Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een god gezet over Farao; en Aaron, uw broeder, zal uw profeet zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: ZieH7200, Ik heb u tot een godH430gezetH5414 over FaraoH6547; en AaronH175, uw broederH251, zal uw profeetH5030zijnH1961.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een god gezet over Farao; en Aaron, uw broeder, zal uw profeet zijn.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4See,5I have made6thee a god7to Pharaoh:8and Aaron9thy brother10shall be thy prophet.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5רְאֵ֛הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6נְתַתִּ֥יךָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לְפַרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh9וְאַהֲרֹ֥ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'11יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12נְבִיאֶֽךָH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet
2Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken laat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Gij zult sprekenH1696allesH3605, watH834 Ik u gebiedenH6680 zal; en AaronH175, uw broederH251, zal totH413FaraoH6547sprekenH1696, dat hij de kinderenH1121IsraelsH3478 uit zijn landH776trekkenH7971 laat.Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken laat.
KJVThou shalt speak2all that I command6thee: and Aaron7thy brother8shall speak9unto Pharaoh,11that he send12the children14of Israel15out of his land.
1אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2תְדַבֵּ֔רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אֲצַוֶּ֑ךָּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7וְאַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8אָחִ֨יךָ֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9יְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh12וְשִׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16מֵאַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
3Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Doch Ik zal FaraoH6547's hartH3820verhardenH7185; en Ik zal Mijn tekenenH226 en Mijn wonderhedenH4159 in EgyptelandH776vermenigvuldigenH7235.Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.
KJVAnd I will harden2Pharaoh's5heart,4and multiply6my signs8and my wonders10in the land11of Egypt.
1וַאֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2אַקְשֶׁ֖הH7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh6וְהִרְבֵּיתִ֧יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֹתֹתַ֛יH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מוֹפְתַ֖יH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)11בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
4Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israels, uit Egypteland, door grote gerichten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4FaraoH6547 nu zal naarH413 ulieden nietH3808horenH8085, en Ik zal Mijn handH3027 aan EgypteH4714leggenH5414, en voerenH3318 Mijn heirenH6635, Mijn volkH5971, de kinderenH1121IsraelsH3478, uit EgyptelandH776, door groteH1419gerichtenH8201.Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israels, uit Egypteland, door grote gerichten.
KJVBut Pharaoh4shall not hearken2unto you, that I may lay5my hand7upon Egypt,8and bring forth9mine armies,11and my people13the children14of Israel,15out of the land16of Egypt17by great19judgments.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִשְׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֲלֵכֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh5וְנָתַתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יָדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וְהוֹצֵאתִ֨יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11צִבְאֹתַ֜יH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עַמִּ֤יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim18בִּשְׁפָטִ֖יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment19גְּדֹלִֽיםH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
5Dan zullen de Egyptenaars weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrekke, en de kinderen Israels uit het midden van hen uitleide.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Dan zullen de EgyptenaarsH4714wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, wanneer Ik Mijn handH3027overH5921EgypteH4714uitstrekkeH5186, en de kinderenH1121IsraelsH3478 uit het middenH8432 van hen uitleideH3318.Dan zullen de Egyptenaars weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrekke, en de kinderen Israels uit het midden van hen uitleide.
KJVAnd the Egyptians10shall know1that I am the LORD,5when I stretch forth6mine hand8upon Egypt,and bring out11the children13of Israel14from among
1וְיָדְע֤וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2מִצְרַ֨יִם֙H4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בִּנְטֹתִ֥יH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יָדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11וְהוֹצֵאתִ֥יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15מִתּוֹכָֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
6Toen deed Mozes en Aaron, als hun de HEERE geboden had, alzo deden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen deedH6213MozesH4872 en AaronH175, als hun de HEEREH3068gebodenH6680 had, alzoH3651dedenH6213 zij.Toen deed Mozes en Aaron, als hun de HEERE geboden had, alzo deden zij.
KJVAnd Moses2and Aaron3did1as the LORD6commanded5them, so did
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹ֑ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9עָשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
7En Mozes was tachtig jaar oud, en Aaron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En MozesH4872 was tachtigH8084jaarH8141oudH1121, en AaronH175 was drieH7969 en tachtigH8084jaarH8141oudH1121, toen zij totH413FaraoH6547sprakenH1696.En Mozes was tachtig jaar oud, en Aaron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken.
KJVAnd Moses1was fourscore3years4old,2and Aaron5fourscore8and three7years9old,6when they spake10unto Pharaoh.
1וּמֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שְׁמֹנִ֣יםH8084tachtig, tachtigste, tweehonderdeighty(-ieth), fourscore4שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וְאַֽהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7שָׁלֹ֥שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8וּשְׁמֹנִ֖יםH8084tachtig, tachtigste, tweehonderdeighty(-ieth), fourscore9שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10בְּדַבְּרָ֖םH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12פַּרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
8En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En de HEEREH3068sprakH559totH413MozesH4872 en totH413AaronH175, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4and unto Aaron,6saying,
9Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor ulieden; zo zult gij tot Aaron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Wanneer FaraoH6547totH413 ulieden sprekenH1696 zal, zeggendeH559: Doet een wondertekenH4159 voor ulieden; zo zult gij totH413AaronH175zeggenH559: NeemH3947 uw stafH4294, en werpH7993 hem voor FaraoH6547's aangezichtH6440 neder; hij zal tot een draakH8577 worden.Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor ulieden; zo zult gij tot Aaron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden.
KJVWhen Pharaoh4shall speak2unto you, saying,5Shew6a miracle8for you: then thou shalt say9unto Aaron,11Take12thy rod,14and cast15it before16Pharaoh,17and it shall become a serpent.
10Toen ging Mozes en Aaron tot Farao henen in, en deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en Aaron wierp zijn staf neder voor Farao's aangezicht, en voor het aangezicht zijner knechten; en hij werd tot een draak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen ging MozesH4872 en AaronH175totH413FaraoH6547 henen in, en dedenH6213alzoH3651, gelijk de HEEREH3068gebodenH6680 had; en AaronH175wierpH7993 zijn stafH4294 neder voor FaraoH6547's aangezichtH6440, en voor het aangezichtH6440 zijner knechtenH5650; en hij werdH1961 tot een draakH8577.Toen ging Mozes en Aaron tot Farao henen in, en deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en Aaron wierp zijn staf neder voor Farao's aangezicht, en voor het aangezicht zijner knechten; en hij werd tot een draak.
KJVAnd Moses2and Aaron3went in1unto Pharaoh,5and they did6so as the LORD10had commanded:9and Aaron12cast down11his rod14before15Pharaoh,16and before17his servants,18and it became a serpent.
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh6וַיַּ֣עַשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7כֵ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you8כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וַיַּשְׁלֵ֨ךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw12אַהֲרֹ֜ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַטֵּ֗הוּH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe15לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16פַרְעֹ֛הH6547FaraoPharaoh17וְלִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18עֲבָדָ֖יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20לְתַנִּֽיןH8577draken, draak, zeedraakdragon, sea-monster, serpent, whale
11Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11FaraoH6547 nu riepH7121ookH1571 de wijzenH2450 en de guichelaarsH3784; en de EgyptischeH4714tovenaarsH2748dedenH6213ookH1571alzoH3651 met hunH1992bezweringenH3858.Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen.
KJVThen Pharaoh3also called1the wise men4and the sorcerers:5now the magicians9of Egypt,10they also did6in like manner12with their enchantments.
1וַיִּקְרָא֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh4לַֽחֲכָמִ֖יםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)5וְלַֽמְכַשְּׁפִ֑יםH3784guichelaars, tovenaar, tovenaarssorcerer, (use) witch(-craft)6וַיַּֽעֲשׂ֨וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8הֵ֜םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye9חַרְטֻמֵּ֥יH2748tovenaarsmagician10מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11בְּלַהֲטֵיהֶ֖םH3858bezweringen, vlammig lemmerflaming, enchantment12כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
12Want een ieder wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Want een iederH376wierpH7993 zijn stafH4294 neder, en zijH1961 werden tot drakenH8577; maar AaronsH175stafH4294verslondH1104 hun stavenH4294.Want een ieder wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.
KJVFor they cast down1every man2his rod,3and they became serpents:5but Aaron's8rod7swallowed up6their rods.
1וַיַּשְׁלִ֨יכוּ֙H7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מַטֵּ֔הוּH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4וַיִּהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לְתַנִּינִ֑םH8577draken, draak, zeedraakdragon, sea-monster, serpent, whale6וַיִּבְלַ֥עH1104verslonden, verslinden, verslondcover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up)7מַטֵּֽהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe8אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מַטֹּתָֽםH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe
13Doch Farao's hart verstokte, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch FaraoH6547's hartH3820verstokteH2388, zodat hij naarH413 hen nietH3808hoordeH8085, gelijk de HEEREH3068gesprokenH1696 had.Doch Farao's hart verstokte, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.
KJVAnd he hardened1Pharaoh's3heart,2that he hearkened5not unto them; as the LORD9had said.
1וַיֶּחֱזַק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom3פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh4וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5שָׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Toen zeide de HEERE tot Mozes: Farao's hart is zwaar; hij weigert het volk te laten trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: FaraoH6547's hartH3820 is zwaarH3515; hij weigertH3985 het volkH5971 te laten trekkenH7971.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Farao's hart is zwaar; hij weigert het volk te laten trekken.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Pharaoh's7heart6is hardened,5he refuseth8to let the people10go.
15Ga heen tot Farao in den morgenstond; zie, hij zal uitgaan naar het water toe, zo stel u tegen hem over aan den oever der rivier, en den staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15GaH3212 heen totH413FaraoH6547 in den morgenstondH1242; zieH2009, hij zal uitgaanH3318 naar het waterH4325 toe, zo stelH5324 u tegen hem overH5921 aan den oeverH8193 der rivierH2975, en den stafH4294, dieH834 in een slangH5175 is veranderdH2015 geweest, zult gij in uw handH3027nemenH3947.Ga heen tot Farao in den morgenstond; zie, hij zal uitgaan naar het water toe, zo stel u tegen hem over aan den oever der rivier, en den staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen.
KJVGet1thee unto Pharaoh3in the morning;4lo, he goeth out6unto the water;7and thou shalt stand8by the river's12brink11against he come;9and the rod13which was turned15to a serpent16shalt thou take17in thine hand.
1לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3פַּרְעֹ֞הH6547FaraoPharaoh4בַּבֹּ֗קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see6יֹצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7הַמַּ֔יְמָהH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8וְנִצַּבְתָּ֥H5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state9לִקְרָאת֖וֹH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11שְׂפַ֣תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words12הַיְאֹ֑רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream13וְהַמַּטֶּ֛הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נֶהְפַּ֥ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)16לְנָחָ֖שׁH5175slang, slangenserpent17תִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win18בְּיָדֶֽךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
16En gij zult tot hem zeggen: de HEERE, de God der Hebreen, heeft mij tot u gezonden, zeggende: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene in de woestijn; doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En gij zult tot hem zeggenH559: de HEEREH3068, de GodH430 der HebreenH5680, heeft mij tot u gezondenH7971, zeggendeH559: Laat Mijn volkH5971trekkenH7971, dat het Mij dieneH5647 in de woestijnH4057; doch zieH2009, gij hebt tot nu toeH5704nietH3808gehoordH8085.En gij zult tot hem zeggen: de HEERE, de God der Hebreen, heeft mij tot u gezonden, zeggende: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene in de woestijn; doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.
KJVAnd thou shalt say1unto him, The LORD3God4of the Hebrews5hath sent6me unto thee, saying,8Let my people11go,9that they may serve12me in the wilderness:13and, behold, hitherto18thou wouldest not hear.
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5הָעִבְרִים֙H5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)6שְׁלָחַ֤נִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9שַׁלַּח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12וְיַֽעַבְדֻ֖נִיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness14וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see15לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16שָׁמַ֖עְתָּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder
17Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Daaraan zult gij wetenH3045, dat Ik de HEEREH3068 ben; zieH2009, ik zal met dezen stafH4294, dieH834 in mijn handH3027 is, opH5921 het waterH4325, dat in dezeH2063rivierH2975 is, slaanH5221, en het zal in bloedH1818veranderdH2015 worden.Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden.
KJVThus saith2the LORD,3In this thou shalt know5that I am the LORD:8behold, I will smite11with the rod12that is in mine hand14upon the waters16which are in the river,18and they shall be turned19to blood.
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּזֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5תֵּדַ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see10אָנֹכִ֜יH595ik, mijI, me, [idiom] which11מַכֶּ֣הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound12בַּמַּטֶּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14בְּיָדִ֗יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הַמַּ֛יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18בַּיְאֹ֖רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream19וְנֶהֶפְכ֥וּH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)20לְדָֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
18En de vis in de rivier zal sterven, zodat de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid worden, dat zij het water uit de rivier drinken mogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de visH1710 in de rivierH2975 zal stervenH4191, zodat de rivierH2975 zal stinkenH887; en de EgyptenaarsH4714 zullen vermoeidH3811 worden, datH834 zij het waterH4325uitH4480 de rivierH2975drinkenH8354 mogen.En de vis in de rivier zal sterven, zodat de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid worden, dat zij het water uit de rivier drinken mogen.
KJVAnd the fish1that is in the river3shall die,4and the river6shall stink;5and the Egyptiansshall lothe7to drink9of the water10of the river.
1וְהַדָּגָ֧הH1710vis, vissenfish2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בַּיְאֹ֛רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream4תָּמ֖וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5וּבָאַ֣שׁH887stinkende, stinken, stonk(make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly6הַיְאֹ֑רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream7וְנִלְא֣וּH3811moede, vermoeid, moede maaktfaint, grieve, lothe, (be, make) weary (selves)8מִצְרַ֔יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt9לִשְׁתּ֥וֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)10מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הַיְאֹֽרH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19Verder zeide de HEERE tot Mozes: zeg tot Aaron: Neem uw staf, en steek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, over hun rivieren, en over hun poelen, en over alle vergadering hunner wateren, dat zij bloed worden; en er zij bloed in het ganse Egypteland, beide in houten en in stenen vaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Verder zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: zegH559totH413AaronH175: NeemH3947 uw stafH4294, en steekH5186 uw handH3027 uit overH5921 de waterenH4325 der EgyptenarenH4714, overH5921 hun stromenH5104, overH5921 hun rivierenH2975, en overH5921 hun poelenH98, en overH5921alleH3605vergaderingH4723 hunner waterenH4325, dat zijH1961bloedH1818 worden; en er zijH1961bloedH1818 in het ganseH3605EgyptelandH776, beide in houtenH6086 en in stenenH68 vaten.Verder zeide de HEERE tot Mozes: zeg tot Aaron: Neem uw staf, en steek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, over hun rivieren, en over hun poelen, en over alle vergadering hunner wateren, dat zij bloed worden; en er zij bloed in het ganse Egypteland, beide in houten en in stenen vaten.
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses,4Say5unto Aaron,7Take8thy rod,9and stretch out10thine hand11upon the waters13of Egypt,14upon their streams,16upon their rivers,18and upon their ponds,20and upon all their pools23of water,24that they may become blood;26and that there may be blood28throughout all the land30of Egypt,31both in vessels of wood,32and in vessels of stone.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אַהֲרֹ֡ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9מַטְּךָ֣H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe10וּנְטֵֽהH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield11יָדְךָ֩H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13מֵימֵ֨יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))14מִצְרַ֜יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim15עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16נַהֲרֹתָ֣םH5104rivier, rivieren, stromenflood, river17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18יְאֹרֵיהֶ֣םH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream19וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20אַגְמֵיהֶ֗םH98poelen, waterpoel, rietpoelenpond, pool, standing (water)21וְעַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23מִקְוֵ֥הH4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool24מֵימֵיהֶ֖םH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))25וְיִֽהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use26דָ֑םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent27וְהָ֤יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use28דָם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent29בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)30אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world31מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim32וּבָעֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood33וּבָאֲבָנִֽיםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
20Mozes nu en Aaron deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en hij hief den staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20MozesH4872 nu en AaronH175dedenH6213alzoH3651, gelijk de HEEREH3068gebodenH6680 had; en hij hiefH7311 den stafH4294 op, en sloegH5221 het waterH4325, datH834 in de rivierH2975 was, voor de ogenH5869 van FaraoH6547, en voor de ogenH5869 van zijn knechtenH5650; en alH3605 het waterH4325 in de rivierH2975 werd in bloedH1818veranderdH2015.Mozes nu en Aaron deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en hij hief den staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd.
KJVAnd Moses3and Aaron4did1so, as the LORD7commanded;6and he lifted up8the rod,9and smote10the waters12that were in the river,14in the sight15of Pharaoh,16and in the sight17of his servants;18and all the waters21that were in the river23were turned19to blood.
1וַיַּֽעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כֵן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3מֹשֶׁ֨הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4וְאַהֲרֹ֜ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וַיָּ֤רֶםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms9בַּמַּטֶּה֙H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe10וַיַּ֤ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַמַּ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14בַּיְאֹ֔רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream15לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16פַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh17וּלְעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)18עֲבָדָ֑יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19וַיֵּהָֽפְכ֛וּH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הַמַּ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))22אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23בַּיְאֹ֖רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream24לְדָֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
21En de vis, die in de rivier was, stierf; en de rivier stonk, zodat de Egyptenaars het water uit de rivier niet drinken konden; en er was bloed in het ganse Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de visH1710, dieH834 in de rivierH2975 was, stierfH4191; en de rivierH2975stonkH887, zodat de EgyptenaarsH4714 het waterH4325uitH4480 de rivierH2975nietH3808drinkenH8354kondenH3201; en er wasH1961bloedH1818 in het ganseH3605EgyptelandH776.En de vis, die in de rivier was, stierf; en de rivier stonk, zodat de Egyptenaars het water uit de rivier niet drinken konden; en er was bloed in het ganse Egypteland.
KJVAnd the fish1that was in the river3died;4and the river6stank,5and the Egyptians18could8not drink10of the water11of the river;13and there was blood15throughout all the land17of Egypt.
1וְהַדָּגָ֨הH1710vis, vissenfish2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בַּיְאֹ֥רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream4מֵ֨תָה֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5וַיִּבְאַ֣שׁH887stinkende, stinken, stonk(make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly6הַיְאֹ֔רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream7וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָכְל֣וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer9מִצְרַ֔יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt10לִשְׁתּ֥וֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)11מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13הַיְאֹ֑רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream14וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15הַדָּ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
22Doch de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen; zodat Farao's hart verstokte, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Doch de EgyptischeH4714tovenaarsH2748dedenH6213 ook alzoH3651 met hun bezweringenH3909; zodat FaraoH6547's hartH3820verstokteH2388, en hij hoordeH8085naarH413 hen nietH3808, gelijk als de HEEREH3068gesprokenH1696 had.Doch de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen; zodat Farao's hart verstokte, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had.
KJVAnd the magicians3of Egypt4did1so with their enchantments:5and Pharaoh's8heart7was hardened,6neither did he hearken10unto them; as the LORD14had said.
1וַיַּֽעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כֵ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3חַרְטֻמֵּ֥יH2748tovenaarsmagician4מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5בְּלָטֵיהֶ֑םH3909bezweringen, stilletjes, heimelijkeenchantment, privily, secretly, softly6וַיֶּחֱזַ֤קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand7לֵבH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שָׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
23En Farao keerde zich om, en ging naar zijn huis; en hij zette zijn hart daar ook niet op.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En FaraoH6547keerdeH6437 zich om, en ging naarH413 zijn huisH1004; en hij zetteH7896 zijn hartH3820 daar ookH1571nietH3808 op.En Farao keerde zich om, en ging naar zijn huis; en hij zette zijn hart daar ook niet op.
KJVAnd Pharaoh2turned1and went3into his house,5neither did he set7his heart8to this
1וַיִּ֣פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh3וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7שָׁ֥תH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take8לִבּ֖וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom9גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea10לָזֹֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
24Doch alle Egyptenaars groeven rondom de rivier, om water te drinken; want zij konden van het water der rivier niet drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Doch alleH3605EgyptenaarsH4714groevenH2658rondomH5439 de rivierH2975, om waterH4325 te drinkenH8354; wantH3588 zij kondenH3201 van het waterH4325 der rivierH2975nietH3808drinkenH8354.Doch alle Egyptenaars groeven rondom de rivier, om water te drinken; want zij konden van het water der rivier niet drinken.
KJVAnd all the Egyptiansdigged1round about4the river5for water6to drink;7for they could10not drink11of the water12of the river.
1וַיַּחְפְּר֧וּH2658gegraven, graven, groefdig, paw, search out, seek2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3מִצְרַ֛יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt4סְבִיבֹ֥תH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side5הַיְאֹ֖רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream6מַ֣יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7לִשְׁתּ֑וֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יָֽכְלוּ֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11לִשְׁתֹּ֔תH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)12מִמֵּימֵ֖יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))13הַיְאֹֽרH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25Alzo werden zeven dagen vervuld, nadat de HEERE de rivier geslagen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Alzo werden zevenH7651dagenH3117vervuldH4390, nadatH310 de HEEREH3068 de rivierH2975geslagenH5221 had.Alzo werden zeven dagen vervuld, nadat de HEERE de rivier geslagen had.
KJVAnd seven2days3were fulfilled,1after4that the LORD6had smitten5the river.
1וַיִּמָּלֵ֖אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5הַכּוֹתH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַיְאֹֽרH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 7:1— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een god gezet over Farao; en Aaron, uw broeder, zal uw profeet zijn.Exodus 4:15→Psalmen 82:6→Genesis 19:21→2 Koningen 6:32→1 Koningen 17:23→Prediker 1:10→Johannes 10:35→Exodus 16:29→
Exodus 7:2— Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken laat.Exodus 4:15→Exodus 6:29→Mattheüs 28:20→Deuteronomium 4:2→Ezechiël 3:17→Ezechiël 3:10→Jeremia 1:17→Jeremia 1:7→
Exodus 7:3— Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.Exodus 11:9→Exodus 4:21→Psalmen 78:43→Handelingen 7:36→Psalmen 105:27→Psalmen 135:9→Exodus 9:16→Exodus 4:29→
Exodus 7:4— Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israels, uit Egypteland, door grote gerichten.Exodus 6:6→Exodus 11:9→Exodus 12:51→Openbaring 19:2→Exodus 6:26→Exodus 10:1→Ezechiël 25:11→Spreuken 19:29→
Exodus 7:5— Dan zullen de Egyptenaars weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrekke, en de kinderen Israels uit het midden van hen uitleide.Exodus 7:17→Exodus 8:22→Exodus 14:4→Exodus 3:20→Exodus 14:18→Exodus 8:10→Ezechiël 39:22→Ezechiël 36:23→
Exodus 7:6— Toen deed Mozes en Aaron, als hun de HEERE geboden had, alzo deden zij.Exodus 7:2→Genesis 6:22→Exodus 7:10→Exodus 39:43→Johannes 15:14→Genesis 22:18→Psalmen 119:4→Exodus 40:16→
Exodus 7:7— En Mozes was tachtig jaar oud, en Aaron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken.Deuteronomium 31:2→Handelingen 7:30→Deuteronomium 34:7→Handelingen 7:23→Deuteronomium 29:5→Genesis 41:46→Psalmen 90:10→Exodus 2:23→
Exodus 7:9— Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor ulieden; zo zult gij tot Aaron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden.Jesaja 7:11→Johannes 2:18→Exodus 4:2→Johannes 6:30→Exodus 4:17→Psalmen 74:12→Exodus 7:10→Ezechiël 29:3→
Exodus 7:10— Toen ging Mozes en Aaron tot Farao henen in, en deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en Aaron wierp zijn staf neder voor Farao's aangezicht, en voor het aangezicht zijner knechten; en hij werd tot een draak.Exodus 4:3→Lukas 10:19→Markus 16:18→Amos 9:3→
Exodus 7:11— Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen.Exodus 7:22→Genesis 41:8→2 Timotheüs 3:8→Exodus 8:18→Exodus 8:7→Daniël 2:2→Daniël 5:7→Genesis 41:38→
Exodus 7:12— Want een ieder wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.1 Johannes 4:4→Handelingen 13:8→Exodus 9:11→Exodus 8:18→Handelingen 19:19→Handelingen 8:9→
Exodus 7:13— Doch Farao's hart verstokte, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.Exodus 4:21→Exodus 10:27→Exodus 10:20→Exodus 10:1→Exodus 8:15→Romeinen 1:28→Exodus 7:3→Deuteronomium 2:30→
Exodus 7:14— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Farao's hart is zwaar; hij weigert het volk te laten trekken.Exodus 8:15→Exodus 10:27→Exodus 10:20→Exodus 10:1→Jesaja 1:20→Jeremia 8:5→Exodus 10:4→Exodus 4:23→
Exodus 7:15— Ga heen tot Farao in den morgenstond; zie, hij zal uitgaan naar het water toe, zo stel u tegen hem over aan den oever der rivier, en den staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen.Exodus 8:20→Exodus 2:5→Exodus 7:10→Ezechiël 29:3→Exodus 4:2→
Exodus 7:16— En gij zult tot hem zeggen: de HEERE, de God der Hebreen, heeft mij tot u gezonden, zeggende: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene in de woestijn; doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.Exodus 3:18→Exodus 9:1→Exodus 3:12→Exodus 9:13→Jesaja 45:13→Jeremia 50:33→Exodus 8:20→Exodus 8:1→
Exodus 7:17— Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden.Exodus 4:9→Exodus 5:2→Exodus 7:5→Psalmen 9:16→Ezechiël 32:15→Exodus 1:22→Daniël 4:17→2 Koningen 19:19→
Exodus 7:18— En de vis in de rivier zal sterven, zodat de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid worden, dat zij het water uit de rivier drinken mogen.Exodus 7:24→Exodus 7:21→Numeri 21:5→Numeri 11:20→
Exodus 7:19— Verder zeide de HEERE tot Mozes: zeg tot Aaron: Neem uw staf, en steek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, over hun rivieren, en over hun poelen, en over alle vergadering hunner wateren, dat zij bloed worden; en er zij bloed in het ganse Egypteland, beide in houten en in stenen vaten.Exodus 8:5→Exodus 10:21→Exodus 8:16→Exodus 14:21→Exodus 10:12→Exodus 14:26→Genesis 1:10→Exodus 9:22→
Exodus 7:20— Mozes nu en Aaron deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en hij hief den staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd.Psalmen 105:29→Psalmen 78:44→Exodus 17:5→Exodus 17:9→Johannes 2:9→Exodus 7:17→Numeri 20:8→Openbaring 8:8→
Exodus 7:21— En de vis, die in de rivier was, stierf; en de rivier stonk, zodat de Egyptenaars het water uit de rivier niet drinken konden; en er was bloed in het ganse Egypteland.Exodus 7:18→Openbaring 8:9→
Exodus 7:22— Doch de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen; zodat Farao's hart verstokte, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had.Exodus 7:11→Jeremia 27:18→Exodus 8:7→2 Timotheüs 3:8→
Exodus 7:23— En Farao keerde zich om, en ging naar zijn huis; en hij zette zijn hart daar ook niet op.Exodus 9:21→Maleachi 2:2→Amos 4:7→Ezechiël 40:4→Spreuken 24:32→Spreuken 22:17→Job 7:17→Habakuk 1:5→
Exodus 7:25— Alzo werden zeven dagen vervuld, nadat de HEERE de rivier geslagen had.2 Samuël 24:13→Exodus 8:9→Exodus 10:23→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 7 vers 1— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een god gezet over Farao; en Aaron, uw broeder, zal uw profeet zijn.
god gezet over Faraö;
Zie boven, Ex. 4:16.
Hertaald:god gezet over Faraö;
Zie Ex. 4:16.
profeet zijn
Dat is hier te zeggen uitlegger, of taalman, Ex. 4:16 staat: hij zal u ten mond zijn.
Hertaald:profeet zijn
Dat is hier te zeggen: uitlegger, of woordvoerder; in Ex. 4:16 staat: hij zal u tot mond zijn.
Exodus 7 vers 2— Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken laat.
spreken alles, wat Ik u gebieden zal;
Te weten tot Aäron.
Hertaald:spreken alles, wat Ik u gebieden zal;
Namelijk: tot Aäron.
Exodus 7 vers 3— Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.
verharden;
Zie Ex. 4:21.
Hertaald:verharden;
Zie Ex. 4:21.
Exodus 7 vers 4— Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israels, uit Egypteland, door grote gerichten.
hand
Dat is, mijn straffen en plagen. Zie dergelijke manieren van spreken Ex. 9:3; Richt. 2:15; 1 Sam. 12:15; Klaagl. 3:3.
Hertaald:hand
Dat is: Mijn straffen en plagen. Zie eenzelfde manier van spreken in Ex. 9:3; Richt. 2:15; 1 Sam. 12:15; Klaagl. 3:3.
aan Egypte
Anders, op Egypte, of, aan de Egyptenaars.
Hertaald:aan Egypte
Anders: op Egypte, of: aan de Egyptenaren.
leggen,
Hebreeuws, geven.
Hertaald:leggen,
Hebreeuws: geven.
gerichten
Dat is, straffen; zie boven, Ex. 6:5.
Hertaald:gerichten
Dat is: straffen; zie Ex. 6:5.
Exodus 7 vers 7— En Mozes was tachtig jaar oud, en Aaron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken.
En Mozes was tachtig jaar oud,
Hebreeuws, en Mozes was een zoon van tachtig jaar, en Aäron een zoon van drie en tachtig jaar.
Hertaald:En Mozes was tachtig jaar oud,
Hebreeuws: en Mozes was een zoon van tachtig jaar, en Aäron een zoon van drieëntachtig jaar.
Exodus 7 vers 9— Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor ulieden; zo zult gij tot Aaron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden.
Doet een wonderteken voor ulieden;
Hebreeuws, geeft wonder voor ulieden; dat is, om te bewijzen dat gij van God tot mij gezonden zijt.
Hertaald:Doet een wonderteken voor ulieden;
Hebreeuws: geeft een wonder voor u; dat is: om te bewijzen dat gij door God tot mij gezonden zijt.
uw staf,
Ex. 4:20 wordt hij genoemd Gods staf; Ex. 4:2, Mozes' staf. Hier en vs.12 wordt hij genoemd Aärons staf, omdat Aäron dien nu in zijn hand had.
Hertaald:uw staf,
In Ex. 4:20 wordt hij Gods staf genoemd; in Ex. 4:2 Mozes' staf. Hier en in vers 12 wordt hij Aärons staf genoemd, omdat Aäron die nu in zijn hand had.
Exodus 7 vers 11— Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen.
guichelaars;
Die door des duivels kunst de ogen der mensen betoverden, zodat zij meenden te zien, hetgeen er inderdaad niet was, en werden als wijzen in grote achting bij de Egyptenaars gehouden.
Hertaald:guichelaars;
Zij die door de kunst van de duivel de ogen van de mensen betoverden, zodat zij meenden te zien wat er in werkelijkheid niet was, en die als wijzen in groot aanzien stonden bij de Egyptenaren.
tovenaars
Zie Gen. 41:8; de voornaamsten van dezen tovenaars noemt Paulus, 2 Tim. 3:8, Jannes en Jambres.
Hertaald:tovenaars
Zie Gen. 41:8; de voornaamsten van deze tovenaars noemt Paulus, 2 Tim. 3:8, Jannes en Jambres.
deden ook alzo met hun bezweringen
Te weten, zoveel den uiterlijken schijn aanging, maar niet inderdaad.
Hertaald:deden ook alzo met hun bezweringen
Namelijk: wat de uiterlijke schijn betrof, maar niet in werkelijkheid.
Exodus 7 vers 12— Want een ieder wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.
Aärons staf verslond hun staven.
Dat is, de draak of slang, die uit Aärons staf geworden was.
Hertaald:Aärons staf verslond hun staven.
Dat is: de draak of slang, waarin Aärons staf veranderd was.
Exodus 7 vers 13— Doch Farao's hart verstokte, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.
verstokte,
Zie Ex. 4:21.
Hertaald:verstokte,
Zie Ex. 4:21.
Exodus 7 vers 14— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Farao's hart is zwaar; hij weigert het volk te laten trekken.
is zwaar;
Zodat het zich niet kan opheffen tot gehoorzaamheid.
Hertaald:is zwaar;
Zodat het zich niet kan verheffen tot gehoorzaamheid.
Exodus 7 vers 16— En gij zult tot hem zeggen: de HEERE, de God der Hebreen, heeft mij tot u gezonden, zeggende: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene in de woestijn; doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.
zeggende
Dat is, om aan u te zeggen.
Hertaald:zeggende
Dat is: om u te zeggen.
Exodus 7 vers 17— Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden.
ik zal met dezen staf,
Het was Aäron, die met den staf sloeg, gelijk gezegd wordt onder vs.19, maar God gebood het door Mozes. Zie dergelijke manier van spreken Matt. 20:32, vergeleken met Marc. 10:49, en Marc. 15:45, met Matt. 27:58.
Hertaald:ik zal met dezen staf,
Het was Aäron die met de staf sloeg, zoals in vers 19 wordt gezegd, maar God gebood het door Mozes. Zie eenzelfde manier van spreken in Matt. 20:32, vergeleken met Marc. 10:49, en Marc. 15:45, met Matt. 27:58.
Exodus 7 vers 18— En de vis in de rivier zal sterven, zodat de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid worden, dat zij het water uit de rivier drinken mogen.
de Egyptenaars
Hieruit is af te nemen dat niet de Israëlieten, maar alleen de Egyptenaars gebrek aan goed water gehad hebben.
Hertaald:de Egyptenaars
Hieruit is af te leiden dat niet de Israëlieten, maar alleen de Egyptenaren gebrek aan goed water gehad hebben.
zullen vermoeid worden,
Te weten, door den arbeid van het graven, dat zij rondom de rivier doen zullen, zoekende water, gelijk vs.24; anders, het zal den Egyptenaars lastig, of, bezwaarlijk vallen.
Hertaald:zullen vermoeid worden,
Namelijk: door het graven dat zij rondom de rivier zullen doen, op zoek naar water, zoals in vers 24; anders: het zal de Egyptenaren zwaar, of: moeilijk vallen.
Exodus 7 vers 19— Verder zeide de HEERE tot Mozes: zeg tot Aaron: Neem uw staf, en steek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, over hun rivieren, en over hun poelen, en over alle vergadering hunner wateren, dat zij bloed worden; en er zij bloed in het ganse Egypteland, beide in houten en in stenen vaten.
beide in houten en in stenen vaten.
Hebreeuws, in houten en in stenen.
Hertaald:beide in houten en in stenen vaten.
Hebreeuws: in houten en in stenen.
Exodus 7 vers 20— Mozes nu en Aaron deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en hij hief den staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd.
hij hief den staf op,
Te weten Aäron.
Hertaald:hij hief den staf op,
Namelijk: Aäron.
Exodus 7 vers 21— En de vis, die in de rivier was, stierf; en de rivier stonk, zodat de Egyptenaars het water uit de rivier niet drinken konden; en er was bloed in het ganse Egypteland.
stierf;
Deze plaag was des te groter, omdat de Egyptenaars en die daar te lande woonden veel vis aten, en zich daarmede geneerden; zie Num. 11:5; want het vlees van onderscheidene beesten aten zij niet, uit superstitie, Ex. 8:26.
Hertaald:stierf;
Deze plaag was des te groter, omdat de Egyptenaren en de andere inwoners van dat land veel vis aten, en daarvan leefden; zie Num. 11:5; want het vlees van sommige dieren aten zij niet, uit bijgeloof, Ex. 8:26.
rivier stonk,
Deze plaag was ook zeer groot, want de Egyptenaars, die dagelijks water dronken, hadden geen ander water dan zij uit de grote rivier de Nijl, en de vlieten haalden, dewijl het daar te lande niet regent, gelijk af te nemen is uit Deut. 11:10-11.
Hertaald:rivier stonk,
Deze plaag was ook zeer groot, want de Egyptenaren, die dagelijks water dronken, hadden geen ander water dan wat zij haalden uit de grote rivier de Nijl en de kanalen, omdat het daar niet regent, zoals blijkt uit Deut. 11:10-11.
er was bloed in het ganse Egypteland
Hij wil zeggen dat er niet alleen in de rivier bloed was, maar ook in al de andere wateren van Egypte.
Hertaald:er was bloed in het ganse Egypteland
Hij wil zeggen dat er niet alleen in de rivier bloed was, maar ook in alle andere wateren van Egypte.
Exodus 7 vers 22— Doch de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen; zodat Farao's hart verstokte, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had.
deden ook alzo met hun bezweringen;
Zie boven, vs.11. Het water dat zij in bloed veranderden, kregen zij met graven omtrent de rivier, vs.24, of zij haalden het van Gosen, of uit de huizen der Israëlieten, die hier en daar onder de Egyptenaars woonden.
Hertaald:deden ook alzo met hun bezweringen;
Zie vers 11. Het water dat zij in bloed veranderden, kregen zij door graven rondom de rivier, vers 24, of zij haalden het uit Gosen, of uit de huizen van de Israëlieten, die hier en daar tussen de Egyptenaren woonden.
Exodus 7 vers 23— En Farao keerde zich om, en ging naar zijn huis; en hij zette zijn hart daar ook niet op.
en hij zette zijn hart daar ook niet op
Dat is, hij gaf er geen acht op, en het ging hem niet ter harte. Zie dergelijke manier van spreken, Ex. 9:21; 1 Sam. 4:20; 2 Sam. 18:3; Spr. 22:17.
Hertaald:en hij zette zijn hart daar ook niet op
Dat is: hij lette er niet op, en het ging hem niet ter harte. Zie eenzelfde manier van spreken in Ex. 9:21; 1 Sam. 4:20; 2 Sam. 18:3; Spr. 22:17.
Exodus 7 vers 25— Alzo werden zeven dagen vervuld, nadat de HEERE de rivier geslagen had.
Alzo werden zeven dagen vervuld,
Hebreeuws, en de week der dagen werd vervuld. Zolang duurde deze plaag.
Hertaald:Alzo werden zeven dagen vervuld,
Hebreeuws: en de week der dagen werd vervuld. Zo lang duurde deze plaag.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — zie voor de volledige geschiedenis van het land het artikel bij Genesis 12, waar Egypte voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, met het bewoonbare land vrijwel geheel beperkt tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Waar Jozef eerst als slaaf en gevangene, en later als onderkoning verhoogd werd, en waar zijn hele familie zich in het land Gosen vestigde (Gen. 37-50), wordt Egypte in het boek Exodus het land van verdrukking: "er stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had" (Ex. 1:8). Uit vrees voor de groei van het volk Israël werden de Hebreeën tot harde slavenarbeid gedwongen, onder meer voor de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, en werd bevel gegeven hun pasgeboren zonen te doden (Ex. 1:8-22). Dit vormt het decor van heel het boek Exodus, tot aan de uittocht (Ex. 12) en de doortocht door de Schelfzee (Ex. 14).
Bijbelse betekenis: Het land dat eerst redding en overvloed bood (onder Jozef), wordt hier het "ijzeren smeltoven" van verdrukking (Deut. 4:20) — waaruit de HEERE Zijn volk met sterke hand en uitgestrekte arm zou uitleiden, tot in alle latere Schrift het grondpatroon van verlossing.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De rivier die tot bloed werd — 7:1-7, 14-25
Mozes en Aäron staan voor de troon van Egypte, en Farao heeft al één keer geweigerd. Wat er dan begint is geen onderhandeling maar een reeks slagen, en de eerste ervan treft niet het volk maar de rivier waar heel het land van leeft.
De plagen zijn geen willekeurige rampen maar gerichte slagen: God neemt het op tegen de goden waar Egypte op steunt, en Hij begint bij de Nijl.
God zegt vooraf wat het doel is, en dat doel wordt in dit hoofdstuk twee keer genoemd: dan zullen de Egyptenaars weten dat Ik de HEERE ben. Het gaat er dus niet in de eerste plaats om dat Farao toegeeft, maar om wie er God is.
Daarom zijn de plagen ook geen willekeurige rampen. Het volk van Israël wordt niet alleen uit de hand van een koning gehaald; er wordt een strijd gevoerd tegen de goden waarop Egypte steunde. Later zegt God het met zoveel woorden: Ik zal aan al de goden der Egyptenaren gerichten oefenen. Wat er in deze hoofdstukken gebeurt is dus twee dingen tegelijk — een volk dat vrijkomt, en een reeks goden die openlijk niets blijken te zijn.
De eerste slag valt daarom precies op de plaats waar Egypte zijn leven vandaan haalde. De Nijl was niet zomaar een rivier maar een godheid; alles wat er in dat land groeide, hing eraan. En het bevel luidt: “Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden.”
Wat er dan staat, is het einde van een god. De vissen sterven, de rivier stinkt, en de Egyptenaars kunnen er niet meer uit drinken. Er staat zelfs bij dat er bloed was in heel Egypteland, ook in de houten en stenen vaten. Wie het beeld tot zich laat doordringen, ziet een rivier die doodbloedt.
Zo gaat het door: bij de kikvorsen wordt de vruchtbaarheid overspoeld door haar eigen teken, en aan het eind wordt zelfs de zon drie dagen lang verduisterd. De laatste slag treft het huis van de koning zelf, die in Egypte als een god gold — en dan blijkt zijn eigen eerstgeborene niet gespaard te kunnen worden.
Daar ligt de lijn naar het Evangelie, en hij loopt over wat verlossing eigenlijk is. Israël werd niet alleen uit een land gehaald; er werd afgerekend met de machten die het gevangenhielden. Paulus schrijft over het kruis in precies zulke bewoordingen: God heeft de overheden en de machten uitgetogen en heeft die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door het kruis over hen getriomfeerd. Dat is dezelfde zaak, en het is dezelfde openbaarheid: het gebeurt zo dat iedereen het zien kan.
En het slot van dit hoofdstuk is nuchter en somber tegelijk: “Farao keerde zich om, en ging naar zijn huis; en hij zette zijn hart daar ook niet op.” Zeven dagen lang bleef de rivier zoals hij was. Wie zich niet wil laten overtuigen, kan een god zien sterven en gewoon naar binnen lopen.
Exodus 7:5 — Het doel is niet alleen dat Farao toegeeft, maar dat men weet Wie de HEERE is.
Exodus 7:17 — De eerste slag valt op de rivier waar heel het land van leeft.
Exodus 7:21 — De vissen sterven en de rivier stinkt: een god die doodbloedt.
Exodus 12:12 — God zegt zelf dat Hij aan al de goden der Egyptenaren gerichten oefent.
Kolossenzen 2:15 — Aan het kruis werden de overheden uitgetogen en in het openbaar tentoongesteld.
Hebreeën 2:14-15 — Opdat Hij tenietdeed dengene die het geweld des doods had.
In het Nieuwe Testament: Kolossenzen 2:15; Hebreeën 2:14-15; Exodus 12:12; Openbaring 16:4-6; Johannes 12:31
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Exodus 7 niet aan. Dat de plagen zich richtten tegen de goden van Egypte, staat wel met zoveel woorden in Exodus 12:12. Welke plaag bij welke god hoorde, staat er niet bij. Dat is een gevolgtrekking uit wat er van de Egyptische godsdienst bekend is, en zij wordt hier ook zo gegeven. Het verband met Kolossenzen 2:15 berust op de zaak — een verlossing die tegelijk een ontwapening van machten is — en niet op een aanhaling.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 7:12.Kruisverwijzingen1 Johannes 4:4→Handelingen 13:8→Exodus 9:11→Exodus 8:18→Handelingen 19:19→Handelingen 8:9→ — Want een ieder wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven. “Maar Aärons staf verslond hun staven..
Wij zullen niet proberen de vraag te beantwoorden of deze tovenaars hun staven werkelijk in slangen hebben veranderd. Het is waarschijnlijk dat zij door bedrieglijke goochelkunst de droge staven verwisselden voor levende slangen en zo de ogen van de farao misleidden. Anderzijds is het mogelijk dat God het toeliet dat de duivel hun toverijen ondersteunde en dat de oude slang op deze wijze een nageslacht voortbracht.
Maar de staf van Aäron toonde de macht die zij van de hemel had ontvangen. Deze maakte een einde aan alle hoogmoed van Jannes en Jambres, want zij verslond zonder moeite al hun staven. Dit gebeuren is een leerzaam beeld van de zekere overwinning van Gods werk op iedere vorm van menselijke tegenstand.
Wanneer iets van God in het hart wordt gelegd of door Hem op aarde wordt gebracht, zal het uiteindelijk alles overwinnen wat daartegenin komt. De duivel kan misschien een namaakwerk voortbrengen en een menigte tegenstanders opwekken, maar zolang God Zelf in het werk betrokken is, zal dat werk al Zijn vijanden overwinnen.
Een menigte vijanden kwam op ons geloof en onze oude zonden af. De duivel wierp ze voor onze voeten, en zij veranderden in slangen. Wat een grote menigte was dat! Maar het kruis van Jezus vernietigt ze allemaal. Het geloof in Christus maakt een einde aan al onze zonden.
1. Toen zei de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u door Mijn woord, dat Ik thans tot u spreek, tot een God 1) gezet over Farao, dat gij hem evenzo in uw macht zult hebben, gelijk Ik over alles het gebied voer; en Aäron, uw broeder, zal uw profeet 2) zijn, gelijk gij het zijt van Mij; hij zal voor u, en uw woorden spreken.
1) “Door Mijn woord,” spreekt de Heere: “zult gij over hem heersen; hij kante zich er tegen aan, en weerstreve, zoveel hij wil; hij zal toch uw wil moeten volbrengen.” Zo staat het met hem, die Gods Woord heeft en Gods kind is; hem is macht over alles gegeven; want een Christen is zulk een machtig mens, dat hem alle schepselen moeten gehoorzamen; en al schijnt het oppervlakkig geheel anders, in waarheid is het toch zo. Wat ter wereld is sterker dan de dood, vreselijker dan de zonde, pijnlijker dan een kwaad geweten? En toch kan de Christen getuigen, dat hij over dat alles een Heer is..
Mozes zou zulke woorden spreken in de naam van de levende God, en God zou zulke wonderen doen door de hand van Mozes, zijn knecht, dat hij even daarom niet alleen ver boven Farao verheven, maar als in de plaats van God en zodoende een God tegen, boven, of over Farao gezet en verhoogd zou zijn, over wie hij niet alleen zou zegepralen, maar die hij in Gods naam zo zou richten en straffen, dat die grote koning, onaangezien al deze macht en heerlijkheid, de kinderen van Israël zou moeten laten trekken en vervolgens voor Mozes buigen..
2) Wat het woord profeet betekent, leert Exodus. 4:14-16, waar de Heere tot Mozes zegt: “Gij zult tot Aäron spreken, en de woorden in zijn mond leggen. Hij zal u tot een mond zijn en gij zult hem tot een God zijn. Aäron moest dus in het spreken de plaats van Mozes vervangen, en diens gedachten onder woorden brengen. Door hem zou Mozes spreken, zodat hij voor Mozes zijn zou, wat de mond in het spreken voor iederen mens is: het middel, om de inwendige gedachten aan anderen uitwendig mee te delen. Zo is daarom een profeet de mond van God, dat is: een middel, waardoor God de gedachten, die Hij openbaren wil, aan de mensen bekend maakt, of eenvoudiger: een man, door wie God spreekt (Jeremia. 1:9). Een profeet wordt daarom ook dikwijls man van God genoemd, want hij spreekt of handelt niet in zijn naam, maar in de naam van God” (2 Petr.1:21).
Hier komt de eigenlijke betekenis van het woord profeet (nabie) uitstekend uit. Deze was een welbespraakte tolk, die in naam van een ander het woord had te spreken. Gelijk Aäron dit was van en voor Mozes, zo moest deze dit tegenover Israël van en voor God de Heere zijn; om namelijk Zijn woorden over te brengen, aan diens gedachten vorm en klank te geven. Naar hem had het volk te luisteren, als sprak door en in de profeet de Heere zelf. Mozes was de profeet van God en Aäron was de profeet van Mozes. “Want, zo zegt de Heere, gij zult spreken alles wat Ik u gebieden zal; en Aäron uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen van Israël uit zijn land laat vertrekken”.
Profeteren is dus niet gelijk met: de toekomst voorzeggen; deze gave wenst Mozes niet heel het volk toe (Numeri. 2:29); dat bedoelde Samuel niet op de scholen te leren (1Sam.19:20); die gave is het niet, waarnaar wij moeten ijveren (1Kor.14:39), hoewel het in de aard van de zaak ligt, dat niemand de toekomst kan voorzeggen zonder profeet, zonder de mond van God te zijn; elk spreken door de Heilige Geest, elk brengen van Gods woord tot anderen is profetie. Christus was de hoogste Profeet, want Hij sprak geen andere woorden, dan die Hij, in de schoot van zijn Vader zijnde, had gehoord (Johannes 7:16; 14:24)
2. Gij zult spreken 1) tot Aäron alles wat Ik u gebieden zal; en a) Aäron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat 2) hij de kinderen van Israël uit zijn land laat vertrekken.
a) Exodus. 4:14
1) In vs.2 verklaart God, de Heere, nader wat het betekent, dat Aäron de profeet van Mozes zou zijn..
2) In het Hebreeuws Weschillach niet: “dat hij laat vertrekken” maar, en hij zal laten vertrekken..
3. Doch Farao zal die vrijlating niet zo spoedig doen geschieden; Ik zal Farao’s hart verharden, 1) en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypte vermenigvuldigen.
1) Ik twijfel niet of God heeft met dit eerste zindeel, zijn knecht tot standvastigheid aangezet, opdat hij des te dapperder de hardnekkige tegenstand van de tiran zou weerstaan; vervolgens herinnerd aan het middel, dat Hem ten dienste stond. Ik meen daarom deze plaats aldus te vertalen: Ik zal wel het hart van Farao verstokken, maar ik zal de tekenen vermenigvuldigen, alsof Hij wilde zeggen, dat voor Hem die verstoktheid geen hinderpaal zou zijn, daar de wondertekenen voldoende zouden bevonden worden om haar te breken. Met dezelfde bedoeling voegt Hij terstond daarbij: Ofschoon Farao niet naar U zal horen zal Ik echter mijn hand uitstrekken. En zeker, met dat doel, wilde God, dat Farao Mozes hardnekkig weerstand zou bieden, opdat de verlossing vna het volk meer in het oog zou lopen..
Als dan God hier zegt: Ik zal zijn hart verharden, dat is, verstokken of sterk maken, zo schijnt Hij daardoor aan te wijzen, dat Hij Farao zijn genade niet verlenen, maar hem aan zichzelf zou laten, waardoor zijn bovenkant langzamerhand zou verstijven en hard worden, even gelijk het water, de warmte van de zon missende verstijft en tot ijs wordt. Waartoe dan ook nog veel zou helpen: dat het natuurlijk licht, dat in hem was, veeleer tot een rechtvaardige vergelding voor zijn wreedaardige verdrukking weggenomen en verduisterd, dan genadig zou worden opgehelderd, straffende God dus zonde met zonde, door hem over te geven aan zijn onmenselijke en verkeerde wegen, opdat hij ook tevens de misdaad van zijn goddelozen vader zou leren boeten, ten gevolge van hetgeen God bedreigt, de kinderen van hen, die hem haten..
Zulk een oordeel van God is des te vreselijker, omdat een mens geen ellende voelt als hij in het midden van al zijn ellende is.
God zegt hier, dat Hij Farao’s hart zal verharden. Het vervolg van de geschiedenis zal duidelijk maken, dat die verharding tevens het eigen werk en de zonde van Farao was, omdat hij alles, wat God deed om hem te dwingen het volk te laten vertrekken, eigenlijk verachtte; wel voor een ogenblik zich er om bekommerde, maar, nadat hij van de plaag was verlost, weer de oude van vroeger was, of liever erger dan vroeger, omdat elk verzet hem onvatbaarder maakte, om naar de stem van de Heere te horen, totdat God de zonde van zich ten Zijn wil te verzetten en zich te verharden, met de zonde van bijna gehele verharding strafte, zodat hij volslagen onaandoenlijk werd, ja zelfs de gezanten van Jehova, met de dood dreigde, als zij weer voor hem durfden verschijnen. Het verharden van Farao zelf, was de zonde, welke met de verharding, als oordeel van God, gestraft werd. In het Latijn wordt de verharding van de zijde van Farao vertaald door het woord duritiës, de verharding door God met dat van obduratio..
4. Farao nu zal, ook na zo vele tekenen van Mijn hand, naar u niet horen; wordt daardoor niet ontmoedigd; want Ik ben de Almachtige, en Ik zal Mijn hand 1) op Egypte leggen, en voeren Mijn legers, Mijn volk, de kinderen vanIsraël, uit Egypte, door grote gerichten. 2) Dit heerlijk doel, de uitleiding van Mijn volk, niet als van een hoop slaven, maar als van een zegepralend, met buit beladen krijgsleger, zal Ik, ondanks alle omwegen, die Ik, om zijnent- en uwentwil, en tot verheerlijking van Mijn naam, gaan moet, zeker bereiken.
1) Door “hand van God”, wordt niet zelden Zijn gunst verstaan, maar ook dikwijls, zoals hier, Zijn almacht, welke Hij gebruikt om de mens te kastijden en te tuchtigen. De Heere zegt hier, dat Hij Egypte’s land en volk zal bezoeken met Zijn tuchtigende hand..
2) Ook hier verzekert de Heere wederom, dat Zijn volk als een welgeordend geheel, als een vrij volk zal uittrekken. Farao met al zijn geweldhebbers moge tegenwerken en het zoveel mogelijk trachten te verhinderen, de Heere zal tonen, dat hij is de El-Schaddaï, de Almachtige, en Jehova, de Heere.
5. Dan zullen de Egyptenaars, door de gerichten, die Ik over hen zal laten komen, weten, 1) dat Ik de HEERE ben. Wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrek, en dekinderen van Israël uit het midden van hen uitleid, dan zullen zij weten, dat Ik de getrouwe Verbondsgod van Mijn volk, dat Ik alleen God ben.
1) Farao had in zijn driest verzet, en onbuigzame hoogmoed gevraagd: Wie is de Heere? Hier verklaart diezelfde God, dat straks de Egyptenaren zullen bekennen, dat Hij de Heere is.
6. a) Toen deden Mozes en Aäron, 1) gelijk als hun de Heere geboden had, alzo deden zij. 2)
a) Psalm. 105:28
1) Alle versaagdheid en alle twijfel was bij Mozes, na deze toespraak van de Heere, geheel overwonnen; Aäron sloot zich met volle beslistheid aan hem aan, bereid om hem als profeet te dienen..
2) Met die laatste uitdrukking wil de Schrijver zeggen, dat zij alles, wat zij verricht hadden, gedaan hadden volgens de voorschriften en het bevel van God..
7. En Mozes was tachtig jaar oud, 1) en Aäron was drie en tachtig jaar oud, toen zij, gelijk in vs.8 vv. verhaald wordt, voor de tweede maal, tot Farao spraken. 2)
1) Het leven van Mozes is in drie gelijke delen verdeeld. 1. 40 jaar is hij in Egypte geweest aan het koninklijk hof; 2. 40 jaar bij zijn schoonvader onder de Midianieten; 3. 40 jaar in de woestijn met het volk. In het geheel is hij dus 120 jaar oud geworden (Deuteronomium. 34:7). Het volgende gedeelte tot op de uittocht valt waarschijnlijk in de tijd van het begin van februari tot het begin van april 2513 na de wereldschepping = 1487 v. Chr..
2) Aan dit keerpunt van de geschiedenis wordt, gelijk dit vroeger ten opzichte van hun geslacht geschiedde, nu hun leeftijd opgegeven; en dat wel evenals in Genesis 41:46 van Jozef, om aan het verhaal grote mate van aanschouwelijkheid te geven. Ook nog in dit tijdperk bleef de leeftijd van de mensen een hoger jarental bereiken, ofschoon dit trapsgewijs afnam. Wij hebben ons Mozes voor te stellen als een krachtige grijsaard..
I. Exodus 7 vers 8-13
Met een wonderteken, tot bevestiging van hun Goddelijke zending toegerust, treden Mozes en Aäron wederom voor Farao, en eisen Israëls vrijlating. Als zij hun wonderteken verrichten, en de koning zijn tovenaars het hun laat nadoen, verslindt Aärons staf de staven van de tovenaars, en Jehova’s macht heeft daardoor een beslissende overwinning over de macht van de Egyptische goden behaald; doch Farao, in plaats van zich te buigen voor de God van Israël, verstokt zijn hart tegen Hem, en volhardt bij zijn weigering om het volk te laten vertrekken.
8. En de HEERE sprak tot Mozes en Aäron, toen zij zich op weg naar de koninklijke residentie bevonden, zeggende:
9. Wanneer Farao, op het bevel dat gij in Mijn naam tot hem richt, namelijk om de kinderen van Israël te laten vertrekken (vs.2), tot u spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken 1) voor u; bewijst door enig teken, dat gij waarlijk van een God gezonden zijt, die machtig zou zijn Zijn volk te helpen; zo zult gij, Mozes! tot Aäron 2) zeggen: Neem uw staf, de door Mij u gegevene (hoofdstuk 4:2 vv.; 4:17,20), en werp hem voor Farao’s aangezicht neer; hij zal tot een draak worden. 3)
1) In het Hebreeuws Mophèth eig. wonderheden. Het wonderteken (Mophèt) is wel te onderscheiden van het teken Oth. Een teken dient meer om de opmerkzaamheid te trekken, een wonderteken, bedoelt dit niet alleen maar bovenal om de verbazing gaande te maken, en tot overtuiging te brengen van de bijzondere tussenkomst van God..
2) Waarom Aäron eerder dan aan Mozes bevolen wordt de staf neer te werpen, is voor mij niet uitgemaakt. Wellicht, omdat God daarmee wilde tonen dat hij de hoge stand van de door en door trotse dwingeland met voorbedachte rade gering achtte. Waarom Hij zich niet verwaardigde zijn kracht door de hand van zijn voornaamste knecht tentoon te spreiden, maar door die van zijn tweede. Daarom met het oog op de dienst wordt de staf van God en van Mozes nu die van Aäron genoemd..
3) Hetzelfde teken, waarmee Mozes zijn goddelijke zending voor Israël bewees (hoofdstuk 4:2 vv.; 29 vv.), moet nu tot een gelijk doel voor Farao geschieden; het heeft nu echter een andere betekenis dan toen, niet meer een zinnebeeldig-geestelijke betekenis (zie Ex 4.9); het is het begin van een strijd, die de Heere met Egypte’s goden wil strijden, om na overwinning hen neer te storten en Zijn gericht over hen te houden (hoofdstuk 12:12; 15:11; 18:11)). Er is namelijk geen godsdienst in de heidenwereld, waarmee niet de magie verbonden is, d.i.: de aangeleerde bekwaamheid van de met de godsdienstverrichtingen belaste personen, om, gelijk men meende, door allerlei geheime middelen de krachten van een geestenwereld zich naar willekeur dienstbaar te maken. Dit geschiedde, óf om te vernemen, hetgeen voor het natuurlijk, menselijk weten verborgen is (Mantica of waarzeggerij), óf om te volbrengen, wat de natuurlijke, menselijke kracht niet vermag (operatieve magie of tovenarij). Een hoofdtak van de Egyptische magie was steeds de slangenbezwering. Van zekere geslachten, die van de Psyllen, wordt verhaald, dat zij een soort van magnetische invloed op de slangen uitoefenden, hen met hun stem uit hun schuilhoeken lokten, of door aanraking in een toestand van bedwelming en verstijving brachten. De Egyptische tovenaars verstonden het dus, een slang, tenminste een bijzondere soort slangen, de Hayeh, gelijk zij tegenwoordig heet, als in een stok, en daarna de stok weer in een slang te veranderen; met deze hun kunst stonden zij in de dienst van hun goden. Nu daalt God met het wonderteken, dat hij Mozes en Aäron laat verrichten, op de strijdplaats neer en grijpt het gehele toverwezen daardoor aan, dat Zijn dienaren werkelijk volbrengen moeten, wat de dienaren van de heidense goden slechts in schijn pleegden te volbrengen; en wel, opdat het werkelijk volbrengen recht in het oog zou vallen, moeten Zijn dienaren juist het omgekeerde doen: wat oorspronkelijk een stok is, verandert in een wezenlijke slang; niet, wat oorspronkelijk een slang is, in een en dan nog slechts schijnbare stok..
10. Toen ging Mozes en Aäron naar Farao, en deden zoals de HEERE geboden had; zij herhaalden in de naam des Heeren hun vorige eis (hoofdstuk 1:5). Toen hij naar een teken vroeg (vs.9), vreesden zij niet meer gelijk vroeger (hoofdstuk 5:3), maar volbrachten het bevel des Heeren, en Aäron wierp zijn staf neer voorFarao’s aangezicht, en voor het aangezicht van zijn knechten, en hij werd tot een slang, een draak, die door menigvuldige wendingen een werkelijke slang bleek te zijn.
11. Farao nu riep ook de wijzen 1) en de tovenaars, onder welke Jannes en Jambres de voornaamste waren (2 Tim.3:8)), om te bewijzen, dat de goden van Egypte hetzelfde vermochten, wat Aäron en Mozes in de kracht van de God van Israël gedaan hadden. En de Egyptische tovenaars 2) die wel vernomen hadden, welke tekenen Mozes en Aäron voor hun volk gedaan hadden, of wie het bij de oproeping gezegd was, waarom Farao hen had laten roepen, deden ook alzo met hun bezweringen;
1) In het Hebreeuws Chachamiem, Wijzen, Magiërs. De tovenaars waren mannen, die volleerd waren in de menselijke wijsheid en in die, welke betrekking had op hun afgodendienst..
2) In het Hebreeuws chartoemmiem. Schriftgeleerden, die tot de Priesterkaste behoorden, en in hun bezweringen de macht van de afgoden tentoon wilden spreiden. Duidelijk straalt hierin door, dat ook Farao en met hem zijn gehele omgeving voelt, dat het een strijd is tussen Jehovah, de God van Israël, en de afgoden van zijn land en volk. Waar dan ook straks hun slangen door de slang van Mozes en Aäron wordt verslonden, daar is reeds voor aller oog het pleit beslecht, dat niet Farao’s afgoden, maar Israëls God overwinnaar in de strijd is en zal blijven..
12. Want een ieder wierp zijn staf neer en zij werden tot draken; 1) zodra de aanraking van de tovenaars ophield; zo scheen voor een ogenblik Farao’s doel bereikt, maar Aärons staf, die werkelijk door Gods wondermacht in eenslang veranderd was, verslond 2) hun staven.
1) Ook zij wagen de proef door Aäron op Gods bevel voorgesteld, en ook zij schenen te slagen en aldus het gezag van hun God te kunnen handhaven. Hoe zullen wij dat kunnen verklaren? Zochten zij anderen te bedriegen of bedrogen zij zichzelf, of waren zij misschien de speelbal van een macht, die hen zonder hun weten gebruikte? Kon het niet zijn dat zij, als engelen van de satan, optraden als engelen van het licht 2 Corinthiers. 11:14), om de waardigheid van hun eigenlijke heer en meester te handhaven? Hebben wij bij dit alles aan een zekere verborgene en geheimzinnige macht van de duisternis en van de boosheid te denken, die overal op aarde aanwezig is, in sommige brandpunten van de werkzaamheid haar kracht openbaart? Maar hoe staat het dan met haar verhouding tot God en Diens almacht? Reeds het volgende Schriftwoord geeft op enkele van deze vragen een vrij juist antwoord.
“Maar Aärons staf verslond hun staven. Het feit van de verandering van de staven van de Egyptische wijzen in slangen wordt aldus erkend; maar ook de onmacht van die wijzen tegenover Gods macht is gebleken; het geheim van hun bezwering enigszins ontdekt en tevens het eigenlijk karakter van het satanische werk aan het licht gebracht. Voor een tijd verblindt het, een tijdelijk doel weet het te bereiken; maar het kan op geen blijvende uitkomsten als duurzame vrucht van werkzaamheid en inspanning wijzen. Het is voorbijgaand en mist alle oorspronkelijk karakter..
Men doet o.i. de tekst geweld aan, indien men beweert, dat de Egyptische tovenaars verstijfde slangen bij zich hadden gestoken, of hadden meegenomen. Ook straks veranderen zij water in bloed. Wij hebben hieraan te denken, dat de Heere God hen onder de macht van de vorst van de duisternis heeft gelaten, als tot een oordeel over Farao. Aan demonische invloeden en machten zijn de werken van de Egyptische tovenaars toe te schrijven, waardoor Farao bevestigd wordt in zijn verharding tegen Gods bevel. God toont echter, dat Hij tenslotte ook de macht van de duisternis beheerst en verbreekt..
2) Daardoor toonde de Heere duidelijk genoeg voor ieder, die zien wilde, dat Hij groter was dan alle goden van Egypte. De koning wilde echter niet zien, en maakte spoedig een einde aan dit samenzijn, om zijn mening te kunnen vasthouden, dat zijn tovenaars hetzelfde met hun bezweringen gedaan hadden..
13. Doch Farao’s hart verstokte, 1) zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE (hoofdstuk 3:19; 4:21; 7:3) gesproken had. 2)
1) In het Hebreeuws Jéchzak, eigenlijk bond toe, en van daar, zich verkloeken. Hier wordt het in de ongunstige zin van het woord gebruikt, in die van hard maken, verharden..
Bij dit eerste teken laat God (naar de mens gesproken) nog zowel het geloof als het ongeloof volle vrijheid; aan het geloof daar uit het tweede deel van het wonder genoegzaam zichtbaar is, wie in de aangevangen strijd de sterkere is; aan het ongeloof, daar aan het eerste deel een schijnbaar gelijksoortig werk van de Egyptische tovenaars terzijde treedt, en het ongeloof nu Gods wonderdaad eveneens voor een gevolg van gewone magie verklaren kan. Nu Farao zich aan de zijde van het besliste ongeloof plaatst, nemen de verdere tekenen niet slechts het karakter van altijd zwaarder wordende plagen aan, maar treden tevens in altijd meer wonderbare en krachtigere gedaante op, zodat Farao ze erkennen moet in hun goddelijkheid, en het van hem vastgehouden ongeloof geheel en al tot onzinnig tegenstaan wordt..
Wat de tovenaars hier doen, behoort nog tot het gebied van de menselijke Magie. Aan de menselijke geest was namelijk, door middel van zijn onmiddellijke oorsprong uit Goden overeenkomstig zijn bestemming tot opperheer van de aardse schepping, aanvankelijk een volheid van krachten eigen, die sinds de val geheel is ontaard, en een tegennatuurlijke en tegen God vijandige en daardoor een de mens zelf ten verderve voerende kracht geworden is. Eerst door zijn wedergeboorte en door de opvoeding van Christus tot de hem toebedachte volmaaktheid van de toekomstige wereld, zal hij weer tot het onbeperkt en rein gebruik van zijn oorspronkelijke aanleg komen. Nu zijn er echter reeds in het tegenwoordig leven ogenblikken en toestanden, die nu eens onder zekere omstandigheden, (in ziekten van bijzondere aard en in de nabijheid van de dood) vanzelf tevoorschijn treden, dan weer door machtige inwerking van de natuur naar eigen wil worden voortgebracht; ogenblikken en toestanden, dat de in het verborgene sluimerende krachten van de ziel van haar boeien zijn losgemaakt, dat een zien en weten, een willen en werken zich vertoont, dat ver boven hetgeen de mens in gezonde en regelmatige toestand kan voortbrengen gaat (Mesmerismus, Somnabulismus enz.). Ontegenzeglijk is het teweegbrengen van zulke toestanden zonde, zoals het ook altijd, wanneer het voortdurend geschiedt, Gods straffen ten gevolge heeft; niet ten onrechte heeft men het genoemd: een geweld aandoen aan de natuur. Aan al zulke proeven is een groot gevaar verbonden, want de ziel verliest daarbij de beheersing van het bewustzijn en de werkzaamheid; zij weet niet, waarheen zij in zo’n toestand nog weggevoerd zal worden; zij geeft zich, onmachtig om tegenstand te bieden, aan de loerende machten van de duisternis over (tafeldans en klopgeesterij). De grenzen tussen natuurlijke en duivelse Magie, van welke later gesproken zal worden (zie Ex 7.22) worden moeilijk in het oog gehouden; wie zich op het ene gebied bevindt, heeft geen ander middel, om voor het andere bewaard te worden, dan een spoedig terugkeren in berouw en boete..
2) Met “gelijk de Heere gesproken had” wordt gedoeld op de Raad van God, volgens welke dit alles geschiedde..
II. Exodus 7 vers 14-25
Daar Farao zijn hart verstokt heeft, beginnen de grote gerichten, waardoor de Heere, met een sterke hand, de vrijlating van Israël hem afdwingt. Het eerste van deze is de verandering van het Nijlwater in bloed, waardoor de vissen sterven en het water dik en stinkend wordt, zodat niemand het drinken kan. De Egyptische tovenaars bootsen het na, en Farao verstokt zijn hart.
14. Toen zei de HEERE tot Mozes, waarschijnlijk weinige dagen na het eerste teken (vs.8 vv.): Farao’s hart is zwaar, 1) hij weigert het volk te laten vertrekken; maar Ik zal hem met tekenen en wonderenvervolgen, zo dat hij eindelijk doen moet, wat hij nu niet wil doen.
1) Opdat Mozes aan dit verzet geen aanstoot zou nemen en van de eens begonnen loop aflaten, vermaant Hij hem, om de strijd vol te houden. En, indien Hij zei, dat hij zolang met die zeer harde steen de strijd moest voeren, totdat die werd verbroken, daar het hart van Farao te zwaar was, dit horende, zou hij hebben kunnen wankelen, tenzij de hoop op de overwinning hem op de een of andere manier werd aangetoond. Maar omdat de hardnekkigheid van dat monster ontembaar was, voorziet God zijn knecht van nieuwe wapens, opdat hij hem als het ware stuk zou wrijven, waar hij hem niet kon verbreken..
In de Heilige Schrift wordt dikwijls gesproken van zwaar van hart, oren enz. Het heeft dan altijd de betekenis van tot iets onbekwaam zijn, of tot iets geen lust te hebben. De Heere verklaart hiermee de diepliggende oorzaak van de weigering van Farao, om naar Hem te horen..
15. Ga 1) dan heen tot Farao in de morgenstond: 2) zie, hij zal vroegtijdig uitgaan naar het water toe, naar de Nijl, zo stel u tegen hem over aan de oever van de rivier, stel uzelf op een geschikte plaats, om hem te verwachten, en de staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen, 3) terwijl gij u weer door Aäron laat vergezellen.
1) De tien plagen zouden een aanvang nemen, maar ongewaarschuwd zou Farao niet zijn. Nog eenmaal moet Mozes een poging doen, om het hart van Farao te brengen onder de tucht van Gods bevel, opdat het immer blijke, dat zijn verantwoordelijkheid en daarom zijn zedelijke persoonlijkheid niet wordt opgeheven door Gods eeuwige Raadsbesluiten..
2) Elk godsdienstig Egyptenaar ging bij het opgaan van de zon naar de rivier, om die opgang met heilige wassingen en gebeden te vereren. Farao zou dan in een godsdienstige, opgewekte stemming zijn, en meer dan ooit vatbaar, om naar het woord des Heeren te luisteren. De Nijl werd door de Egyptenaars ook als heilig beschouwd.
3) Die staf was voor Farao het zichtbaar teken van de overwinnende kracht van Israëls Verbondsgod. Dat zichtbaar teken moest daarom kracht bijzetten, bij hetgeen Mozes in de naam des Heeren zou zeggen. Niets wordt onbeproefd gelaten, om Farao te brengen onder de indruk van Gods Macht en Majesteit. Ook voor Mozes was het van betekenis, dat hij die staf in zijn hand had. Hij herinnerde hem telkens aan Gods Trouw en Macht..
16. En gij zult tot hem zeggen, wanneer hij komt: De HEERE, de God van de Hebreëen heeft mij nu reeds tweemaal (hoofdstuk 5:1 vv.; 7:10 vv.) tot u gezonden zeggende: Laat mijn volk vertrekken, opdat het Mij dient inde woestijn! Doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.
17. Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, de enig waarachtige God, die ook over u en uw land macht heb, en aan wie gij gehoorzaamheid schuldig zijt, en dat daarentegen uw God, die gij dient, niets dan een onmachtig, een weerloos schepsel is; zie, Ik zal met deze staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden. 1)
1) Deze plaag was te opmerkelijker, omdat God hen, die de kinderen van de Hebreeën in deze rivier verdronken hadden, nu daarvoor strafte, door hun bloedig water te drinken te geven.
Het water zou werkelijk bloed vertonen. Het zou niet slechts een bloedige kleur vertonen, zoals sommigen menen, maar werkelijk bloed gelijk zijn..
18. En de vis in de rivier zal sterven; zodat de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid 1) worden, dat zij het water uit de rivier drinken mogen; 2) zij zullen smachten van verlangen, om weer het water te mogen drinken.
1) “Vermoeid worden,” in de zin van, ervan walgen. Men moet niet vergeten, dat ook de Nijl werd vereerd, en dat daarom de Heere aan hen toonde, dat Hij machtiger was dan de goden van Egypte..
2) Het Nijlwater is bijna het enige drinkbare water in Egypte, en de bewoners van het land drinken het nochthans zo graag, dat zij zout eten, om er veel van te kunnen genieten; in den vreemde spreken zij altijd van het genot, dat zij zullen hebben, als zij weer van het water van hun stroom zullen kunnen drinken. In de Nijl zijn velerlei soorten van vissen in ongelooflijke menigte, die zowel vers gegeten, als ingezouten worden; deze spijs was van des te meer belang, daar men zich streng onthield van het vlees van andere dieren, omdat die als goden vereerd werden. (hoofdstuk 8:26 Numeri. 11:5). Met dit tweede teken begint dus de rij van de eigenlijke plagen voor de Egyptenaars; hun meest gewone voedingsmiddel wordt voor enige tijd bedorven, opdat zij erkennen, in wiens macht zij voor hun gehele leven staan..
19. Verder zei de HEERE, door inwendige inspraak van de Geest tot Mozes, als hij de volgende morgen tegenover Farao aan de oever van de Nijl stond, en naar Gods bevel (vs.17) gesproken had, Zijn gebod herhalende, opdat Mozes niet als de eerste maal het teken zou nalaten(hoofdstuk 5:3 vv.), nu vrezende Farao’s God aan te tasten, en Hij sprak: Zeg tot Aäron: neem nu uw staf en sla daarmee op het water en steek dan uw hand, waarin gij die staf hebt, uit over de wateren van de Egyptenaren, over hun stromen, over hun rivieren en over hun poelen, en over alle vergadering van hun wateren, dat zij bloed worden; 1) en er zij bloed in geheel Egypte, niet alleen in de stroomen in de genoemde wateren, maar ook in de huizen, beide in houten en in stenen vaten, in welke men water gegoten heeft.
1) Op deze plaag zinspeelt de Heilige Schrift, als er in Openb.16:3,4 gesproken wordt van de ondergang van de vijanden van de Kerk. Daar wordt echter voorspeld, dat ook de zee bloed zal worden, omdat het een geestelijk oordeel is, dat zich verder uitstrekt, dan een tijdelijk..
20. Mozes nu en Aäron deden alzo gelijk de HEERE geboden had. 1) Mozes gaf zijn broeder het bevel (vs.19) en hij, Aäron, hief de staf op, en a) sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; zijn hovelingen, die zich in zijn nabijheid bevonden; b) en al het water in de rivier werd aanstonds, terwijl Farao met zijn knechten nog daarbij stonden, in bloed veranderd. 2)
a) Exodus. 17:5 b) Psalm. 78:44; 105:29
1) Hij herhaalt, dat door de uitkomst werd bevestigd, wat God gedreigd had, omtrent de dood van de vissen en de stank van de Nijl, opdat hij de misdaad van de koning, die voor de veelzijdige macht van God niet boog, duidelijk in het licht zou plaatsen. Evenwel, hij voegt er tegelijk bij, dat zijn raadslieden getuigen waren. Waaruit men mag vermoeden, dat het gehele hof door dezelfde gevoelloosheid is aangegrepen. Doch het was de moeite waard, dat zulk een merkwaardige daad niet slechts wijd en zijd werd bekend, maar de bewerker door zeer veel ogen werd gezien. Dat nu onder die menigte niemand geweest is, die zich beijverde, om de waanzin van de koning te verbreken, was wel een teken van de verwerping van het gehele volk..
2) Er zijn er die menen, dat dit geschiedde juist tegen de tijd, dat de jaarlijkse overstromingen van de Nijl plaats vinden en het water door de meegevoerde kleiaarde rood ziet. Deze mening is evenwel bepaald onjuist en in strijd met de gegevens van het verhaal zelf. Want ten tijde van de overstromingen kon de koning niet naar de oever gaan en konden ook de bewoners van het land niet rondom de rivier putten graven, gelijk wij toch lezen, dat zij gedaan hebben..
21. En werkelijk geschiedde het gelijk Mozes aan Farao (vs.18) aangekondigd had, de vis, die in de rivier was, stierf; en de rivier stonk, zodat de Egyptenaars het water uit de rivier niet drinken konden; en er was bloed in geheel Egypte. 1)
Naar aanleiding van deze plaag zou men in het algemeen kunnen aanmerken, dat een van de eerste wondertekenen, gedaan door Mozes, geweest is, het veranderen van het water in bloed, maar een van de eerste wonderwerken, gedaan door onze Heere Jezus, is geweest het veranderen van water in wijn; want de wet is door Mozes gegeven en deze was een bedeling van dood en schrik, maar de genade en waarheid, die evenals de wijn het hart vrolijk maken en verheugen, is door Jezus Christus geworden..
1) De Nijl neemt wel meermalen ten tijde van de jaarlijkse overstromingen een rode kleur aan, dat waarschijnlijk ontstaat door een aardsoort, die van de hoger gelegene streken afspoelt. Aan een dergelijke kleuring van het water is hier niet te denken, terwijl het water van de Nijl, als het rood gekleurd was, voor gezonder en beter gehouden werd. Hier wordt ons een wonderbare, door Gods macht gewerkte verandering van het water voorgesteld, dat daardoor ter vervuiling en bederf overgaat en door zijn bloedrode kleur op het einde van de goddelijke gerichten, op dood en verderf (Joël 3:4) wijst. “Op hetzelfde ogenblik, dat de koning gekomen is, om de vader van het leven, de vader van de goden, (want zo noemden de Egyptenaren, bij hun afgodische verering de Nijl,) zijn hulde te brengen, moet hij zien, hoe de bode van Jehova die in het aangezicht slaat, zodat hij bloedig wordt”.
22. Doch de Egyptische tovenaars, die wederom door Farao geroepen werden, deden ook alzo, of iets dergelijks met hun bezweringen; 1) zodat Farao’s hart verstokte, omdat hij meende, dat het wonder door Mozes en Aäron door de kunsten van zijn tovenaars ontzenuwd was, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had (vs.13).
1) Met hetgeen de tovenaars hier en in hoofdstuk 8:7 doen, bevinden zij zich reeds op het gebied van de duivelse magie; de goden van Egypte verlenen diegenen, die in de dienst van hun verering staan, hun krachten, en laten hen tekenen en wonderen doen, met allerlei verleiding tot ongerechtigheid, onder degenen, die verloren gaan (2 Thess.2:8 vv.). Maar wie zijn deze goden? Op zichzelf bestonden de goden van de Egyptenaren even zo min, als die van de andere heidenen; zij waren slechts nietige beelden van de menselijke verbeelding. Toch blijkt uit veelvuldige aanwijzingen van de Heilige Schrift (Deuteronomium. 32:17, Psalm. 106:37 vv.; 1 Kor.10:14 vv. bepaald, dat gelijk de heidenen zelf, met hun godsdienst zich aan een werkelijke, persoonlijke macht wilden overgeven, zo ook zulk een macht aanwezig was, die zich deze dienst toeëigende, namelijk de macht, van welke Paulus spreekt in Efeze 6:12 vv.. Het is ook geheel overeenkomstig de Goddelijke gerechtigheid, wanneer Hij de volken, die zich van Hem, de enige, levende God, die zij uit het werk van de schepping konden kennen, afkeren, en naar een ander voorwerp ter verering zoeken, overgeeft aan hun verkeerde wil (Rom.1:18 vv.); het komt overeen met de gehele wijze van de goddelijke wereldregering, wanneer nu, tengevolge van die loslating, de boze geesten zich van de heidense godsverering meester maken, als van een welkom gebied voor de hun toegelaten werkzaamheid op aarde. Overal, waar beproefd wordt, het heidendom te doen vallen en het rijk van God te stichten, zien wij dan ook bovenmenselijke krachten tot bescherming van de valse godsdienst, leugenachtige krachten met tekenen en wonderen (Matth.24:24 Openb.13:13). Ook hier, waar de God van Israël zich in een strijd met de goden van Egypte inlaat, om deze te schande te maken, beproefden de achter hen staande duivelse geesten alles, om hen staande te houden, en hun gebied te verdedigen; daarom verschaffen zij door hun werktuigen, de tovenaars, het grootst mogelijke, dat in hun macht is..
Indien gij nu vraagt, vanwaar deze de macht hadden om iets dergelijks te kunnen, dan moet herinnerd worden, dat de Heere God aan het rijk van de boosheid een zekere macht heeft gelaten, die groot genoeg is, om het verstand van de mensen te verwarren, maar niet zo groot, dat zij de almacht des Heeren zou kunnen breken of ten einde toe tegengaan. De macht van de vorst van de duisternis is begrensd, zelfs door de macht van de gelovigen (1 Petr.5:9), hoeveel meer dan door die van de Heere van het geloof. Deze macht van de satan, die zich in allerlei bedrieglijke wetenschap en ijdele kundigheden van de opgeblazen kennis uitspreekt, gaat erop uit, om het oordeel van het ongeloof nog meer gevangen te nemen, nog sterker te vervalsen en tot nog krachtiger verzet tegen God en Diens woord te prikkelen. Daartoe moet bij de wereld meestal de wetenschap van de wereld dienen. Zij brengt alles tot natuur en zuivere natuur terug en meent voor alles middellijke en zichtbare oorzaken te kunnen aanwijzen. Aldus wordt het geloof aan het bovennatuurlijke ondermijnd; men blijft met zijn opvattingen en inzichten laag bij de grond, zonder zich ooit tot een hogere, waarschijnlijk-zedelijke eerste en hoogste Oorzaak te kunnen opheffen..
23. En Farao keerde zich om van de bloedige stroom, die zo luid Gods almacht verkondigde, ondanks een schijnbaar gelijk werk van de tovenaars, en hij ging naar zijn huis;en hij zette zijn hart daar ook niet op; 1) ook dit nam hij niet ter harte.
1) Hiermee wordt het duidelijk getoond, dat Farao zich vrijwillig heeft verhard. Eigenwillig en moedwillig keert hij zich af van de openbaring van Gods Almacht. Nu de Egyptische tovenaars ook water in bloed hebben veranderd, is het voor hem een uitgemaakte zaak, dat Israëls God niet machtiger is dan de afgoden van de Egyptenaren..
24. Doch alle Egyptenaars groeven van die dag af in de aarde rondom de rivier, om water te drinken; want zij konden van het water van de rivier zelf niet drinken; 1) het water onder de aarde was echter, hoewel het met de Nijl in verbinding stond, niet verdorven.
1) Wat betreft, dat de Egyptenaars putten voor zich hebben gegraven, dit bevestigt het wonder. Met hetzelfde doel wordt er ook bijgevoegd, dat het zeven dagen geduurd heeft, want indien het bederf slechts een ogenblik had geduurd, was er reden voor geweest, dat men bedrog had kunnen vermoeden, hetgeen echter, zowel door de langdurige smaak als door het gezicht, werd bestreden..
25. Alzo werden zeven dagen vervuld, nadat de HEERE de rivier geslagen had. 1) Zeven dagen bleef deze plaag aanhouden, toen hield zij weer op.
1) De plaag hield met zeven dagen op, opdat het volk niet geheel en al zou omkomen. Ook hier bevestigt de Heere nog, dat Hij in de toorn van zijn ontfermen gedachtig is. Zeven dagen duurt de plaag. Toen trok God Zijn slaande hand voor een ogenblik in, opdat het volk zou leren erkennen, dat het Israëls God is, die beide, behouden en verderven kan.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 7
Exodus 7:12.Kruisverwijzingen1 Johannes 4:4→Handelingen 13:8→Exodus 9:11→Exodus 8:18→Handelingen 19:19→Handelingen 8:9→
— Want een ieder wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.
“Maar Aärons staf verslond hun staven..
Wij zullen niet proberen de vraag te beantwoorden of deze tovenaars hun staven werkelijk in slangen hebben veranderd. Het is waarschijnlijk dat zij door bedrieglijke goochelkunst de droge staven verwisselden voor levende slangen en zo de ogen van de farao misleidden. Anderzijds is het mogelijk dat God het toeliet dat de duivel hun toverijen ondersteunde en dat de oude slang op deze wijze een nageslacht voortbracht.
Maar de staf van Aäron toonde de macht die zij van de hemel had ontvangen. Deze maakte een einde aan alle hoogmoed van Jannes en Jambres, want zij verslond zonder moeite al hun staven. Dit gebeuren is een leerzaam beeld van de zekere overwinning van Gods werk op iedere vorm van menselijke tegenstand.
Wanneer iets van God in het hart wordt gelegd of door Hem op aarde wordt gebracht, zal het uiteindelijk alles overwinnen wat daartegenin komt. De duivel kan misschien een namaakwerk voortbrengen en een menigte tegenstanders opwekken, maar zolang God Zelf in het werk betrokken is, zal dat werk al Zijn vijanden overwinnen.
Een menigte vijanden kwam op ons geloof en onze oude zonden af. De duivel wierp ze voor onze voeten, en zij veranderden in slangen. Wat een grote menigte was dat! Maar het kruis van Jezus vernietigt ze allemaal. Het geloof in Christus maakt een einde aan al onze zonden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VERANDERING VAN HET WATER IN BLOED.
1. Toen zei de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u door Mijn woord, dat Ik thans tot u spreek, tot een God 1) gezet over Farao, dat gij hem evenzo in uw macht zult hebben, gelijk Ik over alles het gebied voer; en Aäron, uw broeder, zal uw profeet 2) zijn, gelijk gij het zijt van Mij; hij zal voor u, en uw woorden spreken.
1) “Door Mijn woord,” spreekt de Heere: “zult gij over hem heersen; hij kante zich er tegen aan, en weerstreve, zoveel hij wil; hij zal toch uw wil moeten volbrengen.” Zo staat het met hem, die Gods Woord heeft en Gods kind is; hem is macht over alles gegeven; want een Christen is zulk een machtig mens, dat hem alle schepselen moeten gehoorzamen; en al schijnt het oppervlakkig geheel anders, in waarheid is het toch zo. Wat ter wereld is sterker dan de dood, vreselijker dan de zonde, pijnlijker dan een kwaad geweten? En toch kan de Christen getuigen, dat hij over dat alles een Heer is..
Mozes zou zulke woorden spreken in de naam van de levende God, en God zou zulke wonderen doen door de hand van Mozes, zijn knecht, dat hij even daarom niet alleen ver boven Farao verheven, maar als in de plaats van God en zodoende een God tegen, boven, of over Farao gezet en verhoogd zou zijn, over wie hij niet alleen zou zegepralen, maar die hij in Gods naam zo zou richten en straffen, dat die grote koning, onaangezien al deze macht en heerlijkheid, de kinderen van Israël zou moeten laten trekken en vervolgens voor Mozes buigen..
2) Wat het woord profeet betekent, leert Exodus. 4:14-16, waar de Heere tot Mozes zegt: “Gij zult tot Aäron spreken, en de woorden in zijn mond leggen. Hij zal u tot een mond zijn en gij zult hem tot een God zijn. Aäron moest dus in het spreken de plaats van Mozes vervangen, en diens gedachten onder woorden brengen. Door hem zou Mozes spreken, zodat hij voor Mozes zijn zou, wat de mond in het spreken voor iederen mens is: het middel, om de inwendige gedachten aan anderen uitwendig mee te delen. Zo is daarom een profeet de mond van God, dat is: een middel, waardoor God de gedachten, die Hij openbaren wil, aan de mensen bekend maakt, of eenvoudiger: een man, door wie God spreekt (Jeremia. 1:9). Een profeet wordt daarom ook dikwijls man van God genoemd, want hij spreekt of handelt niet in zijn naam, maar in de naam van God” (2 Petr.1:21).
Hier komt de eigenlijke betekenis van het woord profeet (nabie) uitstekend uit. Deze was een welbespraakte tolk, die in naam van een ander het woord had te spreken. Gelijk Aäron dit was van en voor Mozes, zo moest deze dit tegenover Israël van en voor God de Heere zijn; om namelijk Zijn woorden over te brengen, aan diens gedachten vorm en klank te geven. Naar hem had het volk te luisteren, als sprak door en in de profeet de Heere zelf. Mozes was de profeet van God en Aäron was de profeet van Mozes. “Want, zo zegt de Heere, gij zult spreken alles wat Ik u gebieden zal; en Aäron uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen van Israël uit zijn land laat vertrekken”.
Profeteren is dus niet gelijk met: de toekomst voorzeggen; deze gave wenst Mozes niet heel het volk toe (Numeri. 2:29); dat bedoelde Samuel niet op de scholen te leren (1Sam.19:20); die gave is het niet, waarnaar wij moeten ijveren (1Kor.14:39), hoewel het in de aard van de zaak ligt, dat niemand de toekomst kan voorzeggen zonder profeet, zonder de mond van God te zijn; elk spreken door de Heilige Geest, elk brengen van Gods woord tot anderen is profetie. Christus was de hoogste Profeet, want Hij sprak geen andere woorden, dan die Hij, in de schoot van zijn Vader zijnde, had gehoord (Johannes 7:16; 14:24)
2. Gij zult spreken 1) tot Aäron alles wat Ik u gebieden zal; en a) Aäron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat 2) hij de kinderen van Israël uit zijn land laat vertrekken.
a) Exodus. 4:14
1) In vs.2 verklaart God, de Heere, nader wat het betekent, dat Aäron de profeet van Mozes zou zijn..
2) In het Hebreeuws Weschillach niet: “dat hij laat vertrekken” maar, en hij zal laten vertrekken..
3. Doch Farao zal die vrijlating niet zo spoedig doen geschieden; Ik zal Farao’s hart verharden, 1) en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypte vermenigvuldigen.
1) Ik twijfel niet of God heeft met dit eerste zindeel, zijn knecht tot standvastigheid aangezet, opdat hij des te dapperder de hardnekkige tegenstand van de tiran zou weerstaan; vervolgens herinnerd aan het middel, dat Hem ten dienste stond. Ik meen daarom deze plaats aldus te vertalen: Ik zal wel het hart van Farao verstokken, maar ik zal de tekenen vermenigvuldigen, alsof Hij wilde zeggen, dat voor Hem die verstoktheid geen hinderpaal zou zijn, daar de wondertekenen voldoende zouden bevonden worden om haar te breken. Met dezelfde bedoeling voegt Hij terstond daarbij: Ofschoon Farao niet naar U zal horen zal Ik echter mijn hand uitstrekken. En zeker, met dat doel, wilde God, dat Farao Mozes hardnekkig weerstand zou bieden, opdat de verlossing vna het volk meer in het oog zou lopen..
Als dan God hier zegt: Ik zal zijn hart verharden, dat is, verstokken of sterk maken, zo schijnt Hij daardoor aan te wijzen, dat Hij Farao zijn genade niet verlenen, maar hem aan zichzelf zou laten, waardoor zijn bovenkant langzamerhand zou verstijven en hard worden, even gelijk het water, de warmte van de zon missende verstijft en tot ijs wordt. Waartoe dan ook nog veel zou helpen: dat het natuurlijk licht, dat in hem was, veeleer tot een rechtvaardige vergelding voor zijn wreedaardige verdrukking weggenomen en verduisterd, dan genadig zou worden opgehelderd, straffende God dus zonde met zonde, door hem over te geven aan zijn onmenselijke en verkeerde wegen, opdat hij ook tevens de misdaad van zijn goddelozen vader zou leren boeten, ten gevolge van hetgeen God bedreigt, de kinderen van hen, die hem haten..
Zulk een oordeel van God is des te vreselijker, omdat een mens geen ellende voelt als hij in het midden van al zijn ellende is.
God zegt hier, dat Hij Farao’s hart zal verharden. Het vervolg van de geschiedenis zal duidelijk maken, dat die verharding tevens het eigen werk en de zonde van Farao was, omdat hij alles, wat God deed om hem te dwingen het volk te laten vertrekken, eigenlijk verachtte; wel voor een ogenblik zich er om bekommerde, maar, nadat hij van de plaag was verlost, weer de oude van vroeger was, of liever erger dan vroeger, omdat elk verzet hem onvatbaarder maakte, om naar de stem van de Heere te horen, totdat God de zonde van zich ten Zijn wil te verzetten en zich te verharden, met de zonde van bijna gehele verharding strafte, zodat hij volslagen onaandoenlijk werd, ja zelfs de gezanten van Jehova, met de dood dreigde, als zij weer voor hem durfden verschijnen. Het verharden van Farao zelf, was de zonde, welke met de verharding, als oordeel van God, gestraft werd. In het Latijn wordt de verharding van de zijde van Farao vertaald door het woord duritiës, de verharding door God met dat van obduratio..
4. Farao nu zal, ook na zo vele tekenen van Mijn hand, naar u niet horen; wordt daardoor niet ontmoedigd; want Ik ben de Almachtige, en Ik zal Mijn hand 1) op Egypte leggen, en voeren Mijn legers, Mijn volk, de kinderen vanIsraël, uit Egypte, door grote gerichten. 2) Dit heerlijk doel, de uitleiding van Mijn volk, niet als van een hoop slaven, maar als van een zegepralend, met buit beladen krijgsleger, zal Ik, ondanks alle omwegen, die Ik, om zijnent- en uwentwil, en tot verheerlijking van Mijn naam, gaan moet, zeker bereiken.
1) Door “hand van God”, wordt niet zelden Zijn gunst verstaan, maar ook dikwijls, zoals hier, Zijn almacht, welke Hij gebruikt om de mens te kastijden en te tuchtigen. De Heere zegt hier, dat Hij Egypte’s land en volk zal bezoeken met Zijn tuchtigende hand..
2) Ook hier verzekert de Heere wederom, dat Zijn volk als een welgeordend geheel, als een vrij volk zal uittrekken. Farao met al zijn geweldhebbers moge tegenwerken en het zoveel mogelijk trachten te verhinderen, de Heere zal tonen, dat hij is de El-Schaddaï, de Almachtige, en Jehova, de Heere.
5. Dan zullen de Egyptenaars, door de gerichten, die Ik over hen zal laten komen, weten, 1) dat Ik de HEERE ben. Wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrek, en dekinderen van Israël uit het midden van hen uitleid, dan zullen zij weten, dat Ik de getrouwe Verbondsgod van Mijn volk, dat Ik alleen God ben.
1) Farao had in zijn driest verzet, en onbuigzame hoogmoed gevraagd: Wie is de Heere? Hier verklaart diezelfde God, dat straks de Egyptenaren zullen bekennen, dat Hij de Heere is.
6. a) Toen deden Mozes en Aäron, 1) gelijk als hun de Heere geboden had, alzo deden zij. 2)
a) Psalm. 105:28
1) Alle versaagdheid en alle twijfel was bij Mozes, na deze toespraak van de Heere, geheel overwonnen; Aäron sloot zich met volle beslistheid aan hem aan, bereid om hem als profeet te dienen..
2) Met die laatste uitdrukking wil de Schrijver zeggen, dat zij alles, wat zij verricht hadden, gedaan hadden volgens de voorschriften en het bevel van God..
7. En Mozes was tachtig jaar oud, 1) en Aäron was drie en tachtig jaar oud, toen zij, gelijk in vs.8 vv. verhaald wordt, voor de tweede maal, tot Farao spraken. 2)
1) Het leven van Mozes is in drie gelijke delen verdeeld. 1. 40 jaar is hij in Egypte geweest aan het koninklijk hof; 2. 40 jaar bij zijn schoonvader onder de Midianieten; 3. 40 jaar in de woestijn met het volk. In het geheel is hij dus 120 jaar oud geworden (Deuteronomium. 34:7). Het volgende gedeelte tot op de uittocht valt waarschijnlijk in de tijd van het begin van februari tot het begin van april 2513 na de wereldschepping = 1487 v. Chr..
2) Aan dit keerpunt van de geschiedenis wordt, gelijk dit vroeger ten opzichte van hun geslacht geschiedde, nu hun leeftijd opgegeven; en dat wel evenals in Genesis 41:46 van Jozef, om aan het verhaal grote mate van aanschouwelijkheid te geven. Ook nog in dit tijdperk bleef de leeftijd van de mensen een hoger jarental bereiken, ofschoon dit trapsgewijs afnam. Wij hebben ons Mozes voor te stellen als een krachtige grijsaard..
I. Exodus 7 vers 8-13
Met een wonderteken, tot bevestiging van hun Goddelijke zending toegerust, treden Mozes en Aäron wederom voor Farao, en eisen Israëls vrijlating. Als zij hun wonderteken verrichten, en de koning zijn tovenaars het hun laat nadoen, verslindt Aärons staf de staven van de tovenaars, en Jehova’s macht heeft daardoor een beslissende overwinning over de macht van de Egyptische goden behaald; doch Farao, in plaats van zich te buigen voor de God van Israël, verstokt zijn hart tegen Hem, en volhardt bij zijn weigering om het volk te laten vertrekken.
8. En de HEERE sprak tot Mozes en Aäron, toen zij zich op weg naar de koninklijke residentie bevonden, zeggende:
9. Wanneer Farao, op het bevel dat gij in Mijn naam tot hem richt, namelijk om de kinderen van Israël te laten vertrekken (vs.2), tot u spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken 1) voor u; bewijst door enig teken, dat gij waarlijk van een God gezonden zijt, die machtig zou zijn Zijn volk te helpen; zo zult gij, Mozes! tot Aäron 2) zeggen: Neem uw staf, de door Mij u gegevene (hoofdstuk 4:2 vv.; 4:17,20), en werp hem voor Farao’s aangezicht neer; hij zal tot een draak worden. 3)
1) In het Hebreeuws Mophèth eig. wonderheden. Het wonderteken (Mophèt) is wel te onderscheiden van het teken Oth. Een teken dient meer om de opmerkzaamheid te trekken, een wonderteken, bedoelt dit niet alleen maar bovenal om de verbazing gaande te maken, en tot overtuiging te brengen van de bijzondere tussenkomst van God..
2) Waarom Aäron eerder dan aan Mozes bevolen wordt de staf neer te werpen, is voor mij niet uitgemaakt. Wellicht, omdat God daarmee wilde tonen dat hij de hoge stand van de door en door trotse dwingeland met voorbedachte rade gering achtte. Waarom Hij zich niet verwaardigde zijn kracht door de hand van zijn voornaamste knecht tentoon te spreiden, maar door die van zijn tweede. Daarom met het oog op de dienst wordt de staf van God en van Mozes nu die van Aäron genoemd..
3) Hetzelfde teken, waarmee Mozes zijn goddelijke zending voor Israël bewees (hoofdstuk 4:2 vv.; 29 vv.), moet nu tot een gelijk doel voor Farao geschieden; het heeft nu echter een andere betekenis dan toen, niet meer een zinnebeeldig-geestelijke betekenis (zie Ex 4.9); het is het begin van een strijd, die de Heere met Egypte’s goden wil strijden, om na overwinning hen neer te storten en Zijn gericht over hen te houden (hoofdstuk 12:12; 15:11; 18:11)). Er is namelijk geen godsdienst in de heidenwereld, waarmee niet de magie verbonden is, d.i.: de aangeleerde bekwaamheid van de met de godsdienstverrichtingen belaste personen, om, gelijk men meende, door allerlei geheime middelen de krachten van een geestenwereld zich naar willekeur dienstbaar te maken. Dit geschiedde, óf om te vernemen, hetgeen voor het natuurlijk, menselijk weten verborgen is (Mantica of waarzeggerij), óf om te volbrengen, wat de natuurlijke, menselijke kracht niet vermag (operatieve magie of tovenarij). Een hoofdtak van de Egyptische magie was steeds de slangenbezwering. Van zekere geslachten, die van de Psyllen, wordt verhaald, dat zij een soort van magnetische invloed op de slangen uitoefenden, hen met hun stem uit hun schuilhoeken lokten, of door aanraking in een toestand van bedwelming en verstijving brachten. De Egyptische tovenaars verstonden het dus, een slang, tenminste een bijzondere soort slangen, de Hayeh, gelijk zij tegenwoordig heet, als in een stok, en daarna de stok weer in een slang te veranderen; met deze hun kunst stonden zij in de dienst van hun goden. Nu daalt God met het wonderteken, dat hij Mozes en Aäron laat verrichten, op de strijdplaats neer en grijpt het gehele toverwezen daardoor aan, dat Zijn dienaren werkelijk volbrengen moeten, wat de dienaren van de heidense goden slechts in schijn pleegden te volbrengen; en wel, opdat het werkelijk volbrengen recht in het oog zou vallen, moeten Zijn dienaren juist het omgekeerde doen: wat oorspronkelijk een stok is, verandert in een wezenlijke slang; niet, wat oorspronkelijk een slang is, in een en dan nog slechts schijnbare stok..
10. Toen ging Mozes en Aäron naar Farao, en deden zoals de HEERE geboden had; zij herhaalden in de naam des Heeren hun vorige eis (hoofdstuk 1:5). Toen hij naar een teken vroeg (vs.9), vreesden zij niet meer gelijk vroeger (hoofdstuk 5:3), maar volbrachten het bevel des Heeren, en Aäron wierp zijn staf neer voorFarao’s aangezicht, en voor het aangezicht van zijn knechten, en hij werd tot een slang, een draak, die door menigvuldige wendingen een werkelijke slang bleek te zijn.
11. Farao nu riep ook de wijzen 1) en de tovenaars, onder welke Jannes en Jambres de voornaamste waren (2 Tim.3:8)), om te bewijzen, dat de goden van Egypte hetzelfde vermochten, wat Aäron en Mozes in de kracht van de God van Israël gedaan hadden. En de Egyptische tovenaars 2) die wel vernomen hadden, welke tekenen Mozes en Aäron voor hun volk gedaan hadden, of wie het bij de oproeping gezegd was, waarom Farao hen had laten roepen, deden ook alzo met hun bezweringen;
1) In het Hebreeuws Chachamiem, Wijzen, Magiërs. De tovenaars waren mannen, die volleerd waren in de menselijke wijsheid en in die, welke betrekking had op hun afgodendienst..
2) In het Hebreeuws chartoemmiem. Schriftgeleerden, die tot de Priesterkaste behoorden, en in hun bezweringen de macht van de afgoden tentoon wilden spreiden. Duidelijk straalt hierin door, dat ook Farao en met hem zijn gehele omgeving voelt, dat het een strijd is tussen Jehovah, de God van Israël, en de afgoden van zijn land en volk. Waar dan ook straks hun slangen door de slang van Mozes en Aäron wordt verslonden, daar is reeds voor aller oog het pleit beslecht, dat niet Farao’s afgoden, maar Israëls God overwinnaar in de strijd is en zal blijven..
12. Want een ieder wierp zijn staf neer en zij werden tot draken; 1) zodra de aanraking van de tovenaars ophield; zo scheen voor een ogenblik Farao’s doel bereikt, maar Aärons staf, die werkelijk door Gods wondermacht in eenslang veranderd was, verslond 2) hun staven.
1) Ook zij wagen de proef door Aäron op Gods bevel voorgesteld, en ook zij schenen te slagen en aldus het gezag van hun God te kunnen handhaven. Hoe zullen wij dat kunnen verklaren? Zochten zij anderen te bedriegen of bedrogen zij zichzelf, of waren zij misschien de speelbal van een macht, die hen zonder hun weten gebruikte? Kon het niet zijn dat zij, als engelen van de satan, optraden als engelen van het licht 2 Corinthiers. 11:14), om de waardigheid van hun eigenlijke heer en meester te handhaven? Hebben wij bij dit alles aan een zekere verborgene en geheimzinnige macht van de duisternis en van de boosheid te denken, die overal op aarde aanwezig is, in sommige brandpunten van de werkzaamheid haar kracht openbaart? Maar hoe staat het dan met haar verhouding tot God en Diens almacht? Reeds het volgende Schriftwoord geeft op enkele van deze vragen een vrij juist antwoord.
“Maar Aärons staf verslond hun staven. Het feit van de verandering van de staven van de Egyptische wijzen in slangen wordt aldus erkend; maar ook de onmacht van die wijzen tegenover Gods macht is gebleken; het geheim van hun bezwering enigszins ontdekt en tevens het eigenlijk karakter van het satanische werk aan het licht gebracht. Voor een tijd verblindt het, een tijdelijk doel weet het te bereiken; maar het kan op geen blijvende uitkomsten als duurzame vrucht van werkzaamheid en inspanning wijzen. Het is voorbijgaand en mist alle oorspronkelijk karakter..
Men doet o.i. de tekst geweld aan, indien men beweert, dat de Egyptische tovenaars verstijfde slangen bij zich hadden gestoken, of hadden meegenomen. Ook straks veranderen zij water in bloed. Wij hebben hieraan te denken, dat de Heere God hen onder de macht van de vorst van de duisternis heeft gelaten, als tot een oordeel over Farao. Aan demonische invloeden en machten zijn de werken van de Egyptische tovenaars toe te schrijven, waardoor Farao bevestigd wordt in zijn verharding tegen Gods bevel. God toont echter, dat Hij tenslotte ook de macht van de duisternis beheerst en verbreekt..
2) Daardoor toonde de Heere duidelijk genoeg voor ieder, die zien wilde, dat Hij groter was dan alle goden van Egypte. De koning wilde echter niet zien, en maakte spoedig een einde aan dit samenzijn, om zijn mening te kunnen vasthouden, dat zijn tovenaars hetzelfde met hun bezweringen gedaan hadden..
13. Doch Farao’s hart verstokte, 1) zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE (hoofdstuk 3:19; 4:21; 7:3) gesproken had. 2)
1) In het Hebreeuws Jéchzak, eigenlijk bond toe, en van daar, zich verkloeken. Hier wordt het in de ongunstige zin van het woord gebruikt, in die van hard maken, verharden..
Bij dit eerste teken laat God (naar de mens gesproken) nog zowel het geloof als het ongeloof volle vrijheid; aan het geloof daar uit het tweede deel van het wonder genoegzaam zichtbaar is, wie in de aangevangen strijd de sterkere is; aan het ongeloof, daar aan het eerste deel een schijnbaar gelijksoortig werk van de Egyptische tovenaars terzijde treedt, en het ongeloof nu Gods wonderdaad eveneens voor een gevolg van gewone magie verklaren kan. Nu Farao zich aan de zijde van het besliste ongeloof plaatst, nemen de verdere tekenen niet slechts het karakter van altijd zwaarder wordende plagen aan, maar treden tevens in altijd meer wonderbare en krachtigere gedaante op, zodat Farao ze erkennen moet in hun goddelijkheid, en het van hem vastgehouden ongeloof geheel en al tot onzinnig tegenstaan wordt..
Wat de tovenaars hier doen, behoort nog tot het gebied van de menselijke Magie. Aan de menselijke geest was namelijk, door middel van zijn onmiddellijke oorsprong uit Goden overeenkomstig zijn bestemming tot opperheer van de aardse schepping, aanvankelijk een volheid van krachten eigen, die sinds de val geheel is ontaard, en een tegennatuurlijke en tegen God vijandige en daardoor een de mens zelf ten verderve voerende kracht geworden is. Eerst door zijn wedergeboorte en door de opvoeding van Christus tot de hem toebedachte volmaaktheid van de toekomstige wereld, zal hij weer tot het onbeperkt en rein gebruik van zijn oorspronkelijke aanleg komen. Nu zijn er echter reeds in het tegenwoordig leven ogenblikken en toestanden, die nu eens onder zekere omstandigheden, (in ziekten van bijzondere aard en in de nabijheid van de dood) vanzelf tevoorschijn treden, dan weer door machtige inwerking van de natuur naar eigen wil worden voortgebracht; ogenblikken en toestanden, dat de in het verborgene sluimerende krachten van de ziel van haar boeien zijn losgemaakt, dat een zien en weten, een willen en werken zich vertoont, dat ver boven hetgeen de mens in gezonde en regelmatige toestand kan voortbrengen gaat (Mesmerismus, Somnabulismus enz.). Ontegenzeglijk is het teweegbrengen van zulke toestanden zonde, zoals het ook altijd, wanneer het voortdurend geschiedt, Gods straffen ten gevolge heeft; niet ten onrechte heeft men het genoemd: een geweld aandoen aan de natuur. Aan al zulke proeven is een groot gevaar verbonden, want de ziel verliest daarbij de beheersing van het bewustzijn en de werkzaamheid; zij weet niet, waarheen zij in zo’n toestand nog weggevoerd zal worden; zij geeft zich, onmachtig om tegenstand te bieden, aan de loerende machten van de duisternis over (tafeldans en klopgeesterij). De grenzen tussen natuurlijke en duivelse Magie, van welke later gesproken zal worden (zie Ex 7.22) worden moeilijk in het oog gehouden; wie zich op het ene gebied bevindt, heeft geen ander middel, om voor het andere bewaard te worden, dan een spoedig terugkeren in berouw en boete..
2) Met “gelijk de Heere gesproken had” wordt gedoeld op de Raad van God, volgens welke dit alles geschiedde..
II. Exodus 7 vers 14-25
Daar Farao zijn hart verstokt heeft, beginnen de grote gerichten, waardoor de Heere, met een sterke hand, de vrijlating van Israël hem afdwingt. Het eerste van deze is de verandering van het Nijlwater in bloed, waardoor de vissen sterven en het water dik en stinkend wordt, zodat niemand het drinken kan. De Egyptische tovenaars bootsen het na, en Farao verstokt zijn hart.
14. Toen zei de HEERE tot Mozes, waarschijnlijk weinige dagen na het eerste teken (vs.8 vv.): Farao’s hart is zwaar, 1) hij weigert het volk te laten vertrekken; maar Ik zal hem met tekenen en wonderenvervolgen, zo dat hij eindelijk doen moet, wat hij nu niet wil doen.
1) Opdat Mozes aan dit verzet geen aanstoot zou nemen en van de eens begonnen loop aflaten, vermaant Hij hem, om de strijd vol te houden. En, indien Hij zei, dat hij zolang met die zeer harde steen de strijd moest voeren, totdat die werd verbroken, daar het hart van Farao te zwaar was, dit horende, zou hij hebben kunnen wankelen, tenzij de hoop op de overwinning hem op de een of andere manier werd aangetoond. Maar omdat de hardnekkigheid van dat monster ontembaar was, voorziet God zijn knecht van nieuwe wapens, opdat hij hem als het ware stuk zou wrijven, waar hij hem niet kon verbreken..
In de Heilige Schrift wordt dikwijls gesproken van zwaar van hart, oren enz. Het heeft dan altijd de betekenis van tot iets onbekwaam zijn, of tot iets geen lust te hebben. De Heere verklaart hiermee de diepliggende oorzaak van de weigering van Farao, om naar Hem te horen..
15. Ga 1) dan heen tot Farao in de morgenstond: 2) zie, hij zal vroegtijdig uitgaan naar het water toe, naar de Nijl, zo stel u tegen hem over aan de oever van de rivier, stel uzelf op een geschikte plaats, om hem te verwachten, en de staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen, 3) terwijl gij u weer door Aäron laat vergezellen.
1) De tien plagen zouden een aanvang nemen, maar ongewaarschuwd zou Farao niet zijn. Nog eenmaal moet Mozes een poging doen, om het hart van Farao te brengen onder de tucht van Gods bevel, opdat het immer blijke, dat zijn verantwoordelijkheid en daarom zijn zedelijke persoonlijkheid niet wordt opgeheven door Gods eeuwige Raadsbesluiten..
2) Elk godsdienstig Egyptenaar ging bij het opgaan van de zon naar de rivier, om die opgang met heilige wassingen en gebeden te vereren. Farao zou dan in een godsdienstige, opgewekte stemming zijn, en meer dan ooit vatbaar, om naar het woord des Heeren te luisteren. De Nijl werd door de Egyptenaars ook als heilig beschouwd.
3) Die staf was voor Farao het zichtbaar teken van de overwinnende kracht van Israëls Verbondsgod. Dat zichtbaar teken moest daarom kracht bijzetten, bij hetgeen Mozes in de naam des Heeren zou zeggen. Niets wordt onbeproefd gelaten, om Farao te brengen onder de indruk van Gods Macht en Majesteit. Ook voor Mozes was het van betekenis, dat hij die staf in zijn hand had. Hij herinnerde hem telkens aan Gods Trouw en Macht..
16. En gij zult tot hem zeggen, wanneer hij komt: De HEERE, de God van de Hebreëen heeft mij nu reeds tweemaal (hoofdstuk 5:1 vv.; 7:10 vv.) tot u gezonden zeggende: Laat mijn volk vertrekken, opdat het Mij dient inde woestijn! Doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.
17. Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, de enig waarachtige God, die ook over u en uw land macht heb, en aan wie gij gehoorzaamheid schuldig zijt, en dat daarentegen uw God, die gij dient, niets dan een onmachtig, een weerloos schepsel is; zie, Ik zal met deze staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden. 1)
1) Deze plaag was te opmerkelijker, omdat God hen, die de kinderen van de Hebreeën in deze rivier verdronken hadden, nu daarvoor strafte, door hun bloedig water te drinken te geven.
Het water zou werkelijk bloed vertonen. Het zou niet slechts een bloedige kleur vertonen, zoals sommigen menen, maar werkelijk bloed gelijk zijn..
18. En de vis in de rivier zal sterven; zodat de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid 1) worden, dat zij het water uit de rivier drinken mogen; 2) zij zullen smachten van verlangen, om weer het water te mogen drinken.
1) “Vermoeid worden,” in de zin van, ervan walgen. Men moet niet vergeten, dat ook de Nijl werd vereerd, en dat daarom de Heere aan hen toonde, dat Hij machtiger was dan de goden van Egypte..
2) Het Nijlwater is bijna het enige drinkbare water in Egypte, en de bewoners van het land drinken het nochthans zo graag, dat zij zout eten, om er veel van te kunnen genieten; in den vreemde spreken zij altijd van het genot, dat zij zullen hebben, als zij weer van het water van hun stroom zullen kunnen drinken. In de Nijl zijn velerlei soorten van vissen in ongelooflijke menigte, die zowel vers gegeten, als ingezouten worden; deze spijs was van des te meer belang, daar men zich streng onthield van het vlees van andere dieren, omdat die als goden vereerd werden. (hoofdstuk 8:26 Numeri. 11:5). Met dit tweede teken begint dus de rij van de eigenlijke plagen voor de Egyptenaars; hun meest gewone voedingsmiddel wordt voor enige tijd bedorven, opdat zij erkennen, in wiens macht zij voor hun gehele leven staan..
19. Verder zei de HEERE, door inwendige inspraak van de Geest tot Mozes, als hij de volgende morgen tegenover Farao aan de oever van de Nijl stond, en naar Gods bevel (vs.17) gesproken had, Zijn gebod herhalende, opdat Mozes niet als de eerste maal het teken zou nalaten(hoofdstuk 5:3 vv.), nu vrezende Farao’s God aan te tasten, en Hij sprak: Zeg tot Aäron: neem nu uw staf en sla daarmee op het water en steek dan uw hand, waarin gij die staf hebt, uit over de wateren van de Egyptenaren, over hun stromen, over hun rivieren en over hun poelen, en over alle vergadering van hun wateren, dat zij bloed worden; 1) en er zij bloed in geheel Egypte, niet alleen in de stroomen in de genoemde wateren, maar ook in de huizen, beide in houten en in stenen vaten, in welke men water gegoten heeft.
1) Op deze plaag zinspeelt de Heilige Schrift, als er in Openb.16:3,4 gesproken wordt van de ondergang van de vijanden van de Kerk. Daar wordt echter voorspeld, dat ook de zee bloed zal worden, omdat het een geestelijk oordeel is, dat zich verder uitstrekt, dan een tijdelijk..
20. Mozes nu en Aäron deden alzo gelijk de HEERE geboden had. 1) Mozes gaf zijn broeder het bevel (vs.19) en hij, Aäron, hief de staf op, en a) sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; zijn hovelingen, die zich in zijn nabijheid bevonden; b) en al het water in de rivier werd aanstonds, terwijl Farao met zijn knechten nog daarbij stonden, in bloed veranderd. 2)
a) Exodus. 17:5 b) Psalm. 78:44; 105:29
1) Hij herhaalt, dat door de uitkomst werd bevestigd, wat God gedreigd had, omtrent de dood van de vissen en de stank van de Nijl, opdat hij de misdaad van de koning, die voor de veelzijdige macht van God niet boog, duidelijk in het licht zou plaatsen. Evenwel, hij voegt er tegelijk bij, dat zijn raadslieden getuigen waren. Waaruit men mag vermoeden, dat het gehele hof door dezelfde gevoelloosheid is aangegrepen. Doch het was de moeite waard, dat zulk een merkwaardige daad niet slechts wijd en zijd werd bekend, maar de bewerker door zeer veel ogen werd gezien. Dat nu onder die menigte niemand geweest is, die zich beijverde, om de waanzin van de koning te verbreken, was wel een teken van de verwerping van het gehele volk..
2) Er zijn er die menen, dat dit geschiedde juist tegen de tijd, dat de jaarlijkse overstromingen van de Nijl plaats vinden en het water door de meegevoerde kleiaarde rood ziet. Deze mening is evenwel bepaald onjuist en in strijd met de gegevens van het verhaal zelf. Want ten tijde van de overstromingen kon de koning niet naar de oever gaan en konden ook de bewoners van het land niet rondom de rivier putten graven, gelijk wij toch lezen, dat zij gedaan hebben..
21. En werkelijk geschiedde het gelijk Mozes aan Farao (vs.18) aangekondigd had, de vis, die in de rivier was, stierf; en de rivier stonk, zodat de Egyptenaars het water uit de rivier niet drinken konden; en er was bloed in geheel Egypte. 1)
Naar aanleiding van deze plaag zou men in het algemeen kunnen aanmerken, dat een van de eerste wondertekenen, gedaan door Mozes, geweest is, het veranderen van het water in bloed, maar een van de eerste wonderwerken, gedaan door onze Heere Jezus, is geweest het veranderen van water in wijn; want de wet is door Mozes gegeven en deze was een bedeling van dood en schrik, maar de genade en waarheid, die evenals de wijn het hart vrolijk maken en verheugen, is door Jezus Christus geworden..
1) De Nijl neemt wel meermalen ten tijde van de jaarlijkse overstromingen een rode kleur aan, dat waarschijnlijk ontstaat door een aardsoort, die van de hoger gelegene streken afspoelt. Aan een dergelijke kleuring van het water is hier niet te denken, terwijl het water van de Nijl, als het rood gekleurd was, voor gezonder en beter gehouden werd. Hier wordt ons een wonderbare, door Gods macht gewerkte verandering van het water voorgesteld, dat daardoor ter vervuiling en bederf overgaat en door zijn bloedrode kleur op het einde van de goddelijke gerichten, op dood en verderf (Joël 3:4) wijst. “Op hetzelfde ogenblik, dat de koning gekomen is, om de vader van het leven, de vader van de goden, (want zo noemden de Egyptenaren, bij hun afgodische verering de Nijl,) zijn hulde te brengen, moet hij zien, hoe de bode van Jehova die in het aangezicht slaat, zodat hij bloedig wordt”.
22. Doch de Egyptische tovenaars, die wederom door Farao geroepen werden, deden ook alzo, of iets dergelijks met hun bezweringen; 1) zodat Farao’s hart verstokte, omdat hij meende, dat het wonder door Mozes en Aäron door de kunsten van zijn tovenaars ontzenuwd was, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had (vs.13).
1) Met hetgeen de tovenaars hier en in hoofdstuk 8:7 doen, bevinden zij zich reeds op het gebied van de duivelse magie; de goden van Egypte verlenen diegenen, die in de dienst van hun verering staan, hun krachten, en laten hen tekenen en wonderen doen, met allerlei verleiding tot ongerechtigheid, onder degenen, die verloren gaan (2 Thess.2:8 vv.). Maar wie zijn deze goden? Op zichzelf bestonden de goden van de Egyptenaren even zo min, als die van de andere heidenen; zij waren slechts nietige beelden van de menselijke verbeelding. Toch blijkt uit veelvuldige aanwijzingen van de Heilige Schrift (Deuteronomium. 32:17, Psalm. 106:37 vv.; 1 Kor.10:14 vv. bepaald, dat gelijk de heidenen zelf, met hun godsdienst zich aan een werkelijke, persoonlijke macht wilden overgeven, zo ook zulk een macht aanwezig was, die zich deze dienst toeëigende, namelijk de macht, van welke Paulus spreekt in Efeze 6:12 vv.. Het is ook geheel overeenkomstig de Goddelijke gerechtigheid, wanneer Hij de volken, die zich van Hem, de enige, levende God, die zij uit het werk van de schepping konden kennen, afkeren, en naar een ander voorwerp ter verering zoeken, overgeeft aan hun verkeerde wil (Rom.1:18 vv.); het komt overeen met de gehele wijze van de goddelijke wereldregering, wanneer nu, tengevolge van die loslating, de boze geesten zich van de heidense godsverering meester maken, als van een welkom gebied voor de hun toegelaten werkzaamheid op aarde. Overal, waar beproefd wordt, het heidendom te doen vallen en het rijk van God te stichten, zien wij dan ook bovenmenselijke krachten tot bescherming van de valse godsdienst, leugenachtige krachten met tekenen en wonderen (Matth.24:24 Openb.13:13). Ook hier, waar de God van Israël zich in een strijd met de goden van Egypte inlaat, om deze te schande te maken, beproefden de achter hen staande duivelse geesten alles, om hen staande te houden, en hun gebied te verdedigen; daarom verschaffen zij door hun werktuigen, de tovenaars, het grootst mogelijke, dat in hun macht is..
Indien gij nu vraagt, vanwaar deze de macht hadden om iets dergelijks te kunnen, dan moet herinnerd worden, dat de Heere God aan het rijk van de boosheid een zekere macht heeft gelaten, die groot genoeg is, om het verstand van de mensen te verwarren, maar niet zo groot, dat zij de almacht des Heeren zou kunnen breken of ten einde toe tegengaan. De macht van de vorst van de duisternis is begrensd, zelfs door de macht van de gelovigen (1 Petr.5:9), hoeveel meer dan door die van de Heere van het geloof. Deze macht van de satan, die zich in allerlei bedrieglijke wetenschap en ijdele kundigheden van de opgeblazen kennis uitspreekt, gaat erop uit, om het oordeel van het ongeloof nog meer gevangen te nemen, nog sterker te vervalsen en tot nog krachtiger verzet tegen God en Diens woord te prikkelen. Daartoe moet bij de wereld meestal de wetenschap van de wereld dienen. Zij brengt alles tot natuur en zuivere natuur terug en meent voor alles middellijke en zichtbare oorzaken te kunnen aanwijzen. Aldus wordt het geloof aan het bovennatuurlijke ondermijnd; men blijft met zijn opvattingen en inzichten laag bij de grond, zonder zich ooit tot een hogere, waarschijnlijk-zedelijke eerste en hoogste Oorzaak te kunnen opheffen..
23. En Farao keerde zich om van de bloedige stroom, die zo luid Gods almacht verkondigde, ondanks een schijnbaar gelijk werk van de tovenaars, en hij ging naar zijn huis;en hij zette zijn hart daar ook niet op; 1) ook dit nam hij niet ter harte.
1) Hiermee wordt het duidelijk getoond, dat Farao zich vrijwillig heeft verhard. Eigenwillig en moedwillig keert hij zich af van de openbaring van Gods Almacht. Nu de Egyptische tovenaars ook water in bloed hebben veranderd, is het voor hem een uitgemaakte zaak, dat Israëls God niet machtiger is dan de afgoden van de Egyptenaren..
24. Doch alle Egyptenaars groeven van die dag af in de aarde rondom de rivier, om water te drinken; want zij konden van het water van de rivier zelf niet drinken; 1) het water onder de aarde was echter, hoewel het met de Nijl in verbinding stond, niet verdorven.
1) Wat betreft, dat de Egyptenaars putten voor zich hebben gegraven, dit bevestigt het wonder. Met hetzelfde doel wordt er ook bijgevoegd, dat het zeven dagen geduurd heeft, want indien het bederf slechts een ogenblik had geduurd, was er reden voor geweest, dat men bedrog had kunnen vermoeden, hetgeen echter, zowel door de langdurige smaak als door het gezicht, werd bestreden..
25. Alzo werden zeven dagen vervuld, nadat de HEERE de rivier geslagen had. 1) Zeven dagen bleef deze plaag aanhouden, toen hield zij weer op.
1) De plaag hield met zeven dagen op, opdat het volk niet geheel en al zou omkomen. Ook hier bevestigt de Heere nog, dat Hij in de toorn van zijn ontfermen gedachtig is. Zeven dagen duurt de plaag. Toen trok God Zijn slaande hand voor een ogenblik in, opdat het volk zou leren erkennen, dat het Israëls God is, die beide, behouden en verderven kan.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel