Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Als gijlieden nu het landH776 zult doen vallenH5307 in erfenisH5159, zo zult gij een hefofferH8641 den HEEREH3068 offerenH7311, tot een heilige plaatsH6944, vanH4480 het landH776; de lengteH753 zal zijn de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505 meetrieten, en de breedteH7341 tienH6235 duizendH505; datH1931 zal in zijn geheleH3605 grenzenH1366 rondomH5439 heiligH6944 zijn.
Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn.
KJV
Moreover, when ye shall divide1
by lot the land3
for inheritance,4
ye shall offer5
an oblation6
unto the LORD,7
an holy portion8
of the land:10
the length11
shall be the length15
of five12
and twenty13
thousand14
reeds, and the breadth16
shall be ten17
thousand.18
This shall be holy19
in all the borders22
thereof round about.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Hiervan zullen totH413 het heiligdomH6944 zijnH1961 vijfhonderdH2568 met vijfhonderdH2568, vierkantH7251 rondomH5439; en het zal vijftigH2572 ellenH520 hebben tot een buitenruimH4054 rondomH5439.
Hiervan zullen tot het heiligdom zijn vijfhonderd met vijfhonderd, vierkant rondom; en het zal vijftig ellen hebben tot een buitenruim rondom.
KJV
Of this there shall be for the sanctuary4
five5
hundred6
in length, with five7
hundred8
in breadth, square9
round about;10
and fifty11
cubits12
round about15
for the suburbs
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Alzo zult gij metenH4058 van dezeH2063 maatH4060, de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505; en daarin zal het heiligdomH4720 zijnH1961 met het heiligeH6944 der heiligenH6944.
Alzo zult gij meten van deze maat, de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; en daarin zal het heiligdom zijn met het heilige der heiligen.
KJV
And of this measure2
shalt thou measure4
the length5
of five6
and twenty7
thousand,8
and the breadth9
of ten10
thousand:11
and in it shall be the sanctuary14
and the most15
holy
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Dat zal een heilige plaatsH4720 zijn vanH4480 het landH776; zij zal zijnH1961 voor de priesterenH3548, die het heiligdomH4720 bedienenH8334, die naderenH7131 om den HEEREH3068 te dienenH8334; en het zal hun een plaatsH4725 zijnH1961 tot huizenH1004, en een heiligeH6944 plaats voor het heiligdomH4720.
Dat zal een heilige plaats zijn van het land; zij zal zijn voor de priesteren, die het heiligdom bedienen, die naderen om den HEERE te dienen; en het zal hun een plaats zijn tot huizen, en een heilige plaats voor het heiligdom.
KJV
The holy1
portion of the land3
shall be for the priests5
the ministers6
of the sanctuary,7
which shall come near9
to minister10
unto the LORD:12
and it shall be a place15
for their houses,16
and an holy place17
for the sanctuary.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Voorts zullen de LevietenH3881, die dienaarsH8334 des huizesH1004, ook de lengteH753 hebben van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, en de breedteH7341 van tienH6235 duizendH505, hunlieden tot een bezittingH272, voor twintigH6242 kamerenH3957.
Voorts zullen de Levieten, die dienaars des huizes, ook de lengte hebben van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend, hunlieden tot een bezitting, voor twintig kameren.
KJV
And the five1
and twenty2
thousand3
of length,4
and the ten5
thousand6
of breadth,7
shall also the Levites,9
the ministers10
of the house,11
have for themselves, for a possession13
for twenty14
chambers.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En tot bezittingH272 van de stadH5892 zult gij gevenH5414 de breedteH7341 van vijfH2568 duizendH505 en de lengteH753 van vijfH2568 en twintigH6242 duizendH505, tegenoverH5980 het heiligH6944 hefofferH8641; voor het ganseH3605 huisH1004 IsraelsH3478 zal het zijnH1961.
En tot bezitting van de stad zult gij geven de breedte van vijf duizend en de lengte van vijf en twintig duizend, tegenover het heilig hefoffer; voor het ganse huis Israels zal het zijn.
KJV
And ye shall appoint3
the possession1
of the city2
five4
thousand5
broad,6
and five8
and twenty9
thousand10
long,7
over against11
the oblation12
of the holy13
portion: it shall be for the whole house15
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De vorstH5387 nu zal zijn deel hebben van dezeH2088 en van gene zijde des heiligenH6944 hefoffersH8641 en der bezittingH272 der stadH5892, voor aanH413 het heiligH6944 hefofferH8641, en voorH6440 aanH413 de bezittingH272 der stadH5892; van den westerhoekH3220 westwaartsH3220, en van den oosterhoekH6924 oostwaartsH6921; en de lengteH753 zal zijn tegenoverH5980 eenH259 der delenH2506, van de westergrensH3220 totH413 de oostergrensH6921 toe.
De vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers en der bezitting der stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting der stad; van den westerhoek westwaarts, en van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe.
KJV
And a portion shall be for the prince1
on the one side and on the other side of the oblation4
of the holy5
portion, and of the possession6
of the city,7
before9
the oblation10
of the holy11
portion, and before13
the possession14
of the city,15
from the west17
side16
westward,18
and from the east20
side19
eastward:21
and the length22
shall be over against23
one24
of the portions,25
from the west27
border26
unto the east30
border.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Dit landH776 aangaande, het zal hem tot een bezittingH272 zijnH1961 in IsraelH3478; en Mijn vorstenH5387 zullen Mijn volkH5971 nietH3808 meerH5750 verdrukkenH3238, maar den huizeH1004 IsraelsH3478 het landH776 latenH5414, naar hun stammenH7626.
Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israel; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israels het land laten, naar hun stammen.
KJV
In the land1
shall be his possession4
in Israel:5
and my princes9
shall no more oppress7
my people;11
and the rest of the land12
shall they give13
to the house14
of Israel15
according to their tribes.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
AlzoH3541 zegtH5002 de Heere HEEREH3069: Het is te veelH7227 voor u, gij vorstenH5387 IsraelsH3478! doet geweldH2555 en verstoringH7701 wegH5493, en doet rechtH4941 en gerechtigheidH6666; neemtH7311 uw uitstortingen opH5921 van Mijn volkH5971, spreektH559 de Heere HEEREH3069.
Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstortingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE.
Ook in dit vers
HeereH136
HeereH136
uitstotingenH1646
KJV
Thus saith19
the Lord3
GOD;4
Let it suffice5
you, O princes7
of Israel:8
remove11
violence9
and spoil,10
and execute14
judgment12
and justice,13
take away15
your exactions16
from my people,18
saith2
the Lord20
GOD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Een rechteH6664 waagH3976, en een rechteH6664 efaH374, en een rechteH6664 bathH1324 zult gijlieden hebben.
Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.
KJV
Ye shall have just2
balances,1
and a just4
ephah,3
and a just6
bath.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Een efaH374 en een bathH1324 zullen van enerleiH259 mate zijnH1961, dat een bathH1324 het tiende deel van een homerH2563 houdeH5375; ook een efaH374 het tiende deel van een homerH2563; de mate daarvan zal zijnH1961 naarH413 den homerH2563.
Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.
Ook in dit vers
tiendeH4643
tiendeH6224
mateH4971
mateH8506
KJV
The ephah1
and the bath2
shall be of one4
measure,3
that the bath9
may contain6
the tenth part7
of an homer,8
and the ephah12
the tenth part10
of an homer:11
the measure16
thereof shall be after the homer.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En de sikkelH8255 zal zijn van twintigH6242 geraH1626; twintigH6242 sikkelenH8255, vijfH2568 en twintigH6242 sikkelenH8255, en vijftienH2568 sikkelenH8255, zal ulieden een pondH4488 zijnH1961.
En de sikkel zal zijn van twintig gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen, en vijftien sikkelen, zal ulieden een pond zijn.
KJV
And the shekel1
shall be twenty2
gerahs:3
twenty4
shekels,5
five6
and twenty7
shekels,8
fifteen10
shekels,11
shall be your maneh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
DitH2063 is het hefofferH8641, dat gijlieden offerenH7311 zult: het zesde deel van een efaH374 van een homerH2563 tarweH2406; ook zult gij het zesde deel van een efaH374 geven van een homerH2563 gerstH8184.
Dit is het hefoffer, dat gijlieden offeren zult: het zesde deel van een efa van een homer tarwe; ook zult gij het zesde deel van een efa geven van een homer gerst.
Ook in dit vers
zesdeH8341
zesdeH8345
KJV
This is the oblation2
that ye shall offer;4
the sixth part5
of an ephah6
of an homer7
of wheat,8
and ye shall give the sixth part9
of an ephah10
of an homer11
of barley:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Aangaande de inzettingH2706 van olieH8081, van een bathH1324 olieH8081; gij zult offeren het tiendeH4643 deel van een bathH1324 uitH4480 een korH3734, hetwelk is een homerH2563 van tienH6235 bathH1324, wantH3588 tienH6235 bathH1324 zijn een homerH2563.
Aangaande de inzetting van olie, van een bath olie; gij zult offeren het tiende deel van een bath uit een kor, hetwelk is een homer van tien bath, want tien bath zijn een homer.
KJV
Concerning the ordinance1
of oil,2
the bath3
of oil,4
ye shall offer the tenth part5
of a bath6
out of the cor,8
which is an homer11
of ten9
baths;10
for ten13
baths14
are an homer:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Voorts eenH259 lamH7716 uit de kuddeH6629, uitH4480 de tweehonderdH3967, uit het waterrijke landH4945 van IsraelH3478, tot spijsofferH4503, en tot brandofferH5930, en tot dankofferenH8002 om verzoeningH3722 overH5921 hen te doen, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069.
Voorts een lam uit de kudde, uit de tweehonderd, uit het waterrijke land van Israel, tot spijsoffer, en tot brandoffer, en tot dankofferen om verzoening over hen te doen, spreekt de Heere HEERE.
KJV
And one2
lamb1
out of the flock,4
out of two hundred,6
out of the fat pastures7
of Israel;8
for a meat offering,9
and for a burnt offering,10
and for peace offerings,11
to make reconciliation12
for them, saith14
the Lord15
GOD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
AlH3605 het volkH5971 des landsH776 zal in ditH2063 hefofferH8641 zijnH1961, voor den vorstH5387 in IsraelH3478.
Al het volk des lands zal in dit hefoffer zijn, voor den vorst in Israel.
KJV
All the people2
of the land3
shall give this oblation6
for the prince8
in Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
En het zal den vorstH5387 opleggen te offeren de brandofferenH5930, en het spijsofferH4503, en het drankofferH5262, op de feestenH2282, en op de nieuwe maandenH2320, en op de sabbattenH7676, op alleH3605 gezette hoogtijdenH4150 van het huisH1004 IsraelsH3478; hijH1931 zal het zondofferH2403, en het spijsofferH4503, en het brandofferH5930, en de dankofferenH8002 doen, om verzoeningH3722 te doen voor het huisH1004 IsraelsH3478.
En het zal den vorst opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israels; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israels.
KJV
And it shall be the prince's part2
to give burnt offerings,4
and meat offerings,5
and drink offerings,6
in the feasts,7
and in the new moons,8
and in the sabbaths,9
in all solemnities11
of the house12
of Israel:13
he shall prepare15
the sin offering,17
and the meat offering,19
and the burnt offering,21
and the peace offerings,23
to make reconciliation24
for the house26
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: In de eersteH7223 maandH2320, op den eerstenH259 der maand, zult gij een volkomenH8549 varH6499, een jongH1121 rundH1241, nemenH3947; en gij zult het heiligdomH4720 ontzondigenH2398.
Alzo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op den eersten der maand, zult gij een volkomen var, een jong rund, nemen; en gij zult het heiligdom ontzondigen.
KJV
Thus saith2
the Lord3
GOD;4
In the first5
month, in the first6
day of the month,7
thou shalt take8
a young10
bullock9
without blemish,12
and cleanse13
the sanctuary:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
En de priesterH3548 zal van het bloedH1818 des zondoffersH2403 nemenH3947, en doen het aan de postenH4201 des huizesH1004, en aan de vierH702 hoekenH6438 van het afzetselH5835 des altaarsH4196, en aan de postenH4201 der poortenH8179 van het binnensteH6442 voorhofH2691.
En de priester zal van het bloed des zondoffers nemen, en doen het aan de posten des huizes, en aan de vier hoeken van het afzetsel des altaars, en aan de posten der poorten van het binnenste voorhof.
KJV
And the priest2
shall take1
of the blood3
of the sin offering,4
and put5
it upon the posts7
of the house,8
and upon the four10
corners11
of the settle12
of the altar,13
and upon the posts15
of the gate16
of the inner18
court.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Alzo zult gij ook doenH6213 op den zevendenH7651 in die maandH2320; vanwege den afdwalendeH7686, en vanwege den slechteH6612; alzo zult gijlieden het huisH1004 verzoenenH3722.
Alzo zult gij ook doen op den zevenden in die maand; vanwege den afdwalende, en vanwege den slechte; alzo zult gijlieden het huis verzoenen.
KJV
And so thou shalt do2
the seventh3
day of the month4
for every one5
that erreth,6
and for him that is simple:7
so shall ye reconcile8
the house.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
In de eersteH7223 maandH2320, op den veertiendenH702 dagH3117 der maand, zal ulieden het paschaH6453 zijnH1961; een feestH2282 van zevenH7620 dagenH3117, ongezuurde brodenH4682 zal men etenH398.
In de eerste maand, op den veertienden dag der maand, zal ulieden het pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden zal men eten.
KJV
In the first1
month, in the fourteenth2
day4
of the month,5
ye shall have the passover,8
a feast9
of seven10
days;11
unleavened bread12
shall be eaten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
En de vorstH5387 zal op denzelven dagH3117 voor zichzelven, en voor alH3605 hetH1931 volkH5971 des landsH776, bereidenH6213 een varH6499 des zondoffersH2403.
En de vorst zal op denzelven dag voor zichzelven, en voor al het volk des lands, bereiden een var des zondoffers.
KJV
And upon that day3
shall the prince2
prepare1
for himself and for all the people8
of the land9
a bullock10
for a sin offering.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
En de zevenH7651 dagenH3117 van het feestH2282 zal hij een brandofferH5930 den HEEREH3068 bereidenH6213, van zevenH7651 varrenH6499 en zevenH7651 rammenH352, die volkomenH8549 zijn, dagelijksH3117, de zevenH7651 dagenH3117 lang, en een zondofferH2403 van een geitenbokH8163, dagelijksH3117.
En de zeven dagen van het feest zal hij een brandoffer den HEERE bereiden, van zeven varren en zeven rammen, die volkomen zijn, dagelijks, de zeven dagen lang, en een zondoffer van een geitenbok, dagelijks.
KJV
And seven1
days2
of the feast3
he shall prepare4
a burnt offering5
to the LORD,6
seven7
bullocks8
and seven9
rams10
without blemish11
daily12
the seven13
days;14
and a kid16
of the goats17
daily18
for a sin offering.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Ook zal hij een spijsofferH4503 bereidenH6213, een efaH374 tot een varH6499, en een efaH374 tot een ramH352; en een hinH1969 olieH8081 tot een efaH374.
Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een var, en een efa tot een ram; en een hin olie tot een efa.
KJV
And he shall prepare6
a meat offering1
of an ephah2
for a bullock,3
and an ephah4
for a ram,5
and an hin8
of oil7
for an ephah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
In de zevendeH7651 maandH2320, op den vijftiendenH2568 dagH3117 der maand zal hij op het feestH2282 desgelijks doenH6213, zevenH7637 dagenH3117 lang; gelijk het zondofferH2403, gelijk het brandofferH5930, en gelijk het spijsofferH4503, en gelijk de olieH8081.
In de zevende maand, op den vijftienden dag der maand zal hij op het feest desgelijks doen, zeven dagen lang; gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.
KJV
In the seventh9
month, in the fifteenth2
day4
of the month,5
shall he do7
the like in the feast6
of the seven1
days,10
according to the sin offering,11
according to the burnt offering,12
and according to the meat offering,13
and according to the oil.
gijlieden nu het land
Dewijl niet alleen de vorige tempel verbrand, maar ook de stad en het ganse land verwoest en het volk Gods weggevoerd was, en in het voorgaande van den nieuwen tempel gehandeld is, zo wordt nu in het volgende gesproken van het land en volk, met hun vorst; afbeeldende een gehele en volkomen herstelling van deze geestelijke republiek onder den Messias.
Hertaald:
gijlieden nu het land
Aangezien niet alleen de vorige tempel verbrand was, maar ook de stad en het hele land verwoest en Gods volk weggevoerd, en er in het voorgaande over de nieuwe tempel gehandeld is, wordt nu in het vervolg gesproken over het land en het volk met hun vorst. Dat beeldt een gehele en volkomen herstelling van deze geestelijke staat onder de Messias af.
zult doen vallen in erfenis,
Dat is, door het vallen of werpen van het lot zult delen onder u; zie Ps. 16:5-6 , met de aantekening, alzo onder Ezech. 46:14 , Ezech. 46:22 , en Ezech. 48:29 ; in allen gevallen zie de manier van spreken op de loting, hoewel het lot noch hier noch in het volgende uitdrukkelijk vermeld wordt. Het is aanmerkelijk dat de stammen hunne landpalen niet bij loting, gelijk in het boek Jozua, maar door Gods bijzondere ordinantie in Eze 48 worden toegelegd; vergelijk Matt. 25:34 .
Hertaald:
zult doen vallen in erfenis,
Dat is: door het werpen van het lot onder u verdelen; zie Ps. 16:5-6 met de aantekening; zo ook hieronder Ezech. 46:14, Ezech. 46:22 en Ezech. 48:29. In elk geval ziet de uitdrukking op het loten, hoewel het lot noch hier noch in het vervolg uitdrukkelijk genoemd wordt. Het is opmerkelijk dat de stammen hun grenzen niet door loting krijgen zoals in het boek Jozua, maar door een bijzondere verordening van God in Ezech. 48; vergelijk Matth. 25:34.
hefoffer den HEERE offeren,
Of gave. Hebreeuws, ene heffing heffen, waarmede gezien wordt op de hefoffers der wet, die van de rest als opgeheven of opgenomen en den Heere opgedragen en geheiligd werden.
Hertaald:
hefoffer den HEERE offeren,
Of: gave. Hebreeuws: een heffing heffen, waarmee gedoeld wordt op de hefoffers van de wet, die als het ware van de rest opgeheven of weggenomen en aan de HEERE opgedragen en geheiligd werden.
heilige plaats,
Te weten, afzonderende dezelve van de rest des lands tot een heilig gebruik; of, men kan [met sommigen] deze woorden voegen bij het woord offeren aldus: Gij zult den Heere offeren van het land een heilig deel, alzo vs.4. Hebreeuws, ene heiligheid.
Hertaald:
heilige plaats,
Namelijk door die van de rest van het land af te zonderen voor een heilig gebruik. Of men kan deze woorden met sommigen bij het woord offeren voegen, zo: u zult de HEERE van het land een heilig deel offeren, zoals vers 4. Hebreeuws: een heiligheid.
meetrieten ,
Dit ingevoegde woord genomen uit boven Ezech. 42:15-20 , en hier vs.2, waar naar de eerste maat der rieten, de ellen in het bijzonder gespecificeerd worden, voor het ledig, of de vrije buitenruimte.
Hertaald:
meetrieten ,
Dit ingevoegde woord is ontleend aan hierboven Ezech. 42:15-20 en aan vers 2 hier, waar de ellen naar de eerste maat van de rieten afzonderlijk vermeld worden voor de open ruimte eromheen.
in zijn gehele grenzen rondom
Dat is, zo wijd en ver als het reikt.
Hertaald:
in zijn gehele grenzen rondom
Dat is: zo wijd en ver als het reikt.
heilig zijn
Hebreeuws, ene heiligheid. Zie boven Ezech. 43:12 .
Hertaald:
heilig zijn
Hebreeuws: een heiligheid. Zie hierboven Ezech. 43:12.
Hiervan
Deze stof, die hier begonnen en vs.9 afgebroken is, wordt in Ezech. 48:8 , enz. vervolgd. Men kan het in het geheel bekwamelijk aldus met sommigen verstaan dat dit afgezonderd gedeelte des lands, van vijf en twintig duizend in lengte en breedte, en zo voorts, aan zijne vier hoeken, verder is afgedeeld in drie delen; de eerste tien duizend in breedte, voor het heiligdom met zijn buitenruimte en de woningen der priesters; de tweede tien duizend voor de Levieten; de overschietende vijf duizend voor de stad; en wat er voorts oostwaarts en westwaarts, tussen de zuidelijke grenzen van Juda en de noordelijke grenzen van Benjamin overschoot, voor de dienaars der stad [onder Ezech. 48:18-19 ] , en wijders voornamelijk voor den vorst; waarop in het volgende dient gelet.
Hertaald:
Hiervan
Dit onderwerp, dat hier begonnen en in vers 9 afgebroken wordt, gaat verder in Ezech. 48:8, enzovoort. Men kan het geheel met sommigen zo verstaan dat dit afgezonderde deel van het land, vijfentwintigduizend in lengte en breedte, verder verdeeld is in drie delen: de eerste tienduizend in de breedte voor het heiligdom met zijn open ruimte en de woningen van de priesters, de tweede tienduizend voor de Levieten en de overblijvende vijfduizend voor de stad; en wat er verder in het oosten en het westen overbleef tussen de zuidgrens van Juda en de noordgrens van Benjamin was voor de dienaars van de stad (hieronder Ezech. 48:18-19) en vooral voor de vorst. Daarop moet men in het vervolg letten.
zullen tot het heiligdom zijn
Hebreeuws, zal.
Hertaald:
zullen tot het heiligdom zijn
Hebreeuws: zal.
met vijfhonderd,
Of, door, bij; dat is, [naar sommiger gevoelen] vijfhonderd rieten in lengte, met gelijke vijfhonderd in breedte; of vijfhonderd overeenkomende met andere vijfhonderd in het vierkant rondom gemeten; vergelijk onder Ezech. 48:20 .
Hertaald:
met vijfhonderd,
Of: bij; dat is, naar de mening van sommigen: vijfhonderd rieten in de lengte met evenveel vijfhonderd in de breedte; of vijfhonderd tegenover andere vijfhonderd, rondom in het vierkant gemeten; vergelijk hieronder Ezech. 48:20.
buitenruim rondom
Zie van het Hebreeuwse woord [dat anderszins voorstad wordt overgezet, als er van steden gesproken wordt] boven Ezech. 36:5 .
Hertaald:
buitenruim rondom
Zie over het Hebreeuwse woord, dat anders met voorstad vertaald wordt wanneer het over steden gaat, hierboven Ezech. 36:5.
van deze maat,
Dat is, met of naar deze maat.
Hertaald:
van deze maat,
Dat is: met, of naar deze maat.
heilige der heiligen
Hebreeuws, heiligheid der heiligheden; zie Ex. 26:33-34 ; Lev. 4:6 , met de aantekening.
Hertaald:
heilige der heiligen
Hebreeuws: heiligheid van de heiligheden; zie Ex. 26:33-34; Lev. 4:6 met de aantekening.
heilige plaats zijn van het land;
Gelijk vs.1.
Hertaald:
heilige plaats zijn van het land;
Zoals vers 1.
de lengte hebben
Zie onder Ezech. 48:13 .
Hertaald:
de lengte hebben
Zie hieronder Ezech. 48:13.
stad zult gij geven
Die niet genoemd wordt. Zie boven Ezech. 40:2 .
Hertaald:
stad zult gij geven
Namelijk de stad, die niet bij name genoemd wordt. Zie hierboven Ezech. 40:2.
heilig hefoffer;
Hebreeuws, hefoffer der heiligheid; waarvan boven vs.1, alzo in het volgende.
Hertaald:
heilig hefoffer;
Hebreeuws: hefoffer van de heiligheid, waarover hierboven vers 1; zo ook in het vervolg.
vorst nu zal zijn deel hebben
Door dezen vorst, van welken in dit hfdst. en het volgende, Eze 46 , veel wordt gesproken, verstaan sommigen [gelijk boven Ezech. 44:3 ] , den hogepriester, of onzen Heere Christus den Messias zelf, die niet alleen in zijn huis woont en dat met zijne heerlijkheid vervult, maar ook rondom hetzelve zich [om zo te spreken] legert, om dat als koning te beschermen, en die als onze hogepriester en borg al onze schuld op zich genomen hebbende, voor dezelve [alsof het zijn eigen ware] betaald, en zichzelven voor ons [alsof het was voor zichzelven, omdat Hij in onze plaats stond] vrijwillig opgeofferd heeft; idem die niet alleen een koning of vorst is, maar ook een broeder en medegenoot der gelovigen, die Hij zijne medeërfgenamen maakt, zijnde steeds in het midden van hen en met hen, tot aan de voleinding der wereld, biddende voor hen als hun Middelaar, hebbende alleen de macht en het recht zijns weegs in en uit te gaan, zijn leven te laten en weder te nemen, de poort van het heiligdom te openen en te sluiten, enz. Anderen verstaan hier een aardsen Christelijken vorst of regent, en daardoor wijders alle Christelijke regenten en
Hertaald:
vorst nu zal zijn deel hebben
Onder deze vorst, over wie in dit hoofdstuk en het volgende, Ezech. 46, veel gesproken wordt, verstaan sommigen (zoals hierboven Ezech. 44:3) de hogepriester, of onze Heere Christus, de Messias Zelf. Hij woont namelijk niet alleen in Zijn huis en vervult dat met Zijn heerlijkheid, maar Hij legert Zich als het ware ook rondom dat huis om het als koning te beschermen. Als onze Hogepriester en Borg heeft Hij al onze schuld op Zich genomen en die betaald alsof zij van Hemzelf was, en Zichzelf vrijwillig voor ons opgeofferd alsof het voor Hemzelf was, omdat Hij in onze plaats stond. Hij is niet alleen een koning of vorst, maar ook een Broeder en Metgezel van de gelovigen, die Hij tot Zijn mede-erfgenamen maakt, terwijl Hij voortdurend in hun midden en bij hen is tot aan de voleinding van de wereld en voor hen bidt als hun Middelaar. Hij alleen heeft de macht en het recht om Zijns weegs in en uit te gaan, Zijn leven af te leggen en weer te nemen, de poort van het heiligdom te openen en te sluiten, enzovoort. Anderen verstaan hier een aardse christelijke vorst of regent, en daardoor verder alle christelijke regenten en
vorst nu zal zijn deel hebben
overheden, die God zijne kerk in het Nieuwe Testament, naar verscheidene profetieën van het Oude Testament, zou verlenen, welker eerste en voornaamste zorg meot wezen voor den welstand van Gods kerk, die zij met hunne beschutting als omringen moeten, in de oefening van den waren godsdienst en de achting van den kerkedienst het volk met hun voorbeeld voorgaan, ook zich in dezen houden en gedragen als broeders, medegenoten en medeleden der kerk; voorts recht en gerechtigheid aanstellen en handhaven, alle onrecht, overlast, tirannie en geweld afschaffen en den onderdanen een gerust en stil leven verzorgen, totdat de volmaakte gerechtigheid, heiligheid en vrede in het andere leven daarop volgen.
Hertaald:
vorst nu zal zijn deel hebben
overheden die God Zijn kerk in het Nieuwe Testament zou geven, overeenkomstig verschillende profetieën van het Oude Testament. Hun eerste en voornaamste zorg moet uitgaan naar de welstand van Gods kerk, die zij met hun bescherming als het ware moeten omringen; zij moeten het volk met hun voorbeeld voorgaan in de oefening van de ware godsdienst en in het achten van de kerkdienst, en zich daarin ook gedragen als broeders, metgezellen en medeleden van de kerk. Verder moeten zij recht en gerechtigheid instellen en handhaven, alle onrecht, overlast, tirannie en geweld afschaffen en hun onderdanen een gerust en stil leven bezorgen, totdat daarop in het andere leven de volmaakte gerechtigheid, heiligheid en vrede volgen. De bron verdeelt deze ene zin over twee noten met hetzelfde kopwoord.
voor aan het heilig hefoffer,
Hebreeuws, voor, of tegen het aangezicht, zo in het volgende.
Hertaald:
voor aan het heilig hefoffer,
Hebreeuws: voor, of tegen het aangezicht; zo ook in het vervolg.
westerhoek westwaarts,
Hebreeuws, hoek der zee, naar de zee toe, alzo in het volgende, zee voor het westen.
Hertaald:
westerhoek westwaarts,
Hebreeuws: de hoek van de zee, naar de zee toe; zo ook in het vervolg, waar zee voor het westen staat.
Dit land aangaande,
Anders, hij zal het in het land hebben tot, enz., of, van het land zal hij [dit] hebben, enz.
Hertaald:
Dit land aangaande,
Anders: hij zal het in het land hebben tot, enzovoort; of: van het land zal hij dit hebben, enzovoort.
verdrukken,
Vergelijk Ps. 72:2 , Ps. 72:4 , Ps. 72:14 ; Jes. 11:3-5 , enz., en Jes. 29:18-20 , en Jes. 42:1 , Jes. 42:3-4 , en Jes. 60:17-18 ; Sef. 3:13 .
Hertaald:
verdrukken,
Vergelijk Ps. 72:2, Ps. 72:4, Ps. 72:14; Jes. 11:3-5 enzovoort, Jes. 29:18-20, Jes. 42:1, Jes. 42:3-4 en Jes. 60:17-18; Zef. 3:13.
laten, naar hun stammen
Hebreeuws eigenlijk, geven.
Hertaald:
laten, naar hun stammen
Hebreeuws eigenlijk: geven.
Het is te veel voor u,
Zie boven Ezech. 44:6 . Sommigen verstaan dit alsof God zeide: Gij hebt land, meer dan genoeg voor u, aan hetgeen Ik u toegelegd heb, daarom enz. Anderen houden het voor een verbloemde bestraffing van de overleden koningen van Juda, tot wie God spreekt alsof zij tegenwoordig waren; of van de antichristische kerkelijke en burgerlijke tirannen, die Gods volk zeer lang zouden plagen.
Hertaald:
Het is te veel voor u,
Zie hierboven Ezech. 44:6. Sommigen verstaan dit alsof God zei: u hebt land meer dan genoeg aan wat Ik u toegewezen heb, daarom enzovoort. Anderen houden het voor een bedekte bestraffing van de overleden koningen van Juda, die God aanspreekt alsof zij aanwezig waren; of van de antichristelijke kerkelijke en burgerlijke tirannen, die Gods volk zeer lang zouden plagen.
uitstortingen op van Mijn volk,
Dat gij hen uit het hunne verdrijft en uitstoot, trekkende dat aan u; zulk een overlast zult gij van hen wegnemen, hen daarvan ontlasten. Zie gelijke manier van spreken Jes. 57:14 .
Hertaald:
uitstortingen op van Mijn volk,
Namelijk dat u hen uit het hunne verdrijft en verstoot en dat naar u toe trekt; zo'n overlast zult u van hen wegnemen en hen daarvan bevrijden. Zie een soortgelijke uitdrukking in Jes. 57:14.
rechte waag,
Hebreeuws, waag, of weegschalen der gerechtigheid, en alzo in het volgende; gelijk Lev. 19:35-36 .
Hertaald:
rechte waag,
Hebreeuws: waag of weegschalen van de gerechtigheid, en zo ook in het vervolg; zoals Lev. 19:35-36.
efa,
Zie Lev. 5:11 .
Hertaald:
efa,
Zie Lev. 5:11.
bath zult gijlieden hebben
Zie 1 Kon. 7:26 .
Hertaald:
bath zult gijlieden hebben
Zie 1 Kon. 7:26.
zullen
Hebreeuws, zal.
Hertaald:
zullen
Hebreeuws: zal.
enerlei mate zijn,
Een efa in droge en een bath in natte waren.
Hertaald:
enerlei mate zijn,
Namelijk een efa voor droge en een bath voor natte waren.
homer houdt;
De grootste maat van droge waren. Anders ook genoemd kor. Zie 1 Kon. 4:22 , en onder vs.14.
Hertaald:
homer houdt;
De grootste maat voor droge waren, ook wel kor genoemd. Zie 1 Kon. 4:22 en hieronder vers 14.
homer
Als zijnde de grootste maat, naar welke de anderen moesten geregeld zijn.
Hertaald:
homer
Namelijk omdat die de grootste maat is, waarnaar de andere geregeld moesten worden.
sikkel zal zijn van twintig
Zie Gen. 23:15 , en Gen. 24:22 .
Hertaald:
sikkel zal zijn van twintig
Zie Gen. 23:15 en Gen. 24:22.
gera;
Zie Lev. 27:25 . Het is bij ons zoveel [gelijk het sommigen bekwamelijk op onze munt gepast hebben] als een halve braspenning, van welke twintig een oordje rijksdaalders maken, zoveel als een algemene of burgerlijke sikkel bedroeg, van welken hier gesproken wordt.
Hertaald:
gera;
Zie Lev. 27:25. Bij ons is dat, zoals sommigen het passend op onze munt hebben toegepast, zoveel als een halve braspenning, waarvan er twintig een kwart rijksdaalder maken — zoveel als een gewone of burgerlijke sikkel bedroeg, waarover het hier gaat.
pond zijn
Hebreeuws, maneh, dat is mina. Zie 1 Kon. 10:17 ; 2 Kron. 9:16 ; Ezra 2:69 , met de aantekening. De zin is, dat zestig sikkels een pond of mina van goud of zilver zouden maken. Dit wordt gehouden, bij sommigen, voor een nieuwe ordinantie, dewijl de oude mina maar vijftig sikkelen van het heiligdom en honderd algemene hield; maar hier staat van zestig sikkelen, hetwelk zoveel meer zou moeten zijn in het heilige en burgerlijke. Eenigen menen dat er zodanige drie verscheidene soorten van munt zouden geweest zijn, die tezamen een pond of mijne zou maken. God wil zeggen dat de gerechtigheid in alles strikt en op het nauwste zal worden onderhouden.
Hertaald:
pond zijn
Hebreeuws: maneh, dat is: mina. Zie 1 Kon. 10:17; 2 Kron. 9:16; Ezra 2:69 met de aantekening. De betekenis is dat zestig sikkels een pond of mina goud of zilver zouden vormen. Sommigen houden dit voor een nieuwe verordening, aangezien de oude mina maar vijftig sikkels van het heiligdom en honderd gewone sikkels bedroeg; maar hier staat zestig sikkels, wat in het heilige en het burgerlijke dus zoveel meer zou moeten zijn. Sommigen menen dat er drie van zulke verschillende muntsoorten geweest zouden zijn, die samen een pond of mina zouden vormen. God wil zeggen dat de gerechtigheid in alles strikt en zeer nauwkeurig zal worden onderhouden.
hefoffer,
Of, de offeranden die, enz. Hebreeuws, de heffing die gij zult heffen. Dit verstaan sommigen van hetgeen het volk het ganse jaar door zou opbrengen tot de gewone offeranden des tempels. [Anderen duiden het op de inwijding des tempels]. Van de offeranden in het algemeen, zie boven Ezech. 40:39 .
Hertaald:
hefoffer,
Of: de offers die, enzovoort. Hebreeuws: de heffing die u zult heffen. Sommigen verstaan dit van wat het volk het hele jaar door zou opbrengen voor de gewone offers van de tempel; anderen betrekken het op de inwijding van de tempel. Over de offers in het algemeen, zie hierboven Ezech. 40:39.
zesde deel van een efa
Hebreeuws alsof men zeide: zessen; dat is het zesde deel geven; gelijk vertienen, het tiende deel geven.
Hertaald:
zesde deel van een efa
In het Hebreeuws staat het alsof men zei: zessen; dat is: het zesde deel geven, zoals vertienen het tiende deel geven is.
kor,
Zie boven vs.11.
Hertaald:
kor,
Zie hierboven vers 11.
waterrijke land van Israël,
Dat is, uit het beste en vetste weiden. Anders: boven den wijn, of den drank van Israël; dat is, dien Israël zou opbrengen tot drankoffers; vergelijk vs.17.
Hertaald:
waterrijke land van Israël,
Dat is: uit de beste en vetste weiden. Anders: boven de wijn, of de drank van Israël; dat is: die Israël zou opbrengen voor de drankoffers; vergelijk vers 17.
in dit hefoffer zijn,
Of, zullen tot dit hefoffer, [waarvan in het voorgaande gesproken] [gehouden, of verplicht zijn].
Hertaald:
in dit hefoffer zijn,
Of: zullen tot dit hefoffer, waarover in het voorgaande gesproken is, gehouden of verplicht zijn.
voor den vorst in Israël
Of, om den wil van den vorst. Sommigen verstaan het alzo, dat zij met deze contributie vervullen zouden hetgeen anders de vorst zou doen. VergelijK 2 Kron. 31:3 , met de aantekening. Anders: met den vorst; idem, tot den vorst toe, zulks dat de vorst daartoe niet gehouden is, als wiens bijzondere offeranden in het volgende verhaald worden. Men zou het ook kunnen nemen als een inhoud of titel van het volgende, en daarbij voegen aldus: Aangaande den vorst in Israël, of van den vorst, enz.; [gelijk zulke titels bij de profeten gevonden worden], die zal doen gelijk volgt.
Hertaald:
voor den vorst in Israël
Of: omwille van de vorst. Sommigen verstaan het zo dat zij met deze bijdrage zouden aanvullen wat de vorst anders zou doen. Vergelijk 2 Kron. 31:3 met de aantekening. Anders: met de vorst; eveneens: tot de vorst toe, zodat de vorst daartoe niet verplicht is, omdat zijn eigen offers in het vervolg vermeld worden. Men zou het ook kunnen opvatten als een opschrift van het volgende en het daarbij voegen, zo: aangaande de vorst in Israël, of: van de vorst enzovoort — zoals zulke opschriften bij de profeten voorkomen — die zal doen zoals volgt.
opliggen te offeren de brandofferen,
Hebreeuws, op den vorst zal zijn; dat is, het zal zijn plicht zijn.
Hertaald:
opliggen te offeren de brandofferen,
Hebreeuws: op de vorst zal zijn; dat is: het zal zijn plicht zijn.
op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls;
Of, in alle gezette bijeenkomsten.
Hertaald:
op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls;
Of: op alle vastgestelde samenkomsten.
doen,
Of, bereiden; dat is geven, aanbrengen, laten toemaken.
Hertaald:
doen,
Of: bereiden; dat is: geven, aanbrengen, laten toebereiden.
Alzo zegt de Heere HEERE
De volgende nieuwe ordinantie hebben enigen wel aangemerkt, dat Mozes nergens tevoren gegeven was, gelijk ook buiten dat, het onderscheid dat er is tussen verscheidene nieuwe offeranden en ceremoniën, die hier worden vermeld, en de oude voorgaande, uit de verlijking klaarlijk kan worden afgeleid, tot een teken van de afschaffing der ceremoniën en van het vorige priesterdom door de komst en het enig volkomen offer van den Messias, dat hier door vele offeranden wordt afgebeeld naar den stijl van het Oude Testament en den eis van dien tijd, als de klaarheid des lichts en de tijd der herstelling nog niet gekomen was. Zie Gal. 3:23-25 , en Gal. 4:1-3 ; idem Hebr. 9:8 , Hebr. 9:10 .
Hertaald:
Alzo zegt de Heere HEERE
Van de volgende nieuwe verordening hebben sommigen terecht opgemerkt dat zij nergens eerder aan Mozes gegeven was. Ook afgezien daarvan kan men uit de vergelijking duidelijk het verschil afleiden tussen verschillende nieuwe offers en ceremoniën die hier vermeld worden en de vroegere, oude. Dat is een teken van de afschaffing van de ceremoniën en van het vroegere priesterschap door de komst en het enige volkomen offer van de Messias, dat hier door veel offers wordt afgebeeld naar de stijl van het Oude Testament en naar de eis van die tijd, toen de helderheid van het licht en de tijd van het herstel nog niet gekomen waren. Zie Gal. 3:23-25 en Gal. 4:1-3; eveneens Hebr. 9:8, Hebr. 9:10.
jong rund, nemen;
Hebreeuws, kind, of zoon van een rund.
Hertaald:
jong rund, nemen;
Hebreeuws: kind, of zoon van een rund.
posten des huizes,
Hebreeuws, post, en zo in het volgende.
Hertaald:
posten des huizes,
Hebreeuws: post, en zo ook in het vervolg.
vanwege den afdwalende,
Dat is, voor zodanigen, die door enige afdwaling, of slechtheid, onwetendheid, onverstand, het huis des Heeren mogen hebben ontsticht of verontreinigd, maar niet door moedwil en met opgeheven hand, afbeeldende deze ordinantie, hoe men den zwakken gevallen boetvaardigen zal te hulp komen en oprichten, door middel van een welgeregelde en Christelijke tucht; vergelijk Matt. 16:19 , en Matt. 18:18 , Matt. 18:21 , enz.; Joh. 20:23 ; Rom. 14:4 , Rom. 14:10 , Rom. 14:13 ; Gal. 6:1 , enz.; Jak. 5:19-20 ; 1 Joh. 5:16 , enz.
Hertaald:
vanwege den afdwalende,
Dat is: voor mensen die door een afdwaling, eenvoud, onwetendheid of onverstand het huis van de HEERE ontsierd of verontreinigd mochten hebben, maar niet moedwillig en met opgeheven hand. Deze verordening beeldt af hoe men de zwakke, gevallen boetvaardigen te hulp moet komen en moet oprichten door middel van een goed geregelde en christelijke tucht; vergelijk Matth. 16:19 en Matth. 18:18, Matth. 18:21 enzovoort; Joh. 20:23; Rom. 14:4, Rom. 14:10, Rom. 14:13; Gal. 6:1 enzovoort; Jak. 5:19-20; 1 Joh. 5:16, enzovoort.
zal men eten
Hebreeuws, zal gegeten worden.
Hertaald:
zal men eten
Hebreeuws: zal gegeten worden.
des zondoffers
Een var tot een zondoffer. Hebreeuws, een var der zonde; dat is, des zondoffers, gelijk doorgaans in deze stof. Zie Lev. 4:3 .
Hertaald:
des zondoffers
Namelijk een var tot een zondoffer. Hebreeuws: een var van de zonde; dat is: van het zondoffer, zoals doorgaans bij dit onderwerp. Zie Lev. 4:3.
hin olie tot een efa
Zie Lev. 19:36 .
Hertaald:
hin olie tot een efa
Zie Lev. 19:36.
feest
Versta, het feest der loofhutten, of tabernakelen. Merk, dat aan het pinksterfeest hier niet gedacht wordt; vergelijk Zach. 14:16 , Zach. 14:19 .
Hertaald:
feest
Versta: het loofhuttenfeest. Merk op dat het pinksterfeest hier niet genoemd wordt; vergelijk Zach. 14:16, Zach. 14:19.
desgelijks doen,
Hebreeuws, naar, of gelijk die; dat is, zoals hij op het voorgaande feest gedaan zal hebben met al deze offeranden, die tevoren verhaald zijn en hier kortelijk worden aangeroerd.
Hertaald:
desgelijks doen,
Hebreeuws: naar of zoals die; dat is: zoals hij op het voorgaande feest gedaan zal hebben met al deze offers, die eerder verteld zijn en hier kort worden aangeduid. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Tussen de bepalingen over het heilige land door komt er ineens een woord tot de vorsten: "Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid" (Ezech. 45:9). En dan volgt iets wat men in een tempelgezicht niet verwacht: "Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben" (Ezech. 45:10). De verzen erna leggen vast hoe die maten zich tot elkaar verhouden (Ezech. 45:11-12). Bijbelse betekenis: Merk op waar dit staat. Midden tussen de maten van het heiligdom staan de maten van de winkel. Het gezicht scheidt de eredienst en het dagelijkse handelen niet: dezelfde nauwkeurigheid die bij het huis geldt, geldt bij de weegschaal. Let vervolgens op wie aangesproken wordt. Niet de kooplieden maar de vorsten; wie het recht bewaken moet, wordt het eerst op het geweld en de afpersing aangesproken. Let ten slotte op hoe oud deze regel is. Hij stond al in de wet, met Gods eigen Naam eronder: "Gij zult een rechte wage hebben" (Lev. 19:36). De spreuk noemt de bedrieglijke weegschaal een gruwel voor de HEERE (Spr. 11:1), en Micha vraagt of iemand rein kan zijn met een zak van bedrieglijke weegstenen (Micha 6:11). Typologie: De Heere Jezus verwijt de Farizeeën dat zij de kruiden vertienden en het gewichtigste van de wet nalaten: "het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof" (Matt. 23:23). Een nauwkeurige godsdienst met een onnauwkeurige weegschaal is in de Schrift altijd hetzelfde bedrog. Ezech. 45:9-12; Lev. 19:36; Spr. 11:1; Micha 6:11; Matt. 23:23 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Ezechiël 45
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Ezechiël 45
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-17.KruisverwijzingenEzechiël 48:29→Ezechiël 48:13→Ezechiël 48:21→Ezechiël 46:18→Ezechiël 48:15→Ezechiël 22:27→Zacharia 8:16→Ezechiël 44:6→
— Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn. Hiervan zullen tot het heiligdom zijn vijfhonderd met vijfhonderd, vierkant rondom; en het zal vijftig ellen hebben tot een buitenruim rondom. Alzo zult gij meten van deze maat, de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend; en daarin zal het heiligdom zijn met het heilige der heiligen. Dat zal een heilige plaats zijn van het land; zij zal zijn voor de priesteren, die het heiligdom bedienen, die naderen om den HEERE te dienen; en het zal hun een plaats zijn tot huizen, en een heilige plaats voor het heiligdom. Voorts zullen de Levieten, die dienaars des huizes, ook de lengte hebben van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend, hunlieden tot een bezitting, voor twintig kameren. En tot bezitting van de stad zult gij geven de breedte van vijf duizend en de lengte van vijf en twintig duizend, tegenover het heilig hefoffer; voor het ganse huis Israels zal het zijn. De vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers en der bezitting der stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting der stad; van den westerhoek westwaarts, en van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe. Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israel; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, maar den huize Israels het land laten, naar hun stammen. Alzo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor u, gij vorsten Israels! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstortingen op van Mijn volk, spreekt de Heere HEERE. Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben.
Op de bepaling omtrent het levensonderhoud der Priesters volgt nog de verkiezing, hoe Jehova hun erfdeel en hun bezitting zak zijn (Hoofdst. 44:28), of hoe Hij den Priesters en Levieten het voor hun woning nodige deel aan landbezit zal toewijzen. Dit zal namelijk zo geschieden, dat Hij bij de verdeling des lands onder de twaalf stammen voor het heiligdom en zijne dienaren en voor de hoofdstad een bepaald gebied laat afzonderen (vs. 4-6). Aan beide zijden van dit gebied zal ook de vorst een eigendom in land verkrijgen, om alle afpersingen der vorsten voor het vervolg te voorkomen. In ‘t algemeen zal alle ongerechtigheid ophouden, en juiste maat en gewicht worden gehouden (vs. 7-12 – ), maar tot bekostiging der offeranden, die den vorst zijn opgedragen, zal het volk bepaalde hefoffers opbrengen (vs. 13-17).
Als gijlieden nu, waarvan in Hoofdst. 47:13-48:29 uitvoeriger zal worden gesproken, het land zult doen vallen in erfenis, het land verdeelt, zo zult gij een hefoffer (Ex. 25:2) den HEERE offeren, tot ene heilige plaats, van het land, gij zult een gedeelte van het land voor den Heere afzonderen, en wel tussen Juda en Benjamin (Hoofdst. 48:8-22); de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, in de richting van het oosten naar het westen, en de breedte tien (volgens betere lezing twintig) duizend van het noorden naar het zuiden; dat zal in zijne gehele grenzen rondom, zo ver het reikt, heilig, van het gewone land afgezonderd zijn.
Hiervan zullen tot het heiligdom zijn vijf honderd met vijfhonderd meetroeden, vierkant rondom, volgens hetgeen reeds in Hoofdst. 42:15-20 is gezegd; en het zal vijftig ellen hebben tot een buitenruim rondom den daar beschreven muur.
Alzo zult gij meten van deze maat de lengte van vijf en twintig duizend meetroeden, en de breedte van tien (liever: twintig)duizend, en daarin zal, om dit nogmaals te herhalen, het heiligdom zijn met het heilige der heiligen, het heiligdom met zijn gehelen omtrek, die in Hoofdst. 43:12 als allerheilig is voorgesteld.
Dat stuk, waarop de tempel staat, het middenstuk, waarvan noordelijk het Levietenland en zuidelijk het gebied der stad ligt, zal ene heilige plaats zijn van het land; zij zal zijn voor de priesteren, die het heiligdom bedienen, die naderen om den HEERE te dienen (Hoofdst. 44:15 vv.); en het zal hun ene plaats zijn tot huizen, en ene heilige plaats voor het heiligdom, hoewel niet, gelijk de tempelplaats met zijn omtrek allerheilig (vs. 2 vv.).
Voorts zullen de Levieten, de dienaars des huizes(Hoofdst. 44:10-14). ook volgens de voor het heiligdom en de priesters afgezonderde ruimte (vs. 2-4)de lengte hebben van vijf en twintig duizend meetroeden, en de breedte van tienduizend, hunlieden tot ene bezitting, voor twintig kameren, poorten of steden ter bewoning.
En tot bezitting van de stad, van welke in Hoofdst. 48:32-35 sprake zal zijn, zult gij geven de breedte van vijf duizend, en de lengte van vijf en twintig duizendmeetroeden, tegenover het heilig hefoffer, tegenover de plaats van het heiligdom en de priesters (vs. 3 vv.) ten zuiden daarvan; voor het ganse huis Israëls zal het zijn, waartoe de stad behoort, zodat geen enkele stam ze in zijn gebied zal hebben.
De vorst nu, van wien in Hoofdst. 44:3 sprake was, zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers de plaats der Levieten en priesters (vs. 4 en 5) die 20. 000 meetroeden breed is (vs 1), en der bezitting der stad, die 5. 000 roeden breed is (vs. 6) voor aan het heilig hefoffer en voor aan de bezitting der stad, dus aan beide zijden van het heilige land, dat een vierkant van 25. 000 roeden vormt (vs. 1 en 5), het ene stuk, van den westerhoek westwaarts, en het andere stuk van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe; de beide stukken zullen even lang zijn, zich uitstrekkende van het noorden naar het zuiden.
Dit land van den vorst aangaande, het zal hem tot ene bezitting zijn in Israël; en Mijne vorsten zullen Mijn volk niet meer verdrukken, gelijk vroeger toen zij geen eigen land als domein of kroongoed bezaten, maar zij zullen den huize Israëls het land laten naar hun stammen (Hoofdst. 46:18). Zij zullen, terwijl Mijn heiligdom met zijne dienaren en de heilige stad met haar gebied omgeven, hun roeping kennen, om kerk en staat eveneens te beschermen en voor te staan. Over het hefoffer van het land zijn hier slechts hoofdbepalingen gegeven, die in de afdeling over de verdeling des lands (nr. 6 en 7) nog uitvoeriger worden voorgesteld. Het hefoffer is op onze plaats slechts vermeld in zamenhang met het loon, dat de dienaars van den Heere en van Zijn heiligdom genieten zullen. Daarbij behoort ook in zeker opzicht het eigendom, dat den vorsten wordt toegewezen als aan het hoofd des volks, aan wien het brengen der offeranden voor het volk plicht is, en die, afgezien daarvan, ook voor zijn deel een hem bijzonder toekomend aandeel in land tot zijn onderhoud nodig heeft. De verdeling des lands staat in omgekeerde verhouding tot die onder Jozua. Toen verkreeg alleen het volk, en wel iedere stam in ‘t bijzonder, zijn aandeel, en eerst later werd aan Jehova een vaste zetel in ‘t land gegeven; hier verkrijgt Jehova het allereerst ene heilige gave. Verder moet de heilige stad voortaan niet het heiligdom ontsluiten, maar ter zijde daarvan liggen. Geen ijverzucht om haar bezit zal dan de stammen meer verdelen, maar even als het heiligdom zelf, zal zij ene algemene bezitting zijn.
Alzo tot de Heere HEERE: Het is te veel voor u met uwe verdrukkingen geweest, gij vorsten Israëls! doet geweld en verdrukking weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uwe uitstotingen op van Mijn volk, berooft Mijn volk niet meer van zijne bezittingen, zo als gij ze vroeger uit hun bezittingen verdreeft, spreekt de Heere HEERE.
Ene rechte waag, en ene rechte efa, en ene rechte bath zult gijlieden in ‘t bijzonder hebben (Lev. 19:36. Deut. 25:13 vv.).
Ene efa voor droge, en een bath voor natte waren (Jes. 5:10) zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van ene homer houde; ook ene efa het tiende deel van enen homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer (Ex. 16:36 en 29:40).
En de sikkel zal zijn van twintig gera (Ex. 30:13. Lev. 27:16. Num. 3:47); twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen, en vijftien sikkelen zal ulieden een pond zijn (vgl. Lev. 19:37). Twintig, vijf en twintig en vijftien maken te zamen zestig sikkelen, en dit moest de inhoud van de mine of het pond zijn. De reden der deling van dit hele in drie gebroken getallen, wordt daarin gezocht, dat er drie onderscheiden zilveren stukken in omloop waren. Recht en gerechtigheid is den koningen ten plicht gesteld, hetzelfde wordt echter ook van het volk geëist. In de zamenleving der toekomst zal alles naar absolute gerechtigheid gaan. Tevens zijn daardoor de maatregelen vastgesteld, volgens welke de later te bepalen opgaven aan het heiligdom gegeven, en de offers moeten gemeten worden. Hier wordt van het geestelijk Israël geleerd eerlijk en rechtvaardig te zijn in al wat het doet. Het wordt bevolen om ieder het zijne te geven, zich niet te neigen tot onrecht, opdat het zich betone als het volk van een heilig, en rechtvaardig God.
Dit is het hefoffer, dat gijlieden offeren zult: het zesde deel van enen efa van enen homer tarwe; ook zult gij het zesde deel van ene efa geven van enen homer gerst of met andere woorden: het zestigste deel.
Aangaande de inzetting van olie, van een bath olie, hetwelk de maat is voor vloeistoffen (Ex. 29:40); gij zult offeren het tiende deel van een bath uit een kor, hetwelk is een homer van tien bath, want tien bath zijn een homer, dus van de gehele opbrengst 1 procent.
Voorts een lam uit de kudde, uit de twee honderd, uit het waterrijke land van Israël, want zulk een bodem, als voorheen de vlakte van den Jordaan (Gen. 13:10), is het heilige land nu weer geworden. Gij zult dat geven tot spijsoffer, en tot brandoffer, en tot dankofferen, om verzoening over hen te doen, spreekt de Heere HEERE. De Mozaïsche wet kent als gaven aan het huis des Heeren alleen de eerstgeborene, eerstelingen en tienden, die echter ook met geld konden worden betaald. Bovendien kwam het dikwijls voor, dat Mozes of koningen bij sommige aanleidingen tot het brengen, van een algemeen hefoffer opriepen, maar zulk een hefoffer was dan niets buitengewoons, en wat het bedrag aangaat, vrijwillig, ene regelmatige heffing van een bepaald bedrag kent de oude wet niet. Tegenover deze nu maakt de nieuwe wet hier, terwijl die van de eerstelingen en tienden zwijgt, juist het hefoffer regelmatig en bepaald, zonder daarbij de aflossing toe te laten. In dien toekomstigen tijd zal een gave der vrije liefde jegens Jehova en Zijn huis zo regelmatig zijn, dat deze de gedwongene gaven overbodig maakt.
Al het volk des lands zal in dit hefoffer zijn, voor den vorst in Israël.
En het zal den vorst opleggen, opgedragen zijn te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten, op alle gezette hoogtijden van het huis Israëls; aan hem zal de zorg voor deze offeranden zijn opgedragen, hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffers en de dankofferen doen, om verzoening te doen voor het huis Israëls. Die opbrengst zal niet willekeurig worden besteed, maar ter ere van Jehova dienen. De gaven zijn bestemd voor de offeranden tot verzoening van Israël, welke aan de zorg van den vorst zijn opgedragen. Zo ontstaat een schone tegenstelling tot den vroegeren toestand. In de plaats van gewelddadige afpersingen komt eens geregelde orde van zaken. De vorst komt voor als de theokratische Overheid, die waarlijk voor het welzijn en heil van Israël zorgt, voor niemand bezwaarlijk, voor allen heilzaam, de nauwe gemeenschap des volks met zijnen God op het levendigst onderhoudende en op het krachtigst bevorderende.
III. Vs. 18KruisverwijzingenLeviticus 16:16→Leviticus 16:33→Leviticus 22:20→Exodus 12:2→Hebreeën 9:14→Ezechiël 43:22→Ezechiël 43:26→Hebreeën 10:3→
— Alzo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op den eersten der maand, zult gij een volkomen var, een jong rund, nemen; en gij zult het heiligdom ontzondigen.
-Hoofdst 46:15. Aan de laatste bepalingen der vorige afdeling sluiten zich de verordeningen aan over de offers, die op de feesten moeten worden gebracht. en wel zijn dat:
zoenoffers in de eerste maand (vs. 18-20); b) de offeranden op Pasen en Loofhuttenfeest (vs. 21-25); hierop wordt den vorst alsmede het volk weg en standplaats in den tempel bij het brengen der offers aangewezen (Hoofdst. 46:1-3); daarop volgen c) de brandoffers op de sabbatten en de nieuwe maanden (46:4-9), waarmee een voorschrift wordt verbonden over inen uitgaan bij het verschijnen van den vorst en van het volk in den tempel op de jaarlijkse feesten (46:8-10);
de spijsoffers op de feesttijden benevens bepaling ten opzichte der vrijwillige offers van den vorst (46:11 en 12); e) het dagelijks te brengen brand- en spijsoffer (46:13-15 – ).
Alzo zegt de Heers HEERE: In de eerste maand Abib of Nisan, met welke het kerkelijk jaar zijn aanvang, neemt (Ex. 12:2), op den eersten der maand, zult gij een volkomen var, een jong rund, nemen: en gij zult het heiligdom ontzondigen.
En de Priester zal van het bloed des zondoffers nemen, en doen het aan de posten des huizes tussen het heilige en allerheilige (Hoofdst. 41:21), en aan de vier hoeken van het afzetsel des altaars in het priestervoorhof (Hoofdst. 43:14 vv.), en aan de posten der poorten, aan ieder der drie poortenvan het binnenste voorhof (Hoofdst. 46:2).
Alzo zult gij ook doen op den zevenden in die zelfde maand, in welke de viering van Pasen valt, met het oog op al de gevallen in het afgelopen jaar van wege den afdwalende uit zwakheid, en van wege den slechte door onwetendheid en gebrekkige kennis: alzo zult gijlieden het huis verzoenen (Lev. 4:2. Num. 15:23 vv.). Daar het zoenbloed op deze drie hoofdplaatsen van het heiligdom gebracht wordt, is daarmee tegelijk het gehele heiligdom inwendig en uitwendig besprengd. Het jaar, door zulk een begin op nieuw gewijd, moet als een heilig jaar voorkomen; tevens is dit de voorbereiding tot het Paasfeest (vs. 21 vv.) . Omtrent den zevenden dag der maand herinneren wij aan de geschiedenis in Matth. 20:29-34, en hare betekenis voor Israël, zo als die in de inleiding tot die afdeling is voorgesteld.
a) In de eerste maand, op den veertienden dag der maand zal ulieden het Pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden zal men eten (Lev. 23:5 v. (Num. 18:17).
Ex. 12:3; 23:15. Num. 9:3. Deut. 16:1.
En de vorst zal op denzelven dag, op welken het Pascha wordt gehouden, voor zichzelven, en voor al het volk des lands bereiden enen var des zondoffers.
En de zeven dagen van het feest, van den 15den tot den 21sten der maand zal hij, anders dan in den tijd des Ouden Verbonds (Num. 28:19-22) een brandoffer den HEERE bereiden van zeven varren en zeven rammen, die volkomen zijn, dagelijks, de zeven dagen lang, en een zondoffer van enen geitebok dagelijks.
Ook zal hij een spijsoffer bereiden, ene efa tot enen var, en ene efa tot enen ram: en ene hin (Ex. 29:40) olie tot ene efa. Bij het Paasfeest is de opklimming der offergaven zeer duidelijk, hetgeen daaruit moet worden verklaard, dat juist de door het feest verzegelde genade der verlossing door de gebeurtenissen der toekomst een zo rijken aanwas verkreeg. Dit feest wordt in vs. 21, volgens hetgeen eigenlijk in den grondtekst staat, “het feest der zevende (Dan. 9:24) van dagen, ” genoemd, omdat het, zo dikwijls het plaats had, telkens 7 dagen duurde. Er staat niet, als bij Mozes: “een feest van zeven dagen, ” omdat de viering moet worden voorgesteld als ene onafgebrokene. Bij deze verklaring van de uitdrukking valt de meervoudige vorm “zevenden of zeventallen” in ‘t oog, terwijl alleen van een zevental van dagen zou worden gehandeld. Men heeft dan ook de andere verklaring voorgesteld, volgens welke de gehele tijd van zeven weken tussen Pasen en Pinksteren (Lev. 23:15 v. Deut. 16:9 v.) mede bij het Pascha wordt gerekend, en een 7 weken lang durende Paastijd zou zijn vastgesteld. Opmerkelijk is, dat voor den 1sten, 7den en 14den dag der eerste maand (vs. 18, 20 en 21 v.), een en hetzelfde zoenoffer wordt voorgeschreven; voor de dagen van 15-21 daarentegen vormt de geitebok het zoenoffer; des te meer zijn de brand- en spijsoffers toegenomen, en nu wordt bij het eten der ongezuurde broden nog den gehelen tijd van zeven weken tot aan Pinksteren bijgevoegd.
In de zevende maand Tisri (Ex. 12:2), op den vijftienden dag der maand, den tijd van het oude Loofhuttenfeest (Lev. 23:34 vv. 39 vv.) zal hij op het feest desgelijks doen, zeven dagen lang (vs. 23 v.)gelijk het zondoffer, gelijk het brandoffer, en gelijk het spijsoffer, en gelijk de olie.
Hoewel het zoenoffer eens voor al is opgeofferd, nochthans moeten de offerande van erkentenis, als daar is die van een gebroken hart, die van een dankbaar hart, dagelijks geofferd worden, die geestelijke offeranden, welke Gode aangenaam zijn, door Christus Jezus. Wij moeten gelijk hier, vallen in een leerwijze van heilige plichten en daarbij bleven. Niet alleen de voorbereiding van het feest door den trompettendag op den eersten der maand (Lev. 23:23 vv.) en het grote verzoeningsfeest op den tienden (Lev. 23:26 vv.) ontbreekt, maar ook de plechtige eindvergadering op den 8sten dag van het Loofhuttenfeest zelf (Lev. 23:36); evenzo omstreeks het dagelijks afnemen van het bloedige offer (Num. 29:13 vv.) In plaats daarvan wordt geheel dezelfde offerinstelling even als voor het paasfeest bepaald, en deze weer sluit zich aan die bij de inwijding des altaars in Hoofdst. 43:18-26 aan. Heeft nu die laatste bijzonder betrekking op het offer van Christus, dan heeft de gehele verordening omtrent het offer alleen de betekenis van een groot herinneringsfeest aan dat offer en van ene steeds vernieuwde toeëigening daarvan. In elk geval zijn het Christelijke gedachten, die in alle deze voorschriften van den Profeet worden uitgedrukt, maar in vlees en bloed van den Oud-Testamentischen cultus gekleed, zo als dat ten tijde van Ezechiël nog niet anders kon zijn, en zo als het ook ten opzichte van de geschiedenis van Gods koninkrijk van grote betekenis is. Israël heeft den Christus verworpen en gemeend een goddelijk recht te hebben tot die verwerping, omdat zij het er voor hielden, dat Hij de wet ontbond; na zijne bekering zal het erkennen dat Hij die integendeel heeft vervuld (Matth. 5:17 vv.), en zal het door zijne gehele burgerlijke en kerkelijke inrichting en zijn godsdienstig leven zelf Hem tegen dat verkeerde verwijt rechtvaardigen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel