Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVThe word2of the LORD3also came unto me, saying,
2Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121! gijH859woontH3427 in het middenH8432 van een wederspannigH4805huisH1004, dewelkeH834ogenH5869 hebben om te zienH7200, en nietH3808zienH7200, orenH241 hebben om te horenH8085, en nietH3808horenH8085, wantH3588zijH1992 zijn een wederspannigH4805huisH1004.Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.
KJVSon1of man,2thou dwellest7in the midst3of a rebellious5house,4which have eyes9to see,11and see13not; they have ears14to hear,16and hear18not: for they are a rebellious21house.
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5הַמֶּ֖רִיH4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)6אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7יֹשֵׁ֑בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עֵינַיִם֩H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)10לָהֶ֨ם11לִרְא֜וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13רָא֗וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14אָזְנַ֨יִםH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show15לָהֶ֤ם16לִשְׁמֹ֨עַ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness17וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18שָׁמֵ֔עוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness19כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)21מְרִ֖יH4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)22הֵֽםH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
3Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarom gij, mensenkindH1121, maakH6213 u gereedschapH3627 van vertrekkingH1473; en vertrekH1540 bij dagH3119 voor hun ogenH5869; en gij zult vertrekkenH1540 van uw plaatsH4725totH413 een andere plaatsH4725 voor hun ogenH5869; misschien zullen zij het merkenH7200, hoewel zij een wederspannigH4805huisH1004 zijn.Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.
KJVTherefore, thou son2of man,3prepare4thee stuff6for removing,7and remove8by day9in their sight;10and thou shalt remove11from thy place12to another15place14in their sight:16it may be they will consider,18though they be a rebellious21house.
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4עֲשֵׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לְךָ֙6כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7גוֹלָ֔הH1473gevangenis, gevankelijk, weggevoerden(carried away), captive(-ity), removing8וּגְלֵ֥הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover9יוֹמָ֖םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)10לְעֵֽינֵיהֶ֑םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11וְגָלִ֨יתָH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover12מִמְּקוֹמְךָ֜H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14מָק֤וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)15אַחֵר֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange16לְעֵ֣ינֵיהֶ֔םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)17אוּלַ֣יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless18יִרְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions19כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)21מְרִ֖יH4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)22הֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
4Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Gij zult dan uw gereedschapH3627 bij dagH3119 voor hun ogenH5869uitbrengenH3318, als het gereedschapH3627 dergenen, die vertrekkenH1473; daarna zult gij in den avondH6153 uitgaan voor hun ogenH5869, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.
Ook in dit vers
uitgaanH3318
uitgaanH4161
KJVThen shalt thou bring forth1thy stuff2by day5in their sight,6as stuff3for removing:4and thou shalt go forth8at even9in their sight,10as they that go forth11into captivity.
1וְהוֹצֵאתָ֨H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2כֵלֶ֜יךָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3כִּכְלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4גוֹלָ֛הH1473gevangenis, gevankelijk, weggevoerden(carried away), captive(-ity), removing5יוֹמָ֖םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)6לְעֵֽינֵיהֶ֑םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7וְאַתָּ֗הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8תֵּצֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9בָעֶ֨רֶב֙H6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night10לְעֵ֣ינֵיהֶ֔םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11כְּמוֹצָאֵ֖יH4161uitgang, uitgangen, gegaanbrought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs)12גּוֹלָֽהH1473gevangenis, gevankelijk, weggevoerden(carried away), captive(-ity), removing
5Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5DoorgraafH2864 u den wandH7023 voor hun ogenH5869, en brengH3318 daardoor uw gereedschap uit.Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit.
KJVDig2thou through the wall4in their sight,1and carry out
1לְעֵינֵיהֶ֖םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)2חֲתָרH2864Doorgraaf, doorgraaft, doorgroefdig (through), row3לְךָ֣4בַקִּ֑ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall5וְהוֹצֵאתָ֖H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6בּֽוֹ
6Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Voor hun ogenH5869 zult gij het opH5921 de schoudersH3802dragenH5375, in donkerH5939 zult gij het uitbrengenH3318; uw aangezichtH6440 zult gij bedekkenH3680, dat gij het landH776nietH3808zietH7200; wantH3588 Ik heb u den huizeH1004IsraelsH3478 tot een wondertekenH4159gegevenH5414.Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.
KJVIn their sight1shalt thou bear4it upon thy shoulders,3and carry it forth6in the twilight:5thou shalt cover8thy face,7that thou see10not the ground:12for I have set15thee for a sign14unto the house16of Israel.
1לְעֵ֨ינֵיהֶ֜םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3כָּתֵ֤ףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter4תִּשָּׂא֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5בָּעֲלָטָ֣הH5939donker, duisterdark, twilight6תוֹצִ֔יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7פָּנֶ֣יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8תְכַסֶּ֔הH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִרְאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14מוֹפֵ֥תH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)15נְתַתִּ֖יךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
7En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En ik deedH6213alzoH3651, gelijk als mij bevolenH6680 was; ik brachtH3318 mijn gereedschapH3627 uit bij dagH3119, als het gereedschapH3627 dergenen, dieH834vertrekkenH1473; daarna in den avondH6153doorgroefH2864 ik mij den wandH7023 met de handH3027; ik brachtH3318 het uit in donkerH5939, en ik droegH5375 het opH5921 den schouderH3802 voor hun ogenH5869.En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.
KJVAnd I did1so as I was commanded:4I brought forth6my stuff5by day,9as stuff7for captivity,8and in the even10I digged11through the wall13with mine hand;14I brought it forth16in the twilight,15and I bare19it upon my shoulder18in their sight.
1וָאַ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כֵּן֮H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צֻוֵּיתִי֒H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5כֵּ֠לַיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6הוֹצֵ֜אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7כִּכְלֵ֤יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever8גוֹלָה֙H1473gevangenis, gevankelijk, weggevoerden(carried away), captive(-ity), removing9יוֹמָ֔םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)10וּבָעֶ֛רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night11חָתַֽרְתִּיH2864Doorgraaf, doorgraaft, doorgroefdig (through), row12לִ֥י13בַקִּ֖ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall14בְּיָ֑דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15בָּעֲלָטָ֥הH5939donker, duisterdark, twilight16הוֹצֵ֛אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18כָּתֵ֥ףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter19נָשָׂ֖אתִיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield20לְעֵינֵיהֶֽםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
8En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En des morgensH1242geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413 mij, zeggendeH559:En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
KJVAnd in the morning5came the word2of the LORD3unto me, saying,
9Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9MensenkindH1121, heeft nietH3808 het huisH1004IsraelsH3478, het wederspannigH4805huisH1004, totH413 u gezegdH559: WatH4100doetH6213 gij?Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?
KJVSon1of man,2hath not the house6of Israel,7the rebellious9house,8said4unto thee, What doest
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3הֲלֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אָמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֵלֶ֛יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַמֶּ֑רִיH4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)10מָ֖הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why11אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12עֹשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
10Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10ZegH559totH413 hen: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: DezeH2088lastH4853 is tegen den vorstH5387 te JeruzalemH3389, en het ganseH3605huisH1004IsraelsH3478, dat in het middenH8432 van henH1992 is.Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.
KJVSay1thou unto them, Thus saith4the Lord5GOD;6This burden8concerneth the prince7in Jerusalem,10and all the house12of Israel13that are among
1אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהֹוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod7הַנָּשִׂ֞יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour8הַמַּשָּׂ֤אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute9הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10בִּיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye16בְתוֹכָֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
11Zeg: Ik ben ulieder wonderteken; gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis heengaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11ZegH559: IkH589 ben ulieder wondertekenH4159; gelijk als ik gedaan heb, alzoH3651 zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoeringH1473 in de gevangenisH7628heengaanH3212.Zeg: Ik ben ulieder wonderteken; gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis heengaan.
KJVSay,1I am your sign:3like as I have done,5so shall it be done7unto them: they shall remove9and go11into captivity.
1אֱמֹ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3מֽוֹפֶתְכֶ֑םH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)4כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָשִׂ֗יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7יֵעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לָהֶ֔ם9בַּגּוֹלָ֥הH1473gevangenis, gevankelijk, weggevoerden(carried away), captive(-ity), removing10בַשְּׁבִ֖יH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken11יֵלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
12En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de vorstH5387, die in het middenH8432 van hen is, zal het gereedschap op den schouderH3802dragenH5375 in donkerH5939, en hij zal uitgaanH3318; zij zullen door den wandH7023gravenH2864, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezichtH6440bedekkenH3680, opdat hij met het oogH5869 de aardeH776nietH3808zieH7200.En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.
KJVAnd the prince1that is among3them shall bear6upon his shoulder5in the twilight,7and shall go forth:8they shall dig10through the wall9to carry out11thereby: he shall cover14his face,13that15he see18not the ground22with his eyes.
1וְהַנָּשִׂ֨יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בְּתוֹכָ֜םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּתֵ֤ףH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter6יִשָּׂא֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield7בָּעֲלָטָ֣הH5939donker, duisterdark, twilight8וְיֵצֵ֔אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9בַּקִּ֥ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall10יַחְתְּר֖וּH2864Doorgraaf, doorgraaft, doorgroefdig (through), row11לְה֣וֹצִיאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12ב֑וֹ13פָּנָ֣יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14יְכַסֶּ֔הH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)15יַ֗עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why16אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יִרְאֶ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions19לַעַ֛יִןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)20ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
13Ik zal ook Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; en Ik zal hem brengen in Babylonie, het land der Chaldeen; ook zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Ik zal ook Mijn netH7568overH5921 hem uitspreidenH6566, dat hij in Mijn jachtgarenH4686gegrepenH8610 worde; en Ik zal hem brengenH935 in BabylonieH894, het landH776 der ChaldeenH3778; ook zal hij dat nietH3808zienH7200, hoewel hij daarH8033stervenH4191 zal.Ik zal ook Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; en Ik zal hem brengen in Babylonie, het land der Chaldeen; ook zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal.
KJVMy net3also will I spread1upon him, and he shall be taken5in my snare:6and I will bring7him to Babylon9to the land10of the Chaldeans;11yet shall he not see14it, though he shall die
1וּפָרַשְׂתִּ֤יH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רִשְׁתִּי֙H7568net, netwerknet(-work)4עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וְנִתְפַּ֖שׂH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take6בִּמְצֽוּדָתִ֑יH4686Burg, vesting, burgcastle, defense, fort(-ress), (strong) hold, be hunted, net, snare, strong place7וְהֵבֵאתִ֨יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֹת֤וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בָבֶ֨לָה֙H894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon10אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11כַּשְׂדִּ֔יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea12וְאוֹתָ֥הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִרְאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15וְשָׁ֥םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither16יָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
14En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En allen, dieH834rondomH5439 hem zijn tot zijn hulpH5828, en alH3605 zijn bendenH102 zal Ik in alleH3605windenH7307verstrooienH2219; en Ik zal het zwaardH2719achterH310 hen uittrekkenH7324.En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
KJVAnd I will scatter7toward every wind9all that are about3him to help4him, and all his bands;6and I will draw out11the sword10after
1וְכֹל֩H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3סְבִיבֹתָ֥יוH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side4עֶזְר֛וֹH5828hulp, Hulp, hulpehelp5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲגַפָּ֖יוH102bendenbands7אֱזָרֶ֣הH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow8לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9ר֑וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)10וְחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool11אָרִ֥יקH7324uittrekken, afgieten, breng[idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out)12אַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
15Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Alzo zullen zij wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, wanneer Ik hen onder de heidenenH1471verspreidenH6327 en hen in de landenH776verstrooienH2219 zal.Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.
KJVAnd they shall know1that I am the LORD,4when I shall scatter5them among the nations,7and disperse8them in the countries.
1וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בַּהֲפִיצִ֤יH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad6אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בַּגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people8וְזֵרִיתִ֥יH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow9אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בָּאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
16Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16DochH3588 Ik zal van hen weinigeH4557liedenH582 doen overblijvenH3498 van het zwaardH2719, van den hongerH7458 en van de pestilentieH1698; opdatH4616 zij alH3605 hun gruwelenH8441vertellenH5608 onder de heidenenH1471, waarhenen zij komenH935 zullen, en zij zullen wetenH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben.Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVBut I will leave1a few4menof them from the sword,5from the famine,6and from the pestilence;7that they may declare9all their abominations12among the heathen13whither they come;15and they shall know17that I am the LORD.
1וְהוֹתַרְתִּ֤יH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest2מֵהֶם֙3אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4מִסְפָּ֔רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time5מֵחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool6מֵרָעָ֣בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger7וּמִדָּ֑בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague8לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9יְסַפְּר֜וּH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12תּוֹעֲבֽוֹתֵיהֶ֗םH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination13בַּגּוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Daarna geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413 mij, zeggendeH559:Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
KJVMoreover the word2of the LORD3came to me, saying,
18Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18MensenkindH1121, gij zult uw broodH3899etenH398 met bevenH7494, en uw waterH4325 zult gij met beroerteH7269 en met kommerH1674drinkenH8354.Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.
KJVSon1of man,2eat5thy bread3with quaking,4and drink9thy water6with trembling7and with carefulness;
19En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En gij zult totH413 het volkH5971 des landsH127zeggenH559: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069, van de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, in het landH776IsraelsH3478: Zij zullen hun broodH3899 met kommerH1674etenH398, en hun waterH4325 zullen zij met verbaasdheidH8078drinkenH8354, omdatH4616 hun landH776woestH3456 zal worden van zijn volheidH4393, vanwege het geweldH2555 van alH3605 degenen, die daarin wonenH3427;En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;
KJVAnd say1unto the people3of the land,12Thus saith6the Lord7GOD8of the inhabitants9of Jerusalem,10and of the land4of Israel;13They shall eat16their bread14with carefulness,15and drink19their water17with astonishment,18that her land22may be desolate21from all that is therein,23because of the violence24of all them that dwell
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4הָאָ֡רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder6אָמַר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲדֹנָ֨יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord8יְהוִ֜הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod9לְיוֹשְׁבֵ֤יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10יְרוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12אַדְמַ֣תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land13יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14לַחְמָם֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals15בִּדְאָגָ֣הH1674kommer, Bekommernis, bekommerniscare(-fulness), fear, heaviness, sorrow16יֹאכֵ֔לוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite17וּמֵֽימֵיהֶ֖םH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))18בְּשִׁמָּמ֣וֹןH8078verbaasdheidastonishment19יִשְׁתּ֑וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)20לְמַ֜עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to21תֵּשַׁ֤םH3456woest, ontzet, wildernisbe desolate22אַרְצָהּ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world23מִמְּלֹאָ֔הּH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude24מֵחֲמַ֖סH2555geweld, gewelds, wrevelcruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong25כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)26הַיֹּשְׁבִ֥יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry27בָּֽהּ
20En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En de bewoondeH3427stedenH5892 zullen woestH2717 worden, en het landH776 zal een wildernisH8077zijnH1961; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben.En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd the cities1that are inhabited2shall be laid waste,3and the land4shall be desolate;5and ye shall know7that I am the LORD.
1וְהֶעָרִ֤יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2הַנּֽוֹשָׁבוֹת֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3תֶּחֱרַ֔בְנָהH2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste4וְהָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5שְׁמָמָ֣הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste6תִֽהְיֶ֑הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7וִֽידַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Wederom geschiedde het woordH1697 des HEERENH3068totH413 mij, zeggendeH559:Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
22Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22MensenkindH1121, watH4100 is dit voor een spreekwoordH4912, datH2088 gijlieden hebt in het landH127IsraelsH3478, zeggendeH559: de dagenH3117 zullen verlengdH748 worden, en alH3605 het gezichtH2377 zal vergaanH6?Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan?
KJVSon1of man,2what is that proverb4that ye have in the land8of Israel,9saying,10The days12are prolonged,11and every vision15faileth?
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3מָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4הַמָּשָׁ֤לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb5הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6לָכֶ֔ם7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אַדְמַ֥תH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land9יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11יַֽאַרְכוּ֙H748verlengen, verlengt, verlengddefer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long)12הַיָּמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13וְאָבַ֖דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15חָזֽוֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision
23Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23DaaromH3651zegH559totH413 hen: Alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ik zal ditH2088 spreekwoord doen ophoudenH7673, dat zij het nietH3808meerH5750 ten spreekwoord gebruiken zullen in IsraelH3478. MaarH3588spreekH1696totH413 hen: De dagenH3117 zijn nabijH7126 gekomen, en het woordH1697 van iederH3605gezichtH2377.Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.
Ook in dit vers
spreekwoordH4911
spreekwoordH4912
KJVTell2them therefore, Thus saith5the Lord6GOD;7I will make this proverb10to cease,8and they shall no more use it as a proverb13in Israel;16but say19unto them, The days22are at hand,21and the effect23of every vision.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִה֒H3069HEERE, HEEREN, HeereGod8הִשְׁבַּ֨תִּי֙H7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַמָּשָׁ֣לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb11הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יִמְשְׁל֥וּH4911gebruik, spreekwoord, gebruikenbe(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter14אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)16בְּיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet19דַּבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work20אֲלֵיהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21קָֽרְבוּ֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take22הַיָּמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger23וּדְבַ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25חָזֽוֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision
24Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24WantH3588 geen ijdelH7723gezichtH2377 zal er meerH5750wezenH1961, noch vleiendeH2509waarzeggingH4738, in het middenH8432 van het huisH1004IsraelsH3478.Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels.
KJVFor there shall be no more any vain7vision6nor flattering9divination8within10the house11of Israel.
1כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִֽהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6חֲז֥וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision7שָׁ֖וְאH7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity8וּמִקְסַ֣םH4738voorzegging, waarzeggingdivination9חָלָ֑קH2509glad, gladde, gladderflattering, smooth10בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
25Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25WantH3588 Ik ben de HEEREH3068, Ik zal sprekenH1696; het woordH1697, de tijd zal nietH3808meerH5750uitgesteldH4900 worden; wantH3588 in uw dagenH3117, o wederspannigH4805huisH1004, zal Ik een woordH1697sprekenH1696, en hetzelve doenH6213, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.
Ook in dit vers
sprekenH1696
KJVFor I am the LORD:3I will speak,4and the word8that I shall speak7shall come to pass;9it shall be no more prolonged:11for in your days,14O rebellious16house,15will I say17the word,18and will perform19it, saith20the Lord21GOD.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֲדַבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אֲדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8דָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9וְיֵ֣עָשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תִמָּשֵׁ֖ךְH4900getrokken, trekken, trektdraw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out12ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14בִֽימֵיכֶ֞םH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16הַמֶּ֗רִיH4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)17אֲדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work18דָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work19וַעֲשִׂיתִ֔יוH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith21אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord22יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
26Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Verder geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413 mij, zeggendeH559:Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
27Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27MensenkindH1121, zie, die van het huisH1004IsraelsH3478zeggenH559: Het gezichtH2377 dat hijH1931zietH2009, is voor veleH7227dagenH3117, en hijH1931profeteertH5012 van tijdenH6256, die verreH7350 zijn.Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.
KJVSon1of man,2behold, they of the house4of Israel5say,6The vision7that he seeth10is for many12days11to come, and he prophesieth16of the times13that are far
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֗םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see4בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6אֹֽמְרִ֔יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7הֶחָז֛וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10חֹזֶ֖הH2372zien, aanschouwen, aanschouwtbehold, look, prophesy, provide, see11לְיָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12רַבִּ֑יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)13וּלְעִתִּ֥יםH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when14רְחוֹק֖וֹתH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come15ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16נִבָּֽאH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet
28Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28DaaromH3651zegH559totH413 hen: Alzo zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: GeenH3808 Mijner woordenH1697 zullen meerH5750uitgesteldH4900 worden; het woordH1697, hetwelk Ik gesprokenH1696 heb, dat zal gedaanH6213 worden, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.
KJVTherefore say2unto them, Thus saith5the Lord6GOD;7There shall none of my words12be prolonged9any more, but the word15which I have spoken14shall be done,16saith17the Lord18GOD.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִמָּשֵׁ֥ךְH4900getrokken, trekken, trektdraw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out10ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12דְּבָרָ֑יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אֲדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15דָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work16וְיֵ֣עָשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith18אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord19יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 12:2— Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.Mattheüs 13:13→Ezechiël 2:3→Johannes 9:39→Johannes 12:40→Jeremia 5:21→Ezechiël 2:5→Lukas 8:10→Jesaja 6:9→
Ezechiël 12:3— Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.Jeremia 36:3→2 Timotheüs 2:25→Jeremia 26:3→Jeremia 36:7→Lukas 20:13→Ezechiël 12:10→Ezechiël 4:1→Psalmen 81:13→
Ezechiël 12:4— Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.Jeremia 39:4→Ezechiël 12:12→2 Koningen 25:4→Jeremia 52:7→
Ezechiël 12:5— Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit.2 Koningen 25:4→Jeremia 39:2→
Ezechiël 12:6— Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.Ezechiël 4:3→Jesaja 8:18→Ezechiël 24:24→1 Samuël 28:8→Jesaja 20:2→2 Samuël 15:30→Job 24:17→Ezechiël 12:11→
Ezechiël 12:7— En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.Ezechiël 24:18→Ezechiël 37:10→Ezechiël 37:7→Handelingen 26:19→Johannes 15:14→Johannes 2:5→Ezechiël 2:8→Ezechiël 12:3→
Ezechiël 12:9— Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?Ezechiël 17:12→Ezechiël 24:19→Ezechiël 20:49→Ezechiël 12:1→Ezechiël 2:5→
Ezechiël 12:10— Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.Jesaja 13:1→2 Koningen 9:25→Maleachi 1:1→Jeremia 21:7→Ezechiël 17:13→Jesaja 14:28→Ezechiël 7:27→Jeremia 24:8→
Ezechiël 12:11— Zeg: Ik ben ulieder wonderteken; gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis heengaan.Jeremia 52:15→Jeremia 15:2→Jeremia 52:28→Ezechiël 12:6→
Ezechiël 12:12— En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.Jeremia 39:4→Ezechiël 12:6→2 Koningen 25:4→Jeremia 52:7→Jeremia 42:7→
Ezechiël 12:13— Ik zal ook Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; en Ik zal hem brengen in Babylonie, het land der Chaldeen; ook zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal.Ezechiël 17:20→Hosea 7:12→Jeremia 39:7→Jesaja 24:17→Ezechiël 32:3→Ezechiël 17:16→Klaagliederen 3:47→Lukas 21:35→
Ezechiël 12:14— En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.Ezechiël 5:2→2 Koningen 25:4→Ezechiël 17:21→Ezechiël 14:17→Ezechiël 5:10→Ezechiël 14:21→Jeremia 42:22→Leviticus 26:33→
Ezechiël 12:15— Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.Ezechiël 6:7→Ezechiël 12:20→Ezechiël 12:16→Ezechiël 6:14→Ezechiël 14:18→Ezechiël 33:33→Psalmen 9:16→Ezechiël 24:27→
Ezechiël 12:16— Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.Jeremia 22:8→Ezechiël 14:22→Ezechiël 6:8→Romeinen 9:27→Daniël 9:5→Genesis 13:16→1 Koningen 9:6→Jesaja 1:9→
Ezechiël 12:18— Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.Psalmen 102:4→Leviticus 26:26→Psalmen 60:2→Psalmen 80:5→Ezechiël 23:33→Klaagliederen 5:9→Deuteronomium 28:48→Deuteronomium 28:65→
Ezechiël 12:19— En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;Zacharia 7:14→Ezechiël 6:6→Ezechiël 6:14→Micha 7:13→Jeremia 10:22→Ezechiël 7:23→1 Korinthe 10:28→Jeremia 33:10→
Ezechiël 12:20— En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.Jeremia 4:7→Jesaja 7:23→Jesaja 3:26→Jeremia 25:9→Ezechiël 15:6→Klaagliederen 5:18→Jeremia 24:8→Ezechiël 15:8→
Ezechiël 12:22— Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan?Ezechiël 11:3→Amos 6:3→Ezechiël 12:27→Ezechiël 18:2→Jesaja 5:19→Ezechiël 16:44→2 Petrus 3:3→Jeremia 5:12→
Ezechiël 12:23— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.Sefanja 1:14→Joël 2:1→Ezechiël 12:25→Jesaja 28:22→Jakobus 5:8→Mattheüs 24:34→Ezechiël 7:10→Maleachi 4:1→
Ezechiël 12:24— Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels.Ezechiël 13:23→Zacharia 13:2→Jeremia 14:13→1 Thessalonicenzen 2:5→Ezechiël 13:6→Klaagliederen 2:14→1 Koningen 22:17→2 Petrus 2:2→
Ezechiël 12:25— Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 12:28→Jesaja 55:11→Jesaja 14:24→Habakuk 1:5→Jeremia 16:9→Klaagliederen 2:17→Zacharia 1:6→Ezechiël 6:10→
Ezechiël 12:27— Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.Daniël 10:14→Ezechiël 12:22→2 Petrus 3:4→Jesaja 28:14→
Ezechiël 12:28— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.Mattheüs 24:48→Lukas 21:34→Jeremia 44:28→Openbaring 3:3→Jeremia 4:7→Markus 13:32→1 Thessalonicenzen 5:2→Ezechiël 12:23→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 12 vers 2— Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.
woont in het midden
Te weten in Chaldea onder de Joden, die met den koning Jojachin uit hun vaderland in Babylonië weggevoerd waren, onder wie, hoewel God de zijnen had, boven Ezech. 11:16-17 , enz.; nochtans blijkt uit deze plaats, dat velen hunner ongelovigen en moedwilligen waren.
Hertaald:woont in het midden
Namelijk in Chaldea onder de Joden die met koning Jojachin uit hun vaderland naar Babylonië weggevoerd waren. Hoewel God ook onder hen de Zijnen had (Ezech. 11:16-17 enzovoort), blijkt uit deze plaats dat velen van hen ongelovig en moedwillig waren.
een wederspannig huis,
Zie boven Ezech. 2:5 ; alzo in het volgende.
Hertaald:een wederspannig huis,
Zie hierboven Ezech. 2:5; zo ook in het vervolg.
niet zien,
Te weten inwendiglijk door den geest, om te bemerken welke straffen zij zelf geleden hebben en anderen nog te verwachten stonden, ten einde zij zich bekeren zouden. Vergelijk Jes. 6:9 , en Jes. 42:18 .
Hertaald:niet zien,
Namelijk innerlijk met de geest, om op te merken welke straffen zij zelf al ondergaan hadden en welke anderen nog te wachten stonden, opdat zij zich zouden bekeren. Vergelijk Jes. 6:9 en Jes. 42:18.
niet horen,
Dat is, niet geloven of gehoorzaam zijn, naar al de vermaningen en dreigementen, die God door zijne profeten hun gedaan heeft.
Hertaald:niet horen,
Dat is: niet geloven en niet gehoorzamen aan alle vermaningen en dreigementen die God door Zijn profeten tot hen gericht heeft.
Ezechiël 12 vers 3— Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.
Daarom gij,
Omdat zij niet willen zien of horen, zal Ik hun nog een ander teken voorhouden.
Hertaald:Daarom gij,
Omdat zij niet willen zien of horen, zal Ik hun nog een ander teken voorhouden.
gereedschap van vertrekking;
Te weten een maaltje of koffertje, staf, reismantel, schoenen of ander reistuig. Vergelijk Matt. 10:9-10 . Anderen verstaan het huisraad, als bedden, bulsters, stoelen, tafels, kisten, kostbaarheden, enz.
Hertaald:gereedschap van vertrekking;
Namelijk een reistas of koffertje, een staf, een reismantel, schoenen of ander reisgerei. Vergelijk Matth. 10:9-10. Anderen verstaan er het huisraad onder, zoals bedden, matrassen, stoelen, tafels, kisten, kostbaarheden, enzovoort.
voor hun ogen;
Dat is, alzo dat zij het met hunne ogen aanschouwen. Want de Heere wilde dezen weggevoerden, door hetgeen de profeet openbaar doen zou, een zeker teken geven van hetgeen zekerlijk die van Juda en Jeruzalem in korten tijd wedervaren zou, overmits zij niet geloofden dat het kwalijk met hen zou gaan, ja hoopten haast daarheen weder te keren, Jer. 28:3 , scheldende den profeet Jeremia, door wiens vermaning zij zich in Chaldea hadden laten wegvoeren.
Hertaald:voor hun ogen;
Dat is: zo dat zij het met eigen ogen zien. Want de HEERE wilde deze weggevoerden door wat de profeet in het openbaar zou doen een duidelijk teken geven van wat de mensen van Juda en Jeruzalem binnenkort zeker zou overkomen. Zij geloofden namelijk niet dat het slecht met hen zou aflopen, ja, zij hoopten spoedig daarheen terug te keren (Jer. 28:3) en scholden op de profeet Jeremia, op wiens vermaning zij zich naar Chaldea hadden laten wegvoeren.
van uw plaats
Te weten waar gij woont.
Hertaald:van uw plaats
Namelijk waar u woont.
andere plaats voor hun ogen;
Te weten daar gij in die stad niet gewoond hebt; en dat om u alleszins te schikken naar de wijze van doen dergenen, die waarlijk verhuizen en vele woningen plegen te doorlopen, hetwelk het volk tot een teken moest zijn, dat de koning Zedekia met de zijnen haast zouden moeten verhuizen uit Juda en Jeruzalem en gevankelijk weggevoerd worden naar Babel.
Hertaald:andere plaats voor hun ogen;
Namelijk waar u in die stad niet gewoond hebt; en dat om u in alles te schikken naar de manier van doen van mensen die werkelijk verhuizen en gewoonlijk veel woonplaatsen doorlopen. Dat moest voor het volk een teken zijn dat koning Zedekia en de zijnen spoedig uit Juda en Jeruzalem zouden moeten vertrekken en gevankelijk naar Babel weggevoerd worden.
misschien zullen zij
Hij gebruikt dit woord om den profeet in twijfeling te laten van de vruchtbare uitkomst van dit teken, opdat hij leren zou tevreden te zijn met alleen zijn bevel na te komen. Het schijnt ook dat Hij in den profeet wat goede hoop wil opwekken om hem tot naarstigheid op te scherpen.
Hertaald:misschien zullen zij
Hij gebruikt dit woord om de profeet in het ongewisse te laten over de vruchtbare uitkomst van dit teken, opdat hij zou leren tevreden te zijn met het enkel uitvoeren van Zijn bevel. Het lijkt er ook op dat Hij enige goede hoop in de profeet wil wekken om hem tot ijver aan te sporen.
merken,
Te weten hoe Ik hen om hunne wederspannigheid straffen wil.
Hertaald:merken,
Namelijk hoe Ik hen om hun weerspannigheid wil straffen.
hoewel zij een wederspannig huis zijn
Dat is, niettegenstaande zij zeer moedwillig en ongehoorzaam zijn, zodat er niet veel betering van is te verwachten, nochtans zal Ik dit zichtbare teken hun voorstellen tot hunne meerdere overtuiging. Anders: omdat zij een wederspannig huis zijn. Alzo zou God de reden aanwijzen, om welke van der Joden bekering niet veel te verwachten was. Of, mogelijk zullen zij zien; dat is, in hun hart overtuigd worden, dat zij een wederspannig huis zijn; naardien zulke straffen hun volk zullen overkomen, en zij door de hunne in welke zij staken nog niet gebeterd werden.
Hertaald:hoewel zij een wederspannig huis zijn
Dat is: hoewel zij zeer moedwillig en ongehoorzaam zijn, zodat er niet veel verbetering van te verwachten is, zal Ik hun toch dit zichtbare teken voorhouden om hen des te meer te overtuigen. Anders: omdat zij een weerspannig huis zijn. Dan zou God daarmee de reden aangeven waarom er van de bekering van de Joden niet veel te verwachten was. Of: misschien zullen zij zien, dat is: in hun hart overtuigd worden dat zij een weerspannig huis zijn, aangezien zulke straffen hun volk zullen overkomen en zij door de straffen waarin zij al staken nog niet verbeterd waren.
Ezechiël 12 vers 4— Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.
gereedschap
Te weten waarvan in vs.3 gesproken is.
Hertaald:gereedschap
Namelijk waarover in vers 3 gesproken is.
als het gereedschap dergenen,
Hebreeuws, als het gereedschap der vertrekking; dat is, dat men medeneemt in het vertrekken, verhuizen, of verreizen.
Hertaald:als het gereedschap dergenen,
Hebreeuws: als het gereedschap van de vertrekking; dat is: wat men meeneemt bij vertrekken, verhuizen of reizen.
den avond uitgaan voor hun ogen,
Het schijnt dat den profeet gelast is eerst zijn gereedschap uit te brengen in een plaats voor zijn huis binnen den muur zijnde, en daarna den muur door te breken en in donker met hetzelve weg te gaan, tot een teken dat de Joden heimelijk zouden zoeken te ontkomen, en dat de koning Zedekia met zijne krijgslieden des nachts trekken en vluchten zou, gelijk ook geschied is, 2 Kon. 25:4 ; Jer. 39:4 , en Jer. 52:7 . Avond is hier voor den nacht genomen; zie Job 7:4 .
Hertaald:den avond uitgaan voor hun ogen,
Het lijkt erop dat de profeet opdracht kreeg zijn spullen eerst naar een plaats vóór zijn huis binnen de muur te brengen, daarna de muur door te breken en er in het donker mee weg te gaan — als teken dat de Joden heimelijk zouden proberen te ontkomen en dat koning Zedekia met zijn krijgslieden 's nachts zou wegtrekken en vluchten, zoals ook gebeurd is, 2 Kon. 25:4; Jer. 39:4 en Jer. 52:7. Avond staat hier voor nacht; zie Job 7:4.
gelijk zij uitgaan,
Hebreeuws, naar de uitgangen der vertrekking; dat is, naar de wijze van het uitgaan dergenen, die enige reis aannemen.
Hertaald:gelijk zij uitgaan,
Hebreeuws: naar de uitgangen van de vertrekking; dat is: op de manier waarop mensen vertrekken die een reis ondernemen.
Ezechiël 12 vers 5— Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit.
Doorgraaf u den wand voor hun ogen,
Te weten om te betekenen dat de koning Zedekia de muren der stad zou laten breken, om door de breuk met zijne krijgslieden uit het gevaar te komen. Zie de vervulling 2 Kon. 25:4 ; Jer. 52:7 .
Hertaald:Doorgraaf u den wand voor hun ogen,
Namelijk om te betekenen dat koning Zedekia de muren van de stad zou laten doorbreken om door de bres met zijn krijgslieden aan het gevaar te ontkomen. Zie de vervulling in 2 Kon. 25:4; Jer. 52:7.
uw gereedschap uit
Dit is hier ingevoegd uit vs.4, en uit het volgende vs.7.
Hertaald:uw gereedschap uit
Dit is hier ingevoegd uit vers 4 en uit het volgende vers 7.
Ezechiël 12 vers 6— Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.
Voor hun ogen
Zie boven vs.3.
Hertaald:Voor hun ogen
Zie hierboven vers 3.
uw aangezicht zult gij bedekken,
Dit betekent dat de koning Zedekia zo snellijk en verslagen zou vluchten om de handen der Chaldeën te ontkomen, dat hij het land door hetwelk hij vluchtte, kwalijk zou zien. Daarna dat Zedekia zijn gezicht benomen zou worden door de verblinding zijner ogen, alzo dat hij het land van Babel niet zou zien. Zie de vervulling, 2 Kon. 25:7 ; Jer. 39:7 , en Jer. 52:11 . Ook is bedekking van het aangezicht een teken geweest van schande en droefheid, die men alrede heeft, en van zwarigheid, die te verwachten is. Vergelijk 2 Sam. 15:30 ; Est. 7:8 ; Jer. 14:3 .
Hertaald:uw aangezicht zult gij bedekken,
Dit betekent dat koning Zedekia zo haastig en verslagen zou vluchten om aan de handen van de Chaldeeën te ontkomen, dat hij het land waardoor hij vluchtte nauwelijks zou zien. En verder dat Zedekia het gezicht ontnomen zou worden door de verblinding van zijn ogen, zodat hij het land van Babel niet zou zien. Zie de vervulling in 2 Kon. 25:7; Jer. 39:7 en Jer. 52:11. Ook is het bedekken van het gezicht een teken geweest van schande en droefheid die men al ondergaat, en van rampen die te verwachten zijn. Vergelijk 2 Sam. 15:30; Est. 7:8; Jer. 14:3.
wonderteken gegeven
Te weten om te betekenen wat toekomende was, namelijk de ondergang van den koning Zedekia en van de stad Jeruzalem. Alzo onder vs.11, Ezech. 24:24 . Vergelijk Ps. 71:7 , met de aantekening.
Hertaald:wonderteken gegeven
Namelijk om aan te duiden wat komen ging, namelijk de ondergang van koning Zedekia en van de stad Jeruzalem. Zo ook hieronder vers 11 en Ezech. 24:24. Vergelijk Ps. 71:7 met de aantekening.
Ezechiël 12 vers 7— En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.
dergenen,
Hebreeuws, der vertrekking.
Hertaald:dergenen,
Hebreeuws: van de vertrekking.
met de hand;
Dat is, niet met enige ijzeren instrumenten en openbaar geweld, maar als met een diefelijke behendigheid en stilheid, tot een teken dat de koning Zedekia met zijn gezelschap heimelijk zou zoeken de handen der Chaldeën te ontvlieden. Zie 2 Kon. 25:4 .
Hertaald:met de hand;
Dat is: niet met ijzeren gereedschap en openlijk geweld, maar als het ware met de behendigheid en stilte van een dief — als teken dat koning Zedekia met zijn gezelschap heimelijk zou proberen aan de handen van de Chaldeeën te ontkomen. Zie 2 Kon. 25:4.
het uit in donker,
Te weten het reisgereedschap.
Hertaald:het uit in donker,
Namelijk het reisgereedschap.
Ezechiël 12 vers 9— Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?
Wat doet gij?
Dat is, wat wil het zijn, dat gij aldus op een vreemde manier in haast verhuist?
Hertaald:Wat doet gij?
Dat is: wat betekent het dat u op zo'n vreemde manier haastig verhuist?
Ezechiël 12 vers 10— Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.
Deze last
Dat is, deze profetie, die u door het teken mijner verhuizing voorgesteld wordt. Zie 2 Kon. 9:25 . Of aldus: Deze last is [tegen] den vorst, tegen Jeruzalem, enz.
Hertaald:Deze last
Dat is: deze profetie, die u door het teken van mijn verhuizing voorgehouden wordt. Zie 2 Kon. 9:25. Of aldus: deze last is (tegen) de vorst, tegen Jeruzalem, enzovoort.
vorst te Jeruzalem,
Dat is, de koning Zedekia. De zin is dat de last, dien hij op zijne schouders droeg, een teken was van den last der grote ellenden, die in het kort over den koning, zijne heren en het ganse volk komen zouden.
Hertaald:vorst te Jeruzalem,
Dat is: koning Zedekia. De betekenis is dat de last die hij op zijn schouders droeg een teken was van de last van grote ellenden die binnenkort over de koning, zijn heren en het hele volk zou komen.
dat in het midden van hen is
Te weten de Joden, die binnen Jeruzalem woonden, of de stad Jeruzalem, in welke Joden en Israëlieten vergaderd waren.
Hertaald:dat in het midden van hen is
Namelijk de Joden die binnen Jeruzalem woonden, of de stad Jeruzalem, waarin Joden en Israëlieten samengekomen waren.
Ezechiël 12 vers 11— Zeg: Ik ben ulieder wonderteken; gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis heengaan.
wonderteken;
Zie boven vs.6.
Hertaald:wonderteken;
Zie hierboven vers 6.
gedaan heb,
Te weten met dit gereedschap aldus te dragen om te verhuizen.
Hertaald:gedaan heb,
Namelijk door dit gereedschap zo te dragen om te verhuizen.
hun gedaan worden;
Namelijk den koning van Juda en zijn volk.
Hertaald:hun gedaan worden;
Namelijk de koning van Juda en zijn volk.
wegvoering
Of vertrekking.
Hertaald:wegvoering
Of: vertrekking.
heengaan
Te weten naar Babel. Zie de vervulling hiervan 2Ki 25 .
Hertaald:heengaan
Namelijk naar Babel. Zie de vervulling hiervan in 2 Kon. 25.
Ezechiël 12 vers 12— En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.
vorst,
Namelijk de koning Zedekia, van wien in vs.10 gesproken is.
Hertaald:vorst,
Namelijk koning Zedekia, over wie in vers 10 gesproken is.
hen is,
Dat is, van die van Jeruzalem en gans Juda.
Hertaald:hen is,
Dat is: van de inwoners van Jeruzalem en van heel Juda.
het gereedschap
Te weten die ter verreizing nodig is, gelijk boven vs.4.
Hertaald:het gereedschap
Namelijk het gereedschap dat voor de reis nodig is, zoals hierboven vers 4.
in het donker,
Vergelijk boven vs.4, 6,7.
Hertaald:in het donker,
Vergelijk hierboven vers 4, 6 en 7.
wand graven,
Dat is, muur; vergelijk boven vs.5.
Hertaald:wand graven,
Dat is: muur; vergelijk hierboven vers 5.
aangezicht bedekken,
Vergelijk boven vs.6.
Hertaald:aangezicht bedekken,
Vergelijk hierboven vers 6.
Ezechiël 12 vers 13— Ik zal ook Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; en Ik zal hem brengen in Babylonie, het land der Chaldeen; ook zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal.
uitspreiden,
Te weten door de Chaldeeuws krijgslieden, die hem in de vlucht zijnde najagen en vangen zullen. Zie van de vervulling 2 Kon. 25:5-6 , en van de manier van spreken Job 19:6 .
Hertaald:uitspreiden,
Namelijk door de Chaldese krijgslieden, die hem op zijn vlucht zullen achtervolgen en gevangennemen. Zie voor de vervulling 2 Kon. 25:5-6, en voor de manier van spreken Job 19:6.
niet zien,
Te weten omdat door een geveld oordeel de ogen tevoren hem zullen verblind worden; 2 Kon. 25:7 .
Hertaald:niet zien,
Namelijk omdat door een voltrokken oordeel zijn ogen tevoren verblind zullen worden; 2 Kon. 25:7.
Ezechiël 12 vers 14— En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
allen,
Te weten die den koning Zedekia in zijne vlucht vergezelschapten. Zie de vervulling hiervan 2 Kon. 25:5 . Versta ook de Egyptenaars, die den koning tevoren in de belegering te hulp gekomen waren; Jer. 37:5 ; idem die na den dood van Gedalia in Egypte gevlucht waren; Jer. 42:16-18 , en Jer. 43:5-7 , enz.
Hertaald:allen,
Namelijk hen die koning Zedekia op zijn vlucht begeleidden. Zie de vervulling hiervan in 2 Kon. 25:5. Versta ook de Egyptenaren, die de koning eerder tijdens de belegering te hulp gekomen waren (Jer. 37:5), en eveneens hen die na de dood van Gedalia naar Egypte gevlucht waren (Jer. 42:16-18 en Jer. 43:5-7, enzovoort).
benden
Het woord betekent eigenlijk vleugelen, en hier benden en scharen van krijgsvolk. Alzo onder Ezech. 17:21 , en Ezech. 39:4 .
Hertaald:benden
Het woord betekent eigenlijk vleugels, en hier benden en scharen krijgsvolk. Zo ook hieronder Ezech. 17:21 en Ezech. 39:4.
het zwaard achter hen uittrekken
Zie boven Ezech. 5:2 .
Hertaald:het zwaard achter hen uittrekken
Zie hierboven Ezech. 5:2.
Ezechiël 12 vers 15— Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.
zij weten,
Zie boven Ezech. 5:13 .
Hertaald:zij weten,
Zie hierboven Ezech. 5:13.
dat Ik de HEERE ben,
Zie boven Ezech. 6:7 .
Hertaald:dat Ik de HEERE ben,
Zie hierboven Ezech. 6:7.
Ezechiël 12 vers 16— Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
hen
Te weten van de Joden en andere Israëlieten, die in Jeruzalem en daar buiten onder elkander vermengd waren.
Hertaald:hen
Namelijk van de Joden en andere Israëlieten, die in Jeruzalem en daarbuiten onder elkaar vermengd waren.
weinige lieden
Hebreeuws, lieden van getal; dat is weinige lieden, die men lichtelijk tellenkan; zie Gen. 34:30 .
Hertaald:weinige lieden
Hebreeuws: lieden van getal; dat is: weinige mensen, die men gemakkelijk tellen kan; zie Gen. 34:30.
hun gruwelen
Tegen de eerste en de tweede tafel. Zie van dezelve 2 Kon. 16:3-4 , enz. en 2 Kon. 21:2-3 , enz.; 2 Kron. 33:2-3 , enz. en 2 Kron. 36:14 , 2 Kron. 36:16 .
Hertaald:hun gruwelen
Tegen de eerste en de tweede tafel. Zie daarover 2 Kon. 16:3-4 enzovoort en 2 Kon. 21:2-3 enzovoort; 2 Kron. 33:2-3 enzovoort en 2 Kron. 36:14, 2 Kron. 36:16.
vertellen onder de heidenen,
Te weten niet slechts alleen met woorden, maar ook metterdaad hunner verstrooiing in alle omliggende landen, waardoor zij als op een toneel gesteld zouden worden tot een openbaar bewijs van Gods werk tegen de zonde.
Hertaald:vertellen onder de heidenen,
Namelijk niet alleen met woorden, maar ook metterdaad door hun verstrooiing over alle omliggende landen, waardoor zij als op een toneel gesteld zouden worden tot een openbaar bewijs van Gods werk tegen de zonde.
zij zullen weten,
Te weten niet alleen de Joden, bevindende metterdaad dat Ik waarachtig, rechtvaardig en een vijand der zonden ben, maar ook de heidenen, onderricht zijnde van de Joden en ziende de rechtvaardige plagen, waarmede God hunne zonden strafte.
Hertaald:zij zullen weten,
Namelijk niet alleen de Joden, die metterdaad ondervinden dat Ik waarachtig en rechtvaardig ben en een vijand van de zonde, maar ook de heidenen, die door de Joden onderricht worden en de rechtvaardige plagen zien waarmee God hun zonden strafte.
Ezechiël 12 vers 18— Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.
gij zult uw brood eten met beven,
Te weten om te betekenen de benauwdheid, vrees en verslagenheid, waartoe de Joden in Jeruzalem en overal in het land gebracht zouden worden; vergelijk boven Ezech. 4:16 .
Hertaald:gij zult uw brood eten met beven,
Namelijk om de benauwdheid, vrees en verslagenheid aan te duiden waartoe de Joden in Jeruzalem en overal in het land gebracht zouden worden; vergelijk hierboven Ezech. 4:16.
Ezechiël 12 vers 19— En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;
des lands zeggen
Namelijk van Chaldea. Hij verstaat de Joden en Israëlieten, die daar als gevangenen woonden. Dezen was het zeer voordelig te horen, hoe het nog met Jeruzalem gaan zou. Want het was hun leed, verleid zijnde door de valse profeten, dat zij door den raad van Jeremia hun vaderland verlaten en zich hunnen vijanden overgegeven hadden.
Hertaald:des lands zeggen
Namelijk van Chaldea. Hij bedoelt de Joden en Israëlieten die daar als gevangenen woonden. Voor hen was het zeer nuttig te horen hoe het verder met Jeruzalem zou gaan. Want het speet hun, misleid als zij waren door de valse profeten, dat zij op de raad van Jeremia hun vaderland verlaten en zich aan hun vijanden overgegeven hadden.
met kommer eten,
Dat is, zeer bekommerd, verslagen en verbaasd zijnde over de onverwachte en vreeslijke ellenden, die hen tevens zullen overvallen.
Hertaald:met kommer eten,
Dat is: zeer bekommerd, verslagen en verbijsterd over de onverwachte en verschrikkelijke ellenden die hen tegelijk zullen overvallen.
omdat
Dat is, opdat zij daaruit verstaan mochten dat niet alleen de stad belegerd, maar ook het ganse land verwoest zou worden.
Hertaald:omdat
Dat is: opdat zij daaruit zouden begrijpen dat niet alleen de stad belegerd, maar ook het hele land verwoest zou worden.
hun land
Versta, het land van Jeruzalem, te weten waarin deze stad gelegen was, en waarover zij heersten.
Hertaald:hun land
Versta: het land van Jeruzalem, namelijk waarin die stad lag en waarover zij heersten.
van zijn volheid,
Dat is, van hetgeen waar het vol van is, alzo Ps. 24:1 . Versta, allerlei overvloed en rijkdom, die van den vijand weggenomen zou worden.
Hertaald:van zijn volheid,
Dat is: van alles waar het vol van is, zoals Ps. 24:1. Versta: allerlei overvloed en rijkdom, die door de vijand weggenomen zou worden.
Ezechiël 12 vers 22— Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan?
spreekwoord,
Het Hebreeuwse woord betekent hier een algemeen zeggen, met weinige woorden veel betekenende, en het merendeel der lieden zo bekend, dat het hun met de eerste gelegenheid straks op de tong komt. Zie 1 Sam. 10:12 , en 1 Sam. 24:14 , en onder Ezech. 18:2 .
Hertaald:spreekwoord,
Het Hebreeuwse woord betekent hier een algemeen gezegde dat met weinig woorden veel uitdrukt en bij de meeste mensen zo bekend is dat het hun bij de eerste gelegenheid meteen op de tong komt. Zie 1 Sam. 10:12 en 1 Sam. 24:14, en hieronder Ezech. 18:2.
gijlieden hebt
Te weten, die onder u met mijne dreigementen den spot houden.
Hertaald:gijlieden hebt
Namelijk zij die onder u met Mijn dreigementen de spot drijven.
gezicht zal vergaan?
De zin van dit spreekwoord is dat zij met de voorzeggingen der profeten, rakende hun ondergang, niet te doen hadden, overmits God naar zijne lankmoedigheid den tijd van de aankomst hun verderfs, dien de profeten kort maakten, verlengen zou, of dat hunne profetieën nimmermeer waarachtig zouden bevonden worden.
Hertaald:gezicht zal vergaan?
De betekenis van dit spreekwoord is dat zij met de voorzeggingen van de profeten over hun ondergang niets te maken hadden, omdat God in Zijn lankmoedigheid de tijd van hun verderf, die de profeten kort voorstelden, wel zou uitstellen — of omdat hun profetieën nooit waar zouden blijken te zijn.
Ezechiël 12 vers 23— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.
De dagen zijn nabij gekomen,
Dat is, de tijd van hun ondergang.
Hertaald:De dagen zijn nabij gekomen,
Dat is: de tijd van hun ondergang.
het woord
Dat is, de profetie van hunne uitroeiïng door de Chaldeën.
Hertaald:het woord
Dat is: de profetie van hun uitroeiing door de Chaldeeën.
ieder gezicht
Dat is, den inhoud, de uitvoering van elke profetie, rakende uw voorzegd verderf.
Hertaald:ieder gezicht
Dat is: de inhoud en de uitvoering van elke profetie over het aan u voorzegde verderf.
Ezechiël 12 vers 24— Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels.
ijdel gezicht zal er meer wezen,
Dat is, valse en leugenachtige voorzegging. Alzo Klaagl. 2:14 , onder Ezech. 13:6-7 ; Zach. 10:2 , ijdelheid voor valsheid. Zie Job 31:5 .
Hertaald:ijdel gezicht zal er meer wezen,
Dat is: valse en leugenachtige voorzegging. Zo ook Klaagl. 2:14, hieronder Ezech. 13:6-7; Zach. 10:2, waar ijdelheid voor valsheid staat. Zie Job 31:5.
vleiende waarzegging,
Hebreeuws, gladde, of desgenen die glad is; te weten van mond, door vleiïng en schoonspreken. Vergelijk Spr. 5:3 , en Spr. 26:28 , en de aantekening. Hij spreekt van de valse profeten, die de ware profeten tegenspraken en het volk met zoete en aangename voorzeggingen in hun ongeloof en kwaad leven voedden. Anders, slibberige; dat is twijfelachtige.
Hertaald:vleiende waarzegging,
Hebreeuws: gladde, of: van hem die glad is, namelijk van mond, door vleierij en mooipraterij. Vergelijk Spr. 5:3 en Spr. 26:28 met de aantekening. Hij spreekt over de valse profeten, die de ware profeten tegenspraken en het volk met zoete en aangename voorzeggingen in hun ongeloof en slechte leven bevestigden. Anders: glibberige, dat is: twijfelachtige.
Ezechiël 12 vers 25— Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.
zal niet meer
Want de belegering van Jeruzalem door Nebukadnezar is kort daarna gevolgd.
Hertaald:zal niet meer
Want de belegering van Jeruzalem door Nebukadnezar is kort daarna gevolgd.
uitgesteld worden;
Hebreeuws eigenlijk, vertrokken, of vertogen.
Ezechiël 12 vers 27— Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.
voor vele dagen,
Dat is, voor langen tijd, eer het vervuld zal worden, zodat de straf op onze dagen niet aankomen zal. Zij loochenen niet openbaar de waarheid der profetie, maar om zichzelven in slaap te wiegen, stellen zij die lang uit.
Hertaald:voor vele dagen,
Dat is: voor lange tijd, voordat het vervuld zal worden, zodat de straf ons in ons leven niet zal treffen. Zij ontkennen de waarheid van de profetie niet openlijk, maar om zichzelf in slaap te sussen stellen zij haar ver vooruit.
hij profeteert van tijden,
Zij menen den profeet Ezechiël.
Hertaald:hij profeteert van tijden,
Zij bedoelen de profeet Ezechiël.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het gereedschap van vertrekking — de profeet pakt zijn spullen en gaat door een gat in de muur naar buiten (Ezech. 12:1-16)
"Maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen" (Ezech. 12:3). Er staat een reden bij die de toon van dit boek tekent: "misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn." Alles moet zichtbaar gebeuren: bij dag de bagage naar buiten, in de avond zelf vertrekken (Ezech. 12:4). Dan komt er iets vreemds bij: "Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit" (Ezech. 12:5). En nog: "Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven" (Ezech. 12:6).
Bijbelse betekenis: Merk op hoe vaak er staat: voor hun ogen. Vier keer in vier verzen. De ballingen in Babel meenden dat het met Jeruzalem wel goed zou komen; hun wordt het vertrek van de stad voorgedaan tot zij het niet meer kunnen wegkijken. Let vervolgens op het gat in de muur. Wie door de poort gaat, vertrekt gewoon; wie door de muur breekt, ontsnapt. Verderop wordt dat op de vorst toegepast, die 's nachts zou vluchten (Ezech. 12:12). Let ten slotte op het bedekte aangezicht. De vluchteling ziet het land niet meer dat hij verlaat. Dat is een klein en scherp detail, en het maakt van het teken meer dan een mededeling: het toont ook wat het kost.
Typologie: Ook de Heere Jezus onderwees met daden en niet alleen met woorden (reeds behandeld bij Joh. 13:15). En van de gelovigen zegt de Hebreeënbrief dat zij hier geen blijvende stad hebben, maar de toekomende zoeken (Hebr. 13:14).
Ezech. 12:1-16; Joh. 13:15; Hebr. 13:14
Uitstel van het woord — twee spreekwoorden waarmee men de profetie op afstand hield (Ezech. 12:21-28)
Het eerste luidt: "de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan" (Ezech. 12:22). Het antwoord is kort: "Ik zal dit spreekwoord doen ophouden", en: "De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht" (Ezech. 12:23). Dan komt de tweede vorm, die beleefder klinkt: "Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn" (Ezech. 12:27). Ook daarop volgt een antwoord: "Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden" (Ezech. 12:28).
Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee manieren zijn om hetzelfde te doen. De eerste zegt ronduit dat er niets van komt; de tweede erkent de profetie en schuift haar naar een verre toekomst. Het tweede klinkt vromer en werkt precies zo: men hoeft er vandaag niets mee. Let vervolgens op wat God tegen beide zegt. Niet dat de hoorders ongelijk hebben over de datum, maar dat het uitstel voorbij is; het woord wordt gedaan in hún dagen. Let ten slotte op het woord spreekwoord. Zulke zinnetjes gaan rond en worden geloofd omdat iedereen ze zegt. Dit boek doet er twee weg; een derde, over de onrijpe druiven, wordt in Ezech. 18 afgeschaft (reeds behandeld bij Jer. 31:29-30).
Typologie: Petrus beschrijft dezelfde houding in de laatste dagen: spotters die zeggen "Waar is de belofte Zijner toekomst?" omdat alle dingen blijven zoals zij waren (2 Petr. 3:4). En de Heere Jezus tekent de kwade dienstknecht die in zijn hart zegt: "Mijn heer vertoeft te komen" (Matt. 24:48).
Ezechiël 12:27.KruisverwijzingenDaniël 10:14→Ezechiël 12:22→2 Petrus 3:4→Jesaja 28:14→ — Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn. “Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.”
De heerlijke HEERE verwaardigt Zich Zijn knechten te zenden om mensen de weg van de zaligheid te wijzen. Men zou denken dat heel het menselijk geslacht die boodschap met vreugde zou aanhoren. Wij zouden vanzelf besluiten dat het volk meteen in gretige drommen zou samenlopen om elk woord op te vangen, en dat het onmiddellijk aan het hemelse bevel gehoorzaam zou zijn. Maar helaas, zo is het niet gegaan. De tegenstand van de mens tegen God is daarvoor te diep en te hardnekkig. De profeten van vroeger moesten roepen: “Wie heeft onze prediking geloofd?” En de knechten van God in later tijd stonden tegenover een hardnekkig geslacht dat de Heilige Geest weerstond, zoals hun vaderen gedaan hadden.
Zij houden eerst het ene schild op en dan het andere, om de genadige pijlen van het evangelie van Jezus Christus af te weren. En die pijlen zijn er alleen om de dodelijke zonden te doden die in hun hart schuilen. Het slechte argument dat in onze tekst genoemd wordt, is van de dagen van Ezechiël tot op dit ogenblik gebruikt, en het heeft de satan in tienduizenden gevallen gediend. Mensen hebben zich er de hel mee in gesteld.
De mensenkinderen horen van de grote verzoening die aan het kruis door de Heere Jezus gedaan is, en hun wordt bevolen in Hem het eeuwige leven aan te grijpen. En toch zeggen zij nog altijd van het evangelie: “Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.” Dat wil zeggen: zij doen alsof de dingen waarover wij spreken niet van onmiddellijk belang zijn en veilig uitgesteld kunnen worden. Zij verbeelden zich dat de godsdienst er is voor de zwakheid van de stervenden en de gebrekkigheid van de ouden, maar niet voor gezonde mannen en vrouwen.
God kent de lichtzinnigheid van ons pleidooi voor uitstel. Hij weet dat wij er zelf aan twijfelen en dat wij niet durven staan voor wat wij zeggen, zodat wij er nooit ernstig over willen nadenken. Wij doen ons best onszelf te bedriegen tot een gemakkelijke gerustheid van geweten, maar in het diepst van onze ziel schamen wij ons over onze eigen leugens.
I. Vs. 1-16.KruisverwijzingenJeremia 36:3→Jeremia 39:4→Ezechiël 4:3→Ezechiël 24:18→Ezechiël 17:12→Ezechiël 24:19→2 Timotheüs 2:25→Jeremia 26:3→ — Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis. Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn. Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken. Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit. Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven. En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen. En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij? Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is. In ene derde afdeling volgen symbolische handelingen en voorspellende reden van den Profeet, welke even als die der volgende afdeling, in den tijd vallen tussen den in Hoofdst. 8:1 en den in Hoofdst. 20:1 aangegeven termijn (van het einde van Aug. 593 tot het begin van Aug. 592 v. C.). Zonder twijfel hadden de oudsten uit Juda, die om den Profeet heenzaten (8:1), de aankondiging der Goddelijke oordelen over Jeruzalem, welke hun bracht (11:25), met tegenzin en ongelovig hoofdschudden opgenomen, als wisten zij het beter, hoe alles zou komen. Nu moet hij hun een wonderteken worden. Dat wat hij hun op Gods bevel voorafbeeldt, betreft wel in de eerste plaats Jeruzalem en de daar aanwezige vorsten, maar het is ook voor hen van betekenis, terwijl hij voor hen de afgoden van hun vertrouwen tot schande maakt en hun alle hoop op een spoedig terugkeren naar het vaderland afsnijdt. Het zinnebeeldige teken, dat hem van den Heere wordt opgedragen, bestaat daarin, dat hij in eigen persoon het onvermijdelijke heengaan der bewoners van Jeruzalem en van hunnen koning in de bijzondere omstandigheden daarvan voorstelt (vs. 1-7); op den volgenden morgen moest hij er ene zeer bepaalde en nauwkeurige voorzegging bijvoegen (vs. 8-16).
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij nog dienzelfden dag, dat het medegedeelde in Hoofdst. 11:25 had plaats gehad, zeggende:
KruisverwijzingenMattheüs 13:13→Ezechiël 2:3→Johannes 9:39→Johannes 12:40→Jeremia 5:21→Ezechiël 2:5→Lukas 8:10→Jesaja 6:9→— Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis.
Mensenkind! gij woont, gelijk Ik u bij uwe roeping heb gezegd (Hoofdst. 2:3 vv.), zo als gij nu duidelijk hebt ondervonden, in het midden van een weerspannig huis, in het midden van mensen, welke ogen hebben om te zien en niet zien, oren hebben om te horen en niet horen (Jes. 6:9 v. Jer. 5:21; 8:5); want zij zijn een weerspannig huis, dat Mijn woord gewoonlijk niet aangrijpt (Joh. 8:37. Hand. 7:51 Het volk is door politieken hartstocht verblind, en het woord in Deut. 29:4 is op nieuw bewaarheid geworden; daarom moet men hun de waarheid op nog sterker, handtastelijker, aangrijpender wijze voor ogen stellen, wanneer men enigen ingang bij hen wil vinden, en wanneer het gelukken zal, hen van hun dromen der toekomst, voor hun bekering zo dodend, te bevrijden, wier middelpunt de koning te Jeruzalem is. Daarmee moet dan ook deze handtastelijke voorstelling der werkelijke toekomst zich in ‘t bijzonder bezig houden. Als een ongehoorzaam, weerspannig huis betoonde zich het volk daardoor, dat het van zegen voor Jeruzalem kon dromen, hoewel toch zijne zonden, welke naar Gods onbedriegelijke wet de Goddelijke wraak moesten tengevolge hebben, openbaar waren, en ook de Heilige Geest Gods door Jeremia deze wraak allernadrukkelijkst en herhaald had aangekondigd.
KruisverwijzingenJeremia 36:3→2 Timotheüs 2:25→Jeremia 26:3→Jeremia 36:7→Lukas 20:13→Ezechiël 12:10→Ezechiël 4:1→Psalmen 81:13→— Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.
Daarom, gij mensenkind! dewijl het zeer in het oog vallende, krachtig werkende middelen nodig heeft, maak u gereedschap van vertrekking 1) zo als heentrekkenden het bij zich dragen; draag het gereedschap op de straten en neem het dan op den bepaalden tijd (vs. 4) op; en vertrek bij dag uit het huis, waarin gij woont, voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uwe plaats tot ene andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij door deze dramatisch-zinnebeeldige voorstelling tot inzien gebracht worden van hetgeen zeker zal geschieden, en het merken, dat wat zij niet geloven wilden toch waar is, hoewel zij een weerspannig huis zijn.
Onder gereedschap van vertrekking wordt verstaan de wandelstaf, de reiszak en al wat nodig is voor levensonderhoud gedurende de reis.
KruisverwijzingenJeremia 39:4→Ezechiël 12:12→2 Koningen 25:4→Jeremia 52:7→— Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.
Gij zult dan, om u thans nog nader aan te wijzen, hoe de werkzaamheid op de verschillende tijden van den dag moet worden verdeeld, uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij na gedurende het overige gedeelte van den dag het in vs. 5 gezegde te hebben volbracht, in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:4→Jeremia 39:2→— Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit.
Doorgraaf u door middel van hamer en breekijzer den wandvan uw huis voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit (2 Kon. 25:4).
KruisverwijzingenEzechiël 4:3→Jesaja 8:18→Ezechiël 24:24→1 Samuël 28:8→Jesaja 20:2→2 Samuël 15:30→Job 24:17→Ezechiël 12:11→— Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven.
Voor hun ogen zult gij het gereedschap, dat gij reeds bij dag op de straat hebt gereed gelegd, op de schouders dragen, in donker zult gij het tot voor de stad uitbrengen; uw aangezicht zult gij bij dat uitdragen bedekken, dat gij het land niet ziet, hetwelk gij verlaat, maar aan enen geblinddoekten gelijk zijt (2 (Kon. 25:7); want Ik heb u den huize Israëls tot een wonderteken gegeven, 1) daar aan u en uw werken moet zichtbaar worden, hoe het na vijf jaren zal komen.
Dus moest Ezechiël zelf een teken voor hen zijn, en toen hij mogelijk wat traag scheen om zich in alle die moeilijkheden te begeven en zich bloot te stellen aan de bespotting en belaching deswege, zegt God, om hem daartoe gewillig te maken, vs. 3, misschien zullen zij het merken en daardoor van hun ijdel vertrouwen afgetrokken worden, hoewel zij een weerspannig huis zijn. Merkt hieraan: wij moeten niet wanhopen zelfs voor de slechtsten dat zij zich nog eens mogen bedenken en berouw hebben; en daarom moeten wij voortgaan met het gebruiken der gepaste middelen tot hun overtuiging en bekering, om dat er hope is zo lang er leven is. En de dienaars moeten gewillig zijn, om door de moeilijkste en ongemakkelijkste plaatsen heen te gaan (want zodanig was deze van Ezechiëls vertrek) ofschoon er slechts maar een misschien is voor goed gevolg. Indien er maar één ziele mag opgewekt worden om op te merken, zullen onze zorg en moeiten wel besteed zijn.
KruisverwijzingenEzechiël 24:18→Ezechiël 37:10→Ezechiël 37:7→Handelingen 26:19→Johannes 15:14→Johannes 2:5→Ezechiël 2:8→Ezechiël 12:3→— En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen.
En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was: ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand, die van de nodige gereedschappen voorzien was; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen. Het aan Ezechiël bevolen teken bestaat in het volgende: hij moet gereedschappen, zo als uittrekkenden gebruiken (reisstaf en reiszak met de nodige levensmiddelen voor de reis) aanbrengen en met deze voor de ogen der om hem wonende gevangenen aan den Chaboras uit zijne woning naar ene plaats uittrekken. Daarbij moet hij het eigenlijke uit de plaats gaan des avonds in den donker volbrengen, zo als dit volgens vs. 12 ene bepaalde aanwijzing moet bevatten. Daar echter ook de gevangenen zijn uittrekken moeten zien, en dien tengevolge bij dag daarop moeten opmerkzaam worden gemaakt, moet de Profeet de handeling in twee delen verdelen; vooreerst moet hij bij dag de reisbenodigdheden uit zijn huis op de straat brengen, opdat de gevangenen het zien en opmerkzaam worden op zijn voornemen. Dan moet hij des avonds in het donker uit de plaats trekken, en wel op die wijze, dat hij niet uit de deur van zijn huis uitgaat, maar zich daartoe een gat door den wand van het huis breekt, vervolgens de gereedschappen op de schouders neemt, en tot ene zekere plaats naar buiten draagt, daarbij, echter ook zijn aangezicht bedekt, zodat hij het land niet ziet. Een wonderteken is ene buitengewone verschijning, die daartoe in de natuur of het menselijk leven is verordend, om als beeld en gelijkenis iets geheims of toekomstigs aan te duiden. Wanneer men ziet, dat andere mensen in ongeluk, droefheid en wederwaardigheden geraken, moet men denken, dat is voor mij een wonderteken en ik moet het tot mijne verbetering aanwenden (Luk. 13:2 vv.). Mijn Christen, houd uw reisgereedschap altijd gereed en wees bereid, want gij kunt niet weten, wanneer de avond des levens komen zal, dat God u gebiedt uit den tijd in de eeuwigheid te gaan. Wel den knecht, dien de Heere bereidt vindt (Luk. 12:43 vv.) (STARKE.
— En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
En des morgens van den volgenden dag geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenEzechiël 17:12→Ezechiël 24:19→Ezechiël 20:49→Ezechiël 12:1→Ezechiël 2:5→— Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?
Mensenkind! heeft niet het huis Israëls; het weerspannig huis in de oudsten van Juda, voor wier ogen gij gisteren Mijn bevel hebt volbracht, tot u gezegd, verwonderd over uw raadselachtig handelen: Wat doet gij? Doch gij kondet hun volgens het u opgelegde zwijgen (Hoofdst. 3:26), gisteren niet antwoorden.
KruisverwijzingenJesaja 13:1→2 Koningen 9:25→Maleachi 1:1→Jeremia 21:7→Ezechiël 17:13→Jesaja 14:28→Ezechiël 7:27→Jeremia 24:8→— Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.
Zeg nu tot hen, daar Ik u den mond opendoe om te spreken (Hoofdst. 3:27): Alzo zegt de Heere HEERE: Deze in Mijne handelwijze uitgesprokene bedreiging of last is tegen den vorst te Jeruzalem, tegen den koning Zedekia volgens het lot dat hem wacht (Jer. 39:1 vv.), en tegen het ganse huis Israëls, dat in het midden van hen is.
KruisverwijzingenJeremia 52:15→Jeremia 15:2→Jeremia 52:28→Ezechiël 12:6→— Zeg: Ik ben ulieder wonderteken; gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis heengaan.
Zeg; ik Ezechiël ben ulieder wonderteken (vgl. het gezegde in de inleiding); gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun, den bewoners van Jeruzalem, gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis henengaan.
KruisverwijzingenJeremia 39:4→Ezechiël 12:6→2 Koningen 25:4→Jeremia 52:7→Jeremia 42:7→— En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.
En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, wanneer het nacht is geworden (2 Kon. 25:4); en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven,
door de dichtgemuurde poort tussen de twee muren (Jer. 52:7), om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken als een die in smaad en treurigheid aftrekt (2 (Sam. 15:30), opdat hij met het oog de aarde, het land, niet zie 2).
Hiermede verklaart God zelf aan den Profeet wat hij moest afbeelden. Het zag alles op de vlucht van den koning van Juda. En dit is letterlijk vervuld. Als de Chaldeën eindelijk, na twee jaren lang de stad belegerd te hebben, de muren doorbraken, is Zedekia des nachts gevlucht, door de poort tussen de beide muren. Dus de muren moesten worden doorgebroken om de poort te kunnen bereiken.
Opdat hij met het oog het land niet zie, schijnt wel is waar slechts het noodzakelijke gevolg van de bedekking des aangezichts aan te wijzen en heeft daarop ook het allereerste betrekking, dat de koning in diepen weemoed vlucht en het land niet zien wil, is echter zoals vs. 13 aanduidt, nog op een andere wijze in vervulling getreden, n. l. zo dat Zedekia het land der Chaldeën, naar hetwelk hij is weggevoerd, niet met ogen zag, wijl hij te Ribla is verblind geworden.
KruisverwijzingenEzechiël 17:20→Hosea 7:12→Jeremia 39:7→Jesaja 24:17→Ezechiël 32:3→Ezechiël 17:16→Klaagliederen 3:47→Lukas 21:35→— Ik zal ook Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; en Ik zal hem brengen in Babylonie, het land der Chaldeen; ook zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal.
a) Ik zal ook, hoewel hij meent door ene haastige vlucht zich aan zijn lot te kunnen onttrekken, en door middel van bedekking zijns hoofds voor de nazettende vijanden onbekend te blijven, Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; Ik toch ben als Wreker achter hem; en Ik zal hem brengen in Babylonië, het land der Chaldeën, ook zo zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal(Jer. 52:11), omdat hij voor zijne wegvoering daarheen blind is gemaakt.
Ezech. 17:20.
KruisverwijzingenEzechiël 5:2→2 Koningen 25:4→Ezechiël 17:21→Ezechiël 14:17→Ezechiël 5:10→Ezechiël 14:21→Jeremia 42:22→Leviticus 26:33→— En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
En allen, die, rondom hem zijn tot zijne hulp, de krijgslieden, die met hem doorbreken, en al zijne benden zal Ik in alle winden a) verstrooien (2 (Kon. 25:5), en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken (2 Kon. 25:23 vv.).
Ezech. 5:10, 12.
KruisverwijzingenEzechiël 6:7→Ezechiël 12:20→Ezechiël 12:16→Ezechiël 6:14→Ezechiël 14:18→Ezechiël 33:33→Psalmen 9:16→Ezechiël 24:27→— Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.
Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de Heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal (Hoofdst. 7:27).
KruisverwijzingenJeremia 22:8→Ezechiël 14:22→Ezechiël 6:8→Romeinen 9:27→Daniël 9:5→Genesis 13:16→1 Koningen 9:6→Jesaja 1:9→— Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie gedurende de belegering, opdat zij als hun het lot der gevangenschap treft (2 Kon. 25:11)al hun, door henzelven begane gruwelen vertellen onder de Heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben (Jer. 22:8 vv.). Het gehele wezen van het huis Israëls als van een ongehoorzaam, weerspannig huis had toen als het ware zijne belichaming of zijn verenigend middelpunt in den koning, in zijne politieke trouweloosheid, zijn honen van alle profetische waarschuwing en dreiging, in ‘t algemeen in zijn door en door anti-theokratisch drijven; juist zulk een koning als hij was, was de afgod des vertrouwens voor diegenen, die te Jeruzalem waren, maar ook voor de ballingen. Daarom richt zich de last of bedreigende profetie bijzonder tegen hem, en kondigt hem op zeer bijzondere wijze zijn laatste lot aan. Met opzet wordt hij daarbij in den grondtekst genoemd met een woord (Hollands “vorst” d. i. belaste, namelijk met de heerschappij (Jes. 9:6), hetwelk deels doet denken aan den “last” of de bedreiging vs. 10 (Jes. 13:1) deels met het op den schouder dragen” in onmiddellijke betrekking staat-op zulk een armen lastdrager zal men hoop vestigen!” Omtrent dergelijke bijzondere voorzeggingen vergelijke men hetgeen bij 1 Kon. 13:2 is opgemerkt. Zelfs Josefus (Ant. X 10, 11) denkt aan dit profetisch getuigenis, als hij verhaalt hoe Zedekia juist daarom den Profeet geen geloof wilde schenken, omdat Ezechiël gezegd had, dat hij de koning Babel niet zou zien, terwijl integendeel Jeremia (32:4; 34:3) hem de wegvoering daarheen had geprofeteerd. Dat was een raadsel, welke oplossing eerst de geschiedenis kon geven, maar zulke raadsels bevat het woord van God vele, opdat duidelijk worde wie van harte God aanhangt, of Hem alleen uit egoïsme zoekt en naar Hem vraagt. De verkondiging of het verhalen in vs. 16 geschiedt niet zozeer door woorden, maar integendeel door hun lotgevallen; zo als ook in Ps. 19:1 het verhalen van feitelijke verkondiging voorkomt. Dit geschiedt door het zware lijden, dat zij moeten dragen en de ellende van hunnen gansen toestand. De heidenen moeten vernemen, dat God niet uit machteloosheid, maar alleen tot straf over den afgodendienst hun Zijn volk heeft prijs gegeven. De weggevoerden moeten tot een openlijk voorbeeld der wrake Gods tegen de zonde als het ware op ene schouwplaats worden gesteld. Niet alleen zullen zij, terwijl zij inderdaad zullen ervaren, dat hun God waarachtig, rechtvaardig en een vijand der zonde is, maar ook de heidenen in hen Gods heerlijkheid erkennen en prijzen. God pleegt Zijne kastijdingen, die Hij over Zijn volk laat komen, ook aan de ongelovigen, en hen daardoor tot erkentenis der waarheid te brengen. Door het verhaal van die zonden, welke onder hen in Jeruzalem bedreven waren, om welke God rechtvaardig toornig was, en waarvoor Hij hen strafte, hoewel zij Zijn volk waren, of anders, hoewel zij stil zwegen, echter zou de zaak zelf spreken, en hun ellenden zouden de goddeloosheden uitroepen, die zij tegen God in hun eigen land hadden bedreven, of zij zouden door hun goddeloze bedrijven, welke zij in de gevangenis en onder het oog der heidenen bedreven, duidelijk aan de heidenen doen zien, dat God rechtvaardig was in al Zijne gestrengheid, of zij zouden Gods handelwijze jegens hen rechtvaardigen. Zie (Hoofdst. 6:8-10. (POOLE en LOWTH). 17.
II. Vs. 17-20.KruisverwijzingenZacharia 7:14→Ezechiël 6:6→Ezechiël 6:14→Micha 7:13→Jeremia 4:7→Jesaja 7:23→Jeremia 10:22→Ezechiël 7:23→ — Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken. En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen; En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Een tweede woord des Heeren draagt den Profeet nog een ander teken op. Hij moet zijn brood met beven eten en zijn water met sidderen en zorgen drinken-een teken van treurige aanwijzing, hoe het met Jeruzalems bewoners zal gaan, en welk het lot des lands zal zijn, van welke spoedig herstel men nu met vast vertrouwen droomt.
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
Daarna, op enigen dag later geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenPsalmen 102:4→Leviticus 26:26→Psalmen 60:2→Psalmen 80:5→Ezechiël 23:33→Klaagliederen 5:9→Deuteronomium 28:48→Deuteronomium 28:65→— Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken.
Mensenkind! gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en kommer drinken. Gij zult door uitwendige tekenen en gebaren groten angst en smart uitdrukken, en op die wijze het volk van Israël in uwen persoon voorstellen.
KruisverwijzingenZacharia 7:14→Ezechiël 6:6→Ezechiël 6:14→Micha 7:13→Jeremia 10:22→Ezechiël 7:23→1 Korinthe 10:28→Jeremia 33:10→— En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen;
En gij zult daarna, wanneer gij dat een tijdlang zwijgend gedaan hebt, en gij het teken dat men aan u gezien heeft, moet verklaren, tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE van de inwoners van Jeruzalem in het land Israëls, die nu ook spoedig hier in het land der ballingschap zullen zijn: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijne volheid, en van al zijne vruchtbaarheid beroofd, van wege het geweld van al degenen, die daarin wonen, en die den vloek daarover hebben gebracht (Hoofdst. 7:23; 8:17).
KruisverwijzingenJeremia 4:7→Jesaja 7:23→Jesaja 3:26→Jeremia 25:9→Ezechiël 15:6→Klaagliederen 5:18→Jeremia 24:8→Ezechiël 15:8→— En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
En de nu nog bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal ene wildernis zijn, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben(Hoofdst. 6:6 en 14). De Profeet moet hier ijskoud water gieten op de verhitte fantasie der ballingen, die op een nabij zijnd wondervol herstel in het vaderland hoopten in tegenoverstelling van de naar hun mening nabijzijnde verwoesting van het land der Chaldeën. Dat men in rust en vrede kan eten en drinken, is ene grote weldaad van God, die door duizenden niet wordt erkend; wil men echter God niet uit Zijne weldaden erkennen, zo moet men het dikwijls onder de straf doen (Dan. 3:30 vv.). 21.
III. Vs. 21-28.KruisverwijzingenEzechiël 12:28→Jesaja 55:11→Ezechiël 11:3→Ezechiël 13:23→Jesaja 14:24→Habakuk 1:5→Daniël 10:14→Amos 6:3→ — Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan? Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht. Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels. Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE. Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn. Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE. Een derde woord des Heeren, dat de Profeet ontvangt, handelt eerst over hen, die door het spreekwoord, dat, zo als het schijnt, van Jeruzalem ook tot de gevangenen is doorgedrongen, zich laten misleiden: omdat de tijd ter vervulling der profetische aankondigingen tegen Jeruzalem zo lang uitbleef, waren die als te niet gedaan te beschouwen (vs. 21-25). Hetzelfde woord des Heeren komt echter nog eens tot Ezechiël, om vervolgens ook tegen hen te worden gebracht, die wel niet zo ver als de eersten in hun ongeloof gingen, maar meenden, dat er nog veel kon gebeuren, voordat de vervulling der profetie zou komen (vs. 26-28).
— Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
Wederom geschiedde het woord des HEEREN na enigen tijd tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenEzechiël 11:3→Amos 6:3→Ezechiël 12:27→Ezechiël 18:2→Jesaja 5:19→Ezechiël 16:44→2 Petrus 3:3→Jeremia 5:12→— Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan?
Mensenkind! wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israëls, op welks geheiligden bodem toch nooit zulk ene misdadige rede had moeten gehoord worden? Men zet elkaar op, zeggende: De dagen zullen verlengd worden, het zal nog lang duren voordat vervuld wordt, wat God door Zijne Profeten heeft laten zeggen, en al het gezicht zal vergaan, er zal wel in ‘t geheel niets van komen (2 Petr. 3:4).
KruisverwijzingenSefanja 1:14→Joël 2:1→Ezechiël 12:25→Jesaja 28:22→Jakobus 5:8→Mattheüs 24:34→Ezechiël 7:10→Maleachi 4:1→— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.
Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israël, en zij met degenen, die het hebben gevonden, te niet gedaan worden. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, dat de vervulling zal plaats hebben, en het woord van ieder gezicht van alle waarzegging, 1) zodat men ook niet zal zeggen, de Profeten hadden er uit zichzelven den mond van vol genomen.
De ongelovige en goddeloze Joden hadden, dewijl God, de Heere de dagen der bezoeking uitstelde, het spreekwoord op de lippen, dat de dag lang was, d. w. z. dat het nog lang zou duren aleer de bedreiging in vervulling trad, en dat het gezicht des Profeten was vernietigd. Daartegenover stelt de Heere hier, dat dit spreekwoord te schande zou worden gemaakt, dewijl de dagen des gerichts aanstaande waren. De Heere bevestigt het met te zeggen dat geen ijdel gezicht en geen vleiende waarzegging meer in Israël zou wezen. Mochten tot nu toe al de valse profeten geroepen hebben van vrede, vrede en geen gevaar, ook dat zou ophouden, dewijl hun leugenredenen beschaamd zouden worden door de strafgerichten zelf. Wat de Heere dreigt zal zeker vervuld worden en alle ontkoming aan de strafgerichten Gods is alleen mogelijk in den weg van bekering.
KruisverwijzingenEzechiël 13:23→Zacharia 13:2→Jeremia 14:13→1 Thessalonicenzen 2:5→Ezechiël 13:6→Klaagliederen 2:14→1 Koningen 22:17→2 Petrus 2:2→— Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels.
Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging in het midden van het huis Israëls, die van Mijne ware Profeten zijn uitgegaan. Daarentegen zullen als leugenen bewezen worden de gezichten en voorzeggingen van de Profeten, die u prediken datgene, waarnaar uwe oren verlangen (Hoofdst. 13).
KruisverwijzingenEzechiël 12:28→Jesaja 55:11→Jesaja 14:24→Habakuk 1:5→Jeremia 16:9→Klaagliederen 2:17→Zacharia 1:6→Ezechiël 6:10→— Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.
Want Ik ben de HEERE, die macht heb ook te laten komen gelijk Ik te voren heb betuigd (Jes. 46:11), Ik zal spreken, en het woord, dat Ik zal spreken, zal gedaan worden; de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uwe dagen, na nauwelijks 5 jaren, o weerspannig huis! zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, 1) spreekt de Heere HEERE.
Hij bevestigt het naast voorgaande vonnis. Wat God gesproken heeft zal binnenkort vervuld worden, dewijl God zelf Zijn trouw wil bevestigen door de uitvoering van het vonnis, hetwelk Hij gedreigd heeft door Zijne knechten. Hierop doelt derhalve de Profeet dat het niet geoorloofd is het Woord Gods te scheiden van Zijn gevolg, dewijl God die spreekt niet tegen Zich zelf verdeeld is. Waar hij derhalve Zijn mond opent, strekt Hij tegelijk Zijn hand uit tot dit werk.
— Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij in dezelfden tijd als in vs. 21, 1 de zaak nog naar ene andere zijde beschouwende, zeggende:
KruisverwijzingenDaniël 10:14→Ezechiël 12:22→2 Petrus 3:4→Jesaja 28:14→— Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.
Mensenkind! zie, die van het huis Israëls zeggen in hen, die wel niet zo erg schijnen als de eersten, die dat goddeloze spreekwoord (vs. 22) gebruiken, maar in den grond der zaak toch op ‘t zelfde aanbeeld slaan: het gezicht, dat hij onze Profeet Ezechiël ziet, is voor vele dagen die nog zullen voorbijgaan, eer het zal verwezenlijkt worden, en hij profeteert met hetgeen hij ons verkondigt van tijden, die verre zijn. 1)
Wanneer wij tot zondaars van dood en oordeel spreken, van hemel en hel, en denken hem daardoor tot een heilig leven te overreden, hoewel wij hem niet rechtstreeks ongelovig vinden, zullen zij bekennen dat zij geloven, dat er een toekomende staat is van beloning en straffen in de andere wereld, nochthans ontwijken zij de kracht dezer grote waarheden en mijden de indrukken derzelve, door op de dingen der andere wereld te zien, als alle ver af zijnde; zij zeggen ons, het gericht dat wij zien is van vele dagen die nog toekomende zijn, en wij profeteren van tijden, die nog verre zijn. Het zal tijds genoeg zijn om daarop te denken, wanneer zij nabij komen, daar nochthans inderdaad maar een stap is tussen ons en den dood, tussen ons en de ontzaglijke eeuwigheid. Nog een kleinen tijd en het gericht zal spreken en niet liegen, en daarom is het onze zaak den tijd uit te kopen en gereed te zijn met allen spoed tot een toekomenden staat; want alhoewel dezelve toekomende is, zo is hij toch nabij en terwijl ook boetvaardige zondaars sluimeren zo sluimert hun verdoemenis niet.
KruisverwijzingenMattheüs 24:48→Lukas 21:34→Jeremia 44:28→Openbaring 3:3→Jeremia 4:7→Markus 13:32→1 Thessalonicenzen 5:2→Ezechiël 12:23→— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.
Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Gene Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal, zo als in Hoofdst. 7 gezegd is, spoedig gedaan worden, spreekt de Heere HEERE. De Profeet spreekt in vs. 22 vv. over ene mening, die zich in het land van Israël had gevormd en van daar ook tot de ballingen was doorgedrongen. Die mening had zich in een kort woord, ene gelijkenis in den ruimeren zin uitgedrukt, en was zo populair geworden, tot een machtwoord, dat men het bij iedere gelegenheid den waren Profeten voorhield, tot een parool der goddelozen. De aanleiding daartoe had zo als het schijnt, de lang geleden aankondiging van den ondergang van stad en tempel door Jeremia gegeven. De vervulling bleef lang uit, zo besloot men dan, het zou met de voorzegging van den Profeet niets geven. Het vroegtijdig uitspreken der oordelen, welke eerst in den laatsten tijd vervuld worden, en de verschonende zachtheid in de uitvoering der gedreigde straffen, die lankmoedigheid Gods is ten allen tijde door de wereld en haren vorst, den satan, misbruikt om de harten tegen Gods gericht te versterken. Dat begint reeds met de eerste dreiging des Heeren (Gen. 2:17): “ten dage als gij daarvan eet zult gij den dood sterven, ” waarop de slang zegt: “gijlieden zult den dood niet sterven, maar-” en door Gods lankmoedigheid een weinig recht krijgt, dat de dood niet op dien zelfden dag, dat Adam en Eva het gebod overtraden, in volle mate werd beschikt. In deze lankmoedigheid Gods ligt ook de aanleiding tot het misdadig spreekwoord hier: “al het gericht zal vergaan. ” Daarom zoveel misdadige spot over Gods woord, zoveel smaad over de profeten, en zoveel vergeefse moeite van gelovige uitleggers, om toch de vervulling van elke Goddelijke bedreiging te willen aanwijzen. Maar God heeft deze rechtvaardiging niet nodig. Waar zijne dreiging volhardend verwacht wordt, en de mensen de mate hunner zonden vervullen, daar komt werkelijk de straf in woordelijke vervulling der profetie, daar spreekt de Heere: “op uwen tijd, o ongehoorzaam huis! zal Ik doen wat Ik zeg, ” en Hij doet het ook. Zo is het aan Jeruzalem tweemalen geschied, en in den laatsten tijd zullen alle goddelozen ervaren, dat God de Heere is, en Zich niet laat bespotten, maar dan is het te laat. De Profeet denkt reeds in den ouden tijd aan het niet altijd sterk genoeg opgemerkte gevaar, om de onder het volk verspreide spreekwoorden, door den geest van leugen en lichtzinnigheid gevormd, die voor geloof en vroomheid dodelijk zijn. Met den hoogsten ernst slaat hij aan deze leugenwijsheid van spot en oppervlakkige beschouwing der dingen den bodem in. De vervulling der Goddelijke gerichten zou maar al te spoedig het tegenwoordig geslacht inderdaad en in werkelijkheid bereiken, want het woord Gods is ene levende daad, die niet uitblijven kan. De leugenmond, dien Gods woord niet kan stoppen, wordt beschaamd door Gods daden. De verkondiging van den Profeet is op ontzettende wijze vervuld; het duurde nauwelijks 5 jaren, of Jeruzalem lag met zijn tempel in puin, en zij, die hunnen buik met den oostenwind van trotse verwachtingen der toekomst hadden gevuld, waren of omgekomen of benijdden de doden. Moest de Profeet Ezechiël, terwijl Juda’s volk en zijn koning Zedekia nog in zorgeloze gerustheid gezeten was, door ene zinnebeeldige handeling hun lot voor de Joden in Babel kenbaar maken, was het Jehova, die hem dit gebood, dan zagen de oudsten, welke dit alles aanschouwden, dat het de Heere was, die alles weet, Wiens opperheerschappij over alle dingen gaat, en dat de toestand van Jeruzalems bewoners boven den hunnen niet zo benijdenswaardig was; en als wij dan uit de uitkomst weten, dat Zedekia, even als een vluchteling zich bij Jeruzalems belegering heeft trachten te redden, dat hij in stilte en door een doorbroken muur ontnomen is; dat men hem zijn gezicht ontnomen heeft, zodat hij het land der Chaldeën niet zag, hoewel hij daarin gestorven is, dan beven wij voor zulk een God, die zulke dingen voorspelt, die Zich betoont de Alwetende en Oppermachtige te zijn, in Wiens hand het leven en het lot van alle koningen en van iederen sterveling is, en die alles doet, wat Hem behaagt. Niet minder moeten wij hier opmerken, dat de Heere laat voorspellen, dat Hij in Jeruzalems verwoesting enige Israëllers zou doen overblijven, maar dat deze ook onder de heidenen zouden vertellen, welke hun gruwelijke misdaden waren, waarom zij met deze ellende en ballingschap gestraft werden; duidelijk zien wij hieruit, dat de Heere het doel Zijner strafgerichten in hun schuldbelijdenis en in de erkentenis van Jehova’s naam bereiken wilde. Indien de Heere slechts straffen wilde om te straffen, dan kon Hij zijne rechtvaardigheid aan dat weerbarstige volk hebben verheerlijkt zonder er van een enige te doen overblijven; maar Hij wil doorgaans meer. Hij wil zondaren tot bekering leiden en Zijn naam groot maken onder de heidenen. Dat wil Hij langs den redelijken weg ernstig nadenken en onbewimpelde schulderkentenis; daartoe moeten strafgerichten en moeilijke ondervindingen, vernedering en onheil worden dienstbaar gemaakt, opdat zondaren behoudenis zouden vinden, en de heerlijkheid Zijns naams voor aller oog zou ten toon gespreid worden. Zagen wij al verder dat het brood der bedruktheid in Israël zou gegeten worden, en het water der benauwdheid gedronken, wij moeten het daarvoor houden, dat zulke onheilen niet bij toeval, maar naar Gods bepaalden raad en wil geschieden, en altijd de rechtmatige gevolgen der ongerechtigheden zijn, welke ene natie zich zelf veroorzaakt door met moedwil te zondigen tegen God. En als wij dan eindelijk uit het gelezene bemerken, dat men in Juda elkaar wijs maakte, dat de bedreigde onheilen niet zouden komen, maar nog lang zouden worden uitgesteld en dat men zelfs bij herhaling en gedurig in die mening voortging, niettegenstaande de Heere het telkens liet zeggen, dan vinden wij daarin voor ons en voor ons volk ene ernstige waarschuwing tegen zorgeloze gerustheid en het uitstellen ener bekering, die volstrekt noodzakelijk is. Maar al te dikwijls vleit een mens en ene natie zich zelf, maar al te dikwijls stelt men den dag des kwaads zeer verre, dat uitstel leidt tot zorgeloosheid en ene valse rust; herhaalde waarschuwingen zijn er nodig en baten dikwijls nog niets. De tijd, in Gods raad besteld, is zeker en gewis; als een dief in den nacht overvalt die menig zondaar, en voert hem naar een eindeloos verderf. Niet zonder reden mogen wij vrezen, dat menigeen in de eeuwigheid, bij het inzicht en gevoel, dat alle hoop voor altijd en onherroepelijk is afgesneden, zich over zulk een uitstel in het verzuimen van den dag der behoudenis beklaagt. Dat de levende het in zijn harte weglegge, en de roepstem en bearbeiding der genade hem welkom en aangenaam zij, en ook ons volk zich niet tegen den Heere verharde, maar vrede hebben moge.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Mensen leggen een groot vernuft aan de dag in het bedenken van uitvluchten om de boodschap van Gods liefde af te wijzen. Zij tonen een wonderlijke bekwaamheid — niet in het zoeken van de zaligheid, maar in het smeden van redenen om haar te weigeren. Zij zijn behendig in het ontwijken van de goddelijke genade en in het verzekeren van hun eigen ondergang.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 12
Ezechiël 12:27.KruisverwijzingenDaniël 10:14→Ezechiël 12:22→2 Petrus 3:4→Jesaja 28:14→
— Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.
“Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.”
De heerlijke HEERE verwaardigt Zich Zijn knechten te zenden om mensen de weg van de zaligheid te wijzen. Men zou denken dat heel het menselijk geslacht die boodschap met vreugde zou aanhoren. Wij zouden vanzelf besluiten dat het volk meteen in gretige drommen zou samenlopen om elk woord op te vangen, en dat het onmiddellijk aan het hemelse bevel gehoorzaam zou zijn. Maar helaas, zo is het niet gegaan. De tegenstand van de mens tegen God is daarvoor te diep en te hardnekkig. De profeten van vroeger moesten roepen: “Wie heeft onze prediking geloofd?” En de knechten van God in later tijd stonden tegenover een hardnekkig geslacht dat de Heilige Geest weerstond, zoals hun vaderen gedaan hadden.
Zij houden eerst het ene schild op en dan het andere, om de genadige pijlen van het evangelie van Jezus Christus af te weren. En die pijlen zijn er alleen om de dodelijke zonden te doden die in hun hart schuilen. Het slechte argument dat in onze tekst genoemd wordt, is van de dagen van Ezechiël tot op dit ogenblik gebruikt, en het heeft de satan in tienduizenden gevallen gediend. Mensen hebben zich er de hel mee in gesteld.
De mensenkinderen horen van de grote verzoening die aan het kruis door de Heere Jezus gedaan is, en hun wordt bevolen in Hem het eeuwige leven aan te grijpen. En toch zeggen zij nog altijd van het evangelie: “Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn.” Dat wil zeggen: zij doen alsof de dingen waarover wij spreken niet van onmiddellijk belang zijn en veilig uitgesteld kunnen worden. Zij verbeelden zich dat de godsdienst er is voor de zwakheid van de stervenden en de gebrekkigheid van de ouden, maar niet voor gezonde mannen en vrouwen.
God kent de lichtzinnigheid van ons pleidooi voor uitstel. Hij weet dat wij er zelf aan twijfelen en dat wij niet durven staan voor wat wij zeggen, zodat wij er nooit ernstig over willen nadenken. Wij doen ons best onszelf te bedriegen tot een gemakkelijke gerustheid van geweten, maar in het diepst van onze ziel schamen wij ons over onze eigen leugens.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-16.KruisverwijzingenJeremia 36:3→Jeremia 39:4→Ezechiël 4:3→Ezechiël 24:18→Ezechiël 17:12→Ezechiël 24:19→2 Timotheüs 2:25→Jeremia 26:3→
— Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis. Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn. Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken. Doorgraaf u den wand voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit. Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israels tot een wonderteken gegeven. En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was; ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen. En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij? Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.
In ene derde afdeling volgen symbolische handelingen en voorspellende reden van den Profeet, welke even als die der volgende afdeling, in den tijd vallen tussen den in Hoofdst. 8:1 en den in Hoofdst. 20:1 aangegeven termijn (van het einde van Aug. 593 tot het begin van Aug. 592 v. C.). Zonder twijfel hadden de oudsten uit Juda, die om den Profeet heenzaten (8:1), de aankondiging der Goddelijke oordelen over Jeruzalem, welke hun bracht (11:25), met tegenzin en ongelovig hoofdschudden opgenomen, als wisten zij het beter, hoe alles zou komen. Nu moet hij hun een wonderteken worden. Dat wat hij hun op Gods bevel voorafbeeldt, betreft wel in de eerste plaats Jeruzalem en de daar aanwezige vorsten, maar het is ook voor hen van betekenis, terwijl hij voor hen de afgoden van hun vertrouwen tot schande maakt en hun alle hoop op een spoedig terugkeren naar het vaderland afsnijdt. Het zinnebeeldige teken, dat hem van den Heere wordt opgedragen, bestaat daarin, dat hij in eigen persoon het onvermijdelijke heengaan der bewoners van Jeruzalem en van hunnen koning in de bijzondere omstandigheden daarvan voorstelt (vs. 1-7); op den volgenden morgen moest hij er ene zeer bepaalde en nauwkeurige voorzegging bijvoegen (vs. 8-16).
Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij nog dienzelfden dag, dat het medegedeelde in Hoofdst. 11:25 had plaats gehad, zeggende:
Mensenkind! gij woont, gelijk Ik u bij uwe roeping heb gezegd (Hoofdst. 2:3 vv.), zo als gij nu duidelijk hebt ondervonden, in het midden van een weerspannig huis, in het midden van mensen, welke ogen hebben om te zien en niet zien, oren hebben om te horen en niet horen (Jes. 6:9 v. Jer. 5:21; 8:5); want zij zijn een weerspannig huis, dat Mijn woord gewoonlijk niet aangrijpt (Joh. 8:37. Hand. 7:51 Het volk is door politieken hartstocht verblind, en het woord in Deut. 29:4 is op nieuw bewaarheid geworden; daarom moet men hun de waarheid op nog sterker, handtastelijker, aangrijpender wijze voor ogen stellen, wanneer men enigen ingang bij hen wil vinden, en wanneer het gelukken zal, hen van hun dromen der toekomst, voor hun bekering zo dodend, te bevrijden, wier middelpunt de koning te Jeruzalem is. Daarmee moet dan ook deze handtastelijke voorstelling der werkelijke toekomst zich in ‘t bijzonder bezig houden. Als een ongehoorzaam, weerspannig huis betoonde zich het volk daardoor, dat het van zegen voor Jeruzalem kon dromen, hoewel toch zijne zonden, welke naar Gods onbedriegelijke wet de Goddelijke wraak moesten tengevolge hebben, openbaar waren, en ook de Heilige Geest Gods door Jeremia deze wraak allernadrukkelijkst en herhaald had aangekondigd.
Daarom, gij mensenkind! dewijl het zeer in het oog vallende, krachtig werkende middelen nodig heeft, maak u gereedschap van vertrekking 1) zo als heentrekkenden het bij zich dragen; draag het gereedschap op de straten en neem het dan op den bepaalden tijd (vs. 4) op; en vertrek bij dag uit het huis, waarin gij woont, voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uwe plaats tot ene andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij door deze dramatisch-zinnebeeldige voorstelling tot inzien gebracht worden van hetgeen zeker zal geschieden, en het merken, dat wat zij niet geloven wilden toch waar is, hoewel zij een weerspannig huis zijn.
Onder gereedschap van vertrekking wordt verstaan de wandelstaf, de reiszak en al wat nodig is voor levensonderhoud gedurende de reis.
Gij zult dan, om u thans nog nader aan te wijzen, hoe de werkzaamheid op de verschillende tijden van den dag moet worden verdeeld, uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij na gedurende het overige gedeelte van den dag het in vs. 5 gezegde te hebben volbracht, in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.
Doorgraaf u door middel van hamer en breekijzer den wandvan uw huis voor hun ogen, en breng daardoor uw gereedschap uit (2 Kon. 25:4).
Voor hun ogen zult gij het gereedschap, dat gij reeds bij dag op de straat hebt gereed gelegd, op de schouders dragen, in donker zult gij het tot voor de stad uitbrengen; uw aangezicht zult gij bij dat uitdragen bedekken, dat gij het land niet ziet, hetwelk gij verlaat, maar aan enen geblinddoekten gelijk zijt (2 (Kon. 25:7); want Ik heb u den huize Israëls tot een wonderteken gegeven, 1) daar aan u en uw werken moet zichtbaar worden, hoe het na vijf jaren zal komen.
Dus moest Ezechiël zelf een teken voor hen zijn, en toen hij mogelijk wat traag scheen om zich in alle die moeilijkheden te begeven en zich bloot te stellen aan de bespotting en belaching deswege, zegt God, om hem daartoe gewillig te maken, vs. 3, misschien zullen zij het merken en daardoor van hun ijdel vertrouwen afgetrokken worden, hoewel zij een weerspannig huis zijn. Merkt hieraan: wij moeten niet wanhopen zelfs voor de slechtsten dat zij zich nog eens mogen bedenken en berouw hebben; en daarom moeten wij voortgaan met het gebruiken der gepaste middelen tot hun overtuiging en bekering, om dat er hope is zo lang er leven is. En de dienaars moeten gewillig zijn, om door de moeilijkste en ongemakkelijkste plaatsen heen te gaan (want zodanig was deze van Ezechiëls vertrek) ofschoon er slechts maar een misschien is voor goed gevolg. Indien er maar één ziele mag opgewekt worden om op te merken, zullen onze zorg en moeiten wel besteed zijn.
En ik deed alzo, gelijk als mij bevolen was: ik bracht mijn gereedschap uit bij dag, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna in den avond doorgroef ik mij den wand met de hand, die van de nodige gereedschappen voorzien was; ik bracht het uit in donker, en ik droeg het op den schouder voor hun ogen. Het aan Ezechiël bevolen teken bestaat in het volgende: hij moet gereedschappen, zo als uittrekkenden gebruiken (reisstaf en reiszak met de nodige levensmiddelen voor de reis) aanbrengen en met deze voor de ogen der om hem wonende gevangenen aan den Chaboras uit zijne woning naar ene plaats uittrekken. Daarbij moet hij het eigenlijke uit de plaats gaan des avonds in den donker volbrengen, zo als dit volgens vs. 12 ene bepaalde aanwijzing moet bevatten. Daar echter ook de gevangenen zijn uittrekken moeten zien, en dien tengevolge bij dag daarop moeten opmerkzaam worden gemaakt, moet de Profeet de handeling in twee delen verdelen; vooreerst moet hij bij dag de reisbenodigdheden uit zijn huis op de straat brengen, opdat de gevangenen het zien en opmerkzaam worden op zijn voornemen. Dan moet hij des avonds in het donker uit de plaats trekken, en wel op die wijze, dat hij niet uit de deur van zijn huis uitgaat, maar zich daartoe een gat door den wand van het huis breekt, vervolgens de gereedschappen op de schouders neemt, en tot ene zekere plaats naar buiten draagt, daarbij, echter ook zijn aangezicht bedekt, zodat hij het land niet ziet. Een wonderteken is ene buitengewone verschijning, die daartoe in de natuur of het menselijk leven is verordend, om als beeld en gelijkenis iets geheims of toekomstigs aan te duiden. Wanneer men ziet, dat andere mensen in ongeluk, droefheid en wederwaardigheden geraken, moet men denken, dat is voor mij een wonderteken en ik moet het tot mijne verbetering aanwenden (Luk. 13:2 vv.). Mijn Christen, houd uw reisgereedschap altijd gereed en wees bereid, want gij kunt niet weten, wanneer de avond des levens komen zal, dat God u gebiedt uit den tijd in de eeuwigheid te gaan. Wel den knecht, dien de Heere bereidt vindt (Luk. 12:43 vv.) (STARKE.
En des morgens van den volgenden dag geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
Mensenkind! heeft niet het huis Israëls; het weerspannig huis in de oudsten van Juda, voor wier ogen gij gisteren Mijn bevel hebt volbracht, tot u gezegd, verwonderd over uw raadselachtig handelen: Wat doet gij? Doch gij kondet hun volgens het u opgelegde zwijgen (Hoofdst. 3:26), gisteren niet antwoorden.
Zeg nu tot hen, daar Ik u den mond opendoe om te spreken (Hoofdst. 3:27): Alzo zegt de Heere HEERE: Deze in Mijne handelwijze uitgesprokene bedreiging of last is tegen den vorst te Jeruzalem, tegen den koning Zedekia volgens het lot dat hem wacht (Jer. 39:1 vv.), en tegen het ganse huis Israëls, dat in het midden van hen is.
Zeg; ik Ezechiël ben ulieder wonderteken (vgl. het gezegde in de inleiding); gelijk als ik gedaan heb, alzo zal hun, den bewoners van Jeruzalem, gedaan worden; zij zullen door wegvoering in de gevangenis henengaan.
En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, wanneer het nacht is geworden (2 Kon. 25:4); en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven,
door de dichtgemuurde poort tussen de twee muren (Jer. 52:7), om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken als een die in smaad en treurigheid aftrekt (2 (Sam. 15:30), opdat hij met het oog de aarde, het land, niet zie 2).
Hiermede verklaart God zelf aan den Profeet wat hij moest afbeelden. Het zag alles op de vlucht van den koning van Juda. En dit is letterlijk vervuld. Als de Chaldeën eindelijk, na twee jaren lang de stad belegerd te hebben, de muren doorbraken, is Zedekia des nachts gevlucht, door de poort tussen de beide muren. Dus de muren moesten worden doorgebroken om de poort te kunnen bereiken.
Opdat hij met het oog het land niet zie, schijnt wel is waar slechts het noodzakelijke gevolg van de bedekking des aangezichts aan te wijzen en heeft daarop ook het allereerste betrekking, dat de koning in diepen weemoed vlucht en het land niet zien wil, is echter zoals vs. 13 aanduidt, nog op een andere wijze in vervulling getreden, n. l. zo dat Zedekia het land der Chaldeën, naar hetwelk hij is weggevoerd, niet met ogen zag, wijl hij te Ribla is verblind geworden.
a) Ik zal ook, hoewel hij meent door ene haastige vlucht zich aan zijn lot te kunnen onttrekken, en door middel van bedekking zijns hoofds voor de nazettende vijanden onbekend te blijven, Mijn net over hem uitspreiden, dat hij in Mijn jachtgaren gegrepen worde; Ik toch ben als Wreker achter hem; en Ik zal hem brengen in Babylonië, het land der Chaldeën, ook zo zal hij dat niet zien, hoewel hij daar sterven zal(Jer. 52:11), omdat hij voor zijne wegvoering daarheen blind is gemaakt.
Ezech. 17:20.
En allen, die, rondom hem zijn tot zijne hulp, de krijgslieden, die met hem doorbreken, en al zijne benden zal Ik in alle winden a) verstrooien (2 (Kon. 25:5), en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken (2 Kon. 25:23 vv.).
Ezech. 5:10, 12.
Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de Heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal (Hoofdst. 7:27).
Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie gedurende de belegering, opdat zij als hun het lot der gevangenschap treft (2 Kon. 25:11)al hun, door henzelven begane gruwelen vertellen onder de Heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben (Jer. 22:8 vv.). Het gehele wezen van het huis Israëls als van een ongehoorzaam, weerspannig huis had toen als het ware zijne belichaming of zijn verenigend middelpunt in den koning, in zijne politieke trouweloosheid, zijn honen van alle profetische waarschuwing en dreiging, in ‘t algemeen in zijn door en door anti-theokratisch drijven; juist zulk een koning als hij was, was de afgod des vertrouwens voor diegenen, die te Jeruzalem waren, maar ook voor de ballingen. Daarom richt zich de last of bedreigende profetie bijzonder tegen hem, en kondigt hem op zeer bijzondere wijze zijn laatste lot aan. Met opzet wordt hij daarbij in den grondtekst genoemd met een woord (Hollands “vorst” d. i. belaste, namelijk met de heerschappij (Jes. 9:6), hetwelk deels doet denken aan den “last” of de bedreiging vs. 10 (Jes. 13:1) deels met het op den schouder dragen” in onmiddellijke betrekking staat-op zulk een armen lastdrager zal men hoop vestigen!” Omtrent dergelijke bijzondere voorzeggingen vergelijke men hetgeen bij 1 Kon. 13:2 is opgemerkt. Zelfs Josefus (Ant. X 10, 11) denkt aan dit profetisch getuigenis, als hij verhaalt hoe Zedekia juist daarom den Profeet geen geloof wilde schenken, omdat Ezechiël gezegd had, dat hij de koning Babel niet zou zien, terwijl integendeel Jeremia (32:4; 34:3) hem de wegvoering daarheen had geprofeteerd. Dat was een raadsel, welke oplossing eerst de geschiedenis kon geven, maar zulke raadsels bevat het woord van God vele, opdat duidelijk worde wie van harte God aanhangt, of Hem alleen uit egoïsme zoekt en naar Hem vraagt. De verkondiging of het verhalen in vs. 16 geschiedt niet zozeer door woorden, maar integendeel door hun lotgevallen; zo als ook in Ps. 19:1 het verhalen van feitelijke verkondiging voorkomt. Dit geschiedt door het zware lijden, dat zij moeten dragen en de ellende van hunnen gansen toestand. De heidenen moeten vernemen, dat God niet uit machteloosheid, maar alleen tot straf over den afgodendienst hun Zijn volk heeft prijs gegeven. De weggevoerden moeten tot een openlijk voorbeeld der wrake Gods tegen de zonde als het ware op ene schouwplaats worden gesteld. Niet alleen zullen zij, terwijl zij inderdaad zullen ervaren, dat hun God waarachtig, rechtvaardig en een vijand der zonde is, maar ook de heidenen in hen Gods heerlijkheid erkennen en prijzen. God pleegt Zijne kastijdingen, die Hij over Zijn volk laat komen, ook aan de ongelovigen, en hen daardoor tot erkentenis der waarheid te brengen. Door het verhaal van die zonden, welke onder hen in Jeruzalem bedreven waren, om welke God rechtvaardig toornig was, en waarvoor Hij hen strafte, hoewel zij Zijn volk waren, of anders, hoewel zij stil zwegen, echter zou de zaak zelf spreken, en hun ellenden zouden de goddeloosheden uitroepen, die zij tegen God in hun eigen land hadden bedreven, of zij zouden door hun goddeloze bedrijven, welke zij in de gevangenis en onder het oog der heidenen bedreven, duidelijk aan de heidenen doen zien, dat God rechtvaardig was in al Zijne gestrengheid, of zij zouden Gods handelwijze jegens hen rechtvaardigen. Zie (Hoofdst. 6:8-10. (POOLE en LOWTH). 17.
II. Vs. 17-20.KruisverwijzingenZacharia 7:14→Ezechiël 6:6→Ezechiël 6:14→Micha 7:13→Jeremia 4:7→Jesaja 7:23→Jeremia 10:22→Ezechiël 7:23→
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en met kommer drinken. En gij zult tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE, van de inwoners van Jeruzalem, in het land Israels: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijn volheid, vanwege het geweld van al degenen, die daarin wonen; En de bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal een wildernis zijn; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Een tweede woord des Heeren draagt den Profeet nog een ander teken op. Hij moet zijn brood met beven eten en zijn water met sidderen en zorgen drinken-een teken van treurige aanwijzing, hoe het met Jeruzalems bewoners zal gaan, en welk het lot des lands zal zijn, van welke spoedig herstel men nu met vast vertrouwen droomt.
Daarna, op enigen dag later geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Mensenkind! gij zult uw brood eten met beven, en uw water zult gij met beroerte en kommer drinken. Gij zult door uitwendige tekenen en gebaren groten angst en smart uitdrukken, en op die wijze het volk van Israël in uwen persoon voorstellen.
En gij zult daarna, wanneer gij dat een tijdlang zwijgend gedaan hebt, en gij het teken dat men aan u gezien heeft, moet verklaren, tot het volk des lands zeggen: Alzo zegt de Heere HEERE van de inwoners van Jeruzalem in het land Israëls, die nu ook spoedig hier in het land der ballingschap zullen zijn: Zij zullen hun brood met kommer eten, en hun water zullen zij met verbaasdheid drinken, omdat hun land woest zal worden van zijne volheid, en van al zijne vruchtbaarheid beroofd, van wege het geweld van al degenen, die daarin wonen, en die den vloek daarover hebben gebracht (Hoofdst. 7:23; 8:17).
En de nu nog bewoonde steden zullen woest worden, en het land zal ene wildernis zijn, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben(Hoofdst. 6:6 en 14). De Profeet moet hier ijskoud water gieten op de verhitte fantasie der ballingen, die op een nabij zijnd wondervol herstel in het vaderland hoopten in tegenoverstelling van de naar hun mening nabijzijnde verwoesting van het land der Chaldeën. Dat men in rust en vrede kan eten en drinken, is ene grote weldaad van God, die door duizenden niet wordt erkend; wil men echter God niet uit Zijne weldaden erkennen, zo moet men het dikwijls onder de straf doen (Dan. 3:30 vv.). 21.
III. Vs. 21-28.KruisverwijzingenEzechiël 12:28→Jesaja 55:11→Ezechiël 11:3→Ezechiël 13:23→Jesaja 14:24→Habakuk 1:5→Daniël 10:14→Amos 6:3→
— Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israels, zeggende: de dagen zullen verlengd worden, en al het gezicht zal vergaan? Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht. Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging, in het midden van het huis Israels. Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE. Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, zie, die van het huis Israels zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen, en hij profeteert van tijden, die verre zijn. Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.
Een derde woord des Heeren, dat de Profeet ontvangt, handelt eerst over hen, die door het spreekwoord, dat, zo als het schijnt, van Jeruzalem ook tot de gevangenen is doorgedrongen, zich laten misleiden: omdat de tijd ter vervulling der profetische aankondigingen tegen Jeruzalem zo lang uitbleef, waren die als te niet gedaan te beschouwen (vs. 21-25). Hetzelfde woord des Heeren komt echter nog eens tot Ezechiël, om vervolgens ook tegen hen te worden gebracht, die wel niet zo ver als de eersten in hun ongeloof gingen, maar meenden, dat er nog veel kon gebeuren, voordat de vervulling der profetie zou komen (vs. 26-28).
Wederom geschiedde het woord des HEEREN na enigen tijd tot mij, zeggende:
Mensenkind! wat is dit voor een spreekwoord, dat gijlieden hebt in het land Israëls, op welks geheiligden bodem toch nooit zulk ene misdadige rede had moeten gehoord worden? Men zet elkaar op, zeggende: De dagen zullen verlengd worden, het zal nog lang duren voordat vervuld wordt, wat God door Zijne Profeten heeft laten zeggen, en al het gezicht zal vergaan, er zal wel in ‘t geheel niets van komen (2 Petr. 3:4).
Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israël, en zij met degenen, die het hebben gevonden, te niet gedaan worden. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, dat de vervulling zal plaats hebben, en het woord van ieder gezicht van alle waarzegging, 1) zodat men ook niet zal zeggen, de Profeten hadden er uit zichzelven den mond van vol genomen.
De ongelovige en goddeloze Joden hadden, dewijl God, de Heere de dagen der bezoeking uitstelde, het spreekwoord op de lippen, dat de dag lang was, d. w. z. dat het nog lang zou duren aleer de bedreiging in vervulling trad, en dat het gezicht des Profeten was vernietigd. Daartegenover stelt de Heere hier, dat dit spreekwoord te schande zou worden gemaakt, dewijl de dagen des gerichts aanstaande waren. De Heere bevestigt het met te zeggen dat geen ijdel gezicht en geen vleiende waarzegging meer in Israël zou wezen. Mochten tot nu toe al de valse profeten geroepen hebben van vrede, vrede en geen gevaar, ook dat zou ophouden, dewijl hun leugenredenen beschaamd zouden worden door de strafgerichten zelf. Wat de Heere dreigt zal zeker vervuld worden en alle ontkoming aan de strafgerichten Gods is alleen mogelijk in den weg van bekering.
Want geen ijdel gezicht zal er meer wezen, noch vleiende waarzegging in het midden van het huis Israëls, die van Mijne ware Profeten zijn uitgegaan. Daarentegen zullen als leugenen bewezen worden de gezichten en voorzeggingen van de Profeten, die u prediken datgene, waarnaar uwe oren verlangen (Hoofdst. 13).
Want Ik ben de HEERE, die macht heb ook te laten komen gelijk Ik te voren heb betuigd (Jes. 46:11), Ik zal spreken, en het woord, dat Ik zal spreken, zal gedaan worden; de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uwe dagen, na nauwelijks 5 jaren, o weerspannig huis! zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, 1) spreekt de Heere HEERE.
Hij bevestigt het naast voorgaande vonnis. Wat God gesproken heeft zal binnenkort vervuld worden, dewijl God zelf Zijn trouw wil bevestigen door de uitvoering van het vonnis, hetwelk Hij gedreigd heeft door Zijne knechten. Hierop doelt derhalve de Profeet dat het niet geoorloofd is het Woord Gods te scheiden van Zijn gevolg, dewijl God die spreekt niet tegen Zich zelf verdeeld is. Waar hij derhalve Zijn mond opent, strekt Hij tegelijk Zijn hand uit tot dit werk.
Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij in dezelfden tijd als in vs. 21, 1 de zaak nog naar ene andere zijde beschouwende, zeggende:
Mensenkind! zie, die van het huis Israëls zeggen in hen, die wel niet zo erg schijnen als de eersten, die dat goddeloze spreekwoord (vs. 22) gebruiken, maar in den grond der zaak toch op ‘t zelfde aanbeeld slaan: het gezicht, dat hij onze Profeet Ezechiël ziet, is voor vele dagen die nog zullen voorbijgaan, eer het zal verwezenlijkt worden, en hij profeteert met hetgeen hij ons verkondigt van tijden, die verre zijn. 1)
Wanneer wij tot zondaars van dood en oordeel spreken, van hemel en hel, en denken hem daardoor tot een heilig leven te overreden, hoewel wij hem niet rechtstreeks ongelovig vinden, zullen zij bekennen dat zij geloven, dat er een toekomende staat is van beloning en straffen in de andere wereld, nochthans ontwijken zij de kracht dezer grote waarheden en mijden de indrukken derzelve, door op de dingen der andere wereld te zien, als alle ver af zijnde; zij zeggen ons, het gericht dat wij zien is van vele dagen die nog toekomende zijn, en wij profeteren van tijden, die nog verre zijn. Het zal tijds genoeg zijn om daarop te denken, wanneer zij nabij komen, daar nochthans inderdaad maar een stap is tussen ons en den dood, tussen ons en de ontzaglijke eeuwigheid. Nog een kleinen tijd en het gericht zal spreken en niet liegen, en daarom is het onze zaak den tijd uit te kopen en gereed te zijn met allen spoed tot een toekomenden staat; want alhoewel dezelve toekomende is, zo is hij toch nabij en terwijl ook boetvaardige zondaars sluimeren zo sluimert hun verdoemenis niet.
Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Gene Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal, zo als in Hoofdst. 7 gezegd is, spoedig gedaan worden, spreekt de Heere HEERE. De Profeet spreekt in vs. 22 vv. over ene mening, die zich in het land van Israël had gevormd en van daar ook tot de ballingen was doorgedrongen. Die mening had zich in een kort woord, ene gelijkenis in den ruimeren zin uitgedrukt, en was zo populair geworden, tot een machtwoord, dat men het bij iedere gelegenheid den waren Profeten voorhield, tot een parool der goddelozen. De aanleiding daartoe had zo als het schijnt, de lang geleden aankondiging van den ondergang van stad en tempel door Jeremia gegeven. De vervulling bleef lang uit, zo besloot men dan, het zou met de voorzegging van den Profeet niets geven. Het vroegtijdig uitspreken der oordelen, welke eerst in den laatsten tijd vervuld worden, en de verschonende zachtheid in de uitvoering der gedreigde straffen, die lankmoedigheid Gods is ten allen tijde door de wereld en haren vorst, den satan, misbruikt om de harten tegen Gods gericht te versterken. Dat begint reeds met de eerste dreiging des Heeren (Gen. 2:17): “ten dage als gij daarvan eet zult gij den dood sterven, ” waarop de slang zegt: “gijlieden zult den dood niet sterven, maar-” en door Gods lankmoedigheid een weinig recht krijgt, dat de dood niet op dien zelfden dag, dat Adam en Eva het gebod overtraden, in volle mate werd beschikt. In deze lankmoedigheid Gods ligt ook de aanleiding tot het misdadig spreekwoord hier: “al het gericht zal vergaan. ” Daarom zoveel misdadige spot over Gods woord, zoveel smaad over de profeten, en zoveel vergeefse moeite van gelovige uitleggers, om toch de vervulling van elke Goddelijke bedreiging te willen aanwijzen. Maar God heeft deze rechtvaardiging niet nodig. Waar zijne dreiging volhardend verwacht wordt, en de mensen de mate hunner zonden vervullen, daar komt werkelijk de straf in woordelijke vervulling der profetie, daar spreekt de Heere: “op uwen tijd, o ongehoorzaam huis! zal Ik doen wat Ik zeg, ” en Hij doet het ook. Zo is het aan Jeruzalem tweemalen geschied, en in den laatsten tijd zullen alle goddelozen ervaren, dat God de Heere is, en Zich niet laat bespotten, maar dan is het te laat. De Profeet denkt reeds in den ouden tijd aan het niet altijd sterk genoeg opgemerkte gevaar, om de onder het volk verspreide spreekwoorden, door den geest van leugen en lichtzinnigheid gevormd, die voor geloof en vroomheid dodelijk zijn. Met den hoogsten ernst slaat hij aan deze leugenwijsheid van spot en oppervlakkige beschouwing der dingen den bodem in. De vervulling der Goddelijke gerichten zou maar al te spoedig het tegenwoordig geslacht inderdaad en in werkelijkheid bereiken, want het woord Gods is ene levende daad, die niet uitblijven kan. De leugenmond, dien Gods woord niet kan stoppen, wordt beschaamd door Gods daden. De verkondiging van den Profeet is op ontzettende wijze vervuld; het duurde nauwelijks 5 jaren, of Jeruzalem lag met zijn tempel in puin, en zij, die hunnen buik met den oostenwind van trotse verwachtingen der toekomst hadden gevuld, waren of omgekomen of benijdden de doden. Moest de Profeet Ezechiël, terwijl Juda’s volk en zijn koning Zedekia nog in zorgeloze gerustheid gezeten was, door ene zinnebeeldige handeling hun lot voor de Joden in Babel kenbaar maken, was het Jehova, die hem dit gebood, dan zagen de oudsten, welke dit alles aanschouwden, dat het de Heere was, die alles weet, Wiens opperheerschappij over alle dingen gaat, en dat de toestand van Jeruzalems bewoners boven den hunnen niet zo benijdenswaardig was; en als wij dan uit de uitkomst weten, dat Zedekia, even als een vluchteling zich bij Jeruzalems belegering heeft trachten te redden, dat hij in stilte en door een doorbroken muur ontnomen is; dat men hem zijn gezicht ontnomen heeft, zodat hij het land der Chaldeën niet zag, hoewel hij daarin gestorven is, dan beven wij voor zulk een God, die zulke dingen voorspelt, die Zich betoont de Alwetende en Oppermachtige te zijn, in Wiens hand het leven en het lot van alle koningen en van iederen sterveling is, en die alles doet, wat Hem behaagt. Niet minder moeten wij hier opmerken, dat de Heere laat voorspellen, dat Hij in Jeruzalems verwoesting enige Israëllers zou doen overblijven, maar dat deze ook onder de heidenen zouden vertellen, welke hun gruwelijke misdaden waren, waarom zij met deze ellende en ballingschap gestraft werden; duidelijk zien wij hieruit, dat de Heere het doel Zijner strafgerichten in hun schuldbelijdenis en in de erkentenis van Jehova’s naam bereiken wilde. Indien de Heere slechts straffen wilde om te straffen, dan kon Hij zijne rechtvaardigheid aan dat weerbarstige volk hebben verheerlijkt zonder er van een enige te doen overblijven; maar Hij wil doorgaans meer. Hij wil zondaren tot bekering leiden en Zijn naam groot maken onder de heidenen. Dat wil Hij langs den redelijken weg ernstig nadenken en onbewimpelde schulderkentenis; daartoe moeten strafgerichten en moeilijke ondervindingen, vernedering en onheil worden dienstbaar gemaakt, opdat zondaren behoudenis zouden vinden, en de heerlijkheid Zijns naams voor aller oog zou ten toon gespreid worden. Zagen wij al verder dat het brood der bedruktheid in Israël zou gegeten worden, en het water der benauwdheid gedronken, wij moeten het daarvoor houden, dat zulke onheilen niet bij toeval, maar naar Gods bepaalden raad en wil geschieden, en altijd de rechtmatige gevolgen der ongerechtigheden zijn, welke ene natie zich zelf veroorzaakt door met moedwil te zondigen tegen God. En als wij dan eindelijk uit het gelezene bemerken, dat men in Juda elkaar wijs maakte, dat de bedreigde onheilen niet zouden komen, maar nog lang zouden worden uitgesteld en dat men zelfs bij herhaling en gedurig in die mening voortging, niettegenstaande de Heere het telkens liet zeggen, dan vinden wij daarin voor ons en voor ons volk ene ernstige waarschuwing tegen zorgeloze gerustheid en het uitstellen ener bekering, die volstrekt noodzakelijk is. Maar al te dikwijls vleit een mens en ene natie zich zelf, maar al te dikwijls stelt men den dag des kwaads zeer verre, dat uitstel leidt tot zorgeloosheid en ene valse rust; herhaalde waarschuwingen zijn er nodig en baten dikwijls nog niets. De tijd, in Gods raad besteld, is zeker en gewis; als een dief in den nacht overvalt die menig zondaar, en voert hem naar een eindeloos verderf. Niet zonder reden mogen wij vrezen, dat menigeen in de eeuwigheid, bij het inzicht en gevoel, dat alle hoop voor altijd en onherroepelijk is afgesneden, zich over zulk een uitstel in het verzuimen van den dag der behoudenis beklaagt. Dat de levende het in zijn harte weglegge, en de roepstem en bearbeiding der genade hem welkom en aangenaam zij, en ook ons volk zich niet tegen den Heere verharde, maar vrede hebben moge.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel