Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 13

1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En des HEERENH3068 woordH1697 geschieddeH1961 totH413 mij, zeggendeH559: En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121, profeteerH5012 tegenH413 de profetenH5030 IsraelsH3478, die profeteren, en zegH559 tot degenen, die uit hun hartH3820 profeteren: HoortH8085 des HEERENH3068 woordH1697. Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord.

Ook in dit vers profeterenH5012 profeterenH5030

KJV Son1 of man,2 prophesy3 against the prophets5 of Israel6 that prophesy,7 and say8 thou unto them that prophesy9 out of their own hearts,10 Hear11 ye the word12 of the LORD;

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 הִנָּבֵ֛א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 נְבִיאֵ֥י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 הַנִּבָּאִ֑ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 8 וְאָֽמַרְתָּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 לִנְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 10 מִלִּבָּ֔ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 שִׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: WeeH1945 overH5921 die dwazeH5036 profetenH5030, dieH834 hun geestH7307 nawandelenH1980, en hetgeen zij nietH1115 gezienH7200 hebben! Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 Woe5 unto the foolish8 prophets,7 that follow10 their own spirit,12 and have seen

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 ה֖וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַנְּבִיאִ֣ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 הַנְּבָלִ֑ים H5036 dwaas, dwazen, dwaze fool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הֹלְכִ֛ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 11 אַחַ֥ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 12 רוּחָ֖ם H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 13 וּלְבִלְתִּ֥י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 14 רָאֽוּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Uw profetenH5030, o IsraelH3478, zijnH1961 als vossenH7776 in de woeste plaatsenH2723. Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen.

KJV O Israel,4 thy prophets3 are like the foxes1 in the deserts.

1 כְּשֻׁעָלִ֖ים H7776 vossen, vos fox 2 בָּחֳרָב֑וֹת H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 3 נְבִיאֶ֥יךָ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 4 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 הָיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Gij zijt in de bressenH6556 niet opgetredenH5927, noch hebt den muurH1447 toegemuurdH1443 voor het huisH1004 IsraelsH3478, om in den strijdH4421 te staanH5975, ten dageH3117 des HEERENH3068. Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.

KJV Ye have not gone up2 into the gaps,3 neither made up4 the hedge5 for the house7 of Israel8 to stand9 in the battle10 in the day11 of the LORD.

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 עֲלִיתֶם֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 בַּפְּרָצ֔וֹת H6556 scheur, breuk, bressen breach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap 4 וַתִּגְדְּר֥וּ H1443 toegemuurd, metselaars, metselaren close up, fence up, hedge, inclose, make up (a wall), mason, repairer 5 גָדֵ֖ר H1447 muur, muren, heiningmuur fence, hedge, wall 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 לַעֲמֹ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 10 בַּמִּלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 11 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Zij zienH2372 ijdelheidH7723 en leugenachtigeH3577 voorzeggingH7081, die daar zeggenH559: De HEEREH3068 heeft gesprokenH5002, daar de HEEREH3068 hen nietH3808 gezondenH7971 heeft; en zij geven hopeH3176 van het woordH1697 te zullen bevestigenH6965. Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.

KJV They have seen1 vanity2 and lying4 divination,3 saying,5 The LORD7 saith:6 and the LORD8 hath not sent10 them: and they have made others to hope11 that they would confirm12 the word.

1 חָ֤זוּ H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 2 שָׁוְא֙ H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 3 וְקֶ֣סֶם H7081 waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging (reward of) divination, divine sentence, witchcraft 4 כָּזָ֔ב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 5 הָאֹֽמְרִים֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 שְׁלָחָ֑ם H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 וְיִֽחֲל֖וּ H3176 hopen, gehoopt, hope (cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait 12 לְקַיֵּ֥ם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 13 דָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ziet gij nietH3808 een ijdelH7723 gezichtH4236, en spreekt een leugenachtigeH3577 voorzeggingH4738, als gij zegtH559: De HEEREH3068 spreekt, daar IkH589 nietH3808 gesprokenH559 heb? Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?

Ook in dit vers spreektH1696 spreektH5002

KJV Have ye not seen4 a vain3 vision,2 and have ye not spoken13 a lying6 divination,5 whereas ye say,7 The LORD10 saith9 it; albeit I have not spoken?

1 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 מַֽחֲזֵה H4236 gezicht vision 3 שָׁוְא֙ H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 4 חֲזִיתֶ֔ם H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 5 וּמִקְסַ֥ם H4738 voorzegging, waarzegging divination 6 כָּזָ֖ב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 7 אֲמַרְתֶּ֑ם H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 וְאֹֽמְרִים֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 וַאֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 דִבַּֽרְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DaaromH3651 zo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: omdat gijlieden ijdelheidH7723 spreekt, en leugenH3577 ziet; daaromH3651, zietH2005, Ik wil aanH413 u, spreekt de HeereH136 HEEREH3069. Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.

Ook in dit vers spreektH1696 spreektH5002

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Because ye have spoken7 vanity,8 and seen9 lies,10 therefore, behold, I am against you, saith14 the Lord15 GOD.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 יַ֚עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 7 דַּבֶּרְכֶ֣ם H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 שָׁ֔וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 9 וַחֲזִיתֶ֖ם H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 10 כָּזָ֑ב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 11 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 12 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 13 אֲלֵיכֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 15 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 16 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Mijn handH3027 zal zijnH1961 tegenH413 de profetenH5030, die ijdelheidH7723 zienH2374, en leugenH3577 voorzeggenH7080; zij zullen in de vergaderingH5475 Mijns volksH5971 nietH3808 zijnH1961, en in het schriftH3791 van het huisH1004 IsraelsH3478 nietH3808 geschrevenH3789 worden, en in het landH127 IsraelsH3478 nietH3808 komenH935; en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HeereH136 HEEREH3069 ben. En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

KJV And mine hand2 shall be upon the prophets4 that see5 vanity,6 and that divine7 lies:8 they shall not be in the assembly9 of my people,10 neither shall they be written17 in the writing13 of the house14 of Israel,15 neither shall they enter22 into the land19 of Israel;20 and ye shall know23 that I am the Lord26 GOD.

1 וְהָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יָדִ֗י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַנְּבִיאִ֞ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 5 הַחֹזִ֣ים H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 6 שָׁוְא֮ H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 7 וְהַקֹּסְמִ֣ים H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 8 כָּזָב֒ H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 9 בְּס֧וֹד H5475 raad, verborgenheid, heimelijke assembly, consel, inward, secret (counsel) 10 עַמִּ֣י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִהְי֗וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 וּבִכְתָ֤ב H3791 schrift, geschrift, voorschrift register, scripture, writing 14 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִכָּתֵ֔בוּ H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 18 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 אַדְמַ֥ת H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 20 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 21 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 יָבֹ֑אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 וִידַעְתֶּ֕ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 24 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 25 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 26 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 27 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volkH5971 verleidenH2937, zeggendeH559: VredeH7965, daar geenH369 vredeH7965 is; en datH1931 de een een lemen wandH2434 bouwtH1129, en zietH2009, de anderen denzelven pleisterenH2902 met lozeH8602 kalk. Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.

KJV Because, even because they have seduced3 my people,5 saying,6 Peace;7 and there was no peace;9 and one built up11 a wall,12 and, lo,13 others daubed14 it with untempered

1 יַ֣עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 2 וּבְיַ֜עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 3 הִטְע֧וּ H2937 verleiden seduce 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 עַמִּ֛י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 לֵאמֹ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 שָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 8 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 שָׁל֑וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 10 וְהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 בֹּ֣נֶה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 12 חַ֔יִץ H2434 lemen wand wall 13 וְהִנָּ֛ם H2009 ziet, zie behold, lo, see 14 טָחִ֥ים H2902 pleisteren, bestreken, gepleisterd daub, overlay, plaister, smut 15 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 תָּפֵֽל H8602 loze, kalk, ongerijmdheid foolish things, unsavoury, untempered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 ZegH559 totH413 degenen, die met loze kalkH8602 pleisterenH2902, dat hij omvallenH5307 zal; er zal een overstelpendeH7857 plasregenH1653 zijnH1961; en gijH859, o grote hagelstenenH417, zult vallenH5307, en een grote stormwindH7307 zal hem splijtenH1234. Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.

KJV Say1 unto them which daub3 it with untempered4 morter, that it shall fall:5 there shall be an overflowing8 shower;7 and ye,9 O great hailstones,11 shall fall;12 and a stormy14 wind13 shall rend

1 אֱמֹ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 טָחֵ֥י H2902 pleisteren, bestreken, gepleisterd daub, overlay, plaister, smut 4 תָפֵ֖ל H8602 loze, kalk, ongerijmdheid foolish things, unsavoury, untempered 5 וְיִפֹּ֑ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 6 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 גֶּ֣שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 8 שׁוֹטֵ֗ף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 9 וְאַתֵּ֜נָה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 אַבְנֵ֤י H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 11 אֶלְגָּבִישׁ֙ H417 hagelstenen great hail(-stones) 12 תִּפֹּ֔לְנָה H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 13 וְר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 סְעָר֖וֹת H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 15 תְּבַקֵּֽעַ H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ZietH2009, als die wandH7023 zal gevallenH5307 zijn, zal dan nietH3808 totH413 u gezegdH559 worden: WaarH834 is de pleisteringH2915, waarmede gij gepleisterdH2902 hebt? Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?

KJV Lo, when the wall3 is fallen,2 shall it not be said5 unto you, Where is the daubing8 wherewith ye have daubed

1 וְהִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 נָפַ֣ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 3 הַקִּ֑יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 4 הֲלוֹא֙ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יֵאָמֵ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֲלֵיכֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אַיֵּ֥ה H346 waar? where 8 הַטִּ֖יחַ H2915 pleistering daubing 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 טַחְתֶּֽם H2902 pleisteren, bestreken, gepleisterd daub, overlay, plaister, smut
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 DaaromH3651 alzo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Ja, Ik zal hem door een groten stormwindH7307 in Mijn grimmigheidH2534 splijtenH1234, en er zal een overstelpendeH7857 plasregenH1653 zijnH1961 in Mijn toornH639, en grote hagelstenenH417 in Mijn grimmigheidH2534, om dien te verdoenH3617. Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 I will even rend6 it with a stormy8 wind7 in my fury;9 and there shall be an overflowing11 shower10 in mine anger,12 and great hailstones15 in my fury16 to consume

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 וּבִקַּעְתִּ֥י H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 7 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 8 סְעָר֖וֹת H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 9 בַּֽחֲמָתִ֑י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 10 וְגֶ֤שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 11 שֹׁטֵף֙ H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 12 בְּאַפִּ֣י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 13 יִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 וְאַבְנֵ֥י H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 15 אֶלְגָּבִ֖ישׁ H417 hagelstenen great hail(-stones) 16 בְּחֵמָ֥ה H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 17 לְכָלָֽה H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zo zal Ik den wandH7023 afbrekenH2040, dienH834 gijlieden met lozeH8602 kalk gepleisterdH2902 hebt, en zal hem ter aardeH776 nederwerpenH5060, dat zijn grondH3247 zal ontdektH1540 worden; alzo zal de stad vallenH5307, en gij zult in het middenH8432 van haar omkomenH3615; en gij zult wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben. Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV So will I break down1 the wall3 that ye have daubed5 with untempered6 morter, and bring7 it down to the ground,9 so that the foundation11 thereof shall be discovered,10 and it shall fall,12 and ye shall be consumed13 in the midst14 thereof: and ye shall know15 that I am the LORD.

1 וְהָ֨רַסְתִּ֜י H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַקִּ֨יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 טַחְתֶּ֥ם H2902 pleisteren, bestreken, gepleisterd daub, overlay, plaister, smut 6 תָּפֵ֛ל H8602 loze, kalk, ongerijmdheid foolish things, unsavoury, untempered 7 וְהִגַּעְתִּ֥יהוּ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 וְנִגְלָ֣ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 11 יְסֹד֑וֹ H3247 bodem, fondamenten, grond bottom, foundation, repairing 12 וְנָֽפְלָה֙ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 13 וּכְלִיתֶ֣ם H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 14 בְּתוֹכָ֔הּ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 15 וִֽידַעְתֶּ֖ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Zo zal Ik Mijn grimmigheidH2534 tegen den wandH7023 voortbrengenH3615, en tegen degenen, die hem pleisterenH2902 met lozeH8602 kalk; en Ik zal tot ulieden zeggenH559: Die wandH7023 is er nietH369 meer, en die hem pleisterdenH2902, zijn er nietH369; Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet;

KJV Thus will I accomplish1 my wrath3 upon the wall,4 and upon them that have daubed5 it with untempered7 morter, and will say8 unto you, The wall11 is no more, neither they that daubed

1 וְכִלֵּיתִ֤י H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 חֲמָתִי֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 4 בַּקִּ֔יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 5 וּבַטָּחִ֥ים H2902 pleisteren, bestreken, gepleisterd daub, overlay, plaister, smut 6 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 תָּפֵ֑ל H8602 loze, kalk, ongerijmdheid foolish things, unsavoury, untempered 8 וְאֹמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 לָכֶם֙ 10 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 הַקִּ֔יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 12 וְאֵ֖ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 הַטָּחִ֥ים H2902 pleisteren, bestreken, gepleisterd daub, overlay, plaister, smut 14 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Te weten de profeten Israels, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Te weten de profetenH5030 IsraelsH3478, die van JeruzalemH3389 profeterenH5012, en voor haar een gezichtH2377 des vredesH7965 zienH2374, waar geenH369 vredeH7965 is, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Te weten de profeten Israels, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.

KJV To wit, the prophets1 of Israel2 which prophesy3 concerning Jerusalem,5 and which see6 visions8 of peace9 for her, and there is no peace,11 saith12 the Lord13 GOD.

1 נְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 הַֽנִבְּאִים֙ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 וְהַחֹזִ֥ים H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 7 לָ֖הּ 8 חֲז֣וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 9 שָׁלֹ֑ם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 10 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 שָׁלֹ֔ם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 12 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 14 יְהֹוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En gijH859, mensenkindH1121, zetH7760 uw aangezichtH6440 tegen de dochterenH1323 uws volksH5971, dewelke profeterenH5012 uit haar hartH3820, en profeteerH5012 tegen haar; En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar;

KJV Likewise, thou son2 of man,3 set4 thy face5 against the daughters7 of thy people,8 which prophesy9 out of their own heart;10 and prophesy

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 שִׂ֤ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 פָּנֶ֨יךָ֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 בְּנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 8 עַמְּךָ֔ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַמִּֽתְנַבְּא֖וֹת H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 10 מִֽלִּבְּהֶ֑ן H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 וְהִנָּבֵ֖א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 12 עֲלֵיהֶֽן H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zegH559: ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: WeeH1945 die vrouwen, die kussensH3704 naaienH8609 voor alleH3605 okselenH679 der armenH3027, en makenH6213 hoofddekselsH4555 voor het hoofdH7218 van alleH3605 statuurH6967, om de zielenH5315 te jagenH6679! Zult gij de zielenH5315 Mijns volksH5971 jagenH6679, en zult gij u de zielenH5315 in het leven behoudenH2421? En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden?

KJV And say,1 Thus saith3 the Lord4 GOD;5 Woe6 to the women that sew7 pillows8 to all armholes,11 and make13 kerchiefs14 upon the head16 of every stature18 to hunt19 souls!20 Will ye hunt22 the souls21 of my people,23 and will ye save26 the souls24 alive

1 וְאָמַרְתָּ֞ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הוֹי֩ H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 7 לִֽמְתַפְּר֨וֹת H8609 naaien, genaaid, hechtten (women that) sew (together) 8 כְּסָת֜וֹת H3704 kussens pillow 9 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אַצִּילֵ֣י H679 oksel, okselen, oksels (arm) hole, great 12 יָדַ֗י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 וְעֹשׂ֧וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 הַמִּסְפָּח֛וֹת H4555 hoofddeksels kerchief 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 קוֹמָ֖ה H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 19 לְצוֹדֵ֣ד H6679 jagen, jaagt, gejaagd chase, hunt, sore, take (provision) 20 נְפָשׁ֑וֹת H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 21 הַנְּפָשׁוֹת֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 22 תְּצוֹדֵ֣דְנָה H6679 jagen, jaagt, gejaagd chase, hunt, sore, take (provision) 23 לְעַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 24 וּנְפָשׁ֖וֹת H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 25 לָכֶ֥נָה 26 תְחַיֶּֽינָה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En zult gij Mij ontheiligenH2490 bij Mijn volkH5971, voor handvollenH8168 van gerstH8184, en voor stukkenH6595 broodsH3899, om zielenH5315 te dodenH4191, dieH834 nietH3808 zouden stervenH4191, en om zielenH5315 in het levenH2421 te behouden, dieH834 nietH3808 zouden levenH2421, door uw liegenH3576 totH413 Mijn volkH5971, dat de leugenH3577 hoortH8085? En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?

KJV And will ye pollute1 me among my people4 for handfuls5 of barley6 and for pieces7 of bread,8 to slay9 the souls10 that should not die,13 and to save14 the souls15 alive18 that should not live, by your lying19 to my people20 that hear21 your lies?

1 וַתְּחַלֶּלְ֨נָה H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 2 אֹתִ֜י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עַמִּ֗י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 בְּשַׁעֲלֵ֣י H8168 handvollen, vuist handful, hollow of the hand 6 שְׂעֹרִים֮ H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley 7 וּבִפְת֣וֹתֵי H6595 bete, stukken, stuk meat, morsel, piece 8 לֶחֶם֒ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 9 לְהָמִ֤ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 10 נְפָשׁוֹת֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תְמוּתֶ֔נָה H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 14 וּלְחַיּ֥וֹת H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 15 נְפָשׁ֖וֹת H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 תִֽחְיֶ֑ינָה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 19 בְּכַ֨זֶּבְכֶ֔ם H3576 liegen, leugenachtig, liege fail, (be found a, make a) liar, lie, lying, be in vain 20 לְעַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 21 שֹׁמְעֵ֥י H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 22 כָזָֽב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 DaaromH3651, zo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZietH2005, Ik wil aan uw kussensH3704, waarmede gijH859 aldaarH8033 de zielenH5315 jaagtH6679 naarH413 de bloemhovenH6524, en Ik zal ze uit uw armenH2220 wegscheurenH7167; en Ik zal die zielenH5315 losmakenH7971, de zielenH5315, die gijH859 jaagtH6679 naar de bloemhovenH6524. Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.

KJV Wherefore thus saith3 the Lord4 GOD;5 Behold, I am against your pillows,8 wherewith ye10 there hunt11 the souls14 to make them fly,15 and I will tear16 them from your arms,19 and will let the souls22 go,20 even the souls27 that ye hunt25 to make them fly.

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הִנְנִ֤י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כִּסְּתוֹתֵיכֶ֨נָה֙ H3704 kussens pillow 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 אַ֠תֵּנָה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 11 מְצֹדְד֨וֹת H6679 jagen, jaagt, gejaagd chase, hunt, sore, take (provision) 12 שָׁ֤ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַנְּפָשׁוֹת֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 15 לְפֹ֣רְח֔וֹת H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 16 וְקָרַעְתִּ֣י H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 17 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 מֵעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑ם H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 20 וְשִׁלַּחְתִּי֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 הַנְּפָשׁ֔וֹת H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 23 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 24 אַתֶּ֛ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 25 מְצֹדְד֥וֹת H6679 jagen, jaagt, gejaagd chase, hunt, sore, take (provision) 26 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 נְפָשִׁ֖ים H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 28 לְפֹרְחֹֽת H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Daartoe zal Ik uw hoofddekselsH4555 scheurenH7167, en Mijn volkH5971 uit uw handH3027 reddenH5337, zodat zijH1961 nietH3808 meerH5750 in uw handH3027 zullen zijn tot een jachtH4686; en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben. Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV Your kerchiefs3 also will I tear,1 and deliver4 my people6 out of your hand,7 and they shall be no more in your hand11 to be hunted;12 and ye shall know13 that I am the LORD.

1 וְקָרַעְתִּ֞י H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מִסְפְּחֹֽתֵיכֶ֗ם H4555 hoofddeksels kerchief 4 וְהִצַּלְתִּ֤י H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 מִיֶּדְכֶ֔ן H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יִהְי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 11 בְּיֶדְכֶ֖ן H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 לִמְצוּדָ֑ה H4686 Burg, vesting, burg castle, defense, fort(-ress), (strong) hold, be hunted, net, snare, strong place 13 וִֽידַעְתֶּ֖ן H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Omdat gijlieden het hartH3820 des rechtvaardigenH6662 door valsheidH8267 hebt bedroefdH3512 gemaakt, daar IkH589 hem geenH3808 smart aangedaanH3510 heb; en omdat gij de handenH3027 des goddelozenH7451 gesterktH2388 hebt, opdat hij zich van zijn bozenH7563 wegH1870 niet afkerenH7725 zou, dat Ik hem in het leven behieldH2421; Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield;

KJV Because with lies5 ye have made the heart3 of the righteous4 sad,2 whom I have not made sad;8 and strengthened9 the hands10 of the wicked,15 that he should not return13 from his wicked11 way,14 by promising him life:

1 יַ֣עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 2 הַכְא֤וֹת H3512 bedroefd, smart bevangen, verslagene broken, be grieved, make sad 3 לֵב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 צַדִּיק֙ H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 5 שֶׁ֔קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 6 וַאֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הִכְאַבְתִּ֑יו H3510 smart, smart aangedaan, verderven grieving, mar, have pain, make sad (sore), (be) sorrowful 9 וּלְחַזֵּק֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 10 יְדֵ֣י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 רָשָׁ֔ע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 12 לְבִלְתִּי H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 13 שׁ֛וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 מִדַּרְכּ֥וֹ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 15 הָרָ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 16 לְהַחֲיֹתֽוֹ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 DaaromH3651 zult gij niet meerH5750 ijdelheidH7723 zienH2372, noch waarzeggingH7081 gebruikenH7080; maar Ik zal Mijn volkH5971 uit uw handH3027 reddenH5337, en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben. Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV Therefore ye shall see4 no more vanity,2 nor divine7 divinations:5 for I will deliver9 my people11 out of your hand:12 and ye shall know13 that I am the LORD.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 שָׁ֚וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תֶחֱזֶ֔ינָה H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 5 וְקֶ֖סֶם H7081 waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging (reward of) divination, divine sentence, witchcraft 6 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תִקְסַ֣מְנָה H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 8 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 וְהִצַּלְתִּ֤י H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 מִיֶּדְכֶ֔ן H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 וִֽידַעְתֶּ֖ן H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 13:2 Ezechiël 13:17 Jeremia 37:19 Ezechiël 22:25 Ezechiël 22:28 Jesaja 9:15 Jesaja 1:10 Jeremia 29:31 Micha 3:11
Ezechiël 13:3 Jeremia 23:28 Klaagliederen 2:14 Hosea 9:7 Zacharia 11:15 2 Timotheüs 3:9 1 Korinthe 9:16 Lukas 11:42 Ezechiël 13:6
Ezechiël 13:4 Galaten 2:4 Efeze 4:14 Openbaring 13:11 Mattheüs 7:15 Micha 2:11 Romeinen 16:18 Openbaring 19:20 Titus 1:10
Ezechiël 13:5 Ezechiël 22:30 Jesaja 58:12 Psalmen 106:23 Jeremia 23:22 Jesaja 13:6 Jesaja 13:9 Klaagliederen 2:13 Openbaring 16:14
Ezechiël 13:6 Ezechiël 22:28 Jeremia 28:15 Jeremia 14:14 Ezechiël 21:29 Jeremia 29:8 Jeremia 37:19 1 Koningen 22:6 2 Thessalonicenzen 2:11
Ezechiël 13:7 Mattheüs 24:23 Ezechiël 13:2 Ezechiël 13:6
Ezechiël 13:8 Ezechiël 5:8 Ezechiël 21:3 Nahum 2:13 Ezechiël 28:22 Ezechiël 35:3 Ezechiël 26:3 1 Timotheüs 4:8 Ezechiël 29:10
Ezechiël 13:9 Psalmen 69:28 Psalmen 87:6 Ezechiël 20:38 Ezra 2:59 Daniël 12:1 Jeremia 28:15 Jeremia 20:3 Nehemia 7:64
Ezechiël 13:10 Ezechiël 13:16 Jeremia 6:14 Ezechiël 22:28 Jeremia 14:13 2 Koningen 21:9 Jeremia 8:11 Jeremia 5:31 Jeremia 8:15
Ezechiël 13:11 Ezechiël 38:22 Jesaja 28:2 Lukas 6:48 Jesaja 29:6 Psalmen 11:6 Psalmen 32:6 Jesaja 32:19 Psalmen 18:13
Ezechiël 13:12 Deuteronomium 32:37 Klaagliederen 2:14 Jeremia 29:31 2 Koningen 3:13 Richteren 10:14 Jeremia 37:19 Richteren 9:38 Jeremia 2:28
Ezechiël 13:13 Jesaja 30:30 Psalmen 148:8 Openbaring 16:21 Openbaring 11:19 Psalmen 18:12 Exodus 9:18 Psalmen 105:32 Jona 1:4
Ezechiël 13:14 Jeremia 6:15 Micha 1:6 Habakuk 3:13 Ezechiël 13:9 Jeremia 14:15 Ezechiël 13:21 Psalmen 11:3 1 Korinthe 3:11
Ezechiël 13:15 Nehemia 4:3 Psalmen 62:3 Jesaja 30:13
Ezechiël 13:16 Jeremia 6:14 Ezechiël 13:10 Jeremia 8:11 Jeremia 5:31 Jeremia 29:31 Jeremia 28:9 Jeremia 28:1 Jesaja 57:20
Ezechiël 13:17 Ezechiël 13:2 Richteren 4:4 2 Koningen 22:14 Openbaring 2:20 Lukas 2:36 Jesaja 3:16 2 Petrus 2:1 Ezechiël 20:46
Ezechiël 13:18 2 Petrus 2:14 Ezechiël 13:20 Efeze 4:14 2 Timotheüs 4:3 Ezechiël 22:25 Ezechiël 13:16 Jeremia 6:14 Jeremia 4:10
Ezechiël 13:19 Spreuken 28:21 Micha 3:5 Ezechiël 20:39 Ezechiël 22:26 Jeremia 23:17 Jeremia 23:14 1 Petrus 5:2 Spreuken 19:27
Ezechiël 13:20 Ezechiël 13:15 Ezechiël 13:18 2 Timotheüs 3:8 Ezechiël 13:8
Ezechiël 13:21 Psalmen 91:3
Ezechiël 13:22 Jeremia 23:14 Jeremia 29:32 Jeremia 8:11 Jeremia 23:17 Jeremia 28:16 Ezechiël 33:14 Jeremia 6:14 2 Petrus 2:18
Ezechiël 13:23 Ezechiël 13:21 Micha 3:6 Ezechiël 12:24 Zacharia 13:3 Openbaring 12:9 Ezechiël 34:10 Openbaring 12:11 Markus 13:22
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 13 vers 2

profeten Israëls, Te weten die daar in Chaldea waren onder de weggevoerde Joden, die hen wilden wijsmaken dat zij in hun vaderland haast zouden wederkeren; zie van dezen ook Jer. 29:8 . Zij hadden ook hunne metgezellen in Jeruzalem; Jer. 23:16-17 .

Hertaald: profeten Israëls, Namelijk zij die daar in Chaldea onder de weggevoerde Joden waren en hun wilden wijsmaken dat zij spoedig naar hun vaderland zouden terugkeren; zie over hen ook Jer. 29:8. Zij hadden ook hun geestverwanten in Jeruzalem; Jer. 23:16-17.

die profeteren, Dat is, die het profetisch ambt, doch valselijk, zich aantrekken.

Hertaald: die profeteren, Dat is: zij die zich het profetische ambt ten onrechte aanmatigen.

uit hun hart profeteren Hebreeuws, de profeten uit hun hart, dat is, die profeteren hetgeen uit hun eigen goeddunken, oordeel en drijving voortkomt, en niet van God. Zulke profeten worden gezegd valse gezichten en de bedriegerij van hun hart te profeteren, Jer. 14:14 , van de gezichten van hun hart te spreken, Jer. 23:16 ; profeten te zijn van de bedriegerij van hun hart, Jer. 23:26 ; hunnen geest na te wandelen; hier in vs.3. Zie het tegendeel Num. 16:28 , en de aantekening aldaar.

Hertaald: uit hun hart profeteren Hebreeuws: de profeten uit hun hart; dat is: zij die profeteren wat uit hun eigen goeddunken, oordeel en aandrang voortkomt en niet van God. Van zulke profeten wordt gezegd dat zij valse gezichten en het bedrog van hun hart profeteren (Jer. 14:14), dat zij spreken van de gezichten van hun hart (Jer. 23:16), dat zij profeten zijn van het bedrog van hun hart (Jer. 23:26), en dat zij hun eigen geest navolgen, hier in vers 3. Zie het tegendeel in Num. 16:28 met de aantekening daar.

Ezechiël 13 vers 3

hun geest nawandelen, Dat is, hun eigen verstand en ingeving volgen in het voorstellen van hun gewaande profetieën. Vergelijk de aantekening op vs.2.

Hertaald: hun geest nawandelen, Dat is: hun eigen verstand en ingeving volgen bij het voorstellen van hun vermeende profetieën. Vergelijk de aantekening bij vers 2.

niet gezien hebben Te weten dat hun in enig gezicht van God vertoond zou zijn, om dat uit zijn naam het volk te verkondigen. Het woord zien is dikwijls aldus genomen, gelij Num. 24:4 ; Jes. 30:10 ; Klaagl. 2:14 , en hier onder vs.6-8. Hiervan worden de profeten zieners genaamd. Zie 1 Sam. 9:9 , en 2 Kron. 9:29 .

Hertaald: niet gezien hebben Namelijk dat hun in een gezicht door God getoond zou zijn om dat uit Zijn naam aan het volk te verkondigen. Het woord zien wordt vaak zo opgevat, zoals Num. 24:4; Jes. 30:10; Klaagl. 2:14, en hier hieronder vers 6-8. Daarom worden de profeten zieners genoemd. Zie 1 Sam. 9:9 en 2 Kron. 9:29.

Ezechiël 13 vers 4

als vossen in de woeste plaatsen Te weten die, in woeste, dorre en verlaten plaatsen zijnde, waar zeer weinig te roven is, zeer gretig zijn om het allerslechtste, waar zij het krijgen kunnen, op te snappen.

Hertaald: als vossen in de woeste plaatsen Namelijk vossen die, wanneer zij zich in woeste, dorre en verlaten streken bevinden waar zeer weinig te roven valt, zeer gretig zijn om het allerminste weg te grissen waar zij het maar kunnen krijgen.

Ezechiël 13 vers 5

Gij zijt Te weten valse profeten.

Hertaald: Gij zijt Namelijk valse profeten.

in de bressen niet opgetreden, Het is ene gelijkenis, genomen van den krijgshandel, waar de kloeke soldaten zich in de bres, die in den stadsmuur van den vijand gemaakt is, moedig stellen, om den vijand daaruit te houden; hetwelk de valse profeten moesten nagevolgd hebben met gebeden tot God en vermaningen tot de gemeente, om de oordelen en straffen Gods af te keren. Zie dezelfde manier van spreken Ps. 106:23 , Ps. 106:30 , en onder Ezech. 22:30 .

Hertaald: in de bressen niet opgetreden, Het is een vergelijking, ontleend aan de oorlogvoering, waarbij de dappere soldaten zich moedig in de bres opstellen die de vijand in de stadsmuur geslagen heeft, om hem daaruit te houden. Dat hadden de valse profeten moeten navolgen met gebeden tot God en vermaningen aan de gemeente, om Gods oordelen en straffen af te wenden. Zie dezelfde manier van spreken in Ps. 106:23, Ps. 106:30 en hieronder Ezech. 22:30.

den muur toegemuurd Te weten als hij gebroken was; het is een andere gelijkenis, genomen van de hoven, welker heiningen en muren, als zij beschadigd zijn van de wilde dieren, moeten voorzien worden tegen nieuwen inval derzelven. Zie van dezelfde gelijkenis onder Ezech. 22:30 .

Hertaald: den muur toegemuurd Namelijk wanneer die gebroken was. Het is een tweede vergelijking, ontleend aan de tuinen, waarvan de heggen en muren, wanneer zij door wilde dieren beschadigd zijn, hersteld moeten worden tegen een nieuwe inval daarvan. Zie dezelfde vergelijking hieronder Ezech. 22:30.

ten dage des HEEREN Versta den tijd, in welken de Heere de Chaldeën over de Israëlieten uitzenden zou, om hen te verderven. Dag des Heeren voor dag der straf, of wraak. Zie Job 24:1 .

Hertaald: ten dage des HEEREN Versta: de tijd waarin de HEERE de Chaldeeën op de Israëlieten zou afzenden om hen te verderven. Dag des HEEREN staat hier voor dag van de straf of de wraak. Zie Job 24:1.

Ezechiël 13 vers 6

Zij zien Te weten de valse profeten, die Ezechiël in den tweeden persoon toegesproken had, vs.5, van wie hij nu spreekt in den derden persoon, alsook boven vs.4. Zie van dergelijke verandering in persoon, Job 18:4 .

Hertaald: Zij zien Namelijk de valse profeten, die Ezechiël in vers 5 in de tweede persoon toegesproken had en over wie hij nu in de derde persoon spreekt, zoals ook hierboven in vers 4. Zie over zo'n verandering van persoon Job 18:4.

ijdelheid Zie boven Ezech. 12:24 .

Hertaald: ijdelheid Zie hierboven Ezech. 12:24.

leugenachtige voorzegging, Hebreeuws, voorzegging der leugen.

Hertaald: leugenachtige voorzegging, Hebreeuws: voorzegging van de leugen.

woord te zullen bevestigen Of, de zaak, te weten die zij als ene profetie van God voortkomende valselijk uitgegeven hebben.

Hertaald: woord te zullen bevestigen Of: de zaak, namelijk die zij ten onrechte hebben uitgegeven als een profetie die van God komt.

Ezechiël 13 vers 7

Ziet gij niet Deze vraag verzekert sterkelijk.

Hertaald: Ziet gij niet Deze vraag bevestigt met nadruk.

ijdel gezicht, Hebreeuws, een gezicht der ijdelheid, alzo boven Ezech. 12:24 . Zie de aantekening.

Hertaald: ijdel gezicht, Hebreeuws: een gezicht van de ijdelheid, zoals hierboven Ezech. 12:24. Zie de aantekening daar.

een leugenachtige voorzegging, Hebreeuws, ene voorzegging der leugen.

Hertaald: een leugenachtige voorzegging, Hebreeuws: een voorzegging van de leugen.

zegt Te weten tot het volk.

Hertaald: zegt Namelijk tot het volk.

Ik niet gesproken heb? Namelijk Ik de Heere.

Hertaald: Ik niet gesproken heb? Namelijk Ik, de HEERE.

Ezechiël 13 vers 8

Ik wil aan u, Te weten om u te straffen. Vergelijk Jer. 21:13 , met de aantekening.

Hertaald: Ik wil aan u, Namelijk om u te straffen. Vergelijk Jer. 21:13 met de aantekening.

Ezechiël 13 vers 9

Mijn hand zal zijn tegen de profeten, Dat is, mijne kracht om te straffen en te verderven; alzo Ex. 9:3 ; Richt. 2:15 ; 1 Sam. 12:15 .

Hertaald: Mijn hand zal zijn tegen de profeten, Dat is: Mijn kracht om te straffen en te verderven; zo ook Ex. 9:3; Richt. 2:15; 1 Sam. 12:15.

in de vergadering Mijns volks Alzo wordt het woord sod genomen, Ps. 89:8 , en Ps. 111:1 . De zin is dat de valse profeten niet onder Gods uitverkoren volk zouden gerekend, noch zijn geestelijke goederen mede deelachtig worden.

Hertaald: in de vergadering Mijns volks Zo wordt het woord sod opgevat in Ps. 89:8 en Ps. 111:1. De betekenis is dat de valse profeten niet tot Gods uitverkoren volk gerekend zouden worden en ook niet zouden delen in Zijn geestelijke goederen.

schrift Dat is, in het register der ware kinderen Gods; vergelijk Ex. 32:32 , en de aantekening; idem, Ps. 69:29 , en de aantekening; Luc. 10:20 ; Openb. 13:8 , en Openb. 17:8 , en Openb. 20:15 , en Openb. 21:27 .

Hertaald: schrift Dat is: in het register van de ware kinderen van God; vergelijk Ex. 32:32 met de aantekening; eveneens Ps. 69:29 met de aantekening; Luk. 10:20; Openb. 13:8, Openb. 17:8, Openb. 20:15 en Openb. 21:27.

van het huis Israëls Dat is, van de ware kerk niet bevonden worden.

Hertaald: van het huis Israëls Dat is: zij zullen niet tot de ware kerk gerekend worden.

in het land Israëls niet komen; Dat is, in het land van Juda niet wederkeren uit de Babylonische gevangenschap; gelijk ook die onboetvaardig blijven niet komen zullen in het hemelse Kanaän.

Hertaald: in het land Israëls niet komen; Dat is: zij zullen niet uit de Babylonische gevangenschap naar het land van Juda terugkeren, zoals ook wie onboetvaardig blijven niet in het hemelse Kanaän zullen komen.

Ezechiël 13 vers 10

daarom dat zij Mijn volk Deze verdubbeling geschiedt om den zin te meer kracht te geven; zie dergelijke Gen. 7:2 , en Gen. 14:10 ; Num. 3:9 ; Deut. 16:20 ; Joël 3:14 , en de aantekening.

Hertaald: daarom dat zij Mijn volk Deze verdubbeling gebeurt om de uitspraak meer kracht te geven; zie iets dergelijks in Gen. 7:2 en Gen. 14:10; Num. 3:9; Deut. 16:20; Joël 3:14 met de aantekening.

verleiden, Te weten alzo, dat zij mijne dreigementen niet geloofd, mijne godsdiensten niet zuiver gehouden, en mijne wetten, voorschrijvende de manier des levens, niet gehoorzaamd hebben; Jer. 28:15-16 .

Hertaald: verleiden, Namelijk zo dat zij Mijn dreigementen niet geloofd, Mijn godsdienst niet zuiver gehouden en Mijn wetten over de levenswandel niet gehoorzaamd hebben; Jer. 28:15-16.

zeggende Dat is, hun wijsmakende dat alle dingen wel waren en geen straf was te verwachten; vergelijk Jer. 6:14 , en Jer. 28:9 , en onder vs.16.

Hertaald: zeggende Dat is: hun wijsmakend dat alles goed was en dat er geen straf te verwachten viel; vergelijk Jer. 6:14 en Jer. 28:9, en hieronder vers 16.

de een een Te weten valse profeet.

Hertaald: de een een Namelijk valse profeet.

lemen wand bouwt, Dat is, een slecht en zwak schutsel om een huis vrij te houden van geweldigen aanstoot en inbreuk. Versta, de ijdele en vleiende profetieën der verleiders, die zij het volk voorhielden, opdat zij de dreigementen, die God door de ware profeten liet verkondigen, niet geloven zouden.

Hertaald: lemen wand bouwt, Dat is: een slechte en zwakke afscheiding om een huis te vrijwaren van hevige aanstoot en inbraak. Versta: de ijdele en vleiende profetieën van de verleiders, die zij het volk voorhielden opdat het de dreigementen niet zou geloven die God door de ware profeten liet verkondigen.

de anderen Te weten valse profeten.

Hertaald: de anderen Namelijk valse profeten.

pleisteren Dat is, hielpen de voorgestelde profetie van den eersten, door ijdele en den mensen aangename schijnredenen te bevestigen en te volmaken.

Hertaald: pleisteren Dat is: zij hielpen de door de eerste voorgestelde profetie te bevestigen en af te maken met ijdele schijnredenen die de mensen aangenaam waren.

loze kalk Versta, een kwalijk gemaakte of getemperde stof van leem of modder, dat lichtelijk afvalt en vergaat; vergelijk onder Ezech. 22:28 .

Hertaald: loze kalk Versta: een slecht gemaakt of aangemaakt mengsel van leem of modder, dat gemakkelijk afvalt en vergaat; vergelijk hieronder Ezech. 22:28.

Ezechiël 13 vers 11

hij omvallen zal; Te weten de lemen wand.

Hertaald: hij omvallen zal; Namelijk de lemen wand.

overstelpende plasregen zijn; Versta hierdoor, en het volgende, het geweld der Chaldeën, hetwelk zich over Jeruzalem en het gehele koninkrijk van Juda gruwelijk uitstorten zou. Dezelfde gelijkenissen worden ook elders gebruikt, zie Jes. 25:4 ; Jer. 47:2 ; onder Ezech. 38:22 .

Hertaald: overstelpende plasregen zijn; Versta hieronder en onder het vervolg het geweld van de Chaldeeën, dat zich vreselijk over Jeruzalem en het hele koninkrijk van Juda zou uitstorten. Dezelfde vergelijkingen worden ook elders gebruikt; zie Jes. 25:4; Jer. 47:2; hieronder Ezech. 38:22.

Ezechiël 13 vers 12

zal dan niet tot u Deze vraag verzekert sterkelijk.

Hertaald: zal dan niet tot u Deze vraag bevestigt met nadruk.

gezegd worden Te weten van de lieden, die voorbijgaande, den inval van het huis zien zullen, of die daarvan enige kennis zullen hebben.

Hertaald: gezegd worden Namelijk door de mensen die voorbijgaan en het huis zien invallen, of die er kennis van hebben.

Ezechiël 13 vers 13

hem Te weten dien lemen wand.

Hertaald: hem Namelijk die lemen wand.

om dien te verdoen Hebreeuws, tot vernieling.

Hertaald: om dien te verdoen Hebreeuws: tot vernieling.

Ezechiël 13 vers 14

ter aarde nederwerpen, Hebreeuws, aan de aarde doen genaken.

Hertaald: ter aarde nederwerpen, Hebreeuws: aan de aarde doen raken.

zijn grond zal ontdekt worden; Dat is, tot den grond tot zal hij uitgeroeid worden. Zie dezelfde manier van spreken Ps. 137:7 ; Mi. 1:6 ; Hab. 3:13 ; vergelijk 2 Sam. 22:16 .

Hertaald: zijn grond zal ontdekt worden; Dat is: tot op de grond toe zal hij uitgeroeid worden. Zie dezelfde manier van spreken in Ps. 137:7; Micha 1:6; Hab. 3:13; vergelijk 2 Sam. 22:16.

de stad vallen, Namelijk Jeruzalem.

Hertaald: de stad vallen, Namelijk Jeruzalem.

gij zult in het midden van haar omkomen; Te weten gij Joden.

Hertaald: gij zult in het midden van haar omkomen; Namelijk u, Joden.

Ezechiël 13 vers 15

ulieden zeggen Versta, degenen, die de valse profeten geloofden en van hun ijdele en toesmekende profetieën alles goeds verwachtten.

Hertaald: ulieden zeggen Versta: hen die de valse profeten geloofden en van hun ijdele en vleiende profetieën allerlei goeds verwachtten.

is er niet meer, Dat is, hij is omgeworpen.

Hertaald: is er niet meer, Dat is: hij is omvergeworpen.

zijn er niet; Te weten in het leven; zie Gen. 42:13 ; Spr. 12:7 .

Hertaald: zijn er niet; Namelijk in leven; zie Gen. 42:13; Spr. 12:7.

Ezechiël 13 vers 16

des vredes zien, Zie boven vs.10.

Hertaald: des vredes zien, Zie hierboven vers 10.

Ezechiël 13 vers 17

zet uw aangezicht Zie boven Ezech. 6:2 .

Hertaald: zet uw aangezicht Zie hierboven Ezech. 6:2.

tegen de dochteren uws volks, Dat is, tegen de vrouwen van uw landvolk, die zich voor profetessen en waarzegsters uitgevende, de mensen door enkel ijdelheden en leugens wijsmaakten dat God over hen niet vergramd was, gelijk de ware profeten leerden. Daartoe vleiden en stijfden zij de mensen in hunne zonden, hun Gods genade en zegen, hoewel zij in dezelfde zonden voortgingen, toezeggende. Om nu een ieder daarvan te verzekeren, maakten zij, zo enigen menen, armkussens en hoofdhuiven, welke zij den persoon, dien zij bedrogen, toestelden voor zeker gewin, dat deze profetessen daarvan trokken.

Hertaald: tegen de dochteren uws volks, Dat is: tegen de vrouwen van uw eigen volk, die zich voor profetessen en waarzegsters uitgaven en de mensen met louter ijdelheid en leugens wijsmaakten dat God niet op hen vertoornd was, zoals de ware profeten leerden. Daarbij vleiden zij de mensen en sterkten hen in hun zonden door hun Gods genade en zegen toe te zeggen, terwijl zij in diezelfde zonden voortgingen. Om ieder daarvan te verzekeren maakten zij, naar sommigen menen, armkussens en hoofdkappen, die zij toebereidden voor degene die zij bedrogen — voor een flinke winst die deze profetessen daaraan overhielden.

profeteer tegen haar; Zie boven vs.2.

Hertaald: profeteer tegen haar; Zie hierboven vers 2.

Ezechiël 13 vers 18

die kussens naaien Sommigen verstaan dit niet eigenlijk, maar figuurlijk, van de pluimstrijkerijen en beloften van vrede en rust; anderen verstaan het eigenlijk, dat zij zulke dingen maakten en verkochten, om gebruikt te worden door degenen, die hare profetieën geloofden, tot een teken dat zij zo waarlijk rust en vrede in het land zouden hebben, als hunne armen daarop gemakkelijk zouden leunen en rusten.

Hertaald: die kussens naaien Sommigen verstaan dit niet letterlijk maar figuurlijk, van hun vleierij en beloften van vrede en rust; anderen verstaan het letterlijk, namelijk dat zij zulke dingen maakten en verkochten om gebruikt te worden door hen die hun profetieën geloofden — als teken dat zij even zeker rust en vrede in het land zouden hebben als hun armen daarop gemakkelijk zouden leunen en rusten.

alle okselen der armen, Hebreeuws, alle oksels der handen; te weten van al degenen, die ze ten voorgemelden einde zouden willen kopen en gebruiken.

Hertaald: alle okselen der armen, Hebreeuws: alle oksels van de handen; namelijk van allen die ze voor het genoemde doel zouden willen kopen en gebruiken.

hoofddeksels voor het hoofd Anders: slaaphuiven of overdeksels. Deze dienden tot een teken van altijd vasten en gerusten slaap te zullen hebben.

Hertaald: hoofddeksels voor het hoofd Anders: slaapmutsen of hoofddoeken. Deze dienden als teken dat zij altijd een vaste en rustige slaap zouden hebben.

van alle statuur, Dat is, van allen ouderdom, of hoogte. Zij passen hare huichelarij op alle soorten van mensen, kleinen en groten, om een ieder te verleiden en van elkeen te trekken.

Hertaald: van alle statuur, Dat is: van elke leeftijd, of van elke lengte. Zij pasten hun huichelarij toe op alle soorten mensen, klein en groot, om ieder te verleiden en van ieder voordeel te trekken.

zielen te jagen En alzo te vangen; dat is, de mensen in het tijdelijke en eeuwige verderf te brengen, door hen in gruwelijke afgoderij en onboetvaardigheid te stijven. Vergelijk Spr. 6:26 , en de aantekening.

Hertaald: zielen te jagen En zo te vangen; dat is: de mensen in het tijdelijke en eeuwige verderf te storten door hen in gruwelijke afgoderij en onboetvaardigheid te sterken. Vergelijk Spr. 6:26 met de aantekening.

zielen Mijns volks jagen, Versta, de redelijke en onsterflijke zielen.

Hertaald: zielen Mijns volks jagen, Versta: de redelijke en onsterfelijke zielen.

u de Of, voor u; dat is u ten beste.

Hertaald: u de Of: voor u; dat is: in uw voordeel.

zielen Dat is, uwe personen; alzo Gen. 9:5 , op de woorden uwer zielen.

Hertaald: zielen Dat is: uw personen; zo ook Gen. 9:5 bij de woorden: uw zielen.

in het leven behouden? Dat is, voeden en onderhouden, door oneerlijk gewin te trekken van uw valse profetieën.

Hertaald: in het leven behouden? Dat is: voeden en onderhouden, door oneerlijke winst te trekken uit uw valse profetieën.

Ezechiël 13 vers 19

ontheiligen Te weten misbruikende mijnen naam, alsof Ik u last gegeven had door valse profetieën mijn volk te verleiden. Vergelijk Lev. 18:21 .

Hertaald: ontheiligen Namelijk door Mijn naam te misbruiken, alsof Ik u opdracht gegeven had Mijn volk door valse profetieën te verleiden. Vergelijk Lev. 18:21.

om zielen te doden, Dat is, om door uwe voorzeggingen den dood te verkondigen aan degenen, die niet zullen sterven, omdat zij aan mij geloven en uwe waarzeggingen verfoeien.

Hertaald: om zielen te doden, Dat is: om door uw voorzeggingen de dood aan te kondigen aan hen die niet zullen sterven, omdat zij in Mij geloven en uw waarzeggerij verfoeien.

in het leven te behouden, Dat is, het leven toe te zeggen aan hen, die niet leven zullen, omdat zij mij afgaan en u aanhangen.

Hertaald: in het leven te behouden, Dat is: het leven toe te zeggen aan hen die niet zullen leven, omdat zij Mij verlaten en u aanhangen.

de leugen hoort? Te weten uwe leugens, waarmede gij hen bedriegt.

Hertaald: de leugen hoort? Namelijk uw leugens, waarmee u hen bedriegt.

Ezechiël 13 vers 20

Ik wil aan uw kussens, Te weten om die te scheuren en te verderven. Vergelijk boven vs.8, en de aantekening.

Hertaald: Ik wil aan uw kussens, Namelijk om die te scheuren en te vernielen. Vergelijk hierboven vers 8 met de aantekening.

de bloemhoven, Hebreeuws, bloeiende [hoven]; te weten in welke zij hare afgoden hadden, om die van toekomende dingen te vragen, en hen, die naar de dingen nieuwsgierig waren, daarheen aan te lokken, om hen te verleiden, Jes. 65:3 . Anders: opdat zij wegvliegen, te weten los zijnde van uw bedriegelijke kussens.

Hertaald: de bloemhoven, Hebreeuws: bloeiende (hoven); namelijk waarin zij hun afgoden hadden om die naar toekomstige dingen te vragen en waarheen zij mensen lokten die daar nieuwsgierig naar waren, om hen te verleiden, Jes. 65:3. Anders: opdat zij wegvliegen, namelijk los van uw bedrieglijke kussens.

wegscheuren; Of, wegrukken.

Hertaald: wegscheuren; Of: wegrukken.

losmaken, Te weten uit de netten, waarin gij hen jaagt, of uit de kouwen, waarin gij hen gevangen houdt, opdat zij het verderf, hetwelk gij hun zoekt aan te brengen, nochtans ontkomen.

Hertaald: losmaken, Namelijk uit de netten waarin u hen drijft, of uit de kooien waarin u hen gevangen houdt, opdat zij het verderf dat u hun wilt aandoen toch ontkomen.

Ezechiël 13 vers 21

hand redden, Dat is, geweld en macht. Zie Gen. 16:6 .

Hertaald: hand redden, Dat is: geweld en macht. Zie Gen. 16:6.

tot een jacht; Te weten als een prooi, om van u gejaagd te worden.

Hertaald: tot een jacht; Namelijk als een prooi, om door u opgejaagd te worden.

gij zult weten, Te weten gij valse profetessen, van wie gesproken is boven vs.17.

Hertaald: gij zult weten, Namelijk u, valse profetessen, over wie in vers 17 gesproken is.

Ezechiël 13 vers 22

bedroefd gemaakt, Te weten hem dreigende met het tijdelijke en eeuwige verderf, omdat hij u niet geloofde of volgde.

Hertaald: bedroefd gemaakt, Namelijk door hem te dreigen met het tijdelijke en eeuwige verderf omdat hij u niet geloofde of volgde.

hem geen Te weten, den rechtvaardige, of hetzelve, te weten hart des rechtvaardigen.

Hertaald: hem geen Namelijk de rechtvaardige, of: het hart van de rechtvaardige.

smart aangedaan heb; Te weten mits hem door mijne straffen te dreigen; ja heb hem meer getroost met de belofte mijner genade.

Hertaald: smart aangedaan heb; Namelijk door hem met Mijn straffen te bedreigen; Ik heb hem juist meer getroost met de belofte van Mijn genade.

handen des goddelozen Dat is, in zijne afgoderij en onboetvaardigheid gestijfd en moedig gemaakt hebt. Zie van deze manier van spreken ook Richt. 9:24 , en de aantekening. Zij wordt ook in het goede genomen, gelijk Richt. 7:11 ; 1 Sam. 23:16 ; Jes. 35:3 .

Hertaald: handen des goddelozen Dat is: in zijn afgoderij en onboetvaardigheid gesterkt en aangemoedigd hebt. Zie over deze manier van spreken ook Richt. 9:24 met de aantekening. Zij wordt ook in gunstige zin gebruikt, zoals Richt. 7:11; 1 Sam. 23:16; Jes. 35:3.

Ezechiël 13 vers 23

gij niet meer Te weten valse profetessen.

Hertaald: gij niet meer Namelijk valse profetessen.

ijdelheid Zie boven vs.6.

Hertaald: ijdelheid Zie hierboven vers 6.

zien, Te weten overmits gij omkomen zult.

Hertaald: zien, Namelijk omdat u zult omkomen.

waarzegging gebruiken; Of, met waarzegging omgaan. Hebreeuws, waarzeggende waarzeggen; Deut. 18:10 ; 2 Kon. 17:17 ; onder Ezech. 21:21 . Zie van het woord waarzegging breder Spr. 16:10 .

Hertaald: waarzegging gebruiken; Of: met waarzeggerij omgaan. Hebreeuws: waarzeggende waarzeggen; Deut. 18:10; 2 Kon. 17:17; hieronder Ezech. 21:21. Zie uitvoeriger over het woord waarzeggerij Spr. 16:10.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
In de bressen opgetreden  — wat de profeten hadden moeten doen en nagelaten hebben (Ezech. 13:1-5)

"Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!" (Ezech. 13:3). Van hen wordt gezegd: "Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen" (Ezech. 13:4). En dan komt het verwijt in de vorm van een beeld uit de stadsverdediging: "Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN" (Ezech. 13:5). Een bres is een gat in de muur waar de vijand binnenkomt; daar moest iemand gaan staan.

Bijbelse betekenis: Merk op waaruit hun schuld bestaat. Niet alleen uit wat zij spraken, maar uit wat zij nalieten: zij gingen niet in de bres staan. Verzuim telt hier als daad. Let vervolgens op wat een bres eigenlijk vraagt. Wie daar gaat staan, stelt zich bloot op de plaats waar het gevaar binnenkomt; het is de gevaarlijkste plek van de muur. Dat is wat van een profeet verwacht werd. Let ten slotte op het vervolg in dit boek. Verderop zegt God dat Hij een man zocht die de bres zou dichten en dat Hij niemand vond (Ezech. 22:30). Dat is dezelfde zaak als bij Jesaja, waar er geen voorbidder was (reeds behandeld bij Jes. 59:16).

Typologie: Mozes ging wél op zo'n plaats staan; de psalm zegt dat hij "in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan" heeft, om Gods grimmigheid af te keren (Ps. 106:23). En Christus is de Voorbidder Die altijd leeft om voor de Zijnen te bidden (reeds behandeld bij Hebr. 7:25).

Ezech. 13:1-5; Ezech. 22:30; Jes. 59:16; Ps. 106:23; Hebr. 7:25

De loze kalk  — een wand die niet deugt wordt witgepleisterd, en de eerste regen spoelt het weg (Ezech. 13:10-16)

"Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk" (Ezech. 13:10). Dan wordt gezegd wat er met die wand gebeurt: "er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten" (Ezech. 13:11). En de vraag die overblijft: "Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?" (Ezech. 13:12).

Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee groepen aan het werk zijn. De een bouwt een wand die niet deugt, de ander maakt hem van buiten mooi. De pleisteraars hebben de wand niet gebouwd, en toch krijgen zij het zwaarste verwijt: zij hebben de zwakte onzichtbaar gemaakt. Let vervolgens op wat de kalk doet. Zij verandert niets aan de wand; zij verandert alleen wat men ziet. Dat is precies wat de prediking van vrede deed waar geen vrede was (reeds behandeld bij Jer. 6:14). Let ten slotte op de proef. Niet de bouwmeester en niet een deskundige stelt het gebrek vast, maar het weer. Een muur wordt getoetst door de storm, en een boodschap door de tijd waarin zij waar moet blijken.

Typologie: De Heere Jezus gebruikt hetzelfde beeld voor mensen: witgepleisterde graven, die van buiten schoon schijnen (reeds behandeld bij Matt. 23:27). En Hij vergelijkt het horen zonder doen met een huis op zand, dat valt zodra de stromen komen (reeds behandeld bij Matt. 7:26-27).

Ezech. 13:10-16; Jer. 6:14; Matt. 23:27; Matt. 7:26-27

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

In de bressen niet opgetreden — 13:1-16

Ezechiël moet profeteren tegen de profeten. Er waren er genoeg in Jeruzalem, en zij zeiden allemaal ongeveer hetzelfde: het valt mee. Wat God van hen zegt, staat in beelden die uit de bouw en uit het veld komen.

God verwijt de profeten niet in de eerste plaats wat zij zeiden, maar wat zij niet gedaan hebben: zij zijn niet in de bres gaan staan.

De aanklacht begint met een vergelijking die weinig vleiend is: “Uw profeten, o Israël, zijn als vossen in de woeste plaatsen.” Een vos woont in een puinhoop en graaft er zijn hol in; hij bouwt niets op en hij houdt niets tegen.

En dan komt het verwijt zelf, en het is geen verwijt over woorden: “Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israëls, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.”

Dat beeld komt uit de oorlog. Wanneer een stadsmuur werd doorgebroken, was er één plek waar het over ging: het gat. Daar moest iemand gaan staan, en dat was de gevaarlijkste plaats van de hele stad. God zegt tegen deze mannen dat er een bres was en dat zij er niet in stonden.

Wat zij wél deden, wordt beschreven met een tweede bouwbeeld. Zij bouwden een wand van leem, en de anderen kwamen die pleisteren met loze kalk — een laagje witsel over ondeugdelijk metselwerk, zodat het er van buiten goed uitzag. Zij zeiden vrede, waar geen vrede was.

En God zegt precies wat er met zulk werk gebeurt. Er zal een overstelpende plasregen zijn, en grote hagelstenen zullen vallen, en een stormwind zal het splijten. Als de muur dan valt, zal men vragen waar het pleisterwerk gebleven is. Het probleem was niet de kalk maar de wand eronder.

Zo tekent dit hoofdstuk het ambt van de profeet van zijn achterkant. Wie namens God spreekt, moet niet zeggen wat men graag hoort, en hij moet gaan staan waar het gevaarlijk is. Ezechiël zelf krijgt later te horen dat God een man zocht die de muur mocht toemuren en voor Zijn aangezicht in de bres staan — en dat Hij er geen vond.

Daar komt de lijn van dit hoofdstuk uit. Er wordt in het Oude Testament vaker naar zo'n man gezocht. Mozes ging in de bres staan toen God zei dat Hij het volk verdelgen zou. Pinehas stond op. Maar aan het eind van al dat zoeken staat er dat er niemand was.

Het Nieuwe Testament wijst Degene aan Die er wel ging staan. Van Hem staat er dat Hij altijd leeft om voor hen te bidden, en dat er één Middelaar is tussen God en mensen. En Hij is niet gaan staan in een bres in een muur maar in de bres die de zonde geslagen had.

  1. Ezechiël 13:4 — Vossen in de puinhopen: zij bouwen niets op en houden niets tegen.
  2. Ezechiël 13:5 — Het verwijt gaat niet over woorden: zij stonden niet in de bres.
  3. Ezechiël 13:10 — Vrede zeggen waar geen vrede is, en witsel over een lemen wand.
  4. Ezechiël 13:11 — Plasregen, hagel en storm — het probleem was de wand, niet de kalk.
  5. Ezechiël 22:30 — Ik zocht een man die in de bres zou staan, en Ik vond niemand.
  6. Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden.

In het Nieuwe Testament: Ezechiël 22:30; Hebreeën 7:25; 1 Timotheüs 2:5; Jesaja 59:16; Jeremia 6:14

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Ezechiël 13 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op het beeld van de bres, dat in dit hoofdstuk en in Ezechiël 22 gebruikt wordt. Daarnaast op Jesaja 59, waar God verwonderd is dat er geen voorbidder is. Dat Christus die plaats inneemt, volgt uit de teksten waar Hij Middelaar en Voorbidder heet. Dat die teksten naar deze beelden verwijzen, staat er niet.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezechiël 13

Ezechiël 13:10.KruisverwijzingenEzechiël 13:16Jeremia 6:14Ezechiël 22:28Jeremia 14:132 Koningen 21:9Jeremia 8:11Jeremia 5:31Jeremia 8:15
— Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
“Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.”

Ezechiël werd gezonden om het volk van Jeruzalem wakker te schudden tot een besef van gevaar. Die taak was op zichzelf al moeilijk genoeg, want hij had te doen met een sluimerend volk dat zich vleselijk veilig waande. Maar de moeilijkheid werd nog veel groter. In die tijd stond er een groot aantal lage aanmatigers van de profetie op, mannen zowel als vrouwen, die grote invloed onder het volk uitoefenden.

Zij bootsten de spraak van de profeet na. Zij kwamen met hun leugens en zetten er de plechtige woorden voor: zo zegt de Heere HEERE, alsof zij een opdracht van de HEERE der heirscharen hadden. Zo wist het volk van Jeruzalem nauwelijks wie het geloven moest: Ezechiël, die verschrikkingen profeteerde, of deze aanmatigers, die riepen: vrede, vrede. Hun boze hart neigde altijd naar de kant van de valse profeten, omdat die hun grof vleiden. Zij vergaderden zichzelf leraars die voor een stuk brood profeteerden zoals zij het wensten.

Het bloed van de profeet zal vaak in hem gekookt hebben. Hij zag zijn eigen arbeid bedorven, en de zielen die hij zo liefhad zo vreselijk misleid door huurlingen die een ruwe mantel droegen om te bedriegen. Ezechiël was niet van hen die zich ermee tevredenstellen hun boodschap af te leveren en anderen met rust te laten, zoals ons tegenwoordig aangeraden wordt. Hij keerde zich juist tegen de bedriegers en klaagde hen met vreselijke ernst aan, omdat hij zag dat zij wolven in schaapskleren waren die de kudde verslonden.

In onze dagen verkeren wij in ongeveer dezelfde omstandigheden. De ware knecht van God durft in zijn bediening geen gladde dingen te profeteren tot onbekeerde mannen en vrouwen. Zulke droeve waarschuwingen vrijmoedig en onbevreesd uit te spreken is geen gemakkelijk werk. En de mensen zover te krijgen dat zij ze aannemen is een arbeid die zonder de kracht van de Heilige Geest onmogelijk is.

Mensen houden van tegenwoordig genot en van vrijheid, en zij haten het om te horen van de dag waarop van deze dingen rekenschap gevraagd zal worden. Zelfs op dit uur zijn er die zich tegen ons verzetten en die het volk altijd gladde dingen voorhouden. Er is een grote schare in de wereld, met de satan aan hun hoofd, die aartsmeester en vorst van de bedriegers. En die schare zegt altijd: het zal zo niet gaan. U zult genot hebben, ook al zondigt u. U zult rust hebben, ook al bent u ongehoorzaam. En het zal aan het eind wel goed met u aflopen, ook al verwerpt u het evangelie van Christus. Niet met zoveel woorden, maar in werkelijkheid is dat de luide roep van de boden van de satan die ons mogen bestoken.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content