Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En daarna gingen Mozes en Aaron heen, en zeiden tot Farao: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En daarnaH310gingenH935MozesH4872 en AaronH175 heen, en zeidenH559totH413FaraoH6547: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 van IsraelH3478: Laat Mijn volkH5971trekkenH7971, dat het Mij een feest houdeH2287 in de woestijnH4057!En daarna gingen Mozes en Aaron heen, en zeiden tot Farao: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn!
KJVAnd afterward1Moses3and Aaron4went in,2and told5Pharaoh,7Thus saith9the LORD10God11of Israel,12Let my people15go,13that they may hold a feast16unto me in the wilderness.
1וְאַחַ֗רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2בָּ֚אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4וְאַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh8כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13שַׁלַּח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16וְיָחֹ֥גּוּH2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro17לִ֖י18בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
2Maar Farao zeide: Wie is de HEERE, Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israel te laten trekken? Ik ken den HEERE niet, en ik zal ook Israel niet laten trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Maar FaraoH6547zeideH559: WieH4310 is de HEEREH3068, Wiens stemH6963 ik gehoorzamenH8085 zou, om IsraelH3478 te laten trekkenH7971? Ik kenH3045 den HEEREH3068 niet, en ik zal ookH1571IsraelH3478nietH3808 laten trekkenH7971.Maar Farao zeide: Wie is de HEERE, Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israel te laten trekken? Ik ken den HEERE niet, en ik zal ook Israel niet laten trekken.
KJVAnd Pharaoh2said,1Who is the LORD,4that I should obey6his voice7to let Israel10go?8I know12not the LORD,14neither will I let Israel17go.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh3מִ֤יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אֶשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7בְּקֹל֔וֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8לְשַׁלַּ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יָדַ֨עְתִּי֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15וְגַ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19אֲשַׁלֵּֽחַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
3Zij dan zeiden: De God der Hebreen is ons ontmoet; zo laat ons toch heentrekken, den weg van drie dagen in de woestijn, en den HEERE, onzen God, offeren, dat Hij ons niet overkome met pestilentie, of met het zwaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zij dan zeidenH559: De GodH430 der HebreenH5680 is ons ontmoetH7122; zo laat ons tochH4994heentrekkenH3212, den wegH1870 van drieH7969dagenH3117 in de woestijnH4057, en den HEEREH3068, onzen GodH430, offerenH2076, dat Hij ons niet overkomeH6293 met pestilentieH1698, ofH176 met het zwaardH2719.Zij dan zeiden: De God der Hebreen is ons ontmoet; zo laat ons toch heentrekken, den weg van drie dagen in de woestijn, en den HEERE, onzen God, offeren, dat Hij ons niet overkome met pestilentie, of met het zwaard.
KJVAnd they said,1The God2of the Hebrews3hath met4with us: let us go,6we pray thee, three9days'10journey8into the desert,11and sacrifice12unto the LORD13our God;14lest he fall16upon us with pestilence,17or with the sword.
1וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3הָעִבְרִ֖יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)4נִקְרָ֣אH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet5עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6נֵ֣לֲכָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7נָּ֡אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8דֶּרֶךְ֩H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9שְׁלֹ֨שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)10יָמִ֜יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11בַּמִּדְבָּ֗רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12וְנִזְבְּחָה֙H2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay13לַֽיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵ֔ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15פֶּ֨ןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not16יִפְגָּעֵ֔נוּH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run17בַּדֶּ֖בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague18א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether19בֶחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
4Toen zeide de koning van Egypte tot hen: Gij, Mozes en Aaron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Gaat heen tot uw lasten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeideH559 de koningH4428 van EgypteH4714totH413 hen: Gij, MozesH4872 en AaronH175! waaromH4100trektH6544 gij het volkH5971 af van hun werkenH4639? GaatH3212 heen tot uw lastenH5450.Toen zeide de koning van Egypte tot hen: Gij, Mozes en Aaron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Gaat heen tot uw lasten.
KJVAnd the king3of Egypt4said1unto them, Wherefore do ye, Moses6and Aaron,7let8the people10from their works?11get12you unto your burdens.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5לָ֚מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7וְאַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8תַּפְרִ֥יעוּH6544ontbloot, ontbloten, verwerptavenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11מִמַּֽעֲשָׂ֑יוH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought12לְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13לְסִבְלֹתֵיכֶֽםH5450lastenburden
5Verder zeide Farao: Ziet, het volk des lands is alreeds te veel; en zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Verder zeideH559FaraoH6547: ZietH2005, het volkH5971 des landsH776 is alreeds te veelH7227; en zoudt gijlieden hen doen rustenH7673 van hun lastenH5450?Verder zeide Farao: Ziet, het volk des lands is alreeds te veel; en zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?
KJVAnd Pharaoh2said,1Behold, the people6of the land7now are many,4and ye make them rest8from their burdens.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh3הֵןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though4רַבִּ֥יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas6עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וְהִשְׁבַּתֶּ֥םH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away9אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִסִּבְלֹתָֽםH5450lastenburden
6Daarom beval Farao, ten zelfden dage, aan de aandrijvers onder het volk, en deszelfs ambtlieden, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Daarom bevalH6680FaraoH6547, ten zelfden dageH3117, aan de aandrijversH5065 onder hetH1931volkH5971, en deszelfs ambtliedenH7860, zeggendeH559:Daarom beval Farao, ten zelfden dage, aan de aandrijvers onder het volk, en deszelfs ambtlieden, zeggende:
KJVAnd Pharaoh2commanded1the same day3the taskmasters6of the people,7and their officers,9saying,
1וַיְצַ֥וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַנֹּגְשִׂ֣יםH5065drijvers, aandrijvers, drijverdistress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster7בָּעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שֹׁטְרָ֖יוH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler10לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
7Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, tot het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; laat hen zelven heengaan, en stro voor zichzelven verzamelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Gij zult voortaanH3254 aan deze liedenH5971geenH3808stroH8401 meer gevenH5414, tot het maken der tichelstenenH3843, als gisterenH8032 en eergisterenH8543; laat henH1992 zelven heengaanH3212, en stroH8401 voor zichzelven verzamelenH7197.Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, tot het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; laat hen zelven heengaan, en stro voor zichzelven verzamelen.
KJVYe shall no more2give3the people5straw4to make6brick,7as heretofore:9let them go11and gather12straw
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תֹאסִפ֞וּןH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield3לָתֵ֨תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4תֶּ֧בֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble5לָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6לִלְבֹּ֥ןH3835wit, strijken, tichelstenenmake brick, be (made, make) white(-r)7הַלְּבֵנִ֖יםH3843tichelstenen, tichel, tichelen(altar of) brick, tile8כִּתְמ֣וֹלH8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday9שִׁלְשֹׁ֑םH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past10הֵ֚םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11יֵֽלְכ֔וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak12וְקֹשְׁשׁ֥וּH7197lezende, Doorzoekzelf, doorzoekgather (selves) (together)13לָהֶ֖ם14תֶּֽבֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble
8En het getal der tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen; want zij gaan ledig; daarom roepen zij, zeggende: Laat ons gaan, laat ons onzen God offeren!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En het getalH4971 der tichelstenenH3843, die zijH1992gisterenH8032 en eergisterenH8543gemaaktH6213 hebben, zult gij hun opleggenH7760; gij zult daarvan nietH3808verminderenH1639; wantH3588 zij gaan ledigH7503; daaromH3651roepenH6817 zij, zeggendeH559: Laat ons gaanH3212, laat ons onzen GodH430offerenH2076!En het getal der tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen; want zij gaan ledig; daarom roepen zij, zeggende: Laat ons gaan, laat ons onzen God offeren!
KJVAnd the tale2of the bricks,3which they did make6heretofore,8ye shall lay9upon them; ye shall not diminish12ought thereof: for they be idle;15therefore they cry,20saying,21Let us go22and sacrifice23to our God.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מַתְכֹּ֨נֶתH4971maaksel, gestaltenis, getalcomposition, measure, state, tale3הַלְּבֵנִ֜יםH3843tichelstenen, tichel, tichelen(altar of) brick, tile4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הֵם֩H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6עֹשִׂ֨יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7תְּמ֤וֹלH8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday8שִׁלְשֹׁם֙H8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past9תָּשִׂ֣ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תִגְרְע֖וּH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw13מִמֶּ֑נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15נִרְפִּ֣יםH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)16הֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18כֵּ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you19הֵ֤םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye20צֹֽעֲקִים֙H6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)21לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet22נֵלְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak23נִזְבְּחָ֥הH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay24לֵאלֹהֵֽינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
9Men verzware den dienst over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen aan leugenachtige woorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Men verzwareH3513 den dienstH5656overH5921 deze mannenH582, dat zij daaraan te doenH6213 hebben, en zich nietH408vergapenH8159 aan leugenachtigeH8267woordenH1697.Men verzware den dienst over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen aan leugenachtige woorden.
KJVLet there more work2be laid1upon the men,that they may labour5therein; and let them not regard8vain10words.
1תִּכְבַּ֧דH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop2הָעֲבֹדָ֛הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5וְיַעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6בָ֑הּ7וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8יִשְׁע֖וּH8159Wend, zag, ziendepart, be dim, be dismayed, look (away), regard, have respect, spare, turn9בְּדִבְרֵיH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10שָֽׁקֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen gingen de aandrijvers des volks uit, en deszelfs ambtlieden, en spraken tot het volk, zeggende: Zo zegt Farao: Ik zal ulieden geen stro geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen gingenH3318 de aandrijversH5065 des volksH5971 uit, en deszelfs ambtliedenH7860, en sprakenH559totH413 het volkH5971, zeggendeH559: ZoH3541zegtH559FaraoH6547: Ik zal ulieden geenH369stroH8401gevenH5414.Toen gingen de aandrijvers des volks uit, en deszelfs ambtlieden, en spraken tot het volk, zeggende: Zo zegt Farao: Ik zal ulieden geen stro geven.
KJVAnd the taskmasters2of the people3went out,1and their officers,4and they spake5to the people,7saying,8Thus saith10Pharaoh,11I will not give13you straw.
1וַיֵּ֨צְא֜וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2נֹגְשֵׂ֤יH5065drijvers, aandrijvers, drijverdistress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster3הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4וְשֹׁ֣טְרָ֔יוH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler5וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder10אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh12אֵינֶ֛נִּיH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָכֶ֖ם15תֶּֽבֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble
11Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11GaatH3212 gij zelve heen, haaltH3947uH859stroH8401, waarH834 gij het vindtH4672; dochH3588 van uw dienstH5656 zal nietH369verminderdH1639 worden.Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.
KJVGo2ye, get3you straw5where6ye can find7it: yet8not ought12of your work11shall be diminished.
1אַתֶּ֗םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2לְכ֨וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3קְח֤וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4לָכֶם֙5תֶּ֔בֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble6מֵאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תִּמְצָ֑אוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10נִגְרָ֛עH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw11מֵעֲבֹדַתְכֶ֖םH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought12דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
12Toen verstrooide zich het volk in het ganse land van Egypte, dat het stoppelen verzamelde, voor stro.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen verstrooideH6327 zich het volkH5971 in het ganseH3605landH776 van EgypteH4714, dat het stoppelenH7179verzameldeH7197, voor stroH8401.Toen verstrooide zich het volk in het ganse land van Egypte, dat het stoppelen verzamelde, voor stro.
KJVSo the people2were scattered abroad1throughout all the land4of Egypt5to gather6stubble7instead of straw.
13En de aandrijvers drongen aan, zeggende: Voleindigt uw werken, elk dagwerk op zijn dag, gelijk toen er stro was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de aandrijversH5065drongenH213 aan, zeggendeH559: VoleindigtH3615 uw werkenH4639, elk dagwerkH1697 op zijn dagH3117, gelijk toen er stroH8401 was.En de aandrijvers drongen aan, zeggende: Voleindigt uw werken, elk dagwerk op zijn dag, gelijk toen er stro was.
KJVAnd the taskmasters1hasted2them, saying,3Fulfil4your works,5your daily7tasks,6as when there was10straw.
1וְהַנֹּגְשִׂ֖יםH5065drijvers, aandrijvers, drijverdistress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster2אָצִ֣יםH213haastig, drongen, aangedrongen(make) haste(-n, -y), labor, be narrow3לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4כַּלּ֤וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste5מַעֲשֵׂיכֶם֙H4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought6דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8בְּיוֹמ֔וֹH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בִּהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11הַתֶּֽבֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble
14En de ambtlieden der kinderen Israels, die Farao's aandrijvers over hen gesteld hadden, werden geslagen, en men zeide: Waarom hebt gijlieden uw gezette werk niet voleindigd, in het maken der tichelstenen, gelijk te voren, alzo ook gisteren en heden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de ambtliedenH7860 der kinderenH1121IsraelsH3478, dieH834FaraoH6547's aandrijversH5065overH5921 hen gesteldH7760 hadden, werden geslagenH5221, en men zeideH559: Waarom hebt gijlieden uw gezette werkH2706nietH3808voleindigdH3615, in het maken der tichelstenenH3835, gelijk te vorenH8032, alzo ookH1571gisterenH8543 en hedenH3117?En de ambtlieden der kinderen Israels, die Farao's aandrijvers over hen gesteld hadden, werden geslagen, en men zeide: Waarom hebt gijlieden uw gezette werk niet voleindigd, in het maken der tichelstenen, gelijk te voren, alzo ook gisteren en heden?
KJVAnd the officers2of the children3of Israel,4which Pharaoh's9taskmasters8had set6over them, were beaten,1and demanded,10Wherefore have ye not fulfilled13your task14in making brick15both yesterday16and to day,21as heretofore?17
1וַיֻּכּ֗וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2שֹֽׁטְרֵי֙H7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6שָׂ֣מוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work7עֲלֵהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8נֹגְשֵׂ֥יH5065drijvers, aandrijvers, drijverdistress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster9פַרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh10לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11מַדּ֡וּעַH4069waarom?how, wherefore, why12לֹא֩H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13כִלִּיתֶ֨םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste14חָקְכֶ֤םH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task15לִלְבֹּן֙H3835wit, strijken, tichelstenenmake brick, be (made, make) white(-r)16כִּתְמ֣וֹלH8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday17שִׁלְשֹׁ֔םH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past18גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea19תְּמ֖וֹלH8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday20גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea21הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
15Derhalve gingen de ambtlieden der kinderen Israels, en schreeuwden tot Farao, zeggende: Waarom doet gij uw knechten alzo?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Derhalve gingenH935 de ambtliedenH7860 der kinderenH1121IsraelsH3478, en schreeuwdenH6817totH413FaraoH6547, zeggendeH559: WaaromH4100doetH6213 gij uw knechtenH5650alzoH3541?Derhalve gingen de ambtlieden der kinderen Israels, en schreeuwden tot Farao, zeggende: Waarom doet gij uw knechten alzo?
KJVThen the officers2of the children3of Israel4came1and cried5unto Pharaoh,7saying,8Wherefore dealest10thou thus with thy servants?
1וַיָּבֹ֗אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שֹֽׁטְרֵי֙H7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיִּצְעֲק֥וּH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לָ֧מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10תַעֲשֶׂ֦הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11כֹ֖הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder12לַעֲבָדֶֽיךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
16Aan uw knechten wordt geen stro gegeven, en zij zeggen tot ons: Maakt de tichelstenen; en ziet, uw knechten worden geslagen, doch de schuld is uws volks!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Aan uw knechtenH5650 wordt geenH369stroH8401gegevenH5414, en zij zeggenH559 tot ons: MaaktH6213 de tichelstenenH3843; en zietH2009, uw knechtenH5650 worden geslagenH5221, doch de schuldH2398 is uws volksH5971!Aan uw knechten wordt geen stro gegeven, en zij zeggen tot ons: Maakt de tichelstenen; en ziet, uw knechten worden geslagen, doch de schuld is uws volks!
KJVThere is no straw1given3unto thy servants,4and they say6to us, Make8brick:5and, behold, thy servants10are beaten;11but the fault12is in thine own people.
17Hij dan zeide: Gijlieden gaat ledig, ledig gaat gij; daarom zegt gij: Laat ons gaan, laat ons den HEERE offeren!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Hij dan zeideH559: Gijlieden gaat ledigH7503, ledigH7503 gaat gij; daaromH3651zegtH559 gij: Laat ons gaanH3212, laat ons den HEEREH3068offerenH2076!Hij dan zeide: Gijlieden gaat ledig, ledig gaat gij; daarom zegt gij: Laat ons gaan, laat ons den HEERE offeren!
KJVBut he said,1Ye are idle,2ye are idle:4therefore ye say,8Let us go9and do sacrifice10to the LORD.
1וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נִרְפִּ֥יםH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)3אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4נִרְפִּ֑יםH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6כֵּן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8אֹֽמְרִ֔יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9נֵלְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10נִזְבְּחָ֥הH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay11לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal der tichelstenen leveren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Zo gaatH3212nuH6258 heen, arbeidtH5647; doch stroH8401 zal u nietH3808gegevenH5414 worden; evenwel zult gij het getalH8506 der tichelstenenH3843leverenH5414.Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal der tichelstenen leveren.
KJVGo2therefore now, and work;3for there shall no straw4be given6you, yet shall ye deliver10the tale8of bricks.
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3עִבְד֔וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,4וְתֶ֖בֶןH8401stro, trochaff, straw, stubble5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִנָּתֵ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לָכֶ֑ם8וְתֹ֥כֶןH8506getal, matemeasure, tale9לְבֵנִ֖יםH3843tichelstenen, tichel, tichelen(altar of) brick, tile10תִּתֵּֽנּוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield
19Toen zagen de ambtlieden der kinderen Israels, dat het kwalijk met hen stond, dewijl men zeide: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen, van het dagwerk op zijn dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen zagenH7200 de ambtliedenH7860 der kinderenH1121IsraelsH3478, dat het kwalijkH7451 met hen stond, dewijl men zeideH559: Gij zult nietH3808minderenH1639 van uw tichelstenenH3843, van het dagwerkH1697 op zijn dagH3117.Toen zagen de ambtlieden der kinderen Israels, dat het kwalijk met hen stond, dewijl men zeide: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen, van het dagwerk op zijn dag.
KJVAnd the officers2of the children3of Israel4did see1that they were in evil6case, after it was said,7Ye shall not minish9ought from your bricks10of your daily12task.
1וַיִּרְא֞וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2שֹֽׁטְרֵ֧יH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler3בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּרָ֣עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)7לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִגְרְע֥וּH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw10מִלִּבְנֵיכֶ֖םH3843tichelstenen, tichel, tichelen(altar of) brick, tile11דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13בְּיוֹמֽוֹH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
20En zij ontmoetten Mozes en Aaron, die tegen hen over stonden, toen zij van Farao uitgingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En zij ontmoettenH6293MozesH4872 en AaronH175, die tegen hen over stondenH5324, toen zij vanH854FaraoH6547uitgingenH3318.En zij ontmoetten Mozes en Aaron, die tegen hen over stonden, toen zij van Farao uitgingen.
KJVAnd they met1Moses3and Aaron,5who stood6in the way,7as they came forth8from Pharaoh:
1וַֽיִּפְגְּעוּ֙H6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron6נִצָּבִ֖יםH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state7לִקְרָאתָ֑םH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way8בְּצֵאתָ֖םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10פַּרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
21En zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richte het, dewijl dat gij onzen reuk hebt stinkende gemaakt voor Farao, en voor zijn knechten, gevende een zwaard in hun handen, om ons te doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zeidenH559totH413 hen: De HEEREH3068zieH7200opH5921 u, en richteH8199 het, dewijl datH834 gij onzen reukH7381 hebt stinkendeH887 gemaakt voor FaraoH6547, en voor zijn knechtenH5650, gevendeH5414 een zwaardH2719 in hun handenH3027, om ons te dodenH2026.En zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richte het, dewijl dat gij onzen reuk hebt stinkende gemaakt voor Farao, en voor zijn knechten, gevende een zwaard in hun handen, om ons te doden.
KJVAnd they said1unto them, The LORD4look3upon you, and judge;6because ye have made our savour10to be abhorred8in the eyes11of Pharaoh,12and in the eyes13of his servants,14to put15a sword16in their hand17to slay
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יֵ֧רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6וְיִשְׁפֹּ֑טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule7אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הִבְאַשְׁתֶּ֣םH887stinkende, stinken, stonk(make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10רֵיחֵ֗נוּH7381reuk, reukssavour, scent, smell11בְּעֵינֵ֤יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12פַרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh13וּבְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14עֲבָדָ֔יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant15לָֽתֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16חֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool17בְּיָדָ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18לְהָרְגֵֽנוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
22Toen keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen keerdeH7725MozesH4872 weder totH413 den HEEREH136, en zeideH559: HeereH3068! waaromH4100 hebt Gij ditH2088volkH5971kwaadH7489 gedaan, waaromH4100 hebt Gij mij nu gezondenH7971?Toen keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden?
KJVAnd Moses2returned1unto the LORD,4and said,5Lord,6wherefore hast thou so evil entreated8this people?9why is it that thou hast sent
1וַיָּ֧שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲדֹנָ֗יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7לָמָ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8הֲרֵעֹ֨תָה֙H7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse9לָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11לָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12זֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13שְׁלַחְתָּֽנִיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
23Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw Naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want van toen af, dat ik totH413FaraoH6547 ben ingegaanH935, om in Uw NaamH8034 te sprekenH1696, heeft hij ditH2088volkH5971kwaadH7489 gedaan; en Gij hebt Uw volkH5971geenszinsH5337verlostH5337.Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw Naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost.
KJVFor since I came2to Pharaoh4to speak5in thy name,6he hath done evil7to this people;8neither hast thou delivered10thy people14at all.
1וּמֵאָ֞זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2בָּ֤אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh5לְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6בִּשְׁמֶ֔ךָH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7הֵרַ֖עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse8לָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְהַצֵּ֥לH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הִצַּ֖לְתָּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14עַמֶּֽךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
24Toen zeide de HEERE tot Mozes: Nu zult gij zien, wat Ik aan Farao doen zal; want door een machtige hand zal hij hen laten trekken, ja, door een machtige hand zal hij hen uit zijn land drijven.
א
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Toen zeide de HEERE tot Mozes: Nu zult gij zien, wat Ik aan Farao doen zal; want door een machtige hand zal hij hen laten trekken, ja, door een machtige hand zal hij hen uit zijn land drijven.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5עַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas6תִרְאֶ֔הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אֶֽעֱשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לְפַרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11בְיָ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12חֲזָקָה֙H2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)13יְשַׁלְּחֵ֔םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14וּבְיָ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15חֲזָקָ֔הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)16יְגָרְשֵׁ֖םH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out17מֵאַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 5:1— En daarna gingen Mozes en Aaron heen, en zeiden tot Farao: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn!Exodus 10:9→1 Korinthe 5:8→Mattheüs 10:18→Mattheüs 10:28→Jesaja 25:6→Psalmen 119:46→Exodus 3:18→1 Koningen 21:20→
Exodus 5:2— Maar Farao zeide: Wie is de HEERE, Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israel te laten trekken? Ik ken den HEERE niet, en ik zal ook Israel niet laten trekken.Exodus 3:19→2 Koningen 18:35→Job 21:15→2 Kronieken 32:19→Jeremia 44:16→Psalmen 10:4→Romeinen 1:28→Psalmen 14:1→
Exodus 5:3— Zij dan zeiden: De God der Hebreen is ons ontmoet; zo laat ons toch heentrekken, den weg van drie dagen in de woestijn, en den HEERE, onzen God, offeren, dat Hij ons niet overkome met pestilentie, of met het zwaard.Exodus 3:18→Zacharia 14:16→2 Kronieken 30:8→2 Koningen 17:25→Deuteronomium 28:21→Ezra 7:23→Ezechiël 6:11→
Exodus 5:4— Toen zeide de koning van Egypte tot hen: Gij, Mozes en Aaron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Gaat heen tot uw lasten.Exodus 1:11→Lukas 23:2→Handelingen 24:5→Jeremia 38:4→Handelingen 16:20→Amos 7:10→
Exodus 5:5— Verder zeide Farao: Ziet, het volk des lands is alreeds te veel; en zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?Spreuken 14:28→Exodus 1:7→
Exodus 5:6— Daarom beval Farao, ten zelfden dage, aan de aandrijvers onder het volk, en deszelfs ambtlieden, zeggende:Exodus 5:10→Exodus 5:19→Exodus 5:13→Exodus 1:11→Spreuken 12:10→Deuteronomium 16:18→Jozua 24:1→Jozua 24:4→
Exodus 5:7— Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, tot het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; laat hen zelven heengaan, en stro voor zichzelven verzamelen.Richteren 19:19→Genesis 24:25→
Exodus 5:8— En het getal der tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen; want zij gaan ledig; daarom roepen zij, zeggende: Laat ons gaan, laat ons onzen God offeren!Psalmen 106:41→
Exodus 5:9— Men verzware den dienst over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen aan leugenachtige woorden.Jeremia 43:2→Job 16:3→Efeze 5:6→Maleachi 3:14→Zacharia 1:6→2 Koningen 18:20→
Exodus 5:10— Toen gingen de aandrijvers des volks uit, en deszelfs ambtlieden, en spraken tot het volk, zeggende: Zo zegt Farao: Ik zal ulieden geen stro geven.Exodus 1:11→Exodus 3:7→Spreuken 29:12→
Exodus 5:11— Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.Exodus 5:13→
Exodus 5:12— Toen verstrooide zich het volk in het ganse land van Egypte, dat het stoppelen verzamelde, voor stro.Exodus 15:7→Obadja 1:18→1 Korinthe 3:12→Jesaja 47:14→Jesaja 5:24→Nahum 1:10→Joël 2:5→
Exodus 5:14— En de ambtlieden der kinderen Israels, die Farao's aandrijvers over hen gesteld hadden, werden geslagen, en men zeide: Waarom hebt gijlieden uw gezette werk niet voleindigd, in het maken der tichelstenen, gelijk te voren, alzo ook gisteren en heden?Jesaja 10:24→
Exodus 5:17— Hij dan zeide: Gijlieden gaat ledig, ledig gaat gij; daarom zegt gij: Laat ons gaan, laat ons den HEERE offeren!2 Thessalonicenzen 3:10→Exodus 5:8→Johannes 6:27→Mattheüs 26:8→
Exodus 5:18— Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal der tichelstenen leveren.Ezechiël 18:18→Daniël 2:9→
Exodus 5:19— Toen zagen de ambtlieden der kinderen Israels, dat het kwalijk met hen stond, dewijl men zeide: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen, van het dagwerk op zijn dag.Deuteronomium 32:36→Prediker 4:1→Prediker 5:8→
Exodus 5:21— En zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richte het, dewijl dat gij onzen reuk hebt stinkende gemaakt voor Farao, en voor zijn knechten, gevende een zwaard in hun handen, om ons te doden.Genesis 34:30→Exodus 6:9→Genesis 16:5→2 Samuël 10:6→1 Kronieken 19:6→1 Samuël 27:12→1 Samuël 13:4→Exodus 4:31→
Exodus 5:22— Toen keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden?Numeri 11:14→Exodus 17:4→1 Koningen 19:4→Numeri 11:11→1 Koningen 19:10→1 Samuël 30:6→Psalmen 73:25→Jeremia 20:7→
Exodus 5:23— Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw Naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost.Hebreeën 10:36→Jesaja 28:16→Jeremia 11:21→Psalmen 118:26→Jesaja 26:17→Johannes 5:43→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 5 vers 5— Verder zeide Farao: Ziet, het volk des lands is alreeds te veel; en zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?
het volk des lands is alreeds te veel;
Hij spreekt van de Israëlieten in Egypteland.
Hertaald:het volk des lands is alreeds te veel;
Hij spreekt over de Israëlieten in het land Egypte.
zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?
Met deze woorden geeft Faraö te kennen, waarom hij den Israëlieten zulke zware lasten oplegde, te weten, om hen uit te mergelen, en alzo het voorttelen van kinderen te verhinderen.
Hertaald:zoudt gijlieden hen doen rusten van hun lasten?
Met deze woorden geeft Farao te kennen waarom hij de Israëlieten zulke zware lasten oplegde, namelijk: om hen uit te putten, en zo het krijgen van kinderen te verhinderen.
Exodus 5 vers 6— Daarom beval Farao, ten zelfden dage, aan de aandrijvers onder het volk, en deszelfs ambtlieden, zeggende:
aan de aandrijvers onder het volk,
Deze waren Egyptenaars, vs.14, die over de Israëlitische ambtlieden gesteld waren.
Hertaald:aan de aandrijvers onder het volk,
Dezen waren Egyptenaren, vers 14, die over de Israëlitische opzichters aangesteld waren.
ambtlieden, zeggende
Deze waren Israëlieten, vs.14, en zij stonden onder het gebied der Egyptische aandrijvers.
Hertaald:ambtlieden, zeggende
Dezen waren Israëlieten, vers 14, en zij stonden onder het gezag van de Egyptische aandrijvers.
Exodus 5 vers 7— Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven, tot het maken der tichelstenen, als gisteren en eergisteren; laat hen zelven heengaan, en stro voor zichzelven verzamelen.
zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven,
Hebreeuws, gij zult niet toedoen te geven.
Hertaald:zult voortaan aan deze lieden geen stro meer geven,
Hebreeuws: gij zult niet voortgaan te geven.
tot het maken der tichelstenen,
Hebreeuws, tichelstenen te tichelen.
Hertaald:tot het maken der tichelstenen,
Hebreeuws: tichelstenen te tichelen.
Exodus 5 vers 8— En het getal der tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen; want zij gaan ledig; daarom roepen zij, zeggende: Laat ons gaan, laat ons onzen God offeren!
het getal der tichelstenen,
Of, som, maat.
Hertaald:het getal der tichelstenen,
Of: aantal, hoeveelheid.
Exodus 5 vers 9— Men verzware den dienst over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen aan leugenachtige woorden.
leugenachtige woorden
Hebreeuws, woorden der leugens, of der valsheid. Die goddeloze koning noemt Gods woord leugenachtige woorden; of hij wil te kennen geven dat het leugens waren, toen Mozes en Aäron zeiden dat zij van God gezonden waren.
Hertaald:leugenachtige woorden
Hebreeuws: woorden der leugen, of der valsheid. Deze goddeloze koning noemt Gods woord leugenachtige woorden; of hij wil te kennen geven dat het leugens waren toen Mozes en Aäron zeiden dat zij door God gezonden waren.
Exodus 5 vers 11— Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.
zal niet verminderd worden
Hebreeuws, geen woord; dat is, ding.
Hertaald:zal niet verminderd worden
Hebreeuws: geen woord; dat is: ding.
Exodus 5 vers 14— En de ambtlieden der kinderen Israels, die Farao's aandrijvers over hen gesteld hadden, werden geslagen, en men zeide: Waarom hebt gijlieden uw gezette werk niet voleindigd, in het maken der tichelstenen, gelijk te voren, alzo ook gisteren en heden?
men zeide
Hebreeuws, zeggende.
Hertaald:men zeide
Hebreeuws: zeggende.
gelijk te voren,
Hebreeuws, als gisteren, eergisteren.
Hertaald:gelijk te voren,
Hebreeuws: als gisteren, eergisteren.
Exodus 5 vers 16— Aan uw knechten wordt geen stro gegeven, en zij zeggen tot ons: Maakt de tichelstenen; en ziet, uw knechten worden geslagen, doch de schuld is uws volks!
zij zeggen tot ons
Te weten, de drijvers; anders, de tichelstenen, zeggen zij tot ons, zult gijlieden maken.
Hertaald:zij zeggen tot ons
Namelijk: de drijvers; anders: de tichelstenen, zeggen zij tot ons, zult gij maken.
uws volks!
Te weten, der Egyptenaars, die ons geen stro leveren, en nochtans het gewone dagwerk ons afeischen. Anders, en uw volk, [te weten, de Israëlieten] moeten de schuld hebben.
Hertaald:uws volks!
Namelijk: van de Egyptenaren, die ons geen stro leveren, en toch het gewone dagwerk van ons eisen. Anders: en uw volk (namelijk de Israëlieten) moet de schuld dragen.
Exodus 5 vers 19— Toen zagen de ambtlieden der kinderen Israels, dat het kwalijk met hen stond, dewijl men zeide: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen, van het dagwerk op zijn dag.
dat het kwalijk met hen stond,
Hebreeuws, dat zij in het kwade waren.
Hertaald:dat het kwalijk met hen stond,
Hebreeuws: dat zij in het kwade waren.
dagwerk op zijn dag
Hebreeuws, ding; gelijk boven, vs.13; anders, [levert] het dagwerk op zijn dag.
Hertaald:dagwerk op zijn dag
Hebreeuws: ding; zoals eerder, vers 13; anders: [levert] het dagwerk op zijn dag.
Exodus 5 vers 21— En zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richte het, dewijl dat gij onzen reuk hebt stinkende gemaakt voor Farao, en voor zijn knechten, gevende een zwaard in hun handen, om ons te doden.
De HEERE zie op u
Dat is, de Heere wil een inzien daarin hebben, en kennis nemen van hetgeen gijlieden ons gedaan hebt. Zie Gen. 31:42.
Hertaald:De HEERE zie op u
Dat is: de Heere wil hier inzicht in hebben, en kennisnemen van wat u ons hebt aangedaan. Zie Gen. 31:42.
richte het,
Zie Gen. 15:14, en Gen. 16:5.
Hertaald:richte het,
Zie Gen. 15:14, en Gen. 16:5.
voor Faraö, en voor zijn knechten,
Hebreeuws, voor de ogen van Faraö, en voor de ogen zijner knechten.
Hertaald:voor Faraö, en voor zijn knechten,
Hebreeuws: voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn dienaren.
gevende een zwaard in hun handen,
Dat is, dewijl gij ons in den haat gebracht hebt bij Faraö. Zie Gen. 34:30.
Hertaald:gevende een zwaard in hun handen,
Dat is: doordat u ons gehaat hebt gemaakt bij Farao. Zie Gen. 34:30.
Exodus 5 vers 22— Toen keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden?
keerde Mozes weder tot den HEERE,
Dat is, hij begaf zich naar een bijzondere plaats, waar hij den Heere zijn en des volks nood en benauwdheid, door het gebed, met hartelijke zuchten mocht klagen en voordragen.
Hertaald:keerde Mozes weder tot den HEERE,
Dat is: hij begaf zich naar een afgezonderde plaats, waar hij de Heere zijn eigen nood en die van het volk, in gebed, met hartelijke zuchten mocht klagen en voorleggen.
Exodus 5 vers 23— Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw Naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost.
Uw naam te spreken,
Dat is, op uw last en bevel, alzo Ezra 5:1; Ps. 118:26; Jer. 11:21; Joh. 5:43.
Hertaald:Uw naam te spreken,
Dat is: op Uw last en bevel, zoals Ezra 5:1; Ps. 118:26; Jer. 11:21; Joh. 5:43.
geenszins verlost
Hebreeuws, verlossende niet verlost.
Hertaald:geenszins verlost
Hebreeuws: verlossende niet verlost.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — zie voor de volledige geschiedenis van het land het artikel bij Genesis 12, waar Egypte voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, met het bewoonbare land vrijwel geheel beperkt tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Waar Jozef eerst als slaaf en gevangene, en later als onderkoning verhoogd werd, en waar zijn hele familie zich in het land Gosen vestigde (Gen. 37-50), wordt Egypte in het boek Exodus het land van verdrukking: "er stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had" (Ex. 1:8). Uit vrees voor de groei van het volk Israël werden de Hebreeën tot harde slavenarbeid gedwongen, onder meer voor de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, en werd bevel gegeven hun pasgeboren zonen te doden (Ex. 1:8-22). Dit vormt het decor van heel het boek Exodus, tot aan de uittocht (Ex. 12) en de doortocht door de Schelfzee (Ex. 14).
Bijbelse betekenis: Het land dat eerst redding en overvloed bood (onder Jozef), wordt hier het "ijzeren smeltoven" van verdrukking (Deut. 4:20) — waaruit de HEERE Zijn volk met sterke hand en uitgestrekte arm zou uitleiden, tot in alle latere Schrift het grondpatroon van verlossing.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Gij hebt Uw volk geenszins verlost — 5:1-23
Mozes is terug uit Midian en heeft het volk verteld wat God gezegd heeft. Zij hebben geloofd en zich neergebogen. Dan gaan Mozes en Aäron naar Farao met een verzoek, en dit hoofdstuk vertelt wat daarvan komt.
De eerste stap van de verlossing maakt de toestand slechter dan hij was, en de bevrijder komt met een klacht bij God terug.
Het antwoord van Farao is een van de brutaalste zinnen van het Oude Testament, en het is tegelijk een eerlijke: “Wie is de HEERE, Wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israël te laten trekken? Ik ken den HEERE niet.”
Hij zegt de waarheid. Hij kent Hem niet. Het hele vervolg van het boek gaat over de vraag hoe hij Hem leert kennen, en de plagen worden telkens ingeleid met de woorden: opdat gij weet dat Ik de HEERE ben.
Zijn maatregel is die van een verstandig heerser. Er wordt geen stro meer geleverd; de mensen moeten het zelf gaan zoeken, en het aantal tichels blijft gelijk. En hij zegt er zijn beweegreden bij: “Men verzware den dienst over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen aan leugenachtige woorden.” Wie hard genoeg moet werken, luistert niet naar beloften.
En het werkt. De opzichters van Israël worden geslagen, en zij komen bij Mozes en Aäron met een verwijt dat er niet om liegt: de HEERE zie op u en richte het, want gij hebt onze reuk stinkende gemaakt voor Farao. De eerste klacht komt dus niet van de vijand maar van het eigen volk.
Dan gaat Mozes terug naar God, en wat hij zegt is opmerkelijk vrijmoedig: “Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden?” En hij besluit met de zwaarste zin die er staat: “Gij hebt Uw volk geenszins verlost.”
Dat is een aanklacht, en de Schrift laat haar staan. Er wordt niet bij verteld dat Mozes ongelijk had. Wat er gebeurt is dat God antwoordt, en Zijn antwoord begint met de woorden waarmee het volgende hoofdstuk opent: Ik ben de HEERE.
Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van de verlossing, en het zegt iets dat men niet graag hoort. De eerste stap maakte alles erger. Tussen de belofte en de vervulling lag een tijd waarin het volk zwaarder werk kreeg en de bevrijder er niets van begreep.
Dat patroon keert terug. Op de weg naar Golgotha zag het er niet uit als verlossing, en twee mannen op weg naar Emmaüs zeiden woorden die dicht bij die van Mozes liggen: en wij hoopten dat Hij was Degene Die Israël verlossen zou. Zij zeiden het op de dag dat het gebeurd was.
Exodus 5:2 — Farao zegt de waarheid: hij kent de HEERE niet.
Exodus 5:9 — Verzwaar hun werk, dan luisteren zij niet naar beloften.
Exodus 5:21 — De eerste klacht komt van het eigen volk, niet van de vijand.
Exodus 5:22 — Mozes vraagt God waarom Hij dit volk kwaad gedaan heeft.
Exodus 6:1-2 — En het antwoord begint met een naam: Ik ben de HEERE.
Lukas 24:21 — Wij hoopten dat Hij Degene was Die Israël verlossen zou — gezegd op de derde dag.
In het Nieuwe Testament: Lukas 24:20-21; Exodus 6:1-8; Johannes 16:20-22; Romeinen 8:24-25; Handelingen 7:25
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Exodus 5 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op de gang van het hoofdstuk zelf: de eerste stap verzwaart de last, en de klacht van Mozes wordt niet weerlegd maar beantwoord met een naam. De vergelijking met de Emmaüsgangers berust op de overeenkomst van hun woorden en is geen aanhaling.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
MOZES WORDT DOOR FARAO VERACHT, EN HET VOLK NOG MEER VERDRUKT.
I. Exodus 5 vers 1-21
Mozes en Aäron treden voor farao en eisen in de naam des Heeren, de God van Israël, dat hij het volk drie dagreizen ver in de woestijn laat vertrekken, opdat het daar voor zijn God een feest viere. De koning wijst dit niet alleen af, maar verdrukt de kinderen van Israël nog meer, door verzwaring van hun dienstwerk. De ambtlieden beproeven hem zachter te stemmen, maar ontvangen een slecht antwoord, en openbaren nu hun moedeloosheid aan Mozes en Aäron.
1. En daarna, als zij bij de oudsten in Israël geweest waren (hoofdstuk 3:15-17), en hun boodschap met vreugde vernomen was (hoofdstuk 4:29 vv.), gingen Mozes en Aäron heen naar het koninklijk paleis, 1) waarschijnlijk door de oudsten vergezeld, om de verdere last van God te vervullen (hoofdstuk 3:18), en zij zeiden tot farao: 2) Alzo zegt de HEERE, de God van Israël,3) Laat mijn volk vertrekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn! 4)
1) Waarschijnlijk had de nieuwe Dynastie in Egypte (hoofdstuk 1:8) een nieuwe residentie gekozen. Terwijl de vorige farao’s te Memphis woonden (Genesis 41:14), woonden de tegenwoordige waarschijnlijk te Zoan of Tanis (Numeri. 13:22 Psalm. 78:12,43), een zeer oude en grote stad, aan de oostelijke oever van de Tanitische arm van de Nijl, enkele uren van het meer Menzaleh, dus niet ver van Gosen.
2) Hier nu begint Mozes te beschrijven, hoe veel en hoe schitterende bewijzen van Zijn kracht, God heeft gegeven, om Zijn volk te bevrijden. Want omdat bij de koning een ontembare trotsheid, verblindheid en weerspannigheid werd gevonden, waren alle wegen gesloten, tenzij op wonderlijke en op onderscheidene wijze dit alles verbroken werd. God nu kon hem wel terstond, door een enkele wenk doen bukken, zodat hij zelfs enkel bij het aanschouwen van Mozes ontzield ter aarde viel, maar vooreerst wilde Hij Zijn kracht duidelijk openbaren. Want indien farao óf uit eigen beweging geweken was, óf zonder enige moeilijkheid was overwonnen, zou de roem van de overwinning niet zo schitterend zijn geweest. In de tweede plaats, wilde Hij dit als een teken van Zijn zeldzame liefde jegens het uitverkoren volk daarstellen, omdat Hij, door zo dikwijls en zo hevig met de halsstarrigheid van de machtigste koning te strijden, niet op dubbelzinnige wijze aan de dag bracht, hoe hoog Hij zijn Kerk achtte. In de derde plaats, wilde Hij Zijn knechten, voor alle eeuwen, gewennen aan verdraagzaamheid, opdat zij in hun gemoed niet zouden vertwijfelen indien Hij niet terstond op hun beden antwoordde, of niet op het ogenblik zelf hun ellende tegemoet kwam. In de vierde plaats wilde Hij tonen, dat tegen alle pogingen en versterkingen van satan, tegen de zinneloosheid van de goddelozen en alle hinderpalen van de wereld Zijn macht altijd overwint, opdat wij niet zouden twijfelen, dat alles, wat we ook zien, dat tegen ons samenspant, eindelijk door Hem zal verslagen worden. In de vijfde plaats, wilde Hij, terwijl Hij de bedrieglijke handelingen van satan en van de wichelaars ontdekt, zijn Kerk er opmerkzaam op maken, om zich ijverig te wachten voor zulke hinderlagen en dat tegen alle listige dwalingen het geloof alleen onverwinnelijk zou blijven. Ten slotte wil Hij farao en de Egyptenaren aantonen, dat zij hun zinneloosheid, niet, door onbekendheid voor te wenden, konden verontschuldigen.
3) “De God van Israël.” Hiermee verkondigen Mozes en Aäron niet alleen Jehova, als de God van Israël, geheel en al onderscheiden van de afgoden van de Egyptenaren, maar in verband met het verzoek dat volgt, nodigen zij hem ook tevens uit, om de God van Israël als zijn God te erkennen.
4) Het hier tot farao gerichte verzoek kon hem minder bevreemdend zijn, daar de Egyptenaren van tijd tot tijd grote bedevaarten naar een heilige plaats in de woestijn ondernamen. Zulk een plaats ontdekte Niebuhr op een bergrug tussen Suez en Sinaï, waarvan de gehele oppervlakte met brokstukken van beeldhouwwerk, omgeworpen zuilen en andere puinhopen van een ouden Egyptische tempel bedekt was.
2. Maar farao zei, hoogmoedig op zijn koninklijke macht, en van Israëls God met evenveel verachting denkende, als van het volk, dat in zijn ogen een slavenvolk was: a) Wie is de HEERE (Jehova) wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israël te laten trekken? b) Ik ken de HEERE niet; ik vereer geheel andere goden, ik erken die niet als God, en ik zal ook, ten bewijze, dat Hij in mijn land niet te bevelen heeft, Israël niet laten vertrekken. 1)
a) Job.21:15 b) Exodus. 3:19
1) Zoveel onbezonnenheid bij een sterfelijk mens is nauwelijks te geloven, dat hij, door God zo onbeschaamd te verachten, als het ware naar de hemel spuwde. Maar men moet opmerken, dat de tiran, overgegeven aan dweperij, zo de God van Israël heeft gehoond, opdat hij jegens de valse goden vroom zou geacht worden. Want, dat hij de naam van Jehova op smadelijke wijze verwerpt, deze bespotting moet beperkt worden tot het gesprek van Mozes, alsof hij zei: Wat is het, dat gij mij een onbekende voorstelling van een eeuwige God doet, alsof er geen God bij ons is.
Het is alsof hij tegelijk Gods bestaan loochent en tevens zich voorneemt, indien Hij mocht bestaan, zich met alle kracht tegen die vreemde God te verzetten. Israël noemt hij niet, gelijk Mozes en Aäron dit hadden gedaan, het volk van die God. Hij erkent die God niet als Souverein van een volk, dat hij zelf als zijn eigendom beschouwt. Hij alleen meent het recht te hebben, om naar welbehagen over dat ras van slaven te beschikken. Hij zal zijn slaven, zijn eigendom, dat volk van Israël niet laten vertrekken. Twee dingen loochent hij aldus: en het gezag van God over hem zelf, en het bestaan van een betrekking tussen die God en dat volk Israël.
Onkunde maakt farao tot verachter van God en Zijn wil. Hij kent de Heere niet, en wie de Heere niet kent, heeft lage en geringe gedachten van Hem. Daarom klaagt de Heere ook door de profeet, dat zijn volk verloren gaat, omdat het geen kennis heeft. Uit dat “en ik zal ook Israël niet laten trekken” blijkt genoeg de vergaande hardnekkigheid van farao, zijn driest verzet tegen de Heere God.
3. Zij dan zeiden: a) De God van de Hebreeën 1) is ons verschenen; 2) Hij is onze God en wij moeten Hem toch gehoorzamen, al wilt gij het niet; zo laat ons toch vertrekken, de weg van drie dagen in de woestijn, en de HEERE, onze God offeren, dat Hij ons niet, tot straf voor onze ongehoorzaamheid, overkome met pestilentie, of met het zwaard, 3) en zulk een straf over ons zou ten laatste op uw hoofd neerkomen, daar gij dan zo vele onderdanen missen zou.
a) Exodus. 3:18
1) “De God van de Hebreeën”, niet de God van Israël, zoals zo-even. Dit is met opzet, niet alleen, omdat Israël als het volk van de Hebreeën bekend was, maar ook om daarmee farao het verzoek, om de Heere te mogen offeren in de woestijn, duidelijk te maken. Immers in Egypte kon dit niet geschieden, omdat daar alleen de goden van de Egyptenaren gediend mochten worden. Alleen in de woestijn kon Israël de Heere, zijn God offeren.
2) In dit gehele gesprek is een grote mate van eerbied, zelfs van angstvalligheid tegenover de koning merkbaar. Dat farao God had te gehoorzamen, dat God hem zou straffen, wanneer hij weigerde, daarvan spreken zij niet (hoofdstuk 4:22,23)
3) Mozes spreekt er niet van dat de Heere farao om zijn weigering zal bezoeken, maar hen zelf. Dit heeft een tweeledig doel. Zowel om bij farao de dreiging weg te laten, alsook om, zoals Calvijn aanmerkt, om farao te doen voelen, dat, indien de Heere zijn volk zal straffen omdat zij hem niet offeren, de straf nog zwaarder zal zijn voor hem, die zich tegen Gods bevel verzet en oorzaak wordt, dat zijn volk des Heeren gebod niet kan opvolgen.
4. Toen zei de koning van Egypte tot hen, terwijl hij op zijn heidens standpunt wel de rechtmatigheid van de eis gevoelde, maar geen lust had, om daaraan gehoor te geven: Gij, Mozes en Aäron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Mij moet het dienen; wat onderneemt gij, gaat heen tot uw lasten; volbrengt het u opgelegde werk, en laat de gedachte aan feestviering geheel varen.
Mozes en Aäron zijn onder de bijzondere hoede van de Allerhoogste. Daarom wordt farao verhinderd hen kwaad te doen en moet hij het met een enkele lastgeving laten aflopen.
5. Verder zei farao, Wat zou het mij leed doen, indien uw God u met pestilentie of zwaard bezocht; integendeel het zou naar mijn wens zijn; want, ziet, het volk van het land 1) is reeds te veel, gelijk reeds mijn voorgangers gezien hebben (hoofdstuk 1:9 vv.); en zou gij hen doen rusten van hun lasten? 2) Wat zou ervan worden, indien ik hen feest liet houden. Integendeel, dat volk zal verdrukt worden, opdat het niet om vrijheid roepe en oproerig worde.
1) Van oudsher heeft men gezien, dat het volk van Egypte zich de zwaarste verdrukkingen getroost, maar, bij de geringste vermindering van de druk, al spoedig opstaat. Daarom drukken farao’s woorden een bekende stelregel van de Egyptische staatkunde uit.
“Volk van het land.” In de zin van, landvolk, volk van slaven. De Egyptenaren waren onderscheiden in kasten. Met dat woord wil farao hen grieven, en hen tevens op het ongerijmde van hun wens wijzen, daar men nimmer, dit wil hij zeggen, een volk, dat aan het land behoort, dat één met het land is, en dat land moet bewerken, vrijheid geeft, om drie dagen feest te vieren.
2) Het is duidelijk, dat farao meent, dat dit feestvieren in de woestijn slechts voorwendsel is, om het volk van zijn lasten te ontslaan. Daardoor verklaart zich ook het bevel, dat hij terstond daarop geeft.
7. Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro 1) meer geven tot het maken van de tichelstenen, als gisteren en eergisteren, als de vorige dagen; laat hen zelf heengaan op de afgemaaide korenvelden, en aldaar stro voor zichzelf verzamelen.
1) Het stro werd gezocht op de korenvelden, waar het was blijven liggen bij de inzameling van de oogst, of werd nog van de stoppels, die waren blijven staan, afgesneden. Het werd dan fijn gehakt en met het leem vermengd, opdat de stenen des te steviger zouden zijn.
8. En het getal van de tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen, want zij gaan ledig, zij hebben veel te veel vrije tijd, waardoor zij tot overmoedige gedachten komen; daarom roepen zij, zeggende: laat ons gaan, laat ons onze God offeren!
Deze plaats leert ons, wanneer God naar ons begint om te zien, om ons hulp in onze ellende te verschaffen, dat dan hierdoor de moeilijkheden, die ons zwaar drukken, nog vermeerderen. Zo ook, toen Hij aan de Israëlieten zich als hun verlosser bekend maakte, werd hun de last nog zwaarder gemaakt, daar de tiran, bij de gewone bezigheid nog meer toevoegde, doordat zij zelf het kaf moesten verzamelen. Zo behaagt het God het geloof van de zijnen te beproeven, en zo wil hij de gemoederen van de zijnen, die al te zeer aan de aarde gebonden zijn, naar boven heffen. Terwijl zij niet terstond de vruchten van de beloofde genade genieten, ja terwijl zij ervaren dat de gunst van God hen niet anders aanbrengt, dan dat hun toestand nog erger wordt. Dit is zeer nuttig voor ons om te overdenken, opdat wij des te gemakkelijker en gewilliger verdragen, dat wij door kruis en tegenspoeden genoopt moeten worden, om de hemelse genade ijverig te zoeken.
9. Men verzware de dienst 1) over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen op leugenachtige 2) woorden, geen tijd overhouden, om hun oren te lenen aan redenen als van Mozes en Aäron.
1) De tichelstenen werden van het Nijlslib bereid, door bijvoeging van fijn gehakt stro, dat een buitengewone vastheid aan deze gaf. Rosellini heeft dergelijke stenen, met de tempel “Thumes IV” uit Thebe medegebracht; zij zijn een opmerkelijk getuigenis voor de hoogst nauwkeurige kennis van onze geschiedschrijver aangaande Egyptische aangelegenheden.
2) Alzo noemt farao de woorden van Mozes, waarmee hij dus verklaart, dat hij volstrekt geen geloof slaat aan hetgeen de Heere God hem heeft laten zeggen.
10. Toen gingen de Egyptische aandrijvers van het volk van Farao uit, en deze, uit de Hebreeën genomen ambtslieden, 1) en spraken tot het volk, zeggende: zo zegt Farao: Ik zal u voortaan geen stro meer geven.
1) In geen enkel land van de oude wereld werd zo veel geschrevenls in Egypte; van alles, van niets betekenende zaken werd boek gehouden. Evenals nu de kinderen van Israël zeer veel andere zaken in hun volksleven van de Egyptenaars overnamen, zo ook de stand van beambte of schrijver, die de geslachtsregisters en andere schriftelijke aantekeningen houden moest. Daartoe werden van de oudsten of van de hoofden van de geslachten en families (zie Ex 1.16) genomen, die het schrijven verstonden.
11. Gaat alzo gij zelf heen, 1) haalt u stro, waar gij het vindt, doch van uw dienst zal niet verminderd worden.
1) Al de nadruk valt op het woord “gij”.
12. Toen verstrooide zich het volk in het gehele land Egypte, 1) dat het stoppels verzamelde voor stro.
1) Een duidelijk bewijs, dat de verdrukking heviger was geworden en hetgeen van de Israëlieten gevergd werd hun krachten ver te boven ging. Farao had geen medelijden.
13. En de aandrijvers drongen aan, zeggende: Voleindigt uw werken, elk dagwerk op zijn dag gelijk toen er stro was.
14. En de ambtslieden van de kinderen van Israël, die Farao’s aandrijvers tot opzichters over hen, de kinderen van Israël, gesteld hadden, werden geslagen, 1) omdat hun onderdanen het opgelegde getal tichelstenen niet kondenleveren, en men zei: Waarom hebt gij uw gezette werk niet voleindigd, in het maken van de tichelstenen, gelijk tevoren, alzo ook gisteren en heden? Wij houden ons aan u, de opzichters; gij moet ervoor zorgen, dat uw onderdanen hun werk leveren.
1) L. de Laborde tekent in zijn commentaar bij deze plaats aan: “Ik ben bij de aanleg van een kanaal aanwezig geweest, en alles scheen mij met ieder punt van de hier gegeven beschrijving overeen te komen. Honderdduizend ongelukkigen wierpen aarde op; het grootste deel met de handen, omdat de regering wel in genoegzaam aantal voor zwepen had gezorgd om te slaan; maar daarentegen ontbraken houwelen, spaden, karren enz. Deze landlieden, zwakke mensen, grijsaards (de jongen waren voor de dienst in het leger en het bebouwen van de landerijen aangeworven), vrouwen en kinderen kwamen voornamelijk uit Opper-Egypte, en waren in meerdere of mindere talrijke hopen verdeeld langs de ontworpen aanleg van het kanaal. De onderneming werd door Turken en Albanezen bestuurd, die over de boeren opzieners gesteld hadden, die voor het opgelegde dagwerk van elke afdeling verantwoordelijk waren. Men moet zeggen, dat deze laatsten de macht, die zij ontvangen hadden, nog meer misbruikten dan de anderen. Aan deze gehele menigte was loon en onderhoud toegezegd; maar het eerste bleef van het begin van de werkzaamheden tot het einde achter, en het andere was zo karig en onzeker, dat een vijfde deel van de arbeiders in deze ellende onder zweepslagen stierf, tevergeefs schreeuwende, gelijk eens het volk Israël.
Het schijnt dat deze, uit het Israëlitische volk zelf genomen, over de afzonderlijke ploegen, waarin het volk ten arbeid verdeeld was, gesteld waren. Zij moesten dan aantekening houden van het juiste getal van de afgeleverde stenen, voor wier vol aantal zij dan aansprakelijk waren gesteld. Waarom zij ook, bij gebreke daarvan, door de aandrijvers geslagen werden. En dat is juist het smartelijke, dat ook deze Israëlitische ambtslieden mede hielpen, om de druk van Israël te helpen verzwaren. Geen banden van bloed en stamverwantschap, maar eenheid van het geloof en van de geestelijke hoop, werken dat mededogen en dat gevoel van wederkerige gehechtheid en onderlinge verantwoordelijkheid, waardoor zoveel, anders onheelbaar, lijden verzacht en voorkomen wordt.
Wellicht, dat de ambtslieden enig medelijden met het volk hebben gehad, zodat zij het enigszins verschoonden. Hiervoor moeten zij nu boeten!.
15. Daarom gingen de ambtslieden van de kinderen van Israël in het koninklijk paleis en schreeuwden tot Farao 1) zeggende: Waarom doet gij uw knechten, de kinderen van Israël, en ons in het bijzonder alzo, dat gij ons aan dewillekeur en de verdrukking van de Egyptische aandrijvers overgeeft?
1) De ambtlieden verkeren in de mening, dat het puur willekeur is van de aandrijvers, dat aan de Israëlieten geen stro wordt geleverd. Daarom zullen zij naar de koning gaan. Helaas, hoe zullen zij teleurgesteld worden, wanneer zij verwachten dat zij van de koning recht zullen verkrijgen!.
16. Aan uw knechten wordt geen stro gegeven, en zij zeggen evenwel tot ons: Maakt de tichelstenen, in gelijke getale als vroeger; en ziet uw knechten, wij, de ambtslieden, worden geslagen, omdat gisteren en heden het getal niet kon gemaakt worden; wij zijn daaraan niet schuldig, wij hebben al het mogelijke gedaan, doch de schuld is aan uw volk! 1)
1) “De schuld is aan uw volk.” In het Hebreeuws Wechatath Amgaa. Beter vertaald met: Uw volk laadt schuld op zich. De ambtslieden willen hiermee de koning waarschuwen, dat zijn volk een grote schuld op zich laadt, als het de Israëlieten zo hard en wreed behandelt.
17. Hij dan zei: Gij gaat ledig, ledig gaat gij; daarom zegt gij: Laat ons gaan, laat ons de HEERE offeren.
Farao is niet de enige die de godsdienstige behoefte van de mens wil verklaren uit enige ziekelijke afwijking van het verstand of aan de traagheid van de geest wijten, die de inspanning van het denken en werken ducht. Naar zichzelf beoordeelt hij een ander. Wie zelf geen behoefte voelt aan God en hogere dingen, kan de aanwezigheid van een dergelijke behoefte bij anderen niet verklaren. Daar komt nog bij dat de koning zelf het onrecht dat hij pleegt, gewis gevoelt. Dat bewijst de heftigheid van zijn woord, dat tot tweemaal toe wordt herhaald: “gij zijt luiaards, luie leeglopers!” Bij de koning is reeds de verharding van het hart begonnen. Dat blijkt uit zijn voortgaan met het geweld, hoewel hij zelfs het onrecht daarvan voelt.
18. Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal van de tichelstenen leveren.
Tegenover de bede om de Heere te mogen offeren, stelt Farao het bevel om zwaar en hard te werken. Het is alsof hij het voelt, dat God te dienen, zoals hij dit eist, een volk opheft uit de diepte van de slavernij. Daarom wil hij het door het hard te laten werken tot een slavenvolk blijven houden. Hij weet het, dat door harde arbeid de geest wordt uitgedoofd. Farao is hier het beeld van allen, ook in onze dagen, die alle godsdienst wensen op te heffen, het volk van de enige ware godsdienst willen beroven, om het geheel en al te doen opgaan in de dingen van het stof.
19. Toen zagen de ambtslieden van de kinderen van Israël, dat het kwalijk met hen stond, 1) omdat men zei: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen van het dagwerk op zijn dag, en zij alzo genoodzaakt waren met onbarmhartigheid hun broeders te drijven, zonder in de mogelijkheid te zijn, aan de eis te voldoen.
1) Hebreeuws: “dat zij in het kwaad waren”.
20. En zij ontmoetten Mozes en Aäron, die tegenover hen stonden, toen zij van Farao uitgingen.
Dat Mozes en Aäron de ambtslieden aangespoord hadden om zich tot Farao te begeven, kan uit dit vers niet afgeleid worden. Er staat niet anders, dan dat toen zij uit het paleis van Farao gingen, Mozes en Aäron ontmoetten.
21. En zij zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richtte het! omdat gij ons in kwade reuk hebt gebracht voor Farao, en voor zijn knechten; door uw eis hebt gij ons in kwade reuk gebracht, alsof wij oproer wilden verwekken; gij hebt ons lot verzwaard, gevende, door de opwekking van zulke gedachten, hun een zwaard in hun handen, om ons te doden, 1) een aanleiding om hen meer te verbitteren en onze ondergang te bewerken.
1) Niets is zoeter dan te horen, dat God op onze verdrukkingen acht geeft, om aan ons, die in moeite verkeren, hulp te verschaffen. Maar, indien nu de genade van God de woede van de goddelozen tegen ons opwekt, zijn wij gereed, de beloften, welke die ook zijn mogen, te verwerpen, liever dan de hoop op deze, voor zo hoge prijs te kopen. Ondertussen zien wij, hoe op menselijke wijze God met de onwilligheid en verdorvenheid van Zijn volk heeft gestreden. Want gewis door Mozes en Aäron zo hard aan te vallen, hebben de Israëlieten (zoveel in hun was) hem, die zij vroeger met beide handen als hun verlosser hadden aangenomen, weggedreven, en niet toegelaten, dat hij zijn werk ten einde toe volbracht.
Is het wonder, dat de Heere zulk een dwingeland overgeeft aan de verharding van zijn hart (zie Ex 4.21)? Maar ook: is het wonder, dat Israël wanhopig werd? Het had verlossing gewacht, en nu wordt het tot het uiterste gedreven. Geen klachten baten. En toch, zo zien wij, dat de gewone weg van God is. Hij laat eerst het water aan de lippen komen, eer Hij redt; eerst de nood op het hoogste komen, voor dat Hij uithelpt. Waarom? “Opdat Zijn werk des te wonderbaarder zij, en het goddelijk woord Zijn kracht en macht des te meer in de zwakheid late zien”.
II. Exodus 5 vers 22-Hoofdstuk 6:13
Het gevolg van Mozes’ eerste bezoek bij Farao was geen ander, dan hardere verdrukking en harde woorden van de ambtslieden tegen hem. Hij is geheel terneer geslagen; hij klaagt de Heere zijn nood. Deze geeft, bij een nieuwe verschijning, de vaste toezegging van Zijn hulp. Mozes brengt die toezegging aan het volk; maar de kinderen van Israël horen hem niet vanwege hun zuchten, hun angst en harde arbeid. Nu de Heere hem beveelt weer tot Farao te gaan, vervullen hem dezelfde twijfelingen en bedenkingen, die hij reeds bij Horeb had uitgesproken.
22. Toen keerde Mozes weer tot de HEERE, 1) en zei: HEERE! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan? Waarom hebt Gij mij nu gezonden? 2)
1) Gelijk David later te Ziklag zich sterkte in de Heere, zijn God, toen het volk tegen hem opstond, zo doet nu ook Mozes. Waar het volk zijn beste bedoelingen miskent, daar blijft God, zijn God, de toevlucht van zijn hart, zijn Rotssteen, waarin hij schuilt.
Geen lijden zo groot, of God blijft een toevlucht. Gelukzalig de mens, die de God kent, die gezegd heeft: “Roep Mij aan in de dag van de benauwdheid en ik zal u helpen!” (Psalm. 50:15).
2) Deze woorden drukken geen verzet of verontwaardiging uit, maar dienen, om bij de Heere verder onderzoek te doen en tot Hem te bidden.
23. Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost, 1) gelijk Gij toch beloofd had.
1) Mozes houdt de Heere het onbegrijpelijke van Zijn leidingen voor en wil Hem tot hulp in de tegenwoordige grote nood bewegen. Over zulke uitstortingen van een aangevallen, bekommerd hart, zie Ge 15.3
Al de tegenstand van Farao en het schijnbaar mislukken van Mozes’ zending, moest dienen, opdat de kracht van de Heere en Zijn almacht des te sterker zou worden geopenbaard.
24. 1) God gaf hem niet aanstonds een antwoord op zijn vraag, waarom dit geschiedde; de verdere ondervindingen, die Mozes bij de leiding van Israël hebben zou (Johannes 13:7), zouden hem dit vanzelf duidelijk maken; toch wil Hij Zijn bede om hulp met bepaalde toezeggingen beantwoorden. Toen zei de HEERE tot Mozes: Nu zult gij zien, wat ik aan Farao doen zal, 2) want van nu aan zal Ik, om zijn honende verachting van Mijn Naam, hem plagen; door een machtige hand gedwongen, zal hij hen latentrekken. Ja, door een machtige hand zal hij genoodzaakt worden, hen uit zijn land te drijven. (hoofdstuk 11:1; 12:33).
1) Velen beginnen hoofdstuk 6 met dit vers in navolging van de Hebreeuwse tekst.
2) Mozes was het wel onwaardig, dat God hem zo zacht en vriendelijk antwoordt. Maar de beste Vader vergeeft, overeenkomstig Zijn weergaloze zachtmoedigheid, zowel de zonden van Mozes als van het volk, opdat Hij, wat Hij besloten had, omtrent de verlossing zou vervullen. Doch niets nieuws voert Hij meer aan, maar herhaalt en bevestigt een vroeger gezegde, dat Farao niet zou gehoorzamen, tenzij hij door geweld gedwongen werd. In het woord nu zult gij zien ligt een stilzwijgend verwijt ten opzichte van zijn onredelijke haast, omdat hij de vervulling van de belofte niet afwacht. Vervolgens wordt de reden te berde gebracht, waarom God niet wil, dat Zijn volk door de tiran uit vrije beweging wordt vrijgelaten, opdat als het ware het werk van de bevrijding op bijzondere wijze in het oog zou vallen.
Mozes had beproefd, wat hij kon doen, maar niets teweeggebracht hebbende, zo zei God: Nu zult gij zien, wat Ik doen zal; berust maar in Mijn almacht en rechtvaardigheid, en gij zult zien, wat van zijn hoogmoed en trotsheid worden zal. Als Ik mij opmaak, om te verdelgen, zo zal niemand uit mijn hand verlossen; onder Mij worden gebogen de hovaardige helpers. Dan zal de verlossing van Gods Kerk gelukkig voortgaan, als God het werk in Zijn eigen hand neemt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 5
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
MOZES WORDT DOOR FARAO VERACHT, EN HET VOLK NOG MEER VERDRUKT.
I. Exodus 5 vers 1-21
Mozes en Aäron treden voor farao en eisen in de naam des Heeren, de God van Israël, dat hij het volk drie dagreizen ver in de woestijn laat vertrekken, opdat het daar voor zijn God een feest viere. De koning wijst dit niet alleen af, maar verdrukt de kinderen van Israël nog meer, door verzwaring van hun dienstwerk. De ambtlieden beproeven hem zachter te stemmen, maar ontvangen een slecht antwoord, en openbaren nu hun moedeloosheid aan Mozes en Aäron.
1. En daarna, als zij bij de oudsten in Israël geweest waren (hoofdstuk 3:15-17), en hun boodschap met vreugde vernomen was (hoofdstuk 4:29 vv.), gingen Mozes en Aäron heen naar het koninklijk paleis, 1) waarschijnlijk door de oudsten vergezeld, om de verdere last van God te vervullen (hoofdstuk 3:18), en zij zeiden tot farao: 2) Alzo zegt de HEERE, de God van Israël,3) Laat mijn volk vertrekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn! 4)
1) Waarschijnlijk had de nieuwe Dynastie in Egypte (hoofdstuk 1:8) een nieuwe residentie gekozen. Terwijl de vorige farao’s te Memphis woonden (Genesis 41:14), woonden de tegenwoordige waarschijnlijk te Zoan of Tanis (Numeri. 13:22 Psalm. 78:12,43), een zeer oude en grote stad, aan de oostelijke oever van de Tanitische arm van de Nijl, enkele uren van het meer Menzaleh, dus niet ver van Gosen.
2) Hier nu begint Mozes te beschrijven, hoe veel en hoe schitterende bewijzen van Zijn kracht, God heeft gegeven, om Zijn volk te bevrijden. Want omdat bij de koning een ontembare trotsheid, verblindheid en weerspannigheid werd gevonden, waren alle wegen gesloten, tenzij op wonderlijke en op onderscheidene wijze dit alles verbroken werd. God nu kon hem wel terstond, door een enkele wenk doen bukken, zodat hij zelfs enkel bij het aanschouwen van Mozes ontzield ter aarde viel, maar vooreerst wilde Hij Zijn kracht duidelijk openbaren. Want indien farao óf uit eigen beweging geweken was, óf zonder enige moeilijkheid was overwonnen, zou de roem van de overwinning niet zo schitterend zijn geweest. In de tweede plaats, wilde Hij dit als een teken van Zijn zeldzame liefde jegens het uitverkoren volk daarstellen, omdat Hij, door zo dikwijls en zo hevig met de halsstarrigheid van de machtigste koning te strijden, niet op dubbelzinnige wijze aan de dag bracht, hoe hoog Hij zijn Kerk achtte. In de derde plaats, wilde Hij Zijn knechten, voor alle eeuwen, gewennen aan verdraagzaamheid, opdat zij in hun gemoed niet zouden vertwijfelen indien Hij niet terstond op hun beden antwoordde, of niet op het ogenblik zelf hun ellende tegemoet kwam. In de vierde plaats wilde Hij tonen, dat tegen alle pogingen en versterkingen van satan, tegen de zinneloosheid van de goddelozen en alle hinderpalen van de wereld Zijn macht altijd overwint, opdat wij niet zouden twijfelen, dat alles, wat we ook zien, dat tegen ons samenspant, eindelijk door Hem zal verslagen worden. In de vijfde plaats, wilde Hij, terwijl Hij de bedrieglijke handelingen van satan en van de wichelaars ontdekt, zijn Kerk er opmerkzaam op maken, om zich ijverig te wachten voor zulke hinderlagen en dat tegen alle listige dwalingen het geloof alleen onverwinnelijk zou blijven. Ten slotte wil Hij farao en de Egyptenaren aantonen, dat zij hun zinneloosheid, niet, door onbekendheid voor te wenden, konden verontschuldigen.
3) “De God van Israël.” Hiermee verkondigen Mozes en Aäron niet alleen Jehova, als de God van Israël, geheel en al onderscheiden van de afgoden van de Egyptenaren, maar in verband met het verzoek dat volgt, nodigen zij hem ook tevens uit, om de God van Israël als zijn God te erkennen.
4) Het hier tot farao gerichte verzoek kon hem minder bevreemdend zijn, daar de Egyptenaren van tijd tot tijd grote bedevaarten naar een heilige plaats in de woestijn ondernamen. Zulk een plaats ontdekte Niebuhr op een bergrug tussen Suez en Sinaï, waarvan de gehele oppervlakte met brokstukken van beeldhouwwerk, omgeworpen zuilen en andere puinhopen van een ouden Egyptische tempel bedekt was.
2. Maar farao zei, hoogmoedig op zijn koninklijke macht, en van Israëls God met evenveel verachting denkende, als van het volk, dat in zijn ogen een slavenvolk was: a) Wie is de HEERE (Jehova) wiens stem ik gehoorzamen zou, om Israël te laten trekken? b) Ik ken de HEERE niet; ik vereer geheel andere goden, ik erken die niet als God, en ik zal ook, ten bewijze, dat Hij in mijn land niet te bevelen heeft, Israël niet laten vertrekken. 1)
a) Job.21:15 b) Exodus. 3:19
1) Zoveel onbezonnenheid bij een sterfelijk mens is nauwelijks te geloven, dat hij, door God zo onbeschaamd te verachten, als het ware naar de hemel spuwde. Maar men moet opmerken, dat de tiran, overgegeven aan dweperij, zo de God van Israël heeft gehoond, opdat hij jegens de valse goden vroom zou geacht worden. Want, dat hij de naam van Jehova op smadelijke wijze verwerpt, deze bespotting moet beperkt worden tot het gesprek van Mozes, alsof hij zei: Wat is het, dat gij mij een onbekende voorstelling van een eeuwige God doet, alsof er geen God bij ons is.
Het is alsof hij tegelijk Gods bestaan loochent en tevens zich voorneemt, indien Hij mocht bestaan, zich met alle kracht tegen die vreemde God te verzetten. Israël noemt hij niet, gelijk Mozes en Aäron dit hadden gedaan, het volk van die God. Hij erkent die God niet als Souverein van een volk, dat hij zelf als zijn eigendom beschouwt. Hij alleen meent het recht te hebben, om naar welbehagen over dat ras van slaven te beschikken. Hij zal zijn slaven, zijn eigendom, dat volk van Israël niet laten vertrekken. Twee dingen loochent hij aldus: en het gezag van God over hem zelf, en het bestaan van een betrekking tussen die God en dat volk Israël.
Onkunde maakt farao tot verachter van God en Zijn wil. Hij kent de Heere niet, en wie de Heere niet kent, heeft lage en geringe gedachten van Hem. Daarom klaagt de Heere ook door de profeet, dat zijn volk verloren gaat, omdat het geen kennis heeft. Uit dat “en ik zal ook Israël niet laten trekken” blijkt genoeg de vergaande hardnekkigheid van farao, zijn driest verzet tegen de Heere God.
3. Zij dan zeiden: a) De God van de Hebreeën 1) is ons verschenen; 2) Hij is onze God en wij moeten Hem toch gehoorzamen, al wilt gij het niet; zo laat ons toch vertrekken, de weg van drie dagen in de woestijn, en de HEERE, onze God offeren, dat Hij ons niet, tot straf voor onze ongehoorzaamheid, overkome met pestilentie, of met het zwaard, 3) en zulk een straf over ons zou ten laatste op uw hoofd neerkomen, daar gij dan zo vele onderdanen missen zou.
a) Exodus. 3:18
1) “De God van de Hebreeën”, niet de God van Israël, zoals zo-even. Dit is met opzet, niet alleen, omdat Israël als het volk van de Hebreeën bekend was, maar ook om daarmee farao het verzoek, om de Heere te mogen offeren in de woestijn, duidelijk te maken. Immers in Egypte kon dit niet geschieden, omdat daar alleen de goden van de Egyptenaren gediend mochten worden. Alleen in de woestijn kon Israël de Heere, zijn God offeren.
2) In dit gehele gesprek is een grote mate van eerbied, zelfs van angstvalligheid tegenover de koning merkbaar. Dat farao God had te gehoorzamen, dat God hem zou straffen, wanneer hij weigerde, daarvan spreken zij niet (hoofdstuk 4:22,23)
3) Mozes spreekt er niet van dat de Heere farao om zijn weigering zal bezoeken, maar hen zelf. Dit heeft een tweeledig doel. Zowel om bij farao de dreiging weg te laten, alsook om, zoals Calvijn aanmerkt, om farao te doen voelen, dat, indien de Heere zijn volk zal straffen omdat zij hem niet offeren, de straf nog zwaarder zal zijn voor hem, die zich tegen Gods bevel verzet en oorzaak wordt, dat zijn volk des Heeren gebod niet kan opvolgen.
4. Toen zei de koning van Egypte tot hen, terwijl hij op zijn heidens standpunt wel de rechtmatigheid van de eis gevoelde, maar geen lust had, om daaraan gehoor te geven: Gij, Mozes en Aäron! waarom trekt gij het volk af van hun werken? Mij moet het dienen; wat onderneemt gij, gaat heen tot uw lasten; volbrengt het u opgelegde werk, en laat de gedachte aan feestviering geheel varen.
Mozes en Aäron zijn onder de bijzondere hoede van de Allerhoogste. Daarom wordt farao verhinderd hen kwaad te doen en moet hij het met een enkele lastgeving laten aflopen.
5. Verder zei farao, Wat zou het mij leed doen, indien uw God u met pestilentie of zwaard bezocht; integendeel het zou naar mijn wens zijn; want, ziet, het volk van het land 1) is reeds te veel, gelijk reeds mijn voorgangers gezien hebben (hoofdstuk 1:9 vv.); en zou gij hen doen rusten van hun lasten? 2) Wat zou ervan worden, indien ik hen feest liet houden. Integendeel, dat volk zal verdrukt worden, opdat het niet om vrijheid roepe en oproerig worde.
1) Van oudsher heeft men gezien, dat het volk van Egypte zich de zwaarste verdrukkingen getroost, maar, bij de geringste vermindering van de druk, al spoedig opstaat. Daarom drukken farao’s woorden een bekende stelregel van de Egyptische staatkunde uit.
“Volk van het land.” In de zin van, landvolk, volk van slaven. De Egyptenaren waren onderscheiden in kasten. Met dat woord wil farao hen grieven, en hen tevens op het ongerijmde van hun wens wijzen, daar men nimmer, dit wil hij zeggen, een volk, dat aan het land behoort, dat één met het land is, en dat land moet bewerken, vrijheid geeft, om drie dagen feest te vieren.
2) Het is duidelijk, dat farao meent, dat dit feestvieren in de woestijn slechts voorwendsel is, om het volk van zijn lasten te ontslaan. Daardoor verklaart zich ook het bevel, dat hij terstond daarop geeft.
7. Gij zult voortaan aan deze lieden geen stro 1) meer geven tot het maken van de tichelstenen, als gisteren en eergisteren, als de vorige dagen; laat hen zelf heengaan op de afgemaaide korenvelden, en aldaar stro voor zichzelf verzamelen.
1) Het stro werd gezocht op de korenvelden, waar het was blijven liggen bij de inzameling van de oogst, of werd nog van de stoppels, die waren blijven staan, afgesneden. Het werd dan fijn gehakt en met het leem vermengd, opdat de stenen des te steviger zouden zijn.
8. En het getal van de tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen, want zij gaan ledig, zij hebben veel te veel vrije tijd, waardoor zij tot overmoedige gedachten komen; daarom roepen zij, zeggende: laat ons gaan, laat ons onze God offeren!
Deze plaats leert ons, wanneer God naar ons begint om te zien, om ons hulp in onze ellende te verschaffen, dat dan hierdoor de moeilijkheden, die ons zwaar drukken, nog vermeerderen. Zo ook, toen Hij aan de Israëlieten zich als hun verlosser bekend maakte, werd hun de last nog zwaarder gemaakt, daar de tiran, bij de gewone bezigheid nog meer toevoegde, doordat zij zelf het kaf moesten verzamelen. Zo behaagt het God het geloof van de zijnen te beproeven, en zo wil hij de gemoederen van de zijnen, die al te zeer aan de aarde gebonden zijn, naar boven heffen. Terwijl zij niet terstond de vruchten van de beloofde genade genieten, ja terwijl zij ervaren dat de gunst van God hen niet anders aanbrengt, dan dat hun toestand nog erger wordt. Dit is zeer nuttig voor ons om te overdenken, opdat wij des te gemakkelijker en gewilliger verdragen, dat wij door kruis en tegenspoeden genoopt moeten worden, om de hemelse genade ijverig te zoeken.
9. Men verzware de dienst 1) over deze mannen, dat zij daaraan te doen hebben, en zich niet vergapen op leugenachtige 2) woorden, geen tijd overhouden, om hun oren te lenen aan redenen als van Mozes en Aäron.
1) De tichelstenen werden van het Nijlslib bereid, door bijvoeging van fijn gehakt stro, dat een buitengewone vastheid aan deze gaf. Rosellini heeft dergelijke stenen, met de tempel “Thumes IV” uit Thebe medegebracht; zij zijn een opmerkelijk getuigenis voor de hoogst nauwkeurige kennis van onze geschiedschrijver aangaande Egyptische aangelegenheden.
2) Alzo noemt farao de woorden van Mozes, waarmee hij dus verklaart, dat hij volstrekt geen geloof slaat aan hetgeen de Heere God hem heeft laten zeggen.
10. Toen gingen de Egyptische aandrijvers van het volk van Farao uit, en deze, uit de Hebreeën genomen ambtslieden, 1) en spraken tot het volk, zeggende: zo zegt Farao: Ik zal u voortaan geen stro meer geven.
1) In geen enkel land van de oude wereld werd zo veel geschrevenls in Egypte; van alles, van niets betekenende zaken werd boek gehouden. Evenals nu de kinderen van Israël zeer veel andere zaken in hun volksleven van de Egyptenaars overnamen, zo ook de stand van beambte of schrijver, die de geslachtsregisters en andere schriftelijke aantekeningen houden moest. Daartoe werden van de oudsten of van de hoofden van de geslachten en families (zie Ex 1.16) genomen, die het schrijven verstonden.
11. Gaat alzo gij zelf heen, 1) haalt u stro, waar gij het vindt, doch van uw dienst zal niet verminderd worden.
1) Al de nadruk valt op het woord “gij”.
12. Toen verstrooide zich het volk in het gehele land Egypte, 1) dat het stoppels verzamelde voor stro.
1) Een duidelijk bewijs, dat de verdrukking heviger was geworden en hetgeen van de Israëlieten gevergd werd hun krachten ver te boven ging. Farao had geen medelijden.
13. En de aandrijvers drongen aan, zeggende: Voleindigt uw werken, elk dagwerk op zijn dag gelijk toen er stro was.
14. En de ambtslieden van de kinderen van Israël, die Farao’s aandrijvers tot opzichters over hen, de kinderen van Israël, gesteld hadden, werden geslagen, 1) omdat hun onderdanen het opgelegde getal tichelstenen niet kondenleveren, en men zei: Waarom hebt gij uw gezette werk niet voleindigd, in het maken van de tichelstenen, gelijk tevoren, alzo ook gisteren en heden? Wij houden ons aan u, de opzichters; gij moet ervoor zorgen, dat uw onderdanen hun werk leveren.
1) L. de Laborde tekent in zijn commentaar bij deze plaats aan: “Ik ben bij de aanleg van een kanaal aanwezig geweest, en alles scheen mij met ieder punt van de hier gegeven beschrijving overeen te komen. Honderdduizend ongelukkigen wierpen aarde op; het grootste deel met de handen, omdat de regering wel in genoegzaam aantal voor zwepen had gezorgd om te slaan; maar daarentegen ontbraken houwelen, spaden, karren enz. Deze landlieden, zwakke mensen, grijsaards (de jongen waren voor de dienst in het leger en het bebouwen van de landerijen aangeworven), vrouwen en kinderen kwamen voornamelijk uit Opper-Egypte, en waren in meerdere of mindere talrijke hopen verdeeld langs de ontworpen aanleg van het kanaal. De onderneming werd door Turken en Albanezen bestuurd, die over de boeren opzieners gesteld hadden, die voor het opgelegde dagwerk van elke afdeling verantwoordelijk waren. Men moet zeggen, dat deze laatsten de macht, die zij ontvangen hadden, nog meer misbruikten dan de anderen. Aan deze gehele menigte was loon en onderhoud toegezegd; maar het eerste bleef van het begin van de werkzaamheden tot het einde achter, en het andere was zo karig en onzeker, dat een vijfde deel van de arbeiders in deze ellende onder zweepslagen stierf, tevergeefs schreeuwende, gelijk eens het volk Israël.
Het schijnt dat deze, uit het Israëlitische volk zelf genomen, over de afzonderlijke ploegen, waarin het volk ten arbeid verdeeld was, gesteld waren. Zij moesten dan aantekening houden van het juiste getal van de afgeleverde stenen, voor wier vol aantal zij dan aansprakelijk waren gesteld. Waarom zij ook, bij gebreke daarvan, door de aandrijvers geslagen werden. En dat is juist het smartelijke, dat ook deze Israëlitische ambtslieden mede hielpen, om de druk van Israël te helpen verzwaren. Geen banden van bloed en stamverwantschap, maar eenheid van het geloof en van de geestelijke hoop, werken dat mededogen en dat gevoel van wederkerige gehechtheid en onderlinge verantwoordelijkheid, waardoor zoveel, anders onheelbaar, lijden verzacht en voorkomen wordt.
Wellicht, dat de ambtslieden enig medelijden met het volk hebben gehad, zodat zij het enigszins verschoonden. Hiervoor moeten zij nu boeten!.
15. Daarom gingen de ambtslieden van de kinderen van Israël in het koninklijk paleis en schreeuwden tot Farao 1) zeggende: Waarom doet gij uw knechten, de kinderen van Israël, en ons in het bijzonder alzo, dat gij ons aan dewillekeur en de verdrukking van de Egyptische aandrijvers overgeeft?
1) De ambtlieden verkeren in de mening, dat het puur willekeur is van de aandrijvers, dat aan de Israëlieten geen stro wordt geleverd. Daarom zullen zij naar de koning gaan. Helaas, hoe zullen zij teleurgesteld worden, wanneer zij verwachten dat zij van de koning recht zullen verkrijgen!.
16. Aan uw knechten wordt geen stro gegeven, en zij zeggen evenwel tot ons: Maakt de tichelstenen, in gelijke getale als vroeger; en ziet uw knechten, wij, de ambtslieden, worden geslagen, omdat gisteren en heden het getal niet kon gemaakt worden; wij zijn daaraan niet schuldig, wij hebben al het mogelijke gedaan, doch de schuld is aan uw volk! 1)
1) “De schuld is aan uw volk.” In het Hebreeuws Wechatath Amgaa. Beter vertaald met: Uw volk laadt schuld op zich. De ambtslieden willen hiermee de koning waarschuwen, dat zijn volk een grote schuld op zich laadt, als het de Israëlieten zo hard en wreed behandelt.
17. Hij dan zei: Gij gaat ledig, ledig gaat gij; daarom zegt gij: Laat ons gaan, laat ons de HEERE offeren.
Farao is niet de enige die de godsdienstige behoefte van de mens wil verklaren uit enige ziekelijke afwijking van het verstand of aan de traagheid van de geest wijten, die de inspanning van het denken en werken ducht. Naar zichzelf beoordeelt hij een ander. Wie zelf geen behoefte voelt aan God en hogere dingen, kan de aanwezigheid van een dergelijke behoefte bij anderen niet verklaren. Daar komt nog bij dat de koning zelf het onrecht dat hij pleegt, gewis gevoelt. Dat bewijst de heftigheid van zijn woord, dat tot tweemaal toe wordt herhaald: “gij zijt luiaards, luie leeglopers!” Bij de koning is reeds de verharding van het hart begonnen. Dat blijkt uit zijn voortgaan met het geweld, hoewel hij zelfs het onrecht daarvan voelt.
18. Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal van de tichelstenen leveren.
Tegenover de bede om de Heere te mogen offeren, stelt Farao het bevel om zwaar en hard te werken. Het is alsof hij het voelt, dat God te dienen, zoals hij dit eist, een volk opheft uit de diepte van de slavernij. Daarom wil hij het door het hard te laten werken tot een slavenvolk blijven houden. Hij weet het, dat door harde arbeid de geest wordt uitgedoofd. Farao is hier het beeld van allen, ook in onze dagen, die alle godsdienst wensen op te heffen, het volk van de enige ware godsdienst willen beroven, om het geheel en al te doen opgaan in de dingen van het stof.
19. Toen zagen de ambtslieden van de kinderen van Israël, dat het kwalijk met hen stond, 1) omdat men zei: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen van het dagwerk op zijn dag, en zij alzo genoodzaakt waren met onbarmhartigheid hun broeders te drijven, zonder in de mogelijkheid te zijn, aan de eis te voldoen.
1) Hebreeuws: “dat zij in het kwaad waren”.
20. En zij ontmoetten Mozes en Aäron, die tegenover hen stonden, toen zij van Farao uitgingen.
Dat Mozes en Aäron de ambtslieden aangespoord hadden om zich tot Farao te begeven, kan uit dit vers niet afgeleid worden. Er staat niet anders, dan dat toen zij uit het paleis van Farao gingen, Mozes en Aäron ontmoetten.
21. En zij zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richtte het! omdat gij ons in kwade reuk hebt gebracht voor Farao, en voor zijn knechten; door uw eis hebt gij ons in kwade reuk gebracht, alsof wij oproer wilden verwekken; gij hebt ons lot verzwaard, gevende, door de opwekking van zulke gedachten, hun een zwaard in hun handen, om ons te doden, 1) een aanleiding om hen meer te verbitteren en onze ondergang te bewerken.
1) Niets is zoeter dan te horen, dat God op onze verdrukkingen acht geeft, om aan ons, die in moeite verkeren, hulp te verschaffen. Maar, indien nu de genade van God de woede van de goddelozen tegen ons opwekt, zijn wij gereed, de beloften, welke die ook zijn mogen, te verwerpen, liever dan de hoop op deze, voor zo hoge prijs te kopen. Ondertussen zien wij, hoe op menselijke wijze God met de onwilligheid en verdorvenheid van Zijn volk heeft gestreden. Want gewis door Mozes en Aäron zo hard aan te vallen, hebben de Israëlieten (zoveel in hun was) hem, die zij vroeger met beide handen als hun verlosser hadden aangenomen, weggedreven, en niet toegelaten, dat hij zijn werk ten einde toe volbracht.
Is het wonder, dat de Heere zulk een dwingeland overgeeft aan de verharding van zijn hart (zie Ex 4.21)? Maar ook: is het wonder, dat Israël wanhopig werd? Het had verlossing gewacht, en nu wordt het tot het uiterste gedreven. Geen klachten baten. En toch, zo zien wij, dat de gewone weg van God is. Hij laat eerst het water aan de lippen komen, eer Hij redt; eerst de nood op het hoogste komen, voor dat Hij uithelpt. Waarom? “Opdat Zijn werk des te wonderbaarder zij, en het goddelijk woord Zijn kracht en macht des te meer in de zwakheid late zien”.
II. Exodus 5 vers 22-Hoofdstuk 6:13
Het gevolg van Mozes’ eerste bezoek bij Farao was geen ander, dan hardere verdrukking en harde woorden van de ambtslieden tegen hem. Hij is geheel terneer geslagen; hij klaagt de Heere zijn nood. Deze geeft, bij een nieuwe verschijning, de vaste toezegging van Zijn hulp. Mozes brengt die toezegging aan het volk; maar de kinderen van Israël horen hem niet vanwege hun zuchten, hun angst en harde arbeid. Nu de Heere hem beveelt weer tot Farao te gaan, vervullen hem dezelfde twijfelingen en bedenkingen, die hij reeds bij Horeb had uitgesproken.
22. Toen keerde Mozes weer tot de HEERE, 1) en zei: HEERE! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan? Waarom hebt Gij mij nu gezonden? 2)
1) Gelijk David later te Ziklag zich sterkte in de Heere, zijn God, toen het volk tegen hem opstond, zo doet nu ook Mozes. Waar het volk zijn beste bedoelingen miskent, daar blijft God, zijn God, de toevlucht van zijn hart, zijn Rotssteen, waarin hij schuilt.
Geen lijden zo groot, of God blijft een toevlucht. Gelukzalig de mens, die de God kent, die gezegd heeft: “Roep Mij aan in de dag van de benauwdheid en ik zal u helpen!” (Psalm. 50:15).
2) Deze woorden drukken geen verzet of verontwaardiging uit, maar dienen, om bij de Heere verder onderzoek te doen en tot Hem te bidden.
23. Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost, 1) gelijk Gij toch beloofd had.
1) Mozes houdt de Heere het onbegrijpelijke van Zijn leidingen voor en wil Hem tot hulp in de tegenwoordige grote nood bewegen. Over zulke uitstortingen van een aangevallen, bekommerd hart, zie Ge 15.3
Al de tegenstand van Farao en het schijnbaar mislukken van Mozes’ zending, moest dienen, opdat de kracht van de Heere en Zijn almacht des te sterker zou worden geopenbaard.
24. 1) God gaf hem niet aanstonds een antwoord op zijn vraag, waarom dit geschiedde; de verdere ondervindingen, die Mozes bij de leiding van Israël hebben zou (Johannes 13:7), zouden hem dit vanzelf duidelijk maken; toch wil Hij Zijn bede om hulp met bepaalde toezeggingen beantwoorden. Toen zei de HEERE tot Mozes: Nu zult gij zien, wat ik aan Farao doen zal, 2) want van nu aan zal Ik, om zijn honende verachting van Mijn Naam, hem plagen; door een machtige hand gedwongen, zal hij hen latentrekken. Ja, door een machtige hand zal hij genoodzaakt worden, hen uit zijn land te drijven. (hoofdstuk 11:1; 12:33).
1) Velen beginnen hoofdstuk 6 met dit vers in navolging van de Hebreeuwse tekst.
2) Mozes was het wel onwaardig, dat God hem zo zacht en vriendelijk antwoordt. Maar de beste Vader vergeeft, overeenkomstig Zijn weergaloze zachtmoedigheid, zowel de zonden van Mozes als van het volk, opdat Hij, wat Hij besloten had, omtrent de verlossing zou vervullen. Doch niets nieuws voert Hij meer aan, maar herhaalt en bevestigt een vroeger gezegde, dat Farao niet zou gehoorzamen, tenzij hij door geweld gedwongen werd. In het woord nu zult gij zien ligt een stilzwijgend verwijt ten opzichte van zijn onredelijke haast, omdat hij de vervulling van de belofte niet afwacht. Vervolgens wordt de reden te berde gebracht, waarom God niet wil, dat Zijn volk door de tiran uit vrije beweging wordt vrijgelaten, opdat als het ware het werk van de bevrijding op bijzondere wijze in het oog zou vallen.
Mozes had beproefd, wat hij kon doen, maar niets teweeggebracht hebbende, zo zei God: Nu zult gij zien, wat Ik doen zal; berust maar in Mijn almacht en rechtvaardigheid, en gij zult zien, wat van zijn hoogmoed en trotsheid worden zal. Als Ik mij opmaak, om te verdelgen, zo zal niemand uit mijn hand verlossen; onder Mij worden gebogen de hovaardige helpers. Dan zal de verlossing van Gods Kerk gelukkig voortgaan, als God het werk in Zijn eigen hand neemt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel