Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 45

1 Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als gijlieden nu het landH776 zult doen vallenH5307 in erfenisH5159, zo zult gij een hefofferH8641 den HEEREH3068 offerenH7311, tot een heilige plaatsH6944, vanH4480 het landH776; de lengteH753 zal zijn de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505 meetrieten, en de breedteH7341 tienH6235 duizendH505; datH1931 zal in zijn geheleH3605 grenzenH1366 rondomH5439 heiligH6944 zijn. Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn.

KJV Moreover, when ye shall divide1 by lot the land3 for inheritance,4 ye shall offer5 an oblation6 unto the LORD,7 an holy portion8 of the land:10 the length11 shall be the length15 of five12 and twenty13 thousand14 reeds, and the breadth16 shall be ten17 thousand.18 This shall be holy19 in all the borders22 thereof round about.

1 וּבְהַפִּֽילְכֶ֨ם H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָאָ֜רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 בְּנַחֲלָ֗ה H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 5 תָּרִימוּ֩ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 6 תְרוּמָ֨ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 7 לַיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 קֹדֶשׁ֮ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הָאָרֶץ֒ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֹ֗רֶךְ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 12 חֲמִשָּׁ֨ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 13 וְעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 14 אֶ֨לֶף֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 15 אֹ֔רֶךְ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 16 וְרֹ֖חַב H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 17 עֲשָׂ֣רָה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 18 אָ֑לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 19 קֹדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 20 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 21 בְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 גְּבוּלָ֖הּ H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 23 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hiervan zullen tot het heiligdom zijn vijfhonderd met vijfhonderd, vierkant rondom; en het zal vijftig ellen hebben tot een buitenruim rondom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Hiervan zullen totH413 het heiligdomH6944 zijnH1961 vijfhonderdH2568 met vijfhonderdH2568, vierkantH7251 rondomH5439; en het zal vijftigH2572 ellenH520 hebben tot een buitenruimH4054 rondomH5439. Hiervan zullen tot het heiligdom zijn vijfhonderd met vijfhonderd, vierkant rondom; en het zal vijftig ellen hebben tot een buitenruim rondom.

KJV Of this there shall be for the sanctuary4 five5 hundred6 in length, with five7 hundred8 in breadth, square9 round about;10 and fifty11 cubits12 round about15 for the suburbs

1 יִהְיֶ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַקֹּ֔דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 5 חֲמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 6 מֵא֛וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 בַּחֲמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 8 מֵא֖וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 9 מְרֻבָּ֣ע H7251 vierkant, vierkantig, Vierkant (four-) square(-d) 10 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 11 וַחֲמִשִּׁ֣ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 12 אַמָּ֔ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 13 מִגְרָ֥שׁ H4054 voorsteden, buitenruim, landerij cast out, suburb 14 ל֖וֹ 15 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Alzo zult gij meten van deze maat, de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; en daarin zal het heiligdom zijn met het heilige der heiligen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Alzo zult gij metenH4058 van dezeH2063 maatH4060, de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505; en daarin zal het heiligdomH4720 zijnH1961 met het heiligeH6944 der heiligenH6944. Alzo zult gij meten van deze maat, de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; en daarin zal het heiligdom zijn met het heilige der heiligen.

KJV And of this measure2 shalt thou measure4 the length5 of five6 and twenty7 thousand,8 and the breadth9 of ten10 thousand:11 and in it shall be the sanctuary14 and the most15 holy

1 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 הַמִּדָּ֤ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 3 הַזֹּאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 תָּמ֔וֹד H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 5 אֹ֗רֶךְ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 6 חֲמִשָּׁ֤ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 7 וְעֶשְׂרִים֙ H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 8 אֶ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 9 וְרֹ֖חַב H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 10 עֲשֶׂ֣רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 11 אֲלָפִ֑ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 12 וּבֽוֹ 13 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 הַמִּקְדָּ֖שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 15 קֹ֥דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 16 קָדָשִֽׁים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dat zal een heilige plaats zijn van het land; zij zal zijn voor de priesteren, die het heiligdom bedienen, die naderen om den HEERE te dienen; en het zal hun een plaats zijn tot huizen, en een heilige plaats voor het heiligdom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Dat zal een heilige plaatsH4720 zijn vanH4480 het landH776; zij zal zijnH1961 voor de priesterenH3548, die het heiligdomH4720 bedienenH8334, die naderenH7131 om den HEEREH3068 te dienenH8334; en het zal hun een plaatsH4725 zijnH1961 tot huizenH1004, en een heiligeH6944 plaats voor het heiligdomH4720. Dat zal een heilige plaats zijn van het land; zij zal zijn voor de priesteren, die het heiligdom bedienen, die naderen om den HEERE te dienen; en het zal hun een plaats zijn tot huizen, en een heilige plaats voor het heiligdom.

KJV The holy1 portion of the land3 shall be for the priests5 the ministers6 of the sanctuary,7 which shall come near9 to minister10 unto the LORD:12 and it shall be a place15 for their houses,16 and an holy place17 for the sanctuary.

1 קֹ֣דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 2 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 הָאָ֜רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 לַכֹּ֨הֲנִ֜ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 מְשָׁרְתֵ֤י H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 7 הַמִּקְדָּשׁ֙ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 8 יִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 הַקְּרֵבִ֖ים H7131 nadert, naderen, komt approach, come (near, nigh), draw near 10 לְשָׁרֵ֣ת H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְהָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לָהֶ֤ם 15 מָקוֹם֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 16 לְבָ֣תִּ֔ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 וּמִקְדָּ֖שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 18 לַמִּקְדָּֽשׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Voorts zullen de Levieten, die dienaars des huizes, ook de lengte hebben van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend, hunlieden tot een bezitting, voor twintig kameren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Voorts zullen de LevietenH3881, die dienaarsH8334 des huizesH1004, ook de lengteH753 hebben van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505, hunlieden tot een bezittingH272, voor twintigH6242 kamerenH3957. Voorts zullen de Levieten, die dienaars des huizes, ook de lengte hebben van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend, hunlieden tot een bezitting, voor twintig kameren.

KJV And the five1 and twenty2 thousand3 of length,4 and the ten5 thousand6 of breadth,7 shall also the Levites,9 the ministers10 of the house,11 have for themselves, for a possession13 for twenty14 chambers.

1 וַחֲמִשָּׁ֨ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 2 וְעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 אֶ֨לֶף֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 4 אֹ֔רֶךְ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 5 וַעֲשֶׂ֥רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 6 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 7 רֹ֑חַב H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 8 וְֽהָיָ֡ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לַלְוִיִּם֩ H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 10 מְשָׁרְתֵ֨י H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 11 הַבַּ֧יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 לָהֶ֛ם 13 לַאֲחֻזָּ֖ה H272 bezitting, erfbegrafenis, erfenis possession 14 עֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 15 לְשָׁכֹֽת H3957 kameren, kamer chamber, parlour. Compare H5393 (נִשְׁכָּה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En tot bezitting van de stad zult gij geven de breedte van vijf duizend en de lengte van vijf en twintig duizend, tegenover het heilig hefoffer; voor het ganse huis Israels zal het zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En tot bezittingH272 van de stadH5892 zult gij gevenH5414 de breedteH7341 van vijfH2568 duizendH505 en de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, tegenoverH5980 het heiligH6944 hefofferH8641; voor het ganseH3605 huisH1004 IsraelsH3478 zal het zijnH1961. En tot bezitting van de stad zult gij geven de breedte van vijf duizend en de lengte van vijf en twintig duizend, tegenover het heilig hefoffer; voor het ganse huis Israels zal het zijn.

KJV And ye shall appoint3 the possession1 of the city2 five4 thousand5 broad,6 and five8 and twenty9 thousand10 long,7 over against11 the oblation12 of the holy13 portion: it shall be for the whole house15 of Israel.

1 וַאֲחֻזַּ֨ת H272 bezitting, erfbegrafenis, erfenis possession 2 הָעִ֜יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 3 תִּתְּנ֗וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 חֲמֵ֤שֶׁת H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 5 אֲלָפִים֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 6 רֹ֔חַב H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 7 וְאֹ֗רֶךְ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 8 חֲמִשָּׁ֤ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 9 וְעֶשְׂרִים֙ H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 10 אֶ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 לְעֻמַּ֖ת H5980 tegenover, Tegenover, dicht (over) against, at, beside, hard by, in points 12 תְּרוּמַ֣ת H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 13 הַקֹּ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 14 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 יִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers en der bezitting der stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting der stad; van den westerhoek westwaarts, en van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De vorstH5387 nu zal zijn deel hebben van dezeH2088 en van gene zijde des heiligenH6944 hefoffersH8641 en der bezittingH272 der stadH5892, voor aanH413 het heiligH6944 hefofferH8641, en voorH6440 aanH413 de bezittingH272 der stadH5892; van den westerhoekH3220 westwaartsH3220, en van den oosterhoekH6924 oostwaartsH6921; en de lengteH753 zal zijn tegenoverH5980 eenH259 der delenH2506, van de westergrensH3220 totH413 de oostergrensH6921 toe. De vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers en der bezitting der stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting der stad; van den westerhoek westwaarts, en van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe.

KJV And a portion shall be for the prince1 on the one side and on the other side of the oblation4 of the holy5 portion, and of the possession6 of the city,7 before9 the oblation10 of the holy11 portion, and before13 the possession14 of the city,15 from the west17 side16 westward,18 and from the east20 side19 eastward:21 and the length22 shall be over against23 one24 of the portions,25 from the west27 border26 unto the east30 border.

1 וְלַנָּשִׂ֡יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 2 מִזֶּ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 וּמִזֶּה֩ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 4 לִתְרוּמַ֨ת H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 5 הַקֹּ֜דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 וְלַאֲחֻזַּ֣ת H272 bezitting, erfbegrafenis, erfenis possession 7 הָעִ֗יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 פְּנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 תְרֽוּמַת H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 11 הַקֹּ֨דֶשׁ֙ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 12 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 פְּנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 אֲחֻזַּ֣ת H272 bezitting, erfbegrafenis, erfenis possession 15 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 מִפְּאַת H6285 hoek, hoeken, palen corner, end, quarter, side 17 יָ֣ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 18 יָ֔מָּה H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 19 וּמִפְּאַת H6285 hoek, hoeken, palen corner, end, quarter, side 20 קֵ֖דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 21 קָדִ֑ימָה H6921 oosten, oostenwind, oosterhoek east(-ward, wind) 22 וְאֹ֗רֶךְ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 23 לְעֻמּוֹת֙ H5980 tegenover, Tegenover, dicht (over) against, at, beside, hard by, in points 24 אַחַ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 25 הַחֲלָקִ֔ים H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 26 מִגְּב֥וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 27 יָ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 28 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 29 גְּב֥וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 30 קָדִֽימָה H6921 oosten, oostenwind, oosterhoek east(-ward, wind)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israel; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israels het land laten, naar hun stammen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Dit landH776 aangaande, het zal hem tot een bezittingH272 zijnH1961 in IsraelH3478; en Mijn vorstenH5387 zullen Mijn volkH5971 nietH3808 meerH5750 verdrukkenH3238, maar den huizeH1004 IsraelsH3478 het landH776 latenH5414, naar hun stammenH7626. Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israel; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israels het land laten, naar hun stammen.

KJV In the land1 shall be his possession4 in Israel:5 and my princes9 shall no more oppress7 my people;11 and the rest of the land12 shall they give13 to the house14 of Israel15 according to their tribes.

1 לָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 2 יִֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לּ֥וֹ 4 לַֽאֲחֻזָּ֖ה H272 bezitting, erfbegrafenis, erfenis possession 5 בְּיִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יוֹנ֨וּ H3238 verdrukken, verdrukkende, verdrukt destroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence 8 ע֤וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 נְשִׂיאַי֙ H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 וְהָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 יִתְּנ֥וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 לְבֵֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 לְשִׁבְטֵיהֶֽם H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstortingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 AlzoH3541 zegtH5002 de Heere HEEREH3069: Het is te veelH7227 voor u, gij vorstenH5387 IsraelsH3478! doet geweldH2555 en verstoringH7701 wegH5493, en doet rechtH4941 en gerechtigheidH6666; neemtH7311 uw uitstortingen opH5921 van Mijn volkH5971, spreektH559 de Heere HEEREH3069. Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstortingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE.

Ook in dit vers HeereH136 HeereH136 uitstotingenH1646

KJV Thus saith19 the Lord3 GOD;4 Let it suffice5 you, O princes7 of Israel:8 remove11 violence9 and spoil,10 and execute14 judgment12 and justice,13 take away15 your exactions16 from my people,18 saith2 the Lord20 GOD.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 רַב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 6 לָכֶם֙ 7 נְשִׂיאֵ֣י H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 8 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 חָמָ֤ס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 10 וָשֹׁד֙ H7701 verwoesting, verstoring, verstoorde desolation, destruction, oppression, robbery, spoil(-ed, -er, -ing), wasting 11 הָסִ֔ירוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 12 וּמִשְׁפָּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 13 וּצְדָקָ֖ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 14 עֲשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 הָרִ֤ימוּ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 16 גְרֻשֹֽׁתֵיכֶם֙ H1646 uitstotingen exaction 17 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 19 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 20 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 21 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Een rechteH6664 waagH3976, en een rechteH6664 efaH374, en een rechteH6664 bathH1324 zult gijlieden hebben. Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.

KJV Ye shall have just2 balances,1 and a just4 ephah,3 and a just6 bath.

1 מֹֽאזְנֵי H3976 weegschaal, waag, wage balances 2 צֶ֧דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 3 וְאֵֽיפַת H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 4 צֶ֛דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 5 וּבַת H1324 bath, bathen bath 6 צֶ֖דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 7 יְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Een efaH374 en een bathH1324 zullen van enerleiH259 mate zijnH1961, dat een bathH1324 het tiende deel van een homerH2563 houdeH5375; ook een efaH374 het tiende deel van een homerH2563; de mate daarvan zal zijnH1961 naarH413 den homerH2563. Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.

Ook in dit vers tiendeH4643 tiendeH6224 mateH4971 mateH8506

KJV The ephah1 and the bath2 shall be of one4 measure,3 that the bath9 may contain6 the tenth part7 of an homer,8 and the ephah12 the tenth part10 of an homer:11 the measure16 thereof shall be after the homer.

1 הָאֵיפָ֣ה H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 2 וְהַבַּ֗ת H1324 bath, bathen bath 3 תֹּ֤כֶן H8506 getal, mate measure, tale 4 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 יִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 לָשֵׂ֕את H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 7 מַעְשַׂ֥ר H4643 tienden, tiende tenth (part), tithe(-ing) 8 הַחֹ֖מֶר H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion 9 הַבָּ֑ת H1324 bath, bathen bath 10 וַעֲשִׂירִ֤ת H6224 tiende, tienden tenth (part) 11 הַחֹ֨מֶר֙ H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion 12 הָֽאֵיפָ֔ה H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 הַחֹ֖מֶר H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion 15 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 מַתְכֻּנְתּֽוֹ H4971 maaksel, gestaltenis, getal composition, measure, state, tale
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En de sikkel zal zijn van twintig gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen, en vijftien sikkelen, zal ulieden een pond zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En de sikkelH8255 zal zijn van twintigH6242 geraH1626; twintigH6242 sikkelenH8255, vijfH2568 en twintigH6242 sikkelenH8255, en vijftienH2568 sikkelenH8255, zal ulieden een pondH4488 zijnH1961. En de sikkel zal zijn van twintig gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen, en vijftien sikkelen, zal ulieden een pond zijn.

KJV And the shekel1 shall be twenty2 gerahs:3 twenty4 shekels,5 five6 and twenty7 shekels,8 fifteen10 shekels,11 shall be your maneh.

1 וְהַשֶּׁ֖קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 2 עֶשְׂרִ֣ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 גֵּרָ֑ה H1626 gera gerah 4 עֶשְׂרִ֨ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 5 שְׁקָלִ֜ים H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 6 חֲמִשָּׁ֧ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 7 וְעֶשְׂרִ֣ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 8 שְׁקָלִ֗ים H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 9 עֲשָׂרָ֤ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 10 וַחֲמִשָּׁה֙ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 11 שֶׁ֔קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 12 הַמָּנֶ֖ה H4488 pond, ponden, mijnen maneh, pound 13 יִֽהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Dit is het hefoffer, dat gijlieden offeren zult: het zesde deel van een efa van een homer tarwe; ook zult gij het zesde deel van een efa geven van een homer gerst.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 DitH2063 is het hefofferH8641, dat gijlieden offerenH7311 zult: het zesde deel van een efaH374 van een homerH2563 tarweH2406; ook zult gij het zesde deel van een efaH374 geven van een homerH2563 gerstH8184. Dit is het hefoffer, dat gijlieden offeren zult: het zesde deel van een efa van een homer tarwe; ook zult gij het zesde deel van een efa geven van een homer gerst.

Ook in dit vers zesdeH8341 zesdeH8345

KJV This is the oblation2 that ye shall offer;4 the sixth part5 of an ephah6 of an homer7 of wheat,8 and ye shall give the sixth part9 of an ephah10 of an homer11 of barley:

1 זֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 הַתְּרוּמָ֖ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 תָּרִ֑ימוּ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 5 שִׁשִּׁ֤ית H8345 zesde, zesden sixth (part) 6 הָֽאֵיפָה֙ H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 7 מֵחֹ֣מֶר H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion 8 הַֽחִטִּ֔ים H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 9 וְשִׁשִּׁיתֶם֙ H8341 zesde give the sixth participle 10 הָֽאֵיפָ֔ה H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 11 מֵחֹ֖מֶר H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion 12 הַשְּׂעֹרִֽים H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Aangaande de inzetting van olie, van een bath olie; gij zult offeren het tiende deel van een bath uit een kor, hetwelk is een homer van tien bath, want tien bath zijn een homer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Aangaande de inzettingH2706 van olieH8081, van een bathH1324 olieH8081; gij zult offeren het tiendeH4643 deel van een bathH1324 uitH4480 een korH3734, hetwelk is een homerH2563 van tienH6235 bathH1324, wantH3588 tienH6235 bathH1324 zijn een homerH2563. Aangaande de inzetting van olie, van een bath olie; gij zult offeren het tiende deel van een bath uit een kor, hetwelk is een homer van tien bath, want tien bath zijn een homer.

KJV Concerning the ordinance1 of oil,2 the bath3 of oil,4 ye shall offer the tenth part5 of a bath6 out of the cor,8 which is an homer11 of ten9 baths;10 for ten13 baths14 are an homer:

1 וְחֹ֨ק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 2 הַשֶּׁ֜מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 3 הַבַּ֣ת H1324 bath, bathen bath 4 הַשֶּׁ֗מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 5 מַעְשַׂ֤ר H4643 tienden, tiende tenth (part), tithe(-ing) 6 הַבַּת֙ H1324 bath, bathen bath 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הַכֹּ֔ר H3734 kor cor, measure. Aramaic the same 9 עֲשֶׂ֥רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 10 הַבַּתִּ֖ים H1324 bath, bathen bath 11 חֹ֑מֶר H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 עֲשֶׂ֥רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 14 הַבַּתִּ֖ים H1324 bath, bathen bath 15 חֹֽמֶר H2563 leem, homer, slijk clay, heap, homer, mire, motion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Voorts een lam uit de kudde, uit de tweehonderd, uit het waterrijke land van Israel, tot spijsoffer, en tot brandoffer, en tot dankofferen om verzoening over hen te doen, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Voorts eenH259 lamH7716 uit de kuddeH6629, uitH4480 de tweehonderdH3967, uit het waterrijke landH4945 van IsraelH3478, tot spijsofferH4503, en tot brandofferH5930, en tot dankofferenH8002 om verzoeningH3722 overH5921 hen te doen, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Voorts een lam uit de kudde, uit de tweehonderd, uit het waterrijke land van Israel, tot spijsoffer, en tot brandoffer, en tot dankofferen om verzoening over hen te doen, spreekt de Heere HEERE.

KJV And one2 lamb1 out of the flock,4 out of two hundred,6 out of the fat pastures7 of Israel;8 for a meat offering,9 and for a burnt offering,10 and for peace offerings,11 to make reconciliation12 for them, saith14 the Lord15 GOD.

1 וְשֶׂה H7716 klein vee, lam, schaap (lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה) 2 אַחַ֨ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הַצֹּ֤אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 5 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 הַמָּאתַ֨יִם֙ H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 מִמַּשְׁקֵ֣ה H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 8 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 לְמִנְחָ֖ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 10 וּלְעוֹלָ֣ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 11 וְלִשְׁלָמִ֑ים H8002 dankofferen, dankoffer, dankoffers peace offering 12 לְכַפֵּ֣ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 13 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 15 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 16 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Al het volk des lands zal in dit hefoffer zijn, voor den vorst in Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 AlH3605 het volkH5971 des landsH776 zal in ditH2063 hefofferH8641 zijnH1961, voor den vorstH5387 in IsraelH3478. Al het volk des lands zal in dit hefoffer zijn, voor den vorst in Israel.

KJV All the people2 of the land3 shall give this oblation6 for the prince8 in Israel.

1 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 יִהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הַתְּרוּמָ֣ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 7 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 8 לַנָּשִׂ֖יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 9 בְּיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israels; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En het zal den vorstH5387 opleggen te offeren de brandofferenH5930, en het spijsofferH4503, en het drankofferH5262, op de feestenH2282, en op de nieuwe maandenH2320, en op de sabbattenH7676, op alleH3605 gezette hoogtijdenH4150 van het huisH1004 IsraelsH3478; hijH1931 zal het zondofferH2403, en het spijsofferH4503, en het brandofferH5930, en de dankofferenH8002 doen, om verzoeningH3722 te doen voor het huisH1004 IsraelsH3478. En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israels; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israels.

KJV And it shall be the prince's part2 to give burnt offerings,4 and meat offerings,5 and drink offerings,6 in the feasts,7 and in the new moons,8 and in the sabbaths,9 in all solemnities11 of the house12 of Israel:13 he shall prepare15 the sin offering,17 and the meat offering,19 and the burnt offering,21 and the peace offerings,23 to make reconciliation24 for the house26 of Israel.

1 וְעַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 הַנָּשִׂ֣יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 3 יִהְיֶ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 הָעוֹל֣וֹת H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 5 וְהַמִּנְחָה֮ H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 6 וְהַנֵּסֶךְ֒ H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image 7 בַּחַגִּ֤ים H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 8 וּבֶחֳדָשִׁים֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 וּבַשַּׁבָּת֔וֹת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 10 בְּכָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 מוֹעֲדֵ֖י H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 12 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 יַעֲשֶׂ֞ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַחַטָּ֣את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַמִּנְחָ֗ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 20 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 הָֽעוֹלָה֙ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 22 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 הַשְּׁלָמִ֔ים H8002 dankofferen, dankoffer, dankoffers peace offering 24 לְכַפֵּ֖ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 25 בְּעַ֥ד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 26 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 27 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Alzo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op den eersten der maand, zult gij een volkomen var, een jong rund, nemen; en gij zult het heiligdom ontzondigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: In de eersteH7223 maandH2320, op den eerstenH259 der maand, zult gij een volkomenH8549 varH6499, een jongH1121 rundH1241, nemenH3947; en gij zult het heiligdomH4720 ontzondigenH2398. Alzo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op den eersten der maand, zult gij een volkomen var, een jong rund, nemen; en gij zult het heiligdom ontzondigen.

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 In the first5 month, in the first6 day of the month,7 thou shalt take8 a young10 bullock9 without blemish,12 and cleanse13 the sanctuary:

1 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 בָּֽרִאשׁוֹן֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 6 בְּאֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 לַחֹ֔דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 8 תִּקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 פַּר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 10 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 בָּקָ֖ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 12 תָּמִ֑ים H8549 volkomen, oprechten, oprecht without blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole 13 וְחִטֵּאתָ֖ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַמִּקְדָּֽשׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de priester zal van het bloed des zondoffers nemen, en doen het aan de posten des huizes, en aan de vier hoeken van het afzetsel des altaars, en aan de posten der poorten van het binnenste voorhof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de priesterH3548 zal van het bloedH1818 des zondoffersH2403 nemenH3947, en doen het aan de postenH4201 des huizesH1004, en aan de vierH702 hoekenH6438 van het afzetselH5835 des altaarsH4196, en aan de postenH4201 der poortenH8179 van het binnensteH6442 voorhofH2691. En de priester zal van het bloed des zondoffers nemen, en doen het aan de posten des huizes, en aan de vier hoeken van het afzetsel des altaars, en aan de posten der poorten van het binnenste voorhof.

KJV And the priest2 shall take1 of the blood3 of the sin offering,4 and put5 it upon the posts7 of the house,8 and upon the four10 corners11 of the settle12 of the altar,13 and upon the posts15 of the gate16 of the inner18 court.

1 וְלָקַ֨ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 הַכֹּהֵ֜ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 מִדַּ֣ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 4 הַחַטָּ֗את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 5 וְנָתַן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 מְזוּזַ֣ת H4201 posten, post, zijposten (door, side) post 8 הַבַּ֔יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אַרְבַּ֛ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 11 פִּנּ֥וֹת H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 12 הָעֲזָרָ֖ה H5835 afzetsel, voorhof, afzetsels court, settle 13 לַמִּזְבֵּ֑חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 וְעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 מְזוּזַ֔ת H4201 posten, post, zijposten (door, side) post 16 שַׁ֖עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 17 הֶחָצֵ֥ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 18 הַפְּנִימִֽית H6442 binnenste, binnenkameren, binnenpoort (with-) in(-ner, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Alzo zult gij ook doen op den zevenden in die maand; vanwege den afdwalende, en vanwege den slechte; alzo zult gijlieden het huis verzoenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Alzo zult gij ook doenH6213 op den zevendenH7651 in die maandH2320; vanwege den afdwalendeH7686, en vanwege den slechteH6612; alzo zult gijlieden het huisH1004 verzoenenH3722. Alzo zult gij ook doen op den zevenden in die maand; vanwege den afdwalende, en vanwege den slechte; alzo zult gijlieden het huis verzoenen.

KJV And so thou shalt do2 the seventh3 day of the month4 for every one5 that erreth,6 and for him that is simple:7 so shall ye reconcile8 the house.

1 וְכֵ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 תַּֽעֲשֶׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 בְּשִׁבְעָ֣ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 בַחֹ֔דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 5 מֵאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 שֹׁגֶ֖ה H7686 dwalen, afdwalen, dolen (cause to) go astray, deceive, err, be ravished, sin through ignorance, (let, make to) wander 7 וּמִפֶּ֑תִי H6612 slechten, slechte, slecht foolish, simple(-icity, one) 8 וְכִפַּרְתֶּ֖ם H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַבָּֽיִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 In de eerste maand, op den veertienden dag der maand, zal ulieden het pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden zal men eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 In de eersteH7223 maandH2320, op den veertiendenH702 dagH3117 der maand, zal ulieden het paschaH6453 zijnH1961; een feestH2282 van zevenH7620 dagenH3117, ongezuurde brodenH4682 zal men etenH398. In de eerste maand, op den veertienden dag der maand, zal ulieden het pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden zal men eten.

KJV In the first1 month, in the fourteenth2 day4 of the month,5 ye shall have the passover,8 a feast9 of seven10 days;11 unleavened bread12 shall be eaten.

1 בָּ֠רִאשׁוֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 2 בְּאַרְבָּעָ֨ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 3 עָשָׂ֥ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 4 יוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 לַחֹ֔דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לָכֶ֖ם 8 הַפָּ֑סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 9 חָ֕ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 10 שְׁבֻע֣וֹת H7620 weken, week, tijden seven, week 11 יָמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 מַצּ֖וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 13 יֵאָכֵֽל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de vorst zal op denzelven dag voor zichzelven, en voor al het volk des lands, bereiden een var des zondoffers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En de vorstH5387 zal op denzelven dagH3117 voor zichzelven, en voor alH3605 hetH1931 volkH5971 des landsH776, bereidenH6213 een varH6499 des zondoffersH2403. En de vorst zal op denzelven dag voor zichzelven, en voor al het volk des lands, bereiden een var des zondoffers.

KJV And upon that day3 shall the prince2 prepare1 for himself and for all the people8 of the land9 a bullock10 for a sin offering.

1 וְעָשָׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַנָּשִׂיא֙ H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 3 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 בַּעֲד֕וֹ H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 6 וּבְעַ֖ד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 פַּ֖ר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 11 חַטָּֽאת H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de zeven dagen van het feest zal hij een brandoffer den HEERE bereiden, van zeven varren en zeven rammen, die volkomen zijn, dagelijks, de zeven dagen lang, en een zondoffer van een geitenbok, dagelijks.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de zevenH7651 dagenH3117 van het feestH2282 zal hij een brandofferH5930 den HEEREH3068 bereidenH6213, van zevenH7651 varrenH6499 en zevenH7651 rammenH352, die volkomenH8549 zijn, dagelijksH3117, de zevenH7651 dagenH3117 lang, en een zondofferH2403 van een geitenbokH8163, dagelijksH3117. En de zeven dagen van het feest zal hij een brandoffer den HEERE bereiden, van zeven varren en zeven rammen, die volkomen zijn, dagelijks, de zeven dagen lang, en een zondoffer van een geitenbok, dagelijks.

KJV And seven1 days2 of the feast3 he shall prepare4 a burnt offering5 to the LORD,6 seven7 bullocks8 and seven9 rams10 without blemish11 daily12 the seven13 days;14 and a kid16 of the goats17 daily18 for a sin offering.

1 וְשִׁבְעַ֨ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 2 יְמֵֽי H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הֶחָ֜ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 4 יַעֲשֶׂ֧ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 עוֹלָ֣ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 6 לַֽיהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 שִׁבְעַ֣ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 8 פָּ֠רִים H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 9 וְשִׁבְעַ֨ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 אֵילִ֤ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 11 תְּמִימִם֙ H8549 volkomen, oprechten, oprecht without blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole 12 לַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 שִׁבְעַ֖ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 14 הַיָּמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 וְחַטָּ֕את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 16 שְׂעִ֥יר H8163 geitenbok, bok, bokken devil, goat, hairy, kid, rough, satyr 17 עִזִּ֖ים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 18 לַיּֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een var, en een efa tot een ram; en een hin olie tot een efa.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Ook zal hij een spijsofferH4503 bereidenH6213, een efaH374 tot een varH6499, en een efaH374 tot een ramH352; en een hinH1969 olieH8081 tot een efaH374. Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een var, en een efa tot een ram; en een hin olie tot een efa.

KJV And he shall prepare6 a meat offering1 of an ephah2 for a bullock,3 and an ephah4 for a ram,5 and an hin8 of oil7 for an ephah.

1 וּמִנְחָ֗ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 2 אֵיפָ֥ה H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 3 לַפָּ֛ר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 4 וְאֵיפָ֥ה H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 5 לָאַ֖יִל H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 6 יַֽעֲשֶׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וְשֶׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 8 הִ֥ין H1969 hin hin 9 לָאֵיפָֽה H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 In de zevende maand, op den vijftienden dag der maand zal hij op het feest desgelijks doen, zeven dagen lang; gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 In de zevendeH7651 maandH2320, op den vijftiendenH2568 dagH3117 der maand zal hij op het feestH2282 desgelijks doenH6213, zevenH7637 dagenH3117 lang; gelijk het zondofferH2403, gelijk het brandofferH5930, en gelijk het spijsofferH4503, en gelijk de olieH8081. In de zevende maand, op den vijftienden dag der maand zal hij op het feest desgelijks doen, zeven dagen lang; gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.

KJV In the seventh9 month, in the fifteenth2 day4 of the month,5 shall he do7 the like in the feast6 of the seven1 days,10 according to the sin offering,11 according to the burnt offering,12 and according to the meat offering,13 and according to the oil.

1 בַּשְּׁבִיעִ֡י H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 2 בַּחֲמִשָּׁה֩ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 3 עָשָׂ֨ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 4 י֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 לַחֹ֨דֶשׁ֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 בֶּחָ֔ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 7 יַעֲשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 כָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 שִׁבְעַ֣ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 הַיָּמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 כַּֽחַטָּאת֙ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 12 כָּעֹלָ֔ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 13 וְכַמִּנְחָ֖ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 14 וְכַשָּֽׁמֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 45:1 Ezechiël 48:29 Numeri 34:13 Zacharia 14:20 Leviticus 25:23 Jozua 13:6 Spreuken 3:9 Jozua 14:2 Ezechiël 45:2
Ezechiël 45:2 Ezechiël 42:16 Ezechiël 27:28
Ezechiël 45:3 Ezechiël 48:10
Ezechiël 45:4 Numeri 16:5 Ezechiël 40:45 Ezechiël 43:19 Ezechiël 44:13 Ezechiël 44:28 Ezechiël 48:10 Ezechiël 45:1
Ezechiël 45:5 Ezechiël 48:13 Ezechiël 40:17 Nehemia 10:38 Ezechiël 48:10 Ezechiël 48:20 1 Kronieken 9:26 1 Korinthe 9:13
Ezechiël 45:6 Ezechiël 48:15 Ezechiël 48:30
Ezechiël 45:7 Ezechiël 48:21 Ezechiël 37:24 Ezechiël 46:16 Ezechiël 34:24 Jesaja 9:5 Psalmen 2:8 Lukas 1:32
Ezechiël 45:8 Ezechiël 46:18 Ezechiël 22:27 Jozua 11:23 Ezechiël 19:7 Jeremia 23:5 Jesaja 11:3 Sefanja 3:13 Ezechiël 19:3
Ezechiël 45:9 Zacharia 8:16 Ezechiël 44:6 Jeremia 22:3 Micha 2:9 1 Petrus 4:3 Ezechiël 43:14 1 Korinthe 6:7 Job 24:2
Ezechiël 45:10 Amos 8:4 Micha 6:10 Spreuken 11:1 Spreuken 16:11 Leviticus 19:35 Jesaja 5:10 Deuteronomium 25:15 Spreuken 20:10
Ezechiël 45:11 Jesaja 5:10
Ezechiël 45:12 Exodus 30:13 Leviticus 27:25 Numeri 3:47
Ezechiël 45:15 Leviticus 1:4 Leviticus 6:30 Kolossenzen 1:21 Spreuken 3:9 2 Korinthe 5:19 Maleachi 1:14 Efeze 2:16 Maleachi 1:8
Ezechiël 45:16 Jesaja 16:1 Exodus 30:14
Ezechiël 45:17 Jesaja 66:23 2 Kronieken 31:3 Ezechiël 46:4 Leviticus 23:1 Ezechiël 43:27 1 Koningen 8:63 2 Kronieken 30:24 Numeri 28:1
Ezechiël 45:18 Leviticus 16:16 Leviticus 16:33 Leviticus 22:20 Exodus 12:2 Hebreeën 9:14 Ezechiël 43:22 Ezechiël 43:26 Hebreeën 10:3
Ezechiël 45:19 Ezechiël 43:20 Leviticus 16:18 Ezechiël 43:14 Ezechiël 43:17
Ezechiël 45:20 Leviticus 16:20 Psalmen 19:12 Ezechiël 45:15 Leviticus 4:27 Ezechiël 45:18 Hebreeën 5:2 Romeinen 16:18
Ezechiël 45:21 Leviticus 23:5 Numeri 9:2 Numeri 28:16 1 Korinthe 5:7 Deuteronomium 16:1 Exodus 12:1
Ezechiël 45:22 Leviticus 4:14 Mattheüs 26:26 Mattheüs 20:28 2 Korinthe 5:21
Ezechiël 45:23 Leviticus 23:8 Job 42:8 Numeri 23:1 Numeri 29:11 Hebreeën 10:8 Numeri 28:15 Numeri 29:5
Ezechiël 45:24 Ezechiël 46:5 Numeri 28:12
Ezechiël 45:25 Numeri 29:12 2 Kronieken 5:3 Leviticus 23:33 2 Kronieken 7:8 Zacharia 14:16 Johannes 7:37 Deuteronomium 16:13 Johannes 7:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 45 vers 1

gijlieden nu het land Dewijl niet alleen de vorige tempel verbrand, maar ook de stad en het ganse land verwoest en het volk Gods weggevoerd was, en in het voorgaande van den nieuwen tempel gehandeld is, zo wordt nu in het volgende gesproken van het land en volk, met hun vorst; afbeeldende een gehele en volkomen herstelling van deze geestelijke republiek onder den Messias.

Hertaald: gijlieden nu het land Aangezien niet alleen de vorige tempel verbrand was, maar ook de stad en het hele land verwoest en Gods volk weggevoerd, en er in het voorgaande over de nieuwe tempel gehandeld is, wordt nu in het vervolg gesproken over het land en het volk met hun vorst. Dat beeldt een gehele en volkomen herstelling van deze geestelijke staat onder de Messias af.

zult doen vallen in erfenis, Dat is, door het vallen of werpen van het lot zult delen onder u; zie Ps. 16:5-6 , met de aantekening, alzo onder Ezech. 46:14 , Ezech. 46:22 , en Ezech. 48:29 ; in allen gevallen zie de manier van spreken op de loting, hoewel het lot noch hier noch in het volgende uitdrukkelijk vermeld wordt. Het is aanmerkelijk dat de stammen hunne landpalen niet bij loting, gelijk in het boek Jozua, maar door Gods bijzondere ordinantie in Eze 48 worden toegelegd; vergelijk Matt. 25:34 .

Hertaald: zult doen vallen in erfenis, Dat is: door het werpen van het lot onder u verdelen; zie Ps. 16:5-6 met de aantekening; zo ook hieronder Ezech. 46:14, Ezech. 46:22 en Ezech. 48:29. In elk geval ziet de uitdrukking op het loten, hoewel het lot noch hier noch in het vervolg uitdrukkelijk genoemd wordt. Het is opmerkelijk dat de stammen hun grenzen niet door loting krijgen zoals in het boek Jozua, maar door een bijzondere verordening van God in Ezech. 48; vergelijk Matth. 25:34.

hefoffer den HEERE offeren, Of gave. Hebreeuws, ene heffing heffen, waarmede gezien wordt op de hefoffers der wet, die van de rest als opgeheven of opgenomen en den Heere opgedragen en geheiligd werden.

Hertaald: hefoffer den HEERE offeren, Of: gave. Hebreeuws: een heffing heffen, waarmee gedoeld wordt op de hefoffers van de wet, die als het ware van de rest opgeheven of weggenomen en aan de HEERE opgedragen en geheiligd werden.

heilige plaats, Te weten, afzonderende dezelve van de rest des lands tot een heilig gebruik; of, men kan [met sommigen] deze woorden voegen bij het woord offeren aldus: Gij zult den Heere offeren van het land een heilig deel, alzo vs.4. Hebreeuws, ene heiligheid.

Hertaald: heilige plaats, Namelijk door die van de rest van het land af te zonderen voor een heilig gebruik. Of men kan deze woorden met sommigen bij het woord offeren voegen, zo: u zult de HEERE van het land een heilig deel offeren, zoals vers 4. Hebreeuws: een heiligheid.

meetrieten , Dit ingevoegde woord genomen uit boven Ezech. 42:15-20 , en hier vs.2, waar naar de eerste maat der rieten, de ellen in het bijzonder gespecificeerd worden, voor het ledig, of de vrije buitenruimte.

Hertaald: meetrieten , Dit ingevoegde woord is ontleend aan hierboven Ezech. 42:15-20 en aan vers 2 hier, waar de ellen naar de eerste maat van de rieten afzonderlijk vermeld worden voor de open ruimte eromheen.

in zijn gehele grenzen rondom Dat is, zo wijd en ver als het reikt.

Hertaald: in zijn gehele grenzen rondom Dat is: zo wijd en ver als het reikt.

heilig zijn Hebreeuws, ene heiligheid. Zie boven Ezech. 43:12 .

Hertaald: heilig zijn Hebreeuws: een heiligheid. Zie hierboven Ezech. 43:12.

Ezechiël 45 vers 2

Hiervan Deze stof, die hier begonnen en vs.9 afgebroken is, wordt in Ezech. 48:8 , enz. vervolgd. Men kan het in het geheel bekwamelijk aldus met sommigen verstaan dat dit afgezonderd gedeelte des lands, van vijf en twintig duizend in lengte en breedte, en zo voorts, aan zijne vier hoeken, verder is afgedeeld in drie delen; de eerste tien duizend in breedte, voor het heiligdom met zijn buitenruimte en de woningen der priesters; de tweede tien duizend voor de Levieten; de overschietende vijf duizend voor de stad; en wat er voorts oostwaarts en westwaarts, tussen de zuidelijke grenzen van Juda en de noordelijke grenzen van Benjamin overschoot, voor de dienaars der stad [onder Ezech. 48:18-19 ] , en wijders voornamelijk voor den vorst; waarop in het volgende dient gelet.

Hertaald: Hiervan Dit onderwerp, dat hier begonnen en in vers 9 afgebroken wordt, gaat verder in Ezech. 48:8, enzovoort. Men kan het geheel met sommigen zo verstaan dat dit afgezonderde deel van het land, vijfentwintigduizend in lengte en breedte, verder verdeeld is in drie delen: de eerste tienduizend in de breedte voor het heiligdom met zijn open ruimte en de woningen van de priesters, de tweede tienduizend voor de Levieten en de overblijvende vijfduizend voor de stad; en wat er verder in het oosten en het westen overbleef tussen de zuidgrens van Juda en de noordgrens van Benjamin was voor de dienaars van de stad (hieronder Ezech. 48:18-19) en vooral voor de vorst. Daarop moet men in het vervolg letten.

zullen tot het heiligdom zijn Hebreeuws, zal.

Hertaald: zullen tot het heiligdom zijn Hebreeuws: zal.

met vijfhonderd, Of, door, bij; dat is, [naar sommiger gevoelen] vijfhonderd rieten in lengte, met gelijke vijfhonderd in breedte; of vijfhonderd overeenkomende met andere vijfhonderd in het vierkant rondom gemeten; vergelijk onder Ezech. 48:20 .

Hertaald: met vijfhonderd, Of: bij; dat is, naar de mening van sommigen: vijfhonderd rieten in de lengte met evenveel vijfhonderd in de breedte; of vijfhonderd tegenover andere vijfhonderd, rondom in het vierkant gemeten; vergelijk hieronder Ezech. 48:20.

buitenruim rondom Zie van het Hebreeuwse woord [dat anderszins voorstad wordt overgezet, als er van steden gesproken wordt] boven Ezech. 36:5 .

Hertaald: buitenruim rondom Zie over het Hebreeuwse woord, dat anders met voorstad vertaald wordt wanneer het over steden gaat, hierboven Ezech. 36:5.

Ezechiël 45 vers 3

van deze maat, Dat is, met of naar deze maat.

Hertaald: van deze maat, Dat is: met, of naar deze maat.

heilige der heiligen Hebreeuws, heiligheid der heiligheden; zie Ex. 26:33-34 ; Lev. 4:6 , met de aantekening.

Hertaald: heilige der heiligen Hebreeuws: heiligheid van de heiligheden; zie Ex. 26:33-34; Lev. 4:6 met de aantekening.

Ezechiël 45 vers 4

heilige plaats zijn van het land; Gelijk vs.1.

Hertaald: heilige plaats zijn van het land; Zoals vers 1.

Ezechiël 45 vers 5

de lengte hebben Zie onder Ezech. 48:13 .

Hertaald: de lengte hebben Zie hieronder Ezech. 48:13.

Ezechiël 45 vers 6

stad zult gij geven Die niet genoemd wordt. Zie boven Ezech. 40:2 .

Hertaald: stad zult gij geven Namelijk de stad, die niet bij name genoemd wordt. Zie hierboven Ezech. 40:2.

heilig hefoffer; Hebreeuws, hefoffer der heiligheid; waarvan boven vs.1, alzo in het volgende.

Hertaald: heilig hefoffer; Hebreeuws: hefoffer van de heiligheid, waarover hierboven vers 1; zo ook in het vervolg.

Ezechiël 45 vers 7

vorst nu zal zijn deel hebben Door dezen vorst, van welken in dit hfdst. en het volgende, Eze 46 , veel wordt gesproken, verstaan sommigen [gelijk boven Ezech. 44:3 ] , den hogepriester, of onzen Heere Christus den Messias zelf, die niet alleen in zijn huis woont en dat met zijne heerlijkheid vervult, maar ook rondom hetzelve zich [om zo te spreken] legert, om dat als koning te beschermen, en die als onze hogepriester en borg al onze schuld op zich genomen hebbende, voor dezelve [alsof het zijn eigen ware] betaald, en zichzelven voor ons [alsof het was voor zichzelven, omdat Hij in onze plaats stond] vrijwillig opgeofferd heeft; idem die niet alleen een koning of vorst is, maar ook een broeder en medegenoot der gelovigen, die Hij zijne medeërfgenamen maakt, zijnde steeds in het midden van hen en met hen, tot aan de voleinding der wereld, biddende voor hen als hun Middelaar, hebbende alleen de macht en het recht zijns weegs in en uit te gaan, zijn leven te laten en weder te nemen, de poort van het heiligdom te openen en te sluiten, enz. Anderen verstaan hier een aardsen Christelijken vorst of regent, en daardoor wijders alle Christelijke regenten en

Hertaald: vorst nu zal zijn deel hebben Onder deze vorst, over wie in dit hoofdstuk en het volgende, Ezech. 46, veel gesproken wordt, verstaan sommigen (zoals hierboven Ezech. 44:3) de hogepriester, of onze Heere Christus, de Messias Zelf. Hij woont namelijk niet alleen in Zijn huis en vervult dat met Zijn heerlijkheid, maar Hij legert Zich als het ware ook rondom dat huis om het als koning te beschermen. Als onze Hogepriester en Borg heeft Hij al onze schuld op Zich genomen en die betaald alsof zij van Hemzelf was, en Zichzelf vrijwillig voor ons opgeofferd alsof het voor Hemzelf was, omdat Hij in onze plaats stond. Hij is niet alleen een koning of vorst, maar ook een Broeder en Metgezel van de gelovigen, die Hij tot Zijn mede-erfgenamen maakt, terwijl Hij voortdurend in hun midden en bij hen is tot aan de voleinding van de wereld en voor hen bidt als hun Middelaar. Hij alleen heeft de macht en het recht om Zijns weegs in en uit te gaan, Zijn leven af te leggen en weer te nemen, de poort van het heiligdom te openen en te sluiten, enzovoort. Anderen verstaan hier een aardse christelijke vorst of regent, en daardoor verder alle christelijke regenten en

vorst nu zal zijn deel hebben overheden, die God zijne kerk in het Nieuwe Testament, naar verscheidene profetieën van het Oude Testament, zou verlenen, welker eerste en voornaamste zorg meot wezen voor den welstand van Gods kerk, die zij met hunne beschutting als omringen moeten, in de oefening van den waren godsdienst en de achting van den kerkedienst het volk met hun voorbeeld voorgaan, ook zich in dezen houden en gedragen als broeders, medegenoten en medeleden der kerk; voorts recht en gerechtigheid aanstellen en handhaven, alle onrecht, overlast, tirannie en geweld afschaffen en den onderdanen een gerust en stil leven verzorgen, totdat de volmaakte gerechtigheid, heiligheid en vrede in het andere leven daarop volgen.

Hertaald: vorst nu zal zijn deel hebben overheden die God Zijn kerk in het Nieuwe Testament zou geven, overeenkomstig verschillende profetieën van het Oude Testament. Hun eerste en voornaamste zorg moet uitgaan naar de welstand van Gods kerk, die zij met hun bescherming als het ware moeten omringen; zij moeten het volk met hun voorbeeld voorgaan in de oefening van de ware godsdienst en in het achten van de kerkdienst, en zich daarin ook gedragen als broeders, metgezellen en medeleden van de kerk. Verder moeten zij recht en gerechtigheid instellen en handhaven, alle onrecht, overlast, tirannie en geweld afschaffen en hun onderdanen een gerust en stil leven bezorgen, totdat daarop in het andere leven de volmaakte gerechtigheid, heiligheid en vrede volgen. De bron verdeelt deze ene zin over twee noten met hetzelfde kopwoord.

voor aan het heilig hefoffer, Hebreeuws, voor, of tegen het aangezicht, zo in het volgende.

Hertaald: voor aan het heilig hefoffer, Hebreeuws: voor, of tegen het aangezicht; zo ook in het vervolg.

westerhoek westwaarts, Hebreeuws, hoek der zee, naar de zee toe, alzo in het volgende, zee voor het westen.

Hertaald: westerhoek westwaarts, Hebreeuws: de hoek van de zee, naar de zee toe; zo ook in het vervolg, waar zee voor het westen staat.

Ezechiël 45 vers 8

Dit land aangaande, Anders, hij zal het in het land hebben tot, enz., of, van het land zal hij [dit] hebben, enz.

Hertaald: Dit land aangaande, Anders: hij zal het in het land hebben tot, enzovoort; of: van het land zal hij dit hebben, enzovoort.

verdrukken, Vergelijk Ps. 72:2 , Ps. 72:4 , Ps. 72:14 ; Jes. 11:3-5 , enz., en Jes. 29:18-20 , en Jes. 42:1 , Jes. 42:3-4 , en Jes. 60:17-18 ; Sef. 3:13 .

Hertaald: verdrukken, Vergelijk Ps. 72:2, Ps. 72:4, Ps. 72:14; Jes. 11:3-5 enzovoort, Jes. 29:18-20, Jes. 42:1, Jes. 42:3-4 en Jes. 60:17-18; Zef. 3:13.

laten, naar hun stammen Hebreeuws eigenlijk, geven.

Hertaald: laten, naar hun stammen Hebreeuws eigenlijk: geven.

Ezechiël 45 vers 9

Het is te veel voor u, Zie boven Ezech. 44:6 . Sommigen verstaan dit alsof God zeide: Gij hebt land, meer dan genoeg voor u, aan hetgeen Ik u toegelegd heb, daarom enz. Anderen houden het voor een verbloemde bestraffing van de overleden koningen van Juda, tot wie God spreekt alsof zij tegenwoordig waren; of van de antichristische kerkelijke en burgerlijke tirannen, die Gods volk zeer lang zouden plagen.

Hertaald: Het is te veel voor u, Zie hierboven Ezech. 44:6. Sommigen verstaan dit alsof God zei: u hebt land meer dan genoeg aan wat Ik u toegewezen heb, daarom enzovoort. Anderen houden het voor een bedekte bestraffing van de overleden koningen van Juda, die God aanspreekt alsof zij aanwezig waren; of van de antichristelijke kerkelijke en burgerlijke tirannen, die Gods volk zeer lang zouden plagen.

uitstortingen op van Mijn volk, Dat gij hen uit het hunne verdrijft en uitstoot, trekkende dat aan u; zulk een overlast zult gij van hen wegnemen, hen daarvan ontlasten. Zie gelijke manier van spreken Jes. 57:14 .

Hertaald: uitstortingen op van Mijn volk, Namelijk dat u hen uit het hunne verdrijft en verstoot en dat naar u toe trekt; zo'n overlast zult u van hen wegnemen en hen daarvan bevrijden. Zie een soortgelijke uitdrukking in Jes. 57:14.

Ezechiël 45 vers 10

rechte waag, Hebreeuws, waag, of weegschalen der gerechtigheid, en alzo in het volgende; gelijk Lev. 19:35-36 .

Hertaald: rechte waag, Hebreeuws: waag of weegschalen van de gerechtigheid, en zo ook in het vervolg; zoals Lev. 19:35-36.

efa, Zie Lev. 5:11 .

Hertaald: efa, Zie Lev. 5:11.

bath zult gijlieden hebben Zie 1 Kon. 7:26 .

Hertaald: bath zult gijlieden hebben Zie 1 Kon. 7:26.

Ezechiël 45 vers 11

zullen Hebreeuws, zal.

Hertaald: zullen Hebreeuws: zal.

enerlei mate zijn, Een efa in droge en een bath in natte waren.

Hertaald: enerlei mate zijn, Namelijk een efa voor droge en een bath voor natte waren.

homer houdt; De grootste maat van droge waren. Anders ook genoemd kor. Zie 1 Kon. 4:22 , en onder vs.14.

Hertaald: homer houdt; De grootste maat voor droge waren, ook wel kor genoemd. Zie 1 Kon. 4:22 en hieronder vers 14.

homer Als zijnde de grootste maat, naar welke de anderen moesten geregeld zijn.

Hertaald: homer Namelijk omdat die de grootste maat is, waarnaar de andere geregeld moesten worden.

Ezechiël 45 vers 12

sikkel zal zijn van twintig Zie Gen. 23:15 , en Gen. 24:22 .

Hertaald: sikkel zal zijn van twintig Zie Gen. 23:15 en Gen. 24:22.

gera; Zie Lev. 27:25 . Het is bij ons zoveel [gelijk het sommigen bekwamelijk op onze munt gepast hebben] als een halve braspenning, van welke twintig een oordje rijksdaalders maken, zoveel als een algemene of burgerlijke sikkel bedroeg, van welken hier gesproken wordt.

Hertaald: gera; Zie Lev. 27:25. Bij ons is dat, zoals sommigen het passend op onze munt hebben toegepast, zoveel als een halve braspenning, waarvan er twintig een kwart rijksdaalder maken — zoveel als een gewone of burgerlijke sikkel bedroeg, waarover het hier gaat.

pond zijn Hebreeuws, maneh, dat is mina. Zie 1 Kon. 10:17 ; 2 Kron. 9:16 ; Ezra 2:69 , met de aantekening. De zin is, dat zestig sikkels een pond of mina van goud of zilver zouden maken. Dit wordt gehouden, bij sommigen, voor een nieuwe ordinantie, dewijl de oude mina maar vijftig sikkelen van het heiligdom en honderd algemene hield; maar hier staat van zestig sikkelen, hetwelk zoveel meer zou moeten zijn in het heilige en burgerlijke. Eenigen menen dat er zodanige drie verscheidene soorten van munt zouden geweest zijn, die tezamen een pond of mijne zou maken. God wil zeggen dat de gerechtigheid in alles strikt en op het nauwste zal worden onderhouden.

Hertaald: pond zijn Hebreeuws: maneh, dat is: mina. Zie 1 Kon. 10:17; 2 Kron. 9:16; Ezra 2:69 met de aantekening. De betekenis is dat zestig sikkels een pond of mina goud of zilver zouden vormen. Sommigen houden dit voor een nieuwe verordening, aangezien de oude mina maar vijftig sikkels van het heiligdom en honderd gewone sikkels bedroeg; maar hier staat zestig sikkels, wat in het heilige en het burgerlijke dus zoveel meer zou moeten zijn. Sommigen menen dat er drie van zulke verschillende muntsoorten geweest zouden zijn, die samen een pond of mina zouden vormen. God wil zeggen dat de gerechtigheid in alles strikt en zeer nauwkeurig zal worden onderhouden.

Ezechiël 45 vers 13

hefoffer, Of, de offeranden die, enz. Hebreeuws, de heffing die gij zult heffen. Dit verstaan sommigen van hetgeen het volk het ganse jaar door zou opbrengen tot de gewone offeranden des tempels. [Anderen duiden het op de inwijding des tempels]. Van de offeranden in het algemeen, zie boven Ezech. 40:39 .

Hertaald: hefoffer, Of: de offers die, enzovoort. Hebreeuws: de heffing die u zult heffen. Sommigen verstaan dit van wat het volk het hele jaar door zou opbrengen voor de gewone offers van de tempel; anderen betrekken het op de inwijding van de tempel. Over de offers in het algemeen, zie hierboven Ezech. 40:39.

zesde deel van een efa Hebreeuws alsof men zeide: zessen; dat is het zesde deel geven; gelijk vertienen, het tiende deel geven.

Hertaald: zesde deel van een efa In het Hebreeuws staat het alsof men zei: zessen; dat is: het zesde deel geven, zoals vertienen het tiende deel geven is.

Ezechiël 45 vers 14

kor, Zie boven vs.11.

Hertaald: kor, Zie hierboven vers 11.

Ezechiël 45 vers 15

waterrijke land van Israël, Dat is, uit het beste en vetste weiden. Anders: boven den wijn, of den drank van Israël; dat is, dien Israël zou opbrengen tot drankoffers; vergelijk vs.17.

Hertaald: waterrijke land van Israël, Dat is: uit de beste en vetste weiden. Anders: boven de wijn, of de drank van Israël; dat is: die Israël zou opbrengen voor de drankoffers; vergelijk vers 17.

Ezechiël 45 vers 16

in dit hefoffer zijn, Of, zullen tot dit hefoffer, [waarvan in het voorgaande gesproken] [gehouden, of verplicht zijn].

Hertaald: in dit hefoffer zijn, Of: zullen tot dit hefoffer, waarover in het voorgaande gesproken is, gehouden of verplicht zijn.

voor den vorst in Israël Of, om den wil van den vorst. Sommigen verstaan het alzo, dat zij met deze contributie vervullen zouden hetgeen anders de vorst zou doen. VergelijK 2 Kron. 31:3 , met de aantekening. Anders: met den vorst; idem, tot den vorst toe, zulks dat de vorst daartoe niet gehouden is, als wiens bijzondere offeranden in het volgende verhaald worden. Men zou het ook kunnen nemen als een inhoud of titel van het volgende, en daarbij voegen aldus: Aangaande den vorst in Israël, of van den vorst, enz.; [gelijk zulke titels bij de profeten gevonden worden], die zal doen gelijk volgt.

Hertaald: voor den vorst in Israël Of: omwille van de vorst. Sommigen verstaan het zo dat zij met deze bijdrage zouden aanvullen wat de vorst anders zou doen. Vergelijk 2 Kron. 31:3 met de aantekening. Anders: met de vorst; eveneens: tot de vorst toe, zodat de vorst daartoe niet verplicht is, omdat zijn eigen offers in het vervolg vermeld worden. Men zou het ook kunnen opvatten als een opschrift van het volgende en het daarbij voegen, zo: aangaande de vorst in Israël, of: van de vorst enzovoort — zoals zulke opschriften bij de profeten voorkomen — die zal doen zoals volgt.

Ezechiël 45 vers 17

opliggen te offeren de brandofferen, Hebreeuws, op den vorst zal zijn; dat is, het zal zijn plicht zijn.

Hertaald: opliggen te offeren de brandofferen, Hebreeuws: op de vorst zal zijn; dat is: het zal zijn plicht zijn.

op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; Of, in alle gezette bijeenkomsten.

Hertaald: op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; Of: op alle vastgestelde samenkomsten.

doen, Of, bereiden; dat is geven, aanbrengen, laten toemaken.

Hertaald: doen, Of: bereiden; dat is: geven, aanbrengen, laten toebereiden.

Ezechiël 45 vers 18

Alzo zegt de Heere HEERE De volgende nieuwe ordinantie hebben enigen wel aangemerkt, dat Mozes nergens tevoren gegeven was, gelijk ook buiten dat, het onderscheid dat er is tussen verscheidene nieuwe offeranden en ceremoniën, die hier worden vermeld, en de oude voorgaande, uit de verlijking klaarlijk kan worden afgeleid, tot een teken van de afschaffing der ceremoniën en van het vorige priesterdom door de komst en het enig volkomen offer van den Messias, dat hier door vele offeranden wordt afgebeeld naar den stijl van het Oude Testament en den eis van dien tijd, als de klaarheid des lichts en de tijd der herstelling nog niet gekomen was. Zie Gal. 3:23-25 , en Gal. 4:1-3 ; idem Hebr. 9:8 , Hebr. 9:10 .

Hertaald: Alzo zegt de Heere HEERE Van de volgende nieuwe verordening hebben sommigen terecht opgemerkt dat zij nergens eerder aan Mozes gegeven was. Ook afgezien daarvan kan men uit de vergelijking duidelijk het verschil afleiden tussen verschillende nieuwe offers en ceremoniën die hier vermeld worden en de vroegere, oude. Dat is een teken van de afschaffing van de ceremoniën en van het vroegere priesterschap door de komst en het enige volkomen offer van de Messias, dat hier door veel offers wordt afgebeeld naar de stijl van het Oude Testament en naar de eis van die tijd, toen de helderheid van het licht en de tijd van het herstel nog niet gekomen waren. Zie Gal. 3:23-25 en Gal. 4:1-3; eveneens Hebr. 9:8, Hebr. 9:10.

jong rund, nemen; Hebreeuws, kind, of zoon van een rund.

Hertaald: jong rund, nemen; Hebreeuws: kind, of zoon van een rund.

Ezechiël 45 vers 19

posten des huizes, Hebreeuws, post, en zo in het volgende.

Hertaald: posten des huizes, Hebreeuws: post, en zo ook in het vervolg.

Ezechiël 45 vers 20

vanwege den afdwalende, Dat is, voor zodanigen, die door enige afdwaling, of slechtheid, onwetendheid, onverstand, het huis des Heeren mogen hebben ontsticht of verontreinigd, maar niet door moedwil en met opgeheven hand, afbeeldende deze ordinantie, hoe men den zwakken gevallen boetvaardigen zal te hulp komen en oprichten, door middel van een welgeregelde en Christelijke tucht; vergelijk Matt. 16:19 , en Matt. 18:18 , Matt. 18:21 , enz.; Joh. 20:23 ; Rom. 14:4 , Rom. 14:10 , Rom. 14:13 ; Gal. 6:1 , enz.; Jak. 5:19-20 ; 1 Joh. 5:16 , enz.

Hertaald: vanwege den afdwalende, Dat is: voor mensen die door een afdwaling, eenvoud, onwetendheid of onverstand het huis van de HEERE ontsierd of verontreinigd mochten hebben, maar niet moedwillig en met opgeheven hand. Deze verordening beeldt af hoe men de zwakke, gevallen boetvaardigen te hulp moet komen en moet oprichten door middel van een goed geregelde en christelijke tucht; vergelijk Matth. 16:19 en Matth. 18:18, Matth. 18:21 enzovoort; Joh. 20:23; Rom. 14:4, Rom. 14:10, Rom. 14:13; Gal. 6:1 enzovoort; Jak. 5:19-20; 1 Joh. 5:16, enzovoort.

Ezechiël 45 vers 21

zal men eten Hebreeuws, zal gegeten worden.

Hertaald: zal men eten Hebreeuws: zal gegeten worden.

Ezechiël 45 vers 22

des zondoffers Een var tot een zondoffer. Hebreeuws, een var der zonde; dat is, des zondoffers, gelijk doorgaans in deze stof. Zie Lev. 4:3 .

Hertaald: des zondoffers Namelijk een var tot een zondoffer. Hebreeuws: een var van de zonde; dat is: van het zondoffer, zoals doorgaans bij dit onderwerp. Zie Lev. 4:3.

Ezechiël 45 vers 24

hin olie tot een efa Zie Lev. 19:36 .

Hertaald: hin olie tot een efa Zie Lev. 19:36.

Ezechiël 45 vers 25

feest Versta, het feest der loofhutten, of tabernakelen. Merk, dat aan het pinksterfeest hier niet gedacht wordt; vergelijk Zach. 14:16 , Zach. 14:19 .

Hertaald: feest Versta: het loofhuttenfeest. Merk op dat het pinksterfeest hier niet genoemd wordt; vergelijk Zach. 14:16, Zach. 14:19.

desgelijks doen, Hebreeuws, naar, of gelijk die; dat is, zoals hij op het voorgaande feest gedaan zal hebben met al deze offeranden, die tevoren verhaald zijn en hier kortelijk worden aangeroerd.

Hertaald: desgelijks doen, Hebreeuws: naar of zoals die; dat is: zoals hij op het voorgaande feest gedaan zal hebben met al deze offers, die eerder verteld zijn en hier kort worden aangeduid.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De rechte waag  — midden in het tempelgezicht staan de maten van de markt (Ezech. 45:9-12)

Tussen de bepalingen over het heilige land door komt er ineens een woord tot de vorsten: "Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid" (Ezech. 45:9). En dan volgt iets wat men in een tempelgezicht niet verwacht: "Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben" (Ezech. 45:10). De verzen erna leggen vast hoe die maten zich tot elkaar verhouden (Ezech. 45:11-12).

Bijbelse betekenis: Merk op waar dit staat. Midden tussen de maten van het heiligdom staan de maten van de winkel. Het gezicht scheidt de eredienst en het dagelijkse handelen niet: dezelfde nauwkeurigheid die bij het huis geldt, geldt bij de weegschaal. Let vervolgens op wie aangesproken wordt. Niet de kooplieden maar de vorsten; wie het recht bewaken moet, wordt het eerst op het geweld en de afpersing aangesproken. Let ten slotte op hoe oud deze regel is. Hij stond al in de wet, met Gods eigen Naam eronder: "Gij zult een rechte wage hebben" (Lev. 19:36). De spreuk noemt de bedrieglijke weegschaal een gruwel voor de HEERE (Spr. 11:1), en Micha vraagt of iemand rein kan zijn met een zak van bedrieglijke weegstenen (Micha 6:11).

Typologie: De Heere Jezus verwijt de Farizeeën dat zij de kruiden vertienden en het gewichtigste van de wet nalaten: "het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof" (Matt. 23:23). Een nauwkeurige godsdienst met een onnauwkeurige weegschaal is in de Schrift altijd hetzelfde bedrog.

Ezech. 45:9-12; Lev. 19:36; Spr. 11:1; Micha 6:11; Matt. 23:23

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 45

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content