Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVThe word2of the LORD3came again unto me, saying,
2Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121! profeteerH5012, en zegH559: ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: HuiltH3213: AchH1929 die dagH3117!Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag!
3Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3WantH3588 de dagH3117 is nabijH7138, ja, de dagH3117 des HEERENH3068 is nabijH7138, een wolkigeH6051dagH3117, het zal der heidenenH1471tijdH6256zijnH1961.Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.
KJVFor the day3is near,2even the day5of the LORD6is near,4a cloudy8day;7it shall be the time9of the heathen.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2קָר֣וֹבH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)3י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4וְקָר֥וֹבH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)5י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8עָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)9עֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when10גּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11יִֽהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
4En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En het zwaardH2719 zal komenH935 in EgypteH4714, en er zal grote smartH2479zijnH1961 in MorenlandH3568, als de verslagenenH2491 zullen vallenH5307 in EgypteH4714; want zij zullen derzelver menigteH1995wegnemenH3947, en haar fondamentenH3247 zullen verbrokenH2040 worden.En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.
KJVAnd the sword2shall come1upon Egypt,3and great pain5shall be in Ethiopia,6when the slain8shall fall7in Egypt,9and they shall take away10her multitude,11and her foundations13shall be broken down.
1וּבָאָ֥הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2חֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool3בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4וְהָיְתָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5חַלְחָלָה֙H2479smart, krankheid(great, much) pain6בְּכ֔וּשׁH3568Morenland, Cusch, MorenChush, Cush, Ethiopia7בִּנְפֹ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down8חָלָ֖לH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded9בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10וְלָקְח֣וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11הֲמוֹנָ֔הּH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult12וְנֶהֶרְס֖וּH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly13יְסוֹדֹתֶֽיהָH3247bodem, fondamenten, grondbottom, foundation, repairing
5Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5MorenlandH3568, en PutH6316, en LudH3865, en alH3605 de gemengdeH6153 hoop, en CubH3552, en de kinderenH1121 van het landH776 des verbondsH1285 zullen metH854 hen vallenH5307 door het zwaardH2719.Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.
KJVEthiopia,1and Libya,2and Lydia,3and all the mingledpeople, and Chub,6and the men7of the land8that is in league,9shall fall12with them by the sword.
1כּ֣וּשׁH3568Morenland, Cusch, MorenChush, Cush, Ethiopia2וּפ֤וּטH6316Put, PuteersPhut, Put3וְלוּד֙H3865Lud, LydiersLud, Lydia4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעֶ֣רֶבH6154inslag, vermengd, vermengelingArabia, mingled people, mixed (multitude), woof6וְכ֔וּבH3552CubChub7וּבְנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9הַבְּרִ֑יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league10אִתָּ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11בַּחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool12יִפֹּֽלוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Ja, zij zullen vallenH5307, die EgypteH4714ondersteunenH5564, en de hovaardijH1347 harer sterkteH5797 zal nederdalenH3381; van den torenH4024 van SyeneH5482 af zullen zij daarin door het zwaardH2719vallenH5307, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.
KJVThus saith2the LORD;3They also that uphold5Egypt6shall fall;4and the pride8of her power9shall come down:7from the tower10of Syene11shall they fall13in it by the sword,12saith15the Lord16GOD.
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וְנָֽפְלוּ֙H5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5סֹמְכֵ֣יH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain6מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7וְיָרַ֖דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down8גְּא֣וֹןH1347hovaardij, hoogmoed, heerlijkheidarrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling9עֻזָּ֑הּH5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong10מִמִּגְדֹּ֣לH4024Migdol, toren, TorenMigdol, tower11סְוֵנֵ֗הH5482SyeneSyene12בַּחֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool13יִפְּלוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down14בָ֔הּ15נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith16אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord17יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
7En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En zij zullen verwoestH8074 worden in het middenH8432 der verwoeste landenH776; en haar stedenH5892 zullen zijnH1961 in het middenH8432 der verwoeste stedenH5892.En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.
Ook in dit vers
verwoesteH2717
verwoesteH8074
KJVAnd they shall be desolate1in the midst2of the countries3that are desolate,4and her cities5shall be in the midst6of the cities7that are wasted.
8En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, als Ik een vuurH784 in EgypteH4714 zal hebben gelegdH5414, en alH3605 haar helpersH5826 zullen verbrokenH7665 worden.En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.
KJVAnd they shall know1that I am the LORD,4when I have set5a fire6in Egypt,7and when all her helpers10shall be destroyed.
1וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בְּתִתִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֵ֣שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot7בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8וְנִשְׁבְּר֖וּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עֹזְרֶֽיהָH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour
9Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Te dien dageH3117 zullen er bodenH4397 van voor Mijn aangezichtH6440 in schepenH6716uitvarenH3318, om het zorgelozeH983MorenlandH3568 te verschrikkenH2729; en er zal grote smartH2479 bij hen zijnH1961, als in den dagH3117 van EgypteH4714; wantH3588zietH2009, het komtH935 aan!Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!
KJVIn that day1shall messengers4go forth3from me5in ships6to make the careless10Ethiopians9afraid,7and great pain12shall come upon them, as in the day14of Egypt:15for, lo, it cometh.
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יֵצְא֨וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4מַלְאָכִ֤יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5מִלְּפָנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6בַּצִּ֔יםH6716schepen, schipship7לְהַחֲרִ֖ידH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כּ֣וּשׁH3568Morenland, Cusch, MorenChush, Cush, Ethiopia10בֶּ֑טַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely11וְהָיְתָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12חַלְחָלָ֤הH2479smart, krankheid(great, much) pain13בָהֶם֙14בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17הִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see18בָּאָֽהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
10Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ja, Ik zal de menigteH1995 van EgypteH4714 doen ophoudenH7673, door de handH3027 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894.Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.
KJVThus saith2the Lord3GOD;4I will also make the multitude7of Egypt8to cease5by the hand9of Nebuchadrezzar10king11of Babylon.
1כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5וְהִשְׁבַּתִּי֙H7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הֲמ֣וֹןH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult8מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10נְבוּכַדְרֶאצַּ֥רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar11מֶלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12בָּבֶֽלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon
11Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Hij, en zijn volkH5971metH854 hem, de tirannigsteH6184 der heidenenH1471 zullen aangevoerdH935 worden, om het landH776 te verdervenH7843; en zij zullen hun zwaardenH2719tegenH5921EgypteH4714uittrekkenH7324, en het landH776 met verslagenenH2491vervullenH4390.Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.
KJVHe and his people2with him, the terrible4of the nations,5shall be brought6to destroy7the land:8and they shall draw9their swords10against Egypt,12and fill13the land15with the slain.
1ה֠וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2וְעַמּ֤וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אִתּוֹ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4עָרִיצֵ֣יH6184tirannen, tirannigste, tiranmighty, oppressor, in great power, strong, terrible, violent5גוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6מֽוּבָאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7לְשַׁחֵ֣תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)8הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9וְהֵרִ֤יקוּH7324uittrekken, afgieten, breng[idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out)10חַרְבוֹתָם֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13וּמָלְא֥וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16חָלָֽלH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded
12En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Ik zal de rivierenH2975 tot droogteH2724 maken, en het landH776verkopenH4376 in de handH3027 der bozenH7451; en Ik zal het landH776 met zijn volheidH4393verwoestenH8074 door de handH3027 der vreemdenH2114: IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696.En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.
KJVAnd I will make1the rivers2dry,3and sell4the land6into the hand7of the wicked:8and I will make the land10waste,9and all that is therein,11by the hand12of strangers:13I the LORD15have spoken
13Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ik zal ook de drekgodenH1544verdoenH6, en de nietige afgodenH457 doen ophoudenH7673 uit NofH5297; en er zal geenH3808vorstH5387meerH5750zijnH1961 uit EgyptelandH776; en Ik zal een vrezeH3374 in EgyptelandH776stellenH5414.Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.
KJVThus saith2the Lord3GOD;4I will also destroy5the idols,6and I will cause their images8to cease7out of Noph;9and there shall be no more a prince10of the land11of Egypt:12and I will put16a fear17in the land18of Egypt.
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5וְהַאֲבַדְתִּ֨יH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee6גִלּוּלִ֜יםH1544drekgodenidol7וְהִשְׁבַּתִּ֤יH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away8אֱלִילִים֙H457afgoden, nietige, nietige afgodenidol, no value, thing of nought9מִנֹּ֔ףH5297NofNoph10וְנָשִׂ֥יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour11מֵאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)16וְנָתַתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17יִרְאָ֖הH3374vreze, vrees, vrezen[idiom] dreadful, [idiom] exceedingly, fear(-fulness)18בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
14En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En Ik zal PathrosH6624verwoestenH8074, en een vuurH784leggenH5414 in ZoanH6814; en Ik zal gerichtenH8201oefenenH6213 in NoH4996.En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No.
KJVAnd I will make Pathros3desolate,1and will set4fire5in Zoan,6and will execute7judgments8in No.
1וַהֲשִׁמֹּתִי֙H8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3פַּתְר֔וֹסH6624PathrosPathros4וְנָתַ֥תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot6בְּצֹ֑עַןH6814ZoanZoan7וְעָשִׂ֥יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8שְׁפָטִ֖יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment9בְּנֹֽאH4996NoNo. Compare H528 (אָמוֹן)
15En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En Ik zal Mijn grimmigheidH2534uitgietenH8210overH5921SinH5512, de sterkteH4581 van EgypteH4714; en Ik zal de menigteH1995 van NoH4996uitroeienH3772.En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien.
KJVAnd I will pour1my fury2upon Sin,4the strength5of Egypt;6and I will cut off7the multitude9of No.
1וְשָׁפַכְתִּ֣יH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip2חֲמָתִ֔יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4סִ֖יןH5512SinSin5מָע֣וֹזH4581sterkte, Sterkte, Sterkheidforce, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold)6מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7וְהִכְרַתִּ֖יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הֲמ֥וֹןH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult10נֹֽאH4996NoNo. Compare H528 (אָמוֹן)
16En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En Ik zal een vuurH784 in EgypteH4714leggenH5414; SinH5512 zal zeer grote pijnH2342 hebben, en NoH4996 zal gespletenH1234 worden, en NofH5297 zal dagelijksH3119 zeer bangH6862zijnH1961.En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.
KJVAnd I will set1fire2in Egypt:3Sin6shall have great4pain,5and No7shall be rent asunder,9and Noph10shall have distresses11daily.
1וְנָתַ֤תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot3בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4ח֤וּלH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded5תָּחוּל֙H2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded6סִ֔יןH5512SinSin7וְנֹ֖אH4996NoNo. Compare H528 (אָמוֹן)8תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לְהִבָּקֵ֑עַH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win10וְנֹ֖ףH5297NofNoph11צָרֵ֥יH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble12יוֹמָֽםH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)
17De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17De jongelingenH970 van AvenH206 en PibesethH6364 zullen door het zwaardH2719vallenH5307, en de dochters zullen gaanH3212 in de gevangenisH7628.De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis.
KJVThe young men1of Aven2and of Pibeseth3shall fall6by the sword:5and these cities shall go9into captivity.
1בַּח֥וּרֵיH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole2אָ֛וֶןH206AvenAven. See also H204 (אוֹן), H1007 (בֵּית אָוֶן)3וּפִיH6364PibesethPi-beseth4בֶ֖סֶתH6364PibesethPi-beseth5בַּחֶ֣רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool6יִפֹּ֑לוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down7וְהֵ֖נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein8בַּשְּׁבִ֥יH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken9תֵלַֽכְנָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
18En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En te TachpanhesH8471 zal de dagH3117verduisterdH2821 worden, als Ik hetH1931jukH4133 van EgypteH4714aldaarH8033 zal verbrekenH7665, en de hovaardijH1347 harer sterkteH5797 in haar zal ophoudenH7673; haar zal een wolkH6051bedekkenH3680, en haar dochtersH1323 zullen gaanH3212 in de gevangenisH7628.En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.
KJVAt Tehaphnehes1also the day3shall be darkened,2when I shall break4there the yokes7of Egypt:8and the pomp11of her strength12shall cease9in her:13as for her, a cloud14shall cover15her, and her daughters16shall go18into captivity.
1וּבִֽתְחַפְנְחֵס֙H8471TachpanhesTahapanes, Tahpanhes, Tehaphnehes2חָשַׂ֣ךְH2821verduisterd, duister, verduistertbe black, be (make) dark, darken, cause darkness, be dim, hide3הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4בְּשִׁבְרִיH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))5שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֹט֣וֹתH4133juk, jukken, disselbomenbands, heavy, staves, yoke8מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וְנִשְׁבַּתH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away10בָּ֖הּ11גְּא֣וֹןH1347hovaardij, hoogmoed, heerlijkheidarrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling12עֻזָּ֑הּH5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong13הִ֚יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14עָנָ֣ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)15יְכַסֶּ֔נָּהH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)16וּבְנוֹתֶ֖יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village17בַּשְּׁבִ֥יH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken18תֵלַֽכְנָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
19Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Alzo zal Ik gerichtenH8201oefenenH6213 in EgypteH4714; en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVThus will I execute1judgments2in Egypt:3and they shall know4that I am the LORD.
1וְעָשִׂ֥יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׁפָטִ֖יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment3בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
20Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Ook gebeurdeH1961 het in het elfdeH259jaarH8141, in de eersteH7223maandH2320, op den zevendenH7651 der maand, dat het woordH1697 des HEERENH3068totH413 mij geschieddeH1961, zeggendeH559:Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
KJVAnd it came to pass in the eleventh2year,4in the first5month, in the seventh6day of the month,7that the word9of the LORD10came unto me, saying,
21Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21MensenkindH1121! Ik heb den armH2220 van FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, verbrokenH7665; en zietH2009, hij zal nietH3808verbondenH2280 worden, met pleistersH7499 op te leggenH5414, met een windeldoekH2848 aan te doen, om dien te verbindenH2280, om dien te sterkenH2388, dat hij het zwaardH2719houdeH8610.Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.
KJVSon1of man,2I have broken8the arm4of Pharaoh5king6of Egypt;7and, lo, it shall not be bound up11to be healed,13to put14a roller15to bind16it, to make it strong17to hold18the sword.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4זְר֛וֹעַH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength5פַּרְעֹ֥הH6547FaraoPharaoh6מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8שָׁבָ֑רְתִּיH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))9וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11חֻ֠בְּשָׁהH2280verbinden, zadelde, verbindtbind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about12לָתֵ֨תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13רְפֻא֜וֹתH7499medicijnen, pleistersheal(-ed), medicine14לָשׂ֥וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work15חִתּ֛וּלH2848windeldoekroller16לְחָבְשָׁ֥הּH2280verbinden, zadelde, verbindtbind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about17לְחָזְקָ֖הּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand18לִתְפֹּ֥שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take19בֶּחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
22Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22DaaromH3651zegtH559 de HeereH136HEEREH3069 alzo: ZietH2005, Ik wil aanH413FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, en zal zijn armenH2220verbrekenH7665, beide den sterkenH2389 en den verbrokenenH7665; en Ik zal het zwaardH2719 uit zijn handH3027 doen vallenH5307.Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Behold, I am against Pharaoh8king9of Egypt,10and will break11his arms,13the strong,15and that which was broken;17and I will cause the sword20to fall18out of his hand.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהֹוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הִנְנִי֙H2005ziet, ziebehold, if, lo, though7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8פַּרְעֹ֣הH6547FaraoPharaoh9מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11וְשָֽׁבַרְתִּי֙H7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13זְרֹ֣עֹתָ֔יוH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַחֲזָקָ֖הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַנִּשְׁבָּ֑רֶתH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))18וְהִפַּלְתִּ֥יH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool21מִיָּדֽוֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
23En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En Ik zal de EgyptenaarsH4714verstrooienH6327 onder de heidenenH1471, en zal hen verspreidenH2219 in de landenH776.En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
KJVAnd I will scatter1the Egyptians3among the nations,4and will disperse5them through the countries.
1וַהֲפִצוֹתִ֥יH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4בַּגּוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְזֵרִיתִ֖םH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow6בָּאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
24En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En Ik zal de armenH2220 des koningsH4428 van BabelH894sterkenH2388, en Mijn zwaardH2719 in zijn handH3027gevenH5414; maar FaraoH6547's armenH2220 zal Ik verbrekenH7665, dat hij voor zijn aangezichtH6440 zal kermenH5008, gelijk een dodelijk verwondeH2491kermtH5009.En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.
KJVAnd I will strengthen1the arms3of the king4of Babylon,5and put6my sword8in his hand:9but I will break10Pharaoh's13arms,12and he shall groan14before17him with the groanings15of a deadly wounded
1וְחִזַּקְתִּ֗יH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זְרֹעוֹת֙H2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon6וְנָתַתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חַרְבִּ֖יH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9בְּיָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10וְשָׁבַרְתִּי֙H7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12זְרֹע֣וֹתH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength13פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh14וְנָאַ֛קH5008kermen, zuchtengroan15נַאֲק֥וֹתH5009gekerm, kermt, zuchtensgroaning16חָלָ֖לH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded17לְפָנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
25Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Ja, Ik zal de armenH2220 des koningsH4428 van BabelH894sterkenH2388, maar FaraoH6547's armenH2220 zullen daarhenen vallenH5307; en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, als Ik Mijn zwaardH2719 in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894 zal hebben gegevenH5414, en hij datzelve over EgyptelandH776 zal hebben uitgestrektH5186.Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.
KJVBut I will strengthen1the arms3of the king4of Babylon,5and the arms6of Pharaoh7shall fall down;8and they shall know9that I am the LORD,12when I shall put13my sword14into the hand15of the king16of Babylon,17and he shall stretch it out18upon the land21of Egypt.
1וְהַחֲזַקְתִּ֗יH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זְרֹעוֹת֙H2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon6וּזְרֹע֥וֹתH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength7פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh8תִּפֹּ֑לְנָהH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down9וְֽיָדְע֞וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בְּתִתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14חַרְבִּי֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool15בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon18וְנָטָ֥הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield19אוֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world22מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
26En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En Ik zal de EgyptenaarsH4714verstrooienH6327 onder de heidenenH1471, en zal hen verspreidenH2219 in de landenH776; alzo zullen zij wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd I will scatter1the Egyptians3among the nations,4and disperse5them among the countries;7and they shall know8that I am the LORD.
1וַהֲפִצוֹתִ֤יH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְזֵרִיתִ֥יH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow6אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בָּאֲרָצ֑וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
De granietgroeve van Sevene (Aswan)De beroemde granietgroeven bij Sevene, de zuidgrens van Egypte in Ezechiëls oordeelsprofetie "van Migdol af tot Sevene toe".
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 30:2— Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag!Jesaja 13:6→Ezechiël 21:12→Jesaja 15:2→Joël 1:5→Joël 1:11→Jeremia 47:2→Sefanja 1:11→Jeremia 4:8→
Ezechiël 30:3— Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.Ezechiël 30:18→Ezechiël 7:12→Ezechiël 34:12→Ezechiël 7:7→Obadja 1:15→Ezechiël 32:7→Sefanja 1:7→Openbaring 6:17→
Ezechiël 30:4— En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.Ezechiël 29:19→Ezechiël 29:8→Jesaja 16:7→Jesaja 19:2→Ezechiël 30:9→Openbaring 18:9→Psalmen 48:6→Exodus 15:14→
Ezechiël 30:5— Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.Jeremia 25:20→Ezechiël 27:10→Jeremia 25:24→Jeremia 50:37→Jeremia 46:9→Nahum 3:8→Jesaja 20:4→Jesaja 18:1→
Ezechiël 30:6— Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 29:10→Jesaja 20:3→Nahum 3:9→Job 9:13→Jesaja 31:3→
Ezechiël 30:7— En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.Ezechiël 29:12→Jeremia 25:18→Jeremia 46:1→Ezechiël 32:18→
Ezechiël 30:8— En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.Ezechiël 29:6→Ezechiël 29:9→Amos 1:14→Ezechiël 29:16→Psalmen 58:11→Amos 1:7→Amos 1:12→Ezechiël 22:31→
Ezechiël 30:9— Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!Jesaja 18:1→Jesaja 23:5→Ezechiël 32:9→Jesaja 19:17→Ezechiël 38:11→Ezechiël 39:6→Jesaja 47:8→Jesaja 20:5→
Ezechiël 30:10— Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.Ezechiël 29:19→Ezechiël 30:24→Ezechiël 29:4→Ezechiël 32:11→
Ezechiël 30:11— Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.Ezechiël 28:7→Jesaja 34:3→Ezechiël 32:12→Jesaja 14:4→Ezechiël 39:11→Ezechiël 39:4→Deuteronomium 28:50→Jeremia 51:20→
Ezechiël 30:12— En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.Ezechiël 29:3→Ezechiël 29:9→Nahum 1:4→Jeremia 51:36→Ezechiël 28:10→Jesaja 44:27→Jeremia 50:38→Richteren 2:14→
Ezechiël 30:13— Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.Zacharia 10:11→Jeremia 46:14→Jeremia 2:16→Jeremia 43:12→Hosea 9:6→Jesaja 19:1→Jeremia 46:25→Zacharia 13:2→
Ezechiël 30:14— En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No.Ezechiël 29:14→Jeremia 46:25→Psalmen 78:43→Psalmen 78:12→Jesaja 19:11→Nahum 3:8→Numeri 13:22→Jesaja 30:4→
Ezechiël 30:15— En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien.Psalmen 11:6→Openbaring 16:1→Nahum 1:6→
Ezechiël 30:16— En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.Ezechiël 30:8→Ezechiël 28:18→
Ezechiël 30:17— De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis.Genesis 41:45→
Ezechiël 30:18— En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.Ezechiël 30:3→Jesaja 10:27→Jeremia 2:16→Jesaja 14:11→Jesaja 19:1→Jesaja 9:4→Joël 3:15→Leviticus 26:13→
Ezechiël 30:19— Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 30:14→Psalmen 9:16→Ezechiël 5:15→Ezechiël 25:11→Ezechiël 5:8→Ezechiël 39:21→Openbaring 17:1→Psalmen 149:7→
Ezechiël 30:20— Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:Ezechiël 29:17→Ezechiël 26:1→Ezechiël 29:1→Ezechiël 1:2→Ezechiël 31:1→
Ezechiël 30:21— Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.Jeremia 30:13→Jeremia 46:11→Jeremia 48:25→Psalmen 10:15→Psalmen 37:17→Ezechiël 30:24→Nahum 3:16→Jesaja 1:6→
Ezechiël 30:22— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.Psalmen 37:17→Ezechiël 29:3→2 Koningen 24:7→Jeremia 37:7→Ezechiël 34:16→Jeremia 46:21→Jeremia 46:1→
Ezechiël 30:23— En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.Ezechiël 30:17→Ezechiël 30:26→Ezechiël 29:12→
Ezechiël 30:24— En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.Ezechiël 30:25→Sefanja 2:12→Jesaja 45:1→Jesaja 45:5→Job 24:12→Nehemia 6:9→Jesaja 10:5→Jeremia 27:6→
Ezechiël 30:25— Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.Ezechiël 38:16→Ezechiël 30:19→Ezechiël 38:23→Ezechiël 39:21→Psalmen 9:16→Ezechiël 30:26→Ezechiël 32:15→Ezechiël 29:21→
Ezechiël 30:26— En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 29:12→Ezechiël 30:17→Ezechiël 30:23→Ezechiël 6:13→Daniël 11:42→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 30 vers 2— Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag!
dag
Tijd van straffen en plagen. Zie Ps. 37:13 ; Joël 1:15 , met de aantekening.
Hertaald:dag
Namelijk de tijd van straffen en plagen. Zie Ps. 37:13; Joël 1:15 met de aantekening.
Ezechiël 30 vers 3— Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.
wolkige dag,
Hebreeuws, dag der wolk. Zie Joël 2:2 , met de aantekening.
Hertaald:wolkige dag,
Hebreeuws: dag van de wolk. Zie Joël 2:2 met de aantekening.
heidenen tijd zijn
Dat is, de tijd, die tot hunne straf bestemd is. Of, de tijd waarin de heidenen Egypte zullen verwoesten; vergelijk boven Ezech. 22:3 , met de aantekening.
Hertaald:heidenen tijd zijn
Dat is: de tijd die voor hun straf bestemd is. Of: de tijd waarin de heidenen Egypte zullen verwoesten; vergelijk hierboven Ezech. 22:3 met de aantekening.
Ezechiël 30 vers 4— En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.
smart zijn
Van allerlei jammer zal hun zo bang worden als een barende vrouw. Alzo vs.9.
Hertaald:smart zijn
Van allerlei jammer zal hun zo bang worden als een barende vrouw. Zo ook vers 9.
Morenland,
Gelijk boven Ezech. 29:10 , en onder vs.5, 9. Hebreeuws, Cusch.
Hertaald:Morenland,
Zoals hierboven Ezech. 29:10, en hieronder vers 5 en 9. Hebreeuws: Cusch.
zullen vallen in Egypte;
Hebreeuws, de verslagene zal, enz.
Hertaald:zullen vallen in Egypte;
Hebreeuws: de verslagene zal, enzovoort.
zij zullen
De Chaldeën.
Hertaald:zij zullen
Namelijk de Chaldeeën.
zijne menigte wegnemen,
Versta, den overvloed, of de menigte van Egypte; gelijk boven Ezech. 29:19 , en onder vs.10.
Hertaald:zijne menigte wegnemen,
Versta: de overvloed of de menigte van Egypte, zoals hierboven Ezech. 29:19 en hieronder vers 10.
Ezechiël 30 vers 5— Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.
Put, en Lud,
Gelijk boven Ezech. 27:10 ; dat is, de Moren, Puteërs en Lydiërs.
Hertaald:Put, en Lud,
Zoals hierboven Ezech. 27:10; dat is: de Moren, Puteërs en Lydiërs.
gemengde hoop,
Zie Jer. 25:20 .
Hertaald:gemengde hoop,
Zie Jer. 25:20.
Cub,
Dit wordt gehouden voor een omstreek in Lybië, nabij Egypte gelegen.
Hertaald:Cub,
Dit wordt gehouden voor een streek in Libië, dicht bij Egypte gelegen.
kinderen van het land des verbonds
Dat is, de andere bondgenoten der Egyptenaars, of een zeker nabijgelegen volk, dat in nauwe verbintenis en gemeenschap stond met Egypte. Sommigen verstaan de Joden, [als bewoond hebbende het land Kanaän dat hun door Gods verbond gegeven was] die in Egypte mede gediend mogen hebben in den oorlog tegen zijnen vijand, zie Jer. 43:7 , en Jer. 44:27 , en vergelijk de manier van spreken, kinderen des lands, met Job 1:3 , en boven Ezech. 16:28 , en zie de aantekening aldaar.
Hertaald:kinderen van het land des verbonds
Dat is: de overige bondgenoten van de Egyptenaren, of een bepaald naburig volk dat nauw met Egypte verbonden was en er nauwe betrekkingen mee onderhield. Sommigen verstaan er de Joden onder, als bewoners van het land Kanaän dat hun door Gods verbond gegeven was, die in Egypte ook mee gediend kunnen hebben in de oorlog tegen zijn vijand; zie Jer. 43:7 en Jer. 44:27, en vergelijk de uitdrukking kinderen van het land met Job 1:3 en hierboven Ezech. 16:28, en zie de aantekening daar.
hen vallen door het zwaard
De Egyptenaars.
Hertaald:hen vallen door het zwaard
Namelijk de Egyptenaren.
Ezechiël 30 vers 6— Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.
ondersteunen,
Dat is, al hunne helpers, gelijk vs.8.
Hertaald:ondersteunen,
Dat is: al hun helpers, zoals vers 8.
Hertaald:hovaardij
Of: hoogmoed, praal, hoogheid; eveneens: uitstekendheid, voortreffelijkheid; zo ook hieronder vers 18.
zijner sterkte zal nederdalen;
Van Egypte.
Hertaald:zijner sterkte zal nederdalen;
Namelijk van Egypte.
Syene af
Zie boven Ezech. 29:10 .
Hertaald:Syene af
Zie hierboven Ezech. 29:10.
daarin door het zwaard vallen,
In Egypte.
Hertaald:daarin door het zwaard vallen,
Namelijk in Egypte.
Ezechiël 30 vers 7— En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.
midden der verwoeste landen;
Zie boven Ezech. 29:12 .
Hertaald:midden der verwoeste landen;
Zie hierboven Ezech. 29:12.
Ezechiël 30 vers 8— En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.
vuur in Egypte zal hebben gelegd,
Van oorlog, ellende en plagen, [zie Job 15:34 ; Jer. 49:27 , boven Ezech. 28:18 , en Am. 1:4 , enz.] waardoor Egypte zal verteerd worden, alzo onder vs.14, 16.
Hertaald:vuur in Egypte zal hebben gelegd,
Namelijk het vuur van oorlog, ellende en plagen (zie Job 15:34; Jer. 49:27, hierboven Ezech. 28:18, en Amos 1:4 enzovoort), waardoor Egypte verteerd zal worden; zo ook hieronder vers 14 en 16.
Ezechiël 30 vers 9— Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!
aangezicht in schepen uitvaren,
Dat is, Ik zal beschikken dat de tijding van der Chaldeën inval in Egypte overgebracht worde in Morenland; God spreekt hier als rechter, zittende op zijn rechterstoel in Egypte, en dit ganse werk regerende.
Hertaald:aangezicht in schepen uitvaren,
Dat is: Ik zal ervoor zorgen dat het bericht van de inval van de Chaldeeën in Egypte naar Morenland overgebracht wordt. God spreekt hier als rechter, gezeten op Zijn rechterstoel in Egypte, terwijl Hij dit hele werk bestuurt.
zorgeloze Morenland
Hebreeuws, Cusch der zekerheid, of des vertrouwens; dat is, dat zekere en zorgeloze Morenland; dat is de Moren.
Hertaald:zorgeloze Morenland
Hebreeuws: Cusch van de zekerheid, of van het vertrouwen; dat is: dat zelfverzekerde en zorgeloze Morenland, dat is: de Moren.
bij hen zijn,
Te weten bij de Moren, gelijk boven vs.4.
Hertaald:bij hen zijn,
Namelijk bij de Moren, zoals hierboven vers 4.
als in den dag van Egypte;
Gelijk er was in Egypte, als het verwoest werd, boven vs.4. Of, [gelijk sommigen] als God de eerstgeborenen in Egypte sloeg, Ex. 12:29-30 .
Hertaald:als in den dag van Egypte;
Zoals er in Egypte was toen het verwoest werd, hierboven vers 4. Of (zoals sommigen menen): zoals toen God de eerstgeborenen in Egypte sloeg, Ex. 12:29-30.
het komt aan
Dat is, het zal gewisselijk komen, of, zij [de voorzegde pijn] zal hun aankomen.
Hertaald:het komt aan
Dat is: het zal zeker komen, of: zij (de voorzegde pijn) zal hun overkomen.
Ezechiël 30 vers 10— Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.
menigte van Egypte doen ophouden,
Of, gedruis, gewoel; zie boven Ezech. 29:19 , en hier vs.4.
Hertaald:menigte van Egypte doen ophouden,
Of: gedruis, gewoel; zie hierboven Ezech. 29:19 en hier vers 4.
hand van Nebukadnezar,
Dat is, door de macht, of den dienst.
Hertaald:hand van Nebukadnezar,
Dat is: door de macht of de dienst van Nebukadnezar.
Ezechiël 30 vers 11— Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.
tirannigste der heidenen
Gelijk boven Ezech. 28:7 .
Hertaald:tirannigste der heidenen
Zoals hierboven Ezech. 28:7.
aangevoerd worden,
Door mijn verborgen regering; zie boven Ezech. 29:19-20 .
uittrekken,
Hebreeuws, ledigen, of ledig, ijdel maken, gelijk boven Ezech. 28:2 .
Hertaald:uittrekken,
Hebreeuws: ledigen, of leeg maken, zoals hierboven Ezech. 28:2.
Ezechiël 30 vers 12— En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.
rivieren tot droogte maken,
Zie boven Ezech. 29:3 .
Hertaald:rivieren tot droogte maken,
Zie hierboven Ezech. 29:3.
verkopen
Dat is, overleveren, geven, gelijk de verkochte waar geleverd wordt in de hand en macht des kopers; zie Ps. 44:13 , en boven Ezech. 29:19 .
Hertaald:verkopen
Dat is: overleveren, geven, zoals verkochte waar in de hand en de macht van de koper geleverd wordt; zie Ps. 44:13 en hierboven Ezech. 29:19.
bozen;
Der Chaldeën, die wel in dezen, als Gods dienaars en uitvoerders zijner oordelen waren, maar van zichzelven boos, en niets voorhebbende dan hun boze lusten van schade en overlast te voldoen, welker boosheid God gebruikte om zijn heilige en onstraffelijke oordelen over de Egyptenaars uit te voeren; vergelijk boven Ezech. 29:20 , en zie 2 Sam. 12:12 .
Hertaald:bozen;
Namelijk van de Chaldeeën, die in dit geval wel Gods dienaars en uitvoerders van Zijn oordelen waren, maar op zichzelf boos, en die niets anders voorhadden dan hun boze lust tot schade en overlast te bevredigen. God gebruikte hun boosheid om Zijn heilige en onberispelijke oordelen over de Egyptenaren te voltrekken; vergelijk hierboven Ezech. 29:20, en zie 2 Sam. 12:12.
volheid verwoesten
De gaven, met welke God Egypte begaafd, verrijkt en versierd had; vergelijk Ps. 24:1 .
Hertaald:volheid verwoesten
Namelijk de gaven waarmee God Egypte begiftigd, verrijkt en versierd had; vergelijk Ps. 24:1.
Ezechiël 30 vers 13— Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.
drekgoden verdoen,
Zie Lev. 26:30 .
Hertaald:drekgoden verdoen,
Zie Lev. 26:30.
nietige afgoden doen ophouden
Hebreeuws, Elilim; dat is louter nietigheden, zie Lev. 19:4 .
Hertaald:nietige afgoden doen ophouden
Hebreeuws: Elilim; dat is: louter nietigheden, zie Lev. 19:4.
Nof;
Zie Jes. 19:13 ; Jer. 44:1 , en onder vs.16.
Hertaald:Nof;
Zie Jes. 19:13; Jer. 44:1, en hieronder vers 16.
Ezechiël 30 vers 14— En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No.
Pathros verwoesten,
Zie Gen. 10:14 ; Jer. 44:1 , en boven Ezech. 29:14 .
Hertaald:Pathros verwoesten,
Zie Gen. 10:14; Jer. 44:1, en hierboven Ezech. 29:14.
Zoan;
Zie Num. 13:22 ; Ps. 78:12 .
Hertaald:Zoan;
Zie Num. 13:22; Ps. 78:12.
No
Zie Jer. 46:25 .
Hertaald:No
Zie Jer. 46:25.
Ezechiël 30 vers 15— En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien.
uitgieten
Zie Job 12:21 ; Ps. 79:6 .
Hertaald:uitgieten
Zie Job 12:21; Ps. 79:6.
Sin,
Dat sommigen houden voor Pelusium, in het uiterste van Egypte, overeenkomende met de namen van de woestijn Sin en den berg Sinaï.
Hertaald:Sin,
Dat sommigen houden voor Pelusium, in het uiterste van Egypte, wat overeenkomt met de namen van de woestijn Sin en de berg Sinaï.
menigte van No uitroeien
Vergelijk Jer. 46:25 .
Hertaald:menigte van No uitroeien
Vergelijk Jer. 46:25.
Ezechiël 30 vers 16— En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.
zeer grote pijn hebben,
Hebreeuws alsof men zeide: zal pijn lijdende pijn lijden.
Hertaald:zeer grote pijn hebben,
In het Hebreeuws staat het alsof men zei: zal pijn lijdende pijn lijden.
zal gespleten worden,
Hebreeuws, zal zijn om gespleten te worden.
Hertaald:zal gespleten worden,
Hebreeuws: zal zijn om gespleten te worden.
zal dagelijks zeer bang zijn
Hebreeuws, bangheden dagelijks, of bij dag, des daags [zijn]. Anders: door de dagelijkse benauwers.
Hertaald:zal dagelijks zeer bang zijn
Hebreeuws: benauwdheden dagelijks, of overdag. Anders: door de dagelijkse verdrukkers.
Ezechiël 30 vers 17— De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis.
Aven
Dit houdt men voor On, dat sommigen menen Heliopolis; dat is, Zonnestad te zijn; zie Gen. 41:45 .
Hertaald:Aven
Dit houdt men voor On, waarvan sommigen menen dat het Heliopolis is, dat is: Zonnestad; zie Gen. 41:45.
Pibeseth
Dit houdt men voor Bubastis of Bubastus, waar de afgodin Diana geëerd werd.
Hertaald:Pibeseth
Dit houdt men voor Bubastis of Bubastus, waar de afgodin Diana vereerd werd.
dochters
Dit is hier ingevoegd uit de tegenstelling. Hebreeuws, zij. Anders: deze [steden] zullen, enz.; dat is, de inwoners dezer steden, of de onderhorige, aanliggende steden en dorpen, gelijk in vs.18.
Hertaald:dochters
Dit is hier ingevoegd op grond van de tegenstelling. Hebreeuws: zij. Anders: deze (steden) zullen, enzovoort; dat is: de inwoners van deze steden, of de eronder vallende, omliggende steden en dorpen, zoals in vers 18.
Ezechiël 30 vers 18— En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.
Tachpanhes
Hebreeuws hier, Thechaphneches. Zie Jer. 2:16 , en Jer. 43:7-8 , met de aantekening.
Hertaald:Tachpanhes
Hebreeuws staat hier: Thechaphneches. Zie Jer. 2:16 en Jer. 43:7-8 met de aantekening.
juk van Egypte
Of, de dissels, zelen, waar men het juk mede of aan vastmaakt, versta den last der dienstbaarheid, dien zij anderen volken oplegden, en zie Jer. 27:2 .
Hertaald:juk van Egypte
Of: de dissels en riemen waarmee het juk vastgemaakt wordt. Versta: de last van de dienstbaarheid die zij andere volken oplegden, en zie Jer. 27:2.
hovaardij harer sterkte
Als boven vs.6.
Hertaald:hovaardij harer sterkte
Zoals hierboven vers 6.
haar zal ophouden;
Tachpanhes.
Hertaald:haar zal ophouden;
Namelijk van Tachpanhes.
wolk bedekken,
Zie boven vs.3.
Hertaald:wolk bedekken,
Zie hierboven vers 3.
dochters zullen gaan in de gevangenis
Als vs.17. Anderen verstaan de onderhorige steden en dorpen, dat is de inwoners van die. Zie 2 Kon. 19:21 .
Hertaald:dochters zullen gaan in de gevangenis
Zoals vers 17. Anderen verstaan er de eronder vallende steden en dorpen onder, dat is: de inwoners daarvan. Zie 2 Kon. 19:21.
Ezechiël 30 vers 19— Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
gerichten oefenen in Egypte;
Gelijk boven Ezech. 28:22 .
Hertaald:gerichten oefenen in Egypte;
Zoals hierboven Ezech. 28:22.
Ezechiël 30 vers 20— Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
gebeurde het
Anders, was het gebeurd.
Hertaald:gebeurde het
Anders: was het gebeurd.
elfde jaar,
Na Jojachins of Jechonia's wegvoering. Zie boven Ezech. 1:2 , en onder Ezech. 33:21 . Hieruit werd afgenomen dat in het beschrijven en samenvoegen dezer profetie niet gevolgd is de orde des tijds, maar de samenvoeging en gelijkheid der zaken. Vergelijk Jer. 35:1 , en boven Ezech. 29:17 .
Hertaald:elfde jaar,
Namelijk na de wegvoering van Jojachin of Jechonja. Zie hierboven Ezech. 1:2 en hieronder Ezech. 33:21. Hieruit leidt men af dat bij het beschrijven en samenvoegen van deze profetieën niet de volgorde van de tijd gevolgd is, maar de samenhang en de gelijksoortigheid van de zaken. Vergelijk Jer. 35:1 en hierboven Ezech. 29:17.
Ezechiël 30 vers 21— Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.
arm van Faraö,
Dat is, Ik heb hem zwak en machteloos gemaakt door de nederlaag van Farao Necho bij Carchemis, Jer. 46:2 , enz., [waarop dit enigen duiden] na welke de koningen van Egypte niets bijzonders hebben kunnen uitrichten. Vergelijk de volgende figuurlijke woorden met Jer. 46:11 . Anderen duidenhet op Farao Hofra en zijne nederlaag van de Cyreners.
Hertaald:arm van Faraö,
Dat is: Ik heb hem zwak en machteloos gemaakt door de nederlaag van Farao Necho bij Karchemis (Jer. 46:2 enzovoort), waarop sommigen dit betrekken; daarna hebben de koningen van Egypte niets bijzonders meer kunnen uitrichten. Vergelijk de volgende beeldende woorden met Jer. 46:11. Anderen betrekken het op Farao Hofra en zijn nederlaag tegen de Cyreners.
hij zal niet verbonden worden,
De arm van Farao.
Hertaald:hij zal niet verbonden worden,
Namelijk de arm van Farao.
Ezechiël 30 vers 22— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.
wil aan Faraö,
Zie boven Ezech. 29:3 .
Hertaald:wil aan Faraö,
Zie hierboven Ezech. 29:3.
sterken en den verbrokenen;
Dat is, al zijne macht, zo die hij nog overig heeft, als die alreeds vervallen is.
Hertaald:sterken en den verbrokenen;
Dat is: al zijn macht, zowel wat hij daarvan nog over heeft als wat er al van vervallen is.
Ezechiël 30 vers 23— En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
verspreiden in de landen
Gelijk boven Ezech. 29:12 , en onder vs.26.
Hertaald:verspreiden in de landen
Zoals hierboven Ezech. 29:12 en hieronder vers 26.
Ezechiël 30 vers 24— En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.
Mijn zwaard in zijn hand geven;
Gelijk boven Ezech. 21:9 , en hier in vs.25, en onder Ezech. 32:10 ; zie Jer. 47:6 .
Hertaald:Mijn zwaard in zijn hand geven;
Zoals hierboven Ezech. 21:9 en hier in vers 25, en hieronder Ezech. 32:10; zie Jer. 47:6.
kermen,
Of, zuchten, huilen, stenen voor het aangezicht van den koning van Babel; zie van het Hebreeuwse woord Job 24:12 .
Hertaald:kermen,
Of: zuchten, huilen, kreunen voor het aangezicht van de koning van Babel; zie over het Hebreeuwse woord Job 24:12.
gelijk een dodelijk verwonde kermt
Hebreeuws, zal kermen de kermingen, of zuchtingen, van een dodelijke verwonde; vergelijk boven Ezech. 26:15 .
Hertaald:gelijk een dodelijk verwonde kermt
Hebreeuws: zal het kermen of zuchten van een dodelijk gewonde kermen; vergelijk hierboven Ezech. 26:15.
Ezechiël 30 vers 25— Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.
daarhenen vallen;
Al zijn macht en moed zal hem begeven.
Hertaald:daarhenen vallen;
Al zijn macht en moed zullen hem begeven.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Put en Lud — Put: vernoemd naar Put, een zoon van Cham (Gen. 10:6); Lud: vernoemd naar Lud, een zoon van Sem (Gen. 10:22) — hier gebruikt voor een Afrikaans huurlingenvolk, mogelijk te onderscheiden van de Semitische Lydiërs
Ligging: Put: doorgaans gelijkgesteld met Libië, ten westen van Egypte; Lud: vermoedelijk eveneens een Noord-Afrikaans volk in het gebied rond Egypte, hoewel de identificatie met de latere Lydiërs in Klein-Azië door sommigen wordt volgehouden.
Geschiedenis: Beide volken worden genoemd als huurlingen in het leger van Egypte, dat samen met zijn bondgenoten door het zwaard zal vallen op de dag van de HEERE (Ez. 30:5) — en eerder al, in Ezechiëls klaaglied over Tyrus, als huurlingen die in Tyrus' legers dienden en er hun schilden en helmen ophingen als sieraad van de stad (Ez. 27:10).
Bijbelse betekenis: Dat zelfs de ver van Israël gelegen huurlingenvolken die de trotse legers van Egypte en Tyrus versterkten, in het oordeel van de HEERE worden meegesleept, laat zien dat niemand die zich met menselijke grootmachten verbindt tegen God, aan Zijn gericht ontkomt.
Recente inzichten: Put wordt doorgaans geïdentificeerd met het huidige Libië; de ligging van dit Lud blijft onder geleerden omstreden.
Gen. 10:6, 22; Ez. 27:10; 30:5
Overige Egyptische steden in Ezechiëls oordeelsprofetie — Sin: mogelijk "modder, klei"; Sevene: "opening" (naar de eerste cataract van de Nijl); Aven: "nietigheid, afgoderij" (een bewuste spotnaam voor de zonnestad On/Heliopolis); Pi-Beseth: "huis van (de godin) Bastet"
Ligging: Vier steden verspreid over heel Egypte: Sin (Pelusium) in het uiterste oosten van de Nijldelta; Aven (On/Heliopolis) nabij het huidige Caïro; Pi-Beseth (Bubastis) in de oostelijke Delta; Sevene (Syene) in het uiterste zuiden, bij de eerste Nijlcataract.
Geschiedenis: In zijn uitvoerige oordeelsprofetie over Egypte noemt Ezechiël, van het uiterste noorden tot het uiterste zuiden van het land, stad na stad die door het zwaard en de vlam getroffen zal worden: Sin, "de sterkte van Egypte"; Aven, waar de jongelingen door het zwaard zullen vallen; Pi-Beseth, wier maagden in gevangenschap zullen gaan; en het gehele land "van Migdol af tot Sevene toe" — van de noord- tot de zuidgrens (Ez. 30:13-17).
Bijbelse betekenis: De opsomming van steden "van de ene grens tot de andere" onderstreept dat geen enkele stad, hoe machtig of hoe godsdienstig vermaard ook (Aven/On was eeuwenlang het centrum van de Egyptische zonnegodverering), aan Gods aangekondigde oordeel over heel Egypte kon ontkomen.
Archeologie: Sin/Pelusium: opgravingen bij Tell el-Farama legden havenstructuren en vestingmuren bloot; Aven/On/Heliopolis: van de eens beroemde tempelstad resten slechts een enkele obelisk van Sesostris I, midden in het huidige Caïro; Pi-Beseth/Bubastis: opgravingen legden een omvangrijke Bastet-tempel bloot; Sevene/Syene: het huidige Aswan, met de bekende, van hieraf ontgonnen granietgroeven.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de volken — de opzet van het middendeel van dit boek, waarin de buurvolken aan de beurt komen (Ezech. 25:1-17)
"Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve" (Ezech. 25:2). Met die opdracht begint een reeks die tot het einde van Ezech. 32 doorloopt. De volgorde is: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen in dit hoofdstuk, daarna Tyrus, dat drie hoofdstukken krijgt (Ezech. 26:2), vervolgens Sidon (Ezech. 28:21) en ten slotte Egypte, dat er vier krijgt (Ezech. 29:2). In de vier korte woorden van dit hoofdstuk keert telkens dezelfde zin terug: "gij zult weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:5,7), en bij Moab en de Filistijnen: "zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:11,17).
Bijbelse betekenis: Merk op waar deze reeks staat. Zij komt na het bericht dat de belegering begonnen is en vóór het bericht dat de stad gevallen is. Terwijl Jeruzalem valt, hoort het volk dat de HEERE ook over de buurvolken gaat. Let vervolgens op wat die volken verweten wordt. Niet hun afgoderij en niet hun zeden, maar hun houding tegenover Israël op de dag van de val: leedvermaak, gejuich en wraak. Let ten slotte op de toon. Die is bij Jesaja vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Dezelfde reeks staat bij Jeremia, en zij is daar op dezelfde wijze samengenomen (reeds behandeld bij Jer. 46:1-2).
Typologie: De psalm zegt in één zin wat deze hoofdstukken breed uitwerken: "Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen" (Ps. 22:29). En Paulus zegt in Athene dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij hun tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26).
De arm van Farao — de kracht van Egypte wordt gebroken en die van Babel gesterkt (Ezech. 30:20-26)
"Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde" (Ezech. 30:21). Daarna gaat het om beide armen: "Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen" (Ezech. 30:22). In hetzelfde vers staat dat God het zwaard uit zijn hand zal doen vallen. En tegenover die gebroken armen staan andere: "Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven" (Ezech. 30:24). Eerder in ditzelfde hoofdstuk is het oordeel over Egypte aangekondigd met woorden die verder reiken: "de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn" (Ezech. 30:3). Over die dag is bij Jes. 13:6 gesproken.
Bijbelse betekenis: Merk op waarom juist de arm genoemd wordt. Hij is in de Schrift het beeld van de kracht waarmee iemand iets doet, en een gebroken arm houdt geen zwaard vast. Er wordt dus niet gezegd dat Egypte zal verdwijnen, maar dat het niet meer zal kunnen wat het gewoon was te doen. Let vervolgens op het kleine detail van de pleisters en de windeldoek. Ook het herstel wordt geweigerd; de breuk zal niet worden verbonden zodat de hand weer een zwaard kan dragen. Let ten slotte op wat er in de hand van Babel gelegd wordt. Er staat "Mijn zwaard" (Ezech. 30:24). De macht die van het ene rijk naar het andere overgaat, is van geen van beide; zij wordt gegeven en weer teruggenomen.
Typologie: De psalm zegt dat Israël het land niet door zijn eigen zwaard geërfd heeft: "hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm" (Ps. 44:4). En Jesaja spreekt van de arm die niet gebroken wordt: "De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen" (Jes. 52:10).
Ezech. 30:3,20-26; Jes. 13:6; Ps. 44:4; Jes. 52:10
IX. Vs. 1-19.KruisverwijzingenJesaja 13:6→Ezechiël 29:19→Jeremia 25:20→Ezechiël 29:12→Ezechiël 30:18→Ezechiël 7:12→Ezechiël 34:12→Ezechiël 7:7→ — Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag! Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn. En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden. Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard. Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE. En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden. En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden. Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan! Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel. Er volgt ene wederopvatting en uitbreiding van den inhoud van Hoofdst. 29:1-16 in een nieuw woord Gods, dat de Profeet waarschijnlijk niet lang na het zo even medegedeelde ontving. Dit past hij aan de daar in de eerste plaats met betrekking tot Israël gesprokene voorzegging nu op de Heidense volken, vooral op de Egyptische bondgenoten toe, en wijst Nebukadnezar aan als den man, door wien God de menigte in Egypte wil uit den weg ruimen. Beginnende met de oproeping tot ene klacht, verkondigt het orakel, dat de gerichtsdag des Heeren nabij is, en over Egypte en de daarmee verbondene volken zal komen (vs. 1-5). Vervolgens wordt in drie stukken, die door de woorden: “Zo zegt de HEERE” worden ingeleid, de volvoering van het gericht geschilderd: a) vernietiging van Egypte’s macht en de verwoesting van het land (vs. 6-9); b) die het gericht moet ten uitvoer leggen is Nebukadnezar met zijne woeste krijgsscharen, en Egypte komt nu aan boze mensen (vs. 10-12; c) het gericht bestaat in ene vernietiging der afgoden en der vorsten van Egypte, in verovering en verwoesting zijner vestingen, in het doden zijner manschappen, en wegvoering zijner bevolking (vs. 13-19).
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij(waarschijnlijk terzelfder tijd als in Hoofdst. 29:1), zeggende: Het opschrift bevat geen chronologischen datum, ook de inhoud biedt gene zekere aanwijzingen aan tot nauwkeuriger bepaling van den tijd van zijn ontstaan. Hiëronymus heeft dit orakel in den zelfden tijd geplaatst als de profetie in Hoofdst. 29:1-16. Anderen willen het nauwer verbinden met Hoofdst. 29:17-21, en voor de laatste van alle profetieën van Ezechiël gehouden hebben. Voor de aansluiting aan Hoofdst. 29:17 vv. voert men hoofdzakelijk aan, dat in vs. 3 de gerichtsdag over Egypte wordt voorgesteld als nabij, dat niet voor het 10de jaar (29:1) past, maar wel voor het 27ste (29:17), toen Nebukadnezar na het einde der belegering van Tyrus op het punt was, om in Egypte te vallen. Het nabij zijn van den dag deer Heeren is echter een zo relatief tijdbegrip, dat daaruit niets naders over den tijd van de vervaardiging van het orakel kan worden afgeleid. Ook het plaatsen van onze voorzegging achter het van ene datum voorziene in Hoofdst. 26:17 vv. bewijst niets, omdat de volgende voorzeggingen, die van tijdsopgaven voorzien zijn (30:20 vv; 31:1 vv. 32:1 en 17 alle uit een veel vroegeren tijd afkomstig zijn. Daaruit blijkt duidelijk, dat Hoofdst. 29:17, 21 buiten de chronologische tijdopvolging is ingevoerd. Deze profetie is tussen den twaalfden dag van de tiende maand des tienden jaars (29:1) en den 7den dag der 1ste maand in het elfde jaar (30:20) te plaatsen, dat een tijdruimte van 3 maanden min 5 dagen bedraagt.
KruisverwijzingenJesaja 13:6→Ezechiël 21:12→Jesaja 15:2→Joël 1:5→Joël 1:11→Jeremia 47:2→Sefanja 1:11→Jeremia 4:8→— Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag!
Mensenkind, profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach dien dag!
KruisverwijzingenEzechiël 30:18→Ezechiël 7:12→Ezechiël 34:12→Ezechiël 7:7→Obadja 1:15→Ezechiël 32:7→Sefanja 1:7→Openbaring 6:17→— Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.
Want de dag is nabij, ja de dag des HEEREN is nabij; een wolkige donkere dag (Joël 1:15; 2:2), het zal der Heidenen tijd zijn, waarin deze zullen worden gericht (Jer. 27:7). Ezechiël ziet in het bijzonder gericht over Egypte een deel van dat algemene gericht, dat over alle anti-theokratische machten komt, zoals vooral Joël heeft geprofeteerd. Hij begint daarom met een woord van dezen Profeet. Wij moeten dus hier denken aan den tijd des gerichts; over de Heidenwereld (vgl. Jes. 13:22). “Nadat vroeger het oordeel met het huis Gods was begonnen, worden nu ook de Heidenen in een hunner hoofdvertegenwoordigers geoordeeld. ” Hengstenberg, die tot dusverre juist verklaart, beweert daarna verder, dat volgens onze plaats ook het dikwijls verkeerd verstane woord des Heeren in Luk. 21:24 : “Jeruzalem zal van de Heidenen vertreden worden, totdat de tijden der Heidenen vervuld zullen zijn” in dien zin moet worden verklaard: “totdat de tijd des gerichts over de Heidenen nadert. ” Hij schijnt alzo die verklaring met een korte uitspraak te willen afdoen, die den tijd der Heidenen in den zin van Matth. 21:43 neemt als aanwijzing van de tijden, in welke het rijk Gods den Heidenen is gegeven. Dit is echter in zijne uitlegging verkeerd, dat hij voor “vervuld zullen zijn” zonder meer een “nadert” inschuift, en wij zien ons gedrongen de zaak nader te beschouwen. De Heidenen (Grieks: ta eynh) zijn in ‘t spraakgebruik der Heilige Schrift de volken der wereld in hunnen natuurlijken toestand, in welken zij buiten het burgerschap van Israël staan, en vreemdelingen zijn van de verbonden der belofte (Efeze. 2:12). Het maakt wat het algemeen gebruik des woords aangaat geen onderscheid, of zij door den Geest des Evangelies zijn doordrongen of weer in het Heidendom zijn teruggezonken. De ene of andere toestand wordt eerst duidelijk door den zamenhang, waarin de plaats staat; deze wijst dan de bijzondere betekenis aan. (1 Thess. 2:16. Rom. 11:13. Openb. 21:24; 20:3). Heidenen zijn, om het kortelijk te zeggen, alle niet-Israëlietische volken, de volken der wereld, in onderscheiding van het volk (o laov Jer. 30:24 vgl. Rom. 15:10. 1 Petr 2:10. 26:17) d. i. van Israël (vgl. Hand 26:17). Deze volken der wereld nu hebben hunnen tijd d. i. a) een hun bepaald toegemetene, in het Goddelijk raadsbesluit ten opzichte van den duur reeds vastgestelde tijd voor hun roeping tot het rijk Gods (Rom. 11:25), en voor hun verkiezing om “het volk” te zijn in de plaats van het verstoten Israël (1 Petr. 2:9 v.), of om volken te zijn in plaats van Heidenen (Ps 117:1 De meervoudige vorm, waarin het woord wordt gebruikt, geeft een langen duur van dien tijd te kennen. Zij hebben echter ook na verloop van dien tijd, wanneer de daarvoor bestemde jaren vervuld zijn, d. i. geëindigd zijn hun tijd, dat zij geoordeeld worden, omdat, zoals God te voren weet, zij tegen het einde van hun genadetijd tot ene Gode vijandige wereldmacht, tot anti-christelijke bestrijders en verdelgers van het rijk Gods worden, hetgeen hun verwerping en vernietiging evenzo teweeg brengt, als eens Israël, omdat het Christus had gedood, moest worden verworpen; en dit gericht over de Heidenen heeft nu evenzo Israëls wederaanneming tengevolge als vroeger de verwerping van Israël de oorzaak is geweest, dat God Zich over de Heidenen ontfermd heeft. Alzo is het zeker ene juiste gedachte, die Hengstenberg uit zijne verklaring van bovengenoemde plaats (Luk. 21:24) verkrijgt. Wij kunnen hem echter noch in de wijze, waarop hij tot die gedachte komt, noch in de bewering, dat die in de eerste plaats en uitsluitend daarin ligt, toegeven. Steeds wijst het vervuld worden niet voorwaarts op een tijd, die nadert, maar terug op een zodanigen, die ten einde spoedt, om plaats te maken voor dien, die komt. Ook in Gen 25:24 betekenen de woorden “als nu hare dagen vervuld waren om te baren”, niet slechts “toen de tijd kwam”, maar de dagen, die vervuld werden, zijn die der zwangerschap, met wier einde dan van zelf de tijd om te baren komt-het naderen der laatste is het gevolg van het vervuld worden der eerste. Alzo is in Christus’ woord de gedachte niet deze: eerst gaat gedurende een bepaalden tijd het vertreden zijn van Jeruzalem door de Heidenen voert, dan komt de tijd des gerichts van de Heidenen, en nu kan dat vertreden zijn niet ophouden, voordat de tot dezen tijd van gericht door God bepaalde termijn daar is; maar dit wil de Heere zeggen: gedurende den tijd der roeping van de Heidenen tot het rijk van God vindt het vertreden zijn van Jeruzalem plaats, en zo kan het laatste niet ophouden voordat het eerste vervuld is. Daarin ligt den ook eerst de verdere gedachte: evenals nu voor het uitverkoren volk van God een nieuwe tijd van genade komt, nadat zijn straftijd vervuld is, zo komt voor de Heidenen, nadat hun genadetijd ten einde is, de tijd der gerichten. Deze gerichten zijn die, welke in Openb. 11:7-14 en in verderen voortgang Openb. 16:12-21 en Hoofdst. 18 en 19 worden geschilderd. Zij beginnen voorbereidende reeds in Openb 16:1-11 totdat zij in Hoofdst. 11:7 vv. eigenlijk aanvangen. Het zal een bewolkte dag zijn, die donker en droevig is, zonder enige straal van troost en die een storm zal dreigen. Het zal de tijd der Heidenen zijn, dat is van afrekening met de Heidenen wegens alle hun heidense bedrijven, die tijd, waarvan David sprak, wanneer God Zijne grimmigheid over de Heidenen wilde uitstorten, wanneer zij zouden ondergaan (Ps. 79:6).
KruisverwijzingenEzechiël 29:19→Ezechiël 29:8→Jesaja 16:7→Jesaja 19:2→Ezechiël 30:9→Openbaring 18:9→Psalmen 48:6→Exodus 15:14→— En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.
En het zwaard zal komen in, over Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, daar zij vrezen, dat hetzelfde verderf zich ook tot hen zal uitbreiden, als de verslagenen zullen vallen in Egypte: want zij zullen derzelver menigte goederen wegnemen, en hare fondamenten, de inrichtingen, waarop het bestaan en de welvaart van het rijk berust, zullen verbroken worden.
KruisverwijzingenJeremia 25:20→Ezechiël 27:10→Jeremia 25:24→Jeremia 50:37→Jeremia 46:9→Nahum 3:8→Jesaja 20:4→Jesaja 18:1→— Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.
Morenland, Ethiopië, en Put (= uitbreiding), Lybië, en Lud, (= kromming) Lydië, (Hoofdst. 27:10. (Jer. 46:9), en al de gemengde hoop, de gehele menigte der uit verschillende volken aangeworven soldaten, en Cub 1) (= Christusdoorn), en de kinderen van het land des verbonds) zullen met hen vallen door het zwaard.
Cub is een onbekend volk, wanneer het niet de op de Egyptische gedenktekenen afgebeelde Kufa zijn. Volgens Wilkinson bewoonden deze een veel noordelijker dan Palestina gelegen land in Azië; zij komen op afbeeldingen voor met lange haren, rijk gekleed en met veelkleurige sandalen. De schatting, die zij geven, verraadt niet minder rijkdom, dan beschaving en kunst. Op de gedenktekenen komen zij voor, zoals in den aard der zaak ligt, nu eens onder de vijanden, dan onder de bondgenoten van Egypte.
“Land des verbonds” kan alleen Kanaän heten; wij zullen dus bij de uitdrukking “de kinderen van het land des verbonds” alleen aan die Israëlieten kunnen denken, die na den ondergang van Jeruzalem naar Egypte vluchtten, en wier jonge manschappen door de Egyptenaren in hun legers werden opgenomen, zodat zij ook, gelijk in Jer. 44:12 vv. 27 dezen Joden de ondergang wordt aangezegd, met deze worden vernietigd. Met Kliefoth delen ook anderen het gevoelen, dat onder “land des verbonds” Kanaän moet worden verstaan. O. i. echter ten onrechte. Nergens wordt Kanaän “het land des verbonds” genoemd, wel de Israëlieten de kinderen des verbonds. Wij hebben daarom hier onder kinderen van het land des verbonds te verstaan de bondgenoten van Egypte, die hen hielpen in den strijd tegen de vijanden. Ook deze zouden delen in den ondergang van dat rijk.
KruisverwijzingenEzechiël 29:10→Jesaja 20:3→Nahum 3:9→Job 9:13→Jesaja 31:3→— Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.
Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, hun afgoden en vorsten (vs. 13) met hun krijgslieden en vaste steden (vs. 17 en 15), en de hovaardij harer sterkte 1), de grote macht, op welke zij zich in hun trotsheid verlaten, zal nederdalen. Van den toren van Syene af(Beter: van Migdol tot (Syene 29:10) zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.
De “hovaardij harer sterkte” is alles waarin de Egyptenaars de macht van hun rijk stelden, zodat zij dit voor onvernietigbaar hielden. De luister van al hare sterkte, waarop zij hovaardig was.
KruisverwijzingenEzechiël 29:12→Jeremia 25:18→Jeremia 46:1→Ezechiël 32:18→— En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.
En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen, gelijk de verwoeste landen, in wier midden zij liggen; en hare steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden (Hoofdst. 29:12).
KruisverwijzingenEzechiël 29:6→Ezechiël 29:9→Amos 1:14→Ezechiël 29:16→Psalmen 58:11→Amos 1:7→Amos 1:12→Ezechiël 22:31→— En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.
En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben 1), als Ik een krijgsvuur in Egypte zal hebben gelegd, en al hare helpers, hare in vs. 5 genoemde bondgenoten zullen verbroken worden. Het is ene feitelijke ondervinding, waarbij het niet in aanmerking komt, of zij, wat zij van Jehova moeten lijden, ook in hun gedachten aan Hem toeschrijven; te erger voor hen, wanneer zij het niet doen.
KruisverwijzingenJesaja 18:1→Jesaja 23:5→Ezechiël 32:9→Jesaja 19:17→Ezechiël 38:11→Ezechiël 39:6→Jesaja 47:8→Jesaja 20:5→— Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!
Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland 1) te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte) (Ex. : vv.); want ziet, het gedreigde ongeluk komt aan (Hoofdst. 7:6; 21:7).
De Ethiopiërs zijn voor den Profeet als een volk, dat zich door dapperheid onderscheidt, en door den verren afstand bijzonder beschermd is, als het ware het ideaal van zorgeloosheid. Tot hen zendt Jehova boden op schepen, om ze, door het bericht van hetgeen Egypte getroffen heeft, uit hun zorgeloosheid op te wekken. De boden gaan “uit voor Jehova” staat er woordelijk; deze wordt gedacht als in Egypte aanwezig om gericht te houden (Jes. 19:1). Deze door den Heere gezonden boden, die op schepen den Nijl opvarende, het bericht van den door God bewerkten val van Egypte naar Ethiopië brengen, behoren tot de dichterlijke aanschouwing. Daarom let de Profeet niet op de moeilijkheden, welke de scheepvaart uit Egypte naar Ethiopië oplevert. De zakelijke inhoud is, dat de schrikmare spoedig naar Ethiopië zal komen, en vormen nu de boden hier de tegenstelling tegen de boden met vrolijk bericht voor Ethiopië in Jes. 18:2. toenmaals wendde de Heere door de nederlaag van Sanherib voor Jeruzalem het gevaar genadig af, dat Egypte en Ethiopië beide van Assur bedreigde. Thans is het andere: Aan Babel wordt even als over Judea, zo ook over Egypte en Ethiopië macht gegeven. De zonen vallen in Egypte (vs. 5) en zelf wordt het aan zijne grenzen door de Chaldeën bedreigd.
De dag van Egypte kan volgens het spraakgebruik (vgl. Jes. 9:3 de dag der Midianieten) een bijzonder merkwaardig, bekend punt in de geschiedenis van Egypte betekenen, dus op den ouden straftijd van Egypte doelen, welke alle naburige volken met schrik vervulde voor Jehova’s almacht.
KruisverwijzingenEzechiël 29:19→Ezechiël 30:24→Ezechiël 29:4→Ezechiël 32:11→— Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.
Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte 1) doen ophouden, door de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel.
Deze uitdrukking geeft zowel te kennen de voor Egypte karakteristiek grote bevolking, als de menigte van have en goed.
KruisverwijzingenEzechiël 28:7→Jesaja 34:3→Ezechiël 32:12→Jesaja 14:4→Ezechiël 39:11→Ezechiël 39:4→Deuteronomium 28:50→Jeremia 51:20→— Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.
Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der Heidenen, d. i. die ook onder de tot geweld geneigde Heidenen voor machthebbende worden gehouden (Hoofdst. 7:24; 28:7) zullen aangevoerd worden, niet uit eigen goeddunken komen, en daarom met onweerstaanbaarheid worden toegerust, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen (Jes. 19:4. Jer. 44:13).
KruisverwijzingenEzechiël 29:3→Ezechiël 29:9→Nahum 1:4→Jeremia 51:36→Ezechiël 28:10→Jesaja 44:27→Jeremia 50:38→Richteren 2:14→— En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.
En Ik zal de rivieren tot droogte maken 1), en het land verkopen in de hand der bozen, die het zeer erg met hem maken; en Ik zal het land met zijne volheid verwoesten door de hand der vreemden; Ik, de HEERE, heb het gesproken 2) (Hoofdst. 5:17; 21:17).
God straft den enen goddeloze door den anderen, die daarom zijn eigen oordeel niet ontgaat, maar daarvoor slechts wordt gespaard, zo als in Jer. 25 de koning van Babel boven de door hem bezochten geen anderen voorrang heeft, dan dat hij den drinkbeker het laatste drinkt. Vóór ongeveer 2400 jaren werd Egypte aan zijne eerste en oorspronkelijke bezitters ontrukt, en sedert dien tijd zag het zich van den enen tijd tot den anderen door Perzen, Macedoniërs, Romeinen, Grieken, Arabieren, Georgiërs en eindelijk door die soort van Tartaren beheerst, die onder den naam van Turken en Ottomannen bekend zijn. Ja, sedert dien tijd hebben vreemde en meestal boze mensen Egypte verdrukt en uitgezogen, tot den tegenwoordigen pascha toe. Het heeft genen inlander tot vader des lands, en slaafse vrees houdt het land in banden. Zij doen onrechtvaardiglijk geweld als goddelozen gelijk zij zijn, nochtans voor zover als zij werktuigen in Gods hand zijn om Zijne oordelen uit te voeren is het aan Zijn zijde rechtvaardig gedaan. God maakt den enen goddelozen mens tot een gesel voor den ander, de goddeloze mensen krijgen zelden een recht op een buit.
KruisverwijzingenZacharia 10:11→Jeremia 46:14→Jeremia 2:16→Jeremia 43:12→Hosea 9:6→Jesaja 19:1→Jeremia 46:25→Zacharia 13:2→— Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.
Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof, uit Memfis in Midden-Egypte (Gen. 41:14); en er zal geen vorst meer zijndie uit Egypteland zelf is voortgekomen; en Ik zal ene vreze in Egypteland stellen. De Profeet noemt twee zaken, die de Heere in Egypte zal vernietigen, het oude godendom en het vorstendom van het daarop trotse land. Zijne zorgeloosheid zal verdwijnen, en het zal in vreze leven. Het benedenste rivierdal vereerde als hoogsten god Phtad (vuurgod), den oudsten en eersten der goden, zo als Manetho hem noemt, die op inscripties de vader van de vaderen der goden, de hemelbeheerser, de god van het genadig aangezicht, de koning der beide werelden genoemd wordt. Als god van het begin heeft hij de gedaante van een naakt kind, van een dwerg, en wordt als ene mummie omwonden voorgesteld, met een gesel, een scepter en mes in de hand; zijn hoofdheiligdom te Memfis versierden en vergrootten de Faraö’s tot aan den val van het rijk. Kambyzes hoonde echter, toen bij in dezen tempel werd geleid (Ezra 1:4) het beeld van den god. Wat Egypte na de katastrofe nog in vorsten overblijft, verdient in vergelijking met de vroegere trotse heersers den naam van vorst niet meer; het zijn in waarheid ellendige knechten.
KruisverwijzingenEzechiël 29:14→Jeremia 46:25→Psalmen 78:43→Psalmen 78:12→Jesaja 19:11→Nahum 3:8→Numeri 13:22→Jesaja 30:4→— En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No.
En Ik zal Mijne grimmigheid uitgieten over Sin, d. i. Pelusium aan den Oostelijken arm van den Nijl, 2 mijlen van de Middellandse zee, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No (vs. 10) uitroeien. Er worden opgeteld de beroemdste steden van Egypte, die nu in angst vergaan; de donkere dag des gerichts (vs. 3) komt. Als de twee hoofdsteden van Beneden-Egypte aan de ene en van Opper-Egypte aan de andere zijde worden Zoan (Tonis) en No (Thebe) genoemd. Aan beide zijden des lands zal de verwoesting gelijkelijk zijn. No is volledig. No-Amon, de Ammons-stad; daarop en in ‘t bijzonder ook op de plaats Jer 46:25 zinspelende, zet Ezechiël aan het slot van vs. 15 #Eze Amon-No, het geruis of de menigte van No. Ammon is niet in staat der stad haren naam te doen behouden. In het bovendeel des lands heerste als godheid Amon, waarschijnlijk “de verborgene, ” de heersende god in de hoogte, wiens kleur op de gedenktekenen het blauwe is; hij was voor Opper-Egypte, wat Phtah voor Beneden-Egypte was en wordt staande of zittende met twee hoge vederen boven het koninklijke hoofdsieraad afgebeeld. De stad Sin is zonder twijfel, waarvoor Hiëronymus het reeds heeft verklaard, Pelusium, de grensstad in Beneden-Egypte naar het oosten; de oorspronkelijke Egyptische naam Pheromi, is in het Grieks overgezet Pelusium (van phlov, slijk); ook betekent het Hebreeuws Sin hetzelfde. Zij wordt genoemd “de sleutel van den weg, door welken men in Egypte gaat, ” (men kan in het inwendige des lands niet komen, zonder deze plaats te passeren, omdat de woestijn, die tot aan de noordelijke punt 23 mijlen breed is, voor een leger bijna ontoegankelijk is), en ligt tussen moerassen, die haar nog meer dan hare sterke muren tot ene sterkte van Egypte maken; tegenwoordig ligt echter de zee vier malen verder er van verwijderd dan in de oudheid.
KruisverwijzingenPsalmen 11:6→Openbaring 16:1→Nahum 1:6→— En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien.
Ik zal een vuur, ene vernietigende katastrofe, in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks, voortdurend zeer bang zijn. De herhaling van Sin, No en Nof stelt grenzen voor in het Oosten, in Opper- en Beneden-Egypte. Hetgeen bij Nof in den grondtekst staat, kan betekenen “vijanden bij dag, ” maar ook “vijanden elken dag. ” In den laatsten zin hebben onze overzetters en Luther het naar de Vulgata genomen. Intussen zouden wij aan de andere verklaring de voorkeur geven: Nof-vijanden bij dag, d. i. vijanden zullen het aanvallen, die niet als dieven des nachts komen, maar met openlijk geweld inbreken, daar zij in het bewustzijn van hun onvoorwaardelijke overmacht een overmacht bij nacht versmaden. Vergelijk wat bij Ezra 1:4 van Kambyzes’ spoedige inname van Pelusium gezegd is, en het hier bij vs. 13 medegedeelde omtrent zijne bespotting van den afgod van Memfis.
KruisverwijzingenEzechiël 30:8→Ezechiël 28:18→— En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.
De jongelingen van Aven, On, de stad van den zonnegod (Gen. 41:45 en Jer. 43:13), en Pibeseth in Beneden-Egypte zullen door het zwaard vallen en de dochters (liever in te vullen “steden”) zullen gaan in de gevangenis. Het woord Nwa kan zowel Nwa als Nwa (= misdaad) worden gevocaliseerd. Zonder twijfel wil de Profeet het laatste, hoewel hij deze stad On bedoelt, om haar “stad der misdaad” te noemen, evenals in Hos. 4:15 de naam Bethel (= huis Gods in Bethaven = huis der misdaad) veranderd wordt; door die verandering wordt hier gewezen op de oorzaak der Goddelijke gerichten, die over de stad komen-deze kunnen niet uitblijven, waar men de misdeed pleegt, het schepsel meer te dienen dan den schepper. Pibeseth is het Egyptische Pi-Pascht = plaats van Past, zo genoemd naar de in enen prachtigen tempel daar vereerde godin met een kattenhoofd, Past of Bubastis, de Egyptische Diana. De stad lag aan het Koningskanaal, dat door Faraö Necho begonnen onder Ptolemeus II werd volvoerd en naar Suez leidde, niet ver van zijne uitwatering in den Pelusiotischen arm van den Nijl, en is thans tot op enige puinhopen van den aardbodem verdwenen. De jonge mannen van beide steden zouden door het zwaard vallen. Zij zelf, de steden, dat is de burgerlijke bevolking in onderscheiding van de krijgsbezetting zouden in ballingschap gaan.
KruisverwijzingenGenesis 41:45→— De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis.
En te Tachpanhes of Dafne, 3 mijlen ten zuiden van Pelusium (Jer. 43:7 vv.) zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal ene wolk bedekken, en hare dochters, de van haar afhankelijke, kleine steden en vlekken, zullen gaan in de gevangenis. Deze voorzegging van onzen Profeet wordt door de latere woorden van Jeremia (43:8 vv.) duidelijker verklaard, evenals Ezechiël in vs. 13-17 de voorzegging van Jeremia 46:25 vv. reeds voor zich had. De woorden “het juk van Egypte verbreken” wijzen op Lev. 26:13, #Le waar de uitleiding van Israël uit de slavernij van Egypte een verbreken van haar juk is genoemd. Wat toen geschiedde, zal worden herhaald; het juk, dat Egypte den volken heeft opgelegd, zal worden verbroken, en in ‘t algemeen zal de trotse macht van dit rijk te gronde gaan. Vergelijken wij daarmee het dreigend woord van Jeremia, dat Nebukadnezar te Tachpanhes zijnen troon zal oprichten en Egypte zal slaan, zo moet de ligging dezer stad toen zulk ene geweest zijn, dat in of bij haar de strijd tussen Egypte en Babylonië moest worden beslist.
KruisverwijzingenEzechiël 30:3→Jesaja 10:27→Jeremia 2:16→Jesaja 14:11→Jesaja 19:1→Jesaja 9:4→Joël 3:15→Leviticus 26:13→— En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.
Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. 20.
X. Vs. 20-26.KruisverwijzingenJeremia 30:13→Jeremia 46:11→Ezechiël 29:17→Ezechiël 26:1→Jeremia 48:25→Ezechiël 30:25→Sefanja 2:12→Ezechiël 29:1→ — Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende: Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde. Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen. En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen. En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt. Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt. En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben. Dit vierde woord van God tegen Egypte neemt zichtbaar zijn uitgangspunt in de Jer. 37:5 vv. medegedeelde gebeurtenis, toen Faraö Hofra, als Jeruzalem door Nebukadnezar werd belegerd, de stad ter hulp was getrokken, maar door de belegeraars was teruggeslagen. Hier heeft God den enen arm van den koning van Egypte verbroken. Hij zal nu niet toelaten, dat deze arm weer geneest, integendeel zal Hij beide armen van Faraö, dien eerst gebrokenen en ook den nog gezonden, zo verbreken, dat hem voor altijd het zwaard uit de hand zal vallen, en wel zal hij dat doen door den koning van Babel, dien Hij zelf daartoe den arm wil sterken en het zwaard in de hand geven. Faraö zal dan voor den koning van Babel kermen, en het volk van Egypte zal onder de volken in de landen worden verstrooid. Tussen het hier en in Hoofdst. 29:1 ontvangen woord Gods ligt ene tijdruimte van 3 maanden; zoals men uit Hoofdst. 4:4 vv. kan opmaken heeft zo lang (of slechts 4 maanden) de tijd geduurd, dat Jeruzalem door den aftocht der Chaldeën zich voor een ogenblik weer van de belegering bevrijd zag.
KruisverwijzingenEzechiël 29:17→Ezechiël 26:1→Ezechiël 29:1→Ezechiël 1:2→Ezechiël 31:1→— Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
Ook gebeurde het in het elfde jaar na Jojachins wegvoering d. i. 588 v. C. in de eerste maandAbib, kort voor Pasen, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 30:13→Jeremia 46:11→Jeremia 48:25→Psalmen 10:15→Psalmen 37:17→Ezechiël 30:24→Nahum 3:16→Jesaja 1:6→— Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.
Mensenkind! Ik heb den arm van Faraö, den koning van Egypte, verbroken; en ziet hij zal niet verbonden worden met pleisters op te leggen, met enen windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde. De arm is beeld van macht, hier van krijgsmacht, daar hij het zwaard voert; God heeft den arm van Faraö verbroken door de nederlaag, welke de Chaldeën Hofra toebrachten, toen hij was genaderd om het belegerde Jeruzalem te ontzetten.
KruisverwijzingenPsalmen 37:17→Ezechiël 29:3→2 Koningen 24:7→Jeremia 37:7→Ezechiël 34:16→Jeremia 46:21→Jeremia 46:1→— Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.
Daardoor, dat hij u te hulp is willen komen, heeft hij zich zo omtrent Gods volk verdienstelijk gemaakt, dat hij integendeel ene oorzaak van zonde geworden is; nu moet er voor altijd een einde aan worden gemaakt, dat zich het huis Israëls op Egypte zou verlaten (Hoofdst. 29:6 v. en 16). Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil nog verder in strafgerichten aan Faraö, den koning, van Egypte, en zal zijne armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen, en Ik zal het zwaard uit zijne hand doen vallen, hij zal alle macht om oorlog te voeren verliezen. De ene arm des konings is reeds verbroken, en hij zal niet verbonden of genezen worden, dat hij met nieuwe kracht het zwaard zou kunnen aangrijpen; ja, de Heere wil den verpletterden nog eens breken, en den anderen nog ongeschondenen daarenboven, zodat hij het zwaard uit zijne hand laat vallen en hij geheel in machteloosheid nederzinkt. Iedere breuke, die wij moeten ondergaan, is ene roepstem tot boete; maar de mens heeft nooit genoeg aan ééne breuk, zo lang hij nog overigens zich kan bewegen, moet hij zich vertonen. Daarom komt het tot ondergang zonder ontferming, wanneer wij niet aan God ons op genade willen overgeven. Indien mindere oordelen niet vermogen om zondaren te vernederen en te verbeteren, dan zal God groter zenden. Nu zal God het zwaard uit zijne hand doen vallen, hetwelk hij gevat heeft, als denkende sterk genoeg te zijn, om het te houden. Hij was een wrede verdrukker van Gods volk in vorige tijden geweest en nu onlangs ene gebroken rietstaf voor hen. En nu rekent God, door het verbreken zijner armen voor beiden met hen af. God verbreekt rechtvaardiglijk die macht, welke misbruikt is, of om kwaad over mensen te brengen of om hen te bedriegen.
KruisverwijzingenEzechiël 30:17→Ezechiël 30:26→Ezechiël 29:12→— En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de Heidenen, en zal hen verspreiden in de landen (Hoofdst. 29:12).
KruisverwijzingenEzechiël 30:25→Sefanja 2:12→Jesaja 45:1→Jesaja 45:5→Job 24:12→Nehemia 6:9→Jesaja 10:5→Jeremia 27:6→— En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.
En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijne hand geven, omdat hij Mij tot volvoerder Mijner oordelen dient (Hoofdst 29:20), maar Faraö’s armen zal Ikdaarentegen verbreken, dat hij voor Mijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt, die slechts steunen kan.
KruisverwijzingenEzechiël 38:16→Ezechiël 30:19→Ezechiël 38:23→Ezechiël 39:21→Psalmen 9:16→Ezechiël 30:26→Ezechiël 32:15→Ezechiël 29:21→— Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.
Ja Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Faraö’s armen zullen als door een dodelijken slag getroffen, daarhenen vallen; en zij de Egyptenaars, zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij dat over Egypteland zal hebben uitgestrekt. Er bestaat ene tegenstelling tussen de roeping van de wereldmacht en het gericht over haar: de roeping bestaat in de oplossing van ene voor de ontwikkeling van het rijk Gods gewichtige zaak; maar de wijze, waarop die plaats heeft, veroorzaakt meestal een gestreng gericht.
KruisverwijzingenEzechiël 29:12→Ezechiël 30:17→Ezechiël 30:23→Ezechiël 6:13→Daniël 11:42→— En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.
En Ik zal, gelijk in vs. 23 gezegd is, de Egyptenaars verstrooien onder de Heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben(Hoofdst. 29:16). In Medië, Babylonië, enz. lagen vele landstreken woest, omdat de mensen òf van ouds òf daar niet genoeg waren vermeerderd òf door oorlogen en ziekten waren uitgeroeid. Daarheen verplaatste dan Nebukadnezar, evenals Salmanassar, vele duizende Israëlieten, maar ook Egyptenaars, Moabieten, Ammonieten, enz. als koloniën, en bereikte daardoor een dubbel doel, want vooreerst werden de woeste landstreken door hen bebouwd, en ten tweede werden deze volken zo verstrooid, dat zij geen opstand meer konden maken. Welke bedoeling God hij deze verstrooing der mensen had, is uit Jer. 48:11 vv. op te merken. Het rationale karakter of de hoofdeigenschap van een volk is soms ene zo onbuigzame trotsheid, ene zo weerspannige domheid, ene zo gruwelijke boosheid, dat die niet anders dan door uitroeing der ergsten en verstrooing der overigen kan verbeterd worden. Deze kunnen dan door den nood en door den omgang met mensen van ene andere soort worden verbeterd.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 30
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IX. Vs. 1-19.KruisverwijzingenJesaja 13:6→Ezechiël 29:19→Jeremia 25:20→Ezechiël 29:12→Ezechiël 30:18→Ezechiël 7:12→Ezechiël 34:12→Ezechiël 7:7→
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag! Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn. En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden. Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard. Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE. En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden. En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden. Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan! Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.
Er volgt ene wederopvatting en uitbreiding van den inhoud van Hoofdst. 29:1-16 in een nieuw woord Gods, dat de Profeet waarschijnlijk niet lang na het zo even medegedeelde ontving. Dit past hij aan de daar in de eerste plaats met betrekking tot Israël gesprokene voorzegging nu op de Heidense volken, vooral op de Egyptische bondgenoten toe, en wijst Nebukadnezar aan als den man, door wien God de menigte in Egypte wil uit den weg ruimen. Beginnende met de oproeping tot ene klacht, verkondigt het orakel, dat de gerichtsdag des Heeren nabij is, en over Egypte en de daarmee verbondene volken zal komen (vs. 1-5). Vervolgens wordt in drie stukken, die door de woorden: “Zo zegt de HEERE” worden ingeleid, de volvoering van het gericht geschilderd: a) vernietiging van Egypte’s macht en de verwoesting van het land (vs. 6-9); b) die het gericht moet ten uitvoer leggen is Nebukadnezar met zijne woeste krijgsscharen, en Egypte komt nu aan boze mensen (vs. 10-12; c) het gericht bestaat in ene vernietiging der afgoden en der vorsten van Egypte, in verovering en verwoesting zijner vestingen, in het doden zijner manschappen, en wegvoering zijner bevolking (vs. 13-19).
Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij(waarschijnlijk terzelfder tijd als in Hoofdst. 29:1), zeggende: Het opschrift bevat geen chronologischen datum, ook de inhoud biedt gene zekere aanwijzingen aan tot nauwkeuriger bepaling van den tijd van zijn ontstaan. Hiëronymus heeft dit orakel in den zelfden tijd geplaatst als de profetie in Hoofdst. 29:1-16. Anderen willen het nauwer verbinden met Hoofdst. 29:17-21, en voor de laatste van alle profetieën van Ezechiël gehouden hebben. Voor de aansluiting aan Hoofdst. 29:17 vv. voert men hoofdzakelijk aan, dat in vs. 3 de gerichtsdag over Egypte wordt voorgesteld als nabij, dat niet voor het 10de jaar (29:1) past, maar wel voor het 27ste (29:17), toen Nebukadnezar na het einde der belegering van Tyrus op het punt was, om in Egypte te vallen. Het nabij zijn van den dag deer Heeren is echter een zo relatief tijdbegrip, dat daaruit niets naders over den tijd van de vervaardiging van het orakel kan worden afgeleid. Ook het plaatsen van onze voorzegging achter het van ene datum voorziene in Hoofdst. 26:17 vv. bewijst niets, omdat de volgende voorzeggingen, die van tijdsopgaven voorzien zijn (30:20 vv; 31:1 vv. 32:1 en 17 alle uit een veel vroegeren tijd afkomstig zijn. Daaruit blijkt duidelijk, dat Hoofdst. 29:17, 21 buiten de chronologische tijdopvolging is ingevoerd. Deze profetie is tussen den twaalfden dag van de tiende maand des tienden jaars (29:1) en den 7den dag der 1ste maand in het elfde jaar (30:20) te plaatsen, dat een tijdruimte van 3 maanden min 5 dagen bedraagt.
Mensenkind, profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach dien dag!
Want de dag is nabij, ja de dag des HEEREN is nabij; een wolkige donkere dag (Joël 1:15; 2:2), het zal der Heidenen tijd zijn, waarin deze zullen worden gericht (Jer. 27:7). Ezechiël ziet in het bijzonder gericht over Egypte een deel van dat algemene gericht, dat over alle anti-theokratische machten komt, zoals vooral Joël heeft geprofeteerd. Hij begint daarom met een woord van dezen Profeet. Wij moeten dus hier denken aan den tijd des gerichts; over de Heidenwereld (vgl. Jes. 13:22). “Nadat vroeger het oordeel met het huis Gods was begonnen, worden nu ook de Heidenen in een hunner hoofdvertegenwoordigers geoordeeld. ” Hengstenberg, die tot dusverre juist verklaart, beweert daarna verder, dat volgens onze plaats ook het dikwijls verkeerd verstane woord des Heeren in Luk. 21:24 : “Jeruzalem zal van de Heidenen vertreden worden, totdat de tijden der Heidenen vervuld zullen zijn” in dien zin moet worden verklaard: “totdat de tijd des gerichts over de Heidenen nadert. ” Hij schijnt alzo die verklaring met een korte uitspraak te willen afdoen, die den tijd der Heidenen in den zin van Matth. 21:43 neemt als aanwijzing van de tijden, in welke het rijk Gods den Heidenen is gegeven. Dit is echter in zijne uitlegging verkeerd, dat hij voor “vervuld zullen zijn” zonder meer een “nadert” inschuift, en wij zien ons gedrongen de zaak nader te beschouwen. De Heidenen (Grieks: ta eynh) zijn in ‘t spraakgebruik der Heilige Schrift de volken der wereld in hunnen natuurlijken toestand, in welken zij buiten het burgerschap van Israël staan, en vreemdelingen zijn van de verbonden der belofte (Efeze. 2:12). Het maakt wat het algemeen gebruik des woords aangaat geen onderscheid, of zij door den Geest des Evangelies zijn doordrongen of weer in het Heidendom zijn teruggezonken. De ene of andere toestand wordt eerst duidelijk door den zamenhang, waarin de plaats staat; deze wijst dan de bijzondere betekenis aan. (1 Thess. 2:16. Rom. 11:13. Openb. 21:24; 20:3). Heidenen zijn, om het kortelijk te zeggen, alle niet-Israëlietische volken, de volken der wereld, in onderscheiding van het volk (o laov Jer. 30:24 vgl. Rom. 15:10. 1 Petr 2:10. 26:17) d. i. van Israël (vgl. Hand 26:17). Deze volken der wereld nu hebben hunnen tijd d. i. a) een hun bepaald toegemetene, in het Goddelijk raadsbesluit ten opzichte van den duur reeds vastgestelde tijd voor hun roeping tot het rijk Gods (Rom. 11:25), en voor hun verkiezing om “het volk” te zijn in de plaats van het verstoten Israël (1 Petr. 2:9 v.), of om volken te zijn in plaats van Heidenen (Ps 117:1 De meervoudige vorm, waarin het woord wordt gebruikt, geeft een langen duur van dien tijd te kennen. Zij hebben echter ook na verloop van dien tijd, wanneer de daarvoor bestemde jaren vervuld zijn, d. i. geëindigd zijn hun tijd, dat zij geoordeeld worden, omdat, zoals God te voren weet, zij tegen het einde van hun genadetijd tot ene Gode vijandige wereldmacht, tot anti-christelijke bestrijders en verdelgers van het rijk Gods worden, hetgeen hun verwerping en vernietiging evenzo teweeg brengt, als eens Israël, omdat het Christus had gedood, moest worden verworpen; en dit gericht over de Heidenen heeft nu evenzo Israëls wederaanneming tengevolge als vroeger de verwerping van Israël de oorzaak is geweest, dat God Zich over de Heidenen ontfermd heeft. Alzo is het zeker ene juiste gedachte, die Hengstenberg uit zijne verklaring van bovengenoemde plaats (Luk. 21:24) verkrijgt. Wij kunnen hem echter noch in de wijze, waarop hij tot die gedachte komt, noch in de bewering, dat die in de eerste plaats en uitsluitend daarin ligt, toegeven. Steeds wijst het vervuld worden niet voorwaarts op een tijd, die nadert, maar terug op een zodanigen, die ten einde spoedt, om plaats te maken voor dien, die komt. Ook in Gen 25:24 betekenen de woorden “als nu hare dagen vervuld waren om te baren”, niet slechts “toen de tijd kwam”, maar de dagen, die vervuld werden, zijn die der zwangerschap, met wier einde dan van zelf de tijd om te baren komt-het naderen der laatste is het gevolg van het vervuld worden der eerste. Alzo is in Christus’ woord de gedachte niet deze: eerst gaat gedurende een bepaalden tijd het vertreden zijn van Jeruzalem door de Heidenen voert, dan komt de tijd des gerichts van de Heidenen, en nu kan dat vertreden zijn niet ophouden, voordat de tot dezen tijd van gericht door God bepaalde termijn daar is; maar dit wil de Heere zeggen: gedurende den tijd der roeping van de Heidenen tot het rijk van God vindt het vertreden zijn van Jeruzalem plaats, en zo kan het laatste niet ophouden voordat het eerste vervuld is. Daarin ligt den ook eerst de verdere gedachte: evenals nu voor het uitverkoren volk van God een nieuwe tijd van genade komt, nadat zijn straftijd vervuld is, zo komt voor de Heidenen, nadat hun genadetijd ten einde is, de tijd der gerichten. Deze gerichten zijn die, welke in Openb. 11:7-14 en in verderen voortgang Openb. 16:12-21 en Hoofdst. 18 en 19 worden geschilderd. Zij beginnen voorbereidende reeds in Openb 16:1-11 totdat zij in Hoofdst. 11:7 vv. eigenlijk aanvangen. Het zal een bewolkte dag zijn, die donker en droevig is, zonder enige straal van troost en die een storm zal dreigen. Het zal de tijd der Heidenen zijn, dat is van afrekening met de Heidenen wegens alle hun heidense bedrijven, die tijd, waarvan David sprak, wanneer God Zijne grimmigheid over de Heidenen wilde uitstorten, wanneer zij zouden ondergaan (Ps. 79:6).
En het zwaard zal komen in, over Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, daar zij vrezen, dat hetzelfde verderf zich ook tot hen zal uitbreiden, als de verslagenen zullen vallen in Egypte: want zij zullen derzelver menigte goederen wegnemen, en hare fondamenten, de inrichtingen, waarop het bestaan en de welvaart van het rijk berust, zullen verbroken worden.
Morenland, Ethiopië, en Put (= uitbreiding), Lybië, en Lud, (= kromming) Lydië, (Hoofdst. 27:10. (Jer. 46:9), en al de gemengde hoop, de gehele menigte der uit verschillende volken aangeworven soldaten, en Cub 1) (= Christusdoorn), en de kinderen van het land des verbonds) zullen met hen vallen door het zwaard.
Cub is een onbekend volk, wanneer het niet de op de Egyptische gedenktekenen afgebeelde Kufa zijn. Volgens Wilkinson bewoonden deze een veel noordelijker dan Palestina gelegen land in Azië; zij komen op afbeeldingen voor met lange haren, rijk gekleed en met veelkleurige sandalen. De schatting, die zij geven, verraadt niet minder rijkdom, dan beschaving en kunst. Op de gedenktekenen komen zij voor, zoals in den aard der zaak ligt, nu eens onder de vijanden, dan onder de bondgenoten van Egypte.
“Land des verbonds” kan alleen Kanaän heten; wij zullen dus bij de uitdrukking “de kinderen van het land des verbonds” alleen aan die Israëlieten kunnen denken, die na den ondergang van Jeruzalem naar Egypte vluchtten, en wier jonge manschappen door de Egyptenaren in hun legers werden opgenomen, zodat zij ook, gelijk in Jer. 44:12 vv. 27 dezen Joden de ondergang wordt aangezegd, met deze worden vernietigd. Met Kliefoth delen ook anderen het gevoelen, dat onder “land des verbonds” Kanaän moet worden verstaan. O. i. echter ten onrechte. Nergens wordt Kanaän “het land des verbonds” genoemd, wel de Israëlieten de kinderen des verbonds. Wij hebben daarom hier onder kinderen van het land des verbonds te verstaan de bondgenoten van Egypte, die hen hielpen in den strijd tegen de vijanden. Ook deze zouden delen in den ondergang van dat rijk.
Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, hun afgoden en vorsten (vs. 13) met hun krijgslieden en vaste steden (vs. 17 en 15), en de hovaardij harer sterkte 1), de grote macht, op welke zij zich in hun trotsheid verlaten, zal nederdalen. Van den toren van Syene af(Beter: van Migdol tot (Syene 29:10) zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.
De “hovaardij harer sterkte” is alles waarin de Egyptenaars de macht van hun rijk stelden, zodat zij dit voor onvernietigbaar hielden. De luister van al hare sterkte, waarop zij hovaardig was.
En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen, gelijk de verwoeste landen, in wier midden zij liggen; en hare steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden (Hoofdst. 29:12).
En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben 1), als Ik een krijgsvuur in Egypte zal hebben gelegd, en al hare helpers, hare in vs. 5 genoemde bondgenoten zullen verbroken worden. Het is ene feitelijke ondervinding, waarbij het niet in aanmerking komt, of zij, wat zij van Jehova moeten lijden, ook in hun gedachten aan Hem toeschrijven; te erger voor hen, wanneer zij het niet doen.
Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland 1) te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte) (Ex. : vv.); want ziet, het gedreigde ongeluk komt aan (Hoofdst. 7:6; 21:7).
De Ethiopiërs zijn voor den Profeet als een volk, dat zich door dapperheid onderscheidt, en door den verren afstand bijzonder beschermd is, als het ware het ideaal van zorgeloosheid. Tot hen zendt Jehova boden op schepen, om ze, door het bericht van hetgeen Egypte getroffen heeft, uit hun zorgeloosheid op te wekken. De boden gaan “uit voor Jehova” staat er woordelijk; deze wordt gedacht als in Egypte aanwezig om gericht te houden (Jes. 19:1). Deze door den Heere gezonden boden, die op schepen den Nijl opvarende, het bericht van den door God bewerkten val van Egypte naar Ethiopië brengen, behoren tot de dichterlijke aanschouwing. Daarom let de Profeet niet op de moeilijkheden, welke de scheepvaart uit Egypte naar Ethiopië oplevert. De zakelijke inhoud is, dat de schrikmare spoedig naar Ethiopië zal komen, en vormen nu de boden hier de tegenstelling tegen de boden met vrolijk bericht voor Ethiopië in Jes. 18:2. toenmaals wendde de Heere door de nederlaag van Sanherib voor Jeruzalem het gevaar genadig af, dat Egypte en Ethiopië beide van Assur bedreigde. Thans is het andere: Aan Babel wordt even als over Judea, zo ook over Egypte en Ethiopië macht gegeven. De zonen vallen in Egypte (vs. 5) en zelf wordt het aan zijne grenzen door de Chaldeën bedreigd.
De dag van Egypte kan volgens het spraakgebruik (vgl. Jes. 9:3 de dag der Midianieten) een bijzonder merkwaardig, bekend punt in de geschiedenis van Egypte betekenen, dus op den ouden straftijd van Egypte doelen, welke alle naburige volken met schrik vervulde voor Jehova’s almacht.
Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte 1) doen ophouden, door de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel.
Deze uitdrukking geeft zowel te kennen de voor Egypte karakteristiek grote bevolking, als de menigte van have en goed.
Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der Heidenen, d. i. die ook onder de tot geweld geneigde Heidenen voor machthebbende worden gehouden (Hoofdst. 7:24; 28:7) zullen aangevoerd worden, niet uit eigen goeddunken komen, en daarom met onweerstaanbaarheid worden toegerust, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen (Jes. 19:4. Jer. 44:13).
En Ik zal de rivieren tot droogte maken 1), en het land verkopen in de hand der bozen, die het zeer erg met hem maken; en Ik zal het land met zijne volheid verwoesten door de hand der vreemden; Ik, de HEERE, heb het gesproken 2) (Hoofdst. 5:17; 21:17).
God straft den enen goddeloze door den anderen, die daarom zijn eigen oordeel niet ontgaat, maar daarvoor slechts wordt gespaard, zo als in Jer. 25 de koning van Babel boven de door hem bezochten geen anderen voorrang heeft, dan dat hij den drinkbeker het laatste drinkt. Vóór ongeveer 2400 jaren werd Egypte aan zijne eerste en oorspronkelijke bezitters ontrukt, en sedert dien tijd zag het zich van den enen tijd tot den anderen door Perzen, Macedoniërs, Romeinen, Grieken, Arabieren, Georgiërs en eindelijk door die soort van Tartaren beheerst, die onder den naam van Turken en Ottomannen bekend zijn. Ja, sedert dien tijd hebben vreemde en meestal boze mensen Egypte verdrukt en uitgezogen, tot den tegenwoordigen pascha toe. Het heeft genen inlander tot vader des lands, en slaafse vrees houdt het land in banden. Zij doen onrechtvaardiglijk geweld als goddelozen gelijk zij zijn, nochtans voor zover als zij werktuigen in Gods hand zijn om Zijne oordelen uit te voeren is het aan Zijn zijde rechtvaardig gedaan. God maakt den enen goddelozen mens tot een gesel voor den ander, de goddeloze mensen krijgen zelden een recht op een buit.
Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof, uit Memfis in Midden-Egypte (Gen. 41:14); en er zal geen vorst meer zijndie uit Egypteland zelf is voortgekomen; en Ik zal ene vreze in Egypteland stellen. De Profeet noemt twee zaken, die de Heere in Egypte zal vernietigen, het oude godendom en het vorstendom van het daarop trotse land. Zijne zorgeloosheid zal verdwijnen, en het zal in vreze leven. Het benedenste rivierdal vereerde als hoogsten god Phtad (vuurgod), den oudsten en eersten der goden, zo als Manetho hem noemt, die op inscripties de vader van de vaderen der goden, de hemelbeheerser, de god van het genadig aangezicht, de koning der beide werelden genoemd wordt. Als god van het begin heeft hij de gedaante van een naakt kind, van een dwerg, en wordt als ene mummie omwonden voorgesteld, met een gesel, een scepter en mes in de hand; zijn hoofdheiligdom te Memfis versierden en vergrootten de Faraö’s tot aan den val van het rijk. Kambyzes hoonde echter, toen bij in dezen tempel werd geleid (Ezra 1:4) het beeld van den god. Wat Egypte na de katastrofe nog in vorsten overblijft, verdient in vergelijking met de vroegere trotse heersers den naam van vorst niet meer; het zijn in waarheid ellendige knechten.
En Ik zal Mijne grimmigheid uitgieten over Sin, d. i. Pelusium aan den Oostelijken arm van den Nijl, 2 mijlen van de Middellandse zee, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No (vs. 10) uitroeien. Er worden opgeteld de beroemdste steden van Egypte, die nu in angst vergaan; de donkere dag des gerichts (vs. 3) komt. Als de twee hoofdsteden van Beneden-Egypte aan de ene en van Opper-Egypte aan de andere zijde worden Zoan (Tonis) en No (Thebe) genoemd. Aan beide zijden des lands zal de verwoesting gelijkelijk zijn. No is volledig. No-Amon, de Ammons-stad; daarop en in ‘t bijzonder ook op de plaats Jer 46:25 zinspelende, zet Ezechiël aan het slot van vs. 15 #Eze Amon-No, het geruis of de menigte van No. Ammon is niet in staat der stad haren naam te doen behouden. In het bovendeel des lands heerste als godheid Amon, waarschijnlijk “de verborgene, ” de heersende god in de hoogte, wiens kleur op de gedenktekenen het blauwe is; hij was voor Opper-Egypte, wat Phtah voor Beneden-Egypte was en wordt staande of zittende met twee hoge vederen boven het koninklijke hoofdsieraad afgebeeld. De stad Sin is zonder twijfel, waarvoor Hiëronymus het reeds heeft verklaard, Pelusium, de grensstad in Beneden-Egypte naar het oosten; de oorspronkelijke Egyptische naam Pheromi, is in het Grieks overgezet Pelusium (van phlov, slijk); ook betekent het Hebreeuws Sin hetzelfde. Zij wordt genoemd “de sleutel van den weg, door welken men in Egypte gaat, ” (men kan in het inwendige des lands niet komen, zonder deze plaats te passeren, omdat de woestijn, die tot aan de noordelijke punt 23 mijlen breed is, voor een leger bijna ontoegankelijk is), en ligt tussen moerassen, die haar nog meer dan hare sterke muren tot ene sterkte van Egypte maken; tegenwoordig ligt echter de zee vier malen verder er van verwijderd dan in de oudheid.
Ik zal een vuur, ene vernietigende katastrofe, in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks, voortdurend zeer bang zijn. De herhaling van Sin, No en Nof stelt grenzen voor in het Oosten, in Opper- en Beneden-Egypte. Hetgeen bij Nof in den grondtekst staat, kan betekenen “vijanden bij dag, ” maar ook “vijanden elken dag. ” In den laatsten zin hebben onze overzetters en Luther het naar de Vulgata genomen. Intussen zouden wij aan de andere verklaring de voorkeur geven: Nof-vijanden bij dag, d. i. vijanden zullen het aanvallen, die niet als dieven des nachts komen, maar met openlijk geweld inbreken, daar zij in het bewustzijn van hun onvoorwaardelijke overmacht een overmacht bij nacht versmaden. Vergelijk wat bij Ezra 1:4 van Kambyzes’ spoedige inname van Pelusium gezegd is, en het hier bij vs. 13 medegedeelde omtrent zijne bespotting van den afgod van Memfis.
De jongelingen van Aven, On, de stad van den zonnegod (Gen. 41:45 en Jer. 43:13), en Pibeseth in Beneden-Egypte zullen door het zwaard vallen en de dochters (liever in te vullen “steden”) zullen gaan in de gevangenis. Het woord Nwa kan zowel Nwa als Nwa (= misdaad) worden gevocaliseerd. Zonder twijfel wil de Profeet het laatste, hoewel hij deze stad On bedoelt, om haar “stad der misdaad” te noemen, evenals in Hos. 4:15 de naam Bethel (= huis Gods in Bethaven = huis der misdaad) veranderd wordt; door die verandering wordt hier gewezen op de oorzaak der Goddelijke gerichten, die over de stad komen-deze kunnen niet uitblijven, waar men de misdeed pleegt, het schepsel meer te dienen dan den schepper. Pibeseth is het Egyptische Pi-Pascht = plaats van Past, zo genoemd naar de in enen prachtigen tempel daar vereerde godin met een kattenhoofd, Past of Bubastis, de Egyptische Diana. De stad lag aan het Koningskanaal, dat door Faraö Necho begonnen onder Ptolemeus II werd volvoerd en naar Suez leidde, niet ver van zijne uitwatering in den Pelusiotischen arm van den Nijl, en is thans tot op enige puinhopen van den aardbodem verdwenen. De jonge mannen van beide steden zouden door het zwaard vallen. Zij zelf, de steden, dat is de burgerlijke bevolking in onderscheiding van de krijgsbezetting zouden in ballingschap gaan.
En te Tachpanhes of Dafne, 3 mijlen ten zuiden van Pelusium (Jer. 43:7 vv.) zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal ene wolk bedekken, en hare dochters, de van haar afhankelijke, kleine steden en vlekken, zullen gaan in de gevangenis. Deze voorzegging van onzen Profeet wordt door de latere woorden van Jeremia (43:8 vv.) duidelijker verklaard, evenals Ezechiël in vs. 13-17 de voorzegging van Jeremia 46:25 vv. reeds voor zich had. De woorden “het juk van Egypte verbreken” wijzen op Lev. 26:13, #Le waar de uitleiding van Israël uit de slavernij van Egypte een verbreken van haar juk is genoemd. Wat toen geschiedde, zal worden herhaald; het juk, dat Egypte den volken heeft opgelegd, zal worden verbroken, en in ‘t algemeen zal de trotse macht van dit rijk te gronde gaan. Vergelijken wij daarmee het dreigend woord van Jeremia, dat Nebukadnezar te Tachpanhes zijnen troon zal oprichten en Egypte zal slaan, zo moet de ligging dezer stad toen zulk ene geweest zijn, dat in of bij haar de strijd tussen Egypte en Babylonië moest worden beslist.
Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. 20.
X. Vs. 20-26.KruisverwijzingenJeremia 30:13→Jeremia 46:11→Ezechiël 29:17→Ezechiël 26:1→Jeremia 48:25→Ezechiël 30:25→Sefanja 2:12→Ezechiël 29:1→
— Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende: Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde. Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen. En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen. En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt. Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt. En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.
Dit vierde woord van God tegen Egypte neemt zichtbaar zijn uitgangspunt in de Jer. 37:5 vv. medegedeelde gebeurtenis, toen Faraö Hofra, als Jeruzalem door Nebukadnezar werd belegerd, de stad ter hulp was getrokken, maar door de belegeraars was teruggeslagen. Hier heeft God den enen arm van den koning van Egypte verbroken. Hij zal nu niet toelaten, dat deze arm weer geneest, integendeel zal Hij beide armen van Faraö, dien eerst gebrokenen en ook den nog gezonden, zo verbreken, dat hem voor altijd het zwaard uit de hand zal vallen, en wel zal hij dat doen door den koning van Babel, dien Hij zelf daartoe den arm wil sterken en het zwaard in de hand geven. Faraö zal dan voor den koning van Babel kermen, en het volk van Egypte zal onder de volken in de landen worden verstrooid. Tussen het hier en in Hoofdst. 29:1 ontvangen woord Gods ligt ene tijdruimte van 3 maanden; zoals men uit Hoofdst. 4:4 vv. kan opmaken heeft zo lang (of slechts 4 maanden) de tijd geduurd, dat Jeruzalem door den aftocht der Chaldeën zich voor een ogenblik weer van de belegering bevrijd zag.
Ook gebeurde het in het elfde jaar na Jojachins wegvoering d. i. 588 v. C. in de eerste maandAbib, kort voor Pasen, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
Mensenkind! Ik heb den arm van Faraö, den koning van Egypte, verbroken; en ziet hij zal niet verbonden worden met pleisters op te leggen, met enen windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde. De arm is beeld van macht, hier van krijgsmacht, daar hij het zwaard voert; God heeft den arm van Faraö verbroken door de nederlaag, welke de Chaldeën Hofra toebrachten, toen hij was genaderd om het belegerde Jeruzalem te ontzetten.
Daardoor, dat hij u te hulp is willen komen, heeft hij zich zo omtrent Gods volk verdienstelijk gemaakt, dat hij integendeel ene oorzaak van zonde geworden is; nu moet er voor altijd een einde aan worden gemaakt, dat zich het huis Israëls op Egypte zou verlaten (Hoofdst. 29:6 v. en 16). Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil nog verder in strafgerichten aan Faraö, den koning, van Egypte, en zal zijne armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen, en Ik zal het zwaard uit zijne hand doen vallen, hij zal alle macht om oorlog te voeren verliezen. De ene arm des konings is reeds verbroken, en hij zal niet verbonden of genezen worden, dat hij met nieuwe kracht het zwaard zou kunnen aangrijpen; ja, de Heere wil den verpletterden nog eens breken, en den anderen nog ongeschondenen daarenboven, zodat hij het zwaard uit zijne hand laat vallen en hij geheel in machteloosheid nederzinkt. Iedere breuke, die wij moeten ondergaan, is ene roepstem tot boete; maar de mens heeft nooit genoeg aan ééne breuk, zo lang hij nog overigens zich kan bewegen, moet hij zich vertonen. Daarom komt het tot ondergang zonder ontferming, wanneer wij niet aan God ons op genade willen overgeven. Indien mindere oordelen niet vermogen om zondaren te vernederen en te verbeteren, dan zal God groter zenden. Nu zal God het zwaard uit zijne hand doen vallen, hetwelk hij gevat heeft, als denkende sterk genoeg te zijn, om het te houden. Hij was een wrede verdrukker van Gods volk in vorige tijden geweest en nu onlangs ene gebroken rietstaf voor hen. En nu rekent God, door het verbreken zijner armen voor beiden met hen af. God verbreekt rechtvaardiglijk die macht, welke misbruikt is, of om kwaad over mensen te brengen of om hen te bedriegen.
En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de Heidenen, en zal hen verspreiden in de landen (Hoofdst. 29:12).
En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijne hand geven, omdat hij Mij tot volvoerder Mijner oordelen dient (Hoofdst 29:20), maar Faraö’s armen zal Ikdaarentegen verbreken, dat hij voor Mijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt, die slechts steunen kan.
Ja Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Faraö’s armen zullen als door een dodelijken slag getroffen, daarhenen vallen; en zij de Egyptenaars, zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij dat over Egypteland zal hebben uitgestrekt. Er bestaat ene tegenstelling tussen de roeping van de wereldmacht en het gericht over haar: de roeping bestaat in de oplossing van ene voor de ontwikkeling van het rijk Gods gewichtige zaak; maar de wijze, waarop die plaats heeft, veroorzaakt meestal een gestreng gericht.
En Ik zal, gelijk in vs. 23 gezegd is, de Egyptenaars verstrooien onder de Heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben(Hoofdst. 29:16). In Medië, Babylonië, enz. lagen vele landstreken woest, omdat de mensen òf van ouds òf daar niet genoeg waren vermeerderd òf door oorlogen en ziekten waren uitgeroeid. Daarheen verplaatste dan Nebukadnezar, evenals Salmanassar, vele duizende Israëlieten, maar ook Egyptenaars, Moabieten, Ammonieten, enz. als koloniën, en bereikte daardoor een dubbel doel, want vooreerst werden de woeste landstreken door hen bebouwd, en ten tweede werden deze volken zo verstrooid, dat zij geen opstand meer konden maken. Welke bedoeling God hij deze verstrooing der mensen had, is uit Jer. 48:11 vv. op te merken. Het rationale karakter of de hoofdeigenschap van een volk is soms ene zo onbuigzame trotsheid, ene zo weerspannige domheid, ene zo gruwelijke boosheid, dat die niet anders dan door uitroeing der ergsten en verstrooing der overigen kan verbeterd worden. Deze kunnen dan door den nood en door den omgang met mensen van ene andere soort worden verbeterd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel