Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En des HEERENH3068woordH1697geschieddeH1961totH413 mij, zeggendeH559:En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
KJVThe word2of the LORD3came again unto me, saying,
2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121! zetH7760 uw aangezichtH6440 tegen de kinderenH1121AmmonsH5983, en profeteerH5012 tegen dezelve;Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;
KJVSon1of man,2set3thy face4against the Ammonites,6and prophesy
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3שִׂ֥יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4פָּנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7עַמּ֑וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites8וְהִנָּבֵ֖אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet9עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
3En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zegH559totH413 de kinderenH1121AmmonsH5983: HoortH8085 des HeerenH136HEERENH3069woordH1697: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat gij gezegdH559 hebt: HeahH1889! over Mijn heiligdomH4720, alsH3588 het ontheiligdH2490 werd, en over het landH127IsraelsH3478, alsH3588 het verwoestH8074 werd, en over het huisH1004 van JudaH3063, alsH3588 zij in gevangenisH1473gingenH1980;En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;
KJVAnd say1unto the Ammonites,2Hear4the word5of the Lord6GOD;7Thus saith9the Lord10GOD;11Because thou saidst,13Aha,14against my sanctuary,16when it was profaned;18and against the land20of Israel,21when it was desolate;23and against the house25of Judah,26when they went28into captivity;
1וְאָֽמַרְתָּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3עַמּ֔וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites4שִׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord11יְהוִ֡הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod12יַעַן֩H3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why13אָמְרֵ֨ךְH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14הֶאָ֜חH1889Heah, Ha, haah, aha, ha15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16מִקְדָּשִׁ֣יH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary17כִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18נִחָ֗לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound19וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20אַדְמַ֤תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land21יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael22כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23נָשַׁ֔מָּהH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder24וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)26יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah27כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet28הָלְכ֖וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl29בַּגּוֹלָֽהH1473gevangenis, gevankelijk, weggevoerden(carried away), captive(-ity), removing
4Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4DaaromH3651, zietH2005, Ik zal u aan die van het oostenH6924overgevenH5414 tot een bezittingH4181, dat zij hun burgenH2918 in u zettenH3427, en hun woningenH4908 in u stellenH5414, dieH1992 zullen uw vruchtenH6529etenH398, en dieH1992 zullen uw melkH2461drinkenH8354.Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.
KJVBehold, therefore I will deliver3thee to the men4of the east5for a possession,6and they shall set7their palaces8in thee, and make10their dwellings12in thee: they shall eat14thy fruit,15and they shall drink17thy milk.
1לָכֵ֡ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנְנִי֩H2005ziet, ziebehold, if, lo, though3נֹתְנָ֨ךְH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5קֶ֜דֶםH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)6לְמֽוֹרָשָׁ֗הH4181erve, bezitting, erfbezittingheritage, inheritance, possession7וְיִשְּׁב֤וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8טִירֽוֹתֵיהֶם֙H2918paleis, burchten, burgen(goodly) castle, habitation, palace, row9בָּ֔ךְ10וְנָ֥תְנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11בָ֖ךְ12מִשְׁכְּנֵיהֶ֑םH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent13הֵ֚מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14יֹאכְל֣וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite15פִרְיֵ֔ךְH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward16וְהֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17יִשְׁתּ֥וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)18חֲלָבֵֽךְH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking
5En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En Ik zal RabbaH7237 tot een kemelstalH5116 maken, en de kinderenH1121AmmonsH5983 tot een schaapskooiH4769; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd I will make1Rabbah3a stable4for camels,5and the Ammonites7a couchingplace9for flocks:10and ye shall know11that I am the LORD.
1וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רַבָּה֙H7237RabbaRabbah, Rabbath4לִנְוֵ֣הH5116woning, schaapskooi, kooicomely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried5גְמַלִּ֔יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עַמּ֖וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites9לְמִרְבַּץH4769rustplaats, schaapskooicouching place, place to lie down10צֹ֑אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)11וִֽידַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Want alzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat gij met de handH3027geklaptH4222, en met den voetH7272gestamptH7554 hebt, en van harteH5315verblijdH8055 zijt geweest in alH3605 uw plunderingH7589, over het landH127IsraelsH3478;Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels;
KJVFor thus saith3the Lord4GOD;5Because thou hast clapped7thine hands,8and stamped9with the feet,10and rejoiced11in heart14with all thy despite13against the land16of Israel;
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6יַ֚עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7מַחְאֲךָ֣H4222geklapt, klappen, samenklappenclap8יָ֔דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9וְרַקְעֲךָ֖H7554uitgespannen, rekten, Uitgerektbeat, make broad, spread abroad (forth, over, out, into plates), stamp, stretch10בְּרָ֑גֶלH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time11וַתִּשְׂמַ֤חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very12בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13שָֽׁאטְךָ֙H7589plundering, begerigedespite(-ful)14בְּנֶ֔פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16אַדְמַ֖תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land17יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
7Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7DaaromH3651, zietH2005, Ik zal Mijn handH3027tegenH5921 u uitstrekkenH5186, en u den heidenenH1471 ten buitH957gevenH5414, en zal u uit de volkenH5971uitroeienH3772, en u uitH4480 de landenH776verdoenH6; Ik zal u verdelgenH8045; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVBehold, therefore I will stretch out3mine hand5upon thee, and will deliver7thee for a spoil8to the heathen;9and I will cut thee off10from the people,12and I will cause thee to perish13out of the countries:15I will destroy16thee; and thou shalt know17that I am the LORD.
1לָכֵ֡ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנְנִי֩H2005ziet, ziebehold, if, lo, though3נָטִ֨יתִיH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יָדִ֜יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6עָלֶ֗יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7וּנְתַתִּ֤יךָֽH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לְבַז֙H957roof, plundering, buitbooty, prey, spoil(-ed)9לַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people10וְהִכְרַתִּ֨יךָ֙H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הָ֣עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13וְהַאֲבַדְתִּ֖יךָH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee14מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with15הָאֲרָצ֑וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16אַשְׁמִ֣ידְךָ֔H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly17וְיָדַעְתָּ֖H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat MoabH4124 en SeirH8165zeggenH559: ZietH2009, het huisH1004 van JudaH3063 is gelijk alH3605 de heidenenH1471;Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Because5that Moab7and Seir8do say,6Behold, the house12of Judah13is like unto all the heathen;
1כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5יַ֗עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why6אֲמֹ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab8וְשֵׂעִ֔ירH8165SeirSeir9הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see10כְּכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
9Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9DaaromH3651, zietH2005, Ik zal de zijde van MoabH4124openenH6605, van de stedenH5892 af, van zijn stedenH5892, die van zijn grenzenH7097 af zijn, het sieraadH6643 des landsH776, Beth-JesimothH1020, Baal-MeonH1186, en tot KiriathaimH7156 toe;Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;
KJVTherefore, behold, I will open3the side5of Moab6from the cities,7from his cities8which are on his frontiers,9the glory10of the country,11Bethjeshimoth,12Baalmeon,14and Kiriathaim,
1לָכֵן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3פֹתֵ֜חַH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כֶּ֤תֶףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter6מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab7מֵהֶ֣עָרִ֔יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8מֵֽעָרָ֖יוH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9מִקָּצֵ֑הוּH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)10צְבִ֗יH6643ree, sieraad, reeenbeautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck)11אֶ֚רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12בֵּ֣יתH1020Beth-jesimothBeth-jeshimoth13הַיְשִׁימֹ֔תH1020Beth-jesimothBeth-jeshimoth14בַּ֥עַלH1186Baal-meonBaal-meon15מְע֖וֹןH1186Baal-meonBaal-meon16וְקִרְיָתָֽיְמָהH7156Kirjathaim, KiriathaimKiriathaim, Kirjathaim
10Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Voor die van het oostenH6924, met het land der kinderenH1121AmmonsH5983, hetwelk Ik ter bezittingH4181 zal overgevenH5414; opdatH4616 der kinderenH1121AmmonsH5983 onder de heidenenH1471nietH3808 meer gedachtH2142 worde.Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.
KJVUnto the men1of the east2with the Ammonites,4and will give6them in possession,7that the Ammonites11may not be remembered10among the nations.
1לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2קֶ֨דֶם֙H6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עַמּ֔וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites6וּנְתַתִּ֖יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לְמֽוֹרָשָׁ֑הH4181erve, bezitting, erfbezittingheritage, inheritance, possession8לְמַ֛עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִזָּכֵ֥רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well11בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12עַמּ֖וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites13בַּגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
11Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ik zal ook in MoabH4124gerichtenH8201oefenenH6213; en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd I will execute2judgments3upon Moab;1and they shall know4that I am the LORD.
1וּבְמוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab2אֶעֱשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3שְׁפָטִ֑יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment4וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
12Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat EdomH123 met enkelH5359wraakgierigheidH5358gehandeldH6213 heeft tegen het huisH1004 van JudaH3063; en zij zich zeer schuldigH816 gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewrokenH5358 hebben:Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Because that Edom7hath dealt6against the house10of Judah11by taking8vengeance,9and hath greatly12offended,13and revenged
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why6עֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֱד֛וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea8בִּנְקֹ֥םH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance9נָקָ֖םH5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance10לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah12וַיֶּאְשְׁמ֥וּH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass13אָשׁ֖וֹםH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass14וְנִקְּמ֥וּH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance15בָהֶֽם
13Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ik zal ook Mijn handH3027uitstrekkenH5186tegenH5921EdomH123, en Ik zal mensH120 en beestH929uitH4480 haar uitroeienH3772; en zal haar tot een woestheidH2723stellenH5414 van ThemanH8487 af; en zij zullen tot DedanH1719 toe door het zwaardH2719vallenH5307.Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5I will also stretch out6mine hand7upon Edom,9and will cut off10man12and beast13from it; and I will make14it desolate15from Teman;16and they of Dedan17shall fall19by the sword.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6וְנָטִ֤תִיH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield7יָדִי֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֱד֔וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea10וְהִכְרַתִּ֥יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want11מִמֶּ֖נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12אָדָ֣םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13וּבְהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle14וּנְתַתִּ֤יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15חָרְבָּה֙H2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)16מִתֵּימָ֔ןH8487Theman, Temansouth, Teman17וּדְדָ֖נֶהH1719DedanDedan18בַּחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool19יִפֹּֽלוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
14En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israel; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En Ik zal Mijn wraakH5360 doen aan EdomH123, door de handH3027 van Mijn volkH5971IsraelH3478; en zij zullen tegen EdomH123 naar Mijn toornH639 en naar Mijn grimmigheidH2534handelenH6213; alzo zullen zij Mijn wraakH5360gewaarH3045 worden, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israel; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.
KJVAnd I will lay1my vengeance3upon Edom4by the hand5of my people6Israel:7and they shall do8in Edom9according to mine anger10and according to my fury;11and they shall know12my vengeance,14saith15the Lord16GOD.
1וְנָתַתִּ֨יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3נִקְמָתִ֜יH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance4בֶּאֱד֗וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea5בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6עַמִּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וְעָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9בֶאֱד֔וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea10כְּאַפִּ֖יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath11וְכַחֲמָתִ֑יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)12וְיָֽדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14נִקְמָתִ֔יH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance15נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith16אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord17יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
15Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat de FilistijnenH6430 door wraak gehandeldH6213 hebben, en van harteH5315 wraak geoefendH5358 hebben door plunderingH7589, om te vernielenH4889 door een eeuwigeH5769vijandschapH342;Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;
Ook in dit vers
wraakH5359
wraakH5360
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Because the Philistines7have dealt6by revenge,8and have taken9vengeance10with a despiteful11heart,12to destroy13it for the old15hatred;
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5יַ֛עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why6עֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7פְּלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine8בִּנְקָמָ֑הH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance9וַיִּנָּקְמ֤וּH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance10נָקָם֙H5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance11בִּשְׁאָ֣טH7589plundering, begerigedespite(-ful)12בְּנֶ֔פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13לְמַשְׁחִ֖יתH4889verderve, Mashith, verderfelijken strikcorruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly14אֵיבַ֥תH342vijandschapemnity, hatred15עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
16Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZietH2005, Ik strekH5186 Mijn handH3027 uit tegenH5921 de FilistijnenH6430, en zal de CherethietenH3774uitroeienH3772, en het overblijfselH7611 van de zeehavenH3220verdoenH6.Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Behold, I will stretch out7mine hand8upon the Philistines,10and I will cut off11the Cherethims,13and destroy14the remnant16of the sea18coast.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7נוֹטֶ֤הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield8יָדִי֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine11וְהִכְרַתִּ֖יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כְּרֵתִ֑יםH3774Krethi, Cherethieten, CheretimCherethims, Cherethites14וְהַ֣אֲבַדְתִּ֔יH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שְׁאֵרִ֖יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest17ח֥וֹףH2348haven, havenscoast (of the sea), haven, shore, (sea-) side18הַיָּֽםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
17En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En Ik zal groteH1419wraakH5360 met grimmigeH2534straffingenH8433 onder hen doen; en zij zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, als Ik Mijn wraakH5360 aan hen gedaan zal hebben.En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.
KJVAnd I will execute1great4vengeance3upon them with furious6rebukes;5and they shall know7that I am the LORD,10when I shall lay11my vengeance
1וְעָשִׂ֤יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בָם֙3נְקָמ֣וֹתH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance4גְּדֹל֔וֹתH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very5בְּתוֹכְח֖וֹתH8433bestraffing, bestraffingen, scheldingargument, [idiom] chastened, correction, reasoning, rebuke, reproof, [idiom] be (often) reproved6חֵמָ֑הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)7וְיָֽדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11בְּתִתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13נִקְמָתִ֖יH5360wraak, volkomene wraak, wrake[phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance14בָּֽם
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 25:2— Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;Jeremia 49:1→Amos 1:13→Ezechiël 6:2→Ezechiël 35:2→Jeremia 25:21→Jeremia 9:25→Sefanja 2:8→Ezechiël 21:28→
Ezechiël 25:3— En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;Ezechiël 36:2→Spreuken 17:5→Micha 7:8→Spreuken 24:17→Ezechiël 25:6→Psalmen 70:2→Klaagliederen 2:21→Ezechiël 35:10→
Ezechiël 25:4— Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.Deuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:33→Richteren 6:33→1 Koningen 4:30→Jesaja 1:7→2 Samuël 12:26→Jesaja 65:22→Richteren 8:10→
Ezechiël 25:5— En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 21:20→2 Samuël 12:26→Jesaja 17:2→Deuteronomium 3:11→Ezechiël 38:23→Ezechiël 30:8→Ezechiël 26:6→Ezechiël 24:24→
Ezechiël 25:6— Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels;Sefanja 2:8→Obadja 1:12→Sefanja 2:10→Nahum 3:19→Ezechiël 25:15→Ezechiël 6:11→Job 27:23→Ezechiël 36:5→
Ezechiël 25:7— Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Sefanja 1:4→Ezechiël 25:16→Ezechiël 25:13→Ezechiël 14:9→Ezechiël 6:14→Amos 1:14→Ezechiël 35:3→Jeremia 49:2→
Ezechiël 25:8— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;Jesaja 15:1→Jeremia 48:1→Jeremia 25:21→Ezechiël 25:12→Jesaja 25:10→Psalmen 83:4→Jesaja 10:9→Jeremia 27:3→
Ezechiël 25:9— Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;Jozua 13:17→Jeremia 48:23→Numeri 32:37→Jozua 13:19→Numeri 32:3→Numeri 33:49→Jozua 12:3→Jeremia 48:1→
Ezechiël 25:10— Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.Ezechiël 21:32→Psalmen 83:3→Ezechiël 25:4→Jesaja 23:16→
Ezechiël 25:11— Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 25:17→Ezechiël 5:15→Ezechiël 35:15→Ezechiël 5:8→Psalmen 9:16→Ezechiël 30:14→Ezechiël 16:41→Ezechiël 11:9→
Ezechiël 25:12— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:Jeremia 49:7→Psalmen 137:7→Obadja 1:10→Ezechiël 25:8→Amos 1:11→2 Kronieken 28:17→Genesis 27:41→Ezechiël 35:1→
Ezechiël 25:13— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.Jeremia 25:23→Maleachi 1:3→Ezechiël 29:8→Jeremia 49:7→Genesis 36:11→Genesis 6:7→Amos 1:12→Ezechiël 14:17→
Ezechiël 25:14— En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israel; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.Jesaja 11:14→Psalmen 58:10→Jeremia 49:2→Ezechiël 35:11→Genesis 27:29→Hebreeën 10:30→Openbaring 6:16→Deuteronomium 32:35→
Ezechiël 25:15— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;Ezechiël 25:6→Ezechiël 25:12→Jesaja 14:29→Jeremia 25:20→2 Kronieken 28:18→Richteren 14:1→1 Samuël 4:1→Joël 3:4→
Ezechiël 25:16— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.1 Samuël 30:14→Ezechiël 25:13→Sefanja 2:4→2 Samuël 15:18→Jeremia 47:1→Ezechiël 25:7→
Ezechiël 25:17— En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.Ezechiël 25:11→Ezechiël 25:14→Psalmen 9:16→Ezechiël 5:15→Ezechiël 25:5→Ezechiël 6:7→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 25 vers 2— Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;
kinderen Ammons,
Zie Jer. 49:1 , enz., en boven Ezech. 21:28 , enz. Ammonieten, Moabieten, Edomieten en Filistijnen waren alle vijanden van Gods volk; Ammon en Moab, in het oosten over de Jordaan, Edom in het zuiden, de Filistijnen in het westen langs de Middellandse zee.
Hertaald:kinderen Ammons,
Zie Jer. 49:1 enzovoort, en hierboven Ezech. 21:28, enzovoort. Ammonieten, Moabieten, Edomieten en Filistijnen waren alle vijanden van Gods volk: Ammon en Moab in het oosten aan de overzijde van de Jordaan, Edom in het zuiden, de Filistijnen in het westen langs de Middellandse Zee.
Ezechiël 25 vers 3— En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;
Heah
Dat is, uwen lust daarin geschept en daarover gejuicht hebt. Zie Job 39:28 ; Ps. 35:21 , met de aantekening; alzo onder Ezech. 26:2 .
Hertaald:Heah
Dat is: dat u daar plezier in geschept en over gejuicht hebt. Zie Job 39:28; Ps. 35:21 met de aantekening; zo ook hieronder Ezech. 26:2.
ontheiligd werd,
Gelijk boven Ezech. 24:21 .
Hertaald:ontheiligd werd,
Zoals hierboven Ezech. 24:21.
Ezechiël 25 vers 4— Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.
die van het oosten
Hebreeuws, de kinderen van het oosten. Hierdoor verstaan sommigen de Chaldeën of Babyloniërs; maar omdat de Heilige Schrift doorgaans zegt dat de Chaldeën van het noorden zouden komen, zo verstaan het anderen van de oosterse natiën, die oostwaarts aan Ammon grensden, als de Arabieren, die zich in tenten onthielden, Kedarenen, enz., hebbende menigte van kemelen en vee, genegen om goede weiden te zoeken, en in de Schriftuur onder die van het oosten gemeenlijk begrepen. Deze [zovelen als er van Nebukadnezar waren overgelaten of overzien] zouden het land der Ammonieten, van de Chaldeën verstoord en de inwoners weggevoerd zijnde, tot gerief voor hun vee hebben ingenomen en bezeten. Zie Gen. 29:1 ; Richt. 6:3 , en Richt. 8:11 ; Job 1:3 ; Jes. 60:6-7 ; Jer. 49:28-29 , Jer. 49:31-32 , met de aantekening.
Hertaald:die van het oosten
Hebreeuws: de kinderen van het oosten. Sommigen verstaan hieronder de Chaldeeën of Babyloniërs; maar omdat de Heilige Schrift doorgaans zegt dat de Chaldeeën uit het noorden zouden komen, verstaan anderen er de oosterse volken onder die ten oosten aan Ammon grensden, zoals de Arabieren die in tenten woonden, de Kedarenen enzovoort, die veel kamelen en vee hadden, graag goede weiden zochten en in de Schrift gewoonlijk onder die van het oosten begrepen worden. Zij (voor zover Nebukadnezar hen gespaard of over het hoofd gezien had) zouden het land van de Ammonieten, nadat de Chaldeeën het verwoest en de inwoners weggevoerd hadden, in bezit nemen als weidegrond voor hun vee. Zie Gen. 29:1; Richt. 6:3 en Richt. 8:11; Job 1:3; Jes. 60:6-7; Jer. 49:28-29, Jer. 49:31-32 met de aantekening.
burchten in u zetten,
Of, sloten, paleizen, statelijke gebouwen, prachtige huizen.
Hertaald:burchten in u zetten,
Of: burchten, paleizen, statige gebouwen, prachtige huizen.
Ezechiël 25 vers 5— En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Rabba
De koninklijke hoofdstad der Ammonieten. Zie 2 Sam. 11:1 .
Hertaald:Rabba
De koninklijke hoofdstad van de Ammonieten. Zie 2 Sam. 11:1.
kemelstal maken,
Voor de kemelen van die van het Oosten.
Hertaald:kemelstal maken,
Voor de kamelen van hen uit het oosten.
de kinderen Ammons
Dat is, hun land.
Hertaald:de kinderen Ammons
Dat is: hun land.
schaapskooi;
Voor de schapen van die van het Oosten.
Hertaald:schaapskooi;
Voor de schapen van hen uit het oosten.
Ezechiël 25 vers 6— Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels;
geklapt,
Van grote vreugde en vermaak over de ellenden der Joden, alsof zij zeiden: Heah, zo zo, dat is toch te goed, dat gaat wel; vergelijk vs.3, en boven Ezech. 6:11 .
Hertaald:geklapt,
Van grote vreugde en plezier over de ellenden van de Joden, alsof zij zeiden: ha, zo mag ik het zien, dat gaat goed; vergelijk vers 3 en hierboven Ezech. 6:11.
van harte verblijd zijt geweest
Of, met lust. Zie Ps. 27:12 . Alzo vs.15. Of aldus: En verblijd zijt geweest in al uw gretige plundering. Hebreeuws, in, of met de ziel. Vergelijk onder Ezech. 36:5 .
Hertaald:van harte verblijd zijt geweest
Of: met lust. Zie Ps. 27:12. Zo ook vers 15. Of aldus: en u hebt zich verheugd in al uw gretige plundering. Hebreeuws: in, of met de ziel. Vergelijk hieronder Ezech. 36:5.
plundering,
Of, spijt; idem, versmading; gelijk boven Ezech. 16:57 , en onder vs.15.
Hertaald:plundering,
Of: spot; eveneens: versmading, zoals hierboven Ezech. 16:57 en hieronder vers 15.
Ezechiël 25 vers 7— Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
uitstrekken,
Zie boven Ezech. 14:9 . Alzo onder vs.3, 16.
Hertaald:uitstrekken,
Zie hierboven Ezech. 14:9. Zo ook hieronder vers 13 en 16.
uit de volken uitroeien,
Dat gij voor geen volk noch land meer zult gerekend worden.
Hertaald:uit de volken uitroeien,
Zodat u niet meer voor een volk of een land gerekend zult worden.
Ezechiël 25 vers 8— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;
Moab
Zie Jer. 48:1 , enz.
Hertaald:Moab
Zie Jer. 48:1, enzovoort.
Seïr zeggen
Dat is, het land Edom, en voorts de Edomieten, Ezau's nakomelingen, op welken dit land vervallen was van Seïrs nakomelingen. Zie Gen. 36:20 ; alzo onder Ezech. 35:2 , enz., en wijders van Edom, Jer. 49:7 ; Ob. 1:1 , enz.
Hertaald:Seïr zeggen
Dat is: het land Edom, en verder de Edomieten, de nakomelingen van Ezau, op wie dit land van de nakomelingen van Seïr overgegaan was. Zie Gen. 36:20; zo ook hieronder Ezech. 35:2 enzovoort, en verder over Edom Jer. 49:7; Obadja 1:1, enzovoort.
gelijk al de heidenen;
Dat is, zij hebben zich ingebeeld dat zij een bijzonder eigendom en volk Gods waren, en een voortocht bij hem hadden boven andere natiën, maar het blijkt nu wel anders, omdat zij niet meer van de Babyloniërs verschoond worden dan anderen; spottende alzo met Gods verbond en zijne kerk, ja met den God van Israël zelf.
Hertaald:gelijk al de heidenen;
Dat is: zij hebben zich verbeeld dat zij een bijzonder eigendom en volk van God waren en bij Hem voorrang hadden boven andere volken, maar nu blijkt het wel anders, omdat zij door de Babyloniërs niet meer gespaard worden dan anderen. Zo spotten zij met Gods verbond en met Zijn kerk, ja met de God van Israël Zelf.
Ezechiël 25 vers 9— Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;
zijde van Moab openen,
Dat is, Ik zal die van het Oosten [gelijk volgt vs.10] in de beste en sterkste plaatsen en omstreken van het land een open intocht bereiden.
Hertaald:zijde van Moab openen,
Dat is: Ik zal voor hen uit het oosten (zoals volgt in vers 10) een vrije toegang banen tot de beste en sterkste plaatsen en streken van het land.
grenzen af zijn,
Hebreeuws, uiterste, of einde.
Hertaald:grenzen af zijn,
Hebreeuws: uiterste, of einde.
Beth-jesimòth,
Dit waren van de voornaamste steden der Moabieten, tussen de beek Arnon en de Jordaan gelegen.
Hertaald:Beth-jesimòth,
Dit waren enkele van de voornaamste steden van de Moabieten, gelegen tussen de beek Arnon en de Jordaan.
en tot Kiriatháïm toe;
Of, en Kiriathaïm.
Hertaald:en tot Kiriatháïm toe;
Of: en Kiriathaïm.
Ezechiël 25 vers 10— Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.
oosten,
Zie vs.4. God wil zeggen, gelijk Hij Ammons land aan die van het Oosten heeft overgegeven, alzo zal Hij ook der Moabieten land voor hen openen.
Hertaald:oosten,
Zie vers 4. God wil zeggen: zoals Hij het land van Ammon aan hen uit het oosten heeft overgegeven, zo zal Hij ook het land van de Moabieten voor hen openen.
met het land der kinderen Ammons,
Of, boven, benevens.
Hertaald:met het land der kinderen Ammons,
Of: boven, naast.
bezitting zal overgeven;
Voor die van het Oosten, gelijk vs.4.
Hertaald:bezitting zal overgeven;
Voor hen uit het oosten, zoals vers 4.
Ezechiël 25 vers 12— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:
Edom
Boven genaamd Seïr, vs.8.
Hertaald:Edom
Hierboven Seïr genoemd, vers 8.
enkel wraakgierigheid
Hebreeuws, gedaan, of gehandeld heeft in, of met wreken van wraak, of met wraak te wreken. Vergelijk vs.15.
Hertaald:enkel wraakgierigheid
Hebreeuws: gehandeld heeft in of met het wreken van wraak, of: met wraak te wreken. Vergelijk vers 15.
zij zich zeer schuldig gemaakt hebben,
De Edomieten.
Hertaald:zij zich zeer schuldig gemaakt hebben,
Namelijk de Edomieten.
hen gewroken hebben
Aan de Joden, uit den ouden haat, dien zij van hunnen voorvader Ezau geërfd hebben. Zie Gen. 27:41 ; 2 Kron. 28:17 ; Ps. 137:7 ; Am. 1:11 ; Ob. 1:11 , enz.
Hertaald:hen gewroken hebben
Namelijk aan de Joden, uit de oude haat die zij van hun voorvader Ezau geërfd hebben. Zie Gen. 27:41; 2 Kron. 28:17; Ps. 137:7; Amos 1:11; Obadja 1:11, enzovoort.
Ezechiël 25 vers 13— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.
uitstrekken tegen Edom,
Gelijk boven vs.7.
Hertaald:uitstrekken tegen Edom,
Zoals hierboven vers 7.
hetzelve uitroeien;
Het land van Edom, of Idumea.
Hertaald:hetzelve uitroeien;
Namelijk het land van Edom, of Idumea.
Theman aan;
Zie Jer. 49:7 .
Hertaald:Theman aan;
Zie Jer. 49:7.
Ezechiël 25 vers 14— En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israel; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.
doen aan Edom,
Hebreeuws, geven, leggen, stellen, tegen, of aan, onder, op, enz., gelijk vs.17.
Hertaald:doen aan Edom,
Hebreeuws: geven, leggen, stellen tegen, of aan, onder, op, enzovoort, zoals vers 17.
door de hand van Mijn volk Israël;
Dat is, [gelijk sommigen dit verklaren] door dezelfde hand, met welke Ik mijn volk van Juda geslagen heb [namelijk het heir der Babyloniërs] zal Ik mijne wraak ook aan u uitvoeren. Zie Jer. 49:19 , met de aantekening. Doch anderen nemen het geestelijk, door de hand; dat is, door het middel, den dienst, of de macht mijner kerk in hun Hoofd Jezus Christus, die de vijanden van zijn volk zal dempen. Vergelijk Jes. 11:14 ; Jer. 49:2 ; Ob. 1:19 , met de aantekening. Van enige lichamelijke wraken, die de Joden of Israëlieten aan Edom in volgende tijden zouden hebben gedaan, leest men niets dan hetgeen in het tweede boek der Machabeën , hoofdstuk 10:15-16, en vervolgens verhaald wordt.
Hertaald:door de hand van Mijn volk Israël;
Dat is (zoals sommigen dit verklaren): door dezelfde hand waarmee Ik Mijn volk van Juda geslagen heb, namelijk het leger van de Babyloniërs, zal Ik ook Mijn wraak aan u voltrekken. Zie Jer. 49:19 met de aantekening. Maar anderen vatten het geestelijk op: door de hand, dat is: door het middel, de dienst of de macht van Mijn kerk in haar Hoofd Jezus Christus, Die de vijanden van Zijn volk zal onderwerpen. Vergelijk Jes. 11:14; Jer. 49:2; Obadja 1:19 met de aantekening. Over lichamelijke wraakoefeningen die de Joden of Israëlieten in latere tijden aan Edom zouden hebben voltrokken, leest men niets, behalve wat in het tweede boek van de Makkabeeën, hoofdstuk 10:15-16 en verder verteld wordt.
tegen Edom
Of, in, met, Edom.
Hertaald:tegen Edom
Of: in, of met Edom.
Ezechiël 25 vers 15— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;
Hertaald:van harte wraak
Of: met lust, zoals vers 6.
geoefend hebben
Hebreeuws, gewroken.
Hertaald:geoefend hebben
Hebreeuws: gewroken.
plundering,
Of, spijt, versmading; gelijk vs.6.
Hertaald:plundering,
Of: spot, versmading, zoals vers 6.
eeuwige vijandschap;
Hebreeuws, vijandschap der eeuwigheid, of oudheid.
Hertaald:eeuwige vijandschap;
Hebreeuws: vijandschap der eeuwigheid, of van de oudheid.
Ezechiël 25 vers 16— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.
strek Mijn hand uit
Gelijk boven vs.7.
Hertaald:strek Mijn hand uit
Zoals hierboven vers 7.
Cherethieten uitroeien,
Dit schijnt de naam geweest te zijn van een streek in het land der Filistijnen, doch daardoor worden de Filistijnen in het algemeen verstaan, gelijk 1 Sam. 30:14 , 1 Sam. 30:16 ; zie aldaar, idem Sef. 2:5 . Doch in het Hebreeuws passen de woorden Cherethim en uitroeien aardiglijk op elkander, alsof men zeide: Ik zal die uitroeiers uitroeien.
Hertaald:Cherethieten uitroeien,
Dit lijkt de naam geweest te zijn van een streek in het land van de Filistijnen, maar er worden de Filistijnen in het algemeen mee bedoeld, zoals 1 Sam. 30:14, 1 Sam. 30:16; zie daar, en eveneens Zef. 2:5. In het Hebreeuws sluiten de woorden Cherethim en uitroeien fraai op elkaar aan, alsof men zei: Ik zal die uitroeiers uitroeien.
Ezechiël 25 vers 17— En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.
grimmige straffingen
Hebreeuws, straffingen der grimmigheid.
Hertaald:grimmige straffingen
Hebreeuws: bestraffingen van de grimmigheid.
gedaan zal hebben
Hebreeuws, gegeven, enz., gelijk vs.14.
Hertaald:gedaan zal hebben
Hebreeuws: gegeven, enzovoort, zoals vers 14.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De woorden tegen de volken — de opzet van het middendeel van dit boek, waarin de buurvolken aan de beurt komen (Ezech. 25:1-17)
"Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve" (Ezech. 25:2). Met die opdracht begint een reeks die tot het einde van Ezech. 32 doorloopt. De volgorde is: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen in dit hoofdstuk, daarna Tyrus, dat drie hoofdstukken krijgt (Ezech. 26:2), vervolgens Sidon (Ezech. 28:21) en ten slotte Egypte, dat er vier krijgt (Ezech. 29:2). In de vier korte woorden van dit hoofdstuk keert telkens dezelfde zin terug: "gij zult weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:5,7), en bij Moab en de Filistijnen: "zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben" (Ezech. 25:11,17).
Bijbelse betekenis: Merk op waar deze reeks staat. Zij komt na het bericht dat de belegering begonnen is en vóór het bericht dat de stad gevallen is. Terwijl Jeruzalem valt, hoort het volk dat de HEERE ook over de buurvolken gaat. Let vervolgens op wat die volken verweten wordt. Niet hun afgoderij en niet hun zeden, maar hun houding tegenover Israël op de dag van de val: leedvermaak, gejuich en wraak. Let ten slotte op de toon. Die is bij Jesaja vastgelegd en geldt ook hier: oordeel aankondigen zonder er behagen in te scheppen (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Dezelfde reeks staat bij Jeremia, en zij is daar op dezelfde wijze samengenomen (reeds behandeld bij Jer. 46:1-2).
Typologie: De psalm zegt in één zin wat deze hoofdstukken breed uitwerken: "Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen" (Ps. 22:29). En Paulus zegt in Athene dat God "uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt" heeft, en dat Hij hun tijden en de grenzen van hun woonplaats bepaald heeft (Hand. 17:26).
Leedvermaak — de zonde die de buurvolken in dit boek verweten wordt (Ezech. 25:3,6)
Tegen Ammon wordt gezegd: "Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd" (Ezech. 25:3). Even verder komt hetzelfde terug, nu met de gebaren erbij: "Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels" (Ezech. 25:6). Van Edom heet het dat het met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda (Ezech. 25:12). En bij Tyrus klinkt dezelfde uitroep, nu met de reden erbij: "Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden" (Ezech. 26:2).
Bijbelse betekenis: Merk op waarvoor deze volken aangesproken worden. Niet omdat zij Jeruzalem verwoest hebben, want dat deed Babel, maar omdat zij blij waren dat het gebeurde. Het gaat om wat er in hen omging bij de val van een ander. Let vervolgens op Tyrus. Daar staat de rekensom er hardop bij: nu Jeruzalem weg is, komt de handel naar mij toe. Leedvermaak heeft vaak een reden die zich laat narekenen. Let ten slotte op de spreuk die dit allang verboden had (reeds behandeld bij Spr. 24:17). Obadja verwijt Edom hetzelfde met zoveel woorden: zich verblijden over de kinderen van Juda ten dage van hun ondergang (Obadja 1:12).
Typologie: Paulus noemt het omgekeerde als kenmerk van de liefde: "Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid" (1 Kor. 13:6). En hij vraagt van de gemeente dat zij weent met de wenenden (Rom. 12:15).
C. Voor Israël is de mond van den Profeet nu verstomd, toch mag daarom zijne profetische werkzaamheid niet geheel braak liggen. Integendeel moet hij zich nu tot de heidense volken wenden en moet hij het gericht, dat nu over hen komt, nadat het aan het huis Gods of Israël begonnen is, verkondigen. Het zijn zeven heidense volken, die elk op hun beurt voorkomen, want zeven is toch volgens Gen. 2:1 v. het geheel der voleindiging van Gods werken, en opdat dit getal naar doel en betekenis bepaald optrede, en niet als naar eigen goeddunken gekozen voorkome, zo worden tegen het laatste en meest betekenende onder de 7 volken, tegen Egypte, niet meer of minder den zeven woorden Gods gericht (Hoofdst. 29:1-16, 17-21; 30:1-19, 30:26; 31:1-18; 32:1-16, 17-32). Terwijl Tyrus vier woorden Gods bevat (Hoofdst. 26:1-21; 27:1-36; 28:10, 11-19), waarop Sidon met één woord aan de beurt komt (Hoofdst. 28:20-26) worden daarentegen de vier kleinere het dichtst bij Israël gelegene volken, Ammon en Moab, Edom en de Filistijnen, tot een geheel verenigd in de uitspraken van het volgende 25ste hoofdstuk. Bij deze dertien woorden Gods komt als veertiende het in Hoofdst. 38:1-20 opgetekende, hetwelk wel niet mondeling is voorgedragen, maar tot latere openbaarmaking schriftelijk door den Profeet moest worden opgetekend en zijne bijzondere betekenis heeft, waarover wij te zijner tijd ons nader zullen uiten.
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenJeremia 49:1→Ezechiël 36:2→Ezechiël 21:20→Obadja 1:12→Spreuken 17:5→Deuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:33→Richteren 6:33→ — En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve; En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken. En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels; Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen; Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe; Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde. In korte zinnen wendt zich de Profeet tot de vier uiterlijk minst betekenende volken: Ammon (vs. 2-7), Moab (vs. 8-11), Edom (vs. 12-14) en Filistea (vs. 15-17 – ), geplaatst naar hun geografische ligging als grenzende aan de Theokratie, maar altijd daarmee in twist, dien zij thans volmaken, door hunnen grimmigen haat tegen het verbondsvolk te tonen. Zij vormen naar deze hun gezindheid, die bij alle vier evenzeer wordt op den voorgrond gesteld, als het ware ene compacte massa, die daarom ook gelijke straf moet ondervinden.
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
En des HEEREN woord geschiedde tot mij, waarschijnlijk in denzelfden tijd als in Hoofdst. 24, spoedig na het woord van Hoofdst. 24:25-27, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 49:1→Amos 1:13→Ezechiël 6:2→Ezechiël 35:2→Jeremia 25:21→Jeremia 9:25→Sefanja 2:8→Ezechiël 21:28→— Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;
Mensenkind! zet uw aangezicht met bestraffende gebaren (Hoofdst. 6:2; 20:46 en 21:2) tegen de kinderen Ammons (vgl. Amos 1:13-15. Jes. 11:14. Jer. 49:1-6; Zef. 2:8-11), en profeteer tegen dezelve.
KruisverwijzingenEzechiël 36:2→Spreuken 17:5→Micha 7:8→Spreuken 24:17→Ezechiël 25:6→Psalmen 70:2→Klaagliederen 2:21→Ezechiël 35:10→— En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;
En zeg tot de kinderen Ammons, al is het niet mondeling, toch in dit geschrift: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah (Klaagl. 2:16. (Ps. 35:21) over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen 1).
Het is een zeer goddeloze zonde, blijde de zijn over iemands rampen, bijzonder over die van Gods volk, en een zonde, waarmee God zeker zal afrekenen. Zo veel behagen heeft God om barmhartigheid te bewijzen, en zo traag is Hij om te straffen, dat niets hem meer behaagt, dan gestuit te worden in de wegen Zijner oordelen, door voorbiddingen, en niets tergt Hem meer, dan de verdrukkingen te bevorderen, wanneer Hij maar een weinig ongenoegen heeft.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:33→Richteren 6:33→1 Koningen 4:30→Jesaja 1:7→2 Samuël 12:26→Jesaja 65:22→Richteren 8:10→— Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.
Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het Oosten, aan Arabieren of Bedouïnen (Gen. 35:13 vv. Richt. 6:1-15. Jes. 13:20) overgeven tot ene bezitting, dat zij hun burchten (Gen. 25:16)in u zetten, hun legerkampen in u vestigen, en hun woningen, hun tenten in u stellen; die zullen uwe vruchten eten, en die zullen uwe melk drinken.
KruisverwijzingenEzechiël 21:20→2 Samuël 12:26→Jesaja 17:2→Deuteronomium 3:11→Ezechiël 38:23→Ezechiël 30:8→Ezechiël 26:6→Ezechiël 24:24→— En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
En Ik zal uwe hoofdstad Rabba (Num. 21:30) tot enen kemelstal maken, en de overige steden en dorpen der kinderen Ammons tot ene schaapskooi (Num. 32:19 en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KruisverwijzingenSefanja 2:8→Obadja 1:12→Sefanja 2:10→Nahum 3:19→Ezechiël 25:15→Ezechiël 6:11→Job 27:23→Ezechiël 36:5→— Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels;
Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt (Hoofdst. 6:11), en van harte verblijd zijt geweest in al uwe plundering over het land Israëls 1).
Hij moest den Ammonieten het uiterste verderf dreigen, om die onbescheidenheid, waaraan zij schuldig waren. God keerde Zijnen toorn af van Israël tegen hen. God is naijverig over de ere Zijns volks, omdat Zijne eigene eer zo na daaraan verbonden is. En daarom zullen zij, die hetzelve aanraken, weten dat zij Zijn oogappel aanraken.
KruisverwijzingenSefanja 1:4→Ezechiël 25:16→Ezechiël 25:13→Ezechiël 14:9→Ezechiël 6:14→Amos 1:14→Ezechiël 35:3→Jeremia 49:2→— Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Daarom ziet, Ik zal Mijne hand ten straffe tegen u uitstrekken, en u den Heidenen ten buit, ten spijze (vs. 4)geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben 2).
De zonden van Ammon bestonden hierin, dat het zich gekeerd had tegen de Goddelijke roeping, welke de Heere op Israël had gelegd. Het was de haat van het heidendom tegen den zuiveren dienst Gods, de haat van den eigenwilligen, tegen den geopenbaarden Godsdienst, en daarom zou Ammon uit de natiën worden uitgestoten.
Den wezenlijken inhoud van dit nieuwe deel van ons profetisch Boek maken de voorzeggingen uit tegen buitenlandse volken. Voorzeggingen tegen buitenlandse volken d. i. tegen het heidendom en de heidenwereld vormen sedert Bileams voorzegging een bijzonder deel der profetie. In Num. 24:17-24 verlaat de voorzegging voor ‘t eerst het engere gebied van het rijk Gods en gaat ook tot de heidenwereld, tot hare ontwikkeling, gerichten en eindelijke genade. Bileam let in zijne profetie over niet-Israëlietische volken op Moab, Edom, Amalek, Midian en Assur, enigszins ook de Chitteën (Kenieten). Vervolgens neemt het eerst Obadja deze zijde der profetie op, doordat hij tegen Edom profeteert, maar zo dat Edom de gehele heidenwereld vertegenwoordigt en zijne profetie tot ene verkondiging over de heidenwereld uitbreidt. Op gelijke wijze voorzegt vervolgens Joël (Hoofdst 3 en 4) tegen de heidenwereld, maar ook zo, dat hij Tyrus, Sidon, de Filistijnen, Egyptenaren en Edom in ‘t bijzonder noemt. Amos (Hoofdst. 1:3; 2:3) heeft vervolgens reeds bijzondere orakels tegen Syrië, Filistea, Tyrus, Edom, Ammon en Moab. Bij Jesaja (13:1-23:18) vormen reeds, even als bij Ezechiël, de voorzeggingen tegen vreemde volken ene bijzonder grote afdeling, in welke afdeling ook even als bij Ezechiël een passus komt, die voornamelijk op Israël betrekking heeft, en Israël tegenover de heidense volken stelt (Hoofdst. 22:1-23 Jesaja neemt hier naar een meer bijzonder woord (Jes. 10:5 vv.) zijne voorzeggingen over de gehele wereld der volken in 10 last-woorden zamen (Jes. 13:1; 14:28; 15:1; 17:1; 19:1; 21:1; 21:11; 21:13; 22:1; 23:1 1, 11,
, terwijl hij voornamelijk op Babel, Filistea, Moab, Damascus, Egypte, benevens op Ethiopië, Edom, Arabieren en Tyrus let. Bovendien worden bij hen nog in ‘t bijzonder voorzeggingen tegen Assur (Jes. 10:5 vv.), tegen Egypte en Assur (Jes. 31:1-9; 34:1-35 1:10), tegen Babel (Jes. 47:1-15) gevonden. Eveneens wordt bij Jeremia ene bijzondere afdeling tegen de buitenlandse volken gevonden (Jer. 46-51). Die voorzeggingen richten zich tegen Egypte, Filistea, Moab, Ammon, Edom, Damascus, Kedar en Hazor, Elam en Babel. Eindelijk voorzegt Zefanja tegen de heidenwereld in ‘t algemeen zo, dat Hij in Zef. 2:4-15 de vier volken: Filistea, Moab en Ammon, Morenland en Assur in ‘t bijzonder noemt. Aan deze voorzegging sluit zich het hier voor ons liggend gedeelte van Ezechiël aan met zijne voorzeggingen tegen Ammon, Moab, Edom, Filistea, Tyrus, Sidon en Egypte. Bij Joël zijn vijf, bij Bileam en Amos zes, bij Zefanja vier, bij Ezechiël zeven volken en bij Jesaja zijn het tien last-woorden, waarin hij het geheel zamenvat, en niet minder dan tien buitenlandse volken (Assur, Babel, Filistea, Moab, Damascus, Egypte, benevens Ethiopië, Edom, Arabië, Tyrus), van welke hij spreekt. Dus steeds symbolische getallen. De keuze der volken is verschillend, daar die telkens door het geschiedkundig uitgangspunt worden aangewezen. Eveneens wordt daardoor de opvolging geregeld, in welke de volken bij de verschillende profeten worden voorgesteld. Bij Ezechiël is de rede der keus en de op elkaar volging duidelijk genoeg. Hij wendt zich eerst tegen Ammon, omdat dit volgens Hoofdst. 21:18-32 met den veldtocht van Nebukadnezar tegen Jeruzalem in nadere betrekking stond. Hij let dan op Moab, Edom, Filistea, Tyrus en Sidon, omdat gij Juda omgaven bij de verwoesting van Jeruzalem, het meest er in deelden en mede leden, terwijl hij daarbij aan den staat van Tyrus als de meest betekenende, als ene uitstekende gedaante van ene wereldmacht het meest gedenkt. Hij neemt Ammon, Moab, Edom en Filistea in één Godswoord zamen, omdat zij in zo verre tot ene kategorie behoren, als zij voortdurend met Israël om het land streden, en daarom nog op bijzondere wijze Juda’s vijanden waren en aan zijne vernietiging mede deel hadden. Hij besluit zeer uitvoerig met Egypte, omdat juist het verraderlijke verbond van Zedekia met Egypte, aan Nebukadnezar aanleiding gaf tot Jeruzalems verwoesting. Wanneer hij echter 7 volken verkiest, en over het hoofdvolk onder deze, Egypte, weer 7 woorden Gods spreekt, ook de voorzeggingen over de andere volken in 7 woorden Gods zamenvat, zo wil dit zeggen, dat het gericht, hier geprofeteerd over de heidenwereld en hare volken, over de wereldmacht en hare bijzondere vormen, in den loop der tijden door Gods werk en daden zal worden volvoerd. Daardoor dat de vier eerste volken in één Godswoord worden zaamgevat, ontstaat tevens ene verdeling van zeven in vier en drie. Met de 7 volken, die bij onzen Profeet voorkomen, worden ons de heidense leden voorgesteld van de coalitie tegen Babel (Jer. 27:3), de deelnemers aan Juda’s verbreking van eed en trouw, die in Hoofdst. 17 wordt bestraft. Eerst worden de vier naderbij zijnde, dan de twee meer verwijderde leden dezer coalitie voorgesteld, waarop het eigenlijke steunpunt der conspiratie in Egypte optreedt. Reeds daarom, dat de Profeet over de heidense volken handelt, die aan het gericht over Israël, aan Juda’s trouwelozen eedbreuk tegen Babel mede schuldig zijn, zou ene bespreking ook van Babel, dat bij Jesaja en Jeremia als typisch middelpunt van allen afval van God voorkomt, weinig passen, het zou ook juist den invloed verzwakken, ook om andere redenen was het zwijgen over Babels gericht nodig. Het is duidelijk, dat Babel met opzet niet wordt bedreigd, omdat de Heere Zijn volk op generlei wijze in verzoeking wil brengen, zich eigenmachtig door opstand aan het gezag van Babel te onttrekken. Hij toch heeft aan de Chaldeën het wrekend zwaard over Israël in handen gegeven. Als Profeet tegen Babel heeft Hij een ander man verkoren, die van de overigen Zijns volks gescheiden is. Deze is Daniël, op wien Ezechiël zelf tweemaal als op een man Gods heenwijst (Hoofdst. 14:14; 28:3). Tevens is de voorzegging tegen Tyrus middellijk ene profetie tegen Babel, en misschien is juist daaruit de betrekkelijk zo grote uitvoerigheid te verklaren. Wat in de eerste plaats gezegd wordt tegen die stad, in welke de wereldhandel haar toppunt had, dat geldt ook tegen die stad, in welke zich de wereldheerschappij concentreerde, die de Profeet reeds in Hoofdst. 17:4 met een blik op Tyrus, als de stad van koophandel had genoemd. De kinderen Ammons hadden luide genoeg over de ontheiliging van Jeruzalem, over de verwoesting van Israël en over de gevankelijke wegvoering van Juda hun vreugde te kennen gegeven; daarom wil de Heere de Bedouïnische Arabieren tot hen zenden, dat deze hun vruchtbaar gebied tot hun bezitting maken, en stad en land in Nomadische legerplaatsen veranderen, zelfs om de snode verachting van Israël en hun jubelend leedvermaak over zijn ongeluk uit de rij der volken worden uitgewist, opdat zij den levenden, almachtigen God, Jehova, leren kennen. Wat men in Ammon ziet is de natuurlijke tegenstand van den geest des vleses tegen den Geest Gods, de openbaring daarvan is aan de ene zijde hoogmoed, aan de andere lastering, over ‘t geheel godslastering. Van Ammon, Moab en Edom moest het volk Gods ondervinden, wat de mens Gods ondervindt (Matth. 10:36. Micha 7:6); want uit de bloedverwantschap kwam ene vijandschap tot in het bloed te weeg. Terwijl die zich tegen dien Geest verhief, die in Israël was, moest zij zich tegen den Messias in alle hevigheid verheffen, gelijk Hij zegt, dat wij om Zijne Naams wil zullen gehaat worden. Met nadruk is in vs. 5 de ontwijding van het heiligdom als voorwerp van gejubel der Ammonieten op den voorgrond gesteld. Het heiligdom vormt het middelpunt voor de theokratie, daarom is het niet slechts nevens het land Israëls en het huis van Juda gemeld, maar ook voor deze. Het is er dus verre af, dat Ammons haat alleen een rationale zou zijn, de vijandschap komt werkelijk uit het godsdienstige voort. Daardoor verkrijgt die haat ene meer algemene betekenis en de gehele tegenstand van den Profeet verheft zich nu daartegen, die, uit ene reine bron ontsproten, als ene heerlijke vlam van Goddelijken ijver en heiligen toorn zich verheft. Als straf voor den haat van Ammon, die allereerst op Israëls goddelijke roeping en de waarheid zelf betrekking had, wordt den Ammonieten gedreigd, dat zij hun bestaan als volk zouden verliezen en hun land tot ene weide voor de Nomadische zonen van het Oosten zou worden. Er staat echter niet, dat het juist de Arabieren zullen zijn, die de Ammonieten hun volksbestaan zullen ontnemen, integendeel kan met den tekst zeer goed overeenkomen, dat de Staat der Ammonieten door enig ander volk zou worden verwoest en vervolgens zijn land door de Arabieren zou worden in bezit genomen. Evenals bij Juda zo zijn ook bij alle deze buitenlandse volken de Chaldeën de eigenlijke werktuigen des gerichts; de zonen van het Oosten zijn de gieren, die op het lijk aanvallen, degenen, die overal zich bevonden, waar vuur en zwaard een land verwoest heeft en met hun menigten daar komen. Tegenover den vroegeren naam der oude hoofdstad van Ammon, “Rabba”, d. i. de volkrijke vormt de “kamelenstal” (ene verblijfplaats der kamelen ene melancholische tegenstelling-kameel en woestijn behoren onafscheidelijk te zamen. Rabba moge toch reeds voorbijgaand door Arabieren zijn ingenomen, die als nomaden hun kamelen en schapen met zich voerden, toch hebben de Ammonieten zich nog langen tijd als volk staande gehouden. (Jer. 49:6) maar later zijn zij bij Arabië gerekend en een tijd lang onderdanen der Ptolemeüssen in Egypte geweest. Ptolemeus Philadelfus (Dan. 11:5) noemde de hoofdstad naar zijnen naam Filadelfia. Onlangs heeft men de ruinen van Rabba gezonden en wel, overeenkomstig de profetie, door Bedouïnen bewoond. In en om Rabba zijn de verzamelplaatsen der Bedouïnen, waar zij hun kamelen en schapen weiden. De plaats is geheel zonder woonplaats en van mensen verlaten.
KruisverwijzingenJesaja 15:1→Jeremia 48:1→Jeremia 25:21→Ezechiël 25:12→Jesaja 25:10→Psalmen 83:4→Jesaja 10:9→Jeremia 27:3→— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;
Alzo zegt de Heere HEERE omtrent Moab (vgl. Num. 24:17. Amos 2:1-3. Jes. 11:14; 15:1-16 :14. Jer. 48:1-47. Zef. 2:8-11): Omdat Moab en Seïr, of Edom zeggen: Ziet het huis van Juda is, wat het lot aangaat, dat hen trof, gelijk al de Heidenen, het heeft dus geen beteren God dan zij, hoezeer zij zich ook op hunnen Jehova mogen beroemen.
KruisverwijzingenJozua 13:17→Jeremia 48:23→Numeri 32:37→Jozua 13:19→Numeri 32:3→Numeri 33:49→Jozua 12:3→Jeremia 48:1→— Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;
Daarom ziet, Ik zal, opdat men in het land dringe, het verwoeste en in bezit neme, de zijde van Moab openen van de steden af, de aan zijne grenzen gelegene steden, die hun trots en hun roem zijn, van zijne steden, die van zijne grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth Jesimoth (= huis der woestijn Num. 33:49) Baäl-Meon(= plaats der woning) en tot Kirjathaïm (= dubbele stad) toe(Num. 32:37 en 38). Of “de schouwer van Moab”. Deze is de bevestigde zijde des lands, waar de versterkte steden waren, welke aan vreemde horden het indringen in het land beletten. Wanneer deze verwoest en gesloopt waren, lag het land voor elken inval open. De drie hier genoemde steden waren gene grensplaatsen, maar meer binnenwaarts gelegen en weleer aan den stam van Ruben toebehoord hebbende. Hierom moet het laatste gedeelte van het vers bij het volgende worden gevoegd. “Beth Jesimoth, Baäl Meon en Kirjathaïm-voor de kinderen van het Oosten zijn zij enz. “
KruisverwijzingenEzechiël 21:32→Psalmen 83:3→Ezechiël 25:4→Jesaja 23:16→— Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.
Voor die van het Oosten wil Ik de zijde openen, opdat zij het innemen, met het land der kinderen Ammons, gelijk reeds in vs. 4 gezegd is, hetwelk Ik ter bezitting zal overgevenaan de kinderen van het Oosten; opdat aan de kinderen Ammons onder de Heidenen niet meer a) gedacht worde (vs. 7).
Ezech. 21:32.
KruisverwijzingenEzechiël 25:17→Ezechiël 5:15→Ezechiël 35:15→Ezechiël 5:8→Psalmen 9:16→Ezechiël 30:14→Ezechiël 16:41→Ezechiël 11:9→— Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
Ik zal ook in Moab gerichten Mijner straffende gerechtigheid oefenen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. De toestand en het lot van Juda komt Moab geheel gelijk voor met dat van alle overige volken. Het blijft dus geheel ongevoelig voor de eigenaardige hoogheid en heerlijkheid van Gods volk, die ondanks alle nederlagen blijft, en betoont daardoor tevens gebrek aan alle moeilijke indrukken van het volk Gods zelf. Naast Moab is reeds hier Seïr genaamd, hoewel daarvan eerst in vs. 12 vv. nader wordt melding gemaakt, maar zeer gepast, als om dadelijk aan te kondigen, dat die gezindheid niet juist Moab bijzonder eigen is, niet tot deze beperkt is, maar ene veel algemenere, voor deze volken in ‘t algemeen karakteristieke is. Edom komt steeds voor als de meest verbitterde loochenaar van het eerstgeboorterecht, van den Goddelijken voorrang van Israël. Dat Moab hierin als Edom handelt, houdt ene bijzondere aanklacht in (Num. 21:11). De zonde van Moab bestaat in het loochenen der waarachtige Godheid van Israëls God; want alleen op grond van deze kon Israël op gelijken voet met alle andere volken worden gesteld. Het voorwendsel tot die loochening ontleenden zij aan Israëls ellende, die zij niet uit Israëls schuld afleidden, maar uit de machteloosheid van zijnen God. Daarin zagen zij een duidelijk bewijs tegen Zijne waarachtige en volkomene Godheid. “Hun God Jehova, het ware absolute zijn, de oorsprong van alle dingen, de onvoorwaardelijk te vertrouwen Helper der Zijnen, is slechts ene fantasie. anders moesten zij de bovenhand hebben en niet bezwijken. ” Deze volkomene Godheid, voor wier geschiedkundig, voor de hand liggende bewijzen zij misdadig de ogen sluiten, moeten zij nu uit hun eigen verderf leren kennen. De misdaad is schijnbaar gering, maar zij is die, om welke nog tot op den huidigen dag de volken te gronde gaan. Zoals de mens zich plaatst in betrekking tot dien God, die geschiedkundig in Zijne kerk is geopenbaard, daarnaar wordt zijn lot bepaald. Het lot, dat Moab en zijne deelgenoten om de betrekkelijk zo geringe zonde heeft getroffen, welke hij geenszins als ene zodanige aanzag, is ene waarschuwing, die wij niet onopgemerkt mogen laten voorbijgaan. De drie steden in vs. 9 gevormd, lagen in de landstreek ten noorden van den Arnon, die reeds vóór het uittrekken der Israëlieten aan de Moabieten door de Ammonieten was ontnomen (Num. 21:26), vervolgens door den stem van Ruben in bezit werd genomen (Num. 32:33 vv. Joz. 13:15 v.), na wegvoering der Trans-Jordaanse stammen door de Assyriërs (2 Kon. 15:29) echter weer door de Moabieten werd bezet, zoals wij uit Jes. 15 en 16 en Jer. 48 kunnen zien, waar de steden van deze landstreek weer als Moabietische steden worden voorgesteld. Daarop is nu het gewicht in onze plaats te leggen, dat deze landstreek en deze steden eigenlijk en van rechtswege Israëlietische steden waren, dat zij alleen wederrechtelijk in het bezit der Moabieten zich bevonden. Van deze steden, deze landstreek, die slechts wederrechtelijk aan Moab behoorde, die eigenlijk Israëls eigendom was, zullen de volvoerders van Gods gericht over Moab komen, daar zullen zij zijn gebied betreden, waar het tegen het recht hun gebied was. Ook de Moabieten zullen evenals den kinderen Ammons, zo ook den zonen van het Oosten ten buit worden, en als deze door den God van Israël worden gevonnisd, opdat zij Hem leren erkennen; zij zullen uit de herinnering der volken verdwijnen.
KruisverwijzingenJeremia 49:7→Psalmen 137:7→Obadja 1:10→Ezechiël 25:8→Amos 1:11→2 Kronieken 28:17→Genesis 27:41→Ezechiël 35:1→— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:
Alzo zegt de Heere HEERE omtrent Edom (vgl. Num. 24:18 v. Obadja 1:1-21. 1- 1 Joël 3:19. Amos 1:11 v. Jes. 11:14; 21:11 v. 34:1-35 :10. Jer. 49:7-22): Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda (Ps. 137:7); en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben; dat zij zich aan hen gewroken hebben;
KruisverwijzingenJeremia 25:23→Maleachi 1:3→Ezechiël 29:8→Jeremia 49:7→Genesis 36:11→Genesis 6:7→Amos 1:12→Ezechiël 14:17→— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.
Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijne hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot ene woestheid stellen van Theman en het zuiden (Amos 1:12) af; en zij zullen tot Dedan in het noorden (Num. 21:10) toe door het zwaard vallen.
KruisverwijzingenJesaja 11:14→Psalmen 58:10→Jeremia 49:2→Ezechiël 35:11→Genesis 27:29→Hebreeën 10:30→Openbaring 6:16→Deuteronomium 32:35→— En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israel; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.
En Ik zal Mijne wraak doen aan Edom door de hand van Mijn volk Israël, en zij, die van Mijn volk Israël zullen tegen Edom naar Mijnen toorn en naar Mijne grimmigheid handelen; alzo zullen zij, de Edomieten, Mijne wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE. Nog sterker verheft zich de rede tegen het wraakzuchtige Edom, dat in zijn gedrag omtrent Israël ene grote schuld op zich heeft geladen. Daarom wil Jehova Zijn eigen volk tot volvoering Zijner gerichten over Edom laten komen. Edom is bij de Profeten eigenlijk de vertegenwoordiging van onverzoenlijken haat en wraakgierigheid tegen de theokratie, voortkomende uit miskenning en verachting der openbaring van den levenden God in zijn midden. Gelijk zijn vader met vijandigen zin Jakob vervolgde, zo deden ook de nakomelingen, in wie het beeld van Ezau (Hebr. 12:16) zich nauwkeurig afspiegelt. Dezelfde geest van haat komt op verschillende tijden nu eens als openbare aanval, dan eens als verraad en opstand weer voor den dag (Amos 1:11). De wraak van Edom was gericht tegen het voorrecht, dat aan Israël van God was gegeven, tegen Zijne Oppermacht, welke weer berustte op de eigenaardige geestelijke betrekking der beide volken tot elkaar. Zij is daarom naar hare godsdienstige betekenis niets anders dan de permanente opstand, het voortdurend protesteren tegen de door God vastgestelde hogere orde, zijn heilsweg en juist daarin spiegelt zich weer een algemeen grondkarakter der wereld (Obadja 1:11) af (Joh. 15:18 v. 1 Joh. 3:13 Bij de wraak, den Edomieten gedreigd, moet worden opgemerkt, dat de vaste formule hier harder klinkt. Zij zullen Jehova niet leren kennen, maar Jehova’s wraak. Diensvolgens moet worden opgemerkt, hoe uitdrukkelijk op den voorgrond wordt gesteld, dat God dit gericht van Edom niet door een ander heidens volk, maar door Israël wil volvoeren. Dit is in lateren tijd vervuld toen de Joden lang na het terugkeren uit Babel onder den Makkabesen vorst Johannes Hyrkanus (omtrent 127 v. C.) het noordelijk gedeelte van Edom (Idumea) hadden veroverd, de bewoners tot de besnijdenis dwongen en in hunnen staat inlijfden. Het zuidelijk deel van Edom bleef vrij, en werd met de hoofdstad Petra tot Arabië gerekend (vgl. over de nauwkeurige toedracht de opmerk. bij Gen. 27:40). De wezenlijke inhoud der Godsspraak berust niettemin op het typisch karakter van Edom in de profetie, naar hetwelk de eerstgeborene, wereldsgezinde broeder, Ezau, voor den later geboren geestelijken Jakob Israël moet wijken (Gen. 25:23), die de erfgenaam des verbonds is, door den Heere met Abraham gesloten. De Joden verklaren naar oude traditie Edom meestal van den Anti-Christ, en noemen dezen ook Edom (vgl. Jes 63:1 vv.). Deze volken zijn integendeel een type van de secten, die vijandig tegen over de kerk staan en van de onchristelijke kinderen der wereld, die in haar leven.
KruisverwijzingenEzechiël 25:6→Ezechiël 25:12→Jesaja 14:29→Jeremia 25:20→2 Kronieken 28:18→Richteren 14:1→1 Samuël 4:1→Joël 3:4→— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;
Alzo zegt de Heere HEERE omtrent Filistea (vgl. Joël 3:4. Amos 1:6-8. Jes. 11:14; 14:28—32. Jer. 47:1 vv. Zef. 2:4-7): Omdat de Filistijnen, evenals de Edomieten, (vs. 12), door wraak gehandeld hebben, en van harte, evenals de Edomieten zich van ganser harte verheugden, wraak geoefend hebben door plundering, om Mijn volk te vernielen het geheel te verderven door ene eeuwige vijandschap.
Kruisverwijzingen1 Samuël 30:14→Ezechiël 25:13→Sefanja 2:4→2 Samuël 15:18→Jeremia 47:1→Ezechiël 25:7→— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.
Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijne hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten, de uitroeiers, deze Filistijnen (Joz. 13:2) (in den grondtekst wordt ene woordspeling, gevonden Zef. 2:5) uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven aan de Middellandse zee, dat alles tot den laatsten man verdoen (Zach. 9:6).
KruisverwijzingenEzechiël 25:11→Ezechiël 25:14→Psalmen 9:16→Ezechiël 5:15→Ezechiël 25:5→Ezechiël 6:7→— En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.
En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijne wraak aan hen gedaan zal hebben. De Profeet richt zijn oog naar het uiterste westen op Filistea. Het is in gezindheid het meest verwant met Edom en door oudere Profeten reeds meermalen nevens deze geplaatst; ook bij deze wordt de oude vijandschap gestraft met uitroeiing van het alzo gezinde volk. Evenals in Ammon, Moab en Edom drie generaties van het heidendom voorkomen, zo sluiten gepast de heidense Filistijnen het gehele beeld in. In hun gezindheid omtrent het verbondsvolk gelijken de Filistijnen aan de Edomieten en Ammonieten, aan de eerste in wraakzucht, aan de andere in leedvermaak over Israëls verderf. De vernietiging ook van het overblijfsel der zeehaven, wijst daarop, dat zij tot het laatste overschot zullen worden vernietigd, evenals inderdaad de Filistijnen tot het laatste overschot verdwenen zijn. Het is het grote voorrecht van het volk Gods, dat, hoe zwaar ook de Goddelijke gerichten over hen mogen zijn, toch nooit ten opzichte van hen: “Ik roei het overblijfsel uit, ” geldt. In het woord Gods van dit hoofdstuk stelt Ezechiël de voorzeggingen tegen de vier volken, die Juda omgeven, en over het bezit van het heilige land met hen in vijandschap en strijd zijn bij elkaar. Het viertal wijst op de vier oorden der wereld en daardoor op de algemeenheid, en wil zeggen, dat het met de gehele aan het volk Gods vijandige wereld op de ganse aarde niet anders zal gaan dan met deze vijandige volken, die naar vier zijden Juda omgeven. Israël werd door deze allen niet om zijne zonden, maar om zijnen bijzonderen godsdienst vijandig bejegend. De zaak van Israël was dus de zaak van God. Gelukkig volk, gelukkige mensen, die men niet kan haten en smaden, zonder den Heere zelven te haten en te smaden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 25
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
C. Voor Israël is de mond van den Profeet nu verstomd, toch mag daarom zijne profetische werkzaamheid niet geheel braak liggen. Integendeel moet hij zich nu tot de heidense volken wenden en moet hij het gericht, dat nu over hen komt, nadat het aan het huis Gods of Israël begonnen is, verkondigen. Het zijn zeven heidense volken, die elk op hun beurt voorkomen, want zeven is toch volgens Gen. 2:1 v. het geheel der voleindiging van Gods werken, en opdat dit getal naar doel en betekenis bepaald optrede, en niet als naar eigen goeddunken gekozen voorkome, zo worden tegen het laatste en meest betekenende onder de 7 volken, tegen Egypte, niet meer of minder den zeven woorden Gods gericht (Hoofdst. 29:1-16, 17-21; 30:1-19, 30:26; 31:1-18; 32:1-16, 17-32). Terwijl Tyrus vier woorden Gods bevat (Hoofdst. 26:1-21; 27:1-36; 28:10, 11-19), waarop Sidon met één woord aan de beurt komt (Hoofdst. 28:20-26) worden daarentegen de vier kleinere het dichtst bij Israël gelegene volken, Ammon en Moab, Edom en de Filistijnen, tot een geheel verenigd in de uitspraken van het volgende 25ste hoofdstuk. Bij deze dertien woorden Gods komt als veertiende het in Hoofdst. 38:1-20 opgetekende, hetwelk wel niet mondeling is voorgedragen, maar tot latere openbaarmaking schriftelijk door den Profeet moest worden opgetekend en zijne bijzondere betekenis heeft, waarover wij te zijner tijd ons nader zullen uiten.
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenJeremia 49:1→Ezechiël 36:2→Ezechiël 21:20→Obadja 1:12→Spreuken 17:5→Deuteronomium 28:51→Deuteronomium 28:33→Richteren 6:33→
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve; En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken. En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israels; Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen; Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe; Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.
In korte zinnen wendt zich de Profeet tot de vier uiterlijk minst betekenende volken: Ammon (vs. 2-7), Moab (vs. 8-11), Edom (vs. 12-14) en Filistea (vs. 15-17 – ), geplaatst naar hun geografische ligging als grenzende aan de Theokratie, maar altijd daarmee in twist, dien zij thans volmaken, door hunnen grimmigen haat tegen het verbondsvolk te tonen. Zij vormen naar deze hun gezindheid, die bij alle vier evenzeer wordt op den voorgrond gesteld, als het ware ene compacte massa, die daarom ook gelijke straf moet ondervinden.
En des HEEREN woord geschiedde tot mij, waarschijnlijk in denzelfden tijd als in Hoofdst. 24, spoedig na het woord van Hoofdst. 24:25-27, zeggende:
Mensenkind! zet uw aangezicht met bestraffende gebaren (Hoofdst. 6:2; 20:46 en 21:2) tegen de kinderen Ammons (vgl. Amos 1:13-15. Jes. 11:14. Jer. 49:1-6; Zef. 2:8-11), en profeteer tegen dezelve.
En zeg tot de kinderen Ammons, al is het niet mondeling, toch in dit geschrift: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah (Klaagl. 2:16. (Ps. 35:21) over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen 1).
Het is een zeer goddeloze zonde, blijde de zijn over iemands rampen, bijzonder over die van Gods volk, en een zonde, waarmee God zeker zal afrekenen. Zo veel behagen heeft God om barmhartigheid te bewijzen, en zo traag is Hij om te straffen, dat niets hem meer behaagt, dan gestuit te worden in de wegen Zijner oordelen, door voorbiddingen, en niets tergt Hem meer, dan de verdrukkingen te bevorderen, wanneer Hij maar een weinig ongenoegen heeft.
Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het Oosten, aan Arabieren of Bedouïnen (Gen. 35:13 vv. Richt. 6:1-15. Jes. 13:20) overgeven tot ene bezitting, dat zij hun burchten (Gen. 25:16)in u zetten, hun legerkampen in u vestigen, en hun woningen, hun tenten in u stellen; die zullen uwe vruchten eten, en die zullen uwe melk drinken.
En Ik zal uwe hoofdstad Rabba (Num. 21:30) tot enen kemelstal maken, en de overige steden en dorpen der kinderen Ammons tot ene schaapskooi (Num. 32:19 en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt (Hoofdst. 6:11), en van harte verblijd zijt geweest in al uwe plundering over het land Israëls 1).
Hij moest den Ammonieten het uiterste verderf dreigen, om die onbescheidenheid, waaraan zij schuldig waren. God keerde Zijnen toorn af van Israël tegen hen. God is naijverig over de ere Zijns volks, omdat Zijne eigene eer zo na daaraan verbonden is. En daarom zullen zij, die hetzelve aanraken, weten dat zij Zijn oogappel aanraken.
Daarom ziet, Ik zal Mijne hand ten straffe tegen u uitstrekken, en u den Heidenen ten buit, ten spijze (vs. 4)geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben 2).
De zonden van Ammon bestonden hierin, dat het zich gekeerd had tegen de Goddelijke roeping, welke de Heere op Israël had gelegd. Het was de haat van het heidendom tegen den zuiveren dienst Gods, de haat van den eigenwilligen, tegen den geopenbaarden Godsdienst, en daarom zou Ammon uit de natiën worden uitgestoten.
Den wezenlijken inhoud van dit nieuwe deel van ons profetisch Boek maken de voorzeggingen uit tegen buitenlandse volken. Voorzeggingen tegen buitenlandse volken d. i. tegen het heidendom en de heidenwereld vormen sedert Bileams voorzegging een bijzonder deel der profetie. In Num. 24:17-24 verlaat de voorzegging voor ‘t eerst het engere gebied van het rijk Gods en gaat ook tot de heidenwereld, tot hare ontwikkeling, gerichten en eindelijke genade. Bileam let in zijne profetie over niet-Israëlietische volken op Moab, Edom, Amalek, Midian en Assur, enigszins ook de Chitteën (Kenieten). Vervolgens neemt het eerst Obadja deze zijde der profetie op, doordat hij tegen Edom profeteert, maar zo dat Edom de gehele heidenwereld vertegenwoordigt en zijne profetie tot ene verkondiging over de heidenwereld uitbreidt. Op gelijke wijze voorzegt vervolgens Joël (Hoofdst 3 en 4) tegen de heidenwereld, maar ook zo, dat hij Tyrus, Sidon, de Filistijnen, Egyptenaren en Edom in ‘t bijzonder noemt. Amos (Hoofdst. 1:3; 2:3) heeft vervolgens reeds bijzondere orakels tegen Syrië, Filistea, Tyrus, Edom, Ammon en Moab. Bij Jesaja (13:1-23:18) vormen reeds, even als bij Ezechiël, de voorzeggingen tegen vreemde volken ene bijzonder grote afdeling, in welke afdeling ook even als bij Ezechiël een passus komt, die voornamelijk op Israël betrekking heeft, en Israël tegenover de heidense volken stelt (Hoofdst. 22:1-23 Jesaja neemt hier naar een meer bijzonder woord (Jes. 10:5 vv.) zijne voorzeggingen over de gehele wereld der volken in 10 last-woorden zamen (Jes. 13:1; 14:28; 15:1; 17:1; 19:1; 21:1; 21:11; 21:13; 22:1; 23:1 1, 11,
, terwijl hij voornamelijk op Babel, Filistea, Moab, Damascus, Egypte, benevens op Ethiopië, Edom, Arabieren en Tyrus let. Bovendien worden bij hen nog in ‘t bijzonder voorzeggingen tegen Assur (Jes. 10:5 vv.), tegen Egypte en Assur (Jes. 31:1-9; 34:1-35 1:10), tegen Babel (Jes. 47:1-15) gevonden. Eveneens wordt bij Jeremia ene bijzondere afdeling tegen de buitenlandse volken gevonden (Jer. 46-51). Die voorzeggingen richten zich tegen Egypte, Filistea, Moab, Ammon, Edom, Damascus, Kedar en Hazor, Elam en Babel. Eindelijk voorzegt Zefanja tegen de heidenwereld in ‘t algemeen zo, dat Hij in Zef. 2:4-15 de vier volken: Filistea, Moab en Ammon, Morenland en Assur in ‘t bijzonder noemt. Aan deze voorzegging sluit zich het hier voor ons liggend gedeelte van Ezechiël aan met zijne voorzeggingen tegen Ammon, Moab, Edom, Filistea, Tyrus, Sidon en Egypte. Bij Joël zijn vijf, bij Bileam en Amos zes, bij Zefanja vier, bij Ezechiël zeven volken en bij Jesaja zijn het tien last-woorden, waarin hij het geheel zamenvat, en niet minder dan tien buitenlandse volken (Assur, Babel, Filistea, Moab, Damascus, Egypte, benevens Ethiopië, Edom, Arabië, Tyrus), van welke hij spreekt. Dus steeds symbolische getallen. De keuze der volken is verschillend, daar die telkens door het geschiedkundig uitgangspunt worden aangewezen. Eveneens wordt daardoor de opvolging geregeld, in welke de volken bij de verschillende profeten worden voorgesteld. Bij Ezechiël is de rede der keus en de op elkaar volging duidelijk genoeg. Hij wendt zich eerst tegen Ammon, omdat dit volgens Hoofdst. 21:18-32 met den veldtocht van Nebukadnezar tegen Jeruzalem in nadere betrekking stond. Hij let dan op Moab, Edom, Filistea, Tyrus en Sidon, omdat gij Juda omgaven bij de verwoesting van Jeruzalem, het meest er in deelden en mede leden, terwijl hij daarbij aan den staat van Tyrus als de meest betekenende, als ene uitstekende gedaante van ene wereldmacht het meest gedenkt. Hij neemt Ammon, Moab, Edom en Filistea in één Godswoord zamen, omdat zij in zo verre tot ene kategorie behoren, als zij voortdurend met Israël om het land streden, en daarom nog op bijzondere wijze Juda’s vijanden waren en aan zijne vernietiging mede deel hadden. Hij besluit zeer uitvoerig met Egypte, omdat juist het verraderlijke verbond van Zedekia met Egypte, aan Nebukadnezar aanleiding gaf tot Jeruzalems verwoesting. Wanneer hij echter 7 volken verkiest, en over het hoofdvolk onder deze, Egypte, weer 7 woorden Gods spreekt, ook de voorzeggingen over de andere volken in 7 woorden Gods zamenvat, zo wil dit zeggen, dat het gericht, hier geprofeteerd over de heidenwereld en hare volken, over de wereldmacht en hare bijzondere vormen, in den loop der tijden door Gods werk en daden zal worden volvoerd. Daardoor dat de vier eerste volken in één Godswoord worden zaamgevat, ontstaat tevens ene verdeling van zeven in vier en drie. Met de 7 volken, die bij onzen Profeet voorkomen, worden ons de heidense leden voorgesteld van de coalitie tegen Babel (Jer. 27:3), de deelnemers aan Juda’s verbreking van eed en trouw, die in Hoofdst. 17 wordt bestraft. Eerst worden de vier naderbij zijnde, dan de twee meer verwijderde leden dezer coalitie voorgesteld, waarop het eigenlijke steunpunt der conspiratie in Egypte optreedt. Reeds daarom, dat de Profeet over de heidense volken handelt, die aan het gericht over Israël, aan Juda’s trouwelozen eedbreuk tegen Babel mede schuldig zijn, zou ene bespreking ook van Babel, dat bij Jesaja en Jeremia als typisch middelpunt van allen afval van God voorkomt, weinig passen, het zou ook juist den invloed verzwakken, ook om andere redenen was het zwijgen over Babels gericht nodig. Het is duidelijk, dat Babel met opzet niet wordt bedreigd, omdat de Heere Zijn volk op generlei wijze in verzoeking wil brengen, zich eigenmachtig door opstand aan het gezag van Babel te onttrekken. Hij toch heeft aan de Chaldeën het wrekend zwaard over Israël in handen gegeven. Als Profeet tegen Babel heeft Hij een ander man verkoren, die van de overigen Zijns volks gescheiden is. Deze is Daniël, op wien Ezechiël zelf tweemaal als op een man Gods heenwijst (Hoofdst. 14:14; 28:3). Tevens is de voorzegging tegen Tyrus middellijk ene profetie tegen Babel, en misschien is juist daaruit de betrekkelijk zo grote uitvoerigheid te verklaren. Wat in de eerste plaats gezegd wordt tegen die stad, in welke de wereldhandel haar toppunt had, dat geldt ook tegen die stad, in welke zich de wereldheerschappij concentreerde, die de Profeet reeds in Hoofdst. 17:4 met een blik op Tyrus, als de stad van koophandel had genoemd. De kinderen Ammons hadden luide genoeg over de ontheiliging van Jeruzalem, over de verwoesting van Israël en over de gevankelijke wegvoering van Juda hun vreugde te kennen gegeven; daarom wil de Heere de Bedouïnische Arabieren tot hen zenden, dat deze hun vruchtbaar gebied tot hun bezitting maken, en stad en land in Nomadische legerplaatsen veranderen, zelfs om de snode verachting van Israël en hun jubelend leedvermaak over zijn ongeluk uit de rij der volken worden uitgewist, opdat zij den levenden, almachtigen God, Jehova, leren kennen. Wat men in Ammon ziet is de natuurlijke tegenstand van den geest des vleses tegen den Geest Gods, de openbaring daarvan is aan de ene zijde hoogmoed, aan de andere lastering, over ‘t geheel godslastering. Van Ammon, Moab en Edom moest het volk Gods ondervinden, wat de mens Gods ondervindt (Matth. 10:36. Micha 7:6); want uit de bloedverwantschap kwam ene vijandschap tot in het bloed te weeg. Terwijl die zich tegen dien Geest verhief, die in Israël was, moest zij zich tegen den Messias in alle hevigheid verheffen, gelijk Hij zegt, dat wij om Zijne Naams wil zullen gehaat worden. Met nadruk is in vs. 5 de ontwijding van het heiligdom als voorwerp van gejubel der Ammonieten op den voorgrond gesteld. Het heiligdom vormt het middelpunt voor de theokratie, daarom is het niet slechts nevens het land Israëls en het huis van Juda gemeld, maar ook voor deze. Het is er dus verre af, dat Ammons haat alleen een rationale zou zijn, de vijandschap komt werkelijk uit het godsdienstige voort. Daardoor verkrijgt die haat ene meer algemene betekenis en de gehele tegenstand van den Profeet verheft zich nu daartegen, die, uit ene reine bron ontsproten, als ene heerlijke vlam van Goddelijken ijver en heiligen toorn zich verheft. Als straf voor den haat van Ammon, die allereerst op Israëls goddelijke roeping en de waarheid zelf betrekking had, wordt den Ammonieten gedreigd, dat zij hun bestaan als volk zouden verliezen en hun land tot ene weide voor de Nomadische zonen van het Oosten zou worden. Er staat echter niet, dat het juist de Arabieren zullen zijn, die de Ammonieten hun volksbestaan zullen ontnemen, integendeel kan met den tekst zeer goed overeenkomen, dat de Staat der Ammonieten door enig ander volk zou worden verwoest en vervolgens zijn land door de Arabieren zou worden in bezit genomen. Evenals bij Juda zo zijn ook bij alle deze buitenlandse volken de Chaldeën de eigenlijke werktuigen des gerichts; de zonen van het Oosten zijn de gieren, die op het lijk aanvallen, degenen, die overal zich bevonden, waar vuur en zwaard een land verwoest heeft en met hun menigten daar komen. Tegenover den vroegeren naam der oude hoofdstad van Ammon, “Rabba”, d. i. de volkrijke vormt de “kamelenstal” (ene verblijfplaats der kamelen ene melancholische tegenstelling-kameel en woestijn behoren onafscheidelijk te zamen. Rabba moge toch reeds voorbijgaand door Arabieren zijn ingenomen, die als nomaden hun kamelen en schapen met zich voerden, toch hebben de Ammonieten zich nog langen tijd als volk staande gehouden. (Jer. 49:6) maar later zijn zij bij Arabië gerekend en een tijd lang onderdanen der Ptolemeüssen in Egypte geweest. Ptolemeus Philadelfus (Dan. 11:5) noemde de hoofdstad naar zijnen naam Filadelfia. Onlangs heeft men de ruinen van Rabba gezonden en wel, overeenkomstig de profetie, door Bedouïnen bewoond. In en om Rabba zijn de verzamelplaatsen der Bedouïnen, waar zij hun kamelen en schapen weiden. De plaats is geheel zonder woonplaats en van mensen verlaten.
Alzo zegt de Heere HEERE omtrent Moab (vgl. Num. 24:17. Amos 2:1-3. Jes. 11:14; 15:1-16 :14. Jer. 48:1-47. Zef. 2:8-11): Omdat Moab en Seïr, of Edom zeggen: Ziet het huis van Juda is, wat het lot aangaat, dat hen trof, gelijk al de Heidenen, het heeft dus geen beteren God dan zij, hoezeer zij zich ook op hunnen Jehova mogen beroemen.
Daarom ziet, Ik zal, opdat men in het land dringe, het verwoeste en in bezit neme, de zijde van Moab openen van de steden af, de aan zijne grenzen gelegene steden, die hun trots en hun roem zijn, van zijne steden, die van zijne grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth Jesimoth (= huis der woestijn Num. 33:49) Baäl-Meon(= plaats der woning) en tot Kirjathaïm (= dubbele stad) toe(Num. 32:37 en 38). Of “de schouwer van Moab”. Deze is de bevestigde zijde des lands, waar de versterkte steden waren, welke aan vreemde horden het indringen in het land beletten. Wanneer deze verwoest en gesloopt waren, lag het land voor elken inval open. De drie hier genoemde steden waren gene grensplaatsen, maar meer binnenwaarts gelegen en weleer aan den stam van Ruben toebehoord hebbende. Hierom moet het laatste gedeelte van het vers bij het volgende worden gevoegd. “Beth Jesimoth, Baäl Meon en Kirjathaïm-voor de kinderen van het Oosten zijn zij enz. “
Voor die van het Oosten wil Ik de zijde openen, opdat zij het innemen, met het land der kinderen Ammons, gelijk reeds in vs. 4 gezegd is, hetwelk Ik ter bezitting zal overgevenaan de kinderen van het Oosten; opdat aan de kinderen Ammons onder de Heidenen niet meer a) gedacht worde (vs. 7).
Ezech. 21:32.
Ik zal ook in Moab gerichten Mijner straffende gerechtigheid oefenen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. De toestand en het lot van Juda komt Moab geheel gelijk voor met dat van alle overige volken. Het blijft dus geheel ongevoelig voor de eigenaardige hoogheid en heerlijkheid van Gods volk, die ondanks alle nederlagen blijft, en betoont daardoor tevens gebrek aan alle moeilijke indrukken van het volk Gods zelf. Naast Moab is reeds hier Seïr genaamd, hoewel daarvan eerst in vs. 12 vv. nader wordt melding gemaakt, maar zeer gepast, als om dadelijk aan te kondigen, dat die gezindheid niet juist Moab bijzonder eigen is, niet tot deze beperkt is, maar ene veel algemenere, voor deze volken in ‘t algemeen karakteristieke is. Edom komt steeds voor als de meest verbitterde loochenaar van het eerstgeboorterecht, van den Goddelijken voorrang van Israël. Dat Moab hierin als Edom handelt, houdt ene bijzondere aanklacht in (Num. 21:11). De zonde van Moab bestaat in het loochenen der waarachtige Godheid van Israëls God; want alleen op grond van deze kon Israël op gelijken voet met alle andere volken worden gesteld. Het voorwendsel tot die loochening ontleenden zij aan Israëls ellende, die zij niet uit Israëls schuld afleidden, maar uit de machteloosheid van zijnen God. Daarin zagen zij een duidelijk bewijs tegen Zijne waarachtige en volkomene Godheid. “Hun God Jehova, het ware absolute zijn, de oorsprong van alle dingen, de onvoorwaardelijk te vertrouwen Helper der Zijnen, is slechts ene fantasie. anders moesten zij de bovenhand hebben en niet bezwijken. ” Deze volkomene Godheid, voor wier geschiedkundig, voor de hand liggende bewijzen zij misdadig de ogen sluiten, moeten zij nu uit hun eigen verderf leren kennen. De misdaad is schijnbaar gering, maar zij is die, om welke nog tot op den huidigen dag de volken te gronde gaan. Zoals de mens zich plaatst in betrekking tot dien God, die geschiedkundig in Zijne kerk is geopenbaard, daarnaar wordt zijn lot bepaald. Het lot, dat Moab en zijne deelgenoten om de betrekkelijk zo geringe zonde heeft getroffen, welke hij geenszins als ene zodanige aanzag, is ene waarschuwing, die wij niet onopgemerkt mogen laten voorbijgaan. De drie steden in vs. 9 gevormd, lagen in de landstreek ten noorden van den Arnon, die reeds vóór het uittrekken der Israëlieten aan de Moabieten door de Ammonieten was ontnomen (Num. 21:26), vervolgens door den stem van Ruben in bezit werd genomen (Num. 32:33 vv. Joz. 13:15 v.), na wegvoering der Trans-Jordaanse stammen door de Assyriërs (2 Kon. 15:29) echter weer door de Moabieten werd bezet, zoals wij uit Jes. 15 en 16 en Jer. 48 kunnen zien, waar de steden van deze landstreek weer als Moabietische steden worden voorgesteld. Daarop is nu het gewicht in onze plaats te leggen, dat deze landstreek en deze steden eigenlijk en van rechtswege Israëlietische steden waren, dat zij alleen wederrechtelijk in het bezit der Moabieten zich bevonden. Van deze steden, deze landstreek, die slechts wederrechtelijk aan Moab behoorde, die eigenlijk Israëls eigendom was, zullen de volvoerders van Gods gericht over Moab komen, daar zullen zij zijn gebied betreden, waar het tegen het recht hun gebied was. Ook de Moabieten zullen evenals den kinderen Ammons, zo ook den zonen van het Oosten ten buit worden, en als deze door den God van Israël worden gevonnisd, opdat zij Hem leren erkennen; zij zullen uit de herinnering der volken verdwijnen.
Alzo zegt de Heere HEERE omtrent Edom (vgl. Num. 24:18 v. Obadja 1:1-21. 1- 1 Joël 3:19. Amos 1:11 v. Jes. 11:14; 21:11 v. 34:1-35 :10. Jer. 49:7-22): Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda (Ps. 137:7); en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben; dat zij zich aan hen gewroken hebben;
Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijne hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot ene woestheid stellen van Theman en het zuiden (Amos 1:12) af; en zij zullen tot Dedan in het noorden (Num. 21:10) toe door het zwaard vallen.
En Ik zal Mijne wraak doen aan Edom door de hand van Mijn volk Israël, en zij, die van Mijn volk Israël zullen tegen Edom naar Mijnen toorn en naar Mijne grimmigheid handelen; alzo zullen zij, de Edomieten, Mijne wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE. Nog sterker verheft zich de rede tegen het wraakzuchtige Edom, dat in zijn gedrag omtrent Israël ene grote schuld op zich heeft geladen. Daarom wil Jehova Zijn eigen volk tot volvoering Zijner gerichten over Edom laten komen. Edom is bij de Profeten eigenlijk de vertegenwoordiging van onverzoenlijken haat en wraakgierigheid tegen de theokratie, voortkomende uit miskenning en verachting der openbaring van den levenden God in zijn midden. Gelijk zijn vader met vijandigen zin Jakob vervolgde, zo deden ook de nakomelingen, in wie het beeld van Ezau (Hebr. 12:16) zich nauwkeurig afspiegelt. Dezelfde geest van haat komt op verschillende tijden nu eens als openbare aanval, dan eens als verraad en opstand weer voor den dag (Amos 1:11). De wraak van Edom was gericht tegen het voorrecht, dat aan Israël van God was gegeven, tegen Zijne Oppermacht, welke weer berustte op de eigenaardige geestelijke betrekking der beide volken tot elkaar. Zij is daarom naar hare godsdienstige betekenis niets anders dan de permanente opstand, het voortdurend protesteren tegen de door God vastgestelde hogere orde, zijn heilsweg en juist daarin spiegelt zich weer een algemeen grondkarakter der wereld (Obadja 1:11) af (Joh. 15:18 v. 1 Joh. 3:13 Bij de wraak, den Edomieten gedreigd, moet worden opgemerkt, dat de vaste formule hier harder klinkt. Zij zullen Jehova niet leren kennen, maar Jehova’s wraak. Diensvolgens moet worden opgemerkt, hoe uitdrukkelijk op den voorgrond wordt gesteld, dat God dit gericht van Edom niet door een ander heidens volk, maar door Israël wil volvoeren. Dit is in lateren tijd vervuld toen de Joden lang na het terugkeren uit Babel onder den Makkabesen vorst Johannes Hyrkanus (omtrent 127 v. C.) het noordelijk gedeelte van Edom (Idumea) hadden veroverd, de bewoners tot de besnijdenis dwongen en in hunnen staat inlijfden. Het zuidelijk deel van Edom bleef vrij, en werd met de hoofdstad Petra tot Arabië gerekend (vgl. over de nauwkeurige toedracht de opmerk. bij Gen. 27:40). De wezenlijke inhoud der Godsspraak berust niettemin op het typisch karakter van Edom in de profetie, naar hetwelk de eerstgeborene, wereldsgezinde broeder, Ezau, voor den later geboren geestelijken Jakob Israël moet wijken (Gen. 25:23), die de erfgenaam des verbonds is, door den Heere met Abraham gesloten. De Joden verklaren naar oude traditie Edom meestal van den Anti-Christ, en noemen dezen ook Edom (vgl. Jes 63:1 vv.). Deze volken zijn integendeel een type van de secten, die vijandig tegen over de kerk staan en van de onchristelijke kinderen der wereld, die in haar leven.
Alzo zegt de Heere HEERE omtrent Filistea (vgl. Joël 3:4. Amos 1:6-8. Jes. 11:14; 14:28—32. Jer. 47:1 vv. Zef. 2:4-7): Omdat de Filistijnen, evenals de Edomieten, (vs. 12), door wraak gehandeld hebben, en van harte, evenals de Edomieten zich van ganser harte verheugden, wraak geoefend hebben door plundering, om Mijn volk te vernielen het geheel te verderven door ene eeuwige vijandschap.
Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijne hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten, de uitroeiers, deze Filistijnen (Joz. 13:2) (in den grondtekst wordt ene woordspeling, gevonden Zef. 2:5) uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven aan de Middellandse zee, dat alles tot den laatsten man verdoen (Zach. 9:6).
En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijne wraak aan hen gedaan zal hebben. De Profeet richt zijn oog naar het uiterste westen op Filistea. Het is in gezindheid het meest verwant met Edom en door oudere Profeten reeds meermalen nevens deze geplaatst; ook bij deze wordt de oude vijandschap gestraft met uitroeiing van het alzo gezinde volk. Evenals in Ammon, Moab en Edom drie generaties van het heidendom voorkomen, zo sluiten gepast de heidense Filistijnen het gehele beeld in. In hun gezindheid omtrent het verbondsvolk gelijken de Filistijnen aan de Edomieten en Ammonieten, aan de eerste in wraakzucht, aan de andere in leedvermaak over Israëls verderf. De vernietiging ook van het overblijfsel der zeehaven, wijst daarop, dat zij tot het laatste overschot zullen worden vernietigd, evenals inderdaad de Filistijnen tot het laatste overschot verdwenen zijn. Het is het grote voorrecht van het volk Gods, dat, hoe zwaar ook de Goddelijke gerichten over hen mogen zijn, toch nooit ten opzichte van hen: “Ik roei het overblijfsel uit, ” geldt. In het woord Gods van dit hoofdstuk stelt Ezechiël de voorzeggingen tegen de vier volken, die Juda omgeven, en over het bezit van het heilige land met hen in vijandschap en strijd zijn bij elkaar. Het viertal wijst op de vier oorden der wereld en daardoor op de algemeenheid, en wil zeggen, dat het met de gehele aan het volk Gods vijandige wereld op de ganse aarde niet anders zal gaan dan met deze vijandige volken, die naar vier zijden Juda omgeven. Israël werd door deze allen niet om zijne zonden, maar om zijnen bijzonderen godsdienst vijandig bejegend. De zaak van Israël was dus de zaak van God. Gelukkig volk, gelukkige mensen, die men niet kan haten en smaden, zonder den Heere zelven te haten en te smaden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel