Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen Israels! hoort des HEEREN woord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En gijH859, mensenkindH1121! profeteerH5012totH413 de bergenH2022IsraelsH3478, en zegH559: Gij bergenH2022IsraelsH3478! hoortH8085 des HEERENH3068woordH1697.En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen Israels! hoort des HEEREN woord.
KJVAlso, thou son2of man,3prophesy4unto the mountains6of Israel,7and say,8Ye mountains9of Israel,10hear11the word12of the LORD:
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4הִנָּבֵ֖אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הָרֵ֣יH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וְאָ֣מַרְתָּ֔H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הָרֵי֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11שִׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
2Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat de vijandH341 van u zegtH559: HeahH1889! zelfs de eeuwigeH5769hoogtenH1116zijnH1961 ons ten erveH4181 geworden!Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Because the enemy7hath said6against you, Aha,9even the ancient11high places10are ours in possession:
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why6אָמַ֧רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7הָאוֹיֵ֛בH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe8עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הֶאָ֑חH1889Heah, Ha, haah, aha, ha10וּבָמ֣וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave11עוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)12לְמֽוֹרָשָׁ֖הH4181erve, bezitting, erfbezittingheritage, inheritance, possession13הָ֥יְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לָּֽנוּ
3Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3DaaromH3651profeteerH5012 en zegH559: Zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Daarom, omdat men u van rondomH5439verwoestH8074 en opgesloktH7602 heeft, opdat gij voor het overblijfselH7611 der heidenenH1471 ten erveH4181 zoudt zijnH1961, en gij gebrachtH5927 zijt opH5921 de klapachtigeH3956lipH8193 en in opspraakH1681 des volksH5971;Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;
KJVTherefore prophesy2and say,3Thus saith5the Lord6GOD;7Because they have made you desolate,10and swallowed you up11on every side,13that ye might be a possession15unto the residue16of the heathen,17and ye are taken up18in the lips20of talkers,21and are an infamy22of the people:
1לָכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנָּבֵ֣אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet3וְאָמַרְתָּ֔H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why9בְּיַ֡עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why10שַׁמּוֹת֩H8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder11וְשָׁאֹ֨ףH7602slokken, hijgt, Haakdesire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up12אֶתְכֶ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִסָּבִ֗יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side14לִֽהְיוֹתְכֶ֤םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15מֽוֹרָשָׁה֙H4181erve, bezitting, erfbezittingheritage, inheritance, possession16לִשְׁאֵרִ֣יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest17הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people18וַתֵּֽעֲל֛וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20שְׂפַ֥תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words21לָשׁ֖וֹןH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge22וְדִבַּתH1681kwaad gerucht, gerucht, naspraakdefaming, evil report, infamy, slander23עָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
4Daarom, gij bergen Israels! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4DaaromH3651, gij bergenH2022IsraelsH3478! hoortH8085 het woordH1697 des HeerenH136HEERENH3069: Zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069 tot de bergenH2022 en tot de heuvelenH1389, tot de stromenH650 en tot de dalenH1516, tot de verwoesteH8074eenzame plaatsenH2723 en tot de verlatenH5800stedenH5892, dieH834 tot een roofH957 en tot een spotH3933 geworden zijn voor het overblijfselH7611 der heidenenH1471, dieH834rondomH5439 zijn;Daarom, gij bergen Israels! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn;
KJVTherefore, ye mountains2of Israel,3hear4the word5of the Lord6GOD;7Thus saith9the Lord10GOD11to the mountains,12and to the hills,13to the rivers,14and to the valleys,15to the desolatewastes,16and to the cities18that are forsaken,19which became a prey22and derision23to the residue24of the heathen25that are round about;
1לָכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הָרֵ֣יH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4שִׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord11יְ֠הוִהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod12לֶהָרִ֨יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion13וְלַגְּבָע֜וֹתH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill14לָאֲפִיקִ֣יםH650stromen, waterstromen, kolkenbrook, channel, mighty, river, [phrase] scale, stream, strong piece15וְלַגֵּאָי֗וֹתH1516dal, dalen, valleivalley16וְלֶחֳרָב֤וֹתH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)17הַשֹּֽׁמְמוֹת֙H8076verwoest, woestheiddesolate18וְלֶעָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town19הַנֶּעֱזָב֔וֹתH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely20אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21הָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use22לְבַז֙H957roof, plundering, buitbooty, prey, spoil(-ed)23וּלְלַ֔עַגH3933spot, bespotting, spotsderision, scorn (-ing)24לִשְׁאֵרִ֥יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest25הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people26אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27מִסָּבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5DaaromH3651, zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Zo Ik nietH3808 in het vuurH784 Mijns ijversH7068gesprokenH1696 heb tegenH5921 het overblijfselH7611 der heidenenH1471, en tegenH5921 het ganseH3605EdomH123; dieH834 Mijn landH776 zichzelven ten erveH4181gegevenH5414 hebben met blijdschapH8057 des gansenH3605hartenH3824, met begerigeH7589plunderingH5315, opdatH4616 de landerijH4054 daarvan ten roveH957 zou zijn!Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Surely in the fire8of my jealousy9have I spoken10against the residue12of the heathen,13and against all Idumea,15which have appointed18my land20into their possession22with the joy23of all their heart,25with despiteful26minds,27to cast it out29for a prey.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִה֒H3069HEERE, HEEREN, HeereGod6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7לֹ֠אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8בְּאֵ֨שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot9קִנְאָתִ֥יH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal10דִבַּ֛רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12שְׁאֵרִ֥יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest13הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15אֱד֣וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea16כֻּלָּ֑אH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18נָתְנֽוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20אַרְצִ֣יH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21לָ֠הֶם22לְמ֨וֹרָשָׁ֜הH4181erve, bezitting, erfbezittingheritage, inheritance, possession23בְּשִׂמְחַ֤תH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25לֵבָב֙H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding26בִּשְׁאָ֣טH7589plundering, begerigedespite(-ful)27נֶ֔פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it28לְמַ֥עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to29מִגְרָשָׁ֖הּH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb30לָבַֽזH957roof, plundering, buitbooty, prey, spoil(-ed)
6Daarom profeteer van het land Israels, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6DaaromH3651profeteerH5012 van het landH127IsraelsH3478, en zegH559 tot de bergenH2022 en tot de heuvelenH1389, tot de stromenH650 en tot de dalenH1516: Zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZietH2005, Ik heb in Mijn ijverH7068 en in Mijn grimmigheidH2534gesprokenH1696, omdat gij den smaadH3639 der heidenenH1471gedragenH5375 hebt;Daarom profeteer van het land Israels, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;
KJVProphesy2therefore concerning the land4of Israel,5and say6unto the mountains,7and to the hills,8to the rivers,9and to the valleys,10Thus saith12the Lord13GOD;14Behold, I have spoken18in my jealousy16and in my fury,17because ye have borne22the shame20of the heathen:
1לָכֵ֕ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנָּבֵ֖אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אַדְמַ֣תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וְאָמַרְתָּ֡H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לֶהָרִ֣יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion8וְ֠לַגְּבָעוֹתH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill9לָאֲפִיקִ֨יםH650stromen, waterstromen, kolkenbrook, channel, mighty, river, [phrase] scale, stream, strong piece10וְלַגֵּאָי֜וֹתH1516dal, dalen, valleivalley11כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder12אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord14יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod15הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though16בְקִנְאָתִ֤יH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal17וּבַחֲמָתִי֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)18דִּבַּ֔רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work19יַ֛עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why20כְּלִמַּ֥תH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame21גּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people22נְשָׂאתֶֽםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield
7Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7DaaromH3651, zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: IkH589 heb Mijn handH3027opgehevenH5375; zo nietH3808 de heidenenH1471, die rondomH5439 u zijn, zelf hunH1992schandeH3639 zullen dragenH5375!Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5I have lifted up7mine hand,9Surely the heathen12that are about15you, they shall bear18their shame.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7נָשָׂ֣אתִיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יָדִ֑יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לָכֶ֣ם15מִסָּבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side16הֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17כְּלִמָּתָ֥םH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame18יִשָּֽׂאוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield
8Maar gij, o bergen Israels! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israel dragen, want zij naderen te komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar gij, o bergenH2022IsraelsH3478! gij zult weder uw takkenH6057gevenH5414, en uw vruchtH6529 voor Mijn volkH5971IsraelH3478dragenH5375, wantH3588 zij naderenH7126 te komenH935.Maar gij, o bergen Israels! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israel dragen, want zij naderen te komen.
KJVBut ye, O mountains2of Israel,3ye shall shoot forth5your branches,4and yield7your fruit6to my people8of Israel;9for they are at hand11to come.
1וְאַתֶּ֞םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2הָרֵ֤יH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4עַנְפְּכֶ֣םH6057takken, meien, rankenbough, branch5תִּתֵּ֔נוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6וּפֶרְיְכֶ֥םH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward7תִּשְׂא֖וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8לְעַמִּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11קֵרְב֖וּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take12לָבֽוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
9Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WantH3588zietH2005, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzienH6437, en gij zult gebouwdH5647 en bezaaidH2232 worden.Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.
KJVFor, behold, I am for you, and I will turn4unto you, and ye shall be tilled6and sown:
1כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3אֲלֵיכֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4וּפָנִ֣יתִיH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)5אֲלֵיכֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וְנֶעֱבַדְתֶּ֖םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7וְנִזְרַעְתֶּֽםH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield
10En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israels, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Ik zal mensenH120opH5921 u vermenigvuldigenH7235, het ganseH3605huisH1004IsraelsH3478, ja, dat geheelH3605; en de stedenH5892 zullen bewoondH3427, en de eenzame plaatsenH2723bebouwdH1129 worden.En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israels, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.
KJVAnd I will multiply1men3upon you, all the house5of Israel,6even all of it: and the cities9shall be inhabited,8and the wastes10shall be builded:
1וְהִרְבֵּיתִ֤יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2עֲלֵיכֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7כֻּלֹּ֑הH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8וְנֹֽשְׁבוּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9הֶֽעָרִ֔יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְהֶחֳרָב֖וֹתH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)11תִּבָּנֶֽינָהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
11Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ja, Ik zal mensenH120 en beestenH929opH5921 u vermenigvuldigenH7235, en zij zullen vermenigvuldigdH7235 worden en vruchtbaarH6509 zijn; en Ik zal u doen bewonenH3427, als in uw vorige tijdenH6927, ja, Ik zal het beterH2895 maken dan in uw beginselenH7221; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd I will multiply1upon you man3and beast;4and they shall increase5and bring fruit:6and I will settle7you after your old estates,9and will do better10unto you than at your beginnings:11and ye shall know12that I am the LORD.
1וְהִרְבֵּיתִ֧יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2עֲלֵיכֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אָדָ֥םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4וּבְהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle5וְרָב֣וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6וּפָר֑וּH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase7וְהוֹשַׁבְתִּ֨יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8אֶתְכֶ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כְּקַדְמֽוֹתֵיכֶ֗םH6927vorigen staat, eer, oudheidafore, antiquity, former (old) estate10וְהֵטִֽבֹתִי֙H2895goeddunkt, goed, beterbe (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well11מֵרִאשֹׁ֣תֵיכֶ֔םH7221beginselenbeginning12וִֽידַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
12En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israel, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Ik zal mensenH120opH5921 u doen wandelenH3212, namelijk Mijn volkH5971IsraelH3478, die zullen u erfelijkH3423 bezitten, en gij zult hun ter erfenisH5159zijnH1961, en gij zult ze voortaanH3254nietH3808meerH5750berovenH7921.En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israel, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.
KJVYea, I will cause men3to walk1upon you, even my people5Israel;6and they shall possess7thee, and thou shalt be their inheritance,10and thou shalt no more12henceforth bereave
1וְהוֹלַכְתִּי֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2עֲלֵיכֶ֨םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אָדָ֜םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עַמִּ֤יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וִֽירֵשׁ֔וּךָH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly8וְהָיִ֥יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לָהֶ֖ם10לְנַחֲלָ֑הH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)11וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תוֹסִ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield13ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)14לְשַׁכְּלָֽםH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil
13Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat zijH1961 tot u zeggenH559: Gij zijt een land, dat mensenH120opeetH398, en gijH859 zijt een land, dat uw volkenH1471berooftH7921;Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Because they say6unto you, Thou land devourest up8men,9and hast bereaved11thy nations;
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5יַ֚עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why6אֹמְרִ֣יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לָכֶ֔ם8אֹכֶ֥לֶתH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person10אָ֑תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11וּמְשַׁכֶּ֥לֶתH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil12גּוֹיַ֖יִךְH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people13הָיִֽיתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
14Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14DaaromH3651 zult gij niet meer mensenH120opetenH398, en uw volkenH1471nietH3808meerH5750 doen struikelenH7921, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
15En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natien niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En Ik zal maken, dat men den schimpH3639 der heidenenH1471 niet meerH5750 over u horeH8085, en gij zult den smaadH2781 der natienH5971nietH3808 meer dragenH5375; en gij zult uw volkenH1471nietH3808meerH5750 doen struikelenH3782, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natien niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
KJVNeither will I cause men to hear2in thee the shame5of the heathen6any more, neither shalt thou bear10the reproach7of the people8any more, neither shalt thou cause thy nations12to fall14any more, saith16the Lord17GOD.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אַשְׁמִ֨יעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֵלַ֤יִךְH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5כְּלִמַּ֣תH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame6הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7וְחֶרְפַּ֥תH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame8עַמִּ֖יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִשְׂאִיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)12וְגוֹיַ֨יִךְ֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תַכְשִׁ֣לִיH3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak15ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)16נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith17אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord18יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
16Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVMoreover the word2of the LORD3came unto me, saying,
17Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17MensenkindH1121! het huisH1004IsraelsH3478, als zij in hun landH127woondenH3427, toen verontreinigdenH2930 zij datzelve met hun wegH1870 en met hun handelingenH5949; hun wegH1870wasH1961 voor Mijn aangezichtH6440 als de onreinigheidH2932 ener afgezonderdeH5079 vrouw.Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.
KJVSon1of man,2when the house3of Israel4dwelt5in their own land,7they defiled8it by their own way10and by their doings:11their way15was before16me as the uncleanness12of a removed woman.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3בֵּ֤יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5יֹשְׁבִ֣יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אַדְמָתָ֔םH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land8וַיְטַמְּא֣וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly9אוֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּדַרְכָּ֖םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11וּבַעֲלִֽילוֹתָ֑םH5949handelingen, daden, oorzaakact(-ion), deed, doing, invention, occasion, work12כְּטֻמְאַת֙H2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)13הַנִּדָּ֔הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)14הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15דַרְכָּ֖םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16לְפָנָֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
18Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarom gootH8210 Ik Mijn grimmigheidH2534overH5921 hen uit, om des bloedsH1818 wil, datH834 zij in het landH776vergotenH8210 hadden, en om hun drekgodenH1544, waarmede zij dat verontreinigdH2930 hadden.Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.
KJVWherefore I poured1my fury2upon them for the blood5that they had shed7upon the land,9and for their idols10wherewith they had polluted
1וָאֶשְׁפֹּ֤ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip2חֲמָתִי֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)3עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַדָּ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7שָׁפְכ֣וּH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10וּבְגִלּוּלֵיהֶ֖םH1544drekgodenidol11טִמְּאֽוּהָH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
19En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En Ik verstrooideH6327 hen onder de heidenenH1471, en zij werden verspreidH2219 in de landenH776; Ik oordeeldeH8199 ze naar hun wegH1870 en naar hun handelingenH5949.En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.
KJVAnd I scattered1them among the heathen,3and they were dispersed4through the countries:5according to their way6and according to their doings7I judged
1וָאָפִ֤יץH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad2אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people4וַיִּזָּר֖וּH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow5בָּאֲרָצ֑וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6כְּדַרְכָּ֥םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7וְכַעֲלִילוֹתָ֖םH5949handelingen, daden, oorzaakact(-ion), deed, doing, invention, occasion, work8שְׁפַטְתִּֽיםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule
20Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Als zij nu totH413 de heidenenH1471 kwamen, waarhenen zij getogenH935 waren, ontheiligdenH2490 zij Mijn heiligenH6944NaamH8034, omdat men van hen zeideH559: DezenH428 zijn het volkH5971 des HEERENH3068, en zijn uit Zijn landH776uitgegaanH3318.Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.
KJVAnd when they entered1unto the heathen,3whither they went,5they profaned7my holy10name,9when they said11to them, These are the people13of the LORD,14and are gone forth17out of his land.
1וַיָּב֗וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7וַֽיְחַלְּל֖וּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10קָדְשִׁ֑יH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11בֶּאֱמֹ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לָהֶם֙13עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)16וּמֵאַרְצ֖וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17יָצָֽאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
21Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Maar Ik verschoondeH2550 hen om Mijn heiligenH6944NaamH8034, dienH834 het huisH1004IsraelsH3478ontheiligdeH2490 onder de heidenenH1471, waarhenenH935 zij gekomen waren.Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.
KJVBut I had pity1for mine holy4name,3which the house7of Israel8had profaned6among the heathen,9whither they went.
1וָאֶחְמֹ֖לH2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4קָדְשִׁ֑יH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6חִלְּל֨וּהוּ֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound7בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9בַּגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בָּ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
22Daarom zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22DaaromH3651zegH559 tot het huisH1004IsraelsH3478: Zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: IkH589doeH6213 het nietH3808omH4616 uwentwil, gij huisH1004IsraelsH3478! maarH3588 om Mijn heiligenH6944NaamH8034, dienH834 gijlieden ontheiligdH2490 hebt onder de heidenenH1471, waarhenenH935 gij gekomen zijt.Daarom zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.
KJVTherefore say2unto the house3of Israel,4Thus saith6the Lord7GOD;8I do12not this for your sakes, O house13of Israel,14but for mine holy18name's17sake, which ye have profaned20among the heathen,21whither ye went.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3לְבֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder6אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord8יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod9לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10לְמַעַנְכֶ֛םH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to11אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12עֹשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17לְשֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report18קָדְשִׁי֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20חִלַּלְתֶּ֔םH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound21בַּגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people22אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23בָּ֥אתֶםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way24שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
23Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want Ik zal Mijn grotenH1419NaamH8034heiligenH6942, die onder de heidenenH1471ontheiligdH2490 is, dienH834 gij in het middenH8432 van hen ontheiligdH2490 hebt; en de heidenenH1471 zullen wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069, als Ik aan u voor hun ogenH5869 zal geheiligdH6942 zijn.Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.
KJVAnd I will sanctify1my great4name,3which was profaned5among the heathen,6which ye have profaned8in the midst9of them; and the heathen11shall know10that I am the LORD,14saith15the Lord16GOD,17when I shall be sanctified18in you before their eyes.
1וְקִדַּשְׁתִּ֞יH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁמִ֣יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4הַגָּד֗וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very5הַֽמְחֻלָּל֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound6בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8חִלַּלְתֶּ֖םH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound9בְּתוֹכָ֑םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10וְיָדְע֨וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11הַגּוֹיִ֜םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15נְאֻם֙H5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith16אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord17יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod18בְּהִקָּדְשִׁ֥יH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly19בָכֶ֖ם20לְעֵינֵיהֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
24Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Want Ik zal u uitH4480 de heidenenH1471halenH3947, en zal u uit alH3605 de landenH776vergaderenH6908; en Ik zal u in uw landH127brengenH935.Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.
KJVFor I will take1you from among3the heathen,4and gather5you out of all countries,8and will bring9you into your own land.
1וְלָקַחְתִּ֤יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְקִבַּצְתִּ֥יH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up6אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָאֲרָצ֑וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9וְהֵבֵאתִ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12אַדְמַתְכֶֽםH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
25Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Dan zal Ik rein waterH4325opH5921 u sprengenH2236, en gij zult rein worden; van alH3605 uw onreinighedenH2932 en van alH3605 uw drekgodenH1544 zal Ik u reinigenH2891.Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
Ook in dit vers
reinH2889
reinH2891
KJVThen will I sprinkle1clean4water3upon you, and ye shall be clean:5from all your filthiness,7and from all your idols,9will I cleanse
1וְזָרַקְתִּ֧יH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew2עֲלֵיכֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3מַ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))4טְהוֹרִ֖יםH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5וּטְהַרְתֶּ֑םH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)6מִכֹּ֧לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7טֻמְאוֹתֵיכֶ֛םH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)8וּמִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9גִּלּ֥וּלֵיכֶ֖םH1544drekgodenidol10אֲטַהֵ֥רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)11אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
26En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En Ik zal u een nieuwH2319hartH3820gevenH5414, en zal een nieuwenH2319geestH7307gevenH5414 in het binnensteH7130 van u; en Ik zal het stenenH68hartH3820 uit uw vleesH1320wegnemenH5493, en zal u een vlesenH1320hartH3820gevenH5414.En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.
KJVA new4heart3also will I give1you, and a new6spirit5will I put7within8you: and I will take away9the stony12heart11out of your flesh,13and I will give14you an heart16of flesh.
27En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En Ik zal Mijn GeestH7307gevenH5414 in het binnensteH7130 van u; en Ik zal makenH6213, datH834 gij in Mijn inzettingenH2706 zult wandelenH3212, en Mijn rechtenH4941 zult bewarenH8104 en doenH6213.En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.
KJVAnd I will put3my spirit2within4you, and cause5you to walk9in my statutes,8and ye shall keep11my judgments,10and do
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2רוּחִ֖יH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)3אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4בְּקִרְבְּכֶ֑םH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self5וְעָשִׂ֗יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בְּחֻקַּי֙H2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task9תֵּלֵ֔כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10וּמִשְׁפָּטַ֥יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11תִּשְׁמְר֖וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)12וַעֲשִׂיתֶֽםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
28En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En gij zult wonenH3427 in het landH776, datH834 Ik uw vaderenH1gegevenH5414 heb, en gij zult Mij tot een volkH5971 zijn, en IkH595 zal u tot een GodH430 zijn.En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.
KJVAnd ye shall dwell1in the land2that I gave4to your fathers;5and ye shall be my people,8and I will be your God.
1וִישַׁבְתֶּ֣םH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נָתַ֖תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לַאֲבֹֽתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6וִהְיִ֤יתֶםH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לִי֙8לְעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9וְאָ֣נֹכִ֔יH595ik, mijI, me, [idiom] which10אֶהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לָכֶ֖ם12לֵאלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
29En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En Ik zal u verlossenH3467 van alH3605 uw onreinighedenH2932; en Ik zal roepenH7121totH413 het korenH1715, en zal dat vermenigvuldigenH7235, en Ik zal geenH3808hongerH7458opH5921 u leggenH5414.En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.
KJVI will also save1you from all your uncleannesses:4and I will call5for the corn,7and will increase8it, and lay11no famine
1וְהוֹשַׁעְתִּ֣יH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory2אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4טֻמְאֽוֹתֵיכֶ֑םH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)5וְקָרָ֤אתִיH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַדָּגָן֙H1715koren, koorn, korenscorn (floor), wheat8וְהִרְבֵּיתִ֣יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very9אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֶתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13רָעָֽבH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger
30En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En Ik zal de vruchtH6529 van het geboomteH6086 en de inkomstH8570 des veldsH7704vermenigvuldigenH7235; opdatH4616 gij de smaadheidH2781 des hongersH7458nietH3808meerH5750ontvangtH3947 onder de heidenenH1471.En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen.
KJVAnd I will multiply1the fruit3of the tree,4and the increase5of the field,6that ye shall receive10no more reproach12of famine13among the heathen.
1וְהִרְבֵּיתִי֙H7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3פְּרִ֣יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward4הָעֵ֔ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5וּתְנוּבַ֖תH8570inkomsten, inkomst, vruchtfruit, increase6הַשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild7לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to8אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִקְח֥וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)12חֶרְפַּ֥תH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame13רָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger14בַּגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
31Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Dan zult gij gedenkenH2142 aan uw bozeH7451wegenH1870 en uw handelingenH4611, dieH834nietH3808goedH2896 waren; en gij zult een walgingH6962 van u zelfH6440 hebben overH5921 uw ongerechtighedenH5771 en overH5921 uw gruwelenH8441.Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.
KJVThen shall ye remember1your own evil4ways,3and your doings5that were not good,8and shall lothe9yourselves in your own sight10for your iniquities12and for your abominations.
1וּזְכַרְתֶּם֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3דַּרְכֵיכֶ֣םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4הָרָעִ֔יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5וּמַעַלְלֵיכֶ֖םH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8טוֹבִ֑יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9וּנְקֹֽטֹתֶם֙H6962verdriet, walging, verdrootbegrieved, loathe self10בִּפְנֵיכֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12עֲוֺנֹ֣תֵיכֶ֔םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin13וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14תּוֹעֲבֽוֹתֵיכֶֽםH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination
32Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32IkH589doeH6213 het nietH3808omH4616 uwentwil, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069, het zij u bekendH3045! SchaamtH954 u en wordt schaamroodH3637 van uw wegenH1870, gij huisH1004IsraelsH3478!Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!
KJVNot for your sakes do4I this, saith5the Lord6GOD,7be it known8unto you: be ashamed10and confounded11for your own ways,12O house13of Israel.
1לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2לְמַעַנְכֶ֣םH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to3אֲנִֽיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4עֹשֶׂ֗הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5נְאֻם֙H5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8יִוָּדַ֖עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9לָכֶ֑ם10בּ֧וֹשׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long11וְהִכָּלְמ֛וּH3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame12מִדַּרְכֵיכֶ֖םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
33Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ten dageH3117, als Ik u reinigenH2891 zal van alH3605 uw ongerechtighedenH5771, dan zal Ik de stedenH5892 doen bewonenH3427, en de eenzame plaatsenH2723 zullen bebouwdH1129 worden.Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.
KJVThus saith2the Lord3GOD;4In the day5that I shall have cleansed6you from all your iniquities9I will also cause you to dwell10in the cities,12and the wastes14shall be builded.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5בְּיוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6טַהֲרִ֣יH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)7אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עֲוֺנֽוֹתֵיכֶ֑םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin10וְהֽוֹשַׁבְתִּי֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הֶ֣עָרִ֔יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13וְנִבְנ֖וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely14הֶחֳרָבֽוֹתH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)
34En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En het verwoesteH8074landH776 zal bebouwdH5647 worden, in plaatsH8478datH834 het een verwoestingH8077wasH1961, voor de ogenH5869 van een iederH3605, die er doorgingH5674.En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.
KJVAnd the desolate2land1shall be tilled,3whereas it lay desolate7in the sight8of all that passed by.
1וְהָאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world2הַנְּשַׁמָּ֖הH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder3תֵּֽעָבֵ֑דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,4תַּ֚חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הָיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7שְׁמָמָ֔הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste8לְעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עוֹבֵֽרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
35En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En zij zullen zeggenH559: Dit landH776, dat verwoestH8074 was, is geworden als een hofH1588 van EdenH5731; en de eenzameH2720, en de verwoesteH8074 en verstoordeH2040stedenH5892 zijn vastH1219 en bewoondH3427.En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.
KJVAnd they shall say,1This3land2that was desolate4is become like the garden6of Eden;7and the waste9and desolate10and ruined11cities8are become fenced,12and are inhabited.
36Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Dan zullen de heidenenH1471, dieH834 in de plaatsen rondomH5439 u zullen overgelatenH7604 zijn, wetenH3045, dat IkH589, de HEEREH3068, de verstoordeH2040 plaatsen bebouwH1129, en het verwoesteH8074beplantH5193. IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696 en zal het doenH6213.Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.
KJVThen the heathen2that are left4round about5you shall know1that I the LORD8build9the ruined10places, and plant11that that was desolate:12I the LORD14have spoken15it, and I will do
1וְיָדְע֣וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2הַגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יִֽשָּׁאֲרוּ֮H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest5סְבִיבוֹתֵיכֶם֒H5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9בָּנִ֨יתִי֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely10הַנֶּ֣הֱרָס֔וֹתH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly11נָטַ֖עְתִּיH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)12הַנְּשַׁמָּ֑הH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder13אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15דִּבַּ֥רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16וְעָשִֽׂיתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
37Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Daarenboven zal Ik hierom van het huisH1004IsraelsH3478verzochtH1875 worden, datH2063 Ik het hun doeH6213; Ik zal ze vermenigvuldigenH7235 van mensenH120, als schapenH6629.Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.
KJVThus saith2the Lord3GOD;4I will yet for this be enquired7of by the house8of Israel,9to do10it for them; I will increase12them with men15like a flock.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5ע֗וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6זֹ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7אִדָּרֵ֥שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely8לְבֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11לָהֶ֑ם12אַרְבֶּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very13אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כַּצֹּ֖אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)15אָדָֽםH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
38Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Gelijk de geheiligdeH6944schapenH6629, gelijk de schapenH6629 van JeruzalemH3389 op hun gezette hoogtijdenH4150, alzoH3651 zullen de eenzameH2720stedenH5892volH4392 zijn van mensenkuddenH6629; en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAs the holy2flock,1as the flock3of Jerusalem4in her solemn feasts;5so shall the waste9cities8be filled10with flocks11of men:12and they shall know13that I am the LORD.
1כְּצֹ֣אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)2קָֽדָשִׁ֗יםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary3כְּצֹ֤אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)4יְרוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5בְּמ֣וֹעֲדֶ֔יהָH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6כֵּ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7תִּהְיֶ֨ינָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8הֶעָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9הֶחֳרֵב֔וֹתH2720woest, eenzame, drogedesolate, dry, waste10מְלֵא֖וֹתH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth11צֹ֣אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12אָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 36:1— En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen Israels! hoort des HEEREN woord.Ezechiël 36:8→Ezechiël 37:4→Ezechiël 37:22→Ezechiël 33:28→Jeremia 22:29→Ezechiël 36:4→Ezechiël 34:14→Ezechiël 20:47→
Ezechiël 36:2— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!Deuteronomium 32:13→Ezechiël 35:10→Ezechiël 25:3→Ezechiël 26:2→Jesaja 58:14→Habakuk 3:19→Psalmen 78:69→Ezechiël 36:5→
Ezechiël 36:3— Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;Psalmen 44:13→Klaagliederen 2:15→Jeremia 18:16→Jeremia 24:9→Klaagliederen 2:5→Jeremia 39:1→Deuteronomium 28:37→Psalmen 35:25→
Ezechiël 36:4— Daarom, gij bergen Israels! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn;Deuteronomium 11:11→Ezechiël 34:28→Psalmen 79:4→Ezechiël 36:6→Ezechiël 36:1→Jeremia 25:9→2 Kronieken 36:17→Jesaja 6:11→
Ezechiël 36:5— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!Ezechiël 36:3→Deuteronomium 4:24→Jeremia 25:9→Jeremia 25:15→Ezechiël 38:19→Micha 7:8→Ezechiël 25:8→Jeremia 50:11→
Ezechiël 36:6— Daarom profeteer van het land Israels, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;Ezechiël 34:29→Psalmen 123:3→Psalmen 74:10→Psalmen 74:18→Ezechiël 36:15→Ezechiël 36:4→Psalmen 74:23→
Ezechiël 36:7— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!Ezechiël 20:5→Sefanja 2:1→Jeremia 47:1→Amos 1:1→Deuteronomium 32:40→Openbaring 10:5→Ezechiël 20:15→Jeremia 25:15→
Ezechiël 36:8— Maar gij, o bergen Israels! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israel dragen, want zij naderen te komen.Jesaja 27:6→Jesaja 4:2→Ezechiël 34:26→Jakobus 5:8→Amos 9:13→Psalmen 85:12→Filippenzen 4:5→Jesaja 30:23→
Ezechiël 36:9— Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.Zacharia 8:12→Maleachi 3:10→Ezechiël 36:34→Hagai 2:19→Joël 3:18→Hosea 2:21→Psalmen 46:11→Psalmen 99:8→
Ezechiël 36:10— En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israels, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.Ezechiël 36:33→Jeremia 31:27→Jesaja 27:6→Jeremia 30:19→Jeremia 33:12→Ezechiël 36:37→Jesaja 58:12→Jeremia 31:10→
Ezechiël 36:11— Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Micha 7:14→Jeremia 30:18→Ezechiël 16:55→Jeremia 33:12→Jeremia 31:27→Hebreeën 11:40→Hagai 2:6→Ezechiël 35:9→
Ezechiël 36:12— En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israel, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.Jeremia 15:7→Jeremia 32:15→Obadja 1:17→Numeri 13:32→Ezechiël 47:14→Ezechiël 36:13→Jeremia 32:44→
Ezechiël 36:13— Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;Numeri 13:32→
Ezechiël 36:14— Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.Amos 9:15→Jesaja 60:21→Ezechiël 37:25→
Ezechiël 36:15— En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natien niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.Psalmen 89:50→Ezechiël 34:29→Jesaja 54:4→Jesaja 60:14→Ezechiël 36:6→Sefanja 3:19→Micha 7:8→Sefanja 2:8→
Ezechiël 36:17— Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.Jeremia 2:7→Micha 2:10→Jeremia 16:18→Leviticus 18:24→Numeri 35:33→Leviticus 15:19→Jeremia 3:9→Jesaja 24:5→
Ezechiël 36:18— Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.2 Kronieken 34:21→Ezechiël 7:8→Klaagliederen 4:11→Klaagliederen 2:4→Nahum 1:6→Openbaring 16:1→Ezechiël 23:37→Ezechiël 21:31→
Ezechiël 36:19— En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.Ezechiël 39:24→Deuteronomium 28:64→Ezechiël 22:15→Amos 9:9→Ezechiël 18:30→Ezechiël 5:12→Romeinen 2:6→Ezechiël 22:31→
Ezechiël 36:20— Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.Jesaja 52:5→Romeinen 2:24→Jeremia 33:24→Exodus 32:11→Ezechiël 12:16→Numeri 14:15→2 Koningen 18:30→2 Koningen 18:35→
Ezechiël 36:21— Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.Psalmen 74:18→Jesaja 48:9→Ezechiël 20:9→Deuteronomium 32:26→Ezechiël 20:22→Jesaja 37:35→Ezechiël 20:14→
Ezechiël 36:22— Daarom zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.Ezechiël 36:32→Deuteronomium 7:7→Psalmen 106:8→Deuteronomium 9:5→Psalmen 115:1→
Ezechiël 36:23— Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.Ezechiël 20:41→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:7→Psalmen 46:10→Psalmen 126:1→Psalmen 102:13→Daniël 4:2→Exodus 15:4→
Ezechiël 36:24— Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.Ezechiël 37:21→Ezechiël 34:13→Ezechiël 11:17→Jesaja 43:5→Jeremia 30:3→Hosea 1:11→Ezechiël 39:27→Psalmen 107:2→
Ezechiël 36:25— Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.Titus 3:5→Hebreeën 10:22→Jeremia 33:8→Hosea 14:3→Psalmen 51:7→Jesaja 4:4→Zacharia 13:1→Ezechiël 36:17→
Ezechiël 36:26— En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.Ezechiël 11:19→Psalmen 51:10→2 Korinthe 5:17→Deuteronomium 30:6→2 Korinthe 3:3→Efeze 2:10→Openbaring 21:5→Johannes 3:3→
Ezechiël 36:27— En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.Titus 3:3→Ezechiël 39:29→Ezechiël 37:14→Hebreeën 13:21→Titus 2:11→Ezechiël 37:24→Joël 2:28→1 Petrus 1:22→
Ezechiël 36:28— En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.Ezechiël 37:27→Ezechiël 11:20→Ezechiël 37:23→Jeremia 31:33→Jeremia 30:22→Jeremia 32:38→Ezechiël 14:11→Ezechiël 28:25→
Ezechiël 36:29— En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.Hosea 2:21→Mattheüs 1:21→Johannes 1:7→Jeremia 33:8→Zacharia 13:1→Psalmen 105:6→Mattheüs 6:33→Hosea 14:8→
Ezechiël 36:30— En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen.Ezechiël 34:27→Joël 2:17→Joël 2:26→Deuteronomium 29:23→Leviticus 26:4→
Ezechiël 36:31— Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.Ezechiël 6:9→Ezechiël 20:43→Jesaja 6:5→Job 42:6→Nehemia 9:26→Ezechiël 16:61→Leviticus 26:39→2 Korinthe 7:10→
Ezechiël 36:32— Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!Deuteronomium 9:5→Ezechiël 36:22→Ezra 9:6→Romeinen 6:21→1 Petrus 4:2→Ezechiël 16:63→Titus 3:3→2 Timotheüs 1:9→
Ezechiël 36:33— Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.Ezechiël 36:10→Zacharia 8:7→Jesaja 58:12→Amos 9:14→Jeremia 50:19→Jeremia 32:43→Jeremia 33:10→
Ezechiël 36:34— En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.Deuteronomium 29:23→Ezechiël 6:14→Jeremia 25:9→2 Kronieken 36:21→
Ezechiël 36:35— En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.Jesaja 51:3→Joël 2:3→Psalmen 126:2→Genesis 13:10→Jeremia 33:9→Genesis 2:8→Psalmen 58:11→Ezechiël 37:13→
Ezechiël 36:36— Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.Ezechiël 17:24→Ezechiël 37:14→Ezechiël 22:14→Numeri 23:19→Hosea 14:4→Mattheüs 24:35→Ezechiël 34:30→Ezechiël 39:27→
Ezechiël 36:37— Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.Ezechiël 14:3→1 Johannes 5:14→Jeremia 29:11→Zacharia 10:6→Hebreeën 4:16→Filippenzen 4:6→Ezechiël 20:3→Zacharia 13:9→
Ezechiël 36:38— Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.Johannes 10:16→Ezechiël 34:31→Handelingen 2:5→Ezechiël 36:33→2 Kronieken 30:21→1 Koningen 8:63→Exodus 23:17→Zacharia 8:19→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 36 vers 1— En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen Israels! hoort des HEEREN woord.
tot de bergen Israëls,
Gelijk boven Ezech. 6:2 . God spreekt de bergen, dat is het bergachtige land [gelijk vs.6] van Israël aan, tot onderwijs der mensen [om welker zonden wil zij woest lagen en bespot werden] en om te tonen dat de goddeloze beschimpingen van zijn land en volk hem zelven raakten; vergelijk Joël 2:18 , en zie wijders van zulke aanspraken, boven Ezech. 14:17 .
Hertaald:tot de bergen Israëls,
Zoals hierboven Ezech. 6:2. God spreekt de bergen, dat is: het bergachtige land van Israël (zoals vers 6), aan tot onderwijs van de mensen, om wier zonden zij woest lagen en bespot werden, en om te tonen dat de goddeloze beschimpingen van Zijn land en volk Hemzelf raakten; vergelijk Joël 2:18, en zie verder over zulke aanspraken hierboven Ezech. 14:17.
Ezechiël 36 vers 2— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!
vijand van u zegt
Zie onder vs.5.
Hertaald:vijand van u zegt
Zie hieronder vers 5.
Heah
Zie Job 39:28 , en Ps. 35:21 , en vergelijk boven Ezech. 25:3 , en Ezech. 26:2 .
Hertaald:Heah
Zie Job 39:28 en Ps. 35:21, en vergelijk hierboven Ezech. 25:3 en Ezech. 26:2.
eeuwige hoogten
Hebreeuws, hoogten der eeuwigheid; dat is, oude vermaarde bergen, idem, vaste, durige, enz. Vergelijk Deut. 33:15 ; Hab. 3:6 , met de aantekening. Men zou dit anders ook kunnen duiden op den berg Sion en Moria, waar Davids slot en de tempel geweest waren. Vergelijk Ps. 78:69 , en boven Ezech. 35:10 . Aldus zou dit een goddeloze roem zijn over God en de verstoring van zijn heiligdom, genoemd God eeuwige woonstede, als zijnde nu in der vijanden macht en bezit vervallen. In het volgende, zijn, Hebreeuws, is, versta, elkeen derzelver hoogten.
Hertaald:eeuwige hoogten
Hebreeuws: hoogten van de eeuwigheid; dat is: oude, vermaarde bergen; eveneens: vaste, blijvende, enzovoort. Vergelijk Deut. 33:15; Hab. 3:6 met de aantekening. Men zou dit ook kunnen betrekken op de berg Sion en Moria, waar Davids burcht en de tempel geweest waren. Vergelijk Ps. 78:69 en hierboven Ezech. 35:10. Dan zou dit een goddeloze grootspraak zijn over God en over de verwoesting van Zijn heiligdom, dat Gods eeuwige woonplaats genoemd wordt en nu in de macht en het bezit van de vijanden gevallen is. In het vervolg staat in het Hebreeuws: is; versta: elk van die hoogten.
Ezechiël 36 vers 3— Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;
u van rondom verwoest
Gij bergen van Israël, omsingeld van Ammonieten, Moabieten, Edomieten, Filistijnen, Tyriërs, Sidoniërs, Syriërs, enz.
Hertaald:u van rondom verwoest
Namelijk u, bergen van Israël, omringd door Ammonieten, Moabieten, Edomieten, Filistijnen, Tyriërs, Sidoniërs, Syriërs, enzovoort.
opgeslokt heeft,
Vergelijk Ps. 56:2 .
Hertaald:opgeslokt heeft,
Vergelijk Ps. 56:2.
opdat gij
Of, zodat gij geworden zijt, enz.
Hertaald:opdat gij
Of: zodat u geworden bent, enzovoort.
overblijfsel der heidenen
De anderen, de rest, die van de algemene verwoestingen overig zijn, of zouden mogen overblijven; alzo vs.4,5; vergelijk ook vs.36.
Hertaald:overblijfsel der heidenen
Namelijk de anderen, de rest die van de algemene verwoestingen overgebleven is of zou kunnen overblijven; zo ook vers 4 en 5; vergelijk ook vers 36.
gebracht zijt
Hebreeuws, opgebracht.
Hertaald:gebracht zijt
Hebreeuws: opgebracht.
klapachtige lip
Hebreeuws, lip der tong; dat is, alsof men zeide, tongachtige lip, dat is klachtige, kakelachtige lip; zulks dat een ieder den mond van u vol heeft en bespottelijk van u spreekt, bijspreuken van u maakt.
Hertaald:klapachtige lip
Hebreeuws: lip van de tong; dat is, alsof men zei: een tongachtige lip, dat is: een kwaadsprekende, kakelende lip, zodat ieder de mond vol van u heeft, spottend over u spreekt en spreekwoorden over u maakt.
Ezechiël 36 vers 5— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!
Zo Ik niet
Zie boven Ezech. 34:8 , met de aantekening en vervul deze rede uit vs.7.
Hertaald:Zo Ik niet
Zie hierboven Ezech. 34:8 met de aantekening, en vul deze zin aan uit vers 7.
in het vuur Mijns ijvers
Of, in mijn vurigen ijver; te weten voor mijn land en volk; en tegen mijne en hunne vijanden. Vergelijk boven vs.1, en onder vs.6; boven Ezech. 5:13 ; Deut. 4:24 , met de aantekening.
Hertaald:in het vuur Mijns ijvers
Of: in Mijn vurige ijver, namelijk voor Mijn land en volk en tegen Mijn vijanden en de hunne. Vergelijk hierboven vers 1 en hieronder vers 6; hierboven Ezech. 5:13; Deut. 4:24 met de aantekening.
Mijn land
Kanaän; zie Ps. 68:10 ; Hos. 9:3 ; alzo onder vs.20.
Hertaald:Mijn land
Namelijk Kanaän; zie Ps. 68:10; Hos. 9:3; zo ook hieronder vers 20.
zichzelven
Zie boven Ezech. 35:10 .
Hertaald:zichzelven
Zie hierboven Ezech. 35:10.
begerige plundering,
Hebreeuws, plundering, of versmading der ziel; dat is, verachtende of plunderende mijn volk en land met een innerlijken lust en vurige genegenheid of begeerte, zonder enig medelijden. Zie Ps. 27:12 .
Hertaald:begerige plundering,
Hebreeuws: plundering, of versmading van de ziel; dat is: terwijl zij Mijn volk en land verachtten en plunderden met een innerlijke lust en een vurige genegenheid of begeerte, zonder enig medelijden. Zie Ps. 27:12.
landerij
Het Hebreeuwse woord betekent voorsteden, landen, of velden, vrije levendige ruimten, plaatsen voor, of buiten en omtrent de steden, of andere gebouwen gelegen, hoeven, uithoven, erven, enz.; omdat zij daarvan afgezonderd zijn, waarop het oorspronkelijke Hebreeuwse woord ziet, betekenende ook anderszins uitwerping, uitdrijving, waarom anderen dit aldus overzetten: Om hetzelve [land] ten roof uit te zetten. Hebreeuws, om, of opdat, deszelfs landerij, of uitzetting, uitwerping, ten roof [zou zijn].
Hertaald:landerij
Het Hebreeuwse woord betekent voorsteden, landen of velden, vrije open ruimten, plaatsen voor of buiten en rondom de steden of andere gebouwen, hoeven, uithoven, erven, enzovoort, omdat zij daarvan afgezonderd zijn — waarop het oorspronkelijke Hebreeuwse woord ziet, dat ook uitwerping of uitdrijving betekent. Daarom vertalen anderen dit zo: om dat land ten roof uit te zetten. Hebreeuws: om, of opdat, de landerij daarvan, of de uitzetting of uitwerping ervan, ten roof zou zijn.
daarvan ten rove zou zijn
Van mijn land Kanaän.
Hertaald:daarvan ten rove zou zijn
Namelijk van Mijn land Kanaän.
Ezechiël 36 vers 6— Daarom profeteer van het land Israels, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;
smaad der heidenen
Gelijk boven Ezech. 34:29 , en onder vs.15.
Hertaald:smaad der heidenen
Zoals hierboven Ezech. 34:29 en hieronder vers 15.
Ezechiël 36 vers 7— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!
Mijn hand opgeheven;
Dat is, bij mijzelven gezworen; gelijk mensen bij God zweren met opheffing of opsteking der hand. Zie Gen. 14:22 .
Hertaald:Mijn hand opgeheven;
Dat is: bij Mijzelf gezworen, zoals mensen bij God zweren door hun hand op te heffen of omhoog te steken. Zie Gen. 14:22.
Ezechiël 36 vers 8— Maar gij, o bergen Israels! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israel dragen, want zij naderen te komen.
uw takken geven,
Dat is, weder groenen en vruchtbaar worden.
Hertaald:uw takken geven,
Dat is: weer groen worden en vruchtbaar zijn.
zij naderen te komen
De Israëlieten zullen haast wederkomen uit de gevangenschap; waarop het voornaamste zal volgen, de verlossing en oprichting der algemene kerk door den Messias.
Hertaald:zij naderen te komen
Namelijk de Israëlieten zullen spoedig terugkeren uit de gevangenschap; en daarop zal het voornaamste volgen: de verlossing en de oprichting van de algemene kerk door de Messias.
Ezechiël 36 vers 9— Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.
u,
O gij bergen van Israël, om u te redden en goed te doen. Anders: Ik [wil] aan u. Welke manier van spreken hier niet [gelijk elders, zie Jer. 21:13 , en boven Ezech. 13:8 ] in het kwade, of vijandelijk, maar in het goede en vriendelijk moest genomen worden; gelijk men ook wel somtijds doet in onze taal, wanneer men vijandelijk aan iemand wil, of ook ten beste, om iemand of iets te redden, enz.
Hertaald:u,
Namelijk: o bergen van Israël, om u te redden en goed te doen. Anders: Ik wil aan u. Deze manier van spreken moest hier niet, zoals elders (zie Jer. 21:13 en hierboven Ezech. 13:8), in ongunstige of vijandige zin opgevat worden, maar in gunstige en vriendelijke zin — zoals men ook in onze taal soms zegt dat men aan iemand wil, hetzij vijandig, hetzij ten beste, om iemand of iets te redden, enzovoort.
aanzien,
Of, mijn aangezicht tot u wenden, of keren; dat is, mij uwer genadiglijk aannemen, zendende u den Messias, op wiens komst en weldaden aan zijne kerk deze profetie meest ziet, gelijk in het vervolg blijkt.
Hertaald:aanzien,
Of: Mijn aangezicht tot u wenden of keren; dat is: Mij genadig over u ontfermen door u de Messias te zenden, op Wiens komst en op Wiens weldaden aan Zijn kerk deze profetie vooral ziet, zoals in het vervolg blijkt.
Ezechiël 36 vers 10— En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israels, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.
mensen op u vermenigvuldigen,
Hebreeuws, mens, en zo in vs.11, mens en beest. Vergelijk onder vs.37,38; Jer. 31:27 , met de aantekening.
Hertaald:mensen op u vermenigvuldigen,
Hebreeuws: mens, en zo in vers 11: mens en beest. Vergelijk hieronder vers 37 en 38; Jer. 31:27 met de aantekening.
ganse huis Israëls,
Mijn ganse kerk, het gehele lichaam, onder een hoofd, den Messias; zie Ef. 2:12-13 , Ef. 2:19-22 ; Kol. 2:19 , en vergelijk onder Ezech. 37:16-17 , Ezech. 37:19 , Ezech. 37:24 , enz.
Hertaald:ganse huis Israëls,
Namelijk Mijn hele kerk, het hele lichaam onder één Hoofd, de Messias; zie Ef. 2:12-13, Ef. 2:19-22; Kol. 2:19, en vergelijk hieronder Ezech. 37:16-17, Ezech. 37:19 en Ezech. 37:24, enzovoort.
Ezechiël 36 vers 11— Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
zal het beter maken
Daarom wordt het nieuwe verbond een beter verbond, en de tijd van den Messias tijden der verbetering, of herstelling genoemd, Hebr. 8:6 , en Hebr. 9:10 , enz.
Hertaald:zal het beter maken
Daarom wordt het nieuwe verbond een beter verbond genoemd en de tijd van de Messias de tijd van de verbetering of het herstel, Hebr. 8:6 en Hebr. 9:10, enzovoort.
Ezechiël 36 vers 12— En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israel, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.
voortaan niet meer beroven
Hebreeuws, niet toedoen haar meer, of voortaan te beroven; te weten van alles wat hun lief is, kinderen, mensen in het algemeen, landvruchten, enz.; zie Jer. 15:7 ; alzo onder vs.13-15. De zin is, dat het land niet meer alzo zou gesteld zijn als tevoren, toen de mensen door krijg, honger en pestilentie daarin vergingen, gij van hen en zij van u beroofd werden; waarom de smaadredenen van het land gebruikt werden, die in het volgende verhaald worden. God spreekt het land aan, alsof dat zulks had gedaan, met een verbloemde rede, en ten aanzien van het zeggen der vijanden, die het hielden voor een vervloekt land, waarin niemand kon welvaren of met vrede wonen. Vergelijk Num. 13:32 .
Hertaald:voortaan niet meer beroven
Hebreeuws: niet meer daaraan toedoen om hen voortaan te beroven, namelijk van alles wat hun lief is: kinderen, mensen in het algemeen, landvruchten, enzovoort; zie Jer. 15:7; zo ook hieronder vers 13-15. De betekenis is dat het land niet meer zou zijn zoals tevoren, toen de mensen erin omkwamen door oorlog, honger en pest en u van hen en zij van u beroofd werden. Daarom gebruikte men de smaadwoorden over het land die in het vervolg verteld worden. God spreekt het land aan alsof het dat gedaan had, in beeldende taal, en met het oog op wat de vijanden zeiden, die het voor een vervloekt land hielden waarin niemand kon gedijen of in vrede wonen. Vergelijk Num. 13:32.
Ezechiël 36 vers 13— Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;
zeggen
Door schimp en spot.
Hertaald:zeggen
Namelijk uit hoon en spot.
uw volken
Der twaalf stammen; alzo in vs.14,15, en onder Ezech. 37:22 .
Hertaald:uw volken
Namelijk van de twaalf stammen; zo ook in vers 14 en 15, en hieronder Ezech. 37:22.
berooft;
Zie op vs.12.
Hertaald:berooft;
Zie bij vers 12.
Ezechiël 36 vers 14— Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
doen struikelen,
En dienvolgens beroven; zie boven vs.12.
Hertaald:doen struikelen,
En hen dientengevolge beroven; zie hierboven vers 12.
Ezechiël 36 vers 15— En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natien niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
schimp der heidenen
Gelijk boven vs.6.
Hertaald:schimp der heidenen
Zoals hierboven vers 6.
Ezechiël 36 vers 17— Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.
weg en met hun handelingen;
Zie Gen. 6:12 .
Hertaald:weg en met hun handelingen;
Zie Gen. 6:12.
afgezonderde vrouw
Zie Lev. 15:19 , Lev. 15:24 , met de aantekening.
Hertaald:afgezonderde vrouw
Zie Lev. 15:19, Lev. 15:24 met de aantekening.
Ezechiël 36 vers 18— Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.
goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit,
Zie Ps. 79:6 .
Hertaald:goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit,
Zie Ps. 79:6.
in het land vergoten hadden,
Of, op de aarde.
Hertaald:in het land vergoten hadden,
Of: op de aarde.
drekgoden,
Zie Lev. 26:30 .
Hertaald:drekgoden,
Zie Lev. 26:30.
Ezechiël 36 vers 20— Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.
Mijn heiligen Naam,
Hebreeuws, den naam mijner heiligheid; en zo in het volgende. De reden is omdat de Israëlieten zelf de oorzaak waren dat God hen uit zijn land verstoten had; hetwelk de vijanden duidden tot Gods oneer, alsof Hij niet machtig genoeg ware geweest om zijn land en volk te bewaren, of niet getrouw in zijne beloften. Daarbij kwam dit, dat zij overal, waar zij kwamen, alzo zich gedroegen, dat God van hen niet dan oneer behaalde; waardoor Hij veroorzaakt werd dit alles om zijns naams wil te redden, waarvan in het volgende.
Hertaald:Mijn heiligen Naam,
Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid; en zo ook in het vervolg. De reden is dat de Israëlieten zelf de oorzaak waren dat God hen uit Zijn land verstoten had, wat de vijanden uitlegden tot oneer van God, alsof Hij niet machtig genoeg geweest zou zijn om Zijn land en volk te bewaren, of niet trouw in Zijn beloften. Daar kwam bij dat zij zich overal waar zij kwamen zo gedroegen dat God van hen niets dan oneer had. Daardoor werd Hij bewogen dit alles om Zijns naams wil te redden, waarover het in het vervolg gaat.
Zijn land uitgegaan
Gelijk boven vs.5. Anders: zij zijn de een voor de ander na uit hun land uitgegaan; dat is, hebben het moeten ruimen elkeen voor zich, eerst Israël, daarna Juda; het is wat vreemds met dit volk en land.
Hertaald:Zijn land uitgegaan
Zoals hierboven vers 5. Anders: zij zijn de een na de ander uit hun land uitgegaan; dat is: ieder voor zich heeft het moeten verlaten, eerst Israël en daarna Juda — het is wat vreemds met dit volk en dit land.
Ezechiël 36 vers 21— Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.
verschoonde hen
Of, Ik verschoonde mijn heiligen naam.
Hertaald:verschoonde hen
Of: Ik verschoonde Mijn heilige naam.
Ezechiël 36 vers 23— Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.
geheiligd zijn
Of, mij geheiligd hebben; dat is, mijne heiligheid, macht en trouw aan u zal hebben bewezen.
Hertaald:geheiligd zijn
Of: Mij geheiligd zal hebben; dat is: Mijn heiligheid, macht en trouw aan u zal hebben bewezen.
Ezechiël 36 vers 24— Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.
u uit de heidenen
Eerst, en eensdeels, u Joden met weinig Israëlieten, uit Babel enz.; maar zulks zal een voorbeeld zijn van het groot geestelijk genadewerk, dat Ik doen zal ten tijde van den Messias en van het Nieuwe Testament, vergaderende mijn algemene kerk uit de ganse wereld, en die zegenende, gelijk volgt. Vergelijk boven Ezech. 11:17 .
Hertaald:u uit de heidenen
Namelijk eerst en ten dele u, Joden, met enkele Israëlieten, uit Babel enzovoort; maar dat zal een voorbeeld zijn van het grote geestelijke genadewerk dat Ik zal doen in de tijd van de Messias en van het Nieuwe Testament, wanneer Ik Mijn algemene kerk uit de hele wereld vergader en zegen, zoals volgt. Vergelijk hierboven Ezech. 11:17.
Hertaald:halen,
Hebreeuws: nemen; zie Jer. 37:17; zo ook hieronder Ezech. 37:21.
Ezechiël 36 vers 25— Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
water op u sprengen,
Het dierbaar bloed van het onbevlekte Lam Jezus Christus zal Ik u door mijn Woord en mijnen Geest toepassen, tot reiniging uwer zielen. Zie 1 Petr. 1:2 , 1 Petr. 1:19 ; Ef. 5:26 ; Hebr. 9:14 ; 1 Joh. 1:7 , enz.
Hertaald:water op u sprengen,
Namelijk: Ik zal u het dierbare bloed van het onbevlekte Lam Jezus Christus door Mijn Woord en Mijn Geest toepassen, tot reiniging van uw zielen. Zie 1 Petr. 1:2, 1 Petr. 1:19; Ef. 5:26; Hebr. 9:14; 1 Joh. 1:7, enzovoort.
onreinigheden
Vergelijk onder Ezech. 37:23 , en Ezech. 43:7 .
Hertaald:onreinigheden
Vergelijk hieronder Ezech. 37:23 en Ezech. 43:7.
Ezechiël 36 vers 26— En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.
nieuw hart geven,
Zie hiervan boven Ezech. 11:19 .
Ezechiël 36 vers 28— En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.
volk zijn,
Zie Deut. 7:6 .
Hertaald:volk zijn,
Zie Deut. 7:6.
God zijn
Zie Gen. 17:7 .
Hertaald:God zijn
Zie Gen. 17:7.
Ezechiël 36 vers 29— En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.
roepen tot het koren,
Allerlei zegen door mijn krachtige werking beschikken, dat elders Gods gebieden genoemd wordt; [zie Lev. 25:21 ] ; gelijk de Heere ook gezegd wordt de plagen te roepen; zie Ps. 105:16 ; Jer. 25:29 , met de aantekening. Door deze lichamelijke zegeningen worden meest [gelijk elders] de geestelijke afgebeeld, alzo nochtans dat de godzaligheid ook de belofte heeft van dit leven, [zie Joël 2:23 ; 1 Tim. 4:8 ] , maar zonder strijd en kruis uit te sluiten [zie Ps. 37:1 ] , waarvan onder Eze 38 .
Hertaald:roepen tot het koren,
Namelijk allerlei zegen door Mijn krachtige werking beschikken, wat elders Gods gebieden genoemd wordt (zie Lev. 25:21), zoals van de Heere ook gezegd wordt dat Hij de plagen roept; zie Ps. 105:16; Jer. 25:29 met de aantekening. Door deze lichamelijke zegeningen worden meestal, zoals elders, de geestelijke afgebeeld — hoewel de godzaligheid ook de belofte van dit leven heeft (zie Joël 2:23; 1 Tim. 4:8), zonder dat strijd en kruis daarbij uitgesloten zijn (zie Ps. 37:1), waarover het gaat in Ezech. 38.
Ezechiël 36 vers 31— Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.
gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen,
Zie boven Ezech. 6:9 , met de aantekening.
Hertaald:gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen,
Zie hierboven Ezech. 6:9 met de aantekening.
u zelf hebben
Hebreeuws, uwe aangezichten, gelijk boven Ezech. 6:9 .
Hertaald:u zelf hebben
Hebreeuws: uw aangezichten, zoals hierboven Ezech. 6:9.
Ezechiël 36 vers 32— Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!
uwentwil,
Gij hebt het in het minst niet verdiend; maar Ik doet het uit loutere genade om de eer van mijn heiligen naam. Dit wil God ernstiglijk hebben dat zij weten, den met schamachtige bekentenis hunner onwaardigheid bekennen zullen; vergelijk 1 Kor. 1:29-31 ; Ef. 2:8-9 .
Hertaald:uwentwil,
Namelijk: u hebt het in het minst niet verdiend, maar Ik doe het uit louter genade, om de eer van Mijn heilige naam. God wil nadrukkelijk dat zij dat weten en dat zij het met een beschaamde erkenning van hun onwaardigheid belijden; vergelijk 1 Kor. 1:29-31; Ef. 2:8-9.
Ezechiël 36 vers 33— Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.
bewonen,
Met inwoners bezetten.
Hertaald:bewonen,
Namelijk met inwoners bezetten.
Ezechiël 36 vers 35— En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.
Eden;
Dat is, lusthof, paradijs; vergelijk boven Ezech. 28:13 , met de aantekening.
Hertaald:Eden;
Dat is: lusthof, paradijs; vergelijk hierboven Ezech. 28:13 met de aantekening.
Ezechiël 36 vers 36— Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.
bebouw,
Of, de verstoorde [steden] bebouwd, beplant heb.
Hertaald:bebouw,
Of: de verwoeste steden herbouwd en beplant heb.
Ezechiël 36 vers 37— Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.
verzocht worden,
Of, mij verzoeken, of vragen laten; dat is, hiertoe gewillig voorstellen, hierin mij laten vinden, [vergelijk Jes. 65:1 ] , dat Ik [terwijl de genade overvloedig en de ruimte groot is, zulks dat er maar mensen schijnen te ontbreken, die ze genieten] deze weldaad nog daartoe doe, dat Ik mijne kerk met gelovige mensen, als schapen, uit de Joden en voornamelijk uit de heidenen, vervul. Vergelijk Hoogl. 8:8 , enz.; Jes. 49:19-20 , en Jes. 54:2 , enz. en boven vs.10; Joh. 10:16 .
Hertaald:verzocht worden,
Of: Mij laten verzoeken, of Mij laten vragen; dat is: Mij daartoe gewillig aanbieden en Mij daarin laten vinden (vergelijk Jes. 65:1), zodat Ik — terwijl de genade overvloedig is en de ruimte groot, zodat het alleen nog aan mensen lijkt te ontbreken om die te genieten — deze weldaad er nog aan toevoeg dat Ik Mijn kerk vervul met gelovige mensen als schapen, uit de Joden en vooral uit de heidenen. Vergelijk Hoogl. 8:8 enzovoort; Jes. 49:19-20 en Jes. 54:2 enzovoort, en hierboven vers 10; Joh. 10:16.
van mensen,
Of, als [met] menschenkudden.
Hertaald:van mensen,
Of: als met kudden mensen.
Ezechiël 36 vers 38— Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
schapen,
Hebreeuws, schapen der heiligheden. Versta, het offervee, dat bij grote menigte tegen de jaarlijkse feesten binnen Jeruzalem ten offer gebracht werd.
Hertaald:schapen,
Hebreeuws: schapen van de heiligheden. Versta: het offervee dat bij de jaarlijkse feesten in grote menigte binnen Jeruzalem ten offer gebracht werd.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Rein water — de reiniging die beloofd wordt, en de reden die er niet in de mens ligt (Ezech. 36:20-25)
Eerst wordt gezegd wat de ballingschap onder de volken teweegbracht: men zei van hen "Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan" (Ezech. 36:20), en daarmee werd Gods Naam ontheiligd. Daarop volgt de reden van alles wat komen gaat: "Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen" (Ezech. 36:22). Dan komt de belofte zelf: "Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen" (Ezech. 36:24), en onmiddellijk daarna: "Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen" (Ezech. 36:25).
Bijbelse betekenis: Merk op waardoor de Naam ontheiligd werd. Niet door de zonde in het land alleen, maar door het oordeel zelf: de volken zagen een volk dat zijn God niet had kunnen houden in zijn eigen land, en trokken daaruit hun conclusie. Dat God handelt om Zijns Naams wil, is in dit boek al behandeld (reeds behandeld bij Ezech. 20:9). Let vervolgens op wie er in deze verzen handelt. Ik zal halen, Ik zal vergaderen, Ik zal brengen, Ik zal sprengen, Ik zal reinigen. Er staat in dit gedeelte geen enkel gebod; het is van begin tot eind belofte, en dat staat naast de eis van Ezech. 18:31 (reeds behandeld). Let ten slotte op wat hier niet staat. De tekst spreekt over wat God aan het hart doet. Over de vorm van een kerkelijke plechtigheid zegt zij niets, en het register leest er niets in.
Typologie: David bidt in dezelfde woorden om wat hier beloofd wordt: "Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn" (Ps. 51:9). De Hebreeënbrief spreekt van harten gereinigd van het kwaad geweten en van het lichaam "gewassen zijnde met rein water" (Hebr. 10:22). En Paulus noemt het "het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes" (Tit. 3:5).
De Geest in het binnenste — wat dit hoofdstuk toevoegt aan de belofte van het nieuwe hart (Ezech. 36:26-32)
"En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven" (Ezech. 36:26). Die belofte staat eerder in dit boek en is daar behandeld (reeds behandeld bij Ezech. 11:19). Nieuw is het vers erna: "En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen" (Ezech. 36:27). Daarna volgt wat dat bij de mens teweegbrengt: "Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren" (Ezech. 36:31), en het gedeelte sluit met: "Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!" (Ezech. 36:32).
Bijbelse betekenis: Merk op wat Ezech. 36:27 toevoegt. Bij Ezech. 11:19 wordt een nieuw hart beloofd; hier wordt gezegd Wie er in dat hart komt wonen. God geeft niet alleen een vermogen maar Zichzelf. Let vervolgens op de vorm van de tweede helft van dat vers: God zegt dat Hij het zo maken zal dat zij in Zijn inzettingen wandelen (Ezech. 36:27). De gehoorzaamheid staat hier niet als eis maar als gevolg. Dat is de andere kant van het gebod om zichzelf een nieuw hart te maken (reeds behandeld bij Ezech. 18:31); wie er één van de twee wegneemt, houdt een halve Schrift over. Let ten slotte op de volgorde in Ezech. 36:31. De schaamte komt ná de reiniging en niet ervoor. Dat is dezelfde orde als aan het slot van Ezech. 16:63 (reeds behandeld), en als bij de walging over zichzelf eerder in dit boek (reeds behandeld bij Ezech. 6:9).
Typologie: De Heere Jezus belooft de Geest die niet alleen bij Zijn discipelen maar in hen zijn zal: "Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn" (Joh. 14:17). En Paulus noemt de uitkomst waarvan Ezech. 36:27 spreekt: "opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest" (Rom. 8:4).
Het vlesen hart — de belofte van een nieuw hart, hier voor het eerst in dit boek (Ezech. 11:19-20)
"En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven" (Ezech. 11:19). Er staat bij waartoe: "Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn" (Ezech. 11:20). Diezelfde belofte komt verderop in het boek uitgebreider terug (Ezech. 36:26-27).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er weggenomen en wat er gegeven wordt. Een stenen hart is niet stuk maar hard: het voelt niets en het buigt niet. Wat ervoor in de plaats komt is een hart van vlees, dus een hart dat te raken is. De verandering zit niet in meer inspanning maar in een ander orgaan. Let vervolgens op de volgorde in Ezech. 11:20. Eerst het nieuwe hart, dán het wandelen in Gods inzettingen; de gehoorzaamheid is het gevolg en niet de voorwaarde. Dat is dezelfde volgorde als bij het nieuwe verbond, waar de wet in het binnenste geschreven wordt (reeds behandeld bij Jer. 31:33). Let ten slotte op het woord enerlei hart. Hetzelfde stond bij Jeremia (reeds behandeld bij Jer. 32:39): een volk dat uiteengedreven was, wordt van binnenuit weer één.
Typologie: De Heere Jezus zegt tot Nicodemus dat niemand het Koninkrijk Gods kan zien tenzij hij opnieuw geboren wordt (reeds behandeld bij Joh. 3:3). En Paulus zegt dat de gemeente een brief van Christus is, geschreven "niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten" (2 Kor. 3:3).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
Een hart van vlees in plaats van steen — 36:22-32
Israël zit in ballingschap en heeft daar Gods Naam ontheiligd onder de volken. Wat nu volgt, begint met een zin die alle vroomheid afsnijdt: Ik doe het niet om uwentwil, o huis Israëls, maar om Mijn heiligen Naam.
God belooft schoon water, een nieuw hart en Zijn eigen Geest — en zegt er nadrukkelijk bij dat het niet om hun verdienste gaat.
Drie beloften staan hier na elkaar, en zij lopen van buiten naar binnen.
Eerst het water: Ik zal rein water op u sprengen, en gij zult rein worden. Dat is de taal van de offerdienst, van het water der afzondering met de as van de rode vaars erin.
Dan het hart: Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwen geest in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. De kanttekening verwijst naar Ezechiël 11, waar hetzelfde beloofd wordt. Steen kan men bewerken maar niet week maken; er moet dus een ander hart komen, en dat kan alleen door wegneming en vervanging.
En dan de Geest: Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u, en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen. Let op dat werkwoord — Ik zal máken. Wat de wet vroeg maar niet kon bewerken, doet God hier zelf.
Dit is dezelfde belofte die Jeremia het nieuwe verbond noemt, van de andere kant bekeken: daar de wet in het hart geschreven, hier het hart zelf vervangen.
Wanneer Nicodémus 's nachts bij Christus komt, krijgt hij te horen dat men wederom geboren moet worden, uit water en Geest. Hij begrijpt het niet, en dan zegt Christus: zijt gij een leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet? Dat verwijt heeft alleen gewicht als het ergens stond — en het stond hier.
Ezechiël 36:22 — Ik doe het niet om uwentwil, maar om Mijn heiligen Naam.
Ezechiël 36:25 — Ik zal rein water op u sprengen, en gij zult rein worden.
Ezechiël 36:26 — Een nieuw hart, en het stenen hart weggenomen.
Ezechiël 36:27 — Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven en máken dat gij wandelt.
Jeremia 31:33 — Van de andere kant: de wet in het hart geschreven.
Johannes 3:5-10 — Wederom geboren uit water en Geest — dat had een leraar van Israël moeten weten.
In het Nieuwe Testament: Johannes 3:3-10; Titus 3:5; 2 Korinthe 5:17; Handelingen 2:38-39
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Ezechiël 36:16-19.KruisverwijzingenJeremia 2:7→2 Kronieken 34:21→Ezechiël 7:8→Ezechiël 39:24→Deuteronomium 28:64→Klaagliederen 4:11→Klaagliederen 2:4→Ezechiël 22:15→ — Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw. Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden. En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen. Wanneer God optreedt om met mensen te handelen naar wat zij verdienen, zijn er altijd tijden van bittere nood. Het land Israël werd tot een woestenij gemaakt. De woningen van de mensen werden door vuur verbrand, de inwoners vielen door het zwaard of werden gevankelijk weggevoerd, en onnoemelijke ellende werd het deel van Gods afvallige volk.
Ezechiël 36:20.KruisverwijzingenJesaja 52:5→Romeinen 2:24→Jeremia 33:24→Exodus 32:11→Ezechiël 12:16→Numeri 14:15→2 Koningen 18:30→2 Koningen 18:35→ — Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan. De heidenen dachten immers niet aan de zonde van Israël. Zij zagen alleen dat dit volk door zijn God uit zijn land verworpen was, en dus gaven zij de HEERE de schuld en niet Zijn schuldige volk. Zo werd Gods heilige naam dubbel ontheiligd.
Ezechiël 36:21.KruisverwijzingenPsalmen 74:18→Jesaja 48:9→Ezechiël 20:9→Deuteronomium 32:26→Ezechiël 20:22→Jesaja 37:35→Ezechiël 20:14→ — Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren. De HEERE kon in hen geen enkele grond voor barmhartigheid zien. Maar Hij is zo vol barmhartigheid dat Hij een reden vindt om Zich te ontfermen: om Zijns Naams wil. Kan de goedertierenheid langs geen andere weg tot hen komen, dan zal zij komen om Gods Naam.
Hier is werkelijk een weergaloze genade. Deze mensen waren om hun zonden uit hun land verbannen, en in hun ballingschap vermeerderden zij hun zonde nog door de manier waarop zij God lasterden. En juist zíj zullen teruggebracht worden. En de barmhartigheid van God zal zo aan hen vertoond worden dat God geëerd wordt in de mensen die Zijn naam gelasterd hebben.
Ezechiël 36:22-24.KruisverwijzingenEzechiël 36:32→Ezechiël 20:41→Ezechiël 37:21→Deuteronomium 7:7→Psalmen 106:8→Jesaja 5:16→Ezechiël 34:13→Deuteronomium 9:5→ — Daarom zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt. Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn. Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen. Hij zegt dat Hij dit doen zal om Zijns heiligen Naams wil. Hebben de heidenen die naam ontheiligd omdat zij Israël verstrooid zagen, dan zullen zij hun eigen woorden moeten inslikken zodra God Israël weer in zijn eigen land vergadert.
Ezechiël 36:25.KruisverwijzingenTitus 3:5→Hebreeën 10:22→Jeremia 33:8→Hosea 14:3→Psalmen 51:7→Jesaja 4:4→Zacharia 13:1→Ezechiël 36:17→ — Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. “Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.”
“U wilde uzelf niet reinigen. U keerde zelfs weer tot uw afgoden terug en verontreinigde uzelf nog meer. Maar Ík zal u reinigen. Ik heb een wonderlijke stroom, zoals geen rivier en geen bron op aarde ooit voortbrengen kan. Zij welt op uit het hart van Jezus, en zij zal u reinigen van al uw onreinigheden en van al uw afgoden.”
Ezechiël 36:26.KruisverwijzingenEzechiël 11:19→Psalmen 51:10→2 Korinthe 5:17→Deuteronomium 30:6→2 Korinthe 3:3→Efeze 2:10→Openbaring 21:5→Johannes 3:3→ — En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Wat een groots taalgebruik is dit! Hoe verschilt het van de strenge geboden van de wet! De wet zegt: maak uw hart rein, doe het kwaad van uw handelingen weg. Maar het genadeverbond van het evangelie zegt: “Ik zal u een nieuw hart geven”, en: van al uw onreinigheden zal Ik u reinigen.
Let er nu op dat dit alles gesproken werd tot mensen die naar deze zegeningen geen enkel verlangen hadden. Hadden zij ernaar verlangd, dan kon hun hart geen stenen hart genoemd worden. Maar zij stonden tegen God gekant; zij waren Zijn vijanden. En toch doet Hij in de soevereiniteit van Zijn genade deze plechtige verklaring, dat Hij hun een nieuw hart en een rechte geest geven zal. Misschien zijn er vanavond in dit huis mensen die de God van Israël niet kennen. Weten zij al iets van Zijn Zoon, dan weten zij alleen genoeg om zich tegen Hem te verzetten. Mocht Gods eeuwige almacht zo krachtig in hen werken dat hun vanavond een nieuw hart en een rechte geest gegeven wordt, naar dat oude woord: “Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten.” Hij kan komen en hen maken tot een volk dat geen volk was.
Het is een bijzondere trek van onze heilige godsdienst dat hij zijn werk van binnenuit begint en het eerst op het hart werkt. Andere godsdiensten, zoals die van de Farizeën, beginnen met uitwendige vormen en plechtigheden, misschien in de hoop van buiten naar binnen te werken. Maar dat werk komt nooit klaar: al wordt de buitenkant van de beker en de schotel gereinigd, de binnenkant blijft even vol van bederf als tevoren. Geen waarheid is zekerder dan deze, die alle mensenkinderen geldt: “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Er moet een gehele en grondige verandering van de natuur van de mens komen, of hij kan nooit komen waar God is. Het evangelie deinst daar niet voor terug, maar houdt die verklaring juist staande.
De Schrift verbloemt niets. Zij zegt niet dat sommige mensen van nature beter zijn dan andere en dat zij door hun goede hoedanigheden te verbeteren ten slotte goed genoeg voor God kunnen worden. De ware godsdienst begint dus bij het hart, en het hart is de heersende macht in de mens. Hij weet dat het goede goed is, maar hij verkiest het kwade. Hij ziet het licht, maar hij heeft de duisternis lief en keert zich van de waarheid af, omdat zijn hart van God vervreemd is.
Wordt het hart vernieuwd, dan zal het oordeel spoedig hetzelfde spoor volgen. Maar zolang het hart verkeerd is, besturen de genegenheden de wil en buigen zij het karakter van de mens naar het kwade. Heeft een mens het kwade lief, dan is hij kwaad. Haat hij God, dan is hij Gods vijand, wat hij uitwendig ook belijdt, hoeveel hij ook weet en welke schijnbaar goede hoedanigheden hij ook heeft.
Het is een grote verbondsbelofte dat het hart vernieuwd zal worden. En de bijzondere vorm van die vernieuwing is deze: het zal levend, warm, gevoelig en teer gemaakt worden. Van nature is het een stenen hart; door een werk van goddelijke genade zal het een vlesen hart worden. Veel van de vrucht van de wedergeboorte en de bekering ligt daarom in het voortbrengen van een tere geest. Tederheid is het tegendeel van wat stug, hardnekkig, koud en hard is, en zij is een van de meest genadige tekenen in het karakter van een mens. En waar God vlesigheid gegeven heeft, een levende gevoeligheid in plaats van een stenige, dode ongevoeligheid van hart? Daar mogen wij besluiten dat er een waar werk van genade is en dat God er levende godsvrucht gewerkt heeft.
Het oude verbond zei ons wat wij doen moesten en gebood ons het te doen. Maar het nieuwe verbond stelt ons in staat het te doen; ja, het werkt in ons die gehoorzaamheid die wij aan de oude wet nooit hadden kunnen bewijzen.
Ezechiël 36:27.KruisverwijzingenTitus 3:3→Ezechiël 39:29→Ezechiël 37:14→Hebreeën 13:21→Titus 2:11→Ezechiël 37:24→Joël 2:28→1 Petrus 1:22→ — En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen. Niet alleen een nieuwe geest, maar Míjn Geest. God Zelf zal komen wonen in die harten die eens een verblijf voor de duivel waren.
Die zo op soevereine wijze spreekt, is God Zelf. Hij heeft de wereld gemaakt zoals het Hem beliefde, en in de tweede, nieuwe schepping doet Hij wat Hij wil, met macht over ons zoals de pottenbakker over zijn leem. Dit is aan het Joodse volk beloofd, maar het wordt ook aan talloze anderen vervuld, waar God op diezelfde soevereine wijze de voornemens van Zijn liefde uitwerkt.
Wat een pracht van liefde is dit voor een volk dat er niets, maar dan ook niets voor gedaan had! Zij waren even onverdienstelijk als op de dag dat de HEERE hen sloeg en onder de heidenen verstrooide. Om geen enkele reden dan Zijn eigen vrije genade, en tot eer van Zijn heilige naam, zou God deze buitengewone daden van liefde doen. Wat een wonderlijk God is Hij! Terecht zingen wij met de profeet: “Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft?” Bij wie is de genade zo rijk en zo vrij?
Ezechiël 36:28-29.KruisverwijzingenEzechiël 37:27→Ezechiël 11:20→Ezechiël 37:23→Jeremia 31:33→Jeremia 30:22→Jeremia 32:38→Ezechiël 14:11→Ezechiël 28:25→ — En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen. Waar geestelijke weldaden gegeven worden, volgen de tijdelijke vanzelf.
Ezechiël 36:30-31.KruisverwijzingenEzechiël 6:9→Ezechiël 20:43→Ezechiël 34:27→Jesaja 6:5→Job 42:6→Nehemia 9:26→Ezechiël 16:61→Joël 2:17→ — En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen. Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen. Hoe zoet doet de barmhartigheid van God het hart van de mens smelten! Hoe genadig brengt de goedheid van God berouw voort! Die gezegende uitkomst werd nooit door de verschrikkingen van de wet voortgebracht. Maar zij komt telkens weer voort uit de goedertierenheid van de HEERE, zoals die in het verbond van Zijn genade geopenbaard wordt.
Er was in al de weldaden die zij ontvingen niets waarop zij zich beroemen konden. Geen eigen verdienste had hun het koren en de olie teruggebracht; het was alles uit Gods oneindige, soevereine genade. Want Hij zegt: “Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.” Hoe koninklijk spreekt Hij — als de Koning Die Hij is, de soevereine Heere van allen!
Ezechiël 36:32.KruisverwijzingenDeuteronomium 9:5→Ezechiël 36:22→Ezra 9:6→Romeinen 6:21→1 Petrus 4:2→Ezechiël 16:63→Titus 3:3→2 Timotheüs 1:9→ — Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels! Het verbond is geheel uit genade, zoals u ziet. Barmhartigheid wordt aan onwaardigen bewezen, niet om henzelf maar om Gods eigen eer. Och, hoe zoet is het aan dit gezegende verbond deel te hebben!
Ezechiël 36:33-35.KruisverwijzingenJesaja 51:3→Ezechiël 36:10→Joël 2:3→Zacharia 8:7→Jesaja 58:12→Amos 9:14→Jeremia 50:19→Jeremia 32:43→ — Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden. En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging. En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond. Zij hebben eerst de kastijdende hand van God opgemerkt. Even goed zullen zelfs de heidenen gedwongen worden Zijn grote goedheid op te merken, wanneer Hij het land in al zijn vroegere heerlijkheid herstelt.
Ezechiël 36:36-37.KruisverwijzingenEzechiël 17:24→Ezechiël 14:3→Ezechiël 37:14→Ezechiël 22:14→Numeri 23:19→Hosea 14:4→Mattheüs 24:35→1 Johannes 5:14→ — Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen. Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen. De zegen zal komen, maar niet zonder gebed erom, niet zonder een hoopvol uitzien ernaar, niet zonder een gelovig vertrouwen erop: “Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe.”
Het gebed gaat altijd samen met het goddelijke werken. Waar God wil zaligmaken, zet Hij mensen aan het bidden. Wie zalig zijn geworden, bidden voor anderen; en anderen, die nog niet zalig zijn, gaan de zegen missen en beginnen erom te roepen — en de zegen komt. Zoals de zwarte wolk de regenbui aankondigt, zo voorspelt de opkomende geest van het gebed altijd de komende zegen. Hemel en aarde mogen voorbijgaan, maar de gedachtenis van de HEERE is altijd: de God Die het gebed hoort. Hij is de God Wiens arm altijd door het gebed van een mens bewogen wordt. Stond Mozes niet tussen hen en de wraak in, zodat God zei: “laat Mij toe”, alsof Hij zeggen wilde: Ik kan hen niet verdelgen zolang u bidt? Opende en sloot Elia de vensters van de hemel niet door zijn gebed? Niets is onmogelijk voor wie gelovig bij God weet te vragen.
Neem deze belofte op, leden van deze gemeente, en dring ermee bij God aan dat Hij ons niet weinig maar zeer veel toevoegingen geven zal: “Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.”
Ezechiël 36:38.KruisverwijzingenJohannes 10:16→Ezechiël 34:31→Handelingen 2:5→Ezechiël 36:33→2 Kronieken 30:21→1 Koningen 8:63→Exodus 23:17→Zacharia 8:19→ — Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. Zoals de menigten lammeren die op het paasfeest naar Jeruzalem werden opgebracht, zo talrijk zou het uitverkoren volk weer worden. Een grote en ontelbare schare! Och, dat zulke toevoegingen aan de gemeente gegeven mochten worden.
De vrucht van al deze wonderlijke barmhartigheid zou zijn dat zij zich over hun vroegere zonden zouden schamen en een walging zouden krijgen van hun voorbije ongerechtigheden. En dat zij de HEERE zo zouden kennen dat zij zich van hun boze wegen afkeerden en voor Hem leefden.
KruisverwijzingenEzechiël 36:8→Ezechiël 37:4→Ezechiël 37:22→Ezechiël 33:28→Jeremia 22:29→Ezechiël 36:4→Ezechiël 34:14→Ezechiël 20:47→— En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen Israels! hoort des HEEREN woord.
En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israëls, tegen welke gij vroeger hebt moeten getuigen (Hoofdst. 6:1-7); profeteer, nadat hetgeen in vs. 8-10 van dat hoofdstuk gezegd is, verwezenlijkt is, en zeg: Gij bergen Israëls! hoort des HEEREN woord. Er is zowel een profetie over het land als over het volk Israëls meestal zo als hier, in verband met elkaar. De bergen, de vastigheden van het land worden ditmaal gesteld in de plaats van het volk, want Israël was beweeglijk, maar het land niet. Alleen in hogeren zin is Israël en zijn land één; daarom spreekt God nu tot de bergen als tot de eeuwige getuigen Zijner trouw. Later (vs. 14) spreekt de Heere tot de bergen en tot de heuvels, tot de stromen en tot de dalen, tot de woeste, eenzame plaatsen en de verlaten steden. God neemt ze allen tot getuigen van Zijn verbond, en nog zijn al deze plaatsen voor handen. God heeft tot hen in dit Hoofdstuk gesproken, en niet tot Israël, althans niet in de eerste plaats. En zo wij nu die bergen en vlakten en stromen aanschouwden, zouden wij dan niet kunnen en moeten zeggen: Dit heeft God tot u gesproken en zal aan u vervuld worden? Indien God voor een huis staat en Hij zegt: “Vrede zij dezen huize!” zou het niet met vrede vervuld worden? . De eeuwige hoogten. Zo worden de bergen van Israël hier spotsgewijze door de vijanden genoemd, met toespeling op de innigste en heiligste gewaarwordingen, die voor Israël aan deze bergen verbonden waren. De bergen zijn voor het natuurlijk gevoel van iederen mens eerwaardig als de hoog zich verheffende, geheimvolle, geduchte en tevens zegen verspreidende zetels der natuurkracht, als grensscheidingen en beschuttingen des lands, die in heilige ruste vaststaan en op de wisselende geslachten der mensen nederzien als beelden van het blijvende en eeuwige. Zo heeft Mozes (Ps. 90:2), zo heeft Job (Hoofdst. 15:7), de bergen beschouwd. Maar vooral vermengt zich dit gevoel bij den bergbewoner met zijn gans gemoedsleven. Hem zijn zijne bergen als bezielde wezens, als vaders, ja bijkans als goden zijns volks met alle herinneringen, met alle vrome gewaarwordingen van de jeugd af te zamen geweven. Nog in veel hogere mate was dit het geval bij de bergbewoners in Israël, waar de herinnering aan Gods woorden en daden, de herinnering aan de heiligste openbaringen des Heeren zich aan de bergen des lands hechtten. Men denke slechts aan Abraham op Moria (Gen. 22:1-19) aan Elia op den berg Karmel (1 Kon. 18). En Jakobs zegen over zijn zoon Jozef, den Nazireër onder zijne broederen, had zich vastgehecht aan de eeuwige hoogten (Gen. 49:26). Evenzo Mozes zegen over Jozefs zoon, den stamvader van Efraïm (Deut. 33:15). Maar de meest gezegende onder de gezegende bergen van Israël (Ex. 34:13, 14 ,) was de berg Zion, dien de Heere Zijnen berg, Zijnen heuvel (Hoofdst. 34:26) noemde, waar de Heere beloofd had, zelf te wonen eeuwiglijk, waar David de belofte van een eeuwig koninkrijk ontvangen had, den berg Zion (Micha 4:1. Jes. 2:1) die boven alle toppen der bergen in den laatsten tijd zou verheven zijn. En nu roemt de vijand (Edom) met bitteren spot van de hoogte van Seir: “heah! de eeuwige hoogten zijn nu ons erfdeel geworden!” .
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:13→Ezechiël 35:10→Ezechiël 25:3→Ezechiël 26:2→Jesaja 58:14→Habakuk 3:19→Psalmen 78:69→Ezechiël 36:5→— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!
Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah!(Hoofdst. 25:3) zelfs de eeuwige hoogten, welke door oude beloften aan Israël als ene blijvende bezitting waren toegezegd, zijn ons ten a) erve geworden!
Ezech. 35:10.
KruisverwijzingenPsalmen 44:13→Klaagliederen 2:15→Jeremia 18:16→Jeremia 24:9→Klaagliederen 2:5→Jeremia 39:1→Deuteronomium 28:37→Psalmen 35:25→— Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;
Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat of, zodat gij voor het overblijfsel der Heidenen, voor hen die uit het gericht over de heidenwereld nog aanwezig zijn, ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:11→Ezechiël 34:28→Psalmen 79:4→Ezechiël 36:6→Ezechiël 36:1→Jeremia 25:9→2 Kronieken 36:17→Jesaja 6:11→— Daarom, gij bergen Israels! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn;
Daarom, gij bergen Israëls! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlatene steden, die tot enen roof en tot enen spot geworden zijn voor het overblijfsel der Heidenen, die rondom zijn.
KruisverwijzingenEzechiël 36:3→Deuteronomium 4:24→Jeremia 25:9→Jeremia 25:15→Ezechiël 38:19→Micha 7:8→Ezechiël 25:8→Jeremia 50:11→— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers (in Hoofdst. 25, 26 en 35) gesproken heb tegen het overblijfsel der Heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zich zelven ten erve gegeven hebben, met blijdschap des gansen harten, met hartelijke blijdschap, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!
KruisverwijzingenEzechiël 34:29→Psalmen 123:3→Psalmen 74:10→Psalmen 74:18→Ezechiël 36:15→Ezechiël 36:4→Psalmen 74:23→— Daarom profeteer van het land Israels, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;
Daarom profeteer van het land Israëls, en zag tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijnen ijver en in Mijne grimmigheid tegen de overige Heidenen en tegen geheel Edom gesproken, omdat gij den a) smaad der Heidenen gedragen hebt:
Ezech. 34:29.
KruisverwijzingenEzechiël 20:5→Sefanja 2:1→Jeremia 47:1→Amos 1:1→Deuteronomium 32:40→Openbaring 10:5→Ezechiël 20:15→Jeremia 25:15→— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!
Daarom, zo zegt de Heere HEERE, deze bedreiging met enen eed bekrachtigende: Ik heb Mijne hand opgeheven en zweer (Hoofdst. 20:5): zo niet de Heidenen, die rondom u zijn, zelven hun schande zullen dragen! Van Edom wendt de Profeet zijn aangezicht tot de bergen van Israël, gelijk hij, in verlangen naar zijn vaderland ziende, altijd gaarne tot de oude hoogten der belofte van Goddelijken zegen spreekt. Zijne rede is door een sterken ijver bewogen, terwijl hij niet genoeg kan herhalen, dat hij het woord Gods verkondigt. De Edomieten en de andere volken, die ene snode verachting toonden en in dwazen waan hebben geuit, dat de eeuwige hoogten hun als ene erfenis waren ten deel gevallen, moet dit woord van het toppunt hunner trotse zelfverblinding nederstorten. Bergen en heuvels, dalen en afgronden, en de woeste puinhopen dor verlatene steden, welke in woede zijn bestreden en buit gemaakt door de andere hen omringende volken, moeten nu den plechtigen eed des Heeren vernemen, dat over deze nu de smaad zal komen, welken Israël gedragen heeft. De “bergen Israëls” zijn voor het land wat de hoofden van Israëls stammen zijn voor het volk; zij zijn als het ware de oudste, de eerwaardigste vaderen des lands, wien het woord Gods verkondigd wordt, dat het ganse land aangaat. De “eeuwige hoogten” zijn de natuurlijke bergen als beeld der onveranderlijke hoogheid waarop Israël zich beroemde, daar het den Eeuwige tot zijnen Beschermer had, en in Hem den waarborg van zijne eigene eeuwigheid (Ps. 125:2). De woorden moeten gedacht worden als voorzien van aanhalingstekenen; de spotters ontlenen ze aan den mond van Israël, dat tegenover al hun pretenties en pralerijen zijne “eeuwige bergen” overstelde. Bij de beschouwing der onwaardige tegenstanders wordt Ezechiël door een ongewoon vuur aangegrepen, zodat hij na de korte mededeling vs. 2 het “daarom” bij ieder vers herhaalt, dewijl steeds opnieuw de redenen tegen deze vijanden zich op den voorgrond drongen, voordat de rede rustiger bij de bergen Israëls blijft, van welke zij eigenlijk wilde handelen. Als motief voor de zegeningen, welke God aan Israël wil geven (vs. 8 vv.), wordt het door Edom hem aangedane onrecht genoemd. Omdat Edom zoveel leed over Israël heeft gebracht, daarom moet Israël tot schadeloosstelling van zich zelven, en tot meerdere bestraffing en beschaming van Edom het goede van den Heere ontvangen. Daarom worden ook alle de verwijten, in Hoofdst. 35 den berg Seïr gemaakt, hier gerecapituleerd. Omdat Edom heeft gejubeld als ware het verwoeste heilige land nu in zijne macht geraakt (vs. 2), omdat Edom verdrukking en lastering over Israël heeft gebracht (vs 3), omdat Edom het heilige land ten buit en tot spot heeft gemaakt (vs. 4), omdat Edom zijn leedvermaak, vijandschap, hebzucht aan Israël heeft bevredigd (vs. 5), omdat Israël dit alles gedragen heeft (vs. 6), daarom moet Edom een oordeel (vs. 7) en Israël een zegen (vs. 8) van den Heere ontvangen. Daarbij wordt van Edom als de bijzondere type der Gode vijandige mensheid voortgegaan tot de Heidenen in ‘t algemeen en het aan Edom gedreigde gericht uitdrukkelijk ook tot deze uitgebreid. Onmogelijk kan de straf des Heeren ene eenzijdige zijn; zij kan te minder Israël alleen treffen, daar juist bij zijne bestraffing het diep weggezonken zijn van het Heidendom, zijn afkeer van God, zijne verblinding en zijn overmoed op het treffendst gebleken zijn. Nevens de “overige Heidenen” wordt steeds weer Edom in ‘t bijzonder op den voorgrond gesteld als het toppunt van de vijandige verhouding tot de theokratie. Edom vormt hiertegen de sterkste tegenstelling, en is in dat opzicht voornamelijk het karakteristieke volk. God denkt met medelijden aan den tegenwoordigen beklagenswaardigen toestand van het land Israël. Zonder twijfel hebben wij daartoe ook de vele gruwelen te rekenen, welke bijv. op de plaats der geboorte en op de grafplaats van Christus door de Christenen worden bedreven, die daardoor het heilige land tot ene smaadheid maken, en het verwoesten en plunderen. Op Paasch-Zaterdag, des middags ten 1 uur, zo verhaalt Troïlo, verzamelden zich Grieken, Armeniërs enz. 2-3. 000 Christenen, in de kerk van het heilige graf (Matth. 21:11); ieder had een bos waskaarsen, alle lichten werden in de kerk uitgedaan. Toen de Griekse patriarch en Armenische bisschop met de overige geestelijken kwamen, begon het volk om het heilige graf te lopen. Anderen kropen op den steen rondom het graf rond, soms meer dan honderd achter elkaar, en vermoeiden zich zo zeer, dat hun het zweet van het aangezicht afliep; weer anderen klommen op de schouders hunner kameraden. Tussenbeide valt het volk op de knieën, zij heffen dan het hoofd met verdraaide ogen in de hoogte, heffen de handen met de kaarsen op naar den hemel, en schreeuwden jammerlijk, dat het vuur toch spoedig van den hemel moge vallen. Dan staan zij weer op, lopen met groot geschreeuw om het heilige graf alsof zij allen onzinnig waren (1 Kon. 18:26), vallen soms over elkaar op de aarde, dat het geen wonder zou zijn, zo zij elkaar geheel en al in een drukten, soms trekken zij ook hun klederen uit, om daarmee het vuur naar beneden te lokken. Dit goochelspel duurt ten minste twee grote uren. Vele honderden Turken komen met hun kinderen om tot vermaak toe te zien en over zulke dwaasheden overluid te lachen. De Griekse patriarch en de Armenische bisschop komen vervolgens uit de sakristy en gaan met enige Griekse geestelijken in het heilige graf, de deur wordt achter hen toegemaakt; zij houden zich nu, alsof zij daarbinnen baden, zij hebben echter middelen bij zich om vuur te maken en steken een licht op. Daaraan steekt de patriarch zijne kaarsen op en de lampen van het heilige graf; daarop wordt de deur geopend, en de patriarch komt er uit evenals een furie uit de hel met uitgestrekte hand, waarin hij een groten bos brandende lichten heeft. Zodra nu het volk het licht ziet, begint het te schreeuwen, allen heffen de handen met hun kaarsen op, en dringen met zulk een geweld op den patriarch aan, dat het geen wonder zou zijn, als zij hem dood drukten. Ieder wil toch zijne kaars het eerst aan die van den patriarch aansteken, daar zij menen, dat het van den hemel is nedergedaald, en hij de allerzaligste mens op aarde is, die zijn licht het eerst aan dat van den patriarch aansteekt, wanneer hij uit het graf komt, zodat hij niet zon kunnen verdoemd worden. In het jaar 1750 betaalde een Armeniër het eerste heilige vuur met 50. 000 zechinen. Er is geen houden of weren aan; de patriarch is dikwijls genoeg in gevaar van verdrukt te worden; hij wordt in de hoogte geheven, zodat hij boven op de hoofden des volks komt te liggen, zijn bisschoppelijk sieraad wordt hem van ‘t lijf gerukt, soms ook in de verwarring zijn baard verbrand, waarover de toeziende Turken hartelijk lachen. Met het vuur branden de mensen kruisen op linnen, dat hun tot doodhemden moet dienen; dat, zo denken zij, reinigt de ziel van alle zonden. Ten laatste ziet men niets den verbrande baarden, gestoten hoofden, verscheurde klederen en blauw geslagen ogen, bekrabde gezichten, gebroken armen. Men hoort niets den een verward en op afschuwelijke wijze uitgestoten geschreeuw, en wanneer nu het leven bedaard is, dan wordt er op eens van de kerk ene herberg. Delle Balle zegt, dat het volk bij deze gelegenheid dingen doet, welke meer in de komedie voor het beschonkene, dan wel in de kerk voor verootmoedigde mensen passen, en Fisk, nadat hij na zulk een vuurtoneel, verstoord en vol afkeer over zulke goddeloze zaken heengegaan was, bericht van zich en zijne metgezellen: “wij gevoelden, dat Jeruzalem aan de ongerechtigheid was overgegeven en Gods vloek daarop rustte. ” .
KruisverwijzingenJesaja 27:6→Jesaja 4:2→Ezechiël 34:26→Jakobus 5:8→Amos 9:13→Psalmen 85:12→Filippenzen 4:5→Jesaja 30:23→— Maar gij, o bergen Israels! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israel dragen, want zij naderen te komen.
Maar evenzo hef Ik Mijne hand op voor het heilige land, gij, o bergen Israëls! gij zult weer uwe takken geven, en uwe vrucht voor Mijn volk Israël dragen, want zij naderen te komen, spoedig zullen zij in u zijn wedergekeerd (Jes. 56:1).
KruisverwijzingenZacharia 8:12→Maleachi 3:10→Ezechiël 36:34→Hagai 2:19→Joël 3:18→Hosea 2:21→Psalmen 46:11→Psalmen 99:8→— Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.
Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.
KruisverwijzingenEzechiël 36:33→Jeremia 31:27→Jesaja 27:6→Jeremia 30:19→Jeremia 33:12→Ezechiël 36:37→Jesaja 58:12→Jeremia 31:10→— En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israels, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.
En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, die daar wonen, het ganse huis Israëls, ja dat geheel; en de steden in het land, waartoe gij behoort, zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.
KruisverwijzingenMicha 7:14→Jeremia 30:18→Ezechiël 16:55→Jeremia 33:12→Jeremia 31:27→Hebreeën 11:40→Hagai 2:6→Ezechiël 35:9→— Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Ja Ik zal mensen en beesten op u o bergen! vermenigvuldigen, en zij, mensen en vee, zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uwe vorige tijden, ja Ik zal het beter maken dan in uwe beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KruisverwijzingenJeremia 15:7→Jeremia 32:15→Obadja 1:17→Numeri 13:32→Ezechiël 47:14→Ezechiël 36:13→Jeremia 32:44→— En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israel, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.
En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël in den waren zin des woords (Hoofdst. 20:40); die zullen u erflijk bezitten, en gij, o bergland Israëls, zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer als in den tijd der straffen beroven van erfgenamen, gij zult niet meer het toneel van oorlogen zijn, waardoor zo velen worden weggeraapt. In de hoogste vreugde ziet de Profeet den tijd naderen, dat de heerlijke bergen van den heiligen bodem in oude vruchtbaarheid groen worden, en gelijk vroeger bebouwd en bezaaid. De steden verheffen zich uit hare puinhopen, mensen en dieren maken in de rijkste volheid het verwoeste land weer vol leven. Daar zal het volk opnieuw zijne erflijke woning hebben als in vroegere tijden, maar nog meer goeds ontvangen, dan ooit hun deel geworden is, opdat het erkenne, dat zijn God de eeuwige en ware Jehova is. Het 8ste vers geeft dadelijk den algemenen inhoud der belofte aan; de bergen Israëls zullen vruchtbaar worden ten gunste van het volk Gods, dat ze bewoont; de volgende verzen beschrijven dan deze vruchtbaarheid nader. De bergen, het land Israëls, moesten vol mensen, en wel vol Israëlieten, vol mensen van Gods volk worden, de vervallene steden moeten weer bewoond, de verwoeste velden moeten weer bebouwd en rijk in kudden worden, meer goeds dan te voren van God ondervinden, en alzo moet het land voor Israëls volk ene erfenis zijn, het voortdurend toebehoren. Juist het wijzen op het nabijzijnde der Goddelijke zegeningen: “zij naderen te komen” bevat hier ene schone energie. Terwijl nu het Heidendom triomfeert, ligt in zijn triomfgeschrei reeds het gericht en het begin zijner vernietiging; daarentegen is Israël getroost juist in de diepste ellende, zijn heil is hem ook in dezen tijd zeker en vast gewaarborgd, want reeds in de nabijheid van dezen zegen te bespeuren. Het gericht, dat Israël treft is geen gericht ten ondergang, maar een voortgang, ene krachtige schrede tot het eeuwige heil zelf, in het tegenwoordige liggen reeds alle voorboden van zijne glansrijke toekomst en verhoging. Deze belofte is wel na het terugkeren van een gedeelte des volks onder Zerubbabel en Ezra in zwakke aanvangen vervuld, maar de vermeerdering en zegening, welke de uit Babel teruggekeerden hebben ondervonden, bleef toch verre achter bij het heil, zo als het vooral ook in het volgende wordt beloofd; het uit de ballingschap teruggekeerde deel des volks bleef niet alleen onder de heerschappij der Heidenen, maar had ook nog veelvuldig den smaad der Heidenen te dragen, en werd eindelijk, omdat Israël niet slechts gestruikeld, maar door verwerping van zijnen Heiland diep gevallen is, weer uit het land onder de Heidenen verstrooid en het land geheel verwoest tot op dezen dag. Op de vlakte van Israël, welke tot het vroeger met steden en vlekken zo rijk voorziene Galilea behoorde, en in het gebied van Bethsean trof Richardson op een afstand van 6 uren geen enkel dorp aan. De beken en bronnen van Kanaän, welke Mozes prees, schijnen sedert lang verdroogd te zijn. Korte verhaalt, dat hij in geheel Palestina niet meer dan 10 bronnen gevonden heeft, welke meer dan 80-100 schreden vloeiden. het grootste gedeelte van den weg van Sichem naar Jeruzalem leidt over ene ruwe, onvruchtbare, steenachtige landstreek. Dit kan reizigers, zegt Maundrell, in den beginne verlegen maken, wanneer zij uit de Bijbelse beschrijvingen zich ene zo schone voorstelling van het land hebben gemaakt, zij kunnen niet denken, dat een land als dit in staat is geweest de behoeften van zo vele inwoners, als worden opgegeven, voldoende te voorzien. Ik moet bekennen, merkt Jowatt op, dat het een bijzonderen, melancholischen indruk maakt, wanneer men zoveel land woest ziet liggen, en zo weinige inwoners in het land ziet. Toch heeft men gene reden, het land van nature voor onvruchtbaar te houden, zijne tegenwoordige onvruchtbaarheid kan geenszins aan natuurlijke oorzaken worden toegeschreven, maar wijst in den meest eigenlijken zin op den rechterlijken vloek-een rechtvaardig God heeft, na lang Zijne bedreigingen te hebben verschoven, het vruchtbare hand tot ene woestijn gemaakt, om de goddeloosheid van hen, die daarin woonden.
KruisverwijzingenNumeri 13:32→— Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij, gelijk reeds in Num. 13:33 gedreigd, en ook werkelijk in Israël bewaarheid is, tot u zeggen: Gij, land Kanaän, zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uwe volken berooft.
KruisverwijzingenAmos 9:15→Jesaja 60:21→Ezechiël 37:25→— Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
Daarom zal Ik dat boos gerucht van u wegnemen, en zult gij niet meer mensen opeten, en uwe volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
KruisverwijzingenPsalmen 89:50→Ezechiël 34:29→Jesaja 54:4→Jesaja 60:14→Ezechiël 36:6→Sefanja 3:19→Micha 7:8→Sefanja 2:8→— En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natien niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
En Ik zal maken, dat men den schimp der Heidenen, waarmee zij u, het land van het uitverkoren volk Gods voorstellen als of het mensen opat, niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meerdragen, en gij zult uwe volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE. Men heeft aan het land de predikaten gegeven van “mensen verslindster” en “volken kinderloos makend. ” Men zal tot dien tijd van Kanaän alleen verderf over het volk des Heeren zien uitgaan, hier scheen het alles behalve een land van heil en zegen te zijn. Maar deze beschimping zal niet blijven, de daad zal ze wederleggen. Wat het Heidendom niet kende, was de reden waarom aan Israël die straf werd opgelegd; hun smaad had alleen betrekking op het uitwendige der zaak. Die reden ontdekt de Profeet door een schoon woordenspel tussen tlbvm en ylvbt Kanaän zal in het vervolg zijn land niet meer verslinden, maar zelfs het niet meer doen struikelen, ten val brengen, in zonde verstrikken. Israëls misdaad was de reden van zijn verderf. Zo lang die bleef, zo lang bleef ook het verderf en daarmee een zeker recht der Heidenen voor hun smaden. Daarom zal Jehova aan de zonde van het volk paal en perk stellen en Zich een heilig volk bereiden. Dan treedt de nietigheid van dien hoon duidelijk voor den dag, en de gehele stompzinnigheid van het Heidendom, dat alleen op de uitwendige macht zag, maar van de heiligheid van Jehova’s handelwijze nauwelijks enige gedachte had. In twee opzichten strekt onze belofte zich onvoorwaardelijk uit over hetgeen onder Zerubbabel omtrent het terugkeren in het heilige land vervuld is: 1) wanneer gezegd wordt, dat het heilige land aan Israëls volk ten erve zal worden, is de toestand geworden, dat het bezitten des heiligen lands, waarin Israël door Zerubbabel geraakte, toch later weer gestoord is; 2) ligt in de belofte, dat het heilige land zijne bewoners niet meer zal doen struikelen, niet meer in zonde zal doen vallen, een wijzen op een tijd, dat Gods volk zonder zonde zal zijn. Wanneer deze tijd zal komen, en Israël ene gemeente zal zijn, die heerlijk is, die geen vlek of rimpel of iets van dien aard heeft, maar heilig en onstraffelijk, is duidelijk en bepaald genoeg in Openb. 14:1-5 aangewezen. Dat is de tijd, waarin het volk, nadat het tot erkentenis zijner zonde en tot geloof in Christus gebracht is, nu in zijn land is teruggekeerd (Openb. 11:11 v. 12:14-16). In dien gansen langen tijd van meer den 1800 jaren, in welke de Christelijke kerk door de roeping der Heidenen tot het rijk van God werd opgebouwd, stond tegenover de doortastende en geheel vernieuwende en heilige werkzaamheid van het Evangelie steeds ene ware hindernis. Bij de Heidenen der oude wereld, inzonderheid de Grieken en Romeinen, was het hun vroegere, uit het Heidendom voortkomende beschaving, die ene vermenging van Goddelijke waarheid en van gedachten, van menselijke wijsheid en gewoonten veroorzaakte, en tot Gnosticisme, Arianisme en andere dwalingen aanleiding gaf, totdat ten laatste aan de Oosterse kerk een einde moest komen (Openb 2:1-17 en 8:10-9 :21). Bij de Heidenen der Germaansch-Slavische volken in de middeleeuwen was het daarentegen hun natuurlijke ruwheid en ongebondenheid, welke wel door de Roomse wettische kerk moest worden overwonnen en ook werkelijk door Gods opvoedende leiding in zo verre is ter zijde gesteld, dat in het werk der Reformatie aan Evangelische geest in de plaats kon treden. Toch heeft het Pausdom zijne ijdelijke bestemming miskend, zich met heidens bijgeloof bevlekt, en de wereldse begeerlijkheden lief gekregen, terwijl de Evangelische kerk van hare zijde hare roeping tot heiligmaking der zielen vroegtijdig heeft vergeten, en hetgeen haar was gegeven, niet op rente heeft gezet, zodat het daar ten laatste tot ontwikkeling van den persoonlijken Antichrist en hier ten minste tot die van het antichristelijke principe komt (Openb. 2:18-3 :22; 11:7-10 en 17:1-11). Altijd zijn het maar enkele tijden, dat de gemeente des Heeren haar licht door laat schijnen, en steeds slechts enkele zielen, bij wie het Evangelie als een zuurdeeg werkt, die het meel geheel doorzuurt-hare volle schoonheid en ware gedaante bereikt zij evenmin in het midden van haren leeftijd en in den jongeren tijd als in den ouderdom; er blijft nog een groot deficit, dat Hem, die het hoofd is ten smaad is, als ware Zijn woord en voorbeeld, een bloot ideaal, en het achterblijven hierbij ene zaak, die van zelf sprak. Maar de Heere heeft het volk van Zijn eigendom, Israël, waaruit Hij naar het vlees afstamt, daartoe uitverkoren, dat het zich, wanneer het eerst zal bekeerd zijn en gerechtvaardigd van zijne zonden, nu ook in de volle heerlijkheid ener gemeente van Christus vertone; juist de straftijd van vele honderde jaren, als Israël onder den toorn Gode versmacht, moet zijne harten geheel omkeren. Hoe groter zijne zonde geweest is, dat het den Zoon Gods aan het kruis heeft gehecht, des te dieper zal zijne beschaming zijn, wanneer het tot erkentenis dezer zonde gekomen is, en hoe groter de genade, die het volk niet heeft laten verloren gaan, maar zich zijner weer ontfermt, des te meer zal ook de overgave aan Jezus, die zelf een Hebreër is uit de Hebreën, onvoorwaardelijk en zonder enige terughouding worden. Daarbij komt, dat bij de oprichting der Zions gemeente in Openb. 14:1 vv. alleen zulke zielen tot het rijk van Christus worden geroepen, die verzegeld zijn. Wat niet tot het heilige zaad behoort, zal niet in het heilige land mede terugkeren; dat heeft ons Ezech. 20:38 uitdrukkelijk gezegd. Gelijk nu de
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
000 verzegelden volkomen zijn in de overgave huns geloofs naar de wijze des geloofs van Abraham, die zelfs bereid was zijnen enigen zoon Gode ten brandoffer te geven, zodat zij het Lam volgen, waar het heengaat, zo houden zij zich ook priesterlijk rein, of van de wereld onbevlekt, en betonen zich als profetisch waarachtig, zodat in hunnen mond gene valsheid wordt gevonden. Bij hen zal het niet slechts een ideaal woord zijn, wat Christus in Matth. 19:12 van dezulken zegt, die zich zelven gesneden hebben om het rijk der hemelen, en wat Hij in Matth. 5:34 vv. gebiedt: “Zweert ganselijk niet, maar laat zijn uw woord ja, ja, neen, neen: wat boven deze is, is uit den boze, ” en door middel van het eerste punt zal de gemeente zich ook vrij bewaren van zulk een toevoegsel, dat het nieuwe lied, hetwelk voor den troon en voor de vier dieren en de oudsten gehoord wordt, niet kan leren. Wij beschouwen den tempel van Ezechiël in Hoofdst. 40 vv. als ene symbolische voorstelling van het wezen dezer Zionsgemeente, verplaatsen dezen ook geenzins in den hemel, en verwachten dien even zo min eerst van het aanbreken van het duizendjarig rijk. Het laatste dient daarentegen, dat bij de priesterlijk profetische volkomenheid nu ook de koninklijke majesteit in het heersen met Christus kome. Dit zijn meestal nieuwe gedachten en inzichten, welke wij hier voorstellen. Aan tegenspraak zal het niet ontbreken, maar op den door ons ingeslagen weg zal het Boek der Openbaring van Johannes, geen zo veel misbruikt Boek meer zijn, en het Profetische woord des O. T. in zijne moeilijkste punten werkelijk ene tot helderheid komen. 16.
IV. Vs. 16 — Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: -Hoofdst 37:28. Onmiddellijk aan het vorige woord der belofte sluit zich een nieuw aan, dat den inhoud van het eerste weer opneemt, en het nog nader uiteenzet. Israël heeft de ellende gevonden op den weg zijner zonden, maar God zal om Zijns naams wil den zegen aanbrengen, en wel een zegen van oneindige volheid de terugvoering in het heilige land, de besprenging met het water der vergeving, de toedeling van een nieuw hart en de uitstorting des Geestes, de aanneming tot een waar volk van God, en de daaraan verbondene volheid van alle andere zegeningen (vs. 16-38). De mogelijkheid van ene zo heerlijke herstelling van Israël wordt den Profeet thans in een gezicht getoond, en de omvang deze wederherstelling door ene symbolische handeling, welke hij moet verrichten, voor ogen gesteld. In het gezicht wordt gehandeld over Israëls herstelling als verbondsvolk (Hoofdst. 37:1-14), in de symbolische handeling over de wederherstelling als broedervolk (37:15-24), waarop de belofte van zegen nogmaals wordt herhaald, en de inhoud der Hoofdst. 40-48 voorbereid (37:25-28).
Wijders geschiedde omtrent terzelfder tijd als in Hoofdst. 34:1 en 35:1 des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 2:7→Micha 2:10→Jeremia 16:18→Leviticus 18:24→Numeri 35:33→Leviticus 15:19→Jeremia 3:9→Jesaja 24:5→— Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.
Mensenkind! het huis Israëls, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve, ondanks de waarschuwing: Lev. 18:28. Num. 35:34, met hunnen weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw, welke de walgelijkste soort van onreinheid is (Lev. 15:19. Jes. 64:6).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 34:21→Ezechiël 7:8→Klaagliederen 4:11→Klaagliederen 2:4→Nahum 1:6→Openbaring 16:1→Ezechiël 23:37→Ezechiël 21:31→— Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.
Daarom goot Ik Mijne grimmigheid over hen uit (Hoofdst. 7:8) om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, hun afgoderij waarmee zij dat verontreinigd hadden (Hoofdst. 22:3 v.).
KruisverwijzingenEzechiël 39:24→Deuteronomium 28:64→Ezechiël 22:15→Amos 9:9→Ezechiël 18:30→Ezechiël 5:12→Romeinen 2:6→Ezechiël 22:31→— En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.
En Ik verstrooide hen onder de Heidenen, en zij werden verspreid in de landen (Hoofdst. 20:23; 22:15):Ik oordeelde ze naar hunnen weg en naar hun handelingen.
KruisverwijzingenJesaja 52:5→Romeinen 2:24→Jeremia 33:24→Exodus 32:11→Ezechiël 12:16→Numeri 14:15→2 Koningen 18:30→2 Koningen 18:35→— Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.
Als zij nu tot de Heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren a), ontheiligden zij Mijnen heiligen naam, omdat men van hen zei: Deze zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan. 1)
Dezelve word ontheiligd door de rampen van Israël, want daaruit namen de vrienden van God gelegenheid, om God te verwijten, dat Hij onbekwaam was, om Zijne aanbidders te beschermen en Zijn eigen toezeggingen goed te maken. Zij zeiden al spottende, deze zijn het volk des lands, deze goddeloze mensen, welke gij ziet dat Hij niet in gehoorzaamheid kon houden aan Zijne voorschriften; deze ellendige mensen, welke gij ziet, die Hij niet kon houden in de genietingen Zijner gunsten. Deze zijn die mensen, welke uit Jehova’s land kwamen, zij zijn het schuim der volkeren. Zijn deze het die zo rechtvaardige inzettingen hebben, welker leven zo onrechtvaardig is? Is dit het volk, dat zo beroemd is voor een wijs en verstandig volk? En dat gezegd wordt, God zo nabij zich te hebben? Dus heeft God Zijn volk verkocht en heeft Zijn vermogen niet vergroot door hun prijs. De smaad, waaronder zij waren, kwam op Hem.
Jes. 52:5; Rom. 2:24.
KruisverwijzingenPsalmen 74:18→Jesaja 48:9→Ezechiël 20:9→Deuteronomium 32:26→Ezechiël 20:22→Jesaja 37:35→Ezechiël 20:14→— Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.
Maar Ik verschoonde hen, dat Ik ze niet geheel verdelgde, zo als eigenlijk had moeten geschiedden wanneer hun wedervaren was, wat zij verdiend hadden (Hoofdst. 20:9); dit deed Ik om Mijnen heiligen naam, 1) dien het huis Israëls ontheiligde onder de Heidenen, waarhenen zij gekomen waren, 2) en dien Ik nu daardoor des te meer wilde verheerlijken, dat Ik Mij aan hen betoonde die God te zijn, die juist het diepst schuldige en ontaarde volk tot een recht heilig volk weet te maken.
Letterlijk staat er: Ik had medelijden met Mijn heiligen Naam. Hiermede verklaart de Heere dan ook, dat Hij Zelf Zijn eer zal herstellen en beveiligen en Zijn volk verlossen. In de redding van Zijn volk zou de heiligheid en de heerlijkheid van Zijn naam zo treffend uitkomen. Dewijl de Heidenen de smaadheden des volks op Hem hadden gelegd, zou Hij Zelf voor de ere van Zijnen naam opkomen, en daarom Zijn volk om Zich zelfs wil verlossen.
Opdat Israël Gods genade in diepen ootmoed erkenne, laat de Profeet het in den spiegel der geschiedkundige waarheid nog eens zijn vroeger zondig beeld zien, en herinnert hij het de harde kastijdingen, die het zich door den trouwelozen afval van Jehova heeft op den hals gehaald. Wat had het door zijne misdaden en gruwelen den reinen grond bevlekt, ja dien door bloedvergieten ontwijd! Daarom kwam ook het zware oordeel des Heeren over hen, dat zij verstrooid zouden worden onder de volken en verdeeld in de landen, waar zij aanleiding gaven tot het honen van den Goddelijken naam, daar de Heidenen spottend zeiden: Ziet! zij noemen zich Jehova’s volk, en Hij heeft ze toch uit Zijn land moeten laten trekken. Nadat Israël zelf de heiligheid van Zijnen God en de daaruit voortkomende eisen miskend en terzijde gesteld heeft, wordt het nu ook de aanleiding, dat van de zijde des heidendoms de heiligheid van Jehova wordt miskend, waaruit de verstoting van Israël noodzakelijk voortvloeide, en men nu Zijne almacht in twijfel trekt, alsof Hij Zijn volk tegen de overmacht der Heidenen niet had kunnen beschermen. De Heidenen kenden slechts nationale goden, zagen ook in Jehova niets anders dan den volksgod der Hebreën, en vatten daarom de over Jeruzalem gekomene katastrofe niet op als een gericht van den God des hemels en der aarde, maar als een blijk van de machteloosheid van een volksgod, die zijn volk niet in zijn land had kunnen beschermen (Jes. 36:18 vv.) Zo was het gericht, dat God over Israël gebracht had, alzo geworden, dat het er toe diende, om de Heidenen in hun heidense hoofdmeningen te versterken. Dat kan echter niet Gods wil zijn: Gods eeuwige wil is, dat Zijn wezen en Zijne gehele macht en heiligheid aan alle mensen, ook aan de Heidenen openbaar worde, zodat Zijn naam als die van den heiligen God des hemels en der aarde ook door de Heidenen gekend en beleden worde. Daar nu Gods gericht over Israël ten gevolge heeft gehad, dat de Heidenen de openbaring van Hem integendeel verduisterden, zo is voor God de noodzakelijkheid gekomen om Zijnen verduisterden en miskenden naam te verdedigen. Door Israëls schuld was de naam des Heeren onder de Heidenen miskend en gelasterd; daartegenover wil echter Jehova dien nu des te heerlijker laten openbaar worden. Luider dan de straf van Israël zou een wonder Gods aan Israël het verkondigen, dat Hij een waarachtig, heilig God was, die alleen zich een heilig volk wist te bereiden. Het tweede, nog grotere gericht des Joodsen volks, daar het na de verwerping van den Messias en van Zijn Evangelie bijna 2. 000 jaren verstoten is, en in alle landen is verstrooid, is voor den heiligen naam van God den gelovigen uit de Heidenen ook een bewijs, dat Christus de Heere en de enige ware God en Rechter der gehele wereld is, die alles wat in Zijn Goddelijk woord staat door ene volkomene vervulling allen volken voor ogen stelt.
KruisverwijzingenEzechiël 36:32→Deuteronomium 7:7→Psalmen 106:8→Deuteronomium 9:5→Psalmen 115:1→— Daarom zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.
Daarom zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israëls! (Deut. 9:6. Jes. 48:11) maar om Mijnen heiligen naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de Heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.
KruisverwijzingenEzechiël 20:41→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:7→Psalmen 46:10→Psalmen 126:1→Psalmen 102:13→Daniël 4:2→Exodus 15:4→— Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.
Want Ik zal Mijnen groten naam heiligen, die onder de Heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de Heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.
KruisverwijzingenEzechiël 37:21→Ezechiël 34:13→Ezechiël 11:17→Jesaja 43:5→Jeremia 30:3→Hosea 1:11→Ezechiël 39:27→Psalmen 107:2→— Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.
Want Ik zal, gelijk reeds in Hoofdst. 11:17-20 gezegd is, u uit de Heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen (Hoofdst. 20:41 v. 1)
KruisverwijzingenTitus 3:5→Hebreeën 10:22→Jeremia 33:8→Hosea 14:3→Psalmen 51:7→Jesaja 4:4→Zacharia 13:1→Ezechiël 36:17→— Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden (Ps. 51:4 en 9): van al uwe onreinigheden en van al uwe drekgoden zal Ik u reinigen.
KruisverwijzingenEzechiël 11:19→Psalmen 51:10→2 Korinthe 5:17→Deuteronomium 30:6→2 Korinthe 3:3→Efeze 2:10→Openbaring 21:5→Johannes 3:3→— En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.
En Ik zal u aan a) nieuw hart geven, 1) en zal enen nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u aan vlesen hart geven. 2)
God zal ene inwendige verandering werken tot ene gehele verandering. Merk hier aan, allen die deel hebben in het Nieuwe Verbond en recht tot het nieuwe Jeruzalem, hebben een nieuw hart en enen nieuwen geest, en dit is noodzakelijk ten einde zij wandelen in nieuwigheid des levens. Dit is de Goddelijke waarheid, welker de gelovigen door de belofte deelachtig gemaakt worden.
Het stenen hart in ongevoelig en onbuigzaam, onbekwaam om het Woord Gods te verstaan en in zich op te nemen. Het is daarom, dat de Heere dit hart eerst zou wegnemen en daarvoor een vlesen hart geven, dat in waarheid zich zou buigen naar den wil van God. De genade Gods verandert het stenen hart in een vlesen hart.
KruisverwijzingenTitus 3:3→Ezechiël 39:29→Ezechiël 37:14→Hebreeën 13:21→Titus 2:11→Ezechiël 37:24→Joël 2:28→1 Petrus 1:22→— En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.
En Ik zal Mijnen Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijne inzettingen zult wandelen, en Mijne rechten zult bewaren en doen.
KruisverwijzingenEzechiël 37:27→Ezechiël 11:20→Ezechiël 37:23→Jeremia 31:33→Jeremia 30:22→Jeremia 32:38→Ezechiël 14:11→Ezechiël 28:25→— En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.
En gij zult wonen in het land, dat Ik uwen vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot aan volk zijn, en Ik zal u tot enen God zijn 1) (Jer. 31:31 vv.).
Het is niet indien gij Mijn volk wilt wezen, zal Ik uw God zijn, hoewel het zeer zeker is, dat wij niet komen verwachten dat God ons tot een God zal zijn, tenzij wij Hem tot een volk zijn. Maar Hij heeft ons eerst gekozen en liefgehad, wij Hem niet. Daarom is de voorwaarde uit de genade, is door de belofte, zowel als de beloning. Niet uit verdienste, niet uit de werken. Gij zult Mijn volk zijn, en dan zal Ik u tot een God zijn. En dit is de grondslag en hoeksteen van des gelovigen geluk; het is de Hemel zelf. “Niet om uwentwil” d. i. niet omdat gij door uw gedrag aanspraak op redding hebt, “maar om Mijns heiligen naams wil”, d. i. om Mijnen door de Heidenen ontwijden naam als heilig te bewijzen, doe Ik het, spreekt de Heere; en het eerste dat Hij tot heiliging van Zijnen naam wil doen, is de terugvoering van Israël uit de verstrooiing naar zijn land; het volgende is de reiniging des volks van zijne zonden. Het van God afgevallen volk kwam in zijne verstrooiing eigenlijk voor als het volk, dat gene eenheid had, dat zonder meester was, en in die regeringloosheid en verlatenheid als het ongelukkigste der volken. De verklaring van God, dat Hij Israël wilde helpen, kan dus niet meer worden gedacht zonder een vergaderen, een vergaderen om zijnen God, die het principe, de levensbron dezer gemeenschap is. Hieraan sluit zich als tweede punt aan de “vergeving der zonde”, de genade Gods, die het met schuld bevlekte volk rechtvaardigt en vrij spreekt. De vrucht der verlossende en de zonde vergevende werkzaamheid Gods is de heiliging, de geestelijke omkering en vernieuwing, de wedergeboorte des volks, gewerkt door de mededeling van Gods Geest, en zich openbarende in het vasthouden aan de getrouwheid omtrent Gods wet. Daar het Oude Testament vele duidelijke, ondubbelzinnige voorzeggingen van Israëls wederbrenging bevat, ja deze leer bij alle Profeten wordt gevonden, zo kunnen wij ons ook niet verwonderen, dat deze hoop in het verstrooide Israël nog leeft, en juist in onzen tijd met kracht zich verheft. Zo diep is deze verwachting met de Joden vereenzelvigd, dat de Frankforter Rothschild, toen hem de Sultan der Turken, om aan zijn geldnood te ontkomen, Palestina te koop aanbood, aan dezen antwoordde: “wij kopen het niet, wij hebben het reeds door erfenis. ” Hun verwachting zal ook worden vervuld, maar op andere wijze dan zij in hun ongeloof menen. God verschoont Zijn volk en volbrengt den beloofden zegen, omdat Hij het tot drager Zijner heiligheid heeft uitverkoren, daar God krachtens Zijne heiligheid, die ook wil daargesteld zien in Zijn rijk als een trouw afschijnsel Zijner heerlijkheid. Krachtens deze wil God niet alleen, maar werkt en volvoert Hij ook het wegdoen van het kwaad, en de daarmee overeenkomende reinheid door de mededeling van Zijnen Heiligen Geest. Het gebod: “zijt heilig, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig, ” bevat tevens de belofte der verwezenlijking van een heilig Godsrijk, zo zeker als God zelf heilig is. In de idee der heiligheid des levenden Gods ligt ook zeker de levendige begeerte Gods uitgesproken, om Zich in deze Zijne heiligheid zowel negatief als positief te betonen en te bewijzen. Niet alleen in het richten van het kwaad en in de vernietiging van den goddeloze, maar ook in de verdelging van het boze en de omzetting en vernieuwing des zondaars. Krachtens enen nieuwen Goddelijken levensadem, de geestelijke schepping Gods in den mens, openbaart God Zich als de Heilige. Het begrip van heiligheid naar de opvatting des Bijbels wordt bij ons zeer dikwijls in te beperkten zin opgevat als zedelijke heiligheid, die daarin bestaat, dat God het goede lief heeft en het kwade haat, en zelfs niets kwaads doet, dat Hij waarachtig, rechtvaardig en lankmoedig is. Dat alles behoort ongetwijfeld tot den Gode gewijden mens, maar het beantwoordt nog niet geheel aan het denkbeeld van heiligheid, want heilig is slechts wie zich aan God alleen en geheel heeft geofferd. Maar Gods heiligheid is naar het begrip van het goede niet af te meten, vermits het goede veeleer door het begrip God zijne betekenis en zijnen inhoud verkrijgt. Wat God lief heeft is goed en wat God verafschuwt is kwaad. Een gevolg der Goddelijke heiligheid is het zeker, dat Hij slechts het goede liefheeft en doet, het kwade zonder uitzondering haat. Doch het begrip Zijner heiligheid ligt niet in het liefhebben van het goede en in het haten van het kwade, maar in het alleen en zonder uitzondering. De heiligheid Gods is de zelfbewaring Gods naar Zijn Goddelijk wezen ondanks Zijne genadige nederbuiging tot de wereld. Hoe en waar God Zich in de wereld doet zien, hoe en waar Hij handelt, hoezeer Hij ook Zijne Goddelijke heerlijkheid aflegt uit liefde voor Zijne schepselen, steeds openbaart Hij Zich en handelt Hij alleen als God, onverminderd Zijne Godheid. Daarin is de heiligheid gelegen vgl. Jes. 6:3. Reeds oude dogmatici hielden de heiligheid Gods voor een uitvloeisel Zijner liefde, namelijk der reinste liefde Gods tot Zich zelven als den absoluut Goede, waardoor tevens het met majesteit afstoten van al wat kwaad en onrein is, van zelf is bepaald. Maar hoe kan de heiligheid Gods hier als die zijde van het Goddelijk wezen worden voorgesteld, welke de verlossing Israëls noodzakelijk eiste, en op den eersten aanblik alleen werk der genade schijnt te zijn? Tot deze behoorde zeker Israëls verkiezing alleen, hoewel ook de stichting van het Godsrijk in ‘t algemeen, waaraan de Goddelijke heiligheid werkelijk groot aandeel had. Nadat echter de verkiezing eenmaal geschied was, trad de Goddelijke heiligheid in ene zo wezenlijke betrekking tot Israël, dat de naam “de Heilige Israëls” een van de gewone namen Gods werd (Jes. 1:14). Het raadsbesluit der verkiezing was uitgesproken als een onvoorwaardelijk besluit. Met het ogenblik daarom, dat God het volk voor altijd zou verworpen hebben, ware Hij ingetreden in het gebied der zonde, ware Hij niet meer Jehova, de Zijnde, van Wien iedere verandering, niet meer de Heilige, van Wien de wisseling van licht en duisternis uitgesloten is. Hoe de Goddelijke heiligheid de vervulling van elke uit genade gegevene belofte eist, omdat God geen mens is, noch een mensenkind, dat Hem iets zou berouwen, blijkt duidelijk uit de plaats Ps. 89:36 vv. : “Ik heb eens gezworen bij Mijne heiligheid: zo Ik aan David liege! Zijn zaad zal in eeuwigheid zijn; ” en verder uit Ex. 33:19, Rom. 9:15. Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben. ” Bij God is geen schijn, geen luim; Hij zou zich zelven moeten verloochenen, wanneer Hij anders wilde dan Hij eens gewild heeft. Ook Israëls zonde, hoe groot die mocht zijn, hief den eis der verlossing voor Gods heiligheid niet op. God, de Alwetende, toch zag die zonde vooruit, toen Hij de onvoorwaardelijke belofte gaf. Voor Hem, den God der geesten van alle vlees, kwam zij niet onverwacht. Hij kon de zondaars verdelgen-Hij moest het juist omdat Hij heilig was, maar nooit kon Hij geheel Israël overgeven, altijd moest Hij een overblijfsel (Sjeerith) overlaten. De grootheid der zonde was voor Hem slechts een eis, om de krachtigste middelen van reiniging en heiliging in ‘t werk te stellen; Hij zou onheilig zijn, wanneer Hij niet heiligde; want dan zou Hij toch niet het Zijne tot vervulling Zijner belofte gedaan hebben, waaraan van wege de gesteldheid der menselijke natuur door uitwendige weldaden maar zeer weinig zou zijn voldaan. Dat nu hier Israëls verlossing als tegenover alle verdienste en alleen om Gods wezen, om Zijne heiligheid geschied wordt voorgesteld, was aan de ene zijde zeer verootmoedigend; het sloeg allen menselijken roem ter neer; aan de andere zijde was het ook zeer troostvol de beangstigde en verslagene harten erkenden daaruit, dat hun heil ganselijk niet op menselijken grond berustte, in ‘t geheel niet door de zonden van hun volk werd weggenomen. De Heidenen waanden, zoals nog heden vele Christenen doen, dat Israël voor altijd door den Heere uit Kanaän was verstoten, dat zijn plan met Israël verijdeld was; zulk ene schijnbare lastering weerlegt de Heere hier als de Heilige in Israël, want Israël was en bleef ondanks alle zijne oordelen het eeuwige volk der eeuwige verkiezing, en Israëls wederbrenging ene zaak van Zijnen eed en van Zijne eer. Een vlesen hart kenmerkt zich door tederheid aangaande de zonde. Ene onreine gedachte, of een bedorven wens voor een enkel ogenblik gekoesterd te hebben, is genoeg om een vlesen hart voor ‘s Heeren aangezicht te bedroeven. Het stenen hart beschouwt de grootste overtreding als van luttel betekenis, niet alzo het vlesen hart. O Heer! wil mij terstond kastijden Wanneer ik op een bijpad dwaal, En doe mijn hart van droefheid smelten, Dat ik Uw liefde zo betaal. Het vlesen hart is teder omtrent Gods wil. Meester Eigenzin is een grote bluffer, en het valt moeilijk hem te onderwerpen aan Gods wil; maar wanneer het vlesen hart wordt geschonken, dan buigt zich de wil, gelijk een espenblad voor elken wind des hemels, vernedert zich ter aarde als een bieze voor elken adem des Geestes. De natuurlijke wil is koud, hard als ijzer, dat zich tot geen fatsoen laat hameren; maar de vernieuwde wil wordt als gesmolten metaal, spoedig gevormd door de hand der genade. In het vlesen hart is de tederheid der toegevendheid. Het harde hart bemint den Heiland niet, maar het vernieuwde hart brandt van liefde jegens Hem. Het harde hart is zelfzuchtigen vraagt met onverschilligheid: “waarom zou ik wenen over de zonde, waarom zou ik den Heere liefhebben?” Maar het vlesen hart zegt: Heere, Gij weet, dat ik U liefheb, help mij U meer beminnen!” Vele zijn de voorrechten van dit vernieuwde hart; hier is het dat Jezus verkeert, hier is het dat de Geest woont. Het is bereid om elken zegen te ontvangen, en elke zegen daalt er ook op neer. Het is gereed om elke hemelse vrucht voort te brengen tot prijs en ere Gods, en daarom verheugt zich de Heere er in: Een teder hart is de beste beveiliging tegen de zonde en de beste voorbereiding voor den hemel. Een vernieuwd hart staat op den wachttoren, uitziende naar de komst des Heeren Jezus. Hebt gij dit vlesen hart? . Door den Heiligen Geest ons te geven geeft God Zich zelven, ons tot een onverliesbaar deel en eeuwige erve. Ziet gij nu de heerlijkheid van het Evangelie? Zij ligt daarin dat het den mens niet enkel iets van Gods wege maar God zelven geeft. Een iegelijk zondaar, die gelooft, heeft den enigen, drieëenigen God zelven tot zijn deel in eeuwigheid. Daarom zei Christus tot de Zijnen in den nacht vóór Zijn schuldverzoenend lijden en sterven: “Zo iemand Mij lief heeft, die zal Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken. (Joh. 14:23). Gelovende, worden wij in onmiddellijke betrekking tot God gesteld; wij worden niet als God, ook zullen wij niet persoonlijk wonen in God, neen God zal wonen in ons, ja eenmaal zal Hij alles zijn in allen.
KruisverwijzingenHosea 2:21→Mattheüs 1:21→Johannes 1:7→Jeremia 33:8→Zacharia 13:1→Psalmen 105:6→Mattheüs 6:33→Hosea 14:8→— En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.
En Ik zal u op de in vs. 26 v. genoemde wijze verlossen van al uwe onreinigheden zodat het niet tot ene nieuwe verontreiniging met u zal komen (Hoofdst. 37:23); en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal genen {a} honger op u leggen, zo als die eens als een Mijner gerichten, om u uit het land te verdelgen, gekomen is. {a} Ezech. 34:29
KruisverwijzingenEzechiël 34:27→Joël 2:17→Joël 2:26→Deuteronomium 29:23→Leviticus 26:4→— En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen.
En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen, opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de Heidenen (Hoofdst. 34:29. Zach. 8:12 v.).
KruisverwijzingenEzechiël 6:9→Ezechiël 20:43→Jesaja 6:5→Job 42:6→Nehemia 9:26→Ezechiël 16:61→Leviticus 26:39→2 Korinthe 7:10→— Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.
Dan zult gij gedenken aan uwe boze wegen en uwe handelingen, die niet goed waren; en gij zult ene walging van uzelven hebben over uwe ongerechtigheden en over uwe gruwelen (Hoofdst. 16:63; 20:43 v.).
KruisverwijzingenDeuteronomium 9:5→Ezechiël 36:22→Ezra 9:6→Romeinen 6:21→1 Petrus 4:2→Ezechiël 16:63→Titus 3:3→2 Timotheüs 1:9→— Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!
Ik doe het niet, gelijk Ik gezegd heb (vs. 22) om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uwe wegen, gij huis Israëls! Een nieuw verbond zal worden gesticht tussen God en het volk in het weer verkregen land der vaderen. Een gereinigd en rijk gezegend geslacht zal er wonen, de verwoeste erfenis wordt veranderd in den vruchtbaarsten bodem, het koren spruit uit in rijken overvloed, de vruchten van den boom vermeerderen en de gewassen des velds; gebrek en nood zullen voor altijd verre blijven, het volk der nieuwe planting zal nooit weer den smaad des hongers onder de Heidenen ondervinden. Een veelbetekenend woord, dat ook zijne geestelijke betekenis heeft. Wel was het een smaad voor Israël, dat het, daar het toch de spijze des Goddelijken woords in de rijkste volheid had ontvangen, in de landen moest worden weggevoerd en daar op dorren bodem honger moest lijden. Maar nu gered uit het woeste en eenzame, is het weer teruggevoerd op de groene landouwen van den goeden Herder. Daar zal het met afkeer zijne boze daden gedenken, en zich voor zich zelven schamen over zijne vorige gruwelen. Het zal steeds weer op nieuw zeggen, dat het zijn heil niet aan eigene verdiensten, maar alleen aan Gods genade te danken heeft- de Heilige in Israël wilde Zich als eeuwige Gerechtigheid en Genade aan Zijn volk en aan de Heidenen openbaren, omdat men Zijnen Allerheerlijksten naam, dien de Serafim bezingen, op aarde erkenne.
KruisverwijzingenEzechiël 36:10→Zacharia 8:7→Jesaja 58:12→Amos 9:14→Jeremia 50:19→Jeremia 32:43→Jeremia 33:10→— Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.
Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uwe ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden, de plaatsen, waar niet dan puinhopen liggen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 29:23→Ezechiël 6:14→Jeremia 25:9→2 Kronieken 36:21→— En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.
En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het ene verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.
KruisverwijzingenJesaja 51:3→Joël 2:3→Psalmen 126:2→Genesis 13:10→Jeremia 33:9→Genesis 2:8→Psalmen 58:11→Ezechiël 37:13→— En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.
En zij zullen zeggen, nadat zij het in zijn vroegeren toestand hebben gezien en gesproken hebben zoals in Deut. 29:24 vv. geschreven staat: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van a) Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.
Jes. 51:3. Ezech. 28:13.
KruisverwijzingenEzechiël 17:24→Ezechiël 37:14→Ezechiël 22:14→Numeri 23:19→Hosea 14:4→Mattheüs 24:35→Ezechiël 34:30→Ezechiël 39:27→— Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.
Dan zullen de Heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant: a) Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen(Hoofdst. 17:24).
Ezech. 22:14. 37:14
KruisverwijzingenEzechiël 14:3→1 Johannes 5:14→Jeremia 29:11→Zacharia 10:6→Hebreeën 4:16→Filippenzen 4:6→Ezechiël 20:3→Zacharia 13:9→— Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.
Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal Mij door hen laten vragen, en Mij betonen de God te zijn, die de gebeden hoort, en Zijn volk in alle moeilijke omstandigheden helpt (Ezra 2:63): Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen. Het gebed is de voorloper der genade. Sla de bladen der gewijde geschiedenis op, en gij zult zien, dat wel nooit enige grote genade over deze wereld uitgestort werd, die niet was voorafgegaan door ernstig smeekgebed. Dit hebt gij in uwe eigene persoonlijke ervaring bewaarheid gezien. God heeft u menige ongevraagde gunst geschonken, maar ernstig aanhoudend gebed was altijd het voorspel van grote genade over u uitgestort. Toen gij voor het eerst vrede door het bloed des kruises hebt gevonden, was het niet dan na vurige beden, ernstig smeken tot God, dat Hij uwe twijfelingen wilde wegnemen en u van uwe droefenissen bevrijden. Uwe verzekering was het gevolg van uw gebed. Toen gij op een anderen tijd ene heerlijke en onuitsprekelijke blijdschap hebt mogen genieten, moest gij dit beschouwen als een antwoord op uwe gebeden. Toen gij de heerlijke uitreddingen uit groten nood en krachtige hulp in dreigende gevaren hebt ondervonden, zijt gij in staat geweest uit te roepen: “Ik heb den Heere gezocht en Hij heeft mij geantwoord en mij uit al mijne vrezen gered. ” Het gebed is altijd de voorbode van zegen. Het gebed gaat vóór den zegen, gelijk de schaduw der zegeningen. Als het zonlicht van Gods ontferming over onze nooddruft opgaat, werpt het de schaduw des gebeds op de vlakte neer. Of, om ene andere gelijkenis te bezigen, wanneer God een heuvel van goedertierenheden opstapelt, schijnt Hij Zelf daar achter, en werpt op onzen geest de schaduw des gebeds zodat wij mogen verzekerd zijn, dat, zo wij sterk aanhouden in de gebeden, onze pleitingen de schaduwen der genade zijn. Het gebed is alzo met den zegen in nauw verband, om er ons de waarde van aan te tonen. Ontvingen wij de zegeningen zonder ze te vragen, dan zouden wij menen, dat het aldus behoorde te zijn; maar het gebed maakt onze genadegaven dierbaarder den diamanten. De dingen waarom wij vragen zijn kostelijk, maar wij waarderen ze niet recht, voordat wij ernstig daarnaar getracht hebben. ‘t Gebed verdrijft de duisternis; ‘t Gebed leert minnen en geloven: Terwijl ‘t als Jakobs ladder is! Waarlangs Gods zegen daalt van boven. . Het is niet genoeg dat de kinderen Israëls tot hun land terugkeren en tot heerlijkheid en bloei komen. Dit zou hen weinig helpen, indien zij God niet tot hun deel hadden. Doch zij zullen God tot hun deel hebben, want zij zelven zullen Hem aanroepen, en smeken, dat Hij Zijne belofte aan hen vervulle. Zeker, God geeft ons veel zonder ons gebed maar toch niet het beste en zaligste. Zonder gebed hebben wij de gaven zonder den Gever, hebben wij de coupon, maar niet het effect. God wil gevraagd zijn. Waarom? Omdat wij God vragende, met God in gemeenschap komen, en in gemeenschap met God te zijn is Hem te bezitten, en Hem bezittende hebben wij het allerhoogste, en worden alle dingen ons toegeworpen. Daarom zullen de kinderen Israëls waarschijnlijk nog in grote verdrukking komen, waardoor zij tot God zullen roepen om verlossing, zoals zij weleer deden in Egypte.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
De Heilige Geest probeert de menselijke natuur niet te verbeteren tot iets beters, maar legt de bijl aan de wortel van de bomen en verklaart dat wij nieuwe schepselen moeten worden, en dat door een bovennatuurlijk werk van de almachtige God. U kunt het verstand van een mens verlichten, en dan hebt u veel gedaan; maar zolang zijn hárt verkeerd is, stelt die verlichting van het verstand hem alleen maar in staat te zondigen met een zwaardere verantwoordelijkheid op zich. Het hart is meer de mens zelf dan enig ander vermogen dat God aan onze natuur geschonken heeft. Door de genade vernieuwd is het hart het beste deel van de mens; onvernieuwd is het het slechtste.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 36
Ezechiël 36:16-19.KruisverwijzingenJeremia 2:7→2 Kronieken 34:21→Ezechiël 7:8→Ezechiël 39:24→Deuteronomium 28:64→Klaagliederen 4:11→Klaagliederen 2:4→Ezechiël 22:15→
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! het huis Israels, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw. Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden. En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.
Wanneer God optreedt om met mensen te handelen naar wat zij verdienen, zijn er altijd tijden van bittere nood. Het land Israël werd tot een woestenij gemaakt. De woningen van de mensen werden door vuur verbrand, de inwoners vielen door het zwaard of werden gevankelijk weggevoerd, en onnoemelijke ellende werd het deel van Gods afvallige volk.
Ezechiël 36:20.KruisverwijzingenJesaja 52:5→Romeinen 2:24→Jeremia 33:24→Exodus 32:11→Ezechiël 12:16→Numeri 14:15→2 Koningen 18:30→2 Koningen 18:35→
— Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.
De heidenen dachten immers niet aan de zonde van Israël. Zij zagen alleen dat dit volk door zijn God uit zijn land verworpen was, en dus gaven zij de HEERE de schuld en niet Zijn schuldige volk. Zo werd Gods heilige naam dubbel ontheiligd.
Ezechiël 36:21.KruisverwijzingenPsalmen 74:18→Jesaja 48:9→Ezechiël 20:9→Deuteronomium 32:26→Ezechiël 20:22→Jesaja 37:35→Ezechiël 20:14→
— Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israels ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.
De HEERE kon in hen geen enkele grond voor barmhartigheid zien. Maar Hij is zo vol barmhartigheid dat Hij een reden vindt om Zich te ontfermen: om Zijns Naams wil. Kan de goedertierenheid langs geen andere weg tot hen komen, dan zal zij komen om Gods Naam.
Hier is werkelijk een weergaloze genade. Deze mensen waren om hun zonden uit hun land verbannen, en in hun ballingschap vermeerderden zij hun zonde nog door de manier waarop zij God lasterden. En juist zíj zullen teruggebracht worden. En de barmhartigheid van God zal zo aan hen vertoond worden dat God geëerd wordt in de mensen die Zijn naam gelasterd hebben.
Ezechiël 36:22-24.KruisverwijzingenEzechiël 36:32→Ezechiël 20:41→Ezechiël 37:21→Deuteronomium 7:7→Psalmen 106:8→Jesaja 5:16→Ezechiël 34:13→Deuteronomium 9:5→
— Daarom zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt. Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn. Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.
Hij zegt dat Hij dit doen zal om Zijns heiligen Naams wil. Hebben de heidenen die naam ontheiligd omdat zij Israël verstrooid zagen, dan zullen zij hun eigen woorden moeten inslikken zodra God Israël weer in zijn eigen land vergadert.
Ezechiël 36:25.KruisverwijzingenTitus 3:5→Hebreeën 10:22→Jeremia 33:8→Hosea 14:3→Psalmen 51:7→Jesaja 4:4→Zacharia 13:1→Ezechiël 36:17→
— Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
“Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.”
“U wilde uzelf niet reinigen. U keerde zelfs weer tot uw afgoden terug en verontreinigde uzelf nog meer. Maar Ík zal u reinigen. Ik heb een wonderlijke stroom, zoals geen rivier en geen bron op aarde ooit voortbrengen kan. Zij welt op uit het hart van Jezus, en zij zal u reinigen van al uw onreinigheden en van al uw afgoden.”
Ezechiël 36:26.KruisverwijzingenEzechiël 11:19→Psalmen 51:10→2 Korinthe 5:17→Deuteronomium 30:6→2 Korinthe 3:3→Efeze 2:10→Openbaring 21:5→Johannes 3:3→
— En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.
Wat een groots taalgebruik is dit! Hoe verschilt het van de strenge geboden van de wet! De wet zegt: maak uw hart rein, doe het kwaad van uw handelingen weg. Maar het genadeverbond van het evangelie zegt: “Ik zal u een nieuw hart geven”, en: van al uw onreinigheden zal Ik u reinigen.
Let er nu op dat dit alles gesproken werd tot mensen die naar deze zegeningen geen enkel verlangen hadden. Hadden zij ernaar verlangd, dan kon hun hart geen stenen hart genoemd worden. Maar zij stonden tegen God gekant; zij waren Zijn vijanden. En toch doet Hij in de soevereiniteit van Zijn genade deze plechtige verklaring, dat Hij hun een nieuw hart en een rechte geest geven zal. Misschien zijn er vanavond in dit huis mensen die de God van Israël niet kennen. Weten zij al iets van Zijn Zoon, dan weten zij alleen genoeg om zich tegen Hem te verzetten. Mocht Gods eeuwige almacht zo krachtig in hen werken dat hun vanavond een nieuw hart en een rechte geest gegeven wordt, naar dat oude woord: “Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten.” Hij kan komen en hen maken tot een volk dat geen volk was.
Het is een bijzondere trek van onze heilige godsdienst dat hij zijn werk van binnenuit begint en het eerst op het hart werkt. Andere godsdiensten, zoals die van de Farizeën, beginnen met uitwendige vormen en plechtigheden, misschien in de hoop van buiten naar binnen te werken. Maar dat werk komt nooit klaar: al wordt de buitenkant van de beker en de schotel gereinigd, de binnenkant blijft even vol van bederf als tevoren. Geen waarheid is zekerder dan deze, die alle mensenkinderen geldt: “Gijlieden moet wederom geboren worden.” Er moet een gehele en grondige verandering van de natuur van de mens komen, of hij kan nooit komen waar God is. Het evangelie deinst daar niet voor terug, maar houdt die verklaring juist staande.
De Schrift verbloemt niets. Zij zegt niet dat sommige mensen van nature beter zijn dan andere en dat zij door hun goede hoedanigheden te verbeteren ten slotte goed genoeg voor God kunnen worden. De ware godsdienst begint dus bij het hart, en het hart is de heersende macht in de mens. Hij weet dat het goede goed is, maar hij verkiest het kwade. Hij ziet het licht, maar hij heeft de duisternis lief en keert zich van de waarheid af, omdat zijn hart van God vervreemd is.
Wordt het hart vernieuwd, dan zal het oordeel spoedig hetzelfde spoor volgen. Maar zolang het hart verkeerd is, besturen de genegenheden de wil en buigen zij het karakter van de mens naar het kwade. Heeft een mens het kwade lief, dan is hij kwaad. Haat hij God, dan is hij Gods vijand, wat hij uitwendig ook belijdt, hoeveel hij ook weet en welke schijnbaar goede hoedanigheden hij ook heeft.
Het is een grote verbondsbelofte dat het hart vernieuwd zal worden. En de bijzondere vorm van die vernieuwing is deze: het zal levend, warm, gevoelig en teer gemaakt worden. Van nature is het een stenen hart; door een werk van goddelijke genade zal het een vlesen hart worden. Veel van de vrucht van de wedergeboorte en de bekering ligt daarom in het voortbrengen van een tere geest. Tederheid is het tegendeel van wat stug, hardnekkig, koud en hard is, en zij is een van de meest genadige tekenen in het karakter van een mens. En waar God vlesigheid gegeven heeft, een levende gevoeligheid in plaats van een stenige, dode ongevoeligheid van hart? Daar mogen wij besluiten dat er een waar werk van genade is en dat God er levende godsvrucht gewerkt heeft.
Het oude verbond zei ons wat wij doen moesten en gebood ons het te doen. Maar het nieuwe verbond stelt ons in staat het te doen; ja, het werkt in ons die gehoorzaamheid die wij aan de oude wet nooit hadden kunnen bewijzen.
Ezechiël 36:27.KruisverwijzingenTitus 3:3→Ezechiël 39:29→Ezechiël 37:14→Hebreeën 13:21→Titus 2:11→Ezechiël 37:24→Joël 2:28→1 Petrus 1:22→
— En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.
Niet alleen een nieuwe geest, maar Míjn Geest. God Zelf zal komen wonen in die harten die eens een verblijf voor de duivel waren.
Die zo op soevereine wijze spreekt, is God Zelf. Hij heeft de wereld gemaakt zoals het Hem beliefde, en in de tweede, nieuwe schepping doet Hij wat Hij wil, met macht over ons zoals de pottenbakker over zijn leem. Dit is aan het Joodse volk beloofd, maar het wordt ook aan talloze anderen vervuld, waar God op diezelfde soevereine wijze de voornemens van Zijn liefde uitwerkt.
Wat een pracht van liefde is dit voor een volk dat er niets, maar dan ook niets voor gedaan had! Zij waren even onverdienstelijk als op de dag dat de HEERE hen sloeg en onder de heidenen verstrooide. Om geen enkele reden dan Zijn eigen vrije genade, en tot eer van Zijn heilige naam, zou God deze buitengewone daden van liefde doen. Wat een wonderlijk God is Hij! Terecht zingen wij met de profeet: “Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft?” Bij wie is de genade zo rijk en zo vrij?
Ezechiël 36:28-29.KruisverwijzingenEzechiël 37:27→Ezechiël 11:20→Ezechiël 37:23→Jeremia 31:33→Jeremia 30:22→Jeremia 32:38→Ezechiël 14:11→Ezechiël 28:25→
— En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.
Waar geestelijke weldaden gegeven worden, volgen de tijdelijke vanzelf.
Ezechiël 36:30-31.KruisverwijzingenEzechiël 6:9→Ezechiël 20:43→Ezechiël 34:27→Jesaja 6:5→Job 42:6→Nehemia 9:26→Ezechiël 16:61→Joël 2:17→
— En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen. Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.
Hoe zoet doet de barmhartigheid van God het hart van de mens smelten! Hoe genadig brengt de goedheid van God berouw voort! Die gezegende uitkomst werd nooit door de verschrikkingen van de wet voortgebracht. Maar zij komt telkens weer voort uit de goedertierenheid van de HEERE, zoals die in het verbond van Zijn genade geopenbaard wordt.
Er was in al de weldaden die zij ontvingen niets waarop zij zich beroemen konden. Geen eigen verdienste had hun het koren en de olie teruggebracht; het was alles uit Gods oneindige, soevereine genade. Want Hij zegt: “Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.” Hoe koninklijk spreekt Hij — als de Koning Die Hij is, de soevereine Heere van allen!
Ezechiël 36:32.KruisverwijzingenDeuteronomium 9:5→Ezechiël 36:22→Ezra 9:6→Romeinen 6:21→1 Petrus 4:2→Ezechiël 16:63→Titus 3:3→2 Timotheüs 1:9→
— Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israels!
Het verbond is geheel uit genade, zoals u ziet. Barmhartigheid wordt aan onwaardigen bewezen, niet om henzelf maar om Gods eigen eer. Och, hoe zoet is het aan dit gezegende verbond deel te hebben!
Ezechiël 36:33-35.KruisverwijzingenJesaja 51:3→Ezechiël 36:10→Joël 2:3→Zacharia 8:7→Jesaja 58:12→Amos 9:14→Jeremia 50:19→Jeremia 32:43→
— Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden. En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging. En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.
Zij hebben eerst de kastijdende hand van God opgemerkt. Even goed zullen zelfs de heidenen gedwongen worden Zijn grote goedheid op te merken, wanneer Hij het land in al zijn vroegere heerlijkheid herstelt.
Ezechiël 36:36-37.KruisverwijzingenEzechiël 17:24→Ezechiël 14:3→Ezechiël 37:14→Ezechiël 22:14→Numeri 23:19→Hosea 14:4→Mattheüs 24:35→1 Johannes 5:14→
— Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen. Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.
De zegen zal komen, maar niet zonder gebed erom, niet zonder een hoopvol uitzien ernaar, niet zonder een gelovig vertrouwen erop: “Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe.”
Het gebed gaat altijd samen met het goddelijke werken. Waar God wil zaligmaken, zet Hij mensen aan het bidden. Wie zalig zijn geworden, bidden voor anderen; en anderen, die nog niet zalig zijn, gaan de zegen missen en beginnen erom te roepen — en de zegen komt. Zoals de zwarte wolk de regenbui aankondigt, zo voorspelt de opkomende geest van het gebed altijd de komende zegen. Hemel en aarde mogen voorbijgaan, maar de gedachtenis van de HEERE is altijd: de God Die het gebed hoort. Hij is de God Wiens arm altijd door het gebed van een mens bewogen wordt. Stond Mozes niet tussen hen en de wraak in, zodat God zei: “laat Mij toe”, alsof Hij zeggen wilde: Ik kan hen niet verdelgen zolang u bidt? Opende en sloot Elia de vensters van de hemel niet door zijn gebed? Niets is onmogelijk voor wie gelovig bij God weet te vragen.
Neem deze belofte op, leden van deze gemeente, en dring ermee bij God aan dat Hij ons niet weinig maar zeer veel toevoegingen geven zal: “Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.”
Ezechiël 36:38.KruisverwijzingenJohannes 10:16→Ezechiël 34:31→Handelingen 2:5→Ezechiël 36:33→2 Kronieken 30:21→1 Koningen 8:63→Exodus 23:17→Zacharia 8:19→
— Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
Zoals de menigten lammeren die op het paasfeest naar Jeruzalem werden opgebracht, zo talrijk zou het uitverkoren volk weer worden. Een grote en ontelbare schare! Och, dat zulke toevoegingen aan de gemeente gegeven mochten worden.
De vrucht van al deze wonderlijke barmhartigheid zou zijn dat zij zich over hun vroegere zonden zouden schamen en een walging zouden krijgen van hun voorbije ongerechtigheden. En dat zij de HEERE zo zouden kennen dat zij zich van hun boze wegen afkeerden en voor Hem leefden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israëls, tegen welke gij vroeger hebt moeten getuigen (Hoofdst. 6:1-7); profeteer, nadat hetgeen in vs. 8-10 van dat hoofdstuk gezegd is, verwezenlijkt is, en zeg: Gij bergen Israëls! hoort des HEEREN woord. Er is zowel een profetie over het land als over het volk Israëls meestal zo als hier, in verband met elkaar. De bergen, de vastigheden van het land worden ditmaal gesteld in de plaats van het volk, want Israël was beweeglijk, maar het land niet. Alleen in hogeren zin is Israël en zijn land één; daarom spreekt God nu tot de bergen als tot de eeuwige getuigen Zijner trouw. Later (vs. 14) spreekt de Heere tot de bergen en tot de heuvels, tot de stromen en tot de dalen, tot de woeste, eenzame plaatsen en de verlaten steden. God neemt ze allen tot getuigen van Zijn verbond, en nog zijn al deze plaatsen voor handen. God heeft tot hen in dit Hoofdstuk gesproken, en niet tot Israël, althans niet in de eerste plaats. En zo wij nu die bergen en vlakten en stromen aanschouwden, zouden wij dan niet kunnen en moeten zeggen: Dit heeft God tot u gesproken en zal aan u vervuld worden? Indien God voor een huis staat en Hij zegt: “Vrede zij dezen huize!” zou het niet met vrede vervuld worden? . De eeuwige hoogten. Zo worden de bergen van Israël hier spotsgewijze door de vijanden genoemd, met toespeling op de innigste en heiligste gewaarwordingen, die voor Israël aan deze bergen verbonden waren. De bergen zijn voor het natuurlijk gevoel van iederen mens eerwaardig als de hoog zich verheffende, geheimvolle, geduchte en tevens zegen verspreidende zetels der natuurkracht, als grensscheidingen en beschuttingen des lands, die in heilige ruste vaststaan en op de wisselende geslachten der mensen nederzien als beelden van het blijvende en eeuwige. Zo heeft Mozes (Ps. 90:2), zo heeft Job (Hoofdst. 15:7), de bergen beschouwd. Maar vooral vermengt zich dit gevoel bij den bergbewoner met zijn gans gemoedsleven. Hem zijn zijne bergen als bezielde wezens, als vaders, ja bijkans als goden zijns volks met alle herinneringen, met alle vrome gewaarwordingen van de jeugd af te zamen geweven. Nog in veel hogere mate was dit het geval bij de bergbewoners in Israël, waar de herinnering aan Gods woorden en daden, de herinnering aan de heiligste openbaringen des Heeren zich aan de bergen des lands hechtten. Men denke slechts aan Abraham op Moria (Gen. 22:1-19) aan Elia op den berg Karmel (1 Kon. 18). En Jakobs zegen over zijn zoon Jozef, den Nazireër onder zijne broederen, had zich vastgehecht aan de eeuwige hoogten (Gen. 49:26). Evenzo Mozes zegen over Jozefs zoon, den stamvader van Efraïm (Deut. 33:15). Maar de meest gezegende onder de gezegende bergen van Israël (Ex. 34:13, 14 ,) was de berg Zion, dien de Heere Zijnen berg, Zijnen heuvel (Hoofdst. 34:26) noemde, waar de Heere beloofd had, zelf te wonen eeuwiglijk, waar David de belofte van een eeuwig koninkrijk ontvangen had, den berg Zion (Micha 4:1. Jes. 2:1) die boven alle toppen der bergen in den laatsten tijd zou verheven zijn. En nu roemt de vijand (Edom) met bitteren spot van de hoogte van Seir: “heah! de eeuwige hoogten zijn nu ons erfdeel geworden!” .
Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah!(Hoofdst. 25:3) zelfs de eeuwige hoogten, welke door oude beloften aan Israël als ene blijvende bezitting waren toegezegd, zijn ons ten a) erve geworden!
Ezech. 35:10.
Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat of, zodat gij voor het overblijfsel der Heidenen, voor hen die uit het gericht over de heidenwereld nog aanwezig zijn, ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;
Daarom, gij bergen Israëls! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlatene steden, die tot enen roof en tot enen spot geworden zijn voor het overblijfsel der Heidenen, die rondom zijn.
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers (in Hoofdst. 25, 26 en 35) gesproken heb tegen het overblijfsel der Heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zich zelven ten erve gegeven hebben, met blijdschap des gansen harten, met hartelijke blijdschap, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!
Daarom profeteer van het land Israëls, en zag tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijnen ijver en in Mijne grimmigheid tegen de overige Heidenen en tegen geheel Edom gesproken, omdat gij den a) smaad der Heidenen gedragen hebt:
Ezech. 34:29.
Daarom, zo zegt de Heere HEERE, deze bedreiging met enen eed bekrachtigende: Ik heb Mijne hand opgeheven en zweer (Hoofdst. 20:5): zo niet de Heidenen, die rondom u zijn, zelven hun schande zullen dragen! Van Edom wendt de Profeet zijn aangezicht tot de bergen van Israël, gelijk hij, in verlangen naar zijn vaderland ziende, altijd gaarne tot de oude hoogten der belofte van Goddelijken zegen spreekt. Zijne rede is door een sterken ijver bewogen, terwijl hij niet genoeg kan herhalen, dat hij het woord Gods verkondigt. De Edomieten en de andere volken, die ene snode verachting toonden en in dwazen waan hebben geuit, dat de eeuwige hoogten hun als ene erfenis waren ten deel gevallen, moet dit woord van het toppunt hunner trotse zelfverblinding nederstorten. Bergen en heuvels, dalen en afgronden, en de woeste puinhopen dor verlatene steden, welke in woede zijn bestreden en buit gemaakt door de andere hen omringende volken, moeten nu den plechtigen eed des Heeren vernemen, dat over deze nu de smaad zal komen, welken Israël gedragen heeft. De “bergen Israëls” zijn voor het land wat de hoofden van Israëls stammen zijn voor het volk; zij zijn als het ware de oudste, de eerwaardigste vaderen des lands, wien het woord Gods verkondigd wordt, dat het ganse land aangaat. De “eeuwige hoogten” zijn de natuurlijke bergen als beeld der onveranderlijke hoogheid waarop Israël zich beroemde, daar het den Eeuwige tot zijnen Beschermer had, en in Hem den waarborg van zijne eigene eeuwigheid (Ps. 125:2). De woorden moeten gedacht worden als voorzien van aanhalingstekenen; de spotters ontlenen ze aan den mond van Israël, dat tegenover al hun pretenties en pralerijen zijne “eeuwige bergen” overstelde. Bij de beschouwing der onwaardige tegenstanders wordt Ezechiël door een ongewoon vuur aangegrepen, zodat hij na de korte mededeling vs. 2 het “daarom” bij ieder vers herhaalt, dewijl steeds opnieuw de redenen tegen deze vijanden zich op den voorgrond drongen, voordat de rede rustiger bij de bergen Israëls blijft, van welke zij eigenlijk wilde handelen. Als motief voor de zegeningen, welke God aan Israël wil geven (vs. 8 vv.), wordt het door Edom hem aangedane onrecht genoemd. Omdat Edom zoveel leed over Israël heeft gebracht, daarom moet Israël tot schadeloosstelling van zich zelven, en tot meerdere bestraffing en beschaming van Edom het goede van den Heere ontvangen. Daarom worden ook alle de verwijten, in Hoofdst. 35 den berg Seïr gemaakt, hier gerecapituleerd. Omdat Edom heeft gejubeld als ware het verwoeste heilige land nu in zijne macht geraakt (vs. 2), omdat Edom verdrukking en lastering over Israël heeft gebracht (vs 3), omdat Edom het heilige land ten buit en tot spot heeft gemaakt (vs. 4), omdat Edom zijn leedvermaak, vijandschap, hebzucht aan Israël heeft bevredigd (vs. 5), omdat Israël dit alles gedragen heeft (vs. 6), daarom moet Edom een oordeel (vs. 7) en Israël een zegen (vs. 8) van den Heere ontvangen. Daarbij wordt van Edom als de bijzondere type der Gode vijandige mensheid voortgegaan tot de Heidenen in ‘t algemeen en het aan Edom gedreigde gericht uitdrukkelijk ook tot deze uitgebreid. Onmogelijk kan de straf des Heeren ene eenzijdige zijn; zij kan te minder Israël alleen treffen, daar juist bij zijne bestraffing het diep weggezonken zijn van het Heidendom, zijn afkeer van God, zijne verblinding en zijn overmoed op het treffendst gebleken zijn. Nevens de “overige Heidenen” wordt steeds weer Edom in ‘t bijzonder op den voorgrond gesteld als het toppunt van de vijandige verhouding tot de theokratie. Edom vormt hiertegen de sterkste tegenstelling, en is in dat opzicht voornamelijk het karakteristieke volk. God denkt met medelijden aan den tegenwoordigen beklagenswaardigen toestand van het land Israël. Zonder twijfel hebben wij daartoe ook de vele gruwelen te rekenen, welke bijv. op de plaats der geboorte en op de grafplaats van Christus door de Christenen worden bedreven, die daardoor het heilige land tot ene smaadheid maken, en het verwoesten en plunderen. Op Paasch-Zaterdag, des middags ten 1 uur, zo verhaalt Troïlo, verzamelden zich Grieken, Armeniërs enz. 2-3. 000 Christenen, in de kerk van het heilige graf (Matth. 21:11); ieder had een bos waskaarsen, alle lichten werden in de kerk uitgedaan. Toen de Griekse patriarch en Armenische bisschop met de overige geestelijken kwamen, begon het volk om het heilige graf te lopen. Anderen kropen op den steen rondom het graf rond, soms meer dan honderd achter elkaar, en vermoeiden zich zo zeer, dat hun het zweet van het aangezicht afliep; weer anderen klommen op de schouders hunner kameraden. Tussenbeide valt het volk op de knieën, zij heffen dan het hoofd met verdraaide ogen in de hoogte, heffen de handen met de kaarsen op naar den hemel, en schreeuwden jammerlijk, dat het vuur toch spoedig van den hemel moge vallen. Dan staan zij weer op, lopen met groot geschreeuw om het heilige graf alsof zij allen onzinnig waren (1 Kon. 18:26), vallen soms over elkaar op de aarde, dat het geen wonder zou zijn, zo zij elkaar geheel en al in een drukten, soms trekken zij ook hun klederen uit, om daarmee het vuur naar beneden te lokken. Dit goochelspel duurt ten minste twee grote uren. Vele honderden Turken komen met hun kinderen om tot vermaak toe te zien en over zulke dwaasheden overluid te lachen. De Griekse patriarch en de Armenische bisschop komen vervolgens uit de sakristy en gaan met enige Griekse geestelijken in het heilige graf, de deur wordt achter hen toegemaakt; zij houden zich nu, alsof zij daarbinnen baden, zij hebben echter middelen bij zich om vuur te maken en steken een licht op. Daaraan steekt de patriarch zijne kaarsen op en de lampen van het heilige graf; daarop wordt de deur geopend, en de patriarch komt er uit evenals een furie uit de hel met uitgestrekte hand, waarin hij een groten bos brandende lichten heeft. Zodra nu het volk het licht ziet, begint het te schreeuwen, allen heffen de handen met hun kaarsen op, en dringen met zulk een geweld op den patriarch aan, dat het geen wonder zou zijn, als zij hem dood drukten. Ieder wil toch zijne kaars het eerst aan die van den patriarch aansteken, daar zij menen, dat het van den hemel is nedergedaald, en hij de allerzaligste mens op aarde is, die zijn licht het eerst aan dat van den patriarch aansteekt, wanneer hij uit het graf komt, zodat hij niet zon kunnen verdoemd worden. In het jaar 1750 betaalde een Armeniër het eerste heilige vuur met 50. 000 zechinen. Er is geen houden of weren aan; de patriarch is dikwijls genoeg in gevaar van verdrukt te worden; hij wordt in de hoogte geheven, zodat hij boven op de hoofden des volks komt te liggen, zijn bisschoppelijk sieraad wordt hem van ‘t lijf gerukt, soms ook in de verwarring zijn baard verbrand, waarover de toeziende Turken hartelijk lachen. Met het vuur branden de mensen kruisen op linnen, dat hun tot doodhemden moet dienen; dat, zo denken zij, reinigt de ziel van alle zonden. Ten laatste ziet men niets den verbrande baarden, gestoten hoofden, verscheurde klederen en blauw geslagen ogen, bekrabde gezichten, gebroken armen. Men hoort niets den een verward en op afschuwelijke wijze uitgestoten geschreeuw, en wanneer nu het leven bedaard is, dan wordt er op eens van de kerk ene herberg. Delle Balle zegt, dat het volk bij deze gelegenheid dingen doet, welke meer in de komedie voor het beschonkene, dan wel in de kerk voor verootmoedigde mensen passen, en Fisk, nadat hij na zulk een vuurtoneel, verstoord en vol afkeer over zulke goddeloze zaken heengegaan was, bericht van zich en zijne metgezellen: “wij gevoelden, dat Jeruzalem aan de ongerechtigheid was overgegeven en Gods vloek daarop rustte. ” .
Maar evenzo hef Ik Mijne hand op voor het heilige land, gij, o bergen Israëls! gij zult weer uwe takken geven, en uwe vrucht voor Mijn volk Israël dragen, want zij naderen te komen, spoedig zullen zij in u zijn wedergekeerd (Jes. 56:1).
Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.
En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, die daar wonen, het ganse huis Israëls, ja dat geheel; en de steden in het land, waartoe gij behoort, zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.
Ja Ik zal mensen en beesten op u o bergen! vermenigvuldigen, en zij, mensen en vee, zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uwe vorige tijden, ja Ik zal het beter maken dan in uwe beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël in den waren zin des woords (Hoofdst. 20:40); die zullen u erflijk bezitten, en gij, o bergland Israëls, zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer als in den tijd der straffen beroven van erfgenamen, gij zult niet meer het toneel van oorlogen zijn, waardoor zo velen worden weggeraapt. In de hoogste vreugde ziet de Profeet den tijd naderen, dat de heerlijke bergen van den heiligen bodem in oude vruchtbaarheid groen worden, en gelijk vroeger bebouwd en bezaaid. De steden verheffen zich uit hare puinhopen, mensen en dieren maken in de rijkste volheid het verwoeste land weer vol leven. Daar zal het volk opnieuw zijne erflijke woning hebben als in vroegere tijden, maar nog meer goeds ontvangen, dan ooit hun deel geworden is, opdat het erkenne, dat zijn God de eeuwige en ware Jehova is. Het 8ste vers geeft dadelijk den algemenen inhoud der belofte aan; de bergen Israëls zullen vruchtbaar worden ten gunste van het volk Gods, dat ze bewoont; de volgende verzen beschrijven dan deze vruchtbaarheid nader. De bergen, het land Israëls, moesten vol mensen, en wel vol Israëlieten, vol mensen van Gods volk worden, de vervallene steden moeten weer bewoond, de verwoeste velden moeten weer bebouwd en rijk in kudden worden, meer goeds dan te voren van God ondervinden, en alzo moet het land voor Israëls volk ene erfenis zijn, het voortdurend toebehoren. Juist het wijzen op het nabijzijnde der Goddelijke zegeningen: “zij naderen te komen” bevat hier ene schone energie. Terwijl nu het Heidendom triomfeert, ligt in zijn triomfgeschrei reeds het gericht en het begin zijner vernietiging; daarentegen is Israël getroost juist in de diepste ellende, zijn heil is hem ook in dezen tijd zeker en vast gewaarborgd, want reeds in de nabijheid van dezen zegen te bespeuren. Het gericht, dat Israël treft is geen gericht ten ondergang, maar een voortgang, ene krachtige schrede tot het eeuwige heil zelf, in het tegenwoordige liggen reeds alle voorboden van zijne glansrijke toekomst en verhoging. Deze belofte is wel na het terugkeren van een gedeelte des volks onder Zerubbabel en Ezra in zwakke aanvangen vervuld, maar de vermeerdering en zegening, welke de uit Babel teruggekeerden hebben ondervonden, bleef toch verre achter bij het heil, zo als het vooral ook in het volgende wordt beloofd; het uit de ballingschap teruggekeerde deel des volks bleef niet alleen onder de heerschappij der Heidenen, maar had ook nog veelvuldig den smaad der Heidenen te dragen, en werd eindelijk, omdat Israël niet slechts gestruikeld, maar door verwerping van zijnen Heiland diep gevallen is, weer uit het land onder de Heidenen verstrooid en het land geheel verwoest tot op dezen dag. Op de vlakte van Israël, welke tot het vroeger met steden en vlekken zo rijk voorziene Galilea behoorde, en in het gebied van Bethsean trof Richardson op een afstand van 6 uren geen enkel dorp aan. De beken en bronnen van Kanaän, welke Mozes prees, schijnen sedert lang verdroogd te zijn. Korte verhaalt, dat hij in geheel Palestina niet meer dan 10 bronnen gevonden heeft, welke meer dan 80-100 schreden vloeiden. het grootste gedeelte van den weg van Sichem naar Jeruzalem leidt over ene ruwe, onvruchtbare, steenachtige landstreek. Dit kan reizigers, zegt Maundrell, in den beginne verlegen maken, wanneer zij uit de Bijbelse beschrijvingen zich ene zo schone voorstelling van het land hebben gemaakt, zij kunnen niet denken, dat een land als dit in staat is geweest de behoeften van zo vele inwoners, als worden opgegeven, voldoende te voorzien. Ik moet bekennen, merkt Jowatt op, dat het een bijzonderen, melancholischen indruk maakt, wanneer men zoveel land woest ziet liggen, en zo weinige inwoners in het land ziet. Toch heeft men gene reden, het land van nature voor onvruchtbaar te houden, zijne tegenwoordige onvruchtbaarheid kan geenszins aan natuurlijke oorzaken worden toegeschreven, maar wijst in den meest eigenlijken zin op den rechterlijken vloek-een rechtvaardig God heeft, na lang Zijne bedreigingen te hebben verschoven, het vruchtbare hand tot ene woestijn gemaakt, om de goddeloosheid van hen, die daarin woonden.
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij, gelijk reeds in Num. 13:33 gedreigd, en ook werkelijk in Israël bewaarheid is, tot u zeggen: Gij, land Kanaän, zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uwe volken berooft.
Daarom zal Ik dat boos gerucht van u wegnemen, en zult gij niet meer mensen opeten, en uwe volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
En Ik zal maken, dat men den schimp der Heidenen, waarmee zij u, het land van het uitverkoren volk Gods voorstellen als of het mensen opat, niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meerdragen, en gij zult uwe volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE. Men heeft aan het land de predikaten gegeven van “mensen verslindster” en “volken kinderloos makend. ” Men zal tot dien tijd van Kanaän alleen verderf over het volk des Heeren zien uitgaan, hier scheen het alles behalve een land van heil en zegen te zijn. Maar deze beschimping zal niet blijven, de daad zal ze wederleggen. Wat het Heidendom niet kende, was de reden waarom aan Israël die straf werd opgelegd; hun smaad had alleen betrekking op het uitwendige der zaak. Die reden ontdekt de Profeet door een schoon woordenspel tussen tlbvm en ylvbt Kanaän zal in het vervolg zijn land niet meer verslinden, maar zelfs het niet meer doen struikelen, ten val brengen, in zonde verstrikken. Israëls misdaad was de reden van zijn verderf. Zo lang die bleef, zo lang bleef ook het verderf en daarmee een zeker recht der Heidenen voor hun smaden. Daarom zal Jehova aan de zonde van het volk paal en perk stellen en Zich een heilig volk bereiden. Dan treedt de nietigheid van dien hoon duidelijk voor den dag, en de gehele stompzinnigheid van het Heidendom, dat alleen op de uitwendige macht zag, maar van de heiligheid van Jehova’s handelwijze nauwelijks enige gedachte had. In twee opzichten strekt onze belofte zich onvoorwaardelijk uit over hetgeen onder Zerubbabel omtrent het terugkeren in het heilige land vervuld is: 1) wanneer gezegd wordt, dat het heilige land aan Israëls volk ten erve zal worden, is de toestand geworden, dat het bezitten des heiligen lands, waarin Israël door Zerubbabel geraakte, toch later weer gestoord is; 2) ligt in de belofte, dat het heilige land zijne bewoners niet meer zal doen struikelen, niet meer in zonde zal doen vallen, een wijzen op een tijd, dat Gods volk zonder zonde zal zijn. Wanneer deze tijd zal komen, en Israël ene gemeente zal zijn, die heerlijk is, die geen vlek of rimpel of iets van dien aard heeft, maar heilig en onstraffelijk, is duidelijk en bepaald genoeg in Openb. 14:1-5 aangewezen. Dat is de tijd, waarin het volk, nadat het tot erkentenis zijner zonde en tot geloof in Christus gebracht is, nu in zijn land is teruggekeerd (Openb. 11:11 v. 12:14-16). In dien gansen langen tijd van meer den 1800 jaren, in welke de Christelijke kerk door de roeping der Heidenen tot het rijk van God werd opgebouwd, stond tegenover de doortastende en geheel vernieuwende en heilige werkzaamheid van het Evangelie steeds ene ware hindernis. Bij de Heidenen der oude wereld, inzonderheid de Grieken en Romeinen, was het hun vroegere, uit het Heidendom voortkomende beschaving, die ene vermenging van Goddelijke waarheid en van gedachten, van menselijke wijsheid en gewoonten veroorzaakte, en tot Gnosticisme, Arianisme en andere dwalingen aanleiding gaf, totdat ten laatste aan de Oosterse kerk een einde moest komen (Openb 2:1-17 en 8:10-9 :21). Bij de Heidenen der Germaansch-Slavische volken in de middeleeuwen was het daarentegen hun natuurlijke ruwheid en ongebondenheid, welke wel door de Roomse wettische kerk moest worden overwonnen en ook werkelijk door Gods opvoedende leiding in zo verre is ter zijde gesteld, dat in het werk der Reformatie aan Evangelische geest in de plaats kon treden. Toch heeft het Pausdom zijne ijdelijke bestemming miskend, zich met heidens bijgeloof bevlekt, en de wereldse begeerlijkheden lief gekregen, terwijl de Evangelische kerk van hare zijde hare roeping tot heiligmaking der zielen vroegtijdig heeft vergeten, en hetgeen haar was gegeven, niet op rente heeft gezet, zodat het daar ten laatste tot ontwikkeling van den persoonlijken Antichrist en hier ten minste tot die van het antichristelijke principe komt (Openb. 2:18-3 :22; 11:7-10 en 17:1-11). Altijd zijn het maar enkele tijden, dat de gemeente des Heeren haar licht door laat schijnen, en steeds slechts enkele zielen, bij wie het Evangelie als een zuurdeeg werkt, die het meel geheel doorzuurt-hare volle schoonheid en ware gedaante bereikt zij evenmin in het midden van haren leeftijd en in den jongeren tijd als in den ouderdom; er blijft nog een groot deficit, dat Hem, die het hoofd is ten smaad is, als ware Zijn woord en voorbeeld, een bloot ideaal, en het achterblijven hierbij ene zaak, die van zelf sprak. Maar de Heere heeft het volk van Zijn eigendom, Israël, waaruit Hij naar het vlees afstamt, daartoe uitverkoren, dat het zich, wanneer het eerst zal bekeerd zijn en gerechtvaardigd van zijne zonden, nu ook in de volle heerlijkheid ener gemeente van Christus vertone; juist de straftijd van vele honderde jaren, als Israël onder den toorn Gode versmacht, moet zijne harten geheel omkeren. Hoe groter zijne zonde geweest is, dat het den Zoon Gods aan het kruis heeft gehecht, des te dieper zal zijne beschaming zijn, wanneer het tot erkentenis dezer zonde gekomen is, en hoe groter de genade, die het volk niet heeft laten verloren gaan, maar zich zijner weer ontfermt, des te meer zal ook de overgave aan Jezus, die zelf een Hebreër is uit de Hebreën, onvoorwaardelijk en zonder enige terughouding worden. Daarbij komt, dat bij de oprichting der Zions gemeente in Openb. 14:1 vv. alleen zulke zielen tot het rijk van Christus worden geroepen, die verzegeld zijn. Wat niet tot het heilige zaad behoort, zal niet in het heilige land mede terugkeren; dat heeft ons Ezech. 20:38 uitdrukkelijk gezegd. Gelijk nu de
000 verzegelden volkomen zijn in de overgave huns geloofs naar de wijze des geloofs van Abraham, die zelfs bereid was zijnen enigen zoon Gode ten brandoffer te geven, zodat zij het Lam volgen, waar het heengaat, zo houden zij zich ook priesterlijk rein, of van de wereld onbevlekt, en betonen zich als profetisch waarachtig, zodat in hunnen mond gene valsheid wordt gevonden. Bij hen zal het niet slechts een ideaal woord zijn, wat Christus in Matth. 19:12 van dezulken zegt, die zich zelven gesneden hebben om het rijk der hemelen, en wat Hij in Matth. 5:34 vv. gebiedt: “Zweert ganselijk niet, maar laat zijn uw woord ja, ja, neen, neen: wat boven deze is, is uit den boze, ” en door middel van het eerste punt zal de gemeente zich ook vrij bewaren van zulk een toevoegsel, dat het nieuwe lied, hetwelk voor den troon en voor de vier dieren en de oudsten gehoord wordt, niet kan leren. Wij beschouwen den tempel van Ezechiël in Hoofdst. 40 vv. als ene symbolische voorstelling van het wezen dezer Zionsgemeente, verplaatsen dezen ook geenzins in den hemel, en verwachten dien even zo min eerst van het aanbreken van het duizendjarig rijk. Het laatste dient daarentegen, dat bij de priesterlijk profetische volkomenheid nu ook de koninklijke majesteit in het heersen met Christus kome. Dit zijn meestal nieuwe gedachten en inzichten, welke wij hier voorstellen. Aan tegenspraak zal het niet ontbreken, maar op den door ons ingeslagen weg zal het Boek der Openbaring van Johannes, geen zo veel misbruikt Boek meer zijn, en het Profetische woord des O. T. in zijne moeilijkste punten werkelijk ene tot helderheid komen. 16.
IV. Vs. 16
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
-Hoofdst 37:28. Onmiddellijk aan het vorige woord der belofte sluit zich een nieuw aan, dat den inhoud van het eerste weer opneemt, en het nog nader uiteenzet. Israël heeft de ellende gevonden op den weg zijner zonden, maar God zal om Zijns naams wil den zegen aanbrengen, en wel een zegen van oneindige volheid de terugvoering in het heilige land, de besprenging met het water der vergeving, de toedeling van een nieuw hart en de uitstorting des Geestes, de aanneming tot een waar volk van God, en de daaraan verbondene volheid van alle andere zegeningen (vs. 16-38). De mogelijkheid van ene zo heerlijke herstelling van Israël wordt den Profeet thans in een gezicht getoond, en de omvang deze wederherstelling door ene symbolische handeling, welke hij moet verrichten, voor ogen gesteld. In het gezicht wordt gehandeld over Israëls herstelling als verbondsvolk (Hoofdst. 37:1-14), in de symbolische handeling over de wederherstelling als broedervolk (37:15-24), waarop de belofte van zegen nogmaals wordt herhaald, en de inhoud der Hoofdst. 40-48 voorbereid (37:25-28).
Wijders geschiedde omtrent terzelfder tijd als in Hoofdst. 34:1 en 35:1 des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Mensenkind! het huis Israëls, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve, ondanks de waarschuwing: Lev. 18:28. Num. 35:34, met hunnen weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw, welke de walgelijkste soort van onreinheid is (Lev. 15:19. Jes. 64:6).
Daarom goot Ik Mijne grimmigheid over hen uit (Hoofdst. 7:8) om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, hun afgoderij waarmee zij dat verontreinigd hadden (Hoofdst. 22:3 v.).
En Ik verstrooide hen onder de Heidenen, en zij werden verspreid in de landen (Hoofdst. 20:23; 22:15):Ik oordeelde ze naar hunnen weg en naar hun handelingen.
Als zij nu tot de Heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren a), ontheiligden zij Mijnen heiligen naam, omdat men van hen zei: Deze zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan. 1)
Dezelve word ontheiligd door de rampen van Israël, want daaruit namen de vrienden van God gelegenheid, om God te verwijten, dat Hij onbekwaam was, om Zijne aanbidders te beschermen en Zijn eigen toezeggingen goed te maken. Zij zeiden al spottende, deze zijn het volk des lands, deze goddeloze mensen, welke gij ziet dat Hij niet in gehoorzaamheid kon houden aan Zijne voorschriften; deze ellendige mensen, welke gij ziet, die Hij niet kon houden in de genietingen Zijner gunsten. Deze zijn die mensen, welke uit Jehova’s land kwamen, zij zijn het schuim der volkeren. Zijn deze het die zo rechtvaardige inzettingen hebben, welker leven zo onrechtvaardig is? Is dit het volk, dat zo beroemd is voor een wijs en verstandig volk? En dat gezegd wordt, God zo nabij zich te hebben? Dus heeft God Zijn volk verkocht en heeft Zijn vermogen niet vergroot door hun prijs. De smaad, waaronder zij waren, kwam op Hem.
Jes. 52:5; Rom. 2:24.
Maar Ik verschoonde hen, dat Ik ze niet geheel verdelgde, zo als eigenlijk had moeten geschiedden wanneer hun wedervaren was, wat zij verdiend hadden (Hoofdst. 20:9); dit deed Ik om Mijnen heiligen naam, 1) dien het huis Israëls ontheiligde onder de Heidenen, waarhenen zij gekomen waren, 2) en dien Ik nu daardoor des te meer wilde verheerlijken, dat Ik Mij aan hen betoonde die God te zijn, die juist het diepst schuldige en ontaarde volk tot een recht heilig volk weet te maken.
Letterlijk staat er: Ik had medelijden met Mijn heiligen Naam. Hiermede verklaart de Heere dan ook, dat Hij Zelf Zijn eer zal herstellen en beveiligen en Zijn volk verlossen. In de redding van Zijn volk zou de heiligheid en de heerlijkheid van Zijn naam zo treffend uitkomen. Dewijl de Heidenen de smaadheden des volks op Hem hadden gelegd, zou Hij Zelf voor de ere van Zijnen naam opkomen, en daarom Zijn volk om Zich zelfs wil verlossen.
Opdat Israël Gods genade in diepen ootmoed erkenne, laat de Profeet het in den spiegel der geschiedkundige waarheid nog eens zijn vroeger zondig beeld zien, en herinnert hij het de harde kastijdingen, die het zich door den trouwelozen afval van Jehova heeft op den hals gehaald. Wat had het door zijne misdaden en gruwelen den reinen grond bevlekt, ja dien door bloedvergieten ontwijd! Daarom kwam ook het zware oordeel des Heeren over hen, dat zij verstrooid zouden worden onder de volken en verdeeld in de landen, waar zij aanleiding gaven tot het honen van den Goddelijken naam, daar de Heidenen spottend zeiden: Ziet! zij noemen zich Jehova’s volk, en Hij heeft ze toch uit Zijn land moeten laten trekken. Nadat Israël zelf de heiligheid van Zijnen God en de daaruit voortkomende eisen miskend en terzijde gesteld heeft, wordt het nu ook de aanleiding, dat van de zijde des heidendoms de heiligheid van Jehova wordt miskend, waaruit de verstoting van Israël noodzakelijk voortvloeide, en men nu Zijne almacht in twijfel trekt, alsof Hij Zijn volk tegen de overmacht der Heidenen niet had kunnen beschermen. De Heidenen kenden slechts nationale goden, zagen ook in Jehova niets anders dan den volksgod der Hebreën, en vatten daarom de over Jeruzalem gekomene katastrofe niet op als een gericht van den God des hemels en der aarde, maar als een blijk van de machteloosheid van een volksgod, die zijn volk niet in zijn land had kunnen beschermen (Jes. 36:18 vv.) Zo was het gericht, dat God over Israël gebracht had, alzo geworden, dat het er toe diende, om de Heidenen in hun heidense hoofdmeningen te versterken. Dat kan echter niet Gods wil zijn: Gods eeuwige wil is, dat Zijn wezen en Zijne gehele macht en heiligheid aan alle mensen, ook aan de Heidenen openbaar worde, zodat Zijn naam als die van den heiligen God des hemels en der aarde ook door de Heidenen gekend en beleden worde. Daar nu Gods gericht over Israël ten gevolge heeft gehad, dat de Heidenen de openbaring van Hem integendeel verduisterden, zo is voor God de noodzakelijkheid gekomen om Zijnen verduisterden en miskenden naam te verdedigen. Door Israëls schuld was de naam des Heeren onder de Heidenen miskend en gelasterd; daartegenover wil echter Jehova dien nu des te heerlijker laten openbaar worden. Luider dan de straf van Israël zou een wonder Gods aan Israël het verkondigen, dat Hij een waarachtig, heilig God was, die alleen zich een heilig volk wist te bereiden. Het tweede, nog grotere gericht des Joodsen volks, daar het na de verwerping van den Messias en van Zijn Evangelie bijna 2. 000 jaren verstoten is, en in alle landen is verstrooid, is voor den heiligen naam van God den gelovigen uit de Heidenen ook een bewijs, dat Christus de Heere en de enige ware God en Rechter der gehele wereld is, die alles wat in Zijn Goddelijk woord staat door ene volkomene vervulling allen volken voor ogen stelt.
Daarom zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israëls! (Deut. 9:6. Jes. 48:11) maar om Mijnen heiligen naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de Heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.
Want Ik zal Mijnen groten naam heiligen, die onder de Heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de Heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.
Want Ik zal, gelijk reeds in Hoofdst. 11:17-20 gezegd is, u uit de Heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen (Hoofdst. 20:41 v. 1)
Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden (Ps. 51:4 en 9): van al uwe onreinigheden en van al uwe drekgoden zal Ik u reinigen.
En Ik zal u aan a) nieuw hart geven, 1) en zal enen nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u aan vlesen hart geven. 2)
God zal ene inwendige verandering werken tot ene gehele verandering. Merk hier aan, allen die deel hebben in het Nieuwe Verbond en recht tot het nieuwe Jeruzalem, hebben een nieuw hart en enen nieuwen geest, en dit is noodzakelijk ten einde zij wandelen in nieuwigheid des levens. Dit is de Goddelijke waarheid, welker de gelovigen door de belofte deelachtig gemaakt worden.
Het stenen hart in ongevoelig en onbuigzaam, onbekwaam om het Woord Gods te verstaan en in zich op te nemen. Het is daarom, dat de Heere dit hart eerst zou wegnemen en daarvoor een vlesen hart geven, dat in waarheid zich zou buigen naar den wil van God. De genade Gods verandert het stenen hart in een vlesen hart.
En Ik zal Mijnen Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijne inzettingen zult wandelen, en Mijne rechten zult bewaren en doen.
En gij zult wonen in het land, dat Ik uwen vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot aan volk zijn, en Ik zal u tot enen God zijn 1) (Jer. 31:31 vv.).
Het is niet indien gij Mijn volk wilt wezen, zal Ik uw God zijn, hoewel het zeer zeker is, dat wij niet komen verwachten dat God ons tot een God zal zijn, tenzij wij Hem tot een volk zijn. Maar Hij heeft ons eerst gekozen en liefgehad, wij Hem niet. Daarom is de voorwaarde uit de genade, is door de belofte, zowel als de beloning. Niet uit verdienste, niet uit de werken. Gij zult Mijn volk zijn, en dan zal Ik u tot een God zijn. En dit is de grondslag en hoeksteen van des gelovigen geluk; het is de Hemel zelf. “Niet om uwentwil” d. i. niet omdat gij door uw gedrag aanspraak op redding hebt, “maar om Mijns heiligen naams wil”, d. i. om Mijnen door de Heidenen ontwijden naam als heilig te bewijzen, doe Ik het, spreekt de Heere; en het eerste dat Hij tot heiliging van Zijnen naam wil doen, is de terugvoering van Israël uit de verstrooiing naar zijn land; het volgende is de reiniging des volks van zijne zonden. Het van God afgevallen volk kwam in zijne verstrooiing eigenlijk voor als het volk, dat gene eenheid had, dat zonder meester was, en in die regeringloosheid en verlatenheid als het ongelukkigste der volken. De verklaring van God, dat Hij Israël wilde helpen, kan dus niet meer worden gedacht zonder een vergaderen, een vergaderen om zijnen God, die het principe, de levensbron dezer gemeenschap is. Hieraan sluit zich als tweede punt aan de “vergeving der zonde”, de genade Gods, die het met schuld bevlekte volk rechtvaardigt en vrij spreekt. De vrucht der verlossende en de zonde vergevende werkzaamheid Gods is de heiliging, de geestelijke omkering en vernieuwing, de wedergeboorte des volks, gewerkt door de mededeling van Gods Geest, en zich openbarende in het vasthouden aan de getrouwheid omtrent Gods wet. Daar het Oude Testament vele duidelijke, ondubbelzinnige voorzeggingen van Israëls wederbrenging bevat, ja deze leer bij alle Profeten wordt gevonden, zo kunnen wij ons ook niet verwonderen, dat deze hoop in het verstrooide Israël nog leeft, en juist in onzen tijd met kracht zich verheft. Zo diep is deze verwachting met de Joden vereenzelvigd, dat de Frankforter Rothschild, toen hem de Sultan der Turken, om aan zijn geldnood te ontkomen, Palestina te koop aanbood, aan dezen antwoordde: “wij kopen het niet, wij hebben het reeds door erfenis. ” Hun verwachting zal ook worden vervuld, maar op andere wijze dan zij in hun ongeloof menen. God verschoont Zijn volk en volbrengt den beloofden zegen, omdat Hij het tot drager Zijner heiligheid heeft uitverkoren, daar God krachtens Zijne heiligheid, die ook wil daargesteld zien in Zijn rijk als een trouw afschijnsel Zijner heerlijkheid. Krachtens deze wil God niet alleen, maar werkt en volvoert Hij ook het wegdoen van het kwaad, en de daarmee overeenkomende reinheid door de mededeling van Zijnen Heiligen Geest. Het gebod: “zijt heilig, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig, ” bevat tevens de belofte der verwezenlijking van een heilig Godsrijk, zo zeker als God zelf heilig is. In de idee der heiligheid des levenden Gods ligt ook zeker de levendige begeerte Gods uitgesproken, om Zich in deze Zijne heiligheid zowel negatief als positief te betonen en te bewijzen. Niet alleen in het richten van het kwaad en in de vernietiging van den goddeloze, maar ook in de verdelging van het boze en de omzetting en vernieuwing des zondaars. Krachtens enen nieuwen Goddelijken levensadem, de geestelijke schepping Gods in den mens, openbaart God Zich als de Heilige. Het begrip van heiligheid naar de opvatting des Bijbels wordt bij ons zeer dikwijls in te beperkten zin opgevat als zedelijke heiligheid, die daarin bestaat, dat God het goede lief heeft en het kwade haat, en zelfs niets kwaads doet, dat Hij waarachtig, rechtvaardig en lankmoedig is. Dat alles behoort ongetwijfeld tot den Gode gewijden mens, maar het beantwoordt nog niet geheel aan het denkbeeld van heiligheid, want heilig is slechts wie zich aan God alleen en geheel heeft geofferd. Maar Gods heiligheid is naar het begrip van het goede niet af te meten, vermits het goede veeleer door het begrip God zijne betekenis en zijnen inhoud verkrijgt. Wat God lief heeft is goed en wat God verafschuwt is kwaad. Een gevolg der Goddelijke heiligheid is het zeker, dat Hij slechts het goede liefheeft en doet, het kwade zonder uitzondering haat. Doch het begrip Zijner heiligheid ligt niet in het liefhebben van het goede en in het haten van het kwade, maar in het alleen en zonder uitzondering. De heiligheid Gods is de zelfbewaring Gods naar Zijn Goddelijk wezen ondanks Zijne genadige nederbuiging tot de wereld. Hoe en waar God Zich in de wereld doet zien, hoe en waar Hij handelt, hoezeer Hij ook Zijne Goddelijke heerlijkheid aflegt uit liefde voor Zijne schepselen, steeds openbaart Hij Zich en handelt Hij alleen als God, onverminderd Zijne Godheid. Daarin is de heiligheid gelegen vgl. Jes. 6:3. Reeds oude dogmatici hielden de heiligheid Gods voor een uitvloeisel Zijner liefde, namelijk der reinste liefde Gods tot Zich zelven als den absoluut Goede, waardoor tevens het met majesteit afstoten van al wat kwaad en onrein is, van zelf is bepaald. Maar hoe kan de heiligheid Gods hier als die zijde van het Goddelijk wezen worden voorgesteld, welke de verlossing Israëls noodzakelijk eiste, en op den eersten aanblik alleen werk der genade schijnt te zijn? Tot deze behoorde zeker Israëls verkiezing alleen, hoewel ook de stichting van het Godsrijk in ‘t algemeen, waaraan de Goddelijke heiligheid werkelijk groot aandeel had. Nadat echter de verkiezing eenmaal geschied was, trad de Goddelijke heiligheid in ene zo wezenlijke betrekking tot Israël, dat de naam “de Heilige Israëls” een van de gewone namen Gods werd (Jes. 1:14). Het raadsbesluit der verkiezing was uitgesproken als een onvoorwaardelijk besluit. Met het ogenblik daarom, dat God het volk voor altijd zou verworpen hebben, ware Hij ingetreden in het gebied der zonde, ware Hij niet meer Jehova, de Zijnde, van Wien iedere verandering, niet meer de Heilige, van Wien de wisseling van licht en duisternis uitgesloten is. Hoe de Goddelijke heiligheid de vervulling van elke uit genade gegevene belofte eist, omdat God geen mens is, noch een mensenkind, dat Hem iets zou berouwen, blijkt duidelijk uit de plaats Ps. 89:36 vv. : “Ik heb eens gezworen bij Mijne heiligheid: zo Ik aan David liege! Zijn zaad zal in eeuwigheid zijn; ” en verder uit Ex. 33:19, Rom. 9:15. Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben. ” Bij God is geen schijn, geen luim; Hij zou zich zelven moeten verloochenen, wanneer Hij anders wilde dan Hij eens gewild heeft. Ook Israëls zonde, hoe groot die mocht zijn, hief den eis der verlossing voor Gods heiligheid niet op. God, de Alwetende, toch zag die zonde vooruit, toen Hij de onvoorwaardelijke belofte gaf. Voor Hem, den God der geesten van alle vlees, kwam zij niet onverwacht. Hij kon de zondaars verdelgen-Hij moest het juist omdat Hij heilig was, maar nooit kon Hij geheel Israël overgeven, altijd moest Hij een overblijfsel (Sjeerith) overlaten. De grootheid der zonde was voor Hem slechts een eis, om de krachtigste middelen van reiniging en heiliging in ‘t werk te stellen; Hij zou onheilig zijn, wanneer Hij niet heiligde; want dan zou Hij toch niet het Zijne tot vervulling Zijner belofte gedaan hebben, waaraan van wege de gesteldheid der menselijke natuur door uitwendige weldaden maar zeer weinig zou zijn voldaan. Dat nu hier Israëls verlossing als tegenover alle verdienste en alleen om Gods wezen, om Zijne heiligheid geschied wordt voorgesteld, was aan de ene zijde zeer verootmoedigend; het sloeg allen menselijken roem ter neer; aan de andere zijde was het ook zeer troostvol de beangstigde en verslagene harten erkenden daaruit, dat hun heil ganselijk niet op menselijken grond berustte, in ‘t geheel niet door de zonden van hun volk werd weggenomen. De Heidenen waanden, zoals nog heden vele Christenen doen, dat Israël voor altijd door den Heere uit Kanaän was verstoten, dat zijn plan met Israël verijdeld was; zulk ene schijnbare lastering weerlegt de Heere hier als de Heilige in Israël, want Israël was en bleef ondanks alle zijne oordelen het eeuwige volk der eeuwige verkiezing, en Israëls wederbrenging ene zaak van Zijnen eed en van Zijne eer. Een vlesen hart kenmerkt zich door tederheid aangaande de zonde. Ene onreine gedachte, of een bedorven wens voor een enkel ogenblik gekoesterd te hebben, is genoeg om een vlesen hart voor ‘s Heeren aangezicht te bedroeven. Het stenen hart beschouwt de grootste overtreding als van luttel betekenis, niet alzo het vlesen hart. O Heer! wil mij terstond kastijden Wanneer ik op een bijpad dwaal, En doe mijn hart van droefheid smelten, Dat ik Uw liefde zo betaal. Het vlesen hart is teder omtrent Gods wil. Meester Eigenzin is een grote bluffer, en het valt moeilijk hem te onderwerpen aan Gods wil; maar wanneer het vlesen hart wordt geschonken, dan buigt zich de wil, gelijk een espenblad voor elken wind des hemels, vernedert zich ter aarde als een bieze voor elken adem des Geestes. De natuurlijke wil is koud, hard als ijzer, dat zich tot geen fatsoen laat hameren; maar de vernieuwde wil wordt als gesmolten metaal, spoedig gevormd door de hand der genade. In het vlesen hart is de tederheid der toegevendheid. Het harde hart bemint den Heiland niet, maar het vernieuwde hart brandt van liefde jegens Hem. Het harde hart is zelfzuchtigen vraagt met onverschilligheid: “waarom zou ik wenen over de zonde, waarom zou ik den Heere liefhebben?” Maar het vlesen hart zegt: Heere, Gij weet, dat ik U liefheb, help mij U meer beminnen!” Vele zijn de voorrechten van dit vernieuwde hart; hier is het dat Jezus verkeert, hier is het dat de Geest woont. Het is bereid om elken zegen te ontvangen, en elke zegen daalt er ook op neer. Het is gereed om elke hemelse vrucht voort te brengen tot prijs en ere Gods, en daarom verheugt zich de Heere er in: Een teder hart is de beste beveiliging tegen de zonde en de beste voorbereiding voor den hemel. Een vernieuwd hart staat op den wachttoren, uitziende naar de komst des Heeren Jezus. Hebt gij dit vlesen hart? . Door den Heiligen Geest ons te geven geeft God Zich zelven, ons tot een onverliesbaar deel en eeuwige erve. Ziet gij nu de heerlijkheid van het Evangelie? Zij ligt daarin dat het den mens niet enkel iets van Gods wege maar God zelven geeft. Een iegelijk zondaar, die gelooft, heeft den enigen, drieëenigen God zelven tot zijn deel in eeuwigheid. Daarom zei Christus tot de Zijnen in den nacht vóór Zijn schuldverzoenend lijden en sterven: “Zo iemand Mij lief heeft, die zal Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken. (Joh. 14:23). Gelovende, worden wij in onmiddellijke betrekking tot God gesteld; wij worden niet als God, ook zullen wij niet persoonlijk wonen in God, neen God zal wonen in ons, ja eenmaal zal Hij alles zijn in allen.
En Ik zal u op de in vs. 26 v. genoemde wijze verlossen van al uwe onreinigheden zodat het niet tot ene nieuwe verontreiniging met u zal komen (Hoofdst. 37:23); en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal genen {a} honger op u leggen, zo als die eens als een Mijner gerichten, om u uit het land te verdelgen, gekomen is. {a} Ezech. 34:29
En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen, opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de Heidenen (Hoofdst. 34:29. Zach. 8:12 v.).
Dan zult gij gedenken aan uwe boze wegen en uwe handelingen, die niet goed waren; en gij zult ene walging van uzelven hebben over uwe ongerechtigheden en over uwe gruwelen (Hoofdst. 16:63; 20:43 v.).
Ik doe het niet, gelijk Ik gezegd heb (vs. 22) om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uwe wegen, gij huis Israëls! Een nieuw verbond zal worden gesticht tussen God en het volk in het weer verkregen land der vaderen. Een gereinigd en rijk gezegend geslacht zal er wonen, de verwoeste erfenis wordt veranderd in den vruchtbaarsten bodem, het koren spruit uit in rijken overvloed, de vruchten van den boom vermeerderen en de gewassen des velds; gebrek en nood zullen voor altijd verre blijven, het volk der nieuwe planting zal nooit weer den smaad des hongers onder de Heidenen ondervinden. Een veelbetekenend woord, dat ook zijne geestelijke betekenis heeft. Wel was het een smaad voor Israël, dat het, daar het toch de spijze des Goddelijken woords in de rijkste volheid had ontvangen, in de landen moest worden weggevoerd en daar op dorren bodem honger moest lijden. Maar nu gered uit het woeste en eenzame, is het weer teruggevoerd op de groene landouwen van den goeden Herder. Daar zal het met afkeer zijne boze daden gedenken, en zich voor zich zelven schamen over zijne vorige gruwelen. Het zal steeds weer op nieuw zeggen, dat het zijn heil niet aan eigene verdiensten, maar alleen aan Gods genade te danken heeft- de Heilige in Israël wilde Zich als eeuwige Gerechtigheid en Genade aan Zijn volk en aan de Heidenen openbaren, omdat men Zijnen Allerheerlijksten naam, dien de Serafim bezingen, op aarde erkenne.
Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uwe ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden, de plaatsen, waar niet dan puinhopen liggen.
En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het ene verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.
En zij zullen zeggen, nadat zij het in zijn vroegeren toestand hebben gezien en gesproken hebben zoals in Deut. 29:24 vv. geschreven staat: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van a) Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.
Jes. 51:3. Ezech. 28:13.
Dan zullen de Heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant: a) Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen(Hoofdst. 17:24).
Ezech. 22:14. 37:14
Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal Mij door hen laten vragen, en Mij betonen de God te zijn, die de gebeden hoort, en Zijn volk in alle moeilijke omstandigheden helpt (Ezra 2:63): Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen. Het gebed is de voorloper der genade. Sla de bladen der gewijde geschiedenis op, en gij zult zien, dat wel nooit enige grote genade over deze wereld uitgestort werd, die niet was voorafgegaan door ernstig smeekgebed. Dit hebt gij in uwe eigene persoonlijke ervaring bewaarheid gezien. God heeft u menige ongevraagde gunst geschonken, maar ernstig aanhoudend gebed was altijd het voorspel van grote genade over u uitgestort. Toen gij voor het eerst vrede door het bloed des kruises hebt gevonden, was het niet dan na vurige beden, ernstig smeken tot God, dat Hij uwe twijfelingen wilde wegnemen en u van uwe droefenissen bevrijden. Uwe verzekering was het gevolg van uw gebed. Toen gij op een anderen tijd ene heerlijke en onuitsprekelijke blijdschap hebt mogen genieten, moest gij dit beschouwen als een antwoord op uwe gebeden. Toen gij de heerlijke uitreddingen uit groten nood en krachtige hulp in dreigende gevaren hebt ondervonden, zijt gij in staat geweest uit te roepen: “Ik heb den Heere gezocht en Hij heeft mij geantwoord en mij uit al mijne vrezen gered. ” Het gebed is altijd de voorbode van zegen. Het gebed gaat vóór den zegen, gelijk de schaduw der zegeningen. Als het zonlicht van Gods ontferming over onze nooddruft opgaat, werpt het de schaduw des gebeds op de vlakte neer. Of, om ene andere gelijkenis te bezigen, wanneer God een heuvel van goedertierenheden opstapelt, schijnt Hij Zelf daar achter, en werpt op onzen geest de schaduw des gebeds zodat wij mogen verzekerd zijn, dat, zo wij sterk aanhouden in de gebeden, onze pleitingen de schaduwen der genade zijn. Het gebed is alzo met den zegen in nauw verband, om er ons de waarde van aan te tonen. Ontvingen wij de zegeningen zonder ze te vragen, dan zouden wij menen, dat het aldus behoorde te zijn; maar het gebed maakt onze genadegaven dierbaarder den diamanten. De dingen waarom wij vragen zijn kostelijk, maar wij waarderen ze niet recht, voordat wij ernstig daarnaar getracht hebben. ‘t Gebed verdrijft de duisternis; ‘t Gebed leert minnen en geloven: Terwijl ‘t als Jakobs ladder is! Waarlangs Gods zegen daalt van boven. . Het is niet genoeg dat de kinderen Israëls tot hun land terugkeren en tot heerlijkheid en bloei komen. Dit zou hen weinig helpen, indien zij God niet tot hun deel hadden. Doch zij zullen God tot hun deel hebben, want zij zelven zullen Hem aanroepen, en smeken, dat Hij Zijne belofte aan hen vervulle. Zeker, God geeft ons veel zonder ons gebed maar toch niet het beste en zaligste. Zonder gebed hebben wij de gaven zonder den Gever, hebben wij de coupon, maar niet het effect. God wil gevraagd zijn. Waarom? Omdat wij God vragende, met God in gemeenschap komen, en in gemeenschap met God te zijn is Hem te bezitten, en Hem bezittende hebben wij het allerhoogste, en worden alle dingen ons toegeworpen. Daarom zullen de kinderen Israëls waarschijnlijk nog in grote verdrukking komen, waardoor zij tot God zullen roepen om verlossing, zoals zij weleer deden in Egypte.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel