Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Alzo maakte Bezaleel de ark van sittimhout; twee ellen en een halve was haar lengte, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Alzo maakteH6213BezaleelH1212 de arkH727 van sittimhoutH7848; twee ellenH520 en een halveH2677 was haar lengteH753, en anderhalveH520 el haar breedteH7341, en anderhalveH520 el haar hoogteH6967.Alzo maakte Bezaleel de ark van sittimhout; twee ellen en een halve was haar lengte, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
KJVAnd Bezaleel2made1the ark4of shittim6wood:5two cubits7and a half8was the length9of it, and a cubit10and a half11the breadth12of it, and a cubit13and a half14the height
1וַיַּ֧עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְּצַלְאֵ֛לH1212BezaleelBezaleel3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָרֹ֖ןH727ark, kistark, chest, coffin5עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood6שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)7אַמָּתַ֨יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post8וָחֵ֜צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9אָרְכּ֗וֹH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long10וְאַמָּ֤הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post11וָחֵ֨צִי֙H2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts12רָחְבּ֔וֹH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness13וְאַמָּ֥הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post14וָחֵ֖צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts15קֹמָתֽוֹH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall
2En hij overtrok ze met louter goud, van binnen en van buiten; en hij maakte ze een gouden krans rondom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij overtrokH6823 ze met louterH2889goudH2091, van binnen en van buitenH2351; en hij maakteH6213 ze een goudenH2091kransH2213rondomH5439.En hij overtrok ze met louter goud, van binnen en van buiten; en hij maakte ze een gouden krans rondom.
KJVAnd he overlaid1it with pure3gold2within4and without,5and made6a crown8of gold9to it round about.
1וַיְצַפֵּ֛הוּH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay2זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather3טָה֖וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4מִבַּ֣יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5וּמִח֑וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without6וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7ל֛וֹ8זֵ֥רH2213kranscrown9זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather10סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
3En hij goot voor dezelve vier gouden ringen, aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op derzelver ene zijde waren, en twee ringen op haar andere zijde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En hij gootH3332 voor dezelve vierH702goudenH2091ringenH2885, aanH5921 haar vierH702hoekenH6471, alzo dat tweeH8147ringenH2885opH5921 derzelver eneH259 zijde waren, en tweeH8147ringenH2885opH5921 haar andere zijde.En hij goot voor dezelve vier gouden ringen, aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op derzelver ene zijde waren, en twee ringen op haar andere zijde.
KJVAnd he cast1for it four3rings4of gold,5to be set by the four7corners8of it; even two9rings10upon the one13side12of it, and two14rings15upon the other18side
1וַיִּצֹ֣קH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast2ל֗וֹ3אַרְבַּע֙H702vier, vierhonderd, veertienfour4טַבְּעֹ֣תH2885ringen, ring, vingerringring5זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather6עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אַרְבַּ֣עH702vier, vierhonderd, veertienfour8פַּעֲמֹתָ֑יוH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel9וּשְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10טַבָּעֹ֗תH2885ringen, ring, vingerringring11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12צַלְעוֹ֙H6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)13הָֽאֶחָ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,14וּשְׁתֵּי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15טַבָּע֔וֹתH2885ringen, ring, vingerringring16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17צַלְע֖וֹH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)18הַשֵּׁנִֽיתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
4En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En hij maakteH6213handbomenH905 van sittimhoutH7848, en hij overtrokH6823 ze met goudH2091.En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.
KJVAnd he made1staves2of shittim4wood,3and overlaid5them with gold.
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בַּדֵּ֖יH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength3עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)5וַיְצַ֥ףH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay6אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
5En hij stak de handbomen in de ringen, aan de zijden der ark, om de ark te dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij stakH935 de handbomenH905 in de ringenH2885, aanH5921 de zijdenH6763 der arkH727, om de arkH727 te dragenH5375.En hij stak de handbomen in de ringen, aan de zijden der ark, om de ark te dragen.
KJVAnd he put1the staves3into the rings4by the sides6of the ark,7to bear8the ark.
1וַיָּבֵ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבַּדִּים֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4בַּטַּבָּעֹ֔תH2885ringen, ring, vingerringring5עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6צַלְעֹ֣תH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)7הָאָרֹ֑ןH727ark, kistark, chest, coffin8לָשֵׂ֖אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאָרֹֽןH727ark, kistark, chest, coffin
6Hij maakte ook een verzoendeksel van louter goud; twee ellen en een halve was deszelfs lengte, en anderhalve el deszelfs breedte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Hij maakteH6213 ook een verzoendekselH3727 van louterH2889goudH2091; twee ellenH520 en een halveH2677 was deszelfs lengteH753, en anderhalveH2677elH520 deszelfs breedteH7341.Hij maakte ook een verzoendeksel van louter goud; twee ellen en een halve was deszelfs lengte, en anderhalve el deszelfs breedte.
KJVAnd he made1the mercy seat2of pure4gold:3two cubits5and a half6was the length7thereof, and one cubit8and a half9the breadth
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כַּפֹּ֖רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5אַמָּתַ֤יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post6וָחֵ֨צִי֙H2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7אָרְכָּ֔הּH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long8וְאַמָּ֥הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post9וָחֵ֖צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts10רָחְבָּֽהּH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness
7Ook maakte hij twee cherubim van goud; van dicht werk maakte hij ze, uit de beide einden des verzoendeksels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ook maakteH6213 hij tweeH8147cherubimH3742 van goudH2091; van dicht werkH4749maakteH6213 hij ze, uit de beideH8147eindenH7098 des verzoendekselsH3727.Ook maakte hij twee cherubim van goud; van dicht werk maakte hij ze, uit de beide einden des verzoendeksels.
KJVAnd he made1two2cherubims3of gold,4beaten out of one piece5made6he them, on the two8ends9of the mercy seat;
1וַיַּ֛עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3כְרֻבִ֖יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims4זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5מִקְשָׁה֙H4749werk, dichtbeaten (out of one piece, work), upright, whole piece6עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִשְּׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9קְצ֥וֹתH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle10הַכַּפֹּֽרֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat
8Een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den anderen cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel maakte hij de cherubim, uit deszelfs beide einden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8EenH259cherubH3742 uit het eneH259eindeH7098 aan dezeH2088 zijde, en den anderen cherubH3742 uit het andere eindeH7098 aan gene zijde; uitH4480 het verzoendekselH3727maakteH6213 hij de cherubimH3742, uit deszelfs beideH8147eindenH7098.Een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den anderen cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel maakte hij de cherubim, uit deszelfs beide einden.
KJVOne2cherub1on the end3on this side, and another6cherub5on the other end7on that side: out of the mercy seat10made11he the cherubims13on the two14ends15
1כְּרוּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims2אֶחָ֤דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3מִקָּצָה֙H7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle4מִזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5וּכְרוּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims6אֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7מִקָּצָ֖הH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle8מִזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַכַּפֹּ֛רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat11עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַכְּרֻבִ֖יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims14מִשְּׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15קְצוֹתָֽיוH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle
9En de cherubim waren de beide vleugelen omhoog uitbreidende, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten waren tegenover elkander; de aangezichten der cherubim waren naar het verzoendeksel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En de cherubimH3742warenH1961 de beide vleugelenH3671omhoogH4605uitbreidendeH6566, bedekkendeH5526 met hun vleugelenH3671 het verzoendekselH3727; en hun aangezichtenH6440 waren tegenoverH376 elkander; de aangezichtenH6440 der cherubimH3742warenH1961naarH413 het verzoendekselH3727.En de cherubim waren de beide vleugelen omhoog uitbreidende, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten waren tegenover elkander; de aangezichten der cherubim waren naar het verzoendeksel.
KJVAnd the cherubims2spread out3their wings4on high,5and covered6with their wings7over the mercy seat,9with their faces10one11to another;13even to the mercy seatward15were the faces17of the cherubims.
1וַיִּהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַכְּרֻבִים֩H3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims3פֹּרְשֵׂ֨יH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)4כְנָפַ֜יִםH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)5לְמַ֗עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very6סֹֽכְכִ֤יםH5526bedekt, bedekken, bedekkendecover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up7בְּכַנְפֵיהֶם֙H3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַכַּפֹּ֔רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat10וּפְנֵיהֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13אָחִ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַכַּפֹּ֔רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat16הָי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18הַכְּרֻבִֽיםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims
10Hij maakte ook een tafel van sittimhout; twee ellen was haar lengte, en een el haar breedte; en een el en een halve haar hoogte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Hij maakteH6213 ook een tafelH7979 van sittimhoutH7848; twee ellenH520 was haar lengteH753, en een elH520 haar breedteH7341; en een elH520 en een halveH2677 haar hoogteH6967.Hij maakte ook een tafel van sittimhout; twee ellen was haar lengte, en een el haar breedte; en een el en een halve haar hoogte.
KJVAnd he made1the table3of shittim5wood:4two cubits6was the length7thereof, and a cubit8the breadth9thereof, and a cubit10and a half11the height
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשֻּׁלְחָ֖ןH7979tafel, tafelen, tafelstable4עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)6אַמָּתַ֤יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post7אָרְכּוֹ֙H753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long8וְאַמָּ֣הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post9רָחְבּ֔וֹH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness10וְאַמָּ֥הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post11וָחֵ֖צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts12קֹמָתֽוֹH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall
11En hij overtrok ze met louter goud; en hij maakte een gouden krans daaraan, rondom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En hij overtrokH6823 ze met louterH2889goudH2091; en hij maakteH6213 een goudenH2091kransH2213 daaraan, rondomH5439.En hij overtrok ze met louter goud; en hij maakte een gouden krans daaraan, rondom.
KJVAnd he overlaid1it with pure4gold,3and made5thereunto a crown7of gold8round about.
1וַיְצַ֥ףH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay2אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6ל֛וֹ7זֵ֥רH2213kranscrown8זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
12Hij maakte daaraan ook een lijst rondom, een hand breed; en hij maakte een gouden krans rondom derzelver lijst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Hij maakte daaraan ook een lijstH4526rondomH5439, een hand breedH2948; en hij maakteH6213 een goudenH2091kransH2213rondomH5439 derzelver lijstH4526.Hij maakte daaraan ook een lijst rondom, een hand breed; en hij maakte een gouden krans rondom derzelver lijst.
KJVAlso he made1thereunto a border3of an handbreadth4round about;5and made6a crown7of gold8for the border9thereof round about.
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2ל֥וֹ3מִסְגֶּ֛רֶתH4526lijsten, lijst, slotenborder, close place, hole4טֹ֖פַחH2948handbreed, hand breedhand-breadth (broad)5סָבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side6וַיַּ֧עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7זֵרH2213kranscrown8זָהָ֛בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9לְמִסְגַּרְתּ֖וֹH4526lijsten, lijst, slotenborder, close place, hole10סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
13Hij goot ook vier gouden ringen daaraan; en hij zette de ringen aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Hij gootH3332 ook vierH702goudenH2091ringenH2885 daaraan; en hij zetteH5414 de ringenH2885aanH5921 de vierH702hoekenH6285, dieH834 aan derzelver vierH702voetenH7272 waren.Hij goot ook vier gouden ringen daaraan; en hij zette de ringen aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten waren.
KJVAnd he cast1for it four3rings4of gold,5and put6the rings8upon the four10corners11that were in the four13feet
1וַיִּצֹ֣קH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast2ל֔וֹ3אַרְבַּ֖עH702vier, vierhonderd, veertienfour4טַבְּעֹ֣תH2885ringen, ring, vingerringring5זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather6וַיִּתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַטַּבָּעֹ֔תH2885ringen, ring, vingerringring9עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10אַרְבַּ֣עH702vier, vierhonderd, veertienfour11הַפֵּאֹ֔תH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side12אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13לְאַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour14רַגְלָֽיוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
14Tegenover de lijst waren de ringen tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14TegenoverH5980 de lijstH4526warenH1961 de ringenH2885 tot plaatsenH1004 voor de handbomenH905, om de tafelH7979 te dragenH5375.Tegenover de lijst waren de ringen tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.
KJVOver against1the border2were the rings,4the places5for the staves6to bear7the table.
1לְעֻמַּת֙H5980tegenover, Tegenover, dicht(over) against, at, beside, hard by, in points2הַמִּסְגֶּ֔רֶתH4526lijsten, lijst, slotenborder, close place, hole3הָי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4הַטַּבָּעֹ֑תH2885ringen, ring, vingerringring5בָּתִּים֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6לַבַּדִּ֔יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength7לָשֵׂ֖אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַשֻּׁלְחָֽןH7979tafel, tafelen, tafelstable
15Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Hij maakteH6213 ook de handbomenH905 van sittimhoutH7848; en hij overtrokH6823 ze met goudH2091, om de tafelH7979 te dragenH5375.Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.
KJVAnd he made1the staves3of shittim5wood,4and overlaid6them with gold,8to bear9the table.
1וַיַּ֤עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבַּדִּים֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5שִׁטִּ֔יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)6וַיְצַ֥ףH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay7אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9לָשֵׂ֖אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַשֻּׁלְחָֽןH7979tafel, tafelen, tafelstable
16En hij maakte het gereedschap, dat op de tafel zijn zoude, haar schotelen, en haar reukschalen, en haar kroezen, en haar platelen (met welke ze bedekt zoude worden), van louter goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij maakteH6213 het gereedschapH3627, datH834opH5921 de tafelH7979 zijn zoude, haar schotelenH7086, en haar reukschalenH3709, en haar kroezenH4518, en haar platelenH7184 (met welkeH834 ze bedekt zoude worden), van louterH2889goudH2091.En hij maakte het gereedschap, dat op de tafel zijn zoude, haar schotelen, en haar reukschalen, en haar kroezen, en haar platelen (met welke ze bedekt zoude worden), van louter goud.
KJVAnd he made1the vessels3which were upon the table,6his dishes,8and his spoons,10and his bowls,12and his covers14to cover16withal,17of pure19gold.
1וַיַּ֜עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֵּלִ֣יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַשֻּׁלְחָ֗ןH7979tafel, tafelen, tafelstable7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8קְעָרֹתָ֤יוH7086schotel, schotelen, schotelscharger, dish9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כַּפֹּתָיו֙H3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon11וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מְנַקִּיֹּתָ֔יוH4518kroezenbowl13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַקְּשָׂוֺ֔תH7184platelen, dekschotels, schotelencover, cup15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יֻסַּ֖ךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)17בָּהֵ֑ןH2004zij, haar (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal18זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather19טָהֽוֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)
17Hij maakte ook een kandelaar van louter goud. Van dicht werk maakte hij deze kandelaar, zijn schacht, en zijn rieten; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen waren uit hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Hij maakte ook een kandelaarH4501 van louterH2889goudH2091. Van dicht werkH4749maakteH6213 hij deze kandelaarH4501, zijn schachtH3409, en zijn rietenH7070; zijn schaaltjesH1375, zijn knopenH3730, en zijn bloemenH6525 waren uitH4480 hem.Hij maakte ook een kandelaar van louter goud. Van dicht werk maakte hij deze kandelaar, zijn schacht, en zijn rieten; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen waren uit hem.
KJVAnd he made1the candlestick3of pure5gold:4of beaten work6made7he the candlestick;9his shaft,10and his branch,11his bowls,12his knops,13and his flowers,
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמְּנֹרָ֖הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick4זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)6מִקְשָׁ֞הH4749werk, dichtbeaten (out of one piece, work), upright, whole piece7עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַמְּנֹרָה֙H4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick10יְרֵכָ֣הּH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh11וְקָנָ֔הּH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk12גְּבִיעֶ֛יהָH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot13כַּפְתֹּרֶ֥יהָH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel14וּפְרָחֶ֖יהָH6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower15מִמֶּ֥נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16הָיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
18Zes rieten nu gingen uit zijn zijden; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18ZesH8337rietenH7070 nu gingenH3318 uit zijn zijdenH6654; drieH7969rietenH7070 des kandelaarsH4501 uit zijn eneH259 zijde, en drieH7969rietenH7070 des kandelaarsH4501 uit zijn andere zijde.Zes rieten nu gingen uit zijn zijden; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde.
KJVAnd six1branches2going out3of the sides4thereof; three5branches6of the candlestick7out of the one9side8thereof, and three10branches11of the candlestick12out of the other14side
1וְשִׁשָּׁ֣הH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2קָנִ֔יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk3יֹצְאִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4מִצִּדֶּ֑יהָH6654zijden(be-) side5שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6קְנֵ֣יH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk7מְנֹרָ֗הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick8מִצִּדָּהּ֙H6654zijden(be-) side9הָֽאֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10וּשְׁלֹשָׁה֙H7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11קְנֵ֣יH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk12מְנֹרָ֔הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick13מִצִּדָּ֖הּH6654zijden(be-) side14הַשֵּׁנִֽיH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
19In het ene riet waren drie schaaltjes, gelijk amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo waren die zes rieten, die uit den kandelaar gingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19In het ene rietH7070 waren drieH7969schaaltjesH1375, gelijk amandelnotenH8246, een knoopH3730 en een bloemH6525; en drieH7969schaaltjesH1375, gelijk amandelnotenH8246 in een anderH259rietH7070, een knoopH3730 en een bloemH6525; alzoH3651 waren die zesH8337rietenH7070, die uitH4480 den kandelaarH4501gingenH3318.In het ene riet waren drie schaaltjes, gelijk amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo waren die zes rieten, die uit den kandelaar gingen.
KJVThree1bowls2made after the fashion of almonds3in one5branch,4a knop6and a flower;7and three8bowls9made like almonds10in another12branch,11a knop13and a flower:14so throughout the six16branches17going out18of the candlestick.
1שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)2גְ֠בִעִיםH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot3מְֽשֻׁקָּדִ֞יםH8246amandelnotenmake like (unto, after the fashion of) almonds4בַּקָּנֶ֣הH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk5הָאֶחָד֮H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6כַּפְתֹּ֣רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel7וָפֶרַח֒H6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower8וּשְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)9גְבִעִ֗יםH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot10מְשֻׁקָּדִ֛יםH8246amandelnotenmake like (unto, after the fashion of) almonds11בְּקָנֶ֥הH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk12אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13כַּפְתֹּ֣רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel14וָפָ֑רַחH6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower15כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16לְשֵׁ֣שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth17הַקָּנִ֔יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk18הַיֹּצְאִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with20הַמְּנֹרָֽהH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick
20Maar aan den kandelaar zelven waren vier schaaltjes, gelijk amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Maar aan den kandelaarH4501 zelven waren vierH702schaaltjesH1375, gelijk amandelnotenH8246, met zijn knopenH3730, en met zijn bloemenH6525.Maar aan den kandelaar zelven waren vier schaaltjes, gelijk amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen.
KJVAnd in the candlestick1were four2bowls3made like almonds,4his knops,5and his flowers:
1וּבַמְּנֹרָ֖הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick2אַרְבָּעָ֣הH702vier, vierhonderd, veertienfour3גְבִעִ֑יםH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot4מְשֻׁ֨קָּדִ֔יםH8246amandelnotenmake like (unto, after the fashion of) almonds5כַּפְתֹּרֶ֖יהָH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel6וּפְרָחֶֽיהָH6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower
21En daar was een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; alzo was het met de zes rieten, die uit denzelven uitgingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En daar was een knoopH3730onderH8478tweeH8147rietenH7070, uitH4480 denzelven uitgaande; ook een knoopH3730onderH8478tweeH8147rietenH7070, uitH4480 denzelven uitgaande; nog een knoopH3730onderH8478tweeH8147rietenH7070, uit denzelven uitgaande; alzo was het met de zesH8337rietenH7070, die uitH4480 denzelven uitgingenH3318.En daar was een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; alzo was het met de zes rieten, die uit denzelven uitgingen.
KJVAnd a knop1under two3branches4of the same, and a knop6under two8branches9of the same, and a knop11under two13branches14of the same, according to the six16branches17going out
1וְכַפְתֹּ֡רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel2תַּחַת֩H8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with3שְׁנֵ֨יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4הַקָּנִ֜יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk5מִמֶּ֗נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6וְכַפְתֹּר֙H3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel7תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8שְׁנֵ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9הַקָּנִים֙H7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk10מִמֶּ֔נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11וְכַפְתֹּ֕רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel12תַּֽחַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two14הַקָּנִ֖יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk15מִמֶּ֑נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16לְשֵׁ֨שֶׁת֙H8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth17הַקָּנִ֔יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk18הַיֹּצְאִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19מִמֶּֽנָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
22Hun knopen en rieten waren uit hem; het was altemaal een enig dicht werk van louter goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Hun knopenH3730 en rietenH7070 waren uitH4480 hem; het wasH1961 altemaal eenH259 enig dicht werkH4749 van louterH2889goudH2091.Hun knopen en rieten waren uit hem; het was altemaal een enig dicht werk van louter goud.
KJVTheir knops1and their branches2were of the same: all of it was one7beaten work6of pure9gold.
1כַּפְתֹּרֵיהֶ֥םH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel2וּקְנֹתָ֖םH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk3מִמֶּ֣נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָי֑וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5כֻּלָּ֛הּH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מִקְשָׁ֥הH4749werk, dichtbeaten (out of one piece, work), upright, whole piece7אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9טָהֽוֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)
23En hij maakte hem zeven lampen; zijn snuiters en zijn blusvaten waren van louter goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En hij maakteH6213 hem zevenH7651lampenH5216; zijn snuitersH4457 en zijn blusvatenH4289 waren van louterH2889goudH2091.En hij maakte hem zeven lampen; zijn snuiters en zijn blusvaten waren van louter goud.
KJVAnd he made1his seven4lamps,3and his snuffers,5and his snuffdishes,6of pure8gold.
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3נֵרֹתֶ֖יהָH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light4שִׁבְעָ֑הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5וּמַלְקָחֶ֥יהָH4457snuiters, tangsnuffers, tongs6וּמַחְתֹּתֶ֖יהָH4289wierookvaten, wierookvat, blusvatencenser, firepan, snuffdish7זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather8טָהֽוֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)
24Hij maakte denzelven uit een talent louter goud, met al zijn vaten,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Hij maakteH6213 denzelven uit een talentH3603louterH2889goudH2091, met alH3605 zijn vatenH3627,Hij maakte denzelven uit een talent louter goud, met al zijn vaten,
KJVOf a talent1of pure3gold2made4he it, and all the vessels
1כִּכָּ֛רH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent2זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather3טָה֖וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֹתָ֑הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8כֵּלֶֽיהָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
25En hij maakte het reukaltaar van sittimhout; een el was zijn lengte en een el zijn breedte, vierkant, maar twee ellen zijn hoogte; uit hetzelve waren zijn hoornen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En hij maakteH6213 het reukaltaarH7004 van sittimhoutH7848; een elH520 was zijn lengteH753 en een elH520 zijn breedteH7341, vierkantH7251, maar twee ellenH520 zijn hoogteH6967; uitH4480 hetzelve warenH1961 zijn hoornenH7161.En hij maakte het reukaltaar van sittimhout; een el was zijn lengte en een el zijn breedte, vierkant, maar twee ellen zijn hoogte; uit hetzelve waren zijn hoornen.
KJVAnd he made1the incense4altar3of shittim6wood:5the length8of it was a cubit,7and the breadth10of it a cubit;9it was foursquare;11and two cubits12was the height13of it; the horns
1וַיַּ֛עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar4הַקְּטֹ֖רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume5עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood6שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)7אַמָּ֣הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post8אָרְכּוֹ֩H753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long9וְאַמָּ֨הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post10רָחְבּ֜וֹH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness11רָב֗וּעַH7251vierkant, vierkantig, Vierkant(four-) square(-d)12וְאַמָּתַ֨יִם֙H520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post13קֹֽמָת֔וֹH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall14מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with15הָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16קַרְנֹתָֽיוH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn
26En hij overtrok het met louter goud, zijn dak, en zijn wanden rondom, alsook zijn hoornen; en hij maakte het een gouden krans rondom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En hij overtrokH6823 het met louterH2889goudH2091, zijn dakH1406, en zijn wandenH7023rondomH5439, alsook zijn hoornenH7161; en hij maakteH6213 het een goudenH2091kransH2213rondomH5439.En hij overtrok het met louter goud, zijn dak, en zijn wanden rondom, alsook zijn hoornen; en hij maakte het een gouden krans rondom.
KJVAnd he overlaid1it with pure4gold,3both the top6of it, and the sides8thereof round about,9and the horns11of it: also he made12unto it a crown14of gold15round about.
1וַיְצַ֨ףH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay2אֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֗וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6גַּגּ֧וֹH1406dak, dakenroof (of the house), (house) top (of the house)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8קִירֹתָ֛יוH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall9סָבִ֖יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11קַרְנֹתָ֑יוH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn12וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13ל֛וֹ14זֵ֥רH2213kranscrown15זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather16סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
27Hij maakte ook twee gouden ringen daaraan, onder zijn krans, aan zijn twee hoeken, aan zijn beide zijden, tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede droeg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Hij maakteH6213 ook tweeH8147goudenH2091ringenH2885 daaraan, onderH8478 zijn kransH2213, aanH5921 zijn tweeH8147hoekenH6763, aanH5921 zijn beideH8147zijdenH6654, tot plaatsenH1004 voor de handbomenH905, dat men het daarmede droegH5375.Hij maakte ook twee gouden ringen daaraan, onder zijn krans, aan zijn twee hoeken, aan zijn beide zijden, tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede droeg.
KJVAnd he made4two1rings2of gold3for it under the crown7thereof, by the two9corners10of it, upon the two12sides13thereof, to be places14for the staves15to bear
1וּשְׁתֵּי֩H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2טַבְּעֹ֨תH2885ringen, ring, vingerringring3זָהָ֜בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4עָֽשָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5ל֣וֹ6מִתַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with7לְזֵר֗וֹH2213kranscrown8עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10צַלְעֹתָ֔יוH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)11עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13צִדָּ֑יוH6654zijden(be-) side14לְבָתִּ֣יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15לְבַדִּ֔יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength16לָשֵׂ֥אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield17אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בָּהֶֽם
28En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En hij maakteH6213 de handbomenH905 van sittimhoutH7848, en hij overtrokH6823 ze met goudH2091.En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.
KJVAnd he made1the staves3of shittim5wood,4and overlaid6them with gold.
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבַּדִּ֖יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)6וַיְצַ֥ףH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay7אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
29Hij maakte ook de heilige zalfolie, en het reukwerk der zuiverste welriekende specerijen, naar apothekerswerk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Hij maakteH6213 ook de heiligeH6944zalfolieH4888, en het reukwerkH7004 der zuiversteH2889 welriekende specerijenH5561, naar apothekerswerkH4639.Hij maakte ook de heilige zalfolie, en het reukwerk der zuiverste welriekende specerijen, naar apothekerswerk.
KJVAnd he made1the holy5anointing4oil,3and the pure9incense7of sweet spices,8according to the work10of the apothecary.
1וַיַּ֜עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שֶׁ֤מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine4הַמִּשְׁחָה֙H4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment5קֹ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7קְטֹ֥רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume8הַסַּמִּ֖יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)9טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)10מַעֲשֵׂ֖הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought11רֹקֵֽחַH7543apothekers, apothekerswerk, bereidersapothecary, compound, make (ointment), prepare, spice
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 37:1— Alzo maakte Bezaleel de ark van sittimhout; twee ellen en een halve was haar lengte, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.Exodus 31:7→Numeri 10:33→Exodus 25:10→Exodus 40:20→Exodus 40:3→Exodus 26:33→
Exodus 37:2— En hij overtrok ze met louter goud, van binnen en van buiten; en hij maakte ze een gouden krans rondom.Exodus 30:3→
Exodus 37:4— En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.1 Petrus 1:7→Handelingen 9:15→1 Petrus 1:18→Numeri 4:14→
Exodus 37:5— En hij stak de handbomen in de ringen, aan de zijden der ark, om de ark te dragen.2 Samuël 6:3→Numeri 1:50→Numeri 4:15→
Exodus 37:6— Hij maakte ook een verzoendeksel van louter goud; twee ellen en een halve was deszelfs lengte, en anderhalve el deszelfs breedte.Hebreeën 9:5→Exodus 25:17→Romeinen 3:25→Galaten 4:4→1 Kronieken 28:11→1 Johannes 2:2→Leviticus 16:12→Titus 2:14→
Exodus 37:7— Ook maakte hij twee cherubim van goud; van dicht werk maakte hij ze, uit de beide einden des verzoendeksels.1 Koningen 6:23→Ezechiël 10:2→Psalmen 80:1→Psalmen 104:4→
Exodus 37:9— En de cherubim waren de beide vleugelen omhoog uitbreidende, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten waren tegenover elkander; de aangezichten der cherubim waren naar het verzoendeksel.Efeze 3:10→Exodus 25:20→1 Petrus 1:12→Genesis 3:24→Ezechiël 10:1→Jesaja 6:2→Johannes 1:51→1 Timotheüs 3:16→
Exodus 37:10— Hij maakte ook een tafel van sittimhout; twee ellen was haar lengte, en een el haar breedte; en een el en een halve haar hoogte.Maleachi 1:12→Exodus 40:4→Exodus 35:13→Kolossenzen 1:27→Exodus 25:23→Johannes 1:14→Ezechiël 40:39→Johannes 1:16→
Exodus 37:16— En hij maakte het gereedschap, dat op de tafel zijn zoude, haar schotelen, en haar reukschalen, en haar kroezen, en haar platelen (met welke ze bedekt zoude worden), van louter goud.1 Koningen 7:50→Jeremia 52:18→2 Timotheüs 2:20→Exodus 25:29→2 Koningen 12:13→
Exodus 37:17— Hij maakte ook een kandelaar van louter goud. Van dicht werk maakte hij deze kandelaar, zijn schacht, en zijn rieten; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen waren uit hem.Exodus 25:31→Hebreeën 9:2→Mattheüs 5:15→Leviticus 24:4→Exodus 40:24→Openbaring 1:12→Zacharia 4:11→1 Kronieken 28:15→
Exodus 37:20— Maar aan den kandelaar zelven waren vier schaaltjes, gelijk amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen.Jeremia 1:11→Prediker 12:5→Exodus 25:33→Numeri 17:8→
Exodus 37:21— En daar was een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; alzo was het met de zes rieten, die uit denzelven uitgingen.Exodus 25:35→
Exodus 37:22— Hun knopen en rieten waren uit hem; het was altemaal een enig dicht werk van louter goud.Exodus 25:31→1 Korinthe 9:27→Jesaja 5:4→Psalmen 51:17→Kolossenzen 3:5→Jesaja 5:10→
Exodus 37:23— En hij maakte hem zeven lampen; zijn snuiters en zijn blusvaten waren van louter goud.Openbaring 4:5→Numeri 8:2→Openbaring 1:20→Exodus 25:37→Zacharia 4:2→Openbaring 1:12→Openbaring 5:5→
Exodus 37:25— En hij maakte het reukaltaar van sittimhout; een el was zijn lengte en een el zijn breedte, vierkant, maar twee ellen zijn hoogte; uit hetzelve waren zijn hoornen.Exodus 30:1→Mattheüs 23:19→Exodus 40:26→1 Petrus 2:5→Exodus 40:5→2 Kronieken 26:16→Hebreeën 7:25→Lukas 1:9→
Exodus 37:29— Hij maakte ook de heilige zalfolie, en het reukwerk der zuiverste welriekende specerijen, naar apothekerswerk.2 Korinthe 1:21→1 Johannes 2:27→Openbaring 8:3→Psalmen 14:1→Hebreeën 5:7→Hebreeën 7:25→Psalmen 23:5→1 Johannes 2:20→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 37 vers 14— Tegenover de lijst waren de ringen tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.
plaatsen voor de handbomen,
Dat is, waarin men de handbomen stak.
Hertaald:plaatsen voor de handbomen,
Dat is: waarin men de draagstokken stak.
Exodus 37 vers 21— En daar was een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; alzo was het met de zes rieten, die uit denzelven uitgingen.
denzelven uitgingen
Te weten, kandelaar, gelijk er staat Ex. 25:35.
Hertaald:denzelven uitgingen
Namelijk: de kandelaar, zoals staat in Ex. 25:35.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bezaleël — in de schaduw (bescherming) van God
De zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda. De HEERE riep hem met name en vervulde hem met de Geest van God, met wijsheid, verstand en kennis in allerlei vakmanschap, om het kunstwerk van de tabernakel en al haar gerei te ontwerpen en te vervaardigen (Ex. 31:1-5). Hij was de hoofdverantwoordelijke kunstenaar, en maakte onder meer de ark van het verbond zelf (Ex. 37:1).
Nu volgt de vervaardiging van de gereedschappen van de tabernakel, namelijk van de Ark van het Verbond, de tafel van de toonbroden, de kandelaar en het reukaltaar; verder de vervaardiging van de heilige zalf en het reukwerk, geheel volgens de eerder daaromtrent gegeven bepalingen (hoofdstuk 25 en 30).
1. Alzo a) maakte Bezßleël de Ark van sittimhout; twee en een halve el was haar lengte, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
a) Ex.25:10
2. En hij overtrok ze met louter goud, van binnen en van buiten; en hij maakte een gouden krans rondom.
3. En hij goot hiervoor vier gouden ringen, aan haar vier hoeken, zo dat twee ringen op de ene zijde waren, en twee ringen op haar andere zijde.
4. En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.
5. En hij stak de handbomen in de ringen, aan de zijden van de Ark, om de Ark te dragen.
6. Hij maakte ook een a) Verzoendeksel van louter goud: twee en een halve el was de lengte, en anderhalve el de breedte.
a) Ex.25:17-20
7. Ook maakte hij twee cherubim van goud; van massief werk maakte hij ze, uit de beide einden van het Verzoendeksel.
8. a) Een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en de andere cherub uit het andere einde aan de andere zijde; uit het Verzoendeksel maakte hij de cherubim uit beide einden.
a) Ex.25:19
9. a) En de cherubim waren de beide vleugels omhoog uitbreidende, bedekkende met hun vleugels het Verzoendeksel; en hun aangezichten waren tegenover elkaar; de aangezichten van de cherubim waren naar het Verzoendeksel.
a) Ex.25:20
10. a) Hij maakte ook een tafel van sittimhout; twee el was haar lengte, en een el haar breedte; en anderhalve el haar hoogte.
a) Ex.25:23
11. a) En hij overtrok ze met louter goud; en hij maakte een gouden krans, van boven daaraan, rondom.
a) Ex.25:24
12. a) Hij maakte daaraan, onderaan het tafelblad, ook een lijst rondom, een hand breed; en hij maakte een tweede gouden krans rondom deze lijst.
a) Ex.25:25
13. a) Hij goot ook vier gouden ringen daaraan; en hij zette de ringen aan de vier hoeken, die aan de vier voeten waren.
a) Ex.25:26
14. a) Tegenover de lijst waren de ringen tot het plaatsen van de handbomen, om de tafel te dragen.
a) Ex.25:27
15. Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.
16. a) En hij maakte het gereedschap, dat op de tafel zijn zou, haar schotels, voor de broden, en haar reukschalen voor de wierookgaven, en haar kroezen en haar platelen, (met welke zij bedekt zou worden) 1) vanlouter goud.
a) Ex.25:29
1) Liever “haar plengschalen, om plengoffers mee te verrichten.”.
17. a) Hij maakte ook een kandelaar van louter goud. Van massief werk maakte hij deze kandelaar, met zijn schacht en zijn rieten; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen waren uit hem, als een eenvoudig sieraad.
a) Ex.25:31
18. a) Zes rieten nu gingen rechts en links, uit zijn zijden: drie rieten van de kandelaar uit de ene zijde, en drie rieten van de kandelaars uit de andere zijde.
a) Ex.25:32
19. a) In het een riet waren drie schaaltjes, in vorm zoals amandelnoten, een knoop, een kogelvormig versiersel, en een bloem; en drie schaaltjes zoals amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; zo waren die zes rieten, die uit de kandelaar gingen.
a) Ex.25:33
20. a) Maar aan de kandelaar zelf waren vier schaaltjes, zoals amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen.
a) Ex.25:34
21. a) En daar was een knoop onder twee rieten, uit deze gaande, ook een knoop onder twee rieten, uit deze gaande; nog een knoop onder twee rieten, uit deze gaande; zo was het met de zes rieten, die uit deze gingen; dusoveral waar twee rieten, het een rechts en het andere links uit de standaard uitgingen, was er een knoop onder; zijn vierde versiering had de standaard boven tussen het derde paar armen en de lamp, die op de spits stond.
22. a) Hun knopen en rieten waren uit hem; het was allemaal een massief werk van louter goud, en de zijrieten vormden door de knopen, waarbij zij aan de standaard zaten, één geheel met de kandelaar, die uit fijn goud gemaakt was.
a) Ex.25:36
23. a) En hij maakte hem zeven lampen; die boven aan de zeven zijarmen en aan de standaard moesten geplaatst worden; zijn snuiters en zijn blusvaten, dompers, waren van louter goud.
a) Ex.25:37,38
24. a) Hij maakte deze uit een talent louter goud, met al zijn vaten.
a) Ex.25:39
25. a) En hij maakte het reukaltaar van sittimhout; een el was zijn lengte en een el zijn breedte, vierkant, maar twee el zijn hoogte; hieruit waren zijn hoornen.
a) Ex.30:1,2
26. a) En hij overtrok het met louter goud, zijn dak, de bovenste platte vlakte, en zijn wanden rondom, als ook zijn hoornen; en hij maakte een gouden krans rondom.
a) Ex.30:3
27. a) Hij maakte ook twee gouden ringen daaraan, onder zijn krans, aan zijn twee hoeken, aan zijn beide zijden, tot het plaatsen van de handbomen, dat men het daarmee droeg.
a) Ex.30:4
28. a) En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze eveneens met goud.
a) Ex.30:5
29. a) Hij maakte ook de heilige zalfolie, die tot wijding van het heiligdom en de priesters bevolen, maar voor ander gebruik verboden was, en het reukwerk van de zuiverste welriekende specerijen, die bij het dagelijks reukwerk moesten aangestoken worden, naar apothekerswerk.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 37
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
OVER ENIGE GEREEDSCHAPPEN VAN HET HEILIGDOM.
I. Vers 1-29
Nu volgt de vervaardiging van de gereedschappen van de tabernakel, namelijk van de Ark van het Verbond, de tafel van de toonbroden, de kandelaar en het reukaltaar; verder de vervaardiging van de heilige zalf en het reukwerk, geheel volgens de eerder daaromtrent gegeven bepalingen (hoofdstuk 25 en 30).
1. Alzo a) maakte Bezßleël de Ark van sittimhout; twee en een halve el was haar lengte, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
a) Ex.25:10
2. En hij overtrok ze met louter goud, van binnen en van buiten; en hij maakte een gouden krans rondom.
3. En hij goot hiervoor vier gouden ringen, aan haar vier hoeken, zo dat twee ringen op de ene zijde waren, en twee ringen op haar andere zijde.
4. En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.
5. En hij stak de handbomen in de ringen, aan de zijden van de Ark, om de Ark te dragen.
6. Hij maakte ook een a) Verzoendeksel van louter goud: twee en een halve el was de lengte, en anderhalve el de breedte.
a) Ex.25:17-20
7. Ook maakte hij twee cherubim van goud; van massief werk maakte hij ze, uit de beide einden van het Verzoendeksel.
8. a) Een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en de andere cherub uit het andere einde aan de andere zijde; uit het Verzoendeksel maakte hij de cherubim uit beide einden.
a) Ex.25:19
9. a) En de cherubim waren de beide vleugels omhoog uitbreidende, bedekkende met hun vleugels het Verzoendeksel; en hun aangezichten waren tegenover elkaar; de aangezichten van de cherubim waren naar het Verzoendeksel.
a) Ex.25:20
10. a) Hij maakte ook een tafel van sittimhout; twee el was haar lengte, en een el haar breedte; en anderhalve el haar hoogte.
a) Ex.25:23
11. a) En hij overtrok ze met louter goud; en hij maakte een gouden krans, van boven daaraan, rondom.
a) Ex.25:24
12. a) Hij maakte daaraan, onderaan het tafelblad, ook een lijst rondom, een hand breed; en hij maakte een tweede gouden krans rondom deze lijst.
a) Ex.25:25
13. a) Hij goot ook vier gouden ringen daaraan; en hij zette de ringen aan de vier hoeken, die aan de vier voeten waren.
a) Ex.25:26
14. a) Tegenover de lijst waren de ringen tot het plaatsen van de handbomen, om de tafel te dragen.
a) Ex.25:27
15. Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.
16. a) En hij maakte het gereedschap, dat op de tafel zijn zou, haar schotels, voor de broden, en haar reukschalen voor de wierookgaven, en haar kroezen en haar platelen, (met welke zij bedekt zou worden) 1) vanlouter goud.
a) Ex.25:29
1) Liever “haar plengschalen, om plengoffers mee te verrichten.”.
17. a) Hij maakte ook een kandelaar van louter goud. Van massief werk maakte hij deze kandelaar, met zijn schacht en zijn rieten; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen waren uit hem, als een eenvoudig sieraad.
a) Ex.25:31
18. a) Zes rieten nu gingen rechts en links, uit zijn zijden: drie rieten van de kandelaar uit de ene zijde, en drie rieten van de kandelaars uit de andere zijde.
a) Ex.25:32
19. a) In het een riet waren drie schaaltjes, in vorm zoals amandelnoten, een knoop, een kogelvormig versiersel, en een bloem; en drie schaaltjes zoals amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; zo waren die zes rieten, die uit de kandelaar gingen.
a) Ex.25:33
20. a) Maar aan de kandelaar zelf waren vier schaaltjes, zoals amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen.
a) Ex.25:34
21. a) En daar was een knoop onder twee rieten, uit deze gaande, ook een knoop onder twee rieten, uit deze gaande; nog een knoop onder twee rieten, uit deze gaande; zo was het met de zes rieten, die uit deze gingen; dusoveral waar twee rieten, het een rechts en het andere links uit de standaard uitgingen, was er een knoop onder; zijn vierde versiering had de standaard boven tussen het derde paar armen en de lamp, die op de spits stond.
22. a) Hun knopen en rieten waren uit hem; het was allemaal een massief werk van louter goud, en de zijrieten vormden door de knopen, waarbij zij aan de standaard zaten, één geheel met de kandelaar, die uit fijn goud gemaakt was.
a) Ex.25:36
23. a) En hij maakte hem zeven lampen; die boven aan de zeven zijarmen en aan de standaard moesten geplaatst worden; zijn snuiters en zijn blusvaten, dompers, waren van louter goud.
a) Ex.25:37,38
24. a) Hij maakte deze uit een talent louter goud, met al zijn vaten.
a) Ex.25:39
25. a) En hij maakte het reukaltaar van sittimhout; een el was zijn lengte en een el zijn breedte, vierkant, maar twee el zijn hoogte; hieruit waren zijn hoornen.
a) Ex.30:1,2
26. a) En hij overtrok het met louter goud, zijn dak, de bovenste platte vlakte, en zijn wanden rondom, als ook zijn hoornen; en hij maakte een gouden krans rondom.
a) Ex.30:3
27. a) Hij maakte ook twee gouden ringen daaraan, onder zijn krans, aan zijn twee hoeken, aan zijn beide zijden, tot het plaatsen van de handbomen, dat men het daarmee droeg.
a) Ex.30:4
28. a) En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze eveneens met goud.
a) Ex.30:5
29. a) Hij maakte ook de heilige zalfolie, die tot wijding van het heiligdom en de priesters bevolen, maar voor ander gebruik verboden was, en het reukwerk van de zuiverste welriekende specerijen, die bij het dagelijks reukwerk moesten aangestoken worden, naar apothekerswerk.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel