Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 29

1 In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het tiendeH6224 jaarH8141, in de tiendeH6224 maandH2320, op den twaalfdenH8147 der maand, geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV In the tenth2 year,1 in the tenth3 month, in the twelfth4 day of the month,6 the word8 of the LORD9 came unto me, saying,

1 בַּשָּׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 הָעֲשִׂירִ֔ית H6224 tiende, tienden tenth (part) 3 בָּעֲשִׂרִ֕י H6224 tiende, tienden tenth (part) 4 בִּשְׁנֵ֥ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 6 לַחֹ֑דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 7 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121! zetH7760 uw aangezichtH6440 tegenH5921 FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, en profeteerH5012 tegen hem, en tegenH5921 het ganseH3605 EgypteH4714. Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.

KJV Son1 of man,2 set3 thy face4 against Pharaoh6 king7 of Egypt,8 and prophesy9 against him, and against all Egypt:

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 שִׂ֣ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 פָּנֶ֔יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 פַּרְעֹ֖ה H6547 Farao Pharaoh 7 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 9 וְהִנָּבֵ֣א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 10 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 13 כֻּלָּֽהּ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 SpreekH1696 en zegH559: ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZieH2005, Ik wil aanH5921 u, o FaraoH6547, koningH4428 van EgypteH4714! dien grotenH1419 zeedraakH8577, die in het middenH8432 zijner rivierenH2975 ligtH7257; dieH834 daar zegtH559: Mijn rivierH2975 is de mijne, en ik heb die voor mij gemaaktH6213. Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.

KJV Speak,1 and say,2 Thus saith4 the Lord5 GOD;6 Behold, I am against thee, Pharaoh9 king10 of Egypt,11 the great13 dragon12 that lieth14 in the midst15 of his rivers,16 which hath said,18 My river20 is mine own, and I have made

1 דַּבֵּ֨ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 וְאָמַרְתָּ֜ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 הִנְנִ֤י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 עָלֶ֨יךָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פַּרְעֹ֣ה H6547 Farao Pharaoh 10 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 12 הַתַּנִּים֙ H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 13 הַגָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 14 הָרֹבֵ֖ץ H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit 15 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 16 יְאֹרָ֑יו H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 17 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 אָמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 לִ֥י 20 יְאֹרִ֖י H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 21 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 22 עֲשִׂיתִֽנִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Maar Ik zal hakenH2397 in uw kakenH3895 doen, en den visH1710 uwer rivierenH2975 aan uw schubbenH7193 doen klevenH1692; en Ik zal u uit het middenH8432 uwer rivierenH2975 optrekkenH5927, en alH3605 de visH1710 uwer rivierenH2975 zal aan uw schubbenH7193 klevenH1692. Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.

KJV But I will put1 hooks2 in thy jaws,3 and I will cause the fish5 of thy rivers6 to stick4 unto thy scales,7 and I will bring thee up8 out of the midst9 of thy rivers,10 and all the fish13 of thy rivers14 shall stick16 unto thy scales.

1 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 חַחִים֙ H2397 haken, haak bracelet, chain, hook 3 בִּלְחָיֶ֔יךָ H3895 kinnebakken, ezelskinnebakken, wangen cheek (bone), jaw (bone) 4 וְהִדְבַּקְתִּ֥י H1692 kleeft, kleven, aanhangen abide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take 5 דְגַת H1710 vis, vissen fish 6 יְאֹרֶ֖יךָ H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 7 בְּקַשְׂקְשֹׂתֶ֑יךָ H7193 schubben, schubachtig mail, scale 8 וְהַעֲלִיתִ֨יךָ֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 מִתּ֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 יְאֹרֶ֔יךָ H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 11 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 דְּגַ֣ת H1710 vis, vissen fish 14 יְאֹרֶ֔יךָ H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 15 בְּקַשְׂקְשֹׂתֶ֖יךָ H7193 schubben, schubachtig mail, scale 16 תִּדְבָּֽק H1692 kleeft, kleven, aanhangen abide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En Ik zal u verlatenH5203 in de woestijnH4057, u en alH3605 den visH1710 uwer rivierenH2975; opH5921 het openH6440 veldH7704 zult gij vallenH5307; gij zult nietH3808 verzameldH622 nochH3808 vergaderdH6908 worden; aan het gedierteH2416 der aardeH776 en aan het gevogelteH5775 des hemelsH8064 heb Ik u ter spijzeH402 gegevenH5414. En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.

KJV And I will leave1 thee thrown into the wilderness,2 thee and all the fish6 of thy rivers:7 thou shalt fall11 upon the open9 fields;10 thou shalt not be brought together,13 nor gathered:15 I have given20 thee for meat21 to the beasts16 of the field17 and to the fowls18 of the heaven.

1 וּנְטַשְׁתִּ֣יךָ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 2 הַמִּדְבָּ֗רָה H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 3 אוֹתְךָ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 דְּגַ֣ת H1710 vis, vissen fish 7 יְאֹרֶ֔יךָ H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פְּנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 הַשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 11 תִּפּ֔וֹל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 12 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תֵאָסֵ֖ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 14 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תִקָּבֵ֑ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 16 לְחַיַּ֥ת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 17 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 וּלְע֥וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 19 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 20 נְתַתִּ֥יךָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 21 לְאָכְלָֽה H402 spijze, eten, verteerd consume, devour, eat, food, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En alH3605 de inwonersH3427 van EgypteH4714 zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben, omdat zij den huizeH1004 IsraelsH3478 een rietstafH4938 geweest zijn. En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.

KJV And all the inhabitants3 of Egypt4 shall know1 that I am the LORD,7 because they have been a staff10 of reed11 to the house12 of Israel.

1 וְיָֽדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 כִּ֖י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 יַ֧עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 9 הֱיוֹתָ֛ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 מִשְׁעֶ֥נֶת H4938 staf, rietstaf, stok staff 11 קָנֶ֖ה H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 12 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Als zij u bij uw handH3709 grepenH8610, zo werdt gij gebrokenH7533, en spleetH1234 hun alleH3605 zijdenH3802; en als zij op u leundenH8172, zo werdt gij verbrokenH7665, en liet alleH3605 lendenH4975 op zichzelven staanH5976. Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.

KJV When they took hold1 of thee by thy hand,3 thou didst break,4 and rend5 all their shoulder:8 and when they leaned9 upon thee, thou brakest,11 and madest all their loins15 to be at a stand.

1 בְּתָפְשָׂ֨ם H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 2 בְּךָ֤ 3 בַכַּף֙ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 4 תֵּר֔וֹץ H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 5 וּבָקַעְתָּ֥ H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 6 לָהֶ֖ם 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 כָּתֵ֑ף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 9 וּבְהִֽשָּׁעֲנָ֤ם H8172 steunen, gesteund, leunde lean, lie, rely, rest (on, self), stay 10 עָלֶ֨יךָ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 תִּשָּׁבֵ֔ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 12 וְהַעֲמַדְתָּ֥ H5976 staan be at a stand 13 לָהֶ֖ם 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 מָתְנָֽיִם H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DaaromH3651 zo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal het zwaardH2719 overH5921 u brengenH935, en Ik zal uitH4480 u mensH120 en beestH929 uitroeienH3772. Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Behold, I will bring7 a sword9 upon thee, and cut off10 man12 and beast

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הִנְנִ֛י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 מֵבִ֥יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 חָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 וְהִכְרַתִּ֥י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 11 מִמֵּ֖ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 אָדָ֥ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 13 וּבְהֵמָֽה H929 beesten, vee, beest beast, cattle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En EgyptelandH776 zal worden tot een wildernisH8077 en woestheidH2723, en zij zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben; omdat hij zegtH559: De rivierH2975 is mijn, en ikH589 heb die gemaaktH6213. En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.

KJV And the land2 of Egypt3 shall be desolate4 and waste;5 and they shall know6 that I am the LORD:9 because he hath said,11 The river12 is mine, and I have made

1 וְהָיְתָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 לִשְׁמָמָ֣ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 5 וְחָרְבָּ֔ה H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 6 וְיָדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 יַ֧עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 11 אָמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 יְאֹ֥ר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 13 לִ֖י 14 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 15 עָשִֽׂיתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 DaaromH3651, zieH2005, Ik wil aan u en aan uw rivierH2975; en Ik zal EgyptelandH776 stellenH5414 tot woesteH2721 wildeH2723 eenzaamhedenH8077, van den torenH4024 van Syrene afH5704, tot aan de landpaleH1366 van MorenlandH3568. Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syrene af, tot aan de landpale van Morenland.

Ook in dit vers SyeneH5482

KJV Behold, therefore I am against thee, and against thy rivers,5 and I will make6 the land8 of Egypt9 utterly11 waste10 and desolate,12 from the tower13 of Syene14 even unto the border16 of Ethiopia.

1 לָכֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 אֵלֶ֖יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יְאֹרֶ֑יךָ H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 6 וְנָתַתִּ֞י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 מִצְרַ֗יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 לְחָרְבוֹת֙ H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 11 חֹ֣רֶב H2721 hitte, droogte, Droogte desolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste 12 שְׁמָמָ֔ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 13 מִמִּגְדֹּ֥ל H4024 Migdol, toren, Toren Migdol, tower 14 סְוֵנֵ֖ה H5482 Syene Syene 15 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 גְּב֥וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 17 כּֽוּשׁ H3568 Morenland, Cusch, Moren Chush, Cush, Ethiopia
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 GeenH3808 mensenvoetH7272 zal door hetzelve doorgaanH5674, en geenH3808 beestenvoetH7272 zal door hetzelve doorgaanH5674, en het zal veertigH705 jarenH8141 onbewoondH3427 zijn. Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.

KJV No foot4 of man5 shall pass through2 it, nor foot6 of beast7 shall pass through9 it, neither shall it be inhabited12 forty13 years.

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תַעֲבָר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 בָּהּ֙ 4 רֶ֣גֶל H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 5 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 וְרֶ֥גֶל H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 7 בְּהֵמָ֖ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תַעֲבָר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 10 בָּ֑הּ 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 תֵשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 אַרְבָּעִ֥ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 14 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Want Ik zal EgyptelandH776 stellenH5414 tot een verwoestingH8077 in het middenH8432 der verwoeste landenH776, en zijn stedenH5892 zullen een woestheidH8077 zijnH1961 in het middenH8432 der verwoeste stedenH5892, veertigH705 jarenH8141; en Ik zal de EgyptenaarsH4714 verstrooienH6327 onder de heidenenH1471, en zal hen verspreidenH2219 in de landenH776. Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.

Ook in dit vers verwoesteH2717 verwoesteH8074

KJV And I will make1 the land3 of Egypt4 desolate5 in the midst6 of the countries7 that are desolate,8 and her cities9 among10 the cities11 that are laid waste12 shall be desolate14 forty15 years:16 and I will scatter17 the Egyptians19 among the nations,20 and will disperse21 them through the countries.

1 וְנָתַתִּ֣י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֶרֶץ֩ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 מִצְרַ֨יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 שְׁמָמָ֜ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 6 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 7 אֲרָצ֣וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 נְשַׁמּ֗וֹת H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 9 וְעָרֶ֨יהָ֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 בְּת֨וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 עָרִ֤ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 מָֽחֳרָבוֹת֙ H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 13 תִּֽהְיֶ֣יןָ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 שְׁמָמָ֔ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 15 אַרְבָּעִ֖ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 16 שָׁנָ֑ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 17 וַהֲפִצֹתִ֤י H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 20 בַּגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 21 וְֽזֵרִיתִ֖ים H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 22 בָּאֲרָצֽוֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 MaarH3588 zoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Ten eindeH7093 van veertigH705 jarenH8141 zal Ik de EgyptenaarsH4714 vergaderenH6908 uitH4480 de volkenH5971, waarhenen zij verstrooidH6327 zijn geworden. Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.

KJV Yet thus saith3 the Lord4 GOD;5 At the end6 of forty7 years8 will I gather9 the Egyptians11 from the people13 whither they were scattered:

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 מִקֵּ֞ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 7 אַרְבָּעִ֤ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 8 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 אֲקַבֵּ֣ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 12 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הָעַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 נָפֹ֥צוּ H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 16 שָֽׁמָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En Ik zal de gevangenisH7622 der EgyptenarenH4714 wendenH7725, en hen wederbrengenH7725 in het landH776 van PathrosH6624, in het landH776 huns koophandelsH4351; en aldaarH8033 zullen zijH1961 een nederigH8217 koninkrijkH4467 zijn. En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.

KJV And I will bring again1 the captivity3 of Egypt,4 and will cause them to return5 into the land7 of Pathros,8 into the land10 of their habitation;11 and they shall be there a base15 kingdom.

1 וְשַׁבְתִּי֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שְׁב֣וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 4 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 וַהֲשִׁבֹתִ֤י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 פַּתְר֔וֹס H6624 Pathros Pathros 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 מְכֽוּרָתָ֑ם H4351 handelingen, koophandels, woningen birth, habitation, nativity 12 וְהָ֥יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 14 מַמְלָכָ֥ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 15 שְׁפָלָֽה H8217 nederig, lager, nederigen base(-st), humble, low(-er, -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En het zal nederigerH8217 zijnH1961 danH4480 de andere koninkrijkenH4467, en zich niet meerH5750 verheffenH5375 boven de heidenenH1471; want Ik zal hen verminderenH4591, dat zij niet zullen heersenH7287 overH5921 de heidenenH1471. En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.

KJV It shall be the basest4 of the kingdoms;2 neither shall it exalt6 itself any more above the nations:9 for I will diminish10 them, that they shall no more rule12 over the nations.

1 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 הַמַּמְלָכוֹת֙ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 3 תִּהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 שְׁפָלָ֔ה H8217 nederig, lager, nederigen base(-st), humble, low(-er, -ly) 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תִתְנַשֵּׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 7 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 וְהִ֨מְעַטְתִּ֔ים H4591 verminderen, minder, verminderd suffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing 11 לְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 12 רְד֥וֹת H7287 heerschappij, heersen, heerste (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take 13 בַּגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En het zal den huizeH1004 IsraelsH3478 nietH3808 meerH5750 zijnH1961 tot een vertrouwenH4009, dat der ongerechtigheidH5771 doet gedenkenH2142, wanneer zij naar henlieden omzienH6437; maar zij zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HeereH136 HEEREH3069 ben. En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

KJV And it shall be no more the confidence6 of the house4 of Israel,5 which bringeth7 their iniquity8 to remembrance, when they shall look9 after10 them: but they shall know11 that I am the Lord14 GOD.

1 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 עוֹד֩ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 4 לְבֵ֨ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 לְמִבְטָח֙ H4009 vertrouwen, Vertrouwen, vertrouwens confidence, hope, sure, trust 7 מַזְכִּ֣יר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 8 עָוֺ֔ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 9 בִּפְנוֹתָ֖ם H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 10 אַחֲרֵיהֶ֑ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 11 וְיָ֣דְע֔וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 15 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Voorts gebeurdeH1961 het in het zevenH7651 en twintigsteH6242 jaarH8141, in de eersteH7223 maandH2320, op den eerstenH259 der maand, dat het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 mij geschieddeH1961, zeggendeH559: Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

KJV And it came to pass in the seven3 and twentieth2 year,4 in the first5 month, in the first6 day of the month,7 the word9 of the LORD10 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּעֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וָשֶׁ֨בַע֙ H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 בָּֽרִאשׁ֖וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 6 בְּאֶחָ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 לַחֹ֑דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 8 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 MensenkindH1121! NebukadrezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, heeft zijn heirH2428 een grotenH1419 dienstH5656 doen dienenH5647 tegen TyrusH6865; alleH3605 hoofdenH7218 zijn kaalH7139 geworden, en alleH3605 zijdenH3802 zijn uitgepluktH4803; en noch hij, noch zijnH1961 heirH2428 heeft loonH7939 gehad vanwegeH5921 TyrusH6865, voor den dienstH5656, dienH834 hij tegen haar gediendH5647 heeft. Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.

KJV Son1 of man,2 Nebuchadrezzar3 king4 of Babylon5 caused6 his army8 to serve28 a great10 service9 against Tyrus:12 every head14 was made bald,15 and every shoulder17 was peeled:18 yet had he no wages,19 nor his army,23 for Tyrus,24 for the service26 that he had served

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 נְבוּכַדְרֶאצַּ֣ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 4 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בָּ֠בֶל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 6 הֶעֱבִ֨יד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 חֵיל֜וֹ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 9 עֲבֹדָ֤ה H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 10 גְדֹלָה֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 צֹ֔ר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 15 מֻקְרָ֔ח H7139 kaal, Maak kaal make (self) bald 16 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 כָּתֵ֖ף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 18 מְרוּטָ֑ה H4803 geveegd, uitgevallen, plukte bright, furbish, (have his) hair (be) fallen off, peeled, pluck off (hair) 19 וְ֠שָׂכָר H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 20 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 הָ֨יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 22 ל֤וֹ 23 וּלְחֵילוֹ֙ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 24 מִצֹּ֔ר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 25 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 26 הָעֲבֹדָ֖ה H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 27 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 28 עָבַ֥ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 29 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DaaromH3651, zo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, EgyptelandH776 gevenH5414; en hij zal deszelfs buitH7998 buitenH7997, en deszelfs roofH957 rovenH962, en het zal het loonH7939 zijn voor zijn heirH2428. Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.

Ook in dit vers menigteH1995 wegvoerenH5375

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Behold, I will give7 the land12 of Egypt13 unto Nebuchadrezzar8 king9 of Babylon;10 and he shall take14 her multitude,15 and take16 her spoil,17 and take18 her prey;19 and it shall be the wages21 for his army.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 נֹתֵ֛ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 לִנְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 9 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 14 וְנָשָׂ֨א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 15 הֲמֹנָ֜הּ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 16 וְשָׁלַ֤ל H7997 beroofd, buiten, beroven let fall, make self a prey, [idiom] of purpose, (make a, (take)) spoil 17 שְׁלָלָהּ֙ H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 18 וּבָזַ֣ז H962 roven, roofden, plunderen catch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly 19 בִּזָּ֔הּ H957 roof, plundering, buit booty, prey, spoil(-ed) 20 וְהָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 21 שָׂכָ֖ר H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 22 לְחֵילֽוֹ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Tot zijn arbeidsloonH6468, omdat hij tegen haar gediendH5647 heeft, heb Ik hem EgyptelandH776 gegevenH5414, omdat zij voor Mij gewrochtH6213 hebben, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.

KJV I have given5 him the land8 of Egypt9 for his labour1 wherewith he served3 against it, because they wrought11 for me, saith13 the Lord14 GOD.

1 פְּעֻלָּתוֹ֙ H6468 arbeidsloon, werk, werkloon labour, reward, wages, work 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 עָ֣בַד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 4 בָּ֔הּ 5 נָתַ֥תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 ל֖וֹ 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 עָ֣שׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 לִ֔י 13 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 15 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Te dien dageH3117 zal Ik den hoornH7161 van hetH1931 huisH1004 IsraelsH3478 doen uitspruitenH6779, en u openingH6610 des mondsH6310 gevenH5414 in het middenH8432 van hen; en zij zullen wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben. Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV In that day1 will I cause3 the horn4 of the house5 of Israel6 to bud forth, and I will give8 thee the opening9 of the mouth10 in the midst11 of them; and they shall know12 that I am the LORD.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 אַצְמִ֤יחַ H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 4 קֶ֨רֶן֙ H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 5 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וּלְךָ֛ 8 אֶתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 פִּתְחֽוֹן H6610 opening, opent open(-ing) 10 פֶּ֖ה H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 11 בְּתוֹכָ֑ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 12 וְיָדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 15 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 29:1 Ezechiël 26:1 Ezechiël 29:17 Ezechiël 20:1 Ezechiël 8:1 Ezechiël 40:1 Ezechiël 1:2
Ezechiël 29:2 Ezechiël 6:2 Jeremia 44:30 Jeremia 46:2 Jeremia 9:25 Ezechiël 28:21 Ezechiël 20:46 Jesaja 20:1 Ezechiël 25:2
Ezechiël 29:3 Jesaja 27:1 Ezechiël 32:2 Jesaja 51:9 Psalmen 74:13 Jeremia 44:30 Ezechiël 29:9 Openbaring 13:4 Ezechiël 28:2
Ezechiël 29:4 2 Koningen 19:28 Ezechiël 38:4 Jesaja 37:29 Habakuk 1:14 Job 41:1 Amos 4:2
Ezechiël 29:5 Ezechiël 32:4 Jeremia 34:20 Jeremia 7:33 Jeremia 8:2 Jeremia 25:33 Jeremia 16:4 Ezechiël 39:11 Openbaring 19:17
Ezechiël 29:6 2 Koningen 18:21 Jesaja 36:6 Ezechiël 28:22 Exodus 14:18 Jeremia 2:36 Klaagliederen 4:17 Exodus 9:14 Jesaja 30:2
Ezechiël 29:7 Ezechiël 17:15 Jeremia 17:5 Jesaja 36:6 Psalmen 146:3 Jeremia 37:5 Spreuken 25:19 Psalmen 118:8
Ezechiël 29:8 Ezechiël 14:17 Ezechiël 30:10 Ezechiël 25:13 Jeremia 32:43 Jeremia 46:13 Exodus 12:12 Ezechiël 32:10 Jeremia 7:20
Ezechiël 29:9 Ezechiël 29:3 Spreuken 18:12 Ezechiël 29:10 Spreuken 16:18 Ezechiël 30:13 Jeremia 43:10 Ezechiël 30:7 Spreuken 29:23
Ezechiël 29:10 Ezechiël 30:12 Ezechiël 29:11 Exodus 14:2 Ezechiël 30:6 Habakuk 3:8 Jeremia 44:1 Jeremia 46:14
Ezechiël 29:11 Ezechiël 32:13 Jeremia 43:11 Ezechiël 36:28 Ezechiël 33:28 Jesaja 23:17 Jeremia 29:10 Daniël 9:2 Ezechiël 31:12
Ezechiël 29:12 Ezechiël 30:23 Ezechiël 30:7 Jeremia 46:19 Jeremia 25:15 Ezechiël 30:26 Jeremia 27:6
Ezechiël 29:13 Jeremia 46:26 Jesaja 19:22
Ezechiël 29:14 Ezechiël 30:14 Jesaja 11:11 Jeremia 44:1 Genesis 10:14 1 Kronieken 1:12
Ezechiël 29:15 Ezechiël 30:13 Zacharia 10:11 Ezechiël 17:6 Ezechiël 32:2 Ezechiël 31:2 Ezechiël 17:14 Nahum 3:8 Daniël 11:42
Ezechiël 29:16 Hosea 8:13 Ezechiël 29:6 Jesaja 20:5 Ezechiël 21:23 Jeremia 14:10 Klaagliederen 4:17 Jesaja 64:9 Hosea 7:11
Ezechiël 29:17 Ezechiël 29:1 Ezechiël 24:1 Ezechiël 1:2
Ezechiël 29:18 Jeremia 27:6 Jeremia 25:9 Ezechiël 26:7 Jeremia 48:37
Ezechiël 29:19 Jeremia 43:10 Ezechiël 30:24 Ezechiël 32:11 Ezechiël 30:4 Ezechiël 29:8 Ezechiël 30:10
Ezechiël 29:20 Jesaja 10:6 Jeremia 25:9 Jesaja 45:1 2 Koningen 10:30
Ezechiël 29:21 Ezechiël 24:27 Ezechiël 33:22 Psalmen 132:17 Lukas 21:15 1 Samuël 2:10 Lukas 1:69 Amos 3:7 Psalmen 92:10
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 29 vers 1

tiende jaar, Na de gevankelijke wegvoering van Jechonia of Jojachin. Vergelijk boven Ezech. 1:2 , en onder Ezech. 33:21 , enz.

Hertaald: tiende jaar, Namelijk na de gevankelijke wegvoering van Jechonja of Jojachin. Vergelijk hierboven Ezech. 1:2 en hieronder Ezech. 33:21, enzovoort.

tiende maand, In het kerkelijk jaar genoemd Tebeth, in het burgerlijk Tamus.

Hertaald: tiende maand, In het kerkelijke jaar Tebeth genoemd, in het burgerlijke Tamuz.

Ezechiël 29 vers 2

zet uw aangezicht Zie boven Ezech. 6:2 .

Hertaald: zet uw aangezicht Zie hierboven Ezech. 6:2.

Faraö, Dezen houden sommigen geweest te zijn Farao Hofra. Zie Jer. 44:30 , met de aantekening. Uit welke plaats afgenomen wordt dat hij schijnt geleefd te hebben ten tijde als de Joden, na Jeruzalems verwoesting door Nebukadnezar, vluchtten in Egypte. Anders was Farao een algemene naam der koningen van Egypte. Zie Gen. 12:15 .

Hertaald: Faraö, Sommigen houden hem voor Farao Hofra. Zie Jer. 44:30 met de aantekening. Uit die plaats leidt men af dat hij geleefd lijkt te hebben in de tijd waarin de Joden na de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar naar Egypte vluchtten. Overigens was Farao een algemene naam voor de koningen van Egypte. Zie Gen. 12:15.

Ezechiël 29 vers 3

Ik wil aan u, Gelijk boven Ezech. 28:22 . Alzo onder vs.10, en Ezech. 30:22 , enz.

Hertaald: Ik wil aan u, Zoals hierboven Ezech. 28:22. Zo ook hieronder vers 10 en Ezech. 30:22, enzovoort.

zeedraak, Zie Ps. 74:13-14 ; Jes. 27:1 ; en Jes. 51:9 , en onder Ezech. 32:2 . Sommigen verstaan hier een krokodil.

Hertaald: zeedraak, Zie Ps. 74:13-14; Jes. 27:1 en Jes. 51:9, en hieronder Ezech. 32:2. Sommigen verstaan hier een krokodil.

rivieren ligt; Versta, de verscheidene armen en stromen van de grote en vermaarde rivier de Nijl, waardoor hij meende zo verzekerd te zijn, dat geen vijand, ja zelfs geen god [gelijk Herodot. lib.2, schrijft] hem uit zijn rijk kon verdrijven.

Hertaald: rivieren ligt; Versta: de verschillende armen en stromen van de grote en beroemde rivier de Nijl, waardoor hij meende zo veilig te zijn dat geen vijand, ja zelfs geen god (zoals Herodotus in boek 2 schrijft) hem uit zijn rijk kon verdrijven.

rivier is de mijne, Nijl, daarover heb ik alleen te gebieden, zij is alleen tot mijn voordeel en verzekering; niemand anders heeft er gezag over, of kan haar mij benemen of ontwenden.

Hertaald: rivier is de mijne, Namelijk de Nijl: daarover heb ik alleen te gebieden, zij dient alleen tot mijn voordeel en mijn veiligheid; niemand anders heeft er gezag over of kan haar mij ontnemen of afwenden.

gemaakt Alzo geordineerd en verdeeld, tot gerief en sterkte van mijn koninkrijk.

Hertaald: gemaakt Namelijk zo ingericht en verdeeld, tot gerief en versterking van mijn koninkrijk.

Ezechiël 29 vers 4

haken in uw kaken doen, Vergelijk Am. 4:2 .

Hertaald: haken in uw kaken doen, Vergelijk Amos 4:2.

vis uwer rivieren Dat is, uwe onderdanen zal Ik met u uittrekken [gelijk de kleine vissen hangen aan de schubben van zulke grote] en u tezamen ter plaatse voeren en trekken, waar gij zult varen, als volgt: Ik zal mijn oordeel eensdeels door de Cyreners [gelijk sommigen uit Herodot,lib.2

Hertaald: vis uwer rivieren Dat is: uw onderdanen zal Ik met u meetrekken (zoals de kleine vissen aan de schubben van zulke grote dieren blijven hangen) en Ik zal u samen naar die plaats voeren waar u heen zult gaan, zoals volgt. De bron breekt hier midden in de zin af, met een verwijzing naar Herodotus, boek 2.

Ezechiël 29 vers 5

vallen; Dat is, geslagen worden en omkomen. Zie Gen. 14:10 . Of vallen voor liggen; gelijk elders.

Hertaald: vallen; Dat is: geslagen worden en omkomen. Zie Gen. 14:10. Of: vallen voor liggen, zoals elders.

verzameld noch vergaderd worden; Ter begrafenis, alzo elders.

Hertaald: verzameld noch vergaderd worden; Namelijk om begraven te worden, zoals elders.

aan het gedierte der aarde Vergelijk Ps. 74:14 , enz.

Hertaald: aan het gedierte der aarde Vergelijk Ps. 74:14, enzovoort.

Ezechiël 29 vers 6

rietstaf geweest zijn Hen opruiende tot rebellie tegen de Chaldeën, met belofte van grote hulp, die zij niet hebben gehouden. Zie 2 Kon. 18:21 .

Hertaald: rietstaf geweest zijn Namelijk doordat u hen opgezet hebt tot opstand tegen de Chaldeeën, met de belofte van grote hulp die u niet nagekomen bent. Zie 2 Kon. 18:21.

Ezechiël 29 vers 7

gebroken, Of, gekrookt; hen niet alleen niet ondersteunende, maar ook kwetsende en steunende.

Hertaald: gebroken, Of: geknakt; waarbij u hen niet alleen niet ondersteunde, maar ook verwondde en kwetste.

zijden; Hebreeuws, zijde; of de ganse zijde. Anders: schouder; hier wordt van lenen, of leunen en steunen gesproken.

Hertaald: zijden; Hebreeuws: zijde, of: de hele zijde. Anders: schouder; hier wordt over steunen en leunen gesproken.

liet alle lenden op zichzelven staan Hebreeuws, deedt hun alle lenden staan; dat is, gij verliet hen, liet hen staan op zichzelven, en bestaan zo zij het best konden, zonder hen te helpen of te ondersteunen, tegen uw beloften en hunne hoop of verwachting. Of aldus: En zoudt gij hun alle lenden doen slaan? dat is, staande of overeind houden.

Hertaald: liet alle lenden op zichzelven staan Hebreeuws: u deed hun alle lendenen staan; dat is: u liet hen in de steek, liet hen op zichzelf staan en zich redden zo goed zij konden, zonder hen te helpen of te steunen, tegen uw beloften en hun hoop of verwachting in. Of aldus: en zou u hun alle lendenen doen staan? Dat is: hen staande of overeind houden.

Ezechiël 29 vers 8

zwaard over u brengen, Vijandelijken oorlog, moord en verwoesting.

Hertaald: zwaard over u brengen, Namelijk vijandelijke oorlog, moord en verwoesting.

Ezechiël 29 vers 9

hij zegt Farao.

Hertaald: hij zegt Namelijk Farao.

De rivier is mijn, Gelijk boven vs.3.

Hertaald: De rivier is mijn, Zoals hierboven vers 3.

Ezechiël 29 vers 10

wil aan u en aan uw rivier; Gelijk boven vs.3.

Hertaald: wil aan u en aan uw rivier; Zoals hierboven vers 3.

woeste wilde eenzaamheden, Hebreeuws, woestheden der woestheid, der eenzaamheid, of wildernis, dat is, ten uiterste woest maken.

Hertaald: woeste wilde eenzaamheden, Hebreeuws: woestheden van de woestheid, van de eenzaamheid of wildernis; dat is: uiterst woest maken.

toren Hebreeuws, Migdol; dat sommigen voor de stad Migdol, waarvan zie Jer. 44:1 , en Jer. 46:14 .

Hertaald: toren Hebreeuws: Migdol; sommigen houden dat voor de stad Migdol, waarover zie Jer. 44:1 en Jer. 46:14.

Syene af, Hebreeuws, Seveneh; dat is, van het ene einde des lands tot het andere, gelijk enigen dit verklaren. Doch Syene was een vermaarde stad in Egypte, gelegen juist onder den Kreeftscirkel, of tropicus Cancri, Plin.lib.2

Hertaald: Syene af, Hebreeuws: Seveneh; dat is: van het ene einde van het land tot het andere, zoals sommigen dit verklaren. Syene was echter een beroemde stad in Egypte, die precies onder de Kreeftskeerkring lag (Plinius, boek 2).

Morenland Hebreeuws, Cusch. Zie Gen. 2:13 , en Gen. 10:6 . Dat Morenland aan Egypte grenst, wordt gehouden buiten twijfel. Zie Jes. 18:1-2 , en vergelijk onder Ezech. 30:4 .

Hertaald: Morenland Hebreeuws: Cusch. Zie Gen. 2:13 en Gen. 10:6. Dat Morenland aan Egypte grenst, wordt buiten twijfel geacht. Zie Jes. 18:1-2, en vergelijk hieronder Ezech. 30:4.

Ezechiël 29 vers 11

onbewoond zijn Zie van het Hebreeuwse woord Jer. 17:6 .

Hertaald: onbewoond zijn Zie over het Hebreeuwse woord Jer. 17:6.

Ezechiël 29 vers 12

midden der verwoeste landen, Dat is, in zulken staat als andere verwoeste landen en steden plegen te zijn, alzo onder Ezech. 30:7 .

Hertaald: midden der verwoeste landen, Dat is: in zo'n staat als andere verwoeste landen en steden plegen te verkeren; zo ook hieronder Ezech. 30:7.

verspreiden in de landen Of, wannen, verschudden. Alzo onder Ezech. 30:23 .

Hertaald: verspreiden in de landen Of: wannen, uitschudden. Zo ook hieronder Ezech. 30:23.

Ezechiël 29 vers 13

veertig jaren Na deze verwoesting, als de monarchie der Babyloniërs naar het einde zal gaan.

Hertaald: veertig jaren Namelijk na deze verwoesting, wanneer het rijk van de Babyloniërs op zijn einde loopt.

Ezechiël 29 vers 14

Pathros, Zie Gen. 10:14 .

Hertaald: Pathros, Zie Gen. 10:14.

koophandels; Dat is, daar zij hunnen handel plegen te drijven met kopen en verkopen. Anders, verkering, woning. De zin is: Hun vaderland.

Hertaald: koophandels; Dat is: waar zij hun handel plegen te drijven met kopen en verkopen. Anders: verblijf, woonplaats. De betekenis is: hun vaderland.

nederig koninkrijk zijn Onder de monarchie der Perzen. Vergelijk boven Ezech. 17:14 .

Hertaald: nederig koninkrijk zijn Namelijk onder het rijk van de Perzen. Vergelijk hierboven Ezech. 17:14.

Ezechiël 29 vers 16

ongerechtigheid doet gedenken, Die zij in het handelen met de Egyptenaars begaan, en aderszins vanouds af vandaar gehaald hebben. Zie boven Ezech. 21:24 , met de aantekening, en wijders Ezech. 18:22 , Ezech. 18:24 , en Ezech. 23:19-21 .

Hertaald: ongerechtigheid doet gedenken, Namelijk de ongerechtigheid die zij in de omgang met de Egyptenaren begingen en die zij ook van oudsher daarvandaan gehaald hadden. Zie hierboven Ezech. 21:24 met de aantekening, en verder Ezech. 18:22, Ezech. 18:24 en Ezech. 23:19-21.

henlieden omzien; Of, als zij naar hen omzagen; te weten naar de Egyptenaars; niet op mij, maar op Egypte vertrouwende, en alzo van mij afwijkende; waardoor zij mij oorzaak zouden geven om het een met het ander tezamen hunlieden te gedenken en te straffen. Zie Gen. 8:1 .

Hertaald: henlieden omzien; Of: wanneer zij naar hen omzagen, namelijk naar de Egyptenaren, en dus niet op Mij maar op Egypte vertrouwden en zo van Mij afweken. Daarmee zouden zij Mij aanleiding geven om het een met het ander samen aan hen te gedenken en te straffen. Zie Gen. 8:1.

Ezechiël 29 vers 17

zeven en twintigste jaar, Zie vs.1.

Hertaald: zeven en twintigste jaar, Zie vers 1.

eerste maand, Nisan, in het kerkelijk jaar; Thisri in het burgerlijke.

Hertaald: eerste maand, Nisan in het kerkelijke jaar, Tisri in het burgerlijke.

Ezechiël 29 vers 18

Tyrus; Zie boven Eze 26 , Eze 27 , Eze 28 .

Hertaald: Tyrus; Zie hierboven Ezech. 26, 27 en 28.

hoofden Hebreeuws, hoofdzijde.

Hertaald: hoofden Hebreeuws: hoofdzijde.

kaal geworden, Dat is, zijn krijgsvolk is bloot, berooid, vermoeid en uitgemergeld geworden door de belegering van Tyrus, als hebbende geduurd, naar het vermelden van de oude historiën [ Joseph. cont. App. lib.1, ] dertien jaar lang.

Hertaald: kaal geworden, Dat is: zijn krijgsvolk is kaal, berooid, vermoeid en uitgeput geraakt door de belegering van Tyrus, die volgens de oude geschiedschrijvers (Josefus, tegen Apion, boek 1) dertien jaar geduurd heeft.

alle zijden zijn uitgeplukt; Of, alle schouders zijn gestroopt, door het dragen van lasten.

Hertaald: alle zijden zijn uitgeplukt; Of: alle schouders zijn ontveld, door het dragen van lasten.

Ezechiël 29 vers 19

deszelfs Van Egypteland.

Hertaald: deszelfs Namelijk van het land Egypte.

menigte wegvoeren, Of, gemene volk, of overvloed, rijkdom; ziet van het Hebreeuwse woord Ps. 37:16 ; Jer. 46:25 ; alzo onder Ezech. 30:4 , Ezech. 30:10 , Ezech. 30:15 , en Ezech. 31:2 , Ezech. 31:18 ; en Ezech. 32:12 , Ezech. 32:16 , enz.

Hertaald: menigte wegvoeren, Of: het gewone volk, of: overvloed, rijkdom; zie over het Hebreeuwse woord Ps. 37:16; Jer. 46:25; zo ook hieronder Ezech. 30:4, Ezech. 30:10, Ezech. 30:15, en Ezech. 31:2, Ezech. 31:18, en Ezech. 32:12, Ezech. 32:16, enzovoort.

Ezechiël 29 vers 20

arbeidsloon, Vergelijk Jer. 22:3 .

Hertaald: arbeidsloon, Vergelijk Jer. 22:3.

haar gediend heeft, De stad Tyrus.

Hertaald: haar gediend heeft, Namelijk de stad Tyrus.

voor Mij Niet dat het oogmerk van Nebukadnezar en zijn krijgsvolk geweest is, den waren God van Israël in dezen te gehoorzamen [die boos genoemd worden, onder Ezech. 30:12 ] , maar omdat God hen door zijn verborgen regering tot uitvoering van dit zijn oordeel gebruikt heeft als tot zijn dienst; zie Jer. 25:9 . Hoewel het zou kunnen wezen dat Nebukadnezar van Ezechiëls profetie [als in Babylonië geschied zijnde] vernomen hebbende door Gods bestuur, zijn voornemen te stijver vervolgd hebbe. Vergelijk Jer. 40:2-3 .

Hertaald: voor Mij Niet dat Nebukadnezar en zijn krijgsvolk het oogmerk hadden hierin de ware God van Israël te gehoorzamen — zij worden namelijk boos genoemd, hieronder Ezech. 30:12 — maar omdat God hen door Zijn verborgen bestuur gebruikt heeft om dit oordeel van Hem uit te voeren, als in Zijn dienst; zie Jer. 25:9. Toch zou het kunnen dat Nebukadnezar, die door Gods beschikking van Ezechiëls profetie gehoord had (die nu eenmaal in Babylonië uitgesproken werd), zijn voornemen des te vastberadener heeft doorgezet. Vergelijk Jer. 40:2-3.

gearbeid hebben, Zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord Ruth 2:19 ; Spr. 31:13 .

Hertaald: gearbeid hebben, Zie over zo'n gebruik van het Hebreeuwse woord Ruth 2:19; Spr. 31:13.

Ezechiël 29 vers 21

hoorn van het huis Israëls Dat is, de eer en het aanzien mijner kerk, wederom [als een kruid uit de aarde] doen rijzen in het midden der gevangenschap, zulks dat gij vrijuit van mij en mijne werken, zelfs in Babel, zult durven spreken en mijnen lof verbreiden; waartoe God ontwijfelijk gebruikt heeft zo de vervulling van zulke profetieën als de aangenaamheid, hoogheid en vermaardheid van Daniël en de zijnen. Zie Dan. 2:46 , en Dan. 3:29 , en Dan. 4:37 , en Dan. 5:29 . Of, men kan het in het algemeen nemen als ene profetei van de genade, die God zijne kerk gewoon is te bewijzen na grote verdrukkingen, gelijk deze in Babel geweest was. Waardoor Hij hun oorzaak geeft zijn heiligen naam openlijk te roemen.

Hertaald: hoorn van het huis Israëls Dat is: Ik zal de eer en het aanzien van Mijn kerk midden in de gevangenschap weer doen opkomen, als een gewas uit de aarde, zodat u zelfs in Babel vrijuit over Mij en Mijn werken zult durven spreken en Mijn lof zult verbreiden. Daarvoor heeft God ongetwijfeld zowel de vervulling van zulke profetieën gebruikt als de gunst, de hoge positie en de vermaardheid van Daniël en de zijnen. Zie Dan. 2:46, Dan. 3:29, Dan. 4:37 en Dan. 5:29. Of men kan het in het algemeen opvatten als een profetie over de genade die God Zijn kerk pleegt te bewijzen na grote verdrukkingen, zoals deze in Babel geweest was, waardoor Hij hun aanleiding geeft Zijn heilige naam openlijk te roemen.

opening des monds geven Zie Ps. 51:17 ; Spr. 31:8 , en boven Ezech. 16:63 , en onder Ezech. 33:22 ; Ef. 6:19 , met de aantekening.

Hertaald: opening des monds geven Zie Ps. 51:17; Spr. 31:8, en hierboven Ezech. 16:63 en hieronder Ezech. 33:22; Ef. 6:19 met de aantekening.

hen; en zij zullen weten, dat Ik de De Babyloniërs.

Hertaald: hen; en zij zullen weten, dat Ik de Namelijk de Babyloniërs.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de volken  — de opzet van het middendeel van dit boek, waarin de buurvolken aan de beurt komen (Ezech. 25:1-17)

"Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve" (Ezech. 25:2). Met die opdracht begint een reeks die tot het einde van Ezech. 32 doorloopt. De volgorde is: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen in dit hoofdstuk, daarna Tyrus, dat drie hoofdstukken krijgt (Ezech. 26:2), vervolgens Sidon (Ezech. 28:21) en ten slotte Egypte, dat er vier krijgt (Ezech. 29:2). In de vier korte woorden van dit hoofdstuk keert telkens dezelfde zin terug: "gij zult weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:5,7), en bij Moab en de Filistijnen: "zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:11,17).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze reeks staat. Zij komt na het bericht dat de belegering begonnen is en vóór het bericht dat de stad gevallen is. Terwijl Jeruzalem valt, hoort het volk dat de HEERE ook over de buurvolken gaat. Let vervolgens op wat die volken verweten wordt. Niet hun afgoderij en niet hun zeden, maar hun houding tegenover Israël op de dag van de val: leedvermaak, gejuich en wraak. Let ten slotte op de toon. Die is bij Jesaja vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Dezelfde reeks staat bij Jeremia, en zij is daar op dezelfde wijze samengenomen (reeds behandeld bij Jer. 46:1-2).

Typologie: De psalm zegt in één zin wat deze hoofdstukken breed uitwerken: "Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen" (Ps. 22:29). En Paulus zegt in Athene dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij hun tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26).

Ezech. 25:1-17; Ezech. 26:2; Ezech. 28:21; Ezech. 29:2; Jes. 15:5; Jer. 46:1-2; Ps. 22:29; Hand. 17:26

De grote zeedraak  — het beeld waarmee Farao wordt aangesproken, en wat hij van zijn rivier zegt (Ezech. 29:1-12)

"Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt" (Ezech. 29:3). Daarop volgt wat ermee gebeurt: "Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven" (Ezech. 29:4). En er wordt een tweede reden genoemd, die niet over Egypte zelf gaat: "omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn" (Ezech. 29:6). Wat zo'n staf doet, staat in het vers erna: "als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan" (Ezech. 29:7).

Bijbelse betekenis: Merk op wat Farao precies zegt. Niet dat de rivier goed is, maar dat zij van hem is en dat hij haar gemaakt heeft. Hij schrijft zichzelf toe wat hij gekregen heeft, en dat is dezelfde mond die eerder vroeg wie de HEERE toch was (Ex. 5:2). Let vervolgens op de haken in de kaken. Het dier ligt stil in zijn eigen water, en juist daaruit wordt het opgetrokken; het verliest niet zijn kracht maar zijn element. Let ten slotte op de rietstaf. Dat beeld is al gebruikt door Rabsake voor de muur van Jeruzalem (reeds behandeld bij 2 Kon. 18:21). Ezechiël voegt er iets aan toe: de staf begeeft het niet alleen, hij verwondt ook de hand die erop steunde. Een houvast dat het begeeft, laat meer achter dan alleen teleurstelling.

Typologie: Mozes waarschuwde het volk voor dezelfde gedachte in andere woorden: "Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen" (Deut. 8:17). En Paulus stelt de vraag die deze hele zaak beslecht: "wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen?" (1 Kor. 4:7).

Ezech. 29:1-12; Ex. 5:2; 2 Kon. 18:21; Deut. 8:17; 1 Kor. 4:7

Een nederig koninkrijk  — Egypte keert terug, maar klein, en er staat bij waarom (Ezech. 29:13-16)

"Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden" (Ezech. 29:13). Zij komen terug in hun eigen land, "en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn" (Ezech. 29:14). Dat wordt in het volgende vers nog eens gezegd: "En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen" (Ezech. 29:15). En dan volgt de reden, die niet over Egypte gaat maar over Israël: "En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken" (Ezech. 29:16).

Bijbelse betekenis: Merk op dat het oordeel hier niet het laatste woord is. Er wordt een terugkeer beloofd, en dat aan een volk dat in dit boek zwaar aangeklaagd wordt. Let vervolgens op de maat van die terugkeer. Egypte komt terug, maar klein; het krijgt zijn plaats en niet zijn overwicht. Wat hersteld wordt, is niet altijd hetzelfde als wat er was. Let ten slotte op de reden in Ezech. 29:16. Egypte wordt klein gemaakt opdat Israël er niet meer op zou steunen. Het verbond met Egypte is in de profeten telkens afgewezen (reeds behandeld bij Jes. 31:1); hier wordt de steun zelf weggenomen. Dat een kruk wordt afgepakt, is een weldaad voor wie erop leunt.

Typologie: Paulus zegt dat zijn benauwdheid zo zwaar was dat hij op zichzelf niet meer bouwen kon: "opdat wij niet op onszelven vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt" (2 Kor. 1:9). En over Egypte staat elders in de profeten een woord dat verder gaat dan dit hoofdstuk (reeds behandeld bij Jes. 19:25).

Ezech. 29:13-16; Jes. 31:1; 2 Kor. 1:9; Jes. 19:25

Het arbeidsloon van Nebukadrezar  — God betaalt een heidens leger voor werk dat Hij het opdroeg (Ezech. 29:17-21)

"Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus" (Ezech. 29:18). Daarop volgt wat God daaraan doet: "Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs buit buiten" (Ezech. 29:19). En de reden staat er onomwonden bij: "Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben" (Ezech. 29:20). Het hoofdstuk sluit met een woord voor de profeet zelf: "Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen" (Ezech. 29:21).

Bijbelse betekenis: Merk op wat hier van dat leger gezegd wordt: "omdat zij voor Mij gewrocht hebben" (Ezech. 29:20). Een leger dat zijn eigen oorlog voerde, blijkt in dienst geweest te zijn. Dat is dezelfde lijn als bij Assur, de roede van Gods toorn (reeds behandeld bij Jes. 10:5), en bij Nebukadrezar die Mijn knecht heet (reeds behandeld bij Jer. 27:6). Let vervolgens op het nuchtere detail. Kale hoofden en kaalgesleten schouders: de arbeid wordt als arbeid beschreven, en het loon bleef uit. Let ten slotte op het laatste vers. In één adem staan de hoorn van Israël die uitspruit en de mond van de profeet die opengaat; over dat laatste is bij Ezech. 24:27 gesproken. Terwijl de wereldrijken elkaar afwisselen, gaat het God om een klein volk en om een man die weer spreken mag.

Typologie: Als God zelfs de arbeid van een heidens leger niet onbeloond laat, dan geldt te meer wat de Hebreeënbrief zegt: "God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt" (Hebr. 6:10).

Ezech. 29:17-21; Jes. 10:5; Jer. 27:6; Ezech. 24:27; Hebr. 6:10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 29

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content