Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In het tiendeH6224jaarH8141, in de tiendeH6224maandH2320, op den twaalfdenH8147 der maand, geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVIn the tenth2year,1in the tenth3month, in the twelfth4day of the month,6the word8of the LORD9came unto me, saying,
2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121! zetH7760 uw aangezichtH6440tegenH5921FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, en profeteerH5012 tegen hem, en tegenH5921 het ganseH3605EgypteH4714.Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.
KJVSon1of man,2set3thy face4against Pharaoh6king7of Egypt,8and prophesy9against him, and against all Egypt:
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3שִׂ֣יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4פָּנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh7מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וְהִנָּבֵ֣אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet10עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13כֻּלָּֽהּH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
3Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3SpreekH1696 en zegH559: ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZieH2005, Ik wil aanH5921 u, o FaraoH6547, koningH4428 van EgypteH4714! dien grotenH1419zeedraakH8577, die in het middenH8432 zijner rivierenH2975ligtH7257; dieH834 daar zegtH559: Mijn rivierH2975 is de mijne, en ik heb die voor mij gemaaktH6213.Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.
KJVSpeak,1and say,2Thus saith4the Lord5GOD;6Behold, I am against thee, Pharaoh9king10of Egypt,11the great13dragon12that lieth14in the midst15of his rivers,16which hath said,18My river20is mine own, and I have made
1דַּבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2וְאָמַרְתָּ֜H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod7הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8עָלֶ֨יךָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פַּרְעֹ֣הH6547FaraoPharaoh10מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12הַתַּנִּים֙H8577draken, draak, zeedraakdragon, sea-monster, serpent, whale13הַגָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very14הָרֹבֵ֖ץH7257nederliggen, legeren, ligtcrouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit15בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)16יְאֹרָ֑יוH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18אָמַ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19לִ֥י20יְאֹרִ֖יH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream21וַאֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who22עֲשִׂיתִֽנִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
4Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar Ik zal hakenH2397 in uw kakenH3895 doen, en den visH1710 uwer rivierenH2975 aan uw schubbenH7193 doen klevenH1692; en Ik zal u uit het middenH8432 uwer rivierenH2975optrekkenH5927, en alH3605 de visH1710 uwer rivierenH2975 zal aan uw schubbenH7193klevenH1692.Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.
KJVBut I will put1hooks2in thy jaws,3and I will cause the fish5of thy rivers6to stick4unto thy scales,7and I will bring thee up8out of the midst9of thy rivers,10and all the fish13of thy rivers14shall stick16unto thy scales.
1וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2חַחִים֙H2397haken, haakbracelet, chain, hook3בִּלְחָיֶ֔יךָH3895kinnebakken, ezelskinnebakken, wangencheek (bone), jaw (bone)4וְהִדְבַּקְתִּ֥יH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take5דְגַתH1710vis, vissenfish6יְאֹרֶ֖יךָH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream7בְּקַשְׂקְשֹׂתֶ֑יךָH7193schubben, schubachtigmail, scale8וְהַעֲלִיתִ֨יךָ֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10יְאֹרֶ֔יךָH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream11וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13דְּגַ֣תH1710vis, vissenfish14יְאֹרֶ֔יךָH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream15בְּקַשְׂקְשֹׂתֶ֖יךָH7193schubben, schubachtigmail, scale16תִּדְבָּֽקH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take
5En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En Ik zal u verlatenH5203 in de woestijnH4057, u en alH3605 den visH1710 uwer rivierenH2975; opH5921 het openH6440veldH7704 zult gij vallenH5307; gij zult nietH3808verzameldH622nochH3808vergaderdH6908 worden; aan het gedierteH2416 der aardeH776 en aan het gevogelteH5775 des hemelsH8064 heb Ik u ter spijzeH402gegevenH5414.En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.
KJVAnd I will leave1thee thrown into the wilderness,2thee and all the fish6of thy rivers:7thou shalt fall11upon the open9fields;10thou shalt not be brought together,13nor gathered:15I have given20thee for meat21to the beasts16of the field17and to the fowls18of the heaven.
1וּנְטַשְׁתִּ֣יךָH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer2הַמִּדְבָּ֗רָהH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness3אוֹתְךָ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דְּגַ֣תH1710vis, vissenfish7יְאֹרֶ֔יךָH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פְּנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild11תִּפּ֔וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תֵאָסֵ֖ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw14וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תִקָּבֵ֑ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up16לְחַיַּ֥תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop17הָאָ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18וּלְע֥וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl19הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)20נְתַתִּ֥יךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield21לְאָכְלָֽהH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat
6En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En alH3605 de inwonersH3427 van EgypteH4714 zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, omdat zij den huizeH1004IsraelsH3478 een rietstafH4938 geweest zijn.En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.
KJVAnd all the inhabitants3of Egypt4shall know1that I am the LORD,7because they have been a staff10of reed11to the house12of Israel.
1וְיָֽדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry4מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8יַ֧עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why9הֱיוֹתָ֛םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10מִשְׁעֶ֥נֶתH4938staf, rietstaf, stokstaff11קָנֶ֖הH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk12לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
7Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Als zij u bij uw handH3709grepenH8610, zo werdt gij gebrokenH7533, en spleetH1234 hun alleH3605zijdenH3802; en als zij op u leundenH8172, zo werdt gij verbrokenH7665, en liet alleH3605lendenH4975 op zichzelven staanH5976.Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.
KJVWhen they took hold1of thee by thy hand,3thou didst break,4and rend5all their shoulder:8and when they leaned9upon thee, thou brakest,11and madest all their loins15to be at a stand.
1בְּתָפְשָׂ֨םH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take2בְּךָ֤3בַכַּף֙H3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon4תֵּר֔וֹץH7533onderdrukt, gebroken, stukken gestotenbreak, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together5וּבָקַעְתָּ֥H1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win6לָהֶ֖ם7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8כָּתֵ֑ףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter9וּבְהִֽשָּׁעֲנָ֤םH8172steunen, gesteund, leundelean, lie, rely, rest (on, self), stay10עָלֶ֨יךָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11תִּשָּׁבֵ֔רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))12וְהַעֲמַדְתָּ֥H5976staanbe at a stand13לָהֶ֖ם14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15מָתְנָֽיִםH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side
8Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8DaaromH3651 zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal het zwaardH2719overH5921 u brengenH935, en Ik zal uitH4480 u mensH120 en beestH929uitroeienH3772.Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Behold, I will bring7a sword9upon thee, and cut off10man12and beast
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הִנְנִ֛יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7מֵבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8עָלַ֖יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9חָ֑רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool10וְהִכְרַתִּ֥יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want11מִמֵּ֖ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12אָדָ֥םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13וּבְהֵמָֽהH929beesten, vee, beestbeast, cattle
9En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En EgyptelandH776 zal worden tot een wildernisH8077 en woestheidH2723, en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben; omdat hij zegtH559: De rivierH2975 is mijn, en ikH589 heb die gemaaktH6213.En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.
KJVAnd the land2of Egypt3shall be desolate4and waste;5and they shall know6that I am the LORD:9because he hath said,11The river12is mine, and I have made
1וְהָיְתָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4לִשְׁמָמָ֣הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste5וְחָרְבָּ֔הH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)6וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10יַ֧עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why11אָמַ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12יְאֹ֥רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream13לִ֖י14וַאֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15עָשִֽׂיתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
10Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10DaaromH3651, zieH2005, Ik wil aan u en aan uw rivierH2975; en Ik zal EgyptelandH776stellenH5414 tot woesteH2721wildeH2723eenzaamhedenH8077, van den torenH4024 van Syrene afH5704, tot aan de landpaleH1366 van MorenlandH3568.Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.
Ook in dit vers
SyeneH5482
KJVBehold, therefore I am against thee, and against thy rivers,5and I will make6the land8of Egypt9utterly11waste10and desolate,12from the tower13of Syene14even unto the border16of Ethiopia.
1לָכֵ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנְנִ֥יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְאֹרֶ֑יךָH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream6וְנָתַתִּ֞יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10לְחָרְבוֹת֙H2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)11חֹ֣רֶבH2721hitte, droogte, Droogtedesolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste12שְׁמָמָ֔הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste13מִמִּגְדֹּ֥לH4024Migdol, toren, TorenMigdol, tower14סְוֵנֵ֖הH5482SyeneSyene15וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16גְּב֥וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space17כּֽוּשׁH3568Morenland, Cusch, MorenChush, Cush, Ethiopia
11Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11GeenH3808mensenvoetH7272 zal door hetzelve doorgaanH5674, en geenH3808beestenvoetH7272 zal door hetzelve doorgaanH5674, en het zal veertigH705jarenH8141onbewoondH3427 zijn.Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.
KJVNo foot4of man5shall pass through2it, nor foot6of beast7shall pass through9it, neither shall it be inhabited12forty13years.
1לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַעֲבָרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3בָּהּ֙4רֶ֣גֶלH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time5אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6וְרֶ֥גֶלH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time7בְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תַעֲבָרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10בָּ֑הּ11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תֵשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty14שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
12Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Want Ik zal EgyptelandH776stellenH5414 tot een verwoestingH8077 in het middenH8432 der verwoeste landenH776, en zijn stedenH5892 zullen een woestheidH8077zijnH1961 in het middenH8432 der verwoeste stedenH5892, veertigH705jarenH8141; en Ik zal de EgyptenaarsH4714verstrooienH6327 onder de heidenenH1471, en zal hen verspreidenH2219 in de landenH776.Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
Ook in dit vers
verwoesteH2717
verwoesteH8074
KJVAnd I will make1the land3of Egypt4desolate5in the midst6of the countries7that are desolate,8and her cities9among10the cities11that are laid waste12shall be desolate14forty15years:16and I will scatter17the Egyptians19among the nations,20and will disperse21them through the countries.
13Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13MaarH3588zoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ten eindeH7093 van veertigH705jarenH8141 zal Ik de EgyptenaarsH4714vergaderenH6908uitH4480 de volkenH5971, waarhenen zij verstrooidH6327 zijn geworden.Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.
KJVYet thus saith3the Lord4GOD;5At the end6of forty7years8will I gather9the Egyptians11from the people13whither they were scattered:
1כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6מִקֵּ֞ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process7אַרְבָּעִ֤יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty8שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9אֲקַבֵּ֣ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13הָעַמִּ֖יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נָפֹ֥צוּH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad16שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
14En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En Ik zal de gevangenisH7622 der EgyptenarenH4714wendenH7725, en hen wederbrengenH7725 in het landH776 van PathrosH6624, in het landH776 huns koophandelsH4351; en aldaarH8033 zullen zijH1961 een nederigH8217koninkrijkH4467 zijn.En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.
KJVAnd I will bring again1the captivity3of Egypt,4and will cause them to return5into the land7of Pathros,8into the land10of their habitation;11and they shall be there a base15kingdom.
1וְשַׁבְתִּי֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁב֣וּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)4מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5וַהֲשִׁבֹתִ֤יH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8פַּתְר֔וֹסH6624PathrosPathros9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10אֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מְכֽוּרָתָ֑םH4351handelingen, koophandels, woningenbirth, habitation, nativity12וְהָ֥יוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14מַמְלָכָ֥הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal15שְׁפָלָֽהH8217nederig, lager, nederigenbase(-st), humble, low(-er, -ly)
15En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En het zal nederigerH8217zijnH1961danH4480 de andere koninkrijkenH4467, en zich niet meerH5750verheffenH5375 boven de heidenenH1471; want Ik zal hen verminderenH4591, dat zij niet zullen heersenH7287overH5921 de heidenenH1471.En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.
KJVIt shall be the basest4of the kingdoms;2neither shall it exalt6itself any more above the nations:9for I will diminish10them, that they shall no more rule12over the nations.
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַמַּמְלָכוֹת֙H4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal3תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4שְׁפָלָ֔הH8217nederig, lager, nederigenbase(-st), humble, low(-er, -ly)5וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִתְנַשֵּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield7ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַגּוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10וְהִ֨מְעַטְתִּ֔יםH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing11לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without12רְד֥וֹתH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take13בַּגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
16En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het zal den huizeH1004IsraelsH3478nietH3808meerH5750zijnH1961 tot een vertrouwenH4009, dat der ongerechtigheidH5771 doet gedenkenH2142, wanneer zij naar henlieden omzienH6437; maar zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HeereH136HEEREH3069 ben.En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
KJVAnd it shall be no more the confidence6of the house4of Israel,5which bringeth7their iniquity8to remembrance,when they shall look9after10them: but they shall know11that I am the Lord14GOD.
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3עוֹד֩H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)4לְבֵ֨יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יִשְׂרָאֵ֤לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לְמִבְטָח֙H4009vertrouwen, Vertrouwen, vertrouwensconfidence, hope, sure, trust7מַזְכִּ֣ירH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well8עָוֺ֔ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin9בִּפְנוֹתָ֖םH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10אַחֲרֵיהֶ֑םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11וְיָ֣דְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord15יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
17Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Voorts gebeurdeH1961 het in het zevenH7651 en twintigsteH6242jaarH8141, in de eersteH7223maandH2320, op den eerstenH259 der maand, dat het woordH1697 des HEERENH3068totH413 mij geschieddeH1961, zeggendeH559:Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
KJVAnd it came to pass in the seven3and twentieth2year,4in the first5month, in the first6day of the month,7the word9of the LORD10came unto me, saying,
18Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18MensenkindH1121! NebukadrezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, heeft zijn heirH2428 een grotenH1419dienstH5656 doen dienenH5647 tegen TyrusH6865; alleH3605hoofdenH7218 zijn kaalH7139 geworden, en alleH3605zijdenH3802 zijn uitgepluktH4803; en noch hij, noch zijnH1961heirH2428 heeft loonH7939 gehad vanwegeH5921TyrusH6865, voor den dienstH5656, dienH834 hij tegen haar gediendH5647 heeft.Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.
KJVSon1of man,2Nebuchadrezzar3king4of Babylon5caused6his army8to serve28a great10service9against Tyrus:12every head14was made bald,15and every shoulder17was peeled:18yet had he no wages,19nor his army,23for Tyrus,24for the service26that he had served
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3נְבוּכַדְרֶאצַּ֣רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar4מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5בָּ֠בֶלH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon6הֶעֱבִ֨ידH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חֵיל֜וֹH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)9עֲבֹדָ֤הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought10גְדֹלָה֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12צֹ֔רH6865Tyrus, TyrierTyre, Tyrus13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top15מֻקְרָ֔חH7139kaal, Maak kaalmake (self) bald16וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17כָּתֵ֖ףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter18מְרוּטָ֑הH4803geveegd, uitgevallen, pluktebright, furbish, (have his) hair (be) fallen off, peeled, pluck off (hair)19וְ֠שָׂכָרH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth20לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21הָ֨יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use22ל֤וֹ23וּלְחֵילוֹ֙H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)24מִצֹּ֔רH6865Tyrus, TyrierTyre, Tyrus25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26הָעֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought27אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection28עָבַ֥דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,29עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
19Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19DaaromH3651, zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, EgyptelandH776gevenH5414; en hij zal deszelfs buitH7998buitenH7997, en deszelfs roofH957rovenH962, en het zal het loonH7939 zijn voor zijn heirH2428.Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.
Ook in dit vers
menigteH1995
wegvoerenH5375
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Behold, I will give7the land12of Egypt13unto Nebuchadrezzar8king9of Babylon;10and he shall take14her multitude,15and take16her spoil,17and take18her prey;19and it shall be the wages21for his army.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הִנְנִ֥יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7נֹתֵ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לִנְבוּכַדְרֶאצַּ֥רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar9מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14וְנָשָׂ֨אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield15הֲמֹנָ֜הּH1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult16וְשָׁלַ֤לH7997beroofd, buiten, berovenlet fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil17שְׁלָלָהּ֙H7998buit, roof, roofsprey, spoil18וּבָזַ֣זH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly19בִּזָּ֔הּH957roof, plundering, buitbooty, prey, spoil(-ed)20וְהָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21שָׂכָ֖רH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth22לְחֵילֽוֹH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)
20Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Tot zijn arbeidsloonH6468, omdat hij tegen haar gediendH5647 heeft, heb Ik hem EgyptelandH776gegevenH5414, omdat zij voor Mij gewrochtH6213 hebben, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.
KJVI have given5him the land8of Egypt9for his labour1wherewith he served3against it, because they wrought11for me, saith13the Lord14GOD.
1פְּעֻלָּתוֹ֙H6468arbeidsloon, werk, werkloonlabour, reward, wages, work2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3עָ֣בַדH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,4בָּ֔הּ5נָתַ֥תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6ל֖וֹ7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָ֣שׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לִ֔י13נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith14אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord15יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
21Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Te dien dageH3117 zal Ik den hoornH7161 van hetH1931huisH1004IsraelsH3478 doen uitspruitenH6779, en u openingH6610 des mondsH6310gevenH5414 in het middenH8432 van hen; en zij zullen wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben.Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVIn that day1will I cause3the horn4of the house5of Israel6to bud forth,and I will give8thee the opening9of the mouth10in the midst11of them; and they shall know12that I am the LORD.
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3אַצְמִ֤יחַH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)4קֶ֨רֶן֙H7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn5לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וּלְךָ֛8אֶתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9פִּתְחֽוֹןH6610opening, opentopen(-ing)10פֶּ֖הH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11בְּתוֹכָ֑םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)12וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 29:1— In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:Ezechiël 26:1→Ezechiël 29:17→Ezechiël 20:1→Ezechiël 8:1→Ezechiël 40:1→Ezechiël 1:2→
Ezechiël 29:2— Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.Ezechiël 6:2→Jeremia 44:30→Jeremia 46:2→Jeremia 9:25→Ezechiël 28:21→Ezechiël 20:46→Jesaja 20:1→Ezechiël 25:2→
Ezechiël 29:3— Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.Jesaja 27:1→Ezechiël 32:2→Jesaja 51:9→Psalmen 74:13→Jeremia 44:30→Ezechiël 29:9→Openbaring 13:4→Ezechiël 28:2→
Ezechiël 29:4— Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.2 Koningen 19:28→Ezechiël 38:4→Jesaja 37:29→Habakuk 1:14→Job 41:1→Amos 4:2→
Ezechiël 29:5— En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.Ezechiël 32:4→Jeremia 34:20→Jeremia 7:33→Jeremia 8:2→Jeremia 25:33→Jeremia 16:4→Ezechiël 39:11→Openbaring 19:17→
Ezechiël 29:6— En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.2 Koningen 18:21→Jesaja 36:6→Ezechiël 28:22→Exodus 14:18→Jeremia 2:36→Klaagliederen 4:17→Exodus 9:14→Jesaja 30:2→
Ezechiël 29:7— Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.Ezechiël 17:15→Jeremia 17:5→Jesaja 36:6→Psalmen 146:3→Jeremia 37:5→Spreuken 25:19→Psalmen 118:8→
Ezechiël 29:8— Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.Ezechiël 14:17→Ezechiël 30:10→Ezechiël 25:13→Jeremia 32:43→Jeremia 46:13→Exodus 12:12→Ezechiël 32:10→Jeremia 7:20→
Ezechiël 29:9— En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.Ezechiël 29:3→Spreuken 18:12→Ezechiël 29:10→Spreuken 16:18→Ezechiël 30:13→Jeremia 43:10→Ezechiël 30:7→Spreuken 29:23→
Ezechiël 29:10— Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.Ezechiël 30:12→Ezechiël 29:11→Exodus 14:2→Ezechiël 30:6→Habakuk 3:8→Jeremia 44:1→Jeremia 46:14→
Ezechiël 29:11— Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.Ezechiël 32:13→Jeremia 43:11→Ezechiël 36:28→Ezechiël 33:28→Jesaja 23:17→Jeremia 29:10→Daniël 9:2→Ezechiël 31:12→
Ezechiël 29:12— Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.Ezechiël 30:23→Ezechiël 30:7→Jeremia 46:19→Jeremia 25:15→Ezechiël 30:26→Jeremia 27:6→
Ezechiël 29:13— Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.Jeremia 46:26→Jesaja 19:22→
Ezechiël 29:14— En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.Ezechiël 30:14→Jesaja 11:11→Jeremia 44:1→Genesis 10:14→1 Kronieken 1:12→
Ezechiël 29:15— En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.Ezechiël 30:13→Zacharia 10:11→Ezechiël 17:6→Ezechiël 32:2→Ezechiël 31:2→Ezechiël 17:14→Nahum 3:8→Daniël 11:42→
Ezechiël 29:16— En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.Hosea 8:13→Ezechiël 29:6→Jesaja 20:5→Ezechiël 21:23→Jeremia 14:10→Klaagliederen 4:17→Jesaja 64:9→Hosea 7:11→
Ezechiël 29:17— Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:Ezechiël 29:1→Ezechiël 24:1→Ezechiël 1:2→
Ezechiël 29:18— Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.Jeremia 27:6→Jeremia 25:9→Ezechiël 26:7→Jeremia 48:37→
Ezechiël 29:19— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.Jeremia 43:10→Ezechiël 30:24→Ezechiël 32:11→Ezechiël 30:4→Ezechiël 29:8→Ezechiël 30:10→
Ezechiël 29:20— Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.Jesaja 10:6→Jeremia 25:9→Jesaja 45:1→2 Koningen 10:30→
Ezechiël 29:21— Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 24:27→Ezechiël 33:22→Psalmen 132:17→Lukas 21:15→1 Samuël 2:10→Lukas 1:69→Amos 3:7→Psalmen 92:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 29 vers 1— In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
tiende jaar,
Na de gevankelijke wegvoering van Jechonia of Jojachin. Vergelijk boven Ezech. 1:2 , en onder Ezech. 33:21 , enz.
Hertaald:tiende jaar,
Namelijk na de gevankelijke wegvoering van Jechonja of Jojachin. Vergelijk hierboven Ezech. 1:2 en hieronder Ezech. 33:21, enzovoort.
tiende maand,
In het kerkelijk jaar genoemd Tebeth, in het burgerlijk Tamus.
Hertaald:tiende maand,
In het kerkelijke jaar Tebeth genoemd, in het burgerlijke Tamuz.
Ezechiël 29 vers 2— Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.
Faraö,
Dezen houden sommigen geweest te zijn Farao Hofra. Zie Jer. 44:30 , met de aantekening. Uit welke plaats afgenomen wordt dat hij schijnt geleefd te hebben ten tijde als de Joden, na Jeruzalems verwoesting door Nebukadnezar, vluchtten in Egypte. Anders was Farao een algemene naam der koningen van Egypte. Zie Gen. 12:15 .
Hertaald:Faraö,
Sommigen houden hem voor Farao Hofra. Zie Jer. 44:30 met de aantekening. Uit die plaats leidt men af dat hij geleefd lijkt te hebben in de tijd waarin de Joden na de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar naar Egypte vluchtten. Overigens was Farao een algemene naam voor de koningen van Egypte. Zie Gen. 12:15.
Ezechiël 29 vers 3— Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.
Ik wil aan u,
Gelijk boven Ezech. 28:22 . Alzo onder vs.10, en Ezech. 30:22 , enz.
Hertaald:Ik wil aan u,
Zoals hierboven Ezech. 28:22. Zo ook hieronder vers 10 en Ezech. 30:22, enzovoort.
zeedraak,
Zie Ps. 74:13-14 ; Jes. 27:1 ; en Jes. 51:9 , en onder Ezech. 32:2 . Sommigen verstaan hier een krokodil.
Hertaald:zeedraak,
Zie Ps. 74:13-14; Jes. 27:1 en Jes. 51:9, en hieronder Ezech. 32:2. Sommigen verstaan hier een krokodil.
rivieren ligt;
Versta, de verscheidene armen en stromen van de grote en vermaarde rivier de Nijl, waardoor hij meende zo verzekerd te zijn, dat geen vijand, ja zelfs geen god [gelijk Herodot. lib.2, schrijft] hem uit zijn rijk kon verdrijven.
Hertaald:rivieren ligt;
Versta: de verschillende armen en stromen van de grote en beroemde rivier de Nijl, waardoor hij meende zo veilig te zijn dat geen vijand, ja zelfs geen god (zoals Herodotus in boek 2 schrijft) hem uit zijn rijk kon verdrijven.
rivier is de mijne,
Nijl, daarover heb ik alleen te gebieden, zij is alleen tot mijn voordeel en verzekering; niemand anders heeft er gezag over, of kan haar mij benemen of ontwenden.
Hertaald:rivier is de mijne,
Namelijk de Nijl: daarover heb ik alleen te gebieden, zij dient alleen tot mijn voordeel en mijn veiligheid; niemand anders heeft er gezag over of kan haar mij ontnemen of afwenden.
gemaakt
Alzo geordineerd en verdeeld, tot gerief en sterkte van mijn koninkrijk.
Hertaald:gemaakt
Namelijk zo ingericht en verdeeld, tot gerief en versterking van mijn koninkrijk.
Ezechiël 29 vers 4— Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.
haken in uw kaken doen,
Vergelijk Am. 4:2 .
Hertaald:haken in uw kaken doen,
Vergelijk Amos 4:2.
vis uwer rivieren
Dat is, uwe onderdanen zal Ik met u uittrekken [gelijk de kleine vissen hangen aan de schubben van zulke grote] en u tezamen ter plaatse voeren en trekken, waar gij zult varen, als volgt: Ik zal mijn oordeel eensdeels door de Cyreners [gelijk sommigen uit Herodot,lib.2
Hertaald:vis uwer rivieren
Dat is: uw onderdanen zal Ik met u meetrekken (zoals de kleine vissen aan de schubben van zulke grote dieren blijven hangen) en Ik zal u samen naar die plaats voeren waar u heen zult gaan, zoals volgt. De bron breekt hier midden in de zin af, met een verwijzing naar Herodotus, boek 2.
Ezechiël 29 vers 5— En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.
vallen;
Dat is, geslagen worden en omkomen. Zie Gen. 14:10 . Of vallen voor liggen; gelijk elders.
Hertaald:vallen;
Dat is: geslagen worden en omkomen. Zie Gen. 14:10. Of: vallen voor liggen, zoals elders.
verzameld noch vergaderd worden;
Ter begrafenis, alzo elders.
Hertaald:verzameld noch vergaderd worden;
Namelijk om begraven te worden, zoals elders.
aan het gedierte der aarde
Vergelijk Ps. 74:14 , enz.
Hertaald:aan het gedierte der aarde
Vergelijk Ps. 74:14, enzovoort.
Ezechiël 29 vers 6— En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.
rietstaf geweest zijn
Hen opruiende tot rebellie tegen de Chaldeën, met belofte van grote hulp, die zij niet hebben gehouden. Zie 2 Kon. 18:21 .
Hertaald:rietstaf geweest zijn
Namelijk doordat u hen opgezet hebt tot opstand tegen de Chaldeeën, met de belofte van grote hulp die u niet nagekomen bent. Zie 2 Kon. 18:21.
Ezechiël 29 vers 7— Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.
gebroken,
Of, gekrookt; hen niet alleen niet ondersteunende, maar ook kwetsende en steunende.
Hertaald:gebroken,
Of: geknakt; waarbij u hen niet alleen niet ondersteunde, maar ook verwondde en kwetste.
zijden;
Hebreeuws, zijde; of de ganse zijde. Anders: schouder; hier wordt van lenen, of leunen en steunen gesproken.
Hertaald:zijden;
Hebreeuws: zijde, of: de hele zijde. Anders: schouder; hier wordt over steunen en leunen gesproken.
liet alle lenden op zichzelven staan
Hebreeuws, deedt hun alle lenden staan; dat is, gij verliet hen, liet hen staan op zichzelven, en bestaan zo zij het best konden, zonder hen te helpen of te ondersteunen, tegen uw beloften en hunne hoop of verwachting. Of aldus: En zoudt gij hun alle lenden doen slaan? dat is, staande of overeind houden.
Hertaald:liet alle lenden op zichzelven staan
Hebreeuws: u deed hun alle lendenen staan; dat is: u liet hen in de steek, liet hen op zichzelf staan en zich redden zo goed zij konden, zonder hen te helpen of te steunen, tegen uw beloften en hun hoop of verwachting in. Of aldus: en zou u hun alle lendenen doen staan? Dat is: hen staande of overeind houden.
Ezechiël 29 vers 8— Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.
zwaard over u brengen,
Vijandelijken oorlog, moord en verwoesting.
Hertaald:zwaard over u brengen,
Namelijk vijandelijke oorlog, moord en verwoesting.
Ezechiël 29 vers 9— En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.
hij zegt
Farao.
Hertaald:hij zegt
Namelijk Farao.
De rivier is mijn,
Gelijk boven vs.3.
Hertaald:De rivier is mijn,
Zoals hierboven vers 3.
Ezechiël 29 vers 10— Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.
wil aan u en aan uw rivier;
Gelijk boven vs.3.
Hertaald:wil aan u en aan uw rivier;
Zoals hierboven vers 3.
woeste wilde eenzaamheden,
Hebreeuws, woestheden der woestheid, der eenzaamheid, of wildernis, dat is, ten uiterste woest maken.
Hertaald:woeste wilde eenzaamheden,
Hebreeuws: woestheden van de woestheid, van de eenzaamheid of wildernis; dat is: uiterst woest maken.
toren
Hebreeuws, Migdol; dat sommigen voor de stad Migdol, waarvan zie Jer. 44:1 , en Jer. 46:14 .
Hertaald:toren
Hebreeuws: Migdol; sommigen houden dat voor de stad Migdol, waarover zie Jer. 44:1 en Jer. 46:14.
Syene af,
Hebreeuws, Seveneh; dat is, van het ene einde des lands tot het andere, gelijk enigen dit verklaren. Doch Syene was een vermaarde stad in Egypte, gelegen juist onder den Kreeftscirkel, of tropicus Cancri, Plin.lib.2
Hertaald:Syene af,
Hebreeuws: Seveneh; dat is: van het ene einde van het land tot het andere, zoals sommigen dit verklaren. Syene was echter een beroemde stad in Egypte, die precies onder de Kreeftskeerkring lag (Plinius, boek 2).
Morenland
Hebreeuws, Cusch. Zie Gen. 2:13 , en Gen. 10:6 . Dat Morenland aan Egypte grenst, wordt gehouden buiten twijfel. Zie Jes. 18:1-2 , en vergelijk onder Ezech. 30:4 .
Hertaald:Morenland
Hebreeuws: Cusch. Zie Gen. 2:13 en Gen. 10:6. Dat Morenland aan Egypte grenst, wordt buiten twijfel geacht. Zie Jes. 18:1-2, en vergelijk hieronder Ezech. 30:4.
Ezechiël 29 vers 11— Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.
onbewoond zijn
Zie van het Hebreeuwse woord Jer. 17:6 .
Hertaald:onbewoond zijn
Zie over het Hebreeuwse woord Jer. 17:6.
Ezechiël 29 vers 12— Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
midden der verwoeste landen,
Dat is, in zulken staat als andere verwoeste landen en steden plegen te zijn, alzo onder Ezech. 30:7 .
Hertaald:midden der verwoeste landen,
Dat is: in zo'n staat als andere verwoeste landen en steden plegen te verkeren; zo ook hieronder Ezech. 30:7.
verspreiden in de landen
Of, wannen, verschudden. Alzo onder Ezech. 30:23 .
Hertaald:verspreiden in de landen
Of: wannen, uitschudden. Zo ook hieronder Ezech. 30:23.
Ezechiël 29 vers 13— Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.
veertig jaren
Na deze verwoesting, als de monarchie der Babyloniërs naar het einde zal gaan.
Hertaald:veertig jaren
Namelijk na deze verwoesting, wanneer het rijk van de Babyloniërs op zijn einde loopt.
Ezechiël 29 vers 14— En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.
Pathros,
Zie Gen. 10:14 .
Hertaald:Pathros,
Zie Gen. 10:14.
koophandels;
Dat is, daar zij hunnen handel plegen te drijven met kopen en verkopen. Anders, verkering, woning. De zin is: Hun vaderland.
Hertaald:koophandels;
Dat is: waar zij hun handel plegen te drijven met kopen en verkopen. Anders: verblijf, woonplaats. De betekenis is: hun vaderland.
nederig koninkrijk zijn
Onder de monarchie der Perzen. Vergelijk boven Ezech. 17:14 .
Hertaald:nederig koninkrijk zijn
Namelijk onder het rijk van de Perzen. Vergelijk hierboven Ezech. 17:14.
Ezechiël 29 vers 16— En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
ongerechtigheid doet gedenken,
Die zij in het handelen met de Egyptenaars begaan, en aderszins vanouds af vandaar gehaald hebben. Zie boven Ezech. 21:24 , met de aantekening, en wijders Ezech. 18:22 , Ezech. 18:24 , en Ezech. 23:19-21 .
Hertaald:ongerechtigheid doet gedenken,
Namelijk de ongerechtigheid die zij in de omgang met de Egyptenaren begingen en die zij ook van oudsher daarvandaan gehaald hadden. Zie hierboven Ezech. 21:24 met de aantekening, en verder Ezech. 18:22, Ezech. 18:24 en Ezech. 23:19-21.
henlieden omzien;
Of, als zij naar hen omzagen; te weten naar de Egyptenaars; niet op mij, maar op Egypte vertrouwende, en alzo van mij afwijkende; waardoor zij mij oorzaak zouden geven om het een met het ander tezamen hunlieden te gedenken en te straffen. Zie Gen. 8:1 .
Hertaald:henlieden omzien;
Of: wanneer zij naar hen omzagen, namelijk naar de Egyptenaren, en dus niet op Mij maar op Egypte vertrouwden en zo van Mij afweken. Daarmee zouden zij Mij aanleiding geven om het een met het ander samen aan hen te gedenken en te straffen. Zie Gen. 8:1.
Ezechiël 29 vers 17— Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
zeven en twintigste jaar,
Zie vs.1.
Hertaald:zeven en twintigste jaar,
Zie vers 1.
eerste maand,
Nisan, in het kerkelijk jaar; Thisri in het burgerlijke.
Hertaald:eerste maand,
Nisan in het kerkelijke jaar, Tisri in het burgerlijke.
Ezechiël 29 vers 18— Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.
Tyrus;
Zie boven Eze 26 , Eze 27 , Eze 28 .
Hertaald:Tyrus;
Zie hierboven Ezech. 26, 27 en 28.
hoofden
Hebreeuws, hoofdzijde.
Hertaald:hoofden
Hebreeuws: hoofdzijde.
kaal geworden,
Dat is, zijn krijgsvolk is bloot, berooid, vermoeid en uitgemergeld geworden door de belegering van Tyrus, als hebbende geduurd, naar het vermelden van de oude historiën [ Joseph. cont. App. lib.1, ] dertien jaar lang.
Hertaald:kaal geworden,
Dat is: zijn krijgsvolk is kaal, berooid, vermoeid en uitgeput geraakt door de belegering van Tyrus, die volgens de oude geschiedschrijvers (Josefus, tegen Apion, boek 1) dertien jaar geduurd heeft.
alle zijden zijn uitgeplukt;
Of, alle schouders zijn gestroopt, door het dragen van lasten.
Hertaald:alle zijden zijn uitgeplukt;
Of: alle schouders zijn ontveld, door het dragen van lasten.
Ezechiël 29 vers 19— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.
deszelfs
Van Egypteland.
Hertaald:deszelfs
Namelijk van het land Egypte.
menigte wegvoeren,
Of, gemene volk, of overvloed, rijkdom; ziet van het Hebreeuwse woord Ps. 37:16 ; Jer. 46:25 ; alzo onder Ezech. 30:4 , Ezech. 30:10 , Ezech. 30:15 , en Ezech. 31:2 , Ezech. 31:18 ; en Ezech. 32:12 , Ezech. 32:16 , enz.
Hertaald:menigte wegvoeren,
Of: het gewone volk, of: overvloed, rijkdom; zie over het Hebreeuwse woord Ps. 37:16; Jer. 46:25; zo ook hieronder Ezech. 30:4, Ezech. 30:10, Ezech. 30:15, en Ezech. 31:2, Ezech. 31:18, en Ezech. 32:12, Ezech. 32:16, enzovoort.
Ezechiël 29 vers 20— Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.
arbeidsloon,
Vergelijk Jer. 22:3 .
Hertaald:arbeidsloon,
Vergelijk Jer. 22:3.
haar gediend heeft,
De stad Tyrus.
Hertaald:haar gediend heeft,
Namelijk de stad Tyrus.
voor Mij
Niet dat het oogmerk van Nebukadnezar en zijn krijgsvolk geweest is, den waren God van Israël in dezen te gehoorzamen [die boos genoemd worden, onder Ezech. 30:12 ] , maar omdat God hen door zijn verborgen regering tot uitvoering van dit zijn oordeel gebruikt heeft als tot zijn dienst; zie Jer. 25:9 . Hoewel het zou kunnen wezen dat Nebukadnezar van Ezechiëls profetie [als in Babylonië geschied zijnde] vernomen hebbende door Gods bestuur, zijn voornemen te stijver vervolgd hebbe. Vergelijk Jer. 40:2-3 .
Hertaald:voor Mij
Niet dat Nebukadnezar en zijn krijgsvolk het oogmerk hadden hierin de ware God van Israël te gehoorzamen — zij worden namelijk boos genoemd, hieronder Ezech. 30:12 — maar omdat God hen door Zijn verborgen bestuur gebruikt heeft om dit oordeel van Hem uit te voeren, als in Zijn dienst; zie Jer. 25:9. Toch zou het kunnen dat Nebukadnezar, die door Gods beschikking van Ezechiëls profetie gehoord had (die nu eenmaal in Babylonië uitgesproken werd), zijn voornemen des te vastberadener heeft doorgezet. Vergelijk Jer. 40:2-3.
gearbeid hebben,
Zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord Ruth 2:19 ; Spr. 31:13 .
Hertaald:gearbeid hebben,
Zie over zo'n gebruik van het Hebreeuwse woord Ruth 2:19; Spr. 31:13.
Ezechiël 29 vers 21— Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
hoorn van het huis Israëls
Dat is, de eer en het aanzien mijner kerk, wederom [als een kruid uit de aarde] doen rijzen in het midden der gevangenschap, zulks dat gij vrijuit van mij en mijne werken, zelfs in Babel, zult durven spreken en mijnen lof verbreiden; waartoe God ontwijfelijk gebruikt heeft zo de vervulling van zulke profetieën als de aangenaamheid, hoogheid en vermaardheid van Daniël en de zijnen. Zie Dan. 2:46 , en Dan. 3:29 , en Dan. 4:37 , en Dan. 5:29 . Of, men kan het in het algemeen nemen als ene profetei van de genade, die God zijne kerk gewoon is te bewijzen na grote verdrukkingen, gelijk deze in Babel geweest was. Waardoor Hij hun oorzaak geeft zijn heiligen naam openlijk te roemen.
Hertaald:hoorn van het huis Israëls
Dat is: Ik zal de eer en het aanzien van Mijn kerk midden in de gevangenschap weer doen opkomen, als een gewas uit de aarde, zodat u zelfs in Babel vrijuit over Mij en Mijn werken zult durven spreken en Mijn lof zult verbreiden. Daarvoor heeft God ongetwijfeld zowel de vervulling van zulke profetieën gebruikt als de gunst, de hoge positie en de vermaardheid van Daniël en de zijnen. Zie Dan. 2:46, Dan. 3:29, Dan. 4:37 en Dan. 5:29. Of men kan het in het algemeen opvatten als een profetie over de genade die God Zijn kerk pleegt te bewijzen na grote verdrukkingen, zoals deze in Babel geweest was, waardoor Hij hun aanleiding geeft Zijn heilige naam openlijk te roemen.
opening des monds geven
Zie Ps. 51:17 ; Spr. 31:8 , en boven Ezech. 16:63 , en onder Ezech. 33:22 ; Ef. 6:19 , met de aantekening.
Hertaald:opening des monds geven
Zie Ps. 51:17; Spr. 31:8, en hierboven Ezech. 16:63 en hieronder Ezech. 33:22; Ef. 6:19 met de aantekening.
hen; en zij zullen weten, dat Ik de
De Babyloniërs.
Hertaald:hen; en zij zullen weten, dat Ik de
Namelijk de Babyloniërs.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de volken — de opzet van het middendeel van dit boek, waarin de buurvolken aan de beurt komen (Ezech. 25:1-17)
"Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve" (Ezech. 25:2). Met die opdracht begint een reeks die tot het einde van Ezech. 32 doorloopt. De volgorde is: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen in dit hoofdstuk, daarna Tyrus, dat drie hoofdstukken krijgt (Ezech. 26:2), vervolgens Sidon (Ezech. 28:21) en ten slotte Egypte, dat er vier krijgt (Ezech. 29:2). In de vier korte woorden van dit hoofdstuk keert telkens dezelfde zin terug: "gij zult weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:5,7), en bij Moab en de Filistijnen: "zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:11,17).
Bijbelse betekenis: Merk op waar deze reeks staat. Zij komt na het bericht dat de belegering begonnen is en vóór het bericht dat de stad gevallen is. Terwijl Jeruzalem valt, hoort het volk dat de HEERE ook over de buurvolken gaat. Let vervolgens op wat die volken verweten wordt. Niet hun afgoderij en niet hun zeden, maar hun houding tegenover Israël op de dag van de val: leedvermaak, gejuich en wraak. Let ten slotte op de toon. Die is bij Jesaja vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Dezelfde reeks staat bij Jeremia, en zij is daar op dezelfde wijze samengenomen (reeds behandeld bij Jer. 46:1-2).
Typologie: De psalm zegt in één zin wat deze hoofdstukken breed uitwerken: "Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen" (Ps. 22:29). En Paulus zegt in Athene dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij hun tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26).
De grote zeedraak — het beeld waarmee Farao wordt aangesproken, en wat hij van zijn rivier zegt (Ezech. 29:1-12)
"Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt" (Ezech. 29:3). Daarop volgt wat ermee gebeurt: "Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven" (Ezech. 29:4). En er wordt een tweede reden genoemd, die niet over Egypte zelf gaat: "omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn" (Ezech. 29:6). Wat zo'n staf doet, staat in het vers erna: "als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan" (Ezech. 29:7).
Bijbelse betekenis: Merk op wat Farao precies zegt. Niet dat de rivier goed is, maar dat zij van hem is en dat hij haar gemaakt heeft. Hij schrijft zichzelf toe wat hij gekregen heeft, en dat is dezelfde mond die eerder vroeg wie de HEERE toch was (Ex. 5:2). Let vervolgens op de haken in de kaken. Het dier ligt stil in zijn eigen water, en juist daaruit wordt het opgetrokken; het verliest niet zijn kracht maar zijn element. Let ten slotte op de rietstaf. Dat beeld is al gebruikt door Rabsake voor de muur van Jeruzalem (reeds behandeld bij 2 Kon. 18:21). Ezechiël voegt er iets aan toe: de staf begeeft het niet alleen, hij verwondt ook de hand die erop steunde. Een houvast dat het begeeft, laat meer achter dan alleen teleurstelling.
Typologie: Mozes waarschuwde het volk voor dezelfde gedachte in andere woorden: "Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen" (Deut. 8:17). En Paulus stelt de vraag die deze hele zaak beslecht: "wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen?" (1 Kor. 4:7).
Een nederig koninkrijk — Egypte keert terug, maar klein, en er staat bij waarom (Ezech. 29:13-16)
"Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden" (Ezech. 29:13). Zij komen terug in hun eigen land, "en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn" (Ezech. 29:14). Dat wordt in het volgende vers nog eens gezegd: "En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen" (Ezech. 29:15). En dan volgt de reden, die niet over Egypte gaat maar over Israël: "En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken" (Ezech. 29:16).
Bijbelse betekenis: Merk op dat het oordeel hier niet het laatste woord is. Er wordt een terugkeer beloofd, en dat aan een volk dat in dit boek zwaar aangeklaagd wordt. Let vervolgens op de maat van die terugkeer. Egypte komt terug, maar klein; het krijgt zijn plaats en niet zijn overwicht. Wat hersteld wordt, is niet altijd hetzelfde als wat er was. Let ten slotte op de reden in Ezech. 29:16. Egypte wordt klein gemaakt opdat Israël er niet meer op zou steunen. Het verbond met Egypte is in de profeten telkens afgewezen (reeds behandeld bij Jes. 31:1); hier wordt de steun zelf weggenomen. Dat een kruk wordt afgepakt, is een weldaad voor wie erop leunt.
Typologie: Paulus zegt dat zijn benauwdheid zo zwaar was dat hij op zichzelf niet meer bouwen kon: "opdat wij niet op onszelven vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt" (2 Kor. 1:9). En over Egypte staat elders in de profeten een woord dat verder gaat dan dit hoofdstuk (reeds behandeld bij Jes. 19:25).
Het arbeidsloon van Nebukadrezar — God betaalt een heidens leger voor werk dat Hij het opdroeg (Ezech. 29:17-21)
"Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus" (Ezech. 29:18). Daarop volgt wat God daaraan doet: "Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten" (Ezech. 29:19). En de reden staat er onomwonden bij: "Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben" (Ezech. 29:20). Het hoofdstuk sluit met een woord voor de profeet zelf: "Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen" (Ezech. 29:21).
Bijbelse betekenis: Merk op wat hier van dat leger gezegd wordt: "omdat zij voor Mij gewrocht hebben" (Ezech. 29:20). Een leger dat zijn eigen oorlog voerde, blijkt in dienst geweest te zijn. Dat is dezelfde lijn als bij Assur, de roede van Gods toorn (reeds behandeld bij Jes. 10:5), en bij Nebukadrezar die Mijn knecht heet (reeds behandeld bij Jer. 27:6). Let vervolgens op het nuchtere detail. Kale hoofden en kaalgesleten schouders: de arbeid wordt als arbeid beschreven, en het loon bleef uit. Let ten slotte op het laatste vers. In één adem staan de hoorn van Israël die uitspruit en de mond van de profeet die opengaat; over dat laatste is bij Ezech. 24:27 gesproken. Terwijl de wereldrijken elkaar afwisselen, gaat het God om een klein volk en om een man die weer spreken mag.
Typologie: Als God zelfs de arbeid van een heidens leger niet onbeloond laat, dan geldt te meer wat de Hebreeënbrief zegt: "God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt" (Hebr. 6:10).
VII. Vs. 1-16.KruisverwijzingenJesaja 27:1→Ezechiël 32:2→2 Koningen 19:28→Ezechiël 38:4→2 Koningen 18:21→Jesaja 36:6→Ezechiël 14:17→Ezechiël 26:1→ — In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte. Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt. Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven. En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven. En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn. Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan. Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien. En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt. Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland. Nu volgen de voorzeggingen tegen Egypte, waarin zich wat den geschiedkundigen grond aangaat, het woord des Heeren van de deelgenoten aan de anti-Chaldeeuwsche coalitie tegen het hoofd der laatsten wendt. De eerste dezer profetieën, die voor ons ligt, behoort zo al niet tot den tijd der hevige belegering van Jeruzalem, na verdrijving van het Egyptische leger tot ontzetting (2 Kon 25:2), toch reeds in den tijd, dat de heilige stad spoedig in puin zou verzinken, Zijn toont aan hoe ene nog veel ergere toekomst de Egyptische wereldmacht te wachten staat, zonder nog de volvoerder van het Goddelijk gericht aan haar nader aan te wijzen. De ontzaglijke hoogmoed dezer macht, welke te gelijk voor Juda een valstrik is, veroorzaakt Faraö zijne straf, opdat dit er niet meer op steune (vs. 1-7). Egypte zal in ene woeste plaats worden veranderd, het volk in de landen worden verstrooid, en daarop zal een veertigjarige tijd van zwaar lijden volgen (vs. 8-12 ). Daarna zullen volk en land weer worden hersteld, maar Egypte zal voortaan een klein of nederig koninkrijk zijn, opdat het huis Israëls er zich niet meer op verlate en er zich niet mede bezondige (vs. 13-16).
KruisverwijzingenEzechiël 26:1→Ezechiël 29:17→Ezechiël 20:1→Ezechiël 8:1→Ezechiël 40:1→Ezechiël 1:2→— In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
In het tiende jaar na Jojachins wegvoering (Hoofdst. 2:1), in de tiende maand, op den twaalfden der maand(Ex. 12:2) d. i. het begin van Januari des jaars 588 v. C. een half jaar vóór de inneming van Jeruzalem door de Chaldeën, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Het gewicht, dat de Profeet aan de woorden over Egypte toekent, blijkt reeds uit de nauwkeurigheid, met welke hij den dag noemt, op welken hij die ontvangt, ene opgaaf, die slechts eens (Hoofdst. 30:1) is weggebleven. In den tijd van 2 jaren en 2 maanden zijn de volgende voorzeggingen na elkaar geschied: 1) Egypte’s veertigjarige dienstbaarheid (Hoofdstuk 29:1-16). Bevestiging van dit vonnis omstreeks 17 jaren later (vs 17-21 – 1) 2) De dag des gerichts over Egypte (Hoofdst. 30:1-19). Bevestiging kort daarna (30:20-26). 3) Faraö gewaarschuwd door Assurs voorbeeld (Hoofdst. 31). 4) Klaaglied wegens Faraö’s val (Hoofdst. 32:1-16). en wegens den ondergang van Egypte’s volk (32:17-32). Faraö Hofra was gelijk meerderen van zijne voorvaderen sedert Hizkia’s tijden een wankelbaar en verleidelijk vriend, waarop het zinkend Juda tot zijn ongeluk zich verliet (Ez. 29:6 en 7). Zijne en Egypte’s schuld is evenwel de zelfvergoding, het hoogmoedig steunen op eigene macht. Volgens de bijzondere chronologische opgaven verkrijgen wij als opvolging in de rij der voorzeggingen tegen buitenlandse volken, als wij deze stelling vasthouden, dat het niet bepaalde, wanneer er gene bijzondere redenen daartegen zijn, voor de naast voorgaande chronologische bepaling mede bepaald zal zijn, de volgende 1) Ammon, Moab, Edom, de Filistijnen (Hoofdst. 25) 2) Egypte, eerste en tweede woord (Hoofdst. 29:1-16 en 30:1-19). 3) Tyrus eerste, tweede, derde en vierde woord en Zidon (Hoofdst. 26-28). 4) Egypte, derde woord (Hoofdst. 30:20-26) 5) Egypte, vierde woord (Hoofdst. 31); 6) Egypte, vijfde woord (Hoofdst. 32:17-32). Egypte slotwoord (Hoofdst. 29:17-21 Wat den tijd aangaat, gaat dus deze eerste voorzegging over Egypte vóór Hoofdst. 26-28 (2 maanden en 18 dagen); dat zij desniettemin achter geplaatst is, doet zien, dat men opzettelijk Egypte aan het einde wilde hebben, en wanneer de overmaat van natuurlijke hoogmoed het karakteristieke voor Egypte is, zo hebben wij dezelfde verheffing bij den koning van Tyrus in Hoofdst. 28 gezien Men kon dus zeer geschikt van Tyrus op Egypte overgaan.
KruisverwijzingenEzechiël 6:2→Jeremia 44:30→Jeremia 46:2→Jeremia 9:25→Ezechiël 28:21→Ezechiël 20:46→Jesaja 20:1→Ezechiël 25:2→— Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.
Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Faraö, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte (vgl. Joël 3:19. Jes. 18:1 vv. 19:1 vv. Jer. 46). De overwinning van Nebukadnezar over Faraö Necho II bij Circesium had de Egyptische macht in Azië voor altijd gebroken. Daarmee was een beslissend moment voor het oude rijk der Faraö’s gekomen, het was het begin van steeds nieuwe nederlagen. Egypte moest bezwijken voor de Aziatische wereldrijken; zo had reeds Jeremia (Hoofdst. 46) tengevolge van die gebeurtenis zeer bepaald aangekondigd. Necho trok niet meer uit zijn land (2 Kon 24:7), de bovendien slechts korte regeringstijd van zijnen opvolger Psammis (Psammetichus II; 1 Kon. 3:1) was, gelijk het schijnt, zonder enige betekenis. Toen trad in den persoon van Hofra (of Apriës bij Herodotus 2 Kon. 24:20) weer een Faraö op, die Egypte tot vroegeren luister scheen te willen verheffen; door hem werd weer de overmoedige spraak der oude Faraö’s gevoerd (Herod. II 169); hij was ook werkelijk na zijnen voorvader Psammetichus de gelukkigste der vroegere koningen. Zijne oorlogen tegen Cyprus, Zidon en Tyrus, uit welke hij met rijken hun, terugkeerde, tonen, welke plannen hij had; niet minder tonen zijne ondernemingen tegen Cyrene een stout, veroveringszuchtig karakter. Reeds op deze vernieuwing der Egyptische macht gezien, moest hij tijdig voorkomen voor enen Profeet als Ezechiël, om het woord van Jeremia weer op te nemen, en in zijne waarheid te bekrachtigen. Hierbij kwam echter nog, dat Egypte toen met Juda in ene ongewoon nauwe verbintenis was getreden; met Hofra had Zedekia tegen Babel een verbond gesloten, en een Egyptisch leger, dat werkelijk naar Jeruzalem trok om het te helpen, moest door Nebukadnezar worden teruggedreven. Hoe Ezechiël deze verbintenis aanzag, blijkt uit zijne voorzegging in Hoofdst
KruisverwijzingenJesaja 27:1→Ezechiël 32:2→Jesaja 51:9→Psalmen 74:13→Jeremia 44:30→Ezechiël 29:9→Openbaring 13:4→Ezechiël 28:2→— Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.
Egypte was een zwakke rietstaf voor Israël, ja, zijn verderf in dezen tijd. Nooit zou en kon uit het land, dat als het land van oude slavernij in de geschiedenis van Israël zoveel betekend had, redding en heil voor de theokratie voortkomen. Hier was het te doen om de valse eendracht te vernietigen (Jer. 43:10 vv. 44:29 v.) en de overwinning der Goddelijke waarheid in nauwkeurige en uitvoerige schilderingen van het over Egypte beschikte verderf te bekrachtigen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 19:28→Ezechiël 38:4→Jesaja 37:29→Habakuk 1:14→Job 41:1→Amos 4:2→— Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.
Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Faraö, koning van Egypte! dien groten a) zeedraak (Jes. 13:22 en 27:1), die in het midden zijner rivieren, wateren ligt, die daar zegt: Mijne rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt(vgl. (Hoofdst. 32:2).
Ps. 74:13, 14. Jes. 51:9.
Maar Ik zal haken, ringen of angels in uwe kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uwe schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uwe schubben kleven 1).
Faraö, de koning van Egypte, tegen wien het dreigend woord in de eerste plaats gericht is, wordt de grote draak genoemd. Die uitdrukking betekent een lang dier, ene slang, hier inzonderheid de waterslang, de krokodil (Job 40:20 en 28). Dit vaste zinnebeeld van Egypte bij den Profeet is op Faraö als den beheerser van Egypte en den vertegenwoordiger zijner macht overgebracht. Onder het water “zijner rivieren” moeten de armen en kanalen van den Nijl worden verstaan (Jes. 7:18); het predikaat, “die in het midden zijner rivieren ligt” doelt op de trotse gerustheid zijner macht, waaraan Faraö zich overgaf. Evenals de krokodil in de wateren van den Nijl rustig nederligt als de meester van den stroom, zo hield zich Faraö voor den almachtigen heer van Egypte. Dit duidt zijn woord: “mijne rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt” aan; hij noemt zich de schepper van den Nijl, omdat hij zich voor den schepper van Egypte’s grootheid houdt. Deze hoogmoed, in welken hij God vergeet, zich goddelijke macht toekent, wijst zijne schuld aan, om welke God hem wil doen vallen. Den krokodil Faraö wil God met angels uit zijnen Nijl trekken, en op het droge werpen, waar hij met de aan zijne schubben hangende en mede uitgetrokkene vissen niet wordt opgelezen, maar door de wilde dieren en roofvogels zal worden opgegeten. Het beeld is ontleend aan de wijze, waarop in de oudheid de krokodil door grote angels van eigenaardige constructie gevangen werd. De vissen, die aan de schubben van het monster hangen, en met hem uit den Nijl worden getrokken, zijn de bewoners van Egypte, want de Nijl vertegenwoordigt het land, en het werpen van het dier in de woestijn, waar het verrottende door de roofdieren en roofvogels wordt gegeten, betekent de verplaatsing in een toestand van machteloosheid en hulpeloosheid, daar op het droge, dorre land waterdieren moeten omkomen.
KruisverwijzingenEzechiël 32:4→Jeremia 34:20→Jeremia 7:33→Jeremia 8:2→Jeremia 25:33→Jeremia 16:4→Ezechiël 39:11→Openbaring 19:17→— En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.
En Ik zal u verlaten, eeuwig laten in de woestijn 1), u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden, aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter hun zo welkome spijze gegeven 2).
In het Hebr. Netaschthika hamidbarah. Beter: Ik zal uw weg stellen in of naar de woestijn. Van uit de vruchtbare vlakten aan den Nijl zou de Heere hem weghalen naar de zandige en onvruchtbare vlakten van de woestijn. In plaats dus van voorspoed en zegen zou de Heere hem vloek en tegenspoed zenden, ja tot op het diepste vernederen. In plaats van de machtige en aanzienlijke te zijn, zou de Heere God hem in een toestand van machteloosheid en hulpeloosheid en ellende brengen.
De uitdrukking is ontleend aan de natuurlijke toestanden van Egypte, waar zich aan de vruchtbare oevers van den Nijl de eenzame, ontzaglijke woestijn aansluiten. Het land, waarop de grote draak zal vallen, is het open veld, in tegenstelling tot de prachtige mausolea, waarin de Egyptische Faraö’s in den tijd van hunnen luister werden begraven. Hij wordt zo diep vernederd, dat hij niet eens ene eerlijke begrafenis verkrijgt; als koning is hij als het ware een ideaal persoon, die ene grote numerieke veelheid in zich bevat; zo kan van hem worden gezegd: “gij zult niet verzameld noch vergaderd worden” ieder van zijne gedode onderdanen was als het ware een stuk van Faraö, evenals bij den terugtocht uit Moskou (1812) in iederen doden Fransman Napoleon werd gezien. Volgens Herodotus moet Faraö Hofra tengevolge der nederlagen, die zijn leger door de Cyreneërs leed, en van het daardoor uitgebroken oproer der Egyptische priesterkaste tegen Amasis, die zich, in plaats van de rebellen tot gehoorzaamheid terug te brengen, door hen tot koning liet uitroepen, vrijheid en troon hebben verloren, en door het woedende volk zijn gedood (Jer. 43:13). De door Herodotus berichte en door momenten bevestigde haat van het Egyptische volk tegen Hofra zal toch moeilijk uit het medegedeelde kunnen worden verklaard, zo niet in enig verband met dien tocht tegen de Cyreneërs een Chaldeeuwse inval in Egypte gekomen is, waardoor de overmoed van Hofra als door een oordeel Gods verdoemd, aan het Egyptische volk te hatelijker moest voorkomen, daar hij het tot hiertoe genoten geluk en den glans van dezen Faraö, ellende van volk en mensen door zijne schuld veroorzaakt, de sterkste tegenstelling was.
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:21→Jesaja 36:6→Ezechiël 28:22→Exodus 14:18→Jeremia 2:36→Klaagliederen 4:17→Exodus 9:14→Jesaja 30:2→— En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.
En al de inwoners van Egypte zullen uit de zware straffen, die zij van Mijne kastijdende hand ontvangen, weten, dat Ik de HEERE ben, maar Ik wil ze kastijden, omdat zij den huize Israëls een a) rietstaf geweest zijn 1).
Jes. 36:6.
De grond van den twist, dien God met de Egyptenaren had, het is, omdat zij Zijn volk hadden bedrogen; zij moedigden hen aan om verlossing te wachten en hulpe van de Egyptenaars, toen zij in nood waren, maar zij feilden daarin. Zij gaven voor een staf te zijn voor hen, om daarop te leunen, maar toen haar enige moeite werd opgelegd, was zij of te zwak en konde niet, of verraderlijk en wilde niet dat voor hen doen, wat zij verwachtten. Het wordt Juda als zonde aangerekend, dat het op een gebroken rietstaf als Egypte had geleund en gesteund, maar het wordt evenzeer Egypte tot schuld gerekend, dat het Gods volk had bedrogen en zich trouweloos tegen Juda had gedragen. De Heere God verfoeit allen steun van Gods kinderen op het verstand, op de wereld, maar Hij verklaart de wereld volstrekt niet onschuldig als het Gods volk trouweloos behandelt. God, de Heere, komt immer voor Zijn volk op.
KruisverwijzingenEzechiël 17:15→Jeremia 17:5→Jesaja 36:6→Psalmen 146:3→Jeremia 37:5→Spreuken 25:19→Psalmen 118:8→— Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.
Als zij u bij uwe hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hen alle zijden, en als zij op u leunden, zo wordt gij verbroken, en liet alle lenden op zich zelven staan (2 Kon. 18:21). Ene waarschuwing, die in Jes. 36:6 in heidensen haat en overmoed werd uitgesproken, wordt nu tot ene treurige waarheid, sedert Egypte zich in zijne machteloosheid openbaarde. (Jer. 37:5 vv.). Egypte was even weinig te vertrouwen wat zijne uitwendige macht, als wat zijn karakter aangaat, in welk laatste opzicht het reeds bij de ouden in geen goeden naam stond. Wanneer Israëlieten Egypte in hun hand namen, zo verbrak de rietstaf Egypte en ging hun door hand en arm heen tot den schouder; wanneer zij op dien rietstaf met het gehele lichaam steunden, verbrak hij, ging door de heupen en maakte hen, doordat hij spieren en leden wondde, strak en stijf, zodat zij noch staan noch gaan konden. Zo ging het rijk der tien stammen onder Hosea met Egypte (2 Kon. 17:4 vv), en eveneens het koninkrijk Juda onder Zedekia. Rietstaf is alles wat in deze wereld is, bijv. menschengunst, tijdelijk geluk, schoonheid, ja het zedelijk leven zelf. Van buiten ziet het er uit als een staf, en velen wandelen daarmee, maar van binnen is het hol en bros. God straft niet alleen degenen, die op vlees vertrouwen, maar ook die vlees zijn en anderen met zich zelven willen troosten.
KruisverwijzingenEzechiël 14:17→Ezechiël 30:10→Ezechiël 25:13→Jeremia 32:43→Jeremia 46:13→Exodus 12:12→Ezechiël 32:10→Jeremia 7:20→— Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.
Daarom, opdat het huis Israëls de dwaasheid en zonde van zijn vertrouwen op u, o Egypte, recht kenne, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.
KruisverwijzingenEzechiël 29:3→Spreuken 18:12→Ezechiël 29:10→Spreuken 16:18→Ezechiël 30:13→Jeremia 43:10→Ezechiël 30:7→Spreuken 29:23→— En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.
En Egypteland zal worden tot ene wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij, hun koning Faraö (vs. 3), zegt: De rivier is mijne, en ik heb die gemaakt.
KruisverwijzingenEzechiël 30:12→Ezechiël 29:11→Exodus 14:2→Ezechiël 30:6→Habakuk 3:8→Jeremia 44:1→Jeremia 46:14→— Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.
Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uwe rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syene 1) af, tot aan de landpale, grenzen van Morenland, van Ethiopië.
In het Hebr. hammigdool seweneh wead-geboel Kus. Beter: van Migdol naar Syene tot de grenzen van Morenland. Het Migdol hier bedoeld, ligt 12 Romeinse mijlen van Pelusium. Syene ligt aan de grenzen van Morenland.
KruisverwijzingenEzechiël 32:13→Jeremia 43:11→Ezechiël 36:28→Ezechiël 33:28→Jesaja 23:17→Jeremia 29:10→Daniël 9:2→Ezechiël 31:12→— Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.
Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.
KruisverwijzingenEzechiël 30:23→Ezechiël 30:7→Jeremia 46:19→Jeremia 25:15→Ezechiël 30:26→Jeremia 27:6→— Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
Want Ik zal Egypteland stellen tot ene verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijne steden zullen ene woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de Heidenen, en zal hen verspreiden in de landen. Deels om de zonde van Egypte te straffen (vs. 9), deels om Juda zijn zondig vertrouwen zwaar te doen gevoelen, zal Egypte ene vreeslijke verwoesting treffen, die zich over zijn gehelen omvang van het noorden naar het zuiden uitstrekt en 40 jaren duurt. Deze 40 jaren beginnen volgens vs. 17 vv. met het jaar 572 n. C. (Jer. 43:13), duren dus tot in de laatste jaren van de regering van Cyrus over Perzië (Ezra 1:4). In dien tijd moet Amasis, die ongeveer 44 jaren geregeerd heeft, zich van de Babylonische opperheerschappij weer meer en meer hebben vrij gemaakt, en de tocht van Kambyses tegen Egypte had het doel, het land weer tot zijn cijnsplichtigheid terug te brengen; ten minste heeft deze niet meer bereikt dan ene zekere afhankelijke betrekking, zodat Egypte een klein koninkrijk (vs. 14) bleef. Het getal veertig is ook hier een symbolisch getal en duidt aan een vrij lang tijdperk van straf, van wege hare zonde en schuld; Sommigen menen het tijdperk te kunnen berekenen, zoals Dächsel e. a. maar o. i. gaat dit zeer moeilijk, omdat ons de juiste gegevens ontbreken. De Heere God wil hier aangeven, dat de straf langdurig zal zijn, maar ook dat er weer een einde aan zal komen, gelijk ook in het volgende vers gezegd wordt.
KruisverwijzingenJeremia 46:26→Jesaja 19:22→— Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.
Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig, jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.
KruisverwijzingenEzechiël 30:14→Jesaja 11:11→Jeremia 44:1→Genesis 10:14→1 Kronieken 1:12→— En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.
En Ik zal door opheffing van het over dit land besloten gericht (Hoofdst. 16:53), de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros (Jes. 11:11. Jer. 44:1), in het land huns koophandels (liever: hunner afkomst. Gen. 10:14); en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn. Pathros is het Egyptische Petores, d. i. Zuidland of Opper-Egypte, bij Grieken en Romeinen Thebais genaamd. De aanwijzing, dat dit distrikt het geboorteland der Egyptenaren is wordt zoveel door de berichten van Herodotus als door de Egyptische geschiedenis bevestigd. Volgens deze is de eerste koning, die na de goden regeerde Menes of Mena, die uit de van den aardbodem verdwenen stad Thinis in de nabijheid van Abydos in Opper-Egypte afstamde en het later zo beroemd geworden Memphis stichtte.
KruisverwijzingenEzechiël 30:13→Zacharia 10:11→Ezechiël 17:6→Ezechiël 32:2→Ezechiël 31:2→Ezechiël 17:14→Nahum 3:8→Daniël 11:42→— En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.
En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de Heidenen: want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de Heidenen. Ook na Cyrus bleef Egypte nog steeds een zwak koninkrijk met ouden trots, maar zonder vroegere macht. Nooit heeft Egypte weer krachtig in den gang der geschiedenis ingegrepen: uit de werking besluiten wij tot de oorzaak; grote katastrofen moeten in den tijd van Nebukadnezar over Egypte zijn gekomen, anders had het wereldhistorische volk niet zo sterk en blijvend kunnen zijn.
KruisverwijzingenHosea 8:13→Ezechiël 29:6→Jesaja 20:5→Ezechiël 21:23→Jeremia 14:10→Klaagliederen 4:17→Jesaja 64:9→Hosea 7:11→— En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
En het zal den huize Israëls niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij, die van het huis Israëls, naar henlieden naar de Egyptenaren, zo als zij tot hiertoe deden a) omzien 1); maar Zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
Klaagl. 4:17.
Thans treedt Egypte als aanklager tegen het verbondsvolk voor God op, als een getuige van zijn gebrek aan vertrouwen op God, van zijne afgodische bewondering van wereldse uitwendige macht, dus van zijnen afval van God. Dan zal het echter zulk een verleider tot zonde voor Israël niet meer zijn, omdat het dan geen voorwerp van vertrouwen meer is. God weet den Zijnen wel voor de ogen weg te nemen, wat hun ogen verleidde en gevangen hield. Alle veranderingen in de wereld hebben ten laatste hun doel ten opzichte van de kerk. Het doel van alle gerichten, die er zijn, is het volk der gelovigen af te trekken van alle vertrouwen op het menselijke en een vast vertrouwen op God te weeg te brengen.
De erkentenis van Jehova als Heere en Heerser zowel in het oordeel, als in het ontfermen, blijft refrein, is voor Israël en voor de Heidenen het einde der wegen Gods. 17.
VIII. Vs. 17-21.KruisverwijzingenEzechiël 24:27→Ezechiël 33:22→Psalmen 132:17→Jeremia 27:6→Jeremia 43:10→Jesaja 10:6→Ezechiël 29:1→Jeremia 25:9→ — Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende: Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft. Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir. Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE. Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. In het voorgaande was het werktuig niet genoemd, waardoor over Egypte Gods gericht zou komen. Als zodanig staat nu echter in dit, 17 jaren later ontvangen Godswoord Nebukadnezar, dien God voor de vernietiging van Tyrus, welke in Hoofdst. 26 vv. werd voorzegd, in Zijnen dienst had genomen, en die in den buit, dien bij gemaakt had, het loon voor zijn werk en den arbeid van zijn leger niet heeft gevonden. Daarom wordt hem Egypte met zijn goed toegekend (vs. 17-20). Om echter tevens ten opzichte van Egypte het in vs. 6 v. en 16 voorkomende doelen op het huis Israëls weer voor te stellen, volgt ten slotte ene herinnering aan hetgeen de Heere te Zijner tijd met dit huis doen zal (vs. 21).
KruisverwijzingenEzechiël 29:1→Ezechiël 24:1→Ezechiël 1:2→— Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaarsedert Jojachins wegvoering d. i. in het jaar 572 v. C. in de eerste maand, Abib, op den eersten der maand, dus het einde van Maart, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, nadat het in den tussentijd der 17 jaren sedert vs. 1 vv. nog dikwijls tot mij was gekomen (Hoofdst. 27:1; 30:1; 31:1; 32:1, 17; 33:1, 21; 34:1; 35:1; 37:1; 38:1; 40:1 1, 1), zeggende: In het begin van het 27ste jaar van Jojachin begon de expeditie van Nebukadnezar tegen zijnen hoofdvijand Egypte, en daarmee de vervulling der profetie in vs. 1-16. Gelijktijdig met dit begin is het voor ons liggend profetisch woord, waarvan Ezechiël zijne vroegere verkondiging weer opneemt en die uitbreidt, en nu verkondigt hij met ene duidelijkheid en zekerheid, die alleen Gods Geest kan schenken, dadelijk bij het begin reeds het einde (Jer. 46:19). Het heeft veel waarschijnlijkheid, dat wij in den boven aangegeven chronologischen datum tevens dien van de gehele verzameling der voorzeggingen van Ezechiël voor ons hebben, zodat de Profeet bij gelegenheid der verzameling het aanhangsel, waarover wij hier zullen handelen, bijvoegde. De gehele voorzeggende werkzaamheid van Ezechiël beweegt zich om de grote anti-chaldeeuwsche coalitie. Gelijktijdig met het ontstaan van deze is zijn eerste optreden; met het eindigen, den tocht van Nebukadnezar tegen Egypte, is zijne zending volbracht, en zodra deze zending volbracht is, stelt hij de acten, die daarop betrekking hebben, bij elkaar. Vgl. bij vs. 21.
KruisverwijzingenJeremia 27:6→Jeremia 25:9→Ezechiël 26:7→Jeremia 48:37→— Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.
Mensenkind! Nebukadnezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; daardoor dat hij het voor Tyrus heeft gebracht, heeft hij het grote moeite en vele bezwaren bereid: alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt tengevolge van de zware lasten, die zo langen tijd op de hoofden en aan de zijden der soldaten moesten worden gedragen, om door opwerping van een dam tussen het vaste land en de eilandstad hare belegering en eindelijke inneming mogelijk te maken. En noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad van wege, Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft. Toen de stad werkelijk viel, was het beste verteerd of verwoest, zodat slechts weinig buit kon worden gemaakt. Men behoeft zich niet met gissingen in te laten, hoe de Tyriërs waarschijnlijk gedurende de lange belegering hunnen gehelen rijkdom deels verloren zullen hebben, deels naar de koloniën zullen hebben vervoerd, zodat Nebukadnezar, toen hij eindelijk Tyrus innam, slechts een puinhoop en geen buit, dus ook geen loon vond. De gedachten van Ezechiël omtrent de zaak zijn integendeel eenvoudig de volgende: Als Nebukadnezar na ene belegering van 13 jaren Tyrus verovert en daarbij buit maakt, ja het laatste een gevolg dat van zelf spreekt van het eerste. Maar dit loon, dat de belegering en verovering van Tyrus meebracht, is voor zulk een zwaren arbeid zo weinig voldoende, dat het in het geheel niet als loon kan worden aangezien, toch alzo kan worden genoemd. Er moet aan Nebukadnezar, zal hij een loon hebben, iets buiten Tyrus gegeven worden, een loon, dat niet zo van zelf spreekt, en dit zal Egypte zijn.
KruisverwijzingenJeremia 43:10→Ezechiël 30:24→Ezechiël 32:11→Ezechiël 30:4→Ezechiël 29:8→Ezechiël 30:10→— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadnezar, den koning van Babel, ter vergoeding Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir, daar zal hij des te rijker buit behalen.
KruisverwijzingenJesaja 10:6→Jeremia 25:9→Jesaja 45:1→2 Koningen 10:30→— Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.
Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar, tegen Tyrus met zijn leger gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, Mijne gerichten over deze stad hebben volvoerd, spreekt de Heere HEERE. Nebukadnezar had Tyrus verootmoedigd in den dienst van God, om Gods gericht ten uitvoer te brengen. Wist en geloofde hij dat zelf niet, hij kon het toch weten (na de ervaringen, die hij met Daniël en diens drie vrienden had gehad. Dan. 2 en 3). Die God dient, dient nooit zonder loon. Ook de werken, die uitwendig en naar de wereld goed zijn, beloont God met een tijdelijk loon dezes levens. Dat maakt echter toch zulke werken niet tot geestelijk goede werken, op welke het loon der genade van de heerlijke eeuwigheid volgt.
KruisverwijzingenEzechiël 24:27→Ezechiël 33:22→Psalmen 132:17→Lukas 21:15→1 Samuël 2:10→Lukas 1:69→Amos 3:7→Psalmen 92:10→— Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
Te dien dage, als Egypte het bepaalde gericht zal hebben ondergaan en Nebukadnezar, zijn loon zal hebben verkregen, zal Ik den hoorn van het huis Israëls doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer zij voor hun ogen zien hoe hetgeen Ik door u, Mijnen Profeet, heb bekend gemaakt, tot vervulling komt. Deze voorzegging ziet zonder twijfel op de begenadiging en verheffing van Jojachin, welke ons in 2 Kon. 25:27-30 wordt meegedeeld. De Profeet heeft naar het begin der ballingschap van dezen koning al zijne profetieën gerekend (Hoofdst. 1:2), en zo was de wederverhoging van hem (in 562 v. C.) het eigenlijke einde zijner werkzaamheid. Hij had nu, evenals voor zijne bedreigende voorzeggingen in Jeruzalems verwoesting, zo ook voor zijne beloften in het allereerste begin harer verwezenlijking een bewijs zijner Goddelijke zending voor het huis Israëls in handen, zodat het opendoen van zijnen mond voortaan met blijdschap kon zijn. Wij mogen dit wel niet zo verstaan, alsof hij nu nog meerdere woorden Gods had meegedeeld; het voor ons liggende is integendeel het laatste, dat hij ontvangt, maar veel van hetgeen hij tot hiertoe ontving heeft hij ter schrift gesteld, en zo spreekt hij nu eerst, nu hij zijn schrift in ‘t openbaar geeft, voor het huis Israëls. Deze opvatting omtrent den inhoud van ons vers spreekt het “te dien dage” niet tegen, in zoverre het in vs. 17 opgegevene 27ste jaar nog vrij ver van het 37ste jaar af is, waarin Nebukadnezars zoon en opvolger Evil-Merodach, het hoofd van Jojachin uit den kerker verhief en hij hem eerde; want de gehele tijd der vernedering van Egypte wordt, zoals Hengstenberg juist opmerkt, onder het beeld van enen idealen dag gezien. Daarentegen spreekt beslist voor de juistheid het doen uitspruiten van een hoorn voor het huis Israëls. De hoorn van dit huis was afgebroken met de vernietiging van het koningschap der belofte (Hoofdst. 17:1-21), maar nu spruit uit den achtergebleven tronk het begin van een nieuwe, die ten laatste zijn toppunt in den Messiaansen koning bereikt (Hoofdst. 17:22-24). Zeker heeft Ezechiël het jaar 561 v. C. nog beleefd; alzo heeft hij, daar hij volgens Hoofdst. 1:1 in het jaar 624 geboren is, een leeftijd van minstens 63 jaren bereikt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 29
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VII. Vs. 1-16.KruisverwijzingenJesaja 27:1→Ezechiël 32:2→2 Koningen 19:28→Ezechiël 38:4→2 Koningen 18:21→Jesaja 36:6→Ezechiël 14:17→Ezechiël 26:1→
— In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte. Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt. Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven. En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven. En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn. Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan. Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien. En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt. Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.
Nu volgen de voorzeggingen tegen Egypte, waarin zich wat den geschiedkundigen grond aangaat, het woord des Heeren van de deelgenoten aan de anti-Chaldeeuwsche coalitie tegen het hoofd der laatsten wendt. De eerste dezer profetieën, die voor ons ligt, behoort zo al niet tot den tijd der hevige belegering van Jeruzalem, na verdrijving van het Egyptische leger tot ontzetting (2 Kon 25:2), toch reeds in den tijd, dat de heilige stad spoedig in puin zou verzinken, Zijn toont aan hoe ene nog veel ergere toekomst de Egyptische wereldmacht te wachten staat, zonder nog de volvoerder van het Goddelijk gericht aan haar nader aan te wijzen. De ontzaglijke hoogmoed dezer macht, welke te gelijk voor Juda een valstrik is, veroorzaakt Faraö zijne straf, opdat dit er niet meer op steune (vs. 1-7). Egypte zal in ene woeste plaats worden veranderd, het volk in de landen worden verstrooid, en daarop zal een veertigjarige tijd van zwaar lijden volgen (vs. 8-12 ). Daarna zullen volk en land weer worden hersteld, maar Egypte zal voortaan een klein of nederig koninkrijk zijn, opdat het huis Israëls er zich niet meer op verlate en er zich niet mede bezondige (vs. 13-16).
In het tiende jaar na Jojachins wegvoering (Hoofdst. 2:1), in de tiende maand, op den twaalfden der maand(Ex. 12:2) d. i. het begin van Januari des jaars 588 v. C. een half jaar vóór de inneming van Jeruzalem door de Chaldeën, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Het gewicht, dat de Profeet aan de woorden over Egypte toekent, blijkt reeds uit de nauwkeurigheid, met welke hij den dag noemt, op welken hij die ontvangt, ene opgaaf, die slechts eens (Hoofdst. 30:1) is weggebleven. In den tijd van 2 jaren en 2 maanden zijn de volgende voorzeggingen na elkaar geschied: 1) Egypte’s veertigjarige dienstbaarheid (Hoofdstuk 29:1-16). Bevestiging van dit vonnis omstreeks 17 jaren later (vs 17-21 – 1) 2) De dag des gerichts over Egypte (Hoofdst. 30:1-19). Bevestiging kort daarna (30:20-26). 3) Faraö gewaarschuwd door Assurs voorbeeld (Hoofdst. 31). 4) Klaaglied wegens Faraö’s val (Hoofdst. 32:1-16). en wegens den ondergang van Egypte’s volk (32:17-32). Faraö Hofra was gelijk meerderen van zijne voorvaderen sedert Hizkia’s tijden een wankelbaar en verleidelijk vriend, waarop het zinkend Juda tot zijn ongeluk zich verliet (Ez. 29:6 en 7). Zijne en Egypte’s schuld is evenwel de zelfvergoding, het hoogmoedig steunen op eigene macht. Volgens de bijzondere chronologische opgaven verkrijgen wij als opvolging in de rij der voorzeggingen tegen buitenlandse volken, als wij deze stelling vasthouden, dat het niet bepaalde, wanneer er gene bijzondere redenen daartegen zijn, voor de naast voorgaande chronologische bepaling mede bepaald zal zijn, de volgende 1) Ammon, Moab, Edom, de Filistijnen (Hoofdst. 25) 2) Egypte, eerste en tweede woord (Hoofdst. 29:1-16 en 30:1-19). 3) Tyrus eerste, tweede, derde en vierde woord en Zidon (Hoofdst. 26-28). 4) Egypte, derde woord (Hoofdst. 30:20-26) 5) Egypte, vierde woord (Hoofdst. 31); 6) Egypte, vijfde woord (Hoofdst. 32:17-32). Egypte slotwoord (Hoofdst. 29:17-21 Wat den tijd aangaat, gaat dus deze eerste voorzegging over Egypte vóór Hoofdst. 26-28 (2 maanden en 18 dagen); dat zij desniettemin achter geplaatst is, doet zien, dat men opzettelijk Egypte aan het einde wilde hebben, en wanneer de overmaat van natuurlijke hoogmoed het karakteristieke voor Egypte is, zo hebben wij dezelfde verheffing bij den koning van Tyrus in Hoofdst. 28 gezien Men kon dus zeer geschikt van Tyrus op Egypte overgaan.
Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Faraö, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte (vgl. Joël 3:19. Jes. 18:1 vv. 19:1 vv. Jer. 46). De overwinning van Nebukadnezar over Faraö Necho II bij Circesium had de Egyptische macht in Azië voor altijd gebroken. Daarmee was een beslissend moment voor het oude rijk der Faraö’s gekomen, het was het begin van steeds nieuwe nederlagen. Egypte moest bezwijken voor de Aziatische wereldrijken; zo had reeds Jeremia (Hoofdst. 46) tengevolge van die gebeurtenis zeer bepaald aangekondigd. Necho trok niet meer uit zijn land (2 Kon 24:7), de bovendien slechts korte regeringstijd van zijnen opvolger Psammis (Psammetichus II; 1 Kon. 3:1) was, gelijk het schijnt, zonder enige betekenis. Toen trad in den persoon van Hofra (of Apriës bij Herodotus 2 Kon. 24:20) weer een Faraö op, die Egypte tot vroegeren luister scheen te willen verheffen; door hem werd weer de overmoedige spraak der oude Faraö’s gevoerd (Herod. II 169); hij was ook werkelijk na zijnen voorvader Psammetichus de gelukkigste der vroegere koningen. Zijne oorlogen tegen Cyprus, Zidon en Tyrus, uit welke hij met rijken hun, terugkeerde, tonen, welke plannen hij had; niet minder tonen zijne ondernemingen tegen Cyrene een stout, veroveringszuchtig karakter. Reeds op deze vernieuwing der Egyptische macht gezien, moest hij tijdig voorkomen voor enen Profeet als Ezechiël, om het woord van Jeremia weer op te nemen, en in zijne waarheid te bekrachtigen. Hierbij kwam echter nog, dat Egypte toen met Juda in ene ongewoon nauwe verbintenis was getreden; met Hofra had Zedekia tegen Babel een verbond gesloten, en een Egyptisch leger, dat werkelijk naar Jeruzalem trok om het te helpen, moest door Nebukadnezar worden teruggedreven. Hoe Ezechiël deze verbintenis aanzag, blijkt uit zijne voorzegging in Hoofdst
Egypte was een zwakke rietstaf voor Israël, ja, zijn verderf in dezen tijd. Nooit zou en kon uit het land, dat als het land van oude slavernij in de geschiedenis van Israël zoveel betekend had, redding en heil voor de theokratie voortkomen. Hier was het te doen om de valse eendracht te vernietigen (Jer. 43:10 vv. 44:29 v.) en de overwinning der Goddelijke waarheid in nauwkeurige en uitvoerige schilderingen van het over Egypte beschikte verderf te bekrachtigen.
Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Faraö, koning van Egypte! dien groten a) zeedraak (Jes. 13:22 en 27:1), die in het midden zijner rivieren, wateren ligt, die daar zegt: Mijne rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt(vgl. (Hoofdst. 32:2).
Ps. 74:13, 14. Jes. 51:9.
Maar Ik zal haken, ringen of angels in uwe kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uwe schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uwe schubben kleven 1).
Faraö, de koning van Egypte, tegen wien het dreigend woord in de eerste plaats gericht is, wordt de grote draak genoemd. Die uitdrukking betekent een lang dier, ene slang, hier inzonderheid de waterslang, de krokodil (Job 40:20 en 28). Dit vaste zinnebeeld van Egypte bij den Profeet is op Faraö als den beheerser van Egypte en den vertegenwoordiger zijner macht overgebracht. Onder het water “zijner rivieren” moeten de armen en kanalen van den Nijl worden verstaan (Jes. 7:18); het predikaat, “die in het midden zijner rivieren ligt” doelt op de trotse gerustheid zijner macht, waaraan Faraö zich overgaf. Evenals de krokodil in de wateren van den Nijl rustig nederligt als de meester van den stroom, zo hield zich Faraö voor den almachtigen heer van Egypte. Dit duidt zijn woord: “mijne rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt” aan; hij noemt zich de schepper van den Nijl, omdat hij zich voor den schepper van Egypte’s grootheid houdt. Deze hoogmoed, in welken hij God vergeet, zich goddelijke macht toekent, wijst zijne schuld aan, om welke God hem wil doen vallen. Den krokodil Faraö wil God met angels uit zijnen Nijl trekken, en op het droge werpen, waar hij met de aan zijne schubben hangende en mede uitgetrokkene vissen niet wordt opgelezen, maar door de wilde dieren en roofvogels zal worden opgegeten. Het beeld is ontleend aan de wijze, waarop in de oudheid de krokodil door grote angels van eigenaardige constructie gevangen werd. De vissen, die aan de schubben van het monster hangen, en met hem uit den Nijl worden getrokken, zijn de bewoners van Egypte, want de Nijl vertegenwoordigt het land, en het werpen van het dier in de woestijn, waar het verrottende door de roofdieren en roofvogels wordt gegeten, betekent de verplaatsing in een toestand van machteloosheid en hulpeloosheid, daar op het droge, dorre land waterdieren moeten omkomen.
En Ik zal u verlaten, eeuwig laten in de woestijn 1), u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden, aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter hun zo welkome spijze gegeven 2).
In het Hebr. Netaschthika hamidbarah. Beter: Ik zal uw weg stellen in of naar de woestijn. Van uit de vruchtbare vlakten aan den Nijl zou de Heere hem weghalen naar de zandige en onvruchtbare vlakten van de woestijn. In plaats dus van voorspoed en zegen zou de Heere hem vloek en tegenspoed zenden, ja tot op het diepste vernederen. In plaats van de machtige en aanzienlijke te zijn, zou de Heere God hem in een toestand van machteloosheid en hulpeloosheid en ellende brengen.
De uitdrukking is ontleend aan de natuurlijke toestanden van Egypte, waar zich aan de vruchtbare oevers van den Nijl de eenzame, ontzaglijke woestijn aansluiten. Het land, waarop de grote draak zal vallen, is het open veld, in tegenstelling tot de prachtige mausolea, waarin de Egyptische Faraö’s in den tijd van hunnen luister werden begraven. Hij wordt zo diep vernederd, dat hij niet eens ene eerlijke begrafenis verkrijgt; als koning is hij als het ware een ideaal persoon, die ene grote numerieke veelheid in zich bevat; zo kan van hem worden gezegd: “gij zult niet verzameld noch vergaderd worden” ieder van zijne gedode onderdanen was als het ware een stuk van Faraö, evenals bij den terugtocht uit Moskou (1812) in iederen doden Fransman Napoleon werd gezien. Volgens Herodotus moet Faraö Hofra tengevolge der nederlagen, die zijn leger door de Cyreneërs leed, en van het daardoor uitgebroken oproer der Egyptische priesterkaste tegen Amasis, die zich, in plaats van de rebellen tot gehoorzaamheid terug te brengen, door hen tot koning liet uitroepen, vrijheid en troon hebben verloren, en door het woedende volk zijn gedood (Jer. 43:13). De door Herodotus berichte en door momenten bevestigde haat van het Egyptische volk tegen Hofra zal toch moeilijk uit het medegedeelde kunnen worden verklaard, zo niet in enig verband met dien tocht tegen de Cyreneërs een Chaldeeuwse inval in Egypte gekomen is, waardoor de overmoed van Hofra als door een oordeel Gods verdoemd, aan het Egyptische volk te hatelijker moest voorkomen, daar hij het tot hiertoe genoten geluk en den glans van dezen Faraö, ellende van volk en mensen door zijne schuld veroorzaakt, de sterkste tegenstelling was.
En al de inwoners van Egypte zullen uit de zware straffen, die zij van Mijne kastijdende hand ontvangen, weten, dat Ik de HEERE ben, maar Ik wil ze kastijden, omdat zij den huize Israëls een a) rietstaf geweest zijn 1).
Jes. 36:6.
De grond van den twist, dien God met de Egyptenaren had, het is, omdat zij Zijn volk hadden bedrogen; zij moedigden hen aan om verlossing te wachten en hulpe van de Egyptenaars, toen zij in nood waren, maar zij feilden daarin. Zij gaven voor een staf te zijn voor hen, om daarop te leunen, maar toen haar enige moeite werd opgelegd, was zij of te zwak en konde niet, of verraderlijk en wilde niet dat voor hen doen, wat zij verwachtten. Het wordt Juda als zonde aangerekend, dat het op een gebroken rietstaf als Egypte had geleund en gesteund, maar het wordt evenzeer Egypte tot schuld gerekend, dat het Gods volk had bedrogen en zich trouweloos tegen Juda had gedragen. De Heere God verfoeit allen steun van Gods kinderen op het verstand, op de wereld, maar Hij verklaart de wereld volstrekt niet onschuldig als het Gods volk trouweloos behandelt. God, de Heere, komt immer voor Zijn volk op.
Als zij u bij uwe hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hen alle zijden, en als zij op u leunden, zo wordt gij verbroken, en liet alle lenden op zich zelven staan (2 Kon. 18:21). Ene waarschuwing, die in Jes. 36:6 in heidensen haat en overmoed werd uitgesproken, wordt nu tot ene treurige waarheid, sedert Egypte zich in zijne machteloosheid openbaarde. (Jer. 37:5 vv.). Egypte was even weinig te vertrouwen wat zijne uitwendige macht, als wat zijn karakter aangaat, in welk laatste opzicht het reeds bij de ouden in geen goeden naam stond. Wanneer Israëlieten Egypte in hun hand namen, zo verbrak de rietstaf Egypte en ging hun door hand en arm heen tot den schouder; wanneer zij op dien rietstaf met het gehele lichaam steunden, verbrak hij, ging door de heupen en maakte hen, doordat hij spieren en leden wondde, strak en stijf, zodat zij noch staan noch gaan konden. Zo ging het rijk der tien stammen onder Hosea met Egypte (2 Kon. 17:4 vv), en eveneens het koninkrijk Juda onder Zedekia. Rietstaf is alles wat in deze wereld is, bijv. menschengunst, tijdelijk geluk, schoonheid, ja het zedelijk leven zelf. Van buiten ziet het er uit als een staf, en velen wandelen daarmee, maar van binnen is het hol en bros. God straft niet alleen degenen, die op vlees vertrouwen, maar ook die vlees zijn en anderen met zich zelven willen troosten.
Daarom, opdat het huis Israëls de dwaasheid en zonde van zijn vertrouwen op u, o Egypte, recht kenne, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.
En Egypteland zal worden tot ene wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij, hun koning Faraö (vs. 3), zegt: De rivier is mijne, en ik heb die gemaakt.
Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uwe rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syene 1) af, tot aan de landpale, grenzen van Morenland, van Ethiopië.
In het Hebr. hammigdool seweneh wead-geboel Kus. Beter: van Migdol naar Syene tot de grenzen van Morenland. Het Migdol hier bedoeld, ligt 12 Romeinse mijlen van Pelusium. Syene ligt aan de grenzen van Morenland.
Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.
Want Ik zal Egypteland stellen tot ene verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijne steden zullen ene woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de Heidenen, en zal hen verspreiden in de landen. Deels om de zonde van Egypte te straffen (vs. 9), deels om Juda zijn zondig vertrouwen zwaar te doen gevoelen, zal Egypte ene vreeslijke verwoesting treffen, die zich over zijn gehelen omvang van het noorden naar het zuiden uitstrekt en 40 jaren duurt. Deze 40 jaren beginnen volgens vs. 17 vv. met het jaar 572 n. C. (Jer. 43:13), duren dus tot in de laatste jaren van de regering van Cyrus over Perzië (Ezra 1:4). In dien tijd moet Amasis, die ongeveer 44 jaren geregeerd heeft, zich van de Babylonische opperheerschappij weer meer en meer hebben vrij gemaakt, en de tocht van Kambyses tegen Egypte had het doel, het land weer tot zijn cijnsplichtigheid terug te brengen; ten minste heeft deze niet meer bereikt dan ene zekere afhankelijke betrekking, zodat Egypte een klein koninkrijk (vs. 14) bleef. Het getal veertig is ook hier een symbolisch getal en duidt aan een vrij lang tijdperk van straf, van wege hare zonde en schuld; Sommigen menen het tijdperk te kunnen berekenen, zoals Dächsel e. a. maar o. i. gaat dit zeer moeilijk, omdat ons de juiste gegevens ontbreken. De Heere God wil hier aangeven, dat de straf langdurig zal zijn, maar ook dat er weer een einde aan zal komen, gelijk ook in het volgende vers gezegd wordt.
Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig, jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.
En Ik zal door opheffing van het over dit land besloten gericht (Hoofdst. 16:53), de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros (Jes. 11:11. Jer. 44:1), in het land huns koophandels (liever: hunner afkomst. Gen. 10:14); en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn. Pathros is het Egyptische Petores, d. i. Zuidland of Opper-Egypte, bij Grieken en Romeinen Thebais genaamd. De aanwijzing, dat dit distrikt het geboorteland der Egyptenaren is wordt zoveel door de berichten van Herodotus als door de Egyptische geschiedenis bevestigd. Volgens deze is de eerste koning, die na de goden regeerde Menes of Mena, die uit de van den aardbodem verdwenen stad Thinis in de nabijheid van Abydos in Opper-Egypte afstamde en het later zo beroemd geworden Memphis stichtte.
En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de Heidenen: want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de Heidenen. Ook na Cyrus bleef Egypte nog steeds een zwak koninkrijk met ouden trots, maar zonder vroegere macht. Nooit heeft Egypte weer krachtig in den gang der geschiedenis ingegrepen: uit de werking besluiten wij tot de oorzaak; grote katastrofen moeten in den tijd van Nebukadnezar over Egypte zijn gekomen, anders had het wereldhistorische volk niet zo sterk en blijvend kunnen zijn.
En het zal den huize Israëls niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij, die van het huis Israëls, naar henlieden naar de Egyptenaren, zo als zij tot hiertoe deden a) omzien 1); maar Zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
Klaagl. 4:17.
Thans treedt Egypte als aanklager tegen het verbondsvolk voor God op, als een getuige van zijn gebrek aan vertrouwen op God, van zijne afgodische bewondering van wereldse uitwendige macht, dus van zijnen afval van God. Dan zal het echter zulk een verleider tot zonde voor Israël niet meer zijn, omdat het dan geen voorwerp van vertrouwen meer is. God weet den Zijnen wel voor de ogen weg te nemen, wat hun ogen verleidde en gevangen hield. Alle veranderingen in de wereld hebben ten laatste hun doel ten opzichte van de kerk. Het doel van alle gerichten, die er zijn, is het volk der gelovigen af te trekken van alle vertrouwen op het menselijke en een vast vertrouwen op God te weeg te brengen.
De erkentenis van Jehova als Heere en Heerser zowel in het oordeel, als in het ontfermen, blijft refrein, is voor Israël en voor de Heidenen het einde der wegen Gods. 17.
VIII. Vs. 17-21.KruisverwijzingenEzechiël 24:27→Ezechiël 33:22→Psalmen 132:17→Jeremia 27:6→Jeremia 43:10→Jesaja 10:6→Ezechiël 29:1→Jeremia 25:9→
— Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende: Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft. Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir. Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE. Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
In het voorgaande was het werktuig niet genoemd, waardoor over Egypte Gods gericht zou komen. Als zodanig staat nu echter in dit, 17 jaren later ontvangen Godswoord Nebukadnezar, dien God voor de vernietiging van Tyrus, welke in Hoofdst. 26 vv. werd voorzegd, in Zijnen dienst had genomen, en die in den buit, dien bij gemaakt had, het loon voor zijn werk en den arbeid van zijn leger niet heeft gevonden. Daarom wordt hem Egypte met zijn goed toegekend (vs. 17-20). Om echter tevens ten opzichte van Egypte het in vs. 6 v. en 16 voorkomende doelen op het huis Israëls weer voor te stellen, volgt ten slotte ene herinnering aan hetgeen de Heere te Zijner tijd met dit huis doen zal (vs. 21).
Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaarsedert Jojachins wegvoering d. i. in het jaar 572 v. C. in de eerste maand, Abib, op den eersten der maand, dus het einde van Maart, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, nadat het in den tussentijd der 17 jaren sedert vs. 1 vv. nog dikwijls tot mij was gekomen (Hoofdst. 27:1; 30:1; 31:1; 32:1, 17; 33:1, 21; 34:1; 35:1; 37:1; 38:1; 40:1 1, 1), zeggende: In het begin van het 27ste jaar van Jojachin begon de expeditie van Nebukadnezar tegen zijnen hoofdvijand Egypte, en daarmee de vervulling der profetie in vs. 1-16. Gelijktijdig met dit begin is het voor ons liggend profetisch woord, waarvan Ezechiël zijne vroegere verkondiging weer opneemt en die uitbreidt, en nu verkondigt hij met ene duidelijkheid en zekerheid, die alleen Gods Geest kan schenken, dadelijk bij het begin reeds het einde (Jer. 46:19). Het heeft veel waarschijnlijkheid, dat wij in den boven aangegeven chronologischen datum tevens dien van de gehele verzameling der voorzeggingen van Ezechiël voor ons hebben, zodat de Profeet bij gelegenheid der verzameling het aanhangsel, waarover wij hier zullen handelen, bijvoegde. De gehele voorzeggende werkzaamheid van Ezechiël beweegt zich om de grote anti-chaldeeuwsche coalitie. Gelijktijdig met het ontstaan van deze is zijn eerste optreden; met het eindigen, den tocht van Nebukadnezar tegen Egypte, is zijne zending volbracht, en zodra deze zending volbracht is, stelt hij de acten, die daarop betrekking hebben, bij elkaar. Vgl. bij vs. 21.
Mensenkind! Nebukadnezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; daardoor dat hij het voor Tyrus heeft gebracht, heeft hij het grote moeite en vele bezwaren bereid: alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt tengevolge van de zware lasten, die zo langen tijd op de hoofden en aan de zijden der soldaten moesten worden gedragen, om door opwerping van een dam tussen het vaste land en de eilandstad hare belegering en eindelijke inneming mogelijk te maken. En noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad van wege, Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft. Toen de stad werkelijk viel, was het beste verteerd of verwoest, zodat slechts weinig buit kon worden gemaakt. Men behoeft zich niet met gissingen in te laten, hoe de Tyriërs waarschijnlijk gedurende de lange belegering hunnen gehelen rijkdom deels verloren zullen hebben, deels naar de koloniën zullen hebben vervoerd, zodat Nebukadnezar, toen hij eindelijk Tyrus innam, slechts een puinhoop en geen buit, dus ook geen loon vond. De gedachten van Ezechiël omtrent de zaak zijn integendeel eenvoudig de volgende: Als Nebukadnezar na ene belegering van 13 jaren Tyrus verovert en daarbij buit maakt, ja het laatste een gevolg dat van zelf spreekt van het eerste. Maar dit loon, dat de belegering en verovering van Tyrus meebracht, is voor zulk een zwaren arbeid zo weinig voldoende, dat het in het geheel niet als loon kan worden aangezien, toch alzo kan worden genoemd. Er moet aan Nebukadnezar, zal hij een loon hebben, iets buiten Tyrus gegeven worden, een loon, dat niet zo van zelf spreekt, en dit zal Egypte zijn.
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadnezar, den koning van Babel, ter vergoeding Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir, daar zal hij des te rijker buit behalen.
Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar, tegen Tyrus met zijn leger gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, Mijne gerichten over deze stad hebben volvoerd, spreekt de Heere HEERE. Nebukadnezar had Tyrus verootmoedigd in den dienst van God, om Gods gericht ten uitvoer te brengen. Wist en geloofde hij dat zelf niet, hij kon het toch weten (na de ervaringen, die hij met Daniël en diens drie vrienden had gehad. Dan. 2 en 3). Die God dient, dient nooit zonder loon. Ook de werken, die uitwendig en naar de wereld goed zijn, beloont God met een tijdelijk loon dezes levens. Dat maakt echter toch zulke werken niet tot geestelijk goede werken, op welke het loon der genade van de heerlijke eeuwigheid volgt.
Te dien dage, als Egypte het bepaalde gericht zal hebben ondergaan en Nebukadnezar, zijn loon zal hebben verkregen, zal Ik den hoorn van het huis Israëls doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer zij voor hun ogen zien hoe hetgeen Ik door u, Mijnen Profeet, heb bekend gemaakt, tot vervulling komt. Deze voorzegging ziet zonder twijfel op de begenadiging en verheffing van Jojachin, welke ons in 2 Kon. 25:27-30 wordt meegedeeld. De Profeet heeft naar het begin der ballingschap van dezen koning al zijne profetieën gerekend (Hoofdst. 1:2), en zo was de wederverhoging van hem (in 562 v. C.) het eigenlijke einde zijner werkzaamheid. Hij had nu, evenals voor zijne bedreigende voorzeggingen in Jeruzalems verwoesting, zo ook voor zijne beloften in het allereerste begin harer verwezenlijking een bewijs zijner Goddelijke zending voor het huis Israëls in handen, zodat het opendoen van zijnen mond voortaan met blijdschap kon zijn. Wij mogen dit wel niet zo verstaan, alsof hij nu nog meerdere woorden Gods had meegedeeld; het voor ons liggende is integendeel het laatste, dat hij ontvangt, maar veel van hetgeen hij tot hiertoe ontving heeft hij ter schrift gesteld, en zo spreekt hij nu eerst, nu hij zijn schrift in ‘t openbaar geeft, voor het huis Israëls. Deze opvatting omtrent den inhoud van ons vers spreekt het “te dien dage” niet tegen, in zoverre het in vs. 17 opgegevene 27ste jaar nog vrij ver van het 37ste jaar af is, waarin Nebukadnezars zoon en opvolger Evil-Merodach, het hoofd van Jojachin uit den kerker verhief en hij hem eerde; want de gehele tijd der vernedering van Egypte wordt, zoals Hengstenberg juist opmerkt, onder het beeld van enen idealen dag gezien. Daarentegen spreekt beslist voor de juistheid het doen uitspruiten van een hoorn voor het huis Israëls. De hoorn van dit huis was afgebroken met de vernietiging van het koningschap der belofte (Hoofdst. 17:1-21), maar nu spruit uit den achtergebleven tronk het begin van een nieuwe, die ten laatste zijn toppunt in den Messiaansen koning bereikt (Hoofdst. 17:22-24). Zeker heeft Ezechiël het jaar 561 v. C. nog beleefd; alzo heeft hij, daar hij volgens Hoofdst. 1:1 in het jaar 624 geboren is, een leeftijd van minstens 63 jaren bereikt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel