Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 31

1 Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het gebeurdeH1961 ook in het elfdeH259 jaarH8141, in de derdeH7992 maandH2320, op den eerstenH259 der maand, dat des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij geschieddeH1961, zeggendeH559: Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

KJV And it came to pass in the eleventh2 year,4 in the third5 month, in the first6 day of the month,7 that the word9 of the LORD10 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּאַחַ֤ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 עֶשְׂרֵה֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 4 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 בַּשְּׁלִישִׁ֖י H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 6 בְּאֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 לַחֹ֑דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 8 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind! zeg tot Farao, den koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wien zijt gij gelijk in uw grootheid?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121! zegH559 totH413 FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, en totH413 zijn menigteH1995: WienH4310 zijt gij gelijk in uw grootheidH1433? Mensenkind! zeg tot Farao, den koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wien zijt gij gelijk in uw grootheid?

KJV Son1 of man,2 speak3 unto Pharaoh5 king6 of Egypt,7 and to his multitude;9 Whom art thou like12 in thy greatness?

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 אֱמֹ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 פַּרְעֹ֥ה H6547 Farao Pharaoh 6 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 מִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הֲמוֹנ֑וֹ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 מִ֖י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 12 דָּמִ֥יתָ H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 13 בְגָדְלֶֽךָ H1433 grootheid, grootsheid, grootte greatness, stout(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zie, Assur was een ceder op den Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam, en zijn top was tussen dichte takken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 ZieH2009, AssurH804 was een cederH730 op den LibanonH3844, schoonH3303 van takken, schaduwachtigH6751 van loofH2793, en hoogH1362 van stamH6967, en zijnH1961 topH6788 was tussenH996 dichte takken. Zie, Assur was een ceder op den Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam, en zijn top was tussen dichte takken.

Ook in dit vers takkenH5688 takkenH6057

KJV Behold, the Assyrian2 was a cedar3 in Lebanon4 with fair5 branches,6 and with a shadowing8 shroud,7 and of an high9 stature;10 and his top14 was among the thick boughs.

1 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אַשּׁ֜וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 3 אֶ֣רֶז H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 4 בַּלְּבָנ֗וֹן H3844 Libanon Lebanon 5 יְפֵ֥ה H3303 schoon, schone, schoonste [phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well 6 עָנָ֛ף H6057 takken, meien, ranken bough, branch 7 וְחֹ֥רֶשׁ H2793 woud, loof, struik bough, forest, shroud, wood 8 מֵצַ֖ל H6751 schaduw gaven, schaduwachtig begin to be dark, shadowing 9 וּגְבַ֣הּ H1362 hoog, hoogmoedige high, proud 10 קוֹמָ֑ה H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 11 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 עֲבֹתִ֔ים H5688 touwen, gedraaide, takken band, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain) 13 הָיְתָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 צַמַּרְתּֽוֹ H6788 top, oppersten tak highest branch, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 De wateren maakten hem groot, de afgrond maakte hem hoog; die ging met zijn stromen rondom zijn planting, en zond zijn waterleidingen uit tot alle bomen des velds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 De waterenH4325 maaktenH1431 hem groot, de afgrondH8415 maakte hem hoogH7311; die gingH1980 metH854 zijn stromenH5104 rondomH5439 zijn plantingH4302, en zondH7971 zijn waterleidingenH8585 uit tot alleH3605 bomenH6086 des veldsH7704. De wateren maakten hem groot, de afgrond maakte hem hoog; die ging met zijn stromen rondom zijn planting, en zond zijn waterleidingen uit tot alle bomen des velds.

KJV The waters1 made him great,2 the deep3 set him up on high4 with her rivers6 running7 round about8 his plants,9 and sent out12 her little rivers11 unto all the trees15 of the field.

1 מַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 2 גִּדְּל֔וּהוּ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 3 תְּה֖וֹם H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth 4 רֹֽמְמָ֑תְהוּ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 5 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 נַהֲרֹתֶ֗יהָ H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 7 הֹלֵךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 8 סְבִיב֣וֹת H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 9 מַטָּעָ֔הּ H4302 planting, plantingen, plant plant(-ation, -ing) 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 תְּעָלֹתֶ֣יהָ H8585 watergang, groeve, heelpleisters conduit, cured, healing, little river, trench, watercourse 12 שִׁלְחָ֔ה H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 13 אֶ֖ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 עֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 16 הַשָּׂדֶֽה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daarom werd zijn stam hoger dan alle bomen des velds; en zijn takjes werden menigvuldig, en zijn scheuten lang, vanwege de grote wateren, als hij uitschoot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 DaaromH3651 werd zijn stamH6967 hogerH1361 dan alleH3605 bomenH6086 des veldsH7704; en zijn takjesH5634 werden menigvuldigH7235, en zijn scheutenH6288 langH748, vanwegeH5921 de groteH7227 waterenH4325, als hij uitschootH7971. Daarom werd zijn stam hoger dan alle bomen des velds; en zijn takjes werden menigvuldig, en zijn scheuten lang, vanwege de grote wateren, als hij uitschoot.

KJV Therefore his height4 was exalted3 above all the trees6 of the field,7 and his boughs9 were multiplied,8 and his branches11 became long10 because of the multitude13 of waters,12 when he shot forth.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 גָּבְהָ֣א H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 4 קֹמָת֔וֹ H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 5 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 7 הַשָּׂדֶ֑ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 8 וַתִּרְבֶּ֨ינָה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 9 סַֽרְעַפֹּתָ֜יו H5634 takjes bough 10 וַתֶּאֱרַ֧כְנָה H748 verlengen, verlengt, verlengd defer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long) 11 פֹארֹתָ֛יו H6288 scheuten, takken bough, branch, sprig 12 מִמַּ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 רַבִּ֖ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 14 בְּשַׁלְּחֽוֹ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Alle vogelen des hemels nestelden op zijn takjes, en alle dieren des velds teelden onder zijn scheuten; en alle grote volken zaten onder zijn schaduw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Alle vogelenH5775 des hemelsH8064 nesteldenH7077 op zijn takjesH5589, en alle dierenH2416 des veldsH7704 teeldenH3205 onder zijn scheutenH6288; en alleH3605 groteH7227 volkenH1471 zatenH3427 onder zijn schaduwH6738. Alle vogelen des hemels nestelden op zijn takjes, en alle dieren des velds teelden onder zijn scheuten; en alle grote volken zaten onder zijn schaduw.

KJV All the fowls4 of heaven5 made their nests2 in his boughs,1 and under his branches7 did all the beasts10 of the field11 bring forth their young,8 and under his shadow12 dwelt13 all great16 nations.

1 בִּסְעַפֹּתָ֤יו H5589 takjes, takken bough, branch. Compare H5634 (סַרְעַפָּה) 2 קִֽנְנוּ֙ H7077 nestelen, nestelt, nestelden make...nest 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 ע֣וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 5 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 וְתַ֤חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 פֹּֽארֹתָיו֙ H6288 scheuten, takken bough, branch, sprig 8 יָֽלְד֔וּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 9 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 חַיַּ֣ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 11 הַשָּׂדֶ֑ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 12 וּבְצִלּוֹ֙ H6738 schaduw, Schaduw, schaduwe defence, shade(-ow) 13 יֵֽשְׁב֔וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 גּוֹיִ֥ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 16 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Alzo was hij schoon in zijn grootheid en in de lengte zijner takken, omdat zijn wortel aan grote wateren was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Alzo was hij schoonH3302 in zijn grootheidH1433 en in de lengteH753 zijner takkenH1808, omdatH3588 zijnH1961 wortelH8328 aanH413 groteH7227 waterenH4325 was. Alzo was hij schoon in zijn grootheid en in de lengte zijner takken, omdat zijn wortel aan grote wateren was.

KJV Thus was he fair1 in his greatness,2 in the length3 of his branches:4 for his root7 was by great10 waters.

1 וַיְּיִ֣ף H3302 schoon, oppronken, pronkt be beautiful, be (make self) fair(-r), deck 2 בְּגָדְל֔וֹ H1433 grootheid, grootsheid, grootte greatness, stout(-ness) 3 בְּאֹ֖רֶךְ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 4 דָּֽלִיּוֹתָ֑יו H1808 takken branch 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 שָׁרְשׁ֖וֹ H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 מַ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De cederenH730 in GodsH430 hofH1588 verduisterdenH6004 hem niet, de dennebomenH1265 waren zijn takkenH5589 niet gelijk, en de kastanjebomenH6196 waren nietH3808 gelijk zijn scheutenH6288; geenH3808 boomH6086 in GodsH430 hofH1588 was hem gelijk in zijn schoonheidH3308. De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.

KJV The cedars1 in the garden4 of God5 could not hide3 him: the fir trees6 were not like8 his boughs,10 and the chesnut trees11 were not like his branches;14 nor any tree16 in the garden17 of God18 was like20 unto him in his beauty.

1 אֲרָזִ֣ים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 עֲמָמֻהוּ֮ H6004 verborgen, verdonkerd, verduisterden become dim, hide 4 בְּגַן H1588 hof, hofs, hoven garden 5 אֱלֹהִים֒ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 בְּרוֹשִׁ֗ים H1265 dennebomen, denneboom, dennen fir (tree) 7 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 דָמוּ֙ H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 סְעַפֹּתָ֔יו H5589 takjes, takken bough, branch. Compare H5634 (סַרְעַפָּה) 11 וְעַרְמֹנִ֥ים H6196 kastanje, kastanjebomen chestnut tree 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 הָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 כְּפֹֽארֹתָ֑יו H6288 scheuten, takken bough, branch, sprig 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 עֵץ֙ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 17 בְּגַן H1588 hof, hofs, hoven garden 18 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 19 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 דָמָ֥ה H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 21 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 22 בְּיָפְיֽוֹ H3308 schoonheid beauty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijner takken, dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Ik had hem zo schoonH3303 gemaaktH6213 door de veelheidH7230 zijner takkenH1808, dat alleH3605 bomenH6086 van EdenH5731, dieH834 in GodsH430 hofH1588 waren, hem benijddenH7065. Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijner takken, dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden.

KJV I have made2 him fair1 by the multitude3 of his branches:4 so that all the trees7 of Eden,8 that were in the garden10 of God,11 envied

1 יָפֶ֣ה H3303 schoon, schone, schoonste [phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well 2 עֲשִׂיתִ֔יו H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 בְּרֹ֖ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 4 דָּֽלִיּוֹתָ֑יו H1808 takken branch 5 וַיְקַנְאֻ֨הוּ֙ H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עֲצֵי H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 עֵ֔דֶן H5731 Eden Eden 9 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בְּגַ֥ן H1588 hof, hofs, hoven garden 11 הָאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Omdat gij u verheven hebt over uw stam, ja, hij stak zijn top op boven het midden der dichte takken, en zijn hart verhief zich over zijn hoogte;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 DaaromH3651, zo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Omdat gij u verhevenH1361 hebt over uw stamH6967, ja, hij stakH5414 zijn topH6788 op boven het midden der dichte takkenH5688, en zijn hartH3824 verhiefH7311 zich over zijn hoogteH1363; Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Omdat gij u verheven hebt over uw stam, ja, hij stak zijn top op boven het midden der dichte takken, en zijn hart verhief zich over zijn hoogte;

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Because thou hast lifted up8 thyself in height,9 and he hath shot up10 his top11 among the thick boughs,14 and his heart16 is lifted up15 in his height;

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 יַ֕עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 גָּבַ֖הְתָּ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 9 בְּקוֹמָ֑ה H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 10 וַיִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 צַמַּרְתּוֹ֙ H6788 top, oppersten tak highest branch, top 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 14 עֲבוֹתִ֔ים H5688 touwen, gedraaide, takken band, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain) 15 וְרָ֥ם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 16 לְבָב֖וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 17 בְּגָבְהֽוֹ H1363 hoogte, hoogheid, hoog excellency, haughty, height, high, loftiness, pride
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarom gaf Ik hem in de hand van den machtigste der heidenen, dat die hem rechtschapen zou behandelen; Ik dreef hem uit om zijn goddeloosheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarom gafH5414 Ik hem in de handH3027 van den machtigsteH410 der heidenenH1471, dat die hem rechtschapenH6213 zou behandelenH6213; Ik dreefH1644 hem uit om zijn goddeloosheidH7562. Daarom gaf Ik hem in de hand van den machtigste der heidenen, dat die hem rechtschapen zou behandelen; Ik dreef hem uit om zijn goddeloosheid.

KJV I have therefore delivered1 him into the hand2 of the mighty one of the heathen;4 he shall surely5 deal6 with him: I have driven him out9 for his wickedness.

1 וְאֶ֨תְּנֵ֔הוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 בְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 אֵ֣יל H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 4 גּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 עָשׂ֤וֹ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 יַֽעֲשֶׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 ל֔וֹ 8 כְּרִשְׁע֖וֹ H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 9 גֵּרַשְׁתִּֽהוּ H1644 uitdrijven, verstotene, dreef cast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En vreemden, de tirannigste der heidenen, roeiden hem uit en verlieten hem; zijn takken vielen op de bergen en in alle valleien, en zijn scheuten werden verbroken bij alle stromen des lands; en alle volken der aarde gingen af uit zijn schaduw, en verlieten hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En vreemdenH2114, de tirannigsteH6184 der heidenenH1471, roeidenH3772 hem uit en verlietenH5203 hem; zijn takkenH1808 vielenH5307 op de bergenH2022 en in alleH3605 valleienH1516, en zijn scheutenH6288 werden verbrokenH7665 bij alleH3605 stromenH650 des landsH776; en alleH3605 volkenH5971 der aardeH776 gingenH3381 af uit zijn schaduwH6738, en verlietenH5203 hem. En vreemden, de tirannigste der heidenen, roeiden hem uit en verlieten hem; zijn takken vielen op de bergen en in alle valleien, en zijn scheuten werden verbroken bij alle stromen des lands; en alle volken der aarde gingen af uit zijn schaduw, en verlieten hem.

KJV And strangers,2 the terrible3 of the nations,4 have cut him off,1 and have left5 him: upon the mountains7 and in all the valleys9 his branches11 are fallen,10 and his boughs13 are broken12 by all the rivers15 of the land;16 and all the people20 of the earth21 are gone down17 from his shadow,18 and have left

1 וַיִּכְרְתֻ֧הוּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 זָרִ֛ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 3 עָרִיצֵ֥י H6184 tirannen, tirannigste, tiran mighty, oppressor, in great power, strong, terrible, violent 4 גוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 וַֽיִּטְּשֻׁ֑הוּ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הֶ֠הָרִים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 8 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 גֵּ֨אָי֜וֹת H1516 dal, dalen, vallei valley 10 נָפְל֣וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 11 דָלִיּוֹתָ֗יו H1808 takken branch 12 וַתִּשָּׁבַ֤רְנָה H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 13 פֹֽארֹתָיו֙ H6288 scheuten, takken bough, branch, sprig 14 בְּכֹל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 אֲפִיקֵ֣י H650 stromen, waterstromen, kolken brook, channel, mighty, river, [phrase] scale, stream, strong piece 16 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 וַיֵּרְד֧וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 18 מִצִּלּ֛וֹ H6738 schaduw, Schaduw, schaduwe defence, shade(-ow) 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 עַמֵּ֥י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 21 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 22 וַֽיִּטְּשֻֽׁהוּ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Alle vogelen des hemels woonden op zijn omgevallen stam, en alle dieren des velds waren op zijn scheuten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Alle vogelenH5775 des hemelsH8064 woondenH7931 op zijn omgevallen stamH4658, en alleH3605 dierenH2416 des veldsH7704 waren op zijn scheutenH6288; Alle vogelen des hemels woonden op zijn omgevallen stam, en alle dieren des velds waren op zijn scheuten;

KJV Upon his ruin2 shall all the fowls5 of the heaven6 remain,3 and all the beasts11 of the field12 shall be upon his branches:

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 מַפַּלְתּ֥וֹ H4658 vals, val, aas carcase, fall, ruin 3 יִשְׁכְּנ֖וּ H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 ע֣וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 6 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 פֹּארֹתָ֣יו H6288 scheuten, takken bough, branch, sprig 9 הָי֔וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חַיַּ֥ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 12 הַשָּׂדֶֽה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Opdat zich geen waterrijke bomen verheffen over hun stam, en hun top niet opsteken boven het midden der dichte takken, en geen bomen, die water drinken, op zichzelven staan vanwege hun hoogte; want zij zijn allen overgegeven ter dood, tot het onderste der aarde, in het midden der mensenkinderen, tot degenen, die in den kuil nederdalen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 OpdatH4616 zich geen waterrijkeH4325 bomenH6086 verheffenH1361 over hun stamH6967, en hun topH6788 niet opstekenH5414 boven het middenH8432 der dichte takkenH5688, en geenH3808 bomenH352, die waterH4325 drinkenH8354, op zichzelven staanH5975 vanwege hun hoogteH1363; wantH3588 zij zijn allenH3605 overgegevenH5414 ter doodH4194, totH413 het ondersteH8482 der aardeH776, in het midden der mensenkinderenH1121, totH413 degenen, die in den kuilH953 nederdalenH3381. Opdat zich geen waterrijke bomen verheffen over hun stam, en hun top niet opsteken boven het midden der dichte takken, en geen bomen, die water drinken, op zichzelven staan vanwege hun hoogte; want zij zijn allen overgegeven ter dood, tot het onderste der aarde, in het midden der mensenkinderen, tot degenen, die in den kuil nederdalen.

KJV To the end that none of all the trees7 by the waters8 exalt4 themselves for their height,5 neither shoot up10 their top12 among the thick boughs,15 neither their trees18 stand up17 in their height,19 all that drink21 water:22 for they are all delivered25 unto death,26 to the nether parts29 of the earth,28 in the midst30 of the children31 of men,32 with them that go down34 to the pit.

1 לְמַ֡עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יִגְבְּה֨וּ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 5 בְקוֹמָתָ֜ם H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עֲצֵי H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 מַ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִתְּנ֤וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 צַמַּרְתָּם֙ H6788 top, oppersten tak highest branch, top 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 15 עֲבֹתִ֔ים H5688 touwen, gedraaide, takken band, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain) 16 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יַעַמְד֧וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 18 אֵלֵיהֶ֛ם H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 19 בְּגָבְהָ֖ם H1363 hoogte, hoogheid, hoog excellency, haughty, height, high, loftiness, pride 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 שֹׁ֣תֵי H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 22 מָ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 23 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 24 כֻלָּם֩ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 25 נִתְּנ֨וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 26 לַמָּ֜וֶת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 27 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 28 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 29 תַּחְתִּ֗ית H8482 onderste, onderste plaatsen, ondersten low (parts, -er, -er parts, -est), nether (part) 30 בְּת֛וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 31 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 32 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 33 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 34 י֥וֹרְדֵי H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 35 בֽוֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Zo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als hij ter helle nederdaalde, maakte Ik een treuren; Ik bedekte om zijnentwil den afgrond, en weerde de stromen van dien, en de grote wateren werden geschut; en Ik maakte den Libanon om zijnentwil zwart, en al het geboomte des velds was om zijnentwil bewonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Ten dageH3117, als hij ter helleH7585 nederdaaldeH3381, maakte Ik een treurenH56; Ik bedekteH3680 om zijnentwil den afgrondH8415, en weerdeH4513 de stromenH5104 van dien, en de groteH7227 waterenH4325 werden geschutH3607; en Ik maakte den LibanonH3844 om zijnentwil zwartH6937, en alH3605 het geboomteH6086 des veldsH7704 was om zijnentwil bewondenH5969. Zo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als hij ter helle nederdaalde, maakte Ik een treuren; Ik bedekte om zijnentwil den afgrond, en weerde de stromen van dien, en de grote wateren werden geschut; en Ik maakte den Libanon om zijnentwil zwart, en al het geboomte des velds was om zijnentwil bewonden.

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 In the day5 when he went down6 to the grave7 I caused a mourning:8 I covered9 the deep12 for him, and I restrained13 the floods14 thereof, and the great17 waters16 were stayed:15 and I caused Lebanon20 to mourn18 for him, and all the trees22 of the field23 fainted

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 בְּי֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 רִדְתּ֤וֹ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 7 שְׁא֨וֹלָה֙ H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit 8 הֶאֱבַ֜לְתִּי H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 9 כִּסֵּ֤תִי H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 10 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 תְּה֔וֹם H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth 13 וָֽאֶמְנַע֙ H4513 geweerd, onthouden, Bedwing deny, keep (back), refrain, restrain, withhold 14 נַהֲרוֹתֶ֔יהָ H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 15 וַיִּכָּלְא֖וּ H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 16 מַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 17 רַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 18 וָאַקְדִּ֤ר H6937 zwart, rouwdragenden, verdonkerd be black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn 19 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 לְבָנ֔וֹן H3844 Libanon Lebanon 21 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 עֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 23 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 24 עָלָ֥יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 עֻלְפֶּֽה H5969 bewonden fainted
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Van het geluid zijns vals deed Ik de heidenen beven, als Ik hem ter helle deed nederdalen, met degenen, die in den kuil nederdalen; en alle bomen van Eden, de keur en het beste van Libanon, alle bomen, die water drinken, troostten zich in het onderste der aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Van het geluidH6963 zijns valsH4658 deed Ik de heidenenH1471 bevenH7493, als Ik hem ter helleH7585 deed nederdalenH3381, metH854 degenen, die in den kuilH953 nederdalenH3381; en alleH3605 bomenH6086 van EdenH5731, de keurH4005 en het besteH2896 van LibanonH3844, alleH3605 bomen, die waterH4325 drinkenH8354, troosttenH5162 zich in het ondersteH8482 der aardeH776. Van het geluid zijns vals deed Ik de heidenen beven, als Ik hem ter helle deed nederdalen, met degenen, die in den kuil nederdalen; en alle bomen van Eden, de keur en het beste van Libanon, alle bomen, die water drinken, troostten zich in het onderste der aarde.

KJV I made the nations4 to shake3 at the sound1 of his fall,2 when I cast him down5 to hell7 with them that descend9 into the pit:10 and all the trees15 of Eden,16 the choice17 and best18 of Lebanon,19 all that drink21 water,22 shall be comforted11 in the nether parts13 of the earth.

1 מִקּ֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 מַפַּלְתּוֹ֙ H4658 vals, val, aas carcase, fall, ruin 3 הִרְעַ֣שְׁתִּי H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 4 גוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 בְּהוֹרִדִ֥י H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 6 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׁא֖וֹלָה H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit 8 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 י֣וֹרְדֵי H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 10 ב֑וֹר H953 kuil, bornput, kuils cistern, dungeon, fountain, pit, well 11 וַיִּנָּ֨חֲמ֜וּ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 12 בְּאֶ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 תַּחְתִּית֙ H8482 onderste, onderste plaatsen, ondersten low (parts, -er, -er parts, -est), nether (part) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 עֲצֵי H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 16 עֵ֔דֶן H5731 Eden Eden 17 מִבְחַ֥ר H4005 keur, uitgelezen, keure choice(-st), chosen 18 וְטוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 19 לְבָנ֖וֹן H3844 Libanon Lebanon 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 שֹׁ֥תֵי H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 22 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Diezelve daalden ook met hem neder ter helle, tot de verslagenen van het zwaard; en die zijn arm geweest waren, die onder zijn schaduw in het midden der heidenen gezeten hadden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Diezelve daaldenH3381 ookH1571 metH854 hem nederH3381 ter helleH7585, tot de verslagenenH2491 van het zwaardH2719; en die zijn armH2220 geweest waren, die onder zijn schaduwH6738 in het middenH8432 der heidenenH1471 gezetenH3427 hadden. Diezelve daalden ook met hem neder ter helle, tot de verslagenen van het zwaard; en die zijn arm geweest waren, die onder zijn schaduw in het midden der heidenen gezeten hadden.

KJV They also went down4 into hell5 with him unto them that be slain7 with the sword;8 and they that were his arm,9 that dwelt10 under his shadow11 in the midst12 of the heathen.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 הֵ֗ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 אִתּ֛וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 4 יָרְד֥וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 5 שְׁא֖וֹלָה H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 חַלְלֵי H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 8 חָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 וּזְרֹע֛וֹ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 10 יָשְׁב֥וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 11 בְצִלּ֖וֹ H6738 schaduw, Schaduw, schaduwe defence, shade(-ow) 12 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 13 גּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Wien zijt gij alzo gelijk in heerlijkheid en grootheid, onder de bomen van Eden? Ja, gij zult nedergevoerd worden met de bomen van Eden, tot het onderste der aarde; in het midden der onbesnedenen zult gij liggen, met de verslagenen door het zwaard. Dat is Farao, en zijn ganse menigte, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WienH4310 zijt gij alzo gelijk in heerlijkheidH3519 en grootheidH1433, onder de bomenH6086 van EdenH5731? Ja, gij zult nedergevoerdH3381 worden metH854 de bomenH6086 van EdenH5731, tot het ondersteH8482 der aardeH776; in het middenH8432 der onbesnedenenH6189 zult gij liggenH7901, metH854 de verslagenenH2491 door het zwaardH2719. DatH1931 is FaraoH6547, en zijn ganseH3605 menigteH1995, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Wien zijt gij alzo gelijk in heerlijkheid en grootheid, onder de bomen van Eden? Ja, gij zult nedergevoerd worden met de bomen van Eden, tot het onderste der aarde; in het midden der onbesnedenen zult gij liggen, met de verslagenen door het zwaard. Dat is Farao, en zijn ganse menigte, spreekt de Heere HEERE.

KJV To whom art thou thus like3 in glory5 and in greatness6 among the trees7 of Eden?8 yet shalt thou be brought down9 with the trees11 of Eden12 unto the nether parts15 of the earth:14 thou shalt lie18 in the midst16 of the uncircumcised17 with them that be slain20 by the sword.21 This is Pharaoh23 and all his multitude,25 saith26 the Lord27 GOD.

1 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 מִ֨י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 3 דָמִ֥יתָ H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 4 כָּ֛כָה H3602 alzo, op deze wijze after that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus 5 בְּכָב֥וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 6 וּבְגֹ֖דֶל H1433 grootheid, grootsheid, grootte greatness, stout(-ness) 7 בַּעֲצֵי H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 עֵ֑דֶן H5731 Eden Eden 9 וְהוּרַדְתָּ֨ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 10 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 עֲצֵי H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 12 עֵ֜דֶן H5731 Eden Eden 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 תַּחְתִּ֗ית H8482 onderste, onderste plaatsen, ondersten low (parts, -er, -er parts, -est), nether (part) 16 בְּת֨וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 17 עֲרֵלִ֤ים H6189 onbesnedenen, onbesneden, voorhuid uncircumcised (person) 18 תִּשְׁכַּב֙ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 19 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 20 חַלְלֵי H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 21 חֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 22 ה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 23 פַרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 24 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 25 הֲמוֹנֹ֔ה H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 26 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 27 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 28 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 31:1 Ezechiël 30:20 Jeremia 52:5 Ezechiël 1:2
Ezechiël 31:2 Ezechiël 29:19 Ezechiël 31:18 Ezechiël 30:10 Jesaja 14:13 Nahum 3:8 Jeremia 1:5 Jeremia 1:17 Openbaring 10:11
Ezechiël 31:3 Jesaja 10:33 Daniël 4:10 Daniël 4:20 Richteren 9:15 Ezechiël 17:3 Ezechiël 17:22 Ezechiël 31:6 Nahum 3:1
Ezechiël 31:4 Openbaring 17:15 Openbaring 17:1 Ezechiël 17:5 Ezechiël 17:8 Jeremia 51:36 Spreuken 14:28
Ezechiël 31:5 Daniël 4:11 Ezechiël 17:5 Jesaja 10:8 Jesaja 37:11 Psalmen 37:35 Jesaja 36:18 Jesaja 36:4 Psalmen 1:3
Ezechiël 31:6 Ezechiël 17:23 Daniël 4:12 Mattheüs 13:32 Daniël 4:21
Ezechiël 31:8 Ezechiël 28:13 Genesis 13:10 Psalmen 80:10 Jesaja 51:3 Ezechiël 31:16 Genesis 2:8 Ezechiël 31:18 Psalmen 37:35
Ezechiël 31:9 Ezechiël 28:13 Jesaja 51:3 Genesis 13:10 Genesis 2:8 Ezechiël 16:14 Spreuken 27:4 1 Samuël 18:15 Ezechiël 31:16
Ezechiël 31:10 Ezechiël 28:17 Daniël 5:20 2 Kronieken 32:25 Job 11:11 Jesaja 14:13 Ezechiël 31:14 Mattheüs 23:12 Daniël 4:30
Ezechiël 31:11 Daniël 5:18 Deuteronomium 18:12 Nahum 3:18 Ezechiël 32:11 Ezechiël 21:31 1 Timotheüs 1:20 Jeremia 25:9 Ezechiël 23:28
Ezechiël 31:12 Ezechiël 28:7 Ezechiël 35:8 Habakuk 1:6 Ezechiël 30:11 Nahum 3:17 Daniël 4:12 Ezechiël 32:4 Openbaring 17:16
Ezechiël 31:13 Ezechiël 32:4 Ezechiël 29:5 Jesaja 18:6 Openbaring 19:17
Ezechiël 31:14 Ezechiël 26:20 Psalmen 82:7 Daniël 5:22 Ezechiël 31:18 Nehemia 13:18 Deuteronomium 21:21 2 Petrus 2:6 Ezechiël 32:18
Ezechiël 31:15 Nahum 2:8 Openbaring 18:18 Maleachi 3:4 Openbaring 18:9
Ezechiël 31:16 Jesaja 14:15 Jesaja 14:8 Ezechiël 26:15 Ezechiël 27:28 Habakuk 2:17 Hagai 2:7 Ezechiël 31:9 Ezechiël 31:18
Ezechiël 31:17 Ezechiël 31:6 Psalmen 9:17 Ezechiël 31:3 Markus 4:32 Nehemia 3:17 Ezechiël 30:6 Ezechiël 30:21 Klaagliederen 4:20
Ezechiël 31:18 Ezechiël 32:19 Ezechiël 32:21 Ezechiël 28:10 Jeremia 9:25 Ezechiël 31:2 Psalmen 52:7 Ezechiël 31:16 Mattheüs 13:19
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 31 vers 1

elfde jaar, Na de wegvoering van Jojachin; zie boven Ezech. 1:2 , enz.

Hertaald: elfde jaar, Namelijk na de wegvoering van Jojachin; zie hierboven Ezech. 1:2, enzovoort.

Ezechiël 31 vers 2

menigte Dat is, al zijn volk.

Hertaald: menigte Dat is: heel zijn volk.

Wien zijt gij gelijk Alsof God zeide: Beeldt gij u in dat er uws gelijke nooit geweest is en dat u derhalve niets kan deren? Let eens op den groten monarch van Assyrië, hoe die gevaren is, en maakt uwe rekening; vergelijk Jes. 23:13 .

Hertaald: Wien zijt gij gelijk Alsof God zei: verbeeldt u zich dat er nooit uws gelijke geweest is en dat u daarom niets kan deren? Let dan eens op de grote vorst van Assyrië, hoe het hem vergaan is, en maak uw rekening op; vergelijk Jes. 23:13.

Ezechiël 31 vers 3

Assur Dat is, de koning van Assyrië.

Hertaald: Assur Dat is: de koning van Assyrië.

een ceder op den Libanon, Dat is, was gelijk een cederboom; door deze ganse figuurlijke rede wordt beduid de grootheid, heerlijkheid en macht der Assyrische monarchie. Zie Richt. 9:15 ; vergelijk Ps. 80:11 ; boven Ezech. 17:3 , Ezech. 17:22-23 ; Dan. 4:10 , enz.

Hertaald: een ceder op den Libanon, Dat is: hij was als een ceder. Met deze hele beeldspraak wordt de grootheid, heerlijkheid en macht van het Assyrische rijk aangeduid. Zie Richt. 9:15; vergelijk Ps. 80:11; hierboven Ezech. 17:3, Ezech. 17:22-23; Dan. 4:10, enzovoort.

schaduwachtig van loof, Of, schaduwende, schaduw makende, [met zijne] struiken, of takken; idem een schaduwmakend woud, of bos, alzo het Hebreeuwse woord de betekenis heeft van woud en struiken, takken, of loof.

Hertaald: schaduwachtig van loof, Of: schaduw gevend met zijn struiken of takken; eveneens: een schaduwrijk woud of bos, aangezien het Hebreeuwse woord zowel woud als struiken, takken of loof kan betekenen.

stam, Gelijk boven Ezech. 17:6 .

Hertaald: stam, Zoals hierboven Ezech. 17:6.

Ezechiël 31 vers 4

wateren Dat is, de gelegenheid en toevloeiing, die Ik hem beschikte van alles wat tot wasdom van zijn staat mocht dienen; vergelijk boven Ezech. 17:5 , Ezech. 17:8 , en Ezech. 19:10 , enz. en onder vs.5, 7.

Hertaald: wateren Dat is: de gelegenheid en de toevloed die Ik hem beschikte van alles wat tot de groei van zijn rijk kon dienen; vergelijk hierboven Ezech. 17:5, Ezech. 17:8 en Ezech. 19:10 enzovoort, en hieronder vers 5 en 7.

maakten hem groot, Of, brachten, kweekten hem op.

Hertaald: maakten hem groot, Of: brachten hem groot, kweekten hem op.

de afgrond maakte hem hoog; Dat is, diepe wateren, grote diepten.

Hertaald: de afgrond maakte hem hoog; Dat is: diepe wateren, grote diepten.

die ging met zijn stromen rondom Afgrond, of diepte.

Hertaald: die ging met zijn stromen rondom Namelijk de afgrond of de diepte.

planting, Gelijk boven Ezech. 17:7 .

Hertaald: planting, Zoals hierboven Ezech. 17:7.

zond zijn waterleidingen uit Dat is, deelde van zijn overvloed anderen koningen mede, die minder waren dan hij, en door hem welvoeren.

Hertaald: zond zijn waterleidingen uit Dat is: hij deelde van zijn overvloed mee aan andere koningen die minder waren dan hij en die door hem welvarend werden.

Ezechiël 31 vers 5

grote wateren, Zie vs.4.

Hertaald: grote wateren, Zie vers 4.

uitschoot Zijne scheuten uitwierp en zich uitbreidde. Vergelijk boven Ezech. 17:6 ; of, als hij uitbotte, botten kreeg.

Hertaald: uitschoot Namelijk toen hij zijn scheuten uitwierp en zich uitbreidde. Vergelijk hierboven Ezech. 17:6; of: toen hij uitbotte en knoppen kreeg.

Ezechiël 31 vers 6

Alle vogelen des hemels Hebreeuws, alle vogels nestelden, en zo alle dieren wierpen jongen, of teelden: dat is, allerlei, of vele volken waren onder zijn gebied en heerschappij; alzo Dan. 4:12 .

Hertaald: Alle vogelen des hemels Hebreeuws: elke vogel nestelde, en zo wierp elk dier jongen of teelde voort; dat is: allerlei of veel volken stonden onder zijn gezag en heerschappij; zo ook Dan. 4:12.

schaduw Beschutting, of protectie nemende tot hem hunne toevlucht; vergelijk Ps. 91:1 ; alzo onder vs.17.

Hertaald: schaduw Namelijk beschutting of bescherming, waarbij zij tot hem hun toevlucht namen; vergelijk Ps. 91:1; zo ook hieronder vers 17.

Ezechiël 31 vers 8

cederen Dat is, de andere koningen en prinsen, hoewel ook groot en heerlijk zijnde, gelijk de cederen van een paradijs, gelijk het eerste was, konden zijn glans niet verdonkeren of verbergen; gelijk de zon het schijnsel van andere sterren bij dag verduistert, alzo verduisterde hij allen glans van anderen. Vergelijk boven Ezech. 28:13 , en onder vs.9, 16.

Hertaald: cederen Dat is: de andere koningen en vorsten konden, hoewel ook groot en heerlijk als de ceders van een paradijs zoals het eerste was, zijn glans niet verduisteren of verbergen. Zoals de zon overdag de schittering van andere sterren verduistert, zo verduisterde hij alle glans van anderen. Vergelijk hierboven Ezech. 28:13 en hieronder vers 9 en 16.

geen boom in Gods hof Hebreeuws, alle boom was niet, enz., dat is, geen boom was, enz. Zie 1 Kon. 11:34 ; alzo onder vs.14.

Hertaald: geen boom in Gods hof Hebreeuws: elke boom was niet, enzovoort; dat is: geen boom was, enzovoort. Zie 1 Kon. 11:34; zo ook hieronder vers 14.

Ezechiël 31 vers 10

gij u verheven hebt Dit kan men nemen voor ene aanspraak aan den Assyriër, van welken God terstond [gelijk elders] weder spreekt in den derden persoon; of als een afgebroken rede tot Farao, waarvan de voltrekking volgt onder vs.18. Alsof God zeide: Omdat gij u zo verheft, zie toch eens wat de Assyriër ook deed en hoe Ik hem daarover gestraft hebt, enz.

Hertaald: gij u verheven hebt Dit kan men opvatten als een aanspraak tot de Assyriër, over wie God meteen daarna (zoals elders) weer in de derde persoon spreekt; of als een afgebroken aanspraak tot Farao, waarvan het slot volgt in vers 18. Alsof God zei: omdat u zich zo verheft, kijk dan eens wat de Assyriër ook deed en hoe Ik hem daarom gestraft heb, enzovoort.

stam, Vergelijk vs.14.

Hertaald: stam, Vergelijk vers 14.

stak zijn top Hebreeuws, gaf; vergelijk [aangaande het gebruik van het Hebreeuwse woord, dat naar gelegenheid der zaken velerlei betekenissen lijdt] 2 Sam. 18:9 , en boven Ezech. 27:12 , enz.; alzo vs.14.

Hertaald: stak zijn top Hebreeuws: gaf; vergelijk (wat betreft het gebruik van het Hebreeuwse woord, dat naargelang de zaak allerlei betekenissen kan hebben) 2 Sam. 18:9 en hierboven Ezech. 27:12 enzovoort; zo ook vers 14.

midden der dichte takken, Hebreeuws alsof men zeide, de tussenheid; dat is, stak uit onder, en verhief zich boven andere koningen, heren, vorsten, enz. Vergelijk boven Ezech. 19:11 .

Hertaald: midden der dichte takken, In het Hebreeuws staat het alsof men zei: de tussenruimte; dat is: hij stak uit boven andere koningen, heren en vorsten en verhief zich boven hen, enzovoort. Vergelijk hierboven Ezech. 19:11.

Ezechiël 31 vers 11

machtigste der heidenen, In de macht van den koning van Babel, Berodach, of Merodach Baladan, en voorts Nebukadnezar, die de Assyrische monarchie [waarin Esarhaddon, Sanheribs zoon, voor de laatste koning gehouden wordt] tot de Babyloniërs overgebracht; zie 2 Kon. 19:37 , en van dien Berodach, 2 Kon. 20:12 .

Hertaald: machtigste der heidenen, Namelijk in de macht van de koning van Babel, Berodach of Merodach-Baladan, en vervolgens Nebukadnezar, die het Assyrische rijk (waarin Esar-Haddon, de zoon van Sanherib, voor de laatste koning gehouden wordt) op de Babyloniërs deed overgaan; zie 2 Kon. 19:37, en over die Berodach 2 Kon. 20:12.

die hem rechtschapen zou behandelen; Hebreeuws, doende zou hij het hem doen, of handelende met hem handelen, of deed, handelde hij met hem, gelijk sommigen; enigen verklaren deze manier van spreken aldus, naar zijn verdienste, of naar zijn welgevallen, naar behoren.

Hertaald: die hem rechtschapen zou behandelen; Hebreeuws: doende zou hij het hem doen, of: handelende met hem handelen, of: hij deed en handelde met hem, zoals sommigen menen. Sommigen verklaren deze manier van spreken zo: naar zijn verdienste, of: naar zijn welgevallen, naar behoren.

Ezechiël 31 vers 12

tirannigste der heidenen, Gelijk boven Ezech. 28:7 . Hier volgt een figuurlijke beschrijving van den ondergang der Assyrische monarchie.

Hertaald: tirannigste der heidenen, Zoals hierboven Ezech. 28:7. Hier volgt een beeldende beschrijving van de ondergang van het Assyrische rijk.

zijn takken vielen op de bergen Gelijk in het grote nederlagen overal, op bergen en in dalen vol van verslagenen en plundering placht te zijn.

Hertaald: zijn takken vielen op de bergen Zoals het bij grote nederlagen overal, op de bergen en in de dalen, vol pleegt te liggen van verslagenen en buit.

des lands; Of, der aarde.

Hertaald: des lands; Of: van de aarde.

Ezechiël 31 vers 13

vogelen des hemels Hebreeuws, allen vogel, alle dier, enz. Gelijk boven vs.6.

Hertaald: vogelen des hemels Hebreeuws: elke vogel, elk dier, enzovoort. Zoals hierboven vers 6.

omgevallen stam, Of, gevallenen. Hebreeuws, val; dat is, de andere volken namen zijn rijk in, bezaten het en spotten met hem.

Hertaald: omgevallen stam, Of: gevallene. Hebreeuws: val; dat is: de andere volken namen zijn rijk in, bezaten het en spotten met hem.

Ezechiël 31 vers 14

geen waterrijke bomen verheffen Hebreeuws, alle bomen der wateren, of der wateren zich niet, enz. Vergelijk boven vs.8, en zo in het volgende. De zin is dat God dit voorbeeld aan dien groten monarch heeft willen stellen, tot een waarschuwing van alle groten en machtigen op aarde, en hier voornamelijk voor Farao, opdat zich niemand tegen Hem verhovaardige en goddeloos worde, om niet door gelijke zonden in gelijke straffen te vallen, die hij met geen menselijke macht zal kunnen afweren.

Hertaald: geen waterrijke bomen verheffen Hebreeuws: alle bomen van de wateren, of van de wateren, zich niet, enzovoort. Vergelijk hierboven vers 8, en zo ook in het vervolg. De betekenis is dat God dit voorbeeld aan die grote vorst heeft willen stellen als waarschuwing voor alle groten en machtigen op aarde, en hier vooral voor Farao, opdat niemand zich tegen Hem zou verheffen en goddeloos zou worden en zo door dezelfde zonden in dezelfde straffen zou vallen, die hij met geen enkele menselijke macht zal kunnen afweren.

boven het midden der dichte takken, Gelijk boven vs.10.

Hertaald: boven het midden der dichte takken, Zoals hierboven vers 10.

drinken, Dat is, met allen overvloed door mijn zegen vervuld zijn en geen gebrek lijden. Alzo vs.16. Vergelijk boven vs.4, 8.

Hertaald: drinken, Dat is: met alle overvloed door Mijn zegen vervuld zijn en geen gebrek lijden. Zo ook vers 16. Vergelijk hierboven vers 4 en 8.

op zichzelven staan Deze manier van spreken is ook in onze taal gebruikelijk, voor op zichzelven vertrouwen, of het hoofd stoutelijk op en omhoog steken, waarvan het tegendeel is nederig voor God te wandelen. Vergelijk de manier van spreken onder Ezech. 33:26 .

Hertaald: op zichzelven staan Deze manier van spreken is ook in onze taal gebruikelijk voor: op zichzelf vertrouwen, of: het hoofd overmoedig omhoogsteken. Het tegendeel daarvan is nederig voor God wandelen. Vergelijk de uitdrukking hieronder Ezech. 33:26.

onderste der aarde, Hebreeuws, de onderste aarde, of de aarde die beneden is. Alzo vs.10, 18.

Hertaald: onderste der aarde, Hebreeuws: de onderste aarde, of: de aarde die beneden is. Zo ook vers 10 en 18.

mensenkinderen, Dat is, onder de gemene, of slechte lieden. Zie Ps. 4:3 .

Hertaald: mensenkinderen, Dat is: onder de gewone of geringe mensen. Zie Ps. 4:3.

Ezechiël 31 vers 15

helle nederdaalde, Zie van het Hebreeuwse woord Scheol Gen. 37:35 ; alzo vs.16-18, en onder Ezech. 32:21-22 , en het volgende aldaar. Uit vergelijking van welke plaatsen [gelijk ook vs.14] blijkt dat het hier genomen wordt voor het graf, met den aanklevenden ellendigen en smadelijken toestand der verstorven goddelozen in de hel.

Hertaald: helle nederdaalde, Zie over het Hebreeuwse woord scheol Gen. 37:35; zo ook vers 16-18, en hieronder Ezech. 32:21-22 en het vervolg daar. Uit de vergelijking van die plaatsen (evenals vers 14) blijkt dat het hier opgevat wordt als het graf, met de daaraan verbonden ellendige en smadelijke toestand van de gestorven goddelozen in de hel.

maakte Ik een treuren; Dit is een figuurlijke beschrijving van den algemenen schrik, dien God door dit zijn oordeel over de Assyriërs gemaakt heeft bij al de groten en de volken, die door zijn rijkdom [gelijk boven] waren welgevaren. Vergelijk boven Ezech. 27:29 , en de volgende verzen aldaar.

Hertaald: maakte Ik een treuren; Dit is een beeldende beschrijving van de algemene schrik die God door dit oordeel over de Assyriërs teweeggebracht heeft bij alle groten en volken die door zijn rijkdom (zoals hierboven) welvarend geworden waren. Vergelijk hierboven Ezech. 27:29 en de volgende verzen daar.

bedekte om zijnentwil Dat is, Ik stelde hem in zulk een stand, dat hij was alsof hij rouw bedreef; [alzo onder bewonden ]. Zie 2 Sam. 15:30 .

Hertaald: bedekte om zijnentwil Dat is: Ik bracht hem in zo'n toestand dat het was alsof hij rouw bedreef (zo ook hieronder: bewonden). Zie 2 Sam. 15:30.

afgrond, Zie boven vs.4.

Hertaald: afgrond, Zie hierboven vers 4.

weerde de stromen van dien, Ik onttrok mijn tijdelijken zegen.

Hertaald: weerde de stromen van dien, Namelijk: Ik onttrok Mijn tijdelijke zegen.

zwart, Alsof alle cederen [dat is, groten] in rouw stonden; zie Ps. 35:14 .

Hertaald: zwart, Alsof alle ceders, dat is: alle groten, in de rouw stonden; zie Ps. 35:14.

Ezechiël 31 vers 16

Eden, Zie boven vs.8,9.

Hertaald: Eden, Zie hierboven vers 8 en 9.

drinken, Gelijk boven vs.14.

Hertaald: drinken, Zoals hierboven vers 14.

troostten zich Figuurlijk gesproken, alsof men zeide: het viel hun troostelijk, dat zij zulk een groten metgezel in hun lijden hadden. Vergelijk Jes. 14:8-10 , met de aantekening; idem, boven Ezech. 14:22 , en Ezech. 16:54 , en onder Ezech. 32:31 , enz.

Hertaald: troostten zich Beeldend gesproken, alsof men zei: het viel hun tot troost dat zij zo'n grote lotgenoot in hun lijden hadden. Vergelijk Jes. 14:8-10 met de aantekening; eveneens hierboven Ezech. 14:22 en Ezech. 16:54, en hieronder Ezech. 32:31, enzovoort.

Ezechiël 31 vers 17

arm geweest waren, Dat is sterkte, die hem gestijfd en gesteund hadden, of aldus, met zijn arm; [dat is, zijn koninkrijk] onder welks schaduw zij, enz.

Hertaald: arm geweest waren, Dat is: zij die zijn sterkte waren en hem gesteund hadden. Of aldus: met zijn arm, dat is: zijn koninkrijk, onder wiens schaduw zij, enzovoort.

schaduw Gelijk boven vs.6.

Hertaald: schaduw Zoals hierboven vers 6.

Ezechiël 31 vers 18

gij alzo gelijk O Farao, gij die meent dat uws gelijke niet zij. Zie boven vs.2.

Hertaald: gij alzo gelijk Namelijk u, Farao, die meent dat uws gelijke er niet is. Zie hierboven vers 2.

onbesnedenen zult gij liggen, Zie boven Ezech. 28:10 .

Hertaald: onbesnedenen zult gij liggen, Zie hierboven Ezech. 28:10.

Dat is Faraö, Alsof God zeide: Zie daar een levendig beeld van dezen trotsen koning Farao; even zo vast en zeker is zijn staat als van den Assyriër, er alzo zal hij met al zijn hoogmoed varen.

Hertaald: Dat is Faraö, Alsof God zei: zie daar een levendig beeld van deze trotse koning Farao; zijn staat is even vast en zeker als die van de Assyriër, en zo zal het hem met al zijn hoogmoed vergaan.

menigte, Versta dit van rijkdom, of volk; of met al zijn gewoel, rumoer of gedruis. Zie boven Ezech. 29:19 .

Hertaald: menigte, Versta dit van zijn rijkdom of zijn volk, of: met al zijn gewoel, rumoer of gedruis. Zie hierboven Ezech. 29:19.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de volken  — de opzet van het middendeel van dit boek, waarin de buurvolken aan de beurt komen (Ezech. 25:1-17)

"Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve" (Ezech. 25:2). Met die opdracht begint een reeks die tot het einde van Ezech. 32 doorloopt. De volgorde is: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen in dit hoofdstuk, daarna Tyrus, dat drie hoofdstukken krijgt (Ezech. 26:2), vervolgens Sidon (Ezech. 28:21) en ten slotte Egypte, dat er vier krijgt (Ezech. 29:2). In de vier korte woorden van dit hoofdstuk keert telkens dezelfde zin terug: "gij zult weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:5,7), en bij Moab en de Filistijnen: "zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:11,17).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze reeks staat. Zij komt na het bericht dat de belegering begonnen is en vóór het bericht dat de stad gevallen is. Terwijl Jeruzalem valt, hoort het volk dat de HEERE ook over de buurvolken gaat. Let vervolgens op wat die volken verweten wordt. Niet hun afgoderij en niet hun zeden, maar hun houding tegenover Israël op de dag van de val: leedvermaak, gejuich en wraak. Let ten slotte op de toon. Die is bij Jesaja vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Dezelfde reeks staat bij Jeremia, en zij is daar op dezelfde wijze samengenomen (reeds behandeld bij Jer. 46:1-2).

Typologie: De psalm zegt in één zin wat deze hoofdstukken breed uitwerken: "Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen" (Ps. 22:29). En Paulus zegt in Athene dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij hun tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26).

Ezech. 25:1-17; Ezech. 26:2; Ezech. 28:21; Ezech. 29:2; Jes. 15:5; Jer. 46:1-2; Ps. 22:29; Hand. 17:26

De ceder van Assur  — Egypte krijgt op zijn vraag een andere geschiedenis te zien (Ezech. 31:1-18)

Het hoofdstuk begint met een vraag aan Farao: "Wien zijt gij gelijk in uw grootheid?" (Ezech. 31:2). Het antwoord bestaat uit een geschiedenis: "Zie, Assur was een ceder op den Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam" (Ezech. 31:3). Die boom werd zo groot dat alle vogels van de hemel in zijn takken nestelden en alle grote volken in zijn schaduw zaten (Ezech. 31:6). En er staat bij wie hem zo gemaakt heeft: "Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijner takken" (Ezech. 31:9). Dan komt de omslag, en met de reden erbij: "Omdat gij u verheven hebt over uw stam, ja, hij stak zijn top op boven het midden der dichte takken, en zijn hart verhief zich over zijn hoogte" (Ezech. 31:10). Het slot laat geen misverstand: "Dat is Farao, en zijn ganse menigte" (Ezech. 31:18).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe deze vraag beantwoord wordt. Farao vraagt naar zijn eigen grootheid en krijgt de geschiedenis van een ander rijk te horen. Dat is een oude manier van onderwijzen: laat iemand zichzelf herkennen in een verhaal dat over een ander gaat. Let vervolgens op Ezech. 31:9. God zegt dat Hij die boom zo schoon gemaakt heeft; de grootheid zelf is dus geen aanklacht. Wat misging staat in het vers erna, en het zit niet in de hoogte maar in het hart dat zich over die hoogte verhief. Let ten slotte op het verschil met het takje eerder in dit boek (reeds behandeld bij Ezech. 17:22-24). Ook daar wonen de vogels in de takken, maar daar plant God zelf het kleinste twijgje en maakt het groot; hier valt de hoogste boom om. Beide bomen hebben dezelfde vogels; het verschil ligt in wie geplant heeft.

Typologie: Daniël gebruikt hetzelfde beeld voor Nebukadnezar: de boom die tot aan de hemel reikte en waarin de vogels nestelden, en dan het woord "Dat zijt gij, o koning!" (Dan. 4:20-22). En de Heere Jezus geeft de regel in één zin: "een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden" (Luk. 14:11).

Ezech. 31:1-18; Ezech. 17:22-24; Dan. 4:20-22; Luk. 14:11

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 31

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content