Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna zagH7200 ik, en zietH2009, boven het uitspanselH7549, hetwelkH834 was overH5921 het hoofdH7218 der cherubsH3742, was als een saffiersteenH5601, als de gedaanteH4758 van de gelijkenisH1823 eens troonsH3678; en Hij verscheenH7200opH5921 dezelve.Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.
KJVThen I looked,1and, behold, in the firmament4that was above the head7of the cherubims8there appeared14over them as it were a sapphire10stone,9as the appearance11of the likeness12of a throne.
1וָאֶרְאֶ֗הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָרָקִ֨יעַ֙H7549uitspansel, uitspanselsfirmament5אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8הַכְּרֻבִ֔יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims9כְּאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)10סַפִּ֔ירH5601Saffier, saffieren, saffiersapphire11כְּמַרְאֵ֖הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision12דְּמ֣וּתH1823gelijkenis, gelijkheidfashion, like (-ness, as), manner, similitude13כִּסֵּ֑אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne14נִרְאָ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
2En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En Hij sprakH559totH413 den manH376, bekleedH3847 met linnenH906, en Hij zeideH559: Ga in totH413tussenH996 de wielenH1534, totH413onderH8478 den cherubH3742, en vulH4390 uw vuistenH2651 met vurigeH784kolenH1513 van tussenH996 de cherubsH3742, en strooiH2236 ze overH5921 de stadH5892; en hij ging in voor mijn ogenH5869.En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.
KJVAnd he spake1unto the man3clothed4with linen,5and said,6Go in7between9the wheels,10even under the cherub,13and fill14thine hand15with coals16of fire17from between18the cherubims,19and scatter20them over the city.22And he went in23in my sight.
1וַיֹּ֜אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4לְבֻ֣שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear5הַבַּדִּ֗יםH906linnenlinen6וַיֹּ֡אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7בֹּא֩H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9בֵּינ֨וֹתH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10לַגַּלְגַּ֜לH1534wielen, raderen, Galgalheaven, rolling thing, wheel11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13לַכְּר֗וּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims14וּמַלֵּ֨אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly15חָפְנֶ֤יךָH2651vuisten, handenfists, (both) hands, hand(-ful)16גַֽחֲלֵיH1513kolen, kool, Vurige kolen(burning) coal17אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot18מִבֵּינ֣וֹתH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within19לַכְּרֻבִ֔יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims20וּזְרֹ֖קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town23וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way24לְעֵינָֽיH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
3De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3De cherubsH3742 nu stondenH5975 ter rechterzijdeH3225 van het huisH1004, als die manH376ingingH935; en een wolkH6051vervuldeH4390 het binnensteH6442voorhofH2691.De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.
KJVNow the cherubims1stood2on the right side3of the house,4when the man6went in;5and the cloud7filled8the inner11court.
1וְהַכְּרֻבִ֗יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims2עֹֽמְדִ֛יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry3מִימִ֥יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south4לַבַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5בְּבֹא֣וֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6הָאִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7וְהֶעָנָ֣ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)8מָלֵ֔אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הֶחָצֵ֖רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village11הַפְּנִימִֽיתH6442binnenste, binnenkameren, binnenpoort(with-) in(-ner, -ward)
4Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen hiefH7311 zich de heerlijkheidH3519 des HEERENH3519omhoogH7311 van boven den cherubH3742, opH5921 den dorpelH4670 van het huisH1004; en het huisH1004 werd vervuldH4390 met een wolkH6051, en het voorhofH2691 was volH4390 van den glansH5051 der heerlijkheid des HEERENH3068.Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVThen the glory2of the LORD3went up1from the cherub,5and stood over the threshold7of the house;8and the house10was filled9with the cloud,12and the court13was full14of the brightness16of the LORD'S18glory.
1וַיָּ֤רָםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms2כְּבוֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַכְּר֔וּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims6עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מִפְתַּ֣ןH4670dorpelthreshold8הַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9וַיִּמָּלֵ֤אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly10הַבַּ֨יִת֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הֶ֣עָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)13וְהֶֽחָצֵר֙H2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village14מָֽלְאָ֔הH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16נֹ֖גַהּH5051glans, licht, schijnendbright(-ness), light, (clear) shining17כְּב֥וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
5En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En het geruisH6963 van de vleugelenH3671 der cherubsH3742 werd gehoordH8085totH5704 het uitersteH2435voorhofH2691, als de stemH6963 des almachtigenH7706GodsH410, wanneer Hij spreektH1696.En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.
KJVAnd the sound1of the cherubims'3wings2was heard4even to the outer7court,6as the voice8of the Almighty10God9when he speaketh.
6Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Het geschieddeH1961 nu, als Hij den manH376, bekleedH3847 met linnenH906, gebodenH6680 had, zeggendeH559: NeemH3947vuurH784 van tussenH996 de wielenH1534, van tussenH996 de cherubsH3742, dat hij ingingH935 en stondH5975 bij een radH212.Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad.
KJVAnd it came to pass, that when he had commanded2the man4clothed5with linen,6saying,7Take8fire9from between the wheels,11from between the cherubims;13then he went in,14and stood15beside16the wheels.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּצַוֺּתוֹ֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5לְבֻֽשׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear6הַבַּדִּים֙H906linnenlinen7לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8קַ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9אֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot10מִבֵּינ֣וֹתH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11לַגַּלְגַּ֔לH1534wielen, raderen, Galgalheaven, rolling thing, wheel12מִבֵּינ֖וֹתH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within13לַכְּרוּבִ֑יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims14וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15וַֽיַּעֲמֹ֔דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry16אֵ֖צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)17הָאוֹפָֽןH212raderen, rad, paswheel
7Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen stakH7971 een cherubH3742 zijn handH3027 uit van tussenH996 de cherubsH3742totH413 het vuurH784, hetwelkH834 was tussenH996 de cherubsH3742, en nam daarvan, en gafH5414 het in de vuistenH2651 desgenen, die met linnenH906bekleedH3847 was; die nam het, en ging uit.Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit.
Ook in dit vers
namH3947
namH5375
KJVAnd one cherub2stretched forth1his hand4from between the cherubims6unto the fire8that was between the cherubims,11and took12thereof, and put13it into the hands15of him that was clothed16with linen:17who took18it, and went out.
1וַיִּשְׁלַח֩H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2הַכְּר֨וּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יָד֜וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5מִבֵּינ֣וֹתH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6לַכְּרוּבִ֗יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָאֵשׁ֙H784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot9אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בֵּינ֣וֹתH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11הַכְּרֻבִ֔יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims12וַיִּשָּׂא֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield13וַיִּתֵּ֔ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15חָפְנֵ֖יH2651vuisten, handenfists, (both) hands, hand(-ful)16לְבֻ֣שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear17הַבַּדִּ֑יםH906linnenlinen18וַיִּקַּ֖חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win19וַיֵּצֵֽאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
8Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Want er werd gezienH7200 aan de cherubsH3742 de gelijkenisH8403 van eens mensenH120handH3027onderH8478 hun vleugelenH3671.Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen.
KJVAnd there appeared1in the cherubims2the form3of a man's5hand4under their wings.
9Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen zagH7200 ik, en zietH2009, vierH702raderenH212 waren bij de cherubsH3742; eenH259radH212 was bij elken cherubH3742; en de gedaanteH4758 der raderenH212 was als de verfH5869 van eenH259turkoois-steenH8658.Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.
KJVAnd when I looked,1behold the four3wheels4by5the cherubims,6one8wheel7by9one11cherub,10and another13wheel12by14another16cherub:15and the appearance17of the wheels18was as the colour19of a beryl21stone.
1וָאֶרְאֶ֗הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see3אַרְבָּעָ֣הH702vier, vierhonderd, veertienfour4אוֹפַנִּים֮H212raderen, rad, paswheel5אֵ֣צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)6הַכְּרוּבִים֒H3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims7אוֹפַ֣ןH212raderen, rad, paswheel8אֶחָ֗דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9אֵ֚צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)10הַכְּר֣וּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims11אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12וְאוֹפַ֣ןH212raderen, rad, paswheel13אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,14אֵ֖צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)15הַכְּר֣וּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims16אֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17וּמַרְאֵה֙H4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision18הָא֣וֹפַנִּ֔יםH212raderen, rad, paswheel19כְּעֵ֖יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)20אֶ֥בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)21תַּרְשִֽׁישׁH8658turkoois, Turkoois, turkoois-steenberyl
10En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En aangaande hun gedaantenH4758, dieH834vierH702 hadden enerleiH259gelijkenisH1823, gelijk of het ware geweest een radH212 in het middenH8432 van een radH212.En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.
KJVAnd as for their appearances,1they four4had one3likeness,2as if a wheel7had been in the midst8of a wheel.
1וּמַ֨רְאֵיהֶ֔םH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision2דְּמ֥וּתH1823gelijkenis, gelijkheidfashion, like (-ness, as), manner, similitude3אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4לְאַרְבַּעְתָּ֑םH702vier, vierhonderd, veertienfour5כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7הָאוֹפַ֖ןH212raderen, rad, paswheel8בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9הָאוֹפָֽןH212raderen, rad, paswheel
11Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Als die gingenH3212, zo gingenH3212 deze op hun vierH702zijdenH7253; zij keerdenH5437 zich nietH3808 om, als zij gingenH3212; maarH3588 de plaatsH4725, waarheen het hoofdH7218zagH6437, dieH834volgdenH3212 zij naH310; zij keerdenH5437 zich nietH3808 om, als zij gingenH3212.Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
KJVWhen they went,1they went5upon their four3sides;4they turned7not as they went,8but to the place10whither the head13looked12they followed15it; they turned17not as they went.
1בְּלֶכְתָּ֗םH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַרְבַּ֤עַתH702vier, vierhonderd, veertienfour4רִבְעֵיהֶם֙H7253zijden, vierendeelfourth part, side, square5יֵלֵ֔כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִסַּ֖בּוּH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)8בְּלֶכְתָּ֑םH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הַמָּק֞וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יִפְנֶ֤הH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)13הָרֹאשׁ֙H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top14אַחֲרָ֣יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15יֵלֵ֔כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִסַּ֖בּוּH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)18בְּלֶכְתָּֽםH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
12Hun ganse lichaam nu, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Hun ganseH3605lichaamH1320 nu, en hun ruggenH1354, en hun handenH3027, en hun vleugelenH3671, mitsgaders de raderenH212, waren volH4392ogenH5869rondomH5439; die vierH702 hadden hun raderenH212.Hun ganse lichaam nu, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen.
KJVAnd their whole body,2and their backs,3and their hands,4and their wings,5and the wheels,6were full7of eyes8round about,9even the wheels11that they four
13Aangaande de raderen, elkeen derzelve werd voor mijn ogen genoemd Galgal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Aangaande de raderenH212, elkeen derzelve werd voor mijn ogen genoemdH7121GalgalH1534.Aangaande de raderen, elkeen derzelve werd voor mijn ogen genoemd Galgal.
Ook in dit vers
orenH241
KJVAs for the wheels,1it was cried3unto them in my hearing,5O wheel.
14En elkeen had vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En elkeen had vierH702aangezichtenH6440; het eersteH259aangezichtH6440 was het aangezichtH6440 eens cherubsH3742, en het tweedeH8145aangezichtH6440 was het aangezichtH6440 eens mensenH120, en het derdeH7992 het aangezichtH6440 eens leeuwsH738, en het vierdeH7243 het aangezichtH6440 eens arendsH5404.En elkeen had vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.
KJVAnd every one3had four1faces:2the first5face4was the face6of a cherub,7and the second9face8was the face10of a man,11and the third12the face13of a lion,14and the fourth15the face16of an eagle.
1וְאַרְבָּעָ֥הH702vier, vierhonderd, veertienfour2פָנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3לְאֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4פְּנֵ֨יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5הָאֶחָ֜דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הַכְּר֗וּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims8וּפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9הַשֵּׁנִי֙H8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)10פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person12וְהַשְּׁלִישִׁי֙H7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)13פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14אַרְיֵ֔הH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)15וְהָרְבִיעִ֖יH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)16פְּנֵיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17נָֽשֶׁרH5404arend, arenden, arendseagle
15En die cherubs hieven zich omhoog; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En die cherubsH3742 hieven zich omhoogH7426; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivierH5104ChebarH3529gezienH7200 had.En die cherubs hieven zich omhoog; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had.
KJVAnd the cherubims2were lifted up.1This is the living creature4that I saw6by the river7of Chebar.
1וַיֵּרֹ֖מּוּH7426verhoogd, Maak, hievenexalt, get (oneself) up, lift up (self), mount up2הַכְּרוּבִ֑יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims3הִ֣יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4הַחַיָּ֔הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6רָאִ֖יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7בִּֽנְהַרH5104rivier, rivieren, stromenflood, river8כְּבָֽרH3529ChebarChebar. Compare H2249 (חָבוֹר)
16En als de cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelven; en als de cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En als de cherubsH3742gingenH3212, zo gingenH3212 die raderenH212 nevens dezelvenH681; en als de cherubsH3742 hun vleugelenH3671ophievenH5375, om zich van de aardeH776 omhoog te heffenH7311, zo keerdenH5437 zich diezelve raderenH212ookH1571nietH3808 om van bij henH1992.En als de cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelven; en als de cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen.
KJVAnd when the cherubims2went,1the wheels4went3by them:5and when the cherubims7lifted up6their wings9to mount up10from the earth,12the same wheels15also17turned14not from beside
1וּבְלֶ֨כֶת֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2הַכְּרוּבִ֔יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims3יֵלְכ֥וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4הָאוֹפַנִּ֖יםH212raderen, rad, paswheel5אֶצְלָ֑םH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)6וּבִשְׂאֵ֨תH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield7הַכְּרוּבִ֜יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כַּנְפֵיהֶ֗םH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)10לָרוּם֙H7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms11מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִסַּ֧בּוּH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)15הָאוֹפַנִּ֛יםH212raderen, rad, paswheel16גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea17הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye18מֵאֶצְלָֽםH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)
17Als die stonden, stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op; want de geest der dieren was in hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Als die stondenH5975, stondenH5975 deze, en als die opgehevenH7311 werden, hievenH7426 zich deze ook op; wantH3588 de geestH7307 der dierenH2416 was in hen.Als die stonden, stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op; want de geest der dieren was in hen.
KJVWhen they stood,1these stood;2and when they were lifted up,3these lifted up4themselves also: for the spirit7of the living creature
1בְּעָמְדָ֣םH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2יַעֲמֹ֔דוּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry3וּבְרוֹמָ֖םH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms4יֵר֣וֹמּוּH7426verhoogd, Maak, hievenexalt, get (oneself) up, lift up (self), mount up5אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7ר֥וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)8הַחַיָּ֖הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9בָּהֶֽם
18Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen ging de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 van bovenH5921 den dorpelH4670 des huizesH1004wegH3318, en stondH5975bovenH5921 de cherubsH3742.Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs.
KJVThen the glory2of the LORD3departed1from off the threshold5of the house,6and stood7over the cherubims.
1וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2כְּב֣וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מִפְתַּ֣ןH4670dorpelthreshold6הַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7וַֽיַּעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַכְּרוּבִֽיםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims
19En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de cherubsH3742hievenH5375 hun vleugelenH3671 op, en verhievenH7426 zich vanH4480 de aardeH776omhoogH4605 voor mijn ogenH5869, als zij uitgingenH3318; en de raderenH212 waren tegenoverH5980 hen; en elkeen stondH5975 aan de deurH6607 der OostpoortH6931 van het huisH1004 des HEERENH3068; en de heerlijkheidH3519 des GodsH430IsraelsH3478 was van boven overH5921 hen.En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.
KJVAnd the cherubims2lifted up1their wings,4and mounted up5from the earth7in my sight:8when they went out,9the wheels10also were beside11them, and every one stood12at the door13of the east17gate14of the LORD'S16house;15and the glory18of the God19of Israel20was over them above.
1וַיִּשְׂא֣וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2הַכְּרוּבִ֣יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כַּ֠נְפֵיהֶםH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)5וַיֵּר֨וֹמּוּH7426verhoogd, Maak, hievenexalt, get (oneself) up, lift up (self), mount up6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הָאָ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8לְעֵינַי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9בְּצֵאתָ֔םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10וְהָאֽוֹפַנִּ֖יםH212raderen, rad, paswheel11לְעֻמָּתָ֑םH5980tegenover, Tegenover, dicht(over) against, at, beside, hard by, in points12וַֽיַּעֲמֹ֗דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry13פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place14שַׁ֤עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)15בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17הַקַּדְמוֹנִ֔יH6931Oostpoort, Oostzee, oudenancient, they that went before, east, (thing of) old18וּכְב֧וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)19אֱלֹהֵֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael21עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22מִלְמָֽעְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very
20Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Dit is hetH1931 dier, dat ik zagH7200onderH8478 den GodsH430IsraelsH3478 bij de rivierH5104ChebarH3529; en ik bemerkteH3045, dat het cherubsH3742 waren.Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.
KJVThis is the living creature2that I saw4under the God6of Israel7by the river8of Chebar;9and I knew10that they were the cherubims.
1הִ֣יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2הַחַיָּ֗הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4רָאִ֛יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6אֱלֹהֵֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8בִּֽנְהַרH5104rivier, rivieren, stromenflood, river9כְּבָ֑רH3529ChebarChebar. Compare H2249 (חָבוֹר)10וָאֵדַ֕עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12כְרוּבִ֖יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims13הֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
21Elkeen had vier aangezichten, en elkeen had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Elkeen had vierH702aangezichtenH6440, en elkeen had vierH702vleugelenH3671; en de gelijkenisH1823 van mensenhandenH3027 was onderH8478 hun vleugelenH3671.Elkeen had vier aangezichten, en elkeen had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen.
KJVEvery one4had four1faces3apiece,7and every onefour2wings;6and the likeness8of the hands9of a man10was under their wings.
22En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En aangaande de gelijkenisH1823 van hun aangezichtenH6440, het waren dezelfde aangezichtenH6440, die ik gezienH7200 had bijH5921 de rivierH5104ChebarH3529, hun gedaantenH4758 en zij zelven; zij gingenH3212iederH376rechtH5676 uit voor zijn aangezichtH6440 henen.En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.
KJVAnd the likeness1of their faces2was the same3faces4which I saw6by the river8of Chebar,9their appearances10and themselves: they went16every one12straight14forward.
1וּדְמ֣וּתH1823gelijkenis, gelijkheidfashion, like (-ness, as), manner, similitude2פְּנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4הַפָּנִ֗יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6רָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8נְהַרH5104rivier, rivieren, stromenflood, river9כְּבָ֔רH3529ChebarChebar. Compare H2249 (חָבוֹר)10מַרְאֵיהֶ֖םH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision11וְאוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14עֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight15פָּנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16יֵלֵֽכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 10:1— Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.Exodus 24:10→Openbaring 4:2→Jesaja 21:8→Jozua 5:13→Ezechiël 1:22→Psalmen 68:17→Jeremia 13:6→Openbaring 1:13→
Ezechiël 10:2— En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.Openbaring 8:5→Ezechiël 1:13→Jeremia 24:8→Ezechiël 9:2→Psalmen 140:10→Exodus 9:8→Jesaja 6:6→Ezechiël 20:47→
Ezechiël 10:3— De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.Ezechiël 43:4→Ezechiël 8:16→Ezechiël 9:3→
Ezechiël 10:4— Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.Ezechiël 1:28→Ezechiël 9:3→Ezechiël 10:18→2 Kronieken 5:13→Exodus 40:35→Ezechiël 11:22→Hagai 2:9→Numeri 16:19→
Ezechiël 10:5— En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.Ezechiël 1:24→Job 40:9→Johannes 12:28→Psalmen 29:3→2 Kronieken 4:9→Exodus 20:18→Ezechiël 46:21→1 Koningen 7:9→
Ezechiël 10:6— Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad.Ezechiël 10:2→Psalmen 80:1→Psalmen 99:1→
Ezechiël 10:7— Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit.Ezechiël 1:13→Mattheüs 13:49→Mattheüs 24:34→Mattheüs 13:41→Ezechiël 10:6→Ezechiël 41:23→
Ezechiël 10:8— Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen.Ezechiël 1:8→Ezechiël 10:21→Jesaja 6:6→
Ezechiël 10:9— Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.Openbaring 21:20→Daniël 10:6→Ezechiël 1:15→
Ezechiël 10:10— En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.Ezechiël 1:16→Psalmen 104:24→Psalmen 36:6→Psalmen 97:2→Romeinen 11:33→
Ezechiël 10:11— Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.Ezechiël 1:17→Ezechiël 10:22→Mattheüs 8:8→Ezechiël 1:20→
Ezechiël 10:12— Hun ganse lichaam nu, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen.Ezechiël 1:18→Openbaring 4:8→Openbaring 4:6→
Ezechiël 10:14— En elkeen had vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.1 Koningen 7:36→Openbaring 4:7→1 Koningen 7:29→Ezechiël 10:21→Ezechiël 1:6→
Ezechiël 10:15— En die cherubs hieven zich omhoog; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had.Ezechiël 1:5→Ezechiël 10:18→Ezechiël 11:22→Ezechiël 1:3→Ezechiël 1:13→Ezechiël 43:3→Ezechiël 8:6→Hosea 9:12→
Ezechiël 10:16— En als de cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelven; en als de cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen.Ezechiël 1:19→
Ezechiël 10:17— Als die stonden, stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op; want de geest der dieren was in hen.Ezechiël 1:20→Romeinen 8:2→Ezechiël 1:12→Openbaring 11:11→Genesis 2:7→
Ezechiël 10:18— Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs.Psalmen 18:10→Hosea 9:12→2 Koningen 2:11→Psalmen 78:60→Genesis 3:24→Jeremia 6:8→Ezechiël 10:3→Jeremia 7:12→
Ezechiël 10:19— En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.Ezechiël 11:1→Ezechiël 10:1→Ezechiël 1:26→Ezechiël 11:22→Ezechiël 43:4→Ezechiël 1:17→Ezechiël 8:16→
Ezechiël 10:20— Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.Ezechiël 1:1→Ezechiël 10:15→Ezechiël 3:23→Ezechiël 1:22→1 Koningen 6:29→1 Koningen 7:36→Ezechiël 1:5→
Ezechiël 10:21— Elkeen had vier aangezichten, en elkeen had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen.Ezechiël 1:6→Ezechiël 41:18→Ezechiël 10:14→Openbaring 4:7→Ezechiël 1:8→
Ezechiël 10:22— En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.Ezechiël 1:10→Ezechiël 10:11→Hosea 14:9→Ezechiël 1:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 10 vers 1— Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.
zag ik,
Te weten in den geest. Want de profeet was in optrekking der zinnen.
Hertaald:zag ik,
Namelijk in de geest. Want de profeet was in vervoering van de zinnen.
uitspansel,
Zie boven Ezech. 1:22 , en vergelijk aldaar Ezech. 1:26 .
Hertaald:uitspansel,
Zie hierboven Ezech. 1:22, en vergelijk daar Ezech. 1:26.
cherubs,
Dat is, de gelijkenis van cherubim; zie van dezen Gen. 3:24 . Zij worden boven Ezech. 1:5 , dieren genaamd, en waren vier in getal. Zie de aantekening.
Hertaald:cherubs,
Dat is: de gelijkenis van cherubim; zie over hen Gen. 3:24. Zij worden hierboven in Ezech. 1:5 dieren genoemd en waren vier in getal. Zie de aantekening daar.
saffiersteen,
Zie boven Ezech. 1:26 .
Hertaald:saffiersteen,
Zie hierboven Ezech. 1:26.
troons;
Zie boven Ezech. 1:26 .
Hertaald:troons;
Zie hierboven Ezech. 1:26.
Hij verscheen
Te weten God, die onder genoemd wordt de Heere, vs.18, en de God van Israël, vs.19.
Hertaald:Hij verscheen
Namelijk God, Die hieronder de HEERE genoemd wordt in vers 18 en de God van Israël in vers 19.
op dezelve
Te weten het uitspansel en den troon. Of, boven dezelve, te weten cherubim.
Hertaald:op dezelve
Namelijk het uitspansel en de troon. Of: boven hen, namelijk de cherubim.
Ezechiël 10 vers 2— En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.
den man,
Zie van dezen boven Ezech. 9:2 . Als men door Hem hier verstaat den Heere Christus, zo wordt Hij hier aangezien als de rechter der goddelozen.
Hertaald:den man,
Zie over hem hierboven Ezech. 9:2. Wanneer men Hem hier opvat als de Heere Christus, dan wordt Hij hier gezien als de Rechter van de goddelozen.
tot tussen
Hebreeuws, tot de tussenheden der wielen; dat is, tot in het midden derzelve, alzo in het volgende.
Hertaald:tot tussen
Hebreeuws: tot de tussenruimten van de wielen; dat is: tot in het midden daarvan; zo ook in het vervolg.
wielen,
Versta door deze de raderen, welker beschrijving en betekenis zie boven Ezech. 1:15 .
Hertaald:wielen,
Versta hieronder de raderen, waarvan de beschrijving en de betekenis staan in Ezech. 1:15.
tot onder den cherub,
Want de wielen of raderen waren bij de cherubim is.
Hertaald:tot onder den cherub,
Want de wielen of raderen bevonden zich bij de cherubim.
vurige kolen
Welke afbeeldingen waren van Gods rechtvaardige straffen, zie boven Ezech. 1:13 , en vergelijk Ps. 18:9 .
Hertaald:vurige kolen
Die afbeeldingen waren van Gods rechtvaardige straffen; zie hierboven Ezech. 1:13 en vergelijk Ps. 18:9.
van tussen de cherubs,
Hebreeuws, van de tussenheden der cherubim; dat is van de plaats, die tussen de cherubim is.
Hertaald:van tussen de cherubs,
Hebreeuws: van de tussenruimten van de cherubim; dat is: van de plaats die tussen de cherubim is.
strooi ze over de stad;
Tot een teken dat zij verteerd zal worden door een brand van het zwaard, honger en pest, ja ook met stoffelijk vuur; 2 Kon. 25:9 .
Hertaald:strooi ze over de stad;
Als teken dat zij verteerd zal worden door een brand van zwaard, honger en pest, ja ook door werkelijk vuur; 2 Kon. 25:9.
hij ging in
Namelijk de man met linnen bekleed.
Hertaald:hij ging in
Namelijk de man die met linnen bekleed was.
voor mijn ogen
Dat is, dat ik Hem met mijne ogen in dit gezicht aanschouwde.
Hertaald:voor mijn ogen
Dat is: zodat ik Hem in dit gezicht met mijn ogen zag.
Ezechiël 10 vers 3— De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.
ter rechterzijde
Dat is, aan de noordzijde, welke zag naar het land der Chaldeën, tot een teken dat des tempels en der Joden verderf vandaar komen zou.
Hertaald:ter rechterzijde
Dat is: aan de noordzijde, die naar het land van de Chaldeeën keek — als teken dat het verderf van de tempel en van de Joden vandaar zou komen.
van het huis,
Dat is, van den tempel des Heeren, welverstaande in het binnenste voorhof, gelijk blijkt uit de volgende woorden van vs.3.
Hertaald:van het huis,
Dat is: van de tempel van de HEERE, en wel in het binnenste voorhof, zoals blijkt uit het vervolg van vers 3.
wolk
Welke betekende Gods gramschap en de verstoring, die den tempel was nakende. Zo is de wolk hier een teken van Gods toorn en de aanstaande zwarigheden, gelijk Ps. 18:12-13 , en niet van zijn genadige bijwoning, gelijk wel Ex. 40:34 ; Num. 9:15 ; 1 Kon. 8:10-11 .
Hertaald:wolk
Die Gods toorn betekende en de verwoesting die de tempel te wachten stond. Zo is de wolk hier een teken van Gods toorn en van de aanstaande rampen, zoals Ps. 18:12-13, en niet van Zijn genadige inwoning, zoals wel in Ex. 40:34; Num. 9:15; 1 Kon. 8:10-11.
binnenste voorhof
Hetwelk was het voorhof der priesters; zie 1 Kon. 6:36 .
Hertaald:binnenste voorhof
Dat het voorhof van de priesters was; zie 1 Kon. 6:36.
Ezechiël 10 vers 4— Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.
de heerlijkheid des HEEREN
Zie boven Ezech. 1:28 .
Hertaald:de heerlijkheid des HEEREN
Zie hierboven Ezech. 1:28.
van boven
Te weten, waarop de Heere in het heilige der heiligen zijn gewone woning gehad had; 1 Sam. 4:4 ; Ps. 80:2 ; Jes. 37:16 . Of, van op deze vier cherubim tot den dorpel des huizes.
Hertaald:van boven
Namelijk waarop de HEERE in het heilige der heiligen Zijn gewone woonplaats gehad had; 1 Sam. 4:4; Ps. 80:2; Jes. 37:16. Of: van boven deze vier cherubim tot de drempel van het huis.
cherub,
Of, cherubim, want het enkelvoudig getal is hier voor het veelvoudig genomen. Zie boven vs.1, en Ezech. 9:3 .
Hertaald:cherub,
Of: cherubim, want het enkelvoud staat hier voor het meervoud. Zie hierboven vers 1 en Ezech. 9:3.
op den dorpel
Tot een teken dat God van den tempel en van dat volk verhuizen wilde.
Hertaald:op den dorpel
Als teken dat God van de tempel en van dat volk wilde verhuizen.
huis; en het huis werd vervuld met een wolk,
Dat is, van het deel des tempels, genaamd het heilige. Eerst is GOd gescheiden van het allerheiligste, boven Ezech. 9:3 ; nu scheidt Hij ook uit het heilige.
Hertaald:huis; en het huis werd vervuld met een wolk,
Dat is: van het deel van de tempel dat het heilige heet. Eerst is God van het allerheiligste geweken, Ezech. 9:3; nu wijkt Hij ook uit het heilige.
voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN
Te weten het binnenste, anders genaamd het voorhof der priesters.
Hertaald:voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN
Namelijk het binnenste, elders het voorhof van de priesters genoemd.
Ezechiël 10 vers 5— En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.
geruis
Dit wordt breder bij gelijkenissen beschreven, boven Ezech. 1:24 .
Hertaald:geruis
Dit wordt uitvoeriger met vergelijkingen beschreven in Ezech. 1:24.
vleugelen
Zie boven Ezech. 1:6 .
Hertaald:vleugelen
Zie hierboven Ezech. 1:6.
cherubs
Te weten die alzo deze rechtvaardige verhuizing des Heeren als met lofzegging toestemden, of de verschrikkelijke zwarigheid, die daarop zou volgen als met ontzetting voorzegden.
Hertaald:cherubs
Namelijk die daarmee deze rechtvaardige verhuizing van de HEERE als met lofzegging instemden, of de verschrikkelijke rampen die daarop zouden volgen als met ontzetting voorzegden.
het uiterste voorhof,
Anders genaamd het grote voorhof; zie 1 Kon. 7:9 , en de aantekening.
Hertaald:het uiterste voorhof,
Elders het grote voorhof genoemd; zie 1 Kon. 7:9 met de aantekening.
als de stem
Zie boven Ezech. 1:24 .
Hertaald:als de stem
Zie hierboven Ezech. 1:24.
almachtigen Gods,
Zie Gen. 17:1 .
Hertaald:almachtigen Gods,
Zie Gen. 17:1.
Ezechiël 10 vers 6— Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad.
Hij den man,
Namelijk de Heere, wiens heerlijkheid beschreven is boven vs.4.
Hertaald:Hij den man,
Namelijk de HEERE, Wiens heerlijkheid beschreven is in vers 4.
vuur
Genaamd boven vs.2, vurige kolen. Het vuur betekent Gods toorn en wraak; zie Job 22:20 .
Hertaald:vuur
Hierboven in vers 2 vurige kolen genoemd. Het vuur betekent Gods toorn en wraak; zie Job 22:20.
van tussen de wielen,
Zie boven vs.2.
Hertaald:van tussen de wielen,
Zie hierboven vers 2.
een rad
Te weten van de vier raderen of wielen, die bij de cherubim waren. Anders: bij de raderen. En zo wordt hier het enkelvoudig getal voor het veelvoudig genomen; vergelijk boven vs.4, de aantekening op het woord cherub.
Hertaald:een rad
Namelijk een van de vier raderen of wielen die bij de cherubim waren. Anders: bij de raderen. Zo staat hier het enkelvoud voor het meervoud; vergelijk hierboven vers 4, de aantekening bij het woord cherub.
Ezechiël 10 vers 7— Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit.
een cherub zijn hand uit
Te weten een van die vier, van wie zie boven Ezech. 1:5 , en de aantekening.
Hertaald:een cherub zijn hand uit
Namelijk een van die vier; zie over hen hierboven Ezech. 1:5 met de aantekening.
ging uit
Te weten om dat te strooien over de stad Jeruzalem; hetwelk hier wel geschied is in een gezicht tot voorzegging van het toekomende, maar weinige jaren hierna inderdaad tot vervulling van het voorzegde.
Hertaald:ging uit
Namelijk om dat over de stad Jeruzalem te strooien. Hier gebeurde dat in een gezicht als voorzegging van de toekomst, maar enkele jaren hierna werkelijk, tot vervulling van het voorzegde.
Ezechiël 10 vers 8— Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen.
er werd gezien aan de cherubs
Zie boven Ezech. 1:8 .
Hertaald:er werd gezien aan de cherubs
Zie hierboven Ezech. 1:8.
hand
Versta evenwel dat zij elk twee handen hadden; een enkel getal voor een veelvoudig. Vergelijk boven vs.4, op het woord cherub, idem onder vs.21.
Hertaald:hand
Versta toch dat zij ieder twee handen hadden; een enkelvoud voor een meervoud. Vergelijk hierboven vers 4 bij het woord cherub, en hieronder vers 21.
Ezechiël 10 vers 9— Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.
vier raderen
Zie boven Ezech. 1:15 .
Hertaald:vier raderen
Zie hierboven Ezech. 1:15.
de cherubs;
Welke ook vier waren in getal, boven Ezech. 1:5 , waar zij dieren genoemd worden. Zie de aantekening.
Hertaald:de cherubs;
Die ook vier in getal waren, Ezech. 1:5, waar zij dieren genoemd worden. Zie de aantekening daar.
een rad was bij elken cherub;
Hebreeuws, een rad bij een cherub, en een rad bij een cherub; dat is bij elken cherub een rad. Zie van deze manier van spreken Gen. 7:2 , en Num. 7:11 , en Num. 13:2 .
Hertaald:een rad was bij elken cherub;
Hebreeuws: een rad bij een cherub, en een rad bij een cherub; dat is: bij elke cherub één rad. Zie over deze manier van spreken Gen. 7:2, Num. 7:11 en Num. 13:2.
Turkoois-steen
Een edelgesteente, van hetwelk zie boven Ezech. 1:16 .
Hertaald:Turkoois-steen
Een edelsteen; zie daarover hierboven Ezech. 1:16.
Ezechiël 10 vers 10— En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.
enerlei gelijkenis,
Welke betekent dat in al Gods werken en wonderbare gelijkheid is van wijze, orde en volmaaktheid.
Hertaald:enerlei gelijkenis,
Dat betekent dat er in al Gods werken een wonderlijke gelijkvormigheid van wijze, orde en volmaaktheid is.
gelijk of het ware geweest
Zie boven Ezech. 1:15 , op de woorden vier aangezichten. Idem zie de aantekening in Ezech. 1:16 .
Hertaald:gelijk of het ware geweest
Zie hierboven Ezech. 1:15 bij de woorden: vier aangezichten. Zie eveneens de aantekening bij Ezech. 1:16.
Ezechiël 10 vers 11— Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
die gingen,
Te weten de cherubim, bij wie de raderen waren. Zie boven Ezech. 1:9 .
Hertaald:die gingen,
Namelijk de cherubim, bij wie de raderen waren. Zie hierboven Ezech. 1:9.
deze op hun vier zijden;
Te weten de raderen. Zie boven Ezech. 1:17 .
Hertaald:deze op hun vier zijden;
Namelijk de raderen. Zie hierboven Ezech. 1:17.
zij keerden zich niet om,
Zie boven Ezech. 1:17 .
Hertaald:zij keerden zich niet om,
Zie hierboven Ezech. 1:17.
hoofd zag,
Versta een der vier hoofden, die iedere cherub had, welke tegen de vier winden zagen.
Hertaald:hoofd zag,
Versta: een van de vier hoofden die elke cherub had en die naar de vier windstreken keken.
Ezechiël 10 vers 12— Hun ganse lichaam nu, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen.
Hun ganse
Te weten der cherubim, wien hier ogen toegeschreven worden, [hoewel niet in het eerste gezicht, boven Eze 1] , betekenende de voorzienigheid Gods, waardoor zij verlicht worden en al hun werk wijselijk bestuurd en uitgevoerd wordt. Vergelijk boven Ezech. 1:18 , waar van de ogen der raderen gesproken is.
Hertaald:Hun ganse
Namelijk van de cherubim, aan wie hier ogen toegeschreven worden (hoewel niet in het eerste gezicht, Ezech. 1). Die betekenen de voorzienigheid van God, waardoor zij verlicht worden en al hun werk wijs bestuurd en uitgevoerd wordt. Vergelijk hierboven Ezech. 1:18, waar over de ogen van de raderen gesproken is.
lichaam nu,
Hebreeuws, vlees. Want het lichaam van de mensen bestaat uit vlees. Zie Job 12:10 .
Hertaald:lichaam nu,
Hebreeuws: vlees. Want het lichaam van de mensen bestaat uit vlees. Zie Job 12:10.
die vier hadden hun raderen
Te weten cherubim; zie Ezech. 1:15 ; idem hier vs.9. De zin is dat iedere cherub een rad had.
Hertaald:die vier hadden hun raderen
Namelijk de cherubim; zie Ezech. 1:15 en hier vers 9. De betekenis is dat elke cherub één rad had.
Ezechiël 10 vers 13— Aangaande de raderen, elkeen derzelve werd voor mijn ogen genoemd Galgal.
voor mijn oren genoemd Galgal
Dat is dat ik het hoorde, werd elk rad genoemd galgal, dat is wiel, of kogel, of kloot, of aldus: Daar werd tot hen geroepen: o wiel, of het wiel, enz.
Hertaald:voor mijn oren genoemd Galgal
Dat is: zodat ik het hoorde, werd elk rad galgal genoemd, dat is: wiel, of kogel, of bol. Of aldus: er werd tot hen geroepen: o wiel, of: het wiel, enzovoort.
Ezechiël 10 vers 14— En elkeen had vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens cherubs, en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.
elkeen had vier aangezichten;
In dit gezicht is enig onderscheid in de orde en benaming van het gezicht, boven Eze 1 ; hoewel het inderdaad hetzelfde geweest is; zie onder vs.15, 22.
Hertaald:elkeen had vier aangezichten;
In dit gezicht is enig verschil in de volgorde en de benaming ten opzichte van het gezicht in Ezech. 1, hoewel het in werkelijkheid hetzelfde geweest is; zie hieronder vers 15 en 22.
eerste aangezicht
Te weten van elk der cherubim. Nu dit eerste aangezicht van des cherub was, dat voorwaarts uitzag, het tweede, dat naar de rechterhand, het derde, naar de linkerhand, het vierde achterwaarts uitzag. Zulke vier aangezichten hadden zij alle vier. Hebreeuws, het aangezicht van den eersten.
Hertaald:eerste aangezicht
Namelijk van elk van de cherubim. Dit eerste aangezicht van de cherub was het aangezicht dat naar voren keek, het tweede keek naar rechts, het derde naar links en het vierde naar achteren. Zulke vier aangezichten hadden zij alle vier. Hebreeuws: het aangezicht van de eerste.
cherubs,
Sommigen menen dat hier in de plaats van een ossen aangezicht gesteld wordt het aangezicht van den cherub, om te tonen dat zij allen cherubim geweest zijn. Anderen stellen andere redenen.
Hertaald:cherubs,
Sommigen menen dat hier in plaats van een ossenaangezicht het aangezicht van de cherub genoemd wordt, om te tonen dat zij alle cherubim geweest zijn. Anderen geven andere redenen.
Ezechiël 10 vers 15— En die cherubs hieven zich omhoog; dit was hetzelfde dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had.
dit was hetzelfde dier,
Of, dit waren even de dieren; een enkelvoudig getal voor een veelvoudig. Hij spreekt van de vier dieren, waarvan te zien is boven Ezech. 1:5 .
Hertaald:dit was hetzelfde dier,
Of: dit waren juist de dieren; een enkelvoud voor een meervoud. Hij spreekt over de vier dieren, waarover te lezen is in Ezech. 1:5.
Ezechiël 10 vers 17— Als die stonden, stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op; want de geest der dieren was in hen.
die stonden,
Te weten de cherubim.
Hertaald:die stonden,
Namelijk de cherubim.
deze ,
Te weten de raderen; alzo in het volgende.
Hertaald:deze ,
Namelijk de raderen; zo ook in het vervolg.
want de geest der dieren was in hen
Te weten de Heilige Geest; zie boven Ezech. 1:12 . Anders: de Geest des levens.
Hertaald:want de geest der dieren was in hen
Namelijk de Heilige Geest; zie hierboven Ezech. 1:12. Anders: de Geest des levens.
Ezechiël 10 vers 18— Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs.
de heerlijkheid des HEEREN
Dat is, God, die heerlijk is. Zie boven Ezech. 1:28 .
Hertaald:de heerlijkheid des HEEREN
Dat is: God, Die heerlijk is. Zie hierboven Ezech. 1:28.
van boven den dorpel des huizes weg,
Te weten waarop zij tevoren van de cherubim gekomen was. Zie boven vs.4, en de aantekening.
Hertaald:van boven den dorpel des huizes weg,
Namelijk waar zij tevoren vanaf de cherubim gekomen was. Zie hierboven vers 4 met de aantekening.
stond boven de cherubs
Of, stelde hen.
Hertaald:stond boven de cherubs
Of: stelde hen.
Ezechiël 10 vers 19— En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.
voor mijn ogen,
Dat is, dat ik het aanzag, te weten met de ogen mijns geestes, zijnde in optrekking der zinnen.
Hertaald:voor mijn ogen,
Dat is: zodat ik het zag, namelijk met de ogen van mijn geest, terwijl ik in vervoering van de zinnen was.
tegenover hen;
Of, nevens hen.
Hertaald:tegenover hen;
Of: naast hen.
stond aan de deur
Of, bleef staan.
Hertaald:stond aan de deur
Of: bleef staan.
der Oostpoort
Of, voorste poort. Sommigen verstaan door deze poort de poort van het voorhof der priesters; anderen de poort van het voorhof des volks. Dit betekende dat God eindelijk ten enenmale uit zijn huis verhuizen zou. Vergelijk boven de aantekening Ezech. 9:3 , en in vs.4.
Hertaald:der Oostpoort
Of: voorste poort. Sommigen verstaan onder deze poort de poort van het voorhof van de priesters, anderen de poort van het voorhof van het volk. Dit betekende dat God ten slotte volkomen uit Zijn huis zou verhuizen. Vergelijk hierboven de aantekening bij Ezech. 9:3, en die bij vers 4.
hen
Namelijk over de cherubim.
Hertaald:hen
Namelijk over de cherubim.
Ezechiël 10 vers 20— Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.
Dit is het dier,
Zie boven vs.15.
Hertaald:Dit is het dier,
Zie hierboven vers 15.
onder den Gods Israëls
Want deze dieren stonden onder het uitspansel, boven hetwelk de heerlijkheid Gods zich vertoonde. Zie boven Ezech. 1:26 , en hier vs.1.
Hertaald:onder den Gods Israëls
Want deze dieren stonden onder het uitspansel, waarboven de heerlijkheid van God zich vertoonde. Zie hierboven Ezech. 1:26 en hier vers 1.
bemerkte,
Zulks dat dit gezicht den profeet gediend heeft tot verklaring van het eerste, beschreven boven Eze 1 .
Hertaald:bemerkte,
Zodat dit gezicht de profeet gediend heeft tot verklaring van het eerste, dat beschreven is in Ezech. 1.
Ezechiël 10 vers 22— En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.
zij gingen ieder recht uit
Zie boven Ezech. 1:9 .
Hertaald:zij gingen ieder recht uit
Zie hierboven Ezech. 1:9.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het vertrek van de heerlijkheid — in vier stappen verlaat de heerlijkheid des HEEREN de tempel en de stad (Ezech. 9:3; 10:4,18-19; 11:23)
Het gaat langzaam, en de tekst noemt elke stap apart. Eerst: "de heerlijkheid des Gods van Israel hief zich op van den cherub, waarop Hij was, tot den dorpel van het huis" (Ezech. 9:3). Dan: "Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk" (Ezech. 10:4). Vervolgens: "Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs", die zich opheffen en stilstaan aan de deur van de Oostpoort (Ezech. 10:18-19). En ten slotte: "En de heerlijkheid des HEEREN rees op van het midden der stad, en stond op den berg, die tegen het oosten der stad is" (Ezech. 11:23). Wat de cherubs en de raderen zijn, legt het register niet uit (reeds behandeld bij Ezech. 1:26-28).
Bijbelse betekenis: Merk op hoe traag dit gaat. Van het binnenste naar de dorpel, van de dorpel naar de Oostpoort, van de poort naar de berg buiten de stad; het is geen wegvluchten maar een vertrek in stappen, alsof er telkens gewacht wordt. Let vervolgens op wat dit betekent voor de tempel. Het gebouw blijft staan terwijl de heerlijkheid weggaat; wie alleen naar de muren keek, merkte er niets van. Dat is precies waarvoor Jeremia in de tempelpoort waarschuwde (reeds behandeld bij Jer. 7:4). Let ten slotte op de richting. Hij gaat naar de berg ten oosten van de stad, dus naar de Olijfberg. Wat daar in de evangeliën gebeurt, is met deze plaats verbonden; het register zegt daar niet meer van dan dat de Heere Jezus juist vanaf die berg over de stad geweend heeft en er ten hemel is gevaren.
Typologie: De Heere Jezus zei bij Zijn laatste gang uit de tempel: "ziet, uw huis wordt u woest gelaten" (Matt. 23:38). Hij weende over de stad vanaf de Olijfberg (reeds behandeld bij Luk. 19:41), en van diezelfde berg voer Hij op (Hand. 1:12). En Johannes ziet in de nieuwe stad geen tempel meer, omdat God Zelf haar tempel is (reeds behandeld bij Op. 21:22).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De heerlijkheid ging weg van den dorpel — 10:1-4, 18-19
Ezechiël zit in Babel en krijgt in een gezicht de tempel in Jeruzalem te zien, waar hij zelf niet is. Hij heeft er al gruwelen in gezien die achter gesloten deuren gebeurden. Wat hij nu ziet, gaat niet over wat het volk doet maar over wat God doet.
Stap voor stap verlaat de heerlijkheid van de HEERE de tempel, de stad en ten slotte de berg aan de oostzijde — en de profeet beschrijft elke stap.
Wat dit gezicht zo aangrijpend maakt, is de traagheid ervan. Het gebeurt niet in één keer. Eerst hief de heerlijkheid zich omhoog van boven de cherub naar de dorpel van het huis, en het huis werd vervuld met een wolk en het voorhof was vol van de glans. Daarna ging zij van de dorpel weg en stond boven de cherubs. Vervolgens hieven de cherubs hun vleugels op en bleven staan aan de deur van de Oostpoort. En in het volgende hoofdstuk verlaat zij de stad en gaat staan op de berg die tegen het oosten der stad is. Dat is de Olijfberg.
Vier haltes dus, en bij elke halte staat de heerlijkheid stil. Wie het leest, krijgt de indruk van Iemand die weggaat maar telkens omkijkt.
Het volk merkt er niets van. Dat is het verschrikkelijke aan dit gezicht tegenover dat bij Silo: daar riep een stervende vrouw het uit, hier gaat de eredienst gewoon door. De offers worden gebracht in een leeg huis. Het gebouw is niet veranderd, de maten niet en de dienst niet. Alleen Degene om Wie het ging, is er niet meer.
Daarmee is de lijn van Gods tegenwoordigheid in de Schrift op haar dieptepunt. God wandelde in de hof, en de mens verstopte zich. Hij trok mee in de tabernakel. Hij vulde de tempel van Salomo zo dat de priesters niet konden staan om te dienen. En hier gaat Hij weg, over de Olijfberg de stad uit.
Wat er daarna komt is opmerkelijk. De tweede tempel wordt herbouwd, met steun van een Perzisch koning, en de ouden wenen als het fundament gelegd wordt. Maar nergens staat dat de heerlijkheid neerdaalde. Dat is de stilte waarin het Oude Testament eindigt: een huis dat er staat, en geen wolk die het vult.
De verlossing van die stilte krijgt in het Nieuwe Testament een vorm die niemand had bedacht. Johannes schrijft dat het Woord vlees geworden is en onder ons heeft getabernakeld, en dat wij Zijn heerlijkheid aanschouwd hebben. En bij de laatste hoofdstukken van Ezechiël zelf staat de tegenhanger al: hij ziet de heerlijkheid terugkomen langs precies dezelfde weg, door de Oostpoort naar binnen.
Er is nog een detail dat blijft hangen. De berg waarheen de heerlijkheid vertrok, is de berg waarvandaan Hij later opgevaren is. Twee mannen stonden daarbij en zeiden dat Hij zo terug zou komen als zij Hem hadden zien heenvaren.
Ezechiël 10:4 — De heerlijkheid verplaatst zich van de cherub naar de dorpel van het huis.
Ezechiël 10:18-19 — Van de dorpel naar boven de cherubs, en dan naar de Oostpoort.
Ezechiël 11:23 — En ten slotte uit de stad, naar de berg aan de oostzijde.
Ezra 3:11-12 — De tempel wordt herbouwd, maar van een neerdalende heerlijkheid staat niets.
Johannes 1:14 — Het Woord heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.
Ezechiël 43:1-5 — En de heerlijkheid komt terug langs dezelfde weg: door de Oostpoort.
In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Ezechiël 43:1-5; Handelingen 1:9-12; Mattheüs 23:38; Openbaring 21:3
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Ezechiël 10 niet aan. Wat er in het gezicht zelf staat is de route: van de cherub naar de dorpel, van de dorpel naar de Oostpoort, en in hoofdstuk 11 naar de berg ten oosten van de stad. Dat die berg de Olijfberg is, volgt uit de ligging en niet uit de tekst, die alleen zegt: de berg die tegen het oosten der stad is. De verbinding met de hemelvaart is daarom een opmerking en geen uitleg. Dat de heerlijkheid terugkomt door dezelfde poort, staat wél in Ezechiël 43.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
IV. Vs. 1-22.KruisverwijzingenEzechiël 1:28→Openbaring 8:5→Ezechiël 1:24→Exodus 24:10→Ezechiël 1:13→Job 40:9→Ezechiël 10:2→Ezechiël 1:8→ — Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve. En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen. De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof. Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN. En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt. Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad. Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit. Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen. Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen. En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad. Ezechiël krijgt ook een tweede bedrijf van het gevolg in een gezicht te aanschouwen, hoe namelijk de stad met vuur zal worden verbrand en God Zijnen tempel zal verlaten. Het gezicht begint met dezelfde verschijning hier in het voorhof der priesteren aan de zuidzijde van het brandoffer-altaar, welke zich aan den Profeet vóór meer dan een jaar bij zijne roeping aan de wateren van dan Chebar vertoond heeft; de troonzetel boven de hoofden der Cherubim is echter ledig, hier toch moet openbaar worden, dat deze troonzetel wordt ingenomen door Hem, die boven de Cherubim in het Allerheilige Zijnen troon had. De heerlijkheid des Heeren treedt dan ook van daar uit op den drempel des huizes, en geeft den man in linnen bevel tussen de Cherubim dier verschijning vuur weg te nemen, en het verbranden der stad met wezenlijk vuur te volbrengen. Maar daarna, terwijl de heerlijkheid des Heeren van den drempel des huizes zich verheft op den troon boven de Cherubim, zetten dezen zich met het raderwerk in beweging, om het verlaten van den tempel van de zijde der heerlijkheid des Heeren te bewerken.
KruisverwijzingenExodus 24:10→Openbaring 4:2→Jesaja 21:8→Jozua 5:13→Ezechiël 1:22→Psalmen 68:17→Jeremia 13:6→Openbaring 1:13→— Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve.
Daarna zag ik, wederom lettende op de openbaring Gods (Hoofdst. 8:4), en ziet boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der Cherubs (Hoofdst. 1:22), was als een saffiersteen, en die steen was als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij, de HEERE, verscheen op dezelve 1) boven de Cherubim en den hemel, die boven deze was (1:26).
God heeft aan de Joden willen betuigen, dat Hij niets meer gemeens had met hen, dewijl Hij voornemens was den tempel te verlaten en vervolgens de gehele stad door brand te vernielen. Maar opdat deze dreiging de Joden niet koud zou laten, daarom wordt de vreselijke Majesteit Gods voorgesteld, welke zelfs bij den gevoelloze vrees zou instorten. De Profeet spreekt niet van de gestalte des HEEREN. Hij beschrijft de gestalte Gods niet, maar Hij spreekt alleen van de gelijkenis des troons. Hij ziet den Allerhoogste verschijnen op den troon en aanschouwt aldus Zijne heerlijkheid.
KruisverwijzingenOpenbaring 8:5→Ezechiël 1:13→Jeremia 24:8→Ezechiël 9:2→Psalmen 140:10→Exodus 9:8→Jesaja 6:6→Ezechiël 20:47→— En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.
En Hij, de Heere, die hier niet eveneens als in Hoofdst. 1:26 vv. op den troon zat, maar als in Hoofdst. 9:3 op den drempel aan het huis stond, sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zei, toen deze hem het bericht in Hoofdst. 9:11 had gegeven: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den Cherub 1) (Hoofdst. 1:15 vv.), en vul uwe vuisten met vurige kolen van tussen de Cherubs (Hoofdst. 1:13), en strooi ze over de stad; en hij, de man in het linnen, ging in tussen de raderen onder den Cherub op de vs. 6 en 7 genoemde wijze, voor mijne ogen.
In plaats van de levende wezens stelt hij nu de Cherubim. Het is echter niet twijfelachtig of die levende wezens, waarover Hij te voren heeft gesproken, zijn Cherubim geweest. Maar dewijl nu het visioen in den tempel wordt waargenomen, begint God Zijn knecht gemeenzamer te openbaren wat te voren te duister was. Hij nu had aan de rivier Chebar vier levende wezens gezien, dus in een profane landstreek. Waar dus de ballingen, Joden en Israëlieten, verre van den tempel waren, is het niet te verwonderen, indien Hij aan Zijn Profeet niet zo bepaald verscheen, evenals Hij het nu doet, waar deze in den tempel is overgebracht. Ofschoon nu de Profeet de plaats niet verwisseld heeft, scheen hij echter niet te vergeefs naar Jeruzalem te zijn overgebracht om te zien wat in den tempel plaats had. Dit is de reden waarom hij nu Cherubim noemt, die hij vroeger eenvoudig levende wezens heeft geheten. Die Ezechiël in Hoofdst. 1:5 vv. als dieren of levende wezens heeft voorgesteld, noemt hij nu Cberubim; want door het hier voor ons liggende gezicht is hem duidelijk geworden dat die dieren of levende wezens dezelfde zijn als de Cherubim boren de Arke des verbonds in het Allerheilige des tempel, (Hoofdst. 9:3), en in vs. 15, 20 en 22 drukt hij er uitdrukkelijk op, dat hij nu eerst deze kennis heeft verkregen. Wel wist hij het reeds, dat hij de heerlijkheid des Heeren had gezien, toen hij bij zijne roeping de verschijning aan het water van den Chebar had (1:28); hoe echter deze heerlijkheid in verhouding stond tot die, welke boven de Cherubim in het heiligdom haar troon had (Ex 25:22. Lev. 16:1. 1 Kon. 8:10 vv.), die vraag kon hij in zijne eigenschap als Profeet, als verkondiger van de Goddelijke openbaring zelf niet oplossen, al vermoedde hij die. Eerst moest hem in een gezicht worden getoond, dat de heerlijkheid des Heeren hare rustplaats boven de Arke des verbonds had verlaten en van daar heenging, om zich naar het land der ellende, tot de gevangenen aan den Chebar te begeven en van daar uit haar verder werk te volbrengen. Eigenlijk is, dat heengaan reeds geschied: want aan de wateren van den Chebar heeft de Profeet eerst de heerlijkheid des Heeren aanschouwd (Hoofdst. 1); van daar heeft zij hem in den voorhof des tempels geleid, toen des Heeren hand hem naar Jeruzalem ontvoerde (Hoofdst. 8), aan het huis kenbaar gemaakt (Hoofdst. 9:3), is van hare rustplaats reeds opgestaan en als het ware tot heengaan gereed. De reden daarvan is den Profeet vooraf duidelijk gemaakt, doordat hij in Hoofdst. 8:5 vv. de gruwelijke ontwijding des tempels tot in zijn binnenste diepten in den gehelen omvang heeft mogen aanschouwen. Nu wordt hem ook getoond, dat het met het in Hoofdst. 9 aanschouwelijk voorgestelde gericht over het volk in den tempel en in de stad niet genoeg is, maar dat de stad zelf in vuur zal opgaan en het heiligdom zelfs aan de verwoesting zal worden prijs gegeven. Het stoffelijk vuur, dat de stad doet afbranden wordt door de Chaldeën veroorzaakt; zij zijn het, die de verwoesting van Jeruzalem te kreeg brengen, doch achter hen stond een ander, dat is God, die den Zoon het gehele oordeel heeft overgegeven (Joh 5:22 vv.). Deze waarheid wordt voorgesteld door de medegedeelde in vs. 2, en zeer juist maakt de Tübinger Bibel hier de opmerking: “Christus, de Messias is niet alleen Rechter geweest in de laatste verwoesting van Jeruzalem, maar ook in de eerste. ” Wat de ene omstandigheid aangaat, dat Ezechiël op de Profeten Jesaja en Jeremia volgt, zo schrijft Baumgarten: Gelijk Jesaja de roeping heeft, het woord van Jehova tot Israël te brengen in een tijd, toen de noodzakelijkheid van het over hen besloten gericht der ballingschap openlijk was gebleken, en Jeremia het profetenambt waarnam toen deze grote en vreselijke omkering over de stad Jeruzalem en het huis van David kwam, zo heeft Ezechiël de roeping om het weerspannige huis van Israël in zijnen duizendjarigen beproevingstijd in de woestijn der heidenen persoonlijk in te leiden. ” Wat de tweede omstandigheid aangaat, dat bij onzen Profeet de dode figuren der Cherubs bij de arke des verbonds (Ex 25:18 vv.) tot levende wezens zijn gemaakt, zegt Coccejus: “God woont dus niet in eigenlijken zin tussen de Cherubim, waarin geen leven is, gene geestkracht, gene beweging, maar tussen de Cherubim, d. i. die levende zijn, die ogen hebben om te zien, die het licht der waarheid en het vuur der liefde in zich hebben, dus God verheerlijken; waar dat geschiedt, daar is Gods woning, Zijn heilige tempel, Zijne heerlijke tegenwoordigheid. ” Het Bijbelwerk van Bunsen merkt op: “De tijd der geestelijke erkentenis en verering van God nadert nu; wat in Joh. 4:21 niet lang vóór de verwoesting van den tweeden tempel werd verkondigd, daarvan vinden wij hier reeds een voorgevoel. ” .
KruisverwijzingenEzechiël 43:4→Ezechiël 8:16→Ezechiël 9:3→— De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof.
De Cherubs nu, wier hoofd ik volgens vs. 1 onder den kristallijnen hemel zag, en op deze een troon als van saffier, stonden ter rechter zijde van het huis, aan de zuidoostzijde van den tempel, enigzins ten zuiden van het brandofferaltaar, als die man inging; (vs. 2 en ene wolk vervulde het binnenste voorhof, terwijl de wolk, die in Ex. 40:34 en 35 van de eigenlijke heerlijkheid des Heeren moet worden onderscheiden, het voorhof nog vervulde.
KruisverwijzingenEzechiël 1:28→Ezechiël 9:3→Ezechiël 10:18→2 Kronieken 5:13→Exodus 40:35→Ezechiël 11:22→Hagai 2:9→Numeri 16:19→— Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN.
Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN, de in het Allerheilige boven de Arke des verbonds tussen de Cherubim haar troon had, even als in Hoofdst. 9:3, omhoog van boven den Cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd door de wolk, welke eerst in het voorhof verscheen, maar vervolgens de heerlijkheid des Heeren als uit den tempel afhaalde, vervuld met ene wolk, en het voorhof was, als dat afhalen volbracht was, vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN,
die nu weer met de wolk verenigd was, zo als toen de tabernakel werd opgericht (Ex. 40:35).
Niets is klaarder dan dat God is, niets duisterder dan wat Hij is. God bedekt Zich met een licht en nochthans maakt Hij ten onzen opzichte de duisternis tot Zijn tente. God nam bezit van den tabernakel en tempel in een wolk, maar zij zullen Hem zien van aangezicht tot aangezicht.
KruisverwijzingenEzechiël 1:24→Job 40:9→Johannes 12:28→Psalmen 29:3→2 Kronieken 4:9→Exodus 20:18→Ezechiël 46:21→1 Koningen 7:9→— En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt.
En het geruis van de vleugelen der Cherubs, dat in de vs. 1 beschrevene verschijning geschiedde als ter begroeting van Hem, die op den troon boven hen wilde plaats nemen (vs.
KruisverwijzingenPsalmen 18:10→Hosea 9:12→2 Koningen 2:11→Psalmen 78:60→Genesis 3:24→Jeremia 6:8→Ezechiël 10:3→Jeremia 7:12→— Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg, en stond boven de cherubs.
, werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt. Deze drie verzen breken den zamenhang af en dienen tot aanvulling van hetgeen in vs. 1 vv. slechts kort en voorlopig is bericht. Daar wordt dezelfde verschijning als in Hoofdst. 1:4-28 vermeld, maar op den troon was niet zittende: één van gedaante als een mens (1:26), maar de troon was nog ledig. Het wordt echter voorbereid, dat Hij, wien de troon toekomt, dien inneme, terwijl de heerlijkheid des Heeren uit het binnenste des tempels zich verwijdert. Nog komt zij niet verder, dan tot aan den drempel des huizes, want vandaar geeft zij in vs. 2 haar bevel aan den man in linnen. Vervolgens echter, als het bevel is volbracht en de verschijning der Cherubim uitvoerig in hare overeenkomst met die in Hoofdstuk 1:5-21 is beschreven (vs. 6-17), wordt in vs. 18 het zich nederlaten boven de Cherubim, die zich reeds ten aftocht hebben gereed gemaakt, bericht. Bij Jozua 3:6 hebben wij opgemerkt, hoe de wolkkolom, welke de kinderen Israëls door de woestijn geleid heeft, dit uiterlijk teken van ‘s Heeren tegenwoordigheid sedert den intocht in het beloofde land niet meer voorkomt. Eerst in 1 Kon. 8:10 vv. bij de inwijding van den tempel werd weer ene wolk opgemerkt, om te kennen te geven, dat de Heere weer van het Allerheilige des tempels bezit nam, en dat daar werkelijk Zijne heerlijkheid zou wonen; hier gaat zij echter met de heerlijkheid des Heeren verenigd van den tempel heen, om op deze wijze niet weer te keren, want, zo als wij weten (1 Kon. 8:12. 2 Kon. 25:17 en Ezra 6:15) ontbrak aan den tweeden tempel, aan dien van Zerubbabel, zowel de arke des verbonds als de Schechina. Een later terugkeren wordt echter bij onzen Profeet in Hoofdst. 43:1 vv. voorzegd, en wel van dezelfde zijde af, naar welke in het voor ons liggend hoofdstuk de aftocht plaats heeft (vs. 19), namelijk van de oostzijde af, hetgeen in Openb. 16:12 vv. wordt vervuld.
Het geschiedde nu, als Hij, de Heere, die op den drempel van het huis stond (vs. 4), den man bekleed met linnen, zo als in vs. 2 is meegedeeld, geboden had deze gewichtige woorden, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de Cherubs, dat hij, gelijk in vs. 2 reeds voorlopig is meegedeeld, inging en stond bij een rad of het raderwerk (vs. 9 vv.)
Dit wijst aan, dat het een heilig vuur is, d. i. dat het vuur van Gods toorn rechtvaardig en heilig is. De oordelen Gods over land en volk, zijn de oordelen van een heilig en rechtvaardig God. Lang heeft God geduld gehad, lang heeft hij land en volk gedragen. Het vuur der verzoening heeft men versmaad en daarom zal het vuur des gerichts de stad verwoesten.
Toen stak een Cherub, tot welken hij gegaan was, namelijk die met het hoofd als een stier (vs. 14), zijne hand uit van tussen de Cherubs, die zijner handen, die naar de binnenzijde der Cherubs was gekeerd, tot het vuur, hetwelk was tussen de Cherubs(Hoofdst. 1:13), en nam daarvan en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het en ging uit den tempel, om verder te doen wat hem was bevolen, namelijk om de kolen, die hij in de handen had, over de stad te strooien (vs. 2). Het te voorschijn halen der kolen uit het midden tussen de Cherubim drukt de gedachte uit, dat het vuur, hetwelk Jeruzalem zal verbranden, van het vuur des toorns uitgaat. Het naderen van den op priesterlijke wijze in linnen gekleden geeft volgens de voorstelling van den Profeet niet alleen iets, dat aan het ingaan des hogepriesters in het allerheilige op den groten verzoendag herinnert, maar waar het vuur van Gods toorn hem wordt overhandigd, een opmerkelijke Christologische betekenis, waarbij de houding der eeuwigheid in het vreselijk ogenblik, de grootste eenvoudigheid der handeling imponeert (Deut. 18:16 vv.). Het verbranden der stad wordt niet verder geschilderd; het heeft na Ezech. 11:23 zijne plaats, dewijl eerst daar de heerlijkheid des Heeren de stad geheel verlaat, en de Profeet kon het niet beschrijven, daar hij volgens 11:24 op dien tijd uit Jeruzalem was weggevoerd.
Want, om hier aan het medededeelde in vs. 6 vv. ene nadere beschrijving van de in vs. 1 slechts kort vermelde verschijning te verbinden, er werd gezien aan de Cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen, wel aan elk hun vier zijden zulk ene hand (Ezech. 1:8).
Na de schildering van de heerlijke openbaring van de Goddelijke heerlijkheid wordt in vs. 6 en 7 het halen van de kolen vuurs uit de ruimte tussen de raderen onder de Cherubim nader daardoor bestemd, dat een hand der Cherubim de kolen uit het vuur haalde en deze den in het wit geklede in de hand gaf, en hier in vs. 8 nog nadrukkelijk aangemerkt, dat bij de Cherubim onder hun vleugelen de gelijkenis van een hand te zien was.
Toen zag ik, en ziet, vier raderen 1) waren bij de Cherubs, even als in Hoofdst. 1:15-18; een rad was bij elken Cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkooissteen.
Merkt hier op, dat God meer gebruik maakt van den dienst der Engelen in de regering dezer beneden wereld en verder dat alle de bewegingen der Voorzienigheid en alle de diensten der Engelen, onder de regering van den groten God zijn. Zij zijn allen vol ogen, die ogen des Heeren, welke de ganse aarde doorlopen en waarop de Engelen altoos een oog hebben.
En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, ieder had namelijk een dubbel rad, en het had het uiterlijk gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.
Als die gingen, zo gingen deze ten gevolge hunner bijzondere inrichting, op hun vier zijden, naardat zij zich naar zuiden of noorden, naar oosten of westen hadden te wenden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarhenen het hoofd des Cherubs zag, die de richting bepaalde, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
Hun ganse lichaam nu, namelijk der Cherubim, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen. De werkzaamheid uitgaande van de Cherubim, benevens de raderen in vs. 6 vv. geeft den Profeet aanleiding, ze hier nader te beschrijven. Van hen wordt gezegd, dat zij handen hadden, daar de hand bij de handeling was werkzaam geweest; dan volgt de beschrijving der raderen, dewijl van hun plaats het vuur was genomen. Deze beschrijving komt in hoofdzaak met Hoofdst. 1 overeen, maar is toch geen blote herhaling van hetgeen reeds daar gezegd is. De bijzondere punten werden nu zo gerangschikt en de bijzonderheden in zoverre aangevuld als de zamenhang met dat punt het vordert, waarop het hier aankomt, en dat is het voortgaan der verschijning van het binnenste voorhof naar het oosten, of de aftocht van ‘s Heeren heerlijkheid eerst uit den tempel naar de oostpoort (vs. 19) en vervolgens uit de stad naar den Olijfberg (Hoofdst. 11:23). Bij hetgeen in Hoofdst. 1:18 over de raderen reeds is gezegd, komt nu nog de gewichtige bijvoeging, dat de Cherubim aan hun gehele lichaam, rug, handen en vleugels ingesloten, met ogen bedekt waren. In vs. 13 gaat de beschrijving in een verhaal over. Den raderen wordt toegeroepen om hun wat naam betekent ook te doen; zij moeten draaien of rollen, zich rollend voortbewegen; alzo wordt het teken gegeven om op te breken. Dien overeenkomstig wordt dan in vs. 15 de verheffing der Cherubim bericht, deze verheffing echter in vs. 14 door terug te keren tot de beschrijving voorbereid; nadat zij echter bericht is, wordt wederom de beschrijving in vs. 16 en 17 opgenomen, en daarna het verhaal in vs. 18 en 19 voortgezet, om hieraan ene beschouwing in vs. 20, 22 vast te knopen.
Aangaande de raderen, elk een van deze werd voor mijne oren genoemd: Galgal, 1) d. i. zo als wij in onze taal zouden zeggen: draai, draai, wend u om, ga voort.
Beter: Aangaande de raderen, hun werd voor mijne oren toegeroepen: Galgal d. i. draai. Hiermede wordt aan de raderen en daarmee aan de Cherubim bevel gegeven om te volbrengen wat hun werd opgedragen, maar hiermede wordt ook aangeduid, dat wat uitgevoerd zal worden, is de last, dien God gegeven heeft.
En elk een der vier dieren of levende wezens, zo als zij in Hoofdst. 1:8 vv. werden genoemd, had, gelijk reeds daar is meegedeeld, vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens Cherubs 1) (volgens (Hoofdst. 1:10 een os of stier), en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.
De verwisseling van het aangezicht van een os met dat van den Cherub is niet aan een schrijffout toe te schrijven, gelijk sommigen menen, maar heeft o. i. zijn reden in de geestelijke betekenis van die levende wezens. Niet het aangezicht van den leeuw of van den arend, of van den mens wordt verwisseld maar dat van den os, dewijl laatstgenoemd dier het beeld is der dienende werkzaamheid. Ook de Cherubim waren dienende wezens en daarom heeft God hem nu het aangezicht van een Cherub getoond.
En die Cherubs hieven zich omhoog, als het bevel in vs. 13 aan de raderen was gegeven; dit, wat hier Cherub heet, was even het dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had(Hoofdst. 1:3 vv.).
Men herinnere zich nu wat in Hoofdst. 1:19-21 van de vier dieren gezegd werd, en schrijve hier voor dieren het woord Cherubim, zo klinkt het: en als de Cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelve, en als de Cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen, maar hieven zich eveneens op.
Als die stonden stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op: want de Geest der dieren was in hen, en zo had dan het in vs. 16 gemelde opstijgen der Cherubim dadelijk het zich omhoog heffen der in rollende beweging gezette raderen (vs. 13) ten gevolge.
Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg 1), waarin zij (vs. 4) was getreden en van waar zij hare bevelen (vs. 2 en 13) had gegeven, en zij zette zich neer op den troon (Hoofdst. 4:1), en stond boven de Cherubs.
Hier leert de Profeet wat het voornaamste is in dit visioen, dat God uit de tempel is getreden. Wij weten met hoe groot vertrouwen de Joden zich beroemd hadden, dat zij veilig waren en behouden onder de hoede Gods. Dewijl nu de belofte gegeven was, dat de tempel de rustplaats Gods zou zijn, waar Hij zou wonen, meenden zij dat het niet zou kunnen geschieden, dat God van hen heenging. Zo hadden zij overmoedig gezondigd en waar zij God verre hadden verworpen door hun zonden, daar wilden zij toch zich als het ware onverwinlijk achten. Deze dwaasheid wordt bespot bij Jesaja (Hoofdst. 66:1): De hemel is Mijn troon, doch de aarde is de voetbank Mijner voeten, hoe zoudt Gij Mij dan een huis bouwen? God had bevolen dat Hem een tempel zou gebouwd worden en Hij wilde aldaar een aards domicilie hebben. Doch Hij zegt dat dit onnut was. Hoe? Toch waar Hij beloofde in den tempel te zullen wonen, daar wilde Hij Zijn naam zuiver en rein aangeroepen hebben. Maar de Joden hadden op allerlei wijze den tempel ontwijd. Derhalve meenden zij tevergeefs, dat God daar was ingesloten, dewijl Zijne goedertierenheid niet zo ver ging, dat Hij Zich gevangen gaf aan de Joden, maar dat Hij Zich aan hen als gehoorzamen gaf. Naar waarheid zegt Jesaja, dat dit huis niet kon geschikt zijn tot gebruik voor God, omdat het ontheiligd was. Dit is nu ook de reden waarom de Profeet zegt, dat de heerlijkheid Gods uit het heiligdom was heengegaan. Het was noodzakelijk dat ook de gelovige overtuigd werd, dat God niet langer woonde in den tempel, maar deze als een ijdel schouwspel overbleef, dewijl van daar Zijn heerlijkheid was opgeheven, wijl die plaats door zo vele wandaden was bedorven. Om derhalve de Joden alle vertrouwen op de bescherming Gods te ontnemen, wordt den Profeet dit visioen getoond. Toen de tempel werd ingewijd konden de Priesters niet staan vanwege de heerlijkheid Gods, en dit was een bewijs dat de Heere God in genade op Zijn volk neerzag; maar waar nu de heerlijkheid des Heeren verdwijnt uit den tempel, is het het bewijs dat de Heere Zijne bescherming; aan het volk onttrekt en het overgeeft in de macht Zijner vijanden.
KruisverwijzingenEzechiël 11:1→Ezechiël 10:1→Ezechiël 1:26→Ezechiël 11:22→Ezechiël 43:4→Ezechiël 1:17→Ezechiël 8:16→— En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.
En, om hier weer op het in vs. 16 verhaalde terug te komen, nadat het in vs. 18 opgemerkte tot voltooiing van het verhaal was bijgevoegd, de Cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijne ogen, als zij uitingen; en de raderen waren, volgens het in vs. 16 vv. medegedeelde, tegenover hen: en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN, en de heerlijkheid des Gods Israëls 1) wasnu (nog niet in vs. 1) van boven over hen, en zo had ik de verschijning gezien aan de wateren van Chebar (Hoofdst. 1:26 vv.).
In het oog vallend is, dat hier niet van HEERE maar van den God Israëls sprake is. Dit heeft ongetwijfeld deze betekenis, dat God als verbonds-God van het weerspannig volk in Jeruzalem en Juda heenging, dat volk aldaar Zijne genade en ontferming onttrok. Maar opdat het volk in de ballingschap het zou weten, dat de Heere God de onveranderlijke God was, die Zijn verbond hield en welk verbond onverbrekelijk was, daarom roept hij in vs. 20 dat het dezelfde God was die hem aan den Chebar was verschenen. Hij zou dan ook Zijn volk niet geheel verlaten, maar het in de ballingschap gelouterde volk weer Zijne genade en trouw doen ervaren.
KruisverwijzingenEzechiël 1:1→Ezechiël 10:15→Ezechiël 3:23→Ezechiël 1:22→1 Koningen 6:29→1 Koningen 7:36→Ezechiël 1:5→— Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.
Dit, deze verschijning der vier Cherubim, is, zo als reeds in vs. 16 is gezegd, het dier, of het beeld der vier dieren, dat ik zag onder den God Israëls, die daarop Zijnen troon had, a) bij de rivier Chebar (Hoofdst. 1:26 vv.), en ik bemerkte nu, dat het Cherubs waren, zo als ik ook reeds omtrent die vier dieren had vermoed.
Ezech. 1:3.
KruisverwijzingenEzechiël 1:6→Ezechiël 41:18→Ezechiël 10:14→Openbaring 4:7→Ezechiël 1:8→— Elkeen had vier aangezichten, en elkeen had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen.
a) Elk een had vier aangezichten, en elk een had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen; de gedaante was dus daar geheel dezelfde als hier. Nadat echter de heerlijkheid des Heeren de Cherubim in den tempel had verlaten, en Zich op de dieren hier had geplaatst, worden deze dieren uitdrukkelijk verklaard Cherubim te zijn.
Ezech. 1:6, 7; 10:8, 14.
KruisverwijzingenEzechiël 1:10→Ezechiël 10:11→Hosea 14:9→Ezechiël 1:12→— En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.
En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen op dezelfde wijze ieder recht uit voor zijn aangezicht henen, zo dat er geen twijfel kon zijn, of beide verschijningen, deze hier in den voorhof des tempels vs. 1 en die daar aan de wateren van Chebar waren één en dezelfde. De verschijning der Cherubim aan de wateren van Chebar (Hoofdst. 1) voorspelde reeds het uitgaan der heerlijkheid van Jehova uit het Allerheilige, en de overgave der heilige stad. Zij voorspelde tevens voor dengenen, die zich in de ballingschap bevonden, zo als Hoofdst. 11 zal aanwijzen. Van betekenis is in vs. 20 de benaming: “God van Israël” in plaats van “Jehova”, de Heere. Daardoor wordt te kennen gegeven, dat God als Verbondsgod aan het volk van Israël door dit heengaan uit den tempel Zijne genadige tegenwoordigheid onttrok, namelijk aan het weerspannige Israël, dat in Jeruzalem en Juda woonde, niet aan het gehele verbondsvolk; want dezelfde heerlijkheid Gods, die hier voor Ezechiëls ogen in het gezicht den tempel verliet, was toch den Profeet aan de rivier Chebar verschenen, en Hij had zich door zijne roeping tot den Profeet voor Israël geopenbaard als die God, die Zijn verbond houdt, en door het gericht over het verdorven geslacht slechts de goddeloosheid uitdelgen en Zich een nieuw, heilig volk scheppen wil.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezechiël 10
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-22.KruisverwijzingenEzechiël 1:28→Openbaring 8:5→Ezechiël 1:24→Exodus 24:10→Ezechiël 1:13→Job 40:9→Ezechiël 10:2→Ezechiël 1:8→
— Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der cherubs, was als een saffiersteen, als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij verscheen op dezelve. En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen. De cherubs nu stonden ter rechterzijde van het huis, als die man inging; en een wolk vervulde het binnenste voorhof. Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN omhoog van boven den cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd vervuld met een wolk, en het voorhof was vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN. En het geruis van de vleugelen der cherubs werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt. Het geschiedde nu, als Hij den man, bekleed met linnen, geboden had, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de cherubs, dat hij inging en stond bij een rad. Toen stak een cherub zijn hand uit van tussen de cherubs tot het vuur, hetwelk was tussen de cherubs, en nam daarvan, en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het, en ging uit. Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen. Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen. En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.
Ezechiël krijgt ook een tweede bedrijf van het gevolg in een gezicht te aanschouwen, hoe namelijk de stad met vuur zal worden verbrand en God Zijnen tempel zal verlaten. Het gezicht begint met dezelfde verschijning hier in het voorhof der priesteren aan de zuidzijde van het brandoffer-altaar, welke zich aan den Profeet vóór meer dan een jaar bij zijne roeping aan de wateren van dan Chebar vertoond heeft; de troonzetel boven de hoofden der Cherubim is echter ledig, hier toch moet openbaar worden, dat deze troonzetel wordt ingenomen door Hem, die boven de Cherubim in het Allerheilige Zijnen troon had. De heerlijkheid des Heeren treedt dan ook van daar uit op den drempel des huizes, en geeft den man in linnen bevel tussen de Cherubim dier verschijning vuur weg te nemen, en het verbranden der stad met wezenlijk vuur te volbrengen. Maar daarna, terwijl de heerlijkheid des Heeren van den drempel des huizes zich verheft op den troon boven de Cherubim, zetten dezen zich met het raderwerk in beweging, om het verlaten van den tempel van de zijde der heerlijkheid des Heeren te bewerken.
Daarna zag ik, wederom lettende op de openbaring Gods (Hoofdst. 8:4), en ziet boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd der Cherubs (Hoofdst. 1:22), was als een saffiersteen, en die steen was als de gedaante van de gelijkenis eens troons; en Hij, de HEERE, verscheen op dezelve 1) boven de Cherubim en den hemel, die boven deze was (1:26).
God heeft aan de Joden willen betuigen, dat Hij niets meer gemeens had met hen, dewijl Hij voornemens was den tempel te verlaten en vervolgens de gehele stad door brand te vernielen. Maar opdat deze dreiging de Joden niet koud zou laten, daarom wordt de vreselijke Majesteit Gods voorgesteld, welke zelfs bij den gevoelloze vrees zou instorten. De Profeet spreekt niet van de gestalte des HEEREN. Hij beschrijft de gestalte Gods niet, maar Hij spreekt alleen van de gelijkenis des troons. Hij ziet den Allerhoogste verschijnen op den troon en aanschouwt aldus Zijne heerlijkheid.
En Hij, de Heere, die hier niet eveneens als in Hoofdst. 1:26 vv. op den troon zat, maar als in Hoofdst. 9:3 op den drempel aan het huis stond, sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zei, toen deze hem het bericht in Hoofdst. 9:11 had gegeven: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den Cherub 1) (Hoofdst. 1:15 vv.), en vul uwe vuisten met vurige kolen van tussen de Cherubs (Hoofdst. 1:13), en strooi ze over de stad; en hij, de man in het linnen, ging in tussen de raderen onder den Cherub op de vs. 6 en 7 genoemde wijze, voor mijne ogen.
In plaats van de levende wezens stelt hij nu de Cherubim. Het is echter niet twijfelachtig of die levende wezens, waarover Hij te voren heeft gesproken, zijn Cherubim geweest. Maar dewijl nu het visioen in den tempel wordt waargenomen, begint God Zijn knecht gemeenzamer te openbaren wat te voren te duister was. Hij nu had aan de rivier Chebar vier levende wezens gezien, dus in een profane landstreek. Waar dus de ballingen, Joden en Israëlieten, verre van den tempel waren, is het niet te verwonderen, indien Hij aan Zijn Profeet niet zo bepaald verscheen, evenals Hij het nu doet, waar deze in den tempel is overgebracht. Ofschoon nu de Profeet de plaats niet verwisseld heeft, scheen hij echter niet te vergeefs naar Jeruzalem te zijn overgebracht om te zien wat in den tempel plaats had. Dit is de reden waarom hij nu Cherubim noemt, die hij vroeger eenvoudig levende wezens heeft geheten. Die Ezechiël in Hoofdst. 1:5 vv. als dieren of levende wezens heeft voorgesteld, noemt hij nu Cberubim; want door het hier voor ons liggende gezicht is hem duidelijk geworden dat die dieren of levende wezens dezelfde zijn als de Cherubim boren de Arke des verbonds in het Allerheilige des tempel, (Hoofdst. 9:3), en in vs. 15, 20 en 22 drukt hij er uitdrukkelijk op, dat hij nu eerst deze kennis heeft verkregen. Wel wist hij het reeds, dat hij de heerlijkheid des Heeren had gezien, toen hij bij zijne roeping de verschijning aan het water van den Chebar had (1:28); hoe echter deze heerlijkheid in verhouding stond tot die, welke boven de Cherubim in het heiligdom haar troon had (Ex 25:22. Lev. 16:1. 1 Kon. 8:10 vv.), die vraag kon hij in zijne eigenschap als Profeet, als verkondiger van de Goddelijke openbaring zelf niet oplossen, al vermoedde hij die. Eerst moest hem in een gezicht worden getoond, dat de heerlijkheid des Heeren hare rustplaats boven de Arke des verbonds had verlaten en van daar heenging, om zich naar het land der ellende, tot de gevangenen aan den Chebar te begeven en van daar uit haar verder werk te volbrengen. Eigenlijk is, dat heengaan reeds geschied: want aan de wateren van den Chebar heeft de Profeet eerst de heerlijkheid des Heeren aanschouwd (Hoofdst. 1); van daar heeft zij hem in den voorhof des tempels geleid, toen des Heeren hand hem naar Jeruzalem ontvoerde (Hoofdst. 8), aan het huis kenbaar gemaakt (Hoofdst. 9:3), is van hare rustplaats reeds opgestaan en als het ware tot heengaan gereed. De reden daarvan is den Profeet vooraf duidelijk gemaakt, doordat hij in Hoofdst. 8:5 vv. de gruwelijke ontwijding des tempels tot in zijn binnenste diepten in den gehelen omvang heeft mogen aanschouwen. Nu wordt hem ook getoond, dat het met het in Hoofdst. 9 aanschouwelijk voorgestelde gericht over het volk in den tempel en in de stad niet genoeg is, maar dat de stad zelf in vuur zal opgaan en het heiligdom zelfs aan de verwoesting zal worden prijs gegeven. Het stoffelijk vuur, dat de stad doet afbranden wordt door de Chaldeën veroorzaakt; zij zijn het, die de verwoesting van Jeruzalem te kreeg brengen, doch achter hen stond een ander, dat is God, die den Zoon het gehele oordeel heeft overgegeven (Joh 5:22 vv.). Deze waarheid wordt voorgesteld door de medegedeelde in vs. 2, en zeer juist maakt de Tübinger Bibel hier de opmerking: “Christus, de Messias is niet alleen Rechter geweest in de laatste verwoesting van Jeruzalem, maar ook in de eerste. ” Wat de ene omstandigheid aangaat, dat Ezechiël op de Profeten Jesaja en Jeremia volgt, zo schrijft Baumgarten: Gelijk Jesaja de roeping heeft, het woord van Jehova tot Israël te brengen in een tijd, toen de noodzakelijkheid van het over hen besloten gericht der ballingschap openlijk was gebleken, en Jeremia het profetenambt waarnam toen deze grote en vreselijke omkering over de stad Jeruzalem en het huis van David kwam, zo heeft Ezechiël de roeping om het weerspannige huis van Israël in zijnen duizendjarigen beproevingstijd in de woestijn der heidenen persoonlijk in te leiden. ” Wat de tweede omstandigheid aangaat, dat bij onzen Profeet de dode figuren der Cherubs bij de arke des verbonds (Ex 25:18 vv.) tot levende wezens zijn gemaakt, zegt Coccejus: “God woont dus niet in eigenlijken zin tussen de Cherubim, waarin geen leven is, gene geestkracht, gene beweging, maar tussen de Cherubim, d. i. die levende zijn, die ogen hebben om te zien, die het licht der waarheid en het vuur der liefde in zich hebben, dus God verheerlijken; waar dat geschiedt, daar is Gods woning, Zijn heilige tempel, Zijne heerlijke tegenwoordigheid. ” Het Bijbelwerk van Bunsen merkt op: “De tijd der geestelijke erkentenis en verering van God nadert nu; wat in Joh. 4:21 niet lang vóór de verwoesting van den tweeden tempel werd verkondigd, daarvan vinden wij hier reeds een voorgevoel. ” .
De Cherubs nu, wier hoofd ik volgens vs. 1 onder den kristallijnen hemel zag, en op deze een troon als van saffier, stonden ter rechter zijde van het huis, aan de zuidoostzijde van den tempel, enigzins ten zuiden van het brandofferaltaar, als die man inging; (vs. 2 en ene wolk vervulde het binnenste voorhof, terwijl de wolk, die in Ex. 40:34 en 35 van de eigenlijke heerlijkheid des Heeren moet worden onderscheiden, het voorhof nog vervulde.
Toen hief zich de heerlijkheid des HEEREN, de in het Allerheilige boven de Arke des verbonds tussen de Cherubim haar troon had, even als in Hoofdst. 9:3, omhoog van boven den Cherub, op den dorpel van het huis; en het huis werd door de wolk, welke eerst in het voorhof verscheen, maar vervolgens de heerlijkheid des Heeren als uit den tempel afhaalde, vervuld met ene wolk, en het voorhof was, als dat afhalen volbracht was, vol van den glans der heerlijkheid des HEEREN,
die nu weer met de wolk verenigd was, zo als toen de tabernakel werd opgericht (Ex. 40:35).
Niets is klaarder dan dat God is, niets duisterder dan wat Hij is. God bedekt Zich met een licht en nochthans maakt Hij ten onzen opzichte de duisternis tot Zijn tente. God nam bezit van den tabernakel en tempel in een wolk, maar zij zullen Hem zien van aangezicht tot aangezicht.
En het geruis van de vleugelen der Cherubs, dat in de vs. 1 beschrevene verschijning geschiedde als ter begroeting van Hem, die op den troon boven hen wilde plaats nemen (vs.
, werd gehoord tot het uiterste voorhof, als de stem des almachtigen Gods, wanneer Hij spreekt. Deze drie verzen breken den zamenhang af en dienen tot aanvulling van hetgeen in vs. 1 vv. slechts kort en voorlopig is bericht. Daar wordt dezelfde verschijning als in Hoofdst. 1:4-28 vermeld, maar op den troon was niet zittende: één van gedaante als een mens (1:26), maar de troon was nog ledig. Het wordt echter voorbereid, dat Hij, wien de troon toekomt, dien inneme, terwijl de heerlijkheid des Heeren uit het binnenste des tempels zich verwijdert. Nog komt zij niet verder, dan tot aan den drempel des huizes, want vandaar geeft zij in vs. 2 haar bevel aan den man in linnen. Vervolgens echter, als het bevel is volbracht en de verschijning der Cherubim uitvoerig in hare overeenkomst met die in Hoofdstuk 1:5-21 is beschreven (vs. 6-17), wordt in vs. 18 het zich nederlaten boven de Cherubim, die zich reeds ten aftocht hebben gereed gemaakt, bericht. Bij Jozua 3:6 hebben wij opgemerkt, hoe de wolkkolom, welke de kinderen Israëls door de woestijn geleid heeft, dit uiterlijk teken van ‘s Heeren tegenwoordigheid sedert den intocht in het beloofde land niet meer voorkomt. Eerst in 1 Kon. 8:10 vv. bij de inwijding van den tempel werd weer ene wolk opgemerkt, om te kennen te geven, dat de Heere weer van het Allerheilige des tempels bezit nam, en dat daar werkelijk Zijne heerlijkheid zou wonen; hier gaat zij echter met de heerlijkheid des Heeren verenigd van den tempel heen, om op deze wijze niet weer te keren, want, zo als wij weten (1 Kon. 8:12. 2 Kon. 25:17 en Ezra 6:15) ontbrak aan den tweeden tempel, aan dien van Zerubbabel, zowel de arke des verbonds als de Schechina. Een later terugkeren wordt echter bij onzen Profeet in Hoofdst. 43:1 vv. voorzegd, en wel van dezelfde zijde af, naar welke in het voor ons liggend hoofdstuk de aftocht plaats heeft (vs. 19), namelijk van de oostzijde af, hetgeen in Openb. 16:12 vv. wordt vervuld.
Het geschiedde nu, als Hij, de Heere, die op den drempel van het huis stond (vs. 4), den man bekleed met linnen, zo als in vs. 2 is meegedeeld, geboden had deze gewichtige woorden, zeggende: Neem vuur van tussen de wielen, van tussen de Cherubs, dat hij, gelijk in vs. 2 reeds voorlopig is meegedeeld, inging en stond bij een rad of het raderwerk (vs. 9 vv.)
Dit wijst aan, dat het een heilig vuur is, d. i. dat het vuur van Gods toorn rechtvaardig en heilig is. De oordelen Gods over land en volk, zijn de oordelen van een heilig en rechtvaardig God. Lang heeft God geduld gehad, lang heeft hij land en volk gedragen. Het vuur der verzoening heeft men versmaad en daarom zal het vuur des gerichts de stad verwoesten.
Toen stak een Cherub, tot welken hij gegaan was, namelijk die met het hoofd als een stier (vs. 14), zijne hand uit van tussen de Cherubs, die zijner handen, die naar de binnenzijde der Cherubs was gekeerd, tot het vuur, hetwelk was tussen de Cherubs(Hoofdst. 1:13), en nam daarvan en gaf het in de vuisten desgenen, die met linnen bekleed was; die nam het en ging uit den tempel, om verder te doen wat hem was bevolen, namelijk om de kolen, die hij in de handen had, over de stad te strooien (vs. 2). Het te voorschijn halen der kolen uit het midden tussen de Cherubim drukt de gedachte uit, dat het vuur, hetwelk Jeruzalem zal verbranden, van het vuur des toorns uitgaat. Het naderen van den op priesterlijke wijze in linnen gekleden geeft volgens de voorstelling van den Profeet niet alleen iets, dat aan het ingaan des hogepriesters in het allerheilige op den groten verzoendag herinnert, maar waar het vuur van Gods toorn hem wordt overhandigd, een opmerkelijke Christologische betekenis, waarbij de houding der eeuwigheid in het vreselijk ogenblik, de grootste eenvoudigheid der handeling imponeert (Deut. 18:16 vv.). Het verbranden der stad wordt niet verder geschilderd; het heeft na Ezech. 11:23 zijne plaats, dewijl eerst daar de heerlijkheid des Heeren de stad geheel verlaat, en de Profeet kon het niet beschrijven, daar hij volgens 11:24 op dien tijd uit Jeruzalem was weggevoerd.
Want, om hier aan het medededeelde in vs. 6 vv. ene nadere beschrijving van de in vs. 1 slechts kort vermelde verschijning te verbinden, er werd gezien aan de Cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen, wel aan elk hun vier zijden zulk ene hand (Ezech. 1:8).
Na de schildering van de heerlijke openbaring van de Goddelijke heerlijkheid wordt in vs. 6 en 7 het halen van de kolen vuurs uit de ruimte tussen de raderen onder de Cherubim nader daardoor bestemd, dat een hand der Cherubim de kolen uit het vuur haalde en deze den in het wit geklede in de hand gaf, en hier in vs. 8 nog nadrukkelijk aangemerkt, dat bij de Cherubim onder hun vleugelen de gelijkenis van een hand te zien was.
Toen zag ik, en ziet, vier raderen 1) waren bij de Cherubs, even als in Hoofdst. 1:15-18; een rad was bij elken Cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkooissteen.
Merkt hier op, dat God meer gebruik maakt van den dienst der Engelen in de regering dezer beneden wereld en verder dat alle de bewegingen der Voorzienigheid en alle de diensten der Engelen, onder de regering van den groten God zijn. Zij zijn allen vol ogen, die ogen des Heeren, welke de ganse aarde doorlopen en waarop de Engelen altoos een oog hebben.
En aangaande hun gedaanten, die vier hadden enerlei gelijkenis, ieder had namelijk een dubbel rad, en het had het uiterlijk gelijk of het ware geweest een rad in het midden van een rad.
Als die gingen, zo gingen deze ten gevolge hunner bijzondere inrichting, op hun vier zijden, naardat zij zich naar zuiden of noorden, naar oosten of westen hadden te wenden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarhenen het hoofd des Cherubs zag, die de richting bepaalde, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
Hun ganse lichaam nu, namelijk der Cherubim, en hun ruggen, en hun handen, en hun vleugelen, mitsgaders de raderen, waren vol ogen rondom; die vier hadden hun raderen. De werkzaamheid uitgaande van de Cherubim, benevens de raderen in vs. 6 vv. geeft den Profeet aanleiding, ze hier nader te beschrijven. Van hen wordt gezegd, dat zij handen hadden, daar de hand bij de handeling was werkzaam geweest; dan volgt de beschrijving der raderen, dewijl van hun plaats het vuur was genomen. Deze beschrijving komt in hoofdzaak met Hoofdst. 1 overeen, maar is toch geen blote herhaling van hetgeen reeds daar gezegd is. De bijzondere punten werden nu zo gerangschikt en de bijzonderheden in zoverre aangevuld als de zamenhang met dat punt het vordert, waarop het hier aankomt, en dat is het voortgaan der verschijning van het binnenste voorhof naar het oosten, of de aftocht van ‘s Heeren heerlijkheid eerst uit den tempel naar de oostpoort (vs. 19) en vervolgens uit de stad naar den Olijfberg (Hoofdst. 11:23). Bij hetgeen in Hoofdst. 1:18 over de raderen reeds is gezegd, komt nu nog de gewichtige bijvoeging, dat de Cherubim aan hun gehele lichaam, rug, handen en vleugels ingesloten, met ogen bedekt waren. In vs. 13 gaat de beschrijving in een verhaal over. Den raderen wordt toegeroepen om hun wat naam betekent ook te doen; zij moeten draaien of rollen, zich rollend voortbewegen; alzo wordt het teken gegeven om op te breken. Dien overeenkomstig wordt dan in vs. 15 de verheffing der Cherubim bericht, deze verheffing echter in vs. 14 door terug te keren tot de beschrijving voorbereid; nadat zij echter bericht is, wordt wederom de beschrijving in vs. 16 en 17 opgenomen, en daarna het verhaal in vs. 18 en 19 voortgezet, om hieraan ene beschouwing in vs. 20, 22 vast te knopen.
Aangaande de raderen, elk een van deze werd voor mijne oren genoemd: Galgal, 1) d. i. zo als wij in onze taal zouden zeggen: draai, draai, wend u om, ga voort.
Beter: Aangaande de raderen, hun werd voor mijne oren toegeroepen: Galgal d. i. draai. Hiermede wordt aan de raderen en daarmee aan de Cherubim bevel gegeven om te volbrengen wat hun werd opgedragen, maar hiermede wordt ook aangeduid, dat wat uitgevoerd zal worden, is de last, dien God gegeven heeft.
En elk een der vier dieren of levende wezens, zo als zij in Hoofdst. 1:8 vv. werden genoemd, had, gelijk reeds daar is meegedeeld, vier aangezichten; het eerste aangezicht was het aangezicht eens Cherubs 1) (volgens (Hoofdst. 1:10 een os of stier), en het tweede aangezicht was het aangezicht eens mensen, en het derde het aangezicht eens leeuws, en het vierde het aangezicht eens arends.
De verwisseling van het aangezicht van een os met dat van den Cherub is niet aan een schrijffout toe te schrijven, gelijk sommigen menen, maar heeft o. i. zijn reden in de geestelijke betekenis van die levende wezens. Niet het aangezicht van den leeuw of van den arend, of van den mens wordt verwisseld maar dat van den os, dewijl laatstgenoemd dier het beeld is der dienende werkzaamheid. Ook de Cherubim waren dienende wezens en daarom heeft God hem nu het aangezicht van een Cherub getoond.
En die Cherubs hieven zich omhoog, als het bevel in vs. 13 aan de raderen was gegeven; dit, wat hier Cherub heet, was even het dier, dat ik bij de rivier Chebar gezien had(Hoofdst. 1:3 vv.).
Men herinnere zich nu wat in Hoofdst. 1:19-21 van de vier dieren gezegd werd, en schrijve hier voor dieren het woord Cherubim, zo klinkt het: en als de Cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelve, en als de Cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen, maar hieven zich eveneens op.
Als die stonden stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op: want de Geest der dieren was in hen, en zo had dan het in vs. 16 gemelde opstijgen der Cherubim dadelijk het zich omhoog heffen der in rollende beweging gezette raderen (vs. 13) ten gevolge.
Toen ging de heerlijkheid des HEEREN van boven den dorpel des huizes weg 1), waarin zij (vs. 4) was getreden en van waar zij hare bevelen (vs. 2 en 13) had gegeven, en zij zette zich neer op den troon (Hoofdst. 4:1), en stond boven de Cherubs.
Hier leert de Profeet wat het voornaamste is in dit visioen, dat God uit de tempel is getreden. Wij weten met hoe groot vertrouwen de Joden zich beroemd hadden, dat zij veilig waren en behouden onder de hoede Gods. Dewijl nu de belofte gegeven was, dat de tempel de rustplaats Gods zou zijn, waar Hij zou wonen, meenden zij dat het niet zou kunnen geschieden, dat God van hen heenging. Zo hadden zij overmoedig gezondigd en waar zij God verre hadden verworpen door hun zonden, daar wilden zij toch zich als het ware onverwinlijk achten. Deze dwaasheid wordt bespot bij Jesaja (Hoofdst. 66:1): De hemel is Mijn troon, doch de aarde is de voetbank Mijner voeten, hoe zoudt Gij Mij dan een huis bouwen? God had bevolen dat Hem een tempel zou gebouwd worden en Hij wilde aldaar een aards domicilie hebben. Doch Hij zegt dat dit onnut was. Hoe? Toch waar Hij beloofde in den tempel te zullen wonen, daar wilde Hij Zijn naam zuiver en rein aangeroepen hebben. Maar de Joden hadden op allerlei wijze den tempel ontwijd. Derhalve meenden zij tevergeefs, dat God daar was ingesloten, dewijl Zijne goedertierenheid niet zo ver ging, dat Hij Zich gevangen gaf aan de Joden, maar dat Hij Zich aan hen als gehoorzamen gaf. Naar waarheid zegt Jesaja, dat dit huis niet kon geschikt zijn tot gebruik voor God, omdat het ontheiligd was. Dit is nu ook de reden waarom de Profeet zegt, dat de heerlijkheid Gods uit het heiligdom was heengegaan. Het was noodzakelijk dat ook de gelovige overtuigd werd, dat God niet langer woonde in den tempel, maar deze als een ijdel schouwspel overbleef, dewijl van daar Zijn heerlijkheid was opgeheven, wijl die plaats door zo vele wandaden was bedorven. Om derhalve de Joden alle vertrouwen op de bescherming Gods te ontnemen, wordt den Profeet dit visioen getoond. Toen de tempel werd ingewijd konden de Priesters niet staan vanwege de heerlijkheid Gods, en dit was een bewijs dat de Heere God in genade op Zijn volk neerzag; maar waar nu de heerlijkheid des Heeren verdwijnt uit den tempel, is het het bewijs dat de Heere Zijne bescherming; aan het volk onttrekt en het overgeeft in de macht Zijner vijanden.
En, om hier weer op het in vs. 16 verhaalde terug te komen, nadat het in vs. 18 opgemerkte tot voltooiing van het verhaal was bijgevoegd, de Cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijne ogen, als zij uitingen; en de raderen waren, volgens het in vs. 16 vv. medegedeelde, tegenover hen: en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN, en de heerlijkheid des Gods Israëls 1) wasnu (nog niet in vs. 1) van boven over hen, en zo had ik de verschijning gezien aan de wateren van Chebar (Hoofdst. 1:26 vv.).
In het oog vallend is, dat hier niet van HEERE maar van den God Israëls sprake is. Dit heeft ongetwijfeld deze betekenis, dat God als verbonds-God van het weerspannig volk in Jeruzalem en Juda heenging, dat volk aldaar Zijne genade en ontferming onttrok. Maar opdat het volk in de ballingschap het zou weten, dat de Heere God de onveranderlijke God was, die Zijn verbond hield en welk verbond onverbrekelijk was, daarom roept hij in vs. 20 dat het dezelfde God was die hem aan den Chebar was verschenen. Hij zou dan ook Zijn volk niet geheel verlaten, maar het in de ballingschap gelouterde volk weer Zijne genade en trouw doen ervaren.
Dit, deze verschijning der vier Cherubim, is, zo als reeds in vs. 16 is gezegd, het dier, of het beeld der vier dieren, dat ik zag onder den God Israëls, die daarop Zijnen troon had, a) bij de rivier Chebar (Hoofdst. 1:26 vv.), en ik bemerkte nu, dat het Cherubs waren, zo als ik ook reeds omtrent die vier dieren had vermoed.
Ezech. 1:3.
a) Elk een had vier aangezichten, en elk een had vier vleugelen; en de gelijkenis van mensenhanden was onder hun vleugelen; de gedaante was dus daar geheel dezelfde als hier. Nadat echter de heerlijkheid des Heeren de Cherubim in den tempel had verlaten, en Zich op de dieren hier had geplaatst, worden deze dieren uitdrukkelijk verklaard Cherubim te zijn.
Ezech. 1:6, 7; 10:8, 14.
En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen op dezelfde wijze ieder recht uit voor zijn aangezicht henen, zo dat er geen twijfel kon zijn, of beide verschijningen, deze hier in den voorhof des tempels vs. 1 en die daar aan de wateren van Chebar waren één en dezelfde. De verschijning der Cherubim aan de wateren van Chebar (Hoofdst. 1) voorspelde reeds het uitgaan der heerlijkheid van Jehova uit het Allerheilige, en de overgave der heilige stad. Zij voorspelde tevens voor dengenen, die zich in de ballingschap bevonden, zo als Hoofdst. 11 zal aanwijzen. Van betekenis is in vs. 20 de benaming: “God van Israël” in plaats van “Jehova”, de Heere. Daardoor wordt te kennen gegeven, dat God als Verbondsgod aan het volk van Israël door dit heengaan uit den tempel Zijne genadige tegenwoordigheid onttrok, namelijk aan het weerspannige Israël, dat in Jeruzalem en Juda woonde, niet aan het gehele verbondsvolk; want dezelfde heerlijkheid Gods, die hier voor Ezechiëls ogen in het gezicht den tempel verliet, was toch den Profeet aan de rivier Chebar verschenen, en Hij had zich door zijne roeping tot den Profeet voor Israël geopenbaard als die God, die Zijn verbond houdt, en door het gericht over het verdorven geslacht slechts de goddeloosheid uitdelgen en Zich een nieuw, heilig volk scheppen wil.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel