Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israel kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschieddeH1961 in het zevendeH7637jaarH8141, in de vijfdeH2549maandH2320, op den tiendenH6218 derzelver maand, dat er mannenH582 uit de oudstenH2205 van IsraelH3478kwamenH935, om den HEEREH3068 te vragenH1875; en zij zaten nederH3427 voor mijn aangezichtH6440.En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israel kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht.
KJVAnd it came to pass in the seventh3year,2in the fifth4month, the tenth5day of the month,6that certainof the elders9of Israel10came7to enquire11of the LORD,13and sat14before
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3הַשְּׁבִיעִ֗יתH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)4בַּֽחֲמִשִׁי֙H2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)5בֶּעָשׂ֣וֹרH6218tienden, tiensnarig instrument, tien(instrument of) ten (strings, -th)6לַחֹ֔דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7בָּ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֲנָשִׁ֛יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9מִזִּקְנֵ֥יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator10יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11לִדְרֹ֣שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וַיֵּשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15לְפָנָֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVThen came the word2of the LORD3unto me, saying,
3Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3MensenkindH1121, spreekH1696 tot de oudstenH2205vanH854IsraelH3478, en zegH559 tot hen: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: KomtH935gijH859, om Mij te vragenH1875? Zo waarachtig alsH518 Ik leefH2416, zo IkH589 van u gevraagdH1875 worde, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE.
KJVSon1of man,2speak3unto the elders5of Israel,6and say7unto them, Thus saith10the Lord11GOD;12Are ye come16to enquire13of me? As I live,17saith22the Lord23GOD,24I will not be enquired
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3דַּבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5זִקְנֵ֤יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder10אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord12יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod13הֲלִדְרֹ֥שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely14אֹתִ֖יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16בָּאִ֑יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop18אָ֨נִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet20אִדָּרֵ֣שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely21לָכֶ֔ם22נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith23אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord24יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
4Zoudt gij hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, o mensenkind? Maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zoudt gij hun rechtH8199 geven, zoudt gij hun rechtH8199 geven, o mensenkindH1121? MaakH3045 hun de gruwelenH8441 hunner vaderenH1bekendH3045;Zoudt gij hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, o mensenkind? Maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend;
KJVWilt thou judge1them, son4of man,5wilt thou judge3them? cause them to know9the abominations7of their fathers:
1הֲתִשְׁפֹּ֣טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule2אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הֲתִשְׁפּ֖וֹטH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7תּוֹעֲבֹ֥תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination8אֲבוֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9הוֹדִיעֵֽםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
5En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zegH559totH413 hen: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ten dageH3117 als Ik IsraelH3478verkoosH977, zo hiefH5375 Ik Mijn handH3027 op tot het zaadH2233 van het huisH1004JakobsH3290, en maakte Mijzelven hun in EgyptelandH776bekendH3045; ja, Ik hiefH5375 Mijn handH3027 tot hen op, zeggendeH559: IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430.En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.
KJVAnd say1unto them, Thus saith4the Lord5GOD;6In the day7when I chose8Israel,9and lifted up10mine hand11unto the seed12of the house13of Jacob,14and made myself known15unto them in the land17of Egypt,18when I lifted19up mine hand20unto them, saying,22I am the LORD24your God;
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהוִה֒H3069HEERE, HEEREN, HeereGod7בְּיוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8בָּחֳרִ֣יH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require9בְיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10וָאֶשָּׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11יָדִ֗יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12לְזֶ֨רַע֙H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time13בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יַֽעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob15וָאִוָּדַ֥עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16לָהֶ֖ם17בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim19וָאֶשָּׂ֨אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield20יָדִ֤יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21לָהֶם֙22לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet23אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who24יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
6Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Ten zelven dageH3117hiefH5375 Ik Mijn handH3027totH413 hen op, dat Ik hen uit EgyptelandH776uitvoerenH3318 zou, in een landH776, dat Ik voor hen uitgespeurdH8446 had, vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706, hetwelkH834hetH1931sieraadH6643 is van alleH3605landenH776.Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen.
KJVIn the day1that I lifted up3mine hand4unto them, to bring them forth6of the land7of Egypt8into a land10that I had espied12for them, flowing14with milk15and honey,16which is the glory17of all lands:
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3נָשָׂ֤אתִיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4יָדִי֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5לָהֶ֔ם6לְהֽוֹצִיאָ֖םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֶ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12תַּ֣רְתִּיH8446verspieden, verspied, speurenchap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out)13לָהֶ֗ם14זָבַ֤תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run15חָלָב֙H2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking16וּדְבַ֔שׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)17צְבִ֥יH6643ree, sieraad, reeenbeautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck)18הִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הָאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
7En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Ik zeideH559totH413 hen: Een iederH376werpeH7993 de verfoeiselenH8251 zijner ogenH5869wegH7993; en verontreinigtH2930 ulieden nietH408 met de drekgodenH1544 van EgypteH4714; IkH589, de HEEREH3068, ben uw GodH430.En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.
KJVThen said1I unto them, Cast ye away6every man3the abominations4of his eyes,5and defile10not yourselves with the idols7of Egypt:8I am the LORD12your God.
8Maar zij waren wederspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen; niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte; daarom zeide Ik, dat Ik Mijn grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijn toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar zij waren wederspannigH4784 tegen Mij, en wildenH14naarH413 Mij nietH3808horenH8085; niemandH376wierpH7993 de verfoeiselenH8251 zijner ogenH5869wegH7993, nochH3808verlietH5800 de drekgodenH1544 van EgypteH4714; daarom zeideH559 Ik, dat Ik Mijn grimmigheidH2534overH5921 hen uitgietenH8210 zou, om Mijn toornH639 tegen hen te volbrengenH3615 in het middenH8432 van EgyptelandH776.Maar zij waren wederspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen; niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte; daarom zeide Ik, dat Ik Mijn grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijn toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland.
KJVBut they rebelled1against me, and would4not hearken5unto me: they did not every man7cast away12the abominations9of their eyes,10neither did they forsake17the idols14of Egypt:15then I said,18I will pour out19my fury20upon them, to accomplish22my anger23against them in the midst25of the land26of Egypt.
1וַיַּמְרוּH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)2בִ֗י3וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אָבוּ֙H14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing5לִּשְׁמֹ֣עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שִׁקּוּצֵ֤יH8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)10עֵֽינֵיהֶם֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הִשְׁלִ֔יכוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14גִּלּוּלֵ֥יH1544drekgodenidol15מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17עָזָ֑בוּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely18וָאֹמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19לִשְׁפֹּ֧ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip20חֲמָתִ֣יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)21עֲלֵיהֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22לְכַלּ֤וֹתH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste23אַפִּי֙H639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath24בָּהֶ֔ם25בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)26אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world27מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
9Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Doch Ik deedH6213 het om Mijns NaamsH8034 wil, opdat hij nietH1115ontheiligdH2490 wierde voor de ogenH5869 der heidenenH1471, in welker middenH8432zijH1992 waren; aanH413welkeH834 Ik Mij, voor derzelver ogenH5869, bekendH3045 gemaakt heb, om hen uit EgyptelandH776 uit te voerenH3318.Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren.
KJVBut I wrought1for my name's3sake, that it should not be polluted5before6the heathen,7among10whom they were, in whose sight14I made myself known12unto them, in bringing them forth15out of the land16of Egypt.
1וָאַ֨עַשׂ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to3שְׁמִ֔יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4לְבִלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without5הֵחֵ֛לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound6לְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye10בְתוֹכָ֑םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12נוֹדַ֤עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13אֲלֵיהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14לְעֵ֣ינֵיהֶ֔םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)15לְהוֹצִיאָ֖םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Ik voerdeH3318 hen uit EgyptelandH776, en brachtH935 hen in de woestijnH4057.En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn.
KJVWherefore I caused them to go forth1out of the land2of Egypt,3and brought4them into the wilderness.
1וָאֽוֹצִיאֵ֖םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4וָאֲבִאֵ֖םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הַמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
11Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Daar gafH5414 Ik hun Mijn inzettingenH2708, en maakte hun Mijn rechtenH4941bekendH3045, dewelkeH834, zo ze een mensH120 doet, zal hij door dezelve levenH2425.Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven.
KJVAnd I gave1them my statutes,4and shewed7them my judgments,6which if a man12do,10he shall even live
1וָאֶתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָהֶם֙3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4חֻקּוֹתַ֔יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִשְׁפָּטַ֖יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong7הוֹדַ֣עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11אוֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13וָחַ֥יH2425leven, leefde, levelive, save life14בָּהֶֽם
12Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daartoe ookH1571gafH5414 Ik hun Mijn sabbattenH7676, om een tekenH226 te zijnH1961 tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, Die hen heiligeH6942.Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.
KJVMoreover also I gave4them my sabbaths,3to be a sign7between me and them, that they might know10that I am the LORD13that sanctify
1וְגַ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שַׁבְּתוֹתַי֙H7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath4נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לָהֶ֔ם6לִהְי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לְא֔וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token8בֵּינִ֖יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9וּבֵֽינֵיהֶ֑םH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10לָדַ֕עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14מְקַדְּשָֽׁםH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
13Maar het huis Israels werd wederspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijn inzettingen niet, en verwierpen Mijn rechten; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijn sabbatten zeer, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Maar het huisH1004IsraelsH3478 werd wederspannigH4784 tegen Mij in de woestijnH4057; zij wandeldenH1980 in Mijn inzettingenH2708nietH3808, en verwierpenH3988 Mijn rechtenH4941; dewelkeH834, zo ze een mensH120doetH6213, zal hij door dezelve levenH2425; en zij ontheiligdenH2490 Mijn sabbattenH7676zeerH3966, dat Ik zeideH559, Mijn grimmigheidH2534 te zullen uitgietenH8210overH5921 hen in de woestijnH4057, om hen te verdoenH3615.Maar het huis Israels werd wederspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijn inzettingen niet, en verwierpen Mijn rechten; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijn sabbatten zeer, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen.
KJVBut the house3of Israel4rebelled1against me in the wilderness:5they walked8not in my statutes,6and they despised11my judgments,10which if a man15do,13he shall even live16in them; and my sabbaths19they greatly21polluted:20then I said,22I would pour out23my fury24upon them in the wilderness,26to consume
1וַיַּמְרוּH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)2בִ֨י3בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5בַּמִּדְבָּ֗רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness6בְּחֻקּוֹתַ֨יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute7לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הָלָ֜כוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִשְׁפָּטַ֣יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11מָאָ֗סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person12אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יַעֲשֶׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אֹתָ֤םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָֽאָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person16וָחַ֣יH2425leven, leefde, levelive, save life17בָּהֶ֔ם18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19שַׁבְּתֹתַ֖יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath20חִלְּל֣וּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound21מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well22וָאֹמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet23לִשְׁפֹּ֨ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip24חֲמָתִ֧יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)25עֲלֵיהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26בַּמִּדְבָּ֖רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness27לְכַלּוֹתָֽםH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
14Maar Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat die niet ontheiligd werd voor de ogen van die heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Maar Ik deedH6213 het om Mijns NaamsH8034 wil, opdat die nietH1115ontheiligdH2490 werd voor de ogenH5869 van die heidenenH1471, voor welker ogenH5869 Ik hen uitvoerdeH3318.Maar Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat die niet ontheiligd werd voor de ogen van die heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde.
KJVBut I wrought1for my name's3sake, that it should not be polluted5before6the heathen,7in whose sight10I brought them out.
1וָאֶעֱשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to3שְׁמִ֑יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4לְבִלְתִּ֤יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without5הֵחֵל֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound6לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הוֹצֵאתִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10לְעֵינֵיהֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
15Evenwel hief Ik ook Mijn hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Evenwel hiefH5375IkH589ookH1571 Mijn handH3027 op totH413 hen in de woestijnH4057, dat Ik hen nietH1115 zou brengenH935 in het landH776, dat Ik hun gegevenH5414 had, vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706, hetwelkH834hetH1931sieraadH6643 is van alleH3605landenH776;Evenwel hief Ik ook Mijn hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen;
KJVYet also I lifted up3my hand4unto them in the wilderness,6that I would not bring8them into the land11which I had given13them, flowing14with milk15and honey,16which is the glory17of all lands;
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3נָשָׂ֧אתִיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4יָדִ֛יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5לָהֶ֖ם6בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness7לְבִלְתִּי֩H1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without8הָבִ֨יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אוֹתָ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָתַ֗תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14זָבַ֤תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run15חָלָב֙H2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking16וּדְבַ֔שׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)17צְבִ֥יH6643ree, sieraad, reeenbeautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck)18הִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הָאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
16Daarom dat zij Mijn rechten verwierpen, en in Mijn inzettingen niet wandelden, en Mijn sabbatten ontheiligden; want hun hart wandelde hun drekgoden na.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Daarom dat zij Mijn rechtenH4941verwierpenH3988, en in Mijn inzettingenH2708nietH3808wandeldenH1980, en Mijn sabbattenH7676ontheiligdenH2490; wantH3588 hun hartH3820wandeldeH1980 hun drekgodenH1544naH310.Daarom dat zij Mijn rechten verwierpen, en in Mijn inzettingen niet wandelden, en Mijn sabbatten ontheiligden; want hun hart wandelde hun drekgoden na.
KJVBecause they despised3my judgments,2and walked7not in my statutes,5but polluted11my sabbaths:10for their heart15went16after13their idols.
1יַ֜עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why2בְּמִשְׁפָּטַ֣יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong3מָאָ֗סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חֻקּוֹתַי֙H2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הָלְכ֣וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl8בָהֶ֔ם9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שַׁבְּתוֹתַ֖יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath11חִלֵּ֑לוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound12כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14גִלּוּלֵיהֶ֖םH1544drekgodenidol15לִבָּ֥םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom16הֹלֵֽךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
17Doch Mijn oog verschoonde hen, dat Ik hen niet verdierf, en geen voleinding met hen maakte in de woestijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Doch Mijn oogH5869verschoondeH2347 hen, dat Ik hen niet verdierfH7843, en geen voleindingH3617 met hen maakteH6213 in de woestijnH4057.Doch Mijn oog verschoonde hen, dat Ik hen niet verdierf, en geen voleinding met hen maakte in de woestijn.
KJVNevertheless mine eye2spared1them from destroying4them, neither did I make6an end8of them in the wilderness.
1וַתָּ֧חָסH2347verschonen, sparen, verschonepity, regard, spare2עֵינִ֛יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4מִֽשַּׁחֲתָ֑םH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)5וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6עָשִׂ֧יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אוֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלָ֖הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance9בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
18Maar Ik zeide tot hun kinderen in de woestijn: Wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, en onderhoudt hun rechten niet, en verontreinigt u niet met hun drekgoden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar Ik zeideH559totH413 hun kinderenH1121 in de woestijnH4057: WandeltH3212nietH408 in de inzettingenH2706 uwer vaderenH1, en onderhoudtH8104 hun rechtenH4941 niet, en verontreinigtH2930 u nietH408 met hun drekgodenH1544.Maar Ik zeide tot hun kinderen in de woestijn: Wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, en onderhoudt hun rechten niet, en verontreinigt u niet met hun drekgoden.
KJVBut I said1unto their children3in the wilderness,4Walk8ye not in the statutes5of your fathers,6neither observe12their judgments,10nor defile15yourselves with their idols:
1וָאֹמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵיהֶם֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness5בְּחוּקֵּ֤יH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task6אֲבֽוֹתֵיכֶם֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8תֵּלֵ֔כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִשְׁפְּטֵיהֶ֖םH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than12תִּשְׁמֹ֑רוּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13וּבְגִלּוּלֵיהֶ֖םH1544drekgodenidol14אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than15תִּטַּמָּֽאוּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
19Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijn inzettingen, en onderhoudt Mijn rechten, en doet dezelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430, wandeltH3212 in Mijn inzettingenH2708, en onderhoudtH8104 Mijn rechtenH4941, en doetH6213 dezelve.Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijn inzettingen, en onderhoudt Mijn rechten, en doet dezelve.
KJVI am the LORD2your God;3walk5in my statutes,4and keep8my judgments,7and do
1אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4בְּחֻקּוֹתַ֖יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute5לֵ֑כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִשְׁפָּטַ֥יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong8שִׁמְר֖וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9וַעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אוֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
20En heiligt Mijn sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En heiligtH6942 Mijn sabbattenH7676, en zijH1961 zullen tot een tekenH226 zijn tussenH996 Mij en tussenH996 ulieden, opdat gij weetH3045, datH3588IkH589, de HEEREH3068, uw GodH430 ben.En heiligt Mijn sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God ben.
KJVAnd hallow3my sabbaths;2and they shall be a sign5between me and you, that ye may know8that I am the LORD11your God.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁבְּתוֹתַ֖יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath3קַדֵּ֑שׁוּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly4וְהָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לְאוֹת֙H226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token6בֵּינִ֣יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7וּבֵֽינֵיכֶ֔םH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8לָדַ֕עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
21Maar die kinderen waren ook wederspannig tegen Mij; zij wandelden niet in Mijn inzettingen, en Mijn rechten namen zij niet waar, om die te doen; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; zij ontheiligden Mijn sabbatten, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen, volbrengende Mijn toorn tegen hen in de woestijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Maar die kinderenH1121 waren ook wederspannigH4784 tegen Mij; zij wandeldenH1980nietH3808 in Mijn inzettingenH2708, en Mijn rechtenH4941namenH8104 zij nietH3808 waar, om die te doenH6213; dewelke, zo ze een mensH120 doet, zal hij door dezelve levenH2425; zij ontheiligdenH2490 Mijn sabbattenH7676, dat Ik zeideH559, Mijn grimmigheidH2534 te zullen uitgietenH8210overH5921 hen, volbrengendeH3615 Mijn toornH639 tegen hen in de woestijnH4057.Maar die kinderen waren ook wederspannig tegen Mij; zij wandelden niet in Mijn inzettingen, en Mijn rechten namen zij niet waar, om die te doen; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; zij ontheiligden Mijn sabbatten, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen, volbrengende Mijn toorn tegen hen in de woestijn.
KJVNotwithstanding the children3rebelled1against me: they walked6not in my statutes,4neither kept10my judgments8to do11them, which if a man16do,14he shall even live17in them; they polluted21my sabbaths:20then I said,22I would pour out23my fury24upon them, to accomplish26my anger27against them in the wilderness.
1וַיַּמְרוּH4784wederspannig, verbitterden, wederspannigenbitter, change, be disobedient, disobey, grievously, provocation, provoke(-ing), (be) rebel (against, -lious)2בִ֣י3הַבָּנִ֗יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4בְּחֻקּוֹתַ֣יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6הָ֠לָכוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִשְׁפָּטַ֨יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שָׁמְר֜וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)11לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אוֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יַעֲשֶׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אוֹתָ֤םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָֽאָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person17וָחַ֣יH2425leven, leefde, levelive, save life18בָּהֶ֔ם19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20שַׁבְּתוֹתַ֖יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath21חִלֵּ֑לוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound22וָאֹמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet23לִשְׁפֹּ֧ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip24חֲמָתִ֣יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)25עֲלֵיהֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26לְכַלּ֥וֹתH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste27אַפִּ֛יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath28בָּ֖ם29בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
22Doch Ik keerde Mijn hand af, en deed het om Mijns Naams wil, opdat hij voor de ogen der heidenen niet zou ontheiligd worden, voor welker ogen Ik hen uitgevoerd had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Doch Ik keerdeH7725 Mijn handH3027 af, en deedH6213 het omH4616 Mijns NaamsH8034 wil, opdat hij voor de ogenH5869 der heidenenH1471nietH1115 zou ontheiligdH2490 worden, voor welker ogenH5869 Ik hen uitgevoerdH3318 had.Doch Ik keerde Mijn hand af, en deed het om Mijns Naams wil, opdat hij voor de ogen der heidenen niet zou ontheiligd worden, voor welker ogen Ik hen uitgevoerd had.
KJVNevertheless I withdrew1mine hand,3and wrought4for my name's6sake, that it should not be polluted8in the sight9of the heathen,10in whose sight14I brought them forth.
1וַהֲשִׁבֹ֨תִי֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4וָאַ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to6שְׁמִ֑יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7לְבִלְתִּ֤יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without8הֵחֵל֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound9לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)10הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הוֹצֵ֥אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14לְעֵינֵיהֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
23Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23IkH589hiefH5375ookH1571 Mijn handH3027 tot hen op in de woestijnH4057, dat Ik hen verspreidenH6327 zou onder de heidenenH1471, en hen verstrooienH2219 in de landenH776;Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;
KJVI lifted up3mine hand5unto them also in the wilderness,7that I would scatter8them among the heathen,10and disperse11them through the countries;
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3נָשָׂ֧אתִיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יָדִ֛יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6לָהֶ֖ם7בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness8לְהָפִ֤יץH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad9אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11וּלְזָר֥וֹתH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow12אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בָּאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
24Omdat zij Mijn rechten niet gedaan hadden, maar Mijn inzettingen verworpen en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Omdat zij Mijn rechtenH4941nietH3808gedaanH6213 hadden, maar Mijn inzettingenH2708verworpenH3988 en Mijn sabbattenH7676ontheiligdH2490 hadden, en hun ogenH5869achterH310 de drekgodenH1544 hunner vaderenH1warenH1961.Omdat zij Mijn rechten niet gedaan hadden, maar Mijn inzettingen verworpen en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren.
KJVBecause they had not executed4my judgments,2but had despised6my statutes,5and had polluted9my sabbaths,8and their eyes14were after10their fathers'12idols.
1יַ֜עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why2מִשְׁפָּטַ֤יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5וְחֻקּוֹתַ֣יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute6מָאָ֔סוּH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שַׁבְּתוֹתַ֖יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath9חִלֵּ֑לוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound10וְאַחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11גִּלּוּלֵ֣יH1544drekgodenidol12אֲבוֹתָ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13הָי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14עֵינֵיהֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
25Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Daarom gafH5414IkH589 hun ookH1571besluitingenH2706, die nietH3808goedH2896 waren, en rechtenH4941, waarbij zij nietH3808levenH2421 zouden.Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.
KJVWherefore I gave3them also statutes5that were not good,7and judgments8whereby they should not live;
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לָהֶ֔ם5חֻקִּ֖יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7טוֹבִ֑יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)8וּמִ֨שְׁפָּטִ֔יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִֽחְי֖וּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole11בָּהֶֽם
26En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En Ik verontreinigdeH2930 hen in hun giftenH4979, omdatH4616 zij door het vuur deden doorgaanH5674alH3605 wat de baarmoederH7356opentH6363; opdatH4616 Ik ze verwoestenH8074 zou, ten einde datH834 zij zouden wetenH3045, datH834IkH589 de HEEREH3068 ben.En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd I polluted1them in their own gifts,3in that they caused to pass through4the fire all that openeth6the womb,7that I might make them desolate,9to the end that they might know12that I am the LORD.
1וָאֲטַמֵּ֤אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly2אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּמַתְּנוֹתָ֔םH4979gaven, geschenk, gavegift4בְּהַעֲבִ֖ירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6פֶּ֣טֶרH6363opent, geboren, openingfirstling, openeth, such as open7רָ֑חַםH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb8לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9אֲשִׁמֵּ֔םH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder10לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יֵֽדְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
27Daarom, mensenkind, spreek tot het huis Israels, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uw vaderen gesmaad, dat zij door overtreding tegen Mij overtreden hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27DaaromH3651, mensenkindH1121, spreekH1696totH413 het huisH1004IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Hiermede nogH5750 hebben Mij uw vaderenH1gesmaadH1442, datH2063 zij door overtredingH4604 tegen Mij overtredenH4603 hebben.Daarom, mensenkind, spreek tot het huis Israels, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uw vaderen gesmaad, dat zij door overtreding tegen Mij overtreden hebben.
KJVTherefore, son6of man,7speak2unto the house4of Israel,5and say8unto them, Thus saith11the Lord12GOD;13Yet in this your fathers18have blasphemed16me, in that they have committed19a trespass
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2דַּבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בֵּ֤יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person8וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder11אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord13יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod14ע֗וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)15זֹ֚אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus16גִּדְּפ֤וּH1442gelasterd, gesmaad, lasteraarsblaspheme, reproach17אוֹתִי֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אֲב֣וֹתֵיכֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'19בְּמַעֲלָ֥םH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)20בִּ֖י21מָֽעַלH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very
28Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven, zo zagen zij naar allen hogen heuvel, en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren, en gaven daar hun tergende offeranden, en daar zetten zij hun liefelijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Als Ik hen in het landH776gebrachtH935 had, over hetwelkH834 Ik Mijn handH3027opgehevenH5375 had, om hetzelve hun te geven, zo zagenH7200 zij naarH413allenH3605hogenH7311heuvelH1389, en alleH3605dichtH5687geboomteH6086, en offerden daarH8033 hun offerenH2077, en gavenH5414daarH8033 hun tergendeH3708offerandenH7133, en daar zettenH7760 zij hun liefelijkenH5207reukH7381, en daarH8033 offerden zij hun drankofferenH5262.Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven, zo zagen zij naar allen hogen heuvel, en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren, en gaven daar hun tergende offeranden, en daar zetten zij hun liefelijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen.
Ook in dit vers
offerdenH2076
offerdenH5258
KJVFor when I had brought1them into the land,3for the which I lifted up5mine hand7to give8it to them, then they saw11every high14hill,13and all the thick17trees,16and they offered18there their sacrifices,21and there they presented22the provocation24of their offering:25there also they made26their sweet29savour,28and poured out30there their drink offerings.
1וָאֲבִיאֵם֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָשָׂ֨אתִי֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8לָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9אוֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10לָהֶ֑ם11וַיִּרְאוּ֩H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13גִּבְעָ֨הH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill14רָמָ֜הH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms15וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood17עָבֹ֗תH5687dichte, dichtthick18וַיִּזְבְּחוּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay19שָׁ֤םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21זִבְחֵיהֶם֙H2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice22וַיִּתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield23שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither24כַּ֣עַסH3708verdriet, toornigheid, terginganger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath25קָרְבָּנָ֔םH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering26וַיָּשִׂ֣ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work27שָׁ֗םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither28רֵ֚יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell29נִיח֣וֹחֵיהֶ֔םH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)30וַיַּסִּ֥יכוּH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)31שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither32אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)33נִסְכֵּיהֶֽםH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image
29En Ik zeide tot hen: Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat? Nochtans is de naam daarvan genoemd hoogte, tot op dezen dag toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En Ik zeideH559 tot hen: Wat is die hoogte, waarhenenH935gijH859 gaat? Nochtans is de naamH8034 daarvan genoemdH7121 hoogte, tot op dezenH2088dagH3117toeH5704.En Ik zeide tot hen: Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat? Nochtans is de naam daarvan genoemd hoogte, tot op dezen dag toe.
Ook in dit vers
hoogteH1116
hoogteH1117
KJVThen I said1unto them, What is the high place4whereunto ye go?7And the name10thereof is called9Bamah11unto this day.
1וָאֹמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מָ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4הַבָּמָ֔הH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7הַבָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither9וַיִּקָּרֵ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10שְׁמָהּ֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11בָּמָ֔הH1117hoogteBamah. See also H1120 (בָּמוֹת)12עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
30Daarom zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30DaaromH3651zegH559totH413 het huisH1004IsraelsH3478: Alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Zijt gij verontreinigdH2930 geworden in den wegH1870 uwer vaderenH1, en hoereertH2181gijH859achterH310 hun verfoeiselenH8251?Daarom zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen?
KJVWherefore say2unto the house4of Israel,5Thus saith7the Lord8GOD;9Are ye polluted13after the manner10of your fathers?11and commit ye whoredom17after14their abominations?
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder7אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord9יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod10הַבְּדֶ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11אֲבֽוֹתֵיכֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13נִטְמְאִ֑יםH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly14וְאַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15שִׁקּוּצֵיהֶ֖םH8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)16אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you17זֹנִֽיםH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish
31Ja, met het offeren uwer gaven, met uw kinderen door het vuur te doen doorgaan, zijt gij verontreinigd aan al uw drekgoden tot op dezen dag toe; en zou Ik van u gevraagd worden, o huis Israels? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik van u gevraagd worde!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Ja, met het offerenH5375 uwer gavenH4979, met uw kinderenH1121 door het vuurH784 te doen doorgaanH5674, zijt gijH859verontreinigdH2930 aan alH3605 uw drekgodenH1544totH5704 op dezen dagH3117 toe; en zou IkH589 van u gevraagdH1875 worden, o huisH1004IsraelsH3478? Zo waarachtig als IkH589leefH2416, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069, zoH518 Ik van u gevraagdH1875 worde!Ja, met het offeren uwer gaven, met uw kinderen door het vuur te doen doorgaan, zijt gij verontreinigd aan al uw drekgoden tot op dezen dag toe; en zou Ik van u gevraagd worden, o huis Israels? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik van u gevraagd worde!
KJVFor when ye offer1your gifts,2when ye make your sons4to pass through3the fire,5ye pollute7yourselves with all your idols,9even unto this day:11and shall I be enquired13of by you, O house15of Israel?16As I live,17saith19the Lord20GOD,21I will not be enquired
1וּבִשְׂאֵ֣תH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2מַתְּנֹֽתֵיכֶ֡םH4979gaven, geschenk, gavegift3בְּֽהַעֲבִיר֩H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4בְּנֵיכֶ֨םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5בָּאֵ֜שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot6אַתֶּם֩H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7נִטְמְאִ֤֨יםH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly8לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9גִּלּֽוּלֵיכֶם֙H1544drekgodenidol10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12וַאֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13אִדָּרֵ֥שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely14לָכֶ֖ם15בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop18אָ֗נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19נְאֻם֙H5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith20אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord21יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod22אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23אִדָּרֵ֖שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely24לָכֶֽם
32Daarom, dat in uw geest opgeklommen is, zal geenszins geschieden, dat gij zegt: Wij zullen als de heidenen en als de geslachten der landen zijn, dienende hout en steen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Daarom, dat in uw geestH7307opgeklommenH5927isH1961, zal geenszins geschiedenH1961, datH834gijH859zegtH559: Wij zullen als de heidenenH1471 en als de geslachtenH4940 der landenH776zijnH1961, dienendeH8334houtH6086 en steenH68.Daarom, dat in uw geest opgeklommen is, zal geenszins geschieden, dat gij zegt: Wij zullen als de heidenen en als de geslachten der landen zijn, dienende hout en steen.
KJVAnd that which cometh1into your mind3shall not be at all, that ye say,9We will be4as the heathen,11as the families12of the countries,13to serve14wood15and stone.
1וְהָֽעֹלָה֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3ר֣וּחֲכֶ֔םH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4הָי֖וֹH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִֽהְיֶ֑הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9אֹמְרִ֗יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10נִֽהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כַגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12כְּמִשְׁפְּח֣וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)13הָאֲרָצ֔וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14לְשָׁרֵ֖תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on15עֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood16וָאָֽבֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
33Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE: Zo Ik niet met een sterke hand, en uitgestrekten arm, en met een uitgegoten grimmigheid over u zal regeren!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Zo waarachtig als IkH589leefH2416, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069: ZoH518 Ik nietH3808 met een sterkeH2389handH3027, en uitgestrektenH5186armH2220, en met een uitgegotenH8210grimmigheidH2534overH5921 u zal regerenH4427!Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE: Zo Ik niet met een sterke hand, en uitgestrekten arm, en met een uitgegoten grimmigheid over u zal regeren!
KJVAs I live,1saith3the Lord4GOD,5surely with a mighty9hand,8and with a stretched out11arm,10and with fury12poured out,13will I rule
1חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop2אָ֕נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7לֹ֠אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8בְּיָ֨דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9חֲזָקָ֜הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)10וּבִזְר֧וֹעַH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength11נְטוּיָ֛הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield12וּבְחֵמָ֥הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)13שְׁפוּכָ֖הH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip14אֶמְל֥וֹךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely15עֲלֵיכֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
34Want Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door een uitgegoten grimmigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Want Ik zal u uit de volkenH5971voerenH3318, en u vergaderenH6908uitH4480 de landenH776, waarin gij verstrooidH6327 zijt, door een sterkeH2389handH3027, en door een uitgestrektenH5186armH2220, en door een uitgegotenH8210grimmigheidH2534.Want Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door een uitgegoten grimmigheid.
KJVAnd I will bring you out1from the people,4and will gather5you out of the countries8wherein ye are scattered,10with a mighty13hand,12and with a stretched out15arm,14and with fury16poured out.
1וְהוֹצֵאתִ֤יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָ֣עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וְקִבַּצְתִּ֣יH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up6אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הָ֣אֲרָצ֔וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10נְפוֹצֹתֶ֖םH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad11בָּ֑ם12בְּיָ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13חֲזָקָה֙H2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)14וּבִזְר֣וֹעַH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength15נְטוּיָ֔הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield16וּבְחֵמָ֖הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)17שְׁפוּכָֽהH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip
35Daartoe zal Ik u brengen in de woestijn der volken, en Ik zal met u aldaar rechten, aangezicht aan aangezicht;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Daartoe zal Ik u brengenH935 in de woestijnH4057 der volkenH5971, en Ik zal metH854 u aldaarH8033rechtenH8199, aangezichtH6440aanH413aangezichtH6440;Daartoe zal Ik u brengen in de woestijn der volken, en Ik zal met u aldaar rechten, aangezicht aan aangezicht;
KJVAnd I will bring1you into the wilderness4of the people,5and there will I plead6with you face9to face.
1וְהֵבֵאתִ֣יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מִדְבַּ֖רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness5הָֽעַמִּ֑יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וְנִשְׁפַּטְתִּ֤יH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule7אִתְּכֶם֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither9פָּנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11פָּנִֽיםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
36Gelijk als Ik gerecht heb met uw vaderen in de woestijn van Egypteland, alzo zal Ik met u rechten, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Gelijk als Ik gerechtH8199 heb metH854 uw vaderenH1 in de woestijnH4057 van EgyptelandH776, alzoH3651 zal Ik metH854 u rechtenH8199, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Gelijk als Ik gerecht heb met uw vaderen in de woestijn van Egypteland, alzo zal Ik met u rechten, spreekt de Heere HEERE.
KJVLike as I pleaded2with your fathers4in the wilderness5of the land6of Egypt,7so will I plead9with you, saith11the Lord12GOD.
1כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2נִשְׁפַּ֨טְתִּי֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule3אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4אֲב֣וֹתֵיכֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5בְּמִדְבַּ֖רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness6אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9אִשָּׁפֵ֣טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule10אִתְּכֶ֔םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith12אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord13יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
37En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En Ik zal ulieden onder de roedeH7626 doen doorgaanH5674, en Ik zal u brengenH935 onder den bandH4562 des verbondsH1285.En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds.
KJVAnd I will cause you to pass1under the rod,4and I will bring5you into the bond7of the covenant:
1וְהַעֲבַרְתִּ֥יH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with4הַשָּׁ֑בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe5וְהֵבֵאתִ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּמָסֹ֥רֶתH4562bandbond8הַבְּרִֽיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
38Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israels niet weder komen, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Daartoe zal Ik, die rebelH4775 zijn, en die tegenH413 Mij overtredenH6586, uitH4480 ulieden uitzuiverenH1305; Ik zal hen uit het landH776 hunner vreemdelingschappenH4033uitvoerenH3318, en zij zullen in het landschapH127IsraelsH3478nietH3808 weder komenH935, en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israels niet weder komen, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd I will purge out1from among you the rebels,3and them that transgress4against me: I will bring them forth8out of the country6where they sojourn,7and they shall not enter14into the land11of Israel:12and ye shall know15that I am the LORD.
1וּבָרוֹתִ֣יH1305reine, uitgelezen, zuiverenmake bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out)2מִכֶּ֗םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַמֹּרְדִ֤יםH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)4וְהַפּֽוֹשְׁעִים֙H6586overtreden, overtreders, vielenoffend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or)5בִּ֔י6מֵאֶ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7מְגֽוּרֵיהֶם֙H4033vreemdelingschappen, woning, woningendwelling, pilgrimage, where sojourn, be a stranger. Compare H4032 (מָגוֹר)8אוֹצִ֣יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אַדְמַ֥תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land12יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יָב֑וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15וִֽידַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
39En gijlieden, o huis Israels, alzo zegt de Heere HEERE: Gaat henen, dient een ieder zijn drekgoden, ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijn heiligen Naam, met uw giften en met uw drekgoden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En gijliedenH859, o huisH1004IsraelsH3478, alzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: GaatH3212 henen, dientH5647 een iederH376 zijn drekgodenH1544, ook hiernaH310, dewijl gijlieden naarH413 Mij niet hoortH8085; doch ontheiligtH2490 niet meerH5750 Mijn heiligenH6944NaamH8034, met uw giftenH4979 en met uw drekgodenH1544.En gijlieden, o huis Israels, alzo zegt de Heere HEERE: Gaat henen, dient een ieder zijn drekgoden, ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijn heiligen Naam, met uw giften en met uw drekgoden.
KJVAs for you, O house2of Israel,3thus saith5the Lord6GOD;7Go10ye, serve11ye every one8his idols,9and hereafter12also, if ye will not hearken15unto me: but pollute21ye my holy19name18no more with your gifts,23and with your idols.
1וְאַתֶּ֨םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהֹוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9גִּלּוּלָיו֙H1544drekgodenidol10לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11עֲבֹ֔דוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12וְאַחַ֕רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14אֵינְכֶ֖םH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15שֹׁמְעִ֣יםH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness16אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18שֵׁ֤םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report19קָדְשִׁי֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary20לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21תְחַלְּלוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound22ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)23בְּמַתְּנֽוֹתֵיכֶ֖םH4979gaven, geschenk, gavegift24וּבְגִלּוּלֵיכֶֽםH1544drekgodenidol
40Want op Mijn heiligen berg, op den hogen berg Israels, spreekt de Heere HEERE, daar zal Mij het ganse huis Israels in het land dienen, zij allen; daar zal Ik welgevallen aan hen nemen, en daar zal Ik uw hefofferen eisen, en de eerstelingen uwer heffingen met al uw geheiligde dingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40WantH3588 op Mijn heiligenH6944bergH2022, op den hogenH4791bergH2022IsraelsH3478, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069, daar zal Mij het ganse huisH1004IsraelsH3478 in het landH776dienenH5647, zij allen; daarH8033 zal Ik welgevallenH7521 aan hen nemen, en daarH8033 zal Ik uw hefofferenH8641eisenH1875, en de eerstelingenH7225 uwer heffingenH4864 met alH3605 uw geheiligdeH6944 dingen.Want op Mijn heiligen berg, op den hogen berg Israels, spreekt de Heere HEERE, daar zal Mij het ganse huis Israels in het land dienen, zij allen; daar zal Ik welgevallen aan hen nemen, en daar zal Ik uw hefofferen eisen, en de eerstelingen uwer heffingen met al uw geheiligde dingen.
KJVFor in mine holy3mountain,2in the mountain4of the height5of Israel,6saith7the Lord8GOD,9there shall all the house13of Israel,14all of them in the land,16serve11me: there will I accept18them, and there will I require20your offerings,22and the firstfruits24of your oblations,25with all your holy things.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בְהַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3קָדְשִׁ֞יH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary4בְּהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion5מְר֣וֹםH4791hoogte, hoogten, omhoog(far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward6יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7נְאֻם֙H5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith8אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord9יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod10שָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11יַעַבְדֻ֜נִיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13בֵּ֧יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15כֻּלֹּ֖הH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16בָּאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17שָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither18אֶרְצֵ֔םH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self19וְשָׁ֞םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither20אֶדְר֣וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22תְּרוּמֹֽתֵיכֶ֗םH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)23וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24רֵאשִׁ֛יתH7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing25מַשְׂאוֹתֵיכֶ֖םH4864gerecht, gerechten, lastburden, collection, sign of fire, (great) flame, gift, lifting up, mess, oblation, reward26בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)27קָדְשֵׁיכֶֽםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
41Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Ik zal een welgevallenH7521 aan ulieden nemen om den liefelijkenH5207reukH7381, wanneer Ik u van de volkenH5971uitvoerenH3318, en u vergaderenH6908 zal uitH4480 de landenH776, in dewelkeH834 gij zult verstrooidH6327 zijn, en Ik zal in u geheiligdH6942 worden voor de ogenH5869 der heidenenH1471.Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.
KJVI will accept3you with your sweet2savour,1when I bring you out5from the people,8and gather9you out of the countries12wherein ye have been scattered;14and I will be sanctified16in you before18the heathen.
1בְּרֵ֣יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell2נִיחֹחַ֮H5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)3אֶרְצֶ֣הH7521welgevallen, aangenaam, behagen(be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self4אֶתְכֶם֒H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בְּהוֹצִיאִ֤יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הָ֣עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9וְקִבַּצְתִּ֣יH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up10אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הָ֣אֲרָצ֔וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14נְפֹצֹתֶ֖םH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad15בָּ֑ם16וְנִקְדַּשְׁתִּ֥יH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly17בָכֶ֖ם18לְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)19הַגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
42En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het landschap Israels gebracht zal hebben, in het land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, om hetzelve uw vaderen te geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En gij zult wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben, alsH3588 Ik u in het landschapH127IsraelsH3478gebrachtH935 zal hebben, in het landH776, waarover Ik Mijn handH3027opgehevenH5375 heb, om hetzelve uw vaderenH1 te gevenH5414.En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het landschap Israels gebracht zal hebben, in het land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, om hetzelve uw vaderen te geven.
KJVAnd ye shall know1that I am the LORD,4when I shall bring5you into the land8of Israel,9into the country11for the which I lifted up13mine hand15to give16it to your fathers.
1וִֽידַעְתֶּם֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בַּהֲבִיאִ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אַדְמַ֣תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָשָׂ֨אתִי֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16לָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17אוֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18לַאֲבֽוֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
43Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmede gij u verontreinigd hebt, en gij zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die gij gedaan hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43DaarH8033 zult gij dan gedenkenH2142 aan uw wegenH1870, en aan alH3605 uw handelingenH5949 waarmede gij u verontreinigdH2930 hebt, en gij zult van u zelvenH6440 een walgingH6962 hebben over alH3605 uw booshedenH7451, dieH834 gij gedaanH6213 hebt.Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmede gij u verontreinigd hebt, en gij zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die gij gedaan hebt.
KJVAnd there shall ye remember1your ways,4and all your doings,7wherein ye have been defiled;9and ye shall lothe11yourselves in your own sight12for all your evils14that ye have committed.
1וּזְכַרְתֶּםH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2שָׁ֗םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דַּרְכֵיכֶם֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עֲלִיל֣וֹתֵיכֶ֔םH5949handelingen, daden, oorzaakact(-ion), deed, doing, invention, occasion, work8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נִטְמֵאתֶ֖םH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10בָּ֑ם11וּנְקֹֽטֹתֶם֙H6962verdriet, walging, verdrootbegrieved, loathe self12בִּפְנֵיכֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14רָעוֹתֵיכֶ֖םH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עֲשִׂיתֶֽםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
44Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israels, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Zo zult gij wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, als Ik metH854 u gedaanH6213 zal hebben, omH4616 Mijns NaamsH8034 wil, nietH3808 naar uw bozeH7451wegenH1870, noch naar uw verdorvenH7843handelingenH5949, o huisH1004IsraelsH3478, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israels, spreekt de Heere HEERE.
KJVAnd ye shall know1that I am the LORD,4when I have wrought5with you for my name's8sake, not according to your wicked11ways,10nor according to your corrupt13doings,12O ye house14of Israel,15saith16the Lord17GOD.
1וִֽידַעְתֶּם֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בַּעֲשׂוֹתִ֥יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אִתְּכֶ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to8שְׁמִ֑יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9לֹא֩H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10כְדַרְכֵיכֶ֨םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11הָרָעִ֜יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12וְכַעֲלִילֽוֹתֵיכֶ֤םH5949handelingen, daden, oorzaakact(-ion), deed, doing, invention, occasion, work13הַנִּשְׁחָתוֹת֙H7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)14בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith17אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord18יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
45Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Verder geschiedde des HEEREN woordH1697 tot mij, zeggendeH559:Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
46Mensenkind, zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup tegen het zuiden; en profeteer tegen het woud van het veld in het zuiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46MensenkindH1121, zetH7760 uw aangezichtH6440 naar den wegH1870 van het zuiden, en drupH5197 tegen het zuiden; en profeteerH5012 tegen het woudH3293 van het veldH7704 in het zuiden.Mensenkind, zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup tegen het zuiden; en profeteer tegen het woud van het veld in het zuiden.
Ook in dit vers
zuidenH1864
zuidenH5045
zuidenH8486
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3שִׂ֤יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4פָּנֶ֨יךָ֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6תֵּימָ֔נָהH8486zuiden, zuidwaarts, zuidenwindsouth (side, -ward, wind)7וְהַטֵּ֖ףH5197druppen, profeteren, dropendrop(-ping), prophesy(-et)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9דָּר֑וֹםH1864zuiden, zuiderpoort, zuidzijdesouth10וְהִנָּבֵ֛אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12יַ֥עַרH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood13הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild14נֶֽגֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)
47En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47En zegH559 tot het zuiderwoudH3293: HoorH8085 des HEEREN woordH1697: Alzo zegtH559 de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuurH784 in u aanstekenH3341, hetwelk in u allen groenenH3892boomH6086 en allen dorrenH3002boomH6086verterenH398 zal; de vlammendeH3852vlamH7957 zal niet uitgeblustH3518 worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichtenH6440 van het zuidenH5045 tot het noordenH6828 toe.En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.
Ook in dit vers
HeereH136
HEEREH3069
1וְאָֽמַרְתָּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לְיַ֣עַרH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood3הַנֶּ֔גֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)4שְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder8אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord10יְהוִ֡הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod11הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though12מַֽצִּיתH3341aansteken, aangestoken, verbrandburn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle13בְּךָ֣14אֵ֡שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot15וְאָכְלָ֣הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16בְךָ֣17כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18עֵֽץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood19לַח֩H3892verse, groenen, groengreen, moist20וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21עֵ֨ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood22יָבֵ֤שׁH3002dorre, dor, drogendried (away), dry23לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24תִכְבֶּה֙H3518uitgeblust, uitblussen, blussengo (put) out, quench25לַהֶ֣בֶתH3852vlam, vlammend, vlammigflame(-ming), head (of a spear)26שַׁלְהֶ֔בֶתH7957vlam, vlammen(flaming) flame27וְנִצְרְבוּH6866burn28בָ֥הּ29כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)30פָּנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you31מִנֶּ֥גֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)32צָפֽוֹנָהH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)
48En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48En alle vleesH1320 zal zienH7200, dat Ik, de HEERE, dat aangestokenH1197 heb; het zal niet uitgeblustH3518 worden.En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.
1וְרָאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בָּשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בִּֽעַרְתִּ֑יהָH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste8לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִּכְבֶּֽהH3518uitgeblust, uitblussen, blussengo (put) out, quench
49En ik zeide: Ach, Heere HEERE, zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49En ik zeideH559: AchH162, Heere HEERE, zij zeggenH559 van mij: Is hij niet een verdichterH4911 van gelijkenissenH4912?En ik zeide: Ach, Heere HEERE, zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen?
Ook in dit vers
HeereH136
HEEREH3069
1וָאֹמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲהָ֖הּH162Achah, alas3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5הֵ֚מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6אֹמְרִ֣יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לִ֔י8הֲלֹ֛אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9מְמַשֵּׁ֥לH4911gebruik, spreekwoord, gebruikenbe(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter10מְשָׁלִ֖יםH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb11הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 20:1— En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israel kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht.Ezechiël 8:1→Ezechiël 26:1→Ezechiël 31:1→Ezechiël 29:17→Ezechiël 1:2→Ezechiël 32:1→Ezechiël 24:1→Ezechiël 29:1→
Ezechiël 20:3— Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE.Micha 3:7→Jesaja 1:15→Jesaja 1:12→Ezechiël 20:31→Mattheüs 3:7→1 Samuël 28:6→Ezechiël 14:7→Johannes 4:24→
Ezechiël 20:4— Zoudt gij hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, o mensenkind? Maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend;Ezechiël 22:2→Ezechiël 23:36→Ezechiël 14:20→Jesaja 5:3→Jeremia 15:1→Ezechiël 14:14→Ezechiël 16:2→1 Korinthe 6:2→
Ezechiël 20:5— En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.Ezechiël 20:15→Deuteronomium 7:6→Genesis 14:22→Ezechiël 20:23→Exodus 4:31→Exodus 3:8→Ezechiël 47:14→Exodus 6:6→
Ezechiël 20:6— Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen.Ezechiël 20:15→Exodus 3:8→Psalmen 48:2→Jeremia 32:22→Daniël 8:9→Zacharia 7:14→Exodus 33:3→Deuteronomium 26:9→
Ezechiël 20:7— En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.Leviticus 18:3→Ezechiël 20:8→Exodus 20:2→Ezechiël 20:19→Deuteronomium 29:16→Ezechiël 18:31→2 Kronieken 15:8→Ezechiël 18:15→
Ezechiël 20:8— Maar zij waren wederspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen; niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte; daarom zeide Ik, dat Ik Mijn grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijn toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland.Jesaja 63:10→Ezechiël 5:13→Ezechiël 7:8→Ezechiël 20:21→Deuteronomium 9:7→Ezechiël 20:13→Exodus 32:4→Ezechiël 20:7→
Ezechiël 20:9— Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren.Ezechiël 20:14→Ezechiël 39:7→Ezechiël 20:22→Exodus 32:12→Ezechiël 36:21→1 Samuël 12:22→Jozua 7:9→Deuteronomium 32:26→
Ezechiël 20:10— En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn.Exodus 14:17→Exodus 20:2→Exodus 13:17→Exodus 15:22→
Ezechiël 20:11— Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven.Leviticus 18:5→Romeinen 10:5→Deuteronomium 4:8→Ezechiël 20:13→Galaten 3:12→Psalmen 147:19→Nehemia 9:13→Lukas 10:28→
Ezechiël 20:12— Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.Exodus 20:8→Deuteronomium 5:12→Ezechiël 37:28→Leviticus 21:23→Ezechiël 20:20→Exodus 19:5→Leviticus 23:39→Leviticus 23:3→
Ezechiël 20:13— Maar het huis Israels werd wederspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijn inzettingen niet, en verwierpen Mijn rechten; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijn sabbatten zeer, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen.Ezechiël 20:21→Ezechiël 20:8→Jesaja 56:6→Deuteronomium 9:8→Ezechiël 20:24→Exodus 32:10→Numeri 14:11→Numeri 14:22→
Ezechiël 20:14— Maar Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat die niet ontheiligd werd voor de ogen van die heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde.Ezechiël 20:9→Ezechiël 36:22→Ezechiël 20:22→Efeze 1:6→Efeze 1:12→
Ezechiël 20:15— Evenwel hief Ik ook Mijn hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen;Psalmen 95:11→Psalmen 106:26→Numeri 14:23→Hebreeën 4:3→Numeri 26:64→Hebreeën 3:18→Deuteronomium 1:34→Hebreeën 3:11→
Ezechiël 20:16— Daarom dat zij Mijn rechten verwierpen, en in Mijn inzettingen niet wandelden, en Mijn sabbatten ontheiligden; want hun hart wandelde hun drekgoden na.Numeri 15:39→Ezechiël 20:8→Ezechiël 14:3→Amos 5:25→Handelingen 7:39→Ezechiël 20:13→Numeri 25:2→Exodus 32:1→
Ezechiël 20:17— Doch Mijn oog verschoonde hen, dat Ik hen niet verdierf, en geen voleinding met hen maakte in de woestijn.Ezechiël 11:13→Jeremia 5:18→Jeremia 4:27→Psalmen 78:37→Ezechiël 7:2→1 Samuël 24:10→Ezechiël 9:10→Ezechiël 8:18→
Ezechiël 20:18— Maar Ik zeide tot hun kinderen in de woestijn: Wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, en onderhoudt hun rechten niet, en verontreinigt u niet met hun drekgoden.Ezechiël 20:7→Deuteronomium 4:3→1 Petrus 1:18→Numeri 14:32→Zacharia 1:2→Numeri 32:13→Handelingen 7:51→Jeremia 2:7→
Ezechiël 20:19— Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijn inzettingen, en onderhoudt Mijn rechten, en doet dezelve.Psalmen 105:45→Exodus 20:2→Deuteronomium 12:1→Titus 2:11→Deuteronomium 8:1→Deuteronomium 7:4→Ezechiël 37:24→Ezechiël 36:27→
Ezechiël 20:20— En heiligt Mijn sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God ben.Jeremia 17:22→Ezechiël 20:12→Exodus 31:13→Jeremia 17:27→Ezechiël 44:24→Nehemia 13:15→Exodus 20:11→Jesaja 58:13→
Ezechiël 20:21— Maar die kinderen waren ook wederspannig tegen Mij; zij wandelden niet in Mijn inzettingen, en Mijn rechten namen zij niet waar, om die te doen; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; zij ontheiligden Mijn sabbatten, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen, volbrengende Mijn toorn tegen hen in de woestijn.Ezechiël 20:13→Ezechiël 20:8→Deuteronomium 31:27→Numeri 21:5→Ezechiël 21:31→Ezechiël 13:15→Numeri 25:1→2 Kronieken 34:21→
Ezechiël 20:22— Doch Ik keerde Mijn hand af, en deed het om Mijns Naams wil, opdat hij voor de ogen der heidenen niet zou ontheiligd worden, voor welker ogen Ik hen uitgevoerd had.Ezechiël 20:9→Ezechiël 20:14→Jeremia 14:21→Psalmen 78:38→Jesaja 48:9→Psalmen 79:9→Ezechiël 20:17→Jeremia 14:7→
Ezechiël 20:23— Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;Leviticus 26:33→Ezechiël 20:15→Deuteronomium 32:40→Deuteronomium 28:64→Psalmen 106:27→Jeremia 15:4→Deuteronomium 32:26→Openbaring 10:5→
Ezechiël 20:24— Omdat zij Mijn rechten niet gedaan hadden, maar Mijn inzettingen verworpen en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren.Ezechiël 6:9→Ezechiël 20:16→Ezechiël 20:13→Ezechiël 18:12→Deuteronomium 4:19→Ezechiël 18:6→Ezechiël 18:15→Amos 2:4→
Ezechiël 20:25— Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.Psalmen 81:12→Ezechiël 20:39→Jesaja 66:4→Romeinen 1:21→2 Thessalonicenzen 2:9→Deuteronomium 4:27→Ezechiël 20:26→Deuteronomium 28:36→
Ezechiël 20:26— En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 6:7→Leviticus 18:21→Ezechiël 16:20→Ezechiël 20:31→Jesaja 63:17→2 Koningen 17:17→2 Kronieken 28:3→Jeremia 19:9→
Ezechiël 20:27— Daarom, mensenkind, spreek tot het huis Israels, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uw vaderen gesmaad, dat zij door overtreding tegen Mij overtreden hebben.Romeinen 2:24→Ezechiël 3:4→Ezechiël 3:27→Ezechiël 2:7→Ezechiël 3:11→Ezechiël 18:24→Openbaring 13:5→
Ezechiël 20:28— Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven, zo zagen zij naar allen hogen heuvel, en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren, en gaven daar hun tergende offeranden, en daar zetten zij hun liefelijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen.Ezechiël 6:13→Nehemia 9:22→Jeremia 2:7→Jeremia 3:6→Jesaja 57:5→Jozua 23:14→Ezechiël 16:19→Ezechiël 20:6→
Ezechiël 20:29— En Ik zeide tot hen: Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat? Nochtans is de naam daarvan genoemd hoogte, tot op dezen dag toe.Ezechiël 16:31→Ezechiël 16:24→
Ezechiël 20:30— Daarom zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen?Jeremia 16:12→Richteren 2:19→Jeremia 7:26→Mattheüs 23:32→Jeremia 9:14→Handelingen 7:51→Numeri 32:14→
Ezechiël 20:31— Ja, met het offeren uwer gaven, met uw kinderen door het vuur te doen doorgaan, zijt gij verontreinigd aan al uw drekgoden tot op dezen dag toe; en zou Ik van u gevraagd worden, o huis Israels? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik van u gevraagd worde!Psalmen 106:37→Ezechiël 20:26→Jeremia 7:31→Spreuken 1:27→Jeremia 19:5→Job 27:8→Jeremia 14:12→1 Samuël 28:5→
Ezechiël 20:32— Daarom, dat in uw geest opgeklommen is, zal geenszins geschieden, dat gij zegt: Wij zullen als de heidenen en als de geslachten der landen zijn, dienende hout en steen.Jeremia 44:17→Ezechiël 11:5→Openbaring 9:20→Deuteronomium 4:28→Daniël 5:4→Deuteronomium 28:64→Deuteronomium 29:17→Jeremia 44:29→
Ezechiël 20:33— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE: Zo Ik niet met een sterke hand, en uitgestrekten arm, en met een uitgegoten grimmigheid over u zal regeren!Jeremia 21:5→Jeremia 42:18→Daniël 9:11→Jeremia 44:6→Ezechiël 8:18→Klaagliederen 2:4→
Ezechiël 20:34— Want Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door een uitgegoten grimmigheid.Ezechiël 20:38→Amos 9:9→Ezechiël 34:16→Jeremia 44:6→Klaagliederen 2:4→Jesaja 27:9→
Ezechiël 20:35— Daartoe zal Ik u brengen in de woestijn der volken, en Ik zal met u aldaar rechten, aangezicht aan aangezicht;Hosea 2:14→Jeremia 2:35→Ezechiël 19:13→Ezechiël 20:36→Ezechiël 17:20→Hosea 4:1→Micha 6:1→Openbaring 12:14→
Ezechiël 20:36— Gelijk als Ik gerecht heb met uw vaderen in de woestijn van Egypteland, alzo zal Ik met u rechten, spreekt de Heere HEERE.Numeri 11:1→1 Korinthe 10:5→Ezechiël 20:13→Ezechiël 20:21→Exodus 32:7→Numeri 14:1→Psalmen 106:15→Numeri 25:1→
Ezechiël 20:37— En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds.Jeremia 33:13→Leviticus 27:32→Ezechiël 16:59→Mattheüs 25:32→Amos 3:2→Ezechiël 34:17→Psalmen 89:30→Leviticus 26:25→
Ezechiël 20:38— Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israels niet weder komen, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 13:9→Psalmen 95:11→Maleachi 3:3→Amos 9:9→Zacharia 13:8→Jeremia 44:14→Ezechiël 6:7→Mattheüs 25:32→
Ezechiël 20:39— En gijlieden, o huis Israels, alzo zegt de Heere HEERE: Gaat henen, dient een ieder zijn drekgoden, ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijn heiligen Naam, met uw giften en met uw drekgoden.Ezechiël 20:25→Ezechiël 43:7→Jesaja 1:13→Richteren 10:14→Mattheüs 6:24→Openbaring 3:15→Ezechiël 23:37→Spreuken 21:27→
Ezechiël 20:40— Want op Mijn heiligen berg, op den hogen berg Israels, spreekt de Heere HEERE, daar zal Mij het ganse huis Israels in het land dienen, zij allen; daar zal Ik welgevallen aan hen nemen, en daar zal Ik uw hefofferen eisen, en de eerstelingen uwer heffingen met al uw geheiligde dingen.Jesaja 60:7→Jesaja 56:7→Maleachi 3:4→Ezechiël 17:23→Jesaja 66:23→Jesaja 2:2→Maleachi 1:11→Zacharia 8:20→
Ezechiël 20:41— Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.Ezechiël 28:25→Ezechiël 11:17→Ezechiël 38:23→Ezechiël 28:22→Jesaja 27:12→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:27→Leviticus 10:3→
Ezechiël 20:42— En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het landschap Israels gebracht zal hebben, in het land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, om hetzelve uw vaderen te geven.Ezechiël 38:23→Ezechiël 34:13→Ezechiël 36:23→Jeremia 31:34→Ezechiël 20:38→Ezechiël 20:44→Ezechiël 24:24→Johannes 17:3→
Ezechiël 20:43— Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmede gij u verontreinigd hebt, en gij zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die gij gedaan hebt.Ezechiël 6:9→Hosea 5:15→Ezechiël 36:31→Jeremia 31:18→Lukas 18:13→Nehemia 1:8→Leviticus 26:39→Ezechiël 16:61→
Ezechiël 20:44— Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israels, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 24:24→Ezechiël 20:9→Ezechiël 20:14→Ezechiël 20:22→Ezechiël 36:21→Efeze 1:6→Psalmen 79:9→1 Timotheüs 1:16→
Ezechiël 20:46— Mensenkind, zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup tegen het zuiden; en profeteer tegen het woud van het veld in het zuiden.Ezechiël 21:2→Amos 7:16→Jeremia 13:19→Ezechiël 6:2→Jeremia 22:7→Zacharia 11:1→Deuteronomium 32:2→Jesaja 30:6→
Ezechiël 20:47— En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.Jeremia 21:14→Jesaja 9:18→Ezechiël 17:24→Lukas 23:31→Markus 9:43→Jesaja 30:33→Ezechiël 21:3→Jesaja 24:1→
Ezechiël 20:48— En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.Jeremia 7:20→Deuteronomium 29:24→2 Kronieken 7:20→Klaagliederen 2:16→Jesaja 26:11→Jeremia 40:2→
Ezechiël 20:49— En ik zeide: Ach, Heere HEERE, zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen?Johannes 16:25→Ezechiël 17:2→Handelingen 17:18→Mattheüs 13:13→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 20 vers 1— En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israel kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht.
het geschiedde in het zevende jaar,
Te weten na de wegvoering van Jojachin; vergelijk boven Ezech. 1:2 , en Ezech. 8:1 .
Hertaald:het geschiedde in het zevende jaar,
Namelijk na de wegvoering van Jojachin; vergelijk hierboven Ezech. 1:2 en Ezech. 8:1.
vijfde maand,
Zie van deze maand Num. 33:38 .
Hertaald:vijfde maand,
Zie over deze maand Num. 33:38.
oudsten van Israël kwamen,
Zie boven Ezech. 8:1 .
Hertaald:oudsten van Israël kwamen,
Zie hierboven Ezech. 8:1.
te vragen;
Te weten welke uitkomst het Joodse volk uit al zijne ellenden zou hebben, zowel in Jeruzalem en Judea als daar in het land van Babylonië; en wat hun te doen stond om de straffen, waarmede gedreigd werd, te ontgaan; hoe de Heere gevraagd werd, zie boven Ezech. 14:3 .
Hertaald:te vragen;
Namelijk welke afloop het Joodse volk uit al zijn ellenden zou hebben, zowel in Jeruzalem en Judea als daar in het land Babylonië, en wat hun te doen stond om de straffen te ontgaan waarmee gedreigd werd. Hoe men de HEERE om raad vroeg, zie hierboven Ezech. 14:3.
Ezechiël 20 vers 3— Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE.
Zo waarachtig als Ik leef,
Dat is, Ik wil van u niet gevraagd zijn. Zie van deze eedzwering, Num. 14:23 .
Hertaald:Zo waarachtig als Ik leef,
Dat is: Ik wil door u niet gevraagd worden. Zie over deze eedzwering Num. 14:23.
Ezechiël 20 vers 4— Zoudt gij hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, o mensenkind? Maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend;
recht geven,
Hebreeuws, oordelen; dat is hier voorspreken, ontschuldigen, verdedigen, verantwoorden, verweren. Alzo onder Ezech. 22:2 , en Ezech. 23:36 ; vergelijk de aantekening Gen. 15:14 , over het woord richten; anders: zult gij hen [niet] oordelen, of richten? enz. dat is, oordelende bestraffen, gelijk volgt.
Hertaald:recht geven,
Hebreeuws: oordelen; dat is hier: voor hen pleiten, hen verontschuldigen, verdedigen, verantwoorden of verweren. Zo ook hieronder Ezech. 22:2 en Ezech. 23:36; vergelijk de aantekening bij Gen. 15:14 over het woord richten. Anders: zou u hen (niet) oordelen of richten, enzovoort — dat is: oordelend bestraffen, zoals volgt.
zoudt gij hun recht geven,
Hij verdubbelt de rede, om die te meer kracht te geven, en wil zeggen, dat hij hen geenszins moest voorspreken of verdedigen; vergelijk Num. 17:12 ; Richt. 5:12 , Richt. 5:27 .
Hertaald:zoudt gij hun recht geven,
Hij verdubbelt de uitspraak om die meer kracht te geven, en wil zeggen dat hij in het geheel niet voor hen mocht pleiten of hen mocht verdedigen; vergelijk Num. 17:12; Richt. 5:12, Richt. 5:27.
gruwelen hunner vaderen bekend;
Te weten die zij met hunne vaderen gemeen hebben; opdat zij verzinnen hoe diep zij in hunne boosheid steken en hoe lang Ik hen daarin verdragen heb.
Hertaald:gruwelen hunner vaderen bekend;
Namelijk de gruwelen die zij met hun vaderen gemeen hebben, opdat zij bedenken hoe diep zij in hun boosheid steken en hoe lang Ik hen daarin verdragen heb.
Ezechiël 20 vers 5— En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.
verkoos,
Dat is, verklaarde verkoren te hebben uit alle volken en natiën der aarde, opdat het mij tot een heilig volk zou zijn. Vergelijk Deut. 4:37 , en Deut. 7:6 , en Deut. 14:2 , en Deut. 26:18 .
Hertaald:verkoos,
Dat is: verklaarde het uit alle volken en naties van de aarde verkoren te hebben, opdat het Mij tot een heilig volk zou zijn. Vergelijk Deut. 4:37, Deut. 7:6, Deut. 14:2 en Deut. 26:18.
hief Ik Mijn hand op
Dat is, beloofde met ede dat voor mijn volk te houden, Gen. 22:16 ; Ex. 6:7 . De hand opheffen voor zweren. Het is menselijkerwijze van God gesproken. Zie Gen. 14:22 .
Hertaald:hief Ik Mijn hand op
Dat is: beloofde met een eed hen voor Mijn volk te houden, Gen. 22:16; Ex. 6:7. De hand opheffen staat voor zweren. Het is op menselijke wijze van God gesproken. Zie Gen. 14:22.
zaad van het huis Jakobs,
Dat is, nakomelingen. Zie Gen. 9:9 .
Hertaald:zaad van het huis Jakobs,
Dat is: nakomelingen. Zie Gen. 9:9.
bekend;
Te weten door Mozes en Aäron. Zie Exo 3 ,Exo 4 , enz.
Hertaald:bekend;
Namelijk door Mozes en Aäron. Zie Ex. 3, Ex. 4, enzovoort.
Ezechiël 20 vers 6— Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen.
vloeiende van melk en honig,
Zie Ex. 3:8 .
Hertaald:vloeiende van melk en honig,
Zie Ex. 3:8.
hetwelk het sieraad is van alle landen
Alzo onder vs.15, en Ezech. 26:20 . Zie ook van de heerlijkheid van het land Kanaän, Deut. 8:7 , en Deut. 32:13 ; Ps. 106:24 .
Hertaald:hetwelk het sieraad is van alle landen
Zo ook hieronder vers 15 en Ezech. 26:20. Zie ook over de heerlijkheid van het land Kanaän Deut. 8:7 en Deut. 32:13; Ps. 106:24.
Ezechiël 20 vers 7— En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.
de verfoeiselen zijner ogen weg;
Zo noemt God de beelden en al hun goddeloos tuig, omdat zij verfoeilijk voor hem zijn, en voor alle mensen zijn moeten, waarop nochtans de Israëlieten met vermaking hunne ogen sloegen. Zie 1 Kon. 11:5 ; 2 Kron. 15:8 .
Hertaald:de verfoeiselen zijner ogen weg;
Zo noemt God de beelden en al hun goddeloze gerei, omdat die voor Hem verfoeilijk zijn en dat voor alle mensen moeten zijn — terwijl de Israëlieten er toch met genoegen hun ogen op richtten. Zie 1 Kon. 11:5; 2 Kron. 15:8.
verontreinigt ulieden niet
Hetwelk geschiedt met die ter afgoderij op te richten, en hun godsdienstige eer inwendiglijk of uitwendiglijk te bewijzen. Alzo onder vs.30,31, en Ezech. 23:7 , en Ezech. 36:25 . Afgoderij is geestelijke onreinheid. Vergelijk Gen. 35:2 , en 2 Kron. 29:16 , enz. Hierom wordt zij ook hoererij, of overspel genaamd. Zie Lev. 17:7 .
Hertaald:verontreinigt ulieden niet
Wat gebeurt door die tot afgoderij op te richten en hun innerlijk of uiterlijk godsdienstige eer te bewijzen. Zo ook hieronder vers 30 en 31, en Ezech. 23:7 en Ezech. 36:25. Afgoderij is geestelijke onreinheid. Vergelijk Gen. 35:2 en 2 Kron. 29:16, enzovoort. Daarom wordt zij ook hoererij of overspel genoemd. Zie Lev. 17:7.
de drekgoden van Egypte;
Die zeer gruwelijk en belachelijk waren, gelijk de kalven, krokodillen, apen, de ibis, welken men schrijft in Egypte een vogel te zijn als een ooievaar, die de slangen opeet, enz.
Hertaald:de drekgoden van Egypte;
Die zeer gruwelijk en belachelijk waren, zoals de kalveren, krokodillen en apen, en de ibis, waarvan men schrijft dat het in Egypte een vogel is als een ooievaar die de slangen opeet, enzovoort.
Ezechiël 20 vers 8— Maar zij waren wederspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen; niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte; daarom zeide Ik, dat Ik Mijn grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijn toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland.
niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg,
Hebreeuws, een ieder verwierpen de verfoelselen van hunne ogen niet; of en wierpen hen niet weg; alzo in de volgende woorden; dat is, niemand, of geen van hen, welverstaande van het merendeel. Zie 1 Kon. 11:34 .
Hertaald:niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg,
Hebreeuws: zij wierpen ieder de verfoeisels van hun ogen niet weg; of: en zij wierpen ze niet weg; zo ook in de volgende woorden. Dat is: niemand, of geen van hen — wel te verstaan: het merendeel. Zie 1 Kon. 11:34.
Mijn grimmigheid
Zie Ps. 79:6 .
Hertaald:Mijn grimmigheid
Zie Ps. 79:6.
Mijn toorn
Zie boven Ezech. 7:8 .
Hertaald:Mijn toorn
Zie hierboven Ezech. 7:8.
Ezechiël 20 vers 9— Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren.
deed het
Te weten wat Ik gedaan heb, namelijk hun belovende uit Egypteland te verlossen, Gen. 15:14 ; Ex. 3:8 ; vergelijk onder vs.14, 22.
Hertaald:deed het
Namelijk wat Ik gedaan heb, namelijk hun beloven hen uit het land Egypte te verlossen, Gen. 15:14; Ex. 3:8; vergelijk hieronder vers 14 en 22.
om Mijns Naams wil,
Dat is, niet omdat zij het verdienden of waardig waren, maar omdat Ik dat uit loutere genade beloofd had, en wilde in mijn woord waarachtig bevonden worden. Vergelijk onder vs.14, 22, 44, enz.; Dan. 9:19 ; Rom. 9:17 , Rom. 9:23 ; Ef. 1:6 .
Hertaald:om Mijns Naams wil,
Dat is: niet omdat zij het verdienden of waard waren, maar omdat Ik dat uit louter genade beloofd had en in Mijn woord waarachtig bevonden wilde worden. Vergelijk hieronder vers 14, 22 en 44, enzovoort; Dan. 9:19; Rom. 9:17, Rom. 9:23; Ef. 1:6.
ontheiligd wierde
Zie Lev. 18:21 , en onder vs.21, 24, 39, en Ezech. 39:7 .
Hertaald:ontheiligd wierde
Zie Lev. 18:21 en hieronder vers 21, 24 en 39, en Ezech. 39:7.
welke Ik Mij,
Namelijk Israëlieten.
Hertaald:welke Ik Mij,
Namelijk de Israëlieten.
derzelver ogen,
Te weten der heidenen, en voornamelijk der Egyptenaars, die al Gods wonderwerken hadden gezien; Ex. 14:18 ; Num. 33:3 .
Hertaald:derzelver ogen,
Namelijk van de heidenen, en vooral van de Egyptenaren, die al Gods wonderwerken gezien hadden; Ex. 14:18; Num. 33:3.
Ezechiël 20 vers 10— En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn.
woestijn
Die zich uitstrekt van de Rode zee tot aan de grenzen van het land Kanaän.
Hertaald:woestijn
Die zich uitstrekt van de Rode Zee tot aan de grenzen van het land Kanaän.
Ezechiël 20 vers 11— Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven.
Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen,
Te weten aan den berg Sinaï, van welken zie Ex. 19:1 ; zie ook Lev. 7:38 , en Lev. 25:1 , en de aantekening.
Hertaald:Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen,
Namelijk bij de berg Sinaï; zie daarover Ex. 19:1; zie ook Lev. 7:38 en Lev. 25:1 met de aantekening.
dewelke,
Zie Lev. 18:5 ; Deut. 6:25 .
Hertaald:dewelke,
Zie Lev. 18:5; Deut. 6:25.
Ezechiël 20 vers 12— Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.
sabbatten,
Zie van dit woord Lev. 25:2 .
Hertaald:sabbatten,
Zie over dit woord Lev. 25:2.
teken te zijn
Dat is, een ceremonieële afbeelding en beduiding van den geestelijken en eeuwigen sabbat. Alzo onder vs.20.
Hertaald:teken te zijn
Dat is: een ceremoniële afbeelding en aanduiding van de geestelijke en eeuwige sabbat. Zo ook hieronder vers 20.
Die hen heilige
Dat is, uit genade afzonderen van andere mensen, opdat Ik hun God zij, en zij mijn volk, hetwelk Ik mij door het bloed van den Messias reinige en door mijn Woord en Geest heilig make. Zie Lev. 20:8 , en Lev. 21:8 .
Hertaald:Die hen heilige
Dat is: uit genade afzonderen van andere mensen, opdat Ik hun God zou zijn en zij Mijn volk, dat Ik Mij door het bloed van de Messias reinig en door Mijn Woord en Geest heilig maak. Zie Lev. 20:8 en Lev. 21:8.
Ezechiël 20 vers 13— Maar het huis Israels werd wederspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijn inzettingen niet, en verwierpen Mijn rechten; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijn sabbatten zeer, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen.
ontheiligden Mijn sabbatten zeer,
Te weten mits daarop te doen wat God verboden en te laten wat Hij geboden had.
Hertaald:ontheiligden Mijn sabbatten zeer,
Namelijk door daarop te doen wat God verboden en na te laten wat Hij geboden had.
Ezechiël 20 vers 14— Maar Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat die niet ontheiligd werd voor de ogen van die heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde.
deed het om Mijns Naams wil,
Te weten dat Ik hun naar mijn genadige belofte gedaan heb. Zie boven vs.9. Anders: Ik deed het; te weten mits hen dikwijls te straffen, als zij tegen mij in de woestijn murmureerden en zondigden.
Hertaald:deed het om Mijns Naams wil,
Namelijk wat Ik hun naar Mijn genadige belofte gedaan heb. Zie hierboven vers 9. Anders: Ik deed het, namelijk door hen vaak te straffen wanneer zij in de woestijn tegen Mij murmureerden en zondigden.
uitvoerde
Te weten uit Egypteland, gelijk boven vs.6.
Hertaald:uitvoerde
Namelijk uit het land Egypte, zoals hierboven vers 6.
Ezechiël 20 vers 15— Evenwel hief Ik ook Mijn hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen;
hief Ik ook Mijn hand op
Zie boven vs.5.
Hertaald:hief Ik ook Mijn hand op
Zie hierboven vers 5.
vloeiende van melk en honig,
Zie boven vs.6.
Hertaald:vloeiende van melk en honig,
Zie hierboven vers 6.
Ezechiël 20 vers 16— Daarom dat zij Mijn rechten verwierpen, en in Mijn inzettingen niet wandelden, en Mijn sabbatten ontheiligden; want hun hart wandelde hun drekgoden na.
en in Mijn inzettingen niet wandelden,
Of, en in mijne inzettingen, in die niet wandelen; of, en aangaande mijne inzettingen, in die niet wandelden. De zin is enerlei.
Hertaald:en in Mijn inzettingen niet wandelden,
Of: en wat Mijn inzettingen betreft, daarin wandelden zij niet. De betekenis komt op hetzelfde neer.
wandelde hun drekgoden na
Vergelijk 1 Kon. 11:5 .
Hertaald:wandelde hun drekgoden na
Vergelijk 1 Kon. 11:5.
Ezechiël 20 vers 17— Doch Mijn oog verschoonde hen, dat Ik hen niet verdierf, en geen voleinding met hen maakte in de woestijn.
voleinding met hen maakte
Zie van deze manier van spreken Jer. 4:27 ; alzo boven Ezech. 11:13 .
Hertaald:voleinding met hen maakte
Zie over deze manier van spreken Jer. 4:27; zo ook hierboven Ezech. 11:13.
Ezechiël 20 vers 18— Maar Ik zeide tot hun kinderen in de woestijn: Wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, en onderhoudt hun rechten niet, en verontreinigt u niet met hun drekgoden.
tot hun kinderen in de woestijn
Dat is, tot de zonen en de dochters dergenen, die Ik krachtiglijk uit Egypteland geleid had.
Hertaald:tot hun kinderen in de woestijn
Dat is: tot de zonen en dochters van hen die Ik met kracht uit het land Egypte geleid had.
Wandelt niet
Zie 1 Kon. 15:26 .
Hertaald:Wandelt niet
Zie 1 Kon. 15:26.
hun rechten niet,
Dat is, hunne wijze en manier van doen; vergelijk Gen. 40:13 , en de aantekening.
Hertaald:hun rechten niet,
Dat is: hun wijze en manier van doen; vergelijk Gen. 40:13 met de aantekening.
verontreinigt u niet
Zie boven vs.7.
Hertaald:verontreinigt u niet
Zie hierboven vers 7.
Ezechiël 20 vers 19— Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijn inzettingen, en onderhoudt Mijn rechten, en doet dezelve.
wandelt in Mijn inzettingen,
Vergelijk 2 Kron. 6:16 , en de aantekening.
Hertaald:wandelt in Mijn inzettingen,
Vergelijk 2 Kron. 6:16 met de aantekening.
Ezechiël 20 vers 20— En heiligt Mijn sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God ben.
heiligt Mijn sabbatten,
Dat is, gebruikt ze tot dat heilig einde, waartoe ik ze geheiligd heb; zie Jer. 17:22 .
Hertaald:heiligt Mijn sabbatten,
Dat is: gebruikt ze voor het heilige doel waarvoor Ik ze geheiligd heb; zie Jer. 17:22.
teken zijn tussen Mij en tussen ulieden,
Zie boven vs.12.
Hertaald:teken zijn tussen Mij en tussen ulieden,
Zie hierboven vers 12.
Ezechiël 20 vers 21— Maar die kinderen waren ook wederspannig tegen Mij; zij wandelden niet in Mijn inzettingen, en Mijn rechten namen zij niet waar, om die te doen; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; zij ontheiligden Mijn sabbatten, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen, volbrengende Mijn toorn tegen hen in de woestijn.
Ik zeide,
Of, Ik dacht. Zeggen voor denken; zie Gen. 20:11 .
Hertaald:Ik zeide,
Of: Ik dacht. Zeggen staat hier voor denken; zie Gen. 20:11.
Hertaald:volbrengende Mijn toorn
Zo ook hierboven vers 8.
Ezechiël 20 vers 22— Doch Ik keerde Mijn hand af, en deed het om Mijns Naams wil, opdat hij voor de ogen der heidenen niet zou ontheiligd worden, voor welker ogen Ik hen uitgevoerd had.
Ik keerde Mijn hand af,
Te weten van mijn toorn over hen te volbrengen.
Hertaald:Ik keerde Mijn hand af,
Namelijk ervan af Mijn toorn over hen te voltrekken.
deed het om Mijns Naams wil,
Te weten dat Ik hen niet in de woestijn vernielde.
Hertaald:deed het om Mijns Naams wil,
Namelijk dat Ik hen niet in de woestijn vernietigde.
ontheiligd worden,
Alzo boven vs.9.
Hertaald:ontheiligd worden,
Zo ook hierboven vers 9.
Ezechiël 20 vers 23— Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;
hief ook Mijn hand tot hen op
Te weten dreigende hen te straffen; vergelijk Ps. 10:12 , en de aantekening.
Hertaald:hief ook Mijn hand tot hen op
Namelijk terwijl Ik hen bedreigde met straf; vergelijk Ps. 10:12 met de aantekening.
Ezechiël 20 vers 24— Omdat zij Mijn rechten niet gedaan hadden, maar Mijn inzettingen verworpen en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren.
hun ogen
Versta ook hunne harten. Want deze twee dingen volgen elkander, Job 31:7 . Daarom worden zij ook somtijds samengevoegd; Jer. 22:17 ; boven Ezech. 6:9 .
Hertaald:hun ogen
Versta ook hun harten. Want deze twee zaken volgen op elkaar, Job 31:7. Daarom worden zij ook soms samengevoegd; Jer. 22:17; hierboven Ezech. 6:9.
Ezechiël 20 vers 25— Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.
besluitingen,
Dat is, gezette vonnissen en ordinantiën van mijn rechtvaardig oordeel, inhoudende de straffen, die zij verdiend hadden en ook hebben moeten lijden. Zo is ook het Hebreeuwse woord genomen Job 23:14 ; Ps. 2:7 ; alzo is het volgende woord rechten genomen voor straffen, die hun om hunne zonden recht toekwamen.
Hertaald:besluitingen,
Dat is: vastgestelde vonnissen en verordeningen van Mijn rechtvaardig oordeel, die de straffen inhielden welke zij verdiend hadden en ook hebben moeten lijden. Zo is het Hebreeuwse woord ook opgevat in Job 23:14; Ps. 2:7. Zo staat ook het volgende woord rechten voor straffen die hun om hun zonden rechtens toekwamen.
niet goed waren,
Dat is hun niet aangenaam of welbekomende, maar zeer kwaad en verderflijk. Zie van deze straffen Num. 16:23 , enz., en Num. 21:6 , en Num. 25:4 , enz. Anderen verstaan door deze kwade inzettingen de afgodische wetten der heidenen, welke God gezegd wordt den Israëlieten gegeven te hebben, omdat Hij door een rechtvaardig oordeel hen daarin heeft laten wandelen tot hun verderf, overmits zij zijn heilige wetten verlieten; vergelijk Ps. 81:12-13 ; Rom. 1:24 , enz. 2 Thess. 2:11 .
Hertaald:niet goed waren,
Dat is: voor hen niet aangenaam of heilzaam, maar zeer kwaad en verderfelijk. Zie over deze straffen Num. 16:23 enzovoort, Num. 21:6 en Num. 25:4, enzovoort. Anderen verstaan onder deze kwade inzettingen de afgodische wetten van de heidenen, waarvan gezegd wordt dat God die aan de Israëlieten gegeven heeft omdat Hij hen door een rechtvaardig oordeel daarin heeft laten wandelen tot hun verderf, aangezien zij Zijn heilige wetten verlieten; vergelijk Ps. 81:12-13; Rom. 1:24 enzovoort; 2 Thess. 2:11.
waarbij zij niet leven zouden
Hetwelk vervuld is als zij vergaan zijn in de woestijn en daarna.
Hertaald:waarbij zij niet leven zouden
Wat vervuld is toen zij in de woestijn omkwamen en daarna.
Ezechiël 20 vers 26— En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben.
verontreinigde hen in hun giften,
Dat is, Ik verklaarde, bewees en betuigde dat zij onrein, dat is onheilig, gruwelijk en mij onaangenaam waren in het offeren van hunne giften, die zij mij toebrachten. Zie van het woord verontreinigen alzo genomen, Lev. 13:3 .
Hertaald:verontreinigde hen in hun giften,
Dat is: Ik verklaarde, bewees en betuigde dat zij onrein waren, dat is: onheilig, gruwelijk en Mij onaangenaam, bij het offeren van de gaven die zij Mij brachten. Zie over het woord verontreinigen in die betekenis Lev. 13:3.
door het vuur
Dit is hier ingevoegd uit vs.31. Het is ook uit den tekst gelaten, Lev. 18:21 ; zie van deze gruwel der heidenen, Lev. 18:21 . Sommigen menen dat de Joden ook dezen gruwel den waren God ter ere hebben willen doen.
Hertaald:door het vuur
Dit is hier ingevoegd uit vers 31. Het is ook uit de tekst weggelaten in Lev. 18:21; zie over deze gruwel van de heidenen Lev. 18:21. Sommigen menen dat de Joden deze gruwel ook ter ere van de ware God hebben willen bedrijven.
al wat de baarmoeder opent;
Hebreeuws, alle opening der baarmoeder; dat is, alle eerstgeborenen; alzo Ex. 13:2 , enz.; Num. 3:12 .
Hertaald:al wat de baarmoeder opent;
Hebreeuws: alle opening van de baarmoeder; dat is: alle eerstgeborenen; zo ook Ex. 13:2 enzovoort; Num. 3:12.
opdat Ik ze verwoesten zou,
Want God had hen gedreigd, indien zij de heidense gruwelen navolgden, dat Hij hun land verwoesten zou; Lev. 26:22 , Lev. 26:31-32 , enz.
Hertaald:opdat Ik ze verwoesten zou,
Want God had hun gedreigd dat Hij hun land zou verwoesten als zij de heidense gruwelen navolgden; Lev. 26:22, Lev. 26:31-32, enzovoort.
Ezechiël 20 vers 27— Daarom, mensenkind, spreek tot het huis Israels, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uw vaderen gesmaad, dat zij door overtreding tegen Mij overtreden hebben.
door overtreding
Dat is, een zonderlinge zonde tegen mij begaan hebben; vergelijk de manier van spreken, Lev. 5:15 ; Num. 5:27 ; Joz. 7:1 .
Hertaald:door overtreding
Dat is: een bijzondere zonde tegen Mij begaan hebben; vergelijk deze manier van spreken in Lev. 5:15; Num. 5:27; Joz. 7:1.
Ezechiël 20 vers 28— Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven, zo zagen zij naar allen hogen heuvel, en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren, en gaven daar hun tergende offeranden, en daar zetten zij hun liefelijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen.
Als Ik hen
Hier wordt verhaald de voorgemelde zonderlinge overtreding.
Hertaald:Als Ik hen
Hier wordt de genoemde bijzondere overtreding verteld.
in het land gebracht had,
Dat is, in het land Kanaän, dat Ik hunnen vaderen beloofd had.
Hertaald:in het land gebracht had,
Dat is: in het land Kanaän, dat Ik hun vaderen beloofd had.
dicht geboomte,
Dat is, dat zeer dik en doorvlochten is van takken en bladeren. Vergelijk Lev. 23:40 ; Neh. 8:16 .
Hertaald:dicht geboomte,
Dat is: geboomte dat zeer dicht en ineengevlochten is van takken en bladeren. Vergelijk Lev. 23:40; Neh. 8:16.
tergende offeranden,
Hebreeuws, de terging hunner offerande; dat is de offeranden, waarmede zij mij tergden en tot toorn verwekten.
Hertaald:tergende offeranden,
Hebreeuws: de terging van hun offerande; dat is: de offers waarmee zij Mij tergden en tot toorn verwekten.
offerden zij hun drankofferen
Zie Ps. 16:4 .
Hertaald:offerden zij hun drankofferen
Zie Ps. 16:4.
Ezechiël 20 vers 29— En Ik zeide tot hen: Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat? Nochtans is de naam daarvan genoemd hoogte, tot op dezen dag toe.
hoogte,
Wat de afgodische hoogten geweest zijn, zie Lev. 26:30 . De Heere, aldus sprekende, vraagt spottenderwijze wat het te beduiden had, dat zij daarheen gingen om te offeren. Want, hoewel hij hun zulks doorgaans door zijne profeten verboden had, zo bleef nochtans met den afgodendienst zelfs de naam der plaats bij hen in eer en waarde.
Hertaald:hoogte,
Wat de afgodische hoogten geweest zijn, zie Lev. 26:30. De HEERE vraagt hier spottend wat het te betekenen had dat zij daarheen gingen om te offeren. Want hoewel Hij hun dat voortdurend door Zijn profeten verboden had, bleef met de afgodendienst zelf ook de naam van de plaats bij hen in ere en aanzien.
Ezechiël 20 vers 30— Daarom zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen?
Zijt gij
Te weten door de eer en den dienst, die gij den afgoden doet. Zie boven vs.7.
Hertaald:Zijt gij
Namelijk door de eer en de dienst die u aan de afgoden bewijst. Zie hierboven vers 7.
Hertaald:verontreinigd geworden
Anders: bent u (niet) verontreinigd geworden, enzovoort.
in den weg uwer vaderen,
Dat is, naar, of met de manier van doen uwer vaderen. Zie Spr. 6:6 .
Hertaald:in den weg uwer vaderen,
Dat is: naar de manier van doen van uw vaderen. Zie Spr. 6:6.
hoereert gij
Zie Lev. 17:7 , en Lev. 20:5 .
Hertaald:hoereert gij
Zie Lev. 17:7 en Lev. 20:5.
Ezechiël 20 vers 31— Ja, met het offeren uwer gaven, met uw kinderen door het vuur te doen doorgaan, zijt gij verontreinigd aan al uw drekgoden tot op dezen dag toe; en zou Ik van u gevraagd worden, o huis Israels? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik van u gevraagd worde!
Ja,
Anders: Want als gij uwe gaven offert, [en] als gij uwe kinderen door het vuur doet doorgaan, enz., zou Ik dan van u gevraagd worden?
Hertaald:Ja,
Anders: want als u uw gaven offert (en) als u uw kinderen door het vuur laat gaan, enzovoort, zou Ik Mij dan door u laten vragen?
worde
Vervul den zin gelijk in andere eedzweringen van God. Zie Num. 14:23 . De zin dan is, alsof de Heere zeide: Ik begeer van u, die zulke gruwelijke afgodendienaren zijt, niet gevraagd te worden.
Hertaald:worde
Vul de zin aan zoals bij andere eedzweringen van God. Zie Num. 14:23. De betekenis is dan alsof de HEERE zei: Ik wil niet gevraagd worden door u, die zulke gruwelijke afgodendienaars bent.
Ezechiël 20 vers 32— Daarom, dat in uw geest opgeklommen is, zal geenszins geschieden, dat gij zegt: Wij zullen als de heidenen en als de geslachten der landen zijn, dienende hout en steen.
in uw geest opgeklommen is,
Dat is, in de gedachten van uw hart gerezen en opgekomen is, of wat gij denkt bij uzelven; vergelijk boven Ezech. 11:5 , en zie Jer. 7:31 .
Hertaald:in uw geest opgeklommen is,
Dat is: in de gedachten van uw hart opgekomen is, of wat u bij uzelf denkt; vergelijk hierboven Ezech. 11:5, en zie Jer. 7:31.
zal geenszins geschieden,
Hebreeuws, zal zijnde niet zijn, of geschiedende niet geschieden.
Hertaald:zal geenszins geschieden,
Hebreeuws: zal zijnde niet zijn, of: geschiedende niet geschieden.
hout en steen
Zo worden de beelden genaamd, Deut. 4:28 , en Deut. 29:17 ; Jer. 2:27 , en Jer. 3:9 ; idem, gebeelde stenen, Lev. 26:1 ; goud en zilver, Deut. 29:17 ; Ps. 115:4 , enz.
Hertaald:hout en steen
Zo worden de beelden genoemd in Deut. 4:28 en Deut. 29:17; Jer. 2:27 en Jer. 3:9; eveneens gebeeldhouwde stenen, Lev. 26:1; goud en zilver, Deut. 29:17; Ps. 115:4, enzovoort.
Ezechiël 20 vers 33— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE: Zo Ik niet met een sterke hand, en uitgestrekten arm, en met een uitgegoten grimmigheid over u zal regeren!
sterke hand,
Dat is, sterke en harde plagen. Zie Ex. 3:19 , en Ex. 9:3 ; Job 13:21 met de aantekening.
Hertaald:sterke hand,
Dat is: sterke en harde plagen. Zie Ex. 3:19 en Ex. 9:3; Job 13:21 met de aantekening.
uitgestrekten arm,
Dat is, geweldige, wijdlopende en langdurige straffen. Vergelijk Jer. 21:5 , en boven Ezech. 4:7 .
Hertaald:uitgestrekten arm,
Dat is: geweldige, wijd reikende en langdurige straffen. Vergelijk Jer. 21:5 en hierboven Ezech. 4:7.
over u zal regeren
Dat is, uw Heere en Koning zijn, zulks dat het in uwe vrijheid en vermogen niet staan zal van mij af te gaan en mij te verlaten om een anderen overheer te verkiezen.
Hertaald:over u zal regeren
Dat is: uw Heere en Koning zijn, zodat het niet in uw vrijheid en macht zal staan van Mij af te gaan en Mij te verlaten om een andere heerser te kiezen.
Ezechiël 20 vers 34— Want Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door een uitgegoten grimmigheid.
uit de volken voeren,
Velen verstaan door dezen, die met den koning Jojachin weggetrokken zijn naar Babel, 2 Kon. 24:12 . Hoewel daaronder ook kunnen verstaan worden die door de laatste belegering onder Zedekia in de omliggende landen verstrooid zijn geworden. Vergelijk Jer. 40:11-12 .
Hertaald:uit de volken voeren,
Velen verstaan hieronder hen die met koning Jojachin naar Babel zijn weggetrokken, 2 Kon. 24:12. Toch kunnen er ook zij onder verstaan worden die bij de laatste belegering onder Zedekia over de omliggende landen verstrooid zijn geraakt. Vergelijk Jer. 40:11-12.
Ezechiël 20 vers 35— Daartoe zal Ik u brengen in de woestijn der volken, en Ik zal met u aldaar rechten, aangezicht aan aangezicht;
in de woestijn der volken,
Dat is, in Chaldea en de omliggende landen, waar de Joden als in ene woestijn zouden wezen; vergelijk boven Ezech. 19:13 , en de aantekening.
Hertaald:in de woestijn der volken,
Dat is: in Chaldea en de omliggende landen, waar de Joden als in een woestijn zouden zijn; vergelijk hierboven Ezech. 19:13 met de aantekening.
rechten,
Of, pleiten. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk geoordeeld of gerecht te worden voor een rechter; Ps. 109:7 ; Spr. 29:9 . Nu is er geen andere opperste Rechter dan God alleen, maar Hij wordt gezegd geoordeeld te worden, als Hij door zijn rechtvaardige straffen den mens alzo overtuigt van zijne zonden, dat ook andere mensen oordelen dat de zondaar om dezelve rechtvaardig gestraft wordt; zie boven Ezech. 17:20 .
Hertaald:rechten,
Of: pleiten. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk: geoordeeld of gericht worden voor een rechter; Ps. 109:7; Spr. 29:9. Nu is er geen andere opperste Rechter dan God alleen. Maar van Hem wordt gezegd dat Hij geoordeeld wordt wanneer Hij door Zijn rechtvaardige straffen de mens zo van zijn zonden overtuigt, dat ook andere mensen oordelen dat de zondaar daarom terecht gestraft wordt; zie hierboven Ezech. 17:20.
aangezicht aan aangezicht;
Dat is, in tegenwoordigheid, mij hun openbarende door straffen, welker gerechtigheid allen zo blijken zal, alsof Ik tegen u in tegenwoordigheid pleitte; vergelijk Ex. 33:11 .
Hertaald:aangezicht aan aangezicht;
Dat is: in Mijn tegenwoordigheid, waarbij Ik Mij aan hen openbaar door straffen waarvan de rechtvaardigheid allen zo duidelijk zal zijn alsof Ik van aangezicht tot aangezicht tegen u pleitte; vergelijk Ex. 33:11.
Ezechiël 20 vers 37— En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds.
onder de roede doen doorgaan,
Dat is, van de andere afzonderen, en mij tot een heilig volk toeëigenen; zie van deze manier van spreken Lev. 27:32 ; idem Jer. 33:13 .
Hertaald:onder de roede doen doorgaan,
Dat is: van de anderen afzonderen en Mij tot een heilig volk toe-eigenen; zie over deze manier van spreken Lev. 27:32; eveneens Jer. 33:13.
u brengen
Te weten die Ik afgezonderd heb.
Hertaald:u brengen
Namelijk hen die Ik afgezonderd heb.
onder den band des verbonds
Dat is, tot de gehoorzaamheid, die gij mij schuldig zijt uit kracht van het verbond, dat Ik met u gemaakt heb.
Hertaald:onder den band des verbonds
Dat is: tot de gehoorzaamheid die u Mij verschuldigd bent op grond van het verbond dat Ik met u gesloten heb.
Ezechiël 20 vers 38— Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israels niet weder komen, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
die rebel zijn,
Te weten Israël.
Hertaald:die rebel zijn,
Namelijk uit Israël.
uitzuiveren;
Of, uitvagen; dat is afscheiden van degenen, die Ik tot mijn eigendom verkoren heb en die mijn woord gehoorzaam zijn.
Hertaald:uitzuiveren;
Of: uitvegen; dat is: afscheiden van hen die Ik tot Mijn eigendom verkoren heb en die Mijn Woord gehoorzamen.
uit het land
Dat is, uit het land van Juda. Hij spreekt vande Joden, die nog met Zedekia in Judea waren, en hij noemt dat land, van hetwelk zij zich beroemden de rechte erfgenamen te zijn, het land hunner vreemdelingschap, omdat het nu meest overheerd was van den koning van Babel, en dat zij door hunne rebellie tegen hem, ja ook zelfs tegen God, hun recht daartoe verloren hadden. Sommigen verstaan door het land hunner vreemdelingschappen het landschap van Chaldea, waar wel enige goddelozen zouden uitgevoerd, maar van God verdaan worden, en in het land Israëls niet komen.
Hertaald:uit het land
Dat is: uit het land van Juda. Hij spreekt over de Joden die nog met Zedekia in Judea waren, en Hij noemt het land waarvan zij zich beroemden de rechtmatige erfgenamen te zijn het land van hun vreemdelingschap, omdat het nu grotendeels overheerst werd door de koning van Babel en omdat zij door hun opstand tegen hem, ja zelfs tegen God, hun recht daarop verloren hadden. Sommigen verstaan onder het land van hun vreemdelingschap het gebied van Chaldea, waaruit weliswaar enige goddelozen uitgevoerd zouden worden, maar die dan door God vernietigd zouden worden en niet in het land van Israël zouden komen.
uitvoeren,
Te weten om gevankelijk gevoerd te worden naar Babel.
Hertaald:uitvoeren,
Namelijk om gevankelijk naar Babel gevoerd te worden.
in het landschap Israëls
Dat is, in hetzelve land.
Hertaald:in het landschap Israëls
Dat is: in datzelfde land.
niet weder- komen,
Te weten omdat zij in de Babylonische gevangenschap zouden sterven.
Hertaald:niet weder- komen,
Namelijk omdat zij in de Babylonische gevangenschap zouden sterven.
Ezechiël 20 vers 39— En gijlieden, o huis Israels, alzo zegt de Heere HEERE: Gaat henen, dient een ieder zijn drekgoden, ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijn heiligen Naam, met uw giften en met uw drekgoden.
Gaat henen,
Een bevel spottenderwijze en uit zeer bittere toornigheid gegeven tot een teken, dat Hij dit hardnekkig volk verliet en verwierp; vergelijk Richt. 10:14 ; 1 Kon. 22:15 ; Job 38:3 , en de aantekening.
Hertaald:Gaat henen,
Een bevel dat spottend en uit zeer bittere toorn gegeven wordt, als teken dat Hij dit hardnekkige volk verliet en verwierp; vergelijk Richt. 10:14; 1 Kon. 22:15; Job 38:3 met de aantekening.
hierna,
Te weten nadat gij uit Judea gevankelijk zult weggevoerd zijn.
Hertaald:hierna,
Namelijk nadat u uit Judea gevankelijk weggevoerd zult zijn.
Mijn heiligen Naam,
Hebreeuws, den naam mijner heiligheid.
Hertaald:Mijn heiligen Naam,
Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid.
uw giften en met uw drekgoden
Te weten die gij uwen afgoden geeft en offert, en dat kwanswijs uit een goede bedoeling, tot mijne eer, gelijk gij voorgeeft.
Hertaald:uw giften en met uw drekgoden
Namelijk die u aan uw afgoden geeft en offert, en dat zogenaamd met een goede bedoeling, tot Mijn eer, zoals u voorgeeft.
Ezechiël 20 vers 40— Want op Mijn heiligen berg, op den hogen berg Israels, spreekt de Heere HEERE, daar zal Mij het ganse huis Israels in het land dienen, zij allen; daar zal Ik welgevallen aan hen nemen, en daar zal Ik uw hefofferen eisen, en de eerstelingen uwer heffingen met al uw geheiligde dingen.
op Mijn heiligen berg,
Hebreeuws, in den berg mijner heiligheid. Versta de heilige kerk, en zie boven Ezech. 14:22 .
Hertaald:op Mijn heiligen berg,
Hebreeuws: op de berg van Mijn heiligheid. Versta de heilige kerk, en zie hierboven Ezech. 14:22.
het ganse huis Israëls
Of, allen, die in het land zijn, enz. Versta, het geestelijk Israël, hetwelk is de vergadering van alle uitverkorenen en ware gelovigen; Rom. 9:6-7 , enz., en Rom. 11:26 ; Gal. 6:16 .
Hertaald:het ganse huis Israëls
Of: allen die in het land zijn, enzovoort. Versta: het geestelijke Israël, dat de vergadering is van alle uitverkorenen en ware gelovigen; Rom. 9:6-7 enzovoort, en Rom. 11:26; Gal. 6:16.
aan hen nemen,
Dat is, aan hunne personen, en dat uit genade, om des Middelaars wil, in wien zij geloven zullen, en door wiens Geest zij zullen geheiligd en geregeerd worden; Ef. 1:6 .
Hertaald:aan hen nemen,
Dat is: aan hun personen, en dat uit genade, ter wille van de Middelaar in Wie zij zullen geloven en door Wiens Geest zij geheiligd en geregeerd zullen worden; Ef. 1:6.
hefofferen eisen,
Versta onder de benaming van den godsdienst van het Oude Testament ook den godsdienst van het Nieuwe; vergelijk Jes. 19:19 , Jes. 19:21 ; Mal. 1:11 .
Hertaald:hefofferen eisen,
Versta onder de aanduiding van de godsdienst van het Oude Testament ook de godsdienst van het Nieuwe; vergelijk Jes. 19:19, Jes. 19:21; Mal. 1:11.
geheiligde dingen
Te weten die mij geheiligd en toegeëigend zullen worden.
Hertaald:geheiligde dingen
Namelijk die Mij geheiligd en toegeëigend zullen worden.
Ezechiël 20 vers 41— Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.
om den liefelijken reuk,
Zie Gen. 8:21 .
Hertaald:om den liefelijken reuk,
Zie Gen. 8:21.
geheiligd worden
Dat is, geëerd en grootgemaakt worden om de genade en weldaad, die Ik aan u zal bewezen hebben. Zie Lev. 10:3 .
Hertaald:geheiligd worden
Dat is: geëerd en grootgemaakt worden om de genade en de weldaad die Ik aan u bewezen zal hebben. Zie Lev. 10:3.
Ezechiël 20 vers 43— Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmede gij u verontreinigd hebt, en gij zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die gij gedaan hebt.
zult gij dan gedenken
Vergelijk boven Ezech. 6:9 , en de aantekening.
Hertaald:zult gij dan gedenken
Vergelijk hierboven Ezech. 6:9 met de aantekening.
verontreinigd hebt,
Vergelijk boven Ezech. 14:11 .
Ezechiël 20 vers 44— Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israels, spreekt de Heere HEERE.
om Mijns Naams wil,
Zie boven vs.9.
Hertaald:om Mijns Naams wil,
Zie hierboven vers 9.
Ezechiël 20 vers 46— Mensenkind, zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup tegen het zuiden; en profeteer tegen het woud van het veld in het zuiden.
zet uw aangezicht
Dat is, bereid u, schik u, neem vastelijk voor om tegen het zuiden te profeteren. Vergelijk boven Ezech. 6:2 , en onder Ezech. 21:2 . Hier beginnen sommigen het volgende hoofdstuk, in welks begin deze figuurlijke profetie duidelijk verklaard wordt.
Hertaald:zet uw aangezicht
Dat is: maak u gereed, schik u, neem vast voor om tegen het zuiden te profeteren. Vergelijk hierboven Ezech. 6:2 en hieronder Ezech. 21:2. Sommigen laten hier het volgende hoofdstuk beginnen, aan het begin waarvan deze beeldende profetie duidelijk verklaard wordt.
naar den weg van het zuiden,
Dat is, naar Jeruzalem en Judea; want dit land was ten aanzien van Chaldea, of Mesopotamië, waarin Ezechiël nu was, zuidwaarts gelegen. Vergelijk onder Ezech. 21:2 .
Hertaald:naar den weg van het zuiden,
Dat is: naar Jeruzalem en Judea; want dat land lag ten zuiden van Chaldea of Mesopotamië, waar Ezechiël zich nu bevond. Vergelijk hieronder Ezech. 21:2.
drup tegen het zuiden;
Zie Deut. 32:2 .
Hertaald:drup tegen het zuiden;
Zie Deut. 32:2.
woud van het veld in het zuiden
Versta het land van Juda, hetwelk zo vol mensen is geweest, gelijk een bos vol is van bomen. Vergelijk vs.47.
Hertaald:woud van het veld in het zuiden
Versta: het land van Juda, dat zo vol mensen geweest is als een bos vol bomen is. Vergelijk vers 47.
Ezechiël 20 vers 47— En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.
zuiderwoud
Dat is, tot de mensen, die in Judea wonen; zie boven Ezech. 17:24 .
Hertaald:zuiderwoud
Dat is: tot de mensen die in Judea wonen; zie hierboven Ezech. 17:24.
een vuur in u aansteken,
Dat is, een geweldige plaag van een gruwzamen oorlog; vergelijk Job 15:34 ; idem zie Ps. 78:63 , en Ps. 83:15 .
Hertaald:een vuur in u aansteken,
Dat is: een geweldige plaag van een gruwelijke oorlog; vergelijk Job 15:34; zie eveneens Ps. 78:63 en Ps. 83:15.
allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal;
Dat is, rechtvaardigen en goddelozen; zie deze verklaring onder Ezech. 21:3 ; boven Ezech. 17:24 . De vromen worden gezegd groen te zijn, en de bozen dor; Ps. 52:10 ; Jer. 17:8 ; Luc. 23:31 .
Hertaald:allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal;
Dat is: rechtvaardigen en goddelozen; zie deze verklaring hieronder Ezech. 21:3 en hierboven Ezech. 17:24. Van de vromen wordt gezegd dat zij groen zijn en van de bozen dat zij dor zijn; Ps. 52:10; Jer. 17:8; Luk. 23:31.
de vlammende vlam
Hebreeuws, de vlam der vlam, of de vlam, de vlam; dat is, de zeer geweldige vlam, of die zeer vlamt. Versta een zeer grote straf; zie Job 15:30 .
Hertaald:de vlammende vlam
Hebreeuws: de vlam van de vlam, of: de vlam, de vlam; dat is: de zeer geweldige vlam, of die hevig vlamt. Versta: een zeer zware straf; zie Job 15:30.
alle aangezichten
Dat is, alle mensen, van het ene einde des lands tot aan het andere; vergelijk onder Ezech. 21:4 .
Hertaald:alle aangezichten
Dat is: alle mensen, van het ene einde van het land tot het andere; vergelijk hieronder Ezech. 21:4.
Ezechiël 20 vers 48— En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.
vlees zal zien,
Dat is, mens; zie Gen. 6:12 .
Hertaald:vlees zal zien,
Dat is: mens; zie Gen. 6:12.
Ezechiël 20 vers 49— En ik zeide: Ach, Heere HEERE, zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen?
zij zeggen van mij
Te weten spottende met mijn persoon, dienst en beroeping.
Hertaald:zij zeggen van mij
Namelijk spottend met mijn persoon, mijn dienst en mijn roeping.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Om Mijns Naams wil — de reden die God vier keer noemt wanneer Hij Zijn volk niet verdelgde (Ezech. 20:1-44)
Wanneer oudsten komen om de HEERE te vragen, krijgen zij een terugblik op de hele geschiedenis (Ezech. 20:1-3). Die loopt langs Egypte, de woestijn en het land, en telkens keert dezelfde zin terug. In Egypte al waren zij weerspannig, "Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen" (Ezech. 20:9). In de woestijn gebeurt hetzelfde tweemaal (Ezech. 20:14,22). En aan het slot wordt het op de toekomst toegepast: "Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen" (Ezech. 20:44).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er in deze terugblik ontbreekt. Er wordt geen gouden tijd genoemd; zelfs in Egypte, vóór de uittocht, was er al afgoderij. De geschiedenis van dit volk wordt hier niet mooier gemaakt dan zij was. Let vervolgens op de reden die God telkens geeft. Niet dat er nog iets goeds in hen was en niet dat Hij hen zielig vond, maar dat Zijn Naam niet ontheiligd zou worden onder de volken. Dat is dezelfde grond als in het gebed van Jeremia, waar gepleit wordt: doe het om Uws Naams wil (reeds behandeld bij Jer. 14:7). Let ten slotte op Ezech. 20:44. Dat God handelt om Zijns Naams wil en niet naar hun wegen, is daar geen dreiging maar troost: als het van hun wegen afhing, was er niets meer.
Typologie: Paulus zegt dat de zaligheid niet uit de werken is, opdat niemand roeme (Ef. 2:9). En Johannes schrijft dat de zonden vergeven zijn "om Zijns Naams wil" (1 Joh. 2:12).
Ezech. 20:1-44; Jer. 14:7; Ef. 2:9; 1 Joh. 2:12
Inzettingen die niet goed waren — een moeilijk vers, en hoever het register daarin gaat (Ezech. 20:25-26)
"Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden" (Ezech. 20:25). Het vers erna zegt waar het over gaat: "En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent" (Ezech. 20:26). Even eerder in ditzelfde hoofdstuk staat wat God wél gegeven had: "Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven" (Ezech. 20:11).
Bijbelse betekenis: Merk eerst op wat er niet kan staan. Het kinderoffer waarvan Ezech. 20:26 spreekt, is elders in de Schrift uitdrukkelijk afgewezen met de woorden dat het God zelfs niet in het hart is opgekomen (reeds behandeld bij Jer. 7:31). Dit vers kan dus niet betekenen dat Hij zoiets geboden heeft; de Schrift spreekt zichzelf niet tegen. Let vervolgens op het verschil met Ezech. 20:11. Daar staat Mijn inzettingen, waardoor een mens leeft; hier staat rechten waarbij zij niet leven zouden, en het bezittelijk voornaamwoord ontbreekt. Het gaat om de regels die zij van de volken overnamen. Let ten slotte op het woord geven. Dat God iets geeft, kan in de Schrift ook betekenen dat Hij iemand overlaat aan wat hij zelf gekozen heeft. Paulus zegt dat met zoveel woorden: God heeft hen "overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten" (Rom. 1:24). Verder gaat het register hier niet, en over de vraag hoe dit zich verhoudt tot Gods raad doet het geen uitspraak. Dat is dezelfde terughoudendheid als bij Jes. 45:7 en Klaagl. 3:38.
Typologie: Paulus tekent dezelfde weg in drie stappen bij Romeinen: God gaf hen over, en telkens is dat overgeven zelf het oordeel (Rom. 1:24,26,28). En Jakobus trekt de grens waar de Schrift haar trekt: God verzoekt niemand (reeds behandeld bij Jak. 1:13).
Ezechiël 20:41.KruisverwijzingenEzechiël 28:25→Ezechiël 11:17→Ezechiël 38:23→Ezechiël 28:22→Jesaja 27:12→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:27→Leviticus 10:3→ — Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen. “Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.”
God houdt niet op de zonden van Zijn volk op te merken. Zoals de ogen van Mozes nooit verduisterden, zo verduisteren de ogen van God niet ten aanzien van de zonden van Zijn uitverkorenen. Hij ziet uit de hemel neer op hun afdwalingen, op de hardheid van hun hart en op de hardnekkigheid van hun wil. Hij ziet hun dagelijkse en voortdurende overtredingen van Zijn inzettingen en geboden.
De barmhartigheid heeft dus een andere bron dan een gebrek aan geheugen bij God. Hij kent de zonden van de mensheid, en Hij haat de zonden van Zijn volk even zeer als de zonden van alle anderen. Toch vergeeft Hij hun vrijelijk. Hij werpt hun zonden achter Zijn rug en vergeet hun ongerechtigheid. Hij delgt hun overtreding uit als een wolk en hun ongerechtigheden als een dikke wolk.
Hij heeft een tijd om te kastijden, maar Hij heeft ook een gezette tijd om te zegenen. Hij bedroeft wel, maar Hij bedroeft niet van harte. En wanneer Hij Zich in een weg van genade tot Zijn volk keert, dan lijkt Hij op de vleugels van de wind te vliegen. Dan komt Hij met heel Zijn ziel, van ganser harte en overvloedig, om Zijn gunst en Zijn liefde te tonen aan de voorwerpen van Zijn verkiezing.
Men zou denken dat de mensen die in dit hoofdstuk beschreven worden God nooit aangenaam zouden kunnen zijn. Zij hadden zichzelf zo grondig verontreinigd en waren na zoveel beproevingen zo hopeloos onverbeterlijk gebleken. Men zou verwachten dat het hoofdstuk eindigde met bliksemschichten van wraak, en met een stem die hen voor eeuwig van Gods aangezicht verdreef.
In plaats daarvan eindigt het met barmhartigheid. De bazuin houdt op met haar luide schallen, en de welluidende toon van de harp wordt gehoord in zachte klanken. De donder en de bliksem zijn voorbij en de storm is overgetrokken. In een verkwikkende kalmte verkondigt de stille zachte stem de oneindige vergeving die voortkomt uit het hart van een tedere Vader.
I. Vs. 1-44.KruisverwijzingenEzechiël 8:1→Ezechiël 22:2→Leviticus 18:3→Psalmen 48:2→Jeremia 32:22→Jesaja 63:10→Ezechiël 5:13→Ezechiël 7:8→ — En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israel kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht. Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE. Zoudt gij hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, o mensenkind? Maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend; En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God. Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen. En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God. Maar zij waren wederspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen; niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte; daarom zeide Ik, dat Ik Mijn grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijn toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland. Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren. En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn. Deze nieuwe groep van profetische reden verschilt in des tijd van haar ontstaan van de vorige nog geen jaar. De inhoud is dan ook, wat den aard der zaak betreft, van de vroegere niet zeer verschillende; die heeft geheel en al betrekking op het nabijzijnd strafgericht, en men zou den redekring gevoegelijk de profetie van het gericht kunnen noemen. In de hier voor ons liggende rede draagt de Heere den Profeet op, de oudsten, die ter ondervraging tot hem zijn gekomen, hun vragen niet te beantwoorden, maar hun gruwelen hunner vaderen aan te wrijven (vs. 1-4). Diensvolgens wordt eerst het geslacht in Egypte, waaraan de Heere Zich door de zending van Mozes openbaarde, en de eis tot wegdoen van alles, wat van Egyptische afgoderij hem aanhing, als een ongehoorzaam geslacht voorgesteld, dat wel verdiend had, dat God Zijnen toorn over hen uitstortte, en alleen om de ere des Goddelijken naams met de wonderbare uitleiding was begenadigd (vs. 5-9). Vervolgens komt datzelfde geslacht volgens zijn gedrag in de woestijn, waar God het Zijne wet gaf om die te houden, en Zijne Sabbatten tot een verbondsteken, aan de beurt. Het was ook daar een “ongehoorzaam huis, ” dat wederom een uitstorting van den Goddelijken toorn en den ondergang had verdiend. En wanneer het dan eindelijk werkelijk tot uitsterven in de woestijn moest worden veroordeeld, bleef het toch uit bijzondere verschoning in zijn overblijfsel behouden (vs. 10-17). Over dit overblijfsel wordt nu gehandeld. Daarvoor wordt de wet herhaald, daarmee een nieuw begin gemaakt met hetgeen met de vaderen in Egypte en aan den Sinaï was begonnen. Maar ook de kinderen dezer vaderen waren den Heere ongehoorzaam, en leefden niet naar Zijne geboden, zodat zij desgelijks het gericht des toorns ten verderve verdiend handen, en alleen om de ere van Gods naam, het doel, de inleiding in Kanaän, werden tegemoet gevoerd. Zij werden echter ingeleid reeds met bedreiging van latere verstrooiing onder de Heidenen, en spoedig werd ook voor de naastvolgende geslachten het gericht veroorzaakt, dat hen aan de zeden en afgodische rechten der Kanaänieten, onder welke zij woonden, overgaf (vs. 18-26). Hoe was nu dat geslacht, dat ten tijde der koningen leefde? Afgodische dienst op de hoogten is zo diep ingeworteld, dat het woord “hoogte” een algemeen gebezigd woord is geworden tot aanwijzing van bergen of heuvels, die ten afgodendienst bestemd zijn, juist daarom wil de Heere met hen niets te doen hebben en niet door hen gevraagd zijn (vs. 27-31). Er komt dan nu een tijd, dat men lust heeft, zich geheel aan het heidendom over te geven. Maar dat zal niet geschieden, de Heere zal Zijn recht op Israël weten te verdedigen, zal uit de volken, waarheen Hij ze verstrooid heeft, hen in ene woestijn der volken brengen, daar met hen rechten, de afvalligen uit hen wegdoen, en ten laatste ene Hem welgevallige gemeente in het heilige land herstellen (vs. 32-44
KruisverwijzingenEzechiël 8:1→Ezechiël 26:1→Ezechiël 31:1→Ezechiël 29:17→Ezechiël 1:2→Ezechiël 32:1→Ezechiël 24:1→Ezechiël 29:1→— En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israel kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht.
En het geschiedde in het zevende jaar der wegvoering van Jojakim, dus in het jaar 592 v. C. (Hoofdst. 1:2), in de vijfde maand op den tienden dier maand Abib, in het begin van onze maand Augustus, dat er mannen uit de oudsten van Israël kwamen, om den HEERE te vragen, even als in Hoofdst. 14:1; en zij zaten neer voor mijn aangezicht. Wij zien, dat het volk Gods ook in de ballingschap niet aan Magiërs, sterrewichelaars, tovenaars enz. is overgeven, daar zij tot den Profeet komen. Vergelijken wij de tijdsopgaaf in vs. 1 met die in Hoofdst. 1:2; 8:1 en 24:1, zo kwam dit woord Gods 2 jaren, 1 maand en 5 dagen na Ezechiëls roeping tot den Profeet, 11 maanden en 5 dagen na de openbaring in Hoofdst. 8, en 2 jaren en 5 maanden vóór de insluiting van Jeruzalem door de Chaldeën; het valt dus bijna in het midden van de eerste afdeling der werkzaamheid van den Profeet. Het gezantschap had waarschijnlijk ene bijzondere aanleiding in de tijdsomstandigheden, in ene gunstige wending, die de aangelegenheden der coalitie hadden genomen; zij willen bevestiging van hun blijde verwachtingen verkrijgen uit den mond van den profeet, want zo lang deze in zijne vroegere gezindheid volhardt is de zaak hun toch niet gerust. De zwevende vraag is niet in ‘t algemeen om zegen, maar om zegen zonder gericht en zonder bekering, heil voor het volk zo als het nu is. Dat daarmee ene totale verandering moet plaats hebben, wanneer het voor zegen geschikt zal zijn, daaraan denken zijn niet. Genoeg is het, dat slechts gezegd is, dat zij gekomen zijn om te vragen, want uit de wijze, op welke de profeet hun moet antwoorden, zien wij, dat zij om redding en omtrent den weg der zaligheid niet hebben gevraagd, maar de politieke zaken bekommerden hen, gelijk ook wij eerder vragen: “Wachter! is de nacht bijna voorbij?” dan “hoe kan ik genade vinden?” Wij zijn zozeer bezorgd voor de toekomst. Deze wordt toch slechts naar dat ons verleden was. Wij moesten meer zorg hebben over het voorbijgegane.
— Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Toen nog voordat zij aan het woord waren gekomen, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenMicha 3:7→Jesaja 1:15→Jesaja 1:12→Ezechiël 20:31→Mattheüs 3:7→1 Samuël 28:6→Ezechiël 14:7→Johannes 4:24→— Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE.
Mensenkind! spreek tot de oudsten van Israël en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde! spreekt de Heere HEERE; gij hebt geen recht op een antwoord, zo als gij begeert.
KruisverwijzingenEzechiël 22:2→Ezechiël 23:36→Ezechiël 14:20→Jesaja 5:3→Jeremia 15:1→Ezechiël 14:14→Ezechiël 16:2→1 Korinthe 6:2→— Zoudt gij hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, o mensenkind? Maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend;
Zoudt Gij a) hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, hun zaak goed maken, hen voorspreken (Hebr. zoudt gij hen richten, zult gij hen richten, welnu dat ware recht) o mensenkind; maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend, en houdt hun voor het geduld en de lankmoedigheid, die Ik tot hiertoe met hen had.
Ezech. 22:2; 23:36. Het weigeren van een antwoord van de zijde des Heeren moet niet in den absoluten zin worden verstaan; zij verkregen een antwoord, maar een geheel ander dan zij verwachtten en begeerden, een dat geheel en al hun wensen tegensprak. De vroeger reeds verkondigde Goddelijke straf wordt nu dreigender en komt nader. Binnen weinige jaren zullen Jeruzalems puinhopen daar staan als een gedenkteken van Gods toorn, de Profeet komt daar voor als een rechter des volks (vs. 4; 22:2; 23:36 wien God zelf een deel van Zijne rechterlijke macht en hoogheid heeft overgedragen, en vervult geheel zijne roeping, om Israël zijne zonde bekend te maken. De Heere God wijst er Israël op, dat niet alleen hun eigene zonden, maar ook de zonden der vaderen reden genoeg waren, om hen als volk af te snijden. Juda moest het weten, welk een God, traag tot toorn, Hij was geweest, dewijl Hij sinds eeuwen geduld had gehad met dat volk, en dus niet eerder kwam met de roede Zijner verbolgenheid, aleer de maat der zonde vol was.
KruisverwijzingenEzechiël 20:15→Deuteronomium 7:6→Genesis 14:22→Ezechiël 20:23→Exodus 4:31→Exodus 3:8→Ezechiël 47:14→Exodus 6:6→— En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.
Wijs hen in Mijnen naam op de verkiezing hunner vaderen in Egypte en hoe deze Mijne geboden wederstreefden; zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israël verkoos, hetwelk plaats had, toen Ik Mozes tot Mijnen knecht riep en dezen tot hen zond, om hen uit de dienstbaarheid te redden, zo hief Ik zwerende (Deut. 32:40) Mijne hand op tot het zaad van het huis Jakobs, gelijk blijkt uit de rede tot Mozes in Ex. 6, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend, gelijk blijkt uit de mededeling van den naam Jehova (Ex. 3:14 vv.); ja Ik hief Mijne hand tot een eed (Ex. 3:7 vv.) tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.
KruisverwijzingenEzechiël 20:15→Exodus 3:8→Psalmen 48:2→Jeremia 32:22→Daniël 8:9→Zacharia 7:14→Exodus 33:3→Deuteronomium 26:9→— Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen.
Ten zelven dage hief Ik Mijne hand tot hen op, ook door de tien plagen, die Ik over Egypte bracht, om hun loslating door Faraö af te persen (Deut. 4:34), dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd, met grote zorgvuldigheid als het beste voor hen uitgezocht had, vloeiende van melk en honing, hetwelk tot sieraad is van alle landen. De inhoud dezer verzen rust op Ex. 6:2 vv. waar de Heere Zich aan Mozes en door deze aan de kinderen Israëls naar Zijn wezen, dat in den naam van Jehova lag opgesloten, openbaarde, en waarnaar Hij Zich den Patriarchen nog niet had geopenbaard. Met de verkiezing tot een volk van Jehova was volgens vs. 7 den Israëlieten van zelf de loslating van Egypte’s afgoden geboden, hoewel het uitdrukkelijk verbod, om andere goden te vereren (Ex. 20:3) eerst aan den Sinaï is gegeven. Reeds dadelijk, toen God aan het volk Zijn raadsbesluit bekend maakte om het uit het land der dienstbaarheid te verlossen, werd de bedoeling Gods duidelijk: niet het oude geslacht, dat aan den afgodendienst hing, maar een geslacht, nieuw naar den geest, moest Egypte verlaten.
KruisverwijzingenLeviticus 18:3→Ezechiël 20:8→Exodus 20:2→Ezechiël 20:19→Deuteronomium 29:16→Ezechiël 18:31→2 Kronieken 15:8→Ezechiël 18:15→— En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.
En Ik zei tot hen, al was het ook niet met uitdrukkelijke woorden, doch gelijk van zelf voortvloeide uit de bedoelingen Mijner genade met hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg, die tot hiertoe bedrevene afgoderij (Joz. 21:14), en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte: Ik de HEERE, ben uw God.
KruisverwijzingenJesaja 63:10→Ezechiël 5:13→Ezechiël 7:8→Ezechiël 20:21→Deuteronomium 9:7→Ezechiël 20:13→Exodus 32:4→Ezechiël 20:7→— Maar zij waren wederspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen; niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte; daarom zeide Ik, dat Ik Mijn grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijn toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland.
Maar zij waren weerspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen (Ps. 106:7), niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte: daarom zei Ik, gelijk zij wel verdiend hadden, dat ik Mijne grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijnen toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland, dat Ik ze door de Egyptenaars zou hebben laten omkomen (Exodus 14:9 vv.). De geschiedenis bericht niet uitdrukkelijk zulk een afval van het volk in Egypte, gelijk hier wordt verweten, toch doen de mededelingen van de Boeken van Mozes (Ex. 32:1 vv. Lev. 17:7) over de nog in de woestijn voortdurende neiging des volks tot het Egyptische, daaraan denken. Dat de Israëlieten in Egypte over ‘t algemeen de afgoden hebben gediend, wordt bevestigd door Joz. 24:14 vv. en was dit het geval, dan kan men verwachten, dat deze neiging niet aanstonds zal hebben opgehouden, nadat de waarachtige God Zich onder hen had bekend gemaakt. God bevestigt hier, dat de Joden als het ware niet moesten berispt worden, dewijl zij pas gisteren begonnen waren te zondigen. Het zou nu niet genoeg zijn geweest, dat de jongste overtredingen voor de rechtbank waren getrokken, maar God beveelt te beginnen met de vaderen, alsof Hij wil zeggen, dat dit volk van den beginne aan een verdorven volk was geweest. Zoals hun ook Stéphanus verwijt: Gij onbesnedenen van harte, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest, zoals ook uwe vaderen hebben gedaan. En Christus had gelijkelijk te voren gezegd: Gij vervult de maat uwer vaderen. Wij weten nu hoe dikwijls dergelijke berispingen bij de Profeten voorkomen. God zegt derhalve, dat sedert Hij het zaad van Israël had uitverkoren, het gebleken was, hoe groot, zowel de goddeloosheid als de verhardheid van dat volk was geweest.
KruisverwijzingenEzechiël 20:14→Ezechiël 39:7→Ezechiël 20:22→Exodus 32:12→Ezechiël 36:21→1 Samuël 12:22→Jozua 7:9→Deuteronomium 32:26→— Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren.
Doch Ik liet die openbaring van Mijnen toorn na; Ik deed het om Mijns naams wil (Ps. 106:8) opdat Hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der Heidenen, der Egyptenaren, in welker midden zij waren, aan welke Ik Mij door grote tekenen en wonderen voor derzelver ogen bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren, opdat zij niet zouden kunnen zeggen, dat Ik Mijn voornemen niet kon volvoeren (Num. 14:13 vv. .). Om Mijns naams wil, zegt de Heere, deed Ik aan hen, wat Ik gedaan heb. Zij waren het niet waard, hadden het niet verdiend; maar Mijne openbaring, die Ik gegeven had voor de ogen der Heidenen, in wier midden zij waren, moest niet voor diezelfde ogen worden ontheiligd, als hadde Ik den naam, wel te willen, maar niet te kunnen. God houdt de ere Zijns naams zo hoog, dat Hij om dezen veel in de goddelozen voorbijziet (Ex. 32:12-14).
KruisverwijzingenExodus 14:17→Exodus 20:2→Exodus 13:17→Exodus 15:22→— En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn.
En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn (Ex. 19 en 20).
KruisverwijzingenLeviticus 18:5→Romeinen 10:5→Deuteronomium 4:8→Ezechiël 20:13→Galaten 3:12→Psalmen 147:19→Nehemia 9:13→Lukas 10:28→— Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven.
Daar gaf Ik hun van den Sinaï Mijne inzettingen, en maakte hun Mijne rechten bekend; a) dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door die leven (Lev. 18:5).
Rom. 10:5. Gal. 3:12.
KruisverwijzingenExodus 20:8→Deuteronomium 5:12→Ezechiël 37:28→Leviticus 21:23→Ezechiël 20:20→Exodus 19:5→Leviticus 23:39→Leviticus 23:3→— Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.
Daartoe ook gaf Ik hun in de inzetting Ex. 16:22 vv. Mijne Sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, die hen heilige(Ex. 31:13). Aan het uit Egypte uitgevoerde volk gaf God aan den Sinaï wetten, door welke het tot Zijn volk zou worden geheiligd, opdat het voor God leefde. De kern van allen daarin verordenden godsdienst was de sabbatviering, die een teken tussen Hem en Israël in zoverre was, omdat Hij met den Sabbat enen dag van verkwikking en verheffing des geestes en een voorsmaak der zaligheid schonk, tot welke het volk van God op den dag zijner volmaking zou komen, en zij dus konden zien, dat Jehova hen heiligde.
KruisverwijzingenEzechiël 20:21→Ezechiël 20:8→Jesaja 56:6→Deuteronomium 9:8→Ezechiël 20:24→Exodus 32:10→Numeri 14:11→Numeri 14:22→— Maar het huis Israels werd wederspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijn inzettingen niet, en verwierpen Mijn rechten; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijn sabbatten zeer, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen.
Maar het huis Israëls werd weerspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijne inzettingen niet, en verwierpen Mijne rechten; dewelke, zo ze een mens doet (vs. 11), zal Hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijne Sabbatten zeer (Ex. 16:27 vv.), dat Ik zei, Mijne grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen (vs. 8). Die den Sabbat hield droeg daardoor het teken, dat Israël van alle andere volken onderscheidde, het teken van de bijzondere verhouding, waarin Israël tot Jehova stond, dus het verbondsteken. Het niet ijveren was daarentegen een breken van het verbond, een werkelijk afvallen van den éénen waren God, den Schepper des hemels en der aarde, den Heilige Israëls, en, in zoverre buiten Hem geen ander God is, ene middellijke afgoderij. De door God ingestelde en Israël bijzonder eigenaardige Sabbat is ene werkelijke herhaalde belijdenis Gods omtrent Zijn volk, en van het volk tot zijn God, een teken, dat God dit volk heiligt, het uit de menigte der overige volken als Zijn volk afzondert. Over uitwendige Sabbatschending gedurende den tocht door de woestijn bericht de geschiedenis niet (Num. 15:32 vv.). Waar de man, die op den Sabbat hout gelezen had, voor de gemeente werd gebracht en door deze na verkregene beslissing, gestenigd werd, daar toont dit integendeel, dat het aan ijver in dit opzicht niet ontbrak. De Profeet stemt echter overeen met Jes. 58:13 vv. en met Mozes zelven, die gebiedt den Sabbat te heiligen, dien in ieder opzicht Gode te wijden, en geheel aan het gebied van eigen belang, van eigen zondige neiging te onttrekken. Diensvolgens kan onmogelijk de viering met trage rust volbracht zijn. Het begrip van sabbatviering ligt dieper en geestelijker: “gij moet van uw werken aflaten, opdat God Zijn werk in u volbrenge. ” In dien zin den Sabbat vieren kan alleen de waarlijk godvruchtige, zodat alles, wat in de Boeken van Mozes over het gebrek van ware godsvrucht onder het volk in de woestijn spreekt, tevens de aanklacht bevat van ontheiliging der Sabbatten . Wat zal er dan worden van dezulken, ook onder de Christenen, die hunnen sabbat of Zondag zelfs met zuipen, spelen enz. doorbrengen!
KruisverwijzingenEzechiël 20:9→Ezechiël 36:22→Ezechiël 20:22→Efeze 1:6→Efeze 1:12→— Maar Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat die niet ontheiligd werd voor de ogen van die heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde.
Maar Ik deed het, Ik bewees lankmoedigheid, om Mijn naams wil, opdat die niet ontheiligd wierde voor de ogen van die Heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde (Num. 14:16).
KruisverwijzingenPsalmen 95:11→Psalmen 106:26→Numeri 14:23→Hebreeën 4:3→Numeri 26:64→Hebreeën 3:18→Deuteronomium 1:34→Hebreeën 3:11→— Evenwel hief Ik ook Mijn hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen;
Evenwel moest Ik de gedachte omtrent hun vernietiging toch tot ene zekere hoogte volbrengen, zo niet door al te ver gaande verschoning de ere Mijns naams op andere wijze zou lijden. Zo hief Ikdan ook Mijne hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honing, hetwelk het sieraad is van alle landen (Num. 14:11 vv. Ps. 95:11; 106:26). De Profeet laat ons hier weer de tot een eed opgeheven hand zien, en wel tot den eed, het trouweloze volk niet in het land, dat van melk en honing vloeit, te voeren (vgl. vs 6); hij laat ons echter ook in het medelijdend oog van God zien, dat ten minste de zonen in het land wil laten komen, om het volk niet geheel te verdelgen.
KruisverwijzingenNumeri 15:39→Ezechiël 20:8→Ezechiël 14:3→Amos 5:25→Handelingen 7:39→Ezechiël 20:13→Numeri 25:2→Exodus 32:1→— Daarom dat zij Mijn rechten verwierpen, en in Mijn inzettingen niet wandelden, en Mijn sabbatten ontheiligden; want hun hart wandelde hun drekgoden na.
Daarom, dat zij Mijne rechten verwierpen, en in Mijne inzettingen niet wandelden, en Mijne Sabbatten ontheiligden: want hun hart wandelde hun drekgoden na (Amos 5:25 vv.).
KruisverwijzingenEzechiël 11:13→Jeremia 5:18→Jeremia 4:27→Psalmen 78:37→Ezechiël 7:2→1 Samuël 24:10→Ezechiël 9:10→Ezechiël 8:18→— Doch Mijn oog verschoonde hen, dat Ik hen niet verdierf, en geen voleinding met hen maakte in de woestijn.
Doch Mijn oog (Hoofdst. 5:11; 7:4)verschoonde hen in zoverre, dat Ik hen niet verdierf, ook tot in de jongere generaties (Num. 14:20 vv.), en gene voleinding met hen maakte in de woestijn 1), zodat zij geheel zouden zijn te niet gegaan, zo als zij eigenlijk hadden verdiend.
De geschiedenis der worstelingen tussen de zonden van Israël, waardoor zij trachten zich zelven te verderven en de barmhartigheid van God, waardoor Hij trachtte hen te behouden en gelukkig te maken, wordt hier vervolgd; en de bewijzen van die worstelingen in deze verzen hebben betrekking tot hetgeen voorgevallen is tussen God en hen in de woestijn, waarin God Zich zelven eerde en zij zich onteerden.
KruisverwijzingenEzechiël 20:7→Deuteronomium 4:3→1 Petrus 1:18→Numeri 14:32→Zacharia 1:2→Numeri 32:13→Handelingen 7:51→Jeremia 2:7→— Maar Ik zeide tot hun kinderen in de woestijn: Wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, en onderhoudt hun rechten niet, en verontreinigt u niet met hun drekgoden.
Maar Ik zei tot hun kinderen in de woestijn, het opgroeiend geslacht van hen, die eens uit Egypte waren getogen, terwijl Ik vóór den intocht in Kanaän door herhaling der wet liet vermanen, wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, zo als zij die het eerst in Egypte en vervolgens de 40 jaren in de woestijn gemaakt hebben, en onderhoudt hun rechten niet, die in allerlei afgodische gebruiken en zondige gewoonten bestaan, en verontreinigt u niet met hun drekgoden (vs. 7). In vs. 16 en 17 is van het eerste geslacht der woestijn gehandeld; daarentegen handelen nu de verzen 18-26 verder van het tweede geslacht in de woestijn. God vermaande het, dat het bij Hem en Zijn woord zou blijven, maar de zonen deden als hun vaderen zodat God reeds in de woestijn Zijnen toorn aan hen dacht te stillen. Hij liet het echter ook ditmaal na om Zijns naams wil, bedreigde ze toch met verstrooiing onder de Heidenen, en gaf degenen, die Zijne inzettingen verachtten, in slechte gewoonten, valsen godsdienst, ja gruwelijken Molochdienst over. Tot de kinderen van het eerste geslacht behoort de gehele tweede wetgeving (Deuteronomium), met hare ernstige vermaningen, zo als die in de velden van Moab werd gehoord en in het 5de Boek van Mozes staat opgetekend. De vaders worden volgens hun volhardende ongehoorzaamheid tegen de wetgeving des Heeren enigermate voorgesteld als wetgevers naar eigen zin en op eigen hand. Zulk ene grote kracht heeft de goddeloosheid, dat men die als ene wet eerbiedigt; want de duivel en de wereld hebben ook hun statuten en rechten, die zeker meer worden waargenomen dan Gods geboden.
KruisverwijzingenPsalmen 105:45→Exodus 20:2→Deuteronomium 12:1→Titus 2:11→Deuteronomium 8:1→Deuteronomium 7:4→Ezechiël 37:24→Ezechiël 36:27→— Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijn inzettingen, en onderhoudt Mijn rechten, en doet dezelve.
Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijne inzettingen, daar Ik u in plaats van uwe vaderen, die verslagen zijn in de woestijn, tot Mijn verbondsvolk heb gemaakt, en onderhoudt Mijne rechten, en doet die(vs. 11).
KruisverwijzingenJeremia 17:22→Ezechiël 20:12→Exodus 31:13→Jeremia 17:27→Ezechiël 44:24→Nehemia 13:15→Exodus 20:11→Jesaja 58:13→— En heiligt Mijn sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God ben.
En heiligt Mijne Sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat ik, de HEERE, uw God ben1) (vs. 12).
Hier verzekert de Heere zo duidelijk mogelijk, dat het onderhouden van den Sabbath een teken is, dat er een goede verstandhouding bestaat tussen God en de zielen. Wie in waarheid behoefte gevoelt om den Sabbath te heiligen, toont daardoor, dat hij zijn roeping tegenover God bewust is. Daarom worden ook terecht de Sabbatten genoemd middelen tot heiligmaking.
KruisverwijzingenEzechiël 20:13→Ezechiël 20:8→Deuteronomium 31:27→Numeri 21:5→Ezechiël 21:31→Ezechiël 13:15→Numeri 25:1→2 Kronieken 34:21→— Maar die kinderen waren ook wederspannig tegen Mij; zij wandelden niet in Mijn inzettingen, en Mijn rechten namen zij niet waar, om die te doen; dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven; zij ontheiligden Mijn sabbatten, dat Ik zeide, Mijn grimmigheid te zullen uitgieten over hen, volbrengende Mijn toorn tegen hen in de woestijn.
Maar die kinderen waren, zo als het voorgevallene in Num. 20:1-9 bewijst, ook weerspannig tegen Mij: zij wandelden niet in Mijne inzettingen, en Mijne rechten namen zij niet waar, om die te doen; welke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven: zij ontheiligden Mijne Sabbatten, dat Ik zei, Mijne grimmigheid te zullen uitgieten over hen, volbrengende Mijnen toorn tegen hen in de woestijn.
(vs. 13).
Zij, die Gods inzettingen ontrouw zijn, verwerpen dezelve; zij tonen, dat zij een gering gevoelen daarvan hebben, gelijk ook van Hem, Wiens inzettingen het zijn. Zij verontreinigden Gods Sabbatten, gelijk hun vaders deden. Merk hieraan, de ontheiliging van Gode Sabbathdag is ene inleiding tot alle goddeloosheid, zij, die den heiligen tijd besmetten, zullen niets zuiver houden.
KruisverwijzingenEzechiël 20:9→Ezechiël 20:14→Jeremia 14:21→Psalmen 78:38→Jesaja 48:9→Psalmen 79:9→Ezechiël 20:17→Jeremia 14:7→— Doch Ik keerde Mijn hand af, en deed het om Mijns Naams wil, opdat hij voor de ogen der heidenen niet zou ontheiligd worden, voor welker ogen Ik hen uitgevoerd had.
Doch Ik keerde, zo als uit Mijn handelen met Bileam blijkt (Deut. 23:5) Mijne hand af, en deed het om Mijns naams wil, dat Ik de uitstorting van Mijnen toorn nog terughield, opdat Hij, Mijn naam, voor de ogen der Heidenen niet zou ontheiligd worden, voor welker ogen Ik hen uitgevoerd had (vs. 14).
KruisverwijzingenLeviticus 26:33→Ezechiël 20:15→Deuteronomium 32:40→Deuteronomium 28:64→Psalmen 106:27→Jeremia 15:4→Deuteronomium 32:26→Openbaring 10:5→— Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;
Ik hief ook Mijne hand tot hen op in de woestijn, om Mijne bedreiging met enen eed te bekrachtigen, terwijl zij Mij in de gedaante zo als zij in hun nakomelingen zouden worden, zo levendig voor den geest stonden, als hadden zij deze vorming, die in beginsel reeds aanwezig was, reeds in haar geheel in zich. Ik zwoer, dat Ik hen verspreiden zou onder de Heidenen, en hen verstrooien in de landen (Deut. 4:26 en 27).
KruisverwijzingenEzechiël 6:9→Ezechiël 20:16→Ezechiël 20:13→Ezechiël 18:12→Deuteronomium 4:19→Ezechiël 18:6→Ezechiël 18:15→Amos 2:4→— Omdat zij Mijn rechten niet gedaan hadden, maar Mijn inzettingen verworpen en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren.
Omdat zij Mijne rechten niet gedaan hadden, maar Mijne inzettingen verworpen, en Mijne Sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren (vs. 15 en 16).
KruisverwijzingenPsalmen 81:12→Ezechiël 20:39→Jesaja 66:4→Romeinen 1:21→2 Thessalonicenzen 2:9→Deuteronomium 4:27→Ezechiël 20:26→Deuteronomium 28:36→— Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.
Ene verschoning als in vs. 17 zou dus nu niet meer plaats hebben, maar Ik bereidde nu de volvoering Mijner bedreigingen daardoor voor, dat Ik ze overgaf in verkeerden zin om te doen dingen, die niet betamen (Rom. 1:28). Daarom gaf Ik hun ook in tegenstelling tot Mijne goede en leven aanbrengende wet, besluitingen, inzettingen, die niet goed maar integendeel ten hoogste kwaad waren, en rechten waarbij zij niet leven zouden, maar sterven moesten. Ik liet hun vrijheid om de schandelijkste gewoonten te volgen.
KruisverwijzingenEzechiël 6:7→Leviticus 18:21→Ezechiël 16:20→Ezechiël 20:31→Jesaja 63:17→2 Koningen 17:17→2 Kronieken 28:3→Jeremia 19:9→— En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben.
En Ik verontreinigde hen in hun giften; Ik verhinderde het niet, dat zij zich bezoedelden door hun offergaven, die zij ter ere van den Moloch brachten, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent, alle eerstgeborenen (Lev. 18:21); opdat Ik ze verwoesten zou, het gericht der verwoesting zou tegemoet voeren, ten einde dat zij door de straf, die over hen kwam, zouden weten, dat Ik de HEERE ben, hun Vader en God, dien zij verachtten, God in den volsten zin des woords, en dat hun verlaten niets dan ellende was. Tegenover eigengemaakte wetgeving, tegenover welke de eerste generatie schuldig was, staat in vs. 19 de vernieuwing der wet van Sinaï. In zoverre echter de tweede generatie, die op de herhaling en vernieuwing betrekking heeft, den overgang in Kanaän teweeg brengt, ja, dit Israël reeds naar zijn beginsel in zich sluit, zo staat met die herhaling reeds de bedreiging met de ballingschap in vs. 23 in verband. Ware het nieuwe geslacht in waarheid geestelijk nieuw geweest, zo zou het zulke ernstige waarschuwingen en sterke bedreigingen, als het 5de Boek van Mozes bevat, niet hebben nodig gehad. De gezindheid van het nieuwe geslacht was echter door alle voorafgegane strafgerichten nog geenszins ene geheel verbrokene geworden; nog altijd had de tucht Gods haar doel niet bereikt (Deut. 29:4). De Profeet onderscheidt wel het geslacht, dat uit Egypte trok, en dat God tot sterven in de woestijn had veroordeeld, van dat, hetwelk in de woestijn was opgegroeid; maar dit laatste, of de zonen van degenen, die in de woestijn waren gevallen, die in het land Kanaän werden gebracht, neemt hij vervolgens in vs. 27 met alle volgende geslachten als een geheel te zamen inbegrip der vaderen van het in zijnen tijd levende geslacht. Hieraan wordt nu werkelijk de straf uitgeoefend, die reeds gedreigd was, maar niet gedreigd als ene zodanige, welke reeds had moeten worden uitgeoefend, doch ten gevolge ener verschoning nog was uitgesteld. Integendeel was de tijd der verstrooiing van den beginne af niet nader bepaald, en zo sluit, wat tegenwoordig vervuld werd, met hetgeen vroeger gedreigd was, zich tot een geheel te zamen, ten gevolge van de reeds bij Mozes heersende beschouwing des volks in zijne successieve geslachten als ene aaneengeslotene eenheid. Van vroegen tijd af zijn de uitleggers het daarover oneens geweest, wat men onder de niet goede en niet levend makende inzettingen en rechten moest verstaan, welke God volgens vs. 25 aan het tweede geslacht in de woestijn (in zijn geheel met de volgende geslachten) gaf, en van welke in vs. 26 een voorbeeld wordt aangevoerd. Zeer ten onrechte denken vele kerkvaders aan de Goddelijke wet zelf, van welke God zelf hier betuigt, dat zij niet zalig maakt; wij moeten ons echter integendeel met die uitleggers verenigen, die erkennen, dat hier heidense zeden en godsdienst bedoeld zijn. Wat hebben wij te verstaan door de besluitingen, welke niet goed waren, en de rechten, bij welke zij niet leven konden? Heeft men hier te denken aan de schaduwachtige geboden? Deze ware zeker moeilijk en uit dien hoofde zeer onaangenaam, (Hand. 15:10); ook kon men door het waarnemen van deze lastige plechtigheden het leven niet erlangen. Maar die opvatting komt in het geheel niet overeen met het verband van zaken. Hier wordt blijkbaar gesproken van ene straf, welke de Israëlieten zich door hun wangedrag hadden op den hals gehaald. De Heere zegt uitdrukkelijk, vs. 24, 25: omdat zij Mijne Sabbatten ontheiligd hadden. Daarom, om deze hardnekkige ongehoorzaamheid, gaf Ik hun ook besluitingen, welke niet goed waren, en rechten, bij welke zij niet leven konden. Het geven derhalve van deze besluitingen en rechten was het gevolg en de rechtvaardige straf van Israëls ongehoorzaamheid aan Gods wetten. Haar hoe strookt het nu, dat God wetten zou gegeven hebben, tot ene straf van het overtreden Zijner wetten? Om nu niet eens op te merken, dat de benaming van besluitingen, welke goed waren, wat al te hard zij, voor de schaduwachtige geboden omtrent de plechtigheden van den eredienst. Wij verstaan daarom door de besluitingen en rechten, rechterlijke besluiten en vonnissen, welke niet goed, maar zeer nadelig waren, en de meest geduchte onheilen over het volk brachten, zware strafgerichten, onder welke zij niet leven konden. Dit beantwoordt allerduidelijkst aan het verband van zaken en de oorspronkelijke woorden hebben meermalen deze betekenis. Het is waar, die zelfde woorden komen ook in vs. 24 voor, maar in den zin van wetten en geboden. Dan het is ene sierlijke manier van spreken, antanaclasis genoemd, wanneer dezelfde woorden in onderscheidene betekenissen genomen worden. Gods gericht begon daarmee, dat aan Israël de verkeerde instellingen en de dode rechten van Kanaän tot straf zijn gegeven: omdat zij niet Mijne goede wet wilden, heb Ik hun Kanaäns verkeerde wet gegeven. God heeft de menselijke natuur zo ingericht, dat op den afkeer van Hem gehele verduistering en vernieling volgt, dat geen maat houden in dwaling en zonde, geen blijven staan op de middelste trappen mogelijk is, dat de mens, hoe gaarne hij ook zou willen blijven staan, tegen zijnen wil van trap tot trap moet naar beneden zinken; de afval van God is de schuld, de exces der dwaling en het zedelijk wegzinken is het verdiende lot, dat allen gaarne zouden willen ontgaan, wanneer dit in hun macht stond. Juist dat, wat hun kwalijk bekomt en vol dood en verderf is, heeft de grootste aantrekkingskracht voor de mensen. De kiem zelfs van dien openbaren afval, waarmee men later misdadig den afgodendienst huldigde (vs. 31), lag reeds in het geslacht der woestijn, hetwelk in Kanaän introk, en openbaarde zich slechts op verborgene, weinig in ‘t oog vallende wijze; daarom bestonden reeds Mozaïsche verboden, welke, voor die vermenging waarschuwden, en betrekking hadden op ene omkering van het gebod (Exod. 13:12 vv.) tot afgoderij.
KruisverwijzingenRomeinen 2:24→Ezechiël 3:4→Ezechiël 3:27→Ezechiël 2:7→Ezechiël 3:11→Ezechiël 18:24→Openbaring 13:5→— Daarom, mensenkind, spreek tot het huis Israels, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uw vaderen gesmaad, dat zij door overtreding tegen Mij overtreden hebben.
Daarom, omdat nu ten opzichte van het tegenwoordige geslacht de tijd van voorbereiding ten einde is, en die der uitvoering Mijner bedreiging gekomen (vs. 23), mensenkind! spreek tot het huis Israëls, om hun de volkomene gerechtigheid van hetgeen Ik nu doe te doen gevoelen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uwe vaderen, namelijk de latere geslachten dergenen, van welke in vs. 18-26 sprake was, van welke geslachten gij onmiddellijk afstamt, gesmaad, dat zij door overtreding, door schandelijke ontrouw tegen Mij overtreden hebben.
KruisverwijzingenEzechiël 6:13→Nehemia 9:22→Jeremia 2:7→Jeremia 3:6→Jesaja 57:5→Jozua 23:14→Ezechiël 16:19→Ezechiël 20:6→— Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven, zo zagen zij naar allen hogen heuvel, en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren, en gaven daar hun tergende offeranden, en daar zetten zij hun liefelijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen.
Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijne hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven (vs. 6), wat deden zij dan in den tijd der richters en koningen-ziet-zo zagen zijin dit heilige land, dat Mij toebehoorde, naar allen hogen heuvel en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren; en gaven daar hun tergende offeranden, die Mij tot smart en verdriet waren, omdat zij ze den afgoden brachten (Deut. 32:16 en 21), en daar zetten zij hunnen lieflijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen (Hoofdst. 6:13; 16:24 vv. 1 Kon. 14:23. 2 Kon. 17:10 vv. Ki).
KruisverwijzingenEzechiël 16:31→Ezechiël 16:24→— En Ik zeide tot hen: Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat? Nochtans is de naam daarvan genoemd hoogte, tot op dezen dag toe.
En Ik zei dikwijls genoeg tot hen door Mijne profeten: Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat? Doch zij sloegen op zulk ene vermaning geen acht, maar gingen onbekommerd verder. Nochthans is de naam daarvan genoemd hoogte, tot op dezen dag toe; de dienst op de hoogte is ondanks Mijn vermanen nog niet geheel geëindigd.
KruisverwijzingenJeremia 16:12→Richteren 2:19→Jeremia 7:26→Mattheüs 23:32→Jeremia 9:14→Handelingen 7:51→Numeri 32:14→— Daarom zeg tot het huis Israels: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen?
Daarom, omdat met dat zo gewone woord de bestendige afval Mijns volks van Mij duidelijk bewezen is, zeg tot het huis Israëls, om hun dien afval in een korten zamenhang nogmaals te doen gevoelen en de afwijking in vs. 3 te herhalen, nadat zo grondig reden gegeven is: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen, met de afgoden, welke zij hebben gediend.
KruisverwijzingenPsalmen 106:37→Ezechiël 20:26→Jeremia 7:31→Spreuken 1:27→Jeremia 19:5→Job 27:8→Jeremia 14:12→1 Samuël 28:5→— Ja, met het offeren uwer gaven, met uw kinderen door het vuur te doen doorgaan, zijt gij verontreinigd aan al uw drekgoden tot op dezen dag toe; en zou Ik van u gevraagd worden, o huis Israels? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik van u gevraagd worde!
Ja met het offeren uwer gaven aan afgoden, die nog bij de oude gevoegd zijn, met uwe kinderen door het vuur te doen doorgaan, zijt gij verontreinigd aan al uwe drekgoden tot op dezen dag toe (vs. 26); en zou Ik van u gevraagd worden, o huis Israëls, die zo afgodisch en trouweloos jegens Mij handelt? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik van u gevraagd worde! Terwijl de Profeet zich nu in ‘t bijzonder tot zijne tegenwoordige omgeving wendt, kastijdt hij eerst het verraad, dat het volk, nadat het door de onuitputtelijke genade in het land der belofte gevoerd is, aan zijnen God heeft gepleegd; op alle hoge heuvelen en onder elken dichten boom werd den vreemden goden geofferd. De Profeet herinnert vooral aan het schandelijk misbruik van den naam “hoogte”, welke in zijne afgodische betekenis tot op dezen dag was gebleven. Waarlijk, niet opwaarts, maar nederwaarts zijn zij gekomen, doordat zij op de hoogten stegen. En zo is deze naam tot een blijvend gedenkteken van hun afschuwelijk verraad jegens den genadigen God geworden, die hen op ene geheel andere hoogte wilde trekken; maar, helaas! het tegenwoordige geslacht is nog geheel als het oude, de kinderen zijn steeds op de wegen van gruwelen voortgewandeld even als de vaderen. God spreekt tot hen op een toon van verwijt (1 Kon. 9:13): “Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat?” hoe kunt gij, in plaats van Mij in Mijn waarachtig heiligdom te zoeken, u naar die ellendige plaatsen met hun ellendige afgoden wenden? En toch worden deze plaatsen hoogten genaamd tot op den huidigen dag in den zin van heiligdommen, en in de mening, daaraan iets bijzondere te hebben. Niet op hoogten van menselijke filosofie, maar in de hoogte en in het heiligdom woont de Heere, die bij de verootmoedigde en de beangstigde harten woont (Jes. 57:15). De Heere wil niet gevraagd zijn, want nu is het vooreerst niet de tijd om te denken aan de opheffing van het reeds begonnen gericht, zo als het lang te voren was verkondigd (vs. 13), aan terugkering en zegen, maar aan de bepaling, aan de eindbedoeling Gods bij dit gericht, namelijk de reiniging van dit geslacht, de toebereiding daarvan voor den tijd der genade.
KruisverwijzingenJeremia 44:17→Ezechiël 11:5→Openbaring 9:20→Deuteronomium 4:28→Daniël 5:4→Deuteronomium 28:64→Deuteronomium 29:17→Jeremia 44:29→— Daarom, dat in uw geest opgeklommen is, zal geenszins geschieden, dat gij zegt: Wij zullen als de heidenen en als de geslachten der landen zijn, dienende hout en steen.
Daarom, zo zeg hun verder in Mijnen naam, dat in uwen geest opgeklommen is zal geenszins geschieden, dat gij zegt: Wij zien dat de overige volken in hunnen afgodendienst voorspoedig zijn en het hun wel gaat, terwijl wij met onzen van hen afgezonderden godsdienst geen geluk hebben, daarom, zullen wij als de Heidenen rondom ons, en als de geslachten der landen, de natiën in verschillende delen der aarde zijn, dienende even als zij (Deut. 4:28) hout en steen. Zulk ene gezindheid zal Ik te niet doen, en weten, hoe Ik die zal vernietigen. De Heere laat het bij de afwijzing in vs. 31 niet blijven; Hij slaat thans een blik op hun hart, en vindt daar, in plaats van de liefde tot Hem en het berouw over hun dwaalwegen, de neiging tot afhoereren, om eveneens te doen als de heidense volken. Bij deze hun hoofdzonden grijpt Hij hen aan, en terwijl Hij in vs. 32-44 uitvoerig voorstelt, hoe deze hun neiging nooit en nimmer in den door hen bedoelden zin bevrediging zal vinden, maar hen wel zal overmeesteren, hoe Hij hen door harde gerichten zal leiden en louteren, totdat zij, gelouterd en bekeerd, eindelijk de zaligheid deelachtig en waardig worden, geeft hij daarmee een profetisch overzicht over de gehele toekomst van Israël van de dagen van Ezechiël tot het einde der geschiedenis. Het zou strijden met het wezen Gods, in ‘t bijzonder met Zijnen naam Jehova, wanneer Israël werd als de Heidenen. Het omgekeerde zal integendeel juist plaats hebben, dat namelijk de Heidenen worden als Israël, want de aan dit volk ingeschapene idee, in welke het verkoren is uit al de volken der aarde, is de idee van het volk Gods, waardoor Israël tevens drager is van de idee der mensheid in ‘t algemeen. Overeenkomstig de schepping is de idee der mensheid, Godes te zijn (Luk. 3:38). Door wederherstelling krachtens de verlossing, moet zij daardoor tot volkomenheid komen, dat God alles in allen is (1 Kor. 15:28), of dat de mensen Zijne onderdanen zijn, en Hij hun God is (Openb. 21:3). Wanneer nu de verwezenlijking van deze idee van Israël en van de mensheid in ‘t algemeen, in de volheid der tijden in den éénen mens geschiedt, die, gelijk Hij Israël is, zo ook “de Zoon des mensen, ” zo verbindt zich Zijne geschiedkundige verschijning aan de ene zijde naar het vlees aan Israël, maar aan de andere zijde naar den geest ontwikkelt zich uit Hem de nieuwe mensheid, die het in geest en waarheid is, het volk van God, dat Israël moet voorafbeelden. De uitstorting van den door Hem Beloofden, van Zijnen Geest toont daarom niet aan, dat Israël tot Heidenen geworden is, al werden hun talen gesproken, maar dat de Heidenen tot Israël zijn geworden (Hand. 2). Ook Christenen kunnen niet maar eenvoudig weg weer Heidenen worden.
KruisverwijzingenJeremia 21:5→Jeremia 42:18→Daniël 9:11→Jeremia 44:6→Ezechiël 8:18→Klaagliederen 2:4→— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE: Zo Ik niet met een sterke hand, en uitgestrekten arm, en met een uitgegoten grimmigheid over u zal regeren!
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heers HEERE:Mijne koninklijke regering over u kan nooit daardoor worden opgeheven, dat gij die niet meer wilt. Door zulk ene verwerping wordt slechts Mijn onvernietigbaar koningschap genoodzaakt ene verschrikkelijke gedaante aan te nemen. Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik niet met ene sterke hand, en uitgestrekten arm, en met ene uitgegotene grimmigheid over u zal regeren! zo als Ik eens over Egypte heb geheerst, welks koning zei: Wie is de Heere, dat ik Zijne stem zou gehoorzamen (Ex. 5:2; 6:1 en 6)?
KruisverwijzingenEzechiël 20:38→Amos 9:9→Ezechiël 34:16→Jeremia 44:6→Klaagliederen 2:4→Jesaja 27:9→— Want Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door een uitgegoten grimmigheid.
Want Ik zal, gelijk Ik eens uwe vaderen uit Egypte gevoerd heb, u uit de volken voeren, niet lichamelijk en plaatselijk, maar door geestelijke afzondering uit de gemeenschap met hen, zodat het nimmermeer tot ene ineensmelting met de heidenwereld bij u zal komen, enIk zal u vergaderen uit de landen, waarin gij ten gevolge Mijner straffen verstrooid zijt; door ene sterke hand en door enen uitgestrekten arm, en door ene uitgegotene grimmigheid, zodat gij integendeel tot een op zichzelf bestaand, tot één geheel verbonden volk zijn en blijven moet.
KruisverwijzingenHosea 2:14→Jeremia 2:35→Ezechiël 19:13→Ezechiël 20:36→Ezechiël 17:20→Hosea 4:1→Micha 6:1→Openbaring 12:14→— Daartoe zal Ik u brengen in de woestijn der volken, en Ik zal met u aldaar rechten, aangezicht aan aangezicht;
Daartoe zal Ik, gelijk Ik eens uwe vaderen na den uittocht uit Egypte in de woestijn heb gebracht, u brengen in de woestijn der volken, dat gij, hoewel midden onder de volken levende, toch eenzaam onder hen staat als in ene eenzame, van mensen ontblote woestijn, en Ik zal met u aldaar rechten aangezicht aan aangezicht. Door kastijding en straf, in welke gij Mijne tegenwoordigheid wel zult gevoelen, zal uwe schuld jegens Mij worden geboet.
KruisverwijzingenNumeri 11:1→1 Korinthe 10:5→Ezechiël 20:13→Ezechiël 20:21→Exodus 32:7→Numeri 14:1→Psalmen 106:15→Numeri 25:1→— Gelijk als Ik gerecht heb met uw vaderen in de woestijn van Egypteland, alzo zal Ik met u rechten, spreekt de Heere HEERE.
Gelijk als Ik gerecht heb met uwe vaderen in de woestijn van Egypteland, als Ik hun Mijne heerlijkheid van den Sinaï af uit het vuur bekend maakte (Deut. 5:4), en zij daardoor zo in angst geraakten, dat zij van hun zonde en doodschuld bewust werden (Ex. 20:18 vv.), alzo zal Ik met u rechten, dat Gij Mij zult vrezen, spreekt de Heere HEERE.
KruisverwijzingenJeremia 33:13→Leviticus 27:32→Ezechiël 16:59→Mattheüs 25:32→Amos 3:2→Ezechiël 34:17→Psalmen 89:30→Leviticus 26:25→— En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds.
En Ik zal ulieden onder de roede van Mijn opzicht en Mijne heerschappij doen doorgaan, dat gij Mij niet door valse emancipatie of opheffing der u gestelde grenzen zult ontlopen, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds, 1) zodat gij van de u opgelegde wet niet kunt loskomen.
Dat is: Hij zal hen beproeven en hen beoordelen volgens den inhoud van het verbond, en het onderscheid tussen sommigen en anderen gemaakt door de zegeningen en de vloeken van het verbond. Of het kan betrekking hebben op diegenen onder hen, die zich bekeren en beteren, Hij zal hen brengen onder de roede der verdrukking en hun daardoor wel gedaan hebbende, zal Hij hen wederbrengen onder de banden des Verbonds, zal hun tot een God zijn in het verbond, en hen weer behandelen als erfgenamen der beloften.
KruisverwijzingenEzechiël 13:9→Psalmen 95:11→Maleachi 3:3→Amos 9:9→Zacharia 13:8→Jeremia 44:14→Ezechiël 6:7→Mattheüs 25:32→— Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israels niet weder komen, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Daartoe zal Ik door een louteringsproces, waaraan Ik u onderwerp, die rebel zijn en die tegen Mij overtreden, door zich geheel los te maken van de verbondsbetrekking met Mij, uit ulieden uitzuiveren, Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren onder de volken, en uit deze in de woestijn der volken (vs. 23 en 35), zonder dat zij daar burgerrecht verkrijgen, hoe gaarne zij ook zouden willen. En zij zullen met degenen, die Mijne genadige bedoelingen verstaan en tot bekering komen, in het landschap Israëls niet wederkomen, 1) en gij zult) wanneer nu het einde van Mijne wegen met u zijn zal, weten, dat Ik de HEERE ben, die even als in genade en barmhartigheid, Zich ook in gerechtigheid en gerichte weet te verheerlijken. De uitleggers hebben zich het juiste inzicht in den zin dezer eschatologische afdeling gewoonlijk daardoor afgesneden, dat zij vs. 34 of van de terugvoering uit de toenmalige Babylonische ballingschap, of de laatste terugvoering uit de hedendaagse verstrooiing in het heilige land hebben verstaan. Maar noch van die noch van deze terugvoering kan het vers worden verstaan, wanneer men aan de woorden en aan den zamenhang recht laat wedervaren. De terugvoering uit de Babylonische ballingschap was niet ene terugvoering uit de volken en uit de landen, maar uit één volk en één land, zij geschiedde ook niet door Gods toorn en straffenden arm, die zich aan Israël betoonde. Evenzo zal die vergadering uit de volken, welke aan het einde der tegenwoordige verstrooiing moet plaats hebben, wanneer zij zich tot Christus hebben bekeerd, en ten gevolge daarvan weer in hun land worden gebracht, niet een werk zijn van Gods toorn, maar het tegengestelde, de grootste betoning van genade aan Israël. Verder wordt niet slechts gezegd, dat God Israël uit de volken, onder welke het verstrooid is, zal uitleiden, maar tevens ook, waarheen Hij hen zal leiden, namelijk in de woestijn der volken, om daar met hen te rechten en Zijne zaak met hen uit te maken. Dit bij de terugvoering uit de Babylonische ballingschap van de tussen Babel en Palestina liggende woestijn, van de aan de doortocht verbondene bezwaren en Israëls loutering door middel van deze bezwaren te verklaren, geeft slechts een matten zin. Ook kan niet verklaard worden, waarom die woestijn der volken genoemd wordt; bij de laatste verzameling van het tot Christus bekeerde Israël uit zijne tegenwoordige verstrooiing wordt het echter geenszins in de woestijn der volken verplaatst, maar in zijn land gebracht, en de toestand, waarin het daardoor komt, zal geenszins een zodanige zijn, in welken God met Israël van aangezicht tot aangezicht richt en het loutert. Ten laatste moet nog worden opgemerkt, dat vs. 38 veronderstelt, dat de Israëlieten nog niet weer in hun land zijn teruggekeerd, maar nog in het midden der volken leven, en dat eerst in vs. 40 vv. Israëls terugkeren in zijn land wordt aangenomen als hebbende plaats gehad, en zijn vergaderd zijn uit de landen wordt gedacht. Wil men die vergadering en weer terugvoering reeds in vs. 34 denken, dan verscheurt men den gehelen zamenhang der profetie, de gehele volgorde der voorzegde gebeurtenissen. Integendeel is naar den klank der woorden en den zamenhang het volgende de juiste verklaring der plaats: Israël wil in de heidenvolken opgaan, maar dat zal het nooit (vs. 32). God zal hun in zoverre naar hunnen dwazen waan doen, dat Hij hen onder de volken brengt en verstrooit, (men denke vooral aan die verstrooiing, in welke Israël sedert de 2de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 60 leeft). Maar daarbij zal Hij Zijn eigendomsrecht, dat Hij door middel der verkiezing op hen heeft, onder alle omstandigheden door daden van toorn bewijzen en hen bij Zich weten te houden. Hij zal, ook als zij onder de volken verstrooid zijn, met Zijnen straffenden ernst het ten ondergaan onder de volken verhinderen, hen aanstonds uit de volken en alle gezochte en gewenste gemeenschap en vermenging met hen uitvoeren en tot zich vergaderen, zodat de wereld der volken, door welke zij heengaan, voor hen ene woestijn zal zijn, dat zij midden onder de mensen van de mensen afgezonderd en eenzaam als op enen tocht door ene woestijn zullen wezen (vs. 33 en 34). Wanneer God nu in Zijnen toorn Israël in dezen toestand zal hebben verplaatst, dan zal Hij met hen tot hun bekering handelen. Vooreerst zal Hij dan met hen rechten. Gelijk Hij met hen gericht heeft, toen het na zijne uitleiding uit Egypte door de Sinaïtische woestijn trok, zo zal Hij met hen rechten, als het op deze voorzegde wijze door de wereld der volken als door de woestijn zal trekken. Deze door Gods toorn teweeggebrachte toestand, waarin zij midden onder de mensen en toch afgezonderd van hen leven, zal dan ook een toestand van straf, een voortgaand voorhouden van hun verkeerdheid zijn (vs. 35 en 36). Het wordt echter verder ook een toestand, die hen dwingt en noodzaakt, zich onder Jehova te buigen. Altijd weer door Gods besturingen van de hen omgevende volken afgescheiden, zullen zij zich aan Jehova moeten houden. Zo zal God hen onder Zijnen heerschersstaf laten intrekken in die woestijn der volken, en zal hen brengen onder de banden des verbonds. De band des verbonds is de wet, en de wet is juist het middel, waardoor God hen in het midden der volken van de vermenging met de volken terug en bij Zich houdt. Deze wet, door welke zij hadden kunnen leven, moeten zij nu als boei dragen en hare kastijding ondervinden (vs. 37). Maar deze toestand van straf en dwang zal ook de uitwerking hebben, dat die Israël loutert. Aan het einde van den tijd van straf zal het geschieden, dat de goddelozen uit Israël zullen worden afgezonderd, zodat slechts een heilig en rein volk overblijft. Deze goddelozen zullen noch in de landen, waarheen zij verstrooid waren, te huis worden en blijven, noch in het land van Israël komen, maar aan het oordeel en het verderf toevallen. Die zich echter tot bekering laten leiden, zullen gelijk uit de tegenstelling van zelf blijkt, uit de landen, waarin zij verstrooid waren, in het land Israëls komen (vs. 38). Daarmee heeft de profetie Israëls toekomst gebracht tot op het punt, dat nog alleen het einde moet worden beschreven. Om het paraenetische (vermanende) doel van dit woord Gods, geschiedt dit op deze wijze, dat de rede in het volgende 39ste vers wordt afgebroken en zich met de roepstem tot bekering tot de dan levende Israëlieten wendt: “Daar nu het einde komt, zo heeft de beslissing voor u plaats; dient uwe afgoden voortaan gelijk te voren, dient hen nu, en dient hen verder, wanneer gij toch Gods stem niet wilt horen! Maar weet daarbij, dat gij dan ook voortaan Zijnen heiligen naam niet door uwen afgodendienst zult ontheiligen; gij zult dan toch tot diegenen behoren, die om hun weerspannigheid niet uit de landen der verstrooiing in het land van Israël zullen komen, en zult dus gene gelegenheid meer hebben, door uwe afgodendienst Mijnen naam te schandvlekken, want dan zal in Mijn heilig land door de in den tijd van straf bekeerden, en daaruit teruggevoerden alleen heilige en ware godsdienst worden uitgeoefend. ” Zo verenigt zich het woord Gods van het verder volgende 40ste vers af met de door vs. 39 afgebrokene beschrijving van het einde, Zij zegt, dat alsdan Israël, uit zijne verstrooiing teruggeleid, in zijn van God den vaderen gegeven land, op den berg Zion Gode zijne onbevlekte offers zal brengen ten prijze voor alle volken der wereld, als een nu in zijn geheel door de genade Gods overwonnen heilig volk. Merk hieraan, alhoewel godvruchtige mensen met de goddelozen in de rampen der wereld mogen delen, zo zullen de goddeloze mensen toch niet delen met de godvruchtigen in het hemelse Kanaän. Maar het zal een deel van het geluk dier wereld uitmaken, dat zij zullen uitgezuiverd zijn van onder hen, het kaf van het koren, de stoppels uit de tarwe. Wij hebben ook hier weer een vergezicht in den toekomstigen tijd, zowel in dien der N. Bedeling als in dien der eeuwigheid. De Profeet ziet ten slotte over alle eeuwen heen en kondigt den tijd aan, dat het geestelijk Israël eenmaal van alle zonde bevrijd, verlost van allen, die buiten zijn, in eeuwige heerlijkheid zal delen, en dat daarentegen allen, die niet van Gods volk zijn, voor eeuwig zullen omkomen.
KruisverwijzingenEzechiël 20:25→Ezechiël 43:7→Jesaja 1:13→Richteren 10:14→Mattheüs 6:24→Openbaring 3:15→Ezechiël 23:37→Spreuken 21:27→— En gijlieden, o huis Israels, alzo zegt de Heere HEERE: Gaat henen, dient een ieder zijn drekgoden, ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijn heiligen Naam, met uw giften en met uw drekgoden.
Ik weet wel, welk doel Ik met u heb, door welke middelen Ik dat zal bereiken. En gijlieden, o huis Israëls! alzo zegt de Heere HEERE, ten opzichte van uwe tegenwoordige handelwijze en uwe bedoelingen voor de toekomst (vs. 32): Gaat henen, wat Mij aangaat, dient een ieder zijne drekgoden, zo als het hem luste; Ik zal er hem niet in verhinderen, alsof Mijn voornemen daarom te niet ging. Doet het ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijnen heiligen naam met uwe giften en met uwe drekgoden
. Ik zal van den tijd af, dat Ik zo u aan uzelven en aan uwen lust heb overgelaten, weten te verhinderen, dat gij door uwe afgoderij nog verder Mijnen heiligen naam daardoor schandvlekt, dat het onder Mijne ogen en op Mijne heilige plaats geschiedt. Integendeel zal daar, nadat de afvalligen en overtreders onder u zijn te niet gedaan (vs. 38) en in het land van Israël alleen de zodanigen zijn gekomen, die geleerd hebben, dat Ik de Heere hen, een geheel nieuwe geest heersen.
Beter: Waarlijk zult gij naar Mij horen en Mijnen Heiligen naam niet verder ontheiligen met uwe gift en drekgoden. De Heere wil hiermede toch zeggen, dat ten leste door Zijne gerichten het volk, dat overblijft, zich niet meer met de afgoden zal inlaten, maar zich bekeren tot den Heere God, Zijn dienst en Zijn wacht waarnemen. Feitelijk zegt de Heere, dat wie Hem verlaten wil, Hem geheel moet verlaten, en dat wie tot Hem bekeerd wordt, Hem weer volkomen zal dienen.
KruisverwijzingenJesaja 60:7→Jesaja 56:7→Maleachi 3:4→Ezechiël 17:23→Jesaja 66:23→Jesaja 2:2→Maleachi 1:11→Zacharia 8:20→— Want op Mijn heiligen berg, op den hogen berg Israels, spreekt de Heere HEERE, daar zal Mij het ganse huis Israels in het land dienen, zij allen; daar zal Ik welgevallen aan hen nemen, en daar zal Ik uw hefofferen eisen, en de eerstelingen uwer heffingen met al uw geheiligde dingen.
Want op Mijnen heiligen berg, op den hogen berg Israëls, van welken reeds in Hoofdst. 17:23 sprake was, spreekt de Heere HEERE, daar zal in dien tijd, dien de Ziener in Openb. 14:1 vv. reeds als gekomen zag, Mij het ganse huis Israëlsnaardat het dan volgens de verkiezing der genade bestaat, in het land dienen, zij allen, daar dezulken, die Mij niet willen dienen, niet in het land worden toegelaten; daar zal Ik, terwijl Ik Mijn rijk op nieuw onder hen opricht, welgevallen aan hen nemen, als die onstraffelijk zijn voor Mijnen troon, en daar zal Ik uwe hefofferen eisen en de eerstelingen uwer heffingen met al uwe geheiligde dingen 1), overeenkomstig de gewoonten van Mijn heiligdom, zo als die in Hoofdst. 45 en 46 weer hersteld zijn.
Merkt hieraan, het is het ware geluk van een volk, en een vast teken ten goede voor hen, wanneer in hen een heersende neiging is, om God te dienen. Daar God aan de afgodendienaars verboden had, hun giften aan Zijn altaar te brengen, zo zal Hij van deze eisen, dat zij Hem hun offeranden en eerstelingen zullen brengen, en Hij zal dezelve aannemen. Hetgeen Hij niet eist, zal Hij niet aannemen, maar hetgeen met een oog op Zijn gebod gedaan wordt, zal Hem wel behagen.
KruisverwijzingenEzechiël 28:25→Ezechiël 11:17→Ezechiël 38:23→Ezechiël 28:22→Jesaja 27:12→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:27→Leviticus 10:3→— Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.
Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den lieflijken reuk, die gij nu zelf zijt, wanneer Ik u van de volken uitvoeren en u vergaderen zal uit de landen, in welke gij zult verstrooid zijn (Hoofdst. 36:24; 37:12 vv. 21 vv.), en Ik zal in u geheiligd worden (liever Mij in u heiligen Hoofdst. 36:23)voor de ogen der heidenen. De verdiensten van onzen groten Zaligmaker zijn den Allerhoogste als een lieflijke reuk. Zijne werkzame of lijdelijke gerechtigheid heeft een gelijken geur. Er verspreidde zich een lieflijke reuk van uit Zijn bedrijvig leven, door hetwelk Hij de wet Gods eerde, en ieder voorschrift daarvan deed blinken als een kostbare parel in den reinen stralenkrans van Zijn eigen persoon. Evenzo uit Zijne lijdelijke gehoorzaamheid, toen Hij met zwijgende onderwerping honger en dorst, koude en naaktheid verduurde, in Gethsémané het bloedzweet Hem uitgeperst werd, toen Hij Zijn rug liet geselen en Zijne wang gaf aan hen, die hem sloegen, toen Hij werd gehangen aan het vreselijk kruis, om in onze plaats den vloek Gods te dragen. Deze beide zijn den Allerhoogsten een lieflijke reuk en om den wille van Zijn leven en sterven, van Zijn plaatsvervangend lijden en Zijne gehoorzaamheid, neemt de Heere, onze God, aan. Welk ene waardij moet Hij bezitten, indien deze onze onwaarde nog te boven moet gaan. Welk een lieflijke geur om onzen onaangenamen reuk te verdrijven. Welk een reinigende kracht in Zijn bloed, om zonden, als de onze, weg te nemen, en welk een heerlijkheid in Zijne gerechtigheid, om zulk onwaardige schepselen te doen aannemen in den Geliefde! Zie hier gelovige hoe zeker en onveranderlijk onze aanneming moet zijn, daar zij is in Hem! Neem u in acht, nimmer te twijfelen aan uwe aanneming in Jezus. Buiten Christus kunt ge niet aangenomen worden; maar indien Zijne verdienste u toegerekend is, kunt gij niet uitgeworpen worden. Niettegenstaande al uwe twijfelingen en vrees en zonden kan des Heeren oog nimmer in toorn op u neerzien; want ofschoon Hij zonde ziet in u zelven, ziet Hij er gene, indien Hij door Christus op u neerziet. In Christus zijt gij altijd aangenomen, altijd gezegend en dierbaar aan des vaders hart. Daarom hef een loflied aan, en als gij heden den lieflijken geur der verdiensten van den Zaligmaker ziet opgaan voor den Goddelijken troon, laat dan de geur uwer lofzangen mede opstijgen ten hemel.
KruisverwijzingenEzechiël 38:23→Ezechiël 34:13→Ezechiël 36:23→Jeremia 31:34→Ezechiël 20:38→Ezechiël 20:44→Ezechiël 24:24→Johannes 17:3→— En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het landschap Israels gebracht zal hebben, in het land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, om hetzelve uw vaderen te geven.
En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het landschap Israëls gebracht zal hebben, in het land, waarover Ik Mijne handter eedzwering opgeheven heb, om hetzelve uwen vaderen te geven (vs. 6).
KruisverwijzingenEzechiël 6:9→Hosea 5:15→Ezechiël 36:31→Jeremia 31:18→Lukas 18:13→Nehemia 1:8→Leviticus 26:39→Ezechiël 16:61→— Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmede gij u verontreinigd hebt, en gij zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die gij gedaan hebt.
Daar, in het land, waarin gij dan zult teruggebracht zijn, zult gij dan gedenken aan uwe wegen, en aan al uwe handelingen, waarmee gij gedurende de vorige bezitting u verontreinigd hebt in vele en zware zonden, en gij zult van uzelven ene walging hebben over al uwe boosheden, die gij vroeger gedaan hebt 1), zodat gij in deze uwe vorige gedaante en gesteldheid van uzelven ene walging hebt (Hoofdst. 6:9; 16:61).
De afgoderij en zondendienst zou hen tot grote, tot diepe schuld worden voor Gods heilig aangezicht. Zij zouden getroffen door de zichtbare blijken van Gods vergevende zondaarsliefde, zich zelven verfoeien in zak en asse. Niet de straf, niet de wet doet eindelijk een zondaar vallen in de armen Gods, maar het gevoel en het gezicht van de eeuwige liefde Gods.
KruisverwijzingenEzechiël 24:24→Ezechiël 20:9→Ezechiël 20:14→Ezechiël 20:22→Ezechiël 36:21→Efeze 1:6→Psalmen 79:9→1 Timotheüs 1:16→— Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israels, spreekt de Heere HEERE.
Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik in uwe wederaanneming en herstelling met u gedaan zal hebben, om Mijns naams wil, niet naar uwe boze wegen, noch naar uwe verdorvene handelingen, waar voor gij verwerping voor altijd hadt verdiend, o huis Israëls! spreekt de Heere HEERE. Zo openbaart zich de overeenstemming der Goddelijke leidingen in gerechtigheid en in genade, van de eerste verkiezing des volks af en van den eersten tocht door de woestijn naar Kanaän af tot de nieuwe herstelling in het beloofde land, die nog toekomende is. Niet altoos wilde de Heere Zijne oordelen en strafgerichten over Zijn volk brengen, maar hen gewis eens uit hun ballingschap bevrijden; hun omzwerven in deze vreemde landen wilde Hij daaraan dienstbaar maken, dat zij geheel en al van de afgoderij gezuiverd werden, als onder de roede, die thans op hen rustte, moesten zij doorgaan, opdat zij bij vernieuwing onder den band des verbonds komen zouden; dit alles zou ware verootmoediging en wederkering tot God ten gevolge hebben, en hen overtuigend doen inzien, dat het genade alleen is, door welke zij wederom aangenomen en bij vernieuwing begunstigd werden. En is het dan wel nodig, dat wij hier in het brede aanmerken, dat het alzo ook met den weg der bekering eens zondaars gelegen is, dat ook voor ons niet zelden de roede nodig wordt, om tot den rechten weg gedreven te worden, dat ook wij ene walg aan ons zelven moeten hebben, om onzer zonden wil, en dat wij alleen om Zijns naams, om Zijns Zoons wil vergeving en genade vinden kunnen. Dat alles is het, wat de Heere zelf wil bewerken, en hetwelk Hij ons daarom telkens als volstrekt noodzakelijk voorstelt. Zien wij in de uitkomst, dat Israël daarvan veel had na de verlossing uit de ballingschap, maar dat dit inzonderheid bij de ware vromen alzo gevonden werd, dan bidden wij den Heere, dat Hij met Zijnen Geest en genade ook alzo tot ons wil komen en wij Hem in waarheid mogen dienen en in oprechtheid leren aankleven, opdat wij ons zelven en den lande behoudenis mogen aanbrengen. 45. ZWAARD DER CHALDEEN TEGEN DE JODEN EN DE AMMONIETEN.
II. Vs. 45. — Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Hoofdst. 21:32. Het vorige gedeelte kan de voorzegging in de woestijn heten, dit de profetie van het zwaard des Heeren. Van dat schone beeld, waarop Ezechiëls oog zo even had vertoefd, de toekomstige vorming der nieuwe Godsstad, valt Zijn oog weer op de oude, in zonden verharde, onheilige plaats. Daar grijpt hem een sterke ijver aan: door een waren gloed van geestdrift medegesleept, schildert hij in ene bijna dichterlijke rede het nabijzijnd uur der wraak voor den overmaat van gruwelen. Overal is het streven zichtbaar door de aanschouwelijkheid der schildering ene vergoeding te verkrijgen voor de nog niet aanwezige, maar reeds ontkiemende werkelijkheid, en om door op zulk ene wijze het volk van zijne verkeerde gedachten af te leiden, te bewerken, dat in de plaats van de politiek bekering mocht komen. Vs. 45-48 : Het gericht als een vuur, dat het bos tegen het zuiden in brand steekt, vs. 49Hoofdst. 21:7 : het strafgericht als een over Jeruzalem en het land van Israël uitgetogen zwaard. 21:8-17 : het zwaard, scherp en bliksemend, zal alles onbarmhartig ter neer vellen, 21:18-27 : het zwaard des konings van Babel keert zich rechts naar Jeruzalem en maakt aan Juda’s rijk een einde; 21:28-32 : daarna zal het zich links wenden en de Ammonieten verdelgen.
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Verder geschiedde op den vs. 1 genoemden tijd des HEEREN woord ten tweeden male tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenEzechiël 21:2→Amos 7:16→Jeremia 13:19→Ezechiël 6:2→Jeremia 22:7→Zacharia 11:1→Deuteronomium 32:2→Jesaja 30:6→— Mensenkind, zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup tegen het zuiden; en profeteer tegen het woud van het veld in het zuiden.
Mensenkind! zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup {1} tegen het zuiden, laat het bedreigingen regenen (Amos 7:16), en profeteer, om het reeds twee malen u genoemde voorwerp, waartegen zich uw profetisch woord moet richten, nog meer bepaald te noemen, tegen het woud van het veld in het zuiden 1). {1} “Druppen” is sedert Deut. 32:2 ene zeer dikwijls gebruikte uitdrukking voor profetische reden. Het beeldrijke van de uitdrukking, ontleend aan den regen, aan den dauw, wijst op den oorsprong van Boven, maar ook op de gewenste heilzame werking hoewel de rede niet alleen belofte, maar, zoals hier enkel bedreiging en gericht bevalt. De drup holt ten laatste den steen uit. Zou daardoor tevens het korte, afgebrokene der spreekwijze in ons hoofdstuk aangeduid zijn? . Het bos van het veld in het zuiden is een beeld van het rijk van Juda. Het woud is een beeld der bevolking, der mensenmassa, de mensen in het bijzonder zijn de bomen; het veld staat hier niet in tegenstelling tot stad of tuin, maar is zoveel als veld en gebied. Als het land van het zuiden wordt Judea voorgesteld van het standpunt der ballingschap. Het is bij de profeten gewoon om Chaldea, en in ‘t algemeen de wereldrijken in binnen-Azië het land van het noorden te noemen, waarbij niet zozeer de geografische ligging wordt bedoeld, als de omstandigheid dat de legers dezer rijken van het noorden door Syrië in het land indrongen, en ook de gevangenen naar het noorden werden heengevoerd.
KruisverwijzingenJeremia 21:14→Jesaja 9:18→Ezechiël 17:24→Lukas 23:31→Markus 9:43→Jesaja 30:33→Ezechiël 21:3→Jesaja 24:1→— En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.
En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE door Zijnen Profeet tot u: Ziet, Ik zal, gelijk u reeds in Jer. 11:16; 17:27 is gedreigd een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal. Het zal met geweld woeden, de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe, het gehele woud in zijne uitgestrektheid van het zuiden naar het noorden. Het vuur zal eerst den naar het zuiden vluchtenden koning aangrijpen en dan zullen degenen, die moeten worden weggevoerd, naar Rama in het noorden worden verzameld (Jer. 39:4 vv. 40:4).
KruisverwijzingenJeremia 7:20→Deuteronomium 29:24→2 Kronieken 7:20→Klaagliederen 2:16→Jesaja 26:11→Jeremia 40:2→— En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.
En alle vlees zal zien aan de wijze, hoe het vuur ontstaat, en aan de werking die het doet, dat Ik, de HEERE dat aangestoken heb, en daaruit kan men eigenlijk begrijpen: het zal niet uitgeblust worden. Het vuur past even goed bij het beeld van het bos als voor den toorn van Jehova. Het groene en dorre hout beelden volgens Hoofdst. 21:3 de rechtvaardigen en de goddelozen af (Luk. 23:31). De Profeet is hier met de uitwendige schildering van het naderend gericht bezig. Van deze zijde bezien treft rechtvaardigen en onrechtvaardigen dezelfde slag-een woord, dat geenszins de andere zijde der beschouwing opheft, volgens welke toch ene grote kloof tussen goed en kwaad ook in betrekking tot het gericht plaats vindt (Hoofdst. 9:4 vv.). Wanneer twee hetzelfde lijden, is het niet hetzelfde; dengenen, die God lief hebben moeten alle dingen medewerken ten goede. De aangezichten in vs. 47 stellen hier, gelijk zo dikwijls de personen voor-“dat is de edele stof, die dit vuur moet verteren. En wanneer men nu ziet, dat alle menselijke plannen en hulpmiddelen, ook de meest belovende te niet gaan, zo komt men tot de erkentenis, dat men met de persoonlijke almacht en gerechtigheid te doen heeft, tegen wien de strijd een vergeefse is. ” Wat niet dadelijk vergaat, maar tot volmaking voortduurt, het blijvende dus maakt op den tijdelijken mens, die zelf te niet gaat, den indruk van het eeuwige. De brand zal algemeen zijn, alle rangen en trappen van mensen zullen daardoor verslonden worden, jong en oud, rijk en arm, hoog en laag, zelfs groene bomen, waarop het vuur anders niet licht vat heeft, zullen door dit vuur verslonden worden. Zelfs enige goede mensen zullen in deze rampen ingewikkeld worden, en indien dit geschiedt aan het groene hout wat zal aan het dorre geschieden? De dorre bomen zullen zijn als tondel en zwam, om vuur te vatten in dezen brand.
KruisverwijzingenJohannes 16:25→Ezechiël 17:2→Handelingen 17:18→Mattheüs 13:13→— En ik zeide: Ach, Heere HEERE, zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen?
Het woord, mij opgedragen door den Heere, verkondigde ik met het aangezicht naar het zuiden gericht, aan de oudsten van Israël (vs. 1); zij verklaarden toen Mijne gelijkenisrede niet te verstaan. Toen klaagde ik mijne smart, die ik over de hardheid van de harten mijner toehoorders had, den Heere, en ik zei: Ach, Heere HEERE! zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen? Wij weten het niet wat hij bedoeld heeft met de woorden, die hij zo even heeft gesproken. Het raadsel of de gelijkenis is gemakkelijk op te lossen, en de Profeet heeft met zeer scherpzinnige mensen te doen; maar de hoorders willen niet verstaan, omdat de waarheid hun onaangenaam is, en zij trekken zich met ene zekere ironie achter de moeilijkheid van den vorm terug; zij doen alsof zij niets verstonden. De wereld heeft steeds veel te zeggen tegen predikers, die haar in het geweten tasten; maar wat hun eigenlijk in hun reden tegenstaat, schromen zij te bekennen. Altijd hebben goddelozen uitvluchten; predikt men door gelijkenissen, dan is het geheel en al duister; predikt men met duidelijke woorden, dan maakt de prediker het al te bevattelijk; hij valt met de deur in huis.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 20
Ezechiël 20:41.KruisverwijzingenEzechiël 28:25→Ezechiël 11:17→Ezechiël 38:23→Ezechiël 28:22→Jesaja 27:12→Jesaja 5:16→Ezechiël 39:27→Leviticus 10:3→
— Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.
“Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den liefelijken reuk, wanneer Ik u van de volken uitvoeren, en u vergaderen zal uit de landen, in dewelke gij zult verstrooid zijn, en Ik zal in u geheiligd worden voor de ogen der heidenen.”
God houdt niet op de zonden van Zijn volk op te merken. Zoals de ogen van Mozes nooit verduisterden, zo verduisteren de ogen van God niet ten aanzien van de zonden van Zijn uitverkorenen. Hij ziet uit de hemel neer op hun afdwalingen, op de hardheid van hun hart en op de hardnekkigheid van hun wil. Hij ziet hun dagelijkse en voortdurende overtredingen van Zijn inzettingen en geboden.
De barmhartigheid heeft dus een andere bron dan een gebrek aan geheugen bij God. Hij kent de zonden van de mensheid, en Hij haat de zonden van Zijn volk even zeer als de zonden van alle anderen. Toch vergeeft Hij hun vrijelijk. Hij werpt hun zonden achter Zijn rug en vergeet hun ongerechtigheid. Hij delgt hun overtreding uit als een wolk en hun ongerechtigheden als een dikke wolk.
Hij heeft een tijd om te kastijden, maar Hij heeft ook een gezette tijd om te zegenen. Hij bedroeft wel, maar Hij bedroeft niet van harte. En wanneer Hij Zich in een weg van genade tot Zijn volk keert, dan lijkt Hij op de vleugels van de wind te vliegen. Dan komt Hij met heel Zijn ziel, van ganser harte en overvloedig, om Zijn gunst en Zijn liefde te tonen aan de voorwerpen van Zijn verkiezing.
Men zou denken dat de mensen die in dit hoofdstuk beschreven worden God nooit aangenaam zouden kunnen zijn. Zij hadden zichzelf zo grondig verontreinigd en waren na zoveel beproevingen zo hopeloos onverbeterlijk gebleken. Men zou verwachten dat het hoofdstuk eindigde met bliksemschichten van wraak, en met een stem die hen voor eeuwig van Gods aangezicht verdreef.
In plaats daarvan eindigt het met barmhartigheid. De bazuin houdt op met haar luide schallen, en de welluidende toon van de harp wordt gehoord in zachte klanken. De donder en de bliksem zijn voorbij en de storm is overgetrokken. In een verkwikkende kalmte verkondigt de stille zachte stem de oneindige vergeving die voortkomt uit het hart van een tedere Vader.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-44.KruisverwijzingenEzechiël 8:1→Ezechiël 22:2→Leviticus 18:3→Psalmen 48:2→Jeremia 32:22→Jesaja 63:10→Ezechiël 5:13→Ezechiël 7:8→
— En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israel kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht. Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE. Zoudt gij hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, o mensenkind? Maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend; En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God. Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen. En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God. Maar zij waren wederspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen; niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte; daarom zeide Ik, dat Ik Mijn grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijn toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland. Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren. En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn.
Deze nieuwe groep van profetische reden verschilt in des tijd van haar ontstaan van de vorige nog geen jaar. De inhoud is dan ook, wat den aard der zaak betreft, van de vroegere niet zeer verschillende; die heeft geheel en al betrekking op het nabijzijnd strafgericht, en men zou den redekring gevoegelijk de profetie van het gericht kunnen noemen. In de hier voor ons liggende rede draagt de Heere den Profeet op, de oudsten, die ter ondervraging tot hem zijn gekomen, hun vragen niet te beantwoorden, maar hun gruwelen hunner vaderen aan te wrijven (vs. 1-4). Diensvolgens wordt eerst het geslacht in Egypte, waaraan de Heere Zich door de zending van Mozes openbaarde, en de eis tot wegdoen van alles, wat van Egyptische afgoderij hem aanhing, als een ongehoorzaam geslacht voorgesteld, dat wel verdiend had, dat God Zijnen toorn over hen uitstortte, en alleen om de ere des Goddelijken naams met de wonderbare uitleiding was begenadigd (vs. 5-9). Vervolgens komt datzelfde geslacht volgens zijn gedrag in de woestijn, waar God het Zijne wet gaf om die te houden, en Zijne Sabbatten tot een verbondsteken, aan de beurt. Het was ook daar een “ongehoorzaam huis, ” dat wederom een uitstorting van den Goddelijken toorn en den ondergang had verdiend. En wanneer het dan eindelijk werkelijk tot uitsterven in de woestijn moest worden veroordeeld, bleef het toch uit bijzondere verschoning in zijn overblijfsel behouden (vs. 10-17). Over dit overblijfsel wordt nu gehandeld. Daarvoor wordt de wet herhaald, daarmee een nieuw begin gemaakt met hetgeen met de vaderen in Egypte en aan den Sinaï was begonnen. Maar ook de kinderen dezer vaderen waren den Heere ongehoorzaam, en leefden niet naar Zijne geboden, zodat zij desgelijks het gericht des toorns ten verderve verdiend handen, en alleen om de ere van Gods naam, het doel, de inleiding in Kanaän, werden tegemoet gevoerd. Zij werden echter ingeleid reeds met bedreiging van latere verstrooiing onder de Heidenen, en spoedig werd ook voor de naastvolgende geslachten het gericht veroorzaakt, dat hen aan de zeden en afgodische rechten der Kanaänieten, onder welke zij woonden, overgaf (vs. 18-26). Hoe was nu dat geslacht, dat ten tijde der koningen leefde? Afgodische dienst op de hoogten is zo diep ingeworteld, dat het woord “hoogte” een algemeen gebezigd woord is geworden tot aanwijzing van bergen of heuvels, die ten afgodendienst bestemd zijn, juist daarom wil de Heere met hen niets te doen hebben en niet door hen gevraagd zijn (vs. 27-31). Er komt dan nu een tijd, dat men lust heeft, zich geheel aan het heidendom over te geven. Maar dat zal niet geschieden, de Heere zal Zijn recht op Israël weten te verdedigen, zal uit de volken, waarheen Hij ze verstrooid heeft, hen in ene woestijn der volken brengen, daar met hen rechten, de afvalligen uit hen wegdoen, en ten laatste ene Hem welgevallige gemeente in het heilige land herstellen (vs. 32-44
En het geschiedde in het zevende jaar der wegvoering van Jojakim, dus in het jaar 592 v. C. (Hoofdst. 1:2), in de vijfde maand op den tienden dier maand Abib, in het begin van onze maand Augustus, dat er mannen uit de oudsten van Israël kwamen, om den HEERE te vragen, even als in Hoofdst. 14:1; en zij zaten neer voor mijn aangezicht. Wij zien, dat het volk Gods ook in de ballingschap niet aan Magiërs, sterrewichelaars, tovenaars enz. is overgeven, daar zij tot den Profeet komen. Vergelijken wij de tijdsopgaaf in vs. 1 met die in Hoofdst. 1:2; 8:1 en 24:1, zo kwam dit woord Gods 2 jaren, 1 maand en 5 dagen na Ezechiëls roeping tot den Profeet, 11 maanden en 5 dagen na de openbaring in Hoofdst. 8, en 2 jaren en 5 maanden vóór de insluiting van Jeruzalem door de Chaldeën; het valt dus bijna in het midden van de eerste afdeling der werkzaamheid van den Profeet. Het gezantschap had waarschijnlijk ene bijzondere aanleiding in de tijdsomstandigheden, in ene gunstige wending, die de aangelegenheden der coalitie hadden genomen; zij willen bevestiging van hun blijde verwachtingen verkrijgen uit den mond van den profeet, want zo lang deze in zijne vroegere gezindheid volhardt is de zaak hun toch niet gerust. De zwevende vraag is niet in ‘t algemeen om zegen, maar om zegen zonder gericht en zonder bekering, heil voor het volk zo als het nu is. Dat daarmee ene totale verandering moet plaats hebben, wanneer het voor zegen geschikt zal zijn, daaraan denken zijn niet. Genoeg is het, dat slechts gezegd is, dat zij gekomen zijn om te vragen, want uit de wijze, op welke de profeet hun moet antwoorden, zien wij, dat zij om redding en omtrent den weg der zaligheid niet hebben gevraagd, maar de politieke zaken bekommerden hen, gelijk ook wij eerder vragen: “Wachter! is de nacht bijna voorbij?” dan “hoe kan ik genade vinden?” Wij zijn zozeer bezorgd voor de toekomst. Deze wordt toch slechts naar dat ons verleden was. Wij moesten meer zorg hebben over het voorbijgegane.
Toen nog voordat zij aan het woord waren gekomen, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Mensenkind! spreek tot de oudsten van Israël en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde! spreekt de Heere HEERE; gij hebt geen recht op een antwoord, zo als gij begeert.
Zoudt Gij a) hun recht geven, zoudt gij hun recht geven, hun zaak goed maken, hen voorspreken (Hebr. zoudt gij hen richten, zult gij hen richten, welnu dat ware recht) o mensenkind; maak hun de gruwelen hunner vaderen bekend, en houdt hun voor het geduld en de lankmoedigheid, die Ik tot hiertoe met hen had.
Ezech. 22:2; 23:36. Het weigeren van een antwoord van de zijde des Heeren moet niet in den absoluten zin worden verstaan; zij verkregen een antwoord, maar een geheel ander dan zij verwachtten en begeerden, een dat geheel en al hun wensen tegensprak. De vroeger reeds verkondigde Goddelijke straf wordt nu dreigender en komt nader. Binnen weinige jaren zullen Jeruzalems puinhopen daar staan als een gedenkteken van Gods toorn, de Profeet komt daar voor als een rechter des volks (vs. 4; 22:2; 23:36 wien God zelf een deel van Zijne rechterlijke macht en hoogheid heeft overgedragen, en vervult geheel zijne roeping, om Israël zijne zonde bekend te maken. De Heere God wijst er Israël op, dat niet alleen hun eigene zonden, maar ook de zonden der vaderen reden genoeg waren, om hen als volk af te snijden. Juda moest het weten, welk een God, traag tot toorn, Hij was geweest, dewijl Hij sinds eeuwen geduld had gehad met dat volk, en dus niet eerder kwam met de roede Zijner verbolgenheid, aleer de maat der zonde vol was.
Wijs hen in Mijnen naam op de verkiezing hunner vaderen in Egypte en hoe deze Mijne geboden wederstreefden; zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israël verkoos, hetwelk plaats had, toen Ik Mozes tot Mijnen knecht riep en dezen tot hen zond, om hen uit de dienstbaarheid te redden, zo hief Ik zwerende (Deut. 32:40) Mijne hand op tot het zaad van het huis Jakobs, gelijk blijkt uit de rede tot Mozes in Ex. 6, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend, gelijk blijkt uit de mededeling van den naam Jehova (Ex. 3:14 vv.); ja Ik hief Mijne hand tot een eed (Ex. 3:7 vv.) tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.
Ten zelven dage hief Ik Mijne hand tot hen op, ook door de tien plagen, die Ik over Egypte bracht, om hun loslating door Faraö af te persen (Deut. 4:34), dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd, met grote zorgvuldigheid als het beste voor hen uitgezocht had, vloeiende van melk en honing, hetwelk tot sieraad is van alle landen. De inhoud dezer verzen rust op Ex. 6:2 vv. waar de Heere Zich aan Mozes en door deze aan de kinderen Israëls naar Zijn wezen, dat in den naam van Jehova lag opgesloten, openbaarde, en waarnaar Hij Zich den Patriarchen nog niet had geopenbaard. Met de verkiezing tot een volk van Jehova was volgens vs. 7 den Israëlieten van zelf de loslating van Egypte’s afgoden geboden, hoewel het uitdrukkelijk verbod, om andere goden te vereren (Ex. 20:3) eerst aan den Sinaï is gegeven. Reeds dadelijk, toen God aan het volk Zijn raadsbesluit bekend maakte om het uit het land der dienstbaarheid te verlossen, werd de bedoeling Gods duidelijk: niet het oude geslacht, dat aan den afgodendienst hing, maar een geslacht, nieuw naar den geest, moest Egypte verlaten.
En Ik zei tot hen, al was het ook niet met uitdrukkelijke woorden, doch gelijk van zelf voortvloeide uit de bedoelingen Mijner genade met hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg, die tot hiertoe bedrevene afgoderij (Joz. 21:14), en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte: Ik de HEERE, ben uw God.
Maar zij waren weerspannig tegen Mij, en wilden naar Mij niet horen (Ps. 106:7), niemand wierp de verfoeiselen zijner ogen weg, noch verliet de drekgoden van Egypte: daarom zei Ik, gelijk zij wel verdiend hadden, dat ik Mijne grimmigheid over hen uitgieten zou, om Mijnen toorn tegen hen te volbrengen in het midden van Egypteland, dat Ik ze door de Egyptenaars zou hebben laten omkomen (Exodus 14:9 vv.). De geschiedenis bericht niet uitdrukkelijk zulk een afval van het volk in Egypte, gelijk hier wordt verweten, toch doen de mededelingen van de Boeken van Mozes (Ex. 32:1 vv. Lev. 17:7) over de nog in de woestijn voortdurende neiging des volks tot het Egyptische, daaraan denken. Dat de Israëlieten in Egypte over ‘t algemeen de afgoden hebben gediend, wordt bevestigd door Joz. 24:14 vv. en was dit het geval, dan kan men verwachten, dat deze neiging niet aanstonds zal hebben opgehouden, nadat de waarachtige God Zich onder hen had bekend gemaakt. God bevestigt hier, dat de Joden als het ware niet moesten berispt worden, dewijl zij pas gisteren begonnen waren te zondigen. Het zou nu niet genoeg zijn geweest, dat de jongste overtredingen voor de rechtbank waren getrokken, maar God beveelt te beginnen met de vaderen, alsof Hij wil zeggen, dat dit volk van den beginne aan een verdorven volk was geweest. Zoals hun ook Stéphanus verwijt: Gij onbesnedenen van harte, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest, zoals ook uwe vaderen hebben gedaan. En Christus had gelijkelijk te voren gezegd: Gij vervult de maat uwer vaderen. Wij weten nu hoe dikwijls dergelijke berispingen bij de Profeten voorkomen. God zegt derhalve, dat sedert Hij het zaad van Israël had uitverkoren, het gebleken was, hoe groot, zowel de goddeloosheid als de verhardheid van dat volk was geweest.
Doch Ik liet die openbaring van Mijnen toorn na; Ik deed het om Mijns naams wil (Ps. 106:8) opdat Hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der Heidenen, der Egyptenaren, in welker midden zij waren, aan welke Ik Mij door grote tekenen en wonderen voor derzelver ogen bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren, opdat zij niet zouden kunnen zeggen, dat Ik Mijn voornemen niet kon volvoeren (Num. 14:13 vv. .). Om Mijns naams wil, zegt de Heere, deed Ik aan hen, wat Ik gedaan heb. Zij waren het niet waard, hadden het niet verdiend; maar Mijne openbaring, die Ik gegeven had voor de ogen der Heidenen, in wier midden zij waren, moest niet voor diezelfde ogen worden ontheiligd, als hadde Ik den naam, wel te willen, maar niet te kunnen. God houdt de ere Zijns naams zo hoog, dat Hij om dezen veel in de goddelozen voorbijziet (Ex. 32:12-14).
En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn (Ex. 19 en 20).
Daar gaf Ik hun van den Sinaï Mijne inzettingen, en maakte hun Mijne rechten bekend; a) dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door die leven (Lev. 18:5).
Rom. 10:5. Gal. 3:12.
Daartoe ook gaf Ik hun in de inzetting Ex. 16:22 vv. Mijne Sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, die hen heilige(Ex. 31:13). Aan het uit Egypte uitgevoerde volk gaf God aan den Sinaï wetten, door welke het tot Zijn volk zou worden geheiligd, opdat het voor God leefde. De kern van allen daarin verordenden godsdienst was de sabbatviering, die een teken tussen Hem en Israël in zoverre was, omdat Hij met den Sabbat enen dag van verkwikking en verheffing des geestes en een voorsmaak der zaligheid schonk, tot welke het volk van God op den dag zijner volmaking zou komen, en zij dus konden zien, dat Jehova hen heiligde.
Maar het huis Israëls werd weerspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden in Mijne inzettingen niet, en verwierpen Mijne rechten; dewelke, zo ze een mens doet (vs. 11), zal Hij door dezelve leven; en zij ontheiligden Mijne Sabbatten zeer (Ex. 16:27 vv.), dat Ik zei, Mijne grimmigheid te zullen uitgieten over hen in de woestijn, om hen te verdoen (vs. 8). Die den Sabbat hield droeg daardoor het teken, dat Israël van alle andere volken onderscheidde, het teken van de bijzondere verhouding, waarin Israël tot Jehova stond, dus het verbondsteken. Het niet ijveren was daarentegen een breken van het verbond, een werkelijk afvallen van den éénen waren God, den Schepper des hemels en der aarde, den Heilige Israëls, en, in zoverre buiten Hem geen ander God is, ene middellijke afgoderij. De door God ingestelde en Israël bijzonder eigenaardige Sabbat is ene werkelijke herhaalde belijdenis Gods omtrent Zijn volk, en van het volk tot zijn God, een teken, dat God dit volk heiligt, het uit de menigte der overige volken als Zijn volk afzondert. Over uitwendige Sabbatschending gedurende den tocht door de woestijn bericht de geschiedenis niet (Num. 15:32 vv.). Waar de man, die op den Sabbat hout gelezen had, voor de gemeente werd gebracht en door deze na verkregene beslissing, gestenigd werd, daar toont dit integendeel, dat het aan ijver in dit opzicht niet ontbrak. De Profeet stemt echter overeen met Jes. 58:13 vv. en met Mozes zelven, die gebiedt den Sabbat te heiligen, dien in ieder opzicht Gode te wijden, en geheel aan het gebied van eigen belang, van eigen zondige neiging te onttrekken. Diensvolgens kan onmogelijk de viering met trage rust volbracht zijn. Het begrip van sabbatviering ligt dieper en geestelijker: “gij moet van uw werken aflaten, opdat God Zijn werk in u volbrenge. ” In dien zin den Sabbat vieren kan alleen de waarlijk godvruchtige, zodat alles, wat in de Boeken van Mozes over het gebrek van ware godsvrucht onder het volk in de woestijn spreekt, tevens de aanklacht bevat van ontheiliging der Sabbatten . Wat zal er dan worden van dezulken, ook onder de Christenen, die hunnen sabbat of Zondag zelfs met zuipen, spelen enz. doorbrengen!
Maar Ik deed het, Ik bewees lankmoedigheid, om Mijn naams wil, opdat die niet ontheiligd wierde voor de ogen van die Heidenen, voor welker ogen Ik hen uitvoerde (Num. 14:16).
Evenwel moest Ik de gedachte omtrent hun vernietiging toch tot ene zekere hoogte volbrengen, zo niet door al te ver gaande verschoning de ere Mijns naams op andere wijze zou lijden. Zo hief Ikdan ook Mijne hand op tot hen in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen in het land, dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honing, hetwelk het sieraad is van alle landen (Num. 14:11 vv. Ps. 95:11; 106:26). De Profeet laat ons hier weer de tot een eed opgeheven hand zien, en wel tot den eed, het trouweloze volk niet in het land, dat van melk en honing vloeit, te voeren (vgl. vs 6); hij laat ons echter ook in het medelijdend oog van God zien, dat ten minste de zonen in het land wil laten komen, om het volk niet geheel te verdelgen.
Daarom, dat zij Mijne rechten verwierpen, en in Mijne inzettingen niet wandelden, en Mijne Sabbatten ontheiligden: want hun hart wandelde hun drekgoden na (Amos 5:25 vv.).
Doch Mijn oog (Hoofdst. 5:11; 7:4)verschoonde hen in zoverre, dat Ik hen niet verdierf, ook tot in de jongere generaties (Num. 14:20 vv.), en gene voleinding met hen maakte in de woestijn 1), zodat zij geheel zouden zijn te niet gegaan, zo als zij eigenlijk hadden verdiend.
De geschiedenis der worstelingen tussen de zonden van Israël, waardoor zij trachten zich zelven te verderven en de barmhartigheid van God, waardoor Hij trachtte hen te behouden en gelukkig te maken, wordt hier vervolgd; en de bewijzen van die worstelingen in deze verzen hebben betrekking tot hetgeen voorgevallen is tussen God en hen in de woestijn, waarin God Zich zelven eerde en zij zich onteerden.
Maar Ik zei tot hun kinderen in de woestijn, het opgroeiend geslacht van hen, die eens uit Egypte waren getogen, terwijl Ik vóór den intocht in Kanaän door herhaling der wet liet vermanen, wandelt niet in de inzettingen uwer vaderen, zo als zij die het eerst in Egypte en vervolgens de 40 jaren in de woestijn gemaakt hebben, en onderhoudt hun rechten niet, die in allerlei afgodische gebruiken en zondige gewoonten bestaan, en verontreinigt u niet met hun drekgoden (vs. 7). In vs. 16 en 17 is van het eerste geslacht der woestijn gehandeld; daarentegen handelen nu de verzen 18-26 verder van het tweede geslacht in de woestijn. God vermaande het, dat het bij Hem en Zijn woord zou blijven, maar de zonen deden als hun vaderen zodat God reeds in de woestijn Zijnen toorn aan hen dacht te stillen. Hij liet het echter ook ditmaal na om Zijns naams wil, bedreigde ze toch met verstrooiing onder de Heidenen, en gaf degenen, die Zijne inzettingen verachtten, in slechte gewoonten, valsen godsdienst, ja gruwelijken Molochdienst over. Tot de kinderen van het eerste geslacht behoort de gehele tweede wetgeving (Deuteronomium), met hare ernstige vermaningen, zo als die in de velden van Moab werd gehoord en in het 5de Boek van Mozes staat opgetekend. De vaders worden volgens hun volhardende ongehoorzaamheid tegen de wetgeving des Heeren enigermate voorgesteld als wetgevers naar eigen zin en op eigen hand. Zulk ene grote kracht heeft de goddeloosheid, dat men die als ene wet eerbiedigt; want de duivel en de wereld hebben ook hun statuten en rechten, die zeker meer worden waargenomen dan Gods geboden.
Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijne inzettingen, daar Ik u in plaats van uwe vaderen, die verslagen zijn in de woestijn, tot Mijn verbondsvolk heb gemaakt, en onderhoudt Mijne rechten, en doet die(vs. 11).
En heiligt Mijne Sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat ik, de HEERE, uw God ben1) (vs. 12).
Hier verzekert de Heere zo duidelijk mogelijk, dat het onderhouden van den Sabbath een teken is, dat er een goede verstandhouding bestaat tussen God en de zielen. Wie in waarheid behoefte gevoelt om den Sabbath te heiligen, toont daardoor, dat hij zijn roeping tegenover God bewust is. Daarom worden ook terecht de Sabbatten genoemd middelen tot heiligmaking.
Maar die kinderen waren, zo als het voorgevallene in Num. 20:1-9 bewijst, ook weerspannig tegen Mij: zij wandelden niet in Mijne inzettingen, en Mijne rechten namen zij niet waar, om die te doen; welke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven: zij ontheiligden Mijne Sabbatten, dat Ik zei, Mijne grimmigheid te zullen uitgieten over hen, volbrengende Mijnen toorn tegen hen in de woestijn.
(vs. 13).
Zij, die Gods inzettingen ontrouw zijn, verwerpen dezelve; zij tonen, dat zij een gering gevoelen daarvan hebben, gelijk ook van Hem, Wiens inzettingen het zijn. Zij verontreinigden Gods Sabbatten, gelijk hun vaders deden. Merk hieraan, de ontheiliging van Gode Sabbathdag is ene inleiding tot alle goddeloosheid, zij, die den heiligen tijd besmetten, zullen niets zuiver houden.
Doch Ik keerde, zo als uit Mijn handelen met Bileam blijkt (Deut. 23:5) Mijne hand af, en deed het om Mijns naams wil, dat Ik de uitstorting van Mijnen toorn nog terughield, opdat Hij, Mijn naam, voor de ogen der Heidenen niet zou ontheiligd worden, voor welker ogen Ik hen uitgevoerd had (vs. 14).
Ik hief ook Mijne hand tot hen op in de woestijn, om Mijne bedreiging met enen eed te bekrachtigen, terwijl zij Mij in de gedaante zo als zij in hun nakomelingen zouden worden, zo levendig voor den geest stonden, als hadden zij deze vorming, die in beginsel reeds aanwezig was, reeds in haar geheel in zich. Ik zwoer, dat Ik hen verspreiden zou onder de Heidenen, en hen verstrooien in de landen (Deut. 4:26 en 27).
Omdat zij Mijne rechten niet gedaan hadden, maar Mijne inzettingen verworpen, en Mijne Sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren (vs. 15 en 16).
Ene verschoning als in vs. 17 zou dus nu niet meer plaats hebben, maar Ik bereidde nu de volvoering Mijner bedreigingen daardoor voor, dat Ik ze overgaf in verkeerden zin om te doen dingen, die niet betamen (Rom. 1:28). Daarom gaf Ik hun ook in tegenstelling tot Mijne goede en leven aanbrengende wet, besluitingen, inzettingen, die niet goed maar integendeel ten hoogste kwaad waren, en rechten waarbij zij niet leven zouden, maar sterven moesten. Ik liet hun vrijheid om de schandelijkste gewoonten te volgen.
En Ik verontreinigde hen in hun giften; Ik verhinderde het niet, dat zij zich bezoedelden door hun offergaven, die zij ter ere van den Moloch brachten, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent, alle eerstgeborenen (Lev. 18:21); opdat Ik ze verwoesten zou, het gericht der verwoesting zou tegemoet voeren, ten einde dat zij door de straf, die over hen kwam, zouden weten, dat Ik de HEERE ben, hun Vader en God, dien zij verachtten, God in den volsten zin des woords, en dat hun verlaten niets dan ellende was. Tegenover eigengemaakte wetgeving, tegenover welke de eerste generatie schuldig was, staat in vs. 19 de vernieuwing der wet van Sinaï. In zoverre echter de tweede generatie, die op de herhaling en vernieuwing betrekking heeft, den overgang in Kanaän teweeg brengt, ja, dit Israël reeds naar zijn beginsel in zich sluit, zo staat met die herhaling reeds de bedreiging met de ballingschap in vs. 23 in verband. Ware het nieuwe geslacht in waarheid geestelijk nieuw geweest, zo zou het zulke ernstige waarschuwingen en sterke bedreigingen, als het 5de Boek van Mozes bevat, niet hebben nodig gehad. De gezindheid van het nieuwe geslacht was echter door alle voorafgegane strafgerichten nog geenszins ene geheel verbrokene geworden; nog altijd had de tucht Gods haar doel niet bereikt (Deut. 29:4). De Profeet onderscheidt wel het geslacht, dat uit Egypte trok, en dat God tot sterven in de woestijn had veroordeeld, van dat, hetwelk in de woestijn was opgegroeid; maar dit laatste, of de zonen van degenen, die in de woestijn waren gevallen, die in het land Kanaän werden gebracht, neemt hij vervolgens in vs. 27 met alle volgende geslachten als een geheel te zamen inbegrip der vaderen van het in zijnen tijd levende geslacht. Hieraan wordt nu werkelijk de straf uitgeoefend, die reeds gedreigd was, maar niet gedreigd als ene zodanige, welke reeds had moeten worden uitgeoefend, doch ten gevolge ener verschoning nog was uitgesteld. Integendeel was de tijd der verstrooiing van den beginne af niet nader bepaald, en zo sluit, wat tegenwoordig vervuld werd, met hetgeen vroeger gedreigd was, zich tot een geheel te zamen, ten gevolge van de reeds bij Mozes heersende beschouwing des volks in zijne successieve geslachten als ene aaneengeslotene eenheid. Van vroegen tijd af zijn de uitleggers het daarover oneens geweest, wat men onder de niet goede en niet levend makende inzettingen en rechten moest verstaan, welke God volgens vs. 25 aan het tweede geslacht in de woestijn (in zijn geheel met de volgende geslachten) gaf, en van welke in vs. 26 een voorbeeld wordt aangevoerd. Zeer ten onrechte denken vele kerkvaders aan de Goddelijke wet zelf, van welke God zelf hier betuigt, dat zij niet zalig maakt; wij moeten ons echter integendeel met die uitleggers verenigen, die erkennen, dat hier heidense zeden en godsdienst bedoeld zijn. Wat hebben wij te verstaan door de besluitingen, welke niet goed waren, en de rechten, bij welke zij niet leven konden? Heeft men hier te denken aan de schaduwachtige geboden? Deze ware zeker moeilijk en uit dien hoofde zeer onaangenaam, (Hand. 15:10); ook kon men door het waarnemen van deze lastige plechtigheden het leven niet erlangen. Maar die opvatting komt in het geheel niet overeen met het verband van zaken. Hier wordt blijkbaar gesproken van ene straf, welke de Israëlieten zich door hun wangedrag hadden op den hals gehaald. De Heere zegt uitdrukkelijk, vs. 24, 25: omdat zij Mijne Sabbatten ontheiligd hadden. Daarom, om deze hardnekkige ongehoorzaamheid, gaf Ik hun ook besluitingen, welke niet goed waren, en rechten, bij welke zij niet leven konden. Het geven derhalve van deze besluitingen en rechten was het gevolg en de rechtvaardige straf van Israëls ongehoorzaamheid aan Gods wetten. Haar hoe strookt het nu, dat God wetten zou gegeven hebben, tot ene straf van het overtreden Zijner wetten? Om nu niet eens op te merken, dat de benaming van besluitingen, welke goed waren, wat al te hard zij, voor de schaduwachtige geboden omtrent de plechtigheden van den eredienst. Wij verstaan daarom door de besluitingen en rechten, rechterlijke besluiten en vonnissen, welke niet goed, maar zeer nadelig waren, en de meest geduchte onheilen over het volk brachten, zware strafgerichten, onder welke zij niet leven konden. Dit beantwoordt allerduidelijkst aan het verband van zaken en de oorspronkelijke woorden hebben meermalen deze betekenis. Het is waar, die zelfde woorden komen ook in vs. 24 voor, maar in den zin van wetten en geboden. Dan het is ene sierlijke manier van spreken, antanaclasis genoemd, wanneer dezelfde woorden in onderscheidene betekenissen genomen worden. Gods gericht begon daarmee, dat aan Israël de verkeerde instellingen en de dode rechten van Kanaän tot straf zijn gegeven: omdat zij niet Mijne goede wet wilden, heb Ik hun Kanaäns verkeerde wet gegeven. God heeft de menselijke natuur zo ingericht, dat op den afkeer van Hem gehele verduistering en vernieling volgt, dat geen maat houden in dwaling en zonde, geen blijven staan op de middelste trappen mogelijk is, dat de mens, hoe gaarne hij ook zou willen blijven staan, tegen zijnen wil van trap tot trap moet naar beneden zinken; de afval van God is de schuld, de exces der dwaling en het zedelijk wegzinken is het verdiende lot, dat allen gaarne zouden willen ontgaan, wanneer dit in hun macht stond. Juist dat, wat hun kwalijk bekomt en vol dood en verderf is, heeft de grootste aantrekkingskracht voor de mensen. De kiem zelfs van dien openbaren afval, waarmee men later misdadig den afgodendienst huldigde (vs. 31), lag reeds in het geslacht der woestijn, hetwelk in Kanaän introk, en openbaarde zich slechts op verborgene, weinig in ‘t oog vallende wijze; daarom bestonden reeds Mozaïsche verboden, welke, voor die vermenging waarschuwden, en betrekking hadden op ene omkering van het gebod (Exod. 13:12 vv.) tot afgoderij.
Daarom, omdat nu ten opzichte van het tegenwoordige geslacht de tijd van voorbereiding ten einde is, en die der uitvoering Mijner bedreiging gekomen (vs. 23), mensenkind! spreek tot het huis Israëls, om hun de volkomene gerechtigheid van hetgeen Ik nu doe te doen gevoelen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uwe vaderen, namelijk de latere geslachten dergenen, van welke in vs. 18-26 sprake was, van welke geslachten gij onmiddellijk afstamt, gesmaad, dat zij door overtreding, door schandelijke ontrouw tegen Mij overtreden hebben.
Als Ik hen in het land gebracht had, over hetwelk Ik Mijne hand opgeheven had, om hetzelve hun te geven (vs. 6), wat deden zij dan in den tijd der richters en koningen-ziet-zo zagen zijin dit heilige land, dat Mij toebehoorde, naar allen hogen heuvel en alle dicht geboomte, en offerden daar hun offeren; en gaven daar hun tergende offeranden, die Mij tot smart en verdriet waren, omdat zij ze den afgoden brachten (Deut. 32:16 en 21), en daar zetten zij hunnen lieflijken reuk, en daar offerden zij hun drankofferen (Hoofdst. 6:13; 16:24 vv. 1 Kon. 14:23. 2 Kon. 17:10 vv. Ki).
En Ik zei dikwijls genoeg tot hen door Mijne profeten: Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat? Doch zij sloegen op zulk ene vermaning geen acht, maar gingen onbekommerd verder. Nochthans is de naam daarvan genoemd hoogte, tot op dezen dag toe; de dienst op de hoogte is ondanks Mijn vermanen nog niet geheel geëindigd.
Daarom, omdat met dat zo gewone woord de bestendige afval Mijns volks van Mij duidelijk bewezen is, zeg tot het huis Israëls, om hun dien afval in een korten zamenhang nogmaals te doen gevoelen en de afwijking in vs. 3 te herhalen, nadat zo grondig reden gegeven is: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen, met de afgoden, welke zij hebben gediend.
Ja met het offeren uwer gaven aan afgoden, die nog bij de oude gevoegd zijn, met uwe kinderen door het vuur te doen doorgaan, zijt gij verontreinigd aan al uwe drekgoden tot op dezen dag toe (vs. 26); en zou Ik van u gevraagd worden, o huis Israëls, die zo afgodisch en trouweloos jegens Mij handelt? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik van u gevraagd worde! Terwijl de Profeet zich nu in ‘t bijzonder tot zijne tegenwoordige omgeving wendt, kastijdt hij eerst het verraad, dat het volk, nadat het door de onuitputtelijke genade in het land der belofte gevoerd is, aan zijnen God heeft gepleegd; op alle hoge heuvelen en onder elken dichten boom werd den vreemden goden geofferd. De Profeet herinnert vooral aan het schandelijk misbruik van den naam “hoogte”, welke in zijne afgodische betekenis tot op dezen dag was gebleven. Waarlijk, niet opwaarts, maar nederwaarts zijn zij gekomen, doordat zij op de hoogten stegen. En zo is deze naam tot een blijvend gedenkteken van hun afschuwelijk verraad jegens den genadigen God geworden, die hen op ene geheel andere hoogte wilde trekken; maar, helaas! het tegenwoordige geslacht is nog geheel als het oude, de kinderen zijn steeds op de wegen van gruwelen voortgewandeld even als de vaderen. God spreekt tot hen op een toon van verwijt (1 Kon. 9:13): “Wat is die hoogte, waarhenen gij gaat?” hoe kunt gij, in plaats van Mij in Mijn waarachtig heiligdom te zoeken, u naar die ellendige plaatsen met hun ellendige afgoden wenden? En toch worden deze plaatsen hoogten genaamd tot op den huidigen dag in den zin van heiligdommen, en in de mening, daaraan iets bijzondere te hebben. Niet op hoogten van menselijke filosofie, maar in de hoogte en in het heiligdom woont de Heere, die bij de verootmoedigde en de beangstigde harten woont (Jes. 57:15). De Heere wil niet gevraagd zijn, want nu is het vooreerst niet de tijd om te denken aan de opheffing van het reeds begonnen gericht, zo als het lang te voren was verkondigd (vs. 13), aan terugkering en zegen, maar aan de bepaling, aan de eindbedoeling Gods bij dit gericht, namelijk de reiniging van dit geslacht, de toebereiding daarvan voor den tijd der genade.
Daarom, zo zeg hun verder in Mijnen naam, dat in uwen geest opgeklommen is zal geenszins geschieden, dat gij zegt: Wij zien dat de overige volken in hunnen afgodendienst voorspoedig zijn en het hun wel gaat, terwijl wij met onzen van hen afgezonderden godsdienst geen geluk hebben, daarom, zullen wij als de Heidenen rondom ons, en als de geslachten der landen, de natiën in verschillende delen der aarde zijn, dienende even als zij (Deut. 4:28) hout en steen. Zulk ene gezindheid zal Ik te niet doen, en weten, hoe Ik die zal vernietigen. De Heere laat het bij de afwijzing in vs. 31 niet blijven; Hij slaat thans een blik op hun hart, en vindt daar, in plaats van de liefde tot Hem en het berouw over hun dwaalwegen, de neiging tot afhoereren, om eveneens te doen als de heidense volken. Bij deze hun hoofdzonden grijpt Hij hen aan, en terwijl Hij in vs. 32-44 uitvoerig voorstelt, hoe deze hun neiging nooit en nimmer in den door hen bedoelden zin bevrediging zal vinden, maar hen wel zal overmeesteren, hoe Hij hen door harde gerichten zal leiden en louteren, totdat zij, gelouterd en bekeerd, eindelijk de zaligheid deelachtig en waardig worden, geeft hij daarmee een profetisch overzicht over de gehele toekomst van Israël van de dagen van Ezechiël tot het einde der geschiedenis. Het zou strijden met het wezen Gods, in ‘t bijzonder met Zijnen naam Jehova, wanneer Israël werd als de Heidenen. Het omgekeerde zal integendeel juist plaats hebben, dat namelijk de Heidenen worden als Israël, want de aan dit volk ingeschapene idee, in welke het verkoren is uit al de volken der aarde, is de idee van het volk Gods, waardoor Israël tevens drager is van de idee der mensheid in ‘t algemeen. Overeenkomstig de schepping is de idee der mensheid, Godes te zijn (Luk. 3:38). Door wederherstelling krachtens de verlossing, moet zij daardoor tot volkomenheid komen, dat God alles in allen is (1 Kor. 15:28), of dat de mensen Zijne onderdanen zijn, en Hij hun God is (Openb. 21:3). Wanneer nu de verwezenlijking van deze idee van Israël en van de mensheid in ‘t algemeen, in de volheid der tijden in den éénen mens geschiedt, die, gelijk Hij Israël is, zo ook “de Zoon des mensen, ” zo verbindt zich Zijne geschiedkundige verschijning aan de ene zijde naar het vlees aan Israël, maar aan de andere zijde naar den geest ontwikkelt zich uit Hem de nieuwe mensheid, die het in geest en waarheid is, het volk van God, dat Israël moet voorafbeelden. De uitstorting van den door Hem Beloofden, van Zijnen Geest toont daarom niet aan, dat Israël tot Heidenen geworden is, al werden hun talen gesproken, maar dat de Heidenen tot Israël zijn geworden (Hand. 2). Ook Christenen kunnen niet maar eenvoudig weg weer Heidenen worden.
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heers HEERE:Mijne koninklijke regering over u kan nooit daardoor worden opgeheven, dat gij die niet meer wilt. Door zulk ene verwerping wordt slechts Mijn onvernietigbaar koningschap genoodzaakt ene verschrikkelijke gedaante aan te nemen. Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik niet met ene sterke hand, en uitgestrekten arm, en met ene uitgegotene grimmigheid over u zal regeren! zo als Ik eens over Egypte heb geheerst, welks koning zei: Wie is de Heere, dat ik Zijne stem zou gehoorzamen (Ex. 5:2; 6:1 en 6)?
Want Ik zal, gelijk Ik eens uwe vaderen uit Egypte gevoerd heb, u uit de volken voeren, niet lichamelijk en plaatselijk, maar door geestelijke afzondering uit de gemeenschap met hen, zodat het nimmermeer tot ene ineensmelting met de heidenwereld bij u zal komen, enIk zal u vergaderen uit de landen, waarin gij ten gevolge Mijner straffen verstrooid zijt; door ene sterke hand en door enen uitgestrekten arm, en door ene uitgegotene grimmigheid, zodat gij integendeel tot een op zichzelf bestaand, tot één geheel verbonden volk zijn en blijven moet.
Daartoe zal Ik, gelijk Ik eens uwe vaderen na den uittocht uit Egypte in de woestijn heb gebracht, u brengen in de woestijn der volken, dat gij, hoewel midden onder de volken levende, toch eenzaam onder hen staat als in ene eenzame, van mensen ontblote woestijn, en Ik zal met u aldaar rechten aangezicht aan aangezicht. Door kastijding en straf, in welke gij Mijne tegenwoordigheid wel zult gevoelen, zal uwe schuld jegens Mij worden geboet.
Gelijk als Ik gerecht heb met uwe vaderen in de woestijn van Egypteland, als Ik hun Mijne heerlijkheid van den Sinaï af uit het vuur bekend maakte (Deut. 5:4), en zij daardoor zo in angst geraakten, dat zij van hun zonde en doodschuld bewust werden (Ex. 20:18 vv.), alzo zal Ik met u rechten, dat Gij Mij zult vrezen, spreekt de Heere HEERE.
En Ik zal ulieden onder de roede van Mijn opzicht en Mijne heerschappij doen doorgaan, dat gij Mij niet door valse emancipatie of opheffing der u gestelde grenzen zult ontlopen, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds, 1) zodat gij van de u opgelegde wet niet kunt loskomen.
Dat is: Hij zal hen beproeven en hen beoordelen volgens den inhoud van het verbond, en het onderscheid tussen sommigen en anderen gemaakt door de zegeningen en de vloeken van het verbond. Of het kan betrekking hebben op diegenen onder hen, die zich bekeren en beteren, Hij zal hen brengen onder de roede der verdrukking en hun daardoor wel gedaan hebbende, zal Hij hen wederbrengen onder de banden des Verbonds, zal hun tot een God zijn in het verbond, en hen weer behandelen als erfgenamen der beloften.
Daartoe zal Ik door een louteringsproces, waaraan Ik u onderwerp, die rebel zijn en die tegen Mij overtreden, door zich geheel los te maken van de verbondsbetrekking met Mij, uit ulieden uitzuiveren, Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren onder de volken, en uit deze in de woestijn der volken (vs. 23 en 35), zonder dat zij daar burgerrecht verkrijgen, hoe gaarne zij ook zouden willen. En zij zullen met degenen, die Mijne genadige bedoelingen verstaan en tot bekering komen, in het landschap Israëls niet wederkomen, 1) en gij zult) wanneer nu het einde van Mijne wegen met u zijn zal, weten, dat Ik de HEERE ben, die even als in genade en barmhartigheid, Zich ook in gerechtigheid en gerichte weet te verheerlijken. De uitleggers hebben zich het juiste inzicht in den zin dezer eschatologische afdeling gewoonlijk daardoor afgesneden, dat zij vs. 34 of van de terugvoering uit de toenmalige Babylonische ballingschap, of de laatste terugvoering uit de hedendaagse verstrooiing in het heilige land hebben verstaan. Maar noch van die noch van deze terugvoering kan het vers worden verstaan, wanneer men aan de woorden en aan den zamenhang recht laat wedervaren. De terugvoering uit de Babylonische ballingschap was niet ene terugvoering uit de volken en uit de landen, maar uit één volk en één land, zij geschiedde ook niet door Gods toorn en straffenden arm, die zich aan Israël betoonde. Evenzo zal die vergadering uit de volken, welke aan het einde der tegenwoordige verstrooiing moet plaats hebben, wanneer zij zich tot Christus hebben bekeerd, en ten gevolge daarvan weer in hun land worden gebracht, niet een werk zijn van Gods toorn, maar het tegengestelde, de grootste betoning van genade aan Israël. Verder wordt niet slechts gezegd, dat God Israël uit de volken, onder welke het verstrooid is, zal uitleiden, maar tevens ook, waarheen Hij hen zal leiden, namelijk in de woestijn der volken, om daar met hen te rechten en Zijne zaak met hen uit te maken. Dit bij de terugvoering uit de Babylonische ballingschap van de tussen Babel en Palestina liggende woestijn, van de aan de doortocht verbondene bezwaren en Israëls loutering door middel van deze bezwaren te verklaren, geeft slechts een matten zin. Ook kan niet verklaard worden, waarom die woestijn der volken genoemd wordt; bij de laatste verzameling van het tot Christus bekeerde Israël uit zijne tegenwoordige verstrooiing wordt het echter geenszins in de woestijn der volken verplaatst, maar in zijn land gebracht, en de toestand, waarin het daardoor komt, zal geenszins een zodanige zijn, in welken God met Israël van aangezicht tot aangezicht richt en het loutert. Ten laatste moet nog worden opgemerkt, dat vs. 38 veronderstelt, dat de Israëlieten nog niet weer in hun land zijn teruggekeerd, maar nog in het midden der volken leven, en dat eerst in vs. 40 vv. Israëls terugkeren in zijn land wordt aangenomen als hebbende plaats gehad, en zijn vergaderd zijn uit de landen wordt gedacht. Wil men die vergadering en weer terugvoering reeds in vs. 34 denken, dan verscheurt men den gehelen zamenhang der profetie, de gehele volgorde der voorzegde gebeurtenissen. Integendeel is naar den klank der woorden en den zamenhang het volgende de juiste verklaring der plaats: Israël wil in de heidenvolken opgaan, maar dat zal het nooit (vs. 32). God zal hun in zoverre naar hunnen dwazen waan doen, dat Hij hen onder de volken brengt en verstrooit, (men denke vooral aan die verstrooiing, in welke Israël sedert de 2de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 60 leeft). Maar daarbij zal Hij Zijn eigendomsrecht, dat Hij door middel der verkiezing op hen heeft, onder alle omstandigheden door daden van toorn bewijzen en hen bij Zich weten te houden. Hij zal, ook als zij onder de volken verstrooid zijn, met Zijnen straffenden ernst het ten ondergaan onder de volken verhinderen, hen aanstonds uit de volken en alle gezochte en gewenste gemeenschap en vermenging met hen uitvoeren en tot zich vergaderen, zodat de wereld der volken, door welke zij heengaan, voor hen ene woestijn zal zijn, dat zij midden onder de mensen van de mensen afgezonderd en eenzaam als op enen tocht door ene woestijn zullen wezen (vs. 33 en 34). Wanneer God nu in Zijnen toorn Israël in dezen toestand zal hebben verplaatst, dan zal Hij met hen tot hun bekering handelen. Vooreerst zal Hij dan met hen rechten. Gelijk Hij met hen gericht heeft, toen het na zijne uitleiding uit Egypte door de Sinaïtische woestijn trok, zo zal Hij met hen rechten, als het op deze voorzegde wijze door de wereld der volken als door de woestijn zal trekken. Deze door Gods toorn teweeggebrachte toestand, waarin zij midden onder de mensen en toch afgezonderd van hen leven, zal dan ook een toestand van straf, een voortgaand voorhouden van hun verkeerdheid zijn (vs. 35 en 36). Het wordt echter verder ook een toestand, die hen dwingt en noodzaakt, zich onder Jehova te buigen. Altijd weer door Gods besturingen van de hen omgevende volken afgescheiden, zullen zij zich aan Jehova moeten houden. Zo zal God hen onder Zijnen heerschersstaf laten intrekken in die woestijn der volken, en zal hen brengen onder de banden des verbonds. De band des verbonds is de wet, en de wet is juist het middel, waardoor God hen in het midden der volken van de vermenging met de volken terug en bij Zich houdt. Deze wet, door welke zij hadden kunnen leven, moeten zij nu als boei dragen en hare kastijding ondervinden (vs. 37). Maar deze toestand van straf en dwang zal ook de uitwerking hebben, dat die Israël loutert. Aan het einde van den tijd van straf zal het geschieden, dat de goddelozen uit Israël zullen worden afgezonderd, zodat slechts een heilig en rein volk overblijft. Deze goddelozen zullen noch in de landen, waarheen zij verstrooid waren, te huis worden en blijven, noch in het land van Israël komen, maar aan het oordeel en het verderf toevallen. Die zich echter tot bekering laten leiden, zullen gelijk uit de tegenstelling van zelf blijkt, uit de landen, waarin zij verstrooid waren, in het land Israëls komen (vs. 38). Daarmee heeft de profetie Israëls toekomst gebracht tot op het punt, dat nog alleen het einde moet worden beschreven. Om het paraenetische (vermanende) doel van dit woord Gods, geschiedt dit op deze wijze, dat de rede in het volgende 39ste vers wordt afgebroken en zich met de roepstem tot bekering tot de dan levende Israëlieten wendt: “Daar nu het einde komt, zo heeft de beslissing voor u plaats; dient uwe afgoden voortaan gelijk te voren, dient hen nu, en dient hen verder, wanneer gij toch Gods stem niet wilt horen! Maar weet daarbij, dat gij dan ook voortaan Zijnen heiligen naam niet door uwen afgodendienst zult ontheiligen; gij zult dan toch tot diegenen behoren, die om hun weerspannigheid niet uit de landen der verstrooiing in het land van Israël zullen komen, en zult dus gene gelegenheid meer hebben, door uwe afgodendienst Mijnen naam te schandvlekken, want dan zal in Mijn heilig land door de in den tijd van straf bekeerden, en daaruit teruggevoerden alleen heilige en ware godsdienst worden uitgeoefend. ” Zo verenigt zich het woord Gods van het verder volgende 40ste vers af met de door vs. 39 afgebrokene beschrijving van het einde, Zij zegt, dat alsdan Israël, uit zijne verstrooiing teruggeleid, in zijn van God den vaderen gegeven land, op den berg Zion Gode zijne onbevlekte offers zal brengen ten prijze voor alle volken der wereld, als een nu in zijn geheel door de genade Gods overwonnen heilig volk. Merk hieraan, alhoewel godvruchtige mensen met de goddelozen in de rampen der wereld mogen delen, zo zullen de goddeloze mensen toch niet delen met de godvruchtigen in het hemelse Kanaän. Maar het zal een deel van het geluk dier wereld uitmaken, dat zij zullen uitgezuiverd zijn van onder hen, het kaf van het koren, de stoppels uit de tarwe. Wij hebben ook hier weer een vergezicht in den toekomstigen tijd, zowel in dien der N. Bedeling als in dien der eeuwigheid. De Profeet ziet ten slotte over alle eeuwen heen en kondigt den tijd aan, dat het geestelijk Israël eenmaal van alle zonde bevrijd, verlost van allen, die buiten zijn, in eeuwige heerlijkheid zal delen, en dat daarentegen allen, die niet van Gods volk zijn, voor eeuwig zullen omkomen.
Ik weet wel, welk doel Ik met u heb, door welke middelen Ik dat zal bereiken. En gijlieden, o huis Israëls! alzo zegt de Heere HEERE, ten opzichte van uwe tegenwoordige handelwijze en uwe bedoelingen voor de toekomst (vs. 32): Gaat henen, wat Mij aangaat, dient een ieder zijne drekgoden, zo als het hem luste; Ik zal er hem niet in verhinderen, alsof Mijn voornemen daarom te niet ging. Doet het ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijnen heiligen naam met uwe giften en met uwe drekgoden
. Ik zal van den tijd af, dat Ik zo u aan uzelven en aan uwen lust heb overgelaten, weten te verhinderen, dat gij door uwe afgoderij nog verder Mijnen heiligen naam daardoor schandvlekt, dat het onder Mijne ogen en op Mijne heilige plaats geschiedt. Integendeel zal daar, nadat de afvalligen en overtreders onder u zijn te niet gedaan (vs. 38) en in het land van Israël alleen de zodanigen zijn gekomen, die geleerd hebben, dat Ik de Heere hen, een geheel nieuwe geest heersen.
Beter: Waarlijk zult gij naar Mij horen en Mijnen Heiligen naam niet verder ontheiligen met uwe gift en drekgoden. De Heere wil hiermede toch zeggen, dat ten leste door Zijne gerichten het volk, dat overblijft, zich niet meer met de afgoden zal inlaten, maar zich bekeren tot den Heere God, Zijn dienst en Zijn wacht waarnemen. Feitelijk zegt de Heere, dat wie Hem verlaten wil, Hem geheel moet verlaten, en dat wie tot Hem bekeerd wordt, Hem weer volkomen zal dienen.
Want op Mijnen heiligen berg, op den hogen berg Israëls, van welken reeds in Hoofdst. 17:23 sprake was, spreekt de Heere HEERE, daar zal in dien tijd, dien de Ziener in Openb. 14:1 vv. reeds als gekomen zag, Mij het ganse huis Israëlsnaardat het dan volgens de verkiezing der genade bestaat, in het land dienen, zij allen, daar dezulken, die Mij niet willen dienen, niet in het land worden toegelaten; daar zal Ik, terwijl Ik Mijn rijk op nieuw onder hen opricht, welgevallen aan hen nemen, als die onstraffelijk zijn voor Mijnen troon, en daar zal Ik uwe hefofferen eisen en de eerstelingen uwer heffingen met al uwe geheiligde dingen 1), overeenkomstig de gewoonten van Mijn heiligdom, zo als die in Hoofdst. 45 en 46 weer hersteld zijn.
Merkt hieraan, het is het ware geluk van een volk, en een vast teken ten goede voor hen, wanneer in hen een heersende neiging is, om God te dienen. Daar God aan de afgodendienaars verboden had, hun giften aan Zijn altaar te brengen, zo zal Hij van deze eisen, dat zij Hem hun offeranden en eerstelingen zullen brengen, en Hij zal dezelve aannemen. Hetgeen Hij niet eist, zal Hij niet aannemen, maar hetgeen met een oog op Zijn gebod gedaan wordt, zal Hem wel behagen.
Ik zal een welgevallen aan ulieden nemen om den lieflijken reuk, die gij nu zelf zijt, wanneer Ik u van de volken uitvoeren en u vergaderen zal uit de landen, in welke gij zult verstrooid zijn (Hoofdst. 36:24; 37:12 vv. 21 vv.), en Ik zal in u geheiligd worden (liever Mij in u heiligen Hoofdst. 36:23)voor de ogen der heidenen. De verdiensten van onzen groten Zaligmaker zijn den Allerhoogste als een lieflijke reuk. Zijne werkzame of lijdelijke gerechtigheid heeft een gelijken geur. Er verspreidde zich een lieflijke reuk van uit Zijn bedrijvig leven, door hetwelk Hij de wet Gods eerde, en ieder voorschrift daarvan deed blinken als een kostbare parel in den reinen stralenkrans van Zijn eigen persoon. Evenzo uit Zijne lijdelijke gehoorzaamheid, toen Hij met zwijgende onderwerping honger en dorst, koude en naaktheid verduurde, in Gethsémané het bloedzweet Hem uitgeperst werd, toen Hij Zijn rug liet geselen en Zijne wang gaf aan hen, die hem sloegen, toen Hij werd gehangen aan het vreselijk kruis, om in onze plaats den vloek Gods te dragen. Deze beide zijn den Allerhoogsten een lieflijke reuk en om den wille van Zijn leven en sterven, van Zijn plaatsvervangend lijden en Zijne gehoorzaamheid, neemt de Heere, onze God, aan. Welk ene waardij moet Hij bezitten, indien deze onze onwaarde nog te boven moet gaan. Welk een lieflijke geur om onzen onaangenamen reuk te verdrijven. Welk een reinigende kracht in Zijn bloed, om zonden, als de onze, weg te nemen, en welk een heerlijkheid in Zijne gerechtigheid, om zulk onwaardige schepselen te doen aannemen in den Geliefde! Zie hier gelovige hoe zeker en onveranderlijk onze aanneming moet zijn, daar zij is in Hem! Neem u in acht, nimmer te twijfelen aan uwe aanneming in Jezus. Buiten Christus kunt ge niet aangenomen worden; maar indien Zijne verdienste u toegerekend is, kunt gij niet uitgeworpen worden. Niettegenstaande al uwe twijfelingen en vrees en zonden kan des Heeren oog nimmer in toorn op u neerzien; want ofschoon Hij zonde ziet in u zelven, ziet Hij er gene, indien Hij door Christus op u neerziet. In Christus zijt gij altijd aangenomen, altijd gezegend en dierbaar aan des vaders hart. Daarom hef een loflied aan, en als gij heden den lieflijken geur der verdiensten van den Zaligmaker ziet opgaan voor den Goddelijken troon, laat dan de geur uwer lofzangen mede opstijgen ten hemel.
En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het landschap Israëls gebracht zal hebben, in het land, waarover Ik Mijne handter eedzwering opgeheven heb, om hetzelve uwen vaderen te geven (vs. 6).
Daar, in het land, waarin gij dan zult teruggebracht zijn, zult gij dan gedenken aan uwe wegen, en aan al uwe handelingen, waarmee gij gedurende de vorige bezitting u verontreinigd hebt in vele en zware zonden, en gij zult van uzelven ene walging hebben over al uwe boosheden, die gij vroeger gedaan hebt 1), zodat gij in deze uwe vorige gedaante en gesteldheid van uzelven ene walging hebt (Hoofdst. 6:9; 16:61).
De afgoderij en zondendienst zou hen tot grote, tot diepe schuld worden voor Gods heilig aangezicht. Zij zouden getroffen door de zichtbare blijken van Gods vergevende zondaarsliefde, zich zelven verfoeien in zak en asse. Niet de straf, niet de wet doet eindelijk een zondaar vallen in de armen Gods, maar het gevoel en het gezicht van de eeuwige liefde Gods.
Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik in uwe wederaanneming en herstelling met u gedaan zal hebben, om Mijns naams wil, niet naar uwe boze wegen, noch naar uwe verdorvene handelingen, waar voor gij verwerping voor altijd hadt verdiend, o huis Israëls! spreekt de Heere HEERE. Zo openbaart zich de overeenstemming der Goddelijke leidingen in gerechtigheid en in genade, van de eerste verkiezing des volks af en van den eersten tocht door de woestijn naar Kanaän af tot de nieuwe herstelling in het beloofde land, die nog toekomende is. Niet altoos wilde de Heere Zijne oordelen en strafgerichten over Zijn volk brengen, maar hen gewis eens uit hun ballingschap bevrijden; hun omzwerven in deze vreemde landen wilde Hij daaraan dienstbaar maken, dat zij geheel en al van de afgoderij gezuiverd werden, als onder de roede, die thans op hen rustte, moesten zij doorgaan, opdat zij bij vernieuwing onder den band des verbonds komen zouden; dit alles zou ware verootmoediging en wederkering tot God ten gevolge hebben, en hen overtuigend doen inzien, dat het genade alleen is, door welke zij wederom aangenomen en bij vernieuwing begunstigd werden. En is het dan wel nodig, dat wij hier in het brede aanmerken, dat het alzo ook met den weg der bekering eens zondaars gelegen is, dat ook voor ons niet zelden de roede nodig wordt, om tot den rechten weg gedreven te worden, dat ook wij ene walg aan ons zelven moeten hebben, om onzer zonden wil, en dat wij alleen om Zijns naams, om Zijns Zoons wil vergeving en genade vinden kunnen. Dat alles is het, wat de Heere zelf wil bewerken, en hetwelk Hij ons daarom telkens als volstrekt noodzakelijk voorstelt. Zien wij in de uitkomst, dat Israël daarvan veel had na de verlossing uit de ballingschap, maar dat dit inzonderheid bij de ware vromen alzo gevonden werd, dan bidden wij den Heere, dat Hij met Zijnen Geest en genade ook alzo tot ons wil komen en wij Hem in waarheid mogen dienen en in oprechtheid leren aankleven, opdat wij ons zelven en den lande behoudenis mogen aanbrengen. 45. ZWAARD DER CHALDEEN TEGEN DE JODEN EN DE AMMONIETEN.
II. Vs. 45.
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Hoofdst. 21:32. Het vorige gedeelte kan de voorzegging in de woestijn heten, dit de profetie van het zwaard des Heeren. Van dat schone beeld, waarop Ezechiëls oog zo even had vertoefd, de toekomstige vorming der nieuwe Godsstad, valt Zijn oog weer op de oude, in zonden verharde, onheilige plaats. Daar grijpt hem een sterke ijver aan: door een waren gloed van geestdrift medegesleept, schildert hij in ene bijna dichterlijke rede het nabijzijnd uur der wraak voor den overmaat van gruwelen. Overal is het streven zichtbaar door de aanschouwelijkheid der schildering ene vergoeding te verkrijgen voor de nog niet aanwezige, maar reeds ontkiemende werkelijkheid, en om door op zulk ene wijze het volk van zijne verkeerde gedachten af te leiden, te bewerken, dat in de plaats van de politiek bekering mocht komen. Vs. 45-48 : Het gericht als een vuur, dat het bos tegen het zuiden in brand steekt, vs. 49Hoofdst. 21:7 : het strafgericht als een over Jeruzalem en het land van Israël uitgetogen zwaard. 21:8-17 : het zwaard, scherp en bliksemend, zal alles onbarmhartig ter neer vellen, 21:18-27 : het zwaard des konings van Babel keert zich rechts naar Jeruzalem en maakt aan Juda’s rijk een einde; 21:28-32 : daarna zal het zich links wenden en de Ammonieten verdelgen.
Verder geschiedde op den vs. 1 genoemden tijd des HEEREN woord ten tweeden male tot mij, zeggende:
Mensenkind! zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup {1} tegen het zuiden, laat het bedreigingen regenen (Amos 7:16), en profeteer, om het reeds twee malen u genoemde voorwerp, waartegen zich uw profetisch woord moet richten, nog meer bepaald te noemen, tegen het woud van het veld in het zuiden 1). {1} “Druppen” is sedert Deut. 32:2 ene zeer dikwijls gebruikte uitdrukking voor profetische reden. Het beeldrijke van de uitdrukking, ontleend aan den regen, aan den dauw, wijst op den oorsprong van Boven, maar ook op de gewenste heilzame werking hoewel de rede niet alleen belofte, maar, zoals hier enkel bedreiging en gericht bevalt. De drup holt ten laatste den steen uit. Zou daardoor tevens het korte, afgebrokene der spreekwijze in ons hoofdstuk aangeduid zijn? . Het bos van het veld in het zuiden is een beeld van het rijk van Juda. Het woud is een beeld der bevolking, der mensenmassa, de mensen in het bijzonder zijn de bomen; het veld staat hier niet in tegenstelling tot stad of tuin, maar is zoveel als veld en gebied. Als het land van het zuiden wordt Judea voorgesteld van het standpunt der ballingschap. Het is bij de profeten gewoon om Chaldea, en in ‘t algemeen de wereldrijken in binnen-Azië het land van het noorden te noemen, waarbij niet zozeer de geografische ligging wordt bedoeld, als de omstandigheid dat de legers dezer rijken van het noorden door Syrië in het land indrongen, en ook de gevangenen naar het noorden werden heengevoerd.
En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE door Zijnen Profeet tot u: Ziet, Ik zal, gelijk u reeds in Jer. 11:16; 17:27 is gedreigd een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal. Het zal met geweld woeden, de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe, het gehele woud in zijne uitgestrektheid van het zuiden naar het noorden. Het vuur zal eerst den naar het zuiden vluchtenden koning aangrijpen en dan zullen degenen, die moeten worden weggevoerd, naar Rama in het noorden worden verzameld (Jer. 39:4 vv. 40:4).
En alle vlees zal zien aan de wijze, hoe het vuur ontstaat, en aan de werking die het doet, dat Ik, de HEERE dat aangestoken heb, en daaruit kan men eigenlijk begrijpen: het zal niet uitgeblust worden. Het vuur past even goed bij het beeld van het bos als voor den toorn van Jehova. Het groene en dorre hout beelden volgens Hoofdst. 21:3 de rechtvaardigen en de goddelozen af (Luk. 23:31). De Profeet is hier met de uitwendige schildering van het naderend gericht bezig. Van deze zijde bezien treft rechtvaardigen en onrechtvaardigen dezelfde slag-een woord, dat geenszins de andere zijde der beschouwing opheft, volgens welke toch ene grote kloof tussen goed en kwaad ook in betrekking tot het gericht plaats vindt (Hoofdst. 9:4 vv.). Wanneer twee hetzelfde lijden, is het niet hetzelfde; dengenen, die God lief hebben moeten alle dingen medewerken ten goede. De aangezichten in vs. 47 stellen hier, gelijk zo dikwijls de personen voor-“dat is de edele stof, die dit vuur moet verteren. En wanneer men nu ziet, dat alle menselijke plannen en hulpmiddelen, ook de meest belovende te niet gaan, zo komt men tot de erkentenis, dat men met de persoonlijke almacht en gerechtigheid te doen heeft, tegen wien de strijd een vergeefse is. ” Wat niet dadelijk vergaat, maar tot volmaking voortduurt, het blijvende dus maakt op den tijdelijken mens, die zelf te niet gaat, den indruk van het eeuwige. De brand zal algemeen zijn, alle rangen en trappen van mensen zullen daardoor verslonden worden, jong en oud, rijk en arm, hoog en laag, zelfs groene bomen, waarop het vuur anders niet licht vat heeft, zullen door dit vuur verslonden worden. Zelfs enige goede mensen zullen in deze rampen ingewikkeld worden, en indien dit geschiedt aan het groene hout wat zal aan het dorre geschieden? De dorre bomen zullen zijn als tondel en zwam, om vuur te vatten in dezen brand.
Het woord, mij opgedragen door den Heere, verkondigde ik met het aangezicht naar het zuiden gericht, aan de oudsten van Israël (vs. 1); zij verklaarden toen Mijne gelijkenisrede niet te verstaan. Toen klaagde ik mijne smart, die ik over de hardheid van de harten mijner toehoorders had, den Heere, en ik zei: Ach, Heere HEERE! zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen? Wij weten het niet wat hij bedoeld heeft met de woorden, die hij zo even heeft gesproken. Het raadsel of de gelijkenis is gemakkelijk op te lossen, en de Profeet heeft met zeer scherpzinnige mensen te doen; maar de hoorders willen niet verstaan, omdat de waarheid hun onaangenaam is, en zij trekken zich met ene zekere ironie achter de moeilijkheid van den vorm terug; zij doen alsof zij niets verstonden. De wereld heeft steeds veel te zeggen tegen predikers, die haar in het geweten tasten; maar wat hun eigenlijk in hun reden tegenstaat, schromen zij te bekennen. Altijd hebben goddelozen uitvluchten; predikt men door gelijkenissen, dan is het geheel en al duister; predikt men met duidelijke woorden, dan maakt de prediker het al te bevattelijk; hij valt met de deur in huis.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel