Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 23

1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV The word2 of the LORD3 came again unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121! daar warenH1961 tweeH8147 vrouwenH802, dochterenH1323 van eenH259 moederH517. Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.

KJV Son1 of man,2 there were two3 women,4 the daughters5 of one7 mother:

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 שְׁתַּ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 נָשִׁ֔ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 בְּנ֥וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 אֵם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 7 אַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 הָיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Dezen hoereerdenH2181 in EgypteH4714; in haar jeugdH5271 hoereerdenH2181 zij; daarH8033 werden haar borstenH7699 gedruktH4600, en daarH8033 werden de tepelenH1717 haars maagdomsH1331 betastH6213. Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast.

KJV And they committed whoredoms1 in Egypt;2 they committed whoredoms4 in their youth:3 there were their breasts7 pressed,6 and there they bruised9 the teats10 of their virginity.

1 וַתִּזְנֶ֣ינָה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 2 בְמִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 3 בִּנְעוּרֵיהֶ֖ן H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 4 זָנ֑וּ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 5 שָׁ֚מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 מֹעֲכ֣וּ H4600 gedrukt, gedrukte, stak bruised, stuck, be pressed 7 שְׁדֵיהֶ֔ן H7699 borsten, borst breast, pap, teat 8 וְשָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 עִשּׂ֔וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 דַּדֵּ֖י H1717 tepelen, borsten breast, teat 11 בְּתוּלֵיהֶֽן H1331 maagdom, maagdoms [idiom] maid, virginity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Haar namenH8034 nu waren: OholaH170, de grootsteH1419, en OholibaH172, haar zusterH269; en zij werdenH1961 de Mijne, en baardenH3205 zonenH1121 en dochterenH1323; dit waren haar namenH8034: SamariaH8111 is OholaH170, en JeruzalemH3389 OholibaH172. Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.

KJV And the names1 of them were Aholah2 the elder,3 and Aholibah4 her sister:5 and they were mine, and they bare8 sons9 and daughters.10 Thus were their names;11 Samaria12 is Aholah,13 and Jerusalem14 Aholibah.

1 וּשְׁמוֹתָ֗ן H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 2 אָהֳלָ֤ה H170 Ohola Aholah 3 הַגְּדוֹלָה֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 4 וְאָהֳלִיבָ֣ה H172 Oholiba Aholibah 5 אֲחוֹתָ֔הּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 6 וַתִּֽהְיֶ֣ינָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לִ֔י 8 וַתֵּלַ֖דְנָה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 9 בָּנִ֣ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 וּבָנ֑וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 11 וּשְׁמוֹתָ֕ן H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 שֹׁמְר֣וֹן H8111 Samaria Samaria 13 אָהֳלָ֔ה H170 Ohola Aholah 14 וִירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 אָהֳלִיבָֽה H172 Oholiba Aholibah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 OholaH170 nu hoereerdeH2181, zijnde onderH8478 Mij; en zij werd verliefdH5689 opH5921 haar boelenH157, op de AssyriersH804, die nabijH7138 waren; Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren;

KJV And Aholah2 played the harlot1 when she was mine;3 and she doted4 on her lovers,6 on the Assyrians8 her neighbours,

1 וַתִּ֥זֶן H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 2 אָהֳלָ֖ה H170 Ohola Aholah 3 תַּחְתָּ֑י H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 וַתַּעְגַּב֙ H5689 verliefd, boelen dote, lover 5 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מְאַהֲבֶ֔יהָ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 9 קְרוֹבִֽים H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 BekleedH3847 met hemelsblauwH8504, vorstenH6346 en overhedenH5461, altemaal gewensteH2531 jongelingenH970, ruiterenH6571, rijdendeH7392 op paardenH5483. Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden.

KJV Which were clothed1 with blue,2 captains3 and rulers,4 all of them desirable6 young men,5 horsemen8 riding9 upon horses.

1 לְבֻשֵׁ֤י H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 2 תְכֵ֨לֶת֙ H8504 hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwen blue 3 פַּח֣וֹת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 4 וּסְגָנִ֔ים H5461 overheden prince, ruler 5 בַּח֥וּרֵי H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 6 חֶ֖מֶד H2531 gewenste desirable, pleasant 7 כֻּלָּ֑ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 פָּרָשִׁ֕ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 9 רֹכְבֵ֖י H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 10 סוּסִֽים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Alzo dreefH5414 zij haar hoererijenH8457 met dezelve, die allen de keureH4005 der kinderenH1121 van AssurH804 waren; en met allenH3605, opH5921 dewelkeH834 zij verliefdH5689 was, met alH3605 derzelver drekgodenH1544, verontreinigdeH2930 zij zich. Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.

KJV Thus she committed1 her whoredoms2 with them, with all them that were the chosen4 men5 of Assyria,6 and with all on whom she doted:10 with all their idols12 she defiled

1 וַתִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 תַּזְנוּתֶ֨יהָ֙ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 3 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 מִבְחַ֥ר H4005 keur, uitgelezen, keure choice(-st), chosen 5 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 7 כֻּלָּ֑ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 וּבְכֹ֧ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עָֽגְבָ֛ה H5689 verliefd, boelen dote, lover 11 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 גִּלּוּלֵיהֶ֖ם H1544 drekgoden idol 13 נִטְמָֽאָה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Zij verlietH5800 ook haar hoererijenH8457 nietH3808, gebracht uit EgypteH4714; wantH3588 zij hadden bij haar in haar jeugdH5271 gelegenH7901, en zijH1992 hadden de tepelenH1717 haars maagdomsH1331 betastH6213, en zij hadden hun hoererijH8457 overH5921 haar uitgestortH8210. Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.

KJV Neither left5 she her whoredoms2 brought from Egypt:3 for in her youth9 they lay8 with her, and they bruised11 the breasts12 of her virginity,13 and poured14 their whoredom

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 תַּזְנוּתֶ֤יהָ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 3 מִמִּצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 עָזָ֔בָה H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 6 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אוֹתָהּ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 שָׁכְב֣וּ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 9 בִנְעוּרֶ֔יהָ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 10 וְהֵ֥מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 עִשּׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 דַּדֵּ֣י H1717 tepelen, borsten breast, teat 13 בְתוּלֶ֑יהָ H1331 maagdom, maagdoms [idiom] maid, virginity 14 וַיִּשְׁפְּכ֥וּ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 15 תַזְנוּתָ֖ם H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 16 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 DaaromH3651 gafH5414 Ik haar in de handH3027 van haar boelenH157 over, in de handH3027 der kinderenH1121 van AssurH804, opH5921 dewelkeH834 zij verliefdH5689 was. Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.

KJV Wherefore I have delivered2 her into the hand3 of her lovers,4 into the hand5 of the Assyrians,6 upon whom she doted.

1 לָכֵ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 נְתַתִּ֖יהָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 מְאַֽהֲבֶ֑יהָ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 5 בְּיַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָגְבָ֖ה H5689 verliefd, boelen dote, lover 10 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Dezen ontdektenH1540 haar schaamteH6172, haar zonenH1121 en haar dochterenH1323 namen zij wegH3947, maar haar dooddenH2026 zij met het zwaardH2719; en zij kreeg een naamH8034 onder de vrouwenH802, nadat men gerichtenH8196 over haar geoefendH6213 had. Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.

KJV These discovered2 her nakedness:3 they took6 her sons4 and her daughters,5 and slew9 her with the sword:8 and she became famous11 among women;12 for they had executed14 judgment

1 הֵמָּה֮ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 2 גִּלּ֣וּ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 3 עֶרְוָתָהּ֒ H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 4 בָּנֶ֤יהָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וּבְנוֹתֶ֨יהָ֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 לָקָ֔חוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 וְאוֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בַּחֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 הָרָ֑גוּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 10 וַתְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 שֵׁם֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 לַנָּשִׁ֔ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 וּשְׁפוּטִ֖ים H8196 gerichten, oordeels judgment 14 עָ֥שׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 בָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Als haar zusterH269, OholibaH172, dit zagH7200, zo verdierfH7843 zij haar minneH5691 nog meer danH4480 zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zusterH269. Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.

Ook in dit vers hoererijenH2183 hoererijenH8457

KJV And when her sister2 Aholibah3 saw1 this, she was more corrupt4 in her inordinate love5 than she, and in her whoredoms8 more than her sister10 in her whoredoms.

1 וַתֵּ֨רֶא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֲחוֹתָ֣הּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 3 אָהֳלִיבָ֔ה H172 Oholiba Aholibah 4 וַתַּשְׁחֵ֥ת H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 5 עַגְבָתָ֖הּ H5691 minne inordinate love 6 מִמֶּ֑נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 תַּ֨זְנוּתֶ֔יהָ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 9 מִזְּנוּנֵ֖י H2183 hoererijen, hoererij whoredom 10 אֲחוֹתָֽהּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zij werd verliefd op de kinderen van Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, altemaal gewenste jongelingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zij werd verliefdH5689 op de kinderenH1121 van AssurH804, de vorstenH6346 en overhedenH5461, die nabijH7138 waren, bekleedH3847 met volkomen sieraadH4358, ruiterenH6571, rijdendeH7392 op paardenH5483, altemaal gewensteH2531 jongelingenH970. Zij werd verliefd op de kinderen van Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, altemaal gewenste jongelingen.

KJV She doted4 upon the Assyrians2 her neighbours,7 captains5 and rulers6 clothed8 most gorgeously,9 horsemen10 riding11 upon horses,12 all of them desirable14 young men.

1 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 בְּנֵי֩ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אַשּׁ֨וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 4 עָגָ֜בָה H5689 verliefd, boelen dote, lover 5 פַּח֨וֹת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 6 וּסְגָנִ֤ים H5461 overheden prince, ruler 7 קְרֹבִים֙ H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 8 לְבֻשֵׁ֣י H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 9 מִכְל֔וֹל H4358 volkomen, volkomen sieraad most gorgeously, all sorts 10 פָּרָשִׁ֖ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 11 רֹכְבֵ֣י H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 12 סוּסִ֑ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 13 בַּח֥וּרֵי H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 14 חֶ֖מֶד H2531 gewenste desirable, pleasant 15 כֻּלָּֽם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen zag Ik, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen zagH7200 Ik, datH3588 zij verontreinigdH2930 was; zij hadden beidenH8147 enerleiH259 wegH1870. Toen zag Ik, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg.

KJV Then I saw1 that she was defiled,3 that they took both6 one5 way,

1 וָאֵ֖רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 נִטְמָ֑אָה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 4 דֶּ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 לִשְׁתֵּיהֶֽן H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ja, zij deed totH413 haar hoererijenH8457 nog meer toe; want toen zij geschilderdeH2707 mannenH582 aan den wandH7023 zagH7200, de beeldenH6754 der ChaldeenH3778, geschilderdH2710 met menieH8350, Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,

KJV And that she increased1 her whoredoms:3 for when she saw4 men pourtrayed6 upon the wall,8 the images9 of the Chaldeans10 pourtrayed11 with vermilion,

1 וַתּ֖וֹסֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 תַּזְנוּתֶ֑יהָ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 4 וַתֵּ֗רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 אַנְשֵׁי֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 מְחֻקֶּ֣ה H2707 drukt, gemaald, geschilderde carved work, portrayed, set a print 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַקִּ֔יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 9 צַלְמֵ֣י H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 10 כַשְׂדִּ֔ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 11 חֲקֻקִ֖ים H2710 wetgever, wetgevers, Wetgever appoint, decree, governor, grave, lawgiver, note, pourtray, print, set 12 בַּשָּׁשַֽׁר H8350 menie vermillion

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 GegordH2289 met een gordelH232 aan hun lendenH4975, hebbende overvloedigH5628 geverfdeH2871 hoeden op hun hoofdenH7218, die allenH3605 in het aanzienH4758 hoofdmannenH7991 waren, naar de gelijkenisH1823 der kinderenH1121 van BabelH894, van ChaldeaH3778, het landH776 hunner geboorteH4138; Gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte;

KJV Girded1 with girdles2 upon their loins,3 exceeding4 in dyed attire5 upon their heads,6 all of them princes8 to look to,7 after the manner10 of the Babylonians11 of Chaldea,13 the land14 of their nativity:

1 חֲגוֹרֵ֨י H2289 gordel, Gegord, gordelen girded with 2 אֵז֜וֹר H232 gordel girdle 3 בְּמָתְנֵיהֶ֗ם H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 4 סְרוּחֵ֤י H5628 overhangen, onnut, overvloedig exceeding, hand, spread, stretch self, banish 5 טְבוּלִים֙ H2871 geverfde dyed attire 6 בְּרָ֣אשֵׁיהֶ֔ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 7 מַרְאֵ֥ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 8 שָׁלִשִׁ֖ים H7991 hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannen captain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin) 9 כֻּלָּ֑ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 דְּמ֤וּת H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 11 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 בָבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 13 כַּשְׂדִּ֔ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 14 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 מוֹלַדְתָּֽם H4138 maagschap, geboorte, geboren begotten, born, issue, kindred, native(-ity)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zo werd zij opH5921 dezelve verliefdH5689 met het opzienH4758 van haar ogenH5869, en zij zondH7971 bodenH4397 tot hen, naar ChaldeaH3778. Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.

KJV And as soon as she saw3 them with her eyes,4 she doted1 upon them, and sent5 messengers6 unto them into Chaldea.

1 וַתַּעְגְּבָ֥ה H5689 verliefd, boelen dote, lover 2 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 לְמַרְאֵ֣ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 4 עֵינֶ֑יהָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 וַתִּשְׁלַ֧ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 מַלְאָכִ֛ים H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 7 אֲלֵיהֶ֖ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כַּשְׂדִּֽימָה H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 De kinderenH1121 van BabelH894 nu kwamenH935 tot haar in tot het legerH4904 der minneH1730, en verontreinigdenH2930 haar met hun hoererijH8457; ook verontreinigdeH2930 zij zich met hen; daarna werd haar zielH5315 van hen afgetrokkenH3363. De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.

KJV And the Babylonians3 came1 to her into the bed5 of love,6 and they defiled7 her with their whoredom,9 and she was polluted10 with them, and her mind13 was alienated

1 וַיָּבֹ֨אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֵלֶ֤יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 בָבֶל֙ H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 5 לְמִשְׁכַּ֣ב H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 6 דֹּדִ֔ים H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 7 וַיְטַמְּא֥וּ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 8 אוֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 בְּתַזְנוּתָ֑ם H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 10 וַתִּ֨טְמָא H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 11 בָ֔ם 12 וַתֵּ֥קַע H3363 afgetrokken, gehangenen, hang be alienated, depart, hang (up), be out of joint 13 נַפְשָׁ֖הּ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 14 מֵהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Alzo ontdekte zij haar hoererijen, en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar zuster.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Alzo ontdekteH1540 zij haar hoererijenH8457, en ontdekteH1540 haar schaamteH6172; toen werd Mijn zielH5315 van haar afgetrokken, gelijk als Mijn zielH5315 was afgetrokken van haar zusterH269. Alzo ontdekte zij haar hoererijen, en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar zuster.

Ook in dit vers afgetrokkenH3363 afgetrokkenH5361

KJV So she discovered1 her whoredoms,2 and discovered3 her nakedness:5 then my mind7 was alienated6 from her, like as my mind11 was alienated10 from her sister.

1 וַתְּגַל֙ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 2 תַּזְנוּתֶ֔יהָ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 3 וַתְּגַ֖ל H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 עֶרְוָתָ֑הּ H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 6 וַתֵּ֤קַע H3363 afgetrokken, gehangenen, hang be alienated, depart, hang (up), be out of joint 7 נַפְשִׁי֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 8 מֵֽעָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כַּאֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 נָקְעָ֥ה H5361 afgetrokken be alienated 11 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 12 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 אֲחוֹתָֽהּ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Doch zij vermenigvuldigdeH7235 haar hoererijenH8457, gedenkendeH2142 aan de dagenH3117 van haar jeugdH5271, als zij gehoereerdH2181 had in het landH776 van EgypteH4714. Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.

KJV Yet she multiplied1 her whoredoms,3 in calling to remembrance4 the days6 of her youth,7 wherein she had played the harlot9 in the land10 of Egypt.

1 וַתַּרְבֶּ֖ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 תַּזְנוּתֶ֑יהָ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 4 לִזְכֹּר֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 נְעוּרֶ֔יהָ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 זָנְתָ֖ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 10 בְּאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 מִצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zij werd verliefdH5689 meer dan derzelver bijwijvenH6370, welker vleesH1320 is als het vleesH1320 der ezelenH2543, en welker vloedH2231 is als de vloedH2231 der paardenH5483. En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden.

KJV For she doted1 upon their paramours,3 whose flesh5 is as the flesh7 of asses,6 and whose issue8 is like the issue10 of horses.

1 וַֽתַּעְגְּבָ֔ה H5689 verliefd, boelen dote, lover 2 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 פִּֽלַגְשֵׁיהֶ֑ם H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 4 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 בְּשַׂר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 6 חֲמוֹרִים֙ H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 7 בְּשָׂרָ֔ם H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 8 וְזִרְמַ֥ת H2231 vloed issue 9 סוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 10 זִרְמָתָֽם H2231 vloed issue
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Alzo hebt gij weder opgehaaldH6485 de schandelijke daadH2154 uwer jeugdH5271, als die van EgypteH4714 uw tepelenH1717 betasttenH6213, vanwege de borstenH7699 uwer jeugdH5271. Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.

KJV Thus thou calledst to remembrance1 the lewdness3 of thy youth,4 in bruising5 thy teats7 by the Egyptians6 for the paps9 of thy youth.

1 וַֽתִּפְקְדִ֔י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 זִמַּ֣ת H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 4 נְעוּרָ֑יִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 5 בַּעְשׂ֤וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 מִמִּצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 7 דַּדַּ֔יִךְ H1717 tepelen, borsten breast, teat 8 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 9 שְׁדֵ֥י H7699 borsten, borst breast, pap, teat 10 נְעוּרָֽיִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Daarom, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw boelen, van welke uw ziel is afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 DaaromH3651, o OholibaH172! alzo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal uw boelenH157, van welkeH834 uw zielH5315 is afgetrokkenH5361, tegen u verwekkenH5782, en Ik zal hen van rondomH5439 tegen u aanbrengen. Daarom, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw boelen, van welke uw ziel is afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.

Ook in dit vers tegenaanbrengenH935

KJV Therefore, O Aholibah,2 thus saith4 the Lord5 GOD;6 Behold, I will raise up8 thy lovers10 against thee, from whom thy mind15 is alienated,14 and I will bring17 them against thee on every side;

1 לָכֵ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 אָהֳלִיבָ֗ה H172 Oholiba Aholibah 3 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 מֵעִ֤יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מְאַהֲבַ֨יִךְ֙ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 11 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 נָקְעָ֥ה H5361 afgetrokken be alienated 15 נַפְשֵׁ֖ךְ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 מֵהֶ֑ם 17 וַהֲבֵאתִ֥ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 מִסָּבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 De kinderen van Babel en alle Chaldeen, Pekod, en Soa, en Koa, en alle kinderen van Assur met hen; gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 De kinderenH1121 van BabelH894 en alleH3605 ChaldeenH3778, PekodH6489, en SoaH7772, en KoaH6970, en alleH3605 kinderenH1121 van AssurH804 met hen; gewensteH2531 jongelingenH970, die allen vorstenH6346 en overhedenH5461 zijn, hoofdmannenH7991 en vermaardeH7121 lieden, die allenH3605 te paardH5483 rijdenH7392. De kinderen van Babel en alle Chaldeen, Pekod, en Soa, en Koa, en alle kinderen van Assur met hen; gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.

KJV The Babylonians,1 and all the Chaldeans,4 Pekod,5 and Shoa,6 and Koa,7 and all the Assyrians9 with them: all of them desirable13 young men,12 captains14 and rulers,15 great lords17 and renowned,18 all of them riding19 upon horses.

1 בְּנֵ֧י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 בָבֶ֣ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 כַּשְׂדִּ֗ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 5 פְּק֤וֹד H6489 Pekod Pekod 6 וְשׁ֨וֹעַ֙ H7772 Soa Shoa 7 וְק֔וֹעַ H6970 Koa Koa 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 אַשּׁ֖וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 11 אוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בַּח֨וּרֵי H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 13 חֶ֜מֶד H2531 gewenste desirable, pleasant 14 פַּח֤וֹת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 15 וּסְגָנִים֙ H5461 overheden prince, ruler 16 כֻּלָּ֔ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 שָֽׁלִשִׁים֙ H7991 hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannen captain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin) 18 וּקְרוּאִ֔ים H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 19 רֹכְבֵ֥י H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 20 סוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 21 כֻּלָּֽם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Die zullen tegenH5921 u komenH935 met karrenH2021, wagenenH7393 en wielenH1534, en met een vergaderingH6951 van volkenH5971, rondassenH6793, en schildenH4043, en helmenH6959; zij zullen zich rondomH5439 tegenH5921 u zettenH7760; en Ik zal voor hun aangezichtH6440 het gerichtH4941 stellenH5414, en zij zullen u richtenH8199 naar hun rechtenH4941. Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.

KJV And they shall come1 against thee with chariots,3 wagons,4 and wheels,5 and with an assembly6 of people,7 which shall set11 against thee buckler8 and shield9 and helmet10 round about:13 and I will set14 judgment16 before15 them, and they shall judge17 thee according to their judgments.

1 וּבָ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עָלַ֡יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הֹ֠צֶן H2021 karren chariot 4 רֶ֤כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 5 וְגַלְגַּל֙ H1534 wielen, raderen, Galgal heaven, rolling thing, wheel 6 וּבִקְהַ֣ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 7 עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 צִנָּ֤ה H6793 rondas, rondassen, haken buckler, cold, hook, shield, target 9 וּמָגֵן֙ H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 10 וְקוֹבַ֔ע H6959 helm, helmen helmet 11 יָשִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 12 עָלַ֖יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 14 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לִפְנֵיהֶם֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 מִשְׁפָּ֔ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 17 וּשְׁפָט֖וּךְ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 18 בְּמִשְׁפְּטֵיהֶֽם H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Ik zal Mijn ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren afnemen, en het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochteren wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En Ik zal Mijn ijverH7068 tegen u zettenH5414, dat zij in grimmigheidH2534 met u zullen handelenH6213; zij zullen uw neusH639 en uw orenH241 afnemenH5493, en het laatsteH319 van u zal door het zwaardH2719 vallenH5307; zijH1992 zullen uw zonenH1121 en uw dochterenH1323 wegnemenH3947, en het laatsteH319 van u zal door het vuurH784 verteerdH398 worden. En Ik zal Mijn ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren afnemen, en het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochteren wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.

KJV And I will set1 my jealousy2 against thee, and they shall deal4 furiously6 with thee: they shall take away9 thy nose7 and thine ears;8 and thy remnant10 shall fall12 by the sword:11 they shall take16 thy sons14 and thy daughters;15 and thy residue17 shall be devoured18 by the fire.

1 וְנָתַתִּ֨י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 קִנְאָתִ֜י H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 3 בָּ֗ךְ 4 וְעָשׂ֤וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 אוֹתָךְ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בְּחֵמָ֔ה H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 7 אַפֵּ֤ךְ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 8 וְאָזְנַ֨יִךְ֙ H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 9 יָסִ֔ירוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 10 וְאַחֲרִיתֵ֖ךְ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 11 בַּחֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 12 תִּפּ֑וֹל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 13 הֵ֗מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 14 בָּנַ֤יִךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 וּבְנוֹתַ֨יִךְ֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 16 יִקָּ֔חוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 17 וְאַחֲרִיתֵ֖ךְ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 18 תֵּאָכֵ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 19 בָּאֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Zij zullen u ook uw klederen uittrekken, en uw sieraadtuig wegnemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Zij zullen u ook uw klederenH899 uittrekkenH6584, en uw sieraadtuigH8597 wegnemenH3947. Zij zullen u ook uw klederen uittrekken, en uw sieraadtuig wegnemen.

KJV They shall also strip1 thee out of thy clothes,3 and take away4 thy fair6 jewels.

1 וְהִפְשִׁיט֖וּךְ H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּגָדָ֑יִךְ H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 4 וְלָקְח֖וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 כְּלֵ֥י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 6 תִפְאַרְתֵּֽךְ H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar hen niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Zo zal Ik uw schandelijkheidH2154 vanH4480 u doen ophoudenH7673, mitsgaders uw hoererijH2184, gebracht uit EgyptelandH776; en gij zult uw ogenH5869 naar hen niet opheffenH5375, en aan EgypteH4714 nietH3808 meerH5750 gedenkenH2142. Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar hen niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.

KJV Thus will I make thy lewdness2 to cease1 from thee, and thy whoredom5 brought from the land6 of Egypt:7 so that thou shalt not lift up9 thine eyes10 unto them, nor remember14 Egypt

1 וְהִשְׁבַּתִּ֤י H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 2 זִמָּתֵךְ֙ H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 3 מִמֵּ֔ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 זְנוּתֵ֖ךְ H2184 hoererij, hoererijen, Hoererij whoredom 6 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִשְׂאִ֤י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 10 עֵינַ֨יִךְ֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 11 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 וּמִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תִזְכְּרִי H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 15 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelken uw ziel is afgetrokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal u overgevenH5414 in de handH3027 dergenen, dieH834 gij haatH8130, in de handH3027 dergenen, van dewelken uw zielH5315 is afgetrokkenH5361. Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelken uw ziel is afgetrokken.

KJV For thus saith3 the Lord4 GOD;5 Behold, I will deliver7 thee into the hand8 of them whom thou hatest,10 into the hand11 of them from whom thy mind14 is alienated:

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הִנְנִי֙ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 נֹֽתְנָ֔ךְ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 בְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 שָׂנֵ֑את H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 11 בְּיַ֛ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 נָקְעָ֥ה H5361 afgetrokken be alienated 14 נַפְשֵׁ֖ךְ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 15 מֵהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Die zullen met u handelenH6213 uit haatH8135, en alH3605 uw arbeidH3018 wegnemenH3947, en u naaktH5903 en blootH6181 latenH5800, dat uw hoerenschaamteH6172 ontdektH1540 worde, mitsgaders uw schandelijkheidH2154 en uw hoererijenH8457. Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.

KJV And they shall deal1 with thee hatefully,3 and shall take away4 all thy labour,6 and shall leave7 thee naked8 and bare:9 and the nakedness11 of thy whoredoms12 shall be discovered,10 both thy lewdness13 and thy whoredoms.

1 וְעָשׂ֨וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אוֹתָ֜ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּשִׂנְאָ֗ה H8135 haat, Haat, haatte [phrase] exceedingly, hate(-ful, -red) 4 וְלָקְחוּ֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 יְגִיעֵ֔ךְ H3018 arbeid labour, work 7 וַעֲזָב֖וּךְ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 8 עֵירֹ֣ם H5903 naakt, naakte, naaktheid naked(-ness) 9 וְעֶרְיָ֑ה H6181 bloot, blote, naakte bare, naked, [idiom] quite 10 וְנִגְלָה֙ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 11 עֶרְוַ֣ת H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 12 זְנוּנַ֔יִךְ H2183 hoererijen, hoererij whoredom 13 וְזִמָּתֵ֖ךְ H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 14 וְתַזְנוּתָֽיִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 DezeH428 dingen zal men u doenH6213, dewijl gij de heidenenH1471 nagehoereerdH2181 hebt, en omdat gij u met hun drekgodenH1544 verontreinigdH2930 hebt. Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.

KJV I will do1 these things unto thee, because thou hast gone a whoring4 after5 the heathen,6 and because thou art polluted9 with their idols.

1 עָשֹׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 לָ֑ךְ 4 בִּזְנוֹתֵךְ֙ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 5 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 גוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 עַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 נִטְמֵ֖את H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 10 בְּגִלּוּלֵיהֶֽם H1544 drekgoden idol
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 In den wegH1870 uwer zusterH269 hebt gij gewandeldH1980, daarom zal Ik haar bekerH3563 in uw handH3027 gevenH5414. In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.

KJV Thou hast walked3 in the way1 of thy sister;2 therefore will I give4 her cup5 into thine hand.

1 בְּדֶ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 2 אֲחוֹתֵ֖ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 3 הָלָ֑כְתְּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 כוֹסָ֖הּ H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 6 בְּיָדֵֽךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Gij zult den bekerH3563 uwer zusterH269 drinkenH8354, die diepH6013 en wijdH7342 isH1961; gij zult tot belachingH6712 en spotH3933 worden; de beker houdtH3557 veelH4767 in. Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 Thou shalt drink7 of thy sister's6 cup5 deep8 and large:9 thou shalt be laughed to scorn11 and had in derision;12 it containeth14 much.

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהֹוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 כּ֤וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 6 אֲחוֹתֵךְ֙ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 7 תִּשְׁתִּ֔י H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 8 הָעֲמֻקָּ֖ה H6013 dieper, diepe, diep ([idiom] exceeding) deep (thing) 9 וְהָרְחָבָ֑ה H7342 wijd, wijde, breden broad, large, at liberty, proud, wide 10 תִּהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 לִצְחֹ֛ק H6712 belaching, lachen laugh(-ed to scorn) 12 וּלְלַ֖עַג H3933 spot, bespotting, spots derision, scorn (-ing) 13 מִרְבָּ֥ה H4767 veel much 14 לְהָכִֽיל H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uw zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Van dronkenschapH7943 en jammerH3015 zult gij volH4390 worden; de bekerH3563 van uw zusterH269 SamariaH8111 is een bekerH3563 der verwoestingH8047 en der eenzaamheidH8077. Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uw zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.

KJV Thou shalt be filled3 with drunkenness1 and sorrow,2 with the cup4 of astonishment5 and desolation,6 with the cup7 of thy sister8 Samaria.

1 שִׁכָּר֥וֹן H7943 dronkenschap (be) drunken(-ness) 2 וְיָג֖וֹן H3015 droefenis, jammer, treuring grief, sorrow 3 תִּמָּלֵ֑אִי H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 4 כּ֚וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 5 שַׁמָּ֣ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 6 וּשְׁמָמָ֔ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 7 כּ֖וֹס H3563 beker, bekers, steenuil cup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס) 8 אֲחוֹתֵ֥ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 9 שֹׁמְרֽוֹן H8111 Samaria Samaria
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Gij zult hem drinkenH8354 en uitzuigenH4680, en zijn schervenH2789 zult gij brijzelenH1633, en uw borstenH7699 zult gij afrukkenH5423; wantH3588 IkH589 heb het gesprokenH1696, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.

KJV Thou shalt even drink1 it and suck it out,3 and thou shalt break6 the sherds5 thereof, and pluck off8 thine own breasts:7 for I have spoken11 it, saith12 the Lord13 GOD.

1 וְשָׁתִ֨ית H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 2 אוֹתָ֜הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 וּמָצִ֗ית H4680 uitgeduwd, uitgedrukt, uitgezogen suck, wring (out) 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 חֲרָשֶׂ֛יהָ H2789 aarden, potscherf, scherven earth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone 6 תְּגָרֵ֖מִי H1633 breken, brijzelen gnaw the bones, break 7 וְשָׁדַ֣יִךְ H7699 borsten, borst breast, pap, teat 8 תְּנַתֵּ֑קִי H5423 afgetrokken, verscheurd, verscheuren break (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out 9 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 דִבַּ֔רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 14 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Omdat gij Mijner vergetenH7911, en Mij achterH310 uw rugH1458 geworpenH7993 hebt, zo draagtH5375 gijH859 ookH1571 uw schandelijkheidH2154 en uw hoererijenH8457. Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Because thou hast forgotten7 me, and cast9 me behind11 thy back,12 therefore bear15 thou also thy lewdness16 and thy whoredoms.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 יַ֚עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 7 שָׁכַ֣חַתְּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 8 אוֹתִ֔י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 וַתַּשְׁלִ֥יכִי H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 10 אוֹתִ֖י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 12 גַוֵּ֑ךְ H1458 rug back 13 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 אַ֛תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 15 שְׂאִ֥י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 16 זִמָּתֵ֖ךְ H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 תַּזְנוּתָֽיִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 mij: MensenkindH1121! zoudt gij OholaH170 en OholibaH172 rechtH8199 geven? Ja, vertoonH5046 haar haar gruwelenH8441. En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.

KJV The LORD2 said1 moreover unto me; Son4 of man,5 wilt thou judge6 Aholah8 and Aholibah?10 yea, declare11 unto them their abominations;

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 הֲתִשְׁפּ֥וֹט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 7 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אָהֳלָ֖ה H170 Ohola Aholah 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אָהֳלִיבָ֑ה H172 Oholiba Aholibah 11 וְהַגֵּ֣ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 12 לָהֶ֔ן 13 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 תוֹעֲבוֹתֵיהֶֽן H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 WantH3588 zij hebben overspelH5003 gedaan, en er is bloedH1818 in haar handenH3027; en zij hebben metH854 haar drekgodenH1544 overspelH5003 gedaan; daartoe hebben zij ookH1571 haar kinderenH1121, dieH834 zij Mij gebaardH3205 hadden, voor hen door het vuur laten doorgaanH5674, tot spijzeH402. Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.

KJV That they have committed adultery,2 and blood3 is in their hands,4 and with their idols6 have they committed adultery,7 and have also caused their sons,10 whom they bare12 unto me, to pass for them through14 the fire, to devour

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 נִאֵ֗פוּ H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 3 וְדָם֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 4 בִּֽידֵיהֶ֔ן H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 גִּלּֽוּלֵיהֶ֖ן H1544 drekgoden idol 7 נִאֵ֑פוּ H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 8 וְגַ֤ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּנֵיהֶן֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יָֽלְדוּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 13 לִ֔י 14 הֶעֱבִ֥ירוּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 לָהֶ֖ם 16 לְאָכְלָֽה H402 spijze, eten, verteerd consume, devour, eat, food, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 NogH5750 hebben zij Mij ditH2063 gedaanH6213; zij hebben Mijn heiligdomH4720 ten zelven dageH3117 verontreinigdH2930, en Mijn sabbattenH7676 ontheiligdH2490. Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.

KJV Moreover this they have done3 unto me: they have defiled5 my sanctuary7 in the same day,8 and have profaned12 my sabbaths.

1 ע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 זֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 עָ֣שׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 לִ֑י 5 טִמְּא֤וּ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מִקְדָּשִׁי֙ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 8 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 שַׁבְּתוֹתַ֖י H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 12 חִלֵּֽלוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Want als zij hun kinderenH1121 hun drekgodenH1544 geslachtH7819 hadden, zo kwamenH935 zij op dienzelven dagH3117 in Mijn heiligdomH4720, om datH1931 te ontheiligenH2490; en zietH2009, alzoH3541 hebben zij gedaanH6213 in het middenH8432 van Mijn huisH1004. Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.

KJV For when they had slain1 their children3 to their idols,4 then they came5 the same day8 into my sanctuary7 to profane10 it; and, lo, thus have they done13 in the midst14 of mine house.

1 וּֽבְשַׁחֲטָ֤ם H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּנֵיהֶם֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 לְגִלּ֣וּלֵיהֶ֔ם H1544 drekgoden idol 5 וַיָּבֹ֧אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 מִקְדָּשִׁ֛י H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 8 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 לְחַלְּל֑וֹ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 11 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 כֹ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 13 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 15 בֵּיתִֽי H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Dit is er ook, dat zij gezondenH7971 hebben tot mannenH582, dieH834 van verreH4801 zouden komenH935; tot dewelken alsH3588 een bodeH4397 gezondenH7971 was, zietH2009, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiestH7364, uw ogenH5869 blankettetH3583 en u met sieraadH5716 versierdetH5710; Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;

KJV And furthermore,1 that ye have sent3 for men to come5 from far,6 unto whom a messenger8 was sent;9 and, lo, they came:12 for whom thou didst wash14 thyself, paintedst15 thy eyes,16 and deckedst17 thyself with ornaments,

1 וְאַ֗ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 2 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 תִשְׁלַ֨חְנָה֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 לַֽאֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 מִמֶּרְחָ֑ק H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 7 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 מַלְאָ֜ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 9 שָׁל֤וּחַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 אֲלֵיהֶם֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 בָ֔אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 לַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 רָחַ֛צְתְּ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 15 כָּחַ֥לְתְּ H3583 blankettet paint 16 עֵינַ֖יִךְ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 17 וְעָ֥דִית H5710 versierd, versierdet, Versier adorn, deck (self), pass by, take away 18 עֶֽדִי H5716 sieraad, versiersel, mond [idiom] excellent, mouth, ornament

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En gij zat op een heerlijkH3520 bedH4296, voorH6440 hetwelk een tafelH7979 toegerichtH6186 was, en op hetwelk gij Mijn reukwerkH7004 en Mijn olieH8081 gezetH7760 hadt. En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.

KJV And satest1 upon a stately4 bed,3 and a table5 prepared6 before7 it, whereupon thou hast set10 mine incense8 and mine oil.

1 וְיָשַׁבְתְּ֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 מִטָּ֣ה H4296 bed, bedsteden, baar bed(-chamber), bier 4 כְבוּדָּ֔ה H3520 bagage, heerlijk, verheerlijkt carriage, all glorious, stately 5 וְשֻׁלְחָ֥ן H7979 tafel, tafelen, tafels table 6 עָר֖וּךְ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 7 לְפָנֶ֑יהָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 וּקְטָרְתִּ֥י H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 9 וְשַׁמְנִ֖י H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 10 שַׂ֥מְתְּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Als nu het geruisH6963 der menigte daarop stilH7961 was, zo zonden zij totH413 mannenH582 uit de menigte der mensenH120, en daar werden wijnzuipersH5436 aangebrachtH935 uit de woestijnH4057; die deden armringenH6781 aan haar handenH3027, en een sierlijkeH8597 kroonH5850 opH5921 haar hoofdenH7218. Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.

Ook in dit vers menigteH1995 menigteH7230

KJV And a voice1 of a multitude2 being at ease3 was with her: and with the men of the common sort7 were brought9 Sabeans10 from the wilderness,11 which put12 bracelets13 upon their hands,15 and beautiful17 crowns16 upon their heads.

1 וְק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 הָמוֹן֮ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 3 שָׁלֵ֣ו H7961 rust, gerust, stil (being) at ease, peaceable, (in) prosper(-ity), quiet(-ness), wealthy 4 בָהּ֒ 5 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֲנָשִׁים֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 מֵרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 8 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 מוּבָאִ֥ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 סָבָאִ֖ים H5433 zuiper, dronken, zuipen drunkard, fill self, Sabean, (wine-) bibber 11 מִמִּדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 12 וַֽיִּתְּנ֤וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 צְמִידִים֙ H6781 armringen, armring, deksel bracelet, covering 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 יְדֵיהֶ֔ן H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 וַעֲטֶ֥רֶת H5850 kroon, kronen, Kroon crown 17 תִּפְאֶ֖רֶת H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 רָאשֵׁיהֶֽן H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Toen zeide Ik van deze, die van overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Toen zeideH559 Ik van deze, die van overspelerijenH5004 verouderdH1087 was: NuH6258 zullen zij hoererenH2181 de hoererijenH8457 dezer hoer, en die ook. Toen zeide Ik van deze, die van overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook.

KJV Then said1 I unto her that was old2 in adulteries,3 Will they now commit5 whoredoms

1 וָאֹמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לַבָּלָ֖ה H1087 oude, verouderd old 3 נִֽאוּפִ֑ים H5004 overspelen, overspelerijen adultery 4 עַתָּ֛ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 5 יִזְנ֥וּ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 6 תַזְנוּתֶ֖הָ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 7 וָהִֽיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En men ging tot haar in, gelijk men ingaatH935 tot een vrouwH802, die een hoerH2181 is; alzoH3651 gingenH935 zij in totH413 OholaH170 en totH413 OholibaH172, die schandelijkeH2154 vrouwenH802. En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.

KJV Yet they went in1 unto her, as they go in3 unto a woman5 that playeth the harlot:6 so went they in8 unto Aholah10 and unto Aholibah,12 the lewd14 women.

1 וַיָּב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֵלֶ֔יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 כְּב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אִשָּׁ֣ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 זוֹנָ֑ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 7 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 8 בָּ֗אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אָֽהֳלָה֙ H170 Ohola Aholah 11 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 אָ֣הֳלִיבָ֔ה H172 Oholiba Aholibah 13 אִשֹּׁ֖ת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 14 הַזִּמָּֽה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters; want zij zijn overspeelsters, en bloed is in haar handen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 RechtvaardigeH6662 mannenH582 dan, dieH1992 zullen haar richtenH8199 naar het rechtH4941 der overspeelstersH5003, en naar het rechtH4941 der bloedvergietstersH8210; wantH3588 zij zijn overspeelstersH5003, en bloedH1818 is in haar handenH3027. Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters; want zij zijn overspeelsters, en bloed is in haar handen.

KJV And the righteous2 men, they shall judge4 them after the manner6 of adulteresses,7 and after the manner8 of women that shed9 blood;10 because they are adulteresses,12 and blood14 is in their hands.

1 וַאֲנָשִׁ֣ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 צַדִּיקִ֗ם H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 3 הֵ֚מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 יִשְׁפְּט֣וּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 5 אֽוֹתְהֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מִשְׁפַּט֙ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 7 נֹֽאֲפ֔וֹת H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 8 וּמִשְׁפַּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 9 שֹׁפְכ֣וֹת H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 10 דָּ֑ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 11 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 נֹֽאֲפֹת֙ H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 13 הֵ֔נָּה H2007 zij, deze (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein 14 וְדָ֖ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 15 בִּֽידֵיהֶֽן H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering en ten roof overgeven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Ik zal een vergaderingH6951 tegenH5921 haar doen opkomenH5927, en zal ze ter beroeringH2189 en ten roofH957 overgevenH5414. Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering en ten roof overgeven.

KJV For thus saith3 the Lord4 GOD;5 I will bring up6 a company8 upon them, and will give9 them to be removed11 and spoiled.

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הַעֲלֵ֤ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 קָהָ֔ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 9 וְנָתֹ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 אֶתְהֶ֖ן H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 לְזַעֲוָ֥ה H2189 beroering, beroerd [idiom] removed, trouble 12 וְלָבַֽז H957 roof, plundering, buit booty, prey, spoil(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; haar zonen en haar dochteren zullen zij doden, en haar huizen met vuur verbranden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 En de vergaderingH6951 zal ze met stenenH68 stenigenH7275, en dezelve met hun zwaardenH2719 nederhouwenH1254; haar zonenH1121 en haar dochterenH1323 zullen zij dodenH2026, en haar huizenH1004 met vuurH784 verbrandenH8313. En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; haar zonen en haar dochteren zullen zij doden, en haar huizen met vuur verbranden.

KJV And the company4 shall stone1 them with stones,3 and dispatch5 them with their swords;7 they shall slay10 their sons8 and their daughters,9 and burn up13 their houses11 with fire.

1 וְרָגְמ֨וּ H7275 stenigen, stenigden, stenigde [idiom] certainly, stone 2 עֲלֵיהֶ֥ן H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 אֶ֨בֶן֙ H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 4 קָהָ֔ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 5 וּבָרֵ֥א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 6 אוֹתְהֶ֖ן H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בְּחַרְבוֹתָ֑ם H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 8 בְּנֵיהֶ֤ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 וּבְנֽוֹתֵיהֶם֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 10 יַהֲרֹ֔גוּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 11 וּבָתֵּיהֶ֖ן H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 בָּאֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 13 יִשְׂרֹֽפוּ H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden; opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uw schandelijkheid niet doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 Alzo zal Ik de schandelijkheidH2154 uitH4480 het landH776 doen ophoudenH7673; opdat alleH3605 vrouwenH802 onderwezenH3256 worden, dat zij naar uw schandelijkheidH2154 nietH3808 doen. Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden; opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uw schandelijkheid niet doen.

KJV Thus will I cause lewdness2 to cease1 out of the land,4 that all women7 may be taught5 not to do9 after your lewdness.

1 וְהִשְׁבַּתִּ֥י H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 2 זִמָּ֖ה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְנִֽוַּסְּרוּ֙ H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַנָּשִׁ֔ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תַעֲשֶׂ֖ינָה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 כְּזִמַּתְכֶֽנָה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 Alzo zullen zij uw schandelijkheidH2154 opH5921 u leggenH5414, en gij zult de zondenH2399 uwer drekgodenH1544 dragenH5375; en gijlieden zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HeereH136 HEEREH3069 ben. Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

KJV And they shall recompense1 your lewdness2 upon you, and ye shall bear6 the sins4 of your idols:5 and ye shall know7 that I am the Lord10 GOD.

1 וְנָתְנ֤וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 זִמַּתְכֶ֨נָה֙ H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 3 עֲלֵיכֶ֔ן H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 וַחֲטָאֵ֥י H2399 zonde, zonden, zwaarlijk fault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin 5 גִלּוּלֵיכֶ֖ן H1544 drekgoden idol 6 תִּשֶּׂ֑אינָה H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 7 וִידַעְתֶּ֕ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 11 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 23:2 Jeremia 3:7 Ezechiël 16:44
Ezechiël 23:3 Leviticus 17:7 Ezechiël 16:22 Jozua 24:14 Ezechiël 23:8 Ezechiël 20:8 Hosea 2:15 Ezechiël 23:19 Deuteronomium 29:16
Ezechiël 23:4 Ezechiël 16:8 1 Koningen 12:20 Psalmen 45:11 Ezechiël 16:20 Exodus 19:5 Romeinen 7:4 Psalmen 132:13 Ezechiël 16:40
Ezechiël 23:5 2 Koningen 16:7 2 Koningen 17:3 2 Koningen 15:19 Hosea 5:13 Hosea 8:9 Ezechiël 16:28 Ezechiël 23:9 Hosea 10:6
Ezechiël 23:6 Ezechiël 23:23
Ezechiël 23:7 Hosea 5:3 Hosea 6:10 Ezechiël 22:3 Ezechiël 20:7 Psalmen 106:39 Ezechiël 23:30 Genesis 10:22 Ezechiël 16:15
Ezechiël 23:8 Ezechiël 23:3 Ezechiël 23:19 Exodus 32:4 1 Koningen 12:28 2 Koningen 17:16 2 Koningen 10:29 Ezechiël 23:21
Ezechiël 23:9 2 Koningen 15:29 2 Koningen 17:23 Hosea 11:5 Openbaring 17:16 1 Kronieken 5:26 2 Koningen 18:9 2 Koningen 17:3 Openbaring 17:12
Ezechiël 23:10 Ezechiël 23:29 Hosea 2:10 Jeremia 22:8 Hosea 2:3 Ezechiël 23:48 Ezechiël 16:37
Ezechiël 23:11 Jeremia 3:8 Ezechiël 23:4 Ezechiël 16:47
Ezechiël 23:12 2 Koningen 16:7 Ezechiël 16:28 Ezechiël 23:23 2 Kronieken 28:16 Ezechiël 23:5
Ezechiël 23:13 Hosea 12:1 2 Koningen 17:18 Ezechiël 23:31
Ezechiël 23:14 Ezechiël 8:10 Jeremia 22:14 Jeremia 50:2 Jesaja 46:1 Ezechiël 16:29
Ezechiël 23:15 2 Samuël 14:25 1 Samuël 18:4 Richteren 8:18 Jesaja 22:21
Ezechiël 23:16 Ezechiël 16:29 Mattheüs 5:28 Psalmen 119:37 Spreuken 23:33 Job 31:1 Ezechiël 23:40 2 Koningen 24:1 Ezechiël 16:17
Ezechiël 23:17 Ezechiël 23:22 Ezechiël 23:28 2 Samuël 13:15 Genesis 10:10 Genesis 11:9 Ezechiël 16:37
Ezechiël 23:18 Jeremia 12:8 Psalmen 106:40 Psalmen 78:59 Jeremia 8:12 Jeremia 6:8 Ezechiël 21:24 Jeremia 15:1 Jesaja 3:9
Ezechiël 23:19 Ezechiël 23:3 Ezechiël 16:29 Amos 4:4 Ezechiël 23:8 Ezechiël 20:7 Ezechiël 16:51 Ezechiël 23:14 Ezechiël 23:21
Ezechiël 23:20 Ezechiël 17:15 Ezechiël 16:26 Ezechiël 16:20 Jeremia 5:8
Ezechiël 23:22 Ezechiël 16:37 Openbaring 17:16 Jesaja 10:5 Jeremia 6:22 Ezechiël 23:28 Habakuk 1:6 Jeremia 12:9 Ezechiël 23:9
Ezechiël 23:23 Jeremia 50:21 2 Koningen 24:2 2 Koningen 20:14 Ezechiël 23:12 Genesis 2:14 Ezra 6:22 Job 1:17 Ezechiël 23:6
Ezechiël 23:24 Jeremia 47:3 Ezechiël 26:10 Ezechiël 23:45 Jeremia 39:5 Ezechiël 16:38 Nahum 2:3 Ezechiël 21:23 2 Samuël 24:14
Ezechiël 23:25 Ezechiël 23:47 Hosea 2:4 Ezechiël 20:47 Ezechiël 5:13 Sefanja 1:18 Ezechiël 8:1 Exodus 34:14 Ezechiël 16:38
Ezechiël 23:26 Ezechiël 16:39 Jeremia 13:22 Ezechiël 23:29 Ezechiël 16:37 Hosea 2:3 1 Petrus 3:3 Openbaring 17:16 Ezechiël 16:16
Ezechiël 23:27 Ezechiël 16:41 Ezechiël 23:19 Ezechiël 23:3 Zacharia 13:2 Micha 5:10 Jesaja 27:9 Ezechiël 22:15
Ezechiël 23:28 Ezechiël 23:17 Jeremia 34:20 Ezechiël 23:22 Ezechiël 16:37 Jeremia 21:7 Jeremia 24:8
Ezechiël 23:29 Ezechiël 16:39 Ezechiël 23:45 Ezechiël 23:25 2 Samuël 13:15 Ezechiël 16:36 Deuteronomium 28:47 Ezechiël 23:18
Ezechiël 23:30 Ezechiël 6:9 Jeremia 2:18 Psalmen 106:35 Jeremia 16:11 Ezechiël 23:12 Jeremia 22:8 Ezechiël 23:7
Ezechiël 23:31 2 Koningen 21:13 Jeremia 7:14 Ezechiël 23:13 Daniël 9:12 Jeremia 25:15 Jeremia 3:8 Ezechiël 16:47
Ezechiël 23:32 Jesaja 51:17 Psalmen 60:3 Ezechiël 22:4 Openbaring 18:6 1 Koningen 9:7 Ezechiël 26:2 Ezechiël 36:3 Deuteronomium 28:37
Ezechiël 23:33 Habakuk 2:16 Jeremia 25:27 Jesaja 51:17 Jesaja 51:22 Jeremia 25:15
Ezechiël 23:34 Psalmen 75:8 Jesaja 51:17 Openbaring 18:7 Ezechiël 23:8 Ezechiël 23:3
Ezechiël 23:35 1 Koningen 14:9 Ezechiël 22:12 Jesaja 17:10 Jeremia 3:21 Hosea 13:6 Hosea 8:14 Jeremia 2:32 Jeremia 32:33
Ezechiël 23:36 Ezechiël 22:2 Jesaja 58:1 Ezechiël 16:2 Ezechiël 20:4 Jeremia 1:10 Handelingen 7:51 Micha 3:8 Jeremia 14:11
Ezechiël 23:37 Ezechiël 16:36 Ezechiël 16:20 Ezechiël 20:26 Ezechiël 16:38 Ezechiël 23:39 2 Koningen 21:6 Lukas 13:34 Micha 3:10
Ezechiël 23:38 Ezechiël 20:13 2 Koningen 21:7 Ezechiël 7:20 Ezechiël 20:24 Jeremia 17:27 2 Koningen 23:11 Nehemia 13:17 Ezechiël 8:5
Ezechiël 23:39 2 Koningen 21:4 Jeremia 23:11 Ezechiël 44:7 Jeremia 7:8 Jeremia 11:15 Jesaja 3:9 Ezechiël 23:38 2 Kronieken 33:4
Ezechiël 23:40 Jeremia 4:30 2 Koningen 9:30 Ezechiël 16:13 Jesaja 3:18 Jesaja 57:9 Ezechiël 23:13 Ruth 3:3 2 Koningen 20:13
Ezechiël 23:41 Esther 1:6 Ezechiël 44:16 Jeremia 44:17 Amos 6:4 Jesaja 65:11 Jesaja 57:7 Spreuken 7:16 Ezechiël 16:18
Ezechiël 23:42 Ezechiël 16:11 Exodus 32:18 Amos 6:1 Exodus 32:6 Job 1:15 Joël 3:8 Genesis 24:30 Openbaring 12:3
Ezechiël 23:43 Ezechiël 23:3 Jeremia 13:23 Psalmen 106:6 Ezra 9:7 Daniël 9:16
Ezechiël 23:44 Ezechiël 23:9 Ezechiël 23:3
Ezechiël 23:45 Leviticus 20:10 Hosea 6:5 Johannes 8:3 Deuteronomium 22:21 Ezechiël 16:38 Jeremia 5:14 Ezechiël 23:36 Leviticus 21:9
Ezechiël 23:46 Ezechiël 16:40 Jeremia 15:4 Jeremia 24:9 Jeremia 34:17 Ezechiël 23:22 Jeremia 25:9
Ezechiël 23:47 Jeremia 39:8 Ezechiël 24:21 Ezechiël 16:40 Ezechiël 23:29 Ezechiël 23:25 Jeremia 33:4 Ezechiël 9:6 Jeremia 52:13
Ezechiël 23:48 Ezechiël 16:41 2 Petrus 2:6 Ezechiël 23:27 Ezechiël 6:6 Ezechiël 36:25 Jesaja 26:9 1 Korinthe 10:6 Ezechiël 5:15
Ezechiël 23:49 Ezechiël 7:4 Ezechiël 9:10 Jesaja 59:18 Ezechiël 7:9 Ezechiël 20:38 Ezechiël 6:7 Ezechiël 23:35 Ezechiël 20:44
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 23 vers 2

twee vrouwen, Versta, Juda en de tien stammen, beide afkomstig uit Israël. Vergelijk Jer. 3:7-8 , Jer. 3:10 , en boven Ezech. 16:44-45 .

Hertaald: twee vrouwen, Versta: Juda en de tien stammen, die beide uit Israël voortkomen. Vergelijk Jer. 3:7-8, Jer. 3:10 en hierboven Ezech. 16:44-45.

Ezechiël 23 vers 3

hoereerden in Egypte; Dat is, bedreven afgoderij. Zie Lev. 17:7 , en boven Ezech. 20:8 , en onder vs.8, 19, enz.

Hertaald: hoereerden in Egypte; Dat is: bedreven afgoderij. Zie Lev. 17:7 en hierboven Ezech. 20:8, en hieronder vers 8 en 19, enzovoort.

jeugd Als Ik hen eerst tot mijn volk aannam; zie Jer. 2:2 ; Hos. 2:2 , met de aantekening.

Hertaald: jeugd Toen Ik hen voor het eerst tot Mijn volk aannam; zie Jer. 2:2; Hos. 2:2 met de aantekening.

betast Of, gehandeld. Hebreeuws, zij handelden, of betastten; dat is, men deed het, het werd gedaan. Hun afgodische handelingen worden alzo op verbloemde wijze verhaald. Alzo onder vs.8, enz. Anders: bedorven, of verbroken.

Hertaald: betast Of: behandeld. Hebreeuws: zij handelden, of betastten; dat is: men deed het, het werd gedaan. Hun afgodische praktijken worden zo in bedekte termen weergegeven. Zo ook hieronder vers 8, enzovoort. Anders: bedorven, of verbroken.

Ezechiël 23 vers 4

namen nu waren Versta, figuurlijke namen.

Hertaald: namen nu waren Versta: zinnebeeldige namen.

Ohola, Dat is, hunne tent, of tabernakel; alzo noemt God de tien stammen, en Samaria [hunne hoofdstad, Jes. 7:9 , gelijk volgt] omdat zij zich van Juda, Gods tempel en waren dienst hadden afgezonderd, en een godsdienst afzonderlijk op zichzelven aangesteld. Zie 1 Kon. 12:16 , 1 Kon. 12:28-29 , enz.

Hertaald: Ohola, Dat is: hun tent of tabernakel. Zo noemt God de tien stammen en Samaria, hun hoofdstad (Jes. 7:9, zoals volgt), omdat zij zich hadden afgezonderd van Juda, van Gods tempel en van Zijn ware dienst, en een eigen godsdienst apart hadden ingesteld. Zie 1 Kon. 12:16, 1 Kon. 12:28-29, enzovoort.

grootste, Alzo worden de tien stammen genoemd vanwege hun macht en aanzien.

Hertaald: grootste, Zo worden de tien stammen genoemd vanwege hun macht en aanzien.

Oholiba, Dat is, mijne tent [is] in, of onder haar. Alzo noemt God Jeruzalem en Judea, omdat zijn tempel en godsdienst aldaar waren, die Hij zelf had verordineerd.

Hertaald: Oholiba, Dat is: Mijn tent (is) in of onder haar. Zo noemt God Jeruzalem en Judea, omdat Zijn tempel en godsdienst zich daar bevonden, die Hij Zelf verordend had.

Mijne, Of, waren mijne. Hebreeuws, Mij, dat is, Ik trouw deze, of had ze getrouwd, en een huwelijksverbond met haar gemaakt. Zie boven Ezech. 16:8 , Ezech. 16:20 ; want deze namen geeft haar God van hetgeen onder het staande huwelijk gebeurd is.

Hertaald: Mijne, Of: waren van Mij. Hebreeuws: Mij; dat is: Ik trouw hen, of had hen getrouwd en een huwelijksverbond met hen gesloten. Zie hierboven Ezech. 16:8, Ezech. 16:20; want God geeft hun deze namen naar wat er tijdens het bestaande huwelijk gebeurd is.

haar namen Versta, eigenlijke en niet figuurlijke namen.

Hertaald: haar namen Versta: eigenlijke en niet zinnebeeldige namen.

Ezechiël 23 vers 5

onder Mij; Dat is, hoewel zij mijn getrouwde vrouw en onder mijn beheer was, zo werd zij mij nochtans ontrouw en boeleerde met anderen, in mijne plaats, gelijk het Hebreeuwse woord ook kan worden overgezet, doch niet zonder al zulke vervullling van den zin.

Hertaald: onder Mij; Dat is: hoewel zij Mijn getrouwde vrouw was en onder Mijn gezag stond, werd zij Mij toch ontrouw en boeleerde met anderen in Mijn plaats — zoals het Hebreeuwse woord ook vertaald kan worden, al is dan wel zo'n aanvulling van de betekenis nodig.

boelen, De heidense volken, met wie zij verbond maakte en hunne afgoden aannam; zie vs.7, 30, enz.

Hertaald: boelen, De heidense volken met wie zij een verbond sloot en van wie zij de afgoden overnam; zie vers 7 en 30, enzovoort.

Assyriërs, Hebreeuws, Assur.

Hertaald: Assyriërs, Hebreeuws: Assur.

nabij waren; Zie 2 Kon. 15:19 ; Jes. 7:8 , Jes. 7:17-18 ; Hos. 8:9-10 , enz.

Hertaald: nabij waren; Zie 2 Kon. 15:19; Jes. 7:8, Jes. 7:17-18; Hos. 8:9-10, enzovoort.

Ezechiël 23 vers 6

gewenste jongelingen, Hebreeuws, jongelingen der begeerte, of van den wens; dat is, begeerlijke, gewenste, en alzo, lieflijke, aangename, enz.; alzo vs.12, 23.

Hertaald: gewenste jongelingen, Hebreeuws: jongelingen van de begeerte, of van de wens; dat is: begeerlijke, gewenste, en dus lieflijke, aangename jongemannen, enzovoort; zo ook vers 12 en 23.

Ezechiël 23 vers 7

dreef zij haar hoererijen Hebreeuws eigenlijk, gaf, of overgaf zij hare hoererijen aan hen; dat is zij stelde zich als een onbeschaamde hoer.

Hertaald: dreef zij haar hoererijen Hebreeuws eigenlijk: zij gaf of leverde haar hoererijen aan hen over; dat is: zij gedroeg zich als een onbeschaamde hoer.

kinderen van Assur waren; Dat is, Assyriërs; zie boven Ezech. 16:26 ; alzo vs.23, en kinderen van Babel, vs.15, 23.

Hertaald: kinderen van Assur waren; Dat is: Assyriërs; zie hierboven Ezech. 16:26; zo ook vers 23, en kinderen van Babel in vers 15 en 23.

met allen, Of, de woorden een weinig verzet zijnde, aldus: En zij verontreinigde zich met al derzelver drekgoden, en met allen, op welken zij verliefd was.

Hertaald: met allen, Of aldus, met een kleine verplaatsing van de woorden: en zij verontreinigde zich met al hun drekgoden en met allen op wie zij verliefd was.

Ezechiël 23 vers 8

Egypte; Gelijk boven vs.3. Men kan dit voornamelijk duiden op de afgoderij van de gouden kalven, eerst in de woestijn, daarna te Dan en Bethel opgericht, en op de verbonden, met Egypte gemaakt; zie 2 Kon. 17:4 .

Hertaald: Egypte; Zoals hierboven vers 3. Men kan dit vooral betrekken op de afgoderij met de gouden kalveren, eerst in de woestijn en daarna te Dan en Bethel opgericht, en op de verbonden die met Egypte gesloten werden; zie 2 Kon. 17:4.

betast, Gelijk boven vs.3.

Hertaald: betast, Zoals hierboven vers 3.

Ezechiël 23 vers 9

verliefd was En nochtans van dezelve naderhand was afgevallen; 2 Kon. 17:4 .

Hertaald: verliefd was En van wie zij naderhand toch weer afgevallen was; 2 Kon. 17:4.

Ezechiël 23 vers 10

ontdekten haar schaamte, Zie boven Ezech. 16:37 .

Hertaald: ontdekten haar schaamte, Zie hierboven Ezech. 16:37.

haar doodden zij met het zwaard; Het voornaamste lichaam van het volk; vergelijk onder vs.25.

Hertaald: haar doodden zij met het zwaard; Namelijk het voornaamste deel van het volk; vergelijk hieronder vers 25.

naam onder de vrouwen, Dat is, zij werd vermaard als een bijzonder voorbeeld en spiegel van Gods rechtvaardig oordeel, onder alle volken.

Hertaald: naam onder de vrouwen, Dat is: zij werd onder alle volken berucht als een bijzonder voorbeeld en spiegel van Gods rechtvaardig oordeel.

gerichten over haar geoefend had Dat is, haar gestraft om hare trouweloosheid, tegen God en hare bondgenoten begaan.

Hertaald: gerichten over haar geoefend had Dat is: haar gestraft om haar trouweloosheid, tegen God en tegen haar bondgenoten begaan.

Ezechiël 23 vers 11

Oholiba, Jeruzalem en Juda, gelijk boven vs.4.

Hertaald: Oholiba, Jeruzalem en Juda, zoals hierboven vers 4.

die, Zij maakten het erger dan Ohola; dat is, de tien stammen, zich niet spiegelende aan hun voorbeeld; vergelijk dit met Jer. 3:8-11 , en boven Ezech. 16:47 , Ezech. 16:51 .

Hertaald: die, Zij maakten het erger dan Ohola, dat is: dan de tien stammen, en namen geen waarschuwing aan hun voorbeeld. Vergelijk dit met Jer. 3:8-11 en hierboven Ezech. 16:47, Ezech. 16:51.

Ezechiël 23 vers 12

Assur, Zie boven Ezech. 16:28 .

Hertaald: Assur, Zie hierboven Ezech. 16:28.

nabij waren, Gelijk boven vs.5.

Hertaald: nabij waren, Zoals hierboven vers 5.

volkomen sieraad, Hebreeuws, volkomenheid; te weten van sieraad.

Hertaald: volkomen sieraad, Hebreeuws: volkomenheid, namelijk van sieraad.

gewenste jongelingen Gelijk boven vs.6.

Hertaald: gewenste jongelingen Zoals hierboven vers 6.

Ezechiël 23 vers 13

hadden beiden enerlei weg Juda ging dezelfde gangen, die Israël gegaan was. Zie Gen. 6:12 , onder vs.31.

Hertaald: hadden beiden enerlei weg Juda ging dezelfde weg die Israël gegaan was. Zie Gen. 6:12, hieronder vers 31.

Ezechiël 23 vers 14

geschilderde mannen Hebreeuws, mannen van het afgemaalde, of geschilderde, of gedrukte, gegraveerde; zie boven Ezech. 8:10 .

Hertaald: geschilderde mannen Hebreeuws: mannen van het afgebeelde, of geschilderde, of gedrukte, gegraveerde; zie hierboven Ezech. 8:10.

wand zag, Te weten in hun eigen land, gelijk de uitlandse schilderijen, inzonderheid van prachtige natiën overal plegen omgevoerd en nageschilderd te worden, om de nieuwsgierigheid en pracht van vele mensen te voldoen.

Hertaald: wand zag, Namelijk in hun eigen land, zoals buitenlandse schilderingen, vooral van weelderige volken, overal rondgevoerd en nageschilderd plegen te worden om de nieuwsgierigheid en de praalzucht van veel mensen te bevredigen.

menie, Zie Jer. 22:14 .

Hertaald: menie, Zie Jer. 22:14.

Ezechiël 23 vers 15

overvloedig geverfde hoeden Of, geverwde overvloedige, of zeer nederhangende, zwaaiende.

Hertaald: overvloedig geverfde hoeden Of: overvloedig geverfde, of zeer ver neerhangende, zwierende hoeden.

land hunner geboorte; Vanwaar zij in Juda gevoerd waren, of immers gemaald, òf geschilderd naar het kleed, dat men in Babel droeg.

Hertaald: land hunner geboorte; Vanwaar zij naar Juda gevoerd waren, of in elk geval afgebeeld of geschilderd naar de kleding die men in Babel droeg.

Ezechiël 23 vers 16

verliefd Gelijk onkuische vrouwen op vreemde prachtige schilderijen ontstoken en verzot worden, alzo ging het Juda met de schilderijen der Chaldeën. Zie een begin en vonk van zulks 2 Kon. 20:12-13 , enz., boven Ezech. 16:29 .

Hertaald: verliefd Zoals onkuise vrouwen door vreemde, weelderige schilderingen ontvlammen en verzot raken, zo verging het Juda met de schilderingen van de Chaldeeën. Zie een begin en een vonk daarvan in 2 Kon. 20:12-13 enzovoort, en hierboven Ezech. 16:29.

met het opzien van haar ogen, Dat is, zo haast als hij ze met ogen aanzag, ontbrandde zij met een heidense, vleselijke en afgodische toegenegenheid.

Hertaald: met het opzien van haar ogen, Dat is: zodra zij hem met de ogen aanzag, ontbrandde zij in een heidense, vleselijke en afgodische genegenheid.

Ezechiël 23 vers 17

leger der minne, Dat is, om bij haar te slapen; dat is, verbond met haar te maken.

Hertaald: leger der minne, Dat is: om bij haar te slapen, dat is: om een verbond met haar te sluiten.

hen ZIj vervreemde van de Chaldeën en week van hen af, lust krijgende tot Egypte. Zie vs.21.

Hertaald: hen Zij vervreemdde van de Chaldeeën en week van hen af, omdat zij zin kreeg in Egypte. Zie vers 21.

afgetrokken Of, week af, scheidde zich, begaf zich af van hen; [naar den aard van den onkuisen brand] alzo vs.18, 22, 28.

Hertaald: afgetrokken Of: week af, scheidde zich af, keerde zich van hen af (naar de aard van de onkuise hartstocht); zo ook vers 18, 22 en 28.

Ezechiël 23 vers 18

zuster Israël, of de tien stammen, boven genoemd Ohola.

Hertaald: zuster Israël, of de tien stammen, hierboven Ohola genoemd.

Ezechiël 23 vers 19

als zij gehoereerd had Of, [in] welke, of, hoe.

Hertaald: als zij gehoereerd had Of: (in) welke, of: hoe.

Egypte Gelijk boven vs.3.

Hertaald: Egypte Zoals hierboven vers 3.

Ezechiël 23 vers 20

derzelver bijwijven, Egyptenaars, dat is, zij gedroeg zich veel onmatiger en zotter dan andere volken, die vanouds met Egypte waren verenigd geweest. Sommigen verstaan hier de Babyloniërs en Chaldeën.

Hertaald: derzelver bijwijven, Namelijk de Egyptenaren; dat is: zij gedroeg zich veel onmatiger en dwazer dan andere volken die van oudsher met Egypte verbonden geweest waren. Sommigen verstaan hier de Babyloniërs en Chaldeeën.

welker vlees is Egyptenaars, [zie boven Ezech. 16:26 ] , die bovenmate zeer genegen en sterk waren tot lichamelijke en geestelijke hoererij.

Hertaald: welker vlees is De Egyptenaren (zie hierboven Ezech. 16:26), die bovenmate geneigd en sterk waren tot lichamelijke en geestelijke hoererij.

paarden Of, hengsten.

Hertaald: paarden Of: hengsten.

Ezechiël 23 vers 21

weder opgehaald Hebreeuws, bezocht; welk woord in onze taal somtijds ook in die betekenis gebruikt wordt, als men spreekt van dit of dat eens weder te bezoeken, beproeven, onderleggen.

Hertaald: weder opgehaald Hebreeuws: bezocht; welk woord in onze taal soms ook in die betekenis gebruikt wordt, wanneer men spreekt over iets nog eens opzoeken, beproeven of aanpakken.

Ezechiël 23 vers 22

boelen, Zie boven Ezech. 16:37 .

Hertaald: boelen, Zie hierboven Ezech. 16:37.

afgetrokken, Versta, van de Chaldeën, gelijk boven vs.17.

Hertaald: afgetrokken, Versta: van de Chaldeeën, zoals hierboven vers 17.

Ezechiël 23 vers 23

Pekod, Dit zijn namen van landen of omstreken, behorende onder Babel, en welker inwoners in het krijgsheir van de Babyloniërs mede gebruikt zijn tegen Juda en Jeruzalem; vergelijk wijders Jer. 50:21 , met de aantekening. Sommigen houden het voor namen van vorsten of krijgsoversten.

Hertaald: Pekod, Dit zijn namen van landen of streken die onder Babel vielen, waarvan de inwoners in het leger van de Babyloniërs mee gebruikt zijn tegen Juda en Jeruzalem; vergelijk verder Jer. 50:21 met de aantekening. Sommigen houden ze voor namen van vorsten of legeraanvoerders.

Ezechiël 23 vers 24

karren, Of, strijdwagens, slagwagens, en dan het volgende woord rijwagens. In het Hebreeuws staan deze woorden allen in het enkelvoudig getal, kar, wagen, wiel, rondas, schild, helm, naar het gebruik van deze spraak.

Hertaald: karren, Of: strijdwagens, gevechtswagens, en dan het volgende woord rijwagens. In het Hebreeuws staan al deze woorden in het enkelvoud: kar, wagen, wiel, rondas, schild, helm, naar het taaleigen van die taal.

tegen u zetten; Dat is, u belegeren.

Hertaald: tegen u zetten; Dat is: u belegeren.

gericht stellen, Dat is, Ik zal hun het recht voorleggen, dat zij over u gebruiken zullen; Ik zal hen gebruiken als uitvoerders van mijne gerichten over u, Ik zal hen alzo regeren, dat zij u uw verdiend loon zullen geven.

Hertaald: gericht stellen, Dat is: Ik zal hun het recht voorleggen dat zij tegen u zullen toepassen; Ik zal hen gebruiken als uitvoerders van Mijn oordelen over u, en Ik zal hen zo besturen dat zij u het verdiende loon geven.

rechten Of, wijze, gewoonte, manieren van doen; zoals wij afvalligen en meinedigen, idem overspeleressen, plegen te straffen; zie daarvan het volgende.

Hertaald: rechten Of: wijze, gewoonte, manier van doen: zoals wij afvalligen en meinedigen en ook overspelige vrouwen plegen te straffen; zie daarover het vervolg.

Ezechiël 23 vers 25

ijver tegen u zetten, Mijn ernstige en rechtvaardige wraak over uwe ontrouw, tegen mij begaan.

Hertaald: ijver tegen u zetten, Namelijk Mijn ernstige en rechtvaardige wraak over de ontrouw die u tegen Mij bedreven hebt.

afnemen, Of, wegdoen; dat is, afsnijden, gelijk de Egyptenaars de overspeleressen plachten te doen; waardoor verder verstaan wordt alle soorten van wreedheid, die de vijanden aan hen zouden bewijzen.

Hertaald: afnemen, Of: wegdoen; dat is: afsnijden, zoals de Egyptenaren met overspelige vrouwen plachten te doen. Daarmee wordt verder elke vorm van wreedheid bedoeld die de vijanden hun zouden aandoen.

het laatste van u Dat is, dat laatst van u overig is, uw overblijfsel. Anders: uw laatste zal zijn dat gij door het zwaar vallen zult; dat is, het einde, of, eindelijk zult gij, enz., alzo in het volgende.

Hertaald: het laatste van u Dat is: wat er ten slotte van u overblijft, uw overblijfsel. Anders: uw einde zal zijn dat u door het zwaard valt; dat is: het einde, of: ten slotte zult u, enzovoort; zo ook in het vervolg.

Ezechiël 23 vers 27

ophouden, Vergelijk boven Ezech. 22:15 .

Hertaald: ophouden, Vergelijk hierboven Ezech. 22:15.

hen niet opheffen, Te weten de Egyptenaars.

Hertaald: hen niet opheffen, Namelijk naar de Egyptenaren.

Ezechiël 23 vers 29

arbeid wegnemen, Dat is, al wat gij met uwen arbeid verkregen hebt, al uw goed.

Hertaald: arbeid wegnemen, Dat is: alles wat u met uw arbeid verworven hebt, al uw bezit.

Ezechiël 23 vers 30

zal men u doen, Of, zal Ik u doen, zullen zij u doen, omdat het Hebreeuwse woord [gelijk elders] zonder bepaling van personen gesteld is.

Hertaald: zal men u doen, Of: zal Ik u doen, of: zullen zij u doen, omdat het Hebreeuwse woord (zoals elders) zonder aanduiding van personen staat.

Ezechiël 23 vers 31

weg uwer zuster hebt gij gewandeld, Gelijk boven vs.13.

Hertaald: weg uwer zuster hebt gij gewandeld, Zoals hierboven vers 13.

beker Den beker mijns toorns, dien zij gedronken heeft; dat is, Ik zal u met gelijke straffen straffen, dewijl gij gelijke zonden gedaan hebt. Zie Ps. 11:6 , en Job 21:20 ; Jer. 25:15 , enz.

Hertaald: beker De beker van Mijn toorn, die zij gedronken heeft; dat is: Ik zal u met dezelfde straffen treffen, omdat u dezelfde zonden gedaan hebt. Zie Ps. 11:6 en Job 21:20; Jer. 25:15, enzovoort.

Ezechiël 23 vers 32

belaching en spot worden; Gelijk degenen, die zich vol gezopen hebben, plegen te worden.

Hertaald: belaching en spot worden; Zoals zij die zich vol gedronken hebben plegen te worden.

veel in Hebreeuws, is veel in het houden, of om te houden; dat is, daar mag veel drank in, gelijk wij spreken.

Hertaald: veel in Hebreeuws: hij is groot om te bevatten; dat is: er kan veel drank in, zoals wij zeggen.

Ezechiël 23 vers 33

jammer Het woord jammer of droefenis dient tot verklaring; alsof God zeide: Gij zult dronken en vol worden, maar het zal van droefenis en ellende zijn.

Hertaald: jammer Het woord jammer of droefheid dient ter verklaring, alsof God zei: u zult dronken en vol worden, maar het zal zijn van droefheid en ellende.

de beker Anders: van, of met den beker, enz., [die] enz.

Hertaald: de beker Anders: van, of met de beker, enzovoort, (die) enzovoort.

Ezechiël 23 vers 34

zijn scherven Gelijk de dronken mensen, als razende, toornig en ontsteld zijnde, de drinkvaten wel in stukken smijten; alzo zult gij u uitermate verdrietig en ontsteld bevinden over mijne straffen.

Hertaald: zijn scherven Zoals dronken mensen die als razenden, in hun toorn en verwarring, de drinkbekers wel aan stukken smijten, zo zult u zich buitengewoon verdrietig en ontsteld voelen over Mijn straffen.

borsten zult gij afrukken; Met welke gij geestelijken hoerdom gepleegd hebt; dat is, gij zult uzelf vanwege uwe zonden verfoeien, door het gevoel der schrikkelijke straffen, die u daarom overkomen.

Hertaald: borsten zult gij afrukken; Waarmee u geestelijke hoererij bedreven hebt; dat is: u zult uzelf om uw zonden verfoeien door het gevoel van de verschrikkelijke straffen die u daarom overkomen.

Ezechiël 23 vers 35

rug geworpen hebt, Zie 1 Kon. 14:9 .

Hertaald: rug geworpen hebt, Zie 1 Kon. 14:9.

uw schandelijkheid Dat is, de straf derzelve, alzo onder vs.49.

Hertaald: uw schandelijkheid Dat is: de straf daarop; zo ook hieronder vers 49.

Ezechiël 23 vers 36

Ohola en Oholiba Zie boven vs.4.

Hertaald: Ohola en Oholiba Zie hierboven vers 4.

recht geven? Zie boven Ezech. 20:4 , en Ezech. 22:2 .

Hertaald: recht geven? Zie hierboven Ezech. 20:4 en Ezech. 22:2.

Ezechiël 23 vers 37

bloed in haar handen; Inzonderheid van haar eigen kinderen. Zie boven Ezech. 16:36 , en onder vs.45.

Hertaald: bloed in haar handen; In het bijzonder het bloed van hun eigen kinderen. Zie hierboven Ezech. 16:36 en hieronder vers 45.

Mij gebaard hadden, Als zijnde Abrahams zaad en mijne bondgenoten, idem, geboren, staande nog mijne huwelijk met hunlieden. Zie boven Ezech. 16:20 .

Hertaald: Mij gebaard hadden, Namelijk omdat zij het zaad van Abraham en Mijn bondgenoten waren, en ook omdat zij geboren waren terwijl Mijn huwelijk met hen nog bestond. Zie hierboven Ezech. 16:20.

door het vuur Zie boven Ezech. 16:20-21 , Ezech. 16:36 , Ezech. 16:45 , met de aantekening, idem Ezech. 20:31 .

Hertaald: door het vuur Zie hierboven Ezech. 16:20-21, Ezech. 16:36 en Ezech. 16:45 met de aantekening, en eveneens Ezech. 20:31.

spijze Te weten van het vuur, dat is, om door het vuur verteerd te worden. Vergelijk boven Ezech. 16:20 , en Ezech. 21:32 , met de aantekening.

Hertaald: spijze Namelijk voedsel voor het vuur, dat is: om door het vuur verteerd te worden. Vergelijk hierboven Ezech. 16:20 en Ezech. 21:32 met de aantekening.

Ezechiël 23 vers 38

Mij dit gedaan; Of, tegen mij.

Hertaald: Mij dit gedaan; Of: tegen Mij.

Mijn heiligdom Anders: mijne heiligdommen; dat is de tempel, waarin het heilige en allerheiligste waren.

Hertaald: Mijn heiligdom Anders: Mijn heiligdommen; dat is: de tempel, waarin het heilige en het allerheiligste waren.

Ezechiël 23 vers 39

geslacht hadden, Of, gekeeld; te weten ter ere der afgoden; zie boven Ezech. 16:20 , Ezech. 16:36 , met de aantekening; idem Jes. 57:5 .

Hertaald: geslacht hadden, Of: gekeeld, namelijk ter ere van de afgoden; zie hierboven Ezech. 16:20, Ezech. 16:36 met de aantekening; eveneens Jes. 57:5.

heiligdom, Als willende mij nog kwanswijs ook enigszins dienen en eren. Vergelijk 2 Kon. 21:4-5 ; Jer. 7:9-10 , en Jer. 11:15 ; boven Ezech. 8:3 , Ezech. 8:6 , en onder Ezech. 43:8 .

Hertaald: heiligdom, Alsof zij Mij daarnaast toch nog voor de schijn enigszins wilden dienen en eren. Vergelijk 2 Kon. 21:4-5; Jer. 7:9-10 en Jer. 11:15; hierboven Ezech. 8:3, Ezech. 8:6, en hieronder Ezech. 43:8.

Ezechiël 23 vers 40

gezonden hebben tot mannen, Om ongeoorloofde verbonden te maken met heidense volken, om welken aan te lokken en te behandelen. God verhaalt, dat zij gelijke kunsten, werken, manieren en wijzen van doen gebruikt hebben, als de erge snode hoeren plegen te doen. Vergelijk Spr. 7:16-17 , enz.

Hertaald: gezonden hebben tot mannen, Om ongeoorloofde verbonden met heidense volken te sluiten en om hen te lokken en te bewerken. God vertelt dat zij dezelfde kunstgrepen, praktijken en manieren van doen gebruikt hebben als de ergste, laagste hoeren plegen te doen. Vergelijk Spr. 7:16-17, enzovoort.

Ezechiël 23 vers 41

Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt Dat Ik u had gegeven, waarmede Ik u, als uw rechte man, begaafd en versierd had, en dat gij tot mijne eer schuldig waart te gebruiken. Vergelijk Hos. 2:7-8 , en boven Ezech. 16:16-19 .

Hertaald: Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt Die Ik u gegeven had en waarmee Ik u als uw wettige man begiftigd en versierd had, en die u tot Mijn eer had moeten gebruiken. Vergelijk Hos. 2:7-8 en hierboven Ezech. 16:16-19.

Ezechiël 23 vers 42

daarop stil was, Te weten op het voorzegde bed, dat is, als deze zusters hare verbondshandelingen met die grote uitlandse meesters bestierd hadden, zonden zij naar anderen. Anders, en in hen [namelijk Judea en Israël] was ene stem van een vrolijke menigte; dat is, men hoorde er vreugde [als in hoerenhuizen] over de heidense verbonden, en met de menigte, of vermits de menigte der mensen; [dat is, van het gemeen gepeupel] werden Sabeërs aangebracht, enz.

Hertaald: daarop stil was, Namelijk op het genoemde bed; dat is: wanneer deze zusters hun verbondszaken met die grote buitenlandse heren geregeld hadden, zonden zij naar anderen. Anders: en in hen (namelijk Judea en Israël) was een stem van een vrolijke menigte; dat is: men hoorde er vreugde (als in hoerenhuizen) over de heidense verbonden, en met de menigte, of vanwege de menigte van mensen (dat is: van het gewone gepeupel) werden Sabeeërs aangevoerd, enzovoort.

zonden zij Te weten, Ohola en Oholiba. Dit is hier ingevoegd tot aanvulling van den zin, uit vs.40.

Hertaald: zonden zij Namelijk Ohola en Oholiba. Dit is hier ingevoegd ter aanvulling van de zin, uit vers 40.

menigte der mensen, Dat is, van het gemene volk, of slechte lieden.

Hertaald: menigte der mensen, Dat is: van het gewone volk, of van slechte lieden.

wijnzuipers aangebracht Of, dronkaards, dronken mensen. Anders, Sabeërs, omdat het Hebreeuwse woord beide zou kunnen betekenen, en van de woestijn mede vermeld wordt, zodat men hierdoor allerlei gespuis van vele natiën, als Sabeërs [van wie zie Job 1:15 ] ; Arabieren, Moren, enz. [zijnde ook tot drinken en zuipen genegen] kan verstaan, tegen wie deze twee overspelige zusters zich als snode vuile hoeren mede gedragen hebben.

Hertaald: wijnzuipers aangebracht Of: dronkaards, dronken mensen. Anders: Sabeeërs, omdat het Hebreeuwse woord beide zou kunnen betekenen en ook de woestijn erbij genoemd wordt. Dan kan men er allerlei gespuis van veel volken onder verstaan, zoals Sabeeërs (zie over hen Job 1:15), Arabieren, Moren enzovoort, die ook tot drinken en zuipen geneigd waren, en tegenover wie deze twee overspelige zusters zich eveneens als lage, vuile hoeren gedragen hebben.

armringen Of, armgesmijden, braceletien.

Hertaald: armringen Of: armbanden, armsieraden.

haar handen, Te weten dezer hoeren.

Hertaald: haar handen, Namelijk van deze hoeren.

sierlijke kroon op haar hoofden Hebreeuws, kroon des sieraads.

Hertaald: sierlijke kroon op haar hoofden Hebreeuws: kroon van het sieraad.

Ezechiël 23 vers 43

zeide Ik van deze, Dat is, Ik dacht; menselijk gesproken, om de ongetemde boosheid van het volk uit te drukken.

Hertaald: zeide Ik van deze, Dat is: Ik dacht; op menselijke wijze gesproken, om de ongebreidelde boosheid van het volk uit te drukken.

verouderd was Of, versleten. Dit kan men duiden op Ohola, als welker hoererij al onder Jerobeam, na Salomo's dood, begonnen was; of van Oholiba, die het langst in haar land gebleven is, of van elk dezer beide. Anders: en Ik zeide deze oude [hare] overspelerijen aan; dat is, Ik bestrafte haar daarover door mijne profeten, doch tevergeefs, gelijk volgt.

Hertaald: verouderd was Of: versleten. Dit kan men betrekken op Ohola, wier hoererij al onder Jerobeam na de dood van Salomo begonnen was, of op Oholiba, die het langst in haar land gebleven is, of op elk van beiden. Anders: en Ik sprak deze oude vrouw over haar overspel aan; dat is: Ik bestrafte haar daarover door Mijn profeten, maar tevergeefs, zoals volgt.

Nu zullen zij hoereren Alsof de Heere zeide: Nu schijnt dat, niettegenstaande haren ouderdom, hare hoererij opnieuw weder beginnen zal. Anders: nu zullen zij de hoererijen dezer [hoeren] uithoereren, en zij zelf [ook]; dat is, nu zullen zij immers eens moede worden en ophouden, zo die van buiten komen om met deze hoeren te hoereren, als deze hoeren zelf; maar neen, het tegendeel is gebleken. Anders: [dat] zij nu met deze, dan met die hoereren. Deze woorden worden, vanwege de kortheid, verscheidenlijk overgezet.

Hertaald: Nu zullen zij hoereren Alsof de HEERE zei: nu blijkt dat haar hoererij, ondanks haar ouderdom, opnieuw zal beginnen. Anders: nu zullen zij de hoererijen van deze (hoeren) uithoereren, en zij zelf ook; dat is: nu zullen zij toch eindelijk moe worden en ophouden, zowel zij die van buiten komen om met deze hoeren te hoereren als deze hoeren zelf — maar nee, het tegendeel is gebleken. Anders: (dat) zij nu eens met deze en dan weer met die hoereren. Deze woorden worden vanwege hun beknoptheid op verschillende manieren vertaald.

en die ook Of, en [ook] der andere. Het zal nu weder aangaan. Of, gelijk anderen, het zal eens ophouden met deze beide.

Hertaald: en die ook Of: en (ook) van de andere. Het zal nu weer beginnen. Of zoals anderen menen: het zal met deze beiden eens ophouden.

Ezechiël 23 vers 44

schandelijke vrouwen Hebreeuws, vrouwen der schandelijkheid.

Hertaald: schandelijke vrouwen Hebreeuws: vrouwen van de schandelijkheid.

Ezechiël 23 vers 45

Rechtvaardige mannen dan, Dit kan men in het algemeen nemen, alsof de Heere zeide: Alle eerlievende rechtvaardige mannen zullen deze hoeren moeten veroordelen. Of, men kan het duiden op de Assyriërs en Babyloniërs, die rechtvaardigen genoemd worden, omdat zij de uitvoerders geweest zijn van Gods gerechtigheid over Israël en Juda, en zelfs gelegenheid en reden daartoe hadden, vanwege hunne meinedigheid en rebellie; zie vs.46.

Hertaald: Rechtvaardige mannen dan, Dit kan men in het algemeen opvatten, alsof de HEERE zei: alle eerbare, rechtvaardige mannen zullen deze hoeren moeten veroordelen. Of men kan het betrekken op de Assyriërs en Babyloniërs, die rechtvaardigen genoemd worden omdat zij de uitvoerders geweest zijn van Gods gerechtigheid over Israël en Juda en daar zelf ook aanleiding en reden toe hadden, vanwege hun meineed en opstand; zie vers 46.

richten Of, veroordelen.

Hertaald: richten Of: veroordelen.

recht der bloedvergietsters; Zie boven Ezech. 16:38 .

Hertaald: recht der bloedvergietsters; Zie hierboven Ezech. 16:38.

bloed is in haar handen Gelijk boven vs.37.

Hertaald: bloed is in haar handen Zoals hierboven vers 37.

Ezechiël 23 vers 46

Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, Of, men zal, zij zullen, gelijk boven Ezech. 16:40 .

Hertaald: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, Of: men zal, of: zij zullen, zoals hierboven Ezech. 16:40.

Ezechiël 23 vers 49

op u leggen, Dat is, op uw hoofd, vergeldende en straffende u naar uwe verdiensten.

Hertaald: op u leggen, Dat is: op uw hoofd, doordat Ik u vergeld en straf naar wat u verdiend hebt.

zonden uwer drekgoden dragen; Dat is, de straffen der zonden met uwe drekgoden begaan, gelijk boven vs.35.

Hertaald: zonden uwer drekgoden dragen; Dat is: de straf op de zonden die u met uw drekgoden bedreven hebt, zoals hierboven vers 35.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ohola  — haar tent

In Ezechiëls allegorie de naam voor Samaria (het noordelijke rijk Israël), voorgesteld als de oudste van twee zusters die hoererij bedreven met Assyrië en zo ontrouw werden aan de HEERE (Ez. 23:4-10).

Oholiba  — mijn tent is in haar

In Ezechiëls allegorie de naam voor Jeruzalem (het zuidelijke rijk Juda), voorgesteld als de jongere zuster van Ohola, die haar zuster in hoererij en ontrouw aan de HEERE nog overtrof (Ez. 23:4, 11-49).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De twee zusters  — een hoofdstuk dat het register aanwijst en niet uitwerkt (Ezech. 23:1-49)

"Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder" (Ezech. 23:2). Wie zij zijn, staat er zelf bij: "Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba" (Ezech. 23:4). Het beeld is dat van de ontrouw in het huwelijk, en het wordt in dit hoofdstuk lang en scherp uitgewerkt. Het register geeft dat niet weer en houdt dezelfde lijn aan als bij Ezech. 16:1-8 en Ezech. 16:60-63. De strekking staat in één vers samengevat: "Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid" (Ezech. 23:35).

Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee zusters zijn en niet één. Het noordelijke rijk was al weggevoerd toen dit gesproken werd. Juda had dat zien gebeuren en ging dezelfde weg; Jeremia legt beide zusters op dezelfde manier naast elkaar (Jer. 3:6-8). Let vervolgens op waar de aanklacht in Ezech. 23:35 op uitloopt. Niet op de daden afzonderlijk, maar op het vergeten van God. Diezelfde woorden stonden een hoofdstuk eerder al (reeds behandeld bij Ezech. 22:12). Let ten slotte op wat hier niet gebeurt. De beelden van dit hoofdstuk worden niet naverteld en niet uitgelegd, zoals ook het midden van Ezech. 16 is blijven liggen.

Typologie: Paulus gebruikt het huwelijksbeeld in de andere richting. Hij heeft de gemeente toebereid om haar "als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus" (2 Kor. 11:2). Wat hier verloren ging, is daar het doel van zijn arbeid.

Ezech. 23:2,4,35; Ezech. 16:1-8,60-63; Ezech. 22:12; Jer. 3:6-8; 2 Kor. 11:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 23

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content