Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Voorts sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, trek op van hier, gij en het volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, naar het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: Aan uw zaad zal Ik het geven;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Voorts sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872: GaH3212 heen, trekH5927 op van hierH2088, gijH859 en het volkH5971, dat gij uit EgyptelandH776opgevoerdH5927 hebt, naarH413 het landH776, dat Ik AbrahamH85, IzakH3327 en JakobH3290gezworenH7650 heb, zeggendeH559: Aan uw zaadH2233 zal Ik het gevenH5414;Voorts sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, trek op van hier, gij en het volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, naar het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: Aan uw zaad zal Ik het geven;
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Depart,5and go up6hence, thou and the people9which thou hast brought up11out of the land12of Egypt,13unto the land15which I sware17unto Abraham,18to Isaac,19and to Jacob,20saying,21Unto thy seed22will I give
1וַיְדַבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses5לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6עֲלֵ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7מִזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9וְהָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הֶֽעֱלִ֖יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נִ֠שְׁבַּעְתִּיH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear18לְאַבְרָהָ֨םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham19לְיִצְחָ֤קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)20וּֽלְיַעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob21לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet22לְזַרְעֲךָ֖H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time23אֶתְּנֶֽנָּהH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield
2En Ik zal een Engel voor uw aangezicht zenden (en Ik zal uitdrijven de Kanaanieten, de Amorieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten),
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En Ik zal een EngelH4397 voor uw aangezichtH6440zendenH7971 (en Ik zal uitdrijvenH1644 de KanaanietenH3669, de AmorietenH567, en de HethietenH2850, en de FerezietenH6522, de HevietenH2340, en de JebusietenH2983),En Ik zal een Engel voor uw aangezicht zenden (en Ik zal uitdrijven de Kanaanieten, de Amorieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten),
KJVAnd I will send1an angel3before2thee; and I will drive out4the Canaanite,6the Amorite,7and the Hittite,8and the Perizzite,9the Hivite,10and the Jebusite:
1וְשָׁלַחְתִּ֥יH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2לְפָנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3מַלְאָ֑ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4וְגֵֽרַשְׁתִּ֗יH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַֽכְּנַעֲנִי֙H3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker7הָֽאֱמֹרִ֔יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite8וְהַֽחִתִּי֙H2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities9וְהַפְּרִזִּ֔יH6522Ferezieten, FerezietPerizzite10הַחִוִּ֖יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite11וְהַיְבוּסִֽיH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)
3Naar het land, dat van melk en honig is vloeiende; want Ik zal in het midden van u niet optrekken; want gij zijt een hardnekkig volk; dat Ik u op dezen weg niet vertere.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3NaarH413 het landH776, dat van melkH2461 en honigH1706 is vloeiendeH2100; wantH3588 Ik zal in het middenH7130 van u nietH3808optrekkenH5927; wantH3588 gij zijt een hardnekkigH7186volkH5971; dat Ik uH859 op dezen wegH1870 niet vertereH3615.Naar het land, dat van melk en honig is vloeiende; want Ik zal in het midden van u niet optrekken; want gij zijt een hardnekkig volk; dat Ik u op dezen weg niet vertere.
KJVUnto a land2flowing3with milk4and honey:5for I will not go up8in the midst9of thee; for thou art a stiffnecked12people:11lest I consume16thee in the way.
1אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2אֶ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3זָבַ֥תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run4חָלָ֖בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking5וּדְבָ֑שׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)6כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8אֶֽעֱלֶ֜הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9בְּקִרְבְּךָ֗H7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self10כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12קְשֵׁהH7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble13עֹ֨רֶף֙H6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)14אַ֔תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not16אֲכֶלְךָ֖H3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste17בַּדָּֽרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
4Toen het volk dit kwade woord hoorde, zo droegen zij leed; en niemand van hen deed zijn versiersel aan zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen het volkH5971ditH2088kwadeH7451woordH1697hoordeH8085, zo droegen zij leedH56; en niemandH376 van hen deed zijn versierselH5716aanH5921 zich.Toen het volk dit kwade woord hoorde, zo droegen zij leed; en niemand van hen deed zijn versiersel aan zich.
KJVAnd when the people2heard1these evil5tidings,4they mourned:7and no man10did put9on him his ornaments.
1וַיִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הָרָ֛עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7וַיִּתְאַבָּ֑לוּH56rouw, treuren, treurtlament, mourn8וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שָׁ֛תוּH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take10אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11עֶדְי֖וֹH5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament12עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
5En de HEERE had tot Mozes gezegd: Zeg tot de kinderen Israels: Gij zijt een hardnekkig volk; in een ogenblik zou Ik in het midden van ulieden optrekken, en zou u vernielen; doch nu, legt uw sieraad van u af, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de HEEREH3068 had totH413MozesH4872gezegdH559: ZegH559totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478: GijH859 zijt een hardnekkigH7186volkH5971; in een ogenblikH7281 zou Ik in het middenH7130 van ulieden optrekkenH5927, en zou u vernielenH3615; doch nuH6258, legtH3381 uw sieraadH5716 van u af, en Ik zal wetenH3045, watH4100 Ik u doenH6213 zal.En de HEERE had tot Mozes gezegd: Zeg tot de kinderen Israels: Gij zijt een hardnekkig volk; in een ogenblik zou Ik in het midden van ulieden optrekken, en zou u vernielen; doch nu, legt uw sieraad van u af, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal.
KJVFor the LORD2had said1unto Moses,4Say5unto the children7of Israel,8Ye are a stiffnecked11people:10I will come up15into the midst16of thee in a14moment,13and consume17thee: therefore now put off19thy ornaments20from thee, that I may know22what to do
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אֱמֹ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11קְשֵׁהH7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble12עֹ֔רֶףH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)13רֶ֧גַעH7281ogenblikinstant, moment, space, suddenly14אֶחָ֛דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15אֶֽעֱלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work16בְקִרְבְּךָ֖H7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self17וְכִלִּיתִ֑יךָH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste18וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas19הוֹרֵ֤דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down20עֶדְיְךָ֙H5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament21מֵֽעָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22וְאֵדְעָ֖הH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot23מָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why24אֶֽעֱשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25לָּֽךְ
6De kinderen Israels dan beroofden zichzelven van hun versierselen, verre van den berg Horeb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6De kinderenH1121IsraelsH3478 dan beroofdenH5337 zichzelven van hun versierselenH5716, verre van den bergH2022HorebH2722.De kinderen Israels dan beroofden zichzelven van hun versierselen, verre van den berg Horeb.
KJVAnd the children2of Israel3stripped1themselves of their ornaments5by the mount6Horeb.
1וַיִּֽתְנַצְּל֧וּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עֶדְיָ֖םH5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament6מֵהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion7חוֹרֵֽבH2722HorebHoreb
7En Mozes nam de tent, en spande ze zich buiten het leger, ver van het leger afwijkende; en hij noemde ze de Tent der samenkomst. En het geschiedde, dat al wie den HEERE zocht, uitging tot de tent der samenkomst, die buiten het leger was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En MozesH4872namH3947 de tentH168, en spandeH5186 ze zich buitenH2351 het legerH4264, ver vanH4480 het legerH4264afwijkendeH7368; en hij noemdeH7121 ze de TentH168 der samenkomstH4150. En het geschieddeH1961, dat alH3605 wie den HEEREH3068zochtH1245, uitgingH3318totH413 de tentH168 der samenkomstH4150, dieH834buitenH2351 het legerH4264 was.En Mozes nam de tent, en spande ze zich buiten het leger, ver van het leger afwijkende; en hij noemde ze de Tent der samenkomst. En het geschiedde, dat al wie den HEERE zocht, uitging tot de tent der samenkomst, die buiten het leger was.
KJVAnd Moses1took2the tabernacle,4and pitched5it without7the camp,8afar off9from the camp,11and called12it the Tabernacle14of the congregation.15And it came to pass, that every one which sought18the LORD19went out20unto the tabernacle22of the congregation,23which was without25the camp.
1וּמֹשֶׁה֩H4872Mozes, Mozes', mozesMoses2יִקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאֹ֜הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5וְנָֽטָהH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield6ל֣וֹ7מִח֣וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without8לַֽמַּחֲנֶ֗הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents9הַרְחֵק֙H7368verre, wees verre, ver(a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off)10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents12וְקָ֥רָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say13ל֖וֹ14אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent15מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)16וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18מְבַקֵּ֣שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)19יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20יֵצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent23מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)24אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25מִח֥וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without26לַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
8En het geschiedde, wanneer Mozes uitging naar de tent, stond al het volk op, en een ieder stelde zich in de deur zijner tent; en zij zagen Mozes na, totdat hij de tent ingegaan was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En het geschieddeH1961, wanneer MozesH4872uitgingH3318naarH413 de tentH168, stondH6965alH3605 het volkH5971 op, en een ieder steldeH5324 zich in de deurH6607 zijner tentH168; en zij zagenH5027MozesH4872naH310, totdatH5704 hij de tentH168ingegaanH935 was.En het geschiedde, wanneer Mozes uitging naar de tent, stond al het volk op, en een ieder stelde zich in de deur zijner tent; en zij zagen Mozes na, totdat hij de tent ingegaan was.
KJVAnd it came to pass, when Moses3went out2unto the tabernacle,5that all the people8rose up,6and stood9every man10at his tent12door,11and looked13after14Moses,15until he was gone17into the tabernacle.
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּצֵ֤אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הָאֹ֔הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6יָק֨וּמוּ֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9וְנִ֨צְּב֔וּH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state10אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place12אָהֳל֑וֹH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent13וְהִבִּ֨יטוּ֙H5027aanschouwen, aanschouwt, zag(cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see14אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17בֹּא֖וֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18הָאֹֽהֱלָהH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
9En het geschiedde, als Mozes de tent ingegaan was, zo kwam de wolkkolom nederwaarts, en stond in de deur der tent, en Hij sprak met Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En het geschiedde, als MozesH4872 de tentH168ingegaanH935wasH1961, zo kwam de wolkkolomH6051 nederwaarts, en stondH5975 in de deurH6607 der tentH168, en Hij sprakH1696metH5973MozesH4872.En het geschiedde, als Mozes de tent ingegaan was, zo kwam de wolkkolom nederwaarts, en stond in de deur der tent, en Hij sprak met Mozes.
KJVAnd it came to pass, as Moses3entered2into the tabernacle,4the cloudy7pillar6descended,5and stood8at the door9of the tabernacle,10and the LORD talked11with Moses.
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses4הָאֹ֔הֱלָהH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5יֵרֵד֙H3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down6עַמּ֣וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar7הֶֽעָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)8וְעָמַ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry9פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place10הָאֹ֑הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent11וְדִבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
10Als het volk de wolkkolom zag staan in de deur der tent, zo stond al het volk op, en zij bogen zich, een ieder in de deur zijner tent.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Als het volkH5971 de wolkkolomH6051zagH7200staanH5975 in de deurH6607 der tentH168, zo stondH6965alH3605 het volkH5971 op, en zij bogenH7812 zich, een ieder in de deurH6607 zijner tentH168.Als het volk de wolkkolom zag staan in de deur der tent, zo stond al het volk op, en zij bogen zich, een ieder in de deur zijner tent.
KJVAnd all the people3saw1the cloudy6pillar5stand7at the tabernacle9door:8and all the people12rose up10and worshipped,13every man14in his tent16door.
1וְרָאָ֤הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עַמּ֣וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar6הֶֽעָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)7עֹמֵ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place9הָאֹ֑הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10וְקָ֤םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13וְהִֽשְׁתַּחֲוּ֔וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship14אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15פֶּ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place16אָהֳלֽוֹH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
11En de HEERE sprak tot Mozes aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt; daarna keerde hij weder tot het leger; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, de jongeling, week niet uit het midden der tent.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872aangezichtH6440totH413aangezichtH6440, gelijk een manH376 met zijn vriendH7453spreektH1696; daarna keerdeH7725 hij weder totH413 het legerH4264; doch zijn dienaarH8334JozuaH3091, de zoonH1121 van NunH5126, de jongelingH5288, weekH4185nietH3808 uit het middenH8432 der tentH168.En de HEERE sprak tot Mozes aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt; daarna keerde hij weder tot het leger; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, de jongeling, week niet uit het midden der tent.
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4face5to face,7as a man10speaketh9unto his friend.12And he turned again13into the camp:15but his servant16Joshua,17the son18of Nun,19a young man,20departed22not out23of the tabernacle.
1וְדִבֶּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses5פָּנִ֣יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פָּנִ֔יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12רֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other13וְשָׁב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents16וּמְשָׁ֨רְת֜וֹH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on17יְהוֹשֻׁ֤עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)18בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19נוּן֙H5126Nun, NonNon, Nun20נַ֔עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)21לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יָמִ֖ישׁH4185wijken, houdt, wijktcease, depart, go back, remove, take away23מִתּ֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)24הָאֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
12En Mozes zeide tot den HEERE: Zie, Gij zegt tot mij: Voer dit volk op! maar Gij laat mij niet weten, wien Gij met mij zult zenden; daar Gij gezegd hebt: Ik ken u bij name! en ook: Gij hebt genade gevonden in Mijn ogen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En MozesH4872zeideH559totH413 den HEEREH3068: ZieH7200, GijH859zegtH559totH413 mij: VoerH5927ditH2088volkH5971 op! maar GijH859 laat mij nietH3808wetenH3045, wien Gij met mij zult zendenH7971; daar GijH859gezegdH559 hebt: Ik kenH3045 u bij nameH8034! en ookH1571: Gij hebt genadeH2580gevondenH4672 in Mijn ogenH5869!En Mozes zeide tot den HEERE: Zie, Gij zegt tot mij: Voer dit volk op! maar Gij laat mij niet weten, wien Gij met mij zult zenden; daar Gij gezegd hebt: Ik ken u bij name! en ook: Gij hebt genade gevonden in Mijn ogen!
KJVAnd Moses2said1unto the LORD,4See,5thou sayest7unto me, Bring up9this people:11and thou hast not let me know15whom thou wilt send18with me. Yet thou hast said,21I know22thee by name,23and thou hast also found25grace26in my sight.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5רְ֠אֵהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אַתָּ֞הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7אֹמֵ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַ֚עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13וְאַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הֽוֹדַעְתַּ֔נִיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18תִּשְׁלַ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)19עִמִּ֑יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)20וְאַתָּ֤הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you21אָמַ֨רְתָּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet22יְדַעְתִּ֣יךָֽH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot23בְשֵׁ֔םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report24וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea25מָצָ֥אתָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on26חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured27בְּעֵינָֽיH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
13Nu dan, ik bidde, indien ik genade gevonden heb in Uw ogen, zo laat mij nu Uw weg weten, en ik zal U kennen, opdat ik genade vinde in Uw ogen; en zie aan, dat deze natie Uw volk is!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Nu dan, ik bidde, indien ik genadeH2580gevondenH4672 heb in Uw ogenH5869, zoH518 laat mij nu Uw wegH1870wetenH3045, en ik zal U kennenH3045, opdatH4616 ik genadeH2580vindeH4672 in Uw ogenH5869; en zieH7200 aan, dat dezeH2088natieH1471 Uw volkH5971 is!Nu dan, ik bidde, indien ik genade gevonden heb in Uw ogen, zo laat mij nu Uw weg weten, en ik zal U kennen, opdat ik genade vinde in Uw ogen; en zie aan, dat deze natie Uw volk is!
KJVNow therefore, I pray thee, if I have found4grace5in thy sight,6shew7me now thy way,10that I may know11thee, that I may find13grace14in thy sight:15and consider16that this nation19is thy people.
1וְעַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3נָא֩H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4מָצָ֨אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5חֵ֜ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured6בְּעֵינֶ֗יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7הוֹדִעֵ֤נִיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דְּרָכֶ֔ךָH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11וְאֵדָ֣עֲךָ֔H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12לְמַ֥עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to13אֶמְצָאH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on14חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured15בְּעֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16וּרְאֵ֕הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18עַמְּךָ֖H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19הַגּ֥וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people20הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
14Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Hij dan zeideH559: Zou Mijn aangezichtH6440 moeten medegaanH3212, om u gerustH5117 te stellen?Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen?
KJVAnd he said,1My presence2shall go3with thee, and I will give thee rest.
1וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פָּנַ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3יֵלֵ֖כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4וַהֲנִחֹ֥תִיH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)5לָֽךְ
15Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zeideH559 hij totH413 Hem: IndienH518 Uw aangezichtH6440 niet medegaanH1980 zal, doe ons van hierH2088 niet optrekkenH5927!Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!
KJVAnd he said1unto him, If thy presence5go6not with me, carry us not up
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4אֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5פָּנֶ֨יךָ֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6הֹלְכִ֔יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8תַּעֲלֵ֖נוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9מִזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
16Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat? Alzo zullen wij afgezonderd worden, ik en Uw volk, van alle volk, dat op den aardbodem is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16WantH3588waarbijH645 zou nu bekendH3045 worden, dat ik genadeH2580gevondenH4672 heb in Uw ogenH5869, ikH589 en Uw volkH5971? Is het nietH3808 daarbij, dat Gij metH5973 ons gaatH3212? Alzo zullen wij afgezonderdH6395 worden, ikH589 en Uw volkH5971, van alleH3605volkH5971, dat opH5921 den aardbodemH6440 is.Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat? Alzo zullen wij afgezonderd worden, ik en Uw volk, van alle volk, dat op den aardbodem is.
KJVFor wherein shall it be known2here3that I and thy people9have found5grace6in thy sight?7is it not in that thou goest11with us? so shall we be separated,13I and thy people,15from all the people17that are upon the face20of the earth.
1וּבַמֶּ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2יִוָּדַ֣עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3אֵפ֗וֹאH645dan, nu tochhere, now, where?4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5מָצָ֨אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6חֵ֤ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured7בְּעֵינֶ֨יךָ֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9וְעַמֶּ֔ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10הֲל֖וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11בְּלֶכְתְּךָ֣H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak12עִמָּ֑נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13וְנִפְלֵ֨ינוּ֙H6395afgezonderd, afzondering, Maakput a difference, show marvellous, separate, set apart, sever, make wonderfully14אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15וְעַמְּךָ֔H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16מִכָּ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21הָאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
17Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: OokH1571dezeH2088 zelfde zaakH1697, die gij gesprokenH1696 hebt, zal Ik doenH6213, dewijlH3588 gij genadeH2580gevondenH4672 hebt in Mijn ogenH5869, en Ik u bij nameH8034kenH3045.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4I will do11this thing7also that thou hast spoken:10for thou hast found13grace14in my sight,15and I know16thee by name.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבַּ֖רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11אֶֽעֱשֶׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מָצָ֤אתָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on14חֵן֙H2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured15בְּעֵינַ֔יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16וָאֵדָעֲךָ֖H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17בְּשֵֽׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen zeideH559 hij: ToonH7200 mij nu Uw heerlijkheidH3519!Toen zeide hij: Toon mij nu Uw heerlijkheid!
KJVAnd he said,1I beseech thee,3shew2me thy glory.
1וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַרְאֵ֥נִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3נָ֖אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כְּבֹדֶֽךָH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)
19Doch Hij zeide: Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Doch Hij zeideH559: IkH589 zal alH3605 Mijn goedigheidH2898voorbijH5674 uw aangezichtH6440 laten gaan, en zal den NaamH8034 des HEERENH3068uitroepenH7121 voor uw aangezicht; maar Ik zal genadigH2603 zijn, wien Ik zal genadigH2603 zijn, en Ik zal Mij ontfermenH7355, overH5921 wien Ik Mij ontfermenH7355 zal.Doch Hij zeide: Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal.
KJVAnd he said,1I will make all my goodness5pass3before thee, and I will proclaim8the name9of the LORD10before7thee; and will be gracious12to whom I will be gracious,15and will shew mercy16on whom I will shew mercy.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אַעֲבִ֤ירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5טוּבִי֙H2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7פָּנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8וְקָרָ֧אתִֽיH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9בְשֵׁ֛םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לְפָנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12וְחַנֹּתִי֙H2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אָחֹ֔ןH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very16וְרִחַמְתִּ֖יH7355ontfermen, ontferme, Ontfermerhave compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19אֲרַחֵֽםH7355ontfermen, ontferme, Ontfermerhave compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely
20Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Hij zeideH559 verder: Gij zoudt Mijn aangezichtH6440 niet kunnen zienH7200; wantH3588 Mij zal geenH3808mensH120zienH7200, en levenH2425.Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven.
KJVAnd he said,1Thou canst3not see4my face:6for there shall no man10see9me, and live.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer4לִרְאֹ֣תH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6פָּנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יִרְאַ֥נִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10הָאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person11וָחָֽיH2425leven, leefde, levelive, save life
21De HEERE zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21De HEEREH3068zeideH559 verder: ZieH2009, er is een plaatsH4725 bij Mij; daar zult gij u opH5921 de steenrotsH6697stellenH5324.De HEERE zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen.
KJVAnd the LORD2said,1Behold, there is a place4by me, and thou shalt stand6upon a rock:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see4מָק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)5אִתִּ֑יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6וְנִצַּבְתָּ֖H5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַצּֽוּרH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)
22En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En het zal geschiedenH1961, wanneer Mijn heerlijkheidH3519voorbijH5674 zal gaan, zo zal Ik u in een kloofH5366 der steenrotsH6697zettenH7760; en Ik zal u met Mijn handH3709overdekkenH5526, totdatH5704 Ik zal voorbijgegaanH5674 zijn.En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn.
KJVAnd it shall come to pass, while my glory3passeth by,2that I will put4thee in a clift5of the rock,6and will cover7thee with my hand8while10I pass by:
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּעֲבֹ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3כְּבֹדִ֔יH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)4וְשַׂמְתִּ֖יךָH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work5בְּנִקְרַ֣תH5366kloof, retencleft, clift6הַצּ֑וּרH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)7וְשַׂכֹּתִ֥יH5526bedekt, bedekken, bedekkendecover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up8כַפִּ֛יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon9עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11עָבְרִֽיH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
23En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En wanneer Ik Mijn handH3709 zal weggenomenH5493 hebben, zo zult gij Mijn achterste delenH268zienH7200; maar Mijn aangezichtH6440 zal nietH3808 gezien worden.En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.
KJVAnd I will take1away mine hand,3and thou shalt see4my back parts:6but my face7shall not be seen.
1וַהֲסִרֹתִי֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כַּפִּ֔יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon4וְרָאִ֖יתָH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲחֹרָ֑יH268achterwaarts, achteren, achtersteafter(-ward), back (part, -side, -ward), hereafter, (be-) hind(-er part), time to come, without7וּפָנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יֵרָאֽוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 33:1— Voorts sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, trek op van hier, gij en het volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, naar het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: Aan uw zaad zal Ik het geven;Genesis 12:7→Exodus 32:13→Exodus 32:7→Genesis 26:3→Genesis 28:13→Exodus 32:1→Exodus 17:3→Genesis 15:18→
Exodus 33:2— En Ik zal een Engel voor uw aangezicht zenden (en Ik zal uitdrijven de Kanaanieten, de Amorieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten),Exodus 32:34→Jozua 24:11→Exodus 23:20→Exodus 23:27→Exodus 3:8→Deuteronomium 7:22→Exodus 3:17→Exodus 34:11→
Exodus 33:3— Naar het land, dat van melk en honig is vloeiende; want Ik zal in het midden van u niet optrekken; want gij zijt een hardnekkig volk; dat Ik u op dezen weg niet vertere.Exodus 32:9→Exodus 3:8→Exodus 33:15→Numeri 16:21→Numeri 16:45→Jona 3:4→Handelingen 7:51→Numeri 13:27→
Exodus 33:4— Toen het volk dit kwade woord hoorde, zo droegen zij leed; en niemand van hen deed zijn versiersel aan zich.Numeri 14:39→Ezechiël 24:17→Ezechiël 26:16→Numeri 14:1→Ezechiël 24:23→Jesaja 32:11→2 Samuël 19:24→Zacharia 7:5→
Exodus 33:5— En de HEERE had tot Mozes gezegd: Zeg tot de kinderen Israels: Gij zijt een hardnekkig volk; in een ogenblik zou Ik in het midden van ulieden optrekken, en zou u vernielen; doch nu, legt uw sieraad van u af, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal.Numeri 16:45→Psalmen 73:19→Klaagliederen 4:6→Jesaja 22:12→Genesis 18:21→Numeri 16:21→Psalmen 139:23→Genesis 22:12→
Exodus 33:6— De kinderen Israels dan beroofden zichzelven van hun versierselen, verre van den berg Horeb.Exodus 33:4→Jeremia 2:19→Exodus 32:3→
Exodus 33:7— En Mozes nam de tent, en spande ze zich buiten het leger, ver van het leger afwijkende; en hij noemde ze de Tent der samenkomst. En het geschiedde, dat al wie den HEERE zocht, uitging tot de tent der samenkomst, die buiten het leger was.Exodus 29:42→Deuteronomium 4:29→2 Samuël 21:1→Psalmen 10:1→Hosea 9:12→Psalmen 27:8→Psalmen 35:22→Hebreeën 13:11→
Exodus 33:8— En het geschiedde, wanneer Mozes uitging naar de tent, stond al het volk op, en een ieder stelde zich in de deur zijner tent; en zij zagen Mozes na, totdat hij de tent ingegaan was.Numeri 16:27→
Exodus 33:9— En het geschiedde, als Mozes de tent ingegaan was, zo kwam de wolkkolom nederwaarts, en stond in de deur der tent, en Hij sprak met Mozes.Psalmen 99:7→Exodus 31:18→Genesis 17:22→Exodus 25:22→Exodus 33:11→Genesis 18:33→Exodus 34:3→Ezechiël 3:22→
Exodus 33:10— Als het volk de wolkkolom zag staan in de deur der tent, zo stond al het volk op, en zij bogen zich, een ieder in de deur zijner tent.1 Koningen 8:14→1 Koningen 8:22→Exodus 4:31→Lukas 18:13→
Exodus 33:11— En de HEERE sprak tot Mozes aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt; daarna keerde hij weder tot het leger; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, de jongeling, week niet uit het midden der tent.Deuteronomium 34:10→Numeri 12:8→Exodus 24:13→Genesis 32:30→Exodus 32:17→Exodus 17:9→Jesaja 42:8→Johannes 15:14→
Exodus 33:12— En Mozes zeide tot den HEERE: Zie, Gij zegt tot mij: Voer dit volk op! maar Gij laat mij niet weten, wien Gij met mij zult zenden; daar Gij gezegd hebt: Ik ken u bij name! en ook: Gij hebt genade gevonden in Mijn ogen!Exodus 33:17→Exodus 32:34→2 Timotheüs 2:19→Johannes 10:14→Jeremia 1:5→Exodus 33:1→Exodus 3:10→Genesis 18:19→
Exodus 33:13— Nu dan, ik bidde, indien ik genade gevonden heb in Uw ogen, zo laat mij nu Uw weg weten, en ik zal U kennen, opdat ik genade vinde in Uw ogen; en zie aan, dat deze natie Uw volk is!Psalmen 25:4→Psalmen 119:33→Psalmen 86:11→Deuteronomium 9:29→Psalmen 27:11→Deuteronomium 9:26→Exodus 34:9→Joël 2:17→
Exodus 33:14— Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen?Jozua 22:4→Jozua 21:44→Jesaja 63:9→Psalmen 95:11→Jozua 1:5→Jozua 23:1→Deuteronomium 3:20→Hebreeën 4:8→
Exodus 33:15— Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!Exodus 33:3→Exodus 34:9→Psalmen 4:6→
Exodus 33:16— Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat? Alzo zullen wij afgezonderd worden, ik en Uw volk, van alle volk, dat op den aardbodem is.Numeri 14:14→Exodus 34:10→Exodus 19:5→Deuteronomium 4:7→1 Koningen 8:53→Numeri 23:9→Psalmen 147:20→2 Korinthe 6:17→
Exodus 33:17— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken.Exodus 33:12→Genesis 19:21→Genesis 6:8→1 Johannes 5:14→Jakobus 5:16→Jesaja 65:24→Genesis 19:19→Johannes 16:23→
Exodus 33:19— Doch Hij zeide: Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal.Exodus 34:5→Jeremia 31:14→Psalmen 65:4→Romeinen 2:4→Nehemia 9:25→Jesaja 9:6→Jesaja 12:4→Jesaja 7:14→
Exodus 33:20— Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven.Jesaja 6:5→Genesis 32:30→1 Timotheüs 6:16→Johannes 1:18→Exodus 24:10→Richteren 13:22→Richteren 6:22→Deuteronomium 5:24→
Exodus 33:21— De HEERE zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen.Jozua 20:4→Zacharia 3:7→Lukas 15:1→Jesaja 56:5→Deuteronomium 5:31→
Exodus 33:22— En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn.Psalmen 91:4→Psalmen 91:1→Jesaja 2:21→Psalmen 18:2→Deuteronomium 33:12→2 Korinthe 5:19→Jesaja 32:2→1 Korinthe 10:4→
Exodus 33:23— En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.Johannes 1:18→Exodus 33:20→1 Timotheüs 6:16→1 Korinthe 13:12→Job 11:7→Job 26:14→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 33 vers 1— Voorts sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, trek op van hier, gij en het volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, naar het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: Aan uw zaad zal Ik het geven;
gezworen heb,
Dat is, met een eed beloofd heb; hiervan heet het land Kanaän het beloofde land.
Hertaald:gezworen heb,
Dat is: met een eed beloofd heb; hiervan heet het land Kanaän het beloofde land.
zeggende
Te weten, tot elk van hun drieën in het bijzonder, tot diverse reizen.
Hertaald:zeggende
Namelijk: tot elk van hen drieën apart, bij verschillende gelegenheden.
Exodus 33 vers 2— En Ik zal een Engel voor uw aangezicht zenden (en Ik zal uitdrijven de Kanaanieten, de Amorieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten),
voor uw aangezicht zenden
Hij spreekt hier niet van den Zoon van God, gelijk Ex. 23:20, maar van een geschapen engel.
Hertaald:voor uw aangezicht zenden
Hij spreekt hier niet van de Zoon van God, zoals in Ex. 23:20, maar van een geschapen engel.
*
Versta hierbij, de Girgasieten, die Deut. 7:1, er bij gevoegd staan.
Hertaald:*
Versta hierbij ook de Girgasieten, die in Deut. 7:1 nog worden toegevoegd.
Exodus 33 vers 3— Naar het land, dat van melk en honig is vloeiende; want Ik zal in het midden van u niet optrekken; want gij zijt een hardnekkig volk; dat Ik u op dezen weg niet vertere.
Ik zal in het midden van u niet optrekken;
Dat is, Ik wil ulieden voortaan niet geleiden door een zichtbaar teken, gelijk Ik tot nog toe door de wolkkolom gedaan heb. Doch eindelijk heeft zich de goede God laten verbidden, en is Hij als tevoren met het volk opgetogen.
Hertaald:Ik zal in het midden van u niet optrekken;
Dat is: Ik wil u voortaan niet meer leiden door een zichtbaar teken, zoals Ik tot nu toe door de wolkkolom gedaan heb. Maar uiteindelijk heeft de goede God Zich laten vermurwen, en is Hij toch, zoals eerder, met het volk meegetrokken.
Exodus 33 vers 5— En de HEERE had tot Mozes gezegd: Zeg tot de kinderen Israels: Gij zijt een hardnekkig volk; in een ogenblik zou Ik in het midden van ulieden optrekken, en zou u vernielen; doch nu, legt uw sieraad van u af, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal.
in één ogenblik
Anders, in een ogenblik, zo Ik in het midden van ulieden optrok, zou Ik u vernielen. Dit is de zin: Indien gijlieden u zo gruwelijk tegen Mij wederom kwaamt te vergrijpen, gelijk gij met het oprichten van het gouden kalf gedaan hebt, Ik zou voorzeker ulieden altemaal haastelijk verdelgen.
Hertaald:in één ogenblik
Ook mogelijk: in een ogenblik zou Ik u vernietigen, als Ik in uw midden zou optrekken. De betekenis is: als u zich weer zo ernstig tegen Mij zou vergrijpen als met het oprichten van het gouden kalf, zou Ik u zeker allen snel verdelgen.
Exodus 33 vers 6— De kinderen Israels dan beroofden zichzelven van hun versierselen, verre van den berg Horeb.
verre van den berg Horeb
Het woordje [verre] is hier bijgevoegd uit vs.7.
Hertaald:verre van den berg Horeb
Het woordje ver is hier toegevoegd uit vers 7.
Exodus 33 vers 7— En Mozes nam de tent, en spande ze zich buiten het leger, ver van het leger afwijkende; en hij noemde ze de Tent der samenkomst. En het geschiedde, dat al wie den HEERE zocht, uitging tot de tent der samenkomst, die buiten het leger was.
de tent,
Anders, een tent. Niet de tent, waar het volk samenkwam, om zijn godsdienst te doen, want deze was nog niet gemaakt, gelijk te zien is Ex. 36, maar deze was Mozes' eigen tent, of een andere, die er eigenlijk toe gemaakt was, opdat Mozes een tijdlang zijn verblijf daarin hebben zou, en het volk tot hem aldaar, totdat het met God mocht verzoend zijn, komen zou.
Hertaald:de tent,
Ook mogelijk: een tent. Niet de tent waar het volk samenkwam om zijn eredienst te houden, want die was nog niet gemaakt, zoals te zien is in Ex. 36, maar dit was Mozes' eigen tent, of een andere die daarvoor bestemd was, zodat Mozes daar een tijdlang zou verblijven, en het volk daar naar hem toe zou komen, totdat het weer met God verzoend was.
spande ze zich buiten het leger,
Omdat God van het leger geweken was, vs.3, zo wilde ook Mozes daarin niet blijven.
Hertaald:spande ze zich buiten het leger,
Omdat God van het kamp geweken was, vers 3, wilde ook Mozes daar niet blijven.
zocht,
Of, raad vraagde; te weten, door Mozes.
Hertaald:zocht,
Of: om raad vroeg; namelijk via Mozes.
Exodus 33 vers 8— En het geschiedde, wanneer Mozes uitging naar de tent, stond al het volk op, en een ieder stelde zich in de deur zijner tent; en zij zagen Mozes na, totdat hij de tent ingegaan was.
uitging naar de tent,
Te weten, uit het leger, naar zijn opgeslagen tent buiten het leger, om met God voor het volk te spreken.
Hertaald:uitging naar de tent,
Namelijk: uit het kamp, naar zijn opgeslagen tent buiten het kamp, om met God te spreken voor het volk.
stond al het volk op,
Hebreeuws, stonden.
Hertaald:stond al het volk op,
Hebreeuws: stonden.
Exodus 33 vers 9— En het geschiedde, als Mozes de tent ingegaan was, zo kwam de wolkkolom nederwaarts, en stond in de deur der tent, en Hij sprak met Mozes.
nederwaarts,
Te weten, van den berg.
Hertaald:nederwaarts,
Namelijk: van de berg.
Hij
Te weten, de Heere, gelijk vs.11.
Hertaald:Hij
Namelijk: de HEERE, zoals in vers 11.
sprak met Mozes
Te weten, uit de wolkkolom, hetwelk een zeker teken der genade en goedgunstigheid Gods was; Ps. 99:7.
Hertaald:sprak met Mozes
Namelijk: vanuit de wolkkolom, wat een zeker teken was van Gods genade en welwillendheid; Ps. 99:7.
Exodus 33 vers 11— En de HEERE sprak tot Mozes aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt; daarna keerde hij weder tot het leger; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, de jongeling, week niet uit het midden der tent.
aangezicht tot aangezicht,
Dat is, gemeenzaam, duidelijk, met uitgedrukte stem. Dit is een bijzonder privilegie geweest, hetwelk geen andere profeten gehad hebben; Deut. 5:4, en Deut. 34:10; Num. 12:6-8.
Hertaald:aangezicht tot aangezicht,
Dat is: vertrouwelijk, duidelijk, met een hoorbare stem. Dit was een bijzonder voorrecht, dat geen andere profeten gehad hebben; Deut. 5:4 en Deut. 34:10; Num. 12:6-8.
hij weder tot het leger;
Te weten, Mozes.
Hertaald:hij weder tot het leger;
Namelijk: Mozes.
week niet uit het midden der tent
Dat is hij kwam niet in het leger, maar hij bleef steeds in de tent buiten het leger.
Hertaald:week niet uit het midden der tent
Dat is: hij kwam niet in het kamp, maar bleef voortdurend in de tent buiten het kamp.
Exodus 33 vers 12— En Mozes zeide tot den HEERE: Zie, Gij zegt tot mij: Voer dit volk op! maar Gij laat mij niet weten, wien Gij met mij zult zenden; daar Gij gezegd hebt: Ik ken u bij name! en ook: Gij hebt genade gevonden in Mijn ogen!
Gij zegt tot mij
Boven vs.1.
Hertaald:Gij zegt tot mij
Hierboven, vers 1.
wien Gij met mij zult zenden;
Anders, wat.
Hertaald:wien Gij met mij zult zenden;
Ook mogelijk: wat.
ken u bij name!
Dat is, ik heb uw persoon voor anderen in liefde bekend en uitverkoren, en draag voor u een bijzondere zorg; vergelijk Gen. 18:19; Ex. 31:2.
Hertaald:ken u bij name!
Dat is: ik heb u persoonlijk, boven anderen, in liefde gekend en uitverkoren, en draag een bijzondere zorg voor u; vergelijk Gen. 18:19; Ex. 31:2.
hebt genade gevonden in Mijn ogen!
Zie Gen. 6:8.
Hertaald:hebt genade gevonden in Mijn ogen!
Zie Gen. 6:8.
Exodus 33 vers 13— Nu dan, ik bidde, indien ik genade gevonden heb in Uw ogen, zo laat mij nu Uw weg weten, en ik zal U kennen, opdat ik genade vinde in Uw ogen; en zie aan, dat deze natie Uw volk is!
laat mij nu Uw weg weten,
Dat is, wijs mij het middel, waardoor Gij voorgenomen hebt dit volk te geleiden en te bewaren; of, hoe Gij het met hen maken wilt.
Hertaald:laat mij nu Uw weg weten,
Dat is: wijs mij het middel waardoor U van plan bent dit volk te leiden en te bewaren; of: hoe U het met hen wilt doen.
opdat ik genade vinde in Uw ogen;
Anders, omdat ik genade gevonden heb, of, dat ik genade vindt.
Hertaald:opdat ik genade vinde in Uw ogen;
Ook mogelijk: omdat ik genade gevonden heb, of: dat ik genade vind.
Exodus 33 vers 14— Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen?
Zou Mijn
Anders, mijn aangezicht zal medegaan.
Hertaald:Zou Mijn
Ook mogelijk: mijn aangezicht zal meegaan.
aangezicht moeten medegaan,
Dat is, de zichtbare tekenen mijner genadige tegenwoordigheid, gelijk de wolkkolom en vuurkolom.
Hertaald:aangezicht moeten medegaan,
Dat is: de zichtbare tekenen van Mijn genadige tegenwoordigheid, zoals de wolkkolom en vuurkolom.
Exodus 33 vers 15— Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!
hij tot Hem
Te weten, Mozes.
Hertaald:hij tot Hem
Namelijk: Mozes.
Exodus 33 vers 17— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken.
Ook deze zelfde zaak,
Dat is, Ik zal met u gaan.
Hertaald:Ook deze zelfde zaak,
Dat is: Ik zal met u meegaan.
en Ik u bij name ken
Zie boven, vs.12.
Hertaald:en Ik u bij name ken
Zie hierboven, vers 12.
Exodus 33 vers 19— Doch Hij zeide: Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal.
zal den Naam des HEEREN uitroepen
Of, uitroepen den naam Jehova. Zie de vervulling hiervan, Ex. 34:6.
Hertaald:zal den Naam des HEEREN uitroepen
Of: uitroepen de naam Jehova. Zie de vervulling hiervan, Ex. 34:6.
Exodus 33 vers 20— Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven.
Mijn aangezicht
Dat is, mijn wezen noch mijne heerlijkheid in haar volmaaktheid, vanwege uwe zonde; Rom. 3:23.
Hertaald:Mijn aangezicht
Dat is: Mijn wezen noch Mijn heerlijkheid in haar volmaaktheid, vanwege uw zonde; Rom. 3:23.
niet kunnen zien;
Wij kunnen God in dit sterflijke leven niet zien; zie Gen. 16:13; maar hiernamaals zullen wij hem zien gelijk Hij is; 2 Kor. 13:12; 1 Joh. 3:2.
Hertaald:niet kunnen zien;
Wij kunnen God in dit sterfelijke leven niet zien; zie Gen. 16:13; maar hierna zullen wij Hem zien zoals Hij is; 2 Kor. 13:12; 1 Joh. 3:2.
Mij zal geen mens zien, en leven
Hieruit is ontstaan het algemeen gevoelen der Joden, dat zij sterven zouden, wanneer zij den Heere zien zouden; Deut. 5:24-25; Richt. 13:22; Jes. 6:5; Dan. 10:8; Openb. 1:17.
Hertaald:Mij zal geen mens zien, en leven
Hieruit is de algemene opvatting van de Joden ontstaan, dat zij zouden sterven wanneer zij de HEERE zouden zien; Deut. 5:24-25; Richt. 13:22; Jes. 6:5; Dan. 10:8; Openb. 1:17.
Exodus 33 vers 21— De HEERE zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen.
een plaats bij Mij;
Te weten, op den berg Sinaï of Horeb.
Hertaald:een plaats bij Mij;
Namelijk: op de berg Sinaï of Horeb.
Exodus 33 vers 22— En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn.
wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan,
Dat is, wanneer Ik in mijne heerlijkheid u zal voorbijgaan.
Hertaald:wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan,
Dat is: wanneer Ik in Mijn heerlijkheid u voorbij zal gaan.
Exodus 33 vers 23— En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.
Mijn aangezicht zal niet gezien worden
Zie boven, vs.20.
Hertaald:Mijn aangezicht zal niet gezien worden
Zie hierboven, vers 20.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Jozua — de HEERE is hulp (oorspronkelijk: Hosea, 'hulp')
Hier voor het eerst genoemd als de man die Mozes aanstelde om tegen Amalek te strijden bij Rafidim, terwijl Mozes op de heuvel met de staf Gods zijn handen ophief in gebed (Ex. 17:9-13). Hij was Mozes' persoonlijke dienaar en zou later, als zijn opvolger, Israël het beloofde land binnenleiden. Zijn naam werd later veranderd van Hoséa ('hulp') in Jozua ('de HEERE is hulp'), zie Num. 13:16.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb (Sinai) — Horeb: waarschijnlijk "woestenij, dorre plaats"; Sinai: onzeker, mogelijk verwant aan een wortel die "schijnen, blinken" betekent
Ligging: "De berg Gods", op het Sinaïtisch schiereiland; van oudsher, al sinds de vierde eeuw na Christus, geïdentificeerd met Djebel Moesa ("berg van Mozes", ruim 2.200 meter hoog), gelegen in het granietmassief van et-Toer, met de vlakte er-Rachah aan de voet ervan als natuurlijk legerkamp, en met een rijke, voor de Sinaïwoestijn ongewoon overvloedige watervoorziening uit verscheidene bronnen en beken.
Geschiedenis: Hierheen bracht Mozes de kudden van zijn schoonvader Jethro, toen de HEERE hem in een brandende doornstruik verscheen die niet verteerd werd, hem tot zijn zending riep en Zijn Naam bekendmaakte: "Ik ben Die Ik ben" (Ex. 3). Dezelfde berg zou later, onder de naam Sinai, de plaats zijn waar de HEERE Zijn volk de Wet gaf (Ex. 19-20); Horeb en Sinai worden in de Schrift door elkaar gebruikt voor dezelfde berg (Horeb overwegend in Deuteronomium, Sinai overwegend in de overige boeken van de Pentateuch). Ook Elia zocht hier later, in tijd van vervolging, zijn toevlucht en ontving er de openbaring van de zachte stilte (1 Kon. 19).
Bijbelse betekenis: De berg van Gods openbaring bij uitstek in het Oude Testament — waar Hij Zich eerst aan Mozes bekendmaakte als de eeuwig Zijnde, en later aan geheel Israël als de Wetgever van het verbond.
Recente inzichten: Over de exacte identificatie van de berg bestaat, ondanks de eeuwenoude en breed aanvaarde traditie rond Djebel Moesa, onder geleerden geen volledige eenstemmigheid; enkele alternatieve locaties zijn voorgesteld (zoals Djebel Serbal, verder naar het westen), maar deze stuiten volgens ISBE op ernstige praktische bezwaren (te weinig water en weidegrond voor de grote menigte van Israël) en worden niet algemeen aanvaard.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Toon mij nu Uw heerlijkheid — 33:12-23
Het gouden kalf ligt nog maar net vermalen. God heeft gezegd dat het volk het land zal krijgen en dat een engel voor hen uit zal gaan, maar dat Hij Zelf niet in hun midden zal optrekken. Dat is het zwaarste woord van heel het boek: u krijgt de belofte, maar Mij krijgt u niet.
Mozes weigert het land zonder God, en vraagt dan om meer dan een mens dragen kan; God geeft hem alles behalve het aangezicht.
Mozes gaat niet op de ruil in. Zijn antwoord is de kortste samenvatting van wat geloof is: “Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!” Dat aangezicht is volgens de kanttekening niet iets vaags, maar de zichtbare tekenen van Gods genadige tegenwoordigheid: de wolkkolom en de vuurkolom die het volk voorgingen. Mozes wil liever in de woestijn blijven staan mét God dan naar Kanaän optrekken zonder Hem.
God geeft toe. En dan waagt Mozes het uiterste: “Toon mij nu Uw heerlijkheid!” Hij vraagt niet meer om leiding of om vergeving, hij vraagt om God Zelf, onbedekt.
Het antwoord is tegelijk een toestemming en een weigering. Alle goedheid van God zal voorbijgaan, en de Naam zal uitgeroepen worden — maar er is een grens: “Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven.” De kanttekening legt uit waar die grens ligt: het gaat om Gods wezen en heerlijkheid in volle volmaaktheid, en de reden dat een mens dat niet verdraagt is zijn zonde. Niet God is te klein om Zich te tonen, de mens is te klein om het te overleven.
Daarom wordt er iets tussen gezet. Er is een plaats bij God, er is een steenrots, er is een kloof in die rots, en er is een hand die er overheen ligt totdat het gevaar voorbij is: “zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn.” Zo mag Mozes de heerlijkheid van achteren zien. Alles wat hij krijgt, krijgt hij door een bedekking heen.
Hier komt het Evangelie precies op uit. Johannes herhaalt de grens van Exodus 33 bijna woordelijk — niemand heeft ooit God gezien — en zet er dan de eniggeboren Zoon naast, Die Hem ons verklaard heeft. Van diezelfde Zoon schrijft hij dat het Woord vlees geworden is en onder ons heeft gewoond, en dat wij Zijn heerlijkheid aanschouwd hebben. Wat Mozes gevraagd heeft, is dus niet afgewezen maar uitgesteld. En Paulus gebruikt zelfs het ene woord dat Mozes niet kreeg: God geeft de kennis van Zijn heerlijkheid in het aangezicht van Jezus Christus.
Het slot van de geschiedenis staat op een andere berg. Daar staat Mozes opnieuw, ditmaal zelf in de heerlijkheid, sprekend met Iemand Wiens gedaante veranderd is. De discipelen die erbij liggen zien onbedekt wat hun leidsman ooit door een kloof en onder een hand door moest opvangen.
Exodus 33:15 — Mozes weigert het land zonder de tegenwoordigheid van God.
Exodus 33:18 — Hij vraagt het uiterste: toon mij nu Uw heerlijkheid.
Exodus 33:20 — De grens: geen mens zal God zien en leven.
Exodus 33:22 — Toch wordt de heerlijkheid doorgegeven — door een kloof en onder een hand.
Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.
2 Korinthe 4:6 — De kennis van Gods heerlijkheid, in het aangezicht van Jezus Christus.
In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14, 18; 2 Korinthe 4:6; Lukas 9:30-32; Hebreeën 1:3
Hoever dit reikt: De Schrift zegt hier niet met zoveel woorden dat de heerlijkheid die voorbijging de Zoon was. Wat vaststaat is de grens en de belofte: geen mens kan Gods aangezicht zien en leven, en toch wordt de heerlijkheid doorgegeven achter een bedekking om. Dat het Nieuwe Testament dat opzettelijk opneemt is zeker, want Johannes en Paulus gebruiken dezelfde woorden — zien, heerlijkheid, aangezicht. De kloof in de rots als beeld van Christus is een gangbare toepassing, maar zij staat niet in de tekst zelf; die moet dus als toepassing benoemd worden, niet als uitleg.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 33:18.KruisverwijzingenExodus 33:20→1 Timotheüs 6:16→Openbaring 21:23→Titus 2:13→Psalmen 4:6→2 Korinthe 4:6→2 Korinthe 3:18→Johannes 1:18→ — Toen zeide hij: Toon mij nu Uw heerlijkheid! De heerlijkheid van God ligt kennelijk in Zijn goedheid. Toen Mozes zei: “Toon mij nu Uw heerlijkheid!”, was het antwoord dat hij ontving: “Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan.” Als wij dus de heerlijkheid des HEEREN werkelijk zouden kunnen zien, dan zou de oneindige goedgunstigheid van Zijn gedachten, Zijn woorden en Zijn daden — alles samengebracht in één middagglans en alles stralend met onuitsprekelijke helderheid — voor onze ogen doorbreken.
Maar het is natuurlijk geen heerlijkheid die met sterfelijke ogen gezien kan worden, want God is een Geest; Hij is daarom niet te onderscheiden met onze zwakke zinnen, noch te vatten met onze grove stoffelijkheid. En toch, indien God door het menselijk verstand aanschouwd kon worden en Zijn volmaaktheden aan ons schepselbegrip ontvouwd konden worden, dan zouden wij zien dat de hoogste luister van Zijn majesteit ligt in Zijn oneindige goedheid.
God is liefde. Dat is het meest in het oog vallende in het goddelijke wezen. Al zijn er in Hem voortreffelijkheden zonder maat of graad, die alle denken en rekenen te boven gaan, toch zou het geheel — gelijk de vermengde tinten van vele kleuren in de regenboog — kunnen worden samengevat in deze woorden: “Uw goedheid.”
MOZES BIDT VOOR HET VOLK EN BEGEERT DE HEERLIJKHEID VAN DE HEERE TE ZIEN.
I. Vers 1-11
Als Mozes het besluit van de Heere aan het volk meedeelt, ontstaat als eerste teken van vrijwillige en oprechte boete, een diepe treurigheid, dat de Heere niet meer bij hen wonen wil. Mozes geeft een zichtbaar bewijs van deze veranderde verhouding van de Heere tot Israël, en verplaatst zijn tent buiten het leger. Het volk geeft een nieuw teken van boete door ootmoedige onderwerping en door eerbied voor de door God zo bijzonder gezegende knecht.
1. Voorts sprak de HEERE tot Mozes, de Heere had, gelijk straks (hoofdstuk 32:34) meegedeeld is, op Mozes’ voorbede geantwoord: Ga heen, trek op van hier, gij en het volk, dat gij uit Egypte gevoerd hebt, naar het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: a) Aan uw nageslacht zal Ik het geven.
a) Genesis 12:7; 26:4; 28:13
2. En Ik zal een engel voor uw aangezicht zenden, 1) die u in Mijn plaats geleiden zal, (en Ik zal uitdrijven de Kanaänieten, de Amorieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten).
1) Wel had de Heere beloofd, het volk niet geheel en al te zullen vernietigen, maar niet, dat Hij het volk weer erkende als Zijn volk. Al was de toorn van God verzacht, toch zou Israël het ervaren, dat zij tegen Hem hadden gezondigd, en alleen om de belofte en de eedzwering aan Abraham gedaan, zou Hij een Engel, een geschapen Engel, voor hun aangezicht zenden, opdat zij het land van de belofte in bezit zouden verkrijgen. Dit was Zijn in de toorn nog de ontferming indachtig zijn.
3. Naar het land, dat van melk en honing is vloeiende: want Ik zal in het midden van u niet optrekken, a) 1) want gij zijt een hardnekkig volk, dat zijn nek onder het juk van Mijn geboden niet buigen wil (hoofdstuk 32:9); het is daarom beter, dat Ik niet persoonlijk bij u ben, Ik zou de bewijzen van uw halsstarrigheid moeten aanzien en des te eerder tot toorn verwekt worden; Ik verwijder Mij van u, opdat Ik u op dezeweg niet vertere. 2)
a) Deuteronomium. 9:13
1) God wordt gezegd in het midden van hen op te trekken, waaronder Hij de gedenktekenen van Zijn bijzondere Voorzienigheid, zorg en bescherming opricht, en waarbij Hij tegenwoordig is met de blijken van Zijn Majesteit, macht en genade.
Had God vroeger beloofd, dat Hij aan de spits van Israëls leger zou gaan, hun de weg wijzen in de vuur- en wolkkolom; had Israël vroeger op smalende wijze gevraagd: Is de Heere nog in het midden van ons of niet (hoofdstuk 17:7), nu dreigt de Heere, dat Zijn heilige aanwezigheid voortaan door Israël zal gemist worden. Men moet het echter zo opvatten, dat de bedreiging conditioneel (voorwaardelijk) is en plaats laat voor opheffing, indien Israël zich bekeert en boete doet.
2) In deze woorden, hoe menselijk zij klinken, ligt evenwel een diepe goddelijke waarheid. Israëls hardnekkigheid werd des te groter en strafbaarder, hoe meer bewijzen van Gods genade zij verkregen, hoe hoger zij daardoor gesteld werden, dat de Heere in hun midden woonde en persoonlijk hun leiding op zich nam. Zulk een onderscheiding wil God nu van het volk terugnemen, deels, omdat hun nog onverzoende zonde Zijn onmiddellijke aanwezigheid nog niet weer toelaat, deels om hen voor de mogelijkheid te bewaren, bij verder uitbreken van hun goddeloze gezindheid, zich weer op het uiterste te verzondigen en de maat van hun schuld vol te maken. Wanneer een geschapen engel met hen ging, werd de maat van hun zonde slechts langzamerhand, niet op eens, vol, en de goddelijke lankmoedigheid won des te meer tijd, om met het gericht van gehele vernietiging te wachten.
4. Toen nu Mozes het antwoord van de Heere tot het leger bracht en het volk dit kwade 1) woord hoorde, dat hun wel de verdere vervulling van de goddelijke belofte toezegde, maar het beste en heerlijkste, de onmiddellijke aanwezigheid van God terugnam, zo droegen zij leed; 2) en niemand van hen deed zijn versiersel, ringen, gespen, enz. aan zich, 3) gelijk men in grote droefheid deze placht af te leggen (Ezech.26:16).
1) Dit woord wordt een kwaad woord genoemd, omdat het Israël aankondigt, dat het geduld van de Heere ten einde is. Kwaad wordt het hier genoemd in de zin van, een boze tijding brengend.
2) In het Hebreeuws Jithabaloe, zij weeklaagden, bedreven rouw. Israël begon te voelen, wat het betekende, tegen de Heere gezondigd te hebben. Dat zo velen door het zwaard gevallen waren, was smartelijk geweest, maar dat de Heere hen verlaten wilde, of niet met Zijn Goddelijke aanwezigheid hen nabij zou zijn, was een zaak van nog veel groter smart.
3) De inwendige rouw werd ook door uitwendige tekenen aangeduid. De gehele menigte toonde één te zijn in de uitwendige belijdenis van haar zonde, en al is het aan te nemen, dat bij velen het een uiterlijk belijden zal geweest zijn, bij anderen zal ook een waarlijk oprecht, innerlijk leeddragen over de zonde plaatsgehad hebben.
5. En de HEERE had, 1) om de hiermee beginnende boete van het volk te versterken, tot Mozes gezegd, waarschijnlijk met luide, door allen hoorbare stem, opdat niemand zou twijfelen of het meegedeelde (vs.4)het woord van de HEERE was: Zeg tot de kinderen van Israël: 2) Gij zijt een hardnekkig volk (vs.3), in een ogenblik; zou Ik in het midden van u optrekken en zou u vernielen (vs.3); doch nu, ga voort in hetgeen gij begonnen zijt, verootmoedigt u met ware boete en waar berouw; legt uw sieraad van u af, alles wat gij nog aan u hebt, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal. 3)
1) Beter is de vertaling: De Heere zei tot Mozes. Wat nu volgt is een herhaling en uitbreiding van het vorige, opdat de boete en rouw bij Israël zou bestendigd en vermeerderd worden.
2) Eerst klinkt het uw volk (hoofdstuk 32:7), toen gij en het volk (hoofdstuk 33:1), en hier de kinderen van Israël. Is het niet, om daarmee aan te duiden, dat Zijn gunst zich weer over Zijn volk begint uit te strekken, en dat Zijn barmhartigheden niet geheel door Zijn toorn waren toegesloten? Is het niet, opdat het rouwdragende Israël weer vrijmoedigheid zou verkrijgen, om zich onvoorwaardelijk in Zijn handen te stellen?.
3) Door deze laatste woorden legt de Heere een straal van hoop in Zijn harde woorden, om de kinderen van Israël moed tot verootmoediging te geven. Dat is een gewichtige vingerwijzing voor ieder, die anderen op te voeden, te straffen en tot boete op te wekken heeft, dat hij wel met alle ernst de hem toevertrouwde zielen hun zonde voor ogen stelt, te ondervinden geeft, ter rechter tijd echter ook de hoop op genade opwekt, omdat anders, wanneer men de straf te veel maakte, de gemoederen te zeer met trotsering of wanhoop zouden vervuld worden. Er is bovendien geen boek, waaruit men beter de pedagogiek, of kunst om op te voeden, leert, dan de Heilige Schrift; maar men moet nauwkeurig letten op hetgeen zij van Gods wijze van opvoeding vertelt, daar zij de diepten van haar wijsheid dikwijls achter enkele eenvoudige woorden verbergt.
6. De kinderen van Israël dan beroofden 1) zichzelf van hun versierselen, die hun tot hun zonde van afgoderij behulpzaam geweest waren (hoofdstuk 32:3 vv.) geheel en al, en brachten die verre van de berg Horeb; 2) ook later namen zij ze niet weer aan, maar bezigden deze tot godsdienstige doeleinden (hoofdstuk 35:20 vv.; 38:8).
1) Beroofden zichzelf; niet, deden van zich af, maar beroofden zich, om daarmee te kennen te geven, dat zij ze eigenlijk van zich afscheurden, als teken van diepste verontwaardiging, over hun eigen snoodheid en van hun diepe droefheid over hun zonden.
2) Het gebruik van de namen Sinaï en Horeb is steeds zeer twijfelachtig geweest. In het algemeen staat als regel vast, dat Horeb de algemene, omvattende naam en de gehele nader beschreven (zie Ex 3.1) bergketen is; terwijl de naam Sinaï bijzonder op de uitvoerig besproken (zie Ex 19.2) berg van de wetgeving betrekking heeft, gelijk hij ook eerst dan genoemd wordt, als Israël bij deze berg aangekomen is. Gedurende het gehele oponthoud bij de berg wordt dan nauwkeurig tussen beide namen onderscheid gemaakt; als echter de kinderen van Israël het oord verlaten hebben, treedt de naam Sinaï weer terug en wij vinden, voornamelijk in het vijfde boek van Mozes, bijna alleen de naam Horeb gebruikt, waaronder de Sinaï mee begrepen is. Deze spreekwijze hebben wij reeds hier op onze plaats, daar het reeds op die volgende tijd betrekking heeft.
7. En Mozes, de betekenis begrijpende van het woord, dat de Heere niet meer in het midden van het afgevallen volk wilde wonen, nam de Tent, waarin hij tot hiertoe de Heere voor het volk om raad gevraagd en (hoofdstuk 18:15 vv.; 19 vv.) de zaken voor God gebracht had, en hij spande ze zich buiten het leger, 1) opdat Israël duidelijk en voortdurend zou zien, dat het van zijn God gescheiden was; hij richtte die op, ver van het leger afwijkende, en hij noemde ze de Tent der samenkomst, namelijk van de Heer met Zijn volk. Aan de bouw van de eigenlijke tabernakel, die hem op de berg getoond en in zijn afzonderlijke delen beschreven was (hoofdstuk 25-27), viel voorlopig niet te denken; een gewone Tent moest eerst de plaats van deze innemen. En het geschiedde, dat al wie de HEERE zocht, om, in enige gewichtige zaak, de wil van de Heere door Mozes te vernemen, uitging tot de Tent der samenkomst, die buiten het leger was; zo schikten zich de kinderen van Israël ootmoedig en gewillig in deze verdiende maar treurige verandering.
1) Ofschoon de tent was verplaatst, zij was nochthans niet ongenaakbaar, en een ieder, die genegen was, de Heere te zoeken, en tot deze uitging, was welkom.
8. En het geschiedde, wanneer Mozes uit zijn familietent, die zich nog in het midden van het volk bevond, uitging naar de Tent der samenkomst (vs.7), dan stond al het volk op uit eerbied voor hem, van wie zij eerst (hoofdstuk 32:1) zo minachtend gesproken hadden, en een ieder stelde zich in de deur van zijn tent, totdat hij voorbij was, en zij zagen Mozes na, totdat hij de Tent ingegaan was.
9. En het geschiedde, als Mozes de Tent ingegaan was, zo kwam de wolkkolom 1) van de berg, op de top waarvan zij zich (hoofdstuk 19:2) gelegerd had, naar beneden, en stond met haar onderste gedeelte in de deur van de Tent, en Hij, die in die kolom tegenwoordig was, sprak met Mozes, en gaf hem antwoord op zijn vragen (vs.7).
1) Hoogstwaarschijnlijk was de wolkkolom geweken van Israël, maar nu de tent buiten het leger was geplaatst, afgescheiden dus van de goddelozen, die tegen de Heere gezondigd hadden, nu openbaart zich de Heere opnieuw in de wolk, om met Mozes te spreken. Heden werd voor het oog van allen het Middelaarsambt van Mozes door de Heere bevestigd.
10. Als het volk, dat Mozes op zijn weg nazag (vs.8), de wolkkolom van de berg zag neerkomen en staan in de deur van de Tent, zo stond al het volk op, en zij bogen zich ter aarde (Genesis 18:2; 19:1) 18.2, een ieder in de deur van zijn tent, in dankbaarheid, daar de Here, hoewel uit hun midden uitgegaan, nog in hun omgeving wilde zijn.
11. En de HEERE, die in de wolk aanwezig was, sprak tot Mozes voor de deur van de Tent (vs.9), van aangezicht tot aangezicht, 1) niet als de Hoogverhevene van de hemel af, maar in zo’n nabijheid en vertrouwelijkheid, zoals een man met zijn vriend spreekt, als van mond tot mond (Numeri. 12:8); hoewel Mozes Hem toch in Zijn volle heerlijkheid niet aanschouwen mocht (vs.18 vv.); daarna keerde hij (Mozes) weer tot het leger, tot zijn familietent; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun (hoofdstuk 17:9 vv.; 24:13; 32:17 vv.), de door Mozes als wachter aangestelde jongeling; 2) week niet uit het midden van de Tent, maar bewaakte die dag en nacht.
1) Op bijzondere wijze wordt dus dit mondgesprek met dit woord aangeduid, alsof er stond, dat God aan Mozes verscheen op een gewone wijze van openbaring. Indien iemand tegenwerpt, dat dit strijdt met de verklaring, welke wij weldra zullen beschouwen: “Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien”, dan is de oplossing gemakkelijk. Want, ofschoon God zich op een bijzondere wijze aan Mozes openbaart, zo verscheen Hij nochthans niet in Zijn volle heerlijkheid, maar in zoverre de zwakheid van de mens het kon verdragen. Deze oplossing bevat stilzwijgend de verklaring, dat als het ware niemand Mozes gelijk is geweest, of tot zo’n hoge graad van waardigheid is opgeklommen.
2) Jozua wordt hier jongeling genoemd, hoewel hij reeds ouder was dan vijftig jaar, omdat hij de dienaar was van Mozes, wie hij met kinderlijke getrouwheid aanhing. Dat hij in de tent bleef, diende om deze te bewaken en in haar het aangezicht van de Heere met bidden en vasten te zoeken.
II. Vers 12-23
Nu Mozes weet, dat het volk zijn zonde heeft ingezien en met smart over zijn misdaad en met verlangen naar volledig herstel van het verbond vervuld is, gaat hij een schrede verder en bidt de Heere, Israël niet anders dan onder geleide van Zijn eigen persoonlijke tegenwoordigheid naar Kanaän te willen brengen. Dit wordt ook werkelijk toegestaan; doch door deze bewijzen van genade, die hij de een na de ander ontvangt, is hij zo moedig in het smeken geworden, dat hij zelfs begeert de heerlijkheid van de Heere te zien. Dit kan hem niet in volle mate worden toegestaan; wat intussen mogelijk is, dat zal hij verkrijgen; de Heere wil al Zijn goedheid hem voorbij laten gaan en voor hem de naam van de Heere laten prediken; hij zal dan de acherste delen van de Heere zien.
12. En Mozes zei op een van de volgende dagen tot de HEERE, toen hij weer uit de Tent der samenkomst van aangezicht tot aangezicht met Hem sprak (vs.7 vv.): Zie, Gij zegt tot Mij, (hoofdstuk 32:33; 34:1-3): Voer dit volk op naar Kanaän; Gij spreekt ook van een engel, die voor mij uit zal gaan, maar Gij laat mij evenwel niet weten, wie Gij met mij zult zenden, of die engel, in wie Uw naam is (hoofdstuk 23:30 vv.), of dat het besluit blijft, dat een geschapen engel de leiding overnemen zal. Ik heb vrijmoedigheid, om tot U te spreken, daar Gij gezegd hebt en ook door Uw daden de waarheid (vs.11) betoond hebt: Ik ken U bij name; Ik sta tot u in een bijzondere betrekking, als tot geen ander van de mensenkinderen; en ook: Gij hebt genade gevonden in Mijn ogen, zodat Ik u geef wat gij bidt en u niets onthoud.
13. Nu dan, ik bid, indien ik genade gevonden heb in Uw ogen, zo laat mij nu Uw weg, die gij met mij houden wilt, weten, en ik zal U kennen, als Mijn God, gelijk als Gij mij kent (vs.12), opdat ik genade vind in Uw ogen, van die genade, die ik gevonden heb recht verzekerd zij; en, wanneer Gij om mijnentwil niet geven wilt, dat de engel in wie Uw naam is, met ons ga, zie dan aan, dat deze natie Uw volk is, 1) dat Gij Israël boven alle volken van de aarde U hebt verkoren, en ook boven alle volken bijzonder moet zegenen.
1) De Heere heeft reeds veel daardoor toegestaan, dat het Verbond met Israël niet vernietigd, niet voor altijd opgeheven is, maar slechts opgeschort, of voor een tijd buiten zijn volle kracht en zegen gesteld is, totdat een nieuw volk in de plaats zou getreden zijn, en dat de volvoering van de belofte ten opzichte van het beloofde land, door middel van een geschapen engel zou vervuld worden. Toch kan het hart van Mozes daarmee niet tevreden zijn; hij begeert het gehele herstel van het verbond reeds voor het tegenwoordige geslacht, en kan de Engel, in wie de naam van de Heere is, niet loslaten; want dit was Israëls voorrang boven alle volkeren van de aarde (vs.16). Het geleide van een geschapen engel behoorde toch niet tot het gebied van het Jehovistische, maar totdat van het Elohistische bestuur (zie Ge 2.6); dit kon ook heidense volken of rijken ten deel zijn, en is nu hun ten dele geworden (Dan.10:13,21); de theocratie had tot voorwaarde, het persoonlijk wonen van God onder Zijn volk. Dit nu is het, wat Mozes hier van de Heere bidt, en hij verkrijgt ook, gelijk de volgende verzen aantonen, zijn bede.
Hoe hij pleit: 1ste. Hij beroept zich op de last, die God aan hem had opgedragen, om het volk op te voeren; 2de. Hij maakt zich ten nut, de zalige betrekking, die hij op God had, naar het onfeilbaar woord van de Waarachtige, zich beroepende op Gods genadige en gunstige uitdrukking jegens hem; 3de. Hij geeft te kennen, dat het volk mede, hoewel ten hoogste onwaardig, enige betrekking heeft op God; 4de. Hij geeft te kennen, het belang, dat hij erin stelde, dat Gods aangezicht meeging; en 5de. besluit hij, of eindigt hij met een drangreden, waarin de eer van Gods naam meer in het bijzonder bedoeld wordt.
O wat vermag toch het gebed, het ootmoedig en gelovig, het vurig en aanhoudend gebed niet! Het sluit de schatkamers van Gods eeuwig vaderhart open en de sluizen van de stroom van Zijn straffende oordelen toe, het brengt zegen over het hoofd, dat door de zonde met wisse vloek was beladen, en heeft nog zijn kracht niet verloren, waar de mond van hem, die het opzond, reeds zwijgt in het stof van de dood.
14. Hij (de Heere) dan zei; Zou Mijn aangezicht, 1) Mijn eigen Ik, Mijn persoonlijk wezen, met u moeten meegaan, om u gerust te stellen? 2)
1) Mijn aangezicht. Dit is hetzelfde als Zijn genadige aanwezigheid, als de Engel, in wien Zij Naam woont. De Engel wordt ook genoemd: Engel van het aangezicht. Door Zijn aangezicht wordt verstaan: Zijn kennelijke aanwezigheid te midden van Zijn volk.
2) Welk een tedere liefde spreekt hier uit deze woorden van de Heere tot Mozes. Woorden, die ook de verhouding van een vader tot zijn kind tekenen.
15. Toen zei hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet meegaan zal, doe ons van hier liever in het geheel niet optrekken.
Mozes voelt hier eerst het verschrikkelijke van een optrekken, zonder daarbij de gunst van God te genieten. En o, waar hij weet, dat zijn volk ieder ogenblik tot weerspannigheid geneigd is, heeft hij er behoefte aan, dat de Heere weer de gewisse belofte doet, dat Hij mede zal optrekken. Zolang en wanneer God niet mede optrok, zou het volk niet onderscheiden zijn van alle andere volken. Dit spreekt hij in het volgende vers uit.
16. Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat? a) Alzo zullen wij als hooggezegenden afgezonderd worden, ik en Uw volk, van alle volk, dat op de aardbodem is. 1)
a) Deuteronomium. 4:7
1) Dat Mozes voor zich en zijn volk een onderscheiding verlangt boven alle andere volken op aarde, is niet iets vermetels, maar slechts het vasthouden van het geloof in de daad van de goddelijke roeping en verkiezing (hoofdstuk 19:5 vv.). Het geloof, dat op het Woord van God rust, duldt geen andere maatstaf, dan de oneindige volheid van de goddelijke belofte.
17. Toen zei de HEERE tot Mozes: Ook dezelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, omdat gij, zoals Ik gezegd heb en u nu door de verhoring van deze bede metterdaad bewijs, genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken. 1) (vs.12).
1) Hiermee heeft Mozes bereikt, wat hij wenste, de toezegging van Gods persoonlijk geleide en daardoor het gehele herstel van het verbond met Israël. Het aangezicht is dat gedeelte van het mensenlichaam, waarin niet alleen zijn inwendig persoonlijk wezen, maar ook Zijn individualiteit of bijzondere eigenaardigheid en zijn gemoedstoestand zich afspiegelen. Daarom is het aangezicht van God zoveel als Hij zelf in eigen persoon of in persoonlijke tegenwoordigheid (Deuteronomium. 4:37; 2 Samuel. 17:11). In betekenis komt het overeen met de uitdrukking: naam van God (zie Ge 4.26); want een naam is een korte inhoud van de karakteristieke eigenaardigheden van de persoon, die de naam draagt; hij is voor de oren van een ander, wat het aangezicht voor de ogen is, een openbaring aan hem. Daarom heet ook de engel, in wiens binnenste de naam van de Heere is (hoofdstuk 23:21) 2 Samuel bij Jesaja (hoofdstuk 63:9) “de engel van Zijn aangezicht”. Dat onder deze engel het woord, dat in den beginne bij God was, en dat vanouds het leven en het licht van de mensen was (Johannes 1:1-4), te verstaan is, is reeds vroeger aangewezen; toch staat Hij, hoewel Hij Israëls geleider was, in het oude Testament altijd nog op een zekere afstand van het volk; Hij staat daar als een van de verhevenste hemelse gezanten, totdat Hij in het Nieuwe Testament vlees wordt en het vlees van Abraham aanneemt (Johannes 1:14 Hebr.2:16).
Met deze woorden, met deze belofte is de Verbondsbreuk tussen God en zijn volk weer hersteld, maar dat herstel heeft plaats op het gebed van Mozes, omwille van de Middelaar.
18. Toen zei hij, geheel vervuld van de genade, die bij dat woord zijn hart in verrukking bracht, en, door de verzekering van die genade, nu te stoutmoediger geworden:Toon mij nu, opdat ook het laatste, dat nog afscheidt, weggenomen wordt, niet alleen meer de gedaante, die Gij tegenover de oudsten aangenomen hebt (hoofdstuk 24:10 Numeri. 12:8), maar Uw gehele, onverborgen heerlijkheid! 1)
1) In het bijzonder menen wij, dat Gods deugden hier betekent, die deugden, waardoor God in de Engel van Zijn aangezicht verheerlijkt en Zijn weg geopenbaard wordt, tot heil van verloren zondaren.
Niet een dwaze weetgierigheid, welke zo dikwijls de zinnen van de mensen beroert, opdat zij stoutweg trachten in te dringen tot de uiterste geheimen van de hemel, drijft Mozes.
Zo onverzadigbaar als de oude mens naar de wereld is, zo is het de nieuwe naar God. Mozes had tot hiertoe reeds zoveel in beelden gezien, nu wil hij ook het wezen aanschouwen zonder enig bedeksel; hij wil niet alleen, dat God tot hem afdale, maar dat hij ook opgeheven worde boven de grenzen van het eindige; hij wil boven het gebied van het geloof zien.
Gelijk wij, als wij van een vriend uit verre landen reeds lang menig teken van liefde, menig deelnemend schrift, menige goede gaven ontvingen, eindelijk het verlangen onmogelijk bedwingen kunnen, om hem zelf te zien en te spreken, zo begeert Mozes, dat de Heere, die hem reeds zoveel van Zijn wegen en werken deed zien, hem eindelijk de volle glans van Zijn eigen wezen vertone. Tot dusver waren de engelen middelaars tussen hem en de Heere, thans wil wil hij Hem onmiddellijk naderen.
Een volkomen middelaar, dat voelt hij, is hij slechts dan, wanneer hij evenzo onmiddellijk met Jehovah verkeerde, als met het volk, wanneer hij Jehovah evenzo in Zijn waarachtige gedaante gezien en gekend had, als hij het volk ziet en kent; tot dit bewustzijn komt hij juist nu, nu hij opnieuw in zijn middelaarsroeping erkend en bevestigd is geworden, en hier ligt hem nu zeer veel aan gelegen, te vernemen, of die beperking van zijn beroep, omdat tussen hem en de Heere eerst nog een andere bemiddeling bestond, een volstrekt noodzakelijke was; of hij niet, al ware het voor eens, God onmiddellijk ziet en onmiddellijk met hem verkeren mocht.
Wat Mozes, de middelaar van het Oude Verbond, hier begeerd heeft en toch niet verkrijgen kon, is: zo’n volkomenheid van zijn middelaarsbetrekking tot God, als daarna de Middelaar van het Nieuwe Verbond werkelijk gehad heeft. (Johannes 1:18).
Wat Mozes verlangde was meer dan hij tot nu had gezien en ervaren. Zeker, om zijn geloof te versterken, hoewel het niet onmogelijk is, dat die begeerte was vermengd met het bloot menselijk verlangen, om de heerlijkheid van God te zien, zoals deze in de hemel gezien wordt. Daarom staat God hem toe, wat dienstig kon zijn, om zijn geloof te versterken, maar tempert zijn verlangen, voor zover het uit menselijke zwakheid voortkomt. Niet door aanschouwen, maar door geloof te leven, moest ook Mozes hier herinnerd worden.
19. Doch Hij zei: Ik zal ook van deze bede u zoveel verlenen, als Ik u verlenen kan; Ik zal al Mijn goedigheid,
1) Mijn volle heerlijkheid, waarvan de goedigheid (een liefelijk woord, dat wij niet gaarne voor een ander verruilen) het wezen is (Matth.19:17), voorbij uw aangezicht gaan laten, en zal de naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht, 2) ik zal u in een woord, in hetgeen Ik u zal laten horen (hoofdstuk 34:6), het hoogste geheim van Mijn wezen openbaren. Weliswaar hebt gij van u zelf, evenmin als enig ander mens, daarop recht; a) maar 3) Ik zal genadig zijn, aan wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wie ik Mij ontfermen zal; wie Ik genadig ben, die ben Ik waarlijk genadig, en over wie Ik Mij ontferm, over hem ontferm Ik Mij teder.
a) Rom.9:15
1) Alle goedigheid in die hele uitgestrektheid, zoals de algenoegzame God, die de Goedheid zelf is, zich in de gelukzalige eeuwigheid aan Zijn volk te genieten geeft; waartoe dan behoort, dat God in Zijn Naam volmaakt, immers zover een ellendig schepsel daartoe kan opklimmen, gekend en begrepen wordt, Zijn genade, barmhartigheid, lankmoedigheid, goedertierenheid en waarheid.
2) De Heere belooft hier aan Mozes zoveel te schenken, als de afstand tussen de eeuwige God en de eindige mens toelaat.
3) Of, en beter, en. De Heere geeft hier de grond aan, waarom Hij Mozes Zijn goedertierenheid zal laten voorbijgaan. Die grond ligt in God zelf, in Zijn eigen en vrije ontferming. Geen mens, ook Mozes niet, heeft enig recht op dit blijk van Zijn goedertierenheid.
20. Hij zei verder: Gij zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, zoals gij begeerd hebt; want Mij zal geen mens zien en leven; 1) wilde Ik het doen en u de gehele diepte en majesteit van Mijn wezen laten aanschouwen, zo zou zulk eenblik u vernietigen, want geen eindig mens kan die aanblik verdragen.
1) Niet alleen is de heilige God voor de onheilige mens een verterend vuur, maar tussen de oneindige God, de absolute (onbeperkte) Geest, en de met een aards lichaam omklede mensengeest is, in en met het aardse en natuurlijke lichaam, een grens gesteld, die eerst bij het afleggen van ons lichaam (Rom.8:23), en bij onze overkleding met een geestelijk lichaam 2 Corinthiers. 5:2,4) weggenomen zal worden; zolang deze grens bestaat, is het onmiddellijk aanschouwen van Gods heerlijkheid onmogelijk. Zoals ons lichamelijk oog door het aanschouwen van het zonnelicht verblind en de kracht om te zien gedood wordt, zo zou onze gehele natuur door het volle aanschouwen van het licht van God vernietigd worden. Zo lang wij in dit lichaam zijn, dat wel bestemd is tot verheerlijking, maar door de zondeval tot het verderf van de dood gekomen is, kunnen wij slechts in geloof wandelen, slechts met het oog van het geloof God zien, voor zover Hij Zijn heerlijkheid in Zijn Woord en Zijn werk openbaart; eerst, wanneer wij, in de goddelijke natuur (2 Petr.1:4) verheerlijkt, God gelijk geworden zijn, dan zullen wij Hem ook kennen, zoals Hij is (1 Johannes 3:2), dan zullen wij Zijn heerlijkheid zonder bedeksel aanschouwen en eeuwig voor Hem leven. Daarom moet ook voor Mozes genoeg zijn het voorbijgaan van Gods heerlijkheid voor Zijn aangezicht, en de openbaring van de naam van Jehova door middel van het Woord, waarin God Zijn innigst wezen, om zo te zeggen, Zijn gehele hart voor het geloof ontsluit.
21. De HEERE zei verder, hem Zijn bedoeling nader verklarende: zie er is een plaats, een open plaats en dicht daarbij een beschermende rotsspleet (vs.23), bij Mij, boven op de top van de berg, waar Ik Mij aan u openbaren zal; daar zult gij u op de steenrots, gedeeltelijk in de kloof, gedeeltelijk op de vrije plaats, stellen.
22. En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij u zal gaan, zo zal Ik u in een kloof van de steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand zolang overdekken,1) totdat Ik voorbijgegaan zal zijn, opdat Mijn aanblik u niet vernietige.
1) Met mijn hand overdekken, wil zeggen, mijn bescherming en bewaring verlenen. Door Gods hand wordt niet zelden de beschermende macht van God aangeduid. Hoe dit geschied is, wordt niet gemeld, maar het is niet onwaarschijnlijk, dat God Mozes met een lichte wolk overdekt heeft.
23. En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; 1) maar meer mag Ik u niet toestaan, want Mijn aangezicht zal niet gezien worden door een beperkt, een eindig, een door Zijn lichaam aan deaarde gebonden mens!
1) Wij zien de heerlijkheid van God als in een spiegel, als wij zien wat God gedaan heeft in Zijn werk, in het bijzonder die van de genade; en de achterste delen daarvan, als wij naspeuren de gangen van onze God, onze Koning in Zijn heiligdom. Aan Mozes nu was vergund, om alleen de achterste delen van Gods heerlijkheid te zien, maar lang daarna, wanneer hij een getuige was van Christus’ verheerlijking op de berg, zag hij Zijn aangezicht blinkende gelijk de zon. Zo zullen de ontdekkingen zijn, die God doet van zichzelf door Zijn wegen, die Hij houdt in de genade en voorzienigheid, terwijl Zijn volk nog van Hem uitwoont, een gevolg worden van een aanschouwen van Gods aangezicht in volkomen gerechtigheid, wanneer zij, die er in dit leven zo zeer naar gehongerd en gedorst hebben, met Gods beeld zullen verzadigd worden.
Dit brengt niet mee, dat hij de zelfstandigheid van God gezien heeft, maar alleen, dat God op een gewone wijze zichzelf aan Mozes geopenbaard en in enige gelijkenis hem Zijn gelijkenis getoond heeft, zoveel Mozes machtig was deze te aanschouwen.
Wat Mozes zien zal, nee, niet de Onzienlijke zelf zal het zijn, maar de slippen van Zijn koninklijk kleed, het uiterste van Zijn hemels gewaad! Verheven belofte. Kon het treffender uitgedrukt worden, dat God een geest is, die een ontoegankelijk licht bewoont, wie geen mensenoog gezien heeft, noch zien kan? Niet het aangezicht zelf, maar de laatste plooi van de koningsmantel. Ziedaar dan het meeste, dat Hij aan het schepsel kan tonen, wie Hij het hoogste voorrecht verlenen wil! Zo wordt nog eenmaal, niet slechts het ongeoorloofde, maar ook het bespottelijke van de beeldendienst aangeduid, waaraan zich Israël nog pas had schuldig gemaakt.
Wij hebben onder deze uitdrukking te verstaan, niets minder, dan dat Mozes de Heere zou zien uit Zijn werken, afgebeeld hierin, dat Mozes God als in het voorbijgaan zag. Niet de onuitputtelijke Majesteit van Gods innerlijk Wezen zou aan Mozes openbaar worden, maar de heerlijke openbaring van dit Wezen, zoals zondaren deze nodig hebben, in haar schuldvergevende genade.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 33
Exodus 33:18.KruisverwijzingenExodus 33:20→1 Timotheüs 6:16→Openbaring 21:23→Titus 2:13→Psalmen 4:6→2 Korinthe 4:6→2 Korinthe 3:18→Johannes 1:18→
— Toen zeide hij: Toon mij nu Uw heerlijkheid!
De heerlijkheid van God ligt kennelijk in Zijn goedheid. Toen Mozes zei: “Toon mij nu Uw heerlijkheid!”, was het antwoord dat hij ontving: “Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan.” Als wij dus de heerlijkheid des HEEREN werkelijk zouden kunnen zien, dan zou de oneindige goedgunstigheid van Zijn gedachten, Zijn woorden en Zijn daden — alles samengebracht in één middagglans en alles stralend met onuitsprekelijke helderheid — voor onze ogen doorbreken.
Maar het is natuurlijk geen heerlijkheid die met sterfelijke ogen gezien kan worden, want God is een Geest; Hij is daarom niet te onderscheiden met onze zwakke zinnen, noch te vatten met onze grove stoffelijkheid. En toch, indien God door het menselijk verstand aanschouwd kon worden en Zijn volmaaktheden aan ons schepselbegrip ontvouwd konden worden, dan zouden wij zien dat de hoogste luister van Zijn majesteit ligt in Zijn oneindige goedheid.
God is liefde. Dat is het meest in het oog vallende in het goddelijke wezen. Al zijn er in Hem voortreffelijkheden zonder maat of graad, die alle denken en rekenen te boven gaan, toch zou het geheel — gelijk de vermengde tinten van vele kleuren in de regenboog — kunnen worden samengevat in deze woorden: “Uw goedheid.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
MOZES BIDT VOOR HET VOLK EN BEGEERT DE HEERLIJKHEID VAN DE HEERE TE ZIEN.
I. Vers 1-11
Als Mozes het besluit van de Heere aan het volk meedeelt, ontstaat als eerste teken van vrijwillige en oprechte boete, een diepe treurigheid, dat de Heere niet meer bij hen wonen wil. Mozes geeft een zichtbaar bewijs van deze veranderde verhouding van de Heere tot Israël, en verplaatst zijn tent buiten het leger. Het volk geeft een nieuw teken van boete door ootmoedige onderwerping en door eerbied voor de door God zo bijzonder gezegende knecht.
1. Voorts sprak de HEERE tot Mozes, de Heere had, gelijk straks (hoofdstuk 32:34) meegedeeld is, op Mozes’ voorbede geantwoord: Ga heen, trek op van hier, gij en het volk, dat gij uit Egypte gevoerd hebt, naar het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: a) Aan uw nageslacht zal Ik het geven.
a) Genesis 12:7; 26:4; 28:13
2. En Ik zal een engel voor uw aangezicht zenden, 1) die u in Mijn plaats geleiden zal, (en Ik zal uitdrijven de Kanaänieten, de Amorieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten).
1) Wel had de Heere beloofd, het volk niet geheel en al te zullen vernietigen, maar niet, dat Hij het volk weer erkende als Zijn volk. Al was de toorn van God verzacht, toch zou Israël het ervaren, dat zij tegen Hem hadden gezondigd, en alleen om de belofte en de eedzwering aan Abraham gedaan, zou Hij een Engel, een geschapen Engel, voor hun aangezicht zenden, opdat zij het land van de belofte in bezit zouden verkrijgen. Dit was Zijn in de toorn nog de ontferming indachtig zijn.
3. Naar het land, dat van melk en honing is vloeiende: want Ik zal in het midden van u niet optrekken, a) 1) want gij zijt een hardnekkig volk, dat zijn nek onder het juk van Mijn geboden niet buigen wil (hoofdstuk 32:9); het is daarom beter, dat Ik niet persoonlijk bij u ben, Ik zou de bewijzen van uw halsstarrigheid moeten aanzien en des te eerder tot toorn verwekt worden; Ik verwijder Mij van u, opdat Ik u op dezeweg niet vertere. 2)
a) Deuteronomium. 9:13
1) God wordt gezegd in het midden van hen op te trekken, waaronder Hij de gedenktekenen van Zijn bijzondere Voorzienigheid, zorg en bescherming opricht, en waarbij Hij tegenwoordig is met de blijken van Zijn Majesteit, macht en genade.
Had God vroeger beloofd, dat Hij aan de spits van Israëls leger zou gaan, hun de weg wijzen in de vuur- en wolkkolom; had Israël vroeger op smalende wijze gevraagd: Is de Heere nog in het midden van ons of niet (hoofdstuk 17:7), nu dreigt de Heere, dat Zijn heilige aanwezigheid voortaan door Israël zal gemist worden. Men moet het echter zo opvatten, dat de bedreiging conditioneel (voorwaardelijk) is en plaats laat voor opheffing, indien Israël zich bekeert en boete doet.
2) In deze woorden, hoe menselijk zij klinken, ligt evenwel een diepe goddelijke waarheid. Israëls hardnekkigheid werd des te groter en strafbaarder, hoe meer bewijzen van Gods genade zij verkregen, hoe hoger zij daardoor gesteld werden, dat de Heere in hun midden woonde en persoonlijk hun leiding op zich nam. Zulk een onderscheiding wil God nu van het volk terugnemen, deels, omdat hun nog onverzoende zonde Zijn onmiddellijke aanwezigheid nog niet weer toelaat, deels om hen voor de mogelijkheid te bewaren, bij verder uitbreken van hun goddeloze gezindheid, zich weer op het uiterste te verzondigen en de maat van hun schuld vol te maken. Wanneer een geschapen engel met hen ging, werd de maat van hun zonde slechts langzamerhand, niet op eens, vol, en de goddelijke lankmoedigheid won des te meer tijd, om met het gericht van gehele vernietiging te wachten.
4. Toen nu Mozes het antwoord van de Heere tot het leger bracht en het volk dit kwade 1) woord hoorde, dat hun wel de verdere vervulling van de goddelijke belofte toezegde, maar het beste en heerlijkste, de onmiddellijke aanwezigheid van God terugnam, zo droegen zij leed; 2) en niemand van hen deed zijn versiersel, ringen, gespen, enz. aan zich, 3) gelijk men in grote droefheid deze placht af te leggen (Ezech.26:16).
1) Dit woord wordt een kwaad woord genoemd, omdat het Israël aankondigt, dat het geduld van de Heere ten einde is. Kwaad wordt het hier genoemd in de zin van, een boze tijding brengend.
2) In het Hebreeuws Jithabaloe, zij weeklaagden, bedreven rouw. Israël begon te voelen, wat het betekende, tegen de Heere gezondigd te hebben. Dat zo velen door het zwaard gevallen waren, was smartelijk geweest, maar dat de Heere hen verlaten wilde, of niet met Zijn Goddelijke aanwezigheid hen nabij zou zijn, was een zaak van nog veel groter smart.
3) De inwendige rouw werd ook door uitwendige tekenen aangeduid. De gehele menigte toonde één te zijn in de uitwendige belijdenis van haar zonde, en al is het aan te nemen, dat bij velen het een uiterlijk belijden zal geweest zijn, bij anderen zal ook een waarlijk oprecht, innerlijk leeddragen over de zonde plaatsgehad hebben.
5. En de HEERE had, 1) om de hiermee beginnende boete van het volk te versterken, tot Mozes gezegd, waarschijnlijk met luide, door allen hoorbare stem, opdat niemand zou twijfelen of het meegedeelde (vs.4)het woord van de HEERE was: Zeg tot de kinderen van Israël: 2) Gij zijt een hardnekkig volk (vs.3), in een ogenblik; zou Ik in het midden van u optrekken en zou u vernielen (vs.3); doch nu, ga voort in hetgeen gij begonnen zijt, verootmoedigt u met ware boete en waar berouw; legt uw sieraad van u af, alles wat gij nog aan u hebt, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal. 3)
1) Beter is de vertaling: De Heere zei tot Mozes. Wat nu volgt is een herhaling en uitbreiding van het vorige, opdat de boete en rouw bij Israël zou bestendigd en vermeerderd worden.
2) Eerst klinkt het uw volk (hoofdstuk 32:7), toen gij en het volk (hoofdstuk 33:1), en hier de kinderen van Israël. Is het niet, om daarmee aan te duiden, dat Zijn gunst zich weer over Zijn volk begint uit te strekken, en dat Zijn barmhartigheden niet geheel door Zijn toorn waren toegesloten? Is het niet, opdat het rouwdragende Israël weer vrijmoedigheid zou verkrijgen, om zich onvoorwaardelijk in Zijn handen te stellen?.
3) Door deze laatste woorden legt de Heere een straal van hoop in Zijn harde woorden, om de kinderen van Israël moed tot verootmoediging te geven. Dat is een gewichtige vingerwijzing voor ieder, die anderen op te voeden, te straffen en tot boete op te wekken heeft, dat hij wel met alle ernst de hem toevertrouwde zielen hun zonde voor ogen stelt, te ondervinden geeft, ter rechter tijd echter ook de hoop op genade opwekt, omdat anders, wanneer men de straf te veel maakte, de gemoederen te zeer met trotsering of wanhoop zouden vervuld worden. Er is bovendien geen boek, waaruit men beter de pedagogiek, of kunst om op te voeden, leert, dan de Heilige Schrift; maar men moet nauwkeurig letten op hetgeen zij van Gods wijze van opvoeding vertelt, daar zij de diepten van haar wijsheid dikwijls achter enkele eenvoudige woorden verbergt.
6. De kinderen van Israël dan beroofden 1) zichzelf van hun versierselen, die hun tot hun zonde van afgoderij behulpzaam geweest waren (hoofdstuk 32:3 vv.) geheel en al, en brachten die verre van de berg Horeb; 2) ook later namen zij ze niet weer aan, maar bezigden deze tot godsdienstige doeleinden (hoofdstuk 35:20 vv.; 38:8).
1) Beroofden zichzelf; niet, deden van zich af, maar beroofden zich, om daarmee te kennen te geven, dat zij ze eigenlijk van zich afscheurden, als teken van diepste verontwaardiging, over hun eigen snoodheid en van hun diepe droefheid over hun zonden.
2) Het gebruik van de namen Sinaï en Horeb is steeds zeer twijfelachtig geweest. In het algemeen staat als regel vast, dat Horeb de algemene, omvattende naam en de gehele nader beschreven (zie Ex 3.1) bergketen is; terwijl de naam Sinaï bijzonder op de uitvoerig besproken (zie Ex 19.2) berg van de wetgeving betrekking heeft, gelijk hij ook eerst dan genoemd wordt, als Israël bij deze berg aangekomen is. Gedurende het gehele oponthoud bij de berg wordt dan nauwkeurig tussen beide namen onderscheid gemaakt; als echter de kinderen van Israël het oord verlaten hebben, treedt de naam Sinaï weer terug en wij vinden, voornamelijk in het vijfde boek van Mozes, bijna alleen de naam Horeb gebruikt, waaronder de Sinaï mee begrepen is. Deze spreekwijze hebben wij reeds hier op onze plaats, daar het reeds op die volgende tijd betrekking heeft.
7. En Mozes, de betekenis begrijpende van het woord, dat de Heere niet meer in het midden van het afgevallen volk wilde wonen, nam de Tent, waarin hij tot hiertoe de Heere voor het volk om raad gevraagd en (hoofdstuk 18:15 vv.; 19 vv.) de zaken voor God gebracht had, en hij spande ze zich buiten het leger, 1) opdat Israël duidelijk en voortdurend zou zien, dat het van zijn God gescheiden was; hij richtte die op, ver van het leger afwijkende, en hij noemde ze de Tent der samenkomst, namelijk van de Heer met Zijn volk. Aan de bouw van de eigenlijke tabernakel, die hem op de berg getoond en in zijn afzonderlijke delen beschreven was (hoofdstuk 25-27), viel voorlopig niet te denken; een gewone Tent moest eerst de plaats van deze innemen. En het geschiedde, dat al wie de HEERE zocht, om, in enige gewichtige zaak, de wil van de Heere door Mozes te vernemen, uitging tot de Tent der samenkomst, die buiten het leger was; zo schikten zich de kinderen van Israël ootmoedig en gewillig in deze verdiende maar treurige verandering.
1) Ofschoon de tent was verplaatst, zij was nochthans niet ongenaakbaar, en een ieder, die genegen was, de Heere te zoeken, en tot deze uitging, was welkom.
8. En het geschiedde, wanneer Mozes uit zijn familietent, die zich nog in het midden van het volk bevond, uitging naar de Tent der samenkomst (vs.7), dan stond al het volk op uit eerbied voor hem, van wie zij eerst (hoofdstuk 32:1) zo minachtend gesproken hadden, en een ieder stelde zich in de deur van zijn tent, totdat hij voorbij was, en zij zagen Mozes na, totdat hij de Tent ingegaan was.
9. En het geschiedde, als Mozes de Tent ingegaan was, zo kwam de wolkkolom 1) van de berg, op de top waarvan zij zich (hoofdstuk 19:2) gelegerd had, naar beneden, en stond met haar onderste gedeelte in de deur van de Tent, en Hij, die in die kolom tegenwoordig was, sprak met Mozes, en gaf hem antwoord op zijn vragen (vs.7).
1) Hoogstwaarschijnlijk was de wolkkolom geweken van Israël, maar nu de tent buiten het leger was geplaatst, afgescheiden dus van de goddelozen, die tegen de Heere gezondigd hadden, nu openbaart zich de Heere opnieuw in de wolk, om met Mozes te spreken. Heden werd voor het oog van allen het Middelaarsambt van Mozes door de Heere bevestigd.
10. Als het volk, dat Mozes op zijn weg nazag (vs.8), de wolkkolom van de berg zag neerkomen en staan in de deur van de Tent, zo stond al het volk op, en zij bogen zich ter aarde (Genesis 18:2; 19:1) 18.2, een ieder in de deur van zijn tent, in dankbaarheid, daar de Here, hoewel uit hun midden uitgegaan, nog in hun omgeving wilde zijn.
11. En de HEERE, die in de wolk aanwezig was, sprak tot Mozes voor de deur van de Tent (vs.9), van aangezicht tot aangezicht, 1) niet als de Hoogverhevene van de hemel af, maar in zo’n nabijheid en vertrouwelijkheid, zoals een man met zijn vriend spreekt, als van mond tot mond (Numeri. 12:8); hoewel Mozes Hem toch in Zijn volle heerlijkheid niet aanschouwen mocht (vs.18 vv.); daarna keerde hij (Mozes) weer tot het leger, tot zijn familietent; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun (hoofdstuk 17:9 vv.; 24:13; 32:17 vv.), de door Mozes als wachter aangestelde jongeling; 2) week niet uit het midden van de Tent, maar bewaakte die dag en nacht.
1) Op bijzondere wijze wordt dus dit mondgesprek met dit woord aangeduid, alsof er stond, dat God aan Mozes verscheen op een gewone wijze van openbaring. Indien iemand tegenwerpt, dat dit strijdt met de verklaring, welke wij weldra zullen beschouwen: “Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien”, dan is de oplossing gemakkelijk. Want, ofschoon God zich op een bijzondere wijze aan Mozes openbaart, zo verscheen Hij nochthans niet in Zijn volle heerlijkheid, maar in zoverre de zwakheid van de mens het kon verdragen. Deze oplossing bevat stilzwijgend de verklaring, dat als het ware niemand Mozes gelijk is geweest, of tot zo’n hoge graad van waardigheid is opgeklommen.
2) Jozua wordt hier jongeling genoemd, hoewel hij reeds ouder was dan vijftig jaar, omdat hij de dienaar was van Mozes, wie hij met kinderlijke getrouwheid aanhing. Dat hij in de tent bleef, diende om deze te bewaken en in haar het aangezicht van de Heere met bidden en vasten te zoeken.
II. Vers 12-23
Nu Mozes weet, dat het volk zijn zonde heeft ingezien en met smart over zijn misdaad en met verlangen naar volledig herstel van het verbond vervuld is, gaat hij een schrede verder en bidt de Heere, Israël niet anders dan onder geleide van Zijn eigen persoonlijke tegenwoordigheid naar Kanaän te willen brengen. Dit wordt ook werkelijk toegestaan; doch door deze bewijzen van genade, die hij de een na de ander ontvangt, is hij zo moedig in het smeken geworden, dat hij zelfs begeert de heerlijkheid van de Heere te zien. Dit kan hem niet in volle mate worden toegestaan; wat intussen mogelijk is, dat zal hij verkrijgen; de Heere wil al Zijn goedheid hem voorbij laten gaan en voor hem de naam van de Heere laten prediken; hij zal dan de acherste delen van de Heere zien.
12. En Mozes zei op een van de volgende dagen tot de HEERE, toen hij weer uit de Tent der samenkomst van aangezicht tot aangezicht met Hem sprak (vs.7 vv.): Zie, Gij zegt tot Mij, (hoofdstuk 32:33; 34:1-3): Voer dit volk op naar Kanaän; Gij spreekt ook van een engel, die voor mij uit zal gaan, maar Gij laat mij evenwel niet weten, wie Gij met mij zult zenden, of die engel, in wie Uw naam is (hoofdstuk 23:30 vv.), of dat het besluit blijft, dat een geschapen engel de leiding overnemen zal. Ik heb vrijmoedigheid, om tot U te spreken, daar Gij gezegd hebt en ook door Uw daden de waarheid (vs.11) betoond hebt: Ik ken U bij name; Ik sta tot u in een bijzondere betrekking, als tot geen ander van de mensenkinderen; en ook: Gij hebt genade gevonden in Mijn ogen, zodat Ik u geef wat gij bidt en u niets onthoud.
13. Nu dan, ik bid, indien ik genade gevonden heb in Uw ogen, zo laat mij nu Uw weg, die gij met mij houden wilt, weten, en ik zal U kennen, als Mijn God, gelijk als Gij mij kent (vs.12), opdat ik genade vind in Uw ogen, van die genade, die ik gevonden heb recht verzekerd zij; en, wanneer Gij om mijnentwil niet geven wilt, dat de engel in wie Uw naam is, met ons ga, zie dan aan, dat deze natie Uw volk is, 1) dat Gij Israël boven alle volken van de aarde U hebt verkoren, en ook boven alle volken bijzonder moet zegenen.
1) De Heere heeft reeds veel daardoor toegestaan, dat het Verbond met Israël niet vernietigd, niet voor altijd opgeheven is, maar slechts opgeschort, of voor een tijd buiten zijn volle kracht en zegen gesteld is, totdat een nieuw volk in de plaats zou getreden zijn, en dat de volvoering van de belofte ten opzichte van het beloofde land, door middel van een geschapen engel zou vervuld worden. Toch kan het hart van Mozes daarmee niet tevreden zijn; hij begeert het gehele herstel van het verbond reeds voor het tegenwoordige geslacht, en kan de Engel, in wie de naam van de Heere is, niet loslaten; want dit was Israëls voorrang boven alle volkeren van de aarde (vs.16). Het geleide van een geschapen engel behoorde toch niet tot het gebied van het Jehovistische, maar totdat van het Elohistische bestuur (zie Ge 2.6); dit kon ook heidense volken of rijken ten deel zijn, en is nu hun ten dele geworden (Dan.10:13,21); de theocratie had tot voorwaarde, het persoonlijk wonen van God onder Zijn volk. Dit nu is het, wat Mozes hier van de Heere bidt, en hij verkrijgt ook, gelijk de volgende verzen aantonen, zijn bede.
Hoe hij pleit: 1ste. Hij beroept zich op de last, die God aan hem had opgedragen, om het volk op te voeren; 2de. Hij maakt zich ten nut, de zalige betrekking, die hij op God had, naar het onfeilbaar woord van de Waarachtige, zich beroepende op Gods genadige en gunstige uitdrukking jegens hem; 3de. Hij geeft te kennen, dat het volk mede, hoewel ten hoogste onwaardig, enige betrekking heeft op God; 4de. Hij geeft te kennen, het belang, dat hij erin stelde, dat Gods aangezicht meeging; en 5de. besluit hij, of eindigt hij met een drangreden, waarin de eer van Gods naam meer in het bijzonder bedoeld wordt.
O wat vermag toch het gebed, het ootmoedig en gelovig, het vurig en aanhoudend gebed niet! Het sluit de schatkamers van Gods eeuwig vaderhart open en de sluizen van de stroom van Zijn straffende oordelen toe, het brengt zegen over het hoofd, dat door de zonde met wisse vloek was beladen, en heeft nog zijn kracht niet verloren, waar de mond van hem, die het opzond, reeds zwijgt in het stof van de dood.
14. Hij (de Heere) dan zei; Zou Mijn aangezicht, 1) Mijn eigen Ik, Mijn persoonlijk wezen, met u moeten meegaan, om u gerust te stellen? 2)
1) Mijn aangezicht. Dit is hetzelfde als Zijn genadige aanwezigheid, als de Engel, in wien Zij Naam woont. De Engel wordt ook genoemd: Engel van het aangezicht. Door Zijn aangezicht wordt verstaan: Zijn kennelijke aanwezigheid te midden van Zijn volk.
2) Welk een tedere liefde spreekt hier uit deze woorden van de Heere tot Mozes. Woorden, die ook de verhouding van een vader tot zijn kind tekenen.
15. Toen zei hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet meegaan zal, doe ons van hier liever in het geheel niet optrekken.
Mozes voelt hier eerst het verschrikkelijke van een optrekken, zonder daarbij de gunst van God te genieten. En o, waar hij weet, dat zijn volk ieder ogenblik tot weerspannigheid geneigd is, heeft hij er behoefte aan, dat de Heere weer de gewisse belofte doet, dat Hij mede zal optrekken. Zolang en wanneer God niet mede optrok, zou het volk niet onderscheiden zijn van alle andere volken. Dit spreekt hij in het volgende vers uit.
16. Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat? a) Alzo zullen wij als hooggezegenden afgezonderd worden, ik en Uw volk, van alle volk, dat op de aardbodem is. 1)
a) Deuteronomium. 4:7
1) Dat Mozes voor zich en zijn volk een onderscheiding verlangt boven alle andere volken op aarde, is niet iets vermetels, maar slechts het vasthouden van het geloof in de daad van de goddelijke roeping en verkiezing (hoofdstuk 19:5 vv.). Het geloof, dat op het Woord van God rust, duldt geen andere maatstaf, dan de oneindige volheid van de goddelijke belofte.
17. Toen zei de HEERE tot Mozes: Ook dezelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, omdat gij, zoals Ik gezegd heb en u nu door de verhoring van deze bede metterdaad bewijs, genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken. 1) (vs.12).
1) Hiermee heeft Mozes bereikt, wat hij wenste, de toezegging van Gods persoonlijk geleide en daardoor het gehele herstel van het verbond met Israël. Het aangezicht is dat gedeelte van het mensenlichaam, waarin niet alleen zijn inwendig persoonlijk wezen, maar ook Zijn individualiteit of bijzondere eigenaardigheid en zijn gemoedstoestand zich afspiegelen. Daarom is het aangezicht van God zoveel als Hij zelf in eigen persoon of in persoonlijke tegenwoordigheid (Deuteronomium. 4:37; 2 Samuel. 17:11). In betekenis komt het overeen met de uitdrukking: naam van God (zie Ge 4.26); want een naam is een korte inhoud van de karakteristieke eigenaardigheden van de persoon, die de naam draagt; hij is voor de oren van een ander, wat het aangezicht voor de ogen is, een openbaring aan hem. Daarom heet ook de engel, in wiens binnenste de naam van de Heere is (hoofdstuk 23:21) 2 Samuel bij Jesaja (hoofdstuk 63:9) “de engel van Zijn aangezicht”. Dat onder deze engel het woord, dat in den beginne bij God was, en dat vanouds het leven en het licht van de mensen was (Johannes 1:1-4), te verstaan is, is reeds vroeger aangewezen; toch staat Hij, hoewel Hij Israëls geleider was, in het oude Testament altijd nog op een zekere afstand van het volk; Hij staat daar als een van de verhevenste hemelse gezanten, totdat Hij in het Nieuwe Testament vlees wordt en het vlees van Abraham aanneemt (Johannes 1:14 Hebr.2:16).
Met deze woorden, met deze belofte is de Verbondsbreuk tussen God en zijn volk weer hersteld, maar dat herstel heeft plaats op het gebed van Mozes, omwille van de Middelaar.
18. Toen zei hij, geheel vervuld van de genade, die bij dat woord zijn hart in verrukking bracht, en, door de verzekering van die genade, nu te stoutmoediger geworden:Toon mij nu, opdat ook het laatste, dat nog afscheidt, weggenomen wordt, niet alleen meer de gedaante, die Gij tegenover de oudsten aangenomen hebt (hoofdstuk 24:10 Numeri. 12:8), maar Uw gehele, onverborgen heerlijkheid! 1)
1) In het bijzonder menen wij, dat Gods deugden hier betekent, die deugden, waardoor God in de Engel van Zijn aangezicht verheerlijkt en Zijn weg geopenbaard wordt, tot heil van verloren zondaren.
Niet een dwaze weetgierigheid, welke zo dikwijls de zinnen van de mensen beroert, opdat zij stoutweg trachten in te dringen tot de uiterste geheimen van de hemel, drijft Mozes.
Zo onverzadigbaar als de oude mens naar de wereld is, zo is het de nieuwe naar God. Mozes had tot hiertoe reeds zoveel in beelden gezien, nu wil hij ook het wezen aanschouwen zonder enig bedeksel; hij wil niet alleen, dat God tot hem afdale, maar dat hij ook opgeheven worde boven de grenzen van het eindige; hij wil boven het gebied van het geloof zien.
Gelijk wij, als wij van een vriend uit verre landen reeds lang menig teken van liefde, menig deelnemend schrift, menige goede gaven ontvingen, eindelijk het verlangen onmogelijk bedwingen kunnen, om hem zelf te zien en te spreken, zo begeert Mozes, dat de Heere, die hem reeds zoveel van Zijn wegen en werken deed zien, hem eindelijk de volle glans van Zijn eigen wezen vertone. Tot dusver waren de engelen middelaars tussen hem en de Heere, thans wil wil hij Hem onmiddellijk naderen.
Een volkomen middelaar, dat voelt hij, is hij slechts dan, wanneer hij evenzo onmiddellijk met Jehovah verkeerde, als met het volk, wanneer hij Jehovah evenzo in Zijn waarachtige gedaante gezien en gekend had, als hij het volk ziet en kent; tot dit bewustzijn komt hij juist nu, nu hij opnieuw in zijn middelaarsroeping erkend en bevestigd is geworden, en hier ligt hem nu zeer veel aan gelegen, te vernemen, of die beperking van zijn beroep, omdat tussen hem en de Heere eerst nog een andere bemiddeling bestond, een volstrekt noodzakelijke was; of hij niet, al ware het voor eens, God onmiddellijk ziet en onmiddellijk met hem verkeren mocht.
Wat Mozes, de middelaar van het Oude Verbond, hier begeerd heeft en toch niet verkrijgen kon, is: zo’n volkomenheid van zijn middelaarsbetrekking tot God, als daarna de Middelaar van het Nieuwe Verbond werkelijk gehad heeft. (Johannes 1:18).
Wat Mozes verlangde was meer dan hij tot nu had gezien en ervaren. Zeker, om zijn geloof te versterken, hoewel het niet onmogelijk is, dat die begeerte was vermengd met het bloot menselijk verlangen, om de heerlijkheid van God te zien, zoals deze in de hemel gezien wordt. Daarom staat God hem toe, wat dienstig kon zijn, om zijn geloof te versterken, maar tempert zijn verlangen, voor zover het uit menselijke zwakheid voortkomt. Niet door aanschouwen, maar door geloof te leven, moest ook Mozes hier herinnerd worden.
19. Doch Hij zei: Ik zal ook van deze bede u zoveel verlenen, als Ik u verlenen kan; Ik zal al Mijn goedigheid,
1) Mijn volle heerlijkheid, waarvan de goedigheid (een liefelijk woord, dat wij niet gaarne voor een ander verruilen) het wezen is (Matth.19:17), voorbij uw aangezicht gaan laten, en zal de naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht, 2) ik zal u in een woord, in hetgeen Ik u zal laten horen (hoofdstuk 34:6), het hoogste geheim van Mijn wezen openbaren. Weliswaar hebt gij van u zelf, evenmin als enig ander mens, daarop recht; a) maar 3) Ik zal genadig zijn, aan wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wie ik Mij ontfermen zal; wie Ik genadig ben, die ben Ik waarlijk genadig, en over wie Ik Mij ontferm, over hem ontferm Ik Mij teder.
a) Rom.9:15
1) Alle goedigheid in die hele uitgestrektheid, zoals de algenoegzame God, die de Goedheid zelf is, zich in de gelukzalige eeuwigheid aan Zijn volk te genieten geeft; waartoe dan behoort, dat God in Zijn Naam volmaakt, immers zover een ellendig schepsel daartoe kan opklimmen, gekend en begrepen wordt, Zijn genade, barmhartigheid, lankmoedigheid, goedertierenheid en waarheid.
2) De Heere belooft hier aan Mozes zoveel te schenken, als de afstand tussen de eeuwige God en de eindige mens toelaat.
3) Of, en beter, en. De Heere geeft hier de grond aan, waarom Hij Mozes Zijn goedertierenheid zal laten voorbijgaan. Die grond ligt in God zelf, in Zijn eigen en vrije ontferming. Geen mens, ook Mozes niet, heeft enig recht op dit blijk van Zijn goedertierenheid.
20. Hij zei verder: Gij zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, zoals gij begeerd hebt; want Mij zal geen mens zien en leven; 1) wilde Ik het doen en u de gehele diepte en majesteit van Mijn wezen laten aanschouwen, zo zou zulk eenblik u vernietigen, want geen eindig mens kan die aanblik verdragen.
1) Niet alleen is de heilige God voor de onheilige mens een verterend vuur, maar tussen de oneindige God, de absolute (onbeperkte) Geest, en de met een aards lichaam omklede mensengeest is, in en met het aardse en natuurlijke lichaam, een grens gesteld, die eerst bij het afleggen van ons lichaam (Rom.8:23), en bij onze overkleding met een geestelijk lichaam 2 Corinthiers. 5:2,4) weggenomen zal worden; zolang deze grens bestaat, is het onmiddellijk aanschouwen van Gods heerlijkheid onmogelijk. Zoals ons lichamelijk oog door het aanschouwen van het zonnelicht verblind en de kracht om te zien gedood wordt, zo zou onze gehele natuur door het volle aanschouwen van het licht van God vernietigd worden. Zo lang wij in dit lichaam zijn, dat wel bestemd is tot verheerlijking, maar door de zondeval tot het verderf van de dood gekomen is, kunnen wij slechts in geloof wandelen, slechts met het oog van het geloof God zien, voor zover Hij Zijn heerlijkheid in Zijn Woord en Zijn werk openbaart; eerst, wanneer wij, in de goddelijke natuur (2 Petr.1:4) verheerlijkt, God gelijk geworden zijn, dan zullen wij Hem ook kennen, zoals Hij is (1 Johannes 3:2), dan zullen wij Zijn heerlijkheid zonder bedeksel aanschouwen en eeuwig voor Hem leven. Daarom moet ook voor Mozes genoeg zijn het voorbijgaan van Gods heerlijkheid voor Zijn aangezicht, en de openbaring van de naam van Jehova door middel van het Woord, waarin God Zijn innigst wezen, om zo te zeggen, Zijn gehele hart voor het geloof ontsluit.
21. De HEERE zei verder, hem Zijn bedoeling nader verklarende: zie er is een plaats, een open plaats en dicht daarbij een beschermende rotsspleet (vs.23), bij Mij, boven op de top van de berg, waar Ik Mij aan u openbaren zal; daar zult gij u op de steenrots, gedeeltelijk in de kloof, gedeeltelijk op de vrije plaats, stellen.
22. En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij u zal gaan, zo zal Ik u in een kloof van de steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand zolang overdekken,1) totdat Ik voorbijgegaan zal zijn, opdat Mijn aanblik u niet vernietige.
1) Met mijn hand overdekken, wil zeggen, mijn bescherming en bewaring verlenen. Door Gods hand wordt niet zelden de beschermende macht van God aangeduid. Hoe dit geschied is, wordt niet gemeld, maar het is niet onwaarschijnlijk, dat God Mozes met een lichte wolk overdekt heeft.
23. En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; 1) maar meer mag Ik u niet toestaan, want Mijn aangezicht zal niet gezien worden door een beperkt, een eindig, een door Zijn lichaam aan deaarde gebonden mens!
1) Wij zien de heerlijkheid van God als in een spiegel, als wij zien wat God gedaan heeft in Zijn werk, in het bijzonder die van de genade; en de achterste delen daarvan, als wij naspeuren de gangen van onze God, onze Koning in Zijn heiligdom. Aan Mozes nu was vergund, om alleen de achterste delen van Gods heerlijkheid te zien, maar lang daarna, wanneer hij een getuige was van Christus’ verheerlijking op de berg, zag hij Zijn aangezicht blinkende gelijk de zon. Zo zullen de ontdekkingen zijn, die God doet van zichzelf door Zijn wegen, die Hij houdt in de genade en voorzienigheid, terwijl Zijn volk nog van Hem uitwoont, een gevolg worden van een aanschouwen van Gods aangezicht in volkomen gerechtigheid, wanneer zij, die er in dit leven zo zeer naar gehongerd en gedorst hebben, met Gods beeld zullen verzadigd worden.
Dit brengt niet mee, dat hij de zelfstandigheid van God gezien heeft, maar alleen, dat God op een gewone wijze zichzelf aan Mozes geopenbaard en in enige gelijkenis hem Zijn gelijkenis getoond heeft, zoveel Mozes machtig was deze te aanschouwen.
Wat Mozes zien zal, nee, niet de Onzienlijke zelf zal het zijn, maar de slippen van Zijn koninklijk kleed, het uiterste van Zijn hemels gewaad! Verheven belofte. Kon het treffender uitgedrukt worden, dat God een geest is, die een ontoegankelijk licht bewoont, wie geen mensenoog gezien heeft, noch zien kan? Niet het aangezicht zelf, maar de laatste plooi van de koningsmantel. Ziedaar dan het meeste, dat Hij aan het schepsel kan tonen, wie Hij het hoogste voorrecht verlenen wil! Zo wordt nog eenmaal, niet slechts het ongeoorloofde, maar ook het bespottelijke van de beeldendienst aangeduid, waaraan zich Israël nog pas had schuldig gemaakt.
Wij hebben onder deze uitdrukking te verstaan, niets minder, dan dat Mozes de Heere zou zien uit Zijn werken, afgebeeld hierin, dat Mozes God als in het voorbijgaan zag. Niet de onuitputtelijke Majesteit van Gods innerlijk Wezen zou aan Mozes openbaar worden, maar de heerlijke openbaring van dit Wezen, zoals zondaren deze nodig hebben, in haar schuldvergevende genade.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel