Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, in het negendeH8671jaarH8141, in de tiendeH6224maandH2320, op den tiendenH6218 der maandH2320, zeggendeH559:Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:
KJVAgain in the ninth6year,5in the tenth8month,7in the tenth9day of the month,10the word2of the LORD3came unto me, saying,
2Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121! schrijfH3789 u den naamH8034 van den dagH3117 op, even van dezen zelfdenH6106dagH3117; de koningH4428 van BabelH894legtH5564 zich voor JeruzalemH3389, even op dezenH2088zelfdenH6106dagH3117.Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.
KJVSon1of man,2write3thee the name6of the day,7even of this same9day:10the king13of Babylon14set12himself against Jerusalem16this same17day.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3כְּתָבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)4לְךָ֙5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very10הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12סָמַ֤ךְH5564leggen, leiden, ondersteundbear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain13מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14בָּבֶל֙H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem17בְּעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very18הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
3En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gebruikH4911 een gelijkenisH4912totH413 dat wederspannigH4805huisH1004, en zegH559totH413 hen: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZetH8239 een potH5518 toe, zetH8239 hem toe, en gietH3332ookH1571waterH4325 daarin.En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.
KJVAnd utter1a parable5unto the rebellious4house,3and say6unto them, Thus saith9the Lord10GOD;11Set on12a pot,13set it on,14and also pour16water
1וּמְשֹׁ֤לH4911gebruik, spreekwoord, gebruikenbe(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4הַמֶּ֨רִי֙H4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)5מָשָׁ֔לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb6וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord11יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod12שְׁפֹ֤תH8239Zet, bestellen, legtbring, ordain, set on13הַסִּיר֙H5518pot, potten, doornencaldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn14שְׁפֹ֔תH8239Zet, bestellen, legtbring, ordain, set on15וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16יְצֹ֥קH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast17בּ֖וֹ18מָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
4Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Doe zijn stukkenH5409 te zamenH622 daarin, alleH3605goedeH2896stukkenH5409, de dijH3409 en den schouderH3802, vulH4390 hem met de keurH4005 der beenderenH6106.Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.
KJVGather1the pieces2thereof into it, even every good6piece,5the thigh,7and the shoulder;8fill11it with the choice9bones.
1אֱסֹ֤ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2נְתָחֶ֨יהָ֙H5409stukken, delen, stukpart, piece3אֵלֶ֔יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5נֵ֥תַחH5409stukken, delen, stukpart, piece6ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7יָרֵ֣ךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh8וְכָתֵ֑ףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter9מִבְחַ֥רH4005keur, uitgelezen, keurechoice(-st), chosen10עֲצָמִ֖יםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very11מַלֵּֽאH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly
5Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5NeemH3947 de keurH4005 van de kuddeH6629, en stook ookH1571 een brandstapel van de beenderenH6106 daaronder; doe hem wel opziedenH7570; ookH1571 zullen zijn beenderenH6106 daarin gekooktH1310 worden.Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.
Ook in dit vers
stook brandstapelH1754
KJVTake3the choice1of the flock,2and burn5also the bones6under it, and make it boil8well,9and let them seethe11the bones12of it therein.
6Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: WeeH188 der bloedstadH1818, den potH5518, welks schuimH2457 in hem is, en vanH4480welkenH834 zijn schuimH2457 en nietH3808 is uitgegaanH3318! trekH3318stukH5409 bij stukH5409 daaruit, en laat het lotH1486overH5921 hem nietH3808vallenH5307.Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.
KJVWherefore thus saith3the Lord4GOD;5Woe6to the bloody8city,7to the pot9whose scum11is therein, and whose scum13is not gone out15of it! bring it out19piece17by piece;18let no lot23fall
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהֹוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6אוֹי֮H188Wee, wee, Ochalas, woe7עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8הַדָּמִים֒H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9סִ֚ירH5518pot, potten, doornencaldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11חֶלְאָתָ֣הH2457schuimscum12בָ֔הּ13וְחֶ֨לְאָתָ֔הּH2457schuimscum14לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יָצְאָ֖הH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16מִמֶּ֑נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with17לִנְתָחֶ֤יהָH5409stukken, delen, stukpart, piece18לִנְתָחֶ֨יהָ֙H5409stukken, delen, stukpart, piece19הוֹצִיאָ֔הּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter20לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21נָפַ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down22עָלֶ֖יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23גּוֹרָֽלH1486lot, loten, lotslot
7Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7WantH3588 haar bloedH1818 is in het middenH8432 van haar; opH5921 een gladdeH6706steenrotsH5553 heeft zij dat gelegdH7760; zij heeft het opH5921 de aardeH776nietH3808uitgestortH8210, om hetzelve met stofH6083 te bedekkenH3680.Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.
KJVFor her blood2is in the midst3of her; she set8it upon the top6of a rock;7she poured10it not upon the ground,12to cover13it with dust;
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2דָמָהּ֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent3בְּתוֹכָ֣הּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4הָיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6צְחִ֥יחַH6706gladde, hoogtenhigher place, top7סֶ֖לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold8שָׂמָ֑תְהוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work9לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שְׁפָכַ֨תְהוּ֙H8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13לְכַסּ֥וֹתH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)14עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15עָפָֽרH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish
8Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Opdat Ik de grimmigheidH2534 doe opgaanH5927 om wraakH5359 te oefenenH5358, heb Ik ook haar bloedH1818opH5921 een gladdeH6706steenrotsH5553gelegdH5414, opdat het nietH1115bedektH3680 worde.Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.
KJVThat it might cause fury2to come up1to take3vengeance;4I have set5her blood7upon the top9of a rock,10that it should not be covered.
1לְהַעֲל֤וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2חֵמָה֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)3לִנְקֹ֣םH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance4נָקָ֔םH5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance5נָתַ֥תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7דָּמָ֖הּH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9צְחִ֣יחַH6706gladde, hoogtenhigher place, top10סָ֑לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold11לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without12הִכָּסֽוֹתH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)
9Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: WeeH188 der bloedstadH1818! IkH589 zal ookH1571 den brandstapelH4071grootH1431 maken!Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Woe6to the bloody8city!7I will even make the pile12for fire great.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6א֖וֹיH188Wee, wee, Ochalas, woe7עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8הַדָּמִ֑יםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea10אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11אַגְדִּ֥ילH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower12הַמְּדוּרָֽהH4071brandstapelpile (for fire)
10Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Draag veelH7235houtsH6086 toe, steekH1814 het vuurH784 aan, verteerH8552 het vleesH1320, en kruidH7543 het met specerijenH4841, en laat de beenderenH6106verbrandenH2787.Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.
KJVHeap1on wood,2kindle3the fire,4consume5the flesh,6and spice7it well,8and let the bones9be burned.
1הַרְבֵּ֤הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2הָעֵצִים֙H6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood3הַדְלֵ֣קH1814Brandende, hittiglijk, nagejaagdburning, chase, inflame, kindle, persecute(-or), pursue hotly4הָאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot5הָתֵ֖םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole6הַבָּשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7וְהַרְקַח֙H7543apothekers, apothekerswerk, bereidersapothecary, compound, make (ointment), prepare, spice8הַמֶּרְקָחָ֔הH4841apothekerskokerij, specerijenpot of ointment, [idiom] well9וְהָעֲצָמ֖וֹתH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very10יֵחָֽרוּH2787verbrand, ontstoken, ontstekenbe angry, burn, dry, kindle
11Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11StelH5975 hem daarna ledigH7386opH5921 zijn kolenH1513, opdatH4616 hij heetH3179 worde, en zijn roestH5178verbrandeH2787, en zijn onreinigheidH2932 in het middenH8432 van hem versmelteH5413, zijn schuimH2457verteerdH8552 worde.Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.
KJVThen set1it empty4upon the coals3thereof, that the brass8of it may be hot,6and may burn,7and that the filthiness11of it may be molten9in it,10that the scum13of it may be consumed.
1וְהַעֲמִידֶ֥הָH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3גֶּחָלֶ֖יהָH1513kolen, kool, Vurige kolen(burning) coal4רֵקָ֑הH7386ijdele, ledig, ledigeemptied(-ty), vain (fellow, man)5לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to6תֵּחַ֜םH3179verhit, hittig, heetget heat, be hot, conceive, be warm7וְחָ֣רָהH2787verbrand, ontstoken, ontstekenbe angry, burn, dry, kindle8נְחֻשְׁתָּ֗הּH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel9וְנִתְּכָ֤הH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)10בְתוֹכָהּ֙H8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11טֻמְאָתָ֔הּH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)12תִּתֻּ֖םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole13חֶלְאָתָֽהּH2457schuimscum
12Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Met ijdelhedenH8383 heeft zij Mij moedeH3811 gemaakt; nog is haar overvloedigH7227schuimH2457vanH4480 haar nietH3808uitgegaanH3318; haar schuimH2457 moet in het vuurH784.Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.
KJVShe hath wearied2herself with lies,1and her great6scum7went not forth4out of her: her scum9shall be in the fire.
1תְּאֻנִ֖יםH8383ijdelhedenlie2הֶלְאָ֑תH3811moede, vermoeid, moede maaktfaint, grieve, lothe, (be, make) weary (selves)3וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תֵצֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5מִמֶּ֨נָּה֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6רַבַּ֣תH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)7חֶלְאָתָ֔הּH2457schuimscum8בְּאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot9חֶלְאָתָֽהּH2457schuimscum
13In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13In uw onreinigheidH2932 is schandelijkheidH2154, omdat Ik u gereinigdH2891 heb, en gij nietH3808gereinigdH2891 zijt, zo zult gij van uw onreinigheidH2932nietH3808meerH5750gereinigdH2891 worden, totdatH5704 Ik Mijn grimmigheidH2534 op u zal hebben doen rustenH5117.In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.
KJVIn thy filthiness1is lewdness:2because I have purged4thee, and thou wast not purged,6thou shalt not be purged9from thy filthiness7any more, till I have caused my fury14to rest
1בְּטֻמְאָתֵ֖ךְH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)2זִמָּ֑הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)3יַ֤עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why4טִֽהַרְתִּיךְ֙H2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6טָהַ֔רְתְּH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)7מִטֻּמְאָתֵךְ֙H2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִטְהֲרִיH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)10ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12הֲנִיחִ֥יH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14חֲמָתִ֖יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)15בָּֽךְ
14Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696; het zal komenH935, en Ik zal het doenH6213; Ik zal er nietH3808 van wijkenH6544, en Ik zal nietH3808verschonenH2347nochH3808berouwH5162 hebben; naar uw wegenH1870 en naar uw handelingenH5949 zullen zij u richtenH8199, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt de Heere HEERE.
KJVI the LORD2have spoken3it: it shall come to pass,4and I will do5it; I will not go back,7neither will I spare,9neither will I repent;11according to thy ways,12and according to thy doings,13shall they judge14thee, saith15the Lord16GOD.
1אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3דִּבַּ֨רְתִּי֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4בָּאָ֣הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5וְעָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אֶפְרַ֥עH6544ontbloot, ontbloten, verwerptavenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover8וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אָח֖וּסH2347verschonen, sparen, verschonepity, regard, spare10וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֶנָּחֵ֑םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)12כִּדְרָכַ֤יִךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13וְכַעֲלִילוֹתַ֨יִךְ֙H5949handelingen, daden, oorzaakact(-ion), deed, doing, invention, occasion, work14שְׁפָט֔וּךְH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule15נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith16אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord17יְהֹוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVAlso the word2of the LORD3came unto me, saying,
16Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16MensenkindH1121! zieH2005, Ik zal den lustH4261 uwer ogenH5869vanH4480 u wegnemenH3947 door een plageH4046; nochtans zult gij nietH3808rouwklagenH5594, nochH3808wenenH1058, en uw tranenH1832 zullen nietH3808voortkomenH935.Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.
KJVSon1of man,2behold, I take away4from thee the desire7of thine eyes8with a stroke:9yet neither shalt thou mourn11nor weep,13neither shall thy tears16run down.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though4לֹקֵ֧חַH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5מִמְּךָ֛H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מַחְמַ֥דH4261gewenste, begeerlijke, begeertebeloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing)8עֵינֶ֖יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9בְּמַגֵּפָ֑הH4046plaag, plage, slag([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke10וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תִסְפֹּד֙H5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail12וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִבְכֶּ֔הH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep14וְל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16דִּמְעָתֶֽךָH1832tranentears
17Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Houd stilH1826 van kermenH602, gij zult geenH3808dodenrouwH60makenH6213, bindH2280 uw hoedH6287opH5921 u, en doe uw schoenenH5275aanH5921 uw voetenH7272; en de bovenste lipH8222 zult gij nietH3808bewindenH5844, en zult der liedenH582broodH3899nietH3808etenH398.Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.
KJVForbear2to cry,1make6no mourning4for the dead,3bind8the tire of thine head7upon thee, and put on11thy shoes10upon thy feet,12and cover14not thy lips,16and eat20not the bread17of men.
1הֵאָנֵ֣קH602kermen, uitroepencry, groan2דֹּ֗םH1826stil, uitgeroeid, zwijgencease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait3מֵתִים֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4אֵ֣בֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תַֽעֲשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7פְאֵֽרְךָ֙H6287hoed, hoeden, hoofdkroningbeauty, bonnet, goodly, ornament, tire8חֲב֣וֹשׁH2280verbinden, zadelde, verbindtbind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about9עָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וּנְעָלֶ֖יךָH5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)11תָּשִׂ֣יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12בְּרַגְלֶ֑יךָH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time13וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תַעְטֶה֙H5844bedekt, bewimpelen, bewindenarray self, be clad, (put a) cover (-ing, self), fill, put on, [idiom] surely, turn aside15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16שָׂפָ֔םH8222lip, knevelbaardbeard, (upper) lip17וְלֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals18אֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20תֹאכֵֽלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Dit sprakH1696 ik totH413 het volkH5971 in den morgenstondH1242, en mijn huisvrouwH802stierfH4191 in den avondH6153; en ik deedH6213 in den morgenstondH1242, gelijk mij gebodenH6680 was.Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.
KJVSo I spake1unto the people3in the morning:4and at even7my wife6died;5and I did8in the morning9as I was commanded.
1וָאֲדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5וַתָּ֥מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6אִשְׁתִּ֖יH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7בָּעָ֑רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night8וָאַ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9בַּבֹּ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow10כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צֻוֵּֽיתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
19En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En het volkH5971zeideH559totH413 mij: Zult gij ons nietH3808 te kennenH5046 geven, watH4100 ons dezeH428 dingen zijn, datH3588 gij aldus doetH6213?En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?
KJVAnd the people3said1unto me, Wilt thou not tell5us what these things are to us, that thou doest
1וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הֲלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תַגִּ֥ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter6לָ֨נוּ֙7מָהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9לָּ֔נוּ10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12עֹשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
20En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En ik zeideH559totH413 hen: Het woordH1697 des HEERENH3068 is totH413 mij geschied, zeggendeH559:En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:
KJVThen I answered1them, The word3of the LORD4came unto me, saying,
21Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21ZegH559 tot het huisH1004IsraelsH3478: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZietH2005, Ik zal Mijn heiligdomH4720ontheiligenH2490, de heerlijkheidH1347 uwer sterkteH5797, de begeerteH4261 uwer ogenH5869, en de verschoningH4263 uwer zielH5315; en uw zonenH1121 en uw dochterenH1323, dieH834 gij verlatenH5800 hebt, zullen door het zwaardH2719vallenH5307.Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.
KJVSpeak1unto the house2of Israel,3Thus saith5the Lord6GOD;7Behold, I will profane9my sanctuary,11the excellency12of your strength,13the desire14of your eyes,15and that which your soul17pitieth;16and your sons18and your daughters19whom ye have left21shall fall23by the sword.
1אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִה֒H3069HEERE, HEEREN, HeereGod8הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though9מְחַלֵּ֤לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִקְדָּשִׁי֙H4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary12גְּא֣וֹןH1347hovaardij, hoogmoed, heerlijkheidarrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling13עֻזְּכֶ֔םH5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong14מַחְמַ֥דH4261gewenste, begeerlijke, begeertebeloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing)15עֵֽינֵיכֶ֖םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16וּמַחְמַ֣לH4263verschoningpitieth17נַפְשְׁכֶ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it18וּבְנֵיכֶ֧םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19וּבְנֽוֹתֵיכֶ֛םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village20אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21עֲזַבְתֶּ֖םH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely22בַּחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool23יִפֹּֽלוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
22Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lipH8222 zult gij nietH3808bewindenH5844, en der liedenH582broodH3899 zult gij nietH3808etenH398.Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.
KJVAnd ye shall do1as I have done:3ye shall not cover7your lips,5nor eat11the bread8of men.
1וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3עָשִׂ֑יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5שָׂפָם֙H8222lip, knevelbaardbeard, (upper) lip6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תַעְט֔וּH5844bedekt, bewimpelen, bewindenarray self, be clad, (put a) cover (-ing, self), fill, put on, [idiom] surely, turn aside8וְלֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals9אֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תֹאכֵֽלוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En uw hoedenH6287 zullen opH5921 uw hoofdenH7218 zijn, en uw schoenenH5275 aan uw voetenH7272; gij zult nietH3808rouwklagenH5594, nochH3808wenenH1058, maar gij zult in uw ongerechtighedenH5771versmachtenH4743, en een iegelijkH376 tegen zijn broederH251zuchtenH5098.En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.
KJVAnd your tires1shall be upon your heads,3and your shoes4upon your feet:5ye shall not mourn7nor weep;9but ye shall pine away10for your iniquities,11and mourn12one13toward another.
1וּפְאֵרֵכֶ֣םH6287hoed, hoeden, hoofdkroningbeauty, bonnet, goodly, ornament, tire2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3רָאשֵׁיכֶ֗םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4וְנַֽעֲלֵיכֶם֙H5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)5בְּרַגְלֵיכֶ֔םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תִסְפְּד֖וּH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִבְכּ֑וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep10וּנְמַקֹּתֶם֙H4743uitteren, versmachten, vervuildconsume away, be corrupt, dissolve, pine away11בַּעֲוֺנֹ֣תֵיכֶ֔םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin12וּנְהַמְתֶּ֖םH5098briesen, bruisen, brullendemourn, roar(-ing)13אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אָחִֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
24Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Alzo zal ulieden EzechielH3168 tot een wondertekenH4159zijnH1961; naar allesH6213, watH834 hij gedaan heeft, zult gij doen; alsH3588 dit komtH935, dan zult gij wetenH3045, dat IkH589 de HeereH136HEEREH3069 ben.Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
KJVThus Ezekiel2is unto you a sign:4according to all that he hath done7shall ye do:8and when this cometh,9ye shall know10that I am the Lord13GOD.
1וְהָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2יְחֶזְקֵ֤אלH3168Ezechiel, JehezkelEzekiel, Jehezekel3לָכֶם֙4לְמוֹפֵ֔תH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)5כְּכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8תַּעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9בְּבֹאָ֕הּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10וִֽידַעְתֶּ֕םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord14יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
25En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En gijH859, mensenkindH1121! zal het nietH3808 zijn, ten dageH3117, als Ik van hen zal wegnemenH3947 hun sterkteH4581, de vreugdeH4885 huns sieraadsH8597, den lustH4261 hunner ogenH5869 en het verlangenH4853 hunner zielenH5315, hun zonenH1121 en hun dochterenH1323;En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;
KJVAlso, thou son2of man,3shall it not be in the day5when I take6from them their strength,9the joy10of their glory,11the desire13of their eyes,14and that whereupon they set16their minds,17their sons18and their daughters,
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4הֲל֗וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5בְּי֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6קַחְתִּ֤יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7מֵהֶם֙8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מָ֣עוּזָּ֔םH4581sterkte, Sterkte, Sterkheidforce, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold)10מְשׂ֖וֹשׂH4885vreugde, vrolijkheid, vrolijkjoy, mirth, rejoice11תִּפְאַרְתָּ֑םH8597heerlijkheid, sieraad, sierlijkebeauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מַחְמַ֤דH4261gewenste, begeerlijke, begeertebeloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing)14עֵֽינֵיהֶם֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מַשָּׂ֣אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute17נַפְשָׁ֔םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it18בְּנֵיהֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19וּבְנוֹתֵיהֶֽםH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
26Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Dat ten zelfden dageH3117 een ontkomeneH6412totH413 u zal komenH935, om uw orenH241 dat te doen horenH2045?Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?
KJVThat he that escapeth4in that day1shall come3unto thee, to cause thee to hear6it with thine ears?
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4הַפָּלִ֖יטH6412ontkomen, ontkome, ontkomene(that have) escape(-d, -th), fugitive5אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6לְהַשְׁמָע֖וּתH2045horento cause to hear7אָזְנָֽיִםH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show
27Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Ten zelven dageH3117 zal uw mondH6310 bij dien, die ontkomenH6412 is, opengedaanH6605 worden, en gij zult sprekenH1696, en nietH3808meerH5750stomH481 zijn; alzo zult gij hun tot een wondertekenH4159 zijn, en zij zullen wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben.Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVIn that day1shall thy mouth4be opened3to him which is escaped,6and thou shalt speak,7and be no more dumb:9and thou shalt be a sign13unto them; and they shall know14that I am the LORD.
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3יִפָּ֤תַחH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent4פִּ֨יךָ֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַפָּלִ֔יטH6412ontkomen, ontkome, ontkomene(that have) escape(-d, -th), fugitive7וּתְדַבֵּ֕רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תֵֽאָלֵ֖םH481stom, verstomd, bindendebind, be dumb, put to silence10ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)11וְהָיִ֤יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לָהֶם֙13לְמוֹפֵ֔תH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)14וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who17יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 24:1— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:Ezechiël 20:1→Ezechiël 8:1→Ezechiël 1:2→Ezechiël 32:1→Ezechiël 29:17→Ezechiël 31:1→Ezechiël 40:1→Ezechiël 32:17→
Ezechiël 24:2— Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.2 Koningen 25:1→Jeremia 52:4→Jeremia 39:1→Jesaja 30:8→Habakuk 2:2→Jesaja 8:1→
Ezechiël 24:3— En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.Ezechiël 17:2→Ezechiël 20:49→Ezechiël 11:3→Ezechiël 2:6→Jesaja 1:2→Ezechiël 2:3→Ezechiël 24:6→Psalmen 78:2→
Ezechiël 24:4— Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.Micha 3:2→Mattheüs 7:2→Ezechiël 22:18→
Ezechiël 24:5— Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.Jeremia 52:24→Jeremia 52:10→Jeremia 39:6→Ezechiël 20:47→Ezechiël 34:16→Ezechiël 24:9→Ezechiël 34:20→Openbaring 19:20→
Ezechiël 24:6— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.Ezechiël 22:2→Nahum 3:1→Nahum 3:10→Micha 7:2→Obadja 1:11→Ezechiël 22:27→2 Koningen 24:4→Ezechiël 23:37→
Ezechiël 24:7— Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.Leviticus 17:13→Deuteronomium 12:16→Deuteronomium 12:24→Jesaja 26:21→Job 16:18→Jesaja 3:9→Jeremia 6:15→Jeremia 2:34→
Ezechiël 24:8— Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.Deuteronomium 32:21→Ezechiël 8:17→Openbaring 17:1→Jeremia 7:18→Ezechiël 22:30→2 Kronieken 36:16→Deuteronomium 29:22→Jeremia 22:8→
Ezechiël 24:9— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!Jesaja 30:33→Ezechiël 24:6→Habakuk 2:12→Openbaring 16:6→2 Thessalonicenzen 1:8→Ezechiël 22:31→Openbaring 14:20→Jesaja 31:9→
Ezechiël 24:10— Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.Jeremia 17:3→Jeremia 20:5→Klaagliederen 2:16→Klaagliederen 1:10→
Ezechiël 24:11— Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.Jeremia 21:10→Maleachi 4:1→1 Korinthe 3:12→Jesaja 27:9→Mattheüs 3:12→Jeremia 38:18→Jeremia 37:10→Micha 5:11→
Ezechiël 24:12— Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.Jeremia 9:5→Jeremia 2:13→Genesis 8:21→Daniël 9:13→Habakuk 2:18→Jesaja 47:13→Jeremia 10:14→Jesaja 1:5→
Ezechiël 24:13— In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.Ezechiël 22:24→Ezechiël 5:13→Jeremia 6:28→Ezechiël 16:42→Ezechiël 8:18→Jeremia 25:3→Hosea 7:9→Ezechiël 24:11→
Ezechiël 24:14— Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 18:30→Jesaja 55:11→Ezechiël 5:11→Numeri 23:19→Psalmen 33:9→Ezechiël 9:10→1 Samuël 15:29→Jeremia 13:14→
Ezechiël 24:16— Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.Jeremia 13:17→Jeremia 22:10→Ezechiël 24:18→Hooglied 7:10→Jeremia 16:5→Jeremia 22:18→Jeremia 9:1→Klaagliederen 2:18→
Ezechiël 24:17— Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.Hosea 9:4→2 Samuël 15:30→Leviticus 21:10→Leviticus 10:6→Psalmen 46:10→Amos 8:3→Habakuk 2:20→Psalmen 39:9→
Ezechiël 24:18— Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.1 Korinthe 7:29→
Ezechiël 24:19— En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?Ezechiël 12:9→Ezechiël 37:18→Maleachi 3:7→Ezechiël 21:7→Ezechiël 20:49→Ezechiël 17:12→Maleachi 3:13→
Ezechiël 24:21— Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.Ezechiël 23:47→Jeremia 7:14→Psalmen 27:4→Ezechiël 23:25→Psalmen 84:1→Jeremia 6:11→Ezechiël 24:16→Jeremia 16:3→
Ezechiël 24:22— Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.Amos 6:9→Job 27:15→Psalmen 78:64→Jeremia 16:4→Ezechiël 24:16→Jeremia 47:3→
Ezechiël 24:23— En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.Leviticus 26:39→Ezechiël 4:17→Ezechiël 33:10→Job 27:15→Psalmen 78:64→Jesaja 59:11→
Ezechiël 24:24— Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.Ezechiël 4:3→Lukas 11:29→Ezechiël 6:7→Jesaja 20:3→Ezechiël 12:11→Ezechiël 12:6→Hosea 1:2→Lukas 21:13→
Ezechiël 24:25— En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;Ezechiël 24:21→Psalmen 48:2→Psalmen 50:2→Jeremia 11:22→Jeremia 52:10→Psalmen 122:1→Deuteronomium 28:32→Jeremia 7:4→
Ezechiël 24:26— Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?Job 1:15→Ezechiël 33:21→1 Samuël 4:12→
Ezechiël 24:27— Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 33:22→Ezechiël 29:21→Ezechiël 3:26→Efeze 6:19→Psalmen 51:15→Lukas 21:15→Exodus 6:11→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 24 vers 1— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:
negende jaar,
Na de gevankelijke wegvoering van den koning Jechonia, beschreven 2 Kon. 24:12-16 ; [vergelijk boven Ezech. 1:2 ; onder Ezech. 33:21 , en Ezech. 40:1 ] ; in wiens plaats Nebukadnezar Zedekia tot koning maakte; en in het negende jaar van dezen Zedekia, in de tiende maand op den tienden dag der maand werd Jeruzalem belegerd; zie 2 Kon. 25:1 ; Jer. 39:1 , en Jer. 52:4 .
Hertaald:negende jaar,
Namelijk na de gevankelijke wegvoering van koning Jechonja, beschreven in 2 Kon. 24:12-16 (vergelijk hierboven Ezech. 1:2; hieronder Ezech. 33:21 en Ezech. 40:1). In zijn plaats maakte Nebukadnezar Zedekia tot koning, en in het negende jaar van deze Zedekia, in de tiende maand op de tiende dag van de maand, werd Jeruzalem belegerd; zie 2 Kon. 25:1; Jer. 39:1 en Jer. 52:4.
tiende maand,
In het kerkelijke jaar genoemd Tebeth, in het maatschappelijke jaar Thamuz.
Hertaald:tiende maand,
In het kerkelijke jaar Tebeth genoemd, in het burgerlijke jaar Thamuz.
Ezechiël 24 vers 2— Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.
schrijf u den naam van den dag op,
Ter gedachtenis, om vergeleken te worden met de uitkomst, waarvan te zien is 2 Kon. 25:1 ; Jer. 52:4 . Die was omtrent twee jaren vóór het innemen en verwoesten van Jeruzalem, waarvan hier geprofeteerd wordt.
Hertaald:schrijf u den naam van den dag op,
Ter gedachtenis, om vergeleken te worden met de afloop, waarover te lezen is in 2 Kon. 25:1; Jer. 52:4. Die was ongeveer twee jaar vóór het innemen en verwoesten van Jeruzalem, waarover hier geprofeteerd wordt.
even van dezen zelfden dag;
Hebreeuws, de kracht, of het been des daags, dat is, het wezen des daags, en [gelijk wij zeggen] even, of juist dienzelfden dag. Zie boven Ezech. 2:3 , met de aantekening.
Hertaald:even van dezen zelfden dag;
Hebreeuws: de kracht, of het gebeente van de dag; dat is: het wezen van de dag, en (zoals wij zeggen) precies of juist diezelfde dag. Zie hierboven Ezech. 2:3 met de aantekening.
legt zich voor Jeruzalem,
Of, is genaderd, heeft zich vervoegd. Het Hebreeuwse woord wordt veel gebruikt voor leunen, steunen, ondersteunen, idem van het opleggen der handen, hetwelk alles met enige samenvoeging, genaking, of nadering geschiedt; en in zake van belegering zeggen wij, voor ene stad liggen, zich daarvoor leggen, enz.
Hertaald:legt zich voor Jeruzalem,
Of: is genaderd, heeft zich gelegerd. Het Hebreeuwse woord wordt vaak gebruikt voor leunen, steunen en ondersteunen, en ook voor het opleggen van de handen, wat alles met enige aanraking of nadering gepaard gaat; en bij een belegering zeggen wij: voor een stad liggen, zich ervoor legeren, enzovoort.
Ezechiël 24 vers 3— En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.
gebruik een gelijkenis
Hebreeuws alsof men zeide: parabel een parabel. Zie boven Ezech. 17:2 .
Hertaald:gebruik een gelijkenis
In het Hebreeuws staat het alsof men zei: parabel een parabel. Zie hierboven Ezech. 17:2.
pot toe,
Betekenende de belegerde stad Jeruzalem, gelijk vs.6. Zie Jer. 1:13 , en boven Ezech. 11:3 met de aantekening.
Hertaald:pot toe,
Die de belegerde stad Jeruzalem aanduidt, zoals vers 6. Zie Jer. 1:13 en hierboven Ezech. 11:3 met de aantekening.
Ezechiël 24 vers 4— Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.
zijn
Namelijk van den pot; dat is, al zulke stukken vlees, als in den pot behoren te zijn.
Hertaald:zijn
Namelijk van de pot; dat is: al die stukken vlees die in de pot horen te zijn.
stukken te zamen daarin,
Betekenende de inwoners, inzonderheid de rijke, vette, weelderige burgers en groten van Jeruzalem.
Hertaald:stukken te zamen daarin,
Die de inwoners aanduiden, in het bijzonder de rijke, welgedane en weelderige burgers en groten van Jeruzalem.
alle goede stukken,
Hebreeuws, alle, of elk goed, of beste stuk.
Hertaald:alle goede stukken,
Hebreeuws: elk goed of best stuk.
dij en den schouder,
Of, lenden, heup, achterbout.
Hertaald:dij en den schouder,
Of: lende, heup, achterbout.
keur der beenderen
Dat is, uitgelezenste beenderen, als mergbenen, of bonken.
Hertaald:keur der beenderen
Dat is: de uitgelezenste beenderen, zoals mergpijpen of bonken.
Ezechiël 24 vers 5— Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.
keur van de kudde,
Dat is, het uitgelezenste schaap, of geit, neem het beste van het kleine vee daartoe.
Hertaald:keur van de kudde,
Dat is: het uitgelezenste schaap of de beste geit; neem het beste van het kleinvee daarvoor.
brandstapel
Of, een vuur van beenderen. [Vergelijk Jes. 30:33 , en onder vs.9], betekenende de zware en gedurige ellenden van het volk, die zij in de belegering van zwaard, honger en pestilentie en daarna zouden lijden; gelijk een vuur van beenderen zeer heet is en de beenderen hard en duurzaam zijn. Sommigen duiden het op het wegwerpen der dode lichamen en beenderen, die onbegraven op het open veld zouden blijven liggen, als God hen dikwijls gedreigd had, zodat er genoeg zouden te bekomen zijn om vuur daarvan te stoken, door welke straffen zij nochtans niet zouden worden gebeterd of bekeerd, gelijk volgt.
Hertaald:brandstapel
Of: een vuur van beenderen (vergelijk Jes. 30:33 en hieronder vers 9). Dat duidt de zware en aanhoudende ellenden van het volk aan die zij tijdens de belegering en daarna zouden lijden door zwaard, honger en pest — zoals een vuur van beenderen zeer heet is en beenderen hard en duurzaam zijn. Sommigen betrekken het op het wegwerpen van de dode lichamen en beenderen die onbegraven op het open veld zouden blijven liggen, zoals God hun vaak gedreigd had, zodat er genoeg te vinden zouden zijn om er vuur mee te stoken. Toch zouden zij door die straffen niet verbeterd of bekeerd worden, zoals volgt.
hem
Den pot.
Hertaald:hem
Namelijk de pot.
wel opzieden;
Hebreeuws, zied zijne zoden.
Hertaald:wel opzieden;
Hebreeuws: kook zijn kooksels.
zijn beenderen
Van den pot, gelijk vs.4.
Hertaald:zijn beenderen
Namelijk van de pot, zoals vers 4.
daarin
Hebreeuws, in zijn [des pots] midden.
Hertaald:daarin
Hebreeuws: in zijn (van de pot) midden.
gekookt worden
Of, zieden. Hebreeuws, zijn gekookt, of gezoden.
Hertaald:gekookt worden
Of: zieden. Hebreeuws: zijn gekookt of gezoden.
Ezechiël 24 vers 6— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.
bloedstad,
Gelijk boven Ezech. 22:2 , en onder vs.9.
Hertaald:bloedstad,
Zoals hierboven Ezech. 22:2 en hieronder vers 9.
welks
De Heere wil zeggen dat de inwoners van Jeruzalem door al dat zieden en koken evenwel niet zijn gezuiverd; dat is bekeerd, maar bij hunne boosheid hardnekkig gebleven.
Hertaald:welks
De HEERE wil zeggen dat de inwoners van Jeruzalem door al dat koken en zieden toch niet gezuiverd, dat is: bekeerd zijn, maar hardnekkig bij hun boosheid gebleven zijn.
schuim niet is uitgegaan
Anders, roest, gelijk onder vs.11; alwaar ook een ander woord is, dat roest betekent. Het woord, dat hier gebruikt wordt en ook onder vs.11,12, schijnt te betekenen het schuim, dat niet afgegaan, afgeschuimd of verzoden zijnde, aan den rand van den pot beklijft, en tot enkel taaie vuiligheid of slijm wordt.
Hertaald:schuim niet is uitgegaan
Anders: roest, zoals hieronder vers 11, waar ook een ander woord staat dat roest betekent. Het woord dat hier gebruikt wordt, en ook hieronder in vers 11 en 12, lijkt het schuim aan te duiden dat, wanneer het niet afgeschuimd of weggekookt wordt, aan de rand van de pot blijft kleven en tot louter taaie vuiligheid of slijm wordt.
Trek stuk bij stuk daaruit,
Hebreeuws, bij, of naar zijne stukken, naar zijne stukken breng hem uit; het lot is over hem niet gevallen. Dit betekent het doden en wegwerpen van velen, en het uitvoeren van de rest in de gevangenschap van Babel, zonder verschoning of onderscheid. Zie boven Ezech. 11:7 .
Hertaald:Trek stuk bij stuk daaruit,
Hebreeuws: naar zijn stukken, naar zijn stukken breng hem naar buiten; het lot is er niet over gevallen. Dit duidt op het doden en wegwerpen van velen en op het wegvoeren van de rest in de gevangenschap van Babel, zonder verschoning of onderscheid. Zie hierboven Ezech. 11:7.
hem niet vallen
Welke stukken gij eerst, of laatst, of niet, zoudt hebben uit den pot te trekken; zij moeten allen voort, de een dood, de ander het land uit.
Hertaald:hem niet vallen
Namelijk over de vraag welke stukken u het eerst, het laatst of helemaal niet uit de pot zou moeten halen: zij moeten er allemaal uit, de een dood, de ander het land uit.
Ezechiël 24 vers 7— Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.
haar bloed
Van Jeruzalem, afgebeeld door dezen pot.
Hertaald:haar bloed
Namelijk van Jeruzalem, dat door deze pot afgebeeld wordt.
gladde steenrots
Hebreeuws, gladdigheid, glans, of spits, uitstekendheid ener steenrots, alwaar zij, als voor Gods ogen, het bloed harer kinderen, den afgoden ter ere, heeft gestort en in het openbaar laten liggen, om God te tergen, gelijk volgt. Vergelijk de manier van spreken met onder Ezech. 26:4 , Ezech. 26:14 .
Hertaald:gladde steenrots
Hebreeuws: gladheid, glans, of punt van een steenrots — waar zij als voor Gods ogen het bloed van haar kinderen ter ere van de afgoden vergoten en het openlijk heeft laten liggen, om God te tergen, zoals volgt. Vergelijk deze manier van spreken met hieronder Ezech. 26:4, Ezech. 26:14.
stof te bedekken
Dit ziet op de wet Lev. 17:13 ; Deut. 12:16 , Deut. 12:24 .
Hertaald:stof te bedekken
Dit ziet op de wet in Lev. 17:13; Deut. 12:16, Deut. 12:24.
Ezechiël 24 vers 8— Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.
Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan
Dat is, om mijne grimmigheid en wraak over zulke gruwelen op het hoogste te tonen.
Hertaald:Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan
Dat is: om Mijn grimmigheid en wraak over zulke gruwelen ten hoogste te tonen.
wraak te oefenen,
Hebreeuws, wraak te wreken.
Hertaald:wraak te oefenen,
Hebreeuws: wraak te wreken.
bloed
God wil zeggen dat Hij hun ook in het openbaar zal straffen, dat er de tekenen zullen zijn voor alle mans ogen.
Hertaald:bloed
God wil zeggen dat Hij hen ook in het openbaar zal straffen, zodat de tekenen daarvan voor ieders ogen zichtbaar zullen zijn.
Ezechiël 24 vers 9— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!
bloedstad
Gelijk boven vs.6.
Hertaald:bloedstad
Zoals hierboven vers 6.
brandstapel groot maken
Vergelijk boven vs.5. Dat is, een groot vuur onder Jeruzalem [dezen pot] stoken, gelijk volgt.
Hertaald:brandstapel groot maken
Vergelijk hierboven vers 5. Dat is: een groot vuur onder Jeruzalem — deze pot — stoken, zoals volgt.
Ezechiël 24 vers 10— Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.
Draag veel houts toe,
Hebreeuws, vermenigvuldig de houten, of houteren; een levendige vertoning van de ellende der belegerden van Jeruzalem.
Hertaald:Draag veel houts toe,
Hebreeuws: vermenigvuldig de houten; een levendige voorstelling van de ellende van de belegerden van Jeruzalem.
verteer het vlees,
Of, maak het gaar, doorkook het, kook het volkomenlijk.
Hertaald:verteer het vlees,
Of: maak het gaar, doorkook het, kook het volkomen.
kruid het met specerijen,
Hebreeuws, specerij der specerijen, opdat de vijanden [gelijk sommigen verstaan] appetijt en lust daartoe krijgen.
Hertaald:kruid het met specerijen,
Hebreeuws: specerij der specerijen, opdat de vijanden (zoals sommigen het verstaan) er trek en lust in krijgen.
verbranden
Of, aanbranden.
Hertaald:verbranden
Of: aanbranden.
Ezechiël 24 vers 11— Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.
hem daarna ledig
Den pot, dat is: Jeruzalem zal niet alleen van inwoners ontbloot worden, maar de stad ook verbrand, opdat de plaats van die gruwelijke onreinheid ten enenmale uitgezuiverd worde.
Hertaald:hem daarna ledig
Namelijk de pot; dat is: Jeruzalem zal niet alleen van zijn inwoners ontdaan worden, maar de stad zal ook verbrand worden, opdat de plaats van die gruwelijke onreinheid volkomen gezuiverd wordt.
Ezechiël 24 vers 12— Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.
ijdelheden
Drijvende zulk een gedurig gewoel in hare afgoderijen, heidense verbonden, inwendigen overlast, leugen, huichelarij en allerlei boze handelingen, met welke zij haar vervallen staat heeft willen ondersteunen en het gedreigde verderf afweren, in plaats van zich tot mij te bekeren, waartoe Ik hen door mijne profeten met zulke verdraagzaamheid vermaand, en met zware dreigementen zo getrouwelijk en veelvoudig gewaarschuwd heb, dat Ik des als moede ben geworden, alzo zij in het minst daardoor niet gebeterd, maar telkens niet dan te hardnekkiger geworden is, gelijk in het volgende verhaald wordt. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden, komende, naar het meeste gevoelen, van een woord dat ijdelheid, onrechtigheid, leugen, boosheid, ondeugd, ook afgoderij betekent. Anders: [met] ijdelheden heeft zij [zich] moede gemaakt.
Hertaald:ijdelheden
Namelijk doordat zij zo'n voortdurend gewoel maakte met haar afgoderijen, heidense verbonden, innerlijke overlast, leugen, huichelarij en allerlei boze praktijken, waarmee zij haar vervallen staat wilde schragen en het gedreigde verderf wilde afwenden, in plaats van zich tot Mij te bekeren. Daartoe heb Ik hen door Mijn profeten met zoveel verdraagzaamheid vermaand en met zware dreigementen zo trouw en zo veelvuldig gewaarschuwd dat Ik het als het ware moe geworden ben, terwijl zij er in het minst niet door verbeterd maar telkens des te hardnekkiger geworden is, zoals in het vervolg verteld wordt. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor en is naar de meest gangbare opvatting afgeleid van een woord dat ijdelheid, onrechtvaardigheid, leugen, boosheid, ondeugd en ook afgoderij betekent. Anders: (met) ijdelheden heeft zij zich moe gemaakt.
Ezechiël 24 vers 13— In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.
gereinigd heb,
Door de vermaningen, waarschuwingen en dreigementen mijner profeten tevergeefs gezocht heb te reinigen, zo zal Ik nu een anderen weg met u ingaan.
Hertaald:gereinigd heb,
Namelijk doordat Ik u door de vermaningen, waarschuwingen en dreigementen van Mijn profeten tevergeefs heb proberen te reinigen; nu zal Ik een andere weg met u inslaan.
rusten
Zie boven Ezech. 5:13 .
Hertaald:rusten
Zie hierboven Ezech. 5:13.
Ezechiël 24 vers 16— Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.
lust uwer ogen
Of, wens; dat is uwe huisvrouw, zie vs.18. Waardoor de tempel en de stad Jeruzalem werden afgebeeld.
Hertaald:lust uwer ogen
Of: wens; dat is: uw echtgenote, zie vers 18. Daarmee werden de tempel en de stad Jeruzalem afgebeeld.
plage;
Dat is, een haastigen, van God buitengewoon toegeschikten, dood.
Hertaald:plage;
Dat is: een plotselinge, door God buitengewoon toegezonden dood.
Ezechiël 24 vers 17— Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.
Houd stil van kermen,
Dat is, kerm niet, maar zwijg stil.
Hertaald:Houd stil van kermen,
Dat is: kerm niet, maar zwijg stil.
dodenrouw maken,
Dat is, geen rouwtekens tonen, gelijk men over verstorven vrienden te dien tijde placht te doen.
Hertaald:dodenrouw maken,
Dat is: toon geen rouwtekenen, zoals men in die tijd bij gestorven verwanten placht te doen.
hoed op u,
Of, huif, muts, zet op uw hoofd [gelijk onder vs.23]. Het Hebreeuwse woord heeft den naam van versieren. Integendeel plegen de rouwdragenden met het blote hoofd te gaan, en as of stof daarop te spreiden; Lev. 10:6 , en Lev. 21:10 ; 1 Sam. 4:12 ; 2 Sam. 15:32 ; Jes. 61:3 ; Klaagl. 2:10 .
Hertaald:hoed op u,
Of: kap, muts; zet die op uw hoofd (zoals hieronder vers 23). Het Hebreeuwse woord is afgeleid van versieren. Rouwenden gingen daarentegen met ontbloot hoofd en strooiden daar as of stof op; Lev. 10:6 en Lev. 21:10; 1 Sam. 4:12; 2 Sam. 15:32; Jes. 61:3; Klaagl. 2:10.
schoenen aan uw voeten;
Daar de rouwenden ongeschoeid of barvoets plachten te gaan; 2 Sam. 15:30 .
Hertaald:schoenen aan uw voeten;
Terwijl de rouwenden ongeschoeid of blootsvoets plachten te gaan; 2 Sam. 15:30.
lip
Of knevelbaard niet verhullen, bewimpelen, gelijk die plachten te doen, die in rouw waren over een groot ongeval; zie Lev. 13:45 ; Mi. 3:7 . Sommigen verstaan niet alleen de bovenste lip, maar voorts den mond en de kin, met de ganse plaats van den baard.
Hertaald:lip
Of: bedek uw knevelbaard niet, zoals zij plachten te doen die rouwden over een grote ramp; zie Lev. 13:45; Micha 3:7. Sommigen verstaan er niet alleen de bovenlip onder, maar verder ook de mond en de kin, met de hele baardstreek.
brood niet eten
Versta, leedspijs, leed of rouwmaal eten met de vrienden en naburen; zie Jer. 16:7 .
Hertaald:brood niet eten
Versta: rouwspijs, het rouwmaal met vrienden en buren; zie Jer. 16:7.
Ezechiël 24 vers 19— En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?
wat ons deze dingen beduiden,
Dat is, wat zij ons betekenen, wat gij ons door deze vreemde manier van doen wilt te verstaan geven. Het woord zijn is hier bijgevoegd naar den aard der Hebreeuwse taal, gelijk elders dikwijls. Alzo onder Ezech. 37:18 .
Hertaald:wat ons deze dingen beduiden,
Dat is: wat zij ons betekenen, wat u ons met deze vreemde manier van doen te kennen wilt geven. Het woord zijn is hier toegevoegd naar de aard van de Hebreeuwse taal, zoals vaker. Zo ook hieronder Ezech. 37:18.
Ezechiël 24 vers 21— Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.
heiligdom
Den tempel.
Hertaald:heiligdom
De tempel.
ontheiligen,
In handen der Chaldeën overleveren om verstoord te worden, als een gemene onheilige plaats.
Hertaald:ontheiligen,
Namelijk door hem in handen van de Chaldeeën over te geven om verwoest te worden, als een gewone, onheilige plaats.
heerlijkheid uwer sterkte,
Of, hoogheid, uitnemendheid uwer sterkte, dat is, dat heerlijk gebouw van den tempel, waarop gij u zozeer verlaat, menende dat Ik daarom Jeruzalem verschonen zal. Sommigen verstaan Jeruzalem of het koninkrijk.
Hertaald:heerlijkheid uwer sterkte,
Of: hoogheid, voortreffelijkheid van uw sterkte; dat is: dat heerlijke gebouw van de tempel, waarop u zozeer vertrouwt in de mening dat Ik Jeruzalem daarom wel zal sparen. Sommigen verstaan er Jeruzalem of het koninkrijk onder.
begeerte uwer ogen,
Versta, al denzelfden tempel, in welks aanschouwing zij hun lust en vermaak plachten te nemen, en waarnaar zij nu zozeer verlangden. Sommigen verstaan hunne vrouwen, uit vs.16.
Hertaald:begeerte uwer ogen,
Versta: diezelfde tempel, bij het aanschouwen waarvan zij hun lust en genoegen plachten te vinden en waarnaar zij nu zozeer verlangden. Sommigen verstaan er hun vrouwen onder, uit vers 16.
verschoning uwer ziel;
Welken tempel gij zo liefhebt, dat het u hartelijk deren en wee zou doen, indien men hem zou verwoesten. Sommigen verstaan hier de kinderen en naaste vrienden, die zij, gaande met Jojachin in de gevangenschap, te Jeruzalem gelaten hadden.
Hertaald:verschoning uwer ziel;
Namelijk die tempel, die u zo liefhebt dat het u hartelijk zou spijten en pijn zou doen als men hem zou verwoesten. Sommigen verstaan hier de kinderen en naaste verwanten die zij bij hun vertrek met Jojachin in de gevangenschap in Jeruzalem achtergelaten hadden.
Ezechiël 24 vers 22— Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.
gedaan heb;
Gij zult alsdan geen rouwteken kunnen tonen, vanwege den vloek Gods, en uwe verbaasdheid over de verschrikkelijke algemene ellenden en verwoestingen, die tempel, stad, land en het ganse volk zullen overkomen. Vergelijk hiermede zonderling Jer. 16:5-8 , met de aantekening aldaar.
Hertaald:gedaan heb;
U zult dan geen rouwteken kunnen tonen vanwege Gods vloek over u en vanwege uw verbijstering over de verschrikkelijke, algemene ellenden en verwoestingen die tempel, stad, land en het hele volk zullen overkomen. Vergelijk hiermee vooral Jer. 16:5-8 met de aantekening daar.
Ezechiël 24 vers 23— En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.
versmachten,
Of, uitteren, versmelten, vanwege Gods vloed over u, gelijk onder Ezech. 33:10 .
Hertaald:versmachten,
Of: uitteren, wegsmelten, vanwege Gods vloek over u, zoals hieronder Ezech. 33:10.
zuchten
Of, beren, tieren, uit onverduldigheid en mistroostigheid.
Hertaald:zuchten
Of: brullen, tieren, uit ongeduld en moedeloosheid.
Ezechiël 24 vers 24— Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
Ezechiël 24 vers 25— En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;
zal het niet zijn,
Dat is, het zal voorzeker alzo geschieden. Dit voorzegt God tot meerdere bevestiging dezer profetieën. Zie de vervulling onder Ezech. 33:21-22 .
Hertaald:zal het niet zijn,
Dat is: het zal zeker zo gebeuren. Dit voorzegt God tot nadere bevestiging van deze profetieën. Zie de vervulling hieronder Ezech. 33:21-22.
sterkte,
Den tempel, enz., gelijk boven vs.21, dat is, ten tijde als Jeruzalem ingenomen en de tempel met de stad verwoest zullen worden, en al het volk jammerlijk behandeld naar deze profetieën.
Hertaald:sterkte,
De tempel enzovoort, zoals hierboven vers 21; dat is: in de tijd dat Jeruzalem ingenomen zal worden en de tempel met de stad verwoest, en heel het volk jammerlijk behandeld zal worden overeenkomstig deze profetieën.
vreugde huns sieraads,
Dat is, in welks sieraad zij zich verheugen.
Hertaald:vreugde huns sieraads,
Dat is: in wiens sieraad zij zich verheugen.
verlangen hunner zielen,
Hebreeuws, de opheffing; dat is, hetgeen waarnaar zij hartelijk verlangen, gelijk men omhoog naar iets reikt en langt, dat men gaarne zou bereiken willen. Zie Ps. 24:4 .
Hertaald:verlangen hunner zielen,
Hebreeuws: de opheffing; dat is: datgene waarnaar zij hartelijk verlangen, zoals men omhoog reikt en grijpt naar iets wat men graag zou willen bereiken. Zie Ps. 24:4.
Ezechiël 24 vers 26— Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?
ontkomene tot u zal komen,
Die het ontlopen is en door mijne regering tot u zal komen, om u de tijding te brengen.
Hertaald:ontkomene tot u zal komen,
Namelijk hij die eraan ontkomen is en door Mijn bestuur naar u toe zal komen om u de tijding te brengen.
Ezechiël 24 vers 27— Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
opengedaan worden,
Alsof God zeide: Gij hebt nu mijn volk genoeg voorzegd van de aanstaande ellenden, rust nu een tijdlang in stilte, totdat alles klaarlijk zal vervuld en voor ogen zijn, dan zult gij weder spreken, tot hunne vertroosting en onderwijzing, om alzo hun en mijner ganse kerk op verscheidene wijzen tot een wonderlijk voorteken te zijn van grote toekomstige zaken.
Hertaald:opengedaan worden,
Alsof God zei: u hebt Mijn volk nu genoeg voorzegd over de aanstaande ellenden; rust nu een tijdlang in stilte, totdat alles duidelijk vervuld en zichtbaar zal zijn. Dan zult u weer spreken, tot hun troost en onderwijzing, en zo op verschillende manieren voor hen en voor Mijn hele kerk een wonderlijk voorteken zijn van grote toekomstige zaken.
stom zijn;
Vergelijk onder Ezech. 33:22 , en boven Ezech. 3:26 , met de aantekening.
Hertaald:stom zijn;
Vergelijk hieronder Ezech. 33:22 en hierboven Ezech. 3:26 met de aantekening.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ezechiël — God versterkt
Zoon van Buzi, een priester, weggevoerd naar Babel bij de ballingschap van Jojachin. Aan de rivier Chebar in het land der Chaldeen ontving hij zijn roeping tot profeet, met de indrukwekkende visioenen van de hemelse wagen en de vier wezens; hij profeteerde tot de ballingen in Babel over het oordeel over Jeruzalem en de volken, en over het toekomstige herstel van Israël (Ez. 1-48).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De bloedstad — de naam die Jeruzalem in dit hoofdstuk krijgt, en waar die vandaan komt (Ezech. 22:1-16)
"Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen" (Ezech. 22:2). Wat die naam inhoudt, staat er onmiddellijk achter: "O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome" (Ezech. 22:3). Daarna volgt een opsomming die het hele leven van de stad langsloopt. "Vader en moeder hebben zij in u licht geacht" (Ezech. 22:7), en in datzelfde vers staat dat de wees en de weduwe verdrukt zijn. Ook de dienst van God komt aan de orde: "Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd" (Ezech. 22:8). De lijst eindigt met een zin die alles samenvat: "maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE" (Ezech. 22:12).
Bijbelse betekenis: Merk op aan wie deze naam gegeven wordt. Bloedstad heet elders Ninevé, de hoofdstad van Assur (Nah. 3:1). Hier draagt Jeruzalem hem, de stad waar de tempel stond. Het zwaarste verwijt van de profeten valt hier op de heiligste plaats. Let vervolgens op de volgorde van de aanklacht. Zij begint bij het bloed en eindigt bij het vergeten van God, en daartussen staan de ouders, de vreemdeling, de wees en de weduwe. Wat een mens tegenover God doet en wat hij tegenover zijn naaste doet, wordt hier niet uit elkaar gehaald. Let ten slotte op de opdracht die de profeet krijgt. Hij moet de stad haar gruwelen bekend maken. Van een profeet wordt niet gevraagd dat hij zijn eigen stad vrijpleit.
Typologie: Het eerste bloed dat in de Schrift roept, is dat van Abel: "daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem" (Gen. 4:10). De Heere Jezus rekent bij Zijn laatste woorden in de tempel diezelfde reeks op, van Abel af (Matt. 23:35), en Hij klaagt daar over de stad die de profeten doodt (Matt. 23:37).
Ezech. 22:1-16; Nah. 3:1; Gen. 4:10; Matt. 23:35,37
De kookpot — een pot die niet schoon te krijgen is, op de dag dat de belegering begint (Ezech. 24:1-14)
Dit hoofdstuk begint met een datum die de profeet moet opschrijven: "schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem" (Ezech. 24:2). Dan volgt de gelijkenis: "Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin" (Ezech. 24:3). Het beste vlees gaat erin en het vuur wordt opgestookt (Ezech. 24:4-5). Maar er is iets mis met de pot zelf: "Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan!" (Ezech. 24:6). Daarom moet de pot leeg op de kolen, "opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande" (Ezech. 24:11). En dan staat er wat er van terechtkomt: "nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur" (Ezech. 24:12).
Bijbelse betekenis: Merk op wie dit beeld het eerst gebruikte. Niet God, maar de mannen in de stad, die zeiden dat de stad de pot was en zij het vlees (Ezech. 11:3). Zij bedoelden er hun veiligheid mee: binnen de muren zat men beschut. Hier wordt datzelfde beeld opgenomen en omgekeerd, want de pot staat op het vuur. Let vervolgens op waar het schuim zit. Niet in het vlees maar in de pot, en koken helpt er niet tegen; daarom moet de pot zelf leeg op de kolen. De reiniging gaat verder dan het wegnemen van wat erin gedaan is. Let ten slotte op wat God in Ezech. 24:13 zegt: "omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt". Er waren middelen genoeg gegeven; aan het ontbreken daarvan heeft het niet gelegen.
Typologie: Petrus zegt dat het oordeel begint van het huis Gods (1 Petr. 4:17). Dat is ook de volgorde van dit boek: eerst Jeruzalem, en pas daarna de volken. En de reiniging die wel tot in het geweten reikt, schrijft de Hebreeënbrief toe aan het bloed van Christus (Hebr. 9:14).
Dodenrouw — de gebruiken bij een sterfgeval, en het verbod om ze te volgen (Ezech. 24:15-24)
"Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen" (Ezech. 24:16). Wat verboden wordt, zijn de gebruiken die iedereen kende: "Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten" (Ezech. 24:17). In datzelfde vers staat dat hij zijn bovenste lip niet bewinden zal en het brood van de mensen niet eten zal. Dan volgt de kaalste zin van het hoofdstuk: "Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was" (Ezech. 24:18). Aan het volk wordt gezegd dat het straks hetzelfde zal doen, wanneer het heiligdom valt (Ezech. 24:21-23).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er verboden wordt en wat niet. Het verdriet zelf wordt niet verboden; de tekenen ervan worden verboden. De hoed blijft op, de schoenen blijven aan, en het brood dat buren bij een sterfhuis brachten wordt niet gegeten. Nergens staat dat deze man niet bedroefd was. Let vervolgens op de reden. Hij wordt zelf het teken van wat er met de stad gebeurt: bij een verlies van die omvang komt niemand meer aan rouwgebruiken toe. Dat is dezelfde soort opdracht als bij Jeremia, die geen rouwhuis mocht binnengaan (reeds behandeld bij Jer. 16:1-9). Let ten slotte op de zin over de morgen en de avond. Er staat geen woord bij over wat het hem gekost heeft. Dit is het zwaarste gedeelte van deze hoofdstukken, en de Schrift laat het staan zonder het uit te leggen. Wie zulk verdriet draagt, hoeft het niet alleen te dragen; het is goed erover te spreken met iemand die naast hem wil staan.
Typologie: Dit verbod is een uitzondering en het maakt van rouw geen zonde. Aan het graf van Lazarus staat de kortste zin van het Nieuwe Testament: "Jezus weende" (Joh. 11:35). En Paulus verbiedt het bedroefd zijn niet, maar het bedroefd zijn "gelijk als de anderen, die geen hoop hebben" (1 Thess. 4:13).
De stomheid van de profeet — waarom Ezechiël jarenlang niet vrijuit sprak, en wanneer dat ophield (Ezech. 24:25-27)
Aan het begin van het boek is tegen de profeet gezegd: "Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult" (Ezech. 3:26). Er stond meteen bij dat God zijn mond zou opendoen wanneer Hij tot hem sprak (Ezech. 3:27). Hier wordt het einde ervan aangekondigd. Er zal een vluchteling uit Jeruzalem komen (Ezech. 24:26), en dan geldt: "Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn" (Ezech. 24:27). Verderop in het boek gebeurt het ook werkelijk: "Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom" (Ezech. 33:22).
Bijbelse betekenis: Merk op wat die stomheid wel en niet was. Het profeteren zelf is hem niet ontnomen, want hij spreekt in al deze hoofdstukken. Het gaat om het woord tussen de boodschappen door: hij zou hun niet zijn tot een bestraffend man (Ezech. 3:26). Hij was al eerder zelf tot een teken gesteld (reeds behandeld bij Ezech. 12:6), en ook hierin is zijn persoon in dienst genomen. Let vervolgens op het ogenblik waarop het ophoudt. Niet bij een omkeer van het volk, maar bij het bericht dat de stad gevallen is. Zolang men hoopte dat het meeviel, was er weinig te zeggen; toen het gebeurd was, ging de mond open. Let ten slotte op wat er dan volgt. Na dat bericht gaat het boek over op de herders (Ezech. 34:11), op de belofte van een nieuw hart (Ezech. 36:26) en op het dal vol beenderen (Ezech. 37:1-14). Het zwijgen eindigt waar de vertroosting begint.
Typologie: Ook Jesaja werd met zijn kinderen tot een teken gesteld: "ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israel" (Jes. 8:18). En Zacharias kon niet spreken totdat het beloofde kind geboren was; toen werd zijn mond geopend en sprak hij, God lovende (Luk. 1:20,64).
Ezechiël 24:19.KruisverwijzingenEzechiël 12:9→Ezechiël 37:18→Maleachi 3:7→Ezechiël 21:7→Ezechiël 20:49→Ezechiël 17:12→Maleachi 3:13→ — En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet? “En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?”
De vrouw van Ezechiël stierf. Zijn hart bloedde, maar hij kreeg van zijn goddelijke Meester bevel dat hij niet rouwen mocht, niet wenen en geen enkel teken van rouw geven. Het was een vreemd gebod, maar hij gehoorzaamde het.
Het volk begreep dat Ezechiël in alles wat hij deed een profeet voor hen was; zijn daden gingen niet alleen hemzelf aan. Hij was niet alleen een leraar door zijn woorden, maar ook door zijn daden. Daarom verzamelden zij zich om hem heen en vroegen zich af wat zijn daden met hén te maken hadden.
Hij legde het hun spoedig uit. Voor lang zouden ook zij door zwaard, pest en honger het dierbaarste verliezen dat zij hadden, en zij zouden over hun doden niet kunnen rouwen. Zij zouden in zo’n nood verkeren dat de doden onbeweend zouden sterven, omdat de levenden genoeg te doen hadden met het bewenen van hun eigen smart. Het was een verschrikkelijke les, en zij werd verschrikkelijk onderwezen.
Ezechiël deed op bevel van zijn Heere veel vreemde dingen die geheel op anderen zagen. Zo moeten ook wij bedenken dat veel van wat wij doen met anderen te maken heeft. Zolang wij hier zijn, kunnen wij ons nooit zo afzonderen dat wij volstrekt onafhankelijk van onze omgeving worden. En het is vaak goed om, wanneer wij op het gedrag van anderen letten, tegen iemand te zeggen — of anders tegen henzelf — wat het volk tegen Ezechiël zei: “Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?”
V. Vs. 1-27.KruisverwijzingenEzechiël 17:2→Ezechiël 20:49→Ezechiël 11:3→Ezechiël 22:2→Leviticus 17:13→2 Koningen 25:1→Jeremia 52:4→Jeremia 39:1→ — Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende: Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag. En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin. Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen. Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden. Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen. Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken. Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde. Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken! Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden. De woorden Gods in de vier reden van onzen cyclus den Profeet in den mond gelegd, hadden het oordeel over land en stad van Juda aangekondigd als zeer nabij, terwijl in Hoofdst. 21:18 vv. de koning van Babel werd voorgesteld, zoals hij met zijne krijgsmacht uittrekt, op het punt, waar de weg van Rabba en Jeruzalem van elkaar scheiden, zich ophoudt om zijne orakels te vragen, op welke in beide steden hij zich zal werpen, en hem dan Jeruzalem wordt aangewezen. Sedert deze woorden Gods, die tot hem gekomen zijn van den 10den dag der 5e maand van het 7e jaar (592 v. C.), Zijn intussen 2 jaren en 5 maanden verlopen. Gedurende dien tijd heeft zich Ezechiël volgens zijne opdracht (Hoofdst. 3:24-27) stom gehouden. Als nu de dag nadert, op welken, gelijk wij uit 2 Kon. 25:1 en Jer. 52:4 weten, Nebukadnezar de belegering van Jeruzalem begon, komt Gods woord op nieuw tot hem met het bevel dien dag op te schrijven, en met de verkondiging van hetgeen in het 100 mijlen van hem verwijderde vaderland juist geschied is (vs. 1 en
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:1→Jeremia 52:4→Jeremia 39:1→Jesaja 30:8→Habakuk 2:2→Jesaja 8:1→— Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.
. Hij moet echter voor het volk, tot hetwelk hij als Profeet geroepen is, in ene gelijkenis het verloop der belegering voorzeggen (vs. 3-14). Aan den avond van denzelfden dag wordt hem, zo als de Heere reeds vroeger hem heeft aangekondigd, zijne vrouw door enen plotselingen geweldigen dood ontrukt. Hij mag gene rouwklacht over haar houden, maar alleen in ‘t verborgen zuchten, ja, hij moet zelfs doen, wat men anders niet doet, wanneer men bedroefd is, om alzo een teken voor Israël te zijn, hoe het zich zal moeten gedragen, als Jeruzalem, de lust zijner ogen, gevallen is, en de zonen en dochters des volks bij zijn ondergang zijn omgekomen (vs. 15-24). Daarmee is dan Ezechiëls profetische werkzaamheid omtrent Israël, wat zijne eigene aangelegenheden aangaat, voor zolang ten einde tot inderdaad is geschied, wat hij te voren verkondigd had, en een ontkomene uit het vaderland de tijding daarvan aan den Chaboras overbrengt. Tot dien tijd moet hij volgens des Heeren aanwijzing, die hem ter voortzetting van het in Hoofdst 3:24 v. gezegde ten deel wordt, verstommen, om daarna zijnen mond tot profetische reden van nieuwen aard te openen (vs. 25-27).
Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij in het negende jaar na Jojachins wegvoering en Zedekia’s komst tot het koninkrijk (2 Kon. 24:10-17) in de tiende maand Tebeth (Ex. 12:2) op den tienden der maand, dus het einde van December des jaars 590 v. C. zeggende:
Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, zo als men dat bij gewichtige gebeurtenissen doet, om den datum niet te vergeten, den naam even van dezen zelven dag: de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem even op dezen zelven dag, om de stad met bolwerken te omsingelen en haar te belegeren. Zonder twijfel zal Ezechiël zijne toehoorders hebben opgewekt, om ook den dag aan te tekenen. Te Babel werd opgetekend, wat te Jeruzalem werd volbracht. De plaats aan den Chaboras, waar de Profeet zich ophield, is meer den 100 mijlen van Jeruzalem verwijderd; op menselijke wijze kon dus Ezechiël onmogelijk weten, dat juist op dezen dag de belegering van Jeruzalem was begonnen, en wanneer men naderhand vernam, dat dit nauwkeurig was uitgekomen, dan was het een sterk bewijs van zijne Goddelijke zending. Dat Ezechiël, wat bij Jeruzalem geschiedde, op denzelven dag aan den Chaboras wist te zeggen, heeft natuurlijk groten aanstoot gegeven aan die uitleggers, wier God gene voorzegging kan geven. Het was echter noodzakelijk, dat de mensen leerden, dat de val der stad noch aan toeval, noch aan de macht der Babyloniërs was toe te schrijven, maar aan den wil van Hem, die zo lang vooruit had gezegd, dat om de goddeloosheid der inwoners de stad in vuur zou opgaan. Nog lang was deze dag den ballingen een gewichtige dag. Tot de vastendagen, welke in de ballingschap en nog daarna tot aandenken aan gewichtige gebeurtenissen uit de laatste grote katastrofe werden gehouden, behoorde volgens Zach. 8:19 ook de 10e dag der 10e maand. Vgl. Lev. 16:31 Aanmerkingen. Het is duidelijk, dat de Heere hier nader beveelt dat het volk het goed wete, dat de straf over Jeruzalem een straf Gods was. Dat het dus niet in de allereerste plaats was, de zucht van Babel’s koning om zijn rijk uit te breiden, maar dat de Heere hem leidde en bestuurde, opdat aldus Diens raad zou worden uitgevoerd, ook in betrekking tot den val van Jeruzalem. Juda’s volk moest hierdoor een hoog besef verkrijgen van de Oppermajesteit Gods, die alle dingen werkt naar den raad van Zijnen wil.
KruisverwijzingenEzechiël 17:2→Ezechiël 20:49→Ezechiël 11:3→Ezechiël 2:6→Jesaja 1:2→Ezechiël 2:3→Ezechiël 24:6→Psalmen 78:2→— En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.
En gebruik, draag voor ene gelijkenis, een parabel tot dat weerspannig huis, wanneer gij deze gebeurtenis verkondigt, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE en beveelt mij iets te doen, waaruit gij, al ziet gij het niet voor uwe ogen, toch kunt afleiden, wat de Heere, wiens gezant ik ben (Hoofdst. 4:3 en 7) begonnen is met Jeruzalem te doen. Hij beval mij: Zet enen
pot toe(liever: den pot, den welbekenden Hoofdst. 11:3), zet hem toe, en giet ook water daarin.
Jer. 1:13.
KruisverwijzingenMicha 3:2→Mattheüs 7:2→Ezechiël 22:18→— Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.
Doe zijne stukken, de stukken van slachtvee te zamen daarin om gekookt te worden, alle goede stukken, namelijk de dij en den schouder, de achter- en voorbout, vul hem met de keur der beenderen, de uitgezochtste, waarin het beste merg is.
KruisverwijzingenJeremia 52:24→Jeremia 52:10→Jeremia 39:6→Ezechiël 20:47→Ezechiël 34:16→Ezechiël 24:9→Ezechiël 34:20→Openbaring 19:20→— Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.
Neem, gelijk gezegd is, de keur van de kudde, en stook ook enen brandstapel, een groten houthoop tot het koken van de beenderen daaronder, die om tot brij te worden, een zeer aanhoudend en sterk vuur nodig hebben; doe hem wel opzieden; ook zullen zijne beenderen daarin gekookt worden 1), tot ze gaar worden.
Uit vs. 6-8 blijkt zo duidelijk mogelijk dat Jeruzalem de pot is en het vuur de belegering door Nebukadnezar. Dat het beste van de kudde moet genomen worden en weer het beste van de stukken, wil zeggen, dat de Heere God het beste deel van Jeruzalem in vuur zal doen omkomen. Hevig zal de verdrukking en de verwoesting zijn, en zolang aanhouden, dit wordt door den brandstapel aangeduid, dat de verwoesting volkomen is.
KruisverwijzingenEzechiël 22:2→Nahum 3:1→Nahum 3:10→Micha 7:2→Obadja 1:11→Ezechiël 22:27→2 Koningen 24:4→Ezechiël 23:37→— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.
Daarom, om nu ook uitdrukkelijk aan te geven wat met den pot in vs. 3 bedoeld is, alzo zegt de Heere HEERE: wee der bloedstad (Hoofdst. 22:2), den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim niet is uitgegaan, zodat op de in vs. 11 v. genoemde wijze met hem moet worden gehandeld! trek stuk bij stuk daaruit, opdat hij ledig worde, en laat het lot over hem niet vallen, maar neem zonder enige keus er uit, zoals het voor de hand komt.
KruisverwijzingenLeviticus 17:13→Deuteronomium 12:16→Deuteronomium 12:24→Jesaja 26:21→Job 16:18→Jesaja 3:9→Jeremia 6:15→Jeremia 2:34→— Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.
Want haar bloed, dat zij vergoten, is evenals het schuim dat den pot onafscheidelijk aanhangt, in het midden van haar; op ene gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken en het alzo te doen vergeten.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:21→Ezechiël 8:17→Openbaring 17:1→Jeremia 7:18→Ezechiël 22:30→2 Kronieken 36:16→Deuteronomium 29:22→Jeremia 22:8→— Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.
Opdat Ik met opzet en na het rechtvaardig gericht de grimmigheid doe opgaan, om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op ene gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde, maar Mij altijd voor ogen blijve. Hare zonde uit boosheid bedreven, zal niet worden vergeven, maar met uitroeiing worden gestraft (Num. 15:30 v.).
KruisverwijzingenJesaja 30:33→Ezechiël 24:6→Habakuk 2:12→Openbaring 16:6→2 Thessalonicenzen 1:8→Ezechiël 22:31→Openbaring 14:20→Jesaja 31:9→— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!
Daarom, om naast den pot in vs. 6 ook het vuur onder dien (vs. 5) nader te verklaren, alzo zegt de Heere HEERE: {a} Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken, een groten hoop houts onder haar aanbrengen. {a} Nah. 3:1. Hab. 2:12.
KruisverwijzingenJeremia 17:3→Jeremia 20:5→Klaagliederen 2:16→Klaagliederen 1:10→— Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.
Draag gij, Mijn Profeet, die Mijne verrichtingen moet voorstellen, veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de hitte zo hoog stijgen, dat de beenderen verbranden, door de macht des vuurs verkoken.
KruisverwijzingenJeremia 21:10→Maleachi 4:1→1 Korinthe 3:12→Jesaja 27:9→Mattheüs 3:12→Jeremia 38:18→Jeremia 37:10→Micha 5:11→— Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.
Stel, nadat nu de stukken vlees gekookt en zonder onderscheid zijn uitgenomen (vs. 5 v.) hem, den pot, daarna ledig op zijne kolen, opdat hij heet worde, en zijne roest verbrande, het koper waaruit hij gemaakt is, doorgloeie, en zijne onreinigheid in het midden van hem versmelte door den onmiddellijk werkenden gloed, en zijn schuim dat er aanhangt, verteerd worde.
KruisverwijzingenJeremia 9:5→Jeremia 2:13→Genesis 8:21→Daniël 9:13→Habakuk 2:18→Jesaja 47:13→Jeremia 10:14→Jesaja 1:5→— Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.
Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt 1). Vergeefs is al de moeite! nog is, ondanks alle pogingen, om door ene gewone zuivering den pot rein te krijgen, haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur, de pot zelf moet zamensmelten en zich in vloeibaar koper oplossen.
Zodanig was het met Jeruzalem gelegen: Zij had haren God met ijdelheid moede gemaakt, met voornemens en beloften van verbetering, welke zij nimmer volbracht. Zijn vermoeiden zich zelf met haar vleselijk vertrouwen, hetwelk haar altoos heeft bedrogen. Zij, die leugenachtige ijdelheden volgen, vermoeien zich zelf met die najaging. Omdat zij ongeneeslijk boos is, zo wordt zij zonder hulpmiddel aan het verderf overgegeven.
KruisverwijzingenEzechiël 22:24→Ezechiël 5:13→Jeremia 6:28→Ezechiël 16:42→Ezechiël 8:18→Jeremia 25:3→Hosea 7:9→Ezechiël 24:11→— In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.
In uwe onreinigheid, o Jeruzalem, die de pot zijt, van welken hier sprake is, is tengevolge der boosheid, waarmee gij zondigt, en alle pogingen Mijner Profeten tot uwe bekering wederstaat, schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, alle pogingen daartoe heb in het werk gesteld, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uwe onreinigheid niet meer gereinigd worden (Jer. 13:27), totdat Ik Mijne grimmigheid op u zal hebben doen rusten 1), zodat gij in de vlammen zijt te niet gegaan (Hoofdst. 5:13).
De Heere zegt het hier, dat Hij Juda zeer vele geneesmiddelen had gegeven, maar zij hadden niets uitgewerkt. Dat Hij alle middelen had gebruikt om hen te reinigen, maar zij hadden niet gebaat. Juda’s inwoners wilden niet gereinigd zijn en gereinigd worden. Dan zou het vuur niet langer reinigen en zuiveren, maar verterend en verwoestend werken. Dit geldt ook voor den zondaar, die niet op de roepstem Gods tot bekering wil acht geven.
KruisverwijzingenEzechiël 18:30→Jesaja 55:11→Ezechiël 5:11→Numeri 23:19→Psalmen 33:9→Ezechiël 9:10→1 Samuël 15:29→Jeremia 13:14→— Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt de Heere HEERE.
Ik, de HEERE, heb het gesproken (Hoofdst. 12:17); het zal komen, en Ik zal het doen, zodat Mijn toorn zich op die genoemde wijze aan u koele. Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet a) verschonen noch berouw hebben; naar uwe wegen en naar uwe handelingen zullen zij, de Chaldeën, die geroepen zijn Mijne oordelen over u te volvoeren, u b) richten (Hoofdst. 7:8 v. 27), spreekt de Heere HEERE.
Ezech. 5:11. b) Ezech. 23:24. Het eerste woord Gods (vs. 3-14) stelt den gang en het resultaat voor van de belegering, die met dezen dag begonnen is. Het wijst in ene gelijkenis aan, hoe Jeruzalem en zijne bewoners in de belegering zullen gekookt worden als vlees in een pot, hoe de inwoners daardoor zullen worden uitgeroeid, en de stad zelf verwoest, en dit om de haar aanklevende zonde en ongerechtigheid. Uit de woorden: “gebruik ene gelijkenis” volgt, dat de volgende handeling, die den Profeet bevolen werd te doen: “Zet enen pot toe enz” voor gene werkelijke symbolische handeling is te houden, welke hij inderdaad moest volbrengen, maar deze handeling vormt den inhoud der gelijkenis en behoort alleen tot de parabel. Daarom is ook de verklaring van de parabel (v. 10 vv.) in den vorm ener handeling gekleed. Aan ene handeling, die werkelijk heeft plaats gehad, laat ook bijv. vs. 5 in ‘t geheel niet denken, volgens hetwelk een aantal schapen in den pot moesten worden gedaan. De gelijkenis slaat verder op het gezegde, dat de Joden in Jeruzalem in hunnen overmoed tegen de bedreigingen van den Profeet overstelden. (Ez. 11:3). “De stad is de pot, wij zijn het vlees. ” Zij meenden, dat zij in de vaste stad, gelijk het vlees in den pot, wel bewaard blijven en veilig wonen zouden, totdat het alles zou voleindigd zijn. De herhaalde oproeping, die groten haast te kennen geeft: “zet toe, zet toe” is te gelijk sarkasme: haal den pot; Nebukadnezar heeft zich rondom de muren gelegerd, nu moge het blijken, in hoeverre hun spreekwoord een waar woord is. De pot met vlees en beenderen is Jeruzalem met de daarin geslotenen, het vuur en het koken betekent de belegering, het op het vuur zetten is de insluiting, en zeker de aanzienlijkste bewoners des lands, het meest tot tegenstand machtig, zullen in de stad ingesloten en door de belegering vernietigd worden. Lenden en schouder worden voor de beste en smakelijkste stukken van het dier gehouden en waren bij maaltijden bijzonder geliefd (Lev. 7:32. 1 Sam. 9:23 v. de beenderen komen als de meest vaste delen in aanmerking, welke het meest aan het vuur weerstand bieden, en gelijk nu onder lenden en schouder de aanzienlijkste en edelste lieden bedoeld zijn, zo onder de beenderen vol merg de moedigste en dapperste. Een ontzaglijk groot vuur, een ware gloed moet dan onder den pot worden aangebracht, zodat daardoor alle er in geworpen stukken, zelfs de beenderen verkookt worden. Daartoe dient de houthoop, zo groot, zo buitengewoon sterk moet het vuur zijn, om zelfs de beenderen te kunnen koken en verbranden. In den toorn Gods is, omdat die Zijne versmade liefde is, even als in de liefde Gods, ijver en hevigheid. Het beste is ook voor Zijne straffen niet te goed. Wanneer u, o zondaar! Gods goedheid en weldaden niet meer kunnen verbeteren, moet Hij U in den oven der ellende werpen, of gij zo tot erkentenis zoudt mogen komen. Met vs. 6 begint de verklaring der gelijkenis, doch zo, dat daarmee de verdere ontwikkeling hand in hand gaat. Ene in de gelijkenis zelf niet vermelde omstandigheid, de roest aan den pot wordt er bijgevoegd en daardoor het beeld van den pot uitgebreid. Daar Jeruzalem ene stad van bloedschuld is, gelijkt zij op een pot, aan welken onverdelgbare roestvlekken zijn. Het woord van den grondtekst kan iets gebrands, ene brandvlek betekenen; juister is er echter ene roestvlek onder te verstaan, zoals die door vocht aan het metsal komt, waardoor het verteerd wordt (Jak. 5:3). Aan Jeruzalem kleeft ene bloedschuld gelijk vergiftige roest aan het binnenste van een pot. Omdat de roest niet wil wijken, moet het uiterste middel worden aangewend om het weg te doen, namelijk het vuur (vs. 11 vv.), waardoor met den roest de pot zelf te niet gaat. Om den pot vooraf ledig te maken en dien nog eens over het vuur te kunnen zetten, opdat de roest, die daaraan kleeft, worde uitgebrand, terwijl hij zelf te niet gaat, moeten de vleesstukken worden uitgehaald, nadat ze gekookt zijn. Dit uithalen der stukken betekent het wegdoen van de inwoners uit de stad (Hoofdst. 2:7), zowel door ze te doden als ze gevankelijk weg te voeren. Daarbij zal niet het lot worden geworpen, welke stukken het eerst, welke het laatst uit den pot moeten worden genomen; zij moeten allen weg en zonder onderscheid zullen rijken en armen, jongen en ouden omkomen, of gevankelijk worden weggevoerd. Bij de vorige gevankelijke wegvoeringen was geloot, wie zouden ontgaan en wie zouden blijven. Nu echter onder Zedekia zouden allen zonder onderscheid worden uitgestoten. De wegvoering uit de veroverde stad geschiedde zonder enig bijzonder blijk der Goddelijke Voorzienigheid, die in grote noden altijd nog een troost is; het ging zo als in Jer. 15:2 geschreven staat. In vs. 7 wordt de reden dezer bedreiging opgegeven, door de voorstelling van Jeruzalems zonde. De stad heeft bloed vergoten, dat niet met aards bedekt maar onbedekt gebleven is, als bloed, dat op een harden rotssteen is uitgegoten, hetwelk de steen niet kan inzuigen, en dat, omdat het niet bedekt is, tot God om wrake roept. De gedachte is deze: zij heeft misdadig en schaamteloos gezondigd en niets gedaan, om hare schuld te bedekken, heeft geen spoor van berouw en bekering getoond, om van hare schuld te worden verlost. Men heeft hier in het bijzonder te denken aan de talrijke gerechtelijke moorden, welke door die partij werden bedreven, welk het staatsroer in handen had. De partij van buitenlandse alliantie’s, welke tegen allen woede, die in den naam van den God van Israël zich tegen dien echtbreuk verhieven; een voorbeeld van zulk een gerechtelijken moord is dat van den profeet Uria in Jer. 26:20 vv. Jeruzalem heeft zich wonder vrij geacht in de stoutmoedigheid, waarmee het zondigde; maar, zo betuigt vs. 3, alles geschiedde alleen, om Gods gericht te weeg te brengen. De Heere zelf heeft het tot hare schande gewild, dat het bloed niet op de aarde zou vloeien, waar het door stof kon bedekt worden, als of de schuld zou verzoend zijn, maar altijd zouden de onuitwisbare sporen bloed, aan de droge rotsen klevende, luide om wrake roepen. De aarde zuigt het bloed in, dat naar recht vergoten is, of bedekt dat, hetwelk niet gewroken wordt aan hem, die het vergoten hoeft; daarentegen het bloed, dat moet gewroken worden, daarvan wordt gezegd, dat de aarde het niet bedekt, of ook te zijner tijd zal ontdekken (Job 16:18. Jes. 26:21). Om het bloed van Christus, op Golgotha vergoten, verbrandde later Titus de stad. Ook in de zonden der mensen openbaart zich Gods leiding en regeling. De Profeet steekt (vs. 9 en 10) in den naam van God eerst het vuur der rechtvaardige vlammen van Gods toorn aan onder de ketels der bloedstad, zodat het vlees zijner bewoners in ziedende hitte wordt gaar gestookt. Ziet daar het verwoestende vuur van Jeruzalem’s (Chaldeeuwse) belegeraars. Op de vernietiging der bewoners, afgebeeld door vlees en beenderen, volgt in vs. 11 de vernietiging van de stad zelf, afgebeeld door den ketel of pot. Men mag tegen de wijze der profetische voorstelling niet willen aanbrengen, dat de reiniging van den ketel aan het koken van het vlees daarin had moeten voorafgaan, en niet had moeten volgen, en dat, op de zaak zelf gezien, de roest der zonde toch niet aan de stad als menigte van huizen maar aan het volk kleefde, en met vernietiging daarvan de reiniging reeds van zelf was volbracht; want wat de eerste tegenspraak aangaat, zo wordt hier niet gesproken over een koken van het vlees, opdat het gegeten worde; het vlees moest in den pot verkookt worden, om vernietigd en weggeworpen te worden, waartoe men den pot vooraf niet behoefde te reinigen. En wat de tweede aangaat, zo kleeft het vuil der zonde zeker aan den mens, maar volgens Bijbelse zienswijze niet aan dezen alleen, maar het breidt zich ook uit tot de zaak, of tot hetgeen den zondaar toebehoort, op den gehelen krijg van zijne werkzaamheid en van zijne bezitting, zoals ook de aarde is vervloekt om des mensen wil, en Gods gerichten niet slechts over mensen, maar tevens over steden en landen gaan. Ook door Christus liet Jeruzalem zich daarna niet reinigen. Verder-dat is de eerstvolgende toekomst rust de toorn Gods op Israël. De Joden gevoelen dien tot op dezen dag (Richter) vgl. Jes. 4:4.
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Wijders geschiedde op denzelfden dag, op welken ik het woord in vs. 1-14 had ontvangen, des HEEREN woord tot mij, zeggende: dadelijk nadat ik dat woord aan het volk had voorgehouden (vs. 18):
KruisverwijzingenJeremia 13:17→Jeremia 22:10→Ezechiël 24:18→Hooglied 7:10→Jeremia 16:5→Jeremia 22:18→Jeremia 9:1→Klaagliederen 2:18→— Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.
Mensenkind! Zie Ik zal, terwijl Ik u thans tot enen vertegenwoordiger van het volk maak, gelijk gij in vs. 3 vv. Mijn vertegenwoordiger moest zijn (vgl. (Hoofdst. 4:4-6, 8-15), den lust uwer ogen, namelijk uwe vrouw, van u wegnemen door ene plage 1), door een plotselingen dood, welke als een Goddelijk oordeel over haar komt (Num. 14:36; 17:12 v.); nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uwe tranen zullen niet voortkomen volgens uwen plicht als Profeet, die met hart en leven geheel in den dienst van God alleen gehoort te zijn (1 Kon. 20:42 en Hos. 1:2).
Wanneer de lust onzer ogen door ene plage wordt weggenomen, moeten wij Gods hand daarin zien en erkennen. Hij neemt onze vertroostingen en alle schepselen van ons, wanneer en zoals het Hem behaagt. Hij gaf ons dezelve, maar behield voor Zich een eigendom daarop, en mag Hij niet met het Zijne doen wat Hij wil? .
KruisverwijzingenHosea 9:4→2 Samuël 15:30→Leviticus 21:10→Leviticus 10:6→Psalmen 46:10→Amos 8:3→Habakuk 2:20→Psalmen 39:9→— Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.
Houd stil van kermen; zucht en lijd stilzwijgende, maargij zult geen openbaren dodenrouw maken, bind uwen hoed op u in plaats van dat gij uw hoofd met as zoudt bestrooien (Jes. 61:3), en doe uwe schoenen aan uwe voeten, in plaats van als een treurende barrevoets te gaan (2 Sam. 15:30); en de bovenste lip zult gij niet bewinden (Lev. 13:45. Micha 3:7), en zult der lieden brood, het treurbrood (Hos. 9:4), dat gij vrienden en bloedverwanten als een rouwmaaltijd mocht willen gereed maken (2 Sam. 3:31), niet eten. “Het liefste wat uwe ogen zien. ” Zo slechts wordt hier voorlopig Ezechiëls huisvrouw (vs.
aangeduid, om dat God ze hem ontnam, niet omdat zij zijne vrouw, maar omdat zij het liefste was, dat hij bezat. Wat voor den man ene geliefde vrouw is, dat was voor Israël zijn heiligdom (vgl. vs. 21). Der ogen wellust wordt hier de vrouw en het heiligdom genoemd, als het liefste onder de zichtbare dingen. De Heere is den Profeet nog meer lief; maar Hij is onzienlijk. “Plaag” is eigenlijk een Gr. woord, dat in het Latijn en in de Duitse talen is Overgegaan; het betekent zoveel als “slag”, waarbij God als de slaande wordt gedacht. Plaag is een opzettelijk door God verordend kwaad, waardoor Hij smart wil aandoen, en daarom gemeenlijk zoveel als straf, om zondaren daardoor tot boete wegens de zonde en belijdenis van schuld te brengen. Ezechiëls vrouw werd door een dodelijken slag getroffen, om door dezen slag, die in de eerste plaats zijne vrouw trof, hem leed te veroorzaken, doch niet om hem te straffen, maar om het volk in hem typisch te tonen, hoe het door de van God gedulde verwoesting van stad en tempel stond te worden gestraft. Ezechiël moest dit lijden, gelijk andere beproevingen van zijn profetisch ambt, om het volk tot heilzame boete te leiden. Zo weinig verschoont God Zijne knechten; en zij dragen het gewillig, omdat zij weten, dat de Heere ten Zijnen tijde overvloedig vergoedt, omdat zij in liefde en vertrouwen steeds bereid zijn, Hem alles ten offer te brengen, wat Hij verlangt. God wil dat wij alles, wat ons in de wereld dierbaar is, op Zijn bevel zullen verloochenen; dat degenen, die vrouwen hebben, ook zullen zijn, als degenen, die er gene hebben (1 Kor. 7:29). Gods kinderen zijn daarom gene gevoelloze stenen, maar zij begeren de van God gewilde maat te houden in hun smart. Wat door natuurlijke krachten niet mogelijk is kan door de kracht der genade mogelijk worden: gehoorzaam daarom, ook wanneer het u geheel onmogelijk voorkomt, en geloof, dat u daartoe de kracht zal worden gegeven.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 7:29→— Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.
Dit, wat mij volgens vs. 3-14 was opgedragen, sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijne huisvrouw stierf in den avond van dienzelfden dag, overeenkomstig de aankondiging in vs. 16; en Ik deed in den daarop volgenden morgenstond gelijk mij geboden was. Volgens de gewoonte had ik in rouwgewaad voor het volk moeten verschijnen en andere gewoonten van rouw moeten waarnemen, maar ik klaagde niet, noch weende, noch strooide as op mijn hoofd; ik ging niet barrevoets, noch met verborgen mond, maar was geheel als gewoonlijk gekleed.
KruisverwijzingenEzechiël 12:9→Ezechiël 37:18→Maleachi 3:7→Ezechiël 21:7→Ezechiël 20:49→Ezechiël 17:12→Maleachi 3:13→— En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?
En het volk, dat van den dood wist, en evenwel mij alle gebruiken van rouw zag nalaten, zei tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet? Wij weten het toch reeds genoegzaam, dat al uw doen profetische zinnebeeldige betekenis heeft.
— En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:
En ik zei tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:
KruisverwijzingenEzechiël 23:47→Jeremia 7:14→Psalmen 27:4→Ezechiël 23:25→Psalmen 84:1→Jeremia 6:11→Ezechiël 24:16→Jeremia 16:3→— Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.
Zeg tot het huis Israëls: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen en de verschoning 1) uwer ziel, door een slag, die onverwacht u zal overkomen; en uwe zonen en uwe dochteren, die gij verlaten hebt, toen gij voor 9 jaren van Jeruzalem werdt weggevoerd (2 (Kon. 24:14 15 en 16), zullen door het zwaard vallen.
In het Hebr. Machmal. Beter: de begeerte. D. i. hier, wat uwe ziele begeert, waarnaar uwe ziele verlangt. Eet hart der bannelingen hing nog aan het heiligdom, en nu zegt de Heere hun, dat Hij dit heiligdom zou verwoesten. Hij spreekt verder van de zonen en dochteren. Deze zijn niet de eigen kinderen, die wonen bij hen in Babel-, maar de bloed- en aanverwanten.
KruisverwijzingenAmos 6:9→Job 27:15→Psalmen 78:64→Jeremia 16:4→Ezechiël 24:16→Jeremia 47:3→— Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.
Dan zult gijlieden bij zulk ene zware ramp, als u te zijner tijd zal treffen, wanneer het thans belegerde Jeruzalem (vs. 1 v.) door de Chaldeën zal zijn ingenomen en den bewoners geschiedt, gelijk in vs. 6 gezegd is, doen, gelijk als Ik gedaan heb: de bovenste lippen zult gij met bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.
KruisverwijzingenLeviticus 26:39→Ezechiël 4:17→Ezechiël 33:10→Job 27:15→Psalmen 78:64→Jesaja 59:11→— En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.
En uwe hoeden zullen op uwe hoofden zijn, en uwe schoenen aan uwe voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult, gelijk ik thans slechts mag zuchten (vs. 17), in uwe ongerechtigheden versmachten, en, een iegelijk tegen zijnen broeder zuchten1).
Deze verzen duiden aan, dat de rampen der Joden zo menigvuldig en zo groot zullen zijn, dat zij niet in staat zullen zijn om de gewone gebruiken van rouw in acht te nemen, maar die allen zullen verslonden worden in de stille smart en verdwijnen door den inwendigen angst van hun gemoed. De omstandigheden der Joden waren zodanig, na de verwoesting van Jeruzalem, dat zij onmogelijk enige van die rouwtekenen konden gebruiken, welke Ezechiël verboden werd te gebruiken, noch konden zij zelfs luide klagen of wenen, om de weduwen niet te tergen.
KruisverwijzingenEzechiël 24:21→Psalmen 48:2→Psalmen 50:2→Jeremia 11:22→Jeremia 52:10→Psalmen 122:1→Deuteronomium 28:32→Jeremia 7:4→— En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;
En gij, mensenkind, zo ging de Heere tot mij zelven voort, zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, namelijk Mijn heiligdom, zelfs hun zonen en hun dochteren, die bij de belegering omkomen (vs. 21);
KruisverwijzingenJob 1:15→Ezechiël 33:21→1 Samuël 4:12→— Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?
Dat ten zelven dage, wanneer nu alles zal vervuld zijn, wat gij tot hiertoe hebt moeten voorzeggen, en te gelijk zoveel tijd is verlopen, dat het bericht daarvan tot aan den Chaboras kan komen, een ontkomene tot u zal komen, om uwe oren dat te doen horen (Hoofdst. 33:21)?
KruisverwijzingenEzechiël 33:22→Ezechiël 29:21→Ezechiël 3:26→Efeze 6:19→Psalmen 51:15→Lukas 21:15→Exodus 6:11→— Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
Ten zelven dage zal uw mond, die van nu aan zal verstommen voor Israël, zodat gij voor langen tijd niets meer tot hen zult hebben te spreken, bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zultwat de Heere weer spreekt tot hen spreken, en niet meer stom zijn. Alzo zult gij hun u betonen een man te zijn, wiens spreken en handelen vol betekenis voor hen is, en alzo zult gij tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, en zo tot kennis van den God huns heils komen (Lev. 26:40 vv.) Ezechiël beeldt in de allersmartelijkste huiselijke ondervinding het lijden af, dat door God tot straf over Zijn volk wordt gebracht, waaraan hij als Profeet in de ballingschap en door sympathie persoonlijk in medelijden is verbonden. Men zou kunnen zeggen, dat een Christologisch Messiaans moment hier in den Profeet te voorschijn treedt-de Geest van Christus in hem (1 Petr. 1:11). Hoe het onthouden van klachten en rouw over den ondergang van het heiligdom en van bloedverwanten moet worden verstaan, ziet men uit de tegenstelling: gij zult in uwe ongerechtigheden versmachten (Hoofdst. 4:17. Lev. 26:39). Alzo heeft men aan ene zo overmeesterende smart te denken, waarvoor gene tranen, gene klachten zijn, maar alleen diep inwendig zuchten over de zonden, die zulk een vreselijk ongeluk hebben veroorzaakt. Maar juist deze smart, die de krachten des lichaams verteert, terwijl die tot grondige erkentenis en tot berouw over de zonde leidt, leidt door berouw en boete ook tot wedergeboorte en vernieuwing des levens. In Hoofdst. 3:26 v. werd den Profeet gezegd, dat hij moest zwijgen en niet anders spreken, dan wanneer Hem de Heere den mond tot een woord Gods opent. En dat heeft Hij ook gedurende al die jaren van toen tot nu gedaan. Hij heeft niets anders gesproken, dan de enkele woorden Gods tussen 3:26 en 24:24 meegedeeld, wanneer de Heere ze hem gaf. Maar nu, nadat hij in het voor ons liggend hoofdstuk de insluiting van Jeruzalem heeft voorgesteld als begonnen, en den uitslag heeft voorzegd, was er niet in de eerste plaats een woord Gods nodig, ten minste geen, dat tot Israël was gericht. Daarom moet hij nu totdat Jeruzalems verwoesting geëindigd is, geheel voor Israël verstommen en zwijgen; eerst het begin des gerichts zal hem weer den mond openen en dan natuurlijk tot profetische reden van anderen inhoud. Gods Profeten worden nooit tot stilzwijgen gebracht dan tot wijze en heilige einden. En wanneer God hun de opening des monds weergeeft, zal het blijken, dat het tot Zijne ere was, dat zij voor een wijle tijds zwegen, opdat de mensen te zekerder en volkomener zouden weten, dat God de Heere is. De Profeet verstomt, omdat nu niets meer te doen is, het lot is gevallen. Vroeger kon Israël nog tot nadenken worden gebracht, nu stond Nebukadnezar voor de poorten en de donderslagen des gerichts, die begonnen, spraken nu zelf. Vroeger was de zonde actief, nu had de passieve geschiedenis der zonde haar begin gevonden. Ene nieuwe periode voor de profetische rede kwam eerst, toen het ongeluk was begonnen, dat den bodem daartoe zou bereiden. De Profeet kan alleen met degene, die ontkomen is, spreken, in aansluiting van het bericht, dat deze zal brengen. Toch heeft het verstommen alleen betrekking op de vaderlandse omstandigheden, juist in den tijd van zwijgen ten hunnen opzichte ontwikkelde zich de voorzegging van den Profeet omtrent buitenlandse volken.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 24
Ezechiël 24:19.KruisverwijzingenEzechiël 12:9→Ezechiël 37:18→Maleachi 3:7→Ezechiël 21:7→Ezechiël 20:49→Ezechiël 17:12→Maleachi 3:13→
— En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?
“En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?”
De vrouw van Ezechiël stierf. Zijn hart bloedde, maar hij kreeg van zijn goddelijke Meester bevel dat hij niet rouwen mocht, niet wenen en geen enkel teken van rouw geven. Het was een vreemd gebod, maar hij gehoorzaamde het.
Het volk begreep dat Ezechiël in alles wat hij deed een profeet voor hen was; zijn daden gingen niet alleen hemzelf aan. Hij was niet alleen een leraar door zijn woorden, maar ook door zijn daden. Daarom verzamelden zij zich om hem heen en vroegen zich af wat zijn daden met hén te maken hadden.
Hij legde het hun spoedig uit. Voor lang zouden ook zij door zwaard, pest en honger het dierbaarste verliezen dat zij hadden, en zij zouden over hun doden niet kunnen rouwen. Zij zouden in zo’n nood verkeren dat de doden onbeweend zouden sterven, omdat de levenden genoeg te doen hadden met het bewenen van hun eigen smart. Het was een verschrikkelijke les, en zij werd verschrikkelijk onderwezen.
Ezechiël deed op bevel van zijn Heere veel vreemde dingen die geheel op anderen zagen. Zo moeten ook wij bedenken dat veel van wat wij doen met anderen te maken heeft. Zolang wij hier zijn, kunnen wij ons nooit zo afzonderen dat wij volstrekt onafhankelijk van onze omgeving worden. En het is vaak goed om, wanneer wij op het gedrag van anderen letten, tegen iemand te zeggen — of anders tegen henzelf — wat het volk tegen Ezechiël zei: “Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
V. Vs. 1-27.KruisverwijzingenEzechiël 17:2→Ezechiël 20:49→Ezechiël 11:3→Ezechiël 22:2→Leviticus 17:13→2 Koningen 25:1→Jeremia 52:4→Jeremia 39:1→
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende: Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag. En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin. Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen. Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden. Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen. Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken. Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde. Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken! Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.
De woorden Gods in de vier reden van onzen cyclus den Profeet in den mond gelegd, hadden het oordeel over land en stad van Juda aangekondigd als zeer nabij, terwijl in Hoofdst. 21:18 vv. de koning van Babel werd voorgesteld, zoals hij met zijne krijgsmacht uittrekt, op het punt, waar de weg van Rabba en Jeruzalem van elkaar scheiden, zich ophoudt om zijne orakels te vragen, op welke in beide steden hij zich zal werpen, en hem dan Jeruzalem wordt aangewezen. Sedert deze woorden Gods, die tot hem gekomen zijn van den 10den dag der 5e maand van het 7e jaar (592 v. C.), Zijn intussen 2 jaren en 5 maanden verlopen. Gedurende dien tijd heeft zich Ezechiël volgens zijne opdracht (Hoofdst. 3:24-27) stom gehouden. Als nu de dag nadert, op welken, gelijk wij uit 2 Kon. 25:1 en Jer. 52:4 weten, Nebukadnezar de belegering van Jeruzalem begon, komt Gods woord op nieuw tot hem met het bevel dien dag op te schrijven, en met de verkondiging van hetgeen in het 100 mijlen van hem verwijderde vaderland juist geschied is (vs. 1 en
. Hij moet echter voor het volk, tot hetwelk hij als Profeet geroepen is, in ene gelijkenis het verloop der belegering voorzeggen (vs. 3-14). Aan den avond van denzelfden dag wordt hem, zo als de Heere reeds vroeger hem heeft aangekondigd, zijne vrouw door enen plotselingen geweldigen dood ontrukt. Hij mag gene rouwklacht over haar houden, maar alleen in ‘t verborgen zuchten, ja, hij moet zelfs doen, wat men anders niet doet, wanneer men bedroefd is, om alzo een teken voor Israël te zijn, hoe het zich zal moeten gedragen, als Jeruzalem, de lust zijner ogen, gevallen is, en de zonen en dochters des volks bij zijn ondergang zijn omgekomen (vs. 15-24). Daarmee is dan Ezechiëls profetische werkzaamheid omtrent Israël, wat zijne eigene aangelegenheden aangaat, voor zolang ten einde tot inderdaad is geschied, wat hij te voren verkondigd had, en een ontkomene uit het vaderland de tijding daarvan aan den Chaboras overbrengt. Tot dien tijd moet hij volgens des Heeren aanwijzing, die hem ter voortzetting van het in Hoofdst 3:24 v. gezegde ten deel wordt, verstommen, om daarna zijnen mond tot profetische reden van nieuwen aard te openen (vs. 25-27).
Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij in het negende jaar na Jojachins wegvoering en Zedekia’s komst tot het koninkrijk (2 Kon. 24:10-17) in de tiende maand Tebeth (Ex. 12:2) op den tienden der maand, dus het einde van December des jaars 590 v. C. zeggende:
Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, zo als men dat bij gewichtige gebeurtenissen doet, om den datum niet te vergeten, den naam even van dezen zelven dag: de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem even op dezen zelven dag, om de stad met bolwerken te omsingelen en haar te belegeren. Zonder twijfel zal Ezechiël zijne toehoorders hebben opgewekt, om ook den dag aan te tekenen. Te Babel werd opgetekend, wat te Jeruzalem werd volbracht. De plaats aan den Chaboras, waar de Profeet zich ophield, is meer den 100 mijlen van Jeruzalem verwijderd; op menselijke wijze kon dus Ezechiël onmogelijk weten, dat juist op dezen dag de belegering van Jeruzalem was begonnen, en wanneer men naderhand vernam, dat dit nauwkeurig was uitgekomen, dan was het een sterk bewijs van zijne Goddelijke zending. Dat Ezechiël, wat bij Jeruzalem geschiedde, op denzelven dag aan den Chaboras wist te zeggen, heeft natuurlijk groten aanstoot gegeven aan die uitleggers, wier God gene voorzegging kan geven. Het was echter noodzakelijk, dat de mensen leerden, dat de val der stad noch aan toeval, noch aan de macht der Babyloniërs was toe te schrijven, maar aan den wil van Hem, die zo lang vooruit had gezegd, dat om de goddeloosheid der inwoners de stad in vuur zou opgaan. Nog lang was deze dag den ballingen een gewichtige dag. Tot de vastendagen, welke in de ballingschap en nog daarna tot aandenken aan gewichtige gebeurtenissen uit de laatste grote katastrofe werden gehouden, behoorde volgens Zach. 8:19 ook de 10e dag der 10e maand. Vgl. Lev. 16:31 Aanmerkingen. Het is duidelijk, dat de Heere hier nader beveelt dat het volk het goed wete, dat de straf over Jeruzalem een straf Gods was. Dat het dus niet in de allereerste plaats was, de zucht van Babel’s koning om zijn rijk uit te breiden, maar dat de Heere hem leidde en bestuurde, opdat aldus Diens raad zou worden uitgevoerd, ook in betrekking tot den val van Jeruzalem. Juda’s volk moest hierdoor een hoog besef verkrijgen van de Oppermajesteit Gods, die alle dingen werkt naar den raad van Zijnen wil.
En gebruik, draag voor ene gelijkenis, een parabel tot dat weerspannig huis, wanneer gij deze gebeurtenis verkondigt, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE en beveelt mij iets te doen, waaruit gij, al ziet gij het niet voor uwe ogen, toch kunt afleiden, wat de Heere, wiens gezant ik ben (Hoofdst. 4:3 en 7) begonnen is met Jeruzalem te doen. Hij beval mij: Zet enen
pot toe(liever: den pot, den welbekenden Hoofdst. 11:3), zet hem toe, en giet ook water daarin.
Jer. 1:13.
Doe zijne stukken, de stukken van slachtvee te zamen daarin om gekookt te worden, alle goede stukken, namelijk de dij en den schouder, de achter- en voorbout, vul hem met de keur der beenderen, de uitgezochtste, waarin het beste merg is.
Neem, gelijk gezegd is, de keur van de kudde, en stook ook enen brandstapel, een groten houthoop tot het koken van de beenderen daaronder, die om tot brij te worden, een zeer aanhoudend en sterk vuur nodig hebben; doe hem wel opzieden; ook zullen zijne beenderen daarin gekookt worden 1), tot ze gaar worden.
Uit vs. 6-8 blijkt zo duidelijk mogelijk dat Jeruzalem de pot is en het vuur de belegering door Nebukadnezar. Dat het beste van de kudde moet genomen worden en weer het beste van de stukken, wil zeggen, dat de Heere God het beste deel van Jeruzalem in vuur zal doen omkomen. Hevig zal de verdrukking en de verwoesting zijn, en zolang aanhouden, dit wordt door den brandstapel aangeduid, dat de verwoesting volkomen is.
Daarom, om nu ook uitdrukkelijk aan te geven wat met den pot in vs. 3 bedoeld is, alzo zegt de Heere HEERE: wee der bloedstad (Hoofdst. 22:2), den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim niet is uitgegaan, zodat op de in vs. 11 v. genoemde wijze met hem moet worden gehandeld! trek stuk bij stuk daaruit, opdat hij ledig worde, en laat het lot over hem niet vallen, maar neem zonder enige keus er uit, zoals het voor de hand komt.
Want haar bloed, dat zij vergoten, is evenals het schuim dat den pot onafscheidelijk aanhangt, in het midden van haar; op ene gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken en het alzo te doen vergeten.
Opdat Ik met opzet en na het rechtvaardig gericht de grimmigheid doe opgaan, om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op ene gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde, maar Mij altijd voor ogen blijve. Hare zonde uit boosheid bedreven, zal niet worden vergeven, maar met uitroeiing worden gestraft (Num. 15:30 v.).
Daarom, om naast den pot in vs. 6 ook het vuur onder dien (vs. 5) nader te verklaren, alzo zegt de Heere HEERE: {a} Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken, een groten hoop houts onder haar aanbrengen. {a} Nah. 3:1. Hab. 2:12.
Draag gij, Mijn Profeet, die Mijne verrichtingen moet voorstellen, veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de hitte zo hoog stijgen, dat de beenderen verbranden, door de macht des vuurs verkoken.
Stel, nadat nu de stukken vlees gekookt en zonder onderscheid zijn uitgenomen (vs. 5 v.) hem, den pot, daarna ledig op zijne kolen, opdat hij heet worde, en zijne roest verbrande, het koper waaruit hij gemaakt is, doorgloeie, en zijne onreinigheid in het midden van hem versmelte door den onmiddellijk werkenden gloed, en zijn schuim dat er aanhangt, verteerd worde.
Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt 1). Vergeefs is al de moeite! nog is, ondanks alle pogingen, om door ene gewone zuivering den pot rein te krijgen, haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur, de pot zelf moet zamensmelten en zich in vloeibaar koper oplossen.
Zodanig was het met Jeruzalem gelegen: Zij had haren God met ijdelheid moede gemaakt, met voornemens en beloften van verbetering, welke zij nimmer volbracht. Zijn vermoeiden zich zelf met haar vleselijk vertrouwen, hetwelk haar altoos heeft bedrogen. Zij, die leugenachtige ijdelheden volgen, vermoeien zich zelf met die najaging. Omdat zij ongeneeslijk boos is, zo wordt zij zonder hulpmiddel aan het verderf overgegeven.
In uwe onreinigheid, o Jeruzalem, die de pot zijt, van welken hier sprake is, is tengevolge der boosheid, waarmee gij zondigt, en alle pogingen Mijner Profeten tot uwe bekering wederstaat, schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, alle pogingen daartoe heb in het werk gesteld, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uwe onreinigheid niet meer gereinigd worden (Jer. 13:27), totdat Ik Mijne grimmigheid op u zal hebben doen rusten 1), zodat gij in de vlammen zijt te niet gegaan (Hoofdst. 5:13).
De Heere zegt het hier, dat Hij Juda zeer vele geneesmiddelen had gegeven, maar zij hadden niets uitgewerkt. Dat Hij alle middelen had gebruikt om hen te reinigen, maar zij hadden niet gebaat. Juda’s inwoners wilden niet gereinigd zijn en gereinigd worden. Dan zou het vuur niet langer reinigen en zuiveren, maar verterend en verwoestend werken. Dit geldt ook voor den zondaar, die niet op de roepstem Gods tot bekering wil acht geven.
Ik, de HEERE, heb het gesproken (Hoofdst. 12:17); het zal komen, en Ik zal het doen, zodat Mijn toorn zich op die genoemde wijze aan u koele. Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet a) verschonen noch berouw hebben; naar uwe wegen en naar uwe handelingen zullen zij, de Chaldeën, die geroepen zijn Mijne oordelen over u te volvoeren, u b) richten (Hoofdst. 7:8 v. 27), spreekt de Heere HEERE.
Ezech. 5:11. b) Ezech. 23:24. Het eerste woord Gods (vs. 3-14) stelt den gang en het resultaat voor van de belegering, die met dezen dag begonnen is. Het wijst in ene gelijkenis aan, hoe Jeruzalem en zijne bewoners in de belegering zullen gekookt worden als vlees in een pot, hoe de inwoners daardoor zullen worden uitgeroeid, en de stad zelf verwoest, en dit om de haar aanklevende zonde en ongerechtigheid. Uit de woorden: “gebruik ene gelijkenis” volgt, dat de volgende handeling, die den Profeet bevolen werd te doen: “Zet enen pot toe enz” voor gene werkelijke symbolische handeling is te houden, welke hij inderdaad moest volbrengen, maar deze handeling vormt den inhoud der gelijkenis en behoort alleen tot de parabel. Daarom is ook de verklaring van de parabel (v. 10 vv.) in den vorm ener handeling gekleed. Aan ene handeling, die werkelijk heeft plaats gehad, laat ook bijv. vs. 5 in ‘t geheel niet denken, volgens hetwelk een aantal schapen in den pot moesten worden gedaan. De gelijkenis slaat verder op het gezegde, dat de Joden in Jeruzalem in hunnen overmoed tegen de bedreigingen van den Profeet overstelden. (Ez. 11:3). “De stad is de pot, wij zijn het vlees. ” Zij meenden, dat zij in de vaste stad, gelijk het vlees in den pot, wel bewaard blijven en veilig wonen zouden, totdat het alles zou voleindigd zijn. De herhaalde oproeping, die groten haast te kennen geeft: “zet toe, zet toe” is te gelijk sarkasme: haal den pot; Nebukadnezar heeft zich rondom de muren gelegerd, nu moge het blijken, in hoeverre hun spreekwoord een waar woord is. De pot met vlees en beenderen is Jeruzalem met de daarin geslotenen, het vuur en het koken betekent de belegering, het op het vuur zetten is de insluiting, en zeker de aanzienlijkste bewoners des lands, het meest tot tegenstand machtig, zullen in de stad ingesloten en door de belegering vernietigd worden. Lenden en schouder worden voor de beste en smakelijkste stukken van het dier gehouden en waren bij maaltijden bijzonder geliefd (Lev. 7:32. 1 Sam. 9:23 v. de beenderen komen als de meest vaste delen in aanmerking, welke het meest aan het vuur weerstand bieden, en gelijk nu onder lenden en schouder de aanzienlijkste en edelste lieden bedoeld zijn, zo onder de beenderen vol merg de moedigste en dapperste. Een ontzaglijk groot vuur, een ware gloed moet dan onder den pot worden aangebracht, zodat daardoor alle er in geworpen stukken, zelfs de beenderen verkookt worden. Daartoe dient de houthoop, zo groot, zo buitengewoon sterk moet het vuur zijn, om zelfs de beenderen te kunnen koken en verbranden. In den toorn Gods is, omdat die Zijne versmade liefde is, even als in de liefde Gods, ijver en hevigheid. Het beste is ook voor Zijne straffen niet te goed. Wanneer u, o zondaar! Gods goedheid en weldaden niet meer kunnen verbeteren, moet Hij U in den oven der ellende werpen, of gij zo tot erkentenis zoudt mogen komen. Met vs. 6 begint de verklaring der gelijkenis, doch zo, dat daarmee de verdere ontwikkeling hand in hand gaat. Ene in de gelijkenis zelf niet vermelde omstandigheid, de roest aan den pot wordt er bijgevoegd en daardoor het beeld van den pot uitgebreid. Daar Jeruzalem ene stad van bloedschuld is, gelijkt zij op een pot, aan welken onverdelgbare roestvlekken zijn. Het woord van den grondtekst kan iets gebrands, ene brandvlek betekenen; juister is er echter ene roestvlek onder te verstaan, zoals die door vocht aan het metsal komt, waardoor het verteerd wordt (Jak. 5:3). Aan Jeruzalem kleeft ene bloedschuld gelijk vergiftige roest aan het binnenste van een pot. Omdat de roest niet wil wijken, moet het uiterste middel worden aangewend om het weg te doen, namelijk het vuur (vs. 11 vv.), waardoor met den roest de pot zelf te niet gaat. Om den pot vooraf ledig te maken en dien nog eens over het vuur te kunnen zetten, opdat de roest, die daaraan kleeft, worde uitgebrand, terwijl hij zelf te niet gaat, moeten de vleesstukken worden uitgehaald, nadat ze gekookt zijn. Dit uithalen der stukken betekent het wegdoen van de inwoners uit de stad (Hoofdst. 2:7), zowel door ze te doden als ze gevankelijk weg te voeren. Daarbij zal niet het lot worden geworpen, welke stukken het eerst, welke het laatst uit den pot moeten worden genomen; zij moeten allen weg en zonder onderscheid zullen rijken en armen, jongen en ouden omkomen, of gevankelijk worden weggevoerd. Bij de vorige gevankelijke wegvoeringen was geloot, wie zouden ontgaan en wie zouden blijven. Nu echter onder Zedekia zouden allen zonder onderscheid worden uitgestoten. De wegvoering uit de veroverde stad geschiedde zonder enig bijzonder blijk der Goddelijke Voorzienigheid, die in grote noden altijd nog een troost is; het ging zo als in Jer. 15:2 geschreven staat. In vs. 7 wordt de reden dezer bedreiging opgegeven, door de voorstelling van Jeruzalems zonde. De stad heeft bloed vergoten, dat niet met aards bedekt maar onbedekt gebleven is, als bloed, dat op een harden rotssteen is uitgegoten, hetwelk de steen niet kan inzuigen, en dat, omdat het niet bedekt is, tot God om wrake roept. De gedachte is deze: zij heeft misdadig en schaamteloos gezondigd en niets gedaan, om hare schuld te bedekken, heeft geen spoor van berouw en bekering getoond, om van hare schuld te worden verlost. Men heeft hier in het bijzonder te denken aan de talrijke gerechtelijke moorden, welke door die partij werden bedreven, welk het staatsroer in handen had. De partij van buitenlandse alliantie’s, welke tegen allen woede, die in den naam van den God van Israël zich tegen dien echtbreuk verhieven; een voorbeeld van zulk een gerechtelijken moord is dat van den profeet Uria in Jer. 26:20 vv. Jeruzalem heeft zich wonder vrij geacht in de stoutmoedigheid, waarmee het zondigde; maar, zo betuigt vs. 3, alles geschiedde alleen, om Gods gericht te weeg te brengen. De Heere zelf heeft het tot hare schande gewild, dat het bloed niet op de aarde zou vloeien, waar het door stof kon bedekt worden, als of de schuld zou verzoend zijn, maar altijd zouden de onuitwisbare sporen bloed, aan de droge rotsen klevende, luide om wrake roepen. De aarde zuigt het bloed in, dat naar recht vergoten is, of bedekt dat, hetwelk niet gewroken wordt aan hem, die het vergoten hoeft; daarentegen het bloed, dat moet gewroken worden, daarvan wordt gezegd, dat de aarde het niet bedekt, of ook te zijner tijd zal ontdekken (Job 16:18. Jes. 26:21). Om het bloed van Christus, op Golgotha vergoten, verbrandde later Titus de stad. Ook in de zonden der mensen openbaart zich Gods leiding en regeling. De Profeet steekt (vs. 9 en 10) in den naam van God eerst het vuur der rechtvaardige vlammen van Gods toorn aan onder de ketels der bloedstad, zodat het vlees zijner bewoners in ziedende hitte wordt gaar gestookt. Ziet daar het verwoestende vuur van Jeruzalem’s (Chaldeeuwse) belegeraars. Op de vernietiging der bewoners, afgebeeld door vlees en beenderen, volgt in vs. 11 de vernietiging van de stad zelf, afgebeeld door den ketel of pot. Men mag tegen de wijze der profetische voorstelling niet willen aanbrengen, dat de reiniging van den ketel aan het koken van het vlees daarin had moeten voorafgaan, en niet had moeten volgen, en dat, op de zaak zelf gezien, de roest der zonde toch niet aan de stad als menigte van huizen maar aan het volk kleefde, en met vernietiging daarvan de reiniging reeds van zelf was volbracht; want wat de eerste tegenspraak aangaat, zo wordt hier niet gesproken over een koken van het vlees, opdat het gegeten worde; het vlees moest in den pot verkookt worden, om vernietigd en weggeworpen te worden, waartoe men den pot vooraf niet behoefde te reinigen. En wat de tweede aangaat, zo kleeft het vuil der zonde zeker aan den mens, maar volgens Bijbelse zienswijze niet aan dezen alleen, maar het breidt zich ook uit tot de zaak, of tot hetgeen den zondaar toebehoort, op den gehelen krijg van zijne werkzaamheid en van zijne bezitting, zoals ook de aarde is vervloekt om des mensen wil, en Gods gerichten niet slechts over mensen, maar tevens over steden en landen gaan. Ook door Christus liet Jeruzalem zich daarna niet reinigen. Verder-dat is de eerstvolgende toekomst rust de toorn Gods op Israël. De Joden gevoelen dien tot op dezen dag (Richter) vgl. Jes. 4:4.
Wijders geschiedde op denzelfden dag, op welken ik het woord in vs. 1-14 had ontvangen, des HEEREN woord tot mij, zeggende: dadelijk nadat ik dat woord aan het volk had voorgehouden (vs. 18):
Mensenkind! Zie Ik zal, terwijl Ik u thans tot enen vertegenwoordiger van het volk maak, gelijk gij in vs. 3 vv. Mijn vertegenwoordiger moest zijn (vgl. (Hoofdst. 4:4-6, 8-15), den lust uwer ogen, namelijk uwe vrouw, van u wegnemen door ene plage 1), door een plotselingen dood, welke als een Goddelijk oordeel over haar komt (Num. 14:36; 17:12 v.); nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uwe tranen zullen niet voortkomen volgens uwen plicht als Profeet, die met hart en leven geheel in den dienst van God alleen gehoort te zijn (1 Kon. 20:42 en Hos. 1:2).
Wanneer de lust onzer ogen door ene plage wordt weggenomen, moeten wij Gods hand daarin zien en erkennen. Hij neemt onze vertroostingen en alle schepselen van ons, wanneer en zoals het Hem behaagt. Hij gaf ons dezelve, maar behield voor Zich een eigendom daarop, en mag Hij niet met het Zijne doen wat Hij wil? .
Houd stil van kermen; zucht en lijd stilzwijgende, maargij zult geen openbaren dodenrouw maken, bind uwen hoed op u in plaats van dat gij uw hoofd met as zoudt bestrooien (Jes. 61:3), en doe uwe schoenen aan uwe voeten, in plaats van als een treurende barrevoets te gaan (2 Sam. 15:30); en de bovenste lip zult gij niet bewinden (Lev. 13:45. Micha 3:7), en zult der lieden brood, het treurbrood (Hos. 9:4), dat gij vrienden en bloedverwanten als een rouwmaaltijd mocht willen gereed maken (2 Sam. 3:31), niet eten. “Het liefste wat uwe ogen zien. ” Zo slechts wordt hier voorlopig Ezechiëls huisvrouw (vs.
aangeduid, om dat God ze hem ontnam, niet omdat zij zijne vrouw, maar omdat zij het liefste was, dat hij bezat. Wat voor den man ene geliefde vrouw is, dat was voor Israël zijn heiligdom (vgl. vs. 21). Der ogen wellust wordt hier de vrouw en het heiligdom genoemd, als het liefste onder de zichtbare dingen. De Heere is den Profeet nog meer lief; maar Hij is onzienlijk. “Plaag” is eigenlijk een Gr. woord, dat in het Latijn en in de Duitse talen is Overgegaan; het betekent zoveel als “slag”, waarbij God als de slaande wordt gedacht. Plaag is een opzettelijk door God verordend kwaad, waardoor Hij smart wil aandoen, en daarom gemeenlijk zoveel als straf, om zondaren daardoor tot boete wegens de zonde en belijdenis van schuld te brengen. Ezechiëls vrouw werd door een dodelijken slag getroffen, om door dezen slag, die in de eerste plaats zijne vrouw trof, hem leed te veroorzaken, doch niet om hem te straffen, maar om het volk in hem typisch te tonen, hoe het door de van God gedulde verwoesting van stad en tempel stond te worden gestraft. Ezechiël moest dit lijden, gelijk andere beproevingen van zijn profetisch ambt, om het volk tot heilzame boete te leiden. Zo weinig verschoont God Zijne knechten; en zij dragen het gewillig, omdat zij weten, dat de Heere ten Zijnen tijde overvloedig vergoedt, omdat zij in liefde en vertrouwen steeds bereid zijn, Hem alles ten offer te brengen, wat Hij verlangt. God wil dat wij alles, wat ons in de wereld dierbaar is, op Zijn bevel zullen verloochenen; dat degenen, die vrouwen hebben, ook zullen zijn, als degenen, die er gene hebben (1 Kor. 7:29). Gods kinderen zijn daarom gene gevoelloze stenen, maar zij begeren de van God gewilde maat te houden in hun smart. Wat door natuurlijke krachten niet mogelijk is kan door de kracht der genade mogelijk worden: gehoorzaam daarom, ook wanneer het u geheel onmogelijk voorkomt, en geloof, dat u daartoe de kracht zal worden gegeven.
Dit, wat mij volgens vs. 3-14 was opgedragen, sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijne huisvrouw stierf in den avond van dienzelfden dag, overeenkomstig de aankondiging in vs. 16; en Ik deed in den daarop volgenden morgenstond gelijk mij geboden was. Volgens de gewoonte had ik in rouwgewaad voor het volk moeten verschijnen en andere gewoonten van rouw moeten waarnemen, maar ik klaagde niet, noch weende, noch strooide as op mijn hoofd; ik ging niet barrevoets, noch met verborgen mond, maar was geheel als gewoonlijk gekleed.
En het volk, dat van den dood wist, en evenwel mij alle gebruiken van rouw zag nalaten, zei tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet? Wij weten het toch reeds genoegzaam, dat al uw doen profetische zinnebeeldige betekenis heeft.
En ik zei tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:
Zeg tot het huis Israëls: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen en de verschoning 1) uwer ziel, door een slag, die onverwacht u zal overkomen; en uwe zonen en uwe dochteren, die gij verlaten hebt, toen gij voor 9 jaren van Jeruzalem werdt weggevoerd (2 (Kon. 24:14 15 en 16), zullen door het zwaard vallen.
In het Hebr. Machmal. Beter: de begeerte. D. i. hier, wat uwe ziele begeert, waarnaar uwe ziele verlangt. Eet hart der bannelingen hing nog aan het heiligdom, en nu zegt de Heere hun, dat Hij dit heiligdom zou verwoesten. Hij spreekt verder van de zonen en dochteren. Deze zijn niet de eigen kinderen, die wonen bij hen in Babel-, maar de bloed- en aanverwanten.
Dan zult gijlieden bij zulk ene zware ramp, als u te zijner tijd zal treffen, wanneer het thans belegerde Jeruzalem (vs. 1 v.) door de Chaldeën zal zijn ingenomen en den bewoners geschiedt, gelijk in vs. 6 gezegd is, doen, gelijk als Ik gedaan heb: de bovenste lippen zult gij met bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.
En uwe hoeden zullen op uwe hoofden zijn, en uwe schoenen aan uwe voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult, gelijk ik thans slechts mag zuchten (vs. 17), in uwe ongerechtigheden versmachten, en, een iegelijk tegen zijnen broeder zuchten1).
Deze verzen duiden aan, dat de rampen der Joden zo menigvuldig en zo groot zullen zijn, dat zij niet in staat zullen zijn om de gewone gebruiken van rouw in acht te nemen, maar die allen zullen verslonden worden in de stille smart en verdwijnen door den inwendigen angst van hun gemoed. De omstandigheden der Joden waren zodanig, na de verwoesting van Jeruzalem, dat zij onmogelijk enige van die rouwtekenen konden gebruiken, welke Ezechiël verboden werd te gebruiken, noch konden zij zelfs luide klagen of wenen, om de weduwen niet te tergen.
En gij, mensenkind, zo ging de Heere tot mij zelven voort, zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, namelijk Mijn heiligdom, zelfs hun zonen en hun dochteren, die bij de belegering omkomen (vs. 21);
Dat ten zelven dage, wanneer nu alles zal vervuld zijn, wat gij tot hiertoe hebt moeten voorzeggen, en te gelijk zoveel tijd is verlopen, dat het bericht daarvan tot aan den Chaboras kan komen, een ontkomene tot u zal komen, om uwe oren dat te doen horen (Hoofdst. 33:21)?
Ten zelven dage zal uw mond, die van nu aan zal verstommen voor Israël, zodat gij voor langen tijd niets meer tot hen zult hebben te spreken, bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zultwat de Heere weer spreekt tot hen spreken, en niet meer stom zijn. Alzo zult gij hun u betonen een man te zijn, wiens spreken en handelen vol betekenis voor hen is, en alzo zult gij tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, en zo tot kennis van den God huns heils komen (Lev. 26:40 vv.) Ezechiël beeldt in de allersmartelijkste huiselijke ondervinding het lijden af, dat door God tot straf over Zijn volk wordt gebracht, waaraan hij als Profeet in de ballingschap en door sympathie persoonlijk in medelijden is verbonden. Men zou kunnen zeggen, dat een Christologisch Messiaans moment hier in den Profeet te voorschijn treedt-de Geest van Christus in hem (1 Petr. 1:11). Hoe het onthouden van klachten en rouw over den ondergang van het heiligdom en van bloedverwanten moet worden verstaan, ziet men uit de tegenstelling: gij zult in uwe ongerechtigheden versmachten (Hoofdst. 4:17. Lev. 26:39). Alzo heeft men aan ene zo overmeesterende smart te denken, waarvoor gene tranen, gene klachten zijn, maar alleen diep inwendig zuchten over de zonden, die zulk een vreselijk ongeluk hebben veroorzaakt. Maar juist deze smart, die de krachten des lichaams verteert, terwijl die tot grondige erkentenis en tot berouw over de zonde leidt, leidt door berouw en boete ook tot wedergeboorte en vernieuwing des levens. In Hoofdst. 3:26 v. werd den Profeet gezegd, dat hij moest zwijgen en niet anders spreken, dan wanneer Hem de Heere den mond tot een woord Gods opent. En dat heeft Hij ook gedurende al die jaren van toen tot nu gedaan. Hij heeft niets anders gesproken, dan de enkele woorden Gods tussen 3:26 en 24:24 meegedeeld, wanneer de Heere ze hem gaf. Maar nu, nadat hij in het voor ons liggend hoofdstuk de insluiting van Jeruzalem heeft voorgesteld als begonnen, en den uitslag heeft voorzegd, was er niet in de eerste plaats een woord Gods nodig, ten minste geen, dat tot Israël was gericht. Daarom moet hij nu totdat Jeruzalems verwoesting geëindigd is, geheel voor Israël verstommen en zwijgen; eerst het begin des gerichts zal hem weer den mond openen en dan natuurlijk tot profetische reden van anderen inhoud. Gods Profeten worden nooit tot stilzwijgen gebracht dan tot wijze en heilige einden. En wanneer God hun de opening des monds weergeeft, zal het blijken, dat het tot Zijne ere was, dat zij voor een wijle tijds zwegen, opdat de mensen te zekerder en volkomener zouden weten, dat God de Heere is. De Profeet verstomt, omdat nu niets meer te doen is, het lot is gevallen. Vroeger kon Israël nog tot nadenken worden gebracht, nu stond Nebukadnezar voor de poorten en de donderslagen des gerichts, die begonnen, spraken nu zelf. Vroeger was de zonde actief, nu had de passieve geschiedenis der zonde haar begin gevonden. Ene nieuwe periode voor de profetische rede kwam eerst, toen het ongeluk was begonnen, dat den bodem daartoe zou bereiden. De Profeet kan alleen met degene, die ontkomen is, spreken, in aansluiting van het bericht, dat deze zal brengen. Toch heeft het verstommen alleen betrekking op de vaderlandse omstandigheden, juist in den tijd van zwijgen ten hunnen opzichte ontwikkelde zich de voorzegging van den Profeet omtrent buitenlandse volken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel