Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DitH428 nu zijnH1961 de namenH8034 der stammenH7626. Van het eindeH7097 noordwaartsH6828, aanH413 de zijde des wegsH1870 van HethlonH2855, waar men komtH935 te HamathH2574, Hazar-Enon, de landpaleH1366 van DamaskusH1834, noordwaartsH6828 aanH413 de zijde van HamathH2574 (ook zal hij den oosterhoekH6921 en westerhoekH3220 hebben), zal Dan eenH259 snoer hebben.
Dit nu zijn de namen der stammen. Van het einde noordwaarts, aan de zijde des wegs van Hethlon, waar men komt te Hamath, Hazar-Enon, de landpale van Damaskus, noordwaarts aan de zijde van Hamath (ook zal hij den oosterhoek en westerhoek hebben), zal Dan een snoer hebben.
Ook in dit vers
Hazar-enanH2704
KJV
Now these are the names2
of the tribes.3
From the north5
end4
to the coast7
of the way8
of Hethlon,9
as one goeth10
to Hamath,11
Hazarenan,12
the border14
of Damascus15
northward,16
to the coast18
of Hamath;19
for these are his sides22
east23
and west;24
a26
portion for Dan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
En aan de landpaleH1366 van Dan, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, AserH836 eenH259.
En aan de landpale van Dan, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Aser een.
KJV
And by the border2
of Dan,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
a10
portion for Asher.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En aan de landpaleH1366 van AserH836, van den oosterhoekH6921 afH5704 tot den westerhoekH3220 toe, NafthaliH5321 eenH259.
En aan de landpale van Aser, van den oosterhoek af tot den westerhoek toe, Nafthali een.
KJV
And by the border2
of Asher,3
from the east5
side4
even unto the west8
side,7
a10
portion for Naphtali.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En aan de landpaleH1366 van NafthaliH5321, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, ManasseH4519 eenH259.
En aan de landpale van Nafthali, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Manasse een.
KJV
And by the border2
of Naphtali,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
a10
portion for Manasseh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En aan de landpaleH1366 van ManasseH4519, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, EfraimH669 eenH259.
En aan de landpale van Manasse, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Efraim een.
KJV
And by the border2
of Manasseh,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
a10
portion for Ephraim.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En aan de landpaleH1366 van EfraimH669, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, RubenH7205 eenH259.
En aan de landpale van Efraim, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Ruben een.
KJV
And by the border2
of Ephraim,3
from the east5
side4
even unto the west8
side,7
a10
portion for Reuben.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En aan de landpaleH1366 van RubenH7205, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, JudaH3063 eenH259.
En aan de landpale van Ruben, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Juda een.
KJV
And by the border2
of Reuben,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
a10
portion for Judah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Aan de landpaleH1366 nu van JudaH3063, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, zal het hefofferH8641 zijnH1961, datH834 gijlieden zult offerenH7311, vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505 meetrieten in breedteH7341, en de lengteH753, als van eenH259 der andere delenH2506, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe; en het heiligdomH4720 zal in het middenH8432 deszelven zijnH1961.
Aan de landpale nu van Juda, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, zal het hefoffer zijn, dat gijlieden zult offeren, vijf en twintig duizend meetrieten in breedte, en de lengte, als van een der andere delen, van den oosterhoek tot den westerhoek toe; en het heiligdom zal in het midden deszelven zijn.
KJV
And by the border2
of Judah,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
shall be the offering10
which ye shall offer12
of five13
and twenty14
thousand15
reeds in breadth,16
and in length17
as one18
of the other parts,19
from the east21
side20
unto the west24
side:23
and the sanctuary26
shall be in the midst
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Het hefofferH8641, datH834 gijlieden den HEEREH3068 zult offerenH7311, zal wezen de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505.
Het hefoffer, dat gijlieden den HEERE zult offeren, zal wezen de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend.
KJV
The oblation1
that ye shall offer3
unto the LORD4
shall be of five6
and twenty7
thousand8
in length,5
and of ten10
thousand11
in breadth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
En daarin zal het heiligH6944 hefofferH8641 zijnH1961 voor de priesterenH3548, noordwaartsH6828 de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en westwaartsH3220 de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505, en oostwaartsH6921, de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505, en zuidwaartsH5045 de lengte van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505; en het heiligdomH4720 des HEERENH3068 zal in het middenH8432 deszelven zijnH1961.
En daarin zal het heilig hefoffer zijn voor de priesteren, noordwaarts de lengte van vijf en twintig duizend, en westwaarts de breedte van tien duizend, en oostwaarts, de breedte van tien duizend, en zuidwaarts de lengte van vijf en twintig duizend; en het heiligdom des HEEREN zal in het midden deszelven zijn.
KJV
And for them, even for the priests,5
shall be this holy4
oblation;3
toward the north6
five7
and twenty8
thousand9
in length, and toward the west10
ten12
thousand13
in breadth,11
and toward the east14
ten16
thousand17
in breadth,15
and toward the south18
five20
and twenty21
thousand22
in length:19
and the sanctuary24
of the LORD25
shall be in the midst
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Het zal zijn voor de priesterenH3548, die geheiligdH6942 zijn uit de kinderenH1121 van ZadokH6659, die Mijn wachtH4931 hebben waargenomenH8104; die nietH3808 gedwaaldH8582 hebben, als de kinderenH1121 IsraelsH3478 dwaaldenH8582; gelijk als de andere LevietenH3881 gedwaaldH8582 hebben.
Het zal zijn voor de priesteren, die geheiligd zijn uit de kinderen van Zadok, die Mijn wacht hebben waargenomen; die niet gedwaald hebben, als de kinderen Israels dwaalden; gelijk als de andere Levieten gedwaald hebben.
KJV
It shall be for the priests1
that are sanctified2
of the sons3
of Zadok;4
which have kept6
my charge,7
which went not astray10
when the children12
of Israel13
went astray,11
as the Levites16
went astray.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En het geofferdeH8642 van het hefofferH8641 des landsH776 zal hunlieden een heiligheidH6944 der heilighedenH6944 zijnH1961, aanH413 de landpaleH1366 der LevietenH3881.
En het geofferde van het hefoffer des lands zal hunlieden een heiligheid der heiligheden zijn, aan de landpale der Levieten.
KJV
And this oblation3
of the land5
that is offered4
shall be unto them a thing most6
holy7
by the border9
of the Levites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Voorts zullen de LevietenH3881 tegenoverH5980 de landpaleH1366 der priesterenH3548 hebben de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505; de ganseH3605 lengteH753 zal zijn vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en de breedteH7341 tienH6235 duizendH505.
Voorts zullen de Levieten tegenover de landpale der priesteren hebben de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; de ganse lengte zal zijn vijf en twintig duizend, en de breedte tien duizend.
KJV
And over against2
the border3
of the priests4
the Levites1
shall have five5
and twenty6
thousand7
in length,8
and ten10
thousand11
in breadth:9
all the length13
shall be five14
and twenty15
thousand,16
and the breadth17
ten18
thousand.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En zij zullen daarvan niet verkopenH4376, noch de eerstelingenH7225 des landsH776 verwisselenH4171, nochH3808 overdragenH5674; wantH3588 het is een heiligheidH6944 den HEEREH3068.
En zij zullen daarvan niet verkopen, noch de eerstelingen des lands verwisselen, noch overdragen; want het is een heiligheid den HEERE.
KJV
And they shall not sell2
of it, neither exchange,5
nor alienate7
the firstfruits8
of the land:9
for it is holy11
unto the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Maar de vijfH2568 duizendH505, dat is hetgeen overgelatenH3498 is in de breedteH7341, voorH6440 aanH5921 de vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, datH1931 zal onheiligH2455 zijn, voor de stadH5892, tot bewoningH4186 en tot voorstedenH4054; en de stadH5892 zal in het middenH8432 daarvan zijn.
Maar de vijf duizend, dat is hetgeen overgelaten is in de breedte, voor aan de vijf en twintig duizend, dat zal onheilig zijn, voor de stad, tot bewoning en tot voorsteden; en de stad zal in het midden daarvan zijn.
KJV
And the five1
thousand,2
that are left3
in the breadth4
over against6
the five7
and twenty8
thousand,9
shall be a profane10
place for the city,12
for dwelling,13
and for suburbs:14
and the city16
shall be in the midst
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En ditH428 zullen haar matenH4060 zijn: de noorderhoekH6828, vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568 meetrieten; en de zuiderhoekH5045 vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568 en van den oosterhoekH6921 vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568; en de westerhoekH3220 vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568.
En dit zullen haar maten zijn: de noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd meetrieten; en de zuiderhoek vier duizend en vijfhonderd en van den oosterhoek vier duizend en vijfhonderd; en de westerhoek vier duizend en vijfhonderd.
KJV
And these shall be the measures2
thereof; the north4
side3
four7
thousand8
and five5
hundred,6
and the south10
side9
four13
thousand14
and five11
hundred,12
and on the east16
side15
four19
thousand20
and five17
hundred,18
and the west22
side21
four25
thousand26
and five23
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
De voorstedenH4054 nu der stadH5892 zullen zijnH1961, noordwaartsH6828 tweehonderdH3967 en vijftigH2572, en zuidwaartsH5045 tweehonderdH3967 en vijftigH2572, en oostwaartsH6921 tweehonderdH3967 en vijftigH2572, en westwaartsH3220 tweehonderdH3967 en vijftigH2572.
De voorsteden nu der stad zullen zijn, noordwaarts tweehonderd en vijftig, en zuidwaarts tweehonderd en vijftig, en oostwaarts tweehonderd en vijftig, en westwaarts tweehonderd en vijftig.
KJV
And the suburbs2
of the city3
shall be toward the north4
two hundred6
and fifty,5
and toward the south7
two hundred9
and fifty,8
and toward the east10
two hundred12
and fifty,11
and toward the west13
two hundred15
and fifty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En het overgelateneH3498 in de lengteH753, tegenoverH5980 het heiligH6944 hefofferH8641, zal zijn tienH6235 duizendH505 oostwaartsH6921, en tienH6235 duizendH505 westwaartsH3220; en het zal tegenoverH5980 het heiligH6944 hefofferH8641 zijnH1961; en de inkomstH8393 daarvan zal wezen tot onderhoudH3899 voor degenen, die de stadH5892 dienenH5647.
En het overgelatene in de lengte, tegenover het heilig hefoffer, zal zijn tien duizend oostwaarts, en tien duizend westwaarts; en het zal tegenover het heilig hefoffer zijn; en de inkomst daarvan zal wezen tot onderhoud voor degenen, die de stad dienen.
KJV
And the residue1
in length2
over against3
the oblation4
of the holy5
portion shall be ten6
thousand7
eastward,8
and ten9
thousand10
westward:11
and it shall be over against13
the oblation14
of the holy15
portion; and the increase17
thereof shall be for food18
unto them that serve19
the city.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
En die de stadH5892 dienenH5647, zullen haar dienenH5647 uit alleH3605 stammenH7626 IsraelsH3478.
En die de stad dienen, zullen haar dienen uit alle stammen Israels.
KJV
And they that serve1
the city2
shall serve3
it out of all the tribes5
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Het ganseH3605 hefofferH8641 zal zijn van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505 meetrieten, met vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505; vierkantH7243 zult gijlieden het heiligH6944 hefofferH8641 offerenH7311, met de bezittingH272 der stadH5892.
Het ganse hefoffer zal zijn van vijf en twintig duizend meetrieten, met vijf en twintig duizend; vierkant zult gijlieden het heilig hefoffer offeren, met de bezitting der stad.
KJV
All the oblation2
shall be five3
and twenty4
thousand5
by five6
and twenty7
thousand:8
ye shall offer10
the holy13
oblation12
foursquare,9
with the possession15
of the city.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En het overgelateneH3498 zal voor den vorstH5387 zijn, van dezeH2088 en van gene zijde des heiligenH6944 hefoffersH8641, en van de bezittingH272 der stadH5892, voorH6440 aan de vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505 meetrieten des hefoffersH8641, tot aan de oosterlandpale en westerlandpaleH3220, voorH6440 aan de vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505 aan de westerlandpaleH3220, tegenoverH5980 de andere delenH2506, datH2088 zal voor den vorstH5387 zijnH1961; en het heiligH6944 hefofferH8641, en het heiligdomH4720 des huizesH1004, zal in het middenH8432 daarvan zijn.
En het overgelatene zal voor den vorst zijn, van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers, en van de bezitting der stad, voor aan de vijf en twintig duizend meetrieten des hefoffers, tot aan de oosterlandpale en westerlandpale, voor aan de vijf en twintig duizend aan de westerlandpale, tegenover de andere delen, dat zal voor den vorst zijn; en het heilig hefoffer, en het heiligdom des huizes, zal in het midden daarvan zijn.
Ook in dit vers
oosterH6921
KJV
And the residue1
shall be for the prince,2
on the one side and on the other of the holy6
oblation,5
and of the possession7
of the city,8
over against10
the five11
and twenty12
thousand13
of the oblation14
toward the east17
border,16
and westward18
over against20
the five21
and twenty22
thousand23
toward the west26
border,25
over against27
the portions28
for the prince:29
and it shall be the holy32
oblation;31
and the sanctuary33
of the house34
shall be in the midst
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Van de bezittingH272 nu der LevietenH3881, en van de bezittingH272 der stadH5892 af, zijnde in het middenH8432 van hetgeenH834 des vorstenH5387 zal zijnH1961; wat tussenH996 de landpaleH1366 van JudaH3063, en tussenH996 de landpaleH1366 van BenjaminH1144 is, zal des vorstenH5387 zijn.
Van de bezitting nu der Levieten, en van de bezitting der stad af, zijnde in het midden van hetgeen des vorsten zal zijn; wat tussen de landpale van Juda, en tussen de landpale van Benjamin is, zal des vorsten zijn.
KJV
Moreover from the possession1
of the Levites,2
and from the possession3
of the city,4
being in the midst5
of that which is the prince's,7
between the border10
of Judah11
and the border13
of Benjamin,14
shall be for the prince.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Aangaande voorts het overigeH3499 der stammenH7626; van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, BenjaminH1144 eenH259 snoer.
Aangaande voorts het overige der stammen; van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Benjamin een snoer.
KJV
As for the rest1
of the tribes,2
from the east4
side3
unto the west7
side,6
Benjamin8
shall have a
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En aan de landpaleH1366 van BenjaminH1144, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, SimeonH8095 eenH259.
En aan de landpale van Benjamin, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Simeon een.
KJV
And by the border2
of Benjamin,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
Simeon9
shall have a
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
En aan de landpaleH1366 van SimeonH8095, van den oosterhoekH6921 totH5704 de westerhoekH3220 toe, IssascharH3485 eenH259.
En aan de landpale van Simeon, van den oosterhoek tot de westerhoek toe, Issaschar een.
KJV
And by the border2
of Simeon,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
Issachar9
a
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
En aan de landpaleH1366 van IssascharH3485, van den oosterhoekH6921 totH5704 aan den westerhoekH3220 toe, ZebulonH2074 eenH259.
En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.
KJV
And by the border2
of Issachar,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
Zebulun9
a
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
En aan de landpaleH1366 van ZebulonH2074, van den oosterhoekH6921 totH5704 den westerhoekH3220 toe, GadH1410 eenH259.
En aan de landpale van Zebulon, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Gad een.
KJV
And by the border2
of Zebulun,3
from the east5
side4
unto the west8
side,7
Gad9
a
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Aan de landpaleH1366 nu van GadH1410, aan den zuiderhoekH5045 zuidwaartsH8486, daar zal de landpaleH1366 zijnH1961 van ThamarH8559 af, naar het twistwaterH4325 van KadesH6946, voorts naar de beekH5158 henen, tot aan de groteH1419 zeeH3220.
Aan de landpale nu van Gad, aan den zuiderhoek zuidwaarts, daar zal de landpale zijn van Thamar af, naar het twistwater van Kades, voorts naar de beek henen, tot aan de grote zee.
KJV
And by the border2
of Gad,3
at the south6
side5
southward,7
the border9
shall be even from Tamar10
unto the waters11
of strife12
in Kadesh,13
and to the river14
toward the great17
sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Dit is het landH776, dat gijlieden zult doen vallenH5307 in erfenisH5159, voor de stammenH7626 IsraelsH3478, en dit zullen hun delenH4256 zijn, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069.
Dit is het land, dat gijlieden zult doen vallen in erfenis, voor de stammen Israels, en dit zullen hun delen zijn, spreekt de Heere HEERE.
KJV
This is the land2
which ye shall divide4
by lot unto the tribes6
of Israel7
for inheritance,5
and these are their portions,9
saith10
the Lord11
GOD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
Voorts zullen ditH428 de uitgangenH8444 der stadH5892 zijn: van den noorderhoekH6828, vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568 matenH4060.
Voorts zullen dit de uitgangen der stad zijn: van den noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd maten.
KJV
And these are the goings out2
of the city3
on the north5
side,4
four8
thousand9
and five6
hundred7
measures.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
En de poortenH8179 der stadH5892 zullen zijn naar de namenH8034 der stammenH7626 IsraelsH3478; drieH7969 poortenH8179 noordwaartsH6828; eenH259 poortH8179 van RubenH7205, eenH259 poortH8179 van JudaH3063, eenH259 poortH8179 van LeviH3878.
En de poorten der stad zullen zijn naar de namen der stammen Israels; drie poorten noordwaarts; een poort van Ruben, een poort van Juda, een poort van Levi.
KJV
And the gates1
of the city2
shall be after the names4
of the tribes5
of Israel:6
three8
gates7
northward;9
one12
gate10
of Reuben,11
one15
gate13
of Judah,14
one18
gate16
of Levi.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
En aanH413 den oosterhoekH6921, vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568 maten, en drieH7969 poortenH8179: namelijk, eenH259 poortH8179 van JozefH3130, eenH259 poortH8179 van BenjaminH1144, eenH259 poortH8179 van Dan.
En aan den oosterhoek, vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: namelijk, een poort van Jozef, een poort van Benjamin, een poort van Dan.
KJV
And at the east3
side2
four6
thousand7
and five4
hundred:5
and three9
gates;8
and one12
gate10
of Joseph,11
one15
gate13
of Benjamin,14
one18
gate16
of Dan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
De zuiderhoekH5045 ook vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568 matenH4060, en drieH7969 poortenH8179: eenH259 poortH8179 van SimeonH8095, eenH259 poortH8179 van IssascharH3485, eenH259 poortH8179 van ZebulonH2074.
De zuiderhoek ook vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: een poort van Simeon, een poort van Issaschar, een poort van Zebulon.
KJV
And at the south2
side1
four5
thousand6
and five3
hundred4
measures:7
and three9
gates;8
one12
gate10
of Simeon,11
one15
gate13
of Issachar,14
one18
gate16
of Zebulun.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
De westerhoekH3220, vierH702 duizendH505 en vijfhonderdH2568; derzelver poortenH8179 drieH7969: eenH259 poortH8179 van GadH1410, eenH259 poortH8179 van AserH836, eenH259 poortH8179 van NafthaliH5321.
De westerhoek, vier duizend en vijfhonderd; derzelver poorten drie: een poort van Gad, een poort van Aser, een poort van Nafthali.
KJV
At the west2
side1
four5
thousand6
and five3
hundred,4
with their three8
gates;7
one11
gate9
of Gad,10
one14
gate12
of Asher,13
one17
gate15
of Naphtali.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
RondomH5439 achttienH8083 duizendH505; en de naamH8034 der stadH5892 zal van dien dagH3117 af zijn: De HEEREH3074 Is ALDAAR.
Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: De HEERE Is ALDAAR.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJV
It was round about1
eighteen2
thousand4
measures: and the name5
of the city6
from that day7
shall be, The LORD is there.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
stammen
Zoals zij de een aan den ander hunne erfenis zullen hebben.
Hertaald:
stammen
Namelijk zoals zij hun erfdeel de een naast de ander zullen hebben.
Van het einde noordwaarts,
Hier begint de beschrijving van het eerste deel, dat Dan zou bezitten.
Hertaald:
Van het einde noordwaarts,
Hier begint de beschrijving van het eerste deel, dat Dan zou bezitten.
zijde des wegs van Hethlon,
Hebreeuws, hand; alzo terstond wedeRom.
Hertaald:
zijde des wegs van Hethlon,
Hebreeuws: hand; zo ook meteen opnieuw.
hij den
Dan, uit het volgende.
Hertaald:
hij den
Namelijk Dan, blijkens het vervolg.
Ooster- en
Dat is, hetgeen van de voorzegde noordelijke landpale af, tussen de ooster en westerlandpale in de breedte gelegen is; alzo in het volgende.
Hertaald:
Ooster- en
Dat is: wat vanaf de genoemde noordgrens in de breedte tussen de oost- en de westgrens ligt; zo ook in het vervolg.
westerhoek hebben),
Hebreeuws, der zee, alzo in het volgende. Aan den zuiderhoek werd niet gedacht, behalve in het heilig afgezonderd deel, en in het algemeen van gans Israël [achter Gad, vs.28; dat sommigen houden voor een teken van de uitbreiding van het rijk van Christus, tot aan het einde der aarde.
Hertaald:
westerhoek hebben),
Hebreeuws: van de zee, zo ook in het vervolg. Aan de zuidhoek wordt niet gedacht, behalve in het heilige afgezonderde deel en in het algemeen van heel Israël, achter Gad, vers 28. Sommigen houden dat voor een teken van de uitbreiding van het rijk van Christus tot aan het einde van de aarde.
snoer hebben
Dat is, deel. Dit is hier en vs.23 ingevoegd tot aanvulling van den zin, uit Ezech. 47:13 , en moet in het volgende ook daarop verstaan worden. Hier [en in het volgende] gelijk ook boven Ezech. 47:14 , blijkt wederom een aanmerkelijk onderscheid tussen het voorgaande oud vleselijk en dit nieuw geestelijk Israël. Want tevoren waren de erfdelen zeer ongelijk; hier is gelijkheid in de gemeenschap aller heiligen en geestelijke kinderen van Abraham, hebbende elke stam evenveel, [niettegenstaande enig bijzonder onderscheid in de plaatsing] en zijn gans anders geplaatst dan tevoren. Ook is de orde van de opnoeming der stammen, [die in het noorden van den geringen en tevoren zeer zondigen Dan wordt aangevangen] aanmerkelijk; Openb. 7:5 , enz. wordt Dan uitgelaten, zie aldaar.
Hertaald:
snoer hebben
Dat is: deel. Dit is hier en in vers 23 ter aanvulling van de zin ingevoegd uit Ezech. 47:13, en moet ook in het vervolg zo verstaan worden. Hier en in het vervolg blijkt, evenals hierboven Ezech. 47:14, opnieuw een opmerkelijk verschil tussen het vroegere, oude en vleselijke Israël en dit nieuwe, geestelijke. Vroeger waren de erfdelen namelijk zeer ongelijk; hier is er gelijkheid in de gemeenschap van alle heiligen en geestelijke kinderen van Abraham: elke stam heeft evenveel, ondanks enig bijzonder verschil in de ligging, en zij zijn heel anders geplaatst dan vroeger. Ook de volgorde van de opsomming van de stammen is opmerkelijk, die in het noorden begint met de geringe en vroeger zeer zondige Dan; in Openb. 7:5 enzovoort wordt Dan juist weggelaten, zie daar.
hefoffer zijn,
Zie boven Ezech. 45:1-2 , enz., met de aantekening aldaar.
Hertaald:
hefoffer zijn,
Zie hierboven Ezech. 45:1-2 enzovoort, met de aantekening daar.
zijn uit de kinderen van Zadok,
Hebreeuws, is; dat is, elkeen van hen, die geheiligd is.
Hertaald:
zijn uit de kinderen van Zadok,
Hebreeuws: is; dat is: ieder van hen die geheiligd is.
gelijk als de andere Levieten gedwaald hebben
Of, als, dat is, wanneer de [andere] Levieten dwaalden.
Hertaald:
gelijk als de andere Levieten gedwaald hebben
Of: toen, dat is: toen de andere Levieten dwaalden.
heiligheid der heiligheden zijn,
Zie Lev. 2:3 .
Hertaald:
heiligheid der heiligheden zijn,
Zie Lev. 2:3.
eerstelingen des lands
Dat is hetgeen God gegeven en geheiligd is, gelijk de eerste landvruchten hem plachten geheiligd te worden.
Hertaald:
eerstelingen des lands
Dat is: wat aan God gegeven en geheiligd is, zoals de eerste veldvruchten Hem geheiligd plachten te worden.
voor aan de vijf en twintig duizend,
Hebreeuws, aan het aangezicht.
Hertaald:
voor aan de vijf en twintig duizend,
Hebreeuws: aan het aangezicht.
onheilig zijn,
Dat is, een algemene plaats tot algemeen burgerlijk gebruik, zijnde onheilig in vergelijking van de andere, die God bijzonderlijk tot den godsdienst en voor de geheiligde personen geheiligd en afgezonderd had. Vergelijk Deut. 20:6 ; Jer. 31:5 . Dit kon hier dienen tot afbeelding van het onderscheid, dat er is tussen kerkelijke of geestelijke en wereldlijke of politieke zaken. Anderszins wordt de stad ook genomen als beduidende het hemels Jeruzalem, of de kerk, gelijk onder vs.31, enz. en vs.35, en elders dikwijls, en in dien verstande wordt zij de heilige stad genoemd, Openb. 21:2 , enz. Ten ware dat men het alzo wilde nemen, dat deze stad [dat is de kerk] op aarde zal zijn in plaatsen, die tevoren onrein en onheilig waren, zie Jer. 31:40 . Doch vergelijk boven Ezech. 42:20 met de aantekening.
Hertaald:
onheilig zijn,
Dat is: een gewone plaats voor algemeen burgerlijk gebruik, die onheilig is in vergelijking met het andere deel dat God in het bijzonder voor de godsdienst en voor de geheiligde personen geheiligd en afgezonderd had. Vergelijk Deut. 20:6; Jer. 31:5. Dat kon hier dienen om het onderscheid af te beelden tussen kerkelijke of geestelijke en wereldlijke of politieke zaken. Overigens wordt de stad ook opgevat als aanduiding van het hemelse Jeruzalem of de kerk, zoals hieronder vers 31 enzovoort en vers 35, en elders vaak; in die zin wordt zij de heilige stad genoemd, Openb. 21:2, enzovoort. Tenzij men het zo zou willen opvatten dat deze stad, dat is: de kerk, op aarde zal zijn op plaatsen die tevoren onrein en onheilig waren; zie Jer. 31:40. Vergelijk echter hierboven Ezech. 42:20 met de aantekening.
heilig hefoffer,
Hebreeuws, hefoffer der heiligheid; alzo in het volgende.
Hertaald:
heilig hefoffer,
Hebreeuws: hefoffer van de heiligheid; zo ook in het vervolg.
onderhoud voor degenen,
Hebreeuws, brood; dat is, tot onderhoud, leeftocht.
Hertaald:
onderhoud voor degenen,
Hebreeuws: brood; dat is: tot onderhoud, tot levensonderhoud.
dienen, zullen
Hebreeuws, dient.
Hertaald:
dienen, zullen
Hebreeuws: dient.
haar dienen uit alle stammen Israëls
Anders: zullen dat [overig deel] bouwen, of bearbeiden, onderhouden, of: zullen uit alle stammen van Israël denzelven [Israël] dienen; dat is, die in de stad dienen, zullen allen anderen Israëlieten bevorderlijk en gedienstig zijn in het verrichten hunner zaken; of, men zal de dienaars uit alle stammen nemen.
Hertaald:
haar dienen uit alle stammen Israëls
Anders: zullen dat overige deel bebouwen, bewerken of onderhouden; of: zullen uit alle stammen van Israël hetzelve, namelijk Israël, dienen; dat is: zij die in de stad dienen zullen alle andere Israëlieten behulpzaam en van dienst zijn bij het verrichten van hun zaken. Of: men zal de dienaars uit alle stammen nemen.
meetrieten ,
Te weten in de lengte, met even veel in de breedte; vergelijk de manier van spreken met boven Ezech. 45:2 .
Hertaald:
meetrieten ,
Namelijk in de lengte, met evenveel in de breedte; vergelijk de uitdrukking met hierboven Ezech. 45:2.
vierkant
Aangaande de vierkantheid, kan met dit vergelijken met Openb. 21:16 . Anders: het vierde deel zult gij van het heilig hefoffer offeren tot de bezitting der stad, nemende de plaats van het heiligdom voor het eerste deel, die der priesters voor het tweede, die der Levieten voor het derde, en die van de stad voor het vierde.
Hertaald:
vierkant
Wat het vierkant betreft, kan men dit vergelijken met Openb. 21:16. Anders: het vierde deel zult u van het heilige hefoffer offeren tot bezitting van de stad, waarbij men de plaats van het heiligdom als het eerste deel neemt, die van de priesters als het tweede, die van de Levieten als het derde en die van de stad als het vierde.
met de bezitting der stad
Dat is, de stad daarin mede [naar sommiger verklaring] begrepen zijnde.
Hertaald:
met de bezitting der stad
Dat is: waarbij de stad daarin, volgens de verklaring van sommigen, mee begrepen is.
voor aan de vijf en twintig
Hebreeuws, tegen, of aan, voor het aangezicht; alzo in het volgende.
Hertaald:
voor aan de vijf en twintig
Hebreeuws: tegen, of aan, of voor het aangezicht; zo ook in het vervolg.
andere delen,
Of, [voorgemelde]. Anders: tegenover de delen van den vorst, en het zal een heilig hefoffer zijn, enz.
Hertaald:
andere delen,
Of: de eerder genoemde delen. Anders: tegenover de delen van de vorst, en het zal een heilig hefoffer zijn, enzovoort.
zuidwaarts,
Of, naar Theman heen; zie van deze plaatsen boven Ezech. 47:19 .
Hertaald:
zuidwaarts,
Of: naar Theman toe; zie over deze plaatsen hierboven Ezech. 47:19.
in erfenis,
In het Hebreeuws is de manier van spreken wat duister, en schijnt verklaard te zijn door een andere, boven Ezech. 45:1 , en Ezech. 47:14 , Ezech. 47:22 , gebruikt, die hier ook om der klaarheid wil in den tekst gesteld is. Hebreeuws eigenlijk van de erfenis, of om der erfenis wil, dat men kan verstaan, òf van het uitdelen der gemene erfenis van elken stam aan de particuliere onderhorigen, òf van het werpen van het lot over de bijzondere erfenis, zijnde de zin enerlei; anders: van de beek Sichor af, dat is, van de landpale van Egypte af.
Hertaald:
in erfenis,
In het Hebreeuws is de uitdrukking wat duister, en zij lijkt verklaard te worden door een andere die hierboven in Ezech. 45:1 en Ezech. 47:14, Ezech. 47:22 gebruikt is; die is hier ook ter wille van de duidelijkheid in de tekst gezet. Hebreeuws eigenlijk: van de erfenis, of: omwille van de erfenis, wat men kan verstaan óf van het uitdelen van de gemeenschappelijke erfenis van elke stam aan de afzonderlijke leden, óf van het werpen van het lot over het bijzondere erfdeel; de betekenis is dezelfde. Anders: van de beek Sichor af, dat is: van de grens van Egypte af.
hun delen zijn,
Der stammen.
Hertaald:
hun delen zijn,
Namelijk van de stammen.
vier duizend en vijfhonderd
Zie boven vs.16, alwaar verklaard schijnt te worden wat men hier door deze uitgangen zal verstaan, te weten de omvang van de vier delen der stad, uit welke men naar de respectieve poorten uitging, zover als elk deel zich uitstrekte, aan welks uiteinde de poorten waren. Anderen verstaan door de uitgangen de poorten zelf.
Hertaald:
vier duizend en vijfhonderd
Zie hierboven vers 16, waar verklaard lijkt te worden wat men hier onder deze uitgangen moet verstaan, namelijk de omvang van de vier delen van de stad, waaruit men naar de bijbehorende poorten uitging, zo ver als elk deel zich uitstrekte en aan wiens uiteinde de poorten lagen. Anderen verstaan onder de uitgangen de poorten zelf.
maten
Dat is, meetrieten. Zie boven Ezech. 40:5 .
Hertaald:
maten
Dat is: meetrieten. Zie hierboven Ezech. 40:5.
poorten der stad
Waardoor men kan verstaan dat een open ingang in Gods kerk of het nieuwe Jeruzalem zal zijn, niet alleen voor de uitverkorenen uit Israël, maar ook uit de heidenen of alle natiën, uit de vier hoeken der wereld. Vergelijk Mal. 1:11 ; Matt. 8:11 ; Luc. 13:29 ; Openb. 21:12-14 , Openb. 21:21 , Openb. 21:25 , en Openb. 7:9-10 .
Hertaald:
poorten der stad
Daaronder kan men verstaan dat er in Gods kerk of het nieuwe Jeruzalem een open ingang zal zijn, niet alleen voor de uitverkorenen uit Israël maar ook voor die uit de heidenen of uit alle volken, uit de vier hoeken van de wereld. Vergelijk Mal. 1:11; Matth. 8:11; Luk. 13:29; Openb. 21:12-14, Openb. 21:21, Openb. 21:25 en Openb. 7:9-10.
westerhoek,
Hebreeuws, hoek der zee, gelijk boven dikwijls.
Hertaald:
westerhoek,
Hebreeuws: hoek van de zee, zoals hierboven vaak.
DE HEERE IS ALDAAR
En dienvolgens heil en zaligheid. Hebreeuws JHWH SCHAMMAH. Zie Jer. 3:17 ; Joël 3:21 ; Zach. 2:10-11 ; Openb. 21:3 , Openb. 21:22 , en Openb. 22:3-4 , enz.
Hertaald:
DE HEERE IS ALDAAR
En dientengevolge heil en zaligheid. Hebreeuws: JHWH SCHAMMAH. Zie Jer. 3:17; Joël 3:21; Zach. 2:10-11; Openb. 21:3, Openb. 21:22 en Openb. 22:3-4, enzovoort. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het boek eindigt met de poorten van de stad, twaalf in getal en genoemd naar de stammen (Ezech. 48:31-34). Het laatste vers geeft de omtrek en dan de naam: "en de naam der stad zal van dien dag af zijn: De HEERE Is ALDAAR" (Ezech. 48:35). Bijbelse betekenis: Merk op waarmee dit boek eindigt. Niet met een maat, niet met een koning en niet met een tempel, maar met een naam, en die naam zegt alleen dat God er is. Alles wat in de laatste negen hoofdstukken gemeten en geregeld is, loopt daarop uit. Let vervolgens op de tegenstelling met het begin. Dit boek begon bij een priester in ballingschap, en het zag de heerlijkheid des HEEREN de stad verlaten (reeds behandeld bij Ezech. 10:18-19). Wat toen wegging, is nu de naam van de stad geworden. Let ten slotte op de woorden van dien dag af. De naam is geen herinnering aan iets wat geweest is, maar geldt vanaf het ogenblik dat de stad er staat. Over de tijd en de vorm van de vervulling doet het register geen uitspraak; wat er staat is dat het einde bij Gods tegenwoordigheid ligt. Typologie: Het laatste boek van de Schrift eindigt met dezelfde zaak en bijna met dezelfde woorden: "Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen" (Op. 21:3). Ook daar heeft de stad twaalf poorten met de namen van de stammen (Op. 21:12), en ook daar is er geen tempel meer, "want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam" (Op. 21:22). Ezech. 48:30-35; Ezech. 10:18-19; Op. 21:3,12,22 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Wat onze moeiten, beproevingen en smarten ook zijn: alles is wel met ons als God ons genoegen is en Zijn tegenwoordigheid onze vreugde. © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Ezechiël 48
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spurgeon Citaten


Ezechiël 48
Ezechiël 48:35.KruisverwijzingenJeremia 3:17→Jeremia 33:16→Openbaring 21:3→Zacharia 2:10→Joël 3:21→Jesaja 12:6→Jesaja 24:23→Openbaring 22:3→
— Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: De HEERE Is ALDAAR.
“Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: De HEERE Is ALDAAR.”
Zouden wij aan de tegenwoordigheid van God willen ontkomen, dan is onze staat door dat feit alleen al duidelijk aan het licht gebracht. Er kan voor ons geen hemel zijn, want de hemel is daar waar de tegenwoordigheid van de HEERE verzadiging van vreugde is. Konden wij gelukkig zijn ver van God, dan moet ik u zeggen wat ons lot zal wezen. Wij gaan nu in ons hart en in onze begeerte van God vandaan, en ten slotte zal de grote Rechter van allen tot ons zeggen: “Gaat weg van Mij, gij vervloekten.” Dan zullen wij verdreven worden van het aangezicht van de HEERE en van de heerlijkheid van Zijn macht.
Ik weet dat er een gezelschap is dat naar waarheid zeggen kan dat het zich alleen gelukkig voelt wanneer het beseft dat God bij hen is. De plaats waar zij de HEERE ontmoeten is hun dierbaar en kostbaar, om Zijn ontsluieringen. De herinnering aan heilige samenkomsten is zoet, omdat de HEERE onder hen was. Zij zouden niet graag gaan waar God niet is. Was er een plaats van God verlaten, hoe gelukkig en vol vrolijkheid de mensen die ook achtten, zij zouden onder de gasten daarvan niet gevonden worden. Waar wij Gods gezelschap niet genieten kunnen, gaan wij niet heen. “Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij”; het zou daarom onze dood zijn van God gescheiden te wezen.
Zonder God zouden wij zonder hoop zijn. Maar hoe hoog onze tijdelijke genoegens ook stijgen, het is helemaal mis met ons wanneer wij rusten kunnen ver van de God van de genade. Een kind moet er treurig aan toe zijn wanneer het geen prijs stelt op de goedkeurende glimlach van zijn vader. Er moet iets vreselijk mis zijn met een schepsel dat tevreden kan zijn terwijl het tegen zijn Schepper ingaat. Niets dan de verdorvenheid van het hart kan een mens toestaan op zijn gemak te zijn ver van God.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Dit nu zijn de namen der stammen, zo als zij naast en na elkaar in het land zullen wonen. Van 1) het einde noordwaarts, aan de zijde des wegs van Hethlon, waar men komt te Hamat; Hazar Enan, de landpale van Damascus, noordwaarts aan de zijde van Hamath, zo als in Hoofdst. 47:15-17 de noordergrens van het land bepaald werd, (ook zal hij den ooster- en westerhoek hebben, liever: hetwelk de gehele hoek is van het oosten naar het westen, dat zich over de gehele breedte uitstrekt) zal Dan één snoer hebben.
Let op, dat elke stam in deze afbeeldende verdeling zijn aangewezen bijzonder lot heeft, door ene Goddelijke bestelling bepaald, want het was nooit het oogmerk van het Evangelie, de onze palen van eigendom weg te nemen en alles gemeen te maken; het was bij wijze van liefdadigheid, niet van wettig recht, dat de eerste christenen alles gemeen hadden. Vele voorschriften van het Evangelie onderstellen, dat elk mens zijn eigen goed moet kennen. En wij moeten niet alleen erkennen, maar ook berusten in Gods hand, die ons lot bestelt en daarmee wel tevreden zijn, gelovende dat het voor ons het beste is. De nieuwe verdeling des lands wijkt van de vroegere, onder Jozua gedaan, den eerste daarin, af, dat alle stamgebieden zich gelijkmatig over de gehele breedte des lands van de Oostelijke grenzen tot aan de Middellandse zee in het westen uitstrekken, alzo parallel lopende landstreken zullen vormen, terwijl bij de verdediging onder Jozua meerdere stamgebieden slechts de halve breedte van het land innamen. N. l. Dan zijn erfdeel in het westen van Benjamin verkreeg en de gebieden van half Manasse en Aser zich van de Noordelijke grenzen van Efraïm tot aan de noordergrenzen van Kanaän zich uitstrekten en Oostelijk van hen Issachar, Nafthali en Zebulon hun erfdelen ontvingen, eindelijk Simeon zijn bezit binnen de grenzen van de stam Juda verkreeg. Verder wijkt zij daarin van de vroegere af, dat niet alleen alle twaalf stammen in het eigenlijke Kanaän tussen den Jordaan en de Middellandse zee hun bezittingen kregen, terwijl vroeger derde halve stam op hun bede van Mozes het aan gene zijde van den Jordaan veroverde land Bazan en Gilead hadden ontvangen, waarna het land Kanaän onder de overige 8 1/2 stammen werd verdeeld, maar dat buitendien ook de middelste streek van het land, ongeveer het vijfde deel van het geheel voor het heilige hefoffer, het stadgebied en het vorstenland werden afgehouden, alzo slechts het noordelijk en het zuidelijk deel, ongeveer vier vijfde van het geheel tot verdeling onder de twaalf stammen overbleef en noordelijk van het hefoffer zeven, zuidelijk van hetzelve 5 stammen hun erfdelen verkregen, terwijl het hefoffer zo werd afgedeeld, dat de stad met haar gebied in de nabijheid van het oude Jeruzalem kwam te liggen.
En aan de landpale van Dan, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Aser één.
En aan de landpale van Aser, van den oosterhoek af tot den westerhoek toe, Nafthali één.
En aan de landpale van Manasse, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Efraïm één.
En aan de landpale van Efraïm, van den oosterhoek af tot den westerhoek toe, Ruben één.
En aan de landpale van Ruben, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Juda één. De indeling heeft dadelijk den vorm van ene heilige, daar zeven stammen achter elkaar worden opgeteld, dus het heiligdom met het afgezonderde (Hoofdst. 45:1 vv.) van boven af omsluiten. Dat dient tot een teken, dat Israël nu weer in verbondsbetrekking met God is opgenomen en den Heere aangenaam is (Hoofdst. 20:40 vv.). Dan verkrijgt de landstreek aan de noordelijke grenzen, want daarheen was een gedeelte van den stam reeds in den tijd der richters verhuisd (Richt. 17 en 18). Aan hem zijn Aser en Nafthali verbonden, die vroeger de noordelijke streken in bezit hadden. Zebulon wordt teruggeplaatst, eveneens ook Issaschar aan de oostzijde; dan volgen Manasse en Efraïm, volgens de oude rangschikking; nu wordt Ruben van gindse zijde der Dode zee genomen, waarop weer met terugplaatsing van enen stam, van Benjamin, Juda zich aansluit. Nu begint de Terum of het hefoffer van het land, waarvan reeds in Hoofdst 45:1-8 sprake was.
Aan de landpale nu van Juda, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, zal het hefoffer zijn, dat gijlieden zult offeren, vijf en twintig duizend meetrieten in breedte, en de lengte, van het oosten naar het westen (vs. 9 vv.) even zo veel, als van een der andere delen, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, d. i. van den Jordaan tot aan de Middellandse zee. Dit stuk zal in zijne gehele lengte ook het land van den vorst insluiten, en het heiligdom zal in het midden deszelven zijn.
Het hefoffer, dat gijlieden den HEERE zult offeren, van dat stuk, dat met het delen der overige stammen gelijk staat, zal wezen de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend.
En daarin zal het heilig hefoffer zijn voor de priesteren, noordwaarts de lengte van vijf en twintig duizend, en westwaarts de breedte van tien duizend, en oostwaarts de breedte van tien duizend, en zuidwaarts de lengte van vijf en twintig duizend; en het heiligdom des HEEREN zal in het midden deszelven zijn.
Het in vs. 9 genoemde land zal zijn voor de priesteren, die geheiligd zijn uit de kinderen van Zadok, die Mijne wacht hebben waargenomen, die niet gedwaald hebben, als de kinderen Israëls dwaalden, gelijk als de andere Levieten gedwaald hebben (Hoofdst. 44:15).
En het geofferde van het hefoffer des lands zal hunlieden een heiligheid der heiligheden zijn, aan de landpale der Levieten, 1) hetwelk alleen heilig is.
Of, hunlieden zal het geofferde van het hefoffer des lands zijn, een heiligheid der heiligheden aan de landpale der Levieten. Dit hefoffer der Priesters wordt een heiligheid der heiligheden genoemd, ter onderscheiding of in tegenstelling van hetgeen de Levieten zouden krijgen, hetwelk alleen heilig werd genoemd.
Voorts zullen de Levieten tegenover ‘t noordelijk van de landpale der priesteren hebben de lengte ven vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; de ganse lengte bij het priester- en ook het Levietenland zal zijn vijf en twintig duizend, en de breedte tien duizend.
En zij, de Levieten, zullen daarvan niet verkopen, noch de eerstelingen des lands, het als eerstelingen van het geheel afgenomen land verwisselen noch overdragen aan mensen uit den stand der niet-Levieten, want het is ene heiligheid den HEERE (vgl. Lev. 25:34).
Maar de vijfduizend, dat is hetgeen overgelaten is in de breedte, in vs. 9 tien duizend roeden voor het land der priesters en in vs. 13 even zo veel voor dat der Levieten is afgezonderd, voor aan de vijf en twintig duizend, dat zal onheilig 1) gewoon land zijn, voor de stad, tot bewoning en tot voorsteden of vrijplaatsen; en de stad zal in het midden daarvan zijn, in dit onheilige gedeelte.
Onheilig in den zin van, gemeen, gewoon. Wat de Priesters en de Levieten ontvingen was heilig, wat de inwoners ontvingen gemeen of gewoon land.
En dit zullen hare maten zijn; de noorderhoek vier duizend en vijf honderd meetrieten; en de zuiderhoek vier duizend en vijf honderd; en van den oosterhoek vier duizend en vijf honderd, en de westerhoek vier duizend en vijf honderd, zodat alzo de stad een kwadraat van
500 roeden vormt.
De voorsteden nu der stad, de vrije plaatsen rondom dit vierkant, zullen zijn, noordwaarts twee honderd en vijftig, en zuidwaarts twee honderd en vijftig, en oostwaarts twee honderd en vijftig, en westwaarts twee honderd en vijftig, waaronder een nog uitgebreider vierkant van 5. 000 roeden aan beide zijden ontstaat.
En de overgelatene in de lengte, tegenover het heilig hefoffer, wat van de lengte vs. 8 overblijft, zal zijn tien duizend oostwaarts, en tienduizend westwaarts; en het zal tegenover het heilig hefoffer zijn; en de inkomst daarvan zal wezen tot onderhoud voor degenen, die de stad dienen, voor de bedienden of arbeiders aan de stad.
En die de stad dienen, zullen haar dienen uit alle stammen Israëls. (Hoofdst. 45:6).
Het ganse hefoffer zal zijn van vijf en twintig duizend meetrieten, met vijf en twintig duizend; vierkant (vs. 8)zult gijlieden het heilig hefoffer offeren met de bezitting der stad(vs. 9 en 13 vgl. met vs. 15).
En het overgelatene zal voor den vorst 1) zijn, van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers, en van de bezitting der stad voor aan de vijf en twintig duizend meetrieten des hefoffers, tot aan de ooster- en wester landpale, voor aan de vijf en twintig duizend aan de wester landpale, tegenover de andere delen, dat zal voor den vorst zijn, en het heilig hefoffer en het heiligdom des huizes, zal in het midden daarvan zijn.
De vorst was geplaatst nabij het heiligdom, waar het getuigenis van Israël was, en nabij de stad waar de stoelen des gerichts waren, opdat hij een beschermer van beide zou zijn en mocht toezien, dat de plicht van beiden zorgvuldig en getrouw werd waargenomen, en hierom was hij een dienaar van God, ten goede van gans de gemeente. Christus is de Vorst der Kerk, die haar aan alle kanten beschermt en ene verdediging maakt; ja Hij zelf is ene verdediging van alle hare heerlijkheid en omringt haar met Zijn gunst.
Van de bezitting nu der Levieten, en van de bezitting der stad af, zijnde in het midden van hetgeen des vorsten zal zijn; wat tussen de landpale van Juda en tussen de landpale van Benjamin is, zal des vorsten zijn. Bij de herhaling dezer bepalingen, welke reeds in Hoofdst 45:1 vv. zijn gegeven, juist op deze plaats komt het aan, om aanschouwelijk voor te stellen, hoe de Heere nu werkelijk in het midden van Zijn volk woont, en Zijn heiligdom onder hen is (Hoofdst. 37:27 vv.). Hierbij komt als ene nieuwe bepaling het aandeel aan de Teruma voor degenen, die aan de stad arbeiden, hare gebouwen onderhouden.
Aangaande voorts het overige der stammen, deze zullen ten zuiden van de in het vorige beschrevene afdeling zijn; van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Benjamin één snoer.
En aan de landpale van Benjamin, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Simeon één.
En aan de landpale van Simeon, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Issaschar één.
En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Zebulon één.
En aan de landpale van Zebulon, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Gad één.
Aan de landpale nu van Gad, aan den zuiderhoek zuidwaarts, daar zal de landpale zijn van Thamar af, naar het twistwater van Kades, voorts naar de beek henen tot aan de grote zee.
Dit is het land, dat gijlieden zult doen vallen in erfenis, voor de stammen Israëls, en dit zullen hun delen zijn, spreekt de Heere HEERE. Volgens de vorige verdeling, des lands waren in de afdeling vs. 1-7 eerst teruggeplaatst Benjamin, Issaschar en Zebulon; deze worden nu aan de oostzijde geplaatst; verder wordt van gene zijde van den Jordaan Gad overgenomen, en Simeon, welke stam vroeger onder Israël verstrooid was, ontvangt nu een bijzonder aandeel. Men ziet dat thans niet meer gedacht wordt aan de vroegere bijzondere zonden der stamvaders, en zo was ook reeds boven Dan (vs.
niet uitgesloten. Andere gezichtpunten worden daarentegen in Openb. 7:5-9 gevonden, waar Dan geheel uitvalt en Levi in ‘t bijzonder wordt meegeteld; eveneens wordt aan Efraïm niet gedacht, maar daarvoor komt Jozef. Johannes spreekt ook over de verzegeling, en daarbij mocht evenmin Levi ontbreken als Dan en Efraïm genoemd konden worden. Ezechiël handelt echter over de wederopneming tot genade, en dan zijn de vorige zonden in de diepten der zee geworpen. 30.
VII. Vs. 30-35KruisverwijzingenJeremia 3:17→Jeremia 33:16→Openbaring 21:3→Zacharia 2:10→Joël 3:21→Jesaja 12:6→Jesaja 24:23→Openbaring 22:3→
— Voorts zullen dit de uitgangen der stad zijn: van den noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd maten. En de poorten der stad zullen zijn naar de namen der stammen Israels; drie poorten noordwaarts; een poort van Ruben, een poort van Juda, een poort van Levi. En aan den oosterhoek, vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: namelijk, een poort van Jozef, een poort van Benjamin, een poort van Dan. De zuiderhoek ook vier duizend en vijfhonderd maten, en drie poorten: een poort van Simeon, een poort van Issaschar, een poort van Zebulon. De westerhoek, vier duizend en vijfhonderd; derzelver poorten drie: een poort van Gad, een poort van Aser, een poort van Nafthali. Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: De HEERE Is ALDAAR.
, Tot voltooiing van het gehele beeld der toekomst van het land van Israël wordt nog eens herhaald wat in vs. 15 vv. over den omvang der heilige stad is opgemerkt. De stad wordt nog van ene andere zijde, namelijk door optelling der poorten, van welke naar elke der vier hemelstreken vier zijn gericht, in bepaalde betrekking tot de 12 stammen gesteld. Bij deze wordt Levi meegerekend, daarentegen werden Efraïm en Manasse onder den gemeenschappelijken naam van Jozef zaamgevat. De stammen zijn in deze opvolging genomen, dat de drie zonen van Lea, die ook in Deut. 33:6-8 den zegen openen, vooraan staan, hierop volgen de beide zonen van Rachel naar hunnen ouderdom, en op deze de oudste zoon van Lea, en eindelijk de nog drie overige zoons der beide dienstmaagden. Terwijl zo de namen harer poorten de stad voorstellen als behorende aan geheel Israël, ontvangt zij tenslotte nog een teken, dat haar tot stad van Jehova verheft.
Voorts zullen, gelijk dit reeds in vs. 16 is gezegd, dit de uitgangen der stad zijn: van den noorderhoek, vier duizend en vijf honderd maten.
En de poorten der stad zullen zijn naar de namen der stammen Israëls, en wel vooreerst wat betreft de drie poorten noordwaarts: ééne poort van Ruben, ééne poort van Juda, ééne poort van Levi.
En aan den oosterhoek, vier duizend en vijf honderd maten, en drie poorten namelijk ééne poort van Jozef, ééne poort van Benjamin, ééne poort van Dan.
De zuiderhoek ook vier duizend en vijf honderd maten, en drie poorten: ééne poort van Simeon, ééne poort van Issaschar, ééne poort van Zebulon.
De westerhoek, vier duizend en vijf honderd, derzelver poorten drie, ééne poort van Gad, ééne poort van Aser, ééne poort van Nafthali.
Overeenkomstig hiermede wordt in het gezicht van Johannes, het nieuwe Jeruzalem, want zo wordt de Heilige stad aldaar, hoewel niet hier genoemd, gezegd twaalf poorten te hebben, drie op elke zijde, en op dezelve zijn geschreven de namen der twaalf stammen der kinderen Israëls. Hiermede wordt ongetwijfeld aangeduid, dat tot de Kerk van Christus is een vrije toegang, door het geloof. Uit alle stammen zullen er komen, uit alle natiën, geslachten, en talen, en volken zullen binnen hare poorten verschijnen.
Alzo zal het gebied der stad rondom 4 ml. 4. 500 of achttien duizend roeden zijn; en de naam der stad zal van dien dag af zijn, van dien tijd dat zij gebouwd zal zijn en voortaan, hoewel zij nu onder den vloek ligt (Jer. 26:6): DE HEERE IS ALDAAR. Zijne ogen zijn uit Zijn nevens haar opgericht heiligdom (Hoofdst. 40:2) voor altijd op haar gericht (Ps. 68:17. Jes. 60:14). Belangrijk is in Hoofdst. 47:22 vv. de opmerking, dat in de algemene opgaaf der landverdeling ook opzettelijk melding wordt gemaakt van de aanneming en inlijving der heidenen in Israël. Gewis strekt dit ten bewijze, dat de Heere ten allen tijde de deur der kerk ook voor de afdwalende volken, ter toenadering tot Zijne gemeenschap heeft opengezet, en dat Hij dit voor alsdan wilde na de Babylonische ballingschap, door welke de kennis van den waren godsdienst in de wereld moest bevorderd worden, maar dan wordt ook, daar dit profetisch gezicht van uitgestrektere bedoeling is, daardoor die waarheid bevestigd, welke ons reeds meermalen is voorgekomen, dat de heidenen in de Israëlietische kerk, als op den oorspronkelijken olijfboom, zijn ingeënt, en dat de kerk dus één en onveranderlijk blijft tot aan de voleinding der eeuwen. In dien zin lezen wij dan ook, wier vaderen uit de heidenen waren onze namen in deze Godsspraak aangetekend, wij zijn tot de gemeente Gods, die uit Israël is, ingelijfd, en zo wij tot het Israël naar den Geest behoren en de besnijdenis des harten zijn deelachtig geworden, zo zijn wij ook deelgenoten van het nieuwe Jeruzalem, dat eens uit den hemel zal nederdalen en zullen ingaan door de poorten in de stad. Ligt toch het gehele voorwerp des Heeren, uitwijzens het gezicht van Ezechiël, in dien geest, dat de Godskerk op de vernieuwde aarde eens aan deze tekening van ene rechtvaardige landverdeling, liggende rondom het heiligdom des Heeren, met koning Jezus in het midden, zal gelijk zijn, dan vinden wij daarin diezelfde grondtrekken, welke ons naderhand in de Openbaring van Johannes meer ontwikkeld voorkomen, en zien wij ons de gemeente des Heeren in hare volkomenheid voorgesteld, zo als zij eenmaal worden zal, als zijnde de oorspronkelijke Israëlietische kerk, maar verzameld uit alle geslachten, talen, volken en natiën, en ontvangen daardoor tevens het bewijs, dat men tot de ware kerk behoort te worden gevoegd, en met deze door banden des geloofs en der liefde in vereniging moet staan, indien men een deelgenoot van de hemelse gelukzaligheid zijn zal. Het is deze hemelse gelukzaligheid, welke hier ten laatste in Ezechiëls gezicht wordt voorgesteld, en op welke wij het oog vestigen mogen (Hoofdst. 48:30-35). Het is waar, die door God verordende grondslag en uitgestrektheid van Jeruzalem, zo als dat eerlang moest gebouwd worden, schijnt hier de allereerste bedoeling te zijn; maar dit uitwendig Jeruzalem was de grondschets of typus van het Jeruzalem, dat boven is, en uit den hemel eens op aarde zal nederdalen. Was nu de hoofdstad des lands van ouds af het middelpunt, de verzamelplaats en de vertegenwoordigster der gehele natie, dan vinden wij ons hier het nieuwe Jeruzalem als het beeld van de gemeente des Heeren in de gelukzaligheid voorgesteld, en worden opgewekt om te streven naar de inwoning in die stad en het deelgenootschap aan deze zo als de vrome tijdgenoten van den Profeet daartoe door zulk een voorstel werden uitgelokt. Is toch de ingang dier stad van alle zijden, voor al de stammen Israëls, is zij voor geheel het volk en voor allen, die daartoe zijn ingelijfd, opengezet, dan wordt een ruime ingang in het Koninkrijk der hemelen, in den weg des ootmoedigen geloofs verleend, dan mogen wij gerust en blijmoedig verwachten, dat voor elk die gelooft, de ruste bereid geworden, en zij in zijne kracht naar Zijne onwankelbare belofte, voor die zaligheid worden bewaard, die bereid is, om geopenbaard te worden. De Heere heeft het bepaald en gezegd, dat de naam dier stad zijn moet: “Jehova is aldaar. ” Dat moest het kenmerkende van het herbouwde Jeruzalem worden, en het kenmerkende van de gemeente, naar Jezus naam genoemd, op aarde altijd zijn; Zijne belofte ligt er: Ik ben met u al dagen tot aan de voleinding der wereld (Matth. 28:20). Houdt de Heere hier beneden trouw door alle eeuwen heen, en zien wij Zijne inwoning ook daar, waar Zijn Woord zuiver wordt gepredikt en Zijn naam eerbiedig erkend, hoe heerlijk zal dan de volkomene vervulling eens in de andere wereld zijn, wanneer wij dat alles verwezenlijkt zullen zien, wat de verhoogde Heiland door Johannes te verwachten geeft (Openb. 21 en 22); dan zal toch in vollen nadruk het gehele ontwerp van Gods genade kenbaar en duidelijk wezen, alle raadsels zijn opgelost en Christus in het midden van al Zijne verlosten, volkomen verheerlijkt; dan zal de Algenoegzame als onder de mensen wonen en Zijne uitverkorene gemeente in vollen nadruk doen smaken, wat het zegt, dat God zal zijn alles en in allen. Onze nieren verlangen dan zeer in onzen schoot, en wij bidden elk voor ons zelven en gemeenschappelijk met elkaar: “O Heere! maak ook ons tot burgers van die stad, opdat wij eeuwig de Uwen mogen zijn en U dienen mogen dag en nacht in uwen tempel!” . Let op, dat de heerlijkheid en het geluk des hemels voornamelijk hierin bestaat, dat de Heere aldaar is. De vertoning van Johannes van dien heerlijken staat gaat dit inderdaad verre te boven in vele opzichten. Het is alles goud, en paarlen, en kostelijk gesteente, het is veel groter en veel luisterrijker, want het heeft de zon niet nodig. Maar in de tegenwoordigheid van God, de voornaamste stoffe van het geluk te stellen, komen zij beiden overeen. Deze Naam wordt gegeven aan het nieuwe Jeruzalem als bewijs, dat des Heeren toorn is gestild en Hij met Zijne Genade bij Zijn volk wil en zal wonen. In vroegere dagen was de Wolk in het heiligdom als teken van ‘s Heeren tegenwoordigheid. In den toekomenden tempel zou de wolk niet meer gezien worden, maar het tegenbeeld. Israël ontvangt hier de verzekering, dat de Heere zelf met Zijne gunst haar zal begenadigen en zij daarin als voorbeeld zal strekken van het geestelijk nieuwe Jeruzalem, als bewijs dat de Heere God nimmer van Zijn kerk, van Zijn volk zal wijken met Zijne genade en gunst. SLOTWOORD OP HET BOEK EZECHIEL. In het elfde jaar vóór de verwoesting van Jeruzalem naar Babel gevoerd, met den koning Jojachin, werd Ezechiël in het vijfde jaar zijner ballingschap, in het jaar 595 v. Christus, tot Profeet geroepen door den Heere God. Hoe oud hij toen was, is ons niet nader bekend. Of hij toen den leeftijd van 30 jaar bereikt had, den leeftijd, waarop iemand onder Israël als Leraar mocht optreden, of reeds ouder was, weten we niet. Wel dat hij, evenals zijn voorganger en oudere tijdgenoot Jeremia, van priesterlijke afkomst was, en dat hij 22 jaren het ambt van Profeet onder de ballingen te Babel heeft bekleed. En insgelijks is met alle zekerheid vast te stellen, dat hij vóór het einde der ballingschap is gestorven, dewijl hij van den terugtocht naar Jeruzalem niets vermeldt. Zijn roeping tot Profeet viel in den tijd, toen, zowel de overgeblevenen in Juda als de reeds naar Babel weggevoerden in de hope leefden, dat het juk van Babel zou worden verbroken en Juda weer vrij zou worden van de ijzeren heerschappij van Babels koning. Ezechiël moest daartegen getuigen, en toen straks de leugenprofetie van een Hananja werd gelogenstraft en Jeruzalem door Nebukadnezer werd ingenomen en gans Juda in gevangenschap zuchtte, was het ogenblik gekomen, waarop de Profeet, in den naam des Heeren HEEREN, kon komen met zijn woorden van boete en troost, van bekering. In de ballingschap werd het verdrukte en ellendige volk, het overblijfsel van Juda, rijp voor de troostredenen, welke de Heere God op de lippen van Zijn gezant legde. Ezechiël is de Profeet, die het aan Abrahams nakroost moet en mag verkondigen, dat de God van Israël, de Verbonds God, alle vijanden zal verdoen, en Zijn volk, wanneer het tot Hem met boete en berouw, in den weg der bekering terugkeert, zal zegenen en weer tot ere en luister brengen. Met dit doel staat dan ook in het nauwste verband de wijze der openbaring van den Heere God aan den Profeet. De Heere openbaart zich eerst aan hem als die Verbonds God, die boven de Cherubs troont, maar daarna ook, uit kracht van Zijn heiligheid, als die de zonden bezoeken zal van Zijn volk. Hij toont hem daarop, hoe, vanwege den gruwelijken afgodendienst Zijn genadevolle tegenwoordigheid van Zijn volk weggaat, maar eindelijk ook straks, dat die zelfde Goddelijke tegenwoordigheid in den nieuwen tempel zichtbaar is. Tegenover de Wet en tegenover de Mozaïsche wetboeken neemt Ezechiël de zelfde positie in als de andere Profeten. Alleen heeft hij dit met Jeremia gemeen, in onderscheiding van de anderen, dat ook in zijn Profetisch Boek er vele en duidelijke vermaningen uit de Boeken van Mozes voorkomen. Een feit, hieruit te verklaren, omdat het toen vooral de tijd van afval was, waartegen de Heere God in Zijn wet zo ernstig had gewaarschuwd en gedreigd. Maar niet van een uiterlijk terugkeren tot de Wet verwacht de Profeet heil. Ook hij spreekt het duidelijk uit, dat, zal Israël weer aan zijn bestemming beantwoorden, zal Israël weer in plaat van het afgeweken volk, het heilige volk zijn, de Heere God moet komen met den Geest de vernieuwing en bekering. Dit spreekt hij zeer duidelijk uit. En o, opdat bij het diep ellendig volk alle gedachte verbannen worde aan eigen deugd en eigene gerechtigheid, opdat Juda het wete, dat, zal het straks weer in luister en ere schitteren, het is vrije gunst en ongehoudene goedertierenheid Gods, spreekt de Profeet het uit, dat de Heere het doen zal om Zichzelfs wille, om Zijns groten Naams wille. In zijne profetie komt zo glashelder uit, en dit is een der eigenaardige karaktertrekken van zijn Boek, dat er aan de ene zijde ligt een diep verzondigd volk, dat hoegenaamd geen aanspraak mag en kan maken op Gods opzoekende liefde en Zijn genadevolle redding, en aan de andere zijde staat een God, die zich als de God des Verbonds openbaart, die het volk in de diepte der ellende opzoekt, het uit de diepte der ellende redt, en in dit opnieuw in ere gezet volk, het beeld toont van de Kerk, die zalig wordt, die eenmaal zich zal verheugen in de volkomene bestraling van Gods genadevol aangezicht. Waar hij zijn Boek sluit met: de HEERE IS ALDAAR daar spreekt hij uit wat als het ware het doel was van geheel zijn optreden, dat de Heere God nooit Zijn volk prijs geeft of verlaat.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel