Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen antwoorddeH6030MozesH4872, en zeideH559: Maar zieH2005, zij zullen mij nietH3808gelovenH539, nochH3808 mijn stemH6963horenH8085; wantH3588 zij zullen zeggenH559: De HEEREH3068 is u nietH3808verschenenH7200!Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen!
KJVAnd Moses2answered1and said,3But, behold, they will not believe6me, nor hearken9unto my voice:10for they will say,12The LORD16hath not appeared
1וַיַּ֤עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וַיֹּ֔אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4וְהֵן֙H2005ziet, ziebehold, if, lo, though5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יַאֲמִ֣ינוּH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right7לִ֔י8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יִשְׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10בְּקֹלִ֑יH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell11כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12יֹֽאמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14נִרְאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
2En de HEERE zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de HEEREH3068zeideH559totH413 hem: WatH4100 is er in uw handH3027? En hij zeideH559: Een stafH4294.En de HEERE zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.
KJVAnd the LORD3said1unto him, What is that in thine hand?6And he said,7A rod.
3En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En Hij zeideH559: WerpH7993 hem ter aardeH776. En hij wierpH7993 hem ter aardeH776! Toen werdH1961 hij tot een slangH5175; en MozesH4872vloodH5127 van haar.En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.
KJVAnd he said,1Cast2it on the ground.3And he cast4it on the ground,5and it became a serpent;7and Moses9fled8from before
4Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: StrekH7971 uw hand uit, en grijpH270 haar bij haar staartH2180! Toen strekteH7971 hij zijn hand uit, en vatteH2388 haar, en zij werd tot een stafH4294 in zijn hand.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.
Ook in dit vers
handH3027
handH3027
handH3709
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Put forth5thine hand,6and take7it by the tail.8And he put forth9his hand,10and caught11it, and it became a rod14in his hand:
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5שְׁלַח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6יָֽדְךָ֔H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וֶאֱחֹ֖זH270bevangen, vast, bezitters[phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion)8בִּזְנָב֑וֹH2180staart, staartentail9וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10יָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11וַיַּ֣חֲזֶקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand12בּ֔וֹ13וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לְמַטֶּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe15בְּכַפּֽוֹH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon
5Opdat zij geloven, dat u verschenen is de HEERE, de God hunner vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5OpdatH4616 zij gelovenH539, datH3588 u verschenenH7200 is de HEEREH3068, de GodH430 hunner vaderenH1, de GodH430 van AbrahamH85, de GodH430 van IzakH3327, en de GodH430 van JakobH3290.Opdat zij geloven, dat u verschenen is de HEERE, de God hunner vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob.
KJVThat they may believe2that the LORD6God7of their fathers,8the God9of Abraham,10the God11of Isaac,12and the God13of Jacob,14hath appeared
1לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2יַאֲמִ֔ינוּH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4נִרְאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֵלֶ֛יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲבֹתָ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9אֱלֹהֵ֧יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אַבְרָהָ֛םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham11אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12יִצְחָ֖קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)13וֵאלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14יַעֲקֹֽבH3290Jakob, JakobsJacob
6En de HEERE zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de HEEREH3068zeideH559 verder tot hem: SteekH935 nu uw handH3027 in uw boezemH2436. En hij stakH935 zijn handH3027 in zijn boezemH2436; daarna trokH3318 hij ze uit, en zietH2009, zijn handH3027 was melaatsH6879, wit als sneeuwH7950.En de HEERE zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw.
KJVAnd the LORD2said1furthermore4unto him, Put5now thine hand7into thy bosom.8And he put9his hand10into his bosom:11and when he took12it out, behold, his hand14was leprous15as snow.
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3ל֜וֹ4ע֗וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5הָֽבֵאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7יָֽדְךָ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8בְּחֵיקֶ֔ךָH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within9וַיָּבֵ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11בְּחֵיק֑וֹH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within12וַיּ֣וֹצִאָ֔הּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see14יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15מְצֹרַ֥עַתH6879melaats, melaatsen, melaatseleper, leprous16כַּשָּֽׁלֶגH7950sneeuw, sneeuwtijd, sneeuwwatersnow(-y)
7En Hij zeide: Steek uw hand wederom in uw boezem. En hij stak zijn hand wederom in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weder als zijn ander vlees.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Hij zeideH559: SteekH7725 uw handH3027wederomH7725 in uw boezemH2436. En hij stakH7725 zijn handH3027wederomH7725 in zijn boezemH2436; daarna trokH3318 hij ze uit zijn boezemH2436, en zietH2009, zij was weder als zijn ander vleesH1320.En Hij zeide: Steek uw hand wederom in uw boezem. En hij stak zijn hand wederom in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weder als zijn ander vlees.
KJVAnd he said,1Put2thine hand3into thy bosom5again.6And he put13his hand7into his bosom9again;and plucked10it out of his bosom,11and, behold, it was turned againas his other flesh.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָשֵׁ֤בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3יָֽדְךָ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5חֵיקֶ֔ךָH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within6וַיָּ֥שֶׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9חֵיק֑וֹH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within10וַיּֽוֹצִאָהּ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11מֵֽחֵיק֔וֹH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within12וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see13שָׁ֖בָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14כִּבְשָׂרֽוֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin
8En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En het zal geschieden, zoH518 zij u niet gelovenH539, noch naar de stemH6963 van het eersteH7223tekenH226horenH8085, zo zullen zij de stemH6963 van het laatsteH314tekenH226gelovenH539.En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.
KJVAnd it shall come to pass, if they will not believe4thee, neither hearken7to the voice8of the first10sign,9that they will believe11the voice12of the latter14sign.
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יַאֲמִ֣ינוּH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right5לָ֔ךְ6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִשְׁמְע֔וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8לְקֹ֖לH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9הָאֹ֣תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token10הָרִאשׁ֑וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past11וְהֶֽאֱמִ֔ינוּH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right12לְקֹ֖לH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell13הָאֹ֥תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token14הָאַחֲרֽוֹןH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most
9En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren der rivier, en giet ze op het droge; zo zullen de wateren, die gij uit de rivier zult nemen, diezelve zullen tot bloed worden op het droge.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En het zal geschieden, zo zij ookH1571dezeH428tweeH8147tekenenH226 niet gelovenH539, nochH3808 naar uw stemH6963horenH8085, zo neemH3947 van de waterenH4325 der rivierH2975, en gietH8210 ze op het droge; zo zullen de waterenH4325, die gij uitH4480 de rivierH2975 zult nemenH3947, diezelve zullen tot bloedH1818 worden op het droge.En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren der rivier, en giet ze op het droge; zo zullen de wateren, die gij uit de rivier zult nemen, diezelve zullen tot bloed worden op het droge.
Ook in dit vers
drogeH3004
drogeH3006
KJVAnd it shall come to pass, if they will not believe4also these two6signs,7neither hearken10unto thy voice,11that thou shalt take12of the water13of the river,14and pour15it upon the dry16land: and the water18which thou takest20out of the river22shall become blood24upon the dry
1וְהָיָ֡הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יַאֲמִ֡ינוּH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right5גַּם֩H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6לִשְׁנֵ֨יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7הָאֹת֜וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token8הָאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִשְׁמְעוּן֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11לְקֹלֶ֔ךָH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell12וְלָקַחְתָּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13מִמֵּימֵ֣יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))14הַיְאֹ֔רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream15וְשָׁפַכְתָּ֖H8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip16הַיַּבָּשָׁ֑הH3004drogedry (ground, land)17וְהָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18הַמַּ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20תִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win21מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with22הַיְאֹ֔רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream23וְהָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use24לְדָ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent25בַּיַּבָּֽשֶׁתH3006drogedry land
10Toen zeide Mozes tot de HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559MozesH4872totH413 de HEEREH136: OchH994HeereH3068! ikH595 ben geenH3808manH376 wel ter taleH1697, noch van gisterenH8543, noch van eergisterenH8032, noch van toen af, toen Gij totH413 Uw knechtH5650gesprokenH1696 hebt; wantH3588ikH595 ben zwaarH3515 van mondH6310, en zwaarH3515 van tongH3956.Toen zeide Mozes tot de HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.
KJVAnd Moses2said1unto the LORD,4O5my Lord,6I8am not eloquent,9neither heretofore,14nor since16thou hast spoken17unto thy servant:19but I am slow21of speech,22and of a slow23tongue.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5בִּ֣יH994Ochalas, O, oh6אֲדֹנָי֒H136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord7לֹא֩H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9דְּבָרִ֜יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10אָנֹ֗כִיH595ik, mijI, me, [idiom] which11גַּ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea12מִתְּמוֹל֙H8543gisteren, voren, eergisteren[phrase] before (-time), [phrase] these (three) days, [phrase] heretofore, [phrase] time past, yesterday13גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14מִשִּׁלְשֹׁ֔םH8032eergisteren, gisteren, voren[phrase] before (that time, -time), excellent things (from the margin), [phrase] heretofore, three days, [phrase] time past15גַּ֛םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16מֵאָ֥זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet17דַּבֶּרְךָH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work18אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19עַבְדֶּ֑ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant20כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21כְבַדH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick22פֶּ֛הH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word23וּכְבַ֥דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick24לָשׁ֖וֹןH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge25אָנֹֽכִיH595ik, mijI, me, [idiom] which
11En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de HEEREH3068zeideH559totH413 hem: WieH4310 heeft den mensH120 den mondH6310 gemaakt, ofH176wieH4310 heeft den stommeH483, ofH176doveH2795, ofH176ziendeH6493, ofH176blindeH5787 gemaakt? Ben IkH595 het nietH3808, de HEEREH3068?En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?
KJVAnd the LORD2said1unto him, Who hath made5man's7mouth?6or who maketh10the dumb,11or deaf,13or the seeing,15or the blind?17have not I the LORD?
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God5שָׂ֣םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6פֶּה֮H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7לָֽאָדָם֒H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person8א֚וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether9מִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God10יָשׂ֣וּםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11אִלֵּ֔םH483stomme, stommendumb (man)12א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether13חֵרֵ֔שׁH2795dove, doven, doofdeaf14א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether15פִקֵּ֖חַH6493ziende, ziendenseeing, wise16א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether17עִוֵּ֑רH5787blinden, blind, blindeblind (men, people)18הֲלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which20יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
12En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En nuH6258gaH3212 henen, en IkH595 zal metH5973 uw mondH6310zijnH1961, en zal u lerenH3384, watH834 gij sprekenH1696 zult.En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.
KJVNow therefore go,2and I will be with thy mouth,6and teach7thee what thou shalt say.
1וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3וְאָנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which4אֶֽהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6פִּ֔יךָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7וְהוֹרֵיתִ֖יךָH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9תְּדַבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
13Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch hij zeideH559: OchH994, HeereH136! zendH7971tochH4994 door de handH3027 desgenen, dien Gij zoudt zendenH7971.Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.
KJVAnd he said,1O2my Lord,3send,4I pray thee, by the hand6of him whom thou wilt send.
14Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes, en Hij zeide: is niet Aaron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 over MozesH4872, en Hij zeideH559: is nietH3808AaronH175, de LevietH3881, uw broederH251? Ik weetH3045, dat hij zeer wel sprekenH1696 zal, en ookH1571, zie, hijH1931 zal uitgaanH3318 u tegemoetH7125; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hartH3820verblijdH8055 zijn.Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes, en Hij zeide: is niet Aaron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.
KJVAnd the anger2of the LORD3was kindled1against Moses,4and he said,5Is not Aaron7the Levite9thy brother?8I know10that he can speak12well.13And also, behold, he cometh forth18to meet19thee: and when he seeth20thee, he will be glad21in his heart.
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֨ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּמֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הֲלֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8אָחִ֨יךָ֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9הַלֵּוִ֔יH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite10יָדַ֕עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12דַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13יְדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15וְגַ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see17הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18יֹצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19לִקְרָאתֶ֔ךָH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way20וְרָאֲךָ֖H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions21וְשָׂמַ֥חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very22בְּלִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
15Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Gij dan zult totH413 hem sprekenH1696, en de woordenH1697 in zijn mondH6310leggenH7760; en IkH595 zal metH5973 uw mondH6310, en metH5973 zijn mondH6310 zijn; en Ik zal ulieden lerenH3384, watH834 gij doenH6213 zult.Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.
KJVAnd thou shalt speak1unto him, and put3words5in his mouth:6and I will be with thy mouth,10and with his mouth,12and will teach13you what ye shall do.
1וְדִבַּרְתָּ֣H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וְשַׂמְתָּ֥H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6בְּפִ֑יוH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7וְאָנֹכִ֗יH595ik, mijI, me, [idiom] which8אֶֽהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10פִּ֨יךָ֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11וְעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12פִּ֔יהוּH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word13וְהוֹרֵיתִ֣יH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through14אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17תַּעֲשֽׂוּןH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
16En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij zal voor u totH413 het volkH5971sprekenH1696; en het zal geschiedenH1961, dat hij u tot een mondH6310 zal zijn, en gijH859 zult hem tot een godH430 zijn.En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.
KJVAnd he shall be thy spokesman1unto the people:5and he shall be, even he shall be to thee instead of a mouth,10and thou shalt be to him instead of God.
1וְדִבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3לְךָ֖4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וְהָ֤יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לְּךָ֣10לְפֶ֔הH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12תִּֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לּ֥וֹ14לֵֽאלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
17Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17NeemH3947 dan dezenH2088stafH4294 in uw handH3027, waarmede gij die tekenenH226doenH6213 zult.Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult.
18Toen ging Mozes heen, en keerde weder tot Jethro, zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik wederkere tot mijn broederen, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven. Jethro dan zeide tot Mozes: Ga in vrede!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen ging MozesH4872 heen, en keerdeH7725 weder totH413 Jethro, zijn schoonvaderH2859, en zeideH559 tot hem: Laat mij tochH3212 gaan, dat ik wederkereH7725totH413 mijn broederenH251, dieH834 in EgypteH4714 zijn, en zieH7200, of zij nogH5750levenH2416. Jethro dan zeideH559 tot MozesH4872: Ga in vredeH7965!Toen ging Mozes heen, en keerde weder tot Jethro, zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik wederkere tot mijn broederen, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven. Jethro dan zeide tot Mozes: Ga in vrede!
Ook in dit vers
JethroH3500
JethroH3503
KJVAnd Moses2went1and returned3to Jethro5his father in law,6and said7unto him, Let me go,9I pray thee, and return11unto my brethren13which are in Egypt,15and see16whether they be yet17alive.18And Jethro20said19to Moses,21Go22in peace.
1וַיֵּ֨לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וַיָּ֣שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יֶ֣תֶרH3500Jether, JethroJether, Jethro. Compare H3503 (יִתְרוֹ)6חֹֽתְנ֗וֹH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law7וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לוֹ֙9אֵ֣לֲכָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10נָּ֗אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh11וְאָשׁ֨וּבָה֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13אַחַ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16וְאֶרְאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions17הַעוֹדָ֣םH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)18חַיִּ֑יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop19וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet20יִתְר֛וֹH3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)21לְמֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses22לֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak23לְשָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
19Ook zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Ook zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872 in MidianH4080: GaH3212 heen, keer weder in EgypteH4714, wantH3588alH3605 de mannenH582 zijn doodH4191, die uw zielH5315zochtenH1245.Ook zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses4in Midian,5Go,6return7into Egypt:8for all the menare dead10which sought13thy life.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בְּמִדְיָ֔ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite6לֵ֖ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7שֻׁ֣בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10מֵ֨תוּ֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָ֣אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13הַֽמְבַקְשִׁ֖יםH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15נַפְשֶֽׁךָH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, en voerde hen op een ezel, en keerde weder in Egypteland; en Mozes nam den staf Gods in zijn hand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20MozesH4872 dan namH3947 zijn vrouwH802, en zijn zonenH1121, en voerdeH7392 hen opH5921 een ezelH2543, en keerdeH7725 weder in EgyptelandH776; en MozesH4872namH3947 den stafH4294GodsH430 in zijn handH3027.Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, en voerde hen op een ezel, en keerde weder in Egypteland; en Mozes nam den staf Gods in zijn hand.
KJVAnd Moses2took1his wife4and his sons,6and set7them upon an ass,9and he returned10to the land11of Egypt:12and Moses14took13the rod16of God17in his hand.
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אִשְׁתּ֣וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בָּנָ֗יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וַיַּרְכִּבֵם֙H7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set8עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַחֲמֹ֔רH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass10וַיָּ֖שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11אַ֣רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13וַיִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מַטֵּ֥הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe17הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18בְּיָדֽוֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
21En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de HEEREH3068zeideH559totH413MozesH4872: Terwijl gij heentrektH3212, om weder in EgypteH4714 te kerenH7725, zieH7200 toe, dat gij alH3605 de wonderenH4159doetH6213voorH6440FaraoH6547, dieH834 Ik in uw handH3027gesteldH7760 heb; doch Ik zal zijn hartH3820verstokkenH2388, dat hij het volkH5971nietH3808 zal latenH7971 gaan.En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4When thou goest5to return6into Egypt,7see8that thou do14all those wonders10before15Pharaoh,16which I have put12in thine hand:13but I will harden18his heart,20that he shall not let the people24go.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁה֒H4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בְּלֶכְתְּךָ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6לָשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7מִצְרַ֔יְמָהH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8רְאֵ֗הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַמֹּֽפְתִים֙H4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12שַׂ֣מְתִּיH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13בְיָדֶ֔ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14וַעֲשִׂיתָ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16פַרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh17וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who18אֲחַזֵּ֣קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20לִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom21וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יְשַׁלַּ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
22Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Dan zult gij totH413FaraoH6547zeggenH559: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Mijn zoonH1121, Mijn eerstgeboreneH1060, is IsraelH3478.Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel.
KJVAnd thou shalt say1unto Pharaoh,3Thus saith5the LORD,6Israel9is my son,7even my firstborn:
1וְאָמַרְתָּ֖H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh4כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בְּנִ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8בְכֹרִ֖יH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)9יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
23En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En Ik heb totH413 u gezegdH559: Laat Mijn zoonH1121trekkenH7971, dat hij Mij dieneH5647! maar gij hebt geweigerdH3985 hem te laten trekkenH7971; zieH2009, IkH595 zal uw zoonH1121, uw eerstgeboreneH1060dodenH2026!En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!
KJVAnd I say1unto thee, Let my son5go,3that he may serve6me: and if thou refuse7to let him go,8behold, I will slay11thy son,13even thy firstborn.
1וָאֹמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלֶ֗יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3שַׁלַּ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בְּנִי֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וְיַֽעַבְדֵ֔נִיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7וַתְּמָאֵ֖ןH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly8לְשַׁלְּח֑וֹH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see10אָנֹכִ֣יH595ik, mijI, me, [idiom] which11הֹרֵ֔גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בִּנְךָ֖H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14בְּכֹרֶֽךָH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)
24En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de HEERE hem tegenkwam, en zocht hem te doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En het geschieddeH1961 op den wegH1870, in de herbergH4411, dat de HEEREH3068 hem tegenkwamH6298, en zochtH1245 hem te dodenH4191.En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de HEERE hem tegenkwam, en zocht hem te doden.
KJVAnd it came to pass by the way2in the inn,3that the LORD5met4him, and sought6to kill
1וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)3בַּמָּל֑וֹןH4411herberg, nachtleger, houden vernachtinginn, place where...lodge, lodging (place)4וַיִּפְגְּשֵׁ֣הוּH6298ontmoeten, ontmoette, aantrofmeet (with, together)5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיְבַקֵּ֖שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)7הֲמִיתֽוֹH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
25Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen namH3947ZipporaH6855 een stenenH6864 mes en besneedH3772 de voorhuidH6190 haars zoonsH1121, en wierpH5060 die voor zijn voetenH7272, en zeideH559: Voorwaar, gijH859 zijt mij een bloedbruidegomH1818!Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!
KJVThen Zipporah2took1a sharp stone,3and cut off4the foreskin6of her son,7and cast8it at his feet,9and said,10Surely a bloody13husband
1וַתִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2צִפֹּרָ֜הH6855ZipporaZipporah3צֹ֗רH6864rots, stenenflint, sharp stone4וַתִּכְרֹת֙H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עָרְלַ֣תH6190voorhuid, voorhuiden, voorhuidsforeskin, [phrase] uncircumcised7בְּנָ֔הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וַתַּגַּ֖עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch9לְרַגְלָ֑יוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time10וַתֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12חֲתַןH2860schoonzoon, bruidegom, bruidegomsbridegroom, husband, son in law13דָּמִ֛יםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent14אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15לִֽי
26En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de besnijdenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En Hij lietH7503 van hem af. Toen zeideH559 zij: BloedbruidegomH1818! vanwege de besnijdenisH4139.En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de besnijdenis.
KJVSo he let him go:1then she said,4A bloody6husband5thou art, because of the circumcision.
1וַיִּ֖רֶףH7503slap, begeven, ledigabate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא)2מִמֶּ֑נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3אָ֚זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet4אָֽמְרָ֔הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5חֲתַ֥ןH2860schoonzoon, bruidegom, bruidegomsbridegroom, husband, son in law6דָּמִ֖יםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent7לַמּוּלֹֽתH4139besnijdeniscircumcision
27De HEERE zeide ook tot Aaron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27De HEEREH3068zeideH559 ook totH413AaronH175: GaH3212MozesH4872tegemoetH7125 in de woestijnH4057. En hij gingH3212, en ontmoetteH6298 hem aan den bergH2022GodsH430, en hij kusteH5401 hem.De HEERE zeide ook tot Aaron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem.
KJVAnd the LORD2said1to Aaron,4Go5into the wilderness8to meet6Moses.7And he went,9and met10him in the mount11of God,12and kissed
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5לֵ֛ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6לִקְרַ֥אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way7מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses8הַמִּדְבָּ֑רָהH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness9וַיֵּ֗לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10וַֽיִּפְגְּשֵׁ֛הוּH6298ontmoeten, ontmoette, aantrofmeet (with, together)11בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion12הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13וַיִּשַּׁקH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched14לֽוֹ
28En Mozes gaf Aaron te kennen al de woorden des HEEREN, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En MozesH4872 gaf AaronH175 te kennenH5046alH3605 de woordenH1697 des HEERENH3068, DieH834 hem gezondenH7971 had, en alH3605 de tekenenH226, dieH834 Hij hem bevolenH6680 had.En Mozes gaf Aaron te kennen al de woorden des HEEREN, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.
KJVAnd Moses2told1Aaron3all the words6of the LORD7who had sent9him, and all the signs12which he had commanded
1וַיַּגֵּ֤דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לְאַֽהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9שְׁלָח֑וֹH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָאֹתֹ֖תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14צִוָּֽהוּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
29Toen ging Mozes en Aaron, en zij verzamelden al de oudsten der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Toen gingH3212MozesH4872 en AaronH175, en zij verzameldenH622alH3605 de oudstenH2205 der kinderenH1121IsraelsH3478.Toen ging Mozes en Aaron, en zij verzamelden al de oudsten der kinderen Israels.
KJVAnd Moses2and Aaron3went1and gathered together4all the elders7of the children8of Israel:
1וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹ֑ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וַיַּ֣אַסְפ֔וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7זִקְנֵ֖יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator8בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
30En Aaron sprak al de woorden, die de HEERE tot Mozes gesproken had; en hij deed de tekenen voor de ogen des volks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En AaronH175sprakH1696alH3605 de woordenH1697, dieH834 de HEEREH3068totH413MozesH4872gesprokenH1696 had; en hij deedH6213 de tekenenH226 voor de ogenH5869 des volksH5971.En Aaron sprak al de woorden, die de HEERE tot Mozes gesproken had; en hij deed de tekenen voor de ogen des volks.
KJVAnd Aaron2spake1all the words5which the LORD8had spoken7unto Moses,10and did11the signs12in the sight13of the people.
1וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַדְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses11וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12הָאֹתֹ֖תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token13לְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
31En het volk geloofde, en zij hoorden, dat de HEERE de kinderen Israels bezocht, en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden, en aanbaden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En het volkH5971geloofdeH539, en zij hoordenH8085, dat de HEEREH3068 de kinderenH1121IsraelsH3478bezochtH6485, en datH3588 Hij hun verdrukkingH6040zagH7200, en zij neigdenH6915 hun hoofden, en aanbadenH7812.En het volk geloofde, en zij hoorden, dat de HEERE de kinderen Israels bezocht, en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden, en aanbaden.
KJVAnd the people2believed:1and when they heard3that the LORD6had visited5the children8of Israel,9and that he had looked11upon their affliction,13then they bowed their heads14and worshipped.
1וַֽיַּאֲמֵ֖ןH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right2הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3וַֽיִּשְׁמְע֡וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5פָקַ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want6יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10וְכִ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11רָאָה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עָנְיָ֔םH6040ellende, verdrukking, drukafflicted(-ion), trouble14וַֽיִּקְּד֖וּH6915neigde, neigde hoofd, boogbow (down) (the) head, stoop15וַיִּֽשְׁתַּחֲוּֽוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 4:1— Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen!Exodus 3:18→Exodus 2:14→Exodus 6:30→Jeremia 1:6→Ezechiël 3:14→Exodus 4:31→Handelingen 7:25→
Exodus 4:2— En de HEERE zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.Exodus 4:17→Exodus 4:20→Genesis 30:37→Jesaja 11:4→Micha 7:14→Psalmen 110:2→Leviticus 27:32→
Exodus 4:3— En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.Exodus 4:17→Exodus 7:10→Amos 5:19→
Exodus 4:4— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.Markus 16:18→Genesis 22:1→Lukas 10:19→Psalmen 91:13→Johannes 2:5→Handelingen 28:3→
Exodus 4:5— Opdat zij geloven, dat u verschenen is de HEERE, de God hunner vaderen, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob.Exodus 19:9→Genesis 18:1→Exodus 3:15→Genesis 48:3→Genesis 26:2→Genesis 12:7→Exodus 4:31→Jesaja 7:9→
Exodus 4:6— En de HEERE zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw.2 Koningen 5:27→Numeri 12:10→
Exodus 4:7— En Hij zeide: Steek uw hand wederom in uw boezem. En hij stak zijn hand wederom in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weder als zijn ander vlees.2 Koningen 5:14→Deuteronomium 32:39→Mattheüs 8:3→Numeri 12:13→
Exodus 4:8— En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.Deuteronomium 32:39→Jesaja 28:10→Exodus 4:30→Job 5:18→Johannes 12:37→2 Koningen 5:7→
Exodus 4:9— En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren der rivier, en giet ze op het droge; zo zullen de wateren, die gij uit de rivier zult nemen, diezelve zullen tot bloed worden op het droge.Exodus 1:22→Exodus 7:19→Mattheüs 7:2→
Exodus 4:10— Toen zeide Mozes tot de HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.Exodus 6:12→Jeremia 1:6→Handelingen 7:22→2 Korinthe 11:6→Exodus 4:1→Job 12:2→2 Korinthe 10:10→1 Korinthe 2:1→
Exodus 4:11— En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?Amos 3:6→Psalmen 146:8→Psalmen 94:9→Jeremia 1:6→Ezechiël 3:26→Jeremia 1:9→Jesaja 6:7→Genesis 18:14→
Exodus 4:12— En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.Jeremia 1:9→Markus 13:11→Mattheüs 10:19→Lukas 12:11→Lukas 21:14→Jesaja 50:4→Johannes 14:26→Efeze 6:19→
Exodus 4:13— Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.Richteren 2:1→Mattheüs 13:41→Jona 1:6→Ezechiël 3:14→Jeremia 20:9→Genesis 24:7→Jeremia 1:6→1 Koningen 19:4→
Exodus 4:14— Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes, en Hij zeide: is niet Aaron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.Exodus 4:27→Handelingen 15:28→Lukas 9:59→1 Kronieken 21:7→Markus 14:13→Exodus 4:17→1 Koningen 11:9→2 Korinthe 2:13→
Exodus 4:15— Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.Jesaja 51:16→Numeri 23:5→Numeri 23:16→Numeri 23:12→Deuteronomium 18:18→Exodus 7:1→Lukas 21:15→Jesaja 59:21→
Exodus 4:16— En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.Exodus 7:1→Exodus 18:19→Psalmen 82:6→Johannes 10:34→
Exodus 4:17— Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult.Exodus 4:2→1 Korinthe 1:27→Exodus 7:9→
Exodus 4:18— Toen ging Mozes heen, en keerde weder tot Jethro, zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik wederkere tot mijn broederen, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven. Jethro dan zeide tot Mozes: Ga in vrede!Exodus 3:1→1 Samuël 1:17→Genesis 45:3→Handelingen 15:36→Handelingen 16:36→Lukas 7:50→1 Timotheüs 6:1→
Exodus 4:19— Ook zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten.Exodus 2:15→Exodus 2:23→Mattheüs 2:20→
Exodus 4:20— Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, en voerde hen op een ezel, en keerde weder in Egypteland; en Mozes nam den staf Gods in zijn hand.Exodus 17:9→Numeri 20:8→Exodus 4:17→Exodus 4:2→Exodus 18:3→Numeri 20:11→
Exodus 4:21— En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.Romeinen 9:18→Exodus 7:13→Exodus 14:8→Jesaja 63:17→Exodus 9:12→Exodus 3:20→Exodus 9:35→Exodus 7:3→
Exodus 4:22— Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel.Hosea 11:1→Jeremia 31:9→Romeinen 9:4→2 Korinthe 6:18→Deuteronomium 14:1→Jesaja 63:16→Jakobus 1:18→Jesaja 64:8→
Exodus 4:23— En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!Exodus 11:5→Exodus 12:29→Psalmen 105:36→Psalmen 135:8→Exodus 5:1→Exodus 7:16→Psalmen 78:51→
Exodus 4:24— En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de HEERE hem tegenkwam, en zocht hem te doden.Genesis 17:14→1 Kronieken 21:16→Leviticus 10:3→Genesis 42:27→1 Koningen 13:24→Exodus 3:18→Numeri 22:22→Hosea 13:8→
Exodus 4:25— Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!Jozua 5:2→Genesis 17:14→2 Samuël 16:7→
Exodus 4:27— De HEERE zeide ook tot Aaron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem.Exodus 3:1→Exodus 24:15→Exodus 19:3→Genesis 29:11→Prediker 4:9→Handelingen 10:20→Exodus 4:14→Handelingen 10:5→
Exodus 4:28— En Mozes gaf Aaron te kennen al de woorden des HEEREN, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.Exodus 4:15→Exodus 4:8→Mattheüs 21:29→Jona 3:2→
Exodus 4:29— Toen ging Mozes en Aaron, en zij verzamelden al de oudsten der kinderen Israels.Exodus 3:16→Exodus 24:11→Exodus 24:1→
Exodus 4:30— En Aaron sprak al de woorden, die de HEERE tot Mozes gesproken had; en hij deed de tekenen voor de ogen des volks.Exodus 4:16→
Exodus 4:31— En het volk geloofde, en zij hoorden, dat de HEERE de kinderen Israels bezocht, en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden, en aanbaden.Exodus 3:18→Exodus 3:16→Exodus 2:25→Exodus 12:27→Genesis 24:26→1 Kronieken 29:20→Psalmen 106:12→Lukas 8:13→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 4 vers 1— Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen!
zij zullen mij niet geloven,
Te weten, de Israëlieten.
Hertaald:zij zullen mij niet geloven,
Namelijk: de Israëlieten.
Exodus 4 vers 2— En de HEERE zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.
Een staf
vs.20 wordt hij genoemd de staf Gods, omdat door de kracht van God grote dingen daarmede zijn uitgericht.
Hertaald:Een staf
In vers 20 wordt hij de staf Gods genoemd, omdat door de kracht van God grote dingen daarmee zijn uitgevoerd.
Exodus 4 vers 3— En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.
Toen werd hij
Ex. 7:15 staat: hij werd veranderd in een slang.
Hertaald:Toen werd hij
In Ex. 7:15 staat: hij werd veranderd in een slang.
slang;
Ex. 7:10 wordt zij een draak genoemd.
Hertaald:slang;
In Ex. 7:10 wordt zij een draak genoemd.
vlood van haar
Te weten, van vrees.
Hertaald:vlood van haar
Namelijk: van vrees.
Exodus 4 vers 4— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand.
hand
Hebreeuws, Palm.
Hertaald:hand
Hebreeuws: palm.
Exodus 4 vers 8— En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.
naar de stem van het eerste teken horen,
Dat is, naar het woord, dat door het eerste teken is bevestigd. Hier wordt het teken een stem toegeëigend [gelijk Gen. 4:10, aan het bloed] omdat God door zulke tekenen tot de mensen spreekt.
Hertaald:naar de stem van het eerste teken horen,
Dat is: naar het woord, dat door het eerste teken bevestigd is. Hier wordt aan het teken een stem toegeschreven (zoals in Gen. 4:10 aan het bloed) omdat God door zulke tekenen tot de mensen spreekt.
Exodus 4 vers 10— Toen zeide Mozes tot de HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.
Och Heere
Zie van het Hebreeuwse woordje, overgezet Och, Gen. 43:20.
Hertaald:Och Heere
Zie over het Hebreeuwse woordje, vertaald met Och, Gen. 43:20.
ben geen man wel ter tale,
Hebreeuws, ik ben geen man der woorden; dat is, ik ben niet welsprekend.
Hertaald:ben geen man wel ter tale,
Hebreeuws: ik ben geen man der woorden; dat is: ik ben niet welsprekend.
noch van eergisteren,
Mozes wanhoopte geheel aan de beterschap van zijn tong, overmits hij zelfs in dien tijd geen beterschap vernam, toen de Heere met hem sprak van deze ambassade.
Hertaald:noch van eergisteren,
Mozes wanhoopte helemaal aan de verbetering van zijn spraak, omdat hij zelfs op dat moment, toen de Heere met hem sprak over deze opdracht, geen verbetering merkte.
Exodus 4 vers 11— En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?
gemaakt,
Hebreeuws, gesteld, of, gezet; Ps. 94:9.
Hertaald:gemaakt,
Hebreeuws: gesteld, of: gezet; Ps. 94:9.
Exodus 4 vers 12— En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.
zal u leren, wat gij spreken zult
Te weten, door mijn Geest, gelijk Christus dit ook zijnen apostelen belooft, Matt. 10:19-20; Marc. 13:11; Luc. 12:12.
Hertaald:zal u leren, wat gij spreken zult
Namelijk: door Mijn Geest, zoals Christus dit ook aan Zijn apostelen belooft, Matt. 10:19-20; Marc. 13:11; Luc. 12:12.
Exodus 4 vers 13— Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden.
zend toch
Hebreeuws, zend toch door de hand Gij zenden zoudt; dat is, zend er een, wien Gij weet bekwamer te zijn dan ik ben, tot zulk een boodschap.
Hertaald:zend toch
Hebreeuws: zend toch door de hand die Gij zenden zoudt; dat is: zend iemand van wie Gij weet dat hij geschikter is dan ik voor zo'n boodschap.
de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden
Dat is, door den dienst, gelijk Ex. 9:35; Ps. 77:21; Hag. 1:1; Mal. 1:1; Hand. 7:35.
Hertaald:de hand desgenen, dien Gij zoudt zenden
Dat is: door de dienst, zoals Ex. 9:35; Ps. 77:21; Hag. 1:1; Mal. 1:1; Hand. 7:35.
Exodus 4 vers 14— Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes, en Hij zeide: is niet Aaron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn.
weet, dat hij zeer wel spreken zal,
Hebreeuws, dat hij sprekende spreken zal; dat is, wel ter taal is, welk kan en zal spreken.
Hertaald:weet, dat hij zeer wel spreken zal,
Hebreeuws: dat hij sprekende spreken zal; dat is: welbespraakt is, die kan en zal spreken.
hij zal uitgaan u tegemoet;
Anders, hij gaat uit.
Hertaald:hij zal uitgaan u tegemoet;
Anders: hij gaat uit.
Exodus 4 vers 15— Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond, en met zijn mond zijn; en Ik zal ulieden leren, wat gij doen zult.
en de woorden
Die Ik tot u gesproken heb, en nog spreken zal.
Hertaald:en de woorden
Die Ik tot u gesproken heb, en nog spreken zal.
in zijn mond leggen;
Dat is, gij zult hem klaarlijk onderwijzen en ten sterkste gebieden mijn woorden getrouwelijk aan te dienen, waar het behoort. Zie Jes. 51:16, en Jes. 59:21; Jer. 1:9, en Jer. 5:14.
Hertaald:in zijn mond leggen;
Dat is: u zult hem duidelijk onderwijzen en hem met klem gebieden Mijn woorden getrouw door te geven, waar dat nodig is. Zie Jes. 51:16, en Jes. 59:21; Jer. 1:9, en Jer. 5:14.
Exodus 4 vers 16— En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.
tot een mond zal zijn,
Dat is hij zal uw taalman zijn, en het woord voeren. Anders, in de plaats des monds.
Hertaald:tot een mond zal zijn,
Dat is: hij zal uw woordvoerder zijn, en het woord voeren. Anders: in de plaats van de mond.
zult hem tot een god zijn
Dat is, gij zult het beleid van alles hebben, en hem in mijn naam opleggen en bevelen wat hij zeggen zal; en hij zal u, gelijk Mij, gehoor geven. Vergelijk onder, Ex. 7:1.
Hertaald:zult hem tot een god zijn
Dat is: u zult over alles de leiding hebben, en hem in Mijn naam opdragen en bevelen wat hij zeggen zal; en hij zal u, evenals Mij, gehoorzamen. Vergelijk verderop, Ex. 7:1.
Exodus 4 vers 17— Neem dan dezen staf in uw hand, waarmede gij die tekenen doen zult.
tekenen doen zult
Waarvan Ex. 7, Ex. 8, Ex. 9, Ex. 10, Ex. 11, gesproken worden.
Hertaald:tekenen doen zult
Waarvan in Ex. 7, Ex. 8, Ex. 9, Ex. 10 en Ex. 11 gesproken wordt.
Exodus 4 vers 19— Ook zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten.
zeide de HEERE tot Mozes in Midian
Of, had gezegd.
Hertaald:zeide de HEERE tot Mozes in Midian
Of: had gezegd.
uw ziel zochten
Dat is, uw leven; zie Gen. 19:17; dat is, wie u zochten te doden; zie dergelijke manier van spreken, 1 Sam. 22:23, en 1 Kon. 19:14; Ps. 54:5; Matt. 2:20.
Hertaald:uw ziel zochten
Dat is: uw leven; zie Gen. 19:17; dat is: wie u zochten te doden; zie eenzelfde manier van spreken in 1 Sam. 22:23, en 1 Kon. 19:14; Ps. 54:5; Matt. 2:20.
Exodus 4 vers 20— Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, en voerde hen op een ezel, en keerde weder in Egypteland; en Mozes nam den staf Gods in zijn hand.
staf Gods in zijn hand
Dien God hem had heten te nemen, vs.17, en door welk middel God tekenen doen wilde, Ex. 17:9. Deze staf wordt ook de staf Gods genaamd, om aan te wijzen dat de kracht om wonderheden te doen niet in den staf, noch in Mozes, maar in God was.
Hertaald:staf Gods in zijn hand
Die God hem geboden had te nemen, vers 17, en waarmee God tekenen wilde doen, Ex. 17:9. Deze staf wordt ook de staf Gods genoemd, om aan te wijzen dat de kracht om wonderen te doen niet in de staf, noch in Mozes, maar in God was.
Exodus 4 vers 21— En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.
die Ik in uw hand gesteld heb;
Dat is, die Ik willens ben door uw dienst en mijn macht te doen.
Hertaald:die Ik in uw hand gesteld heb;
Dat is: die Ik van plan ben door uw dienst en Mijn macht te doen.
verstokken,
Anders, verstijven, verharden; alzo namelijk, dat Ik hem mijn genade onthouden en hem aan zijn bozen wil en lusten overgeven zal, zodat hij door zijn eigen boosheid, en door des duivels ingeven, en uit zulke wonderheden, oorzaak en aanleiding nemen zal, des te meer mijn geboden tegen te staan. Zie dergelijke manier van spreken onder, Ex. 10:1, en Deut. 2:30; Joz. 11:20.
Hertaald:verstokken,
Anders: verstijven, verharden; namelijk zo, dat Ik hem Mijn genade zal onthouden en hem aan zijn boze wil en lusten zal overgeven, zodat hij door zijn eigen boosheid, en door ingeving van de duivel, en vanwege deze wonderen, aanleiding zal nemen om Mijn geboden des te meer te weerstaan. Zie eenzelfde manier van spreken verderop, Ex. 10:1, en Deut. 2:30; Joz. 11:20.
Exodus 4 vers 22— Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel.
is Israël.
Dat is, het volk of de nakomelingen van Israël: deze worden genoemd Gods eerstgeboren zoon, omdat zij uit genade uit alle heidenen eerst verkoren waren, om Gods volk en kinderen te wezen, en God zo aangenaam, gelijk de eerstgeborenen hunnen ouders zijn.
Hertaald:is Israël.
Dat is: het volk of de nakomelingen van Israël; dezen worden Gods eerstgeboren zoon genoemd, omdat zij uit genade uit alle heidenen als eerste verkozen waren om Gods volk en kinderen te zijn, en Hem net zo aangenaam als eerstgeborenen hun ouders zijn.
Exodus 4 vers 23— En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!
heb tot u gezegd
Anders, Ik zeg u.
Hertaald:heb tot u gezegd
Anders: Ik zeg u.
Exodus 4 vers 24— En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de HEERE hem tegenkwam, en zocht hem te doden.
op den weg, in de herberg,
Te weten, naar Egypte.
Hertaald:op den weg, in de herberg,
Namelijk: naar Egypte.
hem te doden
Omdat hij de besnijdenis aan zijn zoon verzuimd had. Zie Gen. 17:14.
Hertaald:hem te doden
Omdat hij nagelaten had zijn zoon te besnijden. Zie Gen. 17:14.
Exodus 4 vers 25— Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!
een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons,
Anders, een scherpen steen.
Hertaald:een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons,
Anders: een scherpe steen.
wierp die voor zijn voeten, en zeide
Anders, deed het [te weten, de afgesneden voorhuid] zijne [te weten, aan Mozes] voeten roeren. Anderen verstaan dat Zippora haar zoon voor de voeten van Mozes geworpen heeft.
Hertaald:wierp die voor zijn voeten, en zeide
Anders: bracht het (namelijk de afgesneden voorhuid) in aanraking met zijn (namelijk Mozes') voeten. Anderen menen dat Zippora haar zoon voor de voeten van Mozes geworpen heeft.
Voorwaar, gij zijt mij
Versta deze woorden aldus, alsof Zippora zeide tot haar man: ik heb uw leven moeten rantsoenen met het bloed mijns zoons, dien ik besneden heb, en alzo zijt gij mij als een nieuwe bruidegom geworden.
Hertaald:Voorwaar, gij zijt mij
Versta deze woorden zo, alsof Zippora tot haar man zei: ik heb uw leven moeten loskopen met het bloed van mijn zoon, die ik besneden heb, en zo bent u voor mij als een nieuwe bruidegom geworden.
een bloedbruidegom!
Hebreeuws, een bruidegom der bloeden.
Hertaald:een bloedbruidegom!
Hebreeuws: een bruidegom der bloeden.
Exodus 4 vers 26— En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de besnijdenis.
Hij liet van hem af
Te weten, God, of de engel, die Mozes doden wilde.
Hertaald:Hij liet van hem af
Namelijk: God, of de engel, die Mozes doden wilde.
vanwege de besnijdenis
Het schijnt dat zij niet wel tevreden is geweest om de besnijdenis van haar zonen.
Hertaald:vanwege de besnijdenis
Het lijkt erop dat zij niet erg tevreden was over de besnijdenis van haar zonen.
Exodus 4 vers 27— De HEERE zeide ook tot Aaron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem.
aan den berg Gods,
Genoemd Horeb; boven, Ex. 3:1.
Hertaald:aan den berg Gods,
Genoemd Horeb; zie Ex. 3:1.
Exodus 4 vers 31— En het volk geloofde, en zij hoorden, dat de HEERE de kinderen Israels bezocht, en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden, en aanbaden.
zag,
Te weten, mededogendheid, gelijk Ex. 3:7.
Hertaald:zag,
Namelijk: met mededogen, zoals in Ex. 3:7.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Zippora — vogeltje
De dochter van Reguël (Jethro), die Mozes tot vrouw kreeg nadat hij haar en haar zusters bij de put tegen de herders verdedigd had (Ex. 2:21). Zij baarde hem twee zonen, Gersom en Eliëzer, en besneed onderweg naar Egypte zelf hun zoon om een oordeel van de HEERE over Mozes af te wenden (Ex. 4:24-26).
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — zie voor de volledige geschiedenis van het land het artikel bij Genesis 12, waar Egypte voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, met het bewoonbare land vrijwel geheel beperkt tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Waar Jozef eerst als slaaf en gevangene, en later als onderkoning verhoogd werd, en waar zijn hele familie zich in het land Gosen vestigde (Gen. 37-50), wordt Egypte in het boek Exodus het land van verdrukking: "er stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had" (Ex. 1:8). Uit vrees voor de groei van het volk Israël werden de Hebreeën tot harde slavenarbeid gedwongen, onder meer voor de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, en werd bevel gegeven hun pasgeboren zonen te doden (Ex. 1:8-22). Dit vormt het decor van heel het boek Exodus, tot aan de uittocht (Ex. 12) en de doortocht door de Schelfzee (Ex. 14).
Bijbelse betekenis: Het land dat eerst redding en overvloed bood (onder Jozef), wordt hier het "ijzeren smeltoven" van verdrukking (Deut. 4:20) — waaruit de HEERE Zijn volk met sterke hand en uitgestrekte arm zou uitleiden, tot in alle latere Schrift het grondpatroon van verlossing.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toeuitwerking
Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël — 4:1-17, 21-23
Mozes staat nog bij het braambos en zoekt naar redenen om niet te gaan. Hij heeft er inmiddels drie geopperd: wie ben ik, wat is Uw naam, en zij zullen mij niet geloven. In dit hoofdstuk komt de vierde, en die gaat over zijn tong.
God geeft Mozes twee tekenen en een boodschap voor Farao, en die boodschap noemt een heel volk Zijn eerstgeboren zoon.
De eerste twee tekenen zijn er om Mozes zelf en het volk te overtuigen: de staf die een slang wordt en weer een staf, en de hand die melaats wordt en weer gezond. Zulke tekenen werken vooraf; zij overreden op het moment zelf. Er is nog een derde soort teken, en dat noemt God erbij: wanneer Mozes met het volk teruggekeerd zal zijn en op deze berg God zal dienen, dán zal dat het teken zijn dat Hij hem gezonden had. Dat is een teken achteraf, een bevestiging als alles al gebeurd is.
Dan komt de tegenwerping over zijn spraak, en het antwoord van God gaat er dwars doorheen: “Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?” En daarna de belofte die aan alle roepingen van de Schrift vastzit: Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren wat gij spreken zult.
Maar het zwaarste van dit hoofdstuk staat aan het eind, in de boodschap die Mozes aan Farao moet overbrengen: “Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël. En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden.”
Hier wordt voor het eerst in de Bijbel een volk Gods zoon genoemd, en meteen met de nadruk: Mijn eerstgeborene. Er staat ook meteen bij waartoe die zoon vrij moet: niet om te doen wat hij wil, maar opdat hij Mij diene. En de laatste zin van dat vers zet de hele plagengeschiedenis in één regel op scherp: wie de zoon van God vasthoudt, verliest zijn eigen zoon.
De woorden Mijn zoon uit Egypte worden eeuwen later door Hosea opgenomen, en hij zegt het in de verleden tijd: als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen. Dat gaat bij Hosea onmiskenbaar over de uittocht.
En dan doet Mattheüs iets waar men even bij moet stilstaan. Wanneer Jozef met het Kind naar Egypte vlucht en na de dood van Herodes terugkeert, schrijft hij dat dit gebeurde opdat vervuld zou worden wat de Heere door de profeet gesproken heeft: “Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.” Hij past een woord dat over het volk gaat toe op één Persoon.
Dat is geen taalkundige truc maar de manier waarop de Schrift zelf denkt. Israël heet Gods eerstgeboren zoon, en die zoon heeft gefaald in de woestijn. Dan komt er Eén Die dezelfde weg gaat — Egypte uit, door het water, veertig dagen in de woestijn, beproefd op precies de punten waarop het volk viel — en Die het wél doet. Van Hem staat er dat Hij de Eerstgeborene is onder vele broederen.
Exodus 4:11-12 — Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren wat gij spreken zult.
Exodus 4:22 — Voor het eerst heet een volk Gods zoon, en wel Zijn eerstgeborene.
Exodus 4:23 — Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene — en anders uw eigen eerstgeborene.
Hosea 11:1 — Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen, gezegd van de uittocht.
Mattheüs 2:15 — Mattheüs past dat woord toe op het Kind dat uit Egypte terugkeert.
Romeinen 8:29 — Opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 2:15; Hosea 11:1; Romeinen 8:29; Kolossenzen 1:15; Mattheüs 4:1-11
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 4:22.KruisverwijzingenHosea 11:1→Jeremia 31:9→Romeinen 9:4→2 Korinthe 6:18→Deuteronomium 14:1→Jesaja 63:16→Jakobus 1:18→Jesaja 64:8→ — Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel. “Mijn zoon, Mijn eerstgeborene is Israël.” De Heere kent degenen die van Hem zijn, en Hij verklaarde dat zij Zijn volk waren. Daarmee liet Hij zien dat Hij recht heeft op hun volledige trouw en dat Hij onveranderlijk voor hun welzijn zorgt.
De kinderen van Israël verkeerden in die tijd in een zeer ellendige toestand. Zij stonden tot aan hun nek in de klei om bakstenen te maken. Zij waren slaven geworden, vernederd en tot de laagste positie gebracht. Door hun voortdurende onderdrukking waren zij zo moedeloos geworden dat zij zich aan iedere eis van de tiran onderwierpen. Toen de dag van hun bevrijding eindelijk aanbrak, konden zij zich nauwelijks voorstellen dat er een einde aan hun slavernij zou komen of dat hun omstandigheden zo ingrijpend zouden veranderen.
De farao zou in zijn hart kunnen hebben gezegd: “Dit is een bijzondere zoon. Wat voor een God moet dit wel zijn, Die over deze makers van bakstenen, over dit verachte volk, zegt: ‘Dit is Mijn zoon’?” Ja, zelfs over deze mishandelde en verwaarloosde slaven, deze vernederde mannen en vrouwen, zegt God: “Mijn eerstgeborene, Mijn zoon en erfgenaam.”
Een mens is van nature trots op zijn zoon en erfgenaam. Maar hier spreekt de almachtige God in de taal van mensen en neemt Hij deze sombere, gebroken, verachte en moedeloze mensen aan als Zijn volk. Hij zegt: “Mijn zoon, Mijn eerstgeborene is Israël.” Hij schaamt Zich niet voor Zijn volk. Hij heeft Zijn grote liefde voor ons bewezen, zelfs toen wij dood waren door overtredingen en zonden. Zo had Hij ook Zijn volk Israël lief, toen zij nog in slavernij en vernedering verkeerden.
“Gij hebt mijn ziel lieflijk omhelsd, dat zij in de groeve der vertering niet kwame”, sprak iemand uit vroeger tijden. Hij had ons lief toen wij in ons bloed lagen, als een kind dat naakt en ongewassen verstoten was. Toen niemand medelijden met ons had op de dag van onze geboorte en wij op het open veld werden geworpen, kwam Hij voorbij. Dat was een ogenblik van liefde.
Hij zei tegen ons: “Leef.” O, wonderbare genade van God!
MOZES WORDT IN ZIJN ROEPING DOOR DE GAVE VAN WONDERKRACHT GESTERKT.
1. Toen antwoordde 1) Mozes en zei, Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen, want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen. 2)
1) In dit hoofdstuk deelt Mozes mee, hoe hij God schoorvoetend heeft gehoorzaamd, niet uit traagheid om te gehoorzamen, maar uit vrees. Want hij werpt het juist niet van zich, zoals weerspannige dieren dit plegen te doen, maar hij komt met allerlei zwarigheden, opdat hij er niet geschikt voor geacht zou worden. Aan de ene zijde was hij wel gewillig en geneigd tot gehoorzaamheid, maar omdat er grote moeilijkheden tegenover stonden, kon hij zich uit deze worsteling niet omhoog werken, totdat hij met wenden en draaien alle uitvluchten had beproefd. Er is merkbaar geen reden, waarom wij ons zeer zouden verwonderen, dat hij tijdelijk heeft weerstand geboden, daar hij nauwelijks een enkele beloning voor zijn moeite zag. Hij moest wel, ik beken het, als blind voor de uitkomst volgen, waarheen God, aan wiens bevelen alle vromen behoren te voldoen, hem zond. Hij moest niet, volgens eigen mening, een oordeel vellen over een moeilijk te geloven zaak, maar volgens God woord. En het is niet zonder twijfel, deels heeft hij geloof geweigerd aan het woord van God, en deels heeft hij geworsteld de last, die hem was opgedragen, van zich te werpen. Maar omdat hij aan de andere zijde van de hinderpalen, welke hij niet uit de weg kon ruimen, zag, werd zijn gemoed her- en derwaarts geslingerd. En nu is er niemand onder de vromen, die niet dikwijls door slingeringen, die hem geheel en al in beroering brengen, wordt vervoerd, zo dikwijls bij de overweging van de hindernissen er nevelen zich verspreiden over zijn innerlijke gedachten. Er was daarom bij Mozes gewilligheid en lust, doch opgewektheid en standvastigheid ontbrak hem.
2) Sinds Jakob was de Heere aan geen enkele Israëliet verschenen. Hierop bouwt Mozes zijn vermoeden, dat zij hem niet zouden geloven als hij zegt, dat de Heere hem verschenen is. Om de waarheid als waarheid van God te doen erkennen, moogt gij bij de natuurlijke mens niet op haar innelijke kracht en klaarheid alleen vertrouwen. Dat is de grote fout van de mannen van de zogenaamde wetenschap, en is in strijd met de gegevens van de geschiedenis en van de ervaring van ons eigen leven. Niet door de macht van de waarheid komt de mens tot het geloof aan God; maar, omgekeerd, door het geloof aan God komt de mens tot de erkenning van de waarheid. Is er een God, dan is er ook een zedelijke orde van de dingen, dan ook een hogere waarheid. Een naam van God dus zonder de waarborg, dat die naam ook door God zelf is uitgesproken en meegedeeld, zou Israël waarschijnlijk niet bevredigen.
2. En de HEERE zei tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zei: Een staf. 1)
1) Volgens de afbeeldingen op hun gedenktekens, droegen de Egyptenaars veelal een kromme staf, gelijk nog veelvuldig bij de Arabieren in gebruik is. In het klooster op de berg Sinaï wordt nog tegenwoordig hout van een heestergewas (colutea haleppica) verkocht, tot het vervaardigen van zodanige staven geschikt, een hout, waarvan niet onwaarschijnlijk de wonderbare staf van Mozes vervaardigd was.
Er is bij mij geen twijfel aan, of God heeft Mozes willen leren, dat, ofschoon door betrekking laag en onaanzienlijk, hij echter voor de koning van Egypte schrikverwekkend zou zijn. Want die staf was het teken van het heilig ambt. Wat was toch meer verachtelijk dan dat een hoeder van de schapen uit de woestijn opstond, en zijn herderstaf, waarmee hij zich en zijn kudde gewoon was te beschermen tegen de wilde dieren, stelde tegenover de scepter van de machtigste koning. Maar God toont hem, dat, ofschoon hij verstoken was van aardse glans, hulp en macht, hij toch voor farao verschrikkelijk zou zijn, als wilde hij zeggen, dat hij niet moest vrezen, dat farao hem als een boers mens zou verachten of voor niets achten, omdat een staf in een slang veranderd, meer schrik zou aanbrengen, dan duizenden zwaarden.
Het leiden van Gods volk met zijn staf was een teken van leven, genade en vertroosting, en de staf veranderd in een slang was een teken van de dood.
3. En Hij zei: Werp hem ter aarde! En hij wierp hem ter aarde. Toen werd hij tot een slang; en Mozes vluchtte van haar.
4. Toen zei de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! 1) Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar; en zij werd tot een staf in zijn hand. 2)
1) Niet bij de kop of achter de kop, maar bij de staart, zodat de slang, door zich te krommen, hem gemakkelijk kon bijten, moest Mozes hem grijpen. Wat de Heere hier aan Mozes wilde leren, is duidelijk: gehoorzamen, op Gods bevel, en dan de uitkomst aan Hem overlaten. Door het geloof in het woord des Heren zou Mozes macht ontvangen, om de listen en lagen van farao te weerstaan en over hem te zegevieren.
2) Door dit teken zei God tot Mozes: “Ik geef u de macht op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht van de vijand, en geen ding zal u enigszins beschadigen”.
In het oude Egypte verstond men de kunst om slangen te temmen, een vaardigheid, die er nog niet geheel in vergetelheid is geraakt. Zij, die daarin bedreven zijn, weten de getemde slangen terug te houden, dat zij niemand aanvallen, ja, weten het zover te brengen, dat zij zich stokstijf uitstrekken. Met het verwerven van deze wondergave verkreeg Mozes de zekerheid, dat hij door Gods macht boven alle toverkunsten stond. Bovendien was dit wonder, evenmin als het teken van de brandende braambos, zonder betekenis: “Wat kan er eenvoudiger zijn, dan de staf, die de herder en ieder ander draagt? En toch kan Mijn macht daaruit een vreselijk wapen vormen, waarvoor alle vijanden verschrikt zijn.” Dat was het, wat God door dat wonder aan Mozes betuigde; om dat in zijn volle kracht te verstaan, moest hij zelf bevreesd voor de slang vluchten. Maar evenals de slang in zijn hand weer tot een staf werd, zo moest hij zich verzekerd houden, dat ook de vreselijkste macht, voor welke een farao sidderde, hem wel tot steun, maar niet tot schade zou zijn. Zie Ex 4.9
Met het opnemen van de staf, aanvaarde Mozes zijn roeping, en daarom komt de Heere terstond met de woorden, in het volgende vers meegedeeld.
5. Daarom, ging de Heere voort, heb Ik u met Mijn goddelijke kracht toegerust (Mark.16:20), opdat zij geloven, dat u verschenen is de HEERE, de God van hun vaderen, de God van Abraham, de God van Izaak, en de God van Jakob.
Met deze woorden wordt Mozes de blijvende macht voorspeld, om dit wonder te verrichten, zowel bij de kinderen van Israël als bij farao.
6. En de HEERE zei verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. 1) En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet zijn hand was melaats, 2) wit als sneeuw, met de witte melaatsheid bedekt, bij welke, als zij in de hoogste graad is, de hand meestal glinsterend als sneeuw verschijnt. (2 Koningen. 5:27)
1) God, de Heere, wil de man van God door dit teken leren, dat Hij machtig is; hetgeen is, tot niets te doen worden en hetgeen niets is, tot heerlijkheid en aanzien te brengen. Israël was op dit ogenblik als een melaatse, als een onreine geacht bij Egyptisch koning en volk, maar God, de Heere, zou het heerlijk uitvoeren en het tot een toonbeeld van zijn reddende liefde stellen.
2) De melaatsheid is een in Egypte en Klein-Azië gewone ziekte, een van de ernstigste landplagen van Judea (Deuteronomium. 24:8), die men slechts zijn doodsvijand toewenste (2 Samuel 3:29; 2 Koningen. 5:27) en voor de zwaarste van God gehouden werd (Numeri. 12:9,10; 2 Kron.26:19). Het eerst vertoont zij zich aan de opperhuid, grijpt vervolgens het celweefsel, het netvlies en zelfs het gebeente, het merg en de gewrichten aan; zij gaat zeer langzaam voort, is zeer aanstekelijk en erft dikwijls op de kinderen tot in het vierde lid over (2 Samuel 3:29); doch zó, dat de ziekte altijd in geringere graad zich vertoont, en in het vierde lid gewoonlijk alleen in bedorven tanden, stinkende adem en een ziekelijk uitzicht bestaat. De ontwikkeling wordt begunstigd door vochtige, onreine lucht, door onreinheid en het gebruik van vette spijzen. De voorboden zijn: deels kleine vlekken van de grootte van de punt van een naald, later van een linze; deels vurige uitslag, die zich van gewone huiduitslag, door vergroting en door verkleuring van de haar onder scheidt. Er zijn verschillende soorten van melaatsheid: 1. De witte, barras; deze heerste onder de Hebreeën (2 Koningen. 5:27 Numeri. 12:10) en wordt daarom van de geneesheren lepra mosaïca genoemd. Deze ontstaat uit de linzenvlekken. Snel vreten deze voort en er ontstaat ruw vlees (Leviticus. 13). Die vlekken komen meestal op de plaatsen waar men het haar heeft. Is de melaatsheid doorgebroken, zo wordt de gehele huid wit, glinsterend aan voorhoofd, neus enz., gespannen, dor als leder en toch week; soms barst zij, en er vertonen zich zweren. De uiterste delen zwellen op; de nagels aan handen en voeten vallen af, de oogleden krimpen in, de haren worden met een stinkende bast overdekt of vallen uit. De ogen verliezen hun glans, zijn zeer gevoelig en druipen altijd; uit de neusgaten vloeit een vochtig slijm. Eindelijk sterven de ongelukkigen door uittering, die met waterzucht verbonden is. 2. De elephantiasis, lepra nodosa of tuberculosa, knobbelachtige melaatsheid (Deuteronomium. 28:27). Zij ontstaat uit vlekken en kentekent zich door knobbels in het gezicht en aan de leden, die eerst zo groot zijn als een erwt, later als een walnoot of een hoenderei. Daartussen komen diepe voren. Hevige smart is er niet mee verbonden; slechts op het einde van de ziekte ontstaan vele zweren, die een bloedig, stinkend vocht afzonderen. De uiterste delen van het lichaam sterven langzamerhand, en vallen van het lichaam af. Het gezicht is opgezet en glinsterend als van vet; de blik strak en wild, het oog kogelrond en onophoudelijk tranende; alle zintuigen worden verstompt (Job 16:16); de stem wordt zwak; de spraak onverstaanbaar, of wel de patiënt worden geheel stom. Daarbij komt sterke begeerte naar spijs en wellust. De ziekte verwekt grote mistroostigheid en ‘s nachts slapeloosheid of vreselijke dromen. De zieke kan daarbij 20 en meer jaar leven. 3. De zwarte melaatsheid, donkere barras. Deze ontwikkelt zich uit uitslag, die steeds groter wordt, en met hevige jeukte, bijzonder gedurende de nacht, verbonden is (Job 2:8). De huid wordt ruw; er vormen zich korsten, die spoedig splijten, en in rondachtige asgrauwe schorsen afvallen (Job 7:5). Er komen roven, die rood- of zwartachtig zijn en voornamelijk aan armen en benen zitten. De vingers trekken krom, zodat de zieke daarmee niet eens zijn jeukte verzachten kan; zij gaan langzamerhand tot verrotting over, en vallen af, evenals de vorige leden. De adem is stinkend (Job 19:17), en de astmatische benauwdheden worden, vooral in de nacht, pijnlijk. Langzamerhand nemen de krachten af (Job 16:8; 19:20); er ontstaat een gehele vermagering, en onder zenuwtoevallen komt de dood.
7. En Hij zei: Steek uw hand weer in uw boezem. En hij stak zijn hand weer in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weer als zijn ander vlees. 1)
1) Door dit wonder zei God tot Mozes: “Gij zijt rein, om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.” Hoe eigenaardig betekent het steken van de hand in de boezem, op het bevel van God, het hartgrondig zelfonderzoek, de zelfbeproeving, waarvan de vrucht is de overtuiging: “Wij zijn van nature onrein;” en het andermaal insteken van de onreine hand op Gods bevel, het geloof in de genade van God, waarvan de vrucht is de overtuiging: “God heeft onze zonden vergeven.” In dit insteken en uithalen van de hand in de boezem, moet onze geloofswerkzaamheid gedurig bestaan. Zie Ex 4.9
8. En het zal geschieden, voegde de Heere daaraan toe: zo zij u niet geloven, noch naar de stem1) van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.
1) Hier wordt, evenals in het bloed van Abel (Genesis 4:10) aan die tekenen een stem toegeschreven, omdat God door zijn wondertekenen tot de mensen spreekt en zijn woord daarbij voegt, opdat ze zouden verstaan worden.
9. En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren van de rivier, en giet ze op het droge, zo a) zullen de wateren, die gij uit de rivier de Nijl zult nemen, deze zullen tot bloed worden op het droge. 1)
a) Genesis 7:19
1) Gelijk Mozes de eerste van God gezonden profeet is, zo is hij ook de eerste wonderdoener in de wereld; deze drie wondertekenen nu, die hem hier verleend worden, hebben betrekking op de objecten, met welke God in de gehele geschiedenis van de uitleiding van Zijn volk uit Egypte te doen heeft; het eerste op Mozes zelf, het tweede op het volk van Israël, het derde op het land van Egypte. Mozes moet de herderstaf, die hij in Midian gevoerd heeft, wegwerpen, dat is: zijn tegenwoordig beroep vaarwel zeggen en een ander, dat God hem aanwijst, volgen; maar hij vreest voor het laatste, om de daarmee verbonden moeilijkheden en gevaren en wil vluchten. Nu moet hij manhaftig en moedig aangrijpen, in gehoorzaamheid aan Gods bevel; terwijl hij het doet, wordt de slang weer tot een staf, alle moeilijkheden en gevaren worden overwonnen, en Mozes zal tot een herder van een geestelijke kudde, tot legerhoofd en wetgever van het volk van God worden. Israël was in Egypte, waarheen de Heere het eens geleid heeft, door de onreine, afgodische geest van het land aangestoken, en in stompzinnigheid en vervreemding van God gezonken; met een diepen smartelijke indruk van dit verval heeft Mozes geklaagd: “Zij zullen mij niet geloven.” Maar toch moet hij heen naar het diep gezonken volk, hij moet het uitleiden, en God zal door zijn dienst Israël weer gezond maken en van alle bevlekking reinigen. Egypte’s macht en rijkdom spiegelt zich af in zijn rivier, de Nijl; maar God is een Heer ook over Egypte, Hij zal het water van zijn stroom in bloed veranderen, zal al zijn macht en grootheid, farao met al zijn goden te schande maken, en met sterke hand Zijn raadsbesluiten volvoeren. De beide eerste tekenen moet Mozes, als proef, reeds nu, tot zijn eigen geloofsversterking doen; alle drie doet hij daarna voor het volk, om zijn goddelijke zending te bewijzen (vs.30,31). Met een gelijk doel geschieden het eerste en derde voor farao (Exodus. 7:10 vv.). Het derde kon Mozes hier, op Horeb, niet verrichten; want daartoe was nodig, dat hij aan de Nijl stond. Het tweede daarentegen mocht hij voor farao niet herhalen, want het had betrekking op zaken, die slechts tussen God en Zijn volk alleen konden behandeld worden.
De Nijl werd afgodisch vereerd, behoorde tot de afgoden van de Egyptenaren. Dat veranderen van water in bloed moest Israël doen vertrouwen, dat Mozes door God machtig was, om de Egyptenaren met hun goden te verderven en daardoor Israël te verlossen. Alle bezwaren werden uit de weg geruimd en toch, Mozes komt gedurig weer met iets nieuws. Zo is de mens. Als God roept tot een gewichtig werk, worden er vele bezwaren geopperd, als men in eigen kracht iets aanvaardt, ziet men dikwijls geen hindernissen.
10. Toen zei Mozes tot de HEERE, nadat deze bedenking overwonnen was, en hij het zich voorstelde, hoe moeilijk het hem zou zijn, tot een zo grote koning te spreken: Och, Heere! ik ben geen welbespraakt man, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; ik was het nimmer, en ook na Uw openbaring is dit gebrek niet verbeterd: ik gevoel integendeel, hoe ik nu in Uw tegenwoordigheid des te moeilijker spreek; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong; 1) zeer moeilijk valt het mij te spreken.
1) Alle mogelijke dingen neemt Mozes te baat, om de hem opgedragen last van zich af te schudden, niet omdat hij in de gedachte heeft het bevel te weigeren, maar omdat hij voor de zwaarte ervan beeft. Wantrouwend daarom op eigen krachten maakt hem zo langzaam en bevende. Het geneesmiddel lag voor de hand, bij zichzelf te besluiten, daar hij zeker wist, dat hij niet op vermetele wijze begon, dat God, wiens bevel hij gehoorzaamde, hoeveel kracht hij ook zou behoeven, hem die zou verschaffen. Dit was dus niet zondig van hem, om al zijn zorgen op God te werpen, en omdat Hij zijn krachteloosheid kende, te hopen op hoop, naar het voorbeeld van Abraham, die zijn krachteloos lichaam niet aanmerkte, noch de verstorven moeder van Sara, maar geloofde, dat God kon volbrengen, wat Hij beloofd had. Het had wel een teken van bescheidenheid kunnen zijn, dat hij voor het gebrek, dat hij aangeeft, in rekening brengt, slechts bijstand van God gevraagd had, maar omdat hij verder gaat, om vrijstelling van zijn ambt te vragen, doet hij God onrecht, alsof Hij Zijn knechten meer lasten oplegt, dan zij kunnen dragen, of op onredelijke wijze hen iets opdraagt.
Hierdoor schijnt een bijzonder gebrek, een moeilijke of belemmerende uitspraak te worden aangeduid.
In Hand.7:22 heeft de uitspraak: “machtig in woorden,” meer betrekking op de krachtige inhoud van zijn rede, dan op de welsprekende voordracht; die plaats spreekt alzo de onze niet tegen.
Is Mozes bij deze woorden ook niet opnieuw al te zeer verstrikt in de warboel van eigen kracht, waardoor men alles aan zichzelf en aan eigen inspanning alleen wil te danken hebben? Dan rekent men gewoonlijk niet op het tussenbeide treden van de Almacht van God, die ons al het ontbrekende geven kan en zal; ja, indien er bij ons slechts de ware lust en rechte begeerte van de volgzame gehoorzaamheid wordt gevonden. Dat doet de Heere hem voelen.
Mozes wil hiermee te kennen geven, dat het altijd zijn gebrek is geweest, niet welbespraakt te zijn. Niet nu, wil hij zeggen, nu ik in uw tegenwoordigheid ben, maar ook vroeger in Egypte, ook in Midian.
11. En de HEERE zei tot hem: Wie heeft de mens de mond gemaakt? of wie heeft de stomme, of dove, of ziende, of blind gemaakt? 1) Ben Ik het niet, de HEERE? 2)
1) De Heere verklaart aan Mozes, dat eigenlijk niet de mens zich zelf dus gemaakt heeft, maar dat het bezoekingen of zegeningen van God zijn, de Schepper en Bestuurder van alles, hetgeen geen bewijs behoeft, want, 1e. die de mens de mond maakt is dezelfde God, die hem het wel gebruiken van de mond geeft, en zo ook de belemmerdheid in de tong, en de stomheid maakt; 2e. wie kan ontkennen, dat God, die oren plant, ook de doofheid of het gehoor geeft, en 3e. zo is het ook van Hem, die het oog formeert, dat iemand blind of ziende is.
2) Met deze vraag, waarmee de Heere zinspeelt op de straks geschonken openbaring, doet de Heere Mozes al het onbetamelijke van zijn vraag uitkomen. Met dit antwoord en met die laatstgenoemde vraag, zijn alle bezwaren opgelost. Op zijn onmacht kan Mozes zich niet meer beroepen. Alle tegenwerpingen zijn afgesneden.
12. En nu, ga moedig heen, en bekommer u over uw zware tongval niet, en a) Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult. 1)
a) MATTHEUS.10:19 Mark.13:11 Luk.12:12
1) Het is alsof de Heere God, die de harten doorschouwt, op de bodem van Mozes hart een andere bedenking verscholen ziet, een bedenking omtrent de woorden en tegenredenen, welke hij bij Israël en farao zal gebruiken. Welnu, ook de woorden zullen hem geleerd worden. Mozes zal het instrument zijn, hetwelk de Heere wil en zal gebruiken, om zijn volk te verlossen.
13. Doch hij zei, hoewel de Heere alle zijn bedenkingen weerlegd had, en hij geen enkele verontschuldiging meer vinden kon: Och HEERE! zend toch door de hand van degene, die Gij zou zenden, 1) wanneer ik niet bestond; ik ben ongeschikt; ik voel geen lust totdat grote werk.
1) “Die ongehoorzame, die weerspannige Mozes,” spreekt gij alzo in uw hart? O, gij, die zo spreekt, hoe twijfel ik, of gij immer een juiste blik in de ziel van die Godsman geslagen en u geheel in zijn toestand verplaatst hebt! Gij zou zonder enige aarzeling op de eerste wenk zijn gegaan? Indien ja, het zou nog de vraag zijn, of gij van uw taak u even trouw en goed ten einde toe gekweten zou hebben. De lichtzinnige treedt dadelijk toe, waar een nieuwe baan zich ontsluit, maar om later op bezwaren te stuiten. De bedachtzame aarzelt en weegt, maar om later, als de twijfel overwonnen is, ook onbeweeglijk pal te staan. Ongetwijfeld, Mozes dreef de weerspraak te ver, en in het bijzonder zijn laatste woord, dat de Heere zelf vertoornt, durven wij niet verschonen of prijzen. Maar anders och, of er wat meer van Mozes’ ootmoed werd gevonden, zijn geloofskracht zou minder ontbreken!.
Hier treedt wel enigszins de onwil van Mozes te voorschijn, onwil, die voortspruit uit kleingeloof en zwaarmoedigheid. Want zuiverder dan de Statenvertaling is wel deze: “Zendt toch door de hand van degene door wie Gij wilt zenden.” Met deze vertaling zijn ook vele nutteloze en vruchteloze vragen afgesneden, naar die andere persoon. Volgens de grondtekst, laat Mozes dit in het midden. Hij wil en zal God aan geen enkel persoon binden, alleen, hij zelf worde van de opdracht verschoond. Het is daarom dan ook dat wij lezen, dat de toorn van de Heere over hem ontstak.
Een zekere mate van dweperij, die men dan geestdrift noemt, het vertrouwen op zichzelf, het voorzien van moeilijkheden, de onbeschaamdheid, die zich ondoordacht in gevaren stort, dat alles behaagt de held van deze wereld; maar de mannen, die Gods werk moeten verrichten, behaagt dit niet; dat zou hen geheel ongeschikt voor hun roeping maken. Dit alles bezat Mozes 40 jaar geleden; maar juist toen achtte God hem onbruikbaar voor het werk, waartoe hij bestemd was. Bedaardheid, ootmoed, zelfvernedering, gevoel van eigen zwakheid, zijn de onmisbare voorwaarden voor elk werk in het rijk van God; want zij zijn het vat voor goddelijke geestdrift en wijsheid, voor goddelijke kracht en sterkte. Daarom zegt de apostel 2 Corinthiers. 12:10): “Als ik zwak ben, dan ben ik machtig.” Tot deze zwakheid was Mozes in de woestijn opgevoed en bekwaam gemaakt. Dat hij ook hier in het uiterste verviel, dat hij niet alleen de negatieve (alle vertrouwen op zich zelf missende) zwakheid, die God wil en eist, maar ook de positieve zwakheid (het niet vertrouwen op Gods kracht) bij zich plaats gaf, dat Mozes van het ene uiterste in het andere vervallen is, daarin vertoond zich de algemene verkeerdheid van de menselijke natuur. Intussen, God weet dat de mens zowel van de rechterzijde van de dwaalweg terug te roepen als van de linkerzijde.
14. Toen ontstak, 1) om dit openlijk tegenstreven, de toorn van de HEERE over Mozes; doch, daar dit tegenstreven niet uit vijandige gezindheid tegen God, maar uit grote zwakheid van het vlees voortvloeide, wierp de Heere in Zijn toorn hem niet weg, maar deed Hij hem verder geweld aan, opdat de kiem van het geloof, (Mark.9:24) die in de zwakheid van het vlees gevangen was, ook van de laatste boei zou bevrijd worden. En Hij zei: Is niet Aäron, de Leviet, 2) uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en alzo in uw plaats kan treden, wanneer gij te bevreesd zijt, om in vertrouwen op Mijn bijstand zelf de woordvoerder te zijn, en ook zie, hoe Ik uw zwakheid te hulp wil komen, hij zal uitgaan u tegemoet, wanneer gij Midian verlaat; wanneer hij u ziet, hier, aan de berg van God (vs.27), zo zal hij in zijn hart verblijd zijn, 3) en zich gaarne bereid verklaren, om u in uw opgedragen werk behulpzaam te zijn.
1) Toorn drukt in de Heere uit. 1e. Die gezette haat en natuurlijke afkeer, die de Heere uit kracht van Zijn heiligheid heeft tegen de zonde en tegen alles, dat Hem ergerlijk is. 2e. Dat vaste en onveranderlijke voornemen van God, dat Hij, ingevolge van die natuurlijke haat heeft, om alle zonde zeker te straffen; en zo is dan de toorn van God weinig onderscheiden van Zijn wrekende rechtvaardigheid. 3e. De straffen zelf, die de Heere, achtereenvolgens die haat en dat voornemen, brengt over de zondaren; die oordelen zelf worden ook wel Zijn toorn genoemd. (Rom.1:18; 11:8) Wel een duidelijk bewijs, dat het bij Mozes onwil was. De Heere God komt het zwak geloof te hulp, maar keert zich tegen het ongeloof en bestraft het kleingeloof.
2) De afstamming van Aäron wordt hier vermeld, omdat de naam “Levi” is afgeleid van “lavah”, dat “zich aan iemand aansluiten” (Genesis 29:34) betekent, en de tegemoetkomende, dienstvaardige bereidwilligheid van Aäron juist in deze aankondiging bijzondere betekenis heeft. Hij zal Mozes ontmoeten als een oprechte Leviet, die zich gewillig bij zijn broeder aansluit.
3) Gelijktijdig met de roeping van Mozes, was er waarschijnlijk onder het volk van Israël een grote gisting, een duister voorgevoel, dat een keerpunt, de tijd van de redding nabij was (Exodus. 2:23; 3:7). Door dit voorgevoel wordt Aäron bewogen, zijn broeder in de ballingschap op te zoeken; of hij komt, gezonden door enigen, die reeds plannen hebben ontworpen en met Mozes willen raadplegen. Op weg verschijnt hem vervolgens de Heere, en geeft hem de nodige aanwijzingen, opdat hij het doel van zijn reis niet misse. (Exodus. 4:27)
15. a) Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond zijn, opdat gij weet, wat gij hem zeggen moet; en met zijn mond zal Ik zijn, opdat hij op welsprekende wijze, als uw tolk, het voordrage, en Ik zal u leren, wat gij doen 1) zult.
a) Exodus. 7:2
1) Zo-even was het “wat gij spreken zult” (vs.12), nu ook wat gij doen zult. Alles, alles belooft de Heere hier aan Zijn knecht. Welk een taal geduld, welk een mate van ontferming en trouw spreidt de Heere hier tentoon!.
16. En hij zal voor u, in uw plaats, tot het volk en tot farao (Exodus. 7:2) spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond, tot een profeet (Exodus. 7:1) zal zijn, en gij zult hem tot een God zijn, 1) tot een, die uw woorden in zijn mond legt; hij zal van zichzelf niet spreken, maar alleen uw woorden.
1) Het voorwendsel om het ambt van zich af te schuiven neemt Hij weg, door voor de taak, om te spreken, zijn broeder aan te wijzen, terwijl hij geen ander in zijn plaats aanstelt. Ja, Hij matigt zich op menselijke wijze, opdat Hij, de wensen van zijn knecht ter wille zijnde, hem tegen wil en dank de eer ervan geeft. Daarom verdeelt Hij de rollen, zodat bij Mozes het gezag blijft berusten en het ambt van tolk aan Aäron wordt vereerd. Alzo wordt Mozes, zonder inachtneming van zijn rang, hoger gesteld dan zijn broeder, daar het behoorde, dat de genade van God geheel anders op het hoofd neerdaalde als op de leden; hetgeen door deze woorden wordt uitgedrukt, dat Aäron zijn mond zou zijn en Mozes zijn God, omdat de betekenis daarvan is, dat hij zou voorzeggen, wat deze getrouwelijk zou overbrengen en voorschrijven, wat deze gewillig zou navolgen. Door welk voorbeeld God getuigd heeft, dat hij de gaven van de Geest en tegelijk de ambten verdeelt naar Zijn eigen welbehagen en dat niemand, wie dan ook, of in eer of in gaven uitblinkt, tenzij naar de mate van Zijn genadevolle mededeling. Doch dat aan de mindere de eerstgeborene wordt toegevoegd en deze laatste slechts tot zijn orgaan om te spreken wordt aangesteld, terwijl door zijn arbeid en werk God zou kunnen aanvullen, wat Hij door Mozes had willen ten uitvoer brengen, laten wij leren dit eerbiedig te bewonderen, omdat zijn oordeel voor ons onbegrijpelijk is en gelijk een diepe afgrond.
Wie Gods woord heeft en gelovig is, die heeft Gods Geest en kracht, ook de Goddelijke wijsheid, waarheid, zin en moed en alles wat van God is.
Was het oorspronkelijk Gods bedoeling niet, om Aäron aan Mozes toe te voegen, de zwakheid van Mozes doet God hem de eer ontnemen van het gehele verlossingswerk van Israël. Mozes ontvangt zijn straf, zo dikwijls hij als onbespraakt man terug moet treden voor zijn broeder. (zie Ex 7.1)
17. Neem gij dan deze staf, die gij tot hiertoe gevoerd hebt, en die Ik tot een slang heb doen worden, (vs.2-4) in uw hand, 1) wanneer gij naar Egypte trekt; deze is het, waarmee gij die tekenen doen zult.
1) Mozes wilde zich aan de last onttrekken.., het Schibboleth van de ware roeping van God! Wie zijn zwakheid voelt, is geschikt, om een drager van de kracht van God te zijn, die alleen het ledige vervult! Thans baat dan ook geen tegenstand. Mocht Mozes veertig jaar eerder Israël niet verlossen, nu moet hij het doen. Hij laat zich dan ook eindelijk overwinnen, nadat God hem Zijn beloften in het hart, Zijn wonderstaf in de hand en Aäron, zijn broeder aan de zijde gegeven heeft! En wenen Jethro’s herdersknapen, en blaat zijn kudde een treurige groet, hij wankelt niet, hij, die Gods schapen uit Memphis’ roofklauw wringen moet.
De herdersstaf, nu de wonderstaf in Mozes’ hand, moet hij opnemen, maar daarmee wil de Heere hem tevens bemoedigen. Gesterkt door Aäron, als spreker en met de staf in de hand, om de woorden door tekenen te bevestigen, heeft de man van God nu ook geen enkele verontschuldiging meer. Wat meer zegt, hij is ervan overtuigd, dat God in hem, de zwakke in zichzelf, zijn Almacht en kracht zal volbrengen.
II. Exodus 4 vers 18-31
Mozes neemt afscheid van zijn schoonvader, en aanvaardt met vrouw en kinderen de reis naar Egypte. Op weg spreekt de Heere verder met hem over zijn optreden voor farao, maar eist ook van hem de nog nagelaten besnijdenis van de jongste zoon. Bij de Horeb ontmoet hem zijn broeder Aäron; met deze verenigd, komt hij in Egypte aan; verzamelt de oudsten van Israël, die zijn goddelijke zending geloven en hem met blijdschap opnemen.
18. Toen ging Mozes, nu geheel besloten, om de wil van God te volgen, heen, en keerde weer tot Jether, zijn schoonvader, en zei tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik terugkeer tot mijn broeders, mijn verwanten en mijn geloofsgenoten, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven, 1) hoe het hun gaat. Jethro dan zei tot Mozes: 2) Ga heen in vrede; 3) ik heb niets daartegen; God geleide u!
1) Het is wonderlijk, waarom Mozes het gezicht, waarmee toch wel het meest het gemoed van zijn schoonvader had bewogen kunnen worden, om hem verlof te geven, verzwegen heeft. Want alleen de menselijke zijde van de zaak voert hij aan, dat hij van plan is, zijn broeders en bekenden te bezoeken. En niet alleen dat het lastig was voor zijn schoonvader, zijn arbeid, moeite en vlijt te ontberen, waarvan hij veel nut had gehad, maar het was hem geenszins aangenaam, zijn dochter en kleinkinderen naar een vreemde landstreek weg te laten trekken. Het is onzeker, of hij door God werd verhinderd, of dat hij uit vrees en beschroomdheid heeft gezwegen. Ik hel echter meer tot deze mening over, dat hij niet over zijn roeping heeft durven spreken, opdat een ongelooflijke zaak op hem niet de schijn laadde van een leugenaar en ijdelspreker te zijn. Daar het dus moeilijker was, geloof aan zijn roeping in te boezemen, heeft hij liever een menselijke plicht willen voorgeven.
De eigenlijke reden van zijn reis verzwijgt Mozes, omdat zowel bescheidenheid, als verstand hem verbood, reeds nu te spreken van hetgeen voorgevallen was; later heeft hij zijn schoonvader nadere mededelingen gedaan. (Exodus. 18:8 vv.).
2) Het laatste overblijfsel van zijn twijfel is als zwavel in de vlammen van de braambos verteerd; nu kan hij gaan, want hij weet met wie en waartoe. En ziet nu, hoe God een beloner is van allen, die Hem zoeken, en hoe de eerste schreden op de weg van de gehoorzaamheid door Hem worden verlicht en gezegend! Waar Mozes zijn plan meedeelt, heeft Jethro geen enkele tegenspraak; een nieuwe openbaring (vs.19) verzekert hem, dat al zijn vijanden dood zijn, en hij volkomen veilig zal wezen. Opmerkelijk, die bedenking had Mozes niet eenmaal geopperd, maar zelfs een verzwegen bezwaar wordt ook door God uit de weg geruimd, zo Hij slechts ziet, dat het hart oprecht is voor Hem.
Waar Mozes God gehoorzaamt, daar baant de Heere verder voor hem de wegen. Dit is een stelregel in het Koninkrijk van God. God eist gehoorzaamheid aan Zijn woord, en waar deze getoond wordt, daar ruimt Hij zelf de hinderpalen uit de weg, die zich op het pad van de gelovigen mochten bevinden.
3) Deze was de gewone groet in het oosten. Jethro geeft hiermee tevens volle vrijheid om te vertrekken.
19. Ook zei de HEERE tot Mozes in Midian, 1) voor wie het, wegens de gepleegde doodslag (Exodus. 2:12 vv.), bezwaarlijk was, om openlijk met de zijnen in Egypte te trekken: Ga heen, keer terug naar Egypte, en vrees geen kwaad; want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten, 2) zowel de koning, die u toen zocht te doden (Ex.2:15,23), als ook de naaste bloedverwanten van de door u verslagen Egyptenaar (vrgl.Matth.2:20).
1) Deze openbaring had plaats, toen Mozes zich voor de reis naar Egypte gereed maakte. Vandaar dan ook, dat hier staat “in Midian.” De verschijning van zo-even heeft bij Horeb plaats gehad, deze ter plaatse waar Jethro woonde. Hiermee is dan ook het bezwaar uit de weg geruimd, wat sommigen hebben geopperd, alsof dit vers niet van Mozes zelf is geweest, maar van een andere schrijver. Het is toch zeer goed denkbaar, dat, toen Mozes zich gereed maakte voor de reis, hij gereed stond de zware last te volbrengen, allerlei bezwaren zijn hoofd doorkruisen en in zijn harte opklimmen. Vooral het bezwaar, omtrent de doodslag van de Egyptenaar. De Heere weet dit, ziet dit, maar is ook terstond gereed, om ook die bezwaren op te lossen. De Heere God houdt te allen tijde een wakend oog op de Zijnen.
2) Zolang Mozes zich onwillig toonde, had God hem niets gezegd van de stand van zaken aan het hof van Egypte, maar nu hij overreed was, om te gaan, waarheen hij gezonden werd, moedigde de Heere hem aan, om spoed te maken, door de verzekering, dat hij voor zijn persoon niets te vrezen had.
20. Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, Gersom en Eliëzer (Exodus. 2:22), van wie de tweede nog zeer jong was, en voerde hen op een ezel, terwijl hij zelf te voet daarnaast ging, en keerde terug naar Egypte; en Mozes nam de staf van God 1) in zijn hand, de staf, die God geheiligd had tot het verrichten van tekenen en wonderen. (vs.17).
1) “De staf van God.” De herderstaf wordt hier “staf van God” genoemd, omdat deze van de almacht van God getuigde, een middel was geworden van Gods bijzondere openbaring. Rijkdom en schatten had Mozes niet in Midian gedurende die veertig jaar gewonnen. Slechts een staf was in zijn hand, maar die staf sprak hem van vele dingen: van de heerlijkheid van God hem geopenbaard, van Gods trouw hem betoond, van de bijstand van God, welke hij voortdurend zou genieten.
21. En de HEERE zei tot Mozes, spoedig na zijn vertrek hem in een gezicht verschijnende: Terwijl gij heentrekt, om terug naar Egypte te keren, roep Ik u nogmaals toe: Zie toe, dat gij al 1) de wonderen doet voor farao, die ik met de staf in uw hand gesteld heb, niet slechts die drie (vs.2-9), maar ook alle andere, die Ik u verder bevelen zal, doch Ik zal zijn hart verstokken, 2) dat hij het volk niet zal laten gaan.
1) “Al de wonderen.” Hieronder zijn niet alleen te verstaan de wonderen, welke Mozes bij de berg Horeb heeft verricht, maar ook de volgende, die hij nog zal doen voor farao’s aangezicht.
2) Wanneer een tak van de boom afgehouwen is en liggen blijft, dan gaat het weinige sap, dat nog van de stam daarin is, langzamerhand weg; hij wordt hard en dor als een stok, die men wel breken, maar niet meer buigen kan als vroeger, toen hij nog een tak was. Zulk een stok is wel voor het vuur en andere zaken dienstig, maar niet meer om groen te worden, te bloeien en vruchten te dragen. De verstoktheid van het hart is zulk een gesteldheid van de mens, waardoor de verkeerde wil, met verblinding van het verstand, ondanks alle ontvangen indrukken en overtuigingen, in de zonde volhardt, zodat geen genade van God tot bekering meer plaats vindt; maar een rechtvaardig strafgericht, en alzo de mens in zijn verkeerde gezindheid sterft.
Tienmaal heet het: “God heeft farao verstokt (Ex.4:21; 7:4; 9:12; 10:1, 20, 27; 11:10; 14:4,8,17); even zo dikwijls wordt ook gezegd, dat farao zijn hart verstokte (Ex.7:13,14,22; 8:15,19,32; 9:7,34,35; 13:15). Om God niet te maken tot een oorzaak van zonde, heeft men deze verstoktheid zo willen verklaren, dat zij door de wonderen, die God deed, in farao zou zijn geboren, zodat er eigenlijk niets anders zou gezegd zijn, dan dat God deze tekens gegeven heeft, die in plaats van farao te vermurwen, hem door zijn eigen schuld des te meer verharden. Anderen hebben weliswaar de zonde zelf geheel en volledig aan farao’s gemoed, maar de wijze, waarop zij zich openbaarde, aan de leiding van God toegeschreven. In waarheid is het dan ook God, die, zodra de zonde van de mens uit het gemoed tot daden overgaat en zich in het leven toont, daaraan een bepaalde vorm geeft en haar op die wijze beheerst. Wanneer bijvoorbeeld David zich hoogmoedig gedraagt, dan is de hoogmoed, in zijn hart ontstaan, zijn schuld, maar dat deze zonde zich in een volkstelling openbaard, dat is het gevolg van een verzoeking, waarin God hem leidt. Maar, hoeveel waarheid er ook steekt in deze denkbeelden, volledig drukken zij de zin van deze plaatsen niet uit. Wanneer Gods macht en genade tevergeefs op de mens poogt in te werken, zo wordt daardoor het gemoed verhard boven hetgeen het te voren was, en deze verstoktheid is een gevolg en een straf van vroegere zonde, en dus een daad van God. Het Evangelie is een levensreuk ten leven en een doodsreuk ten dode, zoals dezelfde reuk enige schepselen op kan wekken, doch op anderen een dodelijke invloed uitoefent. In de oorspronkelijke bestemming ligt het wel niet, om dodelijk te zijn; het is het gevolg van een ongeloof, dat aan eigen schuld te wijten is; maar, waar dit bestaat, daar is de dodelijke invloed een gerichte wraak van God. De uitdrukkingen: verharding, verstoktheid, veronderstellen een vroegere wekere toestand, die door het misbruik van Gods openbaringen en zegeningen ophield te bestaan. Zo kan het evenzeer gezegd worden, dat farao zichzelf, als dat God hem verstokte, en dat God deze verharding vantevoren verkondigt, het kon en moest Mozes en het volk van Israël tot een krachtige troost zijn tegenover hun onderdrukkers; zij verwierven daardoor de zekerheid, dat de woede, waarmee hij hen vervolgde, wat zij ook probeerde, onder het opperbestuur van God stond, ja, dat zij zelf deel uitmaakte van het strafgerecht, dat God aan hem voltrekken zou. Verg. Rom.1:24,26,28.
In het Hebreeuws Achazek, eig.: Ik zal sterk maken. De Heere voorspelt hier, dat farao in de grond van de zaak geheel ongevoelig zal blijven voor al de tekenen en wonderen, die Mozes op Gods bevel zal verrichten. Tegenover hen, die deze spreekwijze willen verzachten, zegt Calvijn: Mij althans verdriet het niet met de Heilige Geest te spreken, noch aarzel te onderschrijven, wat zo dikwijls in de Schrift voorkomt, dat God de goddelozen overgeeft in een verkeerde zin, hen aan schandelijke begeerlijkheden overgeeft, hun zinnen verwart en hun harten verhardt.
God wordt gezegd het harte van onbekeerden te verharden, gelijk de Heere ten opzichte van farao bedreigt. 1e. Als Hij hen in hun natuurlijke hardigheid laat zitten, en die door geen krachtdadige genade uit hen wegneemt. 2e. Als Hij hun natuurlijke hardigheid, ten opzichte van haar uitwerking alle ruimte laat, en die door geen wederhoudende genade belet of bepaalt. 3e. Als Hij hen de middelen tot hun verbetering of onthoudt of onttrekt, weigerende hen de Geest van de vermaningen, en dus toelaat, dat zij zich verharden, hen in hun hardigheid aan zichzelf overlatende. 4e. Als Hij hen gelegenheid tot verharding laat voorkomen, en ondertussen Zijn genade, om daaraan gehoorzaam te zijn, hen weigert, waardoor die dingen toevallig tot middelen worden van hun verharding. 5e. Als Hij hun overgeeft aan de macht van de satan en aan de kracht van hun verdorvenheden, waaruit niet anders dan verharding kan volgen.
22. Dan, als het zo ver is, dat er met hem niet meer kan gehandeld worden, (Ex.10:27 vv.) zult gij tot farao zeggen: Alzo zegt de HEERE, Mijn zoon, mijn eerstgeborene, 1) is Israël; dat volk heb Ik uit alle volken van de aarde tot Mijn eigendom verkoren (Jeremia. 31:9 Deuteronomium. 7:6).
Dit zag op dat nationale verbond, dat God met Israël’s nakomelingen gemaakt had, volgens welke Hij het boven alle andere volken deed uitmunten, en met zeer vele weldaden, zo lichamelijk als geestelijk, onderscheidde, die Hij andere volken niet verwaardigde te verlenen.
1) Hiermee wil God niet alleen wijzen op het recht, dat Hij op Israël heeft, maar ook op Zijn liefde voordat volk. Uit kracht van het Verbond spreekt God hier tot farao-van dat Verbond, dat de Heere bij Sinaï zou sluiten en bevestigen. Israël zou staan aan de spits van de volkeren. Tot zoon aangenomen, zou het de rang van “eerstgeborene” bekleden. Met dat woord, dat Mozes tot farao moest spreken, wil de Heere bij Mozes zelf het geloof versterken. Immers, waar God, de Heere, hier duidelijk Israël zijn zoon verklaart te zijn, daar zal hij ook niet dulden, dat die “zoon” in banden en boeien blijft zitten.
23. En Ik heb tot u gezegd: Laat mijn zoon vertrekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten vertrekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden, 1) (Ex.12:29 vv.) evenals gij Mijn eerstgeborenen hebt willen ombrengen.
1) Het is duidelijk, dat hier aan Mozes wordt meegedeeld, met welke woorden hij moet afscheid nemen van farao. Calvijn tekent dan ook aan: “Dit is niet wat bij het begin van de zending moet gesproken worden, maar bij het einde, het afscheidswoord.” Bij het aankondigen toch van de laatste plaag, heeft Mozes farao’s aangezicht niet meer gezien.
24. En het geschiedde op de weg in de herberg, (zie “Ge 42.27) dat de HEERE hem tegemoet kwam, 1) en zocht hem te doden. 2)
1) Hebreeuws: “viel op hem aan.” Op welke wijze is niet bekend. Waarschijnlijk door hem met een ogenblikkelijke ernstige ziekte te bezoeken, of zoals ook wel gemeend wordt, door in hem gedachten aan een nabij zijnde dood te verwekken. De oorzaak is uit het verband duidelijk. Uit toegevendheid aan zijn Midianitische vrouw, had hij de besnijdenis van zijn zoon, wellicht van zijn tweede, nagelaten. En de besnijdenis was het teken van het Verbond. Uit kracht van dat Verbond zou Israël verlost worden. Op dit verbond zou Mozes het volk van Israël wijzen. Maar dan moest hij zelf niet iemand zijn, die omtrent de tekenen van dat Verbond in zijn eigen huis nalatig was geweest.
2) Door welk voorbeeld wij vermaand worden, dat wij dagelijks de hulp van God nodig hebben, om met kracht aangegord te worden, opdat onze ziel niet mat wordt, en onze ijver niet langzamerhand verflauwd en minder wordt. Want satan brengt bestendig veel in beweging, waardoor onze ijver of verzwakt of verflauwt. Daarom, wie zijn gehele leven lang zich Gods goedkeuring wil verwerven, moet steeds wapens en krachten gereed hebben, om deze dienst waar te nemen. Want, indien aan Mozes de standvastigheid ontbrak, dan zouden wij een gemakkelijk of nog eerder tot dergelijke val komen, zo God ons niet met Zijn Heilige Geest verlicht.
25. Toen nam Zippora, daar de vrees voor het leven van haar man haar hart brak, een stenen mes 1) en besneed de voorhuid van haar zoon, 2) en wierp die afgesneden voorhuid, vol van hartstochtelijke opgewektheid, voor zijnvoeten, en zei: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom! 3)
1) Ten tijde van Jozua werd nog een stenen mes voor de besnijdenis gebruikt Jozua 5:2). Op welk een wijze de Heere aan Mozes geopenbaard heeft, dat Zijn toorn tegen hem ontloken was, omdat zijn zoon nog niet besneden was, weten wij niet. Dat Zippora het gevoeld heeft, zoals sommigen menen, komt ons zeer twijfelachtig voor. Ongetwijfeld is het haar door haar man meegedeeld. Waaruit haar drift is te verklaren, haar opgewondenheid, waarmee zij zelf de besnijdenis ten uitvoer brengt, zoals duidelijk blijkt, met innerlijke afkeer van het hart.
2) Het voorbeeld van Zippora wordt bijgebracht, om de Doop door bijzondere personen, die niet in het Ambt zijn gesteld, te verdedigen. Maar dit voorbeeld is veelszins te misprijzen; want zij deed het in de tegenwoordigheid van haar man, als daar geen nood bij was. Zij deed het in de haast, om haar man te voorkomen. Zij deed het in boosheid. Ook wierp zij de voorhuid voor de voeten van haar man, Mozes. En het schijnt, dat zij geen gelovige, maar geheel een Midianitische vrouw was. Want zij verachtte de besnijdenis, toen zij haar man noemde een Bloedbruidegom, uit oorzaak van de besnijdenis van haar kind (vs.26). En het schijnt, dat ten gevolge hiervan, Mozes haar weggedaan heeft, toen hij naar Egypte trok.
Het blijkt wel, dat God de besnijdenis goedgekeurd heeft, maar niet de manier van te besnijden.
3) “Bloed-bruidegom” ziet op Mozes en niet op het kind. Met bloed (vanwege de besnijdenis, zie vs.26) wil Zippora zeggen, heb ik uw leven moeten kopen. Door bloedstorting zijt gij mij als uit de dood teruggegeven. Men moet de tekst geweld aandoen, om te verklaren, dat deze uitdrukking op het kind ziet.
26. En Hij, de Heere, die op Hem was aangevallen, liet van hem af, 1) en Mozes genas weer. Toen zei zij: Bloed-bruidegom! vanwege de besnijdenis; 2) tot welke zij, door de nood gedreven, was overgegaan; en zij trok met haar beide zonen weer naar het vaderlijk huis terug. (Ex.18:2 Vrgl.Mark.10:29,30).
1) De Heere liet van hem af, nadat niet omdat het teken van het Verbond was verricht aan het kind.
2) Wij zien hier, hoe verkeerd men doet, wanneer men het gebruik van de sacramenten uit minachting nalaat, daar dit zware straffen van God ten gevolge kan hebben. Daarom mogen wij het gebruik van de sacramenten niet nalaten, zo lief ons Gods genade, onze tijdelijke en eeuwige welvaart en zaligheid is. 2. Dat men door vrienden of betrekkingen zich niet mag laten verhinderen, om godzalige werken te doen, noch omwille van deze tegen Gods gebod mag handelen, hetgeen grote schade aanbrengt. Hierin geldt nog wat Sirach 9:2 zegt: “Geeft uw ziel aan de vrouwen niet, dat zij over uw ziel zouden opklimmen.” En, omdat de vrouwen aan Zippora hier de verkeerdheid zien, dat zij haar man kwade woorden geeft, zo zullen zij zich daarvoor wachten. 3. Omdat Zippora, de vrouw, die haar zoontje besnijdt, heeft de kerkvergadering te Florence en die te Carthago, waar de kerkvader Augustinus tegenwoordig geweest is, de nooddoop door vrouwen raadzaam geoordeeld, doch slechts in nood, wanneer men geen prediker of godzalig man verkrijgen kan, om de doop te bedienen.
In het Hebreeuws Lamoeloth, vanwege de besnijdingen, omdat Zippora niet alleen op dit ene geval doelt, maar ook op het vorige en op de besnijdenis in het algemeen. Eerst later keert Zippora weer tot Mozes terug. (Exodus. 18:2). Waarschijnlijk hebben vrees en toorn samengewerkt, om haar te doen terugkeren tot haar vaders huis. Voor Mozes was dit een besturing van God, daar hij nu vrijmoediger zijn roeping kon vervullen, en niet behoefde gekweld te worden door de vrees voor vrouw en kinderen. Er moest in elk geval enige tijd verlopen, voordat het kind kon vervoerd worden. Mozes heeft daarop niet gewacht, maar zijn vrouw in de herberg achtergelaten, die daarop naar haar vader is teruggekeerd.
27. De HEERE zei ook tot Aäron, volgens de belofte (vs.14) en door inwendige spraak van de Geest: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan de berg van God, aan Horeb; want over deze had Mozes zijn weg genomen, en daarheen had de Heere ook Aäron gewezen; en hij, zich van harte verheugende, kuste 1) hem.
1) Aäron, ofschoon hij ouder was, heeft zijn broeder, van wie hij wist, dat hij een profeet van God was, niet alleen de verschuldigde eer bewezen, maar hem ook als het ware als een bode van God over zich aangesteld. Een kus wordt gegeven als teken van erkenning, waarmee hij de zekerheid van zijn geloof heeft betuigd.
28. En Mozes gaf Aäron te kennen al de woorden des HEEREN, die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.
29. Toen gingen Mozes en Aäron 1) naar Egypte, en zij verzamelden in het land Gosen al de oudsten van de kinderen van Israël.
1) Bij Aäron geen enkel bezwaar. “Gij zult hem tot een God zijn,” wordt hier reeds bij de aanvang bevestigd. Aärons karakter is een volgzaam karakter. Hij doet graag, wat van hem gevraagd wordt. Moeilijk kan hij iets weigeren. Hieruit moet ook verklaard worden, dat hij straks het verzoek van de Israëlieten bij Horeb niet afslaat.
30. En Aäron sprak al de woorden, die de HEERE tot Mozes gesproken had; en Mozes van zijn zijde bekrachtigde het werk van zijn profeet (Ex.7:1), en hij deed de tekenen, die de Heere hem bevolen had, voor de ogen vanhet volk.
31. En het volk, zich daardoor kinderen van Abraham betonende, (Genesis 15:6) geloofde, 1) en zij hoorden, dat de HEERE de kinderen van Israël bezocht (Ex.3:16), en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden ter aarde, en aanbaden 2) deHeere in dankbare vreugde. Daardoor gaven zij zich tevens aan Mozes en Aäron, als aan gezanten van God, tot gehoorzaamheid over.
1) En zie, dat waarvoor Mozes gevreesd had, dat hem reeds lang tevoren verontrust had, als een van die vele bezwaren, die hem boven op de ziel lagen en daarom het eerst werden uitgesproken (hoofdstuk 4:1), namelijk, dat zijn woorden en goede bedoelingen zouden afstuiten op het ongeloof van de kinderen van Israël, zie, dat juist gebeurde niet. Wel geschiedde het tegendeel. “En het volk geloofde en zij hoorden, dat de Heere de kinderen van Israël bezocht en dat Hij hun verdrukking zag,” d.i. had aangezien, om hun daaruit een volkomen verlossing te bereiden. O, hoe moet hun geloof Mozes beschaamd hebben, die in zijn voorbarig en onredelijk oordeel zo geheel andere gedachten van het volk had gekoesterd!.
2) De roeping van Mozes is door een noodkreet voorafgegaan. (Ex.2:23) en ziet, zij wordt vervangen door dankzegging! O, indien Mozes het hoofd mede ter aanbidding geneigd heeft, wie schetst ons, hoe diep dat gelaat heeft gebloosd van schaamte over zijn vroegere (Ex.4:1) twijfelzucht, en hoe talloze malen hij later de God heeft gedankt, die hem juist zó, en dßßr, en toen heeft geroepen! De vrede, die reeds vóór de strijd hem doorstroomt, is de eerste vrucht van zijn stipte gehoorzaamheid, en als hij nu de hand in de boezem steekt, voelt hij zijn hart van zalig voorgevoel van de naderende zegepraal kloppen.
Uit dit aanbidden blijken twee dingen. En ootmoedige dankbaarheid voor de genade, welke de Heere hen geopenbaard had, én geloof, dat de Heere de belofte, aan de vaderen gedaan, zou vervullen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Hij schaamt Zich niet voor Zijn volk. Hij heeft Zijn grote liefde voor ons bewezen, zelfs toen wij dood waren door overtredingen en zonden. Zo had Hij ook Zijn volk Israël lief, toen zij nog in slavernij en vernedering verkeerden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 4
Exodus 4:22.KruisverwijzingenHosea 11:1→Jeremia 31:9→Romeinen 9:4→2 Korinthe 6:18→Deuteronomium 14:1→Jesaja 63:16→Jakobus 1:18→Jesaja 64:8→
— Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel.
“Mijn zoon, Mijn eerstgeborene is Israël.” De Heere kent degenen die van Hem zijn, en Hij verklaarde dat zij Zijn volk waren. Daarmee liet Hij zien dat Hij recht heeft op hun volledige trouw en dat Hij onveranderlijk voor hun welzijn zorgt.
De kinderen van Israël verkeerden in die tijd in een zeer ellendige toestand. Zij stonden tot aan hun nek in de klei om bakstenen te maken. Zij waren slaven geworden, vernederd en tot de laagste positie gebracht. Door hun voortdurende onderdrukking waren zij zo moedeloos geworden dat zij zich aan iedere eis van de tiran onderwierpen. Toen de dag van hun bevrijding eindelijk aanbrak, konden zij zich nauwelijks voorstellen dat er een einde aan hun slavernij zou komen of dat hun omstandigheden zo ingrijpend zouden veranderen.
De farao zou in zijn hart kunnen hebben gezegd: “Dit is een bijzondere zoon. Wat voor een God moet dit wel zijn, Die over deze makers van bakstenen, over dit verachte volk, zegt: ‘Dit is Mijn zoon’?” Ja, zelfs over deze mishandelde en verwaarloosde slaven, deze vernederde mannen en vrouwen, zegt God: “Mijn eerstgeborene, Mijn zoon en erfgenaam.”
Een mens is van nature trots op zijn zoon en erfgenaam. Maar hier spreekt de almachtige God in de taal van mensen en neemt Hij deze sombere, gebroken, verachte en moedeloze mensen aan als Zijn volk. Hij zegt: “Mijn zoon, Mijn eerstgeborene is Israël.” Hij schaamt Zich niet voor Zijn volk. Hij heeft Zijn grote liefde voor ons bewezen, zelfs toen wij dood waren door overtredingen en zonden. Zo had Hij ook Zijn volk Israël lief, toen zij nog in slavernij en vernedering verkeerden.
“Gij hebt mijn ziel lieflijk omhelsd, dat zij in de groeve der vertering niet kwame”, sprak iemand uit vroeger tijden. Hij had ons lief toen wij in ons bloed lagen, als een kind dat naakt en ongewassen verstoten was. Toen niemand medelijden met ons had op de dag van onze geboorte en wij op het open veld werden geworpen, kwam Hij voorbij. Dat was een ogenblik van liefde.
Hij zei tegen ons: “Leef.” O, wonderbare genade van God!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
MOZES WORDT IN ZIJN ROEPING DOOR DE GAVE VAN WONDERKRACHT GESTERKT.
1. Toen antwoordde 1) Mozes en zei, Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen, want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen. 2)
1) In dit hoofdstuk deelt Mozes mee, hoe hij God schoorvoetend heeft gehoorzaamd, niet uit traagheid om te gehoorzamen, maar uit vrees. Want hij werpt het juist niet van zich, zoals weerspannige dieren dit plegen te doen, maar hij komt met allerlei zwarigheden, opdat hij er niet geschikt voor geacht zou worden. Aan de ene zijde was hij wel gewillig en geneigd tot gehoorzaamheid, maar omdat er grote moeilijkheden tegenover stonden, kon hij zich uit deze worsteling niet omhoog werken, totdat hij met wenden en draaien alle uitvluchten had beproefd. Er is merkbaar geen reden, waarom wij ons zeer zouden verwonderen, dat hij tijdelijk heeft weerstand geboden, daar hij nauwelijks een enkele beloning voor zijn moeite zag. Hij moest wel, ik beken het, als blind voor de uitkomst volgen, waarheen God, aan wiens bevelen alle vromen behoren te voldoen, hem zond. Hij moest niet, volgens eigen mening, een oordeel vellen over een moeilijk te geloven zaak, maar volgens God woord. En het is niet zonder twijfel, deels heeft hij geloof geweigerd aan het woord van God, en deels heeft hij geworsteld de last, die hem was opgedragen, van zich te werpen. Maar omdat hij aan de andere zijde van de hinderpalen, welke hij niet uit de weg kon ruimen, zag, werd zijn gemoed her- en derwaarts geslingerd. En nu is er niemand onder de vromen, die niet dikwijls door slingeringen, die hem geheel en al in beroering brengen, wordt vervoerd, zo dikwijls bij de overweging van de hindernissen er nevelen zich verspreiden over zijn innerlijke gedachten. Er was daarom bij Mozes gewilligheid en lust, doch opgewektheid en standvastigheid ontbrak hem.
2) Sinds Jakob was de Heere aan geen enkele Israëliet verschenen. Hierop bouwt Mozes zijn vermoeden, dat zij hem niet zouden geloven als hij zegt, dat de Heere hem verschenen is. Om de waarheid als waarheid van God te doen erkennen, moogt gij bij de natuurlijke mens niet op haar innelijke kracht en klaarheid alleen vertrouwen. Dat is de grote fout van de mannen van de zogenaamde wetenschap, en is in strijd met de gegevens van de geschiedenis en van de ervaring van ons eigen leven. Niet door de macht van de waarheid komt de mens tot het geloof aan God; maar, omgekeerd, door het geloof aan God komt de mens tot de erkenning van de waarheid. Is er een God, dan is er ook een zedelijke orde van de dingen, dan ook een hogere waarheid. Een naam van God dus zonder de waarborg, dat die naam ook door God zelf is uitgesproken en meegedeeld, zou Israël waarschijnlijk niet bevredigen.
2. En de HEERE zei tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zei: Een staf. 1)
1) Volgens de afbeeldingen op hun gedenktekens, droegen de Egyptenaars veelal een kromme staf, gelijk nog veelvuldig bij de Arabieren in gebruik is. In het klooster op de berg Sinaï wordt nog tegenwoordig hout van een heestergewas (colutea haleppica) verkocht, tot het vervaardigen van zodanige staven geschikt, een hout, waarvan niet onwaarschijnlijk de wonderbare staf van Mozes vervaardigd was.
Er is bij mij geen twijfel aan, of God heeft Mozes willen leren, dat, ofschoon door betrekking laag en onaanzienlijk, hij echter voor de koning van Egypte schrikverwekkend zou zijn. Want die staf was het teken van het heilig ambt. Wat was toch meer verachtelijk dan dat een hoeder van de schapen uit de woestijn opstond, en zijn herderstaf, waarmee hij zich en zijn kudde gewoon was te beschermen tegen de wilde dieren, stelde tegenover de scepter van de machtigste koning. Maar God toont hem, dat, ofschoon hij verstoken was van aardse glans, hulp en macht, hij toch voor farao verschrikkelijk zou zijn, als wilde hij zeggen, dat hij niet moest vrezen, dat farao hem als een boers mens zou verachten of voor niets achten, omdat een staf in een slang veranderd, meer schrik zou aanbrengen, dan duizenden zwaarden.
Het leiden van Gods volk met zijn staf was een teken van leven, genade en vertroosting, en de staf veranderd in een slang was een teken van de dood.
3. En Hij zei: Werp hem ter aarde! En hij wierp hem ter aarde. Toen werd hij tot een slang; en Mozes vluchtte van haar.
4. Toen zei de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! 1) Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar; en zij werd tot een staf in zijn hand. 2)
1) Niet bij de kop of achter de kop, maar bij de staart, zodat de slang, door zich te krommen, hem gemakkelijk kon bijten, moest Mozes hem grijpen. Wat de Heere hier aan Mozes wilde leren, is duidelijk: gehoorzamen, op Gods bevel, en dan de uitkomst aan Hem overlaten. Door het geloof in het woord des Heren zou Mozes macht ontvangen, om de listen en lagen van farao te weerstaan en over hem te zegevieren.
2) Door dit teken zei God tot Mozes: “Ik geef u de macht op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht van de vijand, en geen ding zal u enigszins beschadigen”.
In het oude Egypte verstond men de kunst om slangen te temmen, een vaardigheid, die er nog niet geheel in vergetelheid is geraakt. Zij, die daarin bedreven zijn, weten de getemde slangen terug te houden, dat zij niemand aanvallen, ja, weten het zover te brengen, dat zij zich stokstijf uitstrekken. Met het verwerven van deze wondergave verkreeg Mozes de zekerheid, dat hij door Gods macht boven alle toverkunsten stond. Bovendien was dit wonder, evenmin als het teken van de brandende braambos, zonder betekenis: “Wat kan er eenvoudiger zijn, dan de staf, die de herder en ieder ander draagt? En toch kan Mijn macht daaruit een vreselijk wapen vormen, waarvoor alle vijanden verschrikt zijn.” Dat was het, wat God door dat wonder aan Mozes betuigde; om dat in zijn volle kracht te verstaan, moest hij zelf bevreesd voor de slang vluchten. Maar evenals de slang in zijn hand weer tot een staf werd, zo moest hij zich verzekerd houden, dat ook de vreselijkste macht, voor welke een farao sidderde, hem wel tot steun, maar niet tot schade zou zijn. Zie Ex 4.9
Met het opnemen van de staf, aanvaarde Mozes zijn roeping, en daarom komt de Heere terstond met de woorden, in het volgende vers meegedeeld.
5. Daarom, ging de Heere voort, heb Ik u met Mijn goddelijke kracht toegerust (Mark.16:20), opdat zij geloven, dat u verschenen is de HEERE, de God van hun vaderen, de God van Abraham, de God van Izaak, en de God van Jakob.
Met deze woorden wordt Mozes de blijvende macht voorspeld, om dit wonder te verrichten, zowel bij de kinderen van Israël als bij farao.
6. En de HEERE zei verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. 1) En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet zijn hand was melaats, 2) wit als sneeuw, met de witte melaatsheid bedekt, bij welke, als zij in de hoogste graad is, de hand meestal glinsterend als sneeuw verschijnt. (2 Koningen. 5:27)
1) God, de Heere, wil de man van God door dit teken leren, dat Hij machtig is; hetgeen is, tot niets te doen worden en hetgeen niets is, tot heerlijkheid en aanzien te brengen. Israël was op dit ogenblik als een melaatse, als een onreine geacht bij Egyptisch koning en volk, maar God, de Heere, zou het heerlijk uitvoeren en het tot een toonbeeld van zijn reddende liefde stellen.
2) De melaatsheid is een in Egypte en Klein-Azië gewone ziekte, een van de ernstigste landplagen van Judea (Deuteronomium. 24:8), die men slechts zijn doodsvijand toewenste (2 Samuel 3:29; 2 Koningen. 5:27) en voor de zwaarste van God gehouden werd (Numeri. 12:9,10; 2 Kron.26:19). Het eerst vertoont zij zich aan de opperhuid, grijpt vervolgens het celweefsel, het netvlies en zelfs het gebeente, het merg en de gewrichten aan; zij gaat zeer langzaam voort, is zeer aanstekelijk en erft dikwijls op de kinderen tot in het vierde lid over (2 Samuel 3:29); doch zó, dat de ziekte altijd in geringere graad zich vertoont, en in het vierde lid gewoonlijk alleen in bedorven tanden, stinkende adem en een ziekelijk uitzicht bestaat. De ontwikkeling wordt begunstigd door vochtige, onreine lucht, door onreinheid en het gebruik van vette spijzen. De voorboden zijn: deels kleine vlekken van de grootte van de punt van een naald, later van een linze; deels vurige uitslag, die zich van gewone huiduitslag, door vergroting en door verkleuring van de haar onder scheidt. Er zijn verschillende soorten van melaatsheid: 1. De witte, barras; deze heerste onder de Hebreeën (2 Koningen. 5:27 Numeri. 12:10) en wordt daarom van de geneesheren lepra mosaïca genoemd. Deze ontstaat uit de linzenvlekken. Snel vreten deze voort en er ontstaat ruw vlees (Leviticus. 13). Die vlekken komen meestal op de plaatsen waar men het haar heeft. Is de melaatsheid doorgebroken, zo wordt de gehele huid wit, glinsterend aan voorhoofd, neus enz., gespannen, dor als leder en toch week; soms barst zij, en er vertonen zich zweren. De uiterste delen zwellen op; de nagels aan handen en voeten vallen af, de oogleden krimpen in, de haren worden met een stinkende bast overdekt of vallen uit. De ogen verliezen hun glans, zijn zeer gevoelig en druipen altijd; uit de neusgaten vloeit een vochtig slijm. Eindelijk sterven de ongelukkigen door uittering, die met waterzucht verbonden is. 2. De elephantiasis, lepra nodosa of tuberculosa, knobbelachtige melaatsheid (Deuteronomium. 28:27). Zij ontstaat uit vlekken en kentekent zich door knobbels in het gezicht en aan de leden, die eerst zo groot zijn als een erwt, later als een walnoot of een hoenderei. Daartussen komen diepe voren. Hevige smart is er niet mee verbonden; slechts op het einde van de ziekte ontstaan vele zweren, die een bloedig, stinkend vocht afzonderen. De uiterste delen van het lichaam sterven langzamerhand, en vallen van het lichaam af. Het gezicht is opgezet en glinsterend als van vet; de blik strak en wild, het oog kogelrond en onophoudelijk tranende; alle zintuigen worden verstompt (Job 16:16); de stem wordt zwak; de spraak onverstaanbaar, of wel de patiënt worden geheel stom. Daarbij komt sterke begeerte naar spijs en wellust. De ziekte verwekt grote mistroostigheid en ‘s nachts slapeloosheid of vreselijke dromen. De zieke kan daarbij 20 en meer jaar leven. 3. De zwarte melaatsheid, donkere barras. Deze ontwikkelt zich uit uitslag, die steeds groter wordt, en met hevige jeukte, bijzonder gedurende de nacht, verbonden is (Job 2:8). De huid wordt ruw; er vormen zich korsten, die spoedig splijten, en in rondachtige asgrauwe schorsen afvallen (Job 7:5). Er komen roven, die rood- of zwartachtig zijn en voornamelijk aan armen en benen zitten. De vingers trekken krom, zodat de zieke daarmee niet eens zijn jeukte verzachten kan; zij gaan langzamerhand tot verrotting over, en vallen af, evenals de vorige leden. De adem is stinkend (Job 19:17), en de astmatische benauwdheden worden, vooral in de nacht, pijnlijk. Langzamerhand nemen de krachten af (Job 16:8; 19:20); er ontstaat een gehele vermagering, en onder zenuwtoevallen komt de dood.
7. En Hij zei: Steek uw hand weer in uw boezem. En hij stak zijn hand weer in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet, zij was weer als zijn ander vlees. 1)
1) Door dit wonder zei God tot Mozes: “Gij zijt rein, om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.” Hoe eigenaardig betekent het steken van de hand in de boezem, op het bevel van God, het hartgrondig zelfonderzoek, de zelfbeproeving, waarvan de vrucht is de overtuiging: “Wij zijn van nature onrein;” en het andermaal insteken van de onreine hand op Gods bevel, het geloof in de genade van God, waarvan de vrucht is de overtuiging: “God heeft onze zonden vergeven.” In dit insteken en uithalen van de hand in de boezem, moet onze geloofswerkzaamheid gedurig bestaan. Zie Ex 4.9
8. En het zal geschieden, voegde de Heere daaraan toe: zo zij u niet geloven, noch naar de stem1) van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.
1) Hier wordt, evenals in het bloed van Abel (Genesis 4:10) aan die tekenen een stem toegeschreven, omdat God door zijn wondertekenen tot de mensen spreekt en zijn woord daarbij voegt, opdat ze zouden verstaan worden.
9. En het zal geschieden, zo zij ook deze twee tekenen niet geloven, noch naar uw stem horen, zo neem van de wateren van de rivier, en giet ze op het droge, zo a) zullen de wateren, die gij uit de rivier de Nijl zult nemen, deze zullen tot bloed worden op het droge. 1)
a) Genesis 7:19
1) Gelijk Mozes de eerste van God gezonden profeet is, zo is hij ook de eerste wonderdoener in de wereld; deze drie wondertekenen nu, die hem hier verleend worden, hebben betrekking op de objecten, met welke God in de gehele geschiedenis van de uitleiding van Zijn volk uit Egypte te doen heeft; het eerste op Mozes zelf, het tweede op het volk van Israël, het derde op het land van Egypte. Mozes moet de herderstaf, die hij in Midian gevoerd heeft, wegwerpen, dat is: zijn tegenwoordig beroep vaarwel zeggen en een ander, dat God hem aanwijst, volgen; maar hij vreest voor het laatste, om de daarmee verbonden moeilijkheden en gevaren en wil vluchten. Nu moet hij manhaftig en moedig aangrijpen, in gehoorzaamheid aan Gods bevel; terwijl hij het doet, wordt de slang weer tot een staf, alle moeilijkheden en gevaren worden overwonnen, en Mozes zal tot een herder van een geestelijke kudde, tot legerhoofd en wetgever van het volk van God worden. Israël was in Egypte, waarheen de Heere het eens geleid heeft, door de onreine, afgodische geest van het land aangestoken, en in stompzinnigheid en vervreemding van God gezonken; met een diepen smartelijke indruk van dit verval heeft Mozes geklaagd: “Zij zullen mij niet geloven.” Maar toch moet hij heen naar het diep gezonken volk, hij moet het uitleiden, en God zal door zijn dienst Israël weer gezond maken en van alle bevlekking reinigen. Egypte’s macht en rijkdom spiegelt zich af in zijn rivier, de Nijl; maar God is een Heer ook over Egypte, Hij zal het water van zijn stroom in bloed veranderen, zal al zijn macht en grootheid, farao met al zijn goden te schande maken, en met sterke hand Zijn raadsbesluiten volvoeren. De beide eerste tekenen moet Mozes, als proef, reeds nu, tot zijn eigen geloofsversterking doen; alle drie doet hij daarna voor het volk, om zijn goddelijke zending te bewijzen (vs.30,31). Met een gelijk doel geschieden het eerste en derde voor farao (Exodus. 7:10 vv.). Het derde kon Mozes hier, op Horeb, niet verrichten; want daartoe was nodig, dat hij aan de Nijl stond. Het tweede daarentegen mocht hij voor farao niet herhalen, want het had betrekking op zaken, die slechts tussen God en Zijn volk alleen konden behandeld worden.
De Nijl werd afgodisch vereerd, behoorde tot de afgoden van de Egyptenaren. Dat veranderen van water in bloed moest Israël doen vertrouwen, dat Mozes door God machtig was, om de Egyptenaren met hun goden te verderven en daardoor Israël te verlossen. Alle bezwaren werden uit de weg geruimd en toch, Mozes komt gedurig weer met iets nieuws. Zo is de mens. Als God roept tot een gewichtig werk, worden er vele bezwaren geopperd, als men in eigen kracht iets aanvaardt, ziet men dikwijls geen hindernissen.
10. Toen zei Mozes tot de HEERE, nadat deze bedenking overwonnen was, en hij het zich voorstelde, hoe moeilijk het hem zou zijn, tot een zo grote koning te spreken: Och, Heere! ik ben geen welbespraakt man, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; ik was het nimmer, en ook na Uw openbaring is dit gebrek niet verbeterd: ik gevoel integendeel, hoe ik nu in Uw tegenwoordigheid des te moeilijker spreek; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong; 1) zeer moeilijk valt het mij te spreken.
1) Alle mogelijke dingen neemt Mozes te baat, om de hem opgedragen last van zich af te schudden, niet omdat hij in de gedachte heeft het bevel te weigeren, maar omdat hij voor de zwaarte ervan beeft. Wantrouwend daarom op eigen krachten maakt hem zo langzaam en bevende. Het geneesmiddel lag voor de hand, bij zichzelf te besluiten, daar hij zeker wist, dat hij niet op vermetele wijze begon, dat God, wiens bevel hij gehoorzaamde, hoeveel kracht hij ook zou behoeven, hem die zou verschaffen. Dit was dus niet zondig van hem, om al zijn zorgen op God te werpen, en omdat Hij zijn krachteloosheid kende, te hopen op hoop, naar het voorbeeld van Abraham, die zijn krachteloos lichaam niet aanmerkte, noch de verstorven moeder van Sara, maar geloofde, dat God kon volbrengen, wat Hij beloofd had. Het had wel een teken van bescheidenheid kunnen zijn, dat hij voor het gebrek, dat hij aangeeft, in rekening brengt, slechts bijstand van God gevraagd had, maar omdat hij verder gaat, om vrijstelling van zijn ambt te vragen, doet hij God onrecht, alsof Hij Zijn knechten meer lasten oplegt, dan zij kunnen dragen, of op onredelijke wijze hen iets opdraagt.
Hierdoor schijnt een bijzonder gebrek, een moeilijke of belemmerende uitspraak te worden aangeduid.
In Hand.7:22 heeft de uitspraak: “machtig in woorden,” meer betrekking op de krachtige inhoud van zijn rede, dan op de welsprekende voordracht; die plaats spreekt alzo de onze niet tegen.
Is Mozes bij deze woorden ook niet opnieuw al te zeer verstrikt in de warboel van eigen kracht, waardoor men alles aan zichzelf en aan eigen inspanning alleen wil te danken hebben? Dan rekent men gewoonlijk niet op het tussenbeide treden van de Almacht van God, die ons al het ontbrekende geven kan en zal; ja, indien er bij ons slechts de ware lust en rechte begeerte van de volgzame gehoorzaamheid wordt gevonden. Dat doet de Heere hem voelen.
Mozes wil hiermee te kennen geven, dat het altijd zijn gebrek is geweest, niet welbespraakt te zijn. Niet nu, wil hij zeggen, nu ik in uw tegenwoordigheid ben, maar ook vroeger in Egypte, ook in Midian.
11. En de HEERE zei tot hem: Wie heeft de mens de mond gemaakt? of wie heeft de stomme, of dove, of ziende, of blind gemaakt? 1) Ben Ik het niet, de HEERE? 2)
1) De Heere verklaart aan Mozes, dat eigenlijk niet de mens zich zelf dus gemaakt heeft, maar dat het bezoekingen of zegeningen van God zijn, de Schepper en Bestuurder van alles, hetgeen geen bewijs behoeft, want, 1e. die de mens de mond maakt is dezelfde God, die hem het wel gebruiken van de mond geeft, en zo ook de belemmerdheid in de tong, en de stomheid maakt; 2e. wie kan ontkennen, dat God, die oren plant, ook de doofheid of het gehoor geeft, en 3e. zo is het ook van Hem, die het oog formeert, dat iemand blind of ziende is.
2) Met deze vraag, waarmee de Heere zinspeelt op de straks geschonken openbaring, doet de Heere Mozes al het onbetamelijke van zijn vraag uitkomen. Met dit antwoord en met die laatstgenoemde vraag, zijn alle bezwaren opgelost. Op zijn onmacht kan Mozes zich niet meer beroepen. Alle tegenwerpingen zijn afgesneden.
12. En nu, ga moedig heen, en bekommer u over uw zware tongval niet, en a) Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult. 1)
a) MATTHEUS.10:19 Mark.13:11 Luk.12:12
1) Het is alsof de Heere God, die de harten doorschouwt, op de bodem van Mozes hart een andere bedenking verscholen ziet, een bedenking omtrent de woorden en tegenredenen, welke hij bij Israël en farao zal gebruiken. Welnu, ook de woorden zullen hem geleerd worden. Mozes zal het instrument zijn, hetwelk de Heere wil en zal gebruiken, om zijn volk te verlossen.
13. Doch hij zei, hoewel de Heere alle zijn bedenkingen weerlegd had, en hij geen enkele verontschuldiging meer vinden kon: Och HEERE! zend toch door de hand van degene, die Gij zou zenden, 1) wanneer ik niet bestond; ik ben ongeschikt; ik voel geen lust totdat grote werk.
1) “Die ongehoorzame, die weerspannige Mozes,” spreekt gij alzo in uw hart? O, gij, die zo spreekt, hoe twijfel ik, of gij immer een juiste blik in de ziel van die Godsman geslagen en u geheel in zijn toestand verplaatst hebt! Gij zou zonder enige aarzeling op de eerste wenk zijn gegaan? Indien ja, het zou nog de vraag zijn, of gij van uw taak u even trouw en goed ten einde toe gekweten zou hebben. De lichtzinnige treedt dadelijk toe, waar een nieuwe baan zich ontsluit, maar om later op bezwaren te stuiten. De bedachtzame aarzelt en weegt, maar om later, als de twijfel overwonnen is, ook onbeweeglijk pal te staan. Ongetwijfeld, Mozes dreef de weerspraak te ver, en in het bijzonder zijn laatste woord, dat de Heere zelf vertoornt, durven wij niet verschonen of prijzen. Maar anders och, of er wat meer van Mozes’ ootmoed werd gevonden, zijn geloofskracht zou minder ontbreken!.
Hier treedt wel enigszins de onwil van Mozes te voorschijn, onwil, die voortspruit uit kleingeloof en zwaarmoedigheid. Want zuiverder dan de Statenvertaling is wel deze: “Zendt toch door de hand van degene door wie Gij wilt zenden.” Met deze vertaling zijn ook vele nutteloze en vruchteloze vragen afgesneden, naar die andere persoon. Volgens de grondtekst, laat Mozes dit in het midden. Hij wil en zal God aan geen enkel persoon binden, alleen, hij zelf worde van de opdracht verschoond. Het is daarom dan ook dat wij lezen, dat de toorn van de Heere over hem ontstak.
Een zekere mate van dweperij, die men dan geestdrift noemt, het vertrouwen op zichzelf, het voorzien van moeilijkheden, de onbeschaamdheid, die zich ondoordacht in gevaren stort, dat alles behaagt de held van deze wereld; maar de mannen, die Gods werk moeten verrichten, behaagt dit niet; dat zou hen geheel ongeschikt voor hun roeping maken. Dit alles bezat Mozes 40 jaar geleden; maar juist toen achtte God hem onbruikbaar voor het werk, waartoe hij bestemd was. Bedaardheid, ootmoed, zelfvernedering, gevoel van eigen zwakheid, zijn de onmisbare voorwaarden voor elk werk in het rijk van God; want zij zijn het vat voor goddelijke geestdrift en wijsheid, voor goddelijke kracht en sterkte. Daarom zegt de apostel 2 Corinthiers. 12:10): “Als ik zwak ben, dan ben ik machtig.” Tot deze zwakheid was Mozes in de woestijn opgevoed en bekwaam gemaakt. Dat hij ook hier in het uiterste verviel, dat hij niet alleen de negatieve (alle vertrouwen op zich zelf missende) zwakheid, die God wil en eist, maar ook de positieve zwakheid (het niet vertrouwen op Gods kracht) bij zich plaats gaf, dat Mozes van het ene uiterste in het andere vervallen is, daarin vertoond zich de algemene verkeerdheid van de menselijke natuur. Intussen, God weet dat de mens zowel van de rechterzijde van de dwaalweg terug te roepen als van de linkerzijde.
14. Toen ontstak, 1) om dit openlijk tegenstreven, de toorn van de HEERE over Mozes; doch, daar dit tegenstreven niet uit vijandige gezindheid tegen God, maar uit grote zwakheid van het vlees voortvloeide, wierp de Heere in Zijn toorn hem niet weg, maar deed Hij hem verder geweld aan, opdat de kiem van het geloof, (Mark.9:24) die in de zwakheid van het vlees gevangen was, ook van de laatste boei zou bevrijd worden. En Hij zei: Is niet Aäron, de Leviet, 2) uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en alzo in uw plaats kan treden, wanneer gij te bevreesd zijt, om in vertrouwen op Mijn bijstand zelf de woordvoerder te zijn, en ook zie, hoe Ik uw zwakheid te hulp wil komen, hij zal uitgaan u tegemoet, wanneer gij Midian verlaat; wanneer hij u ziet, hier, aan de berg van God (vs.27), zo zal hij in zijn hart verblijd zijn, 3) en zich gaarne bereid verklaren, om u in uw opgedragen werk behulpzaam te zijn.
1) Toorn drukt in de Heere uit. 1e. Die gezette haat en natuurlijke afkeer, die de Heere uit kracht van Zijn heiligheid heeft tegen de zonde en tegen alles, dat Hem ergerlijk is. 2e. Dat vaste en onveranderlijke voornemen van God, dat Hij, ingevolge van die natuurlijke haat heeft, om alle zonde zeker te straffen; en zo is dan de toorn van God weinig onderscheiden van Zijn wrekende rechtvaardigheid. 3e. De straffen zelf, die de Heere, achtereenvolgens die haat en dat voornemen, brengt over de zondaren; die oordelen zelf worden ook wel Zijn toorn genoemd. (Rom.1:18; 11:8) Wel een duidelijk bewijs, dat het bij Mozes onwil was. De Heere God komt het zwak geloof te hulp, maar keert zich tegen het ongeloof en bestraft het kleingeloof.
2) De afstamming van Aäron wordt hier vermeld, omdat de naam “Levi” is afgeleid van “lavah”, dat “zich aan iemand aansluiten” (Genesis 29:34) betekent, en de tegemoetkomende, dienstvaardige bereidwilligheid van Aäron juist in deze aankondiging bijzondere betekenis heeft. Hij zal Mozes ontmoeten als een oprechte Leviet, die zich gewillig bij zijn broeder aansluit.
3) Gelijktijdig met de roeping van Mozes, was er waarschijnlijk onder het volk van Israël een grote gisting, een duister voorgevoel, dat een keerpunt, de tijd van de redding nabij was (Exodus. 2:23; 3:7). Door dit voorgevoel wordt Aäron bewogen, zijn broeder in de ballingschap op te zoeken; of hij komt, gezonden door enigen, die reeds plannen hebben ontworpen en met Mozes willen raadplegen. Op weg verschijnt hem vervolgens de Heere, en geeft hem de nodige aanwijzingen, opdat hij het doel van zijn reis niet misse. (Exodus. 4:27)
15. a) Gij dan zult tot hem spreken, en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond zijn, opdat gij weet, wat gij hem zeggen moet; en met zijn mond zal Ik zijn, opdat hij op welsprekende wijze, als uw tolk, het voordrage, en Ik zal u leren, wat gij doen 1) zult.
a) Exodus. 7:2
1) Zo-even was het “wat gij spreken zult” (vs.12), nu ook wat gij doen zult. Alles, alles belooft de Heere hier aan Zijn knecht. Welk een taal geduld, welk een mate van ontferming en trouw spreidt de Heere hier tentoon!.
16. En hij zal voor u, in uw plaats, tot het volk en tot farao (Exodus. 7:2) spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond, tot een profeet (Exodus. 7:1) zal zijn, en gij zult hem tot een God zijn, 1) tot een, die uw woorden in zijn mond legt; hij zal van zichzelf niet spreken, maar alleen uw woorden.
1) Het voorwendsel om het ambt van zich af te schuiven neemt Hij weg, door voor de taak, om te spreken, zijn broeder aan te wijzen, terwijl hij geen ander in zijn plaats aanstelt. Ja, Hij matigt zich op menselijke wijze, opdat Hij, de wensen van zijn knecht ter wille zijnde, hem tegen wil en dank de eer ervan geeft. Daarom verdeelt Hij de rollen, zodat bij Mozes het gezag blijft berusten en het ambt van tolk aan Aäron wordt vereerd. Alzo wordt Mozes, zonder inachtneming van zijn rang, hoger gesteld dan zijn broeder, daar het behoorde, dat de genade van God geheel anders op het hoofd neerdaalde als op de leden; hetgeen door deze woorden wordt uitgedrukt, dat Aäron zijn mond zou zijn en Mozes zijn God, omdat de betekenis daarvan is, dat hij zou voorzeggen, wat deze getrouwelijk zou overbrengen en voorschrijven, wat deze gewillig zou navolgen. Door welk voorbeeld God getuigd heeft, dat hij de gaven van de Geest en tegelijk de ambten verdeelt naar Zijn eigen welbehagen en dat niemand, wie dan ook, of in eer of in gaven uitblinkt, tenzij naar de mate van Zijn genadevolle mededeling. Doch dat aan de mindere de eerstgeborene wordt toegevoegd en deze laatste slechts tot zijn orgaan om te spreken wordt aangesteld, terwijl door zijn arbeid en werk God zou kunnen aanvullen, wat Hij door Mozes had willen ten uitvoer brengen, laten wij leren dit eerbiedig te bewonderen, omdat zijn oordeel voor ons onbegrijpelijk is en gelijk een diepe afgrond.
Wie Gods woord heeft en gelovig is, die heeft Gods Geest en kracht, ook de Goddelijke wijsheid, waarheid, zin en moed en alles wat van God is.
Was het oorspronkelijk Gods bedoeling niet, om Aäron aan Mozes toe te voegen, de zwakheid van Mozes doet God hem de eer ontnemen van het gehele verlossingswerk van Israël. Mozes ontvangt zijn straf, zo dikwijls hij als onbespraakt man terug moet treden voor zijn broeder. (zie Ex 7.1)
17. Neem gij dan deze staf, die gij tot hiertoe gevoerd hebt, en die Ik tot een slang heb doen worden, (vs.2-4) in uw hand, 1) wanneer gij naar Egypte trekt; deze is het, waarmee gij die tekenen doen zult.
1) Mozes wilde zich aan de last onttrekken.., het Schibboleth van de ware roeping van God! Wie zijn zwakheid voelt, is geschikt, om een drager van de kracht van God te zijn, die alleen het ledige vervult! Thans baat dan ook geen tegenstand. Mocht Mozes veertig jaar eerder Israël niet verlossen, nu moet hij het doen. Hij laat zich dan ook eindelijk overwinnen, nadat God hem Zijn beloften in het hart, Zijn wonderstaf in de hand en Aäron, zijn broeder aan de zijde gegeven heeft! En wenen Jethro’s herdersknapen, en blaat zijn kudde een treurige groet, hij wankelt niet, hij, die Gods schapen uit Memphis’ roofklauw wringen moet.
De herdersstaf, nu de wonderstaf in Mozes’ hand, moet hij opnemen, maar daarmee wil de Heere hem tevens bemoedigen. Gesterkt door Aäron, als spreker en met de staf in de hand, om de woorden door tekenen te bevestigen, heeft de man van God nu ook geen enkele verontschuldiging meer. Wat meer zegt, hij is ervan overtuigd, dat God in hem, de zwakke in zichzelf, zijn Almacht en kracht zal volbrengen.
II. Exodus 4 vers 18-31
Mozes neemt afscheid van zijn schoonvader, en aanvaardt met vrouw en kinderen de reis naar Egypte. Op weg spreekt de Heere verder met hem over zijn optreden voor farao, maar eist ook van hem de nog nagelaten besnijdenis van de jongste zoon. Bij de Horeb ontmoet hem zijn broeder Aäron; met deze verenigd, komt hij in Egypte aan; verzamelt de oudsten van Israël, die zijn goddelijke zending geloven en hem met blijdschap opnemen.
18. Toen ging Mozes, nu geheel besloten, om de wil van God te volgen, heen, en keerde weer tot Jether, zijn schoonvader, en zei tot hem: Laat mij toch gaan, dat ik terugkeer tot mijn broeders, mijn verwanten en mijn geloofsgenoten, die in Egypte zijn, en zie, of zij nog leven, 1) hoe het hun gaat. Jethro dan zei tot Mozes: 2) Ga heen in vrede; 3) ik heb niets daartegen; God geleide u!
1) Het is wonderlijk, waarom Mozes het gezicht, waarmee toch wel het meest het gemoed van zijn schoonvader had bewogen kunnen worden, om hem verlof te geven, verzwegen heeft. Want alleen de menselijke zijde van de zaak voert hij aan, dat hij van plan is, zijn broeders en bekenden te bezoeken. En niet alleen dat het lastig was voor zijn schoonvader, zijn arbeid, moeite en vlijt te ontberen, waarvan hij veel nut had gehad, maar het was hem geenszins aangenaam, zijn dochter en kleinkinderen naar een vreemde landstreek weg te laten trekken. Het is onzeker, of hij door God werd verhinderd, of dat hij uit vrees en beschroomdheid heeft gezwegen. Ik hel echter meer tot deze mening over, dat hij niet over zijn roeping heeft durven spreken, opdat een ongelooflijke zaak op hem niet de schijn laadde van een leugenaar en ijdelspreker te zijn. Daar het dus moeilijker was, geloof aan zijn roeping in te boezemen, heeft hij liever een menselijke plicht willen voorgeven.
De eigenlijke reden van zijn reis verzwijgt Mozes, omdat zowel bescheidenheid, als verstand hem verbood, reeds nu te spreken van hetgeen voorgevallen was; later heeft hij zijn schoonvader nadere mededelingen gedaan. (Exodus. 18:8 vv.).
2) Het laatste overblijfsel van zijn twijfel is als zwavel in de vlammen van de braambos verteerd; nu kan hij gaan, want hij weet met wie en waartoe. En ziet nu, hoe God een beloner is van allen, die Hem zoeken, en hoe de eerste schreden op de weg van de gehoorzaamheid door Hem worden verlicht en gezegend! Waar Mozes zijn plan meedeelt, heeft Jethro geen enkele tegenspraak; een nieuwe openbaring (vs.19) verzekert hem, dat al zijn vijanden dood zijn, en hij volkomen veilig zal wezen. Opmerkelijk, die bedenking had Mozes niet eenmaal geopperd, maar zelfs een verzwegen bezwaar wordt ook door God uit de weg geruimd, zo Hij slechts ziet, dat het hart oprecht is voor Hem.
Waar Mozes God gehoorzaamt, daar baant de Heere verder voor hem de wegen. Dit is een stelregel in het Koninkrijk van God. God eist gehoorzaamheid aan Zijn woord, en waar deze getoond wordt, daar ruimt Hij zelf de hinderpalen uit de weg, die zich op het pad van de gelovigen mochten bevinden.
3) Deze was de gewone groet in het oosten. Jethro geeft hiermee tevens volle vrijheid om te vertrekken.
19. Ook zei de HEERE tot Mozes in Midian, 1) voor wie het, wegens de gepleegde doodslag (Exodus. 2:12 vv.), bezwaarlijk was, om openlijk met de zijnen in Egypte te trekken: Ga heen, keer terug naar Egypte, en vrees geen kwaad; want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten, 2) zowel de koning, die u toen zocht te doden (Ex.2:15,23), als ook de naaste bloedverwanten van de door u verslagen Egyptenaar (vrgl.Matth.2:20).
1) Deze openbaring had plaats, toen Mozes zich voor de reis naar Egypte gereed maakte. Vandaar dan ook, dat hier staat “in Midian.” De verschijning van zo-even heeft bij Horeb plaats gehad, deze ter plaatse waar Jethro woonde. Hiermee is dan ook het bezwaar uit de weg geruimd, wat sommigen hebben geopperd, alsof dit vers niet van Mozes zelf is geweest, maar van een andere schrijver. Het is toch zeer goed denkbaar, dat, toen Mozes zich gereed maakte voor de reis, hij gereed stond de zware last te volbrengen, allerlei bezwaren zijn hoofd doorkruisen en in zijn harte opklimmen. Vooral het bezwaar, omtrent de doodslag van de Egyptenaar. De Heere weet dit, ziet dit, maar is ook terstond gereed, om ook die bezwaren op te lossen. De Heere God houdt te allen tijde een wakend oog op de Zijnen.
2) Zolang Mozes zich onwillig toonde, had God hem niets gezegd van de stand van zaken aan het hof van Egypte, maar nu hij overreed was, om te gaan, waarheen hij gezonden werd, moedigde de Heere hem aan, om spoed te maken, door de verzekering, dat hij voor zijn persoon niets te vrezen had.
20. Mozes dan nam zijn vrouw, en zijn zonen, Gersom en Eliëzer (Exodus. 2:22), van wie de tweede nog zeer jong was, en voerde hen op een ezel, terwijl hij zelf te voet daarnaast ging, en keerde terug naar Egypte; en Mozes nam de staf van God 1) in zijn hand, de staf, die God geheiligd had tot het verrichten van tekenen en wonderen. (vs.17).
1) “De staf van God.” De herderstaf wordt hier “staf van God” genoemd, omdat deze van de almacht van God getuigde, een middel was geworden van Gods bijzondere openbaring. Rijkdom en schatten had Mozes niet in Midian gedurende die veertig jaar gewonnen. Slechts een staf was in zijn hand, maar die staf sprak hem van vele dingen: van de heerlijkheid van God hem geopenbaard, van Gods trouw hem betoond, van de bijstand van God, welke hij voortdurend zou genieten.
21. En de HEERE zei tot Mozes, spoedig na zijn vertrek hem in een gezicht verschijnende: Terwijl gij heentrekt, om terug naar Egypte te keren, roep Ik u nogmaals toe: Zie toe, dat gij al 1) de wonderen doet voor farao, die ik met de staf in uw hand gesteld heb, niet slechts die drie (vs.2-9), maar ook alle andere, die Ik u verder bevelen zal, doch Ik zal zijn hart verstokken, 2) dat hij het volk niet zal laten gaan.
1) “Al de wonderen.” Hieronder zijn niet alleen te verstaan de wonderen, welke Mozes bij de berg Horeb heeft verricht, maar ook de volgende, die hij nog zal doen voor farao’s aangezicht.
2) Wanneer een tak van de boom afgehouwen is en liggen blijft, dan gaat het weinige sap, dat nog van de stam daarin is, langzamerhand weg; hij wordt hard en dor als een stok, die men wel breken, maar niet meer buigen kan als vroeger, toen hij nog een tak was. Zulk een stok is wel voor het vuur en andere zaken dienstig, maar niet meer om groen te worden, te bloeien en vruchten te dragen. De verstoktheid van het hart is zulk een gesteldheid van de mens, waardoor de verkeerde wil, met verblinding van het verstand, ondanks alle ontvangen indrukken en overtuigingen, in de zonde volhardt, zodat geen genade van God tot bekering meer plaats vindt; maar een rechtvaardig strafgericht, en alzo de mens in zijn verkeerde gezindheid sterft.
Tienmaal heet het: “God heeft farao verstokt (Ex.4:21; 7:4; 9:12; 10:1, 20, 27; 11:10; 14:4,8,17); even zo dikwijls wordt ook gezegd, dat farao zijn hart verstokte (Ex.7:13,14,22; 8:15,19,32; 9:7,34,35; 13:15). Om God niet te maken tot een oorzaak van zonde, heeft men deze verstoktheid zo willen verklaren, dat zij door de wonderen, die God deed, in farao zou zijn geboren, zodat er eigenlijk niets anders zou gezegd zijn, dan dat God deze tekens gegeven heeft, die in plaats van farao te vermurwen, hem door zijn eigen schuld des te meer verharden. Anderen hebben weliswaar de zonde zelf geheel en volledig aan farao’s gemoed, maar de wijze, waarop zij zich openbaarde, aan de leiding van God toegeschreven. In waarheid is het dan ook God, die, zodra de zonde van de mens uit het gemoed tot daden overgaat en zich in het leven toont, daaraan een bepaalde vorm geeft en haar op die wijze beheerst. Wanneer bijvoorbeeld David zich hoogmoedig gedraagt, dan is de hoogmoed, in zijn hart ontstaan, zijn schuld, maar dat deze zonde zich in een volkstelling openbaard, dat is het gevolg van een verzoeking, waarin God hem leidt. Maar, hoeveel waarheid er ook steekt in deze denkbeelden, volledig drukken zij de zin van deze plaatsen niet uit. Wanneer Gods macht en genade tevergeefs op de mens poogt in te werken, zo wordt daardoor het gemoed verhard boven hetgeen het te voren was, en deze verstoktheid is een gevolg en een straf van vroegere zonde, en dus een daad van God. Het Evangelie is een levensreuk ten leven en een doodsreuk ten dode, zoals dezelfde reuk enige schepselen op kan wekken, doch op anderen een dodelijke invloed uitoefent. In de oorspronkelijke bestemming ligt het wel niet, om dodelijk te zijn; het is het gevolg van een ongeloof, dat aan eigen schuld te wijten is; maar, waar dit bestaat, daar is de dodelijke invloed een gerichte wraak van God. De uitdrukkingen: verharding, verstoktheid, veronderstellen een vroegere wekere toestand, die door het misbruik van Gods openbaringen en zegeningen ophield te bestaan. Zo kan het evenzeer gezegd worden, dat farao zichzelf, als dat God hem verstokte, en dat God deze verharding vantevoren verkondigt, het kon en moest Mozes en het volk van Israël tot een krachtige troost zijn tegenover hun onderdrukkers; zij verwierven daardoor de zekerheid, dat de woede, waarmee hij hen vervolgde, wat zij ook probeerde, onder het opperbestuur van God stond, ja, dat zij zelf deel uitmaakte van het strafgerecht, dat God aan hem voltrekken zou. Verg. Rom.1:24,26,28.
In het Hebreeuws Achazek, eig.: Ik zal sterk maken. De Heere voorspelt hier, dat farao in de grond van de zaak geheel ongevoelig zal blijven voor al de tekenen en wonderen, die Mozes op Gods bevel zal verrichten. Tegenover hen, die deze spreekwijze willen verzachten, zegt Calvijn: Mij althans verdriet het niet met de Heilige Geest te spreken, noch aarzel te onderschrijven, wat zo dikwijls in de Schrift voorkomt, dat God de goddelozen overgeeft in een verkeerde zin, hen aan schandelijke begeerlijkheden overgeeft, hun zinnen verwart en hun harten verhardt.
God wordt gezegd het harte van onbekeerden te verharden, gelijk de Heere ten opzichte van farao bedreigt. 1e. Als Hij hen in hun natuurlijke hardigheid laat zitten, en die door geen krachtdadige genade uit hen wegneemt. 2e. Als Hij hun natuurlijke hardigheid, ten opzichte van haar uitwerking alle ruimte laat, en die door geen wederhoudende genade belet of bepaalt. 3e. Als Hij hen de middelen tot hun verbetering of onthoudt of onttrekt, weigerende hen de Geest van de vermaningen, en dus toelaat, dat zij zich verharden, hen in hun hardigheid aan zichzelf overlatende. 4e. Als Hij hen gelegenheid tot verharding laat voorkomen, en ondertussen Zijn genade, om daaraan gehoorzaam te zijn, hen weigert, waardoor die dingen toevallig tot middelen worden van hun verharding. 5e. Als Hij hun overgeeft aan de macht van de satan en aan de kracht van hun verdorvenheden, waaruit niet anders dan verharding kan volgen.
22. Dan, als het zo ver is, dat er met hem niet meer kan gehandeld worden, (Ex.10:27 vv.) zult gij tot farao zeggen: Alzo zegt de HEERE, Mijn zoon, mijn eerstgeborene, 1) is Israël; dat volk heb Ik uit alle volken van de aarde tot Mijn eigendom verkoren (Jeremia. 31:9 Deuteronomium. 7:6).
Dit zag op dat nationale verbond, dat God met Israël’s nakomelingen gemaakt had, volgens welke Hij het boven alle andere volken deed uitmunten, en met zeer vele weldaden, zo lichamelijk als geestelijk, onderscheidde, die Hij andere volken niet verwaardigde te verlenen.
1) Hiermee wil God niet alleen wijzen op het recht, dat Hij op Israël heeft, maar ook op Zijn liefde voordat volk. Uit kracht van het Verbond spreekt God hier tot farao-van dat Verbond, dat de Heere bij Sinaï zou sluiten en bevestigen. Israël zou staan aan de spits van de volkeren. Tot zoon aangenomen, zou het de rang van “eerstgeborene” bekleden. Met dat woord, dat Mozes tot farao moest spreken, wil de Heere bij Mozes zelf het geloof versterken. Immers, waar God, de Heere, hier duidelijk Israël zijn zoon verklaart te zijn, daar zal hij ook niet dulden, dat die “zoon” in banden en boeien blijft zitten.
23. En Ik heb tot u gezegd: Laat mijn zoon vertrekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten vertrekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden, 1) (Ex.12:29 vv.) evenals gij Mijn eerstgeborenen hebt willen ombrengen.
1) Het is duidelijk, dat hier aan Mozes wordt meegedeeld, met welke woorden hij moet afscheid nemen van farao. Calvijn tekent dan ook aan: “Dit is niet wat bij het begin van de zending moet gesproken worden, maar bij het einde, het afscheidswoord.” Bij het aankondigen toch van de laatste plaag, heeft Mozes farao’s aangezicht niet meer gezien.
24. En het geschiedde op de weg in de herberg, (zie “Ge 42.27) dat de HEERE hem tegemoet kwam, 1) en zocht hem te doden. 2)
1) Hebreeuws: “viel op hem aan.” Op welke wijze is niet bekend. Waarschijnlijk door hem met een ogenblikkelijke ernstige ziekte te bezoeken, of zoals ook wel gemeend wordt, door in hem gedachten aan een nabij zijnde dood te verwekken. De oorzaak is uit het verband duidelijk. Uit toegevendheid aan zijn Midianitische vrouw, had hij de besnijdenis van zijn zoon, wellicht van zijn tweede, nagelaten. En de besnijdenis was het teken van het Verbond. Uit kracht van dat Verbond zou Israël verlost worden. Op dit verbond zou Mozes het volk van Israël wijzen. Maar dan moest hij zelf niet iemand zijn, die omtrent de tekenen van dat Verbond in zijn eigen huis nalatig was geweest.
2) Door welk voorbeeld wij vermaand worden, dat wij dagelijks de hulp van God nodig hebben, om met kracht aangegord te worden, opdat onze ziel niet mat wordt, en onze ijver niet langzamerhand verflauwd en minder wordt. Want satan brengt bestendig veel in beweging, waardoor onze ijver of verzwakt of verflauwt. Daarom, wie zijn gehele leven lang zich Gods goedkeuring wil verwerven, moet steeds wapens en krachten gereed hebben, om deze dienst waar te nemen. Want, indien aan Mozes de standvastigheid ontbrak, dan zouden wij een gemakkelijk of nog eerder tot dergelijke val komen, zo God ons niet met Zijn Heilige Geest verlicht.
25. Toen nam Zippora, daar de vrees voor het leven van haar man haar hart brak, een stenen mes 1) en besneed de voorhuid van haar zoon, 2) en wierp die afgesneden voorhuid, vol van hartstochtelijke opgewektheid, voor zijnvoeten, en zei: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom! 3)
1) Ten tijde van Jozua werd nog een stenen mes voor de besnijdenis gebruikt Jozua 5:2). Op welk een wijze de Heere aan Mozes geopenbaard heeft, dat Zijn toorn tegen hem ontloken was, omdat zijn zoon nog niet besneden was, weten wij niet. Dat Zippora het gevoeld heeft, zoals sommigen menen, komt ons zeer twijfelachtig voor. Ongetwijfeld is het haar door haar man meegedeeld. Waaruit haar drift is te verklaren, haar opgewondenheid, waarmee zij zelf de besnijdenis ten uitvoer brengt, zoals duidelijk blijkt, met innerlijke afkeer van het hart.
2) Het voorbeeld van Zippora wordt bijgebracht, om de Doop door bijzondere personen, die niet in het Ambt zijn gesteld, te verdedigen. Maar dit voorbeeld is veelszins te misprijzen; want zij deed het in de tegenwoordigheid van haar man, als daar geen nood bij was. Zij deed het in de haast, om haar man te voorkomen. Zij deed het in boosheid. Ook wierp zij de voorhuid voor de voeten van haar man, Mozes. En het schijnt, dat zij geen gelovige, maar geheel een Midianitische vrouw was. Want zij verachtte de besnijdenis, toen zij haar man noemde een Bloedbruidegom, uit oorzaak van de besnijdenis van haar kind (vs.26). En het schijnt, dat ten gevolge hiervan, Mozes haar weggedaan heeft, toen hij naar Egypte trok.
Het blijkt wel, dat God de besnijdenis goedgekeurd heeft, maar niet de manier van te besnijden.
3) “Bloed-bruidegom” ziet op Mozes en niet op het kind. Met bloed (vanwege de besnijdenis, zie vs.26) wil Zippora zeggen, heb ik uw leven moeten kopen. Door bloedstorting zijt gij mij als uit de dood teruggegeven. Men moet de tekst geweld aandoen, om te verklaren, dat deze uitdrukking op het kind ziet.
26. En Hij, de Heere, die op Hem was aangevallen, liet van hem af, 1) en Mozes genas weer. Toen zei zij: Bloed-bruidegom! vanwege de besnijdenis; 2) tot welke zij, door de nood gedreven, was overgegaan; en zij trok met haar beide zonen weer naar het vaderlijk huis terug. (Ex.18:2 Vrgl.Mark.10:29,30).
1) De Heere liet van hem af, nadat niet omdat het teken van het Verbond was verricht aan het kind.
2) Wij zien hier, hoe verkeerd men doet, wanneer men het gebruik van de sacramenten uit minachting nalaat, daar dit zware straffen van God ten gevolge kan hebben. Daarom mogen wij het gebruik van de sacramenten niet nalaten, zo lief ons Gods genade, onze tijdelijke en eeuwige welvaart en zaligheid is. 2. Dat men door vrienden of betrekkingen zich niet mag laten verhinderen, om godzalige werken te doen, noch omwille van deze tegen Gods gebod mag handelen, hetgeen grote schade aanbrengt. Hierin geldt nog wat Sirach 9:2 zegt: “Geeft uw ziel aan de vrouwen niet, dat zij over uw ziel zouden opklimmen.” En, omdat de vrouwen aan Zippora hier de verkeerdheid zien, dat zij haar man kwade woorden geeft, zo zullen zij zich daarvoor wachten. 3. Omdat Zippora, de vrouw, die haar zoontje besnijdt, heeft de kerkvergadering te Florence en die te Carthago, waar de kerkvader Augustinus tegenwoordig geweest is, de nooddoop door vrouwen raadzaam geoordeeld, doch slechts in nood, wanneer men geen prediker of godzalig man verkrijgen kan, om de doop te bedienen.
In het Hebreeuws Lamoeloth, vanwege de besnijdingen, omdat Zippora niet alleen op dit ene geval doelt, maar ook op het vorige en op de besnijdenis in het algemeen. Eerst later keert Zippora weer tot Mozes terug. (Exodus. 18:2). Waarschijnlijk hebben vrees en toorn samengewerkt, om haar te doen terugkeren tot haar vaders huis. Voor Mozes was dit een besturing van God, daar hij nu vrijmoediger zijn roeping kon vervullen, en niet behoefde gekweld te worden door de vrees voor vrouw en kinderen. Er moest in elk geval enige tijd verlopen, voordat het kind kon vervoerd worden. Mozes heeft daarop niet gewacht, maar zijn vrouw in de herberg achtergelaten, die daarop naar haar vader is teruggekeerd.
27. De HEERE zei ook tot Aäron, volgens de belofte (vs.14) en door inwendige spraak van de Geest: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan de berg van God, aan Horeb; want over deze had Mozes zijn weg genomen, en daarheen had de Heere ook Aäron gewezen; en hij, zich van harte verheugende, kuste 1) hem.
1) Aäron, ofschoon hij ouder was, heeft zijn broeder, van wie hij wist, dat hij een profeet van God was, niet alleen de verschuldigde eer bewezen, maar hem ook als het ware als een bode van God over zich aangesteld. Een kus wordt gegeven als teken van erkenning, waarmee hij de zekerheid van zijn geloof heeft betuigd.
28. En Mozes gaf Aäron te kennen al de woorden des HEEREN, die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.
29. Toen gingen Mozes en Aäron 1) naar Egypte, en zij verzamelden in het land Gosen al de oudsten van de kinderen van Israël.
1) Bij Aäron geen enkel bezwaar. “Gij zult hem tot een God zijn,” wordt hier reeds bij de aanvang bevestigd. Aärons karakter is een volgzaam karakter. Hij doet graag, wat van hem gevraagd wordt. Moeilijk kan hij iets weigeren. Hieruit moet ook verklaard worden, dat hij straks het verzoek van de Israëlieten bij Horeb niet afslaat.
30. En Aäron sprak al de woorden, die de HEERE tot Mozes gesproken had; en Mozes van zijn zijde bekrachtigde het werk van zijn profeet (Ex.7:1), en hij deed de tekenen, die de Heere hem bevolen had, voor de ogen vanhet volk.
31. En het volk, zich daardoor kinderen van Abraham betonende, (Genesis 15:6) geloofde, 1) en zij hoorden, dat de HEERE de kinderen van Israël bezocht (Ex.3:16), en dat Hij hun verdrukking zag, en zij neigden hun hoofden ter aarde, en aanbaden 2) deHeere in dankbare vreugde. Daardoor gaven zij zich tevens aan Mozes en Aäron, als aan gezanten van God, tot gehoorzaamheid over.
1) En zie, dat waarvoor Mozes gevreesd had, dat hem reeds lang tevoren verontrust had, als een van die vele bezwaren, die hem boven op de ziel lagen en daarom het eerst werden uitgesproken (hoofdstuk 4:1), namelijk, dat zijn woorden en goede bedoelingen zouden afstuiten op het ongeloof van de kinderen van Israël, zie, dat juist gebeurde niet. Wel geschiedde het tegendeel. “En het volk geloofde en zij hoorden, dat de Heere de kinderen van Israël bezocht en dat Hij hun verdrukking zag,” d.i. had aangezien, om hun daaruit een volkomen verlossing te bereiden. O, hoe moet hun geloof Mozes beschaamd hebben, die in zijn voorbarig en onredelijk oordeel zo geheel andere gedachten van het volk had gekoesterd!.
2) De roeping van Mozes is door een noodkreet voorafgegaan. (Ex.2:23) en ziet, zij wordt vervangen door dankzegging! O, indien Mozes het hoofd mede ter aanbidding geneigd heeft, wie schetst ons, hoe diep dat gelaat heeft gebloosd van schaamte over zijn vroegere (Ex.4:1) twijfelzucht, en hoe talloze malen hij later de God heeft gedankt, die hem juist zó, en dßßr, en toen heeft geroepen! De vrede, die reeds vóór de strijd hem doorstroomt, is de eerste vrucht van zijn stipte gehoorzaamheid, en als hij nu de hand in de boezem steekt, voelt hij zijn hart van zalig voorgevoel van de naderende zegepraal kloppen.
Uit dit aanbidden blijken twee dingen. En ootmoedige dankbaarheid voor de genade, welke de Heere hen geopenbaard had, én geloof, dat de Heere de belofte, aan de vaderen gedaan, zou vervullen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel