Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen wrocht Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in denwelken de HEERE wijsheid en verstand gegeven had, om te weten, hoe zij maken zouden alle werk ten dienste des heiligdoms naar alles, dat de HEERE geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen wrochtH6213BezaleelH1212 en AholiabH171, en alleH3605manH376, die wijsH2450 van hartH3820 was, in denwelken de HEEREH3068wijsheidH2451 en verstandH8394gegevenH5414 had, om te wetenH3045, hoeH6213zijH1992 maken zouden alleH3605werkH4399 ten diensteH5656 des heiligdomsH6944 naar allesH3605, datH834 de HEEREH3068gebodenH6680 had.Toen wrocht Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in denwelken de HEERE wijsheid en verstand gegeven had, om te weten, hoe zij maken zouden alle werk ten dienste des heiligdoms naar alles, dat de HEERE geboden had.
KJVThen wrought1Bezaleel2and Aholiab,3and every wise6hearted7man,5in whom13the LORD10put9wisdom11and understanding12to know14how to work15all manner of work18for the service19of the sanctuary,20according to all that the LORD24had commanded.
1וְעָשָׂה֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְצַלְאֵ֨לH1212BezaleelBezaleel3וְאָהֳלִיאָ֜בH171AholiabAholiab4וְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6חֲכַםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)7לֵ֗בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נָתַ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11חָכְמָ֤הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit12וּתְבוּנָה֙H8394verstand, verstandigheid, verstandsdiscretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom13בָּהֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14לָדַ֣עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15לַעֲשֹׂ֔תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18מְלֶ֖אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)19עֲבֹדַ֣תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought20הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary21לְכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23צִוָּ֖הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order24יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
2Want Mozes had geroepen Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in wiens hart God wijsheid gegeven had, al wiens hart hem bewogen had, dat hij toetrad tot het werk, om dat te maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Want MozesH4872 had geroepenH7121BezaleelH1212 en AholiabH171, en alleH3605manH376, die wijsH2450 van hartH3820 was, in wiens hartH3820 God wijsheidH2451gegevenH5414 had, alH3605 wiens hartH3820 hem bewogenH5375 had, dat hij toetradH7126totH413 het werkH4399, om dat te makenH6213.Want Mozes had geroepen Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in wiens hart God wijsheid gegeven had, al wiens hart hem bewogen had, dat hij toetrad tot het werk, om dat te maken.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVAnd Moses2called1Bezaleel4and Aholiab,6and every wise10hearted11man,9in whose heart16the LORD14had put13wisdom,15even every one whose heart20stirred him up19to come21unto the work23to do
1וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בְּצַלְאֵ֘לH1212BezaleelBezaleel5וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אָֽהֳלִיאָב֒H171AholiabAholiab7וְאֶל֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10חֲכַםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)11לֵ֔בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15חָכְמָ֖הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit16בְּלִבּ֑וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom17כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19נְשָׂא֣וֹH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield20לִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom21לְקָרְבָ֥הH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take22אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23הַמְּלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)24לַעֲשֹׂ֥תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25אֹתָֽהּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
3Zij dan namen van voor het aangezicht van Mozes het ganse hefoffer, hetwelk de kinderen Israels gebracht hadden, tot het werk van den dienst des heiligdoms, om dat te maken; doch zij brachten tot hem nog allen morgen vrijwillig offer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zij dan namenH3947 van voor het aangezichtH6440 van MozesH4872 het ganseH3605hefofferH8641, hetwelkH834 de kinderenH1121IsraelsH3478gebrachtH935 hadden, tot het werkH4399 van den dienstH5656 des heiligdomsH6944, om dat te makenH6213; doch zijH1992brachtenH935totH413 hem nogH5750 allen morgenH1242vrijwillig offerH5071.Zij dan namen van voor het aangezicht van Mozes het ganse hefoffer, hetwelk de kinderen Israels gebracht hadden, tot het werk van den dienst des heiligdoms, om dat te maken; doch zij brachten tot hem nog allen morgen vrijwillig offer.
KJVAnd they received1of2Moses3all the offering,6which the children9of Israel10had brought8for the work11of the service12of the sanctuary,13to make14it withal. And they brought17yet unto him free offerings20every morning.
1וַיִּקְח֞וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַתְּרוּמָה֙H8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הֵבִ֜יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11לִמְלֶ֛אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)12עֲבֹדַ֥תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13הַקֹּ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary14לַעֲשֹׂ֣תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אֹתָ֑הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16וְ֠הֵםH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17הֵבִ֨יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18אֵלָ֥יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)20נְדָבָ֖הH5071vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gavefree(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering)21בַּבֹּ֥קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow22בַּבֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
4Derhalve kwamen alle wijzen, die al het werk des heiligdoms maakten, ieder man van zijn werk, hetwelk zij maakten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Derhalve kwamenH935 alle wijzenH2450, die al het werkH4399 des heiligdomsH6944maaktenH6213, ieder manH376 van zijn werkH4399, hetwelkH834zijH1992maaktenH6213;Derhalve kwamen alle wijzen, die al het werk des heiligdoms maakten, ieder man van zijn werk, hetwelk zij maakten;
KJVAnd all the wise men,3that wrought4all the work7of the sanctuary,8came1every man9from his work11which they made;
1וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַ֣חֲכָמִ֔יםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)4הָעֹשִׂ֕יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מְלֶ֣אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)8הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11מִמְּלַאכְתּ֖וֹH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14עֹשִֽׂיםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
5En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste des werks, hetwelk de HEERE te maken geboden heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zij sprakenH559totH413MozesH4872, zeggendeH559: Het volkH5971brengtH935 te veelH7235, meer dan genoegH1767 is ten diensteH5656 des werksH4399, hetwelkH834 de HEEREH3068 te makenH6213gebodenH6680 heeft.En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste des werks, hetwelk de HEERE te maken geboden heeft.
KJVAnd they spake1unto Moses,3saying,4The people6bring7much more5than enough8for the service9of the work,10which the LORD13commanded12to make.
1וַיֹּאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4לֵּאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5מַרְבִּ֥יםH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7לְהָבִ֑יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8מִדֵּ֤יH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when9הָֽעֲבֹדָה֙H5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought10לַמְּלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לַעֲשֹׂ֥תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אֹתָֽהּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
6Toen gebood Mozes, dat men een stem zoude laten gaan door het leger, zeggende: Man noch vrouw make geen werk meer ten hefoffer des heiligdoms! Alzo werd het volk teruggehouden van meer te brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen geboodH6680MozesH4872, dat men een stemH6963 zoude latenH5674 gaan door het legerH4264, zeggendeH559: ManH376 noch vrouwH802makeH6213geenH408werkH4399meerH5750 ten hefofferH8641 des heiligdomsH6944! Alzo werd het volkH5971teruggehoudenH3607 van meer te brengenH935.Toen gebood Mozes, dat men een stem zoude laten gaan door het leger, zeggende: Man noch vrouw make geen werk meer ten hefoffer des heiligdoms! Alzo werd het volk teruggehouden van meer te brengen.
KJVAnd Moses2gave commandment,1and they caused it to be proclaimed4throughout the camp,5saying,6Let neither man7nor woman8make10any more work12for the offering13of the sanctuary.14So the people16were restrained15from bringing.
1וַיְצַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וַיַּעֲבִ֨ירוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5בַּֽמַּחֲנֶה֮H4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents6לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8וְאִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than10יַעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)12מְלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)13לִתְרוּמַ֣תH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)14הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary15וַיִּכָּלֵ֥אH3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold16הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17מֵהָבִֽיאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
7Want der stoffe was denzelven genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Want der stoffeH4399wasH1961 denzelven genoegH1767 tot het geheleH3605werkH4399, dat te makenH6213 was; ja, er was over.Want der stoffe was denzelven genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over.
KJVFor the stuff1they had was sufficient3for all the work5to make6it, and too much.
1וְהַמְּלָאכָ֗הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)2הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3דַיָּ֛םH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when4לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַמְּלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)6לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֹתָ֑הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וְהוֹתֵֽרH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest
8Alzo maakte een ieder wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, den tabernakel van tien gordijnen, van getweernd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstelijkste werk maakte hij ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Alzo maakte een iederH3605wijzeH2450 van hartH3820, onder degenen, die het werk maaktenH6213, den tabernakelH4908 van tienH6235gordijnenH3407, van getweerndH7806 fijn linnenH8336, en hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144 met cherubimH3742; van het allerkunstelijksteH2803 werk maakte hij ze.Alzo maakte een ieder wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, den tabernakel van tien gordijnen, van getweernd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstelijkste werk maakte hij ze.
Ook in dit vers
werkH4399
werkH4639
KJVAnd every wise3hearted man4among them that wrought1the work6of the tabernacle8made5ten9curtains10of fine twined12linen,11and blue,13and purple,14and scarlet:16with cherubims17of cunning19work18made
1וַיַּעֲשׂ֨וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3חֲכַםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)4לֵ֜בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5בְּעֹשֵׂ֧יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6הַמְּלָאכָ֛הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9עֶ֣שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen10יְרִיעֹ֑תH3407gordijnen, gordijncurtain11שֵׁ֣שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk12מָשְׁזָ֗רH7806getweerndtwine13וּתְכֵ֤לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue14וְאַרְגָּמָן֙H713purper, purperenpurple15וְתוֹלַ֣עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm16שָׁנִ֔יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)17כְּרֻבִ֛יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims18מַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought19חֹשֵׁ֖בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think20עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
9De lengte ener gordijn was van acht en twintig ellen, en de breedte ener gordijn van vier ellen; al deze gordijnen hadden een maat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9De lengteH753 ener gordijnH3407 was van achtH8083 en twintigH6242ellenH520, en de breedteH7341 ener gordijnH3407 van vierH702ellenH520; alH3605 deze gordijnenH3407 hadden eenH259maatH4060.De lengte ener gordijn was van acht en twintig ellen, en de breedte ener gordijn van vier ellen; al deze gordijnen hadden een maat.
KJVThe length1of one3curtain2was twenty5and eight4cubits,6and the breadth7of one11curtain10four8cubits:9the curtains15were all of one13size.
1אֹ֜רֶךְH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long2הַיְרִיעָ֣הH3407gordijnen, gordijncurtain3הָֽאַחַ֗תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4שְׁמֹנֶ֤הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth5וְעֶשְׂרִים֙H6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)6בָּֽאַמָּ֔הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post7וְרֹ֨חַב֙H7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness8אַרְבַּ֣עH702vier, vierhonderd, veertienfour9בָּֽאַמָּ֔הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post10הַיְרִיעָ֖הH3407gordijnen, gordijncurtain11הָאֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12מִדָּ֥הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide13אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,14לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַיְרִיעֹֽתH3407gordijnen, gordijncurtain
10En hij voegde vijf gordijnen, de ene aan de andere; en hij voegde andere vijf gordijnen, de ene aan de andere.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En hij voegdeH2266vijfH2568gordijnenH3407, de eneH259aanH413 de andere; en hij voegdeH2266 andere vijfH2568gordijnenH3407, de eneH259aanH413 de andere.En hij voegde vijf gordijnen, de ene aan de andere; en hij voegde andere vijf gordijnen, de ene aan de andere.
KJVAnd he coupled1the five3curtains4one5unto another:7and the other five8curtains9he coupled10one11unto another.
1וַיְחַבֵּר֙H2266samengevoegd, voegde, samenvoegencharm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חֲמֵ֣שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4הַיְרִיעֹ֔תH3407gordijnen, gordijncurtain5אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8וְחָמֵ֤שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)9יְרִיעֹת֙H3407gordijnen, gordijncurtain10חִבַּ֔רH2266samengevoegd, voegde, samenvoegencharm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league11אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13אֶחָֽתH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
11Daarna maakte hij striklisjes van hemelsblauw aan den kant ener gordijn, aan het uiterste in de samenvoeging; hij deed het ook aan den uitersten kant der tweede samenvoegende gordijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Daarna maakteH6213 hij striklisjesH3924 van hemelsblauwH8504aanH5921 den kantH8193 ener gordijnH3407, aan het uitersteH7098 in de samenvoegingH4225; hij deedH6213 het ook aan den uiterstenH7020kantH8193 der tweedeH8145samenvoegendeH4225gordijnH3407.Daarna maakte hij striklisjes van hemelsblauw aan den kant ener gordijn, aan het uiterste in de samenvoeging; hij deed het ook aan den uitersten kant der tweede samenvoegende gordijn.
KJVAnd he made1loops2of blue3on the edge5of one7curtain6from the selvedge8in the coupling:9likewise he made11in the uttermost14side12of another curtain,13in the coupling15of the second.
1וַיַּ֜עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לֻֽלְאֹ֣תH3924striklisjesloop3תְּכֵ֗לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue4עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5שְׂפַ֤תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words6הַיְרִיעָה֙H3407gordijnen, gordijncurtain7הָֽאֶחָ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8מִקָּצָ֖הH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle9בַּמַּחְבָּ֑רֶתH4225samenvoegende, voege, samenvoegingcoupling10כֵּ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12בִּשְׂפַ֣תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words13הַיְרִיעָ֔הH3407gordijnen, gordijncurtain14הַקִּ֣יצוֹנָ֔הH7020uitersten, kant, uitersteout-(utter-) most15בַּמַּחְבֶּ֖רֶתH4225samenvoegende, voege, samenvoegingcoupling16הַשֵּׁנִֽיתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
12Vijftig striklisjes maakte hij aan de ene gordijn, en vijftig striklisjes maakte hij aan het uiterste der gordijn; dat aan de tweede samenvoegende was; deze striklisjes vatten de ene aan de andere.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12VijftigH2572striklisjesH3924maakteH6213 hij aan de eneH259gordijnH3407, en vijftigH2572striklisjesH3924maakteH6213 hij aan het uitersteH7097 der gordijnH3407; datH834 aan de tweedeH8145samenvoegendeH4225 was; deze striklisjesH3924vattenH6901 de eneH259 aan de andere.Vijftig striklisjes maakte hij aan de ene gordijn, en vijftig striklisjes maakte hij aan het uiterste der gordijn; dat aan de tweede samenvoegende was; deze striklisjes vatten de ene aan de andere.
KJVFifty1loops2made3he in one5curtain,4and fifty6loops7made8he in the edge9of the curtain10which was in the coupling12of the second:13the loops15held14one16curtain to another.
1חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty2לֻלָאֹ֗תH3924striklisjesloop3עָשָׂה֮H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4בַּיְרִיעָ֣הH3407gordijnen, gordijncurtain5הָאֶחָת֒H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6וַחֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty7לֻלָאֹ֗תH3924striklisjesloop8עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9בִּקְצֵ֣הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)10הַיְרִיעָ֔הH3407gordijnen, gordijncurtain11אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בַּמַּחְבֶּ֣רֶתH4225samenvoegende, voege, samenvoegingcoupling13הַשֵּׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)14מַקְבִּילֹת֙H6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take15הַלֻּ֣לָאֹ֔תH3924striklisjesloop16אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18אֶחָֽתH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
13Hij maakte ook vijftig gouden haakjes, en voegde de gordijnen samen, de ene aan de andere, met deze haakjes, dat het een tabernakel werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Hij maakteH6213 ook vijftigH2572goudenH2091haakjesH7165, en voegdeH2266 de gordijnenH3407samenH259, de ene aanH413 de andere, met deze haakjesH7165, dat het een tabernakelH4908werdH1961.Hij maakte ook vijftig gouden haakjes, en voegde de gordijnen samen, de ene aan de andere, met deze haakjes, dat het een tabernakel werd.
KJVAnd he made1fifty2taches3of gold,4and coupled5the curtains7one8unto another10with the taches:11so it became one14tabernacle.
1וַיַּ֕עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2חֲמִשִּׁ֖יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty3קַרְסֵ֣יH7165haakjestache4זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5וַיְחַבֵּ֨רH2266samengevoegd, voegde, samenvoegencharm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַיְרִעֹ֜תH3407gordijnen, gordijncurtain8אַחַ֤תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11בַּקְּרָסִ֔יםH7165haakjestache12וַֽיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent14אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
14Verder maakte hij gordijnen van geiten haar, tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen maakte hij ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Verder maakteH6213 hij gordijnenH3407 van geitenH5795 haar, tot een tentH168overH5921 den tabernakelH4908; van elfH6249gordijnenH3407maakteH6213 hij ze.Verder maakte hij gordijnen van geiten haar, tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen maakte hij ze.
KJVAnd he made1curtains2of goats'3hair for the tent4over the tabernacle:6eleven7curtains9he made
1וַיַּ֨עַשׂ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2יְרִיעֹ֣תH3407gordijnen, gordijncurtain3עִזִּ֔יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid4לְאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַמִּשְׁכָּ֑ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent7עַשְׁתֵּֽיH6249elfde, elf, elfden[phrase] eleven(-th)8עֶשְׂרֵ֥הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9יְרִיעֹ֖תH3407gordijnen, gordijncurtain10עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
15De lengte ener gordijn was dertig ellen, en vier ellen de breedte ener gordijn; deze elf gordijnen hadden een maat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De lengteH753 ener gordijnH3407 was dertigH7970ellenH520, en vierH702ellenH520 de breedteH7341 ener gordijnH3407; deze elfH6249gordijnenH3407 hadden eenH259maatH4060.De lengte ener gordijn was dertig ellen, en vier ellen de breedte ener gordijn; deze elf gordijnen hadden een maat.
KJVThe length1of one3curtain2was thirty4cubits,5and four6cubits7was the breadth8of one10curtain:9the eleven13curtains15were of one12size.
16En hij voegde vijf gordijnen samen bijzonder; wederom zes dezer gordijnen bijzonder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En hij voegdeH2266vijfH2568gordijnenH3407 samen bijzonderH905; wederom zesH8337 dezer gordijnenH3407bijzonderH905.En hij voegde vijf gordijnen samen bijzonder; wederom zes dezer gordijnen bijzonder.
KJVAnd he coupled1five3curtains4by themselves, and six7curtains
1וַיְחַבֵּ֛רH2266samengevoegd, voegde, samenvoegencharm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חֲמֵ֥שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4הַיְרִיעֹ֖תH3407gordijnen, gordijncurtain5לְבָ֑דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8הַיְרִיעֹ֖תH3407gordijnen, gordijncurtain9לְבָֽדH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
17En hij maakte vijftig striklisjes aan den kant van de gordijn, de uiterste in de samenvoeging; hij maakte ook vijftig striklisjes aan den kant van de gordijn der andere samenvoeging.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij maakteH6213vijftigH2572striklisjesH3924aanH5921 den kant van de gordijnH3407, de uiterste in de samenvoegingH2279; hij maakte ook vijftigH2572striklisjesH3924aanH5921 den kant van de gordijnH3407 der andere samenvoegingH4225.En hij maakte vijftig striklisjes aan den kant van de gordijn, de uiterste in de samenvoeging; hij maakte ook vijftig striklisjes aan den kant van de gordijn der andere samenvoeging.
Ook in dit vers
kantH7020
kantH8193
KJVAnd he made1fifty3loops2upon the uttermost7edge5of the curtain6in the coupling,8and fifty9loops10made11he upon the edge13of the curtain14which coupleth15the second.
1וַיַּ֜עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לֻֽלָאֹ֣תH3924striklisjesloop3חֲמִשִּׁ֗יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty4עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5שְׂפַ֣תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words6הַיְרִיעָ֔הH3407gordijnen, gordijncurtain7הַקִּיצֹנָ֖הH7020uitersten, kant, uitersteout-(utter-) most8בַּמַּחְבָּ֑רֶתH4225samenvoegende, voege, samenvoegingcoupling9וַחֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty10לֻלָאֹ֗תH3924striklisjesloop11עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13שְׂפַ֣תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words14הַיְרִיעָ֔הH3407gordijnen, gordijncurtain15הַחֹבֶ֖רֶתH2279samenvoeging, samenvoegendewhich coupleth, coupling16הַשֵּׁנִֽיתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
18Hij maakte ook vijftig koperen haakjes, om de tent samen te voegen, dat zij een ware.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Hij maakteH6213 ook vijftigH2572koperenH5178haakjesH7165, om de tentH168 samen te voegenH2266, dat zij eenH259 ware.Hij maakte ook vijftig koperen haakjes, om de tent samen te voegen, dat zij een ware.
KJVAnd he made1fifty4taches2of brass3to couple5the tent7together,that it might be one.
1וַיַּ֛עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2קַרְסֵ֥יH7165haakjestache3נְחֹ֖שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel4חֲמִשִּׁ֑יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty5לְחַבֵּ֥רH2266samengevoegd, voegde, samenvoegencharm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent8לִֽהְיֹ֥תH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
19Ook maakte hij voor de tent een deksel van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel van dassenvellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Ook maakteH6213 hij voor de tentH168 een dekselH4372 van roodgeverfdeH119ramsvellenH352, en daarover een dekselH4372 van dassenvellenH8476.Ook maakte hij voor de tent een deksel van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel van dassenvellen.
KJVAnd he made1a covering2for the tent3of rams'5skins4dyed red,6and a covering7of badgers'9skins8above
1וַיַּ֤עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מִכְסֶה֙H4372deksel, dassendekselcovering3לָאֹ֔הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent4עֹרֹ֥תH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin5אֵלִ֖יםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree6מְאָדָּמִ֑יםH119roodgeverfde, rood, roderbe (dyed, made) red (ruddy)7וּמִכְסֵ֛הH4372deksel, dassendekselcovering8עֹרֹ֥תH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin9תְּחָשִׁ֖יםH8476dassenvellenbadger10מִלְמָֽעְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very
20Hij maakte ook aan den tabernakel berderen van staand sittimhout.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Hij maakteH6213 ook aan den tabernakelH4908berderenH7175 van staandH5975sittimhoutH7848.Hij maakte ook aan den tabernakel berderen van staand sittimhout.
KJVAnd he made1boards3for the tabernacle4of shittim6wood,5standing up.
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַקְּרָשִׁ֖יםH7175berderen, berdbench, board4לַמִּשְׁכָּ֑ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5עֲצֵ֥יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood6שִׁטִּ֖יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)7עֹמְדִֽיםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
21De lengte van een berd was tien ellen, en ene el en ene halve el was de breedte van elk berd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21De lengteH753 van een berdH7175 was tienH6235ellenH520, en ene elH520 en ene halveH2677 el was de breedteH7341 van elk berdH7175.De lengte van een berd was tien ellen, en ene el en ene halve el was de breedte van elk berd.
KJVThe length3of a board4was ten1cubits,2and the breadth8of a board9one10cubit5and a half.
1עֶ֥שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen2אַמֹּ֖תH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post3אֹ֣רֶךְH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long4הַקָּ֑רֶשׁH7175berderen, berdbench, board5וְאַמָּה֙H520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post6וַחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7הָֽאַמָּ֔הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post8רֹ֖חַבH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness9הַקֶּ֥רֶשׁH7175berderen, berdbench, board10הָאֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
22Twee houvasten had een berd, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo maakte hij het met al de berderen des tabernakels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22TweeH8147houvastenH3027 had een berdH7175, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzoH3651maakteH6213 hij het met alH3605 de berderenH7175 des tabernakelsH4908.Twee houvasten had een berd, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo maakte hij het met al de berderen des tabernakels.
Ook in dit vers
sporten ladder gezetH7947
KJVOne4board3had two1tenons,2equally distant5one6from7another:8thus did he make10for all the boards12of the tabernacle.
1שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2יָדֹ֗תH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3לַקֶּ֨רֶשׁ֙H7175berderen, berdbench, board4הָֽאֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5מְשֻׁלָּבֹ֔תH7947sporten ladder gezetequally distant, set in order6אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you10עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12קַרְשֵׁ֥יH7175berderen, berdbench, board13הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
23Hij maakte ook de berderen tot den tabernakel; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Hij maakteH6213 ook de berderenH7175 tot den tabernakelH4908; twintigH6242berderenH7175 naar de zuidzijdeH5045zuidwaartsH8486.Hij maakte ook de berderen tot den tabernakel; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts.
KJVAnd he made1boards3for the tabernacle;4twenty5boards6for the south8side7southward:
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַקְּרָשִׁ֖יםH7175berderen, berdbench, board4לַמִּשְׁכָּ֑ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)6קְרָשִׁ֔יםH7175berderen, berdbench, board7לִפְאַ֖תH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side8נֶ֥גֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)9תֵּימָֽנָהH8486zuiden, zuidwaarts, zuidenwindsouth (side, -ward, wind)
24En hij maakte veertig zilveren voeten onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En hij maakteH6213veertigH705zilverenH3701voetenH134onderH8478 de twintigH6242berderenH7175; tweeH8147voetenH134onderH8478 een berdH7175, aan zijn tweeH8147houvastenH3027, en tweeH8147voetenH134onderH8478 een anderH259berdH7175, aan zijn tweeH8147houvastenH3027.En hij maakte veertig zilveren voeten onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten.
KJVAnd forty1sockets2of silver3he made4under the twenty6boards;7two8sockets9under one12board11for his two13tenons,14and two15sockets16under another19board18for his two20tenons.
25Hij maakte ook twintig berderen aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Hij maakteH6213 ook twintigH6242berderenH7175 aan de andere zijde des tabernakelsH4908, aan den noorderhoekH6828.Hij maakte ook twintig berderen aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek.
KJVAnd for the other3side1of the tabernacle,2which is toward the north5corner,4he made6twenty7boards,
1וּלְצֶ֧לַעH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)2הַמִּשְׁכָּ֛ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent3הַשֵּׁנִ֖יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)4לִפְאַ֣תH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side5צָפ֑וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)6עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7עֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8קְרָשִֽׁיםH7175berderen, berdbench, board
26Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Met hun veertigH705zilverenH3701voetenH134; tweeH8147voetenH134onderH8478 een berdH7175, en tweeH8147voetenH134onderH8478 een anderH259berdH7175.Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd.
KJVAnd their forty1sockets2of silver;3two4sockets5under one8board,7and two9sockets10under another13board.
27Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen, maakte hij zes berderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Doch aan de zijde des tabernakelsH4908 tegen het westenH3220, maakteH6213 hij zesH8337berderenH7175.Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen, maakte hij zes berderen.
KJVAnd for the sides1of the tabernacle2westward3he made4six5boards.
1וּֽלְיַרְכְּתֵ֥יH3411zijdenborder, coast, part, quarter, side2הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent3יָ֑מָּהH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)4עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5שִׁשָּׁ֥הH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth6קְרָשִֽׁיםH7175berderen, berdbench, board
28Ook maakte hij twee berderen tot hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Ook maakteH6213 hij tweeH8147berderenH7175 tot hoekberderenH4742 des tabernakelsH4908, aan de beide zijdenH3411.Ook maakte hij twee berderen tot hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden.
KJVAnd two1boards2made3he for the corners4of the tabernacle5in the two sides.
1וּשְׁנֵ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2קְרָשִׁים֙H7175berderen, berdbench, board3עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4לִמְקֻצְעֹ֖תH4742hoekberderencorner5הַמִּשְׁכָּ֑ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent6בַּיַּרְכָתָֽיִםH3411zijdenborder, coast, part, quarter, side
29En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan deszelfs oppereinde samengevoegd met een ring; alzo deed hij met die beide, aan de twee hoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En zij waren van benedenH4295 als tweelingenH3162samengevoegdH8382, zij waren ook als tweelingenH8382aanH413 deszelfs oppereindeH7218 samengevoegd met eenH259ringH2885; alzoH3651deedH6213 hij met die beideH8147, aanH413 de tweeH8147hoekenH4740.En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan deszelfs oppereinde samengevoegd met een ring; alzo deed hij met die beide, aan de twee hoeken.
KJVAnd they were coupled2beneath,3and coupled6together4at the head8thereof, to one11ring:10thus he did13to both14of them in both15the corners.
1וְהָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2תוֹאֲמִם֮H8382tweelingen samengevoegd, samengevoegd, tezamen tweelingen voortbrengencoupled (together), bear twins3מִלְּמַטָּה֒H4295beneden, nederwaarts, laagbeneath, down(-ward), less, very low, under(-neath)4וְיַחְדָּ֗וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal5יִהְי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6תַמִּים֙H8382tweelingen samengevoegd, samengevoegd, tezamen tweelingen voortbrengencoupled (together), bear twins7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8רֹאשׁ֔וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַטַּבַּ֖עַתH2885ringen, ring, vingerringring11הָאֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you13עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14לִשְׁנֵיהֶ֔םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15לִשְׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two16הַמִּקְצֹעֹֽתH4740hoek, hoeken, hoekberderencorner, turning
30Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Alzo warenH1961 er achtH8083berderenH7175 met hun zilverenH3701voetenH134, zijnde zestienH8337voetenH134: tweeH8147voetenH134onderH8478 elk berdH7175.Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd.
KJVAnd there were eight2boards;3and their sockets4were sixteen6sockets8of silver,5under every15board14two9sockets.10
31Hij maakte ook richelen van sittimhout; vijf aan de berderen der ene zijde des tabernakels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Hij maakteH6213 ook richelenH1280 van sittimhoutH7848; vijfH2568 aan de berderenH7175 der eneH259 zijde des tabernakelsH4908;Hij maakte ook richelen van sittimhout; vijf aan de berderen der ene zijde des tabernakels;
KJVAnd he made1bars2of shittim4wood;3five5for the boards6of the one9side7of the tabernacle,
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְּרִיחֵ֖יH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive3עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)5חֲמִשָּׁ֕הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)6לְקַרְשֵׁ֥יH7175berderen, berdbench, board7צֶֽלַעH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)8הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9הָאֶחָֽתH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
32En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En vijfH2568richelenH1280 aan de berderenH7175 van de andere zijde des tabernakelsH4908; alsook vijfH2568richelenH1280 aan de berderenH7175 des tabernakelsH4908, aan de beide zijdenH3411westwaartsH3220.En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.
KJVAnd five1bars2for the boards3of the other6side4of the tabernacle,5and five7bars8for the boards9of the tabernacle10for the sides11westward.
33En hij maakte de middelste richel doorschietende in het midden der berderen, van het ene einde tot het andere einde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En hij maakteH6213 de middelsteH8484richelH1280doorschietendeH1272 in het middenH8432 der berderenH7175, vanH4480 het ene eindeH7097totH413 het andere eindeH7097.En hij maakte de middelste richel doorschietende in het midden der berderen, van het ene einde tot het andere einde.
KJVAnd he made1the middle4bar3to shoot5through6the boards7from the one end9to the other.
1וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבְּרִ֣יחַH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive4הַתִּיכֹ֑ןH8484middelste, middelvoorhofmiddle(-most), midst5לִבְרֹ֨חַ֙H1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot6בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)7הַקְּרָשִׁ֔יםH7175berderen, berdbench, board8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַקָּצֶ֖הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַקָּצֶֽהH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)
34En hij overtrok de berderen met goud, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) maakte hij van goud; de richelen overtrok hij ook met goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En hij overtrokH6823 de berderenH7175 met goudH2091, en hun ringenH2885 (de plaatsenH1004 voor de richelenH1280) maakteH6213 hij van goudH2091; de richelen overtrokH6823 hij ook met goudH2091.En hij overtrok de berderen met goud, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) maakte hij van goud; de richelen overtrok hij ook met goud.
KJVAnd he overlaid3the boards2with gold,4and made7their rings6of gold8to be places9for the bars,10and overlaid11the bars13with gold.
1וְֽאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַקְּרָשִׁ֞יםH7175berderen, berdbench, board3צִפָּ֣הH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay4זָהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6טַבְּעֹתָם֙H2885ringen, ring, vingerringring7עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9בָּתִּ֖יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10לַבְּרִיחִ֑םH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive11וַיְצַ֥ףH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַבְּרִיחִ֖םH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive14זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
35Daarna maakte hij een voorhang van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk maakte hij denzelven, met cherubim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Daarna maakteH6213 hij een voorhangH6532 van hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, en fijn getweerndH7806linnenH8336; van het allerkunstelijksteH2803werkH4639maakteH6213 hij denzelven, met cherubimH3742.Daarna maakte hij een voorhang van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk maakte hij denzelven, met cherubim.
KJVAnd he made1a vail3of blue,4and purple,5and scarlet,7and fine twined9linen:8with cherubims14made12he it of cunning11work.
1וַיַּ֨עַשׂ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַפָּרֹ֔כֶתH6532voorhang, voorhangsvail4תְּכֵ֧לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue5וְאַרְגָּמָ֛ןH713purper, purperenpurple6וְתוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm7שָׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)8וְשֵׁ֣שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk9מָשְׁזָ֑רH7806getweerndtwine10מַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought11חֹשֵׁ֛בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think12עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כְּרֻבִֽיםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims
36En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En hij maakteH6213 daartoe vierH702pilarenH5982 van sittimH7848 hout, die hij overtrokH6823 met goudH2091; hun hakenH2053 waren van goudH2091, en hij gootH3332 hun vierH702zilverenH3701voetenH134.En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.
KJVAnd he made1thereunto four3pillars4of shittim5wood, and overlaid6them with gold:7their hooks8were of gold;9and he cast10for them four12sockets13of silver.
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לָ֗הּ3אַרְבָּעָה֙H702vier, vierhonderd, veertienfour4עַמּוּדֵ֣יH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar5שִׁטִּ֔יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)6וַיְצַפֵּ֣םH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay7זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather8וָוֵיהֶ֖םH2053hakenhook9זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather10וַיִּצֹ֣קH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast11לָהֶ֔ם12אַרְבָּעָ֖הH702vier, vierhonderd, veertienfour13אַדְנֵיH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket14כָֽסֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)
37Hij maakte ook aan de deur der tent een deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Hij maakteH6213 ook aan de deurH6607 der tentH168 een dekselH4539 van hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, en fijn getweerndH7806linnenH8336, geborduurdH7551werkH4639;Hij maakte ook aan de deur der tent een deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk;
KJVAnd he made1an hanging2for the tabernacle4door3of blue,5and purple,6and scarlet,8and fine twined10linen,9of needlework;12
38En de vijf pilaren daarvan, en hun haken; en hij overtrok hun hoofden en derzelver banden met goud; en hun vijf voeten waren van koper.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En de vijfH2568pilarenH5982 daarvan, en hun hakenH2053; en hij overtrokH6823 hun hoofdenH7218 en derzelver bandenH2838 met goudH2091; en hun vijfH2568voetenH134 waren van koperH5178.En de vijf pilaren daarvan, en hun haken; en hij overtrok hun hoofden en derzelver banden met goud; en hun vijf voeten waren van koper.
KJVAnd the five3pillars2of it with their hooks:5and he overlaid6their chapiters7and their fillets8with gold:9but their five11sockets10were of brass.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2עַמּוּדָ֤יוH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar3חֲמִשָּׁה֙H2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5וָ֣וֵיהֶ֔םH2053hakenhook6וְצִפָּ֧הH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay7רָאשֵׁיהֶ֛םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8וַחֲשֻׁקֵיהֶ֖םH2838bandenfillet9זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather10וְאַדְנֵיהֶ֥םH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket11חֲמִשָּׁ֖הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)12נְחֹֽשֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 36:1— Toen wrocht Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in denwelken de HEERE wijsheid en verstand gegeven had, om te weten, hoe zij maken zouden alle werk ten dienste des heiligdoms naar alles, dat de HEERE geboden had.Exodus 28:3→Exodus 25:8→Exodus 35:30→Psalmen 119:6→Lukas 1:6→Exodus 36:3→Numeri 7:9→Hebreeën 8:2→
Exodus 36:2— Want Mozes had geroepen Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in wiens hart God wijsheid gegeven had, al wiens hart hem bewogen had, dat hij toetrad tot het werk, om dat te maken.Exodus 31:6→1 Kronieken 29:5→Exodus 25:2→Exodus 35:21→Handelingen 14:23→Hebreeën 5:4→Kolossenzen 4:17→Exodus 28:3→
Exodus 36:3— Zij dan namen van voor het aangezicht van Mozes het ganse hefoffer, hetwelk de kinderen Israels gebracht hadden, tot het werk van den dienst des heiligdoms, om dat te maken; doch zij brachten tot hem nog allen morgen vrijwillig offer.Exodus 35:29→Jeremia 21:12→Exodus 35:27→Psalmen 101:8→Psalmen 5:3→Jesaja 50:4→Exodus 35:5→Spreuken 8:15→
Exodus 36:4— Derhalve kwamen alle wijzen, die al het werk des heiligdoms maakten, ieder man van zijn werk, hetwelk zij maakten;1 Korinthe 3:10→Lukas 12:42→Mattheüs 24:45→2 Kronieken 24:13→
Exodus 36:5— En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste des werks, hetwelk de HEERE te maken geboden heeft.2 Kronieken 24:14→2 Korinthe 8:2→2 Kronieken 31:6→Exodus 32:3→Filippenzen 4:17→Filippenzen 2:21→
Exodus 36:7— Want der stoffe was denzelven genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over.2 Kronieken 31:10→
Exodus 36:8— Alzo maakte een ieder wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, den tabernakel van tien gordijnen, van getweernd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstelijkste werk maakte hij ze.Exodus 25:22→Exodus 35:10→Exodus 26:1→1 Kronieken 15:1→Exodus 31:6→Exodus 25:18→Ezechiël 1:5→Ezechiël 10:1→
Exodus 36:10— En hij voegde vijf gordijnen, de ene aan de andere; en hij voegde andere vijf gordijnen, de ene aan de andere.Exodus 26:3→Psalmen 122:3→Efeze 1:23→Efeze 4:2→Sefanja 3:9→Filippenzen 3:15→Filippenzen 2:2→Handelingen 2:1→
Exodus 36:11— Daarna maakte hij striklisjes van hemelsblauw aan den kant ener gordijn, aan het uiterste in de samenvoeging; hij deed het ook aan den uitersten kant der tweede samenvoegende gordijn.Exodus 26:4→
Exodus 36:12— Vijftig striklisjes maakte hij aan de ene gordijn, en vijftig striklisjes maakte hij aan het uiterste der gordijn; dat aan de tweede samenvoegende was; deze striklisjes vatten de ene aan de andere.Exodus 26:5→Exodus 26:10→
Exodus 36:13— Hij maakte ook vijftig gouden haakjes, en voegde de gordijnen samen, de ene aan de andere, met deze haakjes, dat het een tabernakel werd.Efeze 2:20→1 Korinthe 12:20→1 Petrus 2:4→
Exodus 36:14— Verder maakte hij gordijnen van geiten haar, tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen maakte hij ze.Exodus 26:7→
Exodus 36:19— Ook maakte hij voor de tent een deksel van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel van dassenvellen.Exodus 26:14→
Exodus 36:20— Hij maakte ook aan den tabernakel berderen van staand sittimhout.Exodus 25:5→Exodus 40:18→Numeri 25:1→Deuteronomium 10:3→Exodus 26:15→Exodus 25:10→
Exodus 36:27— Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen, maakte hij zes berderen.Exodus 26:22→Exodus 26:27→
Exodus 36:29— En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan deszelfs oppereinde samengevoegd met een ring; alzo deed hij met die beide, aan de twee hoeken.Efeze 4:15→Psalmen 122:3→Psalmen 133:1→1 Korinthe 1:10→Efeze 2:15→Efeze 4:2→2 Korinthe 1:10→Handelingen 2:46→
Exodus 36:30— Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd.Exodus 26:25→
Exodus 36:31— Hij maakte ook richelen van sittimhout; vijf aan de berderen der ene zijde des tabernakels;Exodus 26:26→Exodus 30:5→Exodus 25:28→
Exodus 36:32— En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.Exodus 26:26→
Exodus 36:35— Daarna maakte hij een voorhang van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk maakte hij denzelven, met cherubim.Mattheüs 27:51→Exodus 26:31→Exodus 30:6→Exodus 40:21→Hebreeën 10:20→
Exodus 36:36— En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.Jeremia 1:18→
Exodus 36:37— Hij maakte ook aan de deur der tent een deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk;Exodus 26:36→Exodus 40:28→
Exodus 36:38— En de vijf pilaren daarvan, en hun haken; en hij overtrok hun hoofden en derzelver banden met goud; en hun vijf voeten waren van koper.Exodus 27:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 36 vers 3— Zij dan namen van voor het aangezicht van Mozes het ganse hefoffer, hetwelk de kinderen Israels gebracht hadden, tot het werk van den dienst des heiligdoms, om dat te maken; doch zij brachten tot hem nog allen morgen vrijwillig offer.
hefoffer,
Als, goud, zilver, koper, enz.
Hertaald:hefoffer,
Zoals goud, zilver, koper, enzovoort.
allen morgen vrijwillig offer
Hebreeuws, in den morgen in den morgen.
Hertaald:allen morgen vrijwillig offer
Hebreeuws: in de morgen, in de morgen.
Exodus 36 vers 4— Derhalve kwamen alle wijzen, die al het werk des heiligdoms maakten, ieder man van zijn werk, hetwelk zij maakten;
ieder man van zijn werk,
Hebreeuws, man man.
Hertaald:ieder man van zijn werk,
Hebreeuws: man man.
Exodus 36 vers 5— En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste des werks, hetwelk de HEERE te maken geboden heeft.
Het volk brengt te veel,
Hebreeuws, het volk vermenigvuldigt te brengen; of, vermenigvuldigende brengt het volk.
Hertaald:Het volk brengt te veel,
Hebreeuws: het volk brengt te veel; of: steeds meer brengt het volk.
Exodus 36 vers 6— Toen gebood Mozes, dat men een stem zoude laten gaan door het leger, zeggende: Man noch vrouw make geen werk meer ten hefoffer des heiligdoms! Alzo werd het volk teruggehouden van meer te brengen.
een stem zoude laten gaan door het leger,
Dat is, een gebod, uitroeping, proclamatie, plakkaat.
Hertaald:een stem zoude laten gaan door het leger,
Dat is: een gebod, afkondiging, proclamatie.
make geen werk meer
Dat is, bereiden geen stof meer tot dit werk.
Hertaald:make geen werk meer
Dat is: bereidt geen materiaal meer voor dit werk.
Exodus 36 vers 7— Want der stoffe was denzelven genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over.
der stoffe was
Hebreeuws, des werks; dat is, de stof of materie, tot het werk, gelijk vs.6.
Hertaald:der stoffe was
Hebreeuws: van het werk; dat is: het materiaal voor het werk, zoals in vers 6.
denzelven genoeg
Te weten, den kunstigen werkmeester.
Hertaald:denzelven genoeg
Namelijk: voor de vakkundige werkmeester.
Exodus 36 vers 8— Alzo maakte een ieder wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, den tabernakel van tien gordijnen, van getweernd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstelijkste werk maakte hij ze.
tabernakel van tien gordijnen,
De tabernakel is het eerst gemaakt, ofschoon Ex. 25 de ark, de tafel en de kandelaar vóór den tabernakel genoemd worden, want daarin moest al het gereedschap staan.
Hertaald:tabernakel van tien gordijnen,
De tabernakel werd het eerst gemaakt, al worden in Ex. 25 de ark, de tafel en de kandelaar vóór de tabernakel genoemd, omdat daarin al het gereedschap moest staan.
Exodus 36 vers 9— De lengte ener gordijn was van acht en twintig ellen, en de breedte ener gordijn van vier ellen; al deze gordijnen hadden een maat.
één maat.
Zo in de breedte, als in de lengte.
Hertaald:één maat.
Zowel in breedte als in lengte.
Exodus 36 vers 14— Verder maakte hij gordijnen van geiten haar, tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen maakte hij ze.
een tent over den tabernakel;
Tent, betekent hier zoveel als een dak of deksel.
Hertaald:een tent over den tabernakel;
Tent betekent hier zoveel als een dak of dekkleed.
Exodus 36 vers 22— Twee houvasten had een berd, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo maakte hij het met al de berderen des tabernakels.
houvasten had een berd,
Hebreeuws, handen.
Hertaald:houvasten had een berd,
Hebreeuws: handen.
Exodus 36 vers 30— Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd.
twee voeten onder elk berd
Hebreeuws, twee voeten, twee voeten onder één berd.
Hertaald:twee voeten onder elk berd
Hebreeuws: twee voeten, twee voeten onder één plaat.
Exodus 36 vers 35— Daarna maakte hij een voorhang van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk maakte hij denzelven, met cherubim.
een voorhang van hemelsblauw,
Dit voorhangsel maakte een scheiding tussen het heilige en het heilige der heiligen.
Hertaald:een voorhang van hemelsblauw,
Dit voorhangsel vormde een scheiding tussen het heilige en het heilige der heiligen.
Exodus 36 vers 37— Hij maakte ook aan de deur der tent een deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk;
een deksel van hemelsblauw,
Dit was een ander deksel, onderscheiden van het voorhangsel, vs.35.
Hertaald:een deksel van hemelsblauw,
Dit was een ander dekkleed, te onderscheiden van het voorhangsel, vers 35.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Bezaleël — in de schaduw (bescherming) van God
De zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda. De HEERE riep hem met name en vervulde hem met de Geest van God, met wijsheid, verstand en kennis in allerlei vakmanschap, om het kunstwerk van de tabernakel en al haar gerei te ontwerpen en te vervaardigen (Ex. 31:1-5). Hij was de hoofdverantwoordelijke kunstenaar, en maakte onder meer de ark van het verbond zelf (Ex. 37:1).
Aholiab — tent van de vader
De zoon van Ahisamach, uit de stam Dan, die de HEERE aan Bezaleël toevoegde om hem te helpen bij het werk aan de tabernakel (Ex. 31:6). Hij was bijzonder bedreven in het weven en borduren, en had samen met Bezaleël ook de gave om anderen in dit werk te onderwijzen (Ex. 35:34-35).
Toen de beide genoemde werkmeesters zich aan hun arbeid willen begeven en alle kunstwerkers, die zich opgewekt voelen, het werk onder de leiding van de eersten te verrichten, zich bij hen voegden, gaf Mozes hun de reeds door het volk aangebrachte hefoffers; iedere morgen wordt hier nog zo veel bijgevoegd, dat de arbeiders verklaren, dat er nu meer dan genoeg bouwstoffen voorhanden zijn, waarop het verder bijdragen ophoudt.
1. Toen wrocht, 1) maakte zich tot de arbeid gereed, Bezßleël en Ahóliab, en iedereen, die wijs van hart was, aan wie de HEERE wijsheid en verstand gegeven had, om te weten, hoe zij maken zouden elk werk ten dienste van het heiligdom naar alles, dat de HEERE geboden had.
1) Of, Zo maken.
2. Want Mozes had geroepen Bezßleël en Ahóliab, en iedereen, die wijs van hart was, in wiens hart God wijsheid gegeven had, al wiens hart hem bewogen had, dat hij toetrad (hoofdstuk 35:10) tot het werk, om dat te maken.
3. Zij dan namen van voor het aangezicht van Mozes het gehele hefoffer, dat de kinderen van Israël gebracht hadden, tot het werk van de dienst van het heiligdom, omdat te maken; daarmee had echter de toevloed (hoofdstuk 35:20 vv.), van bouwstoffen nog geenszins een einde; doch zij brachten tot hem ook verder, als het werk reeds aangevangen was, nog elke morgen vrijwillig offer.
4. Daarom kwamen alle wijzen, die al het werk van het heiligdom maakten, ieder man van zijn werk, dat zij maakten.
5. En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste van het werk, dat de HEERE geboden heeft te maken.
6. Toen gebood Mozes, dat men een stem zou gaan laten door het leger, zeggende: Man noch vrouw maakt geen werk meer ten hefoffer voor het heiligdom! Zo werd het volkteruggehouden meer te brengen.
7. Want aan stof was er overvloedig genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over; 1) er was meer dan men nodig had.
1) De ijver van het volk van het Oude Testament was zeer te roemen, daar zij zó vrijwillig en overvloedig hun kostbaarheden en wat verder voor het heiligdom nodig was, aanbrachten, dat hun nog moest gezegd worden, dat er niets meer nodig was. Hiermee hebben zij enigermate hun zonde van afgoderij willen goed maken, waartoe zij ook zo bereidwillig hun vermogen hadden gegeven (hoofdstuk 32:3). Het is zeer beschamend voor het volk en de gemeenten onder het Nieuwe Testament, dat men zo karig tezamen brengt, wanneer tot bevordering van een geestelijk heiligdom ook het tijdelijk vermogen gevorderd wordt.
II. Vers 8-38
Bij de volvoering van het werk wordt het eerst het bouwen van de woning zelf ondernomen; vooraf worden de tapijten en deksels, dan de stijlen en richels, hierop de beide voorhangsels met de zuilen, haken en staven gereed gemaakt, geheel overeenkomstig de bepalingen (hoofdstuk 26).
8. Alzo maakte een iedere wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, naar Bezßleëls en Ahóliabs leiding, de tabernakel, de voor de binnenste wanden bestemde eerste bedeksels (hoofdstuk 26:1-16), van tien gordijnen, van getwijnd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstigste werk maakte hij ze, naar de regels van de kunst weefden zij cherubbeelden en andere figuren in de grondstof.
9. a) De lengte van een gordijn was van acht en twintig el, en de breedte van een gordijn van vier el; al deze gordijnen hadden één maat.
a) Ex.26:2
10. En hij, Bezßleël, met behulp van zijn arbeiders, voegde voor een afdeling vijf gordijnen, het een aan het andere; en hij voegde de vijf andere gordijnen, het een aan het andere.
11. a) Daarna maakte hij strikjes van hemelsblauw aan de kant het ene gordijn, aan de zoom van elk van de beide tapijten, aan het uiterste in de samenvoeging; hij deed het ook aan de uiterste kant van het tweede samenvoegende gordijn.
a) Ex.26:4
12. a) Vijftig strikjes maakte hij aan het ene gordijn, en vijftig strikjes maakte hij aan het uiterste van het gordijn; dat aan de tweede samengevoegd was; b) deze strikjes vatten het een aan het andere, zó, dat de lussen van het ene tapijt juist tegenover die van het andere stonden.
a) Ex.26:10 b) Ex.26:5
13. Hij maakte ook vijftig gouden haakjes, en voegde de gordijnen van de een en van de andere afdeling samen, de een aan de andere, met deze haakjes, dat het een tabernakel, een de gezamelijke wanden van de woning overkledend tapijt werd.
a) Ex.26:6
14. Verder maakte hij gordijnen van geitehaar, tot een tent, tot een bedeksel over de tabernakel, geheel naar de bepalingen (hoofdstuk 26:7-11); van elf gordijnen maakte hij ze.
15. De lengte van een gordijn was dertig el, en vier el de breedte van een gordijn; deze elf gordijnen hadden een maat.
16. En hij voegde vijf gordijnen samen op bijzondere wijze; wederom zes van deze gordijnen op bijzondere wijze, want ook dit bedeksel moest evenals de andere tapijten, uit twee, hoewel niet even grote afdelingen bestaan.
17. En hij maakte vijftig strikjes aan de kant van het gordijn, die de uiterste in de samenvoeging was; hij maakte ook vijftig strikjes aan de kant van het gordijn van de andere samenvoeging, om deze met de vorige te verbinden.
18. Hij maakte ook vijftig koperen haakjes om de tent, dit tot uitwendige overkleding bestemd en uit twee afdelingen bestaand bedeksel, samen te voegen, dat zij één ware.
19. a) Ook maakte hij voor de tent, om over de buitenste omkleding van de tent te doen, een deksel van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel vandassenvellen.
a) Ex.26:14
20. Hij maakte ook, nadat hij zo alle vier de deksels gereed had, aan de tabernakel stijlen van staand sittimhout om daarover die deksels te hangen, deze stijlen werden naast elkaar in de hoogte gesteld (Ex.26:15-30).
21. a) De lengte van een stijl was tien el, en anderhalve el was de breedte van elke stijl.
a) Ex.26:16
22. a) Twee houvasten had een stijl, als sporten in een ladder gezet, het een naast het andere, om daardoor aan de stijl, dat ernaast geplaats werd te worden verbonden; zo deed hij het met al de stijlen van de tabernakel.
a) Ex.26:17
23. a) Hij maakte ook (alzo) de stijlen tot de tabernakel: twintig stijlen naar de zuidzijde zuidwaarts.
a) Ex.26:18
24. a) En hij maakte veertig zilveren voeten onder de twintig stijlen; twee voeten onder een stijl, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een andere stijl, aan zijn twee houvasten.
a) Ex.26:19
25. a) Hij maakte ook twintig stijlen aan de andere zijde van de tabernakel, aan de noordhoek.
a) Ex.26:20
26. a) Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een stijl, en twee voeten onder een andere stijl.
a) Ex.26:21
27. a) Doch aan de westzijde van de tabernakel, maakte hij zes stijlen.
a) Ex.26:22
28. a) Ook maakte hij twee stijlen tot hoekstijlen van de tabernakel, aan de beide zijden.
a) Ex.26:23
29. a) En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan diens boveneinde samengevoegd met een ring; zo deed hij met die beide aan de twee hoeken.
a) Ex.26:24
30. a) Alzo waren er in het geheel aan de achterzijde acht stijlen, waarvan de beide uiterste tevens de slotkanten van de beide zijwanden bedekten, zodat deachterzijde slechts 10 el lengte in het licht had; hij maakte ze met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elke stijl.
a) Ex.26:25
31. a) Hij maakte ook richels van sittimhout, die de stijlen, welke door middel van de houvasten in de onderstukken vaststonden, samenhielden; vijf aan de stijlen van de ene zijde van de tabernakel.
a) Ex.26:26
32. a) En vijf richels aan de stijlen van de andere zijde van de tabernakel, als ook vijf richels aan de stijlen van de tabernakel, aan de beide zijden westwaarts.
a) Ex.26:27
33. a) En hij maakte de middelste richel doorschietende in het midden van de stijlen; hij maakte de middelste van deze driemaal vijf richels zó, dat zij midden door de doorboorde stijlen heengingen, van het ene einde tot het andere einde.
a) Ex.26:28
34. a) En hij overtrok de stijlen met goud, en hun ringen (de plaatsen voor de richels) maakte hij van massief goud; de richels overtrok hij evenals de stijlen ook met goud.
a) Ex.26:29
35. Daarna maakte hij, om het Allerheilige van het Heilige te scheiden, een voorhang (Ex.26:31-33) van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen; van het allerkunstigste werk maakte hij die, met cherubim en andere beelden bewerkt.
36. a) En hij maakte daartoe vier pilaren van sittimhout, die hij overtrok met goud; hun haken, waarmee het opgehangen werd, waren van goud en hij goot hun vier zilveren voeten, onderstukken, in de gaten waarvan de pilaren geplaatst werden.
a) Ex.26:32
37. a) Hij maakte ook aan de deur van de tent, als voorhangsel voor de voorste ingang, een deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen, geborduurd werk, met strepen of blokken geweven.
a) Ex.26:36
38. a) En de vijf pilaren daarvan, en hun haken, om het tapijt vast te maken; en hij overtrok hun hoofden of kapitelen, en diens banden met goud; en hun vijf voeten, waarin de pilaren moesten staan, waren van koper.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 36
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
DE DELEN VAN HET HEILIGDOM WORDEN VERVAARDIGD.
I. Vers 1-7
Toen de beide genoemde werkmeesters zich aan hun arbeid willen begeven en alle kunstwerkers, die zich opgewekt voelen, het werk onder de leiding van de eersten te verrichten, zich bij hen voegden, gaf Mozes hun de reeds door het volk aangebrachte hefoffers; iedere morgen wordt hier nog zo veel bijgevoegd, dat de arbeiders verklaren, dat er nu meer dan genoeg bouwstoffen voorhanden zijn, waarop het verder bijdragen ophoudt.
1. Toen wrocht, 1) maakte zich tot de arbeid gereed, Bezßleël en Ahóliab, en iedereen, die wijs van hart was, aan wie de HEERE wijsheid en verstand gegeven had, om te weten, hoe zij maken zouden elk werk ten dienste van het heiligdom naar alles, dat de HEERE geboden had.
1) Of, Zo maken.
2. Want Mozes had geroepen Bezßleël en Ahóliab, en iedereen, die wijs van hart was, in wiens hart God wijsheid gegeven had, al wiens hart hem bewogen had, dat hij toetrad (hoofdstuk 35:10) tot het werk, om dat te maken.
3. Zij dan namen van voor het aangezicht van Mozes het gehele hefoffer, dat de kinderen van Israël gebracht hadden, tot het werk van de dienst van het heiligdom, omdat te maken; daarmee had echter de toevloed (hoofdstuk 35:20 vv.), van bouwstoffen nog geenszins een einde; doch zij brachten tot hem ook verder, als het werk reeds aangevangen was, nog elke morgen vrijwillig offer.
4. Daarom kwamen alle wijzen, die al het werk van het heiligdom maakten, ieder man van zijn werk, dat zij maakten.
5. En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste van het werk, dat de HEERE geboden heeft te maken.
6. Toen gebood Mozes, dat men een stem zou gaan laten door het leger, zeggende: Man noch vrouw maakt geen werk meer ten hefoffer voor het heiligdom! Zo werd het volkteruggehouden meer te brengen.
7. Want aan stof was er overvloedig genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over; 1) er was meer dan men nodig had.
1) De ijver van het volk van het Oude Testament was zeer te roemen, daar zij zó vrijwillig en overvloedig hun kostbaarheden en wat verder voor het heiligdom nodig was, aanbrachten, dat hun nog moest gezegd worden, dat er niets meer nodig was. Hiermee hebben zij enigermate hun zonde van afgoderij willen goed maken, waartoe zij ook zo bereidwillig hun vermogen hadden gegeven (hoofdstuk 32:3). Het is zeer beschamend voor het volk en de gemeenten onder het Nieuwe Testament, dat men zo karig tezamen brengt, wanneer tot bevordering van een geestelijk heiligdom ook het tijdelijk vermogen gevorderd wordt.
II. Vers 8-38
Bij de volvoering van het werk wordt het eerst het bouwen van de woning zelf ondernomen; vooraf worden de tapijten en deksels, dan de stijlen en richels, hierop de beide voorhangsels met de zuilen, haken en staven gereed gemaakt, geheel overeenkomstig de bepalingen (hoofdstuk 26).
8. Alzo maakte een iedere wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, naar Bezßleëls en Ahóliabs leiding, de tabernakel, de voor de binnenste wanden bestemde eerste bedeksels (hoofdstuk 26:1-16), van tien gordijnen, van getwijnd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstigste werk maakte hij ze, naar de regels van de kunst weefden zij cherubbeelden en andere figuren in de grondstof.
9. a) De lengte van een gordijn was van acht en twintig el, en de breedte van een gordijn van vier el; al deze gordijnen hadden één maat.
a) Ex.26:2
10. En hij, Bezßleël, met behulp van zijn arbeiders, voegde voor een afdeling vijf gordijnen, het een aan het andere; en hij voegde de vijf andere gordijnen, het een aan het andere.
11. a) Daarna maakte hij strikjes van hemelsblauw aan de kant het ene gordijn, aan de zoom van elk van de beide tapijten, aan het uiterste in de samenvoeging; hij deed het ook aan de uiterste kant van het tweede samenvoegende gordijn.
a) Ex.26:4
12. a) Vijftig strikjes maakte hij aan het ene gordijn, en vijftig strikjes maakte hij aan het uiterste van het gordijn; dat aan de tweede samengevoegd was; b) deze strikjes vatten het een aan het andere, zó, dat de lussen van het ene tapijt juist tegenover die van het andere stonden.
a) Ex.26:10 b) Ex.26:5
13. Hij maakte ook vijftig gouden haakjes, en voegde de gordijnen van de een en van de andere afdeling samen, de een aan de andere, met deze haakjes, dat het een tabernakel, een de gezamelijke wanden van de woning overkledend tapijt werd.
a) Ex.26:6
14. Verder maakte hij gordijnen van geitehaar, tot een tent, tot een bedeksel over de tabernakel, geheel naar de bepalingen (hoofdstuk 26:7-11); van elf gordijnen maakte hij ze.
15. De lengte van een gordijn was dertig el, en vier el de breedte van een gordijn; deze elf gordijnen hadden een maat.
16. En hij voegde vijf gordijnen samen op bijzondere wijze; wederom zes van deze gordijnen op bijzondere wijze, want ook dit bedeksel moest evenals de andere tapijten, uit twee, hoewel niet even grote afdelingen bestaan.
17. En hij maakte vijftig strikjes aan de kant van het gordijn, die de uiterste in de samenvoeging was; hij maakte ook vijftig strikjes aan de kant van het gordijn van de andere samenvoeging, om deze met de vorige te verbinden.
18. Hij maakte ook vijftig koperen haakjes om de tent, dit tot uitwendige overkleding bestemd en uit twee afdelingen bestaand bedeksel, samen te voegen, dat zij één ware.
19. a) Ook maakte hij voor de tent, om over de buitenste omkleding van de tent te doen, een deksel van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel vandassenvellen.
a) Ex.26:14
20. Hij maakte ook, nadat hij zo alle vier de deksels gereed had, aan de tabernakel stijlen van staand sittimhout om daarover die deksels te hangen, deze stijlen werden naast elkaar in de hoogte gesteld (Ex.26:15-30).
21. a) De lengte van een stijl was tien el, en anderhalve el was de breedte van elke stijl.
a) Ex.26:16
22. a) Twee houvasten had een stijl, als sporten in een ladder gezet, het een naast het andere, om daardoor aan de stijl, dat ernaast geplaats werd te worden verbonden; zo deed hij het met al de stijlen van de tabernakel.
a) Ex.26:17
23. a) Hij maakte ook (alzo) de stijlen tot de tabernakel: twintig stijlen naar de zuidzijde zuidwaarts.
a) Ex.26:18
24. a) En hij maakte veertig zilveren voeten onder de twintig stijlen; twee voeten onder een stijl, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een andere stijl, aan zijn twee houvasten.
a) Ex.26:19
25. a) Hij maakte ook twintig stijlen aan de andere zijde van de tabernakel, aan de noordhoek.
a) Ex.26:20
26. a) Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een stijl, en twee voeten onder een andere stijl.
a) Ex.26:21
27. a) Doch aan de westzijde van de tabernakel, maakte hij zes stijlen.
a) Ex.26:22
28. a) Ook maakte hij twee stijlen tot hoekstijlen van de tabernakel, aan de beide zijden.
a) Ex.26:23
29. a) En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan diens boveneinde samengevoegd met een ring; zo deed hij met die beide aan de twee hoeken.
a) Ex.26:24
30. a) Alzo waren er in het geheel aan de achterzijde acht stijlen, waarvan de beide uiterste tevens de slotkanten van de beide zijwanden bedekten, zodat deachterzijde slechts 10 el lengte in het licht had; hij maakte ze met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elke stijl.
a) Ex.26:25
31. a) Hij maakte ook richels van sittimhout, die de stijlen, welke door middel van de houvasten in de onderstukken vaststonden, samenhielden; vijf aan de stijlen van de ene zijde van de tabernakel.
a) Ex.26:26
32. a) En vijf richels aan de stijlen van de andere zijde van de tabernakel, als ook vijf richels aan de stijlen van de tabernakel, aan de beide zijden westwaarts.
a) Ex.26:27
33. a) En hij maakte de middelste richel doorschietende in het midden van de stijlen; hij maakte de middelste van deze driemaal vijf richels zó, dat zij midden door de doorboorde stijlen heengingen, van het ene einde tot het andere einde.
a) Ex.26:28
34. a) En hij overtrok de stijlen met goud, en hun ringen (de plaatsen voor de richels) maakte hij van massief goud; de richels overtrok hij evenals de stijlen ook met goud.
a) Ex.26:29
35. Daarna maakte hij, om het Allerheilige van het Heilige te scheiden, een voorhang (Ex.26:31-33) van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen; van het allerkunstigste werk maakte hij die, met cherubim en andere beelden bewerkt.
36. a) En hij maakte daartoe vier pilaren van sittimhout, die hij overtrok met goud; hun haken, waarmee het opgehangen werd, waren van goud en hij goot hun vier zilveren voeten, onderstukken, in de gaten waarvan de pilaren geplaatst werden.
a) Ex.26:32
37. a) Hij maakte ook aan de deur van de tent, als voorhangsel voor de voorste ingang, een deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getwijnd linnen, geborduurd werk, met strepen of blokken geweven.
a) Ex.26:36
38. a) En de vijf pilaren daarvan, en hun haken, om het tapijt vast te maken; en hij overtrok hun hoofden of kapitelen, en diens banden met goud; en hun vijf voeten, waarin de pilaren moesten staan, waren van koper.
a) Ex.26:37
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel