Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVThe word2of the LORD3came again unto me, saying,
2Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121! daar warenH1961tweeH8147vrouwenH802, dochterenH1323 van eenH259moederH517.Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.
KJVSon1of man,2there were two3women,4the daughters5of one7mother:
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3שְׁתַּ֣יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4נָשִׁ֔יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5בְּנ֥וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6אֵםH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting7אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8הָיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
3Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Dezen hoereerdenH2181 in EgypteH4714; in haar jeugdH5271hoereerdenH2181 zij; daarH8033 werden haar borstenH7699gedruktH4600, en daarH8033 werden de tepelenH1717 haars maagdomsH1331betastH6213.Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast.
KJVAnd they committed whoredoms1in Egypt;2they committed whoredoms4in their youth:3there were their breasts7pressed,6and there they bruised9the teats10of their virginity.
1וַתִּזְנֶ֣ינָהH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish2בְמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim3בִּנְעוּרֵיהֶ֖ןH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth4זָנ֑וּH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish5שָׁ֚מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6מֹעֲכ֣וּH4600gedrukt, gedrukte, stakbruised, stuck, be pressed7שְׁדֵיהֶ֔ןH7699borsten, borstbreast, pap, teat8וְשָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither9עִשּׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10דַּדֵּ֖יH1717tepelen, borstenbreast, teat11בְּתוּלֵיהֶֽןH1331maagdom, maagdoms[idiom] maid, virginity
4Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Haar namenH8034 nu waren: OholaH170, de grootsteH1419, en OholibaH172, haar zusterH269; en zij werdenH1961 de Mijne, en baardenH3205zonenH1121 en dochterenH1323; dit waren haar namenH8034: SamariaH8111 is OholaH170, en JeruzalemH3389OholibaH172.Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.
KJVAnd the names1of them were Aholah2the elder,3and Aholibah4her sister:5and they were mine, and they bare8sons9and daughters.10Thus were their names;11Samaria12is Aholah,13and Jerusalem14Aholibah.
1וּשְׁמוֹתָ֗ןH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report2אָהֳלָ֤הH170OholaAholah3הַגְּדוֹלָה֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very4וְאָהֳלִיבָ֣הH172OholibaAholibah5אֲחוֹתָ֔הּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together6וַתִּֽהְיֶ֣ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לִ֔י8וַתֵּלַ֖דְנָהH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)9בָּנִ֣יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וּבָנ֑וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village11וּשְׁמוֹתָ֕ןH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12שֹׁמְר֣וֹןH8111SamariaSamaria13אָהֳלָ֔הH170OholaAholah14וִירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem15אָהֳלִיבָֽהH172OholibaAholibah
5Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5OholaH170 nu hoereerdeH2181, zijnde onderH8478 Mij; en zij werd verliefdH5689opH5921 haar boelenH157, op de AssyriersH804, die nabijH7138 waren;Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren;
KJVAnd Aholah2played the harlot1when she was mine;3and she doted4on her lovers,6on the Assyrians8her neighbours,
1וַתִּ֥זֶןH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish2אָהֳלָ֖הH170OholaAholah3תַּחְתָּ֑יH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with4וַתַּעְגַּב֙H5689verliefd, boelendote, lover5עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מְאַהֲבֶ֔יהָH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אַשּׁ֖וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)9קְרוֹבִֽיםH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)
6Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6BekleedH3847 met hemelsblauwH8504, vorstenH6346 en overhedenH5461, altemaal gewensteH2531jongelingenH970, ruiterenH6571, rijdendeH7392 op paardenH5483.Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden.
KJVWhich were clothed1with blue,2captains3and rulers,4all of them desirable6young men,5horsemen8riding9upon horses.
1לְבֻשֵׁ֤יH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear2תְכֵ֨לֶת֙H8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue3פַּח֣וֹתH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor4וּסְגָנִ֔יםH5461overhedenprince, ruler5בַּח֥וּרֵיH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole6חֶ֖מֶדH2531gewenstedesirable, pleasant7כֻּלָּ֑םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8פָּרָשִׁ֕יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman9רֹכְבֵ֖יH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set10סוּסִֽיםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)
7Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Alzo dreefH5414 zij haar hoererijenH8457 met dezelve, die allen de keureH4005 der kinderenH1121 van AssurH804 waren; en met allenH3605, opH5921dewelkeH834 zij verliefdH5689 was, met alH3605 derzelver drekgodenH1544, verontreinigdeH2930 zij zich.Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.
KJVThus she committed1her whoredoms2with them, with all them that were the chosen4men5of Assyria,6and with all on whom she doted:10with all their idols12she defiled
1וַתִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2תַּזְנוּתֶ֨יהָ֙H8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom3עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4מִבְחַ֥רH4005keur, uitgelezen, keurechoice(-st), chosen5בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אַשּׁ֖וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)7כֻּלָּ֑םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8וּבְכֹ֧לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָֽגְבָ֛הH5689verliefd, boelendote, lover11בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12גִּלּוּלֵיהֶ֖םH1544drekgodenidol13נִטְמָֽאָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
8Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zij verlietH5800 ook haar hoererijenH8457nietH3808, gebracht uit EgypteH4714; wantH3588 zij hadden bij haar in haar jeugdH5271gelegenH7901, en zijH1992 hadden de tepelenH1717 haars maagdomsH1331betastH6213, en zij hadden hun hoererijH8457overH5921 haar uitgestortH8210.Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.
KJVNeither left5she her whoredoms2brought from Egypt:3for in her youth9they lay8with her, and they bruised11the breasts12of her virginity,13and poured14their whoredom
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2תַּזְנוּתֶ֤יהָH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom3מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5עָזָ֔בָהH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely6כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אוֹתָהּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שָׁכְב֣וּH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay9בִנְעוּרֶ֔יהָH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth10וְהֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11עִשּׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12דַּדֵּ֣יH1717tepelen, borstenbreast, teat13בְתוּלֶ֑יהָH1331maagdom, maagdoms[idiom] maid, virginity14וַיִּשְׁפְּכ֥וּH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip15תַזְנוּתָ֖םH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom16עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
9Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9DaaromH3651gafH5414 Ik haar in de handH3027 van haar boelenH157 over, in de handH3027 der kinderenH1121 van AssurH804, opH5921dewelkeH834 zij verliefdH5689 was.Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
KJVWherefore I have delivered2her into the hand3of her lovers,4into the hand5of the Assyrians,6upon whom she doted.
1לָכֵ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2נְתַתִּ֖יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4מְאַֽהֲבֶ֑יהָH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend5בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָגְבָ֖הH5689verliefd, boelendote, lover10עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
10Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Dezen ontdektenH1540 haar schaamteH6172, haar zonenH1121 en haar dochterenH1323 namen zij wegH3947, maar haar dooddenH2026 zij met het zwaardH2719; en zij kreeg een naamH8034 onder de vrouwenH802, nadat men gerichtenH8196 over haar geoefendH6213 had.Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.
KJVThese discovered2her nakedness:3they took6her sons4and her daughters,5and slew9her with the sword:8and she became famous11among women;12for they had executed14judgment
1הֵמָּה֮H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2גִּלּ֣וּH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover3עֶרְוָתָהּ֒H6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)4בָּנֶ֤יהָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וּבְנוֹתֶ֨יהָ֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6לָקָ֔חוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7וְאוֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בַּחֶ֣רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9הָרָ֑גוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely10וַתְּהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11שֵׁם֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12לַנָּשִׁ֔יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13וּשְׁפוּטִ֖יםH8196gerichten, oordeelsjudgment14עָ֥שׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15בָֽהּ
11Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Als haar zusterH269, OholibaH172, dit zagH7200, zo verdierfH7843 zij haar minneH5691 nog meer danH4480 zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zusterH269.Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.
Ook in dit vers
hoererijenH2183
hoererijenH8457
KJVAnd when her sister2Aholibah3saw1this, she was more corrupt4in her inordinate love5than she, and in her whoredoms8more than her sister10in her whoredoms.
1וַתֵּ֨רֶא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֲחוֹתָ֣הּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together3אָהֳלִיבָ֔הH172OholibaAholibah4וַתַּשְׁחֵ֥תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)5עַגְבָתָ֖הּH5691minneinordinate love6מִמֶּ֑נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תַּ֨זְנוּתֶ֔יהָH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom9מִזְּנוּנֵ֖יH2183hoererijen, hoererijwhoredom10אֲחוֹתָֽהּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together
12Zij werd verliefd op de kinderen van Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, altemaal gewenste jongelingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zij werd verliefdH5689 op de kinderenH1121 van AssurH804, de vorstenH6346 en overhedenH5461, die nabijH7138 waren, bekleedH3847 met volkomen sieraadH4358, ruiterenH6571, rijdendeH7392 op paardenH5483, altemaal gewensteH2531jongelingenH970.Zij werd verliefd op de kinderen van Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, altemaal gewenste jongelingen.
KJVShe doted4upon the Assyrians2her neighbours,7captains5and rulers6clothed8most gorgeously,9horsemen10riding11upon horses,12all of them desirable14young men.
1אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2בְּנֵי֩H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אַשּׁ֨וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)4עָגָ֜בָהH5689verliefd, boelendote, lover5פַּח֨וֹתH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor6וּסְגָנִ֤יםH5461overhedenprince, ruler7קְרֹבִים֙H7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)8לְבֻשֵׁ֣יH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear9מִכְל֔וֹלH4358volkomen, volkomen sieraadmost gorgeously, all sorts10פָּרָשִׁ֖יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman11רֹכְבֵ֣יH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set12סוּסִ֑יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)13בַּח֥וּרֵיH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole14חֶ֖מֶדH2531gewenstedesirable, pleasant15כֻּלָּֽםH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
13Toen zag Ik, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen zagH7200 Ik, datH3588 zij verontreinigdH2930 was; zij hadden beidenH8147enerleiH259wegH1870.Toen zag Ik, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg.
KJVThen I saw1that she was defiled,3that they took both6one5way,
1וָאֵ֖רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3נִטְמָ֑אָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly4דֶּ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6לִשְׁתֵּיהֶֽןH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
14Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Ja, zij deed totH413 haar hoererijenH8457 nog meer toe; want toen zij geschilderdeH2707mannenH582 aan den wandH7023zagH7200, de beeldenH6754 der ChaldeenH3778, geschilderdH2710 met menieH8350,Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,
KJVAnd that she increased1her whoredoms:3for when she saw4menpourtrayed6upon the wall,8the images9of the Chaldeans10pourtrayed11with vermilion,
1וַתּ֖וֹסֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3תַּזְנוּתֶ֑יהָH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom4וַתֵּ֗רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אַנְשֵׁי֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6מְחֻקֶּ֣הH2707drukt, gemaald, geschilderdecarved work, portrayed, set a print7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַקִּ֔ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall9צַלְמֵ֣יH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew10כַשְׂדִּ֔יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea11חֲקֻקִ֖יםH2710wetgever, wetgevers, Wetgeverappoint, decree, governor, grave, lawgiver, note, pourtray, print, set12בַּשָּׁשַֽׁרH8350menievermillion
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15GegordH2289 met een gordelH232 aan hun lendenH4975, hebbende overvloedigH5628geverfdeH2871 hoeden op hun hoofdenH7218, die allenH3605 in het aanzienH4758hoofdmannenH7991 waren, naar de gelijkenisH1823 der kinderenH1121 van BabelH894, van ChaldeaH3778, het landH776 hunner geboorteH4138;Gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte;
KJVGirded1with girdles2upon their loins,3exceeding4in dyed attire5upon their heads,6all of them princes8to look to,7after the manner10of the Babylonians11of Chaldea,13the land14of their nativity:
1חֲגוֹרֵ֨יH2289gordel, Gegord, gordelengirded with2אֵז֜וֹרH232gordelgirdle3בְּמָתְנֵיהֶ֗םH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side4סְרוּחֵ֤יH5628overhangen, onnut, overvloedigexceeding, hand, spread, stretch self, banish5טְבוּלִים֙H2871geverfdedyed attire6בְּרָ֣אשֵׁיהֶ֔םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top7מַרְאֵ֥הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision8שָׁלִשִׁ֖יםH7991hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannencaptain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin)9כֻּלָּ֑םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10דְּמ֤וּתH1823gelijkenis, gelijkheidfashion, like (-ness, as), manner, similitude11בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12בָבֶל֙H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon13כַּשְׂדִּ֔יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea14אֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15מוֹלַדְתָּֽםH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)
16Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Zo werd zij opH5921 dezelve verliefdH5689 met het opzienH4758 van haar ogenH5869, en zij zondH7971bodenH4397 tot hen, naar ChaldeaH3778.Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.
KJVAnd as soon as she saw3them with her eyes,4she doted1upon them, and sent5messengers6unto them into Chaldea.
1וַתַּעְגְּבָ֥הH5689verliefd, boelendote, lover2עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3לְמַרְאֵ֣הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision4עֵינֶ֑יהָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5וַתִּשְׁלַ֧חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6מַלְאָכִ֛יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger7אֲלֵיהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8כַּשְׂדִּֽימָהH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
17De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17De kinderenH1121 van BabelH894 nu kwamenH935 tot haar in tot het legerH4904 der minneH1730, en verontreinigdenH2930 haar met hun hoererijH8457; ook verontreinigdeH2930 zij zich met hen; daarna werd haar zielH5315 van hen afgetrokkenH3363.De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.
KJVAnd the Babylonians3came1to her into the bed5of love,6and they defiled7her with their whoredom,9and she was polluted10with them, and her mind13was alienated
1וַיָּבֹ֨אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֵלֶ֤יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4בָבֶל֙H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon5לְמִשְׁכַּ֣בH4904leger, bijligging, legersbed(-chamber), couch, lieth (lying) with6דֹּדִ֔יםH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle7וַיְטַמְּא֥וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly8אוֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּתַזְנוּתָ֑םH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom10וַתִּ֨טְמָאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly11בָ֔ם12וַתֵּ֥קַעH3363afgetrokken, gehangenen, hangbe alienated, depart, hang (up), be out of joint13נַפְשָׁ֖הּH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14מֵהֶֽם
18Alzo ontdekte zij haar hoererijen, en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar zuster.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Alzo ontdekteH1540 zij haar hoererijenH8457, en ontdekteH1540 haar schaamteH6172; toen werd Mijn zielH5315 van haar afgetrokken, gelijk als Mijn zielH5315 was afgetrokken van haar zusterH269.Alzo ontdekte zij haar hoererijen, en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar zuster.
Ook in dit vers
afgetrokkenH3363
afgetrokkenH5361
KJVSo she discovered1her whoredoms,2and discovered3her nakedness:5then my mind7was alienated6from her, like as my mind11was alienated10from her sister.
1וַתְּגַל֙H1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover2תַּזְנוּתֶ֔יהָH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom3וַתְּגַ֖לH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עֶרְוָתָ֑הּH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)6וַתֵּ֤קַעH3363afgetrokken, gehangenen, hangbe alienated, depart, hang (up), be out of joint7נַפְשִׁי֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8מֵֽעָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10נָקְעָ֥הH5361afgetrokkenbe alienated11נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it12מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13אֲחוֹתָֽהּH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together
19Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Doch zij vermenigvuldigdeH7235 haar hoererijenH8457, gedenkendeH2142 aan de dagenH3117 van haar jeugdH5271, als zij gehoereerdH2181 had in het landH776 van EgypteH4714.Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.
KJVYet she multiplied1her whoredoms,3in calling to remembrance4the days6of her youth,7wherein she had played the harlot9in the land10of Egypt.
1וַתַּרְבֶּ֖הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3תַּזְנוּתֶ֑יהָH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom4לִזְכֹּר֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7נְעוּרֶ֔יהָH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9זָנְתָ֖הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish10בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
20En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En zij werd verliefdH5689 meer dan derzelver bijwijvenH6370, welker vleesH1320 is als het vleesH1320 der ezelenH2543, en welker vloedH2231 is als de vloedH2231 der paardenH5483.En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden.
KJVFor she doted1upon their paramours,3whose flesh5is as the flesh7of asses,6and whose issue8is like the issue10of horses.
1וַֽתַּעְגְּבָ֔הH5689verliefd, boelendote, lover2עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3פִּֽלַגְשֵׁיהֶ֑םH6370bijwijf, bijwijvenconcubine, paramour4אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בְּשַׂרH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin6חֲמוֹרִים֙H2543ezel, ezelen, ezels(he) ass7בְּשָׂרָ֔םH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8וְזִרְמַ֥תH2231vloedissue9סוּסִ֖יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)10זִרְמָתָֽםH2231vloedissue
21Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Alzo hebt gij weder opgehaaldH6485 de schandelijke daadH2154 uwer jeugdH5271, als die van EgypteH4714 uw tepelenH1717betasttenH6213, vanwege de borstenH7699 uwer jeugdH5271.Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.
KJVThus thou calledst to remembrance1the lewdness3of thy youth,4in bruising5thy teats7by the Egyptians6for the paps9of thy youth.
1וַֽתִּפְקְדִ֔יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זִמַּ֣תH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)4נְעוּרָ֑יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth5בַּעְשׂ֤וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7דַּדַּ֔יִךְH1717tepelen, borstenbreast, teat8לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9שְׁדֵ֥יH7699borsten, borstbreast, pap, teat10נְעוּרָֽיִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth
22Daarom, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw boelen, van welke uw ziel is afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22DaaromH3651, o OholibaH172! alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal uw boelenH157, van welkeH834 uw zielH5315 is afgetrokkenH5361, tegen u verwekkenH5782, en Ik zal hen van rondomH5439 tegen u aanbrengen.Daarom, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw boelen, van welke uw ziel is afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.
Ook in dit vers
tegenaanbrengenH935
KJVTherefore, O Aholibah,2thus saith4the Lord5GOD;6Behold, I will raise up8thy lovers10against thee, from whom thy mind15is alienated,14and I will bring17them against thee on every side;
1לָכֵ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אָהֳלִיבָ֗הH172OholibaAholibah3כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהוִה֒H3069HEERE, HEEREN, HeereGod7הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8מֵעִ֤ירH5782opgewekt, verwekken, waak(a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מְאַהֲבַ֨יִךְ֙H157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend11עָלַ֔יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14נָקְעָ֥הH5361afgetrokkenbe alienated15נַפְשֵׁ֖ךְH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16מֵהֶ֑ם17וַהֲבֵאתִ֥יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18עָלַ֖יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19מִסָּבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
23De kinderen van Babel en alle Chaldeen, Pekod, en Soa, en Koa, en alle kinderen van Assur met hen; gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23De kinderenH1121 van BabelH894 en alleH3605ChaldeenH3778, PekodH6489, en SoaH7772, en KoaH6970, en alleH3605kinderenH1121 van AssurH804 met hen; gewensteH2531jongelingenH970, die allen vorstenH6346 en overhedenH5461 zijn, hoofdmannenH7991 en vermaardeH7121 lieden, die allenH3605 te paardH5483rijdenH7392.De kinderen van Babel en alle Chaldeen, Pekod, en Soa, en Koa, en alle kinderen van Assur met hen; gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.
KJVThe Babylonians,1and all the Chaldeans,4Pekod,5and Shoa,6and Koa,7and all the Assyrians9with them: all of them desirable13young men,12captains14and rulers,15great lords17and renowned,18all of them riding19upon horses.
1בְּנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2בָבֶ֣לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4כַּשְׂדִּ֗יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea5פְּק֤וֹדH6489PekodPekod6וְשׁ֨וֹעַ֙H7772SoaShoa7וְק֔וֹעַH6970KoaKoa8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10אַשּׁ֖וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)11אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בַּח֨וּרֵיH970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole13חֶ֜מֶדH2531gewenstedesirable, pleasant14פַּח֤וֹתH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor15וּסְגָנִים֙H5461overhedenprince, ruler16כֻּלָּ֔םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17שָֽׁלִשִׁים֙H7991hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannencaptain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin)18וּקְרוּאִ֔יםH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say19רֹכְבֵ֥יH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set20סוּסִ֖יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)21כֻּלָּֽםH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
24Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Die zullen tegenH5921 u komenH935 met karrenH2021, wagenenH7393 en wielenH1534, en met een vergaderingH6951 van volkenH5971, rondassenH6793, en schildenH4043, en helmenH6959; zij zullen zich rondomH5439tegenH5921 u zettenH7760; en Ik zal voor hun aangezichtH6440 het gerichtH4941stellenH5414, en zij zullen u richtenH8199 naar hun rechtenH4941.Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.
KJVAnd they shall come1against thee with chariots,3wagons,4and wheels,5and with an assembly6of people,7which shall set11against thee buckler8and shield9and helmet10round about:13and I will set14judgment16before15them, and they shall judge17thee according to their judgments.
1וּבָ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עָלַ֡יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הֹ֠צֶןH2021karrenchariot4רֶ֤כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5וְגַלְגַּל֙H1534wielen, raderen, Galgalheaven, rolling thing, wheel6וּבִקְהַ֣לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude7עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8צִנָּ֤הH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target9וּמָגֵן֙H4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield10וְקוֹבַ֔עH6959helm, helmenhelmet11יָשִׂ֥ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12עָלַ֖יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13סָבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side14וְנָתַתִּ֤יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לִפְנֵיהֶם֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16מִשְׁפָּ֔טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong17וּשְׁפָט֖וּךְH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule18בְּמִשְׁפְּטֵיהֶֽםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
25En Ik zal Mijn ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren afnemen, en het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochteren wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En Ik zal Mijn ijverH7068 tegen u zettenH5414, dat zij in grimmigheidH2534 met u zullen handelenH6213; zij zullen uw neusH639 en uw orenH241afnemenH5493, en het laatsteH319 van u zal door het zwaardH2719vallenH5307; zijH1992 zullen uw zonenH1121 en uw dochterenH1323wegnemenH3947, en het laatsteH319 van u zal door het vuurH784verteerdH398 worden.En Ik zal Mijn ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren afnemen, en het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochteren wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.
KJVAnd I will set1my jealousy2against thee, and they shall deal4furiously6with thee: they shall take away9thy nose7and thine ears;8and thy remnant10shall fall12by the sword:11they shall take16thy sons14and thy daughters;15and thy residue17shall be devoured18by the fire.
1וְנָתַתִּ֨יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2קִנְאָתִ֜יH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal3בָּ֗ךְ4וְעָשׂ֤וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אוֹתָךְ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּחֵמָ֔הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)7אַפֵּ֤ךְH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath8וְאָזְנַ֨יִךְ֙H241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show9יָסִ֔ירוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without10וְאַחֲרִיתֵ֖ךְH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward11בַּחֶ֣רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool12תִּפּ֑וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down13הֵ֗מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14בָּנַ֤יִךְH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15וּבְנוֹתַ֨יִךְ֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village16יִקָּ֔חוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win17וְאַחֲרִיתֵ֖ךְH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward18תֵּאָכֵ֥לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite19בָּאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
26Zij zullen u ook uw klederen uittrekken, en uw sieraadtuig wegnemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Zij zullen u ook uw klederenH899uittrekkenH6584, en uw sieraadtuigH8597wegnemenH3947.Zij zullen u ook uw klederen uittrekken, en uw sieraadtuig wegnemen.
KJVThey shall also strip1thee out of thy clothes,3and take away4thy fair6jewels.
1וְהִפְשִׁיט֖וּךְH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּגָדָ֑יִךְH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe4וְלָקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5כְּלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6תִפְאַרְתֵּֽךְH8597heerlijkheid, sieraad, sierlijkebeauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty
27Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar hen niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Zo zal Ik uw schandelijkheidH2154vanH4480 u doen ophoudenH7673, mitsgaders uw hoererijH2184, gebracht uit EgyptelandH776; en gij zult uw ogenH5869 naar hen niet opheffenH5375, en aan EgypteH4714nietH3808meerH5750gedenkenH2142.Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar hen niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.
KJVThus will I make thy lewdness2to cease1from thee, and thy whoredom5brought from the land6of Egypt:7so that thou shalt not lift up9thine eyes10unto them, nor remember14Egypt
1וְהִשְׁבַּתִּ֤יH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away2זִמָּתֵךְ֙H2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)3מִמֵּ֔ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5זְנוּתֵ֖ךְH2184hoererij, hoererijen, Hoererijwhoredom6מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִשְׂאִ֤יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield10עֵינַ֨יִךְ֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12וּמִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תִזְכְּרִיH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well15עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
28Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelken uw ziel is afgetrokken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28WantH3588alzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZieH2005, Ik zal u overgevenH5414 in de handH3027 dergenen, dieH834 gij haatH8130, in de handH3027 dergenen, van dewelken uw zielH5315 is afgetrokkenH5361.Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelken uw ziel is afgetrokken.
KJVFor thus saith3the Lord4GOD;5Behold, I will deliver7thee into the hand8of them whom thou hatest,10into the hand11of them from whom thy mind14is alienated:
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הִנְנִי֙H2005ziet, ziebehold, if, lo, though7נֹֽתְנָ֔ךְH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10שָׂנֵ֑אתH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly11בְּיַ֛דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָקְעָ֥הH5361afgetrokkenbe alienated14נַפְשֵׁ֖ךְH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15מֵהֶֽם
29Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Die zullen met u handelenH6213 uit haatH8135, en alH3605 uw arbeidH3018wegnemenH3947, en u naaktH5903 en blootH6181latenH5800, dat uw hoerenschaamteH6172ontdektH1540 worde, mitsgaders uw schandelijkheidH2154 en uw hoererijenH8457.Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.
KJVAnd they shall deal1with thee hatefully,3and shall take away4all thy labour,6and shall leave7thee naked8and bare:9and the nakedness11of thy whoredoms12shall be discovered,10both thy lewdness13and thy whoredoms.
1וְעָשׂ֨וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אוֹתָ֜ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּשִׂנְאָ֗הH8135haat, Haat, haatte[phrase] exceedingly, hate(-ful, -red)4וְלָקְחוּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יְגִיעֵ֔ךְH3018arbeidlabour, work7וַעֲזָב֖וּךְH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely8עֵירֹ֣םH5903naakt, naakte, naaktheidnaked(-ness)9וְעֶרְיָ֑הH6181bloot, blote, naaktebare, naked, [idiom] quite10וְנִגְלָה֙H1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover11עֶרְוַ֣תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)12זְנוּנַ֔יִךְH2183hoererijen, hoererijwhoredom13וְזִמָּתֵ֖ךְH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)14וְתַזְנוּתָֽיִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom
30Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30DezeH428 dingen zal men u doenH6213, dewijl gij de heidenenH1471nagehoereerdH2181 hebt, en omdat gij u met hun drekgodenH1544verontreinigdH2930 hebt.Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.
KJVI will do1these things unto thee, because thou hast gone a whoring4after5the heathen,6and because thou art polluted9with their idols.
1עָשֹׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3לָ֑ךְ4בִּזְנוֹתֵךְ֙H2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish5אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6גוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7עַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נִטְמֵ֖אתH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10בְּגִלּוּלֵיהֶֽםH1544drekgodenidol
31In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31In den wegH1870 uwer zusterH269 hebt gij gewandeldH1980, daarom zal Ik haar bekerH3563 in uw handH3027gevenH5414.In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.
KJVThou hast walked3in the way1of thy sister;2therefore will I give4her cup5into thine hand.
1בְּדֶ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)2אֲחוֹתֵ֖ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together3הָלָ֑כְתְּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4וְנָתַתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5כוֹסָ֖הּH3563beker, bekers, steenuilcup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס)6בְּיָדֵֽךְH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
32Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Gij zult den bekerH3563 uwer zusterH269drinkenH8354, die diepH6013 en wijdH7342isH1961; gij zult tot belachingH6712 en spotH3933 worden; de beker houdtH3557veelH4767 in.Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Thou shalt drink7of thy sister's6cup5deep8and large:9thou shalt be laughed to scorn11and had in derision;12it containeth14much.
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהֹוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5כּ֤וֹסH3563beker, bekers, steenuilcup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס)6אֲחוֹתֵךְ֙H269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together7תִּשְׁתִּ֔יH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)8הָעֲמֻקָּ֖הH6013dieper, diepe, diep([idiom] exceeding) deep (thing)9וְהָרְחָבָ֑הH7342wijd, wijde, bredenbroad, large, at liberty, proud, wide10תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לִצְחֹ֛קH6712belaching, lachenlaugh(-ed to scorn)12וּלְלַ֖עַגH3933spot, bespotting, spotsderision, scorn (-ing)13מִרְבָּ֥הH4767veelmuch14לְהָכִֽילH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)
33Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uw zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Van dronkenschapH7943 en jammerH3015 zult gij volH4390 worden; de bekerH3563 van uw zusterH269SamariaH8111 is een bekerH3563 der verwoestingH8047 en der eenzaamheidH8077.Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uw zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.
KJVThou shalt be filled3with drunkenness1and sorrow,2with the cup4of astonishment5and desolation,6with the cup7of thy sister8Samaria.
1שִׁכָּר֥וֹןH7943dronkenschap(be) drunken(-ness)2וְיָג֖וֹןH3015droefenis, jammer, treuringgrief, sorrow3תִּמָּלֵ֑אִיH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly4כּ֚וֹסH3563beker, bekers, steenuilcup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס)5שַׁמָּ֣הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing6וּשְׁמָמָ֔הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste7כּ֖וֹסH3563beker, bekers, steenuilcup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס)8אֲחוֹתֵ֥ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together9שֹׁמְרֽוֹןH8111SamariaSamaria
34Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Gij zult hem drinkenH8354 en uitzuigenH4680, en zijn schervenH2789 zult gij brijzelenH1633, en uw borstenH7699 zult gij afrukkenH5423; wantH3588IkH589 heb het gesprokenH1696, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
KJVThou shalt even drink1it and suck it out,3and thou shalt break6the sherds5thereof, and pluck off8thine own breasts:7for I have spoken11it, saith12the Lord13GOD.
1וְשָׁתִ֨יתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)2אוֹתָ֜הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וּמָצִ֗יתH4680uitgeduwd, uitgedrukt, uitgezogensuck, wring (out)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חֲרָשֶׂ֛יהָH2789aarden, potscherf, schervenearth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone6תְּגָרֵ֖מִיH1633breken, brijzelengnaw the bones, break7וְשָׁדַ֣יִךְH7699borsten, borstbreast, pap, teat8תְּנַתֵּ֑קִיH5423afgetrokken, verscheurd, verscheurenbreak (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out9כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11דִבַּ֔רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith13אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord14יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
35Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat gij Mijner vergetenH7911, en Mij achterH310 uw rugH1458geworpenH7993 hebt, zo draagtH5375gijH859ookH1571 uw schandelijkheidH2154 en uw hoererijenH8457.Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Because thou hast forgotten7me, and cast9me behind11thy back,12therefore bear15thou also thy lewdness16and thy whoredoms.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6יַ֚עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7שָׁכַ֣חַתְּH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget8אוֹתִ֔יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וַתַּשְׁלִ֥יכִיH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw10אוֹתִ֖יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12גַוֵּ֑ךְH1458rugback13וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14אַ֛תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15שְׂאִ֥יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield16זִמָּתֵ֖ךְH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18תַּזְנוּתָֽיִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom
36En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En de HEEREH3068zeideH559totH413 mij: MensenkindH1121! zoudt gij OholaH170 en OholibaH172rechtH8199 geven? Ja, vertoonH5046 haar haar gruwelenH8441.En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.
KJVThe LORD2said1moreover unto me; Son4of man,5wilt thou judge6Aholah8and Aholibah?10yea, declare11unto them their abominations;
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6הֲתִשְׁפּ֥וֹטH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule7אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אָהֳלָ֖הH170OholaAholah9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אָהֳלִיבָ֑הH172OholibaAholibah11וְהַגֵּ֣דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter12לָהֶ֔ן13אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14תוֹעֲבוֹתֵיהֶֽןH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination
37Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37WantH3588 zij hebben overspelH5003 gedaan, en er is bloedH1818 in haar handenH3027; en zij hebben metH854 haar drekgodenH1544overspelH5003 gedaan; daartoe hebben zij ookH1571 haar kinderenH1121, dieH834 zij Mij gebaardH3205 hadden, voor hen door het vuur laten doorgaanH5674, tot spijzeH402.Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.
KJVThat they have committed adultery,2and blood3is in their hands,4and with their idols6have they committed adultery,7and have also caused their sons,10whom they bare12unto me, to pass for them through14the fire, to devour
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2נִאֵ֗פוּH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock3וְדָם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent4בִּֽידֵיהֶ֔ןH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וְאֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6גִּלּֽוּלֵיהֶ֖ןH1544drekgodenidol7נִאֵ֑פוּH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock8וְגַ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּנֵיהֶן֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יָֽלְדוּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)13לִ֔י14הֶעֱבִ֥ירוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15לָהֶ֖ם16לְאָכְלָֽהH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat
38Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38NogH5750 hebben zij Mij ditH2063gedaanH6213; zij hebben Mijn heiligdomH4720 ten zelven dageH3117verontreinigdH2930, en Mijn sabbattenH7676ontheiligdH2490.Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.
KJVMoreover this they have done3unto me: they have defiled5my sanctuary7in the same day,8and have profaned12my sabbaths.
1ע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2זֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3עָ֣שׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4לִ֑י5טִמְּא֤וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִקְדָּשִׁי֙H4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary8בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11שַׁבְּתוֹתַ֖יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath12חִלֵּֽלוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound
39Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Want als zij hun kinderenH1121 hun drekgodenH1544geslachtH7819 hadden, zo kwamenH935 zij op dienzelven dagH3117 in Mijn heiligdomH4720, om datH1931 te ontheiligenH2490; en zietH2009, alzoH3541 hebben zij gedaanH6213 in het middenH8432 van Mijn huisH1004.Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.
KJVFor when they had slain1their children3to their idols,4then they came5the same day8into my sanctuary7to profane10it; and, lo, thus have they done13in the midst14of mine house.
1וּֽבְשַׁחֲטָ֤םH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵיהֶם֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4לְגִלּ֣וּלֵיהֶ֔םH1544drekgodenidol5וַיָּבֹ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מִקְדָּשִׁ֛יH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary8בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10לְחַלְּל֑וֹH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound11וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see12כֹ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder13עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)15בֵּיתִֽיH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
40Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Dit is er ook, dat zij gezondenH7971 hebben tot mannenH582, dieH834 van verreH4801 zouden komenH935; tot dewelken alsH3588 een bodeH4397gezondenH7971 was, zietH2009, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiestH7364, uw ogenH5869blankettetH3583 en u met sieraadH5716versierdetH5710;Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;
KJVAnd furthermore,1that ye have sent3for mento come5from far,6unto whom a messenger8was sent;9and, lo, they came:12for whom thou didst wash14thyself, paintedst15thy eyes,16and deckedst17thyself with ornaments,
1וְאַ֗ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea2כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תִשְׁלַ֨חְנָה֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4לַֽאֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5בָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6מִמֶּרְחָ֑קH4801verre, verren, ver(a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק)7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8מַלְאָ֜ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger9שָׁל֤וּחַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10אֲלֵיהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see12בָ֔אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13לַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14רָחַ֛צְתְּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)15כָּחַ֥לְתְּH3583blankettetpaint16עֵינַ֖יִךְH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)17וְעָ֥דִיתH5710versierd, versierdet, Versieradorn, deck (self), pass by, take away18עֶֽדִיH5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
41En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En gij zat op een heerlijkH3520bedH4296, voorH6440 hetwelk een tafelH7979toegerichtH6186 was, en op hetwelk gij Mijn reukwerkH7004 en Mijn olieH8081gezetH7760 hadt.En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.
KJVAnd satest1upon a stately4bed,3and a table5prepared6before7it, whereupon thou hast set10mine incense8and mine oil.
1וְיָשַׁבְתְּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3מִטָּ֣הH4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier4כְבוּדָּ֔הH3520bagage, heerlijk, verheerlijktcarriage, all glorious, stately5וְשֻׁלְחָ֥ןH7979tafel, tafelen, tafelstable6עָר֖וּךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value7לְפָנֶ֑יהָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8וּקְטָרְתִּ֥יH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume9וְשַׁמְנִ֖יH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine10שַׂ֥מְתְּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
42Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Als nu het geruisH6963 der menigte daarop stilH7961 was, zo zonden zij totH413mannenH582 uit de menigte der mensenH120, en daar werden wijnzuipersH5436aangebrachtH935 uit de woestijnH4057; die deden armringenH6781 aan haar handenH3027, en een sierlijkeH8597kroonH5850opH5921 haar hoofdenH7218.Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.
Ook in dit vers
menigteH1995
menigteH7230
KJVAnd a voice1of a multitude2being at ease3was with her: and with the menof the common sort7were brought9Sabeans10from the wilderness,11which put12bracelets13upon their hands,15and beautiful17crowns16upon their heads.
1וְק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell2הָמוֹן֮H1995menigte, veelheid, rumoerabundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult3שָׁלֵ֣וH7961rust, gerust, stil(being) at ease, peaceable, (in) prosper(-ity), quiet(-ness), wealthy4בָהּ֒5וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֲנָשִׁים֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מֵרֹ֣בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)8אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person9מוּבָאִ֥יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10סָבָאִ֖יםH5433zuiper, dronken, zuipendrunkard, fill self, Sabean, (wine-) bibber11מִמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12וַֽיִּתְּנ֤וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13צְמִידִים֙H6781armringen, armring, dekselbracelet, covering14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15יְדֵיהֶ֔ןH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16וַעֲטֶ֥רֶתH5850kroon, kronen, Krooncrown17תִּפְאֶ֖רֶתH8597heerlijkheid, sieraad, sierlijkebeauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19רָאשֵׁיהֶֽןH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
43Toen zeide Ik van deze, die van overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Toen zeideH559 Ik van deze, die van overspelerijenH5004verouderdH1087 was: NuH6258 zullen zij hoererenH2181 de hoererijenH8457 dezer hoer, en die ook.Toen zeide Ik van deze, die van overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook.
KJVThen said1I unto her that was old2in adulteries,3Will they now commit5whoredoms
1וָאֹמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לַבָּלָ֖הH1087oude, verouderdold3נִֽאוּפִ֑יםH5004overspelen, overspelerijenadultery4עַתָּ֛הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas5יִזְנ֥וּH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish6תַזְנוּתֶ֖הָH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom7וָהִֽיאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
44En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En men ging tot haar in, gelijk men ingaatH935 tot een vrouwH802, die een hoerH2181 is; alzoH3651gingenH935 zij in totH413OholaH170 en totH413OholibaH172, die schandelijkeH2154vrouwenH802.En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.
KJVYet they went in1unto her, as they go in3unto a woman5that playeth the harlot:6so went they in8unto Aholah10and unto Aholibah,12the lewd14women.
1וַיָּב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֵלֶ֔יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כְּב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אִשָּׁ֣הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6זוֹנָ֑הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish7כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you8בָּ֗אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אָֽהֳלָה֙H170OholaAholah11וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12אָ֣הֳלִיבָ֔הH172OholibaAholibah13אִשֹּׁ֖תH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14הַזִּמָּֽהH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)
45Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters; want zij zijn overspeelsters, en bloed is in haar handen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45RechtvaardigeH6662mannenH582 dan, dieH1992 zullen haar richtenH8199 naar het rechtH4941 der overspeelstersH5003, en naar het rechtH4941 der bloedvergietstersH8210; wantH3588 zij zijn overspeelstersH5003, en bloedH1818 is in haar handenH3027.Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters; want zij zijn overspeelsters, en bloed is in haar handen.
KJVAnd the righteous2men,they shall judge4them after the manner6of adulteresses,7and after the manner8of women that shed9blood;10because they are adulteresses,12and blood14is in their hands.
1וַאֲנָשִׁ֣יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2צַדִּיקִ֗םH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)3הֵ֚מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4יִשְׁפְּט֣וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule5אֽוֹתְהֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִשְׁפַּט֙H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong7נֹֽאֲפ֔וֹתH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock8וּמִשְׁפַּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong9שֹׁפְכ֣וֹתH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip10דָּ֑םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12נֹֽאֲפֹת֙H5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock13הֵ֔נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein14וְדָ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent15בִּֽידֵיהֶֽןH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
46Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering en ten roof overgeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46WantH3588alzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ik zal een vergaderingH6951tegenH5921 haar doen opkomenH5927, en zal ze ter beroeringH2189 en ten roofH957overgevenH5414.Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering en ten roof overgeven.
KJVFor thus saith3the Lord4GOD;5I will bring up6a company8upon them, and will give9them to be removed11and spoiled.
1כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הַעֲלֵ֤הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8קָהָ֔לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude9וְנָתֹ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10אֶתְהֶ֖ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11לְזַעֲוָ֥הH2189beroering, beroerd[idiom] removed, trouble12וְלָבַֽזH957roof, plundering, buitbooty, prey, spoil(-ed)
47En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; haar zonen en haar dochteren zullen zij doden, en haar huizen met vuur verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47En de vergaderingH6951 zal ze met stenenH68stenigenH7275, en dezelve met hun zwaardenH2719nederhouwenH1254; haar zonenH1121 en haar dochterenH1323 zullen zij dodenH2026, en haar huizenH1004 met vuurH784verbrandenH8313.En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; haar zonen en haar dochteren zullen zij doden, en haar huizen met vuur verbranden.
KJVAnd the company4shall stone1them with stones,3and dispatch5them with their swords;7they shall slay10their sons8and their daughters,9and burn up13their houses11with fire.
1וְרָגְמ֨וּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone2עֲלֵיהֶ֥ןH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֶ֨בֶן֙H68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)4קָהָ֔לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude5וּבָרֵ֥אH1254geschapen, schiep, schepchoose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)6אוֹתְהֶ֖ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּחַרְבוֹתָ֑םH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool8בְּנֵיהֶ֤םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וּבְנֽוֹתֵיהֶם֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10יַהֲרֹ֔גוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely11וּבָתֵּיהֶ֖ןH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12בָּאֵ֥שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot13יִשְׂרֹֽפוּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
48Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden; opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uw schandelijkheid niet doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Alzo zal Ik de schandelijkheidH2154uitH4480 het landH776 doen ophoudenH7673; opdat alleH3605vrouwenH802onderwezenH3256 worden, dat zij naar uw schandelijkheidH2154nietH3808 doen.Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden; opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uw schandelijkheid niet doen.
KJVThus will I cause lewdness2to cease1out of the land,4that all women7may be taught5not to do9after your lewdness.
1וְהִשְׁבַּתִּ֥יH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away2זִמָּ֖הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וְנִֽוַּסְּרוּ֙H3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַנָּשִׁ֔יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תַעֲשֶׂ֖ינָהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10כְּזִמַּתְכֶֽנָהH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)
49Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49Alzo zullen zij uw schandelijkheidH2154opH5921 u leggenH5414, en gij zult de zondenH2399 uwer drekgodenH1544dragenH5375; en gijlieden zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HeereH136HEEREH3069 ben.Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
KJVAnd they shall recompense1your lewdness2upon you, and ye shall bear6the sins4of your idols:5and ye shall know7that I am the Lord10GOD.
1וְנָתְנ֤וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2זִמַּתְכֶ֨נָה֙H2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)3עֲלֵיכֶ֔ןH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4וַחֲטָאֵ֥יH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin5גִלּוּלֵיכֶ֖ןH1544drekgodenidol6תִּשֶּׂ֑אינָהH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield7וִידַעְתֶּ֕םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord11יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 23:2— Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.Jeremia 3:7→Ezechiël 16:44→
Ezechiël 23:3— Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast.Leviticus 17:7→Ezechiël 16:22→Jozua 24:14→Ezechiël 23:8→Ezechiël 20:8→Hosea 2:15→Ezechiël 23:19→Deuteronomium 29:16→
Ezechiël 23:4— Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.Ezechiël 16:8→1 Koningen 12:20→Psalmen 45:11→Ezechiël 16:20→Exodus 19:5→Romeinen 7:4→Psalmen 132:13→Ezechiël 16:40→
Ezechiël 23:5— Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren;2 Koningen 16:7→2 Koningen 17:3→2 Koningen 15:19→Hosea 5:13→Hosea 8:9→Ezechiël 16:28→Ezechiël 23:9→Hosea 10:6→
Ezechiël 23:6— Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden.Ezechiël 23:23→
Ezechiël 23:7— Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.Hosea 5:3→Hosea 6:10→Ezechiël 22:3→Ezechiël 20:7→Psalmen 106:39→Ezechiël 23:30→Genesis 10:22→Ezechiël 16:15→
Ezechiël 23:8— Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.Ezechiël 23:3→Ezechiël 23:19→Exodus 32:4→1 Koningen 12:28→2 Koningen 17:16→2 Koningen 10:29→Ezechiël 23:21→
Ezechiël 23:9— Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.2 Koningen 15:29→2 Koningen 17:23→Hosea 11:5→Openbaring 17:16→1 Kronieken 5:26→2 Koningen 18:9→2 Koningen 17:3→Openbaring 17:12→
Ezechiël 23:10— Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.Ezechiël 23:29→Hosea 2:10→Jeremia 22:8→Hosea 2:3→Ezechiël 23:48→Ezechiël 16:37→
Ezechiël 23:11— Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.Jeremia 3:8→Ezechiël 23:4→Ezechiël 16:47→
Ezechiël 23:12— Zij werd verliefd op de kinderen van Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, altemaal gewenste jongelingen.2 Koningen 16:7→Ezechiël 16:28→Ezechiël 23:23→2 Kronieken 28:16→Ezechiël 23:5→
Ezechiël 23:13— Toen zag Ik, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg.Hosea 12:1→2 Koningen 17:18→Ezechiël 23:31→
Ezechiël 23:14— Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,Ezechiël 8:10→Jeremia 22:14→Jeremia 50:2→Jesaja 46:1→Ezechiël 16:29→
Ezechiël 23:15— Gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte;2 Samuël 14:25→1 Samuël 18:4→Richteren 8:18→Jesaja 22:21→
Ezechiël 23:16— Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.Ezechiël 16:29→Mattheüs 5:28→Psalmen 119:37→Spreuken 23:33→Job 31:1→Ezechiël 23:40→2 Koningen 24:1→Ezechiël 16:17→
Ezechiël 23:17— De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.Ezechiël 23:22→Ezechiël 23:28→2 Samuël 13:15→Genesis 10:10→Genesis 11:9→Ezechiël 16:37→
Ezechiël 23:18— Alzo ontdekte zij haar hoererijen, en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar zuster.Jeremia 12:8→Psalmen 106:40→Psalmen 78:59→Jeremia 8:12→Jeremia 6:8→Ezechiël 21:24→Jeremia 15:1→Jesaja 3:9→
Ezechiël 23:19— Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.Ezechiël 23:3→Ezechiël 16:29→Amos 4:4→Ezechiël 23:8→Ezechiël 20:7→Ezechiël 16:51→Ezechiël 23:14→Ezechiël 23:21→
Ezechiël 23:20— En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden.Ezechiël 17:15→Ezechiël 16:26→Ezechiël 16:20→Jeremia 5:8→
Ezechiël 23:22— Daarom, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw boelen, van welke uw ziel is afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.Ezechiël 16:37→Openbaring 17:16→Jesaja 10:5→Jeremia 6:22→Ezechiël 23:28→Habakuk 1:6→Jeremia 12:9→Ezechiël 23:9→
Ezechiël 23:23— De kinderen van Babel en alle Chaldeen, Pekod, en Soa, en Koa, en alle kinderen van Assur met hen; gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.Jeremia 50:21→2 Koningen 24:2→2 Koningen 20:14→Ezechiël 23:12→Genesis 2:14→Ezra 6:22→Job 1:17→Ezechiël 23:6→
Ezechiël 23:24— Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.Jeremia 47:3→Ezechiël 26:10→Ezechiël 23:45→Jeremia 39:5→Ezechiël 16:38→Nahum 2:3→Ezechiël 21:23→2 Samuël 24:14→
Ezechiël 23:25— En Ik zal Mijn ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren afnemen, en het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochteren wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.Ezechiël 23:47→Hosea 2:4→Ezechiël 20:47→Ezechiël 5:13→Sefanja 1:18→Ezechiël 8:1→Exodus 34:14→Ezechiël 16:38→
Ezechiël 23:26— Zij zullen u ook uw klederen uittrekken, en uw sieraadtuig wegnemen.Ezechiël 16:39→Jeremia 13:22→Ezechiël 23:29→Ezechiël 16:37→Hosea 2:3→1 Petrus 3:3→Openbaring 17:16→Ezechiël 16:16→
Ezechiël 23:27— Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar hen niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.Ezechiël 16:41→Ezechiël 23:19→Ezechiël 23:3→Zacharia 13:2→Micha 5:10→Jesaja 27:9→Ezechiël 22:15→
Ezechiël 23:28— Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelken uw ziel is afgetrokken.Ezechiël 23:17→Jeremia 34:20→Ezechiël 23:22→Ezechiël 16:37→Jeremia 21:7→Jeremia 24:8→
Ezechiël 23:29— Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.Ezechiël 16:39→Ezechiël 23:45→Ezechiël 23:25→2 Samuël 13:15→Ezechiël 16:36→Deuteronomium 28:47→Ezechiël 23:18→
Ezechiël 23:30— Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.Ezechiël 6:9→Jeremia 2:18→Psalmen 106:35→Jeremia 16:11→Ezechiël 23:12→Jeremia 22:8→Ezechiël 23:7→
Ezechiël 23:31— In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.2 Koningen 21:13→Jeremia 7:14→Ezechiël 23:13→Daniël 9:12→Jeremia 25:15→Jeremia 3:8→Ezechiël 16:47→
Ezechiël 23:32— Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.Jesaja 51:17→Psalmen 60:3→Ezechiël 22:4→Openbaring 18:6→1 Koningen 9:7→Ezechiël 26:2→Ezechiël 36:3→Deuteronomium 28:37→
Ezechiël 23:33— Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uw zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.Habakuk 2:16→Jeremia 25:27→Jesaja 51:17→Jesaja 51:22→Jeremia 25:15→
Ezechiël 23:34— Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.Psalmen 75:8→Jesaja 51:17→Openbaring 18:7→Ezechiël 23:8→Ezechiël 23:3→
Ezechiël 23:35— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.1 Koningen 14:9→Ezechiël 22:12→Jesaja 17:10→Jeremia 3:21→Hosea 13:6→Hosea 8:14→Jeremia 2:32→Jeremia 32:33→
Ezechiël 23:36— En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.Ezechiël 22:2→Jesaja 58:1→Ezechiël 16:2→Ezechiël 20:4→Jeremia 1:10→Handelingen 7:51→Micha 3:8→Jeremia 14:11→
Ezechiël 23:37— Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.Ezechiël 16:36→Ezechiël 16:20→Ezechiël 20:26→Ezechiël 16:38→Ezechiël 23:39→2 Koningen 21:6→Lukas 13:34→Micha 3:10→
Ezechiël 23:38— Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.Ezechiël 20:13→2 Koningen 21:7→Ezechiël 7:20→Ezechiël 20:24→Jeremia 17:27→2 Koningen 23:11→Nehemia 13:17→Ezechiël 8:5→
Ezechiël 23:39— Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.2 Koningen 21:4→Jeremia 23:11→Ezechiël 44:7→Jeremia 7:8→Jeremia 11:15→Jesaja 3:9→Ezechiël 23:38→2 Kronieken 33:4→
Ezechiël 23:40— Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;Jeremia 4:30→2 Koningen 9:30→Ezechiël 16:13→Jesaja 3:18→Jesaja 57:9→Ezechiël 23:13→Ruth 3:3→2 Koningen 20:13→
Ezechiël 23:41— En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.Esther 1:6→Ezechiël 44:16→Jeremia 44:17→Amos 6:4→Jesaja 65:11→Jesaja 57:7→Spreuken 7:16→Ezechiël 16:18→
Ezechiël 23:42— Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.Ezechiël 16:11→Exodus 32:18→Amos 6:1→Exodus 32:6→Job 1:15→Joël 3:8→Genesis 24:30→Openbaring 12:3→
Ezechiël 23:43— Toen zeide Ik van deze, die van overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook.Ezechiël 23:3→Jeremia 13:23→Psalmen 106:6→Ezra 9:7→Daniël 9:16→
Ezechiël 23:44— En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.Ezechiël 23:9→Ezechiël 23:3→
Ezechiël 23:45— Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters; want zij zijn overspeelsters, en bloed is in haar handen.Leviticus 20:10→Hosea 6:5→Johannes 8:3→Deuteronomium 22:21→Ezechiël 16:38→Jeremia 5:14→Ezechiël 23:36→Leviticus 21:9→
Ezechiël 23:46— Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering en ten roof overgeven.Ezechiël 16:40→Jeremia 15:4→Jeremia 24:9→Jeremia 34:17→Ezechiël 23:22→Jeremia 25:9→
Ezechiël 23:47— En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; haar zonen en haar dochteren zullen zij doden, en haar huizen met vuur verbranden.Jeremia 39:8→Ezechiël 24:21→Ezechiël 16:40→Ezechiël 23:29→Ezechiël 23:25→Jeremia 33:4→Ezechiël 9:6→Jeremia 52:13→
Ezechiël 23:48— Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden; opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uw schandelijkheid niet doen.Ezechiël 16:41→2 Petrus 2:6→Ezechiël 23:27→Ezechiël 6:6→Ezechiël 36:25→Jesaja 26:9→1 Korinthe 10:6→Ezechiël 5:15→
Ezechiël 23:49— Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.Ezechiël 7:4→Ezechiël 9:10→Jesaja 59:18→Ezechiël 7:9→Ezechiël 20:38→Ezechiël 6:7→Ezechiël 23:35→Ezechiël 20:44→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 23 vers 2— Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.
twee vrouwen,
Versta, Juda en de tien stammen, beide afkomstig uit Israël. Vergelijk Jer. 3:7-8 , Jer. 3:10 , en boven Ezech. 16:44-45 .
Hertaald:twee vrouwen,
Versta: Juda en de tien stammen, die beide uit Israël voortkomen. Vergelijk Jer. 3:7-8, Jer. 3:10 en hierboven Ezech. 16:44-45.
Ezechiël 23 vers 3— Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast.
hoereerden in Egypte;
Dat is, bedreven afgoderij. Zie Lev. 17:7 , en boven Ezech. 20:8 , en onder vs.8, 19, enz.
Hertaald:hoereerden in Egypte;
Dat is: bedreven afgoderij. Zie Lev. 17:7 en hierboven Ezech. 20:8, en hieronder vers 8 en 19, enzovoort.
jeugd
Als Ik hen eerst tot mijn volk aannam; zie Jer. 2:2 ; Hos. 2:2 , met de aantekening.
Hertaald:jeugd
Toen Ik hen voor het eerst tot Mijn volk aannam; zie Jer. 2:2; Hos. 2:2 met de aantekening.
betast
Of, gehandeld. Hebreeuws, zij handelden, of betastten; dat is, men deed het, het werd gedaan. Hun afgodische handelingen worden alzo op verbloemde wijze verhaald. Alzo onder vs.8, enz. Anders: bedorven, of verbroken.
Hertaald:betast
Of: behandeld. Hebreeuws: zij handelden, of betastten; dat is: men deed het, het werd gedaan. Hun afgodische praktijken worden zo in bedekte termen weergegeven. Zo ook hieronder vers 8, enzovoort. Anders: bedorven, of verbroken.
Ezechiël 23 vers 4— Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.
namen nu waren
Versta, figuurlijke namen.
Hertaald:namen nu waren
Versta: zinnebeeldige namen.
Ohola,
Dat is, hunne tent, of tabernakel; alzo noemt God de tien stammen, en Samaria [hunne hoofdstad, Jes. 7:9 , gelijk volgt] omdat zij zich van Juda, Gods tempel en waren dienst hadden afgezonderd, en een godsdienst afzonderlijk op zichzelven aangesteld. Zie 1 Kon. 12:16 , 1 Kon. 12:28-29 , enz.
Hertaald:Ohola,
Dat is: hun tent of tabernakel. Zo noemt God de tien stammen en Samaria, hun hoofdstad (Jes. 7:9, zoals volgt), omdat zij zich hadden afgezonderd van Juda, van Gods tempel en van Zijn ware dienst, en een eigen godsdienst apart hadden ingesteld. Zie 1 Kon. 12:16, 1 Kon. 12:28-29, enzovoort.
grootste,
Alzo worden de tien stammen genoemd vanwege hun macht en aanzien.
Hertaald:grootste,
Zo worden de tien stammen genoemd vanwege hun macht en aanzien.
Oholiba,
Dat is, mijne tent [is] in, of onder haar. Alzo noemt God Jeruzalem en Judea, omdat zijn tempel en godsdienst aldaar waren, die Hij zelf had verordineerd.
Hertaald:Oholiba,
Dat is: Mijn tent (is) in of onder haar. Zo noemt God Jeruzalem en Judea, omdat Zijn tempel en godsdienst zich daar bevonden, die Hij Zelf verordend had.
Mijne,
Of, waren mijne. Hebreeuws, Mij, dat is, Ik trouw deze, of had ze getrouwd, en een huwelijksverbond met haar gemaakt. Zie boven Ezech. 16:8 , Ezech. 16:20 ; want deze namen geeft haar God van hetgeen onder het staande huwelijk gebeurd is.
Hertaald:Mijne,
Of: waren van Mij. Hebreeuws: Mij; dat is: Ik trouw hen, of had hen getrouwd en een huwelijksverbond met hen gesloten. Zie hierboven Ezech. 16:8, Ezech. 16:20; want God geeft hun deze namen naar wat er tijdens het bestaande huwelijk gebeurd is.
haar namen
Versta, eigenlijke en niet figuurlijke namen.
Hertaald:haar namen
Versta: eigenlijke en niet zinnebeeldige namen.
Ezechiël 23 vers 5— Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren;
onder Mij;
Dat is, hoewel zij mijn getrouwde vrouw en onder mijn beheer was, zo werd zij mij nochtans ontrouw en boeleerde met anderen, in mijne plaats, gelijk het Hebreeuwse woord ook kan worden overgezet, doch niet zonder al zulke vervullling van den zin.
Hertaald:onder Mij;
Dat is: hoewel zij Mijn getrouwde vrouw was en onder Mijn gezag stond, werd zij Mij toch ontrouw en boeleerde met anderen in Mijn plaats — zoals het Hebreeuwse woord ook vertaald kan worden, al is dan wel zo'n aanvulling van de betekenis nodig.
boelen,
De heidense volken, met wie zij verbond maakte en hunne afgoden aannam; zie vs.7, 30, enz.
Hertaald:boelen,
De heidense volken met wie zij een verbond sloot en van wie zij de afgoden overnam; zie vers 7 en 30, enzovoort.
Ezechiël 23 vers 6— Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden.
gewenste jongelingen,
Hebreeuws, jongelingen der begeerte, of van den wens; dat is, begeerlijke, gewenste, en alzo, lieflijke, aangename, enz.; alzo vs.12, 23.
Hertaald:gewenste jongelingen,
Hebreeuws: jongelingen van de begeerte, of van de wens; dat is: begeerlijke, gewenste, en dus lieflijke, aangename jongemannen, enzovoort; zo ook vers 12 en 23.
Ezechiël 23 vers 7— Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.
dreef zij haar hoererijen
Hebreeuws eigenlijk, gaf, of overgaf zij hare hoererijen aan hen; dat is zij stelde zich als een onbeschaamde hoer.
Hertaald:dreef zij haar hoererijen
Hebreeuws eigenlijk: zij gaf of leverde haar hoererijen aan hen over; dat is: zij gedroeg zich als een onbeschaamde hoer.
kinderen van Assur waren;
Dat is, Assyriërs; zie boven Ezech. 16:26 ; alzo vs.23, en kinderen van Babel, vs.15, 23.
Hertaald:kinderen van Assur waren;
Dat is: Assyriërs; zie hierboven Ezech. 16:26; zo ook vers 23, en kinderen van Babel in vers 15 en 23.
met allen,
Of, de woorden een weinig verzet zijnde, aldus: En zij verontreinigde zich met al derzelver drekgoden, en met allen, op welken zij verliefd was.
Hertaald:met allen,
Of aldus, met een kleine verplaatsing van de woorden: en zij verontreinigde zich met al hun drekgoden en met allen op wie zij verliefd was.
Ezechiël 23 vers 8— Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.
Egypte;
Gelijk boven vs.3. Men kan dit voornamelijk duiden op de afgoderij van de gouden kalven, eerst in de woestijn, daarna te Dan en Bethel opgericht, en op de verbonden, met Egypte gemaakt; zie 2 Kon. 17:4 .
Hertaald:Egypte;
Zoals hierboven vers 3. Men kan dit vooral betrekken op de afgoderij met de gouden kalveren, eerst in de woestijn en daarna te Dan en Bethel opgericht, en op de verbonden die met Egypte gesloten werden; zie 2 Kon. 17:4.
betast,
Gelijk boven vs.3.
Hertaald:betast,
Zoals hierboven vers 3.
Ezechiël 23 vers 9— Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
verliefd was
En nochtans van dezelve naderhand was afgevallen; 2 Kon. 17:4 .
Hertaald:verliefd was
En van wie zij naderhand toch weer afgevallen was; 2 Kon. 17:4.
Ezechiël 23 vers 10— Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.
ontdekten haar schaamte,
Zie boven Ezech. 16:37 .
Hertaald:ontdekten haar schaamte,
Zie hierboven Ezech. 16:37.
haar doodden zij met het zwaard;
Het voornaamste lichaam van het volk; vergelijk onder vs.25.
Hertaald:haar doodden zij met het zwaard;
Namelijk het voornaamste deel van het volk; vergelijk hieronder vers 25.
naam onder de vrouwen,
Dat is, zij werd vermaard als een bijzonder voorbeeld en spiegel van Gods rechtvaardig oordeel, onder alle volken.
Hertaald:naam onder de vrouwen,
Dat is: zij werd onder alle volken berucht als een bijzonder voorbeeld en spiegel van Gods rechtvaardig oordeel.
gerichten over haar geoefend had
Dat is, haar gestraft om hare trouweloosheid, tegen God en hare bondgenoten begaan.
Hertaald:gerichten over haar geoefend had
Dat is: haar gestraft om haar trouweloosheid, tegen God en tegen haar bondgenoten begaan.
Ezechiël 23 vers 11— Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.
Oholiba,
Jeruzalem en Juda, gelijk boven vs.4.
Hertaald:Oholiba,
Jeruzalem en Juda, zoals hierboven vers 4.
die,
Zij maakten het erger dan Ohola; dat is, de tien stammen, zich niet spiegelende aan hun voorbeeld; vergelijk dit met Jer. 3:8-11 , en boven Ezech. 16:47 , Ezech. 16:51 .
Hertaald:die,
Zij maakten het erger dan Ohola, dat is: dan de tien stammen, en namen geen waarschuwing aan hun voorbeeld. Vergelijk dit met Jer. 3:8-11 en hierboven Ezech. 16:47, Ezech. 16:51.
Ezechiël 23 vers 12— Zij werd verliefd op de kinderen van Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, altemaal gewenste jongelingen.
Assur,
Zie boven Ezech. 16:28 .
Hertaald:Assur,
Zie hierboven Ezech. 16:28.
nabij waren,
Gelijk boven vs.5.
Hertaald:nabij waren,
Zoals hierboven vers 5.
volkomen sieraad,
Hebreeuws, volkomenheid; te weten van sieraad.
Hertaald:volkomen sieraad,
Hebreeuws: volkomenheid, namelijk van sieraad.
gewenste jongelingen
Gelijk boven vs.6.
Hertaald:gewenste jongelingen
Zoals hierboven vers 6.
Ezechiël 23 vers 13— Toen zag Ik, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg.
hadden beiden enerlei weg
Juda ging dezelfde gangen, die Israël gegaan was. Zie Gen. 6:12 , onder vs.31.
Hertaald:hadden beiden enerlei weg
Juda ging dezelfde weg die Israël gegaan was. Zie Gen. 6:12, hieronder vers 31.
Ezechiël 23 vers 14— Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,
geschilderde mannen
Hebreeuws, mannen van het afgemaalde, of geschilderde, of gedrukte, gegraveerde; zie boven Ezech. 8:10 .
Hertaald:geschilderde mannen
Hebreeuws: mannen van het afgebeelde, of geschilderde, of gedrukte, gegraveerde; zie hierboven Ezech. 8:10.
wand zag,
Te weten in hun eigen land, gelijk de uitlandse schilderijen, inzonderheid van prachtige natiën overal plegen omgevoerd en nageschilderd te worden, om de nieuwsgierigheid en pracht van vele mensen te voldoen.
Hertaald:wand zag,
Namelijk in hun eigen land, zoals buitenlandse schilderingen, vooral van weelderige volken, overal rondgevoerd en nageschilderd plegen te worden om de nieuwsgierigheid en de praalzucht van veel mensen te bevredigen.
menie,
Zie Jer. 22:14 .
Hertaald:menie,
Zie Jer. 22:14.
Ezechiël 23 vers 15— Gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte;
overvloedig geverfde hoeden
Of, geverwde overvloedige, of zeer nederhangende, zwaaiende.
Hertaald:overvloedig geverfde hoeden
Of: overvloedig geverfde, of zeer ver neerhangende, zwierende hoeden.
land hunner geboorte;
Vanwaar zij in Juda gevoerd waren, of immers gemaald, òf geschilderd naar het kleed, dat men in Babel droeg.
Hertaald:land hunner geboorte;
Vanwaar zij naar Juda gevoerd waren, of in elk geval afgebeeld of geschilderd naar de kleding die men in Babel droeg.
Ezechiël 23 vers 16— Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.
verliefd
Gelijk onkuische vrouwen op vreemde prachtige schilderijen ontstoken en verzot worden, alzo ging het Juda met de schilderijen der Chaldeën. Zie een begin en vonk van zulks 2 Kon. 20:12-13 , enz., boven Ezech. 16:29 .
Hertaald:verliefd
Zoals onkuise vrouwen door vreemde, weelderige schilderingen ontvlammen en verzot raken, zo verging het Juda met de schilderingen van de Chaldeeën. Zie een begin en een vonk daarvan in 2 Kon. 20:12-13 enzovoort, en hierboven Ezech. 16:29.
met het opzien van haar ogen,
Dat is, zo haast als hij ze met ogen aanzag, ontbrandde zij met een heidense, vleselijke en afgodische toegenegenheid.
Hertaald:met het opzien van haar ogen,
Dat is: zodra zij hem met de ogen aanzag, ontbrandde zij in een heidense, vleselijke en afgodische genegenheid.
Ezechiël 23 vers 17— De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.
leger der minne,
Dat is, om bij haar te slapen; dat is, verbond met haar te maken.
Hertaald:leger der minne,
Dat is: om bij haar te slapen, dat is: om een verbond met haar te sluiten.
hen
ZIj vervreemde van de Chaldeën en week van hen af, lust krijgende tot Egypte. Zie vs.21.
Hertaald:hen
Zij vervreemdde van de Chaldeeën en week van hen af, omdat zij zin kreeg in Egypte. Zie vers 21.
afgetrokken
Of, week af, scheidde zich, begaf zich af van hen; [naar den aard van den onkuisen brand] alzo vs.18, 22, 28.
Hertaald:afgetrokken
Of: week af, scheidde zich af, keerde zich van hen af (naar de aard van de onkuise hartstocht); zo ook vers 18, 22 en 28.
Ezechiël 23 vers 18— Alzo ontdekte zij haar hoererijen, en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar zuster.
zuster
Israël, of de tien stammen, boven genoemd Ohola.
Hertaald:zuster
Israël, of de tien stammen, hierboven Ohola genoemd.
Ezechiël 23 vers 19— Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.
als zij gehoereerd had
Of, [in] welke, of, hoe.
Hertaald:als zij gehoereerd had
Of: (in) welke, of: hoe.
Egypte
Gelijk boven vs.3.
Hertaald:Egypte
Zoals hierboven vers 3.
Ezechiël 23 vers 20— En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden.
derzelver bijwijven,
Egyptenaars, dat is, zij gedroeg zich veel onmatiger en zotter dan andere volken, die vanouds met Egypte waren verenigd geweest. Sommigen verstaan hier de Babyloniërs en Chaldeën.
Hertaald:derzelver bijwijven,
Namelijk de Egyptenaren; dat is: zij gedroeg zich veel onmatiger en dwazer dan andere volken die van oudsher met Egypte verbonden geweest waren. Sommigen verstaan hier de Babyloniërs en Chaldeeën.
welker vlees is
Egyptenaars, [zie boven Ezech. 16:26 ] , die bovenmate zeer genegen en sterk waren tot lichamelijke en geestelijke hoererij.
Hertaald:welker vlees is
De Egyptenaren (zie hierboven Ezech. 16:26), die bovenmate geneigd en sterk waren tot lichamelijke en geestelijke hoererij.
paarden
Of, hengsten.
Hertaald:paarden
Of: hengsten.
Ezechiël 23 vers 21— Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.
weder opgehaald
Hebreeuws, bezocht; welk woord in onze taal somtijds ook in die betekenis gebruikt wordt, als men spreekt van dit of dat eens weder te bezoeken, beproeven, onderleggen.
Hertaald:weder opgehaald
Hebreeuws: bezocht; welk woord in onze taal soms ook in die betekenis gebruikt wordt, wanneer men spreekt over iets nog eens opzoeken, beproeven of aanpakken.
Ezechiël 23 vers 22— Daarom, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw boelen, van welke uw ziel is afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.
boelen,
Zie boven Ezech. 16:37 .
Hertaald:boelen,
Zie hierboven Ezech. 16:37.
afgetrokken,
Versta, van de Chaldeën, gelijk boven vs.17.
Hertaald:afgetrokken,
Versta: van de Chaldeeën, zoals hierboven vers 17.
Ezechiël 23 vers 23— De kinderen van Babel en alle Chaldeen, Pekod, en Soa, en Koa, en alle kinderen van Assur met hen; gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.
Pekod,
Dit zijn namen van landen of omstreken, behorende onder Babel, en welker inwoners in het krijgsheir van de Babyloniërs mede gebruikt zijn tegen Juda en Jeruzalem; vergelijk wijders Jer. 50:21 , met de aantekening. Sommigen houden het voor namen van vorsten of krijgsoversten.
Hertaald:Pekod,
Dit zijn namen van landen of streken die onder Babel vielen, waarvan de inwoners in het leger van de Babyloniërs mee gebruikt zijn tegen Juda en Jeruzalem; vergelijk verder Jer. 50:21 met de aantekening. Sommigen houden ze voor namen van vorsten of legeraanvoerders.
Ezechiël 23 vers 24— Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.
karren,
Of, strijdwagens, slagwagens, en dan het volgende woord rijwagens. In het Hebreeuws staan deze woorden allen in het enkelvoudig getal, kar, wagen, wiel, rondas, schild, helm, naar het gebruik van deze spraak.
Hertaald:karren,
Of: strijdwagens, gevechtswagens, en dan het volgende woord rijwagens. In het Hebreeuws staan al deze woorden in het enkelvoud: kar, wagen, wiel, rondas, schild, helm, naar het taaleigen van die taal.
tegen u zetten;
Dat is, u belegeren.
Hertaald:tegen u zetten;
Dat is: u belegeren.
gericht stellen,
Dat is, Ik zal hun het recht voorleggen, dat zij over u gebruiken zullen; Ik zal hen gebruiken als uitvoerders van mijne gerichten over u, Ik zal hen alzo regeren, dat zij u uw verdiend loon zullen geven.
Hertaald:gericht stellen,
Dat is: Ik zal hun het recht voorleggen dat zij tegen u zullen toepassen; Ik zal hen gebruiken als uitvoerders van Mijn oordelen over u, en Ik zal hen zo besturen dat zij u het verdiende loon geven.
rechten
Of, wijze, gewoonte, manieren van doen; zoals wij afvalligen en meinedigen, idem overspeleressen, plegen te straffen; zie daarvan het volgende.
Hertaald:rechten
Of: wijze, gewoonte, manier van doen: zoals wij afvalligen en meinedigen en ook overspelige vrouwen plegen te straffen; zie daarover het vervolg.
Ezechiël 23 vers 25— En Ik zal Mijn ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren afnemen, en het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochteren wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.
ijver tegen u zetten,
Mijn ernstige en rechtvaardige wraak over uwe ontrouw, tegen mij begaan.
Hertaald:ijver tegen u zetten,
Namelijk Mijn ernstige en rechtvaardige wraak over de ontrouw die u tegen Mij bedreven hebt.
afnemen,
Of, wegdoen; dat is, afsnijden, gelijk de Egyptenaars de overspeleressen plachten te doen; waardoor verder verstaan wordt alle soorten van wreedheid, die de vijanden aan hen zouden bewijzen.
Hertaald:afnemen,
Of: wegdoen; dat is: afsnijden, zoals de Egyptenaren met overspelige vrouwen plachten te doen. Daarmee wordt verder elke vorm van wreedheid bedoeld die de vijanden hun zouden aandoen.
het laatste van u
Dat is, dat laatst van u overig is, uw overblijfsel. Anders: uw laatste zal zijn dat gij door het zwaar vallen zult; dat is, het einde, of, eindelijk zult gij, enz., alzo in het volgende.
Hertaald:het laatste van u
Dat is: wat er ten slotte van u overblijft, uw overblijfsel. Anders: uw einde zal zijn dat u door het zwaard valt; dat is: het einde, of: ten slotte zult u, enzovoort; zo ook in het vervolg.
Ezechiël 23 vers 27— Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar hen niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.
Hertaald:hen niet opheffen,
Namelijk naar de Egyptenaren.
Ezechiël 23 vers 29— Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.
arbeid wegnemen,
Dat is, al wat gij met uwen arbeid verkregen hebt, al uw goed.
Hertaald:arbeid wegnemen,
Dat is: alles wat u met uw arbeid verworven hebt, al uw bezit.
Ezechiël 23 vers 30— Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.
zal men u doen,
Of, zal Ik u doen, zullen zij u doen, omdat het Hebreeuwse woord [gelijk elders] zonder bepaling van personen gesteld is.
Hertaald:zal men u doen,
Of: zal Ik u doen, of: zullen zij u doen, omdat het Hebreeuwse woord (zoals elders) zonder aanduiding van personen staat.
Ezechiël 23 vers 31— In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.
weg uwer zuster hebt gij gewandeld,
Gelijk boven vs.13.
Hertaald:weg uwer zuster hebt gij gewandeld,
Zoals hierboven vers 13.
beker
Den beker mijns toorns, dien zij gedronken heeft; dat is, Ik zal u met gelijke straffen straffen, dewijl gij gelijke zonden gedaan hebt. Zie Ps. 11:6 , en Job 21:20 ; Jer. 25:15 , enz.
Hertaald:beker
De beker van Mijn toorn, die zij gedronken heeft; dat is: Ik zal u met dezelfde straffen treffen, omdat u dezelfde zonden gedaan hebt. Zie Ps. 11:6 en Job 21:20; Jer. 25:15, enzovoort.
Ezechiël 23 vers 32— Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.
belaching en spot worden;
Gelijk degenen, die zich vol gezopen hebben, plegen te worden.
Hertaald:belaching en spot worden;
Zoals zij die zich vol gedronken hebben plegen te worden.
veel in
Hebreeuws, is veel in het houden, of om te houden; dat is, daar mag veel drank in, gelijk wij spreken.
Hertaald:veel in
Hebreeuws: hij is groot om te bevatten; dat is: er kan veel drank in, zoals wij zeggen.
Ezechiël 23 vers 33— Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uw zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.
jammer
Het woord jammer of droefenis dient tot verklaring; alsof God zeide: Gij zult dronken en vol worden, maar het zal van droefenis en ellende zijn.
Hertaald:jammer
Het woord jammer of droefheid dient ter verklaring, alsof God zei: u zult dronken en vol worden, maar het zal zijn van droefheid en ellende.
de beker
Anders: van, of met den beker, enz., [die] enz.
Hertaald:de beker
Anders: van, of met de beker, enzovoort, (die) enzovoort.
Ezechiël 23 vers 34— Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
zijn scherven
Gelijk de dronken mensen, als razende, toornig en ontsteld zijnde, de drinkvaten wel in stukken smijten; alzo zult gij u uitermate verdrietig en ontsteld bevinden over mijne straffen.
Hertaald:zijn scherven
Zoals dronken mensen die als razenden, in hun toorn en verwarring, de drinkbekers wel aan stukken smijten, zo zult u zich buitengewoon verdrietig en ontsteld voelen over Mijn straffen.
borsten zult gij afrukken;
Met welke gij geestelijken hoerdom gepleegd hebt; dat is, gij zult uzelf vanwege uwe zonden verfoeien, door het gevoel der schrikkelijke straffen, die u daarom overkomen.
Hertaald:borsten zult gij afrukken;
Waarmee u geestelijke hoererij bedreven hebt; dat is: u zult uzelf om uw zonden verfoeien door het gevoel van de verschrikkelijke straffen die u daarom overkomen.
Ezechiël 23 vers 35— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.
rug geworpen hebt,
Zie 1 Kon. 14:9 .
Hertaald:rug geworpen hebt,
Zie 1 Kon. 14:9.
uw schandelijkheid
Dat is, de straf derzelve, alzo onder vs.49.
Hertaald:uw schandelijkheid
Dat is: de straf daarop; zo ook hieronder vers 49.
Ezechiël 23 vers 36— En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.
Ohola en Oholiba
Zie boven vs.4.
Hertaald:Ohola en Oholiba
Zie hierboven vers 4.
recht geven?
Zie boven Ezech. 20:4 , en Ezech. 22:2 .
Hertaald:recht geven?
Zie hierboven Ezech. 20:4 en Ezech. 22:2.
Ezechiël 23 vers 37— Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.
bloed in haar handen;
Inzonderheid van haar eigen kinderen. Zie boven Ezech. 16:36 , en onder vs.45.
Hertaald:bloed in haar handen;
In het bijzonder het bloed van hun eigen kinderen. Zie hierboven Ezech. 16:36 en hieronder vers 45.
Mij gebaard hadden,
Als zijnde Abrahams zaad en mijne bondgenoten, idem, geboren, staande nog mijne huwelijk met hunlieden. Zie boven Ezech. 16:20 .
Hertaald:Mij gebaard hadden,
Namelijk omdat zij het zaad van Abraham en Mijn bondgenoten waren, en ook omdat zij geboren waren terwijl Mijn huwelijk met hen nog bestond. Zie hierboven Ezech. 16:20.
door het vuur
Zie boven Ezech. 16:20-21 , Ezech. 16:36 , Ezech. 16:45 , met de aantekening, idem Ezech. 20:31 .
Hertaald:door het vuur
Zie hierboven Ezech. 16:20-21, Ezech. 16:36 en Ezech. 16:45 met de aantekening, en eveneens Ezech. 20:31.
spijze
Te weten van het vuur, dat is, om door het vuur verteerd te worden. Vergelijk boven Ezech. 16:20 , en Ezech. 21:32 , met de aantekening.
Hertaald:spijze
Namelijk voedsel voor het vuur, dat is: om door het vuur verteerd te worden. Vergelijk hierboven Ezech. 16:20 en Ezech. 21:32 met de aantekening.
Ezechiël 23 vers 38— Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.
Mij dit gedaan;
Of, tegen mij.
Hertaald:Mij dit gedaan;
Of: tegen Mij.
Mijn heiligdom
Anders: mijne heiligdommen; dat is de tempel, waarin het heilige en allerheiligste waren.
Hertaald:Mijn heiligdom
Anders: Mijn heiligdommen; dat is: de tempel, waarin het heilige en het allerheiligste waren.
Ezechiël 23 vers 39— Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.
geslacht hadden,
Of, gekeeld; te weten ter ere der afgoden; zie boven Ezech. 16:20 , Ezech. 16:36 , met de aantekening; idem Jes. 57:5 .
Hertaald:geslacht hadden,
Of: gekeeld, namelijk ter ere van de afgoden; zie hierboven Ezech. 16:20, Ezech. 16:36 met de aantekening; eveneens Jes. 57:5.
heiligdom,
Als willende mij nog kwanswijs ook enigszins dienen en eren. Vergelijk 2 Kon. 21:4-5 ; Jer. 7:9-10 , en Jer. 11:15 ; boven Ezech. 8:3 , Ezech. 8:6 , en onder Ezech. 43:8 .
Hertaald:heiligdom,
Alsof zij Mij daarnaast toch nog voor de schijn enigszins wilden dienen en eren. Vergelijk 2 Kon. 21:4-5; Jer. 7:9-10 en Jer. 11:15; hierboven Ezech. 8:3, Ezech. 8:6, en hieronder Ezech. 43:8.
Ezechiël 23 vers 40— Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;
gezonden hebben tot mannen,
Om ongeoorloofde verbonden te maken met heidense volken, om welken aan te lokken en te behandelen. God verhaalt, dat zij gelijke kunsten, werken, manieren en wijzen van doen gebruikt hebben, als de erge snode hoeren plegen te doen. Vergelijk Spr. 7:16-17 , enz.
Hertaald:gezonden hebben tot mannen,
Om ongeoorloofde verbonden met heidense volken te sluiten en om hen te lokken en te bewerken. God vertelt dat zij dezelfde kunstgrepen, praktijken en manieren van doen gebruikt hebben als de ergste, laagste hoeren plegen te doen. Vergelijk Spr. 7:16-17, enzovoort.
Ezechiël 23 vers 41— En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.
Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt
Dat Ik u had gegeven, waarmede Ik u, als uw rechte man, begaafd en versierd had, en dat gij tot mijne eer schuldig waart te gebruiken. Vergelijk Hos. 2:7-8 , en boven Ezech. 16:16-19 .
Hertaald:Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt
Die Ik u gegeven had en waarmee Ik u als uw wettige man begiftigd en versierd had, en die u tot Mijn eer had moeten gebruiken. Vergelijk Hos. 2:7-8 en hierboven Ezech. 16:16-19.
Ezechiël 23 vers 42— Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.
daarop stil was,
Te weten op het voorzegde bed, dat is, als deze zusters hare verbondshandelingen met die grote uitlandse meesters bestierd hadden, zonden zij naar anderen. Anders, en in hen [namelijk Judea en Israël] was ene stem van een vrolijke menigte; dat is, men hoorde er vreugde [als in hoerenhuizen] over de heidense verbonden, en met de menigte, of vermits de menigte der mensen; [dat is, van het gemeen gepeupel] werden Sabeërs aangebracht, enz.
Hertaald:daarop stil was,
Namelijk op het genoemde bed; dat is: wanneer deze zusters hun verbondszaken met die grote buitenlandse heren geregeld hadden, zonden zij naar anderen. Anders: en in hen (namelijk Judea en Israël) was een stem van een vrolijke menigte; dat is: men hoorde er vreugde (als in hoerenhuizen) over de heidense verbonden, en met de menigte, of vanwege de menigte van mensen (dat is: van het gewone gepeupel) werden Sabeeërs aangevoerd, enzovoort.
zonden zij
Te weten, Ohola en Oholiba. Dit is hier ingevoegd tot aanvulling van den zin, uit vs.40.
Hertaald:zonden zij
Namelijk Ohola en Oholiba. Dit is hier ingevoegd ter aanvulling van de zin, uit vers 40.
menigte der mensen,
Dat is, van het gemene volk, of slechte lieden.
Hertaald:menigte der mensen,
Dat is: van het gewone volk, of van slechte lieden.
wijnzuipers aangebracht
Of, dronkaards, dronken mensen. Anders, Sabeërs, omdat het Hebreeuwse woord beide zou kunnen betekenen, en van de woestijn mede vermeld wordt, zodat men hierdoor allerlei gespuis van vele natiën, als Sabeërs [van wie zie Job 1:15 ] ; Arabieren, Moren, enz. [zijnde ook tot drinken en zuipen genegen] kan verstaan, tegen wie deze twee overspelige zusters zich als snode vuile hoeren mede gedragen hebben.
Hertaald:wijnzuipers aangebracht
Of: dronkaards, dronken mensen. Anders: Sabeeërs, omdat het Hebreeuwse woord beide zou kunnen betekenen en ook de woestijn erbij genoemd wordt. Dan kan men er allerlei gespuis van veel volken onder verstaan, zoals Sabeeërs (zie over hen Job 1:15), Arabieren, Moren enzovoort, die ook tot drinken en zuipen geneigd waren, en tegenover wie deze twee overspelige zusters zich eveneens als lage, vuile hoeren gedragen hebben.
armringen
Of, armgesmijden, braceletien.
Hertaald:armringen
Of: armbanden, armsieraden.
haar handen,
Te weten dezer hoeren.
Hertaald:haar handen,
Namelijk van deze hoeren.
sierlijke kroon op haar hoofden
Hebreeuws, kroon des sieraads.
Hertaald:sierlijke kroon op haar hoofden
Hebreeuws: kroon van het sieraad.
Ezechiël 23 vers 43— Toen zeide Ik van deze, die van overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook.
zeide Ik van deze,
Dat is, Ik dacht; menselijk gesproken, om de ongetemde boosheid van het volk uit te drukken.
Hertaald:zeide Ik van deze,
Dat is: Ik dacht; op menselijke wijze gesproken, om de ongebreidelde boosheid van het volk uit te drukken.
verouderd was
Of, versleten. Dit kan men duiden op Ohola, als welker hoererij al onder Jerobeam, na Salomo's dood, begonnen was; of van Oholiba, die het langst in haar land gebleven is, of van elk dezer beide. Anders: en Ik zeide deze oude [hare] overspelerijen aan; dat is, Ik bestrafte haar daarover door mijne profeten, doch tevergeefs, gelijk volgt.
Hertaald:verouderd was
Of: versleten. Dit kan men betrekken op Ohola, wier hoererij al onder Jerobeam na de dood van Salomo begonnen was, of op Oholiba, die het langst in haar land gebleven is, of op elk van beiden. Anders: en Ik sprak deze oude vrouw over haar overspel aan; dat is: Ik bestrafte haar daarover door Mijn profeten, maar tevergeefs, zoals volgt.
Nu zullen zij hoereren
Alsof de Heere zeide: Nu schijnt dat, niettegenstaande haren ouderdom, hare hoererij opnieuw weder beginnen zal. Anders: nu zullen zij de hoererijen dezer [hoeren] uithoereren, en zij zelf [ook]; dat is, nu zullen zij immers eens moede worden en ophouden, zo die van buiten komen om met deze hoeren te hoereren, als deze hoeren zelf; maar neen, het tegendeel is gebleken. Anders: [dat] zij nu met deze, dan met die hoereren. Deze woorden worden, vanwege de kortheid, verscheidenlijk overgezet.
Hertaald:Nu zullen zij hoereren
Alsof de HEERE zei: nu blijkt dat haar hoererij, ondanks haar ouderdom, opnieuw zal beginnen. Anders: nu zullen zij de hoererijen van deze (hoeren) uithoereren, en zij zelf ook; dat is: nu zullen zij toch eindelijk moe worden en ophouden, zowel zij die van buiten komen om met deze hoeren te hoereren als deze hoeren zelf — maar nee, het tegendeel is gebleken. Anders: (dat) zij nu eens met deze en dan weer met die hoereren. Deze woorden worden vanwege hun beknoptheid op verschillende manieren vertaald.
en die ook
Of, en [ook] der andere. Het zal nu weder aangaan. Of, gelijk anderen, het zal eens ophouden met deze beide.
Hertaald:en die ook
Of: en (ook) van de andere. Het zal nu weer beginnen. Of zoals anderen menen: het zal met deze beiden eens ophouden.
Ezechiël 23 vers 44— En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.
schandelijke vrouwen
Hebreeuws, vrouwen der schandelijkheid.
Hertaald:schandelijke vrouwen
Hebreeuws: vrouwen van de schandelijkheid.
Ezechiël 23 vers 45— Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters; want zij zijn overspeelsters, en bloed is in haar handen.
Rechtvaardige mannen dan,
Dit kan men in het algemeen nemen, alsof de Heere zeide: Alle eerlievende rechtvaardige mannen zullen deze hoeren moeten veroordelen. Of, men kan het duiden op de Assyriërs en Babyloniërs, die rechtvaardigen genoemd worden, omdat zij de uitvoerders geweest zijn van Gods gerechtigheid over Israël en Juda, en zelfs gelegenheid en reden daartoe hadden, vanwege hunne meinedigheid en rebellie; zie vs.46.
Hertaald:Rechtvaardige mannen dan,
Dit kan men in het algemeen opvatten, alsof de HEERE zei: alle eerbare, rechtvaardige mannen zullen deze hoeren moeten veroordelen. Of men kan het betrekken op de Assyriërs en Babyloniërs, die rechtvaardigen genoemd worden omdat zij de uitvoerders geweest zijn van Gods gerechtigheid over Israël en Juda en daar zelf ook aanleiding en reden toe hadden, vanwege hun meineed en opstand; zie vers 46.
richten
Of, veroordelen.
Hertaald:richten
Of: veroordelen.
recht der bloedvergietsters;
Zie boven Ezech. 16:38 .
Hertaald:recht der bloedvergietsters;
Zie hierboven Ezech. 16:38.
bloed is in haar handen
Gelijk boven vs.37.
Hertaald:bloed is in haar handen
Zoals hierboven vers 37.
Ezechiël 23 vers 46— Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering en ten roof overgeven.
Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen,
Of, men zal, zij zullen, gelijk boven Ezech. 16:40 .
Hertaald:Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen,
Of: men zal, of: zij zullen, zoals hierboven Ezech. 16:40.
Ezechiël 23 vers 49— Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
op u leggen,
Dat is, op uw hoofd, vergeldende en straffende u naar uwe verdiensten.
Hertaald:op u leggen,
Dat is: op uw hoofd, doordat Ik u vergeld en straf naar wat u verdiend hebt.
zonden uwer drekgoden dragen;
Dat is, de straffen der zonden met uwe drekgoden begaan, gelijk boven vs.35.
Hertaald:zonden uwer drekgoden dragen;
Dat is: de straf op de zonden die u met uw drekgoden bedreven hebt, zoals hierboven vers 35.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ohola — haar tent
In Ezechiëls allegorie de naam voor Samaria (het noordelijke rijk Israël), voorgesteld als de oudste van twee zusters die hoererij bedreven met Assyrië en zo ontrouw werden aan de HEERE (Ez. 23:4-10).
Oholiba — mijn tent is in haar
In Ezechiëls allegorie de naam voor Jeruzalem (het zuidelijke rijk Juda), voorgesteld als de jongere zuster van Ohola, die haar zuster in hoererij en ontrouw aan de HEERE nog overtrof (Ez. 23:4, 11-49).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De twee zusters — een hoofdstuk dat het register aanwijst en niet uitwerkt (Ezech. 23:1-49)
"Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder" (Ezech. 23:2). Wie zij zijn, staat er zelf bij: "Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba" (Ezech. 23:4). Het beeld is dat van de ontrouw in het huwelijk, en het wordt in dit hoofdstuk lang en scherp uitgewerkt. Het register geeft dat niet weer en houdt dezelfde lijn aan als bij Ezech. 16:1-8 en Ezech. 16:60-63. De strekking staat in één vers samengevat: "Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid" (Ezech. 23:35).
Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee zusters zijn en niet één. Het noordelijke rijk was al weggevoerd toen dit gesproken werd. Juda had dat zien gebeuren en ging dezelfde weg; Jeremia legt beide zusters op dezelfde manier naast elkaar (Jer. 3:6-8). Let vervolgens op waar de aanklacht in Ezech. 23:35 op uitloopt. Niet op de daden afzonderlijk, maar op het vergeten van God. Diezelfde woorden stonden een hoofdstuk eerder al (reeds behandeld bij Ezech. 22:12). Let ten slotte op wat hier niet gebeurt. De beelden van dit hoofdstuk worden niet naverteld en niet uitgelegd, zoals ook het midden van Ezech. 16 is blijven liggen.
Typologie: Paulus gebruikt het huwelijksbeeld in de andere richting. Hij heeft de gemeente toebereid om haar "als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus" (2 Kor. 11:2). Wat hier verloren ging, is daar het doel van zijn arbeid.
VERGELIJKING DER KONINKRIJKEN JUDA EN ISRAëL MET TWEE HOEREN.
IV. Vs. 1-49.KruisverwijzingenLeviticus 17:7→2 Koningen 16:7→2 Koningen 17:3→2 Koningen 15:19→Hosea 5:13→Hosea 5:3→Hosea 6:10→Ezechiël 23:3→ — Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder. Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast. Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba. Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren; Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden. Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich. Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort. Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was. Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had. Met ene allegorie, die in ‘t algemeen met de allegorische schildering in Hoofdst. 16 zeer overeenkomt, maar toch in plan en uitvoering een zelfstandig karakter draagt, besluit de Profeet dezen kring van reden, en stelt nogmaals op zamenvattende wijze de zonden en straffen van Israël voor, om het volk te overtuigen van de grootheid zijner schuld en de volkomene rechtmatigheid der Goddelijke straffen, voordat in het volgende hoofdstuk over het werkelijk komen der laatste gehandeld wordt. De inhoud der rede is het volgende: Samaria en Jeruzalem, de hoofdsteden en vertegenwoordigers der beide rijken Israël en Juda, zijn twee zusters, die reeds van der jeugd af, toen zij, nog in Egypte waren, hoererij hebben bedreven (vs. 1-4). Wat nu in de eerste plaats Israël aangaat, de grootste der beide zusters, zij heeft hare hoererij ook in den laatsten tijd van het koninkrijk voortgezet, terwijl zij zich nu met Assyrië, dan met Egypte inliet, toen zij tot straf daarvoor ellendig door de Assyriërs omkwam (vs. 5-10). Wat vervolgens Juda aangaat, die zich door het voorbeeld harer zuster had moeten laten waarschuwen, zij maakte het veel erger nog den deze. Zij liet zich evenzo eerst met Assyrië in, vervolgens liet zij, zich door den wereldsen glans van Chaldea medeslepen, sloot verbintenissen met de Chaldeën, die ene verontreiniging met hun heidensen aard ten gevolge hadden, en hierop, de Chaldeën moede geworden, knoopte het zijne verbintenissen met het zo geheel afgodische Egypte weer aan (vs. 11-21). Daar dan Juda de schuld van Samaria op zich had geladen, moet het ook in het lot der zuster en in de volste mate delen. De boeleerden, met welke zij het eerst het hield, en die zij, vervolgens moede werd, de Chaldeën, zullen haar den kelk inschenken, dien zij naar zijne gehele breedte en diepte moet uitdrinken, om zich dan nog aan de gebroken scherven de borst te wonden (vs. 22-35). Hierop wordt van beide rijken, doch in ‘t bijzonder met het oog op Juda, nogmaals en met grote scherpheid, hare zonde in verschillende opzichten, zowel wat politieke als godsdienstige hoererij aangaat, voorgehouden, en de straf der echtbreeksters en bloedvergietsters aangekondigd (vs. 36-49).
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Verder geschiedde, spoedig na het in ‘t vorige hoofdstuk ontvangen woord, des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 3:7→Ezechiël 16:44→— Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.
Mensenkind! daar waren twee vrouwen, de dochteren van ééne moeder (vgl. Hoofdst. 16:3. Jer. 3:6 vv.).
KruisverwijzingenLeviticus 17:7→Ezechiël 16:22→Jozua 24:14→Ezechiël 23:8→Ezechiël 20:8→Hosea 2:15→Ezechiël 23:19→Deuteronomium 29:16→— Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast.
Deze hoereerden in Egypte; in hare jeugd hoereerden zij; daar werden hare borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms, haar maagdelijke boezem betast (Hoofdst. 16:7; 26:7).
KruisverwijzingenEzechiël 16:8→1 Koningen 12:20→Psalmen 45:11→Ezechiël 16:20→Exodus 19:5→Romeinen 7:4→Psalmen 132:13→Ezechiël 16:40→— Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.
Hare namen nu waren: Ohola, d. i. hare eigene tent, die haar eigen willekeurig gemaakt heiligdom bezit (1 Kon. 12:28 vv.) de grootste, en Oholiba, d. i. Mijne tent in haar, die het ware heiligdom bezit, dat ik er zelf heb opgericht (2 Kron. 13:10 v.), hare zuster; en zij werden de Mijne (Hoofdst. 16:8 vv.), en baarden zonen en dochteren (Hoofdst. 16:20); dit waren hare namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba. De Goddelijke rede bedient zich van zulke beelden, die algemeen afschuw en afkeer opwekken, om den zondaars de afschuwelijkheid van hun eigene ontrouw jegens den Heere voor ogen te stellen. Daarom wordt het beeld ook dikwijls verlaten, om deze zonde tussen beide in hare waarheid voor ogen te stellen. De Profeten hebben ook ene hogere roeping dan schoon volgehouden allegoriën te maken: zij moeten en willen het geweten opwekken, geloof en gehoorzaamheid jegens den Heere vernieuwen, en daar door verlorene zielen redden en een verdoold volk tot God terugbrengen. Daarom zijn zij zo rijk in beelden en gelijkenissen; daarom verwaarlozen zij ook dikwijls opzettelijk “de dichterlijke belangrijkheid, ” verlaten en verwerpen zij het beeld, en laten zij de waarheid doorblinken, waarom het te doen is. Beide, het gebruik en het verlaten van het beeld heeft één doel, om schuld, gericht en straf voor ogen te stellen, om de harten te schokken en te bekeren; zo ook hier. Er waren, zo begint de Profeet, twee vrouwen, dochters van ééne moeder, terwijl hij het geslacht van Abraham, dat in Egypte trok als de moeder beschouwt, maar daar reeds Jozef (Efraïm en Manasse) en Juda onderscheidt, en ze nu voorstelt als dadelijk haren eersten maagdelijken bloesem bevlekkende met ontuchtigheid. Toen was Israël nog ongehuwd, het huwelijk met Jehova volgde eerst bij het sluiten des verbonds aan den Sinaï. Toen was het echter reeds verloofd-daarvan getuigde wat God aan de patriarchen had gedaan, en de besnijdenis, die zij hadden ontvangen-en zo ziel hun ontuchtig handelen onder het gericht van Deut. 22:23 v. Het doel was zich als ene reine maagd op het huwelijk voor te bereiden. De verhouding der beide rijken tot elkaar in hun wederkerige betrekking tot God is uitgedrukt in de namen: Samaria is Ohola d. i. “haar eigen tent, ” die haar eigen willekeurig uitgedacht heiligdom bezit; daarentegen heet Juda Oholiba “Mijne tent is in haar. ” Aan de ene zijde heeft dus Juda dezen groten voorrang boven hare zuster, het ware heiligdom, de openbaring van den Waarachtige en Levende in zijn midden te hebben en zich niet dadelijk aan afval en verderf te hebben overgegeven. Aan de andere zijde vermeerdert deze omstandigheid juist de strafbaarheid van Juda-hoe groter de objectieve zegeningen zijn, des te groter is tevens de subjectieve schuld. Zeer geschikt zijn verder de beide overeenkomstige namen omtrent de zusters gebruikt, daar bij de oude Semietische families dikwijls broeders en zusters zeer aan elkaar gelijkende namen hebben, die van denzelfden wortel afstammen bijv. Haran en Harain. Ohola heet de grootste zuster, omdat tien stammen, het grotere deel van Israël tot Samaria behoorde, terwijl Juda slechts twee stammen had.
Kruisverwijzingen2 Koningen 16:7→2 Koningen 17:3→2 Koningen 15:19→Hosea 5:13→Hosea 8:9→Ezechiël 16:28→Ezechiël 23:9→Hosea 10:6→— Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren;
Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij, ofschoon zij Mijne vrouw was en zij zich dus aan Mij alleen had te houden (Rom. 7:2), en zij werd verliefd op hare boelen, op de Assyriërs, die nabij waren, toen zij in hare nabijheid waren gekomen, zodra zij die ontmoette.
KruisverwijzingenEzechiël 23:23→— Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden.
Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, al te maal gewenste jongelingen waren de Assyriërs, ruiteren, rijdende op paarden. En zijn het niet de prachtige klederen, de schone gestalte en de moed der rosbedwingers, waardoor ene vrouw bekoord wordt.
KruisverwijzingenHosea 5:3→Hosea 6:10→Ezechiël 22:3→Ezechiël 20:7→Psalmen 106:39→Ezechiël 23:30→Genesis 10:22→Ezechiël 16:15→— Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.
Alzo dreef zij hare hoererijen, met de zelf, die allen de keure der kinderen van Assur waren; zij liet zich zo door de macht en heerlijkheid verblinden, dat zij haren wettigen man geheel vergat; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich, zodat zij den afgodendienst van allen navolgde, naar wier gunst en gemeenschap zij begerig was.
KruisverwijzingenEzechiël 23:3→Ezechiël 23:19→Exodus 32:4→1 Koningen 12:28→2 Koningen 17:16→2 Koningen 10:29→Ezechiël 23:21→— Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.
Zij verliet ook, hoewel zij zich zo inliet met Assyrië in politiek en godsdienstig opzicht, hare hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in hare jeugd gelegen; en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast (vs. 3), en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort, in zoverre de kalverdienst van het rijk uit Egypte afkomstig was, maar zij zocht bepaald een verhoud met die tweede wereldmacht (2 Kon. 17:4
Kruisverwijzingen2 Koningen 15:29→2 Koningen 17:23→Hosea 11:5→Openbaring 17:16→1 Kronieken 5:26→2 Koningen 18:9→2 Koningen 17:3→Openbaring 17:12→— Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
Daarom gaf Ik haar, door hetgeen volgens 2 Kon. 17:5 v. plaats had, in de hand harer boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
KruisverwijzingenEzechiël 23:29→Hosea 2:10→Jeremia 22:8→Hosea 2:3→Ezechiël 23:48→Ezechiël 16:37→— Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.
Deze ontdekten hare schaamte, behandelden haar op het smadelijkst, hare zonen en hare dochteren namen zij weg door ze gedeeltelijk in den krijg te verslaan, gedeeltelijk gevangen weg te voeren, maar haar doodden zij met het zwaard; aan haar bestaan maakten zij een einde; en zij kreeg enen naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar uitgeoefend had, haar lot werd onder de volken veel besproken en bespot, daar zij zo naar verdienste was gestraft. Het boeleren van Ohola of van het noordelijk rijk met Assur en Egypte geeft te kennen de godsdienstige en politieke neiging tot een aansluiting aan deze volken en rijken, zowel de afgodendienst als het sluiten van verbintenissen met hen. De uitdrukking van vs. 5 “die nabij waren, ” “die haar naderden” schijnt met opzet in enen dubbelen zin te zijn genomen. Het herinnert vooreerst aan het naderen der vijanden ten oorloge, maar vervolgens ook aan de bekende betekenis van het naderen of ingaan (Ps. 51:2), zodat schandelijk genoeg, de vijanden ook de boelerende vrienden werden. Dat was de grote zonde van Israël, dat het in politieken nood hulp bij mensen zocht, zelfs bij zijne verdrukkers, in plaats van zich in hartelijk vertrouwen tot zijnen God te wenden, den Enigen, wien men zich onvoorwaardelijk kan overgeven zonder zich weg te werpen. Het 6de vers beschrijft met ene ironie, hoe Ohola tot dat ongelukkige boeleren met Assur kwam. De gedachte is, dat ogen en harten door de macht van Assur verblind en gevangen genomen werden, en nu wordt datgene genoemd, wat ene wereldsgezinde vrouw vooral in het oog valt. De zeer korte geschiedverhalen: 2 Kon. 15:19 en 17:3, die hier in aanmerking komen, laten alleen raden, wat de Profeet bedoelt. De Profeet vult hier de geschiedenis aan en schildert den diepen indruk, dien de Assyrische helden op de bevolking van Samaria hadden teweeg gebracht, welker gestalte, geheel overeenkomende met Ezechiëls beschrijving, men onlangs in de ruïnen van Ninevé heeft afgemaald gevonden. Verblind door de macht en bedwelmd door de politieke grootheid van Assur gaf Israël zich aan hem en zijne afgoden over. Het deed er afstand van een volk van God te zijn al was het onder de volken der aarde ook nog zo onbeduidend. Het zocht nog een anderen nietigen roem en bezweek zo voor de verleidelijke macht van het heidendom. Het gezegde in vs. 7 is daaruit te verklaren, dat de afgoden onafscheidelijk zijn van de machten der wereld, zij zijn gene macht buiten en boven hen, maar hun objectief “ik” is geheel daarmee zaamgegroeid, zodat zich te verontreinigen met de Assyriërs hetzelfde is als zich te verontreinigen met hun afgoden. Op het schenden door overspel volgde het schenden door de straf van de zijde der boeleerders zelf (vgl. Hoofdst. 16:37). Zo in het beeld-inderdaad geschiedde het door de gevankelijke wegvoering der bevolking, het doden der voor het bestaan des rijks gewichtige, krijgshaftige manschappen, en daardoor dat Israël een naam verkreeg van wege zijnen smaadvollen val.
KruisverwijzingenJeremia 3:8→Ezechiël 23:4→Ezechiël 16:47→— Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.
Als hare zuster, Oholiba, dit zag, dat Ohola tengevolge harer hoererij en door de boeleerders was teniet gegaan, zo verdorf zij hare minne, verslingerde zij zich nog meer dan zij, en hare hoererijenmaakte zij meer dan de hoererijen van hare zuster (Hoofdst. 16:51. Jer. 3:6 vv.)
Kruisverwijzingen2 Koningen 16:7→Ezechiël 16:28→Ezechiël 23:23→2 Kronieken 28:16→Ezechiël 23:5→— Zij werd verliefd op de kinderen van Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, altemaal gewenste jongelingen.
Zij werd evenals Ohola (vs. 6 v.)verliefd op de kinderen van a) Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, allemaal gewenste jongelingen.
2 Kon. 16:7.
KruisverwijzingenHosea 12:1→2 Koningen 17:18→Ezechiël 23:31→— Toen zag Ik, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg.
Toen zag Ik, de Heere, dan ook reeds, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg, zodat het einde dat Oholiba te gemoet ging, niet beter kon zijn, dan dat van hare zuster.
KruisverwijzingenEzechiël 8:10→Jeremia 22:14→Jeremia 50:2→Jesaja 46:1→Ezechiël 16:29→— Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeen, geschilderd met menie,
Ja zij deed tot hare hoererijen nog meer toe, en zette ze zelfs voort, toen zij het einde van Ohola reeds voor ogen had; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeën, geschilderd met menie.
Kruisverwijzingen2 Samuël 14:25→1 Samuël 18:4→Richteren 8:18→Jesaja 22:21→— Gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte;
Als krijgshaftige mannen (Jer. 13:11) gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden 1) op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren of ridders, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte; Beter: Overhangende hoeden.
KruisverwijzingenEzechiël 16:29→Mattheüs 5:28→Psalmen 119:37→Spreuken 23:33→Job 31:1→Ezechiël 23:40→2 Koningen 24:1→Ezechiël 16:17→— Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien van haar ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea.
Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien harer ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea, teneinde ene verbintenis met hen aan te knopen. Toen de beide zusters op de Assyriërs verliefden, waren die tenminste bij hen, maar Juda verliefde op de Chaldeën, die zij nooit gezien had, die zij niet anders kende dan uit schilderijen en beelden aan den wand gemaald. Hierdoor werd zij reeds zo verhit, dat zij gezanten zond, om hen als boelen tot zich te halen.
KruisverwijzingenEzechiël 23:22→Ezechiël 23:28→2 Samuël 13:15→Genesis 10:10→Genesis 11:9→Ezechiël 16:37→— De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van hen afgetrokken.
De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minnen, en verontreinigden haar met hun hoeren (2 Kon. 20:13); ook verontreinigde zij zich later nog meer met hen in godsdienstig opzicht (2 Kon. 21:3 vv. 21 v.); daarna werd hare ziel van hen afgetrokken, want verwijdering is het gewone einde van onreine liefde, de in liefde verklede zelfzucht.
KruisverwijzingenJeremia 12:8→Psalmen 106:40→Psalmen 78:59→Jeremia 8:12→Jeremia 6:8→Ezechiël 21:24→Jeremia 15:1→Jesaja 3:9→— Alzo ontdekte zij haar hoererijen, en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar zuster.
Alzo ontdekte zij, of: Als zij ontdekte hare hoererijen en ontdekte hare schaamte, zonder bij de boelen in Chaldea op den duur de gewenste bevrediging te vinden. En toch in plaats van met berouw tot Mij terug te keren, tot haren wettigen echtvriend, zag zij naar andere boelen om (2 Kon. 23:34 v.); toen werd Mijne ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijne ziel was afgetrokken van hare zuster(vs. 9), en Ik gaf ze over in de hand harer boelen, de Chaldeën (2 Kon. 21:1 v. 10 vv.)
KruisverwijzingenEzechiël 23:3→Ezechiël 16:29→Amos 4:4→Ezechiël 23:8→Ezechiël 20:7→Ezechiël 16:51→Ezechiël 23:14→Ezechiël 23:21→— Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.
Doch zij vermenigvuldigde hare hoererijen, gedenkende aan de dagen harer jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.
KruisverwijzingenEzechiël 17:15→Ezechiël 16:26→Ezechiël 16:20→Jeremia 5:8→— En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden.
En zij werd verliefd op de Egyptenaars (Jer. 2:36) meer den derzelver bijwijven 1), welker vlees is als het vlees der ezelen en welker vloed is als de vloed der paarden (Jer. 5:8) Zij verslingerde zich op dat verwijfd en beestachtig wellustig volk. Hebr: Op degenen, die bij haar sliepen.
— Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.
Alzo hebt gij weer opgehaald, zijt gij weer vervallen in de schandelijke daad uwer Jeugd, als die van Egypte uwe tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd. In de eerste plaats is sprake van Oholiba’s schuld. De schandelijke handelwijze van Ohola, ook afgezien van de Goddelijke wraak, die haar daarom had getroffen, had haar reeds met diepen afkeer moeten vervullen; in plaats daarvan maakte zij het nog erger en bleef zij niet staan bij degenen, die nabij waren, maar zond ook tot de verwijderden. Juda moet reeds daarom veel erger worden, wanneer het zich niet door Israëls straf liet afschrikken, omdat het zoveel meer genade tot tegenstand misbruikte. of ten minste niet gebruikte. Aan Menahem behaagde de Assyrische vriendschap toen Pul kwam; hij bekeerde zich niet tot den God zijner vaderen (2 Kon. 15:19). Toen echter Pekah en Rezin tegen Juda kwamen, wilde Achaz het op de macht en belofte Gods niet laten aankomen, hij wilde op Zijne genade en belofte niet vertrouwen, al had God hem door den Profeet Jesaja vrijheid gegeven tot verzekering van Zijne hulp, om een wonderteken te vragen (Jes. 7:1 vv.), maar hij zond boden tot Tiglath-Pilezer, den koning van Assyrië, en liet hem zeggen: “ik ben uw knecht en uw zoon” (2 Kon. 16:7). Dus is de hoererij van Jeruzalem reeds in den Assyrischen tijd (vs. 12 vv.) erger en schandelijker dan de hoererij van Samaria; want God heeft niemand tot Menahem gezonden, die hem de welvaart en de bewaring van het rijk verzekerde, gelijk Jesaja tot Achaz werd gezonden en hem in den naam van God de vrije keuze liet, welk teken hij wilde eisen. Oholiba-Jerazalem in werken van trouweloosheid en ontucht nog boven de oudere zuster. Het was niet genoeg, dat zij, met haar éénen weg gaande, zich door de schoonheid der statelijke Assyriërs liet medeslepen. Zij wijdde ook hare blikken aan de bekoorlijke beelden der heerlijk opgetooide Chaldeën, die aan den wand waren geschilderd, en stelde zich met Babels zonen in verbintenis, dat deze tot hen kwamen, en zij zich nu met hen in de onbeschaamden ontucht verontreinigde. Met de Assyriërs was het in ‘t algemeen hetzelfde geval geweest, als bij Samaria. Zij waren, evenals het rijk van Israël, zo ook het rijk van Juda werkelijk nabij genomen. Ten opzichte echter van de Chaldeën ontstond de betrekking tot deze door middel van beelden, die Juda zag. De Profeet bedoelt duidelijk beelden van krijgslieden, edele krijgslieden of ridders; zij zijn omgord met den krijgsgordel (Jes. 5:27), en hun hoofd is met dat eigenaardig hoofddeksel getooid, waarvan Herodotus (I 195) ook bij de Babyloniërs melding maakt, die hoge mutsen, welke ook op de gedenktekenen voorkomen. Zulke krijgshaftige gedaanten worden op de wanden der Babylonische paleizen voorgesteld. Zij maken reeds indruk door de edele krijgshaftige gedaante en houding, en hebben ene bijzondere bekoorlijkheid, ene eigenaardige aantrekkingskracht, voor hen door hun verheven, kolossaal en groots karakter. Voor zulke rijk fantastische voorstellingen bezweek het wankelmoedige en afvallige verbondsvolk. Het zien van de beeltenissen der Chaldeën door de Joden was mogelijk door het verkeer, dat van Jona’s tijden af tussen Palestina en de grote steden tussen den Eufraat en den Tiger plaats vond. Vooral in Hizkia’s tijden werden er door mededelingen en geruchten bepaalde voorstellingen van de Chaldeën gevormd, als van ene macht, die zich moedig verhief en tot grote dingen geroepen was door hare dapperheid. Hizkia liet ten minste zijne gedachten en verwachtingen, dat het hem met hulp van deze macht zou gelukken, zich van de Assyrische opperheerschappij vrij te maken (2 Kon. 18:16) naar Chaldea gaan. Van ene werkelijke boodschap wordt ons niet gemeld. In 2 Kon. 20:12 vv. en Jes. 39:1 vv. vinden wij zelfs ene voorstelling, alsof een aanknopen van wederkerige verbintenissen van de Chaldeën zou zijn uitgegaan. Voor de profetische bestraffing zijn deze gedachten en verwachtingen zo goed als een aanzoek doen, zo goed alsof die door eigenlijke gezanten ware beproefd. Hier is dezelfde maatstaf van beoordeling als bij het woord van Christus in Matth. 5:28 : “die ene rouw aanziet om haar te begeren, die heeft reeds overspel in zijn hart met haar gedaan. ” Zo zijn ook, wat de zaak aangaat, de geschilderde mannen aan den wand meer fantasiebeelden, dan dat men die beelden werkelijk voor zich zou hebben gehad. Zo wordt men heden ‘t meest verliefd op hetgeen niets is; want wat is al onze eer, weelde, uiterlijke welvaart, onze adel, grootheid, heerlijkheid, onze kracht en sterkte anders dan een beeld, waaraan gene werkelijkheid is. Onder den vromen zoon van den goddelozen Achaz wordt Jeruzalems fantasie zozeer opgewekt door de Babylonisch-Chaldeeuwsche macht, welke evenals Juda afhankelijk van Assur was, dat zelfs Hizkia voor de verleiding bezweek. Het zwaartepunt der wereldmacht scheen zich nu van Nineve naar Babylon te neigen. Wat Jesaja reeds toen aan Hizkia voorspelde tot bekoeling zijner vleselijke verwachtingen bevestigt Ezechiël. De Chaldeën, nadat zij in vereniging met de Meden, Nineve hadden verwoest (2 Kon. 20:12 en 22:2), kwamen voor Juda, gelijk in ‘t algemeen, in de plaats der Assyriërs. De Profeet leidt ons nu in de symbolische ontsluiering zijner rede tot dien tijd, dat hij zelf met een gedeelte zijns volks de straf der Chaldeeuwse gevangenschap moest ondervinden (2 Kon. 24:16). Ondanks die kastijding bedrijft Oholiba-Jeruzalem op nieuw haar overspel; de oude geneigdheid tot het vleselijk Egypte ontwaakt, waaraan zij zich reeds in hare jeugd wellustig overgaf. De plotselinge overgang tot het woord, zoals het in vs. 21 voorkomt, wordt daaruit verklaard, dat de Profeet hier in werkelijkheid van den tegenwoordigen tijd voor zich heeft. De woorden: “als die van Egypte uwe tepelen betastten van wege de borsten uwer jeugd, ” zien op het zoeken der Egyptenaren, om het volk in zijne eerste beginselen in den Egyptischen aard mede in te trekken, en het zo te nationaliseren, pogingen, tot welke de jeugdige bloei van het volk aanleiding gaf. Dat dergelijke pogingen aan de wrede maatregelen, van welke de geschiedenis bericht, voorafgingen, daaraan mogen wij niet twijfelen; het licht in den aard der zaak.
KruisverwijzingenEzechiël 16:37→Openbaring 17:16→Jesaja 10:5→Jeremia 6:22→Ezechiël 23:28→Habakuk 1:6→Jeremia 12:9→Ezechiël 23:9→— Daarom, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw boelen, van welke uw ziel is afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.
Daarom, omdat gij alzo handelt, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie Ik zal uwe boelen (Jer. 3:20), van welke uwe ziel is afgetrokken (vs. 17), tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.
KruisverwijzingenJeremia 50:21→2 Koningen 24:2→2 Koningen 20:14→Ezechiël 23:12→Genesis 2:14→Ezra 6:22→Job 1:17→Ezechiël 23:6→— De kinderen van Babel en alle Chaldeen, Pekod, en Soa, en Koa, en alle kinderen van Assur met hen; gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.
De kinderen van Babel en alle Chaldeën, Pekod, en Soa, en Koa 1) en alle kinderen van Assur, die vroeger de beheersers en uwe boelen waren (vs. 12) met hen, gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.
Men houdt deze voor gewesten der Chaldeeuwse monarchie, Bactrianië, Medië, Armenië. Anderen vertalen de woorden: “oversten, rijken, aanzienlijken. ” Deze woorden kunnen ook vertaald worden: Gebiedende heren en edelen. Het valt niet te ontkennen dat deze woorden duister zijn.
KruisverwijzingenJeremia 47:3→Ezechiël 26:10→Ezechiël 23:45→Jeremia 39:5→Ezechiël 16:38→Nahum 2:3→Ezechiël 21:23→2 Samuël 24:14→— Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.
Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met ene vergadering van volken, rondassen (1 Kon. 10:17), en schilden en helmen (Hoofdst. 21:22. Luk. 19:43), teneinde u te belegeren, zij zullen zich rondom tegen u zetten, en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen; zij zullen Mijn gericht aan u volvoeren, en zij zullen u richten naar hun rechten. Zij zullen uwe trouwbreuk aan u straffen (Hoofdst. 21:23 #Eze); zo kunt gij zelf afleiden, hoe het u zal gaan (2 Sam. 24:14).
KruisverwijzingenEzechiël 23:47→Hosea 2:4→Ezechiël 20:47→Ezechiël 5:13→Sefanja 1:18→Ezechiël 8:1→Exodus 34:14→Ezechiël 16:38→— En Ik zal Mijn ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren afnemen, en het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochteren wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.
En Ik zal Mijnen ijver tegen u zetten (Hoofdst. 5:13), dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen in beeldrijken zin uwen neus en uwe oren afnemen; zij zullen u van alle sieraad van uw volksbestaan beroven door vernietiging van koningschap en priesterschap (Hoofdst. 21:26. 2 Kon. 25:5-7 en 18-21 en het laatste van u, wat overblijft van dat lichaam, zal door het zwaard vallen; zij zullen uwe zonen en uwe dochteren wegnemen uit de huizen der stad en hen gevankelijk wegvoeren, en het laatste van u, namelijk wat van ledige huizen over is, zal door het vuur verteerd worden.
KruisverwijzingenEzechiël 16:39→Jeremia 13:22→Ezechiël 23:29→Ezechiël 16:37→Hosea 2:3→1 Petrus 3:3→Openbaring 17:16→Ezechiël 16:16→— Zij zullen u ook uw klederen uittrekken, en uw sieraadtuig wegnemen.
Zij zullen u ook, gelijk reeds in Hoofdst. 16:39 gezegd is, uwe klederen uittrekken en uw sieraad-tuig wegnemen.
KruisverwijzingenEzechiël 16:41→Ezechiël 23:19→Ezechiël 23:3→Zacharia 13:2→Micha 5:10→Jesaja 27:9→Ezechiël 22:15→— Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar hen niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.
Zo zal Ik uwe schandelijkheid, die gij bedreven hebt (vs. 11-17) van u doen ophouden, mitsgaders uwe hoererij, gebracht uit Egypteland (vs. 18-21 uwe ogen naar hen, die vreemde boelen, niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.
KruisverwijzingenEzechiël 23:17→Jeremia 34:20→Ezechiël 23:22→Ezechiël 16:37→Jeremia 21:7→Jeremia 24:8→— Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelken uw ziel is afgetrokken.
Want, om het in vs. 22-26 gezegde met andere woorden te herhalen, alzo zegt de Heere HEERE: Zie Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelke uwe ziel is afgetrokken 1) (vs. 21-24).
Gelijk gij uwe liefde omtrent hen veranderd hebt, zo zullen zij ook met u handelen, hun haat tegen u zal groter zijn, dan hun vorige liefde tot u; dat zal hun vaardig maken om zich aan u te wreken om uwe trouweloosheid, om alle de vruchten van uwen arbeid te verteren en alle uwe goederen weg te nemen, die gij door uwe nijverheid bijeen vergaderd hebt.
KruisverwijzingenEzechiël 16:39→Ezechiël 23:45→Ezechiël 23:25→2 Samuël 13:15→Ezechiël 16:36→Deuteronomium 28:47→Ezechiël 23:18→— Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.
Die zullen met u handelen uit haat (vs. 24 en 25), en al uwen arbeid wegnemen (vs. 25 en
, en u naakt en bloot laten, zodat gij weer zijt gelijk gij vroeger in Egypte waart (Hoofdst. 16:39), dat uwe hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uwe schandelijkheid en uwe hoererijen. Aan hetgeen gij lijden moet zal het voor de gehele wereld duidelijk worden, wat gij hebt gedaan.
KruisverwijzingenEzechiël 6:9→Jeremia 2:18→Psalmen 106:35→Jeremia 16:11→Ezechiël 23:12→Jeremia 22:8→Ezechiël 23:7→— Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.
Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de Heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:13→Jeremia 7:14→Ezechiël 23:13→Daniël 9:12→Jeremia 25:15→Jeremia 3:8→Ezechiël 16:47→— In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.
In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld (vs. 11 en 12), daarom zal Ik haren beker, denzelfden beker, in uwe hand geven 1) (vs. 9 en 10), opdat gij dien drinkt.
Juda had den weg van Samaria bewandeld en daarom zou het geen ander lot dan die stad ondergaan. Ja, nog heviger zou Gods toorn over hen uitgestort worden, dewijl zij meer dan Samaria was gewaarschuwd, omdat zij (vs. 35) den Heere achter haar rug had geworpen, omdat zij God en Zijn dienst had verwaarloosd, en gedaan en gehandeld alsof er geen God bestond.
KruisverwijzingenJesaja 51:17→Psalmen 60:3→Ezechiël 22:4→Openbaring 18:6→1 Koningen 9:7→Ezechiël 26:2→Ezechiël 36:3→Deuteronomium 28:37→— Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.
Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinker, die diep en wijd is, dat is dus voor u de grootste mate gij zult tot belaching en spot worden voor de volken en in alle landen (Hoofdst. 22:4); de beker houdt veel in; zodat het u onverdraaglijk zal zijn (Jes. 3:24 Jer. 25:15-18).
KruisverwijzingenHabakuk 2:16→Jeremia 25:27→Jesaja 51:17→Jesaja 51:22→Jeremia 25:15→— Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uw zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.
Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uwe zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid, zo als gij aan haar land voor uwe ogen ziet, en zulk een lot zal u nog veel erger overkomen.
KruisverwijzingenPsalmen 75:8→Jesaja 51:17→Openbaring 18:7→Ezechiël 23:8→Ezechiël 23:3→— Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uwe zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid, zo als gij aan haar land voor uwe ogen ziet, en zulk een lot zal u nog veel erger overkomen.
Kruisverwijzingen1 Koningen 14:9→Ezechiël 22:12→Jesaja 17:10→Jeremia 3:21→Hosea 13:6→Hosea 8:14→Jeremia 2:32→Jeremia 32:33→— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.
Gij zelf hem drinken en uitzuigen, en zijne scherven zult gij brijzelen, als een, die een zeer slechten drank heeft gedronken, in boosheid het vat verbrijzelt, waaruit hij gedronken heeft, en uwe borsten zult gij afrukken, openrijten met die scherven. Het zal zeker komen, want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
KruisverwijzingenEzechiël 22:2→Jesaja 58:1→Ezechiël 16:2→Ezechiël 20:4→Jeremia 1:10→Handelingen 7:51→Micha 3:8→Jeremia 14:11→— En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.
Daarom, om ten slotte het oordeel, dat over u komt, nog in ene korte uitspraak zaam te vatten, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner a) vergeten, en Mij achter uwen rug geworpen hebt (1 (Kon. 14:9), zo draagt gij ook uwe schandelijkheid en uwe hoererijen en de rechtvaardige straf, die daarom over u komt (Hoofdst. 16:52).
Jer. 2:32; 3:21; 13:25; 18:15. Ezech. 22:12. Vergetenheid van God en verachting van Hem, van Zijn opzicht over ons en van Zijn zien op ons, is op den grond van alle onze verraderlijke en overspelige afwijkingen van Hem. Daarom wandelen de mensen de afgoden na, omdat zij God en hun verplichtingen aan Hem vergeten. Ook zouden zij met zulk een begeerte en vermaak niet op de verlokselen der ziel kunnen zien, indien zij God niet eerst achter hunnen rug geworpen hadden als niet waardig aangezien te worden. Op Oholiba’s zonde volgt nu de straf. God zal juist deze Chaldeën, met welke Juda eerst geboeleerd heeft en van welke het zo trouweloos was gescheiden, over haar laten komen; zij zullen met dezelfde wereldmacht, die Juda eerst begeerd heeft, op haar aanvallen, om het verdiende loon te geven tot vernietiging toe. De Profeet hoopt de namen opeen, om de grote legermacht aan te duiden, die het kleine Juda overvalt. Op sarkastische wijze beschrijft hij de Chaldeën met dezelfde uitdrukkingen, met welke hij ze vroeger (vs. 12) als de door Juda geliefde beschreef. Deze uitdrukkingen waren vroeger, in den tijd van het boeleren in aller mond geweest; nu zagen zij die heren gaarne weg, maar zij komen hen nu op den hals; met de Chaldeën verschijnen echter ook de oude boelen, de Assyriërs weer, nu hun vazallen, en deze vroeger zo geliefde jongelingen zullen hun nu den helderen dag duister maken. Gelijk de menigte talrijk is, zo rijk zal ook hun toerusting zijn om het hun opgedragen oordeel te volvoeren. Om ons sterfbed is dikwijls ene grote vergadering uit vorige dagen; onze zonden en degenen, met wie wij gezondigd hebben, komen allen tot ons van rondom. Wij moeten niet wachten totdat God ons met geweld van de zonde aftrekt. Wanneer Gods goedheid en geduld niet heeft kunnen teweegbrengen, wat Hij wilde, zo zal Zijne gerechtigheid door de onbarmhartigheid der mensen uit den weg brengen, waarmee wij Hem vertoornden. De ontkleding door straf doet zien, wat vroeger de bekleding door genade geweest is. Die den beker des heils met aanneemt, moet daarvoor den beker des toorns drinken. De gehele geschiedenis des volks van den uittocht uit Egypte tot nu was een voortdurend vertoornen van God, daarom moet het ten laatste een beker vol toorn drinken. Uitgedronken moet worden; als wij ons aan de begeerlijkheid overgeven, komt God met de straf. “Gij zult de scherven verbrijzelen en uwe borsten zult gij afrukken; ” de poging, die uit den sterksten afschuw tegen het treurige lot voortvloeit, om zich er van te ontdoen, brengt nu uw ongeluk aan; tot geschiedkundige opheldering dient, wat volgens Jer. 41 de Joden aan Gedalia, den Chaldeeuwsen stadhouder, over de in het land achtergeblevenen deden, en daarvoor moesten lijden. De zondares moet in wanhoop aan zich zelf vergelding doen, en juist aan die delen van haar lichaam, waarmee zij volgens vs. 3 in wellust begon te zondigen. Aan God denken is het korte begrip der gehele godzaligheid, evenals het tegendeel God vergeten, een kort begrip van de gehele goddeloosheid; daarom neemt God aan het slot van dit zondenregister ook alles in dit ene te zamen.
En de HEERE zei in dadelijke aansluiting aan de gehele rede (vs. 1-35) tot Mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba a) recht geven, rechten? Doe, gelijk dat uwe roeping is, als Mijn Profeet en het werktuig van Mijn woord, ja vertoon haar hare gruwelen.
Ezech. 20:4; 22:2.
KruisverwijzingenEzechiël 16:36→Ezechiël 16:20→Ezechiël 20:26→Ezechiël 16:38→Ezechiël 23:39→2 Koningen 21:6→Lukas 13:34→Micha 3:10→— Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.
Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in hare handen (Hoofdst. 22:2-4 ); en wat de eerste zonde aangaat, zij hebben met hare drekgoden overspel gedaan, (Jer. 3:9; 2:27); daartoe, wat haar bloedvergieten aangaat, hebben zij ook hare kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor haar door het vuur laten doorgaan, tot spijze, tot offer (Hoofdst. 16:20; 20:31).
KruisverwijzingenEzechiël 20:13→2 Koningen 21:7→Ezechiël 7:20→Ezechiël 20:24→Jeremia 17:27→2 Koningen 23:11→Nehemia 13:17→Ezechiël 8:5→— Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.
Nog hebben zij, om ene andere verkeerdheid aan te wijzen, Mij dit gedaan, zij hebben, niet lettende op de heiligheid van plaats en tijd, Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, waarop zij het vroeger gezegde misdreven, en Mijne a) Sabbatten ontheiligd, als zij kwamen om die in het heiligdom te vieren.
Ezech. 22:8.
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:4→Jeremia 23:11→Ezechiël 44:7→Jeremia 7:8→Jeremia 11:15→Jesaja 3:9→Ezechiël 23:38→2 Kronieken 33:4→— Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.
Want als zij kort te voren hun kinderen hunnen drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen door hun verschijnen daarin; en ziet, alzo als in 2 Kon. 21:4 vv. wordt bericht, hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis, en dat ook uiterlijk en handtastelijk ontheiligd (vgl. Hoofdst. 8:5 vv.)
KruisverwijzingenJeremia 4:30→2 Koningen 9:30→Ezechiël 16:13→Jesaja 3:18→Jesaja 57:9→Ezechiël 23:13→Ruth 3:3→2 Koningen 20:13→— Dit is er ook, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen; tot dewelken als een bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelken gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;
Dit is er ook, om tot een derde punt Mijner aanklacht tegen hen over te gaan, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen, tot dewelke als aan bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelke gij Oholiba, op wie Mijne bestraffing hier inzonderheid doelt, u wiest, uwe ogen blankettet, en u met sieraad versierdet, evenals ene boeleerster zich gereed maakt om hare boelen te ontvangen.
KruisverwijzingenEsther 1:6→Ezechiël 44:16→Jeremia 44:17→Amos 6:4→Jesaja 65:11→Jesaja 57:7→Spreuken 7:16→Ezechiël 16:18→— En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.
En gij zat, zo opgetooid, op een heerlijk bed, voor hetwelk ene tafel toegericht was, om met de mannen, die gij tot u hadt genodigd, te eten, a) en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijne olie gezet hadt, om daarvan eveneens bij de voorgenomen feestelijkheid gebruik te maken.
Spr. 7:17.
KruisverwijzingenEzechiël 16:11→Exodus 32:18→Amos 6:1→Exodus 32:6→Job 1:15→Joël 3:8→Genesis 24:30→Openbaring 12:3→— Als nu het geruis der menigte daarop stil was, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden armringen aan haar handen, en een sierlijke kroon op haar hoofden.
Als nu bij het gastmaal het geruis der menigte daarop stil was tot bevestiging van het gesloten verbond, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn, die deden armringen aan hare handen, en ene sierlijke kroon op hare hoofden, om haar met wie zij geboeleerd hadden, nu heerlijk als een koning op te pronken. Omdat het niet luidruchtig genoeg toeging werden woeste en luidruchtige mannen uit de woestijn er bij gehaald. Misschien waren de gezanten van Edom, Ammon en Moab later dan de anderen aangekomen.
KruisverwijzingenEzechiël 23:3→Jeremia 13:23→Psalmen 106:6→Ezra 9:7→Daniël 9:16→— Toen zeide Ik van deze, die van overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook.
Toen zei Ik van deze, die aan overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook (Hebr. en zij, nu zij zó reeds is, reeds zo oud).
KruisverwijzingenEzechiël 23:9→Ezechiël 23:3→— En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.
En men ging tot haar in, of: men zal tot haar ingaan, gelijk men ingaat tot ene vrouw, die ene hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola, die vroeger alzo handelde, en tot Oholiba die nu zo doet, die schandelijke vrouwen, die zij zijn.
KruisverwijzingenLeviticus 20:10→Hosea 6:5→Johannes 8:3→Deuteronomium 22:21→Ezechiël 16:38→Jeremia 5:14→Ezechiël 23:36→Leviticus 21:9→— Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters; want zij zijn overspeelsters, en bloed is in haar handen.
Rechtvaardige 1) mannen, als werktuigen Gods dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters, mannen, die door Mij daartoe zijn geroepen en in zo verre rechtvaardig zijn, hoewel het juist diegenen zijn, die met hen geboeleerd hebben (Hoofdst. 16:38): want zij zijn overspeelsters, en bloed is in hare handen.
De Chaldeën worden hier rechtvaardige mannen genoemd, niet omdat zij de rechtvaardiging deelachtig waren, ook niet, omdat zij op rechtvaardige, goedertieren wijze te werk gingen, want wij weten, dat zij op andere plaatsen bestraft worden vanwege hun gruwelijke verdrukking, maar dewijl zij het rechtvaardig oordeel Gods tegen Jeruzalem en Juda hebben uitgevoerd.
KruisverwijzingenEzechiël 16:40→Jeremia 15:4→Jeremia 24:9→Jeremia 34:17→Ezechiël 23:22→Jeremia 25:9→— Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering en ten roof overgeven.
Want alzo zegt de Heere HEERE tot hen, die inzonderheid de volvoerder van het gericht moet zijn (Hoofdst. 21:11 en 19 vv.) Ik zal ene vergadering, ene menigte van legerscharen, tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering (Jer. 15:13; 17:3) en ten roof overgeven.
KruisverwijzingenJeremia 39:8→Ezechiël 24:21→Ezechiël 16:40→Ezechiël 23:29→Ezechiël 23:25→Jeremia 33:4→Ezechiël 9:6→Jeremia 52:13→— En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; haar zonen en haar dochteren zullen zij doden, en haar huizen met vuur verbranden.
En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; hare zonen en hare dochteren zullen zij doden, en hare huizen met vuur verbranden 1) (Hoofdst. 16:40 v.).
God zal een vergadering van vijanden tegen haar doen opkomen, welke zijne heilige oogmerken zullen moeten dienen, zelfs dan, wanneer zij hun zondige begeerten en driften dienen. Deze vijanden zullen gemakkelijk de overhand krijgen, want God zal hen in hun hand geven tot beroering en ten rove.
KruisverwijzingenEzechiël 16:41→2 Petrus 2:6→Ezechiël 23:27→Ezechiël 6:6→Ezechiël 36:25→Jesaja 26:9→1 Korinthe 10:6→Ezechiël 5:15→— Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden; opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uw schandelijkheid niet doen.
Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden(vs. 27), opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uwe schandelijkheid niet doen, alleen een voorbeeld ter afschrikking daaraan nemen.
KruisverwijzingenEzechiël 7:4→Ezechiël 9:10→Jesaja 59:18→Ezechiël 7:9→Ezechiël 20:38→Ezechiël 6:7→Ezechiël 23:35→Ezechiël 20:44→— Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
Alzo zullen zij bestraf voor uwe schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen, de zonde, welke gij met deze hebt bedreven (Hoofdst. 16:58); en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. Ten slotte wordt nog aan beide, aan het rijk der 10 stammen, en aan het rijk van Juda te zamen, eerst hun zonde en dan hun straf voorgehouden. De zonden worden hier in ‘t bijzonder en bepaald zeer scherp op den voorgrond geplaatst. Vooreerst hebben beide Rijken zich betoond als afgodendienaars en als bloedvergieters (vs. 37); vervolgens hebben zij den dienst van Jehova verontreinigd (vs. 38). Ja, zij hebben beide afgodendienst en verering van Jehova op vreeslijke wijze vermengd (vs. 39); eindelijk hebben zij nu onlangs de Chaldeën ingehaald tot verbintenissen tegen ‘s Heeren wil (vs. 40-44). Maar dezelfde Chaldeën-zo gaat de rede over tot de straf-zullen zich aan Israël betonen als rechtvaardige mannen, dat is als dezulken, die aan Gods straffende gerechtigheid dienstbaar zijn; zij zullen over hen ene volksvergadering houden, en het oordeel der echtbreeksters en der bloedvergietsters aan hen volvoeren, opdat alle andere vrouwen, d. i. volken, daaraan een voorbeeld nemen, en Israël zelf tot erkentenis kome. De Profeet, in de zamenvoeging der beide vrouwen consequent doorgaande, stelt ook de bestraffing van Ohola (Samaria), welke reeds had plaats gehad, als ene nog toekomstige voor. Hij kon dit te beter doen, daar de nabijzijnde verwoesting van Jeruzalem niet alleen Juda, maar ook het nog aanwezige overblijfsel van het rijk der tien stammen, dus het gehele Israël als strafgericht aanging. Het woord in vs. 36 : “Zoudt gij recht geven?” wijst niet alleen op Ezech. 22:2, maar tevens op Ezech. 20:4 terug, en toont, dat onze afdeling ene zakelijke zamenvatting is van den inhoud der gehele groep (Hoofdst. 20-23). Het dubbele misdrijf, echtbreuk en moord, wordt in vs. 37 eerst kort voorgesteld en vervolgens verder ontvouwd; de echtbreuk heeft betrekking op den afgodendienst, de moord op de kinderoffers, welke zij hunnen afgoden brachten. De verontreiniging van Gods heiligdom, welke verder in vs. 38 als zonde voorkomt, welke zij op zich hebben geladen, geschiedt volgens vs. 39 daardoor, dat zij, met afgodische zonden bevlekt, dat betreden. Op gelijke wijze volgt ook de ontwijding der Sabbatten. Een afgodendienaar kan geen Sabbat vieren en wanneer hij dien uitwendig viert, ontwijdt hij dien. Het wezen van den Sabbat is het denken aan God en dat kan geen plaats vinden, waar het hart aan de afgoden hangt. Uit het hoerenhuis te lopen in Gods huis, kan Gode niet welgevallig zijn, noch van moord tot de plaats des gebeds, van de zonde tot gezang. Met vs. 40 gaat de Profeet van de hoererij in het godsdienstige over tot die in de politiek. Hij berispt de aanknoping van verbintenissen van echtbreuk met degenen, die in de verte zijn, in tegenstelling tot die met de nabijzijnden (vs. 5 en 11). Het wassen, blanketten, versieren betekent, dat Jeruzalem alles in ‘t werk stelde, om zich aan hare boelen, de machten der wereld aangenaam te maken, vgl. Jes. 57:9 vv. Om menschengunst te verwerven, geschiedt in de wereld veel kwaad. Het komt nauwelijks geloofbaar voor, dat de Profeet zich meer dan 2 volle jaren te vergeefs met de gevangenen aan de wateren van Chebar zou hebben vermoeid, om ze van den val van het rijk van Juda en zijne hoofdstad Jeruzalem, en van ene langdurige onderwerping van Gods volk onder Babel te overtuigen. Dat zij echter na alle die reden in Hoofdst. 4-23 niet overtuigd is, blijkt duidelijk uit de aankondiging, die meer dan twee jaren later is gevolgd in Hoofdst. 24:1 vv. Hoe is zulk ene rampzalige verblinding, die het volk te Jeruzalem zowel als de gevangenen in Babel had vervuld, mogelijk? Hoe kon men na den ondergang van het rijk der tien stammen en na de harde slagen der Goddelijke tuchtroede, die men reeds zelf ondervonden had, met ene onveranderlijke kracht en macht zich zulke schitterende denkbeelden van de nabijzijnde toekomst maken, als het in werkelijkheid geschiedde? Hoe konden de valse profeten het wagen, van ene spoedige vernietiging van Babylon te dromen en hunnen toehoorders hun dromerijen wijs te maken, en hoe konden deze zich daardoor laten misleiden, daar toch de ene berekening voor en de andere na verkeerd uitkwam, welke men omtrent menselijke hulp maakte? Zonder twijfel was de schuld daarvan het misverstand en het misbruik, dat men van zulke heerlijke profetieën, als bijv. die van Jesaja over den ondergang van Babylon maakte. Men rukte die uit hun zamenhang, stelde ter zijde, wat niet met de vleselijke gezindheid overeenkwam en bracht met geweld tot den tegenwoordigen tijd, wat eerst voor ene verre, ja gedeeltelijk zeer verre toekomst was beloofd. Die belofte nu moest voor het volk blijven, Gods raadsbesluit omtrent de toekomst stond vast. Daarom moest ook wat in Jer. 51:59 vv. verhaald wordt, geschieden, maar het misverstand en het misbruik moest vóór alles worden uit den weg geruimd. Daartoe dient het Profetische woord van Ezechiël in dezen tijd, en daarna de verschrikkelijke opening der ogen, die met Hoofdst. 24 begon. Onze tegenwoordige tijd zal ook veel bijdragen tot wegneming van misleiding, maar tevens, om het profetische der Schrift beter te verstaan, en de eschatologie in hare zwakke punten te verbeteren; ten minste zal onze Protestantse kerk van de nabijzijnde ontwikkeling der geschiedenis van het Godsrijk deze winst hebben, terwijl daarentegen aan de Katholieke kerk juist dat eigenaardig is, dat zij het hier boven nader gekarakteriseerde standpunt van Israël vasthoudt, totdat zij ten laatste geheel en al schipbreuk zal lijden (Hoofdst. 27). Als de Opperheer der wereld Zijnen dienst onder ene natie plant en dus Zijn verbond met dat volk opricht, dan kan Hij gezegd worden aan dat volk gehuwd te zijn en daarmee in ene rechtstreekse en opzettelijke betrekking te staan, dan kan en mag Hij van zulk ene natie en van elk lid daarvan gehoorzaamheid en liefde, geloof en trouwe eisen, dan ligt de weg van geluk voor zulk een volk, dat zo onder het Evangelie wordt geplaatst, en voor elk mens, die in dat grote voorrecht deelt, alleen in een leven, overeenkomstig de openbaring van Gods wil in den weg der genade; maar welke misdaad is dan tegenstrijdiger en leidt meer tot verwoesting, dan dat er ene andere vreemde, eigendunkelijke en valse godsdienst wordt ingevoerd, en door de mensen wordt opgezocht en aangekleefd. Zo vals toch afgoderij en beeldendienst was, dewijl men stomme beelden, nietige afgoden en verfoeiselen der onreine volken vereerde, zozeer hierin de oorzaak van allerlei eigendunkelijkheid in levenswijze, brooddronkenheid en goddeloosheid lag, ja ook zozeer als de Heere daarover verontwaardigd was en toornen moest, zozeer zien ook wij, wat integendeel onze roeping en verplichting als natie en elk voor ons zelven is, hoe gevaarlijk het wordt, van des Heeren Woord en instellingen, van Zijn verbond, met ons in den Doop aangegaan, af te wijken, en zich naar eigendunkelijke godsdienstbegrippen en vreemde zeden te schikken. Hoeveel valt hier na te denken en op te merken, wanneer wij onze natie als een Christenvolk, en wel bijzonder als ene Hervormde natie beschouwen, met Israël en Juda vergelijken, en tot onze eigene harten daarmee inkeren. Hoezeer moesten wij voor elke afwijking van de waarheid, voor iedere begunstiging van ene valse belijdenis en voor vreemde zeden schrikken, en de jammerlijke gevolgen zien en verder berekenen, welke daaraan onafscheidelijk verbonden zijn. God beware ons land en volk, dat wij zo zwaar zouden gestraft worden, om het verlaten van Zijn woord en van Zijnen dienst, als Israël en Juda zijn gestraft geworden; maar indien wij van valsen godsdienst niet anders kunnen genezen worden, dan door een lot, aan dat van Gods oude volk gelijk, hetwelk door ballingschap voor altoos de zucht naar afgoderij en beeldendienst verlaten heeft, dan was zulk een hard lot inderdaad nog een wenselijk deel. De Heere is te hoog en te heilig, dat wij Hem niet overeenkomstig Zijne natuur en naar Zijnen uitgedrukten wil zouden dienen en ons niet van geheler harte tot Hem zouden bekeren. Moge Zijne kennis in Christus Jezus onder ons zuiver zijn en door Zijnen Geest aan ons geheiligd worden, zo zullen wij Hem in waarheid eren, Zijn naam zal onder ons wonen, en ons geluk voor tijd en eeuwigheid meer vast en zeker zijn.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 23
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VERGELIJKING DER KONINKRIJKEN JUDA EN ISRAëL MET TWEE HOEREN.
IV. Vs. 1-49.KruisverwijzingenLeviticus 17:7→2 Koningen 16:7→2 Koningen 17:3→2 Koningen 15:19→Hosea 5:13→Hosea 5:3→Hosea 6:10→Ezechiël 23:3→
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder. Dezen hoereerden in Egypte; in haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast. Haar namen nu waren: Ohola, de grootste, en Oholiba, haar zuster; en zij werden de Mijne, en baarden zonen en dochteren; dit waren haar namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba. Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij; en zij werd verliefd op haar boelen, op de Assyriers, die nabij waren; Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal gewenste jongelingen, ruiteren, rijdende op paarden. Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich. Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort. Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was. Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.
Met ene allegorie, die in ‘t algemeen met de allegorische schildering in Hoofdst. 16 zeer overeenkomt, maar toch in plan en uitvoering een zelfstandig karakter draagt, besluit de Profeet dezen kring van reden, en stelt nogmaals op zamenvattende wijze de zonden en straffen van Israël voor, om het volk te overtuigen van de grootheid zijner schuld en de volkomene rechtmatigheid der Goddelijke straffen, voordat in het volgende hoofdstuk over het werkelijk komen der laatste gehandeld wordt. De inhoud der rede is het volgende: Samaria en Jeruzalem, de hoofdsteden en vertegenwoordigers der beide rijken Israël en Juda, zijn twee zusters, die reeds van der jeugd af, toen zij, nog in Egypte waren, hoererij hebben bedreven (vs. 1-4). Wat nu in de eerste plaats Israël aangaat, de grootste der beide zusters, zij heeft hare hoererij ook in den laatsten tijd van het koninkrijk voortgezet, terwijl zij zich nu met Assyrië, dan met Egypte inliet, toen zij tot straf daarvoor ellendig door de Assyriërs omkwam (vs. 5-10). Wat vervolgens Juda aangaat, die zich door het voorbeeld harer zuster had moeten laten waarschuwen, zij maakte het veel erger nog den deze. Zij liet zich evenzo eerst met Assyrië in, vervolgens liet zij, zich door den wereldsen glans van Chaldea medeslepen, sloot verbintenissen met de Chaldeën, die ene verontreiniging met hun heidensen aard ten gevolge hadden, en hierop, de Chaldeën moede geworden, knoopte het zijne verbintenissen met het zo geheel afgodische Egypte weer aan (vs. 11-21). Daar dan Juda de schuld van Samaria op zich had geladen, moet het ook in het lot der zuster en in de volste mate delen. De boeleerden, met welke zij het eerst het hield, en die zij, vervolgens moede werd, de Chaldeën, zullen haar den kelk inschenken, dien zij naar zijne gehele breedte en diepte moet uitdrinken, om zich dan nog aan de gebroken scherven de borst te wonden (vs. 22-35). Hierop wordt van beide rijken, doch in ‘t bijzonder met het oog op Juda, nogmaals en met grote scherpheid, hare zonde in verschillende opzichten, zowel wat politieke als godsdienstige hoererij aangaat, voorgehouden, en de straf der echtbreeksters en bloedvergietsters aangekondigd (vs. 36-49).
Verder geschiedde, spoedig na het in ‘t vorige hoofdstuk ontvangen woord, des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Mensenkind! daar waren twee vrouwen, de dochteren van ééne moeder (vgl. Hoofdst. 16:3. Jer. 3:6 vv.).
Deze hoereerden in Egypte; in hare jeugd hoereerden zij; daar werden hare borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms, haar maagdelijke boezem betast (Hoofdst. 16:7; 26:7).
Hare namen nu waren: Ohola, d. i. hare eigene tent, die haar eigen willekeurig gemaakt heiligdom bezit (1 Kon. 12:28 vv.) de grootste, en Oholiba, d. i. Mijne tent in haar, die het ware heiligdom bezit, dat ik er zelf heb opgericht (2 Kron. 13:10 v.), hare zuster; en zij werden de Mijne (Hoofdst. 16:8 vv.), en baarden zonen en dochteren (Hoofdst. 16:20); dit waren hare namen: Samaria is Ohola, en Jeruzalem Oholiba. De Goddelijke rede bedient zich van zulke beelden, die algemeen afschuw en afkeer opwekken, om den zondaars de afschuwelijkheid van hun eigene ontrouw jegens den Heere voor ogen te stellen. Daarom wordt het beeld ook dikwijls verlaten, om deze zonde tussen beide in hare waarheid voor ogen te stellen. De Profeten hebben ook ene hogere roeping dan schoon volgehouden allegoriën te maken: zij moeten en willen het geweten opwekken, geloof en gehoorzaamheid jegens den Heere vernieuwen, en daar door verlorene zielen redden en een verdoold volk tot God terugbrengen. Daarom zijn zij zo rijk in beelden en gelijkenissen; daarom verwaarlozen zij ook dikwijls opzettelijk “de dichterlijke belangrijkheid, ” verlaten en verwerpen zij het beeld, en laten zij de waarheid doorblinken, waarom het te doen is. Beide, het gebruik en het verlaten van het beeld heeft één doel, om schuld, gericht en straf voor ogen te stellen, om de harten te schokken en te bekeren; zo ook hier. Er waren, zo begint de Profeet, twee vrouwen, dochters van ééne moeder, terwijl hij het geslacht van Abraham, dat in Egypte trok als de moeder beschouwt, maar daar reeds Jozef (Efraïm en Manasse) en Juda onderscheidt, en ze nu voorstelt als dadelijk haren eersten maagdelijken bloesem bevlekkende met ontuchtigheid. Toen was Israël nog ongehuwd, het huwelijk met Jehova volgde eerst bij het sluiten des verbonds aan den Sinaï. Toen was het echter reeds verloofd-daarvan getuigde wat God aan de patriarchen had gedaan, en de besnijdenis, die zij hadden ontvangen-en zo ziel hun ontuchtig handelen onder het gericht van Deut. 22:23 v. Het doel was zich als ene reine maagd op het huwelijk voor te bereiden. De verhouding der beide rijken tot elkaar in hun wederkerige betrekking tot God is uitgedrukt in de namen: Samaria is Ohola d. i. “haar eigen tent, ” die haar eigen willekeurig uitgedacht heiligdom bezit; daarentegen heet Juda Oholiba “Mijne tent is in haar. ” Aan de ene zijde heeft dus Juda dezen groten voorrang boven hare zuster, het ware heiligdom, de openbaring van den Waarachtige en Levende in zijn midden te hebben en zich niet dadelijk aan afval en verderf te hebben overgegeven. Aan de andere zijde vermeerdert deze omstandigheid juist de strafbaarheid van Juda-hoe groter de objectieve zegeningen zijn, des te groter is tevens de subjectieve schuld. Zeer geschikt zijn verder de beide overeenkomstige namen omtrent de zusters gebruikt, daar bij de oude Semietische families dikwijls broeders en zusters zeer aan elkaar gelijkende namen hebben, die van denzelfden wortel afstammen bijv. Haran en Harain. Ohola heet de grootste zuster, omdat tien stammen, het grotere deel van Israël tot Samaria behoorde, terwijl Juda slechts twee stammen had.
Ohola nu hoereerde, zijnde onder Mij, ofschoon zij Mijne vrouw was en zij zich dus aan Mij alleen had te houden (Rom. 7:2), en zij werd verliefd op hare boelen, op de Assyriërs, die nabij waren, toen zij in hare nabijheid waren gekomen, zodra zij die ontmoette.
Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, al te maal gewenste jongelingen waren de Assyriërs, ruiteren, rijdende op paarden. En zijn het niet de prachtige klederen, de schone gestalte en de moed der rosbedwingers, waardoor ene vrouw bekoord wordt.
Alzo dreef zij hare hoererijen, met de zelf, die allen de keure der kinderen van Assur waren; zij liet zich zo door de macht en heerlijkheid verblinden, dat zij haren wettigen man geheel vergat; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich, zodat zij den afgodendienst van allen navolgde, naar wier gunst en gemeenschap zij begerig was.
Zij verliet ook, hoewel zij zich zo inliet met Assyrië in politiek en godsdienstig opzicht, hare hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in hare jeugd gelegen; en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast (vs. 3), en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort, in zoverre de kalverdienst van het rijk uit Egypte afkomstig was, maar zij zocht bepaald een verhoud met die tweede wereldmacht (2 Kon. 17:4
Daarom gaf Ik haar, door hetgeen volgens 2 Kon. 17:5 v. plaats had, in de hand harer boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
Deze ontdekten hare schaamte, behandelden haar op het smadelijkst, hare zonen en hare dochteren namen zij weg door ze gedeeltelijk in den krijg te verslaan, gedeeltelijk gevangen weg te voeren, maar haar doodden zij met het zwaard; aan haar bestaan maakten zij een einde; en zij kreeg enen naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar uitgeoefend had, haar lot werd onder de volken veel besproken en bespot, daar zij zo naar verdienste was gestraft. Het boeleren van Ohola of van het noordelijk rijk met Assur en Egypte geeft te kennen de godsdienstige en politieke neiging tot een aansluiting aan deze volken en rijken, zowel de afgodendienst als het sluiten van verbintenissen met hen. De uitdrukking van vs. 5 “die nabij waren, ” “die haar naderden” schijnt met opzet in enen dubbelen zin te zijn genomen. Het herinnert vooreerst aan het naderen der vijanden ten oorloge, maar vervolgens ook aan de bekende betekenis van het naderen of ingaan (Ps. 51:2), zodat schandelijk genoeg, de vijanden ook de boelerende vrienden werden. Dat was de grote zonde van Israël, dat het in politieken nood hulp bij mensen zocht, zelfs bij zijne verdrukkers, in plaats van zich in hartelijk vertrouwen tot zijnen God te wenden, den Enigen, wien men zich onvoorwaardelijk kan overgeven zonder zich weg te werpen. Het 6de vers beschrijft met ene ironie, hoe Ohola tot dat ongelukkige boeleren met Assur kwam. De gedachte is, dat ogen en harten door de macht van Assur verblind en gevangen genomen werden, en nu wordt datgene genoemd, wat ene wereldsgezinde vrouw vooral in het oog valt. De zeer korte geschiedverhalen: 2 Kon. 15:19 en 17:3, die hier in aanmerking komen, laten alleen raden, wat de Profeet bedoelt. De Profeet vult hier de geschiedenis aan en schildert den diepen indruk, dien de Assyrische helden op de bevolking van Samaria hadden teweeg gebracht, welker gestalte, geheel overeenkomende met Ezechiëls beschrijving, men onlangs in de ruïnen van Ninevé heeft afgemaald gevonden. Verblind door de macht en bedwelmd door de politieke grootheid van Assur gaf Israël zich aan hem en zijne afgoden over. Het deed er afstand van een volk van God te zijn al was het onder de volken der aarde ook nog zo onbeduidend. Het zocht nog een anderen nietigen roem en bezweek zo voor de verleidelijke macht van het heidendom. Het gezegde in vs. 7 is daaruit te verklaren, dat de afgoden onafscheidelijk zijn van de machten der wereld, zij zijn gene macht buiten en boven hen, maar hun objectief “ik” is geheel daarmee zaamgegroeid, zodat zich te verontreinigen met de Assyriërs hetzelfde is als zich te verontreinigen met hun afgoden. Op het schenden door overspel volgde het schenden door de straf van de zijde der boeleerders zelf (vgl. Hoofdst. 16:37). Zo in het beeld-inderdaad geschiedde het door de gevankelijke wegvoering der bevolking, het doden der voor het bestaan des rijks gewichtige, krijgshaftige manschappen, en daardoor dat Israël een naam verkreeg van wege zijnen smaadvollen val.
Als hare zuster, Oholiba, dit zag, dat Ohola tengevolge harer hoererij en door de boeleerders was teniet gegaan, zo verdorf zij hare minne, verslingerde zij zich nog meer dan zij, en hare hoererijenmaakte zij meer dan de hoererijen van hare zuster (Hoofdst. 16:51. Jer. 3:6 vv.)
Zij werd evenals Ohola (vs. 6 v.)verliefd op de kinderen van a) Assur, de vorsten en overheden, die nabij waren, bekleed met volkomen sieraad, ruiteren, rijdende op paarden, allemaal gewenste jongelingen.
2 Kon. 16:7.
Toen zag Ik, de Heere, dan ook reeds, dat zij verontreinigd was; zij hadden beiden enerlei weg, zodat het einde dat Oholiba te gemoet ging, niet beter kon zijn, dan dat van hare zuster.
Ja zij deed tot hare hoererijen nog meer toe, en zette ze zelfs voort, toen zij het einde van Ohola reeds voor ogen had; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeën, geschilderd met menie.
Als krijgshaftige mannen (Jer. 13:11) gegord met een gordel aan hun lenden, hebbende overvloedig geverfde hoeden 1) op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren of ridders, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldea, het land hunner geboorte; Beter: Overhangende hoeden.
Zo werd zij op dezelve verliefd met het opzien harer ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldea, teneinde ene verbintenis met hen aan te knopen. Toen de beide zusters op de Assyriërs verliefden, waren die tenminste bij hen, maar Juda verliefde op de Chaldeën, die zij nooit gezien had, die zij niet anders kende dan uit schilderijen en beelden aan den wand gemaald. Hierdoor werd zij reeds zo verhit, dat zij gezanten zond, om hen als boelen tot zich te halen.
De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het leger der minnen, en verontreinigden haar met hun hoeren (2 Kon. 20:13); ook verontreinigde zij zich later nog meer met hen in godsdienstig opzicht (2 Kon. 21:3 vv. 21 v.); daarna werd hare ziel van hen afgetrokken, want verwijdering is het gewone einde van onreine liefde, de in liefde verklede zelfzucht.
Alzo ontdekte zij, of: Als zij ontdekte hare hoererijen en ontdekte hare schaamte, zonder bij de boelen in Chaldea op den duur de gewenste bevrediging te vinden. En toch in plaats van met berouw tot Mij terug te keren, tot haren wettigen echtvriend, zag zij naar andere boelen om (2 Kon. 23:34 v.); toen werd Mijne ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijne ziel was afgetrokken van hare zuster(vs. 9), en Ik gaf ze over in de hand harer boelen, de Chaldeën (2 Kon. 21:1 v. 10 vv.)
Doch zij vermenigvuldigde hare hoererijen, gedenkende aan de dagen harer jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte.
En zij werd verliefd op de Egyptenaars (Jer. 2:36) meer den derzelver bijwijven 1), welker vlees is als het vlees der ezelen en welker vloed is als de vloed der paarden (Jer. 5:8) Zij verslingerde zich op dat verwijfd en beestachtig wellustig volk. Hebr: Op degenen, die bij haar sliepen.
Alzo hebt gij weer opgehaald, zijt gij weer vervallen in de schandelijke daad uwer Jeugd, als die van Egypte uwe tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd. In de eerste plaats is sprake van Oholiba’s schuld. De schandelijke handelwijze van Ohola, ook afgezien van de Goddelijke wraak, die haar daarom had getroffen, had haar reeds met diepen afkeer moeten vervullen; in plaats daarvan maakte zij het nog erger en bleef zij niet staan bij degenen, die nabij waren, maar zond ook tot de verwijderden. Juda moet reeds daarom veel erger worden, wanneer het zich niet door Israëls straf liet afschrikken, omdat het zoveel meer genade tot tegenstand misbruikte. of ten minste niet gebruikte. Aan Menahem behaagde de Assyrische vriendschap toen Pul kwam; hij bekeerde zich niet tot den God zijner vaderen (2 Kon. 15:19). Toen echter Pekah en Rezin tegen Juda kwamen, wilde Achaz het op de macht en belofte Gods niet laten aankomen, hij wilde op Zijne genade en belofte niet vertrouwen, al had God hem door den Profeet Jesaja vrijheid gegeven tot verzekering van Zijne hulp, om een wonderteken te vragen (Jes. 7:1 vv.), maar hij zond boden tot Tiglath-Pilezer, den koning van Assyrië, en liet hem zeggen: “ik ben uw knecht en uw zoon” (2 Kon. 16:7). Dus is de hoererij van Jeruzalem reeds in den Assyrischen tijd (vs. 12 vv.) erger en schandelijker dan de hoererij van Samaria; want God heeft niemand tot Menahem gezonden, die hem de welvaart en de bewaring van het rijk verzekerde, gelijk Jesaja tot Achaz werd gezonden en hem in den naam van God de vrije keuze liet, welk teken hij wilde eisen. Oholiba-Jerazalem in werken van trouweloosheid en ontucht nog boven de oudere zuster. Het was niet genoeg, dat zij, met haar éénen weg gaande, zich door de schoonheid der statelijke Assyriërs liet medeslepen. Zij wijdde ook hare blikken aan de bekoorlijke beelden der heerlijk opgetooide Chaldeën, die aan den wand waren geschilderd, en stelde zich met Babels zonen in verbintenis, dat deze tot hen kwamen, en zij zich nu met hen in de onbeschaamden ontucht verontreinigde. Met de Assyriërs was het in ‘t algemeen hetzelfde geval geweest, als bij Samaria. Zij waren, evenals het rijk van Israël, zo ook het rijk van Juda werkelijk nabij genomen. Ten opzichte echter van de Chaldeën ontstond de betrekking tot deze door middel van beelden, die Juda zag. De Profeet bedoelt duidelijk beelden van krijgslieden, edele krijgslieden of ridders; zij zijn omgord met den krijgsgordel (Jes. 5:27), en hun hoofd is met dat eigenaardig hoofddeksel getooid, waarvan Herodotus (I 195) ook bij de Babyloniërs melding maakt, die hoge mutsen, welke ook op de gedenktekenen voorkomen. Zulke krijgshaftige gedaanten worden op de wanden der Babylonische paleizen voorgesteld. Zij maken reeds indruk door de edele krijgshaftige gedaante en houding, en hebben ene bijzondere bekoorlijkheid, ene eigenaardige aantrekkingskracht, voor hen door hun verheven, kolossaal en groots karakter. Voor zulke rijk fantastische voorstellingen bezweek het wankelmoedige en afvallige verbondsvolk. Het zien van de beeltenissen der Chaldeën door de Joden was mogelijk door het verkeer, dat van Jona’s tijden af tussen Palestina en de grote steden tussen den Eufraat en den Tiger plaats vond. Vooral in Hizkia’s tijden werden er door mededelingen en geruchten bepaalde voorstellingen van de Chaldeën gevormd, als van ene macht, die zich moedig verhief en tot grote dingen geroepen was door hare dapperheid. Hizkia liet ten minste zijne gedachten en verwachtingen, dat het hem met hulp van deze macht zou gelukken, zich van de Assyrische opperheerschappij vrij te maken (2 Kon. 18:16) naar Chaldea gaan. Van ene werkelijke boodschap wordt ons niet gemeld. In 2 Kon. 20:12 vv. en Jes. 39:1 vv. vinden wij zelfs ene voorstelling, alsof een aanknopen van wederkerige verbintenissen van de Chaldeën zou zijn uitgegaan. Voor de profetische bestraffing zijn deze gedachten en verwachtingen zo goed als een aanzoek doen, zo goed alsof die door eigenlijke gezanten ware beproefd. Hier is dezelfde maatstaf van beoordeling als bij het woord van Christus in Matth. 5:28 : “die ene rouw aanziet om haar te begeren, die heeft reeds overspel in zijn hart met haar gedaan. ” Zo zijn ook, wat de zaak aangaat, de geschilderde mannen aan den wand meer fantasiebeelden, dan dat men die beelden werkelijk voor zich zou hebben gehad. Zo wordt men heden ‘t meest verliefd op hetgeen niets is; want wat is al onze eer, weelde, uiterlijke welvaart, onze adel, grootheid, heerlijkheid, onze kracht en sterkte anders dan een beeld, waaraan gene werkelijkheid is. Onder den vromen zoon van den goddelozen Achaz wordt Jeruzalems fantasie zozeer opgewekt door de Babylonisch-Chaldeeuwsche macht, welke evenals Juda afhankelijk van Assur was, dat zelfs Hizkia voor de verleiding bezweek. Het zwaartepunt der wereldmacht scheen zich nu van Nineve naar Babylon te neigen. Wat Jesaja reeds toen aan Hizkia voorspelde tot bekoeling zijner vleselijke verwachtingen bevestigt Ezechiël. De Chaldeën, nadat zij in vereniging met de Meden, Nineve hadden verwoest (2 Kon. 20:12 en 22:2), kwamen voor Juda, gelijk in ‘t algemeen, in de plaats der Assyriërs. De Profeet leidt ons nu in de symbolische ontsluiering zijner rede tot dien tijd, dat hij zelf met een gedeelte zijns volks de straf der Chaldeeuwse gevangenschap moest ondervinden (2 Kon. 24:16). Ondanks die kastijding bedrijft Oholiba-Jeruzalem op nieuw haar overspel; de oude geneigdheid tot het vleselijk Egypte ontwaakt, waaraan zij zich reeds in hare jeugd wellustig overgaf. De plotselinge overgang tot het woord, zoals het in vs. 21 voorkomt, wordt daaruit verklaard, dat de Profeet hier in werkelijkheid van den tegenwoordigen tijd voor zich heeft. De woorden: “als die van Egypte uwe tepelen betastten van wege de borsten uwer jeugd, ” zien op het zoeken der Egyptenaren, om het volk in zijne eerste beginselen in den Egyptischen aard mede in te trekken, en het zo te nationaliseren, pogingen, tot welke de jeugdige bloei van het volk aanleiding gaf. Dat dergelijke pogingen aan de wrede maatregelen, van welke de geschiedenis bericht, voorafgingen, daaraan mogen wij niet twijfelen; het licht in den aard der zaak.
Daarom, omdat gij alzo handelt, o Oholiba! alzo zegt de Heere HEERE: Zie Ik zal uwe boelen (Jer. 3:20), van welke uwe ziel is afgetrokken (vs. 17), tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.
De kinderen van Babel en alle Chaldeën, Pekod, en Soa, en Koa 1) en alle kinderen van Assur, die vroeger de beheersers en uwe boelen waren (vs. 12) met hen, gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.
Men houdt deze voor gewesten der Chaldeeuwse monarchie, Bactrianië, Medië, Armenië. Anderen vertalen de woorden: “oversten, rijken, aanzienlijken. ” Deze woorden kunnen ook vertaald worden: Gebiedende heren en edelen. Het valt niet te ontkennen dat deze woorden duister zijn.
Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met ene vergadering van volken, rondassen (1 Kon. 10:17), en schilden en helmen (Hoofdst. 21:22. Luk. 19:43), teneinde u te belegeren, zij zullen zich rondom tegen u zetten, en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen; zij zullen Mijn gericht aan u volvoeren, en zij zullen u richten naar hun rechten. Zij zullen uwe trouwbreuk aan u straffen (Hoofdst. 21:23 #Eze); zo kunt gij zelf afleiden, hoe het u zal gaan (2 Sam. 24:14).
En Ik zal Mijnen ijver tegen u zetten (Hoofdst. 5:13), dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen in beeldrijken zin uwen neus en uwe oren afnemen; zij zullen u van alle sieraad van uw volksbestaan beroven door vernietiging van koningschap en priesterschap (Hoofdst. 21:26. 2 Kon. 25:5-7 en 18-21 en het laatste van u, wat overblijft van dat lichaam, zal door het zwaard vallen; zij zullen uwe zonen en uwe dochteren wegnemen uit de huizen der stad en hen gevankelijk wegvoeren, en het laatste van u, namelijk wat van ledige huizen over is, zal door het vuur verteerd worden.
Zij zullen u ook, gelijk reeds in Hoofdst. 16:39 gezegd is, uwe klederen uittrekken en uw sieraad-tuig wegnemen.
Zo zal Ik uwe schandelijkheid, die gij bedreven hebt (vs. 11-17) van u doen ophouden, mitsgaders uwe hoererij, gebracht uit Egypteland (vs. 18-21 uwe ogen naar hen, die vreemde boelen, niet opheffen, en aan Egypte niet meer gedenken.
Want, om het in vs. 22-26 gezegde met andere woorden te herhalen, alzo zegt de Heere HEERE: Zie Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelke uwe ziel is afgetrokken 1) (vs. 21-24).
Gelijk gij uwe liefde omtrent hen veranderd hebt, zo zullen zij ook met u handelen, hun haat tegen u zal groter zijn, dan hun vorige liefde tot u; dat zal hun vaardig maken om zich aan u te wreken om uwe trouweloosheid, om alle de vruchten van uwen arbeid te verteren en alle uwe goederen weg te nemen, die gij door uwe nijverheid bijeen vergaderd hebt.
Die zullen met u handelen uit haat (vs. 24 en 25), en al uwen arbeid wegnemen (vs. 25 en
, en u naakt en bloot laten, zodat gij weer zijt gelijk gij vroeger in Egypte waart (Hoofdst. 16:39), dat uwe hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uwe schandelijkheid en uwe hoererijen. Aan hetgeen gij lijden moet zal het voor de gehele wereld duidelijk worden, wat gij hebt gedaan.
Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de Heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.
In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld (vs. 11 en 12), daarom zal Ik haren beker, denzelfden beker, in uwe hand geven 1) (vs. 9 en 10), opdat gij dien drinkt.
Juda had den weg van Samaria bewandeld en daarom zou het geen ander lot dan die stad ondergaan. Ja, nog heviger zou Gods toorn over hen uitgestort worden, dewijl zij meer dan Samaria was gewaarschuwd, omdat zij (vs. 35) den Heere achter haar rug had geworpen, omdat zij God en Zijn dienst had verwaarloosd, en gedaan en gehandeld alsof er geen God bestond.
Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinker, die diep en wijd is, dat is dus voor u de grootste mate gij zult tot belaching en spot worden voor de volken en in alle landen (Hoofdst. 22:4); de beker houdt veel in; zodat het u onverdraaglijk zal zijn (Jes. 3:24 Jer. 25:15-18).
Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uwe zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid, zo als gij aan haar land voor uwe ogen ziet, en zulk een lot zal u nog veel erger overkomen.
Van dronkenschap en jammer zult gij vol worden; de beker van uwe zuster Samaria is een beker der verwoesting en der eenzaamheid, zo als gij aan haar land voor uwe ogen ziet, en zulk een lot zal u nog veel erger overkomen.
Gij zelf hem drinken en uitzuigen, en zijne scherven zult gij brijzelen, als een, die een zeer slechten drank heeft gedronken, in boosheid het vat verbrijzelt, waaruit hij gedronken heeft, en uwe borsten zult gij afrukken, openrijten met die scherven. Het zal zeker komen, want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
Daarom, om ten slotte het oordeel, dat over u komt, nog in ene korte uitspraak zaam te vatten, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner a) vergeten, en Mij achter uwen rug geworpen hebt (1 (Kon. 14:9), zo draagt gij ook uwe schandelijkheid en uwe hoererijen en de rechtvaardige straf, die daarom over u komt (Hoofdst. 16:52).
Jer. 2:32; 3:21; 13:25; 18:15. Ezech. 22:12. Vergetenheid van God en verachting van Hem, van Zijn opzicht over ons en van Zijn zien op ons, is op den grond van alle onze verraderlijke en overspelige afwijkingen van Hem. Daarom wandelen de mensen de afgoden na, omdat zij God en hun verplichtingen aan Hem vergeten. Ook zouden zij met zulk een begeerte en vermaak niet op de verlokselen der ziel kunnen zien, indien zij God niet eerst achter hunnen rug geworpen hadden als niet waardig aangezien te worden. Op Oholiba’s zonde volgt nu de straf. God zal juist deze Chaldeën, met welke Juda eerst geboeleerd heeft en van welke het zo trouweloos was gescheiden, over haar laten komen; zij zullen met dezelfde wereldmacht, die Juda eerst begeerd heeft, op haar aanvallen, om het verdiende loon te geven tot vernietiging toe. De Profeet hoopt de namen opeen, om de grote legermacht aan te duiden, die het kleine Juda overvalt. Op sarkastische wijze beschrijft hij de Chaldeën met dezelfde uitdrukkingen, met welke hij ze vroeger (vs. 12) als de door Juda geliefde beschreef. Deze uitdrukkingen waren vroeger, in den tijd van het boeleren in aller mond geweest; nu zagen zij die heren gaarne weg, maar zij komen hen nu op den hals; met de Chaldeën verschijnen echter ook de oude boelen, de Assyriërs weer, nu hun vazallen, en deze vroeger zo geliefde jongelingen zullen hun nu den helderen dag duister maken. Gelijk de menigte talrijk is, zo rijk zal ook hun toerusting zijn om het hun opgedragen oordeel te volvoeren. Om ons sterfbed is dikwijls ene grote vergadering uit vorige dagen; onze zonden en degenen, met wie wij gezondigd hebben, komen allen tot ons van rondom. Wij moeten niet wachten totdat God ons met geweld van de zonde aftrekt. Wanneer Gods goedheid en geduld niet heeft kunnen teweegbrengen, wat Hij wilde, zo zal Zijne gerechtigheid door de onbarmhartigheid der mensen uit den weg brengen, waarmee wij Hem vertoornden. De ontkleding door straf doet zien, wat vroeger de bekleding door genade geweest is. Die den beker des heils met aanneemt, moet daarvoor den beker des toorns drinken. De gehele geschiedenis des volks van den uittocht uit Egypte tot nu was een voortdurend vertoornen van God, daarom moet het ten laatste een beker vol toorn drinken. Uitgedronken moet worden; als wij ons aan de begeerlijkheid overgeven, komt God met de straf. “Gij zult de scherven verbrijzelen en uwe borsten zult gij afrukken; ” de poging, die uit den sterksten afschuw tegen het treurige lot voortvloeit, om zich er van te ontdoen, brengt nu uw ongeluk aan; tot geschiedkundige opheldering dient, wat volgens Jer. 41 de Joden aan Gedalia, den Chaldeeuwsen stadhouder, over de in het land achtergeblevenen deden, en daarvoor moesten lijden. De zondares moet in wanhoop aan zich zelf vergelding doen, en juist aan die delen van haar lichaam, waarmee zij volgens vs. 3 in wellust begon te zondigen. Aan God denken is het korte begrip der gehele godzaligheid, evenals het tegendeel God vergeten, een kort begrip van de gehele goddeloosheid; daarom neemt God aan het slot van dit zondenregister ook alles in dit ene te zamen.
En de HEERE zei in dadelijke aansluiting aan de gehele rede (vs. 1-35) tot Mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba a) recht geven, rechten? Doe, gelijk dat uwe roeping is, als Mijn Profeet en het werktuig van Mijn woord, ja vertoon haar hare gruwelen.
Ezech. 20:4; 22:2.
Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in hare handen (Hoofdst. 22:2-4 ); en wat de eerste zonde aangaat, zij hebben met hare drekgoden overspel gedaan, (Jer. 3:9; 2:27); daartoe, wat haar bloedvergieten aangaat, hebben zij ook hare kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor haar door het vuur laten doorgaan, tot spijze, tot offer (Hoofdst. 16:20; 20:31).
Nog hebben zij, om ene andere verkeerdheid aan te wijzen, Mij dit gedaan, zij hebben, niet lettende op de heiligheid van plaats en tijd, Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, waarop zij het vroeger gezegde misdreven, en Mijne a) Sabbatten ontheiligd, als zij kwamen om die in het heiligdom te vieren.
Ezech. 22:8.
Want als zij kort te voren hun kinderen hunnen drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen door hun verschijnen daarin; en ziet, alzo als in 2 Kon. 21:4 vv. wordt bericht, hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis, en dat ook uiterlijk en handtastelijk ontheiligd (vgl. Hoofdst. 8:5 vv.)
Dit is er ook, om tot een derde punt Mijner aanklacht tegen hen over te gaan, dat zij gezonden hebben tot mannen, die van verre zouden komen, tot dewelke als aan bode gezonden was, ziet, zo kwamen zij, voor dewelke gij Oholiba, op wie Mijne bestraffing hier inzonderheid doelt, u wiest, uwe ogen blankettet, en u met sieraad versierdet, evenals ene boeleerster zich gereed maakt om hare boelen te ontvangen.
En gij zat, zo opgetooid, op een heerlijk bed, voor hetwelk ene tafel toegericht was, om met de mannen, die gij tot u hadt genodigd, te eten, a) en op hetwelk gij Mijn reukwerk en Mijne olie gezet hadt, om daarvan eveneens bij de voorgenomen feestelijkheid gebruik te maken.
Spr. 7:17.
Als nu bij het gastmaal het geruis der menigte daarop stil was tot bevestiging van het gesloten verbond, zo zonden zij tot mannen uit de menigte der mensen, en daar werden wijnzuipers aangebracht uit de woestijn, die deden armringen aan hare handen, en ene sierlijke kroon op hare hoofden, om haar met wie zij geboeleerd hadden, nu heerlijk als een koning op te pronken. Omdat het niet luidruchtig genoeg toeging werden woeste en luidruchtige mannen uit de woestijn er bij gehaald. Misschien waren de gezanten van Edom, Ammon en Moab later dan de anderen aangekomen.
Toen zei Ik van deze, die aan overspelerijen verouderd was: Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, en die ook (Hebr. en zij, nu zij zó reeds is, reeds zo oud).
En men ging tot haar in, of: men zal tot haar ingaan, gelijk men ingaat tot ene vrouw, die ene hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola, die vroeger alzo handelde, en tot Oholiba die nu zo doet, die schandelijke vrouwen, die zij zijn.
Rechtvaardige 1) mannen, als werktuigen Gods dan, die zullen haar richten naar het recht der overspeelsters, en naar het recht der bloedvergietsters, mannen, die door Mij daartoe zijn geroepen en in zo verre rechtvaardig zijn, hoewel het juist diegenen zijn, die met hen geboeleerd hebben (Hoofdst. 16:38): want zij zijn overspeelsters, en bloed is in hare handen.
De Chaldeën worden hier rechtvaardige mannen genoemd, niet omdat zij de rechtvaardiging deelachtig waren, ook niet, omdat zij op rechtvaardige, goedertieren wijze te werk gingen, want wij weten, dat zij op andere plaatsen bestraft worden vanwege hun gruwelijke verdrukking, maar dewijl zij het rechtvaardig oordeel Gods tegen Jeruzalem en Juda hebben uitgevoerd.
Want alzo zegt de Heere HEERE tot hen, die inzonderheid de volvoerder van het gericht moet zijn (Hoofdst. 21:11 en 19 vv.) Ik zal ene vergadering, ene menigte van legerscharen, tegen haar doen opkomen, en zal ze ter beroering (Jer. 15:13; 17:3) en ten roof overgeven.
En de vergadering zal ze met stenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; hare zonen en hare dochteren zullen zij doden, en hare huizen met vuur verbranden 1) (Hoofdst. 16:40 v.).
God zal een vergadering van vijanden tegen haar doen opkomen, welke zijne heilige oogmerken zullen moeten dienen, zelfs dan, wanneer zij hun zondige begeerten en driften dienen. Deze vijanden zullen gemakkelijk de overhand krijgen, want God zal hen in hun hand geven tot beroering en ten rove.
Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden(vs. 27), opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uwe schandelijkheid niet doen, alleen een voorbeeld ter afschrikking daaraan nemen.
Alzo zullen zij bestraf voor uwe schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen, de zonde, welke gij met deze hebt bedreven (Hoofdst. 16:58); en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. Ten slotte wordt nog aan beide, aan het rijk der 10 stammen, en aan het rijk van Juda te zamen, eerst hun zonde en dan hun straf voorgehouden. De zonden worden hier in ‘t bijzonder en bepaald zeer scherp op den voorgrond geplaatst. Vooreerst hebben beide Rijken zich betoond als afgodendienaars en als bloedvergieters (vs. 37); vervolgens hebben zij den dienst van Jehova verontreinigd (vs. 38). Ja, zij hebben beide afgodendienst en verering van Jehova op vreeslijke wijze vermengd (vs. 39); eindelijk hebben zij nu onlangs de Chaldeën ingehaald tot verbintenissen tegen ‘s Heeren wil (vs. 40-44). Maar dezelfde Chaldeën-zo gaat de rede over tot de straf-zullen zich aan Israël betonen als rechtvaardige mannen, dat is als dezulken, die aan Gods straffende gerechtigheid dienstbaar zijn; zij zullen over hen ene volksvergadering houden, en het oordeel der echtbreeksters en der bloedvergietsters aan hen volvoeren, opdat alle andere vrouwen, d. i. volken, daaraan een voorbeeld nemen, en Israël zelf tot erkentenis kome. De Profeet, in de zamenvoeging der beide vrouwen consequent doorgaande, stelt ook de bestraffing van Ohola (Samaria), welke reeds had plaats gehad, als ene nog toekomstige voor. Hij kon dit te beter doen, daar de nabijzijnde verwoesting van Jeruzalem niet alleen Juda, maar ook het nog aanwezige overblijfsel van het rijk der tien stammen, dus het gehele Israël als strafgericht aanging. Het woord in vs. 36 : “Zoudt gij recht geven?” wijst niet alleen op Ezech. 22:2, maar tevens op Ezech. 20:4 terug, en toont, dat onze afdeling ene zakelijke zamenvatting is van den inhoud der gehele groep (Hoofdst. 20-23). Het dubbele misdrijf, echtbreuk en moord, wordt in vs. 37 eerst kort voorgesteld en vervolgens verder ontvouwd; de echtbreuk heeft betrekking op den afgodendienst, de moord op de kinderoffers, welke zij hunnen afgoden brachten. De verontreiniging van Gods heiligdom, welke verder in vs. 38 als zonde voorkomt, welke zij op zich hebben geladen, geschiedt volgens vs. 39 daardoor, dat zij, met afgodische zonden bevlekt, dat betreden. Op gelijke wijze volgt ook de ontwijding der Sabbatten. Een afgodendienaar kan geen Sabbat vieren en wanneer hij dien uitwendig viert, ontwijdt hij dien. Het wezen van den Sabbat is het denken aan God en dat kan geen plaats vinden, waar het hart aan de afgoden hangt. Uit het hoerenhuis te lopen in Gods huis, kan Gode niet welgevallig zijn, noch van moord tot de plaats des gebeds, van de zonde tot gezang. Met vs. 40 gaat de Profeet van de hoererij in het godsdienstige over tot die in de politiek. Hij berispt de aanknoping van verbintenissen van echtbreuk met degenen, die in de verte zijn, in tegenstelling tot die met de nabijzijnden (vs. 5 en 11). Het wassen, blanketten, versieren betekent, dat Jeruzalem alles in ‘t werk stelde, om zich aan hare boelen, de machten der wereld aangenaam te maken, vgl. Jes. 57:9 vv. Om menschengunst te verwerven, geschiedt in de wereld veel kwaad. Het komt nauwelijks geloofbaar voor, dat de Profeet zich meer dan 2 volle jaren te vergeefs met de gevangenen aan de wateren van Chebar zou hebben vermoeid, om ze van den val van het rijk van Juda en zijne hoofdstad Jeruzalem, en van ene langdurige onderwerping van Gods volk onder Babel te overtuigen. Dat zij echter na alle die reden in Hoofdst. 4-23 niet overtuigd is, blijkt duidelijk uit de aankondiging, die meer dan twee jaren later is gevolgd in Hoofdst. 24:1 vv. Hoe is zulk ene rampzalige verblinding, die het volk te Jeruzalem zowel als de gevangenen in Babel had vervuld, mogelijk? Hoe kon men na den ondergang van het rijk der tien stammen en na de harde slagen der Goddelijke tuchtroede, die men reeds zelf ondervonden had, met ene onveranderlijke kracht en macht zich zulke schitterende denkbeelden van de nabijzijnde toekomst maken, als het in werkelijkheid geschiedde? Hoe konden de valse profeten het wagen, van ene spoedige vernietiging van Babylon te dromen en hunnen toehoorders hun dromerijen wijs te maken, en hoe konden deze zich daardoor laten misleiden, daar toch de ene berekening voor en de andere na verkeerd uitkwam, welke men omtrent menselijke hulp maakte? Zonder twijfel was de schuld daarvan het misverstand en het misbruik, dat men van zulke heerlijke profetieën, als bijv. die van Jesaja over den ondergang van Babylon maakte. Men rukte die uit hun zamenhang, stelde ter zijde, wat niet met de vleselijke gezindheid overeenkwam en bracht met geweld tot den tegenwoordigen tijd, wat eerst voor ene verre, ja gedeeltelijk zeer verre toekomst was beloofd. Die belofte nu moest voor het volk blijven, Gods raadsbesluit omtrent de toekomst stond vast. Daarom moest ook wat in Jer. 51:59 vv. verhaald wordt, geschieden, maar het misverstand en het misbruik moest vóór alles worden uit den weg geruimd. Daartoe dient het Profetische woord van Ezechiël in dezen tijd, en daarna de verschrikkelijke opening der ogen, die met Hoofdst. 24 begon. Onze tegenwoordige tijd zal ook veel bijdragen tot wegneming van misleiding, maar tevens, om het profetische der Schrift beter te verstaan, en de eschatologie in hare zwakke punten te verbeteren; ten minste zal onze Protestantse kerk van de nabijzijnde ontwikkeling der geschiedenis van het Godsrijk deze winst hebben, terwijl daarentegen aan de Katholieke kerk juist dat eigenaardig is, dat zij het hier boven nader gekarakteriseerde standpunt van Israël vasthoudt, totdat zij ten laatste geheel en al schipbreuk zal lijden (Hoofdst. 27). Als de Opperheer der wereld Zijnen dienst onder ene natie plant en dus Zijn verbond met dat volk opricht, dan kan Hij gezegd worden aan dat volk gehuwd te zijn en daarmee in ene rechtstreekse en opzettelijke betrekking te staan, dan kan en mag Hij van zulk ene natie en van elk lid daarvan gehoorzaamheid en liefde, geloof en trouwe eisen, dan ligt de weg van geluk voor zulk een volk, dat zo onder het Evangelie wordt geplaatst, en voor elk mens, die in dat grote voorrecht deelt, alleen in een leven, overeenkomstig de openbaring van Gods wil in den weg der genade; maar welke misdaad is dan tegenstrijdiger en leidt meer tot verwoesting, dan dat er ene andere vreemde, eigendunkelijke en valse godsdienst wordt ingevoerd, en door de mensen wordt opgezocht en aangekleefd. Zo vals toch afgoderij en beeldendienst was, dewijl men stomme beelden, nietige afgoden en verfoeiselen der onreine volken vereerde, zozeer hierin de oorzaak van allerlei eigendunkelijkheid in levenswijze, brooddronkenheid en goddeloosheid lag, ja ook zozeer als de Heere daarover verontwaardigd was en toornen moest, zozeer zien ook wij, wat integendeel onze roeping en verplichting als natie en elk voor ons zelven is, hoe gevaarlijk het wordt, van des Heeren Woord en instellingen, van Zijn verbond, met ons in den Doop aangegaan, af te wijken, en zich naar eigendunkelijke godsdienstbegrippen en vreemde zeden te schikken. Hoeveel valt hier na te denken en op te merken, wanneer wij onze natie als een Christenvolk, en wel bijzonder als ene Hervormde natie beschouwen, met Israël en Juda vergelijken, en tot onze eigene harten daarmee inkeren. Hoezeer moesten wij voor elke afwijking van de waarheid, voor iedere begunstiging van ene valse belijdenis en voor vreemde zeden schrikken, en de jammerlijke gevolgen zien en verder berekenen, welke daaraan onafscheidelijk verbonden zijn. God beware ons land en volk, dat wij zo zwaar zouden gestraft worden, om het verlaten van Zijn woord en van Zijnen dienst, als Israël en Juda zijn gestraft geworden; maar indien wij van valsen godsdienst niet anders kunnen genezen worden, dan door een lot, aan dat van Gods oude volk gelijk, hetwelk door ballingschap voor altoos de zucht naar afgoderij en beeldendienst verlaten heeft, dan was zulk een hard lot inderdaad nog een wenselijk deel. De Heere is te hoog en te heilig, dat wij Hem niet overeenkomstig Zijne natuur en naar Zijnen uitgedrukten wil zouden dienen en ons niet van geheler harte tot Hem zouden bekeren. Moge Zijne kennis in Christus Jezus onder ons zuiver zijn en door Zijnen Geest aan ons geheiligd worden, zo zullen wij Hem in waarheid eren, Zijn naam zal onder ons wonen, en ons geluk voor tijd en eeuwigheid meer vast en zeker zijn.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel