Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 10

1 Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarna zagH7200 ik, en zietH2009, boven het uitspanselH7549, hetwelkH834 was overH5921 het hoofdH7218 der cherubsH3742, was als een saffiersteenH5601, als de gedaanteH4758 van de gelijkenisH1823 eens troonsH3678; en Hij verscheenH7200 opH5921 dezelve. Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.

KJV Then I looked,1 and, behold, in the firmament4 that was above the head7 of the cherubims8 there appeared14 over them as it were a sapphire10 stone,9 as the appearance11 of the likeness12 of a throne.

1 וָאֶרְאֶ֗ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וְהִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הָרָקִ֨יעַ֙ H7549 uitspansel, uitspansels firmament 5 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 הַכְּרֻבִ֔ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 9 כְּאֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 10 סַפִּ֔יר H5601 Saffier, saffieren, saffier sapphire 11 כְּמַרְאֵ֖ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 12 דְּמ֣וּת H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 13 כִּסֵּ֑א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 14 נִרְאָ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 15 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En Hij sprakH559 totH413 den manH376, bekleedH3847 met linnenH906, en Hij zeideH559: Ga in totH413 tussenH996 de wielenH1534, totH413 onderH8478 den cherubH3742, en vulH4390 uw vuistenH2651 met vurigeH784 kolenH1513 van tussenH996 de cherubsH3742, en strooiH2236 ze overH5921 de stadH5892; en hij ging in voor mijn ogenH5869. En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.

KJV And he spake1 unto the man3 clothed4 with linen,5 and said,6 Go in7 between9 the wheels,10 even under the cherub,13 and fill14 thine hand15 with coals16 of fire17 from between18 the cherubims,19 and scatter20 them over the city.22 And he went in23 in my sight.

1 וַיֹּ֜אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הָאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 לְבֻ֣שׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 5 הַבַּדִּ֗ים H906 linnen linen 6 וַיֹּ֡אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 בֹּא֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 בֵּינ֨וֹת H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 לַגַּלְגַּ֜ל H1534 wielen, raderen, Galgal heaven, rolling thing, wheel 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 13 לַכְּר֗וּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 14 וּמַלֵּ֨א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 15 חָפְנֶ֤יךָ H2651 vuisten, handen fists, (both) hands, hand(-ful) 16 גַֽחֲלֵי H1513 kolen, kool, Vurige kolen (burning) coal 17 אֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 18 מִבֵּינ֣וֹת H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 19 לַכְּרֻבִ֔ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 20 וּזְרֹ֖ק H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 21 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 הָעִ֑יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 23 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 24 לְעֵינָֽי H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De cherubsH3742 nu stondenH5975 ter rechterzijdeH3225 van het huisH1004, als die manH376 ingingH935; en een wolkH6051 vervuldeH4390 het binnensteH6442 voorhofH2691. De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.

KJV Now the cherubims1 stood2 on the right side3 of the house,4 when the man6 went in;5 and the cloud7 filled8 the inner11 court.

1 וְהַכְּרֻבִ֗ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 2 עֹֽמְדִ֛ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 מִימִ֥ין H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 4 לַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 בְּבֹא֣וֹ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 הָאִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 וְהֶעָנָ֣ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 8 מָלֵ֔א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הֶחָצֵ֖ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 11 הַפְּנִימִֽית H6442 binnenste, binnenkameren, binnenpoort (with-) in(-ner, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen hiefH7311 zich de heerlijkheidH3519 des HEERENH3519 omhoogH7311 van boven den cherubH3742, opH5921 den dorpelH4670 van het huisH1004; en het huisH1004 werd vervuldH4390 met een wolkH6051, en het voorhofH2691 was volH4390 van den glansH5051 der heerlijkheid des HEERENH3068. Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.

Ook in dit vers HEEREH3068

KJV Then the glory2 of the LORD3 went up1 from the cherub,5 and stood over the threshold7 of the house;8 and the house10 was filled9 with the cloud,12 and the court13 was full14 of the brightness16 of the LORD'S18 glory.

1 וַיָּ֤רָם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 2 כְּבוֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַכְּר֔וּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 6 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 מִפְתַּ֣ן H4670 dorpel threshold 8 הַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 וַיִּמָּלֵ֤א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 10 הַבַּ֨יִת֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הֶ֣עָנָ֔ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 13 וְהֶֽחָצֵר֙ H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 14 מָֽלְאָ֔ה H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 נֹ֖גַהּ H5051 glans, licht, schijnend bright(-ness), light, (clear) shining 17 כְּב֥וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En het geruisH6963 van de vleugelenH3671 der cherubsH3742 werd gehoordH8085 totH5704 het uitersteH2435 voorhofH2691, als de stemH6963 des almachtigenH7706 GodsH410, wanneer Hij spreektH1696. En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.

KJV And the sound1 of the cherubims'3 wings2 was heard4 even to the outer7 court,6 as the voice8 of the Almighty10 God9 when he speaketh.

1 וְקוֹל֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 כַּנְפֵ֣י H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 3 הַכְּרוּבִ֔ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 4 נִשְׁמַ֕ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 הֶחָצֵ֖ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 7 הַחִיצֹנָ֑ה H2435 buitenste, buiten, buitenwerk outer, outward, utter, without 8 כְּק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 אֵל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 10 שַׁדַּ֖י H7706 Almachtige, Almachtigen, almachtig Almighty 11 בְּדַבְּרֽוֹ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Het geschieddeH1961 nu, als Hij den manH376, bekleedH3847 met linnenH906, gebodenH6680 had, zeggendeH559: NeemH3947 vuurH784 van tussenH996 de wielenH1534, van tussenH996 de cherubsH3742, dat hij ingingH935 en stondH5975 bij een radH212. Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad.

KJV And it came to pass, that when he had commanded2 the man4 clothed5 with linen,6 saying,7 Take8 fire9 from between the wheels,11 from between the cherubims;13 then he went in,14 and stood15 beside16 the wheels.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּצַוֺּתוֹ֙ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 לְבֻֽשׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 6 הַבַּדִּים֙ H906 linnen linen 7 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 קַ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 אֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 10 מִבֵּינ֣וֹת H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 11 לַגַּלְגַּ֔ל H1534 wielen, raderen, Galgal heaven, rolling thing, wheel 12 מִבֵּינ֖וֹת H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 13 לַכְּרוּבִ֑ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 14 וַיָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 וַֽיַּעֲמֹ֔ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 16 אֵ֖צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 17 הָאוֹפָֽן H212 raderen, rad, pas wheel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen stakH7971 een cherubH3742 zijn handH3027 uit van tussenH996 de cherubsH3742 totH413 het vuurH784, hetwelkH834 was tussenH996 de cherubsH3742, en nam daarvan, en gafH5414 het in de vuistenH2651 desgenen, die met linnenH906 bekleedH3847 was; die nam het, en ging uit. Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit.

Ook in dit vers namH3947 namH5375

KJV And one cherub2 stretched forth1 his hand4 from between the cherubims6 unto the fire8 that was between the cherubims,11 and took12 thereof, and put13 it into the hands15 of him that was clothed16 with linen:17 who took18 it, and went out.

1 וַיִּשְׁלַח֩ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 הַכְּר֨וּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יָד֜וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 מִבֵּינ֣וֹת H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 לַכְּרוּבִ֗ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הָאֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בֵּינ֣וֹת H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 11 הַכְּרֻבִ֔ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 12 וַיִּשָּׂא֙ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 וַיִּתֵּ֔ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 חָפְנֵ֖י H2651 vuisten, handen fists, (both) hands, hand(-ful) 16 לְבֻ֣שׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 17 הַבַּדִּ֑ים H906 linnen linen 18 וַיִּקַּ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 19 וַיֵּצֵֽא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Want er werd gezienH7200 aan de cherubsH3742 de gelijkenisH8403 van eens mensenH120 handH3027 onderH8478 hun vleugelenH3671. Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen.

KJV And there appeared1 in the cherubims2 the form3 of a man's5 hand4 under their wings.

1 וַיֵּרָ֖א H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 לַכְּרֻבִ֑ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 3 תַּבְנִית֙ H8403 gedaante, voorbeeld, gelijkenis figure, form, likeness, pattern, similitude 4 יַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 כַּנְפֵיהֶֽם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen zagH7200 ik, en zietH2009, vierH702 raderenH212 waren bij de cherubsH3742; eenH259 radH212 was bij elken cherubH3742; en de gedaanteH4758 der raderenH212 was als de verfH5869 van eenH259 turkoois-steenH8658. Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.

KJV And when I looked,1 behold the four3 wheels4 by5 the cherubims,6 one8 wheel7 by9 one11 cherub,10 and another13 wheel12 by14 another16 cherub:15 and the appearance17 of the wheels18 was as the colour19 of a beryl21 stone.

1 וָאֶרְאֶ֗ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 אַרְבָּעָ֣ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 אוֹפַנִּים֮ H212 raderen, rad, pas wheel 5 אֵ֣צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 6 הַכְּרוּבִים֒ H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 7 אוֹפַ֣ן H212 raderen, rad, pas wheel 8 אֶחָ֗ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 אֵ֚צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 10 הַכְּר֣וּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 11 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 12 וְאוֹפַ֣ן H212 raderen, rad, pas wheel 13 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 14 אֵ֖צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 15 הַכְּר֣וּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 16 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 17 וּמַרְאֵה֙ H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 18 הָא֣וֹפַנִּ֔ים H212 raderen, rad, pas wheel 19 כְּעֵ֖ין H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 20 אֶ֥בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 21 תַּרְשִֽׁישׁ H8658 turkoois, Turkoois, turkoois-steen beryl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En aangaande hun gedaantenH4758, dieH834 vierH702 hadden enerleiH259 gelijkenisH1823, gelijk of het ware geweest een radH212 in het middenH8432 van een radH212. En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.

KJV And as for their appearances,1 they four4 had one3 likeness,2 as if a wheel7 had been in the midst8 of a wheel.

1 וּמַ֨רְאֵיהֶ֔ם H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 2 דְּמ֥וּת H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 3 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 לְאַרְבַּעְתָּ֑ם H702 vier, vierhonderd, veertien four 5 כַּאֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 הָאוֹפַ֖ן H212 raderen, rad, pas wheel 8 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 9 הָאוֹפָֽן H212 raderen, rad, pas wheel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Als die gingenH3212, zo gingenH3212 deze op hun vierH702 zijdenH7253; zij keerdenH5437 zich nietH3808 om, als zij gingenH3212; maarH3588 de plaatsH4725, waarheen het hoofdH7218 zagH6437, dieH834 volgdenH3212 zij naH310; zij keerdenH5437 zich nietH3808 om, als zij gingenH3212. Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.

KJV When they went,1 they went5 upon their four3 sides;4 they turned7 not as they went,8 but to the place10 whither the head13 looked12 they followed15 it; they turned17 not as they went.

1 בְּלֶכְתָּ֗ם H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אַרְבַּ֤עַת H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 רִבְעֵיהֶם֙ H7253 zijden, vierendeel fourth part, side, square 5 יֵלֵ֔כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יִסַּ֖בּוּ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 8 בְּלֶכְתָּ֑ם H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 9 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הַמָּק֞וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יִפְנֶ֤ה H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 13 הָרֹאשׁ֙ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 14 אַחֲרָ֣יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 15 יֵלֵ֔כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִסַּ֖בּוּ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 18 בְּלֶכְתָּֽם H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Hun ganse lichaam nu, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Hun ganseH3605 lichaamH1320 nu, en hun ruggenH1354, en hun handenH3027, en hun vleugelenH3671, mitsgaders de raderenH212, waren volH4392 ogenH5869 rondomH5439; die vierH702 hadden hun raderenH212. Hun ganse lichaam nu, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen.

KJV And their whole body,2 and their backs,3 and their hands,4 and their wings,5 and the wheels,6 were full7 of eyes8 round about,9 even the wheels11 that they four

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 בְּשָׂרָם֙ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 3 וְגַבֵּהֶ֔ם H1354 verwelfsel, hoogten, rug back, body, boss, eminent (higher) place, (eye) brows, nave, ring 4 וִֽידֵיהֶ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 וְכַנְפֵיהֶ֑ם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 6 וְהָאֽוֹפַנִּ֗ים H212 raderen, rad, pas wheel 7 מְלֵאִ֤ים H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 8 עֵינַ֨יִם֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 9 סָבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 10 לְאַרְבַּעְתָּ֖ם H702 vier, vierhonderd, veertien four 11 אוֹפַנֵּיהֶֽם H212 raderen, rad, pas wheel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Aangaande de raderen, elkeen derzelve werd voor mijn ogen genoemd Galgal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Aangaande de raderenH212, elkeen derzelve werd voor mijn ogen genoemdH7121 GalgalH1534. Aangaande de raderen, elkeen derzelve werd voor mijn ogen genoemd Galgal.

Ook in dit vers orenH241

KJV As for the wheels,1 it was cried3 unto them in my hearing,5 O wheel.

1 לָא֖וֹפַנִּ֑ים H212 raderen, rad, pas wheel 2 לָהֶ֛ם 3 קוֹרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 הַגַּלְגַּ֖ל H1534 wielen, raderen, Galgal heaven, rolling thing, wheel 5 בְּאָזְנָֽי H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En elkeen had vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En elkeen had vierH702 aangezichtenH6440; het eersteH259 aangezichtH6440 was het aangezichtH6440 eens cherubsH3742, en het tweedeH8145 aangezichtH6440 was het aangezichtH6440 eens mensenH120, en het derdeH7992 het aangezichtH6440 eens leeuwsH738, en het vierdeH7243 het aangezichtH6440 eens arendsH5404. En elkeen had vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.

KJV And every one3 had four1 faces:2 the first5 face4 was the face6 of a cherub,7 and the second9 face8 was the face10 of a man,11 and the third12 the face13 of a lion,14 and the fourth15 the face16 of an eagle.

1 וְאַרְבָּעָ֥ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 2 פָנִ֖ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 לְאֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 פְּנֵ֨י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 הָאֶחָ֜ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 הַכְּר֗וּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 8 וּפְנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 הַשֵּׁנִי֙ H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 10 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 12 וְהַשְּׁלִישִׁי֙ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 13 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 אַרְיֵ֔ה H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 15 וְהָרְבִיעִ֖י H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part) 16 פְּנֵי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 נָֽשֶׁר H5404 arend, arenden, arends eagle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En die cherubs hieven zich omhoog; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En die cherubsH3742 hieven zich omhoogH7426; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivierH5104 ChebarH3529 gezienH7200 had. En die cherubs hieven zich omhoog; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had.

KJV And the cherubims2 were lifted up.1 This is the living creature4 that I saw6 by the river7 of Chebar.

1 וַיֵּרֹ֖מּוּ H7426 verhoogd, Maak, hieven exalt, get (oneself) up, lift up (self), mount up 2 הַכְּרוּבִ֑ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 3 הִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 הַחַיָּ֔ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 רָאִ֖יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 בִּֽנְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 8 כְּבָֽר H3529 Chebar Chebar. Compare H2249 (חָבוֹר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En als de cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelven; en als de cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En als de cherubsH3742 gingenH3212, zo gingenH3212 die raderenH212 nevens dezelvenH681; en als de cherubsH3742 hun vleugelenH3671 ophievenH5375, om zich van de aardeH776 omhoog te heffenH7311, zo keerdenH5437 zich diezelve raderenH212 ookH1571 nietH3808 om van bij henH1992. En als de cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelven; en als de cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen.

KJV And when the cherubims2 went,1 the wheels4 went3 by them:5 and when the cherubims7 lifted up6 their wings9 to mount up10 from the earth,12 the same wheels15 also17 turned14 not from beside

1 וּבְלֶ֨כֶת֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 הַכְּרוּבִ֔ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 3 יֵלְכ֥וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 הָאוֹפַנִּ֖ים H212 raderen, rad, pas wheel 5 אֶצְלָ֑ם H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 6 וּבִשְׂאֵ֨ת H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 7 הַכְּרוּבִ֜ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כַּנְפֵיהֶ֗ם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 10 לָרוּם֙ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 11 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִסַּ֧בּוּ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 15 הָאוֹפַנִּ֛ים H212 raderen, rad, pas wheel 16 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 17 הֵ֖ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 18 מֵאֶצְלָֽם H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Als die stonden, stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op; want de geest der dieren was in hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Als die stondenH5975, stondenH5975 deze, en als die opgehevenH7311 werden, hievenH7426 zich deze ook op; wantH3588 de geestH7307 der dierenH2416 was in hen. Als die stonden, stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op; want de geest der dieren was in hen.

KJV When they stood,1 these stood;2 and when they were lifted up,3 these lifted up4 themselves also: for the spirit7 of the living creature

1 בְּעָמְדָ֣ם H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 יַעֲמֹ֔דוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 וּבְרוֹמָ֖ם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 4 יֵר֣וֹמּוּ H7426 verhoogd, Maak, hieven exalt, get (oneself) up, lift up (self), mount up 5 אוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 ר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 8 הַחַיָּ֖ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 9 בָּהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen ging de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 van bovenH5921 den dorpelH4670 des huizesH1004 wegH3318, en stondH5975 bovenH5921 de cherubsH3742. Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs.

KJV Then the glory2 of the LORD3 departed1 from off the threshold5 of the house,6 and stood7 over the cherubims.

1 וַיֵּצֵא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 כְּב֣וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מֵעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מִפְתַּ֣ן H4670 dorpel threshold 6 הַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 וַֽיַּעֲמֹ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַכְּרוּבִֽים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de cherubsH3742 hievenH5375 hun vleugelenH3671 op, en verhievenH7426 zich vanH4480 de aardeH776 omhoogH4605 voor mijn ogenH5869, als zij uitgingenH3318; en de raderenH212 waren tegenoverH5980 hen; en elkeen stondH5975 aan de deurH6607 der OostpoortH6931 van het huisH1004 des HEERENH3068; en de heerlijkheidH3519 des GodsH430 IsraelsH3478 was van boven overH5921 hen. En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.

KJV And the cherubims2 lifted up1 their wings,4 and mounted up5 from the earth7 in my sight:8 when they went out,9 the wheels10 also were beside11 them, and every one stood12 at the door13 of the east17 gate14 of the LORD'S16 house;15 and the glory18 of the God19 of Israel20 was over them above.

1 וַיִּשְׂא֣וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 הַכְּרוּבִ֣ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כַּ֠נְפֵיהֶם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 5 וַיֵּר֨וֹמּוּ H7426 verhoogd, Maak, hieven exalt, get (oneself) up, lift up (self), mount up 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הָאָ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 לְעֵינַי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 9 בְּצֵאתָ֔ם H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 וְהָאֽוֹפַנִּ֖ים H212 raderen, rad, pas wheel 11 לְעֻמָּתָ֑ם H5980 tegenover, Tegenover, dicht (over) against, at, beside, hard by, in points 12 וַֽיַּעֲמֹ֗ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 13 פֶּ֣תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 14 שַׁ֤עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 15 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 הַקַּדְמוֹנִ֔י H6931 Oostpoort, Oostzee, ouden ancient, they that went before, east, (thing of) old 18 וּכְב֧וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 19 אֱלֹהֵֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 21 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 מִלְמָֽעְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Dit is hetH1931 dier, dat ik zagH7200 onderH8478 den GodsH430 IsraelsH3478 bij de rivierH5104 ChebarH3529; en ik bemerkteH3045, dat het cherubsH3742 waren. Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.

KJV This is the living creature2 that I saw4 under the God6 of Israel7 by the river8 of Chebar;9 and I knew10 that they were the cherubims.

1 הִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 הַחַיָּ֗ה H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 רָאִ֛יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 6 אֱלֹהֵֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 בִּֽנְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 9 כְּבָ֑ר H3529 Chebar Chebar. Compare H2249 (חָבוֹר) 10 וָאֵדַ֕ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 כְרוּבִ֖ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 13 הֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Elkeen had vier aangezichten, en elkeen had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Elkeen had vierH702 aangezichtenH6440, en elkeen had vierH702 vleugelenH3671; en de gelijkenisH1823 van mensenhandenH3027 was onderH8478 hun vleugelenH3671. Elkeen had vier aangezichten, en elkeen had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen.

KJV Every one4 had four1 faces3 apiece,7 and every one four2 wings;6 and the likeness8 of the hands9 of a man10 was under their wings.

1 אַרְבָּעָ֨ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 2 אַרְבָּעָ֤ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 3 פָנִים֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 לְאֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 וְאַרְבַּ֥ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 6 כְּנָפַ֖יִם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 7 לְאֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 וּדְמוּת֙ H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 9 יְדֵ֣י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 11 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 12 כַּנְפֵיהֶֽם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En aangaande de gelijkenisH1823 van hun aangezichtenH6440, het waren dezelfde aangezichtenH6440, die ik gezienH7200 had bijH5921 de rivierH5104 ChebarH3529, hun gedaantenH4758 en zij zelven; zij gingenH3212 iederH376 rechtH5676 uit voor zijn aangezichtH6440 henen. En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.

KJV And the likeness1 of their faces2 was the same3 faces4 which I saw6 by the river8 of Chebar,9 their appearances10 and themselves: they went16 every one12 straight14 forward.

1 וּדְמ֣וּת H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 2 פְּנֵיהֶ֔ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 הַפָּנִ֗ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 רָאִ֨יתִי֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 נְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 9 כְּבָ֔ר H3529 Chebar Chebar. Compare H2249 (חָבוֹר) 10 מַרְאֵיהֶ֖ם H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 11 וְאוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 עֵ֥בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 15 פָּנָ֖יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 יֵלֵֽכוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 10:1 Exodus 24:10 Openbaring 4:2 Jesaja 21:8 Jozua 5:13 Ezechiël 1:22 Psalmen 68:17 Jeremia 13:6 Openbaring 1:13
Ezechiël 10:2 Openbaring 8:5 Ezechiël 1:13 Jeremia 24:8 Ezechiël 9:2 Psalmen 140:10 Exodus 9:8 Jesaja 6:6 Ezechiël 20:47
Ezechiël 10:3 Ezechiël 43:4 Ezechiël 8:16 Ezechiël 9:3
Ezechiël 10:4 Ezechiël 1:28 Ezechiël 9:3 Ezechiël 10:18 2 Kronieken 5:13 Exodus 40:35 Ezechiël 11:22 Hagai 2:9 Numeri 16:19
Ezechiël 10:5 Ezechiël 1:24 Job 40:9 Johannes 12:28 Psalmen 29:3 2 Kronieken 4:9 Exodus 20:18 Ezechiël 46:21 1 Koningen 7:9
Ezechiël 10:6 Ezechiël 10:2 Psalmen 80:1 Psalmen 99:1
Ezechiël 10:7 Ezechiël 1:13 Mattheüs 13:49 Mattheüs 24:34 Mattheüs 13:41 Ezechiël 10:6 Ezechiël 41:23
Ezechiël 10:8 Ezechiël 1:8 Ezechiël 10:21 Jesaja 6:6
Ezechiël 10:9 Openbaring 21:20 Daniël 10:6 Ezechiël 1:15
Ezechiël 10:10 Ezechiël 1:16 Psalmen 104:24 Psalmen 36:6 Psalmen 97:2 Romeinen 11:33
Ezechiël 10:11 Ezechiël 1:17 Ezechiël 10:22 Mattheüs 8:8 Ezechiël 1:20
Ezechiël 10:12 Ezechiël 1:18 Openbaring 4:8 Openbaring 4:6
Ezechiël 10:14 1 Koningen 7:36 Openbaring 4:7 1 Koningen 7:29 Ezechiël 10:21 Ezechiël 1:6
Ezechiël 10:15 Ezechiël 1:5 Ezechiël 10:18 Ezechiël 11:22 Ezechiël 1:3 Ezechiël 1:13 Ezechiël 43:3 Ezechiël 8:6 Hosea 9:12
Ezechiël 10:16 Ezechiël 1:19
Ezechiël 10:17 Ezechiël 1:20 Romeinen 8:2 Ezechiël 1:12 Openbaring 11:11 Genesis 2:7
Ezechiël 10:18 Psalmen 18:10 Hosea 9:12 2 Koningen 2:11 Psalmen 78:60 Genesis 3:24 Jeremia 6:8 Ezechiël 10:3 Jeremia 7:12
Ezechiël 10:19 Ezechiël 11:1 Ezechiël 10:1 Ezechiël 1:26 Ezechiël 11:22 Ezechiël 43:4 Ezechiël 1:17 Ezechiël 8:16
Ezechiël 10:20 Ezechiël 1:1 Ezechiël 10:15 Ezechiël 3:23 Ezechiël 1:22 1 Koningen 6:29 1 Koningen 7:36 Ezechiël 1:5
Ezechiël 10:21 Ezechiël 1:6 Ezechiël 41:18 Ezechiël 10:14 Openbaring 4:7 Ezechiël 1:8
Ezechiël 10:22 Ezechiël 1:10 Ezechiël 10:11 Hosea 14:9 Ezechiël 1:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 10 vers 1

zag ik, Te weten in den geest. Want de profeet was in optrekking der zinnen.

Hertaald: zag ik, Namelijk in de geest. Want de profeet was in vervoering van de zinnen.

uitspansel, Zie boven Ezech. 1:22 , en vergelijk aldaar Ezech. 1:26 .

Hertaald: uitspansel, Zie hierboven Ezech. 1:22, en vergelijk daar Ezech. 1:26.

cherubs, Dat is, de gelijkenis van cherubim; zie van dezen Gen. 3:24 . Zij worden boven Ezech. 1:5 , dieren genaamd, en waren vier in getal. Zie de aantekening.

Hertaald: cherubs, Dat is: de gelijkenis van cherubim; zie over hen Gen. 3:24. Zij worden hierboven in Ezech. 1:5 dieren genoemd en waren vier in getal. Zie de aantekening daar.

saffiersteen, Zie boven Ezech. 1:26 .

Hertaald: saffiersteen, Zie hierboven Ezech. 1:26.

troons; Zie boven Ezech. 1:26 .

Hertaald: troons; Zie hierboven Ezech. 1:26.

Hij verscheen Te weten God, die onder genoemd wordt de Heere, vs.18, en de God van Israël, vs.19.

Hertaald: Hij verscheen Namelijk God, Die hieronder de HEERE genoemd wordt in vers 18 en de God van Israël in vers 19.

op dezelve Te weten het uitspansel en den troon. Of, boven dezelve, te weten cherubim.

Hertaald: op dezelve Namelijk het uitspansel en de troon. Of: boven hen, namelijk de cherubim.

Ezechiël 10 vers 2

den man, Zie van dezen boven Ezech. 9:2 . Als men door Hem hier verstaat den Heere Christus, zo wordt Hij hier aangezien als de rechter der goddelozen.

Hertaald: den man, Zie over hem hierboven Ezech. 9:2. Wanneer men Hem hier opvat als de Heere Christus, dan wordt Hij hier gezien als de Rechter van de goddelozen.

tot tussen Hebreeuws, tot de tussenheden der wielen; dat is, tot in het midden derzelve, alzo in het volgende.

Hertaald: tot tussen Hebreeuws: tot de tussenruimten van de wielen; dat is: tot in het midden daarvan; zo ook in het vervolg.

wielen, Versta door deze de raderen, welker beschrijving en betekenis zie boven Ezech. 1:15 .

Hertaald: wielen, Versta hieronder de raderen, waarvan de beschrijving en de betekenis staan in Ezech. 1:15.

tot onder den cherub, Want de wielen of raderen waren bij de cherubim is.

Hertaald: tot onder den cherub, Want de wielen of raderen bevonden zich bij de cherubim.

vurige kolen Welke afbeeldingen waren van Gods rechtvaardige straffen, zie boven Ezech. 1:13 , en vergelijk Ps. 18:9 .

Hertaald: vurige kolen Die afbeeldingen waren van Gods rechtvaardige straffen; zie hierboven Ezech. 1:13 en vergelijk Ps. 18:9.

van tussen de cherubs, Hebreeuws, van de tussenheden der cherubim; dat is van de plaats, die tussen de cherubim is.

Hertaald: van tussen de cherubs, Hebreeuws: van de tussenruimten van de cherubim; dat is: van de plaats die tussen de cherubim is.

strooi ze over de stad; Tot een teken dat zij verteerd zal worden door een brand van het zwaard, honger en pest, ja ook met stoffelijk vuur; 2 Kon. 25:9 .

Hertaald: strooi ze over de stad; Als teken dat zij verteerd zal worden door een brand van zwaard, honger en pest, ja ook door werkelijk vuur; 2 Kon. 25:9.

hij ging in Namelijk de man met linnen bekleed.

Hertaald: hij ging in Namelijk de man die met linnen bekleed was.

voor mijn ogen Dat is, dat ik Hem met mijne ogen in dit gezicht aanschouwde.

Hertaald: voor mijn ogen Dat is: zodat ik Hem in dit gezicht met mijn ogen zag.

Ezechiël 10 vers 3

ter rechterzijde Dat is, aan de noordzijde, welke zag naar het land der Chaldeën, tot een teken dat des tempels en der Joden verderf vandaar komen zou.

Hertaald: ter rechterzijde Dat is: aan de noordzijde, die naar het land van de Chaldeeën keek — als teken dat het verderf van de tempel en van de Joden vandaar zou komen.

van het huis, Dat is, van den tempel des Heeren, welverstaande in het binnenste voorhof, gelijk blijkt uit de volgende woorden van vs.3.

Hertaald: van het huis, Dat is: van de tempel van de HEERE, en wel in het binnenste voorhof, zoals blijkt uit het vervolg van vers 3.

wolk Welke betekende Gods gramschap en de verstoring, die den tempel was nakende. Zo is de wolk hier een teken van Gods toorn en de aanstaande zwarigheden, gelijk Ps. 18:12-13 , en niet van zijn genadige bijwoning, gelijk wel Ex. 40:34 ; Num. 9:15 ; 1 Kon. 8:10-11 .

Hertaald: wolk Die Gods toorn betekende en de verwoesting die de tempel te wachten stond. Zo is de wolk hier een teken van Gods toorn en van de aanstaande rampen, zoals Ps. 18:12-13, en niet van Zijn genadige inwoning, zoals wel in Ex. 40:34; Num. 9:15; 1 Kon. 8:10-11.

binnenste voorhof Hetwelk was het voorhof der priesters; zie 1 Kon. 6:36 .

Hertaald: binnenste voorhof Dat het voorhof van de priesters was; zie 1 Kon. 6:36.

Ezechiël 10 vers 4

de heerlijkheid des HEEREN Zie boven Ezech. 1:28 .

Hertaald: de heerlijkheid des HEEREN Zie hierboven Ezech. 1:28.

van boven Te weten, waarop de Heere in het heilige der heiligen zijn gewone woning gehad had; 1 Sam. 4:4 ; Ps. 80:2 ; Jes. 37:16 . Of, van op deze vier cherubim tot den dorpel des huizes.

Hertaald: van boven Namelijk waarop de HEERE in het heilige der heiligen Zijn gewone woonplaats gehad had; 1 Sam. 4:4; Ps. 80:2; Jes. 37:16. Of: van boven deze vier cherubim tot de drempel van het huis.

cherub, Of, cherubim, want het enkelvoudig getal is hier voor het veelvoudig genomen. Zie boven vs.1, en Ezech. 9:3 .

Hertaald: cherub, Of: cherubim, want het enkelvoud staat hier voor het meervoud. Zie hierboven vers 1 en Ezech. 9:3.

op den dorpel Tot een teken dat God van den tempel en van dat volk verhuizen wilde.

Hertaald: op den dorpel Als teken dat God van de tempel en van dat volk wilde verhuizen.

huis; en het huis werd vervuld met een wolk, Dat is, van het deel des tempels, genaamd het heilige. Eerst is GOd gescheiden van het allerheiligste, boven Ezech. 9:3 ; nu scheidt Hij ook uit het heilige.

Hertaald: huis; en het huis werd vervuld met een wolk, Dat is: van het deel van de tempel dat het heilige heet. Eerst is God van het allerheiligste geweken, Ezech. 9:3; nu wijkt Hij ook uit het heilige.

voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN Te weten het binnenste, anders genaamd het voorhof der priesters.

Hertaald: voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN Namelijk het binnenste, elders het voorhof van de priesters genoemd.

Ezechiël 10 vers 5

geruis Dit wordt breder bij gelijkenissen beschreven, boven Ezech. 1:24 .

Hertaald: geruis Dit wordt uitvoeriger met vergelijkingen beschreven in Ezech. 1:24.

vleugelen Zie boven Ezech. 1:6 .

Hertaald: vleugelen Zie hierboven Ezech. 1:6.

cherubs Te weten die alzo deze rechtvaardige verhuizing des Heeren als met lofzegging toestemden, of de verschrikkelijke zwarigheid, die daarop zou volgen als met ontzetting voorzegden.

Hertaald: cherubs Namelijk die daarmee deze rechtvaardige verhuizing van de HEERE als met lofzegging instemden, of de verschrikkelijke rampen die daarop zouden volgen als met ontzetting voorzegden.

het uiterste voorhof, Anders genaamd het grote voorhof; zie 1 Kon. 7:9 , en de aantekening.

Hertaald: het uiterste voorhof, Elders het grote voorhof genoemd; zie 1 Kon. 7:9 met de aantekening.

als de stem Zie boven Ezech. 1:24 .

Hertaald: als de stem Zie hierboven Ezech. 1:24.

almachtigen Gods, Zie Gen. 17:1 .

Hertaald: almachtigen Gods, Zie Gen. 17:1.

Ezechiël 10 vers 6

Hij den man, Namelijk de Heere, wiens heerlijkheid beschreven is boven vs.4.

Hertaald: Hij den man, Namelijk de HEERE, Wiens heerlijkheid beschreven is in vers 4.

vuur Genaamd boven vs.2, vurige kolen. Het vuur betekent Gods toorn en wraak; zie Job 22:20 .

Hertaald: vuur Hierboven in vers 2 vurige kolen genoemd. Het vuur betekent Gods toorn en wraak; zie Job 22:20.

van tussen de wielen, Zie boven vs.2.

Hertaald: van tussen de wielen, Zie hierboven vers 2.

een rad Te weten van de vier raderen of wielen, die bij de cherubim waren. Anders: bij de raderen. En zo wordt hier het enkelvoudig getal voor het veelvoudig genomen; vergelijk boven vs.4, de aantekening op het woord cherub.

Hertaald: een rad Namelijk een van de vier raderen of wielen die bij de cherubim waren. Anders: bij de raderen. Zo staat hier het enkelvoud voor het meervoud; vergelijk hierboven vers 4, de aantekening bij het woord cherub.

Ezechiël 10 vers 7

een cherub zijn hand uit Te weten een van die vier, van wie zie boven Ezech. 1:5 , en de aantekening.

Hertaald: een cherub zijn hand uit Namelijk een van die vier; zie over hen hierboven Ezech. 1:5 met de aantekening.

ging uit Te weten om dat te strooien over de stad Jeruzalem; hetwelk hier wel geschied is in een gezicht tot voorzegging van het toekomende, maar weinige jaren hierna inderdaad tot vervulling van het voorzegde.

Hertaald: ging uit Namelijk om dat over de stad Jeruzalem te strooien. Hier gebeurde dat in een gezicht als voorzegging van de toekomst, maar enkele jaren hierna werkelijk, tot vervulling van het voorzegde.

Ezechiël 10 vers 8

er werd gezien aan de cherubs Zie boven Ezech. 1:8 .

Hertaald: er werd gezien aan de cherubs Zie hierboven Ezech. 1:8.

hand Versta evenwel dat zij elk twee handen hadden; een enkel getal voor een veelvoudig. Vergelijk boven vs.4, op het woord cherub, idem onder vs.21.

Hertaald: hand Versta toch dat zij ieder twee handen hadden; een enkelvoud voor een meervoud. Vergelijk hierboven vers 4 bij het woord cherub, en hieronder vers 21.

Ezechiël 10 vers 9

vier raderen Zie boven Ezech. 1:15 .

Hertaald: vier raderen Zie hierboven Ezech. 1:15.

de cherubs; Welke ook vier waren in getal, boven Ezech. 1:5 , waar zij dieren genoemd worden. Zie de aantekening.

Hertaald: de cherubs; Die ook vier in getal waren, Ezech. 1:5, waar zij dieren genoemd worden. Zie de aantekening daar.

een rad was bij elken cherub; Hebreeuws, een rad bij een cherub, en een rad bij een cherub; dat is bij elken cherub een rad. Zie van deze manier van spreken Gen. 7:2 , en Num. 7:11 , en Num. 13:2 .

Hertaald: een rad was bij elken cherub; Hebreeuws: een rad bij een cherub, en een rad bij een cherub; dat is: bij elke cherub één rad. Zie over deze manier van spreken Gen. 7:2, Num. 7:11 en Num. 13:2.

Turkoois-steen Een edelgesteente, van hetwelk zie boven Ezech. 1:16 .

Hertaald: Turkoois-steen Een edelsteen; zie daarover hierboven Ezech. 1:16.

Ezechiël 10 vers 10

enerlei gelijkenis, Welke betekent dat in al Gods werken en wonderbare gelijkheid is van wijze, orde en volmaaktheid.

Hertaald: enerlei gelijkenis, Dat betekent dat er in al Gods werken een wonderlijke gelijkvormigheid van wijze, orde en volmaaktheid is.

gelijk of het ware geweest Zie boven Ezech. 1:15 , op de woorden vier aangezichten. Idem zie de aantekening in Ezech. 1:16 .

Hertaald: gelijk of het ware geweest Zie hierboven Ezech. 1:15 bij de woorden: vier aangezichten. Zie eveneens de aantekening bij Ezech. 1:16.

Ezechiël 10 vers 11

die gingen, Te weten de cherubim, bij wie de raderen waren. Zie boven Ezech. 1:9 .

Hertaald: die gingen, Namelijk de cherubim, bij wie de raderen waren. Zie hierboven Ezech. 1:9.

deze op hun vier zijden; Te weten de raderen. Zie boven Ezech. 1:17 .

Hertaald: deze op hun vier zijden; Namelijk de raderen. Zie hierboven Ezech. 1:17.

zij keerden zich niet om, Zie boven Ezech. 1:17 .

Hertaald: zij keerden zich niet om, Zie hierboven Ezech. 1:17.

hoofd zag, Versta een der vier hoofden, die iedere cherub had, welke tegen de vier winden zagen.

Hertaald: hoofd zag, Versta: een van de vier hoofden die elke cherub had en die naar de vier windstreken keken.

Ezechiël 10 vers 12

Hun ganse Te weten der cherubim, wien hier ogen toegeschreven worden, [hoewel niet in het eerste gezicht, boven Eze 1] , betekenende de voorzienigheid Gods, waardoor zij verlicht worden en al hun werk wijselijk bestuurd en uitgevoerd wordt. Vergelijk boven Ezech. 1:18 , waar van de ogen der raderen gesproken is.

Hertaald: Hun ganse Namelijk van de cherubim, aan wie hier ogen toegeschreven worden (hoewel niet in het eerste gezicht, Ezech. 1). Die betekenen de voorzienigheid van God, waardoor zij verlicht worden en al hun werk wijs bestuurd en uitgevoerd wordt. Vergelijk hierboven Ezech. 1:18, waar over de ogen van de raderen gesproken is.

lichaam nu, Hebreeuws, vlees. Want het lichaam van de mensen bestaat uit vlees. Zie Job 12:10 .

Hertaald: lichaam nu, Hebreeuws: vlees. Want het lichaam van de mensen bestaat uit vlees. Zie Job 12:10.

die vier hadden hun raderen Te weten cherubim; zie Ezech. 1:15 ; idem hier vs.9. De zin is dat iedere cherub een rad had.

Hertaald: die vier hadden hun raderen Namelijk de cherubim; zie Ezech. 1:15 en hier vers 9. De betekenis is dat elke cherub één rad had.

Ezechiël 10 vers 13

voor mijn oren genoemd Galgal Dat is dat ik het hoorde, werd elk rad genoemd galgal, dat is wiel, of kogel, of kloot, of aldus: Daar werd tot hen geroepen: o wiel, of het wiel, enz.

Hertaald: voor mijn oren genoemd Galgal Dat is: zodat ik het hoorde, werd elk rad galgal genoemd, dat is: wiel, of kogel, of bol. Of aldus: er werd tot hen geroepen: o wiel, of: het wiel, enzovoort.

Ezechiël 10 vers 14

elkeen had vier aangezichten; In dit gezicht is enig onderscheid in de orde en benaming van het gezicht, boven Eze 1 ; hoewel het inderdaad hetzelfde geweest is; zie onder vs.15, 22.

Hertaald: elkeen had vier aangezichten; In dit gezicht is enig verschil in de volgorde en de benaming ten opzichte van het gezicht in Ezech. 1, hoewel het in werkelijkheid hetzelfde geweest is; zie hieronder vers 15 en 22.

eerste aangezicht Te weten van elk der cherubim. Nu dit eerste aangezicht van des cherub was, dat voorwaarts uitzag, het tweede, dat naar de rechterhand, het derde, naar de linkerhand, het vierde achterwaarts uitzag. Zulke vier aangezichten hadden zij alle vier. Hebreeuws, het aangezicht van den eersten.

Hertaald: eerste aangezicht Namelijk van elk van de cherubim. Dit eerste aangezicht van de cherub was het aangezicht dat naar voren keek, het tweede keek naar rechts, het derde naar links en het vierde naar achteren. Zulke vier aangezichten hadden zij alle vier. Hebreeuws: het aangezicht van de eerste.

cherubs, Sommigen menen dat hier in de plaats van een ossen aangezicht gesteld wordt het aangezicht van den cherub, om te tonen dat zij allen cherubim geweest zijn. Anderen stellen andere redenen.

Hertaald: cherubs, Sommigen menen dat hier in plaats van een ossenaangezicht het aangezicht van de cherub genoemd wordt, om te tonen dat zij alle cherubim geweest zijn. Anderen geven andere redenen.

Ezechiël 10 vers 15

dit was hetzelfde dier, Of, dit waren even de dieren; een enkelvoudig getal voor een veelvoudig. Hij spreekt van de vier dieren, waarvan te zien is boven Ezech. 1:5 .

Hertaald: dit was hetzelfde dier, Of: dit waren juist de dieren; een enkelvoud voor een meervoud. Hij spreekt over de vier dieren, waarover te lezen is in Ezech. 1:5.

Ezechiël 10 vers 17

die stonden, Te weten de cherubim.

Hertaald: die stonden, Namelijk de cherubim.

deze , Te weten de raderen; alzo in het volgende.

Hertaald: deze , Namelijk de raderen; zo ook in het vervolg.

want de geest der dieren was in hen Te weten de Heilige Geest; zie boven Ezech. 1:12 . Anders: de Geest des levens.

Hertaald: want de geest der dieren was in hen Namelijk de Heilige Geest; zie hierboven Ezech. 1:12. Anders: de Geest des levens.

Ezechiël 10 vers 18

de heerlijkheid des HEEREN Dat is, God, die heerlijk is. Zie boven Ezech. 1:28 .

Hertaald: de heerlijkheid des HEEREN Dat is: God, Die heerlijk is. Zie hierboven Ezech. 1:28.

van boven den dorpel des huizes weg, Te weten waarop zij tevoren van de cherubim gekomen was. Zie boven vs.4, en de aantekening.

Hertaald: van boven den dorpel des huizes weg, Namelijk waar zij tevoren vanaf de cherubim gekomen was. Zie hierboven vers 4 met de aantekening.

stond boven de cherubs Of, stelde hen.

Hertaald: stond boven de cherubs Of: stelde hen.

Ezechiël 10 vers 19

voor mijn ogen, Dat is, dat ik het aanzag, te weten met de ogen mijns geestes, zijnde in optrekking der zinnen.

Hertaald: voor mijn ogen, Dat is: zodat ik het zag, namelijk met de ogen van mijn geest, terwijl ik in vervoering van de zinnen was.

tegenover hen; Of, nevens hen.

Hertaald: tegenover hen; Of: naast hen.

stond aan de deur Of, bleef staan.

Hertaald: stond aan de deur Of: bleef staan.

der Oostpoort Of, voorste poort. Sommigen verstaan door deze poort de poort van het voorhof der priesters; anderen de poort van het voorhof des volks. Dit betekende dat God eindelijk ten enenmale uit zijn huis verhuizen zou. Vergelijk boven de aantekening Ezech. 9:3 , en in vs.4.

Hertaald: der Oostpoort Of: voorste poort. Sommigen verstaan onder deze poort de poort van het voorhof van de priesters, anderen de poort van het voorhof van het volk. Dit betekende dat God ten slotte volkomen uit Zijn huis zou verhuizen. Vergelijk hierboven de aantekening bij Ezech. 9:3, en die bij vers 4.

hen Namelijk over de cherubim.

Hertaald: hen Namelijk over de cherubim.

Ezechiël 10 vers 20

Dit is het dier, Zie boven vs.15.

Hertaald: Dit is het dier, Zie hierboven vers 15.

onder den Gods Israëls Want deze dieren stonden onder het uitspansel, boven hetwelk de heerlijkheid Gods zich vertoonde. Zie boven Ezech. 1:26 , en hier vs.1.

Hertaald: onder den Gods Israëls Want deze dieren stonden onder het uitspansel, waarboven de heerlijkheid van God zich vertoonde. Zie hierboven Ezech. 1:26 en hier vers 1.

bemerkte, Zulks dat dit gezicht den profeet gediend heeft tot verklaring van het eerste, beschreven boven Eze 1 .

Hertaald: bemerkte, Zodat dit gezicht de profeet gediend heeft tot verklaring van het eerste, dat beschreven is in Ezech. 1.

Ezechiël 10 vers 22

zij gingen ieder recht uit Zie boven Ezech. 1:9 .

Hertaald: zij gingen ieder recht uit Zie hierboven Ezech. 1:9.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het vertrek van de heerlijkheid  — in vier stappen verlaat de heerlijkheid des HEEREN de tempel en de stad (Ezech. 9:3; 10:4,18-19; 11:23)

Het gaat langzaam, en de tekst noemt elke stap apart. Eerst: "de heerlijkheid des Gods van Israel hief zich op van den cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis" (Ezech. 9:3). Dan: "Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk" (Ezech. 10:4). Vervolgens: "Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs", die zich opheffen en stilstaan aan de deur van de Oostpoort (Ezech. 10:18-19). En ten slotte: "En de heerlijkheid des HEEREN rees op van het midden der stad, en stond op den berg, die tegen het oosten der stad is" (Ezech. 11:23). Wat de cherubs en de raderen zijn, legt het register niet uit (reeds behandeld bij Ezech. 1:26-28).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe traag dit gaat. Van het binnenste naar de dorpel, van de dorpel naar de Oostpoort, van de poort naar de berg buiten de stad; het is geen wegvluchten maar een vertrek in stappen, alsof er telkens gewacht wordt. Let vervolgens op wat dit betekent voor de tempel. Het gebouw blijft staan terwijl de heerlijkheid weggaat; wie alleen naar de muren keek, merkte er niets van. Dat is precies waarvoor Jeremia in de tempelpoort waarschuwde (reeds behandeld bij Jer. 7:4). Let ten slotte op de richting. Hij gaat naar de berg ten oosten van de stad, dus naar de Olijfberg. Wat daar in de evangeliën gebeurt, is met deze plaats verbonden; het register zegt daar niet meer van dan dat de Heere Jezus juist vanaf die berg over de stad geweend heeft en er ten hemel is gevaren.

Typologie: De Heere Jezus zei bij Zijn laatste gang uit de tempel: "ziet, uw huis wordt u woest gelaten" (Matt. 23:38). Hij weende over de stad vanaf de Olijfberg (reeds behandeld bij Luk. 19:41), en van diezelfde berg voer Hij op (Hand. 1:12). En Johannes ziet in de nieuwe stad geen tempel meer, omdat God Zelf haar tempel is (reeds behandeld bij Op. 21:22).

Ezech. 9:3; Ezech. 10:4,18-19; Ezech. 11:23; Ezech. 1:26-28; Jer. 7:4; Matt. 23:38; Luk. 19:41; Hand. 1:12; Op. 21:22

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De heerlijkheid ging weg van den dorpel — 10:1-4, 18-19

Ezechiël zit in Babel en krijgt in een gezicht de tempel in Jeruzalem te zien, waar hij zelf niet is. Hij heeft er al gruwelen in gezien die achter gesloten deuren gebeurden. Wat hij nu ziet, gaat niet over wat het volk doet maar over wat God doet.

Stap voor stap verlaat de heerlijkheid van de HEERE de tempel, de stad en ten slotte de berg aan de oostzijde — en de profeet beschrijft elke stap.

Wat dit gezicht zo aangrijpend maakt, is de traagheid ervan. Het gebeurt niet in één keer. Eerst hief de heerlijkheid zich omhoog van boven de cherub naar de dorpel van het huis, en het huis werd vervuld met een wolk en het voorhof was vol van de glans. Daarna ging zij van de dorpel weg en stond boven de cherubs. Vervolgens hieven de cherubs hun vleugels op en bleven staan aan de deur van de Oostpoort. En in het volgende hoofdstuk verlaat zij de stad en gaat staan op de berg die tegen het oosten der stad is. Dat is de Olijfberg.

Vier haltes dus, en bij elke halte staat de heerlijkheid stil. Wie het leest, krijgt de indruk van Iemand die weggaat maar telkens omkijkt.

Het volk merkt er niets van. Dat is het verschrikkelijke aan dit gezicht tegenover dat bij Silo: daar riep een stervende vrouw het uit, hier gaat de eredienst gewoon door. De offers worden gebracht in een leeg huis. Het gebouw is niet veranderd, de maten niet en de dienst niet. Alleen Degene om Wie het ging, is er niet meer.

Daarmee is de lijn van Gods tegenwoordigheid in de Schrift op haar dieptepunt. God wandelde in de hof, en de mens verstopte zich. Hij trok mee in de tabernakel. Hij vulde de tempel van Salomo zo dat de priesters niet konden staan om te dienen. En hier gaat Hij weg, over de Olijfberg de stad uit.

Wat er daarna komt is opmerkelijk. De tweede tempel wordt herbouwd, met steun van een Perzisch koning, en de ouden wenen als het fundament gelegd wordt. Maar nergens staat dat de heerlijkheid neerdaalde. Dat is de stilte waarin het Oude Testament eindigt: een huis dat er staat, en geen wolk die het vult.

De verlossing van die stilte krijgt in het Nieuwe Testament een vorm die niemand had bedacht. Johannes schrijft dat het Woord vlees geworden is en onder ons heeft getabernakeld, en dat wij Zijn heerlijkheid aanschouwd hebben. En bij de laatste hoofdstukken van Ezechiël zelf staat de tegenhanger al: hij ziet de heerlijkheid terugkomen langs precies dezelfde weg, door de Oostpoort naar binnen.

Er is nog een detail dat blijft hangen. De berg waarheen de heerlijkheid vertrok, is de berg waarvandaan Hij later opgevaren is. Twee mannen stonden daarbij en zeiden dat Hij zo terug zou komen als zij Hem hadden zien heenvaren.

  1. Ezechiël 10:4 — De heerlijkheid verplaatst zich van de cherub naar de dorpel van het huis.
  2. Ezechiël 10:18-19 — Van de dorpel naar boven de cherubs, en dan naar de Oostpoort.
  3. Ezechiël 11:23 — En ten slotte uit de stad, naar de berg aan de oostzijde.
  4. Ezra 3:11-12 — De tempel wordt herbouwd, maar van een neerdalende heerlijkheid staat niets.
  5. Johannes 1:14 — Het Woord heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.
  6. Ezechiël 43:1-5 — En de heerlijkheid komt terug langs dezelfde weg: door de Oostpoort.

In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Ezechiël 43:1-5; Handelingen 1:9-12; Mattheüs 23:38; Openbaring 21:3

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Ezechiël 10 niet aan. Wat er in het gezicht zelf staat is de route: van de cherub naar de dorpel, van de dorpel naar de Oostpoort, en in hoofdstuk 11 naar de berg ten oosten van de stad. Dat die berg de Olijfberg is, volgt uit de ligging en niet uit de tekst, die alleen zegt: de berg die tegen het oosten der stad is. De verbinding met de hemelvaart is daarom een opmerking en geen uitleg. Dat de heerlijkheid terugkomt door dezelfde poort, staat wél in Ezechiël 43.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezechiël 10

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content