Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 39

1 Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Voorts, gijH859 mensenkindH1121! profeteerH5012 tegen GogH1463, en zegH559: ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZieH2005, Ik wil aan u, o GogH1463, hoofdvorstH7218 van MesechH4902 en TubalH8422! Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!

KJV Therefore, thou son2 of man,3 prophesy4 against Gog,6 and say,7 Thus saith9 the Lord10 GOD;11 Behold, I am against thee, O Gog,14 the chief16 prince15 of Meshech17 and Tubal:

1 וְאַתָּ֤ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 הִנָּבֵ֣א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 גּ֔וֹג H1463 Gog Gog 7 וְאָ֣מַרְתָּ֔ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 11 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 12 הִנְנִ֤י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 13 אֵלֶ֨יךָ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 גּ֔וֹג H1463 Gog Gog 15 נְשִׂ֕יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 16 רֹ֖אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 17 מֶ֥שֶׁךְ H4902 Mesech Mesech, Meshech 18 וְתֻבָֽל H8422 Tubal Tubal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En Ik zal u omwendenH7725, en een zeshaak in u slaan, en u optrekkenH5927 uit de zijdenH3411 van het noordenH6828, en Ik zal u brengenH935 opH5921 de bergenH2022 IsraelsH3478. En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels.

Ook in dit vers zeshaak slaanH8338

KJV And I will turn thee back,1 and leave but the sixth part2 of thee, and will cause thee to come up3 from the north5 parts,4 and will bring6 thee upon the mountains8 of Israel:

1 וְשֹׁבַבְתִּ֨יךָ֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 וְשִׁשֵּׁאתִ֔יךָ H8338 zeshaak slaan leave by the sixth part (by confusion with H8341 (שָׁשָׁה)) 3 וְהַעֲלִיתִ֖יךָ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 מִיַּרְכְּתֵ֣י H3411 zijden border, coast, part, quarter, side 5 צָפ֑וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 6 וַהֲבִאוֹתִ֖ךָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הָרֵ֥י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 9 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Maar Ik zal uw boogH7198 uit uw linkerhandH8040 slaanH5221, en Ik zal uw pijlenH2671 uit uw rechterhandH3225 doen vallenH5307. Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.

KJV And I will smite1 thy bow2 out of thy left4 hand,3 and will cause thine arrows5 to fall8 out of thy right7 hand.

1 וְהִכֵּיתִ֥י H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 קַשְׁתְּךָ֖ H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 3 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 שְׂמֹאולֶ֑ךָ H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 5 וְחִצֶּ֕יךָ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 6 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 יְמִינְךָ֖ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 8 אַפִּֽיל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 OpH5921 de bergenH2022 IsraelsH3478 zult gij vallenH5307, gijH859 en alH3605 uw bendenH102, en de volkenH5971, dieH834 met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelenH5861, aan het gevogelteH6833 van allenH3605 vleugelH3671, en aan het gedierteH2416 des veldsH7704 ter spijzeH402 gegevenH5414. Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.

KJV Thou shalt fall4 upon the mountains2 of Israel,3 thou, and all thy bands,7 and the people8 that is with thee: I will give17 thee unto the ravenous11 birds12 of every sort,14 and to the beasts15 of the field16 to be devoured.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 הָרֵ֨י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 תִּפּ֗וֹל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 5 אַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 אֲגַפֶּ֔יךָ H102 benden bands 8 וְעַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 אִתָּ֑ךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 לְעֵ֨יט H5861 roofvogelen, roofvogel, vogel bird, fowl, ravenous (bird) 12 צִפּ֧וֹר H6833 vogel, gevogelte, vogelen bird, fowl, sparrow 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 כָּנָ֛ף H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 15 וְחַיַּ֥ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 16 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 17 נְתַתִּ֥יךָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 18 לְאָכְלָֽה H402 spijze, eten, verteerd consume, devour, eat, food, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 OpH5921 het openH6440 veldH7704 zult gij vallenH5307; wantH3588 IkH589 heb het gesprokenH1696, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.

KJV Thou shalt fall4 upon the open2 field:3 for I have spoken7 it, saith8 the Lord9 GOD.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 4 תִּפּ֑וֹל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 5 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 דִבַּ֔רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 10 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En Ik zal een vuurH784 zendenH7971 in MagogH4031, en onder degenen, die in de eilandenH339 zekerH983 wonenH3427; en zij zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben. En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV And I will send1 a fire2 on Magog,3 and among them that dwell4 carelessly6 in the isles:5 and they shall know7 that I am the LORD.

1 וְשִׁלַּחְתִּי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 3 בְּמָג֔וֹג H4031 Magog Magog 4 וּבְיֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 הָאִיִּ֖ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 6 לָבֶ֑טַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely 7 וְיָדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En Ik zal Mijn heiligenH6944 NaamH8034 in het middenH8432 van Mijn volkH5971 IsraelH3478 bekendH3045 maken, en zal Mijn heiligenH6944 NaamH8034 nietH3808 meerH5750 laten ontheiligenH2490; en de heidenenH1471 zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben, de HeiligeH6918 in IsraelH3478. En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.

KJV So will I make my holy3 name2 known4 in the midst5 of my people6 Israel;7 and I will not let them pollute9 my holy12 name11 any more: and the heathen15 shall know14 that I am the LORD,18 the Holy One19 in Israel.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שֵׁ֨ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 קָדְשִׁ֜י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 4 אוֹדִ֗יעַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 5 בְּתוֹךְ֙ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 6 עַמִּ֣י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אַחֵ֥ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 שֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 קָדְשִׁ֖י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 13 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 14 וְיָדְע֤וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 15 הַגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 16 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 18 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 קָד֖וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 20 בְּיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 ZietH2009, hetH1931 komtH935 en zal geschiedenH1961, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069; dit is de dagH3117, van welkenH834 Ik gesprokenH1696 heb. Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.

KJV Behold, it is come,2 and it is done,3 saith4 the Lord5 GOD;6 this is the day8 whereof I have spoken.

1 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 בָאָה֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 וְנִֽהְיָ֔תָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 דִּבַּֽרְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En de inwonersH3427 der stedenH5892 IsraelsH3478 zullen uitgaanH3318, en vuurH784 stokenH1197 en brandenH5400 van de wapenenH5402, zo van schildenH4043 als rondassenH6793, van bogenH7198 en van pijlenH2671, zo van handstokkenH3027 als van spiesenH7420; en zij zullen daarvan vuur stokenH1197 zevenH7651 jarenH8141; En de inwoners der steden Israels zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;

KJV And they that dwell2 in the cities3 of Israel4 shall go forth,1 and shall set5 on fire17 and burn6 the weapons,7 both the shields8 and the bucklers,9 the bows10 and the arrows,11 and the handstaves,13 and the spears,14 and they shall burn15 them with fire seven18 years:

1 וְֽיָצְא֞וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וּבִעֲר֡וּ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 6 וְ֠הִשִּׂיקוּ H5400 branden, ontsteekt, ontstoken burn, kindle 7 בְּנֶ֨שֶׁק H5402 wapenen, harnas, geharnaste armed men, armour(-y), battle, harness, weapon 8 וּמָגֵ֤ן H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 9 וְצִנָּה֙ H6793 rondas, rondassen, haken buckler, cold, hook, shield, target 10 בְּקֶ֣שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 11 וּבְחִצִּ֔ים H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 12 וּבְמַקֵּ֥ל H4731 roeden, stok, staf rod, (hand-)staff 13 יָ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 וּבְרֹ֑מַח H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 15 וּבִעֲר֥וּ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 16 בָהֶ֛ם 17 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 18 שֶׁ֥בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 19 שָׁנִֽים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zodat zij geenH3808 houtH6086 uitH4480 het veldH7704 zullen dragenH5375, nochH3808 uit de woudenH3293 houwenH2404, maarH3588 van de wapenenH5402 vuurH784 stokenH1197; en zij zullen berovenH7997 degenen, die hen beroofdH7997 hadden, en plunderenH962, die hen geplunderdH962 hadden, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.

KJV So that they shall take2 no wood3 out of the field,5 neither cut down7 any out of the forests;9 for they shall burn12 the weapons11 with fire:13 and they shall spoil14 those that spoiled16 them, and rob17 those that robbed19 them, saith20 the Lord21 GOD.

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִשְׂא֨וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 עֵצִ֜ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַשָּׂדֶ֗ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 6 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יַחְטְבוּ֙ H2404 houthouwers, houwen, houthouwer cut down, hew(-er), polish 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הַיְּעָרִ֔ים H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 בַנֶּ֖שֶׁק H5402 wapenen, harnas, geharnaste armed men, armour(-y), battle, harness, weapon 12 יְבַֽעֲרוּ H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 13 אֵ֑שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 14 וְשָׁלְל֣וּ H7997 beroofd, buiten, beroven let fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 שֹׁלְלֵיהֶ֗ם H7997 beroofd, buiten, beroven let fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil 17 וּבָֽזְזוּ֙ H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 בֹּ֣זְזֵיהֶ֔ם H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 20 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 21 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 22 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En het zal te dien dageH3117 geschiedenH1961, dat Ik aan GogH1463 aldaarH8033 een grafstedeH4725 in IsraelH3478 zal gevenH5414, het dalH1516 der doorgangersH5674 naar het oostenH6926 der zeeH3220; en datzelve zal den doorgangersH5674 den neus stoppenH2629; en aldaarH8033 zullen zij begravenH6912 GogH1463 en zijn ganseH3605 menigteH1995, en zullen het noemenH7121: Het dalH1516 van GogsH1996 menigte. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.

KJV And it shall come to pass in that day,2 that I will give4 unto Gog5 a place6 there of graves8 in Israel,9 the valley10 of the passengers11 on the east12 of the sea:13 and it shall stop14 the noses of the passengers:17 and there shall they bury18 Gog21 and all his multitude:24 and they shall call25 it The valley26 of Hamongog.

1 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֡וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 לְגוֹג֩ H1463 Gog Gog 6 מְקֽוֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 7 שָׁ֨ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 קֶ֜בֶר H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 9 בְּיִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 גֵּ֤י H1516 dal, dalen, vallei valley 11 הָעֹֽבְרִים֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 12 קִדְמַ֣ת H6926 oosten east(-ward) 13 הַיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 14 וְחֹסֶ֥מֶת H2629 muilbanden, stoppen muzzle, stop 15 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הָעֹֽבְרִ֑ים H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 18 וְקָ֣בְרוּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 19 שָׁ֗ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 גּוֹג֙ H1463 Gog Gog 22 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 24 הֲמוֹנֹ֔ה H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 25 וְקָ֣רְא֔וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 26 גֵּ֖יא H1516 dal, dalen, vallei valley 27 הֲמ֥וֹן H1996 Gogs Hamogog 28 גּֽוֹג H1996 Gogs Hamogog
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Het huisH1004 IsraelsH3478 nu zal hen begravenH6912, omH4616 het landH776 te reinigenH2891, zevenH7651 maandenH2320 lang. Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.

KJV And seven8 months9 shall the house2 of Israel3 be burying1 of them, that they may cleanse5 the land.

1 וּקְבָרוּם֙ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 2 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 5 טַהֵ֣ר H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 שִׁבְעָ֖ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 9 חֳדָשִֽׁים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ja, alH3605 het volkH5971 des landsH776 zal begravenH6912, en het zal hun tot een naamH8034 zijn, ten dageH3117 als Ik zal verheerlijktH3513 zijn, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.

KJV Yea, all the people3 of the land4 shall bury1 them; and it shall be to them a renown7 the day8 that I shall be glorified,9 saith10 the Lord11 GOD.

1 וְקָֽבְרוּ֙ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 לָהֶ֖ם 7 לְשֵׁ֑ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 י֚וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הִכָּ֣בְדִ֔י H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 10 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 11 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 12 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ook zullen zij mannenH582 uitscheidenH914, die gestadigH8548 door het landH776 doorgaanH5674, en doodgraversH6912 met de doorgangersH5674, om te begraven degenen, die opH5921 den aardbodemH6440 zijn overgelatenH3498, om dien te reinigenH2891; ten eindeH7097 van zevenH7651 maandenH2320 zullen zij onderzoekH2713 doen. Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.

KJV And they shall sever out3 men of continual employment,2 passing through4 the land5 to bury6 with the passengers8 those that remain10 upon the face12 of the earth,13 to cleanse14 it: after the end15 of seven16 months17 shall they search.

1 וְאַנְשֵׁ֨י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 תָמִ֤יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 3 יַבְדִּ֨ילוּ֙ H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 4 עֹבְרִ֣ים H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 מְקַבְּרִ֣ים H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָעֹבְרִ֗ים H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַנּוֹתָרִ֛ים H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 לְטַֽהֲרָ֑הּ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 15 מִקְצֵ֥ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 16 שִׁבְעָֽה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 17 חֳדָשִׁ֖ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 18 יַחְקֹֽרוּ H2713 onderzocht, doorzoeken, onderzoeken find out, (make) search (out), seek (out), sound, try

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En deze doorgangersH5674 zullen door het landH776 doorgaanH5674, en als iemand een mensenbeenH120 zietH7200, zo zal hij een merktekenH6725 daarbij oprichtenH1129; totdatH5704 de doodgraversH6912 hetzelve zullen hebben begravenH6912 in het dalH1516 van GogsH1996 menigte. En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.

KJV And the passengers1 that pass through2 the land,3 when any seeth4 a man's6 bone,5 then shall he set up7 a sign9 by8 it, till the buriers11 have buried13 it in the valley15 of Hamongog.

1 וְעָבְר֤וּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 הָעֹֽבְרִים֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וְרָאָה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 עֶ֣צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 6 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 וּבָנָ֥ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 אֶצְל֖וֹ H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 9 צִיּ֑וּן H6725 grafteken, merkteken, merktekenen sign, title, waymark 10 עַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 קָבְר֤וּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 12 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַֽמְקַבְּרִ֔ים H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 גֵּ֖יא H1516 dal, dalen, vallei valley 16 הֲמ֥וֹן H1996 Gogs Hamogog 17 גּֽוֹג H1996 Gogs Hamogog
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ook zo zal de naam der stad Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 OokH1571 zo zal de naamH8034 der stadH5892 HamonaH1997 zijn. Alzo zullen zij het landH776 reinigenH2891. Ook zo zal de naam der stad Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.

KJV And also the name2 of the city3 shall be Hamonah.4 Thus shall they cleanse5 the land.

1 וְגַ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 שֶׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 עִ֛יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 הֲמוֹנָ֖ה H1997 Hamona Hamonah 5 וְטִהֲר֥וּ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 6 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israels, en eet vlees, en drink bloed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 GijH859 dan, mensenkindH1121! zoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZegH559 tot het gevogelteH6833 van allenH3605 vleugelH3671, en tot alH3605 het gedierteH2416 des veldsH7704: VergadertH6908 u, en komtH935 aan, verzameltH622 u van rondomH5439, tot Mijn slachtofferH2077, datH834 IkH589 voor u geslachtH2076 heb, een grootH1419 slachtofferH2077, opH5921 de bergenH2022 IsraelsH3478, en eetH398 vleesH1320, en drinkH8354 bloedH1818. Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israels, en eet vlees, en drink bloed.

KJV And, thou son2 of man,3 thus saith5 the Lord6 GOD;7 Speak8 unto every feathered11 fowl,9 and to every beast13 of the field,14 Assemble15 yourselves, and come;16 gather17 yourselves on every side18 to my sacrifice20 that I do sacrifice23 for you, even a great26 sacrifice25 upon the mountains28 of Israel,29 that ye may eat30 flesh,31 and drink32 blood.

1 וְאַתָּ֨ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֜ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 5 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 7 יְהֹוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 8 אֱמֹר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 לְצִפּ֨וֹר H6833 vogel, gevogelte, vogelen bird, fowl, sparrow 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 כָּנָ֜ף H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 12 וּלְכֹ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 חַיַּ֣ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 14 הַשָּׂדֶ֗ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 15 הִקָּבְצ֤וּ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 16 וָבֹ֨אוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 הֵאָסְפ֣וּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 18 מִסָּבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 זִבְחִ֗י H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 21 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 אֲנִ֜י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 23 זֹבֵ֤חַ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 24 לָכֶם֙ 25 זֶ֣בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 26 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 27 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 28 הָרֵ֣י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 29 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 30 וַאֲכַלְתֶּ֥ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 31 בָּשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 32 וּשְׁתִ֥יתֶם H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 33 דָּֽם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Het vleesH1320 der heldenH1368 zult gij etenH398, en het bloedH1818 van de vorstenH5387 der aardeH776 drinkenH8354; der rammenH352, der lammerenH3733, en bokkenH6260, en varrenH6499, die altemaal gemestenH4806 van BasanH1316 zijn. Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.

KJV Ye shall eat3 the flesh1 of the mighty,2 and drink7 the blood4 of the princes5 of the earth,6 of rams,8 of lambs,9 and of goats,10 of bullocks,11 all of them fatlings12 of Bashan.

1 בְּשַׂ֤ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 2 גִּבּוֹרִים֙ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 3 תֹּאכֵ֔לוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 וְדַם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 5 נְשִׂיאֵ֥י H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 6 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 תִּשְׁתּ֑וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 8 אֵילִ֨ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 9 כָּרִ֤ים H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 10 וְעַתּוּדִים֙ H6260 bokken chief one, (he) goat, ram 11 פָּרִ֔ים H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 12 מְרִיאֵ֥י H4806 gemest vee, vette, gemest fat (fed) beast (cattle, -ling) 13 בָשָׁ֖ן H1316 Bazan, Basan Bashan 14 כֻּלָּֽם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En gij zult het vetteH2459 etenH398 tot verzadigingH7654 toe, en bloedH1818 drinkenH8354 tot dronkenschapH7943 toe; van Mijn slachtofferH2077, datH834 Ik voor u geslachtH2076 heb. En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.

KJV And ye shall eat1 fat2 till ye be full,3 and drink4 blood5 till ye be drunken,6 of my sacrifice7 which I have sacrificed

1 וַאֲכַלְתֶּם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 חֵ֣לֶב H2459 vet, vette, smeer [idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow 3 לְשָׂבְעָ֔ה H7654 verzadiging, verzadigd, verzadigen (to have) enough, [idiom] till...be full, (un-) satiable, satisfy, [idiom] sufficiently 4 וּשְׁתִ֥יתֶם H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 5 דָּ֖ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 לְשִׁכָּר֑וֹן H7943 dronkenschap (be) drunken(-ness) 7 מִזִּבְחִ֖י H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 זָבַ֥חְתִּי H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 10 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rij paarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En gij zult verzadigdH7646 worden aanH5921 Mijn tafelH7979 van rij paardenH5483 en wagenH7393 paarden, van heldenH1368 en alleH3605 krijgsliedenH376, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rij paarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.

KJV Thus ye shall be filled1 at my table3 with horses4 and chariots,5 with mighty men,6 and with all men8 of war,9 saith10 the Lord11 GOD.

1 וּשְׂבַעְתֶּ֤ם H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 שֻׁלְחָנִי֙ H7979 tafel, tafelen, tafels table 4 ס֣וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 5 וָרֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 6 גִּבּ֖וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 10 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 11 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 12 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En Ik zal Mijn eerH3519 zettenH5414 onder de heidenenH1471; en alleH3605 heidenenH1471 zullen Mijn oordeelH4941 zienH7200, datH834 Ik gedaanH6213 heb, en Mijn handH3027, dieH834 Ik aan hen gelegdH7760 heb. En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.

KJV And I will set1 my glory3 among the heathen,4 and all the heathen7 shall see5 my judgment9 that I have executed,11 and my hand13 that I have laid

1 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כְּבוֹדִ֖י H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 4 בַּגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 וְרָא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַגּוֹיִ֗ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מִשְׁפָּטִי֙ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 עָשִׂ֔יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יָדִ֖י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 שַׂ֥מְתִּי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 16 בָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En die van het huisH1004 IsraelsH3478 zullen wetenH3045, dat IkH589, de HEEREH3068, hunlieder GodH430 ben, vanH4480 dienH1931 dagH3117 af en voortaanH1973. En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.

KJV So the house2 of Israel3 shall know1 that I am the LORD6 their God7 from that day9 and forward.

1 וְיָֽדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹֽהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 וָהָֽלְאָה H1973 voortaan, verre weg, gene back, beyond, (hence,-) forward, hitherto, thence, forth, yonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de heidenenH1471 zullen wetenH3045, dat dieH834 van het huisH1004 IsraelsH3478 gevankelijkH1540 zijn weggevoerd om hun ongerechtigheidH5771, omdatH3588 zij tegenH5921 Mij hadden overtredenH4603, en dat Ik Mijn aangezichtH6440 voor hen verborgenH5641 heb, en heb ze overgegevenH5414 in de handH3027 hunner wederpartijdersH6862, zodat zij altemaal door het zwaardH2719 gevallenH5307 zijn; En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;

KJV And the heathen2 shall know1 that the house6 of Israel7 went into captivity5 for their iniquity:4 because they trespassed10 against me, therefore hid12 I my face13 from them, and gave15 them into the hand16 of their enemies:17 so fell18 they all by the sword.

1 וְיָדְע֣וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 הַ֠גּוֹיִם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 בַעֲוֺנָ֞ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 גָּל֣וּ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 6 בֵֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 מָֽעֲלוּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 11 בִ֔י 12 וָאַסְתִּ֥ר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 13 פָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 מֵהֶ֑ם 15 וָֽאֶתְּנֵם֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 צָרֵיהֶ֔ם H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 18 וַיִּפְּל֥וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 19 בַחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 20 כֻּלָּֽם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Naar hun onreinigheidH2932 en naar hun overtredingenH6588 heb Ik met hen gehandeldH6213, en Ik heb Mijn aangezichtH6440 voor hen verborgenH5641. Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.

KJV According to their uncleanness1 and according to their transgressions2 have I done3 unto them, and hid5 my face

1 כְּטֻמְאָתָ֥ם H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 2 וּכְפִשְׁעֵיהֶ֖ם H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 3 עָשִׂ֣יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 אֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 וָאַסְתִּ֥ר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 6 פָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 מֵהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 DaaromH3651 zo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: NuH6258 zal Ik JakobsH3290 gevangenenH7622 wederbrengenH7725, en zal Mij ontfermenH7355 over het ganseH3605 huisH1004 IsraelsH3478, en Ik zal ijverenH7065 over Mijn heiligenH6944 NaamH8034; Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israels, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Now will I bring again7 the captivity9 of Jacob,10 and have mercy11 upon the whole house13 of Israel,14 and will be jealous15 for my holy17 name;

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 עַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 7 אָשִׁיב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שְׁב֣וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 10 יַֽעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 11 וְרִֽחַמְתִּ֖י H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 וְקִנֵּאתִ֖י H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 16 לְשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 17 קָדְשִֽׁי H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Als zij hun schandeH3639 zullen gedragenH5375 hebben, en alH3605 hun overtredingH4604, met dewelkeH834 zij tegenH5921 Mij hebben overtredenH4603, toen zij in hun landH127 zekerH983 woondenH3427, en er niemandH369 was, die hen verschrikteH2729. Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.

KJV After that they have borne1 their shame,3 and all their trespasses6 whereby they have trespassed8 against me, when they dwelt10 safely13 in their land,12 and none made them afraid.

1 וְנָשׂוּ֙ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כְּלִמָּתָ֔ם H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מַעֲלָ֖ם H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 מָעֲלוּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 9 בִ֑י 10 בְּשִׁבְתָּ֧ם H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אַדְמָתָ֛ם H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 13 לָבֶ֖טַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely 14 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 מַחֲרִֽיד H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Als Ik hen zal hebben wedergebrachtH7725 uitH4480 de volkenH5971, en hen vergaderdH6908 zal hebben uit de landenH776 hunner vijandenH341, en Ik aan hen geheiligdH6942 zal zijn voor de ogenH5869 van veleH7227 heidenenH1471; Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;

KJV When I have brought them again1 from the people,4 and gathered5 them out of their enemies'8 lands,7 and am sanctified9 in them in the sight11 of many13 nations;

1 בְּשׁוֹבְבִ֤י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אוֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הָ֣עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 וְקִבַּצְתִּ֣י H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 6 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מֵֽאַרְצ֖וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 אֹֽיְבֵיהֶ֑ם H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 9 וְנִקְדַּ֣שְׁתִּי H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 10 בָ֔ם 11 לְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 הַגּוֹיִ֥ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Dan zullen zij wetenH3045, datH3588 IkH589, de HEEREH3068, hunlieder GodH430 ben, dewijl Ik ze gevankelijkH1540 heb doen wegvoeren onder de heidenenH1471, maar heb ze weder verzameldH3664 in hun landH127, en heb aldaarH8033 niemand van hen meerH5750 overgelatenH3498. Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.

KJV Then shall they know1 that I am the LORD4 their God,5 which caused them to be led into captivity6 among the heathen:9 but I have gathered10 them unto their own land,12 and have left

1 וְיָדְע֗וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹ֣הֵיהֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 בְּהַגְלוֹתִ֤י H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 7 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 וְכִנַּסְתִּ֖ים H3664 vergaderen, vergadert, bijeenbrengen gather (together), heap up, wrap self 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אַדְמָתָ֑ם H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 אוֹתִ֥יר H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 15 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 16 מֵהֶ֖ם 17 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En Ik zal Mijn aangezichtH6440 voor hen nietH3808 meerH5750 verbergenH5641, wanneer Ik Mijn GeestH7307 overH5921 het huisH1004 IsraelsH3478 zal hebben uitgegotenH8210, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.

KJV Neither will I hide2 my face4 any more from them: for I have poured out7 my spirit9 upon the house11 of Israel,12 saith13 the Lord14 GOD.

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אַסְתִּ֥יר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 3 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 4 פָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 מֵהֶ֑ם 6 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 שָׁפַ֤כְתִּי H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 רוּחִי֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 15 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 39:1 Ezechiël 38:2 Ezechiël 35:3 Nahum 2:13 Nahum 3:5
Ezechiël 39:2 Ezechiël 38:15 Psalmen 40:14 Daniël 11:40 Psalmen 68:2 Jesaja 37:29
Ezechiël 39:3 Psalmen 76:3 Hosea 1:5 Jeremia 21:4 Psalmen 46:9 Ezechiël 20:21
Ezechiël 39:4 Ezechiël 33:27 Ezechiël 39:17 Ezechiël 32:4 Ezechiël 38:21 Jesaja 34:2 Ezechiël 29:5 Openbaring 19:17 Jeremia 15:3
Ezechiël 39:5 Jeremia 22:19 Ezechiël 29:5 Jeremia 8:2 Ezechiël 32:4
Ezechiël 39:6 Ezechiël 30:8 Jeremia 25:22 Ezechiël 30:16 Amos 1:4 Psalmen 72:10 Nahum 1:6 Jesaja 66:19 Amos 1:10
Ezechiël 39:7 Ezechiël 38:23 Ezechiël 38:16 Exodus 20:7 Ezechiël 20:39 Jesaja 12:6 Ezechiël 36:20 Ezechiël 36:23 Jesaja 60:9
Ezechiël 39:8 Ezechiël 38:17 Ezechiël 7:2 Openbaring 16:17 2 Petrus 3:8 Openbaring 21:6 Jesaja 33:10
Ezechiël 39:9 Psalmen 46:9 Maleachi 1:5 Jozua 11:6 Jesaja 66:24 Zacharia 9:10 Psalmen 111:2 Ezechiël 39:10
Ezechiël 39:10 Jesaja 33:1 Jesaja 14:2 Micha 5:8 Exodus 12:36 Exodus 3:22 Habakuk 3:8 Habakuk 2:8 Mattheüs 7:2
Ezechiël 39:11 Ezechiël 47:18 Lukas 5:1 Johannes 6:1 Ezechiël 38:2 Numeri 34:11 Numeri 11:34
Ezechiël 39:12 Deuteronomium 21:23 Ezechiël 39:14 Ezechiël 39:16 Numeri 19:16
Ezechiël 39:13 Ezechiël 28:22 Sefanja 3:19 Jeremia 33:9 1 Petrus 1:7 Psalmen 126:2 Psalmen 149:6 Deuteronomium 26:19 Ezechiël 39:21
Ezechiël 39:14 Ezechiël 39:12 Numeri 19:11
Ezechiël 39:15 Lukas 11:44
Ezechiël 39:17 Sefanja 1:7 Ezechiël 39:4 Jeremia 12:9 Jesaja 56:9 Openbaring 19:17 Jesaja 34:6 Jeremia 46:10 1 Samuël 17:46
Ezechiël 39:18 Psalmen 22:12 Jeremia 51:40 Ezechiël 29:5 Amos 4:1 Jeremia 50:27 Jeremia 50:11 Openbaring 19:17 Ezechiël 34:8
Ezechiël 39:20 Openbaring 19:18 Hagai 2:22 Ezechiël 38:4 Psalmen 76:5
Ezechiël 39:21 Exodus 9:16 Ezechiël 36:23 Jesaja 37:20 Ezechiël 38:23 Ezechiël 38:16 Exodus 7:4 1 Samuël 5:7 Exodus 14:4
Ezechiël 39:22 Ezechiël 39:28 Jeremia 24:7 Johannes 17:3 1 Johannes 5:20 Ezechiël 39:7 Jeremia 31:34 Psalmen 9:16 Ezechiël 34:30
Ezechiël 39:23 Jesaja 1:15 Jesaja 59:2 Jeremia 22:8 Leviticus 26:25 Ezechiël 39:29 Ezechiël 36:18 Richteren 3:8 Deuteronomium 32:30
Ezechiël 39:24 Jeremia 2:17 Ezechiël 36:19 Jeremia 2:19 Jeremia 4:18 Jeremia 5:25 Jesaja 1:20 Daniël 9:5 2 Koningen 17:7
Ezechiël 39:25 Jesaja 27:12 Ezechiël 34:13 Ezechiël 37:21 Jeremia 30:18 Jeremia 30:3 Ezechiël 20:40 Hosea 1:11 Jeremia 31:1
Ezechiël 39:26 Micha 4:4 1 Koningen 4:25 Ezechiël 16:63 Daniël 9:16 Leviticus 26:5 Ezechiël 32:25 Ezechiël 34:27 Ezechiël 16:57
Ezechiël 39:27 Ezechiël 36:23 Ezechiël 38:16 Ezechiël 38:23 Ezechiël 37:21 Ezechiël 28:25 Jesaja 5:16 Ezechiël 39:13 Ezechiël 39:25
Ezechiël 39:28 Ezechiël 39:22 Deuteronomium 30:3 Jesaja 27:12 Hosea 2:20 Ezechiël 34:30 Nehemia 1:8 Amos 9:9 Romeinen 11:1
Ezechiël 39:29 Joël 2:28 Jesaja 32:15 Ezechiël 36:25 1 Johannes 3:24 Jesaja 45:17 Handelingen 2:17 Zacharia 12:10 Jesaja 54:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 39 vers 1

wil aan u, o Gog, Zie boven Ezech. 38:2-3 .

Hertaald: wil aan u, o Gog, Zie hierboven Ezech. 38:2-3.

Ezechiël 39 vers 2

omwenden, Gelijk boven Ezech. 38:4 .

Hertaald: omwenden, Zoals hierboven Ezech. 38:4.

zeshaak in u slaan, Hebreeuws eigenlijk alsof men zeide: Ik zal u zessen, dat verscheidenlijk wordt overgezet. Hetgeen hier in den tekst gesteld is, is genomen uit vergelijking met Ezech. 38:4 ; waar God zeide: Ik zal u omwenden en haken in uwe kaken, of kieuwen doen. Waarop Hij hier schijnt te willen zeggen: Ik zal u als met zes haken, of een zeshakigen haak, alzo vasthouden, voeren en omleiden naar mijnen wil, dat gij mij niet zult ontkomen, of buiten den cirkel mijner regering springen, maar uwe straf ontvangen ter plaatse, waarheen Ik u, als een veroordeelden misdadiger, zal voeren; gelijk men bij de heidenen wel gewoon was den misdadiger met een ingeslagen haak te voeren of voort te trekken. Sommigen vertalen het: Ik zal u zesvoudig straffen, te weten met de zes plagen, die Ezech. 38:22 verhaald zijn. Anders: Ik zal maar het zesde deel van u, of een deel van zessen overlaten, of, bij zessen slaan; of, Ik zal u zo behandelen, gelijk men den zesden [idem, tienden, twintigsten, enz.] van de gevangenis in den oorlog wel placht te doen, dat is, doden, enz.

Hertaald: zeshaak in u slaan, In het Hebreeuws staat het eigenlijk alsof men zei: Ik zal u zessen, wat op verschillende manieren vertaald wordt. Wat hier in de tekst staat, is ontleend aan de vergelijking met Ezech. 38:4, waar God zei: Ik zal u omwenden en haken in uw kaken of kieuwen slaan. Daarbij lijkt Hij hier te willen zeggen: Ik zal u als met zes haken, of met een zeshakige haak, zo vasthouden, voeren en rondleiden naar Mijn wil, dat u Mij niet zult ontkomen of buiten de kring van Mijn bestuur zult springen, maar uw straf zult ontvangen op de plaats waarheen Ik u als een veroordeelde misdadiger zal voeren — zoals men bij de heidenen een misdadiger wel met een ingeslagen haak voortsleepte. Sommigen vertalen het: Ik zal u zesvoudig straffen, namelijk met de zes plagen die in Ezech. 38:22 genoemd zijn. Anders: Ik zal maar het zesde deel van u overlaten, of één op de zes; of: bij zessen slaan; of: Ik zal u behandelen zoals men in de oorlog wel met de zesde (of de tiende, de twintigste, enzovoort) van de gevangenen placht te doen, dat is: doden, enzovoort.

Ezechiël 39 vers 3

boog uit uw linkerhand slaan, Dat is, Ik zal u alle krijgsmacht en moed benemen, uwe wapenen verijdelen, of u als ontwapenen, en alzo voor uwen vijand vellen.

Hertaald: boog uit uw linkerhand slaan, Dat is: Ik zal u alle krijgsmacht en moed ontnemen, uw wapens krachteloos maken of u als het ware ontwapenen, en u zo voor uw vijand neervellen.

Ezechiël 39 vers 4

vallen, Of, liggen, gelijk elders.

Hertaald: vallen, Of: liggen, zoals elders.

roofvogelen, Hebreeuws, roofvogel.

Hertaald: roofvogelen, Hebreeuws: roofvogel.

allen vleugel, Dat is, allerlei, gelijk onder vs.17.

Hertaald: allen vleugel, Dat is: allerlei, zoals hieronder vers 17.

Ezechiël 39 vers 5

open veld zult gij vallen; Hebreeuws, aangezicht des velds.

Hertaald: open veld zult gij vallen; Hebreeuws: het aangezicht van het veld.

Ezechiël 39 vers 6

vuur zenden in Magog, Van den oorlog, de plagen en ellenden, voortkomende uit het vuur van mijn toorn, boven Ezech. 38:18-19 . Zie Am. 1:4 , enz.

Hertaald: vuur zenden in Magog, Namelijk het vuur van de oorlog, de plagen en de ellenden die voortkomen uit het vuur van Mijn toorn, hierboven Ezech. 38:18-19. Zie Amos 1:4, enzovoort.

eilanden zeker wonen; Zie Ps. 72:10 .

Hertaald: eilanden zeker wonen; Zie Ps. 72:10.

Ezechiël 39 vers 7

heiligen Naam Hebreeuws, naam mijner heiligheid, alzo in het volgende, dat is, mijzelven met mijne macht, gerechtigheid, goedheid, heerlijkheid, enz.

Hertaald: heiligen Naam Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid, zo ook in het vervolg; dat is: Mijzelf met Mijn macht, gerechtigheid, goedheid, heerlijkheid, enzovoort.

ontheiligen; Zie Lev. 18:21 ; boven Ezech. 20:9 .

Hertaald: ontheiligen; Zie Lev. 18:21; hierboven Ezech. 20:9.

Ezechiël 39 vers 8

het komt en zal geschieden, Zekerlijk, zonder feil, zal dit alles vervuld worden.

Hertaald: het komt en zal geschieden, Namelijk: dit alles zal zeker en zonder mankeren vervuld worden.

Ezechiël 39 vers 9

uitgaan, Om den buit der verslagenen te verzamelen.

Hertaald: uitgaan, Namelijk om de buit van de verslagenen te verzamelen.

vuur stoken en branden Dit is hier ingevoegd uit het volgende, en men moet dit lange branden en vuur stoken, alsook de volgende grote ruimte van de plaats der begrafenis voor Gog en zijn hoop, idem de moeite en langen tijd van het begraven, nemen als een figuurlijke afmaling van de grootheid en verschrikkelijkheid der nederlaag.

Hertaald: vuur stoken en branden Dit is hier ingevoegd uit het vervolg. Men moet dit lange stoken en branden, evenals de grote omvang van de begraafplaats voor Gog en zijn menigte en de moeite en de lange duur van het begraven, opvatten als een beeldende schildering van de grootte en de verschrikkelijkheid van de nederlaag.

schilden als rondassen, Hebreeuws, schild, rondas, enz. in het getal van een.

Hertaald: schilden als rondassen, Hebreeuws: schild, rondas, enzovoort, in het enkelvoud.

handstokken als van spiesen; Of, slangen.

Hertaald: handstokken als van spiesen; Of: slangen.

Ezechiël 39 vers 11

dal der doorgangers Van deze plaats wordt nergens meer in de Heilige Schrift vermeld. Eenigen menen dat de naam aan deze plaats gegeven is van de doorgangers, onder vs.14,15, of het kan ene vallei geweest zijn, waar de gewone pas was langs de zee Cinnereth, of Gennesareth, naar Syrië, enz., in het noordoosten; of bij de Dode zee naar Egypte, Arabië, enz. in het zuidoosten van Kanaän. De lezer kan hiermede vergelijken Joël 2:20 . Sommigen verstaan de laagten in Gilead in het oosten over de Jordaan, waar de kooplieden veel doorreisden en handelden; zie Gen. 37:25 .

Hertaald: dal der doorgangers Over deze plaats wordt nergens anders in de Heilige Schrift gesproken. Sommigen menen dat de naam aan deze plaats ontleend is aan de doorgangers uit vers 14 en 15. Of het kan een dal geweest zijn waar de gewone doorgang lag langs het meer Kinnereth of Gennesaret naar Syrië enzovoort in het noordoosten, of bij de Dode Zee naar Egypte, Arabië enzovoort in het zuidoosten van Kanaän. De lezer kan hiermee Joël 2:20 vergelijken. Sommigen verstaan er de laagten in Gilead onder, ten oosten van de Jordaan, waar de kooplieden veel doorheen reisden en handel dreven; zie Gen. 37:25.

Neus] stoppen; Neus en mond, vanwege den stank of sterken reuk; vergelijk Joël 2:20 . Anders, [dan pas, of het gezicht] stoppen, sluiten, vanwege de menigte der doden; of [gelijk sommigen] den mond stoppen, zodat zij Israël niet meer in het doorgaan zouden bespotten.

Hertaald: Neus] stoppen; Namelijk neus en mond, vanwege de stank of de sterke lucht; vergelijk Joël 2:20. Anders: de doorgang of het zicht versperren, vanwege de menigte van doden; of, zoals sommigen menen: de mond stoppen, zodat zij Israël bij het doortrekken niet meer zouden bespotten.

Het dal van Gogs menigte Hebreeuws, Ge Hamon Gog.

Hertaald: Het dal van Gogs menigte Hebreeuws: Ge Hamon Gog.

Ezechiël 39 vers 12

zal hen begraven, Hebreeuws, zullen zij.

Hertaald: zal hen begraven, Hebreeuws: zullen zij.

reinigen, Van de dode lichamen, die naar de wet der ceremoniën de aarde verontreinigden en daarom begraven moesten worden. Zie Deut. 21:23 .

Hertaald: reinigen, Namelijk van de dode lichamen, die naar de ceremoniële wet de aarde verontreinigden en daarom begraven moesten worden. Zie Deut. 21:23.

Ezechiël 39 vers 13

zal begraven, Hebreeuws, zullen.

Hertaald: zal begraven, Hebreeuws: zullen.

naam zijn, Dat is, roem en eer. Vergelijk boven Ezech. 34:29 , en de aantekening aldaar.

Hertaald: naam zijn, Dat is: tot roem en eer. Vergelijk hierboven Ezech. 34:29 en de aantekening daar.

verheerlijkt zijn, Of, mij zal verheerlijkt hebben; te weten door mijn oordeel over deze vijanden mijner kerk.

Hertaald: verheerlijkt zijn, Of: Mij verheerlijkt zal hebben, namelijk door Mijn oordeel over deze vijanden van Mijn kerk.

Ezechiël 39 vers 14

mannen Hebreeuws, mannen, of lieden der gestadigheid, of gedurigheid; dat is, die steeds rondom in het land trekken, om orde te stellen op de begraving van allen, die hier of daar mogen zijn overgebleven, na de algemene begrafenis der zeven maanden, gelijk volgt.

Hertaald: mannen Hebreeuws: mannen of lieden van de bestendigheid of gedurigheid; dat is: die voortdurend rondtrekken in het land om orde te stellen op de begrafenis van allen die hier of daar overgebleven mochten zijn na de algemene begrafenis van de zeven maanden, zoals volgt.

uitscheiden, Want zij waren naar de wet onrein, die met doden te doen hadden; Num. 19:11 , enz.

Hertaald: uitscheiden, Want zij die met doden te maken hadden waren volgens de wet onrein; Num. 19:11, enzovoort.

aardbodem zijn overgelaten, Anders: die met de doorgangers begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten; verstaande dat zij ook den reizenden man daartoe mede zouden gebruiken, bij gelegenheid.

Hertaald: aardbodem zijn overgelaten, Anders: die samen met de doorgangers hen begraven die op de aardbodem zijn overgebleven, waarbij men dus verstaat dat zij ook de reiziger daar bij gelegenheid voor zouden gebruiken.

Ezechiël 39 vers 15

Iemand] een mensenbeen ziet, Hebreeuws, en hij ziet; dat is, [in zulke samenvoeging van woorden] als iemand, of een van hen ziet, enz. Anders: en de doorgangers, die door het land doorgaan, als iemand van hen, enz., zo zal hij, enz.

Hertaald: Iemand] een mensenbeen ziet, Hebreeuws: en hij ziet; dat is bij zo'n woordverbinding: wanneer iemand, of een van hen, ziet, enzovoort. Anders: en de doorgangers die door het land trekken — wanneer iemand van hen, enzovoort, dan zal hij, enzovoort.

oprichten; Hebreeuws, bouwen; opdat de doodgravers dat ziende, het voorzegde been mogen begraven.

Hertaald: oprichten; Hebreeuws: bouwen; opdat de doodgravers dat zouden zien en het genoemde been zouden kunnen begraven.

Ezechiël 39 vers 16

stad Die in of aan dat dal zal gelegen zijn, waarin de begravers, gedurende dien tijd, bijeenkwamen. Anders: de stad [Jeruzalem] zal een naam [hebben] van de menigte; te weten van deze verslagenen.

Hertaald: stad Namelijk een stad die in of bij dat dal zal liggen, waarin de begravers in die tijd bijeenkwamen. Anders: de stad Jeruzalem zal een naam hebben van de menigte, namelijk van deze verslagenen.

Hamóna zijn Dat is, menigte, gelijk boven vs.11.

Hertaald: Hamóna zijn Dat is: menigte, zoals hierboven vers 11.

Ezechiël 39 vers 17

allen vleugel, Dat is, allerlei; gelijk boven vs.4. Dit dient al wijder tot afbeelding van deze grote nederlaag. Vergelijk boven vs.9, en voorts Jes. 18:6 ; Jer. 12:9 , enz.

Hertaald: allen vleugel, Dat is: allerlei, zoals hierboven vers 4. Dit dient opnieuw ter afbeelding van deze grote nederlaag. Vergelijk hierboven vers 9, en verder Jes. 18:6; Jer. 12:9, enzovoort.

slachtoffer, Zie Jes. 34:6 ; Jer. 46:10 ; Sef. 1:7-8 , met de aantekening, en van het Hebreeuwse woord, Gen. 31:54 . Of, slachtmaal, slachtmaaltijd, uit Openb. 19:17 , en hier, onder vs.20.

Hertaald: slachtoffer, Zie Jes. 34:6; Jer. 46:10; Zef. 1:7-8 met de aantekening, en over het Hebreeuwse woord Gen. 31:54. Of: slachtmaal, slachtmaaltijd, uit Openb. 19:17 en hier hieronder vers 20.

Ezechiël 39 vers 18

der rammen, Dat is, uitgelezenste van allerlei staat of rang, die tegen Gods volk gestreden hebben; vergelijk Jes. 34:6 .

Hertaald: der rammen, Dat is: de uitgelezensten van elke stand of rang die tegen Gods volk gestreden hebben; vergelijk Jes. 34:6.

gemesten van Basan zijn Of, vetaards; dat is, gelijk vette gemeste beesten van Basan. Vergelijk Ps. 22:13 , met de aantekening.

Hertaald: gemesten van Basan zijn Of: vetgemesten; dat is: als vette gemeste dieren van Basan. Vergelijk Ps. 22:13 met de aantekening.

Ezechiël 39 vers 20

Wagen- paarden, Idem, muilen, ezels, enz. Vergelijk de aantekening 2 Sam. 8:4 .

Hertaald: Wagen- paarden, Eveneens: muildieren, ezels, enzovoort. Vergelijk de aantekening bij 2 Sam. 8:4.

alle krijgslieden, Dat is, allerlei, of alle deze, o vele dappere mannen van oorlog. Hebreeuws, heldkrijgsman.

Hertaald: alle krijgslieden, Dat is: allerlei, of: al deze vele dappere mannen van oorlog. Hebreeuws: heldenkrijgsman.

Ezechiël 39 vers 21

zetten onder de heidenen; Dat is, klaarlijk doen blijken. Hebreeuws eigenlijk, geven; doch het Hebreeuwse woord wordt alzo naar gelegenheid van zaken verscheidenlijk gebruikt. Zie wijders vs.23.

Hertaald: zetten onder de heidenen; Dat is: duidelijk doen blijken. Hebreeuws eigenlijk: geven; maar het Hebreeuwse woord wordt naargelang de zaak op verschillende manieren gebruikt. Zie verder vers 23.

aan hen gelegd heb Mits hen [de vijanden] te doden. Zie Gen. 37:22 . Of, mijne plagen, die Ik hun heb aangedaan. Zie Job 13:21 .

Hertaald: aan hen gelegd heb Namelijk doordat Ik hen, de vijanden, dood. Zie Gen. 37:22. Of: Mijn plagen, die Ik hun heb aangedaan. Zie Job 13:21.

Ezechiël 39 vers 22

die van het huis Israëls Hebreeuws, het huis van Israël zullen, enz., alzo in het volgende.

Hertaald: die van het huis Israëls Hebreeuws: het huis van Israël zullen, enzovoort; zo ook in het vervolg.

Ezechiël 39 vers 23

om hun ongerechtigheid, Hetwelk bij de heidenen zal strekken tot mijne eer, dewijl Ik door de rechtvaardige straf van mijn volk mijne heiligheid en gerechtigheid bewezen heb, gelijk daarna mijne waarheid en trouw door hun genadige verlossing.

Hertaald: om hun ongerechtigheid, Dat zal bij de heidenen tot Mijn eer strekken, omdat Ik door de rechtvaardige straf van Mijn volk Mijn heiligheid en gerechtigheid bewezen heb, zoals daarna Mijn waarheid en trouw door hun genadige verlossing.

verborgen heb, Zie Deut. 31:17 .

Hertaald: verborgen heb, Zie Deut. 31:17.

altemaal Een grote menigte, in alle omstreken des lands, van allerlei stand of rang.

Hertaald: altemaal Namelijk een grote menigte, in alle streken van het land, van elke stand of rang.

Ezechiël 39 vers 25

Nu zal Ik Jakobs Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3 .

Hertaald: Nu zal Ik Jakobs Dat is: heel spoedig. Zie Hos. 10:3.

gevangenen wederbrengen, Hebreeuws, gevangenis.

Hertaald: gevangenen wederbrengen, Hebreeuws: gevangenschap.

heiligen Naam; Hebreeuws, naam mijner heiligheid.

Hertaald: heiligen Naam; Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid.

Ezechiël 39 vers 26

overtreding, Dat is, derzelver straf; vergelijk Lev. 5:1 , enz.

Hertaald: overtreding, Dat is: de straf daarop; vergelijk Lev. 5:1, enzovoort.

zeker woonden, Toen het hun welging, bij goede dagen, als het hun betaamde dankbaar jegens mij te zijn.

Hertaald: zeker woonden, Namelijk toen het hun goed ging, in goede dagen, toen het hun betaamd zou hebben Mij dankbaar te zijn.

Ezechiël 39 vers 27

geheiligd zal zijn Gelijk boven Ezech. 38:16 .

Hertaald: geheiligd zal zijn Zoals hierboven Ezech. 38:16.

Ezechiël 39 vers 28

overgelaten Niet een van de mijnen, van mijn uitverkoren volk, heb Ik onverlost gelaten of vergeten en overgezien, maar hun allen tezamen, en een iegelijk in het bijzonder, getrouwelijk mijn heil bewezen.

Hertaald: overgelaten Namelijk: niet één van de Mijnen, van Mijn uitverkoren volk, heb Ik onverlost gelaten, vergeten of over het hoofd gezien, maar Ik heb hun allen samen, en ieder van hen in het bijzonder, trouw Mijn heil bewezen.

Ezechiël 39 vers 29

wanneer Ik Of, want, of omdat Ik mijnen Geest zal hebben uitgegoten, enz.

Hertaald: wanneer Ik Of: want, of: omdat Ik Mijn Geest zal hebben uitgegoten, enzovoort.

Geest Zie Joël 2:28 ; Hand. 2:17 , waaruit blijkt dat deze en andere dergelijke genadebeloften zien op de algemene kerk van Jezus Christus; gelijk de straffen der vijanden van het Oude en Nieuwe Testament door elkander in de profetische Schriften gesprengd en gemengd worden, alzo ook de beloften, aan beide kerken gedaan. En gelijk de vijanden van het Oude en Nieuwe Testament een lichaam uitmaken, alzo maken ook de gelovigen of de kerken van beiden een lichaam, en behoren tot een schaapstal, [niettegenstaande de verscheidenheid der bediening, enz.] waarvan het Hoofd en de Herder is de Heere Christus, de ware Messias. Zie Joh. 10:16 ; Rom. 4:16-17 , Rom. 4:23-24 ; Ef. 2:12-13 , Ef. 2:19 , enz.

Hertaald: Geest Zie Joël 2:28; Hand. 2:17, waaruit blijkt dat deze en andere soortgelijke genadebeloften zien op de algemene kerk van Jezus Christus. Zoals de straffen van de vijanden van het Oude en het Nieuwe Testament in de profetische Schriften door elkaar gestrooid en gemengd worden, zo ook de beloften die aan beide kerken gedaan zijn. En zoals de vijanden van het Oude en het Nieuwe Testament één lichaam vormen, zo vormen ook de gelovigen of de kerken van beide één lichaam en behoren zij tot één schaapskooi, ondanks het verschil in bediening enzovoort, waarvan het Hoofd en de Herder de Heere Christus is, de ware Messias. Zie Joh. 10:16; Rom. 4:16-17, Rom. 4:23-24; Ef. 2:12-13, Ef. 2:19, enzovoort.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gog  — berg (onzeker)

De hoofdvorst van het land Magog, Mesech en Tubal, tegen wie Ezechiël moest profeteren. In de laatste dagen zal Gog met een groot leger uit het noorden tegen het rustig wonende Israël optrekken, maar de HEERE zal hem daar door pestilentie, bloed, hagel en vuur oordelen en Zich zo voor de volken heiligen (Ez. 38-39); in het boek Openbaring wordt de naam Gog (met Magog) opnieuw gebruikt als aanduiding van de laatste vijanden van Gods volk (Openb. 20:8).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het reinigen van het land  — wat er na de overwinning nog te doen staat (Ezech. 39:11-20)

Na de nederlaag van de aanvaller blijft er werk over: "Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang" (Ezech. 39:12). Er worden mannen aangewezen die het land blijven doorgaan, "en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven" (Ezech. 39:15). Het slot van het vers vat het samen: "Alzo zullen zij het land reinigen" (Ezech. 39:16). Daarvóór staat een hard beeld: de vogels en het gedierte worden geroepen tot een maaltijd van wat er op de bergen ligt (Ezech. 39:17-20). Het register geeft dat weer zoals het er staat en werkt het niet uit.

Bijbelse betekenis: Merk op wat er na de overwinning overblijft. Niet een feest maar een reiniging, en die duurt zeven maanden. In de wet maakt een dode of een enkel gebeente onrein (Num. 19:16); zolang die er liggen, is het land niet schoon. Een gewonnen slag is dus nog geen herstelde toestand. Let vervolgens op de zorgvuldigheid van Ezech. 39:15. Eén mensenbeen is genoeg om er een merkteken bij te zetten; er wordt niets overgeslagen omdat het klein is. Let ten slotte op wie het werk doet. Het is het volk zelf dat begraaft, en het duurt lang. Wat God gedaan heeft, laat een land achter waaraan nog maandenlang gewerkt moet worden.

Typologie: Het beeld van de geroepen vogels keert in het laatste boek terug, waar een engel hen tot dezelfde maaltijd roept (Op. 19:17-18). Het register noemt dat en legt de verhouding tussen beide plaatsen niet vast.

Ezech. 39:11-20; Num. 19:16; Op. 19:17-18

Het verbergen van Gods aangezicht  — hoe de ballingschap achteraf verklaard wordt, en waarmee het verbergen eindigt (Ezech. 39:21-29)

"En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israels gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb" (Ezech. 39:23). Het vers erna zegt het nog eens in het kort: "Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen" (Ezech. 39:24). Daartegenover staat het slot van het hoofdstuk: "En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten" (Ezech. 39:29).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier iets leert. De heidenen zullen weten waarom dit volk weggevoerd werd. De misvatting dat het aan Gods onmacht lag, is eerder in het boek genoemd (reeds behandeld bij Ezech. 36:20); hier wordt zij weggenomen. Let vervolgens op de uitdrukking zelf. Het verbergen van Gods aangezicht is Zijn eigen daad en wordt ook zo genoemd. De Schrift laat die woorden ook in de mond van de gelovige toe: de psalmdichter zegt dat hij verschrikt werd toen God Zijn aangezicht verborg (Ps. 30:8), en Jesaja zegt dat hij Hem verwacht Die Zijn aangezicht verbergt (Jes. 8:17). Er staat bij dat het niet blijvend is: het gebeurde "in een kleinen toorn" en voor een ogenblik (Jes. 54:8). Let ten slotte op de vorm van het slot. Er staat niet enkel dat het verbergen ophoudt, maar waarmee dat samenhangt: met het uitgieten van Gods Geest. Het verborgen aangezicht en de gegeven Geest horen in dit vers bij elkaar.

Typologie: Petrus haalt op de Pinksterdag de profetie van de uitstorting aan: "Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees" (Hand. 2:17). Het register noemt dat en doet geen uitspraak over de verhouding tussen die dag en dit vers.

Ezech. 39:21-29; Ezech. 36:20; Ps. 30:8; Jes. 8:17; Jes. 54:8; Hand. 2:17

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 39

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content