. 15:2.
der stad
Te weten van de stad Jeruzalem, alzo hij die op een tichelsteen afgemaald had, boven Ezech. 4:1 ; daarop nu zou hij dit droevig schouwspel met de verklaring daarvan, het volk dat in Chaldea woonde, waar de profeet was, vertonen.
Hertaald:der stad
Namelijk van de stad Jeruzalem, die hij op een tichelsteen had afgebeeld, hierboven Ezech. 4:1; daarop zou hij nu dit droevige schouwspel met de verklaring ervan tonen aan het volk dat in Chaldea woonde, waar de profeet was.
vuur verbranden,
Hetwelk betekende al de straffen, waardoor een derde deel des volks, gedurende de belegering, in de stad zou omkomen, als door honger, kommer, pest, geschut en dergelijke plagen en ellenden genomen, Job 15:34 ; alzo onder vs.4.
Hertaald:vuur verbranden,
Dat betekende alle straffen waardoor tijdens de belegering een derde deel van het volk in de stad zou omkomen, zoals door honger, kommer, pest, beschieting en dergelijke plagen en ellenden, Job 15:34; zo ook hieronder vers 4.
nadat de dagen der belegering vervuld worden;
Dat is, gij zult dat derde deel niet alles tegelijk verbranden, maar nu en dan tot het einde der belegering. Anders: als de dagen der belegering zullen vervuld zijn.
Hertaald:nadat de dagen der belegering vervuld worden;
Dat is: u zult dat derde deel niet in één keer verbranden, maar bij gedeelten tot het einde van de belegering. Anders: wanneer de dagen van de belegering vervuld zullen zijn.
slaande met een zwaard
Hiermede wordt betekend dat een ander deel der Joden buiten de stad door den vijand verdaan zou worden, te weten als zij tegen hem zouden uitvallen, of ook de vlucht nemende, in zijne handen geraken; 2 Kon. 25:4 .
Hertaald:slaande met een zwaard
Hiermee wordt aangeduid dat een ander deel van de Joden buiten de stad door de vijand omgebracht zou worden, namelijk wanneer zij tegen hem zouden uitvallen, of wanneer zij op de vlucht in zijn handen zouden vallen; 2 Kon. 25:4.
hetzelve,
Te weten derde deel van het haar.
Hertaald:hetzelve,
Namelijk het derde deel van het haar.
in den wind strooien;
Versta door deze het overige derde deel der Joden, dat ten dele in de omliggende landen verstrooid is, ten dele gevankelijk gevoerd naar Ribla en Babel, 2 Kon. 25:11 , 2 Kon. 25:20-21 .
Hertaald:in den wind strooien;
Versta hieronder het overige derde deel van de Joden, dat deels in de omliggende landen verstrooid is en deels gevankelijk naar Ribla en Babel gevoerd, 2 Kon. 25:11, 2 Kon. 25:20-21.
zwaard
Te weten der vijanden, hetwelk de gevluchte en gevangen Joden hier en daar achtervolgen, plagen en verslinden zou. Hebreeuws, achter hen ledig maken. Alzo Ex. 15:9 ; Lev. 26:33 , onder vs.12, en Ezech. 12:14 .
Hertaald:zwaard
Namelijk van de vijanden, dat de gevluchte en gevangen Joden overal zou achtervolgen, plagen en verslinden. Hebreeuws: achter hen ledig maken. Zo ook Ex. 15:9; Lev. 26:33, hieronder vers 12 en Ezech. 12:14.
Ezechiël 5 vers 3— Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden.
daarvan nemen,
Te weten van het laatste derde deel.
Hertaald:daarvan nemen,
Namelijk van het laatste derde deel.
uw slippen binden
Tot een teken dat een zeer klein getal der geringste en eenvoudigste Joden in het land overblijven zou, die Nebuzaradan daar laten zou tot wijngaardeniers en akkerlieden; 2 Kon. 25:12 ; Jer. 52:16 .
Hertaald:uw slippen binden
Als teken dat een zeer klein aantal van de geringste en eenvoudigste Joden in het land zou overblijven, die Nebuzaradan daar zou laten als wijngaardeniers en akkerlieden; 2 Kon. 25:12; Jer. 52:16.
Ezechiël 5 vers 4— En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.
van die nemen,
Te weten van die weinige overgeblevenen.
Hertaald:van die nemen,
Namelijk van die weinige overgeblevenen.
werpen in het midden des vuurs,
Hetwelk betekende dat van de overgeblevenen onder de regering van Gedalia nog velen ellendiglijk omkomen zouden en verstrooid worden; 2 Kon. 25:25-26 ; Jer. 41:3 .
Hertaald:werpen in het midden des vuurs,
Dat betekende dat van de overgeblevenen onder het bestuur van Gedalia er nog velen jammerlijk zouden omkomen en verstrooid worden; 2 Kon. 25:25-26; Jer. 41:3.
vuur tegen
Versta, het vuur der ellenden en plagen. Zie boven vs.2, alzo in het voorgaande van vs.4.
Hertaald:vuur tegen
Versta: het vuur van de ellenden en plagen. Zie hierboven vers 2, en zo ook in het eerste deel van vers 4.
het gehele huis van Israël
Te weten dat het gehele overblijfsel van Juda en Israël daaronder vermengd, waar ze ook zijn, ten uiterste toe plagen en verderven zal. Zie Jer. 42:16 , en Jer. 44:27-28 .
Hertaald:het gehele huis van Israël
Namelijk dat dit vuur het hele overblijfsel van Juda en Israël dat daaronder vermengd is, waar het zich ook bevindt, tot het uiterste toe zal plagen en verderven. Zie Jer. 42:16 en Jer. 44:27-28.
Ezechiël 5 vers 5— Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.
Dit is Jeruzalem,
Te weten de stad, die de profeet op den tichelsteen afgebeeld had, boven Ezech. 4:1 . En het was de stad, die in Judea was, zelve niet, maar het teken daarvan en de afbeelding. Zie van deze manier van spreken, waardoor het teken den naam draagt van het betekende, Gen. 17:10 .
Hertaald:Dit is Jeruzalem,
Namelijk de stad die de profeet op de tichelsteen afgebeeld had, hierboven Ezech. 4:1. Het was niet de stad zelf die in Judea lag, maar het teken en de afbeelding daarvan. Zie over deze manier van spreken, waarbij het teken de naam draagt van wat het betekent, Gen. 17:10.
welke Ik in het midden der heidenen
Dat is, Ik heb haar meer weldaden bewezen dan aan enige andere steden onder de heidenen, opdat zij deze tot een voorbeeld van deugd en eerbaarheid wezen zou. Vergelijk Deut. 4:6-8 ; Ps. 48:2-3 , enz., en Ps. 87:1-3 , enz.
Hertaald:welke Ik in het midden der heidenen
Dat is: Ik heb haar meer weldaden bewezen dan aan enige andere stad onder de heidenen, opdat zij voor hen een voorbeeld van deugd en eerbaarheid zou zijn. Vergelijk Deut. 4:6-8; Ps. 48:2-3 enzovoort, en Ps. 87:1-3, enzovoort.
landen
Dat is, heidense landen en volken, die zij moest voorlichten in het goede. Of, en der landen, die rondom haar zijn.
Hertaald:landen
Dat is: heidense landen en volken, die zij in het goede moest voorlichten. Of: en van de landen die rondom haar liggen.
Ezechiël 5 vers 6— Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.
meer dan de heidenen,
Zie 2 Kon. 21:9 . Vergelijk 2 Kron. 33:9 ; Jer. 2:10 ; zie ook op het einde van vs.7.
Hertaald:meer dan de heidenen,
Zie 2 Kon. 21:9. Vergelijk 2 Kron. 33:9; Jer. 2:10; zie ook aan het slot van vers 7.
niet gewandeld
Wat het zij in de wet of inzettingen des Heeren te wandelen, zie 2 Kron. 6:16 .
Hertaald:niet gewandeld
Wat het is in de wet of de inzettingen van de HEERE te wandelen, zie 2 Kron. 6:16.
Ezechiël 5 vers 7— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt;
dies meer gemaakt hebt
Te weten met zondigen en overtreden. Hebreeuws, om uw vermenigvuldigen; dat is, omdat gij vermenigvuldigt, te weten in zonden, of vermenigvuldigd wordt in zonden. Anderen verstaan deze vermenigvuldiging van hun grote menigte en geweldigen rijkdom, waarin zij de omliggende heidenen overtroffen, en evenwel tegen God ondankbaar waren. Vergelijk Deut. 32:15 .
Hertaald:dies meer gemaakt hebt
Namelijk met zondigen en overtreden. Hebreeuws: om uw vermenigvuldigen; dat is: omdat u vermenigvuldigt, namelijk in zonden, of vermenigvuldigd wordt in zonden. Anderen betrekken deze vermenigvuldiging op hun grote menigte en enorme rijkdom, waarin zij de omliggende heidenen overtroffen en waarbij zij toch ondankbaar tegen God waren. Vergelijk Deut. 32:15.
rechten der heidenen,
Die niet toelieten dat men zijn goden en godsdienst lichtvaardig veranderen zou, Jer. 2:10-11 . Men kan dit ook van de natuurlijke en burgerlijke wetten verstaan [die van God in de harten van alle mensen zijn ingeschreven, Rom. 1:32 , en Rom. 2:15 ] , die vele heidenen beter dan de Joden onderhouden hebben. Onder deze is ook, dat men zijn woord en belofte, die men houden mag, moet houden, hetwelk de Joden niet gedaan hebben; 2 Kon. 24:1 , 2 Kon. 24:20 .
Hertaald:rechten der heidenen,
Die niet toelieten dat men zijn goden en godsdienst lichtvaardig zou veranderen, Jer. 2:10-11. Men kan dit ook verstaan van de natuurlijke en burgerlijke wetten (die door God in de harten van alle mensen zijn geschreven, Rom. 1:32 en Rom. 2:15), die veel heidenen beter onderhouden hebben dan de Joden. Daartoe behoort ook dat men zijn woord en belofte, wanneer men die houden mag, ook moet houden — wat de Joden niet gedaan hebben; 2 Kon. 24:1, 2 Kon. 24:20.
Ezechiël 5 vers 8— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.
Ik wil
Te weten om u te verderven. Anders: Ik [kom] tegen u; gelijk Openb. 2:5 , Openb. 2:16 , en Openb. 3:3 .
Hertaald:Ik wil
Namelijk om u te verderven. Anders: Ik (kom) tegen u, zoals Openb. 2:5, Openb. 2:16 en Openb. 3:3.
u,
Namelijk, o gij stad Jeruzalem.
Hertaald:u,
Namelijk: o stad Jeruzalem.
ja Ik,
Dit verhaal dient tot verzekering en verzwaring van de straf, die voorzegd wordt.
Hertaald:ja Ik,
Deze herhaling dient om de straf die voorzegd wordt te bevestigen en te verzwaren.
gerichten
Dat is, straffen onder u uitvoeren; alzo Ps. 119:84 , onder Ezech. 11:9 , en Ezech. 25:11 . Vergelijk 2 Kron. 20:12 , en de aantekening.
Hertaald:gerichten
Dat is: straffen onder u voltrekken; zo ook Ps. 119:84, hieronder Ezech. 11:9 en Ezech. 25:11. Vergelijk 2 Kron. 20:12 met de aantekening.
die heidenen
Te weten, die gij in boosheid teboven gaat, wien gij met uw doen ergernis gegeven hebt en die, uwe vijanden zijnde, zich verheugen zullen in uw verderf.
Hertaald:die heidenen
Namelijk de heidenen die u in boosheid overtreft, aan wie u door uw doen aanstoot gegeven hebt en die zich, als uw vijanden, over uw verderf zullen verheugen.
Ezechiël 5 vers 9— En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil.
doen,
Dat is, zulke straffen zenden, die Ik hier tevoren niet gezonden heb.
Hertaald:doen,
Dat is: zulke straffen zenden als Ik hiervoor nog nooit gezonden heb.
uwer gruwelen wil
Te weten van afgoderij en andere boosheden tegen de eerste en tweede tafel, alsook tegen de ceremoniele en burgerlijke wetten.
Hertaald:uwer gruwelen wil
Namelijk van afgoderij en andere boosheden tegen de eerste en de tweede tafel, en ook tegen de ceremoniële en burgerlijke wetten.
Ezechiël 5 vers 10— Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.
kinderen eten in het midden van u,
Te weten uit oorzaak van hun groten honger en gebrek van leeftocht. Zie het dreigement Gods hiervan Lev. 26:29 ; Deut. 28:53 , en de vervulling Klaagl. 2:20 , en Klaagl. 4:10 .
Hertaald:kinderen eten in het midden van u,
Namelijk vanwege hun grote honger en gebrek aan leeftocht. Zie Gods dreiging hierover in Lev. 26:29; Deut. 28:53, en de vervulling in Klaagl. 2:20 en Klaagl. 4:10.
uw overblijfsel
Zie boven vs.2.
Hertaald:uw overblijfsel
Zie hierboven vers 2.
alle winden verstrooien
Dat is, in alle delen der wereld. Alzo Jer. 49:32 , Jer. 49:36 ; onder Ezech. 12:14 , en Ezech. 17:21 , en Ezech. 37:9 ; Zach. 2:6 .
Hertaald:alle winden verstrooien
Dat is: naar alle delen van de wereld. Zo ook Jer. 49:32, Jer. 49:36; hieronder Ezech. 12:14, Ezech. 17:21 en Ezech. 37:9; Zach. 2:6.
Ezechiël 5 vers 11— Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!
heiligdom
Dat is, den tempel, waarin de godsdienst geschiedde.
Hertaald:heiligdom
Dat is: de tempel, waarin de godsdienst plaatsvond.
verfoeiselen,
Te weten de grofste afgoderij in den godsdienst, en boosheden in het leven.
Hertaald:verfoeiselen,
Namelijk de grofste afgoderij in de godsdienst en de boosheden in het leven.
oog
Overmits de ogen getuigen zijn van het hart, zo wordt hun toegeschreven hetgeen het hart toekomt. Alzo wordt het oog hier gezegd niet te verschonen, dat is, geen medelijden te hebben en niet genadig te zijn. Zie ook Deut. 7:16 , en Deut. 13:8 ; 1 Sam. 24:11 , onder Ezech. 7:4 , en Ezech. 16:5 .
Hertaald:oog
Omdat de ogen getuigen zijn van het hart, wordt aan hen toegeschreven wat eigenlijk het hart toekomt. Zo wordt hier van het oog gezegd dat het niet verschoont, dat is: geen medelijden heeft en niet genadig is. Zie ook Deut. 7:16 en Deut. 13:8; 1 Sam. 24:11, hieronder Ezech. 7:4 en Ezech. 16:5.
u
Dit woord is hier ingevoegd uit het volgende Ezech. 7:4 .
Hertaald:u
Dit woord is hier ingevoegd uit het volgende, Ezech. 7:4.
sparen
Zie Num. 14:23 ; Deut. 1:35 .
Hertaald:sparen
Zie Num. 14:23; Deut. 1:35.
Ezechiël 5 vers 12— Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
Een derde deel
Zie bredere verklaring vandit vs. boven vs.2.
Hertaald:Een derde deel
Zie de uitvoeriger verklaring van dit vers hierboven bij vers 2.
in het midden van u te niet worden;
Dat is, in uw belegerde stad Jeruzalem.
Hertaald:in het midden van u te niet worden;
Dat is: in uw belegerde stad Jeruzalem.
in het zwaard vallen
Te weten der Chaldeën, die buiten de stad zullen zijn en haar belegeren. Zie van deze manier van spreken, Lev. 26:7 .
Hertaald:in het zwaard vallen
Namelijk van de Chaldeeën, die buiten de stad zullen liggen en haar belegeren. Zie over deze manier van spreken Lev. 26:7.
alle winden verstrooien,
Vergelijk boven vs.10, en de aantekening.
Hertaald:alle winden verstrooien,
Vergelijk hierboven vers 10 met de aantekening.
het zwaard achter hen
Zie boven vs.2.
Hertaald:het zwaard achter hen
Zie hierboven vers 2.
uittrekken
Hebreeuws, ledig maken, gelijk boven vs.2.
Hertaald:uittrekken
Hebreeuws: ledig maken, zoals hierboven vers 2.
Ezechiël 5 vers 13— Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.
zal Mijn toorn volbracht worden,
Dat is, mijne dreigementen, die Ik in mijn rechtvaardige gramschap door mijne profeten uitgesproken had, zullen alzo vervuld worden. Vergelijk de manier van spreken met Jes. 10:25 ; Klaagl. 4:11 , onder Ezech. 7:8 , alzo in het einde van vs.13.
Hertaald:zal Mijn toorn volbracht worden,
Dat is: Mijn dreigementen, die Ik in Mijn rechtvaardige toorn door Mijn profeten uitgesproken had, zullen zo vervuld worden. Vergelijk deze manier van spreken met Jes. 10:25; Klaagl. 4:11, hieronder Ezech. 7:8, en zo ook aan het slot van vers 13.
op hen doen rusten,
Dat is, mijn moed aan hen koelen en mijne toornigheid zo aan hen verzadigen en genoeg doen, dat Ik gerust zal zijn, ziende hen zo deerlijk door mijne straf gesteld, dat Ik niet zal behoeven deze te vernieuwen, Nah. 1:9 . Dit is menselijkerwijze van God gesproken, alzo onder Ezech. 16:42 , en Ezech. 21:17 , en Ezech. 24:13 .
Hertaald:op hen doen rusten,
Dat is: Mijn toorn aan hen koelen en Mijn gramschap zo aan hen verzadigen en voldoen, dat Ik tot rust zal komen wanneer Ik hen zo deerlijk door Mijn straf getroffen zie, zodat Ik die niet zal hoeven te herhalen, Nah. 1:9. Dit is op menselijke wijze van God gesproken; zo ook hieronder Ezech. 16:42, Ezech. 21:17 en Ezech. 24:13.
troosten;
Dat is, mij wreken en in de verklaring mijner gerechtigheid mijn moed koelen en mij vermaken. Het is menselijkerwijze van God gesproken. Alzo Jes. 1:24 .
Hertaald:troosten;
Dat is: Mij wreken en in het openbaar maken van Mijn gerechtigheid Mijn toorn koelen en voldoening vinden. Het is op menselijke wijze van God gesproken. Zo ook Jes. 1:24.
weten,
Dat is, metterdaad bevinden, en met hunne schande en schade gewaar worden. Zie Job 5:24 , idem onder Ezech. 6:7 , Ezech. 6:10 , enz.
Hertaald:weten,
Dat is: metterdaad ondervinden, en het tot hun schande en schade gewaarworden. Zie Job 5:24; eveneens hieronder Ezech. 6:7, Ezech. 6:10, enzovoort.
ijver gesproken heb,
Versta, heftige en jaloerse toornigheid, als van een man, die verongelijkt is van zijne vrouw. Alzo Ps. 79:5 ; Spr. 6:34 ; Jes. 59:17 , onder Ezech. 16:42 , en Ezech. 38:19 .
Hertaald:ijver gesproken heb,
Versta: een heftige en jaloerse toorn, als van een man die door zijn vrouw onrecht is aangedaan. Zo ook Ps. 79:5; Spr. 6:34; Jes. 59:17, hieronder Ezech. 16:42 en Ezech. 38:19.
Ezechiël 5 vers 14— Daartoe zal Ik u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al degene, die voorbijgaat.
Ik u ter woestheid
Zie Gods dreigement hiervan Lev. 26:31 , en de vervulling, Klaagl. 2:2 , enz.
Hertaald:Ik u ter woestheid
Zie Gods dreiging hierover in Lev. 26:31 en de vervulling in Klaagl. 2:2, enzovoort.
smaadheid zetten
Te weten waardoor gij veracht, gelasterd en verfoeid zult wezen van de omliggende volken, als zij zeggen zullen dat gij waardig zijt geweest zo behandeld te worden, om den wil uwer grote zonden en gruwelen.
Hertaald:smaadheid zetten
Namelijk waardoor u door de omliggende volken veracht, gelasterd en verfoeid zult worden, wanneer zij zullen zeggen dat u het verdiend hebt zo behandeld te worden vanwege uw grote zonden en gruwelen.
Ezechiël 5 vers 15— Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
onderwijs en ontzetting
Te weten waardoor de heidenen zal kunnen geleerd worden welk een groot kwaad de zonde is, en hoe vreeslijk het is vanwege haar in Gods handen te vallen.
Hertaald:onderwijs en ontzetting
Namelijk waardoor de heidenen geleerd kan worden wat een groot kwaad de zonde is en hoe verschrikkelijk het is daarom in Gods handen te vallen.
gerichten in toorn,
Dat is, rechtvaardige straffen uitvoeren; alzo onder Ezech. 25:11 .
Hertaald:gerichten in toorn,
Dat is: rechtvaardige straffen voltrekken; zo ook hieronder Ezech. 25:11.
in grimmige straffen oefenen zal;
Hebreeuws, in bestraffingen der grimmigheid.
Hertaald:in grimmige straffen oefenen zal;
Hebreeuws: in bestraffingen van de grimmigheid.
Ezechiël 5 vers 16— Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.
boze pijlen des hongers
Versta, alle plagen en geselen, waardoor dure tijd en honger veroorzaakt wordt. Zij worden boos genaamd, omdat zij dodelijk zouden wonden en het verderf medebrengen, gelijk de volgende woorden verklaren. Zie Deut. 32:23 .
Hertaald:boze pijlen des hongers
Versta: alle plagen en geselslagen waardoor duurte en honger veroorzaakt worden. Zij worden boos genoemd omdat zij dodelijk zouden verwonden en het verderf met zich mee zouden brengen, zoals de volgende woorden verklaren. Zie Deut. 32:23.
u den staf des broods breken
Zie Lev. 26:26 , en boven Ezech. 4:16 .
Hertaald:u den staf des broods breken
Zie Lev. 26:26 en hierboven Ezech. 4:16.
Ezechiël 5 vers 17— Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
boos gedierte,
Zie Lev. 26:22 .
Hertaald:boos gedierte,
Zie Lev. 26:22.
bloed onder u omgaan;
Dat is, doodslagen en moorderijen. Zie Gen. 37:26 .
Hertaald:bloed onder u omgaan;
Dat is: doodslag en moord. Zie Gen. 37:26.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het geschoren haar — een teken met haar en een weegschaal, waarin de stad in drieën verdeeld wordt (Ezech. 5:1-5,12)
"En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen" (Ezech. 5:1). Het haar wordt in drieën verdeeld: een derde verbrand in de stad, een derde met het zwaard geslagen rondom, een derde in de wind verstrooid (Ezech. 5:2). Van een klein aantal haren staat iets anders: "Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden" (Ezech. 5:3). De uitleg volgt in Ezech. 5:12, waar dezelfde drie delen genoemd worden: pestilentie en honger, het zwaard, en verstrooiing in alle winden. En daarbij staat de zin die het hele hoofdstuk draagt: "Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen" (Ezech. 5:5).
Bijbelse betekenis: Merk op waarom juist haar en baard gekozen worden. Voor een priester was het scheren ervan een teken van diepe rouw en schande; hij beeldt het oordeel uit aan zijn eigen lichaam. Let vervolgens op de weegschaal. Het haar wordt niet zomaar verdeeld maar afgewogen: het oordeel is afgemeten en niet willekeurig. Let ten slotte op de weinige haren in de slippen. Zelfs in dit hoofdstuk blijft er iets over dat bewaard wordt; dat is de lijn van het overblijfsel die door de profeten heen loopt (reeds behandeld bij Jes. 10:21). En let op Ezech. 5:5: de stad is door God in het midden van de volken gezet. Wat daar gebeurt, staat niet buiten het zicht van de anderen; een bijzondere plaats brengt een bijzondere verantwoordelijkheid mee.
Typologie: Amos zegt hetzelfde over de keerzijde van uitverkiezing: "Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken" (Amos 3:2). En Petrus zegt dat het oordeel begint van het huis Gods (reeds behandeld bij 1 Petr. 4:17).
III. Vs. 1-17.KruisverwijzingenEzechiël 5:12→Leviticus 21:5→Jesaja 7:20→Ezechiël 44:20→Jeremia 11:10→Daniël 9:12→Zacharia 2:6→Deuteronomium 28:64→ — En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen. Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken. Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden. En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel. Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen. Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld. Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt; Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen. En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil. Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien. Op den eersten last aan den Profeet volgt een tweede, daar hij nu ook moet afbeelden, hoe het met het volk van Juda bij en na het innemen van Jeruzalem zal gaan. Het eerste teken (Hoofdst. 4) had zich voornamelijk bezig gehouden met de stad en alleen bij wijze van aanhangsel aangevoerd, hoe het ten gevolge van dit lot, dat de stad wachtte, hare bewoners en het volk van Israël in ‘t algemeen zou gaan. Om dit laatste nader voor te stellen, moet Ezechiël, nadat hij dat eerste volbracht, 390 en 40 dagen de belegering van Jeruzalem zal voorgesteld hebben, nog een tweede teken doen, dat in het voor ons liggend hoofdstuk wordt beschreven. Dat wordt in vs. 1-4 nader aangegeven. Daarna verbindt God in vs. 5-17 ene langere rede, in welke Hij uitvoerig mededeelt, wat door zulk een teken moet worden te kennen gegeven en wat Hem tot die handelwijze aanleiding geeft. Een punt wordt nog (vs. 3 v.) onverklaard gelaten, en de betekenis ook in het volgende hoofdstuk slechts naar ene zijde aangewezen.
KruisverwijzingenLeviticus 21:5→Jesaja 7:20→Ezechiël 44:20→Daniël 5:27→— En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen.
En gij, mensenkind! neem u, nadat gij nu de 390 + 40 = 430 dagen van het u bevolen nederliggen (Hoofdst. 4:4 vv.) hebt doorgestaan, en de laatste dag van de vijfde maand van het zesde jaar is gekomen, een scherp mes, een scheermes der barbieren (Jes. 7:20 .) zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uwen baard; daarna zult gij u ene weegschaal nemen, het zinnebeeld der gerechtigheid, die de straf nauwkeurig afmeet en naar een bepaald raadsbesluit toedeelt (Jes. 28:17), en gij zult dieafgeschoren haren van hoofd en baard delen in drie delen, niet gelijk in gewicht, maar zo als Ik daarbij uwe hand zal besturen.
KruisverwijzingenEzechiël 5:12→Leviticus 26:33→Ezechiël 4:1→Jeremia 9:16→Ezechiël 12:14→Jeremia 38:2→Amos 9:2→Jeremia 24:10→— Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
Een derde deel, een van de drie delen zult gij in het midden der stad, die gij op den tichelsteen hebt getekend (Hoofdst. 4:1), met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering, die gij volgens Hoofdst. 4:8 vooraf moest voorstellen, vervuld worden, hetgeen heden, nu Ik dit gebied, het geval is; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, zover de omtrek van Jeruzalems tekening reikt, en een derde deel, dat in vergelijking met het geheel, tot de beide andere delen in verhouding staat als 3/4 tot 1/4 (Openb. 6:8), zult gij door middel van het zwaardin den wind strooien, tot een zinnebeeldig teken: want Ik zalMijne bedreiging Lev. 26:33 vervullen en het zwaard achter hen, achter de gevankelijk weggevoerden, uittrekken, zodat alle gedachten van terugkering onmogelijk zijn.
KruisverwijzingenJeremia 52:16→Jeremia 40:6→Jeremia 39:10→1 Petrus 4:18→2 Koningen 25:12→Lukas 13:23→Mattheüs 7:14→— Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden.
Gij zult ook weinige in getal daarvan, van dat laatste in den wind verstrooide deel, niet naar willekeur, maar zo groot Ik de hoeveelheid door bestiering uwer hand zal bepalen, nemen, en tot betoning van zorgvuldige bewaring, in uwe slippen binden (vgl. 1 Sam. 25:29).
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:25→Jeremia 48:45→Jeremia 41:1→Jeremia 4:4→Jeremia 52:30→— En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel.
En nog zult gij, nadat gij dit kleine gedeelte een tijd lang op de genoemde wijze bewaard hebt, wederom van die nemen, en niet een gering gedeelte daarvan, en gij zult die werpen in het midden des vuurs, gelijk gij boven met het eerste derde deel hebt gedaan (vs. 2), en zult ze verbranden met vuur: daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israël 1), zo al niet tot geheel verbranden, toch een vuur des toorns en des gerichts.
Kort en goed verklaart Michaëlis de betekenis van de symbolische handeling, die den Profeet was opgedragen, op de volgende wijze: “Het scheermes is de Goddelijke wraak, de weegschaal is de billijkheid daarvan, de haren zijn de Joden, de verdeling de aan elk toegedeelde straffen. ” Ezechiël bekleedt bij hetgeen hij doen moet, de plaats van den Heere of van Zijn werktuig, den koning van Babylonië; bij hetgeen hij met zijn hoofdhaar doet, de plaats van het volk; men kan hierbij onderscheid maken tussen het gewone volk (hoofdhaar) en den koning met de groten van zijn rijk (baardhaar), wanneer men dien zin wil vinden in Jes. 7:20, welke plaats aan deze handeling ten grondslag ligt. Dat de Profeet geen werkelijk scheermes tot het afscheren van zijn haar moet nemen, (de Lutherse vertaling heeft: “een zwaard, scherp als een scheermes), maar een zwaard, scherp als een scheermes, heeft daarin zijn reden, dat, wat met haar bedoeld is, gedeeltelijk voor het zwaard heen in ballingschap zal gaan, zo als dan ook aan het slot van vs. 2 de aanbevolene handeling reeds in het mededelen van hare betekenis overgaat. Men heeft betwijfeld of Ezechiël deze handeling ook werkelijk en metterdaad heeft moeten verrichten; “zich met een zwaard scheren aan hoofd en baard, zodat in ‘t geheel gene haren overbleven, is zeker een zeer moeilijk werk-merkt Hengstenberg op-vooral voor een man, bij wien het inwendige op den voorgrond staat, en die voor zulke handelingen gewoonlijk niet geschikt is; en dan zou de zaak bij de uitvoering belachelijk worden, de onrustige indruk zou op den achtergrond geraken. ” Dat laatste is waar van het standpunt van den tegenwoordigen tijd, voor ons, die in ons nuchtere Westen zulke symbolische tekenen niet verdragen. Anders is het reeds bijv. bij de negers in Afrika. Wanneer daar een bekeerde de woorden (Luk. 15:14) van den verloren zoon mededeelt: “als hij het alles verteerd had, ” strijkt hij met de vlakke rechterhand over de vlakke linkerhand, om zinnebeeldig uit te drukken: alles was nu weg, als door den wind weggevaagd. ” En nu herinnere men zich, hoezeer bij Israël het symbolische in de profetie behoefte was-zozeer, dat ook valse profeten, wat zij wilden voorzeggen, uiterlijk belichaamden, zonder bij de keuze hunner tekenen te vragen, of zij zich volgens de begrippen van onzen modernen tijd daarmee belachelijk zouden maken en aan spot zouden blootstellen. Wanneer het teken maar vol uit uitdrukking was en betekenis had, deden zij naar de begrippen hunner tijdgenoten de zaak goed (1 Kon. 22:11). En wat de moeilijkheid van het werk, dat aan Ezechiël was opgedragen, aangaat, en de onhandigheid en zulk enen man voor dergelijke handelingen-nu, die het hem bevolen heeft, zal hem ook wel de uitvoering hebben laten gelukken, zonder dat hij zich hoofd en kin daarbij moest ontvlesen; wanneer hier van een eigen inval sprake was, zouden ook wij de zaak zeer bedenkelijk vinden. Wat zou het daarentegen hebben gebaat, wanneer, zo als men meent te moeten aannemen, de handeling alleen ene inwendige gebeurtenis had moeten zijn, zodat de Profeet, die in den geest of in geestverrukking had verricht, en naderhand aan zijn volk had verhaald? Vooreerst zou hij volgens Hoofdst. 3:26 niet spreken, en ten tweede maakt een later verhalen ook geen indruk; maar wel maakt juist ene zo moeilijke, door enen in uitwendige dingen zo onhandigen man, aan zijn lichaam volbrachte handeling, wanneer die geschikt en op ene door geen anderen uit te voeren wijze volbracht werd, dadelijk den indruk, dat hier Gods hand in het spel was, dat de hand des Heeren over den Profeet was gekomen (Hoofdst. 3:22). Wij verenigen ons dus volkomen met hetgeen Kliefoth zegt: Ene veelbetekenende handeling, zonder daarbij te spreken, moet worden gedaan, opdat zij aan degenen, die haar aanschouwen, iets tone. Wat zou een teken baten, wanneer het niet werd volbracht? Er was bij het teken op gedoeld, dat het moest worden gedaan; en het is ook gedaan, hoewel de tekst dit niet uitdrukkelijk uitspreekt, daar het bij ene door God bevolene zaak van zelf spreekt. Zeker heeft het zijne moeilijkheid, want God vordert soms zware dingen van Zijne dienaren; maar Hij helpt hen den ook, en in Hoofdst. 3:26, 4:8 belooft Hij den ook in ‘t bijzonder deze hulp. Wat de drie delen aangaat, in welke de Profeet het afgesneden haar moet verdelen en met ieder op bijzondere wijze moet handelen, zo kunnen wij ook hierbij denzelfden uitlegger volgen. gelijk Ezechiël een derde deel zijner haren verbrandt op den steen. die het belegerde Jeruzalem voorstelt, zo zal volgens vs. 12 het derde deel in het midden der belegerde stad door pest en honger omkomen. Dat de verschrikking der belegering in vs. 2 door vuur, en in vs. 12 door pest en honger worden voorgesteld, wordt eenvoudig daaruit verklaard (afgezien daarvan, dat de laatste niet gemakkelijk uitwendig konden worden voorgesteld), dat alle drie evenzeer tot de verschrikkingen ener belegering behoren. Een tweede derde deel der bewoners zal bij de uitvallen of bij de inname der ingesloten stad naar buiten vlieden, maar volgens vs. 12 door het zwaard der belegeraars vallen, juist zo als Ezechiël het tweede derde deel zijner haren om het beeld der belegerde stad strooit en dan met het zwaard slaat. Het derde deel zal wel de verschrikkingen der belegering overleven, maar God zal ze volgens vs. 12 in alle winden verstrooien, even als de Profeet het laatste derde deel haren in den wind verstrooit; hij zal zijn zwaard achter hen uittrekken, gelijk Hij door Mozes gedreigd heeft” Bij vs. 3 vv. moeten wij echter ene andere uitlegging volgen, dan die geleerde geeft; want onmogelijk kan het vuur, dat over het ganse huis Israëls zal komen, voor een reinigingsvuur gehouden worden, en daaronder dat vuur worden verstaan, dat Christus op aarde is komen aansteken (Luk. 12:49). Dat is ene onnatuurlijke en gewrongene verklaring, die niet kan gerechtvaardigd worden door een beroep op Ezech. 6:8-10. Integendeel zijn degenen, die volgens deze plaats het zwaard ontkomen, zich onder de heidenen bekeren en naar het heilige land terugkeren, reeds aangewezen door het “weinigen in getal” in vs. 3 van ons hoofdstuk, die Ezechiël in den slip zijns mantels moet binden, en die hij als het heilige zaad of het overblijfsel, dat het gericht overleefd, moet aanwijzen. Daaruit zal na het eindigen der ballingschap volgens de profetie in Jes. 6:13 (Jesaja is de centrale Profeet, bij wien alle zijden van de verkondiging der toekomst of reeds zijn ontvouwd of toch in kiem reeds aanwezig zijn), als uit den tronk in de aarde het nieuwe rijsje, een nieuw Israël ontspruiten. Terwijl het echter in vs. 3 vooreerst slechts naar de ideale zijde, naar Zijne Goddelijke roeping en bestemming in aanmerking komt, volgt in vs. 4 aanstonds de verdere symbolische aankondiging, hoe het met zijne werkelijke gesteldheid wezen zal. Het zal voor het grootste gedeelte een verdorven Israël zijn, rijp voor het gericht, dat in ‘t vuur moet worden geworpen en verbrand (Hoofdst. 11:21 1), en daarom zal het vuur des toorns over geheel Israël komen. Alzo ligt het Israël der tien stammen, dat eigenlijk nooit uit de Assyrische ballingschap is teruggekeerd, en Juda, voor zo verre het van de toestemming, om naar het land der vaderen terug te keren, geen gebruik heeft gemaakt, maar in den vreemde is gebleven, voortaan onder het oordeel der verstoting en verharding. Wij hebben dus in vs. 4 aan dat Joodse volk te denken, dat Christus verworpen heeft, zich tegen Zijn Evangelie heeft verhard, en de tweede verwoesting van Jeruzalem heeft veroorzaakt. De gevolgen van dat vuur zijn tot het volk in Palestina beperkt gebleven, maar hebben ook het volk in de verstrooiing (de diaspora 1 Makk. 1:11) aangegrepen, zo als het nog heden ten dage is. “Dat zijn voorzeggingen, waarbij men de handen moet vouwen. ” . Het vuur, waarvan op het laatst sprake is, zal geen werkelijk vuur zijn, maar nog veel wezenlijker dan dit, vuur van Gods toorn, daar hij hen tot enen vloek overgeeft en tot altijddurende gewetenskwelling. Dit vuur zal geheel Israël aangrijpen (Deut. 32:22). Zoals uit bovenstaande blijkt zijn sommigen van gevoelen, dat wat hier den Profeet bevolen is, ook door hem in werkelijkheid is vervuld. Calvijn noemt wat hier gezegd wordt, een visioen, en Keil acht het een symbolische handeling, die als in den geest doorleefd is. Wij voor ons kunnen ook ons niet met Kliefoth e. a. verenigen. Vs. 2 strijdt daar tegen. Ezechiël moest toch dat haar niet verbranden in de werkelijk belegerde stad Jeruzalem, maar in de getekende op den tichelsteen. Het is wel duidelijk, dat de Heere hier hem voorzegt, dat een derde deel der inwoners van de stad door het vuur, den pest en de hongersnood zal omkomen, een ander derde deel door het zwaard des vijands en een ander derde deel zal naar alle hoeken des winds verstrooid worden. Van de geredden zullen echter ook nog weer door het vuur van Gods toorn vernietigd worden en betrekkelijk slechts een klein gedeelte uit den smeltkroes der beproeving te voorschijn komen.
KruisverwijzingenEzechiël 4:1→Ezechiël 16:14→Jeremia 6:6→Deuteronomium 4:6→Mattheüs 5:14→1 Korinthe 10:4→Micha 5:7→Lukas 22:19→— Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen.
Nadat ik de symbolische handelingen in Hoofdst. 4:1-5 :4 had volvoerd werd ik op den laatsten dag der vijfde maand (vs. 1) van mijn stom zijn (Hoofdst. 3:26) enigen tijd bevrijd. Ik moest mijnen volksgenoten prediken en die prediking openen met het reeds vaststaande woord van inleiding (2:4; 3:11 en 27); Alzo zegt de Heere HEERE: Dit, wat op den tichelsteen is getekend (4:1) is Jeruzalem, welke Ik in het midden der Heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen 1) (Klaagl. 2:15).
Nu toont God de oorzaak aan, waarom Hij zo streng en hard met de heilige stad heeft besloten te handelen, welke hij als het ware tot Zijn heiligen zetel had uitverkoren. Want met hoe meer weldaden Hij die stad versierd had, des te schandelijker en misdadiger was hare ondankbaarheid. God vermeldt derhalve Zijne weldaden jegens Jeruzalem en dat om haar deze te verwijten. Want indien de Joden de weldaden Gods hadden gewaardeerd, had Hij zonder twijfel hen met Zijne weldaden meer en meer verrijkt. Maar dewijl Hij zag, dat zij zijne genade verachtten, is Hij meer ontvlamd door hun onwaardigheid. Verachting toch van de weldaden Gods, is om zo te zeggen ontheiliging en heiligschennis. Nu vatten wij derhalve het plan des Heiligen Geestes, wanneer Hij zegt dat Jeruzalem gezet was als op een vaste schouwplaats, zodat hare waardigheid van alle kanten kon worden gezien. Dit nu wordt niet gezegd tot lof van Jeruzalem, maar veeleer tot hare hoogste schande, dewijl al wat de Heere tot haar bevorderlijk had doen zijn, in rekening moest komen, dewijl zij het zo overvloedig hadden bedorven en de ere Gods met opzet hadden bezoedeld. Om Jeruzalems, strafbaarheid duidelijk te doen uitkomen, wordt de berisping van haar zondig handelen geopend, met heenwijzing naar de verhevene plaats, die God haar gegeven had op aarde; zij wordt voorgesteld als het middelpunt der aarde vormende, wat noch in het geografische bedoeld, noch in bloot afbeeldenden zin als de meest gezegende stad, maar in historischen zin, in zoverre Gods volk en stad werkelijk in het middelpunt der door God geleide wereldontwikkeling en van hare beweging staat, of ten opzichte van de geschiedenis van ‘t Godsrijk, als de stad, in welke God den troon Zijner genade heeft opgeslagen, van welke de wet en het recht voor alle volken zou uitgaan tot verwezenlijking der zaligheid van de gehele wereld (Jes. 2:2 vv. Micha 4:1 vv.) . Israël is het voor God door Zijne openbaring gevormde toonbeeld der volken, de door Hem gestichte gemeente der rechtvaardigen, opdat het Zijn licht in de heidenwereld rondom doe schijnen, tot ere van Zijnen God leve en tot Hem heenlokken (Deut. 4:5 vv. Jes 42:19).
KruisverwijzingenJeremia 11:10→Nehemia 9:16→Ezechiël 16:47→Zacharia 7:11→2 Koningen 17:8→Psalmen 78:10→Jeremia 8:5→Romeinen 1:23→— Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld.
Doch zij heeft hare roeping geheel uit het oog verloren en het tegenovergestelde daarvan gedaan, zij heeft Mijne rechten veranderd in goddeloosheid 1) meer dan de Heidenen, en Mijne inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn (1 (Kor. 5:1): want zij hebben Mijne rechten verworpen, en in Mijne inzettingen hebben zij niet gewandeld.
Beter: Het heeft met boos opzet zich tegen Mijne rechten aangekant.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 33:9→Jeremia 2:10→2 Koningen 21:9→Ezechiël 5:11→Ezechiël 16:47→Ezechiël 16:54→— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt;
Daarom zegt de Heere HEERE alzo: a) Dewijl gijlieden, gelijk zo even gezegd is, dies meer gemaakt meer tegen Mij weerspannig zijn geweest hebt dan de Heidenen, die rondom u zijn, in Mijne inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijne rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der Heidenen, die rondom u zijn, niet 1) eens gedaan hebt (Jer. 2:10 vv.);
Lev. 18:24, 28. Dit woordje “niet” wordt door verscheidenen, ook door Luther niet geschreven; men zegt dat het uit het vorige is herhaald en zonder zin is. Wij laten het staan, want al ontbreekt het ook op de parallelle plaats 11:12, zodat ook hier de Syrische overzetting en enige handschriften het niet hebben, zo moeten daar de boze gewoonten der heidenen worden verstaan, maar hier hun zeden, zoverre zij goed zijn, en het woord des Heeren wil Israël in de sterkste uitdrukking nog onder de heidenen plaatsen. Het handelen nog bozer dan de heidenen wordt hier versterkt met het oog op de natuurlijke wet van het geweten (Rom. 2:14 vv). Gods rechten en instellingen verwierpen zij, en naar de natuurlijke rechten van het standpunt des gewetens bij de heidenen deden zij ook niet. De zonde neemt men van de heidenen aan, en in het goede laat men hun den voorrang; zij moesten van ons leren en wij kunnen nog van hen leren. Dewijl gij de heidenen overtroffen hebt in bijgelovigheid en afgoderij, bij hen te kort geschoten zijt in deugdzaamheid van leven, en minder goed gedaan hebt dan zij, die door ene veel onvolmaakter wet geleerd zijn dan gij (Rom. 2:21, 22, 24). De Heere God wijst hier op de plaats van Israël in het midden der volken (vs. 5). De Heere had Jeruzalem en Juda, ja geheel het Joodse volk, een enige plaats in de wereldgeschiedenis gegeven. Hij had dat volk begiftigd met een bijzondere Openbaring. De Heidenen hadden alleen de wet Gods geschreven in hun harten, maar Israël had ene bijzondere Openbaring van God ontvangen. Edoch, Israël had de inzettingen Gods verworpen en Zijne ordinantiën opzij gesteld. Waar de heidenen nog soms handelden in overeenstemming met de in hun hart geschreven wet, daar had Israël getoond, dat het zich niet om God en Zijne heilige wet had bekommerd. Daarom had Israël het erger gemaakt dan de Heidenen, en was God volstrekt rechtvaardig, indien Hij streng en hard tegen dit Zijn volk handelde.
KruisverwijzingenEzechiël 15:7→Jeremia 24:9→Jeremia 21:5→Ezechiël 21:3→Jeremia 21:13→Ezechiël 29:6→Deuteronomium 29:20→Zacharia 14:2→— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen.
Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u een oordeel doen toekomen, overeenkomstig uwen toestand, ja Ik, de Almachtige en Rechtvaardige! want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die Heidenen, zodat gij op ene voorbeeldige wijze zult gestraft worden. Gij slaat uwe ogen op de werktuigen en op de roede, maar zie Ik, ja Ik zelf ben tegen u, o Jeruzalem.
KruisverwijzingenDaniël 9:12→Mattheüs 24:21→Amos 3:2→Klaagliederen 4:9→Klaagliederen 4:6→— En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil.
En Ik zal onder u doen hetgeen Ik niet gedaan heb in vroegere tijden, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil, 1) welke Mij tot wrake roepen.
Nu dreigt God dat de straffen zo hevig zullen zijn, dat er geen gelijk voorbeeld van in de wereld wordt gevonden. God kastijdt gewis den mens zo, dat de algemene maat niet wordt overschreden. Maar dewijl de straffen hun waarde verliezen en in verachting komen, wanneer zij zo gemeen zijn, wordt God gedwongen de maat te overschrijden en straffen te oefenen over de misdaden, die tot een teken en voorbeeld zijn, zoals bij Mozes gezegd wordt. (Deut. 28:46). Omdat Israël de heidenen overtroffen heeft in boosheid, zo zal ook de straf al het vroegere en volgende overtreffen. Als God Jeruzalem door de Chaldeën liet verwoesten, had Hij geen ander volk dan Israël, en deze verwoesting hief voor een tijd het bestaan van Gods volk zelf op. Maar dat Jeruzalem en Israël, dat de Romeinen verwoestten, was ganselijk Gods volk niet meer, toen was het de Christenheid, en deze werd door de Romeinen niet verwoest. De woorden “en desgelijks Ik voortaan niet doen zal” geven gene gerustheid aan de ontaarde Christenheid; de Goddelijke gerechtigheid blijft steeds even energisch; gelijke schuld moet gelijke straf tot zich trekken, en de verantwoordelijkheid is onder het Nieuwe verbond nog zwaarder. Slechts dit wordt gezegd, het gericht over Israël zal zijden doen aanschouwen, die elders niet worden gezien, het zal enig in zijne soort zijn. Alle grootse gerichten en alle grote betoningen van genade hebben zijden, naar welke zij enig zijn. Hier wordt o. i. alleen gesproken van de verwoesting van Jeruzalem door Babel, niet van een verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen.
KruisverwijzingenZacharia 2:6→Ezechiël 12:14→Deuteronomium 28:64→Ezechiël 36:19→Ezechiël 5:2→Jeremia 19:9→Leviticus 26:29→Psalmen 44:11→— Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.
Daarom zullen, wanneer nu bij de belegering de hongersnood ten toppunt stijgt volgens de bedreiging in Lev. 26:29 en Deut. 28:53, de vaders de kinderen eten in het midden van u, en {a} de kinderen zullen hun vaders eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel, die tot aan de verovering en verwoesting der stad in leven blijven, b) in alle winden verstrooien 1) (vs. 2). {a} (2 (Kon. 6:29. (Klaagl. 4:10. b) Jer. 49:32, 36.
De honger heeft gene ogen, gene oren, gene handen of tanden; hij ziet geen persoon aan, hoort naar niets, geeft om niets, maar is wreed en onbarmhartig. Vaders eten hun kinderen dikwijls genoeg op door het kwaad voorbeeld, dat zij hun geven, en kinderen eten hun vaders door gierigheid, liefdeloosheid, ongehoorzaamheid, door het verdriet, dat zij hun bereiden. Dit is blijkbaar vervuld gedurende het beleg van Jeruzalem. Er heerste een allerakeligste hongersnood, zie 2 Kon. 25:3. Daarom klaagt ook Jeremia in Klaagl 4:10 : de handen der barmhartige vrouwen hebben hare kinderen gekookt; zij zijn haar tot spijze geworden in de verbreking der dochter Mijns volks.
KruisverwijzingenEzechiël 7:20→2 Kronieken 36:14→Ezechiël 7:4→Ezechiël 8:5→Ezechiël 7:9→Ezechiël 11:18→Ezechiël 9:5→Ezechiël 8:16→— Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!
Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, gelijk in Hoofdst. 8:5 v. verder zal worden aangewezen:(omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uwe verfoeiselen, en met al uwe gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, 1) en a) Mijn oog u niet verschonen zal, zodat Ik, uwe ellende aanziende, Mij uwer zou ontfermen en u het ergste onthouden, en Ik ook niet zal sparen, u geheel aan ‘t verderf zal overgeven!
Ezech. 7:4.
In het Hebr. Wegam-ani egra’. Letterlijk: en Ik ook niet aftrek. Met het volgende is de zin aldus te lezen: En Ik ook niet zonder medelijden Mijn oog van u aftrek. De Heere dreigt hier derhalve dat Hij Zijn toorn zonder verschonen zal uitstrekken over het diep gevallen volk, zodat de ballingschap zonder enige verschoning is besloten.
KruisverwijzingenEzechiël 5:2→Jeremia 15:2→Ezechiël 12:14→Jeremia 21:9→Jeremia 43:10→Ezechiël 6:11→Ezechiël 5:10→Jeremia 44:27→— Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
a) Een derde deel van u zal, zo als het teken in vs. 2 heeft aangeduid, van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
Jer. 15:2.
KruisverwijzingenEzechiël 36:5→Jesaja 1:24→Jesaja 59:17→Ezechiël 6:12→Ezechiël 21:17→Klaagliederen 4:11→Ezechiël 20:8→Ezechiël 7:8→— Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.
Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijne grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten (Jes. 1:24. (Deut. 28:63) en Mij wreken; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijnen ijver gesproken heb, als Ik Mijne grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben 1).
De ijver der Goddelijke strafgerechtigheid wordt geschetst zonder het beeld van menselijke wraakzucht. De Profeet had daarbij niet te vrezen, dat men aan God het onreine van zodanige wraakzucht zou toeschrijven. In onzen tijd zijn de vijanden der Schrift zeer zeker tot zodanige opvatting bereid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer dit zeer goed kan vermijden als hij slechts wil. In dit vers leert de Profeet slechts wat Hij te voren heeft gezegd, maar bij wijze van bevestiging, dat de wrake Gods verschrikkelijk zou zijn en niet eerder een einde nemen, dan wanneer het volk was ontbloot en vernietigd. Er zijn er die menen, dat dit er tussen is gesteld, dat God de kracht van Zijn straf zou matigen, maar zo zou, volgens hen, het vers een belofte van vergiffenis inhouden. Veeleer is het echter een bedreiging, want het kan niet wat zij aannemen, dat God zou maken, dat Zijn toorn zou gaan rusten. Er volgt toch: en zij zullen weten, dat Ik de Heere ben, die gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen zal volbracht hebben. En het tekstverband, zoals wij later zullen zien spreekt dit geheel tegen. Dit blijve derhalve vast, dat de Profeet hier geen matiging der straffen aan het volk belooft, maar voortgaat in het aankondigen van de straf, waaraan hij te voren heeft herinnerd.
KruisverwijzingenPsalmen 74:3→Psalmen 79:1→Ezechiël 22:4→Nehemia 2:17→Klaagliederen 1:4→Jeremia 42:18→Klaagliederen 5:18→Klaagliederen 1:8→— Daartoe zal Ik u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al degene, die voorbijgaat.
Daartoe zal Ik, overeenkomstig de bedreiging in Lev. 26:31 en Deut. 29:22, u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de Heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al dengenen, die voorbijgaat.
KruisverwijzingenEzechiël 25:17→Jeremia 22:8→1 Korinthe 10:11→Jesaja 26:9→1 Koningen 9:7→Jesaja 66:15→Psalmen 79:4→Deuteronomium 29:24→— Zo zal de smaadheid en hoon een onderwijs en ontzetting den heidenen zijn, die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn, en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
Zo zal de a) smaadheid en hoon een onderwijs 1), een voorbeeld van een verdiend oordeel, en ene ontzetting der Heidenen zijn (Jer. 24:8; 29:18), die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal-Ik de HEERE heb het gesproken 2).
Deut. 28:37.
Jeruzalem moest hare naburen de vreze Gods geleerd hebben, door haar voorbeeld in godsvrucht en deugd, maar omdat zij dat niet gedaan heeft, zal God het hun leren door hun verderf, want zij hebben reden om te zeggen, indien dat geschiedde aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden? Indien het oordeel begint van het huis Gods, wat zal dan het einde zijn? Indien zij dus gestraft worden, die maar enige afgodendienaars onder zich hebben, wat zal er dan van ons worden, die allen afgoden zijn? Merk hieraan: de verwoesting van sommigen is bestemd tot onderwijs van anderen.
Hiermede spreekt de Heere het uit, dat niet de Profeet, maar Hij zelf dat alles aankondigt. En opdat het volk zou weten, dat het waarlijk geschieden zou, en opdat het zou erkennen, dat Hij als de Soevereine God er recht toe had. Het is het oordeel van Hem, die rechtvaardig oordeelt.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:23→Ezechiël 4:16→Psalmen 91:5→Ezechiël 14:13→Klaagliederen 3:12→Jesaja 3:1→Psalmen 7:13→Leviticus 26:26→— Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.
Wanneer Ik de boze pijlen des hongers (Deut. 32:23 v.) tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die (Ps. 7:14) Ik uitzenden zal om u te verderven, zo zal Ik den a) honger over u vermeerderen, en b) u den staf des broods breken (Hoofdst. 4:16 #Eze).
(2 Kon. 6:25. Jes. 3:1. Ezech. 14:13. b) Lev. 26:26.
KruisverwijzingenEzechiël 38:22→2 Koningen 17:25→Deuteronomium 32:24→Ezechiël 14:21→Ezechiël 14:15→Ezechiël 33:27→Leviticus 26:22→Ezechiël 26:14→— Ja, honger en boos gedierte, die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden; ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan; en het zwaard zal Ik over u brengen; Ik, de HEERE, heb het gesproken!
Ja honger en boos gedierte (Lev. 26:22. Deut. 32:24 v.), die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden, ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan, zodat Mijne vier zware straffen (Hoofdstuk 14:21. Jer. 15:3) over u zullen komen; en het zwaard zal Ik over u brengen: Ik, de HEERE, heb, zo als de zinnebeeldige handeling in vs. 1 dit heeft voorgesteld, hetgeen in vs. 5-17 is verkondigd, het gesproken en Ik zal het zeker doen, gelijk de macht daartoe ook bij Mij is.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 5
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-17.KruisverwijzingenEzechiël 5:12→Leviticus 21:5→Jesaja 7:20→Ezechiël 44:20→Jeremia 11:10→Daniël 9:12→Zacharia 2:6→Deuteronomium 28:64→
— En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uw baard; daarna zult gij u een weegschaal nemen, en die haren delen. Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken. Gij zult ook weinige in getal daarvan nemen, en in uw slippen binden. En nog zult gij van die nemen, en die werpen in het midden des vuurs, en zult ze verbranden met vuur; daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israel. Alzo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem, welke Ik in het midden der heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen. Doch zij heeft Mijn rechten veranderd in goddeloosheid meer dan de heidenen, en Mijn inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn; want zij hebben Mijn rechten verworpen, en in Mijn inzettingen hebben zij niet gewandeld. Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt dan de heidenen, die rondom u zijn, in Mijn inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijn rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, niet gedaan hebt; Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die heidenen. En Ik zal onder u doen, hetgeen Ik niet gedaan heb, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil. Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.
Op den eersten last aan den Profeet volgt een tweede, daar hij nu ook moet afbeelden, hoe het met het volk van Juda bij en na het innemen van Jeruzalem zal gaan. Het eerste teken (Hoofdst. 4) had zich voornamelijk bezig gehouden met de stad en alleen bij wijze van aanhangsel aangevoerd, hoe het ten gevolge van dit lot, dat de stad wachtte, hare bewoners en het volk van Israël in ‘t algemeen zou gaan. Om dit laatste nader voor te stellen, moet Ezechiël, nadat hij dat eerste volbracht, 390 en 40 dagen de belegering van Jeruzalem zal voorgesteld hebben, nog een tweede teken doen, dat in het voor ons liggend hoofdstuk wordt beschreven. Dat wordt in vs. 1-4 nader aangegeven. Daarna verbindt God in vs. 5-17 ene langere rede, in welke Hij uitvoerig mededeelt, wat door zulk een teken moet worden te kennen gegeven en wat Hem tot die handelwijze aanleiding geeft. Een punt wordt nog (vs. 3 v.) onverklaard gelaten, en de betekenis ook in het volgende hoofdstuk slechts naar ene zijde aangewezen.
En gij, mensenkind! neem u, nadat gij nu de 390 + 40 = 430 dagen van het u bevolen nederliggen (Hoofdst. 4:4 vv.) hebt doorgestaan, en de laatste dag van de vijfde maand van het zesde jaar is gekomen, een scherp mes, een scheermes der barbieren (Jes. 7:20 .) zult gij u nemen, hetwelk gij zult laten gaan over uw hoofd en over uwen baard; daarna zult gij u ene weegschaal nemen, het zinnebeeld der gerechtigheid, die de straf nauwkeurig afmeet en naar een bepaald raadsbesluit toedeelt (Jes. 28:17), en gij zult dieafgeschoren haren van hoofd en baard delen in drie delen, niet gelijk in gewicht, maar zo als Ik daarbij uwe hand zal besturen.
Een derde deel, een van de drie delen zult gij in het midden der stad, die gij op den tichelsteen hebt getekend (Hoofdst. 4:1), met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering, die gij volgens Hoofdst. 4:8 vooraf moest voorstellen, vervuld worden, hetgeen heden, nu Ik dit gebied, het geval is; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, zover de omtrek van Jeruzalems tekening reikt, en een derde deel, dat in vergelijking met het geheel, tot de beide andere delen in verhouding staat als 3/4 tot 1/4 (Openb. 6:8), zult gij door middel van het zwaardin den wind strooien, tot een zinnebeeldig teken: want Ik zalMijne bedreiging Lev. 26:33 vervullen en het zwaard achter hen, achter de gevankelijk weggevoerden, uittrekken, zodat alle gedachten van terugkering onmogelijk zijn.
Gij zult ook weinige in getal daarvan, van dat laatste in den wind verstrooide deel, niet naar willekeur, maar zo groot Ik de hoeveelheid door bestiering uwer hand zal bepalen, nemen, en tot betoning van zorgvuldige bewaring, in uwe slippen binden (vgl. 1 Sam. 25:29).
En nog zult gij, nadat gij dit kleine gedeelte een tijd lang op de genoemde wijze bewaard hebt, wederom van die nemen, en niet een gering gedeelte daarvan, en gij zult die werpen in het midden des vuurs, gelijk gij boven met het eerste derde deel hebt gedaan (vs. 2), en zult ze verbranden met vuur: daaruit zal voortkomen een vuur tegen het gehele huis van Israël 1), zo al niet tot geheel verbranden, toch een vuur des toorns en des gerichts.
Kort en goed verklaart Michaëlis de betekenis van de symbolische handeling, die den Profeet was opgedragen, op de volgende wijze: “Het scheermes is de Goddelijke wraak, de weegschaal is de billijkheid daarvan, de haren zijn de Joden, de verdeling de aan elk toegedeelde straffen. ” Ezechiël bekleedt bij hetgeen hij doen moet, de plaats van den Heere of van Zijn werktuig, den koning van Babylonië; bij hetgeen hij met zijn hoofdhaar doet, de plaats van het volk; men kan hierbij onderscheid maken tussen het gewone volk (hoofdhaar) en den koning met de groten van zijn rijk (baardhaar), wanneer men dien zin wil vinden in Jes. 7:20, welke plaats aan deze handeling ten grondslag ligt. Dat de Profeet geen werkelijk scheermes tot het afscheren van zijn haar moet nemen, (de Lutherse vertaling heeft: “een zwaard, scherp als een scheermes), maar een zwaard, scherp als een scheermes, heeft daarin zijn reden, dat, wat met haar bedoeld is, gedeeltelijk voor het zwaard heen in ballingschap zal gaan, zo als dan ook aan het slot van vs. 2 de aanbevolene handeling reeds in het mededelen van hare betekenis overgaat. Men heeft betwijfeld of Ezechiël deze handeling ook werkelijk en metterdaad heeft moeten verrichten; “zich met een zwaard scheren aan hoofd en baard, zodat in ‘t geheel gene haren overbleven, is zeker een zeer moeilijk werk-merkt Hengstenberg op-vooral voor een man, bij wien het inwendige op den voorgrond staat, en die voor zulke handelingen gewoonlijk niet geschikt is; en dan zou de zaak bij de uitvoering belachelijk worden, de onrustige indruk zou op den achtergrond geraken. ” Dat laatste is waar van het standpunt van den tegenwoordigen tijd, voor ons, die in ons nuchtere Westen zulke symbolische tekenen niet verdragen. Anders is het reeds bijv. bij de negers in Afrika. Wanneer daar een bekeerde de woorden (Luk. 15:14) van den verloren zoon mededeelt: “als hij het alles verteerd had, ” strijkt hij met de vlakke rechterhand over de vlakke linkerhand, om zinnebeeldig uit te drukken: alles was nu weg, als door den wind weggevaagd. ” En nu herinnere men zich, hoezeer bij Israël het symbolische in de profetie behoefte was-zozeer, dat ook valse profeten, wat zij wilden voorzeggen, uiterlijk belichaamden, zonder bij de keuze hunner tekenen te vragen, of zij zich volgens de begrippen van onzen modernen tijd daarmee belachelijk zouden maken en aan spot zouden blootstellen. Wanneer het teken maar vol uit uitdrukking was en betekenis had, deden zij naar de begrippen hunner tijdgenoten de zaak goed (1 Kon. 22:11). En wat de moeilijkheid van het werk, dat aan Ezechiël was opgedragen, aangaat, en de onhandigheid en zulk enen man voor dergelijke handelingen-nu, die het hem bevolen heeft, zal hem ook wel de uitvoering hebben laten gelukken, zonder dat hij zich hoofd en kin daarbij moest ontvlesen; wanneer hier van een eigen inval sprake was, zouden ook wij de zaak zeer bedenkelijk vinden. Wat zou het daarentegen hebben gebaat, wanneer, zo als men meent te moeten aannemen, de handeling alleen ene inwendige gebeurtenis had moeten zijn, zodat de Profeet, die in den geest of in geestverrukking had verricht, en naderhand aan zijn volk had verhaald? Vooreerst zou hij volgens Hoofdst. 3:26 niet spreken, en ten tweede maakt een later verhalen ook geen indruk; maar wel maakt juist ene zo moeilijke, door enen in uitwendige dingen zo onhandigen man, aan zijn lichaam volbrachte handeling, wanneer die geschikt en op ene door geen anderen uit te voeren wijze volbracht werd, dadelijk den indruk, dat hier Gods hand in het spel was, dat de hand des Heeren over den Profeet was gekomen (Hoofdst. 3:22). Wij verenigen ons dus volkomen met hetgeen Kliefoth zegt: Ene veelbetekenende handeling, zonder daarbij te spreken, moet worden gedaan, opdat zij aan degenen, die haar aanschouwen, iets tone. Wat zou een teken baten, wanneer het niet werd volbracht? Er was bij het teken op gedoeld, dat het moest worden gedaan; en het is ook gedaan, hoewel de tekst dit niet uitdrukkelijk uitspreekt, daar het bij ene door God bevolene zaak van zelf spreekt. Zeker heeft het zijne moeilijkheid, want God vordert soms zware dingen van Zijne dienaren; maar Hij helpt hen den ook, en in Hoofdst. 3:26, 4:8 belooft Hij den ook in ‘t bijzonder deze hulp. Wat de drie delen aangaat, in welke de Profeet het afgesneden haar moet verdelen en met ieder op bijzondere wijze moet handelen, zo kunnen wij ook hierbij denzelfden uitlegger volgen. gelijk Ezechiël een derde deel zijner haren verbrandt op den steen. die het belegerde Jeruzalem voorstelt, zo zal volgens vs. 12 het derde deel in het midden der belegerde stad door pest en honger omkomen. Dat de verschrikking der belegering in vs. 2 door vuur, en in vs. 12 door pest en honger worden voorgesteld, wordt eenvoudig daaruit verklaard (afgezien daarvan, dat de laatste niet gemakkelijk uitwendig konden worden voorgesteld), dat alle drie evenzeer tot de verschrikkingen ener belegering behoren. Een tweede derde deel der bewoners zal bij de uitvallen of bij de inname der ingesloten stad naar buiten vlieden, maar volgens vs. 12 door het zwaard der belegeraars vallen, juist zo als Ezechiël het tweede derde deel zijner haren om het beeld der belegerde stad strooit en dan met het zwaard slaat. Het derde deel zal wel de verschrikkingen der belegering overleven, maar God zal ze volgens vs. 12 in alle winden verstrooien, even als de Profeet het laatste derde deel haren in den wind verstrooit; hij zal zijn zwaard achter hen uittrekken, gelijk Hij door Mozes gedreigd heeft” Bij vs. 3 vv. moeten wij echter ene andere uitlegging volgen, dan die geleerde geeft; want onmogelijk kan het vuur, dat over het ganse huis Israëls zal komen, voor een reinigingsvuur gehouden worden, en daaronder dat vuur worden verstaan, dat Christus op aarde is komen aansteken (Luk. 12:49). Dat is ene onnatuurlijke en gewrongene verklaring, die niet kan gerechtvaardigd worden door een beroep op Ezech. 6:8-10. Integendeel zijn degenen, die volgens deze plaats het zwaard ontkomen, zich onder de heidenen bekeren en naar het heilige land terugkeren, reeds aangewezen door het “weinigen in getal” in vs. 3 van ons hoofdstuk, die Ezechiël in den slip zijns mantels moet binden, en die hij als het heilige zaad of het overblijfsel, dat het gericht overleefd, moet aanwijzen. Daaruit zal na het eindigen der ballingschap volgens de profetie in Jes. 6:13 (Jesaja is de centrale Profeet, bij wien alle zijden van de verkondiging der toekomst of reeds zijn ontvouwd of toch in kiem reeds aanwezig zijn), als uit den tronk in de aarde het nieuwe rijsje, een nieuw Israël ontspruiten. Terwijl het echter in vs. 3 vooreerst slechts naar de ideale zijde, naar Zijne Goddelijke roeping en bestemming in aanmerking komt, volgt in vs. 4 aanstonds de verdere symbolische aankondiging, hoe het met zijne werkelijke gesteldheid wezen zal. Het zal voor het grootste gedeelte een verdorven Israël zijn, rijp voor het gericht, dat in ‘t vuur moet worden geworpen en verbrand (Hoofdst. 11:21 1), en daarom zal het vuur des toorns over geheel Israël komen. Alzo ligt het Israël der tien stammen, dat eigenlijk nooit uit de Assyrische ballingschap is teruggekeerd, en Juda, voor zo verre het van de toestemming, om naar het land der vaderen terug te keren, geen gebruik heeft gemaakt, maar in den vreemde is gebleven, voortaan onder het oordeel der verstoting en verharding. Wij hebben dus in vs. 4 aan dat Joodse volk te denken, dat Christus verworpen heeft, zich tegen Zijn Evangelie heeft verhard, en de tweede verwoesting van Jeruzalem heeft veroorzaakt. De gevolgen van dat vuur zijn tot het volk in Palestina beperkt gebleven, maar hebben ook het volk in de verstrooiing (de diaspora 1 Makk. 1:11) aangegrepen, zo als het nog heden ten dage is. “Dat zijn voorzeggingen, waarbij men de handen moet vouwen. ” . Het vuur, waarvan op het laatst sprake is, zal geen werkelijk vuur zijn, maar nog veel wezenlijker dan dit, vuur van Gods toorn, daar hij hen tot enen vloek overgeeft en tot altijddurende gewetenskwelling. Dit vuur zal geheel Israël aangrijpen (Deut. 32:22). Zoals uit bovenstaande blijkt zijn sommigen van gevoelen, dat wat hier den Profeet bevolen is, ook door hem in werkelijkheid is vervuld. Calvijn noemt wat hier gezegd wordt, een visioen, en Keil acht het een symbolische handeling, die als in den geest doorleefd is. Wij voor ons kunnen ook ons niet met Kliefoth e. a. verenigen. Vs. 2 strijdt daar tegen. Ezechiël moest toch dat haar niet verbranden in de werkelijk belegerde stad Jeruzalem, maar in de getekende op den tichelsteen. Het is wel duidelijk, dat de Heere hier hem voorzegt, dat een derde deel der inwoners van de stad door het vuur, den pest en de hongersnood zal omkomen, een ander derde deel door het zwaard des vijands en een ander derde deel zal naar alle hoeken des winds verstrooid worden. Van de geredden zullen echter ook nog weer door het vuur van Gods toorn vernietigd worden en betrekkelijk slechts een klein gedeelte uit den smeltkroes der beproeving te voorschijn komen.
Nadat ik de symbolische handelingen in Hoofdst. 4:1-5 :4 had volvoerd werd ik op den laatsten dag der vijfde maand (vs. 1) van mijn stom zijn (Hoofdst. 3:26) enigen tijd bevrijd. Ik moest mijnen volksgenoten prediken en die prediking openen met het reeds vaststaande woord van inleiding (2:4; 3:11 en 27); Alzo zegt de Heere HEERE: Dit, wat op den tichelsteen is getekend (4:1) is Jeruzalem, welke Ik in het midden der Heidenen gezet heb, en landen rondom haar henen 1) (Klaagl. 2:15).
Nu toont God de oorzaak aan, waarom Hij zo streng en hard met de heilige stad heeft besloten te handelen, welke hij als het ware tot Zijn heiligen zetel had uitverkoren. Want met hoe meer weldaden Hij die stad versierd had, des te schandelijker en misdadiger was hare ondankbaarheid. God vermeldt derhalve Zijne weldaden jegens Jeruzalem en dat om haar deze te verwijten. Want indien de Joden de weldaden Gods hadden gewaardeerd, had Hij zonder twijfel hen met Zijne weldaden meer en meer verrijkt. Maar dewijl Hij zag, dat zij zijne genade verachtten, is Hij meer ontvlamd door hun onwaardigheid. Verachting toch van de weldaden Gods, is om zo te zeggen ontheiliging en heiligschennis. Nu vatten wij derhalve het plan des Heiligen Geestes, wanneer Hij zegt dat Jeruzalem gezet was als op een vaste schouwplaats, zodat hare waardigheid van alle kanten kon worden gezien. Dit nu wordt niet gezegd tot lof van Jeruzalem, maar veeleer tot hare hoogste schande, dewijl al wat de Heere tot haar bevorderlijk had doen zijn, in rekening moest komen, dewijl zij het zo overvloedig hadden bedorven en de ere Gods met opzet hadden bezoedeld. Om Jeruzalems, strafbaarheid duidelijk te doen uitkomen, wordt de berisping van haar zondig handelen geopend, met heenwijzing naar de verhevene plaats, die God haar gegeven had op aarde; zij wordt voorgesteld als het middelpunt der aarde vormende, wat noch in het geografische bedoeld, noch in bloot afbeeldenden zin als de meest gezegende stad, maar in historischen zin, in zoverre Gods volk en stad werkelijk in het middelpunt der door God geleide wereldontwikkeling en van hare beweging staat, of ten opzichte van de geschiedenis van ‘t Godsrijk, als de stad, in welke God den troon Zijner genade heeft opgeslagen, van welke de wet en het recht voor alle volken zou uitgaan tot verwezenlijking der zaligheid van de gehele wereld (Jes. 2:2 vv. Micha 4:1 vv.) . Israël is het voor God door Zijne openbaring gevormde toonbeeld der volken, de door Hem gestichte gemeente der rechtvaardigen, opdat het Zijn licht in de heidenwereld rondom doe schijnen, tot ere van Zijnen God leve en tot Hem heenlokken (Deut. 4:5 vv. Jes 42:19).
Doch zij heeft hare roeping geheel uit het oog verloren en het tegenovergestelde daarvan gedaan, zij heeft Mijne rechten veranderd in goddeloosheid 1) meer dan de Heidenen, en Mijne inzettingen meer dan de landen, die rondom haar zijn (1 (Kor. 5:1): want zij hebben Mijne rechten verworpen, en in Mijne inzettingen hebben zij niet gewandeld.
Beter: Het heeft met boos opzet zich tegen Mijne rechten aangekant.
Daarom zegt de Heere HEERE alzo: a) Dewijl gijlieden, gelijk zo even gezegd is, dies meer gemaakt meer tegen Mij weerspannig zijn geweest hebt dan de Heidenen, die rondom u zijn, in Mijne inzettingen niet gewandeld hebt, en Mijne rechten niet gedaan hebt, zelfs naar de rechten der Heidenen, die rondom u zijn, niet 1) eens gedaan hebt (Jer. 2:10 vv.);
Lev. 18:24, 28. Dit woordje “niet” wordt door verscheidenen, ook door Luther niet geschreven; men zegt dat het uit het vorige is herhaald en zonder zin is. Wij laten het staan, want al ontbreekt het ook op de parallelle plaats 11:12, zodat ook hier de Syrische overzetting en enige handschriften het niet hebben, zo moeten daar de boze gewoonten der heidenen worden verstaan, maar hier hun zeden, zoverre zij goed zijn, en het woord des Heeren wil Israël in de sterkste uitdrukking nog onder de heidenen plaatsen. Het handelen nog bozer dan de heidenen wordt hier versterkt met het oog op de natuurlijke wet van het geweten (Rom. 2:14 vv). Gods rechten en instellingen verwierpen zij, en naar de natuurlijke rechten van het standpunt des gewetens bij de heidenen deden zij ook niet. De zonde neemt men van de heidenen aan, en in het goede laat men hun den voorrang; zij moesten van ons leren en wij kunnen nog van hen leren. Dewijl gij de heidenen overtroffen hebt in bijgelovigheid en afgoderij, bij hen te kort geschoten zijt in deugdzaamheid van leven, en minder goed gedaan hebt dan zij, die door ene veel onvolmaakter wet geleerd zijn dan gij (Rom. 2:21, 22, 24). De Heere God wijst hier op de plaats van Israël in het midden der volken (vs. 5). De Heere had Jeruzalem en Juda, ja geheel het Joodse volk, een enige plaats in de wereldgeschiedenis gegeven. Hij had dat volk begiftigd met een bijzondere Openbaring. De Heidenen hadden alleen de wet Gods geschreven in hun harten, maar Israël had ene bijzondere Openbaring van God ontvangen. Edoch, Israël had de inzettingen Gods verworpen en Zijne ordinantiën opzij gesteld. Waar de heidenen nog soms handelden in overeenstemming met de in hun hart geschreven wet, daar had Israël getoond, dat het zich niet om God en Zijne heilige wet had bekommerd. Daarom had Israël het erger gemaakt dan de Heidenen, en was God volstrekt rechtvaardig, indien Hij streng en hard tegen dit Zijn volk handelde.
Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan u een oordeel doen toekomen, overeenkomstig uwen toestand, ja Ik, de Almachtige en Rechtvaardige! want Ik zal gerichten in het midden van u oefenen, voor de ogen van die Heidenen, zodat gij op ene voorbeeldige wijze zult gestraft worden. Gij slaat uwe ogen op de werktuigen en op de roede, maar zie Ik, ja Ik zelf ben tegen u, o Jeruzalem.
En Ik zal onder u doen hetgeen Ik niet gedaan heb in vroegere tijden, en desgelijks Ik voortaan niet doen zal, om al uwer gruwelen wil, 1) welke Mij tot wrake roepen.
Nu dreigt God dat de straffen zo hevig zullen zijn, dat er geen gelijk voorbeeld van in de wereld wordt gevonden. God kastijdt gewis den mens zo, dat de algemene maat niet wordt overschreden. Maar dewijl de straffen hun waarde verliezen en in verachting komen, wanneer zij zo gemeen zijn, wordt God gedwongen de maat te overschrijden en straffen te oefenen over de misdaden, die tot een teken en voorbeeld zijn, zoals bij Mozes gezegd wordt. (Deut. 28:46). Omdat Israël de heidenen overtroffen heeft in boosheid, zo zal ook de straf al het vroegere en volgende overtreffen. Als God Jeruzalem door de Chaldeën liet verwoesten, had Hij geen ander volk dan Israël, en deze verwoesting hief voor een tijd het bestaan van Gods volk zelf op. Maar dat Jeruzalem en Israël, dat de Romeinen verwoestten, was ganselijk Gods volk niet meer, toen was het de Christenheid, en deze werd door de Romeinen niet verwoest. De woorden “en desgelijks Ik voortaan niet doen zal” geven gene gerustheid aan de ontaarde Christenheid; de Goddelijke gerechtigheid blijft steeds even energisch; gelijke schuld moet gelijke straf tot zich trekken, en de verantwoordelijkheid is onder het Nieuwe verbond nog zwaarder. Slechts dit wordt gezegd, het gericht over Israël zal zijden doen aanschouwen, die elders niet worden gezien, het zal enig in zijne soort zijn. Alle grootse gerichten en alle grote betoningen van genade hebben zijden, naar welke zij enig zijn. Hier wordt o. i. alleen gesproken van de verwoesting van Jeruzalem door Babel, niet van een verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen.
Daarom zullen, wanneer nu bij de belegering de hongersnood ten toppunt stijgt volgens de bedreiging in Lev. 26:29 en Deut. 28:53, de vaders de kinderen eten in het midden van u, en {a} de kinderen zullen hun vaders eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel, die tot aan de verovering en verwoesting der stad in leven blijven, b) in alle winden verstrooien 1) (vs. 2). {a} (2 (Kon. 6:29. (Klaagl. 4:10. b) Jer. 49:32, 36.
De honger heeft gene ogen, gene oren, gene handen of tanden; hij ziet geen persoon aan, hoort naar niets, geeft om niets, maar is wreed en onbarmhartig. Vaders eten hun kinderen dikwijls genoeg op door het kwaad voorbeeld, dat zij hun geven, en kinderen eten hun vaders door gierigheid, liefdeloosheid, ongehoorzaamheid, door het verdriet, dat zij hun bereiden. Dit is blijkbaar vervuld gedurende het beleg van Jeruzalem. Er heerste een allerakeligste hongersnood, zie 2 Kon. 25:3. Daarom klaagt ook Jeremia in Klaagl 4:10 : de handen der barmhartige vrouwen hebben hare kinderen gekookt; zij zijn haar tot spijze geworden in de verbreking der dochter Mijns volks.
Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, gelijk in Hoofdst. 8:5 v. verder zal worden aangewezen:(omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uwe verfoeiselen, en met al uwe gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, 1) en a) Mijn oog u niet verschonen zal, zodat Ik, uwe ellende aanziende, Mij uwer zou ontfermen en u het ergste onthouden, en Ik ook niet zal sparen, u geheel aan ‘t verderf zal overgeven!
Ezech. 7:4.
In het Hebr. Wegam-ani egra’. Letterlijk: en Ik ook niet aftrek. Met het volgende is de zin aldus te lezen: En Ik ook niet zonder medelijden Mijn oog van u aftrek. De Heere dreigt hier derhalve dat Hij Zijn toorn zonder verschonen zal uitstrekken over het diep gevallen volk, zodat de ballingschap zonder enige verschoning is besloten.
a) Een derde deel van u zal, zo als het teken in vs. 2 heeft aangeduid, van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
Jer. 15:2.
Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijne grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten (Jes. 1:24. (Deut. 28:63) en Mij wreken; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijnen ijver gesproken heb, als Ik Mijne grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben 1).
De ijver der Goddelijke strafgerechtigheid wordt geschetst zonder het beeld van menselijke wraakzucht. De Profeet had daarbij niet te vrezen, dat men aan God het onreine van zodanige wraakzucht zou toeschrijven. In onzen tijd zijn de vijanden der Schrift zeer zeker tot zodanige opvatting bereid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer dit zeer goed kan vermijden als hij slechts wil. In dit vers leert de Profeet slechts wat Hij te voren heeft gezegd, maar bij wijze van bevestiging, dat de wrake Gods verschrikkelijk zou zijn en niet eerder een einde nemen, dan wanneer het volk was ontbloot en vernietigd. Er zijn er die menen, dat dit er tussen is gesteld, dat God de kracht van Zijn straf zou matigen, maar zo zou, volgens hen, het vers een belofte van vergiffenis inhouden. Veeleer is het echter een bedreiging, want het kan niet wat zij aannemen, dat God zou maken, dat Zijn toorn zou gaan rusten. Er volgt toch: en zij zullen weten, dat Ik de Heere ben, die gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen zal volbracht hebben. En het tekstverband, zoals wij later zullen zien spreekt dit geheel tegen. Dit blijve derhalve vast, dat de Profeet hier geen matiging der straffen aan het volk belooft, maar voortgaat in het aankondigen van de straf, waaraan hij te voren heeft herinnerd.
Daartoe zal Ik, overeenkomstig de bedreiging in Lev. 26:31 en Deut. 29:22, u ter woestheid en ter smaadheid zetten onder de Heidenen, die rondom u zijn, voor de ogen van al dengenen, die voorbijgaat.
Zo zal de a) smaadheid en hoon een onderwijs 1), een voorbeeld van een verdiend oordeel, en ene ontzetting der Heidenen zijn (Jer. 24:8; 29:18), die rondom u zijn, wanneer Ik over u gerichten in toorn en in grimmigheid, en in grimmige straffen oefenen zal-Ik de HEERE heb het gesproken 2).
Deut. 28:37.
Jeruzalem moest hare naburen de vreze Gods geleerd hebben, door haar voorbeeld in godsvrucht en deugd, maar omdat zij dat niet gedaan heeft, zal God het hun leren door hun verderf, want zij hebben reden om te zeggen, indien dat geschiedde aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden? Indien het oordeel begint van het huis Gods, wat zal dan het einde zijn? Indien zij dus gestraft worden, die maar enige afgodendienaars onder zich hebben, wat zal er dan van ons worden, die allen afgoden zijn? Merk hieraan: de verwoesting van sommigen is bestemd tot onderwijs van anderen.
Hiermede spreekt de Heere het uit, dat niet de Profeet, maar Hij zelf dat alles aankondigt. En opdat het volk zou weten, dat het waarlijk geschieden zou, en opdat het zou erkennen, dat Hij als de Soevereine God er recht toe had. Het is het oordeel van Hem, die rechtvaardig oordeelt.
Wanneer Ik de boze pijlen des hongers (Deut. 32:23 v.) tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die (Ps. 7:14) Ik uitzenden zal om u te verderven, zo zal Ik den a) honger over u vermeerderen, en b) u den staf des broods breken (Hoofdst. 4:16 #Eze).
(2 Kon. 6:25. Jes. 3:1. Ezech. 14:13. b) Lev. 26:26.
Ja honger en boos gedierte (Lev. 26:22. Deut. 32:24 v.), die u van kinderen beroven zullen, zal Ik over u zenden, ook zal pestilentie en bloed onder u omgaan, zodat Mijne vier zware straffen (Hoofdstuk 14:21. Jer. 15:3) over u zullen komen; en het zwaard zal Ik over u brengen: Ik, de HEERE, heb, zo als de zinnebeeldige handeling in vs. 1 dit heeft voorgesteld, hetgeen in vs. 5-17 is verkondigd, het gesproken en Ik zal het zeker doen, gelijk de macht daartoe ook bij Mij is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel