Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 17

1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En des HEERENH3068 woordH1697 geschieddeH1961 totH413 mij, zeggendeH559: En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121, stelH2330 een raadselH2420 voor, en gebruikH4911 een gelijkenisH4912 totH413 het huisH1004 IsraelsH3478, Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels,

KJV Son1 of man,2 put forth3 a riddle,4 and speak5 a parable6 unto the house8 of Israel;

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 ח֥וּד H2330 raden, Geef, raden gegeven put forth 4 חִידָ֖ה H2420 raadsel, raadselen, duistere woorden dark saying (sentence, speech), hard question, proverb, riddle 5 וּמְשֹׁ֣ל H4911 gebruik, spreekwoord, gebruiken be(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter 6 מָשָׁ֑ל H4912 spreekwoord, spreuk, spreuken byword, like, parable, proverb 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 בֵּ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Een arend, die groot was, groot van vleugelen, lang van vlerken, vol van vederen, die verscheidene veren had, kwam op den Libanon, en nam den oppersten tak van een ceder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zegH559: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Een arendH5404, die grootH1419 was, grootH1419 van vleugelenH3671, langH750 van vlerkenH83, volH4392 van vederenH5133, dieH834 verscheidene veren had, kwamH935 op den LibanonH3844, en namH3947 den oppersten takH6788 van een cederH730. En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Een arend, die groot was, groot van vleugelen, lang van vlerken, vol van vederen, die verscheidene veren had, kwam op den Libanon, en nam den oppersten tak van een ceder.

Ook in dit vers vervenH7553

KJV And say,1 Thus saith3 the Lord4 GOD;5 A great7 eagle6 with great8 wings,9 longwinged,11 full12 of feathers,13 which had divers colours,16 came17 unto Lebanon,19 and took20 the highest branch22 of the cedar:

1 וְאָמַרְתָּ֞ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הַנֶּ֤שֶׁר H5404 arend, arenden, arends eagle 7 הַגָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 גְּד֤וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 9 הַכְּנָפַ֨יִם֙ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 10 אֶ֣רֶךְ H750 lankmoedig, lankmoedige, lang long(-suffering, -winged), patient, slow (to anger) 11 הָאֵ֔בֶר H83 vleugelen, vlerken (long-) wing(-ed) 12 מָלֵא֙ H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 13 הַנּוֹצָ֔ה H5133 vederen, struisvogels feather(-s), ostrich 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 ל֖וֹ 16 הָֽרִקְמָ֑ה H7553 gestikt, gestikte, borduursel broidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides) 17 בָּ֚א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 הַלְּבָנ֔וֹן H3844 Libanon Lebanon 20 וַיִּקַּ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 צַמֶּ֥רֶת H6788 top, oppersten tak highest branch, top 23 הָאָֽרֶז H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hij plukte den top van zijn jonge takjes af, en bracht hem in een land van koophandel; hij zette hem in een stad van kooplieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Hij plukteH6998 den topH7218 van zijn jonge takjesH3242 af, en brachtH935 hem in een landH776 van koophandelH3667; hij zetteH7760 hem in een stadH5892 van koopliedenH7402. Hij plukte den top van zijn jonge takjes af, en bracht hem in een land van koophandel; hij zette hem in een stad van kooplieden.

KJV He cropped off4 the top2 of his young twigs,3 and carried5 it into a land7 of traffick;8 he set11 it in a city9 of merchants.

1 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 3 יְנִֽיקוֹתָ֖יו H3242 jonge takjes young twig 4 קָטָ֑ף H6998 afplukken, afgesneden, plukte crop off, cut down (up), pluck 5 וַיְבִיאֵ֨הוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 כְּנַ֔עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 9 בְּעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 רֹכְלִ֖ים H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 11 שָׂמֽוֹ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hij nam ook van het zaad des lands, en legde het in een zaadakker; hij nam het, hij zette het bij vele wateren met grote voorzichtigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Hij namH3947 ook van het zaadH2233 des landsH776, en legdeH5414 het in een zaadakkerH2233; hij namH3947 het, hij zetteH7760 het bijH5921 veleH7227 waterenH4325 met grote voorzichtigheidH6851. Hij nam ook van het zaad des lands, en legde het in een zaadakker; hij nam het, hij zette het bij vele wateren met grote voorzichtigheid.

KJV He took1 also of the seed2 of the land,3 and planted4 it in a fruitful6 field;5 he placed7 it by great10 waters,9 and set12 it as a willow tree.

1 וַיִּקַּח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 מִזֶּ֣רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 3 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וַֽיִּתְּנֵ֖הוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 בִּשְׂדֵה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 6 זָ֑רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 7 קָ֚ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 מַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 11 צַפְצָפָ֖ה H6851 voorzichtigheid willow tree 12 שָׂמֽוֹ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En het sproot uit, en werd tot een welig uitlopende wijnstok, doch nederig van stam, ziende met zijn takken naar hem, dewijl zijn wortelen onder hem waren. Zo werd hij tot een wijnstok, die ranken voortbracht en scheuten uitwierp.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En het sprootH6779 uit, en werdH1961 tot een welig uitlopende wijnstokH1612, doch nederigH8217 van stamH6967, ziendeH6437 met zijn takkenH1808 naarH413 hem, dewijl zijn wortelenH8328 onderH8478 hem waren. Zo werd hij tot een wijnstokH1612, die rankenH905 voortbrachtH6213 en scheutenH6288 uitwierpH7971. En het sproot uit, en werd tot een welig uitlopende wijnstok, doch nederig van stam, ziende met zijn takken naar hem, dewijl zijn wortelen onder hem waren. Zo werd hij tot een wijnstok, die ranken voortbracht en scheuten uitwierp.

Ook in dit vers welig uitlopendenH5628

KJV And it grew,1 and became a spreading4 vine3 of low5 stature,6 whose branches8 turned7 toward him, and the roots10 thereof were under him: so it became a vine,14 and brought forth15 branches,16 and shot17 forth sprigs.

1 וַיִּצְמַ֡ח H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 2 וַיְהִי֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לְגֶ֨פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 4 סֹרַ֜חַת H5628 overhangen, onnut, overvloedig exceeding, hand, spread, stretch self, banish 5 שִׁפְלַ֣ת H8217 nederig, lager, nederigen base(-st), humble, low(-er, -ly) 6 קוֹמָ֗ה H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 7 לִפְנ֤וֹת H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 8 דָּלִיּוֹתָיו֙ H1808 takken branch 9 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 וְשָׁרָשָׁ֖יו H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 11 תַּחְתָּ֣יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 12 יִֽהְי֑וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 וַתְּהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לְגֶ֔פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 15 וַתַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 בַּדִּ֔ים H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 17 וַתְּשַׁלַּ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 18 פֹּארֽוֹת H6288 scheuten, takken bough, branch, sprig
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Nog was er een grote arend, groot van vleugelen en overvloedig van vederen; en ziet, deze wijnstok voegde zijn wortelen naar denzelven toe, en wierp zijn takken tot hem uit, opdat hij hem bevochtigen zou naar de bedden zijner planting toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Nog wasH1961 er eenH259 groteH1419 arendH5404, grootH1419 van vleugelenH3671 en overvloedigH7227 van vederenH5133; en zietH2009, dezeH2063 wijnstokH1612 voegdeH3719 zijn wortelenH8328 naar denzelven toe, en wierpH7971 zijn takkenH1808 tot hem uit, opdat hij hem bevochtigenH8248 zou naar de beddenH6170 zijner plantingH4302 toe. Nog was er een grote arend, groot van vleugelen en overvloedig van vederen; en ziet, deze wijnstok voegde zijn wortelen naar denzelven toe, en wierp zijn takken tot hem uit, opdat hij hem bevochtigen zou naar de bedden zijner planting toe.

KJV There was also another3 great4 eagle2 with great5 wings6 and many7 feathers:8 and, behold, this vine10 did bend12 her roots13 toward him, and shot forth16 her branches15 toward him, that he might water18 it by the furrows20 of her plantation.

1 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 נֶֽשֶׁר H5404 arend, arenden, arends eagle 3 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 5 גְּד֥וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 כְּנָפַ֖יִם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 7 וְרַב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 8 נוֹצָ֑ה H5133 vederen, struisvogels feather(-s), ostrich 9 וְהִנֵּה֩ H2009 ziet, zie behold, lo, see 10 הַגֶּ֨פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 11 הַזֹּ֜את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 12 כָּֽפְנָ֧ה H3719 voegde bend 13 שָׁרֳשֶׁ֣יהָ H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 14 עָלָ֗יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 וְדָֽלִיּוֹתָיו֙ H1808 takken branch 16 שִׁלְחָה H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 17 לּ֔וֹ 18 לְהַשְׁק֣וֹת H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 19 אוֹתָ֔הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 מֵעֲרֻג֖וֹת H6170 bedden, bed, specerijbedden bed, furrow 21 מַטָּעָֽהּ H4302 planting, plantingen, plant plant(-ation, -ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hij was in een goede landouwe bij vele wateren geplant, om takken te maken en vrucht te dragen, opdat hij tot een heerlijken wijnstok worden mocht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hij wasH1961 in een goedeH2896 landouweH7704 bij veleH7227 waterenH4325 geplantH8362, om takkenH6057 te makenH6213 en vruchtH6529 te dragenH5375, opdat hij totH413 een heerlijkenH155 wijnstokH1612 worden mocht. Hij was in een goede landouwe bij vele wateren geplant, om takken te maken en vrucht te dragen, opdat hij tot een heerlijken wijnstok worden mocht.

KJV It was planted8 in a good3 soil2 by great6 waters,5 that it might bring forth9 branches,10 and that it might bear11 fruit,12 that it might be a goodly15 vine.

1 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 שָׂ֥דֶה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 3 טּ֛וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 מַ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 רַבִּ֖ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 הִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 שְׁתוּלָ֑ה H8362 geplant, planten plant 9 לַעֲשׂ֤וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 עָנָף֙ H6057 takken, meien, ranken bough, branch 11 וְלָשֵׂ֣את H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 12 פֶּ֔רִי H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 13 לִהְי֖וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לְגֶ֥פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 15 אַדָּֽרֶת H155 mantel, overkleed, heerlijken garment, glory, goodly, mantle, robe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Zal hij gedijen? Zal hij niet zijn wortelen uitrukken, en zijn vrucht afsnijden, dat hij droog worde? Hij zal aan al de bladeren van zijn gewas verdrogen; en dat niet door een groten arm, noch door veel volks, om dien van zijn wortelen weg te voeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZegH559: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Zal hij gedijenH6743? Zal hij nietH3808 zijn wortelenH8328 uitrukkenH5423, en zijn vruchtH6529 afsnijdenH7082, dat hij droogH3001 worde? Hij zal aan alH3605 de bladerenH2964 van zijn gewasH6780 verdrogenH3001; en dat nietH3808 door een grotenH1419 armH2220, noch door veelH7227 volksH5971, om dien van zijn wortelenH8328 weg te voeren. Zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Zal hij gedijen? Zal hij niet zijn wortelen uitrukken, en zijn vrucht afsnijden, dat hij droog worde? Hij zal aan al de bladeren van zijn gewas verdrogen; en dat niet door een groten arm, noch door veel volks, om dien van zijn wortelen weg te voeren.

Ook in dit vers weg voerenH5375

KJV Say1 thou, Thus saith3 the Lord4 GOD;5 Shall it prosper?6 shall he not pull up10 the roots9 thereof, and cut off13 the fruit12 thereof, that it wither?14 it shall wither18 in all the leaves16 of her spring,17 even without great21 power20 or many23 people22 to pluck it up24 by the roots

1 אֱמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהֹוִ֖ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 תִּצְלָ֑ח H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 7 הֲלוֹא֩ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שָׁרָשֶׁ֨יהָ H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 10 יְנַתֵּ֜ק H5423 afgetrokken, verscheurd, verscheuren break (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 פִּרְיָ֣הּ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 13 יְקוֹסֵ֣ס H7082 afsnijden cut off 14 וְיָבֵ֗שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 טַרְפֵּ֤י H2964 roof, spijze, bladeren leaf, meat, prey, spoil 17 צִמְחָהּ֙ H6780 gewas, SPRUIT, SPRUITE branch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing) 18 תִּיבָ֔שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 19 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 בִזְרֹ֤עַ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 21 גְּדוֹלָה֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 22 וּבְעַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 23 רָ֔ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 24 לְמַשְׂא֥וֹת H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 25 אוֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 26 מִשָּׁרָשֶֽׁיהָ H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ja, ziet, zal hij geplant zijnde gedijen? Zal hij niet, als de oostenwind hem aanroert, gans verdrogen? Op de bedden van zijn gewas zal hij verdrogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ja, zietH2009, zal hij geplantH8362 zijnde gedijenH6743? Zal hij nietH3808, als de oostenwindH6921 hem aanroertH5060, gansH3001 verdrogenH3001? OpH5921 de beddenH6170 van zijn gewasH6780 zal hij verdrogenH3001. Ja, ziet, zal hij geplant zijnde gedijen? Zal hij niet, als de oostenwind hem aanroert, gans verdrogen? Op de bedden van zijn gewas zal hij verdrogen.

KJV Yea, behold, being planted,2 shall it prosper?3 shall it not utterly9 wither,10 when the east8 wind7 toucheth5 it? it shall wither14 in the furrows12 where it grew.

1 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 שְׁתוּלָ֖ה H8362 geplant, planten plant 3 הֲתִצְלָ֑ח H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 4 הֲלוֹא֩ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 כְגַ֨עַת H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 6 בָּ֜הּ 7 ר֤וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 8 הַקָּדִים֙ H6921 oosten, oostenwind, oosterhoek east(-ward, wind) 9 תִּיבַ֣שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 10 יָבֹ֔שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 עֲרֻגֹ֥ת H6170 bedden, bed, specerijbedden bed, furrow 13 צִמְחָ֖הּ H6780 gewas, SPRUIT, SPRUITE branch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing) 14 תִּיבָֽשׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarna geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV Moreover the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zeg nu tot dat wederspannig huis: Weet gij niet, wat deze dingen zijn? Zeg: Ziet, de koning van Babel is tot Jeruzalem gekomen, en heeft haar koning genomen, en haar vorsten, en heeft ze tot zich gevoerd naar Babel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ZegH559 nu tot dat wederspannigH4805 huisH1004: WeetH3045 gij nietH3808, watH4100 dezeH428 dingen zijn? ZegH559: ZietH2009, de koningH4428 van BabelH894 is tot JeruzalemH3389 gekomen, en heeft haar koningH4428 genomenH3947, en haar vorstenH8269, en heeft ze tot zich gevoerdH935 naar BabelH894. Zeg nu tot dat wederspannig huis: Weet gij niet, wat deze dingen zijn? Zeg: Ziet, de koning van Babel is tot Jeruzalem gekomen, en heeft haar koning genomen, en haar vorsten, en heeft ze tot zich gevoerd naar Babel.

KJV Say1 now to the rebellious4 house,3 Know6 ye not what these things mean? tell9 them, Behold, the king12 of Babylon13 is come11 to Jerusalem,14 and hath taken15 the king17 thereof, and the princes19 thereof, and led20 them with him to Babylon;

1 אֱמָר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 הַמֶּ֔רִי H4805 wederspannig, wederspannigheid, kwaad bitter, (most) rebel(-lion, -lious) 5 הֲלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יְדַעְתֶּ֖ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 אֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 אֱמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 בָ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 בָּבֶ֤ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 14 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 וַיִּקַּ֤ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 מַלְכָּהּ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 שָׂרֶ֔יהָ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 20 וַיָּבֵ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 21 אוֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 23 בָּבֶֽלָה H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daartoe heeft hij van het koninklijk zaad genomen, en daarmede een verbond gemaakt, en heeft hem tot een eed gebracht, en de machtigen des lands heeft hij weggenomen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Daartoe heeft hij van het koninklijkH4410 zaadH2233 genomenH3947, en daarmede een verbondH1285 gemaakt, en heeft hem tot een eedH423 gebrachtH935, en de machtigenH352 des landsH776 heeft hij weggenomenH3947; Daartoe heeft hij van het koninklijk zaad genomen, en daarmede een verbond gemaakt, en heeft hem tot een eed gebracht, en de machtigen des lands heeft hij weggenomen;

KJV And hath taken1 of the king's3 seed,2 and made4 a covenant6 with him, and hath taken7 an oath9 of him: he hath also taken13 the mighty11 of the land:

1 וַיִּקַּח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 מִזֶּ֣רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 3 הַמְּלוּכָ֔ה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal 4 וַיִּכְרֹ֥ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 בְּרִ֑ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 7 וַיָּבֵ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 בְּאָלָ֔ה H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אֵילֵ֥י H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 12 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 לָקָֽח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Opdat het koninkrijk nederig zou zijn, zich niet verheffende, en dat het, zijn verbond houdende, bestaan mocht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Opdat het koninkrijkH4467 nederigH8217 zou zijnH1961, zich nietH1115 verheffendeH5375, en dat het, zijn verbondH1285 houdendeH8104, bestaanH5975 mocht. Opdat het koninkrijk nederig zou zijn, zich niet verheffende, en dat het, zijn verbond houdende, bestaan mocht.

KJV That the kingdom2 might be base,3 that it might not lift itself up,5 but that by keeping6 of his covenant8 it might stand.

1 לִֽהְיוֹת֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מַמְלָכָ֣ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 3 שְׁפָלָ֔ה H8217 nederig, lager, nederigen base(-st), humble, low(-er, -ly) 4 לְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 5 הִתְנַשֵּׂ֑א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 לִשְׁמֹ֥ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בְּרִית֖וֹ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 9 לְעָמְדָֽהּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar hij rebelleerde tegen hem, zendende zijn boden in Egypte, opdat men hem paarden en veel volks bestellen zou; zal hij gedijen? Zal hij ontkomen, die zulke dingen doet? Ja, zal hij het verbond breken en ontkomen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Maar hij rebelleerdeH4775 tegen hem, zendendeH7971 zijn bodenH4397 in EgypteH4714, opdat men hem paardenH5483 en veelH7227 volksH5971 bestellenH5414 zou; zal hij gedijenH6743? Zal hij ontkomenH4422, dieH428 zulke dingen doetH6213? Ja, zal hij het verbondH1285 brekenH6565 en ontkomenH4422? Maar hij rebelleerde tegen hem, zendende zijn boden in Egypte, opdat men hem paarden en veel volks bestellen zou; zal hij gedijen? Zal hij ontkomen, die zulke dingen doet? Ja, zal hij het verbond breken en ontkomen?

KJV But he rebelled1 against him in sending3 his ambassadors4 into Egypt,5 that they might give6 him horses8 and much10 people.9 Shall he prosper?11 shall he escape12 that doeth13 such things? or shall he break15 the covenant,16 and be delivered?

1 וַיִּמְרָד H4775 wederspannig, gerebelleerd, rebelleerde rebel(-lious) 2 בּ֗וֹ 3 לִשְׁלֹ֤חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 מַלְאָכָיו֙ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 5 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 לָֽתֶת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 ל֥וֹ 8 סוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 9 וְעַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 רָ֑ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 11 הֲיִצְלָ֤ח H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 12 הֲיִמָּלֵט֙ H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 13 הָעֹשֵׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 אֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 15 וְהֵפֵ֥ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 16 בְּרִ֖ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 17 וְנִמְלָֽט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo hij niet in de plaats des konings, die hem koning gemaakt heeft, wiens eed hij veracht, en wiens verbond hij gebroken heeft, bij hem in het midden van Babel zal sterven!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zo waarachtig als IkH589 leefH2416, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069, zoH518 hij nietH3808 in de plaatsH4725 des koningsH4428, dieH834 hem koningH4427 gemaakt heeft, wiens eedH423 hij verachtH959, en wiens verbondH1285 hij gebrokenH6565 heeft, bijH854 hem in het middenH8432 van BabelH894 zal stervenH4191! Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo hij niet in de plaats des konings, die hem koning gemaakt heeft, wiens eed hij veracht, en wiens verbond hij gebroken heeft, bij hem in het midden van Babel zal sterven!

KJV As I live,1 saith3 the Lord4 GOD,5 surely in the place8 where the king9 dwelleth that made him king,10 whose oath15 he despised,13 and whose covenant19 he brake,17 even with him in the midst21 of Babylon22 he shall die.

1 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 2 אָ֗נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 נְאֻם֮ H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 7 לֹ֗א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 בִּמְקוֹם֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 9 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הַמַּמְלִ֣יךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 בָּזָה֙ H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אָ֣לָת֔וֹ H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 16 וַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 הֵפֵ֖ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 בְּרִית֑וֹ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 20 אִתּ֥וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 21 בְתוֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 22 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 23 יָמֽוּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Ook zal Farao, door een groot heir en door menigte van krijgs vergadering, met hem in oorlog niets uitrichten als men een wal zal opwerpen, en als men sterkten bouwen zal, om vele zielen uit te roeien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Ook zal FaraoH6547, door een grootH1419 heirH2428 en door menigteH7227 van krijgs vergaderingH6951, met hem in oorlogH4421 niets uitrichtenH6213 als men een walH5550 zal opwerpenH8210, en als men sterktenH1785 bouwenH1129 zal, om veleH7227 zielenH5315 uit te roeienH3772. Ook zal Farao, door een groot heir en door menigte van krijgs vergadering, met hem in oorlog niets uitrichten als men een wal zal opwerpen, en als men sterkten bouwen zal, om vele zielen uit te roeien.

KJV Neither shall Pharaoh8 with his mighty3 army2 and great5 company4 make6 for him in the war,9 by casting up10 mounts,11 and building12 forts,13 to cut off14 many16 persons:

1 וְלֹא֩ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 בְחַ֨יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 3 גָּד֜וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 4 וּבְקָהָ֣ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 5 רָ֗ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 6 יַעֲשֶׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 אוֹת֤וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 פַרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 9 בַּמִּלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 10 בִּשְׁפֹּ֥ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 11 סֹלְלָ֖ה H5550 wal, wallen, sterkten bank, mount 12 וּבִבְנ֣וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 13 דָּיֵ֑ק H1785 sterkten, bolwerken fort 14 לְהַכְרִ֖ית H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 15 נְפָשׁ֥וֹת H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 רַבּֽוֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want hij heeft den eed veracht, brekende het verbond, daar hij, ziet, zijn hand gegeven had; dewijl hij al deze dingen gedaan heeft, zal hij niet ontkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Want hij heeft den eedH423 verachtH959, brekendeH6565 het verbondH1285, daar hij, zietH2009, zijn handH3027 gegevenH5414 had; dewijl hij alH3605 dezeH428 dingen gedaanH6213 heeft, zal hij nietH3808 ontkomenH4422. Want hij heeft den eed veracht, brekende het verbond, daar hij, ziet, zijn hand gegeven had; dewijl hij al deze dingen gedaan heeft, zal hij niet ontkomen.

KJV Seeing he despised1 the oath2 by breaking3 the covenant,4 when, lo, he had given6 his hand,7 and hath done10 all these things, he shall not escape.

1 וּבָזָ֥ה H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 2 אָלָ֖ה H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 3 לְהָפֵ֣ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 4 בְּרִ֑ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 5 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 נָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 יָד֛וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 10 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִמָּלֵֽט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik Mijn eed, dien hij veracht heeft, en Mijn verbond, dat hij gebroken heeft, datzelve niet op zijn hoofd geve!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DaaromH3651, alzo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Zo waarachtig alsH518 Ik leefH2416, zo Ik Mijn eedH423, dienH834 hij verachtH959 heeft, en Mijn verbondH1285, datH834 hij gebrokenH6331 heeft, datzelve nietH3808 op zijn hoofdH7218 geveH5414! Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik Mijn eed, dien hij veracht heeft, en Mijn verbond, dat hij gebroken heeft, datzelve niet op zijn hoofd geve!

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 As I live,6 surely mine oath10 that he hath despised,12 and my covenant13 that he hath broken,15 even it will I recompense16 upon his own head.

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִה֮ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 7 אָנִי֒ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 8 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 לֹ֗א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 אָֽלָתִי֙ H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 בָּזָ֔ה H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 13 וּבְרִיתִ֖י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 14 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 הֵפִ֑יר H6331 gebroken, vernietigt, wegnemen break, bring to nought, [idiom] utterly take 16 וּנְתַתִּ֖יו H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 17 בְּרֹאשֽׁוֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Ik zal Mijn net over hem uitspreiden, dat hij gegrepen zal worden in Mijn jachtgaren; en Ik zal daar met hem rechten over zijn overtreding, waardoor hij tegen Mij overtreden heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En Ik zal Mijn netH7568 overH5921 hem uitspreidenH6566, datH834 hij gegrepenH8610 zal worden in Mijn jachtgarenH4686; en Ik zal daarH8033 metH854 hem rechtenH8199 over zijn overtredingH4603, waardoor hij tegen Mij overtredenH4604 heeft. En Ik zal Mijn net over hem uitspreiden, dat hij gegrepen zal worden in Mijn jachtgaren; en Ik zal daar met hem rechten over zijn overtreding, waardoor hij tegen Mij overtreden heeft.

Ook in dit vers BabelH894 brengenH935

KJV And I will spread1 my net3 upon him, and he shall be taken4 in my snare,5 and I will bring6 him to Babylon,7 and will plead8 with him there for his trespass13 that he hath trespassed

1 וּפָרַשְׂתִּ֤י H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 2 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 רִשְׁתִּ֔י H7568 net, netwerk net(-work) 4 וְנִתְפַּ֖שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 5 בִּמְצֽוּדָתִ֑י H4686 Burg, vesting, burg castle, defense, fort(-ress), (strong) hold, be hunted, net, snare, strong place 6 וַהֲבִיאוֹתִ֣יהוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 בָבֶ֗לָה H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 8 וְנִשְׁפַּטְתִּ֤י H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 9 אִתּוֹ֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 11 מַעֲל֖וֹ H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 12 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 מָֽעַל H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 14 בִּֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Daartoe zullen al zijn vluchtelingen met al zijn benden door het zwaard vallen, en de overgeblevenen zullen in alle winden verstrooid worden; en gijlieden zult weten, dat Ik, de HEERE, gesproken heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Daartoe zullen al zijn vluchtelingenH4015 met alH3605 zijn bendenH102 door het zwaardH2719 vallenH5307, en de overgeblevenenH7604 zullen in alleH3605 windenH7307 verstrooidH6566 worden; en gijlieden zult wetenH3045, datH3588 IkH589, de HEEREH3068, gesprokenH1696 heb. Daartoe zullen al zijn vluchtelingen met al zijn benden door het zwaard vallen, en de overgeblevenen zullen in alle winden verstrooid worden; en gijlieden zult weten, dat Ik, de HEERE, gesproken heb.

KJV And all his fugitives3 with all his bands5 shall fall7 by the sword,6 and they that remain8 shall be scattered11 toward all winds:10 and ye shall know12 that I the LORD15 have spoken

1 וְאֵ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 מִבְרָחָ֤יו H4015 vluchtelingen fugitive 4 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲגַפָּיו֙ H102 benden bands 6 בַּחֶ֣רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 7 יִפֹּ֔לוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 8 וְהַנִּשְׁאָרִ֖ים H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 9 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 ר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 11 יִפָּרֵ֑שׂוּ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 12 וִידַעְתֶּ֕ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 דִּבַּֽרְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook van den oppersten tak des hogen ceders nemen, dat Ik zetten zal; van het opperste zijner jonge takjes zal Ik een tederen afplukken, denwelken Ik op een hogen en verhevenen berg planten zal;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Ik zal ook van den oppersten takH6788 des hogen cedersH730 nemenH3947, dat Ik zettenH5414 zal; van het oppersteH7218 zijner jonge takjesH3127 zal Ik een tederenH7390 afplukkenH6998, denwelken Ik opH5921 een hogen en verhevenenH8524 bergH2022 plantenH8362 zal; Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook van den oppersten tak des hogen ceders nemen, dat Ik zetten zal; van het opperste zijner jonge takjes zal Ik een tederen afplukken, denwelken Ik op een hogen en verhevenen berg planten zal;

Ook in dit vers hogenH1364 hogenH7311

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 I will also take5 of the highest branch7 of the high9 cedar,8 and will set10 it; I will crop off14 from the top11 of his young twigs12 a tender one,13 and will plant15 it upon an high19 mountain18 and eminent:

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 וְלָקַ֣חְתִּי H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אָ֗נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 מִצַּמֶּ֧רֶת H6788 top, oppersten tak highest branch, top 8 הָאֶ֛רֶז H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 9 הָרָמָ֖ה H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 10 וְנָתָ֑תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 מֵרֹ֤אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 12 יֹֽנְקוֹתָיו֙ H3127 scheuten, scheut, jonge takjes (tender) branch, young twig 13 רַ֣ךְ H7390 teder, tedere, tederen faint((-hearted), soft, tender ((-hearted), one), weak 14 אֶקְטֹ֔ף H6998 afplukken, afgesneden, plukte crop off, cut down (up), pluck 15 וְשָׁתַ֣לְתִּי H8362 geplant, planten plant 16 אָ֔נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 עַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 הַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 19 גָּבֹ֖הַ H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 20 וְתָלֽוּל H8524 verhevenen eminent. Compare H2048 (הָתַל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Op den berg der hoogte van Israel zal Ik hem planten; en hij zal takken voortbrengen, en vrucht dragen, en hij zal tot een heerlijken ceder worden, dat onder hem wonen zal alle gevogelte van allerlei vleugel; in de schaduw zijner takken zullen zij wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Op den bergH2022 der hoogteH4791 van IsraelH3478 zal Ik hem plantenH8362; en hij zal takken voortbrengenH5375, en vruchtH6529 dragenH6213, en hij zal tot een heerlijkenH117 cederH730 worden, dat onderH8478 hem wonenH7931 zal alleH3605 gevogelteH6833 van allerleiH3605 vleugelH3671; in de schaduwH6738 zijner takken zullen zijH1961 wonenH7931. Op den berg der hoogte van Israel zal Ik hem planten; en hij zal takken voortbrengen, en vrucht dragen, en hij zal tot een heerlijken ceder worden, dat onder hem wonen zal alle gevogelte van allerlei vleugel; in de schaduw zijner takken zullen zij wonen.

Ook in dit vers takkenH1808 takkenH6057

KJV In the mountain1 of the height2 of Israel3 will I plant4 it: and it shall bring forth5 boughs,6 and bear7 fruit,8 and be a goodly11 cedar:10 and under it shall dwell12 all fowl15 of every wing;17 in the shadow18 of the branches19 thereof shall they dwell.

1 בְּהַ֨ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 2 מְר֤וֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 3 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֶשְׁתֳּלֶ֔נּוּ H8362 geplant, planten plant 5 וְנָשָׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 עָנָף֙ H6057 takken, meien, ranken bough, branch 7 וְעָ֣שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 פֶ֔רִי H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 9 וְהָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְאֶ֣רֶז H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 11 אַדִּ֑יר H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy 12 וְשָׁכְנ֣וּ H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 13 תַחְתָּ֗יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 14 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 צִפּ֣וֹר H6833 vogel, gevogelte, vogelen bird, fowl, sparrow 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 כָּנָ֔ף H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 18 בְּצֵ֥ל H6738 schaduw, Schaduw, schaduwe defence, shade(-ow) 19 דָּלִיּוֹתָ֖יו H1808 takken branch 20 תִּשְׁכֹּֽנָּה H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Zo zullen alleH3605 bomenH6086 des veldsH7704 wetenH3045, datH3588 IkH589, de HEEREH3068, den hogenH1364 boomH6086 vernederdH8213 heb, den nederigenH8217 boomH6086 verdroogdH3001, en den drogenH3002 boomH6086 bloeiendeH6524 gemaakt heb; IkH589, de HEEREH3068, heb het gesprokenH1696, en zal het doen. Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.

Ook in dit vers verhevenH1361 groenenH3892 boomH6086

KJV And all the trees3 of the field4 shall know1 that I the LORD7 have brought down8 the high10 tree,9 have exalted11 the low13 tree,12 have dried14 up the green16 tree,15 and have made the dry19 tree18 to flourish:17 I the LORD21 have spoken22 and have done

1 וְֽיָדְע֞וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 4 הַשָּׂדֶ֗ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 הִשְׁפַּ֣לְתִּי H8213 vernederd, vernedert, vernederen abase, bring (cast, put) down, debase, humble (self), be (bring, lay, make, put) low(-er) 9 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 10 גָּבֹ֗הַ H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 11 הִגְבַּ֨הְתִּי֙ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 12 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 13 שָׁפָ֔ל H8217 nederig, lager, nederigen base(-st), humble, low(-er, -ly) 14 הוֹבַ֨שְׁתִּי֙ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 15 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 16 לָ֔ח H3892 verse, groenen, groen green, moist 17 וְהִפְרַ֖חְתִּי H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 18 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 19 יָבֵ֑שׁ H3002 dorre, dor, drogen dried (away), dry 20 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 דִּבַּ֥רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 23 וְעָשִֽׂיתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 17:2 Ezechiël 20:49 Markus 4:33 Mattheüs 13:13 Richteren 9:8 Mattheüs 13:35 Ezechiël 24:3 Hosea 12:10 1 Korinthe 13:12
Ezechiël 17:3 Hosea 8:1 Jeremia 48:40 Daniël 4:22 Ezechiël 17:7 Jeremia 49:16 Jeremia 24:1 2 Kronieken 36:9 Ezechiël 17:12
Ezechiël 17:4 Jesaja 43:14 Jeremia 51:13 Jesaja 47:15 Openbaring 18:3 Openbaring 18:11
Ezechiël 17:5 Jesaja 44:4 Deuteronomium 8:7 Ezechiël 19:11 Jeremia 37:1 Jesaja 15:7 Ezechiël 17:13 2 Koningen 24:17
Ezechiël 17:6 Ezechiël 17:14 Spreuken 16:18
Ezechiël 17:7 Ezechiël 17:15 Ezechiël 31:4 2 Koningen 24:20 2 Kronieken 26:13 Jeremia 37:5
Ezechiël 17:8 Ezechiël 17:5
Ezechiël 17:9 Ezechiël 17:10 Jeremia 32:5 Jesaja 30:1 Numeri 14:41 Jeremia 52:7 Jeremia 24:8 Jesaja 8:9 Jeremia 37:10
Ezechiël 17:10 Hosea 13:15 Markus 11:20 Ezechiël 19:12 Johannes 15:6 Judas 1:12 Hosea 12:1 Mattheüs 21:19
Ezechiël 17:12 Ezechiël 24:19 Ezechiël 17:3 Ezechiël 1:2 Ezechiël 2:3 Ezechiël 2:8 Ezechiël 3:9 Jesaja 1:2 Markus 4:13
Ezechiël 17:13 2 Kronieken 36:13 2 Koningen 24:15 Ezechiël 17:5 Jeremia 5:2 Jeremia 29:2 Jeremia 24:1 Jeremia 37:1
Ezechiël 17:14 Ezechiël 29:14 1 Samuël 2:30 Nehemia 9:36 Ezechiël 17:6 Klaagliederen 5:10 Jeremia 38:17 Deuteronomium 28:43 Mattheüs 22:17
Ezechiël 17:15 Jeremia 34:3 Jeremia 52:3 Jeremia 38:18 2 Koningen 24:20 Deuteronomium 17:16 Ezechiël 17:7 2 Kronieken 36:13 Jeremia 38:23
Ezechiël 17:16 Ezechiël 12:13 Jeremia 52:11 Jeremia 32:4 Zacharia 5:3 2 Samuël 21:2 Exodus 20:7 Ezechiël 17:13 Psalmen 15:4
Ezechiël 17:17 Jeremia 37:7 Jesaja 36:6 Ezechiël 4:2 Ezechiël 29:6 Jeremia 37:5 Klaagliederen 4:17 Jeremia 33:5 Jeremia 52:4
Ezechiël 17:18 1 Kronieken 29:24 Klaagliederen 5:6 2 Kronieken 30:8
Ezechiël 17:19 Jeremia 5:9 Ezechiël 21:23 Deuteronomium 5:11 Jeremia 5:2 Jeremia 7:9
Ezechiël 17:20 Ezechiël 12:13 Ezechiël 32:3 Jeremia 2:35 Ezechiël 20:35 Jeremia 39:5 Ezechiël 38:22 Jozua 10:16 Micha 6:2
Ezechiël 17:21 2 Koningen 25:5 2 Koningen 25:11 Ezechiël 12:14 Ezechiël 5:12 Jeremia 48:44 Amos 9:9 Ezechiël 6:10 Ezechiël 13:23
Ezechiël 17:22 Ezechiël 20:40 Psalmen 2:6 Psalmen 72:16 Jeremia 33:15 Daniël 2:44 Zacharia 3:8 Jesaja 2:2 Jesaja 53:2
Ezechiël 17:23 Mattheüs 13:32 Galaten 3:28 Ezechiël 31:6 Kolossenzen 3:11 Johannes 15:5 Handelingen 10:11 Jesaja 2:2 Hosea 14:7
Ezechiël 17:24 Ezechiël 22:14 Amos 9:11 Ezechiël 24:14 Psalmen 89:45 1 Samuël 2:7 Ezechiël 21:26 Jesaja 2:13 Job 40:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 17 vers 2

raadsel voor, Zie Richt. 14:12 .

Hertaald: raadsel voor, Zie Richt. 14:12.

gelijkenis Of, parabel; dat is een verhaal in hetwelk ene zaak doorgaans met iets anders vergeleken wordt, om die te meer klaarheid en kracht te geven; en kan anders ook genoemd worden een allegorie. Alzo onder Ezech. 20:49 en Ezech. 24:3 ; Matt. 13:3 , Matt. 13:13 , enz. Hebreeuws, parabel een parabel.

Hertaald: gelijkenis Of: parabel; dat is: een verhaal waarin een zaak doorlopend met iets anders vergeleken wordt om die meer helderheid en kracht te geven; het kan ook een allegorie genoemd worden. Zo ook hieronder Ezech. 20:49 en Ezech. 24:3; Matth. 13:3, Matth. 13:13, enzovoort. Hebreeuws: parabel een parabel.

tot het huis Israëls, Of, rakende het huis van Israël.

Hertaald: tot het huis Israëls, Of: over het huis van Israël.

Ezechiël 17 vers 3

Een arend, Versta Nebukadnezar, den koning van Babel, zie onder vs.12.

Hertaald: Een arend, Versta Nebukadnezar, de koning van Babel; zie hieronder vers 12.

groot van vleugelen, Dat is, hebbende grote macht, een wijd uitgestrekt koninkrijk en overvloed van allen rijkdom.

Hertaald: groot van vleugelen, Dat is: met grote macht, een wijd uitgestrekt koninkrijk en overvloed van allerlei rijkdom.

verscheidene veren had, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk wat met de naald van verscheidene kleuren gemaakt wordt, als geborduurd of gestikt werk, boven Ezech. 16:10 , Ezech. 16:13 , enz.; maar hier wordt het bij gelijkenis gebruikt van schone gespikkelde en dooreen gekleurde vederen, alsof zij geborduurd waren.

Hertaald: verscheidene veren had, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk wat met de naald in verschillende kleuren gemaakt wordt, zoals borduur- of stikwerk, hierboven Ezech. 16:10, Ezech. 16:13, enzovoort; maar hier wordt het bij vergelijking gebruikt van mooie, gespikkelde en bont gekleurde veren, alsof zij geborduurd waren.

Libanon, Versta het land van Palestina, hetwelk noordwaarts met het gebergte van Libanon begrensd was. Zie 1 Kon. 4:33 .

Hertaald: Libanon, Versta: het land Palestina, dat in het noorden door het gebergte van de Libanon begrensd werd. Zie 1 Kon. 4:33.

oppersten tak Door dezen is betekend de koning Jojachin, ander ook Jechonias genaamd, 1 Kron. 3:16 ; die van Nebukadnezar gevankelijk naar Babylonië weggevoerd was; 2 Kon. 24:12 ; 2 Kron. 36:10 .

Hertaald: oppersten tak Hiermee is koning Jojachin bedoeld, ook Jechonja genoemd (1 Kron. 3:16), die door Nebukadnezar gevankelijk naar Babylonië weggevoerd was; 2 Kon. 24:12; 2 Kron. 36:10.

ceder Die ene figuur was van het koninkrijk der Joden. Vergelijk Num. 24:6 ; Am. 2:9 .

Hertaald: ceder Die een afbeelding was van het koninkrijk van de Joden. Vergelijk Num. 24:6; Amos 2:9.

Ezechiël 17 vers 4

zijn jonge takjes af, Deze betekenden de vorsten, heren en edellieden, die met den koning Jojachin in de gevangenschap naar Babel gingen; 2 Kon. 24:12 .

Hertaald: zijn jonge takjes af, Deze duidden de vorsten, heren en edelen aan die met koning Jojachin in gevangenschap naar Babel gingen; 2 Kon. 24:12.

koophandel; Hier is in het oorspronkelijke het woord chenaän, hetwelk eigenlijk betekent koopman. Zie Job 40:25 , en de aantekening. Versta nu hierdoor Babylonië, alwaar veel koophandel omging uit oorzaak van de menigte der mensen, die daar woonden en die van alle landen daar verkeerden en handelden.

Hertaald: koophandel; Hier staat in de grondtekst het woord chenaän, dat eigenlijk koopman betekent. Zie Job 40:25 met de aantekening. Versta er hier Babylonië onder, waar veel handel omging vanwege de menigte mensen die er woonden en die uit alle landen daar verkeerden en handel dreven.

een stad Namelijk Babel.

Hertaald: een stad Namelijk Babel.

kooplieden Anders, kruideniers, of drogisten; gelijk 1 Kon. 10:15 . Zo zou de stad van Babel genaamd zijn, omdat zij vol was van allerlei specerijen, droge en kostelijke waren, dienende niet alleen tot nooddruft of vermaak, maar ook tot lekkernij en overdadigheid.

Hertaald: kooplieden Anders: kruideniers of drogisten, zoals 1 Kon. 10:15. Dan zou de stad Babel zo genoemd zijn omdat zij vol was van allerlei specerijen en droge en kostbare waren, die niet alleen dienden voor levensbehoefte of genoegen, maar ook voor lekkernij en overdaad.

Ezechiël 17 vers 5

Hij nam ook Te weten de voorgemelde arend, de koning Nebukadnezar.

Hertaald: Hij nam ook Namelijk de genoemde arend, koning Nebukadnezar.

het zaad des lands, Dat is, van degenen, die in het land Juda geboren waren. Versta, Matthanja, den oom van Jechonia, dat is, zijns vaders Jojakims broeder, genaamd van Nebukadnezar Zedekia; 2 Kon. 24:17 .

Hertaald: het zaad des lands, Dat is: van hen die in het land Juda geboren waren. Versta: Mattanja, de oom van Jechonja, dat is de broer van zijn vader Jojakim, die door Nebukadnezar Zedekia genoemd werd; 2 Kon. 24:17.

legde het in een zaadakker; Dat is, hij stelde Zedekia tot koning over Juda.

Hertaald: legde het in een zaadakker; Dat is: hij stelde Zedekia tot koning over Juda.

bij vele wateren Dat is, in een bekwame plaats, waar het wel kon groeien.

Hertaald: bij vele wateren Dat is: op een geschikte plaats waar het goed kon groeien.

met grote voorzichtigheid Dat is, met wijze en welbedachte voorwaarden. Anders: [als] een wilgenboom, die gaarne bij het water wast.

Hertaald: met grote voorzichtigheid Dat is: onder wijze en weldoordachte voorwaarden. Anders: (als) een wilg, die graag bij het water groeit.

Ezechiël 17 vers 6

het sproot uit, Te weten dat zaad, de koning Zedekia. De zin is, dat deze koning welvoer en gelukkig was in zijn koninkrijk, zolang als hij den koning van Babel getrouw bleEf.

Hertaald: het sproot uit, Namelijk dat zaad, koning Zedekia. De betekenis is dat deze koning het goed maakte en voorspoedig was in zijn koninkrijk zolang hij de koning van Babel trouw bleef.

doch nederig Te weten als die onder het gebied was van den koning van Babel, dien hij jaarlijks schatting moest betalen.

Hertaald: doch nederig Namelijk omdat hij onder het gezag stond van de koning van Babel, aan wie hij jaarlijks schatting moest betalen.

stam, Hebreeuws, statuur, hoogte, opstaande gestalte; alzo onder Ezech. 19:11 , en Ezech. 31:3 , Ezech. 31:5 , Ezech. 31:10 .

Hertaald: stam, Hebreeuws: gestalte, hoogte, opgaande vorm; zo ook hieronder Ezech. 19:11 en Ezech. 31:3, Ezech. 31:5, Ezech. 31:10.

naar hem, Te weten waarvan hij zijne planting had en onder wiens bescherming hij schuilde.

Hertaald: naar hem, Namelijk naar hem van wie hij zijn planting had en onder wiens bescherming hij schuilde.

hij tot een wijnstok, Namelijk de wijnstok.

Hertaald: hij tot een wijnstok, Namelijk de wijnstok.

Ezechiël 17 vers 7

grote arend, Namelijk Farao, de koning van Egypte. Zie onder vs.15, 17.

Hertaald: grote arend, Namelijk Farao, de koning van Egypte. Zie hieronder vers 15 en 17.

groot van vleugelen Vergelijk boven de aantekening vs.3.

Hertaald: groot van vleugelen Vergelijk hierboven de aantekening bij vers 3.

deze wijnstok Dat is, de koning Zedekia.

Hertaald: deze wijnstok Dat is: koning Zedekia.

zijn wortelen Versta door dezen de gezanten, die de koning Zedekia naar den koning van Egypte heimelijk zond om een verbond met hem te maken, ten einde dat hij hem helpen zou tegen den koning van Babel, wiens schatplichtige en vazal hij was, en van welken hij nu was afgevallen. Vergelijk onder vs.15; Jer. 2:18 .

Hertaald: zijn wortelen Versta hieronder de gezanten die koning Zedekia heimelijk naar de koning van Egypte zond om een verbond met hem te sluiten, opdat die hem zou helpen tegen de koning van Babel, wiens schatplichtige en leenman hij was en van wie hij nu afgevallen was. Vergelijk hieronder vers 15; Jer. 2:18.

denzelven toe, Te weten arend, den koning van Egypte.

Hertaald: denzelven toe, Namelijk die arend, de koning van Egypte.

hij Versta denzelfden arend.

Hertaald: hij Versta: dezelfde arend.

hem bevochtigen zou Te weten den voorgemelden wijnstok, den koning Zedekia.

Hertaald: hem bevochtigen zou Namelijk de genoemde wijnstok, koning Zedekia.

naar de bedden Dat is naar de ingangen en passages toe, die leidden tot de plaats zijner planting. Het Hebreeuwse woord is in gelijke betekenis genomen; Richt. 7:3 , Richt. 7:7 . Zie de aantekening. Dit ziet nu op de gewoonte van Egypte, waar men, als de rivier de Nijl overvloeide, waterlopen, groeven en voren maakte om het water door het gehele land uit te laten en naar alle plaatsen te verspreiden. Alzo begeerde of verzocht ook de koning Zedekia, dat de koning van Egypte zijn macht en krijgsvolk hem toeschikken zou, om tegen den koning van Babel geholpen te worden. Anders: uit de bedden zijner planting; te weten alzo dat zijn land van den koning van Egypte bevochtigd zijnde, hij alsdan daardoor mocht opwassen.

Hertaald: naar de bedden Dat is: naar de toegangen en doorgangen die naar de plaats van zijn planting leidden. Het Hebreeuwse woord is in dezelfde betekenis gebruikt in Richt. 7:3, Richt. 7:7. Zie de aantekening daar. Dit ziet op de gewoonte in Egypte, waar men bij het overstromen van de Nijl waterlopen, greppels en voren maakte om het water over het hele land te laten lopen en naar alle plaatsen te verspreiden. Zo verlangde en verzocht koning Zedekia ook dat de koning van Egypte hem zijn macht en krijgsvolk zou toezenden om tegen de koning van Babel geholpen te worden. Anders: uit de bedden van zijn planting; namelijk zo dat zijn land door de koning van Egypte bevochtigd werd en hij daardoor zou kunnen opgroeien.

zijner planting toe Te weten des wijnstoks planting; dat is, ter plaatse, waar hij geplant was, te weten in Judea.

Hertaald: zijner planting toe Namelijk de planting van de wijnstok; dat is: de plaats waar hij geplant was, namelijk in Judea.

Ezechiël 17 vers 8

geplant, Te weten van den koning Nebukadnezar.

Hertaald: geplant, Namelijk door koning Nebukadnezar.

Ezechiël 17 vers 9

hij gedijen? Te weten de wijnstok, die van den eersten arend geplant is.

Hertaald: hij gedijen? Namelijk de wijnstok, die door de eerste arend geplant is.

hij niet Te weten de eerste arend, de koning Nebukadnezar.

Hertaald: hij niet Namelijk de eerste arend, koning Nebukadnezar.

zijn wortelen uitrukken, Te weten, van den wijnstok. Versta den koning Zedekia, gelijk boven, met al zijne macht en zijn ganse koninkrijk.

Hertaald: zijn wortelen uitrukken, Namelijk van de wijnstok. Versta: koning Zedekia, zoals hierboven, met al zijn macht en zijn hele koninkrijk.

en dat Alzo is de letter vau voor en dat genomen; Jer. 17:10 .

Hertaald: en dat Zo is de letter waw opgevat als en dat; Jer. 17:10.

niet door een groten arm, Dat is, zonder dat een zeer geweldig leger daartoe zal nodig zijn. Want de Heere zal Zedekia tegen zijn om zijne goddeloosheid en meinedigheid.

Hertaald: niet door een groten arm, Dat is: zonder dat daarvoor een zeer geweldig leger nodig zal zijn. Want de HEERE zal tegen Zedekia zijn vanwege zijn goddeloosheid en meineed.

Ezechiël 17 vers 10

zal hij geplant zijnde gedijen? Deze vraag loochent sterkelijk.

Hertaald: zal hij geplant zijnde gedijen? Deze vraag ontkent met nadruk.

Zal hij niet, Deze vraag verzekert sterkelijk.

Hertaald: Zal hij niet, Deze vraag bevestigt met nadruk.

oostenwind hem aanroert, Versta den koning van Babel, die den koning Zedekia, al zijne macht en de stad Jeruzalem zou verderven, gelijk de vruchten van den oostenwind verdorven worden; Gen. 41:6 .

Hertaald: oostenwind hem aanroert, Versta: de koning van Babel, die koning Zedekia, al zijn macht en de stad Jeruzalem zou verderven, zoals de vruchten door de oostenwind bedorven worden; Gen. 41:6.

gans verdrogen? Hebreeuws, verdrogende verdrogen.

Hertaald: gans verdrogen? Hebreeuws: verdrogende verdrogen.

Op de bedden Te weten waarin hij geplant is om wel bevochtigd te worden en wel te groeien. Of, tezamen met de voren, dat is met het land Juda mede, waarin hij staat, zal hij verdorren en vergaan. Of, de voren, da is de middelen, waardoor hij water zal zoeken, dat is hulp uit Egypte te krijgen, zullen mede vergaan.

Hertaald: Op de bedden Namelijk waarin hij geplant is om goed bevochtigd te worden en goed te groeien. Of: samen met de voren, dat is: samen met het land Juda waarin hij staat, zal hij verdorren en vergaan. Of: de voren, dat is: de middelen waarmee hij water zal zoeken, dat is hulp uit Egypte zal proberen te krijgen, zullen eveneens vergaan.

van zijn gewas Dat is, waarin hij wast of groeit; alzo boven vs.7, de bedden zijner planting; dat is, waarin hij geplant was.

Hertaald: van zijn gewas Dat is: waarin hij groeit; zo ook hierboven vers 7: de bedden van zijn planting, dat is: waarin hij geplant was.

Ezechiël 17 vers 12

dat wederspannig huis Hebreeuws, dat huis der wederspannigheid. Versta, den stam of het koninkrijk van Juda. Zie boven Ezech. 2:5 .

Hertaald: dat wederspannig huis Hebreeuws: dat huis der weerspannigheid. Versta: de stam of het koninkrijk van Juda. Zie hierboven Ezech. 2:5.

deze dingen Te weten, die Ik u voorgesteld heb van twee arenden.

Hertaald: deze dingen Namelijk die Ik u voorgesteld heb over twee arenden.

zijn? Of, beduiden, of betekenen, of te kennen geven.

Hertaald: zijn? Of: aanduiden, of betekenen, of te kennen geven.

Ziet, Hier volgt de verklaring der voorgestelde gelijkenis.

Hertaald: Ziet, Hier volgt de verklaring van de voorgestelde gelijkenis.

haar koning genomen, Namelijk Jojachin; 2 Kon. 24:12 ; 2 Kron. 36:10 . Zie boven vs.3.

Hertaald: haar koning genomen, Namelijk Jojachin; 2 Kon. 24:12; 2 Kron. 36:10. Zie hierboven vers 3.

vorsten, Welke boven vs.4, vergeleken worden bij de opperste tedere takken van den Libanon.

Hertaald: vorsten, Die hierboven in vers 4 vergeleken worden met de bovenste tere takken van de Libanon.

Ezechiël 17 vers 13

koninklijk zaad genomen, Genaam boven vs.5, het zaad des lands, namelijk van Juda. Hebreeuws, zaad des koninkrijks. Hij bedoelt Zedekia. Zie boven vs.5.

Hertaald: koninklijk zaad genomen, Hierboven in vers 5 het zaad van het land genoemd, namelijk van Juda. Hebreeuws: zaad van het koninkrijk. Hij bedoelt Zedekia. Zie hierboven vers 5.

een eed gebracht, Of, in een eed doen komen; te weten waardoor Zedekia zich vervloekt zo hij zijn woord niet hield en niet getrouw bleef; vergelijk boven Ezech. 16:59 . Sommigen menen dat deze manier van spreken, in den eed doen komen, ziet op het oude gebruik, waardoor degenen, die met elkander een verbond maakten, beesten slachtten, die in stukken deelden en dan tussen de gedeelde stukken doorgingen; zie Gen. 15:17 .

Hertaald: een eed gebracht, Of: in een eed doen komen; namelijk waarmee Zedekia zichzelf vervloekte als hij zijn woord niet zou houden en niet trouw zou blijven; vergelijk hierboven Ezech. 16:59. Sommigen menen dat deze manier van spreken, in de eed doen komen, ziet op het oude gebruik waarbij zij die met elkaar een verbond sloten dieren slachtten, die in stukken verdeelden en dan tussen de stukken door gingen; zie Gen. 15:17.

machtigen des lands Te weten die Zedekia met raad en met daad hadden kunnen helpen, om het koninkrijk van Juda tegen den koning van Babel vast te maken en eindelijk van hem te doen afvallen.

Hertaald: machtigen des lands Namelijk zij die Zedekia met raad en daad hadden kunnen helpen om het koninkrijk van Juda tegen de koning van Babel te versterken en ten slotte van hem af te vallen.

weggenomen; Te weten tot pandlieden of gijzelaars.

Hertaald: weggenomen; Namelijk als onderpand of gijzelaars.

Ezechiël 17 vers 14

zijn verbond houdende, Te weten van den koning van Babel. Versta de beloften van onderdanigheid en trouw, die Zedekia en de heren van het land aan den koning van Babel gedaan hadden.

Hertaald: zijn verbond houdende, Namelijk van de koning van Babel. Versta: de beloften van onderdanigheid en trouw die Zedekia en de heren van het land aan de koning van Babel gedaan hadden.

Ezechiël 17 vers 15

het verbond breken Te weten dat hij met den koning Nebukadnezar gemaakt heeft.

Hertaald: het verbond breken Namelijk dat hij met koning Nebukadnezar gesloten heeft.

Ezechiël 17 vers 16

in de plaats des konings, Waar de koning Nebukadnezar woont, dat is, in Babel, gelijk hier in het einde van vs.16 gezegd wordt.

Hertaald: in de plaats des konings, Waar koning Nebukadnezar woont, dat is: in Babel, zoals hier aan het slot van vers 16 gezegd wordt.

bij hem in het midden van Babel Dat is, in dezelfde plaats of stad, gelijk straks gezegd is, en dus niet in zijn vaderland.

Hertaald: bij hem in het midden van Babel Dat is: in dezelfde plaats of stad, zoals zojuist gezegd is, en dus niet in zijn vaderland.

zal sterven De zin is: Dat hij daar zekerlijk zou sterven; hoewel hij het land niet zien zou, omdat hem tevoren in Riblath de ogen verblind zouden worden; 2 Kon. 25:6-7 ; Jer. 32:5 , en Jer. 34:3 , Jer. 34:5 , en Jer. 52:11 .

Hertaald: zal sterven De betekenis is dat hij daar zeker zou sterven, hoewel hij het land niet zou zien, omdat hem tevoren in Ribla de ogen verblind zouden worden; 2 Kon. 25:6-7; Jer. 32:5, Jer. 34:3, Jer. 34:5 en Jer. 52:11.

Ezechiël 17 vers 17

hem in oorlog Dat is met Zedekia, te weten om hem te helpen door zijne macht bij de macht van Zedekia te voegen. Of tegen hem; dat is tegen den koning Nebukadnezar, om hem te wederstaan en van Jeruzalem te verdrijven.

Hertaald: hem in oorlog Dat is: met Zedekia, namelijk om hem te helpen door zijn macht bij die van Zedekia te voegen. Of: tegen hem, dat is: tegen koning Nebukadnezar, om hem te weerstaan en van Jeruzalem te verdrijven.

als men een wal Hetwelk de koning van Babel doen zou.

Hertaald: als men een wal Wat de koning van Babel zou doen.

opwerpen, Hebreeuws, uitstorten; alzo 2 Sam. 20:15 ; 2 Kon. 19:32 .

Hertaald: opwerpen, Hebreeuws: uitstorten; zo ook 2 Sam. 20:15; 2 Kon. 19:32.

vele zielen Dat is, vele mensen.

Hertaald: vele zielen Dat is: veel mensen.

Ezechiël 17 vers 18

hij heeft Namelijk de koning Zedekia.

Hertaald: hij heeft Namelijk koning Zedekia.

eed veracht, Of, vloek.

Hertaald: eed veracht, Of: vloek.

hand gegeven had; Te weten aan den koning van Babel, tot verzekering van te zullen vasthouden aan het verbond, dat hij met hem gemaakt had. Zie van zulke handhaving, gedaan tot verzekering van hetgeen men zegt of belooft, 2 Kon. 10:15 ; 2 Kron. 30:8 ; Ezra 10:19 .

Hertaald: hand gegeven had; Namelijk aan de koning van Babel, tot bevestiging dat hij zich zou houden aan het verbond dat hij met hem gesloten had. Zie over zo'n handslag, gegeven ter bevestiging van wat men zegt of belooft, 2 Kon. 10:15; 2 Kron. 30:8; Ezra 10:19.

Ezechiël 17 vers 19

Mijn eed, God noemt den eed, dien Zedekia aan den koning van Babel gedaan had, zijn eed, omdat hij met aanroeping van zijn naam gedaan was; en in gelijken zin zijn verbond, dat hij met denzelfden koning gemaakt had. Versta onder het woord eed de straf van de verbreking van den eed.

Hertaald: Mijn eed, God noemt de eed die Zedekia aan de koning van Babel gedaan had Zijn eed, omdat hij met aanroeping van Zijn naam gedaan was; en in dezelfde zin Zijn verbond, dat hij met diezelfde koning gesloten had. Versta onder het woord eed de straf op het breken van de eed.

niet op zijn hoofd geve Dat is met straffen vergeld. Zie 1 Kon. 8:32 ; alzo boven Ezech. 9:10 , en Ezech. 11:21 , en Ezech. 16:43 , en onder Ezech. 22:31 ; een afgebroken manier van eedzweren.

Hertaald: niet op zijn hoofd geve Dat is: met straffen vergeld. Zie 1 Kon. 8:32; zo ook hierboven Ezech. 9:10, Ezech. 11:21 en Ezech. 16:43, en hieronder Ezech. 22:31. Het is een afgebroken manier van eedzweren.

Ezechiël 17 vers 20

Mijn net Zie boven Ezech. 12:13 , en onder Ezech. 32:3 .

Hertaald: Mijn net Zie hierboven Ezech. 12:13 en hieronder Ezech. 32:3.

hem uitspreiden, Te weten over den koning Zedekia.

Hertaald: hem uitspreiden, Namelijk over koning Zedekia.

daar met hem rechten Te weten boven het recht, dat Ik over hem heb laten gaan te Riblath, 2 Kon. 25:6-7 . Want daarna heeft hij te Babel in de gevangenschap gelegen totdat hij stierf, Jer. 52:11 . God wordt gezegd met den mens te richten, of in het recht zich met hem te begeven, als Hij door zijne straffen hem van zijne zonden overtuigt en gelijk in een gericht beschaamd maakt. Alzo Jes. 66:16 ; onder Ezech. 20:35 , en Ezech. 38:22 . Zie breder hiervan onder Ezech. 20:35 .

Hertaald: daar met hem rechten Namelijk boven het gericht dat Ik in Ribla over hem heb laten gaan, 2 Kon. 25:6-7. Want daarna heeft hij in Babel in gevangenschap gezeten tot hij stierf, Jer. 52:11. Van God wordt gezegd dat Hij met de mens richt, of met hem in het gericht treedt, wanneer Hij hem door Zijn straffen van zijn zonden overtuigt en als in een rechtszaak beschaamd maakt. Zo Jes. 66:16; hieronder Ezech. 20:35 en Ezech. 38:22. Zie hierover uitvoeriger hieronder Ezech. 20:35.

Ezechiël 17 vers 21

zijn vluchtelingen Zie van dezen 2 Kon. 25:5 , en Jer. 52:8 .

Hertaald: zijn vluchtelingen Zie over hen 2 Kon. 25:5 en Jer. 52:8.

benden Dat is, scharen en hopen van krijgsvolk. Zie boven Ezech. 12:14 .

Hertaald: benden Dat is: scharen en groepen krijgsvolk. Zie hierboven Ezech. 12:14.

door het zwaard vallen, Dat is, in den oorlog of door wapenen omkomen. Zie Lev. 26:7 .

Hertaald: door het zwaard vallen, Dat is: in de oorlog of door wapens omkomen. Zie Lev. 26:7.

in alle winden Dat is, in alle hoeken der wereld. Zie boven Ezech. 5:10 .

Hertaald: in alle winden Dat is: naar alle hoeken van de wereld. Zie hierboven Ezech. 5:10.

Ezechiël 17 vers 22

van den oppersten tak Dat is van den koninklijken stam; zie boven vs.3. Of aldus: Van den hogen tak des ceders, of van den oppersten tak des ceders, die hoog was.

Hertaald: van den oppersten tak Dat is: van de koninklijke stam; zie hierboven vers 3. Of aldus: van de hoge tak van de ceder, of van de bovenste tak van de ceder, die hoog was.

ceders Dat is van het koninkrijk Juda; zie boven vs.3.

Hertaald: ceders Dat is: van het koninkrijk Juda; zie hierboven vers 3.

nemen, Te weten een scheutje, of rijsje, hetwelk hier terstond een tedere tak genoemd wordt.

Hertaald: nemen, Namelijk een scheut of loot, die hier meteen een tere tak genoemd wordt.

zetten zal; Dat is, planten zal.

Hertaald: zetten zal; Dat is: planten zal.

een tederen afplukken, Men versta hierdoor Zerubbabel en zijne opvolgers, maar inzonderheid Christus, van wien zij voorbeelden waren. Christus wordt een scheut of spruit genaamd; Jes. 11:1 , en Jes. 60:21 ; Zach. 6:12 .

Hertaald: een tederen afplukken, Men versta hieronder Zerubbabel en zijn opvolgers, maar in het bijzonder Christus, van Wie zij voorbeelden waren. Christus wordt een scheut of spruit genoemd; Jes. 11:1 en Jes. 60:21; Zach. 6:12.

een hogen en verhevenen berg Versta het ware Zion, dat is de ware Joodse en Christelijke kerk en gemeente der heiligen. Zie Jes. 2:2 , en Jes. 11:9 ; onder Ezech. 20:40 ; Mi. 4:1 .

Hertaald: een hogen en verhevenen berg Versta: het ware Sion, dat is de ware Joodse en christelijke kerk en gemeente van de heiligen. Zie Jes. 2:2 en Jes. 11:9; hieronder Ezech. 20:40; Micha 4:1.

Ezechiël 17 vers 23

der hoogte van Israël Dat is, die zeer hoog zal wezen. Versta deze hoogheid zowel van de hoogberoemde en wijduitgebreide vermaardheid van het rijk van Christus, als van de uitnemende hoogheid en waardigheid der weldaden van Christus, die daarin te bekomen zullen zijn.

Hertaald: der hoogte van Israël Dat is: die zeer hoog zal zijn. Versta die hoogte zowel van de hoog beroemde en wijd verbreide vermaardheid van het rijk van Christus, als van de uitnemende hoogheid en waardigheid van de weldaden van Christus die daarin te verkrijgen zullen zijn.

vrucht Zie van deze vrucht Ps. 85:10 enz.; Jes. 11:2 , enz.; Dan. 9:24 .

Hertaald: vrucht Zie over deze vrucht Ps. 85:10 enzovoort; Jes. 11:2 enzovoort; Dan. 9:24.

dragen, Hebreeuws, maken.

Hertaald: dragen, Hebreeuws: maken.

heerlijken ceder worden, Versta, geen uiterlijke noch aardse, maar inwendige en hemelse heerlijkheid; van welke zie Ps. 110:1 , enz.; Ef. 1:20 , enz.; Fil. 2:9-11 .

Hertaald: heerlijken ceder worden, Versta: geen uiterlijke en aardse, maar innerlijke en hemelse heerlijkheid; zie daarover Ps. 110:1 enzovoort; Ef. 1:20 enzovoort; Filipp. 2:9-11.

alle gevogelte Dat is, niet alleen Israëlieten en Joden, maar ook heidenen.

Hertaald: alle gevogelte Dat is: niet alleen Israëlieten en Joden, maar ook heidenen.

Ezechiël 17 vers 24

bomen des velds weten, Dat is, mensen, die zo genoemd worden, omdat zij goede vruchten moeten dragen; Ps. 1:3 ; Jes. 56:3 ; Matt. 7:17-19 . Sommigen verstaan eigenlijk de koningen, die onder andere mensen in hoogheid uitsteken; Dan. 4:20 , Dan. 4:22 .

Hertaald: bomen des velds weten, Dat is: mensen, die zo genoemd worden omdat zij goede vruchten moeten dragen; Ps. 1:3; Jes. 56:3; Matth. 7:17-19. Sommigen verstaan er in eigenlijke zin de koningen onder, die boven andere mensen in hoogheid uitsteken; Dan. 4:20, Dan. 4:22.

den hogen boom vernederd heb, Men kan dit lichamelijk verstaan van de Babyloniërs en hunne monarchie, die verstoord is door Cyrus, en geestelijk van den duivel en zijn rijk, dat door Christus verwoest is.

Hertaald: den hogen boom vernederd heb, Men kan dit lichamelijk verstaan van de Babyloniërs en hun rijk, dat door Cyrus verwoest is, en geestelijk van de duivel en zijn rijk, dat door Christus verwoest is.

den nederen boom verheven heb, Dit kan ook lichamelijk verstaan worden van de Joden, toen zij wederkeerden uit de Babylonische gevangenschap, en geestelijk van alle uitverkorenen en gelovigen, die door Christus uit het geweld des duivels verlost zijn.

Hertaald: den nederen boom verheven heb, Dit kan eveneens lichamelijk verstaan worden van de Joden toen zij uit de Babylonische gevangenschap terugkeerden, en geestelijk van alle uitverkorenen en gelovigen die door Christus uit de macht van de duivel verlost zijn.

den groenen boom verdroogd Het voorgaande wordt met andere woorden verhaald.

Hertaald: den groenen boom verdroogd Het voorgaande wordt met andere woorden herhaald.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De twee arenden en de wijnstok  — een raadselspreuk over een gebroken eed (Ezech. 17:1-21)

De profeet moet een raadsel opgeven. Een grote arend komt op de Libanon, neemt de top van een ceder en brengt die naar een land van kooplieden (Ezech. 17:3-4). Van het zaad van het land plant hij een wijnstok bij veel water, laag van stam, met de takken naar hem toe (Ezech. 17:5-6). Dan komt er een tweede arend, en de wijnstok buigt zijn wortels naar díe kant (Ezech. 17:7). De uitleg volgt in het hoofdstuk zelf: de eerste arend is de koning van Babel, de wijnstok is de koning die hij aanstelde, en de tweede arend is Egypte, waar die koning hulp zocht (Ezech. 17:12-15). Het zwaartepunt ligt in wat God erover zegt: "Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik Mijn eed, dien hij veracht heeft, en Mijn verbond, dat hij gebroken heeft, datzelve niet op zijn hoofd geve!" (Ezech. 17:19).

Bijbelse betekenis: Merk op wiens eed het heet. Zedekia had trouw gezworen aan Nebukadnezar, een heidense vorst, en die eed was in de Naam van de HEERE afgelegd. God noemt hem daarom "Mijn eed" en "Mijn verbond". Wie zweert bij Gods Naam en zijn woord breekt, breekt niet alleen een afspraak met een mens. Let vervolgens op de vorm van het raadsel. Het wordt eerst als beeld verteld en pas daarna uitgelegd; de hoorders moeten zelf even zoeken. Dat is dezelfde werkwijze als bij de gelijkenissen. Let ten slotte op wat het hoofdstuk over politiek zegt. Hulp zoeken bij Egypte was in dit boek en bij Jesaja telkens de verkeerde weg (reeds behandeld bij Jes. 31:1); hier komt er een tweede argument bij, namelijk dat het een eedbreuk was.

Typologie: De Heere Jezus verbiedt het lichtvaardig zweren: "laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen" (Matt. 5:37). En de psalm noemt als kenmerk van wie op Gods berg mag verkeren: dat hij zweert tot zijn schade en niet verandert (Ps. 15:4).

Ezech. 17:1-21; Jes. 31:1; Matt. 5:37; Ps. 15:4

Het tere takje  — God plant zelf wat de arenden niet konden voortbrengen (Ezech. 17:22-24)

"Ik zal ook van den oppersten tak des hogen ceders nemen, dat Ik zetten zal; van het opperste zijner jonge takjes zal Ik een tederen afplukken, denwelken Ik op een hogen en verhevenen berg planten zal" (Ezech. 17:22). Wat daaruit groeit staat er meteen bij: "hij zal takken voortbrengen, en vrucht dragen, en hij zal tot een heerlijken ceder worden, dat onder hem wonen zal alle gevogelte van allerlei vleugel" (Ezech. 17:23). En het slot geeft de reden: "Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb" (Ezech. 17:24).

Bijbelse betekenis: Eerst in zijn eigen tijd. Twee arenden hebben met de ceder gedaan wat zij wilden, en het is op niets uitgelopen; nu neemt God Zelf een takje uit datzelfde koningshuis en plant het. Wat mensen met de troon van David hebben aangericht, maakt de belofte niet ongedaan. Let vervolgens op het woord teder. Het gaat om het kleinste en zwakste twijgje, en juist dat wordt een heerlijke ceder waar de vogels in wonen. Dat is de omkering die het slotvers uitspreekt: de hoge boom vernederd, de droge boom bloeiend gemaakt. Let ten slotte op de plaats: een hoge en verheven berg in Israël. Dat is dezelfde verwachting als bij Jesaja, waar de berg van het huis des HEEREN vastgesteld wordt boven de heuvelen (reeds behandeld bij Jes. 2:2).

Typologie: De Heere Jezus gebruikt bijna hetzelfde beeld voor het Koninkrijk: het mosterdzaad is het minste van alle zaden en wordt een boom, "alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken" (Matt. 13:32). En de SPRUIT uit de afgehouwen tronk staat elders in het register (reeds behandeld bij Jes. 11:1).

Ezech. 17:22-24; Jes. 2:2; Matt. 13:32; Jes. 11:1

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen

Een teder takje op een hogen berg — 17:1-24

Ezechiël krijgt een raadsel op te geven. Een grote arend breekt de top uit een ceder en brengt die naar een handelsstad; een tweede arend lokt de overgebleven wijnstok naar zich toe. Het gaat over Nebukadnezar, over Zedekia en over een verbond dat gebroken werd.

Waar mensen takken afbreken en verplanten, zegt God dat Hij zélf een takje zal nemen en planten.

Het raadsel loopt slecht af. Zedekia heeft de eed gebroken die hij bij God gezworen had, en Ezechiël zegt onomwonden dat het niet zal gelukken. Zijn leger zal vallen en hij zal in Babel sterven.

En dan volgt in vers 22 een omkering die het hele hoofdstuk kantelt. Wat de arenden deden — nemen, afbreken, verplanten — doet God nu zelf, maar dan tot leven: Ik zal ook van den oppersten tak des hogen ceders nemen; van het opperste zijner jonge takjes zal Ik een tederen afplukken, denwelken Ik op een hogen en verheven berg planten zal.

De kanttekening zegt waar die ceder voor staat: de koninklijke stam, het koninkrijk Juda. En het takje is een scheut, hier uitdrukkelijk *teder* genoemd — klein, breekbaar, van geen betekenis om aan te zien.

Wat ervan wordt, staat in het volgende vers: hij zal takken voortbrengen en vrucht dragen, en hij zal tot een heerlijken ceder worden, dat onder hem wonen zal alle gevogelte van allerlei vleugel.

De kanttekening werkt die hoogte uit, en zij noemt twee dingen tegelijk. Ten eerste de wijd verbreide vermaardheid van het rijk van Christus. Ten tweede de hoogheid en waardigheid van de weldaden van Christus die daarin te verkrijgen zullen zijn. Voor de vrucht verwijst zij naar Psalm 85, Jesaja 11 en Daniël 9.

Het slot verklaart waarom: Ik, de HEERE, heb den hogen boom vernederd, den nederigen boom verhoogd, den groenen boom verdroogd en den drogen boom doen bloeien.

Christus vertelt van een mosterdzaad, het minste van alle zaden, dat een boom wordt waarin de vogelen des hemels nestelen. Dezelfde beweging, en bijna dezelfde woorden: klein begonnen, en groot genoeg om in te wonen.

  1. Ezechiël 17:4 — Mensen breken de top af en verplanten die naar Babel.
  2. Ezechiël 17:22 — God zegt: Ik zal zelf een teder takje nemen en planten.
  3. Ezechiël 17:23 — Het wordt een heerlijke ceder waarin alle gevogelte woont.
  4. Jesaja 11:1 — Een rijsje uit den afgehouwen tronk van Isaï.
  5. Ezechiël 17:24 — Ik heb den nederigen boom verhoogd en den drogen doen bloeien.
  6. Mattheüs 13:31-32 — Het mosterdzaad wordt een boom waarin de vogelen nestelen.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 13:31-32; Jesaja 11:1; Lukas 1:52; Daniël 4:12

Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet met name aan. De kanttekenaars betrekken het geplante takje uitgesproken op het rijk van Christus, en de beelden komen terug in de gelijkenis van het mosterdzaad.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezechiël 17

Ezechiël 17:24.KruisverwijzingenEzechiël 22:14Amos 9:11Ezechiël 24:14Psalmen 89:451 Samuël 2:7Ezechiël 21:26Jesaja 2:13Job 40:12
— Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
“Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.”

Kunnen onze gedachten terugvliegen naar de tijd toen er geen tijd was, naar de dag toen er geen dag was dan de Oude van dagen? Kunnen wij zo ver terug naar de tijd dat God alleen woonde? Toen waren deze ronde wereld en alles wat erop is nog niet uit Zijn hand gekomen. De zon vlamde nog niet in haar sterkte en de sterren flikkerden nog niet in hun helderheid.

Kunnen wij terug naar de tijd dat er geen engelen waren, toen cherubim en serafim nog niet geboren waren? En als er schepselen ouder zijn dan zij: toen waren ook die nog niet gevormd. Is het voor ons mogelijk zo ver terug te vliegen dat wij God aléén aanschouwen? Geen schepsel, geen ademtocht van een lied, geen beweging van een vleugel; God Zelf alleen, zonder een ander.

Toen had Hij werkelijk geen mededinger. Niemand kon toen met Hem twisten, want er was niemand. Alle macht en heerlijkheid en eer en majesteit waren in Hemzelf samengebracht. En wij hebben geen enkele reden om te geloven dat Hij toen minder heerlijk was dan nu, nu Zijn dienaren er hun vreugde in vinden Zijn welbehagen te doen. Ook niet dat Hij minder groot was dan nu. Nu heeft Hij werelden op werelden geschapen en in de ruimte geworpen, en met beide handen sterren over de hemel gestrooid. Hij zat op geen wankele troon. Hij had niemand nodig om iets aan Zijn macht toe te voegen. Hij had niemand nodig om Hem een inkomen van lof te brengen. Zijn algenoegzaamheid kon geen gebrek kennen.

Denk vervolgens aan het eeuwige voornemen van God om te scheppen. Hij besluit het in Zijn gedachten. Kon er iets anders dan een goddelijke beweegreden de goddelijke Bouwmeester bewegen? Wat moet die beweegreden geweest zijn? Hij schept om Zijn eigen volmaaktheden te vertonen. Hij brengt als het ware schepselen naar Zijn eigen beeld voort, om in hen te leven. En om aan anderen de blijdschap, het genoegen en de voldoening te tonen die Hij zo innig in Zichzelf gevoelt.

Ik ben er zeker van dat Zijn eigen heerlijkheid het doel geweest moet zijn dat Hij voor ogen had. Hij wilde Zijn heerlijkheid openbaren aan de mensenkinderen, aan de engelen en aan alle schepselen die Hij gevormd had, opdat zij Zijn eer zouden weerkaatsen en Zijn lof zouden zingen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content