Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Op den dag der eerste maand, te weten op den eersten der maand, zult gij den tabernakel, de tent der samenkomst, oprichten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Op den dagH3117 der eersteH259maandH2320, te weten op den eerstenH7223 der maand, zult gij den tabernakelH4908, de tentH168 der samenkomstH4150, oprichtenH6965.Op den dag der eerste maand, te weten op den eersten der maand, zult gij den tabernakel, de tent der samenkomst, oprichten.
KJVOn the first3day1of the first4month2shalt thou set up6the tabernacle8of the tent9of the congregation.
1בְּיוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon3הָרִאשׁ֖וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past4בְּאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5לַחֹ֑דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6תָּקִ֕יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִשְׁכַּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
3En gij zult aldaar zetten de ark der getuigenis; en gij zult de ark met de voorhang bedekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gij zult aldaarH8033zettenH7760 de arkH727 der getuigenisH5715; en gij zult de arkH727metH854 de voorhangH6532bedekkenH5526.En gij zult aldaar zetten de ark der getuigenis; en gij zult de ark met de voorhang bedekken.
KJVAnd thou shalt put1therein2the ark4of the testimony,5and cover6the ark8with the vail.
1וְשַׂמְתָּ֣H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin5הָעֵד֑וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness6וְסַכֹּתָ֥H5526bedekt, bedekken, bedekkendecover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאָרֹ֖ןH727ark, kistark, chest, coffin9אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10הַפָּרֹֽכֶתH6532voorhang, voorhangsvail
4Daarna zult gij de tafel daarin brengen, en gij zult schikken wat daarop te schikken is; gij zult ook den kandelaar daarin brengen, en zijn lampen aansteken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Daarna zult gij de tafelH7979 daarin brengenH935, en gij zult schikken wat daarop te schikken is; gij zult ook den kandelaarH4501 daarin brengenH935, en zijn lampenH5216aanstekenH5927.Daarna zult gij de tafel daarin brengen, en gij zult schikken wat daarop te schikken is; gij zult ook den kandelaar daarin brengen, en zijn lampen aansteken.
Ook in dit vers
schikkenH6186
schikkenH6187
KJVAnd thou shalt bring1in the table,3and set in order4the things that are to be set in order6upon it; and thou shalt bring7in the candlestick,9and light10the lamps
1וְהֵבֵאתָ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשֻּׁלְחָ֔ןH7979tafel, tafelen, tafelstable4וְעָרַכְתָּ֖H6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֶרְכּ֑וֹH6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest7וְהֵבֵאתָ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמְּנֹרָ֔הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick10וְהַעֲלֵיתָ֖H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12נֵרֹתֶֽיהָH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light
5En gij zult het gouden altaar ten reukwerk voor de ark der getuigenis zetten, dan zult gij het deksel van de deur des tabernakels ophangen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En gij zult het goudenH2091altaarH4196 ten reukwerkH7004voorH6440 de arkH727 der getuigenisH5715zettenH5414, dan zult gij het dekselH4539 van de deurH6607 des tabernakelsH4908ophangenH7760.En gij zult het gouden altaar ten reukwerk voor de ark der getuigenis zetten, dan zult gij het deksel van de deur des tabernakels ophangen.
KJVAnd thou shalt set1the altar3of gold4for the incense5before6the ark7of the testimony,8and put9the hanging11of the door12to the tabernacle.
1וְנָתַתָּ֞הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִזְבַּ֤חH4196altaar, altaren, altaarsaltar4הַזָּהָב֙H2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5לִקְטֹ֔רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume6לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin8הָעֵדֻ֑תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness9וְשַׂמְתָּ֛H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מָסַ֥ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging12הַפֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place13לַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
6Gij zult ook het altaar des brandoffers zetten voor de deur van den tabernakel, van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Gij zult ook het altaarH4196 des brandoffersH5930zettenH5414voorH6440 de deurH6607 van den tabernakelH4908, van de tentH168 der samenkomstH4150.Gij zult ook het altaar des brandoffers zetten voor de deur van den tabernakel, van de tent der samenkomst.
KJVAnd thou shalt set1the altar3of the burnt offering4before5the door6of the tabernacle7of the tent8of the congregation.
1וְנָ֣תַתָּ֔הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar4הָעֹלָ֑הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)5לִפְנֵ֕יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place7מִשְׁכַּ֥ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent8אֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
7En gij zult het wasvat zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar; en gij zult water daar in doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En gij zult het wasvatH3595zettenH5414tussenH996 de tentH168 der samenkomstH4150, en tussenH996 het altaarH4196; en gij zult waterH4325daarH8033 in doen.En gij zult het wasvat zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar; en gij zult water daar in doen.
KJVAnd thou shalt set1the laver3between the tent5of the congregation6and the altar,8and shalt put9water
1וְנָֽתַתָּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכִּיֹּ֔רH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold4בֵּֽיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6מוֹעֵ֖דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)7וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar9וְנָתַתָּ֥H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11מָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
8Daarna zult gij den voorhof rondom zetten, en gij zult het deksel ophangen aan de poort des voorhofs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Daarna zult gij den voorhofH2691rondomH5439zettenH7760, en gij zult het dekselH4539ophangenH5414 aan de poortH8179 des voorhofsH2691.Daarna zult gij den voorhof rondom zetten, en gij zult het deksel ophangen aan de poort des voorhofs.
KJVAnd thou shalt set up1the court3round about,4and hang up5the hanging7at the court9gate.
1וְשַׂמְתָּ֥H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הֶחָצֵ֖רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village4סָבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side5וְנָ֣תַתָּ֔H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מָסַ֖ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging8שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)9הֶחָצֵֽרH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village
9Dan zult gij de zalfolie nemen en zalven den tabernakel, en al wat daarin is; en gij zult dezelven heiligen, met al zijn gereedschap, en het zal een heiligheid zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Dan zult gij de zalfolieH4888nemenH3947 en zalvenH4886 den tabernakelH4908, en al watH834 daarin is; en gij zult dezelven heiligenH6942, met alH3605 zijn gereedschapH3627, en het zal een heiligheidH6944 zijn.Dan zult gij de zalfolie nemen en zalven den tabernakel, en al wat daarin is; en gij zult dezelven heiligen, met al zijn gereedschap, en het zal een heiligheid zijn.
KJVAnd thou shalt take1the anointing4oil,3and anoint5the tabernacle,7and all that is therein, and shalt hallow12it, and all the vessels16thereof: and it shall be holy.
1וְלָקַחְתָּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שֶׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine4הַמִּשְׁחָ֔הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment5וּמָשַׁחְתָּ֥H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בּ֑וֹ12וְקִדַּשְׁתָּ֥H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly13אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16כֵּלָ֖יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever17וְהָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18קֹֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
10Gij zult ook het altaar des brandoffers zalven, en al zijn gereedschap; en gij zult het altaar heiligen, en het altaar zal heiligheid der heiligheden zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Gij zult ook het altaarH4196 des brandoffersH5930zalvenH4886, en alH3605 zijn gereedschapH3627; en gij zult het altaarH4196heiligenH6942, en het altaarH4196 zal heiligheidH6944 der heilighedenH6944 zijn.Gij zult ook het altaar des brandoffers zalven, en al zijn gereedschap; en gij zult het altaar heiligen, en het altaar zal heiligheid der heiligheden zijn.
KJVAnd thou shalt anoint1the altar3of the burnt offering,4and all his vessels,7and sanctify8the altar:10and it shall be an altar12most13holy.
1וּמָשַׁחְתָּ֛H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar4הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever8וְקִדַּשְׁתָּ֙H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַמִּזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar11וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar13קֹ֥דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary14קָֽדָשִֽׁיםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
11Dan zult gij het wasvat zalven, en deszelfs voet; en gij zult het heiligen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Dan zult gij het wasvatH3595zalvenH4886, en deszelfs voetH3653; en gij zult het heiligenH6942.Dan zult gij het wasvat zalven, en deszelfs voet; en gij zult het heiligen.
KJVAnd thou shalt anoint1the laver3and his foot,5and sanctify
1וּמָשַׁחְתָּ֥H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכִּיֹּ֖רH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כַּנּ֑וֹH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well6וְקִדַּשְׁתָּ֖H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly7אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
12Gij zult ook Aaron en zijn zonen doen naderen, tot de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Gij zult ook AaronH175 en zijn zonenH1121 doen naderenH7126, totH413 de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150; en gij zult hen met waterH4325wassenH7364.Gij zult ook Aaron en zijn zonen doen naderen, tot de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.
KJVAnd thou shalt bring1Aaron3and his sons5unto the door7of the tabernacle8of the congregation,9and wash10them with water.
1וְהִקְרַבְתָּ֤H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בָּנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place8אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)10וְרָחַצְתָּ֥H7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)11אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בַּמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
13En gij zult Aaron de heilige klederen aantrekken; en gij zult hem zalven, en hem heiligen, dat hij Mij het priesterambt bediene.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En gij zult AaronH175 de heiligeH6944klederenH899aantrekkenH3847; en gij zult hem zalvenH4886, en hem heiligenH6942, dat hij Mij het priesterambt bedieneH3547.En gij zult Aaron de heilige klederen aantrekken; en gij zult hem zalven, en hem heiligen, dat hij Mij het priesterambt bediene.
KJVAnd thou shalt put1upon Aaron3the holy6garments,5and anoint7him, and sanctify9him; that he may minister unto me in the priest's office.
1וְהִלְבַּשְׁתָּ֙H3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֵ֖תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5בִּגְדֵ֣יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe6הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary7וּמָשַׁחְתָּ֥H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint8אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וְקִדַּשְׁתָּ֥H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly10אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְכִהֵ֥ןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)12לִֽי
14Gij zult ook zijn zonen doen naderen, en zult hun de rokken aantrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Gij zult ook zijn zonenH1121 doen naderenH7126, en zult hun de rokkenH3801aantrekkenH3847.Gij zult ook zijn zonen doen naderen, en zult hun de rokken aantrekken.
KJVAnd thou shalt bring3his sons,2and clothe4them with coats:
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בָּנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3תַּקְרִ֑יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take4וְהִלְבַּשְׁתָּ֥H3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear5אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כֻּתֳּנֹֽתH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe
15En gij zult hen zalven, gelijk als gij hun vader zult gezalfd hebben, dat zij Mij het priesterambt bedienen. En het zal geschieden, dat hun hun zalving zal zijn tot een eeuwig priesterdom bij hun geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En gij zult hen zalvenH4886, gelijk als gij hun vaderH1 zult gezalfdH4886 hebben, datH834 zij Mij het priesterambt bedienenH3547. En het zal geschiedenH1961, dat hun hun zalvingH4888 zal zijn tot een eeuwigH5769priesterdomH3550 bij hun geslachtenH1755.En gij zult hen zalven, gelijk als gij hun vader zult gezalfd hebben, dat zij Mij het priesterambt bedienen. En het zal geschieden, dat hun hun zalving zal zijn tot een eeuwig priesterdom bij hun geslachten.
KJVAnd thou shalt anoint1them, as thou didst anoint4their father,6that they may minister unto me in the priest's office:7for their anointing12shall surely be an everlasting14priesthood13throughout their generations.
1וּמָשַׁחְתָּ֣H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint2אֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4מָשַׁ֨חְתָּ֙H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲבִיהֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7וְכִהֲנ֖וּH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)8לִ֑י9וְ֠הָיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לִהְיֹ֨תH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11לָהֶ֧ם12מָשְׁחָתָ֛םH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment13לִכְהֻנַּ֥תH3550priesterambt, priesterdom, priesterdomspriesthood, priest's office14עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)15לְדֹרֹתָֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
16Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16MozesH4872 nu deedH6213 het naar alles, watH834 hem de HEEREH3068gebodenH6680 had; alzoH3651deedH6213 hij.Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij.
KJVThus did1Moses:2according to all that the LORD6commanded5him, so did
1וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3כְּ֠כֹלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
17En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het geschieddeH1961 in de eersteH7223maandH2320, in het tweedeH8145jaarH8141, op den eerstenH259 der maandH2320, dat de tabernakelH4908opgerichtH6965 werd.En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd.
KJVAnd it came to pass in the first3month2in the second5year,4on the first6day of the month,7that the tabernacle9was reared up.
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּחֹ֧דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon3הָרִאשׁ֛וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past4בַּשָּׁנָ֥הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5הַשֵּׁנִ֖יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)6בְּאֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7לַחֹ֑דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon8הוּקַ֖םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
18Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Want MozesH4872richtteH6965 den tabernakelH4908 op, en zetteH5414 zijn voetenH134, en steldeH7760 zijn berderenH7175, en zetteH5414 zijn richelenH1280 daaraan, en hij richtteH6965 deszelfs pilarenH5982 op.Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.
KJVAnd Moses2reared up1the tabernacle,4and fastened5his sockets,7and set up8the boards10thereof, and put11in the bars13thereof, and reared up14his pillars.
1וַיָּ֨קֶםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַמִּשְׁכָּ֗ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5וַיִּתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲדָנָ֔יוH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket8וַיָּ֨שֶׂם֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10קְרָשָׁ֔יוH7175berderen, berdbench, board11וַיִּתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בְּרִיחָ֑יוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive14וַיָּ֖קֶםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16עַמּוּדָֽיוH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar
19En hij spreidde de tent uit over den tabernakel, en hij zette het deksel der tent daar bovenop, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En hij spreiddeH6566 de tentH168 uit overH5921 den tabernakelH4908, en hij zetteH7760 het dekselH4372 der tentH168 daar bovenopH4605, gelijk als de HEEREH3068aanH5921MozesH4872gebodenH6680 had.En hij spreidde de tent uit over den tabernakel, en hij zette het deksel der tent daar bovenop, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd he spread abroad1the tent3over the tabernacle,5and put6the covering8of the tent9above11upon it; as the LORD14commanded13Moses.
1וַיִּפְרֹ֤שׂH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאֹ֨הֶל֙H168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent6וַיָּ֜שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִכְסֵ֥הH4372deksel, dassendekselcovering9הָאֹ֛הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מִלְמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very12כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
20Voorts nam hij, en legde de getuigenis in de ark, en deed de handbomen aan de ark, en hij zette het verzoendeksel boven op de ark.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Voorts namH3947 hij, en legde de getuigenisH5715 in de arkH727, en deed de handbomenH905 aan de arkH727, en hij zetteH5414 het verzoendekselH3727bovenH5921 op de arkH727.Voorts nam hij, en legde de getuigenis in de ark, en deed de handbomen aan de ark, en hij zette het verzoendeksel boven op de ark.
Ook in dit vers
leideH5414
KJVAnd he took1and put2the testimony4into the ark,6and set7the staves9on the ark,11and put12the mercy seat14above17upon the ark:
1וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעֵדֻת֙H5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הָ֣אָרֹ֔ןH727ark, kistark, chest, coffin7וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַבַּדִּ֖יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָאָרֹ֑ןH727ark, kistark, chest, coffin12וַיִּתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַכַּפֹּ֛רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הָאָרֹ֖ןH727ark, kistark, chest, coffin17מִלְמָֽעְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very
21En hij bracht de ark in den tabernakel, en hij hing den voorhang van het deksel op, en bedekte de ark der getuigenis, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En hij brachtH935 de arkH727 in den tabernakelH4908, en hij hingH7760 den voorhangH6532 van het dekselH4539opH5921, en bedekteH5526 de arkH727 der getuigenisH5715, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En hij bracht de ark in den tabernakel, en hij hing den voorhang van het deksel op, en bedekte de ark der getuigenis, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd he brought1the ark3into the tabernacle,5and set up6the vail8of the covering,9and covered10the ark12of the testimony;13as the LORD16commanded15Moses.
1וַיָּבֵ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאָרֹן֮H727ark, kistark, chest, coffin4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַמִּשְׁכָּן֒H4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent6וַיָּ֗שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work7אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8פָּרֹ֣כֶתH6532voorhang, voorhangsvail9הַמָּסָ֔ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging10וַיָּ֕סֶךְH5526bedekt, bedekken, bedekkendecover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up11עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אֲר֣וֹןH727ark, kistark, chest, coffin13הָעֵד֑וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness14כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order16יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
22Hij zette ook de tafel in de tent der samenkomst, aan de zijde des tabernakels tegen het noorden, buiten den voorhang.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Hij zetteH5414 ook de tafelH7979 in de tentH168 der samenkomstH4150, aanH5921 de zijde des tabernakelsH4908 tegen het noordenH6828, buitenH2351 den voorhangH6532.Hij zette ook de tafel in de tent der samenkomst, aan de zijde des tabernakels tegen het noorden, buiten den voorhang.
KJVAnd he put1the table3in the tent4of the congregation,5upon the side7of the tabernacle8northward,9without10the vail.
1וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשֻּׁלְחָן֙H7979tafel, tafelen, tafelstable4בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יֶ֥רֶךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh8הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9צָפֹ֑נָהH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)10מִח֖וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without11לַפָּרֹֽכֶתH6532voorhang, voorhangsvail
23En hij schikte daarop het brood in orde, voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En hij schikteH6187 daarop het broodH3899 in ordeH6186, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, gelijk als de HEEREH3068aanH5921MozesH4872gebodenH6680 had.En hij schikte daarop het brood in orde, voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd he set3the bread4in order1upon it before5the LORD;6as the LORD9had commanded8Moses.
1וַיַּעֲרֹ֥ךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value2עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3עֵ֥רֶךְH6187schatting, gestaltenis, ordeequal, estimation, (things that are set in) order, price, proportion, [idiom] set at, suit, taxation, [idiom] valuest4לֶ֖חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
24Hij zette ook den kandelaar in de tent der samenkomst, recht over de tafel, aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Hij zetteH7760 ook den kandelaarH4501 in de tentH168 der samenkomstH4150, rechtH5227 over de tafelH7979, aanH5921 de zijde des tabernakelsH4908, zuidwaartsH5045.Hij zette ook den kandelaar in de tent der samenkomst, recht over de tafel, aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
KJVAnd he put1the candlestick3in the tent4of the congregation,5over against6the table,7on the side9of the tabernacle10southward.
1וַיָּ֤שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמְּנֹרָה֙H4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick4בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6נֹ֖כַחH5227tegenover, recht, recht tegenover(over) against, before, direct(-ly), for, right (on)7הַשֻּׁלְחָ֑ןH7979tafel, tafelen, tafelstable8עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יֶ֥רֶךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh10הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent11נֶֽגְבָּהH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)
25En hij stak de lampen aan voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En hij stakH5927 de lampenH5216 aan voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En hij stak de lampen aan voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd he lighted1the lamps2before3the LORD;4as the LORD7commanded6Moses.
1וַיַּ֥עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הַנֵּרֹ֖תH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light3לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
26En hij zette het gouden altaar in de tent der samenkomst, voor den voorhang.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En hij zetteH7760 het goudenH2091altaarH4196 in de tentH168 der samenkomstH4150, voorH6440 den voorhangH6532.En hij zette het gouden altaar in de tent der samenkomst, voor den voorhang.
KJVAnd he put1the golden4altar3in the tent5of the congregation6before7the vail:
1וַיָּ֛שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar4הַזָּהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)7לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8הַפָּרֹֽכֶתH6532voorhang, voorhangsvail
27En hij stak daarop aan reukwerk van welriekende specerijen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En hij stakH6999 daarop aanH5921reukwerkH7004 van welriekende specerijenH5561, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En hij stak daarop aan reukwerk van welriekende specerijen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd he burnt1sweet4incense3thereon; as the LORD7commanded6Moses.
1וַיַּקְטֵ֥רH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)2עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3קְטֹ֣רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume4סַמִּ֑יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)5כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
28Hij hing ook het deksel van de deur des tabernakels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Hij hingH7760 ook het dekselH4539 van de deurH6607 des tabernakelsH4908.Hij hing ook het deksel van de deur des tabernakels.
KJVAnd he set up1the hanging3at the door4of the tabernacle.
1וַיָּ֛שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מָסַ֥ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging4הַפֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place5לַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
29En hij zette het altaar des brandoffers aan de deur des tabernakels, van de tent der samenkomst; en hij offerde daarop brandoffer, en spijsoffer, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En hij zetteH7760 het altaarH4196 des brandoffersH5930 aan de deurH6607 des tabernakelsH4908, van de tentH168 der samenkomstH4150; en hij offerdeH5927 daarop brandofferH5930, en spijsofferH4503, gelijk de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En hij zette het altaar des brandoffers aan de deur des tabernakels, van de tent der samenkomst; en hij offerde daarop brandoffer, en spijsoffer, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd he put4the altar2of burnt offering3by the door5of the tabernacle6of the tent7of the congregation,8and offered9upon it the burnt offering12and the meat offering;14as the LORD17commanded16Moses.
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הָעֹלָ֔הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)4שָׂ֕םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work5פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place6מִשְׁכַּ֣ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent7אֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent8מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)9וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10עָלָ֗יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָעֹלָה֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמִּנְחָ֔הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice15כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
30Hij zette ook het wasvat tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar; en hij deed water daarin om te wassen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Hij zetteH7760 ook het wasvatH3595tussenH996 de tentH168 der samenkomstH4150, en tussenH996 het altaarH4196; en hij deed waterH4325 daarin om te wassenH7364.Hij zette ook het wasvat tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar; en hij deed water daarin om te wassen.
KJVAnd he set1the laver3between the tent5of the congregation6and the altar,8and put9water11there, to wash
1וַיָּ֨שֶׂם֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכִּיֹּ֔רH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold4בֵּֽיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6מוֹעֵ֖דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)7וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar9וַיִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10שָׁ֛מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12לְרָחְצָֽהH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)
31En Mozes en Aaron, en zijn zonen wiesen daaruit hun handen en hun voeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En MozesH4872 en AaronH175, en zijn zonenH1121wiesenH7364 daaruit hun handenH3027 en hun voetenH7272.En Mozes en Aaron, en zijn zonen wiesen daaruit hun handen en hun voeten.
KJVAnd Moses3and Aaron4and his sons5washed1their hands7and their feet
1וְרָחֲצ֣וּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)2מִמֶּ֔נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4וְאַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5וּבָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יְדֵיהֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9רַגְלֵיהֶֽםH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
32Als zij ingingen tot de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wiesen zij zich, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Als zij ingingenH935totH413 de tentH168 der samenkomstH4150, en als zij totH413 het altaarH4196naderdenH7126, zo wiesenH7364 zij zich, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.Als zij ingingen tot de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wiesen zij zich, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVWhen they went1into the tent3of the congregation,4and when they came near5unto the altar,7they washed;8as the LORD11commanded10Moses.
1בְּבֹאָ֞םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent4מוֹעֵ֗דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)5וּבְקָרְבָתָ֛םH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar8יִרְחָ֑צוּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)9כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
33Hij richtte ook den voorhof op, rondom den tabernakel en het altaar, en hij hing het deksel van de poort des voorhofs op. Alzo voleindigde Mozes het werk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Hij richtteH6965 ook den voorhofH2691 op, rondomH5439 den tabernakelH4908 en het altaarH4196, en hij hingH5414 het dekselH4539 van de poortH8179 des voorhofsH2691 op. Alzo voleindigdeH3615MozesH4872 het werkH4399.Hij richtte ook den voorhof op, rondom den tabernakel en het altaar, en hij hing het deksel van de poort des voorhofs op. Alzo voleindigde Mozes het werk.
KJVAnd he reared up1the court3round about4the tabernacle5and the altar,6and set up7the hanging9of the court11gate.10So Moses13finished12the work.
1וַיָּ֣קֶםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הֶחָצֵ֗רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village4סָבִיב֙H5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side5לַמִּשְׁכָּ֣ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent6וְלַמִּזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar7וַיִּתֵּ֕ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מָסַ֖ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging10שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11הֶחָצֵ֑רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village12וַיְכַ֥לH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste13מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַמְּלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
34Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Toen bedekteH3680 de wolkH6051 de tentH168 der samenkomstH4150; en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068vervuldeH4390 den tabernakelH4908.Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel.
KJVThen a cloud2covered1the tent4of the congregation,5and the glory6of the LORD7filled8the tabernacle.
1וַיְכַ֥סH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)2הֶעָנָ֖ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6וּכְב֣וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מָלֵ֖אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
35Zodat Mozes niet kon ingaan in de tent der samenkomst, dewijl de wolk daarop bleef, en de heerlijkheid des HEEREN den tabernakel vervulde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Zodat MozesH4872nietH3808konH3201ingaanH935 in de tentH168 der samenkomstH4150, dewijlH3588 de wolkH6051 daarop bleefH7931, en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 den tabernakelH4908vervuldeH4390.Zodat Mozes niet kon ingaan in de tent der samenkomst, dewijl de wolk daarop bleef, en de heerlijkheid des HEEREN den tabernakel vervulde.
KJVAnd Moses3was not able2to enter4into the tent6of the congregation,7because the cloud11abode9thereon, and the glory12of the LORD13filled14the tabernacle.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יָכֹ֣לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4לָבוֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9שָׁכַ֥ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)10עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הֶעָנָ֑ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)12וּכְב֣וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14מָלֵ֖אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
36Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israels voort in al hun reizen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Als nu de wolkH6051opgehevenH5927 werd van bovenH5921 den tabernakelH4908, zo reisdenH5265 de kinderenH1121IsraelsH3478 voort in alH3605 hun reizenH4550.Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israels voort in al hun reizen.
KJVAnd when the cloud2was taken up1from3over the tabernacle,4the children6of Israel7went onward5in all their journeys:
1וּבְהֵעָל֤וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הֶֽעָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)3מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5יִסְע֖וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מַסְעֵיהֶֽםH4550reizen, tochten, dagreizenjourney(-ing)
37Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Maar als de wolkH6051nietH3808opgehevenH5927 werd, zo reisdenH5265 zij nietH3808totH5704 op den dagH3117, dat zij opgehevenH5927 werd.Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd.
KJVBut if the cloud4were not taken up,3then they journeyed6not till the day8that it was taken up.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יֵעָלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4הֶעָנָ֑ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִסְע֔וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הֵעָלֹתֽוֹH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work
38Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israels in al hun reizen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38WantH3588 de wolkH6051 des HEERENH3068 was opH5921 den tabernakelH4908 bij dagH3119, en het vuurH784wasH1961 er bij nachtH3915 op, voor de ogenH5869 van het ganseH3605huisH1004IsraelsH3478 in alH3605 hun reizenH4550.Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israels in al hun reizen.
KJVFor the cloud2of the LORD3was upon the tabernacle5by day,6and fire7was on it by night,9in the sight11of all the house13of Israel,14throughout all their journeys.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עֲנַ֨ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)3יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַמִּשְׁכָּן֙H4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent6יוֹמָ֔םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)7וְאֵ֕שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot8תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לַ֖יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)10בּ֑וֹ11לְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16מַסְעֵיהֶֽםH4550reizen, tochten, dagreizenjourney(-ing)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 40:2— Op den dag der eerste maand, te weten op den eersten der maand, zult gij den tabernakel, de tent der samenkomst, oprichten.Exodus 13:4→Exodus 26:30→Exodus 35:11→Exodus 36:18→Numeri 1:1→Exodus 27:21→Exodus 40:17→Exodus 12:1→
Exodus 40:3— En gij zult aldaar zetten de ark der getuigenis; en gij zult de ark met de voorhang bedekken.Numeri 4:5→Exodus 35:12→Openbaring 11:19→Exodus 25:10→Exodus 26:33→Exodus 25:22→Exodus 36:35→Exodus 40:20→
Exodus 40:4— Daarna zult gij de tafel daarin brengen, en gij zult schikken wat daarop te schikken is; gij zult ook den kandelaar daarin brengen, en zijn lampen aansteken.Exodus 40:22→Exodus 26:35→Exodus 37:10→Leviticus 24:8→Exodus 25:23→Leviticus 24:5→
Exodus 40:5— En gij zult het gouden altaar ten reukwerk voor de ark der getuigenis zetten, dan zult gij het deksel van de deur des tabernakels ophangen.Hebreeën 10:19→Exodus 37:25→Johannes 14:6→Hebreeën 9:24→Exodus 35:25→1 Johannes 2:1→Exodus 26:36→Exodus 30:1→
Exodus 40:6— Gij zult ook het altaar des brandoffers zetten voor de deur van den tabernakel, van de tent der samenkomst.Exodus 40:29→Hebreeën 13:10→1 Johannes 4:9→1 Johannes 2:2→Exodus 27:1→Exodus 38:1→Efeze 1:6→
Exodus 40:7— En gij zult het wasvat zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar; en gij zult water daar in doen.Exodus 40:30→Exodus 30:18→Psalmen 26:6→Openbaring 1:5→Zacharia 13:1→Titus 3:5→Hebreeën 10:22→1 Johannes 1:7→
Exodus 40:8— Daarna zult gij den voorhof rondom zetten, en gij zult het deksel ophangen aan de poort des voorhofs.1 Korinthe 12:28→Mattheüs 16:18→Efeze 4:11→Exodus 27:9→Exodus 40:33→Exodus 38:9→
Exodus 40:9— Dan zult gij de zalfolie nemen en zalven den tabernakel, en al wat daarin is; en gij zult dezelven heiligen, met al zijn gereedschap, en het zal een heiligheid zijn.Leviticus 8:10→Exodus 37:29→Mattheüs 3:16→Jesaja 11:2→Jesaja 61:1→Johannes 3:34→2 Korinthe 1:4→Psalmen 45:7→
Exodus 40:10— Gij zult ook het altaar des brandoffers zalven, en al zijn gereedschap; en gij zult het altaar heiligen, en het altaar zal heiligheid der heiligheden zijn.Exodus 29:36→Jesaja 11:2→Jesaja 61:1→Johannes 3:34→Leviticus 8:11→Lukas 1:35→1 Korinthe 1:30→Hebreeën 7:26→
Exodus 40:12— Gij zult ook Aaron en zijn zonen doen naderen, tot de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.Leviticus 8:1→Exodus 29:1→Jesaja 61:1→Jesaja 11:1→Mattheüs 3:16→Johannes 3:34→Romeinen 8:3→Lukas 1:35→
Exodus 40:13— En gij zult Aaron de heilige klederen aantrekken; en gij zult hem zalven, en hem heiligen, dat hij Mij het priesterambt bediene.Exodus 28:41→Hebreeën 10:29→Hebreeën 10:10→1 Johannes 2:20→Johannes 17:19→1 Johannes 2:27→Jesaja 61:1→Johannes 3:34→
Exodus 40:14— Gij zult ook zijn zonen doen naderen, en zult hun de rokken aantrekken.Johannes 1:16→Jesaja 44:3→1 Korinthe 1:9→1 Korinthe 1:30→Jesaja 61:10→Romeinen 13:14→Romeinen 8:30→
Exodus 40:15— En gij zult hen zalven, gelijk als gij hun vader zult gezalfd hebben, dat zij Mij het priesterambt bedienen. En het zal geschieden, dat hun hun zalving zal zijn tot een eeuwig priesterdom bij hun geslachten.Numeri 25:13→Psalmen 110:4→Hebreeën 7:17→Hebreeën 5:1→Hebreeën 8:1→Exodus 30:33→Exodus 30:31→Hebreeën 7:3→
Exodus 40:16— Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij.Deuteronomium 4:1→Exodus 40:17→Exodus 39:42→1 Korinthe 4:2→Exodus 23:21→Deuteronomium 12:32→Jesaja 8:20→Mattheüs 28:20→
Exodus 40:17— En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd.Numeri 7:1→Numeri 9:1→Exodus 40:1→
Exodus 40:18— Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.Ezechiël 37:27→Openbaring 21:3→1 Timotheüs 3:15→1 Petrus 1:5→Johannes 1:14→Mattheüs 16:18→Exodus 26:15→Jesaja 33:24→
Exodus 40:19— En hij spreidde de tent uit over den tabernakel, en hij zette het deksel der tent daar bovenop, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 36:8→Exodus 26:1→
Exodus 40:20— Voorts nam hij, en legde de getuigenis in de ark, en deed de handbomen aan de ark, en hij zette het verzoendeksel boven op de ark.Exodus 16:34→1 Koningen 8:9→1 Johannes 2:2→Romeinen 10:4→Exodus 31:18→Romeinen 3:25→Psalmen 40:8→Hebreeën 10:19→
Exodus 40:21— En hij bracht de ark in den tabernakel, en hij hing den voorhang van het deksel op, en bedekte de ark der getuigenis, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 26:33→Exodus 40:3→Exodus 35:12→Hebreeën 10:19→
Exodus 40:22— Hij zette ook de tafel in de tent der samenkomst, aan de zijde des tabernakels tegen het noorden, buiten den voorhang.Exodus 26:35→Efeze 3:8→Exodus 40:24→Johannes 6:53→
Exodus 40:23— En hij schikte daarop het brood in orde, voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 25:30→Exodus 40:4→Hebreeën 9:2→Mattheüs 12:4→
Exodus 40:24— Hij zette ook den kandelaar in de tent der samenkomst, recht over de tafel, aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.Johannes 1:9→Johannes 1:5→Exodus 37:17→Exodus 26:35→Johannes 8:12→Openbaring 2:5→Johannes 1:1→Openbaring 1:20→
Exodus 40:25— En hij stak de lampen aan voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 40:4→Exodus 25:37→Openbaring 4:5→
Exodus 40:26— En hij zette het gouden altaar in de tent der samenkomst, voor den voorhang.Exodus 40:5→Hebreeën 7:25→Hebreeën 10:1→1 Johannes 2:1→Johannes 17:1→Exodus 30:1→Mattheüs 23:19→Johannes 11:42→
Exodus 40:27— En hij stak daarop aan reukwerk van welriekende specerijen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 30:7→
Exodus 40:28— Hij hing ook het deksel van de deur des tabernakels.Exodus 40:5→Johannes 14:6→Efeze 2:18→Johannes 10:9→Exodus 26:36→Exodus 38:9→Hebreeën 10:19→
Exodus 40:29— En hij zette het altaar des brandoffers aan de deur des tabernakels, van de tent der samenkomst; en hij offerde daarop brandoffer, en spijsoffer, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 40:6→Exodus 29:38→Hebreeën 13:5→Hebreeën 13:10→Exodus 38:1→Hebreeën 9:12→Romeinen 3:24→Exodus 27:1→
Exodus 40:30— Hij zette ook het wasvat tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar; en hij deed water daarin om te wassen.Exodus 40:7→Ezechiël 36:25→Exodus 30:18→Hebreeën 10:22→Exodus 38:8→
Exodus 40:31— En Mozes en Aaron, en zijn zonen wiesen daaruit hun handen en hun voeten.Johannes 13:10→1 Johannes 1:7→Psalmen 26:6→Exodus 30:19→1 Johannes 1:9→Psalmen 51:6→
Exodus 40:32— Als zij ingingen tot de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wiesen zij zich, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Psalmen 73:19→Exodus 30:19→Exodus 40:19→
Exodus 40:33— Hij richtte ook den voorhof op, rondom den tabernakel en het altaar, en hij hing het deksel van de poort des voorhofs op. Alzo voleindigde Mozes het werk.Exodus 40:8→Exodus 27:9→Mattheüs 16:8→Exodus 39:32→Zacharia 4:9→Efeze 4:11→Johannes 17:4→Johannes 14:6→
Exodus 40:34— Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel.Numeri 9:15→Openbaring 15:8→Exodus 14:24→Exodus 14:19→2 Kronieken 7:2→Exodus 13:21→2 Kronieken 5:13→Exodus 29:43→
Exodus 40:35— Zodat Mozes niet kon ingaan in de tent der samenkomst, dewijl de wolk daarop bleef, en de heerlijkheid des HEEREN den tabernakel vervulde.1 Koningen 8:11→Leviticus 16:2→Jesaja 6:4→2 Kronieken 7:2→2 Kronieken 5:13→Openbaring 15:8→
Exodus 40:36— Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israels voort in al hun reizen.Nehemia 9:19→Numeri 9:17→Psalmen 105:39→Numeri 10:11→1 Korinthe 10:1→Psalmen 78:14→Exodus 13:21→2 Korinthe 5:19→
Exodus 40:37— Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd.Numeri 9:19→Psalmen 31:15→
Exodus 40:38— Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israels in al hun reizen.Numeri 9:15→Exodus 13:21→Psalmen 78:14→Psalmen 105:39→Jesaja 4:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 40 vers 2— Op den dag der eerste maand, te weten op den eersten der maand, zult gij den tabernakel, de tent der samenkomst, oprichten.
gij den tabernakel,
Te weten, gij Mozes, door den dienst der Levieten.
Hertaald:gij den tabernakel,
Namelijk: u, Mozes, door de dienst van de Levieten.
Exodus 40 vers 3— En gij zult aldaar zetten de ark der getuigenis; en gij zult de ark met de voorhang bedekken.
gij zult de ark met den voorhang bedekken
De mening is, gij zult het voorhangsel voor de ark hangen, dat men ze niet zie, makende alzo een afscheiding tussen het allerheiligste en het heilige; Ex. 26:33-34.
Hertaald:gij zult de ark met den voorhang bedekken
De bedoeling is: u zult het voorhangsel vóór de ark hangen, zodat men die niet ziet; zo maakt u een scheiding tussen het allerheiligste en het heilige; Ex. 26:33-34.
Exodus 40 vers 4— Daarna zult gij de tafel daarin brengen, en gij zult schikken wat daarop te schikken is; gij zult ook den kandelaar daarin brengen, en zijn lampen aansteken.
schikken wat daarop te schikken is;
Dat is, gij zult alles in bekwame orde schikken; verstaande inzonderheid de toonbroden.
Hertaald:schikken wat daarop te schikken is;
Dat is: u zult alles op de juiste manier ordenen; met name de toonbroden.
Exodus 40 vers 15— En gij zult hen zalven, gelijk als gij hun vader zult gezalfd hebben, dat zij Mij het priesterambt bedienen. En het zal geschieden, dat hun hun zalving zal zijn tot een eeuwig priesterdom bij hun geslachten.
tot een eeuwig priesterdom
Alzo namelijk, dat het niet nodig zou zijn de zalving te vernieuwen, als hun nakomelingen tot priesters gewijd zouden worden, want naderhand werden alleen de hogepriesters gezalfd.
Hertaald:tot een eeuwig priesterdom
Namelijk zo, dat het niet nodig zou zijn de zalving te herhalen wanneer hun nakomelingen tot priester gewijd zouden worden; later werden namelijk alleen de hogepriesters gezalfd.
Exodus 40 vers 17— En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd.
in het tweede jaar,
Te weten, na den uitgang uit Egypte.
Hertaald:in het tweede jaar,
Namelijk: na de uittocht uit Egypte.
Exodus 40 vers 18— Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.
Mozes richtte den tabernakel op,
Te weten, door de handen der Levieten.
Hertaald:Mozes richtte den tabernakel op,
Namelijk: door de handen van de Levieten.
Exodus 40 vers 20— Voorts nam hij, en legde de getuigenis in de ark, en deed de handbomen aan de ark, en hij zette het verzoendeksel boven op de ark.
de getuigenis in de ark,
Dat is, de twee tafelen der wet Gods; Ex. 25:16.
Hertaald:de getuigenis in de ark,
Dat is: de twee tafelen van Gods wet; Ex. 25:16.
Exodus 40 vers 23— En hij schikte daarop het brood in orde, voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
het brood in orde,
Hebreeuws, de orde des broods; te weten, de twaalf toonbroden, representerende de twaalf stammen, en daaronder alle gelovigen.
Hertaald:het brood in orde,
Hebreeuws: de orde van het brood; namelijk de twaalf toonbroden, die de twaalf stammen vertegenwoordigen, en daaronder alle gelovigen.
Exodus 40 vers 26— En hij zette het gouden altaar in de tent der samenkomst, voor den voorhang.
voor den voorhang
Die het heilige van het heilige der heiligen onderscheidde.
Hertaald:voor den voorhang
Dat het heilige van het heilige der heiligen scheidde.
Exodus 40 vers 29— En hij zette het altaar des brandoffers aan de deur des tabernakels, van de tent der samenkomst; en hij offerde daarop brandoffer, en spijsoffer, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
gelijk de HEERE
Dit wordt meermalen herhaald, aanwijzende dat zij in zaken, die God en den godsdienst aangaan, niet gedaan hebben dan wat God hun bevolen had.
Hertaald:gelijk de HEERE
Dit wordt vaak herhaald, om aan te geven dat zij in zaken die God en de eredienst betreffen, niets anders gedaan hebben dan wat God hun geboden had.
Exodus 40 vers 34— Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel.
Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst;
Hier wordt voltrokken hetgeen God de Heere beloofd heeft Ex. 25:8. Zie dergelijke 2 Kron. 5:14, en Ezech. 43:4-5.
Hertaald:Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst;
Hier wordt vervuld wat God de HEERE beloofd heeft in Ex. 25:8. Zie iets soortgelijks in 2 Kron. 5:14 en Ezech. 43:4-5.
Exodus 40 vers 38— Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israels in al hun reizen.
het vuur was er bij nacht op,
Dat is, de vuurkolom.
Hertaald:het vuur was er bij nacht op,
Dat is: de vuurkolom.
in al hun reizen
Te weten, door de woestijn, totdat zij in het beloofde land Kanaän kwamen.
Hertaald:in al hun reizen
Namelijk: door de woestijn, totdat zij in het beloofde land Kanaän kwamen.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Heerlijkheid des HEEREN — Hebreeuws: kabod JHWH; later door de rabbijnen aangeduid als Sjechina, "inwoning"
Toen Mozes de tabernakel voltooid en volgens Gods bevel had opgericht, bedekte een wolk de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des HEEREN vervulde de tabernakel zo volkomen, dat Mozes er niet in kon gaan (Ex. 40:34-35). Diezelfde wolk leidde Israël voortaan op al hun reizen door de woestijn: verhief zij zich, dan trok het volk verder; bleef zij liggen, dan bleef het volk (Ex. 40:36-38).
Bijbelse betekenis: De heerlijkheid des HEEREN is de zichtbare, waarneembare openbaring van Gods eigen, verheven tegenwoordigheid. Zij was geen symbool dat de mens zelf oprichtte, maar een teken dat God Zelf gaf. Zo bewees Hij dat Hij de tabernakel, die naar Zijn eigen voorschrift gebouwd was, ook werkelijk met Zijn tegenwoordigheid vervulde.
Typologie: Johannes grijpt bewust naar dit beeld terug: "het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader)" (Joh. 1:14) — hetzelfde beeld dat aan het tabernakelen van vroeger doet denken. In Christus is de heerlijkheid die eens de tabernakel vervulde, lichamelijk onder de mensen komen wonen.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
De heerlijkheid vervult de tabernakel — 40:33-38
Het slot van Exodus. Alles is gemaakt zoals het bevolen was, en dan gebeurt waar het hele boek op uitliep: God trekt in.
Als het werk voltooid is, bedekt de wolk de tent en vervult de heerlijkheid des HEEREN de tabernakel.
Exodus begint met een volk in slavernij en eindigt met God die bij hen woont. Zodra Mozes het werk voleindigd heeft, bedekt de wolk de tent der samenkomst en vervult de heerlijkheid des HEEREN de tabernakel — zozeer, dat Mozes er niet in kan gaan. Dat laatste is veelzeggend: de tegenwoordigheid is teruggekeerd, maar nog niet toegankelijk. Diezelfde wolk vult later de tempel van Salomo, en Ezechiël ziet haar wijken als het oordeel komt. Wanneer de heerlijkheid terugkeert, is dat niet in een gebouw: bij de verheerlijking op de berg overschaduwt een wolk de discipelen, en Johannes schrijft dat wij Zijn heerlijkheid aanschouwd hebben, als van de Eniggeborene van de Vader.
Exodus 40:33 — Mozes voleindigt het werk.
Exodus 40:34 — De wolk bedekt de tent en de heerlijkheid vervult de tabernakel.
1 Koningen 8:11 — Bij de tempel gebeurt hetzelfde: de priesters kunnen niet staan.
Ezechiël 10:18 — De heerlijkheid wijkt van de tempel wanneer het oordeel komt.
Johannes 1:14 — Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, als des Eniggeborenen.
In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Mattheüs 17:5; 2 Korinthe 4:6; Openbaring 21:22-23
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 40:34.KruisverwijzingenNumeri 9:15→Openbaring 15:8→Exodus 14:24→Exodus 14:19→2 Kronieken 7:2→Exodus 13:21→2 Kronieken 5:13→Exodus 29:43→ — Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel. De tabernakel was het beeld van onze Heere Jezus Christus, want God woont onder ons in Christus. “En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond” — heeft onder ons getabernakeld — zegt de geliefde apostel (Joh. 1:14). God woont niet in tempelen die met handen gemaakt zijn, maar de tempel van God is Christus Jezus: “Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk” (Kol. 2:9). Jezus is dus de tabernakel die de Heere heeft opgericht en niet een mens, en onze eerste en meest wezenlijke gedachte van Hem moet die van Zijn ambt als Verlosser zijn.
Onze Heere komt in nog andere hoedanigheden tot ons, en Hij is heerlijk in alle — maar ontvangen wij Hem niet als Verlosser, dan hebben wij het wezen van Zijn karakter gemist, de grondgedachte van wie Hij is. Wanneer Hij uitkomt in het kleed dat in bloed gedoopt is, wijken velen van Hem; zij kunnen het verzoenend offer niet verdragen. Maar nooit is Hij in onze ogen zo onvergelijkelijk lieflijk als wanneer wij Hem zien, onze zonden dragende in Zijn lichaam op het hout, en de overtreding wegnemende door Zichzelf tot Plaatsvervanger van Zijn volk te stellen.
Laat dit dan onze grondgedachte van Christus zijn: Hij “heeft ons verlost van den vloek der wet” (Gal. 3:13). Ja, met betrekking tot Christus moeten wij Zijn verlossingswerk beschouwen als de grondslag van Zijn triomfen en van Zijn heerlijkheid — “het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende” (1 Petr. 1:11). Wij kunnen geen enkel werk dat Hij verricht heeft begrijpen, tenzij wij Zijn plaatsvervangend offer begrijpen. Christus is een slot zonder sleutel; Hij is een doolhof zonder leidraad, totdat wij Hem kennen als de Verlosser.
OPRICHTING EN INWIJDING VAN DE TENT DER SAMENKOMST.
I. Vers 1-16
Nadat de verschillende stukken vervaardigd en goedgekeurd waren, ontvangt Mozes, in het begin van het tweede jaar van de uittocht, bevel van God, om met de oprichting van de tent en de plaatsing van de gereedschappen aan te vangen, en daarna de wijding, als ook die van de priesters, te doen plaatshebben.
1. Verder sprak de HEERE uit de voorlopige tent (hoofdstuk 33:7 vv.) tot Mozes, zeggende:
2. Op de dag van de eerste maand, Abib, die weer spoedig aan zal breken (hoofdstuk 12:1 vv.), te weten op de eerste dag van de maand, 1) zult gij de tabernakel, de tent der samenkomst, 2) die nu in al zijn delen gereed is, oprichten.
1) Alles geschiedt volgens Goddelijk bevel. Ook de oprichting van de tabernakel. God, de Heere, is van alles het begin en het einde.
2) Deze woorden zijn een volledige beschrijving van de plaatsen, daar God zijn woning in het midden van Israel wilde vestigen. Deze was niet alleen een tabernakel, een woning voor de Goddelijke Majesteit, maar ook een tent, een beweeg- en draagbare tempel en heiligdom, ja, een tent der samenkomst, waarnaar alle de stammen van Israel toe vloeiden en als onder een banier verzameld werden, evenals in meerdere nadruk en algemeenheid geschieden zou onder de banier, die God onder de heidenen zou oprichten (Jesaja 11:12)
3. En gij zult aldaar, in de voor het Allerheilige bestemde ruimte, zetten de Ark 1) van de Getuigenis; en gij zult de Ark (hoofdstuk 26:32) met de voorhang bedekken, die het Allerheilige en Heilige van elkaar scheidt.
1) De Ark moest eerst aldaar ingeplaatst worden, omdat deze was de troon van de grote Koning en de bewaarplaats van de tafelen van de wet.
4. a) Daarna zult gij de tafel daarin brengen, aan de noordzijde van het Heilige, en gij zult schikken wat daarop te schikken is, namelijk de toonbroden (vs.23 Leviticus. 24:5 vv. 24.5); b)gij zult ook aan de zuidzijde, tegenover de tafel, de kandelaar daarin brengen, en zijn zeven lampen aansteken.
a) Ex.26:35 b) Ex.27:20
5. En gij zult tegen het westen het gouden altaar ten reukwerk voor het voorhangsel, dat de Ark van de Getuigenis bedekt (vs.3), zetten; dan zult gij het uit vier stoffen gewerkte deksel (hoofdstuk 26:36 vv.), van de deur van de tabernakel aan de oostelijke uitgang van de tent ophangen.
6. Gij zult ook het brandofferaltaar zetten voor de deur van de tabernakel, van de tent der samenkomst, ongeveer in het midden van de ruimte van de voorhof.
7. En gij zult het wasvat zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het brandofferaltaar (vs.6) en gij zult water daarin doen.
8. Daarna zult gij de voorhof, de zestig pilaren met hun bedeksels (hoofdstuk 27:9 vv.) rondom de tabernakel zetten, en gij zult het tweede, 20 el brede (hoofdstuk 27:16) deksel ophangen aan de poort van de voorhof, aan de vier middelste pilaren van de oostzijde.
9. Dan, als Ik u vooraf van de alzo opgerichte tabernakel de offerwet (Leviticus. 1-7) zal meegedeeld hebben, en dan ook de (Ex.29) bevolen priesterwijding geschieden kan (Leviticus. 8), zult gij de volgens de voorschriften (hoofdstuk 30:22 vv.) bereidde zalfolie nemen, en zalven de tabernakel, en al wat daarin is, zowel in het Allerheilige als in het Heilige; en gij zult deze door die zalving heiligen, met al zijn gereedschap, en het zal een heiligheid zijn.
10. a) Gij zult ook, bij gelegenheid van de priesterwijding, het brandofferaltaar zalven, en al zijn gereedschap (hoofdstuk 27:3), en gij zult het altaar heiligen, en het altaar zal Heiligheid der Heiligheden zijn. 1)
1) Het onderscheid tussen “heilig” en “allerheilig” of “Heiligheid der Heiligheden” komt, zoals wij gezien hebben, zij bij het heiligdom in twee?rlei opzicht voor. Ten opzichte van de Heere is datgene allerheilig, wat het dichtst bij Hem staat en Zijn eigenlijke woonplaats vormt, dus de achterste ruimte van de tabernakel: heilig was, wat zich onmiddellijk daarvoor bevond, maar toch door een voorhangsel daarvan gescheiden was (hoofdstuk 26:33). Ten opzichte van het volk: hier moet datgene, wat aan de aanraking van de leken en alzo wat het meest aan ontwijding blootgesteld is, tegen zulk een ontwijding voor des te scherper afzondering beschermd, of hoogheilig gemaakt worden, en de afzondering geschiedt door de bepaling, dat, wie de plaats of het voorwerp aanroert, daardoor heilig, dat is aan verschillende, anders alleen dan priesters bevolen verplichtingen onderworpen wordt (hoofdstuk 29:37; 30:29 Leviticus. 6:18). Wat echter slechts voor de priesters toegankelijk en om zijn grote heiligheid minder aan het gevaar is blootgesteld, om ontwijd te worden, wordt in dit verband slechts heilig geacht.
11. Dan zult gij het wasvat zalven, en diens voet, het daaronder geplaatste bekken, waarin het water gelaten wordt (hoofdstuk 30:18); en gij zult het heiligen.
12. Gij zult ook Aaron en zijn zonen, op de voor de wijding nader te bepalen dag doen naderen tot de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen in het bekken van het wasvat met water wassen.
13. En gij zult Aaron, de hogepriester, de voor hem bestemde heilige kleren (hoofdstuk 28:4 vv.) aantrekken; en gij zult hem zalven, en hem heiligen, dat hij Mij het priesterambt in de hoogste zin van het woordbedient.
14. Gij zult ook daarna zijn tot gewone priesters bestemde zonen doen naderen, en zult hen de (hoofdstuk 28:40) met hun toebehoren beschreven rokken aantrekken.
15. En gij zult hen zalven, zoals gij hun vader zult gezalfd hebben, dat zij, hoewel in mindere zin, Mij het priesterambt bedienen. En het zal geschieden, dat hun hun zalving zal zijn tot een eeuwig priesterdom bij hun geslachten: 1) ten gevolge van deze zalving zal hun voor alle volgende tijden en in alle volgende geslachten het priesterschap in Israel toebehoren.
1) De Joodse overlevering verstaat deze woorden zo, alsof deze zalving van de zonen van Aaron voor de gehele toekomst voldoende ware, en beweert dien ten gevolge, dat de zalving en verdere wijding later alleen bij de Hogepriester herhaald is, terwijl de gewone priesters, bij het aanvaarden van hun ambt, alleen een spijsoffer voor zich hadden te brengen (Leviticus. 6:12). Dit is een misverstand; de zin is veeleer, dat de zalving van Aaron en zijn zonen als een enige instelling voor het priesterschap gelden zou, en dit voor alle tijden de Aaronieten waarborgen zou, waarbij, zoals vanzelf spreekt, wordt ondersteldt, dat zij bij ieder in dat ambt tredend geslacht moest vernieuwd of herhaald worden.
16. Mozes nu deed 1) het naar alles, wat hem de HEERE geboden had: alzo deed hij; op de (vs.2) aangewezen dag richtte hij de tabernakel op (vs.17 vv.) en liet enige dagen later de zalving van deze tegelijk met de priesterwijding plaats hebben (Leviticus. 8).
1) Hier en later wordt er weer gedurig op gewezen, dat Mozes niets deed dan op bevel van God en naar de verordeningen, hem geschonken. Dit dient, om de tederheid en getrouwheid van Mozes te kennen te geven. Hij was getrouw in zijn huis en daarmee weer een type van de grote Middelaar van het Nieuwe Verbond.
II. Vers 17-38
Als, met het begin van het tweede jaar na de uittocht, de tabernakel met zijn verschillende gereedschappen door Mozes opgericht is, neemt de Heere aanstonds bezit van Zijn woning, de wolk plaatst zich boven de tabernakel, en in het Allerheilige gaat de heerlijkheid van de Heere, om daar voortdurend te wonen.
17. Had de Heere voor een jaar iets nieuws met Zijn volk begonnen (hoofdstuk 12:1 vv.), thans wilde Hij op de eerste dag van het tweede jaar weer iets nieuws aan Zijn volk geven, door woning in hun midden te maken. En het geschiedde in de eerste maand, in a) het tweede jaar, op de eerste dag van de maand, dat de tabernakel opgericht werd.
a) Numeri. 7:1
18. Want Mozes, die volgens bevel van de Heere het werk te leiden had, richtte de tabernakel op, en zette, door de hand van de bouwmeester en de werklieden (hoofdstuk 36:1 vv.), zijn voeten, groef de 100 zilveren en 5koperen voetstukken, waarin de 48 planken en 9 pilaren, volgens (hoofdstuk 26:15-37), staan moesten in de aarde, en stelde in 96 van deze voetstukken, de beide punten van de stijlen, of planken, uit welke het houten geraamte van de tent bestaan zou, en hij zette zijn driemaal vijf richels daaraan, om deze stijlen te verbinden; van deze werden de middelste midden door de planken gestoken, en hij richtte in de 9 overige, deels zilveren, deels koperen voetstukken, de pilaren op; in de eerste vier de pilaren voor het buitenste voorhangsel.
19. En hij spreidde, nadat hij inwendig aan de drie wanden en boven aan het open dekstuk van het zo opgezette geraamte de binnenste uit twee afdelingen bestaande tapijten (hoofdstuk 26:1-6) aangebracht had, de tent, het onderste of geitenharen bedeksel (hoofdstuk 26:7-13) uit over de tabernakel, zodat het nu reeds een werkelijke woning vormde, en hij zette het deksel van de tent, dat uit twee tapijten bestond, het een uit rode ramsvellen, het andere uit huiden van zeekalven vervaardigd (hoofdstuk 26:14), daar bovenop, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
20. Voorts nam hij, en legde de getuigenis, de beide door hem gehouwen en door God zelf met de tien woorden beschreven tafelen (hoofdstuk 34:6,28) in de Ark, (hoofdstuk 25:10-12,16), en deed de handbomen aan de Ark (vs.13-15), en hijzette het Verzoendeksel (vs.17 vv.) bovenop de Ark.
21. En hij bracht de volledig toegeruste Ark in het achterste gedeelte van de tabernakel, en a) hij hing de voorhang van het deksel op, en bedekte de Ark van de Getuigenis, zoals de HEERE aan Mozes (vs.3) geboden had.
a) Ex.35:12.
22. Hij zette ook de tafel in het voorste gedeelte van de tent der samenkomst, aan de rechterzijde van de tabernakel tegen het noorden, buiten de voorhang.
23. En hij schikte daarop het brood in orde, hij legde twaalf toonbroden in twee afdelingen voor het aangezicht des HEEREN (hoofdstuk 39:36 Leviticus. 24:5 vv.), zoals de HEERE aan Mozes geboden had (hoofdstuk 25:30).
24. Hij zette ook de kandelaar in de tent der samenkomst, in het voorste gedeelte of het Heilige, recht over de tafel, aan de linkerzijde van de tabernakel, zuidwaarts.
25. En hij stak de lampen aan voor het aangezicht des HEEREN, zoals de HEERE (hoofdstuk 25:37) aan Mozes geboden had.
26. En hij zette het gouden reukaltaar midden tussen de tafel en de kandelaar, in de tent der samenkomst, voor de voorhang, in de onmiddelijke nabijheid daarvan (hoofdstuk 30:6).
27. En hij stak daarop aan een reukwerk van welriekende specerijen, zoals de HEERE aan Mozes geboden had. (hoofdstuk 30:7,35).
28. Hij hing ook het tot een voorhang voor het Heilige bestemde deksel (hoofdstuk 26:36 vv.) van de in de vijf pilaren gevormde deur van de tabernakel.
29. En hij zette het brandofferaltaar (hoofdstuk 27:1 vv.), het omkleedsel nog met aarde en stenen vullende, aan de deur van de tabernakel, van de tent der samenkomst; en hij offerde daarop, als priester, zoals hij voorheen (vs.27) ook het eerste reukwerk aangestoken, en (vs.24) de eerste toonbroden gelegd had, brandoffer, en spijsoffer, zoals de HEERE aan Mozes geboden had (hoofdstuk 29:38).
1) Deze priesterdienst nam Mozes ook de volgende dagen waar, tot aan de wijding van Aaron en zijn zonen (Leviticus. 8). De woning met haar gereedschappen was nog niet gezalfd; dit geschiedde eerst op de dag van de priesterwijding; maar zij was toch reeds in zichzelf heilig, daar zij daar naar de voorschriften van de Heere gebouwd en opgericht was, zoals dan ook (vs.35) de heerlijkheid van de Heere de woning vervuld heeft, nog voordat de zalving had plaats gehad. De zalving had slechts plaats voor de dienst van de priesters of het gebruik van het volk.
De heerlijkheid van de Heere vervult de tabernakel voor de wijding van de priesters en de daarmee verbonden zalving van de tabernakel en van zijn gereedschappen. Want volgens Leviticus. 1:1 gaf de Heere, vanuit de tabernakel tot Mozes sprekende, de offerwetten, welke v??r de wijding van de priesters afgekondigd werden en daarbij reeds werden opgevolgd. Als echter de heerlijkheid van de Heere in de tabernakel woning had gemaakt, durfde Mozes ook niet nalaten, het voo iederen morgen en iedere avond voorgeschreven offer te brengen en door middel daarvan de gemeente met haar God in geestelijke levensgemeenschap te zetten, totdat Aaron en zijn zonen voor deze dienst waren gewijd.
30. Hij zette ook het koperen wasvat tussen de tent der samenkomst, en tussen het ongeveer 15 el vandaar staande brandofferaltaar, enige schreden ter zijde, noordwaarts; en hij deed water daarin om te wassen.
31. En Mozes en Aaron, en zijn zonen wasten daaruit hun handen en hun voeten; de eerste reeds nu, voordat hij de priesterbezigheden (vs.29) verrichtte, Aaron en zijn zonen van de tijd af, dat zij de priesterdienst overnamen.
32. Als zij ingingen in de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wasten zij zich, zoals de HEERE (hoofdstuk 30:19 vv.) aan Mozes geboden had, en zo deed hij ook zelf.
33. Hij richtte ook de voorhof op, de 60 zuilen met de behangsels (hoofdstuk 27:9 vv.) rondom de tabernakel en het brandofferaltaar, en hij hing het deksel (hoofdstuk 27:16) van de door de pilaren (4-8) aan de oostzijde gevormde poort van de voorhof op. Zo voleindigde Mozes het werk.
34. a) Toen, in hetzelfde uur, dat nu alles gereed was, voordat Mozes de eerste priesterbezigheden (23:27,29) verrichtte, bedekte de wolk de tent der samenkomst. In deze wolk was de Heere tot hiertoe bij Zijn volk aanwezig geweest, om het op zijn tochten te vergezellen (hoofdstuk 13:21 vv.); deze had zich, sedertdien (hoofdstuk 33:7 vv.) van de top van de berg op de tent van Mozes neergelaten zo dikwijls hij die betrad (Numeri. 10:11 vv.); en de heerlijkheid van de HEERE, de Schechinah, zoals de Joden haar noemen, te onderscheiden van de wolk, vervulde de tabernakel.
a) 1 Kon.8:10
35. Zodat Mozes eerst een geruime tijd niet kon ingaan in de tent der samenkomst, 1) omdat de wolk daarop bleef, en de met deze in verband staande heerlijkheid van de HEERE 2) de tabernakel vervulde, eerst het voorhof, daarna het Heilige, totdat zij in het Allerheilige zich tussen de cherubim op de Ark van het Verbond terugtrok en daar haarplaats innam (hoofdstuk 25:22); nu kon Mozes weer de tent binnentreden en als priester dienst doen.
1) Nog was het Gods tijd niet, dat Mozes zou ingaan in de tent der samenkomst. De glans van Gods heiligheid vervulde haar geheel en al. Eerst straks (Leviticus. 1:1) geeft de Heer zijn dienstknecht vrijheid om in te gaan. Terwijl dan de wolk het uitwendig gedeelte van de Schechinah, of Goddelijke inwoning, de tent van buiten bedekte, scheen het inwendig gedeelte daarvan in volle heerlijkheid binnen de tabernakel.
2) Volgens Leviticus. 16:2 was de heerlijkheid van de Heeren of de Schechinah niets anders dan een wolk; deze is om zo te zeggen een vertakking van de andere wolk, die zich buiten op de tabernakel gelegerd had. Voortaan is in twee?n verdeeld, wat tot hiertoe met elkaar verbonden was; de ene wolk, die uitwendig zichtbaar is en waarvan verder in vs.36-38 sprake is, wijst alleen Jehova?s aanwezigheid aan; de tweede wolk is die, welke werkelijk Jehova?s aanwezigheid in zich sluit, die ook in latere tijden het volk van God bijbleef, toen de eerste niet meer nodig was en daarom verdween (zie Jozua 3.6). Dit onderscheid is reeds enigszins op te merken in hoofdstuk 16:9 vv.: nu is de onderscheiding meer noodzakelijk, daar de aanwezigheid van de Heere aan een plaats zich gebonden heeft, die voor het volk en de gewone priesters gesloten en voor de Hogepriester slechts eens in het jaar toegankelijk is; terwijl de met deze aanwezigheid verbonden, onmiddelijke leiding en besturing van de Heere uitwendig voor de ogen zichtbaar blijven in de wolk- en vuurkolom.
36. Als nu de wolk, die op de tent gelegerd was, opgeheven werd van boven de tabernakel, zo reisden de kinderen van Israel voort in al hun reizen, zo gingen zij van de legerplaats heen en richtte zich op de weg, die deze aanwees.
37. Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet, maar bleven rusten, tot op de dag, dat zij opgeheven werd, 1) en daardoor het teken gaf om op te breken.
1) Door deze wolk hadden alzo de kinderen van Israel nog altijd hetzelfde uitwendige teken van de aanwezigheid van de Heere bij zich, dat vanaf het begin van hun reis bij hen geweest was; zij waren in niets bij vroeger verkort, hoewel de eigenlijke aanwezigheid van de Heere nu meer aan het Allerheilige gebonden was.
Het ontbrak Israel daarom aan niets. Voor alles zorgde de Heere. Aan zijn hand kon het gelukkig voortgaan. Zijn wet had het ontvangen. De tabernakel was in hun midden als zeker onderpand van Zijn goddelijke samenwoning met Zijn volk en Hij zelf, in de wolk- en vuurkolom, wees hun de weg. Wel mocht Israel een welgelukzalig volk worden genoemd; een volk, verlost door de Heere.
38. Want de wolk van de HEERE was op de tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, en was dus te allen tijde voor de ogen van het gehele huis van Israel, in al hun reizen 1) (Numeri. 9:15 vv.; 13:33 vv. Deuteronomium. 1:33).
1) Op dezelfde dag van het vorige jaar waren de kinderen van Israel nog in Egypte; hoeveel is er dus in ??n jaar geschied! Wat is de toestand van de volken veranderd! Zo kan God een lang wachten door een spoedige hulp vergoeden.
SLOTWOORD.
God belooft, de mens moet geloven. Dit is de regel in het koninkrijk van God. Immers Gods beloften zijn op tijd; het geloof heeft ze, maar in de toekomst. Abraham had voor zichzelf niets in eigendom van het land Kana?n, en toch had hij voor zichzelf en zijn kinderen dat land veel zekerder in eigendom, dan de toenmalige inwoners het in bezit hadden, want menigeen is bezitter van goed, dat hij zijn kinderen niet kan nalaten. Doch hoe wonderlijk zijn Gods wegen! Hij begint Zijn beloften te vervullen met de kinderen van Jakob te verwijderen uit het land, dat het hunne is, en hen te verdrukken, die tot heerlijkheid bestemd zijn. Nee, niet in Kana?n moesten zij vermenigvuldigd worden, maar in Egypte. God had hiervoor Zijn redenen. Zij moesten in een gevestigde en geregelde staat, ja, in het beschaafdste en machtigste rijk van de wereld ontwikkeld, opgevoed, verdrukt, en vervolgens daaruit verlost worden.
De geschiedenis van die verdrukking en verlossing geeft ons dit boek, dat in het Hebreeuws genoemd wordt: Defer Sjemoth (boek van de namen) of, naar de woorden, waarmee het aanvangt: we?lae sjemoth (dit nu zijn namen), naar het Grieks: Exodus of uittocht, omdat hierin beschreven wordt, hoe de kinderen Israels uit Egypte verlost zijn, en wat kort v??r en na die uittocht hun overkomen is. Het loopt Jozef?s dood tot het bouwen van de tabernakel, omvattende een tijdvak van ongeveer 145 jaar. Wij zien eerst het volk als een slavenvolk bij de ticheloven en ten laatste als een Verbondsvolk met het heiligdom van God in hun midden, eerst gedwongen te gehoorzamen aan de willekeur van een tiran, daarna gezegend met de wetten en instellingen van Jehova, die beter zijn dan uitgegraven fijn goud, en met een dienst van de Heere, die een afschaduwing is van het hoogste heil, van de genade in onze Heere Jezus Christus. Dat is Israel geworden niet door verdienste, want het betoonde zich een weerstrevend volk, maar door de genade van God, Wiens trouw niet bezweek, die met almacht en wijsheid hen leidde en opvoedde.
In algemene trekken schetst ons Ezechi?l hun overhelling tot de afgoderij van Egypte (Ezech.23; 20:7,8) gedurende dat tijdperk, een neiging, die Jozua, in veel latere dagen nog te bestrijden en uit te roeien had (Jozua 24:14), maar voornamelijk bespeuren wij haar daarin, dat zij in de woestijn die God, die hen uit Egypte had verlost, naar de wijze van Egypte onder het beeld van een stier wensen te vereren; ja, zelfs na de uitroeiing van de openbare afgoderij, maakten zij zich in het geheim schuldig aan de aanbidding van zon en maan, en zelfs aan de
gruwelijkste afgoderij van Egypte, de dienst van de Saturms of veldgoden (Amos 5:25,26 Leviticus. 17:7). In de tijd van hun smadelijke slavernij was vooral de volksgeest diep verbasterd, zodat zij, zelfs bij het genot van de leiding van God te midden van de woestijn, hun vrijheid en zelfstandigheid te duur gekocht achtten, omdat zij voor haar de geriefelijkheden moesten ten offer brengen, die het leven in Egypte hun verschaft had. Zij waren geworden tot een volk, gewoon het slavenjuk te dragen; een volk verwijfd van zeden, weerbarstig tegen alle tucht, wuft en onstandvastig in al zijn doen. Juist hetgeen hen als hun grootste voorrecht eigenaardig van alle overige volken zou moeten onderscheiden, was hun in de hoogste mate onverschillig; ja, van alle bewoners van de aarde schenen zij de allerongeschikste tot het verwezelijken van de grote heilsgedachten van God (Deuteronomium. 9:4,5). In die toestand was het, dat de Heere, om de beloften, die Hij de vaderen geschonken had, ter wille van de zegen, die door dat volk over alle geslachten komen zou, Israel met machtige hand uit Egypte redde.
Bij de behandeling van de historische en profetische boeken, geschreven v??r de ballingschap, zullen we gelegenheid hebben aan te tonen, dat gebruiken, daarin meegedeeld niet strijden tegen de opvatting, dat de tabernakel, zoals deze in dit boek beschreven wordt, ook werkelijk in de woestijn is opgesteld; dat het priesterschap onder Israel in de woestijn en later in Kana?n v??r Salomo?s dagen is ingericht, zoals dit ook hier is beschreven, en daardoor de waarheid te handhaven, dat Exodus evenzeer als Leviticus, niemand minder dan Mozes zelf, gedreven door de Heilige Geest, tot schrijver heeft gehad.
Het gehele boek, in het bijonder de geschiedenissen van Israels verdrukking, van Mozes? roeping, van Israels Verbondsbreuk bij de berg Sina?, vertonen zo duidelijk de sporen, dat een oor- en ooggetuige dit alles meedeelt, dat men waarlijk willens blind moet zijn, om te kunnen vast stellen, dat eerst vele jaren later het boek Exodus is opgesteld.
Wat in strijd schijnt te zijn met wetten en rechten hier gegeven, blijkt bij een gezonde, onbevooroordeelde uitlegging dit niet te wezen, indien men elke verandering of gewijzigde wetordening, indien men elke zaak, die in strijd met deze wettelijke verordeningen schijnt te zijn, slechts beschouwt uit het oogpunt van veranderde tijdsomstandigheden, of van ongestalten, waarin Israel in latere dagen verkeerde.
En overigens blijkt genoegzaam, dat ?n in de dagen van de Richteren, ?n in die van Samu?l en David de wetten hier en in de volgende boeken meegedeeld, de grondslag uitmaakten van het theocratisch gebouw, dat door hen werd hersteld en opgebouwd; dat de psalmist verheerlijkt en bezingt, wat de Heere God in wet en schaduwdienst had gegeven aan Zijn volk; dat de profeet uit deze boeken put en zijn voorspellingen met hetgeen hierin beschreven is en wordt, in verband brengt.
De psalmisten en profeten zijn dikwijls niet te verstaan, indien men niet mag aannemen, dat God Zijn rechten en instellingen, omtrent de verering van Zijn Heilig Wezen in de woestijn, aan Israel heeft bekend gemaakt.
Bovendien, wat voor het levend geloof alles afdoet, onze Heere en Zaligmaker heeft aan niemand anders dan aan Mozes het auteurschap van de gehele Pentateuch toegekend, en tegenover hen, die ervan spreken, dat op het gebied van de kritiek, de Heere noch Zijn Apostelen mag worden aangehaald, brengen ook wij het woord in herinnering van Hermannus Witsius*): Christus Jezus en de Apostelen mogen geen doctoren in de kritiek zijn geweest, zoals zij willen geacht worden, die zich heden de heerschappij van de wetenschappen in iedere tak van wetenschap toekennen; zij zijn echter doctoren van de waarheid geweest, en hebben niet geduld dat zij door een algemene onkunde van zaken of door een verreikende list bedrogen werden. Zij zijn althans niet in de wereld gekomen, om algemeen verspreide dwalingen te helpen voortbreiden, en door het gezag van hun naam te bevestigen, noch om deze dwalingen niet alleen door de Joden, maar ook door de volken, die op het nauwst met hen verbonden waren, wijd en zijd uit te strooien.
*) Miscell. ss. L. p.117
De hoofdpersoon in dit boek, Mozes, door Egypte?s vorstenhuis zelf gevoed en onderwezen, de man, die de versmaadheid van Gods volk boven al de heerlijkheid van Egypte stelde, de zachtmoedige onder de mensenkinderen, die van ijver voor het huis van de Heere verteert, en nochthans zijn ziel wil stellen voor zijn volk, de knecht van God, die met Hem sprak, zoals een man spreekt met zijn naaste, de Middelaar van het Verbond, die de woorden van Gods eigen lippen verneemt, is de type van Hem, die alle verloste eeuwige dank en aanbidding zullen toebrengen en voor wie Mozes zelf neerknielt. Ook deze middelaar wordt in de hemel niet vergeten, daar zingen de gezaligden het lied van Mozes en het Lam.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Wij kunnen geen enkel werk dat Hij verricht heeft begrijpen, tenzij wij Zijn plaatsvervangend offer begrijpen. Christus is een slot zonder sleutel; Hij is een doolhof zonder leidraad, totdat wij Hem kennen als de Verlosser.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 40
Exodus 40:34.KruisverwijzingenNumeri 9:15→Openbaring 15:8→Exodus 14:24→Exodus 14:19→2 Kronieken 7:2→Exodus 13:21→2 Kronieken 5:13→Exodus 29:43→
— Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel.
De tabernakel was het beeld van onze Heere Jezus Christus, want God woont onder ons in Christus. “En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond” — heeft onder ons getabernakeld — zegt de geliefde apostel (Joh. 1:14). God woont niet in tempelen die met handen gemaakt zijn, maar de tempel van God is Christus Jezus: “Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk” (Kol. 2:9). Jezus is dus de tabernakel die de Heere heeft opgericht en niet een mens, en onze eerste en meest wezenlijke gedachte van Hem moet die van Zijn ambt als Verlosser zijn.
Onze Heere komt in nog andere hoedanigheden tot ons, en Hij is heerlijk in alle — maar ontvangen wij Hem niet als Verlosser, dan hebben wij het wezen van Zijn karakter gemist, de grondgedachte van wie Hij is. Wanneer Hij uitkomt in het kleed dat in bloed gedoopt is, wijken velen van Hem; zij kunnen het verzoenend offer niet verdragen. Maar nooit is Hij in onze ogen zo onvergelijkelijk lieflijk als wanneer wij Hem zien, onze zonden dragende in Zijn lichaam op het hout, en de overtreding wegnemende door Zichzelf tot Plaatsvervanger van Zijn volk te stellen.
Laat dit dan onze grondgedachte van Christus zijn: Hij “heeft ons verlost van den vloek der wet” (Gal. 3:13). Ja, met betrekking tot Christus moeten wij Zijn verlossingswerk beschouwen als de grondslag van Zijn triomfen en van Zijn heerlijkheid — “het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende” (1 Petr. 1:11). Wij kunnen geen enkel werk dat Hij verricht heeft begrijpen, tenzij wij Zijn plaatsvervangend offer begrijpen. Christus is een slot zonder sleutel; Hij is een doolhof zonder leidraad, totdat wij Hem kennen als de Verlosser.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
OPRICHTING EN INWIJDING VAN DE TENT DER SAMENKOMST.
I. Vers 1-16
Nadat de verschillende stukken vervaardigd en goedgekeurd waren, ontvangt Mozes, in het begin van het tweede jaar van de uittocht, bevel van God, om met de oprichting van de tent en de plaatsing van de gereedschappen aan te vangen, en daarna de wijding, als ook die van de priesters, te doen plaatshebben.
1. Verder sprak de HEERE uit de voorlopige tent (hoofdstuk 33:7 vv.) tot Mozes, zeggende:
2. Op de dag van de eerste maand, Abib, die weer spoedig aan zal breken (hoofdstuk 12:1 vv.), te weten op de eerste dag van de maand, 1) zult gij de tabernakel, de tent der samenkomst, 2) die nu in al zijn delen gereed is, oprichten.
1) Alles geschiedt volgens Goddelijk bevel. Ook de oprichting van de tabernakel. God, de Heere, is van alles het begin en het einde.
2) Deze woorden zijn een volledige beschrijving van de plaatsen, daar God zijn woning in het midden van Israel wilde vestigen. Deze was niet alleen een tabernakel, een woning voor de Goddelijke Majesteit, maar ook een tent, een beweeg- en draagbare tempel en heiligdom, ja, een tent der samenkomst, waarnaar alle de stammen van Israel toe vloeiden en als onder een banier verzameld werden, evenals in meerdere nadruk en algemeenheid geschieden zou onder de banier, die God onder de heidenen zou oprichten (Jesaja 11:12)
3. En gij zult aldaar, in de voor het Allerheilige bestemde ruimte, zetten de Ark 1) van de Getuigenis; en gij zult de Ark (hoofdstuk 26:32) met de voorhang bedekken, die het Allerheilige en Heilige van elkaar scheidt.
1) De Ark moest eerst aldaar ingeplaatst worden, omdat deze was de troon van de grote Koning en de bewaarplaats van de tafelen van de wet.
4. a) Daarna zult gij de tafel daarin brengen, aan de noordzijde van het Heilige, en gij zult schikken wat daarop te schikken is, namelijk de toonbroden (vs.23 Leviticus. 24:5 vv. 24.5); b)gij zult ook aan de zuidzijde, tegenover de tafel, de kandelaar daarin brengen, en zijn zeven lampen aansteken.
a) Ex.26:35 b) Ex.27:20
5. En gij zult tegen het westen het gouden altaar ten reukwerk voor het voorhangsel, dat de Ark van de Getuigenis bedekt (vs.3), zetten; dan zult gij het uit vier stoffen gewerkte deksel (hoofdstuk 26:36 vv.), van de deur van de tabernakel aan de oostelijke uitgang van de tent ophangen.
6. Gij zult ook het brandofferaltaar zetten voor de deur van de tabernakel, van de tent der samenkomst, ongeveer in het midden van de ruimte van de voorhof.
7. En gij zult het wasvat zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het brandofferaltaar (vs.6) en gij zult water daarin doen.
8. Daarna zult gij de voorhof, de zestig pilaren met hun bedeksels (hoofdstuk 27:9 vv.) rondom de tabernakel zetten, en gij zult het tweede, 20 el brede (hoofdstuk 27:16) deksel ophangen aan de poort van de voorhof, aan de vier middelste pilaren van de oostzijde.
9. Dan, als Ik u vooraf van de alzo opgerichte tabernakel de offerwet (Leviticus. 1-7) zal meegedeeld hebben, en dan ook de (Ex.29) bevolen priesterwijding geschieden kan (Leviticus. 8), zult gij de volgens de voorschriften (hoofdstuk 30:22 vv.) bereidde zalfolie nemen, en zalven de tabernakel, en al wat daarin is, zowel in het Allerheilige als in het Heilige; en gij zult deze door die zalving heiligen, met al zijn gereedschap, en het zal een heiligheid zijn.
10. a) Gij zult ook, bij gelegenheid van de priesterwijding, het brandofferaltaar zalven, en al zijn gereedschap (hoofdstuk 27:3), en gij zult het altaar heiligen, en het altaar zal Heiligheid der Heiligheden zijn. 1)
1) Het onderscheid tussen “heilig” en “allerheilig” of “Heiligheid der Heiligheden” komt, zoals wij gezien hebben, zij bij het heiligdom in twee?rlei opzicht voor. Ten opzichte van de Heere is datgene allerheilig, wat het dichtst bij Hem staat en Zijn eigenlijke woonplaats vormt, dus de achterste ruimte van de tabernakel: heilig was, wat zich onmiddellijk daarvoor bevond, maar toch door een voorhangsel daarvan gescheiden was (hoofdstuk 26:33). Ten opzichte van het volk: hier moet datgene, wat aan de aanraking van de leken en alzo wat het meest aan ontwijding blootgesteld is, tegen zulk een ontwijding voor des te scherper afzondering beschermd, of hoogheilig gemaakt worden, en de afzondering geschiedt door de bepaling, dat, wie de plaats of het voorwerp aanroert, daardoor heilig, dat is aan verschillende, anders alleen dan priesters bevolen verplichtingen onderworpen wordt (hoofdstuk 29:37; 30:29 Leviticus. 6:18). Wat echter slechts voor de priesters toegankelijk en om zijn grote heiligheid minder aan het gevaar is blootgesteld, om ontwijd te worden, wordt in dit verband slechts heilig geacht.
11. Dan zult gij het wasvat zalven, en diens voet, het daaronder geplaatste bekken, waarin het water gelaten wordt (hoofdstuk 30:18); en gij zult het heiligen.
12. Gij zult ook Aaron en zijn zonen, op de voor de wijding nader te bepalen dag doen naderen tot de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen in het bekken van het wasvat met water wassen.
13. En gij zult Aaron, de hogepriester, de voor hem bestemde heilige kleren (hoofdstuk 28:4 vv.) aantrekken; en gij zult hem zalven, en hem heiligen, dat hij Mij het priesterambt in de hoogste zin van het woordbedient.
14. Gij zult ook daarna zijn tot gewone priesters bestemde zonen doen naderen, en zult hen de (hoofdstuk 28:40) met hun toebehoren beschreven rokken aantrekken.
15. En gij zult hen zalven, zoals gij hun vader zult gezalfd hebben, dat zij, hoewel in mindere zin, Mij het priesterambt bedienen. En het zal geschieden, dat hun hun zalving zal zijn tot een eeuwig priesterdom bij hun geslachten: 1) ten gevolge van deze zalving zal hun voor alle volgende tijden en in alle volgende geslachten het priesterschap in Israel toebehoren.
1) De Joodse overlevering verstaat deze woorden zo, alsof deze zalving van de zonen van Aaron voor de gehele toekomst voldoende ware, en beweert dien ten gevolge, dat de zalving en verdere wijding later alleen bij de Hogepriester herhaald is, terwijl de gewone priesters, bij het aanvaarden van hun ambt, alleen een spijsoffer voor zich hadden te brengen (Leviticus. 6:12). Dit is een misverstand; de zin is veeleer, dat de zalving van Aaron en zijn zonen als een enige instelling voor het priesterschap gelden zou, en dit voor alle tijden de Aaronieten waarborgen zou, waarbij, zoals vanzelf spreekt, wordt ondersteldt, dat zij bij ieder in dat ambt tredend geslacht moest vernieuwd of herhaald worden.
16. Mozes nu deed 1) het naar alles, wat hem de HEERE geboden had: alzo deed hij; op de (vs.2) aangewezen dag richtte hij de tabernakel op (vs.17 vv.) en liet enige dagen later de zalving van deze tegelijk met de priesterwijding plaats hebben (Leviticus. 8).
1) Hier en later wordt er weer gedurig op gewezen, dat Mozes niets deed dan op bevel van God en naar de verordeningen, hem geschonken. Dit dient, om de tederheid en getrouwheid van Mozes te kennen te geven. Hij was getrouw in zijn huis en daarmee weer een type van de grote Middelaar van het Nieuwe Verbond.
II. Vers 17-38
Als, met het begin van het tweede jaar na de uittocht, de tabernakel met zijn verschillende gereedschappen door Mozes opgericht is, neemt de Heere aanstonds bezit van Zijn woning, de wolk plaatst zich boven de tabernakel, en in het Allerheilige gaat de heerlijkheid van de Heere, om daar voortdurend te wonen.
17. Had de Heere voor een jaar iets nieuws met Zijn volk begonnen (hoofdstuk 12:1 vv.), thans wilde Hij op de eerste dag van het tweede jaar weer iets nieuws aan Zijn volk geven, door woning in hun midden te maken. En het geschiedde in de eerste maand, in a) het tweede jaar, op de eerste dag van de maand, dat de tabernakel opgericht werd.
a) Numeri. 7:1
18. Want Mozes, die volgens bevel van de Heere het werk te leiden had, richtte de tabernakel op, en zette, door de hand van de bouwmeester en de werklieden (hoofdstuk 36:1 vv.), zijn voeten, groef de 100 zilveren en 5koperen voetstukken, waarin de 48 planken en 9 pilaren, volgens (hoofdstuk 26:15-37), staan moesten in de aarde, en stelde in 96 van deze voetstukken, de beide punten van de stijlen, of planken, uit welke het houten geraamte van de tent bestaan zou, en hij zette zijn driemaal vijf richels daaraan, om deze stijlen te verbinden; van deze werden de middelste midden door de planken gestoken, en hij richtte in de 9 overige, deels zilveren, deels koperen voetstukken, de pilaren op; in de eerste vier de pilaren voor het buitenste voorhangsel.
19. En hij spreidde, nadat hij inwendig aan de drie wanden en boven aan het open dekstuk van het zo opgezette geraamte de binnenste uit twee afdelingen bestaande tapijten (hoofdstuk 26:1-6) aangebracht had, de tent, het onderste of geitenharen bedeksel (hoofdstuk 26:7-13) uit over de tabernakel, zodat het nu reeds een werkelijke woning vormde, en hij zette het deksel van de tent, dat uit twee tapijten bestond, het een uit rode ramsvellen, het andere uit huiden van zeekalven vervaardigd (hoofdstuk 26:14), daar bovenop, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
20. Voorts nam hij, en legde de getuigenis, de beide door hem gehouwen en door God zelf met de tien woorden beschreven tafelen (hoofdstuk 34:6,28) in de Ark, (hoofdstuk 25:10-12,16), en deed de handbomen aan de Ark (vs.13-15), en hijzette het Verzoendeksel (vs.17 vv.) bovenop de Ark.
21. En hij bracht de volledig toegeruste Ark in het achterste gedeelte van de tabernakel, en a) hij hing de voorhang van het deksel op, en bedekte de Ark van de Getuigenis, zoals de HEERE aan Mozes (vs.3) geboden had.
a) Ex.35:12.
22. Hij zette ook de tafel in het voorste gedeelte van de tent der samenkomst, aan de rechterzijde van de tabernakel tegen het noorden, buiten de voorhang.
23. En hij schikte daarop het brood in orde, hij legde twaalf toonbroden in twee afdelingen voor het aangezicht des HEEREN (hoofdstuk 39:36 Leviticus. 24:5 vv.), zoals de HEERE aan Mozes geboden had (hoofdstuk 25:30).
24. Hij zette ook de kandelaar in de tent der samenkomst, in het voorste gedeelte of het Heilige, recht over de tafel, aan de linkerzijde van de tabernakel, zuidwaarts.
25. En hij stak de lampen aan voor het aangezicht des HEEREN, zoals de HEERE (hoofdstuk 25:37) aan Mozes geboden had.
26. En hij zette het gouden reukaltaar midden tussen de tafel en de kandelaar, in de tent der samenkomst, voor de voorhang, in de onmiddelijke nabijheid daarvan (hoofdstuk 30:6).
27. En hij stak daarop aan een reukwerk van welriekende specerijen, zoals de HEERE aan Mozes geboden had. (hoofdstuk 30:7,35).
28. Hij hing ook het tot een voorhang voor het Heilige bestemde deksel (hoofdstuk 26:36 vv.) van de in de vijf pilaren gevormde deur van de tabernakel.
29. En hij zette het brandofferaltaar (hoofdstuk 27:1 vv.), het omkleedsel nog met aarde en stenen vullende, aan de deur van de tabernakel, van de tent der samenkomst; en hij offerde daarop, als priester, zoals hij voorheen (vs.27) ook het eerste reukwerk aangestoken, en (vs.24) de eerste toonbroden gelegd had, brandoffer, en spijsoffer, zoals de HEERE aan Mozes geboden had (hoofdstuk 29:38).
1) Deze priesterdienst nam Mozes ook de volgende dagen waar, tot aan de wijding van Aaron en zijn zonen (Leviticus. 8). De woning met haar gereedschappen was nog niet gezalfd; dit geschiedde eerst op de dag van de priesterwijding; maar zij was toch reeds in zichzelf heilig, daar zij daar naar de voorschriften van de Heere gebouwd en opgericht was, zoals dan ook (vs.35) de heerlijkheid van de Heere de woning vervuld heeft, nog voordat de zalving had plaats gehad. De zalving had slechts plaats voor de dienst van de priesters of het gebruik van het volk.
De heerlijkheid van de Heere vervult de tabernakel voor de wijding van de priesters en de daarmee verbonden zalving van de tabernakel en van zijn gereedschappen. Want volgens Leviticus. 1:1 gaf de Heere, vanuit de tabernakel tot Mozes sprekende, de offerwetten, welke v??r de wijding van de priesters afgekondigd werden en daarbij reeds werden opgevolgd. Als echter de heerlijkheid van de Heere in de tabernakel woning had gemaakt, durfde Mozes ook niet nalaten, het voo iederen morgen en iedere avond voorgeschreven offer te brengen en door middel daarvan de gemeente met haar God in geestelijke levensgemeenschap te zetten, totdat Aaron en zijn zonen voor deze dienst waren gewijd.
30. Hij zette ook het koperen wasvat tussen de tent der samenkomst, en tussen het ongeveer 15 el vandaar staande brandofferaltaar, enige schreden ter zijde, noordwaarts; en hij deed water daarin om te wassen.
31. En Mozes en Aaron, en zijn zonen wasten daaruit hun handen en hun voeten; de eerste reeds nu, voordat hij de priesterbezigheden (vs.29) verrichtte, Aaron en zijn zonen van de tijd af, dat zij de priesterdienst overnamen.
32. Als zij ingingen in de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wasten zij zich, zoals de HEERE (hoofdstuk 30:19 vv.) aan Mozes geboden had, en zo deed hij ook zelf.
33. Hij richtte ook de voorhof op, de 60 zuilen met de behangsels (hoofdstuk 27:9 vv.) rondom de tabernakel en het brandofferaltaar, en hij hing het deksel (hoofdstuk 27:16) van de door de pilaren (4-8) aan de oostzijde gevormde poort van de voorhof op. Zo voleindigde Mozes het werk.
34. a) Toen, in hetzelfde uur, dat nu alles gereed was, voordat Mozes de eerste priesterbezigheden (23:27,29) verrichtte, bedekte de wolk de tent der samenkomst. In deze wolk was de Heere tot hiertoe bij Zijn volk aanwezig geweest, om het op zijn tochten te vergezellen (hoofdstuk 13:21 vv.); deze had zich, sedertdien (hoofdstuk 33:7 vv.) van de top van de berg op de tent van Mozes neergelaten zo dikwijls hij die betrad (Numeri. 10:11 vv.); en de heerlijkheid van de HEERE, de Schechinah, zoals de Joden haar noemen, te onderscheiden van de wolk, vervulde de tabernakel.
a) 1 Kon.8:10
35. Zodat Mozes eerst een geruime tijd niet kon ingaan in de tent der samenkomst, 1) omdat de wolk daarop bleef, en de met deze in verband staande heerlijkheid van de HEERE 2) de tabernakel vervulde, eerst het voorhof, daarna het Heilige, totdat zij in het Allerheilige zich tussen de cherubim op de Ark van het Verbond terugtrok en daar haarplaats innam (hoofdstuk 25:22); nu kon Mozes weer de tent binnentreden en als priester dienst doen.
1) Nog was het Gods tijd niet, dat Mozes zou ingaan in de tent der samenkomst. De glans van Gods heiligheid vervulde haar geheel en al. Eerst straks (Leviticus. 1:1) geeft de Heer zijn dienstknecht vrijheid om in te gaan. Terwijl dan de wolk het uitwendig gedeelte van de Schechinah, of Goddelijke inwoning, de tent van buiten bedekte, scheen het inwendig gedeelte daarvan in volle heerlijkheid binnen de tabernakel.
2) Volgens Leviticus. 16:2 was de heerlijkheid van de Heeren of de Schechinah niets anders dan een wolk; deze is om zo te zeggen een vertakking van de andere wolk, die zich buiten op de tabernakel gelegerd had. Voortaan is in twee?n verdeeld, wat tot hiertoe met elkaar verbonden was; de ene wolk, die uitwendig zichtbaar is en waarvan verder in vs.36-38 sprake is, wijst alleen Jehova?s aanwezigheid aan; de tweede wolk is die, welke werkelijk Jehova?s aanwezigheid in zich sluit, die ook in latere tijden het volk van God bijbleef, toen de eerste niet meer nodig was en daarom verdween (zie Jozua 3.6). Dit onderscheid is reeds enigszins op te merken in hoofdstuk 16:9 vv.: nu is de onderscheiding meer noodzakelijk, daar de aanwezigheid van de Heere aan een plaats zich gebonden heeft, die voor het volk en de gewone priesters gesloten en voor de Hogepriester slechts eens in het jaar toegankelijk is; terwijl de met deze aanwezigheid verbonden, onmiddelijke leiding en besturing van de Heere uitwendig voor de ogen zichtbaar blijven in de wolk- en vuurkolom.
36. Als nu de wolk, die op de tent gelegerd was, opgeheven werd van boven de tabernakel, zo reisden de kinderen van Israel voort in al hun reizen, zo gingen zij van de legerplaats heen en richtte zich op de weg, die deze aanwees.
37. Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet, maar bleven rusten, tot op de dag, dat zij opgeheven werd, 1) en daardoor het teken gaf om op te breken.
1) Door deze wolk hadden alzo de kinderen van Israel nog altijd hetzelfde uitwendige teken van de aanwezigheid van de Heere bij zich, dat vanaf het begin van hun reis bij hen geweest was; zij waren in niets bij vroeger verkort, hoewel de eigenlijke aanwezigheid van de Heere nu meer aan het Allerheilige gebonden was.
Het ontbrak Israel daarom aan niets. Voor alles zorgde de Heere. Aan zijn hand kon het gelukkig voortgaan. Zijn wet had het ontvangen. De tabernakel was in hun midden als zeker onderpand van Zijn goddelijke samenwoning met Zijn volk en Hij zelf, in de wolk- en vuurkolom, wees hun de weg. Wel mocht Israel een welgelukzalig volk worden genoemd; een volk, verlost door de Heere.
38. Want de wolk van de HEERE was op de tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, en was dus te allen tijde voor de ogen van het gehele huis van Israel, in al hun reizen 1) (Numeri. 9:15 vv.; 13:33 vv. Deuteronomium. 1:33).
1) Op dezelfde dag van het vorige jaar waren de kinderen van Israel nog in Egypte; hoeveel is er dus in ??n jaar geschied! Wat is de toestand van de volken veranderd! Zo kan God een lang wachten door een spoedige hulp vergoeden.
SLOTWOORD.
God belooft, de mens moet geloven. Dit is de regel in het koninkrijk van God. Immers Gods beloften zijn op tijd; het geloof heeft ze, maar in de toekomst. Abraham had voor zichzelf niets in eigendom van het land Kana?n, en toch had hij voor zichzelf en zijn kinderen dat land veel zekerder in eigendom, dan de toenmalige inwoners het in bezit hadden, want menigeen is bezitter van goed, dat hij zijn kinderen niet kan nalaten. Doch hoe wonderlijk zijn Gods wegen! Hij begint Zijn beloften te vervullen met de kinderen van Jakob te verwijderen uit het land, dat het hunne is, en hen te verdrukken, die tot heerlijkheid bestemd zijn. Nee, niet in Kana?n moesten zij vermenigvuldigd worden, maar in Egypte. God had hiervoor Zijn redenen. Zij moesten in een gevestigde en geregelde staat, ja, in het beschaafdste en machtigste rijk van de wereld ontwikkeld, opgevoed, verdrukt, en vervolgens daaruit verlost worden.
De geschiedenis van die verdrukking en verlossing geeft ons dit boek, dat in het Hebreeuws genoemd wordt: Defer Sjemoth (boek van de namen) of, naar de woorden, waarmee het aanvangt: we?lae sjemoth (dit nu zijn namen), naar het Grieks: Exodus of uittocht, omdat hierin beschreven wordt, hoe de kinderen Israels uit Egypte verlost zijn, en wat kort v??r en na die uittocht hun overkomen is. Het loopt Jozef?s dood tot het bouwen van de tabernakel, omvattende een tijdvak van ongeveer 145 jaar. Wij zien eerst het volk als een slavenvolk bij de ticheloven en ten laatste als een Verbondsvolk met het heiligdom van God in hun midden, eerst gedwongen te gehoorzamen aan de willekeur van een tiran, daarna gezegend met de wetten en instellingen van Jehova, die beter zijn dan uitgegraven fijn goud, en met een dienst van de Heere, die een afschaduwing is van het hoogste heil, van de genade in onze Heere Jezus Christus. Dat is Israel geworden niet door verdienste, want het betoonde zich een weerstrevend volk, maar door de genade van God, Wiens trouw niet bezweek, die met almacht en wijsheid hen leidde en opvoedde.
In algemene trekken schetst ons Ezechi?l hun overhelling tot de afgoderij van Egypte (Ezech.23; 20:7,8) gedurende dat tijdperk, een neiging, die Jozua, in veel latere dagen nog te bestrijden en uit te roeien had (Jozua 24:14), maar voornamelijk bespeuren wij haar daarin, dat zij in de woestijn die God, die hen uit Egypte had verlost, naar de wijze van Egypte onder het beeld van een stier wensen te vereren; ja, zelfs na de uitroeiing van de openbare afgoderij, maakten zij zich in het geheim schuldig aan de aanbidding van zon en maan, en zelfs aan de
gruwelijkste afgoderij van Egypte, de dienst van de Saturms of veldgoden (Amos 5:25,26 Leviticus. 17:7). In de tijd van hun smadelijke slavernij was vooral de volksgeest diep verbasterd, zodat zij, zelfs bij het genot van de leiding van God te midden van de woestijn, hun vrijheid en zelfstandigheid te duur gekocht achtten, omdat zij voor haar de geriefelijkheden moesten ten offer brengen, die het leven in Egypte hun verschaft had. Zij waren geworden tot een volk, gewoon het slavenjuk te dragen; een volk verwijfd van zeden, weerbarstig tegen alle tucht, wuft en onstandvastig in al zijn doen. Juist hetgeen hen als hun grootste voorrecht eigenaardig van alle overige volken zou moeten onderscheiden, was hun in de hoogste mate onverschillig; ja, van alle bewoners van de aarde schenen zij de allerongeschikste tot het verwezelijken van de grote heilsgedachten van God (Deuteronomium. 9:4,5). In die toestand was het, dat de Heere, om de beloften, die Hij de vaderen geschonken had, ter wille van de zegen, die door dat volk over alle geslachten komen zou, Israel met machtige hand uit Egypte redde.
Bij de behandeling van de historische en profetische boeken, geschreven v??r de ballingschap, zullen we gelegenheid hebben aan te tonen, dat gebruiken, daarin meegedeeld niet strijden tegen de opvatting, dat de tabernakel, zoals deze in dit boek beschreven wordt, ook werkelijk in de woestijn is opgesteld; dat het priesterschap onder Israel in de woestijn en later in Kana?n v??r Salomo?s dagen is ingericht, zoals dit ook hier is beschreven, en daardoor de waarheid te handhaven, dat Exodus evenzeer als Leviticus, niemand minder dan Mozes zelf, gedreven door de Heilige Geest, tot schrijver heeft gehad.
Het gehele boek, in het bijonder de geschiedenissen van Israels verdrukking, van Mozes? roeping, van Israels Verbondsbreuk bij de berg Sina?, vertonen zo duidelijk de sporen, dat een oor- en ooggetuige dit alles meedeelt, dat men waarlijk willens blind moet zijn, om te kunnen vast stellen, dat eerst vele jaren later het boek Exodus is opgesteld.
Wat in strijd schijnt te zijn met wetten en rechten hier gegeven, blijkt bij een gezonde, onbevooroordeelde uitlegging dit niet te wezen, indien men elke verandering of gewijzigde wetordening, indien men elke zaak, die in strijd met deze wettelijke verordeningen schijnt te zijn, slechts beschouwt uit het oogpunt van veranderde tijdsomstandigheden, of van ongestalten, waarin Israel in latere dagen verkeerde.
En overigens blijkt genoegzaam, dat ?n in de dagen van de Richteren, ?n in die van Samu?l en David de wetten hier en in de volgende boeken meegedeeld, de grondslag uitmaakten van het theocratisch gebouw, dat door hen werd hersteld en opgebouwd; dat de psalmist verheerlijkt en bezingt, wat de Heere God in wet en schaduwdienst had gegeven aan Zijn volk; dat de profeet uit deze boeken put en zijn voorspellingen met hetgeen hierin beschreven is en wordt, in verband brengt.
De psalmisten en profeten zijn dikwijls niet te verstaan, indien men niet mag aannemen, dat God Zijn rechten en instellingen, omtrent de verering van Zijn Heilig Wezen in de woestijn, aan Israel heeft bekend gemaakt.
Bovendien, wat voor het levend geloof alles afdoet, onze Heere en Zaligmaker heeft aan niemand anders dan aan Mozes het auteurschap van de gehele Pentateuch toegekend, en tegenover hen, die ervan spreken, dat op het gebied van de kritiek, de Heere noch Zijn Apostelen mag worden aangehaald, brengen ook wij het woord in herinnering van Hermannus Witsius*): Christus Jezus en de Apostelen mogen geen doctoren in de kritiek zijn geweest, zoals zij willen geacht worden, die zich heden de heerschappij van de wetenschappen in iedere tak van wetenschap toekennen; zij zijn echter doctoren van de waarheid geweest, en hebben niet geduld dat zij door een algemene onkunde van zaken of door een verreikende list bedrogen werden. Zij zijn althans niet in de wereld gekomen, om algemeen verspreide dwalingen te helpen voortbreiden, en door het gezag van hun naam te bevestigen, noch om deze dwalingen niet alleen door de Joden, maar ook door de volken, die op het nauwst met hen verbonden waren, wijd en zijd uit te strooien.
*) Miscell. ss. L. p.117
De hoofdpersoon in dit boek, Mozes, door Egypte?s vorstenhuis zelf gevoed en onderwezen, de man, die de versmaadheid van Gods volk boven al de heerlijkheid van Egypte stelde, de zachtmoedige onder de mensenkinderen, die van ijver voor het huis van de Heere verteert, en nochthans zijn ziel wil stellen voor zijn volk, de knecht van God, die met Hem sprak, zoals een man spreekt met zijn naaste, de Middelaar van het Verbond, die de woorden van Gods eigen lippen verneemt, is de type van Hem, die alle verloste eeuwige dank en aanbidding zullen toebrengen en voor wie Mozes zelf neerknielt. Ook deze middelaar wordt in de hemel niet vergeten, daar zingen de gezaligden het lied van Mozes en het Lam.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel