Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVMoreover the word2of the LORD3came unto me, saying,
2Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Gij nu, mensenkindH1121, zoudt gij der bloedstadH1818rechtH8199 geven? Zoudt gij ze rechtH8199 geven? Ja, maak haar bekendH3045alH3605 haar gruwelenH8441.Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.
KJVNow, thou son2of man,3wilt thou judge,4wilt thou judge5the bloody8city?7yea, thou shalt shew9her all her abominations.
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4הֲתִשְׁפֹּ֥טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule5הֲתִשְׁפֹּ֖טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8הַדָּמִ֑יםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9וְה֣וֹדַעְתָּ֔הּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12תּוֹעֲבוֹתֶֽיהָH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination
3En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zegH559: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: O stadH5892, die in haar middenH8432bloedH1818vergietH8210, opdat haar tijdH6256komeH935, en drekgodenH1544tegenH5921zichzelve maaktH6213, om zich te verontreinigenH2930!En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!
KJVThen say1thou, Thus saith3the Lord4GOD,5The city6sheddeth7blood8in the midst9of it, that her time11may come,10and maketh12idols13against herself to defile
1וְאָמַרְתָּ֗H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7שֹׁפֶ֥כֶתH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip8דָּ֛םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9בְּתוֹכָ֖הּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10לָב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11עִתָּ֑הּH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when12וְעָשְׂתָ֧הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13גִלּוּלִ֛יםH1544drekgodenidol14עָלֶ֖יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15לְטָמְאָֽהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
4Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Door uw bloedH1818, datH834 gij vergotenH8210 hebt, zijt gij schuldigH816 geworden, en met uw drekgodenH1544, dieH834 gij gemaaktH6213 hebt, hebt gij u verontreinigdH2930, en hebt uw dagenH3117 doen naderenH7126, en zijt totH5704 uw jarenH8141gekomenH935; daaromH3651 heb Ik u den heidenenH1471overgegevenH5414 tot een smaadH2781, en allenH3605landenH776 tot een spotH7048.Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.
KJVThou art become guilty4in thy blood1that thou hast shed;3and hast defiled8thyself in thine idols5which thou hast made;7and thou hast caused thy days10to draw near,9and art come11even unto thy years:13therefore have I made16thee a reproach17unto the heathen,18and a mocking19to all countries.
1בְּדָמֵ֨ךְH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3שָׁפַ֜כְתְּH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip4אָשַׁ֗מְתְּH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass5וּבְגִלּוּלַ֤יִךְH1544drekgodenidol6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשִׂית֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8טָמֵ֔אתH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly9וַתַּקְרִ֣יבִיH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take10יָמַ֔יִךְH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וַתָּב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13שְׁנוֹתָ֑יִךְH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כֵּ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16נְתַתִּ֤יךְH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17חֶרְפָּה֙H2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame18לַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people19וְקַלָּסָ֖הH7048spotmocking20לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
5Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Die nabijH7138 en verreH7350vanH4480 u zijn, zullen u bespottenH7046, gij onreineH2931 van naamH8034 en volH7227 van onrustH4103!Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!
KJVThose that be near,1and those that be far2from thee, shall mock4thee, which art infamous6and much8vexed.
1הַקְּרֹב֛וֹתH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)2וְהָרְחֹק֥וֹתH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come3מִמֵּ֖ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4יִתְקַלְּסוּH7046bespotten, beschimpen, beschimpendemock, scoff, scorn5בָ֑ךְ6טְמֵאַ֣תH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean7הַשֵּׁ֔םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8רַבַּ֖תH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)9הַמְּהוּמָֽהH4103beroerten, gedruis, kwellingdestruction, discomfiture, trouble, tumult, vexation, vexed
6Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6ZietH2009, de vorstenH5387IsraelsH3478 zijn in u geweest, een iederH376 naar zijn krachtH2220, omH4616bloedH1818 te vergietenH8210.Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.
KJVBehold, the princes2of Israel,3every one4were in thee to their power5to shed9blood.
1הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see2נְשִׂיאֵ֣יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5לִזְרֹע֖וֹH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength6הָ֣יוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בָ֑ךְ8לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9שְׁפָךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip10דָּֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
7Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7VaderH1 en moederH517 hebben zij in u licht geachtH7043; met den vreemdelingH1616 hebben zij in het middenH8432 van u door verdrukkingH6233gehandeldH6213; zij hebben in u den weesH3490 en de weduweH490verdruktH3238.Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
KJVIn thee have they set light3by father1and mother:2in the midst8of thee have they dealt6by oppression7with the stranger:5in thee have they vexed11the fatherless9and the widow.
1אָ֤בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'2וָאֵם֙H517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting3הֵקַ֣לּוּH7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet4בָ֔ךְ5לַגֵּ֛רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger6עָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7בַעֹ֖שֶׁקH6233verdrukking, onderdrukking, onthoudenecruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten)8בְּתוֹכֵ֑ךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9יָת֥וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan10וְאַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow11ה֥וֹנוּH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence12בָֽךְ
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9AchterklappersH582 zijn in u geweest omH4616bloedH1818 te vergietenH8210, en in u hebben zij op de bergenH2022gegetenH398, zij hebben schandelijkheidH2154 in het middenH8432 van u gedaanH6213.Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.
KJVIn thee are menthat carry tales2to shed6blood:7and in thee they eat10upon the mountains:9in the midst14of thee they commit13lewdness.
1אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2רָכִ֛ילH7400achterklapper, achterklapslander, carry tales, talebearer3הָ֥יוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4בָ֖ךְ5לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to6שְׁפָךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip7דָּ֑םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent8וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הֶֽהָרִים֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10אָ֣כְלוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11בָ֔ךְ12זִמָּ֖הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)13עָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14בְתוֹכֵֽךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Men heeft de schaamteH6172 des vadersH1 in u ontdektH1540; die onreinH2931 was door afzonderingH5079, hebben zij in u verkrachtH6031.Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.
KJVIn thee have they discovered3their fathers'2nakedness:1in thee have they humbled7her that was set apart6for pollution.
11Daartoe heeft de een gruwel gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns vaders dochter; verkracht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Daartoe heeft de een gruwelH8441gedaanH6213 met zijns naastenH7453huisvrouwH802, en een anderH376 heeft zijns zoons vrouwH3618 met schandelijkheidH2154verontreinigdH2930; nog een anderH376 heeft in u zijn zusterH269, zijns vadersH1dochterH1323; verkrachtH6031.Daartoe heeft de een gruwel gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns vaders dochter; verkracht.
KJVAnd one1hath committed5abomination6with his neighbour's4wife;3and another7hath lewdly11defiled10his daughter in law;9and another12in thee hath humbled17his sister,14his father's16daughter.
1וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4רֵעֵ֗הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other5עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6תּֽוֹעֵבָ֔הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination7וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כַּלָּת֖וֹH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse10טִמֵּ֣אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly11בְזִמָּ֑הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)12וְאִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֲחֹת֥וֹH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together15בַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village16אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17עִנָּהH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise18בָֽךְ
12Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zij hebben geschenkenH7810 in u genomenH3947, omH4616bloedH1818 te vergietenH8210; woekerH5392 en overwinstH8636 hebt gij genomenH3947, en gij hebt gierigheidH1214 gepleegd aan uw naasteH7453 door verdrukkingH6233; maar gij hebt Mijner vergetenH7911, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.
KJVIn thee have they taken2gifts1to shed5blood;6thou hast taken9usury7and increase,8and thou hast greedily gained10of thy neighbours11by extortion,12and hast forgotten14me, saith15the Lord16GOD.
1שֹׁ֥חַדH7810geschenk, geschenkenbribe(-ry), gift, present, reward2לָֽקְחוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3בָ֖ךְ4לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to5שְׁפָךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip6דָּ֑םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent7נֶ֧שֶׁךְH5392woekerusury8וְתַרְבִּ֣יתH8636overwinstincrease, unjust gain9לָקַ֗חַתְּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10וַתְּבַצְּעִ֤יH1214pleegt, einde, afsnijden(be) covet(-ous), cut (off), finish, fulfill, gain (greedily), get, be given to (covetousness), greedy, perform, be wounded11רֵעַ֨יִךְ֙H7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other12בַּעֹ֔שֶׁקH6233verdrukking, onderdrukking, onthoudenecruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten)13וְאֹתִ֣יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14שָׁכַ֔חַתְּH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget15נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith16אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord17יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
13Ziet dan, Ik heb Mijn hand geslagen, om uw gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13ZietH2009 dan, Ik heb Mijn handH3709geslagenH5221, om uw gierigheidH1215, dieH834 gij bedrevenH6213 hebt, en om uw bloedH1818, dieH834 in het middenH8432 van u geweest zijn.Ziet dan, Ik heb Mijn hand geslagen, om uw gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn.
KJVBehold, therefore I have smitten2mine hand3at thy dishonest gain5which thou hast made,7and at thy blood9which hath been in the midst
1וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see2הִכֵּ֣יתִיH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound3כַפִּ֔יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בִּצְעֵ֖ךְH1215gierigheid, gewin, nuttigheidcovetousness, (dishonest) gain, lucre, profit6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשִׂ֑יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9דָּמֵ֔ךְH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הָי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12בְּתוֹכֵֽךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
14Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zal uw hartH3820bestaanH5975? zullen uw handenH3027sterkH2388 zijn, in de dagenH3117, alsH518IkH589 met u handelenH6213 zal? IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696, en zal het doen.Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
KJVCan thine heart2endure,1or can thine hands5be strong,4in the days6that I shall deal9with thee? I the LORD12have spoken13it, and will do
1הֲיַעֲמֹ֤דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2לִבֵּךְ֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4תֶּחֱזַ֣קְנָהH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5יָדַ֔יִךְH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6לַיָּמִ֕יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9עֹשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אוֹתָ֑ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13דִּבַּ֥רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14וְעָשִֽׂיתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
15En Ik zal u verstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw ontreinigheid uit u verteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En Ik zal u verstrooienH6327 onder de heidenenH1471, en u verspreidenH2219 in de landenH776, en uw ontreinigheidH2932uitH4480 u verteren.En Ik zal u verstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw ontreinigheid uit u verteren.
Ook in dit vers
uitverterenH8552
KJVAnd I will scatter1thee among the heathen,3and disperse4thee in the countries,5and will consume6thy filthiness
1וַהֲפִיצוֹתִ֤יH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad2אוֹתָךְ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people4וְזֵרִיתִ֖יךְH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow5בָּאֲרָצ֑וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וַהֲתִמֹּתִ֥יH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole7טֻמְאָתֵ֖ךְH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)8מִמֵּֽךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
16Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Zo zult gij in u ontheiligdH2490 zijn voor de ogenH5869 der heidenenH1471; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd thou shalt take thine inheritance1in thyself in the sight3of the heathen,4and thou shalt know5that I am the LORD.
1וְנִחַ֥לְתְּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound2בָּ֖ךְ3לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4גוֹיִ֑םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5וְיָדַ֖עַתְּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
18Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18MensenkindH1121, die van het huisH1004IsraelsH3478 zijn Mij tot schuimH5509 geworden; zij zijn allenH3605koperH5178, of tinH913, of ijzerH1270, of loodH5777, in het middenH8432 des ovensH3564; zilverschuimH5509 zijn zij geworden.Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.
KJVSon1of man,2the house5of Israel6is to me become dross:7all they are brass,9and tin,10and iron,11and lead,12in the midst13of the furnace;14they are even the dross15of silver.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3הָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4לִ֥י5בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7לְסִ֑יגH5509schuim, zilverschuimdross8כֻּלָּ֡םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9נְ֠חֹשֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel10וּבְדִ֨ילH913tin, tinnen[phrase] plummet, tin11וּבַרְזֶ֤לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron12וְעוֹפֶ֨רֶת֙H5777lood, lodenlead13בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)14כּ֔וּרH3564ovens, oven, smeltkroesfurnace. Compare H3600 (כִּיר)15סִגִ֥יםH5509schuim, zilverschuimdross16כֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)17הָיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
19Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat gijlieden allenH3605totH413schuimH5509 geworden zijt, daaromH3651zietH2005, Ik zal u in het middenH8432 van JeruzalemH3389vergaderenH6908.Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Because ye are all become dross,9behold, therefore I will gather12you into the midst15of Jerusalem.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6יַ֛עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7הֱי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8כֻּלְּכֶ֖םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9לְסִגִ֑יםH5509schuim, zilverschuimdross10לָכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though12קֹבֵ֣ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up13אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15תּ֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)16יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
20Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Gelijk zilverH3701, of koperH5178, of ijzerH1270, of loodH5777, of tinH913 in het middenH8432 eens ovensH3564vergaderdH6910 wordt, om het vuurH784 daarover opH5921 te blazenH5301, opdat men het smelteH5413; alzoH3651 zal Ik ulieden vergaderenH6908 in Mijn toornH639, en in Mijn grimmigheidH2534 daar latenH3240, en smeltenH5413.Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.
KJVAs they gather1silver,2and brass,3and iron,4and lead,5and tin,6into the midst8of the furnace,9to blow10the fire12upon it, to melt13it; so will I gather15you in mine anger16and in my fury,17and I will leave18you there, and melt
1קְבֻ֣צַתH6910vergaderd[idiom] gather2כֶּ֡סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)3וּ֠נְחֹשֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel4וּבַרְזֶ֨לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron5וְעוֹפֶ֤רֶתH5777lood, lodenlead6וּבְדִיל֙H913tin, tinnen[phrase] plummet, tin7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8תּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9כּ֔וּרH3564ovens, oven, smeltkroesfurnace. Compare H3600 (כִּיר)10לָפַֽחַתH5301blaas, blazen, ziedendenblow, breath, give up, cause to lose (life), seething, snuff11עָלָ֥יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot13לְהַנְתִּ֑יךְH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)14כֵּ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you15אֶקְבֹּץ֙H6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up16בְּאַפִּ֣יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath17וּבַחֲמָתִ֔יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)18וְהִנַּחְתִּ֥יH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)19וְהִתַּכְתִּ֖יH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)20אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
21Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Ja, Ik zal u bijeenbrengenH3664, en zal opH5921 u blazenH5301 in het vuurH784 Mijner verbolgenheidH5678, dat gij in het middenH8432 van haar zult gesmoltenH5413 worden.Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden.
KJVYea, I will gather1you, and blow3upon you in the fire5of my wrath,6and ye shall be melted7in the midst
1וְכִנַּסְתִּ֣יH3664vergaderen, vergadert, bijeenbrengengather (together), heap up, wrap self2אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וְנָפַחְתִּ֥יH5301blaas, blazen, ziedendenblow, breath, give up, cause to lose (life), seething, snuff4עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5בְּאֵ֣שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot6עֶבְרָתִ֑יH5678verbolgenheid, verbolgenhedenanger, rage, wrath7וְנִתַּכְתֶּ֖םH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)8בְּתוֹכָֽהּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
22Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Gelijk het zilverH3701 in het middenH8432 des ovensH3564 gesmolten wordt, alzoH3651 zult gijlieden in het middenH8432 van haar gesmolten worden; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589, de HEEREH3068, Mijn grimmigheidH2534overH5921 u uitgegotenH8210 heb.Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.
Ook in dit vers
gesmoltenH2046
gesmoltenH5413
KJVAs silver2is melted1in the midst3of the furnace,4so shall ye be melted6in the midst7thereof; and ye shall know8that I the LORD11have poured out12my fury
1כְּהִתּ֥וּךְH2046gesmoltenis melted2כֶּ֨סֶף֙H3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)3בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4כּ֔וּרH3564ovens, oven, smeltkroesfurnace. Compare H3600 (כִּיר)5כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you6תֻּתְּכ֣וּH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)7בְתוֹכָ֑הּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)8וִֽידַעְתֶּם֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12שָׁפַ֥כְתִּיH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip13חֲמָתִ֖יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)14עֲלֵיכֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Voorts geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
24Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24MensenkindH1121, zegH559 tot haar; GijH859 zijt een landH776, dat nietH3808gereinigdH2891 is, datH1931 zijn plasregenH1656nietH3808 heeft gehad ten dageH3117 der gramschapH2195.Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.
KJVSon1of man,2say3unto her, Thou art the land6that is not cleansed,8nor rained11upon in the day12of indignation.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3אֱמָרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לָ֕הּ5אַ֣תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6אֶ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8מְטֹהָרָ֖הH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)9הִ֑יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11גֻשְׁמָ֖הּH1656plasregenrained upon12בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13זָֽעַםH2195gramschap, verstoordheid, grimmigheidangry, indignation, rage
25De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft; zij eten de zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25De verbintenisH7195 harer profetenH5030 is in het middenH8432 van haar als een brullendeH7580leeuwH738, die een roofH2964rooftH2963; zij etenH398 de zielenH5315 op, den schatH2633 en het kostelijkeH3366 nemen zij weg; haar weduwenH490vermenigvuldigenH7235 zij in het middenH8432 van haar.De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft; zij eten de zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar.
Ook in dit vers
nemen wegH3947
KJVThere is a conspiracy1of her prophets2in the midst3thereof, like a roaring5lion4ravening6the prey;7they have devoured9souls;8they have taken12the treasure10and precious things;11they have made her many14widows13in the midst
1קֶ֤שֶׁרH7195verbintenis, Verraad, verraadconfederacy, conspiracy, treason2נְבִיאֶ֨יהָ֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet3בְּתוֹכָ֔הּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4כַּאֲרִ֥יH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)5שׁוֹאֵ֖גH7580brullen, brullende, gebruld[idiom] mightily, roar6טֹ֣רֵֽףH2963verscheurd, verscheurt, rovencatch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces)7טָ֑רֶףH2964roof, spijze, bladerenleaf, meat, prey, spoil8נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9אָכָ֗לוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10חֹ֤סֶןH2633schat, sterkte, vermogenriches, strength, treasure11וִיקָר֙H3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price12יִקָּ֔חוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13אַלְמְנוֹתֶ֖יהָH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow14הִרְבּ֥וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very15בְתוֹכָֽהּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
26Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Haar priestersH3548 doen Mijn wetH8451geweldH2554 aan, en zij ontheiligenH2490 Mijn heiligeH6944 dingen; tussenH996 het heiligeH6944 en het onheiligeH2455 maken zij geenH3808onderscheidH914, en het verschil tussenH996 het onreineH2931 en reineH2889 geven zij nietH3808 te kennenH3045; daartoe verbergenH5956 zij hun ogenH5869 van Mijn sabbattenH7676; ja, Ik word in het middenH8432 van hen ontheiligdH2490.Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.
KJVHer priests1have violated2my law,3and have profaned4mine holy things:5they have put no difference10between the holy7and profane,8neither have they shewed15difference between the unclean12and the clean,13and have hid17their eyes18from my sabbaths,16and I am profaned19among
1כֹּהֲנֶ֜יהָH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer2חָמְס֣וּH2554geweld, afrukkenmake bare, shake off, violate, do violence, take away violently, wrong, imagine wrongfully3תוֹרָתִי֮H8451wet, wetten, leerlaw4וַיְחַלְּל֣וּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound5קָדָשַׁי֒H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6בֵּֽיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7קֹ֤דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary8לְחֹל֙H2455onheilige, gemeen, onheiligcommon, profane (place), unholy9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הִבְדִּ֔ילוּH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly11וּבֵיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12הַטָּמֵ֥אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean13לְטָה֖וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הוֹדִ֑יעוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16וּמִשַׁבְּתוֹתַי֙H7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath17הֶעְלִ֣ימוּH5956verborgen, verbergen, verbergt[idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)18עֵֽינֵיהֶ֔םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)19וָאֵחַ֖לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound20בְּתוֹכָֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
27Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Haar vorstenH8269 zijn in het middenH7130 van haar als wolvenH2061, die een roofH2964rovenH2963, om bloedH1818 te vergietenH8210, en om zielenH5315 te verdervenH6; opdatH4616 zij gierigheidH1215 zouden plegenH1214.Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.
KJVHer princes1in the midst2thereof are like wolves3ravening4the prey,5to shed6blood,7and to destroy8souls,9to get11dishonest gain.
1שָׂרֶ֣יהָH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward2בְקִרְבָּ֔הּH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self3כִּזְאֵבִ֖יםH2061wolf, wolvenwolf4טֹ֣רְפֵיH2963verscheurd, verscheurt, rovencatch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces)5טָ֑רֶףH2964roof, spijze, bladerenleaf, meat, prey, spoil6לִשְׁפָּךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip7דָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent8לְאַבֵּ֣דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee9נְפָשׁ֔וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to11בְּצֹ֥עַH1214pleegt, einde, afsnijden(be) covet(-ous), cut (off), finish, fulfill, gain (greedily), get, be given to (covetousness), greedy, perform, be wounded12בָּֽצַעH1215gierigheid, gewin, nuttigheidcovetousness, (dishonest) gain, lucre, profit
28Haar profeten nu pleisteren hen met loze kalk; ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Haar profetenH5030 nu pleisterenH2902 hen met lozeH8602 kalk; ziendeH2374ijdelheidH7723 en hun leugenH3577voorzeggendeH7080, zeggendeH559: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069! en de HEEREH3068 heeft nietH3808gesprokenH1696.Haar profeten nu pleisteren hen met loze kalk; ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.
KJVAnd her prophets1have daubed2them with untempered4morter, seeing5vanity,6and divining7lies9unto them, saying,10Thus saith12the Lord13GOD,14when the LORD15hath not spoken.
1וּנְבִיאֶ֗יהָH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet2טָח֤וּH2902pleisteren, bestreken, gepleisterddaub, overlay, plaister, smut3לָהֶם֙4תָּפֵ֔לH8602loze, kalk, ongerijmdheidfoolish things, unsavoury, untempered5חֹזִ֣יםH2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer6שָׁ֔וְאH7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity7וְקֹסְמִ֥יםH7080waarzeggers, gebruiken, voorzeggendivine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination)8לָהֶ֖ם9כָּזָ֑בH3577leugen, leugenen, leugenachtigdeceitful, false, leasing, + liar, lie, lying10אֹמְרִ֗יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder12אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord14יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod15וַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17דִבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
29Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij, ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Het volkH5971 des landsH776pleegtH6231 enkel verdrukkingH6233, en bedrijftH1497 enkel roverijH1498, ook onderdrukkenH3238 zij den ellendigeH6041 en nooddruftigeH34, en den vreemdelingH1616verdrukkenH6231 zij zonderH3808rechtH4941.Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij, ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.
KJVThe people1of the land2have used oppression,3and exercised5robbery,6and have vexed9the poor7and needy:8yea, they have oppressed12the stranger11wrongfully.
1עַ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people2הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3עָ֣שְׁקוּH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)4עֹ֔שֶׁקH6233verdrukking, onderdrukking, onthoudenecruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten)5וְגָזְל֖וּH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear6גָּזֵ֑לH1498roof, roverijrobbery, thing taken away by violence7וְעָנִ֤יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor8וְאֶבְיוֹן֙H34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)9הוֹנ֔וּH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַגֵּ֥רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger12עָשְׁק֖וּH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)13בְּלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14מִשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
30Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Ik zochtH1245 nu een manH376 uit hen, die den muurH1447 mocht toemurenH1443, en voor Mijn aangezichtH6440 in de bresseH6556staanH5975 voor het landH776, opdat Ik het niet mocht verdervenH7843; maar Ik vondH4672niemandH1115.Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.
KJVAnd I sought1for a man3among them, that should make up4the hedge,5and stand6in the gap7before8me for the land,10that I should not destroy12it: but I found
1וָאֲבַקֵּ֣שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)2מֵהֶ֡ם3אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4גֹּֽדֵרH1443toegemuurd, metselaars, metselarenclose up, fence up, hedge, inclose, make up (a wall), mason, repairer5גָּדֵר֩H1447muur, muren, heiningmuurfence, hedge, wall6וְעֹמֵ֨דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry7בַּפֶּ֧רֶץH6556scheur, breuk, bressenbreach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap8לְפָנַ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9בְּעַ֥דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within10הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11לְבִלְתִּ֣יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without12שַׁחֲתָ֑הּH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)13וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14מָצָֽאתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
31Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Daarom heb Ik Mijn gramschapH2195overH5921 hen uitgegotenH8210; door het vuurH784 Mijner verbolgenheidH5678 heb Ik hen verteerdH3615; hun wegH1870 heb Ik op hun hoofdH7218gegevenH5414, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE.
KJVTherefore have I poured out1mine indignation3upon them; I have consumed6them with the fire4of my wrath:5their own way7have I recompensed9upon their heads,8saith10the Lord11GOD.
1וָאֶשְׁפֹּ֤ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip2עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3זַעְמִ֔יH2195gramschap, verstoordheid, grimmigheidangry, indignation, rage4בְּאֵ֥שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot5עֶבְרָתִ֖יH5678verbolgenheid, verbolgenhedenanger, rage, wrath6כִּלִּיתִ֑יםH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste7דַּרְכָּם֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8בְּרֹאשָׁ֣םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9נָתַ֔תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith11אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord12יְהֹוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 22:2— Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.Nahum 3:1→Ezechiël 24:6→Ezechiël 24:9→1 Timotheüs 5:20→Handelingen 7:52→2 Koningen 21:16→Jesaja 58:1→Mattheüs 27:25→
Ezechiël 22:3— En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!Ezechiël 22:27→Ezechiël 23:45→Romeinen 2:5→Ezechiël 24:6→Ezechiël 22:4→2 Petrus 2:3→Ezechiël 12:25→Sefanja 3:3→
Ezechiël 22:4— Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.2 Koningen 21:16→Psalmen 44:13→Ezechiël 22:2→Ezechiël 16:57→Ezechiël 5:14→2 Kronieken 7:20→Psalmen 89:41→Klaagliederen 2:15→
Ezechiël 22:5— Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!Jesaja 22:2→Jeremia 15:2→
Ezechiël 22:6— Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.Ezechiël 22:27→Jesaja 1:23→Jeremia 2:26→Jeremia 5:5→Micha 2:1→Micha 3:1→Jeremia 32:32→Zacharia 3:3→
Ezechiël 22:7— Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.Exodus 22:21→Deuteronomium 27:16→Leviticus 20:9→Jeremia 7:6→Zacharia 7:10→Maleachi 3:5→Spreuken 20:20→Exodus 20:12→
Ezechiël 22:9— Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.Hosea 4:14→Hosea 4:10→Leviticus 19:16→Ezechiël 18:6→Hosea 4:2→Ezechiël 18:11→Ezechiël 16:43→Jeremia 9:4→
Ezechiël 22:10— Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.Leviticus 18:19→Ezechiël 18:6→Leviticus 18:7→Leviticus 20:11→Amos 2:7→Deuteronomium 27:20→2 Samuël 16:21→Deuteronomium 27:23→
Ezechiël 22:11— Daartoe heeft de een gruwel gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns vaders dochter; verkracht.Leviticus 18:15→Leviticus 20:17→Leviticus 18:9→2 Samuël 13:14→Ezechiël 18:11→Leviticus 20:12→Leviticus 18:20→Deuteronomium 27:22→
Ezechiël 22:12— Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.Deuteronomium 27:25→Ezechiël 23:35→Psalmen 106:21→Leviticus 25:35→Deuteronomium 16:19→Jeremia 2:32→Ezechiël 18:8→Ezechiël 18:13→
Ezechiël 22:13— Ziet dan, Ik heb Mijn hand geslagen, om uw gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn.Ezechiël 21:17→Jesaja 33:15→Ezechiël 21:14→Amos 2:6→Ezechiël 22:27→Micha 6:10→Amos 3:10→Amos 8:4→
Ezechiël 22:14— Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.Ezechiël 17:24→Ezechiël 21:7→Ezechiël 24:14→Jeremia 13:21→Ezechiël 28:9→1 Korinthe 10:22→Job 40:9→Jesaja 31:3→
Ezechiël 22:15— En Ik zal u verstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw ontreinigheid uit u verteren.Zacharia 7:14→Deuteronomium 4:27→Ezechiël 22:22→Nehemia 1:8→Mattheüs 3:12→Ezechiël 36:19→Ezechiël 22:18→Maleachi 3:3→
Ezechiël 22:16— Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 6:7→Psalmen 83:18→Ezechiël 7:24→Ezechiël 39:6→Exodus 8:22→Jesaja 37:20→Psalmen 9:16→Ezechiël 25:3→
Ezechiël 22:18— Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.Psalmen 119:119→Jesaja 1:22→Jeremia 6:28→Jesaja 48:10→Spreuken 17:3→Jesaja 1:25→Klaagliederen 4:1→Jesaja 31:9→
Ezechiël 22:19— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.Mattheüs 13:30→Mattheüs 13:40→Ezechiël 24:3→Ezechiël 11:7→Micha 4:12→
Ezechiël 22:20— Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.Jeremia 4:20→Jeremia 4:11→Ezechiël 22:21→Ezechiël 24:13→Jesaja 54:16→Ezechiël 21:31→
Ezechiël 22:21— Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden.Nahum 1:6→Jeremia 21:12→Psalmen 112:10→Jesaja 30:33→Deuteronomium 29:20→Deuteronomium 4:24→Psalmen 21:9→Deuteronomium 32:22→
Ezechiël 22:22— Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.Ezechiël 20:33→Ezechiël 20:8→Hosea 5:10→Ezechiël 22:31→Openbaring 16:1→Ezechiël 22:16→
Ezechiël 22:24— Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.Jesaja 9:13→Jeremia 2:30→Sefanja 3:2→Ezechiël 24:13→Jeremia 5:3→Jeremia 6:29→Jesaja 1:5→Jeremia 44:16→
Ezechiël 22:25— De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft; zij eten de zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar.Hosea 6:9→Jeremia 2:34→Jeremia 11:9→Ezechiël 13:19→Jeremia 6:13→Openbaring 18:13→Klaagliederen 4:13→Jeremia 15:8→
Ezechiël 22:26— Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.Leviticus 10:10→1 Samuël 2:12→Maleachi 2:8→Jeremia 2:8→Ezechiël 22:8→Ezechiël 44:23→1 Samuël 2:22→Ezechiël 36:20→
Ezechiël 22:27— Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.Ezechiël 22:13→Sefanja 3:3→Jesaja 1:23→Ezechiël 22:6→Micha 3:9→Ezechiël 22:25→Hosea 7:1→Ezechiël 45:9→
Ezechiël 22:28— Haar profeten nu pleisteren hen met loze kalk; ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.Jeremia 23:25→Ezechiël 13:6→Ezechiël 22:25→Jeremia 28:2→Klaagliederen 2:14→Jeremia 28:15→Ezechiël 13:22→Jeremia 29:8→
Ezechiël 22:29— Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij, ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.Ezechiël 22:7→Exodus 23:9→Jesaja 5:7→Amos 3:10→Exodus 22:21→Mattheüs 25:43→Micha 3:3→Ezechiël 18:12→
Ezechiël 22:30— Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.Jeremia 5:1→Jesaja 59:16→Ezechiël 13:5→Psalmen 106:23→Jesaja 63:5→Exodus 32:10→Jeremia 15:1→Genesis 18:23→
Ezechiël 22:31— Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 9:10→Ezechiël 16:43→Ezechiël 7:8→Ezechiël 7:3→Romeinen 2:8→Ezechiël 22:21→Ezechiël 11:21→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 22 vers 2— Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.
bloedstad
Dat is, die vol van doodslag en moord is. Hebreeuws, stad der bloeden; alzo onder Ezech. 24:6 , Nah. 3:1 . Zie Gen. 37:26 .
Hertaald:bloedstad
Dat is: die vol doodslag en moord is. Hebreeuws: stad der bloeden; zo ook hieronder Ezech. 24:6 en Nah. 3:1. Zie Gen. 37:26.
recht geven?
Zie boven Ezech. 20:4 .
Hertaald:recht geven?
Zie hierboven Ezech. 20:4.
Ezechiël 22 vers 3— En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!
die in haar midden bloed vergiet,
Dat is, welker inwoners bloed vergieten, of in welke men bloed vergiet, en zo in het volgende.
Hertaald:die in haar midden bloed vergiet,
Dat is: wier inwoners bloed vergieten, of waarin men bloed vergiet; zo ook in het vervolg.
tijd kome,
Van de straf en van het verderf; hun einde, dat zij zich door hunne zonden op den hals halen, en dat over hen van God rechtvaardiglijk is bestemd. Zie boven Ezech. 7:7 , Ezech. 7:10 , met de aantekening; alzo in het volgende, dagen en jaren. Eenerlei zaak wordt met verscheidene woorden verklaard. Vergelijk wijders Mi. 6:16 , en boven Ezech. 12:23-25 , Ezech. 12:27 .
Hertaald:tijd kome,
Van de straf en van het verderf: hun einde, dat zij zich door hun zonden op de hals halen en dat door God rechtvaardig voor hen bepaald is. Zie hierboven Ezech. 7:7, Ezech. 7:10 met de aantekening; zo ook in het vervolg dagen en jaren. Eenzelfde zaak wordt met verschillende woorden uitgedrukt. Vergelijk verder Micha 6:16 en hierboven Ezech. 12:23-25, Ezech. 12:27.
drekgoden
Zie Lev. 26:30 .
Hertaald:drekgoden
Zie Lev. 26:30.
tegen zichzelve maakt,
Of, bij haar, in haar, voor haar.
Hertaald:tegen zichzelve maakt,
Of: bij haar, in haar, voor haar.
Ezechiël 22 vers 4— Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.
uw bloed,
Dit wordt door de bijgevoegde woorden verklaard; alzo onder vs.13.
Hertaald:uw bloed,
Dit wordt door de toegevoegde woorden verklaard; zo ook hieronder vers 13.
dagen doen naderen,
Zie op vs.3.
Hertaald:dagen doen naderen,
Zie bij vers 3.
overgegeven tot een smaad,
Of, gesteld, gemaakt, een smaad bij, of voor, onder, enz. [zie Deut. 28:37 ] dat is, Ik zal het zekerlijk doen, gelijk Ik het bereids begonnen heb te doen.
Hertaald:overgegeven tot een smaad,
Of: gesteld, gemaakt tot een smaad bij, of voor, of onder, enzovoort (zie Deut. 28:37); dat is: Ik zal het zeker doen, zoals Ik er al mee begonnen ben.
Ezechiël 22 vers 5— Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!
onreine van naam
Dat is, die een schandelijken naam hebt, zijnde overal befaamd en vermaard van de boosheid, die men in u bedrijft.
Hertaald:onreine van naam
Dat is: die een schandelijke naam hebt en overal berucht en bekend bent om de boosheid die men in u bedrijft.
vol van onrust
Of, overvloedige, inwoeling, beroering; binnen welke zulk een gestadig gewoel is, om allerlei gruwelijke boosheid en vijandelijkheid uit te denken, waarmede gij overal te schande wordt. Dit wordt in het volgende verklaard.
Hertaald:vol van onrust
Of: overvloedige onrust, beroering; een stad waarin zo'n voortdurend gewoel heerst om allerlei gruwelijke boosheid en vijandschap te bedenken, waardoor u overal te schande wordt. Dit wordt in het vervolg verklaard.
Ezechiël 22 vers 6— Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.
geweest,
Of, zijn, [en zo in het volgende]; dat is, zij zijn of hebben zich daartoe begeven, daarop toegelegd, daarvan hun werk gemaakt, in plaats dat zij zulks behoorden gestraft te hebben.
Hertaald:geweest,
Of: zijn (en zo ook in het vervolg); dat is: zij hebben zich daarop toegelegd en er hun werk van gemaakt, terwijl zij dat juist hadden moeten straffen.
kracht,
Hebreeuws, arm; dat is, naar zijn vermogen, elk om het zeerst; die het niet doet, dien ontbreekt het aan de macht, niet aan den wil. Zie Job 22:8 .
Hertaald:kracht,
Hebreeuws: arm; dat is: naar zijn vermogen, ieder om het hardst. Wie het niet doet, ontbreekt het aan de macht, niet aan de wil. Zie Job 22:8.
Ezechiël 22 vers 7— Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
hebben zij in u
Dat is, men heeft enzovoorts.
Hertaald:hebben zij in u
Dat is: men heeft, enzovoort.
licht geacht;
Dit is klein geacht, veracht, versmaad.
Hertaald:licht geacht;
Dat is: gering geacht, veracht, versmaad.
verdrukking gehandeld;
Hem verdrukkende door overlast en geweld, of met bedrog en list.
Hertaald:verdrukking gehandeld;
Namelijk door hem te verdrukken met overlast en geweld, of met bedrog en list.
verdrukt
Of, beroofd.
Hertaald:verdrukt
Of: beroofd.
Ezechiël 22 vers 9— Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.
Achterklappers
Hebreeuws, mannen, of lieden des achterklaps; die met hun lopen en aandragen den naaste in lijden en verderf hebben gebracht; zie Lev. 19:16 .
Hertaald:Achterklappers
Hebreeuws: mannen, of lieden van de achterklap; die door hun rondlopen en aanbrengen de naaste in lijden en verderf gebracht hebben; zie Lev. 19:16.
gegeten,
Zie boven Ezech. 18:6 ; dat is, daar zijn in u zulken geweest en zijn er nog, die zulks doen.
Hertaald:gegeten,
Zie hierboven Ezech. 18:6; dat is: er zijn in u zulke mensen geweest en er zijn er nog die dat doen.
Ezechiël 22 vers 10— Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.
schaamte des vaders
Dat is, gruwelijke bloedschande begaan; zie Lev. 18:6 .
Hertaald:schaamte des vaders
Dat is: gruwelijke bloedschande begaan; zie Lev. 18:6.
afzondering,
Zie Lev. 15:24 .
Hertaald:afzondering,
Zie Lev. 15:24.
verkracht
Of, onteerd, beslapen. Hebreeuws, vernederd; alzo in vs.11.
Hertaald:verkracht
Of: onteerd, beslapen. Hebreeuws: vernederd; zo ook in vers 11.
Ezechiël 22 vers 12— Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.
woeker en overwinst
Zie van woeker en overwinst Lev. 25:36 .
Hertaald:woeker en overwinst
Zie over woeker en overwinst Lev. 25:36.
verdrukking;
Mits hem onrechtvaardig gewin afdringende, afpersende, of, zich met list en handelingen bevoordelende; want het Hebreeuwse woord wordt van beide gebruikt.
Hertaald:verdrukking;
Namelijk door hem onrechtvaardige winst af te dwingen en af te persen, of door zich met list en praktijken te bevoordelen; want het Hebreeuwse woord wordt voor beide gebruikt.
Ezechiël 22 vers 13— Ziet dan, Ik heb Mijn hand geslagen, om uw gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn.
hand geslagen,
Te weten de ene tegen, of in de andere; een teken van ontsteltenis en de onverdragelijkheid dezer boosheid, voornemen van straf en aanhitsing van den vijand; vergelijk boven Ezech. 21:14 , met de aantekening aldaar.
Hertaald:hand geslagen,
Namelijk de ene tegen of in de andere: een teken van ontsteltenis en van de onverdraaglijkheid van deze boosheid, van het voornemen om te straffen en van het aansporen van de vijand; vergelijk hierboven Ezech. 21:14 met de aantekening daar.
bloed,
Gelijk boven vs.4.
Hertaald:bloed,
Zoals hierboven vers 4.
die in het midden van u geweest zijn
Gierigheid en moorderij.
Hertaald:die in het midden van u geweest zijn
Hebzucht en moordlust.
Ezechiël 22 vers 14— Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
bestaan?
Geenszins wil God zeggen, maar hart en moed zullen u alsdan voorzeker ontvallen, en uwe handen zullen slap worden.
Hertaald:bestaan?
In het geheel niet, wil God zeggen, maar dan zullen hart en moed u zeker ontzinken en uw handen zullen slap worden.
handelen zal?
Naar mijne gerechtigheid en uwe verdiensten.
Hertaald:handelen zal?
Naar Mijn gerechtigheid en naar wat u verdient.
Ezechiël 22 vers 15— En Ik zal u verstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw ontreinigheid uit u verteren.
verteren
Of, doen vergaan, dat is, Ik zal maken dat uwe inwoners die onreinheid zullen moeten laten, als zij uit hun land zullen verdreven en gevankelijk weggevoerd zijn. Vergelijk onder Ezech. 23:27 .
Hertaald:verteren
Of: doen vergaan; dat is: Ik zal maken dat uw inwoners die onreinheid moeten laten wanneer zij uit hun land verdreven en gevankelijk weggevoerd zullen zijn. Vergelijk hieronder Ezech. 23:27.
Ezechiël 22 vers 16— Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
ontheiligd zijn
Als een onheilige, veile, verachte stad behandeld zijnde, vermits uwe verwoesting. Anders: gij zult u ten erve geven; of, ten erve genomen worden; dat is, vreemde heidenen zullen u bezitten en over u heersen.
Hertaald:ontheiligd zijn
Namelijk doordat u door uw verwoesting behandeld wordt als een onheilige, waardeloze en verachte stad. Anders: u zult uzelf tot erfdeel geven, of: tot erfdeel genomen worden; dat is: vreemde heidenen zullen u bezitten en over u heersen.
Ezechiël 22 vers 18— Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.
die van het huis Israëls
Hebreeuws, het huis van Israël is mij, enz.
Hertaald:die van het huis Israëls
Hebreeuws: het huis van Israël is Mij, enzovoort.
schuim geworden;
Zie Jes. 1:22 ; Jer. 6:28-30 , met de aantekening.
Hertaald:schuim geworden;
Zie Jes. 1:22; Jer. 6:28-30 met de aantekening.
koper, of tin, of ijzer, of lood,
Inplaats dat zij fijn goud en zilver behoorden te zijn, dat is, oprecht, heilig en vroom.
Hertaald:koper, of tin, of ijzer, of lood,
In plaats dat zij fijn goud en zilver hadden moeten zijn, dat is: oprecht, heilig en vroom.
Ezechiël 22 vers 19— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.
vergaderen
Als in een smeltoven. Dit wordt in het volgende verklaard. Vergelijk boven Ezech. 11:7 .
Hertaald:vergaderen
Als in een smeltoven. Dit wordt in het vervolg verklaard. Vergelijk hierboven Ezech. 11:7.
Ezechiël 22 vers 20— Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.
vergaderd wordt,
Hebreeuws, [na] de vergadering van zilver, enz.
Hertaald:vergaderd wordt,
Hebreeuws: (naar) de vergadering van zilver, enzovoort.
Ezechiël 22 vers 21— Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden.
haar zult gesmolten worden
Van de stad Jeruzalem; alzo in vs.22. Vergelijk vs.19.
Hertaald:haar zult gesmolten worden
Namelijk in de stad Jeruzalem; zo ook in vers 22. Vergelijk vers 19.
Ezechiël 22 vers 24— Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.
haar;
Jeruzalem en het land Juda, gelijk volgt.
Hertaald:haar;
Jeruzalem en het land Juda, zoals volgt.
gereinigd is,
Van goddelozen en goddeloosheid; gij zijt door mijn oordelen en straffen niet verbeterd.
Hertaald:gereinigd is,
Namelijk van goddelozen en goddeloosheid; u bent door Mijn oordelen en straffen niet verbeterd.
dat zijn plasregen
Of, dat niet beregend is; dat is, dat niet gezuiverd is door mijne straffen; gelijk de plasregen het land pleegt te zuiveren en de vuiligheid weg te spoelen. Anders: [dat] niet beregend zal worden; dat is, gij zult door mijne oordelen bedorven en verteerd worden, en niet verlicht of verkwikt.
Hertaald:dat zijn plasregen
Of: dat niet beregend is; dat is: dat niet gezuiverd is door Mijn straffen, zoals de stortregen het land pleegt te zuiveren en het vuil weg te spoelen. Anders: (dat) niet beregend zal worden; dat is: u zult door Mijn oordelen bedorven en verteerd worden en niet verlicht of verkwikt.
gramschap
Dat is, mijner straffen.
Hertaald:gramschap
Dat is: van Mijn straffen.
Ezechiël 22 vers 25— De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft; zij eten de zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar.
De verbintenis
Of, samenspanning, samenzwering; dat is, conspiratie. De valse profeten hebben zich samen verbonden tegen de vrome profeten en degenen, die hun zijn toegedaan, om die te verwoesten. Vergelijk Jer. 20:2 , en Jer. 26:8-9 , en Jer. 29:25-26 ; Klaagl. 4:13 .
Hertaald:De verbintenis
Of: samenspanning, samenzwering. De valse profeten hebben zich met elkaar verbonden tegen de vrome profeten en tegen hen die het met hen eens waren, om die te gronde te richten. Vergelijk Jer. 20:2, Jer. 26:8-9 en Jer. 29:25-26; Klaagl. 4:13.
harer profeten
Jeruzalem, enzovoorts.
Hertaald:harer profeten
Van Jeruzalem, enzovoort.
zielen op,
Dat is, mensen, [zie Gen. 12:5 ] , mits zich bloot en kaal makende door hun verleidende profetieën voor welke zij duur geloond willen zijn; en de vrome lieden brengen zij om al het hunne, door valse beschuldigingen en kwade praktijken. Vergelijk Mi. 3:11 ; Matt. 23:14 .
Hertaald:zielen op,
Dat is: mensen (zie Gen. 12:5), doordat zij hen berooid en kaal maken met hun verleidende profetieën, waarvoor zij duur betaald willen worden; en de vrome mensen brengen zij door valse beschuldigingen en kwade praktijken van al het hunne. Vergelijk Micha 3:11; Matth. 23:14.
vermenigvuldigen
Berovende haar van de mannen, die zij met hun valse aanklachten om het leven doen brengen.
Hertaald:vermenigvuldigen
Doordat zij haar beroven van de mannen die zij met hun valse aanklachten om het leven laten brengen.
Ezechiël 22 vers 26— Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.
geweld aan,
Onbeschroomd dezelve inbrekende, en naar hun lust trekkende; vergelijk Sef. 3:3-4 .
Hertaald:geweld aan,
Namelijk door die onbeschroomd te schenden en naar hun eigen zin te verdraaien; vergelijk Zef. 3:3-4.
verbergen zij hun ogen
Dat is, zij onttrekken zich van de onderhouding mijner sabbaten, alsof zij mijne ordinantie daarvan niet eens wisten.
Hertaald:verbergen zij hun ogen
Dat is: zij onttrekken zich aan het onderhouden van Mijn sabbatten, alsof zij Mijn verordening daarover niet eens kenden.
ontheiligd
Dat is, onteerd en niets geacht, alsof Ik geen God ware; zo handelen zij met mij, en zijn de oorzaak dat het anderen nadoen.
Hertaald:ontheiligd
Dat is: onteerd en voor niets geacht, alsof Ik geen God was. Zo behandelen zij Mij, en zij zijn de oorzaak dat anderen het hun nadoen.
Ezechiël 22 vers 27— Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.
zielen te verderven;
Dat is, mensen, gelijk vs.25.
Hertaald:zielen te verderven;
Dat is: mensen, zoals vers 25.
Ezechiël 22 vers 28— Haar profeten nu pleisteren hen met loze kalk; ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.
pleisteren hen met loze kalk;
Zie boven Ezech. 13:10 .
Hertaald:pleisteren hen met loze kalk;
Zie hierboven Ezech. 13:10.
ijdelheid en hun leugen voorzeggende,
Of, valsheid; valselijk voorgevende dat hun God dit en dat door gezichten heeft geopenbaard. Zie boven Ezech. 13:6 .
Hertaald:ijdelheid en hun leugen voorzeggende,
Of: valsheid; namelijk door ten onrechte voor te wenden dat God hun dit of dat door gezichten geopenbaard heeft. Zie hierboven Ezech. 13:6.
Ezechiël 22 vers 29— Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij, ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.
pleegt enkel verdrukking,
Hebreeuws, verdrukken, verdrukking of [met] verdrukking, en roven roverij; dat is, het ganse land is vol van bedriegerij en geweld.
Hertaald:pleegt enkel verdrukking,
Hebreeuws: verdrukken verdrukking, of (met) verdrukking, en roven roverij; dat is: het hele land is vol bedrog en geweld.
onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige,
Of, kwellen, plunderen, beroven.
Hertaald:onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige,
Of: kwellen, plunderen, beroven.
zonder recht
Of, ten onrechte, tegen alle reden, zonder mate, of zonder dat hem recht gedaan wordt; te weten van de overheid. Hebreeuws, door, of in, met, niet recht oordeel, enz.
Hertaald:zonder recht
Of: ten onrechte, tegen alle redelijkheid, mateloos, of zonder dat hem recht gedaan wordt, namelijk door de overheid. Hebreeuws: door, of in, of met niet-recht oordeel, enzovoort.
Ezechiël 22 vers 30— Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.
uit hen,
Dat is, onder hen.
Hertaald:uit hen,
Dat is: onder hen.
muur mocht toemuren,
Zie boven Ezech. 13:5 , met de aantekening.
Hertaald:muur mocht toemuren,
Zie hierboven Ezech. 13:5 met de aantekening.
Ezechiël 22 vers 31— Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
In de bressen opgetreden — wat de profeten hadden moeten doen en nagelaten hebben (Ezech. 13:1-5)
"Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!" (Ezech. 13:3). Van hen wordt gezegd: "Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen" (Ezech. 13:4). En dan komt het verwijt in de vorm van een beeld uit de stadsverdediging: "Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN" (Ezech. 13:5). Een bres is een gat in de muur waar de vijand binnenkomt; daar moest iemand gaan staan.
Bijbelse betekenis: Merk op waaruit hun schuld bestaat. Niet alleen uit wat zij spraken, maar uit wat zij nalieten: zij gingen niet in de bres staan. Verzuim telt hier als daad. Let vervolgens op wat een bres eigenlijk vraagt. Wie daar gaat staan, stelt zich bloot op de plaats waar het gevaar binnenkomt; het is de gevaarlijkste plek van de muur. Dat is wat van een profeet verwacht werd. Let ten slotte op het vervolg in dit boek. Verderop zegt God dat Hij een man zocht die de bres zou dichten en dat Hij niemand vond (Ezech. 22:30). Dat is dezelfde zaak als bij Jesaja, waar er geen voorbidder was (reeds behandeld bij Jes. 59:16).
Typologie: Mozes ging wél op zo'n plaats staan; de psalm zegt dat hij "in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan" heeft, om Gods grimmigheid af te keren (Ps. 106:23). En Christus is de Voorbidder Die altijd leeft om voor de Zijnen te bidden (reeds behandeld bij Hebr. 7:25).
Ezech. 13:1-5; Ezech. 22:30; Jes. 59:16; Ps. 106:23; Hebr. 7:25
De bloedstad — de naam die Jeruzalem in dit hoofdstuk krijgt, en waar die vandaan komt (Ezech. 22:1-16)
"Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen" (Ezech. 22:2). Wat die naam inhoudt, staat er onmiddellijk achter: "O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome" (Ezech. 22:3). Daarna volgt een opsomming die het hele leven van de stad langsloopt. "Vader en moeder hebben zij in u licht geacht" (Ezech. 22:7), en in datzelfde vers staat dat de wees en de weduwe verdrukt zijn. Ook de dienst van God komt aan de orde: "Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd" (Ezech. 22:8). De lijst eindigt met een zin die alles samenvat: "maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE" (Ezech. 22:12).
Bijbelse betekenis: Merk op aan wie deze naam gegeven wordt. Bloedstad heet elders Ninevé, de hoofdstad van Assur (Nah. 3:1). Hier draagt Jeruzalem hem, de stad waar de tempel stond. Het zwaarste verwijt van de profeten valt hier op de heiligste plaats. Let vervolgens op de volgorde van de aanklacht. Zij begint bij het bloed en eindigt bij het vergeten van God, en daartussen staan de ouders, de vreemdeling, de wees en de weduwe. Wat een mens tegenover God doet en wat hij tegenover zijn naaste doet, wordt hier niet uit elkaar gehaald. Let ten slotte op de opdracht die de profeet krijgt. Hij moet de stad haar gruwelen bekend maken. Van een profeet wordt niet gevraagd dat hij zijn eigen stad vrijpleit.
Typologie: Het eerste bloed dat in de Schrift roept, is dat van Abel: "daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem" (Gen. 4:10). De Heere Jezus rekent bij Zijn laatste woorden in de tempel diezelfde reeks op, van Abel af (Matt. 23:35), en Hij klaagt daar over de stad die de profeten doodt (Matt. 23:37).
Ezech. 22:1-16; Nah. 3:1; Gen. 4:10; Matt. 23:35,37
Zilverschuim — wat er overblijft wanneer er in de smeltoven geen zilver te vinden is (Ezech. 22:17-22)
"Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden" (Ezech. 22:18). Daarop volgt wat God ermee doen zal: "Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen" (Ezech. 22:19). Het beeld wordt uitgewerkt met de oven van de smelter: "alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten" (Ezech. 22:20). En het slot noemt de uitkomst: "gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb" (Ezech. 22:22).
Bijbelse betekenis: Merk op wat schuim is. Het is niet het metaal zelf, maar wat bij het smelten boven komt drijven en weggeschept wordt. Er staat ook niet dat dit volk van meet af waardeloos was; er staat dat het geworden is wat het nu is. Let vervolgens op het verschil met de loutering. Jesaja gebruikt hetzelfde beeld met een andere afloop: daar wordt het schuim afgezuiverd en blijft het zilver over (Jes. 1:25). Hier wordt de belegerde stad zelf de oven, en er komt geen zilver uit. Dat is dezelfde nuchtere vaststelling als bij de smeltkroes der ellende (reeds behandeld bij Jes. 48:10). Let ten slotte op de plaats waar het smelten gebeurt. Niet ver weg in ballingschap, maar "in het midden van Jeruzalem" (Ezech. 22:19). De stad waarin men zich veilig waande, wordt de oven.
Typologie: Maleachi ziet dezelfde Smelter, maar dan met een uitkomst: "En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende" (Mal. 3:3). Petrus zegt dat de beproeving van het geloof kostelijker is dan die van het goud, dat door het vuur beproefd wordt (1 Petr. 1:7).
Het onderscheid tussen het heilige en het onheilige — de taak van de priester die in dit hoofdstuk verwaarloosd heet (Ezech. 22:26)
"Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid" (Ezech. 22:26). In datzelfde vers staat dat zij ook het verschil tussen het onreine en het reine niet te kennen geven, en dat zij hun ogen verbergen van Gods sabbatten. Die opdracht is niet nieuw: zij werd aan Aäron gegeven op de dag dat zijn twee oudste zonen omkwamen (Lev. 10:10, reeds behandeld). Het vers besluit met de uitkomst ervan: "ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd" (Ezech. 22:26).
Bijbelse betekenis: Merk op waaruit het verzuim bestaat. Er staat niet dat de priesters het heilige onheilig noemden, maar dat zij geen onderscheid maakten. Het kwaad zit hier in het vervagen van een grens, niet in het openlijk omkeren ervan. Let vervolgens op wie dit werk moest doen. Het volk kon die grens niet zelf trekken; daarvoor waren er priesters, en juist zij hielden hun ogen gesloten. Wie het onderscheid moet leren, leert het niet van iemand die het zelf niet maakt. Let ten slotte op de sabbat, die in ditzelfde vers genoemd wordt. Die dag was het onderscheid dat iedere week zichtbaar werd, en hij is aan het begin van de Schrift al apart gezet (reeds behandeld bij Gen. 2:3).
Typologie: Maleachi zegt wat er van een priester verwacht wordt: "de lippen der priesters zullen de wetenschap bewaren, en men zal uit zijn mond de wet zoeken" (Mal. 2:7). En de Hebreeënbrief noemt het onderscheiden van goed en kwaad het kenmerk van wie in het geloof volwassen geworden is (Hebr. 5:14).
Ezech. 22:26; Lev. 10:10; Gen. 2:3; Mal. 2:7; Hebr. 5:14
Het bederf van alle standen — profeten, priesters, vorsten en volk worden alle vier gewogen (Ezech. 22:23-31)
Het slot van dit hoofdstuk loopt vier groepen langs. Over de profeten: "De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft" (Ezech. 22:25). Over de priesters gaat het vers daarna (Ezech. 22:26, reeds behandeld). Over de vorsten: "Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven" (Ezech. 22:27). Dan komen de profeten nog eens ter sprake, nu als pleisteraars met loze kalk (Ezech. 22:28, reeds behandeld bij Ezech. 13:10). En ten slotte het volk zelf: "Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij" (Ezech. 22:29). Daarna volgt de bekendste zin van het hoofdstuk: "Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand" (Ezech. 22:30).
Bijbelse betekenis: Merk op dat er niemand overblijft om naar te wijzen. Wie het volk aanklaagt, kan zich gewoonlijk op de leiders beroepen; wie de leiders aanklaagt, kan zich op het volk beroepen. Hier wordt beide weggenomen. Let vervolgens op het beeld van de bres, dat eerder in dit boek stond (reeds behandeld bij Ezech. 13:5). Daar was het een verwijt aan de profeten; hier zoekt God in het hele volk en vindt niemand. Dezelfde zoektocht ging in de dagen van Jeremia door de straten van Jeruzalem, en ook toen werd er niemand gevonden (reeds behandeld bij Jer. 5:1-5). Let ten slotte op de reden die God erbij noemt: Hij zocht die man opdat Hij het land niet zou verderven. Dat Hij zocht, zegt iets over Hemzelf, en het sluit aan bij wat Hij eerder in dit boek over Zijn eigen lust gezegd heeft (reeds behandeld bij Ezech. 18:23).
Typologie: Jesaja zegt tweemaal bijna hetzelfde: er was geen voorbidder en er was niemand die hielp, en daarom bracht Gods eigen arm heil aan (Jes. 59:16; Jes. 63:5). Wat bij de mensen niet gevonden werd, heeft God Zelf gegeven. En Paulus haalt de psalm aan die het van allen zegt: "er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe" (Rom. 3:12).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Ik zocht een man, maar Ik vond niemand — 22:23-31
Ezechiël moet Jeruzalem haar zonden voorhouden, en hij doet dat stand voor stand: de profeten, de priesters, de vorsten, het volk van het land. Niemand komt er goed uit; ieder heeft op zijn eigen manier gedaan wat hem paste.
God zegt dat Hij iemand zocht om in de bres te staan — en dat Hij hem niet vond.
De aanklacht is verdeeld over vier groepen, en zij is telkens toegesneden op wat die groep in handen had.
De profeten hebben leugen geprofeteerd en Gods woord aan hun eigen boodschap aangepast. De priesters hebben Gods wet verkracht en geen onderscheid gemaakt tussen het heilige en het onheilige. De vorsten hebben geroofd als brullende leeuwen. En het volk van het land heeft de vreemdeling verdrukt.
Dan komt het vers dat het hele hoofdstuk zijn gewicht geeft: “Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land”, opdat Ik het niet mocht verderven — maar Ik vond niemand.
Dat beeld komt van een belegerde stad. Waar de muur is doorgebroken, is één man in de bres het enige dat de vijand nog tegenhoudt. Zulke mannen zijn er in de Schrift geweest: Mozes ging in de bres staan na het gouden kalf, en Pinehas keerde de plaag.
Wat er nu staat is dat God zocht en niemand vond. Er wordt niet gezegd dat er niemand wílde, maar dat er niemand wás.
De kanttekening verwijst voor dat beeld naar Ezechiël 13, waar de valse profeten juist geweigerd hadden de bres te dichten.
Het gedeelte eindigt zonder uitweg: daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten. Er komt geen ommekeer, geen belofte, geen tenzij. Zo hard eindigt dit hoofdstuk.
De Schrift trekt hier zelf geen lijn naar Christus. Wat zij toont is een lege plaats — en die plaats blijft in het Oude Testament leeg. Wanneer Jesaja later schrijft dat de HEERE zag dat er geen man was, en Zich verwonderde dat er geen voorbidder was, volgt daar: daarom bracht Zijn arm Hem heil aan. Wat niet gevonden werd, is toen gegeven.
Exodus 32:11 — Mozes gaat in de bres staan na het gouden kalf.
Numeri 25:11 — Pinehas keert de plaag af van de kinderen Israëls.
Ezechiël 13:5 — De valse profeten weigerden de bres te dichten.
Ezechiël 22:30 — Ik zocht een man om in de bres te staan, maar Ik vond niemand.
Jesaja 59:16 — Hij zag dat er geen man was, en verwonderde Zich dat er geen voorbidder was.
1 Timotheüs 2:5 — Eén Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.
In het Nieuwe Testament: Jesaja 59:16; 1 Timotheüs 2:5; Hebreeën 7:25; Romeinen 8:34
Hoever dit reikt: Niveau 3. Ezechiël spreekt hier niet over Christus, en dit hoofdstuk wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. De lijn loopt over de lege plaats die hier benoemd wordt, en die Jesaja 59 op dezelfde manier beschrijft.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
III. Vs. 1-31.KruisverwijzingenExodus 22:21→Deuteronomium 27:16→Ezechiël 20:13→Ezechiël 22:26→Ezechiël 23:38→Hosea 4:14→Nahum 3:1→Ezechiël 24:6→ — Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen. En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen! Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot. Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust! Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten. Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt. Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd. Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan. Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht. Aan de aankondiging van het oordeel over Juda en Jeruzalem sluit zich nu hier een voorstelling van de zonden, welke dit gericht te weeg brengen. Er komen drie woorden Gods tot den Profeet: 1) Jeruzalems bloedschuld en afgodendienst doet de dagen komen, dat de stad tot een spot en hoon onder de heidenen in alle landen wordt. Zij heeft alle plichten omtrent God en mensen overtreden, alle mogelijke normen heeft de zonde bij haar aangenomen (vs. 1-16) 2) Het huis Israëls is aan ene grote massa onedel metaal gelijk, dat, oorspronkelijk goed en zuiver zilver, tot schuim is geworden! het moet in den smeltkroes worden gebracht, en hoe meer nu het schuim is, hoe moeilijker het is, de weinige betere bestanddelen van de massa af te scheiden, des te sterker moet de gloed van den oven zijn. Daarvoor zal dan ook worden gezorgd, en zo zal voor de bewoners van Jeruzalem bij de belegering en de verovering der stad een sterk vuur worden gestookt, zodat de harde massa tot vloeibaarheid worden moet (vs. 17-22) 3). Deze handelwijze is volkomen gerechtvaardigd, want om nogmaals op Israëls zonde te komen, zo is het een land, dat niet meer te reinigen is, een land, dat onder den toorn ligt, waarop het niet meer zal regenen. Profeten, priesters, vorsten, volk, hebben ieder op zijne wijze en in de sterkste mate zich schuldig gemaakt, daarom moet de toorn in volle mate zich uitstorten, en het vuur een einde daaraan maken (vs. 23-31).
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij zeggende:
KruisverwijzingenNahum 3:1→Ezechiël 24:6→Ezechiël 24:9→1 Timotheüs 5:20→Handelingen 7:52→2 Koningen 21:16→Jesaja 58:1→Mattheüs 27:25→— Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.
Gij nu, mensenkind! zoudt gij, gelijk Ik dit reeds in Hoofdst. 20:4 bij u heb verondersteld, der bloedstad recht geven, rechten; zoudt gij ze recht geven, rechten? Ja, maak haar bekend al hare gruwelen.
In deze verzen en de volgende wordt de Profeet door een last van den Hemel tot rechter in de vierschaar gesteld en Jeruzalem wordt genoodzaakt hare hand op te heffen, als een gevangene voor de balie; en indien Profeten gesteld werden over andere volken, veel meer dan over Gods eigen volk. Deze Profeet wordt gemachtigd om de bloedige stad te veroordelen; de stad des bloeds, Jeruzalem wordt zo genoemd, niet alleen omdat zij schuldig was aan deze bijzondere zonde van bloedvergieten, maar ook omdat hare misdaden in het algemeen waren bloedige misdaden, zodanige als haar besmetten in haar bloed, en om welke zij verdiende, dat haar bloed te drinken werd gegeven. Nu is het werk van een rechter haar te overtuigen van hare misdaden, en dan wegens dezelve vonnis over haar te vellen. Het is beter te vertalen rechten, dan recht geven. De Profeet wordt geroepen om Jeruzalem hare zonden en misdaden, hare bloedschulden voor ogen te stellen, opdat daardoor God gerechtvaardigd werd in Zijne oordelen, die Hij over haar zenden zal.
KruisverwijzingenEzechiël 22:27→Ezechiël 23:45→Romeinen 2:5→Ezechiël 24:6→Ezechiël 22:4→2 Petrus 2:3→Ezechiël 12:25→Sefanja 3:3→— En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!
En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome dat het oordeel over haar zij, endie drekgoden tegen zich zelf maakt, om zich te verontreinigen!
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:16→Psalmen 44:13→Ezechiël 22:2→Ezechiël 16:57→Ezechiël 5:14→2 Kronieken 7:20→Psalmen 89:41→Klaagliederen 2:15→— Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.
Door uw bloed, dat gij a) vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uwe drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u b) verontreinigd, en hebt uwe dagen, de dagen uwer bezoeking, doen naderen, en zijt tot uwe jaren van rechtvaardige straf gekomen! Daarom, dewijl het nu werkelijk tot bezoeking en straf komt, heb Ik u den Heidenen overgegeven tot enen smaad, en allen landen tot enen spot (Hoofdst. 5:14 v.).
(2 Kon. 21:16. b) Ezech. 20:30 vv.
KruisverwijzingenJesaja 22:2→Jeremia 15:2→— Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!
Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gijdie den naam van heilige stad hebt verbeurd en nu een onreine van naamzijt, en onder den vloek van woeste en buitengewone toestanden, die u om uwe gruwelen treffen, vol van onrust zijt! In de hoge vlucht der geestdrift heeft de Profeet in het vorig hoofdstuk de grootheid der Goddelijke straf beschreven, en daarmee het onderwerp, waarvan hij in Hoofdst. 20 was uitgegaan, enigszins uit het oog verloren: de ontdekking en voorstelling der zonde en der schuld des volks. Dit thema neemt hij dan hier weer op. Het eerste gedeelte van dit woord Gods (vs. 1-5) bevat de hoofdaanklacht over bloedvergieten en afgodendienst! de tweede afdeling (vs. 6-16) geeft de nadere blootlegging van de zonde des volks en van zijne oversten met korte bedreiging van straf.
KruisverwijzingenEzechiël 22:27→Jesaja 1:23→Jeremia 2:26→Jeremia 5:5→Micha 2:1→Micha 3:1→Jeremia 32:32→Zacharia 3:3→— Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.
Ziet, de vorsten Israëls, de koningen van Jeruzalem, zijn in u geweest, een ieder onder hen naar zijne kracht zoekt zijne grootheid en sterkte daarin, om bloed te vergieten.
KruisverwijzingenExodus 22:21→Deuteronomium 27:16→Leviticus 20:9→Jeremia 7:6→Zacharia 7:10→Maleachi 3:5→Spreuken 20:20→Exodus 20:12→— Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
O stad, waarin Mijn heiligdom staat opgericht Mijne heilige dingen hebt gij veracht, En Mijne Sabbatten hebt gij ontheiligt (Hoofdst. 20:24).
Achterklappers, mensen die valse getuigenis gaven, zijn in u geweest om bloed te vergieten (Lev. 19:16. Jer. 6:28; 9:3), en in u hebben zij op de bergen, de hoogten waar men valse goden dient en ter hunner ere offermaaltijden houdt, gegeten (Hoofdst. 20:28 v.); zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan (Hoofdst. 16:27).
KruisverwijzingenHosea 4:14→Hosea 4:10→Leviticus 19:16→Ezechiël 18:6→Hosea 4:2→Ezechiël 18:11→Ezechiël 16:43→Jeremia 9:4→— Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.
Daartoe heeft de een gruwel (Jer. 5:8)gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijne zuster, zijns vaders dochter verkracht 1), hoewel dat alles hun als ene gruweldaad is voorgehouden en met den dood des verbrandens is bedreigd (Lev. 18:9, 11, 15 en 20:14 11,).
Tegen alle geboden Gods, niet tegen een enkele, maar tegen alle hadden zijn zwaarlijk overtreden. Niet alleen tegen de eerste, maar ook tegen de tweede tafel der wet. Zij hadden de regering Gods veracht, Zijne ordinantiën met voeten getreden. Zijne heilige inzettingen op zij gezet en geleefd als een geheel heidens volk, hetwelk van geen God en Zijn dienst afwist. Daarom zou de Heere het overgeven in de handen hunner vijanden, die afgodisch waren.
KruisverwijzingenDeuteronomium 27:25→Ezechiël 23:35→Psalmen 106:21→Leviticus 25:35→Deuteronomium 16:19→Jeremia 2:32→Ezechiël 18:8→Ezechiël 18:13→— Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.
Zij, de rechters en raadgevers hebben ondanks het verbod (Ex. 23:8) geschenken in u genomen, om bloed te vergieten: woeker en overwinst hebt gij genomen tegen Mijnen uitdrukkelijken wil (Lev. 25:37), en gij hebt gierigheid gepleegd aan uwen naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten (Deut. (6:12; 8:11; 14:19; 32:18), spreekt de Heere HEERE. Hier wordt ene menigte van zonden van allerlei aard opgeteld, welke in Jeruzalem zich bevonden. De Profeet heeft daarbij voornamelijk Lev. 18-20 voor ogen, dat hier tot toepassing bijzonder geschikt was, daar in tegenstelling tot de zonden van heidense volken, dat gedeelte der wet aan Israël als het afgezonderde verbondsvolk, van welks Levietische reinheid vroeger uitvoerig was gehandeld, tot ene met deze overeenkomstige inwendige, zedelijke reinheid en ene reeks van voorschriften oproept. Schilderachtig stelt de profeet het wilde door elkaar gaan, het verwarde zoeken der zonde naar alle richtingen voor; waar het oog zich richt, ontdekt het ruwe uitingen van het kwaad. De rede loopt steeds uit op het refrein (vs. 6, 9, 12) “bloed vergieten” gelijk te voren (vs. 2) Jeruzalem voor ene bloedstad was verklaard, en deze gedachte daarom voornamelijk de ziel van den Profeet vervult. Hij ziet overal doodzonde, bloedschuld, dus de ergste schuld, die zich onmogelijk aan den arm van Gods gerechtigheid kan onttrekken. Alzo verbindt de Profeet in de drie dus ontstane hoofddelen vs. 6-8, 9-11 en 12 steeds de zonden tegen den naaste met die tegen God, wier nauwe zamenhang ook in de 5 Boeken van Mozes zeer beslist op den voorgrond wordt verklaard, en waarop reeds vs. 4 gewezen heeft, waarvan de gedachte hier verder wordt uitgebreid. Zo ontstaat de volgende schone zamenhang der rede: a) vs. 6-8. Schildering van het geweld van den overmoed tegen den naaste. De macht wordt tot daad des gewelds, tot omkering der Goddelijke orde gebezigd; van de vorsten ziet een iegelijk niet op de gerechtigheid, maar alleen op het fysische overwicht, dat hij bezit, en verkeert het recht in onrecht; de kinderen staan op tegen de ouders, de hulpeloze is beroofd van de bescherming, die hij behoeft, en aan den willekeur des overmoeds overgegeven. Waar de overmoed tegenover mensen zich zo laat gevoelen, treedt die ook tegenover God op; men veracht het heilige, ontheiligt de Sabbatten des Heeren. b) vs. 9-11. Benevens den overmoed is de laster heersende, d. i. de ontbering der waarheid ten opzichte van den naaste in leugen. Daarmee gaat hand in hand de verdringing der waarheid omtrent God; de ware, zuivere godsdienst moet voor de leugen van den afgodendienst wijken, die dan haar ganse leger van gruwelen medevoert, want de in vs. 10 vv. genoemde zonden van ontucht, de zonden tegen de wet, zijn eigenlijk het gevolg van den natuurdienst, en zijn als zodanige ook bij Mozes (Lev. 18:17) aangewezen. c) vs. 12. Eindelijk heerst de hebzucht, omkoperij en woeker van allerlei aard en afpersing. Hier is het beginsel van zelfzucht zo op den voorgrond, dat aan God niet meer wordt gedacht, daarom het krachtige slot: “gij hebt Mijner vergeten, ” Hebzucht en vergeten van God zijn nauw verbonden. De Profeet heeft er behagen in, de zonden tegen de beide tafelen door elkaar te vlechten, en inderdaad komen zij uit ééne bron voort; het onderscheid tussen godsdienst en zedenleer is ene fictie, die met de ervaring strijdt-wie zijnen God niet getrouw is, die kan ook zijnen naaste niet liefhebben. Terwijl bij de optelling der in zwang zijnde zonden vooreerst van geweld sprake is, wordt op het voorbeeld der vorsten als met den vinger gewezen als op iets dat voor ‘t oog ligt: “ziet. ” Met de verkeerdheid van boven komt dan overeen de gehoorzaamheid der kinderen aan de ouders, die geheel verloren is gegaan, en zo als nu de vorsten handelen met het volk, zo deed men onder het volk met degenen, die integendeel aanspraak mochten maken op bescherming, met vreemdelingen, weduwen en wezen. Het familieleven ten opzichte van de verhouding van kinderen jegens hun oudere, de achting voor den openbaren godsdienst, wat in dit opzicht gewoonte onder het volk is, de toestand van de betrekking der verschillende geslachten, de openbare ontucht, de echtbreuk, het oordeel in de maatschappij daarover, de gedulde, erkende, gewone vormen voor dit alles, omkoping en woeker, overmoed des rijkdoms en verdrukking der minderen, enz. zijn de donderkoppen, die het naderen van ‘t onweder over volken en gehele leeftijden aankondigen.
KruisverwijzingenEzechiël 21:17→Jesaja 33:15→Ezechiël 21:14→Amos 2:6→Ezechiël 22:27→Micha 6:10→Amos 3:10→Amos 8:4→— Ziet dan, Ik heb Mijn hand geslagen, om uw gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn.
Ziet dan, Ik heb vol toorn en verwondering (Hoofdst. 6:11) Mijne hand a) geslagen om uwe gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest 1) zijnen zal nu ook de u toekomende straf over u doen komen.
Ezech. 21:17.
God laat haar, n. l. Jeruzalem, weten, dat Hij een mishagen, ja een groot mishagen heeft aan hare goddeloosheden en daartegen getuigt en zal getuigen. God openbaart Zijnen toorn van den hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen; zo wel door Zijne Profeten als door Zijne Voorzienigheid. God heeft genoegzaam ontdekt, hoe vertoornd Hij is over de goddeloze wegen van Zijn volk; en opdat zij niet mogen zeggen, dat zij maar goede waarschuwingen gehad hebben, zo slaat Hij Zijne hand aan de zonde, eer Hij Zijne hand legt op den zondaar.
KruisverwijzingenEzechiël 17:24→Ezechiël 21:7→Ezechiël 24:14→Jeremia 13:21→Ezechiël 28:9→1 Korinthe 10:22→Job 40:9→Jesaja 31:3→— Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
Zal uw hart bestaan? zult gij voor hetgeen over u zal komen niet verschrikken? zullen uwe handen sterk zijn? zal niet wat u opgelegd is, u een ondragelijke last zijn in de dagen, als Ik met u handelen zal, gelijk gij hebt verdiend? Ik de HEERE heb het gesproken; Ik heb het alzo aangewezen, wat Ik over u heb besloten (Hoofdst. 12:15), en zal het doen (Hoofdst. 17:24).
KruisverwijzingenZacharia 7:14→Deuteronomium 4:27→Ezechiël 22:22→Nehemia 1:8→Mattheüs 3:12→Ezechiël 36:19→Ezechiël 22:18→Maleachi 3:3→— En Ik zal u verstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw ontreinigheid uit u verteren.
En Ik zal u verstrooien onder de Heidenen, en u verspreiden in de landen, en uwe onreinigheid uit u verteren, u uit het heilige land uitdelgen, zodat gij moet ophouden uwe gruwelen aldaar te bedrijven.
KruisverwijzingenEzechiël 6:7→Psalmen 83:18→Ezechiël 7:24→Ezechiël 39:6→Exodus 8:22→Jesaja 37:20→Psalmen 9:16→Ezechiël 25:3→— Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Zo zult gij tevens in u, wat uwen stand aangaat in de landen, waarin Ik u verstoot, ontheiligd zijn voor de ogen der Heidenen als die door uw schandelijk handelen uzelven ontheiligd en den vloek op u geladen hebt; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Het wegnemen der onreinheid van Jeruzalem geschiedt door verdelging der zondige bewoners. Jeruzalem heeft de heiligdommen des Heeren ontheiligd (vs. 8). Het heeft Gods heerlijkheid misdadig aangetast, dat moet het met verlies van zijne waardigheid boeten. Ontzettende reiniging, de reiniging der goddelozen! Als wij geen einde maken, dan maakt God een einde.
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Wijders in onmiddellijken zamenhang met het vorige, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenPsalmen 119:119→Jesaja 1:22→Jeremia 6:28→Jesaja 48:10→Spreuken 17:3→Jesaja 1:25→Klaagliederen 4:1→Jesaja 31:9→— Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.
Mensenkind! die van het huis Israëls, dat oorspronkelijk goed, rein zilver was, zijn Mij tot schuim geworden, of zijn tot zulke onedele metalen verlaagd, als die door smelting van het zilver wordt afgescheiden (Jes. 1:22. Jer. 6:27 vv.); zij zijn allen koper of tin of ijzer of lood in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.
KruisverwijzingenMattheüs 13:30→Mattheüs 13:40→Ezechiël 24:3→Ezechiël 11:7→Micha 4:12→— Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.
Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim of afval geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen als in een oven, daardoor, dat gij bij het naderen der Chaldeeuwse legers van wijd en zijd in de stad bescherming zult zoeken (Jer. 4:5 v.).
KruisverwijzingenJeremia 4:20→Jeremia 4:11→Ezechiël 22:21→Ezechiël 24:13→Jesaja 54:16→Ezechiël 21:31→— Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.
Gelijk zilver of koper of ijzer of lood of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover (daaronder) op te blazen, opdat men het smelte, alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijnen toorn en in Mijne grimmigheid daar in Jeruzalem als in een oven laten, en smelten 1) door het harde vuur van angst en nood.
De Heere openbaart Zich hier als den Kenner der harten en den Proever der nieren. Juda en Jeruzalem’s inwoners mogen nog een vertoon van godsdienst hebben, mogen nog een gedaante van zilver hebben, maar de Heere ziet en doorloutert hen als schuim of als die onedele metalen, die niet zilver zijn. En waar Hij nu als de grote Louteraar Zichzelven openbaart, daar zal Hij hen werpen in den smeltkroes der beproeving, opdat het blijke, dat al wat schuim is weggaat en verdaan wordt.
KruisverwijzingenEzechiël 20:33→Ezechiël 20:8→Hosea 5:10→Ezechiël 22:31→Openbaring 16:1→Ezechiël 22:16→— Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.
Gelijk het zilver, wanneer de gloed sterk genoeg is, in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar, van de belegerde en beangstigde stad Jeruzalem, gesmolten worden, en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijne grimmigheid over u uitgegoten heb. In deze gehele afdeling wordt het gericht niet beschouwd uit het gezichtspunt van loutering, maar uit dat van vernietiging, zo als Ezechiël gewoonlijk de bevolking van Jeruzalem voor ene menigte aanziet, die der verdelging is gewijd. Het woord Gods stelt de belegering, die Jeruzalem wacht, voor als ene smelting, door welke God het zilvererts, dat in Israël is, zal afzonderen, maar vangt in de eerste plaats aan met de voorstelling van Israëls toenmalige gesteldheid. Israël is tot schuim geworden. Wat daaronder bedoeld wordt, wordt aanstonds door koper, tin, ijzer en lood verduidelijkt, en daarna door “zilverschuim” nauwkeuriger bepaald, dus: zilverachtig koper, tin, ijzer en lood, gelijk men het in den oven werpt om door smelting het zilver daarvan af te scheiden. Er zijn drieërlei smeltovens: van de zonde, waar men tot schuim kan worden, van de beproeving, waar het zilver zal worden gelouterd, van het gericht, waar ook de schuim wordt verbrand. O wee, het volk en de gemeente, waar alles tot schuim wordt, waar alles doof en dood is. De wereld is zulk een smeltkroes, waarin koper, tin, ijzer en lood, d. i. allerlei werken der mensen kunnen worden gezonden; op den jongsten dag zal God daaronder waar aanbrengen, dan zal men zien, wiens werk zal blijven en wiens werk zal verbranden (1 Kor. 3:12 vv.). De onreinheid en bedorvenheid van het Huis Israëls kan gevoegelijk vergeleken worden bij het mengsel van schuim en slechts metalen met het zuivere zelf; en gelijk dit gezuiverd wordt door gesmolten te worden in een oven of smeltkroes, zo zal ook Jeruzalem, wanneer het in brand gestoken wordt, de oven zijn, waarin Ik hen zal werpen met hun goddeloosheden om verteerd te worden. Gods strenge oordelen worden uitgevoerd door den oven der verdrukking en vergeleken bij een smeltend vuur, omdat zij bestemd zijn de mensen te zuiveren van die onreinheid en die verdorvenheid, welke al te dikwijls een gevolg is van gemak en voorspoed.
— Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Voorts geschiedde des HEEREN woord dadelijk na het vorige tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenJesaja 9:13→Jeremia 2:30→Sefanja 3:2→Ezechiël 24:13→Jeremia 5:3→Jeremia 6:29→Jesaja 1:5→Jeremia 44:16→— Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.
Mensenkind! zeg tot haar: Gij Jeruzalem en Juda zijt een land, dat met gereinigd 1) is van het onkruid, waardoor het overmeesterd is (Hebr. 6:8), een land dat zijnen plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap, geen plasregen, die in een gericht, dat daarop valt om het af te spoelen en te reinigen, daarop valt en niets te weeg brengt, zodat het even goed is, alsof het niet geregend had.
Keil vertaalt: dat niet beschenen is en niet beregend ten dage der gramschap. M. a. w. dat het geen enkel bewijs der Goddelijke genade en van Zijnen zegen heeft ontvangen.
KruisverwijzingenHosea 6:9→Jeremia 2:34→Jeremia 11:9→Ezechiël 13:19→Jeremia 6:13→Openbaring 18:13→Klaagliederen 4:13→Jeremia 15:8→— De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft; zij eten de zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar.
De verbintenis, de zamenzwering harer profeten 1) is in het midden van haar met de rechters en hoofden (Zef. 3:3 v.), als een brullende leeuw, die enen roof rooft; zij eten de a) zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; hare weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar door het ombrengen der door hen vervolgde mannen.
Matth. 23:14.
De Heere zegt het hier zo duidelijk mogelijk, dat de Profeten in zamenzwering waren met de moordenaars en verdrukkers. Zij noemden het kwaad goed en het goed kwaad. Zij hadden zich in verbinding gesteld met degenen, die het volk uitmergelden en tuk waren op bloedvergieten en steunden deze. Daarom wordt van hen gezegd dat zij aan een brullenden leeuw, op zijn roof uitgaande, gelijk waren. Zij doodden zonder oorzaak, zodat de weduwen werden vermenigvuldigd. Schrikkelijke toestand van het land, waarover de Heere dan ook niet anders kon dan Zich grotelijks vertoornen.
KruisverwijzingenLeviticus 10:10→1 Samuël 2:12→Maleachi 2:8→Jeremia 2:8→Ezechiël 22:8→Ezechiël 44:23→1 Samuël 2:22→Ezechiël 36:20→— Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.
Hare priesters, die zo geheel hun heilige roeping, om leiders des volks en bewaarders der wet te zijn (Mal. 2:7) vergeten, doen Mijne wet geweld aan door hun verklaring overeenkomstig den tijdgeest (Micha 3:11), en zij ontheiligen Mijne heilige dingen, daar zij die aan den menselijken willekeur prijs geven; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen a) onderscheid, hetgeen zij toch volgens Lev. 10:10 v. moesten doen, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijne Sabbatten, zij willen het niet zien, wanneer deze door het volk worden ontheiligd, en stellen zich niet daartegen (Jer. 17:19 vv.); ja Ik word in het midden van hen ontheiligd, want in plaats van Mij, den heerlijken en heiligen God, is bij hen een afgod, die de zonde liefheeft, gekomen.
Ezech. 44:23
KruisverwijzingenEzechiël 22:13→Sefanja 3:3→Jesaja 1:23→Ezechiël 22:6→Micha 3:9→Ezechiël 22:25→Hosea 7:1→Ezechiël 45:9→— Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.
Hare a) vorsten, die tussen beide moesten komen, zijn in het midden van haar als wolven, die enen roof roven om bloed te vergieten, (vs. 12), en om zielen te verderven, opdat zij gierigheid zouden plegen, die zij toch moesten haten (Ex. 18:21).
Micha 3:11. Zef. 3:3.
KruisverwijzingenJeremia 23:25→Ezechiël 13:6→Ezechiël 22:25→Jeremia 28:2→Klaagliederen 2:14→Jeremia 28:15→Ezechiël 13:22→Jeremia 29:8→— Haar profeten nu pleisteren hen met loze kalk; ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.
Hare profeten, die hen in zulke slechtheden behulpzaam zijn (vs. 25), nu pleisteren hen met lozen kalk(Hoofdst. 13:10); ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende (Jer. 23:23), zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.
KruisverwijzingenEzechiël 22:7→Exodus 23:9→Jesaja 5:7→Amos 3:10→Exodus 22:21→Mattheüs 25:43→Micha 3:3→Ezechiël 18:12→— Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij, ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.
Het volk des lands, de klasse der lagere standen, pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij; ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht1), met versmading van het recht (Hoofdst. 18:17 v. (Ex. 22:20 v.).
Zij, die moesten geklaagd hebben over de verdrukking der onderdanen, en een eis van recht moesten ingebracht hebben, ten behoeve der verongelijkten, die voor vrijheid en voor eigendom moesten opgekomen hebben, waren zelf inwoners daarvan.
KruisverwijzingenJeremia 5:1→Jesaja 59:16→Ezechiël 13:5→Psalmen 106:23→Jesaja 63:5→Exodus 32:10→Jeremia 15:1→Genesis 18:23→— Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.
Ik zocht nu enen man uit hen (vgl. Hoofdst. 9), die den muur mocht toemuren, die een muur opwierp tot bescherming van het huis Israëls (Hoofdst. 18:5), en voor Mijn aangezicht in de a) bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven, maar Ik vond niemand
, en dien, die het wilde doen, kon Ik niet aannemen (Jer. 11:14
Ps. 106:23.
God houdt den geest der gebeden in, zodat er niemand was die Zijne oordelen afbad. Als God komt met Zijne oordelen, is het een teken van Gods grote gramschap, wanneer de Geest der gebeden over Gods volk niet vaardig wordt.
KruisverwijzingenEzechiël 9:10→Ezechiël 16:43→Ezechiël 7:8→Ezechiël 7:3→Romeinen 2:8→Ezechiël 22:21→Ezechiël 11:21→— Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE.
Daarom heb Ik Mijne gramschap over hen uitgegoten, door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hunnen weg heb Ik op hun hoofd(Hoofdst. 7:4 en 9; 16:43) gegeven, spreekt de Heere HEERE. In plaats van Jeruzalem wordt hier het gehele land genoemd, dat bij het doel der rede past; want juist ziet hier de Profeet op de verre uitbreiding der zonde, welke zich in de hoofdstad slechts in bijzondere mate had geconcentreerd. Niet alleen het aardrijk, nog veel meer het menselijk hart levert allerlei onkruid op. In vs. 24 staat niet van gewonen regen, maar plasregen, een stortvloed, als Goddelijk strafgericht (Exod. 13:11; 38:22), waardoor het land niet bevochtigd, maar afgespoeld en gereinigd wordt. De zin is: dat het land ook door den plasregen, het strafgericht ten tijde des toorns, zich niet heeft laten reinigen, alsof er geen plasregen gevallen ware. De valse profeten, die zozeer de overhand hebben verkregen, dat zij voor de profeten gehouden worden, roven in zoverre de goederen en vermoorden de zielen, als zij het roof- en moordzuchtig handelen der groten (vs. 27) helpende en bevorderende ter zijde staan, hun het geweten niet opscherpen, maar integendeel toeschroeien, daar zij “vrede, vrede” roepen, waar geen vrede is. Zo zijn zij mede schuldig aan het roven en moorden der groten, die hen in hunnen dienst hebben. Zij gedragen zich als beschaafde en vreedzame mensen, stellen zich voor als de mannen der liefde tegenover de ruwe boetpredikers, de ware Profeten, maar goed bezien zijn zij rovers en moordenaars- daartoe zijn zij als ‘t ware zaamgezworen. Dat de valse Profeten overeenstemmen, moet niemand verwonderen; leugen moet zich door leugen helpen. In vs. 28 stelt de schilder der ontzettende toestanden nogmaals de leugenprofeten voor, die met een ijdelen schijn overpleisteren, en zich daarbij op Goddelijke openbaring beroemen. Wanneer vorsten ene wreedheid begaan, mensen om het leven willen brengen en hun goed tot zich nemen, dadelijk zijn er valse profeten; zij prijzen het als ene Goddelijke daad, dat men zulke mannen, die niet alle hun goddeloosheden billijken, zou willen ombrengen en uitroeien; ja zij beroepen zich misdadig op den naam van God en geven Goddelijke uitspraken voor, dat de Heere dat zou hebben bevolen. Het voorbeeld van de leiders der theokratie volgt de grote menigte, dan wordt elke soort van zonde en misdadige goddeloosheid misdreven. De verdorvenheid is zo algemeen, dat er niemand te vinden is, die als rechtvaardige, zo als Abraham in Gen. 18:13 vv. in de bresse zou kunnen treden, en door voorbede van den Heere het gericht der verdelging zou kunnen afwenden. Jeremia met zijne krachtige boetprediking, bood zich wel als zulk een redder des volks aan, maar zij versmaadden hem, hij kon gene plaats verkrijgen. De man alleen doet het niet, de plaats moet er bij komen, het volk moet zich rondom hen scharen. Een, tegen wien ieder twist in het land, kan Gods gericht niet afwenden, hij kan het alleen bespoedigen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 22
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-31.KruisverwijzingenExodus 22:21→Deuteronomium 27:16→Ezechiël 20:13→Ezechiël 22:26→Ezechiël 23:38→Hosea 4:14→Nahum 3:1→Ezechiël 24:6→
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen. En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen! Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot. Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust! Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten. Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt. Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd. Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan. Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.
Aan de aankondiging van het oordeel over Juda en Jeruzalem sluit zich nu hier een voorstelling van de zonden, welke dit gericht te weeg brengen. Er komen drie woorden Gods tot den Profeet: 1) Jeruzalems bloedschuld en afgodendienst doet de dagen komen, dat de stad tot een spot en hoon onder de heidenen in alle landen wordt. Zij heeft alle plichten omtrent God en mensen overtreden, alle mogelijke normen heeft de zonde bij haar aangenomen (vs. 1-16) 2) Het huis Israëls is aan ene grote massa onedel metaal gelijk, dat, oorspronkelijk goed en zuiver zilver, tot schuim is geworden! het moet in den smeltkroes worden gebracht, en hoe meer nu het schuim is, hoe moeilijker het is, de weinige betere bestanddelen van de massa af te scheiden, des te sterker moet de gloed van den oven zijn. Daarvoor zal dan ook worden gezorgd, en zo zal voor de bewoners van Jeruzalem bij de belegering en de verovering der stad een sterk vuur worden gestookt, zodat de harde massa tot vloeibaarheid worden moet (vs. 17-22) 3). Deze handelwijze is volkomen gerechtvaardigd, want om nogmaals op Israëls zonde te komen, zo is het een land, dat niet meer te reinigen is, een land, dat onder den toorn ligt, waarop het niet meer zal regenen. Profeten, priesters, vorsten, volk, hebben ieder op zijne wijze en in de sterkste mate zich schuldig gemaakt, daarom moet de toorn in volle mate zich uitstorten, en het vuur een einde daaraan maken (vs. 23-31).
Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij zeggende:
Gij nu, mensenkind! zoudt gij, gelijk Ik dit reeds in Hoofdst. 20:4 bij u heb verondersteld, der bloedstad recht geven, rechten; zoudt gij ze recht geven, rechten? Ja, maak haar bekend al hare gruwelen.
In deze verzen en de volgende wordt de Profeet door een last van den Hemel tot rechter in de vierschaar gesteld en Jeruzalem wordt genoodzaakt hare hand op te heffen, als een gevangene voor de balie; en indien Profeten gesteld werden over andere volken, veel meer dan over Gods eigen volk. Deze Profeet wordt gemachtigd om de bloedige stad te veroordelen; de stad des bloeds, Jeruzalem wordt zo genoemd, niet alleen omdat zij schuldig was aan deze bijzondere zonde van bloedvergieten, maar ook omdat hare misdaden in het algemeen waren bloedige misdaden, zodanige als haar besmetten in haar bloed, en om welke zij verdiende, dat haar bloed te drinken werd gegeven. Nu is het werk van een rechter haar te overtuigen van hare misdaden, en dan wegens dezelve vonnis over haar te vellen. Het is beter te vertalen rechten, dan recht geven. De Profeet wordt geroepen om Jeruzalem hare zonden en misdaden, hare bloedschulden voor ogen te stellen, opdat daardoor God gerechtvaardigd werd in Zijne oordelen, die Hij over haar zenden zal.
En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome dat het oordeel over haar zij, endie drekgoden tegen zich zelf maakt, om zich te verontreinigen!
Door uw bloed, dat gij a) vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uwe drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u b) verontreinigd, en hebt uwe dagen, de dagen uwer bezoeking, doen naderen, en zijt tot uwe jaren van rechtvaardige straf gekomen! Daarom, dewijl het nu werkelijk tot bezoeking en straf komt, heb Ik u den Heidenen overgegeven tot enen smaad, en allen landen tot enen spot (Hoofdst. 5:14 v.).
(2 Kon. 21:16. b) Ezech. 20:30 vv.
Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gijdie den naam van heilige stad hebt verbeurd en nu een onreine van naamzijt, en onder den vloek van woeste en buitengewone toestanden, die u om uwe gruwelen treffen, vol van onrust zijt! In de hoge vlucht der geestdrift heeft de Profeet in het vorig hoofdstuk de grootheid der Goddelijke straf beschreven, en daarmee het onderwerp, waarvan hij in Hoofdst. 20 was uitgegaan, enigszins uit het oog verloren: de ontdekking en voorstelling der zonde en der schuld des volks. Dit thema neemt hij dan hier weer op. Het eerste gedeelte van dit woord Gods (vs. 1-5) bevat de hoofdaanklacht over bloedvergieten en afgodendienst! de tweede afdeling (vs. 6-16) geeft de nadere blootlegging van de zonde des volks en van zijne oversten met korte bedreiging van straf.
Ziet, de vorsten Israëls, de koningen van Jeruzalem, zijn in u geweest, een ieder onder hen naar zijne kracht zoekt zijne grootheid en sterkte daarin, om bloed te vergieten.
O stad, waarin Mijn heiligdom staat opgericht Mijne heilige dingen hebt gij veracht, En Mijne Sabbatten hebt gij ontheiligt (Hoofdst. 20:24).
Achterklappers, mensen die valse getuigenis gaven, zijn in u geweest om bloed te vergieten (Lev. 19:16. Jer. 6:28; 9:3), en in u hebben zij op de bergen, de hoogten waar men valse goden dient en ter hunner ere offermaaltijden houdt, gegeten (Hoofdst. 20:28 v.); zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan (Hoofdst. 16:27).
Daartoe heeft de een gruwel (Jer. 5:8)gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijne zuster, zijns vaders dochter verkracht 1), hoewel dat alles hun als ene gruweldaad is voorgehouden en met den dood des verbrandens is bedreigd (Lev. 18:9, 11, 15 en 20:14 11,).
Tegen alle geboden Gods, niet tegen een enkele, maar tegen alle hadden zijn zwaarlijk overtreden. Niet alleen tegen de eerste, maar ook tegen de tweede tafel der wet. Zij hadden de regering Gods veracht, Zijne ordinantiën met voeten getreden. Zijne heilige inzettingen op zij gezet en geleefd als een geheel heidens volk, hetwelk van geen God en Zijn dienst afwist. Daarom zou de Heere het overgeven in de handen hunner vijanden, die afgodisch waren.
Zij, de rechters en raadgevers hebben ondanks het verbod (Ex. 23:8) geschenken in u genomen, om bloed te vergieten: woeker en overwinst hebt gij genomen tegen Mijnen uitdrukkelijken wil (Lev. 25:37), en gij hebt gierigheid gepleegd aan uwen naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten (Deut. (6:12; 8:11; 14:19; 32:18), spreekt de Heere HEERE. Hier wordt ene menigte van zonden van allerlei aard opgeteld, welke in Jeruzalem zich bevonden. De Profeet heeft daarbij voornamelijk Lev. 18-20 voor ogen, dat hier tot toepassing bijzonder geschikt was, daar in tegenstelling tot de zonden van heidense volken, dat gedeelte der wet aan Israël als het afgezonderde verbondsvolk, van welks Levietische reinheid vroeger uitvoerig was gehandeld, tot ene met deze overeenkomstige inwendige, zedelijke reinheid en ene reeks van voorschriften oproept. Schilderachtig stelt de profeet het wilde door elkaar gaan, het verwarde zoeken der zonde naar alle richtingen voor; waar het oog zich richt, ontdekt het ruwe uitingen van het kwaad. De rede loopt steeds uit op het refrein (vs. 6, 9, 12) “bloed vergieten” gelijk te voren (vs. 2) Jeruzalem voor ene bloedstad was verklaard, en deze gedachte daarom voornamelijk de ziel van den Profeet vervult. Hij ziet overal doodzonde, bloedschuld, dus de ergste schuld, die zich onmogelijk aan den arm van Gods gerechtigheid kan onttrekken. Alzo verbindt de Profeet in de drie dus ontstane hoofddelen vs. 6-8, 9-11 en 12 steeds de zonden tegen den naaste met die tegen God, wier nauwe zamenhang ook in de 5 Boeken van Mozes zeer beslist op den voorgrond wordt verklaard, en waarop reeds vs. 4 gewezen heeft, waarvan de gedachte hier verder wordt uitgebreid. Zo ontstaat de volgende schone zamenhang der rede: a) vs. 6-8. Schildering van het geweld van den overmoed tegen den naaste. De macht wordt tot daad des gewelds, tot omkering der Goddelijke orde gebezigd; van de vorsten ziet een iegelijk niet op de gerechtigheid, maar alleen op het fysische overwicht, dat hij bezit, en verkeert het recht in onrecht; de kinderen staan op tegen de ouders, de hulpeloze is beroofd van de bescherming, die hij behoeft, en aan den willekeur des overmoeds overgegeven. Waar de overmoed tegenover mensen zich zo laat gevoelen, treedt die ook tegenover God op; men veracht het heilige, ontheiligt de Sabbatten des Heeren. b) vs. 9-11. Benevens den overmoed is de laster heersende, d. i. de ontbering der waarheid ten opzichte van den naaste in leugen. Daarmee gaat hand in hand de verdringing der waarheid omtrent God; de ware, zuivere godsdienst moet voor de leugen van den afgodendienst wijken, die dan haar ganse leger van gruwelen medevoert, want de in vs. 10 vv. genoemde zonden van ontucht, de zonden tegen de wet, zijn eigenlijk het gevolg van den natuurdienst, en zijn als zodanige ook bij Mozes (Lev. 18:17) aangewezen. c) vs. 12. Eindelijk heerst de hebzucht, omkoperij en woeker van allerlei aard en afpersing. Hier is het beginsel van zelfzucht zo op den voorgrond, dat aan God niet meer wordt gedacht, daarom het krachtige slot: “gij hebt Mijner vergeten, ” Hebzucht en vergeten van God zijn nauw verbonden. De Profeet heeft er behagen in, de zonden tegen de beide tafelen door elkaar te vlechten, en inderdaad komen zij uit ééne bron voort; het onderscheid tussen godsdienst en zedenleer is ene fictie, die met de ervaring strijdt-wie zijnen God niet getrouw is, die kan ook zijnen naaste niet liefhebben. Terwijl bij de optelling der in zwang zijnde zonden vooreerst van geweld sprake is, wordt op het voorbeeld der vorsten als met den vinger gewezen als op iets dat voor ‘t oog ligt: “ziet. ” Met de verkeerdheid van boven komt dan overeen de gehoorzaamheid der kinderen aan de ouders, die geheel verloren is gegaan, en zo als nu de vorsten handelen met het volk, zo deed men onder het volk met degenen, die integendeel aanspraak mochten maken op bescherming, met vreemdelingen, weduwen en wezen. Het familieleven ten opzichte van de verhouding van kinderen jegens hun oudere, de achting voor den openbaren godsdienst, wat in dit opzicht gewoonte onder het volk is, de toestand van de betrekking der verschillende geslachten, de openbare ontucht, de echtbreuk, het oordeel in de maatschappij daarover, de gedulde, erkende, gewone vormen voor dit alles, omkoping en woeker, overmoed des rijkdoms en verdrukking der minderen, enz. zijn de donderkoppen, die het naderen van ‘t onweder over volken en gehele leeftijden aankondigen.
Ziet dan, Ik heb vol toorn en verwondering (Hoofdst. 6:11) Mijne hand a) geslagen om uwe gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest 1) zijnen zal nu ook de u toekomende straf over u doen komen.
Ezech. 21:17.
God laat haar, n. l. Jeruzalem, weten, dat Hij een mishagen, ja een groot mishagen heeft aan hare goddeloosheden en daartegen getuigt en zal getuigen. God openbaart Zijnen toorn van den hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen; zo wel door Zijne Profeten als door Zijne Voorzienigheid. God heeft genoegzaam ontdekt, hoe vertoornd Hij is over de goddeloze wegen van Zijn volk; en opdat zij niet mogen zeggen, dat zij maar goede waarschuwingen gehad hebben, zo slaat Hij Zijne hand aan de zonde, eer Hij Zijne hand legt op den zondaar.
Zal uw hart bestaan? zult gij voor hetgeen over u zal komen niet verschrikken? zullen uwe handen sterk zijn? zal niet wat u opgelegd is, u een ondragelijke last zijn in de dagen, als Ik met u handelen zal, gelijk gij hebt verdiend? Ik de HEERE heb het gesproken; Ik heb het alzo aangewezen, wat Ik over u heb besloten (Hoofdst. 12:15), en zal het doen (Hoofdst. 17:24).
En Ik zal u verstrooien onder de Heidenen, en u verspreiden in de landen, en uwe onreinigheid uit u verteren, u uit het heilige land uitdelgen, zodat gij moet ophouden uwe gruwelen aldaar te bedrijven.
Zo zult gij tevens in u, wat uwen stand aangaat in de landen, waarin Ik u verstoot, ontheiligd zijn voor de ogen der Heidenen als die door uw schandelijk handelen uzelven ontheiligd en den vloek op u geladen hebt; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Het wegnemen der onreinheid van Jeruzalem geschiedt door verdelging der zondige bewoners. Jeruzalem heeft de heiligdommen des Heeren ontheiligd (vs. 8). Het heeft Gods heerlijkheid misdadig aangetast, dat moet het met verlies van zijne waardigheid boeten. Ontzettende reiniging, de reiniging der goddelozen! Als wij geen einde maken, dan maakt God een einde.
Wijders in onmiddellijken zamenhang met het vorige, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Mensenkind! die van het huis Israëls, dat oorspronkelijk goed, rein zilver was, zijn Mij tot schuim geworden, of zijn tot zulke onedele metalen verlaagd, als die door smelting van het zilver wordt afgescheiden (Jes. 1:22. Jer. 6:27 vv.); zij zijn allen koper of tin of ijzer of lood in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.
Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim of afval geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen als in een oven, daardoor, dat gij bij het naderen der Chaldeeuwse legers van wijd en zijd in de stad bescherming zult zoeken (Jer. 4:5 v.).
Gelijk zilver of koper of ijzer of lood of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover (daaronder) op te blazen, opdat men het smelte, alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijnen toorn en in Mijne grimmigheid daar in Jeruzalem als in een oven laten, en smelten 1) door het harde vuur van angst en nood.
De Heere openbaart Zich hier als den Kenner der harten en den Proever der nieren. Juda en Jeruzalem’s inwoners mogen nog een vertoon van godsdienst hebben, mogen nog een gedaante van zilver hebben, maar de Heere ziet en doorloutert hen als schuim of als die onedele metalen, die niet zilver zijn. En waar Hij nu als de grote Louteraar Zichzelven openbaart, daar zal Hij hen werpen in den smeltkroes der beproeving, opdat het blijke, dat al wat schuim is weggaat en verdaan wordt.
Gelijk het zilver, wanneer de gloed sterk genoeg is, in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar, van de belegerde en beangstigde stad Jeruzalem, gesmolten worden, en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijne grimmigheid over u uitgegoten heb. In deze gehele afdeling wordt het gericht niet beschouwd uit het gezichtspunt van loutering, maar uit dat van vernietiging, zo als Ezechiël gewoonlijk de bevolking van Jeruzalem voor ene menigte aanziet, die der verdelging is gewijd. Het woord Gods stelt de belegering, die Jeruzalem wacht, voor als ene smelting, door welke God het zilvererts, dat in Israël is, zal afzonderen, maar vangt in de eerste plaats aan met de voorstelling van Israëls toenmalige gesteldheid. Israël is tot schuim geworden. Wat daaronder bedoeld wordt, wordt aanstonds door koper, tin, ijzer en lood verduidelijkt, en daarna door “zilverschuim” nauwkeuriger bepaald, dus: zilverachtig koper, tin, ijzer en lood, gelijk men het in den oven werpt om door smelting het zilver daarvan af te scheiden. Er zijn drieërlei smeltovens: van de zonde, waar men tot schuim kan worden, van de beproeving, waar het zilver zal worden gelouterd, van het gericht, waar ook de schuim wordt verbrand. O wee, het volk en de gemeente, waar alles tot schuim wordt, waar alles doof en dood is. De wereld is zulk een smeltkroes, waarin koper, tin, ijzer en lood, d. i. allerlei werken der mensen kunnen worden gezonden; op den jongsten dag zal God daaronder waar aanbrengen, dan zal men zien, wiens werk zal blijven en wiens werk zal verbranden (1 Kor. 3:12 vv.). De onreinheid en bedorvenheid van het Huis Israëls kan gevoegelijk vergeleken worden bij het mengsel van schuim en slechts metalen met het zuivere zelf; en gelijk dit gezuiverd wordt door gesmolten te worden in een oven of smeltkroes, zo zal ook Jeruzalem, wanneer het in brand gestoken wordt, de oven zijn, waarin Ik hen zal werpen met hun goddeloosheden om verteerd te worden. Gods strenge oordelen worden uitgevoerd door den oven der verdrukking en vergeleken bij een smeltend vuur, omdat zij bestemd zijn de mensen te zuiveren van die onreinheid en die verdorvenheid, welke al te dikwijls een gevolg is van gemak en voorspoed.
Voorts geschiedde des HEEREN woord dadelijk na het vorige tot mij, zeggende:
Mensenkind! zeg tot haar: Gij Jeruzalem en Juda zijt een land, dat met gereinigd 1) is van het onkruid, waardoor het overmeesterd is (Hebr. 6:8), een land dat zijnen plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap, geen plasregen, die in een gericht, dat daarop valt om het af te spoelen en te reinigen, daarop valt en niets te weeg brengt, zodat het even goed is, alsof het niet geregend had.
Keil vertaalt: dat niet beschenen is en niet beregend ten dage der gramschap. M. a. w. dat het geen enkel bewijs der Goddelijke genade en van Zijnen zegen heeft ontvangen.
De verbintenis, de zamenzwering harer profeten 1) is in het midden van haar met de rechters en hoofden (Zef. 3:3 v.), als een brullende leeuw, die enen roof rooft; zij eten de a) zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; hare weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar door het ombrengen der door hen vervolgde mannen.
Matth. 23:14.
De Heere zegt het hier zo duidelijk mogelijk, dat de Profeten in zamenzwering waren met de moordenaars en verdrukkers. Zij noemden het kwaad goed en het goed kwaad. Zij hadden zich in verbinding gesteld met degenen, die het volk uitmergelden en tuk waren op bloedvergieten en steunden deze. Daarom wordt van hen gezegd dat zij aan een brullenden leeuw, op zijn roof uitgaande, gelijk waren. Zij doodden zonder oorzaak, zodat de weduwen werden vermenigvuldigd. Schrikkelijke toestand van het land, waarover de Heere dan ook niet anders kon dan Zich grotelijks vertoornen.
Hare priesters, die zo geheel hun heilige roeping, om leiders des volks en bewaarders der wet te zijn (Mal. 2:7) vergeten, doen Mijne wet geweld aan door hun verklaring overeenkomstig den tijdgeest (Micha 3:11), en zij ontheiligen Mijne heilige dingen, daar zij die aan den menselijken willekeur prijs geven; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen a) onderscheid, hetgeen zij toch volgens Lev. 10:10 v. moesten doen, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijne Sabbatten, zij willen het niet zien, wanneer deze door het volk worden ontheiligd, en stellen zich niet daartegen (Jer. 17:19 vv.); ja Ik word in het midden van hen ontheiligd, want in plaats van Mij, den heerlijken en heiligen God, is bij hen een afgod, die de zonde liefheeft, gekomen.
Ezech. 44:23
Hare a) vorsten, die tussen beide moesten komen, zijn in het midden van haar als wolven, die enen roof roven om bloed te vergieten, (vs. 12), en om zielen te verderven, opdat zij gierigheid zouden plegen, die zij toch moesten haten (Ex. 18:21).
Micha 3:11. Zef. 3:3.
Hare profeten, die hen in zulke slechtheden behulpzaam zijn (vs. 25), nu pleisteren hen met lozen kalk(Hoofdst. 13:10); ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende (Jer. 23:23), zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.
Het volk des lands, de klasse der lagere standen, pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij; ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht1), met versmading van het recht (Hoofdst. 18:17 v. (Ex. 22:20 v.).
Zij, die moesten geklaagd hebben over de verdrukking der onderdanen, en een eis van recht moesten ingebracht hebben, ten behoeve der verongelijkten, die voor vrijheid en voor eigendom moesten opgekomen hebben, waren zelf inwoners daarvan.
Ik zocht nu enen man uit hen (vgl. Hoofdst. 9), die den muur mocht toemuren, die een muur opwierp tot bescherming van het huis Israëls (Hoofdst. 18:5), en voor Mijn aangezicht in de a) bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven, maar Ik vond niemand
, en dien, die het wilde doen, kon Ik niet aannemen (Jer. 11:14
Ps. 106:23.
God houdt den geest der gebeden in, zodat er niemand was die Zijne oordelen afbad. Als God komt met Zijne oordelen, is het een teken van Gods grote gramschap, wanneer de Geest der gebeden over Gods volk niet vaardig wordt.
Daarom heb Ik Mijne gramschap over hen uitgegoten, door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hunnen weg heb Ik op hun hoofd(Hoofdst. 7:4 en 9; 16:43) gegeven, spreekt de Heere HEERE. In plaats van Jeruzalem wordt hier het gehele land genoemd, dat bij het doel der rede past; want juist ziet hier de Profeet op de verre uitbreiding der zonde, welke zich in de hoofdstad slechts in bijzondere mate had geconcentreerd. Niet alleen het aardrijk, nog veel meer het menselijk hart levert allerlei onkruid op. In vs. 24 staat niet van gewonen regen, maar plasregen, een stortvloed, als Goddelijk strafgericht (Exod. 13:11; 38:22), waardoor het land niet bevochtigd, maar afgespoeld en gereinigd wordt. De zin is: dat het land ook door den plasregen, het strafgericht ten tijde des toorns, zich niet heeft laten reinigen, alsof er geen plasregen gevallen ware. De valse profeten, die zozeer de overhand hebben verkregen, dat zij voor de profeten gehouden worden, roven in zoverre de goederen en vermoorden de zielen, als zij het roof- en moordzuchtig handelen der groten (vs. 27) helpende en bevorderende ter zijde staan, hun het geweten niet opscherpen, maar integendeel toeschroeien, daar zij “vrede, vrede” roepen, waar geen vrede is. Zo zijn zij mede schuldig aan het roven en moorden der groten, die hen in hunnen dienst hebben. Zij gedragen zich als beschaafde en vreedzame mensen, stellen zich voor als de mannen der liefde tegenover de ruwe boetpredikers, de ware Profeten, maar goed bezien zijn zij rovers en moordenaars- daartoe zijn zij als ‘t ware zaamgezworen. Dat de valse Profeten overeenstemmen, moet niemand verwonderen; leugen moet zich door leugen helpen. In vs. 28 stelt de schilder der ontzettende toestanden nogmaals de leugenprofeten voor, die met een ijdelen schijn overpleisteren, en zich daarbij op Goddelijke openbaring beroemen. Wanneer vorsten ene wreedheid begaan, mensen om het leven willen brengen en hun goed tot zich nemen, dadelijk zijn er valse profeten; zij prijzen het als ene Goddelijke daad, dat men zulke mannen, die niet alle hun goddeloosheden billijken, zou willen ombrengen en uitroeien; ja zij beroepen zich misdadig op den naam van God en geven Goddelijke uitspraken voor, dat de Heere dat zou hebben bevolen. Het voorbeeld van de leiders der theokratie volgt de grote menigte, dan wordt elke soort van zonde en misdadige goddeloosheid misdreven. De verdorvenheid is zo algemeen, dat er niemand te vinden is, die als rechtvaardige, zo als Abraham in Gen. 18:13 vv. in de bresse zou kunnen treden, en door voorbede van den Heere het gericht der verdelging zou kunnen afwenden. Jeremia met zijne krachtige boetprediking, bood zich wel als zulk een redder des volks aan, maar zij versmaadden hem, hij kon gene plaats verkrijgen. De man alleen doet het niet, de plaats moet er bij komen, het volk moet zich rondom hen scharen. Een, tegen wien ieder twist in het land, kan Gods gericht niet afwenden, hij kan het alleen bespoedigen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel