Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 22

1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV Moreover the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Gij nu, mensenkindH1121, zoudt gij der bloedstadH1818 rechtH8199 geven? Zoudt gij ze rechtH8199 geven? Ja, maak haar bekendH3045 alH3605 haar gruwelenH8441. Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.

KJV Now, thou son2 of man,3 wilt thou judge,4 wilt thou judge5 the bloody8 city?7 yea, thou shalt shew9 her all her abominations.

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 הֲתִשְׁפֹּ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 5 הֲתִשְׁפֹּ֖ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 הַדָּמִ֑ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 וְה֣וֹדַעְתָּ֔הּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 10 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 תּוֹעֲבוֹתֶֽיהָ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zegH559: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: O stadH5892, die in haar middenH8432 bloedH1818 vergietH8210, opdat haar tijdH6256 komeH935, en drekgodenH1544 tegenH5921 zichzelve maaktH6213, om zich te verontreinigenH2930! En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!

KJV Then say1 thou, Thus saith3 the Lord4 GOD,5 The city6 sheddeth7 blood8 in the midst9 of it, that her time11 may come,10 and maketh12 idols13 against herself to defile

1 וְאָמַרְתָּ֗ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 שֹׁפֶ֥כֶת H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 8 דָּ֛ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 בְּתוֹכָ֖הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 לָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 עִתָּ֑הּ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 וְעָשְׂתָ֧ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 גִלּוּלִ֛ים H1544 drekgoden idol 14 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 לְטָמְאָֽה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Door uw bloedH1818, datH834 gij vergotenH8210 hebt, zijt gij schuldigH816 geworden, en met uw drekgodenH1544, dieH834 gij gemaaktH6213 hebt, hebt gij u verontreinigdH2930, en hebt uw dagenH3117 doen naderenH7126, en zijt totH5704 uw jarenH8141 gekomenH935; daaromH3651 heb Ik u den heidenenH1471 overgegevenH5414 tot een smaadH2781, en allenH3605 landenH776 tot een spotH7048. Door uw bloed, dat gij vergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden, die gij gemaakt hebt, hebt gij u verontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen, en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een smaad, en allen landen tot een spot.

KJV Thou art become guilty4 in thy blood1 that thou hast shed;3 and hast defiled8 thyself in thine idols5 which thou hast made;7 and thou hast caused thy days10 to draw near,9 and art come11 even unto thy years:13 therefore have I made16 thee a reproach17 unto the heathen,18 and a mocking19 to all countries.

1 בְּדָמֵ֨ךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 שָׁפַ֜כְתְּ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 4 אָשַׁ֗מְתְּ H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 5 וּבְגִלּוּלַ֤יִךְ H1544 drekgoden idol 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשִׂית֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 טָמֵ֔את H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 9 וַתַּקְרִ֣יבִי H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 10 יָמַ֔יִךְ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 וַתָּב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 שְׁנוֹתָ֑יִךְ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כֵּ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 16 נְתַתִּ֤יךְ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 17 חֶרְפָּה֙ H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 18 לַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 19 וְקַלָּסָ֖ה H7048 spot mocking 20 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הָאֲרָצֽוֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Die nabijH7138 en verreH7350 vanH4480 u zijn, zullen u bespottenH7046, gij onreineH2931 van naamH8034 en volH7227 van onrustH4103! Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!

KJV Those that be near,1 and those that be far2 from thee, shall mock4 thee, which art infamous6 and much8 vexed.

1 הַקְּרֹב֛וֹת H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 2 וְהָרְחֹק֥וֹת H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 3 מִמֵּ֖ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 יִתְקַלְּסוּ H7046 bespotten, beschimpen, beschimpende mock, scoff, scorn 5 בָ֑ךְ 6 טְמֵאַ֣ת H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 7 הַשֵּׁ֔ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 רַבַּ֖ת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 9 הַמְּהוּמָֽה H4103 beroerten, gedruis, kwelling destruction, discomfiture, trouble, tumult, vexation, vexed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 ZietH2009, de vorstenH5387 IsraelsH3478 zijn in u geweest, een iederH376 naar zijn krachtH2220, omH4616 bloedH1818 te vergietenH8210. Ziet, de vorsten Israels zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.

KJV Behold, the princes2 of Israel,3 every one4 were in thee to their power5 to shed9 blood.

1 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 נְשִׂיאֵ֣י H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 לִזְרֹע֖וֹ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 6 הָ֣יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 בָ֑ךְ 8 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 9 שְׁפָךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 10 דָּֽם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 VaderH1 en moederH517 hebben zij in u licht geachtH7043; met den vreemdelingH1616 hebben zij in het middenH8432 van u door verdrukkingH6233 gehandeldH6213; zij hebben in u den weesH3490 en de weduweH490 verdruktH3238. Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.

KJV In thee have they set light3 by father1 and mother:2 in the midst8 of thee have they dealt6 by oppression7 with the stranger:5 in thee have they vexed11 the fatherless9 and the widow.

1 אָ֤ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 2 וָאֵם֙ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 3 הֵקַ֣לּוּ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 4 בָ֔ךְ 5 לַגֵּ֛ר H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 6 עָשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 בַעֹ֖שֶׁק H6233 verdrukking, onderdrukking, onthoudene cruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten) 8 בְּתוֹכֵ֑ךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 9 יָת֥וֹם H3490 wees, niemand, rechtzaak fatherless (child), orphan 10 וְאַלְמָנָ֖ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 11 ה֥וֹנוּ H3238 verdrukken, verdrukkende, verdrukt destroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence 12 בָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Mijn heiligeH6944 dingen hebt gij verachtH959, en Mijn sabbattenH7676 hebt gij ontheiligdH2490. Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd.

KJV Thou hast despised2 mine holy things,1 and hast profaned5 my sabbaths.

1 קָדָשַׁ֖י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 2 בָּזִ֑ית H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שַׁבְּתֹתַ֖י H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 5 חִלָּֽלְתְּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 AchterklappersH582 zijn in u geweest omH4616 bloedH1818 te vergietenH8210, en in u hebben zij op de bergenH2022 gegetenH398, zij hebben schandelijkheidH2154 in het middenH8432 van u gedaanH6213. Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.

KJV In thee are men that carry tales2 to shed6 blood:7 and in thee they eat10 upon the mountains:9 in the midst14 of thee they commit13 lewdness.

1 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 רָכִ֛יל H7400 achterklapper, achterklap slander, carry tales, talebearer 3 הָ֥יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 בָ֖ךְ 5 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 שְׁפָךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 7 דָּ֑ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הֶֽהָרִים֙ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 10 אָ֣כְלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 בָ֔ךְ 12 זִמָּ֖ה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 13 עָשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 בְתוֹכֵֽךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Men heeft de schaamteH6172 des vadersH1 in u ontdektH1540; die onreinH2931 was door afzonderingH5079, hebben zij in u verkrachtH6031. Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.

KJV In thee have they discovered3 their fathers'2 nakedness:1 in thee have they humbled7 her that was set apart6 for pollution.

1 עֶרְוַת H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 2 אָ֖ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 3 גִּלָּה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 4 בָ֑ךְ 5 טְמֵאַ֥ת H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 6 הַנִּדָּ֖ה H5079 afzondering, onreinigheid, afgezonderde [idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness) 7 עִנּוּ H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 8 בָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daartoe heeft de een gruwel gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns vaders dochter; verkracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daartoe heeft de een gruwelH8441 gedaanH6213 met zijns naastenH7453 huisvrouwH802, en een anderH376 heeft zijns zoons vrouwH3618 met schandelijkheidH2154 verontreinigdH2930; nog een anderH376 heeft in u zijn zusterH269, zijns vadersH1 dochterH1323; verkrachtH6031. Daartoe heeft de een gruwel gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns vaders dochter; verkracht.

KJV And one1 hath committed5 abomination6 with his neighbour's4 wife;3 and another7 hath lewdly11 defiled10 his daughter in law;9 and another12 in thee hath humbled17 his sister,14 his father's16 daughter.

1 וְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 3 אֵ֣שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 רֵעֵ֗הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 5 עָשָׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 תּֽוֹעֵבָ֔ה H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 7 וְאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כַּלָּת֖וֹ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 10 טִמֵּ֣א H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 11 בְזִמָּ֑ה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 12 וְאִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֲחֹת֥וֹ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 15 בַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 16 אָבִ֖יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 17 עִנָּה H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 18 בָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zij hebben geschenkenH7810 in u genomenH3947, omH4616 bloedH1818 te vergietenH8210; woekerH5392 en overwinstH8636 hebt gij genomenH3947, en gij hebt gierigheidH1214 gepleegd aan uw naasteH7453 door verdrukkingH6233; maar gij hebt Mijner vergetenH7911, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.

KJV In thee have they taken2 gifts1 to shed5 blood;6 thou hast taken9 usury7 and increase,8 and thou hast greedily gained10 of thy neighbours11 by extortion,12 and hast forgotten14 me, saith15 the Lord16 GOD.

1 שֹׁ֥חַד H7810 geschenk, geschenken bribe(-ry), gift, present, reward 2 לָֽקְחוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 בָ֖ךְ 4 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 5 שְׁפָךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 6 דָּ֑ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 7 נֶ֧שֶׁךְ H5392 woeker usury 8 וְתַרְבִּ֣ית H8636 overwinst increase, unjust gain 9 לָקַ֗חַתְּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 וַתְּבַצְּעִ֤י H1214 pleegt, einde, afsnijden (be) covet(-ous), cut (off), finish, fulfill, gain (greedily), get, be given to (covetousness), greedy, perform, be wounded 11 רֵעַ֨יִךְ֙ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 12 בַּעֹ֔שֶׁק H6233 verdrukking, onderdrukking, onthoudene cruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten) 13 וְאֹתִ֣י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 שָׁכַ֔חַתְּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 15 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 17 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ziet dan, Ik heb Mijn hand geslagen, om uw gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 ZietH2009 dan, Ik heb Mijn handH3709 geslagenH5221, om uw gierigheidH1215, dieH834 gij bedrevenH6213 hebt, en om uw bloedH1818, dieH834 in het middenH8432 van u geweest zijn. Ziet dan, Ik heb Mijn hand geslagen, om uw gierigheid, die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn.

KJV Behold, therefore I have smitten2 mine hand3 at thy dishonest gain5 which thou hast made,7 and at thy blood9 which hath been in the midst

1 וְהִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 הִכֵּ֣יתִי H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 3 כַפִּ֔י H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 בִּצְעֵ֖ךְ H1215 gierigheid, gewin, nuttigheid covetousness, (dishonest) gain, lucre, profit 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשִׂ֑ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 וְעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 דָּמֵ֔ךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 הָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 בְּתוֹכֵֽךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zal uw hartH3820 bestaanH5975? zullen uw handenH3027 sterkH2388 zijn, in de dagenH3117, alsH518 IkH589 met u handelenH6213 zal? IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696, en zal het doen. Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.

KJV Can thine heart2 endure,1 or can thine hands5 be strong,4 in the days6 that I shall deal9 with thee? I the LORD12 have spoken13 it, and will do

1 הֲיַעֲמֹ֤ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 לִבֵּךְ֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 4 תֶּחֱזַ֣קְנָה H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 5 יָדַ֔יִךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 לַיָּמִ֕ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 עֹשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 אוֹתָ֑ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 דִּבַּ֥רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 14 וְעָשִֽׂיתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Ik zal u verstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw ontreinigheid uit u verteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En Ik zal u verstrooienH6327 onder de heidenenH1471, en u verspreidenH2219 in de landenH776, en uw ontreinigheidH2932 uitH4480 u verteren. En Ik zal u verstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw ontreinigheid uit u verteren.

Ook in dit vers uitverterenH8552

KJV And I will scatter1 thee among the heathen,3 and disperse4 thee in the countries,5 and will consume6 thy filthiness

1 וַהֲפִיצוֹתִ֤י H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 2 אוֹתָךְ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בַּגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 וְזֵרִיתִ֖יךְ H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 5 בָּאֲרָצ֑וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וַהֲתִמֹּתִ֥י H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 7 טֻמְאָתֵ֖ךְ H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 8 מִמֵּֽךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zo zult gij in u ontheiligdH2490 zijn voor de ogenH5869 der heidenenH1471; en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben. Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV And thou shalt take thine inheritance1 in thyself in the sight3 of the heathen,4 and thou shalt know5 that I am the LORD.

1 וְנִחַ֥לְתְּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 2 בָּ֖ךְ 3 לְעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 גוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 וְיָדַ֖עַתְּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 MensenkindH1121, die van het huisH1004 IsraelsH3478 zijn Mij tot schuimH5509 geworden; zij zijn allenH3605 koperH5178, of tinH913, of ijzerH1270, of loodH5777, in het middenH8432 des ovensH3564; zilverschuimH5509 zijn zij geworden. Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.

KJV Son1 of man,2 the house5 of Israel6 is to me become dross:7 all they are brass,9 and tin,10 and iron,11 and lead,12 in the midst13 of the furnace;14 they are even the dross15 of silver.

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 הָיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 לִ֥י 5 בֵֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 לְסִ֑יג H5509 schuim, zilverschuim dross 8 כֻּלָּ֡ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 נְ֠חֹשֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 10 וּבְדִ֨יל H913 tin, tinnen [phrase] plummet, tin 11 וּבַרְזֶ֤ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 12 וְעוֹפֶ֨רֶת֙ H5777 lood, loden lead 13 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 14 כּ֔וּר H3564 ovens, oven, smeltkroes furnace. Compare H3600 (כִּיר) 15 סִגִ֥ים H5509 schuim, zilverschuim dross 16 כֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 17 הָיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Omdat gijlieden allenH3605 totH413 schuimH5509 geworden zijt, daaromH3651 zietH2005, Ik zal u in het middenH8432 van JeruzalemH3389 vergaderenH6908. Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Because ye are all become dross,9 behold, therefore I will gather12 you into the midst15 of Jerusalem.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 יַ֛עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 7 הֱי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 כֻּלְּכֶ֖ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 לְסִגִ֑ים H5509 schuim, zilverschuim dross 10 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 11 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 12 קֹבֵ֣ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 13 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 תּ֖וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 16 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Gelijk zilverH3701, of koperH5178, of ijzerH1270, of loodH5777, of tinH913 in het middenH8432 eens ovensH3564 vergaderdH6910 wordt, om het vuurH784 daarover opH5921 te blazenH5301, opdat men het smelteH5413; alzoH3651 zal Ik ulieden vergaderenH6908 in Mijn toornH639, en in Mijn grimmigheidH2534 daar latenH3240, en smeltenH5413. Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.

KJV As they gather1 silver,2 and brass,3 and iron,4 and lead,5 and tin,6 into the midst8 of the furnace,9 to blow10 the fire12 upon it, to melt13 it; so will I gather15 you in mine anger16 and in my fury,17 and I will leave18 you there, and melt

1 קְבֻ֣צַת H6910 vergaderd [idiom] gather 2 כֶּ֡סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 וּ֠נְחֹשֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 4 וּבַרְזֶ֨ל H1270 ijzer, ijzeren, ijzers (ax) head, iron 5 וְעוֹפֶ֤רֶת H5777 lood, loden lead 6 וּבְדִיל֙ H913 tin, tinnen [phrase] plummet, tin 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 תּ֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 9 כּ֔וּר H3564 ovens, oven, smeltkroes furnace. Compare H3600 (כִּיר) 10 לָפַֽחַת H5301 blaas, blazen, ziedenden blow, breath, give up, cause to lose (life), seething, snuff 11 עָלָ֥יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 13 לְהַנְתִּ֑יךְ H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 14 כֵּ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 15 אֶקְבֹּץ֙ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 16 בְּאַפִּ֣י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 17 וּבַחֲמָתִ֔י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 18 וְהִנַּחְתִּ֥י H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 19 וְהִתַּכְתִּ֖י H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 20 אֶתְכֶֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Ja, Ik zal u bijeenbrengenH3664, en zal opH5921 u blazenH5301 in het vuurH784 Mijner verbolgenheidH5678, dat gij in het middenH8432 van haar zult gesmoltenH5413 worden. Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden.

KJV Yea, I will gather1 you, and blow3 upon you in the fire5 of my wrath,6 and ye shall be melted7 in the midst

1 וְכִנַּסְתִּ֣י H3664 vergaderen, vergadert, bijeenbrengen gather (together), heap up, wrap self 2 אֶתְכֶ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 וְנָפַחְתִּ֥י H5301 blaas, blazen, ziedenden blow, breath, give up, cause to lose (life), seething, snuff 4 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 בְּאֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 6 עֶבְרָתִ֑י H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 7 וְנִתַּכְתֶּ֖ם H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 8 בְּתוֹכָֽהּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Gelijk het zilverH3701 in het middenH8432 des ovensH3564 gesmolten wordt, alzoH3651 zult gijlieden in het middenH8432 van haar gesmolten worden; en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589, de HEEREH3068, Mijn grimmigheidH2534 overH5921 u uitgegotenH8210 heb. Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.

Ook in dit vers gesmoltenH2046 gesmoltenH5413

KJV As silver2 is melted1 in the midst3 of the furnace,4 so shall ye be melted6 in the midst7 thereof; and ye shall know8 that I the LORD11 have poured out12 my fury

1 כְּהִתּ֥וּךְ H2046 gesmolten is melted 2 כֶּ֨סֶף֙ H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 4 כּ֔וּר H3564 ovens, oven, smeltkroes furnace. Compare H3600 (כִּיר) 5 כֵּ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 תֻּתְּכ֣וּ H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 7 בְתוֹכָ֑הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 8 וִֽידַעְתֶּם֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 שָׁפַ֥כְתִּי H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 13 חֲמָתִ֖י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 14 עֲלֵיכֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Voorts geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 MensenkindH1121, zegH559 tot haar; GijH859 zijt een landH776, dat nietH3808 gereinigdH2891 is, datH1931 zijn plasregenH1656 nietH3808 heeft gehad ten dageH3117 der gramschapH2195. Mensenkind, zeg tot haar; Gij zijt een land, dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.

KJV Son1 of man,2 say3 unto her, Thou art the land6 that is not cleansed,8 nor rained11 upon in the day12 of indignation.

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 אֱמָר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לָ֕הּ 5 אַ֣תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 אֶ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 מְטֹהָרָ֖ה H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 9 הִ֑יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 גֻשְׁמָ֖הּ H1656 plasregen rained upon 12 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 זָֽעַם H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft; zij eten de zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De verbintenisH7195 harer profetenH5030 is in het middenH8432 van haar als een brullendeH7580 leeuwH738, die een roofH2964 rooftH2963; zij etenH398 de zielenH5315 op, den schatH2633 en het kostelijkeH3366 nemen zij weg; haar weduwenH490 vermenigvuldigenH7235 zij in het middenH8432 van haar. De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft; zij eten de zielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar.

Ook in dit vers nemen wegH3947

KJV There is a conspiracy1 of her prophets2 in the midst3 thereof, like a roaring5 lion4 ravening6 the prey;7 they have devoured9 souls;8 they have taken12 the treasure10 and precious things;11 they have made her many14 widows13 in the midst

1 קֶ֤שֶׁר H7195 verbintenis, Verraad, verraad confederacy, conspiracy, treason 2 נְבִיאֶ֨יהָ֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 3 בְּתוֹכָ֔הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 4 כַּאֲרִ֥י H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 5 שׁוֹאֵ֖ג H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 6 טֹ֣רֵֽף H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 7 טָ֑רֶף H2964 roof, spijze, bladeren leaf, meat, prey, spoil 8 נֶ֣פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 אָכָ֗לוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 10 חֹ֤סֶן H2633 schat, sterkte, vermogen riches, strength, treasure 11 וִיקָר֙ H3366 eer, kostelijke, waarde honour, precious (things), price 12 יִקָּ֔חוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 13 אַלְמְנוֹתֶ֖יהָ H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 14 הִרְבּ֥וּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 15 בְתוֹכָֽהּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Haar priestersH3548 doen Mijn wetH8451 geweldH2554 aan, en zij ontheiligenH2490 Mijn heiligeH6944 dingen; tussenH996 het heiligeH6944 en het onheiligeH2455 maken zij geenH3808 onderscheidH914, en het verschil tussenH996 het onreineH2931 en reineH2889 geven zij nietH3808 te kennenH3045; daartoe verbergenH5956 zij hun ogenH5869 van Mijn sabbattenH7676; ja, Ik word in het middenH8432 van hen ontheiligdH2490. Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd.

KJV Her priests1 have violated2 my law,3 and have profaned4 mine holy things:5 they have put no difference10 between the holy7 and profane,8 neither have they shewed15 difference between the unclean12 and the clean,13 and have hid17 their eyes18 from my sabbaths,16 and I am profaned19 among

1 כֹּהֲנֶ֜יהָ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 2 חָמְס֣וּ H2554 geweld, afrukken make bare, shake off, violate, do violence, take away violently, wrong, imagine wrongfully 3 תוֹרָתִי֮ H8451 wet, wetten, leer law 4 וַיְחַלְּל֣וּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 5 קָדָשַׁי֒ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 בֵּֽין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 7 קֹ֤דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 8 לְחֹל֙ H2455 onheilige, gemeen, onheilig common, profane (place), unholy 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הִבְדִּ֔ילוּ H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 11 וּבֵין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 הַטָּמֵ֥א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 13 לְטָה֖וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 14 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 הוֹדִ֑יעוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 16 וּמִשַׁבְּתוֹתַי֙ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 17 הֶעְלִ֣ימוּ H5956 verborgen, verbergen, verbergt [idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing) 18 עֵֽינֵיהֶ֔ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 19 וָאֵחַ֖ל H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 20 בְּתוֹכָֽם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Haar vorstenH8269 zijn in het middenH7130 van haar als wolvenH2061, die een roofH2964 rovenH2963, om bloedH1818 te vergietenH8210, en om zielenH5315 te verdervenH6; opdatH4616 zij gierigheidH1215 zouden plegenH1214. Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.

KJV Her princes1 in the midst2 thereof are like wolves3 ravening4 the prey,5 to shed6 blood,7 and to destroy8 souls,9 to get11 dishonest gain.

1 שָׂרֶ֣יהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 2 בְקִרְבָּ֔הּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 3 כִּזְאֵבִ֖ים H2061 wolf, wolven wolf 4 טֹ֣רְפֵי H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 5 טָ֑רֶף H2964 roof, spijze, bladeren leaf, meat, prey, spoil 6 לִשְׁפָּךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 7 דָּם֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 לְאַבֵּ֣ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 9 נְפָשׁ֔וֹת H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 10 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 11 בְּצֹ֥עַ H1214 pleegt, einde, afsnijden (be) covet(-ous), cut (off), finish, fulfill, gain (greedily), get, be given to (covetousness), greedy, perform, be wounded 12 בָּֽצַע H1215 gierigheid, gewin, nuttigheid covetousness, (dishonest) gain, lucre, profit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Haar profeten nu pleisteren hen met loze kalk; ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Haar profetenH5030 nu pleisterenH2902 hen met lozeH8602 kalk; ziendeH2374 ijdelheidH7723 en hun leugenH3577 voorzeggendeH7080, zeggendeH559: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069! en de HEEREH3068 heeft nietH3808 gesprokenH1696. Haar profeten nu pleisteren hen met loze kalk; ziende ijdelheid en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE! en de HEERE heeft niet gesproken.

KJV And her prophets1 have daubed2 them with untempered4 morter, seeing5 vanity,6 and divining7 lies9 unto them, saying,10 Thus saith12 the Lord13 GOD,14 when the LORD15 hath not spoken.

1 וּנְבִיאֶ֗יהָ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 טָח֤וּ H2902 pleisteren, bestreken, gepleisterd daub, overlay, plaister, smut 3 לָהֶם֙ 4 תָּפֵ֔ל H8602 loze, kalk, ongerijmdheid foolish things, unsavoury, untempered 5 חֹזִ֣ים H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 6 שָׁ֔וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 7 וְקֹסְמִ֥ים H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 8 לָהֶ֖ם 9 כָּזָ֑ב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 10 אֹמְרִ֗ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 12 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 14 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 15 וַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 דִבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij, ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Het volkH5971 des landsH776 pleegtH6231 enkel verdrukkingH6233, en bedrijftH1497 enkel roverijH1498, ook onderdrukkenH3238 zij den ellendigeH6041 en nooddruftigeH34, en den vreemdelingH1616 verdrukkenH6231 zij zonderH3808 rechtH4941. Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij, ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.

KJV The people1 of the land2 have used oppression,3 and exercised5 robbery,6 and have vexed9 the poor7 and needy:8 yea, they have oppressed12 the stranger11 wrongfully.

1 עַ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 2 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 עָ֣שְׁקוּ H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 4 עֹ֔שֶׁק H6233 verdrukking, onderdrukking, onthoudene cruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten) 5 וְגָזְל֖וּ H1497 geroofd, roven, rooft catch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear 6 גָּזֵ֑ל H1498 roof, roverij robbery, thing taken away by violence 7 וְעָנִ֤י H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 8 וְאֶבְיוֹן֙ H34 nooddruftige, nooddruftigen, armen beggar, needy, poor (man) 9 הוֹנ֔וּ H3238 verdrukken, verdrukkende, verdrukt destroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַגֵּ֥ר H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 12 עָשְׁק֖וּ H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 13 בְּלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 מִשְׁפָּֽט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Ik zochtH1245 nu een manH376 uit hen, die den muurH1447 mocht toemurenH1443, en voor Mijn aangezichtH6440 in de bresseH6556 staanH5975 voor het landH776, opdat Ik het niet mocht verdervenH7843; maar Ik vondH4672 niemandH1115. Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand.

KJV And I sought1 for a man3 among them, that should make up4 the hedge,5 and stand6 in the gap7 before8 me for the land,10 that I should not destroy12 it: but I found

1 וָאֲבַקֵּ֣שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 2 מֵהֶ֡ם 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 גֹּֽדֵר H1443 toegemuurd, metselaars, metselaren close up, fence up, hedge, inclose, make up (a wall), mason, repairer 5 גָּדֵר֩ H1447 muur, muren, heiningmuur fence, hedge, wall 6 וְעֹמֵ֨ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 בַּפֶּ֧רֶץ H6556 scheur, breuk, bressen breach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap 8 לְפָנַ֛י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 בְּעַ֥ד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 10 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 לְבִלְתִּ֣י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 12 שַׁחֲתָ֑הּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 13 וְלֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 מָצָֽאתִי H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Daarom heb Ik Mijn gramschapH2195 overH5921 hen uitgegotenH8210; door het vuurH784 Mijner verbolgenheidH5678 heb Ik hen verteerdH3615; hun wegH1870 heb Ik op hun hoofdH7218 gegevenH5414, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE.

KJV Therefore have I poured out1 mine indignation3 upon them; I have consumed6 them with the fire4 of my wrath:5 their own way7 have I recompensed9 upon their heads,8 saith10 the Lord11 GOD.

1 וָאֶשְׁפֹּ֤ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 2 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 זַעְמִ֔י H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage 4 בְּאֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 עֶבְרָתִ֖י H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 6 כִּלִּיתִ֑ים H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 7 דַּרְכָּם֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 בְּרֹאשָׁ֣ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 9 נָתַ֔תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 11 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 12 יְהֹוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 22:2 Nahum 3:1 Ezechiël 24:6 Ezechiël 24:9 1 Timotheüs 5:20 Handelingen 7:52 2 Koningen 21:16 Jesaja 58:1 Mattheüs 27:25
Ezechiël 22:3 Ezechiël 22:27 Ezechiël 23:45 Romeinen 2:5 Ezechiël 24:6 Ezechiël 22:4 2 Petrus 2:3 Ezechiël 12:25 Sefanja 3:3
Ezechiël 22:4 2 Koningen 21:16 Psalmen 44:13 Ezechiël 22:2 Ezechiël 16:57 Ezechiël 5:14 2 Kronieken 7:20 Psalmen 89:41 Klaagliederen 2:15
Ezechiël 22:5 Jesaja 22:2 Jeremia 15:2
Ezechiël 22:6 Ezechiël 22:27 Jesaja 1:23 Jeremia 2:26 Jeremia 5:5 Micha 2:1 Micha 3:1 Jeremia 32:32 Zacharia 3:3
Ezechiël 22:7 Exodus 22:21 Deuteronomium 27:16 Leviticus 20:9 Jeremia 7:6 Zacharia 7:10 Maleachi 3:5 Spreuken 20:20 Exodus 20:12
Ezechiël 22:8 Ezechiël 20:13 Ezechiël 22:26 Ezechiël 23:38 Ezechiël 20:24 Ezechiël 20:21 Maleachi 1:12 Maleachi 1:6 Amos 8:4
Ezechiël 22:9 Hosea 4:14 Hosea 4:10 Leviticus 19:16 Ezechiël 18:6 Hosea 4:2 Ezechiël 18:11 Ezechiël 16:43 Jeremia 9:4
Ezechiël 22:10 Leviticus 18:19 Ezechiël 18:6 Leviticus 18:7 Leviticus 20:11 Amos 2:7 Deuteronomium 27:20 2 Samuël 16:21 Deuteronomium 27:23
Ezechiël 22:11 Leviticus 18:15 Leviticus 20:17 Leviticus 18:9 2 Samuël 13:14 Ezechiël 18:11 Leviticus 20:12 Leviticus 18:20 Deuteronomium 27:22
Ezechiël 22:12 Deuteronomium 27:25 Ezechiël 23:35 Psalmen 106:21 Leviticus 25:35 Deuteronomium 16:19 Jeremia 2:32 Ezechiël 18:8 Ezechiël 18:13
Ezechiël 22:13 Ezechiël 21:17 Jesaja 33:15 Ezechiël 21:14 Amos 2:6 Ezechiël 22:27 Micha 6:10 Amos 3:10 Amos 8:4
Ezechiël 22:14 Ezechiël 17:24 Ezechiël 21:7 Ezechiël 24:14 Jeremia 13:21 Ezechiël 28:9 1 Korinthe 10:22 Job 40:9 Jesaja 31:3
Ezechiël 22:15 Zacharia 7:14 Deuteronomium 4:27 Ezechiël 22:22 Nehemia 1:8 Mattheüs 3:12 Ezechiël 36:19 Ezechiël 22:18 Maleachi 3:3
Ezechiël 22:16 Ezechiël 6:7 Psalmen 83:18 Ezechiël 7:24 Ezechiël 39:6 Exodus 8:22 Jesaja 37:20 Psalmen 9:16 Ezechiël 25:3
Ezechiël 22:18 Psalmen 119:119 Jesaja 1:22 Jeremia 6:28 Jesaja 48:10 Spreuken 17:3 Jesaja 1:25 Klaagliederen 4:1 Jesaja 31:9
Ezechiël 22:19 Mattheüs 13:30 Mattheüs 13:40 Ezechiël 24:3 Ezechiël 11:7 Micha 4:12
Ezechiël 22:20 Jeremia 4:20 Jeremia 4:11 Ezechiël 22:21 Ezechiël 24:13 Jesaja 54:16 Ezechiël 21:31
Ezechiël 22:21 Nahum 1:6 Jeremia 21:12 Psalmen 112:10 Jesaja 30:33 Deuteronomium 29:20 Deuteronomium 4:24 Psalmen 21:9 Deuteronomium 32:22
Ezechiël 22:22 Ezechiël 20:33 Ezechiël 20:8 Hosea 5:10 Ezechiël 22:31 Openbaring 16:1 Ezechiël 22:16
Ezechiël 22:24 Jesaja 9:13 Jeremia 2:30 Sefanja 3:2 Ezechiël 24:13 Jeremia 5:3 Jeremia 6:29 Jesaja 1:5 Jeremia 44:16
Ezechiël 22:25 Hosea 6:9 Jeremia 2:34 Jeremia 11:9 Ezechiël 13:19 Jeremia 6:13 Openbaring 18:13 Klaagliederen 4:13 Jeremia 15:8
Ezechiël 22:26 Leviticus 10:10 1 Samuël 2:12 Maleachi 2:8 Jeremia 2:8 Ezechiël 22:8 Ezechiël 44:23 1 Samuël 2:22 Ezechiël 36:20
Ezechiël 22:27 Ezechiël 22:13 Sefanja 3:3 Jesaja 1:23 Ezechiël 22:6 Micha 3:9 Ezechiël 22:25 Hosea 7:1 Ezechiël 45:9
Ezechiël 22:28 Jeremia 23:25 Ezechiël 13:6 Ezechiël 22:25 Jeremia 28:2 Klaagliederen 2:14 Jeremia 28:15 Ezechiël 13:22 Jeremia 29:8
Ezechiël 22:29 Ezechiël 22:7 Exodus 23:9 Jesaja 5:7 Amos 3:10 Exodus 22:21 Mattheüs 25:43 Micha 3:3 Ezechiël 18:12
Ezechiël 22:30 Jeremia 5:1 Jesaja 59:16 Ezechiël 13:5 Psalmen 106:23 Jesaja 63:5 Exodus 32:10 Jeremia 15:1 Genesis 18:23
Ezechiël 22:31 Ezechiël 9:10 Ezechiël 16:43 Ezechiël 7:8 Ezechiël 7:3 Romeinen 2:8 Ezechiël 22:21 Ezechiël 11:21
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 22 vers 2

bloedstad Dat is, die vol van doodslag en moord is. Hebreeuws, stad der bloeden; alzo onder Ezech. 24:6 , Nah. 3:1 . Zie Gen. 37:26 .

Hertaald: bloedstad Dat is: die vol doodslag en moord is. Hebreeuws: stad der bloeden; zo ook hieronder Ezech. 24:6 en Nah. 3:1. Zie Gen. 37:26.

recht geven? Zie boven Ezech. 20:4 .

Hertaald: recht geven? Zie hierboven Ezech. 20:4.

Ezechiël 22 vers 3

die in haar midden bloed vergiet, Dat is, welker inwoners bloed vergieten, of in welke men bloed vergiet, en zo in het volgende.

Hertaald: die in haar midden bloed vergiet, Dat is: wier inwoners bloed vergieten, of waarin men bloed vergiet; zo ook in het vervolg.

tijd kome, Van de straf en van het verderf; hun einde, dat zij zich door hunne zonden op den hals halen, en dat over hen van God rechtvaardiglijk is bestemd. Zie boven Ezech. 7:7 , Ezech. 7:10 , met de aantekening; alzo in het volgende, dagen en jaren. Eenerlei zaak wordt met verscheidene woorden verklaard. Vergelijk wijders Mi. 6:16 , en boven Ezech. 12:23-25 , Ezech. 12:27 .

Hertaald: tijd kome, Van de straf en van het verderf: hun einde, dat zij zich door hun zonden op de hals halen en dat door God rechtvaardig voor hen bepaald is. Zie hierboven Ezech. 7:7, Ezech. 7:10 met de aantekening; zo ook in het vervolg dagen en jaren. Eenzelfde zaak wordt met verschillende woorden uitgedrukt. Vergelijk verder Micha 6:16 en hierboven Ezech. 12:23-25, Ezech. 12:27.

drekgoden Zie Lev. 26:30 .

Hertaald: drekgoden Zie Lev. 26:30.

tegen zichzelve maakt, Of, bij haar, in haar, voor haar.

Hertaald: tegen zichzelve maakt, Of: bij haar, in haar, voor haar.

Ezechiël 22 vers 4

uw bloed, Dit wordt door de bijgevoegde woorden verklaard; alzo onder vs.13.

Hertaald: uw bloed, Dit wordt door de toegevoegde woorden verklaard; zo ook hieronder vers 13.

dagen doen naderen, Zie op vs.3.

Hertaald: dagen doen naderen, Zie bij vers 3.

overgegeven tot een smaad, Of, gesteld, gemaakt, een smaad bij, of voor, onder, enz. [zie Deut. 28:37 ] dat is, Ik zal het zekerlijk doen, gelijk Ik het bereids begonnen heb te doen.

Hertaald: overgegeven tot een smaad, Of: gesteld, gemaakt tot een smaad bij, of voor, of onder, enzovoort (zie Deut. 28:37); dat is: Ik zal het zeker doen, zoals Ik er al mee begonnen ben.

Ezechiël 22 vers 5

onreine van naam Dat is, die een schandelijken naam hebt, zijnde overal befaamd en vermaard van de boosheid, die men in u bedrijft.

Hertaald: onreine van naam Dat is: die een schandelijke naam hebt en overal berucht en bekend bent om de boosheid die men in u bedrijft.

vol van onrust Of, overvloedige, inwoeling, beroering; binnen welke zulk een gestadig gewoel is, om allerlei gruwelijke boosheid en vijandelijkheid uit te denken, waarmede gij overal te schande wordt. Dit wordt in het volgende verklaard.

Hertaald: vol van onrust Of: overvloedige onrust, beroering; een stad waarin zo'n voortdurend gewoel heerst om allerlei gruwelijke boosheid en vijandschap te bedenken, waardoor u overal te schande wordt. Dit wordt in het vervolg verklaard.

Ezechiël 22 vers 6

geweest, Of, zijn, [en zo in het volgende]; dat is, zij zijn of hebben zich daartoe begeven, daarop toegelegd, daarvan hun werk gemaakt, in plaats dat zij zulks behoorden gestraft te hebben.

Hertaald: geweest, Of: zijn (en zo ook in het vervolg); dat is: zij hebben zich daarop toegelegd en er hun werk van gemaakt, terwijl zij dat juist hadden moeten straffen.

kracht, Hebreeuws, arm; dat is, naar zijn vermogen, elk om het zeerst; die het niet doet, dien ontbreekt het aan de macht, niet aan den wil. Zie Job 22:8 .

Hertaald: kracht, Hebreeuws: arm; dat is: naar zijn vermogen, ieder om het hardst. Wie het niet doet, ontbreekt het aan de macht, niet aan de wil. Zie Job 22:8.

Ezechiël 22 vers 7

hebben zij in u Dat is, men heeft enzovoorts.

Hertaald: hebben zij in u Dat is: men heeft, enzovoort.

licht geacht; Dit is klein geacht, veracht, versmaad.

Hertaald: licht geacht; Dat is: gering geacht, veracht, versmaad.

verdrukking gehandeld; Hem verdrukkende door overlast en geweld, of met bedrog en list.

Hertaald: verdrukking gehandeld; Namelijk door hem te verdrukken met overlast en geweld, of met bedrog en list.

verdrukt Of, beroofd.

Hertaald: verdrukt Of: beroofd.

Ezechiël 22 vers 9

Achterklappers Hebreeuws, mannen, of lieden des achterklaps; die met hun lopen en aandragen den naaste in lijden en verderf hebben gebracht; zie Lev. 19:16 .

Hertaald: Achterklappers Hebreeuws: mannen, of lieden van de achterklap; die door hun rondlopen en aanbrengen de naaste in lijden en verderf gebracht hebben; zie Lev. 19:16.

gegeten, Zie boven Ezech. 18:6 ; dat is, daar zijn in u zulken geweest en zijn er nog, die zulks doen.

Hertaald: gegeten, Zie hierboven Ezech. 18:6; dat is: er zijn in u zulke mensen geweest en er zijn er nog die dat doen.

Ezechiël 22 vers 10

schaamte des vaders Dat is, gruwelijke bloedschande begaan; zie Lev. 18:6 .

Hertaald: schaamte des vaders Dat is: gruwelijke bloedschande begaan; zie Lev. 18:6.

afzondering, Zie Lev. 15:24 .

Hertaald: afzondering, Zie Lev. 15:24.

verkracht Of, onteerd, beslapen. Hebreeuws, vernederd; alzo in vs.11.

Hertaald: verkracht Of: onteerd, beslapen. Hebreeuws: vernederd; zo ook in vers 11.

Ezechiël 22 vers 12

woeker en overwinst Zie van woeker en overwinst Lev. 25:36 .

Hertaald: woeker en overwinst Zie over woeker en overwinst Lev. 25:36.

verdrukking; Mits hem onrechtvaardig gewin afdringende, afpersende, of, zich met list en handelingen bevoordelende; want het Hebreeuwse woord wordt van beide gebruikt.

Hertaald: verdrukking; Namelijk door hem onrechtvaardige winst af te dwingen en af te persen, of door zich met list en praktijken te bevoordelen; want het Hebreeuwse woord wordt voor beide gebruikt.

Ezechiël 22 vers 13

hand geslagen, Te weten de ene tegen, of in de andere; een teken van ontsteltenis en de onverdragelijkheid dezer boosheid, voornemen van straf en aanhitsing van den vijand; vergelijk boven Ezech. 21:14 , met de aantekening aldaar.

Hertaald: hand geslagen, Namelijk de ene tegen of in de andere: een teken van ontsteltenis en van de onverdraaglijkheid van deze boosheid, van het voornemen om te straffen en van het aansporen van de vijand; vergelijk hierboven Ezech. 21:14 met de aantekening daar.

bloed, Gelijk boven vs.4.

Hertaald: bloed, Zoals hierboven vers 4.

die in het midden van u geweest zijn Gierigheid en moorderij.

Hertaald: die in het midden van u geweest zijn Hebzucht en moordlust.

Ezechiël 22 vers 14

bestaan? Geenszins wil God zeggen, maar hart en moed zullen u alsdan voorzeker ontvallen, en uwe handen zullen slap worden.

Hertaald: bestaan? In het geheel niet, wil God zeggen, maar dan zullen hart en moed u zeker ontzinken en uw handen zullen slap worden.

handelen zal? Naar mijne gerechtigheid en uwe verdiensten.

Hertaald: handelen zal? Naar Mijn gerechtigheid en naar wat u verdient.

Ezechiël 22 vers 15

verteren Of, doen vergaan, dat is, Ik zal maken dat uwe inwoners die onreinheid zullen moeten laten, als zij uit hun land zullen verdreven en gevankelijk weggevoerd zijn. Vergelijk onder Ezech. 23:27 .

Hertaald: verteren Of: doen vergaan; dat is: Ik zal maken dat uw inwoners die onreinheid moeten laten wanneer zij uit hun land verdreven en gevankelijk weggevoerd zullen zijn. Vergelijk hieronder Ezech. 23:27.

Ezechiël 22 vers 16

ontheiligd zijn Als een onheilige, veile, verachte stad behandeld zijnde, vermits uwe verwoesting. Anders: gij zult u ten erve geven; of, ten erve genomen worden; dat is, vreemde heidenen zullen u bezitten en over u heersen.

Hertaald: ontheiligd zijn Namelijk doordat u door uw verwoesting behandeld wordt als een onheilige, waardeloze en verachte stad. Anders: u zult uzelf tot erfdeel geven, of: tot erfdeel genomen worden; dat is: vreemde heidenen zullen u bezitten en over u heersen.

Ezechiël 22 vers 18

die van het huis Israëls Hebreeuws, het huis van Israël is mij, enz.

Hertaald: die van het huis Israëls Hebreeuws: het huis van Israël is Mij, enzovoort.

schuim geworden; Zie Jes. 1:22 ; Jer. 6:28-30 , met de aantekening.

Hertaald: schuim geworden; Zie Jes. 1:22; Jer. 6:28-30 met de aantekening.

koper, of tin, of ijzer, of lood, Inplaats dat zij fijn goud en zilver behoorden te zijn, dat is, oprecht, heilig en vroom.

Hertaald: koper, of tin, of ijzer, of lood, In plaats dat zij fijn goud en zilver hadden moeten zijn, dat is: oprecht, heilig en vroom.

Ezechiël 22 vers 19

vergaderen Als in een smeltoven. Dit wordt in het volgende verklaard. Vergelijk boven Ezech. 11:7 .

Hertaald: vergaderen Als in een smeltoven. Dit wordt in het vervolg verklaard. Vergelijk hierboven Ezech. 11:7.

Ezechiël 22 vers 20

vergaderd wordt, Hebreeuws, [na] de vergadering van zilver, enz.

Hertaald: vergaderd wordt, Hebreeuws: (naar) de vergadering van zilver, enzovoort.

Ezechiël 22 vers 21

haar zult gesmolten worden Van de stad Jeruzalem; alzo in vs.22. Vergelijk vs.19.

Hertaald: haar zult gesmolten worden Namelijk in de stad Jeruzalem; zo ook in vers 22. Vergelijk vers 19.

Ezechiël 22 vers 24

haar; Jeruzalem en het land Juda, gelijk volgt.

Hertaald: haar; Jeruzalem en het land Juda, zoals volgt.

gereinigd is, Van goddelozen en goddeloosheid; gij zijt door mijn oordelen en straffen niet verbeterd.

Hertaald: gereinigd is, Namelijk van goddelozen en goddeloosheid; u bent door Mijn oordelen en straffen niet verbeterd.

dat zijn plasregen Of, dat niet beregend is; dat is, dat niet gezuiverd is door mijne straffen; gelijk de plasregen het land pleegt te zuiveren en de vuiligheid weg te spoelen. Anders: [dat] niet beregend zal worden; dat is, gij zult door mijne oordelen bedorven en verteerd worden, en niet verlicht of verkwikt.

Hertaald: dat zijn plasregen Of: dat niet beregend is; dat is: dat niet gezuiverd is door Mijn straffen, zoals de stortregen het land pleegt te zuiveren en het vuil weg te spoelen. Anders: (dat) niet beregend zal worden; dat is: u zult door Mijn oordelen bedorven en verteerd worden en niet verlicht of verkwikt.

gramschap Dat is, mijner straffen.

Hertaald: gramschap Dat is: van Mijn straffen.

Ezechiël 22 vers 25

De verbintenis Of, samenspanning, samenzwering; dat is, conspiratie. De valse profeten hebben zich samen verbonden tegen de vrome profeten en degenen, die hun zijn toegedaan, om die te verwoesten. Vergelijk Jer. 20:2 , en Jer. 26:8-9 , en Jer. 29:25-26 ; Klaagl. 4:13 .

Hertaald: De verbintenis Of: samenspanning, samenzwering. De valse profeten hebben zich met elkaar verbonden tegen de vrome profeten en tegen hen die het met hen eens waren, om die te gronde te richten. Vergelijk Jer. 20:2, Jer. 26:8-9 en Jer. 29:25-26; Klaagl. 4:13.

harer profeten Jeruzalem, enzovoorts.

Hertaald: harer profeten Van Jeruzalem, enzovoort.

zielen op, Dat is, mensen, [zie Gen. 12:5 ] , mits zich bloot en kaal makende door hun verleidende profetieën voor welke zij duur geloond willen zijn; en de vrome lieden brengen zij om al het hunne, door valse beschuldigingen en kwade praktijken. Vergelijk Mi. 3:11 ; Matt. 23:14 .

Hertaald: zielen op, Dat is: mensen (zie Gen. 12:5), doordat zij hen berooid en kaal maken met hun verleidende profetieën, waarvoor zij duur betaald willen worden; en de vrome mensen brengen zij door valse beschuldigingen en kwade praktijken van al het hunne. Vergelijk Micha 3:11; Matth. 23:14.

vermenigvuldigen Berovende haar van de mannen, die zij met hun valse aanklachten om het leven doen brengen.

Hertaald: vermenigvuldigen Doordat zij haar beroven van de mannen die zij met hun valse aanklachten om het leven laten brengen.

Ezechiël 22 vers 26

geweld aan, Onbeschroomd dezelve inbrekende, en naar hun lust trekkende; vergelijk Sef. 3:3-4 .

Hertaald: geweld aan, Namelijk door die onbeschroomd te schenden en naar hun eigen zin te verdraaien; vergelijk Zef. 3:3-4.

verbergen zij hun ogen Dat is, zij onttrekken zich van de onderhouding mijner sabbaten, alsof zij mijne ordinantie daarvan niet eens wisten.

Hertaald: verbergen zij hun ogen Dat is: zij onttrekken zich aan het onderhouden van Mijn sabbatten, alsof zij Mijn verordening daarover niet eens kenden.

ontheiligd Dat is, onteerd en niets geacht, alsof Ik geen God ware; zo handelen zij met mij, en zijn de oorzaak dat het anderen nadoen.

Hertaald: ontheiligd Dat is: onteerd en voor niets geacht, alsof Ik geen God was. Zo behandelen zij Mij, en zij zijn de oorzaak dat anderen het hun nadoen.

Ezechiël 22 vers 27

zielen te verderven; Dat is, mensen, gelijk vs.25.

Hertaald: zielen te verderven; Dat is: mensen, zoals vers 25.

Ezechiël 22 vers 28

pleisteren hen met loze kalk; Zie boven Ezech. 13:10 .

Hertaald: pleisteren hen met loze kalk; Zie hierboven Ezech. 13:10.

ijdelheid en hun leugen voorzeggende, Of, valsheid; valselijk voorgevende dat hun God dit en dat door gezichten heeft geopenbaard. Zie boven Ezech. 13:6 .

Hertaald: ijdelheid en hun leugen voorzeggende, Of: valsheid; namelijk door ten onrechte voor te wenden dat God hun dit of dat door gezichten geopenbaard heeft. Zie hierboven Ezech. 13:6.

Ezechiël 22 vers 29

pleegt enkel verdrukking, Hebreeuws, verdrukken, verdrukking of [met] verdrukking, en roven roverij; dat is, het ganse land is vol van bedriegerij en geweld.

Hertaald: pleegt enkel verdrukking, Hebreeuws: verdrukken verdrukking, of (met) verdrukking, en roven roverij; dat is: het hele land is vol bedrog en geweld.

onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, Of, kwellen, plunderen, beroven.

Hertaald: onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, Of: kwellen, plunderen, beroven.

zonder recht Of, ten onrechte, tegen alle reden, zonder mate, of zonder dat hem recht gedaan wordt; te weten van de overheid. Hebreeuws, door, of in, met, niet recht oordeel, enz.

Hertaald: zonder recht Of: ten onrechte, tegen alle redelijkheid, mateloos, of zonder dat hem recht gedaan wordt, namelijk door de overheid. Hebreeuws: door, of in, of met niet-recht oordeel, enzovoort.

Ezechiël 22 vers 30

uit hen, Dat is, onder hen.

Hertaald: uit hen, Dat is: onder hen.

muur mocht toemuren, Zie boven Ezech. 13:5 , met de aantekening.

Hertaald: muur mocht toemuren, Zie hierboven Ezech. 13:5 met de aantekening.

Ezechiël 22 vers 31

hun hoofd gegeven, Zie boven Ezech. 9:10 .

Hertaald: hun hoofd gegeven, Zie hierboven Ezech. 9:10.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
In de bressen opgetreden  — wat de profeten hadden moeten doen en nagelaten hebben (Ezech. 13:1-5)

"Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!" (Ezech. 13:3). Van hen wordt gezegd: "Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen" (Ezech. 13:4). En dan komt het verwijt in de vorm van een beeld uit de stadsverdediging: "Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN" (Ezech. 13:5). Een bres is een gat in de muur waar de vijand binnenkomt; daar moest iemand gaan staan.

Bijbelse betekenis: Merk op waaruit hun schuld bestaat. Niet alleen uit wat zij spraken, maar uit wat zij nalieten: zij gingen niet in de bres staan. Verzuim telt hier als daad. Let vervolgens op wat een bres eigenlijk vraagt. Wie daar gaat staan, stelt zich bloot op de plaats waar het gevaar binnenkomt; het is de gevaarlijkste plek van de muur. Dat is wat van een profeet verwacht werd. Let ten slotte op het vervolg in dit boek. Verderop zegt God dat Hij een man zocht die de bres zou dichten en dat Hij niemand vond (Ezech. 22:30). Dat is dezelfde zaak als bij Jesaja, waar er geen voorbidder was (reeds behandeld bij Jes. 59:16).

Typologie: Mozes ging wél op zo'n plaats staan; de psalm zegt dat hij "in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan" heeft, om Gods grimmigheid af te keren (Ps. 106:23). En Christus is de Voorbidder Die altijd leeft om voor de Zijnen te bidden (reeds behandeld bij Hebr. 7:25).

Ezech. 13:1-5; Ezech. 22:30; Jes. 59:16; Ps. 106:23; Hebr. 7:25

De bloedstad  — de naam die Jeruzalem in dit hoofdstuk krijgt, en waar die vandaan komt (Ezech. 22:1-16)

"Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen" (Ezech. 22:2). Wat die naam inhoudt, staat er onmiddellijk achter: "O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome" (Ezech. 22:3). Daarna volgt een opsomming die het hele leven van de stad langsloopt. "Vader en moeder hebben zij in u licht geacht" (Ezech. 22:7), en in datzelfde vers staat dat de wees en de weduwe verdrukt zijn. Ook de dienst van God komt aan de orde: "Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd" (Ezech. 22:8). De lijst eindigt met een zin die alles samenvat: "maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE" (Ezech. 22:12).

Bijbelse betekenis: Merk op aan wie deze naam gegeven wordt. Bloedstad heet elders Ninevé, de hoofdstad van Assur (Nah. 3:1). Hier draagt Jeruzalem hem, de stad waar de tempel stond. Het zwaarste verwijt van de profeten valt hier op de heiligste plaats. Let vervolgens op de volgorde van de aanklacht. Zij begint bij het bloed en eindigt bij het vergeten van God, en daartussen staan de ouders, de vreemdeling, de wees en de weduwe. Wat een mens tegenover God doet en wat hij tegenover zijn naaste doet, wordt hier niet uit elkaar gehaald. Let ten slotte op de opdracht die de profeet krijgt. Hij moet de stad haar gruwelen bekend maken. Van een profeet wordt niet gevraagd dat hij zijn eigen stad vrijpleit.

Typologie: Het eerste bloed dat in de Schrift roept, is dat van Abel: "daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem" (Gen. 4:10). De Heere Jezus rekent bij Zijn laatste woorden in de tempel diezelfde reeks op, van Abel af (Matt. 23:35), en Hij klaagt daar over de stad die de profeten doodt (Matt. 23:37).

Ezech. 22:1-16; Nah. 3:1; Gen. 4:10; Matt. 23:35,37

Zilverschuim  — wat er overblijft wanneer er in de smeltoven geen zilver te vinden is (Ezech. 22:17-22)

"Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden" (Ezech. 22:18). Daarop volgt wat God ermee doen zal: "Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen" (Ezech. 22:19). Het beeld wordt uitgewerkt met de oven van de smelter: "alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten" (Ezech. 22:20). En het slot noemt de uitkomst: "gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb" (Ezech. 22:22).

Bijbelse betekenis: Merk op wat schuim is. Het is niet het metaal zelf, maar wat bij het smelten boven komt drijven en weggeschept wordt. Er staat ook niet dat dit volk van meet af waardeloos was; er staat dat het geworden is wat het nu is. Let vervolgens op het verschil met de loutering. Jesaja gebruikt hetzelfde beeld met een andere afloop: daar wordt het schuim afgezuiverd en blijft het zilver over (Jes. 1:25). Hier wordt de belegerde stad zelf de oven, en er komt geen zilver uit. Dat is dezelfde nuchtere vaststelling als bij de smeltkroes der ellende (reeds behandeld bij Jes. 48:10). Let ten slotte op de plaats waar het smelten gebeurt. Niet ver weg in ballingschap, maar "in het midden van Jeruzalem" (Ezech. 22:19). De stad waarin men zich veilig waande, wordt de oven.

Typologie: Maleachi ziet dezelfde Smelter, maar dan met een uitkomst: "En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende" (Mal. 3:3). Petrus zegt dat de beproeving van het geloof kostelijker is dan die van het goud, dat door het vuur beproefd wordt (1 Petr. 1:7).

Ezech. 22:17-22; Jes. 1:25; Jes. 48:10; Mal. 3:3; 1 Petr. 1:7

Het onderscheid tussen het heilige en het onheilige  — de taak van de priester die in dit hoofdstuk verwaarloosd heet (Ezech. 22:26)

"Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid" (Ezech. 22:26). In datzelfde vers staat dat zij ook het verschil tussen het onreine en het reine niet te kennen geven, en dat zij hun ogen verbergen van Gods sabbatten. Die opdracht is niet nieuw: zij werd aan Aäron gegeven op de dag dat zijn twee oudste zonen omkwamen (Lev. 10:10, reeds behandeld). Het vers besluit met de uitkomst ervan: "ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd" (Ezech. 22:26).

Bijbelse betekenis: Merk op waaruit het verzuim bestaat. Er staat niet dat de priesters het heilige onheilig noemden, maar dat zij geen onderscheid maakten. Het kwaad zit hier in het vervagen van een grens, niet in het openlijk omkeren ervan. Let vervolgens op wie dit werk moest doen. Het volk kon die grens niet zelf trekken; daarvoor waren er priesters, en juist zij hielden hun ogen gesloten. Wie het onderscheid moet leren, leert het niet van iemand die het zelf niet maakt. Let ten slotte op de sabbat, die in ditzelfde vers genoemd wordt. Die dag was het onderscheid dat iedere week zichtbaar werd, en hij is aan het begin van de Schrift al apart gezet (reeds behandeld bij Gen. 2:3).

Typologie: Maleachi zegt wat er van een priester verwacht wordt: "de lippen der priesters zullen de wetenschap bewaren, en men zal uit zijn mond de wet zoeken" (Mal. 2:7). En de Hebreeënbrief noemt het onderscheiden van goed en kwaad het kenmerk van wie in het geloof volwassen geworden is (Hebr. 5:14).

Ezech. 22:26; Lev. 10:10; Gen. 2:3; Mal. 2:7; Hebr. 5:14

Het bederf van alle standen  — profeten, priesters, vorsten en volk worden alle vier gewogen (Ezech. 22:23-31)

Het slot van dit hoofdstuk loopt vier groepen langs. Over de profeten: "De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw, die een roof rooft" (Ezech. 22:25). Over de priesters gaat het vers daarna (Ezech. 22:26, reeds behandeld). Over de vorsten: "Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven" (Ezech. 22:27). Dan komen de profeten nog eens ter sprake, nu als pleisteraars met loze kalk (Ezech. 22:28, reeds behandeld bij Ezech. 13:10). En ten slotte het volk zelf: "Het volk des lands pleegt enkel verdrukking, en bedrijft enkel roverij" (Ezech. 22:29). Daarna volgt de bekendste zin van het hoofdstuk: "Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand" (Ezech. 22:30).

Bijbelse betekenis: Merk op dat er niemand overblijft om naar te wijzen. Wie het volk aanklaagt, kan zich gewoonlijk op de leiders beroepen; wie de leiders aanklaagt, kan zich op het volk beroepen. Hier wordt beide weggenomen. Let vervolgens op het beeld van de bres, dat eerder in dit boek stond (reeds behandeld bij Ezech. 13:5). Daar was het een verwijt aan de profeten; hier zoekt God in het hele volk en vindt niemand. Dezelfde zoektocht ging in de dagen van Jeremia door de straten van Jeruzalem, en ook toen werd er niemand gevonden (reeds behandeld bij Jer. 5:1-5). Let ten slotte op de reden die God erbij noemt: Hij zocht die man opdat Hij het land niet zou verderven. Dat Hij zocht, zegt iets over Hemzelf, en het sluit aan bij wat Hij eerder in dit boek over Zijn eigen lust gezegd heeft (reeds behandeld bij Ezech. 18:23).

Typologie: Jesaja zegt tweemaal bijna hetzelfde: er was geen voorbidder en er was niemand die hielp, en daarom bracht Gods eigen arm heil aan (Jes. 59:16; Jes. 63:5). Wat bij de mensen niet gevonden werd, heeft God Zelf gegeven. En Paulus haalt de psalm aan die het van allen zegt: "er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe" (Rom. 3:12).

Ezech. 22:23-31; Ezech. 13:5,10; Ezech. 18:23; Jer. 5:1-5; Jes. 59:16; Jes. 63:5; Rom. 3:12

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

Ik zocht een man, maar Ik vond niemand — 22:23-31

Ezechiël moet Jeruzalem haar zonden voorhouden, en hij doet dat stand voor stand: de profeten, de priesters, de vorsten, het volk van het land. Niemand komt er goed uit; ieder heeft op zijn eigen manier gedaan wat hem paste.

God zegt dat Hij iemand zocht om in de bres te staan — en dat Hij hem niet vond.

De aanklacht is verdeeld over vier groepen, en zij is telkens toegesneden op wat die groep in handen had.

De profeten hebben leugen geprofeteerd en Gods woord aan hun eigen boodschap aangepast. De priesters hebben Gods wet verkracht en geen onderscheid gemaakt tussen het heilige en het onheilige. De vorsten hebben geroofd als brullende leeuwen. En het volk van het land heeft de vreemdeling verdrukt.

Dan komt het vers dat het hele hoofdstuk zijn gewicht geeft: “Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land”, opdat Ik het niet mocht verderven — maar Ik vond niemand.

Dat beeld komt van een belegerde stad. Waar de muur is doorgebroken, is één man in de bres het enige dat de vijand nog tegenhoudt. Zulke mannen zijn er in de Schrift geweest: Mozes ging in de bres staan na het gouden kalf, en Pinehas keerde de plaag.

Wat er nu staat is dat God zocht en niemand vond. Er wordt niet gezegd dat er niemand wílde, maar dat er niemand wás.

De kanttekening verwijst voor dat beeld naar Ezechiël 13, waar de valse profeten juist geweigerd hadden de bres te dichten.

Het gedeelte eindigt zonder uitweg: daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten. Er komt geen ommekeer, geen belofte, geen tenzij. Zo hard eindigt dit hoofdstuk.

De Schrift trekt hier zelf geen lijn naar Christus. Wat zij toont is een lege plaats — en die plaats blijft in het Oude Testament leeg. Wanneer Jesaja later schrijft dat de HEERE zag dat er geen man was, en Zich verwonderde dat er geen voorbidder was, volgt daar: daarom bracht Zijn arm Hem heil aan. Wat niet gevonden werd, is toen gegeven.

  1. Exodus 32:11 — Mozes gaat in de bres staan na het gouden kalf.
  2. Numeri 25:11 — Pinehas keert de plaag af van de kinderen Israëls.
  3. Ezechiël 13:5 — De valse profeten weigerden de bres te dichten.
  4. Ezechiël 22:30 — Ik zocht een man om in de bres te staan, maar Ik vond niemand.
  5. Jesaja 59:16 — Hij zag dat er geen man was, en verwonderde Zich dat er geen voorbidder was.
  6. 1 Timotheüs 2:5 — Eén Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 59:16; 1 Timotheüs 2:5; Hebreeën 7:25; Romeinen 8:34

Hoever dit reikt: Niveau 3. Ezechiël spreekt hier niet over Christus, en dit hoofdstuk wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. De lijn loopt over de lege plaats die hier benoemd wordt, en die Jesaja 59 op dezelfde manier beschrijft.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezechiël 22

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content