Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVThe word2of the LORD3came unto me again, saying,
2Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2WatH4100 is ulieden, dat gijH859 dit spreekwoordH4912gebruiktH4911 van het landH127IsraelsH3478, zeggendeH559: De vadersH1 hebben onrijpe druivenH1155gegetenH398, en de tandenH8127 der kinderenH1121 zijn stompH6949 geworden?Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
KJVWhat mean ye, that ye use4this proverb6concerning the land9of Israel,10saying,11The fathers12have eaten13sour grapes,14and the children's16teeth15are set on edge?
1מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2לָּכֶ֗ם3אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4מֹֽשְׁלִים֙H4911gebruik, spreekwoord, gebruikenbe(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַמָּשָׁ֣לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb7הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אַדְמַ֥תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land10יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אָבוֹת֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13יֹ֣אכְלוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14בֹ֔סֶרH1155onrijpe druiven, onrijpe druifsour grape15וְשִׁנֵּ֥יH8127tanden, tand, elpenbenencrag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth16הַבָּנִ֖יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17תִּקְהֶֽינָהH6949stompbe set on edge, be blunt
3Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israel te gebruiken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zo waarachtig als IkH589leefH2416, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069, zoH518 het ulieden meerH5750 gebeuren zal, ditH2088spreekwoordH4912 in IsraelH3478 te gebruikenH4911!Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israel te gebruiken!
KJVAs I live,1saith3the Lord4GOD,5ye shall not have occasion any more to use10this proverb11in Israel.
1חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop2אָ֕נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7יִֽהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לָכֶ֜ם9ע֗וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)10מְשֹׁ֛לH4911gebruik, spreekwoord, gebruikenbe(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter11הַמָּשָׁ֥לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb12הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
4Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4ZietH2005, alleH3605zielenH5315 zijn Mijne; gelijk de zielH5315 des vadersH1, alzo ook de zielH5315 des zoonsH1121, zijn Mijne; de zielH5315, die zondigtH2398, dieH1931 zal stervenH4191.Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.
KJVBehold, all souls3are mine; as the soul6of the father,7so also the soul8of the son9is mine: the soul12that sinneth,13it shall die.
1הֵ֤ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַנְּפָשׁוֹת֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it4לִ֣י5הֵ֔נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein6כְּנֶ֧פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it7הָאָ֛בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וּכְנֶ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9הַבֵּ֖ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10לִי11הֵ֑נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein12הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13הַחֹטֵ֖אתH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass14הִ֥יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15תָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
5Wanneer nu iemand rechtvaardig is, en doet recht en gerechtigheid;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Wanneer nu iemandH376rechtvaardigH6662isH1961, en doetH6213rechtH4941 en gerechtigheidH6666;Wanneer nu iemand rechtvaardig is, en doet recht en gerechtigheid;
KJVBut if a man1be just,4and do5that which is lawful6and right,
6Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israels; noch de huisvrouw zijns naasten verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Niet eetH398 op de bergenH2022, en zijn ogenH5869nietH3808opheftH5375totH413 de drekgodenH1544 van het huisH1004IsraelsH3478; noch de huisvrouwH802 zijns naastenH7453verontreinigtH2930, noch totH413 de afgezonderdeH5079vrouwH802nadertH7126;Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israels; noch de huisvrouw zijns naasten verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert;
KJVAnd hath not eaten4upon the mountains,2neither hath lifted up7his eyes5to the idols9of the house10of Israel,11neither hath defiled16his neighbour's14wife,13neither hath come near21to a menstruous19woman,
1אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2הֶֽהָרִים֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אָכָ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5וְעֵינָיו֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7נָשָׂ֔אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9גִּלּוּלֵ֖יH1544drekgodenidol10בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֵ֤שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14רֵעֵ֨הוּ֙H7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other15לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16טִמֵּ֔אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly17וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18אִשָּׁ֥הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English19נִדָּ֖הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יִקְרָֽבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take
7En niemand verdrukt, den schuldenaar zijn pand wedergeeft, geen roof rooft, den hongerige zijn brood geeft, en den naakte met kleding bedekt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En niemandH376verdruktH3238, den schuldenaarH2326 zijn pandH2258wedergeeftH7725, geenH3808roofH1500rooftH1497, den hongerigeH7457 zijn broodH3899geeftH5414, en den naakteH5903 met kledingH899bedektH3680;En niemand verdrukt, den schuldenaar zijn pand wedergeeft, geen roof rooft, den hongerige zijn brood geeft, en den naakte met kleding bedekt;
KJVAnd hath not oppressed3any,1but hath restored6to the debtor5his pledge,4hath spoiled9none by violence,7hath given12his bread10to the hungry,11and hath covered14the naked13with a garment;
1וְאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יוֹנֶ֔הH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence4חֲבֹלָת֥וֹH2258pandpledge5חוֹב֙H2326schuldenaardebtor6יָשִׁ֔יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7גְּזֵלָ֖הH1500roof, geroofde, oofsthat (he had robbed) (which he took violently away), spoil, violence8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יִגְזֹ֑לH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear10לַחְמוֹ֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals11לְרָעֵ֣בH7457hongerige, hongerig, hongerigenhunger bitten, hungry12יִתֵּ֔ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13וְעֵירֹ֖םH5903naakt, naakte, naaktheidnaked(-ness)14יְכַסֶּהH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)15בָּֽגֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe
8Niet geeft op woeker, noch overwinst neemt, zijn hand van onrecht afkeert, waarachtig recht tussen den een en den anderen oefent;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Niet geeftH5414 op woekerH5392, noch overwinstH8636neemtH3947, zijn handH3027 van onrechtH5766afkeertH7725, waarachtigH571rechtH4941tussenH996 den een en den anderen oefentH6213;Niet geeft op woeker, noch overwinst neemt, zijn hand van onrecht afkeert, waarachtig recht tussen den een en den anderen oefent;
KJVHe that hath not given forth3upon usury,1neither hath taken6any increase,4that hath withdrawn8his hand9from iniquity,7hath executed12true11judgment10between man14and man,
1בַּנֶּ֣שֶׁךְH5392woekerusury2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִתֵּ֗ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4וְתַרְבִּית֙H8636overwinstincrease, unjust gain5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִקָּ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7מֵעָ֖וֶלH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)8יָשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9יָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10מִשְׁפַּ֤טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11אֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity12יַֽעֲשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within14אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15לְאִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
9In Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen; die rechtvaardige zal gewisselijk leven, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9In Mijn inzettingenH2708wandeltH1980, en Mijn rechtenH4941onderhoudtH8104, om trouwelijkH571 te handelenH6213; dieH1931rechtvaardigeH6662 zal gewisselijkH2421levenH2421, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.In Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen; die rechtvaardige zal gewisselijk leven, spreekt de Heere HEERE.
KJVHath walked2in my statutes,1and hath kept4my judgments,3to deal5truly;6he is just,7he shall surely9live,10saith11the Lord12GOD.
1בְּחֻקּוֹתַ֧יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute2יְהַלֵּ֛ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3וּמִשְׁפָּטַ֥יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4שָׁמַ֖רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אֱמֶ֑תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity7צַדִּ֥יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)8הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9חָיֹ֣הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole10יִֽחְיֶ֔הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole11נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith12אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord13יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
10Heeft hij nu een zoon gewonnen, die een inbreker is, die bloed vergiet, die zijn broeder doet een van deze dingen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Heeft hij nu een zoonH1121gewonnenH3205, die een inbrekerH6530 is, die bloedH1818vergietH8210, die zijn broederH251doetH6213eenH259 van deze dingen;Heeft hij nu een zoon gewonnen, die een inbreker is, die bloed vergiet, die zijn broeder doet een van deze dingen;
KJVIf he beget1a son2that is a robber,3a shedder4of blood,5and that doeth6the like7to any one
1וְהוֹלִ֥ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)2בֵּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3פָּרִ֖יץH6530inbrekers, inbreker, moordenarendestroyer, ravenous, robber4שֹׁפֵ֣ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip5דָּ֑םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6וְעָ֣שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אָ֔חH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8מֵאַחַ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9מֵאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
11En die al die dingen niet doet; maar eet ook op de bergen, en verontreinigt de huisvrouw zijns naasten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En die alH3605 die dingen nietH3808doetH6213; maarH3588eetH398ookH1571 op de bergenH2022, en verontreinigtH2930 de huisvrouwH802 zijns naastenH7453;En die al die dingen niet doet; maar eet ook op de bergen, en verontreinigt de huisvrouw zijns naasten;
KJVAnd that doeth6not any of those duties, but even hath eaten11upon the mountains,10and defiled15his neighbour's14wife,
1וְה֕וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6עָשָׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8גַ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הֶֽהָרִים֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11אָכַ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֵ֥שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14רֵעֵ֖הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other15טִמֵּֽאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
12Verdrukt den ellendige en den nooddruftige, rooft veel roofs, geeft het pand niet weder, en heft zijn ogen op tot de drekgoden, doet gruwel;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12VerdruktH3238 den ellendigeH6041 en den nooddruftigeH34, rooftH1497 veel roofs, geeftH7725 het pandH2258nietH3808 weder, en heftH5375 zijn ogenH5869 op totH413 de drekgodenH1544, doetH6213gruwelH8441;Verdrukt den ellendige en den nooddruftige, rooft veel roofs, geeft het pand niet weder, en heft zijn ogen op tot de drekgoden, doet gruwel;
Ook in dit vers
oofsH1500
KJVHath oppressed3the poor1and needy,2hath spoiled5by violence,4hath not restored8the pledge,6and hath lifted up11his eyes12to the idols,10hath committed14abomination,
1עָנִ֤יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor2וְאֶבְיוֹן֙H34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)3הוֹנָ֔הH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence4גְּזֵל֣וֹתH1500roof, geroofde, oofsthat (he had robbed) (which he took violently away), spoil, violence5גָּזָ֔לH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear6חֲבֹ֖לH2258pandpledge7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָשִׁ֑יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַגִּלּוּלִים֙H1544drekgodenidol11נָשָׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield12עֵינָ֔יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)13תּוֹעֵבָ֖הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination14עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
13Geeft op woeker, en neemt overwinst; zou die leven? Hij zal niet leven, al die gruwelen heeft hij gedaan; hij zal voorzeker gedood worden; zijn bloed zal op hem zijn!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13GeeftH5414 op woekerH5392, en neemtH3947overwinstH8636; zou die leven? Hij zal nietH3808 leven, alH3605 die gruwelenH8441 heeft hij gedaanH6213; hij zal voorzekerH4191gedoodH4191 worden; zijnH1961bloedH1818 zal op hem zijn!Geeft op woeker, en neemt overwinst; zou die leven? Hij zal niet leven, al die gruwelen heeft hij gedaan; hij zal voorzeker gedood worden; zijn bloed zal op hem zijn!
Ook in dit vers
levenH2421
levenH2425
KJVHath given forth2upon usury,1and hath taken4increase:3shall he then live?5he shall not live:7he hath done12all these abominations;10he shall surely13die;14his blood
1בַּנֶּ֧שֶׁךְH5392woekerusury2נָתַ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3וְתַרְבִּ֥יתH8636overwinstincrease, unjust gain4לָקַ֖חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5וָחָ֑יH2425leven, leefde, levelive, save life6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִֽחְיֶ֗הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole8אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַתּוֹעֵב֤וֹתH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination11הָאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)12עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14יוּמָ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15דָּמָ֖יוH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16בּ֥וֹ17יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
14Ziet nu, heeft hij een zoon gewonnen, die al de zonden zijn vaders, die hij doet, aanziet, en toeziet, dat hij dergelijke niet doet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14ZietH2009 nu, heeft hij een zoonH1121gewonnenH3205, die alH3605 de zondenH2403 zijn vadersH1, dieH834 hij doetH6213, aanzietH7200, en toezietH7200, dat hij dergelijke nietH3808doetH6213;Ziet nu, heeft hij een zoon gewonnen, die al de zonden zijn vaders, die hij doet, aanziet, en toeziet, dat hij dergelijke niet doet;
KJVNow, lo, if he beget2a son,3that seeth4all his father's8sins7which he hath done,10and considereth,11and doeth13not such like,
1וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see2הוֹלִ֣ידH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3בֵּ֔ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וַיַּ֕רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7חַטֹּ֥אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)8אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָשָׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11וַיִּרְאֶ֕הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יַעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14כָּהֵֽןH2004zij, haar (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal
15Niet eet op de bergen, noch zijn ogen opheft tot de drekgoden van het huis Israels, de huisvrouw zijns naasten niet verontreinigt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Niet eetH398opH5921 de bergenH2022, noch zijn ogenH5869opheftH5375totH413 de drekgodenH1544 van het huisH1004IsraelsH3478, de huisvrouwH802 zijns naastenH7453nietH3808verontreinigtH2930;Niet eet op de bergen, noch zijn ogen opheft tot de drekgoden van het huis Israels, de huisvrouw zijns naasten niet verontreinigt;
KJVThat hath not eaten4upon the mountains,2neither hath lifted up7his eyes5to the idols9of the house10of Israel,11hath not defiled16his neighbour's14wife,
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הֶֽהָרִים֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אָכָ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5וְעֵינָיו֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7נָשָׂ֔אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9גִּלּוּלֵ֖יH1544drekgodenidol10בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֵ֥שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14רֵעֵ֖הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other15לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16טִמֵּֽאH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
16En niemand verdrukt, het pand niet behoudt, en geen roof rooft, zijn brood den hongerige geeft, en den naakte met kleding bedekt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En niemandH376verdruktH3238, het pandH2258nietH3808behoudtH2254, en geenH3808roofH1500rooftH1497, zijn broodH3899 den hongerigeH7457geeftH5414, en den naakteH5903 met kledingH899bedektH3680;En niemand verdrukt, het pand niet behoudt, en geen roof rooft, zijn brood den hongerige geeft, en den naakte met kleding bedekt;
KJVNeither hath oppressed3any,1hath not withholden6the pledge,4neither hath spoiled9by violence,7but hath given12his bread10to the hungry,11and hath covered14the naked13with a garment,
1וְאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3הוֹנָ֔הH3238verdrukken, verdrukkende, verdruktdestroy, (thrust out by) oppress(-ing, -ion, -or), proud, vex, do violence4חֲבֹל֙H2258pandpledge5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6חָבָ֔לH2254verderven, pand, verdorven[idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold7וּגְזֵלָ֖הH1500roof, geroofde, oofsthat (he had robbed) (which he took violently away), spoil, violence8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9גָזָ֑לH1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear10לַחְמוֹ֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals11לְרָעֵ֣בH7457hongerige, hongerig, hongerigenhunger bitten, hungry12נָתָ֔ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13וְעֵר֖וֹםH5903naakt, naakte, naaktheidnaked(-ness)14כִּסָּהH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)15בָֽגֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe
17Zijn hand van den ellendige afhoudt, geen woeker noch overwinst neemt, Mijn rechten doet, en in Mijn inzettingen wandelt; die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders; hij zal gewisselijk leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Zijn handH3027 van den ellendigeH6041afhoudtH7725, geen woekerH5392 noch overwinstH8636neemtH3947, Mijn rechtenH4941doetH6213, en in Mijn inzettingenH2708wandeltH1980; dieH1931 zal nietH3808stervenH4191 om de ongerechtigheidH5771 zijns vadersH1; hij zal gewisselijkH2421levenH2421.Zijn hand van den ellendige afhoudt, geen woeker noch overwinst neemt, Mijn rechten doet, en in Mijn inzettingen wandelt; die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders; hij zal gewisselijk leven.
KJVThat hath taken off2his hand3from the poor,1that hath not received7usury4nor increase,5hath executed9my judgments,8hath walked11in my statutes;10he shall not die14for the iniquity15of his father,16he shall surely17live.
1מֵעָנִ֞יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor2הֵשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3יָד֗וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4נֶ֤שֶׁךְH5392woekerusury5וְתַרְבִּית֙H8636overwinstincrease, unjust gain6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7לָקָ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8מִשְׁפָּטַ֣יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong9עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10בְּחֻקּוֹתַ֖יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute11הָלָ֑ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl12ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יָמ֛וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15בַּעֲוֺ֥ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin16אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17חָיֹ֥הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole18יִחְיֶֽהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
18Zijn vader, dewijl hij met onderdrukking onderdrukt heeft, des broeders goed geroofd heeft, en gedaan heeft, dat niet goed was in het midden zijner volken; ziet daar, hij zal sterven in zijn ongerechtigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Zijn vaderH1, dewijlH3588 hij met onderdrukkingH6233onderdruktH6231 heeft, des broedersH251 goed geroofdH1497 heeft, en gedaanH6213 heeft, dat nietH3808 goed was in het middenH8432 zijner volkenH5971; zietH2009 daar, hij zal stervenH4191 in zijn ongerechtigheidH5771.Zijn vader, dewijl hij met onderdrukking onderdrukt heeft, des broeders goed geroofd heeft, en gedaan heeft, dat niet goed was in het midden zijner volken; ziet daar, hij zal sterven in zijn ongerechtigheid.
Ook in dit vers
goedH1499
goedH2896
KJVAs for his father,1because he cruelly4oppressed,3spoiled5his brother7by violence,6and did11that which is not good10among12his people,13lo, even he shall die15in his iniquity.
1אָבִ֞יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3עָ֣שַׁקH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)4עֹ֗שֶׁקH6233verdrukking, onderdrukking, onthoudenecruelly, extortion, oppression, thing (deceitfully gotten)5גָּזַל֙H1497geroofd, roven, rooftcatch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear6גֵּ֣זֶלH1499beroving, goedviolence, violent perverting.. gozal. See H1469 (גּוֹזָל)7אָ֔חH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10ט֛וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)11עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)13עַמָּ֑יוH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see15מֵ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise16בַּעֲוֺנֽוֹH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
19Maar gijlieden zegt: Waarom draagt de zoon niet de ongerechtigheid des vaders? Immers zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, gewisselijk leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar gijlieden zegtH559: Waarom draagtH5375 de zoonH1121nietH3808 de ongerechtigheidH5771 des vadersH1? Immers zal de zoonH1121, die rechtH4941 en gerechtigheidH6666gedaanH6213 heeft, en alH3605 Mijn inzettingenH2708onderhoudenH8104, en die gedaanH6213 heeft, gewisselijkH2421levenH2421.Maar gijlieden zegt: Waarom draagt de zoon niet de ongerechtigheid des vaders? Immers zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, gewisselijk leven.
KJVYet say1ye, Why? doth not the son5bear4the iniquity6of the father?7When the son8hath done11that which is lawful9and right,10and hath kept15all my statutes,14and hath done16them, he shall surely18live.
1וַאֲמַרְתֶּ֕םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מַדֻּ֛עַH4069waarom?how, wherefore, why3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4נָשָׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5הַבֵּ֖ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6בַּעֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin7הָאָ֑בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וְהַבֵּ֞ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9מִשְׁפָּ֧טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong10וּצְדָקָ֣הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)11עָשָׂ֗הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14חֻקּוֹתַ֥יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute15שָׁמַ֛רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)16וַיַּעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18חָיֹ֥הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole19יִחְיֶֽהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
20De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn, en de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20De zielH5315, die zondigtH2398, dieH1931 zal stervenH4191; de zoonH1121 zal nietH3808dragenH5375 de ongerechtigheidH5771 des vadersH1, en de vaderH1 zal nietH3808dragenH5375 de ongerechtigheidH5771 des zoonsH1121; de gerechtigheidH6666 des rechtvaardigenH6662 zal opH5921 hem zijnH1961, en de goddeloosheidH7564 des goddelozenH7563 zal opH5921 hem zijnH1961.De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn, en de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn.
KJVThe soul1that sinneth,2it shall die.4The son5shall not bear7the iniquity8of the father,9neither shall the father10bear12the iniquity13of the son:14the righteousness15of the righteous16shall be upon him, and the wickedness19of the wicked
1הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it2הַחֹטֵ֖אתH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass3הִ֣יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4תָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5בֵּ֞ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִשָּׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8בַּעֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin9הָאָ֗בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10וְאָב֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִשָּׂא֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield13בַּעֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin14הַבֵּ֔ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15צִדְקַ֤תH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)16הַצַּדִּיק֙H6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)17עָלָ֣יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18תִּֽהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19וְרִשְׁעַ֥תH7564goddeloosheid, onrechtvaardigheidfault, wickedly(-ness)20הָרָשָׁ֖עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong21עָלָ֥יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22תִּֽהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
21Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21MaarH3588 wanneer de goddelozeH7563 zich bekeertH7725 van alH3605 zijn zondenH2403, dieH834 hij gedaan heeft, en alH3605 Mijn inzettingenH2708onderhoudtH8104, en doetH6213rechtH4941 en gerechtigheidH6666, hij zal gewisselijkH2421levenH2421, hij zal nietH3808stervenH4191.Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
KJVBut if the wicked1will turn3from all his sins5that he hath committed,7and keep8all my statutes,11and do12that which is lawful13and right,14he shall surely15live,16he shall not die.
1וְהָרָשָׁ֗עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong2כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5חַטֹּאתָיו֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8וְשָׁמַר֙H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11חֻקּוֹתַ֔יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute12וְעָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13מִשְׁפָּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong14וּצְדָקָ֑הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)15חָיֹ֥הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole16יִחְיֶ֖הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
22Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22AlH3605 zijn overtredingenH6588, dieH834 hij gedaanH6213 heeft, zullen hem nietH3808gedachtH2142 worden; in zijn gerechtigheidH6666, dieH834 hij gedaanH6213 heeft, zal hij levenH2421.Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.
KJVAll his transgressions2that he hath committed,4they shall not be mentioned6unto him: in his righteousness8that he hath done10he shall live.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2פְּשָׁעָיו֙H6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִזָּכְר֖וּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well7ל֑וֹ8בְּצִדְקָת֥וֹH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11יִֽחְיֶֽהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
23Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zou Ik enigzinsH2654lustH2654 hebben aan den doodH4194 des goddelozenH7563, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069; is het nietH3808, als hij zich bekeertH7725 van zijn wegenH1870, dat hij leveH2421?Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?
KJVHave I any pleasure1at all2that the wicked4should die?3saith5the Lord6GOD:7and not that he should return9from his ways,10and live?
1הֶחָפֹ֤ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would2אֶחְפֹּץ֙H2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would3מ֣וֹתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)4רָשָׁ֔עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong5נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8הֲל֛וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9בְּשׁוּב֥וֹH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10מִדְּרָכָ֖יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11וְחָיָֽהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
24Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Maar als de rechtvaardigeH6662 zich afkeertH7725 van zijn gerechtigheidH6666, en onrechtH5766doetH6213, doende naar alH3605 de gruwelenH8441, dieH834 de goddelozeH7563doetH6213, zou die levenH2425? AlH3605 zijn gerechtighedenH6666, dieH834 hij gedaanH6213 heeft, zullen nietH3808gedachtH2142 worden; in zijn overtredingH4603, waardoor hij overtredenH4604 heeft, en in zijn zondeH2403, dieH834 hij gezondigdH2398 heeft, in die zal hij stervenH4191.Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.
KJVBut when the righteous2turneth away1from his righteousness,3and committeth4iniquity,5and doeth9according to all the abominations7that the wicked10man doeth,11shall he live?12All his righteousness14that he hath done16shall not be mentioned:18in his trespass21that he hath trespassed,19and in his sin22that he hath sinned,24in them shall he die.
1וּבְשׁ֨וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2צַדִּ֤יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)3מִצִּדְקָתוֹ֙H6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)4וְעָ֣שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5עָ֔וֶלH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)6כְּכֹ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַתּוֹעֵב֜וֹתH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָשָׂ֧הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10הָרָשָׁ֛עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong11יַעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12וָחָ֑יH2425leven, leefde, levelive, save life13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14צִדְקֹתָ֤יוH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)15אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18תִזָּכַ֔רְנָהH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well19בְּמַעֲל֧וֹH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very20אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21מָעַ֛לH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)22וּבְחַטָּאת֥וֹH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)23אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24חָטָ֖אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass25בָּ֥ם26יָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
25Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israels! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Nog zegtH559 gijlieden: De wegH1870 des HEERENH136 is nietH3808rechtH8505; hoortH8085 nu, o huisH1004IsraelsH3478! is Mijn wegH1870nietH3808rechtH8505? Zijn nietH3808 uw wegenH1870onrechtH8505?Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israels! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?
KJVYet ye say,1The way4of the Lord5is not equal.3Hear6now, O house8of Israel;9Is not my way10equal?12are not your ways14unequal?
1וַאֲמַרְתֶּ֕םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִתָּכֵ֖ןH8505recht, weegt, onrechtbear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh4דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5אֲדֹנָ֑יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6שִׁמְעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10הֲדַרְכִּי֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִתָּכֵ֔ןH8505recht, weegt, onrechtbear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh13הֲלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14דַרְכֵיכֶ֖םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִתָּכֵֽנוּH8505recht, weegt, onrechtbear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh
26Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Als de rechtvaardigeH6662 zich afkeertH7725 van zijn gerechtigheidH6666, en onrechtH5766doetH6213, en sterftH4191 in dezelve, hij zal in zijn onrechtH5766, datH834 hij gedaanH6213 heeft, stervenH4191.Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.
KJVWhen a righteous2man turneth away1from his righteousness,3and committeth4iniquity,5and dieth6in them; for his iniquity8that he hath done10shall he die.
1בְּשׁוּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2צַדִּ֧יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)3מִצִּדְקָת֛וֹH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)4וְעָ֥שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5עָ֖וֶלH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)6וּמֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8בְּעַוְל֥וֹH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11יָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
27Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Maar als de goddelozeH7563 zich bekeertH7725 van zijn goddeloosheidH7564, die hij gedaanH6213 heeft, en doetH6213rechtH4941 en gerechtigheidH6666, die zal zijn zielH5315 in het leven behoudenH2421;Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden;
KJVAgain, when the wicked2man turneth away1from his wickedness3that he hath committed,5and doeth6that which is lawful7and right,8he shall save12his soul11alive.
1וּבְשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2רָשָׁ֗עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong3מֵֽרִשְׁעָתוֹ֙H7564goddeloosheid, onrechtvaardigheidfault, wickedly(-ness)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7מִשְׁפָּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong8וּצְדָקָ֑הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)9ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11נַפְשׁ֥וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it12יְחַיֶּֽהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
28Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Dewijl hij toezietH7200, en zich bekeertH7725 van alH3605 zijn overtredingenH6588, dieH834 hij gedaanH6213 heeft, hij zal gewisselijkH2421levenH2421, hij zal nietH3808stervenH4191.Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
KJVBecause he considereth,1and turneth away2from all his transgressions4that he hath committed,6he shall surely7live,8he shall not die.
1וַיִּרְאֶ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וַיָּ֔שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4פְּשָׁעָ֖יוH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשָׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7חָי֥וֹH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole8יִחְיֶ֖הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
29Evenwel zegt het huis Israels: De weg des Heeren is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israels, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Evenwel zegtH559 het huisH1004IsraelsH3478: De wegH1870 des HeerenH136 is nietH3808rechtH8505. Zouden Mijn wegenH1870, o huisH1004IsraelsH3478, nietH3808rechtH8505 zijn? Zijn nietH3808 uw wegenH1870onrechtH8505?Evenwel zegt het huis Israels: De weg des Heeren is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israels, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht?
KJVYet saith1the house2of Israel,3The way6of the Lord7is not equal.5O house11of Israel,12are not my ways8equal?10are not your ways14unequal?
1וְאָֽמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִתָּכֵ֖ןH8505recht, weegt, onrechtbear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh6דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7אֲדֹנָ֑יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord8הַדְּרָכַ֞יH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִתָּֽכְנּוּ֙H8505recht, weegt, onrechtbear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh11בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13הֲלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14דַרְכֵיכֶ֖םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִתָּכֵֽןH8505recht, weegt, onrechtbear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh
30Daarom zal Ik u richten, o huis Israels! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Daarom zal Ik u richtenH8199, o huisH1004IsraelsH3478! een ieder naar zijnH1961wegenH1870, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069, keert weder, en bekeertH7725 u van alH3605 uw overtredingenH6588, zo zal de ongerechtigheidH5771 u nietH3808 tot een aanstootH4383 worden.Daarom zal Ik u richten, o huis Israels! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden.
KJVTherefore I will judge4you, O house6of Israel,7every one2according to his ways,3saith8the Lord9GOD.10Repent,11and turn12yourselves from all your transgressions;14so iniquity19shall not be your ruin.
1לָכֵן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3כִּדְרָכָ֜יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4אֶשְׁפֹּ֤טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule5אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith9אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord10יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod11שׁ֤וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12וְהָשִׁ֨יבוּ֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14פִּשְׁעֵיכֶ֔םH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass15וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17לָכֶ֛ם18לְמִכְשׁ֖וֹלH4383aanstoot, aanstoten, struikelingcaused to fall, offence, [idiom] (no-) thing offered, ruin, stumbling-block19עָוֺֽןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
31Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Werpt van u wegH7993alH3605 uw overtredingenH6588, waardoor gij overtredenH6586 hebt, en maaktH6213 u een nieuwH2319hartH3820 en een nieuwenH2319geestH7307; want waaromH4100 zoudt gij stervenH4191, o huisH1004IsraelsH3478?Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?
KJVCast away1from you all your transgressions,5whereby ye have transgressed;7and make9you a new12heart11and a new14spirit:13for why will ye die,16O house17of Israel?
1הַשְׁלִ֣יכוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw2מֵעֲלֵיכֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5פִּשְׁעֵיכֶם֙H6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7פְּשַׁעְתֶּ֣םH6586overtreden, overtreders, vielenoffend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or)8בָּ֔ם9וַעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לָכֶ֛ם11לֵ֥בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12חָדָ֖שׁH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing13וְר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)14חֲדָשָׁ֑הH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing15וְלָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why16תָמֻ֖תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
32Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32WantH3588 Ik heb geenH3808lustH2654 aan den doodH4194 des stervendenH4191, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069; daarom bekeertH7725 u en leeftH2421.Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.
KJVFor I have no pleasure3in the death4of him that dieth,5saith6the Lord7GOD:8wherefore turn9yourselves, and live
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3אֶחְפֹּץ֙H2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would4בְּמ֣וֹתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)5הַמֵּ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith7אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord8יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod9וְהָשִׁ֖יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10וִֽחְיֽוּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 18:2— Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?Klaagliederen 5:7→Jesaja 3:15→Jeremia 31:29→Romeinen 9:20→Ezechiël 17:12→Ezechiël 7:2→Mattheüs 23:36→Jeremia 15:4→
Ezechiël 18:3— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israel te gebruiken!Ezechiël 18:19→Ezechiël 18:30→Ezechiël 33:11→Romeinen 3:19→Ezechiël 36:31→
Ezechiël 18:4— Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.Ezechiël 18:20→Romeinen 6:23→Numeri 16:22→Hebreeën 12:9→Jesaja 42:5→Galaten 3:10→Galaten 3:22→Zacharia 12:1→
Ezechiël 18:5— Wanneer nu iemand rechtvaardig is, en doet recht en gerechtigheid;Jakobus 2:14→1 Johannes 5:2→Spreuken 21:3→Ezechiël 33:14→Psalmen 24:4→1 Johannes 3:7→Mattheüs 7:21→Romeinen 2:7→
Ezechiël 18:6— Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israels; noch de huisvrouw zijns naasten verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert;Ezechiël 18:15→Ezechiël 6:13→Ezechiël 20:24→Deuteronomium 4:19→Ezechiël 22:9→Ezechiël 18:11→Hebreeën 13:4→Ezechiël 33:25→
Ezechiël 18:7— En niemand verdrukt, den schuldenaar zijn pand wedergeeft, geen roof rooft, den hongerige zijn brood geeft, en den naakte met kleding bedekt;Ezechiël 18:16→Exodus 22:26→Ezechiël 18:12→Deuteronomium 24:12→Ezechiël 33:15→Lukas 3:11→Amos 2:8→Ezechiël 18:18→
Ezechiël 18:8— Niet geeft op woeker, noch overwinst neemt, zijn hand van onrecht afkeert, waarachtig recht tussen den een en den anderen oefent;Exodus 22:25→Zacharia 8:16→Deuteronomium 23:19→Ezechiël 18:13→Leviticus 25:35→Ezechiël 18:17→Psalmen 15:5→Ezechiël 22:12→
Ezechiël 18:9— In Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen; die rechtvaardige zal gewisselijk leven, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 20:11→Amos 5:4→Habakuk 2:4→Ezechiël 18:17→Romeinen 1:17→Deuteronomium 10:12→Leviticus 18:5→Ezechiël 20:13→
Ezechiël 18:10— Heeft hij nu een zoon gewonnen, die een inbreker is, die bloed vergiet, die zijn broeder doet een van deze dingen;Exodus 21:12→Exodus 22:2→Maleachi 3:8→Numeri 35:31→Genesis 9:5→Leviticus 19:13→Johannes 18:40→1 Johannes 3:12→
Ezechiël 18:11— En die al die dingen niet doet; maar eet ook op de bergen, en verontreinigt de huisvrouw zijns naasten;Filippenzen 4:9→1 Johannes 3:22→Ezechiël 18:15→Openbaring 22:14→1 Koningen 13:8→1 Koningen 13:22→Johannes 15:14→Jakobus 2:17→
Ezechiël 18:12— Verdrukt den ellendige en den nooddruftige, rooft veel roofs, geeft het pand niet weder, en heft zijn ogen op tot de drekgoden, doet gruwel;Ezechiël 8:17→Ezechiël 8:6→Amos 4:1→2 Koningen 21:11→Ezechiël 18:6→Zacharia 7:10→Ezechiël 18:16→Hosea 12:7→
Ezechiël 18:13— Geeft op woeker, en neemt overwinst; zou die leven? Hij zal niet leven, al die gruwelen heeft hij gedaan; hij zal voorzeker gedood worden; zijn bloed zal op hem zijn!Leviticus 20:9→Ezechiël 3:18→Exodus 22:25→Ezechiël 18:8→Ezechiël 18:28→Leviticus 20:11→Ezechiël 18:24→Ezechiël 18:17→
Ezechiël 18:14— Ziet nu, heeft hij een zoon gewonnen, die al de zonden zijn vaders, die hij doet, aanziet, en toeziet, dat hij dergelijke niet doet;2 Kronieken 34:21→Spreuken 23:24→2 Kronieken 29:3→Ezechiël 18:28→Hagai 1:7→Jeremia 44:17→Hagai 1:5→Psalmen 119:59→
Ezechiël 18:15— Niet eet op de bergen, noch zijn ogen opheft tot de drekgoden van het huis Israels, de huisvrouw zijns naasten niet verontreinigt;Ezechiël 18:11→Ezechiël 18:6→
Ezechiël 18:16— En niemand verdrukt, het pand niet behoudt, en geen roof rooft, zijn brood den hongerige geeft, en den naakte met kleding bedekt;Ezechiël 18:7→Prediker 11:1→Spreuken 31:20→Psalmen 41:1→Lukas 11:41→Spreuken 22:9→Jesaja 58:7→Job 22:7→
Ezechiël 18:17— Zijn hand van den ellendige afhoudt, geen woeker noch overwinst neemt, Mijn rechten doet, en in Mijn inzettingen wandelt; die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders; hij zal gewisselijk leven.Ezechiël 18:8→Leviticus 18:4→Jeremia 22:16→Ezechiël 18:28→Ezechiël 18:13→Maleachi 3:7→Mattheüs 18:27→Jeremia 16:11→
Ezechiël 18:18— Zijn vader, dewijl hij met onderdrukking onderdrukt heeft, des broeders goed geroofd heeft, en gedaan heeft, dat niet goed was in het midden zijner volken; ziet daar, hij zal sterven in zijn ongerechtigheid.Ezechiël 3:18→Ezechiël 18:24→Ezechiël 18:20→Ezechiël 18:26→Ezechiël 18:4→Johannes 8:21→Johannes 8:24→Jesaja 3:11→
Ezechiël 18:19— Maar gijlieden zegt: Waarom draagt de zoon niet de ongerechtigheid des vaders? Immers zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, gewisselijk leven.Exodus 20:5→Zacharia 1:3→Jeremia 15:4→Ezechiël 20:18→Deuteronomium 5:9→Ezechiël 20:24→2 Koningen 23:26→Ezechiël 18:2→
Ezechiël 18:20— De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn, en de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn.Deuteronomium 24:16→2 Koningen 14:6→Ezechiël 18:4→Jesaja 3:10→1 Koningen 8:32→Romeinen 2:6→2 Koningen 22:18→Jeremia 31:29→
Ezechiël 18:21— Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.Ezechiël 18:27→Ezechiël 33:19→Ezechiël 18:9→Lukas 24:47→Ezechiël 18:19→Ezechiël 18:5→Spreuken 28:13→Ezechiël 18:30→
Ezechiël 18:22— Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.Jesaja 43:25→Ezechiël 33:16→Micha 7:19→Psalmen 18:20→Jeremia 50:20→Ezechiël 18:24→Hebreeën 8:12→Romeinen 8:1→
Ezechiël 18:23— Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?2 Petrus 3:9→1 Timotheüs 2:4→Ezechiël 33:11→Ezechiël 18:32→Psalmen 147:11→Micha 7:18→Exodus 34:6→Job 33:27→
Ezechiël 18:24— Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.Ezechiël 33:18→1 Samuël 15:11→Ezechiël 33:12→Ezechiël 18:26→2 Johannes 1:8→Ezechiël 18:22→Galaten 3:4→2 Kronieken 24:2→
Ezechiël 18:25— Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israels! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?Ezechiël 33:17→Genesis 18:25→Sefanja 3:5→Jeremia 12:1→Maleachi 3:13→Maleachi 2:17→Ezechiël 33:20→Ezechiël 18:29→
Ezechiël 18:27— Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden;Jesaja 1:18→Jesaja 55:7→Ezechiël 18:21→Handelingen 2:40→Handelingen 3:19→Mattheüs 9:13→Ezechiël 33:5→Handelingen 20:21→
Ezechiël 18:28— Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.Jakobus 2:10→Jeremia 31:18→Titus 2:14→Kolossenzen 3:5→Ezechiël 33:12→Psalmen 119:1→Psalmen 119:6→Ezechiël 12:3→
Ezechiël 18:29— Evenwel zegt het huis Israels: De weg des Heeren is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israels, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht?Ezechiël 18:25→Spreuken 19:3→Ezechiël 18:2→
Ezechiël 18:30— Daarom zal Ik u richten, o huis Israels! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden.Ezechiël 18:21→Hosea 12:6→Joël 2:12→Ezechiël 14:6→Ezechiël 7:3→Lukas 13:3→Ezechiël 33:20→Ezechiël 33:11→
Ezechiël 18:31— Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?Ezechiël 11:19→Psalmen 51:10→Ezechiël 36:26→Ezechiël 33:11→Romeinen 8:13→Jesaja 1:16→Jesaja 55:7→Ezechiël 20:7→
Ezechiël 18:32— Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.Ezechiël 18:23→2 Petrus 3:9→Ezechiël 33:11→Klaagliederen 3:33→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 18 vers 2— Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
Wat is ulieden,
Dat is, wat reden hebt gijlieden om dit spreekwoord te gebruiken? Alsof Hij zeide: Ik heb u geen oorzaak daartoe gegeven.
Hertaald:Wat is ulieden,
Dat is: welke reden hebt u om dit spreekwoord te gebruiken? Alsof Hij zei: Ik heb u daar geen aanleiding toe gegeven.
spreekwoord gebruikt
Zie boven Ezech. 12:22 .
Hertaald:spreekwoord gebruikt
Zie hierboven Ezech. 12:22.
van het land Israëls,
Dat is, van de inwoners des lands; zie Gen. 6:11 .
Hertaald:van het land Israëls,
Dat is: van de inwoners van het land; zie Gen. 6:11.
De vaders
Dat is, de vaders hebben de zonde gedaan en de kinderen moeten de straf dragen. Aldus hebben de Joden den Heere zeer onbeschaamd van ongerechtigheid beschuldigd.
Hertaald:De vaders
Dat is: de vaders hebben de zonde gedaan en de kinderen moeten de straf dragen. Zo hebben de Joden de HEERE zeer onbeschaamd van ongerechtigheid beschuldigd.
tanden der kinderen
Dat is, onze tanden.
Hertaald:tanden der kinderen
Dat is: onze tanden.
Ezechiël 18 vers 3— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israel te gebruiken!
zo het ulieden
Hij loochent sterkelijk en met een eed dat zij de gelegenheid niet lang zouden hebben om dit lasterlijk spreekwoord te gebruiken; want zij zouden haast met zulke gruwelijke plagen overvallen worden, dat een ieder oordelen, ja hun eigen conscientiën getuigen zouden, dat zij om hun eigen zonden geplaagd werden.
Hertaald:zo het ulieden
Hij ontkent met nadruk en met een eed dat zij nog lang gelegenheid zouden hebben om dit lasterlijke spreekwoord te gebruiken; want zij zouden spoedig door zulke gruwelijke plagen overvallen worden, dat ieder zou oordelen, ja hun eigen geweten zou getuigen, dat zij om hun eigen zonden geplaagd werden.
Ezechiël 18 vers 4— Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.
zielen
Dat is, mensen; zie Gen. 12:5 .
Hertaald:zielen
Dat is: mensen; zie Gen. 12:5.
zijn Mijne;
Dat is, behoren mij toe; te weten omdat Ik hun Schepper en onderhouder ben. Hieruit besluit God dat Hij niemand met straffen ongelijk kan doen, dewijl Hij hun allen goedgedaan heeft met hen te scheppen, en doorgaand goeddoet met hen te onderhouden; maar dat Hij alleen straft die zondigen, en dat niet omdat Hij zijn schepsel, maar de zonde haat, en tegen hem die ze doet een rechtvaardig Rechter is.
Hertaald:zijn Mijne;
Dat is: zij behoren Mij toe, namelijk omdat Ik hun Schepper en Onderhouder ben. Hieruit besluit God dat Hij niemand met straffen onrecht kan doen, omdat Hij hun allen goedgedaan heeft door hen te scheppen en voortdurend goeddoet door hen te onderhouden; maar dat Hij alleen hen straft die zondigen, en dat niet omdat Hij Zijn schepsel haat maar de zonde, en omdat Hij tegenover wie haar doet een rechtvaardig Rechter is.
zal sterven
Dat is, zal de straf harer zonden dragen, te weten òf in deze wereld, òf in het toekomende oordeel.
Hertaald:zal sterven
Dat is: zal de straf van haar zonden dragen, namelijk óf in deze wereld, óf in het toekomende oordeel.
Ezechiël 18 vers 5— Wanneer nu iemand rechtvaardig is, en doet recht en gerechtigheid;
doet recht en gerechtigheid;
Dat is, leeft naar de geboden der eerste en tweede tafel, hetzij in een publiek of privaat leven; zie Gen. 18:19 .
Hertaald:doet recht en gerechtigheid;
Dat is: leeft naar de geboden van de eerste en de tweede tafel, hetzij in het openbare, hetzij in het persoonlijke leven; zie Gen. 18:19.
Ezechiël 18 vers 6— Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israels; noch de huisvrouw zijns naasten verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert;
eet op de bergen,
Te weten van hetgeen den afgoden geofferd is, en vervolgens met de afgoderij gene gemeenschap heeft. Want op de bergen, gelijk ook in de bossen en onder de groene bomen, hadden zij hunne altaren, waarop zij den afgoden offeranden deden, 1 Kon. 11:7 ; Jes. 65:7 ; Hos. 4:13 ; van welke zij dan ook een deel aten en met hunne vrienden versmulden, Deut. 32:38 ; Richt. 9:27 ; Ps. 106:28 ; 1 Kor. 8:1 , 1 Kor. 8:4 , enz.
Hertaald:eet op de bergen,
Namelijk van wat aan de afgoden geofferd is, en dus geen gemeenschap heeft met de afgoderij. Want op de bergen, evenals in de bossen en onder de groene bomen, hadden zij hun altaren waarop zij de afgoden offers brachten (1 Kon. 11:7; Jes. 65:7; Hos. 4:13), waarvan zij dan ook een deel aten en met hun vrienden opsmulden (Deut. 32:38; Richt. 9:27; Ps. 106:28; 1 Kor. 8:1, 1 Kor. 8:4, enzovoort).
tot de drekgoden
Te weten om dien godsdienstige eer te bewijzen, overmits zij gemeenlijk in hoge plaatsen staan; alzo onder vs.15; het tegendeel is zijne ogen op te heffen tot God, die in den hemel is; Ps. 123:1 .
Hertaald:tot de drekgoden
Namelijk om die godsdienstige eer te bewijzen, aangezien zij gewoonlijk op hoge plaatsen staan; zo ook hieronder vers 15. Het tegendeel is de ogen opheffen tot God, Die in de hemel is; Ps. 123:1.
verontreinigt,
Te weten door overspel. Zie deze manier van spreken, aldus vol gesteld, onder Ezech. 23:17 .
Hertaald:verontreinigt,
Namelijk door overspel. Zie deze manier van spreken voluit weergegeven hieronder Ezech. 23:17.
de afgezonderde vrouw
Dat is, die afgezonderd moest zijn van de bijslaping van haren man, als zij hare maandstonden had, op lijfstraf. Zie Lev. 15:24 , en Lev. 18:19 , en Lev. 20:18 , met de aantekening.
Hertaald:de afgezonderde vrouw
Dat is: die op straffe van de dood van de bijslaap van haar man afgezonderd moest zijn wanneer zij haar maandstonden had. Zie Lev. 15:24, Lev. 18:19 en Lev. 20:18 met de aantekening.
nadert;
Te weten om die te bekennen. Zie Gen. 20:4 .
Hertaald:nadert;
Namelijk om gemeenschap met haar te hebben. Zie Gen. 20:4.
Ezechiël 18 vers 7— En niemand verdrukt, den schuldenaar zijn pand wedergeeft, geen roof rooft, den hongerige zijn brood geeft, en den naakte met kleding bedekt;
geeft den schuldenaar
Zie de wet hiervan Ex. 22:26-27 .
Hertaald:geeft den schuldenaar
Zie de wet hierover in Ex. 22:26-27.
geen roof rooft,
Dat is, niemand het zijne, òf door straatschenderij, òf onder den schijn van het recht ontweldigt. Zie dezelfde manier van spreken onder vs.12, 16, 18, en Ezech. 22:29 .
Hertaald:geen roof rooft,
Dat is: niemand het zijne ontneemt, hetzij door straatroof, hetzij onder de schijn van het recht. Zie dezelfde manier van spreken hieronder vers 12, 16 en 18, en Ezech. 22:29.
Ezechiël 18 vers 8— Niet geeft op woeker, noch overwinst neemt, zijn hand van onrecht afkeert, waarachtig recht tussen den een en den anderen oefent;
Woeker . . . overwinst
Zie van deze woorden woeker en overwinst, Lev. 25:36 .
Hertaald:Woeker . . . overwinst
Zie over de woorden woeker en overwinst Lev. 25:36.
waarachtig recht
Hebreeuws, recht, of gericht der waarheid doet tussen den man, tegen den man; dat is, recht oordeelt en handelt tussen den een en den ander. Hetwelk geschieden moet niet alleen van degenen, die in een publiek ambt gesteld zijn, maar ook in het private leven.
Hertaald:waarachtig recht
Hebreeuws: recht, of gericht van de waarheid doet tussen de man en de man; dat is: rechtvaardig oordeelt en handelt tussen de een en de ander. Dat moet niet alleen gebeuren door hen die in een openbaar ambt gesteld zijn, maar ook in het persoonlijke leven.
Ezechiël 18 vers 9— In Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen; die rechtvaardige zal gewisselijk leven, spreekt de Heere HEERE.
Mijn inzettingen wandelt,
Vergelijk 1 Kon. 11:33 , en de aantekening.
Hertaald:Mijn inzettingen wandelt,
Vergelijk 1 Kon. 11:33 met de aantekening.
om trouwelijk te handelen;
Hebreeuws, om waarheid of trouw te doen. Zie Spr. 12:22 .
Hertaald:om trouwelijk te handelen;
Hebreeuws: om waarheid of trouw te doen. Zie Spr. 12:22.
gewisselijk leven,
Hebreeuws, levende leven; dat is naar ziel en lichaam behouden worden. Alzo onder vs.17, 19, 21.
Hertaald:gewisselijk leven,
Hebreeuws: levende leven; dat is: naar ziel en lichaam behouden worden. Zo ook hieronder vers 17, 19 en 21.
Ezechiël 18 vers 10— Heeft hij nu een zoon gewonnen, die een inbreker is, die bloed vergiet, die zijn broeder doet een van deze dingen;
inbreker is,
Zie Ps. 17:4 .
Hertaald:inbreker is,
Zie Ps. 17:4.
broeder doet
Dat is, naaste. Zie 2 Kron. 11:4 .
Hertaald:broeder doet
Dat is: zijn naaste. Zie 2 Kron. 11:4.
deze dingen;
Hebreeuws, uit een van deze dingen; te weten die verboden zijn. Anders, die zijnen broeder [iets anders] doet dan, enz. Te weten van die goede werken, die recht tevoren vermeld zijn. Of van de inzettingen en rechten Gods, van welke in het voorgaande vs.9 gesproken is.
Hertaald:deze dingen;
Hebreeuws: uit een van deze dingen, namelijk die verboden zijn. Anders: die zijn broeder (iets anders) doet dan, enzovoort, namelijk dan die goede werken die zojuist genoemd zijn. Of dan de inzettingen en rechten van God, waarover in het voorgaande vers 9 gesproken is.
Ezechiël 18 vers 11— En die al die dingen niet doet; maar eet ook op de bergen, en verontreinigt de huisvrouw zijns naasten;
al die dingen niet doet;
Te weten, die geboden zijn. Anders, geen van die dingen doet.
Hertaald:al die dingen niet doet;
Namelijk die geboden zijn. Anders: geen van die dingen doet.
eet ook op de bergen,
Zie boven vs.6.
Hertaald:eet ook op de bergen,
Zie hierboven vers 6.
Ezechiël 18 vers 12— Verdrukt den ellendige en den nooddruftige, rooft veel roofs, geeft het pand niet weder, en heft zijn ogen op tot de drekgoden, doet gruwel;
rooft veel roofs,
Hebreeuws, rooft roven; dat is, doet veel geweld om zijnen naaste veel te ontnemen; vergelijk boven vs.7, en onder vs.18.
Hertaald:rooft veel roofs,
Hebreeuws: rooft roven; dat is: veel geweld gebruikt om zijn naaste veel te ontnemen; vergelijk hierboven vers 7 en hieronder vers 18.
geeft het pand niet weder,
Zie boven vs.6.
Hertaald:geeft het pand niet weder,
Zie hierboven vers 6.
gruwel;
Door gruwel wordt zeer dikwijls in de Heilige Schriftuur verstaan de afgoderij; zie boven Ezech. 8:6 , en de aantekening. Waarom ook de afgoden gruwelen worden genaamd, 2 Kon. 23:13 , en afgoden der gruwelen, boven Ezech. 16:36 .
Hertaald:gruwel;
Met gruwel wordt in de Heilige Schrift zeer vaak de afgoderij bedoeld; zie hierboven Ezech. 8:6 met de aantekening. Daarom worden de afgoden ook gruwelen genoemd (2 Kon. 23:13) en afgoden van de gruwelen (hierboven Ezech. 16:36).
Ezechiël 18 vers 13— Geeft op woeker, en neemt overwinst; zou die leven? Hij zal niet leven, al die gruwelen heeft hij gedaan; hij zal voorzeker gedood worden; zijn bloed zal op hem zijn!
voorzeker gedood worden;
Hebreeuws, zal stervende gedood worden; of met den dood gedood worden; te weten, òf hier naar het lichaam door middel van mensen, of hierna door Gods rechtvaardig oordeel, naar lichaam en ziel.
Hertaald:voorzeker gedood worden;
Hebreeuws: zal stervende gedood worden, of: met de dood gedood worden; namelijk óf hier naar het lichaam door middel van mensen, óf hierna door Gods rechtvaardig oordeel, naar lichaam en ziel.
bloed zal op hem zijn
Hebreeuws, bloeden; dat is, hij zelf is de oorzaak van zijnen dood. Zie Lev. 20:9 .
Hertaald:bloed zal op hem zijn
Hebreeuws: bloeden; dat is: hij is zelf de oorzaak van zijn dood. Zie Lev. 20:9.
Ezechiël 18 vers 15— Niet eet op de bergen, noch zijn ogen opheft tot de drekgoden van het huis Israels, de huisvrouw zijns naasten niet verontreinigt;
Niet eet op de bergen,
Zie boven vs.6.
Hertaald:Niet eet op de bergen,
Zie hierboven vers 6.
Ezechiël 18 vers 16— En niemand verdrukt, het pand niet behoudt, en geen roof rooft, zijn brood den hongerige geeft, en den naakte met kleding bedekt;
het pand niet behoudt,
Hebreeuws, geen pand pandt; panden heet hier niet: pand nemen, maar het pand behouden en niet wedergeven, gelijk dit af te nemen is boven uit de tegenstelling van vs.7, alwaar staat: Geeft den schuldenaar zijn pand weder.
Hertaald:het pand niet behoudt,
Hebreeuws: geen pand pandt. Panden betekent hier niet: een pand nemen, maar: het pand houden en niet teruggeven, zoals blijkt uit de tegenstelling met vers 7, waar staat: hij geeft de schuldenaar zijn pand terug.
Ezechiël 18 vers 17— Zijn hand van den ellendige afhoudt, geen woeker noch overwinst neemt, Mijn rechten doet, en in Mijn inzettingen wandelt; die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders; hij zal gewisselijk leven.
hand van den ellendige afhoudt,
Versta, de hand, die geweld en onrecht doet, dat is, die zijne hand afwendt van den armen geweld en onrecht aan te doen; hetwelk boven vs.8, heet, zijne hand van onrecht afkeren.
Hertaald:hand van den ellendige afhoudt,
Versta: de hand die geweld en onrecht doet; dat is: hij weerhoudt zijn hand ervan de arme geweld en onrecht aan te doen, wat hierboven in vers 8 heet: zijn hand van onrecht afkeren.
hij zal gewisselijk leven
Hebreeuws, zal levende leven.
Hertaald:hij zal gewisselijk leven
Hebreeuws: zal levende leven.
Ezechiël 18 vers 18— Zijn vader, dewijl hij met onderdrukking onderdrukt heeft, des broeders goed geroofd heeft, en gedaan heeft, dat niet goed was in het midden zijner volken; ziet daar, hij zal sterven in zijn ongerechtigheid.
met onderdrukking onderdrukt heeft,
Dat is, wredelijk verdrukt heeft, te weten met geweld of bedrog. Zie Spr. 14:31 .
Hertaald:met onderdrukking onderdrukt heeft,
Dat is: wreed verdrukt heeft, namelijk met geweld of bedrog. Zie Spr. 14:31.
des broeders goed geroofd heeft,
Dat is, zijns naasten, gelijk boven vs.10. Hebreeuws, des broeders roof.
Hertaald:des broeders goed geroofd heeft,
Dat is: van zijn naaste, zoals hierboven vers 10. Hebreeuws: de roof van de broeder.
Ezechiël 18 vers 19— Maar gijlieden zegt: Waarom draagt de zoon niet de ongerechtigheid des vaders? Immers zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, gewisselijk leven.
gijlieden zegt
Namelijk gij Joden, die het voorgemelde spreekwoord gebruikt, boven vs.2. God valselijk beschuldigende dat Hij de kinderen om der vaderen misdaden straft; gij, zeg ik, antwoordt mij aldus, waarom? enz. Zo voorkomt de profeet hier hetgeen de boze Joden op zijn voorgaande leer antwoordden.
Hertaald:gijlieden zegt
Namelijk u, Joden, die het genoemde spreekwoord gebruikt (hierboven vers 2) en God ten onrechte beschuldigt dat Hij de kinderen om de misdaden van de vaders straft; u dus antwoordt Mij zo: waarom? enzovoort. Zo komt de profeet hier voor wat de boze Joden op zijn voorgaande onderwijs antwoordden.
waarom
Dit zijn de woorden der Joden, alsof zij zeiden: Waarom zegt gij dat, te weten dat de Zoon niet draagt de misdaad van zijn vader, dewijl het tegendeel aan ons blijkt; die met oorlog, om onzer vaderen wil, gestraft worden?
Hertaald:waarom
Dit zijn de woorden van de Joden, alsof zij zeiden: waarom zegt u dat, namelijk dat de zoon de misdaad van zijn vader niet draagt, terwijl bij ons het tegendeel blijkt, die met oorlog gestraft worden om wat onze vaderen gedaan hebben?
ongerechtigheid des vaders?
Ongerechtigheid is hier genomen voor de straf der ongerechtigheid, alzo in het volgende; zie Lev. 5:1 . Hebreeuws, draagt niet de zoon in, of van de ongerechtigheid, enz. en alzo in het volgende.
Hertaald:ongerechtigheid des vaders?
Ongerechtigheid staat hier voor de straf op de ongerechtigheid, zo ook in het vervolg; zie Lev. 5:1. Hebreeuws: draagt de zoon niet in, of van de ongerechtigheid, enzovoort, en zo ook in het vervolg.
Immers zal de zoon,
Dit is het wederantwoord en de wederlegging, die God door zijn profeet aan de Joden geeft, verklarende dàt de vrome niet gestraft wordt om den goddeloze, en dat deze zijn eigen straf draagt.
Hertaald:Immers zal de zoon,
Dit is het weerwoord en de weerlegging die God door Zijn profeet aan de Joden geeft, waarin Hij verklaart dat de vrome niet om de goddeloze gestraft wordt en dat deze zijn eigen straf draagt.
Ezechiël 18 vers 20— De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn, en de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn.
De ziel, die zondigt,
Zie boven vs.4.
Hertaald:De ziel, die zondigt,
Zie hierboven vers 4.
de zoon zal niet dragen
Versta dit van zulk een zoon, die de ongerechtigheid zijns vaders niet navolgt. Anders blijven vast de dreigementen, die wij lezen Ex. 20:5 , en Deut. 5:9 .
Hertaald:de zoon zal niet dragen
Versta dit van zo'n zoon die de ongerechtigheid van zijn vader niet navolgt. Anders blijven de dreigementen onverkort staan die wij lezen in Ex. 20:5 en Deut. 5:9.
de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn,
Dat is, de genadige beloning der gerechtigheid en goede werken zal hem geworden. Van het woord gerechtigheid, vergelijk Gen. 30:33 , en de aantekening; idem zie Ps. 24:5 , en Ps. 85:14 , en Ps. 112:9 ; Jes. 58:8 .
Hertaald:de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn,
Dat is: de genadige beloning van de gerechtigheid en de goede werken zal hem ten deel vallen. Over het woord gerechtigheid, vergelijk Gen. 30:33 met de aantekening; zie eveneens Ps. 24:5, Ps. 85:14 en Ps. 112:9; Jes. 58:8.
de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn
Dat is, de rechtvaardige straf, die de goddeloze verdient, zal op hem komen. Zie boven vs.19, het woord ongerechtigheid.
Hertaald:de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn
Dat is: de rechtvaardige straf die de goddeloze verdient zal over hem komen. Zie hierboven vers 19 bij het woord ongerechtigheid.
Ezechiël 18 vers 21— Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
doet recht en gerechtigheid,
Zie boven vs.5.
Hertaald:doet recht en gerechtigheid,
Zie hierboven vers 5.
Ezechiël 18 vers 22— Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.
Al zijn overtredingen,
Dat is, gene zijner overtredingen zullen gedacht worden. Zie van deze manier van spreken 1 Kon. 11:34 .
Hertaald:Al zijn overtredingen,
Dat is: geen van zijn overtredingen zal gedacht worden. Zie over deze manier van spreken 1 Kon. 11:34.
hem niet gedacht worden;
Of, tegen hem. Zie Ps. 79:8 . De zin is dat zijne overtredingen den Heere niet bewegen zullen om hem te straffen. Het is menselijkerwijze van God gesproken; alzo Jes. 64:9 ; Jer. 14:10 ; Hebr. 10:17 ; vergelijk boven Ezech. 3:20 .
Hertaald:hem niet gedacht worden;
Of: tegen hem. Zie Ps. 79:8. De betekenis is dat zijn overtredingen de HEERE niet zullen bewegen om hem te straffen. Het is op menselijke wijze van God gesproken; zo Jes. 64:9; Jer. 14:10; Hebr. 10:17; vergelijk hierboven Ezech. 3:20.
in zijn gerechtigheid,
Versta, niet omdat zijne gerechtigheid zulks uit haar eigen waarde verdient, maar omdat God haar alzo uit genade, om den wil van zijnen Zoon, beloont; Rom. 4:4 .
Hertaald:in zijn gerechtigheid,
Versta: niet omdat zijn gerechtigheid dat uit eigen waarde verdient, maar omdat God haar zo uit genade beloont, ter wille van Zijn Zoon; Rom. 4:4.
Ezechiël 18 vers 23— Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?
enigszins lust hebben
Hebreeuws, lustende lust hebben; deze vraag loochent sterkelijk. Zo is de zin dat Hij geenszins belust is, of door enigen lust gedreven, om den goddeloze te doden. Want ofschoon Hij besloten heeft den onboetvaardige te straffen, nochtans is eigenlijk zijn doel niet het verderf van zijn schepsel, maar de openbaring zijner gerechtigheid; Rom. 9:17 . Ten anderen, hier is eigenlijk gesproken van den dood van den goddeloze, die zich bekeert, en niet van degenen, die zich nimmermeer bekeren, gelijk de voorgaande en volgende woorden uitwijzen; alsof God zeide: Gijlieden meent dat Ik zo belust ben om te vernielen en te doden, dat Ik ook den goddeloze, die zich bekeert, niet wil sparen, noch zijne bekering voor aangenaam houden; maar dat is ene lastering, en verre van mij.
Hertaald:enigszins lust hebben
Hebreeuws: lustende lust hebben; deze vraag ontkent met nadruk. De betekenis is dus dat Hij er in het geheel geen behagen in heeft en door geen enkele lust gedreven wordt om de goddeloze te doden. Want hoewel Hij besloten heeft de onboetvaardige te straffen, is Zijn eigenlijke doel toch niet het verderf van Zijn schepsel maar de openbaring van Zijn gerechtigheid; Rom. 9:17. Bovendien gaat het hier eigenlijk over de dood van de goddeloze die zich bekeert, en niet over hen die zich nooit bekeren, zoals de voorgaande en volgende woorden aangeven. Alsof God zei: u meent dat Ik zo belust ben op vernielen en doden, dat Ik zelfs de goddeloze die zich bekeert niet wil sparen en zijn bekering niet aangenaam wil achten; maar dat is een laster en het zij verre van Mij.
is het niet,
Te weten dat Ik lust en welgevallen hieraan heb? Deze vraag verzekert sterkelijk dat de bekering van den goddeloze Gode zo aangenaam is, dat de bekeerde gewisselijk leven zal, en dat Hij geenszins lust heeft om den bekeerden goddeloze te doden; vergelijk onder vs.32, en Ezech. 33:11 . Anders: [heb Ik] niet daarin [lust] dat hij zich bekere, enz.; Ezech. 33:11 zijn de Hebreeuwse woorden wat anders gesteld dan hier.
Hertaald:is het niet,
Namelijk dat Ik hierin lust en welgevallen heb? Deze vraag bevestigt met nadruk dat de bekering van de goddeloze God zo aangenaam is dat de bekeerde zeker zal leven, en dat Hij er in het geheel geen lust in heeft de bekeerde goddeloze te doden; vergelijk hieronder vers 32 en Ezech. 33:11. Anders: (heb Ik) er geen (lust) in dat hij zich bekeert, enzovoort; in Ezech. 33:11 staan de Hebreeuwse woorden iets anders dan hier.
wegen,
Te weten boze wegen, dat is, kwaad leven, hetwelk een boze weg genaamd wordt; 1 Kon. 13:33 ; 2 Kon. 17:13 ; Jona 3:10 , enz.
Hertaald:wegen,
Namelijk boze wegen, dat is: een slecht leven, dat een boze weg genoemd wordt; 1 Kon. 13:33; 2 Kon. 17:13; Jona 3:10, enzovoort.
leve?
Dat is, mijne straffen ontga en behouden worde.
Hertaald:leve?
Dat is: Mijn straffen ontgaat en behouden wordt.
Ezechiël 18 vers 24— Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.
rechtvaardige zich afkeert
Zie boven Ezech. 3:20 .
Hertaald:rechtvaardige zich afkeert
Zie hierboven Ezech. 3:20.
niet gedacht worden;
Dat is, zullen God niet bewegen om die te belonen en hem van de straf vrij te houden; zie boven Ezech. 3:20 ; vergelijk Hand. 10:4 .
Hertaald:niet gedacht worden;
Dat is: zij zullen God niet bewegen om die te belonen en hem van de straf vrij te houden; zie hierboven Ezech. 3:20; vergelijk Hand. 10:4.
Ezechiël 18 vers 25— Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israels! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?
gijlieden
Namelijk gij wederspannige Joden.
Hertaald:gijlieden
Namelijk u, weerspannige Joden.
De weg des HEEREN
Dat is, de manier van doen, die God gebruikt in het regeren van den mens; zie van het woord weg alzo gebruikt, Deut. 32:4 , en Ps. 25:10 ; idem vergelijk Spr. 6:6 .
Hertaald:De weg des HEEREN
Dat is: de manier van doen die God gebruikt bij het regeren van de mens; zie over het woord weg in die betekenis Deut. 32:4 en Ps. 25:10; vergelijk ook Spr. 6:6.
is niet recht;
Dat is, niet naar den eis der gerechtigheid gepast of geschikt. Anders: niet recht gemaakt, of effen, of recht gewogen. Zij wilden zeggen dat God gene gelijkheid hield tussen de straffen en de zonden, dat Hij den een zwaarder strafte dan den ander, en dat Hij den een de zonden vergaf en den ander niet, enz. Dit waren gruwelijke lasteringen.
Hertaald:is niet recht;
Dat is: niet naar de eis van de gerechtigheid ingericht. Anders: niet recht gemaakt, of effen, of goed afgewogen. Zij wilden zeggen dat God geen evenwicht bewaarde tussen de straffen en de zonden, dat Hij de een zwaarder strafte dan de ander, en dat Hij de een de zonden vergaf en de ander niet, enzovoort. Dat waren gruwelijke lasteringen.
onrecht?
Dat is, niet zo zij behoren, noch recht opgewogen in de weegschaal der gerechtigheid.
Hertaald:onrecht?
Dat is: niet zoals zij behoren, en niet goed afgewogen in de weegschaal van de gerechtigheid.
Ezechiël 18 vers 26— Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.
daarin sterft,
Te weten zijn boze wegen, van welke in vs.25 gesproken is.
Hertaald:daarin sterft,
Namelijk zijn boze wegen, waarover in vers 25 gesproken is.
Ezechiël 18 vers 27— Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden;
zijn ziel in het leven behouden;
Dat is, zichzelven, te weten door in den weg, die ten leven leidt, trouwelijk te volharden. Want het is Gods wil dat degenen, dien Hij uit genade om Christus de kroon der gerechtigheid belooft, daartoe komen door den weg der gerechtigheid; Ef. 1:4 , en Ef. 2:10 ; Tit. 2:11-14 .
Hertaald:zijn ziel in het leven behouden;
Dat is: zichzelf, namelijk door trouw te volharden op de weg die tot het leven leidt. Want het is Gods wil dat zij aan wie Hij uit genade om Christus' wil de kroon van de gerechtigheid belooft, daar komen langs de weg van de gerechtigheid; Ef. 1:4 en Ef. 2:10; Tit. 2:11-14.
Ezechiël 18 vers 28— Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
toeziet,
Dat is, zorgdraagt dat hij in zijne zonden, die hij nu gevoelt en bekent, niet blijft steken. Zie zeer gelijke betekenis van het woord zien, 1 Kon. 12:16 , en boven vs.14.
Hertaald:toeziet,
Dat is: er zorg voor draagt dat hij niet blijft steken in de zonden die hij nu voelt en erkent. Zie een zeer verwante betekenis van het woord zien in 1 Kon. 12:16 en hierboven vers 14.
Ezechiël 18 vers 29— Evenwel zegt het huis Israels: De weg des Heeren is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israels, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht?
De weg des Heeren is niet recht
Zie boven vs.25.
Hertaald:De weg des Heeren is niet recht
Zie hierboven vers 25.
Ezechiël 18 vers 30— Daarom zal Ik u richten, o huis Israels! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden.
zijn wegen,
Zie Gen. 6:12 .
Hertaald:zijn wegen,
Zie Gen. 6:12.
aanstoot worden
Dat is, een oorzaak van uw val en verderf. Vergelijk boven Ezech. 7:19 , en de aantekening.
Hertaald:aanstoot worden
Dat is: een oorzaak van uw val en verderf. Vergelijk hierboven Ezech. 7:19 met de aantekening.
Ezechiël 18 vers 31— Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?
Werpt van u weg al uw overtredingen,
Dit bevel en het volgende geven te verstaan wat wij schuldig zijn te doen, en niet wat wij uit onszelven kunnen doen, maar bidden moeten dat wij het door de genade desgenen, die het beveelt, mogen doen; Ps. 51:12 ; Jer. 31:18 ; Joh. 15:5 .
Hertaald:Werpt van u weg al uw overtredingen,
Dit bevel en het volgende geven te kennen wat wij verplicht zijn te doen, en niet wat wij uit onszelf kunnen doen; wij moeten juist bidden dat wij het mogen doen door de genade van Hem Die het beveelt; Ps. 51:12; Jer. 31:18; Joh. 15:5.
maakt u een nieuw hart
Verg. Ef. 4:23 .
Hertaald:maakt u een nieuw hart
Vergelijk Ef. 4:23.
Ezechiël 18 vers 32— Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.
Ik heb geen lust aan den dood des stervenden,
Dat is, Ik heb geen lust dat iemand onboetvaardig sterve en verga, maar dat hij bekeerd zijnde, leve. Vergelijk boven vs.23.
Hertaald:Ik heb geen lust aan den dood des stervenden,
Dat is: Ik heb er geen behagen in dat iemand onboetvaardig sterft en verloren gaat, maar dat hij zich bekeert en leeft. Vergelijk hierboven vers 23.
leeft
Dit bevel begrijpt in zich een sterke belofte, dat zij zekerlijk leven zullen, die zich van harte tot God bekeren; zie Ps. 37:4 , en Spr. 3:25 .
Hertaald:leeft
Dit bevel bevat in zich een krachtige belofte, dat zij die zich van harte tot God bekeren zeker zullen leven; zie Ps. 37:4 en Spr. 3:25.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Alle zielen zijn Mijne — het spreekwoord over de onrijpe druiven wordt afgeschaft en vervangen door een regel (Ezech. 18:1-20)
"Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?" (Ezech. 18:2). Dat spreekwoord is bij Jeremia al behandeld (reeds behandeld bij Jer. 31:29-30). Ezechiël voegt er een heel hoofdstuk aan toe. De grond staat in Ezech. 18:4: "Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven." Daarna worden drie geslachten doorgenomen — een rechtvaardige, daarna zijn goddeloze zoon, daarna weer een rechtvaardige zoon — en telkens loopt het anders af. De uitkomst staat in Ezech. 18:20: "de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons."
Bijbelse betekenis: Merk op waarmee het antwoord begint. Niet met de mens maar met God: alle zielen zijn Mijne. Omdat ieder mens rechtstreeks van Hem is, kan niemand achter een ander wegkruipen — niet achter zijn vader en niet achter zijn kind. Let vervolgens op wat het hoofdstuk niet zegt. Het ontkent niet dat gevolgen doorwerken; kinderen dragen wel degelijk de gevolgen van wat hun ouders deden. Wat afgesneden wordt is het gebruik van dat feit als verweer. Let ten slotte op de drie geslachten. Zij worden met opzet doorgenomen: in geen van de drie is de afkomst beslissend. Wie zich beroept op zijn vader, hoort dat het niet geldt; wie zich verschuilt achter zijn kinderen evenmin.
Typologie: Paulus zegt dat "een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven" (reeds behandeld bij Rom. 14:12). En de Heere Jezus wijst af dat wie zwaarder getroffen wordt, daarom schuldiger is (reeds behandeld bij Luk. 13:2-3).
Geen lust aan de dood — twee keer zegt God in dit hoofdstuk waar Hij geen behagen in heeft (Ezech. 18:23,32)
"Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?" (Ezech. 18:23). Aan het slot van het hoofdstuk staat het nog eens, en dan als grond onder een oproep: "Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft" (Ezech. 18:32).
Bijbelse betekenis: Merk op in welke vorm het staat. De eerste keer als vraag, de tweede keer als mededeling, en beide keren met de oproep erbij. Het is dus geen leerstuk dat op zichzelf staat maar de grond van een nodiging: omdat God er geen lust in heeft, roept Hij. Let vervolgens op wat er wél gezegd wordt over de dood van de goddeloze. Dat die komt, staat in ditzelfde hoofdstuk twee keer (Ezech. 18:4,20); het oordeel wordt niet afgezwakt. Wat hier gezegd wordt is dat God er geen behagen in schept. Let ten slotte op wat het register hier niet doet. Over de verhouding tussen dit woord en Gods raad zwijgt het, zoals het ook zweeg bij het berouw Gods (reeds behandeld bij Jer. 18:7-10). De Schrift zet beide naast elkaar, en de nodiging wordt niet zwakker gemaakt door de vraag hoe zij zich tot de verkiezing verhoudt.
Typologie: Petrus zegt in dezelfde geest dat de Heere lankmoedig is, niet willende dat enigen verloren gaan (reeds behandeld bij 2 Petr. 3:9). En de Heere Jezus weende over de stad die niet gewild heeft (reeds behandeld bij Luk. 19:41).
Maakt u een nieuw hart — een gebod dat vraagt wat elders in dit boek beloofd wordt (Ezech. 18:31)
"Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?" (Ezech. 18:31). Elders in ditzelfde boek staat wat God daarvan zegt: "Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven" (reeds behandeld bij Ezech. 11:19).
Bijbelse betekenis: Merk op dat beide zinnen in hetzelfde boek staan. Hier wordt het geëist, daar wordt het beloofd; wie er één van de twee wegneemt, houdt een halve Schrift over. De eis maakt duidelijk dat de mens er zelf verantwoordelijk voor is, en de belofte dat hij het uit zichzelf niet opbrengt. Let vervolgens op de vorm van het gebod. Er staat niet: verbeter uzelf, maar: maakt u een nieuw hart. Het geëiste is zo hoog dat het de onmogelijkheid ervan meteen laat voelen; dat is dezelfde beweging als bij de besnijdenis des harten (reeds behandeld bij Jer. 4:4). Let ten slotte op de vraag die erachter staat: "waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?" Het gebod komt niet uit onverschilligheid voort maar uit aandrang. Wat God vraagt, vraagt Hij als Iemand Die geen lust heeft aan de dood.
Typologie: Paulus zet beide kanten in twee verzen naast elkaar: "werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven", en onmiddellijk daarop: "Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken" (Fil. 2:12-13). Ook daar staat het gebod vóór de gave, zonder dat het een het ander opheft.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Ik heb geen lust aan den dood des goddelozen — 18:1-32
In ballingschap gaat een spreekwoord rond: de vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden. Daarmee zeggen zij dat zij boeten voor het kwaad van hun ouders, en dus dat zij er zelf niets aan kunnen doen.
God verbiedt dat spreekwoord en legt de verantwoordelijkheid terug bij ieder persoonlijk — en zegt er meteen bij dat Hij geen behagen heeft in iemands ondergang.
Het antwoord begint kort: gijlieden zult dit spreekwoord niet meer gebruiken in Israël. En dan de grond ervan: ziet, alle zielen zijn Mijne; de ziel die zondigt, die zal sterven.
Het hoofdstuk werkt dat uit in drie geslachten. Een rechtvaardig man leeft. Zijn zoon doet kwaad en sterft om eigen schuld. En diens zoon ziet wat zijn vader deed, doet het niet na, en leeft. Zo wordt de keten van het spreekwoord doorgeknipt: niemand kan zich verschuilen achter wie voor hem kwam.
Maar het gaat verder, en dat is het merkwaardige. Ook het eigen verleden bindt niet: wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven. Al zijn overtredingen zullen hem niet gedacht worden.
Daarop volgt de vraag waar dit hoofdstuk om bekend staat: zou Ik enigszins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE, is het niet als hij zich bekeert van zijn wegen dat hij leve?
De kanttekening leest dat scherp. Er staat in het Hebreeuws een dubbeling — lustende lust hebben — en de vraagvorm ontkent met nadruk. De betekenis is dus dat Hij er in het geheel geen behagen in heeft en door geen enkele lust gedreven wordt om de goddeloze te doden. Zij voegt eraan toe dat God wel besloten heeft de onboetvaardige te straffen, maar dat dit niet Zijn eigenlijke doel is.
Het slot is een bevel dat tegelijk onmogelijk klinkt: maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?
Dat kan een mens niet. Achttien hoofdstukken eerder heeft God zelf gezegd dat Hij het stenen hart wegneemt en een vlesen hart geeft, en in hoofdstuk 36 zegt Hij het opnieuw. Het gebod en de belofte staan dus in hetzelfde boek: wat geëist wordt, moet gegeven worden.
Petrus schrijft in dezelfde geest dat de Heere niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
Ezechiël 18:2 — Het spreekwoord over de onrijpe druiven wordt verboden.
Ezechiël 18:21 — Wie zich bekeert, zal gewisselijk leven.
Ezechiël 18:23 — Zou Ik lust hebben aan den dood des goddelozen?
Ezechiël 18:31 — Maakt u een nieuw hart — wat een mens niet kan.
Ezechiël 36:26 — Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwen geest.
2 Petrus 3:9 — Hij wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
In het Nieuwe Testament: 2 Petrus 3:9; 1 Timotheüs 2:4; Johannes 3:3-6; Lukas 15:7
Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet met name aan. De lijn loopt over het gebod en de belofte die elkaar hier raken: een nieuw hart wordt geëist en elders in hetzelfde boek beloofd.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Ezechiël 18:23.Kruisverwijzingen2 Petrus 3:9→1 Timotheüs 2:4→Ezechiël 33:11→Ezechiël 18:32→Psalmen 147:11→Micha 7:18→Exodus 34:6→Job 33:27→ — Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? “Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?”
Dit is een van de schadelijkste listen van de satan om de bekering tegen te houden. In de oude tijden van de pest spijkerde men de huisdeur dicht en zette er een rood kruis op. Zo waren de bewoners van dat huis tot de dood verzegeld. Net zo schrijft de duivel op de deur van een mens de woorden: geen hoop. En dan besluit die zieke ziel te sterven en weigert zij de Geneesheer binnen te laten.
Niemand zondigt onbeteugelder dan wie in wanhoop zondigt, in de mening dat God voor hem geen vergeving heeft. Gelooft een mens dat er op de rechte weg voor hem geen hoop is, dan besluit hij eruit te halen wat er op de verkeerde weg te halen valt. En kan hij God niet behagen, dan zal hij op zijn minst zichzelf behagen. Moet hij naar de hel, dan zal hij onderweg zo vrolijk zijn als hij kan.
Dit alles komt voort uit een verkeerde voorstelling van God. De zonde brengt de leugen voort, en dan voedt de leugen de zonde. Vooral op deze manier houdt de leugen de zonde in stand: door de God van de liefde te belasteren. Hij is een God Die gereed staat te vergeven en Die volstrekt niet moeilijk tot vergeving te bewegen is. Waarom houden mensen zich dan op een afstand in plaats van hun kwaad te belijden en barmhartigheid te vinden?
Hij is geen God Die vermaak schept in de ellende van de mensheid. Zijn oor is niet doof voor het geroep van de droefheid; Zijn hart is niet traag om zich over nood te ontfermen. Integendeel, Hij wacht om genadig te zijn. Hij heeft lust in barmhartigheid. God is onmetelijke liefde — een liefde die bestendig is, grenzeloos en zonder einde.
Ezechiël 18:32.KruisverwijzingenEzechiël 18:23→2 Petrus 3:9→Ezechiël 33:11→Klaagliederen 3:33→ — Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft. “Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.”
Een deel van onze taak als dienaren van Christus is te getuigen van de goedertierenheid van de HEERE, tegen de leugen in waarmee de zonde Zijn goedheid onteert.
V. Vs. 1 — Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: -Hoofdst 19:14. Vervuld met de gedachte aan den tijd der genade (Hoofdst. 17:22 vv.), en de gedachte, welke krachtige dingen des Heeren almacht dan kan verrichten, richt de Profeet zijn oog nu weer op zijn volk; wat staat aan de vervulling dier belofte van deze zijde tegen? Niets anders dan de onboetvaardige gezindheid van Israël! Nog altijd gaat de zware tijd der ballingschap zonder nut voorbij. Ene gedachte, een verderflijke waan had zich omtrent het Goddelijk gericht vastgesteld, waarbij van bekering gene sprake kon zijn. Men klaagde niet zichzelven, maar Gods heilige besturing aan. Onverdiend was het tegenwoordige lijden, om de zonden der voorvaderen moest het volk nu zo zwaar boeten (vs. 1-4 Die waan was des te verderflijker, daar die op uitspraken der Wet steunde, welke over de Goddelijke vergelding aan de nakomelingen handelden, en daar de Profeet zelf in ‘t voorgaande (Hoofdst.
KruisverwijzingenEzechiël 18:7→Prediker 11:1→Spreuken 31:20→Psalmen 41:1→Lukas 11:41→Spreuken 22:9→Jesaja 58:7→Job 22:7→— En niemand verdrukt, het pand niet behoudt, en geen roof rooft, zijn brood den hongerige geeft, en den naakte met kleding bedekt;
de misdaden van den vroegeren tijd zo nadrukkelijk had geschilderd. Te zwaar, zo dacht men ten minste, was de tegenwoordige straf, die stond in gene verhouding tot de zonde van het volk. Het woord Gods op onze plaats nu bestrijdt aan de ene zijde even zo nadrukkelijk den vleselijken waan, die in den grond God voor schuldig, maar zichzelven voor onschuldig en rein hield (vs. 5-20), terwijl hij aan de andere zijde daaraan de aanmaning tot ernstige en oprechte boete verbindt. Israël kan en moet zich bekeren (vs. 21-32). Weemoedig vestigt zich hierop de blik van den Profeet, nadat de aanmaning tot boete zich in de toekomst had begeven, in welke zij tot zalige vervulling zou komen, weer op het tegenwoordige. Zijne rede wordt lyrisch en elegisch, maar tevens is zij, profetisch. Er volgt geen klaaglied over het lot der beide koningen Joahaz en Jojachin, en over dat van het theokratische volk. In dit lied der droefheid zal Israël nu spoedig instemmen, hoe weinig het dat nu ook kan geloven (Hoofdst. 19:1-14).
Verder geschiedde des HEEREN woord ter zelfder tijd als in Hoofdst. 14:1 vv. 15:1; 16:1; 17:1 tot mij, zeggende:
Wat is ulieden, dat gij, zo dikwijls de sprake komt over het nationale ongeluk, dat u reeds zo hard heeft getroffen, en binnen kort nog veel verder treffen zal, dit spreekwoord gebruikt van het land Israëls(Jer. 31:29. Klaagl. 5:7), zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden? Zulk een godslasterlijk woord, dat Gods wegen op lichtvaardige wijze kritiseert, en waarmee gij wilt zeggen: wat de vaders hebben misdaan, daarvoor moeten wij lijden, betaamt het allerminst omtrent die plaats, welke die der openbaring, zowel van de heilige gerechtigheid, als ook der genadige ontferming van uwen God moest zijn. Tegenover alle tegenspraak en valse verwachtingen had de reeks der tot hiertoe uitgesprokene woorden Gods vastgesteld, dat God het gericht, dat over Israël was gedreigd, zeker zou laten komen. Den hoorders van Ezechiël bleef nu niets anders over, dan zich onder deze zekerheid van het naderend gericht te buigen. Maar wanneer de mens zich ten laatste niet meer kan onttrekken aan de straf zijner zonden, als hij ze moet dragen of ten minste onafwendbaar ziet komen, en evenwel niet boetvaardig zijne schuld wil erkennen, en dat onheil als welverdiend gevolg daarvan wil aannemen, dan helpt hij zich er ten laatste mede, om de schuld van het ongeluk, dat hem treft, op anderen te werpen, dan ziet hij het gericht, dat over hem komt, als een ongeluk aan, dat door de misslagen van anderen is veroorzaakt en hem nu op geheel onschuldige wijze aangrijpt. De Israëlieten waren, toen Ezechiël deze woorden tot hen sprak, reeds tot dit punt van zelfmisleiding gekomen. Zij hadden reeds genoeg oordelen Gods beleefd, en daar zij die nooit met berouwvolle erkenning van eigene schuld hadden op zich genomen, waren zij met fysiologische noodzakelijkheid er toe gekomen om de schuld bij anderen te zoeken. Zij zien in al de ellende, die in de laatste tijden over hen is gekomen, niets anders dan gevolgen van de door hun voorvaders begane misslagen, onder welke zij nu moeten lijden. Zij waren in die beschouwing reeds zo diep verzonken, dat zij die in het boven aangevoerde spreekwoord hadden neergelegd, hetwelk al het onheil dat hen trof, op hun vaderen wierp, en hen zelfs als de onschuldig lijdenden voorstelde. Het was daaruit te voorzien, dat, als Ezechiël met de vorige woorden Gods hun het gedreigde gericht als niet af te wenden had voorgesteld, zij dit spreekwoord en de daarin liggende zelfmisleiding van hun geweten zouden aangrijpen, opdat zij, als zij ook voor het onheil moesten buigen, toch voor zich zelven als onschuldige offers van anderer misslagen voorkomen zouden. Daarom spreekt het woord des Heeren ten slotte ook nog over dit spreekwoord en de daarin geformuleerde gewetensmisleiding. Gelijk in de gewoonten de zedelijkheden van een volk, de nationale moraal menigvuldig ligt afgedrukt, zo zijn de spreekwoorden vooral ook een uiting van de religieuze en morele volksstam, vooral in tijden als de volkskracht rustende is, en de werkzame kracht op den achtergrond is getreden. Zowel in tijden, als men van de welvaart geniet, als ook in tijden van nationale ellende, of van den tijd, die dezen vooraf gaat, floreert het spreekwoord. De menigte van gedachten spreekt zich gaarne uit, en het herhaald en op dezelfde wijze uitgesprokene vestigt zich als spreekwoord. Ook Jeremia (Hoofdst. 31:29) maakt melding van dit spreekwoord, en vermits het toen ter tijd in het land van Israël in aller mond was, zo was het met de gevangenen ook naar Babel overgeplant. Spreekwoorden gaan met het volk schielijk van de ene plaats naar de andere (vgl. Ezech. 12:22, 23). Dit spreekwoord bevat, gelijk de meeste spreekwoorden, ene waarheid, maar zo in het algemeen ter neergesteld en zo onjuist uitgedrukt, dat zij zeer licht in verkeerden zin zou kunnen worden gebruikt. De waarheid is
dat kinderen, die goddeloos zijn als hun vaderen, zonder acht te geven op Gods Woord en de vermaning tot boete, nog slechter zijn dan de vaderen, en de schuld hunner vaderen tot hun eigene maken, ja ze nog vermeerderen; 2) dat de vergelding der Goddelijke rechtvaardigheid door de openbaring der schulden, door de bittere vruchten der boze werken, die de vaderen gedaan hebben, de kinderen en de kindskinderen treft, en deze, als Zij er zich niet door laten waarschuwen en verbeteren, tot verstoktheid, ter dood en ter verdediging voeren; 3) dat de kinderen van goddeloze vaderen, wanneer zij vroom en rechtvaardig worden, toch wegens de schuld hunner vaderen veel moeten lijden, maar dat God hun ellende, die zij zonder hun schuld hebben te verduren, hun tot ene heilzame artsenij zal doen strekken en hen na en door de ware kastijding verhoogt en zegent. Het spreekwoord: “de vaderen hebben onrijpe druiven gegeten, maar den kinderen zijn daarvan de tanden stomp geworden” verzwijgt 1) dat de vrome kinderen van goddeloze vaderen ook zelf onrijpe rechten aten, die nog harder zijn dan de onrijpe druiven der vaderen; 2) dat de vrome kinderen van goddeloze vaderen door het stomp worden der tanden ene heilzame tucht ondergaan en ten laatste grote genade en vreugde ervaren. Het zwijgt zowel van de eigene schuld der kinderen als van het heilzame der tuchtiging voor de bekeerden, en daardoor verleidt het tot lastering alsof God onrechtvaardig ware. Wanneer Jeremia klaagt (Klaagl. 5:7): “Onze vaderen hebben gezondigd en zijn niet meer en wij moeten hun misdaad dragen, ” zo zegt hij hetzelfde wat het bedoeld spreekwoord getuigt. Het is daar evenzeer een onnauwkeurig en eenzijdig op den voorgrond stellen ener halve waarheid, doch het is gene klacht tegen God, maar Zijn woord is slechts als klacht gemeend; het is de verzuchting van een verbrijzeld hart, want aan het slot der klacht (vs. 16) zegt Jeremia ook: “Wee ons, dat wij gezondigd hebben. ” Daarom is ons harte ziek, daarom zijn onze ogen duister geworden. Vromen en goddelozen kunnen soms hetzelfde zeggen, maar zij zeggen het in verschillenden zin. Elk woord moet worden geschat naar den persoon, die het zegt, en den geest van zodanigen mens kent men zowel uit de woorden, die hij elders gesproken, als uit de daden, die bij verricht heeft.
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israël te gebruiken! 1)
Volgens den tweeledigen inhoud van ons hoofdstuk blijft het buiten sprake, of het naderend gericht of de Messiaanse zegen die tot bekering leidt, aan zulk spreken in de toekomst een einde zal maken; bij Jeremia wordt het ophouden van het spreekwoord als met het begin van den Messiaansen tijd zamenvallende voorgesteld. De Heere verbiedt het spreekwoord niet, maar Hij verklaart, dat Hij zelf het hen zal afleren. De oorzaak van het ophouden is de ernst der Goddelijke oordelen. Wanneer deze komen; dan vallen de vijgebladeren af, het ingeslapen geweten wordt wakker en roept uit: “om mij en mijne zouden. ” Er is ene menigte van philosophemata en theologoemena (door de mensen bedachte uitdrukkingen van wereldse wijsheid en van godsdienst), die alleen op zekere tijden mogelijk zijn, maar beschaamd wegsluipen, wanneer de donders van het Goddelijk gericht rollen. Daardoor is echter slecht de ene zijde der zaak voorgesteld, wij moeten nog de andere, die bij Jeremia op den voorgrond gesteld is, er bijvoegen, dat namelijk God na het oordeel Zijne genade in de vergeving der zonde zo heerlijk zal openbaren, dat de begenadigden de rechtvaardigheid der oordelen volkomen zullen inzien. De ervaring der liefde, die zich in de vergeving der zonden openbaart en de barmhartigheid des Heeren buigen het hart zo diep dat de begenadigde zondaar aan de gerechtigheid der Goddelijk. straffen niet meer twijfelt. Dus Ik zal U deze tegenwerping ontnemen, dewijl uwe zonde openbaar zal worden, zodat de gehele wereld erkent dat uwe straffen rechtvaardig zijn, welke gij zult hebben verdiend en niet kunnen teruggeworpen worden op uw vader, zoals gij tot hiertoe hebt beproefd. De Heere God wil hier duidelijk zeggen dat hij de zonden der vaderen niet straft aan de kinderen, tenzij deze treden in de voetstappen der vaderen.
Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, 1) alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven;
dat spreekwoord is dus een lasteren van Mijn rechtvaardig besturen en moet worden te niet gedaan.
Elke ziel behoort den Schepper toe, wiens adem in haar stroomt, en moet voor het geschenk van haar zelfstandig leven den Gever van elk aanzijn verantwoordelijk worden. Elke ziel, hetzij van vader of van zoon, wordt voor zich zelf geoordeeld, en heeft zij gezondigd, zo moet zij sterven. De doorgaande Bijbelse tegenstelling tussen leven en dood is hier bijzonder scherp op den voorgrond geplaatst. God beantwoordt in Zijn verantwoording Zijn eigen volstrekt en onbetwistbare Oppermacht. God eist hier een eigendom op van alle zielen van de kinderen der mensen, de een zowel als de andere. Wanneer God de Vader is van alle zielen, kunnen andere vaders gene ziel ombrengen, maar “alzo lief heeft God de wereld gehad, enz. ” Zich zelven ombrengen in het ongeloof, is de zelfmoord van den mens zelven. God zou Zijn eigendom prijsgeven, wanneer Hij toeliet, dat zielen wegens de schuld van anderen straf leden. In het geschapen zijn naar Zijn beeld, waarop het “alle zielen zijn de Mijne” rust, liet opgesloten, dat de zielen niet tot een dienend middel kunnen verlaagd worden, dat aan elke slechts kan toekomen naar hare zonde. De som van straffen en verderf welke de wet over den wetsovertreder bepaalt, is begrepen in het woord dood (Deut. 30:15). Van de ware levensgemeenschap uitgesloten, leidt de zondaar slechts een schijnleven dat het verderf in zich draagt en bevordert, totdat de lichamelijke dood met zijne verschrikkingen hem overvalt.
Het is even zeker dat God, zowel aan den zoon als aan den vader een goeden wil toedraagt en op geen van beiden enige hardigheid brengen zal. Wij zijn verzekerd dat God niets haat, dat Hij gemaakt heeft en daarom van volwassenen sprekende, die in staat zijn voor zich zelf te handelen, heeft Hij zulk een genegenheid voor alle zielen dat er gene sterft, dan door hun eigen fout.
Wanneer nu iemand in zijne betrekking tot God rechtvaardig is, en in zijne betrekking tot de mensen doet recht en gerechtigheid;
Wat het eerste aangaat niet eet op de a) bergen, niet door deel te nemen aan afgodische maaltijden op grove wijze tegen het eerste gebod zondigt, en zijne ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israëls, zijn vertrouwen niet zet op de goden, die onder het volk burgerrecht hebben verkregen, ze niet om hulp smeekt, zich dus ook niet op fijnere wijze aan afgoderij schuldig maakt, noch, wat het tweede aangaat, de huisvrouw zijns naasten verontreinigt (Ex. 20:14. (Lev. 20:10. Deut. 22:22), noch tot de afgezonderde nadert, zodat hij ook in den echt de boze lusten intoomt en zich onder Gods regelingen schikt (Lev. 18:19; 20:18);
Jes. 57:7; 65:7.
En niemand a) verdrukt (Ex. 22:28. (Lev. 25:14 en 17), den schuldenaar zijn pand weer geeft (Ex. 22:25. Deut. 24:6 en 10 vv.), genen roof rooft (Ezech. 7:23), den hongerige zijn brood b) geeft, en den naakte met kleding bedekt(Jes. 58:5
(Lev. 19:13. b) Deut. 15:7. Matth. 25:35.
Niet geeft op a) woeker (Ps 15:5), noch overwinst neemt (Lev. 25:36 vv.), zijne hand bij rechterlijke beslissingen, die hij moet nemen, van onrecht afkeert, waarachtig recht tussen den enen en den anderen oefent (Zach. 7:9).
Exod. 22:25.
In ‘t algemeen, in Mijne inzettingen wandelt, en Mijne rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen, de waarheid te doen: die rechtvaardige zal gewis leven, spreekt de Heere HEERE. Het verblinde volk vatte de strengheid der wet alleen van ene zijde op, namelijk van de straf, maar zag de andere zijde, de eisen der wet voorbij. In dit opzicht had men zich aan lauwheid, aan ene vrije wijze van beschouwing overgegeven, en veroorloofde men zich allerlei willekeur omtrent den door God in de wet gestelden leefregel. Zo kwam men er toe, zich voor rechtvaardig, en vervolgens voor onrechtvaardig gestraft te houden. Daarom moest de Profeet des te meer beslist eerst een beeld ontwerpen van de gerechtigheid en van die eisen, welke de wet deed. Het is hem echter niet voldoende den eis der wet in ‘t algemeen te noemen, maar wel wetende, hoe licht zich het menselijk hart over zulk ene summarische aanmaning heenzet, en in eigengerechtigheid, ijdelheid en zelfbehagen volhardt, gaat hij, om zulk ene gezindheid in den grond te bestraffen en in hare nietigheid voor te stellen, de bijzondere delen der wet nader voorhouden, opdat in dezen spiegel elk erkenne, hoe ver zijne gezindheid en zijn leven van de waarheid en gerechtigheid verwijderd is. Dergelijke optellingen worden meermalen in de Psalmen gevonden als bijv. in Ps. 15 en 24. Meer voor de hand ligt echter Job 22:5 vv. en Job 31:1 vv. de aanklacht en de rechtvaardiging van Job, welke plaatsen onzen Profeet des te meer voor ogen hebben gestaan, daar hij in Hoofdst. 14 uitdrukkelijk Job als een toonbeeld van rechtvaardigheid aanvoert. Hij stelt ons in ‘t bijzonder voor ogen de reine, kuise gezindheid, die van afgodendienst zowel als van echtbreuk en wellust afkerig is, gerechtigheid en vriendelijkheid jegens de mensen, liefde en trouw; eindelijk vat hij alles wat recht is te zamen in de beoefening der waarheid. In deze andere beschrijving der gerechtigheid, welke noodzakelijk was, omdat zo velen zich in dit opzicht aan valse inbeeldingen overgaven, worden vooral zulke zonden op den voorgrond geplaatst, die toen in zwang waren. De uitvoerige optelling van alle de zonden, waarvoor hij, die rechtvaardig zou kunnen heten, zich wachten moest, had ten oogmerk den Israëlieten te kennen te geven, dat ene halve deugd, gelijk die van de besten hunner, niet voor deugd kon gehouden worden. Zo zij in hunnen boezem tastten, dan vond toch de een zich hier-en de ander daaraan schuldig, en niemand zou kunnen zeggen, dat hij niet om zijn eigen kwaad gestraft werd. Dit oogpunt der voorstelling moet men niet voorbij zien.
Heeft hij, die vrome en rechtvaardige, die in vs. 5-9 is voorgesteld, nu enen zoon gewonnen, die een inbreker is, die bloed vergiet, die zijnen broeder doet een van deze dingen, welke te voren als door den vader gemedene zonden zijn aangewezen;
En die al die dingen, die als des vaders rechtvaardig genoemde werken genoemd zijn, niet doet; maar eet ook op de bergen, en verontreinigt de huisvrouw zijns naasten (vs. 6).
Verdrukt den ellendige en den nooddruftige, rooft veel roofs, geeft het pand niet weer (vs.
, en heft zijne ogen op de drekgoden, doet gruwel (vs. 6).
Geeft op woeker, en neemt overwinst (vs. 8): zou die leven? Hij zal niet leven! al die gruwelen heeft hij gedaan; hij zal voorzeker gedood worden, zijn bloed zal op hem zijn (Lev. 20:9 vv.). Aan de bepaling van het begrip van de gerechtigheid in den wanden des vaders, die voor dood en verderf bewaart en leven bedekt (vs. 5-9) wordt in het voor ons bijgaande gedeelte het gedrag Gods omtrent den zoon verbonden. De Profeet noemt dadelijk enen gewelddoener, enen moordenaar als zoon, opdat het contrast tussen hem en den vader recht duidelijk in het oog lope, en de waarheid zich zo reeds dadelijk aan het gezond verstand voordoe. Enen moordenaar, den zwaarsten misdadiger, zal toch God wel niet om Zijne vaders gerechtigheid begenadigen? Hoe sterker die eerste gedachte is uitgesproken des te meer is er behoefte aan ene verzachting, of liever aan ene uitbreiding: niet alleen zulke ruwe misdadigers halen zich Gods straf op den hals, maar het misdrijven van zulke zonden gelijk opgeteld zijn als door den vader gemeden, is daartoe reeds genoegzaam.
Ziet nu, heeft hij, die in vs. 10-13 geschilderde ongerechtige zoon van enen vromen vader, enen zoon gewonnen, die al de zonden zijns vaders, die hij zijn vader, doet, aanziet, vrezende voor den toorn Gods, dien de vader door zijne zonden op zich laadt, en toeziet dat hij dergelijke niet doet, maar zich integendeel aan het voorbeeld van zijnen grootvader houdt.
Niet eet op de bergen, noch zijne ogen opheft tot de drekgoden van het huis Israëls, de huisvrouw zijns naasten niet verontreinigt(vs. 6);
En niemand verdrukt, het pand niet behoudt, en genen roof rooft, zijn brood den hongerige geeft en den naakte met kleding bedekt (vs. 7);
KruisverwijzingenEzechiël 18:8→Leviticus 18:4→Jeremia 22:16→Ezechiël 18:28→Ezechiël 18:13→Maleachi 3:7→Mattheüs 18:27→Jeremia 16:11→— Zijn hand van den ellendige afhoudt, geen woeker noch overwinst neemt, Mijn rechten doet, en in Mijn inzettingen wandelt; die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders; hij zal gewisselijk leven.
Zijne hand van den ellendige afhoudt, geen woeker noch overwinst (vs. 13) neemt, Mijne rechten doet, en in Mijne inzettingen wandelt (vs. 8 en 9) die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders (vs. 10-13), hij zal gewis leven gelijk zijn rechtvaardige grootvader (vs. 9).
KruisverwijzingenEzechiël 3:18→Ezechiël 18:24→Ezechiël 18:20→Ezechiël 18:26→Ezechiël 18:4→Johannes 8:21→Johannes 8:24→Jesaja 3:11→— Zijn vader, dewijl hij met onderdrukking onderdrukt heeft, des broeders goed geroofd heeft, en gedaan heeft, dat niet goed was in het midden zijner volken; ziet daar, hij zal sterven in zijn ongerechtigheid.
Zijn vader, dewijl hij met onderdrukking onderdrukt heeft, des broeders goed geroofd heeft en gedaan heeft dat niet goed was, in het midden zijner volken, ziet daar, hij alleen zal sterven in zijne ongerechtigheid overeenkomstig de in vs. 4 uitgesprokene grondstelling.
KruisverwijzingenExodus 20:5→Zacharia 1:3→Jeremia 15:4→Ezechiël 20:18→Deuteronomium 5:9→Ezechiël 20:24→2 Koningen 23:26→Ezechiël 18:2→— Maar gijlieden zegt: Waarom draagt de zoon niet de ongerechtigheid des vaders? Immers zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, gewisselijk leven.
Maar gijlieden zegt: a) Waarom draagt de zoon, gelijk gij leert, niet de ongerechtigheid des vaders, zo als toch de wet in Ex. 20:5 verkondigt? Immers, zo antwoordt u de Heere, zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft en al Mijne inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, en dus niet behoort tot degenen, die Mij haten, voor welke alleen de bedreiging in Ex. 20:5 bedoeld is, gewis leven; want voor zulk enen heb Ik uitdrukkelijk in Mijn woord het leven bestemd.
Deut. 24:16. 2 Kon. 14:6. 2 Kron. 26:4.
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:16→2 Koningen 14:6→Ezechiël 18:4→Jesaja 3:10→1 Koningen 8:32→Romeinen 2:6→2 Koningen 22:18→Jeremia 31:29→— De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn, en de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn.
Want de wet heeft in Deut. 24:16 gezegd: de ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn en de goddeloosheid der goddelozen zal op hem zijn in hare verderf aanbrengende gevolgen (Gal. 6:5). Voor den goddelozen zoon van den godvruchtigen vader (vs. 10 vv.) zou Manasse, de zoon van Hizkia, als voorbeeld kunnen genoemd worden; evenzo voor den godvruchtigen zoon van den goddelozen vader (vs. 14 vv.) Hizkia, de zoon van Achaz; Manasse, die in de gevangenis zich bekeerde (2 Kron. 33:11 vv.) zou dan ook opgenomen worden als een voorbeeld van hetgeen in vs. 21 vv. gezegd is. De lasteraars (vs. 2) berispen de wet en de Goddelijke strafbepalingen noemen zij onrechtvaardig, maar (vs. 19) zij verlangen toch, dat de Profeet, als verdediger der wet, consequent blijft bij hetgeen naar hun mening de wet leert. Juist daarin ligt ene grote psychologische fijnheid, dat de tegenstanders, die de Profeet niet bestrijdt, van hun eerste bewering nu tot deze overgaan. Tot hiertoe had Ezechiël de gedachte zuiver ontwikkeld, hoe krachtens de Goddelijke gerechtigheid niemand voor de schuld van een ander werd medegestraft, maar steeds alleen voor zijne eigene. Men zou nu kunnen menen, dat deze leer van den profeet den Joden juist zeer welkom was, maar schijnbaar stemmen zij met hem overeen. Want volgens zijne verklaring moeten zij zich voor strafbaar beschouwen; de nieuwe ontwikkeling over Gods gerechtigheid en hare eisen vernietigt den trotsen waan, met welken zij waren aangedaan, en waarin zij met hun klacht den Profeet hebben tegengestaan. Liever willen zij de schuld van anderen dragen, hun eigene zonde belijden, liever van de vermeende onrechtvaardigheid Gods spreken dan de werkelijke ongerechtigheid berouwvol bekennen. Zo keren zij tot de oude stelling terug, en vragen naar den grond daarvan, waarom het dan toch niet zo is? Zij beroepen zich namelijk schijnbaar met recht op de wet en hare letter. Deze stemt in de eenzijdige opvatting, waarnaar zij die verklaren, met hun neigingen overeen, daarmee kan eigene zonde bestaan. Waarom, vragen zij, moet echter niet de wet in hare strenge kracht blijven? en zij verwijten den Profeet vernietiging der wet. Verre daarvan, dat de zonden der vaderen van de zaligheid uitsluiten, doen dit niet eens de eigene, wanneer zij boetvaardig worden beleden; daarvan handelt het volgende gedeelte.
KruisverwijzingenEzechiël 18:27→Ezechiël 33:19→Ezechiël 18:9→Lukas 24:47→Ezechiël 18:19→Ezechiël 18:5→Spreuken 28:13→Ezechiël 18:30→— Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
Maar wanneer de goddeloze, zo als hij in vs. 10 vv. is geschilderd, zich bekeert van al zijne zonden, die hij gedaan heeft, en zijne bekering door daden bewijst, al Mijne inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal, daar het vonnis in vs. 13 alleen voor het geval van een voortdurend blijven in de zonde toepasselijk is, gewis leven, hij zal niet sterven.
KruisverwijzingenJesaja 43:25→Ezechiël 33:16→Micha 7:19→Psalmen 18:20→Jeremia 50:20→Ezechiël 18:24→Hebreeën 8:12→Romeinen 8:1→— Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.
Al zijne overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijne gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.
Kruisverwijzingen2 Petrus 3:9→1 Timotheüs 2:4→Ezechiël 33:11→Ezechiël 18:32→Psalmen 147:11→Micha 7:18→Exodus 34:6→Job 33:27→— Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?
Meent gij, als gij zulk een voorwendsel inbrengt, als dat in vs. 19, dat Ik, de levende God en de Vader der zielen, die Zich ook in het leven Zijner schepselen verheug, zo onrechtvaardig zou zijn (vs. 4)? a) Zou Ik enigszins lust hebben aan den dood des goddelozen? spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijne wegen, dat hij leve (2 Sam. 14:14. 2 Petr. 3:9
Ezech. 33:11.
KruisverwijzingenEzechiël 33:18→1 Samuël 15:11→Ezechiël 33:12→Ezechiël 18:26→2 Johannes 1:8→Ezechiël 18:22→Galaten 3:4→2 Kronieken 24:2→— Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.
Maar, om het zo even gezegde over de bekering ook door ene proeve van het tegendeel te bevestigen, als de rechtvaardige zich afkeert van zijne gerechtigheid en onrecht doet, doende neer al de gruwelen, die de goddeloze doet, zo als dat bijv. in zeker opzicht met Zedekia het geval is (2 (Kon. 24:20) zou die leven?Ook van dit tegengestelde van bekering moet het daar over gezegde in tegengestelden zin gelden: al zijne gerechtigheden, die hij, de tot een goddeloze gewordene, gedaan heeft, zullen niet gedacht worden: in zijne overtreding, waardoor hij overtreden heeft en in zijne zonde, die hijsedert zijn afvallen gezondigd heeft, in die zal hij sterven 1) (Hoofdst. 17:20).
Het is duidelijk, dat ook hier niet wordt gesproken van iemand, die werkelijk is wedergeboren, maar van iemand, die voor het uitwendige volkomen leefde naar de wet en de ordinantiën Gods. De gerechtigheid is hier dan ook alleen op te vatten in den zin van een zaak-gerechtigheid. Van een wandelen in overeenstemming met de ordinantiën Gods.
KruisverwijzingenEzechiël 33:17→Genesis 18:25→Sefanja 3:5→Jeremia 12:1→Maleachi 3:13→Maleachi 2:17→Ezechiël 33:20→Ezechiël 18:29→— Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israels! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?
Nog zegt gijlieden: a) De weg des HEEREN is niet recht, niet afgewogen, namelijk op de weegschaal der gerechtigheid, die is integendeel naar willekeur ingericht (Job 31:6). Hoort nu, o huis Israëls! is Mijn weg niet recht? zijn niet uwe wegen integendeel onrecht?
Ezech. 33:16, 20.
— Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.
Als de rechtvaardige zich afkeert van zijne gerechtigheid en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.
KruisverwijzingenJesaja 1:18→Jesaja 55:7→Ezechiël 18:21→Handelingen 2:40→Handelingen 3:19→Mattheüs 9:13→Ezechiël 33:5→Handelingen 20:21→— Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden;
Maar als de goddeloze zich bekeert van zijne goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijne ziel in het leven behouden;
KruisverwijzingenJakobus 2:10→Jeremia 31:18→Titus 2:14→Kolossenzen 3:5→Ezechiël 33:12→Psalmen 119:1→Psalmen 119:6→Ezechiël 12:3→— Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
Dewijl hij toeziet, hoe goed en ernstig God is, en zich bekeert van al zijne overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewis leven, hij zal niet sterven.
KruisverwijzingenEzechiël 18:25→Spreuken 19:3→Ezechiël 18:2→— Evenwel zegt het huis Israels: De weg des Heeren is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israels, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht?
Evenwel zegt het huis Israëls: De weg des HEEREN is niet recht, 1) wanneer Hij bij enen bekeerde de zonde, die hij vroeger gedaan heeft niet in rekening brengt en bij enen afgevallene niet om het goede geeft, dat vroeger door hem geschied is; zouden, daar Ik de harten doorzoek, en volgens de gezindheid van ieder omtrent Mij, over zijn wel en wee beslis-zoudenMijne wegen, o huis Israëls! niet recht zijn? zijn niet uwe wegen onrecht?want onrecht is het alleen het uitwendige op te tellen, zonder op den toestand des harten te zien, en alleen naar dat uitwendige beslissing te verlangen.
Het huis Israëls had de onbeschaamdheid van te zeggen: Gods weg is niet recht; niets kon ongerijmder, zowel als goddelozer zijn dan dat. Zal hij, die het oog gemaakt heeft, niet zien? Kunnen Zijne wegen onrecht zijn, Wiens wil de enige regel van goed en kwaad is, van recht en onrecht? Zal de Rechter der ganse aarde geen recht doen? Buiten twijfel zal Hij en Hij kan niet anders doen. Wanneer reeds in vs. 4 de uitdrukking: vader zoon in hare betrekking op het spreekwoord in vs. 2 tevens de vroegere en de latere generatie aanduidde, dan blijkt dit nog meer bepaald in het voor ons liggende. Het is ook hiermede, gelijk bij Hoofdst. 3:17 vv. is opgemerkt, dat meer nog den aan een bijzonder persoon bij den goddeloze, die zich bekeert, aan het gehele volk moet worden gedacht, zo als uit het volgende stuk (vs. 30-32) duidelijk blijkt. Maar de rechtvaardige, die zich van zijne gerechtigheid afkeert en kwaad doet, zou dan dat gedeelte des volks voorstellen, dat tot betere gezindheid bekwaam, zich evenwel door den algemenen geest des tijds mede laat voortslepen, en zo mede de schuld wordt van de algemene straf-dit is ene bijzondere waarschuwing voor de toehoorders van den Profeet-God is niet alleen rechtvaardig, maar ook genadig en barmhartig. Hij straft slechts diegenen met den dood, die of het kwaad niet laten, of op den weg Zijner geboden niet volharden willen. Met recht is het woord in vs. 23 ten allen tijde gehouden voor ene vriendelijke vermaning aan den zondaar. God heeft geen lust in den dood des goddelozen, is ene spreuk, die alleen genoegzaam is, om de aanklachten van het moderne heidendom, dat een koud God, zonder hart in het Nieuwe Testament meent te vinden, ten bodem slaan. De God des Ouden Testaments heeft een hart. Hij, de zaligheid zelf, die zich afspiegelt in de zaligheid der schepselen, heeft een hart voor alles wat van Hem is afgevallen en den dood zich heeft overgegeven. De grondtrek van Zijn wezen is heilige liefde; Zijn lust is in het bekeren van den dood tot het leven. En welk een diep en helder inzicht in het wezen der genade bij onzen Profeet! In machtige trekken hebben wij in kort te zamen de voorstelling van de wet met hare eisen, de gestrengheid Gods ten opzichte van hun vervulling, even als van de bekering des zondaars tot God en het aangrijpen der Goddelijke genade, die niets ten halve doet, maar de gehele schuld uitdelgt; verder van de bevestiging der bekering in gerechtigheid en heiliging des levens. Gelijk de Profeet echter tot hiertoe het gehele huis Israëls voor ogen had, en daartegen zijn bestraffend woord richtte, zo nu ook het thans volgende woord over de bekering. Geheel Israël moet belijdenis doen. Het volgende stuk is Messiaans en sluit zich alzo aan Hoofdst. 17:22 vv. aan; daar was de genade Gods in hare verhevene volheid voorgesteld, hier wordt gesproken van het aangrijpen van deze, om het aandeel van ieder in ‘t bijzonder aan dien rijkdom, wat nu hier geëist wordt, komt in de toekomst in heerlijke vervulling, zo als in Hoofdst. 11:17 vv. is verkondigd. Gods redeneringen met hem zijn zeer genadig en toegevende. Want deze Godslasteraar wilde God liever overtuigen en behouden, dan veroordeeld hebben. Men zou verwacht hebben, dat God aanstonds de ere van Zijne gerechtigheid zou gehandhaafd hebben, door dezulken, die dezelve belasterden, eeuwige gedenktekenen daarvan te maken. Moeten deze verdragen worden nog te ademen, die eens zulk goddeloosheid geademd hebben, als deze is? Zal die tong weer ergens spreken dan in de hel, die eens gezegd heeft, de wegen des Heeren zijn niet recht. Ja, omdat deze is de dag van Gods verdraagzaamheid. Hij vergunt met Hem te pleiten, en Hij eist van hen te bekennen, want het is zo klaar, dat zij niet loochenen kunnen. De Heere legt Zijn volk nooit meer op, dan recht is. Ook in de bittere wegen der beproeving en der kastijding is des Heeren weg recht, is Zijn doen enkel Majesteit. Wij mogen twisten met Hem, maar ten slotte zal het toch blijken, dat Zijne wegen altijd recht zijn. Zalig dezulken, die dat door genade leren toestemmen en belijden.
KruisverwijzingenEzechiël 18:21→Hosea 12:6→Joël 2:12→Ezechiël 14:6→Ezechiël 7:3→Lukas 13:3→Ezechiël 33:20→Ezechiël 33:11→— Daarom zal Ik u richten, o huis Israels! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden.
Daarom, omdat Ik bij hetgeen Ik met u voorheb Mij niet naar uwe verkeerde gedachten kan richten, maar alleen mijne eigene heilige grondstellingen volgen, zal Ik u richten, o huis Israëls! een ieder naar zijne wegen, spreekt de Heere HEERE. Dan zal een zwaar gericht over u allen moeten komen. Dit gericht zal echter nog niet tot gehele vernietiging zijn, nog staat de deur der genade open. a) Keert weer en bekeert u van al uwe overtredingen, zo zal in het laatste eeuwige verderf de ongerechtigheid u niet tot enen aanstoot worden, dat gij u in ‘t geheel niet en nooit hebt willen bekeren.
Matth. 3:2.
KruisverwijzingenEzechiël 11:19→Psalmen 51:10→Ezechiël 36:26→Ezechiël 33:11→Romeinen 8:13→Jesaja 1:16→Jesaja 55:7→Ezechiël 20:7→— Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?
Werpt van u weg al uwe overtredingen, waardoor gij overtreden hebt (Jes. 55:7), en maakt u een a) nieuw hart en enen nieuwen geest door aan te nemen wat Ik u aanbied (Hoofdst. 11:19); want waarom zoudt gij sterven, zo als gij reeds op den weg daarheen zijt, o huis Israëls, terwijl u toch alle middelen ten dienste staan om tot het leven te komen?
Jer. 32:39. Ezech. 36:26.
KruisverwijzingenEzechiël 18:23→2 Petrus 3:9→Ezechiël 33:11→Klaagliederen 3:33→— Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.
Want, om het nogmaals te herhalen (vs. 23), a) Ik heb genen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE, maar daarin, dat hij zich bekere en leve; daarom doet naar de u gegevene vermaning en belofte in vs. 30 vv. bekeert u en leeft.
Ezech. 33:11. De Profeet ontvouwt ons het wezen der Goddelijke gerechtigheid in haar heerlijkst licht. Alleen de onboetvaardige zondaar sterft weg in den dood der rampzaligheid: wie zich bekeert en doet wat in Gods ogen goed is, verneemt het genadewoord des levens; al het kwade, dat hij gedaan heeft, zal nimmermeer door de vergevende liefde worden gedacht. Kan de mens zich een nieuw hart geven? Wanneer de mens de werking Gods in zich maar niet weerstreeft, zo werkt de Heere, die den dood des zondaars niet wil, maar wil dat hij zich bekere, zo werkt God in zijne ziel en geeft hem door Zijn woord en door Zijnen Geest kracht, dat de mens nu ook werken kan wat voor God welbehagelijk is. Want God is het, die in u werkt beide het willen en het volbrengen naar Zijn welbehagen. (Fil. 2:3, vgl. Ezech. 11:19; 36:26). Zo maakte David zich een nieuw hart, als hij bad, (Ps. 51:12), dat God het in hem wilde maken. De liefderijke God ontmoet als het ware de ziel van den zondaar op den weg, die onder haren zondenlast ter helle gaat. Hoewel zij Hem niet wil kennen, zo kan Hij, gedrongen door liefde en medelijden toch niet nalaten Zich tot haar te wenden. Al is het, dat namelijk de rechtvaardige zich afkeert van zijne rechtvaardigheid, en in zijne zonden sterft, zo merken wij op, dat de zodanige zich bewijst nimmer een rechtvaardige geweest zijn, dewijl de ogen, die zien, niet weer terugzien en des Heeren genadegiften onberouwelijk zijn. Meermalen komen toch de schijnheiligen, en die zich zelven rechtvaardig wanen, onder den naam van rechtvaardigen voor (Matth. 9:13. Luk. 18:9 en 14), gelijk ook geloof soms voor schijngeloof (Luk. 8:13. Hand. 8:13), en liefde voor schijnliefde (1 Joh. 3:18) genomen wordt, zo willen wij voor ons zelven hieruit leren, dat gene vroomheid van den echten stempel is, waarin het geloof niet uit de bestendige oefening van ware godsvrucht blijkbaar is; wie toch volharden zal tot het einde toe, die zal zalig worden. Eindelijk leren wij hier het oog vestigen op het Goddelijk verlangen naar der zondaren bekering en op de ernstige vermaning tot deze. Niet Gods schuld is het, dat de zondaar verloren gaat, want wat er nodig is, om behouden te worden, dat staat ons alles van Zijnentwege in Zijn woord aangetekend, en wordt aldaar beloofd, gelijk Hij ook nooit gezegd heeft: zoek Zij te vergeefs! Indien dus dood en leven in deze profetische rede tegenover elkaar staan, indien er geen leven buiten de gerechtigheid des geloofs is, maar alles dood moet genoemd worden, dan geldt ook hier de vermaning van Mozes, die ook nog door Gods woord tot ons komt: “Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad; ” en ons zal het alleszins voegen, daarop onze harten te zetten en daartoe genade te zoeken in de ogen des Heeren. Is het toch, dat de bekering en het zoeken van een nieuw hart den mens als plicht hier wordt opgelegd, hoewel het elders als een werk Gods voorkomt (Jer. 31:33 en 32:32): dit geschiedt daarom, dewijl het onze plicht is, en wij daardoor leren des te dieper voor de genade te vallen, om alles bij den Heere te zoeken en van den Almachtige te verwachten, wat Zijn Geest alleen bewerken kan.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Zonde en leugen zijn tweelingbroers. Heiligheid is waarheid, maar de zonde is een leugen en de moeder van de leugens.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 18
Ezechiël 18:23.Kruisverwijzingen2 Petrus 3:9→1 Timotheüs 2:4→Ezechiël 33:11→Ezechiël 18:32→Psalmen 147:11→Micha 7:18→Exodus 34:6→Job 33:27→
— Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?
“Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?”
Dit is een van de schadelijkste listen van de satan om de bekering tegen te houden. In de oude tijden van de pest spijkerde men de huisdeur dicht en zette er een rood kruis op. Zo waren de bewoners van dat huis tot de dood verzegeld. Net zo schrijft de duivel op de deur van een mens de woorden: geen hoop. En dan besluit die zieke ziel te sterven en weigert zij de Geneesheer binnen te laten.
Niemand zondigt onbeteugelder dan wie in wanhoop zondigt, in de mening dat God voor hem geen vergeving heeft. Gelooft een mens dat er op de rechte weg voor hem geen hoop is, dan besluit hij eruit te halen wat er op de verkeerde weg te halen valt. En kan hij God niet behagen, dan zal hij op zijn minst zichzelf behagen. Moet hij naar de hel, dan zal hij onderweg zo vrolijk zijn als hij kan.
Dit alles komt voort uit een verkeerde voorstelling van God. De zonde brengt de leugen voort, en dan voedt de leugen de zonde. Vooral op deze manier houdt de leugen de zonde in stand: door de God van de liefde te belasteren. Hij is een God Die gereed staat te vergeven en Die volstrekt niet moeilijk tot vergeving te bewegen is. Waarom houden mensen zich dan op een afstand in plaats van hun kwaad te belijden en barmhartigheid te vinden?
Hij is geen God Die vermaak schept in de ellende van de mensheid. Zijn oor is niet doof voor het geroep van de droefheid; Zijn hart is niet traag om zich over nood te ontfermen. Integendeel, Hij wacht om genadig te zijn. Hij heeft lust in barmhartigheid. God is onmetelijke liefde — een liefde die bestendig is, grenzeloos en zonder einde.
Ezechiël 18:32.KruisverwijzingenEzechiël 18:23→2 Petrus 3:9→Ezechiël 33:11→Klaagliederen 3:33→
— Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.
“Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.”
Een deel van onze taak als dienaren van Christus is te getuigen van de goedertierenheid van de HEERE, tegen de leugen in waarmee de zonde Zijn goedheid onteert.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
V. Vs. 1
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
-Hoofdst 19:14. Vervuld met de gedachte aan den tijd der genade (Hoofdst. 17:22 vv.), en de gedachte, welke krachtige dingen des Heeren almacht dan kan verrichten, richt de Profeet zijn oog nu weer op zijn volk; wat staat aan de vervulling dier belofte van deze zijde tegen? Niets anders dan de onboetvaardige gezindheid van Israël! Nog altijd gaat de zware tijd der ballingschap zonder nut voorbij. Ene gedachte, een verderflijke waan had zich omtrent het Goddelijk gericht vastgesteld, waarbij van bekering gene sprake kon zijn. Men klaagde niet zichzelven, maar Gods heilige besturing aan. Onverdiend was het tegenwoordige lijden, om de zonden der voorvaderen moest het volk nu zo zwaar boeten (vs. 1-4 Die waan was des te verderflijker, daar die op uitspraken der Wet steunde, welke over de Goddelijke vergelding aan de nakomelingen handelden, en daar de Profeet zelf in ‘t voorgaande (Hoofdst.
de misdaden van den vroegeren tijd zo nadrukkelijk had geschilderd. Te zwaar, zo dacht men ten minste, was de tegenwoordige straf, die stond in gene verhouding tot de zonde van het volk. Het woord Gods op onze plaats nu bestrijdt aan de ene zijde even zo nadrukkelijk den vleselijken waan, die in den grond God voor schuldig, maar zichzelven voor onschuldig en rein hield (vs. 5-20), terwijl hij aan de andere zijde daaraan de aanmaning tot ernstige en oprechte boete verbindt. Israël kan en moet zich bekeren (vs. 21-32). Weemoedig vestigt zich hierop de blik van den Profeet, nadat de aanmaning tot boete zich in de toekomst had begeven, in welke zij tot zalige vervulling zou komen, weer op het tegenwoordige. Zijne rede wordt lyrisch en elegisch, maar tevens is zij, profetisch. Er volgt geen klaaglied over het lot der beide koningen Joahaz en Jojachin, en over dat van het theokratische volk. In dit lied der droefheid zal Israël nu spoedig instemmen, hoe weinig het dat nu ook kan geloven (Hoofdst. 19:1-14).
Verder geschiedde des HEEREN woord ter zelfder tijd als in Hoofdst. 14:1 vv. 15:1; 16:1; 17:1 tot mij, zeggende:
Wat is ulieden, dat gij, zo dikwijls de sprake komt over het nationale ongeluk, dat u reeds zo hard heeft getroffen, en binnen kort nog veel verder treffen zal, dit spreekwoord gebruikt van het land Israëls(Jer. 31:29. Klaagl. 5:7), zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden? Zulk een godslasterlijk woord, dat Gods wegen op lichtvaardige wijze kritiseert, en waarmee gij wilt zeggen: wat de vaders hebben misdaan, daarvoor moeten wij lijden, betaamt het allerminst omtrent die plaats, welke die der openbaring, zowel van de heilige gerechtigheid, als ook der genadige ontferming van uwen God moest zijn. Tegenover alle tegenspraak en valse verwachtingen had de reeks der tot hiertoe uitgesprokene woorden Gods vastgesteld, dat God het gericht, dat over Israël was gedreigd, zeker zou laten komen. Den hoorders van Ezechiël bleef nu niets anders over, dan zich onder deze zekerheid van het naderend gericht te buigen. Maar wanneer de mens zich ten laatste niet meer kan onttrekken aan de straf zijner zonden, als hij ze moet dragen of ten minste onafwendbaar ziet komen, en evenwel niet boetvaardig zijne schuld wil erkennen, en dat onheil als welverdiend gevolg daarvan wil aannemen, dan helpt hij zich er ten laatste mede, om de schuld van het ongeluk, dat hem treft, op anderen te werpen, dan ziet hij het gericht, dat over hem komt, als een ongeluk aan, dat door de misslagen van anderen is veroorzaakt en hem nu op geheel onschuldige wijze aangrijpt. De Israëlieten waren, toen Ezechiël deze woorden tot hen sprak, reeds tot dit punt van zelfmisleiding gekomen. Zij hadden reeds genoeg oordelen Gods beleefd, en daar zij die nooit met berouwvolle erkenning van eigene schuld hadden op zich genomen, waren zij met fysiologische noodzakelijkheid er toe gekomen om de schuld bij anderen te zoeken. Zij zien in al de ellende, die in de laatste tijden over hen is gekomen, niets anders dan gevolgen van de door hun voorvaders begane misslagen, onder welke zij nu moeten lijden. Zij waren in die beschouwing reeds zo diep verzonken, dat zij die in het boven aangevoerde spreekwoord hadden neergelegd, hetwelk al het onheil dat hen trof, op hun vaderen wierp, en hen zelfs als de onschuldig lijdenden voorstelde. Het was daaruit te voorzien, dat, als Ezechiël met de vorige woorden Gods hun het gedreigde gericht als niet af te wenden had voorgesteld, zij dit spreekwoord en de daarin liggende zelfmisleiding van hun geweten zouden aangrijpen, opdat zij, als zij ook voor het onheil moesten buigen, toch voor zich zelven als onschuldige offers van anderer misslagen voorkomen zouden. Daarom spreekt het woord des Heeren ten slotte ook nog over dit spreekwoord en de daarin geformuleerde gewetensmisleiding. Gelijk in de gewoonten de zedelijkheden van een volk, de nationale moraal menigvuldig ligt afgedrukt, zo zijn de spreekwoorden vooral ook een uiting van de religieuze en morele volksstam, vooral in tijden als de volkskracht rustende is, en de werkzame kracht op den achtergrond is getreden. Zowel in tijden, als men van de welvaart geniet, als ook in tijden van nationale ellende, of van den tijd, die dezen vooraf gaat, floreert het spreekwoord. De menigte van gedachten spreekt zich gaarne uit, en het herhaald en op dezelfde wijze uitgesprokene vestigt zich als spreekwoord. Ook Jeremia (Hoofdst. 31:29) maakt melding van dit spreekwoord, en vermits het toen ter tijd in het land van Israël in aller mond was, zo was het met de gevangenen ook naar Babel overgeplant. Spreekwoorden gaan met het volk schielijk van de ene plaats naar de andere (vgl. Ezech. 12:22, 23). Dit spreekwoord bevat, gelijk de meeste spreekwoorden, ene waarheid, maar zo in het algemeen ter neergesteld en zo onjuist uitgedrukt, dat zij zeer licht in verkeerden zin zou kunnen worden gebruikt. De waarheid is
dat kinderen, die goddeloos zijn als hun vaderen, zonder acht te geven op Gods Woord en de vermaning tot boete, nog slechter zijn dan de vaderen, en de schuld hunner vaderen tot hun eigene maken, ja ze nog vermeerderen; 2) dat de vergelding der Goddelijke rechtvaardigheid door de openbaring der schulden, door de bittere vruchten der boze werken, die de vaderen gedaan hebben, de kinderen en de kindskinderen treft, en deze, als Zij er zich niet door laten waarschuwen en verbeteren, tot verstoktheid, ter dood en ter verdediging voeren; 3) dat de kinderen van goddeloze vaderen, wanneer zij vroom en rechtvaardig worden, toch wegens de schuld hunner vaderen veel moeten lijden, maar dat God hun ellende, die zij zonder hun schuld hebben te verduren, hun tot ene heilzame artsenij zal doen strekken en hen na en door de ware kastijding verhoogt en zegent. Het spreekwoord: “de vaderen hebben onrijpe druiven gegeten, maar den kinderen zijn daarvan de tanden stomp geworden” verzwijgt 1) dat de vrome kinderen van goddeloze vaderen ook zelf onrijpe rechten aten, die nog harder zijn dan de onrijpe druiven der vaderen; 2) dat de vrome kinderen van goddeloze vaderen door het stomp worden der tanden ene heilzame tucht ondergaan en ten laatste grote genade en vreugde ervaren. Het zwijgt zowel van de eigene schuld der kinderen als van het heilzame der tuchtiging voor de bekeerden, en daardoor verleidt het tot lastering alsof God onrechtvaardig ware. Wanneer Jeremia klaagt (Klaagl. 5:7): “Onze vaderen hebben gezondigd en zijn niet meer en wij moeten hun misdaad dragen, ” zo zegt hij hetzelfde wat het bedoeld spreekwoord getuigt. Het is daar evenzeer een onnauwkeurig en eenzijdig op den voorgrond stellen ener halve waarheid, doch het is gene klacht tegen God, maar Zijn woord is slechts als klacht gemeend; het is de verzuchting van een verbrijzeld hart, want aan het slot der klacht (vs. 16) zegt Jeremia ook: “Wee ons, dat wij gezondigd hebben. ” Daarom is ons harte ziek, daarom zijn onze ogen duister geworden. Vromen en goddelozen kunnen soms hetzelfde zeggen, maar zij zeggen het in verschillenden zin. Elk woord moet worden geschat naar den persoon, die het zegt, en den geest van zodanigen mens kent men zowel uit de woorden, die hij elders gesproken, als uit de daden, die bij verricht heeft.
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israël te gebruiken! 1)
Volgens den tweeledigen inhoud van ons hoofdstuk blijft het buiten sprake, of het naderend gericht of de Messiaanse zegen die tot bekering leidt, aan zulk spreken in de toekomst een einde zal maken; bij Jeremia wordt het ophouden van het spreekwoord als met het begin van den Messiaansen tijd zamenvallende voorgesteld. De Heere verbiedt het spreekwoord niet, maar Hij verklaart, dat Hij zelf het hen zal afleren. De oorzaak van het ophouden is de ernst der Goddelijke oordelen. Wanneer deze komen; dan vallen de vijgebladeren af, het ingeslapen geweten wordt wakker en roept uit: “om mij en mijne zouden. ” Er is ene menigte van philosophemata en theologoemena (door de mensen bedachte uitdrukkingen van wereldse wijsheid en van godsdienst), die alleen op zekere tijden mogelijk zijn, maar beschaamd wegsluipen, wanneer de donders van het Goddelijk gericht rollen. Daardoor is echter slecht de ene zijde der zaak voorgesteld, wij moeten nog de andere, die bij Jeremia op den voorgrond gesteld is, er bijvoegen, dat namelijk God na het oordeel Zijne genade in de vergeving der zonde zo heerlijk zal openbaren, dat de begenadigden de rechtvaardigheid der oordelen volkomen zullen inzien. De ervaring der liefde, die zich in de vergeving der zonden openbaart en de barmhartigheid des Heeren buigen het hart zo diep dat de begenadigde zondaar aan de gerechtigheid der Goddelijk. straffen niet meer twijfelt. Dus Ik zal U deze tegenwerping ontnemen, dewijl uwe zonde openbaar zal worden, zodat de gehele wereld erkent dat uwe straffen rechtvaardig zijn, welke gij zult hebben verdiend en niet kunnen teruggeworpen worden op uw vader, zoals gij tot hiertoe hebt beproefd. De Heere God wil hier duidelijk zeggen dat hij de zonden der vaderen niet straft aan de kinderen, tenzij deze treden in de voetstappen der vaderen.
Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, 1) alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven;
dat spreekwoord is dus een lasteren van Mijn rechtvaardig besturen en moet worden te niet gedaan.
Elke ziel behoort den Schepper toe, wiens adem in haar stroomt, en moet voor het geschenk van haar zelfstandig leven den Gever van elk aanzijn verantwoordelijk worden. Elke ziel, hetzij van vader of van zoon, wordt voor zich zelf geoordeeld, en heeft zij gezondigd, zo moet zij sterven. De doorgaande Bijbelse tegenstelling tussen leven en dood is hier bijzonder scherp op den voorgrond geplaatst. God beantwoordt in Zijn verantwoording Zijn eigen volstrekt en onbetwistbare Oppermacht. God eist hier een eigendom op van alle zielen van de kinderen der mensen, de een zowel als de andere. Wanneer God de Vader is van alle zielen, kunnen andere vaders gene ziel ombrengen, maar “alzo lief heeft God de wereld gehad, enz. ” Zich zelven ombrengen in het ongeloof, is de zelfmoord van den mens zelven. God zou Zijn eigendom prijsgeven, wanneer Hij toeliet, dat zielen wegens de schuld van anderen straf leden. In het geschapen zijn naar Zijn beeld, waarop het “alle zielen zijn de Mijne” rust, liet opgesloten, dat de zielen niet tot een dienend middel kunnen verlaagd worden, dat aan elke slechts kan toekomen naar hare zonde. De som van straffen en verderf welke de wet over den wetsovertreder bepaalt, is begrepen in het woord dood (Deut. 30:15). Van de ware levensgemeenschap uitgesloten, leidt de zondaar slechts een schijnleven dat het verderf in zich draagt en bevordert, totdat de lichamelijke dood met zijne verschrikkingen hem overvalt.
Het is even zeker dat God, zowel aan den zoon als aan den vader een goeden wil toedraagt en op geen van beiden enige hardigheid brengen zal. Wij zijn verzekerd dat God niets haat, dat Hij gemaakt heeft en daarom van volwassenen sprekende, die in staat zijn voor zich zelf te handelen, heeft Hij zulk een genegenheid voor alle zielen dat er gene sterft, dan door hun eigen fout.
Wanneer nu iemand in zijne betrekking tot God rechtvaardig is, en in zijne betrekking tot de mensen doet recht en gerechtigheid;
Wat het eerste aangaat niet eet op de a) bergen, niet door deel te nemen aan afgodische maaltijden op grove wijze tegen het eerste gebod zondigt, en zijne ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israëls, zijn vertrouwen niet zet op de goden, die onder het volk burgerrecht hebben verkregen, ze niet om hulp smeekt, zich dus ook niet op fijnere wijze aan afgoderij schuldig maakt, noch, wat het tweede aangaat, de huisvrouw zijns naasten verontreinigt (Ex. 20:14. (Lev. 20:10. Deut. 22:22), noch tot de afgezonderde nadert, zodat hij ook in den echt de boze lusten intoomt en zich onder Gods regelingen schikt (Lev. 18:19; 20:18);
Jes. 57:7; 65:7.
En niemand a) verdrukt (Ex. 22:28. (Lev. 25:14 en 17), den schuldenaar zijn pand weer geeft (Ex. 22:25. Deut. 24:6 en 10 vv.), genen roof rooft (Ezech. 7:23), den hongerige zijn brood b) geeft, en den naakte met kleding bedekt(Jes. 58:5
(Lev. 19:13. b) Deut. 15:7. Matth. 25:35.
Niet geeft op a) woeker (Ps 15:5), noch overwinst neemt (Lev. 25:36 vv.), zijne hand bij rechterlijke beslissingen, die hij moet nemen, van onrecht afkeert, waarachtig recht tussen den enen en den anderen oefent (Zach. 7:9).
Exod. 22:25.
In ‘t algemeen, in Mijne inzettingen wandelt, en Mijne rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen, de waarheid te doen: die rechtvaardige zal gewis leven, spreekt de Heere HEERE. Het verblinde volk vatte de strengheid der wet alleen van ene zijde op, namelijk van de straf, maar zag de andere zijde, de eisen der wet voorbij. In dit opzicht had men zich aan lauwheid, aan ene vrije wijze van beschouwing overgegeven, en veroorloofde men zich allerlei willekeur omtrent den door God in de wet gestelden leefregel. Zo kwam men er toe, zich voor rechtvaardig, en vervolgens voor onrechtvaardig gestraft te houden. Daarom moest de Profeet des te meer beslist eerst een beeld ontwerpen van de gerechtigheid en van die eisen, welke de wet deed. Het is hem echter niet voldoende den eis der wet in ‘t algemeen te noemen, maar wel wetende, hoe licht zich het menselijk hart over zulk ene summarische aanmaning heenzet, en in eigengerechtigheid, ijdelheid en zelfbehagen volhardt, gaat hij, om zulk ene gezindheid in den grond te bestraffen en in hare nietigheid voor te stellen, de bijzondere delen der wet nader voorhouden, opdat in dezen spiegel elk erkenne, hoe ver zijne gezindheid en zijn leven van de waarheid en gerechtigheid verwijderd is. Dergelijke optellingen worden meermalen in de Psalmen gevonden als bijv. in Ps. 15 en 24. Meer voor de hand ligt echter Job 22:5 vv. en Job 31:1 vv. de aanklacht en de rechtvaardiging van Job, welke plaatsen onzen Profeet des te meer voor ogen hebben gestaan, daar hij in Hoofdst. 14 uitdrukkelijk Job als een toonbeeld van rechtvaardigheid aanvoert. Hij stelt ons in ‘t bijzonder voor ogen de reine, kuise gezindheid, die van afgodendienst zowel als van echtbreuk en wellust afkerig is, gerechtigheid en vriendelijkheid jegens de mensen, liefde en trouw; eindelijk vat hij alles wat recht is te zamen in de beoefening der waarheid. In deze andere beschrijving der gerechtigheid, welke noodzakelijk was, omdat zo velen zich in dit opzicht aan valse inbeeldingen overgaven, worden vooral zulke zonden op den voorgrond geplaatst, die toen in zwang waren. De uitvoerige optelling van alle de zonden, waarvoor hij, die rechtvaardig zou kunnen heten, zich wachten moest, had ten oogmerk den Israëlieten te kennen te geven, dat ene halve deugd, gelijk die van de besten hunner, niet voor deugd kon gehouden worden. Zo zij in hunnen boezem tastten, dan vond toch de een zich hier-en de ander daaraan schuldig, en niemand zou kunnen zeggen, dat hij niet om zijn eigen kwaad gestraft werd. Dit oogpunt der voorstelling moet men niet voorbij zien.
Heeft hij, die vrome en rechtvaardige, die in vs. 5-9 is voorgesteld, nu enen zoon gewonnen, die een inbreker is, die bloed vergiet, die zijnen broeder doet een van deze dingen, welke te voren als door den vader gemedene zonden zijn aangewezen;
En die al die dingen, die als des vaders rechtvaardig genoemde werken genoemd zijn, niet doet; maar eet ook op de bergen, en verontreinigt de huisvrouw zijns naasten (vs. 6).
Verdrukt den ellendige en den nooddruftige, rooft veel roofs, geeft het pand niet weer (vs.
, en heft zijne ogen op de drekgoden, doet gruwel (vs. 6).
Geeft op woeker, en neemt overwinst (vs. 8): zou die leven? Hij zal niet leven! al die gruwelen heeft hij gedaan; hij zal voorzeker gedood worden, zijn bloed zal op hem zijn (Lev. 20:9 vv.). Aan de bepaling van het begrip van de gerechtigheid in den wanden des vaders, die voor dood en verderf bewaart en leven bedekt (vs. 5-9) wordt in het voor ons bijgaande gedeelte het gedrag Gods omtrent den zoon verbonden. De Profeet noemt dadelijk enen gewelddoener, enen moordenaar als zoon, opdat het contrast tussen hem en den vader recht duidelijk in het oog lope, en de waarheid zich zo reeds dadelijk aan het gezond verstand voordoe. Enen moordenaar, den zwaarsten misdadiger, zal toch God wel niet om Zijne vaders gerechtigheid begenadigen? Hoe sterker die eerste gedachte is uitgesproken des te meer is er behoefte aan ene verzachting, of liever aan ene uitbreiding: niet alleen zulke ruwe misdadigers halen zich Gods straf op den hals, maar het misdrijven van zulke zonden gelijk opgeteld zijn als door den vader gemeden, is daartoe reeds genoegzaam.
Ziet nu, heeft hij, die in vs. 10-13 geschilderde ongerechtige zoon van enen vromen vader, enen zoon gewonnen, die al de zonden zijns vaders, die hij zijn vader, doet, aanziet, vrezende voor den toorn Gods, dien de vader door zijne zonden op zich laadt, en toeziet dat hij dergelijke niet doet, maar zich integendeel aan het voorbeeld van zijnen grootvader houdt.
Niet eet op de bergen, noch zijne ogen opheft tot de drekgoden van het huis Israëls, de huisvrouw zijns naasten niet verontreinigt(vs. 6);
En niemand verdrukt, het pand niet behoudt, en genen roof rooft, zijn brood den hongerige geeft en den naakte met kleding bedekt (vs. 7);
Zijne hand van den ellendige afhoudt, geen woeker noch overwinst (vs. 13) neemt, Mijne rechten doet, en in Mijne inzettingen wandelt (vs. 8 en 9) die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders (vs. 10-13), hij zal gewis leven gelijk zijn rechtvaardige grootvader (vs. 9).
Zijn vader, dewijl hij met onderdrukking onderdrukt heeft, des broeders goed geroofd heeft en gedaan heeft dat niet goed was, in het midden zijner volken, ziet daar, hij alleen zal sterven in zijne ongerechtigheid overeenkomstig de in vs. 4 uitgesprokene grondstelling.
Maar gijlieden zegt: a) Waarom draagt de zoon, gelijk gij leert, niet de ongerechtigheid des vaders, zo als toch de wet in Ex. 20:5 verkondigt? Immers, zo antwoordt u de Heere, zal de zoon, die recht en gerechtigheid gedaan heeft en al Mijne inzettingen onderhouden, en die gedaan heeft, en dus niet behoort tot degenen, die Mij haten, voor welke alleen de bedreiging in Ex. 20:5 bedoeld is, gewis leven; want voor zulk enen heb Ik uitdrukkelijk in Mijn woord het leven bestemd.
Deut. 24:16. 2 Kon. 14:6. 2 Kron. 26:4.
Want de wet heeft in Deut. 24:16 gezegd: de ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn en de goddeloosheid der goddelozen zal op hem zijn in hare verderf aanbrengende gevolgen (Gal. 6:5). Voor den goddelozen zoon van den godvruchtigen vader (vs. 10 vv.) zou Manasse, de zoon van Hizkia, als voorbeeld kunnen genoemd worden; evenzo voor den godvruchtigen zoon van den goddelozen vader (vs. 14 vv.) Hizkia, de zoon van Achaz; Manasse, die in de gevangenis zich bekeerde (2 Kron. 33:11 vv.) zou dan ook opgenomen worden als een voorbeeld van hetgeen in vs. 21 vv. gezegd is. De lasteraars (vs. 2) berispen de wet en de Goddelijke strafbepalingen noemen zij onrechtvaardig, maar (vs. 19) zij verlangen toch, dat de Profeet, als verdediger der wet, consequent blijft bij hetgeen naar hun mening de wet leert. Juist daarin ligt ene grote psychologische fijnheid, dat de tegenstanders, die de Profeet niet bestrijdt, van hun eerste bewering nu tot deze overgaan. Tot hiertoe had Ezechiël de gedachte zuiver ontwikkeld, hoe krachtens de Goddelijke gerechtigheid niemand voor de schuld van een ander werd medegestraft, maar steeds alleen voor zijne eigene. Men zou nu kunnen menen, dat deze leer van den profeet den Joden juist zeer welkom was, maar schijnbaar stemmen zij met hem overeen. Want volgens zijne verklaring moeten zij zich voor strafbaar beschouwen; de nieuwe ontwikkeling over Gods gerechtigheid en hare eisen vernietigt den trotsen waan, met welken zij waren aangedaan, en waarin zij met hun klacht den Profeet hebben tegengestaan. Liever willen zij de schuld van anderen dragen, hun eigene zonde belijden, liever van de vermeende onrechtvaardigheid Gods spreken dan de werkelijke ongerechtigheid berouwvol bekennen. Zo keren zij tot de oude stelling terug, en vragen naar den grond daarvan, waarom het dan toch niet zo is? Zij beroepen zich namelijk schijnbaar met recht op de wet en hare letter. Deze stemt in de eenzijdige opvatting, waarnaar zij die verklaren, met hun neigingen overeen, daarmee kan eigene zonde bestaan. Waarom, vragen zij, moet echter niet de wet in hare strenge kracht blijven? en zij verwijten den Profeet vernietiging der wet. Verre daarvan, dat de zonden der vaderen van de zaligheid uitsluiten, doen dit niet eens de eigene, wanneer zij boetvaardig worden beleden; daarvan handelt het volgende gedeelte.
Maar wanneer de goddeloze, zo als hij in vs. 10 vv. is geschilderd, zich bekeert van al zijne zonden, die hij gedaan heeft, en zijne bekering door daden bewijst, al Mijne inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal, daar het vonnis in vs. 13 alleen voor het geval van een voortdurend blijven in de zonde toepasselijk is, gewis leven, hij zal niet sterven.
Al zijne overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijne gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.
Meent gij, als gij zulk een voorwendsel inbrengt, als dat in vs. 19, dat Ik, de levende God en de Vader der zielen, die Zich ook in het leven Zijner schepselen verheug, zo onrechtvaardig zou zijn (vs. 4)? a) Zou Ik enigszins lust hebben aan den dood des goddelozen? spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijne wegen, dat hij leve (2 Sam. 14:14. 2 Petr. 3:9
Ezech. 33:11.
Maar, om het zo even gezegde over de bekering ook door ene proeve van het tegendeel te bevestigen, als de rechtvaardige zich afkeert van zijne gerechtigheid en onrecht doet, doende neer al de gruwelen, die de goddeloze doet, zo als dat bijv. in zeker opzicht met Zedekia het geval is (2 (Kon. 24:20) zou die leven?Ook van dit tegengestelde van bekering moet het daar over gezegde in tegengestelden zin gelden: al zijne gerechtigheden, die hij, de tot een goddeloze gewordene, gedaan heeft, zullen niet gedacht worden: in zijne overtreding, waardoor hij overtreden heeft en in zijne zonde, die hijsedert zijn afvallen gezondigd heeft, in die zal hij sterven 1) (Hoofdst. 17:20).
Het is duidelijk, dat ook hier niet wordt gesproken van iemand, die werkelijk is wedergeboren, maar van iemand, die voor het uitwendige volkomen leefde naar de wet en de ordinantiën Gods. De gerechtigheid is hier dan ook alleen op te vatten in den zin van een zaak-gerechtigheid. Van een wandelen in overeenstemming met de ordinantiën Gods.
Nog zegt gijlieden: a) De weg des HEEREN is niet recht, niet afgewogen, namelijk op de weegschaal der gerechtigheid, die is integendeel naar willekeur ingericht (Job 31:6). Hoort nu, o huis Israëls! is Mijn weg niet recht? zijn niet uwe wegen integendeel onrecht?
Ezech. 33:16, 20.
Als de rechtvaardige zich afkeert van zijne gerechtigheid en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.
Maar als de goddeloze zich bekeert van zijne goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijne ziel in het leven behouden;
Dewijl hij toeziet, hoe goed en ernstig God is, en zich bekeert van al zijne overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewis leven, hij zal niet sterven.
Evenwel zegt het huis Israëls: De weg des HEEREN is niet recht, 1) wanneer Hij bij enen bekeerde de zonde, die hij vroeger gedaan heeft niet in rekening brengt en bij enen afgevallene niet om het goede geeft, dat vroeger door hem geschied is; zouden, daar Ik de harten doorzoek, en volgens de gezindheid van ieder omtrent Mij, over zijn wel en wee beslis-zoudenMijne wegen, o huis Israëls! niet recht zijn? zijn niet uwe wegen onrecht?want onrecht is het alleen het uitwendige op te tellen, zonder op den toestand des harten te zien, en alleen naar dat uitwendige beslissing te verlangen.
Het huis Israëls had de onbeschaamdheid van te zeggen: Gods weg is niet recht; niets kon ongerijmder, zowel als goddelozer zijn dan dat. Zal hij, die het oog gemaakt heeft, niet zien? Kunnen Zijne wegen onrecht zijn, Wiens wil de enige regel van goed en kwaad is, van recht en onrecht? Zal de Rechter der ganse aarde geen recht doen? Buiten twijfel zal Hij en Hij kan niet anders doen. Wanneer reeds in vs. 4 de uitdrukking: vader zoon in hare betrekking op het spreekwoord in vs. 2 tevens de vroegere en de latere generatie aanduidde, dan blijkt dit nog meer bepaald in het voor ons liggende. Het is ook hiermede, gelijk bij Hoofdst. 3:17 vv. is opgemerkt, dat meer nog den aan een bijzonder persoon bij den goddeloze, die zich bekeert, aan het gehele volk moet worden gedacht, zo als uit het volgende stuk (vs. 30-32) duidelijk blijkt. Maar de rechtvaardige, die zich van zijne gerechtigheid afkeert en kwaad doet, zou dan dat gedeelte des volks voorstellen, dat tot betere gezindheid bekwaam, zich evenwel door den algemenen geest des tijds mede laat voortslepen, en zo mede de schuld wordt van de algemene straf-dit is ene bijzondere waarschuwing voor de toehoorders van den Profeet-God is niet alleen rechtvaardig, maar ook genadig en barmhartig. Hij straft slechts diegenen met den dood, die of het kwaad niet laten, of op den weg Zijner geboden niet volharden willen. Met recht is het woord in vs. 23 ten allen tijde gehouden voor ene vriendelijke vermaning aan den zondaar. God heeft geen lust in den dood des goddelozen, is ene spreuk, die alleen genoegzaam is, om de aanklachten van het moderne heidendom, dat een koud God, zonder hart in het Nieuwe Testament meent te vinden, ten bodem slaan. De God des Ouden Testaments heeft een hart. Hij, de zaligheid zelf, die zich afspiegelt in de zaligheid der schepselen, heeft een hart voor alles wat van Hem is afgevallen en den dood zich heeft overgegeven. De grondtrek van Zijn wezen is heilige liefde; Zijn lust is in het bekeren van den dood tot het leven. En welk een diep en helder inzicht in het wezen der genade bij onzen Profeet! In machtige trekken hebben wij in kort te zamen de voorstelling van de wet met hare eisen, de gestrengheid Gods ten opzichte van hun vervulling, even als van de bekering des zondaars tot God en het aangrijpen der Goddelijke genade, die niets ten halve doet, maar de gehele schuld uitdelgt; verder van de bevestiging der bekering in gerechtigheid en heiliging des levens. Gelijk de Profeet echter tot hiertoe het gehele huis Israëls voor ogen had, en daartegen zijn bestraffend woord richtte, zo nu ook het thans volgende woord over de bekering. Geheel Israël moet belijdenis doen. Het volgende stuk is Messiaans en sluit zich alzo aan Hoofdst. 17:22 vv. aan; daar was de genade Gods in hare verhevene volheid voorgesteld, hier wordt gesproken van het aangrijpen van deze, om het aandeel van ieder in ‘t bijzonder aan dien rijkdom, wat nu hier geëist wordt, komt in de toekomst in heerlijke vervulling, zo als in Hoofdst. 11:17 vv. is verkondigd. Gods redeneringen met hem zijn zeer genadig en toegevende. Want deze Godslasteraar wilde God liever overtuigen en behouden, dan veroordeeld hebben. Men zou verwacht hebben, dat God aanstonds de ere van Zijne gerechtigheid zou gehandhaafd hebben, door dezulken, die dezelve belasterden, eeuwige gedenktekenen daarvan te maken. Moeten deze verdragen worden nog te ademen, die eens zulk goddeloosheid geademd hebben, als deze is? Zal die tong weer ergens spreken dan in de hel, die eens gezegd heeft, de wegen des Heeren zijn niet recht. Ja, omdat deze is de dag van Gods verdraagzaamheid. Hij vergunt met Hem te pleiten, en Hij eist van hen te bekennen, want het is zo klaar, dat zij niet loochenen kunnen. De Heere legt Zijn volk nooit meer op, dan recht is. Ook in de bittere wegen der beproeving en der kastijding is des Heeren weg recht, is Zijn doen enkel Majesteit. Wij mogen twisten met Hem, maar ten slotte zal het toch blijken, dat Zijne wegen altijd recht zijn. Zalig dezulken, die dat door genade leren toestemmen en belijden.
Daarom, omdat Ik bij hetgeen Ik met u voorheb Mij niet naar uwe verkeerde gedachten kan richten, maar alleen mijne eigene heilige grondstellingen volgen, zal Ik u richten, o huis Israëls! een ieder naar zijne wegen, spreekt de Heere HEERE. Dan zal een zwaar gericht over u allen moeten komen. Dit gericht zal echter nog niet tot gehele vernietiging zijn, nog staat de deur der genade open. a) Keert weer en bekeert u van al uwe overtredingen, zo zal in het laatste eeuwige verderf de ongerechtigheid u niet tot enen aanstoot worden, dat gij u in ‘t geheel niet en nooit hebt willen bekeren.
Matth. 3:2.
Werpt van u weg al uwe overtredingen, waardoor gij overtreden hebt (Jes. 55:7), en maakt u een a) nieuw hart en enen nieuwen geest door aan te nemen wat Ik u aanbied (Hoofdst. 11:19); want waarom zoudt gij sterven, zo als gij reeds op den weg daarheen zijt, o huis Israëls, terwijl u toch alle middelen ten dienste staan om tot het leven te komen?
Jer. 32:39. Ezech. 36:26.
Want, om het nogmaals te herhalen (vs. 23), a) Ik heb genen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE, maar daarin, dat hij zich bekere en leve; daarom doet naar de u gegevene vermaning en belofte in vs. 30 vv. bekeert u en leeft.
Ezech. 33:11. De Profeet ontvouwt ons het wezen der Goddelijke gerechtigheid in haar heerlijkst licht. Alleen de onboetvaardige zondaar sterft weg in den dood der rampzaligheid: wie zich bekeert en doet wat in Gods ogen goed is, verneemt het genadewoord des levens; al het kwade, dat hij gedaan heeft, zal nimmermeer door de vergevende liefde worden gedacht. Kan de mens zich een nieuw hart geven? Wanneer de mens de werking Gods in zich maar niet weerstreeft, zo werkt de Heere, die den dood des zondaars niet wil, maar wil dat hij zich bekere, zo werkt God in zijne ziel en geeft hem door Zijn woord en door Zijnen Geest kracht, dat de mens nu ook werken kan wat voor God welbehagelijk is. Want God is het, die in u werkt beide het willen en het volbrengen naar Zijn welbehagen. (Fil. 2:3, vgl. Ezech. 11:19; 36:26). Zo maakte David zich een nieuw hart, als hij bad, (Ps. 51:12), dat God het in hem wilde maken. De liefderijke God ontmoet als het ware de ziel van den zondaar op den weg, die onder haren zondenlast ter helle gaat. Hoewel zij Hem niet wil kennen, zo kan Hij, gedrongen door liefde en medelijden toch niet nalaten Zich tot haar te wenden. Al is het, dat namelijk de rechtvaardige zich afkeert van zijne rechtvaardigheid, en in zijne zonden sterft, zo merken wij op, dat de zodanige zich bewijst nimmer een rechtvaardige geweest zijn, dewijl de ogen, die zien, niet weer terugzien en des Heeren genadegiften onberouwelijk zijn. Meermalen komen toch de schijnheiligen, en die zich zelven rechtvaardig wanen, onder den naam van rechtvaardigen voor (Matth. 9:13. Luk. 18:9 en 14), gelijk ook geloof soms voor schijngeloof (Luk. 8:13. Hand. 8:13), en liefde voor schijnliefde (1 Joh. 3:18) genomen wordt, zo willen wij voor ons zelven hieruit leren, dat gene vroomheid van den echten stempel is, waarin het geloof niet uit de bestendige oefening van ware godsvrucht blijkbaar is; wie toch volharden zal tot het einde toe, die zal zalig worden. Eindelijk leren wij hier het oog vestigen op het Goddelijk verlangen naar der zondaren bekering en op de ernstige vermaning tot deze. Niet Gods schuld is het, dat de zondaar verloren gaat, want wat er nodig is, om behouden te worden, dat staat ons alles van Zijnentwege in Zijn woord aangetekend, en wordt aldaar beloofd, gelijk Hij ook nooit gezegd heeft: zoek Zij te vergeefs! Indien dus dood en leven in deze profetische rede tegenover elkaar staan, indien er geen leven buiten de gerechtigheid des geloofs is, maar alles dood moet genoemd worden, dan geldt ook hier de vermaning van Mozes, die ook nog door Gods woord tot ons komt: “Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad; ” en ons zal het alleszins voegen, daarop onze harten te zetten en daartoe genade te zoeken in de ogen des Heeren. Is het toch, dat de bekering en het zoeken van een nieuw hart den mens als plicht hier wordt opgelegd, hoewel het elders als een werk Gods voorkomt (Jer. 31:33 en 32:32): dit geschiedt daarom, dewijl het onze plicht is, en wij daardoor leren des te dieper voor de genade te vallen, om alles bij den Heere te zoeken en van den Almachtige te verwachten, wat Zijn Geest alleen bewerken kan.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel