Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 21

1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En des HEERENH3068 woordH1697 geschieddeH1961 totH413 mij, zeggendeH559: En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Jeruzalem, en drup tegen de heiligdommen, en profeteer tegen het land van Israel;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121! zetH7760 uw aangezichtH6440 tegen JeruzalemH3389, en drupH5197 tegenH413 de heiligdommenH4720, en profeteerH5012 tegenH413 het landH127 van IsraelH3478; Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Jeruzalem, en drup tegen de heiligdommen, en profeteer tegen het land van Israel;

KJV Son1 of man,2 set3 thy face4 toward Jerusalem, and drop7 thy word toward the holy places, and prophesy10 against the land of Israel,

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 שִׂ֤ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 פָּנֶ֨יךָ֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 וְהַטֵּ֖ף H5197 druppen, profeteren, dropen drop(-ping), prophesy(-et) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 מִקְדָּשִׁ֑ים H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 10 וְהִנָּבֵ֖א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 אַדְמַ֥ת H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeg tot het land van Israel: Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik wil aan u, en Ik zal Mijn zwaard uit zijn schede trekken; en Ik zal van u uitroeien den rechtvaardige en den goddeloze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zegH559 tot het landH127 van IsraelH3478: AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik wil aan u, en Ik zal Mijn zwaardH2719 uit zijn schedeH8593 trekkenH3318; en Ik zal van u uitroeienH3772 den rechtvaardigeH6662 en den goddelozeH7563. En zeg tot het land van Israel: Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik wil aan u, en Ik zal Mijn zwaard uit zijn schede trekken; en Ik zal van u uitroeien den rechtvaardige en den goddeloze.

KJV And say1 to the land of Israel, Thus saith8 the LORD;6 Behold, I am against thee, and will draw forth my sword out of his sheath, and will cut off from thee the righteous and the wicked.

1 וְאָמַרְתָּ֞ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְאַדְמַ֣ת H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 3 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 5 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 אֵלַ֔יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 וְהוֹצֵאתִ֥י H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 חַרְבִּ֖י H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 11 מִתַּעְרָ֑הּ H8593 schede, scheermes, schrijfmes (pen-) knife, razor, scabbard, shave, sheath 12 וְהִכְרַתִּ֥י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 13 מִמֵּ֖ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 צַדִּ֥יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 15 וְרָשָֽׁע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Omdat Ik dan van u uitroeien zal den rechtvaardige en den goddeloze, daarom zal Mijn zwaard uit zijn schede uitgaan tegen alle vlees, van het zuiden tot het noorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 OmdatH3588 IkH589 dan van u uitroeienH3772 zal den rechtvaardigeH6662 en den goddelozeH7563, daarom zal Mijn zwaardH2719 uit zijn schedeH8593 uitgaanH3318 tegen alleH3605 vleesH1320, van het zuidenH5045 tot het noordenH6828. Omdat Ik dan van u uitroeien zal den rechtvaardige en den goddeloze, daarom zal Mijn zwaard uit zijn schede uitgaan tegen alle vlees, van het zuiden tot het noorden.

KJV Seeing then that I will cut off from thee the righteous and the wicked, therefore shall my sword go forth out of his sheath against all flesh3 from the south to the north:

1 יַ֛עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 הִכְרַ֥תִּי H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 4 מִמֵּ֖ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 צַדִּ֣יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 6 וְרָשָׁ֑ע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 7 לָ֠כֵן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 8 תֵּצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 חַרְבִּ֧י H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 מִתַּעְרָ֛הּ H8593 schede, scheermes, schrijfmes (pen-) knife, razor, scabbard, shave, sheath 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 בָּשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 14 מִנֶּ֥גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 15 צָפֽוֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En alle vlees zal weten, dat Ik, de HEERE, Mijn zwaard uit zijn schede getrokken heb; het zal niet meer wederkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En alle vleesH1320 zal wetenH3045, datH1931 Ik, de HEEREH3069, Mijn zwaardH2719 uit zijn schedeH8593 getrokkenH3318 heb; het zal nietH3808 meer wederkerenH7725. En alle vlees zal weten, dat Ik, de HEERE, Mijn zwaard uit zijn schede getrokken heb; het zal niet meer wederkeren.

Ook in dit vers HEEREH3068

KJV That all flesh may know that I the LORD have drawn forth my sword out of his sheath: it shall not return

1 וְיָֽדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 בָּשָׂ֔ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 4 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 הוֹצֵ֥אתִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 חַרְבִּ֖י H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 מִתַּעְרָ֑הּ H8593 schede, scheermes, schrijfmes (pen-) knife, razor, scabbard, shave, sheath 10 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar gij, mensenkind, zucht; zucht voor hun ogen met verbreking der lenden en met bitterheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar gij, mensenkindH1121, zuchtH584; zuchtH584 voor hun ogenH5869 met verbrekingH7670 der lendenH4975 en met bitterheidH4814. Maar gij, mensenkind, zucht; zucht voor hun ogen met verbreking der lenden en met bitterheid.

KJV Sigh therefore, thou son of man, with the breaking of thy loins; and with bitterness sigh before their eyes.

1 וְאַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 הֵֽאָנַ֑ח H584 zucht, zuchten, zuchtten groan, mourn, sigh 5 בְּשִׁבְר֤וֹן H7670 verbreking breaking, destruction 6 מָתְנַ֨יִם֙ H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 7 וּבִמְרִיר֔וּת H4814 bitterheid bitterness 8 תֵּֽאָנַ֖ח H584 zucht, zuchten, zuchtten groan, mourn, sigh 9 לְעֵינֵיהֶֽם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En het zal geschieden, als zij tot u zeggen zullen: Waarom zucht gij, dat gij zeggen zult: Om het gerucht, want het komt! en alle hart zal versmelten, en alle handen zullen verslappen, en alle geest zal inkrimpen, en alle knieen als water henenvlieten; ziet, het komt, en het zal geschieden, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En het zal geschiedenH1961, als zij tot u zeggenH559 zullen: Waarom zuchtH584 gij, dat gij zeggenH559 zult: Om het geruchtH8052, want het komtH935! en alle hartH3820 zal versmeltenH4549, en alle handenH3027 zullen verslappenH7503, en alle geestH7307 zal inkrimpenH3543, en alle knieenH1290 als waterH4325 henenvlietenH3212; ziet, het komtH935, en het zal geschieden, spreektH5002 de Heere HEERE. En het zal geschieden, als zij tot u zeggen zullen: Waarom zucht gij, dat gij zeggen zult: Om het gerucht, want het komt! en alle hart zal versmelten, en alle handen zullen verslappen, en alle geest zal inkrimpen, en alle knieen als water henenvlieten; ziet, het komt, en het zal geschieden, spreekt de Heere HEERE.

Ook in dit vers HeereH136 HEEREH3069

KJV And it shall be, when they say unto thee, Wherefore sighest thou? that thou shalt answer, For the tidings; because it cometh: and every heart shall melt, and all hands shall be feeble, and every spirit shall faint, and all knees shall be weak as water: behold, it cometh, and shall be brought to pass, saith the Lord GOD.

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 יֹאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֵלֶ֔יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מָ֖ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 8 נֶאֱנָ֑ח H584 zucht, zuchten, zuchtten groan, mourn, sigh 9 וְאָמַרְתָּ֡ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 שְׁמוּעָ֣ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 12 כִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 בָאָ֡ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 וְנָמֵ֣ס H4549 smelten, versmolt, versmelten discourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 לֵב֩ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 17 וְרָפ֨וּ H7503 slap, begeven, ledig abate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא) 18 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 יָדַ֜יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 20 וְכִהֲתָ֣ה H3543 donker, verdonkerd, enenmale darken, be dim, fail, faint, restrain, [idiom] utterly 21 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 ר֗וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 23 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 24 בִּרְכַּ֨יִם֙ H1290 knieen, knie knee 25 תֵּלַ֣כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 26 מַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 27 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 28 בָאָה֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 29 וְנִֽהְיָ֔תָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 30 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 31 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 32 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Wederom geschiedde des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV Again the word of the LORD6 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de HEERE: Zeg: Het zwaard, het zwaard is gescherpt, en ook geveegd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MensenkindH1121, profeteerH5012 en zegH559: AlzoH3651 zegtH559 de HEERE: ZegH559: Het zwaardH2719, het zwaardH2719 is gescherptH2300, en ook geveegdH4803. Mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de HEERE: Zeg: Het zwaard, het zwaard is gescherpt, en ook geveegd.

KJV Son of man, prophesy, and say, Thus saith the LORD; Say, A sword,9 a sword is sharpened, and also furbished:

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 הִנָּבֵא֙ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 4 וְאָ֣מַרְתָּ֔ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 כֹּ֖ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 6 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֲדֹנָ֑י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 8 אֱמֹ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 חֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 חֶ֛רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 11 הוּחַ֖דָּה H2300 gescherpt, scherpt, scherper be fierce, sharpen 12 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 מְרוּטָֽה H4803 geveegd, uitgevallen, plukte bright, furbish, (have his) hair (be) fallen off, peeled, pluck off (hair)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Het is gescherpt, opdat het een slachting slachte; het is geveegd, opdat het een glinster hebbe; of wij dan zullen vrolijk zijn? het is de roede Mijns Zoons, die alle hout versmaadt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Het is gescherptH2300, opdat het een slachtingH2874 slachteH2873; het is geveegdH4178, opdat het een glinsterH1300 hebbeH176; of wij dan zullen vrolijkH7797 zijn? het is de roedeH7626 Mijns ZoonsH1121, die alleH3605 houtH6086 versmaadtH3988. Het is gescherpt, opdat het een slachting slachte; het is geveegd, opdat het een glinster hebbe; of wij dan zullen vrolijk zijn? het is de roede Mijns Zoons, die alle hout versmaadt.

KJV It is sharpened to make a sore slaughter; it is furbished that it may glitter: should we then make mirth? it contemneth the rod of my son, as every tree.

1 לְמַ֨עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 טְבֹ֤חַ H2873 geslacht, slachten, slacht kill, (make) slaughter, slay 3 טֶ֨בַח֙ H2874 slachting, slachtvee, slachten [idiom] beast, slaughter, [idiom] slay, [idiom] sore 4 הוּחַ֔דָּה H2300 gescherpt, scherpt, scherper be fierce, sharpen 5 לְמַעַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 הֱיֵה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לָ֥הּ 8 בָּ֖רָק H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning 9 מֹרָ֑טָּה H4803 geveegd, uitgevallen, plukte bright, furbish, (have his) hair (be) fallen off, peeled, pluck off (hair) 10 א֣וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 11 נָשִׂ֔ישׂ H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 12 שֵׁ֥בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 13 בְּנִ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 מֹאֶ֥סֶת H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 עֵֽץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Hij heeft hetzelve te vegen gegeven, opdat men het met de hand handelen zou; dat zwaard is gescherpt, en dat is geveegd, om hetzelve in de hand des doodslagers te geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En Hij heeft hetzelve te vegenH4803 gegevenH5414, opdat men het met de hand handelenH8610 zou; dat zwaardH2719 is gescherptH2300, en dat is geveegdH4178, om hetzelve in de hand des doodslagersH2026 te geven. En Hij heeft hetzelve te vegen gegeven, opdat men het met de hand handelen zou; dat zwaard is gescherpt, en dat is geveegd, om hetzelve in de hand des doodslagers te geven.

Ook in dit vers handH3027 handH3709

KJV And he hath given it to be furbished, that it may be handled: this sword is sharpened, and it is furbished, to give it into the hand of the slayer.

1 וַיִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֹתָ֛הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לְמָרְטָ֖ה H4803 geveegd, uitgevallen, plukte bright, furbish, (have his) hair (be) fallen off, peeled, pluck off (hair) 4 לִתְפֹּ֣שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 5 בַּכָּ֑ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 6 הִֽיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 הוּחַ֤דָּה H2300 gescherpt, scherpt, scherper be fierce, sharpen 8 חֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 וְהִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 מֹרָ֔טָּה H4803 geveegd, uitgevallen, plukte bright, furbish, (have his) hair (be) fallen off, peeled, pluck off (hair) 11 לָתֵ֥ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 אוֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 הוֹרֵֽג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Schreeuw en huil, o mensenkind, want hetzelve zal zijn tegen Mijn volk, het zal zijn tegen al de vorsten van Israel; verschrikkingen zullen vanwege het zwaard bij Mijn volk zijn; daarom klop op de heup.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 SchreeuwH2199 en huilH3213, o mensenkindH1121, want hetzelve zal zijn tegen Mijn volkH5971, het zal zijn tegen al de vorstenH5387 van IsraelH3478; verschrikkingenH4048 zullen vanwege het zwaardH2719 bij Mijn volkH5971 zijn; daarom klopH5606 op de heupH3409. Schreeuw en huil, o mensenkind, want hetzelve zal zijn tegen Mijn volk, het zal zijn tegen al de vorsten van Israel; verschrikkingen zullen vanwege het zwaard bij Mijn volk zijn; daarom klop op de heup.

KJV Cry and howl, son of man: for it shall be upon my people, it shall be upon all the princes of Israel: terrors by reason of4 the sword shall be upon my people: smite therefore upon thy thigh.

1 זְעַ֤ק H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 2 וְהֵילֵל֙ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 הָיתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 בְעַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 נְשִׂיאֵ֣י H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 12 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 מְגוּרֵ֤י H4048 nedergestoten, verschrikkingen cast down, terror 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 חֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 16 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 18 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 19 לָכֵ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 20 סְפֹ֥ק H5606 klappen, geklopt, genoeg clap, smite, strike, suffice, wallow 21 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 22 יָרֵֽךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als er beproeving was, wat was het toen? Zou er dan ook geen versmadende roede zijn, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Als er beproevingH974 was, wat was het toen? Zou er dan ook geen versmadendeH3988 roedeH7626 zijnH1961, spreektH5002 de Heere HEEREH3068. Als er beproeving was, wat was het toen? Zou er dan ook geen versmadende roede zijn, spreekt de Heere HEERE.

Ook in dit vers HEEREH3069 HeereH136

KJV Because it is a trial, and what if the sword contemn even the rod? it shall be no more, saith the Lord GOD.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בֹ֔חַן H974 proeft, beproefd, beproeft examine, prove, tempt, try (trial) 3 וּמָ֕ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 שֵׁ֥בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 7 מֹאֶ֖סֶת H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יִֽהְיֶ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 11 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 12 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarom gij, mensenkind, profeteer, en sla hand tegen hand; want het zwaard zal verdubbeld worden ten derden male, het is het zwaard dergenen, die verslagen zullen worden; het is het zwaard der groten, die verslagen zullen worden, dat tot hen in de binnenste kameren indringen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daarom gij, mensenkindH1121, profeteerH5012, en slaH5221 handH3709 tegen hand; want het zwaardH2719 zal verdubbeldH3717 worden ten derdenH7992 male, het is het zwaardH2719 dergenen, die verslagenH2491 zullen worden; het is het zwaardH2719 der groten, die verslagen zullen worden, dat tot hen in de binnenste kameren indringenH2314 zal. Daarom gij, mensenkind, profeteer, en sla hand tegen hand; want het zwaard zal verdubbeld worden ten derden male, het is het zwaard dergenen, die verslagen zullen worden; het is het zwaard der groten, die verslagen zullen worden, dat tot hen in de binnenste kameren indringen zal.

KJV Thou therefore, son1 of man,2 prophesy,3 and smite thine hands together, and let the sword9 be doubled the third time, the sword10 of the slain: it is the sword of the great men that are slain, which entereth into their privy chambers.

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 הִנָּבֵ֕א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 5 וְהַ֖ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 כַּ֣ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כָּ֑ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 9 וְתִכָּפֵ֞ל H3717 dubbel, verdubbeld double 10 חֶ֤רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 11 שְׁלִישִׁ֨תָה֙ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 12 חֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 13 חֲלָלִ֔ים H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 14 הִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 חֶ֚רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 16 חָלָ֣ל H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 17 הַגָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 18 הַחֹדֶ֖רֶת H2314 indringen enter a privy chamber 19 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik heb de punt des zwaards gezet tegen al hun poorten, opdat het hart versmelte, en de aanstoten vermenigvuldigen; ach, het is toegemaakt, opdat het glinstere, het is ingewonden om te slachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ik heb de puntH19 des zwaardsH2719 gezetH5414 tegen alH3605 hun poortenH8179, opdat het hartH3820 versmelteH4127, en de aanstotenH4383 vermenigvuldigenH7235; achH253, het is toegemaaktH6213, opdatH4616 het glinstereH1300, het isH1961 ingewondenH4593 omH4616 te slachtenH2874. Ik heb de punt des zwaards gezet tegen al hun poorten, opdat het hart versmelte, en de aanstoten vermenigvuldigen; ach, het is toegemaakt, opdat het glinstere, het is ingewonden om te slachten.

KJV I have set the point of the sword against all their gates, that their heart may faint, and their ruins be multiplied: ah! it is made bright,8 it is wrapped up for the slaughter.

1 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 לָמ֣וּג H4127 gesmolten, versmelten, smelten consume, dissolve, (be) faint(-hearted), melt (away), make soft 3 לֵ֗ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 וְהַרְבֵּה֙ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 5 הַמִּכְשֹׁלִ֔ים H4383 aanstoot, aanstoten, struikeling caused to fall, offence, [idiom] (no-) thing offered, ruin, stumbling-block 6 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 שַׁ֣עֲרֵיהֶ֔ם H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 9 נָתַ֖תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 אִבְחַת H19 punt point 11 חָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 12 אָ֛ח H253 Ach, ach ah, alas 13 עֲשׂוּיָ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 לְבָרָ֖ק H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning 15 מְעֻטָּ֥ה H4593 ingewonden wrapped up 16 לְטָֽבַח H2874 slachting, slachtvee, slachten [idiom] beast, slaughter, [idiom] slay, [idiom] sore

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Houd u bijeen, o zwaard! keer u rechtsom, schik u, keer u linksom, waarhenen uw aangezicht gesteld is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Houd u bijeen, o zwaardH2719! keer u rechtsomH3231, schik u, keer u linksomH8041, waarhenenH575 uw aangezichtH6440 gesteldH3259 is. Houd u bijeen, o zwaard! keer u rechtsom, schik u, keer u linksom, waarhenen uw aangezicht gesteld is.

Ook in dit vers Houd bijeenH258

KJV Go thee one way or other, either on the right hand, or on the left, whithersoever thy face is set.

1 הִתְאַחֲדִ֥י H258 Houd bijeen go one way or other 2 הֵימִ֖נִי H3231 rechter-, rechterhand, rechts go (turn) to (on, use) the right hand 3 הָשִׂ֣ימִי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 הַשְׂמִ֑ילִי H8041 linkerhand, links, linksom (go, turn) (on the, to the) left 5 אָ֖נָה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever) 6 פָּנַ֥יִךְ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 מֻעָדֽוֹת H3259 vergaderd, dagvaarden, komen agree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Ik Zelf zal ook Mijn hand tegen Mijn hand slaan, en Mijn grimmigheid doen rusten; Ik, de HEERE, heb het gesproken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En Ik Zelf zal ook Mijn handH3709 tegen Mijn handH3709 slaanH5221, en Mijn grimmigheidH2534 doen rustenH5117; Ik, de HEERE, heb het gesprokenH1696. En Ik Zelf zal ook Mijn hand tegen Mijn hand slaan, en Mijn grimmigheid doen rusten; Ik, de HEERE, heb het gesproken.

KJV I will also smite mine hands together, and I will cause my fury to rest: I the LORD have said

1 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אַכֶּ֤ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 4 כַפִּי֙ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 כַּפִּ֔י H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 7 וַהֲנִחֹתִ֖י H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 8 חֲמָתִ֑י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 9 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 דִּבַּֽרְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Wederom geschiedde des HEERENH3069 woordH1697 tot mij, zeggendeH559: Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV The word of the LORD came unto me again, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Gij nu, mensenkind, stel u twee wegen voor, waardoor het zwaard des konings van Babel komt; uit een land zullen zij beide voortkomen; en kies een zijde, kies ze aan het hoofd van den weg der stad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Gij nu, mensenkindH1121, stelH7760 u tweeH8147 wegenH1870 voor, waardoor hetH1931 zwaardH2719 des koningsH4428 van BabelH894 komtH935; uit een landH776 zullen zij beideH8147 voortkomenH3318; en kiesH1254 een zijde, kiesH1254 ze aanH413 het hoofdH7218 van den wegH1870 der stadH5892. Gij nu, mensenkind, stel u twee wegen voor, waardoor het zwaard des konings van Babel komt; uit een land zullen zij beide voortkomen; en kies een zijde, kies ze aan het hoofd van den weg der stad.

KJV Also, thou son2 of man,3 appoint thee two ways, that the sword10 of the king of Babylon may come: both twain shall come forth out of one land: and choose thou a place, choose it at the head of the way to the city.

1 וְאַתָּ֨ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֜ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 שִׂים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 לְךָ֣ 6 שְׁנַ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 7 דְּרָכִ֗ים H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 לָבוֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 חֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 12 מֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 14 יֵצְא֣וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 שְׁנֵיהֶ֑ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 16 וְיָ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 בָּרֵ֔א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 18 בְּרֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 19 דֶּֽרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 20 עִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 21 בָּרֵֽא H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gij zult een weg voorstellen, waardoor het zwaard inkomen zal tegen Rabba der kinderen Ammons, of tegen Juda, tot de vaste stad Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Gij zult een wegH1870 voorstellenH7760, waardoor het zwaardH2719 inkomenH935 zal tegen RabbaH7237 der kinderenH1121 AmmonsH5983, of tegen JudaH3063, tot de vasteH1219 stadH8179 JeruzalemH3389. Gij zult een weg voorstellen, waardoor het zwaard inkomen zal tegen Rabba der kinderen Ammons, of tegen Juda, tot de vaste stad Jeruzalem.

KJV Appoint a way, that the sword11 may come to Rabbath of the Ammonites, and to Judah in Jerusalem the defenced.

1 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 2 תָּשִׂ֔ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 3 לָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 חֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 5 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 רַבַּ֣ת H7237 Rabba Rabbah, Rabbath 7 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 עַמּ֑וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 יְהוּדָ֥ה H3063 Juda Judah 11 בִירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 בְּצוּרָֽה H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Want de koning van Babel zal aan de wegscheiding staan, aan het hoofd van de twee wegen, om waarzegging te gebruiken; hij zal zijn pijlen slijpen; hij zal de terafim vragen, hij zal de lever bezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Want de koningH4428 van BabelH894 zal aan de wegscheidingH517 staanH5975, aan het hoofdH7218 van de tweeH8147 wegenH1870, om waarzeggingH7081 te gebruikenH7080; hij zal zijn pijlenH2671 slijpenH7043; hij zal de terafimH8655 vragenH7592, hij zal de leverH3516 bezienH7200. Want de koning van Babel zal aan de wegscheiding staan, aan het hoofd van de twee wegen, om waarzegging te gebruiken; hij zal zijn pijlen slijpen; hij zal de terafim vragen, hij zal de lever bezien.

KJV For the king of Babylon stood at the parting of the way, at the head of the two ways, to use divination: he made his arrows bright, he consulted with images, he looked in the liver.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עָמַ֨ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 מֶלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 בָּבֶ֜ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֵ֣ם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 7 הַדֶּ֗רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 בְּרֹ֛אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 9 שְׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 10 הַדְּרָכִ֖ים H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 לִקְסָם H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 12 קָ֑סֶם H7081 waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging (reward of) divination, divine sentence, witchcraft 13 קִלְקַ֤ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 14 בַּֽחִצִּים֙ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 15 שָׁאַ֣ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 16 בַּתְּרָפִ֔ים H8655 terafim, beeld, beeldendienst idols(-atry), images, teraphim 17 רָאָ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 18 בַּכָּבֵֽד H3516 lever liver
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 De waarzegging zal aan zijn rechterhand zijn op Jeruzalem, om hoofdmannen te stellen, om den mond te openen in het doodslaan, om de stem op te heffen met gejuich, om stormrammen te stellen tegen de poorten, om sterkten op te werpen, om bolwerken te bouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 De waarzeggingH7081 zal aan zijn rechterhandH3225 zijn op JeruzalemH3389, om hoofdmannenH3733 te stellenH7760, om den mondH6310 te openenH6605 in het doodslaanH7524, om de stemH6963 op te heffenH7311 met gejuichH8643, om stormrammenH3733 te stellenH7760 tegen de poortenH8179, om sterktenH5550 op te werpenH8210, om bolwerkenH1785 te bouwenH1129. De waarzegging zal aan zijn rechterhand zijn op Jeruzalem, om hoofdmannen te stellen, om den mond te openen in het doodslaan, om de stem op te heffen met gejuich, om stormrammen te stellen tegen de poorten, om sterkten op te werpen, om bolwerken te bouwen.

KJV At his right hand was the divination for Jerusalem, to appoint captains, to open the mouth in the slaughter, to lift up the voice with shouting, to appoint battering rams against the gates, to cast a mount, and to build a fort.

1 בִּֽימִינ֞וֹ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 2 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 הַקֶּ֣סֶם H7081 waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging (reward of) divination, divine sentence, witchcraft 4 יְרוּשָׁלִַ֗ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 לָשׂ֤וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 6 כָּרִים֙ H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 7 לִפְתֹּ֤חַ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 8 פֶּה֙ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 9 בְּרֶ֔צַח H7524 doodslaan, doodsteek slaughter, sword 10 לְהָרִ֥ים H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 11 ק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 12 בִּתְרוּעָ֑ה H8643 gejuich, geklanks, gebroken klank alarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing) 13 לָשׂ֤וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 כָּרִים֙ H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 שְׁעָרִ֔ים H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 17 לִשְׁפֹּ֥ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 18 סֹלְלָ֖ה H5550 wal, wallen, sterkten bank, mount 19 לִבְנ֥וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 20 דָּיֵֽק H1785 sterkten, bolwerken fort
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Dit zal hun in hun ogen als een ijdel waarzeggen zijn, omdat zij met eden beedigd zijn onder hen; maar hij zal der ongerechtigheid gedenken, opdat zij gegrepen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Dit zal hun in hun ogenH5869 als een ijdelH7723 waarzeggenH7080 zijn, omdat zij met edenH7621 beedigdH7650 zijn onder hen; maar hij zal der ongerechtigheidH5771 gedenkenH2142, opdat zij gegrepenH8610 worden. Dit zal hun in hun ogen als een ijdel waarzeggen zijn, omdat zij met eden beedigd zijn onder hen; maar hij zal der ongerechtigheid gedenken, opdat zij gegrepen worden.

KJV And it shall be unto them as a false divination in their sight, to them that have sworn oaths: but he will call to remembrance the iniquity, that they may be taken.

1 וְהָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לָהֶ֤ם 3 כִּקְסָם H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 4 שָׁוְא֙ H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 5 בְּעֵ֣ינֵיהֶ֔ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 6 שְׁבֻעֵ֥י H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 7 שְׁבֻע֖וֹת H7621 eed, eeds, eden curse, oath, [idiom] sworn 8 לָהֶ֑ם 9 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 מַזְכִּ֥יר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 11 עָוֺ֖ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 12 לְהִתָּפֵֽשׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Omdat gijlieden uwer ongerechtigheid doet gedenken, doordien uw overtredingen ontdekt worden, zodat uw zonden gezien worden in al uw handelingen; omdat uwer gedacht wordt, zult gij met de hand gegrepen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Daarom zegtH559 de Heere HEERE alzo: Omdat gijlieden uwer ongerechtigheidH5771 doet gedenkenH2142, doordien uw overtredingenH6588 ontdektH1540 worden, zodat uw zondenH2403 gezien worden in al uw handelingenH5949; omdat uwer gedachtH2142 wordt, zult gij met de handH3709 gegrepenH8610 worden. Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Omdat gijlieden uwer ongerechtigheid doet gedenken, doordien uw overtredingen ontdekt worden, zodat uw zonden gezien worden in al uw handelingen; omdat uwer gedacht wordt, zult gij met de hand gegrepen worden.

Ook in dit vers HeereH136 HEEREH3069

KJV Therefore thus saith the Lord GOD; Because ye have made your iniquity to be remembered, in that your transgressions are discovered, so that in all your doings your sins do appear; because, I say, that ye are come to remembrance, ye shall be taken with the hand.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 יַ֗עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 7 הַזְכַּרְכֶם֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 8 עֲוֺ֣נְכֶ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 9 בְּהִגָּל֣וֹת H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 10 פִּשְׁעֵיכֶ֗ם H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 11 לְהֵֽרָאוֹת֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 חַטֹּ֣אותֵיכֶ֔ם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 13 בְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 עֲלִילֽוֹתֵיכֶ֑ם H5949 handelingen, daden, oorzaak act(-ion), deed, doing, invention, occasion, work 15 יַ֚עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 16 הִזָּ֣כֶרְכֶ֔ם H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 17 בַּכַּ֖ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 18 תִּתָּפֵֽשׂוּ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En gij, o onheilig, goddeloos vorst van Israel, wiens dag komen zal, ten tijde der uiterste ongerechtigheid;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En gij, o onheiligH2491, goddeloosH7563 vorstH5387 van IsraelH3478, wiens dagH3117 komenH935 zal, ten tijdeH6256 der uitersteH7093 ongerechtigheidH5771; En gij, o onheilig, goddeloos vorst van Israel, wiens dag komen zal, ten tijde der uiterste ongerechtigheid;

KJV And thou, profane wicked prince of Israel, whose day is come,3 when iniquity shall have an end,

1 וְאַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 חָלָ֣ל H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 3 רָשָׁ֔ע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 4 נְשִׂ֖יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 יוֹמ֔וֹ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 בְּעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 10 עֲוֺ֥ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 11 קֵֽץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Alzo zegt de Heere HEERE: Doe dien hoed weg, en hef dien kroon af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogen dien, die nederig is, en vernederen dien, die hoog is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Alzo zegtH559 de Heere HEERE: Doe dien hoedH4701 wegH5493, en hefH7311 dien kroonH5850 af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogenH1361 dien, die nederigH8217 is, en vernederenH8213 dien, die hoogH1364 is. Alzo zegt de Heere HEERE: Doe dien hoed weg, en hef dien kroon af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogen dien, die nederig is, en vernederen dien, die hoog is.

Ook in dit vers HeereH136 HEEREH3069

KJV Thus saith the Lord GOD; Remove the diadem, and take off the crown: this shall not be the same: exalt him that is low, and abase him that is high.

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 הָסִיר֙ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 6 הַמִּצְנֶ֔פֶת H4701 hoed, hoeds diadem, mitre 7 וְהָרִ֖ים H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 8 הָֽעֲטָרָ֑ה H5850 kroon, kronen, Kroon crown 9 זֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 זֹ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 12 הַשָּׁפָ֣לָה H8217 nederig, lager, nederigen base(-st), humble, low(-er, -ly) 13 הַגְבֵּ֔הַ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 14 וְהַגָּבֹ֖הַ H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 15 הַשְׁפִּֽיל H8213 vernederd, vernedert, vernederen abase, bring (cast, put) down, debase, humble (self), be (bring, lay, make, put) low(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja, zij zal niet zijn, totdat hij kome, die daartoe recht heeft, en dien Ik dat geven zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Ik zal die kroon omgekeerdH5754, omgekeerdH5754, omgekeerdH5754 stellenH7760; ja, zij zal niet zijn, totdat hij komeH935, die daartoe rechtH4941 heeft, en dien Ik dat geven zal. Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja, zij zal niet zijn, totdat hij kome, die daartoe recht heeft, en dien Ik dat geven zal.

KJV I will overturn, overturn, overturn, it: and it shall be5 no more, until he come whose right it is; and I will give

1 עַוָּ֥ה H5754 omkeer, verwoesting [idiom] overturn 2 עַוָּ֖ה H5754 omkeer, verwoesting [idiom] overturn 3 עַוָּ֣ה H5754 omkeer, verwoesting [idiom] overturn 4 אֲשִׂימֶ֑נָּה H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הָיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 בֹּ֛א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 ל֥וֹ 13 הַמִּשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 14 וּנְתַתִּֽיו H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En gij, mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de Heere HEERE, van de kinderen Ammons, en van hun smading; zo zeg: Het zwaard, het zwaard is uitgetrokken, het is ter slachting geveegd om te verdoen, om te glinsteren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En gij, mensenkindH1121, profeteerH5012 en zegH559: Alzo zegtH559 de Heere HEERE, van de kinderenH1121 AmmonsH5983, en van hun smadingH2781; zo zegH559: Het zwaardH2719, het zwaardH2719 is uitgetrokkenH6605, het is ter slachtingH2874 geveegdH4803 om te verdoenH398, om te glinsterenH1300; En gij, mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de Heere HEERE, van de kinderen Ammons, en van hun smading; zo zeg: Het zwaard, het zwaard is uitgetrokken, het is ter slachting geveegd om te verdoen, om te glinsteren;

Ook in dit vers HeereH136 HEEREH3069

KJV And thou, son of man, prophesy and say, Thus saith the Lord GOD concerning the Ammonites, and concerning their reproach; even say thou, The sword, the sword is drawn: for the slaughter it is furbished, to consume because of the glittering:

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 הִנָּבֵ֤א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 5 וְאָֽמַרְתָּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 7 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 9 יְהֹוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 עַמּ֖וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 13 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 חֶרְפָּתָ֑ם H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 15 וְאָמַרְתָּ֗ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 חֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 17 חֶ֤רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 18 פְּתוּחָה֙ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 19 לְטֶ֣בַח H2874 slachting, slachtvee, slachten [idiom] beast, slaughter, [idiom] slay, [idiom] sore 20 מְרוּטָ֔ה H4803 geveegd, uitgevallen, plukte bright, furbish, (have his) hair (be) fallen off, peeled, pluck off (hair) 21 לְהָכִ֖יל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 22 לְמַ֥עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 23 בָּרָֽק H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Terwijl zij u ijdelheid zien, terwijl zij u leugen voorzeggen, om u op de halzen te stellen dergenen, die van de goddelozen verslagen zijn, welker dag gekomen was ten tijde der uiterste ongerechtigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Terwijl zij u ijdelheidH7723 zienH2372, terwijl zij u leugenH3577 voorzeggenH7080, om u op de halzenH6677 te stellenH5414 dergenen, die van de goddelozen verslagenH2491 zijn, welker dagH3117 gekomen was ten tijdeH6256 der uitersteH7093 ongerechtigheidH5771. Terwijl zij u ijdelheid zien, terwijl zij u leugen voorzeggen, om u op de halzen te stellen dergenen, die van de goddelozen verslagen zijn, welker dag gekomen was ten tijde der uiterste ongerechtigheid.

KJV Whiles they see vanity unto thee, whiles they divine a lie unto thee, to bring thee upon the necks of them that are slain, of the wicked, whose day is come, when their iniquity8 shall have an end.

1 בַּחֲז֥וֹת H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 2 לָךְ֙ 3 שָׁ֔וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 4 בִּקְסָם H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 5 לָ֖ךְ 6 כָּזָ֑ב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 7 לָתֵ֣ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 אוֹתָ֗ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 צַוְּארֵי֙ H6677 hals, halzen, buithalzen neck 11 חַֽלְלֵ֣י H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 12 רְשָׁעִ֔ים H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 יוֹמָ֔ם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 בְּעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 17 עֲוֺ֥ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 18 קֵֽץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Keer uw zwaard weder in zijn schede! In de plaats, waar gij geschapen zijt, in het land uwer woningen zal Ik u richten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Keer uw zwaard weder in zijn schedeH8593! In de plaatsH4725, waarH834 gij geschapenH1254 zijt, in het landH776 uwer woningenH4351 zal Ik u richtenH8199. Keer uw zwaard weder in zijn schede! In de plaats, waar gij geschapen zijt, in het land uwer woningen zal Ik u richten.

KJV Shall I cause it to return into his sheath? I will judge thee in the place where thou wast created, in the land of thy nativity.

1 הָשַׁ֖ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 תַּעְרָ֑הּ H8593 schede, scheermes, schrijfmes (pen-) knife, razor, scabbard, shave, sheath 4 בִּמְק֧וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 נִבְרֵ֛את H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 7 בְּאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 מְכֻרוֹתַ֖יִךְ H4351 handelingen, koophandels, woningen birth, habitation, nativity 9 אֶשְׁפֹּ֥ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 10 אֹתָֽךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Ik zal over u Mijn gramschap uitgieten, Ik zal tegen u door het vuur Mijner verbolgenheid blazen; en Ik zal u overgeven in de hand van brandende mensen, smeders des verderfs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En Ik zal over u Mijn gramschapH2195 uitgietenH8210, Ik zal tegen u door het vuurH784 Mijner verbolgenheidH5678 blazenH6315; en Ik zal u overgeven in de handH3027 van brandendeH1197 mensenH582, smedersH2796 des verderfsH4889. En Ik zal over u Mijn gramschap uitgieten, Ik zal tegen u door het vuur Mijner verbolgenheid blazen; en Ik zal u overgeven in de hand van brandende mensen, smeders des verderfs.

Ook in dit vers vergevenH5414

KJV And I will pour out mine indignation upon thee, I will blow against thee in the fire of my wrath, and deliver thee into the hand of brutish men, and skilful to destroy.

1 וְשָׁפַכְתִּ֤י H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 2 עָלַ֨יִךְ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 זַעְמִ֔י H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage 4 בְּאֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 עֶבְרָתִ֖י H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath 6 אָפִ֣יחַ H6315 blaast, aankomt, blazen blow (upon), break, puff, bring into a snare, speak, utter 7 עָלָ֑יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 וּנְתַתִּ֗יךְ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 בְּיַד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 אֲנָשִׁ֣ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 בֹּֽעֲרִ֔ים H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 12 חָרָשֵׁ֖י H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 13 מַשְׁחִֽית H4889 verderve, Mashith, verderfelijken strik corruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Het vuur zult gij tot spijze zijn, uw bloed zal zijn in het midden des lands; uwer zal niet gedacht worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Het vuurH784 zult gij totH5704 spijzeH402 zijn, uw bloedH1818 zal zijn in het middenH8432 des landsH776; uwer zal nietH3808 gedachtH2142 worden; want Ik, de HEERE, heb het gesprokenH1696. Het vuur zult gij tot spijze zijn, uw bloed zal zijn in het midden des lands; uwer zal niet gedacht worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken.

KJV Thou shalt be for fuel to the fire; thy blood shall be in the midst of the land; thou shalt be no more remembered: for I the LORD have spoken

1 לָאֵ֤שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 2 תִּֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לְאָכְלָ֔ה H402 spijze, eten, verteerd consume, devour, eat, food, meat 4 דָּמֵ֥ךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 5 יִהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 7 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִזָּכֵ֔רִי H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 10 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 דִּבַּֽרְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 21:2 Ezechiël 20:46 Ezechiël 4:7 Ezechiël 28:21 Ezechiël 25:2 Micha 2:11 Ezechiël 6:2 Ezechiël 36:1 Micha 2:6
Ezechiël 21:3 Job 9:22 Jeremia 21:13 Ezechiël 5:8 Nahum 3:5 Nahum 2:13 Ezechiël 21:19 Ezechiël 14:21 Jesaja 34:5
Ezechiël 21:4 Ezechiël 20:47 Ezechiël 7:2 Ezechiël 6:11
Ezechiël 21:5 Ezechiël 21:30 Nahum 1:9 1 Samuël 3:12 Ezechiël 20:48 Jeremia 23:20 Numeri 14:21 Deuteronomium 29:24 Jesaja 45:23
Ezechiël 21:6 Jesaja 22:4 Ezechiël 6:11 Nahum 2:10 Jeremia 9:17 Jesaja 21:3 Jeremia 30:6 Habakuk 3:16 Ezechiël 12:3
Ezechiël 21:7 Ezechiël 7:17 Jeremia 50:43 Ezechiël 7:26 Jesaja 13:7 Nahum 2:10 1 Petrus 4:7 Jeremia 8:18 Ezechiël 12:22
Ezechiël 21:9 Ezechiël 21:3 Jeremia 12:12 Job 20:25 Ezechiël 21:28 Jesaja 66:16 Jesaja 27:1 Amos 9:4 Deuteronomium 32:41
Ezechiël 21:10 Ezechiël 20:47 Psalmen 110:5 Jesaja 5:12 Ezechiël 19:11 Psalmen 89:26 Nahum 1:10 Jesaja 34:5 Habakuk 3:11
Ezechiël 21:11 Ezechiël 21:19 Jeremia 25:9 Jeremia 51:20 Jeremia 25:33
Ezechiël 21:12 Ezechiël 21:6 Joël 1:13 Ezechiël 21:14 Ezechiël 6:11 Jeremia 31:19 Micha 1:8 Ezechiël 30:2 Ezechiël 9:8
Ezechiël 21:13 Ezechiël 21:10 Ezechiël 21:25 Job 9:23 2 Korinthe 8:2
Ezechiël 21:14 Numeri 24:10 2 Koningen 24:1 Leviticus 26:21 2 Koningen 24:10 Leviticus 26:24 Ezechiël 6:11 Amos 9:2 Ezechiël 21:17
Ezechiël 21:15 Ezechiël 21:7 Jeremia 17:27 Ezechiël 21:10 Ezechiël 20:47 2 Samuël 17:10 Ezechiël 21:22 Ezechiël 21:28 Ezechiël 15:7
Ezechiël 21:16 Genesis 13:9 Ezechiël 16:46 Ezechiël 21:4 Ezechiël 14:17 Ezechiël 21:20
Ezechiël 21:17 Ezechiël 5:13 Ezechiël 21:14 Ezechiël 22:13 Numeri 24:10 Zacharia 6:8 Ezechiël 16:42 Deuteronomium 28:63 Jesaja 1:24
Ezechiël 21:19 Ezechiël 4:1 Jeremia 1:10 Ezechiël 5:1
Ezechiël 21:20 Amos 1:14 Jeremia 49:2 Deuteronomium 3:11 Ezechiël 25:5 Psalmen 125:1 Psalmen 48:12 2 Kronieken 33:14 2 Kronieken 26:9
Ezechiël 21:21 Genesis 31:19 Spreuken 16:33 Richteren 17:5 Richteren 18:20 Genesis 31:30 Deuteronomium 18:10 Hosea 4:12 Spreuken 21:1
Ezechiël 21:22 Ezechiël 4:2 Ezechiël 26:9 Exodus 32:17 Jozua 6:10 Job 39:25 Jozua 6:20 Jeremia 52:4 Jeremia 32:24
Ezechiël 21:23 Numeri 5:15 Ezechiël 21:24 Ezechiël 29:16 2 Kronieken 36:13 Ezechiël 17:13 Ezechiël 12:22 1 Koningen 17:18 Jeremia 52:3
Ezechiël 21:24 Jesaja 3:9 Jeremia 6:15 Ezechiël 16:16 Jeremia 15:2 Jeremia 8:12 Micha 3:10 Ezechiël 23:5 Ezechiël 24:7
Ezechiël 21:25 Ezechiël 35:5 2 Kronieken 36:13 Jeremia 52:2 Ezechiël 17:19 Ezechiël 21:29 Ezechiël 30:3 Psalmen 7:9 Jeremia 24:8
Ezechiël 21:26 Ezechiël 17:24 Jeremia 13:18 Psalmen 75:7 Jeremia 52:31 Ezechiël 16:12 Lukas 1:52 Ezechiël 12:12 Psalmen 113:7
Ezechiël 21:27 Psalmen 2:6 Hagai 2:21 Jeremia 23:5 Genesis 49:10 Micha 5:2 Lukas 1:32 Jesaja 9:6 Zacharia 6:12
Ezechiël 21:28 Ezechiël 21:9 Ezechiël 21:20 Sefanja 2:8 Jeremia 49:1 Amos 1:13 Jeremia 12:12 Ezechiël 25:2
Ezechiël 21:29 Ezechiël 21:25 Ezechiël 22:28 Jeremia 27:9 Job 18:20 Ezechiël 13:10 Jesaja 47:13 Psalmen 37:13 Ezechiël 35:5
Ezechiël 21:30 Jeremia 47:6 Ezechiël 16:38 Ezechiël 28:13 Ezechiël 21:4 Genesis 15:14 Ezechiël 16:3 Ezechiël 28:15
Ezechiël 21:31 Nahum 1:6 Hagai 1:9 Jeremia 4:7 Psalmen 18:15 Ezechiël 14:19 Jesaja 30:33 Jeremia 6:22 Ezechiël 7:8
Ezechiël 21:32 Ezechiël 25:10 Maleachi 4:1 Ezechiël 20:47 Mattheüs 3:10 Sefanja 2:9 Ezechiël 21:30 Mattheüs 24:35 Jesaja 34:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 21 vers 2

zet uw aangezicht tegen Jeruzalem, Zie boven Ezech. 20:46 .

Hertaald: zet uw aangezicht tegen Jeruzalem, Zie hierboven Ezech. 20:46.

drup tegen Dat is, stel leer, straf en vermaning voor. Zie Deut. 32:2 .

Hertaald: drup tegen Dat is: stel leer, bestraffing en vermaning voor. Zie Deut. 32:2.

de heiligdommen, Versta, den tempel des Heeren, over welken de Joden alzo roemden en pochten, alsof hij niet had kunnen uitgeroeid worden, Jer. 7:4 . Het getal van velen wordt gebruikt, omdat deze tempel verscheidene delen had; zie Lev. 26:31 .

Hertaald: de heiligdommen, Versta: de tempel van de HEERE, waarop de Joden zo roemden en pochten alsof die niet uitgeroeid had kunnen worden, Jer. 7:4. Het meervoud wordt gebruikt omdat deze tempel verschillende delen had; zie Lev. 26:31.

land van Israël; Versta, het land van Juda, hetwelk een deel was van het land Kanaän, dat de Heere den Israëlieten tot hun erfdeel beloofd had. Zie boven Ezech. 6:2 .

Hertaald: land van Israël; Versta: het land van Juda, dat een deel was van het land Kanaän dat de HEERE de Israëlieten tot hun erfdeel beloofd had. Zie hierboven Ezech. 6:2.

Ezechiël 21 vers 3

Ik wil aan u, Alsof de Heere zeide: De Babyloniërs hebben het niet alleen tegen u, maar Ik zelf ben uwe wederpartij, bereid om u te verderven; zie boven Ezech. 13:8 .

Hertaald: Ik wil aan u, Alsof de HEERE zei: de Babyloniërs hebben het niet alleen op u gemunt, maar Ik ben Zelf uw tegenpartij, bereid om u te verderven; zie hierboven Ezech. 13:8.

zwaard uit zijn schede trekken; Menselijkerwijze van God gesproken, gelijk ook Lev. 26:33 . Zwaard voor de straf van den oorlog, Lev. 26:6 . Somtijds schijnt het nog andere straffen te begrijpen, gelijk Job 19:29 ; gelijk de oorlog ene zee van alle plagen is; zie ook Ps. 22:21 .

Hertaald: zwaard uit zijn schede trekken; Op menselijke wijze van God gesproken, zoals ook Lev. 26:33. Zwaard staat voor de straf van de oorlog, Lev. 26:6. Soms lijkt het ook nog andere straffen te omvatten, zoals Job 19:29, want de oorlog is een zee van alle plagen; zie ook Ps. 22:21.

rechtvaardige en den goddeloze Versta, den rechtvaardige in schijn, en niet in waarheid, gelijk boven Ezech. 3:20 , zie de aantekening. Of den rechtvaardige in vergelijking met den goddeloze, die onrechtvaardiger is. Die minder goddeloos is, wordt gerechtvaardigd van dengene, die goddelozer is; dat is, rechtvaardiger geacht ten aanzien van hem; zie boven Ezech. 16:51-52 . Zo men het woord rechtvaardig verstaan wil van den waren vrome, zo wordt hij met den goddeloze gestraft, omdat hij bij denzelven blijft, hoewel de vrome niet vergaat gelijk de goddeloze; vergelijk Openb. 18:4 .

Hertaald: rechtvaardige en den goddeloze Versta: de rechtvaardige in schijn en niet in waarheid, zoals hierboven Ezech. 3:20; zie de aantekening daar. Of: de rechtvaardige in vergelijking met de goddeloze die onrechtvaardiger is. Wie minder goddeloos is, wordt gerechtvaardigd door hem die goddelozer is, dat is: rechtvaardiger geacht in vergelijking met hem; zie hierboven Ezech. 16:51-52. Wil men het woord rechtvaardig verstaan van de werkelijk vrome, dan wordt hij met de goddeloze gestraft omdat hij bij hem blijft — hoewel de vrome niet omkomt zoals de goddeloze; vergelijk Openb. 18:4.

Ezechiël 21 vers 4

tegen alle vlees, Zie boven Ezech. 20:47-48 .

Hertaald: tegen alle vlees, Zie hierboven Ezech. 20:47-48.

Ezechiël 21 vers 5

niet meer wederkeren Dat is, niet weder in de schede gestoken worden; dat is niet ophouden te verderven, voordat het mijn volle wraak zal uitgevoerd hebben.

Hertaald: niet meer wederkeren Dat is: niet weer in de schede gestoken worden; dat is: niet ophouden te verderven voordat het Mijn volle wraak voltrokken zal hebben.

Ezechiël 21 vers 6

zucht; zucht Te weten om af te beelden het gekerm en gehuil, dat de Joden zouden maken, als zij de tijding krijgen zouden van de aankomst der Chaldeën.

Hertaald: zucht; zucht Namelijk om het gekerm en gehuil af te beelden dat de Joden zouden aanheffen wanneer zij het bericht kregen van de komst van de Chaldeeën.

hun ogen Te weten van het volk, bij hetwelk gij woont. Want de daad van den profeet moest de gemeente een zeker voorteken zijn van de straffen, die over de Joden in Judea en Chaldea komen zouden.

Hertaald: hun ogen Namelijk van het volk waarbij u woont. Want de handeling van de profeet moest voor de gemeente een duidelijk voorteken zijn van de straffen die over de Joden in Judea en Chaldea zouden komen.

verbreking der lenden Dat is, met zulke zware ophaling van den adem uit de diepte van het lijf en met zodanigen gang en wringing der leden, alsof hem de lenden verbroken waren.

Hertaald: verbreking der lenden Dat is: met zo'n zwaar ophalen van de adem uit het diepst van het lijf en met zo'n gang en wringen van de leden alsof zijn lendenen gebroken waren.

met bitterheid Dat is, met zeer innerlijke smartende droefheid. Vergelijk 2 Kon. 4:27 .

Hertaald: met bitterheid Dat is: met zeer diepe, smartelijke droefheid. Vergelijk 2 Kon. 4:27.

Ezechiël 21 vers 7

gerucht, Dat is, de zekere tijding van de komst der Chaldeën, om u te verderven.

Hertaald: gerucht, Dat is: het zekere bericht van de komst van de Chaldeeën om u te verderven.

zal versmelten, Te weten door vrees. Zie Deut. 1:28 en Joz. 2:11 .

Hertaald: zal versmelten, Namelijk van vrees. Zie Deut. 1:28 en Joz. 2:11.

zullen verslappen, Door verbaasdheid en ontsteltenis; zie 2 Sam. 4:1 .

Hertaald: zullen verslappen, Van verbijstering en ontsteltenis; zie 2 Sam. 4:1.

geest Dat is, moed; zie Spr. 15:13 .

Hertaald: geest Dat is: moed; zie Spr. 15:13.

inkrimpen, Dat is, door het gevoel zijner ellenden benauwd, geperst en geprand zijn. Het tegendeel is als het hart zich wijd uitbreidt; Ps. 119:32 .

Hertaald: inkrimpen, Dat is: door het gevoel van zijn ellende benauwd, geperst en samengedrukt zijn. Het tegendeel is wanneer het hart zich wijd uitbreidt; Ps. 119:32.

henenvlieten; Hebreeuws, heengaan; dat is, hunne kracht verliezen. Zie boven Ezech. 7:17 .

Hertaald: henenvlieten; Hebreeuws: heengaan; dat is: hun kracht verliezen. Zie hierboven Ezech. 7:17.

komt, Te weten het gerucht, recht tevoren vermeld.

Hertaald: komt, Namelijk het bericht dat zojuist genoemd is.

Ezechiël 21 vers 9

Het zwaard, Versta door het zwaard de plaag van den oorlog. Zie Lev. 26:6 .

Hertaald: Het zwaard, Versta onder het zwaard de plaag van de oorlog. Zie Lev. 26:6.

het zwaard is Het woord is verdubbeld om de grootheid en zekerheid der zaak, die verhaald wordt, mitsgaders de beweging desgenen, die het verhaal doet, uit te drukken, alsook om dengenen, wien het verhaal aangaat, tot hartelijke beweging te verwekken; vergelijk 2 Kon. 4:19 ; Jes. 26:5 ; Jer. 4:19 , en onder vs.28.

Hertaald: het zwaard is Het woord wordt verdubbeld om de grootheid en de zekerheid van de zaak die verteld wordt uit te drukken, en ook de ontroering van degene die het vertelt, en om hen die het aangaat tot innerlijke ontroering te brengen; vergelijk 2 Kon. 4:19; Jes. 26:5; Jer. 4:19, en hieronder vers 28.

gescherpt, Te weten om te straffen en te verderven.

Hertaald: gescherpt, Namelijk om te straffen en te verderven.

geveegd Dat is, schoon, net en sierlijk gemaakt.

Hertaald: geveegd Dat is: schoon, glad en glanzend gemaakt.

Ezechiël 21 vers 10

een slachting slachte; Versta hierdoor de doding en vermoording der Joden door het zwaard en de wapens der Chaldeën. Het Hebreeuwse woord is ook zo genomen Ps. 37:14 ; Jes. 34:6 ; Jer. 25:34 . Anders betekent het de slachting der beesten tot spijs en voeding van de mensen, Gen. 43:16 ; Spr. 9:2 , zie de aantekening.

Hertaald: een slachting slachte; Versta hieronder het doden en vermoorden van de Joden door het zwaard en de wapens van de Chaldeeën. Het Hebreeuwse woord is ook zo opgevat in Ps. 37:14; Jes. 34:6; Jer. 25:34. Elders betekent dit woord het slachten van dieren als voedsel voor de mensen, Gen. 43:16; Spr. 9:2; zie de aantekening daar.

een glinster hebbe; Dat is bekwaam is om te verschrikken en te vermoorden; vergelijk Deut. 32:41 ; Job 20:25 , en de aantekening.

Hertaald: een glinster hebbe; Dat is: geschikt is om schrik aan te jagen en te doden; vergelijk Deut. 32:41; Job 20:25 met de aantekening.

of wij dan zullen vrolijk zijn? Sommigen nemen dit voor de woorden van den profeet tot de Joden, met welke hij reden geeft waarom men moest zuchten, gelijk hem belast was, boven vs.6; namelijk omdat er geen oorzaak was van blijdschap, maar wel van zwaar zuchten. Hebreeuws, of wij zullen vrolijk zijn.

Hertaald: of wij dan zullen vrolijk zijn? Sommigen vatten dit op als woorden van de profeet tot de Joden, waarmee hij aangeeft waarom men moest zuchten zoals hem opgedragen was, hierboven vers 6: namelijk omdat er geen reden tot blijdschap was, maar wel tot zwaar zuchten. Hebreeuws: of wij zullen vrolijk zijn.

het is Te weten het voorgemelde zwaard. Dit zijn de woorden Gods tot den profeet.

Hertaald: het is Namelijk het genoemde zwaard. Dit zijn de woorden van God tot de profeet.

de roede Dat is, de gesel, of straf; zie Job 9:34 .

Hertaald: de roede Dat is: de gesel of de straf; zie Job 9:34.

Mijns Zoons, Dat is, waar Ik mijn zoon mede kastijd, te weten mijn volk Israël, hetwelk zo genaamd wordt ten aanzien van het verbond der genade; zie Ex. 4:22 , en de aantekening. Of versta den natuurlijken en eeuwigen Zoon Gods, door wien de Vader zijne oordelen uitvoert; Ps. 2:7-9 , Ps. 2:12 .

Hertaald: Mijns Zoons, Dat is: waarmee Ik Mijn zoon kastijd, namelijk Mijn volk Israël, dat zo genoemd wordt met het oog op het genadeverbond; zie Ex. 4:22 met de aantekening. Of versta de natuurlijke en eeuwige Zoon van God, door Wie de Vader Zijn oordelen uitvoert; Ps. 2:7-9, Ps. 2:12.

die Te weten roede.

Hertaald: die Namelijk de roede.

alle hout Sommigen, alle geboomte; dat is alle mensen, die in Juda overig waren, hogen en lagen, vorsten en de gemeente; zie onder vs.12.

Hertaald: alle hout Sommigen: alle geboomte; dat is: alle mensen die in Juda overgebleven waren, hoge en lage, vorsten en gewone gemeente; zie hieronder vers 12.

versmaadt Dat is, zo sterk en taai is, dat zij tegen geen hout, hoe hard dat ook zij, met slaan wordt gebroken. Anders: de stam van mijn zoon versmaadt alle hout; dat is, mijn volk vraagt naar geen vaderlijke kastijding, daarom zal Ik met het zwaard straffen.

Hertaald: versmaadt Dat is: zij is zo sterk en taai dat zij door het slaan op geen enkel hout, hoe hard ook, gebroken wordt. Anders: de stam van Mijn zoon veracht alle hout; dat is: Mijn volk vraagt niet naar een vaderlijke kastijding, en daarom zal Ik met het zwaard straffen.

Ezechiël 21 vers 11

Hij heeft Namelijk God.

Hertaald: Hij heeft Namelijk God.

hetzelve te vegen gegeven, Te weten zwaard.

Hertaald: hetzelve te vegen gegeven, Namelijk het zwaard.

des doodslagers te geven Dat is, van den koning van Babel en zijn heirleger.

Hertaald: des doodslagers te geven Dat is: van de koning van Babel en zijn leger.

Ezechiël 21 vers 12

hetzelve zal zijn Te weten dat gescherpt en geveegd zwaard.

Hertaald: hetzelve zal zijn Namelijk dat gescherpte en gepolijste zwaard.

tegen Mijn volk, Te weten om dat te verdelgen en uit te roeien.

Hertaald: tegen Mijn volk, Namelijk om dat te verdelgen en uit te roeien.

verschrikkingen Anders: zij, te weten de voorgemelde vorsten, zullen in het zwaard nedergestoten worden met mijn volk; dat is, zullen in het zwaard vallen en door den oorlog omkomen.

Hertaald: verschrikkingen Anders: zij, namelijk de genoemde vorsten, zullen met Mijn volk in het zwaard neergestoten worden; dat is: zullen door het zwaard vallen en in de oorlog omkomen.

klop op de heup Te weten tot een teken van grote droefheid; zie Jer. 31:19 .

Hertaald: klop op de heup Namelijk als teken van grote droefheid; zie Jer. 31:19.

Ezechiël 21 vers 13

beproeving was, Te weten waardoor Ik mijn volk hier tevoren beproefd heb door de Chaldeën en andere vijanden, die hen zeer geplaagd hebben; 2 Kon. 23:33 , en 2 Kon. 24:1 , enz.; 2 Kron. 36:3 , enz. Anders: indien het ene beproeving ware, wat zou het zijn? en zou hij [evenwel] niet een versmadende stam zijn?

Hertaald: beproeving was, Namelijk de beproeving waarmee Ik Mijn volk hiervoor beproefd heb door de Chaldeeën en andere vijanden die hen zeer geplaagd hebben; 2 Kon. 23:33 en 2 Kon. 24:1 enzovoort; 2 Kron. 36:3, enzovoort. Anders: als het een beproeving was, wat zou het zijn? En zou hij (toch) niet een verachtende stam zijn?

wat was het toen? Dat is, wat heeft het geholpen, te weten tot verbetering van mijn volk? Hij wil zeggen, niet met al.

Hertaald: wat was het toen? Dat is: wat heeft het geholpen, namelijk tot verbetering van Mijn volk? Hij wil zeggen: helemaal niets.

Zou er dan Anders: zou het dan [te weten mijn volk] ook [onder] de versmadende roede niet zijn!

Hertaald: Zou er dan Anders: zou het dan (namelijk Mijn volk) ook niet (onder) de verachtende roede zijn!

ook geen Te weten naardien het volk zich hoe langer hoe erger aanstelt.

Hertaald: ook geen Namelijk aangezien het volk zich hoe langer hoe erger gedraagt.

versmadende roede Zie boven vs.10.

Hertaald: versmadende roede Zie hierboven vers 10.

zijn, Door welke zij naar behoren gestraft worden.

Hertaald: zijn, Waardoor zij naar behoren gestraft worden.

Ezechiël 21 vers 14

sla hand tegen hand; Dat is, sla de handen samen, te weten tot een teken van ontsteltenis en droefheid over de moedwillige verkeerdheid der Joden en hun verschrikkelijken ondergang. Alzo boven Ezech. 6:11 . Zie de aantekening. Het kan ook zijn dat den profeet dit handklappen bevolen wordt, om te betekenen hoe de Chaldeën elkander ophitsen zouden om de Joden aan te vallen. Vergelijk vs.17, en onder Ezech. 22:13 .

Hertaald: sla hand tegen hand; Dat is: sla de handen tegen elkaar, namelijk als teken van ontsteltenis en droefheid over de moedwillige verkeerdheid van de Joden en over hun verschrikkelijke ondergang. Zo ook hierboven Ezech. 6:11. Zie de aantekening daar. Het kan ook zijn dat dit handklappen de profeet bevolen wordt om aan te duiden hoe de Chaldeeën elkaar zouden opzwepen om de Joden aan te vallen. Vergelijk vers 17 en hieronder Ezech. 22:13.

ten derden male, Dat is, dikwijls gebruikt worden om de Joden te verderven. Of versta dit van drie grote slachtingen, die de Chaldeën onder de Joden gedaan hebben. Zie van de eerste, 2 Kon. 25:5-7 ; Jer. 52:8-11 , van de tweede, 2 Kon. 25:8-10 , enz.; Jer. 52:12-14 , enz. en van de derde, die na den dood van Gedalia onder de Joden, die in Egypte gevlucht waren, van de Chaldeën ook gedaan is. Zie Jer 41 , Jer 42 , Jer 43 , Jer 44 , Jer 45 , Jer 46 .

Hertaald: ten derden male, Dat is: het zal vaak gebruikt worden om de Joden te verderven. Of versta het van drie grote slachtingen die de Chaldeeën onder de Joden aangericht hebben. Zie voor de eerste 2 Kon. 25:5-7; Jer. 52:8-11; voor de tweede 2 Kon. 25:8-10 enzovoort en Jer. 52:12-14 enzovoort; en voor de derde, die na de dood van Gedalia door de Chaldeeën is aangericht onder de Joden die naar Egypte gevlucht waren. Zie Jer. 41 tot en met Jer. 46.

dergenen, Dat is, hetwelk vele mensen verslaan of ombrengen zal.

Hertaald: dergenen, Dat is: dat veel mensen zal verslaan of ombrengen.

groten, Dat is, waarmede niet alleen geringe en gemene lieden, maar ook heren en vorsten verslagen zullen worden. Zie van het woord groten, aldus genomen, 2 Kon. 5:1 , en 2 Kon. 10:6 , en de aantekening.

Hertaald: groten, Dat is: waarmee niet alleen geringe en gewone mensen, maar ook heren en vorsten verslagen zullen worden. Zie over het woord groten in die betekenis 2 Kon. 5:1 en 2 Kon. 10:6 met de aantekening.

tot hen in de binnenste kameren Dat is, tot degenen, die zich in de verborgenste plaatsen versteken zullen om het zwaard te ontgaan; vergelijk 1 Kon. 20:30 , en 1 Kon. 22:25 . Hebreeuws, da tot hen in het binnenste inkameren zal, of is inkamerende.

Hertaald: tot hen in de binnenste kameren Dat is: tot hen die zich in de meest verborgen plaatsen zullen verstoppen om aan het zwaard te ontkomen; vergelijk 1 Kon. 20:30 en 1 Kon. 22:25. Hebreeuws: dat tot hen in het binnenste zal inkameren, of: inkamerende is.

Ezechiël 21 vers 15

punt des zwaards Of, scherpte, of glans. Anderen vertalen het woord schrik, slachting, of geroep. Het wordt alleen hier gevonden.

Hertaald: punt des zwaards Of: scherpte, of glans. Anderen vertalen het woord met schrik, slachting of geschreeuw. Het komt alleen hier voor.

hun poorten, Dat is, tegen hunne steden, sterkten, welke hier in voortijden bestonden in hunne poorten; zie Gen. 22:17 .

Hertaald: hun poorten, Dat is: tegen hun steden en vestingen, die vroeger bestonden in hun poorten; zie Gen. 22:17.

versmelte, Dat is, door angst en vrees verga, en alle kracht verlieze. Alzo Joz. 2:9 , Joz. 2:24 ; Job 30:22 .

Hertaald: versmelte, Dat is: van angst en vrees vergaat en alle kracht verliest. Zo Joz. 2:9, Joz. 2:24; Job 30:22.

de aanstoten vermenigvuldigen; Dat is, gelegenheden van vallen, waarin zij zich storten en verderven zullen, zoekende wel de gevaren te ontkomen, en hun leven te behouden; maar zouden zich van het ene ongeluk in het andere vinden; vergelijk boven Ezech. 7:19 .

Hertaald: de aanstoten vermenigvuldigen; Dat is: aanleidingen tot vallen, waarin zij zich zullen storten en te gronde gaan: zij zullen wel proberen de gevaren te ontkomen en hun leven te behouden, maar zij zullen van het ene ongeluk in het andere raken; vergelijk hierboven Ezech. 7:19.

ach, Dit zijn de woorden van den profeet, beklagende de ellende van zijn volk.

Hertaald: ach, Dit zijn de woorden van de profeet, die de ellende van zijn volk beklaagt.

het is toegemaakt, Te weten het zwaard.

Hertaald: het is toegemaakt, Namelijk het zwaard.

opdat het glinstere, Hebreeuws, ter glinstering; dat is, opdat het bekwaam zij om de moedwillige Joden te verschrikken en te verderven; vergelijk boven vs.10, en onder vs.28.

Hertaald: opdat het glinstere, Hebreeuws: tot glinstering; dat is: opdat het geschikt zou zijn om de moedwillige Joden schrik aan te jagen en te verderven; vergelijk hierboven vers 10 en hieronder vers 28.

is ingewonden om te slachten Dat is, weggelegd om hetzelve ter slachting gereed te hebben. Anders: gescherpt.

Hertaald: is ingewonden om te slachten Dat is: weggelegd om het gereed te hebben voor de slachting. Anders: gescherpt.

Ezechiël 21 vers 16

Houd u bijeen, Hebreeuws, houd u bijeen, ga ter rechterhand, schik u, ga ter linkerhand; zie van deze manier van spreken Ps. 45:5 . De Heere spreekt hier het zwaard toe, alsof het de krijgsman ware, die het gebruiken moest. Zie Job 14:7 . Hij beveelt het dat het zich voege en samen verenige met de andere zwaarden of krijgslieden zijner bende, om met enen moed en kracht den vijand op het lijf te vallen, hetzij ter rechter-of ter linkerhand.

Hertaald: Houd u bijeen, Hebreeuws: houd u bijeen, ga ter rechterhand, schik u, ga ter linkerhand; zie over deze manier van spreken Ps. 45:5. De HEERE spreekt hier het zwaard aan alsof het de krijgsman was die het moest gebruiken. Zie Job 14:7. Hij beveelt het zich te voegen en te verenigen met de andere zwaarden of krijgslieden van zijn bende, om met één moed en kracht de vijand aan te vallen, hetzij rechts of links.

waarhenen Dat is, tot welk deel of oord van Judea het zou mogen wezen dat gij gelast zijt om daar moorderij en verwoesting aan te richten. Spaar niets noch iemand.

Hertaald: waarhenen Dat is: naar welk deel of streek van Judea het ook mag zijn waar u opdracht kreeg moord en verwoesting aan te richten. Spaar niets en niemand.

Ezechiël 21 vers 17

slaan, Te weten om den Chaldeën moed te geven, hen aan te hitsen en op te jagen tot het verderven en uitroeien der Joodse natie; zie boven de aantekening vs.14. Versta dat dit zo blijken zou door de uitkomst der zaak, dat het doen der Chaldeën met Gods rechtvaardigen wil overeenkwam.

Hertaald: slaan, Namelijk om de Chaldeeën moed te geven en hen aan te sporen en op te jagen tot het verderven en uitroeien van het Joodse volk; zie hierboven de aantekening bij vers 14. Versta dat uit de afloop van de zaak zou blijken dat het doen van de Chaldeeën met Gods rechtvaardige wil overeenkwam.

Mijn grimmigheid Dat is mijn moed aan u koelen en mijn toorn aan u verzadigen; vergelijk boven Ezech. 5:13 .

Hertaald: Mijn grimmigheid Dat is: Mijn toorn aan u koelen en Mijn gramschap aan u verzadigen; vergelijk hierboven Ezech. 5:13.

Ezechiël 21 vers 19

stel u Te weten op een tafereel af te malen en uit te drukken, gelijk boven Ezech. 4:1-2 .

Hertaald: stel u Namelijk om op een tekening af te beelden en uit te drukken, zoals hierboven Ezech. 4:1-2.

twee wegen voor, Te weten beide voortkomende uit het land van Babylonië, waarvan de ene was ter rechterhand, om in Judea te komen, de andere ter linkerhand, om te komen in het land der Ammonieten. Nebukadnezar nu beraadslaagde welk land hij in dezen tocht eerst aantasten zou, hetwelk hier met deze twee wegen betekend wordt.

Hertaald: twee wegen voor, Namelijk twee wegen die beide uit het land Babylonië kwamen: de ene rechts, om in Judea te komen, de andere links, om in het land van de Ammonieten te komen. Nebukadnezar overlegde nu welk land hij op deze tocht als eerste zou aanvallen, en dat wordt hier met deze twee wegen aangeduid.

een land Te weten Babylonië. Of, uit eens land; dat is, van den koning van Babel.

Hertaald: een land Namelijk Babylonië. Of: uit één land, dat is: van de koning van Babel.

zijde, Hebreeuws, hand; zie Spr. 8:3 , en de aantekening. Versta, vanwaar de koning van Babel in het Joodse land invallen zou.

Hertaald: zijde, Hebreeuws: hand; zie Spr. 8:3 met de aantekening. Versta: vanwaar de koning van Babel het Joodse land zou binnenvallen.

aan het hoofd van den weg Dat is, aan het begin van den tweeweg, te weten aan den weg, die naar de stad Jeruzalem loopt. Het is ene profetie, dat Nebukadnezar eerst het Joodse land zou zien aan zich te brengen, om daarna de Ammonieten te overweldigen.

Hertaald: aan het hoofd van den weg Dat is: aan het begin van de tweesprong, namelijk aan de weg die naar de stad Jeruzalem loopt. Het is een profetie dat Nebukadnezar eerst zou proberen het Joodse land te onderwerpen om daarna de Ammonieten te overweldigen.

Ezechiël 21 vers 20

Rabba der kinderen Ammons, Zie 2 Sam. 11:1 .

Hertaald: Rabba der kinderen Ammons, Zie 2 Sam. 11:1.

Ezechiël 21 vers 21

zal aan de Te weten als hij met een heirleger uit zijn land zuidwaarts optrekken zal om een krijgstocht te doen. In het Hebreeuws wordt de verleden tijd gebruikt: heeft gestaan, om te tonen de zekerheid van dit verhaal, alsof het alrede geschied ware.

Hertaald: zal aan de Namelijk wanneer hij met een leger uit zijn land zuidwaarts zal optrekken om een veldtocht te ondernemen. In het Hebreeuws wordt de verleden tijd gebruikt: heeft gestaan, om de zekerheid van dit verhaal te tonen, alsof het al gebeurd was.

wegscheiding Hebreeuws, moeder van den weg. Versta, een tweesprong, of tweeweg, die in twee wegen verdeeld wordt. De wegscheiding is ene moeder der wegen genaamd, omdat daaruit andere wegen voortkomen, gelijk uit ene moeder kinderen.

Hertaald: wegscheiding Hebreeuws: moeder van de weg. Versta: een tweesprong, een weg die zich in tweeën splitst. De wegsplitsing wordt een moeder van de wegen genoemd, omdat daaruit andere wegen voortkomen zoals kinderen uit een moeder.

staan, Te weten, gelijk een die twijfelt welken weg hij ingaan zal, namelijk die ter rechterhand ligt, of die ligt ter linkerhand.

Hertaald: staan, Namelijk zoals iemand die twijfelt welke weg hij zal inslaan: de weg rechts of de weg links.

het hoofd van de twee wegen, Dat is, het begin, den ingang; zie boven Ezech. 16:25 , en de aantekening.

Hertaald: het hoofd van de twee wegen, Dat is: het begin, de ingang; zie hierboven Ezech. 16:25 met de aantekening.

waarzegging te gebruiken; Hebreeuws, waarzegging te waarzeggen; dat is waarzegging te gebruiken, of met waarzegging om te gaan; zie van het woord waarzegging, Spr. 16:10 . De zin is dat hij de kunst zijner afgodische waarzegging zou in het werk stellen, om te zien welken weg hij ingaan zou.

Hertaald: waarzegging te gebruiken; Hebreeuws: waarzegging te waarzeggen; dat is: waarzeggerij toepassen, of met waarzeggerij omgaan; zie over het woord waarzeggerij Spr. 16:10. De betekenis is dat hij zijn afgodische waarzegkunst zou toepassen om te zien welke weg hij zou kiezen.

slijpen; Te weten ten einde dat ze hem, als hij die naar zijn bijgelovige manier gebruikt zou hebben, te verstaan mochten geven welken weg hij kiezen zou. Anderen vertalen het woord pijlen, messen, welke geveegd en genet werden, als men vele offeranden daarmede gedaan had, uit welke de heidenen hunne waarzeggingen maakten.

Hertaald: slijpen; Namelijk opdat die hem, wanneer hij ze op zijn bijgelovige manier gebruikt zou hebben, te kennen zouden geven welke weg hij moest kiezen. Anderen vertalen het woord met pijlen of messen, die schoongemaakt en gepolijst werden nadat men er veel offers mee had gebracht, waaruit de heidenen hun voorspellingen afleidden.

terafim Zie Gen. 31:19 .

Hertaald: terafim Zie Gen. 31:19.

vragen, Te weten om raad.

Hertaald: vragen, Namelijk om raad.

lever bezien Te weten van hun geslachte beesten. Uit de gestaltenis nu der lever oordeelden zij naar hun afgodische bijgelovigheid, wat hun te doen of te laten stond.

Hertaald: lever bezien Namelijk van de dieren die zij geslacht hadden. Uit de vorm van de lever leidden zij naar hun afgodisch bijgeloof af wat hun te doen of te laten stond.

Ezechiël 21 vers 22

op Jeruzalem, Dat is, de waarzegging zal uitwijzen dat Nebukadnezar de rechterhand moest kiezen, om Jeruzalem eerst te belegeren.

Hertaald: op Jeruzalem, Dat is: de waarzeggerij zal uitwijzen dat Nebukadnezar de rechterhand moest kiezen, om eerst Jeruzalem te belegeren.

hoofdmannen Het Hebreeuwse woord is alzo genomen 2 Kon. 11:5 ; maar in het volgende van vs.22 betekent het stormrammen, gelijk ook boven Ezech. 4:2 .

Hertaald: hoofdmannen Het Hebreeuwse woord is zo opgevat in 2 Kon. 11:5; maar in het vervolg van vers 22 betekent het stormrammen, zoals ook hierboven Ezech. 4:2.

te stellen, Dat is, de belegering tegen Jeruzalem aan te grijpen en te ordineren.

Hertaald: te stellen, Dat is: de belegering van Jeruzalem aan te vangen en in te richten.

den mond te openen Dat is, met groot geroep de krijgslieden tot het vermoorden en verderven der Joden aan te drijven, of tot opening van enig gat in den muur, waardoor zij mochten inbreken. Het volgende woord gejuich kan ook overgezet worden een gebroken geklank.

Hertaald: den mond te openen Dat is: met luid geroep de krijgslieden aan te sporen tot het vermoorden en verderven van de Joden, of tot het openen van een bres in de muur waardoor zij konden binnendringen. Het volgende woord gejuich kan ook vertaald worden met een afgebroken geschal.

de stem op te heffen Dat is, met een vreeslijk veldgeschrei de vijanden te verschrikken en de stad aan te vallen.

Hertaald: de stem op te heffen Dat is: met een verschrikkelijk strijdgeschreeuw de vijanden schrik aan te jagen en de stad aan te vallen.

stormrammen te stellen tegen de poorten, Zie boven Ezech. 4:2 .

Hertaald: stormrammen te stellen tegen de poorten, Zie hierboven Ezech. 4:2.

Ezechiël 21 vers 23

Dit zal Dat is, deze uwe profetie.

Hertaald: Dit zal Dat is: deze profetie van u.

hun Te weten den Joden.

Hertaald: hun Namelijk de Joden.

in hun ogen Dat is, in hun oordeel; zie Job 18:3 .

Hertaald: in hun ogen Dat is: naar hun oordeel; zie Job 18:3.

ijdel waarzeggen zijn, Hebreeuws, een waarzeggen der ijdelheid, of leugen; vergelijk onder vs.29.

Hertaald: ijdel waarzeggen zijn, Hebreeuws: een waarzeggen van de ijdelheid, of van de leugen; vergelijk hieronder vers 29.

onder hen; Namelijk de Joden met de Egyptenaars, of ook andere omliggende volken, die den Joden met den eed beloofd hadden, dat zij hen tegen de Chaldeën beschermen zouden. Sommigen verstaan het van den eed met welken zij aan den koning van Babel verplicht waren; uit het volgende.

Hertaald: onder hen; Namelijk van de Joden met de Egyptenaren, of ook met andere omliggende volken die de Joden met een eed beloofd hadden hen tegen de Chaldeeën te beschermen. Sommigen verstaan er de eed onder waarmee zij aan de koning van Babel verplicht waren, op grond van het vervolg.

hij zal der Namelijk de koning van Babel.

Hertaald: hij zal der Namelijk de koning van Babel.

ongerechtigheid gedenken, Versta, de ontrouw en meinedigheid, die de koning Zedekia in het breken van het verbond, gemaakt met Nebukadnezar, bewezen had.

Hertaald: ongerechtigheid gedenken, Versta: de ontrouw en de meineed die koning Zedekia bedreven had door het verbond met Nebukadnezar te breken.

opdat zij Namelijk de Joden in Jeruzalem wonende en daaronder behorende.

Hertaald: opdat zij Namelijk de Joden die in Jeruzalem woonden en daarbij hoorden.

gegrepen worden Of gevangen, of ingenomen worden; dat is door wapenen overwonnen, overweldigd en gevankelijk weggevoerd worden.

Hertaald: gegrepen worden Of: gevangengenomen of ingenomen worden; dat is: door de wapens overwonnen, overweldigd en gevankelijk weggevoerd worden.

Ezechiël 21 vers 24

doet gedenken, Te weten mij en den koning van Babylonië doet gij ze gedenken, door in uwe meinedigheid moedwilliglijk en openbaar voort te gaan, en daarin u te versterken door nieuwe verbonden, die gij met andere volken tegen den koning van Babel hebt opgericht.

Hertaald: doet gedenken, Namelijk: u doet Mij en de koning van Babylonië eraan denken doordat u moedwillig en openlijk in uw meineed voortgaat en uzelf daarin versterkt door nieuwe verbonden die u met andere volken tegen de koning van Babel gesloten hebt.

hand gegrepen worden Te weten van Nebukadnezar, dat is door zijn machtig heirleger.

Hertaald: hand gegrepen worden Namelijk door Nebukadnezar, dat is: door zijn machtige leger.

Ezechiël 21 vers 25

o onheilig, Hij meent Zedekia den koning van Juda.

Hertaald: o onheilig, Hij bedoelt Zedekia, de koning van Juda.

goddeloos vorst van Israël, Te weten door afgoderij tegen God, meinedigheid, tegen den koning Nebukadnezar, wreedheid tegen zijne onderzaten, enz.

Hertaald: goddeloos vorst van Israël, Namelijk door afgoderij tegen God, meineed tegen koning Nebukadnezar, wreedheid tegen zijn onderdanen, enzovoort.

dag komen zal, Te weten van uw straf en ondergang. Zie Job 18:20 , en de aantekening, en Ps. 37:13 ; idem, hieronder vs.29.

Hertaald: dag komen zal, Namelijk van uw straf en ondergang. Zie Job 18:20 met de aantekening, en Ps. 37:13; eveneens hieronder vers 29.

tijde der uiterste ongerechtigheid; Dat is, als de ongerechtigheid op het hoogste gekomen en vol zal zijn, Gen. 15:16 . Hebreeuws, ten tijde der ongerechtigheid van het einde, of van het uiterste; dat is de uiterste of eindelijke ongerechtigheid; of men kan met sommigen door ongerechtigheid verstaan [gelijk elders] de straf der ongerechtigheid en van het einde; dat is die een einde met hen zal uitmaken. Alzo onder vs.29, en Ezech. 35:5 .

Hertaald: tijde der uiterste ongerechtigheid; Dat is: wanneer de ongerechtigheid haar hoogtepunt bereikt heeft en vol zal zijn, Gen. 15:16. Hebreeuws: ten tijde van de ongerechtigheid van het einde, of van het uiterste; dat is: de uiterste of laatste ongerechtigheid. Of men kan met sommigen onder ongerechtigheid (zoals elders) de straf op de ongerechtigheid verstaan, en dan van het einde, dat is: die een einde met hen zal maken. Zo ook hieronder vers 29 en Ezech. 35:5.

Ezechiël 21 vers 26

weg, Te weten van uw hoofd; zie van dezen hoed Ex. 28:4 .

Hertaald: weg, Namelijk van uw hoofd; zie over deze hoed Ex. 28:4.

dezelfde niet wezen; dat is, uw kroon niet meer wezen, dat is, gij zult niet meer koning zijn.

Hertaald: dezelfde niet wezen; Dat is: het zal uw kroon niet meer zijn, dat is: u zult niet meer koning zijn.

nederig is, Versta, den koning Jojachin, die in de Babylonische gevangenschap was, van wiens verhoging zie 2 Kon. 25:27 , enz.

Hertaald: nederig is, Versta: koning Jojachin, die in de Babylonische gevangenschap was; over zijn verhoging, zie 2 Kon. 25:27, enzovoort.

die hoog is Dat is, Zedekia, die nu wel koning was, maar haast zou gevangen, verblind en weggevoerd worden. Zie 2 Kon. 25:6-7 .

Hertaald: die hoog is Dat is: Zedekia, die nu wel koning was, maar spoedig gevangen, verblind en weggevoerd zou worden. Zie 2 Kon. 25:6-7.

Ezechiël 21 vers 27

die kroon Te weten die kroon, van welke in vs.26 gemeld is.

Hertaald: die kroon Namelijk de kroon waarover in vers 26 gesproken is.

omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; Dat is gans uitroeien, omwerpen en verderven. Hetzelfde wordt driemalen herhaald om de zekerheid van het verhaal en den ijver van den profeet aan te wijzen, alsook om degenen, wien het aanging, sterkelijk te bewegen. Vergelijk Jer. 7:4 , en Jer. 22:29 . Het Hebreeuwse woord is zo genomen, Jes. 24:1 .

Hertaald: omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; Dat is: geheel uitroeien, omverwerpen en verderven. Hetzelfde wordt driemaal herhaald om de zekerheid van de uitspraak en de ijver van de profeet aan te geven, en ook om hen die het aanging krachtig te bewegen. Vergelijk Jer. 7:4 en Jer. 22:29. Het Hebreeuwse woord is zo opgevat in Jes. 24:1.

zij zal niet zijn, Dat is, daar zal geen koning zijn uit den stam van Juda.

Hertaald: zij zal niet zijn, Dat is: er zal geen koning zijn uit de stam van Juda.

daartoe recht heeft, Te weten om de kroon te hebben. Deze is onze Heere Jezus Christus, die de ware zoon en opvolgers is van David.

Hertaald: daartoe recht heeft, Namelijk om de kroon te dragen. Dat is onze Heere Jezus Christus, Die de ware Zoon en Opvolger van David is.

dat geven zal Te weten recht.

Hertaald: dat geven zal Namelijk het recht.

Ezechiël 21 vers 28

smading; Te weten die zij mijn volk aangedaan hebben; van welke zie onder Ezech. 25:6 ; Sef. 2:8 .

Hertaald: smading; Namelijk de smaad die zij Mijn volk aangedaan hebben; zie daarover hieronder Ezech. 25:6; Zef. 2:8.

het zwaard is Van gelijke verdubbeling van dit woord zie boven vs.9.

Hertaald: het zwaard is Over een soortgelijke verdubbeling van dit woord, zie hierboven vers 9.

uitgetrokken, Hebreeuws, geopend; zie Ps. 37:14 .

Hertaald: uitgetrokken, Hebreeuws: geopend; zie Ps. 37:14.

slachting geveegd Te weten van u, o Ammonieten, die gij mede van den koning Nebukadnezar afgevallen zijt en het verderf niet zult ontgaan, ofschoon Jeruzalem voorgaat.

Hertaald: slachting geveegd Namelijk van u, Ammonieten, die ook van koning Nebukadnezar afgevallen bent en het verderf niet zult ontgaan, ook al gaat Jeruzalem voor.

om te verdoen, Anders: om te vatten, of te houden.

Hertaald: om te verdoen, Anders: om te vatten, of vast te houden.

om te glinsteren; Anders: om de glinstering; dat is omdat het zo toebereid is tot glinsterens toe, dat het met de slachting ook grote verschrikking zal aanrichten; vergelijk boven vs.10.

Hertaald: om te glinsteren; Anders: om de glinstering; dat is: omdat het zo toebereid is dat het glinstert, zal het met de slachting ook grote schrik aanrichten; vergelijk hierboven vers 10.

Ezechiël 21 vers 29

zij Versta, de valse profeten der Ammonieten.

Hertaald: zij Versta: de valse profeten van de Ammonieten.

u Hij spreekt het Ammonietische volk toe.

Hertaald: u Hij spreekt het Ammonitische volk toe.

ijdelheid zien, Dat is, valsheid profeteren, te weten van vrede. Want terwijl zij u alzo pluimstrijken, zullen u de Chaldeën overvallen.

Hertaald: ijdelheid zien, Dat is: valsheid profeteren, namelijk over vrede. Want terwijl zij u zo vleien, zullen de Chaldeeën u overvallen.

de halzen te stellen Dat is, om vreugde te verwekken over de Joden, die van de Chaldeën verdrukt zijn, even alsof zij deze verdrukking niet hadden te verwachten.

Hertaald: de halzen te stellen Dat is: om vreugde te wekken over de Joden die door de Chaldeeën verdrukt zijn, alsof zij die verdrukking zelf niet te verwachten hadden.

die van de goddelozen Hebreeuws, der verslagenen der goddelozen. Versta, de Joden, die van de Chaldeën vermoord waren.

Hertaald: die van de goddelozen Hebreeuws: van de verslagenen van de goddelozen. Versta: de Joden die door de Chaldeeën vermoord waren.

welker Te weten verslagenen.

Hertaald: welker Namelijk van de verslagenen.

dag gekomen was Zie boven vs.25.

Hertaald: dag gekomen was Zie hierboven vers 25.

Ezechiël 21 vers 30

Keer uw zwaard weder Dat is, wedersta de Chaldeën niet; want het zal u niet helpen. Anders: zou Ik [het zwaard] weder in zijne schede keren? Hij wil zeggen: Neen, maar in de plaats, enz.

Hertaald: Keer uw zwaard weder Dat is: bied de Chaldeeën geen weerstand, want het zal u niet baten. Anders: zou Ik (het zwaard) weer in zijn schede steken? Hij wil zeggen: nee, maar op de plaats, enzovoort.

waar gij geschapen zijt, Dat is, in uw vaderland, waarin gij geboren zijt.

Hertaald: waar gij geschapen zijt, Dat is: in uw vaderland, waar u geboren bent.

woningen Anders: uwer handelingen.

Hertaald: woningen Anders: van uw daden.

richten Dat is, straffen door het zwaard der Chaldeën. Zie Gen. 15:14 .

Hertaald: richten Dat is: straffen door het zwaard van de Chaldeeën. Zie Gen. 15:14.

Ezechiël 21 vers 31

vuur Mijner verbolgenheid Vergelijk boven Ezech. 20:47 , en de aantekening.

Hertaald: vuur Mijner verbolgenheid Vergelijk hierboven Ezech. 20:47 met de aantekening.

brandende mensen, Te weten van toorn en vijandschap. Anders: onvernuftige mensen.

Hertaald: brandende mensen, Namelijk van toorn en vijandschap. Anders: redeloze mensen.

smeders des verderfs Dat is, die meesters en kunstenaars zijn, om verderving aan te richten.

Hertaald: smeders des verderfs Dat is: die meesters en vaklieden zijn in het aanrichten van verderf.

Ezechiël 21 vers 32

tot spijze zijn, Hebreeuws, om te eten; dat is, om u te eten. Gelijk het vuur het hout verslindt, alzo zullen de vijanden u verslinden.

Hertaald: tot spijze zijn, Hebreeuws: om te eten; dat is: om u te eten. Zoals het vuur het hout verslindt, zo zullen de vijanden u verslinden.

bloed zal zijn in het midden des lands; Te weten wredelijk overal van de vijanden vergoten.

Hertaald: bloed zal zijn in het midden des lands; Namelijk overal wreed door de vijanden vergoten.

niet gedacht worden; Te weten van de mensen. Zo gans zult gij uitgeroeid worden. Vergelijk onder Ezech. 25:10 .

Hertaald: niet gedacht worden; Namelijk door de mensen. Zo volkomen zult u uitgeroeid worden. Vergelijk hieronder Ezech. 25:10.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De omgekeerde kroon  — de kroon wordt afgenomen totdat Iemand komt die er recht op heeft (Ezech. 21:25-27)

Tegen de vorst van Israël wordt gezegd: "Doe dien hoed weg, en hef dien kroon af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogen dien, die nederig is, en vernederen dien, die hoog is" (Ezech. 21:26). En dan volgt de zin waar dit hoofdstuk om bekendstaat: "Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja, zij zal niet zijn, totdat hij kome, die daartoe recht heeft, en dien Ik dat geven zal" (Ezech. 21:27).

Bijbelse betekenis: Eerst in zijn eigen tijd. De laatste koning van Juda wordt afgezet, en de drievoudige herhaling zegt hoe grondig dat gebeurt: de troon wordt niet één keer omgekeerd maar telkens weer. Merk vervolgens op het woordje totdat. Er wordt geen einde aangekondigd maar een onderbreking; er komt Iemand die er recht op heeft, en God zal het Hem geven. Dat is dezelfde vorm als in de zegen van Jakob over Juda, waar de scepter niet wijkt totdat Silo komt (reeds behandeld bij Gen. 49:10). Let ten slotte op wat er niet bij staat. Er wordt geen naam genoemd en geen tijd; er staat alleen dat er recht op bestaat en dat God het geven zal. Het register vult dat niet verder in dan het Nieuwe Testament het doet.

Typologie: De engel zegt tot Maria dat God Hem de troon van Zijn vader David geven zal, en dat aan Zijn Koninkrijk geen einde zal zijn (Luk. 1:32-33). En in het laatste boek is Hij de enige Die waardig is (reeds behandeld bij Op. 5:5).

Ezech. 21:25-27; Gen. 49:10; Luk. 1:32-33; Op. 5:5

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Totdat Hij komt, Die daartoe recht heeft — 21:25-27

Ezechiël spreekt in dit hoofdstuk over het zwaard des HEEREN, dat getrokken is en niet meer in de schede teruggaat. Aan het eind van die rede wordt de laatste koning van Juda aangesproken, en hem wordt zijn kroon afgenomen.

De kroon van Juda wordt neergelegd met een tijdsbepaling erbij: totdat Hij komt Die er recht op heeft.

Het vonnis is kort en persoonlijk. De vorst van Israël wordt onheilig en goddeloos genoemd, en dan volgt het bevel: “Doe dien hoed weg, en hef dien kroon af, deze zal dezelfde niet wezen; Ik zal verhogen dien, die nederig is, en vernederen dien, die hoog is.”

En dan komt een zin die door haar herhaling blijft hangen: “Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen; ja, zij zal niet zijn.” Drie keer hetzelfde woord. Er wordt niet gezegd dat het koningschap tijdelijk in andere handen komt; er wordt gezegd dat het er niet meer zal zijn.

Maar dan volgt er nog iets, en dat maakt van een oordeel een belofte: “totdat hij kome, die daartoe recht heeft, en dien Ik dat geven zal.”

Wie dat leest met Genesis 49 in gedachten, herkent het meteen. Daar zei Jakob dat de scepter van Juda niet wijken zou totdat Silo komt. Dat woord Silo is een van de raadselachtigste van het Oude Testament, en het komt maar één keer voor; de gangbaarste verklaring is dat het betekent: hij aan wie het toebehoort — de rechtmatige koning. Ezechiël gebruikt hier niet datzelfde woord, maar hij zegt met andere woorden precies hetzelfde: hij die daartoe recht heeft. Wat de Statenvertaling hier vertaalt, komt in betekenis overeen met wat er in Genesis 49 staat.

Meer dan duizend jaar na Jakob leefde die verwachting dus nog. En Ezechiël spreekt haar uit op het moment waarop zij het minst waarschijnlijk lijkt: op de dag dat de kroon van Davids huis werkelijk wordt afgezet. Wat weggenomen wordt, wordt bewaard voor Iemand anders.

De geschiedenis heeft hem gelijk gegeven. Na Zedekia heeft er nooit meer een zoon van David op die troon gezeten. De kroon lag driemaal omgekeerd, en zij bleef liggen. En toen er eindelijk Eén kwam Die er recht op had, werd Hij geboren in een stal en gekroond met doornen. De Openbaring noemt Hem de Leeuw uit de stam van Juda, tot Wie de scepter behoorde.

En er zit in het vers ervoor al een aanwijzing hoe dat gaan zou: Ik zal verhogen die nederig is, en vernederen die hoog is. Diezelfde regel zingt Maria, nadat zij gehoord heeft welk Kind zij dragen zal.

  1. Genesis 49:10 — De scepter zal van Juda niet wijken totdat Silo komt.
  2. Ezechiël 21:26 — De kroon wordt afgezet, en de nederige verhoogd.
  3. Ezechiël 21:27 — Driemaal omgekeerd — totdat Hij komt Die er recht op heeft.
  4. Lukas 1:52 — Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken en nederigen verhoogd.
  5. Lukas 1:32-33 — God zal Hem den troon van Zijn vader David geven.
  6. Openbaring 5:5 — De Leeuw uit den stam van Juda heeft overwonnen.

In het Nieuwe Testament: Genesis 49:10; Openbaring 5:5; Lukas 1:52; Lukas 1:32-33; Johannes 19:2-5

Hoever dit reikt: Dat de scepter van Juda tot Silo bewaard blijft, staat in Genesis 49:10; over de betekenis van dat woord lopen de verklaringen uiteen, en de meest gangbare is: hij aan wie het toekomt. Dat Ezechiël 21:27 dezelfde gedachte uitdrukt, is een gevolgtrekking van uitleggers uit de bewoordingen, en zij is goed onderbouwd. Het Nieuwe Testament haalt geen van beide plaatsen woordelijk aan, maar het noemt Christus wel de Leeuw uit de stam van Juda.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezechiël 21

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content