Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Zij maakten ook ambtsklederen, om in het heilige te dienen, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken; ook maakten zij de heilige klederen, die voor Aaron waren, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Zij maaktenH6213 ook ambtsklederenH899, om in het heiligeH6944 te dienenH8334, vanH4480hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144; ook maaktenH6213 zij de heiligeH6944klederenH899, dieH834 voor AaronH175 waren, gelijk de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.Zij maakten ook ambtsklederen, om in het heilige te dienen, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken; ook maakten zij de heilige klederen, die voor Aaron waren, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd of the blue,2and purple,3and scarlet,5they made6cloths7of service,8to do service9in the holy10place, and made11the holy14garments13for Aaron;16as the LORD19commanded18Moses.
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַתְּכֵ֤לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue3וְהָֽאַרְגָּמָן֙H713purper, purperenpurple4וְתוֹלַ֣עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm5הַשָּׁנִ֔יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)6עָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7בִגְדֵיH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8שְׂרָ֖דH8278service9לְשָׁרֵ֣תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on10בַּקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11וַֽיַּעֲשׂ֞וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בִּגְדֵ֤יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe14הַקֹּ֨דֶשׁ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16לְאַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron17כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
2Aldus maakte hij den efod, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2AldusH6213 maakte hij den efodH646, van goudH2091, hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8438, en fijn getweerndH7806linnenH8336.Aldus maakte hij den efod, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.
KJVAnd he made1the ephod3of gold,4blue,5and purple,6and scarlet,7and fine twined10linen.
1וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאֵפֹ֑דH646efod, efods, lijfrokephod4זָהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5תְּכֵ֧לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue6וְאַרְגָּמָ֛ןH713purper, purperenpurple7וְתוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm8שָׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)9וְשֵׁ֥שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk10מָשְׁזָֽרH7806getweerndtwine
3En zij rekten uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstelijkste werk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zij rektenH7554 uit de dunne platenH6341 van goudH2091, en snedenH7112 het tot dradenH6616, om te doenH6213 in het middenH8432 van het hemelsblauwH8504, en in het midden van het purperH713, en in het midden van het scharlakenH8144, en in het midden van het fijn linnenH8336, van het allerkunstelijksteH2803werkH4639.En zij rekten uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstelijkste werk.
KJVAnd they did beat1the gold4intothin plates,3and cut5it into wires,6to work7it in the blue,9and in the purple,11and in the scarlet,14and in the fine linen,16with cunning18work.
1וַֽיְרַקְּע֞וּH7554uitgespannen, rekten, Uitgerektbeat, make broad, spread abroad (forth, over, out, into plates), stamp, stretch2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3פַּחֵ֣יH6341strik, strikken, dunne platengin, (thin) plate, snare4הַזָּהָב֮H2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5וְקִצֵּ֣ץH7112afgekort, afgehouwen, hieuwcut (asunder, in pieces, in sunder, off), [idiom] utmost6פְּתִילִם֒H6616snoer, draad, dradenbound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire7לַעֲשׂ֗וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בְּת֤וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9הַתְּכֵ֨לֶת֙H8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue10וּבְת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11הָֽאַרְגָּמָ֔ןH713purper, purperenpurple12וּבְת֛וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)13תּוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm14הַשָּׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)15וּבְת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)16הַשֵּׁ֑שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk17מַעֲשֵׂ֖הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought18חֹשֵֽׁבH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think
4Zij maakten samenvoegende schouderbanden daaraan; aan deszelfs beide einden werd hij samengevoegd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zij maaktenH6213samenvoegendeH2266schouderbandenH3802 daaraan; aanH5921 deszelfs beideH8147eindenH7098 werd hij samengevoegdH2266.Zij maakten samenvoegende schouderbanden daaraan; aan deszelfs beide einden werd hij samengevoegd.
KJVThey made2shoulderpieces1for it, to couple it together:4by the two6edges7was it coupled together.
1כְּתֵפֹ֥תH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter2עָֽשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3ל֖וֹ4חֹבְרֹ֑תH2266samengevoegd, voegde, samenvoegencharm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7קְצוֹתָ֖יוH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle8חֻבָּֽרH2266samengevoegd, voegde, samenvoegencharm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league
5En de kunstelijke riem zijns efods, die daarop was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, gelijk als de HEERE aan Mozes bevolen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de kunstelijke riemH2805 zijns efodsH642, die daarop was, was gelijk zijn werkH4639, van hetzelfde, van goudH2091, van hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, en fijn getweerndH7806linnenH8336, gelijk als de HEEREH3068aanH5921MozesH4872bevolenH6680 had.En de kunstelijke riem zijns efods, die daarop was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, gelijk als de HEERE aan Mozes bevolen had.
KJVAnd the curious girdle1of his ephod,2that was upon it, was of the same, according to the work7thereof; of gold,8blue,9and purple,10and scarlet,12and fine twined14linen;13as the LORD17commanded16Moses.
1וְחֵ֨שֶׁבH2805kunstelijken riem, kunstelijke riemcurious girdle2אֲפֻדָּת֜וֹH642efods, overtrekselephod, ornament3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָלָ֗יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מִמֶּ֣נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הוּא֮H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7כְּמַעֲשֵׂהוּ֒H4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought8זָהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9תְּכֵ֧לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue10וְאַרְגָּמָ֛ןH713purper, purperenpurple11וְתוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm12שָׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)13וְשֵׁ֣שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk14מָשְׁזָ֑רH7806getweerndtwine15כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
6Zij bereidden ook de sardonixstenen, omvat in gouden kastjes, als zegelgravering gegraveerd, met de namen der zonen van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zij bereiddenH6213 ook de sardonixstenenH7718, omvatH4142 in goudenH2091kastjesH4865, als zegelgraveringH2368gegraveerdH6605, met de namenH8034 der zonenH1121 van IsraelH3478.Zij bereidden ook de sardonixstenen, omvat in gouden kastjes, als zegelgravering gegraveerd, met de namen der zonen van Israel.
KJVAnd they wrought1onyx4stones3inclosed5in ouches6of gold,7graven,8as signets10are graven,9with the names12of the children13of Israel.
1וַֽיַּעֲשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַבְנֵ֣יH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)4הַשֹּׁ֔הַםH7718sardonixstenen, Sardonix, Sardonixstenenonyx5מֻֽסַבֹּ֖תH4142omvat, omdraaien, veranderdbeing changed, inclosed, be set, turning6מִשְׁבְּצֹ֣תH4865kastjes, borduurselouch, wrought7זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather8מְפֻתָּחֹת֙H6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent9פִּתּוּחֵ֣יH6603graveerselen, graveert, zegelgraveringcarved (work) (are, en-) grave(-ing, -n)10חוֹתָ֔םH2368zegel, zegelen, zegelringseal, signet11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12שְׁמ֖וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
7En hij zette ze op de schouderbanden des efods, tot stenen der gedachtenis voor de kinderen Israels, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij zetteH7760 ze opH5921 de schouderbandenH3802 des efodsH646, tot stenenH68 der gedachtenisH2146 voor de kinderenH1121IsraelsH3478, gelijk de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En hij zette ze op de schouderbanden des efods, tot stenen der gedachtenis voor de kinderen Israels, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd he put1them on the shoulders4of the ephod,5that they should be stones6for a memorial7to the children8of Israel;9as the LORD12commanded11Moses.
1וַיָּ֣שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כִּתְפֹ֣תH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter5הָאֵפֹ֔דH646efod, efods, lijfrokephod6אַבְנֵ֥יH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)7זִכָּר֖וֹןH2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record8לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
8Hij maakte ook de borstlap van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Hij maakteH6213 ook de borstlapH2833 van het allerkunstelijksteH2803werkH4639, gelijk het werkH4639 des efodsH646, van goudH2091, hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, en fijn getweerndH7806linnenH8336.Hij maakte ook de borstlap van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.
KJVAnd he made1the breastplate3of cunning5work,4like the work6of the ephod;7of gold,8blue,9and purple,10and scarlet,12and fine twined14linen.
1וַיַּ֧עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַחֹ֛שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate4מַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought5חֹשֵׁ֖בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think6כְּמַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought7אֵפֹ֑דH646efod, efods, lijfrokephod8זָהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9תְּכֵ֧לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue10וְאַרְגָּמָ֛ןH713purper, purperenpurple11וְתוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm12שָׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)13וְשֵׁ֥שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk14מָשְׁזָֽרH7806getweerndtwine
9Hij was vierkant; zij maakten den borstlap dubbel; een span was zijn lengte, en een span was zijn breedte, dubbel zijnde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Hij was vierkantH7251; zij maaktenH6213 den borstlapH2833dubbelH3717; een spanH2239 was zijn lengteH753, en een spanH2239 was zijn breedteH7341, dubbelH3717 zijnde.Hij was vierkant; zij maakten den borstlap dubbel; een span was zijn lengte, en een span was zijn breedte, dubbel zijnde.
KJVIt was foursquare;1they made4the breastplate6double:3a span7was the length8thereof, and a span9the breadth10thereof, being doubled.
1רָב֧וּעַH7251vierkant, vierkantig, Vierkant(four-) square(-d)2הָיָ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3כָּפ֖וּלH3717dubbel, verdubbelddouble4עָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַחֹ֑שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate7זֶ֧רֶתH2239spanspan8אָרְכּ֛וֹH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long9וְזֶ֥רֶתH2239spanspan10רָחְבּ֖וֹH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness11כָּפֽוּלH3717dubbel, verdubbelddouble
10En zij vulden daarin vier rijen stenen: een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij vuldenH4390 daarin vierH702rijenH2905stenenH68: een rijH2905 van een SardisH124, een TopaasH6357 en een KarbonkelH1304; dit is de eersteH259rijH2905.En zij vulden daarin vier rijen stenen: een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.
KJVAnd they set1in it four3rows4of stones:5the first row6was a sardius,7a topaz,8and a carbuncle:9this was the first11row.
1וַיְמַלְאוּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2ב֔וֹ3אַרְבָּעָ֖הH702vier, vierhonderd, veertienfour4ט֣וּרֵיH2905rij, rijen, ringmuurrow5אָ֑בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)6ט֗וּרH2905rij, rijen, ringmuurrow7אֹ֤דֶםH124Sardis, sardisstenensardius8פִּטְדָה֙H6357Topaas, topazentopaz9וּבָרֶ֔קֶתH1304Karbonkel, smaragdencarbuncle10הַטּ֖וּרH2905rij, rijen, ringmuurrow11הָאֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
11En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier en een Diamant.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de tweedeH8145rijH2905 van een SmaragdH5306, een SaffierH5601 en een DiamantH3095.En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier en een Diamant.
KJVAnd the second2row,1an emerald,3a sapphire,4and a diamond.
1וְהַטּ֖וּרH2905rij, rijen, ringmuurrow2הַשֵּׁנִ֑יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)3נֹ֥פֶךְH5306Smaragd, robijnen, smaragdenemerald4סַפִּ֖ירH5601Saffier, saffieren, saffiersapphire5וְיָהֲלֹֽםH3095Diamant, diamantendiamond
12En de derde rij van een Hyacinth, Agaat, en Amethyst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de derdeH7992rijH2905 van een Hyacinth, AgaatH7618, en Amethyst.En de derde rij van een Hyacinth, Agaat, en Amethyst.
Ook in dit vers
AmethistH306
HyacintH3958
KJVAnd the third2row,1a ligure,3an agate,4and an amethyst.
13En de vierde rij van een Turkoois, en een Sardonix, en een Jaspis; omvat in gouden kastjes in hun vullingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de vierdeH7243rijH2905 van een TurkooisH8658, en een SardonixH7718, en een JaspisH3471; omvatH4142 in goudenH2091kastjesH4865 in hun vullingenH4396.En de vierde rij van een Turkoois, en een Sardonix, en een Jaspis; omvat in gouden kastjes in hun vullingen.
KJVAnd the fourth2row,1a beryl,3an onyx,4and a jasper:5they were inclosed6in ouches7of gold8in their inclosings.
14Deze stenen nu, met de namen der zonen van Israel, waren twaalf, met hun namen, met zegelgravering; ieder met zijn naam, naar de twaalf stammen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Deze stenenH68 nu, met de namenH8034 der zonenH1121 van IsraelH3478, waren twaalfH8147, met hun namenH8034, met zegelgraveringH6603; iederH376 met zijn naamH8034, naar de twaalfH8147stammenH7626.Deze stenen nu, met de namen der zonen van Israel, waren twaalf, met hun namen, met zegelgravering; ieder met zijn naam, naar de twaalf stammen.
KJVAnd the stones1were according to the names3of the children4of Israel,5twelve,7according to their names,10like the engravings11of a signet,12every one13with his name,15according to the twelve16tribes.
1וְ֠הָאֲבָנִיםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3שְׁמֹ֨תH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֥לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6הֵ֛נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein7שְׁתֵּ֥יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8עֶשְׂרֵ֖הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10שְׁמֹתָ֑םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11פִּתּוּחֵ֤יH6603graveerselen, graveert, zegelgraveringcarved (work) (are, en-) grave(-ing, -n)12חֹתָם֙H2368zegel, zegelen, zegelringseal, signet13אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15שְׁמ֔וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report16לִשְׁנֵ֥יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)18שָֽׁבֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe
15Zij maakten ook aan den borstlap gelijk-eindigende ketentjes, van gedraaid werk, uit louter goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Zij maaktenH6213 ook aanH5921 den borstlapH2833 gelijk-eindigendeH1383ketentjesH8333, van gedraaidH5688werkH4639, uit louterH2889goudH2091.Zij maakten ook aan den borstlap gelijk-eindigende ketentjes, van gedraaid werk, uit louter goud.
KJVAnd they made1upon the breastplate3chains4at the ends,5of wreathen7work6of pure9gold.
1וַיַּעֲשׂ֧וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַחֹ֛שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate4שַׁרְשְׁרֹ֥תH8333ketentjes, ketenen, ketenwerkchain5גַּבְלֻ֖תH1383-eindigende, eindigendeend6מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought7עֲבֹ֑תH5688touwen, gedraaide, takkenband, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain)8זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9טָהֽוֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)
16En zij maakten twee gouden kastjes, en twee gouden ringen; en zij zetten die twee ringen aan de beide einden des borstlaps.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En zij maaktenH6213tweeH8147goudenH2091kastjesH4865, en tweeH8147goudenH2091ringenH2885; en zij zettenH5414 die tweeH8147ringenH2885aanH5921 de beideH8147eindenH7098 des borstlapsH2833.En zij maakten twee gouden kastjes, en twee gouden ringen; en zij zetten die twee ringen aan de beide einden des borstlaps.
KJVAnd they made1two2ouches3of gold,4and two5gold7rings;6and put8the two10rings11in the two13ends14of the breastplate.
1וַֽיַּעֲשׂ֗וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׁתֵּי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3מִשְׁבְּצֹ֣תH4865kastjes, borduurselouch, wrought4זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5וּשְׁתֵּ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6טַבְּעֹ֣תH2885ringen, ring, vingerringring7זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather8וַֽיִּתְּנ֗וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁתֵּי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11הַטַּבָּעֹ֔תH2885ringen, ring, vingerringring12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13שְׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two14קְצ֥וֹתH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle15הַחֹֽשֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate
17En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van den borstlap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En zij zettenH5414 de tweeH8147 gedraaide goudenH2091ketentjesH5688aanH5921 de tweeH8147ringenH2885, aanH5921 de eindenH7098 van den borstlapH2833.En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van den borstlap.
KJVAnd they put1the two2wreathen chains3of gold4in the two6rings7on the ends9of the breastplate.
1וַֽיִּתְּנ֗וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2שְׁתֵּי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3הָעֲבֹתֹ֣תH5688touwen, gedraaide, takkenband, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain)4הַזָּהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6שְׁתֵּ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7הַטַּבָּעֹ֑תH2885ringen, ring, vingerringring8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9קְצ֖וֹתH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle10הַחֹֽשֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate
18Doch de twee andere einden der gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes, en zij zetten ze aan de schouderbanden des efods, recht op de voorste zijde van dien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Doch de tweeH8147 andere eindenH7098 der gedraaideH5688 ketenen zettenH5414 zij aan de tweeH8147kastjesH4865, en zij zettenH5414 ze aan de schouderbandenH3802 des efodsH646, recht opH5921 de voorsteH4136 zijde van dien.Doch de twee andere einden der gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes, en zij zetten ze aan de schouderbanden des efods, recht op de voorste zijde van dien.
Ook in dit vers
tweeH8147
KJVAnd the two2ends3of the two4wreathen5chainsthey fastened6in the two8ouches,9and put10them on the shoulderpieces12of the ephod,13before16it.
1וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שְׁתֵּ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3קְצוֹת֙H7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle4שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5הָֽעֲבֹתֹ֔תH5688touwen, gedraaide, takkenband, cord, rope, thick bough (branch), wreathen (chain)6נָתְנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9הַֽמִּשְׁבְּצֹ֑תH4865kastjes, borduurselouch, wrought10וַֽיִּתְּנֻ֛םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כִּתְפֹ֥תH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter13הָאֵפֹ֖דH646efod, efods, lijfrokephod14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15מ֥וּלH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with16פָּנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
19Zij maakten ook twee gouden ringen, die zij aan de twee andere einden des borstlaps zetten, inwendig aan zijn boord, die aan de zijde des efods is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Zij maaktenH6213 ook tweeH8147goudenH2091ringenH2885, die zij aan de tweeH8147 andere eindenH7098 des borstlapsH2833zettenH7760, inwendigH1004 aan zijn boordH8193, dieH834 aan de zijde des efodsH646 is.Zij maakten ook twee gouden ringen, die zij aan de twee andere einden des borstlaps zetten, inwendig aan zijn boord, die aan de zijde des efods is.
KJVAnd they made1two2rings3of gold,4and put5them on the two7ends8of the breastplate,9upon the border11of it, which was on the side14of the ephod15inward.
1וַֽיַּעֲשׂ֗וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׁתֵּי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3טַבְּעֹ֣תH2885ringen, ring, vingerringring4זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5וַיָּשִׂ֕ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7שְׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8קְצ֣וֹתH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle9הַחֹ֑שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11שְׂפָת֕וֹH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words12אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14עֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight15הָאֵפֹ֖דH646efod, efods, lijfrokephod16בָּֽיְתָהH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
20Nog maakten zij twee gouden ringen, die zij zetten aan de twee schouderbanden van den efod, beneden, aan deszelfs voorste zijde, tegenover zijn andere voege, boven den kunstelijke riem des efods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Nog maaktenH6213 zij tweeH8147goudenH2091ringenH2885, die zij zettenH5414aanH5921 de tweeH8147schouderbandenH3802 van den efodH646, benedenH4295, aan deszelfs voorsteH4136 zijde, tegenoverH5980 zijn andere voegeH4225, boven den kunstelijke riemH2805 des efodsH646.Nog maakten zij twee gouden ringen, die zij zetten aan de twee schouderbanden van den efod, beneden, aan deszelfs voorste zijde, tegenover zijn andere voege, boven den kunstelijke riem des efods.
KJVAnd they made1two2other golden4rings,3and put5them on the two7sides8of the ephod9underneath,10toward11the forepart12of it, over against13the other coupling14thereof, above15the curious girdle16of the ephod.
1וַֽיַּעֲשׂוּ֮H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3טַבְּעֹ֣תH2885ringen, ring, vingerringring4זָהָב֒H2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5וַֽיִּתְּנֻ֡םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7שְׁתֵּי֩H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8כִתְפֹ֨תH3802schouder, schouderbanden, schouderenarm, corner, shoulder(-piece), side, undersetter9הָאֵפֹ֤דH646efod, efods, lijfrokephod10מִלְמַ֨טָּה֙H4295beneden, nederwaarts, laagbeneath, down(-ward), less, very low, under(-neath)11מִמּ֣וּלH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with12פָּנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13לְעֻמַּ֖תH5980tegenover, Tegenover, dicht(over) against, at, beside, hard by, in points14מֶחְבַּרְתּ֑וֹH4225samenvoegende, voege, samenvoegingcoupling15מִמַּ֕עַלH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very16לְחֵ֖שֶׁבH2805kunstelijken riem, kunstelijke riemcurious girdle17הָאֵפֹֽדH646efod, efods, lijfrokephod
21En zij bonden den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijke riem van den efod was; opdat de borstlap van den efod niet afgescheiden wierd, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zij bondenH7405 den borstlapH2833 met zijn ringenH2885 aan de ringenH2885 van den efodH646, met een hemelsblauwH8504snoerH6616, datH834 hij opH5921 den kunstelijke riemH2805 van den efodH646 was; opdat de borstlapH2833 van den efodH646nietH3808afgescheidenH2118 wierd, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En zij bonden den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijke riem van den efod was; opdat de borstlap van den efod niet afgescheiden wierd, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd they did bind1the breastplate3by his rings4unto the rings6of the ephod7with a lace8of blue,9that it might be above the curious girdle12of the ephod,13and that the breastplate16might not be loosed15from the ephod;18as the LORD21commanded20Moses.
1וַיִּרְכְּס֣וּH7405bonden, opwaarts bindenbind2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַחֹ֡שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate4מִטַּבְּעֹתָיו֩H2885ringen, ring, vingerringring5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6טַבְּעֹ֨תH2885ringen, ring, vingerringring7הָאֵפֹ֜דH646efod, efods, lijfrokephod8בִּפְתִ֣ילH6616snoer, draad, dradenbound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire9תְּכֵ֗לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue10לִֽהְיֹת֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12חֵ֣שֶׁבH2805kunstelijken riem, kunstelijke riemcurious girdle13הָאֵפֹ֔דH646efod, efods, lijfrokephod14וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יִזַּ֣חH2118afgescheidenloose16הַחֹ֔שֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate17מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הָאֵפֹ֑דH646efod, efods, lijfrokephod19כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order21יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
22En hij maakte den mantel des efods van geweven werk, geheel van hemelsblauw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En hij maakteH6213 den mantelH4598 des efodsH646 van gewevenH707werkH4639, geheelH3632 van hemelsblauwH8504.En hij maakte den mantel des efods van geweven werk, geheel van hemelsblauw.
KJVAnd he made1the robe3of the ephod4of woven6work,5all7of blue.
1וַיַּ֛עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מְעִ֥ילH4598mantel, mantels, rokcloke, coat, mantle, robe4הָאֵפֹ֖דH646efod, efods, lijfrokephod5מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought6אֹרֵ֑גH707weversboom, geweven, weversweaver(-r)7כְּלִ֖ילH3632geheel, ganselijk, volmaaktall, every whit, flame, perfect(-ion), utterly, whole burnt offering (sacrifice), wholly8תְּכֵֽלֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue
23En het gat des mantels was in deszelfs midden, als het gat eens pantsiers; dit gat had een boord rondom, dat het niet gescheurd wierd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En het gatH6310 des mantelsH4598 was in deszelfs middenH8432, als het gatH6310 eens pantsiersH8473; dit gatH6310 had een boordH8193rondomH5439, dat het nietH3808gescheurdH7167 wierd.En het gat des mantels was in deszelfs midden, als het gat eens pantsiers; dit gat had een boord rondom, dat het niet gescheurd wierd.
KJVAnd there was an hole1in the midst3of the robe,2as the hole4of an habergeon,5with a band6round about8the hole,7that it should not rend.
24En aan de zomen des mantels maakten zij granaatappelen van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, getweernd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En aanH5921 de zomenH7757 des mantelsH4598maaktenH6213 zij granaatappelenH7416 van hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, getweerndH7806.En aan de zomen des mantels maakten zij granaatappelen van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, getweernd.
KJVAnd they made1upon the hems3of the robe4pomegranates5of blue,6and purple,7and scarlet,9and twined
1וַֽיַּעֲשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3שׁוּלֵ֣יH7757zomenhem, skirt, train4הַמְּעִ֔ילH4598mantel, mantels, rokcloke, coat, mantle, robe5רִמּוֹנֵ֕יH7416granaatappelen, granaatappel, granaatappelboompomegranate6תְּכֵ֥לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue7וְאַרְגָּמָ֖ןH713purper, purperenpurple8וְתוֹלַ֣עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm9שָׁנִ֑יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)10מָשְׁזָֽרH7806getweerndtwine
25Zij maakten ook schelletjes van louter goud, en zij stelden de schelletjes tussen de granaatappelen, aan de zomen des mantels rondom, tussen de granaatappelen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Zij maaktenH6213 ook schelletjesH6472 van louterH2889goudH2091, en zij steldenH5414 de schelletjesH6472 tussen de granaatappelenH7416, aanH5921 de zomenH7757 des mantelsH4598rondomH5439, tussen de granaatappelenH7416;Zij maakten ook schelletjes van louter goud, en zij stelden de schelletjes tussen de granaatappelen, aan de zomen des mantels rondom, tussen de granaatappelen;
KJVAnd they made1bells2of pure4gold,3and put5the bells7between8the pomegranates9upon the hem11of the robe,12round about13between14the pomegranates;
1וַיַּעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2פַעֲמֹנֵ֖יH6472schelletje, schelletjesbell3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5וַיִּתְּנ֨וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַפַּֽעֲמֹנִ֜יםH6472schelletje, schelletjesbell8בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9הָרִמֹּנִ֗יםH7416granaatappelen, granaatappel, granaatappelboompomegranate10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11שׁוּלֵ֤יH7757zomenhem, skirt, train12הַמְּעִיל֙H4598mantel, mantels, rokcloke, coat, mantle, robe13סָבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side14בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)15הָרִמֹּנִֽיםH7416granaatappelen, granaatappel, granaatappelboompomegranate
26Dat er een schelletje, daarna een granaatappel was; wederom een schelletje, en een granaatappel; aan de zomen des mantels rondom; om te dienen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26DatH834 er een schelletjeH6472, daarna een granaatappelH7416 was; wederom een schelletjeH6472, en een granaatappelH7416; aanH5921 de zomenH7757 des mantelsH4598rondomH5439; om te dienenH8334, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.Dat er een schelletje, daarna een granaatappel was; wederom een schelletje, en een granaatappel; aan de zomen des mantels rondom; om te dienen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVA bell1and a pomegranate,2a bell3and a pomegranate,4round about8the hem6of the robe7to minister9in; as the LORD12commanded11Moses.
1פַּעֲמֹ֤ןH6472schelletje, schelletjesbell2וְרִמֹּן֙H7416granaatappelen, granaatappel, granaatappelboompomegranate3פַּעֲמֹ֣ןH6472schelletje, schelletjesbell4וְרִמֹּ֔ןH7416granaatappelen, granaatappel, granaatappelboompomegranate5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6שׁוּלֵ֥יH7757zomenhem, skirt, train7הַמְּעִ֖ילH4598mantel, mantels, rokcloke, coat, mantle, robe8סָבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side9לְשָׁרֵ֕תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on10כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
27Zij maakten ook de rokken van fijn linnen, van geweven werk, voor Aaron en voor zijn zonen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Zij maaktenH6213 ook de rokkenH3801 van fijn linnenH8336, van gewevenH707werkH4639, voor AaronH175 en voor zijn zonenH1121;Zij maakten ook de rokken van fijn linnen, van geweven werk, voor Aaron en voor zijn zonen;
KJVAnd they made1coats3of fine linen4of woven6work5for Aaron,7and for his sons,
1וַֽיַּעֲשׂ֛וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכָּתְנֹ֥תH3801rok, rokken, rokscoat, garment, robe4שֵׁ֖שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk5מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought6אֹרֵ֑גH707weversboom, geweven, weversweaver(-r)7לְאַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8וּלְבָנָֽיוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
28En den hoed van fijn linnen, en de sierlijke mutsen van fijn linnen, en de linnen onderbroeken van fijn getweernd linnen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En den hoedH4701 van fijn linnen, en de sierlijkeH6287mutsenH4021 van fijn linnen, en de linnen onderbroekenH4370 van fijn getweerndH7806 linnen;En den hoed van fijn linnen, en de sierlijke mutsen van fijn linnen, en de linnen onderbroeken van fijn getweernd linnen;
Ook in dit vers
linnenH906
linnenH8336
linnenH8336
linnenH8336
KJVAnd a mitre2of fine linen,3and goodly5bonnets6of fine linen,7and linen10breeches9of fine twined12linen,
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַמִּצְנֶ֣פֶתH4701hoed, hoedsdiadem, mitre3שֵׁ֔שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5פַּאֲרֵ֥יH6287hoed, hoeden, hoofdkroningbeauty, bonnet, goodly, ornament, tire6הַמִּגְבָּעֹ֖תH4021mutsenbonnet7שֵׁ֑שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מִכְנְסֵ֥יH4370onderbroeken, onderbroekbreeches10הַבָּ֖דH906linnenlinen11שֵׁ֥שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk12מָשְׁזָֽרH7806getweerndtwine
29En den gordel van fijn getweernd linnen, en van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, van geborduurd werk, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En den gordelH73 van fijn getweerndH7806linnenH8336, en van hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, van geborduurdH7551werkH4639, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En den gordel van fijn getweernd linnen, en van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, van geborduurd werk, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd a girdle2of fine twined4linen,3and blue,5and purple,6and scarlet,8of needlework;10as the LORD13commanded12Moses.
1וְֽאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הָאַבְנֵ֞טH73gordel, gordelsgirdle3שֵׁ֣שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk4מָשְׁזָ֗רH7806getweerndtwine5וּתְכֵ֧לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue6וְאַרְגָּמָ֛ןH713purper, purperenpurple7וְתוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm8שָׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)9מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought10רֹקֵ֑םH7551geborduurd, borduurder, borduurdersembroiderer, needlework, curiously work11כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
30Zij maakten ook de plaat van de kroon der heiligheid van louter goud, en zij schreven daarop een schrift, met zegelgravering: De HEILIGHEID DES HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Zij maaktenH6213 ook de plaatH6731 van de kroonH5145 der heiligheidH6944 van louterH2889goudH2091, en zij schrevenH3789 daarop een schriftH4385, met zegelgraveringH6603: De HEILIGHEIDH6944 DES HEERENH3068.Zij maakten ook de plaat van de kroon der heiligheid van louter goud, en zij schreven daarop een schrift, met zegelgravering: De HEILIGHEID DES HEEREN.
KJVAnd they made1the plate3of the holy5crown4of pure7gold,6and wrote8upon it a writing,10like to the engravings11of a signet,12HOLINESS13TO THE LORD.
1וַֽיַּעֲשׂ֛וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3צִ֥יץH6731bloem, bloemen, plaatblossom, flower, plate, wing4נֵֽזֶרH5145Nazireerschap, kroon, gekroondeconsecration, crown, hair, separation5הַקֹּ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)8וַיִּכְתְּב֣וּH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9עָלָ֗יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10מִכְתַּב֙H4385geschrift, schrift, beschrijvingwriting11פִּתּוּחֵ֣יH6603graveerselen, graveert, zegelgraveringcarved (work) (are, en-) grave(-ing, -n)12חוֹתָ֔םH2368zegel, zegelen, zegelringseal, signet13קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary14לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
31En zij hechtten een snoer van hemelsblauw daaraan, om aan den hoed van boven te hechten, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En zij hechttenH5414 een snoerH6616 van hemelsblauwH8504 daaraan, om aan den hoedH4701 van bovenH5921 te hechtenH5414, gelijk als de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had.En zij hechtten een snoer van hemelsblauw daaraan, om aan den hoed van boven te hechten, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
KJVAnd they tied1unto it a lace3of blue,4to fasten5it on high8upon the mitre;7as the LORD11commanded10Moses.
1וַיִּתְּנ֤וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3פְּתִ֣ילH6616snoer, draad, dradenbound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire4תְּכֵ֔לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue5לָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַמִּצְנֶ֖פֶתH4701hoed, hoedsdiadem, mitre8מִלְמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very9כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
32Aldus werd al het werk des tabernakels, van de tent der samenkomst voleind; en de kinderen Israels hadden het gemaakt naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; alzo hadden zij het gemaakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Aldus werd alH3605 het werkH5656 des tabernakelsH4908, van de tentH168 der samenkomstH4150voleindH3615; en de kinderenH1121IsraelsH3478 hadden het gemaakt naar alles, watH834 de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had; alzoH3651 hadden zij het gemaakt.Aldus werd al het werk des tabernakels, van de tent der samenkomst voleind; en de kinderen Israels hadden het gemaakt naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; alzo hadden zij het gemaakt.
KJVThus was all the work3of the tabernacle4of the tent5of the congregation6finished:1and the children8of Israel9did7according to all that the LORD13commanded12Moses,15so did
1וַתֵּ֕כֶלH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עֲבֹדַ֕תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought4מִשְׁכַּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)7וַֽיַּעֲשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10כְּ֠כֹלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses16כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17עָשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
33Daarna brachten zij den tabernakel tot Mozes, de tent, en al haar gereedschap, haar haakjes, haar berderen, haar richelen, en haar pilaren, en haar voeten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Daarna brachtenH935 zij den tabernakelH4908totH413MozesH4872, de tentH168, en alH3605 haar gereedschapH3627, haar haakjesH7165, haar berderenH7175, haar richelenH1280, en haar pilarenH5982, en haar voetenH134;Daarna brachten zij den tabernakel tot Mozes, de tent, en al haar gereedschap, haar haakjes, haar berderen, haar richelen, en haar pilaren, en haar voeten;
KJVAnd they brought1the tabernacle3unto Moses,5the tent,7and all his furniture,10his taches,11his boards,12his bars,13and his pillars,14and his sockets,
1וַיָּבִ֤יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמִּשְׁכָּן֙H4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever11קְרָסָ֣יוH7165haakjestache12קְרָשָׁ֔יוH7175berderen, berdbench, board13בְּרִיחָ֖יוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive14וְעַמֻּדָ֥יוH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar15וַאֲדָנָֽיוH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket
34En het deksel van roodgeverfde ramsvellen, en het deksel van dassenvellen, en den voorhang van het deksel;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En het deksel van roodgeverfdeH119ramsvellenH352, en het deksel van dassenvellenH8476, en den voorhangH6532 van het deksel;En het deksel van roodgeverfde ramsvellen, en het deksel van dassenvellen, en den voorhang van het deksel;
Ook in dit vers
dekselH4372
dekselH4372
dekselH4539
KJVAnd the covering2of rams'4skins3dyed red,5and the covering7of badgers'9skins,8and the vail11of the covering,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִכְסֵ֞הH4372deksel, dassendekselcovering3עוֹרֹ֤תH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin4הָֽאֵילִם֙H352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree5הַמְאָדָּמִ֔יםH119roodgeverfde, rood, roderbe (dyed, made) red (ruddy)6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִכְסֵ֖הH4372deksel, dassendekselcovering8עֹרֹ֣תH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin9הַתְּחָשִׁ֑יםH8476dassenvellenbadger10וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11פָּרֹ֥כֶתH6532voorhang, voorhangsvail12הַמָּסָֽךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging
35De ark der getuigenis, en haar handbomen, en het verzoendeksel;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35De arkH727 der getuigenisH5715, en haar handbomenH905, en het verzoendekselH3727;De ark der getuigenis, en haar handbomen, en het verzoendeksel;
KJVThe ark2of the testimony,3and the staves5thereof, and the mercy seat,
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אֲרֹ֥ןH727ark, kistark, chest, coffin3הָעֵדֻ֖תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בַּדָּ֑יוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength6וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַכַּפֹּֽרֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat
36De tafel, met al haar gereedschap, en de toonbroden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36De tafelH7979, met alH3605 haar gereedschapH3627, en de toonbrodenH6440;De tafel, met al haar gereedschap, en de toonbroden;
KJVThe table,2and all the vessels5thereof, and the shewbread,8
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַשֻּׁלְחָן֙H7979tafel, tafelen, tafelstable3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5כֵּלָ֔יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals8הַפָּנִֽיםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
37De louteren kandelaar met zijn lampen, de lampen, die men toerichten moest, en al deszelfs gereedschap, en de olie tot het licht;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37De louterenH2889kandelaarH4501 met zijn lampenH5216, de lampenH5216, die men toerichtenH4634 moest, en alH3605 deszelfs gereedschapH3627, en de olieH8081 tot het lichtH3974;De louteren kandelaar met zijn lampen, de lampen, die men toerichten moest, en al deszelfs gereedschap, en de olie tot het licht;
KJVThe pure3candlestick,2with the lamps5thereof, even with the lamps6to be set in order,7and all the vessels10thereof, and the oil12for light,
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַמְּנֹרָ֨הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick3הַטְּהֹרָ֜הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5נֵרֹתֶ֗יהָH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light6נֵרֹ֛תH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light7הַמַּֽעֲרָכָ֖הH4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10כֵּלֶ֑יהָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever11וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12שֶׁ֥מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine13הַמָּאֽוֹרH3974licht, luchter, lichtenbright, light
38Verder het gouden altaar, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen, en het deksel van de deur der tent.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Verder het goudenH2091altaarH4196, en de zalfolieH4888, en het reukwerkH7004 van welriekende specerijenH5561, en het dekselH4539 van de deurH6607 der tentH168.Verder het gouden altaar, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen, en het deksel van de deur der tent.
KJVAnd the golden3altar,2and the anointing6oil,5and the sweet9incense,8and the hanging11for the tabernacle13door,
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הַזָּהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שֶׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine6הַמִּשְׁחָ֔הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment7וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8קְטֹ֣רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume9הַסַּמִּ֑יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)10וְאֵ֕תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מָסַ֖ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging12פֶּ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place13הָאֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
39Het koperen altaar, en den koperen rooster, dien het heeft, deszelfs handbomen, en al zijn gereedschap; het wasvat en zijn voet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Het koperenH5178altaarH4196, en den koperenH5178roosterH4345, dienH834 het heeft, deszelfs handbomenH905, en alH3605 zijn gereedschapH3627; het wasvatH3595 en zijn voetH3653;Het koperen altaar, en den koperen rooster, dien het heeft, deszelfs handbomen, en al zijn gereedschap; het wasvat en zijn voet;
KJVThe brasen3altar,2and his grate5of brass,6his staves,10and all his vessels,13the laver15and his foot,
1אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הַנְּחֹ֗שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִכְבַּ֤רH4345rooster, roostersgrate6הַנְּחֹ֨שֶׁת֙H5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8ל֔וֹ9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בַּדָּ֖יוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַכִּיֹּ֖רH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כַּנּֽוֹH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well
40De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort des voorhofs, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van den dienst des tabernakels, tot de tent der samenkomst;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40De behangselenH7050 des voorhofsH2691, zijn pilarenH5982 en zijn voetenH134, en het dekselH4539 van de poortH8179 des voorhofsH2691, zijn zelenH4340, en zijn pennenH3489, en alH3605 het gereedschapH3627 van den dienstH5656 des tabernakelsH4908, tot de tentH168 der samenkomstH4150;De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort des voorhofs, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van den dienst des tabernakels, tot de tent der samenkomst;
KJVThe hangings2of the court,3his pillars,5and his sockets,7and the hanging9for the court11gate,10his cords,13and his pins,14and all the vessels17of the service18of the tabernacle,19for the tent20of the congregation,
1אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2קַלְעֵ֨יH7050behangselen, slinger, slingerstenenhanging, leaf, sling3הֶחָצֵ֜רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עַמֻּדֶ֣יהָH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲדָנֶ֗יהָH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמָּסָךְ֙H4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging10לְשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11הֶֽחָצֵ֔רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מֵיתָרָ֖יוH4340zelen, koorden, pezencord, string14וִיתֵדֹתֶ֑יהָH3489pennen, nagel, pinnail, paddle, pin, stake15וְאֵ֗תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17כְּלֵ֛יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever18עֲבֹדַ֥תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought19הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent20לְאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent21מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
41De ambtsklederen, om in het heiligdom te dienen, de heilige klederen van de priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41De ambtsklederenH899, om in het heiligdomH6944 te dienenH8334, de heiligeH6944klederenH899 van de priesterH3548AaronH175, en de klederenH899 van zijn zonenH1121, om het priesterambt te bedienen.De ambtsklederen, om in het heiligdom te dienen, de heilige klederen van de priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen.
Ook in dit vers
priesterambt bedienenH3547
KJVThe cloths2of service3to do service4in the holy5place, and the holy8garments7for Aaron9the priest,10and his sons'13garments,12to minister in the priest's office.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3הַשְּׂרָ֖דH8278service4לְשָׁרֵ֣תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on5בַּקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בִּגְדֵ֤יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8הַקֹּ֨דֶשׁ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9לְאַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe13בָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14לְכַהֵֽןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)
42Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israels het ganse werk gemaakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Naar alles, watH834 de HEEREH3068 aan MozesH4872gebodenH6680 had, alzoH3651 hadden de kinderenH1121IsraelsH3478 het ganseH3605werkH5656gemaaktH6213.Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israels het ganse werk gemaakt.
KJVAccording to all that the LORD4commanded3Moses,6so the children9of Israel10made8all the work.
1כְּכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7כֵּ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you8עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעֲבֹדָֽהH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
43Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43MozesH4872 nu bezagH7200 het ganseH3605werkH4399, en zietH2009, zij hadden het gemaaktH6213, gelijk als de HEEREH3068gebodenH6680 had; alzoH3651 hadden zij het gemaaktH6213. Toen zegendeH1288MozesH4872 hen.Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.
KJVAnd Moses2did look1upon all12the work,5and, behold, they had done7it as the LORD11had commanded,10even so had they done13it: and Moses16blessed
1וַיַּ֨רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַמְּלָאכָ֗הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)6וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see7עָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you13עָשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14וַיְבָ֥רֶךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank15אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 39:1— Zij maakten ook ambtsklederen, om in het heilige te dienen, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken; ook maakten zij de heilige klederen, die voor Aaron waren, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 31:10→Exodus 35:19→Exodus 35:23→Exodus 28:2→Exodus 26:1→Ezechiël 43:12→Hebreeën 9:25→Exodus 25:4→
Exodus 39:2— Aldus maakte hij den efod, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.Exodus 28:6→Exodus 25:7→Leviticus 8:7→
Exodus 39:3— En zij rekten uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstelijkste werk.Exodus 36:8→Exodus 26:1→
Exodus 39:5— En de kunstelijke riem zijns efods, die daarop was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, gelijk als de HEERE aan Mozes bevolen had.Openbaring 1:13→Exodus 28:8→Jesaja 11:5→Exodus 29:5→Mattheüs 28:20→Leviticus 8:7→1 Korinthe 11:23→
Exodus 39:6— Zij bereidden ook de sardonixstenen, omvat in gouden kastjes, als zegelgravering gegraveerd, met de namen der zonen van Israel.Exodus 28:9→Job 28:16→Ezechiël 28:13→Exodus 35:9→Exodus 25:7→
Exodus 39:7— En hij zette ze op de schouderbanden des efods, tot stenen der gedachtenis voor de kinderen Israels, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 28:12→Jozua 4:7→Markus 14:22→Nehemia 2:20→Markus 14:9→Exodus 28:29→
Exodus 39:8— Hij maakte ook de borstlap van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.Psalmen 89:28→Leviticus 8:8→Efeze 6:14→Exodus 28:13→Jesaja 59:17→Exodus 25:7→Exodus 28:4→
Exodus 39:10— En zij vulden daarin vier rijen stenen: een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.Openbaring 21:19→Exodus 28:21→Exodus 28:16→
Exodus 39:11— En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier en een Diamant.Exodus 28:18→Ezechiël 28:13→
Exodus 39:14— Deze stenen nu, met de namen der zonen van Israel, waren twaalf, met hun namen, met zegelgravering; ieder met zijn naam, naar de twaalf stammen.Openbaring 21:12→
Exodus 39:15— Zij maakten ook aan den borstlap gelijk-eindigende ketentjes, van gedraaid werk, uit louter goud.1 Petrus 1:5→Johannes 17:12→2 Kronieken 3:5→Johannes 10:28→Hooglied 1:10→Judas 1:1→Exodus 28:14→
Exodus 39:16— En zij maakten twee gouden kastjes, en twee gouden ringen; en zij zetten die twee ringen aan de beide einden des borstlaps.Exodus 25:12→
Exodus 39:18— Doch de twee andere einden der gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes, en zij zetten ze aan de schouderbanden des efods, recht op de voorste zijde van dien.Hooglied 1:10→Exodus 28:14→
Exodus 39:20— Nog maakten zij twee gouden ringen, die zij zetten aan de twee schouderbanden van den efod, beneden, aan deszelfs voorste zijde, tegenover zijn andere voege, boven den kunstelijke riem des efods.Exodus 26:3→
Exodus 39:21— En zij bonden den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijke riem van den efod was; opdat de borstlap van den efod niet afgescheiden wierd, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.1 Korinthe 1:27→Mattheüs 16:24→1 Korinthe 1:25→
Exodus 39:22— En hij maakte den mantel des efods van geweven werk, geheel van hemelsblauw.Exodus 28:31→
Exodus 39:24— En aan de zomen des mantels maakten zij granaatappelen van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, getweernd.Galaten 5:22→Exodus 28:33→
Exodus 39:25— Zij maakten ook schelletjes van louter goud, en zij stelden de schelletjes tussen de granaatappelen, aan de zomen des mantels rondom, tussen de granaatappelen;Hooglied 4:13→Psalmen 89:15→Exodus 28:33→
Exodus 39:26— Dat er een schelletje, daarna een granaatappel was; wederom een schelletje, en een granaatappel; aan de zomen des mantels rondom; om te dienen, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Hooglied 4:3→Exodus 28:34→Deuteronomium 22:12→Mattheüs 9:20→Hooglied 6:7→Hooglied 4:13→
Exodus 39:27— Zij maakten ook de rokken van fijn linnen, van geweven werk, voor Aaron en voor zijn zonen;Ezechiël 44:18→Filippenzen 2:6→1 Petrus 1:13→Galaten 3:27→Leviticus 8:13→Exodus 28:39→Romeinen 3:22→Romeinen 13:14→
Exodus 39:28— En den hoed van fijn linnen, en de sierlijke mutsen van fijn linnen, en de linnen onderbroeken van fijn getweernd linnen;Exodus 28:4→Exodus 28:42→Exodus 28:39→Ezechiël 44:18→
Exodus 39:29— En den gordel van fijn getweernd linnen, en van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, van geborduurd werk, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.Exodus 28:39→
Exodus 39:30— Zij maakten ook de plaat van de kroon der heiligheid van louter goud, en zij schreven daarop een schrift, met zegelgravering: De HEILIGHEID DES HEEREN.Hebreeën 1:3→1 Korinthe 1:30→Hebreeën 7:26→Zacharia 14:20→Exodus 26:36→Titus 2:14→Exodus 28:36→2 Korinthe 5:21→
Exodus 39:32— Aldus werd al het werk des tabernakels, van de tent der samenkomst voleind; en de kinderen Israels hadden het gemaakt naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; alzo hadden zij het gemaakt.Exodus 39:42→Exodus 25:40→1 Kronieken 28:19→Hebreeën 8:5→Exodus 35:1→Deuteronomium 12:32→Numeri 3:31→Hebreeën 3:2→
Exodus 39:33— Daarna brachten zij den tabernakel tot Mozes, de tent, en al haar gereedschap, haar haakjes, haar berderen, haar richelen, en haar pilaren, en haar voeten;Exodus 25:1→Exodus 36:1→Exodus 35:11→Exodus 31:7→
Exodus 39:35— De ark der getuigenis, en haar handbomen, en het verzoendeksel;Hebreeën 9:5→Hebreeën 9:8→Exodus 25:17→
Exodus 39:36— De tafel, met al haar gereedschap, en de toonbroden;1 Koningen 7:48→Exodus 25:30→
Exodus 39:37— De louteren kandelaar met zijn lampen, de lampen, die men toerichten moest, en al deszelfs gereedschap, en de olie tot het licht;Filippenzen 2:15→Exodus 25:31→Mattheüs 5:14→Exodus 27:21→
Exodus 39:38— Verder het gouden altaar, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen, en het deksel van de deur der tent.Exodus 30:7→2 Kronieken 2:4→Exodus 31:11→Exodus 35:8→Exodus 25:6→Exodus 30:3→Exodus 37:29→
Exodus 39:39— Het koperen altaar, en den koperen rooster, dien het heeft, deszelfs handbomen, en al zijn gereedschap; het wasvat en zijn voet;Exodus 38:30→1 Koningen 8:64→
Exodus 39:40— De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort des voorhofs, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van den dienst des tabernakels, tot de tent der samenkomst;Exodus 27:9→
Exodus 39:41— De ambtsklederen, om in het heiligdom te dienen, de heilige klederen van de priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen.Exodus 31:10→Exodus 39:1→Exodus 28:2→
Exodus 39:42— Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israels het ganse werk gemaakt.Exodus 35:10→Exodus 25:1→Deuteronomium 12:32→Exodus 23:21→2 Timotheüs 4:7→Mattheüs 28:20→2 Timotheüs 2:15→Exodus 39:32→
Exodus 39:43— Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.Leviticus 9:22→2 Samuël 6:18→Numeri 6:23→1 Koningen 8:14→2 Kronieken 30:27→Jozua 22:6→2 Kronieken 6:3→Psalmen 104:31→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 39 vers 4— Zij maakten samenvoegende schouderbanden daaraan; aan deszelfs beide einden werd hij samengevoegd.
daaraan;
Te weten, aan den efod.
Hertaald:daaraan;
Namelijk: aan de efod.
Exodus 39 vers 7— En hij zette ze op de schouderbanden des efods, tot stenen der gedachtenis voor de kinderen Israels, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.
hij zette ze op de schouderbanden des efods,
Te weten, de werkmeesters en alzo vs.8.
Hertaald:hij zette ze op de schouderbanden des efods,
Namelijk: de vakmensen; zo ook in vers 8.
Exodus 39 vers 10— En zij vulden daarin vier rijen stenen: een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.
daarin vier rijen stenen
Te weten, in den borstlap.
Hertaald:daarin vier rijen stenen
Namelijk: in de borstlap.
Exodus 39 vers 21— En zij bonden den borstlap met zijn ringen aan de ringen van den efod, met een hemelsblauw snoer, dat hij op den kunstelijke riem van den efod was; opdat de borstlap van den efod niet afgescheiden wierd, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
bonden den borstlap
Anders, verhieven, verbeurden.
Hertaald:bonden den borstlap
Ook mogelijk: hieven op, bevestigden.
Exodus 39 vers 37— De louteren kandelaar met zijn lampen, de lampen, die men toerichten moest, en al deszelfs gereedschap, en de olie tot het licht;
Den louteren kandelaar
Dat is, die uit louter goud gemaakt was.
Hertaald:Den louteren kandelaar
Dat is: die uit zuiver goud gemaakt was.
Exodus 39 vers 43— Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.
Toen zegende Mozes hen
Dat is, hij prees hun werk, en wenste hun den zegen des Heeren.
Hertaald:Toen zegende Mozes hen
Dat is: hij prees hun werk en wenste hun de zegen van de HEERE.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Gelijk de HEERE aan Mozes geboden had — 39:1-14, 30-43
De tabernakel is klaar; wat er nog gemaakt moet worden zijn de klederen van de hogepriester. Dit hoofdstuk beschrijft dat werk, en het besluit met de oplevering van het geheel aan Mozes.
De hogepriester draagt de namen van de stammen op zijn schouders en op zijn hart. En boven zijn voorhoofd staat te lezen waar hij voor staat.
De beschrijving valt op door één zinnetje dat telkens terugkeert: gelijk de HEERE aan Mozes geboden had. Het staat er in dit hoofdstuk keer op keer, en in het volgende nog vaker. Dat maakt de tekst herhalend, en dat is de bedoeling: God bepaalt hoe Hij gediend wil worden, en de mens verandert daar niets aan. Het gaat er niet alleen om dat men de juiste God dient, maar ook dat men Hem op de juiste wijze dient.
Twee onderdelen van de kleding verdienen aandacht. Het eerste zijn de twee sardonixstenen op de schouderbanden. Zij waren als zegelgravering gegraveerd met de namen van de zonen van Israël, en het hoofdstuk zegt waartoe: zij dienden tot stenen der gedachtenis voor de kinderen Israëls.
De schouder is de plaats waar men draagt. De namen van de stammen zaten dus op het lichaamsdeel waarmee men een last torst. En zij zaten daar niet om door het volk gezien te worden, maar om voor God gedacht te worden.
Het tweede is de borstlap, met twaalf edelstenen in vier rijen, elk met de naam van een stam. Die zat op het hart. Zo droeg de hogepriester het hele volk tweemaal met zich mee: op de schouders en op het hart. Kracht en liefde, allebei met namen erop.
En dan het derde, boven op zijn hoofddeksel: “Zij maakten ook de plaat van de kroon der heiligheid van louter goud, en zij schreven daarop een schrift, met zegelgravering: De HEILIGHEID DES HEEREN.” Wie hem aankeek, las dat het eerst. Niet de naam van de priester, en niet de naam van het volk.
Het slot van het hoofdstuk is de oplevering, en het is een van de rustigste bladzijden van het boek. “Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israëls het ganse werk gemaakt.” Mozes bezag het geheel, zag dat het gemaakt was zoals bevolen — en toen zegende hij hen.
De Hebreeënbrief wijst aan waar dit alles op uitliep. Christus heet daar de Hogepriester Die met Zijn eigen bloed is ingegaan, en van Hem staat er dat Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Wat een sterveling in edelstenen op zijn schouders en zijn hart droeg, draagt Hij zonder dat er iets aan gegraveerd hoeft te worden.
En de zin over de heiligheid is niet blijven staan als een opschrift op goud. Petrus schrijft aan gewone gelovigen: gelijk Hij Die u geroepen heeft heilig is, zo wordt ook gijzelf heilig in al uw wandel.
Exodus 39:7 — De namen van de stammen op de schouders: op het deel waarmee men draagt.
Exodus 28:29 — En op de borstlap, dus op het hart: kracht en liefde allebei met namen.
Exodus 39:30 — Boven zijn voorhoofd stond te lezen: de heiligheid des HEEREN.
Exodus 39:42 — Gemaakt naar alles wat geboden was — dat zinnetje keert telkens terug.
Exodus 39:43 — Mozes bezag het werk, en toen zegende hij hen.
Hebreeën 7:25 — Onze Hogepriester leeft altijd om voor hen te bidden.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 9:11-12; Hebreeën 7:25; 1 Petrus 1:15-16; Openbaring 21:19-20; Exodus 28:29
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Exodus 39 niet aan; de Hebreeënbrief behandelt wel het hogepriesterschap en noemt de inrichting van het heiligdom een schaduw. Wat hier gelegd wordt rust op de betekenis die de wet zelf aan de stenen geeft: zij zijn stenen der gedachtenis. Dat de schouders voor kracht en het hart voor liefde staan, is een uitleg van uitleggers en geen uitspraak van de tekst.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Thans wordt bericht gegeven omtrent de vervaardiging van de hierboven (hoofdstuk 28), zowel voor de Hogepriester als voor de gewone priesters voorgeschreven heilige kleren.
1. Zij maakten ook ambtskleren, om in het heilige te dienen, van de in Exodus. 38:24 vv. genoemde stoffen, die volgens hoofdstuk 35:20 vv. door de gemeente van de kinderen van Israël moesten gebracht worden, namelijk hemelsblauw, en purper en scharlaken; ook maakten zij de heilige kleren, die voor Aäron, de Hogepriesters waren, en welke hij boven de overige priesters zou hebben (hoofdstuk 31:10; 35:19), waren, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
2. Aldus maakte hij, Bezßleël met zijn helper Ahóliab en de onder hen staande arbeiders, de efod, die over de zijden rok (vs.22) en de nauwe rok (vs.27) gedragen moest worden, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen, welke drie purperstoffen (vs.1) hij met goud en getwijnde byssusdraden door elkaar liet werken.
3. a) En zij rekten voor dit doel uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstigste werk; van deze vijf soorten draden lieten zij het gehele weefsel, dat uit twee stukken bestond, vervaardigen.
a) Ex.28:6
4. Zij maakten samenvoegende schouderbanden daaraan, schouderbanden, die men samenvoegde door middel van de bij de onyxstenen (vs.6) aangebrachte haken; aan de beide einden; onder de rechter- en linkerschouder werd hij samengevoegd door middel van de gordel (vs.5).
5. a) En de kunstige riem van zijn efod, die daarop was de riem, die tot de efod behoorde en met het achterste gedeelte uit één geheel geweven was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde; van dezelfde stoffen, van goud, vanhemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen, zoals de HEERE aan Mozes bevolen had.
a) Ex.28:8
6. Zij bereiden ook de a) Sardónixstenen, omvat in gouden kastjes, in een werk van gevlochten gouddraad ingezet, als zegelgravering gegraveerd, met de namen van de zonen van Israël; evenals men de zegels graveert, waren opiedere steen zes namen ingesneden.
a) Ex.28:9-11
7. En a) hij zette ze, door middel van de aan het gouden vlechtwerk aangebrachte haken, op de schouderbanden van de efod, welke beide delen zij met hun haken samenhielden; zij waren daar gezet tot stenen van gedachtenis voor dekinderen van Israël, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
a) Ex.28:12
8. a) Hij maakte ook de borstlap van het allerkunstigste werk, zoals het werk van de efod, (vs.5) van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen.
a) Ex.28:15
9. Hij was vierkant; zij maakten de borstlap dubbel tot een vierhoekige zak: een span was zijn lengte, en een span was zijn breedte, dubbel zijnde.
a) Ex.28:16
10. a) En zij vulden daarin vier rijen stenen; zij bezetten die met een rij van een sardis, een topaas en een karbonkel; dit is de eerste rij.
a) Ex.28:17
11. a) En de tweede rij van een smaragd, een saffier en een diamant.
a) Ex.28:18
12. En de derde rij van een hyacint, agaat, en amethist.
13. En de vierde rij van een turkoois, en een sardónix, en een jaspis; omvat in gouden kastjes in hun vullingen, dat is: die zij vulden.
14. Deze stenen nu, met de namen van de zonen van Israël, waren twaalf met hun namen, met zegelgravering; iedere steen was naar de genoemde orde voorzien, met zijn naam naar de orde, waarin de twaalf stammen op elkaar volgden.
15. Zij maakten ook aan de borstlap, om deze aan de efod te bevestigen, gelijk eindigende ketentjes, van gedraaid werk, uit louter goud.
16. En zij maakten twee gouden kastjes, aan het vlechtwerk van de beide Sardónixstenen (vs.6), en twee gouden ringen; en zij zetten die twee ringen aan de beide einden van de borstlap.
17. En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van de borstlap.
18. Doch de twee andere einden van de twee gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes (vs.16), en zij zetten ze aan de schouderbanden van de efod (vs.7), recht op de voorste zijdevan die.
19. Zij maakten ook twee gouden ringen, die zij aan de twee andere einden van de borstlap zetten, inwendig aan zijn boord; aan de zoom, die aan de zijde van de efod is, zodat hij ook naar beneden kon vastgemaakt worden.
20. Nog maakten zij om deze verder vast te maken, twee gouden ringen, die zij zetten aan de twee schouderbanden van de efod, beneden aan de voorste zijde, tegenover zijn andere voege, boven de kunstige riem van de efod; zij brachten die aan de efod zelf van onderen, waar de efod door middel van de gordel samengebonden werd, de ene ring in de rechter-, de andere in de linkerzijde.
21. En zij bonden de borstlap met zijn onderste ringen (vs.19) aan de ringen van de efod (vs.20), met een hemelsblauw snoer, dat hij op de kunstige riem van de efod was; opdat de borstlap van de efod niet afgescheiden werd, ook niet bij het uittrekken, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
22. En hij maakte de mantel van de efod, de onder de efod te dragen zijden mantel, van geweven werk, uit één stuk, geheel van hemelsblauw.
23. En het halsgat van de mantel voor het doorsteken van het hoofd, was in het midden, als het gat van een pantsier; dit gat had een boord rondom, was ongezoomd, dat het bij het uit- en aantrekken niet gescheurd werd.
24. En aan de onderste zomen van de mantel maakten zij granaatappels van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, getwijnd, uit byssus en het driekleurige purpergaren vormden zij ballen in de vorm van granaatappels, die noghun bloem dragen.
25. Zij maakten ook schelletjes van louter goud, en zij stelden de schelletjes tussen de granaatappels, aan de zomen van de mantel rondom, tussen de granaatappels.
26. Dat er een schelletje, daarna een granaatappel was; weer een schelletje en een granaatappel aan de zomen van de mantel rondom; met deze heilige sieraden moest dan Aäron bekleed worden, om te dienen, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
27. a) Zij maakten ook de rokken, die op het blote lijf gedragen werden, van fijn linnen, van geweven werk, voor Aäron en voor zijn zonen, voor de eersten, om die onder de beide anderen (vs.2,22) te dragen, voor de anderen, om daarin de functies van de gewone priester te verrichten.
a) Ex.28:39
28. En de hoed van fijn linnen, als hoofddeksel voor de Hogepriester, en de sierlijke mutsen van fijn linnen voor de priesters, a) en de linnen onderbroeken van fijn getwijnd linnen, voor Aäron en voor zijn zonen.
a) Ezech.44:18
29. En de gordel van fijn getwijnd linnen, en van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, van geborduurd werk, eveneens voor beiden, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
30. a) Zij maakten ook de plaat van de kroon van de heiligheid, die Aäron voor aan het hoofd zou dragen, van louter goud, en zij schreven daarop een schrift, met zegelgravering: DE HEILIGHEID DES HEEREN.
a) Ex.28:36; 29:6
31. a) En zij hechtten een snoer van hemelsblauw daaraan, om aan de hoed van boven te hechten, zoals de HEERE aan Mozes geboden had. 1)
a) Ex.28:37
1) Evenals boven bij de voorschriften over het heiligdom en zijn gereedschap (hoofdstuk 25:10-30:10), de heilige kist en het gouden altaar als de beide polen al het andere uitsluiten, zijn hier tussen het schouderkleed, het voornaamste stuk van de hogepriesterlijke kleding en de gouden voorhoofdplaat, die volgens het opschrift het meest in het oog lopend teken van de hogepriesterlijke waardigheid is, alle overige priesterkleding gesteld.
Gedurig lezen we: “Zoals, of naar alles, wat de Heere Mozes had geboden.” De werkmeesters van de tabernakel moesten er diep van overtuigd zijn, dat zij niets deden en niets mochten doen, dan naar alles, wat de Heere God verordineerd had.
II. Vers 32-43
Nadat al deze werken voltooid zijn, worden zij aan Mozes afgeleverd; deze beziet elk stuk in het bijzonder, vindt ze overeenkomstig het goddelijk beveld vervaardigd, en zegent nu het volk ten dank voor de bereidwilligheid in het geven en de ijver in het arbeiden.
32. Aldus werd, na een arbeid van 6 of 7 maanden, al het werk van de tabernakel, van de tent der samenkomst voleindigd; en de kinderen van Israël hadden het gemaaktnaar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; zo hadden zij het gemaakt.
33. a) Daarna brachten zij de afzonderlijke stukken van de tabernakel 1) tot de tent van Mozes, die hij buiten het leger opgeslagen had; de beide onderste bedeksels, die de eigenlijke tent vormden (hoofdstuk 26:1-13), en al haar gereedschap, haar haakjes, die tot samenvoeging van de afdelingen van beide bedeksels bestemd waren (hoofdstuk 26:6,11), haar stijlen, de 41 planken, die het geraamte vormden (hoofdstuk 26:15-25), haar richels tot verbinding van de planken (hoofdstuk 26:26 vv.) en haar pilaren, vier voor de ingang van het Allerheilige, vijf voor de ingang in het Heilige (hoofdstuk 26:32,37), en haar voeten, de onderstukken onder de planken en de pilaren. (hoofdstuk 26:19,21,25,32,37).
a) Ex.35:11
1) Onder de tabernakel hebben wij hier te verstaan, de tentbedekking, welke de tabernakel tot tabernakel maakte, nl. die van purper en die van geitehaar. Dadelijk daarop wordt dan ook van de haakjes enz. gesproken, welke bij deze tapijten noodzakelijkerwijze gebruikt moesten worden.
34. En het deksel van roodgeverfde ramsvellen (hoofdstuk 26:14), en het deksel van dassenvellen, en de voorhang van het deksel voor het Allerheilige (hoofdstuk 26:31).
35. De Ark van de Getuigenis, en haar handbomen (hoofdstuk 25:10-15), en het Verzoendeksel (hoofdstuk 35:17 vv.).
36. De tafel, met al haar gereedschap (hoofdstuk 25:23 vv.) en de toonbroden (hoofdstuk 25:30).
37. De zuivere, gouden kandelaar met zijn lampen, de lampen, die men toerichten moest, 1)en al diens gereedschap (hoofdstuk 25:31 vv.), en de olie tot het licht (hoofdstuk 27:20 vv.).
1) Die men toerichten moest, of, die men volgens orde daarop moest plaatsen.
38. Verder het gouden reukaltaar (hoofdstuk 30:1 vv.), en de zalfolie tot zalving van de priesters en van het heiligdom (hoofdstuk 30:22 vv.), en het reukwerk van welriekende specerijen voor het reukaltaar (hoofdstuk 30:34 vv.), en het deksel van de deur van de tent, het voorhangsel voor het Heilige(hoofdstuk 26:36).
39. Het koperen brandofferaltaar, en het koperen rooster, die het heeft, de handbomen, en al zijn gereedschap (hoofdstuk 27:1-8); het wasvat en zijn voet (hoofdstuk 30:17 vv.).
40. De behangselen van de voorhof, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort van de voorhof, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van de dienst van de tabernakel, tot de tent der samenkomst (hoofdstuk 27:9-19).
41. a) De ambtskleren, om in het heiligdom te dienen, de heilige kleren van de priester Aäron, en de kleren van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen (hoofdstuk 27:9-19).
a) Ex.31:10
42. Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, zo hadden de kinderen van Israël het gehele werk gemaakt; dit brachten zij tot Mozes.
43. Mozes nu bezag het gehele werk, en onderzocht nauwkeurig, of het met de hem gegeven voorschriften en het beeld, dat hij gezien had, overeenkwam, en ziet, zij hadden het gemaakt, zoals de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. 1) Toen zegende Mozes hen, 2) verblijd over deze nauwkeurige bewerking, sprak hij over de arbeiders en de gehele gemeente: de heerlijkheid van de Heere vervulle het werk van uw handen. (hoofdstuk 40:34).
1) Mozes nu, om hen en zichzelf te vreden te stellen, bezag het gehele werk stuk voor stuk, en ziet, zij hadden het gemaakt, zoals het de Heere bevolen had; want Hij, die hem het voorbeeld had getoond, had hun handen in het werk bestuurd. Alle de werkingen van Gods genade komen nauwkeurig overeen met het oorspronkelijke bestek van Zijn raadsbesluiten. Hetgeen God in ons en door ons werkt, is de vervulling van het welbehagen van Zijn goedheid.
2) Een nagalm van de toen door Mozes ondervonden vreugde, en misschien ook van de door hem uitgesproken zegen, vinden wij waarschijnlijk in het slotvers van de 90ste Psalm 90.17, die hij, 38 jaar later, aan het einde van de woestijnreis vervaardigde: “De liefelijkheid van de Heere, onze God zij over ons; en bevestig Gij het werk van onze handen over ons, ja het werk van onze handen bevestig dat”.
Deze zegening geschiedde in de naam des Heeren. Hij sprak over hen de zegen van God uit, omdat zij hun gewilligheid, om van het hunne aan de Heere te geven, hadden getoond. “De zegenende ziel zal vet gemaakt worden”.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 39
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
PRIESTERLIJKE KLEREN.
I. Vers 1-31
Thans wordt bericht gegeven omtrent de vervaardiging van de hierboven (hoofdstuk 28), zowel voor de Hogepriester als voor de gewone priesters voorgeschreven heilige kleren.
1. Zij maakten ook ambtskleren, om in het heilige te dienen, van de in Exodus. 38:24 vv. genoemde stoffen, die volgens hoofdstuk 35:20 vv. door de gemeente van de kinderen van Israël moesten gebracht worden, namelijk hemelsblauw, en purper en scharlaken; ook maakten zij de heilige kleren, die voor Aäron, de Hogepriesters waren, en welke hij boven de overige priesters zou hebben (hoofdstuk 31:10; 35:19), waren, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
2. Aldus maakte hij, Bezßleël met zijn helper Ahóliab en de onder hen staande arbeiders, de efod, die over de zijden rok (vs.22) en de nauwe rok (vs.27) gedragen moest worden, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen, welke drie purperstoffen (vs.1) hij met goud en getwijnde byssusdraden door elkaar liet werken.
3. a) En zij rekten voor dit doel uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstigste werk; van deze vijf soorten draden lieten zij het gehele weefsel, dat uit twee stukken bestond, vervaardigen.
a) Ex.28:6
4. Zij maakten samenvoegende schouderbanden daaraan, schouderbanden, die men samenvoegde door middel van de bij de onyxstenen (vs.6) aangebrachte haken; aan de beide einden; onder de rechter- en linkerschouder werd hij samengevoegd door middel van de gordel (vs.5).
5. a) En de kunstige riem van zijn efod, die daarop was de riem, die tot de efod behoorde en met het achterste gedeelte uit één geheel geweven was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde; van dezelfde stoffen, van goud, vanhemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen, zoals de HEERE aan Mozes bevolen had.
a) Ex.28:8
6. Zij bereiden ook de a) Sardónixstenen, omvat in gouden kastjes, in een werk van gevlochten gouddraad ingezet, als zegelgravering gegraveerd, met de namen van de zonen van Israël; evenals men de zegels graveert, waren opiedere steen zes namen ingesneden.
a) Ex.28:9-11
7. En a) hij zette ze, door middel van de aan het gouden vlechtwerk aangebrachte haken, op de schouderbanden van de efod, welke beide delen zij met hun haken samenhielden; zij waren daar gezet tot stenen van gedachtenis voor dekinderen van Israël, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
a) Ex.28:12
8. a) Hij maakte ook de borstlap van het allerkunstigste werk, zoals het werk van de efod, (vs.5) van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen.
a) Ex.28:15
9. Hij was vierkant; zij maakten de borstlap dubbel tot een vierhoekige zak: een span was zijn lengte, en een span was zijn breedte, dubbel zijnde.
a) Ex.28:16
10. a) En zij vulden daarin vier rijen stenen; zij bezetten die met een rij van een sardis, een topaas en een karbonkel; dit is de eerste rij.
a) Ex.28:17
11. a) En de tweede rij van een smaragd, een saffier en een diamant.
a) Ex.28:18
12. En de derde rij van een hyacint, agaat, en amethist.
13. En de vierde rij van een turkoois, en een sardónix, en een jaspis; omvat in gouden kastjes in hun vullingen, dat is: die zij vulden.
14. Deze stenen nu, met de namen van de zonen van Israël, waren twaalf met hun namen, met zegelgravering; iedere steen was naar de genoemde orde voorzien, met zijn naam naar de orde, waarin de twaalf stammen op elkaar volgden.
15. Zij maakten ook aan de borstlap, om deze aan de efod te bevestigen, gelijk eindigende ketentjes, van gedraaid werk, uit louter goud.
16. En zij maakten twee gouden kastjes, aan het vlechtwerk van de beide Sardónixstenen (vs.6), en twee gouden ringen; en zij zetten die twee ringen aan de beide einden van de borstlap.
17. En zij zetten de twee gedraaide gouden ketentjes aan de twee ringen, aan de einden van de borstlap.
18. Doch de twee andere einden van de twee gedraaide ketenen zetten zij aan de twee kastjes (vs.16), en zij zetten ze aan de schouderbanden van de efod (vs.7), recht op de voorste zijdevan die.
19. Zij maakten ook twee gouden ringen, die zij aan de twee andere einden van de borstlap zetten, inwendig aan zijn boord; aan de zoom, die aan de zijde van de efod is, zodat hij ook naar beneden kon vastgemaakt worden.
20. Nog maakten zij om deze verder vast te maken, twee gouden ringen, die zij zetten aan de twee schouderbanden van de efod, beneden aan de voorste zijde, tegenover zijn andere voege, boven de kunstige riem van de efod; zij brachten die aan de efod zelf van onderen, waar de efod door middel van de gordel samengebonden werd, de ene ring in de rechter-, de andere in de linkerzijde.
21. En zij bonden de borstlap met zijn onderste ringen (vs.19) aan de ringen van de efod (vs.20), met een hemelsblauw snoer, dat hij op de kunstige riem van de efod was; opdat de borstlap van de efod niet afgescheiden werd, ook niet bij het uittrekken, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
22. En hij maakte de mantel van de efod, de onder de efod te dragen zijden mantel, van geweven werk, uit één stuk, geheel van hemelsblauw.
23. En het halsgat van de mantel voor het doorsteken van het hoofd, was in het midden, als het gat van een pantsier; dit gat had een boord rondom, was ongezoomd, dat het bij het uit- en aantrekken niet gescheurd werd.
24. En aan de onderste zomen van de mantel maakten zij granaatappels van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, getwijnd, uit byssus en het driekleurige purpergaren vormden zij ballen in de vorm van granaatappels, die noghun bloem dragen.
25. Zij maakten ook schelletjes van louter goud, en zij stelden de schelletjes tussen de granaatappels, aan de zomen van de mantel rondom, tussen de granaatappels.
26. Dat er een schelletje, daarna een granaatappel was; weer een schelletje en een granaatappel aan de zomen van de mantel rondom; met deze heilige sieraden moest dan Aäron bekleed worden, om te dienen, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
27. a) Zij maakten ook de rokken, die op het blote lijf gedragen werden, van fijn linnen, van geweven werk, voor Aäron en voor zijn zonen, voor de eersten, om die onder de beide anderen (vs.2,22) te dragen, voor de anderen, om daarin de functies van de gewone priester te verrichten.
a) Ex.28:39
28. En de hoed van fijn linnen, als hoofddeksel voor de Hogepriester, en de sierlijke mutsen van fijn linnen voor de priesters, a) en de linnen onderbroeken van fijn getwijnd linnen, voor Aäron en voor zijn zonen.
a) Ezech.44:18
29. En de gordel van fijn getwijnd linnen, en van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, van geborduurd werk, eveneens voor beiden, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.
30. a) Zij maakten ook de plaat van de kroon van de heiligheid, die Aäron voor aan het hoofd zou dragen, van louter goud, en zij schreven daarop een schrift, met zegelgravering: DE HEILIGHEID DES HEEREN.
a) Ex.28:36; 29:6
31. a) En zij hechtten een snoer van hemelsblauw daaraan, om aan de hoed van boven te hechten, zoals de HEERE aan Mozes geboden had. 1)
a) Ex.28:37
1) Evenals boven bij de voorschriften over het heiligdom en zijn gereedschap (hoofdstuk 25:10-30:10), de heilige kist en het gouden altaar als de beide polen al het andere uitsluiten, zijn hier tussen het schouderkleed, het voornaamste stuk van de hogepriesterlijke kleding en de gouden voorhoofdplaat, die volgens het opschrift het meest in het oog lopend teken van de hogepriesterlijke waardigheid is, alle overige priesterkleding gesteld.
Gedurig lezen we: “Zoals, of naar alles, wat de Heere Mozes had geboden.” De werkmeesters van de tabernakel moesten er diep van overtuigd zijn, dat zij niets deden en niets mochten doen, dan naar alles, wat de Heere God verordineerd had.
II. Vers 32-43
Nadat al deze werken voltooid zijn, worden zij aan Mozes afgeleverd; deze beziet elk stuk in het bijzonder, vindt ze overeenkomstig het goddelijk beveld vervaardigd, en zegent nu het volk ten dank voor de bereidwilligheid in het geven en de ijver in het arbeiden.
32. Aldus werd, na een arbeid van 6 of 7 maanden, al het werk van de tabernakel, van de tent der samenkomst voleindigd; en de kinderen van Israël hadden het gemaaktnaar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; zo hadden zij het gemaakt.
33. a) Daarna brachten zij de afzonderlijke stukken van de tabernakel 1) tot de tent van Mozes, die hij buiten het leger opgeslagen had; de beide onderste bedeksels, die de eigenlijke tent vormden (hoofdstuk 26:1-13), en al haar gereedschap, haar haakjes, die tot samenvoeging van de afdelingen van beide bedeksels bestemd waren (hoofdstuk 26:6,11), haar stijlen, de 41 planken, die het geraamte vormden (hoofdstuk 26:15-25), haar richels tot verbinding van de planken (hoofdstuk 26:26 vv.) en haar pilaren, vier voor de ingang van het Allerheilige, vijf voor de ingang in het Heilige (hoofdstuk 26:32,37), en haar voeten, de onderstukken onder de planken en de pilaren. (hoofdstuk 26:19,21,25,32,37).
a) Ex.35:11
1) Onder de tabernakel hebben wij hier te verstaan, de tentbedekking, welke de tabernakel tot tabernakel maakte, nl. die van purper en die van geitehaar. Dadelijk daarop wordt dan ook van de haakjes enz. gesproken, welke bij deze tapijten noodzakelijkerwijze gebruikt moesten worden.
34. En het deksel van roodgeverfde ramsvellen (hoofdstuk 26:14), en het deksel van dassenvellen, en de voorhang van het deksel voor het Allerheilige (hoofdstuk 26:31).
35. De Ark van de Getuigenis, en haar handbomen (hoofdstuk 25:10-15), en het Verzoendeksel (hoofdstuk 35:17 vv.).
36. De tafel, met al haar gereedschap (hoofdstuk 25:23 vv.) en de toonbroden (hoofdstuk 25:30).
37. De zuivere, gouden kandelaar met zijn lampen, de lampen, die men toerichten moest, 1)en al diens gereedschap (hoofdstuk 25:31 vv.), en de olie tot het licht (hoofdstuk 27:20 vv.).
1) Die men toerichten moest, of, die men volgens orde daarop moest plaatsen.
38. Verder het gouden reukaltaar (hoofdstuk 30:1 vv.), en de zalfolie tot zalving van de priesters en van het heiligdom (hoofdstuk 30:22 vv.), en het reukwerk van welriekende specerijen voor het reukaltaar (hoofdstuk 30:34 vv.), en het deksel van de deur van de tent, het voorhangsel voor het Heilige(hoofdstuk 26:36).
39. Het koperen brandofferaltaar, en het koperen rooster, die het heeft, de handbomen, en al zijn gereedschap (hoofdstuk 27:1-8); het wasvat en zijn voet (hoofdstuk 30:17 vv.).
40. De behangselen van de voorhof, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort van de voorhof, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van de dienst van de tabernakel, tot de tent der samenkomst (hoofdstuk 27:9-19).
41. a) De ambtskleren, om in het heiligdom te dienen, de heilige kleren van de priester Aäron, en de kleren van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen (hoofdstuk 27:9-19).
a) Ex.31:10
42. Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, zo hadden de kinderen van Israël het gehele werk gemaakt; dit brachten zij tot Mozes.
43. Mozes nu bezag het gehele werk, en onderzocht nauwkeurig, of het met de hem gegeven voorschriften en het beeld, dat hij gezien had, overeenkwam, en ziet, zij hadden het gemaakt, zoals de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. 1) Toen zegende Mozes hen, 2) verblijd over deze nauwkeurige bewerking, sprak hij over de arbeiders en de gehele gemeente: de heerlijkheid van de Heere vervulle het werk van uw handen. (hoofdstuk 40:34).
1) Mozes nu, om hen en zichzelf te vreden te stellen, bezag het gehele werk stuk voor stuk, en ziet, zij hadden het gemaakt, zoals het de Heere bevolen had; want Hij, die hem het voorbeeld had getoond, had hun handen in het werk bestuurd. Alle de werkingen van Gods genade komen nauwkeurig overeen met het oorspronkelijke bestek van Zijn raadsbesluiten. Hetgeen God in ons en door ons werkt, is de vervulling van het welbehagen van Zijn goedheid.
2) Een nagalm van de toen door Mozes ondervonden vreugde, en misschien ook van de door hem uitgesproken zegen, vinden wij waarschijnlijk in het slotvers van de 90ste Psalm 90.17, die hij, 38 jaar later, aan het einde van de woestijnreis vervaardigde: “De liefelijkheid van de Heere, onze God zij over ons; en bevestig Gij het werk van onze handen over ons, ja het werk van onze handen bevestig dat”.
Deze zegening geschiedde in de naam des Heeren. Hij sprak over hen de zegen van God uit, omdat zij hun gewilligheid, om van het hunne aan de Heere te geven, hadden getoond. “De zegenende ziel zal vet gemaakt worden”.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel