Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En des HEERENH3068woordH1697geschieddeH1961totH413 mij, zeggendeH559:En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
2Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121, profeteerH5012tegenH413 de profetenH5030IsraelsH3478, die profeteren, en zegH559 tot degenen, die uit hun hartH3820 profeteren: HoortH8085 des HEERENH3068woordH1697.Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord.
Ook in dit vers
profeterenH5012
profeterenH5030
KJVSon1of man,2prophesy3against the prophets5of Israel6that prophesy,7and say8thou unto them that prophesy9out of their own hearts,10Hear11ye the word12of the LORD;
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3הִנָּבֵ֛אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5נְבִיאֵ֥יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7הַנִּבָּאִ֑יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet8וְאָֽמַרְתָּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לִנְבִיאֵ֣יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet10מִלִּבָּ֔םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11שִׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: WeeH1945overH5921 die dwazeH5036profetenH5030, dieH834 hun geestH7307nawandelenH1980, en hetgeen zij nietH1115gezienH7200 hebben!Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Woe5unto the foolish8prophets,7that follow10their own spirit,12and have seen
1כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5ה֖וֹיH1945Wee, wee, Ochah, alas, ho, O, woe6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַנְּבִיאִ֣יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8הַנְּבָלִ֑יםH5036dwaas, dwazen, dwazefool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הֹלְכִ֛יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl11אַחַ֥רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12רוּחָ֖םH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)13וּלְבִלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without14רָאֽוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
4Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Uw profetenH5030, o IsraelH3478, zijnH1961 als vossenH7776 in de woeste plaatsenH2723.Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen.
KJVO Israel,4thy prophets3are like the foxes1in the deserts.
5Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Gij zijt in de bressenH6556 niet opgetredenH5927, noch hebt den muurH1447toegemuurdH1443 voor het huisH1004IsraelsH3478, om in den strijdH4421 te staanH5975, ten dageH3117 des HEERENH3068.Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.
KJVYe have not gone up2into the gaps,3neither made up4the hedge5for the house7of Israel8to stand9in the battle10in the day11of the LORD.
1לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2עֲלִיתֶם֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3בַּפְּרָצ֔וֹתH6556scheur, breuk, bressenbreach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap4וַתִּגְדְּר֥וּH1443toegemuurd, metselaars, metselarenclose up, fence up, hedge, inclose, make up (a wall), mason, repairer5גָדֵ֖רH1447muur, muren, heiningmuurfence, hedge, wall6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9לַעֲמֹ֥דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10בַּמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)11בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zij zienH2372ijdelheidH7723 en leugenachtigeH3577voorzeggingH7081, die daar zeggenH559: De HEEREH3068 heeft gesprokenH5002, daar de HEEREH3068 hen nietH3808gezondenH7971 heeft; en zij geven hopeH3176 van het woordH1697 te zullen bevestigenH6965.Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.
KJVThey have seen1vanity2and lying4divination,3saying,5The LORD7saith:6and the LORD8hath not sent10them: and they have made others to hope11that they would confirm12the word.
1חָ֤זוּH2372zien, aanschouwen, aanschouwtbehold, look, prophesy, provide, see2שָׁוְא֙H7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity3וְקֶ֣סֶםH7081waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging(reward of) divination, divine sentence, witchcraft4כָּזָ֔בH3577leugen, leugenen, leugenachtigdeceitful, false, leasing, + liar, lie, lying5הָאֹֽמְרִים֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שְׁלָחָ֑םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11וְיִֽחֲל֖וּH3176hopen, gehoopt, hope(cause to, have, make to) hope, be pained, stay, tarry, trust, wait12לְקַיֵּ֥םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)13דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
7Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ziet gij nietH3808 een ijdelH7723gezichtH4236, en spreekt een leugenachtigeH3577voorzeggingH4738, als gij zegtH559: De HEEREH3068 spreekt, daar IkH589nietH3808gesprokenH559 heb?Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?
Ook in dit vers
spreektH1696
spreektH5002
KJVHave ye not seen4a vain3vision,2and have ye not spoken13a lying6divination,5whereas ye say,7The LORD10saith9it; albeit I have not spoken?
1הֲל֤וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2מַֽחֲזֵהH4236gezichtvision3שָׁוְא֙H7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity4חֲזִיתֶ֔םH2372zien, aanschouwen, aanschouwtbehold, look, prophesy, provide, see5וּמִקְסַ֥םH4738voorzegging, waarzeggingdivination6כָּזָ֖בH3577leugen, leugenen, leugenachtigdeceitful, false, leasing, + liar, lie, lying7אֲמַרְתֶּ֑םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8וְאֹֽמְרִים֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וַאֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13דִבַּֽרְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
8Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8DaaromH3651 zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: omdat gijlieden ijdelheidH7723 spreekt, en leugenH3577 ziet; daaromH3651, zietH2005, Ik wil aanH413 u, spreekt de HeereH136HEEREH3069.Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.
Ook in dit vers
spreektH1696
spreektH5002
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5Because ye have spoken7vanity,8and seen9lies,10therefore, behold, I am against you, saith14the Lord15GOD.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6יַ֚עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why7דַּבֶּרְכֶ֣םH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8שָׁ֔וְאH7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity9וַחֲזִיתֶ֖םH2372zien, aanschouwen, aanschouwtbehold, look, prophesy, provide, see10כָּזָ֑בH3577leugen, leugenen, leugenachtigdeceitful, false, leasing, + liar, lie, lying11לָכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though13אֲלֵיכֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith15אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord16יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
9En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En Mijn handH3027 zal zijnH1961tegenH413 de profetenH5030, die ijdelheidH7723zienH2374, en leugenH3577voorzeggenH7080; zij zullen in de vergaderingH5475 Mijns volksH5971nietH3808zijnH1961, en in het schriftH3791 van het huisH1004IsraelsH3478nietH3808geschrevenH3789 worden, en in het landH127IsraelsH3478nietH3808komenH935; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HeereH136HEEREH3069 ben.En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
KJVAnd mine hand2shall be upon the prophets4that see5vanity,6and that divine7lies:8they shall not be in the assembly9of my people,10neither shall they be written17in the writing13of the house14of Israel,15neither shall they enter22into the land19of Israel;20and ye shall know23that I am the Lord26GOD.
1וְהָיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2יָדִ֗יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַנְּבִיאִ֞יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet5הַחֹזִ֣יםH2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer6שָׁוְא֮H7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity7וְהַקֹּסְמִ֣יםH7080waarzeggers, gebruiken, voorzeggendivine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination)8כָּזָב֒H3577leugen, leugenen, leugenachtigdeceitful, false, leasing, + liar, lie, lying9בְּס֧וֹדH5475raad, verborgenheid, heimelijkeassembly, consel, inward, secret (counsel)10עַמִּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִהְי֗וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13וּבִכְתָ֤בH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing14בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִכָּתֵ֔בוּH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)18וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19אַדְמַ֥תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land20יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael21לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יָבֹ֑אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way23וִידַעְתֶּ֕םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot24כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet25אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who26אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord27יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
10Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volkH5971verleidenH2937, zeggendeH559: VredeH7965, daar geenH369vredeH7965 is; en datH1931 de een een lemen wandH2434bouwtH1129, en zietH2009, de anderen denzelven pleisterenH2902 met lozeH8602 kalk.Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
KJVBecause, even because they have seduced3my people,5saying,6Peace;7and there was no peace;9and one built up11a wall,12and, lo,13others daubed14it with untempered
1יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why2וּבְיַ֜עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why3הִטְע֧וּH2937verleidenseduce4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עַמִּ֛יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6לֵאמֹ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7שָׁל֖וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly8וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9שָׁל֑וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly10וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11בֹּ֣נֶהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely12חַ֔יִץH2434lemen wandwall13וְהִנָּ֛םH2009ziet, ziebehold, lo, see14טָחִ֥יםH2902pleisteren, bestreken, gepleisterddaub, overlay, plaister, smut15אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16תָּפֵֽלH8602loze, kalk, ongerijmdheidfoolish things, unsavoury, untempered
11Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11ZegH559totH413 degenen, die met loze kalkH8602pleisterenH2902, dat hij omvallenH5307 zal; er zal een overstelpendeH7857plasregenH1653zijnH1961; en gijH859, o grote hagelstenenH417, zult vallenH5307, en een grote stormwindH7307 zal hem splijtenH1234.Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.
KJVSay1unto them which daub3it with untempered4morter, that it shall fall:5there shall be an overflowing8shower;7and ye,9O great hailstones,11shall fall;12and a stormy14wind13shall rend
12Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12ZietH2009, als die wandH7023 zal gevallenH5307 zijn, zal dan nietH3808totH413 u gezegdH559 worden: WaarH834 is de pleisteringH2915, waarmede gij gepleisterdH2902 hebt?Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?
KJVLo, when the wall3is fallen,2shall it not be said5unto you, Where is the daubing8wherewith ye have daubed
1וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see2נָפַ֣לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down3הַקִּ֑ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall4הֲלוֹא֙H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יֵאָמֵ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵיכֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אַיֵּ֥הH346waar?where8הַטִּ֖יחַH2915pleisteringdaubing9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10טַחְתֶּֽםH2902pleisteren, bestreken, gepleisterddaub, overlay, plaister, smut
13Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13DaaromH3651 alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ja, Ik zal hem door een groten stormwindH7307 in Mijn grimmigheidH2534splijtenH1234, en er zal een overstelpendeH7857plasregenH1653zijnH1961 in Mijn toornH639, en grote hagelstenenH417 in Mijn grimmigheidH2534, om dien te verdoenH3617.Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.
KJVTherefore thus saith3the Lord4GOD;5I will even rend6it with a stormy8wind7in my fury;9and there shall be an overflowing11shower10in mine anger,12and great hailstones15in my fury16to consume
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6וּבִקַּעְתִּ֥יH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win7רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)8סְעָר֖וֹתH5591onweder, storm, stormwindstorm(-y), tempest, whirlwind9בַּֽחֲמָתִ֑יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)10וְגֶ֤שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower11שֹׁטֵף֙H7857overstromen, gespoeld, overlopendrown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away)12בְּאַפִּ֣יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath13יִֽהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14וְאַבְנֵ֥יH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)15אֶלְגָּבִ֖ישׁH417hagelstenengreat hail(-stones)16בְּחֵמָ֥הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)17לְכָלָֽהH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance
14Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zo zal Ik den wandH7023afbrekenH2040, dienH834 gijlieden met lozeH8602 kalk gepleisterdH2902 hebt, en zal hem ter aardeH776nederwerpenH5060, dat zijn grondH3247 zal ontdektH1540 worden; alzo zal de stad vallenH5307, en gij zult in het middenH8432 van haar omkomenH3615; en gij zult wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben.Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVSo will I break down1the wall3that ye have daubed5with untempered6morter, and bring7it down to the ground,9so that the foundation11thereof shall be discovered,10and it shall fall,12and ye shall be consumed13in the midst14thereof: and ye shall know15that I am the LORD.
1וְהָ֨רַסְתִּ֜יH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַקִּ֨ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5טַחְתֶּ֥םH2902pleisteren, bestreken, gepleisterddaub, overlay, plaister, smut6תָּפֵ֛לH8602loze, kalk, ongerijmdheidfoolish things, unsavoury, untempered7וְהִגַּעְתִּ֥יהוּH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10וְנִגְלָ֣הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover11יְסֹד֑וֹH3247bodem, fondamenten, grondbottom, foundation, repairing12וְנָֽפְלָה֙H5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down13וּכְלִיתֶ֣םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste14בְּתוֹכָ֔הּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)15וִֽידַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
15Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Zo zal Ik Mijn grimmigheidH2534 tegen den wandH7023voortbrengenH3615, en tegen degenen, die hem pleisterenH2902 met lozeH8602 kalk; en Ik zal tot ulieden zeggenH559: Die wandH7023 is er nietH369 meer, en die hem pleisterdenH2902, zijn er nietH369;Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet;
KJVThus will I accomplish1my wrath3upon the wall,4and upon them that have daubed5it with untempered7morter, and will say8unto you, The wall11is no more, neither they that daubed
1וְכִלֵּיתִ֤יH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חֲמָתִי֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)4בַּקִּ֔ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall5וּבַטָּחִ֥יםH2902pleisteren, bestreken, gepleisterddaub, overlay, plaister, smut6אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7תָּפֵ֑לH8602loze, kalk, ongerijmdheidfoolish things, unsavoury, untempered8וְאֹמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לָכֶם֙10אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11הַקִּ֔ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall12וְאֵ֖יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13הַטָּחִ֥יםH2902pleisteren, bestreken, gepleisterddaub, overlay, plaister, smut14אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
16Te weten de profeten Israels, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Te weten de profetenH5030IsraelsH3478, die van JeruzalemH3389profeterenH5012, en voor haar een gezichtH2377 des vredesH7965zienH2374, waar geenH369vredeH7965 is, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Te weten de profeten Israels, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.
KJVTo wit, the prophets1of Israel2which prophesy3concerning Jerusalem,5and which see6visions8of peace9for her, and there is no peace,11saith12the Lord13GOD.
1נְבִיאֵ֣יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet2יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3הַֽנִבְּאִים֙H5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6וְהַחֹזִ֥יםH2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer7לָ֖הּ8חֲז֣וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision9שָׁלֹ֑םH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly10וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11שָׁלֹ֔םH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly12נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith13אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord14יְהֹוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
17En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En gijH859, mensenkindH1121, zetH7760 uw aangezichtH6440 tegen de dochterenH1323 uws volksH5971, dewelke profeterenH5012 uit haar hartH3820, en profeteerH5012 tegen haar;En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar;
KJVLikewise, thou son2of man,3set4thy face5against the daughters7of thy people,8which prophesy9out of their own heart;10and prophesy
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4שִׂ֤יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work5פָּנֶ֨יךָ֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בְּנ֣וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8עַמְּךָ֔H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַמִּֽתְנַבְּא֖וֹתH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet10מִֽלִּבְּהֶ֑ןH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11וְהִנָּבֵ֖אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet12עֲלֵיהֶֽןH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
18En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zegH559: ZoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: WeeH1945 die vrouwen, die kussensH3704naaienH8609 voor alleH3605okselenH679 der armenH3027, en makenH6213hoofddekselsH4555 voor het hoofdH7218 van alleH3605statuurH6967, om de zielenH5315 te jagenH6679! Zult gij de zielenH5315 Mijns volksH5971jagenH6679, en zult gij u de zielenH5315 in het leven behoudenH2421?En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden?
KJVAnd say,1Thus saith3the Lord4GOD;5Woe6to the women that sew7pillows8to all armholes,11and make13kerchiefs14upon the head16of every stature18to hunt19souls!20Will ye hunt22the souls21of my people,23and will ye save26the souls24alive
1וְאָמַרְתָּ֞H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הוֹי֩H1945Wee, wee, Ochah, alas, ho, O, woe7לִֽמְתַפְּר֨וֹתH8609naaien, genaaid, hechtten(women that) sew (together)8כְּסָת֜וֹתH3704kussenspillow9עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אַצִּילֵ֣יH679oksel, okselen, oksels(arm) hole, great12יָדַ֗יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13וְעֹשׂ֧וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14הַמִּסְפָּח֛וֹתH4555hoofddekselskerchief15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16רֹ֥אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18קוֹמָ֖הH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall19לְצוֹדֵ֣דH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)20נְפָשׁ֑וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it21הַנְּפָשׁוֹת֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it22תְּצוֹדֵ֣דְנָהH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)23לְעַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people24וּנְפָשׁ֖וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it25לָכֶ֥נָה26תְחַיֶּֽינָהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
19En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zult gij Mij ontheiligenH2490 bij Mijn volkH5971, voor handvollenH8168 van gerstH8184, en voor stukkenH6595broodsH3899, om zielenH5315 te dodenH4191, dieH834nietH3808 zouden stervenH4191, en om zielenH5315 in het levenH2421 te behouden, dieH834nietH3808 zouden levenH2421, door uw liegenH3576totH413 Mijn volkH5971, dat de leugenH3577hoortH8085?En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?
KJVAnd will ye pollute1me among my people4for handfuls5of barley6and for pieces7of bread,8to slay9the souls10that should not die,13and to save14the souls15alive18that should not live,by your lying19to my people20that hear21your lies?
1וַתְּחַלֶּלְ֨נָהH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound2אֹתִ֜יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עַמִּ֗יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5בְּשַׁעֲלֵ֣יH8168handvollen, vuisthandful, hollow of the hand6שְׂעֹרִים֮H8184gerst, gersteoogst, gerstekoekbarley7וּבִפְת֣וֹתֵיH6595bete, stukken, stukmeat, morsel, piece8לֶחֶם֒H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals9לְהָמִ֤יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10נְפָשׁוֹת֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תְמוּתֶ֔נָהH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14וּלְחַיּ֥וֹתH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole15נְפָשׁ֖וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18תִֽחְיֶ֑ינָהH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole19בְּכַ֨זֶּבְכֶ֔םH3576liegen, leugenachtig, liegefail, (be found a, make a) liar, lie, lying, be in vain20לְעַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people21שֹׁמְעֵ֥יH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness22כָזָֽבH3577leugen, leugenen, leugenachtigdeceitful, false, leasing, + liar, lie, lying
20Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20DaaromH3651, zo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: ZietH2005, Ik wil aan uw kussensH3704, waarmede gijH859aldaarH8033 de zielenH5315jaagtH6679naarH413 de bloemhovenH6524, en Ik zal ze uit uw armenH2220wegscheurenH7167; en Ik zal die zielenH5315losmakenH7971, de zielenH5315, die gijH859jaagtH6679 naar de bloemhovenH6524.Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.
KJVWherefore thus saith3the Lord4GOD;5Behold, I am against your pillows,8wherewith ye10there hunt11the souls14to make them fly,15and I will tear16them from your arms,19and will let the souls22go,20even the souls27that ye hunt25to make them fly.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8כִּסְּתוֹתֵיכֶ֨נָה֙H3704kussenspillow9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אַ֠תֵּנָהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11מְצֹדְד֨וֹתH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)12שָׁ֤םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַנְּפָשׁוֹת֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15לְפֹ֣רְח֔וֹתH6524bloeien, groeien, groenen[idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up)16וְקָרַעְתִּ֣יH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear17אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19זְרוֹעֹֽתֵיכֶ֑םH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength20וְשִׁלַּחְתִּי֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22הַנְּפָשׁ֔וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24אַתֶּ֛םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you25מְצֹדְד֥וֹתH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)26אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27נְפָשִׁ֖יםH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it28לְפֹרְחֹֽתH6524bloeien, groeien, groenen[idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up)
21Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Daartoe zal Ik uw hoofddekselsH4555scheurenH7167, en Mijn volkH5971 uit uw handH3027reddenH5337, zodat zijH1961nietH3808meerH5750 in uw handH3027 zullen zijn tot een jachtH4686; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVYour kerchiefs3also will I tear,1and deliver4my people6out of your hand,7and they shall be no more in your hand11to be hunted;12and ye shall know13that I am the LORD.
1וְקָרַעְתִּ֞יH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִסְפְּחֹֽתֵיכֶ֗םH4555hoofddekselskerchief4וְהִצַּלְתִּ֤יH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עַמִּי֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7מִיֶּדְכֶ֔ןH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יִהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)11בְּיֶדְכֶ֖ןH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12לִמְצוּדָ֑הH4686Burg, vesting, burgcastle, defense, fort(-ress), (strong) hold, be hunted, net, snare, strong place13וִֽידַעְתֶּ֖ןH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
22Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Omdat gijlieden het hartH3820 des rechtvaardigenH6662 door valsheidH8267 hebt bedroefdH3512 gemaakt, daar IkH589 hem geenH3808smart aangedaanH3510 heb; en omdat gij de handenH3027 des goddelozenH7451gesterktH2388 hebt, opdat hij zich van zijn bozenH7563wegH1870 niet afkerenH7725 zou, dat Ik hem in het leven behieldH2421;Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield;
KJVBecause with lies5ye have made the heart3of the righteous4sad,2whom I have not made sad;8and strengthened9the hands10of the wicked,15that he should not return13from his wicked11way,14by promising him life:
1יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why2הַכְא֤וֹתH3512bedroefd, smart bevangen, verslagenebroken, be grieved, make sad3לֵבH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom4צַדִּיק֙H6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)5שֶׁ֔קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully6וַאֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הִכְאַבְתִּ֑יוH3510smart, smart aangedaan, verdervengrieving, mar, have pain, make sad (sore), (be) sorrowful9וּלְחַזֵּק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand10יְדֵ֣יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11רָשָׁ֔עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong12לְבִלְתִּיH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without13שׁ֛וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14מִדַּרְכּ֥וֹH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15הָרָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)16לְהַחֲיֹתֽוֹH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
23Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23DaaromH3651 zult gij niet meerH5750ijdelheidH7723zienH2372, noch waarzeggingH7081gebruikenH7080; maar Ik zal Mijn volkH5971 uit uw handH3027reddenH5337, en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVTherefore ye shall see4no more vanity,2nor divine7divinations:5for I will deliver9my people11out of your hand:12and ye shall know13that I am the LORD.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2שָׁ֚וְאH7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תֶחֱזֶ֔ינָהH2372zien, aanschouwen, aanschouwtbehold, look, prophesy, provide, see5וְקֶ֖סֶםH7081waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging(reward of) divination, divine sentence, witchcraft6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תִקְסַ֣מְנָהH7080waarzeggers, gebruiken, voorzeggendivine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination)8ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)9וְהִצַּלְתִּ֤יH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עַמִּי֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12מִיֶּדְכֶ֔ןH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13וִֽידַעְתֶּ֖ןH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 13:2— Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord.Ezechiël 13:17→Jeremia 37:19→Ezechiël 22:25→Ezechiël 22:28→Jesaja 9:15→Jesaja 1:10→Jeremia 29:31→Micha 3:11→
Ezechiël 13:3— Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!Jeremia 23:28→Klaagliederen 2:14→Hosea 9:7→Zacharia 11:15→2 Timotheüs 3:9→1 Korinthe 9:16→Lukas 11:42→Ezechiël 13:6→
Ezechiël 13:4— Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen.Galaten 2:4→Efeze 4:14→Openbaring 13:11→Mattheüs 7:15→Micha 2:11→Romeinen 16:18→Openbaring 19:20→Titus 1:10→
Ezechiël 13:5— Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.Ezechiël 22:30→Jesaja 58:12→Psalmen 106:23→Jeremia 23:22→Jesaja 13:6→Jesaja 13:9→Klaagliederen 2:13→Openbaring 16:14→
Ezechiël 13:6— Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.Ezechiël 22:28→Jeremia 28:15→Jeremia 14:14→Ezechiël 21:29→Jeremia 29:8→Jeremia 37:19→1 Koningen 22:6→2 Thessalonicenzen 2:11→
Ezechiël 13:7— Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?Mattheüs 24:23→Ezechiël 13:2→Ezechiël 13:6→
Ezechiël 13:8— Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 5:8→Ezechiël 21:3→Nahum 2:13→Ezechiël 28:22→Ezechiël 35:3→Ezechiël 26:3→1 Timotheüs 4:8→Ezechiël 29:10→
Ezechiël 13:9— En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.Psalmen 69:28→Psalmen 87:6→Ezechiël 20:38→Ezra 2:59→Daniël 12:1→Jeremia 28:15→Jeremia 20:3→Nehemia 7:64→
Ezechiël 13:10— Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.Ezechiël 13:16→Jeremia 6:14→Ezechiël 22:28→Jeremia 14:13→2 Koningen 21:9→Jeremia 8:11→Jeremia 5:31→Jeremia 8:15→
Ezechiël 13:11— Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.Ezechiël 38:22→Jesaja 28:2→Lukas 6:48→Jesaja 29:6→Psalmen 11:6→Psalmen 32:6→Jesaja 32:19→Psalmen 18:13→
Ezechiël 13:12— Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?Deuteronomium 32:37→Klaagliederen 2:14→Jeremia 29:31→2 Koningen 3:13→Richteren 10:14→Jeremia 37:19→Richteren 9:38→Jeremia 2:28→
Ezechiël 13:13— Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.Jesaja 30:30→Psalmen 148:8→Openbaring 16:21→Openbaring 11:19→Psalmen 18:12→Exodus 9:18→Psalmen 105:32→Jona 1:4→
Ezechiël 13:14— Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Jeremia 6:15→Micha 1:6→Habakuk 3:13→Ezechiël 13:9→Jeremia 14:15→Ezechiël 13:21→Psalmen 11:3→1 Korinthe 3:11→
Ezechiël 13:15— Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet;Nehemia 4:3→Psalmen 62:3→Jesaja 30:13→
Ezechiël 13:16— Te weten de profeten Israels, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.Jeremia 6:14→Ezechiël 13:10→Jeremia 8:11→Jeremia 5:31→Jeremia 29:31→Jeremia 28:9→Jeremia 28:1→Jesaja 57:20→
Ezechiël 13:17— En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar;Ezechiël 13:2→Richteren 4:4→2 Koningen 22:14→Openbaring 2:20→Lukas 2:36→Jesaja 3:16→2 Petrus 2:1→Ezechiël 20:46→
Ezechiël 13:18— En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden?2 Petrus 2:14→Ezechiël 13:20→Efeze 4:14→2 Timotheüs 4:3→Ezechiël 22:25→Ezechiël 13:16→Jeremia 6:14→Jeremia 4:10→
Ezechiël 13:19— En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?Spreuken 28:21→Micha 3:5→Ezechiël 20:39→Ezechiël 22:26→Jeremia 23:17→Jeremia 23:14→1 Petrus 5:2→Spreuken 19:27→
Ezechiël 13:20— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.Ezechiël 13:15→Ezechiël 13:18→2 Timotheüs 3:8→Ezechiël 13:8→
Ezechiël 13:21— Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Psalmen 91:3→
Ezechiël 13:22— Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield;Jeremia 23:14→Jeremia 29:32→Jeremia 8:11→Jeremia 23:17→Jeremia 28:16→Ezechiël 33:14→Jeremia 6:14→2 Petrus 2:18→
Ezechiël 13:23— Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Ezechiël 13:21→Micha 3:6→Ezechiël 12:24→Zacharia 13:3→Openbaring 12:9→Ezechiël 34:10→Openbaring 12:11→Markus 13:22→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 13 vers 2— Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord.
profeten Israëls,
Te weten die daar in Chaldea waren onder de weggevoerde Joden, die hen wilden wijsmaken dat zij in hun vaderland haast zouden wederkeren; zie van dezen ook Jer. 29:8 . Zij hadden ook hunne metgezellen in Jeruzalem; Jer. 23:16-17 .
Hertaald:profeten Israëls,
Namelijk zij die daar in Chaldea onder de weggevoerde Joden waren en hun wilden wijsmaken dat zij spoedig naar hun vaderland zouden terugkeren; zie over hen ook Jer. 29:8. Zij hadden ook hun geestverwanten in Jeruzalem; Jer. 23:16-17.
die profeteren,
Dat is, die het profetisch ambt, doch valselijk, zich aantrekken.
Hertaald:die profeteren,
Dat is: zij die zich het profetische ambt ten onrechte aanmatigen.
uit hun hart profeteren
Hebreeuws, de profeten uit hun hart, dat is, die profeteren hetgeen uit hun eigen goeddunken, oordeel en drijving voortkomt, en niet van God. Zulke profeten worden gezegd valse gezichten en de bedriegerij van hun hart te profeteren, Jer. 14:14 , van de gezichten van hun hart te spreken, Jer. 23:16 ; profeten te zijn van de bedriegerij van hun hart, Jer. 23:26 ; hunnen geest na te wandelen; hier in vs.3. Zie het tegendeel Num. 16:28 , en de aantekening aldaar.
Hertaald:uit hun hart profeteren
Hebreeuws: de profeten uit hun hart; dat is: zij die profeteren wat uit hun eigen goeddunken, oordeel en aandrang voortkomt en niet van God. Van zulke profeten wordt gezegd dat zij valse gezichten en het bedrog van hun hart profeteren (Jer. 14:14), dat zij spreken van de gezichten van hun hart (Jer. 23:16), dat zij profeten zijn van het bedrog van hun hart (Jer. 23:26), en dat zij hun eigen geest navolgen, hier in vers 3. Zie het tegendeel in Num. 16:28 met de aantekening daar.
Ezechiël 13 vers 3— Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!
hun geest nawandelen,
Dat is, hun eigen verstand en ingeving volgen in het voorstellen van hun gewaande profetieën. Vergelijk de aantekening op vs.2.
Hertaald:hun geest nawandelen,
Dat is: hun eigen verstand en ingeving volgen bij het voorstellen van hun vermeende profetieën. Vergelijk de aantekening bij vers 2.
niet gezien hebben
Te weten dat hun in enig gezicht van God vertoond zou zijn, om dat uit zijn naam het volk te verkondigen. Het woord zien is dikwijls aldus genomen, gelij Num. 24:4 ; Jes. 30:10 ; Klaagl. 2:14 , en hier onder vs.6-8. Hiervan worden de profeten zieners genaamd. Zie 1 Sam. 9:9 , en 2 Kron. 9:29 .
Hertaald:niet gezien hebben
Namelijk dat hun in een gezicht door God getoond zou zijn om dat uit Zijn naam aan het volk te verkondigen. Het woord zien wordt vaak zo opgevat, zoals Num. 24:4; Jes. 30:10; Klaagl. 2:14, en hier hieronder vers 6-8. Daarom worden de profeten zieners genoemd. Zie 1 Sam. 9:9 en 2 Kron. 9:29.
Ezechiël 13 vers 4— Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen.
als vossen in de woeste plaatsen
Te weten die, in woeste, dorre en verlaten plaatsen zijnde, waar zeer weinig te roven is, zeer gretig zijn om het allerslechtste, waar zij het krijgen kunnen, op te snappen.
Hertaald:als vossen in de woeste plaatsen
Namelijk vossen die, wanneer zij zich in woeste, dorre en verlaten streken bevinden waar zeer weinig te roven valt, zeer gretig zijn om het allerminste weg te grissen waar zij het maar kunnen krijgen.
Ezechiël 13 vers 5— Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.
Gij zijt
Te weten valse profeten.
Hertaald:Gij zijt
Namelijk valse profeten.
in de bressen niet opgetreden,
Het is ene gelijkenis, genomen van den krijgshandel, waar de kloeke soldaten zich in de bres, die in den stadsmuur van den vijand gemaakt is, moedig stellen, om den vijand daaruit te houden; hetwelk de valse profeten moesten nagevolgd hebben met gebeden tot God en vermaningen tot de gemeente, om de oordelen en straffen Gods af te keren. Zie dezelfde manier van spreken Ps. 106:23 , Ps. 106:30 , en onder Ezech. 22:30 .
Hertaald:in de bressen niet opgetreden,
Het is een vergelijking, ontleend aan de oorlogvoering, waarbij de dappere soldaten zich moedig in de bres opstellen die de vijand in de stadsmuur geslagen heeft, om hem daaruit te houden. Dat hadden de valse profeten moeten navolgen met gebeden tot God en vermaningen aan de gemeente, om Gods oordelen en straffen af te wenden. Zie dezelfde manier van spreken in Ps. 106:23, Ps. 106:30 en hieronder Ezech. 22:30.
den muur toegemuurd
Te weten als hij gebroken was; het is een andere gelijkenis, genomen van de hoven, welker heiningen en muren, als zij beschadigd zijn van de wilde dieren, moeten voorzien worden tegen nieuwen inval derzelven. Zie van dezelfde gelijkenis onder Ezech. 22:30 .
Hertaald:den muur toegemuurd
Namelijk wanneer die gebroken was. Het is een tweede vergelijking, ontleend aan de tuinen, waarvan de heggen en muren, wanneer zij door wilde dieren beschadigd zijn, hersteld moeten worden tegen een nieuwe inval daarvan. Zie dezelfde vergelijking hieronder Ezech. 22:30.
ten dage des HEEREN
Versta den tijd, in welken de Heere de Chaldeën over de Israëlieten uitzenden zou, om hen te verderven. Dag des Heeren voor dag der straf, of wraak. Zie Job 24:1 .
Hertaald:ten dage des HEEREN
Versta: de tijd waarin de HEERE de Chaldeeën op de Israëlieten zou afzenden om hen te verderven. Dag des HEEREN staat hier voor dag van de straf of de wraak. Zie Job 24:1.
Ezechiël 13 vers 6— Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.
Zij zien
Te weten de valse profeten, die Ezechiël in den tweeden persoon toegesproken had, vs.5, van wie hij nu spreekt in den derden persoon, alsook boven vs.4. Zie van dergelijke verandering in persoon, Job 18:4 .
Hertaald:Zij zien
Namelijk de valse profeten, die Ezechiël in vers 5 in de tweede persoon toegesproken had en over wie hij nu in de derde persoon spreekt, zoals ook hierboven in vers 4. Zie over zo'n verandering van persoon Job 18:4.
ijdelheid
Zie boven Ezech. 12:24 .
Hertaald:ijdelheid
Zie hierboven Ezech. 12:24.
leugenachtige voorzegging,
Hebreeuws, voorzegging der leugen.
Hertaald:leugenachtige voorzegging,
Hebreeuws: voorzegging van de leugen.
woord te zullen bevestigen
Of, de zaak, te weten die zij als ene profetie van God voortkomende valselijk uitgegeven hebben.
Hertaald:woord te zullen bevestigen
Of: de zaak, namelijk die zij ten onrechte hebben uitgegeven als een profetie die van God komt.
Ezechiël 13 vers 7— Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?
Ziet gij niet
Deze vraag verzekert sterkelijk.
Hertaald:Ziet gij niet
Deze vraag bevestigt met nadruk.
ijdel gezicht,
Hebreeuws, een gezicht der ijdelheid, alzo boven Ezech. 12:24 . Zie de aantekening.
Hertaald:ijdel gezicht,
Hebreeuws: een gezicht van de ijdelheid, zoals hierboven Ezech. 12:24. Zie de aantekening daar.
een leugenachtige voorzegging,
Hebreeuws, ene voorzegging der leugen.
Hertaald:een leugenachtige voorzegging,
Hebreeuws: een voorzegging van de leugen.
zegt
Te weten tot het volk.
Hertaald:zegt
Namelijk tot het volk.
Ik niet gesproken heb?
Namelijk Ik de Heere.
Hertaald:Ik niet gesproken heb?
Namelijk Ik, de HEERE.
Ezechiël 13 vers 8— Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.
Ik wil aan u,
Te weten om u te straffen. Vergelijk Jer. 21:13 , met de aantekening.
Hertaald:Ik wil aan u,
Namelijk om u te straffen. Vergelijk Jer. 21:13 met de aantekening.
Ezechiël 13 vers 9— En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
Mijn hand zal zijn tegen de profeten,
Dat is, mijne kracht om te straffen en te verderven; alzo Ex. 9:3 ; Richt. 2:15 ; 1 Sam. 12:15 .
Hertaald:Mijn hand zal zijn tegen de profeten,
Dat is: Mijn kracht om te straffen en te verderven; zo ook Ex. 9:3; Richt. 2:15; 1 Sam. 12:15.
in de vergadering Mijns volks
Alzo wordt het woord sod genomen, Ps. 89:8 , en Ps. 111:1 . De zin is dat de valse profeten niet onder Gods uitverkoren volk zouden gerekend, noch zijn geestelijke goederen mede deelachtig worden.
Hertaald:in de vergadering Mijns volks
Zo wordt het woord sod opgevat in Ps. 89:8 en Ps. 111:1. De betekenis is dat de valse profeten niet tot Gods uitverkoren volk gerekend zouden worden en ook niet zouden delen in Zijn geestelijke goederen.
schrift
Dat is, in het register der ware kinderen Gods; vergelijk Ex. 32:32 , en de aantekening; idem, Ps. 69:29 , en de aantekening; Luc. 10:20 ; Openb. 13:8 , en Openb. 17:8 , en Openb. 20:15 , en Openb. 21:27 .
Hertaald:schrift
Dat is: in het register van de ware kinderen van God; vergelijk Ex. 32:32 met de aantekening; eveneens Ps. 69:29 met de aantekening; Luk. 10:20; Openb. 13:8, Openb. 17:8, Openb. 20:15 en Openb. 21:27.
van het huis Israëls
Dat is, van de ware kerk niet bevonden worden.
Hertaald:van het huis Israëls
Dat is: zij zullen niet tot de ware kerk gerekend worden.
in het land Israëls niet komen;
Dat is, in het land van Juda niet wederkeren uit de Babylonische gevangenschap; gelijk ook die onboetvaardig blijven niet komen zullen in het hemelse Kanaän.
Hertaald:in het land Israëls niet komen;
Dat is: zij zullen niet uit de Babylonische gevangenschap naar het land van Juda terugkeren, zoals ook wie onboetvaardig blijven niet in het hemelse Kanaän zullen komen.
Ezechiël 13 vers 10— Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
daarom dat zij Mijn volk
Deze verdubbeling geschiedt om den zin te meer kracht te geven; zie dergelijke Gen. 7:2 , en Gen. 14:10 ; Num. 3:9 ; Deut. 16:20 ; Joël 3:14 , en de aantekening.
Hertaald:daarom dat zij Mijn volk
Deze verdubbeling gebeurt om de uitspraak meer kracht te geven; zie iets dergelijks in Gen. 7:2 en Gen. 14:10; Num. 3:9; Deut. 16:20; Joël 3:14 met de aantekening.
verleiden,
Te weten alzo, dat zij mijne dreigementen niet geloofd, mijne godsdiensten niet zuiver gehouden, en mijne wetten, voorschrijvende de manier des levens, niet gehoorzaamd hebben; Jer. 28:15-16 .
Hertaald:verleiden,
Namelijk zo dat zij Mijn dreigementen niet geloofd, Mijn godsdienst niet zuiver gehouden en Mijn wetten over de levenswandel niet gehoorzaamd hebben; Jer. 28:15-16.
zeggende
Dat is, hun wijsmakende dat alle dingen wel waren en geen straf was te verwachten; vergelijk Jer. 6:14 , en Jer. 28:9 , en onder vs.16.
Hertaald:zeggende
Dat is: hun wijsmakend dat alles goed was en dat er geen straf te verwachten viel; vergelijk Jer. 6:14 en Jer. 28:9, en hieronder vers 16.
de een een
Te weten valse profeet.
Hertaald:de een een
Namelijk valse profeet.
lemen wand bouwt,
Dat is, een slecht en zwak schutsel om een huis vrij te houden van geweldigen aanstoot en inbreuk. Versta, de ijdele en vleiende profetieën der verleiders, die zij het volk voorhielden, opdat zij de dreigementen, die God door de ware profeten liet verkondigen, niet geloven zouden.
Hertaald:lemen wand bouwt,
Dat is: een slechte en zwakke afscheiding om een huis te vrijwaren van hevige aanstoot en inbraak. Versta: de ijdele en vleiende profetieën van de verleiders, die zij het volk voorhielden opdat het de dreigementen niet zou geloven die God door de ware profeten liet verkondigen.
de anderen
Te weten valse profeten.
Hertaald:de anderen
Namelijk valse profeten.
pleisteren
Dat is, hielpen de voorgestelde profetie van den eersten, door ijdele en den mensen aangename schijnredenen te bevestigen en te volmaken.
Hertaald:pleisteren
Dat is: zij hielpen de door de eerste voorgestelde profetie te bevestigen en af te maken met ijdele schijnredenen die de mensen aangenaam waren.
loze kalk
Versta, een kwalijk gemaakte of getemperde stof van leem of modder, dat lichtelijk afvalt en vergaat; vergelijk onder Ezech. 22:28 .
Hertaald:loze kalk
Versta: een slecht gemaakt of aangemaakt mengsel van leem of modder, dat gemakkelijk afvalt en vergaat; vergelijk hieronder Ezech. 22:28.
Ezechiël 13 vers 11— Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.
hij omvallen zal;
Te weten de lemen wand.
Hertaald:hij omvallen zal;
Namelijk de lemen wand.
overstelpende plasregen zijn;
Versta hierdoor, en het volgende, het geweld der Chaldeën, hetwelk zich over Jeruzalem en het gehele koninkrijk van Juda gruwelijk uitstorten zou. Dezelfde gelijkenissen worden ook elders gebruikt, zie Jes. 25:4 ; Jer. 47:2 ; onder Ezech. 38:22 .
Hertaald:overstelpende plasregen zijn;
Versta hieronder en onder het vervolg het geweld van de Chaldeeën, dat zich vreselijk over Jeruzalem en het hele koninkrijk van Juda zou uitstorten. Dezelfde vergelijkingen worden ook elders gebruikt; zie Jes. 25:4; Jer. 47:2; hieronder Ezech. 38:22.
Ezechiël 13 vers 12— Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?
zal dan niet tot u
Deze vraag verzekert sterkelijk.
Hertaald:zal dan niet tot u
Deze vraag bevestigt met nadruk.
gezegd worden
Te weten van de lieden, die voorbijgaande, den inval van het huis zien zullen, of die daarvan enige kennis zullen hebben.
Hertaald:gezegd worden
Namelijk door de mensen die voorbijgaan en het huis zien invallen, of die er kennis van hebben.
Ezechiël 13 vers 13— Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.
hem
Te weten dien lemen wand.
Hertaald:hem
Namelijk die lemen wand.
om dien te verdoen
Hebreeuws, tot vernieling.
Hertaald:om dien te verdoen
Hebreeuws: tot vernieling.
Ezechiël 13 vers 14— Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
ter aarde nederwerpen,
Hebreeuws, aan de aarde doen genaken.
Hertaald:ter aarde nederwerpen,
Hebreeuws: aan de aarde doen raken.
zijn grond zal ontdekt worden;
Dat is, tot den grond tot zal hij uitgeroeid worden. Zie dezelfde manier van spreken Ps. 137:7 ; Mi. 1:6 ; Hab. 3:13 ; vergelijk 2 Sam. 22:16 .
Hertaald:zijn grond zal ontdekt worden;
Dat is: tot op de grond toe zal hij uitgeroeid worden. Zie dezelfde manier van spreken in Ps. 137:7; Micha 1:6; Hab. 3:13; vergelijk 2 Sam. 22:16.
de stad vallen,
Namelijk Jeruzalem.
Hertaald:de stad vallen,
Namelijk Jeruzalem.
gij zult in het midden van haar omkomen;
Te weten gij Joden.
Hertaald:gij zult in het midden van haar omkomen;
Namelijk u, Joden.
Ezechiël 13 vers 15— Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet;
ulieden zeggen
Versta, degenen, die de valse profeten geloofden en van hun ijdele en toesmekende profetieën alles goeds verwachtten.
Hertaald:ulieden zeggen
Versta: hen die de valse profeten geloofden en van hun ijdele en vleiende profetieën allerlei goeds verwachtten.
is er niet meer,
Dat is, hij is omgeworpen.
Hertaald:is er niet meer,
Dat is: hij is omvergeworpen.
zijn er niet;
Te weten in het leven; zie Gen. 42:13 ; Spr. 12:7 .
Hertaald:zijn er niet;
Namelijk in leven; zie Gen. 42:13; Spr. 12:7.
Ezechiël 13 vers 16— Te weten de profeten Israels, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.
des vredes zien,
Zie boven vs.10.
Hertaald:des vredes zien,
Zie hierboven vers 10.
Ezechiël 13 vers 17— En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar;
tegen de dochteren uws volks,
Dat is, tegen de vrouwen van uw landvolk, die zich voor profetessen en waarzegsters uitgevende, de mensen door enkel ijdelheden en leugens wijsmaakten dat God over hen niet vergramd was, gelijk de ware profeten leerden. Daartoe vleiden en stijfden zij de mensen in hunne zonden, hun Gods genade en zegen, hoewel zij in dezelfde zonden voortgingen, toezeggende. Om nu een ieder daarvan te verzekeren, maakten zij, zo enigen menen, armkussens en hoofdhuiven, welke zij den persoon, dien zij bedrogen, toestelden voor zeker gewin, dat deze profetessen daarvan trokken.
Hertaald:tegen de dochteren uws volks,
Dat is: tegen de vrouwen van uw eigen volk, die zich voor profetessen en waarzegsters uitgaven en de mensen met louter ijdelheid en leugens wijsmaakten dat God niet op hen vertoornd was, zoals de ware profeten leerden. Daarbij vleiden zij de mensen en sterkten hen in hun zonden door hun Gods genade en zegen toe te zeggen, terwijl zij in diezelfde zonden voortgingen. Om ieder daarvan te verzekeren maakten zij, naar sommigen menen, armkussens en hoofdkappen, die zij toebereidden voor degene die zij bedrogen — voor een flinke winst die deze profetessen daaraan overhielden.
profeteer tegen haar;
Zie boven vs.2.
Hertaald:profeteer tegen haar;
Zie hierboven vers 2.
Ezechiël 13 vers 18— En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden?
die kussens naaien
Sommigen verstaan dit niet eigenlijk, maar figuurlijk, van de pluimstrijkerijen en beloften van vrede en rust; anderen verstaan het eigenlijk, dat zij zulke dingen maakten en verkochten, om gebruikt te worden door degenen, die hare profetieën geloofden, tot een teken dat zij zo waarlijk rust en vrede in het land zouden hebben, als hunne armen daarop gemakkelijk zouden leunen en rusten.
Hertaald:die kussens naaien
Sommigen verstaan dit niet letterlijk maar figuurlijk, van hun vleierij en beloften van vrede en rust; anderen verstaan het letterlijk, namelijk dat zij zulke dingen maakten en verkochten om gebruikt te worden door hen die hun profetieën geloofden — als teken dat zij even zeker rust en vrede in het land zouden hebben als hun armen daarop gemakkelijk zouden leunen en rusten.
alle okselen der armen,
Hebreeuws, alle oksels der handen; te weten van al degenen, die ze ten voorgemelden einde zouden willen kopen en gebruiken.
Hertaald:alle okselen der armen,
Hebreeuws: alle oksels van de handen; namelijk van allen die ze voor het genoemde doel zouden willen kopen en gebruiken.
hoofddeksels voor het hoofd
Anders: slaaphuiven of overdeksels. Deze dienden tot een teken van altijd vasten en gerusten slaap te zullen hebben.
Hertaald:hoofddeksels voor het hoofd
Anders: slaapmutsen of hoofddoeken. Deze dienden als teken dat zij altijd een vaste en rustige slaap zouden hebben.
van alle statuur,
Dat is, van allen ouderdom, of hoogte. Zij passen hare huichelarij op alle soorten van mensen, kleinen en groten, om een ieder te verleiden en van elkeen te trekken.
Hertaald:van alle statuur,
Dat is: van elke leeftijd, of van elke lengte. Zij pasten hun huichelarij toe op alle soorten mensen, klein en groot, om ieder te verleiden en van ieder voordeel te trekken.
zielen te jagen
En alzo te vangen; dat is, de mensen in het tijdelijke en eeuwige verderf te brengen, door hen in gruwelijke afgoderij en onboetvaardigheid te stijven. Vergelijk Spr. 6:26 , en de aantekening.
Hertaald:zielen te jagen
En zo te vangen; dat is: de mensen in het tijdelijke en eeuwige verderf te storten door hen in gruwelijke afgoderij en onboetvaardigheid te sterken. Vergelijk Spr. 6:26 met de aantekening.
zielen Mijns volks jagen,
Versta, de redelijke en onsterflijke zielen.
Hertaald:zielen Mijns volks jagen,
Versta: de redelijke en onsterfelijke zielen.
u de
Of, voor u; dat is u ten beste.
Hertaald:u de
Of: voor u; dat is: in uw voordeel.
zielen
Dat is, uwe personen; alzo Gen. 9:5 , op de woorden uwer zielen.
Hertaald:zielen
Dat is: uw personen; zo ook Gen. 9:5 bij de woorden: uw zielen.
in het leven behouden?
Dat is, voeden en onderhouden, door oneerlijk gewin te trekken van uw valse profetieën.
Hertaald:in het leven behouden?
Dat is: voeden en onderhouden, door oneerlijke winst te trekken uit uw valse profetieën.
Ezechiël 13 vers 19— En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?
ontheiligen
Te weten misbruikende mijnen naam, alsof Ik u last gegeven had door valse profetieën mijn volk te verleiden. Vergelijk Lev. 18:21 .
Hertaald:ontheiligen
Namelijk door Mijn naam te misbruiken, alsof Ik u opdracht gegeven had Mijn volk door valse profetieën te verleiden. Vergelijk Lev. 18:21.
om zielen te doden,
Dat is, om door uwe voorzeggingen den dood te verkondigen aan degenen, die niet zullen sterven, omdat zij aan mij geloven en uwe waarzeggingen verfoeien.
Hertaald:om zielen te doden,
Dat is: om door uw voorzeggingen de dood aan te kondigen aan hen die niet zullen sterven, omdat zij in Mij geloven en uw waarzeggerij verfoeien.
in het leven te behouden,
Dat is, het leven toe te zeggen aan hen, die niet leven zullen, omdat zij mij afgaan en u aanhangen.
Hertaald:in het leven te behouden,
Dat is: het leven toe te zeggen aan hen die niet zullen leven, omdat zij Mij verlaten en u aanhangen.
de leugen hoort?
Te weten uwe leugens, waarmede gij hen bedriegt.
Hertaald:de leugen hoort?
Namelijk uw leugens, waarmee u hen bedriegt.
Ezechiël 13 vers 20— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.
Ik wil aan uw kussens,
Te weten om die te scheuren en te verderven. Vergelijk boven vs.8, en de aantekening.
Hertaald:Ik wil aan uw kussens,
Namelijk om die te scheuren en te vernielen. Vergelijk hierboven vers 8 met de aantekening.
de bloemhoven,
Hebreeuws, bloeiende [hoven]; te weten in welke zij hare afgoden hadden, om die van toekomende dingen te vragen, en hen, die naar de dingen nieuwsgierig waren, daarheen aan te lokken, om hen te verleiden, Jes. 65:3 . Anders: opdat zij wegvliegen, te weten los zijnde van uw bedriegelijke kussens.
Hertaald:de bloemhoven,
Hebreeuws: bloeiende (hoven); namelijk waarin zij hun afgoden hadden om die naar toekomstige dingen te vragen en waarheen zij mensen lokten die daar nieuwsgierig naar waren, om hen te verleiden, Jes. 65:3. Anders: opdat zij wegvliegen, namelijk los van uw bedrieglijke kussens.
wegscheuren;
Of, wegrukken.
Hertaald:wegscheuren;
Of: wegrukken.
losmaken,
Te weten uit de netten, waarin gij hen jaagt, of uit de kouwen, waarin gij hen gevangen houdt, opdat zij het verderf, hetwelk gij hun zoekt aan te brengen, nochtans ontkomen.
Hertaald:losmaken,
Namelijk uit de netten waarin u hen drijft, of uit de kooien waarin u hen gevangen houdt, opdat zij het verderf dat u hun wilt aandoen toch ontkomen.
Ezechiël 13 vers 21— Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
hand redden,
Dat is, geweld en macht. Zie Gen. 16:6 .
Hertaald:hand redden,
Dat is: geweld en macht. Zie Gen. 16:6.
tot een jacht;
Te weten als een prooi, om van u gejaagd te worden.
Hertaald:tot een jacht;
Namelijk als een prooi, om door u opgejaagd te worden.
gij zult weten,
Te weten gij valse profetessen, van wie gesproken is boven vs.17.
Hertaald:gij zult weten,
Namelijk u, valse profetessen, over wie in vers 17 gesproken is.
Ezechiël 13 vers 22— Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield;
bedroefd gemaakt,
Te weten hem dreigende met het tijdelijke en eeuwige verderf, omdat hij u niet geloofde of volgde.
Hertaald:bedroefd gemaakt,
Namelijk door hem te dreigen met het tijdelijke en eeuwige verderf omdat hij u niet geloofde of volgde.
hem geen
Te weten, den rechtvaardige, of hetzelve, te weten hart des rechtvaardigen.
Hertaald:hem geen
Namelijk de rechtvaardige, of: het hart van de rechtvaardige.
smart aangedaan heb;
Te weten mits hem door mijne straffen te dreigen; ja heb hem meer getroost met de belofte mijner genade.
Hertaald:smart aangedaan heb;
Namelijk door hem met Mijn straffen te bedreigen; Ik heb hem juist meer getroost met de belofte van Mijn genade.
handen des goddelozen
Dat is, in zijne afgoderij en onboetvaardigheid gestijfd en moedig gemaakt hebt. Zie van deze manier van spreken ook Richt. 9:24 , en de aantekening. Zij wordt ook in het goede genomen, gelijk Richt. 7:11 ; 1 Sam. 23:16 ; Jes. 35:3 .
Hertaald:handen des goddelozen
Dat is: in zijn afgoderij en onboetvaardigheid gesterkt en aangemoedigd hebt. Zie over deze manier van spreken ook Richt. 9:24 met de aantekening. Zij wordt ook in gunstige zin gebruikt, zoals Richt. 7:11; 1 Sam. 23:16; Jes. 35:3.
Ezechiël 13 vers 23— Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
gij niet meer
Te weten valse profetessen.
Hertaald:gij niet meer
Namelijk valse profetessen.
ijdelheid
Zie boven vs.6.
Hertaald:ijdelheid
Zie hierboven vers 6.
zien,
Te weten overmits gij omkomen zult.
Hertaald:zien,
Namelijk omdat u zult omkomen.
waarzegging gebruiken;
Of, met waarzegging omgaan. Hebreeuws, waarzeggende waarzeggen; Deut. 18:10 ; 2 Kon. 17:17 ; onder Ezech. 21:21 . Zie van het woord waarzegging breder Spr. 16:10 .
Hertaald:waarzegging gebruiken;
Of: met waarzeggerij omgaan. Hebreeuws: waarzeggende waarzeggen; Deut. 18:10; 2 Kon. 17:17; hieronder Ezech. 21:21. Zie uitvoeriger over het woord waarzeggerij Spr. 16:10.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
In de bressen opgetreden — wat de profeten hadden moeten doen en nagelaten hebben (Ezech. 13:1-5)
"Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!" (Ezech. 13:3). Van hen wordt gezegd: "Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen" (Ezech. 13:4). En dan komt het verwijt in de vorm van een beeld uit de stadsverdediging: "Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN" (Ezech. 13:5). Een bres is een gat in de muur waar de vijand binnenkomt; daar moest iemand gaan staan.
Bijbelse betekenis: Merk op waaruit hun schuld bestaat. Niet alleen uit wat zij spraken, maar uit wat zij nalieten: zij gingen niet in de bres staan. Verzuim telt hier als daad. Let vervolgens op wat een bres eigenlijk vraagt. Wie daar gaat staan, stelt zich bloot op de plaats waar het gevaar binnenkomt; het is de gevaarlijkste plek van de muur. Dat is wat van een profeet verwacht werd. Let ten slotte op het vervolg in dit boek. Verderop zegt God dat Hij een man zocht die de bres zou dichten en dat Hij niemand vond (Ezech. 22:30). Dat is dezelfde zaak als bij Jesaja, waar er geen voorbidder was (reeds behandeld bij Jes. 59:16).
Typologie: Mozes ging wél op zo'n plaats staan; de psalm zegt dat hij "in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan" heeft, om Gods grimmigheid af te keren (Ps. 106:23). En Christus is de Voorbidder Die altijd leeft om voor de Zijnen te bidden (reeds behandeld bij Hebr. 7:25).
Ezech. 13:1-5; Ezech. 22:30; Jes. 59:16; Ps. 106:23; Hebr. 7:25
De loze kalk — een wand die niet deugt wordt witgepleisterd, en de eerste regen spoelt het weg (Ezech. 13:10-16)
"Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk" (Ezech. 13:10). Dan wordt gezegd wat er met die wand gebeurt: "er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten" (Ezech. 13:11). En de vraag die overblijft: "Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?" (Ezech. 13:12).
Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee groepen aan het werk zijn. De een bouwt een wand die niet deugt, de ander maakt hem van buiten mooi. De pleisteraars hebben de wand niet gebouwd, en toch krijgen zij het zwaarste verwijt: zij hebben de zwakte onzichtbaar gemaakt. Let vervolgens op wat de kalk doet. Zij verandert niets aan de wand; zij verandert alleen wat men ziet. Dat is precies wat de prediking van vrede deed waar geen vrede was (reeds behandeld bij Jer. 6:14). Let ten slotte op de proef. Niet de bouwmeester en niet een deskundige stelt het gebrek vast, maar het weer. Een muur wordt getoetst door de storm, en een boodschap door de tijd waarin zij waar moet blijken.
Typologie: De Heere Jezus gebruikt hetzelfde beeld voor mensen: witgepleisterde graven, die van buiten schoon schijnen (reeds behandeld bij Matt. 23:27). En Hij vergelijkt het horen zonder doen met een huis op zand, dat valt zodra de stromen komen (reeds behandeld bij Matt. 7:26-27).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
In de bressen niet opgetreden — 13:1-16
Ezechiël moet profeteren tegen de profeten. Er waren er genoeg in Jeruzalem, en zij zeiden allemaal ongeveer hetzelfde: het valt mee. Wat God van hen zegt, staat in beelden die uit de bouw en uit het veld komen.
God verwijt de profeten niet in de eerste plaats wat zij zeiden, maar wat zij niet gedaan hebben: zij zijn niet in de bres gaan staan.
De aanklacht begint met een vergelijking die weinig vleiend is: “Uw profeten, o Israël, zijn als vossen in de woeste plaatsen.” Een vos woont in een puinhoop en graaft er zijn hol in; hij bouwt niets op en hij houdt niets tegen.
En dan komt het verwijt zelf, en het is geen verwijt over woorden: “Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israëls, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.”
Dat beeld komt uit de oorlog. Wanneer een stadsmuur werd doorgebroken, was er één plek waar het over ging: het gat. Daar moest iemand gaan staan, en dat was de gevaarlijkste plaats van de hele stad. God zegt tegen deze mannen dat er een bres was en dat zij er niet in stonden.
Wat zij wél deden, wordt beschreven met een tweede bouwbeeld. Zij bouwden een wand van leem, en de anderen kwamen die pleisteren met loze kalk — een laagje witsel over ondeugdelijk metselwerk, zodat het er van buiten goed uitzag. Zij zeiden vrede, waar geen vrede was.
En God zegt precies wat er met zulk werk gebeurt. Er zal een overstelpende plasregen zijn, en grote hagelstenen zullen vallen, en een stormwind zal het splijten. Als de muur dan valt, zal men vragen waar het pleisterwerk gebleven is. Het probleem was niet de kalk maar de wand eronder.
Zo tekent dit hoofdstuk het ambt van de profeet van zijn achterkant. Wie namens God spreekt, moet niet zeggen wat men graag hoort, en hij moet gaan staan waar het gevaarlijk is. Ezechiël zelf krijgt later te horen dat God een man zocht die de muur mocht toemuren en voor Zijn aangezicht in de bres staan — en dat Hij er geen vond.
Daar komt de lijn van dit hoofdstuk uit. Er wordt in het Oude Testament vaker naar zo'n man gezocht. Mozes ging in de bres staan toen God zei dat Hij het volk verdelgen zou. Pinehas stond op. Maar aan het eind van al dat zoeken staat er dat er niemand was.
Het Nieuwe Testament wijst Degene aan Die er wel ging staan. Van Hem staat er dat Hij altijd leeft om voor hen te bidden, en dat er één Middelaar is tussen God en mensen. En Hij is niet gaan staan in een bres in een muur maar in de bres die de zonde geslagen had.
Ezechiël 13:4 — Vossen in de puinhopen: zij bouwen niets op en houden niets tegen.
Ezechiël 13:5 — Het verwijt gaat niet over woorden: zij stonden niet in de bres.
Ezechiël 13:10 — Vrede zeggen waar geen vrede is, en witsel over een lemen wand.
Ezechiël 13:11 — Plasregen, hagel en storm — het probleem was de wand, niet de kalk.
Ezechiël 22:30 — Ik zocht een man die in de bres zou staan, en Ik vond niemand.
Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden.
In het Nieuwe Testament: Ezechiël 22:30; Hebreeën 7:25; 1 Timotheüs 2:5; Jesaja 59:16; Jeremia 6:14
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Ezechiël 13 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op het beeld van de bres, dat in dit hoofdstuk en in Ezechiël 22 gebruikt wordt. Daarnaast op Jesaja 59, waar God verwonderd is dat er geen voorbidder is. Dat Christus die plaats inneemt, volgt uit de teksten waar Hij Middelaar en Voorbidder heet. Dat die teksten naar deze beelden verwijzen, staat er niet.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Ezechiël 13:10.KruisverwijzingenEzechiël 13:16→Jeremia 6:14→Ezechiël 22:28→Jeremia 14:13→2 Koningen 21:9→Jeremia 8:11→Jeremia 5:31→Jeremia 8:15→ — Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk. “Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.”
Ezechiël werd gezonden om het volk van Jeruzalem wakker te schudden tot een besef van gevaar. Die taak was op zichzelf al moeilijk genoeg, want hij had te doen met een sluimerend volk dat zich vleselijk veilig waande. Maar de moeilijkheid werd nog veel groter. In die tijd stond er een groot aantal lage aanmatigers van de profetie op, mannen zowel als vrouwen, die grote invloed onder het volk uitoefenden.
Zij bootsten de spraak van de profeet na. Zij kwamen met hun leugens en zetten er de plechtige woorden voor: zo zegt de Heere HEERE, alsof zij een opdracht van de HEERE der heirscharen hadden. Zo wist het volk van Jeruzalem nauwelijks wie het geloven moest: Ezechiël, die verschrikkingen profeteerde, of deze aanmatigers, die riepen: vrede, vrede. Hun boze hart neigde altijd naar de kant van de valse profeten, omdat die hun grof vleiden. Zij vergaderden zichzelf leraars die voor een stuk brood profeteerden zoals zij het wensten.
Het bloed van de profeet zal vaak in hem gekookt hebben. Hij zag zijn eigen arbeid bedorven, en de zielen die hij zo liefhad zo vreselijk misleid door huurlingen die een ruwe mantel droegen om te bedriegen. Ezechiël was niet van hen die zich ermee tevredenstellen hun boodschap af te leveren en anderen met rust te laten, zoals ons tegenwoordig aangeraden wordt. Hij keerde zich juist tegen de bedriegers en klaagde hen met vreselijke ernst aan, omdat hij zag dat zij wolven in schaapskleren waren die de kudde verslonden.
In onze dagen verkeren wij in ongeveer dezelfde omstandigheden. De ware knecht van God durft in zijn bediening geen gladde dingen te profeteren tot onbekeerde mannen en vrouwen. Zulke droeve waarschuwingen vrijmoedig en onbevreesd uit te spreken is geen gemakkelijk werk. En de mensen zover te krijgen dat zij ze aannemen is een arbeid die zonder de kracht van de Heilige Geest onmogelijk is.
Mensen houden van tegenwoordig genot en van vrijheid, en zij haten het om te horen van de dag waarop van deze dingen rekenschap gevraagd zal worden. Zelfs op dit uur zijn er die zich tegen ons verzetten en die het volk altijd gladde dingen voorhouden. Er is een grote schare in de wereld, met de satan aan hun hoofd, die aartsmeester en vorst van de bedriegers. En die schare zegt altijd: het zal zo niet gaan. U zult genot hebben, ook al zondigt u. U zult rust hebben, ook al bent u ongehoorzaam. En het zal aan het eind wel goed met u aflopen, ook al verwerpt u het evangelie van Christus. Niet met zoveel woorden, maar in werkelijkheid is dat de luide roep van de boden van de satan die ons mogen bestoken.
IV. Vs. 1-16.KruisverwijzingenEzechiël 13:17→Ezechiël 22:30→Jesaja 58:12→Jeremia 37:19→Jeremia 23:28→Klaagliederen 2:14→Psalmen 106:23→Jeremia 28:15→ — En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord. Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben! Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen. Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN. Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen. Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb? Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE. En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk. Werden in Juda en te Jeruzalem de dwaze inbeeldingen en gedroomde verwachtingen van ene toekomst, die zeer nabij was, vooral door valse Profeten onderhouden en gevoed, zo was dat ook, gelijk wij uit Jer. 29:8 v. zien, bij de gevangenen te Babel het geval. Heeft daar de Profeet Jeremia in Jer. 23:9-32 die waarzeggers met scherpe prediking in den naam des Heeren aangevallen, zo doet ook hier de Profeet der ballingschap, Ezechiël. Het vierde woord des Heeren, dat hij ontvangt, is gericht tegen de demagogen of opzetters van het volk, die in Profeten-gedaante optreden. Hun voorgeven, dat zij, openbaringen van den Heere zouden hebben ontvangen, is slechts liegen en bedriegen bij Zijnen naam, en hun voorzeggen zal spoedig blijken enkel leugen te zijn. Met zijne politieke plannen bouwt het volk zich een muur, en met hun verkondiging, dat de plannen ook gelukkig tot het doel zouden leiden, pleisteren zij den muur met lozen kalk. Maar den stormwind en het onweder der Goddelijke oordelen zal den muur omver werpen, zodat ook de pleisterkalk afvalt, en bouwer en pleisteraar zullen te zamen door de ruïnen worden begraven.
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
En des HEEREN woord geschiedde verder tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenEzechiël 13:17→Jeremia 37:19→Ezechiël 22:25→Ezechiël 22:28→Jesaja 9:15→Jesaja 1:10→Jeremia 29:31→Micha 3:11→— Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord.
Mensenkind! profeteer tegen de profeten Israëls, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun eigen hart profeteren; Hoort des HEEREN woord.
KruisverwijzingenJeremia 23:28→Klaagliederen 2:14→Hosea 9:7→Zacharia 11:15→2 Timotheüs 3:9→1 Korinthe 9:16→Lukas 11:42→Ezechiël 13:6→— Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben!
Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze 1) goddeloze Profeten(Ps. 14:1), die hunnen geest nawandelen en hetgeen zij niet gezien hebben, die gene werkelijke openbaring van Mij hebben ontvangen, zodat hetgeen zij als zodanig uitgeven, leugen-profetie is.
Onder dwazen hebben wij niet alleen te verstaan, de niet wijzen, maar meer nog in verband met Ps. 14:1, de goddelozen. En als er gezegd wordt dat zij hun geest nawandelen, dan wordt dat nader verklaard door het onmiddellijk volgende: en hetgeen zij niet gezien hebben. Zij hebben die uit hun eigen goddeloos hart gesproken. Zij hebben een God gepredikt, dien zij zich zelven hebben uitgedacht, en daarom een woord verkondigd van een verdichten Persoon, niet het woord van den eeuwigen God, die Zich geopenbaard had als Heilig en Rechtvaardig, Barmhartig en Genadig. Het was daarom dat zij van vrede geroepen hadden, het was daarom dat zij hadden gepleisterd met loze kalk (vs. 10). Zij hadden het kwade goed genoemd en niet gedacht of gezind op de heiligheden des Heeren HEEREN.
KruisverwijzingenGalaten 2:4→Efeze 4:14→Openbaring 13:11→Mattheüs 7:15→Micha 2:11→Romeinen 16:18→Openbaring 19:20→Titus 1:10→— Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen.
Uwe Profeten, o Israël, die gij zelf voortbrengt en dien gij gaarne gehoor verleent, zijn als vossen in de woeste plaatsen, die onder de aarde woelen en niets dan gevaarlijke holen graven.
KruisverwijzingenEzechiël 22:30→Jesaja 58:12→Psalmen 106:23→Jeremia 23:22→Jesaja 13:6→Jesaja 13:9→Klaagliederen 2:13→Openbaring 16:14→— Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN.
Gij Profeten zijt in de bressen (Ps. 106:23) niet opgetreden, zo als toch de roeping van ware Profeten is (Hoofdst. 22:30), noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israëls, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN, 1) om het einde ten goede te wenden.
Onder muur hebben wij te verstaan de theokratie. Zij waren niet opgestaan voor de theokratie, toen deze in verval begon te komen, en daarom hadden zij ten dage des Heeren, d. w. z. toen de dag van des Heeren toorn en Zijn rechtvaardig oordeel naderde, niet kunnen staan, maar waren er even als het volk door getroffen.
KruisverwijzingenEzechiël 22:28→Jeremia 28:15→Jeremia 14:14→Ezechiël 21:29→Jeremia 29:8→Jeremia 37:19→1 Koningen 22:6→2 Thessalonicenzen 2:11→— Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.
Zij zien ijdelheid met hetgeen zij voorgeven gezien te hebben, en leugenachtige voorzegging is hetgeen zij van die gelukkige toekomst verkondigen, die daar zeggen: de HEERE heeft gesproken ten opzichte van hetgeen hun mond spreekt, daar de HEERE hen niet gezonden heeft, en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen, terwijl zij zelf hun leugen geloven en wachten op de verwezelijking van hetgeen zij geprofeteerd hebben.
KruisverwijzingenMattheüs 24:23→Ezechiël 13:2→Ezechiël 13:6→— Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?
Ziet gij niet, o gewaande profeten Israëls! een ijdel gezicht, en spreekt ene leugenachtige voorzegging, als gij zegt van hetgeen gij aan het volk verkondigt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb? De leugenprofeten worden eerst in vs. 2 in ‘t algemeen profeten Israëls genoemd, want zij waren in Israël in trek, zij werden gehouden als alleen gerechtigd; zij hadden als het monopolie of privilege van voorzeggen en gedroegen zich ook zelf zonder meer als de profeten, terwijl daarentegen Jeremia en Ezechiël in de ballingschap als éénlingen stonden en de regering zowel als den tijd en volksgeest tegen Zich hadden. Daar nu tot onzen Profeet wordt gezegd: “profeteer tegen die profeten, ” wordt profetie tegenover profetie gesteld, de voorzegging van boven tegen de profetie van beneden. Waar de krachten der leugen zich verheffen, daar moet ook de waarheid in de bres springen. ” De bron, waaruit de profetie van die profeten, die openlijk geloof vinden, voorkomt, is het eigen hart. ” Wat dit hun ingeeft, wat zij zelf verzinnen en dichten (Neh. 6:8), dat verkondigen zij onder voorgeven, dat zij door Gods Geest werden verlicht en gedreven, en het volk geloofde het dadelijk, omdat het hart des volks met dat van zijne profeten sympathiseert en hun hart met dat des volks; er is dus wederkerige sympathie, overeenkomst in denken, gevoelen, streven en hopen, en dit is het machtigste middel ter vereniging van mensen. Omdat de wereld bedrogen wil zijn, hebben leugensprekers gemakkelijk spel, om voor hun leugen ook geloof te vinden. Daarentegen staan Gods woord en waarheid met het dichten en zoeken van het natuurlijk hart in de verhouding van antipathie tot elkaar. Het ene is tegen het andere; Gods woord en waarheid bestraft en doodt het natuurlijk hart, en dit wederom verzet zich tegen het eerste, ja haat en veracht het. Eerst moet de mens van zijne natuur verlost, of uit zijne natuurlijke houding omtrent God uitgebracht zijn, voordat hij begint naar Hem te horen, en dat kost den Geest Gods een moeilijken arbeid. Menigmaal schijnt het, dat het zal gelukken, doch spoedig wordt het weer verijdeld, en hoe meer dat herhaald wordt, des te moeilijker gelukt de op nieuw begonnen arbeid, totdat het eindelijk tot verharding komt. Ware profetie is nog nooit uit den menselijken wil voortgekomen, zo leert ons 1 Petr. 1:21. Het spreken uit eigen hart en volgen van eigen geest is dus het hoofdkenteken van valse profetieën, waarvan de valse profeten ook het eerst bij zich zelven bewust zijn, en eveneens gevoelen het de hoorders aan hun predikers dadelijk, daar doet zich ene zekere gewetensvrees gevoelen, om in Gods naam te spreken, en hier gevoelt men, dat het bedenkelijk is, te geloven, totdat men den moedwillig (2 Petr. 3:5), hetgeen bij mensen in ‘t algemeen in zaken der zaligheid ene zo grote rol speelt, de vrees overwint. Het is zeer karakteristiek, wanneer in vs. 4 Israëls profeten worden vergeleken met de vossen in de woestijn. “Ruïnen zijn gewenste verblijfplaatsen der vossen (KLaagl. 5:17), zo hebben de geestelijke vossen, de dwaalleraars den meesten voorspoed, hoe dieper de toestanden des volks zijn gezonken. Nooit waren de valse profeten menigvuldiger dan in de laatste tijden van den Joodsen staat” (Matth. 24:5 en 11). In den regel nu beschouwt men den vos als een beeld van list en sluwheid, zo als dat bij ons is, en men vindt ook hier een doelen op het arglistige van de valse profeten. Maar zelfs in Luk. 13:32 heeft de Heere Herodes slechts in één opzicht (in zoverre hij zich van de Farizeën bediende om Jezus uit zijne nabijheid te krijgen), om zijne sluwheid of huichelachtige listigheid een vos genoemd; nog meer komt dat uit in het woord, dat hij Hem in den mond legt, dat Hij hem wel als enen verderver van den wijnberg, als een verwoester van Gods volk (Hoogl. 2:15) van de geschiedenis der onthoofding van Johannes den Doper af kent, en hem wel zulk ene bedoeling als hem toegeschreven is, toekent, maar toch voor hem niet behoeft te vrezen. Vossen zijn ook de gevaarlijke vijanden en verstoorders van het wild, en zij komen in dit opzicht hier voor; zij komen dus overeen met de verscheurende wolven in Matth. 7:15 en Hand. 20:29. Als van Israëls Profeten in vs. 5 verder gezegd wordt, dat zij niet in de bressen treden en zich niet tot muren maken voor het huis van Israël, zo als zijl zouden doen, als zij ware Profeten waren, dan moet onder de bressen de zondige toestand van het volk verstaan worden, die het aan de genade van zijnen God onttrekt, en nu voor de richtende machten den toegang opent. In de bres treden en tevens een muur toemuren om het volk van God, is boete prediken en tot gelovige omkering des harten bewegen, want daardoor alleen kan de toekomstige toorn worden afgewend. De dag des Heeren, waarop Hij met zijne oordelen tegen Israël zal strijden, is nu wel is waar onafwendbaar geworden, maar een standhouden is van de zijde der ware Profeten ook daar nog op die wijze mogelijk, zo als het Mozes in Exod. 32 vv. en David in 2 Sam. 24:17 vv. getoond heeft. Dat verwezenlijkt zich door den arbeid der zielen aan de overigen, die van den ondergang worden gered, maar in de gevangenschap gevoerd, opdat zij over hun boosheid berouw hebben en de Heere Zich weer over hen zou kunnen ontfermen (Hoofdst. 6:8 vv.). Wij hebben boven bij Hoofdst. 3:19 onzen Profeet in één opzicht als een voorbeeld voor de dienaars des goddelijken Woords in dezen tegenwoordigen tijd genoemd, in zoverre zij van hem moeten leren, wat hun ambt is ten opzichte van de grote menigte der Christenen, dat zij die niet met valse verwachtingen vervullen. Nu komt ook een tweede zijde daarbij: In Openb. 11:11 vv. is de toekomst geprofeteerd, die achter de naaste toekomst is, en dat “de overigen” leren verschrikken en den God des hemels te Zijner tijd weer ere geven, is tevens, de roeping van het geestelijk ambt, daar het van deze anderen het in Hoofdst. 3:20 genoemde gevaar afwendt. Wat in vs. 7 als ene gewetensvraag tot den valsen Profeet wordt gericht, dat zal als ene zodanige in de harten van hen dringen, die nu nog in den ijver van hun geestelijken vrijheidswaan zoeken boven op te komen, en zich van ene Laodicea-inrichting der kerk (Openb. 3:14 vv.) een gouden tijd beloven, wanneer nu dicht achter deze inrichting dat gene komt, wat in Openb. 11:7-13 wordt aangekondigd. Dan zullen zij het gevaar worden, dat hun gezicht niets is en hun voorzeggingen enkel leugen, en zij zullen dan voor een deel nog wel het onderscheid opmerken tussen hetgeen de Heere gesproken en hetgeen Hij niet gesproken heeft. Zeker ware het beter, dat zij zich nu niet vermoeiden om hun zaak te behouden, en zich de smarten des berouws bespaarden, om eenmaal te moeten zeggen, dat zij als de vossen in de woestijn zijn geweest. Zulk een berouw is een brandend vuur in het hart, gelijk wij in Paulus zien, zo dikwijls hij er aan denkt, dat hij een lasteraar, vervolger en verstoorder van de gemeente des heren is geweest (vgl. bij Hoofdst 34:17 vv.).
KruisverwijzingenEzechiël 5:8→Ezechiël 21:3→Nahum 2:13→Ezechiël 28:22→Ezechiël 35:3→Ezechiël 26:3→1 Timotheüs 4:8→Ezechiël 29:10→— Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.
Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt en leugen ziet, waarbij hij Mijnen heiligen naam misbruikt, daarom ziet Ik wil aan u vergelding doen, spreekt de Heere HEERE.
KruisverwijzingenPsalmen 69:28→Psalmen 87:6→Ezechiël 20:38→Ezra 2:59→Daniël 12:1→Jeremia 28:15→Jeremia 20:3→Nehemia 7:64→— En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.
En Mijne hand zal op de volgende wijze zijn tegen de Profeten, die ijdelheid zien en leugen voorzeggen (vgl. (Jer. 29:21-32); zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis, Israëls niet geschreven worden, en in het land Israëls niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. De straf in vs. 8 den valsen profeten in ‘t algemeen gedreigd, wordt in vs. 9 nader bepaald, en wel in den vorm ener opklimming, die steeds hardere dingen aankondigt. Zij zullen a) niet meer in den raad van Gods volk zijn, d. i. zij zullen hun invloedrijke plaats onder het volk verliezen; b) hun namen zullen niet in het boek van het huis Israëls, d. i. onder degenen, die later uit de verstrooiing weer verzameld, in het land der vaderen worden teruggevoerd, en als een overblijfsel ter vernieuwing van een heilig volk moeten zijn (Hoofdst. 11:17 vv.), worden opgeschreven (Ex. 32:32); ja, zij zullen c) ook niet in het land van Israël komen, d. i. niet alleen in ballingschap blijven, maar in ‘t algemeen het aandeel aan de goederen en zegeningen van het rijk Gods verliezen. Gene bevoorrechte plaats boven het volk, gene plaats onder het volk, niet eens het wonen in het land zal hun overblijven. Het is de straf der uitroeiing uit het heilige volk, die de Profeet als een tweede Mozes (Deut. 18:20), over de valse profeten uitspreekt, dat zij geen deel zullen hebben aan de zegeningen van het rijk Gods. De erkentenis, die zij zullen verkrijgen dat God de Heere is, is ene zodanige, waaraan zich ook de goddelozen niet kunnen onttrekken, ene, die door de gebeurtenissen is opgedrongen; aan den ondergang der valse profeten, over welke Gods wrekende hand het bestuur voert, zal erkend worden, dat die God, die door Ezechiël spreekt, in den vollen zin des woords God is.
KruisverwijzingenEzechiël 13:16→Jeremia 6:14→Ezechiël 22:28→Jeremia 14:13→2 Koningen 21:9→Jeremia 8:11→Jeremia 5:31→Jeremia 8:15→— Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
Daarom zal ter vergelding hun de straf treffen, ja daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede! daar geen vrede is(Jer. 6:14; 8:11. Micha 3:5 een enen lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met lozen kalk (Klaagl. 2:14). Het beeld van een muur is hier niet toevallig, maar zeer zinrijk gekozen voor de ijdele luchtkastelen, die het volk zich in dwazen waan heeft gebouwd. Het zijn de ingebeelde verwachtingen van veiligheid tegen de Chaldeën, die men meende te vinden in het verbond met de naburige volken en met Egypte. In stede van tot God te keren, de bressen te stoppen en vrede en veiligheid te zoeken wilde men trouweloos zamenspannen, in Jeruzalem als het ware een muur opbouwen; en de valse profeten geven aan dezen bedriegelijken bouw een zweem, een schijn van schoonheid en deugdelijkheid, door de glansrijke beloften, waardoor zij het volk begoochelden. Het Hebreeuwse woord is niet te vertalen. Het heet taphèl, en betekent: waan en ongerijmdheid. Maar wordt het met ene kleine wijziging als tappel gelezen, dan heet het: “gij zult doen vallen. ” Dit behoort tot de fijne spelingen der profetische taal, waardoor met weinig dikwijls veel gezegd wordt. Het bouwen der muren door het volk geeft de politieke werkzaamheid te kennen, waardoor het zich zocht op te heffen, het arbeiden aan de coalitie; de valse profeten pleisterden dezen muur; zij gaven aan het God vergetende en God tegenstaande drijven des volks, waar tegen het woord der ware Profeten gericht was, den schijn ener hogere sanctie en versterkten het daarin. De muur is een geestelijke, en zo past bij dezen de waan als een geestelijke pleister. Er kan niets ongerijmder zijn, dan aan een in zonden levend volk zegen te verkondigen en te beloven dat de raadslagen zullen gelukken, die met de geopenbaarde raadslagen Gods in openlijken strijd zijn.
KruisverwijzingenEzechiël 38:22→Jesaja 28:2→Lukas 6:48→Jesaja 29:6→Psalmen 11:6→Psalmen 32:6→Jesaja 32:19→Psalmen 18:13→— Zeg tot degenen, die met loze kalk pleisteren, dat hij omvallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen, en een grote stormwind zal hem splijten.
Zeg nu gij, die Mijn ware Profeet zijt, tot degenen, die met lozen kalk pleisteren, dat hij bij het instorten van den muur omvallen zal; er zal in de gerichten der Chaldeeuwse katastrofe, die het volk met zijne politieke pogingen slechts komen doet in plaats van ze af te wenden, een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen! zult vallen en een grote stormwind zal hem splijten. Wat zegt het enen lemen wand te bouwen? De spreekwijs is ontleend van bouwlieden, die muren om huizen of wallen om steden maken, om deze te versterken, dat zij tot veilige verblijfplaatsen dienen kunnen. Deze wand is, in ons geval, een zinneprent van ene profetie, welke gunstige beloften voordraagt en op welke het volk zich zo gerust verlaat, als iemand zich in een huis, door den wand of muur, veilig rekent. Er waren te dezer tijd vele valse profeten te Jeruzalem, die niets dan voorspoed beloofden, en het zo ver wisten te brengen, dat het volk op hun leugenachtige voorzeggingen vertrouwde, even als iemand die in een huis woont, zich verlaat op de sterkte van den wand. Hananja verzekerde, dat koning Jechonia en al de Joden, die met hem gevankelijk waren weggevoerd, alsmede de vaten van den tempel, binnen twee jaren te Jeruzalem zouden zijn wedergekeerd (Jer. 28:3, 4). Ook waren er zulke valse profeten onder de reeds weggevoerde Joden in Babel, die hun wijs maakten dat zij binnen korten tijd in hun vaderland zouden wederkeren. Nu, deze valse profeten bouwden enen wand, voor zover zij het volk gerust stelden en op hun leugenachtige voorzeggingen deden vertrouwen; maar het was een lemen wand, die geen weerstand bieden kon; de gerustheid van het volk, hetwelk zich op deze bedreigingen verliet, was even zo ongegrond, als die van iemand, welke zich veilig rekent tegen enen vijandelijken aanval, achter een wand van leem. Wat zegt het een muur te pleisteren met lozen kalk? Loze kalk is zodanig een mengsel, hetwelk den schijn heeft van kalk, maar het inderdaad niet is. De lemen wand, hebben wij gezegd, tekent een valsen Profeet, op welken het volk zich verlaat, derhalve zegt het pleisteren van den lemen wand met lozen kalk, enen valsen Profeet van vrede en voorspoed, enen glimp van waarheid te geven, zodat het volk zich verbeeldde dat die profetie van enen Goddelijken oorsprong ware en ontwijfelbaar vervuld zou worden. De een bouwde een lemen wand, en anderen pleisterden dien met lozen kalk, dat is, de ene valse Profeet verdichtte ene gunstige voorzegging, en anderen wisten het volk door allerlei bedrieglijke kunstgrepen wijs te maken, dat zij er zich veilig op verlaten konden. Een lemen wand, die met lozen kalk gepleisterd is, kan niet lang stand houden, vooral niet in tijden van plasregen, hagelstenen en zwaren stormwind. Even zomin konden ook de valse profeten, welke alles goeds beloofden, hun gezag behouden in tijden van verwoestende onheilen. Maar vermits het volk zo verblind was, dat zij het ongegronde en bedrieglijke der gewaande voorzeggingen van de valse profeten niet zien konden, zond de Heere onzen Ezechiël tot deze bedriegers, om hun te zeggen, dat de lemen wand, welken zij bouwden, eerlang zou omvallen, dat is te zeggen, dat hun bedriegerijen zouden aan den dag komen en hun leugens openbaar worden. Er zou een overstelpende plasregen zijn, dat is, de talrijke krijgsbenden der Chaldeën zouden het ganse Joodse land overstromen, en dan zou de lemen wand met lozen kalk gepleisterd, omvallen; het zou openbaar worden, dat hun troostrijke voorzeggingen loutere verdichtselen waren, en het volk zou ondervinden, dat zij zich op leugenen verlaten hadden. Hierop wendt zich de Heere bij wijze van spraakwending, tot de hagelstenen: “gij, grote hagelstenen zult vallen, en Hij voegt er bij: ene grote stormwind zal hem, die lemen wand namelijk, splijten. ” Het leger van Nebukadnezar wordt een onweder des Heeren genoemd (Jer. 50:23). De grote hagelstenen derhalve, en de grote stormwind tekenen de schromelijke verwoestingen, welke de Chaldeën in het Joodse land zouden aanrichten. Deze zouden den lemen wand splijten, en het volk doen ondervinden, dat zij zich op ijdelheden verlaten hadden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:37→Klaagliederen 2:14→Jeremia 29:31→2 Koningen 3:13→Richteren 10:14→Jeremia 37:19→Richteren 9:38→Jeremia 2:28→— Ziet, als die wand zal gevallen zijn, zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmede gij gepleisterd hebt?
Ziet, als die wand zal gevallen zijn zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmee of, die gij gepleisterd hebt?
Merk hier aan, ongegronde leringen, hoe aangenaam zij ook zijn, die niet gebouwd zijn op een schriftuurlijken grond, noch vastgemaakt met een schriftuurlijk cement, hoe aannemelijk, hoe behagelijk ook, zijn van geen waarde, noch zullen den mens enigszins te stade komen. En die hope van vrede en geluk, welke niet gestaafd wordt door het woord van God, zal de mensen maar bedriegen, gelijk een muur die wel gepleisterd, maar slecht gebouwd is.
KruisverwijzingenJesaja 30:30→Psalmen 148:8→Openbaring 16:21→Openbaring 11:19→Psalmen 18:12→Exodus 9:18→Psalmen 105:32→Jona 1:4→— Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen.
Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja Ik zal hem door enen groten stormwind in Mijne grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijnen toorn, en grote hagelstenen in Mijne grimmigheid om dien te verdoen; alles wat gebouwd is, ja de stad zelf, om welke men den wand had willen brengen, zal verwoest worden.
KruisverwijzingenJeremia 6:15→Micha 1:6→Habakuk 3:13→Ezechiël 13:9→Jeremia 14:15→Ezechiël 13:21→Psalmen 11:3→1 Korinthe 3:11→— Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Zo zal Ik met Jeruzalems ondergang den wand afbreken, dien gijlieden met lozen kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond ontdekt zal worden; tot op de fondamenten zal hij worden verwoest; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, terwijl de bekentenis u afgedwongen is, dat Ik de HEERE ben. (vs. 9).
KruisverwijzingenNehemia 4:3→Psalmen 62:3→Jesaja 30:13→— Zo zal Ik Mijn grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met loze kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden, zijn er niet;
Zo zal Ik Mijne grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met lozen kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden zijn er niet, het is met beide gedaan.
KruisverwijzingenJeremia 6:14→Ezechiël 13:10→Jeremia 8:11→Jeremia 5:31→Jeremia 29:31→Jeremia 28:9→Jeremia 28:1→Jesaja 57:20→— Te weten de profeten Israels, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.
Te weten de profeten Israëls, die pleisteraars, die bestemd zijn om met den wand te vergaan, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is (vs. 10), spreekt de Heere HEERE. Zo stort ieder gebouw, dat in tijden van nood niet door het geloof is gebouwd, wanneer de onweders Gods komen, dadelijk ineen. Gene leer des menselijken verstands kan bestaan in den tijd van smart en bestrijding; maar wie bouwt op de leer der heilige Profeten en Apostelen, die heeft zijn huis zeker en vast getrouwd. 17.
V. Vs. 17-23.KruisverwijzingenEzechiël 13:21→Ezechiël 13:2→Spreuken 28:21→Richteren 4:4→2 Koningen 22:14→Openbaring 2:20→Micha 3:5→Ezechiël 13:15→ — En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar; En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden? En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort? Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven. Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield; Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Het valse profeteren is ook zelfs onder de Joodse vrouwen doorgedrongen, die van het voorzeggen in des Heeren naam ene broodwinning maken, daarom ontvangt de Profeet ook voor haar een woord des Heeren, dat in de eerste plaats haar handelen en drijven karakteriseert, maar daarna haar het gericht verkondigt, en aan de door haar gevangene zielen de bevrijding uit de netten van haar bedrog toezegt.
KruisverwijzingenEzechiël 13:2→Richteren 4:4→2 Koningen 22:14→Openbaring 2:20→Lukas 2:36→Jesaja 3:16→2 Petrus 2:1→Ezechiël 20:46→— En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar;
En gij mensenkind! zet uw aangezicht met heiligen bestraffenden ernst tegen de dochteren uws volks, dewelke met de valse profeten van het mannelijk geslacht (vs. 2) gemeenschappelijke zaak makende, profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar.
Kruisverwijzingen2 Petrus 2:14→Ezechiël 13:20→Efeze 4:14→2 Timotheüs 4:3→Ezechiël 22:25→Ezechiël 13:16→Jeremia 6:14→Jeremia 4:10→— En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden?
En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, 1) die door listige en vleiende woorden de gewetens in slaap weten te wiegen en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, door valse voorstellingen van Mijne genade en wondervolle hulp de zielen doen inslapen om de zielen te jagen, om gunst voor zich te verwerven! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden)?
In het Hebr. Limthafroth kesathoth al kol-atstsilee jadai. Beter: die deksels leggen op alle geledingen van Mijne hand, m. a. w. zij bedekken, door hun vals profeteren, dat de strafgerichten Gods niet zullen komen, den dreigenden rechterhand Gods. Tegen alle dreigende profetieën hadden zij een ander woord, een woord van vrede, vrede en geen gevaar.
Het geeft zinnebeeldig te kennen, dat deze profeteren het volk door bedrieglijke geloften van voorspoed geruststelden, en daardoor te weeg brachten, dat de Joden zorgeloos in allerlei boosheid voortgingen, zich vleiende dat zij een gemakkelijk en voorspoedig leven leiden zouden. Zij maakten ook hoofddeksels voor het hoofd van alle staturen. Sommigen denken aan zekere kappen, welke men oudtijds droeg tot een teken van zegepraal, en dan zal het te kennen geven, dat de valse profeteren den Joden van allerlei standen en rangen wisten wijs te maken, dat zij niet alleen vrede en voorspoed hebben, maar zelfs de overwinning op hun vijanden behalen zouden. Al zo natuurlijk komt het ons evenwel voor, dat hier gezinspeeld worde op sluiers en hoofddoeken, waarmee de Oosterse vrouwen gewoon zijn zich te bedekken. De valse profetessen maakten hoofddeksels voor het hoofd van alle staturen, dat is, zij wisten ouden en jongen, lieden van allerlei rang en stand, door hare listige voorzeggingen te verblijden en te bedriegen.
KruisverwijzingenSpreuken 28:21→Micha 3:5→Ezechiël 20:39→Ezechiël 22:26→Jeremia 23:17→Jeremia 23:14→1 Petrus 5:2→Spreuken 19:27→— En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort?
En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, doordat gij Mij bij die zonde ene plaats van goedgunstigheid zoudt willen doen innemen? Doet, gij die zonde voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, voor ene winst, die te schandelijker is, naarmate ze geringer is (Tit. 1:1 1. (Rom. 16:18). Voor zulk een nietig loon laadt gij dan zulk ene ontzaglijke schuld op u, dat gij u vermoeit, om zielen te doden, die niet zouden sterven, de zielen der weinige ware gelovigen en knechten, die Ik nog onder Mijn volk heb (Jer. 29:24 vv.), en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, de gelovigen te veroordelen, en daarentegen het leven den goddelozen aan te kondigen, daar gij u aan de zijde plaatst van de valse profeten en hun aanhang, terwijl op deze integendeel toepasselijk is het woord in Deut. 18:20. Alzo handelt gij toch door uw liegen, waardoor gij u voorstelt als sprekende volgens Goddelijke ingeving, tot Mijn volk, dat de leugen gaarne hoort (Micha 2:11)? Door Hengstenberg wordt de mening verdedigd, dat onder de dochters des volks gene wezenlijke vrouwen zouden moeten worden verstaan, maar dat het aan Ezechiël opgedragen strafwoord hier nog over de valse profeten van vroeger handelt, die alleen tot aanwijzing van hun vrouwelijken aard als vrouwen worden voorgesteld. Voor die mening kan zeker veel worden gezegd, met name ook, dat profetessen in Israël ene zeldzaamheid en uitzondering waren (2 Kon. 22:13). Intussen is dat juist een teken van oplossing der maatschappelijke toestanden, wanneer de vrouwen zo den voorrang hebben als hier bij Ezechiël, en zonder twijfel ook in de moederstad Jeruzalem. Gelijk op de laatste plaats het grote aanzien, dat onder Josia de ware profetes Hulda genoot, niet weinige vrouwen zal hebben opgewekt, om zich valselijk op profetische gaven te beroemen, zo werkte in Babylon het voorbeeld der heidense waarzegsters aanstekelijk op de Joodse vrouwen: “door dit heidens element werd het onware, de karikatuur dier waarzeggerij, nog meer openbaar-het boze van het valse profetisme kwam hier in bijzonder sterke kleuren in zijne gehele ruwheid voor den dag. Bovendien moet worden opgemerkt, dat “valse profeten meestal ook valse profetessen verwekken”. Wordt nu in de vorige afdeling den valsen profeten het pleisteren van den wand met lozen kalk verweten, hier wordt der valse profetessen het kussens-maken onder de armen en hoofddeksels voor de hoofden, gelijk deze moeilijke woorden van den grondtekst zijn overgezet, verweten. Volgens andere verklaring zou in vs. 18 moeten staan: wee degenen, die deksels zamen naaien van alle leden Mijner hand, en netten maken over het hoofd naar elks grootte, om zielen te vangen. ” Dit kan slechts zo verstaan worden: 1) naaien de valse profetessen deksels zamen, om die om alle leden van de hand Gods te wikkelen, zodat Hij ze niet kan roeren, d. i. zij bedekken en verbergen door hare leugen-profetie het woord Gods, en met name Zijne bestraffende en bedreigende kracht, op zulk ene wijze, dat de dreigende en oordelende arm van God, die bovenal door Zijn profetisch woord openbaar en werkzaam moest worden, niet openbaar en werkzaam wordt; 2) zij maken overwerpsels voor de hoofden der mensen, en wel zo, dat die nauwkeurig met ieders natuur overeenkomen, zodat de mensen niet horen noch zien, d. i. zij verbergen door hare huichelende leugenen, die aan de subjectieve begeerten van elken hoorder voldoen, de zinnen der mensen, zodat deze voor de waarheid noch oor noch oog meer hebben (het eerste schildert haar valsen toestand tegenover God, het tweede hare valse betrekking tot de mensen. Het is de aard van alle bemiddelings-theologie, zo als in ‘t algemeen van alles, wat den ouden Adam onaangenaam is en hem pijn doet, om vooral de energie der eisende en straffende gerechtigheid Gods ter zijde te zetten (Rom. 11:22). Waar Ezechiël hier kussens zet, zetten wij glacé handschoenen. Behalve de kussens voor de handen des Heeren, die in hunnen natuurlijken toestand menigeen zeer onzacht aanraken, daar onze God een ijverig God is, een verterend vuur, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen in het derde en vierde lid, maken zij met gelijk doel deksels voor de hoofden harer biechtkinderen, opdat de hand Gods ze niet onzacht zou aanraken. Zij maken die voor de hoofden of mensen van elke grootte-naar de grootte van het loon, dat zij wachten-het grootste voor den koning. Hoe hoger iemand geplaatst is, des te ijveriger zijn zij bezig, om hem het geweten te verlichten, als Jezuïeten vóór de Jezuïeten, zich van hun navolgers alleen daardoor onderscheidende, dat deze het belang en den invloed der Kerk op het oog hadden, terwijl zij slechts hunnen buik dienden. De zielen moeten door zulk een pseudo-theologie, welke den ondergang van land en volk veroorzaakt, daar God, ondanks al deze pogingen om Zijne ware gedaante te verbergen, blijft die Hij is, omkomen. Doch dat gaat haar niet aan, zij wekken hare eigene zielen op door de verderfelijke dood aanbrengende jacht, zij scheppen zich aards geluk en welvaart. Het is een aangrijpend, ontzaglijk woord, dat het de macht der leugen is, zielen te vangen en te doden.
KruisverwijzingenEzechiël 13:15→Ezechiël 13:18→2 Timotheüs 3:8→Ezechiël 13:8→— Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven.
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet Ik wil aan uwe kussensaan uwe bedekkingen of zonder beeldspraak uwe werkelijk leer, waarmee gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven 1) leugenachtige beloften van een bloeistaat voorstelt; en Ik zal ze uit uwe armen wegscheuren, daar Ik ze geheel en al te schande laat worden, en Ik zal die zielen, die door u verstrikt geworden, losmaken 2) uit de netten, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven 1) die gij bedriegt met schone beloften.
In het Hebr. Lefoorgooth. De Staten-Overzetters hebben dit woord vertaald door, bloemhoven, maar ten onrechte. Het moet afgeleid worden van het werkwoord hrp, hetwelk vliegen betekent. De verklaring is echter niet gemakkelijk. De betekenis kan o. i. echter niet anders zijn, dan dat God de zielen, die door de valse profetessen zijn verleid, uit haar net wil scheuren en ze weer in de ruimte stellen, ze weer wil laten vliegen. De vertaling is dan ook beter, om ze te bevrijden. De Heere God zegt derhalve hier, dat Hij de valse profetessen beschaamd zal doen uitkomen, dat Hij dezulken, die door haar verstrikt zijn geworden, zal doen zien, dat niet zij, maar Hij en Zijne ware Profeten het volk de waarheid hebben verkondigd, dat de gerichten wel degelijk zouden uitgevoerd worden om hun zonde en ongerechtigheid.
Gij gelooft, door deze uwe leugenachtige plechtigheden op die wijze overgebracht, gelijk gij doet, aan alle onderzoekers, enen bloeienden en groeienden staat, en dit is het net, waarmee gij de zielen jaagt. ‘t Kan zijn dat deze profetessen hare misleiden in vermakelijke hoven brachten, en wel, daarvoor betaald wordende, hen onderhielden met alle vermakelijkheden van bloemen en vrachten; en misschien waren deze waarzegsters en priesteressen van Flora, en verleidden de jonge, wakkere en dartele gasten tot de afgoderij en ondeugende vermakelijkheden, ter ere van Flora gepleegd.
KruisverwijzingenPsalmen 91:3→— Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Daartoe zal Ik uwe hoofddeksels, de zoete woorden en prachtige reden, waarmee gij de harten verleidt (Rom. 16:18,), scheuren, en Mijn volk uit uwe hand redden, zodat zij niet meer in uwe hand zullen zijn tot ene jacht, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, daar gij Mijnen heiligen ernst aan u zult gewaar worden.
KruisverwijzingenJeremia 23:14→Jeremia 29:32→Jeremia 8:11→Jeremia 23:17→Jeremia 28:16→Ezechiël 33:14→Jeremia 6:14→2 Petrus 2:18→— Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield;
Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen, die zich door vrijwillig in ballingschap te gaan op den raad der ware Profeten aan Mijne machtige hand heeft onderworpen, door valsheid hebt bedroefd gemaakt, alsof hij iets dwaas en goddeloos had gedaan, daar Ik hem gene smart aangedaan heb, maar erken, dat hij recht heeft gedaan; en omdat gijdaarentegen de handen des goddelozen door voedsel te geven aan zijne verwachtingen door uwe valse vertroostingen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijnen bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield 1) (Jer. 23:14).
De verwoesting van Jeruzalem heeft alles bewaarheid, wat Ezechiël hier gezegd heeft in dit hoofdstuk, en de uitkomst toonde, dat die Profeten, welke het volk zochten te overreden, dat hun geen kwaad zou overkomen, bedriegers waren en dat Ezechiël inderdaad van God tot hen gezonden was. Hieruit kunnen wij leren, dat de Dienaren des Heeren, een zeer grote zonde bedrijven, en zich aan een schrikkelijk oordeel bloot stellen, wanneer zij, in plaats van onboetvaardige zondaren stoutmoedig te bestraffen en hun met Gods oordelen te dreigen, hen in hun zonden vleien en met een vals vertrouwen vervullen. (ENGEL. GODGELEERDEN).
KruisverwijzingenEzechiël 13:21→Micha 3:6→Ezechiël 12:24→Zacharia 13:3→Openbaring 12:9→Ezechiël 34:10→Openbaring 12:11→Markus 13:22→— Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Daarom zult gij ten gevolge van den ondergang, dien Ik u bereid, niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uwe hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben (vs. 21). Deze profetessen zijn voortreflijke vertegenwoordigsters der synagogen, welke door hare verklaringen of uitspraken het werken der Goddelijke hand verduisterden, zodat het geen indruk kon maken. De door de profetessen genaaide bedekselen, door welke het hoofd van elke grootte verhinderd werd in het zien en in het horen, kon men voor commentaren houden, welke den zin van het Goddelijk woord door zo veel mogelijk aangebrachte geleerdheid verduisteren en in verwarring brengen. Het is de eeuwige troost der arme aan den moordenden leugengeest blootgestelde mensheid, dat de almachtige God der waarheid bewarend en beschermend over de zielen regeert, die de valse Profeten als argeloze vogels in hun netten trekken. De Heere zal ook de gevangene zielen uit de handen van hare bedriegers en verleiders redden en ze vrijlaten, want waarlijk! zij zijn gene onverstandige tot fladderen en vliegen bestemde vogels, maar evenbeelden van hunnen Goddelijken Schepper. Bij degenen echter, die het hart van den vrome met leugenen beangstigen, dat God door waarheid tot vreugde en tot vrede wil opleiden, en die den misdadiger op zijne boze wegen versterken, zal de gerechtigheid, die niet kan uitblijven, zeker haar doel treffen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 13
Ezechiël 13:10.KruisverwijzingenEzechiël 13:16→Jeremia 6:14→Ezechiël 22:28→Jeremia 14:13→2 Koningen 21:9→Jeremia 8:11→Jeremia 5:31→Jeremia 8:15→
— Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
“Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.”
Ezechiël werd gezonden om het volk van Jeruzalem wakker te schudden tot een besef van gevaar. Die taak was op zichzelf al moeilijk genoeg, want hij had te doen met een sluimerend volk dat zich vleselijk veilig waande. Maar de moeilijkheid werd nog veel groter. In die tijd stond er een groot aantal lage aanmatigers van de profetie op, mannen zowel als vrouwen, die grote invloed onder het volk uitoefenden.
Zij bootsten de spraak van de profeet na. Zij kwamen met hun leugens en zetten er de plechtige woorden voor: zo zegt de Heere HEERE, alsof zij een opdracht van de HEERE der heirscharen hadden. Zo wist het volk van Jeruzalem nauwelijks wie het geloven moest: Ezechiël, die verschrikkingen profeteerde, of deze aanmatigers, die riepen: vrede, vrede. Hun boze hart neigde altijd naar de kant van de valse profeten, omdat die hun grof vleiden. Zij vergaderden zichzelf leraars die voor een stuk brood profeteerden zoals zij het wensten.
Het bloed van de profeet zal vaak in hem gekookt hebben. Hij zag zijn eigen arbeid bedorven, en de zielen die hij zo liefhad zo vreselijk misleid door huurlingen die een ruwe mantel droegen om te bedriegen. Ezechiël was niet van hen die zich ermee tevredenstellen hun boodschap af te leveren en anderen met rust te laten, zoals ons tegenwoordig aangeraden wordt. Hij keerde zich juist tegen de bedriegers en klaagde hen met vreselijke ernst aan, omdat hij zag dat zij wolven in schaapskleren waren die de kudde verslonden.
In onze dagen verkeren wij in ongeveer dezelfde omstandigheden. De ware knecht van God durft in zijn bediening geen gladde dingen te profeteren tot onbekeerde mannen en vrouwen. Zulke droeve waarschuwingen vrijmoedig en onbevreesd uit te spreken is geen gemakkelijk werk. En de mensen zover te krijgen dat zij ze aannemen is een arbeid die zonder de kracht van de Heilige Geest onmogelijk is.
Mensen houden van tegenwoordig genot en van vrijheid, en zij haten het om te horen van de dag waarop van deze dingen rekenschap gevraagd zal worden. Zelfs op dit uur zijn er die zich tegen ons verzetten en die het volk altijd gladde dingen voorhouden. Er is een grote schare in de wereld, met de satan aan hun hoofd, die aartsmeester en vorst van de bedriegers. En die schare zegt altijd: het zal zo niet gaan. U zult genot hebben, ook al zondigt u. U zult rust hebben, ook al bent u ongehoorzaam. En het zal aan het eind wel goed met u aflopen, ook al verwerpt u het evangelie van Christus. Niet met zoveel woorden, maar in werkelijkheid is dat de luide roep van de boden van de satan die ons mogen bestoken.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-16.KruisverwijzingenEzechiël 13:17→Ezechiël 22:30→Jesaja 58:12→Jeremia 37:19→Jeremia 23:28→Klaagliederen 2:14→Psalmen 106:23→Jeremia 28:15→
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israels, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun hart profeteren: Hoort des HEEREN woord. Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun geest nawandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben! Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen. Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN. Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen. Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb? Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE. En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk.
Werden in Juda en te Jeruzalem de dwaze inbeeldingen en gedroomde verwachtingen van ene toekomst, die zeer nabij was, vooral door valse Profeten onderhouden en gevoed, zo was dat ook, gelijk wij uit Jer. 29:8 v. zien, bij de gevangenen te Babel het geval. Heeft daar de Profeet Jeremia in Jer. 23:9-32 die waarzeggers met scherpe prediking in den naam des Heeren aangevallen, zo doet ook hier de Profeet der ballingschap, Ezechiël. Het vierde woord des Heeren, dat hij ontvangt, is gericht tegen de demagogen of opzetters van het volk, die in Profeten-gedaante optreden. Hun voorgeven, dat zij, openbaringen van den Heere zouden hebben ontvangen, is slechts liegen en bedriegen bij Zijnen naam, en hun voorzeggen zal spoedig blijken enkel leugen te zijn. Met zijne politieke plannen bouwt het volk zich een muur, en met hun verkondiging, dat de plannen ook gelukkig tot het doel zouden leiden, pleisteren zij den muur met lozen kalk. Maar den stormwind en het onweder der Goddelijke oordelen zal den muur omver werpen, zodat ook de pleisterkalk afvalt, en bouwer en pleisteraar zullen te zamen door de ruïnen worden begraven.
En des HEEREN woord geschiedde verder tot mij, zeggende:
Mensenkind! profeteer tegen de profeten Israëls, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun eigen hart profeteren; Hoort des HEEREN woord.
Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze 1) goddeloze Profeten(Ps. 14:1), die hunnen geest nawandelen en hetgeen zij niet gezien hebben, die gene werkelijke openbaring van Mij hebben ontvangen, zodat hetgeen zij als zodanig uitgeven, leugen-profetie is.
Onder dwazen hebben wij niet alleen te verstaan, de niet wijzen, maar meer nog in verband met Ps. 14:1, de goddelozen. En als er gezegd wordt dat zij hun geest nawandelen, dan wordt dat nader verklaard door het onmiddellijk volgende: en hetgeen zij niet gezien hebben. Zij hebben die uit hun eigen goddeloos hart gesproken. Zij hebben een God gepredikt, dien zij zich zelven hebben uitgedacht, en daarom een woord verkondigd van een verdichten Persoon, niet het woord van den eeuwigen God, die Zich geopenbaard had als Heilig en Rechtvaardig, Barmhartig en Genadig. Het was daarom dat zij van vrede geroepen hadden, het was daarom dat zij hadden gepleisterd met loze kalk (vs. 10). Zij hadden het kwade goed genoemd en niet gedacht of gezind op de heiligheden des Heeren HEEREN.
Uwe Profeten, o Israël, die gij zelf voortbrengt en dien gij gaarne gehoor verleent, zijn als vossen in de woeste plaatsen, die onder de aarde woelen en niets dan gevaarlijke holen graven.
Gij Profeten zijt in de bressen (Ps. 106:23) niet opgetreden, zo als toch de roeping van ware Profeten is (Hoofdst. 22:30), noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israëls, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN, 1) om het einde ten goede te wenden.
Onder muur hebben wij te verstaan de theokratie. Zij waren niet opgestaan voor de theokratie, toen deze in verval begon te komen, en daarom hadden zij ten dage des Heeren, d. w. z. toen de dag van des Heeren toorn en Zijn rechtvaardig oordeel naderde, niet kunnen staan, maar waren er even als het volk door getroffen.
Zij zien ijdelheid met hetgeen zij voorgeven gezien te hebben, en leugenachtige voorzegging is hetgeen zij van die gelukkige toekomst verkondigen, die daar zeggen: de HEERE heeft gesproken ten opzichte van hetgeen hun mond spreekt, daar de HEERE hen niet gezonden heeft, en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen, terwijl zij zelf hun leugen geloven en wachten op de verwezelijking van hetgeen zij geprofeteerd hebben.
Ziet gij niet, o gewaande profeten Israëls! een ijdel gezicht, en spreekt ene leugenachtige voorzegging, als gij zegt van hetgeen gij aan het volk verkondigt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb? De leugenprofeten worden eerst in vs. 2 in ‘t algemeen profeten Israëls genoemd, want zij waren in Israël in trek, zij werden gehouden als alleen gerechtigd; zij hadden als het monopolie of privilege van voorzeggen en gedroegen zich ook zelf zonder meer als de profeten, terwijl daarentegen Jeremia en Ezechiël in de ballingschap als éénlingen stonden en de regering zowel als den tijd en volksgeest tegen Zich hadden. Daar nu tot onzen Profeet wordt gezegd: “profeteer tegen die profeten, ” wordt profetie tegenover profetie gesteld, de voorzegging van boven tegen de profetie van beneden. Waar de krachten der leugen zich verheffen, daar moet ook de waarheid in de bres springen. ” De bron, waaruit de profetie van die profeten, die openlijk geloof vinden, voorkomt, is het eigen hart. ” Wat dit hun ingeeft, wat zij zelf verzinnen en dichten (Neh. 6:8), dat verkondigen zij onder voorgeven, dat zij door Gods Geest werden verlicht en gedreven, en het volk geloofde het dadelijk, omdat het hart des volks met dat van zijne profeten sympathiseert en hun hart met dat des volks; er is dus wederkerige sympathie, overeenkomst in denken, gevoelen, streven en hopen, en dit is het machtigste middel ter vereniging van mensen. Omdat de wereld bedrogen wil zijn, hebben leugensprekers gemakkelijk spel, om voor hun leugen ook geloof te vinden. Daarentegen staan Gods woord en waarheid met het dichten en zoeken van het natuurlijk hart in de verhouding van antipathie tot elkaar. Het ene is tegen het andere; Gods woord en waarheid bestraft en doodt het natuurlijk hart, en dit wederom verzet zich tegen het eerste, ja haat en veracht het. Eerst moet de mens van zijne natuur verlost, of uit zijne natuurlijke houding omtrent God uitgebracht zijn, voordat hij begint naar Hem te horen, en dat kost den Geest Gods een moeilijken arbeid. Menigmaal schijnt het, dat het zal gelukken, doch spoedig wordt het weer verijdeld, en hoe meer dat herhaald wordt, des te moeilijker gelukt de op nieuw begonnen arbeid, totdat het eindelijk tot verharding komt. Ware profetie is nog nooit uit den menselijken wil voortgekomen, zo leert ons 1 Petr. 1:21. Het spreken uit eigen hart en volgen van eigen geest is dus het hoofdkenteken van valse profetieën, waarvan de valse profeten ook het eerst bij zich zelven bewust zijn, en eveneens gevoelen het de hoorders aan hun predikers dadelijk, daar doet zich ene zekere gewetensvrees gevoelen, om in Gods naam te spreken, en hier gevoelt men, dat het bedenkelijk is, te geloven, totdat men den moedwillig (2 Petr. 3:5), hetgeen bij mensen in ‘t algemeen in zaken der zaligheid ene zo grote rol speelt, de vrees overwint. Het is zeer karakteristiek, wanneer in vs. 4 Israëls profeten worden vergeleken met de vossen in de woestijn. “Ruïnen zijn gewenste verblijfplaatsen der vossen (KLaagl. 5:17), zo hebben de geestelijke vossen, de dwaalleraars den meesten voorspoed, hoe dieper de toestanden des volks zijn gezonken. Nooit waren de valse profeten menigvuldiger dan in de laatste tijden van den Joodsen staat” (Matth. 24:5 en 11). In den regel nu beschouwt men den vos als een beeld van list en sluwheid, zo als dat bij ons is, en men vindt ook hier een doelen op het arglistige van de valse profeten. Maar zelfs in Luk. 13:32 heeft de Heere Herodes slechts in één opzicht (in zoverre hij zich van de Farizeën bediende om Jezus uit zijne nabijheid te krijgen), om zijne sluwheid of huichelachtige listigheid een vos genoemd; nog meer komt dat uit in het woord, dat hij Hem in den mond legt, dat Hij hem wel als enen verderver van den wijnberg, als een verwoester van Gods volk (Hoogl. 2:15) van de geschiedenis der onthoofding van Johannes den Doper af kent, en hem wel zulk ene bedoeling als hem toegeschreven is, toekent, maar toch voor hem niet behoeft te vrezen. Vossen zijn ook de gevaarlijke vijanden en verstoorders van het wild, en zij komen in dit opzicht hier voor; zij komen dus overeen met de verscheurende wolven in Matth. 7:15 en Hand. 20:29. Als van Israëls Profeten in vs. 5 verder gezegd wordt, dat zij niet in de bressen treden en zich niet tot muren maken voor het huis van Israël, zo als zijl zouden doen, als zij ware Profeten waren, dan moet onder de bressen de zondige toestand van het volk verstaan worden, die het aan de genade van zijnen God onttrekt, en nu voor de richtende machten den toegang opent. In de bres treden en tevens een muur toemuren om het volk van God, is boete prediken en tot gelovige omkering des harten bewegen, want daardoor alleen kan de toekomstige toorn worden afgewend. De dag des Heeren, waarop Hij met zijne oordelen tegen Israël zal strijden, is nu wel is waar onafwendbaar geworden, maar een standhouden is van de zijde der ware Profeten ook daar nog op die wijze mogelijk, zo als het Mozes in Exod. 32 vv. en David in 2 Sam. 24:17 vv. getoond heeft. Dat verwezenlijkt zich door den arbeid der zielen aan de overigen, die van den ondergang worden gered, maar in de gevangenschap gevoerd, opdat zij over hun boosheid berouw hebben en de Heere Zich weer over hen zou kunnen ontfermen (Hoofdst. 6:8 vv.). Wij hebben boven bij Hoofdst. 3:19 onzen Profeet in één opzicht als een voorbeeld voor de dienaars des goddelijken Woords in dezen tegenwoordigen tijd genoemd, in zoverre zij van hem moeten leren, wat hun ambt is ten opzichte van de grote menigte der Christenen, dat zij die niet met valse verwachtingen vervullen. Nu komt ook een tweede zijde daarbij: In Openb. 11:11 vv. is de toekomst geprofeteerd, die achter de naaste toekomst is, en dat “de overigen” leren verschrikken en den God des hemels te Zijner tijd weer ere geven, is tevens, de roeping van het geestelijk ambt, daar het van deze anderen het in Hoofdst. 3:20 genoemde gevaar afwendt. Wat in vs. 7 als ene gewetensvraag tot den valsen Profeet wordt gericht, dat zal als ene zodanige in de harten van hen dringen, die nu nog in den ijver van hun geestelijken vrijheidswaan zoeken boven op te komen, en zich van ene Laodicea-inrichting der kerk (Openb. 3:14 vv.) een gouden tijd beloven, wanneer nu dicht achter deze inrichting dat gene komt, wat in Openb. 11:7-13 wordt aangekondigd. Dan zullen zij het gevaar worden, dat hun gezicht niets is en hun voorzeggingen enkel leugen, en zij zullen dan voor een deel nog wel het onderscheid opmerken tussen hetgeen de Heere gesproken en hetgeen Hij niet gesproken heeft. Zeker ware het beter, dat zij zich nu niet vermoeiden om hun zaak te behouden, en zich de smarten des berouws bespaarden, om eenmaal te moeten zeggen, dat zij als de vossen in de woestijn zijn geweest. Zulk een berouw is een brandend vuur in het hart, gelijk wij in Paulus zien, zo dikwijls hij er aan denkt, dat hij een lasteraar, vervolger en verstoorder van de gemeente des heren is geweest (vgl. bij Hoofdst 34:17 vv.).
Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt en leugen ziet, waarbij hij Mijnen heiligen naam misbruikt, daarom ziet Ik wil aan u vergelding doen, spreekt de Heere HEERE.
En Mijne hand zal op de volgende wijze zijn tegen de Profeten, die ijdelheid zien en leugen voorzeggen (vgl. (Jer. 29:21-32); zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis, Israëls niet geschreven worden, en in het land Israëls niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. De straf in vs. 8 den valsen profeten in ‘t algemeen gedreigd, wordt in vs. 9 nader bepaald, en wel in den vorm ener opklimming, die steeds hardere dingen aankondigt. Zij zullen a) niet meer in den raad van Gods volk zijn, d. i. zij zullen hun invloedrijke plaats onder het volk verliezen; b) hun namen zullen niet in het boek van het huis Israëls, d. i. onder degenen, die later uit de verstrooiing weer verzameld, in het land der vaderen worden teruggevoerd, en als een overblijfsel ter vernieuwing van een heilig volk moeten zijn (Hoofdst. 11:17 vv.), worden opgeschreven (Ex. 32:32); ja, zij zullen c) ook niet in het land van Israël komen, d. i. niet alleen in ballingschap blijven, maar in ‘t algemeen het aandeel aan de goederen en zegeningen van het rijk Gods verliezen. Gene bevoorrechte plaats boven het volk, gene plaats onder het volk, niet eens het wonen in het land zal hun overblijven. Het is de straf der uitroeiing uit het heilige volk, die de Profeet als een tweede Mozes (Deut. 18:20), over de valse profeten uitspreekt, dat zij geen deel zullen hebben aan de zegeningen van het rijk Gods. De erkentenis, die zij zullen verkrijgen dat God de Heere is, is ene zodanige, waaraan zich ook de goddelozen niet kunnen onttrekken, ene, die door de gebeurtenissen is opgedrongen; aan den ondergang der valse profeten, over welke Gods wrekende hand het bestuur voert, zal erkend worden, dat die God, die door Ezechiël spreekt, in den vollen zin des woords God is.
Daarom zal ter vergelding hun de straf treffen, ja daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede! daar geen vrede is(Jer. 6:14; 8:11. Micha 3:5 een enen lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met lozen kalk (Klaagl. 2:14). Het beeld van een muur is hier niet toevallig, maar zeer zinrijk gekozen voor de ijdele luchtkastelen, die het volk zich in dwazen waan heeft gebouwd. Het zijn de ingebeelde verwachtingen van veiligheid tegen de Chaldeën, die men meende te vinden in het verbond met de naburige volken en met Egypte. In stede van tot God te keren, de bressen te stoppen en vrede en veiligheid te zoeken wilde men trouweloos zamenspannen, in Jeruzalem als het ware een muur opbouwen; en de valse profeten geven aan dezen bedriegelijken bouw een zweem, een schijn van schoonheid en deugdelijkheid, door de glansrijke beloften, waardoor zij het volk begoochelden. Het Hebreeuwse woord is niet te vertalen. Het heet taphèl, en betekent: waan en ongerijmdheid. Maar wordt het met ene kleine wijziging als tappel gelezen, dan heet het: “gij zult doen vallen. ” Dit behoort tot de fijne spelingen der profetische taal, waardoor met weinig dikwijls veel gezegd wordt. Het bouwen der muren door het volk geeft de politieke werkzaamheid te kennen, waardoor het zich zocht op te heffen, het arbeiden aan de coalitie; de valse profeten pleisterden dezen muur; zij gaven aan het God vergetende en God tegenstaande drijven des volks, waar tegen het woord der ware Profeten gericht was, den schijn ener hogere sanctie en versterkten het daarin. De muur is een geestelijke, en zo past bij dezen de waan als een geestelijke pleister. Er kan niets ongerijmder zijn, dan aan een in zonden levend volk zegen te verkondigen en te beloven dat de raadslagen zullen gelukken, die met de geopenbaarde raadslagen Gods in openlijken strijd zijn.
Zeg nu gij, die Mijn ware Profeet zijt, tot degenen, die met lozen kalk pleisteren, dat hij bij het instorten van den muur omvallen zal; er zal in de gerichten der Chaldeeuwse katastrofe, die het volk met zijne politieke pogingen slechts komen doet in plaats van ze af te wenden, een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen! zult vallen en een grote stormwind zal hem splijten. Wat zegt het enen lemen wand te bouwen? De spreekwijs is ontleend van bouwlieden, die muren om huizen of wallen om steden maken, om deze te versterken, dat zij tot veilige verblijfplaatsen dienen kunnen. Deze wand is, in ons geval, een zinneprent van ene profetie, welke gunstige beloften voordraagt en op welke het volk zich zo gerust verlaat, als iemand zich in een huis, door den wand of muur, veilig rekent. Er waren te dezer tijd vele valse profeten te Jeruzalem, die niets dan voorspoed beloofden, en het zo ver wisten te brengen, dat het volk op hun leugenachtige voorzeggingen vertrouwde, even als iemand die in een huis woont, zich verlaat op de sterkte van den wand. Hananja verzekerde, dat koning Jechonia en al de Joden, die met hem gevankelijk waren weggevoerd, alsmede de vaten van den tempel, binnen twee jaren te Jeruzalem zouden zijn wedergekeerd (Jer. 28:3, 4). Ook waren er zulke valse profeten onder de reeds weggevoerde Joden in Babel, die hun wijs maakten dat zij binnen korten tijd in hun vaderland zouden wederkeren. Nu, deze valse profeten bouwden enen wand, voor zover zij het volk gerust stelden en op hun leugenachtige voorzeggingen deden vertrouwen; maar het was een lemen wand, die geen weerstand bieden kon; de gerustheid van het volk, hetwelk zich op deze bedreigingen verliet, was even zo ongegrond, als die van iemand, welke zich veilig rekent tegen enen vijandelijken aanval, achter een wand van leem. Wat zegt het een muur te pleisteren met lozen kalk? Loze kalk is zodanig een mengsel, hetwelk den schijn heeft van kalk, maar het inderdaad niet is. De lemen wand, hebben wij gezegd, tekent een valsen Profeet, op welken het volk zich verlaat, derhalve zegt het pleisteren van den lemen wand met lozen kalk, enen valsen Profeet van vrede en voorspoed, enen glimp van waarheid te geven, zodat het volk zich verbeeldde dat die profetie van enen Goddelijken oorsprong ware en ontwijfelbaar vervuld zou worden. De een bouwde een lemen wand, en anderen pleisterden dien met lozen kalk, dat is, de ene valse Profeet verdichtte ene gunstige voorzegging, en anderen wisten het volk door allerlei bedrieglijke kunstgrepen wijs te maken, dat zij er zich veilig op verlaten konden. Een lemen wand, die met lozen kalk gepleisterd is, kan niet lang stand houden, vooral niet in tijden van plasregen, hagelstenen en zwaren stormwind. Even zomin konden ook de valse profeten, welke alles goeds beloofden, hun gezag behouden in tijden van verwoestende onheilen. Maar vermits het volk zo verblind was, dat zij het ongegronde en bedrieglijke der gewaande voorzeggingen van de valse profeten niet zien konden, zond de Heere onzen Ezechiël tot deze bedriegers, om hun te zeggen, dat de lemen wand, welken zij bouwden, eerlang zou omvallen, dat is te zeggen, dat hun bedriegerijen zouden aan den dag komen en hun leugens openbaar worden. Er zou een overstelpende plasregen zijn, dat is, de talrijke krijgsbenden der Chaldeën zouden het ganse Joodse land overstromen, en dan zou de lemen wand met lozen kalk gepleisterd, omvallen; het zou openbaar worden, dat hun troostrijke voorzeggingen loutere verdichtselen waren, en het volk zou ondervinden, dat zij zich op leugenen verlaten hadden. Hierop wendt zich de Heere bij wijze van spraakwending, tot de hagelstenen: “gij, grote hagelstenen zult vallen, en Hij voegt er bij: ene grote stormwind zal hem, die lemen wand namelijk, splijten. ” Het leger van Nebukadnezar wordt een onweder des Heeren genoemd (Jer. 50:23). De grote hagelstenen derhalve, en de grote stormwind tekenen de schromelijke verwoestingen, welke de Chaldeën in het Joodse land zouden aanrichten. Deze zouden den lemen wand splijten, en het volk doen ondervinden, dat zij zich op ijdelheden verlaten hadden.
Ziet, als die wand zal gevallen zijn zal dan niet tot u gezegd worden: Waar is de pleistering, waarmee of, die gij gepleisterd hebt?
Merk hier aan, ongegronde leringen, hoe aangenaam zij ook zijn, die niet gebouwd zijn op een schriftuurlijken grond, noch vastgemaakt met een schriftuurlijk cement, hoe aannemelijk, hoe behagelijk ook, zijn van geen waarde, noch zullen den mens enigszins te stade komen. En die hope van vrede en geluk, welke niet gestaafd wordt door het woord van God, zal de mensen maar bedriegen, gelijk een muur die wel gepleisterd, maar slecht gebouwd is.
Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja Ik zal hem door enen groten stormwind in Mijne grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijnen toorn, en grote hagelstenen in Mijne grimmigheid om dien te verdoen; alles wat gebouwd is, ja de stad zelf, om welke men den wand had willen brengen, zal verwoest worden.
Zo zal Ik met Jeruzalems ondergang den wand afbreken, dien gijlieden met lozen kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond ontdekt zal worden; tot op de fondamenten zal hij worden verwoest; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, terwijl de bekentenis u afgedwongen is, dat Ik de HEERE ben. (vs. 9).
Zo zal Ik Mijne grimmigheid tegen den wand voortbrengen, en tegen degenen, die hem pleisteren met lozen kalk; en Ik zal tot ulieden zeggen: Die wand is er niet meer, en die hem pleisterden zijn er niet, het is met beide gedaan.
Te weten de profeten Israëls, die pleisteraars, die bestemd zijn om met den wand te vergaan, die van Jeruzalem profeteren, en voor haar een gezicht des vredes zien, waar geen vrede is (vs. 10), spreekt de Heere HEERE. Zo stort ieder gebouw, dat in tijden van nood niet door het geloof is gebouwd, wanneer de onweders Gods komen, dadelijk ineen. Gene leer des menselijken verstands kan bestaan in den tijd van smart en bestrijding; maar wie bouwt op de leer der heilige Profeten en Apostelen, die heeft zijn huis zeker en vast getrouwd. 17.
V. Vs. 17-23.KruisverwijzingenEzechiël 13:21→Ezechiël 13:2→Spreuken 28:21→Richteren 4:4→2 Koningen 22:14→Openbaring 2:20→Micha 3:5→Ezechiël 13:15→
— En gij, mensenkind, zet uw aangezicht tegen de dochteren uws volks, dewelke profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar; En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, om de zielen te jagen! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden? En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, om zielen te doden, die niet zouden sterven, en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, door uw liegen tot Mijn volk, dat de leugen hoort? Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan uw kussens, waarmede gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven, en Ik zal ze uit uw armen wegscheuren; en Ik zal die zielen losmaken, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven. Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen door valsheid hebt bedroefd gemaakt, daar Ik hem geen smart aangedaan heb; en omdat gij de handen des goddelozen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijn bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield; Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Het valse profeteren is ook zelfs onder de Joodse vrouwen doorgedrongen, die van het voorzeggen in des Heeren naam ene broodwinning maken, daarom ontvangt de Profeet ook voor haar een woord des Heeren, dat in de eerste plaats haar handelen en drijven karakteriseert, maar daarna haar het gericht verkondigt, en aan de door haar gevangene zielen de bevrijding uit de netten van haar bedrog toezegt.
En gij mensenkind! zet uw aangezicht met heiligen bestraffenden ernst tegen de dochteren uws volks, dewelke met de valse profeten van het mannelijk geslacht (vs. 2) gemeenschappelijke zaak makende, profeteren uit haar hart, en profeteer tegen haar.
En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee die vrouwen, die kussens naaien voor alle okselen der armen, 1) die door listige en vleiende woorden de gewetens in slaap weten te wiegen en maken hoofddeksels voor het hoofd van alle statuur, door valse voorstellingen van Mijne genade en wondervolle hulp de zielen doen inslapen om de zielen te jagen, om gunst voor zich te verwerven! Zult gij de zielen Mijns volks jagen, en zult gij u de zielen in het leven behouden)?
In het Hebr. Limthafroth kesathoth al kol-atstsilee jadai. Beter: die deksels leggen op alle geledingen van Mijne hand, m. a. w. zij bedekken, door hun vals profeteren, dat de strafgerichten Gods niet zullen komen, den dreigenden rechterhand Gods. Tegen alle dreigende profetieën hadden zij een ander woord, een woord van vrede, vrede en geen gevaar.
Het geeft zinnebeeldig te kennen, dat deze profeteren het volk door bedrieglijke geloften van voorspoed geruststelden, en daardoor te weeg brachten, dat de Joden zorgeloos in allerlei boosheid voortgingen, zich vleiende dat zij een gemakkelijk en voorspoedig leven leiden zouden. Zij maakten ook hoofddeksels voor het hoofd van alle staturen. Sommigen denken aan zekere kappen, welke men oudtijds droeg tot een teken van zegepraal, en dan zal het te kennen geven, dat de valse profeteren den Joden van allerlei standen en rangen wisten wijs te maken, dat zij niet alleen vrede en voorspoed hebben, maar zelfs de overwinning op hun vijanden behalen zouden. Al zo natuurlijk komt het ons evenwel voor, dat hier gezinspeeld worde op sluiers en hoofddoeken, waarmee de Oosterse vrouwen gewoon zijn zich te bedekken. De valse profetessen maakten hoofddeksels voor het hoofd van alle staturen, dat is, zij wisten ouden en jongen, lieden van allerlei rang en stand, door hare listige voorzeggingen te verblijden en te bedriegen.
En zult gij Mij ontheiligen bij Mijn volk, doordat gij Mij bij die zonde ene plaats van goedgunstigheid zoudt willen doen innemen? Doet, gij die zonde voor handvollen van gerst, en voor stukken broods, voor ene winst, die te schandelijker is, naarmate ze geringer is (Tit. 1:1 1. (Rom. 16:18). Voor zulk een nietig loon laadt gij dan zulk ene ontzaglijke schuld op u, dat gij u vermoeit, om zielen te doden, die niet zouden sterven, de zielen der weinige ware gelovigen en knechten, die Ik nog onder Mijn volk heb (Jer. 29:24 vv.), en om zielen in het leven te behouden, die niet zouden leven, de gelovigen te veroordelen, en daarentegen het leven den goddelozen aan te kondigen, daar gij u aan de zijde plaatst van de valse profeten en hun aanhang, terwijl op deze integendeel toepasselijk is het woord in Deut. 18:20. Alzo handelt gij toch door uw liegen, waardoor gij u voorstelt als sprekende volgens Goddelijke ingeving, tot Mijn volk, dat de leugen gaarne hoort (Micha 2:11)? Door Hengstenberg wordt de mening verdedigd, dat onder de dochters des volks gene wezenlijke vrouwen zouden moeten worden verstaan, maar dat het aan Ezechiël opgedragen strafwoord hier nog over de valse profeten van vroeger handelt, die alleen tot aanwijzing van hun vrouwelijken aard als vrouwen worden voorgesteld. Voor die mening kan zeker veel worden gezegd, met name ook, dat profetessen in Israël ene zeldzaamheid en uitzondering waren (2 Kon. 22:13). Intussen is dat juist een teken van oplossing der maatschappelijke toestanden, wanneer de vrouwen zo den voorrang hebben als hier bij Ezechiël, en zonder twijfel ook in de moederstad Jeruzalem. Gelijk op de laatste plaats het grote aanzien, dat onder Josia de ware profetes Hulda genoot, niet weinige vrouwen zal hebben opgewekt, om zich valselijk op profetische gaven te beroemen, zo werkte in Babylon het voorbeeld der heidense waarzegsters aanstekelijk op de Joodse vrouwen: “door dit heidens element werd het onware, de karikatuur dier waarzeggerij, nog meer openbaar-het boze van het valse profetisme kwam hier in bijzonder sterke kleuren in zijne gehele ruwheid voor den dag. Bovendien moet worden opgemerkt, dat “valse profeten meestal ook valse profetessen verwekken”. Wordt nu in de vorige afdeling den valsen profeten het pleisteren van den wand met lozen kalk verweten, hier wordt der valse profetessen het kussens-maken onder de armen en hoofddeksels voor de hoofden, gelijk deze moeilijke woorden van den grondtekst zijn overgezet, verweten. Volgens andere verklaring zou in vs. 18 moeten staan: wee degenen, die deksels zamen naaien van alle leden Mijner hand, en netten maken over het hoofd naar elks grootte, om zielen te vangen. ” Dit kan slechts zo verstaan worden: 1) naaien de valse profetessen deksels zamen, om die om alle leden van de hand Gods te wikkelen, zodat Hij ze niet kan roeren, d. i. zij bedekken en verbergen door hare leugen-profetie het woord Gods, en met name Zijne bestraffende en bedreigende kracht, op zulk ene wijze, dat de dreigende en oordelende arm van God, die bovenal door Zijn profetisch woord openbaar en werkzaam moest worden, niet openbaar en werkzaam wordt; 2) zij maken overwerpsels voor de hoofden der mensen, en wel zo, dat die nauwkeurig met ieders natuur overeenkomen, zodat de mensen niet horen noch zien, d. i. zij verbergen door hare huichelende leugenen, die aan de subjectieve begeerten van elken hoorder voldoen, de zinnen der mensen, zodat deze voor de waarheid noch oor noch oog meer hebben (het eerste schildert haar valsen toestand tegenover God, het tweede hare valse betrekking tot de mensen. Het is de aard van alle bemiddelings-theologie, zo als in ‘t algemeen van alles, wat den ouden Adam onaangenaam is en hem pijn doet, om vooral de energie der eisende en straffende gerechtigheid Gods ter zijde te zetten (Rom. 11:22). Waar Ezechiël hier kussens zet, zetten wij glacé handschoenen. Behalve de kussens voor de handen des Heeren, die in hunnen natuurlijken toestand menigeen zeer onzacht aanraken, daar onze God een ijverig God is, een verterend vuur, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen in het derde en vierde lid, maken zij met gelijk doel deksels voor de hoofden harer biechtkinderen, opdat de hand Gods ze niet onzacht zou aanraken. Zij maken die voor de hoofden of mensen van elke grootte-naar de grootte van het loon, dat zij wachten-het grootste voor den koning. Hoe hoger iemand geplaatst is, des te ijveriger zijn zij bezig, om hem het geweten te verlichten, als Jezuïeten vóór de Jezuïeten, zich van hun navolgers alleen daardoor onderscheidende, dat deze het belang en den invloed der Kerk op het oog hadden, terwijl zij slechts hunnen buik dienden. De zielen moeten door zulk een pseudo-theologie, welke den ondergang van land en volk veroorzaakt, daar God, ondanks al deze pogingen om Zijne ware gedaante te verbergen, blijft die Hij is, omkomen. Doch dat gaat haar niet aan, zij wekken hare eigene zielen op door de verderfelijke dood aanbrengende jacht, zij scheppen zich aards geluk en welvaart. Het is een aangrijpend, ontzaglijk woord, dat het de macht der leugen is, zielen te vangen en te doden.
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ziet Ik wil aan uwe kussensaan uwe bedekkingen of zonder beeldspraak uwe werkelijk leer, waarmee gij aldaar de zielen jaagt naar de bloemhoven 1) leugenachtige beloften van een bloeistaat voorstelt; en Ik zal ze uit uwe armen wegscheuren, daar Ik ze geheel en al te schande laat worden, en Ik zal die zielen, die door u verstrikt geworden, losmaken 2) uit de netten, de zielen, die gij jaagt naar de bloemhoven 1) die gij bedriegt met schone beloften.
In het Hebr. Lefoorgooth. De Staten-Overzetters hebben dit woord vertaald door, bloemhoven, maar ten onrechte. Het moet afgeleid worden van het werkwoord hrp, hetwelk vliegen betekent. De verklaring is echter niet gemakkelijk. De betekenis kan o. i. echter niet anders zijn, dan dat God de zielen, die door de valse profetessen zijn verleid, uit haar net wil scheuren en ze weer in de ruimte stellen, ze weer wil laten vliegen. De vertaling is dan ook beter, om ze te bevrijden. De Heere God zegt derhalve hier, dat Hij de valse profetessen beschaamd zal doen uitkomen, dat Hij dezulken, die door haar verstrikt zijn geworden, zal doen zien, dat niet zij, maar Hij en Zijne ware Profeten het volk de waarheid hebben verkondigd, dat de gerichten wel degelijk zouden uitgevoerd worden om hun zonde en ongerechtigheid.
Gij gelooft, door deze uwe leugenachtige plechtigheden op die wijze overgebracht, gelijk gij doet, aan alle onderzoekers, enen bloeienden en groeienden staat, en dit is het net, waarmee gij de zielen jaagt. ‘t Kan zijn dat deze profetessen hare misleiden in vermakelijke hoven brachten, en wel, daarvoor betaald wordende, hen onderhielden met alle vermakelijkheden van bloemen en vrachten; en misschien waren deze waarzegsters en priesteressen van Flora, en verleidden de jonge, wakkere en dartele gasten tot de afgoderij en ondeugende vermakelijkheden, ter ere van Flora gepleegd.
Daartoe zal Ik uwe hoofddeksels, de zoete woorden en prachtige reden, waarmee gij de harten verleidt (Rom. 16:18,), scheuren, en Mijn volk uit uwe hand redden, zodat zij niet meer in uwe hand zullen zijn tot ene jacht, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, daar gij Mijnen heiligen ernst aan u zult gewaar worden.
Omdat gijlieden het hart des rechtvaardigen, die zich door vrijwillig in ballingschap te gaan op den raad der ware Profeten aan Mijne machtige hand heeft onderworpen, door valsheid hebt bedroefd gemaakt, alsof hij iets dwaas en goddeloos had gedaan, daar Ik hem gene smart aangedaan heb, maar erken, dat hij recht heeft gedaan; en omdat gijdaarentegen de handen des goddelozen door voedsel te geven aan zijne verwachtingen door uwe valse vertroostingen gesterkt hebt, opdat hij zich van zijnen bozen weg niet afkeren zou, dat Ik hem in het leven behield 1) (Jer. 23:14).
De verwoesting van Jeruzalem heeft alles bewaarheid, wat Ezechiël hier gezegd heeft in dit hoofdstuk, en de uitkomst toonde, dat die Profeten, welke het volk zochten te overreden, dat hun geen kwaad zou overkomen, bedriegers waren en dat Ezechiël inderdaad van God tot hen gezonden was. Hieruit kunnen wij leren, dat de Dienaren des Heeren, een zeer grote zonde bedrijven, en zich aan een schrikkelijk oordeel bloot stellen, wanneer zij, in plaats van onboetvaardige zondaren stoutmoedig te bestraffen en hun met Gods oordelen te dreigen, hen in hun zonden vleien en met een vals vertrouwen vervullen. (ENGEL. GODGELEERDEN).
Daarom zult gij ten gevolge van den ondergang, dien Ik u bereid, niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uwe hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben (vs. 21). Deze profetessen zijn voortreflijke vertegenwoordigsters der synagogen, welke door hare verklaringen of uitspraken het werken der Goddelijke hand verduisterden, zodat het geen indruk kon maken. De door de profetessen genaaide bedekselen, door welke het hoofd van elke grootte verhinderd werd in het zien en in het horen, kon men voor commentaren houden, welke den zin van het Goddelijk woord door zo veel mogelijk aangebrachte geleerdheid verduisteren en in verwarring brengen. Het is de eeuwige troost der arme aan den moordenden leugengeest blootgestelde mensheid, dat de almachtige God der waarheid bewarend en beschermend over de zielen regeert, die de valse Profeten als argeloze vogels in hun netten trekken. De Heere zal ook de gevangene zielen uit de handen van hare bedriegers en verleiders redden en ze vrijlaten, want waarlijk! zij zijn gene onverstandige tot fladderen en vliegen bestemde vogels, maar evenbeelden van hunnen Goddelijken Schepper. Bij degenen echter, die het hart van den vrome met leugenen beangstigen, dat God door waarheid tot vreugde en tot vrede wil opleiden, en die den misdadiger op zijne boze wegen versterken, zal de gerechtigheid, die niet kan uitblijven, zeker haar doel treffen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel