Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 4

1 En gij, mensenkind, neem u een tichelsteen, en leg dien voor uw aangezicht, en bewerp daarop de stad Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En gij, mensenkindH1121, neemH3947 u een tichelsteenH3843, en legH5414 dien voor uw aangezichtH6440, en bewerpH2710 daarop de stadH5892 JeruzalemH3389. En gij, mensenkind, neem u een tichelsteen, en leg dien voor uw aangezicht, en bewerp daarop de stad Jeruzalem.

KJV Thou also, son2 of man,3 take4 thee a tile,6 and lay7 it before9 thee, and pourtray10 upon it the city,12 even Jerusalem:

1 וְאַתָּ֤ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 לְךָ֣ 6 לְבֵנָ֔ה H3843 tichelstenen, tichel, tichelen (altar of) brick, tile 7 וְנָתַתָּ֥ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 אוֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 לְפָנֶ֑יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 וְחַקּוֹתָ֥ H2710 wetgever, wetgevers, Wetgever appoint, decree, governor, grave, lawgiver, note, pourtray, print, set 11 עָלֶ֛יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 עִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En maak een belegering tegen haar, en bouw tegen haar sterkten, en werp tegen haar een wal op, en stel legers tegen haar, en zet tegen haar stormrammen rondom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En maakH5414 een belegeringH4692 tegen haar, en bouwH1129 tegenH5921 haar sterktenH1785, en werpH8210 tegenH5921 haar een walH5550 op, en stelH5414 legersH4264 tegen haar, en zetH7760 tegenH5921 haar stormrammenH3733 rondomH5439. En maak een belegering tegen haar, en bouw tegen haar sterkten, en werp tegen haar een wal op, en stel legers tegen haar, en zet tegen haar stormrammen rondom.

KJV And lay1 siege3 against it, and build4 a fort6 against it, and cast7 a mount9 against it; set10 the camp12 also against it, and set13 battering rams15 against it round about.

1 וְנָתַתָּ֨ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 עָלֶ֜יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 מָצ֗וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 4 וּבָנִ֤יתָ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 5 עָלֶ֨יהָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 דָּיֵ֔ק H1785 sterkten, bolwerken fort 7 וְשָׁפַכְתָּ֥ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 8 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 סֹֽלְלָ֑ה H5550 wal, wallen, sterkten bank, mount 10 וְנָתַתָּ֨ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 עָלֶ֧יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מַחֲנ֛וֹת H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 13 וְשִׂים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 עָלֶ֥יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כָּרִ֖ים H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 16 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Verder, neem gij u een ijzeren pan, en stel ze tot een ijzeren muur tussen u en tussen die stad; en richt uw aangezicht tegen haar, dat zij in belegering kome, en gij zult ze belegeren. Dit zij den huize Israels een teken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Verder, neemH3947 gij u een ijzerenH1270 panH4227, en stelH5414 ze totH413 een ijzerenH1270 muurH7023 tussenH996 u en tussenH996 die stadH5892; en richtH3559 uw aangezichtH6440 tegen haar, dat zij in belegeringH4692 kome, en gij zult ze belegerenH6696. Dit zij den huizeH1004 IsraelsH3478 een tekenH226. Verder, neem gij u een ijzeren pan, en stel ze tot een ijzeren muur tussen u en tussen die stad; en richt uw aangezicht tegen haar, dat zij in belegering kome, en gij zult ze belegeren. Dit zij den huize Israels een teken.

KJV Moreover take2 thou unto thee an iron5 pan,4 and set6 it for a wall8 of iron9 between thee and the city:12 and set13 thy face15 against it, and it shall be besieged,18 and thou shalt lay siege19 against it. This shall be a sign21 to the house23 of Israel.

1 וְאַתָּ֤ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 לְךָ֙ 4 מַחֲבַ֣ת H4227 pan, pannen pan 5 בַּרְזֶ֔ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 6 וְנָתַתָּ֤ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אוֹתָהּ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 קִ֣יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 9 בַּרְזֶ֔ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 10 בֵּינְךָ֖ H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 11 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 הָעִ֑יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 וַהֲכִינֹתָה֩ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 פָּנֶ֨יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 אֵלֶ֜יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 וְהָיְתָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 בַמָּצוֹר֙ H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 19 וְצַרְתָּ֣ H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 20 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 א֥וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 22 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 23 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 24 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Lig gij ook neder op uw linkerzijde, en leg daarop de ongerechtigheid van het huis Israels, naar het getal der dagen, dat gij daarop zult liggen, zult gij hun ongerechtigheid dragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Lig gij ook neder opH5921 uw linkerzijdeH8042, en legH7760 daarop de ongerechtigheidH5771 van het huisH1004 IsraelsH3478, naar het getalH4557 der dagenH3117, datH834 gij daarop zult liggenH7901, zult gij hun ongerechtigheidH5771 dragenH5375. Lig gij ook neder op uw linkerzijde, en leg daarop de ongerechtigheid van het huis Israels, naar het getal der dagen, dat gij daarop zult liggen, zult gij hun ongerechtigheid dragen.

Ook in dit vers Lig nederH7901

KJV Lie2 thou also upon thy left5 side,4 and lay6 the iniquity8 of the house9 of Israel10 upon it: according to the number12 of the days13 that thou shalt lie15 upon it thou shalt bear17 their iniquity.

1 וְאַתָּ֤ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 שְׁכַב֙ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 צִדְּךָ֣ H6654 zijden (be-) side 5 הַשְּׂמָאלִ֔י H8042 linkerzijde, linker, linkerhand left 6 וְשַׂמְתָּ֛ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עֲוֺ֥ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 9 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 עָלָ֑יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִסְפַּ֤ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 13 הַיָּמִים֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 תִּשְׁכַּ֣ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 16 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 תִּשָּׂ֖א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 עֲוֺנָֽם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, driehonderd en negentig dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israels dragen zult.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Want IkH589 heb u gegevenH5414 de jarenH8141 hunner ongerechtigheidH5771, naar het getalH4557 der dagenH3117, driehonderdH7969 en negentigH8673 dagenH3117, dat gij de ongerechtigheidH5771 van het huisH1004 IsraelsH3478 dragenH5375 zult. Want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, driehonderd en negentig dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israels dragen zult.

KJV For I have laid2 upon thee the years5 of their iniquity,6 according to the number7 of the days,8 three9 hundred10 and ninety11 days:12 so shalt thou bear13 the iniquity14 of the house15 of Israel.

1 וַאֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 נָתַ֤תִּֽי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 לְךָ֙ 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שְׁנֵ֣י H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 6 עֲוֺנָ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 7 לְמִסְפַּ֣ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 8 יָמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 שְׁלֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 10 מֵא֥וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 11 וְתִשְׁעִ֖ים H8673 negentig ninety 12 י֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 וְנָשָׂ֖אתָ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 14 עֲוֺ֥ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 15 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde, en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen; Ik heb u gegeven elken dag voor elk jaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Als gij nu dezeH428 voleindenH3615 zult, ligH7901 ten anderen maleH8145 neder opH5921 uw rechterzijdeH3233, en gij zult de ongerechtigheidH5771 van het huisH1004 van JudaH3063 dragenH5375 veertigH705 dagenH3117; Ik heb u gegevenH5414 elken dagH3117 voor elk jaarH8141. Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde, en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen; Ik heb u gegeven elken dag voor elk jaar.

KJV And when thou hast accomplished1 them,3 lie4 again8 on thy right7 side,6 and thou shalt bear9 the iniquity11 of the house12 of Judah13 forty14 days:15 I have appointed20 thee each day16 for a year.17

1 וְכִלִּיתָ֣ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֵ֗לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 וְשָׁ֨כַבְתָּ֜ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 צִדְּךָ֤ H6654 zijden (be-) side 7 הַיְמָנִי֙ H3233 rechterzijde, rechterhand, rechteroor (on the) right (hand) 8 שֵׁנִ֔ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 9 וְנָשָׂ֖אתָ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עֲוֺ֣ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 12 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 14 אַרְבָּעִ֣ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 15 י֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 י֧וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 לַשָּׁנָ֛ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 18 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 לַשָּׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 20 נְתַתִּ֥יו H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 21 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom zult gij uw aangezicht richten tegen de belegering van Jeruzalem, en uw arm zal ontbloot zijn; en gij zult tegen haar profeteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom zult gij uw aangezichtH6440 richtenH3559 tegen de belegeringH4692 van JeruzalemH3389, en uw armH2220 zal ontblootH2834 zijn; en gij zult tegen haar profeterenH5012. Daarom zult gij uw aangezicht richten tegen de belegering van Jeruzalem, en uw arm zal ontbloot zijn; en gij zult tegen haar profeteren.

KJV Therefore thou shalt set4 thy face5 toward the siege2 of Jerusalem,3 and thine arm6 shall be uncovered,7 and thou shalt prophesy

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 מְצ֤וֹר H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower 3 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 תָּכִ֣ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 5 פָּנֶ֔יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 וּֽזְרֹעֲךָ֖ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 7 חֲשׂוּפָ֑ה H2834 ontbloot, scheppen, blote make bare, clean, discover, draw out, take, uncover 8 וְנִבֵּאתָ֖ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 9 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En ziet, Ik zal dikke touwen aan u leggen, dat gij u niet omkeert van uw ene zijde tot uw andere zijde, totdat gij de dagen uwer belegering voleind hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zietH2009, Ik zal dikke touwenH5688 aan u leggenH5414, dat gij u nietH3808 omkeertH2015 van uw ene zijde tot uw andere zijde, totdatH5704 gij de dagenH3117 uwer belegeringH4692 voleindH3615 hebt. En ziet, Ik zal dikke touwen aan u leggen, dat gij u niet omkeert van uw ene zijde tot uw andere zijde, totdat gij de dagen uwer belegering voleind hebt.

KJV And, behold, I will lay2 bands4 upon thee, and thou shalt not turn6 thee from one side7 to another,9 till thou hast ended11 the days12 of thy siege.

1 וְהִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 נָתַ֥תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 עָלֶ֖יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 עֲבוֹתִ֑ים H5688 touwen, gedraaide, takken band, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain) 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תֵהָפֵ֤ךְ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 7 מִֽצִּדְּךָ֙ H6654 zijden (be-) side 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 צִדֶּ֔ךָ H6654 zijden (be-) side 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 כַּלּוֹתְךָ֖ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 12 יְמֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 מְצוּרֶֽךָ H4692 belegering, vaste, bolwerk besieged, bulwark, defence, fenced, fortress, siege, strong (hold), tower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En neemt gij voor u tarwe, en gerst, en bonen, en linzen, en gierst, en spelt; en doe die in een vat, en maak die u tot brood; naar het getal der dagen, die gij op uw zijde nederliggen zult, driehonderd en negentig dagen, zult gij dat eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En neemtH3947 gij voor u tarweH2406, en gerstH8184, en bonenH6321, en linzenH5742, en gierst, en speltH3698; en doe die in eenH259 vatH3627, en maakH6213 die u tot broodH3899; naar het getalH4557 der dagenH3117, dieH834 gijH859 opH5921 uw zijde nederliggenH7901 zult, driehonderdH7969 en negentigH8673 dagenH3117, zult gij dat etenH398. En neemt gij voor u tarwe, en gerst, en bonen, en linzen, en gierst, en spelt; en doe die in een vat, en maak die u tot brood; naar het getal der dagen, die gij op uw zijde nederliggen zult, driehonderd en negentig dagen, zult gij dat eten.

Ook in dit vers heerseH1764

KJV Take2 thou also unto thee wheat,4 and barley,5 and beans,6 and lentiles,7 and millet,8 and fitches,9 and put10 them in one13 vessel,12 and make14 thee bread17 thereof, according to the number18 of the days19 that thou shalt lie22 upon thy side,24 three25 hundred26 and ninety27 days28 shalt thou eat

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 לְךָ֡ 4 חִטִּ֡ין H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 5 וּ֠שְׂעֹרִים H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley 6 וּפ֨וֹל H6321 bonen beans 7 וַעֲדָשִׁ֜ים H5742 linzen lentile 8 וְדֹ֣חַן H1764 heerse millet 9 וְכֻסְּמִ֗ים H3698 spelt fitches, rie 10 וְנָתַתָּ֤ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 אוֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בִּכְלִ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 13 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 14 וְעָשִׂ֧יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 אוֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 לְךָ֖ 17 לְלָ֑חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 18 מִסְפַּ֨ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 19 הַיָּמִ֜ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 20 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 22 שׁוֹכֵ֣ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 23 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 צִדְּךָ֗ H6654 zijden (be-) side 25 שְׁלֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 26 מֵא֧וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 27 וְתִשְׁעִ֛ים H8673 negentig ninety 28 י֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 29 תֹּאכֲלֶֽנּוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Uw spijze nu, die gij eten zult, zal in gewicht zijn twintig sikkelen daags; van tijd tot tijd zult gij die eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Uw spijzeH3978 nu, dieH834 gij etenH398 zult, zal in gewichtH4946 zijn twintigH6242 sikkelenH8255 daagsH3117; van tijdH6256 totH5704 tijdH6256 zult gij die etenH398. Uw spijze nu, die gij eten zult, zal in gewicht zijn twintig sikkelen daags; van tijd tot tijd zult gij die eten.

KJV And thy meat1 which thou shalt eat3 shall be by weight,4 twenty5 shekels6 a day:7 from time8 to time10 shalt thou eat

1 וּמַאֲכָֽלְךָ֙ H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 תֹּאכֲלֶ֔נּוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 בְּמִשְׁק֕וֹל H4946 gewicht weight 5 עֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 6 שֶׁ֖קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 7 לַיּ֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 מֵעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 עֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 11 תֹּאכֲלֶֽנּוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Gij zult ook water naar zekere maat drinken, het zesde deel van een hin; van tijd tot tijd zult gij het drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Gij zult ook waterH4325 naar zekere maatH4884 drinkenH8354, het zesdeH8345 deel van een hinH1969; van tijdH6256 totH5704 tijdH6256 zult gij het drinkenH8354. Gij zult ook water naar zekere maat drinken, het zesde deel van een hin; van tijd tot tijd zult gij het drinken.

KJV Thou shalt drink3 also water1 by measure,2 the sixth part4 of an hin:5 from time6 to time8 shalt thou drink.

1 וּמַ֛יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 2 בִּמְשׂוּרָ֥ה H4884 maat, mate measure 3 תִשְׁתֶּ֖ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 4 שִׁשִּׁ֣ית H8345 zesde, zesden sixth (part) 5 הַהִ֑ין H1969 hin hin 6 מֵעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 עֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 9 תִּשְׁתֶּֽה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En gij zult een gerstekoek eten, en dien zult gij met drek van des mensen afgang bakken voor hun ogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En gij zult een gerstekoekH8184 etenH398, en dienH1931 zult gij met drekH1561 van des mensenH120 afgangH6627 bakkenH5746 voor hun ogenH5869. En gij zult een gerstekoek eten, en dien zult gij met drek van des mensen afgang bakken voor hun ogen.

KJV And thou shalt eat3 it as barley2 cakes,1 and thou shalt bake8 it with dung5 that cometh out6 of man,7 in their sight.

1 וְעֻגַ֥ת H5692 koeken cake (upon the hearth) 2 שְׂעֹרִ֖ים H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley 3 תֹּֽאכֲלֶ֑נָּה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 וְהִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 בְּגֶֽלְלֵי֙ H1561 drek dung 6 צֵאַ֣ת H6627 afgang, uitgegaan that (which) cometh from (out) 7 הָֽאָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 תְּעֻגֶ֖נָה H5746 bakken bake 9 לְעֵינֵיהֶֽם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de HEERE zeide: Alzo zullen de kinderen Israels hun brood onrein eten onder de heidenen, waarhenen Ik hen verdrijven zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de HEEREH3068 zeideH559: Alzo zullen de kinderenH1121 IsraelsH3478 hun broodH3899 onreinH2931 etenH398 onder de heidenenH1471, waarhenen Ik hen verdrijvenH5080 zal. En de HEERE zeide: Alzo zullen de kinderen Israels hun brood onrein eten onder de heidenen, waarhenen Ik hen verdrijven zal.

KJV And the LORD2 said,1 Even thus shall the children5 of Israel6 eat4 their defiled9 bread8 among the Gentiles,10 whither I will drive

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 כָּ֣כָה H3602 alzo, op deze wijze after that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus 4 יֹאכְל֧וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 לַחְמָ֖ם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 9 טָמֵ֑א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 10 בַּגּוֹיִ֕ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אַדִּיחֵ֖ם H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 13 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen zeide ik: Ach, Heere, HEERE, zie, mijn ziel is niet verontreinigd geweest; want ik heb, van mijn jeugd af tot nu toe, geen dood aas, noch dat verscheurd is, gegeten, en geen verfoeilijk vlees is in mijn mond gekomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen zeideH559 ik: AchH162, HeereH136, HEEREH3069, zieH2009, mijn zielH5315 is nietH3808 verontreinigdH2930 geweest; want ik heb, van mijn jeugdH5271 af tot nuH6258 toe, geen dood aasH5038, noch dat verscheurdH2966 is, gegetenH398, en geenH3808 verfoeilijkH6292 vleesH1320 is in mijn mondH6310 gekomenH935. Toen zeide ik: Ach, Heere, HEERE, zie, mijn ziel is niet verontreinigd geweest; want ik heb, van mijn jeugd af tot nu toe, geen dood aas, noch dat verscheurd is, gegeten, en geen verfoeilijk vlees is in mijn mond gekomen.

KJV Then said1 I, Ah2 Lord3 GOD!4 behold, my soul6 hath not been polluted:8 for from my youth13 up even till now have I not eaten12 of that which dieth of itself,9 or is torn in pieces;10 neither came17 there abominable20 flesh19 into my mouth.

1 וָאֹמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲהָהּ֙ H162 Ach ah, alas 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 מְטֻמָּאָ֑ה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 9 וּנְבֵלָ֨ה H5038 dood aas, dood lichaam, dode lichaam (dead) body, (dead) carcase, dead of itself, which died, (beast) that (which) dieth of itself 10 וּטְרֵפָ֤ה H2966 verscheurde, verscheurd, geroofde ravin, (that which was) torn (of beasts, in pieces) 11 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 אָכַ֨לְתִּי֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 13 מִנְּעוּרַ֣י H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 14 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 עַ֔תָּה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 16 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 בָ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 בְּפִ֖י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 19 בְּשַׂ֥ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 20 פִּגּֽוּל H6292 afgrijselijk, gruwelijke, verfoeilijk abominable(-tion, thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hij zeide tot mij: Zie, Ik heb u rundermest gegeven voor mensendrek, zo zult gij uw brood daarmede bereiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En Hij zeideH559 totH413 mij: ZieH7200, Ik heb u rundermestH1241 gegevenH5414 voorH8478 mensendrekH120, zo zult gij uw broodH3899 daarmede bereidenH6213. En Hij zeide tot mij: Zie, Ik heb u rundermest gegeven voor mensendrek, zo zult gij uw brood daarmede bereiden.

KJV Then he said1 unto me, Lo,3 I have given4 thee cow's8 dung7 for man's11 dung,10 and thou shalt prepare12 thy bread

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 רְאֵ֗ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 נָתַ֤תִּֽי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 לְךָ֙ 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 צְפִיעֵ֣י H6832 dung 8 הַבָּקָ֔ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 9 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 גֶּלְלֵ֣י H1561 drek dung 11 הָֽאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 12 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 לַחְמְךָ֖ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 15 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Daarna zeide Hij tot mij: Gij mensenkind, zie, Ik breek den staf des broods in Jeruzalem, en zij zullen het brood met gewicht en met kommer eten, en het water met zekere maat en met verbaasdheid drinken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Daarna zeideH559 Hij totH413 mij: Gij mensenkindH1121, zieH2005, Ik breekH7665 den stafH4294 des broodsH3899 in JeruzalemH3389, en zij zullen het broodH3899 met gewichtH4948 en met kommerH1674 etenH398, en het waterH4325 met zekere maatH4884 en met verbaasdheidH8078 drinkenH8354; Daarna zeide Hij tot mij: Gij mensenkind, zie, Ik breek den staf des broods in Jeruzalem, en zij zullen het brood met gewicht en met kommer eten, en het water met zekere maat en met verbaasdheid drinken;

KJV Moreover he said1 unto me, Son3 of man,4 behold, I will break6 the staff7 of bread8 in Jerusalem:9 and they shall eat10 bread11 by weight,12 and with care;13 and they shall drink17 water14 by measure,15 and with astonishment:

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 6 שֹׁבֵ֤ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 7 מַטֵּה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 8 לֶ֨חֶם֙ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 9 בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 וְאָכְלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 לֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 12 בְּמִשְׁקָ֖ל H4948 gewicht, goudgewicht (full) weight 13 וּבִדְאָגָ֑ה H1674 kommer, Bekommernis, bekommernis care(-fulness), fear, heaviness, sorrow 14 וּמַ֕יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 בִּמְשׂוּרָ֥ה H4884 maat, mate measure 16 וּבְשִׁמָּמ֖וֹן H8078 verbaasdheid astonishment 17 יִשְׁתּֽוּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Opdat zij des broods en des waters gebrek hebben, en de een met den ander verbaasd worden, en in hun ongerechtigheid uitteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 OpdatH4616 zij des broodsH3899 en des watersH4325 gebrekH2637 hebben, en de een met den anderH251 verbaasdH8074 worden, en in hun ongerechtigheidH5771 uitterenH4743. Opdat zij des broods en des waters gebrek hebben, en de een met den ander verbaasd worden, en in hun ongerechtigheid uitteren.

KJV That they may want2 bread3 and water,4 and be astonied5 one6 with another,7 and consume away8 for their iniquity.

1 לְמַ֥עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 יַחְסְר֖וּ H2637 ontbreken, gebrek, ontbreekt be abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want 3 לֶ֣חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 4 וָמָ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 וְנָשַׁ֨מּוּ֙ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 וְאָחִ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 וְנָמַ֖קּוּ H4743 uitteren, versmachten, vervuild consume away, be corrupt, dissolve, pine away 9 בַּעֲוֺנָֽם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 4:1 Jesaja 20:2 Hosea 12:10 Jeremia 25:15 Amos 3:2 1 Koningen 11:30 Hosea 3:1 Jeremia 27:2 1 Samuël 15:27
Ezechiël 4:2 Ezechiël 21:22 Jeremia 52:4 Jeremia 39:1 Jeremia 6:6 Lukas 19:42
Ezechiël 4:3 Jesaja 8:18 Jesaja 20:3 Ezechiël 12:6 Ezechiël 12:11 Ezechiël 24:24 Leviticus 2:5 Hebreeën 2:4 Jeremia 39:1
Ezechiël 4:4 Leviticus 16:22 Numeri 18:1 Jesaja 53:11 Leviticus 10:17 Hebreeën 9:28 Ezechiël 4:5 1 Petrus 2:24 Mattheüs 8:17
Ezechiël 4:5 Numeri 14:34 Jesaja 53:6
Ezechiël 4:6 Numeri 14:34 Daniël 12:11 Daniël 9:24 Openbaring 11:2 Openbaring 9:15 Openbaring 13:5 Openbaring 12:14
Ezechiël 4:7 Jesaja 52:10 Ezechiël 21:2 Ezechiël 6:2 Ezechiël 4:3
Ezechiël 4:8 Ezechiël 3:25
Ezechiël 4:9 Jesaja 28:25 Ezechiël 4:13 Ezechiël 4:16
Ezechiël 4:10 Ezechiël 45:12 Ezechiël 14:13 Ezechiël 4:16 Leviticus 26:26 Deuteronomium 28:51 Jesaja 3:1
Ezechiël 4:11 Jesaja 5:13 Johannes 3:34 Ezechiël 4:16
Ezechiël 4:12 Jesaja 36:12 Genesis 18:6
Ezechiël 4:13 Daniël 1:8 Hosea 9:3
Ezechiël 4:14 Handelingen 10:14 Ezechiël 9:8 Ezechiël 20:49 Jesaja 65:4 Deuteronomium 14:3 Jeremia 1:6 Exodus 22:31 Jesaja 66:17
Ezechiël 4:16 Leviticus 26:26 Ezechiël 5:16 Ezechiël 14:13 Ezechiël 4:10 Jesaja 3:1 Ezechiël 12:18 Psalmen 105:16 Klaagliederen 1:11
Ezechiël 4:17 Ezechiël 24:23 Leviticus 26:39 Ezechiël 33:10
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 4 vers 1

tichelsteen, Versta, een platvormige effen tafel van tichelsteen gemaakt, waarop men iets schrijven, graveren of afbeelden kon; gelijk bij ons de schalen tot zulk een einde gebruikt worden.

Hertaald: tichelsteen, Versta: een vlakke, effen plaat van tichelsteen, waarop men iets kon schrijven, graveren of afbeelden, zoals bij ons de leien voor dat doel gebruikt worden.

ontwerp daarop de stad Jeruzalem Het woord betekent hier eigenlijk uitdrukken, insnijden, afmalen, graveren met een griffel; vergelijk onder Ezech. 23:14 .

Hertaald: ontwerp daarop de stad Jeruzalem Het woord betekent hier eigenlijk: uitdrukken, insnijden, aftekenen, graveren met een stift; vergelijk hieronder Ezech. 23:14.

Ezechiël 4 vers 2

maak een belegering tegen haar, Te weten in afbeelding, of schildering.

Hertaald: maak een belegering tegen haar, Namelijk in afbeelding of tekening.

sterkten, Zie van het Hebreeuwse woord 2 Kon. 25:1 .

Hertaald: sterkten, Zie over het Hebreeuwse woord 2 Kon. 25:1.

werp tegen haar Hebreeuws, stort, of giet uit.

Hertaald: werp tegen haar Hebreeuws: stort, of giet uit.

wal op, Zie 2 Sam. 20:15 .

Hertaald: wal op, Zie 2 Sam. 20:15.

stormrammen rondom Te weten waarmede de muren der steden en sterkten gebroken worden; genaamd bij de Latijnen arietes. Het woord betekent ook hoofdmannen, of krijgsoversten, gelijk 2 Kon. 11:4 , 2 Kon. 11:19 , in welken zin het hier ook van enige genomen wordt, gelijk ook onder Ezech. 21:22 .

Hertaald: stormrammen rondom Namelijk waarmee de muren van steden en vestingen gebroken worden; bij de Latijnen arietes genoemd. Het woord betekent ook hoofdmannen of legeraanvoerders, zoals in 2 Kon. 11:4 en 2 Kon. 11:19; in die betekenis wordt het hier door sommigen ook opgevat, evenals hieronder Ezech. 21:22.

Ezechiël 4 vers 3

een ijzeren pan, Te weten tot een teken van Gods vast en onbeweeglijk voornemen, dat Hij had om Jeruzalem te verderven en niet te verschonen.

Hertaald: een ijzeren pan, Namelijk als teken van Gods vaste en onwrikbare voornemen om Jeruzalem te verderven en niet te sparen.

richt uw aangezicht tegen haar, Dat is, heb een vast voornemen om die door de belegering uit te roeien; vergelijk de manier van spreken met Lev. 17:10 , en zie de aantekening. De profeet wordt hier belast in manier van afbeelding het werk te doen tegen Jeruzalem, dat God zelf voorhad; Jer. 21:10 .

Hertaald: richt uw aangezicht tegen haar, Dat is: heb een vast voornemen om de stad door de belegering uit te roeien; vergelijk deze manier van spreken met Lev. 17:10 en zie de aantekening daar. De profeet krijgt hier de opdracht om in de vorm van een afbeelding het werk tegen Jeruzalem te doen dat God Zelf voorhad; Jer. 21:10.

kome, Hebreeuws, worde, of zij.

Hertaald: kome, Hebreeuws: worde, of zij.

teken Te weten dat Jeruzalem zal belegerd, ingenomen en verstoord worden.

Hertaald: teken Namelijk dat Jeruzalem belegerd, ingenomen en verwoest zal worden.

Ezechiël 4 vers 4

Lig gij ook neder Te weten tot een teken dat God zolang gelijk stil en slapende geweest was, verdragende de misdaden van zijn volk. Nu houdt men dit van den profeet geschied te zijn, niet dadelijk in zijn persoon, maar in een profetisch gezicht en afbeelding deszelven, die hij in het prediken het volk vertonen moest. Doch enigen menen dat ook iets van dezen inderdaad het volk vertoond is.

Hertaald: Lig gij ook neder Namelijk als teken dat God zo lang als het ware stil en slapend geweest was en de misdaden van Zijn volk verdragen had. Men houdt het ervoor dat dit bij de profeet niet werkelijk aan zijn eigen persoon gebeurd is, maar in een profetisch gezicht en in de uitbeelding daarvan, die hij bij het prediken aan het volk moest tonen. Toch menen sommigen dat iets hiervan ook werkelijk aan het volk vertoond is.

linkerzijde, Te weten om daarmede te betekenen, dat deze eerste nederligging was ten aanzien der kinderen Israëls, [hoewel sommigen hier niet alleen de tien stammen, maar ook Juda verstaan, vanwege de gemeenschap van hunne zonden, inzonderheid der afgoderij], welker hoofdstad Samaria dengenen, die tussen dezelve en de stad Jeruzalem met hunne aangezichten naar het oosten stonden, aan de linkerzijde was, dat is noordwaarts; gelijk Jeruzalem de hoofdstad der Joden aan de rechterzijde, dat is, zuidwaarts. Of, versta door de linkerzijde dat de Israëlieten de onwaardigsten waren van Gods volk, omdat zij onder Jerobeam van den rechten godsdienst afgevallen waren; zie onder vs.6.

Hertaald: linkerzijde, Namelijk om daarmee te betekenen dat dit eerste neerliggen betrekking had op de kinderen Israëls. (Sommigen verstaan hier niet alleen de tien stammen onder, maar ook Juda, vanwege de gemeenschap in hun zonden, in het bijzonder de afgoderij.) Hun hoofdstad Samaria lag voor wie tussen die stad en Jeruzalem met het gezicht naar het oosten stond aan de linkerhand, dat is: naar het noorden, zoals Jeruzalem, de hoofdstad van de Joden, aan de rechterhand lag, dat is: naar het zuiden. Of versta onder de linkerzijde dat de Israëlieten de onwaardigsten van Gods volk waren, omdat zij onder Jerobeam van de rechte godsdienst afgevallen waren; zie hieronder vers 6.

naar het getal der dagen, Dit woord is hier ingevoegd uit vs.5.

Hertaald: naar het getal der dagen, Dit woord is hier ingevoegd uit vers 5.

hun ongerechtigheid dragen Te weten niet als Christus, om de schuld en de straf der ongerechtigheid door voldoening weg te nemen, maar als een goddelijk teken hun door deze afbeelding voorgesteld, beduidende Gods lankmoedigheid, waardoor Hij vele jaren hunne moedwilligheid verdragen had, en de zwaarheid der straf, die zij nu hadden te verwachten.

Hertaald: hun ongerechtigheid dragen Namelijk niet zoals Christus, om de schuld en de straf van de ongerechtigheid door voldoening weg te nemen, maar als een goddelijk teken dat hun door deze uitbeelding voorgesteld werd. Het duidt Gods lankmoedigheid aan, waarmee Hij hun moedwil vele jaren verdragen had, en de zwaarte van de straf die zij nu te verwachten hadden.

Ezechiël 4 vers 5

gegeven Dat is, bescheiden, geordineerd en bevolen, om zoveel dagen, als die jaren zijn, hunne ongerechtigheid te dragen.

Hertaald: gegeven Dat is: toebedeeld, vastgesteld en bevolen, om zoveel dagen als er jaren zijn hun ongerechtigheid te dragen.

de jaren hunner ongerechtigheid, Welke hier door de dagen der nederligging van den profeet, gelijk volgt, te kennen gegeven worden. Zij zijn in getal drie honderd en negentig, beginnende van den afval der tien stammen onder Jerobeam; 1 Kon. 12:16 ; 2 Kron. 10:16 ; waarop ook terstond gevolgd is de afval der Joden, 1 Kon. 14:22 ; 2 Kron. 12:1 ; en eindigende met de belegering of innemening der stad Jeruzalem en de verstoring van den tempel, geschied door Nebukadnezar, 2Ki 25 , 2Ch 36 ; welverstaande, dat onder de voorgemelde drie honderd en negentig jaren ook begrepen zijn de veertig jaren gemeld in vs.6, van welke begin zie aldaar. Dit is af te nemen uit vs.9, waar den profeet de leeftocht voorgeschreven wordt, alleen voor drie honderd en negentig dagen. Eenigen beginnen de jaren, door deze dagen betekend, van het zeven en twintigste jaar van den koning Salomo, als hij en het land begonnen in openbare afgoderij te vervallen; 1 Kon. 11:4 .

Hertaald: de jaren hunner ongerechtigheid, Die hier worden aangeduid door de dagen dat de profeet moest liggen, zoals volgt. Het zijn er driehonderdnegentig, te beginnen bij de afval van de tien stammen onder Jerobeam (1 Kon. 12:16; 2 Kron. 10:16), waarop meteen ook de afval van de Joden volgde (1 Kon. 14:22; 2 Kron. 12:1), en eindigend met de belegering of inname van de stad Jeruzalem en de verwoesting van de tempel door Nebukadnezar (2 Kon. 25; 2 Kron. 36). Wel te verstaan dat onder deze driehonderdnegentig jaren ook de veertig jaren begrepen zijn die in vers 6 genoemd worden; zie daar voor het begin ervan. Dat blijkt uit vers 9, waar de profeet de leeftocht wordt voorgeschreven voor slechts driehonderdnegentig dagen. Sommigen laten de jaren die door deze dagen aangeduid worden beginnen bij het zevenentwintigste jaar van koning Salomo, toen hij en het land in openlijke afgoderij begonnen te vervallen; 1 Kon. 11:4.

driehonderd en negentig dagen, Dit getal wordt alzo juist gesteld, omdat de vaste en nauwe belegering van Jeruzalem zoveel tijd duren zou, overeenkomende met den tijd der jaren, in welken de Israëlieten en Joden zich met de afgoderij besmet hadden, tot een openbaar bewijs van Gods rechtvaardig oordeel. Uit Jer. 52:4-6 , blijkt, dat er meer dagen zijn verlopen van het begin der belegering tot het innemen der s tad, maar men moet weten dat de belegering een tijdlang gestaakt is geweest om het optrekken der Egyptenaren, Jer. 37:5 , welke tijd hier van Ezechiël wordt overgeslagen en niet gerekend.

Hertaald: driehonderd en negentig dagen, Dit getal wordt zo nauwkeurig genoemd omdat de vaste en nauwe belegering van Jeruzalem precies zo lang zou duren, overeenkomend met het aantal jaren waarin de Israëlieten en de Joden zich met afgoderij besmet hadden — een openlijk bewijs van Gods rechtvaardig oordeel. Uit Jer. 52:4-6 blijkt dat er meer dagen verlopen zijn tussen het begin van de belegering en de inname van de stad, maar men moet weten dat de belegering een tijdlang gestaakt is geweest vanwege de opmars van de Egyptenaren (Jer. 37:5); die tijd wordt hier door Ezechiël overgeslagen en niet meegerekend.

Ezechiël 4 vers 6

Als gij nu deze voleinden zult, Dat is, als gij niet ver van het voleinden dezer dagen zult wezen, hebbende van dezelve driehonderd en vijftig afgedaan, zodat er maar veertig overblijven.

Hertaald: Als gij nu deze voleinden zult, Dat is: als u niet ver meer van het einde van deze dagen zult zijn en er driehonderdvijftig van hebt volbracht, zodat er nog maar veertig overblijven.

lig ten anderen male neder Zie boven vs.4. Deze tweede nederligging was ten aanzien van de zonden der Joden.

Hertaald: lig ten anderen male neder Zie hierboven vers 4. Dit tweede neerliggen had betrekking op de zonden van de Joden.

rechterzijde, Juda, ten aanzien van Samaria en de Israëlieten, was zuidwaarts gelegen, dat is, aan de rechterzijde der wereld; zie boven vs.4. De rechterzijde kan ook betekenen de waardigheid, die de Joden boven de Israëlieten hadden, omdat bij hen was de tempel, de godsdienst en het huis Davids.

Hertaald: rechterzijde, Juda lag ten opzichte van Samaria en de Israëlieten zuidwaarts, dat is: aan de rechterkant van de wereld; zie hierboven vers 4. De rechterzijde kan ook wijzen op de waardigheid die de Joden boven de Israëlieten hadden, omdat bij hen de tempel, de godsdienst en het huis van David waren.

dragen Zie boven vs.4.

Hertaald: dragen Zie hierboven vers 4.

veertig dagen; Deze dagen, die veertig jaren betekenden, worden begonnen van het achttiende jaar van het koninkrijk van Josia, in welke de Joden wel het verbond met God vernieuwd hebben, maar alzo, dat zij terstond daarna weder tot afgoderij vervallen zijn; zij worden geëindigd met de belegering of verstoring der stad Jeruzalem en des tempels, of de laatste vervoering naar Babel, geschied door Nebuzaradan; 2Ki 25 .

Hertaald: veertig dagen; Deze dagen, die veertig jaren betekenden, beginnen bij het achttiende jaar van de regering van Josia, waarin de Joden wel het verbond met God vernieuwd hebben, maar zo dat zij meteen daarna weer tot afgoderij vervallen zijn. Zij eindigen met de belegering of verwoesting van de stad Jeruzalem en de tempel, of met de laatste wegvoering naar Babel door Nebuzaradan; 2 Kon. 25.

elken dag voor elk jaar Hebreeuws, een dag voor een jaar, een dag voor een jaar; zie Gen. 7:2 , en Lev. 24:8 .

Hertaald: elken dag voor elk jaar Hebreeuws: een dag voor een jaar, een dag voor een jaar; zie Gen. 7:2 en Lev. 24:8.

Ezechiël 4 vers 7

aangezicht Zie boven vs.3.

Hertaald: aangezicht Zie hierboven vers 3.

de belegering van Jeruzalem, Dat is, het belegerde Jeruzalem.

Hertaald: de belegering van Jeruzalem, Dat is: het belegerde Jeruzalem.

zal ontbloot zijn; Tot een teken dat de Chaldeën zeer vaardig, wakker en bereid zullen zijn, om Jeruzalem met geweld en met louter kracht haastelijk in te nemen. Vergelijk Jer. 21:5 .

Hertaald: zal ontbloot zijn; Als teken dat de Chaldeeën zeer vaardig, waakzaam en bereid zullen zijn om Jeruzalem met geweld en met louter kracht snel in te nemen. Vergelijk Jer. 21:5.

Ezechiël 4 vers 8

Ik zal dikke touwen aan u leggen, Hij geeft hiermede te verstaan dat zijn besluit, van de stad te verderven, onveranderlijk was, en dat daarom de profeet moest volharden in dit zijn profeteren en in het voorstellen zijner profetische afbeelding.

Hertaald: Ik zal dikke touwen aan u leggen, Hij geeft hiermee te kennen dat Zijn besluit om de stad te verderven onveranderlijk was, en dat de profeet daarom moest volharden in zijn profeteren en in het tonen van zijn profetische uitbeelding.

van uw ene zijde tot uw andere zijde, Hebreeuws, van uwe zijde tot uwe zijde.

Hertaald: van uw ene zijde tot uw andere zijde, Hebreeuws: van uw zijde tot uw zijde.

uwer Zijne wordt ze genaamd, omdat hem de afbeelding en de voorzegging daarvan bevolen was, of omdat ze zijne stad aangingen.

Hertaald: uwer Zij wordt de zijne genoemd, omdat hem de uitbeelding en de voorzegging ervan bevolen was, of omdat het zijn eigen stad betrof.

belegering voleind hebt Anders, belegeringen; in het getal van velen, uit oorzaak dat er toenmaals twee belegeringen der stad Jeruzalem geweest zijn. Want als de Chaldeën gehoord hadden dat de koning van Egypte den koning Zedekia te hulp kwam, zijn zij van de belegering afgetrokken, maar als zij vernamen dat hij weder in Egypte gekeerd was, hebben zij de belegering hervat.

Hertaald: belegering voleind hebt Anders: belegeringen, in het meervoud, omdat er in die tijd twee belegeringen van de stad Jeruzalem geweest zijn. Want toen de Chaldeeën hoorden dat de koning van Egypte koning Zedekia te hulp kwam, braken zij de belegering op; maar toen zij vernamen dat hij naar Egypte teruggekeerd was, hebben zij haar hervat.

Ezechiël 4 vers 9

neemt gij voor u tarwe, Hiermede en met het volgende wordt betekend de grote benauwdheid en hongersnood, die den belegerden overkomen zou.

Hertaald: neemt gij voor u tarwe, Hiermee en met het volgende wordt de grote benauwdheid en hongersnood aangeduid die de belegerden zou overkomen.

heerse, Anders genaamd geerst of gierst.

Hertaald: heerse, Anders geerst of gierst genoemd.

in een vat, Dat is, niet elk soort in een onderscheiden vat, maar alle ondereen gemengd in enig vat; hetwelk placht te geschieden in tijd van nood, als er groot gebrek van broodkoren is.

Hertaald: in een vat, Dat is: niet elke soort in een eigen vat, maar alles door elkaar gemengd in één vat, wat pleegt te gebeuren in tijden van nood, wanneer er groot gebrek aan broodkoren is.

driehonderd en negentig dagen, Dat is, omtrent de veertien maanden zal de belegering van Jeruzalem duren.

Hertaald: driehonderd en negentig dagen, Dat is: ongeveer veertien maanden zal de belegering van Jeruzalem duren.

Ezechiël 4 vers 10

sikkelen daags; Versta gemene of burgerlijke sikkelen, van welke een deed omtrent een oordje van een rijksdaalder, Gen. 20:16 ; vier van dezen maakten het gewicht van een ons; dat is, van een rijksdaalder. Zo was dan het gewicht van twintig sikkelen vijf onsen.

Hertaald: sikkelen daags; Versta: gewone of burgerlijke sikkelen, waarvan er één ongeveer een kwart van een rijksdaalder bedroeg, Gen. 20:16; vier daarvan maakten het gewicht van een ons uit, dat is: van een rijksdaalder. Het gewicht van twintig sikkelen was dus vijf ons.

van tijd tot tijd Dat is, telken dage zult gij maar zoveel eten, te weten tot een teken van hongersnood, die in Jeruzalem wezen zal. Alzo in vs.11, van den dagelijksen drank. Vergelijk 2 Kon. 25:3 ; Jer. 37:21 .

Hertaald: van tijd tot tijd Dat is: elke dag zult u maar zoveel eten, namelijk als teken van de hongersnood die in Jeruzalem zal heersen. Zo ook in vers 11 over de dagelijkse drank. Vergelijk 2 Kon. 25:3; Jer. 37:21.

Ezechiël 4 vers 11

hin; Een maat van natte waren, inhoudende zoveel als in twee en zeventig gemene eierschalen zou mogen gaan. Zie Lev. 19:36 . Alzo was de maat van den drank zoveel als in twaalf hoendereieren gaan Kon.

Hertaald: hin; Een maat voor vloeistoffen, waarin zoveel gaat als in tweeënzeventig gewone eierschalen zou kunnen. Zie Lev. 19:36. De maat van de drank was dus zoveel als er in twaalf kippeneieren gaat.

Ezechiël 4 vers 12

een gerstekoek eten, Anders: gij zult dat [als] gerstekoek eten. Versta de spijs, vermeld vs.9,10. Dat is, in zulken vorm bereid en toegemaakt als gerstekoeken.

Hertaald: een gerstekoek eten, Anders: u zult dat (als) gerstekoek eten. Versta de spijs die in vers 9 en 10 genoemd is, dat is: bereid en toegemaakt in de vorm van gerstekoeken.

drek van des mensen afgang bakken Hetwelk hun in plaats van hout zou moeten wezen, om daarmede hun spijs te koken, of ook hunne koeken te bakken op een haard met mensendrek heet gemaakt. Zo wordt betekend dat ze in de belegering groot gebrek van hout zouden hebben, ja ook van vee, overmits de mist daarvan minder verfoeilijk gehouden werd.

Hertaald: drek van des mensen afgang bakken Die hun in plaats van hout zou moeten dienen om hun voedsel op te koken, of ook om hun koeken te bakken op een haard die met mensendrek verhit was. Zo wordt aangeduid dat zij tijdens de belegering groot gebrek aan hout zouden hebben, ja ook aan vee, aangezien mest daarvan minder weerzinwekkend geacht werd.

voor hun ogen Hieruit nemen sommigen af dat deze dingen den profeet niet alleen in een gezicht zijn vertoond geweest van God, maar dat hij ook dezelve in ene afbeelding het volk vertoond heeft.

Hertaald: voor hun ogen Hieruit leiden sommigen af dat deze dingen de profeet niet alleen in een gezicht door God getoond zijn, maar dat hij ze ook in een uitbeelding aan het volk vertoond heeft.

Ezechiël 4 vers 13

kinderen Israëls Dat is, de Joden, mitsgaders die van de tien stammen onder hen woonden; zie 2 Kon. 21:2 .

Hertaald: kinderen Israëls Dat is: de Joden, en ook zij van de tien stammen die onder hen woonden; zie 2 Kon. 21:2.

onrein eten Zo wordt het genoemd om de manier of wijze der voorgemelde koning of bakking. Vergelijk Deut. 23:12 , enz.

Hertaald: onrein eten Zo wordt het genoemd vanwege de zojuist beschreven manier van koken of bakken. Vergelijk Deut. 23:12, enzovoort.

heidenen, Versta, de Chaldeën, onder wie de Joden zouden zijn, als zij van hen belegerd en daarna weggevoerd zouden worden.

Hertaald: heidenen, Versta: de Chaldeeën, onder wie de Joden zouden zijn wanneer zij door hen belegerd en daarna weggevoerd zouden worden.

Ezechiël 4 vers 14

mijn ziel Dat is, mijn persoon. Zie 1 Kon. 19:4 .

Hertaald: mijn ziel Dat is: mijn persoon. Zie 1 Kon. 19:4.

verontreinigd geweest; Te weten met enige ceremoniele onreinheid, die velerlei is geweest, van welke drie soorten hier genoemd worden, waaronder al de andere te verstaan zijn, en die den priesters verboden waren; Lev 21 , Lev 22 .

Hertaald: verontreinigd geweest; Namelijk met enige ceremoniële onreinheid. Die was veelsoortig; hier worden er drie soorten van genoemd, waaronder alle andere te verstaan zijn en die de priesters verboden waren; Lev. 21 en Lev. 22.

dood aas, Zie van deze soort der onreinheid Lev. 11:40 .

Hertaald: dood aas, Zie over deze soort van onreinheid Lev. 11:40.

verscheurd is, Zie van deze soort Ex. 22:31 .

Hertaald: verscheurd is, Zie over deze soort Ex. 22:31.

verfoeilijk vlees Hebreeuws, vlees des verfoeisels, of des stanks; zie Lev. 7:18 .

Hertaald: verfoeilijk vlees Hebreeuws: vlees van het verfoeisel, of van de stank; zie Lev. 7:18.

Ezechiël 4 vers 15

Ik heb u rundermest gegeven voor mensendrek, Alzo verzacht de Heere zijn voorgaande bevel ten aanzien van den persoon des profeets, die dit voor de ogen des volks afbeelden moest, boven vs.12; maar niet ten aanzien van de Joden, die binnen Jeruzalem belegerd zouden worden.

Hertaald: Ik heb u rundermest gegeven voor mensendrek, Zo verzacht de HEERE Zijn eerdere bevel ten aanzien van de persoon van de profeet, die dit voor de ogen van het volk moest uitbeelden, hierboven vers 12; maar niet ten aanzien van de Joden, die binnen Jeruzalem belegerd zouden worden.

Ezechiël 4 vers 16

breek den staf des broods Zie Lev. 26:26 .

Hertaald: breek den staf des broods Zie Lev. 26:26.

met gewicht Gelijk God gedreigd had; Lev. 26:26 .

Hertaald: met gewicht Zoals God gedreigd had; Lev. 26:26.

kommer eten, Te weten waardoor zij nog meerdere ellende zullen vrezen.

Hertaald: kommer eten, Namelijk waardoor zij nog meer ellende zullen vrezen.

verbaasdheid drinken; Dat is, waardoor zij zo verslagen zullen zijn, dat zij bedwelmd zullen staan gelijk wanhopende mensen.

Hertaald: verbaasdheid drinken; Dat is: waardoor zij zo verslagen zullen zijn dat zij verdoofd zullen staan als wanhopige mensen.

Ezechiël 4 vers 17

Opdat zij Of, zodat zij des broods, enz. gebrek zullen hebben.

Hertaald: Opdat zij Of: zodat zij gebrek aan brood zullen hebben, enzovoort.

de een met den ander verbaasd worden, Hebreeuws, de man en zijn broeder.

Hertaald: de een met den ander verbaasd worden, Hebreeuws: de man en zijn broeder.

in hun ongerechtigheid uitteren Vergelijk Lev. 26:39 ; Ezech. 24:23 en Ezech. 33:10 .

Hertaald: in hun ongerechtigheid uitteren Vergelijk Lev. 26:39; Ezech. 24:23 en Ezech. 33:10.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De tichelsteen  — de eerste tekenhandeling: een belegering nagespeeld met een steen en een ijzeren pan (Ezech. 4:1-3)

"En gij, mensenkind, neem u een tichelsteen, en leg dien voor uw aangezicht, en bewerp daarop de stad Jeruzalem" (Ezech. 4:1). Op die tekening moet hij een beleg aanbrengen: sterkten, een wal, legers en stormrammen rondom (Ezech. 4:2). Dan komt er nog iets bij: "neem gij u een ijzeren pan, en stel ze tot een ijzeren muur tussen u en tussen die stad; en richt uw aangezicht tegen haar, dat zij in belegering kome" (Ezech. 4:3). En er staat bij wat het is: "Dit zij den huize Israels een teken."

Bijbelse betekenis: Merk op voor wie dit gedaan wordt. Voor mensen in Babel, honderden kilometers van Jeruzalem, die hoorden dat de stad nog stond en meenden dat het wel losliep. Het teken brengt hun de belegering voor ogen voordat zij er bericht van krijgen. Let vervolgens op de ijzeren pan. Een bakplaat wordt tot muur gemaakt tussen de profeet en de stad; wat hij uitbeeldt is dus niet alleen een leger buiten de muren maar een scheiding die van hogerhand komt. Let ten slotte op de vorm van dit alles. Ezechiël moet het niet zeggen maar dóen, en dagenlang. Tekenhandelingen komen bij hem vaker voor dan bij enige andere profeet; wat hij is en doet, hoort bij zijn boodschap.

Typologie: Jesaja moest drie jaar "naakt en barrevoets" gaan, en Jeremia droeg een juk op zijn hals (reeds behandeld bij Jes. 20:2-4 en Jer. 27:2). En de Heere Jezus onderwees eveneens met daden: Hij nam een kindeke in het midden, en Hij waste de voeten van Zijn discipelen (Joh. 13:15).

Ezech. 4:1-3; Jes. 20:2-4; Jer. 27:2; Joh. 13:15

De maat van brood en water  — de profeet moet leven op hongerrantsoen, en krijgt op één punt zijn zin (Ezech. 4:9-17)

Hij moet brood bakken van tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt door elkaar (Ezech. 4:9), en het afwegen: "Uw spijze nu, die gij eten zult, zal in gewicht zijn twintig sikkelen daags", en water "naar zekere maat", het zesde deel van een hin (Ezech. 4:10-11). Ook de bereiding moet iets uitbeelden, en dat gaat hem te ver. Hij zegt: "Ach, Heere, HEERE, zie, mijn ziel is niet verontreinigd geweest; want ik heb, van mijn jeugd af tot nu toe, geen dood aas, noch dat verscheurd is, gegeten" (Ezech. 4:14). Daarop komt een antwoord dat opvalt: "Zie, Ik heb u rundermest gegeven voor mensendrek, zo zult gij uw brood daarmede bereiden" (Ezech. 4:15). Wat het teken betekent staat erbij: het brood zal in Jeruzalem bij het gewicht gegeten worden en het water met een maat (Ezech. 4:16).

Bijbelse betekenis: Merk op wat het afwegen uitbeeldt. In een belegerde stad wordt eten geteld en water gemeten; wie dat dagelijks voor ogen krijgt, weet wat er komt. Let vervolgens op het bezwaar van de profeet. Hij verzet zich niet tegen de honger of tegen de vernedering, maar tegen het onrein worden; als priester had hij zich daar zijn leven lang aan gehouden. Let ten slotte op het antwoord. Er staat niet dat hij zich niet moet aanstellen; er staat dat God hem iets anders geeft. Het teken blijft, maar op dit punt komt God hem tegemoet. Dat is een opmerkelijke plaats in dit strenge boek: een profeet mag zeggen dat iets hem te veel is, en dat wordt gehoord.

Typologie: Ook Petrus zei op het dak te Joppe dat hij nooit iets gemeens of onreins gegeten had, en ook daar werd hem geantwoord in plaats van bestraft (reeds behandeld bij Hand. 10:14-15). En de Heere Jezus zegt dat de Vader weet wat wij nodig hebben vóór wij bidden (reeds behandeld bij Matt. 6:8).

Ezech. 4:9-17; Hand. 10:14-15; Matt. 6:8

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 4

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content