Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 24

1 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, in het negendeH8671 jaarH8141, in de tiendeH6224 maandH2320, op den tiendenH6218 der maandH2320, zeggendeH559: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:

KJV Again in the ninth6 year,5 in the tenth8 month,7 in the tenth9 day of the month,10 the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִי֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֜י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 בַּשָּׁנָ֤ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 6 הַתְּשִׁיעִית֙ H8671 negende, negenden ninth 7 בַּחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 8 הָעֲשִׂירִ֔י H6224 tiende, tienden tenth (part) 9 בֶּעָשׂ֥וֹר H6218 tienden, tiensnarig instrument, tien (instrument of) ten (strings, -th) 10 לַחֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 11 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121! schrijfH3789 u den naamH8034 van den dagH3117 op, even van dezen zelfdenH6106 dagH3117; de koningH4428 van BabelH894 legtH5564 zich voor JeruzalemH3389, even op dezenH2088 zelfdenH6106 dagH3117. Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.

KJV Son1 of man,2 write3 thee the name6 of the day,7 even of this same9 day:10 the king13 of Babylon14 set12 himself against Jerusalem16 this same17 day.

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 כְּתָב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 4 לְךָ֙ 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 עֶ֖צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 10 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 סָמַ֤ךְ H5564 leggen, leiden, ondersteund bear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain 13 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 בָּבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 17 בְּעֶ֖צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 18 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En gebruikH4911 een gelijkenisH4912 totH413 dat wederspannigH4805 huisH1004, en zegH559 totH413 hen: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZetH8239 een potH5518 toe, zetH8239 hem toe, en gietH3332 ookH1571 waterH4325 daarin. En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.

KJV And utter1 a parable5 unto the rebellious4 house,3 and say6 unto them, Thus saith9 the Lord10 GOD;11 Set on12 a pot,13 set it on,14 and also pour16 water

1 וּמְשֹׁ֤ל H4911 gebruik, spreekwoord, gebruiken be(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 הַמֶּ֨רִי֙ H4805 wederspannig, wederspannigheid, kwaad bitter, (most) rebel(-lion, -lious) 5 מָשָׁ֔ל H4912 spreekwoord, spreuk, spreuken byword, like, parable, proverb 6 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 11 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 12 שְׁפֹ֤ת H8239 Zet, bestellen, legt bring, ordain, set on 13 הַסִּיר֙ H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 14 שְׁפֹ֔ת H8239 Zet, bestellen, legt bring, ordain, set on 15 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 16 יְצֹ֥ק H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 17 בּ֖וֹ 18 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Doe zijn stukkenH5409 te zamenH622 daarin, alleH3605 goedeH2896 stukkenH5409, de dijH3409 en den schouderH3802, vulH4390 hem met de keurH4005 der beenderenH6106. Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.

KJV Gather1 the pieces2 thereof into it, even every good6 piece,5 the thigh,7 and the shoulder;8 fill11 it with the choice9 bones.

1 אֱסֹ֤ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 נְתָחֶ֨יהָ֙ H5409 stukken, delen, stuk part, piece 3 אֵלֶ֔יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 נֵ֥תַח H5409 stukken, delen, stuk part, piece 6 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 יָרֵ֣ךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 8 וְכָתֵ֑ף H3802 schouder, schouderbanden, schouderen arm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter 9 מִבְחַ֥ר H4005 keur, uitgelezen, keure choice(-st), chosen 10 עֲצָמִ֖ים H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 11 מַלֵּֽא H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 NeemH3947 de keurH4005 van de kuddeH6629, en stook ookH1571 een brandstapel van de beenderenH6106 daaronder; doe hem wel opziedenH7570; ookH1571 zullen zijn beenderenH6106 daarin gekooktH1310 worden. Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.

Ook in dit vers stook brandstapelH1754

KJV Take3 the choice1 of the flock,2 and burn5 also the bones6 under it, and make it boil8 well,9 and let them seethe11 the bones12 of it therein.

1 מִבְחַ֤ר H4005 keur, uitgelezen, keure choice(-st), chosen 2 הַצֹּאן֙ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 3 לָק֔וֹחַ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 וְגַ֛ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 5 דּ֥וּר H1754 bal, rond, stook brandstapel ball, turn, round about 6 הָעֲצָמִ֖ים H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 7 תַּחְתֶּ֑יהָ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 רַתַּ֣ח H7570 opzieden, zieden, ziedt boil 9 רְתָחֶ֔יהָ H7571 [idiom] (boil) well 10 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 בָּשְׁל֥וּ H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 12 עֲצָמֶ֖יהָ H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 13 בְּתוֹכָֽהּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: WeeH188 der bloedstadH1818, den potH5518, welks schuimH2457 in hem is, en vanH4480 welkenH834 zijn schuimH2457 en nietH3808 is uitgegaanH3318! trekH3318 stukH5409 bij stukH5409 daaruit, en laat het lotH1486 overH5921 hem nietH3808 vallenH5307. Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.

KJV Wherefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Woe6 to the bloody8 city,7 to the pot9 whose scum11 is therein, and whose scum13 is not gone out15 of it! bring it out19 piece17 by piece;18 let no lot23 fall

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהֹוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 אוֹי֮ H188 Wee, wee, Och alas, woe 7 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 הַדָּמִים֒ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 סִ֚יר H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 חֶלְאָתָ֣ה H2457 schuim scum 12 בָ֔הּ 13 וְחֶ֨לְאָתָ֔הּ H2457 schuim scum 14 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יָצְאָ֖ה H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 16 מִמֶּ֑נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 17 לִנְתָחֶ֤יהָ H5409 stukken, delen, stuk part, piece 18 לִנְתָחֶ֨יהָ֙ H5409 stukken, delen, stuk part, piece 19 הוֹצִיאָ֔הּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 20 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 נָפַ֥ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 22 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 גּוֹרָֽל H1486 lot, loten, lots lot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WantH3588 haar bloedH1818 is in het middenH8432 van haar; opH5921 een gladdeH6706 steenrotsH5553 heeft zij dat gelegdH7760; zij heeft het opH5921 de aardeH776 nietH3808 uitgestortH8210, om hetzelve met stofH6083 te bedekkenH3680. Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.

KJV For her blood2 is in the midst3 of her; she set8 it upon the top6 of a rock;7 she poured10 it not upon the ground,12 to cover13 it with dust;

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 דָמָהּ֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 3 בְּתוֹכָ֣הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 4 הָיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 צְחִ֥יחַ H6706 gladde, hoogten higher place, top 7 סֶ֖לַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 8 שָׂמָ֑תְהוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 9 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 שְׁפָכַ֨תְהוּ֙ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 לְכַסּ֥וֹת H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 14 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 עָפָֽר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Opdat Ik de grimmigheidH2534 doe opgaanH5927 om wraakH5359 te oefenenH5358, heb Ik ook haar bloedH1818 opH5921 een gladdeH6706 steenrotsH5553 gelegdH5414, opdat het nietH1115 bedektH3680 worde. Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.

KJV That it might cause fury2 to come up1 to take3 vengeance;4 I have set5 her blood7 upon the top9 of a rock,10 that it should not be covered.

1 לְהַעֲל֤וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 חֵמָה֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 3 לִנְקֹ֣ם H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 4 נָקָ֔ם H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance 5 נָתַ֥תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 דָּמָ֖הּ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 צְחִ֣יחַ H6706 gladde, hoogten higher place, top 10 סָ֑לַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 11 לְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 12 הִכָּסֽוֹת H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: WeeH188 der bloedstadH1818! IkH589 zal ookH1571 den brandstapelH4071 grootH1431 maken! Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Woe6 to the bloody8 city!7 I will even make the pile12 for fire great.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 א֖וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 7 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 הַדָּמִ֑ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 10 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 אַגְדִּ֥יל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 12 הַמְּדוּרָֽה H4071 brandstapel pile (for fire)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Draag veelH7235 houtsH6086 toe, steekH1814 het vuurH784 aan, verteerH8552 het vleesH1320, en kruidH7543 het met specerijenH4841, en laat de beenderenH6106 verbrandenH2787. Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.

KJV Heap1 on wood,2 kindle3 the fire,4 consume5 the flesh,6 and spice7 it well,8 and let the bones9 be burned.

1 הַרְבֵּ֤ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 2 הָעֵצִים֙ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 3 הַדְלֵ֣ק H1814 Brandende, hittiglijk, nagejaagd burning, chase, inflame, kindle, persecute(-or), pursue hotly 4 הָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 הָתֵ֖ם H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 6 הַבָּשָׂ֑ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 וְהַרְקַח֙ H7543 apothekers, apothekerswerk, bereiders apothecary, compound, make (ointment), prepare, spice 8 הַמֶּרְקָחָ֔ה H4841 apothekerskokerij, specerijen pot of ointment, [idiom] well 9 וְהָעֲצָמ֖וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 10 יֵחָֽרוּ H2787 verbrand, ontstoken, ontsteken be angry, burn, dry, kindle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 StelH5975 hem daarna ledigH7386 opH5921 zijn kolenH1513, opdatH4616 hij heetH3179 worde, en zijn roestH5178 verbrandeH2787, en zijn onreinigheidH2932 in het middenH8432 van hem versmelteH5413, zijn schuimH2457 verteerdH8552 worde. Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.

KJV Then set1 it empty4 upon the coals3 thereof, that the brass8 of it may be hot,6 and may burn,7 and that the filthiness11 of it may be molten9 in it,10 that the scum13 of it may be consumed.

1 וְהַעֲמִידֶ֥הָ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 גֶּחָלֶ֖יהָ H1513 kolen, kool, Vurige kolen (burning) coal 4 רֵקָ֑ה H7386 ijdele, ledig, ledige emptied(-ty), vain (fellow, man) 5 לְמַ֨עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 תֵּחַ֜ם H3179 verhit, hittig, heet get heat, be hot, conceive, be warm 7 וְחָ֣רָה H2787 verbrand, ontstoken, ontsteken be angry, burn, dry, kindle 8 נְחֻשְׁתָּ֗הּ H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 9 וְנִתְּכָ֤ה H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 10 בְתוֹכָהּ֙ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 טֻמְאָתָ֔הּ H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 12 תִּתֻּ֖ם H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 13 חֶלְאָתָֽהּ H2457 schuim scum
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Met ijdelhedenH8383 heeft zij Mij moedeH3811 gemaakt; nog is haar overvloedigH7227 schuimH2457 vanH4480 haar nietH3808 uitgegaanH3318; haar schuimH2457 moet in het vuurH784. Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.

KJV She hath wearied2 herself with lies,1 and her great6 scum7 went not forth4 out of her: her scum9 shall be in the fire.

1 תְּאֻנִ֖ים H8383 ijdelheden lie 2 הֶלְאָ֑ת H3811 moede, vermoeid, moede maakt faint, grieve, lothe, (be, make) weary (selves) 3 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תֵצֵ֤א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 מִמֶּ֨נָּה֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 רַבַּ֣ת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 חֶלְאָתָ֔הּ H2457 schuim scum 8 בְּאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 חֶלְאָתָֽהּ H2457 schuim scum
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 In uw onreinigheidH2932 is schandelijkheidH2154, omdat Ik u gereinigdH2891 heb, en gij nietH3808 gereinigdH2891 zijt, zo zult gij van uw onreinigheidH2932 nietH3808 meerH5750 gereinigdH2891 worden, totdatH5704 Ik Mijn grimmigheidH2534 op u zal hebben doen rustenH5117. In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.

KJV In thy filthiness1 is lewdness:2 because I have purged4 thee, and thou wast not purged,6 thou shalt not be purged9 from thy filthiness7 any more, till I have caused my fury14 to rest

1 בְּטֻמְאָתֵ֖ךְ H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 2 זִמָּ֑ה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 3 יַ֤עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 4 טִֽהַרְתִּיךְ֙ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 5 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 טָהַ֔רְתְּ H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 7 מִטֻּמְאָתֵךְ֙ H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִטְהֲרִי H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 10 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 11 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 הֲנִיחִ֥י H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 חֲמָתִ֖י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 15 בָּֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696; het zal komenH935, en Ik zal het doenH6213; Ik zal er nietH3808 van wijkenH6544, en Ik zal nietH3808 verschonenH2347 nochH3808 berouwH5162 hebben; naar uw wegenH1870 en naar uw handelingenH5949 zullen zij u richtenH8199, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt de Heere HEERE.

KJV I the LORD2 have spoken3 it: it shall come to pass,4 and I will do5 it; I will not go back,7 neither will I spare,9 neither will I repent;11 according to thy ways,12 and according to thy doings,13 shall they judge14 thee, saith15 the Lord16 GOD.

1 אֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 דִּבַּ֨רְתִּי֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 בָּאָ֣ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 וְעָשִׂ֔יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 אֶפְרַ֥ע H6544 ontbloot, ontbloten, verwerpt avenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover 8 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אָח֖וּס H2347 verschonen, sparen, verschone pity, regard, spare 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 אֶנָּחֵ֑ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 12 כִּדְרָכַ֤יִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 13 וְכַעֲלִילוֹתַ֨יִךְ֙ H5949 handelingen, daden, oorzaak act(-ion), deed, doing, invention, occasion, work 14 שְׁפָט֔וּךְ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 15 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 17 יְהֹוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV Also the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 MensenkindH1121! zieH2005, Ik zal den lustH4261 uwer ogenH5869 vanH4480 u wegnemenH3947 door een plageH4046; nochtans zult gij nietH3808 rouwklagenH5594, nochH3808 wenenH1058, en uw tranenH1832 zullen nietH3808 voortkomenH935. Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.

KJV Son1 of man,2 behold, I take away4 from thee the desire7 of thine eyes8 with a stroke:9 yet neither shalt thou mourn11 nor weep,13 neither shall thy tears16 run down.

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 4 לֹקֵ֧חַ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 מִמְּךָ֛ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מַחְמַ֥ד H4261 gewenste, begeerlijke, begeerte beloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing) 8 עֵינֶ֖יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 9 בְּמַגֵּפָ֑ה H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 10 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תִסְפֹּד֙ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 12 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תִבְכֶּ֔ה H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 14 וְל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תָב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 דִּמְעָתֶֽךָ H1832 tranen tears
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Houd stilH1826 van kermenH602, gij zult geenH3808 dodenrouwH60 makenH6213, bindH2280 uw hoedH6287 opH5921 u, en doe uw schoenenH5275 aanH5921 uw voetenH7272; en de bovenste lipH8222 zult gij nietH3808 bewindenH5844, en zult der liedenH582 broodH3899 nietH3808 etenH398. Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.

KJV Forbear2 to cry,1 make6 no mourning4 for the dead,3 bind8 the tire of thine head7 upon thee, and put on11 thy shoes10 upon thy feet,12 and cover14 not thy lips,16 and eat20 not the bread17 of men.

1 הֵאָנֵ֣ק H602 kermen, uitroepen cry, groan 2 דֹּ֗ם H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 3 מֵתִים֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 אֵ֣בֶל H60 rouw, treuren, treurigheid mourning 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תַֽעֲשֶׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 פְאֵֽרְךָ֙ H6287 hoed, hoeden, hoofdkroning beauty, bonnet, goodly, ornament, tire 8 חֲב֣וֹשׁ H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 9 עָלֶ֔יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 וּנְעָלֶ֖יךָ H5275 schoenen, schoen, paar schoenen dryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s) 11 תָּשִׂ֣ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 12 בְּרַגְלֶ֑יךָ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 13 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תַעְטֶה֙ H5844 bedekt, bewimpelen, bewinden array self, be clad, (put a) cover (-ing, self), fill, put on, [idiom] surely, turn aside 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 שָׂפָ֔ם H8222 lip, knevelbaard beard, (upper) lip 17 וְלֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 18 אֲנָשִׁ֖ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 תֹאכֵֽל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Dit sprakH1696 ik totH413 het volkH5971 in den morgenstondH1242, en mijn huisvrouwH802 stierfH4191 in den avondH6153; en ik deedH6213 in den morgenstondH1242, gelijk mij gebodenH6680 was. Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.

KJV So I spake1 unto the people3 in the morning:4 and at even7 my wife6 died;5 and I did8 in the morning9 as I was commanded.

1 וָאֲדַבֵּ֤ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 בַּבֹּ֔קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 5 וַתָּ֥מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 אִשְׁתִּ֖י H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 בָּעָ֑רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 8 וָאַ֥עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 בַּבֹּ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 10 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 צֻוֵּֽיתִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En het volkH5971 zeideH559 totH413 mij: Zult gij ons nietH3808 te kennenH5046 geven, watH4100 ons dezeH428 dingen zijn, datH3588 gij aldus doetH6213? En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?

KJV And the people3 said1 unto me, Wilt thou not tell5 us what these things are to us, that thou doest

1 וַיֹּאמְר֥וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הֲלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תַגִּ֥יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 6 לָ֨נוּ֙ 7 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 לָּ֔נוּ 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 עֹשֶֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En ik zeideH559 totH413 hen: Het woordH1697 des HEERENH3068 is totH413 mij geschied, zeggendeH559: En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:

KJV Then I answered1 them, The word3 of the LORD4 came unto me, saying,

1 וָאֹמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶ֑ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 דְּבַ֨ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 ZegH559 tot het huisH1004 IsraelsH3478: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZietH2005, Ik zal Mijn heiligdomH4720 ontheiligenH2490, de heerlijkheidH1347 uwer sterkteH5797, de begeerteH4261 uwer ogenH5869, en de verschoningH4263 uwer zielH5315; en uw zonenH1121 en uw dochterenH1323, dieH834 gij verlatenH5800 hebt, zullen door het zwaardH2719 vallenH5307. Zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.

KJV Speak1 unto the house2 of Israel,3 Thus saith5 the Lord6 GOD;7 Behold, I will profane9 my sanctuary,11 the excellency12 of your strength,13 the desire14 of your eyes,15 and that which your soul17 pitieth;16 and your sons18 and your daughters19 whom ye have left21 shall fall23 by the sword.

1 אֱמֹ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 5 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 7 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 8 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 9 מְחַלֵּ֤ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מִקְדָּשִׁי֙ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 12 גְּא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 13 עֻזְּכֶ֔ם H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 14 מַחְמַ֥ד H4261 gewenste, begeerlijke, begeerte beloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing) 15 עֵֽינֵיכֶ֖ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 16 וּמַחְמַ֣ל H4263 verschoning pitieth 17 נַפְשְׁכֶ֑ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 18 וּבְנֵיכֶ֧ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 וּבְנֽוֹתֵיכֶ֛ם H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 20 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 עֲזַבְתֶּ֖ם H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 22 בַּחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 23 יִפֹּֽלוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lipH8222 zult gij nietH3808 bewindenH5844, en der liedenH582 broodH3899 zult gij nietH3808 etenH398. Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.

KJV And ye shall do1 as I have done:3 ye shall not cover7 your lips,5 nor eat11 the bread8 of men.

1 וַעֲשִׂיתֶ֖ם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 עָשִׂ֑יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 שָׂפָם֙ H8222 lip, knevelbaard beard, (upper) lip 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תַעְט֔וּ H5844 bedekt, bewimpelen, bewinden array self, be clad, (put a) cover (-ing, self), fill, put on, [idiom] surely, turn aside 8 וְלֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 9 אֲנָשִׁ֖ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תֹאכֵֽלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En uw hoedenH6287 zullen opH5921 uw hoofdenH7218 zijn, en uw schoenenH5275 aan uw voetenH7272; gij zult nietH3808 rouwklagenH5594, nochH3808 wenenH1058, maar gij zult in uw ongerechtighedenH5771 versmachtenH4743, en een iegelijkH376 tegen zijn broederH251 zuchtenH5098. En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.

KJV And your tires1 shall be upon your heads,3 and your shoes4 upon your feet:5 ye shall not mourn7 nor weep;9 but ye shall pine away10 for your iniquities,11 and mourn12 one13 toward another.

1 וּפְאֵרֵכֶ֣ם H6287 hoed, hoeden, hoofdkroning beauty, bonnet, goodly, ornament, tire 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 רָאשֵׁיכֶ֗ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 4 וְנַֽעֲלֵיכֶם֙ H5275 schoenen, schoen, paar schoenen dryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s) 5 בְּרַגְלֵיכֶ֔ם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 6 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תִסְפְּד֖וּ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִבְכּ֑וּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 10 וּנְמַקֹּתֶם֙ H4743 uitteren, versmachten, vervuild consume away, be corrupt, dissolve, pine away 11 בַּעֲוֺנֹ֣תֵיכֶ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 12 וּנְהַמְתֶּ֖ם H5098 briesen, bruisen, brullende mourn, roar(-ing) 13 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 אָחִֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Alzo zal ulieden EzechielH3168 tot een wondertekenH4159 zijnH1961; naar allesH6213, watH834 hij gedaan heeft, zult gij doen; alsH3588 dit komtH935, dan zult gij wetenH3045, dat IkH589 de HeereH136 HEEREH3069 ben. Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

KJV Thus Ezekiel2 is unto you a sign:4 according to all that he hath done7 shall ye do:8 and when this cometh,9 ye shall know10 that I am the Lord13 GOD.

1 וְהָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יְחֶזְקֵ֤אל H3168 Ezechiel, Jehezkel Ezekiel, Jehezekel 3 לָכֶם֙ 4 לְמוֹפֵ֔ת H4159 wonderen, wonderteken, wonder miracle, sign, wonder(-ed at) 5 כְּכֹ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 תַּעֲשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 בְּבֹאָ֕הּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 וִֽידַעְתֶּ֕ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 13 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 14 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En gijH859, mensenkindH1121! zal het nietH3808 zijn, ten dageH3117, als Ik van hen zal wegnemenH3947 hun sterkteH4581, de vreugdeH4885 huns sieraadsH8597, den lustH4261 hunner ogenH5869 en het verlangenH4853 hunner zielenH5315, hun zonenH1121 en hun dochterenH1323; En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;

KJV Also, thou son2 of man,3 shall it not be in the day5 when I take6 from them their strength,9 the joy10 of their glory,11 the desire13 of their eyes,14 and that whereupon they set16 their minds,17 their sons18 and their daughters,

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 הֲל֗וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 בְּי֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 קַחְתִּ֤י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 מֵהֶם֙ 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מָ֣עוּזָּ֔ם H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 10 מְשׂ֖וֹשׂ H4885 vreugde, vrolijkheid, vrolijk joy, mirth, rejoice 11 תִּפְאַרְתָּ֑ם H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מַחְמַ֤ד H4261 gewenste, begeerlijke, begeerte beloved, desire, goodly, lovely, pleasant (thing) 14 עֵֽינֵיהֶם֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מַשָּׂ֣א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 17 נַפְשָׁ֔ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 18 בְּנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 וּבְנוֹתֵיהֶֽם H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Dat ten zelfden dageH3117 een ontkomeneH6412 totH413 u zal komenH935, om uw orenH241 dat te doen horenH2045? Dat ten zelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?

KJV That he that escapeth4 in that day1 shall come3 unto thee, to cause thee to hear6 it with thine ears?

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 הַפָּלִ֖יט H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 5 אֵלֶ֑יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 לְהַשְׁמָע֖וּת H2045 horen to cause to hear 7 אָזְנָֽיִם H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Ten zelven dageH3117 zal uw mondH6310 bij dien, die ontkomenH6412 is, opengedaanH6605 worden, en gij zult sprekenH1696, en nietH3808 meerH5750 stomH481 zijn; alzo zult gij hun tot een wondertekenH4159 zijn, en zij zullen wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben. Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV In that day1 shall thy mouth4 be opened3 to him which is escaped,6 and thou shalt speak,7 and be no more dumb:9 and thou shalt be a sign13 unto them; and they shall know14 that I am the LORD.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יִפָּ֤תַח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 4 פִּ֨יךָ֙ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַפָּלִ֔יט H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 7 וּתְדַבֵּ֕ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תֵֽאָלֵ֖ם H481 stom, verstomd, bindende bind, be dumb, put to silence 10 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 11 וְהָיִ֤יתָ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לָהֶם֙ 13 לְמוֹפֵ֔ת H4159 wonderen, wonderteken, wonder miracle, sign, wonder(-ed at) 14 וְיָדְע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 24:1 Ezechiël 20:1 Ezechiël 8:1 Ezechiël 1:2 Ezechiël 32:1 Ezechiël 29:17 Ezechiël 31:1 Ezechiël 40:1 Ezechiël 32:17
Ezechiël 24:2 2 Koningen 25:1 Jeremia 52:4 Jeremia 39:1 Jesaja 30:8 Habakuk 2:2 Jesaja 8:1
Ezechiël 24:3 Ezechiël 17:2 Ezechiël 20:49 Ezechiël 11:3 Ezechiël 2:6 Jesaja 1:2 Ezechiël 2:3 Ezechiël 24:6 Psalmen 78:2
Ezechiël 24:4 Micha 3:2 Mattheüs 7:2 Ezechiël 22:18
Ezechiël 24:5 Jeremia 52:24 Jeremia 52:10 Jeremia 39:6 Ezechiël 20:47 Ezechiël 34:16 Ezechiël 24:9 Ezechiël 34:20 Openbaring 19:20
Ezechiël 24:6 Ezechiël 22:2 Nahum 3:1 Nahum 3:10 Micha 7:2 Obadja 1:11 Ezechiël 22:27 2 Koningen 24:4 Ezechiël 23:37
Ezechiël 24:7 Leviticus 17:13 Deuteronomium 12:16 Deuteronomium 12:24 Jesaja 26:21 Job 16:18 Jesaja 3:9 Jeremia 6:15 Jeremia 2:34
Ezechiël 24:8 Deuteronomium 32:21 Ezechiël 8:17 Openbaring 17:1 Jeremia 7:18 Ezechiël 22:30 2 Kronieken 36:16 Deuteronomium 29:22 Jeremia 22:8
Ezechiël 24:9 Jesaja 30:33 Ezechiël 24:6 Habakuk 2:12 Openbaring 16:6 2 Thessalonicenzen 1:8 Ezechiël 22:31 Openbaring 14:20 Jesaja 31:9
Ezechiël 24:10 Jeremia 17:3 Jeremia 20:5 Klaagliederen 2:16 Klaagliederen 1:10
Ezechiël 24:11 Jeremia 21:10 Maleachi 4:1 1 Korinthe 3:12 Jesaja 27:9 Mattheüs 3:12 Jeremia 38:18 Jeremia 37:10 Micha 5:11
Ezechiël 24:12 Jeremia 9:5 Jeremia 2:13 Genesis 8:21 Daniël 9:13 Habakuk 2:18 Jesaja 47:13 Jeremia 10:14 Jesaja 1:5
Ezechiël 24:13 Ezechiël 22:24 Ezechiël 5:13 Jeremia 6:28 Ezechiël 16:42 Ezechiël 8:18 Jeremia 25:3 Hosea 7:9 Ezechiël 24:11
Ezechiël 24:14 Ezechiël 18:30 Jesaja 55:11 Ezechiël 5:11 Numeri 23:19 Psalmen 33:9 Ezechiël 9:10 1 Samuël 15:29 Jeremia 13:14
Ezechiël 24:16 Jeremia 13:17 Jeremia 22:10 Ezechiël 24:18 Hooglied 7:10 Jeremia 16:5 Jeremia 22:18 Jeremia 9:1 Klaagliederen 2:18
Ezechiël 24:17 Hosea 9:4 2 Samuël 15:30 Leviticus 21:10 Leviticus 10:6 Psalmen 46:10 Amos 8:3 Habakuk 2:20 Psalmen 39:9
Ezechiël 24:18 1 Korinthe 7:29
Ezechiël 24:19 Ezechiël 12:9 Ezechiël 37:18 Maleachi 3:7 Ezechiël 21:7 Ezechiël 20:49 Ezechiël 17:12 Maleachi 3:13
Ezechiël 24:21 Ezechiël 23:47 Jeremia 7:14 Psalmen 27:4 Ezechiël 23:25 Psalmen 84:1 Jeremia 6:11 Ezechiël 24:16 Jeremia 16:3
Ezechiël 24:22 Amos 6:9 Job 27:15 Psalmen 78:64 Jeremia 16:4 Ezechiël 24:16 Jeremia 47:3
Ezechiël 24:23 Leviticus 26:39 Ezechiël 4:17 Ezechiël 33:10 Job 27:15 Psalmen 78:64 Jesaja 59:11
Ezechiël 24:24 Ezechiël 4:3 Lukas 11:29 Ezechiël 6:7 Jesaja 20:3 Ezechiël 12:11 Ezechiël 12:6 Hosea 1:2 Lukas 21:13
Ezechiël 24:25 Ezechiël 24:21 Psalmen 48:2 Psalmen 50:2 Jeremia 11:22 Jeremia 52:10 Psalmen 122:1 Deuteronomium 28:32 Jeremia 7:4
Ezechiël 24:26 Job 1:15 Ezechiël 33:21 1 Samuël 4:12
Ezechiël 24:27 Ezechiël 33:22 Ezechiël 29:21 Ezechiël 3:26 Efeze 6:19 Psalmen 51:15 Lukas 21:15 Exodus 6:11
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 24 vers 1

negende jaar, Na de gevankelijke wegvoering van den koning Jechonia, beschreven 2 Kon. 24:12-16 ; [vergelijk boven Ezech. 1:2 ; onder Ezech. 33:21 , en Ezech. 40:1 ] ; in wiens plaats Nebukadnezar Zedekia tot koning maakte; en in het negende jaar van dezen Zedekia, in de tiende maand op den tienden dag der maand werd Jeruzalem belegerd; zie 2 Kon. 25:1 ; Jer. 39:1 , en Jer. 52:4 .

Hertaald: negende jaar, Namelijk na de gevankelijke wegvoering van koning Jechonja, beschreven in 2 Kon. 24:12-16 (vergelijk hierboven Ezech. 1:2; hieronder Ezech. 33:21 en Ezech. 40:1). In zijn plaats maakte Nebukadnezar Zedekia tot koning, en in het negende jaar van deze Zedekia, in de tiende maand op de tiende dag van de maand, werd Jeruzalem belegerd; zie 2 Kon. 25:1; Jer. 39:1 en Jer. 52:4.

tiende maand, In het kerkelijke jaar genoemd Tebeth, in het maatschappelijke jaar Thamuz.

Hertaald: tiende maand, In het kerkelijke jaar Tebeth genoemd, in het burgerlijke jaar Thamuz.

Ezechiël 24 vers 2

schrijf u den naam van den dag op, Ter gedachtenis, om vergeleken te worden met de uitkomst, waarvan te zien is 2 Kon. 25:1 ; Jer. 52:4 . Die was omtrent twee jaren vóór het innemen en verwoesten van Jeruzalem, waarvan hier geprofeteerd wordt.

Hertaald: schrijf u den naam van den dag op, Ter gedachtenis, om vergeleken te worden met de afloop, waarover te lezen is in 2 Kon. 25:1; Jer. 52:4. Die was ongeveer twee jaar vóór het innemen en verwoesten van Jeruzalem, waarover hier geprofeteerd wordt.

even van dezen zelfden dag; Hebreeuws, de kracht, of het been des daags, dat is, het wezen des daags, en [gelijk wij zeggen] even, of juist dienzelfden dag. Zie boven Ezech. 2:3 , met de aantekening.

Hertaald: even van dezen zelfden dag; Hebreeuws: de kracht, of het gebeente van de dag; dat is: het wezen van de dag, en (zoals wij zeggen) precies of juist diezelfde dag. Zie hierboven Ezech. 2:3 met de aantekening.

legt zich voor Jeruzalem, Of, is genaderd, heeft zich vervoegd. Het Hebreeuwse woord wordt veel gebruikt voor leunen, steunen, ondersteunen, idem van het opleggen der handen, hetwelk alles met enige samenvoeging, genaking, of nadering geschiedt; en in zake van belegering zeggen wij, voor ene stad liggen, zich daarvoor leggen, enz.

Hertaald: legt zich voor Jeruzalem, Of: is genaderd, heeft zich gelegerd. Het Hebreeuwse woord wordt vaak gebruikt voor leunen, steunen en ondersteunen, en ook voor het opleggen van de handen, wat alles met enige aanraking of nadering gepaard gaat; en bij een belegering zeggen wij: voor een stad liggen, zich ervoor legeren, enzovoort.

Ezechiël 24 vers 3

gebruik een gelijkenis Hebreeuws alsof men zeide: parabel een parabel. Zie boven Ezech. 17:2 .

Hertaald: gebruik een gelijkenis In het Hebreeuws staat het alsof men zei: parabel een parabel. Zie hierboven Ezech. 17:2.

pot toe, Betekenende de belegerde stad Jeruzalem, gelijk vs.6. Zie Jer. 1:13 , en boven Ezech. 11:3 met de aantekening.

Hertaald: pot toe, Die de belegerde stad Jeruzalem aanduidt, zoals vers 6. Zie Jer. 1:13 en hierboven Ezech. 11:3 met de aantekening.

Ezechiël 24 vers 4

zijn Namelijk van den pot; dat is, al zulke stukken vlees, als in den pot behoren te zijn.

Hertaald: zijn Namelijk van de pot; dat is: al die stukken vlees die in de pot horen te zijn.

stukken te zamen daarin, Betekenende de inwoners, inzonderheid de rijke, vette, weelderige burgers en groten van Jeruzalem.

Hertaald: stukken te zamen daarin, Die de inwoners aanduiden, in het bijzonder de rijke, welgedane en weelderige burgers en groten van Jeruzalem.

alle goede stukken, Hebreeuws, alle, of elk goed, of beste stuk.

Hertaald: alle goede stukken, Hebreeuws: elk goed of best stuk.

dij en den schouder, Of, lenden, heup, achterbout.

Hertaald: dij en den schouder, Of: lende, heup, achterbout.

keur der beenderen Dat is, uitgelezenste beenderen, als mergbenen, of bonken.

Hertaald: keur der beenderen Dat is: de uitgelezenste beenderen, zoals mergpijpen of bonken.

Ezechiël 24 vers 5

keur van de kudde, Dat is, het uitgelezenste schaap, of geit, neem het beste van het kleine vee daartoe.

Hertaald: keur van de kudde, Dat is: het uitgelezenste schaap of de beste geit; neem het beste van het kleinvee daarvoor.

brandstapel Of, een vuur van beenderen. [Vergelijk Jes. 30:33 , en onder vs.9], betekenende de zware en gedurige ellenden van het volk, die zij in de belegering van zwaard, honger en pestilentie en daarna zouden lijden; gelijk een vuur van beenderen zeer heet is en de beenderen hard en duurzaam zijn. Sommigen duiden het op het wegwerpen der dode lichamen en beenderen, die onbegraven op het open veld zouden blijven liggen, als God hen dikwijls gedreigd had, zodat er genoeg zouden te bekomen zijn om vuur daarvan te stoken, door welke straffen zij nochtans niet zouden worden gebeterd of bekeerd, gelijk volgt.

Hertaald: brandstapel Of: een vuur van beenderen (vergelijk Jes. 30:33 en hieronder vers 9). Dat duidt de zware en aanhoudende ellenden van het volk aan die zij tijdens de belegering en daarna zouden lijden door zwaard, honger en pest — zoals een vuur van beenderen zeer heet is en beenderen hard en duurzaam zijn. Sommigen betrekken het op het wegwerpen van de dode lichamen en beenderen die onbegraven op het open veld zouden blijven liggen, zoals God hun vaak gedreigd had, zodat er genoeg te vinden zouden zijn om er vuur mee te stoken. Toch zouden zij door die straffen niet verbeterd of bekeerd worden, zoals volgt.

hem Den pot.

Hertaald: hem Namelijk de pot.

wel opzieden; Hebreeuws, zied zijne zoden.

Hertaald: wel opzieden; Hebreeuws: kook zijn kooksels.

zijn beenderen Van den pot, gelijk vs.4.

Hertaald: zijn beenderen Namelijk van de pot, zoals vers 4.

daarin Hebreeuws, in zijn [des pots] midden.

Hertaald: daarin Hebreeuws: in zijn (van de pot) midden.

gekookt worden Of, zieden. Hebreeuws, zijn gekookt, of gezoden.

Hertaald: gekookt worden Of: zieden. Hebreeuws: zijn gekookt of gezoden.

Ezechiël 24 vers 6

bloedstad, Gelijk boven Ezech. 22:2 , en onder vs.9.

Hertaald: bloedstad, Zoals hierboven Ezech. 22:2 en hieronder vers 9.

welks De Heere wil zeggen dat de inwoners van Jeruzalem door al dat zieden en koken evenwel niet zijn gezuiverd; dat is bekeerd, maar bij hunne boosheid hardnekkig gebleven.

Hertaald: welks De HEERE wil zeggen dat de inwoners van Jeruzalem door al dat koken en zieden toch niet gezuiverd, dat is: bekeerd zijn, maar hardnekkig bij hun boosheid gebleven zijn.

schuim niet is uitgegaan Anders, roest, gelijk onder vs.11; alwaar ook een ander woord is, dat roest betekent. Het woord, dat hier gebruikt wordt en ook onder vs.11,12, schijnt te betekenen het schuim, dat niet afgegaan, afgeschuimd of verzoden zijnde, aan den rand van den pot beklijft, en tot enkel taaie vuiligheid of slijm wordt.

Hertaald: schuim niet is uitgegaan Anders: roest, zoals hieronder vers 11, waar ook een ander woord staat dat roest betekent. Het woord dat hier gebruikt wordt, en ook hieronder in vers 11 en 12, lijkt het schuim aan te duiden dat, wanneer het niet afgeschuimd of weggekookt wordt, aan de rand van de pot blijft kleven en tot louter taaie vuiligheid of slijm wordt.

Trek stuk bij stuk daaruit, Hebreeuws, bij, of naar zijne stukken, naar zijne stukken breng hem uit; het lot is over hem niet gevallen. Dit betekent het doden en wegwerpen van velen, en het uitvoeren van de rest in de gevangenschap van Babel, zonder verschoning of onderscheid. Zie boven Ezech. 11:7 .

Hertaald: Trek stuk bij stuk daaruit, Hebreeuws: naar zijn stukken, naar zijn stukken breng hem naar buiten; het lot is er niet over gevallen. Dit duidt op het doden en wegwerpen van velen en op het wegvoeren van de rest in de gevangenschap van Babel, zonder verschoning of onderscheid. Zie hierboven Ezech. 11:7.

hem niet vallen Welke stukken gij eerst, of laatst, of niet, zoudt hebben uit den pot te trekken; zij moeten allen voort, de een dood, de ander het land uit.

Hertaald: hem niet vallen Namelijk over de vraag welke stukken u het eerst, het laatst of helemaal niet uit de pot zou moeten halen: zij moeten er allemaal uit, de een dood, de ander het land uit.

Ezechiël 24 vers 7

haar bloed Van Jeruzalem, afgebeeld door dezen pot.

Hertaald: haar bloed Namelijk van Jeruzalem, dat door deze pot afgebeeld wordt.

gladde steenrots Hebreeuws, gladdigheid, glans, of spits, uitstekendheid ener steenrots, alwaar zij, als voor Gods ogen, het bloed harer kinderen, den afgoden ter ere, heeft gestort en in het openbaar laten liggen, om God te tergen, gelijk volgt. Vergelijk de manier van spreken met onder Ezech. 26:4 , Ezech. 26:14 .

Hertaald: gladde steenrots Hebreeuws: gladheid, glans, of punt van een steenrots — waar zij als voor Gods ogen het bloed van haar kinderen ter ere van de afgoden vergoten en het openlijk heeft laten liggen, om God te tergen, zoals volgt. Vergelijk deze manier van spreken met hieronder Ezech. 26:4, Ezech. 26:14.

stof te bedekken Dit ziet op de wet Lev. 17:13 ; Deut. 12:16 , Deut. 12:24 .

Hertaald: stof te bedekken Dit ziet op de wet in Lev. 17:13; Deut. 12:16, Deut. 12:24.

Ezechiël 24 vers 8

Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan Dat is, om mijne grimmigheid en wraak over zulke gruwelen op het hoogste te tonen.

Hertaald: Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan Dat is: om Mijn grimmigheid en wraak over zulke gruwelen ten hoogste te tonen.

wraak te oefenen, Hebreeuws, wraak te wreken.

Hertaald: wraak te oefenen, Hebreeuws: wraak te wreken.

bloed God wil zeggen dat Hij hun ook in het openbaar zal straffen, dat er de tekenen zullen zijn voor alle mans ogen.

Hertaald: bloed God wil zeggen dat Hij hen ook in het openbaar zal straffen, zodat de tekenen daarvan voor ieders ogen zichtbaar zullen zijn.

Ezechiël 24 vers 9

bloedstad Gelijk boven vs.6.

Hertaald: bloedstad Zoals hierboven vers 6.

brandstapel groot maken Vergelijk boven vs.5. Dat is, een groot vuur onder Jeruzalem [dezen pot] stoken, gelijk volgt.

Hertaald: brandstapel groot maken Vergelijk hierboven vers 5. Dat is: een groot vuur onder Jeruzalem — deze pot — stoken, zoals volgt.

Ezechiël 24 vers 10

Draag veel houts toe, Hebreeuws, vermenigvuldig de houten, of houteren; een levendige vertoning van de ellende der belegerden van Jeruzalem.

Hertaald: Draag veel houts toe, Hebreeuws: vermenigvuldig de houten; een levendige voorstelling van de ellende van de belegerden van Jeruzalem.

verteer het vlees, Of, maak het gaar, doorkook het, kook het volkomenlijk.

Hertaald: verteer het vlees, Of: maak het gaar, doorkook het, kook het volkomen.

kruid het met specerijen, Hebreeuws, specerij der specerijen, opdat de vijanden [gelijk sommigen verstaan] appetijt en lust daartoe krijgen.

Hertaald: kruid het met specerijen, Hebreeuws: specerij der specerijen, opdat de vijanden (zoals sommigen het verstaan) er trek en lust in krijgen.

verbranden Of, aanbranden.

Hertaald: verbranden Of: aanbranden.

Ezechiël 24 vers 11

hem daarna ledig Den pot, dat is: Jeruzalem zal niet alleen van inwoners ontbloot worden, maar de stad ook verbrand, opdat de plaats van die gruwelijke onreinheid ten enenmale uitgezuiverd worde.

Hertaald: hem daarna ledig Namelijk de pot; dat is: Jeruzalem zal niet alleen van zijn inwoners ontdaan worden, maar de stad zal ook verbrand worden, opdat de plaats van die gruwelijke onreinheid volkomen gezuiverd wordt.

versmelte, Of, wegvliete, afgestort worde.

Hertaald: versmelte, Of: wegvloeit, afgestoten wordt.

Ezechiël 24 vers 12

ijdelheden Drijvende zulk een gedurig gewoel in hare afgoderijen, heidense verbonden, inwendigen overlast, leugen, huichelarij en allerlei boze handelingen, met welke zij haar vervallen staat heeft willen ondersteunen en het gedreigde verderf afweren, in plaats van zich tot mij te bekeren, waartoe Ik hen door mijne profeten met zulke verdraagzaamheid vermaand, en met zware dreigementen zo getrouwelijk en veelvoudig gewaarschuwd heb, dat Ik des als moede ben geworden, alzo zij in het minst daardoor niet gebeterd, maar telkens niet dan te hardnekkiger geworden is, gelijk in het volgende verhaald wordt. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden, komende, naar het meeste gevoelen, van een woord dat ijdelheid, onrechtigheid, leugen, boosheid, ondeugd, ook afgoderij betekent. Anders: [met] ijdelheden heeft zij [zich] moede gemaakt.

Hertaald: ijdelheden Namelijk doordat zij zo'n voortdurend gewoel maakte met haar afgoderijen, heidense verbonden, innerlijke overlast, leugen, huichelarij en allerlei boze praktijken, waarmee zij haar vervallen staat wilde schragen en het gedreigde verderf wilde afwenden, in plaats van zich tot Mij te bekeren. Daartoe heb Ik hen door Mijn profeten met zoveel verdraagzaamheid vermaand en met zware dreigementen zo trouw en zo veelvuldig gewaarschuwd dat Ik het als het ware moe geworden ben, terwijl zij er in het minst niet door verbeterd maar telkens des te hardnekkiger geworden is, zoals in het vervolg verteld wordt. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor en is naar de meest gangbare opvatting afgeleid van een woord dat ijdelheid, onrechtvaardigheid, leugen, boosheid, ondeugd en ook afgoderij betekent. Anders: (met) ijdelheden heeft zij zich moe gemaakt.

Ezechiël 24 vers 13

gereinigd heb, Door de vermaningen, waarschuwingen en dreigementen mijner profeten tevergeefs gezocht heb te reinigen, zo zal Ik nu een anderen weg met u ingaan.

Hertaald: gereinigd heb, Namelijk doordat Ik u door de vermaningen, waarschuwingen en dreigementen van Mijn profeten tevergeefs heb proberen te reinigen; nu zal Ik een andere weg met u inslaan.

rusten Zie boven Ezech. 5:13 .

Hertaald: rusten Zie hierboven Ezech. 5:13.

Ezechiël 24 vers 16

lust uwer ogen Of, wens; dat is uwe huisvrouw, zie vs.18. Waardoor de tempel en de stad Jeruzalem werden afgebeeld.

Hertaald: lust uwer ogen Of: wens; dat is: uw echtgenote, zie vers 18. Daarmee werden de tempel en de stad Jeruzalem afgebeeld.

plage; Dat is, een haastigen, van God buitengewoon toegeschikten, dood.

Hertaald: plage; Dat is: een plotselinge, door God buitengewoon toegezonden dood.

Ezechiël 24 vers 17

Houd stil van kermen, Dat is, kerm niet, maar zwijg stil.

Hertaald: Houd stil van kermen, Dat is: kerm niet, maar zwijg stil.

dodenrouw maken, Dat is, geen rouwtekens tonen, gelijk men over verstorven vrienden te dien tijde placht te doen.

Hertaald: dodenrouw maken, Dat is: toon geen rouwtekenen, zoals men in die tijd bij gestorven verwanten placht te doen.

hoed op u, Of, huif, muts, zet op uw hoofd [gelijk onder vs.23]. Het Hebreeuwse woord heeft den naam van versieren. Integendeel plegen de rouwdragenden met het blote hoofd te gaan, en as of stof daarop te spreiden; Lev. 10:6 , en Lev. 21:10 ; 1 Sam. 4:12 ; 2 Sam. 15:32 ; Jes. 61:3 ; Klaagl. 2:10 .

Hertaald: hoed op u, Of: kap, muts; zet die op uw hoofd (zoals hieronder vers 23). Het Hebreeuwse woord is afgeleid van versieren. Rouwenden gingen daarentegen met ontbloot hoofd en strooiden daar as of stof op; Lev. 10:6 en Lev. 21:10; 1 Sam. 4:12; 2 Sam. 15:32; Jes. 61:3; Klaagl. 2:10.

schoenen aan uw voeten; Daar de rouwenden ongeschoeid of barvoets plachten te gaan; 2 Sam. 15:30 .

Hertaald: schoenen aan uw voeten; Terwijl de rouwenden ongeschoeid of blootsvoets plachten te gaan; 2 Sam. 15:30.

lip Of knevelbaard niet verhullen, bewimpelen, gelijk die plachten te doen, die in rouw waren over een groot ongeval; zie Lev. 13:45 ; Mi. 3:7 . Sommigen verstaan niet alleen de bovenste lip, maar voorts den mond en de kin, met de ganse plaats van den baard.

Hertaald: lip Of: bedek uw knevelbaard niet, zoals zij plachten te doen die rouwden over een grote ramp; zie Lev. 13:45; Micha 3:7. Sommigen verstaan er niet alleen de bovenlip onder, maar verder ook de mond en de kin, met de hele baardstreek.

brood niet eten Versta, leedspijs, leed of rouwmaal eten met de vrienden en naburen; zie Jer. 16:7 .

Hertaald: brood niet eten Versta: rouwspijs, het rouwmaal met vrienden en buren; zie Jer. 16:7.

Ezechiël 24 vers 19

wat ons deze dingen beduiden, Dat is, wat zij ons betekenen, wat gij ons door deze vreemde manier van doen wilt te verstaan geven. Het woord zijn is hier bijgevoegd naar den aard der Hebreeuwse taal, gelijk elders dikwijls. Alzo onder Ezech. 37:18 .

Hertaald: wat ons deze dingen beduiden, Dat is: wat zij ons betekenen, wat u ons met deze vreemde manier van doen te kennen wilt geven. Het woord zijn is hier toegevoegd naar de aard van de Hebreeuwse taal, zoals vaker. Zo ook hieronder Ezech. 37:18.

Ezechiël 24 vers 21

heiligdom Den tempel.

Hertaald: heiligdom De tempel.

ontheiligen, In handen der Chaldeën overleveren om verstoord te worden, als een gemene onheilige plaats.

Hertaald: ontheiligen, Namelijk door hem in handen van de Chaldeeën over te geven om verwoest te worden, als een gewone, onheilige plaats.

heerlijkheid uwer sterkte, Of, hoogheid, uitnemendheid uwer sterkte, dat is, dat heerlijk gebouw van den tempel, waarop gij u zozeer verlaat, menende dat Ik daarom Jeruzalem verschonen zal. Sommigen verstaan Jeruzalem of het koninkrijk.

Hertaald: heerlijkheid uwer sterkte, Of: hoogheid, voortreffelijkheid van uw sterkte; dat is: dat heerlijke gebouw van de tempel, waarop u zozeer vertrouwt in de mening dat Ik Jeruzalem daarom wel zal sparen. Sommigen verstaan er Jeruzalem of het koninkrijk onder.

begeerte uwer ogen, Versta, al denzelfden tempel, in welks aanschouwing zij hun lust en vermaak plachten te nemen, en waarnaar zij nu zozeer verlangden. Sommigen verstaan hunne vrouwen, uit vs.16.

Hertaald: begeerte uwer ogen, Versta: diezelfde tempel, bij het aanschouwen waarvan zij hun lust en genoegen plachten te vinden en waarnaar zij nu zozeer verlangden. Sommigen verstaan er hun vrouwen onder, uit vers 16.

verschoning uwer ziel; Welken tempel gij zo liefhebt, dat het u hartelijk deren en wee zou doen, indien men hem zou verwoesten. Sommigen verstaan hier de kinderen en naaste vrienden, die zij, gaande met Jojachin in de gevangenschap, te Jeruzalem gelaten hadden.

Hertaald: verschoning uwer ziel; Namelijk die tempel, die u zo liefhebt dat het u hartelijk zou spijten en pijn zou doen als men hem zou verwoesten. Sommigen verstaan hier de kinderen en naaste verwanten die zij bij hun vertrek met Jojachin in de gevangenschap in Jeruzalem achtergelaten hadden.

Ezechiël 24 vers 22

gedaan heb; Gij zult alsdan geen rouwteken kunnen tonen, vanwege den vloek Gods, en uwe verbaasdheid over de verschrikkelijke algemene ellenden en verwoestingen, die tempel, stad, land en het ganse volk zullen overkomen. Vergelijk hiermede zonderling Jer. 16:5-8 , met de aantekening aldaar.

Hertaald: gedaan heb; U zult dan geen rouwteken kunnen tonen vanwege Gods vloek over u en vanwege uw verbijstering over de verschrikkelijke, algemene ellenden en verwoestingen die tempel, stad, land en het hele volk zullen overkomen. Vergelijk hiermee vooral Jer. 16:5-8 met de aantekening daar.

Ezechiël 24 vers 23

versmachten, Of, uitteren, versmelten, vanwege Gods vloed over u, gelijk onder Ezech. 33:10 .

Hertaald: versmachten, Of: uitteren, wegsmelten, vanwege Gods vloek over u, zoals hieronder Ezech. 33:10.

zuchten Of, beren, tieren, uit onverduldigheid en mistroostigheid.

Hertaald: zuchten Of: brullen, tieren, uit ongeduld en moedeloosheid.

Ezechiël 24 vers 24

wonderteken zijn; Zie boven Ezech. 12:6 .

Hertaald: wonderteken zijn; Zie hierboven Ezech. 12:6.

Ezechiël 24 vers 25

zal het niet zijn, Dat is, het zal voorzeker alzo geschieden. Dit voorzegt God tot meerdere bevestiging dezer profetieën. Zie de vervulling onder Ezech. 33:21-22 .

Hertaald: zal het niet zijn, Dat is: het zal zeker zo gebeuren. Dit voorzegt God tot nadere bevestiging van deze profetieën. Zie de vervulling hieronder Ezech. 33:21-22.

sterkte, Den tempel, enz., gelijk boven vs.21, dat is, ten tijde als Jeruzalem ingenomen en de tempel met de stad verwoest zullen worden, en al het volk jammerlijk behandeld naar deze profetieën.

Hertaald: sterkte, De tempel enzovoort, zoals hierboven vers 21; dat is: in de tijd dat Jeruzalem ingenomen zal worden en de tempel met de stad verwoest, en heel het volk jammerlijk behandeld zal worden overeenkomstig deze profetieën.

vreugde huns sieraads, Dat is, in welks sieraad zij zich verheugen.

Hertaald: vreugde huns sieraads, Dat is: in wiens sieraad zij zich verheugen.

verlangen hunner zielen, Hebreeuws, de opheffing; dat is, hetgeen waarnaar zij hartelijk verlangen, gelijk men omhoog naar iets reikt en langt, dat men gaarne zou bereiken willen. Zie Ps. 24:4 .

Hertaald: verlangen hunner zielen, Hebreeuws: de opheffing; dat is: datgene waarnaar zij hartelijk verlangen, zoals men omhoog reikt en grijpt naar iets wat men graag zou willen bereiken. Zie Ps. 24:4.

Ezechiël 24 vers 26

ontkomene tot u zal komen, Die het ontlopen is en door mijne regering tot u zal komen, om u de tijding te brengen.

Hertaald: ontkomene tot u zal komen, Namelijk hij die eraan ontkomen is en door Mijn bestuur naar u toe zal komen om u de tijding te brengen.

Ezechiël 24 vers 27

opengedaan worden, Alsof God zeide: Gij hebt nu mijn volk genoeg voorzegd van de aanstaande ellenden, rust nu een tijdlang in stilte, totdat alles klaarlijk zal vervuld en voor ogen zijn, dan zult gij weder spreken, tot hunne vertroosting en onderwijzing, om alzo hun en mijner ganse kerk op verscheidene wijzen tot een wonderlijk voorteken te zijn van grote toekomstige zaken.

Hertaald: opengedaan worden, Alsof God zei: u hebt Mijn volk nu genoeg voorzegd over de aanstaande ellenden; rust nu een tijdlang in stilte, totdat alles duidelijk vervuld en zichtbaar zal zijn. Dan zult u weer spreken, tot hun troost en onderwijzing, en zo op verschillende manieren voor hen en voor Mijn hele kerk een wonderlijk voorteken zijn van grote toekomstige zaken.

stom zijn; Vergelijk onder Ezech. 33:22 , en boven Ezech. 3:26 , met de aantekening.

Hertaald: stom zijn; Vergelijk hieronder Ezech. 33:22 en hierboven Ezech. 3:26 met de aantekening.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ezechiël  — God versterkt

Zoon van Buzi, een priester, weggevoerd naar Babel bij de ballingschap van Jojachin. Aan de rivier Chebar in het land der Chaldeen ontving hij zijn roeping tot profeet, met de indrukwekkende visioenen van de hemelse wagen en de vier wezens; hij profeteerde tot de ballingen in Babel over het oordeel over Jeruzalem en de volken, en over het toekomstige herstel van Israël (Ez. 1-48).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De bloedstad  — de naam die Jeruzalem in dit hoofdstuk krijgt, en waar die vandaan komt (Ezech. 22:1-16)

"Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen" (Ezech. 22:2). Wat die naam inhoudt, staat er onmiddellijk achter: "O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome" (Ezech. 22:3). Daarna volgt een opsomming die het hele leven van de stad langsloopt. "Vader en moeder hebben zij in u licht geacht" (Ezech. 22:7), en in datzelfde vers staat dat de wees en de weduwe verdrukt zijn. Ook de dienst van God komt aan de orde: "Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd" (Ezech. 22:8). De lijst eindigt met een zin die alles samenvat: "maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE" (Ezech. 22:12).

Bijbelse betekenis: Merk op aan wie deze naam gegeven wordt. Bloedstad heet elders Ninevé, de hoofdstad van Assur (Nah. 3:1). Hier draagt Jeruzalem hem, de stad waar de tempel stond. Het zwaarste verwijt van de profeten valt hier op de heiligste plaats. Let vervolgens op de volgorde van de aanklacht. Zij begint bij het bloed en eindigt bij het vergeten van God, en daartussen staan de ouders, de vreemdeling, de wees en de weduwe. Wat een mens tegenover God doet en wat hij tegenover zijn naaste doet, wordt hier niet uit elkaar gehaald. Let ten slotte op de opdracht die de profeet krijgt. Hij moet de stad haar gruwelen bekend maken. Van een profeet wordt niet gevraagd dat hij zijn eigen stad vrijpleit.

Typologie: Het eerste bloed dat in de Schrift roept, is dat van Abel: "daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem" (Gen. 4:10). De Heere Jezus rekent bij Zijn laatste woorden in de tempel diezelfde reeks op, van Abel af (Matt. 23:35), en Hij klaagt daar over de stad die de profeten doodt (Matt. 23:37).

Ezech. 22:1-16; Nah. 3:1; Gen. 4:10; Matt. 23:35,37

De kookpot  — een pot die niet schoon te krijgen is, op de dag dat de belegering begint (Ezech. 24:1-14)

Dit hoofdstuk begint met een datum die de profeet moet opschrijven: "schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem" (Ezech. 24:2). Dan volgt de gelijkenis: "Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin" (Ezech. 24:3). Het beste vlees gaat erin en het vuur wordt opgestookt (Ezech. 24:4-5). Maar er is iets mis met de pot zelf: "Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim en niet is uitgegaan!" (Ezech. 24:6). Daarom moet de pot leeg op de kolen, "opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande" (Ezech. 24:11). En dan staat er wat er van terechtkomt: "nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur" (Ezech. 24:12).

Bijbelse betekenis: Merk op wie dit beeld het eerst gebruikte. Niet God, maar de mannen in de stad, die zeiden dat de stad de pot was en zij het vlees (Ezech. 11:3). Zij bedoelden er hun veiligheid mee: binnen de muren zat men beschut. Hier wordt datzelfde beeld opgenomen en omgekeerd, want de pot staat op het vuur. Let vervolgens op waar het schuim zit. Niet in het vlees maar in de pot, en koken helpt er niet tegen; daarom moet de pot zelf leeg op de kolen. De reiniging gaat verder dan het wegnemen van wat erin gedaan is. Let ten slotte op wat God in Ezech. 24:13 zegt: "omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt". Er waren middelen genoeg gegeven; aan het ontbreken daarvan heeft het niet gelegen.

Typologie: Petrus zegt dat het oordeel begint van het huis Gods (1 Petr. 4:17). Dat is ook de volgorde van dit boek: eerst Jeruzalem, en pas daarna de volken. En de reiniging die wel tot in het geweten reikt, schrijft de Hebreeënbrief toe aan het bloed van Christus (Hebr. 9:14).

Ezech. 24:1-14; Ezech. 11:3; 1 Petr. 4:17; Hebr. 9:14

Dodenrouw  — de gebruiken bij een sterfgeval, en het verbod om ze te volgen (Ezech. 24:15-24)

"Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen" (Ezech. 24:16). Wat verboden wordt, zijn de gebruiken die iedereen kende: "Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten" (Ezech. 24:17). In datzelfde vers staat dat hij zijn bovenste lip niet bewinden zal en het brood van de mensen niet eten zal. Dan volgt de kaalste zin van het hoofdstuk: "Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was" (Ezech. 24:18). Aan het volk wordt gezegd dat het straks hetzelfde zal doen, wanneer het heiligdom valt (Ezech. 24:21-23).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er verboden wordt en wat niet. Het verdriet zelf wordt niet verboden; de tekenen ervan worden verboden. De hoed blijft op, de schoenen blijven aan, en het brood dat buren bij een sterfhuis brachten wordt niet gegeten. Nergens staat dat deze man niet bedroefd was. Let vervolgens op de reden. Hij wordt zelf het teken van wat er met de stad gebeurt: bij een verlies van die omvang komt niemand meer aan rouwgebruiken toe. Dat is dezelfde soort opdracht als bij Jeremia, die geen rouwhuis mocht binnengaan (reeds behandeld bij Jer. 16:1-9). Let ten slotte op de zin over de morgen en de avond. Er staat geen woord bij over wat het hem gekost heeft. Dit is het zwaarste gedeelte van deze hoofdstukken, en de Schrift laat het staan zonder het uit te leggen. Wie zulk verdriet draagt, hoeft het niet alleen te dragen; het is goed erover te spreken met iemand die naast hem wil staan.

Typologie: Dit verbod is een uitzondering en het maakt van rouw geen zonde. Aan het graf van Lazarus staat de kortste zin van het Nieuwe Testament: "Jezus weende" (Joh. 11:35). En Paulus verbiedt het bedroefd zijn niet, maar het bedroefd zijn "gelijk als de anderen, die geen hoop hebben" (1 Thess. 4:13).

Ezech. 24:15-24; Jer. 16:1-9; Joh. 11:35; 1 Thess. 4:13

De stomheid van de profeet  — waarom Ezechiël jarenlang niet vrijuit sprak, en wanneer dat ophield (Ezech. 24:25-27)

Aan het begin van het boek is tegen de profeet gezegd: "Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult" (Ezech. 3:26). Er stond meteen bij dat God zijn mond zou opendoen wanneer Hij tot hem sprak (Ezech. 3:27). Hier wordt het einde ervan aangekondigd. Er zal een vluchteling uit Jeruzalem komen (Ezech. 24:26), en dan geldt: "Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn" (Ezech. 24:27). Verderop in het boek gebeurt het ook werkelijk: "Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom" (Ezech. 33:22).

Bijbelse betekenis: Merk op wat die stomheid wel en niet was. Het profeteren zelf is hem niet ontnomen, want hij spreekt in al deze hoofdstukken. Het gaat om het woord tussen de boodschappen door: hij zou hun niet zijn tot een bestraffend man (Ezech. 3:26). Hij was al eerder zelf tot een teken gesteld (reeds behandeld bij Ezech. 12:6), en ook hierin is zijn persoon in dienst genomen. Let vervolgens op het ogenblik waarop het ophoudt. Niet bij een omkeer van het volk, maar bij het bericht dat de stad gevallen is. Zolang men hoopte dat het meeviel, was er weinig te zeggen; toen het gebeurd was, ging de mond open. Let ten slotte op wat er dan volgt. Na dat bericht gaat het boek over op de herders (Ezech. 34:11), op de belofte van een nieuw hart (Ezech. 36:26) en op het dal vol beenderen (Ezech. 37:1-14). Het zwijgen eindigt waar de vertroosting begint.

Typologie: Ook Jesaja werd met zijn kinderen tot een teken gesteld: "ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israel" (Jes. 8:18). En Zacharias kon niet spreken totdat het beloofde kind geboren was; toen werd zijn mond geopend en sprak hij, God lovende (Luk. 1:20,64).

Ezech. 24:25-27; Ezech. 3:26-27; Ezech. 12:6; Ezech. 33:22; Ezech. 34:11; Ezech. 36:26; Ezech. 37:1-14; Jes. 8:18; Luk. 1:20,64

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 24

Ezechiël 24:19.KruisverwijzingenEzechiël 12:9Ezechiël 37:18Maleachi 3:7Ezechiël 21:7Ezechiël 20:49Ezechiël 17:12Maleachi 3:13
— En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?
“En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?”

De vrouw van Ezechiël stierf. Zijn hart bloedde, maar hij kreeg van zijn goddelijke Meester bevel dat hij niet rouwen mocht, niet wenen en geen enkel teken van rouw geven. Het was een vreemd gebod, maar hij gehoorzaamde het.

Het volk begreep dat Ezechiël in alles wat hij deed een profeet voor hen was; zijn daden gingen niet alleen hemzelf aan. Hij was niet alleen een leraar door zijn woorden, maar ook door zijn daden. Daarom verzamelden zij zich om hem heen en vroegen zich af wat zijn daden met hén te maken hadden.

Hij legde het hun spoedig uit. Voor lang zouden ook zij door zwaard, pest en honger het dierbaarste verliezen dat zij hadden, en zij zouden over hun doden niet kunnen rouwen. Zij zouden in zo’n nood verkeren dat de doden onbeweend zouden sterven, omdat de levenden genoeg te doen hadden met het bewenen van hun eigen smart. Het was een verschrikkelijke les, en zij werd verschrikkelijk onderwezen.

Ezechiël deed op bevel van zijn Heere veel vreemde dingen die geheel op anderen zagen. Zo moeten ook wij bedenken dat veel van wat wij doen met anderen te maken heeft. Zolang wij hier zijn, kunnen wij ons nooit zo afzonderen dat wij volstrekt onafhankelijk van onze omgeving worden. En het is vaak goed om, wanneer wij op het gedrag van anderen letten, tegen iemand te zeggen — of anders tegen henzelf — wat het volk tegen Ezechiël zei: “Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content