Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 19

1 Verder, hef gij een weeklage op over de vorsten van Israel,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Verder, hefH5375 gijH859 een weeklageH7015 op over de vorstenH5387 van IsraelH3478, Verder, hef gij een weeklage op over de vorsten van Israel,

KJV Moreover take thou up2 a lamentation3 for the princes5 of Israel,

1 וְאַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 שָׂ֣א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 קִינָ֔ה H7015 klaaglied, klaagliederen, weeklage lamentation 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 נְשִׂיאֵ֖י H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 6 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zeg: Wat was uw moeder? Een leeuwin, onder de leeuwen nederliggende; zij bracht haar welpen op in het midden der jonge leeuwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zegH559: WatH4100 was uw moederH517? Een leeuwinH3833, onder de leeuwenH738 nederliggendeH7257; zij brachtH7235 haar welpenH1482 op in het middenH8432 der jonge leeuwenH3715. En zeg: Wat was uw moeder? Een leeuwin, onder de leeuwen nederliggende; zij bracht haar welpen op in het midden der jonge leeuwen.

KJV And say,1 What is thy mother?3 A lioness:4 she lay down7 among lions,6 she nourished10 her whelps11 among8 young lions.

1 וְאָמַרְתָּ֗ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מָ֤ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 אִמְּךָ֙ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 4 לְבִיָּ֔א H3833 oude leeuw, ouden leeuw, leeuwen (great, old, stout) lion, lioness, young (lion) 5 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 אֲרָי֖וֹת H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 7 רָבָ֑צָה H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit 8 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 9 כְּפִרִ֖ים H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 10 רִבְּתָ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 11 גוּרֶֽיהָ H1482 welpen, jonge whelp, young one
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zij toog nu een van haar welpen op; het werd een jonge leeuw, die leerde roof te roven, hij at mensen op.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zij toogH5927 nu eenH259 van haar welpenH1482 op; het werdH1961 een jonge leeuwH3715, die leerdeH3925 roofH2964 te rovenH2963, hij atH398 mensenH120 op. Zij toog nu een van haar welpen op; het werd een jonge leeuw, die leerde roof te roven, hij at mensen op.

KJV And she brought up1 one2 of her whelps:3 it became a young lion,4 and it learned6 to catch7 the prey;8 it devoured10 men.

1 וַתַּ֛עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 אֶחָ֥ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 מִגֻּרֶ֖יהָ H1482 welpen, jonge whelp, young one 4 כְּפִ֣יר H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 5 הָיָ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 וַיִּלְמַ֥ד H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 7 לִטְרָף H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 8 טֶ֖רֶף H2964 roof, spijze, bladeren leaf, meat, prey, spoil 9 אָדָ֥ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 10 אָכָֽל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dit hoorden de volken van hem, hij werd gegrepen in hun groeve; en zij brachten hem met haken naar Egypteland.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Dit hoordenH8085 de volkenH1471 van hem, hij werd gegrepenH8610 in hun groeveH7845; en zij brachtenH935 hem met hakenH2397 naarH413 EgyptelandH776. Dit hoorden de volken van hem, hij werd gegrepen in hun groeve; en zij brachten hem met haken naar Egypteland.

KJV The nations3 also heard1 of him; he was taken5 in their pit,4 and they brought6 him with chains7 unto the land9 of Egypt.

1 וַיִּשְׁמְע֥וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֵלָ֛יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 גּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 בְּשַׁחְתָּ֣ם H7845 groeve, verderf, kuil corruption, destruction, ditch, grave, pit 5 נִתְפָּ֑שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 6 וַיְבִאֻ֥הוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 בַֽחַחִ֖ים H2397 haken, haak bracelet, chain, hook 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 מִצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zij nu ziende, dat zij in hope was geweest, doch haar verwachting verloren was, zo nam zij een ander van haar welpen, hetwelk zij tot een jongen leeuw stelde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zij nu ziendeH7200, datH3588 zij in hopeH3176 was geweest, doch haar verwachtingH8615 verlorenH6 was, zo namH3947 zij een anderH259 van haar welpenH1482, hetwelk zij tot een jongen leeuwH3715 steldeH7760. Zij nu ziende, dat zij in hope was geweest, doch haar verwachting verloren was, zo nam zij een ander van haar welpen, hetwelk zij tot een jongen leeuw stelde.

KJV Now when she saw1 that she had waited,3 and her hope5 was lost,4 then she took6 another7 of her whelps,8 and made10 him a young lion.

1 וַתֵּ֨רֶא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 נֽוֹחֲלָ֔ה H3176 hopen, gehoopt, hope (cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait 4 אָבְדָ֖ה H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 5 תִּקְוָתָ֑הּ H8615 verwachting, hoop, Verwachting expectation(-ted), hope, live, thing that I long for 6 וַתִּקַּ֛ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 אֶחָ֥ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 מִגֻּרֶ֖יהָ H1482 welpen, jonge whelp, young one 9 כְּפִ֥יר H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 10 שָׂמָֽתְהוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Deze wandelde steeds onder de leeuwen, werd een jonge leeuw, en leerde roof te roven, hij at mensen op.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Deze wandeldeH1980 steeds onder de leeuwenH738, werdH1961 een jonge leeuwH3715, en leerdeH3925 roofH2964 te rovenH2963, hij atH398 mensenH120 op. Deze wandelde steeds onder de leeuwen, werd een jonge leeuw, en leerde roof te roven, hij at mensen op.

KJV And he went up and down1 among2 the lions,3 he became a young lion,4 and learned6 to catch7 the prey,8 and devoured10 men.

1 וַיִּתְהַלֵּ֥ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 בְּתוֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 3 אֲרָי֖וֹת H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 4 כְּפִ֣יר H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 5 הָיָ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 וַיִּלְמַ֥ד H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 7 לִטְרָף H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 8 טֶ֖רֶף H2964 roof, spijze, bladeren leaf, meat, prey, spoil 9 אָדָ֥ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 10 אָכָֽל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hij bekende zijn weduwen, en hij verwoestte hun steden; zodat het land en zijn volheid ontzet werd van de stem zijner brulling.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Hij bekendeH3045 zijn weduwenH490, en hij verwoestteH2717 hun stedenH5892; zodat het landH776 en zijn volheidH4393 ontzetH3456 werd van de stemH6963 zijner brullingH7581. Hij bekende zijn weduwen, en hij verwoestte hun steden; zodat het land en zijn volheid ontzet werd van de stem zijner brulling.

KJV And he knew1 their desolate palaces,2 and he laid waste4 their cities;3 and the land6 was desolate,5 and the fulness7 thereof, by the noise8 of his roaring.

1 וַיֵּ֨דַע֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 אַלְמְנוֹתָ֔יו H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 3 וְעָרֵיהֶ֖ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 הֶחֱרִ֑יב H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 5 וַתֵּ֤שַׁם H3456 woest, ontzet, wildernis be desolate 6 אֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 וּמְלֹאָ֔הּ H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 8 מִקּ֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 שַׁאֲגָתֽוֹ H7581 brulling, brullen, brullens roaring
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen begaven zich de volken tegen hem rondom uit de landschappen, en zij spreidden hun net over hem uit; in hun groeve werd hij gegrepen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen begavenH5414 zich de volkenH1471 tegenH5921 hem rondomH5439 uit de landschappenH4082, en zij spreiddenH6566 hun netH7568 overH5921 hem uit; in hun groeveH7845 werd hij gegrepenH8610. Toen begaven zich de volken tegen hem rondom uit de landschappen, en zij spreidden hun net over hem uit; in hun groeve werd hij gegrepen.

KJV Then the nations3 set1 against him on every side4 from the provinces,5 and spread6 their net8 over him: he was taken10 in their pit.

1 וַיִּתְּנ֨וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 עָלָ֥יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 גּוֹיִ֛ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 סָבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 5 מִמְּדִינ֑וֹת H4082 landschappen, landschap, landschaps ([idiom] every) province 6 וַֽיִּפְרְשׂ֥וּ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 7 עָלָ֛יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 רִשְׁתָּ֖ם H7568 net, netwerk net(-work) 9 בְּשַׁחְתָּ֥ם H7845 groeve, verderf, kuil corruption, destruction, ditch, grave, pit 10 נִתְפָּֽשׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En zij stelden hem in gesloten bewaring met haken, opdat zij hem brachten tot den koning van Babel; zij brachten hem in vestingen, opdat zijn stem niet meer gehoord wierde op de bergen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En zij steldenH5414 hem in gesloten bewaringH5474 met hakenH2397, opdat zij hem brachtenH935 totH413 den koningH4428 van BabelH894; zij brachtenH935 hem in vestingenH4685, opdatH4616 zijn stemH6963 nietH3808 meerH5750 gehoordH8085 wierde op de bergenH2022 IsraelsH3478. En zij stelden hem in gesloten bewaring met haken, opdat zij hem brachten tot den koning van Babel; zij brachten hem in vestingen, opdat zijn stem niet meer gehoord wierde op de bergen Israels.

KJV And they put1 him in ward2 in chains,3 and brought4 him to the king6 of Babylon:7 they brought8 him into holds,9 that his voice13 should no more be heard12 upon the mountains16 of Israel.

1 וַֽיִּתְּנֻ֤הוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 בַסּוּגַר֙ H5474 gesloten bewaring ward 3 בַּֽחַחִ֔ים H2397 haken, haak bracelet, chain, hook 4 וַיְבִאֻ֖הוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 בָּבֶ֑ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 8 יְבִאֻ֨הוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 בַּמְּצֹד֔וֹת H4685 net, vestingen, netten bulwark, hold, munition, net, snare 10 לְמַ֗עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 11 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִשָּׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 13 קוֹל֛וֹ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 14 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 הָרֵ֥י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 17 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Uw moeder was als een wijnstok in uw stilheid, geplant bij wateren; hij was vruchtbaar en vol ranken vanwege vele wateren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Uw moederH517 was als een wijnstokH1612 in uw stilheidH1818, geplantH8362 bijH5921 waterenH4325; hij was vruchtbaarH6509 en vol rankenH6058 vanwege veleH7227 waterenH4325. Uw moeder was als een wijnstok in uw stilheid, geplant bij wateren; hij was vruchtbaar en vol ranken vanwege vele wateren.

KJV Thy mother1 is like a vine2 in thy blood,3 planted6 by the waters:5 she was fruitful7 and full of branches8 by reason of many11 waters.

1 אִמְּךָ֥ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 2 כַגֶּ֛פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 3 בְּדָמְךָ֖ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 שְׁתוּלָ֑ה H8362 geplant, planten plant 7 פֹּֽרִיָּה֙ H6509 vruchtbaar, vruchtbare, gewassen bear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase 8 וַֽעֲנֵפָ֔ה H6058 ranken full of branches 9 הָיְתָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 מִמַּ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 11 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En hij had sterke roeden tot scepteren der heersers, en de stam van elke roede werd hoog tussen de dichte takken; en hij werd gezien door zijn hoogte, met de menigte zijner takken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En hij had sterkeH5797 roedenH4294 totH413 scepterenH7626 der heersersH4910, en de stamH6967 van elke roede werd hoogH1361 tussenH996 de dichte takken; en hij werd gezienH7200 door zijn hoogteH1363, met de menigteH7230 zijner takken. En hij had sterke roeden tot scepteren der heersers, en de stam van elke roede werd hoog tussen de dichte takken; en hij werd gezien door zijn hoogte, met de menigte zijner takken.

Ook in dit vers takkenH1808 takkenH5688

KJV And she had strong4 rods3 for the sceptres6 of them that bare rule,7 and her stature9 was exalted8 among the thick branches,12 and she appeared13 in her height14 with the multitude15 of her branches.

1 וַיִּֽהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לָ֞הּ 3 מַטּ֣וֹת H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 4 עֹ֗ז H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 שִׁבְטֵי֙ H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 7 מֹֽשְׁלִ֔ים H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 8 וַתִּגְבַּ֥הּ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 9 קֽוֹמָת֖וֹ H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 עֲבֹתִ֑ים H5688 touwen, gedraaide, takken band, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain) 13 וַיֵּרָ֣א H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 בְגָבְה֔וֹ H1363 hoogte, hoogheid, hoog excellency, haughty, height, high, loftiness, pride 15 בְּרֹ֖ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 16 דָּלִיֹּתָֽיו H1808 takken branch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar hij werd door grimmigheid uitgerukt, en ter aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd; zijn sterke roeden zijn afgebroken en zijn verdroogd; het vuur heeft ze verteerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Maar hij werd door grimmigheidH2534 uitgeruktH5428, en ter aardeH776 geworpenH7993, en de oostenwindH6921 heeft zijn vruchtH6529 verdroogdH3001; zijn sterkeH5797 roedenH4294 zijn afgebrokenH6561 en zijn verdroogdH3001; het vuurH784 heeft ze verteerdH398. Maar hij werd door grimmigheid uitgerukt, en ter aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd; zijn sterke roeden zijn afgebroken en zijn verdroogd; het vuur heeft ze verteerd.

KJV But she was plucked up1 in fury,2 she was cast down4 to the ground,3 and the east6 wind5 dried up7 her fruit:8 her strong12 rods11 were broken9 and withered;10 the fire13 consumed

1 וַתֻּתַּ֤שׁ H5428 uitrukken, uitgerukt, rukken destroy, forsake, pluck (out, up, by the roots), pull up, root out (up), [idiom] utterly. s 2 בְּחֵמָה֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 3 לָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 הֻשְׁלָ֔כָה H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 5 וְר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 6 הַקָּדִ֖ים H6921 oosten, oostenwind, oosterhoek east(-ward, wind) 7 הוֹבִ֣ישׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 8 פִּרְיָ֑הּ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 9 הִתְפָּרְק֧וּ H6561 rukke, Rukt, afgebroken break (off), deliver, redeem, rend (in pieces), tear in pieces 10 וְיָבֵ֛שׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 11 מַטֵּ֥ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 12 עֻזָּ֖הּ H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 13 אֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 14 אֲכָלָֽתְהוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En nu is hij geplant in een woestijn, in een dor en dorstig land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En nuH6258 is hij geplantH8362 in een woestijnH4057, in een dorH6723 en dorstigH6772 landH776. En nu is hij geplant in een woestijn, in een dor en dorstig land.

KJV And now she is planted2 in the wilderness,3 in a dry5 and thirsty6 ground.

1 וְעַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שְׁתוּלָ֣ה H8362 geplant, planten plant 3 בַמִּדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 4 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 צִיָּ֥ה H6723 dor, dorre, plaatsen barren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness 6 וְצָמָֽא H6772 dorst, dorstig thirst(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daartoe is een vuur uitgegaan uit een roede zijner ranken, dat zijn vrucht verteerd heeft; zodat aan hem geen sterke roede is tot een scepter, om te heersen. Dit is een weeklage, en is tot een weeklage geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daartoe is een vuurH784 uitgegaanH3318 uit een roedeH4294 zijner rankenH905, dat zijn vruchtH6529 verteerdH398 heeft; zodat aan hem geenH3808 sterkeH5797 roedeH4294 is tot een scepterH7626, om te heersenH4910. Dit is een weeklageH7015, en isH1961 tot een weeklageH7015 geworden. Daartoe is een vuur uitgegaan uit een roede zijner ranken, dat zijn vrucht verteerd heeft; zodat aan hem geen sterke roede is tot een scepter, om te heersen. Dit is een weeklage, en is tot een weeklage geworden.

KJV And fire2 is gone out1 of a rod3 of her branches,4 which hath devoured6 her fruit,5 so that she hath no strong11 rod10 to be a sceptre12 to rule.13 This is a lamentation,14 and shall be for a lamentation.

1 וַתֵּצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 אֵ֜שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 3 מִמַּטֵּ֤ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 4 בַדֶּ֨יהָ֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 5 פִּרְיָ֣הּ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 6 אָכָ֔לָה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 7 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הָ֥יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 בָ֛הּ 10 מַטֵּה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 11 עֹ֖ז H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 12 שֵׁ֣בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 13 לִמְשׁ֑וֹל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 14 קִ֥ינָה H7015 klaaglied, klaagliederen, weeklage lamentation 15 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 וַתְּהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 לְקִינָֽה H7015 klaaglied, klaagliederen, weeklage lamentation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 19:1 Ezechiël 26:17 2 Koningen 24:6 Ezechiël 27:2 2 Koningen 23:34 2 Koningen 24:12 2 Koningen 25:5 Ezechiël 2:10 Ezechiël 19:14
Ezechiël 19:2 Sefanja 3:1 Zacharia 11:3 Nahum 2:11 Jesaja 11:6 Psalmen 58:6 Jesaja 5:29 Job 4:11
Ezechiël 19:3 2 Kronieken 36:1 2 Koningen 23:31 Ezechiël 22:25 Ezechiël 19:6
Ezechiël 19:4 2 Koningen 23:33 2 Kronieken 36:4 Jeremia 22:11 2 Kronieken 36:6 Jeremia 22:18 2 Koningen 23:31
Ezechiël 19:5 Ezechiël 19:3 2 Koningen 23:34
Ezechiël 19:6 Jeremia 22:13 Jeremia 26:1 2 Koningen 24:1 2 Kronieken 36:5 2 Koningen 24:9 2 Kronieken 36:9 Jeremia 36:1
Ezechiël 19:7 Ezechiël 30:12 Spreuken 19:12 Spreuken 28:15 Ezechiël 22:25 Ezechiël 12:19 Spreuken 28:3 Micha 1:2 Amos 6:8
Ezechiël 19:8 Ezechiël 19:4 Ezechiël 12:13 2 Koningen 24:1 Klaagliederen 4:20 2 Koningen 24:11 Ezechiël 17:20
Ezechiël 19:9 2 Kronieken 36:6 Ezechiël 6:2 Ezechiël 36:1 Jeremia 36:30 Ezechiël 19:7 Jeremia 22:18 2 Koningen 24:15
Ezechiël 19:10 Psalmen 80:8 Deuteronomium 8:7 Deuteronomium 8:9 Hosea 2:5 Numeri 24:6 Ezechiël 15:2 Ezechiël 19:2 Jesaja 5:1
Ezechiël 19:11 Ezechiël 31:3 Daniël 4:11 Psalmen 80:15 Numeri 24:7 Psalmen 110:2 Ezra 5:11 Ezechiël 21:10 Ezechiël 19:12
Ezechiël 19:12 Ezechiël 17:10 Hosea 13:15 Jesaja 27:11 Jeremia 31:28 Ezechiël 19:11 Ezechiël 28:17 Psalmen 89:40 2 Koningen 24:6
Ezechiël 19:13 Hosea 2:3 Ezechiël 19:10 Jeremia 52:27 Psalmen 63:1 Psalmen 68:6 Ezechiël 20:35 Deuteronomium 28:47 2 Koningen 24:12
Ezechiël 19:14 Ezechiël 19:11 Ezechiël 19:1 2 Koningen 24:20 Psalmen 79:7 Lukas 19:41 Jesaja 9:18 Johannes 19:15 Hosea 3:4
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 19 vers 1

hef gij een weeklage op Dit zijn de woorden Gods tot den profeet Ezechiël.

Hertaald: hef gij een weeklage op Dit zijn de woorden van God tot de profeet Ezechiël.

vorsten van Israël, Versta, de koningen van Juda, die de koning van Babel onder zijn juk gebracht heeft.

Hertaald: vorsten van Israël, Versta: de koningen van Juda, die de koning van Babel onder zijn juk gebracht heeft.

Ezechiël 19 vers 2

uw moeder? Versta, het huis, den stam, of het koninkrijk van Juda, en voornamelijk Jeruzalem, waar de koningen hun hof en hun stoel hadden, en vanwaar zij voortkomstig waren. Anders: Hoe was uwe moeder ene leeuwin onder de leeuwen nederliggende!

Hertaald: uw moeder? Versta: het huis, de stam of het koninkrijk van Juda, en vooral Jeruzalem, waar de koningen hun hof en hun troon hadden en waar zij vandaan kwamen. Anders: hoe was uw moeder een leeuwin, neerliggend onder de leeuwen!

leeuwin, Dat is, bij ene leeuwin te vergelijken; te weten niet alleen om de koninklijke macht en waardigheid, die bij den stam van Juda was, maar ook om de stoutmoedigheid, fierheid en wreedheid, die deze stam dikwijls in de regering vertoonde.

Hertaald: leeuwin, Dat is: te vergelijken met een leeuwin, namelijk niet alleen vanwege de koninklijke macht en waardigheid die bij de stam van Juda was, maar ook vanwege de brutaliteit, trots en wreedheid die deze stam in het bestuur vaak vertoonde.

onder de leeuwen nederliggende; Dat is, in het midden van machtige koningen, wrede volken of koninkrijken wonende; vergelijk Nah. 2:11 .

Hertaald: onder de leeuwen nederliggende; Dat is: wonend te midden van machtige koningen, wrede volken of koninkrijken; vergelijk Nah. 2:11.

welpen op Versta door deze de jonge zonen der koningen, die mettertijd in de plaats hunner vaderen staan te komen. Hier nu wordt gesproken van de zonen van den koning Josia, die van de vroomheid van hun vader gans ontaard geweest zijn.

Hertaald: welpen op Versta hieronder de jonge zonen van de koningen, die na verloop van tijd de plaats van hun vaders zouden innemen. Hier gaat het over de zonen van koning Josia, die volkomen ontaard zijn van de vroomheid van hun vader.

jonge leeuwen Te weten die vrij wat ouder en sterker zijn dan de welpen; gelijk af te nemen is uit vs.3.

Hertaald: jonge leeuwen Namelijk die heel wat ouder en sterker zijn dan de welpen, zoals blijkt uit vers 3.

Ezechiël 19 vers 3

een van haar welpen op; Namelijk Joahaz, die in de plaats van zijn vader koning werd; 2 Kon. 23:30 .

Hertaald: een van haar welpen op; Namelijk Joahaz, die in de plaats van zijn vader koning werd; 2 Kon. 23:30.

roof te roven, Joahaz wordt hier beschuldigd van roofgierigheid en overlast, bedreven tegen de bijgelegen volken, als de Egyptenaren, daarna van tirannie, geweld en bloedstorting, ook tegen zijne onderzaten bedreven; vergelijk onder vs.6.

Hertaald: roof te roven, Joahaz wordt hier beschuldigd van roofzucht en overlast tegen de omliggende volken, zoals de Egyptenaren, en vervolgens van tirannie, geweld en bloedvergieten, ook tegen zijn eigen onderdanen; vergelijk hieronder vers 6.

hij at mensen op Vergelijk Deut. 7:16 , en Deut. 31:17 ; Ps. 14:4 , en Ps. 27:2 .

Hertaald: hij at mensen op Vergelijk Deut. 7:16 en Deut. 31:17; Ps. 14:4 en Ps. 27:2.

Ezechiël 19 vers 4

de volken van hem, Dat is, de Egyptenaars, gelijk te zien is in het einde van vs.4.

Hertaald: de volken van hem, Dat is: de Egyptenaren, zoals blijkt uit het slot van vers 4.

in hun groeve; Men schrijft dat de leeuwen in verborgen putten en ook met netten plegen gevangen te worden.

Hertaald: in hun groeve; Men schrijft dat leeuwen gewoonlijk in verborgen kuilen en ook met netten gevangen worden.

en zij brachten hem Zie 2 Kon. 33:33-34 ; Jer. 22:11-12 .

Hertaald: en zij brachten hem Zie 2 Kon. 23:33-34; Jer. 22:11-12.

met haken naar Egypteland Dat is, met ketenen, die uit vele schakels als uit haken bestaan.

Hertaald: met haken naar Egypteland Dat is: met ketenen, die uit veel schakels als uit haken bestaan.

Ezechiël 19 vers 5

Zij nu ziende, Te weten de leeuwin, of moeder van dezen jongen leeuw, waarvan gesproken is boven vs.2.

Hertaald: Zij nu ziende, Namelijk de leeuwin, of moeder van deze jonge leeuw, waarover hierboven in vers 2 gesproken is.

verloren was, Te weten van den gevangen leeuw Joahaz weder te krijgen.

Hertaald: verloren was, Namelijk om de gevangen leeuw Joahaz terug te krijgen.

een ander van haar welpen, Te weten Jojakim, den broeder van Joahaz, de leeuwin van Farao gegeven en toegelaten, om in zijns broeders plaats te wezen, 2 Kon. 23:34 .

Hertaald: een ander van haar welpen, Namelijk Jojakim, de broer van Joahaz, die de leeuwin van Farao gegeven en toegestaan werd om in de plaats van zijn broer te komen, 2 Kon. 23:34.

Ezechiël 19 vers 6

onder de leeuwen, Versta koningen, of volken, wier wreedheid, gruwzaamheid en moorddadigheid hij navolgde; zie boven vs.2.

Hertaald: onder de leeuwen, Versta: koningen of volken, wier wreedheid, gruwelijkheid en moorddadigheid hij navolgde; zie hierboven vers 2.

roof te roven, Vergelijk boven vs.3.

Hertaald: roof te roven, Vergelijk hierboven vers 3.

Ezechiël 19 vers 7

Hij bekende zijn weduwen, Dat is, had vleselijke gemeenschap met de weduwen dergenen, die hij ten onrechte vermoord en geweldiglijk verdrukt had; zie van het woord bekennen alzo genomen, Gen. 4:1 . Anderen nemen het woord almenoth, hetwelk weduwen betekent, onder Ezech. 22:25 , voor armenoht; dat is paleizen, 2 Kron. 36:19 ; of verlaten paleizen, gelijk Jes. 13:22 ; zie aldaar de aantekening en dat met dezen zin, dat Jojakim ook de goederen der mensen, ja der machtigen, die hij verdrukt had, aangetast en geroofd heeft, tot dien einde die beziende en kennis daarvan nemende.

Hertaald: Hij bekende zijn weduwen, Dat is: hij had vleselijke gemeenschap met de weduwen van hen die hij ten onrechte vermoord en met geweld verdrukt had; zie over het woord bekennen in die betekenis Gen. 4:1. Anderen vatten het woord almenoth, dat weduwen betekent, hieronder in Ezech. 22:25 op als armenoth, dat is: paleizen (2 Kron. 36:19), of verlaten paleizen (zoals Jes. 13:22; zie de aantekening daar). Dan is de betekenis dat Jojakim ook de bezittingen van de mensen, ja van de machtigen die hij verdrukt had, aangetast en geroofd heeft, en die met dat doel bekeek en opnam.

zijn volheid Dat is, dat hetzelve vervult, of dat daarin is; alzo Ps. 24:1 ; Jes. 6:3 , en onder Ezech. 32:15 .

Hertaald: zijn volheid Dat is: wat het vult, of wat erin is; zo ook Ps. 24:1; Jes. 6:3, en hieronder Ezech. 32:15.

ontzet werd Of, woest en eenzaam.

Hertaald: ontzet werd Of: woest en verlaten.

van de stem zijner brulling Dat is, van zijn tirannieke woeding en verwoesting.

Hertaald: van de stem zijner brulling Dat is: door zijn tirannieke woede en verwoesting.

Ezechiël 19 vers 8

volken tegen hem rondom Zie van deze volken en landen 2 Kon. 24:2 .

Hertaald: volken tegen hem rondom Zie over deze volken en landen 2 Kon. 24:2.

zij spreidden hun net over hem uit; Zie boven vs.4.

Hertaald: zij spreidden hun net over hem uit; Zie hierboven vers 4.

Ezechiël 19 vers 9

haken, Zie boven vs.4.

Hertaald: haken, Zie hierboven vers 4.

zij brachten Dat is, hun voornemen was hem te brengen; maar dit hebben zij niet kunnen uitvoeren, omdat hij op den weg gestorven is, gelijk Jeremia voorzegd had; Jer. 22:18-19 , en Jer. 36:30 .

Hertaald: zij brachten Dat is: zij waren van plan hem te brengen, maar dat hebben zij niet kunnen uitvoeren, omdat hij onderweg gestorven is, zoals Jeremia voorzegd had; Jer. 22:18-19 en Jer. 36:30.

hem in vestingen, Dat is, naar Babel, dat zeer sterk was en grote vestingen had; Jer. 51:25 , Jer. 51:53 .

Hertaald: hem in vestingen, Dat is: naar Babel, dat zeer sterk was en grote vestingwerken had; Jer. 51:25, Jer. 51:53.

Ezechiël 19 vers 10

Uw moeder was als een wijnstok Zie boven Ezech. 9:2 .

Hertaald: Uw moeder was als een wijnstok Zie hierboven Ezech. 9:2.

in uw stilheid, Dat is, zolang als het koninrijk in vrede en bloei was; of, gelijk anderen, zolang als gij den koning van Babel gehoorzaam bleeft. Anders: in uw bloed; dat is, in uw geboorte en eerste voortkomst ter wereld; vergelijk boven Ezech. 16:6 , en de aantekening.

Hertaald: in uw stilheid, Dat is: zolang het koninkrijk in vrede en bloei was; of, zoals anderen menen, zolang u de koning van Babel gehoorzaam bleef. Anders: in uw bloed, dat is: bij uw geboorte en uw eerste komst ter wereld; vergelijk hierboven Ezech. 16:6 met de aantekening.

Ezechiël 19 vers 11

hij had Te weten de wijnstok.

Hertaald: hij had Namelijk de wijnstok.

sterke roeden Of, takken, of stokken der sterkte. Versta door deze de koningen en prinsen van koninklijken bloede, uit wie de koningen van Juda gemaakt werden.

Hertaald: sterke roeden Of: takken, of stokken van de sterkte. Versta hieronder de koningen en prinsen van koninklijken bloede, uit wie de koningen van Juda gekozen werden.

stam Hebreeuws, statuur, of hoogte, gelijk boven Ezech. 17:6 .

Hertaald: stam Hebreeuws: gestalte, of hoogte, zoals hierboven Ezech. 17:6.

werd hoog Te weten zolang als de zegen des Heeren over dien wijnstok was.

Hertaald: werd hoog Namelijk zolang de zegen van de HEERE op die wijnstok rustte.

dichte takken; Versta door deze de menigte van andere heren, vorsten en aanzienlijken des lands.

Hertaald: dichte takken; Versta hieronder de menigte van andere heren, vorsten en aanzienlijken van het land.

hij Te weten elke koning, die hier scepters der heersers genaamd worden.

Hertaald: hij Namelijk elke koning; die worden hier scepters van de heersers genoemd.

werd gezien Dat is, vermaard en wijdberoemd.

Hertaald: werd gezien Dat is: vermaard en wijd beroemd.

menigte zijner takken Versta, het gehele rijk en de macht van het Joodse volk.

Hertaald: menigte zijner takken Versta: het hele rijk en de macht van het Joodse volk.

Ezechiël 19 vers 12

grimmigheid uitgerukt, Versta de rechtvaardige gramschap van God.

Hertaald: grimmigheid uitgerukt, Versta: de rechtvaardige toorn van God.

oostenwind Deze betekent hier den koning van Babel met zijn ganse heirleger, gelijk boven Ezech. 17:10 .

Hertaald: oostenwind Die hier de koning van Babel met zijn hele leger aanduidt, zoals hierboven Ezech. 17:10.

sterke roeden Zie op vs.11.

Hertaald: sterke roeden Zie bij vers 11.

vuur heeft ze verteerd Te weten der goddelijke wraak.

Hertaald: vuur heeft ze verteerd Namelijk het vuur van de goddelijke wraak.

Ezechiël 19 vers 13

een woestijn, Versta het land van Babylonië, hetwelk, hoewel het in zichzelven waterrijk en vruchtbaar was, nochtans den gevangen Joden was als een dorre en verdrietelijke woestijn, gelijk hunnen vaderen was geweest de woestijn door welke zij reisden naar het beloofde land. Vergelijk onder Ezech. 20:35 .

Hertaald: een woestijn, Versta: het land Babylonië, dat, hoewel het op zichzelf waterrijk en vruchtbaar was, voor de gevangen Joden toch als een dorre en troosteloze woestijn was, zoals voor hun vaderen de woestijn geweest was waardoor zij naar het beloofde land reisden. Vergelijk hieronder Ezech. 20:35.

Ezechiël 19 vers 14

uit een roede zijner ranken, Dat is, uit den koning Zedekia, die met zijn rebelleren tegen den koning van Babel, over zich en het gehele Joodse volk een gruwelijk verderf gebracht heeft; 2 Kon. 24:20 , en 2 Kon. 25:1 .

Hertaald: uit een roede zijner ranken, Dat is: uit koning Zedekia, die door zijn opstand tegen de koning van Babel een vreselijk verderf over zichzelf en het hele Joodse volk gebracht heeft; 2 Kon. 24:20 en 2 Kon. 25:1.

tot een scepter, Zie boven vs.11.

Hertaald: tot een scepter, Zie hierboven vers 11.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De weeklage over de vorsten  — een klaaglied over de laatste koningen, verteld als over leeuwenwelpen (Ezech. 19:1-14)

"Hef gij een weeklage op over de vorsten van Israel" (Ezech. 19:1). Het lied begint met een vraag: "Wat was uw moeder? Een leeuwin, onder de leeuwen nederliggende" (Ezech. 19:2). Zij bracht een welp groot die leerde roven, en die werd gegrepen en met haken naar Egypte gebracht (Ezech. 19:3-4). Een tweede welp gaat dezelfde weg en wordt naar Babel gebracht (Ezech. 19:5-9). In het tweede deel verandert het beeld: de moeder is een wijnstok bij het water, met sterke takken die tot scepters dienden, maar zij wordt uitgerukt en in de woestijn geplant (Ezech. 19:10-13). Het slot zegt wat het is: "Dit is een weeklage, en is tot een weeklage geworden" (Ezech. 19:14).

Bijbelse betekenis: Merk op in welke vorm dit gegoten is. Niet als aanklacht maar als klaaglied; over dezelfde koningen die het volk in het verderf hielpen, wordt gerouwd. Dat is de toon die dit register bij oordeelsprofetieën vasthoudt (reeds behandeld bij Jes. 15:5). Let vervolgens op het beeld van de leeuw. Het is de koninklijke naam bij uitstek — Juda heet een leeuwenwelp (Gen. 49:9) — en juist die waardigheid maakt het einde zo bitter: gevangen in een kuil en met haken weggevoerd. Let ten slotte op de wijnstok in het tweede deel. Wat sterk genoeg was om er scepters van te maken, staat aan het slot in een dorre woestijn. Het lied laat het daarbij; er volgt geen belofte. Het klaaglied wordt hier niet opgelost, zoals ook Klaagliederen op een vraag eindigt (reeds behandeld bij Klaagl. 5:22).

Typologie: In het laatste boek wordt Christus de Leeuw uit Juda's stam genoemd, Die overwonnen heeft (Op. 5:5). De koningen van dit klaaglied zijn geëindigd in een kuil; de Leeuw van Wie Jakob sprak, is de enige Die de rol kon openen.

Ezech. 19:1-14; Jes. 15:5; Gen. 49:9; Klaagl. 5:22; Op. 5:5

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Ezechiël 19

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content