Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 27

1 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV The word2 of the LORD3 came again unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gij dan, mensenkind! hef een klaaglied op over Tyrus;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 GijH859 dan, mensenkindH1121! hefH5375 een klaagliedH7015 op over TyrusH6865; Gij dan, mensenkind! hef een klaaglied op over Tyrus;

KJV Now, thou son2 of man,3 take up4 a lamentation7 for Tyrus;

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 שָׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 צֹ֖ר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 7 קִינָֽה H7015 klaaglied, klaagliederen, weeklage lamentation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zegH559 totH413 TyrusH6865, die daar woontH3427 aan de ingangenH3997 der zeeH3220, handelendeH7402 met de volkenH5971 in veleH7227 eilandenH339: ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: O TyrusH6865! gijH859 zegtH559: IkH589 ben volmaaktH3632 in schoonheidH3308. En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.

KJV And say1 unto Tyrus,2 O thou that art situate3 at the entry5 of the sea,6 which art a merchant7 of the people8 for many11 isles,10 Thus saith13 the Lord14 GOD;15 O Tyrus,16 thou hast said,18 I am of perfect20 beauty.

1 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְצ֗וֹר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 3 הַיֹּשֶׁ֨בֶת֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מְבוֹאֹ֣ת H3997 ingangen entry 6 יָ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 7 רֹכֶ֨לֶת֙ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 8 הָֽעַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אִיִּ֖ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 11 רַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 12 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 13 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 15 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 16 צ֕וֹר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 17 אַ֣תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 18 אָמַ֔רְתְּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 20 כְּלִ֥ילַת H3632 geheel, ganselijk, volmaakt all, every whit, flame, perfect(-ion), utterly, whole burnt offering (sacrifice), wholly 21 יֹֽפִי H3308 schoonheid beauty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Uw landpalen zijn in het hart der zeeen; uw bouwers hebben uw schoonheid volkomen gemaakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Uw landpalenH1366 zijn in het hartH3820 der zeeenH3220; uw bouwersH1129 hebben uw schoonheidH3308 volkomenH3634 gemaakt. Uw landpalen zijn in het hart der zeeen; uw bouwers hebben uw schoonheid volkomen gemaakt.

KJV Thy borders3 are in the midst1 of the seas,2 thy builders4 have perfected5 thy beauty.

1 בְּלֵ֥ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 2 יַמִּ֖ים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 3 גְּבוּלָ֑יִךְ H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 4 בֹּנַ֕יִךְ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 5 כָּלְל֖וּ H3634 volkomen, maakten (make) perfect 6 יָפְיֵֽךְ H3308 schoonheid beauty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zij hebben al uw denningen uit dennebomen van Senir gebouwd; zij hebben cederen van den Libanon gehaald, om masten voor u te maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zij hebben alH3605 uw denningenH3871 uit dennebomenH1265 van SenirH8149 gebouwdH1129; zij hebben cederenH730 van den LibanonH3844 gehaaldH3947, om mastenH8650 voor u te makenH6213. Zij hebben al uw denningen uit dennebomen van Senir gebouwd; zij hebben cederen van den Libanon gehaald, om masten voor u te maken.

KJV They have made3 all thy ship boards7 of fir trees1 of Senir:2 they have taken10 cedars8 from Lebanon9 to make11 masts

1 בְּרוֹשִׁ֤ים H1265 dennebomen, denneboom, dennen fir (tree) 2 מִשְּׂנִיר֙ H8149 Senir Senir, Shenir 3 בָּ֣נוּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 4 לָ֔ךְ 5 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 לֻֽחֹתָ֑יִם H3871 tafelen, planken, tafel board, plate, table 8 אֶ֤רֶז H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 9 מִלְּבָנוֹן֙ H3844 Libanon Lebanon 10 לָקָ֔חוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 11 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 תֹּ֖רֶן H8650 mast, mastboom, masten beacon, mast 13 עָלָֽיִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zij hebben uw riemen uit eiken van Basan gemaakt; uw berderen hebben zij gemaakt uw welbetreden elpenbeen, uit de eilanden der Chittieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Zij hebben uw riemenH4880 uit eikenH437 van BasanH1316 gemaakt; uw berderenH7175 hebben zij gemaaktH6213 uw welbetredenH1323 elpenbeenH8127, uit de eilandenH339 der ChittietenH3794. Zij hebben uw riemen uit eiken van Basan gemaakt; uw berderen hebben zij gemaakt uw welbetreden elpenbeen, uit de eilanden der Chittieten.

KJV Of the oaks1 of Bashan2 have they made3 thine oars;4 the company8 of the Ashurites9 have made6 thy benches5 of ivory,7 brought out of the isles10 of Chittim.

1 אַלּוֹנִים֙ H437 eiken, eik, haageik oak 2 מִבָּ֔שָׁן H1316 Bazan, Basan Bashan 3 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 מִשּׁוֹטָ֑יִךְ H4880 riem, riemen oar 5 קַרְשֵׁ֤ךְ H7175 berderen, berd bench, board 6 עָֽשׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 שֵׁן֙ H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 8 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 9 אֲשֻׁרִ֔ים H839 Ashurite 10 מֵאִיֵּ֖י H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 11 כִּתִּיִּֽים H3794 Chittieten, Chittim, Chitteers Chittim, Kittim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Fijn linnen met stiksel uit Egypte was uw uitbreidsel, dat het u tot een zeil ware; hemelsblauw en purper, uit de eilanden van Elisa, was uw deksel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Fijn linnenH8336 met stikselH7553 uit EgypteH4714 wasH1961 uw uitbreidselH4666, dat het u tot een zeilH5251 wareH1961; hemelsblauwH8504 en purperH713, uit de eilandenH339 van ElisaH473, wasH1961 uw dekselH4374. Fijn linnen met stiksel uit Egypte was uw uitbreidsel, dat het u tot een zeil ware; hemelsblauw en purper, uit de eilanden van Elisa, was uw deksel.

KJV Fine linen1 with broidered work2 from Egypt3 was that which thou spreadest forth5 to be thy sail;8 blue9 and purple10 from the isles11 of Elishah12 was that which covered

1 שֵׁשׁ H8336 linnen, marmeren, marmer [idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk 2 בְּרִקְמָ֤ה H7553 gestikt, gestikte, borduursel broidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides) 3 מִמִּצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 מִפְרָשֵׂ֔ךְ H4666 uitbreidingen, uitbreidsel that which...spreadest forth, spreading 6 לִהְי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לָ֖ךְ 8 לְנֵ֑ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 9 תְּכֵ֧לֶת H8504 hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwen blue 10 וְאַרְגָּמָ֛ן H713 purper, purperen purple 11 מֵאִיֵּ֥י H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 12 אֱלִישָׁ֖ה H473 Elisa Elishah 13 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 מְכַסֵּֽךְ H4374 deksel, bedekken, bedekt clothing, to cover, that which covereth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De inwoners van Sidon en Arvad waren uw roeiers; uw wijzen, o Tyrus! die in u waren, die waren uw schippers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De inwonersH3427 van SidonH6721 en ArvadH719 warenH1961 uw roeiersH7751; uw wijzenH2450, o TyrusH6865! die in u warenH1961, dieH1992 waren uw schippersH2259. De inwoners van Sidon en Arvad waren uw roeiers; uw wijzen, o Tyrus! die in u waren, die waren uw schippers.

KJV The inhabitants1 of Zidon2 and Arvad3 were thy mariners:5 thy wise7 men, O Tyrus,8 that were in thee, were thy pilots.

1 יֹשְׁבֵ֤י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 צִידוֹן֙ H6721 Sidon Sidon, Zidon 3 וְאַרְוַ֔ד H719 Arvad Arvad 4 הָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 שָׁטִ֖ים H7751 trekken, Trek, doorlopen go (about, through, to and fro), mariner, rower, run to and fro 6 לָ֑ךְ 7 חֲכָמַ֤יִךְ H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 8 צוֹר֙ H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 9 הָ֣יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 בָ֔ךְ 11 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 חֹבְלָֽיִךְ H2259 schippers pilot, shipmaster
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in u, verbeterende uw breuken; alle schepen der zee en haar zeelieden waren in u, om onderlingen handel met u te drijven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 De oudstenH2205 van GebalH1380 en haar wijzenH2450 warenH1961 in u, verbeterendeH2388 uw breukenH919; alleH3605 schepenH591 der zeeH3220 en haar zeeliedenH4419 warenH1961 in u, om onderlingen handelH4627 met u te drijvenH6148. De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in u, verbeterende uw breuken; alle schepen der zee en haar zeelieden waren in u, om onderlingen handel met u te drijven.

KJV The ancients1 of Gebal2 and the wise3 men thereof were in thee thy calkers:7 all the ships9 of the sea10 with their mariners11 were in thee to occupy14 thy merchandise.

1 זִקְנֵ֨י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 2 גְבַ֤ל H1380 Gebal Gebal 3 וַחֲכָמֶ֨יהָ֙ H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 4 הָ֣יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 בָ֔ךְ 6 מַחֲזִיקֵ֖י H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 בִּדְקֵ֑ךְ H919 breuken, breuk breach, [phrase] calker 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אֳנִיּ֨וֹת H591 schepen, schip ship(-men) 10 הַיָּ֤ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 11 וּמַלָּֽחֵיהֶם֙ H4419 zeelieden mariner 12 הָ֣יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 בָ֔ךְ 14 לַעֲרֹ֖ב H6148 borg, drijven, vermeng engage, (inter-) meddle (with), mingle (self), mortgage, occupy, give pledges, be(-come, put in) surety, undertake 15 מַעֲרָבֵֽךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Perzen, en Lydiers, en Puteers waren in uw heir, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 PerzenH6539, en LydiersH3865, en PuteersH6316 warenH1961 in uw heirH2428, uw krijgsliedenH582; schildH4043 en helmH3553 hingenH8518 zij in u op, dieH1992 maaktenH5414 uw sieraadH1926. Perzen, en Lydiers, en Puteers waren in uw heir, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad.

KJV They of Persia1 and of Lud2 and of Phut3 were in thine army,5 thy men of war:7 they hanged10 the shield8 and helmet9 in thee; they set forth13 thy comeliness.

1 פָּרַ֨ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 2 וְל֤וּד H3865 Lud, Lydiers Lud, Lydia 3 וּפוּט֙ H6316 Put, Puteers Phut, Put 4 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 בְחֵילֵ֔ךְ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 6 אַנְשֵׁ֖י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 מִלְחַמְתֵּ֑ךְ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 8 מָגֵ֤ן H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 9 וְכוֹבַע֙ H3553 helm, helmen helmet. Compare H6959 (קוֹבַע) 10 תִּלּוּ H8518 hangen, gehangen, hing hang (up) 11 בָ֔ךְ 12 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 13 נָתְנ֥וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 הֲדָרֵֽךְ H1926 heerlijkheid, sieraad, eer beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De kinderen van Arvad en uw heir waren rondom op uw muren, en de Gammadieten waren op uw torens; hun schilden hingen zij rondom aan uw muren; die maakten uw schoonheid volkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De kinderenH1121 van ArvadH719 en uw heirH2428 waren rondomH5439 opH5921 uw murenH2346, en de GammadietenH1575 warenH1961 op uw torensH4026; hun schildenH7982 hingenH8518 zij rondomH5439 aanH5921 uw murenH2346; dieH1992 maaktenH3634 uw schoonheidH3308 volkomenH3634. De kinderen van Arvad en uw heir waren rondom op uw muren, en de Gammadieten waren op uw torens; hun schilden hingen zij rondom aan uw muren; die maakten uw schoonheid volkomen.

KJV The men1 of Arvad2 with thine army3 were upon thy walls5 round about,6 and the Gammadims7 were in thy towers:8 they hanged11 their shields10 upon thy walls13 round about;14 they have made16 thy beauty17 perfect.

1 בְּנֵ֧י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אַרְוַ֣ד H719 Arvad Arvad 3 וְחֵילֵ֗ךְ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 חוֹמוֹתַ֨יִךְ֙ H2346 muur, muren, muurs wall, walled 6 סָבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 7 וְגַ֨מָּדִ֔ים H1575 Gammadieten Gammadims 8 בְּמִגְדְּלוֹתַ֖יִךְ H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 9 הָי֑וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 שִׁלְטֵיהֶ֞ם H7982 schilden shield 11 תִּלּ֤וּ H8518 hangen, gehangen, hing hang (up) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 חוֹמוֹתַ֨יִךְ֙ H2346 muur, muren, muurs wall, walled 14 סָבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 15 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 16 כָּלְל֥וּ H3634 volkomen, maakten (make) perfect 17 יָפְיֵֽךְ H3308 schoonheid beauty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Tarsis dreef koophandel met u vanwege de veelheid van allerlei goed; met zilver, ijzer, tin, en lood handelden zij op uw markten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 TarsisH8659 dreef koophandelH5503 met u vanwege de veelheidH7230 van allerleiH3605 goedH1952; met zilverH3701, ijzerH1270, tinH913, en loodH5777 handeldenH5414 zij op uw marktenH5801. Tarsis dreef koophandel met u vanwege de veelheid van allerlei goed; met zilver, ijzer, tin, en lood handelden zij op uw markten.

KJV Tarshish1 was thy merchant2 by reason of the multitude3 of all kind of riches;5 with silver,6 iron,7 tin,8 and lead,9 they traded10 in thy fairs.

1 תַּרְשִׁ֥ישׁ H8659 Tarsis, Tharsis, Tharsisa Tarshish, Tharshish 2 סֹחַרְתֵּ֖ךְ H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 3 מֵרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 ה֑וֹן H1952 goed, Goed, genoeg enough, [phrase] for nought, riches, substance, wealth 6 בְּכֶ֤סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 7 בַּרְזֶל֙ H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 8 בְּדִ֣יל H913 tin, tinnen [phrase] plummet, tin 9 וְעוֹפֶ֔רֶת H5777 lood, loden lead 10 נָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 עִזְבוֹנָֽיִךְ H5801 markten, marktwaren fair, ware
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Javan, Tubal en Mesech waren uw kooplieden; met mensenzielen en koperen vaten dreven zij onderlingen handel met u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 JavanH3120, TubalH8422 en MesechH4902 waren uw koopliedenH7402; met mensenzielenH5315 en koperenH5178 vatenH3627 drevenH5414 zijH1992 onderlingen handelH4627 met u. Javan, Tubal en Mesech waren uw kooplieden; met mensenzielen en koperen vaten dreven zij onderlingen handel met u.

KJV Javan,1 Tubal,2 and Meshech,3 they were thy merchants:5 they traded10 the persons6 of men7 and vessels8 of brass9 in thy market.

1 יָוָ֤ן H3120 Javan, Griekenland Javan 2 תֻּבַל֙ H8422 Tubal Tubal 3 וָמֶ֔שֶׁךְ H4902 Mesech Mesech, Meshech 4 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 5 רֹֽכְלָ֑יִךְ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 6 בְּנֶ֤פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 וּכְלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 9 נְחֹ֔שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 10 נָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 מַעֲרָבֵֽךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Uit het huisH1004 van TogarmaH8425 leverdenH5414 zij paardenH5483, en ruiterenH6571, en muilezelsH6505 op uw marktenH5801. Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.

KJV They of the house1 of Togarmah2 traded6 in thy fairs7 with horses3 and horsemen4 and mules.

1 מִבֵּ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 2 תּוֹגַרְמָ֑ה H8425 Togarma, Thogarma Togarmah 3 סוּסִ֤ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 וּפָֽרָשִׁים֙ H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 5 וּפְרָדִ֔ים H6505 muildieren, muildier, muilezelen mule 6 נָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 עִזְבוֹנָֽיִךְ H5801 markten, marktwaren fair, ware
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De kinderen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de koophandel uwer hand; hoornen van elpenbeen en ebbenhout gaven zij u weder tot een verering.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De kinderenH1121 van DedanH1719 waren uw koopliedenH7402; veleH7227 eilandenH339 waren de koophandelH5506 uwer handH3027; hoornenH7161 van elpenbeenH8127 en ebbenhoutH1894 gavenH7725 zij u weder tot een vereringH814. De kinderen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de koophandel uwer hand; hoornen van elpenbeen en ebbenhout gaven zij u weder tot een verering.

KJV The men1 of Dedan2 were thy merchants;3 many5 isles4 were the merchandise6 of thine hand:7 they brought11 thee for a present12 horns8 of ivory9 and ebony.

1 בְּנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 דְדָן֙ H1719 Dedan Dedan 3 רֹֽכְלַ֔יִךְ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 4 אִיִּ֥ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 5 רַבִּ֖ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 6 סְחֹרַ֣ת H5506 koophandel merchandise 7 יָדֵ֑ךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 קַרְנ֥וֹת H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 9 שֵׁן֙ H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 10 וְהָבְנִ֔ים H1894 ebbenhout ebony 11 הֵשִׁ֖יבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 אֶשְׁכָּרֵֽךְ H814 verering, vereringen gift, present
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Syrie dreef koophandel met u, vanwege de veelheid uwer werken; met smaragden, purper, en gestikt werk, en zijde, en Ramoth, en Cadkod, handelden zij op uw markten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 SyrieH758 dreef koophandelH5503 met u, vanwege de veelheidH7230 uwer werkenH4639; met smaragdenH5306, purperH713, en gestiktH7553 werk, en zijde, en RamothH7215, en CadkodH3539, handeldenH5414 zij op uw marktenH5801. Syrie dreef koophandel met u, vanwege de veelheid uwer werken; met smaragden, purper, en gestikt werk, en zijde, en Ramoth, en Cadkod, handelden zij op uw markten.

KJV Syria1 was thy merchant2 by reason of the multitude3 of the wares of thy making:4 they occupied11 in thy fairs12 with emeralds,5 purple,6 and broidered work,7 and fine linen,8 and coral,9 and agate.

1 אֲרָ֥ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 2 סֹחַרְתֵּ֖ךְ H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 3 מֵרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 4 מַעֲשָׂ֑יִךְ H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 5 בְּ֠נֹפֶךְ H5306 Smaragd, robijnen, smaragden emerald 6 אַרְגָּמָ֨ן H713 purper, purperen purple 7 וְרִקְמָ֤ה H7553 gestikt, gestikte, borduursel broidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides) 8 וּבוּץ֙ H948 linnen fine (white) linen 9 וְרָאמֹ֣ת H7215 Ramoth coral 10 וְכַדְכֹּ֔ד H3539 Cadkod, kristallijnen agate 11 נָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 בְּעִזְבוֹנָֽיִךְ H5801 markten, marktwaren fair, ware
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Juda en het land Israels waren uw kooplieden; met tarwe van Minnit en Pannag, en honig, en olie, en balsem, dreven zij onderlingen handel met u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 JudaH3063 en het landH776 IsraelsH3478 waren uw koopliedenH7402; met tarweH2406 van MinnitH4511 en PannagH6436, en honigH1706, en olieH8081, en balsemH6875, drevenH5414 zijH1992 onderlingen handelH4627 met u. Juda en het land Israels waren uw kooplieden; met tarwe van Minnit en Pannag, en honig, en olie, en balsem, dreven zij onderlingen handel met u.

KJV Judah,1 and the land2 of Israel,3 they were thy merchants:5 they traded12 in thy market13 wheat6 of Minnith,7 and Pannag,8 and honey,9 and oil,10 and balm.

1 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 2 וְאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 5 רֹכְלָ֑יִךְ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 6 בְּחִטֵּ֣י H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 7 מִ֠נִּית H4511 Minnit, Minnith Minnith 8 וּפַנַּ֨ג H6436 Pannag Pannag 9 וּדְבַ֤שׁ H1706 honig, honigs, honigvloed honey(-comb) 10 וָשֶׁ֨מֶן֙ H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 11 וָצֹ֔רִי H6875 balsem balm 12 נָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 מַעֲרָבֵֽךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Damaskus dreef koophandel met u, om de veelheid uwer werken, vanwege de veelheid van allerlei goed; met wijn van Chelbon en witte wol.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 DamaskusH1834 dreef koophandelH5503 met u, om de veelheidH7230 uwer werkenH4639, vanwege de veelheidH7230 van allerleiH3605 goedH1952; met wijnH3196 van ChelbonH2463 en witteH6713 wolH6785. Damaskus dreef koophandel met u, om de veelheid uwer werken, vanwege de veelheid van allerlei goed; met wijn van Chelbon en witte wol.

KJV Damascus1 was thy merchant2 in the multitude3 of the wares of thy making,4 for the multitude5 of all riches;7 in the wine8 of Helbon,9 and white11 wool.

1 דַּמֶּ֧שֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 2 סֹחַרְתֵּ֛ךְ H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 3 בְּרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 4 מַעֲשַׂ֖יִךְ H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 5 מֵרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 ה֑וֹן H1952 goed, Goed, genoeg enough, [phrase] for nought, riches, substance, wealth 8 בְּיֵ֥ין H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 9 חֶלְבּ֖וֹן H2463 Chelbon Helbah 10 וְצֶ֥מֶר H6785 wol, wollen wool(-len) 11 צָֽחַר H6713 witte white
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ook leverden Dan en Javan, de omreizer, op uw markten; glad ijzer, kassie en kalmus was in uw onderlingen koophandel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Ook leverdenH5414 Dan en JavanH3120, de omreizerH235, op uw marktenH5801; gladH6219 ijzerH1270, kassieH6916 en kalmusH7070 wasH1961 in uw onderlingen koophandelH4627. Ook leverden Dan en Javan, de omreizer, op uw markten; glad ijzer, kassie en kalmus was in uw onderlingen koophandel.

KJV Dan1 also and Javan2 going to and fro occupied5 in thy fairs:4 bright7 iron,6 cassia,8 and calamus,9 were in thy market.

1 וְדָ֤ן H2051 Dan also 2 וְיָוָן֙ H3120 Javan, Griekenland Javan 3 מְאוּזָּ֔ל H187 Usal, Uzal Uzal 4 בְּעִזְבוֹנַ֖יִךְ H5801 markten, marktwaren fair, ware 5 נָתָ֑נּוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 בַּרְזֶ֤ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 7 עָשׁוֹת֙ H6219 glad bright 8 קִדָּ֣ה H6916 kassie cassia 9 וְקָנֶ֔ה H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 10 בְּמַעֲרָבֵ֖ךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise 11 הָיָֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Dedan handelde met u met kostelijk gewand tot wagens.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 DedanH1719 handeldeH7402 met u met kostelijkH2667 gewandH899 tot wagensH7396. Dedan handelde met u met kostelijk gewand tot wagens.

KJV Dedan1 was thy merchant2 in precious4 clothes3 for chariots.

1 דְּדָן֙ H1719 Dedan Dedan 2 רֹֽכַלְתֵּ֔ךְ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 3 בְבִגְדֵי H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 4 חֹ֖פֶשׁ H2667 kostelijk precious 5 לְרִכְבָּֽה H7396 wagens chariots
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Arabie en alle vorsten van Kedar waren de kooplieden uwer hand; met lammeren, en rammen, en bokken, daarmede handelden zij met u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 ArabieH6152 en alleH3605 vorstenH5387 van KedarH6938 waren de kooplieden uwer handH3027; met lammerenH3733, en rammenH352, en bokkenH6260, daarmede handeldenH5503 zijH1992 met u. Arabie en alle vorsten van Kedar waren de kooplieden uwer hand; met lammeren, en rammen, en bokken, daarmede handelden zij met u.

KJV Arabia,1 and all the princes3 of Kedar,4 they occupied6 with thee7 in lambs,8 and rams,9 and goats:10 in these were they thy merchants.

1 עֲרַב֙ H6152 Arabie Arabia 2 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 נְשִׂיאֵ֣י H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 4 קֵדָ֔ר H6938 Kedar, Kedars Kedar 5 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 סֹחֲרֵ֣י H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 7 יָדֵ֑ךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 בְּכָרִ֤ים H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 9 וְאֵילִים֙ H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 10 וְעַתּוּדִ֔ים H6260 bokken chief one, (he) goat, ram 11 בָּ֖ם 12 סֹחֲרָֽיִךְ H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 De kooplieden van Scheba en Raema waren uw kooplieden; met alle hoofdspecerij, en met alle kostelijk gesteente en goud, handelden zij op uw markten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 De koopliedenH7402 van SchebaH7614 en RaemaH7484 waren uw koopliedenH7402; met alle hoofdspecerijH7218, en met alleH3605 kostelijkH3368 gesteenteH68 en goudH2091, handeldenH5414 zijH1992 op uw marktenH5801. De kooplieden van Scheba en Raema waren uw kooplieden; met alle hoofdspecerij, en met alle kostelijk gesteente en goud, handelden zij op uw markten.

KJV The merchants1 of Sheba2 and Raamah,3 they were thy merchants:5 they occupied13 in thy fairs14 with chief6 of all spices,8 and with all precious11 stones,10 and gold.

1 רֹכְלֵ֤י H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 2 שְׁבָא֙ H7614 Scheba, Sabeers, Seba Sheba, Sabeans 3 וְרַעְמָ֔ה H7484 Raema Raamah 4 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 5 רֹכְלָ֑יִךְ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 6 בְּרֹ֨אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 בֹּ֜שֶׂם H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 9 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אֶ֤בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 11 יְקָרָה֙ H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 12 וְזָהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 13 נָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 עִזְבוֹנָֽיִךְ H5801 markten, marktwaren fair, ware
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Haran, en Kanne, en Eden, de kooplieden van Scheba, Assur en Kilmad, handelden met u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 HaranH2771, en KanneH3656, en EdenH5729, de koopliedenH7402 van SchebaH7614, AssurH804 en KilmadH3638, handeldenH7402 met u. Haran, en Kanne, en Eden, de kooplieden van Scheba, Assur en Kilmad, handelden met u.

KJV Haran,1 and Canneh,2 and Eden,3 the merchants4 of Sheba,5 Asshur,6 and Chilmad,7 were thy merchants.

1 חָרָ֤ן H2771 Haran Haran 2 וְכַנֵּה֙ H3656 Kanne Canneh 3 וָעֶ֔דֶן H5729 Eden Eden 4 רֹכְלֵ֖י H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 5 שְׁבָ֑א H7614 Scheba, Sabeers, Seba Sheba, Sabeans 6 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 7 כִּלְמַ֥ד H3638 Kilmad Chilmad 8 רֹכַלְתֵּֽךְ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Die waren uw kooplieden met volkomen sieradien, met pakken van hemelsblauw en gestikt werk, en met schatkisten van schone klederen; gebonden met koorden, en in ceder gepakt, onder uw koopmanschap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 DieH1992 waren uw koopliedenH7402 met volkomen sieradienH4360, met pakkenH1545 van hemelsblauwH8504 en gestiktH7553 werk, en met schatkistenH1595 van schone klederenH1264; gebondenH2280 met koordenH2256, en in cederH729 gepakt, onder uw koopmanschapH4819. Die waren uw kooplieden met volkomen sieradien, met pakken van hemelsblauw en gestikt werk, en met schatkisten van schone klederen; gebonden met koorden, en in ceder gepakt, onder uw koopmanschap.

KJV These were thy merchants2 in all sorts3 of things, in blue5 clothes,4 and broidered work,6 and in chests7 of rich apparel,8 bound10 with cords,9 and made of cedar,11 among thy merchandise.

1 הֵ֤מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 2 רֹכְלַ֨יִךְ֙ H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 3 בְּמַכְלֻלִ֔ים H4360 volkomen sieradien all sorts 4 בִּגְלוֹמֵי֙ H1545 pakken clothes 5 תְּכֵ֣לֶת H8504 hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwen blue 6 וְרִקְמָ֔ה H7553 gestikt, gestikte, borduursel broidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides) 7 וּבְגִנְזֵ֖י H1595 schatten, schatkisten chest, treasury 8 בְּרֹמִ֑ים H1264 schone klederen rich apparel 9 בַּחֲבָלִ֧ים H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 10 חֲבֻשִׁ֛ים H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 11 וַאֲרֻזִ֖ים H729 ceder made of cedar 12 בְּמַרְכֻלְתֵּֽךְ H4819 koopmanschap merchandise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De schepen van Tarsis zongen van u, vanwege den onderlingen koophandel met u; en gij waart vervuld, en zeer verheerlijkt in het hart der zeeen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De schepenH591 van TarsisH8659 zongenH7788 van u, vanwege den onderlingen koophandelH4627 met u; en gij waart vervuldH4390, en zeer verheerlijktH3513 in het hartH3820 der zeeenH3220. De schepen van Tarsis zongen van u, vanwege den onderlingen koophandel met u; en gij waart vervuld, en zeer verheerlijkt in het hart der zeeen.

KJV The ships1 of Tarshish2 did sing3 of thee in thy market:4 and thou wast replenished,5 and made very7 glorious6 in the midst8 of the seas.

1 אֳנִיּ֣וֹת H591 schepen, schip ship(-men) 2 תַּרְשִׁ֔ישׁ H8659 Tarsis, Tharsis, Tharsisa Tarshish, Tharshish 3 שָׁרוֹתַ֖יִךְ H7788 trekt, zongen go, singular See also H7891 (שִׁיר) 4 מַעֲרָבֵ֑ךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise 5 וַתִּמָּלְאִ֧י H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 6 וַֽתִּכְבְּדִ֛י H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 7 מְאֹ֖ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 8 בְּלֵ֥ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 9 יַמִּֽים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Die u roeienH7751, hebben u in groteH7227 waterenH4325 gevoerdH935; de oostenwindH6921 heeft u verbrokenH7665 in het hartH3820 der zeeenH3220. Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen.

KJV Thy rowers4 have brought3 thee into great2 waters:1 the east7 wind6 hath broken8 thee in the midst9 of the seas.

1 בְּמַ֤יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 2 רַבִּים֙ H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 3 הֱבִיא֔וּךְ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 הַשָּׁטִ֖ים H7751 trekken, Trek, doorlopen go (about, through, to and fro), mariner, rower, run to and fro 5 אֹתָ֑ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 ר֚וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 הַקָּדִ֔ים H6921 oosten, oostenwind, oosterhoek east(-ward, wind) 8 שְׁבָרֵ֖ךְ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 9 בְּלֵ֥ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 10 יַמִּֽים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Uw goed, en uw marktwaren, uw onderlinge koophandel, uw zeelieden, en uw schippers; die uw breuken verbeteren, en die onderlingen handel met u drijven, en al uw krijgslieden, die in u zijn, zelfs met uw ganse gemeente, die in het midden van u is, zullen vallen in het hart der zeeen, ten dage van uw val.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Uw goedH1952, en uw marktwarenH5801, uw onderlinge koophandelH4627, uw zeeliedenH4419, en uw schippersH2259; die uw breukenH919 verbeterenH2388, en die onderlingen handelH4627 met u drijvenH6148, en alH3605 uw krijgsliedenH582, dieH834 in u zijn, zelfs met uw ganseH3605 gemeenteH6951, dieH834 in het middenH8432 van u is, zullen vallenH5307 in het hartH3820 der zeeenH3220, ten dageH3117 van uw valH4658. Uw goed, en uw marktwaren, uw onderlinge koophandel, uw zeelieden, en uw schippers; die uw breuken verbeteren, en die onderlingen handel met u drijven, en al uw krijgslieden, die in u zijn, zelfs met uw ganse gemeente, die in het midden van u is, zullen vallen in het hart der zeeen, ten dage van uw val.

KJV Thy riches,1 and thy fairs,2 thy merchandise,3 thy mariners,4 and thy pilots,5 thy calkers,7 and the occupiers8 of thy merchandise,9 and all thy men of war,12 that are in thee, and in all thy company16 which is in the midst18 of thee, shall fall19 into the midst20 of the seas21 in the day22 of thy ruin.

1 הוֹנֵךְ֙ H1952 goed, Goed, genoeg enough, [phrase] for nought, riches, substance, wealth 2 וְעִזְבוֹנַ֔יִךְ H5801 markten, marktwaren fair, ware 3 מַעֲרָבֵ֕ךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise 4 מַלָּחַ֖יִךְ H4419 zeelieden mariner 5 וְחֹבְלָ֑יִךְ H2259 schippers pilot, shipmaster 6 מַחֲזִיקֵ֣י H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 בִדְקֵ֣ך H919 breuken, breuk breach, [phrase] calker 8 וְֽעֹרְבֵ֣י H6148 borg, drijven, vermeng engage, (inter-) meddle (with), mingle (self), mortgage, occupy, give pledges, be(-come, put in) surety, undertake 9 מַ֠עֲרָבֵךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אַנְשֵׁ֨י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 מִלְחַמְתֵּ֜ךְ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בָּ֗ךְ 15 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 קְהָלֵךְ֙ H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 17 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 בְּתוֹכֵ֔ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 19 יִפְּלוּ֙ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 20 בְּלֵ֣ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 21 יַמִּ֔ים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 22 בְּי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 23 מַפַּלְתֵּֽךְ H4658 vals, val, aas carcase, fall, ruin

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Van het geluid des geschreeuws uwer schippers zullen de voorsteden beven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Van het geluidH6963 des geschreeuwsH2201 uwer schippersH2259 zullen de voorstedenH4054 bevenH7493. Van het geluid des geschreeuws uwer schippers zullen de voorsteden beven.

KJV The suburbs5 shall shake4 at the sound1 of the cry2 of thy pilots.

1 לְק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 זַעֲקַ֣ת H2201 geroep, gekrijt, geschreeuws cry(-ing) 3 חֹבְלָ֑יִךְ H2259 schippers pilot, shipmaster 4 יִרְעֲשׁ֖וּ H7493 beven, beefde, beeft make afraid, (re-) move, quake, (make to) shake, (make to) tremble 5 מִגְרֹשֽׁוֹת H4054 voorsteden, buitenruim, landerij cast out, suburb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En allen, die den riem handelen, zeelieden, en alle schippers van de zee, zullen uit hun schepen nederklimmen; op het land zullen zij staan blijven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En allenH3605, die den riemH4880 handelenH8610, zeeliedenH4419, en alleH3605 schippersH2259 van de zeeH3220, zullen uit hun schepenH591 nederklimmenH3381; op het landH776 zullen zij staanH5975 blijven. En allen, die den riem handelen, zeelieden, en alle schippers van de zee, zullen uit hun schepen nederklimmen; op het land zullen zij staan blijven.

KJV And all that handle4 the oar,5 the mariners,6 and all the pilots8 of the sea,9 shall come down1 from their ships,2 they shall stand12 upon the land;

1 וְֽיָרְד֞וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 מֵאָנִיּֽוֹתֵיהֶ֗ם H591 schepen, schip ship(-men) 3 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 תֹּפְשֵׂ֣י H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 5 מָשׁ֔וֹט H4880 riem, riemen oar 6 מַלָּחִ֕ים H4419 zeelieden mariner 7 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 חֹבְלֵ֣י H2259 schippers pilot, shipmaster 9 הַיָּ֑ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 יַעֲמֹֽדוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En zij zullen hun stem over u laten horen, en bitterlijk schreeuwen; en zij zullen stof op hun hoofden werpen, zij zullen zich wentelen in de as.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En zij zullen hun stemH6963 overH5921 u laten horenH8085, en bitterlijkH4751 schreeuwenH2199; en zij zullen stofH6083 opH5921 hun hoofdenH7218 werpenH5927, zij zullen zich wentelenH6428 in de asH665. En zij zullen hun stem over u laten horen, en bitterlijk schreeuwen; en zij zullen stof op hun hoofden werpen, zij zullen zich wentelen in de as.

KJV And shall cause their voice3 to be heard1 against thee, and shall cry4 bitterly,5 and shall cast up6 dust7 upon their heads,9 they shall wallow11 themselves in the ashes:

1 וְהִשְׁמִ֤יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 עָלַ֨יִךְ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 בְּקוֹלָ֔ם H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 וְיִזְעֲק֖וּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 5 מָרָ֑ה H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 6 וְיַעֲל֤וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 עָֽפָר֙ H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 רָ֣אשֵׁיהֶ֔ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 בָּאֵ֖פֶר H665 as ashes 11 יִתְפַּלָּֽשׁוּ H6428 wentelt, wentel, wentelen roll (wallow) self
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En zij zullen zich over u gans kaal maken, en zakken aangorden; en zullen over u wenen met bitterheid der ziel, en bittere rouwklage.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En zij zullen zich over u gansH7144 kaalH7139 maken, en zakkenH8242 aangordenH2296; en zullen over u wenenH1058 met bitterheidH4751 der zielH5315, en bittereH4751 rouwklageH4553. En zij zullen zich over u gans kaal maken, en zakken aangorden; en zullen over u wenen met bitterheid der ziel, en bittere rouwklage.

KJV And they shall make themselves utterly3 bald1 for thee, and gird4 them with sackcloth,5 and they shall weep6 for thee with bitterness8 of heart9 and bitter11 wailing.

1 וְהִקְרִ֤יחוּ H7139 kaal, Maak kaal make (self) bald 2 אֵלַ֨יִךְ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 קָרְחָ֔ה H7144 kaalheid, Kaalheid, gans bald(-ness), [idiom] utterly 4 וְחָגְר֖וּ H2296 aangegord, gordde, omgord be able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side 5 שַׂקִּ֑ים H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 6 וּבָכ֥וּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 7 אֵלַ֛יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 בְּמַר H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 9 נֶ֖פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 10 מִסְפֵּ֥ד H4553 rouwklage, misbaar, weeklage lamentation, one mourneth, mourning, wailing 11 מָֽר H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zij zullen in hun gekerm een klaaglied over u opheffen, en over u weeklagen, zeggende: Wie is geweest als Tyrus, als de uitgeroeide in het midden der zee?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En zij zullen in hun gekermH5204 een klaagliedH7015 over u opheffenH5375, en over u weeklagenH6969, zeggende: WieH4310 is geweest als TyrusH6865, als de uitgeroeideH1822 in het middenH8432 der zeeH3220? En zij zullen in hun gekerm een klaaglied over u opheffen, en over u weeklagen, zeggende: Wie is geweest als Tyrus, als de uitgeroeide in het midden der zee?

KJV And in their wailing3 they shall take up1 a lamentation4 for thee, and lament5 over thee, saying, What city is like Tyrus,8 like the destroyed9 in the midst10 of the sea?

1 וְנָשְׂא֨וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 אֵלַ֤יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנִיהֶם֙ H5204 gekerm wailing 4 קִינָ֔ה H7015 klaaglied, klaagliederen, weeklage lamentation 5 וְקוֹנְנ֖וּ H6969 klagelijk zingen, klaagde, klaaglied lament, mourning woman 6 עָלָ֑יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 8 כְצ֔וֹר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 9 כְּדֻמָ֖ה H1822 uitgeroeide destroy 10 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 הַיָּֽם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Als uw marktwaren uit de zeeen voortkwamen, hebt gij vele volken verzadigd; met de veelheid uwer goederen en uw onderlingen koophandel, hebt gij de koningen der aarde rijk gemaakt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Als uw marktwarenH5801 uit de zeeenH3220 voortkwamenH3318, hebt gij veleH7227 volkenH5971 verzadigdH7646; met de veelheidH7230 uwer goederenH1952 en uw onderlingen koophandelH4627, hebt gij de koningenH4428 der aardeH776 rijkH6238 gemaakt. Als uw marktwaren uit de zeeen voortkwamen, hebt gij vele volken verzadigd; met de veelheid uwer goederen en uw onderlingen koophandel, hebt gij de koningen der aarde rijk gemaakt.

KJV When thy wares2 went forth1 out of the seas,3 thou filledst4 many6 people;5 thou didst enrich10 the kings11 of the earth12 with the multitude7 of thy riches8 and of thy merchandise.

1 בְּצֵ֤את H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 עִזְבוֹנַ֨יִךְ֙ H5801 markten, marktwaren fair, ware 3 מִיַּמִּ֔ים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 4 הִשְׂבַּ֖עַתְּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 5 עַמִּ֣ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 רַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 בְּרֹ֤ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 8 הוֹנַ֨יִךְ֙ H1952 goed, Goed, genoeg enough, [phrase] for nought, riches, substance, wealth 9 וּמַ֣עֲרָבַ֔יִךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise 10 הֶעֱשַׁ֖רְתְּ H6238 rijk, maakt rijk, verrijkt be(-come, en-, make, make self, wax) rich, make (1 Kings 22:48 marg). See H6240 (עָשָׂר) 11 מַלְכֵי H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Ten tijde, dat gij uit de zeeen verbroken zijt in de diepte der wateren, zijn uw onderlinge koophandel en uw ganse gemeente in het midden van u gevallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Ten tijdeH6256, dat gij uit de zeeenH3220 verbrokenH7665 zijt in de diepteH4615 der waterenH4325, zijn uw onderlinge koophandelH4627 en uw ganseH3605 gemeenteH6951 in het middenH8432 van u gevallenH5307. Ten tijde, dat gij uit de zeeen verbroken zijt in de diepte der wateren, zijn uw onderlinge koophandel en uw ganse gemeente in het midden van u gevallen.

KJV In the time1 when thou shalt be broken2 by the seas3 in the depths4 of the waters5 thy merchandise6 and all thy company8 in the midst9 of thee shall fall.

1 עֵ֛ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 נִשְׁבֶּ֥רֶת H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 3 מִיַּמִּ֖ים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 4 בְּמַֽעֲמַקֵּי H4615 diepten, diepte deep, depth 5 מָ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 מַעֲרָבֵ֥ךְ H4627 koophandel, handel market, merchandise 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 קְהָלֵ֖ךְ H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 9 בְּתוֹכֵ֥ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 נָפָֽלוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Alle inwoners der eilanden zijn over u ontzet, en hun koningen staan de haren te berge, zij zijn verbaasd van aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 AlleH3605 inwonersH3427 der eilandenH339 zijn overH5921 u ontzetH8074, en hun koningenH4428 staan de haren te berge, zij zijn verbaasdH7481 van aangezichtH6440. Alle inwoners der eilanden zijn over u ontzet, en hun koningen staan de haren te berge, zij zijn verbaasd van aangezicht.

Ook in dit vers staan haren bergeH8178

KJV All the inhabitants2 of the isles3 shall be astonished4 at thee, and their kings6 shall be sore8 afraid,7 they shall be troubled9 in their countenance.

1 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 יֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 הָאִיִּ֔ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 4 שָׁמְמ֖וּ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 5 עָלָ֑יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 וּמַלְכֵיהֶם֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 שָׂ֣עֲרוּ H8175 wegstormen, aanstormen, geschrikt be (horribly) afraid, fear, hurl as a storm, be tempestuous, come like (take away as with) a whirlwind 8 שַׂ֔עַר H8178 haren berge staan, poort, schrik affrighted, [idiom] horribly, [idiom] sore, storm. See H8181 (שֵׂעָר) 9 רָעֲמ֖וּ H7481 bruise, donderde, dondert make to fret, roar, thunder, trouble 10 פָּנִֽים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 De handelaars onder de volken fluiten u aan; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 De handelaarsH5503 onder de volkenH5971 fluitenH8319 u aan; gij zijt een grote schrikH1091 geworden, en zult er nietH369 meer zijnH1961 totH5704 in eeuwigheidH5769. De handelaars onder de volken fluiten u aan; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.

KJV The merchants1 among the people2 shall hiss3 at thee; thou shalt be a terror,5 and never shalt be any more.8

1 סֹֽחֲרִים֙ H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 2 בָּ֣עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 שָׁרְק֖וּ H8319 fluiten, toesissen, aanfluiten hiss 4 עָלָ֑יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 בַּלָּה֣וֹת H1091 schrik, verschrikkingen, Verschrikkingen terror, trouble 6 הָיִ֔ית H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 וְאֵינֵ֖ךְ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 27:2 Jeremia 9:10 Jeremia 9:17 Ezechiël 28:12 Ezechiël 19:1 Ezechiël 32:2 Amos 5:16 Ezechiël 26:17 Amos 5:1
Ezechiël 27:3 Ezechiël 27:4 Openbaring 18:3 Ezechiël 27:10 Openbaring 18:11 Jesaja 23:11 Ezechiël 28:2 Psalmen 50:2 Jesaja 23:2
Ezechiël 27:4 Ezechiël 26:5
Ezechiël 27:5 Deuteronomium 3:9 Hooglied 4:8 Jesaja 14:8 1 Koningen 5:1 1 Koningen 5:6 Psalmen 92:12 Psalmen 104:16 Psalmen 29:5
Ezechiël 27:6 Genesis 10:4 Jesaja 2:13 Zacharia 11:2 Jeremia 2:10 Jeremia 22:20 Numeri 21:33 Jesaja 23:12 Numeri 24:24
Ezechiël 27:7 Exodus 25:4 Jeremia 10:9 Genesis 10:4 1 Koningen 10:28 1 Kronieken 1:7 Jesaja 19:9 Spreuken 7:16
Ezechiël 27:8 Genesis 10:18 1 Koningen 9:27 Ezechiël 27:11 Ezechiël 27:28 Jozua 11:8 Genesis 10:15 Genesis 49:13 2 Kronieken 2:13
Ezechiël 27:9 1 Koningen 5:18 Jozua 13:5 Psalmen 83:7
Ezechiël 27:10 Ezechiël 30:5 Ezechiël 38:5 Jeremia 46:9 Jesaja 66:19 Hooglied 4:4 1 Kronieken 1:17 Genesis 10:13 1 Kronieken 1:11
Ezechiël 27:11 Ezechiël 27:3
Ezechiël 27:12 Genesis 10:4 Ezechiël 38:13 1 Koningen 10:22 Jesaja 23:10 2 Kronieken 20:36 Ezechiël 27:16 Jesaja 23:6 Jesaja 60:9
Ezechiël 27:13 Genesis 10:2 Jesaja 66:19 Openbaring 18:13 1 Kronieken 1:5 Ezechiël 39:1 Joël 3:3 Ezechiël 32:26 1 Kronieken 1:7
Ezechiël 27:14 Genesis 10:3 Ezechiël 38:6 1 Kronieken 1:6
Ezechiël 27:15 Genesis 10:7 1 Koningen 10:22 Openbaring 18:12 Jeremia 25:23 Ezechiël 27:20 1 Kronieken 1:9 Ezechiël 25:13 Genesis 25:3
Ezechiël 27:16 Richteren 10:6 Ezechiël 28:13 Jesaja 7:1 Genesis 10:22 Genesis 28:5 2 Samuël 10:6 2 Samuël 8:5 2 Samuël 15:8
Ezechiël 27:17 Richteren 11:33 1 Koningen 5:9 Ezra 3:7 Handelingen 12:20 Genesis 43:11 2 Kronieken 2:10 Deuteronomium 32:14 Jeremia 8:22
Ezechiël 27:18 Jesaja 7:8 Genesis 15:2 1 Koningen 11:24 Handelingen 9:2 Ezechiël 47:16 Genesis 14:15
Ezechiël 27:19 Exodus 30:23 Richteren 18:29 Hooglied 4:13 Psalmen 45:8
Ezechiël 27:20 Genesis 25:3 Ezechiël 27:15
Ezechiël 27:21 Jesaja 60:7 Genesis 25:13 2 Kronieken 17:11 Handelingen 2:11 Jesaja 21:16 Jeremia 25:24 Hooglied 1:5 1 Koningen 10:15
Ezechiël 27:22 Genesis 10:7 Jesaja 60:6 Ezechiël 38:13 Psalmen 72:15 2 Kronieken 9:1 Psalmen 72:10 1 Koningen 10:1 1 Kronieken 1:9
Ezechiël 27:23 2 Koningen 19:12 Jesaja 37:12 Amos 1:5 Genesis 10:22 Numeri 24:22 Genesis 11:31 Genesis 32:22 Psalmen 83:8
Ezechiël 27:24 2 Koningen 2:8
Ezechiël 27:25 Jesaja 2:16 Jesaja 23:14 Psalmen 48:7 Jesaja 60:9 1 Koningen 10:22
Ezechiël 27:26 Psalmen 48:7 Jeremia 18:17 Handelingen 27:14 Ezechiël 26:19 Psalmen 93:3 Jesaja 33:23 Handelingen 27:41 Ezechiël 27:34
Ezechiël 27:27 Spreuken 11:4 Openbaring 18:11 Ezechiël 26:14 Ezechiël 26:12 Ezechiël 27:34 Ezechiël 27:22 Ezechiël 27:7 Ezechiël 26:21
Ezechiël 27:28 Ezechiël 26:10 Ezechiël 31:16 Ezechiël 26:15 Ezechiël 27:35 Nahum 2:3 Exodus 15:14
Ezechiël 27:29 Openbaring 18:17 Ezechiël 32:10 Ezechiël 26:16
Ezechiël 27:30 Jeremia 6:26 Klaagliederen 2:10 2 Samuël 1:2 Ezechiël 26:17 Jona 3:6 1 Samuël 4:12 Jesaja 23:1 Micha 1:10
Ezechiël 27:31 Ezechiël 7:18 Jesaja 16:9 Jesaja 22:12 Jesaja 22:4 Jesaja 15:2 Jeremia 16:6 Leviticus 21:5 Deuteronomium 14:1
Ezechiël 27:32 Ezechiël 26:17 Openbaring 18:18 Ezechiël 27:2 Ezechiël 26:4 Ezechiël 27:26 Klaagliederen 1:12 Klaagliederen 2:13
Ezechiël 27:33 Openbaring 18:19 Jesaja 23:3 Openbaring 18:3 Ezechiël 28:16 Ezechiël 27:12 Ezechiël 27:3 Ezechiël 28:4 Openbaring 18:12
Ezechiël 27:34 Ezechiël 27:26 Zacharia 9:3 Ezechiël 26:12 Ezechiël 26:19
Ezechiël 27:35 Jesaja 23:6 Ezechiël 32:10 Ezechiël 26:15 Openbaring 18:9 Ezechiël 28:17
Ezechiël 27:36 Jeremia 18:16 Jeremia 19:8 Ezechiël 26:21 Sefanja 2:15 Psalmen 37:10 Psalmen 37:36 Ezechiël 26:14 Jeremia 49:17
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 27 vers 3

de ingangen der zee, Dat is, waar men uit de zee aanvaart, en waar de zee rondom aanstaat. Zie 1 Kon. 5:1 .

Hertaald: de ingangen der zee, Dat is: waar men vanuit de zee aanvaart en waar de zee rondom aanspoelt. Zie 1 Kon. 5:1.

handelende Of, die de voornaamste is onder de volken in het handelen, of koophandel drijven. Hebreeuws eigenlijk, de handelaren der volken.

Hertaald: handelende Of: die de voornaamste is onder de volken in het handelen of het drijven van koophandel. Hebreeuws eigenlijk: de handelaren van de volken.

eilanden Zie Ps. 72:10 .

Hertaald: eilanden Zie Ps. 72:10.

Ezechiël 27 vers 4

hart der zeeën; Dat is, in het midden, [gelijk vs.32], of recht in de zee; vergelijk Deut. 4:11 ; alzo onder vs.25-27, en Ezech. 28:2 , Ezech. 28:8 .

Hertaald: hart der zeeën; Dat is: in het midden (zoals vers 32), of midden in de zee; vergelijk Deut. 4:11; zo ook hieronder vers 25-27 en Ezech. 28:2, Ezech. 28:8.

Ezechiël 27 vers 5

denningen Hebreeuws, twee tafelen, waardoor de overloop der schepen of scheeps denning [gelijk men zegt] verstaan wordt. Het Hebreeuwse woord staat in het getal van tweeën, gelijk de overloop der schepen veel in tweeën gedeeld is, afgaande aan beide zijden.

Hertaald: denningen Hebreeuws: twee tafelen, waarmee het dek van de schepen of de scheepsbeplanking bedoeld wordt. Het Hebreeuwse woord staat in het tweevoud, omdat het dek van de schepen vaak in tweeën verdeeld is en naar beide zijden afloopt.

Senir gebouwd; Wassende op dat gebergte; zie Deut. 3:9 .

Hertaald: Senir gebouwd; Die op dat gebergte groeit; zie Deut. 3:9.

cederen van den Libanon Hebreeuws, ceder; zie Richt. 9:15 .

Hertaald: cederen van den Libanon Hebreeuws: ceder; zie Richt. 9:15.

gehaald, Hebreeuws, genomen; dat is genomen en gebracht of gehaald. Zie Gen. 12:15 , en Jer. 37:17 .

Hertaald: gehaald, Hebreeuws: genomen; dat is: genomen en gebracht of gehaald. Zie Gen. 12:15 en Jer. 37:17.

masten voor u te maken Hebreeuws, mastboom.

Hertaald: masten voor u te maken Hebreeuws: mastboom.

Ezechiël 27 vers 6

uw berderen Hebreeuws, uw berd, of bank, of men zou het kunnen overzetten bankwerk.

Hertaald: uw berderen Hebreeuws: uw plank of bank; men zou het ook kunnen vertalen met bankwerk.

welbetreden Hebreeuws, ene dochter der treden, of gangen; dat is, hetwelk lang in de aarde gelegen, en waar men, vervolgens, lang over gegaan heeft, dat voor het rechte elpenbeen gehouden wordt, Plin.lib.8, cap.3; zie van deze manier van spreken Job 5:7 ; Jes. 5:1 . Anders: uwe [scheeps] banken, [waarop men roeide, of waar de reizigers op zaten tot pracht] hebben die van de vereniging der Assyriërs [of, Aschurieten, zie 2 Sam. 2:9 met de aantekening] gemaakt van elpenbeen, enz., omdat de Hebreeuwse woorden Aschur en Asschur elkander zeer nakomen.

Hertaald: welbetreden Hebreeuws: een dochter van de treden of de gangen; dat is: ivoor dat lang in de aarde gelegen heeft en waar men dus lang overheen gelopen heeft, wat voor het echte ivoor gehouden wordt (Plinius, boek 8, hoofdstuk 3); zie over deze manier van spreken Job 5:7; Jes. 5:1. Anders: uw scheepsbanken (waarop men roeide, of waarop de reizigers ter opsiering zaten) hebben zij van het verbond van de Assyriërs (of Aschurieten, zie 2 Sam. 2:9 met de aantekening) van ivoor gemaakt, enzovoort, omdat de Hebreeuwse woorden Aschur en Asschur sterk op elkaar lijken.

elpenbeen, Zie 1 Kon. 10:18 .

Hertaald: elpenbeen, Zie 1 Kon. 10:18.

Chittieten Zie Gen. 10:4 . Sommigen verstaan de natiën, die westwaarts van Palestina gelegen waren.

Hertaald: Chittieten Zie Gen. 10:4. Sommigen verstaan er de volken onder die ten westen van Palestina lagen.

Ezechiël 27 vers 7

Fijn linnen Zie Gen. 41:42 .

Hertaald: Fijn linnen Zie Gen. 41:42.

stiksel uit Egypte Of borduursel.

Hertaald: stiksel uit Egypte Of: borduursel.

zeil ware; Of, vaan, vlag.

Hertaald: zeil ware; Of: vaan, vlag.

hemelsblauw en purper, Dat is, klederen van die kleur.

Hertaald: hemelsblauw en purper, Dat is: kleden van die kleur.

Elisa, Zie Gen. 10:4 .

Hertaald: Elisa, Zie Gen. 10:4.

Ezechiël 27 vers 8

Sidon Zie Gen. 10:15 .

Hertaald: Sidon Zie Gen. 10:15.

Arvad Zie Gen. 10:18 . Alzo vs.11.

Hertaald: Arvad Zie Gen. 10:18. Zo ook vers 11.

wijzen, Die kloek, ervaren en bedreven waren in de zeevaart; alzo vs.9.

Hertaald: wijzen, Die kundig, ervaren en bedreven waren in de zeevaart; zo ook vers 9.

schippers Of, matrozen, stuurlieden; alzo in het volgende.

Hertaald: schippers Of: matrozen, stuurlieden; zo ook in het vervolg.

Ezechiël 27 vers 9

Gebal Zie 1 Kon. 5:18 .

Hertaald: Gebal Zie 1 Kon. 5:18.

breuken; Hebreeuws, breuk, spleet, scheur; dat is, om uw kostelijke gebouwen en huizen te verbeteren. Of, gelijk sommigen, om de gaten te stoppen, de schepen te herstellen of te breeuwen.

Hertaald: breuken; Hebreeuws: breuk, spleet, scheur; dat is: om uw kostbare gebouwen en huizen te herstellen. Of zoals sommigen menen: om de gaten te dichten, de schepen te herstellen of te breeuwen.

onderlingen handel Hebreeuws, om uwe menging te mengen, dat is, om zich met u in koophandel te begeven. De Hebreeuwse woorden, zijnde van eenen oorsprong, worden gebruikt van trafiek, koopmanschap, iets met elkander te verhandelen, contracteren, borg worden, enz., alzo in het volgende.

Hertaald: onderlingen handel Hebreeuws: om uw menging te mengen; dat is: om met u handel te drijven. De Hebreeuwse woorden, die van dezelfde stam zijn, worden gebruikt voor handel, koopmanschap, met elkaar iets verhandelen, contracten sluiten, borg staan, enzovoort; zo ook in het vervolg.

Ezechiël 27 vers 10

Lydiërs, Zie Gen. 10:13 . Hebreeuws, Lud en Put.

Hertaald: Lydiërs, Zie Gen. 10:13. Hebreeuws: Lud en Put.

Puteërs Zie Gen. 10:6 .

Hertaald: Puteërs Zie Gen. 10:6.

krijgslieden; Die gij zo voor uw garnizoen als anderszins tot hulp van vrienden, vrees van vijanden, en tot pracht, in uw dienst zeer statelijk onderhieldt.

Hertaald: krijgslieden; Die u zowel als garnizoen als anderszins zeer statig in dienst hield: tot hulp van vrienden, tot schrik van vijanden en tot vertoon.

hingen zij in u op, Tot pronk en sieraad, gelijk men nog hedendaags met schone wapenen doet.

Hertaald: hingen zij in u op, Tot pronk en sieraad, zoals men tegenwoordig nog met mooie wapens doet.

maakten uw sieraad Of, brachten uw sieraad aan. Hebreeuws eigenlijk, gaven, hebben gegeven; dat is, zij maakten u sierlijk, versierden u, dienden tot uw sieraad.

Hertaald: maakten uw sieraad Of: brachten uw sieraad aan. Hebreeuws eigenlijk: gaven, hebben gegeven; dat is: zij maakten u sierlijk, versierden u, dienden tot uw sieraad.

Ezechiël 27 vers 11

Gammadieten Dezen worden bij sommigen gesteld in den omtrek van Fenicië, of zekere stad aldaar, genaamd Gammale, met verwisseling van de letter d in een l. [Zie Plin.lib.2.h.91 ], niet ver van Tyrus, noordwaarts. Hebreeuws, Gammadim. Sommigen gissen dat het komt van het woord Gomed, Richt. 3:16 , betekenende een el, of kubiek, elleboog, waarvan deze den naam zouden hebben gehad, als kloeke schutters, of wachters, garden, die de vestingen bewaarden, zijnde sterk van ellebogen, armen en vuisten, en alzo tot zulks bekwaam en dienstig.

Hertaald: Gammadieten Deze worden door sommigen in de omgeving van Fenicië geplaatst, of in een bepaalde stad daar die Gammale heette, met verwisseling van de letter d in een l (zie Plinius, boek 2, hoofdstuk 91), niet ver ten noorden van Tyrus. Hebreeuws: Gammadim. Sommigen vermoeden dat het van het woord gomed komt (Richt. 3:16), dat een el of onderarm betekent, en dat zij daaraan hun naam ontleenden als flinke schutters of wachters van de vestingwerken, die sterk waren in ellebogen, armen en vuisten en daarvoor dus geschikt waren.

torens; Dat is, stadssterkten en vestingen.

Hertaald: torens; Dat is: stadsvestingen en versterkingen.

Ezechiël 27 vers 12

Tarsis Zie Gen. 10:4 .

Hertaald: Tarsis Zie Gen. 10:4.

dreef koophandel Of, was alzo uwe handelares. Alzo vs.16, 18.

Hertaald: dreef koophandel Of: was zo uw handelspartner. Zo ook vers 16 en 18.

allerlei goed; Hebreeuws, alle; dat is, allerlei rijkdom, have, goederen, gelijk vs.33, alzo vs.18, 22.

Hertaald: allerlei goed; Hebreeuws: alle; dat is: allerlei rijkdom, have en goederen, zoals vers 33; zo ook vers 18 en 22.

handelden zij Of, stelden zich in, begaven zich, vervoegden zich. Hebreeuws, gaven, of hebben zij gegeven. En zo dikwijls in het volgende.

Hertaald: handelden zij Of: stelden zich in, begaven zich, vervoegden zich. Hebreeuws: gaven, of: hebben zij gegeven. En zo vaak in het vervolg.

op uw markten Dit is hier ingevoegd uit vs.16, 19. Alzo in het volgende vs.14.

Hertaald: op uw markten Dit is hier ingevoegd uit vers 16 en 19. Zo ook in het volgende vers 14.

Ezechiël 27 vers 13

Javan, Tubal en Mesech Dat is, de nakomelingen van deze drie. Zie Gen. 10:2 .

Hertaald: Javan, Tubal en Mesech Dat is: de nakomelingen van deze drie. Zie Gen. 10:2.

kooplieden; Of, kramers, handelsreizigers, veehandelaars.

Hertaald: kooplieden; Of: kramers, handelsreizigers, veehandelaars.

mensenzielen Dat is, personen of mensen. Zie Gen. 12:5 , en Openb. 18:13 . Versta, om die tot slaven te verkopen, of anderszins te verhandelen.

Hertaald: mensenzielen Dat is: personen of mensen. Zie Gen. 12:5 en Openb. 18:13. Versta: om die als slaven te verkopen of anderszins te verhandelen.

Ezechiël 27 vers 14

huis Dat is, geslacht of volk.

Hertaald: huis Dat is: geslacht of volk.

Togarma Zie Gen. 10:3 .

Hertaald: Togarma Zie Gen. 10:3.

leverden zij paarden, Of, brachten zij, handelden zij [met] enz. gelijk vs.12, enz.

Hertaald: leverden zij paarden, Of: brachten zij, handelden zij (met) enzovoort, zoals vers 12, enzovoort.

Ezechiël 27 vers 15

De kinderen Dat is, nakomelingen.

Hertaald: De kinderen Dat is: nakomelingen.

Dedan Zie Gen. 10:7 ; Jer. 25:23 .

Hertaald: Dedan Zie Gen. 10:7; Jer. 25:23.

hand; Dat is, die gij tot uw koophandel en trafiek aan de hand hadt, of met welken gij handelt in kopen en verkopen, waarin het hand geven, of kloppen in de hand, het toeslaan van den koop, gebruikelijk was, als ook in andere onderhandelingen; vergelijk onder vs.21.

Hertaald: hand; Dat is: die u voor uw handel en zaken bij de hand had, of met wie u handel dreef in kopen en verkopen, waarbij het geven van de hand of het slaan in de hand het sluiten van de koop betekende, zoals ook bij andere overeenkomsten; vergelijk hieronder vers 21.

gaven zij u weder Of, brachten. Hebreeuws, brachten zij weder uwe verering; dat is, u tot ene verering; of [gelijk sommigen] in betaling.

Hertaald: gaven zij u weder Of: brachten. Hebreeuws: zij brachten uw geschenk terug; dat is: aan u als geschenk, of (zoals sommigen menen) als betaling.

Ezechiël 27 vers 16

Syrië Hebreeuws, Aram; zie Gen. 10:22 . Versta de Syriërs.

Hertaald: Syrië Hebreeuws: Aram; zie Gen. 10:22. Versta: de Syriërs.

werken; Of, maakselen; dat is, allerlei koopwaar, die in u bereid werd om te verhandelen. Alzo vs.18.

Hertaald: werken; Of: maaksels; dat is: allerlei koopwaar die bij u vervaardigd werd om te verhandelen. Zo ook vers 18.

gestikt werk, Of, geborduurd, borduursel.

Hertaald: gestikt werk, Of: geborduurd werk, borduursel.

Ramoth, Zie Job 28:18 .

Hertaald: Ramoth, Zie Job 28:18.

Cadkod, Zie Jes. 54:12 .

Hertaald: Cadkod, Zie Jes. 54:12.

Ezechiël 27 vers 17

Juda en het land Israëls Vergelijk 1 Kon. 5:9 ; Hand. 12:20 .

Hertaald: Juda en het land Israëls Vergelijk 1 Kon. 5:9; Hand. 12:20.

Minnit Zie Richt. 11:33 .

Hertaald: Minnit Zie Richt. 11:33.

Pannag, Dat sommigen houden voor balsem, anderen voor Fenicië.

Hertaald: Pannag, Wat sommigen voor balsem houden en anderen voor Fenicië.

balsem, Zie Gen. 37:25 ; Jer. 8:22 .

Hertaald: balsem, Zie Gen. 37:25; Jer. 8:22.

Ezechiël 27 vers 18

Damaskus Zie Gen. 14:15 ; 2 Sam. 8:5 .

Hertaald: Damaskus Zie Gen. 14:15; 2 Sam. 8:5.

om de veelheid Of, met, in.

Hertaald: om de veelheid Of: met, in.

werken, Gelijk vs.16.

Hertaald: werken, Zoals vers 16.

allerlei goed; Gelijk boven vs.12.

Hertaald: allerlei goed; Zoals hierboven vers 12.

Chelbon Dat sommigen houden voor Chalibon in Syrië.

Hertaald: Chelbon Wat sommigen houden voor Chalibon in Syrië.

Ezechiël 27 vers 19

leverden Of, handelden, gelijk vs.12.

Hertaald: leverden Of: handelden, zoals vers 12.

Dan Nakomelingen van Dan, wonende te Dan, aan het gebergte van Libanon; zie Richt. 18:29 .

Hertaald: Dan De nakomelingen van Dan, die in Dan woonden, bij het gebergte van de Libanon; zie Richt. 18:29.

Javan, Zie Gen. 10:2 .

Hertaald: Javan, Zie Gen. 10:2.

omreizer, Hebreeuws, Muzzal; dat is, die gedaan dat is, gedreven is om te reizen, af en aan, die omgejaagd, omgedreven wordt; te weten door begeerte aan gewin, gelijk kooplieden en kramers. Sommigen houden het voor een eigen naam ener natie.

Hertaald: omreizer, Hebreeuws: Muzzal; dat is: hij die aangezet is om te reizen, die heen en weer opgejaagd en voortgedreven wordt, namelijk door zucht naar gewin, zoals kooplieden en kramers. Sommigen houden het voor de eigennaam van een volk.

Ezechiël 27 vers 20

Dedan handelde met u Dat is, de nakomelingen van Dedan; zie Gen. 25:3 .

Hertaald: Dedan handelde met u Dat is: de nakomelingen van Dedan; zie Gen. 25:3.

kostelijk gewand Hebreeuws, klederen der vrijheid; dat is, die vrije personen en geen knechten of slaven gebruiken, dat is, sierlijke, kostelijke.

Hertaald: kostelijk gewand Hebreeuws: kleren van de vrijheid; dat is: kleren die vrije mensen dragen en geen knechten of slaven, dus sierlijke en kostbare kleren.

wagens Of, rijtuig, zadeltuig.

Hertaald: wagens Of: rijtuig, zadeltuig.

Ezechiël 27 vers 21

Arabië Dat is, de Arabieren.

Hertaald: Arabië Dat is: de Arabieren.

Kedar Zie Gen. 25:13 ; Jer. 2:10 .

Hertaald: Kedar Zie Gen. 25:13; Jer. 2:10.

hand; Zie boven vs.15.

Hertaald: hand; Zie hierboven vers 15.

Ezechiël 27 vers 22

Scheba en Raëma Zie van deze beide Gen. 10:7 .

Hertaald: Scheba en Raëma Zie over deze beide Gen. 10:7.

alle hoofdspecerij, Dat is, allerlei voornaamste en uitnemende specerijen. Alzo in het volgende. Vergelijk boven vs.12.

Hertaald: alle hoofdspecerij, Dat is: allerlei van de voornaamste en uitnemendste specerijen. Zo ook in het vervolg. Vergelijk hierboven vers 12.

Ezechiël 27 vers 23

Haran, Zie Gen. 11:31 .

Hertaald: Haran, Zie Gen. 11:31.

Kanne, Dat sommigen houden voor Kalne, Gen. 10:10 .

Hertaald: Kanne, Wat sommigen houden voor Kalne, Gen. 10:10.

Eden, Zie Gen. 2:8 .

Hertaald: Eden, Zie Gen. 2:8.

Scheba, Sommigen houden dit voor Seba in woest Arabië, aan Mesopotamië. Zie Job 1:15 .

Hertaald: Scheba, Sommigen houden dit voor Seba in het woeste Arabië, bij Mesopotamië. Zie Job 1:15.

Assur en Dat is, de Assyriërs. Zie Gen. 10:22 .

Hertaald: Assur en Dat is: de Assyriërs. Zie Gen. 10:22.

Kilmad, Dit houden sommigen voor een landschap in het bovenste van Medië, tussen Assyrië en Parthië gelegen.

Hertaald: Kilmad, Dit houden sommigen voor een landstreek in het noorden van Medië, tussen Assyrië en Parthië gelegen.

Ezechiël 27 vers 24

volkomen sieradiën, Zie boven Ezech. 23:12 . Of, allerlei sortering, of in het gros. Hebreeuws, volkomenheden, volmaaktheden.

Hertaald: volkomen sieradiën, Zie hierboven Ezech. 23:12. Of: allerlei soorten, of in het groot. Hebreeuws: volkomenheden, volmaaktheden.

pakken van hemelsblauw Of, balen, gevouwen stukken. Hebreeuws alsof men zeide: vouwselen, inwindselen. Anders: mantels, rokken, tabbaarden.

Hertaald: pakken van hemelsblauw Of: balen, opgevouwen stukken. In het Hebreeuws staat het alsof men zei: vouwsels, inwikkelingen. Anders: mantels, rokken, tabbaarden.

gestikt werk, Of, geborduurd.

Hertaald: gestikt werk, Of: geborduurd.

schatkisten van schone klederen; Of, koffers.

Hertaald: schatkisten van schone klederen; Of: koffers.

ceder gepakt, Hebreeuws, gecederd; dat is, in cederen kisten gedaan, gelegd, of ingemaakt. Of, van cederen gemaakte kisten, cederkisten.

Hertaald: ceder gepakt, Hebreeuws: gecederd; dat is: in cederen kisten gedaan, gelegd of verpakt. Of: kisten die van cederhout gemaakt zijn, cederkisten.

onder uw koopmanschap Of, op uwe beurs.

Hertaald: onder uw koopmanschap Of: op uw beurs.

Ezechiël 27 vers 25

schepen Dat is, het zeevarende volk, of de passagiers.

Hertaald: schepen Dat is: het zeevarende volk, of de passagiers.

Tarsis De stad Tharsis, of de Oceaan. Zie 1 Kon. 10:22 .

Hertaald: Tarsis De stad Tarsis, of de oceaan. Zie 1 Kon. 10:22.

vanwege Of, [op] uwe markten.

Hertaald: vanwege Of: (op) uw markten.

vervuld, Te weten met allerlei rijkdom.

Hertaald: vervuld, Namelijk met allerlei rijkdom.

hart der zeeën Gelijk boven vs.4, en in het volgende.

Hertaald: hart der zeeën Zoals hierboven vers 4, en zo ook in het vervolg.

Ezechiël 27 vers 26

roeien, Dat is, uwe regenten, koningen en vorsten, die uwe leidslieden zijn, gelijk de roeiers in de schepen.

Hertaald: roeien, Dat is: uw bestuurders, koningen en vorsten, die uw leidslieden zijn zoals de roeiers in de schepen.

grote wateren gevoerd; Of, geweldige; dat is, in groot gevaar en nood van schipbreuk. Vergelijk 2 Sam. 22:17 . Of, gij zijt tot zulk ene hoogte opgeklommen, dat uw val des te zwaarder zal zijn, waartoe gij de aanleiding hebt gegeven door uw grote pracht, gelijk schepen, in zware ruime wateren met hoge zeilen gevoerd, te lichter van den storm worden getroffen en verbroken.

Hertaald: grote wateren gevoerd; Of: geweldige; dat is: in groot gevaar en nood van schipbreuk. Vergelijk 2 Sam. 22:17. Of: u bent tot zo'n hoogte gestegen dat uw val des te zwaarder zal zijn. Daar hebt u zelf aanleiding toe gegeven door uw grote praal, zoals schepen die met hoge zeilen op zwaar open water varen des te eerder door de storm getroffen en vernield worden.

oostenwind Zie Ex. 10:13 ; Job 27:21 ; Ps. 48:8 , en boven Ezech. 17:10 .

Hertaald: oostenwind Zie Ex. 10:13; Job 27:21; Ps. 48:8, en hierboven Ezech. 17:10.

Ezechiël 27 vers 28

voorsteden beven Anders: gedreven baren der zee.

Hertaald: voorsteden beven Anders: de opgezweepte baren van de zee.

Ezechiël 27 vers 30

stof op hun hoofden Zie 2 Sam. 1:2 .

Hertaald: stof op hun hoofden Zie 2 Sam. 1:2.

werpen, Hebreeuws, doen opkomen, opbrengen, opwerpen.

Hertaald: werpen, Hebreeuws: doen opkomen, opbrengen, opwerpen.

wentelen in de as Gelijk Jer. 6:26 .

Hertaald: wentelen in de as Zoals Jer. 6:26.

Ezechiël 27 vers 31

gans kaal maken, Hebreeuws eigenlijk, kaalheid, of zich [met] kaalheid kaal maken. Zie Jer. 16:6 .

Hertaald: gans kaal maken, Hebreeuws eigenlijk: zich (met) kaalheid kaal maken. Zie Jer. 16:6.

zakken aangorden; Zie Gen. 37:34 .

Hertaald: zakken aangorden; Zie Gen. 37:34.

bitterheid der ziel, Dat is, bittere droefheid des harten.

Hertaald: bitterheid der ziel, Dat is: bittere droefheid van het hart.

Ezechiël 27 vers 32

in hun gekerm Anders, hunne kinderen zullen, enz.

Hertaald: in hun gekerm Anders: hun kinderen zullen, enzovoort.

uitgeroeide Te weten, stad.

Hertaald: uitgeroeide Namelijk de stad.

Ezechiël 27 vers 35

eilanden Vergelijk boven Ezech. 26:15 .

Hertaald: eilanden Vergelijk hierboven Ezech. 26:15.

staan de haren te berge, Gelijk onder Ezech. 32:10 .

Hertaald: staan de haren te berge, Zoals hieronder Ezech. 32:10.

aangezicht Tonende grote verschriktheid in hun gelaat.

Hertaald: aangezicht Doordat zij grote ontzetting op hun gezicht tonen.

Ezechiël 27 vers 36

u aan; Of, over u. Zie 1 Kon. 9:8 ; Jer. 18:16 .

Hertaald: u aan; Of: over u. Zie 1 Kon. 9:8; Jer. 18:16.

grote schrik geworden, Hebreeuws, verschrikkingen; alzo onder Ezech. 28:19 .

Hertaald: grote schrik geworden, Hebreeuws: verschrikkingen; zo ook hieronder Ezech. 28:19.

meer zijn tot in eeuwigheid Vergelijk boven Ezech. 26:14 , met de aantekening.

Hertaald: meer zijn tot in eeuwigheid Vergelijk hierboven Ezech. 26:14 met de aantekening.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Javan  — vernoemd naar Javan, een zoon van Jafeth (Gen. 10:2, 4) — de bijbelse naam voor de Grieken/Ionische volken

Ligging: Het vasteland van Griekenland en de Ionische kustgebieden van Klein-Azië.

Geschiedenis: In Ezechiëls uitgebreide klaaglied over de rijkdom van Tyrus wordt Javan, samen met Tubal en Mesech (hieronder), genoemd als handelspartner die mensen en koperen vaten tegen koopwaar ruilde (Ez. 27:13) — een vroeg getuigenis van de handelscontacten tussen de Griekse wereld en Fenicië. Later, in Daniëls visioenen, wordt "Javan" de vaste aanduiding voor het Griekse wereldrijk van Alexander de Grote (Dan. 8:21; 10:20; 11:2).

Bijbelse betekenis: Dat de Schrift reeds eeuwen vóór Alexander de Grote de Griekse wereld bij name kent en beschrijft, onderstreept hoe de HEERE de geschiedenis van alle volken, ook die welke pas later een hoofdrol in het profetische woord zouden spelen, van tevoren kent en bestuurt.

Recente inzichten: Het huidige Griekenland; de naam "Javan" leeft nog altijd voort in het Hebreeuwse (en Arabische/Perzische/Turkse) woord voor "Griekenland/Grieks".

Gen. 10:2, 4; Ez. 27:13; Dan. 8:21; 10:20; 11:2; Joël 3:6

Mesech, Tubal, Gomer en Togarma  — alle vier vernoemd naar kleinzonen van Noach via Jafeth (Gen. 10:2-3) — volken uit het verre noorden van de toenmalige bekende wereld

Ligging: Mesech en Tubal: volken in het bergland van Klein-Azië/de Kaukasus (het latere Cappadocië/Cilicië-gebied); Gomer: vermoedelijk de Cimmeriërs, ten noorden van de Zwarte Zee; Togarma: eveneens in de Armeense/Klein-Aziatische bergstreken.

Geschiedenis: In Ezechiëls klaaglied over Tyrus worden Mesech en Tubal genoemd als leveranciers van slaven en koperwerk (Ez. 27:13), Togarma als leverancier van paarden, ruiters en muildieren (Ez. 27:14). Later, in de grote eindtijdprofetie over Gog (hieronder), keren alle vier terug als bondgenoten van Gog uit het "uiterste noorden": Mesech en Tubal als volken waarover Gog zelf vorst is (Ez. 38:2-3; 39:1), Gomer en "het huis van Togarma, van de zijden van het noorden" als zijn bondgenoten (Ez. 38:6).

Bijbelse betekenis: Deze verre noordelijke volken, in Ezechiëls tijd nauwelijks meer dan namen op de rand van de bekende wereld, worden door de HEERE evenzeer bij name gekend en in Zijn profetisch woord opgenomen als de grote wereldrijken zelf — een bevestiging dat geen volk, hoe afgelegen ook, buiten Zijn alwetende regering valt.

Recente inzichten: Mesech en Tubal worden doorgaans in verband gebracht met de Assyrische "Muski" en "Tabal", volken in Centraal-/Oost-Anatolië; Gomer met de Cimmeriërs; Togarma mogelijk met het latere Armenië.

Gen. 10:2-3; Ez. 27:13-14; 38:2-6; 39:1

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de volken  — de opzet van het middendeel van dit boek, waarin de buurvolken aan de beurt komen (Ezech. 25:1-17)

"Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve" (Ezech. 25:2). Met die opdracht begint een reeks die tot het einde van Ezech. 32 doorloopt. De volgorde is: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen in dit hoofdstuk, daarna Tyrus, dat drie hoofdstukken krijgt (Ezech. 26:2), vervolgens Sidon (Ezech. 28:21) en ten slotte Egypte, dat er vier krijgt (Ezech. 29:2). In de vier korte woorden van dit hoofdstuk keert telkens dezelfde zin terug: "gij zult weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:5,7), en bij Moab en de Filistijnen: "zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:11,17).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze reeks staat. Zij komt na het bericht dat de belegering begonnen is en vóór het bericht dat de stad gevallen is. Terwijl Jeruzalem valt, hoort het volk dat de HEERE ook over de buurvolken gaat. Let vervolgens op wat die volken verweten wordt. Niet hun afgoderij en niet hun zeden, maar hun houding tegenover Israël op de dag van de val: leedvermaak, gejuich en wraak. Let ten slotte op de toon. Die is bij Jesaja vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Dezelfde reeks staat bij Jeremia, en zij is daar op dezelfde wijze samengenomen (reeds behandeld bij Jer. 46:1-2).

Typologie: De psalm zegt in één zin wat deze hoofdstukken breed uitwerken: "Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen" (Ps. 22:29). En Paulus zegt in Athene dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij hun tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26).

Ezech. 25:1-17; Ezech. 26:2; Ezech. 28:21; Ezech. 29:2; Jes. 15:5; Jer. 46:1-2; Ps. 22:29; Hand. 17:26

Het schip van Tyrus  — een stad die als een schip beschreven wordt, en in één vers vergaat (Ezech. 27:1-36)

"Gij dan, mensenkind! hef een klaaglied op over Tyrus" (Ezech. 27:2). De stad wordt beschreven als een schip, en zij zegt van zichzelf: "Ik ben volmaakt in schoonheid" (Ezech. 27:3). Alles waaruit zij is opgebouwd komt van elders: dennebomen van Senir, cederen van de Libanon voor de masten, eiken van Basan voor de riemen en fijn linnen uit Egypte voor het zeil (Ezech. 27:5-7). Ook de bemanning komt van buiten, uit Sidon, Arvad en Gebal (Ezech. 27:8-9). Dan slaat het om in één vers: "de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen" (Ezech. 27:26). Wat volgt is één lange rouw. De schippers klimmen uit hun schepen en blijven op het land staan (Ezech. 27:29), en zij vragen: "Wie is geweest als Tyrus, als de uitgeroeide in het midden der zee?" (Ezech. 27:32).

Bijbelse betekenis: Merk op waaruit dit schip is samengesteld. Bijna alles wat genoemd wordt komt ergens anders vandaan: het hout, het linnen, de roeiers en de herstellers. De schoonheid waarop de stad zich beroemt, is bij elkaar gekocht. Let vervolgens op de verhouding tussen opbouw en ondergang. De opsomming beslaat het grootste deel van het hoofdstuk; de ondergang staat in één zin, en er komt geen vloot aan te pas. Let ten slotte op wie er rouwen. Het zijn de handelaars die aan haar verdiend hebben, en hun klaaglied begint met een vraag naar haar grootheid. Over de hoogmoed die uit zulke handel opkomt, is bij Jesaja al gesproken (reeds behandeld bij Jes. 23:9). Dit hoofdstuk voegt daar niet een verwijt aan toe, maar een beeld: hoe snel het gaat.

Typologie: De Heere Jezus vertelt van een man die zijn schuren afbrak om grotere te bouwen, en tot wie God zei: "Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn?" (Luk. 12:20). Wat over een stad gezegd wordt, geldt daar over één mens.

Ezech. 27:1-36; Jes. 23:9; Luk. 12:20

Handel in mensenzielen  — één regel in de lijst van koopwaar die er niet in thuishoort (Ezech. 27:13)

Midden in de lange lijst van handelspartners staat deze regel: "Javan, Tubal en Mesech waren uw kooplieden; met mensenzielen en koperen vaten dreven zij onderlingen handel met u" (Ezech. 27:13). Er staat geen aanklacht bij. Het vers ervoor noemt zilver, ijzer, tin en lood (Ezech. 27:12), en het vers erna paarden, ruiters en muilezels (Ezech. 27:14). Mensen staan er tussenin, als een post op de markt.

Bijbelse betekenis: Merk op hoe dit genoemd wordt: zonder nadruk, midden in een opsomming. Juist dat zegt iets. Wat gewoon geworden is, valt niemand meer op, en de lijst zelf laat zien hoe gewoon het was. Let vervolgens op wat er met een mens gebeurt zodra hij een handelspost wordt. Hij wordt gewaardeerd naar wat hij opbrengt, en verder is er niets over hem te zeggen. De Schrift zegt van diezelfde mens iets anders: hij is naar Gods beeld geschapen (reeds behandeld bij Gen. 1:27). Let ten slotte op de plaats van deze regel in het geheel. Het hoofdstuk telt de rijkdom van Tyrus op. Dat deze regel er zonder aarzeling tussen staat, hoort bij dat totaal en is er niet los van te maken. De wet van Israël noemde mensenroof een halszaak (Ex. 21:16).

Typologie: Johannes somt in het laatste boek de koopwaar van een andere grote stad op, en die lijst eindigt met de zwaarste post: "en van lichamen, en de zielen der mensen" (Op. 18:13). Paulus noemt de mensendieven onder hen tegen wie de wet gegeven is (1 Tim. 1:10).

Ezech. 27:12-14; Gen. 1:27; Ex. 21:16; Op. 18:13; 1 Tim. 1:10

De oostenwind  — de wind die in de Schrift telkens verdort en verbreekt (Ezech. 27:26)

"Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen" (Ezech. 27:26). Dezelfde wind doet elders hetzelfde werk. De psalm zegt het bijna woordelijk zo: "Met een oostenwind verbreekt Gij de schepen van Tharsis" (Ps. 48:8). In de droom van Farao zijn het "zeven dunne en van den oostenwind verzengde aren" (Gen. 41:6). En over Jona beschikte God een stille oostenwind, waardoor hij amechtig werd (Jona 4:8).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze wind vandaan komt. Hij waait van de woestijnkant, en hij is heet en droog; wat hij aanraakt verdort. Daarom staat hij in de Schrift bijna altijd bij verlies. Let vervolgens op wat hem hier zo scherp maakt. De stad leefde van de zee, en het weer op zee was haar bedrijf; juist daardoor gaat zij ten onder. Wat iemand meent te beheersen, is nog altijd niet van hem. Let ten slotte op de andere kant. Bij de uittocht dreef een sterke oostenwind de zee weg, zodat het volk erdoor kon gaan (Ex. 14:21). Hetzelfde middel dient daar tot verlossing en hier tot oordeel. Gods werktuigen liggen niet vast op één uitkomst; het gaat erom Wie ze zendt.

Typologie: Toen de discipelen op het meer in nood waren en de wind ging liggen, bleef er één vraag over: "Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!" (Matt. 8:27). Dat is de vraag die dit hoofdstuk over Tyrus openlaat.

Ezech. 27:26; Ps. 48:8; Gen. 41:6; Jona 4:8; Ex. 14:21; Matt. 8:27

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 27

Ezechiël 27:26.KruisverwijzingenPsalmen 48:7Jeremia 18:17Handelingen 27:14Ezechiël 26:19Psalmen 93:3Jesaja 33:23Handelingen 27:41Ezechiël 27:34
— Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen.
“Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen.”

Dit sprak de profeet over Tyrus, die grote handelsstad waar heel de koophandel van het oosten zijn uitweg naar het westen vond. Toen de Chaldeeën Palestina binnenvielen, had Tyrus zich zeer verheugd over de val van Jeruzalem. Zij zei: “Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!” Het was een wrede en zelfzuchtige uitgelatenheid.

Na een tijd kwam de stad in de zee het gewicht van de arm van de grote onderdrukker zelf voelen. Want zo zei de HEERE: “Ziet, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, den koning der koningen, van het noorden, tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagenen, en met ruiteren, en krijgs vergaderingen, en veel volks. Hij zal uw dochteren op het veld met het zwaard doden, en hij zal sterkten tegen u maken, en een wal tegen u opwerpen.” Dertien jaar lang doorstond de stad het beleg van Nebukadnezar.

Over die ramp zei de profeet: “Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd.” De koopvorsten van Tyrus hadden de zaken van de staat zo bestuurd dat zij de Tyriërs in de uiterste benauwdheid brachten. Zij hadden hen aangezet zich tegen de grote koning te verzetten, en te zijner tijd ontdekten zij dat zij streden tegen een macht die hun te sterk was. Hun staatkunde was een misgreep geweest. De profeet vergelijkt Tyrus met een van haar eigen roeischepen en verklaart: “de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen”.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Ter overdenking

De zonde mag in de heldere uren van de morgen van het leven ongestraft blijven. Maar naarmate de dag ouder wordt, vallen de schaduwen en betrekt de weg. Velen mogen er wel zeker van zijn dat God de zonde ten slotte straffen zal, want de eerste vonken van de eindeloze vuurregen zijn al op hen beginnen te vallen, en zij kunnen niet ontkomen. Zij maaien nu de eerste rijpe aren van die verschrikkelijke oogst, waarvan de schoven van wee hun schoot vullen zullen tot in alle eeuwigheid. Bij wie met het vlees zondigt, wordt de uitkomst van zijn ondeugden op een afschuwelijke manier aan zijn eigen lichaam gezien en gevoeld. Velen dragen de zonden van hun jeugd in hun gebeente. De zonde, die eerst een fijne weelde leek en zoet was voor hun gehemelte, is nu een bijtend vergif in hun ingewanden geworden, dat hun vlees verteert als met vuur en hun geest verbrandt. De begeerte was hun stuurman, de sirene van het genot lokte hen verder, en nu zijn zij wrakken die op de rotsen aan stukken slaan. Moedeloos, beschaamd en achtervolgd door naamloze verschrikkingen, bang om te hopen, durven zij te leven noch te sterven. Zij worden door schrik overmand als zij vooruitzien: is het achter hen duisternis en om hen heen nacht, dan ligt er vóór hen een tienvoudige zwartheid, vanwege hun overtreding en hun zonden.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content