Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Voorts, gijH859mensenkindH1121! profeteerH5012 tegen GogH1463, en zegH559: ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZieH2005, Ik wil aan u, o GogH1463, hoofdvorstH7218 van MesechH4902 en TubalH8422!Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!
KJVTherefore, thou son2of man,3prophesy4against Gog,6and say,7Thus saith9the Lord10GOD;11Behold, I am against thee, O Gog,14the chief16prince15of Meshech17and Tubal:
1וְאַתָּ֤הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4הִנָּבֵ֣אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6גּ֔וֹגH1463GogGog7וְאָ֣מַרְתָּ֔H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord11יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod12הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though13אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14גּ֔וֹגH1463GogGog15נְשִׂ֕יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour16רֹ֖אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top17מֶ֥שֶׁךְH4902MesechMesech, Meshech18וְתֻבָֽלH8422TubalTubal
2En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En Ik zal u omwendenH7725, en een zeshaak in u slaan, en u optrekkenH5927 uit de zijdenH3411 van het noordenH6828, en Ik zal u brengenH935opH5921 de bergenH2022IsraelsH3478.En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels.
Ook in dit vers
zeshaak slaanH8338
KJVAnd I will turn thee back,1and leave but the sixth part2of thee, and will cause thee to come up3from the north5parts,4and will bring6thee upon the mountains8of Israel:
1וְשֹׁבַבְתִּ֨יךָ֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2וְשִׁשֵּׁאתִ֔יךָH8338zeshaak slaanleave by the sixth part (by confusion with H8341 (שָׁשָׁה))3וְהַעֲלִיתִ֖יךָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4מִיַּרְכְּתֵ֣יH3411zijdenborder, coast, part, quarter, side5צָפ֑וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)6וַהֲבִאוֹתִ֖ךָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָרֵ֥יH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion9יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
3Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Maar Ik zal uw boogH7198 uit uw linkerhandH8040slaanH5221, en Ik zal uw pijlenH2671 uit uw rechterhandH3225 doen vallenH5307.Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.
KJVAnd I will smite1thy bow2out of thy left4hand,3and will cause thine arrows5to fall8out of thy right7hand.
4Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4OpH5921 de bergenH2022IsraelsH3478 zult gij vallenH5307, gijH859 en alH3605 uw bendenH102, en de volkenH5971, dieH834 met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelenH5861, aan het gevogelteH6833 van allenH3605vleugelH3671, en aan het gedierteH2416 des veldsH7704 ter spijzeH402gegevenH5414.Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.
KJVThou shalt fall4upon the mountains2of Israel,3thou, and all thy bands,7and the people8that is with thee: I will give17thee unto the ravenous11birds12of every sort,14and to the beasts15of the field16to be devoured.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הָרֵ֨יH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4תִּפּ֗וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֲגַפֶּ֔יךָH102bendenbands8וְעַמִּ֖יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אִתָּ֑ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11לְעֵ֨יטH5861roofvogelen, roofvogel, vogelbird, fowl, ravenous (bird)12צִפּ֧וֹרH6833vogel, gevogelte, vogelenbird, fowl, sparrow13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14כָּנָ֛ףH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)15וְחַיַּ֥תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop16הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17נְתַתִּ֥יךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18לְאָכְלָֽהH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat
5Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5OpH5921 het openH6440veldH7704 zult gij vallenH5307; wantH3588IkH589 heb het gesprokenH1696, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
KJVThou shalt fall4upon the open2field:3for I have spoken7it, saith8the Lord9GOD.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild4תִּפּ֑וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7דִבַּ֔רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith9אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord10יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
6En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En Ik zal een vuurH784zendenH7971 in MagogH4031, en onder degenen, die in de eilandenH339zekerH983wonenH3427; en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd I will send1a fire2on Magog,3and among them that dwell4carelessly6in the isles:5and they shall know7that I am the LORD.
1וְשִׁלַּחְתִּיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֵ֣שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot3בְּמָג֔וֹגH4031MagogMagog4וּבְיֹשְׁבֵ֥יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5הָאִיִּ֖יםH339eilanden, eilands, eilandcountry, isle, island6לָבֶ֑טַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely7וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
7En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Ik zal Mijn heiligenH6944NaamH8034 in het middenH8432 van Mijn volkH5971IsraelH3478bekendH3045 maken, en zal Mijn heiligenH6944NaamH8034nietH3808meerH5750 laten ontheiligenH2490; en de heidenenH1471 zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, de HeiligeH6918 in IsraelH3478.En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.
KJVSo will I make my holy3name2known4in the midst5of my people6Israel;7and I will not let them pollute9my holy12name11any more: and the heathen15shall know14that I am the LORD,18the Holy One19in Israel.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שֵׁ֨םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3קָדְשִׁ֜יH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary4אוֹדִ֗יעַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5בְּתוֹךְ֙H8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6עַמִּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אַחֵ֥לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11שֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12קָדְשִׁ֖יH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary13ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)14וְיָדְע֤וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15הַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people16כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who18יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19קָד֖וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint20בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
8Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8ZietH2009, hetH1931komtH935 en zal geschiedenH1961, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069; dit is de dagH3117, van welkenH834 Ik gesprokenH1696 heb.Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.
KJVBehold, it is come,2and it is done,3saith4the Lord5GOD;6this is the day8whereof I have spoken.
1הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see2בָאָה֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3וְנִֽהְיָ֔תָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod7ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבַּֽרְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
9En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En de inwonersH3427 der stedenH5892IsraelsH3478 zullen uitgaanH3318, en vuurH784stokenH1197 en brandenH5400 van de wapenenH5402, zo van schildenH4043 als rondassenH6793, van bogenH7198 en van pijlenH2671, zo van handstokkenH3027 als van spiesenH7420; en zij zullen daarvan vuur stokenH1197zevenH7651jarenH8141;En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;
KJVAnd they that dwell2in the cities3of Israel4shall go forth,1and shall set5on fire17and burn6the weapons,7both the shields8and the bucklers,9the bows10and the arrows,11and the handstaves,13and the spears,14and they shall burn15them with fireseven18years:
1וְֽיָצְא֞וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וּבִעֲר֡וּH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste6וְ֠הִשִּׂיקוּH5400branden, ontsteekt, ontstokenburn, kindle7בְּנֶ֨שֶׁקH5402wapenen, harnas, geharnastearmed men, armour(-y), battle, harness, weapon8וּמָגֵ֤ןH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield9וְצִנָּה֙H6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target10בְּקֶ֣שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)11וּבְחִצִּ֔יםH2671pijlen, pijl, moordpijl[phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound12וּבְמַקֵּ֥לH4731roeden, stok, stafrod, (hand-)staff13יָ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14וּבְרֹ֑מַחH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear15וּבִעֲר֥וּH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste16בָהֶ֛ם17אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot18שֶׁ֥בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)19שָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
10Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zodat zij geenH3808houtH6086uitH4480 het veldH7704 zullen dragenH5375, nochH3808 uit de woudenH3293houwenH2404, maarH3588 van de wapenenH5402vuurH784stokenH1197; en zij zullen berovenH7997 degenen, die hen beroofdH7997 hadden, en plunderenH962, die hen geplunderdH962 hadden, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.
KJVSo that they shall take2no wood3out of the field,5neither cut down7any out of the forests;9for they shall burn12the weapons11with fire:13and they shall spoil14those that spoiled16them, and rob17those that robbed19them, saith20the Lord21GOD.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִשְׂא֨וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3עֵצִ֜יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַשָּׂדֶ֗הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יַחְטְבוּ֙H2404houthouwers, houwen, houthouwercut down, hew(-er), polish8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַיְּעָרִ֔יםH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11בַנֶּ֖שֶׁקH5402wapenen, harnas, geharnastearmed men, armour(-y), battle, harness, weapon12יְבַֽעֲרוּH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste13אֵ֑שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot14וְשָׁלְל֣וּH7997beroofd, buiten, berovenlet fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שֹׁלְלֵיהֶ֗םH7997beroofd, buiten, berovenlet fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil17וּבָֽזְזוּ֙H962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19בֹּ֣זְזֵיהֶ֔םH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly20נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith21אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord22יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
11En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En het zal te dien dageH3117geschiedenH1961, dat Ik aan GogH1463aldaarH8033 een grafstedeH4725 in IsraelH3478 zal gevenH5414, het dalH1516 der doorgangersH5674 naar het oostenH6926 der zeeH3220; en datzelve zal den doorgangersH5674 den neus stoppenH2629; en aldaarH8033 zullen zij begravenH6912GogH1463 en zijn ganseH3605menigteH1995, en zullen het noemenH7121: Het dalH1516 van GogsH1996 menigte.En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.
KJVAnd it shall come to pass in that day,2that I will give4unto Gog5a place6there of graves8in Israel,9the valley10of the passengers11on the east12of the sea:13and it shall stop14the noses of the passengers:17and there shall they bury18Gog21and all his multitude:24and they shall call25it The valley26of Hamongog.
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַה֡וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לְגוֹג֩H1463GogGog6מְקֽוֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7שָׁ֨םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8קֶ֜בֶרH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre9בְּיִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10גֵּ֤יH1516dal, dalen, valleivalley11הָעֹֽבְרִים֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12קִדְמַ֣תH6926oosteneast(-ward)13הַיָּ֔םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)14וְחֹסֶ֥מֶתH2629muilbanden, stoppenmuzzle, stop15הִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הָעֹֽבְרִ֑יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath18וְקָ֣בְרוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)19שָׁ֗םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21גּוֹג֙H1463GogGog22וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)24הֲמוֹנֹ֔הH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult25וְקָ֣רְא֔וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say26גֵּ֖יאH1516dal, dalen, valleivalley27הֲמ֥וֹןH1996GogsHamogog28גּֽוֹגH1996GogsHamogog
12Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Het huisH1004IsraelsH3478 nu zal hen begravenH6912, omH4616 het landH776 te reinigenH2891, zevenH7651maandenH2320 lang.Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.
KJVAnd seven8months9shall the house2of Israel3be burying1of them, that they may cleanse5the land.
1וּקְבָרוּם֙H6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)2בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to5טַהֵ֣רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8שִׁבְעָ֖הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9חֳדָשִֽׁיםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon
13Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Ja, alH3605 het volkH5971 des landsH776 zal begravenH6912, en het zal hun tot een naamH8034 zijn, ten dageH3117 als Ik zal verheerlijktH3513 zijn, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.
KJVYea, all the people3of the land4shall bury1them; and it shall be to them a renown7the day8that I shall be glorified,9saith10the Lord11GOD.
1וְקָֽבְרוּ֙H6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לָהֶ֖ם7לְשֵׁ֑םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8י֚וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הִכָּ֣בְדִ֔יH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop10נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith11אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord12יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
14Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Ook zullen zij mannenH582uitscheidenH914, die gestadigH8548 door het landH776doorgaanH5674, en doodgraversH6912 met de doorgangersH5674, om te begraven degenen, die opH5921 den aardbodemH6440 zijn overgelatenH3498, om dien te reinigenH2891; ten eindeH7097 van zevenH7651maandenH2320 zullen zij onderzoekH2713 doen.Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.
KJVAnd they shall sever out3menof continual employment,2passing through4the land5to bury6with the passengers8those that remain10upon the face12of the earth,13to cleanse14it: after the end15of seven16months17shall they search.
1וְאַנְשֵׁ֨יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2תָמִ֤ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual3יַבְדִּ֨ילוּ֙H914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly4עֹבְרִ֣יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מְקַבְּרִ֣יםH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָעֹבְרִ֗יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַנּוֹתָרִ֛יםH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14לְטַֽהֲרָ֑הּH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)15מִקְצֵ֥הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)16שִׁבְעָֽהH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)17חֳדָשִׁ֖יםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon18יַחְקֹֽרוּH2713onderzocht, doorzoeken, onderzoekenfind out, (make) search (out), seek (out), sound, try
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En deze doorgangersH5674 zullen door het landH776doorgaanH5674, en als iemand een mensenbeenH120zietH7200, zo zal hij een merktekenH6725 daarbij oprichtenH1129; totdatH5704 de doodgraversH6912 hetzelve zullen hebben begravenH6912 in het dalH1516 van GogsH1996 menigte.En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.
KJVAnd the passengers1that pass through2the land,3when any seeth4a man's6bone,5then shall he set up7a sign9by8it, till the buriers11have buried13it in the valley15of Hamongog.
1וְעָבְר֤וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2הָעֹֽבְרִים֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4וְרָאָה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5עֶ֣צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very6אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7וּבָנָ֥הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8אֶצְל֖וֹH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)9צִיּ֑וּןH6725grafteken, merkteken, merktekenensign, title, waymark10עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11קָבְר֤וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)12אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַֽמְקַבְּרִ֔יםH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15גֵּ֖יאH1516dal, dalen, valleivalley16הֲמ֥וֹןH1996GogsHamogog17גּֽוֹגH1996GogsHamogog
16Ook zo zal de naam der stad Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16OokH1571 zo zal de naamH8034 der stadH5892HamonaH1997 zijn. Alzo zullen zij het landH776reinigenH2891.Ook zo zal de naam der stad Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.
KJVAnd also the name2of the city3shall be Hamonah.4Thus shall they cleanse5the land.
1וְגַ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2שֶׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3עִ֛ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4הֲמוֹנָ֖הH1997HamonaHamonah5וְטִהֲר֥וּH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)6הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
17Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israels, en eet vlees, en drink bloed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17GijH859 dan, mensenkindH1121! zoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZegH559 tot het gevogelteH6833 van allenH3605vleugelH3671, en tot alH3605 het gedierteH2416 des veldsH7704: VergadertH6908 u, en komtH935 aan, verzameltH622 u van rondomH5439, tot Mijn slachtofferH2077, datH834IkH589 voor u geslachtH2076 heb, een grootH1419slachtofferH2077, opH5921 de bergenH2022IsraelsH3478, en eetH398vleesH1320, en drinkH8354bloedH1818.Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israels, en eet vlees, en drink bloed.
KJVAnd, thou son2of man,3thus saith5the Lord6GOD;7Speak8unto every feathered11fowl,9and to every beast13of the field,14Assemble15yourselves, and come;16gather17yourselves on every side18to my sacrifice20that I do sacrifice23for you, even a great26sacrifice25upon the mountains28of Israel,29that ye may eat30flesh,31and drink32blood.
1וְאַתָּ֨הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָ֜םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהֹוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8אֱמֹר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לְצִפּ֨וֹרH6833vogel, gevogelte, vogelenbird, fowl, sparrow10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11כָּנָ֜ףH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)12וּלְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13חַיַּ֣תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop14הַשָּׂדֶ֗הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild15הִקָּבְצ֤וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up16וָבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17הֵאָסְפ֣וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw18מִסָּבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20זִבְחִ֗יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice21אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22אֲנִ֜יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who23זֹבֵ֤חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay24לָכֶם֙25זֶ֣בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice26גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very27עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with28הָרֵ֣יH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion29יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael30וַאֲכַלְתֶּ֥םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite31בָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin32וּשְׁתִ֥יתֶםH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)33דָּֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
18Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Het vleesH1320 der heldenH1368 zult gij etenH398, en het bloedH1818 van de vorstenH5387 der aardeH776drinkenH8354; der rammenH352, der lammerenH3733, en bokkenH6260, en varrenH6499, die altemaal gemestenH4806 van BasanH1316 zijn.Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.
KJVYe shall eat3the flesh1of the mighty,2and drink7the blood4of the princes5of the earth,6of rams,8of lambs,9and of goats,10of bullocks,11all of them fatlings12of Bashan.
19En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En gij zult het vetteH2459etenH398 tot verzadigingH7654 toe, en bloedH1818drinkenH8354 tot dronkenschapH7943 toe; van Mijn slachtofferH2077, datH834 Ik voor u geslachtH2076 heb.En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.
KJVAnd ye shall eat1fat2till ye be full,3and drink4blood5till ye be drunken,6of my sacrifice7which I have sacrificed
1וַאֲכַלְתֶּםH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2חֵ֣לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow3לְשָׂבְעָ֔הH7654verzadiging, verzadigd, verzadigen(to have) enough, [idiom] till...be full, (un-) satiable, satisfy, [idiom] sufficiently4וּשְׁתִ֥יתֶםH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)5דָּ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6לְשִׁכָּר֑וֹןH7943dronkenschap(be) drunken(-ness)7מִזִּבְחִ֖יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9זָבַ֥חְתִּיH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay10לָכֶֽם
20En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rij paarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En gij zult verzadigdH7646 worden aanH5921 Mijn tafelH7979 van rij paardenH5483 en wagenH7393 paarden, van heldenH1368 en alleH3605krijgsliedenH376, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rij paarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.
KJVThus ye shall be filled1at my table3with horses4and chariots,5with mighty men,6and with all men8of war,9saith10the Lord11GOD.
1וּשְׂבַעְתֶּ֤םH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3שֻׁלְחָנִי֙H7979tafel, tafelen, tafelstable4ס֣וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)5וָרֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon6גִּבּ֖וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man7וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9מִלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)10נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith11אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord12יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
21En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En Ik zal Mijn eerH3519zettenH5414 onder de heidenenH1471; en alleH3605heidenenH1471 zullen Mijn oordeelH4941zienH7200, datH834 Ik gedaanH6213 heb, en Mijn handH3027, dieH834 Ik aan hen gelegdH7760 heb.En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.
KJVAnd I will set1my glory3among the heathen,4and all the heathen7shall see5my judgment9that I have executed,11and my hand13that I have laid
1וְנָתַתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כְּבוֹדִ֖יH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)4בַּגּוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְרָא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִשְׁפָּטִי֙H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יָדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15שַׂ֥מְתִּיH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work16בָהֶֽם
22En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En die van het huisH1004IsraelsH3478 zullen wetenH3045, dat IkH589, de HEEREH3068, hunlieder GodH430 ben, vanH4480dienH1931dagH3117 af en voortaanH1973.En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.
KJVSo the house2of Israel3shall know1that I am the LORD6their God7from that day9and forward.
1וְיָֽדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹֽהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11וָהָֽלְאָהH1973voortaan, verre weg, geneback, beyond, (hence,-) forward, hitherto, thence, forth, yonder
23En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En de heidenenH1471 zullen wetenH3045, dat dieH834 van het huisH1004IsraelsH3478gevankelijkH1540 zijn weggevoerd om hun ongerechtigheidH5771, omdatH3588 zij tegenH5921 Mij hadden overtredenH4603, en dat Ik Mijn aangezichtH6440 voor hen verborgenH5641 heb, en heb ze overgegevenH5414 in de handH3027 hunner wederpartijdersH6862, zodat zij altemaal door het zwaardH2719gevallenH5307 zijn;En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;
KJVAnd the heathen2shall know1that the house6of Israel7went into captivity5for their iniquity:4because they trespassed10against me, therefore hid12I my face13from them, and gave15them into the hand16of their enemies:17so fell18they all by the sword.
1וְיָדְע֣וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2הַ֠גּוֹיִםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4בַעֲוֺנָ֞םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5גָּל֣וּH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover6בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10מָֽעֲלוּH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)11בִ֔י12וָאַסְתִּ֥רH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely13פָּנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14מֵהֶ֑ם15וָֽאֶתְּנֵם֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17צָרֵיהֶ֔םH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble18וַיִּפְּל֥וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down19בַחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool20כֻּלָּֽםH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
24Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Naar hun onreinigheidH2932 en naar hun overtredingenH6588 heb Ik met hen gehandeldH6213, en Ik heb Mijn aangezichtH6440 voor hen verborgenH5641.Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.
KJVAccording to their uncleanness1and according to their transgressions2have I done3unto them, and hid5my face
1כְּטֻמְאָתָ֥םH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)2וּכְפִשְׁעֵיהֶ֖םH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass3עָשִׂ֣יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5וָאַסְתִּ֥רH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely6פָּנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7מֵהֶֽם
25Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25DaaromH3651 zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: NuH6258 zal Ik JakobsH3290gevangenenH7622wederbrengenH7725, en zal Mij ontfermenH7355 over het ganseH3605huisH1004IsraelsH3478, en Ik zal ijverenH7065 over Mijn heiligenH6944NaamH8034;Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Now will I bring again7the captivity9of Jacob,10and have mercy11upon the whole house13of Israel,14and will be jealous15for my holy17name;
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas7אָשִׁיב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שְׁב֣וּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)10יַֽעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob11וְרִֽחַמְתִּ֖יH7355ontfermen, ontferme, Ontfermerhave compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15וְקִנֵּאתִ֖יH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)16לְשֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report17קָדְשִֽׁיH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
26Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Als zij hun schandeH3639 zullen gedragenH5375 hebben, en alH3605 hun overtredingH4604, met dewelkeH834 zij tegenH5921 Mij hebben overtredenH4603, toen zij in hun landH127zekerH983woondenH3427, en er niemandH369 was, die hen verschrikteH2729.Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.
KJVAfter that they have borne1their shame,3and all their trespasses6whereby they have trespassed8against me, when they dwelt10safely13in their land,12and none made them afraid.
1וְנָשׂוּ֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כְּלִמָּתָ֔םH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מַעֲלָ֖םH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8מָעֲלוּH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)9בִ֑י10בְּשִׁבְתָּ֧םH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אַדְמָתָ֛םH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land13לָבֶ֖טַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely14וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15מַחֲרִֽידH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble
27Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Als Ik hen zal hebben wedergebrachtH7725uitH4480 de volkenH5971, en hen vergaderdH6908 zal hebben uit de landenH776 hunner vijandenH341, en Ik aan hen geheiligdH6942 zal zijn voor de ogenH5869 van veleH7227heidenenH1471;Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;
KJVWhen I have brought them again1from the people,4and gathered5them out of their enemies'8lands,7and am sanctified9in them in the sight11of many13nations;
1בְּשׁוֹבְבִ֤יH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָ֣עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וְקִבַּצְתִּ֣יH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up6אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֵֽאַרְצ֖וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֹֽיְבֵיהֶ֑םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe9וְנִקְדַּ֣שְׁתִּיH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly10בָ֔ם11לְעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12הַגּוֹיִ֥םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people13רַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
28Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Dan zullen zij wetenH3045, datH3588IkH589, de HEEREH3068, hunlieder GodH430 ben, dewijl Ik ze gevankelijkH1540 heb doen wegvoeren onder de heidenenH1471, maar heb ze weder verzameldH3664 in hun landH127, en heb aldaarH8033 niemand van hen meerH5750overgelatenH3498.Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.
KJVThen shall they know1that I am the LORD4their God,5which caused them to be led into captivity6among the heathen:9but I have gathered10them unto their own land,12and have left
1וְיָדְע֗וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹ֣הֵיהֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6בְּהַגְלוֹתִ֤יH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover7אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10וְכִנַּסְתִּ֖יםH3664vergaderen, vergadert, bijeenbrengengather (together), heap up, wrap self11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אַדְמָתָ֑םH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land13וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אוֹתִ֥ירH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest15ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)16מֵהֶ֖ם17שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
29En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En Ik zal Mijn aangezichtH6440 voor hen nietH3808meerH5750verbergenH5641, wanneer Ik Mijn GeestH7307overH5921 het huisH1004IsraelsH3478 zal hebben uitgegotenH8210, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.
KJVNeither will I hide2my face4any more from them: for I have poured out7my spirit9upon the house11of Israel,12saith13the Lord14GOD.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אַסְתִּ֥ירH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely3ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)4פָּנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5מֵהֶ֑ם6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7שָׁפַ֤כְתִּיH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9רוּחִי֙H7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith14אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord15יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 39:1— Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!Ezechiël 38:2→Ezechiël 35:3→Nahum 2:13→Nahum 3:5→
Ezechiël 39:2— En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels.Ezechiël 38:15→Psalmen 40:14→Daniël 11:40→Psalmen 68:2→Jesaja 37:29→
Ezechiël 39:3— Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.Psalmen 76:3→Hosea 1:5→Jeremia 21:4→Psalmen 46:9→Ezechiël 20:21→
Ezechiël 39:4— Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.Ezechiël 33:27→Ezechiël 39:17→Ezechiël 32:4→Ezechiël 38:21→Jesaja 34:2→Ezechiël 29:5→Openbaring 19:17→Jeremia 15:3→
Ezechiël 39:5— Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.Jeremia 22:19→Ezechiël 29:5→Jeremia 8:2→Ezechiël 32:4→
Ezechiël 39:6— En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 30:8→Jeremia 25:22→Ezechiël 30:16→Amos 1:4→Psalmen 72:10→Nahum 1:6→Jesaja 66:19→Amos 1:10→
Ezechiël 39:7— En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.Ezechiël 38:23→Ezechiël 38:16→Exodus 20:7→Ezechiël 20:39→Jesaja 12:6→Ezechiël 36:20→Ezechiël 36:23→Jesaja 60:9→
Ezechiël 39:8— Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.Ezechiël 38:17→Ezechiël 7:2→Openbaring 16:17→2 Petrus 3:8→Openbaring 21:6→Jesaja 33:10→
Ezechiël 39:9— En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;Psalmen 46:9→Maleachi 1:5→Jozua 11:6→Jesaja 66:24→Zacharia 9:10→Psalmen 111:2→Ezechiël 39:10→
Ezechiël 39:10— Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.Jesaja 33:1→Jesaja 14:2→Micha 5:8→Exodus 12:36→Exodus 3:22→Habakuk 3:8→Habakuk 2:8→Mattheüs 7:2→
Ezechiël 39:11— En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.Ezechiël 47:18→Lukas 5:1→Johannes 6:1→Ezechiël 38:2→Numeri 34:11→Numeri 11:34→
Ezechiël 39:12— Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.Deuteronomium 21:23→Ezechiël 39:14→Ezechiël 39:16→Numeri 19:16→
Ezechiël 39:13— Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 28:22→Sefanja 3:19→Jeremia 33:9→1 Petrus 1:7→Psalmen 126:2→Psalmen 149:6→Deuteronomium 26:19→Ezechiël 39:21→
Ezechiël 39:14— Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.Ezechiël 39:12→Numeri 19:11→
Ezechiël 39:15— En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.Lukas 11:44→
Ezechiël 39:17— Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israels, en eet vlees, en drink bloed.Sefanja 1:7→Ezechiël 39:4→Jeremia 12:9→Jesaja 56:9→Openbaring 19:17→Jesaja 34:6→Jeremia 46:10→1 Samuël 17:46→
Ezechiël 39:18— Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.Psalmen 22:12→Jeremia 51:40→Ezechiël 29:5→Amos 4:1→Jeremia 50:27→Jeremia 50:11→Openbaring 19:17→Ezechiël 34:8→
Ezechiël 39:20— En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rij paarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.Openbaring 19:18→Hagai 2:22→Ezechiël 38:4→Psalmen 76:5→
Ezechiël 39:21— En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.Exodus 9:16→Ezechiël 36:23→Jesaja 37:20→Ezechiël 38:23→Ezechiël 38:16→Exodus 7:4→1 Samuël 5:7→Exodus 14:4→
Ezechiël 39:22— En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.Ezechiël 39:28→Jeremia 24:7→Johannes 17:3→1 Johannes 5:20→Ezechiël 39:7→Jeremia 31:34→Psalmen 9:16→Ezechiël 34:30→
Ezechiël 39:23— En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;Jesaja 1:15→Jesaja 59:2→Jeremia 22:8→Leviticus 26:25→Ezechiël 39:29→Ezechiël 36:18→Richteren 3:8→Deuteronomium 32:30→
Ezechiël 39:24— Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.Jeremia 2:17→Ezechiël 36:19→Jeremia 2:19→Jeremia 4:18→Jeremia 5:25→Jesaja 1:20→Daniël 9:5→2 Koningen 17:7→
Ezechiël 39:25— Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;Jesaja 27:12→Ezechiël 34:13→Ezechiël 37:21→Jeremia 30:18→Jeremia 30:3→Ezechiël 20:40→Hosea 1:11→Jeremia 31:1→
Ezechiël 39:26— Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.Micha 4:4→1 Koningen 4:25→Ezechiël 16:63→Daniël 9:16→Leviticus 26:5→Ezechiël 32:25→Ezechiël 34:27→Ezechiël 16:57→
Ezechiël 39:27— Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;Ezechiël 36:23→Ezechiël 38:16→Ezechiël 38:23→Ezechiël 37:21→Ezechiël 28:25→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:13→Ezechiël 39:25→
Ezechiël 39:28— Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.Ezechiël 39:22→Deuteronomium 30:3→Jesaja 27:12→Hosea 2:20→Ezechiël 34:30→Nehemia 1:8→Amos 9:9→Romeinen 11:1→
Ezechiël 39:29— En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.Joël 2:28→Jesaja 32:15→Ezechiël 36:25→1 Johannes 3:24→Jesaja 45:17→Handelingen 2:17→Zacharia 12:10→Jesaja 54:8→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 39 vers 1— Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!
wil aan u, o Gog,
Zie boven Ezech. 38:2-3 .
Hertaald:wil aan u, o Gog,
Zie hierboven Ezech. 38:2-3.
Ezechiël 39 vers 2— En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels.
omwenden,
Gelijk boven Ezech. 38:4 .
Hertaald:omwenden,
Zoals hierboven Ezech. 38:4.
zeshaak in u slaan,
Hebreeuws eigenlijk alsof men zeide: Ik zal u zessen, dat verscheidenlijk wordt overgezet. Hetgeen hier in den tekst gesteld is, is genomen uit vergelijking met Ezech. 38:4 ; waar God zeide: Ik zal u omwenden en haken in uwe kaken, of kieuwen doen. Waarop Hij hier schijnt te willen zeggen: Ik zal u als met zes haken, of een zeshakigen haak, alzo vasthouden, voeren en omleiden naar mijnen wil, dat gij mij niet zult ontkomen, of buiten den cirkel mijner regering springen, maar uwe straf ontvangen ter plaatse, waarheen Ik u, als een veroordeelden misdadiger, zal voeren; gelijk men bij de heidenen wel gewoon was den misdadiger met een ingeslagen haak te voeren of voort te trekken. Sommigen vertalen het: Ik zal u zesvoudig straffen, te weten met de zes plagen, die Ezech. 38:22 verhaald zijn. Anders: Ik zal maar het zesde deel van u, of een deel van zessen overlaten, of, bij zessen slaan; of, Ik zal u zo behandelen, gelijk men den zesden [idem, tienden, twintigsten, enz.] van de gevangenis in den oorlog wel placht te doen, dat is, doden, enz.
Hertaald:zeshaak in u slaan,
In het Hebreeuws staat het eigenlijk alsof men zei: Ik zal u zessen, wat op verschillende manieren vertaald wordt. Wat hier in de tekst staat, is ontleend aan de vergelijking met Ezech. 38:4, waar God zei: Ik zal u omwenden en haken in uw kaken of kieuwen slaan. Daarbij lijkt Hij hier te willen zeggen: Ik zal u als met zes haken, of met een zeshakige haak, zo vasthouden, voeren en rondleiden naar Mijn wil, dat u Mij niet zult ontkomen of buiten de kring van Mijn bestuur zult springen, maar uw straf zult ontvangen op de plaats waarheen Ik u als een veroordeelde misdadiger zal voeren — zoals men bij de heidenen een misdadiger wel met een ingeslagen haak voortsleepte. Sommigen vertalen het: Ik zal u zesvoudig straffen, namelijk met de zes plagen die in Ezech. 38:22 genoemd zijn. Anders: Ik zal maar het zesde deel van u overlaten, of één op de zes; of: bij zessen slaan; of: Ik zal u behandelen zoals men in de oorlog wel met de zesde (of de tiende, de twintigste, enzovoort) van de gevangenen placht te doen, dat is: doden, enzovoort.
Ezechiël 39 vers 3— Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.
boog uit uw linkerhand slaan,
Dat is, Ik zal u alle krijgsmacht en moed benemen, uwe wapenen verijdelen, of u als ontwapenen, en alzo voor uwen vijand vellen.
Hertaald:boog uit uw linkerhand slaan,
Dat is: Ik zal u alle krijgsmacht en moed ontnemen, uw wapens krachteloos maken of u als het ware ontwapenen, en u zo voor uw vijand neervellen.
Ezechiël 39 vers 4— Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.
vallen,
Of, liggen, gelijk elders.
Hertaald:vallen,
Of: liggen, zoals elders.
roofvogelen,
Hebreeuws, roofvogel.
Hertaald:roofvogelen,
Hebreeuws: roofvogel.
allen vleugel,
Dat is, allerlei, gelijk onder vs.17.
Hertaald:allen vleugel,
Dat is: allerlei, zoals hieronder vers 17.
Ezechiël 39 vers 5— Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
open veld zult gij vallen;
Hebreeuws, aangezicht des velds.
Hertaald:open veld zult gij vallen;
Hebreeuws: het aangezicht van het veld.
Ezechiël 39 vers 6— En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
vuur zenden in Magog,
Van den oorlog, de plagen en ellenden, voortkomende uit het vuur van mijn toorn, boven Ezech. 38:18-19 . Zie Am. 1:4 , enz.
Hertaald:vuur zenden in Magog,
Namelijk het vuur van de oorlog, de plagen en de ellenden die voortkomen uit het vuur van Mijn toorn, hierboven Ezech. 38:18-19. Zie Amos 1:4, enzovoort.
eilanden zeker wonen;
Zie Ps. 72:10 .
Hertaald:eilanden zeker wonen;
Zie Ps. 72:10.
Ezechiël 39 vers 7— En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.
heiligen Naam
Hebreeuws, naam mijner heiligheid, alzo in het volgende, dat is, mijzelven met mijne macht, gerechtigheid, goedheid, heerlijkheid, enz.
Hertaald:heiligen Naam
Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid, zo ook in het vervolg; dat is: Mijzelf met Mijn macht, gerechtigheid, goedheid, heerlijkheid, enzovoort.
Ezechiël 39 vers 8— Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.
het komt en zal geschieden,
Zekerlijk, zonder feil, zal dit alles vervuld worden.
Hertaald:het komt en zal geschieden,
Namelijk: dit alles zal zeker en zonder mankeren vervuld worden.
Ezechiël 39 vers 9— En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;
uitgaan,
Om den buit der verslagenen te verzamelen.
Hertaald:uitgaan,
Namelijk om de buit van de verslagenen te verzamelen.
vuur stoken en branden
Dit is hier ingevoegd uit het volgende, en men moet dit lange branden en vuur stoken, alsook de volgende grote ruimte van de plaats der begrafenis voor Gog en zijn hoop, idem de moeite en langen tijd van het begraven, nemen als een figuurlijke afmaling van de grootheid en verschrikkelijkheid der nederlaag.
Hertaald:vuur stoken en branden
Dit is hier ingevoegd uit het vervolg. Men moet dit lange stoken en branden, evenals de grote omvang van de begraafplaats voor Gog en zijn menigte en de moeite en de lange duur van het begraven, opvatten als een beeldende schildering van de grootte en de verschrikkelijkheid van de nederlaag.
schilden als rondassen,
Hebreeuws, schild, rondas, enz. in het getal van een.
Hertaald:schilden als rondassen,
Hebreeuws: schild, rondas, enzovoort, in het enkelvoud.
handstokken als van spiesen;
Of, slangen.
Hertaald:handstokken als van spiesen;
Of: slangen.
Ezechiël 39 vers 11— En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.
dal der doorgangers
Van deze plaats wordt nergens meer in de Heilige Schrift vermeld. Eenigen menen dat de naam aan deze plaats gegeven is van de doorgangers, onder vs.14,15, of het kan ene vallei geweest zijn, waar de gewone pas was langs de zee Cinnereth, of Gennesareth, naar Syrië, enz., in het noordoosten; of bij de Dode zee naar Egypte, Arabië, enz. in het zuidoosten van Kanaän. De lezer kan hiermede vergelijken Joël 2:20 . Sommigen verstaan de laagten in Gilead in het oosten over de Jordaan, waar de kooplieden veel doorreisden en handelden; zie Gen. 37:25 .
Hertaald:dal der doorgangers
Over deze plaats wordt nergens anders in de Heilige Schrift gesproken. Sommigen menen dat de naam aan deze plaats ontleend is aan de doorgangers uit vers 14 en 15. Of het kan een dal geweest zijn waar de gewone doorgang lag langs het meer Kinnereth of Gennesaret naar Syrië enzovoort in het noordoosten, of bij de Dode Zee naar Egypte, Arabië enzovoort in het zuidoosten van Kanaän. De lezer kan hiermee Joël 2:20 vergelijken. Sommigen verstaan er de laagten in Gilead onder, ten oosten van de Jordaan, waar de kooplieden veel doorheen reisden en handel dreven; zie Gen. 37:25.
Neus] stoppen;
Neus en mond, vanwege den stank of sterken reuk; vergelijk Joël 2:20 . Anders, [dan pas, of het gezicht] stoppen, sluiten, vanwege de menigte der doden; of [gelijk sommigen] den mond stoppen, zodat zij Israël niet meer in het doorgaan zouden bespotten.
Hertaald:Neus] stoppen;
Namelijk neus en mond, vanwege de stank of de sterke lucht; vergelijk Joël 2:20. Anders: de doorgang of het zicht versperren, vanwege de menigte van doden; of, zoals sommigen menen: de mond stoppen, zodat zij Israël bij het doortrekken niet meer zouden bespotten.
Het dal van Gogs menigte
Hebreeuws, Ge Hamon Gog.
Hertaald:Het dal van Gogs menigte
Hebreeuws: Ge Hamon Gog.
Ezechiël 39 vers 12— Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.
zal hen begraven,
Hebreeuws, zullen zij.
Hertaald:zal hen begraven,
Hebreeuws: zullen zij.
reinigen,
Van de dode lichamen, die naar de wet der ceremoniën de aarde verontreinigden en daarom begraven moesten worden. Zie Deut. 21:23 .
Hertaald:reinigen,
Namelijk van de dode lichamen, die naar de ceremoniële wet de aarde verontreinigden en daarom begraven moesten worden. Zie Deut. 21:23.
Ezechiël 39 vers 13— Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.
zal begraven,
Hebreeuws, zullen.
Hertaald:zal begraven,
Hebreeuws: zullen.
naam zijn,
Dat is, roem en eer. Vergelijk boven Ezech. 34:29 , en de aantekening aldaar.
Hertaald:naam zijn,
Dat is: tot roem en eer. Vergelijk hierboven Ezech. 34:29 en de aantekening daar.
verheerlijkt zijn,
Of, mij zal verheerlijkt hebben; te weten door mijn oordeel over deze vijanden mijner kerk.
Hertaald:verheerlijkt zijn,
Of: Mij verheerlijkt zal hebben, namelijk door Mijn oordeel over deze vijanden van Mijn kerk.
Ezechiël 39 vers 14— Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.
mannen
Hebreeuws, mannen, of lieden der gestadigheid, of gedurigheid; dat is, die steeds rondom in het land trekken, om orde te stellen op de begraving van allen, die hier of daar mogen zijn overgebleven, na de algemene begrafenis der zeven maanden, gelijk volgt.
Hertaald:mannen
Hebreeuws: mannen of lieden van de bestendigheid of gedurigheid; dat is: die voortdurend rondtrekken in het land om orde te stellen op de begrafenis van allen die hier of daar overgebleven mochten zijn na de algemene begrafenis van de zeven maanden, zoals volgt.
uitscheiden,
Want zij waren naar de wet onrein, die met doden te doen hadden; Num. 19:11 , enz.
Hertaald:uitscheiden,
Want zij die met doden te maken hadden waren volgens de wet onrein; Num. 19:11, enzovoort.
aardbodem zijn overgelaten,
Anders: die met de doorgangers begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten; verstaande dat zij ook den reizenden man daartoe mede zouden gebruiken, bij gelegenheid.
Hertaald:aardbodem zijn overgelaten,
Anders: die samen met de doorgangers hen begraven die op de aardbodem zijn overgebleven, waarbij men dus verstaat dat zij ook de reiziger daar bij gelegenheid voor zouden gebruiken.
Ezechiël 39 vers 15— En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.
Iemand] een mensenbeen ziet,
Hebreeuws, en hij ziet; dat is, [in zulke samenvoeging van woorden] als iemand, of een van hen ziet, enz. Anders: en de doorgangers, die door het land doorgaan, als iemand van hen, enz., zo zal hij, enz.
Hertaald:Iemand] een mensenbeen ziet,
Hebreeuws: en hij ziet; dat is bij zo'n woordverbinding: wanneer iemand, of een van hen, ziet, enzovoort. Anders: en de doorgangers die door het land trekken — wanneer iemand van hen, enzovoort, dan zal hij, enzovoort.
oprichten;
Hebreeuws, bouwen; opdat de doodgravers dat ziende, het voorzegde been mogen begraven.
Hertaald:oprichten;
Hebreeuws: bouwen; opdat de doodgravers dat zouden zien en het genoemde been zouden kunnen begraven.
Ezechiël 39 vers 16— Ook zo zal de naam der stad Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.
stad
Die in of aan dat dal zal gelegen zijn, waarin de begravers, gedurende dien tijd, bijeenkwamen. Anders: de stad [Jeruzalem] zal een naam [hebben] van de menigte; te weten van deze verslagenen.
Hertaald:stad
Namelijk een stad die in of bij dat dal zal liggen, waarin de begravers in die tijd bijeenkwamen. Anders: de stad Jeruzalem zal een naam hebben van de menigte, namelijk van deze verslagenen.
Hamóna zijn
Dat is, menigte, gelijk boven vs.11.
Hertaald:Hamóna zijn
Dat is: menigte, zoals hierboven vers 11.
Ezechiël 39 vers 17— Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israels, en eet vlees, en drink bloed.
allen vleugel,
Dat is, allerlei; gelijk boven vs.4. Dit dient al wijder tot afbeelding van deze grote nederlaag. Vergelijk boven vs.9, en voorts Jes. 18:6 ; Jer. 12:9 , enz.
Hertaald:allen vleugel,
Dat is: allerlei, zoals hierboven vers 4. Dit dient opnieuw ter afbeelding van deze grote nederlaag. Vergelijk hierboven vers 9, en verder Jes. 18:6; Jer. 12:9, enzovoort.
slachtoffer,
Zie Jes. 34:6 ; Jer. 46:10 ; Sef. 1:7-8 , met de aantekening, en van het Hebreeuwse woord, Gen. 31:54 . Of, slachtmaal, slachtmaaltijd, uit Openb. 19:17 , en hier, onder vs.20.
Hertaald:slachtoffer,
Zie Jes. 34:6; Jer. 46:10; Zef. 1:7-8 met de aantekening, en over het Hebreeuwse woord Gen. 31:54. Of: slachtmaal, slachtmaaltijd, uit Openb. 19:17 en hier hieronder vers 20.
Ezechiël 39 vers 18— Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.
der rammen,
Dat is, uitgelezenste van allerlei staat of rang, die tegen Gods volk gestreden hebben; vergelijk Jes. 34:6 .
Hertaald:der rammen,
Dat is: de uitgelezensten van elke stand of rang die tegen Gods volk gestreden hebben; vergelijk Jes. 34:6.
gemesten van Basan zijn
Of, vetaards; dat is, gelijk vette gemeste beesten van Basan. Vergelijk Ps. 22:13 , met de aantekening.
Hertaald:gemesten van Basan zijn
Of: vetgemesten; dat is: als vette gemeste dieren van Basan. Vergelijk Ps. 22:13 met de aantekening.
Ezechiël 39 vers 20— En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rij paarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.
Hertaald:Wagen- paarden,
Eveneens: muildieren, ezels, enzovoort. Vergelijk de aantekening bij 2 Sam. 8:4.
alle krijgslieden,
Dat is, allerlei, of alle deze, o vele dappere mannen van oorlog. Hebreeuws, heldkrijgsman.
Hertaald:alle krijgslieden,
Dat is: allerlei, of: al deze vele dappere mannen van oorlog. Hebreeuws: heldenkrijgsman.
Ezechiël 39 vers 21— En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.
zetten onder de heidenen;
Dat is, klaarlijk doen blijken. Hebreeuws eigenlijk, geven; doch het Hebreeuwse woord wordt alzo naar gelegenheid van zaken verscheidenlijk gebruikt. Zie wijders vs.23.
Hertaald:zetten onder de heidenen;
Dat is: duidelijk doen blijken. Hebreeuws eigenlijk: geven; maar het Hebreeuwse woord wordt naargelang de zaak op verschillende manieren gebruikt. Zie verder vers 23.
aan hen gelegd heb
Mits hen [de vijanden] te doden. Zie Gen. 37:22 . Of, mijne plagen, die Ik hun heb aangedaan. Zie Job 13:21 .
Hertaald:aan hen gelegd heb
Namelijk doordat Ik hen, de vijanden, dood. Zie Gen. 37:22. Of: Mijn plagen, die Ik hun heb aangedaan. Zie Job 13:21.
Ezechiël 39 vers 22— En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.
die van het huis Israëls
Hebreeuws, het huis van Israël zullen, enz., alzo in het volgende.
Hertaald:die van het huis Israëls
Hebreeuws: het huis van Israël zullen, enzovoort; zo ook in het vervolg.
Ezechiël 39 vers 23— En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;
om hun ongerechtigheid,
Hetwelk bij de heidenen zal strekken tot mijne eer, dewijl Ik door de rechtvaardige straf van mijn volk mijne heiligheid en gerechtigheid bewezen heb, gelijk daarna mijne waarheid en trouw door hun genadige verlossing.
Hertaald:om hun ongerechtigheid,
Dat zal bij de heidenen tot Mijn eer strekken, omdat Ik door de rechtvaardige straf van Mijn volk Mijn heiligheid en gerechtigheid bewezen heb, zoals daarna Mijn waarheid en trouw door hun genadige verlossing.
verborgen heb,
Zie Deut. 31:17 .
Hertaald:verborgen heb,
Zie Deut. 31:17.
altemaal
Een grote menigte, in alle omstreken des lands, van allerlei stand of rang.
Hertaald:altemaal
Namelijk een grote menigte, in alle streken van het land, van elke stand of rang.
Ezechiël 39 vers 25— Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;
Nu zal Ik Jakobs
Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3 .
Hertaald:Nu zal Ik Jakobs
Dat is: heel spoedig. Zie Hos. 10:3.
Hertaald:heiligen Naam;
Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid.
Ezechiël 39 vers 26— Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.
overtreding,
Dat is, derzelver straf; vergelijk Lev. 5:1 , enz.
Hertaald:overtreding,
Dat is: de straf daarop; vergelijk Lev. 5:1, enzovoort.
zeker woonden,
Toen het hun welging, bij goede dagen, als het hun betaamde dankbaar jegens mij te zijn.
Hertaald:zeker woonden,
Namelijk toen het hun goed ging, in goede dagen, toen het hun betaamd zou hebben Mij dankbaar te zijn.
Ezechiël 39 vers 27— Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;
geheiligd zal zijn
Gelijk boven Ezech. 38:16 .
Hertaald:geheiligd zal zijn
Zoals hierboven Ezech. 38:16.
Ezechiël 39 vers 28— Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.
overgelaten
Niet een van de mijnen, van mijn uitverkoren volk, heb Ik onverlost gelaten of vergeten en overgezien, maar hun allen tezamen, en een iegelijk in het bijzonder, getrouwelijk mijn heil bewezen.
Hertaald:overgelaten
Namelijk: niet één van de Mijnen, van Mijn uitverkoren volk, heb Ik onverlost gelaten, vergeten of over het hoofd gezien, maar Ik heb hun allen samen, en ieder van hen in het bijzonder, trouw Mijn heil bewezen.
Ezechiël 39 vers 29— En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.
wanneer Ik
Of, want, of omdat Ik mijnen Geest zal hebben uitgegoten, enz.
Hertaald:wanneer Ik
Of: want, of: omdat Ik Mijn Geest zal hebben uitgegoten, enzovoort.
Geest
Zie Joël 2:28 ; Hand. 2:17 , waaruit blijkt dat deze en andere dergelijke genadebeloften zien op de algemene kerk van Jezus Christus; gelijk de straffen der vijanden van het Oude en Nieuwe Testament door elkander in de profetische Schriften gesprengd en gemengd worden, alzo ook de beloften, aan beide kerken gedaan. En gelijk de vijanden van het Oude en Nieuwe Testament een lichaam uitmaken, alzo maken ook de gelovigen of de kerken van beiden een lichaam, en behoren tot een schaapstal, [niettegenstaande de verscheidenheid der bediening, enz.] waarvan het Hoofd en de Herder is de Heere Christus, de ware Messias. Zie Joh. 10:16 ; Rom. 4:16-17 , Rom. 4:23-24 ; Ef. 2:12-13 , Ef. 2:19 , enz.
Hertaald:Geest
Zie Joël 2:28; Hand. 2:17, waaruit blijkt dat deze en andere soortgelijke genadebeloften zien op de algemene kerk van Jezus Christus. Zoals de straffen van de vijanden van het Oude en het Nieuwe Testament in de profetische Schriften door elkaar gestrooid en gemengd worden, zo ook de beloften die aan beide kerken gedaan zijn. En zoals de vijanden van het Oude en het Nieuwe Testament één lichaam vormen, zo vormen ook de gelovigen of de kerken van beide één lichaam en behoren zij tot één schaapskooi, ondanks het verschil in bediening enzovoort, waarvan het Hoofd en de Herder de Heere Christus is, de ware Messias. Zie Joh. 10:16; Rom. 4:16-17, Rom. 4:23-24; Ef. 2:12-13, Ef. 2:19, enzovoort.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gog — berg (onzeker)
De hoofdvorst van het land Magog, Mesech en Tubal, tegen wie Ezechiël moest profeteren. In de laatste dagen zal Gog met een groot leger uit het noorden tegen het rustig wonende Israël optrekken, maar de HEERE zal hem daar door pestilentie, bloed, hagel en vuur oordelen en Zich zo voor de volken heiligen (Ez. 38-39); in het boek Openbaring wordt de naam Gog (met Magog) opnieuw gebruikt als aanduiding van de laatste vijanden van Gods volk (Openb. 20:8).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het reinigen van het land — wat er na de overwinning nog te doen staat (Ezech. 39:11-20)
Na de nederlaag van de aanvaller blijft er werk over: "Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang" (Ezech. 39:12). Er worden mannen aangewezen die het land blijven doorgaan, "en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven" (Ezech. 39:15). Het slot van het vers vat het samen: "Alzo zullen zij het land reinigen" (Ezech. 39:16). Daarvóór staat een hard beeld: de vogels en het gedierte worden geroepen tot een maaltijd van wat er op de bergen ligt (Ezech. 39:17-20). Het register geeft dat weer zoals het er staat en werkt het niet uit.
Bijbelse betekenis: Merk op wat er na de overwinning overblijft. Niet een feest maar een reiniging, en die duurt zeven maanden. In de wet maakt een dode of een enkel gebeente onrein (Num. 19:16); zolang die er liggen, is het land niet schoon. Een gewonnen slag is dus nog geen herstelde toestand. Let vervolgens op de zorgvuldigheid van Ezech. 39:15. Eén mensenbeen is genoeg om er een merkteken bij te zetten; er wordt niets overgeslagen omdat het klein is. Let ten slotte op wie het werk doet. Het is het volk zelf dat begraaft, en het duurt lang. Wat God gedaan heeft, laat een land achter waaraan nog maandenlang gewerkt moet worden.
Typologie: Het beeld van de geroepen vogels keert in het laatste boek terug, waar een engel hen tot dezelfde maaltijd roept (Op. 19:17-18). Het register noemt dat en legt de verhouding tussen beide plaatsen niet vast.
Ezech. 39:11-20; Num. 19:16; Op. 19:17-18
Het verbergen van Gods aangezicht — hoe de ballingschap achteraf verklaard wordt, en waarmee het verbergen eindigt (Ezech. 39:21-29)
"En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb" (Ezech. 39:23). Het vers erna zegt het nog eens in het kort: "Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen" (Ezech. 39:24). Daartegenover staat het slot van het hoofdstuk: "En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten" (Ezech. 39:29).
Bijbelse betekenis: Merk op wie hier iets leert. De heidenen zullen weten waarom dit volk weggevoerd werd. De misvatting dat het aan Gods onmacht lag, is eerder in het boek genoemd (reeds behandeld bij Ezech. 36:20); hier wordt zij weggenomen. Let vervolgens op de uitdrukking zelf. Het verbergen van Gods aangezicht is Zijn eigen daad en wordt ook zo genoemd. De Schrift laat die woorden ook in de mond van de gelovige toe: de psalmdichter zegt dat hij verschrikt werd toen God Zijn aangezicht verborg (Ps. 30:8), en Jesaja zegt dat hij Hem verwacht Die Zijn aangezicht verbergt (Jes. 8:17). Er staat bij dat het niet blijvend is: het gebeurde "in een kleinen toorn" en voor een ogenblik (Jes. 54:8). Let ten slotte op de vorm van het slot. Er staat niet enkel dat het verbergen ophoudt, maar waarmee dat samenhangt: met het uitgieten van Gods Geest. Het verborgen aangezicht en de gegeven Geest horen in dit vers bij elkaar.
Typologie: Petrus haalt op de Pinksterdag de profetie van de uitstorting aan: "Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees" (Hand. 2:17). Het register noemt dat en doet geen uitspraak over de verhouding tussen die dag en dit vers.
KruisverwijzingenEzechiël 38:2→Ezechiël 35:3→Nahum 2:13→Nahum 3:5→— Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!
Voorts, gij mensenkind! om het woord in Hoofdst. 38:2 vv. weer op te nemen, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal! (Hoofdst. 38:2).
KruisverwijzingenEzechiël 38:15→Psalmen 40:14→Daniël 11:40→Psalmen 68:2→Jesaja 37:29→— En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels.
En Ik zal u omwenden, en enen zeshaak in u slaan 1), en u optrekken uit de zijden van het, van het uiterste noorden, noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israëls (Hoofdst. 38:4).
In het Hebr. weschischeethika. Vulgata: Seducam te. Onze Staten-Overzetters hebben dit woord, hetwelk slechts éénmaal voorkomt, in verband gebracht met vv zes, maar ten onrechte. In verband met het Ethiopisch betekent het: Ik zal U leiden. Dit eist ook het verband van den zin. De Heere God zegt hier, dat Hij Zelf den vijand zal leiden en in het land trekken, opdat deze zal weten, dat wat hij doet, hij doet naar den bepaalden Raad Gods, en wat hij straks zal ondervinden, n. l. zijn ondergang dit ook is naar Gods Besluit.
KruisverwijzingenPsalmen 76:3→Hosea 1:5→Jeremia 21:4→Psalmen 46:9→Ezechiël 20:21→— Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.
Maar Ik zal u, die zo wel toegerust en met machtige legermassa’s komt (Hoofdst. 38:5-7) uwen boog uit uwe linkerhand, waarmee gij die houdt, slaan, en Ik zal uwe pijlen uit uwe rechterhand, welke den boog spant en de pijlen wil afschieten, doen vallen, zodat het niet eens tot een aanval op Mijn volk van uwe zijde komen zal.
KruisverwijzingenEzechiël 33:27→Ezechiël 39:17→Ezechiël 32:4→Ezechiël 38:21→Jesaja 34:2→Ezechiël 29:5→Openbaring 19:17→Jeremia 15:3→— Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.
Op de bergen Israëls zult gij vallen, gij, en al uwe benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven (vs. 17 vv. Openb. 19:17 v.).
KruisverwijzingenJeremia 22:19→Ezechiël 29:5→Jeremia 8:2→Ezechiël 32:4→— Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
Op het open veld zult gij vallen: want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
KruisverwijzingenEzechiël 30:8→Jeremia 25:22→Ezechiël 30:16→Amos 1:4→Psalmen 72:10→Nahum 1:6→Jesaja 66:19→Amos 1:10→— En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
En Ik zal een vuur zenden in Magog 1), en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben(Hoofdst. 29:6).
Hij bedoelde het land Israël te verwoesten, doch hij zal niet alleen in dit oogmerk feilen, maar ook zal zijn eigen land door vuur verwoest worden, door een of ander verterend oordeel. Merk hieraan: zij die anderer rechten aantasten, worden lelijk van hun eigen beroofd.
KruisverwijzingenEzechiël 38:23→Ezechiël 38:16→Exodus 20:7→Ezechiël 20:39→Jesaja 12:6→Ezechiël 36:20→Ezechiël 36:23→Jesaja 60:9→— En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.
En Ik zal Mijnen heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken 1), en zal Mijnen heiligen Naam niet meer laten ontheiligenonder de Heidenen; en de Heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël (Hoofdst. 38:23).
Zij, die Gods heiligen Naam recht kennen, zullen hem niet durven ontheiligen, want het is door onwetendheid van denzelven, dat de mensen Hem licht achten en Hem stoutelijk aantasten. En deze is Gods handelwijze met de mensen, dat Hij Eerst hun verstand verlicht en daardoor invloed maakt op den gehelen mens. Hij maakt eerst dat wij Zijn heiligen Naam kennen, en zo houdt Hij ons terug van dien te ontheiligen en beweegt ons, om Hem te eren. En dit is hier de gelukkige uitwerking van Gods heerlijke verschijning ten goede van Zijn volk. Dus voltooit Hij Zijn gunst, dus heiligt Hij ze, dus maakt Hij ze ware zegeningen, door dezelve onderwijst Hij Zijn volk en verbetert het. De Profeet noemt het optrekken van Gog uit het uiterste Noorden tegen de bergen van Israël, ene verlokking van den vijand door Jehova; want daar zal de weerspannige vallen en tot ene spijze worden voor de vogelen des hemels en het wild gedierte der aarde, opdat de naam des Allerhoogsten gekend en geheiligd worde. In dit hoofdstuk wordt gehandeld over die nederlaag van Gog, welke aan het duizendjarig rijk voorafgaat, zo als dan ook Openb. 19 met dit hoofdstuk van Ezechiël wezenlijk overeenkomt. De tocht van Gog geschiedt te land, toch heeft hij zijne sympathieën niet alleen voor eilanden en kusten, ja over land en zee heen (Hoofdst. 38:13). De openbaring van heiligheid in Israël echter, welke bij dezen tocht volgt, snijdt verdere ontheiliging van Jehova ten opzichte van Israël (Hoofdst 30:20) onder de Heidenen af.
KruisverwijzingenEzechiël 38:17→Ezechiël 7:2→Openbaring 16:17→2 Petrus 3:8→Openbaring 21:6→Jesaja 33:10→— Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.
Ziet, hetgeen van de nederlaag van Gog en zijn leger voorzegd is, komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik juist in die voorzegging over Gog (Hoofdst. 38:18 vv.) gesproken heb. De voorzegde gebeurtenis treedt zo levendig voor den geest van den Profeet, dat hij die voorstelt als reeds aangevangen, gelijk ook de aard des geloofs is, wat niet is zó te zien als ware het reeds. Volgens de zaak wijzen de woorden er op, dat hier niet over ene vaderlandslievende fantasie wordt gehandeld, maar over een woord van Hem, die spreekt en het is er.
KruisverwijzingenPsalmen 46:9→Maleachi 1:5→Jozua 11:6→Jesaja 66:24→Zacharia 9:10→Psalmen 111:2→Ezechiël 39:10→— En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;
En de inwoners der steden Israëls zullen uit die steden gaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken (Num. 22:27)als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren; Israël, waarvoor de Heere den vreeslijken aanval nog vreeslijker heeft afgewend, wandelt nu als het ware buiten op de gerichtsplaatsen. Die den slag bij Leipzig zag heeft een zwak afbeeldsel van Ezechiëls verheven schildering der dagen na den slag. Het woord, waarin het geloof moet leven, neemt als het ware vlees en bloed aan, om zo invloed te krijgen op de fantasie, waarin de beelden van schrik zo gaarne zich vestigen. Het zou tegen alle rede zijn, wanneer men aan de bijzonderheden, welke zo dikwijls alleen voorstellingsmiddelen zijn, werkelijke betekenis wilde geven. Om te tonen hoe vreeslijk het gericht over Gog zal zijn schildert de Profeet in drie bijzondere trekken de gehele vernietiging van zijne machtige legermenigte: 1) zal de verbranding van alle wapenen der gevallen vijanden aan de bewoners van het land Israël 7 jaren lang brandhout leveren, zodat zij niet nodig zullen hebben van het veld of uit het bos brandhout te halen (vs. 9 en 10) 2) zal God aan het leger van Gog ene grote grafplaats in een dal van Israël geven, dat daarvoor den naam “Het dal van Gog’s menigte”, even als ook ene stad in die landstreek vervolgens “Hamona”, zal genoemd worden- daarheen zullen de Israëlieten 7 maanden lang de gevallenen van Gog begraven, en na verloop van dien tijd nog door opzettelijk daartoe geroepene mannen het land doorzoeken, en de nog onbegraven geblevene doodsbeenderen opzoeken en door doodgravers laten begraven, om het land geheel te reinigen (vs. 11-16); 3) zal God van deze slachting den roofvogels en roofdieren een rijk maal bereiden; deze zullen maaltijd van de lijken houden, voordat ze begraven worden, daar dit niet dadelijk en op eens kan geschieden (vs. 17-20). De bijzondere punten in de schildering van den aard en de wijze, waarop de vijanden tot het laatste toe zullen verdelgd worden, zijn niet chronologisch maar zakelijk gerangschikt, en de gedachte, dat de verslagene vijanden den roofdieren ten buit zullen worden, is als het ergste het laatst gemeld, omdat daarin de smaadvolle ondergang zijn toppunt heeft. De zeven jaren van het verbranden der wapenen en de 7 maanden van het verbranden der lijken stellen de nederlaag voor als ene door God veroorzaakte straf, als een Godsgericht. Het is zeker een heilig werk, waaraan het volk zich geeft, waarin het zelfs aan den dag legt, hoe het een ander volk geworden is dan het oude, dat het overblijfsel in zijn midden dulde, een nieuw volk dat in strenge reinheid van wandel voor God leeft. Met dit karakter van hun handelen, van hun dagelijks werk komt ook nauwkeurig overeen de heiligheid van den tijd.
KruisverwijzingenJesaja 33:1→Jesaja 14:2→Micha 5:8→Exodus 12:36→Exodus 3:22→Habakuk 3:8→Habakuk 2:8→Mattheüs 7:2→— Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.
Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE. Wat het ook was, waardoor de vijand kon verschrikken, het heeft zijn schrik zozeer verloren, dat het alleen nog als brandhout, tot nuttig gebruik in tegenstelling tegen zijne afschrikkende en schade doende bestemming in aanmerking komt; want niet zo als anders wel na een slag de wapenen van den vijand op eens verbrand worden, is het hier, maar de bewoners van Israëls steden branden en verbranden het hout daarvan zeven jaren lang. Het ongetwijfeld symbolische van het zevental (symbool van het Goddelijk verbond) geeft tevens een licht over de overige opgaven. Alle dingen moeten dengenen, die God liefhebben, ten goede medewerken. Het vuur des Christendoms komt ten laatste over alle wapenen dezer wereld; zij smelten dan in plaats dat zij wonden. Ziet, wat menselijke wapenrusting waard is, wat van alle schilden der mensen wordt na langen of korten tijd! Laat u niet door de wereld bedekken en beschermen! merk op welk vertrouwen er in te stellen, welke vrucht daarvan te plukken, alsof het niets ware. Door de plundering der gevallen vijanden doen de Israëlieten aan hen wat zij hun wilden aandoen (Hoofdst. 38:12). Daarmee komt voor het volk Gods de rijkdom zijner vijanden ten beste (Jer. 30:16). Ook volgens Micha 4:13 moet het bekeerde Israël, gelijk eens in 2 Kron. 29:25, den rijken buit van de antichristelijke legers buit maken; de laatste moeten onbewust voor Israël vergaderen en zelfs alles naar Kanaän brengen.
KruisverwijzingenEzechiël 47:18→Lukas 5:1→Johannes 6:1→Ezechiël 38:2→Numeri 34:11→Numeri 11:34→— En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.
En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar ene grafstede in Israël zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen: en aldaar zullen zij begraven Gog en zijne ganse menigte (Jes. 34:3), en zullen het dal, waar Gog met de zijnen begraven ligt, noemen: Het dal van Gogs menigte.
KruisverwijzingenDeuteronomium 21:23→Ezechiël 39:14→Ezechiël 39:16→Numeri 19:16→— Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.
Het huis Israëls nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.
KruisverwijzingenEzechiël 28:22→Sefanja 3:19→Jeremia 33:9→1 Petrus 1:7→Psalmen 126:2→Psalmen 149:6→Deuteronomium 26:19→Ezechiël 39:21→— Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.
Ja al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot enen naam zijn, ten dage waarvan in vs. 8 gesproken is, als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE. Voortaan zullen zij voorkomen als degenen, die enen God hebben, die redt van den dood, en hen niet door de vijanden laat begraven worden, maar omgekeerd de vijanden vernietigt, zodat deze door hen moeten begraven worden.
KruisverwijzingenEzechiël 39:12→Numeri 19:11→— Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.
Ook zullen zij mannen uitscheiden of aanstellen, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om de gegraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.
KruisverwijzingenLukas 11:44→— En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.
En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een menschenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten, totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.
— Ook zo zal de naam der stad Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.
Ook zo zal de naam der stad Hamóna (volksmenigte (Hoofdst. 31:2) zijn. Alzo zullen zij het land reinigen. Gog dacht het volk Gods te begraven en zijn land zich toe te eigenen, maar het gebeurt geheel anders, hij wordt door het volk van God begraven en van het land verkrijgt hij slechts zo veel, als voor de begrafenis toereikende is. Verschillend wordt de nadere bepaling omtrent het doel der begrafenis: “dal der doorgangers ten oosten van de zee” verklaard: daar men 1) aan de Middellandse zee denkt, en nu onder het dal de landstreek van Megiddo verstaat. Dal der doorgangers kon het genoemd zijn, omdat het de oude hoofdstraat van het verkeer tussen Egypte en de voornaamste landen was, of nog meer bepaald op ons orakel doelende, omdat de verschijning van Gog en zijne legers slechts die van ene voorbijtrekkende onweerswolk (Hoofdst. 38:9 en 16) zou zijn, daar slechts hun graf bleef, dat zij in ‘t heilige land zouden vinden. Of 2) men denkt aan de Dode zee (Hoofdst. 47:18) en verstaat onder het dal der doorgangers den naam van ene straat aan het zuidoostelijk einde der Zoutzee. “Dit dal, zo merkt Schmieder op, lag aan de uiterste grenzen van het land Israëls nabij het gebergte Seïr (vgl. (Ezech. 35:2). Het herinnerde aan ene nederlaag der Edomieten door David (vgl Ps. 60:2) en aan Kedar-Laomer, die in het naburige Sodom Lot en zijne have had weggevoerd en door Abraham geslagen werd (Gen. 14). Bovendien was de Dode zee in noordwestelijke richting zich aan het Zoutdal aansluitende ene blijvende type van alle oordelen Gods. ” In zo verre volgens het slotwoord van Hoofdst. 38 door Ezechiëls voorzegging over Gog ook de onderneming van den antichristelijken tijdgeest tegen het naar huis trekkende Israël, welke wij aan het einde van deze eeuw(?) stellen, doorschemert, is de eerste verklaring in haar volle recht, zo als dan ook in Openb. 16:16 uitdrukking Harmageddon (berg van Megiddo) als plaats der nederlaag van de tegen Israël uitgezondene legers wordt genoemd. Bij de nederlaag verkrijgt onze profetie van het verbranden der wapenen, het beroven der gevallen en begraven der lijken ook hare letterlijke vervulling. Ziet men daarentegen op den persoonlijken Antichrist met zijne scharen aan het einde der 20e eeuw, die volgens vele profetische aanwijzingen tot Jeruzalem zelf doordringen zal en daar door God geoordeeld zal worden, zo is gene streek meer geschikt voor “het dal van Gogs menigte” zo als die begraafplaats verder wordt genoemd, dan de Dode zee. Voor die gebeurtenis zijn toch de schilderingen van het verbranden der wapenen en het begraven der doden meer dan symbolische uitdrukking voor geestelijke waarheden (Jes. 9:2; 34:3; 26:19. 20:4) te nemen, want op deze nederlaag volgt de oprichting van het duizendjarig rijk, na welks afloop Gog en Magog slechts op de breedte der aarde treden, en het heirleger der heiligen en de heilige stad omringen, doch er niet in mogen komen, maar dadelijk door het vuur des Heeren verteerd worden. (Openb. 20:3). Zeven maanden heeft het gehele volk meer den werk aan het begraven der vijanden. Deze tijd is echter slechts voldoende om de vijanden, die bij menigten op de hoofdplaats van de nederlaag bij elkaar liggen, te begraven; ook na het eindigen der zeven maanden gaat de arbeid voort. Men kiest nu begravers, die het gehele land doorreizen, om de lijken, of liever beenderen, welke nog verder worden gevonden, onder de aarde te brengen. Daartoe aangestelde mannen reizen het land door en met hen de doodgravers. De eerste, de eigenlijke opspoorders, tekenen de plaatsen, waar lijken of beenderen liggen, dan komen de andere en doen hun werk; zij begraven echter de lijken niet op de plaatsen, waar zij zijn gevonden, deze worden alle naar het dal van Gogs menigte overgevoerd. Het huis Israëls en het volk in het land had niet nodig te strijden; zijne vijanden vielen door Jehova, die niets dan het begraven had overgelaten. Nu zal de reiniging des lands van de lijken, de ijver daarin, het volk van het land laten voorkomen als een heilig volk en daardoor een naam doen maken. Nu reinigen zij met alle zorgvuldigheid het land, die het vroeger verontreinigden met allerlei gruwelen. Het volk erkent zich zelf nu als werkelijk van het heidendom gescheiden, het is wezenlijk een rein volk in de sterkste tegenstelling tegen alle onreinheid en bevlekking. Uit dit levendig bewustzijn handelt het nu, en zo strekt de gebeurtenis der theokratie tot roem. God heeft zich in het midden des volks verheerlijkt, maar niet meer, als in oude tijden, gaat het nu in ondankbaarheid zijne eigene wegen van zonde en verderf, maar het leeft nu zijn leven tot verheerlijking des Heeren. Opdat dan het aandenken aan de katastrofe door meer dan ene localiteit levendig worde gehouden, moet ook ene nabij gelegene stad enen naam dragen, die daarmee overeenkomt. Thans schildert de Ziener den ondergang van Gog nog nader. Wanneer hier bogen en pijlen, schilden, werpspiesen en andere niet meer gebruikelijke wapenen, en niet de in onzen tijd uitgezondene, voorkomen, zo is dit zeer licht verklaarbaar, dewijl de Ziener de voorspelling voor zijn tijdgenoten en allen, die haar later lezen zullen, schreef, die zich immers zonder uitzondering van de opgenoemde wapenen een denkbeeld konden vormen; de opgenoemde wapenen van Gog, welke door vele volken toch nog gebruikt zullen worden, zijn typen van zijn werkelijk oorlogstuig. Na zijnen val zal Gog een tijd lang daar neer liggen den vogelen tot een spijs toegeworpen, om hem als een voorwerp van afschuw te brandmerken. Deze smadelijke onderscheiding ontmoeten wij nog eenmaal vs. 17-20 Het strafgericht komt alleen niet over Gog, maar ook over de volken der landen, waar zijne krijgsscharen te huis behoren. Het werpen van vuur op Magog wijst op vreeslijke oordelen over het land Magog en de geruste inwoners der eilanden. Is het land Magog zo veel als de eilanden, dan wordt Europa bedoeld; welke omwentelingen daar en op de ganse aarde ten tijde des Antichristendoms zullen plaats hebben, bemerken wij uit de Openbaring. Dit laatste oordeel komt wellicht over de in Europa achtergelatene Antichristelijke krijgsheiren en volken, waarover God hier even als over den Antichrist gerichten uitoefent. Door al deze openbaringen, verheerlijkt God Zich zo geweldig en machtig voor alle natiën, dat zij Hem onmiddellijk erkennen en aanbidden. Het heir van Gog wordt nu nog door twee bijzondere trekken indrukmakend geschilderd. De ene is, dat de bewoners van Israëls steden zeven jaren lang met de schachten der lansen en het hout van het krijgstuig hun vuren kunnen stoken, en gedurende dezen tijd gene bomen in het woud behoeven om te houwen; de andere, dat het ganse volk zeven maanden werk heeft om al de lijken van het verslagen heir te begraven. Gogs krijgsheir bevat in allen gevalle millioenen, die het ganse land Kanaän als ene wolk van Dan tot Berseba en bovendien nog de naburige landen overdekken zullen. De kern dezer armee, Gog en zijne onderkoningen, belegerden evenwel Jeruzalem, waar in allen gevalle de meesten, waarschijnlijk alle verzamelde Joden de vlucht genomen hebben. Het zevental van jaren en maanden, waarvan de Ziener hier op zinnebeeldige wijze gewaagt, wijst op ene volkomene geestelijke en wereldlijke overwinning door het Rijk Gods behaald. Daar evenwel in de ganse versnelling gene beeldspraak voorkomt, zo heeft men deze zeven jaren en zeven maanden, ofschoon zij aan het zinnebeeldige zevental herinneren en den triomf des Heeren als ene volkomene schilderen, evenwel in werkelijken zin op te vatten. Wat al houtwerk moet het aantal van kanonnen, geweren, spiesen, zwaarden, kruid-, voorraad- en pakwagens en andere oorlogstoestel, welke toch grotendeels uit metaal bestaat, uitleveren, om een geheel volk voor zeven jaren brandstof te verschaffen? Wapenhandel en oorlogskunst nemen met deze allerontzettendste nederlaag van het talrijkste en het best toegeruste heir, sinds Adams tijd, een einde. Door ene zo majestueuze betoning Zijner almacht en heiligheid en heerlijkheid en gerechtigheid aan dit uit alle volken der aarde bestaande krijgsleger, zal God de denkwijze der natiën zo doen veranderen, dat zij hun zwaarden tot ploegijzers, hun spiesen tot snoeimessen zullen versmeden (Jes. 2) Hoe verwerpelijk komen de krijgstoerustingen der volken in onzen tijd ons voor, welke het merg der natiën verteren, tegenover het raadsbesluit Gods, hetwelk ons aan het einde onzer eeuw een tijd doet verwachten, wanneer de menigte der krijgswapenen, slechts naar de waarde van het brandhout, dat zij uitleveren, geschat zal worden! Wanneer Gog gevallen is, wordt hij wel is waar den roofvogelen prijs gegeven, maar niet om als smetstof op het land te blijven liggen. Hij zal benevens zijne scharen in het dal Josafats, in de landstreek, welke tussen Jeruzalem en de Dode zee ligt, begraven worden. Bij Armageddon aan den berg Zions valt hij, en oostwaarts in het dal wordt hij ook begraven. Het gehele volk zal hem begraven, opdat het land spoedig gezuiverd worde; evenwel zullen er toch zeven maanden nodig zijn, dewijl het aantal der door Jehova gedoden (Jes. 66:16) ongehoord zal wezen, en velen ver van daar zullen vallen. Dit dal heet dan het dal van Gogs menigte. De begrafenis van den Antichrist met zijn heir, die aan de verzamelde Joden den vreeslijksten dood had toegezworen, zal dan den Joden, voor wie de Koning des Hemels zo krachtig gestreden heeft, in de schatting van de overige volken der aarde doen rijzen. Er zullen dan bijzondere ambtenaren worden aangesteld, welke lieden uitzenden, die het land doorvorsen, opdat alle beenderen en overblijfselen van dit heir in de uiterste hoeken des lands opgespoord en in het dal van Gogs menigte begraven worden. En daarmee zullen zij, na zeven maanden nog niet gans en al vaardig zijn; dewijl ook velen in de verwijderde streken des lands door de gerichten Gods zullen vallen. De stad of Dodenstad, waar zij begraven liggen, heet daar Harmona of menigte. In de dodenstad Harmona liggen dan de snoodsten aller natiën begraven; hun zielen evenwel zullen in de scheool nederdalen tot de oude goddeloze volken; hun opperhoofden zijn reeds naar het lichaam veranderd en verdoemd. Ezech. 32. Openb. 19:20 God zal enigen van ieder volk overig laten blijven, opdat zij de ontzettende mare dezer schrikwekkende nederlaag naar huis brengen, en zij hunnen stamgenoten getuigen van de majesteit des Almachtigen zouden kunnen zijn. Jes. 66:19. Daar het grootste deel des legers bij en in de dalen van Jeruzalem zal staan, zo is het natuurlijk, dat men hun lijken ook in die dalen, namelijk, in het dal Josafats begraven zal; tot deze zullen dan de anderen verzameld worden, zodat ze allen bij elkaar zijn; de rede van den Ziener is dus niet zinnebeeldig op te vatten, wanneer hij van ene dodenstad en ene begrafenis in massa spreekt. De bezoekers van Jeruzalem in het duizendjarig rijk zullen dan ook derwaarts henen gaan en deze grafheuvels aanschouwen. Jes. 66:24. Aldus eindigt de opstand tegen God en Zijn Gezalfde! .
KruisverwijzingenSefanja 1:7→Ezechiël 39:4→Jeremia 12:9→Jesaja 56:9→Openbaring 19:17→Jesaja 34:6→Jeremia 46:10→1 Samuël 17:46→— Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israels, en eet vlees, en drink bloed.
Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot het gedierte des velds: Vergadert u en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat ik voor U geslacht heb, een groot slachtoffer op de bergen Israëls; en eet vlees en drinkt bloed.
Gods oordelen over de zonden en de zondaars uitgevoerd zijn zowel een slachtoffer als een maaltijd, een slachtoffer aan de gerechtigheid van God, en een maaltijd voor het geloof en de hope van Gods volk. De rechtvaardige zal zich verheugen als aan een maaltijd over het bloed der goddelozen. Dit slachtoffer is op de bergen Israëls, deze zijn de hoogten, de altaren, waar God onteerd geweest was door de afgoderijen des volke, doch waar Hij zich nu wil verheerlijken over het verderf Zijner vijanden. Dit strijdt niet met het vorige, n. l. dat allen begraven zouden worden. Want het is duidelijk, dat, waar er zeven maanden nodig zouden zijn om te begraven, de dode lichamen in dien tussentijd ten prooi zouden zijn van het roofgedierte, zodat alleen de beenderen konden worden ter aarde besteld.
KruisverwijzingenPsalmen 22:12→Jeremia 51:40→Ezechiël 29:5→Amos 4:1→Jeremia 50:27→Jeremia 50:11→Openbaring 19:17→Ezechiël 34:8→— Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.
Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken, der rammen, der lammeren en bokken, en varren, die allemaal gemeste van Basan zijn.
— En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.
En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.
KruisverwijzingenOpenbaring 19:18→Hagai 2:22→Ezechiël 38:4→Psalmen 76:5→— En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rij paarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.
En gij zult verzadigd worden aan Mijne tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE. De Profeet wordt niet moede de vreeslijke nederlaag van den vijand stede weer in een nieuw licht te stellen. Het vlees en bloed der verslagenen wordt als een groot offermaal voor de dieren des velds en de vogelen des hemels voorgesteld. Ene zeer vreeslijke gedachte ligt in het “onbegraven blijven en den vogelen des hemels ten spijze verstrekken” (Jer. 7:33; 12:9). Ook bij Arabische dichters ontbreekt die trek niet; daar verheugen zich hyena’s en wolven over het gastmaal, dat hun in de verslagen vijanden wordt bereid, en begerig storten de roofvogels neer, en verzadigen zich aan de lijken. Onder het beeld van een offer komt de nederlaag der vijanden voor, omdat de Heere als het ware zich zelven betaald doet zijn door den ondergang van hen, die Hem het Zijne hebben geweigerd, het Hem geweigerde offer zelf neemt. God moet in ieder naar Zijn beeld geschapen wezen tot zijn recht komen, of zó, dat dit het Hem geeft, of zó, dat Hij het voor Zich neemt. in vs. 18 worden eerst de helden en vorsten genoemd; vervolgens wordt de gehele gemengde menigte door rammen, hamels, bokken, ossen voorgesteld. Worden de beenderen in het dal begraven, op de bergen Israëls wordt daarentegen het vlees den wilden dieren ten deel, aan die uit de lucht zowel als die op het veld. Niet alleen zal Israël zich voordoen als een heilig volk, als een priesterlijk volk in het heilige land, maar Jehova wil dadelijk in den val van Gog ook Zijn land als heiligdom (Hoofdst. 37:26 vv.) openbaren. Welk een einde na zulk een begin! Het begin was, Israël zou als buit aan Gog ten deel worden: nu is het einde, dat Gog zelf aan het gedierte ten prooi wordt overgegeven. Hier (vs. 17-20) schildert nu de Ziener, hoe het Antichristelijke hier aan de roofvogelen en het verscheurend gedierte wordt prijsgegeven. Groter smaad kon men oudtijds een mens niet aandoen, dan zijn stoffelijk overschot onbegraven tot ene prooi voor het aaszoekend gedierte weg te werpen. Deze vernedering ondergaan hier Gog en zijn heir. Het slachtoffer Gods, hetwelk van dit leger wordt toebereid, wordt door zijne gerechtigheid gevorderd; dewijl dit heir op de ganse aarde vele kinderen Gods en nog veel meer lieden der wereld heeft gedood. Het vlees der helden en het bloed van de koningen der aarde, der koningen van den opgang en den ondergang der zon, wordt alzo den roofvogelen overgelaten. De Ziener vergelijkt ze met rammen. lammeren, bokken en varren, die op de vette weiden van het gebergte Basan goed gemest zijn. Jehova geeft dit heir aan den hoon der smadelijkste vernietiging prijs. Deze uitnodiging aan de vogelen haalt Johannes ook uit Ezechiël aan, en wel in een tijd, dat het heir nog in leven is. De herhaling van Ezechiëls voorspelling bij Christus wederkomst tot vernietiging van den Antichrist wijst er duidelijk op, dat wij door Gog den Antichrist te verstaan hebben. (Openb. 19:17, 18).
KruisverwijzingenExodus 9:16→Ezechiël 36:23→Jesaja 37:20→Ezechiël 38:23→Ezechiël 38:16→Exodus 7:4→1 Samuël 5:7→Exodus 14:4→— En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.
En Ik zal, terwijl Ik het in vs. 1-20 voorzegde gericht volvoer, Mijne eer zetten onder de Heidenen; en alle Heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijne hand, die Ik aan hen gelegd heb.
KruisverwijzingenEzechiël 39:28→Jeremia 24:7→Johannes 17:3→1 Johannes 5:20→Ezechiël 39:7→Jeremia 31:34→Psalmen 9:16→Ezechiël 34:30→— En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.
En die van het huis Israëls zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben van dien dag af en voortaan, in eeuwigheid.
KruisverwijzingenJesaja 1:15→Jesaja 59:2→Jeremia 22:8→Leviticus 26:25→Ezechiël 39:29→Ezechiël 36:18→Richteren 3:8→Deuteronomium 32:30→— En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;
En de Heidenen zullen weten, dat die van het huis Israëls, als het te voren uit zijn land onder hen verstrooid was (Hoofdst. 36:19) gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij allemaal door het zwaard gevallen zijn;
KruisverwijzingenJeremia 2:17→Ezechiël 36:19→Jeremia 2:19→Jeremia 4:18→Jeremia 5:25→Jesaja 1:20→Daniël 9:5→2 Koningen 17:7→— Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.
Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen (Hoofdst. 7:27).
KruisverwijzingenJesaja 27:12→Ezechiël 34:13→Ezechiël 37:21→Jeremia 30:18→Jeremia 30:3→Ezechiël 20:40→Hosea 1:11→Jeremia 31:1→— Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;
Daarom, omdat Hij een zo heerlijk gevolg Zich heeft ten doel gesteld, zo zegt de Heere HEERE, om nu reeds op den afloop te wijzen: Nu zal ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israëls, en Ik zal ijveren over Mijnen heiligen naam;
KruisverwijzingenMicha 4:4→1 Koningen 4:25→Ezechiël 16:63→Daniël 9:16→Leviticus 26:5→Ezechiël 32:25→Ezechiël 34:27→Ezechiël 16:57→— Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.
Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met welke zij tegen Mij hebben overtreden als een zware, hen nederbuigende last, daar zij zich over die zonde schamen en een afkeer daarvan gevoelen (Hoofdst. 16:54 en 61), toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.
KruisverwijzingenEzechiël 36:23→Ezechiël 38:16→Ezechiël 38:23→Ezechiël 37:21→Ezechiël 28:25→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:13→Ezechiël 39:25→— Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;
Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele Heidenen (Hoofdst. 20:41; 36:23 v.), want erkende zonde maakt beladen zondaars, ondervonden genade verootmoedigt nog dieper.
KruisverwijzingenEzechiël 39:22→Deuteronomium 30:3→Jesaja 27:12→Hosea 2:20→Ezechiël 34:30→Nehemia 1:8→Amos 9:9→Romeinen 11:1→— Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.
Dan zullen zij weten, dat Ik de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de Heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen, die ten eeuwigen leven zijn verordineerd (Hoofdst. 20:38. Openb. 7:1 vv). meer overgelaten.
KruisverwijzingenJoël 2:28→Jesaja 32:15→Ezechiël 36:25→1 Johannes 3:24→Jesaja 45:17→Handelingen 2:17→Zacharia 12:10→Jesaja 54:8→— En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.
En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik alsdan Mijnen a) Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten, en het als Mijn eigen volk erken, (Hoofdst. 37:25-28) spreekt de Heere HEERE. 1)
Joël 2:28. Hand. 2:17.
Hier voorspelt en belooft de Heere God de heerlijkheid, die nog voor Zijn volk is weggelegd. De Heere God heeft Zijn volk zwaar gekastijd. Hij heeft Zijn Aangezicht voor hen verborgen. Hij heeft ze in de macht der vijanden overgegeven. Maar Hij heeft Zich hunner ontfermd. Hij heeft hen wedergebracht naar hun huis. Hij is aan hen geheiligd geworden. De vijanden zijn vernietigd geworden. En nu, opdat Israël niet weer tot dwaasheid zou keren, opdat de Heere Zijn Aangezicht niet weer voor hen zou verbergen, daarom zou Hij Zijn Geest over het huis Israëls zenden, opdat die Geest hun leidsman zou zijn, die hen leiden zou op de paden van recht en gerechtigheid.
De schildering van het gericht Gog is voltooid. Nu volgt vs. 21-29, de toepassing tot onderwijzing, die de Heere reeds daar uit de profetie van dit gericht bij voorraad afleidt. Daarin juist ligt het doel dezer profetie voor het Israël van dien tijd, dat nog klaagt: onze hoop is verloren en het is uit met ons. (Ezech. 37:11). Door Gods gericht over Gog is de verhouding van Israël tot de heidenwereld duidelijk voorgesteld. Het heidendom heeft noch door zijn kracht Israël overwonnen, noch is dit om zijn zelfs wil daaraan overgegeven. Israël heeft geleden voor zijne zonde. Zijn hoogste Rechter en geen ander heeft de straf aan hen volvoerd. Daarom sleept dat eerste gericht over Israël noodzakelijk het tweede over het heidendom na zich; bij het huis van God wordt het begin gemaakt, het einde met de wereld. Gods ordening is alzo, die alleen zich staande houdt, welke door alle pogingen der mensen om ze om te keren, niet kan worden aangetast, maar de overwinning voor de eeuwigheid behaalt. Even als God Israël alleen om zijne zonde, zonder iets anders te bedoelen, voor zijne vijanden heeft laten bezwijken, zo redt Hij het nu ook uit de hand van deze en wel om dezelfde hoofddeugd Zijner heiligheid. Nu toch is Israël een berouwvol volk, vol erkentenis zijner zonde, en een volk, dat de genade en den zegen van zijnen God krachtig aangrijpt. Gelijk God alzo eens zijne zonde voor de gehele wereld declareerde, zo ook nu Zijn zegen in zijne overwinning. Drievoudig zal volgens vs. 21-24 de werking zijn, welke de volvoering van het gericht aan Gog zal hebben: 1) zullen, als God zo aan het heidendom Zijne macht openbaart, de heidenen Gods richtenden toorn over hen zelven erkennen; 2) zal Gods volk erkennen, dat Jehova zijn God is, om het nooit te vergeten; 3) zullen de heidenen hun dwaling, waarmee zij volgens Hoofdst. 36:29 vv. vervuld zijn, afleggen, en erkennen, dat God niet uit machteloosheid Zijn volk uit zijn land heeft laten drijven, maar tot welverdiende straf om de overgrote menigte van zijne zonden. Ten slotte spreekt God in vs. 25-29 uit, tot welk doel hij deze profetie van Gog en in ‘t algemeen alle van hoofdst. 35:1 af medegedeelde voorzeggingen heeft gegeven. Men kan zeer goed het “Nu”, in vs. 25 van den tijd, welke voor den Profeet de tegenwoordige was, en de daar aangekondigde terugvoering van Israël van de terugvoering uit de toenmalige Babylonische ballingschap verstaan; nu, binnen korten tijd zegt God vooruit, zal Ik Israël uit deze gevangenschap terugvoeren. “Daarom”, waarmee het vers begint, kan zien op al het voorzegde van Hoofdst. 35:1 af. Daarom, omdat God het voornemen heeft, zulke grote dingen te doen, aan Zijn volk zulk een heerlijkheid te bereiden en aan het heidendom zulk een einde te maken, in ‘t kort zulk een einde van alle zaken te weeg te brengen, als de vooraf gaande voorzeggingen deden verwachten, daarom geeft God de verzekering, dat Hij nu spoedig Israël uit zijne tegenwoordige ballingschap in Babel terug zal leiden. Deze terugvoering uit de Babylonische ballingschap is noodzakelijk, opdat te zijner tijd dit voorzegde einde der heerlijkheid zou komen; daarom moet Israël, wanneer daaraan een zo heerlijk einde voorzegd is, daaruit vertrouwen putten, dat het zeker spoedig uit zijne latere ballingschap moet en zal verlost worden. Zo wordt van de gehele voorgaande voorzegging als doel aangewezen, dat het Gods volk moet vertroosten en het tot vertrouwen opwekken, dat het als een volk, voor heerlijkheid is bestemd, ook uit zijne ellende in lateren tijd zal worden gered. Het 25ste vers houdt zich dus bezig met de naaste toekomst van Gods volk, met zijn terugkeren uit de toenmalige Babylonische ballingschap; maar terwijl nu de profetie haren blik in de volgende verzen verder verheft tot datgene, wat op dit terugkeren uit de Babylonische ballingschap zal volgen, springt zij over de daar tussen liggende ontwikkelingen heen, gaat de naaste toekomst voorbij en schildert hoe Gods volk, nadat het uit zijne tegenwoordige ballingschap zal zijn teruggevoerd, ten laatste een tijd zal beleren, waarin het na doorleving van alle welverdiende gerichten, boetvaardig en met den Geest Gods vervuld door God, in het land van zijne rust geleid, zal kunnen leven. Na Israëls wonderbare redding uit de hand van Gog door het strenge oordeel over dezen, zullen alle volken met Israëls geschiedenis bekend worden. De volken zullen over de wonderbare wegen van Gods ondoorgrondelijke wijsheid verbaasd staan. Het zaad Abrahams, door God twee duizend jaren vóór Christus geboorte tot een volk Gods aangenomen, aan de slavernij in Egypte overgegeven, door Mozes geweldige wonderen naar zijn erfland gevoerd. onder David en Salomo het beroemdste koninkrijk van den ouden tijd, om zijner zonden wille naar de Babylonische en Assyrische gevangenschap gevoerd, uit deze wederom na zeventig jaren tot Zion teruggebracht, na de verschijning en verwoesting des door de Profeten beloofden Gezalfden, door de Romeinen ten ondergebracht en onder alle volken verstrooid, vervolgens in alle landen veracht, mishandeld en diep vernederd, onder dat alles niet verstoken van bijzondere zegeningen Gods, totdat Jafets stammen, die sinds zijne verwerping in Sems tenten woonden, de zaligheid Gods tijdens het Antichristendom van zich stieten; dit oude bondsvolk, nu evenwel tot zijn Messias bekeerd, uit alle landen der wereld. Sommigen na ene nabij tweeduizendjarige verstrooiing, als heilig overblijfsel te Zion herzameld, door Jehova tegen den woedenden moordlust van den Antichrist beveiligd, en boven alle natiën vier duizend jaren na zijne roeping in Abraham, ja, hoog boven alle volken verheven, zijn zij, ontegenzeglijk het merkwaardigste volk onder de zon, bij de beschouwing van welks geschiedenis een Paulus vol bewondering en aanbidding van de wijsheid der Goddelijke raadsbesluiten uitroept: O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordelen, hoe onnaspeurlijk Zijne wegen? Want wie heeft de zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem gegeven en het zal Hem weer vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. ” .
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 39
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Voorts, gij mensenkind! om het woord in Hoofdst. 38:2 vv. weer op te nemen, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal! (Hoofdst. 38:2).
En Ik zal u omwenden, en enen zeshaak in u slaan 1), en u optrekken uit de zijden van het, van het uiterste noorden, noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israëls (Hoofdst. 38:4).
In het Hebr. weschischeethika. Vulgata: Seducam te. Onze Staten-Overzetters hebben dit woord, hetwelk slechts éénmaal voorkomt, in verband gebracht met vv zes, maar ten onrechte. In verband met het Ethiopisch betekent het: Ik zal U leiden. Dit eist ook het verband van den zin. De Heere God zegt hier, dat Hij Zelf den vijand zal leiden en in het land trekken, opdat deze zal weten, dat wat hij doet, hij doet naar den bepaalden Raad Gods, en wat hij straks zal ondervinden, n. l. zijn ondergang dit ook is naar Gods Besluit.
Maar Ik zal u, die zo wel toegerust en met machtige legermassa’s komt (Hoofdst. 38:5-7) uwen boog uit uwe linkerhand, waarmee gij die houdt, slaan, en Ik zal uwe pijlen uit uwe rechterhand, welke den boog spant en de pijlen wil afschieten, doen vallen, zodat het niet eens tot een aanval op Mijn volk van uwe zijde komen zal.
Op de bergen Israëls zult gij vallen, gij, en al uwe benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven (vs. 17 vv. Openb. 19:17 v.).
Op het open veld zult gij vallen: want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
En Ik zal een vuur zenden in Magog 1), en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben(Hoofdst. 29:6).
Hij bedoelde het land Israël te verwoesten, doch hij zal niet alleen in dit oogmerk feilen, maar ook zal zijn eigen land door vuur verwoest worden, door een of ander verterend oordeel. Merk hieraan: zij die anderer rechten aantasten, worden lelijk van hun eigen beroofd.
En Ik zal Mijnen heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken 1), en zal Mijnen heiligen Naam niet meer laten ontheiligenonder de Heidenen; en de Heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël (Hoofdst. 38:23).
Zij, die Gods heiligen Naam recht kennen, zullen hem niet durven ontheiligen, want het is door onwetendheid van denzelven, dat de mensen Hem licht achten en Hem stoutelijk aantasten. En deze is Gods handelwijze met de mensen, dat Hij Eerst hun verstand verlicht en daardoor invloed maakt op den gehelen mens. Hij maakt eerst dat wij Zijn heiligen Naam kennen, en zo houdt Hij ons terug van dien te ontheiligen en beweegt ons, om Hem te eren. En dit is hier de gelukkige uitwerking van Gods heerlijke verschijning ten goede van Zijn volk. Dus voltooit Hij Zijn gunst, dus heiligt Hij ze, dus maakt Hij ze ware zegeningen, door dezelve onderwijst Hij Zijn volk en verbetert het. De Profeet noemt het optrekken van Gog uit het uiterste Noorden tegen de bergen van Israël, ene verlokking van den vijand door Jehova; want daar zal de weerspannige vallen en tot ene spijze worden voor de vogelen des hemels en het wild gedierte der aarde, opdat de naam des Allerhoogsten gekend en geheiligd worde. In dit hoofdstuk wordt gehandeld over die nederlaag van Gog, welke aan het duizendjarig rijk voorafgaat, zo als dan ook Openb. 19 met dit hoofdstuk van Ezechiël wezenlijk overeenkomt. De tocht van Gog geschiedt te land, toch heeft hij zijne sympathieën niet alleen voor eilanden en kusten, ja over land en zee heen (Hoofdst. 38:13). De openbaring van heiligheid in Israël echter, welke bij dezen tocht volgt, snijdt verdere ontheiliging van Jehova ten opzichte van Israël (Hoofdst 30:20) onder de Heidenen af.
Ziet, hetgeen van de nederlaag van Gog en zijn leger voorzegd is, komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik juist in die voorzegging over Gog (Hoofdst. 38:18 vv.) gesproken heb. De voorzegde gebeurtenis treedt zo levendig voor den geest van den Profeet, dat hij die voorstelt als reeds aangevangen, gelijk ook de aard des geloofs is, wat niet is zó te zien als ware het reeds. Volgens de zaak wijzen de woorden er op, dat hier niet over ene vaderlandslievende fantasie wordt gehandeld, maar over een woord van Hem, die spreekt en het is er.
En de inwoners der steden Israëls zullen uit die steden gaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken (Num. 22:27)als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren; Israël, waarvoor de Heere den vreeslijken aanval nog vreeslijker heeft afgewend, wandelt nu als het ware buiten op de gerichtsplaatsen. Die den slag bij Leipzig zag heeft een zwak afbeeldsel van Ezechiëls verheven schildering der dagen na den slag. Het woord, waarin het geloof moet leven, neemt als het ware vlees en bloed aan, om zo invloed te krijgen op de fantasie, waarin de beelden van schrik zo gaarne zich vestigen. Het zou tegen alle rede zijn, wanneer men aan de bijzonderheden, welke zo dikwijls alleen voorstellingsmiddelen zijn, werkelijke betekenis wilde geven. Om te tonen hoe vreeslijk het gericht over Gog zal zijn schildert de Profeet in drie bijzondere trekken de gehele vernietiging van zijne machtige legermenigte: 1) zal de verbranding van alle wapenen der gevallen vijanden aan de bewoners van het land Israël 7 jaren lang brandhout leveren, zodat zij niet nodig zullen hebben van het veld of uit het bos brandhout te halen (vs. 9 en 10) 2) zal God aan het leger van Gog ene grote grafplaats in een dal van Israël geven, dat daarvoor den naam “Het dal van Gog’s menigte”, even als ook ene stad in die landstreek vervolgens “Hamona”, zal genoemd worden- daarheen zullen de Israëlieten 7 maanden lang de gevallenen van Gog begraven, en na verloop van dien tijd nog door opzettelijk daartoe geroepene mannen het land doorzoeken, en de nog onbegraven geblevene doodsbeenderen opzoeken en door doodgravers laten begraven, om het land geheel te reinigen (vs. 11-16); 3) zal God van deze slachting den roofvogels en roofdieren een rijk maal bereiden; deze zullen maaltijd van de lijken houden, voordat ze begraven worden, daar dit niet dadelijk en op eens kan geschieden (vs. 17-20). De bijzondere punten in de schildering van den aard en de wijze, waarop de vijanden tot het laatste toe zullen verdelgd worden, zijn niet chronologisch maar zakelijk gerangschikt, en de gedachte, dat de verslagene vijanden den roofdieren ten buit zullen worden, is als het ergste het laatst gemeld, omdat daarin de smaadvolle ondergang zijn toppunt heeft. De zeven jaren van het verbranden der wapenen en de 7 maanden van het verbranden der lijken stellen de nederlaag voor als ene door God veroorzaakte straf, als een Godsgericht. Het is zeker een heilig werk, waaraan het volk zich geeft, waarin het zelfs aan den dag legt, hoe het een ander volk geworden is dan het oude, dat het overblijfsel in zijn midden dulde, een nieuw volk dat in strenge reinheid van wandel voor God leeft. Met dit karakter van hun handelen, van hun dagelijks werk komt ook nauwkeurig overeen de heiligheid van den tijd.
Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE. Wat het ook was, waardoor de vijand kon verschrikken, het heeft zijn schrik zozeer verloren, dat het alleen nog als brandhout, tot nuttig gebruik in tegenstelling tegen zijne afschrikkende en schade doende bestemming in aanmerking komt; want niet zo als anders wel na een slag de wapenen van den vijand op eens verbrand worden, is het hier, maar de bewoners van Israëls steden branden en verbranden het hout daarvan zeven jaren lang. Het ongetwijfeld symbolische van het zevental (symbool van het Goddelijk verbond) geeft tevens een licht over de overige opgaven. Alle dingen moeten dengenen, die God liefhebben, ten goede medewerken. Het vuur des Christendoms komt ten laatste over alle wapenen dezer wereld; zij smelten dan in plaats dat zij wonden. Ziet, wat menselijke wapenrusting waard is, wat van alle schilden der mensen wordt na langen of korten tijd! Laat u niet door de wereld bedekken en beschermen! merk op welk vertrouwen er in te stellen, welke vrucht daarvan te plukken, alsof het niets ware. Door de plundering der gevallen vijanden doen de Israëlieten aan hen wat zij hun wilden aandoen (Hoofdst. 38:12). Daarmee komt voor het volk Gods de rijkdom zijner vijanden ten beste (Jer. 30:16). Ook volgens Micha 4:13 moet het bekeerde Israël, gelijk eens in 2 Kron. 29:25, den rijken buit van de antichristelijke legers buit maken; de laatste moeten onbewust voor Israël vergaderen en zelfs alles naar Kanaän brengen.
En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar ene grafstede in Israël zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen: en aldaar zullen zij begraven Gog en zijne ganse menigte (Jes. 34:3), en zullen het dal, waar Gog met de zijnen begraven ligt, noemen: Het dal van Gogs menigte.
Het huis Israëls nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.
Ja al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot enen naam zijn, ten dage waarvan in vs. 8 gesproken is, als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE. Voortaan zullen zij voorkomen als degenen, die enen God hebben, die redt van den dood, en hen niet door de vijanden laat begraven worden, maar omgekeerd de vijanden vernietigt, zodat deze door hen moeten begraven worden.
Ook zullen zij mannen uitscheiden of aanstellen, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om de gegraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.
En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een menschenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten, totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.
Ook zo zal de naam der stad Hamóna (volksmenigte (Hoofdst. 31:2) zijn. Alzo zullen zij het land reinigen. Gog dacht het volk Gods te begraven en zijn land zich toe te eigenen, maar het gebeurt geheel anders, hij wordt door het volk van God begraven en van het land verkrijgt hij slechts zo veel, als voor de begrafenis toereikende is. Verschillend wordt de nadere bepaling omtrent het doel der begrafenis: “dal der doorgangers ten oosten van de zee” verklaard: daar men 1) aan de Middellandse zee denkt, en nu onder het dal de landstreek van Megiddo verstaat. Dal der doorgangers kon het genoemd zijn, omdat het de oude hoofdstraat van het verkeer tussen Egypte en de voornaamste landen was, of nog meer bepaald op ons orakel doelende, omdat de verschijning van Gog en zijne legers slechts die van ene voorbijtrekkende onweerswolk (Hoofdst. 38:9 en 16) zou zijn, daar slechts hun graf bleef, dat zij in ‘t heilige land zouden vinden. Of 2) men denkt aan de Dode zee (Hoofdst. 47:18) en verstaat onder het dal der doorgangers den naam van ene straat aan het zuidoostelijk einde der Zoutzee. “Dit dal, zo merkt Schmieder op, lag aan de uiterste grenzen van het land Israëls nabij het gebergte Seïr (vgl. (Ezech. 35:2). Het herinnerde aan ene nederlaag der Edomieten door David (vgl Ps. 60:2) en aan Kedar-Laomer, die in het naburige Sodom Lot en zijne have had weggevoerd en door Abraham geslagen werd (Gen. 14). Bovendien was de Dode zee in noordwestelijke richting zich aan het Zoutdal aansluitende ene blijvende type van alle oordelen Gods. ” In zo verre volgens het slotwoord van Hoofdst. 38 door Ezechiëls voorzegging over Gog ook de onderneming van den antichristelijken tijdgeest tegen het naar huis trekkende Israël, welke wij aan het einde van deze eeuw(?) stellen, doorschemert, is de eerste verklaring in haar volle recht, zo als dan ook in Openb. 16:16 uitdrukking Harmageddon (berg van Megiddo) als plaats der nederlaag van de tegen Israël uitgezondene legers wordt genoemd. Bij de nederlaag verkrijgt onze profetie van het verbranden der wapenen, het beroven der gevallen en begraven der lijken ook hare letterlijke vervulling. Ziet men daarentegen op den persoonlijken Antichrist met zijne scharen aan het einde der 20e eeuw, die volgens vele profetische aanwijzingen tot Jeruzalem zelf doordringen zal en daar door God geoordeeld zal worden, zo is gene streek meer geschikt voor “het dal van Gogs menigte” zo als die begraafplaats verder wordt genoemd, dan de Dode zee. Voor die gebeurtenis zijn toch de schilderingen van het verbranden der wapenen en het begraven der doden meer dan symbolische uitdrukking voor geestelijke waarheden (Jes. 9:2; 34:3; 26:19. 20:4) te nemen, want op deze nederlaag volgt de oprichting van het duizendjarig rijk, na welks afloop Gog en Magog slechts op de breedte der aarde treden, en het heirleger der heiligen en de heilige stad omringen, doch er niet in mogen komen, maar dadelijk door het vuur des Heeren verteerd worden. (Openb. 20:3). Zeven maanden heeft het gehele volk meer den werk aan het begraven der vijanden. Deze tijd is echter slechts voldoende om de vijanden, die bij menigten op de hoofdplaats van de nederlaag bij elkaar liggen, te begraven; ook na het eindigen der zeven maanden gaat de arbeid voort. Men kiest nu begravers, die het gehele land doorreizen, om de lijken, of liever beenderen, welke nog verder worden gevonden, onder de aarde te brengen. Daartoe aangestelde mannen reizen het land door en met hen de doodgravers. De eerste, de eigenlijke opspoorders, tekenen de plaatsen, waar lijken of beenderen liggen, dan komen de andere en doen hun werk; zij begraven echter de lijken niet op de plaatsen, waar zij zijn gevonden, deze worden alle naar het dal van Gogs menigte overgevoerd. Het huis Israëls en het volk in het land had niet nodig te strijden; zijne vijanden vielen door Jehova, die niets dan het begraven had overgelaten. Nu zal de reiniging des lands van de lijken, de ijver daarin, het volk van het land laten voorkomen als een heilig volk en daardoor een naam doen maken. Nu reinigen zij met alle zorgvuldigheid het land, die het vroeger verontreinigden met allerlei gruwelen. Het volk erkent zich zelf nu als werkelijk van het heidendom gescheiden, het is wezenlijk een rein volk in de sterkste tegenstelling tegen alle onreinheid en bevlekking. Uit dit levendig bewustzijn handelt het nu, en zo strekt de gebeurtenis der theokratie tot roem. God heeft zich in het midden des volks verheerlijkt, maar niet meer, als in oude tijden, gaat het nu in ondankbaarheid zijne eigene wegen van zonde en verderf, maar het leeft nu zijn leven tot verheerlijking des Heeren. Opdat dan het aandenken aan de katastrofe door meer dan ene localiteit levendig worde gehouden, moet ook ene nabij gelegene stad enen naam dragen, die daarmee overeenkomt. Thans schildert de Ziener den ondergang van Gog nog nader. Wanneer hier bogen en pijlen, schilden, werpspiesen en andere niet meer gebruikelijke wapenen, en niet de in onzen tijd uitgezondene, voorkomen, zo is dit zeer licht verklaarbaar, dewijl de Ziener de voorspelling voor zijn tijdgenoten en allen, die haar later lezen zullen, schreef, die zich immers zonder uitzondering van de opgenoemde wapenen een denkbeeld konden vormen; de opgenoemde wapenen van Gog, welke door vele volken toch nog gebruikt zullen worden, zijn typen van zijn werkelijk oorlogstuig. Na zijnen val zal Gog een tijd lang daar neer liggen den vogelen tot een spijs toegeworpen, om hem als een voorwerp van afschuw te brandmerken. Deze smadelijke onderscheiding ontmoeten wij nog eenmaal vs. 17-20 Het strafgericht komt alleen niet over Gog, maar ook over de volken der landen, waar zijne krijgsscharen te huis behoren. Het werpen van vuur op Magog wijst op vreeslijke oordelen over het land Magog en de geruste inwoners der eilanden. Is het land Magog zo veel als de eilanden, dan wordt Europa bedoeld; welke omwentelingen daar en op de ganse aarde ten tijde des Antichristendoms zullen plaats hebben, bemerken wij uit de Openbaring. Dit laatste oordeel komt wellicht over de in Europa achtergelatene Antichristelijke krijgsheiren en volken, waarover God hier even als over den Antichrist gerichten uitoefent. Door al deze openbaringen, verheerlijkt God Zich zo geweldig en machtig voor alle natiën, dat zij Hem onmiddellijk erkennen en aanbidden. Het heir van Gog wordt nu nog door twee bijzondere trekken indrukmakend geschilderd. De ene is, dat de bewoners van Israëls steden zeven jaren lang met de schachten der lansen en het hout van het krijgstuig hun vuren kunnen stoken, en gedurende dezen tijd gene bomen in het woud behoeven om te houwen; de andere, dat het ganse volk zeven maanden werk heeft om al de lijken van het verslagen heir te begraven. Gogs krijgsheir bevat in allen gevalle millioenen, die het ganse land Kanaän als ene wolk van Dan tot Berseba en bovendien nog de naburige landen overdekken zullen. De kern dezer armee, Gog en zijne onderkoningen, belegerden evenwel Jeruzalem, waar in allen gevalle de meesten, waarschijnlijk alle verzamelde Joden de vlucht genomen hebben. Het zevental van jaren en maanden, waarvan de Ziener hier op zinnebeeldige wijze gewaagt, wijst op ene volkomene geestelijke en wereldlijke overwinning door het Rijk Gods behaald. Daar evenwel in de ganse versnelling gene beeldspraak voorkomt, zo heeft men deze zeven jaren en zeven maanden, ofschoon zij aan het zinnebeeldige zevental herinneren en den triomf des Heeren als ene volkomene schilderen, evenwel in werkelijken zin op te vatten. Wat al houtwerk moet het aantal van kanonnen, geweren, spiesen, zwaarden, kruid-, voorraad- en pakwagens en andere oorlogstoestel, welke toch grotendeels uit metaal bestaat, uitleveren, om een geheel volk voor zeven jaren brandstof te verschaffen? Wapenhandel en oorlogskunst nemen met deze allerontzettendste nederlaag van het talrijkste en het best toegeruste heir, sinds Adams tijd, een einde. Door ene zo majestueuze betoning Zijner almacht en heiligheid en heerlijkheid en gerechtigheid aan dit uit alle volken der aarde bestaande krijgsleger, zal God de denkwijze der natiën zo doen veranderen, dat zij hun zwaarden tot ploegijzers, hun spiesen tot snoeimessen zullen versmeden (Jes. 2) Hoe verwerpelijk komen de krijgstoerustingen der volken in onzen tijd ons voor, welke het merg der natiën verteren, tegenover het raadsbesluit Gods, hetwelk ons aan het einde onzer eeuw een tijd doet verwachten, wanneer de menigte der krijgswapenen, slechts naar de waarde van het brandhout, dat zij uitleveren, geschat zal worden! Wanneer Gog gevallen is, wordt hij wel is waar den roofvogelen prijs gegeven, maar niet om als smetstof op het land te blijven liggen. Hij zal benevens zijne scharen in het dal Josafats, in de landstreek, welke tussen Jeruzalem en de Dode zee ligt, begraven worden. Bij Armageddon aan den berg Zions valt hij, en oostwaarts in het dal wordt hij ook begraven. Het gehele volk zal hem begraven, opdat het land spoedig gezuiverd worde; evenwel zullen er toch zeven maanden nodig zijn, dewijl het aantal der door Jehova gedoden (Jes. 66:16) ongehoord zal wezen, en velen ver van daar zullen vallen. Dit dal heet dan het dal van Gogs menigte. De begrafenis van den Antichrist met zijn heir, die aan de verzamelde Joden den vreeslijksten dood had toegezworen, zal dan den Joden, voor wie de Koning des Hemels zo krachtig gestreden heeft, in de schatting van de overige volken der aarde doen rijzen. Er zullen dan bijzondere ambtenaren worden aangesteld, welke lieden uitzenden, die het land doorvorsen, opdat alle beenderen en overblijfselen van dit heir in de uiterste hoeken des lands opgespoord en in het dal van Gogs menigte begraven worden. En daarmee zullen zij, na zeven maanden nog niet gans en al vaardig zijn; dewijl ook velen in de verwijderde streken des lands door de gerichten Gods zullen vallen. De stad of Dodenstad, waar zij begraven liggen, heet daar Harmona of menigte. In de dodenstad Harmona liggen dan de snoodsten aller natiën begraven; hun zielen evenwel zullen in de scheool nederdalen tot de oude goddeloze volken; hun opperhoofden zijn reeds naar het lichaam veranderd en verdoemd. Ezech. 32. Openb. 19:20 God zal enigen van ieder volk overig laten blijven, opdat zij de ontzettende mare dezer schrikwekkende nederlaag naar huis brengen, en zij hunnen stamgenoten getuigen van de majesteit des Almachtigen zouden kunnen zijn. Jes. 66:19. Daar het grootste deel des legers bij en in de dalen van Jeruzalem zal staan, zo is het natuurlijk, dat men hun lijken ook in die dalen, namelijk, in het dal Josafats begraven zal; tot deze zullen dan de anderen verzameld worden, zodat ze allen bij elkaar zijn; de rede van den Ziener is dus niet zinnebeeldig op te vatten, wanneer hij van ene dodenstad en ene begrafenis in massa spreekt. De bezoekers van Jeruzalem in het duizendjarig rijk zullen dan ook derwaarts henen gaan en deze grafheuvels aanschouwen. Jes. 66:24. Aldus eindigt de opstand tegen God en Zijn Gezalfde! .
Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot het gedierte des velds: Vergadert u en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat ik voor U geslacht heb, een groot slachtoffer op de bergen Israëls; en eet vlees en drinkt bloed.
Gods oordelen over de zonden en de zondaars uitgevoerd zijn zowel een slachtoffer als een maaltijd, een slachtoffer aan de gerechtigheid van God, en een maaltijd voor het geloof en de hope van Gods volk. De rechtvaardige zal zich verheugen als aan een maaltijd over het bloed der goddelozen. Dit slachtoffer is op de bergen Israëls, deze zijn de hoogten, de altaren, waar God onteerd geweest was door de afgoderijen des volke, doch waar Hij zich nu wil verheerlijken over het verderf Zijner vijanden. Dit strijdt niet met het vorige, n. l. dat allen begraven zouden worden. Want het is duidelijk, dat, waar er zeven maanden nodig zouden zijn om te begraven, de dode lichamen in dien tussentijd ten prooi zouden zijn van het roofgedierte, zodat alleen de beenderen konden worden ter aarde besteld.
Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken, der rammen, der lammeren en bokken, en varren, die allemaal gemeste van Basan zijn.
En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.
En gij zult verzadigd worden aan Mijne tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE. De Profeet wordt niet moede de vreeslijke nederlaag van den vijand stede weer in een nieuw licht te stellen. Het vlees en bloed der verslagenen wordt als een groot offermaal voor de dieren des velds en de vogelen des hemels voorgesteld. Ene zeer vreeslijke gedachte ligt in het “onbegraven blijven en den vogelen des hemels ten spijze verstrekken” (Jer. 7:33; 12:9). Ook bij Arabische dichters ontbreekt die trek niet; daar verheugen zich hyena’s en wolven over het gastmaal, dat hun in de verslagen vijanden wordt bereid, en begerig storten de roofvogels neer, en verzadigen zich aan de lijken. Onder het beeld van een offer komt de nederlaag der vijanden voor, omdat de Heere als het ware zich zelven betaald doet zijn door den ondergang van hen, die Hem het Zijne hebben geweigerd, het Hem geweigerde offer zelf neemt. God moet in ieder naar Zijn beeld geschapen wezen tot zijn recht komen, of zó, dat dit het Hem geeft, of zó, dat Hij het voor Zich neemt. in vs. 18 worden eerst de helden en vorsten genoemd; vervolgens wordt de gehele gemengde menigte door rammen, hamels, bokken, ossen voorgesteld. Worden de beenderen in het dal begraven, op de bergen Israëls wordt daarentegen het vlees den wilden dieren ten deel, aan die uit de lucht zowel als die op het veld. Niet alleen zal Israël zich voordoen als een heilig volk, als een priesterlijk volk in het heilige land, maar Jehova wil dadelijk in den val van Gog ook Zijn land als heiligdom (Hoofdst. 37:26 vv.) openbaren. Welk een einde na zulk een begin! Het begin was, Israël zou als buit aan Gog ten deel worden: nu is het einde, dat Gog zelf aan het gedierte ten prooi wordt overgegeven. Hier (vs. 17-20) schildert nu de Ziener, hoe het Antichristelijke hier aan de roofvogelen en het verscheurend gedierte wordt prijsgegeven. Groter smaad kon men oudtijds een mens niet aandoen, dan zijn stoffelijk overschot onbegraven tot ene prooi voor het aaszoekend gedierte weg te werpen. Deze vernedering ondergaan hier Gog en zijn heir. Het slachtoffer Gods, hetwelk van dit leger wordt toebereid, wordt door zijne gerechtigheid gevorderd; dewijl dit heir op de ganse aarde vele kinderen Gods en nog veel meer lieden der wereld heeft gedood. Het vlees der helden en het bloed van de koningen der aarde, der koningen van den opgang en den ondergang der zon, wordt alzo den roofvogelen overgelaten. De Ziener vergelijkt ze met rammen. lammeren, bokken en varren, die op de vette weiden van het gebergte Basan goed gemest zijn. Jehova geeft dit heir aan den hoon der smadelijkste vernietiging prijs. Deze uitnodiging aan de vogelen haalt Johannes ook uit Ezechiël aan, en wel in een tijd, dat het heir nog in leven is. De herhaling van Ezechiëls voorspelling bij Christus wederkomst tot vernietiging van den Antichrist wijst er duidelijk op, dat wij door Gog den Antichrist te verstaan hebben. (Openb. 19:17, 18).
En Ik zal, terwijl Ik het in vs. 1-20 voorzegde gericht volvoer, Mijne eer zetten onder de Heidenen; en alle Heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijne hand, die Ik aan hen gelegd heb.
En die van het huis Israëls zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben van dien dag af en voortaan, in eeuwigheid.
En de Heidenen zullen weten, dat die van het huis Israëls, als het te voren uit zijn land onder hen verstrooid was (Hoofdst. 36:19) gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij allemaal door het zwaard gevallen zijn;
Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen (Hoofdst. 7:27).
Daarom, omdat Hij een zo heerlijk gevolg Zich heeft ten doel gesteld, zo zegt de Heere HEERE, om nu reeds op den afloop te wijzen: Nu zal ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israëls, en Ik zal ijveren over Mijnen heiligen naam;
Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met welke zij tegen Mij hebben overtreden als een zware, hen nederbuigende last, daar zij zich over die zonde schamen en een afkeer daarvan gevoelen (Hoofdst. 16:54 en 61), toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.
Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele Heidenen (Hoofdst. 20:41; 36:23 v.), want erkende zonde maakt beladen zondaars, ondervonden genade verootmoedigt nog dieper.
Dan zullen zij weten, dat Ik de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de Heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen, die ten eeuwigen leven zijn verordineerd (Hoofdst. 20:38. Openb. 7:1 vv). meer overgelaten.
En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik alsdan Mijnen a) Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten, en het als Mijn eigen volk erken, (Hoofdst. 37:25-28) spreekt de Heere HEERE. 1)
Joël 2:28. Hand. 2:17.
Hier voorspelt en belooft de Heere God de heerlijkheid, die nog voor Zijn volk is weggelegd. De Heere God heeft Zijn volk zwaar gekastijd. Hij heeft Zijn Aangezicht voor hen verborgen. Hij heeft ze in de macht der vijanden overgegeven. Maar Hij heeft Zich hunner ontfermd. Hij heeft hen wedergebracht naar hun huis. Hij is aan hen geheiligd geworden. De vijanden zijn vernietigd geworden. En nu, opdat Israël niet weer tot dwaasheid zou keren, opdat de Heere Zijn Aangezicht niet weer voor hen zou verbergen, daarom zou Hij Zijn Geest over het huis Israëls zenden, opdat die Geest hun leidsman zou zijn, die hen leiden zou op de paden van recht en gerechtigheid.
De schildering van het gericht Gog is voltooid. Nu volgt vs. 21-29, de toepassing tot onderwijzing, die de Heere reeds daar uit de profetie van dit gericht bij voorraad afleidt. Daarin juist ligt het doel dezer profetie voor het Israël van dien tijd, dat nog klaagt: onze hoop is verloren en het is uit met ons. (Ezech. 37:11). Door Gods gericht over Gog is de verhouding van Israël tot de heidenwereld duidelijk voorgesteld. Het heidendom heeft noch door zijn kracht Israël overwonnen, noch is dit om zijn zelfs wil daaraan overgegeven. Israël heeft geleden voor zijne zonde. Zijn hoogste Rechter en geen ander heeft de straf aan hen volvoerd. Daarom sleept dat eerste gericht over Israël noodzakelijk het tweede over het heidendom na zich; bij het huis van God wordt het begin gemaakt, het einde met de wereld. Gods ordening is alzo, die alleen zich staande houdt, welke door alle pogingen der mensen om ze om te keren, niet kan worden aangetast, maar de overwinning voor de eeuwigheid behaalt. Even als God Israël alleen om zijne zonde, zonder iets anders te bedoelen, voor zijne vijanden heeft laten bezwijken, zo redt Hij het nu ook uit de hand van deze en wel om dezelfde hoofddeugd Zijner heiligheid. Nu toch is Israël een berouwvol volk, vol erkentenis zijner zonde, en een volk, dat de genade en den zegen van zijnen God krachtig aangrijpt. Gelijk God alzo eens zijne zonde voor de gehele wereld declareerde, zo ook nu Zijn zegen in zijne overwinning. Drievoudig zal volgens vs. 21-24 de werking zijn, welke de volvoering van het gericht aan Gog zal hebben: 1) zullen, als God zo aan het heidendom Zijne macht openbaart, de heidenen Gods richtenden toorn over hen zelven erkennen; 2) zal Gods volk erkennen, dat Jehova zijn God is, om het nooit te vergeten; 3) zullen de heidenen hun dwaling, waarmee zij volgens Hoofdst. 36:29 vv. vervuld zijn, afleggen, en erkennen, dat God niet uit machteloosheid Zijn volk uit zijn land heeft laten drijven, maar tot welverdiende straf om de overgrote menigte van zijne zonden. Ten slotte spreekt God in vs. 25-29 uit, tot welk doel hij deze profetie van Gog en in ‘t algemeen alle van hoofdst. 35:1 af medegedeelde voorzeggingen heeft gegeven. Men kan zeer goed het “Nu”, in vs. 25 van den tijd, welke voor den Profeet de tegenwoordige was, en de daar aangekondigde terugvoering van Israël van de terugvoering uit de toenmalige Babylonische ballingschap verstaan; nu, binnen korten tijd zegt God vooruit, zal Ik Israël uit deze gevangenschap terugvoeren. “Daarom”, waarmee het vers begint, kan zien op al het voorzegde van Hoofdst. 35:1 af. Daarom, omdat God het voornemen heeft, zulke grote dingen te doen, aan Zijn volk zulk een heerlijkheid te bereiden en aan het heidendom zulk een einde te maken, in ‘t kort zulk een einde van alle zaken te weeg te brengen, als de vooraf gaande voorzeggingen deden verwachten, daarom geeft God de verzekering, dat Hij nu spoedig Israël uit zijne tegenwoordige ballingschap in Babel terug zal leiden. Deze terugvoering uit de Babylonische ballingschap is noodzakelijk, opdat te zijner tijd dit voorzegde einde der heerlijkheid zou komen; daarom moet Israël, wanneer daaraan een zo heerlijk einde voorzegd is, daaruit vertrouwen putten, dat het zeker spoedig uit zijne latere ballingschap moet en zal verlost worden. Zo wordt van de gehele voorgaande voorzegging als doel aangewezen, dat het Gods volk moet vertroosten en het tot vertrouwen opwekken, dat het als een volk, voor heerlijkheid is bestemd, ook uit zijne ellende in lateren tijd zal worden gered. Het 25ste vers houdt zich dus bezig met de naaste toekomst van Gods volk, met zijn terugkeren uit de toenmalige Babylonische ballingschap; maar terwijl nu de profetie haren blik in de volgende verzen verder verheft tot datgene, wat op dit terugkeren uit de Babylonische ballingschap zal volgen, springt zij over de daar tussen liggende ontwikkelingen heen, gaat de naaste toekomst voorbij en schildert hoe Gods volk, nadat het uit zijne tegenwoordige ballingschap zal zijn teruggevoerd, ten laatste een tijd zal beleren, waarin het na doorleving van alle welverdiende gerichten, boetvaardig en met den Geest Gods vervuld door God, in het land van zijne rust geleid, zal kunnen leven. Na Israëls wonderbare redding uit de hand van Gog door het strenge oordeel over dezen, zullen alle volken met Israëls geschiedenis bekend worden. De volken zullen over de wonderbare wegen van Gods ondoorgrondelijke wijsheid verbaasd staan. Het zaad Abrahams, door God twee duizend jaren vóór Christus geboorte tot een volk Gods aangenomen, aan de slavernij in Egypte overgegeven, door Mozes geweldige wonderen naar zijn erfland gevoerd. onder David en Salomo het beroemdste koninkrijk van den ouden tijd, om zijner zonden wille naar de Babylonische en Assyrische gevangenschap gevoerd, uit deze wederom na zeventig jaren tot Zion teruggebracht, na de verschijning en verwoesting des door de Profeten beloofden Gezalfden, door de Romeinen ten ondergebracht en onder alle volken verstrooid, vervolgens in alle landen veracht, mishandeld en diep vernederd, onder dat alles niet verstoken van bijzondere zegeningen Gods, totdat Jafets stammen, die sinds zijne verwerping in Sems tenten woonden, de zaligheid Gods tijdens het Antichristendom van zich stieten; dit oude bondsvolk, nu evenwel tot zijn Messias bekeerd, uit alle landen der wereld. Sommigen na ene nabij tweeduizendjarige verstrooiing, als heilig overblijfsel te Zion herzameld, door Jehova tegen den woedenden moordlust van den Antichrist beveiligd, en boven alle natiën vier duizend jaren na zijne roeping in Abraham, ja, hoog boven alle volken verheven, zijn zij, ontegenzeglijk het merkwaardigste volk onder de zon, bij de beschouwing van welks geschiedenis een Paulus vol bewondering en aanbidding van de wijsheid der Goddelijke raadsbesluiten uitroept: O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordelen, hoe onnaspeurlijk Zijne wegen? Want wie heeft de zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem gegeven en het zal Hem weer vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. ” .
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel